<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0014</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Elektrische luchtvaart – een oplossing voor korte en middellange vluchten</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0438/2023 - Rapporteur: Erik Bergkvist)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 16 januari 2024 over elektrische luchtvaart – een oplossing voor korte en middellange vluchten (2023/2060(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 90,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 3, lid 3, daarvan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 16 maart 2023 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologieproducten (verordening voor een nettonulindustrie) (COM(2023)0161),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 14 juli 2021 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU van het Europees Parlement en de Raad (COM(2021)0559),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 14 december 2021 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk, tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1153 en Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1315/2013 (COM(2021)0812), met name afdeling 5 inzake de luchtvaartinfrastructuur,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 7 juni 2018 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van Horizon Europa – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, en tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding (COM(2018)0435),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 11 juni 2013 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelĳk Europees luchtruim (COM(2013)0410),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 november 2022 getiteld “Een dronestrategie 2.0 voor een slim en duurzaam ecosysteem voor onbemande luchtvaartuigen in Europa” (COM(2022)0652),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 9 december 2020, getiteld “Strategie voor duurzame en slimme mobiliteit – Het Europees vervoer op het juiste spoor naar de toekomst” (COM(2020)0789),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, waarbij de doelstellingen van de Europese Green Deal in wetgeving worden omgezet,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 598/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 inzake de vaststelling van regels en procedures voor de invoering van geluidsgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Unie binnen het kader van een evenwichtige aanpak, en tot intrekking van Richtlĳn 2002/30/EG<FOOTNOTE><FIELD> PB L 173 van 12.6.2014, blz. 65.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2003/87/EG van 13 oktober 2003 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de oprichting van het innovatiefonds,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese Green Deal, die tot doel heeft de EU op weg te helpen naar een groene transitie, met als uiteindelijk doel het bereiken van klimaatneutraliteit in 2050,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de goedkeuring van het “Fit for 55”‑pakket en de daarin opgenomen voorstellen, met name het voorstel om de productie en het gebruik van duurzame luchtvaartbrandstoffen, ook bekend als het ReFuelEU Luchtvaart-initiatief, op te voeren, en het voorstel tot herziening van de emissiehandelssystemen van de EU met betrekking tot de CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>‑emissies van de luchtvaart,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 mei 2023 over het nieuwe EU-kader voor stedelijke mobiliteit<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0130.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 november 2015 over luchtvaart<FOOTNOTE><FIELD> PB C 366 van 27.10.2017, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>	gezien zijn resolutie van 10 mei 2012 over de toekomst van regionale luchthavens en luchtdiensten in de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 261 E van 10.9.2013, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE> en zijn resolutie van 16 februari 2017 over een luchtvaartstrategie voor Europa<FOOTNOTE><FIELD> PB C 252 van 18.7.2018, blz. 284.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de speciale certificeringsvoorwaarden SC E‑19 voor elektrische/hybride aandrijfsystemen van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>	gezien artikel 54 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A9-0438/2023),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de emissies van de internationale luchtvaart in 2019 146 % hoger waren dan in 1990<FOOTNOTE><FIELD> Europees Parlement, Uitstoot van vliegtuigen en schepen: feiten en cijfers (infografiek), bijgewerkt op 15 juni 2023.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat dit aandeel naar verwachting zal groeien naarmate de vraag naar vliegreizen toeneemt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat 50-55 % van de emissies kan worden teruggedrongen door over te stappen op duurzame luchtvaartbrandstoffen, 30-35 % door nieuwe technologie in te zetten, 5-10 % door de exploitatie en infrastructuur van vliegtuigen te optimaliseren en 5 % door te kiezen voor nieuwe marktgerichte maatregelen<FOOTNOTE><FIELD> Waypoint 2050, Aviation: Benefits Beyond Borders, Figuur 2.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat 75 % van de wereldwijde civiele vloot vanaf 2035 moet worden vervangen om de vereiste emissiereducties tegen 2050 te verwezenlijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat voor een echt schone luchtvaart nauwere samenwerking tussen onderzoekers, fabrikanten, luchtvaartmaatschappijen, overheden en andere belanghebbenden nodig is; overwegende dat een deel van de luchtvaartindustrie al bezig is met de ontwikkeling van geavanceerde concepten voor vliegtuigen<FOOTNOTE><FIELD> ATR, Avinor, Deutsche Aircraft (in samenwerking met Private Wings), Heart Aerospace (in samenwerking met Finnair en Icelandair), Pipistrel, SAS (in samenwerking met Airbus), Tecnam enz.</FIELD></FOOTNOTE> zoals elektrische verticale start- en landingsvliegtuigen (eVTOL);</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” het toonaangevende onderzoeks- en innovatieprogramma van de EU is voor de transformatie van de luchtvaart naar een duurzame toekomst; overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” en het EASA samenwerken aan de aanpassing van het standaardcertificeringsstelsel voor een nieuwe generatie vliegtuigen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat kleine elektrische testvliegtuigen met maximaal negen zitplaatsen reeds in verschillende EU-regio’s vliegen; overwegende dat vliegtuigen met maximaal 30 zitplaatsen gepland zijn voor eind 2020 en regionale vliegtuigen voor 2030<FOOTNOTE><FIELD> Infopagina, “Net zero 2050: new aircraft technology”, IATA, juni 2023.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat er voor de eerste vloot van elektrische vliegtuigen die gecertificeerd is door EASA<FOOTNOTE><FIELD> Pipistrel Velis Electro.</FIELD></FOOTNOTE>, al veilige en milieuvriendelijke opleidingsactiviteiten voor piloten aan de gang zijn; overwegende dat er voor verschillende eVTOL-modellen al een typecertificaat is aangevraagd bij het EASA;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het EASA regels heeft voorgesteld voor de veilige exploitatie van VTOL‑vliegtuigen, waaronder luchttaxi’s, en een uitgebreide reeks operationele eisen voor elektrische luchttaxi’s, die betrekking hebben op de exploitatie, de vergunningen voor bemanning en de regels voor het beheer van het luchtruim en het luchtverkeer;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de elektrische en hybride-elektrische luchtvaart de stedelijke en regionale luchtvaartmobiliteit en luchtvaartconnectiviteit kunnen versterken en een hele reeks innovatieve oplossingen voor openbaar vervoer kunnen bieden; overwegende dat er ondertussen ook plannen zijn om tegen 2035 op grote schaal waterstofvliegtuigen te laten opstijgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat snellere overstappen in de elektrische en hybride-elektrische luchtvaart concurrerende reistijden over kortere afstanden mogelijk maken; overwegende dat elektrische vliegtuigen minder passagiers zullen vervoeren in kleine vliegtuigen, wat betekent dat er minder tijd wordt besteed aan instappen en grondafhandeling;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de EU een snelle ontwikkeling in batterijtechnologie doormaakt, zowel wat betreft productievolumes als ontwikkelingsuitgaven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het succes van zeer complexe onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten op het gebied van schone luchtvaart rechtstreeks afhankelijk is van financiële en politieke steun, met inbegrip van die van de EU-instellingen en de lidstaten; overwegende dat er meerdere allianties voor schone luchtvaart zijn gevormd, zoals de Alliantie voor emissieloze luchtvaart (AZEA), die momenteel werken aan projectpijplijnen, maar effectieve EU-steun nodig hebben; overwegende dat stimulansen van de overheid voor deze projecten van cruciaal belang zijn om particuliere investeringen aan te trekken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de lidstaten de komende jaren moeten investeren in de elektriciteitsvoorziening van stationaire vliegtuigen om te voldoen aan de doelstellingen van Verordening (EU) 2023/1804 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 234 van 22.9.2023, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en dat deze investeringen een opstap kunnen worden naar de toekomstige uitrol van oplaadinfrastructuur voor elektrische vliegtuigen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de berekening van de koolstofvoetafdruk van elektrische en waterstofvliegtuigen gebaseerd moet zijn op de volledige levenscyclus ervan, met inbegrip van de bron van de energieproductie en de productie van batterijen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de luchtvaartsector weliswaar plots heeft beseft hoe kwetsbaar hij is voor pandemieën, geopolitiek en economische schokken, maar heeft bewezen een sleutelrol te spelen voor de continue instandhouding van de toeleveringsketen, met name voor essentiële goederen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat groene en digitale vaardigheden in technisch onderwijs en technische expertise, zoals luchtvaarttechnologie en -techniek, exacte wetenschappen en wiskunde, van vitaal belang zijn voor de duurzame ontwikkeling van de luchtvaart en aantrekkelijke banen scheppen voor jonge mensen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat veiligheid de eerste prioriteit van de luchtvaart moet blijven;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voordelen van elektrificatie van vliegtuigen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>wijst op het belang van regionale luchthavens in de Unie voor elektrische korte- en middellangeafstandsvluchten; benadrukt het potentieel van regionale luchthavens als multimodale innovatiehubs en van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) in de hele toeleveringsketen, hetgeen niet alleen ten goede komt aan onderzoek en concurrentie in de luchtvaartsector, maar ook in andere vervoerssectoren zoals het weg-, zee- en spoorvervoer; verzoekt de Commissie daarom haar financiële steun voor regionale luchthavens te bevestigen, met name luchthavens die actief zijn op het gebied van elektrische luchtvaart;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is van mening dat schoner, sneller en handiger luchtvervoer de connectiviteit en toegankelijkheid van kleinere, afgelegen en dunbevolkte gebieden, waaronder eilandregio’s en ultraperifere gebieden, zou verbeteren, met name wat betreft de toegang tot openbare diensten, het scheppen van werkgelegenheid en duurzamer toerisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de ultraperifere gebieden moeilijk met het Europese vasteland te verbinden zullen zijn via elektrische luchtvaart vanwege hun afgelegen ligging en de beperkte batterijcapaciteit van de vliegtuigen; benadrukt echter het potentieel van de elektrische luchtvaart om de verbindingen tussen de ultraperifere gebieden te verzekeren, bij te dragen tot hun ontwikkeling en de negatieve gevolgen van hun ongunstige topografie voor hun economie gedeeltelijk te verzachten; benadrukt dat de perifere gebieden financiële, inhoudelijke en technische steun nodig hebben om te zorgen voor de tijdige uitrol van de infrastructuur die nodig is voor het snel en betrouwbaar opladen van batterijen, het onderhoud van eVTOL en de opleiding van hooggekwalificeerde technici en exploitanten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat, wanneer er sprake is van geografische barrières, de tijdwinst door het gebruik van elektrische vliegtuigen als een nieuw openbaar vervoermiddel dat niet afhankelijk is van bestaande spoorwegen aanzienlijk kan zijn; vestigt de aandacht op de ervaring van de Scandinavische landen, waarvan de geografie wordt gekenmerkt door fjorden, meren en bergen, een lage bevolkingsdichtheid en een sterke focus op duurzame energie<FOOTNOTE><FIELD> Toegankelijkheidsstudie voor elektrische luchtvaart. Onderdeel van het project inzake elektrische luchtvaart en de gevolgen hiervan voor de noordelijke regio’s.</FIELD></FOOTNOTE>, en de ervaring van de ultraperifere gebieden, die worden gekenmerkt door hun geïsoleerdheid, afgelegen ligging, kleine oppervlakte en lastige topografische en klimatologische omstandigheden; verzoekt de Commissie dit potentieel in nauwe samenwerking met de relevante regio’s en lidstaten te onderzoeken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is van mening dat de elektrificatie van de regionale luchtvaart eerder opgegeven routes economisch levensvatbaar kan maken, de connectiviteit kan verbeteren, de regionale ontwikkeling kan stimuleren en nieuwe regionale investeringen kan aantrekken; onderstreept de geloofwaardige vooruitzichten van hybridisering in het licht van de beperkingen van de regionale luchtvaart in termen van autonomie en aantal passagiers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>herhaalt de visie van de Commissie, zoals verwoord in haar dronestrategie 2.0, dat eVTOL’s in 2030 een hoofdbestanddeel van het passagiersvervoer moeten zijn dat geïntegreerd is in bestaande vervoersystemen en bijdraagt aan het koolstofvrij maken van de EU, terwijl negatieve milieueffecten tot een minimum beperkt blijven<FOOTNOTE><FIELD> Idem.</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt dat eVTOL’s ondanks hun snelle technologische evolutie momenteel nog steeds beperkt zijn tot zes zitplaatsen, terwijl elektrische vliegtuigen met vaste vleugels al meer passagiers kunnen vervoeren op zowel bestaande als nieuwe stedelijke vliegroutes; verzoekt de Commissie een onderscheid te maken tussen deze twee mogelijkheden, aangezien zij gebruikmaken van verschillende technologieën en verschillende markten bedienen; is er evenwel van overtuigd dat zowel eVTOL’s als elektrische vliegtuigen met vaste vleugels moeten worden beschouwd als complementaire vormen van nieuwe stedelijke luchtmobiliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat vliegtuigen met elektromotoren vrijwel geen operationele vervuiling veroorzaken, wat betekent dat er minder plaatselijke emissies ontstaan die een nadelige invloed kunnen hebben op de gezondheid van burgers die in de buurt van luchthavens wonen; is daarom van mening dat met name vliegtuigen met een laag geluidsniveau moeten kunnen profiteren van vereenvoudigde procedures voor het verkrijgen van vergunningen in verband met geluidsproductie of vrijstellingen van vliegbeperkingen; benadrukt dat de met elektrische luchtvaart verwezenlijkte geluidsreductie kan leiden tot verbeteringen in de situatie van bepaalde luchthavens en nabijgelegen woongebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat de kans moet worden benut om geluidshinder aanzienlijk terug te dringen door het gebruik van elektrische en hybride-elektrische vliegtuigen; dringt er bij de industrie op aan om gebruik te maken van de werkzaamheden van het EASA voor het opstellen van de eerste technische specificatie<FOOTNOTE><FIELD> https://www.easa.europa.eu/en/newsroom-and-events/press-releases/easa-publishes-worlds-first-proposal-assessment-and-limitation.</FIELD></FOOTNOTE> voor milieubescherming voor de geluidsbeoordeling van bepaalde eVTOL-vliegtuigen, die tot doel heeft een hoog en uniform niveau van milieubescherming te bieden voor de Europese burgers en hun integratie in het ecosysteem van de luchtvaart en de stedelijke omgeving te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>is er stellig van overtuigd dat elektrische en hybride-elektrische vliegtuigen een aanzienlijk potentieel inhouden voor de vermindering van broeikasgasemissies in de luchtvaart en nieuwe mogelijkheden zullen bieden voor stedelijke mobiliteit; is ingenomen met het werk dat het EASA tot dusver heeft verricht met betrekking tot eVTOL-luchtvaartuigen die bedoeld zijn voor gebruik als luchttaxi’s, het ontwerp van de nodige grondinfrastructuur voor veilige stedelijke luchtmobiliteitsactiviteiten<FOOTNOTE><FIELD> EASA, “Vertiports. Prototype Technical Specifications for the Design of VFR Vertiports for Operation of with Manned VTOL‑Capable Aircraft Certified in the Enhanced Category (PTS‑VPT‑DSN)”, maart 2022.</FIELD></FOOTNOTE> en de aanpassing van het regelgevingskader voor de luchtvaart om de toegang tot de markt te vergemakkelijken voor luchtvaartuigen die gebruikmaken van elektrische en waterstofaandrijving; benadrukt de sleutelrol van het EASA bij de certificering van dit soort vliegtuigen, met het oog op een snellere ontwikkeling ervan; steunt de commercialisering van milieuvriendelijke luchtvaartuigen die alternatieve voortstuwingstechnologieën gebruiken als aanvulling op de maatregelen die zijn genomen in het kader van de initiatieven voor duurzame vliegtuigbrandstoffen; verzoekt de Commissie actie te ondernemen om ervoor te zorgen dat elektrische vluchten korte regionale routes beslaan, dit in het licht van de openbaredienstverplichtingen uit hoofde van de toepasselijke EU-regelgeving;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Investeren in de toekomst</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is van mening dat, hoewel korte- en middellangeafstandsvluchten slechts een fractie van de emissies vertegenwoordigen, elke geëlektrificeerde route een vermindering van de klimaat- en milieuvoetafdruk van de luchtvaart betekent en daarom een lonende investering is; dringt erop aan dat de bundeling van de noodzakelijke investeringen nu moet beginnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is van mening dat lage- en nulemissiedoelstellingen ook zullen worden bereikt dankzij de hybride-elektrische technologieën die zijn ontwikkeld voor regionale en internationale korte- of middellangeafstandsvluchten, zowel voor de commerciële als voor de zakenluchtvaart, en dringt aan op de nodige investeringen in onderzoek en ontwikkeling voor het ontwerp van vliegtuigen en aandrijfsystemen, batterijen en andere hybride oplossingen; is van mening dat de lidstaten in het licht van de commercialisering van de elektrische luchtvaart moeten overwegen om hun wetgeving inzake het verbod op korte- en middellangeafstandsvluchten te herzien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is van mening dat de aanzienlijke behoeften in verband met de vervanging van de civiele vloot een uitdaging vormen en aanzienlijke financiële investeringen vergen, maar ook een grote marktkans vormen die kan leiden tot de totstandbrenging van nieuwe banen en vaardigheden voor de hele vervoerssector in Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat de ontwikkeling van elektrische luchtvaart voor commercieel gebruik doeltreffende financiële en regelgevende steun vereist op zowel nationaal als EU-niveau; benadrukt de zeer positieve resultaten die met behulp van overheidsopdrachten zijn bereikt en beschouwt dit als een doeltreffend instrument voor de elektrificatie van de sector zonder de markt te verstoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>nodigt de lidstaten uit om marktstimulansen en -voordelen voor fabrikanten en exploitanten van elektrische vliegtuigen en betrokken kmo’s te onderzoeken teneinde de ontwikkeling en toepassing van deze milieuvriendelijke technologie te bevorderen; is van mening dat deze stimulansen en voordelen voor onderdelen voor de elektrische luchtvaart, elektriciteit en emissiekredieten de groei van de markt kunnen stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat er in Europa veel korte- en middellangeafstandsvluchten plaatsvinden; roept de Commissie op om, in samenwerking met Eurocontrol en het EASA, de vliegroutes in kaart te brengen die het meest geschikt zijn voor volledige elektrificatie en waarop een wezenlijke vermindering van de CO<STRING SUPERSCRIPT="on">2</STRING>‑emissies kan worden verwezenlijkt, aangezien dit de betrokken luchthavens zal helpen om met de nodige aanpassingen te beginnen; benadrukt dat waterstof een belangrijke rol kan spelen bij het terugdringen van emissies; herinnert eraan dat bedrijven zich voor kleinschalige vervoersoplossingen richten op elektrische vliegtuigen en voor grootschalige vervoersoplossingen op waterstofvliegtuigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is van mening dat de mogelijkheid moet worden onderzocht om de bestaande EU-staatssteunregels te wijzigen om de totstandbrenging mogelijk te maken van een gericht investeringskader dat voortbouwt op publieke en private financiering ter ondersteuning van de opkomende, middelenintensieve eVTOL-sector, teneinde de strategische autonomie van Europa op dit gebied te versterken, aangezien eVTOL’s ongetwijfeld een strategisch onderdeel van de vervoersector zullen worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is van mening dat EU-bedrijven die actief zijn op het gebied van de elektrificatie van de luchtvaartsector nauwer moeten samenwerken met nationale en EU-autoriteiten om een geïntegreerde technische routekaart en gezamenlijke onderzoeksprogramma’s te ontwikkelen; is ingenomen met de werkzaamheden die zijn verricht in het kader van de Alliantie voor emissieloze luchtvaart; benadrukt dat deze samenwerking van cruciaal belang is voor de EU om haar industrieel leiderschap en haar concurrentievermogen op het internationale toneel te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat kleinere elektrische vliegtuigen kunnen vliegen vanaf bestaande kortere en eenvoudigere start- en landingsbanen, waardoor er in de toekomst minder behoefte is aan grote en dure infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>benadrukt dat de planning en beschikbaarheid van energie-infrastructuur van cruciaal belang is voor de ontwikkeling van elektrische en door waterstof aangedreven luchtvaart, aangezien de ingebruikneming van elektrische vliegtuigen pas mogelijk zal zijn wanneer de infrastructuur klaar is en is getest; merkt op dat het mogelijk is dat bestaande grote luchthavens na de overstap op alternatieve aandrijfsystemen tegen 2050 vijf à tien keer meer elektriciteit verbruiken dan vandaag<FOOTNOTE><FIELD> <STRING ITALIC="on">Target True Zero: Delivering the Infrastructure for Battery and Hydrogen-Powered Flight, World Economic Forum</STRING>, World Economic Forum, april 2023, blz. 10-15.</FIELD></FOOTNOTE>, en stelt vast dat de infrastructuur voor elektrische vliegtuigen en voor de elektrificatie van onder meer luchthavens nog niet voldoende ontwikkeld is; wijst erop dat, om aan de verwachte energievraag te voldoen, de eerste elementen van de infrastructuur op de luchthaven uiterlijk in 2025 moeten zijn ingevoerd, en dringt erop aan dat de nodige investeringen veilig worden gesteld; benadrukt in dit verband voorts dat de Commissie en de lidstaten de verordening betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2023/1804 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 2014/94/EU (PB L 234 van 22.9.2023, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> naar behoren ten uitvoer moeten leggen om de elektrificatie van locaties verder te bevorderen, teneinde voor een goede uitrol van elektrische vliegtuigen te zorgen; wijst in dit verband op het nut van specifieke financieringsprojecten voor infrastructuur, zoals de Connecting Europe Facility voor vervoer en energie; herinnert eraan dat de Commissie krachtens de verordening betreffende de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen eind 2026 en vervolgens elke vijf jaar de actuele stand en toekomstige ontwikkeling van de markt voor elektrische en op waterstof aangedreven luchtvaart moet evalueren; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat deze evaluatie plaatsvindt, inclusief een haalbaarheidsstudie naar de uitrol van de vereiste infrastructuur voor het aandrijven van vliegtuigen, gevolgd door een plan voor de uitrol van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen op luchthavens, met name voor elektrische oplaad- en waterstoftankpunten; moedigt de sector ertoe aan om op mondiaal niveau zo snel mogelijk overeenstemming te bereiken over wereldwijde normen voor grondlaadstations voor stationaire vliegtuigen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Technologische uitdagingen en oplossingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>is ingenomen met de bestaande sectoroverschrijdende partnerschappen voor onderzoek en ontwikkeling<FOOTNOTE><FIELD> Airbus en Renault Group zorgen voor vooruitgang in het onderzoek naar elektrificatie.</FIELD></FOOTNOTE> tussen de luchtvaart- en automobielindustrie (voor de ontwikkeling van de volgende generatie batterijen en brandstofcellen), de luchtvaart- en zeevaartindustrie (voor het gebruik van alternatieve brandstoffen) en de luchtvaart- en spoorwegindustrie (voor elektrische distributiesystemen), aangezien de technologische trends in de verschillende vervoerssectoren zich in dezelfde richting bewegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>wijst erop dat elektrische en hybride-elektrische vliegtuigen weliswaar een enorm potentieel bieden voor een duurzamere toekomst van de luchtvaart, maar dat de huidige generatie batterijen aanzienlijke uitdagingen met zich meebrengt, die voornamelijk te maken hebben met gewicht en energiedichtheid; merkt op dat deze beperkingen gevolgen hebben voor de actieradius, het laadvermogen en de algehele efficiëntie van elektrische vliegtuigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>herinnert eraan dat de exploitatie van elektrische vliegtuigen gepaard gaat met strenge eisen aan batterijen, zodat zij in de eerste plaats veilig zijn maar ook opdat ze licht, compact en snel oplaadbaar zijn en het hoge vermogen leveren dat nodig is voor de start- en klimfase; onderstreept dat dergelijke hoogwaardige batterijen kritieke grondstoffen behoeven die vaak niet beschikbaar zijn in Europa; verzoekt de luchtvaartindustrie deel te nemen aan de inspanningen van de industrie om een duurzame toeleveringsketen te creëren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>herinnert eraan dat de hoogteomstandigheden die specifiek zijn voor luchtvervoer bijzondere technische beperkingen met zich meebrengen voor batterijen, in vergelijking met andere vervoerswijzen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt het potentieel van door waterstof aangedreven luchtvaartuigen op basis van brandstofcellen, wat een alternatieve vorm van elektrische luchtvaartuigen is, met name voor wat betreft autonomie; benadrukt dat voortdurende verbeteringen in batterij‑ en brandstofceltechnologie, in combinatie met energiezuinigere vliegtuigontwerpen, betere milieuprestaties mogelijk kunnen maken; herhaalt dat enkele van de grootste technologische uitdagingen waar de industrie momenteel voor staat, het gewicht en de afmetingen van batterijen, het maximale uitgangsvermogen van brandstofcellen, de elektrische distributie- en thermische systemen, de integratie van het casco en de verbetering van de aerodynamica zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>benadrukt dat een toenemend gebruik van batterijen in de luchtvaart de onmiddellijke totstandbrenging zal vereisen van een EU-recyclingindustrie die verenigbaar is met de behoeften van de sector, om te voorkomen dat er nieuwe afhankelijkheid van niet-EU-landen ontstaat;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Actie in het kader van de EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>herinnert eraan dat de luchtvaartindustrie niet alleen een belangrijke motor van economische activiteit is, maar ook een van de meest succesvolle hightechsectoren in de EU; verzoekt de Commissie om proactief beleid teneinde de sector te ontwikkelen en te ondersteunen in nauwe samenwerking met bestaande fora zoals de Adviesraad voor luchtvaartonderzoek in Europa (ACARE) en de Alliantie voor emissieloze luchtvaart (AZEA); verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de bestaande EU-regelgeving op dit gebied niet met elkaar in tegenspraak is en de luchtvaartindustrie er niet van weerhoudt door te gaan met haar decarbonisatie- en elektrificatieprojecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is van mening dat het lucht- en ruimtevaart- en defensie-ecosysteem en het energie-ecosysteem verder op elkaar moeten worden afgestemd om elektrisch vliegen te bevorderen; merkt op dat de Commissie voor deze twee ecosystemen aan afzonderlijke overgangstrajecten werkt; erkent het cruciale belang van overgangstrajecten om de industrie in staat te stellen klimaataspiraties effectief om te zetten in tastbare klimaatacties, en daarbij waarde te behouden en te creëren voor onze samenleving, onze planeet en onze bedrijven; maakt zich evenwel zorgen over de uiteenlopende overgangstrajecten van beide ecosystemen, met name aangezien beide systemen voldoende stabiele elektriciteitsnetwerken en betaalbare schone elektriciteit vereisen, onder meer voor de elektrificatie van vliegtuigen; onderstreept in het licht van het bovenstaande het belang van een gemeenschappelijke strategie voor elektrische luchtvaartuigen en dringt er bij de Commissie op aan proactieve stappen te ondernemen om een dergelijke strategie te formuleren; verzoekt de Commissie in dit verband bovendien om een gezamenlijke structurele dialoog in te leiden tussen het directoraat-generaal Mobiliteit en Vervoer en het directoraat-generaal Energie, en dit traject vóór de EU-verkiezingen van 2024 af te ronden, zodat het als referentie kan worden gebruikt voor toekomstige regelgeving door de nieuwe Commissie die in 2024 zal aantreden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>herinnert eraan dat AZEA is opgericht op initiatief van de Commissie om alle particuliere en openbare partners in het ecosysteem van de luchtvaart bijeen te brengen om voorbereidingen te treffen voor de commerciële ingebruikneming van waterstof- en elektrische vliegtuigen; verzoekt de Commissie samen te werken met en steun te verlenen aan AZEA om kennis over elektrische luchtvaart te ontwikkelen; merkt op dat er in dit verband gebruik kan worden gemaakt van de vaardighedenacademies van de verordening voor een nettonulindustrie, en verzoekt de Commissie en de lidstaten deze academies te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>onderstreept het huidige tekort aan vaardigheden in elektrische en systeemtechniek; herinnert eraan dat de EU-wedstrijd voor jonge wetenschappers als uitgangspunt kan dienen voor de ontwikkeling van een thematische EU-wedstrijd voor jong talent voor alle industriële ecosystemen, met inbegrip van elektrische vluchten; verzoekt de Commissie en de lidstaten meer bekendheid te geven aan de mogelijkheden van groene carrières in de luchtvaart en nationale en EU-projecten op dit vlak aan te moedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>is ingenomen met het voornemen van de Commissie om gecoördineerde diensten op te zetten voor oproepen in het kader van de bestaande EU-instrumenten en leningen van de Europese Investeringsbank (EIB) ter ondersteuning van het nieuwe vlaggenschipproject inzake dronetechnologieën; verzoekt de EIB financieringsinstrumenten uit te werken en in gebruik te nemen die zijn ontworpen om de opkomende Europese elektrische luchtvaartindustrie te versterken en te voldoen aan de behoeften van deze sector, in het besef dat het om een kapitaalintensieve sector gaat met specifieke behoeften en met name in het besef dat voor de uitrol van eVTOL’s ook investeringen in grondinfrastructuur nodig zijn, waaronder vertiports en oplaadinfrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>is bezorgd over het feit dat het budget dat voor de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” wordt beoogd in het kader van het Horizon Europa-programma ver achterblijft ten opzichte van haar ambities; herinnert eraan dat het innovatieniveau van elk project zeer hoog is en dat de steun evenredig moet zijn en moet doorlopen in het nieuwe meerjarig financieel kader na 2027; is van mening dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” ook betrekking moet hebben op elektrische luchtvaartuigen en prioriteit moet geven aan de financiering van innovatieve projecten op het gebied van emissievrije luchtvaart, zoals elektrische en waterstofvliegtuigen; wijst erop dat er nieuwe financiering nodig is om verder te gaan dan het zesde niveau van technologische paraatheid (TRL 6) en technologieën op de markt te brengen; is verheugd over de recente aankondiging dat het VK een geassocieerd land wordt in Horizon Europa, waardoor onze gezamenlijke inspanningen voor een schone luchtvaart een impuls zullen krijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>betreurt dat er ondanks de aanzienlijke inspanningen en toezeggingen die van de luchtvaartsector worden gevraagd in zijn streven naar een koolstofvrije luchtvaart, geen specifiek EU-luchtvaartfonds is dat expliciet is bedoeld om de luchtvaart te ondersteunen; verzoekt de Commissie specifieke oproepen te lanceren voor de financiering van projecten ter ondersteuning van elektrificatie en acties om de algemene effecten van de luchtvaart te verminderen; herinnert er evenwel aan dat het innovatiefonds in het kader van het emissiehandelssysteem en het gebruik van koolstofcontracten ter verrekening van verschillen belangrijke instrumenten zijn om de technologieën die de weg kunnen banen naar elektrische en waterstofluchtvaart in te voeren en op industriële schaal te brengen; herinnert aan Richtlijn (EU) 2023/959<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2023/959 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot wijziging van Richtlijn 2003/87/EG tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en Besluit (EU) 2015/1814 betreffende de instelling en de werking van een marktstabiliteitsreserve voor de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten (PB L 130 van 16.5.2023, blz. 134).</FIELD></FOOTNOTE>, waarmee Richtlijn 2003/87/EG is gewijzigd en het aantal projecten dat in aanmerking komt voor financiering uit het innovatiefonds is uitgebreid, zodat er een breder scala aan koolstofvrije producten, processen en technologieën onder valt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt dat het beheer van de temperatuur, het opladen en het vervangen van batterijen moeten worden verbeterd en dat de ontwikkeling van de batterijrecyclingsector moet worden versneld; verzoekt de Commissie te investeren in onderzoek naar en ontwikkeling van solidstatebatterijen van de volgende generatie, die twee keer zoveel energie leveren als lithiumionbatterijen en een ongeveer drie keer zo groot opslagpotentieel hebben; roept de Commissie er daarom toe op om via instrumenten als de verordening voor een nettonulindustrie en de Europese alliantie voor batterijen de afhankelijkheid in de toeleveringsketen voor batterijen te verminderen en te zorgen voor voldoende aanvoer van kritieke grondstoffen, waardoor onze externe afhankelijkheid voor batterijen wordt verminderd; moedigt de Commissie en de lidstaten ertoe aan door te gaan met de parallelle ontwikkeling van strategische partnerschappen met gelijkgestemde niet-EU-landen op het gebied van grondstoffen voor de luchtvaart;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verzoekt de Commissie te zorgen voor samenhang tussen de ontwikkeling van elektrisch vervoer en mobiliteit, de vereiste infrastructuur en het EU-beleid ter vergroting van de Europese capaciteit voor de productie van batterijen, met inbegrip van de toelevering van de benodigde grondstoffen en geavanceerde materialen voor de productie van batterijen; verzoekt de Commissie derhalve het strategisch actieplan inzake batterijen te herzien, waarin de bovengenoemde aspecten aan elkaar worden gekoppeld en specifiek de invoering van gekwantificeerde en tijdsgebonden doelstellingen voor de batterijproductie in de EU wordt opgenomen; verzoekt de lidstaten en de Commissie in het licht van het bovenstaande om in samenwerking met de industrie potentiële synergieën met de wegvervoersector vast te stellen, teneinde de publieke en private investeringen te maximaliseren, met name in de productie en recycling van batterijen en brandstofcellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verzoekt de Commissie een beleidskader te creëren ter ondersteuning van het gebruik van technologieën voor elektrische luchtvaartuigen, zoals het doorsluizen van een deel van de inkomsten uit de ETS-luchtvaart of enige belasting op de luchtvaart naar de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart”, in overeenstemming met het voorstel voor de energiebelastingrichtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Richtlĳn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PB L 283 van 31.10.2003, blz. 51).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>verzoekt de Commissie een strategie op te stellen om ervoor te zorgen dat de nodige infrastructuur voor elektrische luchtvaart, met inbegrip van stroomopwekking, aansluiting op het elektriciteitsnet en oplaadinfrastructuur, in evenredigheid met het gebruik van elektrische vliegtuigen wordt ontwikkeld; herinnert eraan dat de beperkte beschikbaarheid van groene waterstof en het gebrek aan infrastructuur hiervoor de ingebruikname van waterstofvliegtuigen kan vertragen; verzoekt de Commissie met klem een gerichte strategie voor de productie en opslag van waterstof uit te werken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verzoekt het EASA te blijven werken aan de vaststelling van certificeringsnormen en trajecten om elektrische en hybride-elektrische vliegtuigen levensvatbaar te maken en om de tijd die nodig is om dergelijke vliegtuigen op de markt te brengen aanzienlijk te verkorten; verzoekt de Commissie in dit verband de nodige middelen, met name personeel, ter beschikking te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>verzoekt de Commissie een Europese strategie op te stellen voor een gecoördineerde aanpak van de ontwikkeling, certificering en inzet van de nieuwe generatie vliegtuigen, met inbegrip van eVTOL’s, teneinde de Europese burgers bewust te maken van de voordelen ervan en particuliere en overheidsinvesteringen te stimuleren, met behoud van Europa’s technologische basis en leiderschap; is van mening dat de elektrische luchtvaart perspectief biedt voor een duurzamere toekomst voor de luchtvaart, en dat een gerichte informatiecampagne van vitaal belang is om het publiek bewust te maken van de potentiële voordelen en gevolgen ervan;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>