<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0013</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Rol van het Europees Parlement en zijn parlementaire diplomatie in het kader van het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0405/2023 - Rapporteur: Jordi Solé)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 16 januari 2024 over de rol van het Europees Parlement en zijn parlementaire diplomatie in het kader van het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU (2023/2105(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 14, lid 1, en de artikelen 21 en 36 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over politieke verantwoording van 20 juli 2010,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 28 juni 2016 tot aanneming van het verslag “Gedeelde visie, gemeenschappelijke actie: Een sterker Europa – Een algemene strategie voor de Europese Unie op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 25 maart 2020, getiteld “EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie (2020-2024)” (JOIN(2020)0005),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Strategisch kompas voor veiligheid en defensie van de EU – Voor een Europese Unie die haar burgers, waarden en belangen beschermt en bijdraagt tot internationale vrede en veiligheid, dat is aangenomen op 21 maart 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 25 november 2020, getiteld “EU-genderactieplan (GAP) III – Een ambitieuze agenda inzake gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen in het externe optreden van de EU” (JOIN(2020)0017),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese Dienst voor extern optreden<FOOTNOTE><FIELD> PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien punt 34 van de verklaring naar aanleiding van de top van 2023 tussen de EU en de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische staten van 18 juli 2023, waarin parlementaire diplomatie wordt erkend als een belangrijke dimensie van de betrekkingen;</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn aanbeveling van 15 maart 2023 aan de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid waarin de balans wordt opgemaakt van de werking van de EDEO en wordt gepleit voor een sterkere EU op het wereldtoneel<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/410 van 23.11.2023, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/C/2023/410/oj?locale=nl.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 januari 2023 over de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – jaarverslag 2022<FOOTNOTE><FIELD> PB C 214 van 16.6.2023, blz. 26.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 januari 2023 over de uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid – jaarverslag 2022<FOOTNOTE><FIELD> PB C 214 van 16.6.2023, blz. 54.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 12 maart 2019 over de opbouw van EU-capaciteit voor conflictpreventie en -bemiddeling<FOOTNOTE><FIELD> PB C 23 van 21.1.2021, blz. 16.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit van 13 september 2023 over wijzigingen van het Reglement van het Parlement met het oog op versterking van de integriteit, de onafhankelijkheid en de verantwoordingsplicht<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0316.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A9‑0405/2023),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het Parlement niet alleen als medewetgever en medebegrotingsautoriteit fungeert voor het interne EU-beleid, maar ook in aanzienlijke mate voor het extern optreden van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de VV/HV op grond van artikel 36 VEU het Parlement regelmatig moet raadplegen over de belangrijkste aspecten en keuzen in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en het Parlement op de hoogte moet brengen van beleidsontwikkelingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het Parlement toestemming moet geven voor de inwerkingtreding van de meeste internationale overeenkomsten; overwegende dat in artikel 218, lid 10, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is bepaald dat het Europees Parlement in iedere fase van de procedure voor de onderhandelingen over dergelijke overeenkomsten onverwijld en ten volle moet worden geïnformeerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het Parlement het verloop van de externe aangelegenheden van de EU controleert en bespreekt, met name via de werkzaamheden van zijn Commissie buitenlandse zaken en haar twee Subcommissies mensenrechten en veiligheid en defensie, alsook via zijn Commissie internationale handel en ontwikkelingssamenwerking; overwegende dat deze controlerende rol betrekking heeft op de goedkeuring, uitvoering en evaluatie van de thematische, regionale en landenstrategieën van de EU en andere beleidsdocumenten, zoals het EU-genderactieplan, evenals financiële bijstand en benoemingen voor hoge functies binnen de externe vertegenwoordiging van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het Parlement, als enige instelling van de EU die rechtstreeks door de burgers wordt gekozen, publieke debatten houdt in de voltallige vergadering en in zijn commissies en verslagen en resoluties aanneemt over het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU en de situatie in niet-EU-landen, met name wat de mensenrechten betreft, en zo publiek bewustzijn en discussie bevordert, zowel binnen de EU als in de landen in kwestie; overwegende dat deze verslagen en resoluties bijdragen tot normatieve ontwikkelingen wereldwijd en nauwlettend worden gevolgd door actoren uit niet-EU-landen, zoals regeringen, parlementen en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de media, en reacties en gevolgen teweeg kunnen brengen in deze landen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het Parlement over een uniek netwerk van 45 vaste delegaties beschikt die de betrekkingen met andere parlementen uit niet-EU-landen, -regio’s en -organisaties onderhouden en verdiepen; overwegende dat dergelijke organen vaak de parlementaire dimensie vormen van bilaterale overeenkomsten van de EU met niet-EU-landen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de rol die het Parlement speelt bij de vaststelling van de jaarbegroting van de Unie cruciaal is bij het helpen van de meest hulpbehoevende landen om uitdagingen voor hun ontwikkeling op lange termijn het hoofd te bieden via het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld, en bij het aanpakken van grote humanitaire rampen en noodsituaties, met name door de humanitaire hulp te intensiveren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de bevordering van gendergelijkheid een doelstelling van het buitenlands beleid van de EU is; overwegende dat alle EU-lidstaten en het Europees Parlement zich ertoe hebben verbonden Resolutie 1325 (2000) van de VN-Veiligheidsraad over vrouwen en vrede en veiligheid uit te voeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het Parlement inmiddels een van de meest actieve parlementen is qua parlementaire diplomatieke activiteit en de middelen die hiervoor worden uitgetrokken; overwegende dat parlementaire diplomatie bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU en tot de bevordering van de waarden, de belangen en het beleid van de EU, ook op multilateraal niveau, en toegevoegde waarde oplevert door een coherenter en samenhangender extern optreden van de EU te bevorderen; overwegende dat parlementaire diplomatie strategische communicatie en de zichtbaarheid en doeltreffendheid van beslissingen en uitvoeringsmaatregelen in het kader van zowel het GBVB als het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) van de EU kan verbeteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het Parlement door parlementaire diplomatie te beoefenen in dialoog blijft met wereldleiders, gekozen ambtenaren, regeringsvertegenwoordigers en diplomaten, overheidsinstellingen, maatschappelijke organisaties en vertegenwoordigers, ook van kwetsbare bevolkingsgroepen, en andere belanghebbenden uit niet-EU-landen en multilaterale instellingen, met name via de werkzaamheden van zijn delegaties en commissies, onder meer door hoorzittingen en landenbezoeken te organiseren en verslagen en resoluties aan te nemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de HV/VV op grond van artikel 36 VEU verplicht is om minstens tweemaal per jaar voor het Parlement te verschijnen om verslag te doen over de huidige stand van zaken met betrekking tot het GBVB/GVDB en vragen te beantwoorden; overwegende dat het Interinstitutioneel Akkoord van 20 november 2002 tussen het Europees Parlement en de Raad over de toegang van het Europees Parlement tot gevoelige gegevens van de Raad op het gebied van het veiligheids- en defensiebeleid<FOOTNOTE><FIELD> PB C 298 van 30.11.2002, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE> moet worden geactualiseerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen van het Parlement, die wordt geleid door de voorzitters van de Commissie buitenlandse zaken en de Commissie ontwikkelingssamenwerking en waarin leden van het Europees Parlement van het volledige politieke spectrum zitting hebben, toezicht houdt op de inspanningen van het Parlement om democratie buiten de EU te bevorderen, onder meer door middel van verkiezingswaarneming, bemiddeling en dialoog; overwegende dat het Parlement via de Jean Monnet-dialoog voor vrede en democratie politieke leiders van buiten de EU bijeenbrengt om communicatie en consensusvorming tussen partijen te bevorderen; overwegende dat leden van het Europees Parlement in bepaalde mondiaal zeer gespannen situaties kunnen optreden als speciale afgevaardigden en bemiddelaars voor conflictpreventie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat het Europees Parlement nationale parlementen en internationale regionale vergaderingen buiten de EU helpt om hun institutionele capaciteit te verbeteren; overwegende dat het een permanente dialoog met deze wetgevers tot stand heeft gebracht en regelmatig optimale werkmethoden uitwisselt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat het Parlement internationaal wordt erkend als verkiezingswaarnemer; overwegende dat de verkiezingswaarnemingsdelegaties van het Parlement deel uitmaken van verkiezingswaarnemingsmissies van de EU of van internationale verkiezingswaarnemingsmissies;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat de fracties en individuele leden van het Parlement in niet-EU-landen, in het bijzonder de EU-toetredingslanden en het nabuurschap van de EU, beschikken over een uitgebreid, veelzijdig netwerk van contacten dat onder meer bestaat uit politieke partijen, parlementsleden, overheidsambtenaren en belanghebbenden uit de particuliere sector en het maatschappelijk middenveld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat het Parlement naast zijn liaisonbureaus buiten de EU, die zijn gevestigd in Londen en Washington, steunpunten heeft bij de Verenigde Naties in New York, bij de Afrikaanse Unie in Addis Abeba en bij de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten in Jakarta, die tot doel hebben de parlementaire samenwerking met deze multilaterale organisaties te versterken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat in artikel 5, lid 7, van Besluit 2010/427/EU van de Raad wordt gesteld dat “de delegaties van de Unie [...] de bevoegdheid [hebben] om de belangen te behartigen van andere instellingen van de Unie, met name het Europees Parlement, in hun contacten met de internationale organisaties of derde landen waar de delegaties geaccrediteerd zijn”;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Versterking van de parlementaire diplomatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is ingenomen met de steeds grotere en inmiddels substantiële rol van het Parlement in het externe optreden van de EU, waarin het zijn wetgevings-, begrotings- en controlebevoegdheden combineert met verschillende vormen van publieke en stille interactie met internationale organisaties, landen, samenlevingen en personen van buiten de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>wijst op de duidelijke rol en waarde van de parlementaire diplomatie van de EU als aanvulling op en versterking van de zichtbaarheid en impact van het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, naast de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO), de Commissie en de diplomatieke diensten en parlementen van de lidstaten, waarbij de autonomie van het Parlement zelf behouden blijft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>onderstreept het belang van parlementaire diplomatie als kanaal om diversere belanghebbenden in partner- en niet-EU-landen te bereiken en om meer bewustzijn te kweken omtrent de wetgeving en standpunten van de EU, de percepties, effecten en consequenties van dergelijke wetgeving en standpunten in derde landen beter te begrijpen en intercollegiale allianties en solide partnerschappen te smeden in een internationale context die steeds complexer en meer multipolair van aard is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>betreurt dat het Parlement, ondanks zijn specifieke bijdrage aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, evenals de toegevoegde waarde en complementariteit van parlementaire diplomatie, nog niet volledig door de Commissie, de Raad en de EDEO is erkend als een volwaardige speler in het kader van de “Team Europa”-aanpak;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is van mening dat er voor het Parlement een groot onbenut potentieel bestaat om zijn diplomatieke rol verder te ontwikkelen en bij te dragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Instrumenten, middelen en waarden van parlementaire diplomatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>wijst op de specifieke, dynamische en publieke bijdrage van het Parlement aan het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU en aan de aanpak van internationale uitdagingen via de werkzaamheden van zijn commissies die zich bezighouden met buitenlandse zaken, met inbegrip van de Subcommissies voor mensenrechten en voor veiligheid en defensie, en bijdragen aan de betrekkingen met niet-EU-landen, internationale organisaties en het maatschappelijk middenveld wereldwijd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat de werkzaamheden van de vaste delegaties een belangrijke aanvulling vormen op de werkzaamheden van de commissies door een regelmatig en duurzaam forum voor politieke dialoog met niet-EU-landen en internationale organisaties te bieden, onder meer via gezamenlijke parlementaire organen en multilaterale vergaderingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat de vaste delegaties een sleutelrol spelen als schakel tussen het Parlement en zijn partners overal ter wereld, door interactie te vergemakkelijken, voortdurend informatie te verstrekken aan commissies en andere parlementaire organen, standpunten en beleid van gemeenschappelijk belang te bespreken, en ook naar verschillende partners en andere belanghebbenden te luisteren en hun standpunten kenbaar te maken aan de bevoegde organen binnen het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>is van mening dat de officiële werkbezoeken van het Parlement buiten de EU integraal deel uitmaken van het externe beleid van de EU en daarom volledig moeten worden ondersteund door de EU-delegaties en in dit verband moeten worden onderworpen aan het hoogste niveau van informatie en veiligheid van de EDEO; dringt erop aan dat het crisisresponscentrum van de EDEO van alle nodige middelen wordt voorzien; is van mening dat een betere coördinatie, planning en prioritering van de werkbezoeken tussen de verschillende organen van het Parlement de consistentie, geloofwaardigheid en impact van de diplomatieke rol van het Parlement zou vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>stelt voor dat de desbetreffende organen van het Parlement voor interne coördinatie zorgen, onder meer door − op basis van aankomende wetgevingsdossiers en geopolitieke of strategische prioriteiten − periodiek een lijst met prioritaire landen voor externe betrekkingen op te stellen, gezamenlijke gedachtewisselingen te houden met deze prioritaire landen over de betrekkingen met de EU of over horizontale geopolitieke of conflictkwesties, en synergieën te bevorderen tussen de buitenlandse missies van het Parlement zodat onnodig dubbel werk kan worden voorkomen, middelen kunnen worden gestroomlijnd en het Parlement een consistentere boodschap kan uitdragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>onderstreept dat parlementsleden volledig op de hoogte moeten zijn van de culturele dimensie en de internationale culturele betrekkingen van een niet-EU-land wanneer zij op een officieel werkbezoek gaan, zodat zij een cultuur van dialoog kunnen bevorderen in het kader van een dialoog tussen culturen; pleit er in dit opzicht voor dat de EDEO − en in het bijzonder zijn afdeling Strategische communicatie en prognose − de officiële werkbezoeken van het Parlement aan niet-EU-landen volledig ondersteunt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is van mening dat de politieke dialoog die het Parlement en zijn afzonderlijke leden voeren met overheidsactoren, parlementaire actoren en actoren uit het maatschappelijk middenveld overal ter wereld bijdraagt tot de bevordering van de prioriteiten, standpunten en waarden van de EU met betrekking tot mondiale normen op gebieden als universele mensenrechten en democratie, lhbti-rechten, vrouwenrechten en gendergelijkheid, klimaat- en energiediplomatie, connectiviteit, artificiële intelligentie en digitaal en technologisch beleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat het Parlement zich consequent inzet om mensenrechten, de rechtsstaat en democratie centraal te stellen in het externe optreden van de EU en een belangrijk forum te bieden waar de stem van het maatschappelijk middenveld en democratische belanghebbenden uit de hele wereld wordt gehoord en versterkt; wijst in dit verband op zijn werkzaamheden ter ondersteuning van mensenrechtenverdedigers, parlementsleden die gevaar lopen en jonge politieke leiders, alsook ter ondersteuning van de deelname van vrouwen aan het politieke leven en de strijd tegen desinformatie; dringt erop aan dat het optreden van het Parlement verder wordt ontwikkeld en dat in de volgende zittingsperiode een stem wordt gegeven aan degenen van wie de rechten in het gedrang komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt dat de debatten en resoluties van het Parlement over schendingen van de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat van essentieel belang zijn als een van de instrumenten van het Parlement met de grootste impact buiten de EU als het gaat om de aanpak van mensenrechtenproblemen in niet-EU-landen; pleit daarom voor een betere zichtbaarheid van deze debatten en resoluties, onder meer op de agenda van de plenaire vergaderingen, in overeenstemming met de werkzaamheden van de commissies en andere parlementaire organen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>onderstreept dat het Parlement een belangrijke en unieke rol speelt in verkiezingswaarnemingsmissies en meer in het algemeen in programma’s ter ondersteuning van de democratie, zoals de versterking van de parlementaire democratie in niet-EU-landen, en in initiatieven op het gebied van bemiddeling, facilitering van capaciteitsopbouw, conflictpreventie, de bevordering van een consensuele, democratische parlementaire cultuur en de bevordering van de mensenrechten; pleit ervoor de bevindingen die gebaseerd zijn op de activiteiten van de coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen met betrekking tot specifieke landen, evenals de bevindingen van verkiezingswaarnemingsmissies van de EU, beter te integreren in de relevante werkzaamheden van de commissies en delegaties, alsook in de plenaire vergaderingen wanneer deze betrekking hebben op diezelfde landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>dringt aan op nauwere coördinatie met de Commissie, met inbegrip van het directoraat-generaal Europees Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen en het directoraat-generaal Internationale Partnerschappen, om de parlementaire democratie wereldwijd te ondersteunen en de institutionele steun voor parlementen te versterken; is van mening dat het door het Parlement opgezette netwerk met nationale parlementen ter ondersteuning van democratie een regulier institutioneel forum kan worden voor het afstemmen van activiteiten en het benutten van expertise;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt dat er sprake moet zijn van gendergelijkheid bij alle activiteiten en werkbezoeken, ook in de vertegenwoordiging van het Parlement bij reizen buiten de EU, en dat de expertise op het gebied van gendergelijkheid moet worden vergroot door in het kader van acties en programma’s voor parlementaire assistentie experts op dit gebied in de arm te nemen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bijdrage van het Parlement aan het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is van mening dat de volgende zittingsperiode en de aantreding van de nieuwe Commissie een kans moeten zijn om het kader van de interinstitutionele betrekkingen tussen het Parlement, de EDEO en de Commissie, met inbegrip van EU-delegaties, te versterken, om de parlementaire diplomatie te bestendigen en het instrumentarium van de EU voor extern optreden uit te breiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>dringt er met name op aan dat het toezicht van het Parlement op de werkzaamheden in het kader van het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU wordt versterkt door de verantwoordingsplicht en de transparantie van de EDEO en de externe diensten van de Commissie te vergroten; benadrukt in dit kader dat de Verklaring over politieke verantwoordingsplicht uit 2010 moet worden geactualiseerd om de betrekkingen tussen de EDEO en het Parlement te herdefiniëren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt de Commissie, de Raad en de lidstaten het Parlement daadwerkelijk te betrekken bij de uitvoering van en het toezicht op aangelegenheden die van strategisch belang zijn op het gebied van buitenlandse zaken van de EU, met inbegrip van de toepassing van beperkende maatregelen, alsook bij het toezicht op externe financieringsinstrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>benadrukt dat het Parlement uit hoofde van artikel 36 VEU recht heeft op informatie op het gebied van GBVB-aangelegenheden, onder meer in de vorm van tijdige toegang tot verslagen, landenstrategieën en andere vertrouwelijke informatie de leidend is voor de uitvoering van het GBVB van de EU; onderstreept in dit verband hoe belangrijk het is de actualisering van het interinstitutioneel akkoord van 20 november 2002 tussen het Europees Parlement en de Raad over de toegang van het Europees Parlement tot gevoelige gegevens van de Raad op het gebied van het veiligheids- en defensiebeleid zo spoedig mogelijk af te ronden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>benadrukt dat het Parlement, gezien zijn controlefunctie en bevoegdheid om toezicht te houden op de onderhandelingen over en de uitvoering van internationale overeenkomsten, een cruciale rol zou moeten spelen bij het vormgeven van de samenwerking van de Unie met niet-EU-landen en internationale organisaties en haar algemene optreden op het internationale toneel, wat de EU eveneens in staat zou stellen gendermainstreaming en klimaatdiplomatie in internationale betrekkingen te bevorderen; betreurt in dit opzicht de zogeheten informele of ad-hocregelingen waarvoor het Parlement geen toestemming hoeft te geven en die derhalve de autoriteit van het Parlement als medewetgever en toezichthouder ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>is van mening dat benoemingen van EU-ambassadeurs in strategische landen en speciale vertegenwoordigers van de EU pas mogen worden bevestigd na een positieve beoordeling van de Commissie buitenlandse zaken van het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>pleit voor een meer systematische deelname van de voorzitters van de externe commissies van het Parlement aan GBVB-bijeenkomsten en -evenementen op hoog niveau, met inbegrip van de Raad Buitenlandse Zaken; pleit voor gemengde delegaties van de EDEO, de Commissie en het Parlement bij belangrijke multilaterale en regionale bijeenkomsten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>dringt erop aan dat alle belangrijke strategische beleidsdocumenten die de Commissie en de Raad aannemen op het gebied van de uitvoering van het externe beleid van de EU worden opgesteld in samenwerking met het Parlement en dat de rol en bijdrage van het Parlement in deze documenten worden opgenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>pleit ervoor de betrekkingen van het Parlement met de nationale parlementen van de lidstaten, die dienst kunnen doen als schakel naar de uitvoerende macht van de lidstaten, te versterken; onderstreept daarom dat de interparlementaire conferentie over het GBVB/GVDB en de interparlementaire conferenties die jaarlijks worden georganiseerd door de Subcommissie mensenrechten, een belangrijk forum vormen voor de uitwisseling van informatie en optimale werkmethoden tussen nationale parlementen en het Europees Parlement op de gebieden in kwestie en moeten worden versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is van mening dat het Parlement een unieke rol kan spelen door het buitenlands beleid van de EU dichter bij de Europese burgers te brengen en de democratische legitimiteit ervan te vergroten, bijvoorbeeld door samen te werken met subnationale organen zoals regionale regeringen en parlementen, zodat een diplomatie op meerdere niveaus binnen de respectieve institutionele en rechtskaders mogelijk wordt, die als input kan dienen voor het buitenlands beleid van de EU en de lidstaten en voort kan bouwen op het externe optreden op EU-niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>herhaalt zijn oproep om een autonome EU-diplomatie te ontwikkelen die wordt gekenmerkt door een gemeenschappelijke diplomatieke cultuur op basis van een EU-perspectief, en onderstreept de rol die hierbij is weggelegd voor het Parlement; is van mening dat de uitvoering van het proefproject van het Parlement voor de oprichting van een diplomatieke academie van de Europese Unie, en met name de toekomstige en permanente structuur ervan, in dit opzicht een concrete stap voorwaarts is; dringt aan op garanties dat het Parlement permanent deelneemt aan en actief betrokken is bij de toekomstige beheer- en bestuursorganen van de diplomatieke academie van de Europese Unie en de opleidingsprogramma’s en -activiteiten van deze academie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is van mening dat het Parlement, in de context van een wereldwijde achteruitgang op het gebied van de mensenrechten en democratie, een specifieke rol te vervullen heeft bij het verdedigen van op regels gebaseerd multilateralisme, de democratie en de rechtsstaat, bij het bevorderen van de mensenrechten en politiek pluralisme, bij het tegengaan van desinformatie en buitenlandse inmenging in niet-EU-landen en bij het helpen van democratisch gekozen parlementen wereldwijd om hun institutionele rol en interne werkmethoden te consolideren door middel van gerichte programma’s; merkt op dat leden van het Europees Parlement gevoeligere kwesties, zoals mensenrechtenschendingen, kunnen aankaarten, openbare verklaringen kunnen afleggen, publieke of private communicatiekanalen kunnen opzoeken en contacten kunnen onderhouden met lokale partners wanneer de ruimte voor traditionele diplomatie nogal beperkt is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>wijst op de specifieke rol van parlementaire organen bij het helpen van partnerlanden, en met name uitbreidingslanden en potentiële kandidaat-lidstaten in de Westelijke Balkan en het Oostelijk Nabuurschap; pleit ervoor om hun rol in het EU-toetredingsproces te versterken, met het oog op de specifieke en belangrijke rol die nationale parlementen spelen bij de doorvoering van de nodige hervormingen, onder meer door aanpassing van de wetgeving, toezicht en voorlichting van burgers; wijst erop dat de EU-delegaties dergelijke interparlementaire samenwerking in (potentiële) kandidaat-lidstaten actief moeten ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>is ingenomen met innovatieve benaderingen als de onlangs gestarte samenwerking tussen commissies van het Europees Parlement en de Oekraïense Verchovna Rada, en pleit voor de ontwikkeling van verdere initiatieven op dit gebied, gezien het politieke belang van het uitbreidingsproces;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>dringt er andermaal op aan om de institutionele capaciteit van de EU op het gebied van preventieve diplomatie, conflictpreventie en bemiddeling te vergroten, en is van mening dat het Parlement een substantiële bijdrage en deskundigheid kan leveren via zijn organen en werkzaamheden op dit gebied, onder meer door middel van mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing en bezoeken ter plaatse;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt dat het brede interparlementaire netwerk dat het Parlement via zijn vaste delegaties en multilaterale vergaderingen heeft ontwikkeld een uitstekend instrument is om standpunten met internationale partners in multilaterale fora te bespreken en te coördineren, bijvoorbeeld als het gaat om VN-resoluties, gendermainstreaming, klimaatdiplomatie of standpunten in de G20, alsook om de intenties van de EU ten aanzien van partners te verduidelijken en haar maatregelen te bevorderen; benadrukt dat het Parlement een belangrijke bijdrage levert aan het werk van multilaterale forums door middel van zijn betrokkenheid bij, onder meer, parlementaire topontmoetingen van de G7 en de G20 en bijeenkomsten van de Interparlementaire Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>wijst erop dat het Europees Parlement een belangrijke rol speelt bij het wereldwijd bevorderen van gendergelijkheid (onder meer door feminicide en gendergerelateerd geweld tegen te gaan) en lgbti-rechten in het externe optreden van de EU; wijst erop dat parlementsleden eveneens een belangrijke rol spelen bij de bevordering van gendergevoeligheid in de externe betrekkingen van de EU door bewustmaking, capaciteitsopbouw en de uitwisseling van optimale werkmethoden, waarbij zij onder meer – maar niet uitsluitend – wijzen op de toegevoegde waarde van genderevenwichtige parlementen en een genderperspectief voor de werking van parlementaire organen; verzoekt het Parlement deze relevante dimensie van zijn parlementaire diplomatie verder te versterken in zijn interactie met partnerlanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>is van mening dat het Parlement, met het oog op duurzameontwikkelingsdoelstelling 5 (gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes bereiken), een belangrijke rol moet spelen bij de verwezenlijking van belangrijke strategische benchmarks van gendergelijkheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>onderstreept dat het Parlement zich inzet voor de ratificatie en tenuitvoerlegging van de desbetreffende verdragen en facultatieve protocollen van de VN en andere internationale organisaties, zoals de Overeenkomst van Parijs en het Verdrag inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Team Europa: het Parlement als partner op het gebied van buitenlands beleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>is van mening dat het Parlement weliswaar volledig autonoom moet blijven bij de uitvoering van zijn agenda voor extern beleid, maar dat gezamenlijke ad-hocbezoeken en verklaringen van het Parlement met vertegenwoordigers van de Commissie en de Raad in verband met belangrijke ontwikkelingen in niet-EU-landen een veelbelovend terrein vormen voor de uitvoering van de Team Europa-aanpak; dringt er in dit verband op aan in een beperkt aantal niet-EU-landen een interinstitutioneel Team Europa-proefprogramma op te starten; dringt erop aan dat dit proefprogramma ervoor zorgt dat de instrumenten van het Parlement volledig worden geïntegreerd in een gemeenschappelijke interinstitutionele benadering van de betrokken landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>hekelt het besluit van sommige landen, waaronder enkele landen die overeenkomsten hebben gesloten met de EU, om delegaties en afzonderlijke leden van het Europees Parlement te weren van hun grondgebied of een deel daarvan; hekelt de bedreiging van en sancties tegen EP-leden door niet-EU-landen; dringt erop aan dat de Raad en de lidstaten onmiddellijk robuuste maatregelen treffen, en in voorkomend geval sancties opleggen, wanneer niet-EU-landen beperkende maatregelen invoeren ten aanzien van organen of afzonderlijke leden van het Europees Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>wijst erop dat de samenwerking tussen het Parlement en de EDEO het meest gestructureerd is op het gebied van verkiezingswaarneming, waarbij beide instellingen verkiezingswaarnemingsactiviteiten uitvoeren die op verschillende manieren nauwkeurig op elkaar zijn afgestemd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>pleit opnieuw voor meer strategische coördinatie tussen de EU-instellingen met betrekking tot dringende individuele kwesties van mensenrechtenverdedigers, journalisten of leden van bijzonder kwetsbare groepen; is ervan overtuigd dat parlementaire diplomatie een doeltreffend en complementair mechanisme kan blijken om met niet-EU-landen over dergelijke kwesties in gesprek te gaan; pleit ervoor dat een interinstitutionele taakgroep voor mensenrechtenverdedigers de Europese inspanningen met betrekking tot prioritaire kwesties van mensenrechtenverdedigers coördineert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verzoekt de HV/VV nogmaals om, in samenwerking met de lidstaten en het Parlement, een jaarlijkse lijst van aandachtslanden op te stellen waar de situatie van mensenrechtenverdedigers en verdedigers van de democratie zeer zorgwekkend is, onder meer om een volledig gecoördineerde praktische respons van Team Europa in het veld mogelijk te maken; is van mening dat het Parlement een doorslaggevende rol kan spelen door zijn institutionele en andersoortige middelen aan te wenden om deze gerichte, gezamenlijke aanpak te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>dringt er bij elke EU-delegatie op aan om de werkzaamheden van het Parlement die relevant zijn voor het gastland bekend te maken, onder meer in de lokale taal op haar website, en om in gesprek te blijven met lokale autoriteiten en maatschappelijke organisaties;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>