<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0015</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Huidige en toekomstige uitdagingen op het vlak van grensoverschrijdende samenwerking met buurlanden</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0415/2023 - Rapporteur: Daniel Buda)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 16 januari 2024 over de huidige en toekomstige uitdagingen op het vlak van grensoverschrijdende samenwerking met buurlanden (2023/2076(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en de artikelen 4, 162, 174 tot en met 178 en 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid<FOOTNOTE><FIELD> PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds<FOOTNOTE><FIELD> PB L 231 van 30.6.2021, blz. 60.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1059 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 betreffende specifieke bepalingen voor de doelstelling “Europese territoriale samenwerking” (Interreg) ondersteund door het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en door externe financieringsinstrumenten<FOOTNOTE><FIELD> PB L 231 van 30.6.2021, blz. 94.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/562 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1303/2013 en (EU) nr. 223/2014 wat betreft maatregelen uit hoofde van het cohesiebeleid ten behoeve van vluchtelingen in Europa (CARE)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 109 van 8.4.2022, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking (EGTS)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 210 van 31.7.2006, blz. 19.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 29 mei 2018 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende een mechanisme om juridische en administratieve belemmeringen in een grensoverschrijdende context uit de weg te ruimen (COM(2018)0373),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 september 2017 getiteld “Groei en cohesie stimuleren in grensregio’s van de EU” (COM(2017)0534),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de richtsnoeren van de Commissie van 3 april 2020 voor EU-noodhulp voor grensoverschrijdende samenwerking in de gezondheidszorg met betrekking tot de COVID‑19-crisis<FOOTNOTE><FIELD> PB C 111 I van 3.4.2020, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 30 september 2020 over de totstandbrenging van de Europese onderwijsruimte tegen 2025 (COM(2020)0625),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 september 2022 over economische, sociale en territoriale cohesie in de EU: het achtste cohesieverslag<FOOTNOTE><FIELD> PB C 125 van 5.4.2023, blz. 100.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 mei 2023 over de rol van het cohesiebeleid bij de aanpak van multidimensionale milieu-uitdagingen in het Middellandse Zeegebied<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0133.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 maart 2018 over achterstandsregio’s in de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 162 van 10.5.2019, blz. 24.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie “EU lagging regions: state of play and future challenges”, die zijn directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten op 26 oktober 2020 heeft gepubliceerd<FOOTNOTE><FIELD> Studie “EU lagging regions: state of play and future challenges”, Europees Parlement, directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten, september 2020.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 september 2018 over het stimuleren van groei en cohesie in grensregio’s van de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 433 van 23.12.2019, blz. 24.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport uit 2022 van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering van de VN getiteld “Climate Change 2022: Mitigation of Climate Change. Contribution of Working Group III to the Sixth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change”<FOOTNOTE><FIELD> Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering, “Climate Change 2022: Mitigation of Climate Change. Contribution of Working Group III to the Sixth Assessment Report of the Intergovernmental Panel on Climate Change” (Shukla, P.R. et al., eds), Cambridge University Press, Cambridge, VK, en New York, NY, VS, 2022.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de overeenkomst die op de 21e Conferentie van de partijen bij het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (COP21) op 12 december 2015 in Parijs is gesloten (de Overeenkomst van Parijs),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 19 april 2021 over een hernieuwd partnerschap met het Zuidelijk Nabuurschap: een nieuwe agenda voor het Middellandse Zeegebied,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van het Europees Comité van de Regio’s van 1 juli 2021 over een visie voor Europa – De toekomst van grensoverschrijdende samenwerking<FOOTNOTE><FIELD> PB C 440 van 29.10.2021, blz. 6.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 8 februari 2017 over de ontbrekende vervoersverbindingen in grensregio’s<FOOTNOTE><FIELD> PB C 207 van 30.6.2017, blz. 19.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling (A9-0415/2023),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de grensoverschrijdende samenwerking van de EU met buurlanden, of deze nu land- of zeegrenzen delen, 184 regio’s, 33 landen en 260 miljoen inwoners betreft en een integraal onderdeel is van het EU-beleid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat in artikel 8 VEU wordt bepaald dat de Unie bijzondere betrekkingen moet ontwikkelen met haar buurlanden, die erop gericht zijn een ruimte van welvaart en goed nabuurschap tot stand te brengen welke stoelt op de waarden van de Unie en welke gekenmerkt wordt door nauwe en vreedzame betrekkingen die gebaseerd zijn op samenwerking;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat grensoverschrijdende samenwerking een belangrijke stap is in het pretoetredingsproces van de EU voor kandidaat-lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat grensoverschrijdende samenwerking bijdraagt tot vrede en duurzame ontwikkeling aan de buitengrenzen van de EU, democratische hervormingen, eerbiediging van de Europese waarden en de economische en sociale ontwikkeling van grensgebieden, met inbegrip van milieubescherming, volksgezondheidsdiensten en veiligheids- en beveiligingsmaatregelen, ondersteunt, bijdraagt aan de EU-doelstellingen voor een slimmere, groenere en meer verbonden EU en nabuurschap, alsook aan de aanpak van regionale behoeften op het gebied van goede samenwerking, goed bestuur en gemeenschappelijke uitdagingen, en helpt bij het bevorderen van wederzijds begrip en vertrouwen en het voorkomen van toekomstige conflicten en oorlogen door middel van instrumenten als het Peace+-programma;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de huidige geopolitieke situatie nogmaals bevestigt hoe belangrijk stabiliteit en democratische ontwikkeling in de landen en regio’s aan de buitengrenzen van de EU zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de COVID‑19-pandemie en, in het bijzonder, de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne een zware wissel hebben getrokken op alle programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking van het Europees nabuurschapsinstrument (ENI-CBC), waarbij ook Rusland en Belarus betrokken zijn, met alle gevolgen van dien voor de helft van de voor de periode 2021-2027 voorgestelde programma’s; overwegende dat het cohesiebeleid grensoverschrijdende samenwerking kan helpen bevorderen, mits de strategische aanpak ervan wordt gehandhaafd en er overeenstemming wordt bereikt over een solide begroting;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat braindrain een aantal minder ontwikkelde grensregio’s onevenredig hard treft en dat, indien er niets aan wordt gedaan, dit langdurige negatieve gevolgen zal hebben voor de toekomst van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de massale emigratie uit sommige grensregio’s, met name van jongeren en geschoolde arbeidskrachten, het gebrek aan economische ontwikkeling in dergelijke regio’s illustreert; overwegende dat grensoverschrijdende samenwerking kan bijdragen tot het scheppen van nieuwe kansen op de arbeidsmarkt en duurzame economische ontwikkeling;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat samenwerking in het Middellandse Zeegebied meer dan ooit nodig is, gezien de kwetsbare politieke, economische en veiligheidssituatie in Noord-Afrika en de aanpak van de migratiecrisis;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat grensregio’s vaak gevoelig zijn voor spanningen en conflicten, en dat grensoverschrijdende samenwerking en regionale diplomatie een positief effect hebben op de preventie en beslechting van geschillen en potentiële crises;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemene overwegingen over Interreg‑NEXT-programma’s</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is ingenomen met de afstemming van de Interreg‑NEXT-programma’s op de Interreg-programma’s, aangezien daarmee procedures kunnen worden vereenvoudigd, synergieën tussen programma’s kunnen worden versterkt en de efficiëntie van Europese investeringen kan worden vergroot; benadrukt echter de behoefte aan eenvoudigere procedures, zowel in de evaluatie- als de uitvoeringsfase van de projecten, met een sterker accent op de kwantificeerbare resultaten, voor zover nodig, en de algehele effecten op de ontwikkeling van de regio’s en het leven van burgers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>onderstreept dat lokale en regionale overheden een cruciale rol spelen in grensoverschrijdende samenwerking met buurlanden omdat ze op de hoogte zijn van de geografische, culturele, taalkundige en maatschappelijke situatie, de mogelijkheden, de beperkingen en de gedeelde uitdagingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt het belang van grensoverschrijdende projecten, waaronder interpersoonlijke projecten, om mensen samen te brengen en zo nieuwe mogelijkheden te creëren voor duurzame lokale ontwikkeling en grensoverschrijdende samenwerking; wijst op het belang van grensoverschrijdende investeringen om innovatie, technologieoverdracht, gezamenlijke oplossingen en synergieën tussen de verschillende programma’s te bevorderen en zodoende de territoriale samenhang over administratieve grenzen heen te vergroten en de solidariteit te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst erop dat de toewijzing voor de periode 2021-2027 verre van optimaal is, en acht het dientengevolge belangrijk dat deze programma’s financieel worden versterkt; juicht het toe dat derde landen in toenemende mate verantwoordelijk zijn voor het terugvorderen van middelen van particuliere begunstigden; onderstreept het belang van de rechtsstaat en een gelijk speelveld voor alle begunstigden, publiek en particulier, en acht het noodzakelijk dat er niet alleen overheidsinvesteringen worden gedaan, maar dat ook particuliere investeerders worden aangemoedigd om zich in te zetten voor de duurzame ontwikkeling van grensregio’s en derde landen en dat daarvoor meer middelen beschikbaar worden gesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>acht het een goede zaak dat beheersautoriteiten gegevens elektronisch kunnen doorsturen naar de Commissie, maar wijst er tegelijkertijd op dat frequentere gegevensoverdracht niet tot meer bureaucratie mag leiden; wijst derhalve op het belang van interoperabele systemen waarmee gegevens automatisch naar een gemeenschappelijke databank kunnen worden verstuurd, en moedigt de Commissie aan daartoe de samenwerking met derde landen verder te ontwikkelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het feit dat grote infrastructuurprojecten niet langer door de Commissie hoeven te worden goedgekeurd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is ingenomen met de opheffing van de limiet voor EU-financiering voor grote infrastructuurprojecten en denkt dat de ontwikkeling van duurzame infrastructuur bijdraagt tot sociaal-economische groei in grensoverschrijdende regio’s; onderstreept daarnaast dat overheden en de particuliere sector hierbij moeten worden betrokken, hetgeen kan leiden tot meer innovatie en de ontwikkeling van infrastructuur op gebieden als de energiesector, vervoer, communicatie en digitalisering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst erop dat de grote uitdagingen waarmee de EU wordt geconfronteerd (zoals een duurzame toekomst voor het Middellandse Zeegebied, het Zwarte Zeegebied en het Oostzeegebied en andere maritieme regio’s; een duurzame toekomst voor de Alpen, de Pyreneeën, de Karpaten en andere bergketens; een duurzame toekomst voor de grote stroomgebieden van de Rijn, de Donau, de Maas enz.) ook kunnen worden aangegaan door grensoverschrijdende samenwerking tussen naburige regio’s te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat grensoverschrijdende samenwerking een belangrijke stap is in de pretoetredingsprocessen van de EU omdat het de kandidaat-lidstaten aanmoedigt ervaringen te delen en te ontdekken hoe de EU intern werkt; wijst erop dat grensoverschrijdende samenwerking helpt om kandidaat-lidstaten te laten kennismaken met de initiatieven en doelstellingen van de EU, ervaringen te delen en van start te gaan met het proces van economische en sociale convergentie; benadrukt dat kandidaat-lidstaten die aan grensoverschrijdende samenwerking hebben deelgenomen, op het moment van toetreding tot de EU reeds vertrouwd zullen zijn met EU-programma’s en -projecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>wijst op de cruciale rol van grensoverschrijdende samenwerking bij het duurzame beheer van natuurlijke hulpbronnen en bij de uitdagingen op het gebied van klimaatverandering, waaronder natuurrampen, milieu, biodiversiteit en voedselzekerheid, alsook ecosystemen in grensgebieden; benadrukt in dit verband hoe belangrijk preventie en de ontwikkeling van lokale en regionale plannen zijn voor grensoverschrijdende maatregelen voor aanpassing aan klimaatverandering; benadrukt dat er meer inspanningen moeten worden geleverd om klimaatverandering te bestrijden en klimaatmitigatie in deze regio’s te bevorderen, vooral ook in verband met de naleving van de EU-klimaatdoelstellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst op het potentieel van grensoverschrijdende samenwerking, met name in dunbevolkte grensoverschrijdende gebieden, bij onder meer hernieuwbare energie en de circulaire economie, en dringt erop aan beter gebruik te maken van de bestaande mogelijkheden om een duurzame economie te ontwikkelen en hoogwaardige banen te scheppen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Grensoverschrijdende samenwerking met het oostelijk nabuurschap</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is ingenomen met de opschorting van de grensoverschrijdende samenwerking met Rusland en Belarus naar aanleiding van de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne en met de overheveling van middelen naar Oekraïne en de Republiek Moldavië, waardoor de Europese veiligheidsarchitectuur fundamenteel is veranderd; wijst derhalve op de noodzaak van samenwerking op het gebied van veiligheidsbeleid om de gemeenschappelijke doelstellingen van betrouwbare collectieve afschrikking en defensie in het kader van grensoverschrijdende samenwerking te verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>vestigt de aandacht op de moeilijke situatie van regio’s die een grens delen met Rusland en Belarus na de opschorting van de programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking met deze landen, en moedigt de Commissie aan nauw samen te werken met de getroffen lidstaten om duurzame oplossingen te vinden voor de sociale en economische uitdagingen in deze regio’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>dringt erop aan middelen uit grensoverschrijdende programma’s te gebruiken voor de ontwikkeling van duurzame vervoersinfrastructuur, waaronder de aanleg van spoorverbindingen en opslagfaciliteiten nabij de grenzen van de EU met Oekraïne en de Republiek Moldavië, teneinde de goederen- en graanstroom te stroomlijnen en zo de mondiale voedselzekerheid te waarborgen, bij te dragen aan de ontwikkeling van een duurzame economie voor beide landen en de lidstaten in de voorste linie, alsook Moldavië en Oekraïne, te helpen deze uitdagingen het hoofd te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>erkent het belang van de bevordering van lokale cultuur, de instandhouding van het cultureel erfgoed en van educatieve en economische uitwisselingen tussen grensregio’s voor het vergroten van wederzijds begrip van de gewoonten van buurlanden en het creëren van belangrijke stimulansen voor meertalig onderwijs; onderstreept het belang van inclusief onderwijs met betrekking tot democratische waarden en de noodzaak om een betere kwaliteit op dit gebied te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>dringt aan op steun voor duurzamere infrastructuurprojecten die bijdragen aan het verbeteren van de connectiviteit van grensoverschrijdende regio’s, het stimuleren van de mobiliteit binnen en tussen deze regio’s en het verbeteren van de levenskwaliteit en kansen voor de inwoners van de regio’s, alsook voor projecten die tegemoetkomen aan de behoefte aan infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>erkent de enorme inspanningen die worden geleverd door de nationale regeringen, regionale en lokale overheden en het maatschappelijk middenveld in de EU-lidstaten dicht bij Oekraïne, alsook de inspanningen van de Republiek Moldavië om ontheemde Oekraïners op te vangen en alle problemen als gevolg van de Russische aanvalsoorlog aan te pakken, waaronder de kwestie van graan uit Oekraïne en het gebrek aan vervoersinfrastructuur; verzoekt in dat verband om passende steun te verlenen, ook via grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma’s, om tegemoet te komen aan nieuwe behoeften;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>onderstreept dat de Republiek Moldavië, hoewel zij niet in een open oorlog met Rusland is verwikkeld, ook conflictgebieden heeft die door Rusland worden gesteund, en een groot aantal Oekraïense vluchtelingen heeft verwelkomd, en dat Moldavië op economisch en sociaal vlak zwaar werd getroffen door de beëindiging van haar handelsbetrekkingen met Rusland; benadrukt dan ook dat solide investeringen en een open markt dringend noodzakelijk zijn en dat gemeenschappelijke projecten op alle economische en sociale terreinen meer dan welkom zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is verontwaardigd over het verlies van mensenlevens en de vernietiging van huizen en infrastructuur in Oekraïne; wijst op de actieve rol die programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking en het Nieuwe Europese Bauhaus moeten spelen bij de duurzame wederopbouw na de oorlog, en onderstreept dat er dringend steun moet worden verleend aan lokale en regionale overheden in Oekraïne en dat ook de hulp aan naburige regio’s moet worden voortgezet en dat er moet worden aangespoord tot meer samenwerking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>is ingenomen met het initiatief om Oekraïne op te nemen in het programma voor Europese territoriale samenwerking Urbact en de toetreding van Oekraïne en de Republiek Moldavië als waarnemende leden tot het Europees waarnemingsnetwerk voor territoriale ontwikkeling en samenhang (Espon);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>betreurt het dat Rusland energiebronnen gebruikt als een middel om politieke en economische druk uit te oefenen; roept ertoe op om spoedig onderzoek te doen naar de economische samenwerking in de energiesectoren van sommige lidstaten met Rusland en om verdere maatregelen te nemen voor het versterken van hernieuwbare energiebronnen en het vergroten van de energie-efficiëntie, teneinde de afhankelijkheid van Rusland te verminderen in de (buur)landen die hun samenwerking met de agressor drastisch hebben afgebouwd en negatieve gevolgen ondervinden van de sancties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>betreurt de toenemende invloed van Rusland in de buurlanden, die met name de vorm aanneemt van manipulatie en desinformatie in zowel traditionele media als online sociale media, en onderstreept hoe belangrijk het is de samenwerking met deze landen te intensiveren, vooral in de onderwijs- en de culturele sector, zodat hun burgers worden voorgelicht en onderwezen over democratische waarden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Samenwerking inzake zeebekkens</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Zwarte Zeegebied</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>onderstreept het belang van meer financiële steun voor het programma, gezien de veiligheidsuitdagingen in de Zwarte Zee als gevolg van Russische aanvallen en de blokkade van zeehavens en Donauhavens, die tot doel hebben graantransporten te belemmeren die essentieel zijn voor de Oekraïense economie; wijst op de veiligheidsrisico’s van dergelijke aanvallen voor de lidstaten die aan Oekraïne grenzen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>wijst op het potentieel van de energiebronnen in de Zwarte Zee, die ook in de EU kunnen bijdragen tot een duurzame toekomst op het gebied van energie; benadrukt dat hernieuwbare energiebronnen ondanks hun potentieel grotendeels onbenut blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is van mening dat het Interreg‑NEXT-programma voor het Zwarte Zeegebied zou moeten bijdragen tot een duurzame economische ontwikkeling en een efficiënt beheer van gemeenschappelijke hulpbronnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>benadrukt het belang van de ontwikkeling van duurzaam toerisme in de kustgebieden van de Zwarte Zee en dringt bij alle betrokken partijen aan op een verantwoordelijke benadering van milieubescherming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>pleit ervoor om bijzondere aandacht te besteden aan de Zwarte Zee en om daarbij de regionale samenwerking bij de aanpak van veiligheidskwesties, ook in verband met regionale conflicten en energiezekerheid, te intensiveren en projecten voor de modernisering van havens en bijbehorende infrastructuur en de verbetering van hun verbindingen met bestaande vervoersknooppunten te stimuleren; dringt dan ook vooral aan op hun aansluiting op TEN‑T-corridors;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>dringt aan op een coherente strategie voor het Zwarte Zeegebied en het creëren van synergieën met het Donauprogramma 2021-2027;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Middellandse Zeegebied</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>onderstreept het belang van sterke economische en sociale partnerschappen met derde landen in het Middellandse Zeegebied; juicht het toe dat steeds meer landen deelnemen aan Interreg Euro‑MED-programma’s voor 2021-2027;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>dringt aan op een beter gecoördineerd en efficiënter gebruik van de bestaande middelen, binnen het kader van de huidige sociale, klimaat- en milieuvoorschriften, om het concurrentievermogen van het Middellandse Zeegebied te vergroten en tegelijkertijd het potentieel van hernieuwbare onshore- en offshore-energie te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>is van mening dat grensoverschrijdende programma’s een actieve rol dienen te spelen bij de aanpak van gemeenschappelijke veiligheidsuitdagingen en zich moeten richten op regionale stabiliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>dringt erop aan dat migratiestromen worden beheerd en irreguliere migratie en mensenhandel worden bestreden, onder meer door het financieren van projecten die erop gericht zijn migranten op te vangen, zich over hen te ontfermen en hun scholing te bieden en hen daarmee te helpen om de uitdagingen van een competitieve economische omgeving aan te gaan en de Europese waarden beter te begrijpen en te eerbiedigen, en dat tegelijkertijd inclusiviteit aan beide zijden van de Middellandse Zee wordt bevorderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>erkent dat onderzoek en innovatie een cruciale rol speelt bij natuurrampenpreventie en bij duurzaam waterbeheer en CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-reductie en onderstreept dat prioriteit moet worden toegekend aan projecten met kwantificeerbare doelstellingen in termen van economische, sociale en milieueffecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>wijst erop dat hernieuwbare energiebronnen ondanks hun potentieel grotendeels onbenut blijven en dat dit potentieel moet worden benut, onder meer door kmo’s en midcaps te betrekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>is ingenomen met de zeegebiedstrategie WestMED in het westelijke Middellandse Zeegebied en Interreg-programma’s zoals Marittimo als goede voorbeelden van rechtstreekse en gediversifieerde samenwerking, ook op regionaal niveau, met gedeelde doelstellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>is ingenomen met de vooruitgang van de Adriatisch-Ionische macroregionale strategie (Eusair), waar de lidstaten en hun regio’s, derde landen en hun lokale overheden actief bij betrokken zijn; beschouwt Eusair als een voorbeeld waarbij de Unie met succes een drijvende kracht en een aanjager van openheid is gebleken; is van mening dat dezelfde beginselen en een soortgelijke gemeenschappelijke aanpak moeten worden toegepast op de andere gebieden van het Middellandse Zeegebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>roept de Europese Raad op de Commissie te verzoeken een gedetailleerde macroregionale strategie voor het Middellandse Zeegebied in te dienen, rekening houdend met haar nieuwe agenda voor het Middellandse Zeegebied, met name deel 5 (“Groene transitie: klimaatbestendigheid, energie en milieu”), en deze vast te stellen; betreurt de voortdurende achteruitgang van het milieu in het hele Middellandse Zeebekken, het verlies aan biodiversiteit en de toename van lucht- en mariene verontreiniging, met name door plastic en huishoudelijk afval, en dringt erop aan dit alles te voorkomen, te beperken en te beheren door de circulaire economie te bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitdagingen op het gebied van grensoverschrijdende samenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>stelt vast op dat de verschillende juridische en institutionele kaders voor extra belemmeringen zorgen voor de uitvoering van projecten, waardoor deze uitvoering een hele uitdaging wordt; wijst erop dat de administratieve procedures complex en tijdrovend kunnen zijn, wat de lokale en regionale overheden kan ontmoedigen om deel te nemen aan territoriale samenwerking; verzoekt de Commissie om deze procedures te helpen vereenvoudigen door ze toegankelijker en transparanter te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>merkt op dat taalbarrières en culturele verschillen de communicatie bemoeilijken en kunnen leiden tot administratieve lasten, die met passende maatregelen moeten worden aangepakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>benadrukt dat er tussen staten verschillen bestaan in de bevoegdheden van overheden en dat er zich bij territoriale overheden vertragingen kunnen voordoen als er een wisseling van de wacht plaatsvindt; is van mening dat de dialoog tussen lokale overheden moet worden aangemoedigd en de deelname van het maatschappelijk middenveld aan territoriale samenwerkingsprojecten moet worden bevorderd en dat ook niet-gouvernementele organisaties, sociale ondernemingen en andere actoren daarbij moeten worden betrokken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>onderstreept het belang van het ontwikkelen van programma’s voor langdurige uitwisselingen en samenwerking op het gebied van ondernemerschap tussen instellingen en bedrijven in grensoverschrijdende regio’s teneinde duurzame economische ontwikkeling te bevorderen en de administratieve coördinatie tussen deelnemende lidstaten te verbeteren door duurzame functionele structuren voor grensoverschrijdende samenwerking en netwerken verder uit te bouwen, te reorganiseren of, in voorkomend geval, op te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>onderstreept hoe belangrijk het is een systeem van interculturele uitwisselingen van korte en middellange duur op te zetten om het leren van gemeenschappelijke talen te stimuleren, een dieper begrip van regionale culturen te kweken en samenwerking tussen grensoverschrijdende gemeenschappen te faciliteren, waarbij erop moet worden gewezen dat dit systeem ook aspecten van ondernemerschap en bestuur moet bevatten om economische en bestuurlijke ontwikkeling te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>wijst erop dat de programma’s moeten worden aangepast aan de individuele behoeften en specifieke kenmerken van elk deelnemend land/elke deelnemende regio; dringt aan op verdere inspanningen op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>stelt vast dat de grensregio’s zwaar gebukt gingen onder de COVID‑19-pandemie, met alle gevolgen van dien voor de uitvoering van de lopende programma’s en projecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>wijst erop dat het gebrek aan adequate vervoersinfrastructuur en -netwerken de handel en mobiliteit belemmert en samenwerking bemoeilijkt, met name de maritieme samenwerking en samenwerking tussen eilanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>wijst op de specifieke uitdagingen van zeegrenzen en het feit dat deze moeten worden erkend als specifieke grenzen met hun eigen behoeften, met name vanwege verschillen in taal en cultuur, administratieve en juridische lasten, sociaal-economische verschillen en milieukwesties;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Mogelijkheden voor grensoverschrijdende samenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt dat grensoverschrijdende samenwerking met buurlanden, gezien de vele crises en conflicten, investeringen in de veerkracht van landen en samenlevingen vereist, dat partnerschapsprioriteiten moeten bijdragen tot een aanzienlijke verbetering van de levensomstandigheden aan weerszijden van de grens en dat daartoe onder meer moet worden gezorgd voor inclusieve duurzame ontwikkeling, sociale rechtvaardigheid, werkgelegenheid en economische welvaart;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>denkt dat grensoverschrijdende samenwerking in aanzienlijke mate kan bijdragen tot versterking van de lokale en regionale democratie en de bestuurlijke capaciteit van de partnerlanden; wijst op het belang van de Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS) voor het vergemakkelijken en bevorderen van territoriale samenwerking, en in het bijzonder bij het beheer van grensoverschrijdende vervoersdiensten en ziekenhuizen, de uitvoering en het beheer van grensoverschrijdende ontwikkelingsprojecten en de uitwisseling van kennis en beste praktijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>acht het van belang dat cultuur, als een belangrijke indicator van regionale ontwikkeling, wordt opgenomen in grensoverschrijdende programma’s van de EU, vooral in grensgebieden waar mensen aan beide zijden van de grens een zelfde talige en culturele achtergrond hebben, teneinde levendige regio’s te creëren en hun aantrekkelijkheid te vergroten, te zorgen voor meer culturele uitwisseling en diversiteit en solidariteit over de grenzen van de EU heen te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>benadrukt dat de programma’s mogelijkheden bieden voor een diepgaande dialoog met een reeks belanghebbenden, zoals het maatschappelijk middenveld, lokale en regionale overheden, universiteiten, burgers, ngo’s en de particuliere sector; wijst met name op het belang van grensoverschrijdende programma’s voor kandidaat-lidstaten van de EU, aangezien die lokale en nationale overheden in de gelegenheid stellen vertrouwd te raken met de EU-wetgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>merkt op dat grensoverschrijdende samenwerking verder kan bijdragen tot het verkleinen van regionale verschillen, het bevorderen van economische en sociale ontwikkeling, gendermainstreaming, werkgelegenheid, handel en territoriale cohesie, en het verbeteren van de mobiliteit van mensen en de connectiviteit van de regio’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>onderstreept het belang van grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van digitalisering en acht het noodzakelijk dat er gemeenschappelijke projecten worden opgezet op het gebied van digitale infrastructuur, met name bij overheidsdiensten, teneinde een coherente en efficiënte publieke sector tot stand te brengen waarin aandacht is voor de behoeften van iedereen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>benadrukt dat de EU en de lidstaten meer met buurlanden moeten samenwerken op het gebied van gezondheidszorg en noodhulpdiensten en het vermogen van kmo’s en midcaps om grensoverschrijdend zaken te doen, moeten vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>onderstreept dat netwerken en benchmarks belangrijk zijn om obstakels weg te nemen, en stelt vast dat dit een beter gebruik van instrumenten, zoals EGTS, het instrument voor geïntegreerde territoriale investering en de strategie voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling, mogelijk moet maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>wijst op de cruciale rol van investeringen in hoogwaardige openbare diensten voor het opbouwen van sociale veerkracht en het omgaan met economische, gezondheids- en sociale crises;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>is verheugd over het feit dat de regering van het VK zich blijft inzetten voor het Peace-programma, dat een sleutelrol speelt voor de samenwerking tussen de grensregio’s van Ierland en Noord-Ierland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>onderstreept de vitale rol die het Peace Plus-programma speelt bij de handhaving van goede nabuurschapsbetrekkingen in de regio’s en de waarborging van hun sociaal-economische ontwikkeling;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beleidsaanbevelingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>pleit voor meer complementariteit tussen projecten en benadrukt dat er ter voorkoming van dubbele financiering synergieën nodig zijn met andere financieringsinstrumenten van de EU met dezelfde geografische en thematische dekking; benadrukt dat er gedurende de programmeringsperiode 2021-2027 gerichte programma’s nodig zijn om duidelijk vast te stellen welke behoeften en prioriteiten de regio’s aan de buitengrenzen van de EU gemeen hebben, en andere door de EU gefinancierde initiatieven aan te vullen, maar overlapping te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>is van mening dat de rol van macroregionale strategieën van de EU bij de aanpak van uitdagingen met betrekking tot de grensregio’s verder moet worden uitgebreid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>beveelt met betrekking tot grensoverschrijdend bestuur aan een volledig geïntegreerde strategie voor infrastructuur (weg, spoor en water) te ontwikkelen, met inachtneming van de gehele grensoverschrijdende regio; wijst op het belang van de ontwikkeling van duurzamere mobiliteitsoplossingen in alle grensoverschrijdende gebieden, met inbegrip van het TEN‑T-beleid; vraagt de Commissie en de lidstaten om slimme mobiliteit te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>pleit voor het bevorderen van EU-financieringsinstrumenten die een sociale en economische meerwaarde bieden, om zo het bewustzijn van de voordelen van de EU te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>roept de Commissie op de bureaucratische lasten terug te dringen, de procedures aanzienlijk te vereenvoudigen en de belemmeringen in verband met verschillen in wetgeving te verminderen; beklemtoont dat daarmee tegemoet kan worden gekomen aan de werkelijke behoeften van grensoverschrijdende gebieden; benadrukt dat duurzame en inclusieve ontwikkeling actie vereist op alle niveaus; erkent uitdrukkelijk dat er aandacht moet worden geschonken aan landelijke gebieden in grensoverschrijdende regio’s, aangezien die bijzonder worden getroffen door demografische uitdagingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>pleit voor betere een coördinatie, dialoog en verdere uitwisseling van beste praktijken tussen regio’s en staten, bijvoorbeeld via een platform als Interreg Europe; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de samenwerking daartoe te verbeteren, en verzoekt de lidstaten de lokale en regionale overheden de instrumenten en middelen ter beschikking te stellen die zij nodig hebben om ambitieuze grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen; is van mening dat onderwijs- en culturele diensten open, toegankelijk en betaalbaar moeten zijn voor burgers aan beide zijden van de grens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>benadrukt dat lokale en regionale overheden en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en de particuliere sector, overeenkomstig het partnerschapsbeginsel, van meet af aan zo veel mogelijk moeten worden betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van projecten; verzoekt de Commissie te overwegen om technische ondersteuning te bieden aan lokale en regionale overheden in buurlanden om deze overheden te helpen territoriale samenwerkingsprojecten te ontwikkelen en uit te voeren; dringt er voorts op aan dat daartoe richtsnoeren worden opgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>verzoekt de Commissie de duurzameontwikkelingsdoelstellingen te blijven integreren in toekomstige actieplannen voor grensoverschrijdende samenwerking, zodat geen enkele plaats en niemand aan zijn lot wordt overgelaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>roept de Commissie op nog meer samen te werken met partnerstaten om grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen en zo nodig expertise aan te reiken om overeenkomstige overheidsinstanties in partnerlanden te helpen en de informatie die zij krijgen over de procedures en voorwaarden voor de toegang tot EU-financiering te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>pleit voor een verhoging van de totale begroting voor grensoverschrijdende territoriale samenwerking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>is van mening dat de oprichting van gezamenlijke, grensoverschrijdende lokale bestuursraden, zoals die bestaat tussen Roemenië en Moldavië voor de ontwikkeling van projecten van gemeenschappelijk belang, als voorbeeld kan worden genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>moedigt de inspanningen aan om partnerlanden dichter bij de EU te brengen, interne hervormingen en capaciteitsopbouw op lokaal en regionaal niveau te stimuleren en lokale democratie, multilevel governance en gedecentraliseerde samenwerking te bevorderen, onder meer door samenwerking binnen EuroNest en de Conferentie van de lokale en regionale overheden van het Oostelijk Partnerschap (Corleap) voor het Oostelijk Nabuurschap, de Euro-mediterrane Vergadering van lokale en regionale overheden (Arlem) en de Parlementaire Vergadering van de Unie voor het Middellandse Zeegebied (PV-UMZ) voor het Zuidelijk Nabuurschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>wijst erop dat er meer inspanningen moeten worden geleverd en meer middelen moeten worden vrijgemaakt voor grensoverschrijdende projecten die erop gericht zijn IT-infrastructuur te ontwikkelen en de toegang tot breedbandnetwerken uit te breiden om zo de economische en sociale samenwerking tussen grensoverschrijdende regio’s te ondersteunen; wijst op de belangrijke rol die door kunstmatige intelligentie voortgebrachte technologie en innovatie kunnen spelen in het versterken van banden, het bevorderen van duurzame ontwikkeling en het verbeteren en vereenvoudigen van administratieve procedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>benadrukt hoe belangrijk het is overlapping tussen projecten en onnodige uitgaven binnen verschillende Europese programma’s en initiatieven vast te stellen en te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>beveelt aan periodiek evaluaties uit te voeren voor projecten van grensoverschrijdende samenwerking teneinde te garanderen dat de financiële middelen van de EU efficiënt worden gebruikt;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de Commissie, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio’s en de nationale en regionale parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>