<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0016</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Bezwaar tegen een gedelegeerde handeling: maximumgehalten aan residuen van thiacloprid</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B9-0057/2024)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 17 januari 2024 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat de maximumgehalten aan residuen van thiacloprid in of op bepaalde producten betreft (COM(2023)0739 – 2023/3005(RPS))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat de maximumgehalten aan residuen van thiacloprid in of op bepaalde producten betreft (COM(2023)0739),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 14, lid 1, punt a), en artikel 49, lid 2,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 4, lid 1 en artikel 4, lid 2, eerste alinea, punt a), en bijlage II, punt 3.6.4,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden<FOOTNOTE><FIELD> PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 5, lid 1,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 11, 13, 168 en 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het met redenen omkleed advies dat op 9 februari 2023 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) werd goedgekeurd en op 15 maart 2023 werd gepubliceerd<FOOTNOTE><FIELD> Verklaring van de EFSA met als titel “EFSA statement on the short-term (acute) dietary risk assessment and evaluation of confirmatory data for certain maximum residue levels (MRLs) for thiacloprid”, EFSA Journal 2023;21(3):7888, https://doi.org/10.2903/j.efsa.2023.7888.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusie over de intercollegiale toetsing van bestrijdingsmiddelen, goedgekeurd door de EFSA op 17 januari 2019 en gepubliceerd op 14 maart 2019<FOOTNOTE><FIELD> Conclusie van de EFSA met als titel “Conclusion on the peer review of the pesticide risk assessment of the active substance thiacloprid”, EFSA Journal 2019;17(3):5595, https://doi.org/10.2903/j.efsa.2019.5595.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Comité risicobeoordeling (RAC) van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) van 12 maart 2015<FOOTNOTE><FIELD> Advies van het RAC met als titel “Opinion proposing harmonised classification and labelling at EU level of Thiacloprid (ISO); {(2Z)-3-[(6-chloropyridin-3-yl)methyl]-1,3-thiazolidin-2-ylidene}cyanamide, https://echa.europa.eu/registry-of-clh-intentions-until-outcome/-/dislist/details/0b0236e180638ff8.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 5 bis, lid 4, punt e), en artikel 5 bis, lid 5, van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden<FOOTNOTE><FIELD> PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 112, leden 2 en 3 en lid 4, punt c), van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat thiacloprid een werkzaam bestanddeel is in insecticiden die voornamelijk worden gebruikt voor katoen, pitvruchten, groenten en aardappelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de goedkeuring van de werkzame stof thiacloprid op 3 februari 2020 is verstreken en niet werd verlengd overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2020/23 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD> Uitvoeringsverordening (EU) 2020/23 van de Commissie van 13 januari 2020 tot niet-verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof thiacloprid overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, en tot wijziging van de bijlage bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 van de Commissie (PB L 8 van 14.1.2020, blz. 8).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de respijtperiode voor gewasbeschermingsmiddelen die thiacloprid bevatten op 3 februari 2021 is verstreken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de goedkeuring van de werkzame stof thiacloprid niet werd verlengd, aangezien met betrekking tot een of meer representatieve gebruiksdoeleinden van minstens één gewasbeschermingsmiddel niet kon worden aangetoond dat aan de in artikel 4 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde goedkeuringscriteria was voldaan; overwegende dat de EFSA met name twee kritieke gebieden heeft vastgesteld die aanleiding geven tot bezorgdheid; overwegende dat het eerste kritieke gebied van zorg betrekking had op de aanwijzing dat het grondwater verontreinigd was door verschillende relevante metabolieten van thiacloprid waarvan niet kon worden uitgesloten dat ze kankerverwekkend zijn (M30, M34 en M46) boven de parametrische grenswaarde voor drinkwater van 0,1 µg/L voor alle representatieve gebruiksdoeleinden<FOOTNOTE><FIELD> Conclusie van de EFSA van 17 januari 2019.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat het tweede kritieke gebied van zorg betrekking had op de geharmoniseerde indeling door het ECHA van thiacloprid als stof waarvan kan worden verondersteld dat zij de vruchtbaarheid en het ongeboren kind kan schaden (giftig voor de voortplanting, categorie 1B) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> waarbij thiacloprid overeenkomstig artikel 4, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 als een “uitgesloten stof” wordt aangemerkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de EFSA ook heeft geconcludeerd dat de beoordeling van de risico’s voor bijen en niet tot de doelsoorten behorende landplanten niet kon worden uitgevoerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat thiacloprid overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 ook is ingedeeld als verdacht van het veroorzaken van kanker (kankerverwekkende stof van categorie 2), zeer giftig voor in het water levende organismen (Aquat. acuut 1) en zeer giftig voor in het water levende organismen met langdurige gevolgen (Aquat. chron. 1);</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders (PDLD-comité) geen advies heeft uitgebracht over het voorstel voor een verordening van de Raad; overwegende dat tijdens de vergadering van het PDLD-comité van 18-19 september 2023 “[acht] lidstaten de ontwerpverordening niet hebben gesteund. Zes van hen noemden in de eerste plaats hun bezorgdheid over het handhaven van CXL’s en invoertoleranties voor een niet-goedgekeurde stof die voldoet aan een of meer van de uitsluitingscriteria van Verordening (EG) nr. 1107/2009 (giftig voor de voortplanting). Bovendien was één lidstaat die de ontwerpverordening niet steunde, bezorgd over het feit dat de EFSA overschrijdingen van de acute referentiedosis voor sommige producten in bepaalde niet-standaardomstandigheden had aangegeven, en noemde een andere lidstaat de discriminatie van landbouwers in de EU die geen gewasbeschermingsmiddelen met deze werkzame stof meer mogen gebruiken, terwijl landbouwers in derde landen dat nog wel kunnen doen, wat tot oneerlijke concurrentie leidt”<FOOTNOTE><FIELD> Samenvattend verslag van de vergadering van het PDLD-comité van 18-19 september 2023, https://ec.europa.eu/transparency/comitology-register/screen/documents/092486/1/consult?lang=nl.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat Duitsland heeft verzocht om de volgende verklaring op te nemen in het samenvattend verslag van de vergadering van het PDLD-comité van 18-19 september 2023: “Thiacloprid is een uitgesloten werkzame stof volgens Verordening (EG) nr. 1107/2009. Tijdens de procedure voor het verlengen van de goedkeuring van de werkzame stof is vastgesteld dat deze voldoet aan de uitsluitingscriteria, want ze is ingedeeld als giftig voor de voortplanting 1B. De goedkeuring van de werkzame stof werd daarom niet verlengd. Duitsland is in het algemeen geen voorstander van het vaststellen van [maximumresidugehalten (MRL’s)] voor werkzame stoffen die in de EU niet zijn goedgekeurd wegens gezondheidsoverwegingen. Doorslaggevend hierbij is dat de uitsluitingscriteria zijn vastgesteld in het kader van de procedure voor de (verlenging van de) goedkeuring van een werkzame stof overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009”<FOOTNOTE><FIELD> Ibid.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het derhalve passend is om de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 396/2005 voor thiacloprid vastgestelde bestaande MRL’s te schrappen overeenkomstig artikel 17 in samenhang met artikel 14, lid 1, punt a), van die verordening;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Commissie in het voorstel voor een verordening van de Raad echter voorstelt om de MRL’s voor thiacloprid te handhaven boven de bepaalbaarheidsgrens voor gebruik op meer dan dertig producten voor invoerdoeleinden op basis van het met redenen omkleed advies van de EFSA<FOOTNOTE><FIELD> Met redenen omkleed advies van de EFSA van 9 februari 2023.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de toepassingen waarvoor MRL’s boven de bepaalbaarheidsgrens als veilig worden beschouwd, toepassingen omvatten van thiacloprid op papaja’s, thee, noten, kweeperen, mispels, loquats/Japanse mispels, abrikozen, (zoete) kersen, pruimen, aardbeien, bramen/braambessen, dauwbramen, ander kleinfruit en besvruchten, kiwi’s, aardappelen, tomaten, aubergines, meloenen, watermeloenen, rijst, tarwe, dierlijke producten (varkens, runderen, schapen, paarden, pluimvee en andere landbouwdieren) van weefsels (spier, lever, nier en eetbaar slachtafval), melk en eieren, frambozen, komkommers, courgettes, koolzaad, mosterdzaad en katoenzaad; overwegende dat de voor deze toepassingen voorgestelde MRL’s variëren van tweemaal de bepaalbaarheidsgrens tot duizendmaal de bepaalbaarheidsgrens (voor gebruik op thee);</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de aanvraag voor invoertoleranties daarentegen slechts voor twee toepassingen (op perziken en paprika’s) werd afgewezen, aangezien een overschrijding van de acute referentiedosis niet kan worden uitgesloten, en de Commissie daarom heeft voorgesteld de MRL’s voor thiacloprid alleen voor die toepassingen tot de bepaalbaarheidsgrens te verlagen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat in overweging 5 van Verordening (EG) nr. 396/2005 is bepaald dat residuen niet aanwezig mogen zijn in zodanige hoeveelheden dat zij een onaanvaardbaar risico vormen voor de gezondheid van mens of dier;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat in artikel 4, lid 2, punt a), van Verordening (EG) nr. 1107/2009 is bepaald dat residuen van gewasbeschermingsmiddelen geen schadelijke effecten mogen hebben op de gezondheid van mens, met inbegrip van die van kwetsbare bevolkingsgroepen, of op die van dieren, rekening houdend met bekende cumulatieve en synergistische effecten; overwegende dat punt 3.6.4 van bijlage II bij die verordening stelt dat een werkzame stof die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 als giftig voor de voortplanting, categorie 1A of 1B, is ingedeeld, slechts wordt goedgekeurd wanneer “residuen van de werkzame stof [...] in kwestie in levensmiddelen en diervoeders de overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 396/2005 vastgestelde standaardwaarde niet overschrijden”; overwegende dat in artikel 18, lid 1, punt b), van Verordening (EG) nr. 396/2005 een standaardwaarde van 0,01 mg/kg wordt vastgesteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat in artikel 3, lid 2, punt g), van Verordening (EG) nr. 396/2005 is bepaald dat een invoertolerantie een voor ingevoerde producten vastgestelde MRL is waarbij “het gebruik van de werkzame stof in een gewasbeschermingsmiddel op een bepaald product in de Gemeenschap niet is toegestaan uit andere dan volksgezondheidsoverwegingen voor het product en het gebruik in kwestie”; overwegende dat thiacloprid niet aan deze criteria voldoet omdat het wegens gezondheidsoverwegingen verboden is, aangezien het is ingedeeld als giftig voor de voortplanting, categorie 1B;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 178/2002 de levensmiddelenwetgeving streeft naar een of meer van de algemene doelstellingen van een hoog niveau van bescherming van het leven en de gezondheid van de mens en de bescherming van de belangen van de consument, inclusief eerlijke praktijken in de levensmiddelenhandel, waar nodig rekening houdend met de bescherming van de gezondheid en het welzijn van dieren, de gezondheid van planten en het milieu;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de huidige bestuivingscrisis een van de grootste bedreigingen vormt voor de biodiversiteit en de mondiale en lokale voedselzekerheid; overwegende dat deze crisis de problemen van verborgen honger kan verergeren, de veerkracht van ecosystemen kan aantasten en het evenwicht in de ecosystemen die aan de basis liggen van ons leefsysteem, kan verstoren<FOOTNOTE><FIELD> van der Sluijs, J.P., Vaage, N.S., “Pollinators and Global Food Security: the Need for Holistic Global Stewardship”, Food ethics 1, 75–91 (2016), https://doi.org/10.1007/s41055-016-0003-z.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de Commissie in haar mededeling van 20 mei 2020, getiteld “Een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem”<FOOTNOTE><FIELD> COM(2020)0381.</FIELD></FOOTNOTE>, heeft aangekondigd dat “de EU de wereldwijde transitie naar duurzame agrovoedingssystemen zal ondersteunen, in overeenstemming met de doelstellingen van deze strategie en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen”, en dat “de EU een sleutelrol kan spelen door met deze strategie wereldwijd de toon te zetten met hoge normen”; overwegende dat de Commissie in de strategie expliciet stelt dat “[een] duurzamer EU-voedselsysteem ook van onze handelspartners steeds duurzamere praktijken [vereist]. Om een geleidelijke overstap op het gebruik van veiligere gewasbeschermingsmiddelen te bevorderen, zal de EU, in overeenstemming met de WTO-regels en na een risicobeoordeling, overwegen om de invoertoleranties voor stoffen die aan de uitsluitingscriteria voldoen en die een groot risico voor de mens opleveren, te herzien”;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de Commissie in 2022 de MRL’s voor twee neonicotinoïden met een hoog risico voor bestuivers heeft verlaagd<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2023/334 van de Commissie van 2 februari 2023 tot wijziging van de bijlagen II en V bij Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad wat de maximumgehalten aan residuen van clothianidine en thiamethoxam in of op bepaalde producten betreft (PB L 47 van 15.2.2023, blz. 29).</FIELD></FOOTNOTE> tot het laagste niveau dat met de nieuwste technologieën kan worden gemeten, waardoor ingevoerde producten niet langer residuen van clothianidine en thiamethoxam kunnen bevatten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de Commissie in dit verband van mening was dat “rekening houdend met alle relevante factoren ter zake overeenkomstig artikel 14, lid 2, gelezen in het licht van artikel 11 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, waarin wordt bepaald dat “de eisen inzake milieubescherming moeten worden geïntegreerd in de omschrijving en uitvoering van het beleid en het optreden van de Unie, in het bijzonder met het oog op het bevorderen van duurzame ontwikkeling”, alle huidige MRL’s voor clothianidine en/of thiamethoxam, zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 396/2005, [moeten] worden verlaagd tot de bepaalbaarheidsgrens”<FOOTNOTE><FIELD> Ibid.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat de Commissie er tijdens het op 10 en 11 mei 2023 gehouden PDLD-comité aan heeft herinnerd dat thiacloprid tot de groep werkzame stoffen van de neonicotinoïden behoort maar dat, aangezien het andere eigenschappen heeft dan clothianidin en thiamethoxam, momenteel niet de bedoeling is hiervoor dezelfde aanpak te volgen als voor clothianidin en thiamethoxam bij de uitvoering van de “van boer tot bord”-strategie door alle MRL’s te verlagen tot de bepaalbaarheidsgrens”<FOOTNOTE><FIELD> Samenvattend verslag van de vergadering van het PDLD-comité van 10-11 mei 2023, https://ec.europa.eu/transparency/comitology-register/screen/documents/090500/1/consult?lang=nl</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat het feit dat thiacloprid andere eigenschappen zou hebben dan andere neonicotinoïden in de wetenschappelijke literatuur wordt betwist, waarbij resultaten aantonen dat “het imago van thiacloprid als een relatief goedaardig neonicotinoïde nu in twijfel moet worden getrokken”<FOOTNOTE><FIELD> Ellis, C., Park, K.J., Whitehorn, P., David, A., Goulson, D., “The Neonicotinoid Insecticide Thiacloprid Impacts upon Bumblebee Colony Development under Field Conditions”, Environmental Science &amp; Technology 2017, 51, 3, 1727–1732, https://pubs.acs.org/doi/10.1021/acs.est.6b04791</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat met name hommelkolonies die zijn blootgesteld aan thiacloprid vaker vroegtijdig sterven en dat de kolonies die het overleven subletale gevolgen ondervinden<FOOTNOTE><FIELD> Ibid.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat bovendien is vastgesteld dat thiacloprid het gedrag en het immuunsysteem van honingbijen net zo beïnvloedt als imidacloprid, clothianidin en thiamethoxam<FOOTNOTE><FIELD> Brandt, A., Gorenflo, A., Siede, R., Meixner, M., Büchler, R., “The neonicotinoids thiacloprid, imidacloprid, and clothianidin affect the immunocompetence of honey bees (<STRING ITALIC="on">Apis mellifera</STRING> L.)”, Journal of Insect Physiology, Volume 86, maart 2016, blz. 40-47, https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0022191016300014</FIELD></FOOTNOTE><STRING SUPERSCRIPT="on">,</STRING><FOOTNOTE><FIELD> Tison, L., Hahn, M.-L., Holtz, S., Rößner A., Greggers, U., Bischoff, G., and Menzel, R., “Honey Bees’ Behavior Is Impaired by Chronic Exposure to the Neonicotinoid Thiacloprid in the Field”, Environmental Science &amp; Technology 2016, 50, 13, 7218–7227, https://pubs.acs.org/doi/full/10.1021/acs.est.6b02658</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat er steeds meer bewijs is dat het gebruik van thiacloprid verwoestende gevolgen heeft voor de biodiversiteit, vooral voor bijen en andere bestuivers<FOOTNOTE><FIELD> Pisa, L., Goulson, D., Yang, E.C., et al., “An update of the Worldwide Integrated Assessment (WIA) on systemic insecticides. Part 2: impacts on organisms and ecosystems”, Environmental Science and Pollution Research 28, 11749–11797 (2021), https://doi.org/10.1007/s11356-017-0341-3</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat de EFSA in haar verslag over niet-verlenging van 22 oktober 2019<FOOTNOTE><FIELD> https://ec.europa.eu/food/plant/pesticides/eu-pesticides-database/start/screen/active-substances/details/841</FIELD></FOOTNOTE> heeft geconcludeerd dat “de beschikbare informatie ontoereikend is om aan de vereisten van artikel 4, leden 1 tot en met 3, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 te voldoen”, en met name dat “de risicobeoordeling voor bijen niet kon worden uitgevoerd”;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat voor thiacloprid derhalve dezelfde redenering en regels moeten gelden als voor clothianidin en thiamethoxam;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat de Commissie het milieu en de burgers van de Unie moet beschermen op basis van de beschikbare wetenschappelijke informatie, door gebruik te maken van de verplichtingen en wettelijke mogelijkheden uit hoofde van de Verordeningen (EG) nr. 396/2005 en (EG) nr. 178/2002 om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat de voorgestelde MRL’s de gezondheid van de burgers in de Unie niet beschermen en geen hoog beschermingsniveau voor bijen en andere bestuivers waarborgen, en bijgevolg in strijd zijn met de Verordeningen (EG) nr. 396/2005 en (EG) nr. 178/2002;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat er geen MRL’s mogen worden vastgesteld voor werkzame stoffen die in de Unie niet zijn goedgekeurd uit gezondheidsoverwegingen; overwegende dat er derhalve geen invoertoleranties mogen worden vastgesteld voor thiacloprid, aangezien deze stof is ingedeeld als giftig voor de voortplanting, categorie 1B; overwegende dat voorts de indeling van thiacloprid als giftig voor de voortplanting, categorie 1B, voor de Commissie voldoende reden had moeten zijn om de aanvragen voor invoertoleranties te weigeren onder verwijzing naar de risico’s voor de gezondheid van burgers in derde landen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>maakt bezwaar tegen de goedkeuring van het voorstel voor een verordening van de Raad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is van oordeel dat het voorstel voor een verordening van de Raad niet verenigbaar is met het doel en de inhoud van de Verordeningen (EG) nr. 396/2005 en (EG) nr. 178/2002, noch met Verordening (EG) nr. 1107/2009, met inbegrip van punt 3.6.4 van bijlage II;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Commissie het voorstel voor een verordening in te trekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt de Commissie een nieuw ontwerp voor te leggen aan het comité om alle MRL’s voor thiacloprid te verlagen tot de bepaalbaarheidsgrens voor alle toepassingen en alle aanvragen voor invoertoleranties te weigeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>