<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0040</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0416/2023 - Rapporteur: Tilly Metz)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 18 januari 2024 over de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1924/2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen (2023/2081(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 168 en 169 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1924/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 404 van 30.12.2006, blz. 9.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden<FOOTNOTE><FIELD> PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlĳn 2002/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 10 juni 2002 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten inzake voedingssupplementen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 183 van 12.7.2002, blz. 51.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 404 van 30.12.2006, blz. 26.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 609/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake voor zuigelingen en peuters bedoelde levensmiddelen, voeding voor medisch gebruik en de dagelijkse voeding volledig vervangende producten voor gewichtsbeheersing, en tot intrekking van Richtlijn 92/52/EEG van de Raad, Richtlijnen 96/8/EG, 1999/21/EG, 2006/125/EG en 2006/141/EG van de Commissie, Richtlijn 2009/39/EG van het Europees Parlement en de Raad en de Verordeningen (EG) nr. 41/2009 en (EG) nr. 953/2009 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 181 van 29.6.2013, blz. 35.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>	gezien Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/522 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van een actieprogramma voor de Unie op het gebied van gezondheid (“EU4Health-programma”) voor de periode 2021-2027, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 282/2014<FOOTNOTE><FIELD> PB L 107 van 26.3.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 20 oktober 2021 over een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem<FOOTNOTE><FIELD> PB C 184 van 5.5.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “Een ‘van boer tot bord’-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem” (COM(2020)0381),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van de Commissiediensten van 20 mei 2020 getiteld “Executive summary of the evaluation of the Regulation (EG) nr. 1924/2006 on nutrition and health claims made on foods with regard to nutrient profiles and health claims made on plants and their preparations and of the general regulatory framework for their use in foods” (SWD(2020)0096),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>	gezien het wetenschappelijk advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) van 15 december 2021 getiteld “Tolerable upper intake level for dietary sugars”<FOOTNOTE><FIELD> Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, “Tolerable upper intake level for dietary sugars”, <STRING ITALIC="on">EFSA Journal</STRING>, Volume 20, Issue 2, Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, 15 december 2021.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de beleidsnota van de WHO van 2022 over voedingswaarde-etikettering<FOOTNOTE><FIELD> World Health Organization, <STRING ITALIC="on">Nutrition labelling: policy brief</STRING>, World Health Organization, Genève, 2022.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de publicatie van de WHO van 2019 getiteld “Leidende beginselen en de kaderhandleiding voor etikettering op de voorkant van de verpakking ter bevordering van gezonde voeding”<FOOTNOTE><FIELD> World Health Organization, <STRING ITALIC="on">Guiding principles and framework manual for front-of-pack labelling for promoting healthy diets</STRING>, World Health Organization, Genève, 2019.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de derde duurzameontwikkelingsdoelstelling (SDG) van de VN voor gezondheid en welzijn voor iedereen op elke leeftijd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Unicef-verslag van december 2013 getiteld “Children’s Rights in Impact Assessments: A guide for integrating children’s rights into impact assessments and taking action for children”<FOOTNOTE><FIELD> Unicef, “<STRING ITALIC="on">Children’s Rights in Impact Assessments: A guide for integrating children’s rights into impact assessments and taking action for children</STRING>”, Unicef, Genève, december 2013.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement, alsmede artikel 1, lid 1, punt e), van en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 betreffende de procedure inzake het verlenen van toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A9-0416/2023),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>	overwegende dat Verordening (EG) nr. 1924/2006 (de “verordening voedings- en gezondheidsclaims”) erop gericht is het hoogst mogelijk niveau van consumentenbescherming te waarborgen en de consument meer keuzemogelijkheden te bieden; verder overwegende dat de verordening voedings- en gezondheidsclaims van toepassing is op vrijwillige voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen in alle commerciële mededelingen, waaronder de etikettering van levensmiddelen en in de daarvoor gemaakte reclame, alsook in mededelingen aan gezondheidsprofessionals<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 14 juli 2016, <STRING ITALIC="on">Verband Sozialer Wettbewerb eV</STRING>/<STRING ITALIC="on">Innova Vital GmbH,</STRING> C­19/15, ECLI:EU:C:2016:563.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de Commissie gezondheidsclaims goedkeurt die stoelen op wetenschappelijk bewijs en begrijpelijk zijn voor consumenten, na een wetenschappelijke beoordeling van de claims door de EFSA;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat claims kunnen worden ingediend in de volgende categorieën: “algemeen werkende gezondheidsclaims”, “claims inzake risicobeperking”, en “claims die over de ontwikkeling van kinderen gaan”; overwegende dat per juli 2023 aan 269 gezondheidsclaims goedkeuring was verleend voor gebruik in de EU; overwegende dat aan claims die betrekking hebben op de ontwikkeling en de gezondheid van kinderen op het etiket van levensmiddelen goedkeuring kan worden verleend overeenkomstig de procedures en vereisten van de verordening voedings- en gezondheidsclaims;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat ten minste 18 % van alle nieuwe producten die in de EU op de markt voor levensmiddelen en dranken worden gebracht van voedings- of gezondheidsclaims voorzien zijn, en dat voor naar schatting een kwart van alle levensmiddelen die op de markt van de EU beschikbaar zijn dergelijke claims gemaakt worden<FOOTNOTE><FIELD> European Commission, <STRING ITALIC="on">Final Report Summary – CLYMBOL (Role of health-related claims and symbols in consumer behaviour)</STRING>, 8 maart 2017.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat, zoals wordt uitgelegd in overweging 10 van de verordening voedings- en gezondheidsclaims, wanneer levensmiddelen met claims worden aangeprezen, bij de consument de indruk kan ontstaan dat zij in nutritioneel, fysiologisch of een ander met de gezondheid verband houdend opzicht beter zijn dan soortgelijke of andere producten waar dergelijke nutriënten niet aan toegevoegd zijn. Dit kan de consument ertoe brengen keuzes te maken die zijn totale inname van nutriënten of andere stoffen beïnvloeden op een wijze die strijdig is met de wetenschappelijke adviezen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de Commissie overeenkomstig artikel 13, lid 3, van de verordening voedings- en gezondheidsclaims uiterlijk op 31 januari 2010 een communautaire lijst van toegestane claims moest opstellen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de aanwezigheid van voedings- of gezondheidsclaims van invloed is op de keuze van consumenten voor levensmiddelen, naast andere kenmerken zoals de prijs, het merk, de kleur en de verpakking; overwegende dat gezondheidsclaims, en met name claims inzake risicobeperking, zwaarder wegen bij het gedrag van consumenten dan voedingsclaims<FOOTNOTE><FIELD> Pichierri, M. et al., “The interplay between health claim type and individual regulatory focus in determining consumers’ intentions toward extra-virgin olive oil”, <STRING ITALIC="on">Food Research International</STRING>, Volume 136, Article 109467, Elsevier, oktober 2020.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat het begrip van consumenten van voedings- en gezondheidsclaims beïnvloed wordt door meerdere factoren, waaronder voedingskennis en opleidingsniveau, en dat hiermee rekening moet worden gehouden teneinde de overgang naar gezondere voeding te vergemakkelijken en de wijziging van de samenstelling van voedselproducten te stimuleren; overwegende dat informatieverstrekking en voorlichtings- en bewustmakingscampagnes alleen echter onvoldoende zijn om de vereiste verandering in de richting van duurzamere en gezondere keuzes van de consument tot stand te brengen, aangezien deze kunnen worden beïnvloed door andere belangrijke elementen van voedselomgevingen, zoals betaalbaarheid, marketing en beschikbaarheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Commissie in de verordening voedings- en gezondheidsclaims de opgedragen wordt om uiterlijk op 19 januari 2009 voedingsprofielen voor levensmiddelen en/of categorieën levensmiddelen op te stellen; overwegende dat dit in de praktijk nog niet is gebeurd: overwegende dat in het verslag van de Commissie van 2020 houdende een beoordeling van de verordening voedings- en gezondheidsclaims eens te meer werd aangegeven dat voedingsprofielen moeten worden vastgesteld als instrument om consumenten te beschermen tegen de blootstelling aan levensmiddelen met een zwakke nutritionele samenstelling die van gezondheidsclaims voorzien zijn; overwegende dat in de “van boer tot bord”-strategie werd bevestigd dat voedingsprofielen moeten worden vastgesteld om de marketing en bevordering van ongezonde levensmiddelen middels voedings- en gezondheidsclaims te beperken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het Parlement zich in zijn resolutie van 2021 over de “van boer tot bord”-strategie expliciet verheugd toonde over de aankondiging van een wetgevingsvoorstel inzake de vaststelling van voedingsprofielen om het gebruik van voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen met een hoog gehalte aan vetten, suiker en/of zout of in het algemeen ongezonde levensmiddelen te verbieden, en ertoe opriep bijzondere aandacht te besteden aan levensmiddelen voor kinderen en andere voeding voor speciale doeleinden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat consumenten nog altijd blootgesteld worden aan positieve voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen met een hoog gehalte aan vetten, suiker en/of zout, hetgeen niet te rijmen valt met de doelstelling van een hoog niveau van consumentenbescherming;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het aantal mensen met gewichtsproblemen en obesitas in de meeste lidstaten snel toeneemt (meer dan de helft van alle volwassenen en één op de drie kinderen in Europa lijdt aan overgewicht of is obese<FOOTNOTE><FIELD> World Health Organization, <STRING ITALIC="on">WHO European Regional Obesity Report 2022</STRING>, World Health Organization, Genève, 2022.</FIELD></FOOTNOTE>); overwegende dat overgewicht en obesitas bij kinderen steeds grotere mondiale uitdagingen op het gebied van volksgezondheid vormen; overwegende dat er voldoende bewijs is dat obesitas bij kinderen wordt beïnvloed door de marketing van voedingsmiddelen met een hoog gehalte aan vet, zout en suiker, maar dat kinderen nog steeds worden blootgesteld aan hoge niveaus van dergelijke marketing, waarbij krachtige en overtuigende technieken worden gebruikt, onder meer (en steeds vaker) via digitale middelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat ongezonde eetgewoonten, met veel zout, suiker en vet, waaronder verzadigde en transvetten, een belangrijke risicofactor zijn voor ziekten en sterfte in Europa, en volgens de WHO elk jaar tot 8 miljoen premature sterfgevallen leiden; overwegende dat 20 % van de sterfgevallen in 2017 toe te schrijven was aan ongezonde eetgewoonten, voornamelijk door hart- en vaatziekten en verschillende vormen van kanker; overwegende dat er een sterkere focus op preventie nodig is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 16 februari 2022 over versterking van Europa in de strijd tegen kanker – naar een alomvattende en gecoördineerde strategie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 342 van 6.9.2022, blz. 109.</FIELD></FOOTNOTE> de nadruk heeft gelegd op het belang van een gezond eetpatroon voor kankerpreventie en het omlaag brengen van de incidentie van kanker;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de EFSA geen “veilige innamegrens” voor vrije en toegevoegde suikers kon vaststellen omdat het risico op nadelige gezondheidseffecten (responsen) over het hele scala van waargenomen innameniveaus (doses) constant (lineair) steeg, d.w.z. hoe hoger de inname, hoe groter het risico op nadelige effecten<FOOTNOTE><FIELD> European Food Safety Authority, <STRING ITALIC="on">EFSA explains draft scientific opinion on a tolerable upper intake level for dietary sugars</STRING>, European Food Safety Authority, 2021.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat het Internationaal Agentschap voor kankeronderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie de zoetstof aspartaam als “mogelijk kankerverwekkend voor de mens” heeft geclassificeerd; overwegende dat een systematisch onderzoek van de WHO suggereert dat niet-suikerhoudende zoetstoffen in verband kunnen worden gebracht met een verhoogd risico op diabetes type 2, hart- en vaatziekten, sterfte door alle oorzaken en een verhoogd lichaamsgewicht; overwegende dat een gezonder dieet, inclusief een grotere consumptie van plantaardige voedingsmiddelen, zoals vers fruit en verse groenten, volkorengranen en peulvruchten, en de vermijding van de overconsumptie van vlees en sterk bewerkte producten, bijdragen tot een betere gezondheid, de sterfte door dieetgerelateerde niet-overdraagbare ziekten reduceren, en goed zijn voor het milieu;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat doeltreffende voorlichtingstools, zoals voedingswaarde-etikettering op de voorkant van de verpakking, burgers helpen bij het maken van gezondere voedselkeuzes en het voorkomen van ongezonde consumptie van voedsel met veel zout, vet en suiker; overwegende dat het Parlement de invoering van een dergelijk etiket steunde in zijn initiatiefresolutie van 20 oktober 2021 over de “van boer tot bord”-strategie, waarin het de Commissie verzocht te zorgen voor verplichte en geharmoniseerde voedingswaarde-etikettering op de voorkant van de verpakking op basis van wetenschappelijk bewijs en aangetoonde consumentenkennis ter ondersteuning van nauwkeurige informatie over levensmiddelen en gezondere alternatieven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de Commissie in 2012 een “on hold”-lijst heeft opgesteld van 2 078 gezondheidsclaims voor plantaardige stoffen, voornamelijk vanwege het ontbreken van studies met menselijke interventie, hetgeen leidde tot de opschorting van de beoordelings- en goedkeuringsprocedure van de EFSA in 2010; overwegende dat de claims op de “on hold”-lijst (zowel de claims met een negatieve beoordeling als de claims die nog niet beoordeeld zijn) overeenkomstig de overgangsmaatregelen als bedoeld in de verordening voedings- en gezondheidsclaims op de markt van de EU nog mogen worden gebruikt tot het moment dat een besluit over de “on hold”-lijst is genomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat de Commissie in 2020 in haar evaluatie over de verordening inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen heeft geconcludeerd dat consumenten nog steeds worden blootgesteld aan gezondheidsclaims voor kruidensubstanties met verschillende niveaus van wetenschappelijke beoordeling, waaronder ongefundeerde gezondheidsclaims, waarvan zij kunnen aannemen dat de vermelde gunstige effecten aan een wetenschappelijke beoordeling zijn onderworpen terwijl dit niet het geval is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat een betere coördinatie van het veiligheidskader voor kruidensubstanties tot een verbetering van de consumentenbescherming zou kunnen bijdragen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de wetgeving inzake kruidensubstanties in levensmiddelen en voedingssupplementen op EU-niveau niet geharmoniseerd is; overwegende dat de lidstaten hetzij positieve, hetzij negatieve of helemaal geen lijsten hebben van kruidensubstanties die toegestaan zijn in levensmiddelen; overwegende dat de classificering van kruidensubstanties als ofwel levensmiddel ofwel geneesmiddel tot de bevoegdheden van de afzonderlijke lidstaten behoort; overwegende dat een geneesmiddel tot doel heeft ziekten bij de mens te behandelen of te voorkomen en dat voedingssupplementen bestemd zijn voor consumenten die geen onmiddellijke medische noden hebben; overwegende dat het derhalve belangrijk is een duidelijk onderscheid te handhaven tussen levensmiddelen en geneesmiddelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat kruidengeneesmiddelen vóór de introductie op de markt van de EU aan goedkeuringsprocedures moeten worden onderworpen, en dat in dat kader moet worden aangetoond dat ze aan productveiligheids- en werkzaamheidseisen voldoen alsook aan aanvullende wettelijke vereisten, zoals kwaliteitsbeoordelingen, geneesmiddelenbewaking en naleving van goede praktijken bij het vervaardigen; overwegende dat voor kruidengeneesmiddelen die 30 jaar lang veilig zijn gebruikt, waaronder 15 jaar in de EU, een vereenvoudigde registratieprocedure voor traditionele kruidengeneesmiddelen kan worden gebruikt, in het kader waarvan “gegevens over traditioneel gebruik” worden aanvaard als onderbouwing van de veiligheid en de werkzaamheid van het product;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de handhaving van de verordening inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen wat claims voor kruidensubstanties betreft, aanzienlijke vertraging heeft opgelopen; overwegende dat het doel van de verordening inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen, te weten het waarborgen van een hoog niveau van consumentenbescherming, vereist dat de Commissie snel actie onderneemt om de verordening in kwestie ofwel volledig te handhaven ofwel te herzien, aangezien zij wat bepaalde aspecten betreft niet “fit-for-purpose” is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor de handhaving van de verordening voedings- en gezondheidsclaims in hun respectieve rechtsgebieden; overwegende dat de lidstaten verplicht zijn het beginsel van wederzijdse erkenning toe te passen; overwegende dat, als gevolg van verschillen bij de interpretatie en de handhaving tussen de lidstaten, de handhavingsmaatregelen naar aanleiding van het incorrecte gebruik van claims variëren, uiteenlopend van advies over het aanpassen van claims tot boetes voor het niet-correcte gebruik daarvan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat op sociale media veel reclame wordt gemaakt voor levensmiddelen en voedingssupplementen en dat veel van deze producten online worden gekocht, terwijl niet duidelijk is in welke mate de verordening voedings- en gezondheidsclaims van toepassing is op gezondheidsgerelateerde mededelingen online; overwegende dat mededelingen van influencers of bekende personen op sociale media niet altijd duidelijk commercieel of niet-commercieel<FOOTNOTE><FIELD> Ashwell, M. e.a., “Nature of the evidence base and strengths, challenges and recommendations in the area of nutrition and health claims: a position paper from the Academy of Nutrition Sciences”, <STRING ITALIC="on">British Journal of Nutrition</STRING>, 130(2), 28 juli 2023, blz. 221.</FIELD></FOOTNOTE> van aard zijn, en tot niet-geverifieerde onjuiste en misleidende claims voor levensmiddelen kunnen leiden, bijvoorbeeld wat betreft het aanprijzen van eiwit- en andere supplementen om de spiergroei te bevorderen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt vast dat het de belangrijkste doelstelling van de verordening voedings- en gezondheidsclaims is ervoor te zorgen dat claims voor levensmiddelen op algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs stoelen en naar verwachting door de gemiddelde consument worden begrepen; benadrukt dat er in de praktijk nog altijd melding wordt gemaakt van misleidende claims, zowel bij de online- als de offlineverkoop van levensmiddelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>geeft aan dat consumenten in toenemende mate geïnteresseerd zijn in voedselinformatie<FOOTNOTE><FIELD> Europese Unie, “Eurobarometer – Making our food fit for the future – new trends and challenges”, oktober 2020.</FIELD></FOOTNOTE>; onderstreept dat ervoor moet worden gezorgd dat de informatie over voedings- en gezondheidswaarden van levensmiddelen op de etikettering en de presentatie van levensmiddelen, en in de marketing en reclame daarvoor, juist, wetenschappelijk onderbouwd en begrijpelijk is; dringt erop aan dat de lijst van voedsel- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen regelmatig wordt bijgewerkt, daarbij rekening houdend met wetenschappelijke ontwikkelingen op het gebied van levensmiddelen en voeding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>beklemtoont dat ervoor moet worden gezorgd dat gezondheidsclaims in overeenstemming blijven met het beleid en de prioriteiten van de EU op het gebied van gezondheid; herhaalt dat het belangrijk is dat de Commissie de mogelijkheid heeft claims niet toe te staan indien deze tot conflicterende en verwarrende informatieverstrekking aan consumenten zouden kunnen leiden<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 8 juni 2017, <STRING ITALIC="on">Dextro Energy GmbH &amp; Co. KG</STRING>/<STRING ITALIC="on">Europese Commissie,</STRING> C-296/16, ECLI:EU:C:2017:437.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Inachtneming van voedingsprofielen bij de beoordeling van gezondheidsclaims</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>herinnert eraan dat de Commissie overeenkomstig artikel 4 van de verordening voedings- en gezondheidsclaims uiterlijk op 19 januari 2009 voedingsprofielen had moeten vaststellen om het gebruik van voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen met een hoog gehalte aan vetten, suiker en/of zout te beperken; betreurt dat het voorstel van de Commissie over voedingsprofielen nog niet is voorgelegd, hoewel dat wel de bedoeling was voor 2022 als onderdeel van een herziening van de EU-wetgeving betreffende de verstrekking van voedselinformatie; herhaalt dat het vaststellen van voedingsprofielen met specifieke voedingsdrempels voor het gebruik van gezondheidsheids- en voedingsclaims, overeenkomstig artikel 4 van de verordening voedings- en gezondheidsclaims, pertinent blijft en noodzakelijk voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de verordening in kwestie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>herinnert eraan dat claims consumenten niet mogen misleiden over de werkelijke voedingswaarde van een product; geeft aan dat claims, bij het ontbreken van voedingsprofielen, een positief aspect van een in het algemeen ongezond product of van een product dat de drempelwaarden voor specifieke voedingsstoffen, zoals vet, suikers en zout, overschrijdt, kunnen benadrukken; wijst erop dat er bij tal van voedingsproducten, waaronder enkele die voor kinderen op de markt worden gebracht, nog altijd gebruik wordt gemaakt van gezondheids- en voedingsclaims ondanks het feit dat zij veel problematische voedingsstoffen bevatten; onderstreept dat de ontwikkeling van specifieke voedingsprofielen, zoals bedoeld in artikel 4 van de verordening voedings- en gezondheidsclaims en in overeenstemming met de doelstellingen van de verordening voedings- en gezondheidsclaims, noodzakelijk is om het gebruik van voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen met een hoog gehalte aan vet, suiker en/of zout te beperken; onderstreept dat de toekomstige voedingsprofielen, die gebaseerd moeten zijn op robuust en onafhankelijk wetenschappelijk bewijs, consumenten kunnen helpen om geïnformeerde, gezonde en duurzame keuzes omtrent levensmiddelen te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>betreurt dat het ontbreekt aan een stelselmatige en op bewijzen stoelende benadering van het tot stand brengen van voedingsomgevingen die consumenten helpen om onderbouwde keuzes te maken en die aanzetten tot een verschuiving naar gezondere consumptiepatronen, inclusief een grotere consumptie van plantaardige voedingsmiddelen, zoals vers fruit en verse groenten, volkorengranen en peulvruchten; is van oordeel dat de Commissie en de lidstaten de verordening voedings- en gezondheidsclaims correct moeten toepassen, maar ook meer moeten investeren in voorlichting over levensmiddelen en voeding, zoals voorlichtingscampagnes, middels verschillende programma’s, waaronder EU4Health, in concreto door ondersteuning te bieden aan acties in scholen om kinderen en jongeren te informeren over gezonde en evenwichtige eetpatronen; vestigt in het bijzonder de aandacht op de invloed van sociale determinanten op de geletterdheid van consumenten wat betreft voedingsclaims; benadrukt dat informatieverstrekking en voorlichtings- en bewustmakingscampagnes alleen onvoldoende zijn om de consument ertoe te brengen gezondere keuzes te maken, en vergezeld moeten gaan van beleid ter verbetering van de voedselomgeving;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Informatie voor de consument</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat consumenten de neiging hebben te veel voedingsproducten tot zich te nemen die voorzien zijn van claims betreffende een betere gezondheid, hetgeen bekend is als het “halo”-effect; pleit ervoor op etiketten van alle levensmiddelen en voedingssupplementen met gezondheidsclaims minimum- en maximumgebruiksdrempels te vermelden, naast een aanbeveling om vóór de consumptie van voedingssupplementen een gezondheidsprofessional te raadplegen, met name teneinde potentiële negatieve interacties met specifieke behandelingen te voorkomen en te vermijden dat potentiële eetstoornissen worden versterkt; benadrukt dat informatieasymmetrie naar verwachting zal blijven bestaan, in een snel veranderende voedselomgeving, en dringt erop aan financiering ter beschikking te stellen voor onderzoek naar het begrip van consumenten van claims;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>betreurt de vertraging van het voorstel voor een herziening van Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten in verband met de ontwikkeling van voedingsetiketten op de voorkant van verpakkingen, die effectief zijn gebleken om consumenten te helpen kiezen voor gezondere voedingsmiddelen en dranken; verzoekt de Commissie en de lidstaten consumenten aan te sporen en te helpen om met betrekking tot voedingsmiddelen op feiten gebaseerde, gezonde en duurzame keuzes te maken door middel van de zo snel mogelijke invoering van een voor de hele EU verplicht en geharmoniseerd etiket met voedingsinformatie op de voorkant van de verpakking dat wordt ontwikkeld op basis van robuuste en onafhankelijke wetenschappelijke gegevens en aangetoond begrip bij de consument; geeft aan dat uit studies blijkt dat de gevolgen van voedingsmiddelen op gezondheid niet alleen kunnen worden verklaard aan de hand van de voedingssamenstelling, maar ook het verwerkingsniveau, met name in het geval van ultrabewerkte levensmidelen; benadrukt dan ook dat het opnemen van informatie over het aspect voedselverwerking op interpretatieve voedingswaarde-etiketten op de voorkant van de verpakking in het belang van de volksgezondheid en consumenten kan zijn en hen daadwerkelijk kan helpen gezondere voedingskeuzes te maken; dringt aan op regelgevingsmaatregelen om de lasten te verminderen die sterk bewerkte levensmiddelen voor de volksgezondheid inhouden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Relevantie van claims</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>stelt vast dat veel claims die op de Europese markt worden gebruikt, betrekking hebben op voedingsstoffen waar zeer weinig Europeanen een gebrek aan hebben in hun voedingspatroon; verzoekt de Commissie te onderzoeken of het wettelijk mogelijk is het mandaat van de EFSA uit te breiden tot het beoordelen van de relevantie van het gebruik van dergelijke claims, naast het beoordelen van de wetenschappelijke onderbouwing van de claims in kwestie; steunt krachtig de lopende publicatie door de EFSA van specifieke richtsnoeren inzake het gebruik van een claim;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de Commissie na te gaan of het mogelijk is het gebruik van de toegestane voedingsclaim “zonder toegevoegde suiker” te beperken voor producten die zoetstoffen of hoge gehalten vrije suikers bevatten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt dat, zelfs wanneer claims voor kindermelk wetenschappelijk onderbouwd zijn, zoals de gezondheidsclaim “de inname van DHA draagt bij tot de normale visuele ontwikkeling van zuigelingen tot de leeftijd van 12 maanden”, het gebruik ervan niet van invloed moet zijn op hoe zuigelingen worden gevoed en op verbeteringen in kindermelk<FOOTNOTE><FIELD> Munblit, D. et al., “Health and nutrition claims for infant formula are poorly substantiated and potentially harmful”, <STRING ITALIC="on">British Medical Journal</STRING>, Volume 369, Article m875, 2020, and Cheung, K.Y., et al., “Health and nutrition claims for infant formula: international cross sectional survey”, <STRING ITALIC="on">British Medical Journal</STRING>, Volume 380, Issue 8371, 2023.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>steunt de instelling van voorafgaand overleg tussen fabrikanten en de EFSA zodat de autoriteit haar verwachtingen kenbaar kan maken in het kader van het indienen van hun aanvraag van een claim, met inachtneming van het beginsel van de onafhankelijkheid van de EFSA;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kruidensubstanties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt vast dat het gebrek aan harmonisatie op het niveau van de EU met betrekking tot de classificatie van kruidensubstanties als hetzij levensmiddelen hetzij geneesmiddelen betekent dat een plantaardige stof in de ene lidstaat als levensmiddel wordt geëtiketteerd en in de andere als geneesmiddel; benadrukt dat dit soort inconsistenties producenten en regelgevende instanties voor uitdagingen stelt en mogelijkerwijs tot negatieve gevolgen leidt voor de veiligheid en het welzijn van consumenten, aangezien het voor consumenten moeilijk is een onderscheid te maken tussen traditionele kruidengeneesmiddelen en kruiden in voedingssupplementen op basis van dezelfde plantaardige stof(fen), hetgeen tot misverstanden over het gebruik ervan kan leiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat het in de EU ontbreekt aan een positieve of negatieve lijst van kruidensubstanties die in levensmiddelen en voedingssupplementen worden gebruikt, alsook aan een alomvattende lijst van positieve en negatieve gezondheidseffecten van kruiden, hetgeen resulteert in verschillen op wetgevingsvlak tussen de lidstaten, in marktfragmentatie, en in aanbod van mogelijkerwijs onveilige producten voor consumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>betreurt dat nog altijd niet opnieuw begonnen is met het beoordelen van claims voor kruidensubstanties en wijst erop dat er aanzienlijke juridische bezwaren bestaan ten aanzien van het voortdurende gebruik van de claims op de “on hold”-lijst in het kader van de overgangsmaatregelen van de verordening voedings- en gezondheidsclaims; onderstreept dat zo snel mogelijk iets moet worden gedaan aan de “on hold”-lijst van claims voor kruiden in de vorm van een verdere evaluatie van deze claims als een dringend noodzakelijke maatregel voor consumentenbescherming, zoals aangegeven in het verslag van de Commissie van 2020 met een beoordeling van de verordening voedings- en gezondheidsclaims; vindt het uiterst zorgwekkend dat in het kader van de overgangsmaatregelen als bedoeld in de verordening voedings- en gezondheidsclaims nog steeds gebruik wordt gemaakt van claims op de “on hold”-lijst aangezien dit consumenten zou kunnen misleiden en een gezondheidsrisico voor hen zou kunnen inhouden, omdat ze er ten onrechte vanuit zouden kunnen gaan dat de claims op de lijst in kwestie aan een wetenschappelijke beoordeling en risicobeheersmaatregelen zijn onderworpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>acht het van essentieel belang dat de EFSA en de Commissie, in overeenstemming met de bepalingen van de verordening voedings- en gezondheidsclaims, de claims op de “on hold”-lijst voor kruidensubstanties in levensmiddelen op korte termijn aan een beoordeling onderwerpen; vraagt de Commissie claims op de “on hold”-lijst die reeds negatief zijn beoordeeld, te verwerpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt de lidstaten met klem doeltreffend samen te werken bij het uitwerken van een gecoördineerde benadering van kruiden in voedingssupplementen, en verzoekt de Commissie in dit verband voor richtsnoeren te zorgen; verzoekt de Commissie en de lidstaten onverwijld een negatieve lijst op EU-niveau vast te stellen van in levensmiddelen gebruikte kruiden op basis van hun toxiciteit of nadelige gezondheidseffecten die reeds in de lidstaten zijn geïdentificeerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Handhaving</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de Commissie geactualiseerde richtsnoeren te geven over hoe om te gaan met marketingpraktijken die tot doel hebben de verordening voedings- en gezondheidsclaims te omzeilen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten een kennisnetwerk te creëren voor het ondersteunen van de werkgroep voedings- en gezondheidsclaims; geeft aan dat dit netwerk de uitwisseling van optimale praktijken moet helpen vergemakkelijken, interpretatieverschillen tussen de lidstaten moet gladstrijken, en iets moet doen aan de verschillen bij de handhaving;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gezondheidsclaims in onlinemededelingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat de verordening voedings- en gezondheidsclaims is vastgesteld in een tijd dat sociale media nog niet zo’n grote rol speelden bij reclameboodschappen voor en de verkoop van levensmiddelen en voedingssupplementen; vindt het zorgwekkend dat onduidelijk is in welke mate de verordening voedings- en gezondheidsclaims van toepassing is op gezondheidsgerelateerde onlinemededelingen over levensmiddelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is bezorgd over de aanwezigheid van niet-toegestane en misleidende voedings- en gezondheidsclaims online; benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat de verordening voedings- en gezondheidsclaims relevant blijft in de online-omgeving, met name omdat bepaalde kwetsbare groepen, zoals kinderen en jongeren, bijzonder gevoelig kunnen zijn voor bepaalde gezondheidsclaims en voedselinformatie die op sociale media worden gedeeld, en dit een risico meebrengt voor hun lichamelijke en geestelijke gezondheid; acht het in dit verband belangrijk te bepalen wat precies onder commerciële mededelingen over levensmiddelen en voedingssupplementen op sociale media wordt verstaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>pleit voor nieuwe aandacht voor de verwezenlijking van een doeltreffende en EU-brede aanpak van de blootstelling van kinderen en jongeren aan marketing en reclame voor bewerkte levensmiddelen met een hoog vet-, suiker- en zoutgehalte op radio en tv en in de digitale media; verzoekt de Commissie te overwegen wetgevingsactie te ondernemen om de gezondheid van deze kwetsbare groep consumenten te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt de Commissie alomvattende richtsnoeren voor de handhaving van de verordening voedings- en gezondheidsclaims op te stellen; is van oordeel dat deze richtsnoeren heldere procedures en normen voor monitoring van en regelgeving betreffende onlinegezondheidsclaims moeten bevatten, ter waarborging van de juistheid en transparantie van dergelijke claims, en ter vrijwaring van het welzijn van consumenten in het kader van de digitaledienstenverordening; wijst op de verantwoordelijkheden van de lidstaten en aanbieders van onlineplatforms zoals vastgesteld bij de digitaledienstenverordening, met name om op te treden tegen de verspreiding van illegale inhoud en te zorgen voor transparantie voor consumenten met betrekking tot onlinereclame;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten een platform te creëren voor het uitwisselen van optimale praktijken voor handhaving van de verordening voedings- en gezondheidsclaims online, en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten aan te sporen samen te werken;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt zijn voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>