<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0036</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Transparantie en verantwoordingsplicht van niet-gouvernementele organisaties die gefinancierd worden uit de EU-begroting</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0446/2023 - Rapporteur: Markus Pieper)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 17 januari 2024 over de transparantie en verantwoordingsplicht van niet-gouvernementele organisaties die gefinancierd worden uit de EU-begroting (2023/2122(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, met name de artikelen 2, 3, 5 en artikel 11, lid 2, en Protocol (nr. 2),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, met name artikel 322, lid 1, punt a), en artikel 325, lid 4,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE> (het “Financieel Reglement”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 16 mei 2022 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (COM(2022)0223),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van zijn Begrotingscommissie en de Commissie begrotingscontrole van 4 mei 2023 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013<FOOTNOTE><FIELD>PB L 435 van 6.12.2021, blz. 187.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid<FOOTNOTE><FIELD>PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 3 december 2020 betreffende het actieplan voor Europese democratie (COM(2020)0790),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 35/2018 van de Europese Rekenkamer (ERK) van 18 december 2018 getiteld “Transparantie van door ngo’s uitgevoerde EU-middelen: meer inspanningen nodig”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie getiteld “Financiering van niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) met middelen van de EU-begroting”, die op 25 november 2010 is gepubliceerd door zijn directoraat-generaal Intern Beleid<FOOTNOTE><FIELD>Studie – “Financing of Non-governmental Organisations (NGO) from the EU Budget”, Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling D – Begrotingszaken, 25 november 2010.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie getiteld “Democratische verantwoordingsplicht en begrotingscontrole van niet-gouvernementele organisaties die gefinancierd worden met middelen van de EU-begroting”, die op 24 januari 2017 is gepubliceerd door zijn directoraat-generaal Intern Beleid<FOOTNOTE><FIELD>Studie – “Democratic accountability and Budgetary Control of non-governmental organisations funded by the EU Budget”, Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling D – Begrotingszaken, 24 januari 2017.</FIELD></FOOTNOTE>, en de actualisering daarvan van 21 januari 2019,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie getiteld “Transparantie en verantwoordingsplicht van EU-financiering voor ngo’s die actief zijn op EU-beleidsterreinen binnen het grondgebied van de EU”, die op 28 september 2023 is gepubliceerd door zijn directoraat-generaal Intern Beleid<FOOTNOTE><FIELD>Studie – “Transparency and accountability of EU funding for NGOs active in EU policy areas within EU territory”, Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling D – Begrotingszaken, 28 september 2023.</FIELD></FOOTNOTE> (“studie transparantie en verantwoordingsplicht”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de operationele richtsnoeren van de Commissie voor ontvangers van EU-financiering over het gebruik van het EU-logo in het kader van EU-programma’s 2021-2027, die in maart 2021 zijn gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 februari 2022 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende een statuut voor Europese grensoverschrijdende verenigingen en organisaties zonder winstoogmerk<FOOTNOTE><FIELD> PB C 342 van 6.9.2022, blz. 225.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 mei 2023 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2021, afdeling III – Commissie en uitvoerende agentschappen<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0137.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 mei 2023 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2021, afdeling I – Europees Parlement<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0138.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 juli 2023 over aanbevelingen voor de hervorming van de regels van het Europees Parlement inzake transparantie, integriteit, verantwoordingsplicht en corruptiebestrijding<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0292.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Kwijting 2021: Algemene begroting van de EU – Commissie en uitvoerende agentschappen<FOOTNOTE><FIELD> Europees Parlement, “Kwijting 2021: Algemene begroting van de EU - Commissie en uitvoerende agentschappen”, 10 mei 2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de adviezen van de Commissie buitenlandse zaken en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0446/2023),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de EU mechanismen voor transparantie en verantwoordingsplicht heeft ontwikkeld om ervoor te zorgen dat begunstigden van EU-financiering, zoals niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), deze middelen doeltreffend, efficiënt en in overeenstemming met de waarden, het beleid en de financiële regels van de EU gebruiken, zoals onder meer vastgelegd in het Financieel Reglement, waarin transparantie als één van haar leidende begrotingsbeginselen wordt genoemd en is bepaald dat de Commissie tijdig en op passende wijze informatie over EU-financiering openbaar moet maken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de EU een van de grootste financiers van maatschappelijke organisaties is<FOOTNOTE><FIELD> Gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 25 maart 2020, getiteld “Het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024” (JOIN(2020)0005).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat maatschappelijke organisaties variëren van kleinschalige gemeenschapsactiviteiten tot ngo’s; overwegende dat het bij ngo’s die EU-financiering ontvangen gaat om een brede waaier aan structuren, werkwijzen, financieringsbronnen en aandachtsgebieden, waardoor er heel uiteenlopende projecten met EU-middelen worden gefinancierd; overwegende dat de EU-instellingen en de lidstaten krachtens de Verdragen verplicht zijn om een open, transparante en regelmatige dialoog te voeren met representatieve organisaties en het maatschappelijk middenveld; overwegende dat de EU en haar lidstaten toereikende financiering moeten verstrekken voor programma’s ter bescherming en bevordering van de in de EU-Verdragen verankerde rechten en waarden; overwegende dat ngo’s en maatschappelijke organisaties een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van deze programma’s; overwegende dat overheidsinstanties in sommige gevallen taken uitbesteden aan ngo’s en maatschappelijke organisaties; overwegende dat de Commissie de EU-middelen beheert via direct, indirect of gedeeld beheer; overwegende dat in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel de regels inzake monitoring en rapportage door de Commissie gelden voor financiering die rechtstreeks aan begunstigden, waaronder ngo’s, is toegekend;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het systeem voor financiële transparantie (FTS) van de Commissie de belangrijkste bron van openbaar beschikbare gegevens is die kan worden gebruikt voor een grootschalige analyse van subsidies en contracten onder direct beheer van de Commissie; overwegende dat er een duidelijk onderscheid moet worden gemaakt tussen publieke transparantie en transparantie omwille van legitieme begrotingscontrole gezien de gevoelige werkterreinen en problematiek waarmee ngo’s zich bezighouden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat uit een analyse van FTS-gegevens blijkt dat in 2022 ten minste 2,6 miljard EUR aan financiële toezeggingen van de EU onder direct beheer aan ngo’s is toegekend, voor alle EU-programma’s en -fondsen, met uitzondering van de programma’s op het gebied van onderwijs en onderzoek;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de EU-voorschriften en -controles inzake transparantie en verantwoordingsplicht van toepassing moeten zijn op alle belangenvertegenwoordigers die EU-financiering ontvangen; overwegende dat 3 377 entiteiten<FOOTNOTE><FIELD> Bron: EU-transparantieregister, gegevens per 22 september 2023.</FIELD></FOOTNOTE> in het EU-transparantieregister geregistreerd zijn onder de categorie “ngo’s, platforms en netwerken en dergelijke”; overwegende dat de voorschriften en controles inhoudelijk moeten overeenkomen met de in het transparantieregister vastgestelde categorisering, om rekening te houden met alle juridische vormen van entiteiten en niet alleen ngo’s; overwegende dat de voorschriften en controles van de EU niet alleen aan het transparantieregister moeten worden gekoppeld aangezien sommige entiteiten die EU-middelen ontvangen, wellicht liever niet in dit register worden opgenomen om hun voortbestaan niet in gevaar te brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de EU-voorschriften en -controles inzake transparantie en verantwoordingsplicht van toepassing moeten zijn op alle begunstigden van EU-financiering, waaronder ngo’s, die verplicht zijn accurate en transparante financiële overzichten bij te houden over het gebruik van EU-financiering en de herkomst van de financieringsbronnen die zij voor hun werking gebruiken, aangezien zij aan hun leden, donoren, partners en begunstigden verantwoording moeten afleggen over hun activiteiten, hun bronnen van financiering waaronder EU-middelen, en de besluiten die zij namens hun belanghebbenden nemen; overwegende dat de lidstaten de rechtsgrond voor ngo’s bepalen en dat de status van ngo’s op nationaal niveau wordt geregistreerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het gebruik van EU-middelen steeds vaker in strijd is met de regels, beginselen en waarden van de EU; overwegende dat individuen en dekmantelorganisaties, meestal onder invloed van het buitenland, financiële EU-steun aanvragen, ongeacht het bedrag, om op die manier een respectabel imago te krijgen, maar de EU-financiering in werkelijkheid gebruiken voor activiteiten die de grondbeginselen en waarden van de EU en onze gehechtheid aan de democratie ondermijnen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Commissie de verantwoordelijkheid heeft om de uitvoering van de EU-begroting te waarborgen en toe te zien op de eerbiediging van de regelgeving en waarden van de EU; overwegende dat in dit verband alle controles vooraf en achteraf moeten waarborgen dat alleen ngo’s en entiteiten die zich aan de regels, beginselen en waarden van de EU houden, EU-middelen ontvangen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat in de kwijting 2021 voor de algemene begroting van de EU en de Commissie grote bezorgdheid wordt geuit over de financiering van projecten die worden uitgevoerd door of waarbij ngo’s betrokken zijn die banden hebben met radicale religieuze en politieke organisaties; verzoekt de Commissie te waarborgen dat EU-middelen alleen worden toegekend aan organisaties die alle EU-waarden strikt eerbiedigen, en dringt er bij de Commissie op aan mechanismen op te zetten om vooraf duidelijk in kaart te brengen welke ngo’s die actief zijn op het grondgebied van de Unie en daarbuiten, aantoonbare banden hebben met religieuze fundamentalistische netwerken en belangen bevorderen die de waarden van de Unie ondermijnen<FOOTNOTE><FIELD> Europees Parlement, “Kwijting 2021: Algemene begroting van de EU - Commissie en uitvoerende agentschappen”, 10 mei 2023.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat voor alle ngo’s die EU-financiering ontvangen dezelfde strenge normen inzake verantwoordingsplicht en dezelfde regels inzake transparantie moeten gelden, ongeacht of zij binnen of buiten de Europese Unie actief zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat enkele overwegingen die hierna worden uiteengezet, gedeeltelijk gebaseerd zijn op de bevindingen van de studie over transparantie en verantwoordingsplicht waarin verdere tekortkomingen ter sprake komen die betrekking hebben op de transparantie van de informatie over het gebruik van EU-middelen door de Commissie, de lidstaten en de begunstigden, waaronder ngo’s;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemene opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is ingenomen met de cruciale rol die ngo’s spelen bij de vertegenwoordiging van het maatschappelijk middenveld en bij de bevordering en verdediging van de rechten en waarden die zijn verankerd in de Verdragen en de grondrechten uit hoofde van het Handvest van de grondrechten van de EU (EU-Handvest); benadrukt dat alleen ngo’s die in hun activiteiten deze rechten en waarden eerbiedigen, in aanmerking mogen komen voor EU-financiering; verzoekt alle belanghebbenden met klem om op het gebied van EU-financiering steeds meer belang te hechten aan de beginselen en waarden van de EU en meer aandacht te hebben voor de diversiteit onder ngo’s wat betreft hun omvang, financiering en personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>wijst met name op de rol van begunstigden, waaronder ngo’s, bij de uitvoering van de EU-begroting en de verplichting om zich bij deze taak strikt te houden aan de financiële regels en beginselen van de EU om de financiële belangen van de EU te beschermen; herinnert eraan dat ngo’s die actief zijn op het grondgebied van de EU, zich moeten houden aan de nationale wetgeving die van toepassing is in elke lidstaat waarop hun activiteit betrekking heeft, alsook aan de EU-wetgeving en het internationaal recht; herhaalt dat de transparantie en verantwoordingsplicht van de EU van essentieel belang zijn om een gunstig en eerlijk Europees systeem te versterken dat gebaseerd is op democratie, fundamentele vrijheden, inclusie en diversiteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>Onderstreept dat ngo’s zowel afhankelijk zijn van openbare financiële steun als van particuliere donaties en dat deze vormen van steun elkaar niet uitsluiten; herinnert eraan hoe belangrijk het is voor het voortbestaan en de werking van ngo’s dat zij ook andere financiering dan EU- of overheidsmiddelen op nationaal of lokaal niveau kunnen aantrekken, verwerven en gebruiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>onderstreept dat maatschappelijke organisaties enorm veel respect en dank verdienen voor het werk dat zij iedere dag doen; erkent het dagelijkse werk van maatschappelijke organisaties over heel Europa en in de rest van de wereld en herhaalt dat deze ngo’s zoveel mogelijk waardering en steun verdienen; benadrukt hoe belangrijk het is deze organisaties te ondersteunen op het vlak van financiering en andere behoeften;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>prijst de cruciale rol die ngo’s in de EU en in andere landen vervullen bij het verdedigen van de rechtsstaat en de democratische waarden, het bestrijden van corruptie en het bevorderen van de mensenrechten en de democratie; herhaalt dat in landen met autoritaire of ondemocratische regimes ngo’s vaak optreden als de laatste verdedigingslinie van de democratie die autoritaire regimes wereldwijd het zwijgen proberen op te leggen, onder meer door wetten aan te nemen en discriminerende verplichtingen op te leggen, en dat deze ngo’s dus behoefte hebben aan ondersteuning en bescherming; verzoekt de Commissie zich in dat verband te beraden op vrijwaringsclausules en -mechanismen; benadrukt dat het belangrijk is om te zorgen voor voldoende en transparante EU-financiering voor ngo’s en entiteiten die op deze gebieden actief zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>uit zijn waardering voor de activiteiten van ngo’s in conflictgebieden die ervoor zorgen dat de humanitaire hulp de burgers en hulpbehoevenden snel en doeltreffend bereikt; erkent de belangrijke rol van ngo’s omdat zij ervoor zorgen dat de EU, als grootste verstrekker van ontwikkelingshulp ter wereld, blijft bijdragen tot de bevordering van stabiliteit, de bestrijding van armoede en de ontwikkeling op wereldvlak;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>wijst erop dat bij wetgevingsprocessen in de praktijk mogelijk geen rekening wordt gehouden met de stem van lokale, regionale en nationale ngo’s; is van mening dat kleine ngo’s vaak moeilijkheden ondervinden om toegang te krijgen tot EU-financiering als gevolg van administratieve rompslomp; verzoekt de Commissie de procedures verder te vereenvoudigen en te stroomlijnen, zodat kleinere ngo’s ook op lokaal niveau EU-financiering kunnen aanvragen en ontvangen; benadrukt dat de prioriteiten en behoeften van kleinere ngo’s vaak worden genegeerd of minder aandacht krijgen, ondanks het feit dat zij vaak het best op de hoogte zijn van de situatie en bergen kunnen verzetten; benadrukt dat het werk van kleine organisaties zeer bewonderenswaardig is en dat zij een betere toegang tot EU-financiering moet krijgen, aangezien zij in belangrijke mate bijdragen tot de diversiteit en verscheidenheid in Europa en de rest van de wereld; erkent dat ngo’s in Europa zeer belangrijke ondersteuning bieden ter aanvulling op overheidsdiensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>blijft uitermate bezorgd over het feit dat ngo’s in sommige lidstaten worden bedreigd en onrechtmatig worden aangevallen, onder meer door wetten voor te stellen en aan te nemen die ngo’s discriminerende verplichtingen opleggen zodat hun activiteiten worden ingeperkt of verboden, en door middel van online en offline intimidatie en pesterijen van hun personeel, negatieve publiciteit en lastercampagnes, mondelinge bedreigingen alsook juridische en fysieke aanvallen; benadrukt dat sommige ngo’s bovendien te kampen hebben met buitensporige administratieve controles of audits, politiek gemotiveerde bezuinigingen en bijzonder strikte juridische voorschriften met betrekking tot hun oprichting en registratie; houdt vol dat ngo’s moeten worden beschermd en voldoende financiering en ondersteuning moeten krijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>is ervan overtuigd dat transparantie en verantwoordingsplicht ook van vitaal belang zijn voor ngo’s en andere organisaties met of zonder winstoogmerk om hun waardevolle werk voor het voetlicht te brengen, erkenning te krijgen, en hun geloofwaardigheid op te bouwen; is van mening dat er bijzondere bepalingen moeten gelden voor ngo’s die handelen in volledige overeenstemming met de waarden en financiële regels van de EU en met volledige inachtneming van het EU-Handvest, hoewel zij actief zijn in een omgeving waar de democratie onder druk staat; is van mening dat de Europese burgers de garantie moeten hebben dat de EU precies weet hoe alle EU-middelen worden ingezet; vreest dan ook dat er ondanks de bestaande transparantievoorschriften een tekort is aan informatie, gegevens en controles met betrekking tot wie of wat EU-financiering ontvangt; herinnert eraan dat transparantie- en verantwoordingsvoorschriften altijd in overeenstemming moeten zijn met het internationaal recht en de mensenrechtenwetgeving, met name wat betreft de uitoefening van burgerlijke vrijheden, beperkt moeten blijven tot wat strikt noodzakelijk is en in verhouding moeten staan tot de specifieke nagestreefde doelstellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>wijst er nogmaals op dat transparantie en verantwoordingsplicht niet mogen worden gebruikt om de ruimte voor onafhankelijke maatschappelijke organisaties in te perken of kritische stemmen het zwijgen op te leggen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>onderstreept hoe belangrijk het is erop toe te zien dat de verplichtingen inzake transparantie en verantwoordingsplicht van de EU de eindbegunstigden van EU-financiering niet in gevaar brengen; is van mening dat in voldoende gemotiveerde gevallen, de voorschriften inzake publieke transparantie bij wijze van uitzondering op een passende manier moeten worden toegepast, met name voor ngo’s die actief zijn in landen met autoritaire regimes of met erkende kwesties in verband met de rechtsstaat die negatieve gevolgen hebben voor ngo’s, en met een beperkte ruimte voor het maatschappelijk middenveld, waar de publieke verspreiding van informatie over de identiteit of de werkzaamheden van die ngo’s kan leiden tot represailles, waardoor het voortbestaan van die ngo’s en de veiligheid van hun personeel in gevaar komt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is van oordeel dat bepaalde corruptiezaken die bij de burgers grote ontevredenheid hebben veroorzaakt, zoals Qatargate, hadden kunnen worden voorkomen indien de bestaande transparantievoorschriften en verplichtingen voor de betrokken entiteiten, waaronder ngo’s, om hun financieringsbronnen en interne structuren openbaar te maken, consistent waren gehandhaafd; merkt op dat de betrokken entiteiten in sommige gevallen hebben geprofiteerd van EU-financiering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>veroordeelt het toenemende gebruik van EU-financiering in strijd met de beginselen en waarden van de EU, vooral wanneer het gebruik van de middelen en de overdrachten naar andere organisaties niet volledig traceerbaar zijn; waarschuwt voor het gevaar dat EU-middelen uiteindelijk binnen corrupte kringen kunnen worden gebruikt en dat dit aanleiding kan geven tot fraude, onregelmatigheden, buitenlandse inmenging of infiltraties in politieke partijen; benadrukt het belang van het beginsel van transparantie met betrekking tot de eindbegunstigde voor EU-financiering;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ngo’s en entiteiten in het kader van de begrotingscontrole</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>wijst nogmaals op het fundamentele belang van het publiek vertrouwen in en de steun voor ngo’s; stelt vast dat de termen die worden gebruikt om deze organisaties te beschrijven zowel door de rechterlijke instanties als door het publiek niet altijd op dezelfde manier worden geïnterpreteerd in de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat de term ngo een brede overkoepelende term is, die een waaier aan entiteiten omvat: van grote internationale organisaties tot kleine regionale of plaatselijke initiatieven, van organisaties die voornamelijk bestaan uit werknemers tot verenigingen die in de eerste plaats door vrijwilligers worden gerund; benadrukt dat de terreinen waarop de ngo’s actief zijn en hun werkwijze ook aanzienlijk kunnen verschillen; beseft dat deze diversiteit het moeilijker maakt om te komen tot een gemeenschappelijke definitie van ngo’s binnen de EU; beklemtoont niettemin de voordelen van een geharmoniseerde EU-brede benadering, onder meer door middel van een geharmoniseerde definitie, en de toegevoegde waarde hiervan, zoals meer transparantie, verantwoordingsplicht, voorspelbaarheid en publiek vertrouwen; moedigt de medewetgevers daarom aan om een akkoord te bereiken over een geharmoniseerde benadering van ngo’s en betrokken entiteiten op EU-niveau, wat de Europese procedures voor begrotingscontrole aanzienlijk zou vergemakkelijken, vooral in geval van grensoverschrijdende verenigingen; wijst erop dat het van fundamenteel belang is transparantie en verantwoordingsplicht te waarborgen met betrekking tot alle entiteiten die EU-financiering ontvangen; wijst op de voordelen van een geharmoniseerde benadering van de manier waarop deze entiteiten zich verhouden tot de EU en haar organen in verschillende contexten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>neemt kennis van het voorstel van de Commissie om een gemeenschappelijke definitie van ngo’s op te nemen in het voorstel van 2022 voor een herschikking van het Financieel Reglement; herinnert eraan dat het Parlement in zijn mandaat heeft verzocht om een duidelijkere definitie van een ngo, vooral wat betreft de mate van formeel bestaan en de transparantie en verantwoordingsplicht van haar leden of oprichters; moedigt de Commissie aan een grondige raadpleging te houden over de definitie van een ngo en om hierbij ambtenaren van de lidstaten en vertegenwoordigers van ngo’s te betrekken en ook rekening te houden met de methode die is gevolgd om te komen tot de definitie van “kleine en middelgrote onderneming (kmo)”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is van mening dat een ngo niet voor honderd procent door de overheid en de Commissie hoeft te worden gefinancierd om als ngo te worden beschouwd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>stelt vast dat de Commissie in het FTS geen duidelijk onderscheid maakt tussen de termen ngo en non-profitorganisatie (NFPO); betreurt dat dit aanleiding geeft tot onzekerheid bij de toewijzing en monitoring van EU-financiering en een vertekend beeld kan geven van de omvang van de financiering voor ngo’s en entiteiten; merkt op dat op de pagina met veelgestelde vragen van het FTS een definitie wordt gegeven van ngo’s waarin de non-profitstatus centraal staat en moet worden gevalideerd; betreurt dat dit onduidelijke onderscheid te wijten is aan het gebrek aan een geharmoniseerde EU-benadering van ngo’s en aan het feit dat entiteiten zich tot nu toe zelf in het FTS in een categorie moesten indelen, alleen op basis van regels die van lidstaat tot lidstaat kunnen verschillen; dringt er verder op aan dat er in het FTS wordt gezorgd voor een degelijke indeling van de verschillende soorten ngo’s of non-profitorganisaties om situaties te vermijden waarin er weinig of geen onderscheid wordt gemaakt tussen bepaalde soorten organisaties en waarin universiteiten, onderzoeksinstellingen, vrijwilligersorganisaties en andere ngo’s in de FTS-databank over één kam worden geschoren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Naar meer EU-transparantie en verantwoordingsplicht voor EU-middelen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is van oordeel dat fraude, belangenconflicten, dubbele financiering, corruptie, witwaspraktijken en verduistering te allen tijde moeten worden voorkomen en aangepakt en dat dit geldt voor alle begunstigden, ongeacht hun aard en wettelijke status; is bezorgd over het feit dat de kwijtingsautoriteit over onvoldoende gegevens beschikt met betrekking tot dergelijke gevallen; herinnert eraan dat de financiële regels van de EU van toepassing zijn op alle aanvragers en begunstigden van EU-financiering, met inbegrip van ngo’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>beklemtoont dat het systeem voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting (EDES) een belangrijk instrument is om de financiële belangen van de EU te beschermen, omdat het zorgt voor bescherming op meerdere niveaus door middel van de vroegtijdige opsporing van risicovolle personen of entiteiten die een bedreiging vormen voor de financiële belangen van de EU; is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een herschikking van het Financieel Reglement, waarin het EDES wordt uitgebreid naar middelen onder gedeeld beheer en nieuwe gronden voor uitsluiting worden toegevoegd<FOOTNOTE><FIELD> Artikel 139, lid 1, punt i) en artikel 139, lid 1, punten c) en vi) van het voorstel van de Commissie van 16 mei 2022 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (COM(2022)0223).</FIELD></FOOTNOTE>; verzoekt de Commissie het EDES volledig gebruiksklaar te maken zodat begunstigden, met inbegrip van ngo’s, op basis van het Financieel Reglement effectief de verdere toegang tot EU-middelen kan ontzegd worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>vindt het zorgwekkend dat de transparantievoorschriften onvoldoende kunnen zijn, met name wanneer middelen meermaals worden overgedragen en ook worden gebruikt om gezamenlijke projecten met andere donoren te financieren; acht het problematisch dat het FTS alleen informatie verstrekt over subsidies die rechtstreeks door de Commissie onder direct beheer zijn toegekend, maar geen details over de middelen die indirect zijn ontvangen door begunstigden en partners die een juridische relatie met de Commissie hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>benadrukt dat niet alle lidstaten hetzelfde niveau van informatie verstrekken over subsidies en dat de bestaande EU-databank tekortschiet op het vlak van consistentie en coherentie; verzoekt de Commissie de transparantie en verantwoordingsplicht in gevallen van gedeeld en indirect beheer te versterken door toe te zien op de hertoewijzing van financiering en het gebruik van de middelen te controleren totdat deze terechtkomen bij de eindontvangers, in overeenstemming met het voorstel voor een herschikking van het Financieel Reglement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt de Commissie de mechanismen voor controles vooraf evenredig te versterken, met inbegrip van passende steekproefsgewijze controles; is van mening dat er ernstige tekortkomingen zijn bij de controles achteraf van het gebruik van EU-middelen en verzoekt de Commissie met klem om in samenwerking met de lidstaten een diepgaande analyse uit te voeren met duidelijke voorstellen om de kwaliteit, het aantal en de frequentie van deze controles te versterken, met ondersteuning van een goed ingewerkte, gecentraliseerde taskforce voor begrotingscontrole binnen de Commissie voor alle belangenvertegenwoordigers, die over een duidelijk mandaat, onderzoekscapaciteiten en middelen beschikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>is zich dan ook bewust van het belang van transparantie voor alle aspecten van door de EU gefinancierde activiteiten om een verantwoordelijk en verantwoord gebruik van middelen te waarborgen; erkent de bezorgdheid over mogelijke buitenlandse inmenging in de beleidsvorming van de EU en dat het bestaande systeem actoren niet volledig kan beletten om begunstigden op te richten, financieel te ondersteunen en/of te infiltreren, met inbegrip van ngo’s, om valse berichtgeving te bevorderen onder meer via desinformatie, zoals naar verluidt bij Qatargate het geval was; is van mening dat deze bezorgdheid er niet toe mag leiden dat alle ngo’s worden gestigmatiseerd, aangezien de meeste ngo’s de democratische beginselen en waarden van de EU eerbiedigen en bevorderen; onderstreept dat de EU-begroting niet mag worden gebruikt voor lobbyactiviteiten die gericht zijn tegen de democratische beginselen en waarden van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt de Commissie alle begunstigden, waaronder ngo’s, die EU-middelen ontvangen, te verplichten om gegevens openbaar te maken over alle financiële steun die zij van andere bronnen krijgen in het kader van projecten die door de EU worden medegefinancierd gedurende een periode van vijf jaar, met inachtneming van het vertrouwelijkheidsbeginsel, vooral in voldoende gemotiveerde gevallen waarin begunstigden, waaronder ngo’s, het risico lopen op ernstige bedreigingen of represailles; beklemtoont dat de financiering van ngo’s in landen buiten de EU een legitieme financieringsbron kan zijn, maar benadrukt dat dergelijke financieringsmogelijkheden de deur openzetten voor misbruik en ongepaste beïnvloeding door actoren uit derde landen als er geen duidelijke transparantieregels worden gehandhaafd in overeenstemming met het vertrouwelijkheidsbeginsel; verzoekt de EU-instellingen de toepassing van hun transparantienormen te verbeteren, ook met betrekking tot de verplichte melding van lobbyactiviteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>spoort de lidstaten aan om nationale wetten inzake lobby- en transparantieregisters op te stellen, met de verplichting om ook de donoren en financieringsbronnen openbaar te maken, alsook internationale donoren, en met gelijke transparantievoorschriften voor alle belangenvertegenwoordigers, ongeacht hun aard en wettelijke status;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>herinnert eraan dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de registratie, controle en melding van gevallen van opsporing van fraude, misbruik van middelen of witwaspraktijken, veroordelingen of lopende onderzoeken; is van oordeel dat het in eerste instantie aan de nationale autoriteiten is – aangezien zij meer betrokken zijn bij de lokale situatie – om organisaties die handelen in strijd met de regels en waarden van de EU, te controleren en te monitoren, met als doel de inspanningen op te voeren om fraude of misbruik van middelen te voorkomen, op te sporen en aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>verzoekt de nationale autoriteiten om hun systemen voor transparantie en verantwoordingsplicht te verbeteren teneinde alle organisaties of entiteiten die handelen in strijd met de EU-regels en -waarden, op te sporen en wettelijke en administratieve maatregelen te treffen die actie op EU-niveau vereenvoudigen en de Commissie in staat stellen de betrokken entiteiten gemakkelijker en sneller op te nemen in haar systemen; dringt er bij de Commissie op aan alle belangenvertegenwoordigers die de EU-regels en -waarden schenden, op te nemen in het EDES en bijgevolg uit te sluiten van EU‑financiering, in overeenstemming met het Financieel Reglement dat van toepassing is op de EU-begroting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is van mening dat de lidstaten geen beoordelingsmarge meer mogen krijgen om ngo’s aan verstikkende voorschriften en verplichtingen te onderwerpen; herinnert eraan dat de Commissie een inbreukprocedure heeft ingeleid tegen Hongarije toen het land in 2017 een wettelijk verbod op buitenlandse inmenging instelde en dat het Europees Hof van Justitie in zijn arrest van 18 juni 2020<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van 18 juni 2020, <STRING ITALIC="on">Commissie</STRING>/<STRING ITALIC="on">Hongarije</STRING>, zaak C‑78/18, ECLI:EU:C:2020:476.</FIELD></FOOTNOTE> in de zaak <STRING ITALIC="on">Commissie</STRING>/<STRING ITALIC="on">Hongarije</STRING>, oordeelde dat het recht op vrijheid van vereniging en daarmee het EU-recht wordt geschonden indien systematische verplichtingen voor maatschappelijke organisaties het werk en de werking bemoeilijken van de organisaties die van deze maatschappelijke organisaties afhangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>betreurt dat de gegevens in het FTS worden gepubliceerd met een vertraging van 6 tot 18 maanden en dat dit gevolgen heeft voor de transparantie; verzoekt de Commissie informatie over de toekenning van EU-subsidies aan ngo’s en entiteiten niet later dan zes maanden na de datum van toekenning openbaar te maken, net als informatie over financiering die afkomstig is van andere bronnen, met inachtneming van het vertrouwelijkheidsbeginsel in voldoende gemotiveerde gevallen waarin begunstigden, waaronder ngo’s, het risico lopen op ernstige bedreigingen; verzoekt de Commissie instrumenten voor de validering van gegevens te ontwikkelen en te integreren, zodat het FTS-valideringsproces automatisch, continu en sneller verloopt, en minder middelen vereist;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>betreurt het feit dat de IT-systemen van de Commissie niet gebruiksvriendelijk zijn en verschillende conventies gebruiken om begunstigden van projecten en subsidies te identificeren waardoor de gegevens niet consistent zijn en het moeilijk is informatie uit verschillende publiek toegankelijke portalen en databanken van de Commissie te vergelijken; beveelt de Commissie aan geharmoniseerde regels vast te stellen en de lay-out en functionaliteiten van programmaspecifieke databanken te standaardiseren met inachtneming van de uiteenlopende omgevingen waarin en werkterreinen waarop ngo’s actief zijn en zonder de ngo’s op te zadelen met onnodige extra lasten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de Commissie alle entiteiten op een unieke manier te identificeren bijvoorbeeld aan de hand van een unieke identificatiecode voor deelnemers en een identificatiesleutel voor projecten die gemeenschappelijk worden gebruikt in alle portalen en databanken, en ook op de websites van begunstigden, met inachtneming van het vertrouwelijkheidsbeginsel met name in voldoende gemotiveerde gevallen waarin begunstigden, waaronder ngo’s, het risico lopen op ernstige bedreigingen of represailles, waardoor publiek toegankelijke informatie afkomstig van verschillende systemen en websites beter kan worden vergeleken; verzoekt de Commissie alle begunstigden, waaronder ngo’s, een code te verstrekken die het mogelijk maakt om rechtstreeks financieringsgegevens met betrekking tot een periode van vijf jaar uit het FTS op te vragen en die ook links bevat naar de betrokken projecten in de programmadatabanken van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>stelt vast dat de inhoud en het niveau van de informatie op de websites van projecten zeer inconsistent is, ook wat betreft de verdeling van de ontvangen financiering onder de partners en over de koppeling met relevante databanken van de Commissie; roept op tot een proactievere benadering van publieke transparantie en een nauwere samenwerking met de begrotingsautoriteiten van de EU, die verder gaat dan de huidige minimumvoorschriften voor de toekenning van EU-subsidies; verzoekt de Commissie het systeem te versterken waarbij alle aanvragers van EU-financiering, met inbegrip van ngo’s, zich ertoe verbinden het EU-Handvest te eerbiedigen; dringt erop aan dat de informatie over subsidies van de EU en andere bronnen op een duidelijkere en consistentere manier wordt vermeld van op de websites van door de EU gefinancierde projecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>dringt erop aan de uiteindelijke eigenaren van bedrijven op te nemen in centrale registers in de EU-landen die toegankelijk zijn voor mensen met een rechtmatig belang, zoals onderzoeksjournalisten, bezorgde burgers en ngo’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>stelt vast dat de uitrol van het eGrants-systeem als een gemeenschappelijk instrument voor het beheer van subsidies en de registratie van aanvragers bij alle diensten van de Commissie de kwaliteit en volledigheid van de FTS-gegevens weliswaar ten goede is gekomen, maar dat er nog verdere inspanningen nodig zijn om de betrouwbaarheid van deze gegevens te verbeteren; is bezorgd over het feit dat de bestaande transparantieportalen en -systemen van de Commissie nog altijd niet volledig consistent zijn; verzoekt de Commissie nogmaals meer vaart te zetten achter het stroomlijnen van de databanken om te komen tot een gebruiksvriendelijker FTS dat gekoppeld is aan het transparantieregister en compatibel is met de databanken van specifieke programma’s; benadrukt dat het ook saldobetalingen moet bevatten, zodat begunstigden, waaronder ngo’s, per categorie kunnen worden geïdentificeerd, onder meer aan de hand van de definitie van een ngo en betrokken entiteiten in overeenstemming met het Financieel Reglement; verzoekt de Commissie tegen eind 2024 een voorstel te presenteren voor aanvullende administratieve maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>stelt vast dat het hoofdkantoor van de non-profitorganisatie zich soms in een ander land bevindt dan waar de begunstigde zijn activiteiten verricht; dringt er bij de non-profitorganisaties op aan passende maatregelen te treffen om verantwoording af te leggen voor middelen en diensten die op plaatsen buiten hun eigen rechtsgebied worden ingezet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verwelkomt het voorstel van de Commissie om, op basis van artikel 36 van het Financieel Reglement, een gecentraliseerd interoperabel IT-systeem voor datamining en de toekenning van risicoscores op te zetten, om de interne controle van de uitvoering van de begroting doeltreffender te maken; onderstreept dat dit systeem niet alleen de gegevens van ontvangers moet bevatten, maar ook de gegevens van uiteindelijk begunstigden in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2015/849<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (PB L 141 van 5.6.2015, blz. 73).</FIELD></FOOTNOTE>; vindt dat dit systeem risico-indicatoren moet bevatten op basis van gegevens van het EDES onder alle beheersvormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>betreurt dat begunstigden, waaronder ngo’s, mogelijk te maken krijgen met onevenredig zware administratieve lasten door de rapportageverplichtingen en boekhoudpraktijken op zowel nationaal als EU-niveau; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de rapportageverplichtingen op het niveau van de EU en de lidstaten consistent zijn, om gemakkelijker te kunnen controleren of de verplichtingen worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>benadrukt het belang van transparantie en de identificatie van de eindontvanger van EU-middelen; verzoekt de Commissie een geharmoniseerd monitoringsysteem te ontwikkelen om de administratieve rompslomp te verminderen, de efficiëntie te verbeteren en de eindbegunstigden te identificeren; beveelt aan dat de Commissie de EU-middelen op systematische, gestandaardiseerde en geharmoniseerde wijze traceert tot aan de eindbegunstigden op alle informatie- en transparantieplatforms op EU-niveau; dringt bovendien aan op een versterking van de dialoog tussen de Commissie en de begunstigden van EU-financiering, waaronder ngo’s, over de manieren waarop buitensporige lasten kunnen worden verlicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>vreest dat de bepalingen inzake zichtbaarheid van EU-programma’s niet volledig worden geëerbiedigd; verzoekt de Commissie haar diensten opdracht te geven om overeenkomsten te beëindigen met of betalingen te verminderen aan begunstigden die zich niet aan hun contractuele verplichtingen inzake zichtbaarheid houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verzoekt de Commissie om erop toe te zien dat al haar programmamedewerkers en alle EU-agentschappen opleiding krijgen over het Financieel Reglement en de EU-begroting; spoort de Commissie aan om alle begunstigden van EU-financiering, waaronder ngo’s, opleiding te bieden over de rapportage- en financiële regels, en de kwijtingsautoriteit naar behoren te informeren over deze opleidingen met betrekking tot de inhoud, de deelnemers en de eraan verbonden kosten; roept de Commissie op om de aanvraag- en selectieprocedures voor subsidies te vereenvoudigen, de aanpak te harmoniseren, het proces transparant te maken, de administratieve lasten te verlichten en deze regels van tijd tot tijd te herzien op basis van de veranderende omstandigheden en de geleerde lessen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>stelt vast dat volgens de bevindingen van de Europese Rekenkamer (ERK) van 2018 de Commissie bij getrapte subsidiëring niet naar behoren kan nagaan hoe de EU-middelen worden gebruikt; pleit ervoor dat de verstrekte bedragen aan ngo’s als derde partij in het kader van de doorgifte van subsidies duidelijk herkenbaar moeten zijn in het FTS en in de jaarlijkse financiële en verantwoordingsverslagen van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>roept alle EU-instellingen op om ervoor te zorgen dat de huidige bepalingen van het EU-transparantieregister veel strenger worden toegepast en dat de naleving ervan strikter wordt gehandhaafd en gemonitord; dringt erop aan meer middelen toe te wijzen aan het secretariaat van het transparantieregister zodat het meer steun kan bieden aan alle aanvragers en inschrijvers, met name kleine entiteiten en ngo’s, tijdens de hele inschrijvingsprocedure, en de door hen verstrekte informatie grondiger kan controleren; verzoekt in het bijzonder dat in alle secretariaten van commissies en relevante administratieve eenheden een transparantiefunctionaris wordt aangesteld; herinnert eraan dat in de richtsnoeren betreffende het transparantieregister is bepaald dat alle wijzigingen in de verstrekte gegevens moeten worden doorgegeven zodra deze zich voordoen en in ieder geval binnen drie maanden; is van oordeel dat ook alle wijzigingen in de samenstelling van de raden van bestuur of het management van geregistreerde entiteiten in het transparantieregister moeten worden opgenomen; ijvert ervoor dat de transparantiedatabank alleen toegankelijk is voor specifiek daartoe gemachtigde personen en op aanvraag bij de begrotingsautoriteit, om te voorkomen dat door de verspreiding van informatie iemands leven of persoonlijke veiligheid of het voortbestaan van een ngo in gevaar komt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>betreurt dat er in het transparantieregister verschillende openbaarmakingsvereisten voor uiteenlopende soorten organisaties naast elkaar bestaan; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat er gelijke openbaarmakingsvereisten gelden voor alle soorten organisaties die zijn geregistreerd in het transparantieregister; is met name van oordeel dat zij allemaal hun inkomen en alle aan lobbyactiviteiten bestede bedragen openbaar moeten maken<FOOTNOTE><FIELD> Zie: de studie inzake transparantie en verantwoordingsplicht, aanbeveling 24.3.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>herinnert aan de aanbevelingen die het Parlement deed in zijn resolutie over de kwijting voor 2021<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0138, paragraaf 74.</FIELD></FOOTNOTE>, waarin het aandringt op een herziening van het EU-transparantieregister en de bijbehorende richtsnoeren, om de openbaarmaking van gedetailleerde informatie over alle financieringsbronnen van geregistreerde organisaties verplicht te maken, met inbegrip van aandelen in bedrijven, alsook om het mogelijk te maken de EU-financiering te traceren van de eerste ontvanger tot de eindbegunstigde wanneer financiering in meerdere stappen wordt doorgegeven, en ook wanneer financiering van de ene begunstigde op de andere wordt overgedragen, met inbegrip van ngo’s, met inachtneming van het vertrouwelijkheidsbeginsel in gevallen waarin ngo’s het risico lopen op ernstige bedreigingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>verzoekt alle ngo’s en entiteiten die zich inzetten voor volledige transparantie en verantwoordingsplicht, het EU-Handvest en de bevordering van democratische en EU-waarden, om een aanvraag in te dienen voor inschrijving in het transparantieregister wanneer zij EU-financiering aanvragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>dringt aan op een strikte handhaving van de regels inzake toegang tot het Parlement en inzake uitnodigingen voor het bijwonen van parlementaire commissies, waarbij geldt dat elke organisatie in het transparantieregister moet worden geregistreerd door de nieuwe transparantiefunctionaris die bij elk commissiesecretariaat zal worden aangesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>vindt dat alle begunstigden die EU-financiering ontvangen, waaronder ngo’s, online alle ontmoetingen met EP-leden, medewerkers van EP-leden en vertegenwoordigers van andere EU-instellingen of -organen moeten publiceren indien dergelijke ontmoetingen verband houden met lopende wetgevingsdossiers op EU-niveau of met EU-financiering die dergelijke begunstigden ontvangen of aanvragen, in overeenstemming met vergelijkbare verplichtingen voor EP-leden; verzoekt de desbetreffende EU-instellingen en -organen de noodzakelijke instrumenten voor de publicatie van dergelijke ontmoetingen ter beschikking te stellen, waarbij gerechtvaardigde uitzonderingen zijn toegestaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>beschouwt de vaststelling van een ngo-verordening als een discriminerende maatregel die gericht is op ngo’s, maar alle andere ontvangers van EU-financiering buiten beschouwing laat; is van mening dat onderwerpen als draaideurpolitiek, transparantie met betrekking tot financiering en donaties, de bestrijding van witwaspraktijken, de beperking van buitenlandse inmenging, de onafhankelijkheid van politieke en economische beïnvloeding en klokkenluiden, van belang zijn voor alle entiteiten die EU-financiering ontvangen en niet mogen worden aangegrepen om de bewegingsruimte van ngo’s in te perken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>herhaalt zijn oproep uit de resolutie over het verlenen van kwijting aan de Commissie voor 2021<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0137.</FIELD></FOOTNOTE> om ervoor te zorgen dat alle begunstigden van EU-financiering, met inbegrip van ngo’s, die EU-middelen hebben misbruikt of verduisterd, of activiteiten hebben verricht die in strijd zijn met de in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het EU-Handvest verankerde EU-waarden, met inbegrip van het aanzetten tot terrorisme, haatzaaiende uitlatingen, het ondersteunen of verheerlijken van geweld, politiek en religieus extremisme en het verspreiden van desinformatie vermomd als opzettelijk vervalste wetenschappelijke gegevens, in het EDES worden opgenomen en de toegang wordt ontzegd tot de EU-instellingen en financieringsprogramma’s van de EU in direct en gedeeld beheer; verzoekt de Commissie en de lidstaten om de toepassing en publicatie van een verbeterde uitsluitingslijst te handhaven, zoals aanbevolen door het Parlement en in overeenstemming met het akkoord over het Financieel Reglement; verwacht dat de Commissie begin 2025 verslag uitbrengt over de uitvoering van deze aanbeveling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>verzoekt de Commissie en de Rekenkamer de bevindingen, conclusies en resultaten van de risicogebaseerde controles ter plaatse van begunstigden, waaronder ngo’s, systematisch voor te leggen aan het Parlement als kwijtingsautoriteit; pleit voor meer samenwerking met het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Rekenkamer; verzoekt de Commissie met name de toegang voor OLAF te verbeteren, zodat het bureau informatie over het financieel wangedrag van individuele begunstigden kan verkrijgen, deze kan onderzoeken en passende sancties kan opleggen (zoals de opschorting van betaling via het EDES-systeem) in geval van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden met betrekking tot EU-middelen, in overeenstemming met de toepasselijke verordeningen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>wijst erop dat ngo’s aan hetzelfde niveau van controle en onderzoeken worden onderworpen als andere ontvangers van EU-middelen waarbij aandacht wordt besteed aan de hele uitgavenzijde, binnen de respectieve mandaten van OLAF en het Europees Openbaar Ministerie;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Europese Rekenkamer.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>