<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0024</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Tenuitvoerlegging van de Verdragsbepalingen inzake EU-burgerschap</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0436/2023 - Rapporteur: Maite Pagazaurtundúa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 17 januari 2024 over de tenuitvoerlegging van de Verdragsbepalingen inzake EU-burgerschap (2023/2085(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 2, 3, 6, 9, 10, 11, 12, 21 en 23 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 15, 20, 21, 22, 24, 26, 45, 46, 47, 48, 153 en 165 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG<FOOTNOTE><FIELD> PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/692 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 156 van 5.5.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 492/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2011 betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 141 van 27.5.2011, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 2019/1149 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot oprichting van een Europese Arbeidsautoriteit, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 883/2004, (EU) nr. 492/2011 en (EU) 2016/589, en tot intrekking van Besluit (EU) 2016/344<FOOTNOTE><FIELD> PB L 186 van 11.7.2019, blz. 21.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2018/957 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten<FOOTNOTE><FIELD> PB L 173 van 9.7.2018, blz. 16.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2016/589 van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2016 inzake een Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening (EURES), de toegang van werknemers tot mobiliteitsdiensten en de verdere integratie van de arbeidsmarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 492/2011 en (EU) nr. 1296/2013<FOOTNOTE><FIELD> PB L 107 van 22.4.2016, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2013/55/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 tot wijziging van Richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties en Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het Informatiesysteem interne markt<FOOTNOTE><FIELD> PB L 354 van 28.12.2013, blz. 132.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2015/637 van de Raad van 20 april 2015 betreffende de coördinatie- en samenwerkingsmaatregelen ter vergemakkelijking van de consulaire bescherming van niet-vertegenwoordigde burgers van de Unie in derde landen en tot intrekking van Besluit 95/553/EG<FOOTNOTE><FIELD> PB L 106 van 24.4.2015, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/997 van de Raad van 18 juni 2019 tot vaststelling van een EU-noodreisdocument en tot intrekking van Besluit 96/409/GBVB<FOOTNOTE><FIELD> PB L 163 van 20.6.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 2 juli 2009 betreffende richtsnoeren voor een betere omzetting en toepassing van Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (COM(2009)0313),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/788 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende het Europees burgerinitiatief<FOOTNOTE><FIELD> PB L 130 van 17.5.2019, blz. 55.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2020/1042 van het Europees Parlement en de Raad van 15 juli 2020 tot vaststelling, in het licht van de COVID‑19-uitbraak, van tijdelijke maatregelen inzake de termijnen voor de verzameling, de verificatie en het onderzoek als vastgesteld in Verordening (EU) 2019/788 betreffende het Europees burgerinitiatief<FOOTNOTE><FIELD> PB L 231 van 17.7.2020, blz. 7.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 2 december 2020 getiteld “Strategie ter versterking van de toepassing van het Handvest van de Grondrechten in de EU” (COM(2020)0711),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 3 december 2020 betreffende het actieplan voor Europese democratie (COM(2020)0790),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 25 november 2021 getiteld “Bescherming van de integriteit van verkiezingen en bevordering van democratische participatie” (COM(2021)0730),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 15 december 2020 getiteld “Verslag over het EU-burgerschap 2020 – Burgers meer zeggenschap geven en hun rechten beschermen” (COM(2020)0730),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 15 december 2020 krachtens artikel 25 VWEU getiteld “Over de vorderingen op weg naar een echt EU-burgerschap 2016-2020” (COM(2020)0731),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt van 14 februari 2023 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de Unieburgers die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn<FOOTNOTE><FIELD> PB C 283 van 11.8.2023, blz. 76.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt van 14 februari 2023 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actieve en passieve kiesrecht bij gemeenteraadsverkiezingen ten behoeve van de Unieburgers die verblijven in een lidstaat waarvan zij de nationaliteit niet bezitten (herschikking)<FOOTNOTE><FIELD> PB C 283 van 11.8.2023, blz. 100.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 12 februari 2019 over de tenuitvoerlegging van de verdragsbepalingen inzake EU-burgerschap<FOOTNOTE><FIELD> PB C 449 van 23.12.2020, blz. 6.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 maart 2022 met voorstellen aan de Commissie inzake burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders<FOOTNOTE><FIELD> PB C 347 van 9.9.2022, blz. 97.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 maart 2022 over het verslag over het EU-burgerschap 2020: burgers meer zeggenschap geven en hun rechten beschermen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 347 van 9.9.2022, blz. 202.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 juni 2023 over de tenuitvoerlegging van de verordeningen over het Europees burgerinitiatief<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0230.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 september 2023 over parlementarisme, Europees burgerschap en democratie<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0330.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 juli 2021 over burgerdialogen en burgerparticipatie in de besluitvorming van de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 99 van 1.3.2022, blz. 96.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 maart 2022 over het in gesprek gaan met burgers: het petitierecht, het recht zich te wenden tot de Europese Ombudsman en het Europees burgerinitiatief<FOOTNOTE><FIELD> PB C 347 van 9.9.2022, blz. 110.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 maart 2017 over belemmeringen van het vrije verkeer van EU-burgers en van hun vrijheid om in de interne markt te werken<FOOTNOTE><FIELD> PB C 263 van 25.7.2018, blz. 98.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag over de grondrechten 2023 van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag over het eindresultaat van de Conferentie over de toekomst van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resultaten van Flash Eurobarometer 485/2020 en standaard‑Eurobarometer 99/2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 6 december 2023 krachtens artikel 25 VWEU getiteld “Over de vorderingen op weg naar een echt EU-burgerschap 2020-2023” (COM(2023)0931 (het verslag over het EU-burgerschap 2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement, alsmede artikel 1, lid 1, punt e), van en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 betreffende de procedure inzake het verlenen van toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A9-0436/2023),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het EU-burgerschap is ingesteld met de inwerkingtreding van het Verdrag van Maastricht in 1993 en verder versterkt is door het Verdrag van Lissabon in 2009; overwegende dat er sinds de instelling ervan dertig jaar zijn verstreken en dat er grote sociale, digitale, economische en politieke veranderingen hebben plaatsgevonden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>	overwegende dat volgens artikel 20, lid 1, VWEU, het EU-burgerschap een aanvulling op het nationale burgerschap vormt, maar het niet vervangt; overwegende dat tot op heden het EU-burgerschap geen plichten voor de burgers van de Unie met zich meebrengt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het EU-burgerschap een unieke constructie is die de gemeenschappelijke democratische identiteit en gedeelde waarden van EU-burgers tot uitdrukking brengt, en heeft bijgedragen tot het smeden van banden, het bevorderen van gelijkheid en het verwerpen van alle vormen van racisme en discriminatie; overwegende dat het potentieel van het EU-burgerschap nog niet ten volle is benut;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>	overwegende dat het vrije verkeer het voor meer dan 15 miljoen EU-burgers<FOOTNOTE><FIELD> Eurostat, “Archive: EU citizens living in another Member State – statistical overview”.</FIELD></FOOTNOTE> mogelijk heeft gemaakt in een andere lidstaat te wonen en werken en voor alle EU-burgers om vrij te reizen in de hele EU, waardoor het EU-burgerschap belangrijker is dan ooit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat EU-burgers maar al te vaak onvoldoende bewustzijn, kennis en begrip hebben van de rechten, burgerplichten en vrijheden die voortvloeien uit het EU-burgerschap; overwegende dat er nog steeds aanzienlijke tekortkomingen zijn in de praktische toepassing van het EU-burgerschap en in de volledige uitoefening van de rechten en vrijheden die eruit voortvloeien, waarbij sommige het gevolg zijn van de niet-uniforme uitvoering van EU-wetgeving door de lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat uit de resultaten van de openbare raadpleging over het EU-burgerschap van 2020 is gebleken dat meer dan 60 % van de deelnemers zich niet goed geïnformeerd achtte over hun EU-burgerschapsrechten<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie, “EU Citizenship 2020 – Final Report: Results of the Public Consultation on EU Citizenship Rights 2020”, december 2020.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat uit de Flash Eurobarometer-enquête van 2023 over burgerschap en democratie is gebleken dat de helft van de respondenten zich goed geïnformeerd achtte over hun rechten als EU-burgers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat EU-burgers als gevolg van de COVID‑19-pandemie voor ongekende uitdagingen staan, naast de digitale revolutie en de daarmee gepaard gaande sociale en economische transformaties;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het bijeenbrengen en consolideren van bestaande en toekomstige rechten een betere en meer geïnformeerde uitoefening van de rechten en vrijheden die voortvloeien uit het EU-burgerschap zou vergemakkelijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Conferentie over de toekomst van Europa (CoFE) een concreet voorbeeld is van de deelname van burgers aan het democratische leven van de Unie; overwegende dat de conclusies ervan voorstellen en maatregelen bevatten waarin de overeenstemming tussen de Europese instellingen en de EU-burgers om het EU-burgerschap te versterken, tot uitdrukking komt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat bestaande belemmeringen voor de uitoefening van de aan het EU-burgerschap verbonden rechten leiden tot ongelijkheid en discriminatie tussen EU-burgers, met name mobiele EU-burgers en hun familieleden, in het bijzonder kinderen, personen die in grensoverschrijdende regio’s en plattelandsgebieden van de EU wonen, en leden van kwetsbare en gemarginaliseerde groepen, zoals minderheden, personen met een laag inkomen, daklozen, ouderen, mensen met een handicap en mensen die het risico lopen op digitale uitsluiting;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat bijna 87 miljoen EU-burgers met een handicap leven<FOOTNOTE><FIELD> Gegevens: EU Statistics on Income and Living Conditions (EU-SILC) en EU Labour Force Survey (EU-LFS); Grammenos, S. en Priestley, M., “Europe 2020 data and people with disabilities – tables”. Eurostat, 2020.</FIELD></FOOTNOTE> en problemen ondervinden bij de uitoefening van hun burgerschapsrechten, waarbij deze problemen soms leiden tot een regelrechte ontzegging van hun recht op vrij verkeer en verblijf en beperkingen op de uitoefening van hun politieke rechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat sommige lidstaten nog steeds beschikken over goudenvisumprogramma’s en investeerdersregelingen waarmee mensen de nationaliteit van de betreffende lidstaat en daarmee ook het EU-burgerschap kunnen verwerven;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Inleiding</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is van mening dat het EU-burgerschap de gedeelde en gemeenschappelijke Europese democratische identiteit en de daaraan verbonden specifieke rechten, burgerplichten en vrijheden omvat, en dat de uitoefening van deze rechten, zowel online als offline, de band van de burgers met de EU en haar democratische legitimiteit versterkt en hun aanvullende rechten biedt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>wijst erop dat bij de opbouw van het EU-burgerschap vooruitgang moet worden geboekt om tegemoet te komen aan de behoeften en uitdagingen van de EU in de 21e eeuw, waarbij het potentieel van digitale innovatie en de noodzaak van een evenwichtige aanpak van de globalisering moeten worden erkend om de complexiteit die globalisering en nieuwe technologieën met zich meebrengen aan te pakken; benadrukt dat de digitalisering van democratische processen, in combinatie met onvoldoende digitale geletterdheid en toegang tot informatie- en communicatietechnologie, kan bijdragen tot een groeiende digitale kloof bij de uitoefening van burgerschapsrechten, waardoor een deel van de burgers van het Europese project vervreemdt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>overweegt dat meertaligheid binnen de EU-instellingen en in hun interactie met burgers een essentieel aspect is om de notie van EU-burgerschap te versterken; benadrukt in dit verband dat het volgens de conclusies van de Raad van 13 juni 2005 de bedoeling is dat niet-officiële EU-talen die in een lidstaat of op een deel van het grondgebied van die lidstaat worden erkend, door EU-burgers kunnen worden gebruikt in hun interactie met EU-instellingen, en officieel kunnen worden gebruikt in EU-instellingen of -organen, waaronder het Europees Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst erop dat het Parlement in zijn resolutie van 12 februari 2019 over de tenuitvoerlegging van de Verdragsbepalingen inzake EU-burgerschap en in zijn resolutie van 10 maart 2022 over het verslag over het EU-burgerschap 2020: burgers meer zeggenschap geven en hun rechten beschermen, heeft aangedrongen op de invoering van een dergelijk statuut; herinnert eraan dat de Conferentie over de toekomst van Europa het belang van het versterken van het EU-burgerschap heeft onderstreept door in haar conclusies te vermelden dat een dergelijk statuut een nuttig instrument zou zijn om de beginselen en waarden van de EU tastbaarder te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>betreurt het dat de Commissie in haar mededeling naar aanleiding van de Conferentie over de toekomst van Europa niet specifiek melding heeft gemaakt van de versterking van het EU-burgerschap en mogelijke manieren om deze te bewerkstelligen<FOOTNOTE><FIELD> Mededeling van de Commissie van 17 juni 2022, getiteld “Conferentie over de toekomst van Europa – Van visie tot concrete actie” (COM(2022)0404).</FIELD></FOOTNOTE>; herinnert eraan dat de Raad zich in de technische beoordeling die hij met betrekking tot de Conferentie over de toekomst van Europa heeft gepubliceerd bereid heeft getoond om het burgerschap te versterken, maar geen maatregelen heeft voorgesteld, genomen of uitgevoerd om dit doel te bereiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>herinnert eraan dat de Commissie haar verslag over het EU-burgerschap 2023 voor het einde van het jaar zal publiceren en verwacht dat zij nieuwe initiatieven zal voorstellen om het EU-burgerschap te versterken en de tekortkomingen in de uitvoering ervan zal aanpakken; betreurt het dat de Commissie er deze keer voor heeft gekozen een verzoek om input te publiceren en niet een openbare raadpleging, zoals zij in voorgaande jaren heeft gedaan; herinnert eraan dat de resultaten van het verzoek om input geen alomvattend overzicht van de meest recente ontwikkelingen en lacunes in de uitvoering bevatten; benadrukt dat het verslag moet worden opgesteld op basis van geactualiseerde gegevens;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Problemen rond het EU-burgerschap</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is bezorgd over specifieke problemen die de volledige uitoefening van de rechten en vrijheden die voortvloeien uit het EU-burgerschap belemmeren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Politieke rechten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>betreurt het dat mobiele burgers minder geneigd zijn hun stemrecht uit te oefenen en zich kandidaat te stellen voor Europese en gemeenteraadsverkiezingen in hun lidstaat van verblijf, en dat dit onder meer te wijten is aan onvoldoende informatie, taalbarrières, moeilijkheden bij de registratie om te kunnen stemmen en het lage succespercentage van niet-nationale kandidaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>maakt zich grote zorgen over de praktijk van bepaalde lidstaten om hun burgers het recht te ontnemen om te stemmen bij nationale parlementsverkiezingen wanneer zij permanent of tijdelijk in het buitenland wonen, hetgeen leidt tot uitsluiting van het politieke leven in zowel hun land van herkomst als hun land van verblijf;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vrijheid van verkeer en verblijf</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>	benadrukt dat het Schengengebied een van de grootste verwezenlijkingen van de EU is; benadrukt dat alle belemmeringen voor het vrije verkeer binnen de EU moeten worden weggenomen om gelijke EU-burgerschapsrechten voor alle Europese burgers tot stand te brengen; dringt aan op toetreding van Roemenië en Bulgarije tot het Schengengebied, in overeenstemming met de resoluties van het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is bezorgd over het feit dat mobiele EU-burgers, met name degenen die tot kwetsbare groepen behoren, door hun lidstaat van verblijf anders dan onderdanen worden behandeld wat betreft de toegang tot uitkeringen; verzoekt de lidstaten de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU (HvJ-EU) die dergelijke discriminatie verbiedt, naar behoren uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>	is bezorgd over de moeilijkheden en uitdagingen voor burgers die in grensoverschrijdende regio’s van de EU wonen, met name in het geval van grenssluitingen als gevolg van een EU-brede of regionale crisis; verzoekt de lidstaten in dergelijke gevallen de grensoverschrijdende samenwerking en, in voorkomend geval, nauwe interactie met de desbetreffende lokale en regionale overheden te handhaven;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Consulaire bescherming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is bezorgd over het bestaan van tekortkomingen bij de uitvoering van de richtlijn consulaire bescherming en over tekortkomingen in de werking van de consulaire netwerken van de lidstaten, en merkt op dat deze zijn toegenomen na de uittreding van het Verenigd Koninkrijk uit de EU; betreurt in dit verband het feit dat EU-burgers in sommige niet-EU-landen beperkte toegang hebben tot consulaire bescherming en bijstand;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>wijst erop dat er gevallen zijn geweest waarin twee personen die onderdaan zijn van twee verschillende lidstaten bepaalde formaliteiten, zoals het sluiten van een huwelijk, niet konden vervullen bij de consulaire vertegenwoordiging van een van de lidstaten, ook al had de andere lidstaat in dat land geen toegankelijke consulaire vertegenwoordiging;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Discriminatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>is van mening dat het gebrek aan uniformiteit in de regels van de lidstaten inzake de verwerving en het verlies van nationaal burgerschap heeft geleid tot verschillen wat betreft de verwerving en het verlies van het EU-burgerschap, en dat deze verschillen in sommige gevallen hebben geleid tot schending van de beginselen en waarden van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat er nog steeds verschillende gevallen zijn waarin de verwerving van een afgeleid verblijfsrecht wordt geweigerd aan onderdanen van derde landen wier minderjarige personen ten laste EU-burgers zijn, ondanks de ontwikkelingen in de jurisprudentie van het HvJ-EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>	uit nogmaals zijn bezorgdheid over de discriminatie van stellen van hetzelfde geslacht en hun kinderen bij de uitoefening van het grondrecht op vrij verkeer binnen de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbevelingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de lidstaten, regionale en lokale autoriteiten de bestaande richtlijnen inzake de rechten van mobiele burgers volledig toe te passen en de verschillende bestaande tekortkomingen in het licht van de komende Europese verkiezingen te verhelpen; pleit voor het opzetten van gerichte bewustmakingscampagnes in het land van verblijf om mobiele EU-burgers te informeren over hun stemrecht en hun recht om zich kandidaat te stellen voor Europese en gemeenteraadsverkiezingen in dat land; herhaalt zijn oproep om de rechten van mobiele burgers uit te breiden tot nationale en regionale verkiezingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de lidstaten het recht van hun uitgezonden onderdanen om in hun land van herkomst te stemmen te waarborgen waar dit wordt erkend, door de regelgevingsvoorwaarden te creëren die het voor hen mogelijk maken om te stemmen en door alle bureaucratische obstakels weg te nemen die de uitoefening van dit recht belemmeren en soms onmogelijk maken; dringt er met name bij de lidstaten op aan deze rechten op gelijke wijze te waarborgen en indien van toepassing elke vorm van ongelijke behandeling van hun onderdanen in het buitenland bij het stemmen op afstand, in het bijzonder per brief, uit te bannen; pleit voor een uniforme toepassing van het stemrecht bij de Europese verkiezingen voor EU-burgers die buiten de EU wonen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt de Commissie een nieuwe mededeling aan te nemen waarin een aantal belangrijke begrippen uit Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf in de EU voor de burgers van de EU en hun familieleden worden verduidelijkt, teneinde de lidstaten actuele richtsnoeren te verstrekken die kunnen bijdragen tot een betere uitvoering van de richtlijn op nationaal niveau, wat EU-burgers en hun familieleden ten goede komt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt de EU de goedkeuring te bevorderen van een bindend Europees Handvest inzake digitale rechten, met inbegrip van digitale burgerschapsrechten, voortbouwend op de Europese verklaring inzake digitale rechten en beginselen voor het digitale decennium;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>is ingenomen met het voorstel van de Commissie om de richtlijn consulaire bescherming te actualiseren en te verbeteren teneinde het recht van EU-burgers op consulaire bescherming, met name in crisissituaties, te versterken, onder meer door EU-delegaties een actievere rol te geven bij de ondersteuning van ondervertegenwoordigde EU-burgers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt de lidstaten een einde te maken aan goudenvisumprogramma’s en beleggersregelingen en andere soortgelijke nationale regelingen die leiden tot de verwerving van het burgerschap van die lidstaten en waarbij het EU-burgerschap direct of indirect wordt verkocht en misbruikt, aangezien zij het hele concept van het EU-burgerschap ondermijnen en de beginselen en waarden van de EU schenden; dringt er bij de lidstaten op aan de integriteit en de waarde van het EU-burgerschap te waarborgen; verzoekt de Commissie alle nodige maatregelen te nemen, zoals het dagen van de betrokken lidstaten voor het HvJ-EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>	pleit er, in het kader van de volgende herziening van de Verdragen, voor dat het Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure gemeenschappelijke bepalingen vast kunnen stellen ter voorkoming van de verkoop van paspoorten en andere vormen van misbruik in verband met de verwerving en het verlies van het EU-burgerschap door onderdanen van derde landen, teneinde de voorwaarden waaronder dat burgerschap kan worden verworven nader tot elkaar te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt de lidstaten en de relevante autoriteiten bestaande leerplannen aan te passen of nieuwe te creëren zodat die lessen bevatten over de geschiedenis van Europa, de Europese Unie en de werking daarvan, teneinde een actief burgerschap en gemeenschappelijke Europese waarden te bevorderen en het bewustzijn te vergroten van de toegevoegde waarde van het Europeaan-zijn en het EU-burgerschap; benadrukt dat het versterken van de Europese dimensie van burgerschapsvorming en het waarborgen van gelijke toegang voor iedereen, ook door gebruik te maken van alle digitale instrumenten waarover wij beschikken, EU-burgers in staat zullen stellen als geïnformeerde burgers te handelen en ten volle deel te nemen aan het maatschappelijke, politieke en sociale leven op zowel Europees als nationaal niveau; benadrukt dat Erasmus+ een belangrijke rol kan spelen bij het stimuleren van EU-burgerschapsvorming door middel van leermobiliteit voor iedereen, ongeacht leeftijd, geslacht, werk of opleidingsniveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de Commissie openbare raadplegingen te ontwikkelen die zijn toegesneden op alle EU-burgers, met name jongeren, om de participatie van EU-burgers te vergroten; dringt er bij de Commissie op aan de manier waarop openbare raadplegingen worden gehouden te actualiseren om de maatschappelijke betrokkenheid en participatie van een bredere verscheidenheid aan Europese burgers te vergroten, in overeenstemming met het succesvolle voorbeeld van de Conferentie over de toekomst van Europa; verzoekt de Commissie in dit verband het portaal “Geef uw mening” verder te verbeteren door gebruik te maken van nieuwe technologieën en mee te delen hoe feedback van burgers bijdraagt aan de verschillende initiatieven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>dringt aan op de oprichting van één loket voor alle participatie-instrumenten van de EU, zoals het Europees burgerinitiatief, verzoekschriften aan het Parlement, klachten ingediend bij de Europese Ombudsman, openbare raadplegingen en burgerdialogen, en op het vergroten van de efficiëntie van deze instrumenten, met name door ervoor te zorgen dat zij bijdragen tot de vaststelling van de Europese agenda, en tegelijkertijd te waarborgen dat de representatieve democratie in het besluitvormingsproces wordt versterkt; verzoekt de Commissie, de lidstaten en de regionale en lokale overheden zich meer in te spannen om het publiek te informeren over de bestaande participatie-instrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>stelt nogmaals voor om een permanent mechanisme voor burgerraadpleging in het leven te roepen dat burgers, met name jongeren, in staat stelt te beraadslagen over de prioriteiten en het beleid van de EU en bij te dragen aan de toepassing van onder meer een “jongerentoets” in de wetgeving ter aanvulling en niet ter vervanging van de representatieve parlementaire democratie; stelt voor dat de vertegenwoordigers van het Parlement op de hoogte worden gebracht van deze beraadslagingen, zodat zij kunnen beoordelen of er in voorkomend geval follow-up aan moet worden gegeven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>stelt voor de invoering van een Europese burgerkaart te overwegen, die bijvoorbeeld de uitoefening van burgerschapsrechten en het stemmen bij Europese verkiezingen alsook het gebruik van participatie-instrumenten zou kunnen vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>	onderstreept de belangrijke rol van de kantoren van Europe Direct bij het vergroten van de participatie van burgers op lokaal niveau in het democratisch leven van de EU; moedigt de lidstaten en instanties op regionaal en lokaal niveau aan intensiever samen te werken met deze kantoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>	verzoekt de Commissie meer gebruik te maken van sociale media en digitale instrumenten, met bijzondere aandacht voor het vergroten van de betrokkenheid van jongeren en personen met een handicap bij het democratische proces, en zo hun engagement te bevorderen, en daarbij ook de verlaagde kiesgerechtigde leeftijd in de lidstaten voor Europese verkiezingen te erkennen; verzoekt de Commissie in dit verband de bevordering van democratische participatie te versterken door haar dialoog met de burgers te intensiveren en de burgers bewuster te maken van de gevolgen van EU-wetgeving voor hun dagelijks leven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>	is van mening dat het, gezien de toenemende invloed van de digitale omgeving op het leven van de burgers, met name sociale media en AI, van essentieel belang is voor de lidstaten en de Europese instellingen om zich te blijven richten op de ontwikkeling van nieuw overheidsbeleid en op de uitvoering van doeltreffende mechanismen die gericht zijn op het online waarborgen van de grondrechten en het bestrijden van buitenlandse inmenging en desinformatie, aangezien deze een existentiële bedreiging vormen voor de democratie en de uitoefening van de burgerrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>dringt er bij de Raad en de Commissie op aan de onderhandelingen over de herziening van Verordening (EG) nr. 1049/2001<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43.</FIELD></FOOTNOTE> te hervatten, om ervoor te zorgen dat EU-burgers hun recht op toegang tot documenten ten volle kunnen uitoefenen en de instellingen, organen en instanties van de EU kunnen controleren.</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>	wijst nogmaals op de noodzaak om op basis van artikel 25 VWEU een EU-burgerschapsstatuut op te stellen, waarin bestaande en toekomstige burgerschapsrechten worden samengebracht teneinde de afdwingbaarheid van burgerschapsrechten te verbeteren en de gelijkheid van burgers te waarborgen, door de samenhang te versterken en in te spelen op sociale, economische, politieke en digitale veranderingen; herinnert eraan dat dit moet gebeuren in het kader van de Verdragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="DASH"><INT.LI LEVEL="0">stelt voor dat burgers op het gebied van participatie en politieke rechten, vrij verkeer en digitaal burgerschap, en in overeenstemming met de bestaande en toekomstige EU-wetgeving, met name moeten beschikken over:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>een evenwichtige democratische vertegenwoordiging van mannen en vrouwen op kieslijsten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>een permanent interactief digitaal platform waarop burgers hun voorstellen en ideeën in alle officiële talen van de EU kunnen doorgeven;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>erkenning van de gelijkwaardigheid van niet alleen kwalificaties en beroepsbekwaamheden maar ook studietijdvakken, om in een andere lidstaat te kunnen werken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>universele toegang tot internet, om de inclusie en gelijke toegang van burgers tot de digitale omgeving te waarborgen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het beheer van de eigen digitale identiteit, dat verder gaat dan de reeds bestaande bescherming met betrekking tot persoonsgegevens in de digitale omgeving;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de digitale erfenis van de digitale gegevens van een overledene;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de ontwikkeling van AI-systemen die veilig, transparant en traceerbaar zijn en onder toezicht staan van mensen en regelgevende instanties;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>dringt erop aan in het EU-burgerschapsstatuut een horizontale non-discriminatieclausule op te nemen als extra waarborg voor gelijkheid bij de uitoefening van burgerschapsrechten, teneinde non-discriminatie te waarborgen en burgers te beschermen, met name leden van kwetsbare en gemarginaliseerde groepen en personen die in grensoverschrijdende gebieden van de EU wonen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verzoekt de Commissie gerichte bewustmakingscampagnes te organiseren over rechten en burgerplichten die voortvloeien uit het EU-burgerschap en het statuut, onder meer door een EU-pakket in te voeren om informatie te verstrekken over het EU-burgerschap, en meer middelen uit te trekken voor het EU-burgerschap; benadrukt dat burgers met de digitale en technologische revolutie de echte pijlers van onze democratische stelsels zijn geworden en degenen zijn die deze zullen verdedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>neemt kennis van het burgerschapspakket, met name van het verslag over het EU-burgerschap 2023 dat de Commissie op 6 december 2023 heeft gepubliceerd om het EU-burgerschap verder te bevorderen en deze tastbaarder te maken voor EU-burgers; verzoekt de Commissie rekening te houden met de aanbevelingen in dit verslag en de nodige stappen te nemen om ze uit te voeren volgens de procedure in het kader van de Verdragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>dringt er nogmaals op aan een Conventie voor de herziening van de Verdragen bijeen te roepen, zoals bepaald in artikel 48 VEU; is er stellig van overtuigd dat de Conventie zorgvuldig moet nagaan hoe het EU-burgerschap verder kan worden versterkt;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>