<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0026</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Uitvoering van de Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen de EU en Canada (CETA)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0400/2023 - Rapporteur: Javier Moreno Sánchez)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 17 januari 2024 over de uitvoering van de Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen de EU en Canada (CETA) (2023/2001(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds<FOOTNOTE><FIELD> PB L 11 van 14.1.2017, blz. 23.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het gezamenlijk uitleggingsinstrument bij de Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen Canada en de Europese Unie en haar lidstaten<FOOTNOTE><FIELD> PB L 11 van 14.1.2017, blz. 3.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het strategisch partnerschap inzake kritieke grondstoffen tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds, dat werd goedgekeurd en opgestart tijdens de top EU-Canada van 14 en 15 juni 2021,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Ontwerpbesluit nr. X/2023 van het Gemengd Comité voor de CETA inzake de uitlegging van bepaalde termen in artikel 8.10, bijlage 8-A en artikel 8.39,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt van 15 februari 2017 over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting van de Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds<FOOTNOTE><FIELD> PB C 252 van 18.7.2018, blz. 348.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien advies 2/15 van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 16 mei 2017 krachtens artikel 218, lid 11, VWEU over de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore<FOOTNOTE><FIELD> Advies van het Hof van 16 mei 2017 krachtens artikel 218, lid 11, VWEU over de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Singapore, ECLI:EU:C:2017:376.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke verklaringen van de interne adviesgroepen van de EU en van Canada,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 11 oktober 2022 over de uitvoering en handhaving van EU-handelsovereenkomsten (COM(2022)0730),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 22 juni 2022, getiteld “De kracht van handelspartnerschappen: samen voor groene en rechtvaardige groei” (COM(2022)0409),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van het Gemengd Comité voor de CETA van 31 maart 2023 na zijn derde vergadering,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 23 juni 2022 over de toekomst van het internationale investeringsbeleid van de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 32 van 27.1.2023, blz. 96.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbevelingen van het Gemengd Comité voor de CETA van 26 september 2018 inzake handel, klimaatactie en de Overeenkomst van Parijs, inzake handel en gender en inzake kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 maart 2020, getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020-2025” (COM(2020)0152),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verslagen van de verschillende gespecialiseerde comités, het Forum voor het maatschappelijk middenveld en het Forum voor samenwerking op regelgevingsgebied,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het zesde beoordelingsverslag van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC), dat op 20 maart 2023 gepubliceerd is,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de opeenvolgende audits die het directoraat-generaal Gezondheid en Voedselveiligheid van de Commissie in 2014, 2019 en 2022 heeft uitgevoerd inzake de traceerbaarheid en kwaliteit van de bestaande controlesystemen voor de productie van rund- en varkensvlees voor uitvoer naar de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement, alsmede artikel 1, lid 1, punt e), van en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 betreffende de procedure inzake het verlenen van toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A9-0400/2023),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de CETA een van de eerste handelsovereenkomsten was tussen de EU en een andere grote gevestigde OESO-economie, na Zuid-Korea; overwegende dat zij ook de meest ambitieuze en omvattende overeenkomst was die de EU of Canada destijds had gesloten, welke ongekende toegang bood tot overheidsopdrachten op zowel subfederaal als federaal niveau;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de CETA sinds 21 september 2017 voorlopig wordt toegepast, d.w.z. al meer dan zes jaar;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat belangrijke bepalingen, met name met betrekking tot investeringsbescherming, nog steeds niet zijn toegepast, aangezien niet alle lidstaten de overeenkomst hebben geratificeerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat Canada en de EU de laatste hand leggen aan een ontwerpbesluit van het Gemengd Comité voor de CETA inzake de uitlegging van bepaalde termen in artikel 8.10, bijlage 8-A en artikel 8.39, ter verduidelijking van de draagwijdte van het recht om regelgeving vast te stellen in de context van het hoofdstuk investeringsbescherming, en inzake het vergemakkelijken van de toegang van kmo’s tot het stelsel van investeringsgerechten in het kader van de CETA;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de EU in 2022 de op twee na grootste handelspartner van Canada was, na de Verenigde Staten en China, en goed was voor 8,2 % van zijn handel in goederen met de wereld; overwegende dat Canada datzelfde jaar de 14e plaats innam onder de internationale handelspartners van de EU en goed was voor bijna 1,4 % van de totale buitenlandse handel in goederen van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft aangetoond dat handelsovereenkomsten moeten worden gediversifieerd, dat de afhankelijkheid van de invoer uit en uitvoer naar een beperkt aantal handelspartners moet worden verminderd en dat het belangrijk is handelsovereenkomsten te sluiten met gelijkgestemde partners;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de doeltreffende uitvoering en de monitoring van de handelsovereenkomsten van de EU voor het Parlement, de Raad en de Commissie een topprioriteit is om het gemeenschappelijk handelsbeleid van de EU te monitoren, beoordelen en kalibreren; overwegende dat verslag uitbrengen over de uitvoering van de overeenkomst met Canada een tijdige en nuttige bijdrage is aan de reflectie over de werking van de EU-handelsovereenkomsten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het institutionele kader van de CETA nu volledig operationeel is, met 19 gespecialiseerde comités, een forum voor samenwerking op regelgevingsgebied en een forum voor het maatschappelijk middenveld, en dat hun agenda’s en verslagen openbaar zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat Canada het eerste land was waarmee de EU een strategisch partnerschap inzake kritieke grondstoffen heeft opgezet, dat vervolgens is aangevuld met een initiatief voor een groene alliantie, een digitaal partnerschap tussen de EU en Canada en een oceaanpartnerschap;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat Canada actief deelneemt aan de WTO-dialoog over verontreiniging door kunststoffen en ecologisch duurzame handel in kunststoffen en het WTO-comité voor handel en klimaat, maar geen lid is van het initiatief voor de hervorming van de subsidies voor fossiele brandstoffen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat er nu voldoende ervaring, gegevens en statistische informatie voorhanden zijn om de voorlopige uitvoering van de CETA te beoordelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat Canada een wereldleider is in de co-constructie van overheidsbeleid voor de sociale en solidaire economie en overwegende dat de sociale en solidaire economie in sommige provincies, zoals Québec, bijna 10 % van het bruto binnenlands product vertegenwoordigt en goed is voor ongeveer 210 000 banen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Belangrijkste conclusies en aanbevelingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat de CETA berust op een op regels en waarden gebaseerde relatie die een veiliger en stabieler economisch klimaat tussen de handelspartners bevordert, hetgeen met name belangrijk is in de context van toegenomen geopolitieke onzekerheden, en stoelt op de beginselen van duurzame ontwikkeling en eerbiediging van de mensenrechten en arbeids- en milieunormen; is van mening dat een dergelijke voorspelbaarheid positieve gevolgen kan hebben voor economische groei, de uitwisseling van goederen, de verlening van diensten, de deelname aan overheidsopdrachten, het aantrekken van investeringen, het scheppen van hoogwaardige werkgelegenheid, het creëren van meer en beter betaalde banen en het creëren van betere arbeidsomstandigheden en een hogere levensstandaard; merkt evenwel op dat de CETA duurzame ontwikkeling en eerbiediging van de mensenrechten en arbeidsrechten verder moet bevorderen en het klimaat moet beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de handel in goederen tussen de EU en Canada tussen 2016 en 2022 met 66 % is toegenomen, terwijl de handel in diensten tussen de EU en Canada met 46 % is toegenomen, wat beter is dan de handel van de EU met andere derde landen; neemt ter kennis dat de uitvoer van goederen uit de EU naar Canada in de eerste vijf jaar van de voorlopige toepassing met 47 % is toegenomen, waarbij de grootste winst werd geboekt op het vlak van industrieproducten, chemische producten en levensmiddelen en dierlijke producten; merkt op dat de meeste zorgen die vóór de voorlopige toepassing van de overeenkomst zijn geuit over het feit dat Canadese landbouwproducten de EU-markt zouden overspoelen, geen werkelijkheid zijn geworden; stelt vast dat de Canadese uitvoer naar de EU met 46,4 % is gestegen, waarbij de grootste winsten werden opgetekend bij ertsen, edelstenen en metalen, en minerale brandstoffen en aardolie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>legt de nadruk op de aanzienlijke groei van de bilaterale handel in levensmiddelen en landbouwproducten tussen de EU en Canada, waarbij sinds het begin van de voorlopige toepassing van de CETA de uitvoer van agrovoedingsmiddelen uit de EU naar Canada met 62 % en de invoer van dergelijke producten uit Canada naar de EU met 52 % is toegenomen; merkt op dat dit producenten en exporteurs van beide partijen grote voordelen heeft opgeleverd en ook heeft bijgedragen tot het scheppen van banen; is ingenomen met de aanzienlijke toename van het aantal micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in de EU die producten uitvoeren naar Canada, alsook met de aanzienlijke toename van de waarde van hun uitgevoerde producten en merkt op dat de overeenkomst dus in het belang is van deze ondernemingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat er bij de uitvoering van de CETA en voor alle andere handelsovereenkomsten van de EU naar behoren rekening moet worden gehouden met de eerbiediging van duurzame landbouwproductie, wederkerigheid en de handhaving van strenge normen, met name sanitaire, fytosanitaire en veterinaire normen, alsook met passende controles en toezicht op de naleving van deze normen door beide partijen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de handelsstromen tussen de partijen over het algemeen veerkrachtig zijn gebleken tijdens de pandemie en tijdens de moeilijke situatie als gevolg van de Russische aanvalsoorlog in Oekraïne, waarbij de toeleveringsketens aan de druk weerstaan en bijdragen tot een grotere voedselzekerheid; is van mening dat de CETA als een instrument moet dienen om samenwerking en gezamenlijk optreden bij de wederopbouw van Oekraïne te vergemakkelijken zodra de oorlog voorbij is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>onderstreept dat de uitvoer van de EU van cruciaal belang is voor de werkgelegenheid; is ingenomen met het feit dat de CETA heeft bijgedragen tot het scheppen van nieuwe werkgelegenheid, aangezien het aantal banen dat afhankelijk is van de EU-uitvoer naar Canada, is gestegen van 624 000 in 2017 tot meer dan 700 000 in 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is arbeidsmobiliteit in het kader van de CETA te bevorderen, aangezien die bijdraagt tot een adequate overdracht van vaardigheden tussen de EU en Canada en tekorten aan gekwalificeerde arbeidskrachten helpt te voorkomen; is in dit verband verheugd dat in 2022 in het kader van de CETA een eerste overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van kwalificaties succesvol is afgesloten, namelijk voor architecten; is van mening dat de Europese blauwe kaart uitwisselingen tussen twee concurrerende economieën met een hoogopgeleide bevolking verder zou kunnen vergemakkelijken; onderstreept dat uitwisselingsprogramma’s tussen academische instellingen in de EU en Canada op lange termijn verder kunnen bijdragen tot de nodige arbeidsmobiliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat de twee belangrijkste productcategorieën die de EU en Canada naar elkaar uitvoeren bestaan uit machines en vervoermiddelen, die goed zijn voor ongeveer 34 % van de in- en uitvoer, en chemische, farmaceutische en kunststofproducten, die goed zijn voor ongeveer 20 % van de totale in- en uitvoer; wijst er echter op dat de mijn- en winningssector, met name op het vlak van meststoffen, nikkel, uranium en oliezand, in vergelijking met andere handelspartners zeer belangrijk is wat de invoer uit Canada betreft en goed is voor bijna 20 % van de totale invoer van de EU uit Canada; benadrukt dat de toegang tot kritieke grondstoffen van betrouwbare handelspartners, waaronder Canada, een essentieel onderdeel van de EU-strategie voor kritieke grondstoffen is en van cruciaal belang is om een duurzame groene transitie te bewerkstelligen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat samenwerking op het gebied van toegang tot kritieke grondstoffen van essentieel belang is in de huidige geopolitieke situatie, alsook voor de groene en rechtvaardige transitie, en is ingenomen met de ondertekening in juli 2021 van het strategisch partnerschap tussen de EU en Canada inzake kritieke grondstoffen in het kader van de CETA, dat moet helpen om waardeketens voor grondstoffen tussen de EU en Canada te integreren en samenwerking op het gebied van wetenschap, technologie en innovatie te bevorderen; merkt op dat dit een belangrijk onderdeel vormt van de Europese strategie voor economische veiligheid; is ervan overtuigd dat de winning van grondstoffen moet gebeuren met inachtneming van de milieunormen en de arbeids- en mensenrechten, waaronder de rechten van inheemse volkeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is ingenomen met het feit dat Europese en Canadese bedrijven voortdurend en steeds meer gebruikmaken van de preferenties die in het kader van de CETA zijn toegekend, met zowel voor de EU als voor Canada een preferentiegebruik van 60 % in 2022 ten opzichte van respectievelijk 40 % en 52 % in 2018; merkt met belangstelling op dat kleinere bedrijven de preferenties in grotere mate gebruiken dan grote ondernemingen en dat de benuttingsgraad voor de agrovoedingsindustrie aanzienlijk hoger is dan voor de verwerkende industrie; benadrukt dat de lage benuttingsgraad in belangrijke sectoren voor verschillende EU-lidstaten betekent dat zij kostenbesparingen hebben laten liggen en de welvaartswinst als gevolg van de overeenkomst niet ten volle hebben benut; moedigt beide partners aan zich te blijven inspannen om belanghebbenden in beide regio’s meer bewust te maken van de CETA, onder meer via het Access2Markets-platform van de EU; onderstreept dat het belangrijk is via digitale handel, in overeenstemming met de EU-normen, nieuwe kansen voor ondernemingen en consumenten te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt op dat het benuttingspercentage van het tariefcontingent voor de invoer van rundvlees in de EU in 2021 slechts 3 % bedroeg, en dat EU-exporteurs hun marktaandeel in Canada hebben uitgebreid, zodat de EU meer bevroren rundvlees naar Canada uitvoert dan zij uit dat land importeert; merkt evenwel op dat het benuttingspercentage van dit tariefcontingent mettertijd kan veranderen ten gevolge van schommelingen op de andere uitvoermarkten van Canada, in het bijzonder de VS en China;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat Canada volgens het auditverslag van het directoraat-generaal Gezondheid en Voedselveiligheid van de Commissie de aanbevelingen van de audit van het directoraat-generaal inzake de traceerbaarheid en kwaliteit van de bestaande controlesystemen voor de productie van rund- en varkensvlees voor uitvoer naar de Europese Unie nog op bevredigende wijze moet uitvoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is ingenomen met de invoering van een geharmoniseerd EU-uitvoercertificaat voor de uitvoer van vers pluimvee uit gemachtigde lidstaten, dat in 2021 operationeel is geworden; verzoekt de Commissie verdere vooruitgang te boeken op het gebied van soortgelijke certificaten voor verwerkt vlees en schapen- of geitenvlees, en tegelijk meer inspanningen te doen om te zorgen voor sterkere traceringssystemen voor vleesproducten; verzoekt de Commissie om, in het kader van het Comité van beheer en in samenwerking met de Canadese autoriteiten en de lidstaten, vooruitgang te boeken bij de erkenning van de resterende vleeskeuringssystemen, zodat de resterende lidstaten vlees naar Canada kunnen uitvoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>stelt met spijt vast dat het beginsel van regionalisering niet algemeen wordt toegepast in de CETA en dat de EU uitsluitend als één gebied wordt beschouwd wat betreft de veeteelt, maar niet wat betreft de sector groenten en fruit, wat betekent dat elke lidstaat afzonderlijk moet onderhandelen en overeenstemming moet bereiken over de exportvereisten voor elk product; dringt erop aan dat deze tekortkoming zo snel mogelijk wordt verholpen in het kader van het Gemengd Comité van beheer EU-Canada;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt de Commissie de voortdurende samenwerking met de Canadese autoriteiten te faciliteren teneinde in het kader van de CETA meer aandacht te besteden aan waarborgen voor normen op het vlak van dierenwelzijn en na te gaan of in de toekomst spiegelclausules op dit gebied kunnen worden vastgesteld om de gelijkwaardigheid van dierenwelzijnsnormen en hierdoor een gelijk speelveld voor dierlijke producten uit de EU en geïmporteerde dierlijke producten te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>wijst erop dat het handelsbeleid van de EU, en in het bijzonder de CETA, aanzienlijke economische gevolgen heeft voor de ultraperifere gebieden, en benadrukt daarom dat de belangen van deze gebieden moeten worden beschermd bij toekomstige onderhandelingen of bij een mogelijke herziening van de overeenkomst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is van mening dat een deel van de douanerechten en tariefcontingenten voor EU-producten moet worden toegewezen aan marktdeelnemers die in de ultraperifere gebieden zijn geregistreerd, gezien hun economische situatie; benadrukt dat een gedifferentieerde behandeling van marktdeelnemers in deze gebieden van essentieel belang is om het concurrentievermogen van bedrijven en de eerlijke verdeling van douanerechten en tariefcontingenten tussen marktspelers te waarborgen, door te voorkomen dat deze voordelen slechts een klein aantal marktdeelnemers toekomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>neemt kennis van het feit dat de benuttingsgraad van het tariefcontingent voor de uitvoer van kaas uit de EU gemiddeld 98 % bedraagt; dringt niettemin aan op een transparanter en flexibeler Canadees systeem voor het beheer van tariefcontingenten voor zuivelproducten, en met name de kaasquota, en verzoekt de Canadese autoriteiten met klem zo spoedig mogelijk werk te maken van een eventuele herziening van het systeem;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>benadrukt dat de regeling voor geografische aanduidingen moet worden erkend als een essentieel onderdeel van de overeenkomst; onderstreept dat de bescherming van geografische aanduidingen doeltreffender moet worden gehandhaafd voor houders van EU-rechten in Canada om vertrouwen in de correcte werking van de overeenkomst te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>neemt kennis van het feit dat in de eerste zes jaar van de voorlopige toepassing van de CETA de uitvoer van de EU naar Canada en de invoer van de EU uit Canada in de dienstensector met respectievelijk 54 % en 74 % zijn toegenomen, waarbij de grootste winst werd opgetekend op het gebied van vervoersdiensten, zakelijke diensten en informatie-, computer- en telecommunicatiediensten, met name ten gunste van kleinere EU-lidstaten waar diensten een belangrijke rol spelen in de economische structuur van het land;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is ingenomen met de concrete inspanningen om de toegang tot overheidsopdrachten te vergemakkelijken, waaronder het centrale toegangspunt in Canada; is van mening dat, hoewel nu veel meer EU-bedrijven met succes deelnemen aan Canadese aanbestedingen, zoals voor het regionale passagiersvervoer per spoor in Ontario of bruggen in Montreal, leveranciers in de EU nog meer gebruik zouden kunnen maken van de geboden mogelijkheden, met name wat betreft infrastructuurprojecten en aanbestedingen voor provinciale en gemeentelijke contracten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt de partijen alle juridische en administratieve ondersteuning en instrumenten beschikbaar te stellen die kmo’s nodig hebben voor handel en investeringen in het kader van de CETA, teneinde een toename van de uitwisselingen te bevorderen en hun deelname te vergroten zodat zij de vruchten van de CETA kunnen plukken, onder meer door middel van actieve maatregelen om de internationalisering van kmo’s in de hand te werken, de procedures te vereenvoudigen en technische handelsbelemmeringen aan te pakken die onevenredige gevolgen hebben voor kmo’s; is in dit verband ingenomen met de aanbeveling over kmo’s die het Gemengd Comité in 2018 heeft aangenomen, en met de daaropvolgende actieplannen, met inbegrip van concrete acties zoals de lancering van het Access2Markets-platform in oktober 2020, dat kmo’s ondersteunt met praktische informatie over handelsovereenkomsten en handelsbelemmeringen; verwacht dat de ex-postevaluatie gegevens zal opleveren over de ontwikkeling van het aandeel van de handel tussen de EU en Canada dat kmo’s voor hun rekening nemen; verzoekt de partijen om de mogelijkheid te overwegen een volwaardig hoofdstuk over kmo’s op te nemen, zoals in de overeenkomsten met Nieuw-Zeeland en Chili;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt het Gemengd Comité om, gelet op het belang van de sector van de sociale en solidaire economie in Canada en het actieplan voor de sociale economie dat de Commissie op 9 december 2021 heeft aangenomen<FOOTNOTE><FIELD> Mededeling van de Commissie van 9 december 2021, getiteld “Bouwen aan een economie die werkt voor de mensen: een actieplan voor de sociale economie” (COM(2021)0778).</FIELD></FOOTNOTE>, vast te stellen welke concrete maatregelen zouden kunnen worden ingevoerd om meer samenwerking tussen de sociale en solidaire actoren aan beide zijden van de Atlantische Oceaan te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>moedigt beide partijen aan hun voorlichtingsactiviteiten voort te zetten, met bijzondere aandacht voor kmo’s en voor de actoren van de sociale en solidaire economie, om door middel van gerichte informatiecampagnes meer bekendheid te geven aan de mogelijkheden die de CETA te bieden heeft, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de voordelen van de overeenkomst gelijkelijk worden verdeeld tussen mannen en vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is verheugd dat het Gemengd Comité voor de CETA al in 2018 een aanbeveling inzake handel en gender heeft goedgekeurd, die een toezegging bevat om methoden en procedures uit te wisselen voor het verzamelen van naar geslacht uitgesplitste gegevens, het gebruik van indicatoren, monitoring- en evaluatiemethoden en de analyse van gendergebaseerde statistieken met betrekking tot handel; onderstreept dat de handel iedereen ten goede moet komen, en met name de economische positie van vrouwen moet versterken; spoort het Gemengd Comité voor de CETA er ten sterkste toe aan de effecten van de overeenkomst op gender te blijven monitoren; is van mening dat de werkzaamheden in het kader van het gezamenlijk goedgekeurde actieplan als voorbeeld kunnen dienen voor andere handelsovereenkomsten, ook al bevat de overeenkomst zelf geen specifieke hoofdstukken over handel en gender; herinnert aan de resolutie van het Parlement over het genderactieplan III<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2022 over het EU-genderactieplan III (PB C 347 van 9.9.2022, blz. 150).</FIELD></FOOTNOTE> en moedigt de Commissie aan gemakkelijker toegankelijke, naar geslacht uitgesplitste gegevens over het gebruik van de overeenkomst te publiceren, in het bijzonder in verband met de hoofdstukken inzake overheidsopdrachten en handel en arbeid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de Commissie te verhinderen dat het voorzorgsbeginsel, dat als grondbeginsel van de Europese Unie in de Verdragen is verankerd en de bescherming van de Europese boeren en burgers waarborgt, wordt afgezwakt; benadrukt hoe belangrijk het is het voorzorgsbeginsel met betrekking tot alle aspecten van de handel te bevorderen, de toepassing ervan te verzekeren en tegelijk ongerechtvaardigde handelsbelemmeringen te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>onderstreept dat de CETA een kader biedt dat zowel handel als klimaatactie bevordert doordat de overeenkomst toezeggingen bevat om samen te werken op het gebied van handelsgerelateerde milieukwesties van gemeenschappelijk belang, zoals klimaatverandering, getuige de aanbeveling inzake handel, klimaatactie en de Overeenkomst van Parijs, met name middels de bevordering van schone technologieën; onderstreept het belang van in Canada gevestigde mondiale energieproductie om de transitie naar schone energie te versnellen door energie te produceren op basis van hernieuwbare bronnen; is ingenomen met de groei van de handel in milieugoederen met 27 % sinds het begin van de voorlopige toepassing; merkt echter op dat Canada elementen van Europese wetgevings- en niet-wetgevingsinitiatieven met betrekking tot de Europese Green Deal als technische handelsbelemmeringen heeft beschouwd; verzoekt de partijen op zoek te gaan naar synergieën bij de uitvoering van het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (CBAM) en andere initiatieven in de EU en samen de werkzaamheden te ondersteunen om gezamenlijke of vergelijkbare koolstofemissiemethoden te ontwikkelen op internationaal niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is ingenomen met de lancering van het digitale partnerschap tussen de EU en Canada als belangrijke factor om de groene en de digitale transitie mogelijk te maken; verzoekt beide partijen om hun samenwerking in het kader van de uitvoering van de CETA te versterken wat kwesties van strategisch wederzijds belang betreft, zoals artificiële intelligentie, cyberbeveiliging en de strijd tegen desinformatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is ingenomen met de actieve betrokkenheid bij en de monitoring van de uitvoering van de CETA door de interne adviesgroepen en het Forum voor het maatschappelijk middenveld, dat honderden vertegenwoordigers uit de hele EU en Canada bijeenbrengt, waaronder bedrijven, milieu- en arbeidsorganisaties, het maatschappelijk middenveld, de academische wereld en vertegenwoordigers van inheemse volkeren uit Canada, en actief bijdraagt aan de werkzaamheden van met name het Comité voor handel en duurzame ontwikkeling door middel van hun gezamenlijke verklaringen; dringt er bij de Commissie en de Raad inzake handel en duurzame ontwikkeling op aan om gevolg te geven aan hun voorstellen; benadrukt dat het mandaat van de interne adviesgroepen ook erin moet bestaan de duurzaamheidseffecten van de gehele overeenkomst te bekijken; onderstreept hoe waardevol het kan zijn in hun werkzaamheden overwegingen over de gevolgen van het hoofdstuk over investeringsbescherming voor duurzaamheid en mensenrechten op te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>roept beide partijen op te zorgen voor een betere integratie van consumenten en kleinschalige landbouwers in de interne adviesgroepen in het kader van de vernieuwing van deze groepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>dringt aan op de concrete uitvoering van de specifieke toezeggingen in verband met de bepalingen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling, die integraal deel uitmaken van de CETA en van essentieel belang zijn voor de verwezenlijking van de gestelde doelen, met inbegrip van de vroegtijdige evaluatie op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling die is toegezegd in het gezamenlijk uitleggingsinstrument maar nog op zich laat wachten; neemt kennis van het feit dat de Commissie in 2024 samen met onafhankelijke deskundigen een ex-postevaluatie van de CETA zal uitvoeren, met inbegrip van het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling, wat de gelegenheid zal bieden dit hoofdstuk te toetsen aan de nieuwe aanpak van de Commissie van juni 2022 en te overwegen rekening te houden met concrete voorstellen die Canada in 2020 heeft gedaan om sommige bepalingen van dit hoofdstuk een meer bindende draagwijdte te geven; wijst erop dat het Gemengd Comité een bindend besluit kan nemen tot vaststelling van stappenplannen voor de uitvoering om de samenwerking te versterken op gebieden waarvoor in de ex-postevaluatie tekortkomingen worden vastgesteld, en verwacht dat het dit ook daadwerkelijk doet; is van mening dat inspanningen met het oog op een betere uitvoering van het hoofdstuk over handel en duurzame ontwikkeling of de evaluatie daarvan moeten worden voorafgegaan door een zinvolle raadpleging van alle belanghebbenden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>merkt op dat het Verenigd Koninkrijk na de voorlopige toepassing van de CETA uit de Europese Unie is gestapt; merkt op dat het Verenigd Koninkrijk en Canada een reeks bilaterale handelsregelingen hebben getroffen om daar rekening mee te houden, ook met betrekking tot het gebruik en de cumulatie van tariefcontingenten; merkt op dat sommige van deze regelingen na 2024 komen te vervallen, wat geringe verstoringen van gevestigde toeleveringsketens met zich mee kan brengen; verzoekt de Commissie na te gaan of het mogelijk is nieuwe regelingen te treffen wanneer die verstoringen negatieve gevolgen kunnen hebben voor marktdeelnemers uit de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verzoekt de partijen de CETA, zodra deze is geratificeerd, aan de hand van de evaluatieclausule te herzien om een geschikt en doeltreffend geschillenbeslechtingsmechanisme voor handel en duurzame ontwikkeling in te voeren en tevens te overwegen, naast verschillende andere handhavingsmethoden, als afschrikkende maatregel sancties op te leggen die in laatste instantie kunnen worden gebruikt in geval van ernstige schendingen; benadrukt dat het wil overwegen de lopende samenwerking op het gebied van handel en gender bij deze herziening te institutionaliseren; wijst erop dat bij deze herziening moet worden overwogen specifieke krachtige bepalingen inzake de rechten van inheemse volkeren in te voeren, waaronder Verdrag nr. 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie en de Verklaring van de Verenigde Naties inzake de rechten van inheemse volkeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>dringt er bij België, Bulgarije, Cyprus, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Polen en Slovenië op aan de CETA spoedig te ratificeren, aangezien dit ook van essentieel belang zal zijn om de overeenkomst te actualiseren, en benadrukt nogmaals dat het belangrijk is de CETA volledig toe te passen, met inbegrip van de bepalingen inzake investeringsbescherming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regering en het parlement van Canada.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>