<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0046</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">EU-actieplan: bescherming en herstel van mariene ecosystemen voor duurzame en veerkrachtige visserij</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0437/2023 - Rapporteur: Niclas Herbst)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 18 januari 2024 over het EU-actieplan: Bescherming en herstel van mariene ecosystemen voor duurzame en veerkrachtige visserij (2023/2124(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 21 februari 2023 getiteld “EU-actieplan: bescherming en herstel van mariene ecosystemen voor duurzame en veerkrachtige visserij” (COM(2023)0102) (het “actieplan”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 12 juli 2023 over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over het EU-actieplan: Bescherming en herstel van mariene ecosystemen voor een duurzame en veerkrachtige visserij<FOOTNOTE><FIELD> PB C 349 van 29.9.2023, blz. 127.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 39 betreffende het verzekeren van een fatsoenlijke levensstandaard aan mensen die werkzaam zijn in de landbouw- en visserij, en artikel 5 inzake het evenredigheidsbeginsel,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN getiteld “Onze wereld transformeren: de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling”, die werd aangenomen tijdens de VN-top over duurzame ontwikkeling van 25 september 2015 in New York en met name duurzameontwikkelingsdoelstelling (SDG) nr. 14 van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN, die aanspoort tot bescherming en duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en mariene hulpbronnen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst van Parijs van 12 december 2015, en met name artikel 2, lid 1, punt b), over aanpassing aan de negatieve gevolgen van klimaatverandering op een wijze die de voedselproductie niet in gevaar brengt,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de in het kader van het VN-Verdrag inzake het recht van de zee gesloten overeenkomst van 19 juni 2023 inzake de instandhouding en het duurzaam gebruik van de mariene biologische diversiteit in gebieden buiten de nationale jurisdicties (VN-verdrag inzake de volle zee) en het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid<FOOTNOTE><FIELD> PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2014/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 tot vaststelling van een kader voor maritieme ruimtelijke planning<FOOTNOTE><FIELD> PB L 257 van 28.8.2014, blz. 135.</FIELD></FOOTNOTE> (richtlijn maritieme ruimtelijke planning),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2016/2336 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 tot vaststelling van bijzondere voorwaarden voor de visserij op diepzeebestanden in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan, tot vaststelling van bepalingen voor de visserij in de internationale wateren van het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2347/2002 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 354 van 23.12.2016, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1100/2007 van de Raad van 18 september 2007 tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van het bestand van Europese aal<FOOTNOTE><FIELD> PB L 248 van 22.9.2007, blz. 17.</FIELD></FOOTNOTE> (aalverordening),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1614 van de Commissie van 15 september 2022 tot bepaling van de bestaande diepzeevisserijgebieden en tot vaststelling van een lijst van gebieden waar kwetsbare mariene ecosystemen voorkomen of waarschijnlijk zullen voorkomen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 242 van 19.9.2022, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 juni 2021 over de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030: de natuur terug in ons leven brengen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 67 van 8.2.2022, blz. 25.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 21 januari 2021 getiteld “Meer vissen in de zee? Maatregelen ter bevordering van het herstel van de bestanden boven het niveau van de maximale duurzame opbrengst, met inbegrip van gebieden voor herstel van de visbestanden en beschermde mariene gebieden”<FOOTNOTE><FIELD> PB C 456 van 10.11.2021, blz. 129.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 3 mei 2022 getiteld “Naar een duurzame blauwe economie in de EU: de rol van de visserij- en de aquacultuursector”<FOOTNOTE><FIELD> PB C 465 van 6.12.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 juni 2022 over de tenuitvoerlegging van artikel 17 van de verordening inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid<FOOTNOTE><FIELD> PB C 493 van 27.12.2022, blz. 62.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 6 oktober 2022 over het momentum om oceaangovernance en biodiversiteit te versterken<FOOTNOTE><FIELD> PB C 132 van 14.4.2023, blz. 106.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 mei 2023 over gezamenlijk visserijbeheer in de EU en de bijdrage van de visserijsector aan de tenuitvoerlegging van beheersmaatregelen<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0132.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 21 november 2023 over de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1100/2007 van de Raad tot vaststelling van maatregelen voor het herstel van het bestand van Europese aal<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0411.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van 26 juni 2023 over het pakket visserijbeleidsmaatregelen voor een duurzame, veerkrachtige en concurrerende visserij- en aquacultuursector,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de toespraak van 13 september 2023 over de Staat van de Unie 2023 van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen tijdens de plenaire vergadering van het Europees Parlement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 10 oktober 2007 getiteld “Een geïntegreerd maritiem beleid voor de Europese Unie” (COM(2007)0575),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het richtsnoer van de Commissie van 2018 betreffende aquacultuur en Natura 2000,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 23 september 2021 getiteld “Uitvoering van de verordening inzake technische maatregelen (artikel 31 van Verordening (EU) 2019/1241)” (COM(2021)0583),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 28 januari 2022 getiteld “Criteria and guidance for protected areas designations” (SWD(2022)0023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van het intergouvernementeel platform voor biodiversiteit en ecosysteemdiensten van 4 mei 2019 getiteld “The global assessment report on biodiversity and ecosystem services”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee van 24 juni 2021 getiteld “EU request on how management scenarios to reduce mobile bottom fishing disturbance on seafloor habitats affect fisheries landing and value”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien speciaal verslag nr. 26/2020 van de Europese Rekenkamer van 26 november 2020 getiteld “Het mariene milieu: de EU biedt brede, maar geen diepgaande bescherming”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de adviesraad voor aquacultuur van juni 2023 getiteld “Impact of the Action Plan’s Bottom Trawling Ban on Shellfish Farming”, en het antwoord van de Commissie van 1 augustus 2023 getiteld “Answer to the Aquaculture Advisory Council’s Recommendation “Impact of the Action Plan’s Bottom Trawling Ban on Shellfish Farming””, en de brief van de Commissie van 3 april 2023 aan EP-leden David McAllister, Jens Gieseke en Niclas Herbst inzake <STRING ITALIC="on">Krabbenfisherei</STRING> (krabvisserij)<FOOTNOTE><FIELD> Ares(2023)3615063.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie visserij (A9‑0437/2023),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat voor de bescherming van de oceaan het beginsel van het gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid leidend moet zijn; overwegende dat er dringend meer actie op mondiaal en EU-niveau moet worden ondernomen om de werkelijk bestaande en door wetenschappers beschreven achteruitgang van mariene ecosystemen om te buigen door, voor zover dit binnen onze mogelijkheden ligt, alle denkbare menselijke en natuurlijke drukfactoren aan te pakken, het positieve herstel van visbestanden, soorten en hun habitats te ondersteunen en wetenschappelijke studies, onderzoek en ontwikkeling aan te moedigen, alsook visserij en technieken te steunen die zorgen voor een duurzame visserij en aquacultuur, waarbij marktdeelnemers en de vertegenwoordigers van lokale overheden, het maatschappelijk middenveld en de kustgemeenschappen – gezien het essentiële belang van hun bijdrage aan deze mondiale doelstelling – volledig moeten worden betrokken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat er momenteel talrijke wetgevingsteksten, mededelingen, strategieën en regelgevingen met betrekking milieubescherming en visserijbeheer zijn, met name inzake natuurherstel;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de EU zich ertoe heeft verbonden de Agenda 2030 van de VN, met inbegrip van SDG 14, uit te voeren en haar verplichtingen uit hoofde van het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal, na te komen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat alle EU-beleidsmaatregelen die verband houden met zowel de interne als de externe dimensie van de duurzame blauwe economie worden aangestuurd door middel van een verkokerde governancestructuur, wat resulteert in een gebrek aan synergie en wat ook conflicten teweegbrengt tussen belanghebbenden in de duurzame blauwe economie; overwegende dat de Commissie een ecosysteemgerichte benadering moet toepassen in al het EU-beleid met betrekking tot de blauwe economie, als onderdeel van een overkoepelend rechtskader, teneinde de specifieke beleidsdoelstellingen te verwezenlijken en ervoor te zorgen dat deze worden beheerd door middel van een geïntegreerde en consistente aanpak die synergieën bevordert tussen alle activiteiten die verband houden met de mariene sector;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de lidstaten tijdens de zitting van de Raad Landbouw en Visserij van 20 maart 2023 verscheidene standpunten kenbaar hebben gemaakt, waaronder ook punten van kritiek, ten aanzien van het actieplan; overwegende dat deze controle door nationale parlementen in acht lidstaten is uitgevoerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het actieplan moet zijn afgestemd op de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), dat tot doel heeft de mariene biologische hulpbronnen naar behoren in stand te houden en te beheren en dat ernaar streeft dat visserij- en aquacultuuractiviteiten – die in recente crises van strategisch belang zijn gebleken – uit ecologisch oogpunt duurzaam zijn op de lange termijn en worden beheerd op een manier die strookt met de doelstellingen om voordelen te realiseren op economisch en sociaal gebied en voor de werkgelegenheid, en bij te dragen tot de beschikbaarheid van voedselvoorraden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het Koninkrijk Spanje op 14 november 2022, en Galicische vissers en producentenorganisaties op 13 december 2022, bij het Hof van Justitie van de Europese Unie een lopende gerechtelijke procedure zijn gestart in verband met Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1614 van de Commissie, waarin 87 gebieden in de EU-wateren van het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan worden vastgesteld waar al het bodemvistuig verboden is, wat erop neerkomt dat op een totale oppervlakte van 16 419 km² en 17 % van het gebied tussen 400 en 800 meter diep geen bodemvistuig is toegestaan; overwegende dat deze uitvoeringsverordening is vastgesteld zonder voorafgaande sociaaleconomische effectbeoordeling, en dat de uitvoering ervan ernstige sociaal-economische gevolgen zal hebben voor de betrokken vissersvloten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de mariene biodiversiteit in samenwerking met alle belanghebbenden, en in het bijzonder met de visserijsector en de wetenschappelijke gemeenschap, moet worden beschermd en hersteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat, waar er volgens cijfers van de Commissie in 2009 slechts vijf duurzaam beviste visbestanden in de EU waren, dit aantal in 2022 was gestegen tot meer dan 60, en dat de situatie steeds verder verbetert<FOOTNOTE><FIELD> Mededeling van de Commissie van 21 februari 2023 getiteld “Het gemeenschappelijk visserijbeleid vandaag en morgen: een Visserij- en oceaanpact voor duurzaam, wetenschappelijk onderbouwd, innovatief en inclusief visserijbeheer” (COM(2023)0103);</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat er in 2022 weliswaar goede vooruitgang is geboekt bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het GVB, maar dat meer vooruitgang nodig is in de mariene ecosystemen van de EU, met name in de Middellandse Zee en de Zwarte Zee;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de toekomst van de voedselzekerheid tevens zal afhangen van onze omgang met natuurverlies en de toenemende gevolgen van klimaatverandering;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat ecosysteembeheer een holistische aanpak vereist die rekening houdt met alle oorzaken van biodiversiteitsverlies, zoals overbevissing, klimaatverandering, verzuring van de oceanen, het opduiken van uitheemse soorten, kusterosie of verlies van mariene biodiversiteit, onder meer door middel van maatregelen die ervoor zorgen dat goed beheerde beschermde mariene gebieden en andere doeltreffende gebiedsgebonden instandhoudingsmaatregelen en -activiteiten, zoals schaal- en schelpdierencultuur, zowel de visserij als het ecosysteem ten goede komen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Milieubescherming en duurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is lovend over de inspanningen die de visserijsector van de EU heeft geleverd, en de vooruitgang die is geboekt, om de visserij nog duurzamer te maken en een bijdrage te leveren aan de bescherming en het duurzaam gebruik van mariene ecosystemen; merkt op dat ondanks deze inspanningen en de geboekte vooruitgang de oceaan ook door diverse andere factoren wordt beïnvloed, zoals overbevissing, klimaatverandering, verzuring, invasieve uitheemse soorten en verschillende bronnen van vervuiling, met name door activiteiten op het land en door vervoer – zaken die ten dele buiten de invloedssfeer van vissers vallen en die een aanzienlijke bedreiging vormen voor hun bestaansmiddelen en voor mariene ecosystemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>wijst op de intrinsieke waarde van de oceaan en alle soorten die er afhankelijk van zijn; benadrukt dat gezonde mariene ecosystemen essentieel zijn voor het leven op aarde en een sleutelrol spelen in het welzijn van onze planeet; erkent dat de bescherming van de oceanen op mondiaal en EU-niveau moet worden verbeterd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>is net als alle belanghebbenden die betrokken zijn bij het visserij- en milieubeleid van mening dat gezonde mariene ecosystemen gunstig zijn voor onze gezondheid, onze samenleving en onze economie, en van essentieel belang zijn voor de hele planeet en met name voor de bevolkingsgroepen die van deze ecosystemen afhankelijk zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>herinnert aan het cruciale belang van de oceanen als een pijler voor het klimaat en voor voedselsystemen, aangezien zij 71 % van het aardoppervlak beslaan, de helft van onze zuurstof produceren en een derde van de CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-emissies absorberen; benadrukt dat er beleids- en financieringsbenaderingen moeten worden ontwikkeld voor de instandhouding en het duurzaam gebruik van de oceaan; dringt aan op de wereldwijde instandhouding van bestaansmiddelen die van de oceaan afhankelijk zijn, en van de biodiversiteit in de oceanen; benadrukt de cruciale rol van de oceaan, met name wat koolstofvastlegging, de ontwikkeling van hernieuwbare energie, het scheppen van banen, het terugdringen van armoede, goederenvervoer en internetcommunicatie betreft; waarschuwt voor de onderlinge afhankelijkheid van visserij en voedselzekerheid, aangezien 3,3 miljard mensen voor ten minste 20 % van hun inname van dierlijke eiwitten afhankelijk zijn van voedsel uit de zee;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat kustgemeenschappen al vele generaties lang de Europese zeeën bevissen voor voedsel; is van mening dat de visserij- en aquacultuursector en deze kustgemeenschappen bijdragen tot duurzame voedselzekerheid in het kader van de blauwe economie; is van mening dat het duurzaam gebruik en beheer van mariene hulpbronnen moet worden gezien als een bijdrage aan de mariene ecosystemen, en niet als een aantasting daarvan;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een aanpak in lijn met de bestaande regelgeving</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is van mening dat het actieplan van de Commissie geen samenhang vertoont met andere prioriteiten en strategieën van de Unie, zoals waarborging van de voedselzekerheid en de strategische autonomie van de EU; benadrukt dat het actieplan bovendien moet worden beheerd aan de hand van een geïntegreerde, consistente en ecosysteemgerichte benadering die synergieën tussen alle maritieme activiteiten bevordert teneinde conflicten te voorkomen en samenwerking te bevorderen, met name op het gebied van mariene energie-infrastructuur, en dat een gelijk speelveld met niet-EU-landen gewaarborgd moet zijn; is van mening dat overwegingen zoals prijsstijgingen, uitbreiding van de sociale dimensie van het GVB en versterking van economische groei en werkgelegenheid niet voldoende aan bod komen in het actieplan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>betreurt het dat het voorgestelde actieplan op een moment komt waarop de visserijsector gebukt gaat onder de gevolgen van de Russische invasie van Oekraïne, stijgende en onvoorspelbare olieprijzen en Brexit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>onderstreept een algemene bezorgdheid over het gebrek aan echte raadpleging van belanghebbenden om steun voor het actieplan te waarborgen; uit zijn algemene bezorgdheid over het feit dat in de voorstellen van de Commissie niet naar behoren rekening wordt gehouden met evenredigheidsoverwegingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>herinnert eraan dat het actieplan moet stroken met de doelstellingen van het GVB om ervoor te zorgen dat visserij- en aquacultuuractiviteiten op lange termijn ecologisch duurzaam zijn en worden beheerd op een manier die strookt met een ecosysteemgerichtebenadering; herinnert eraan dat het actieplan ook moet stroken met de doelstellingen om economische, sociale en werkgelegenheidsvoordelen te waarborgen, moet bijdragen tot de beschikbaarheid van voedselvoorraden en optimaal gebruik moet maken van de beschikbare vangstmogelijkheden om minder afhankelijk te worden van niet-EU-markten; is ingenomen met elke doelstelling die samenhang tussen het GVB en andere beleidsgebieden mogelijk maakt, met name milieuwetgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>steunt de noodzaak tot versterking en verbetering van wetenschappelijke onderzoeks- en innovatieprojecten, die moeten worden uitgevoerd op een wijze die consistent is met ander EU-beleid, proefprojecten en wetenschappelijke projecten op het gebied van innovatie en onderzoek, bijvoorbeeld projecten die gericht zijn op het verminderen en vervangen van het gebruik van (micro)plastic;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Herstel van mariene ecosystemen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>betreurt het gebrek aan samenhang in de titel van het actieplan, alsook het ontbreken van een holistisch pakket aan voorstellen in het actieplan, aangezien het plan voornamelijk gericht is op verandering van de vangstmethoden die van invloed zijn op soorten en habitats, en geen aandacht besteedt aan het potentieel van vangsttechnieken en -praktijken die zijn afgestemd op de bescherming of het herstel van ecosystemen; herinnert aan het specifieke belang van evenwicht tussen verplichtingen voor gebruikers en natuurwinst, met het oog op voorspelbaarheid en juridische duidelijkheid, en benadrukt dat vissers deel moeten uitmaken van de oplossing, in plaats van als oorzaak van het probleem te worden afgeschilderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is ingenomen met het feit dat in het actieplan ook aandacht wordt besteed aan de mogelijkheid om aanvullende maatregelen in te voeren om de selectiviteit te verhogen, met inbegrip van innovaties om de selectiviteit van vistuig en -voorzieningen te vergroten, alsook maatregelen om de vangst van jonge exemplaren en de bijvangst van kwetsbare soorten te verminderen; wijst erop dat incidentele vangsten van kwetsbare mariene soorten moeten worden verminderd en waar mogelijk moeten worden uitgebannen, zodat zij de staat van instandhouding van deze soorten niet in gevaar brengen, zoals vereist bij Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is ingenomen met de verzoeken van de Commissie om de bijvangst van kwetsbare soorten te beperken; benadrukt met name dat er dringend moet worden opgetreden om de bijvangst van de gewone dolfijn en de bruinvis te verminderen, door bepaalde visserijgebieden op korte termijn te sluiten, gecombineerd met akoestische afschrikapparaten en verbeterde monitoringsystemen overeenkomstig wetenschappelijk advies; herinnert eraan dat er in het kader van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA) financiële compensatie en initiatieven beschikbaar zijn om de sociaal-economische effecten van die maatregelen te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt dat het nodig is initiatieven voor het herstel van mariene ecosystemen te ontwikkelen en steunen, hetgeen alleen gerealiseerd kan worden als beleidsmakers zich volledig inzetten en samenwerken met de mensen wier bestaanszekerheid afhangt van die mariene gebieden; verzoekt in dit verband om financiële steun voor wetenschappelijke studies en gegevensverzameling over mariene ecosystemen, financiële compensatie en stimulansen, bijvoorbeeld via het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA), die moeten worden gebruikt om doeltreffende steun te verlenen aan vissersvloten uit de EU die overschakelen op selectievere vistechnieken, en met name om de vissers te ondersteunen die het zwaarst door de beperkingen worden getroffen, en om de sociaal-economische gevolgen van beperkende maatregelen te verzachten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>wijst er bijvoorbeeld op dat uit wetenschappelijke studies blijkt dat door het vergroten van de maaswijdte en de minimummaat bij aanlanding de jongste vissen in het water kunnen blijven, en dus de kans toeneemt dat vispopulaties zich kunnen voortplanten, hetgeen leidt tot een hogere opbrengst voor vissers en een hogere aanvoer per inspanningseenheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>herhaalt de doelstelling om tegen 2030 ten minste 30 % van de EU-zeeën te beschermen en ten minste 10 % van de EU-zeeën stringent te beschermen; merkt op dat de EU vooruitgang heeft geboekt bij het aanwijzen van nieuwe beschermde mariene gebieden, zowel als onderdeel van het Natura 2000-netwerk van de EU als via aanvullende nationale aanwijzingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beschermde mariene gebieden</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt dat beschermde mariene gebieden divers zijn qua omvang, te beschermen soorten, habitats en ecosystemen, worden vastgesteld met het oog op diverse instandhoudingsdoelstellingen, en niet als uniforme gebieden mogen worden beschouwd die allemaal de voordelen voor mariene ecosystemen van goed beheerde beschermde mariene gebieden voortbrengen; is daarom van mening dat het actieplan van de Commissie een sterk vereenvoudigde en te algemene aanpak bevat, waardoor de indruk wordt gewekt dat alle beschermde mariene gebieden op dezelfde manier kunnen worden uitgevoerd en beheerd, hetgeen bijvoorbeeld wordt geïllustreerd door voorstellen met betrekking tot bepaalde vistuigen en de uitfasering van mobiel zeebodemvissen in alle beschermde mariene gebieden tegen 2030; dringt aan op een evenwichtige benadering van de definitie en uitvoering van beschermde mariene gebieden, waarbij rekening wordt gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen van elk specifiek gebied, maar ook met activiteiten die van oorsprong van deze gebieden gebruikmaken, alsook met de dynamische en veranderende omgeving onder invloed van klimaatverandering, waarbij gezorgd wordt voor een effectieve participatie van vissers in de aanwijzing en het beheer van de gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat er een sterke wetenschappelijke consensus bestaat dat MPA’s gunstig kunnen zijn voor de visserij vanwege hun overloopeffect en positieve effecten op de populatietoename, bijvoorbeeld door de bescherming van reproductiegebieden, jonge exemplaren en grote moederdieren met een hoog reproductievermogen, zoals aangetoond in diverse MPA’s in de EU; wijst erop dat MPA’s, indien ze succesvol zijn, aanzienlijke sociaal-economische voordelen opleveren, met name voor kustgemeenschappen, de visserijsector en de toeristische sector, en dat MPA’s belangrijke ecologische functies kunnen vervullen voor de reproductie van vispopulaties, bijvoorbeeld als paaiplaats en kweekgebied met veel jonge vissen, en de veerkracht van vispopulaties kunnen verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>vestigt de aandacht van de Commissie en de lidstaten op het feit dat andere doeltreffende milieubeschermingsinstrumenten, zoals andere doeltreffende gebiedsgebonden instandhoudingsmaatregelen, in het actieplan in aanmerking moeten worden genomen om de doelstellingen te helpen verwezenlijken en de effecten te maximaliseren van de maatregelen die reeds zijn uitgevoerd in een dynamische en onder invloed van klimaatopwarming aan verandering onderhevige omgeving, en om te helpen te midden van alle maatregelen de evenredigheid niet uit het oog te verliezen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de beschermende of beperkende maatregelen uit te voeren die nodig zijn om de instandhoudings- en hersteldoelstellingen in alle afzonderlijke beschermde mariene gebieden te verwezenlijken, waaronder de technische maatregelen die nodig zijn voor de verwezenlijking van die doelstellingen, en met behulp van toereikende financiering, te beginnen met de meest bedreigde gebieden en de Natura 2000-gebieden die tot doel hebben mariene habitats te beschermen; herinnert aan de wettelijke verplichtingen van de lidstaten en benadrukt dat de Commissie tegen bepaalde lidstaten procedures heeft ingeleid wegens vermoedelijke niet-naleving van hun verplichtingen uit hoofde van de habitatrichtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is van mening dat beschermde mariene gebieden en andere beschermde gebieden een middel zijn, en geen doel op zich mogen vormen; onderkent dat het voor het succes ervan nodig is dat zij worden aanvaard en omarmd door vissers, kustgemeenschappen en andere belanghebbenden; verzoekt de Commissie en de lidstaten wetenschappelijke onderzoeksprogramma’s op te zetten en te financieren en dringt erop aan dat de visserijsector, met inbegrip van de ambachtelijke tak, alsook andere relevante belanghebbenden, worden betrokken bij het ontwerp, het beheer, de uitvoering, de monitoring en het toezicht op beschermde mariene gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>is van mening dat de betrokkenheid van de wetenschap, de visserijsector en alle relevante belanghebbenden niet alleen door de EU kan worden nagestreefd, met name waar het de preventie van slechte praktijken door buitenlandse vloten betreft; dringt erop aan dat er verdere inspanningen worden geleverd om wereldwijd activiteiten aan te pakken die schadelijk zijn voor de bescherming van de oceaan, onder meer door vloten van niet-EU-landen, zoals de Chinese vloot, en dat wordt nagedacht over het opzetten van een mondiaal netwerk voor beschermde mariene gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>toont zich uitermate bezorgd over de gevolgen van de olie- en gaswinning op het mariene milieu en op de visserij en de aquacultuur; herhaalt zijn oproep om alle winningsactiviteiten die het milieu schaden, zoals mijnbouw en de winning van fossiele brandstoffen, te verbieden in MPA’s;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemberoerend vistuig</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat veel vaartuigen uit de Unie gebruikmaken van mobiel bodemberoerend vistuig en dat veel kustgebieden sociaal en economisch afhankelijk zijn van activiteiten waarbij gebruik wordt gemaakt van mobiel en vast bodemberoerend vistuig, zoals de activiteiten van de schaal- en schelpdierencultuur; benadrukt dat beperkingen op of het sluiten van visserijzones voor bodemberoerend vistuig niet louter een kwestie is van verplaatsing van de activiteit van vissersvaartuigen naar andere visgronden; wijst erop dat onder meer rekening moet worden gehouden met de mogelijke beschikbare bestanden die kunnen worden gevangen met dit vistuig, de praktijkervaringen van vissers, de aanwezigheid en herverdeling van vissersvaartuigen in aangrenzende gebieden om te voorkomen dat overlapping ontstaat die zou kunnen leiden tot conflicten over het gebruik van de ruimte, toenemende druk op andere visserijzones en de achteruitgang van arbeidsomstandigheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>herinnert eraan dat de maatregelen in de richting van regionalisering die tijdens de vorige hervorming van het GVB zijn getroffen een poging waren om af te stappen van een uniforme benadering waarbij beslissingen in de EU overmatig gecentraliseerd werden genomen; is ingenomen met de maatregelen die worden voorgesteld in het actieplan ter verbetering van regionale samenwerking; is echter van mening dat het actieplan enkele stappen in de tegenovergestelde richting onderneemt, met name wat betreft de voorstellen inzake bodemtrawlvisserij;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>meent dat er binnen en buiten het kader van het actieplan diverse initiatieven zijn geweest ten aanzien van dezelfde visserijtechniek, wat heeft geleid tot een lappendeken aan initiatieven en wat heeft doen twijfelen aan de samenhang en voorspelbaarheid van de acties die op EU-niveau worden genomen en een ernstige deuk in het vertrouwen van vissers en visserijgemeenschappen oplevert ten aanzien van (EU-)beleids- en besluitvormingsprocessen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is van mening dat elk plan om bepalingen of beperkingen op te leggen ten aanzien van het gebruik van een specifiek vistuig, afgestemd moet zijn op andere beleidsmaatregelen, en met alle belanghebbenden rekening moet houden, alsook met alle relevante voedselzekerheids-, sociaal-economische, ecologische, technische en wetenschappelijke aspecten; herhaalt dat acties waarover consensus is bereikt en waar deze overwegingen aan vooraf zijn gegaan, beter zullen slagen, en zullen profiteren van positieve effecten op de uitvoering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is van mening dat een actieplan of wetgevingsvoorstel sowieso gebaseerd moet zijn op wetenschappelijke en sociaal-economische beoordelingen en evaluaties; wijst erop dat de consequenties van bepaalde aspecten van het actieplan onvoldoende in aanmerking zijn genomen, bijvoorbeeld enerzijds de oproepen van de Commissie aan de lidstaten om uiterlijk eind maart 2024 mobiele bodemvisserij te verbieden in de beschermde mariene gebieden die onder de habitatrichtlijn zijn aangewezen als Natura 2000-gebied voor de bescherming van de zeebodem en mariene soorten, terwijl anderzijds parallel daaraan en binnen dezelfde termijn lidstaten wordt verzocht informatie te verstrekken over hoe zij van plan zijn te waarborgen dat mobiele bodemvisserij uiterlijk 2030 geleidelijk wordt afgeschaft in alle beschermde mariene gebieden, zonder bijvoorbeeld de wetenschappelijke en sociaal-economische conclusies van eerdere voorstellen af te wachten; is ingenomen met het feit dat de Commissie erkent dat een uniform verbod op mobiele bodemberoerende visserij niet geschikt is om de doelstellingen van het actieplan te verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is van mening dat maatregelen met betrekking tot bodemtrawlvisserij moeten worden beoordeeld in overeenstemming met alle mogelijke richtsnoeren, zoals die van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee of het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij, alsook met de best beschikbare wetenschappelijke gegevens; is van mening dat deze maatregelen rekening moeten houden met het gegeven dat bodemtrawlvisserij een van de meest gebruikelijke en meest gereguleerde vistuigen in Europa betreft, en dat deze vorm van visserij in de eerste plaats gereguleerd moet worden in het kader van de verordening technische maatregelen (Verordening (EU) 2019/1241<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2019/1241 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen door middel van technische maatregelen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 1967/2006 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en de Verordeningen (EU) nr. 1380/2013, (EU) 2016/1139, (EU) 2018/973, (EU) 2019/472 en (EU) 2019/1022 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 894/97, (EG) nr. 850/98, (EG) nr. 2549/2000, (EG) nr. 254/2002, (EG) nr. 812/2004 en (EG) nr. 2187/2005 van de Raad (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 105).</FIELD></FOOTNOTE>) die zoals de titel aangeeft gericht is op “de instandhouding van visbestanden en de bescherming van mariene ecosystemen”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>merkt op dat wetenschappelijke instanties zoals de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee en vele collegiaal getoetste wetenschappelijke studies hebben aangetoond en erkend dat mobiel bodemberoerend vistuig gevolgen heeft voor ecosystemen; benadrukt echter dat het effect van trawlvisserij variabel is en, afhankelijk van verschillende factoren, zoals het soort visserij, door de wetenschap wordt beschouwd als duurzaam en verenigbaar met instandhoudingsdoelstellingen voor de zeebodem, of als oorzaak van visbestanden die boven de niveaus van maximale duurzame opbrengst bevist worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>benadrukt dat het voornemen van de Commissie om maatregelen op te leggen door middel van haar actieplan, in plaats van de medewetgevers te laten besluiten, dreigt in te gaan tegen het beginsel van good governance en dialoog tussen belanghebbenden en tussen verschillende bestuurlijke niveaus, en dreigt het interinstitutioneel evenwicht waarbij elke instelling haar rol heeft in het besluitvormingsproces te ondermijnen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aal</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>benadrukt dat het beheer van het aalbestand complex en divers is en zich niet kan beperken tot één enkele mariene aanpak; herhaalt dat de aalverordening in de evaluatie van de Commissie van 2020 geschikt is bevonden voor het beoogde doel; is echter van mening dat een betere uitvoering van de aalverordening en aanvullende, versterkte maatregelen door de lidstaten nodig zijn, teneinde een alomvattende aanpak bij de uitvoering van de verordening te waarborgen; herinnert de Commissie en de lidstaten eraan om ten volle gebruik te maken van de aalverordening als het centrale beleid voor het beheer en het herstel van het aalbestand, en te zorgen voor een holistische en consistente aanpak die zowel de mariene als de zoetwaterfase van de aal bestrijkt en zowel de impact van visserij als van overige (niet-visserij) oorzaken adresseert, middels een volledige tenuitvoerlegging van maatregelen op alle relevante gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>is van mening dat maatregelen die buiten het kader van de aalverordening worden genomen, de consistentie van het vastgestelde beleid kunnen ondermijnen; uit derhalve zijn ernstige bezorgdheid over de niet-holistische aanpak die wordt gehanteerd in Verordening (EU) 2023/194 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2023/194 van de Raad van 30 januari 2023 tot vaststelling, voor 2023, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot vaststelling, voor 2023 en 2024, van dergelijke vangstmogelijkheden voor bepaalde diepzeevisbestanden, PB L 28 van 31.1.2023, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE> die de aalvisserij heeft beperkt door de invoering van een sluitingsperiode van zes maanden zonder deugdelijke raadpleging van belanghebbenden en zonder een compleet maatregelenpakket op andere beleidsterreinen of passende compensatie te overwegen, met inbegrip van maatregelen waarin rekening wordt gehouden met de sociaal-economische gevolgen; is daarom van mening dat een voorafgaande analyse moet worden uitgevoerd naar het herstel van de soort alsook naar de mogelijke rol van de aal bij de bestrijding van invasieve soorten, alvorens verdere beperkende maatregelen, als aangekondigd in het actieplan, worden overwogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>herhaalt haar oproep voor de oprichting van een specifieke deskundigengroep voor aal met het oog op een volledige en evenwichtige vertegenwoordiging van alle relevante belanghebbenden; verzoekt de lidstaten regelmatig hun beheersplannen voor aal te actualiseren en zich te houden aan hun verslagleggingsverplichtingen uit hoofde van de aalverordening;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Reacties van de lidstaten op het actieplan</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>neemt kennis van de talrijke verklaringen en duidelijke bewoordingen van vertegenwoordigers van de lidstaten waarin duidelijke bezorgdheid wordt geuit over het actieplan en de daarmee samenhangende onzekerheden; merkt op dat de lidstaten met name vraagtekens hebben geplaatst bij de al te simplistische benadering van de Commissie met betrekking tot beperkingen op bodemtrawling in beschermde mariene gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>beschouwt de positionering waarbij de ontwikkeling van de visserijsector wordt neergezet als zijnde in tegenspraak met de bescherming van de mariene biodiversiteit, als een doodlopende weg; is van mening dat beide op evenwichtige wijze kunnen worden bereikt, zoals ook is verklaard door vertegenwoordigers van de lidstaten na de presentatie van het actieplan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>is ingenomen met de oprichting van een speciale dialooggroep bestaande uit de directoraten-generaal Milieu (DG ENV) en Maritieme Zaken en Visserij (DG MARE) van de Commissie, de lidstaten en geïnteresseerde belanghebbenden; is van mening dat de dialooggroep kennis en mogelijke besprekingen tussen de visserij- en milieugemeenschap moet bevorderen, en eveneens de lidstaten een platform moet geven voor transparantie en dialoog over de uitvoering van hun routekaarten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Juridische implicaties van het actieplan van de Commissie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>herhaalt dat het vastbesloten is de prerogatieven en bevoegdheden van het Parlement uit te oefenen met betrekking tot elk initiatief, zoals wetgevingsvoorstellen en gedelegeerde of uitvoeringshandelingen, met inbegrip van initiatieven die al dan niet verband houden met het actieplan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>merkt op dat het actieplan weliswaar juridisch niet bindend is, maar dat de uitvoering ervan aanzienlijke sociaal-economische kosten voor de lidstaten en hun vloten met zich mee zal brengen, aangezien het plan circa 90 maatregelen bevat in de vorm van regelgeving, richtsnoeren, analyses, routekaarten, studies, verslagen en initiatieven; verzoekt de lidstaten en de Commissie tijdig de nodige studies uit te voeren in het kader van de voorbereiding voor nieuwe of hervormde regelgeving of initiatieven, en eveneens rekening te houden met en deel te nemen aan de processen voor mariene ruimtelijke ordening, enerzijds tussen de regio’s en de zeebekkens, maar ook tussen verschillende lidstaten en met niet-EU-landen, met het oog op het waarborgen van socio-economische voordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>is van mening dat de maatregelen die zijn opgenomen in het actieplan waar mogelijk de gewone wetgevingsprocedure moet volgen om te zorgen voor meer transparantie, en een daadwerkelijke effectbeoordeling moeten omvatten waarbij alle belanghebbenden terdege worden betrokken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>neemt bezorgd kennis van het gebrek aan duidelijkheid over de juridische consequenties van het actieplan, als gevolg van door de Commissie gedane verklaringen, bijvoorbeeld tijdens de presentatie van het actieplan in de Commissie visserij van het Parlement en in de richting van verschillende belanghebbenden; is van mening dat dit geen helderheid en stabiliteit voor de visserijsector heeft opgeleverd en schadelijke gevolgen heeft gehad voor veel visserijsectoren in een tijd waarin de onzekerheden ten gevolge van de zich opstapelende consequenties van diverse crises een sterk demoraliserende uitwerking hebben op de mensen die werkzaam zijn in de sector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de Commissie steeds vaker gebruik maakt van niet-bindende instrumenten, zoals mededelingen, die vaak “zachte wetgeving” worden genoemd, om zeer concrete beleidsmaatregelen voor te stellen zonder dat deze worden opgevolgd met wetgevingsvoorstellen; is van mening dat onduidelijkheid over de bedoelde juridische betekenis van de gepresenteerde mededelingen en hun werkelijke juridische effect, naar alle waarschijnlijkheid gevolgen heeft voor de juridische zekerheid en voorspelbaarheid ten aanzien van de sector, en tevens juridische vragen oproept over institutioneel evenwicht en de grenzen aan en uitoefening van EU-bevoegdheden; is derhalve van mening dat mededelingen van de Commissie niet mogen worden gebruikt om bindende maatregelen voor te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>betreurt het dat in uitingen van de Commissie, met name van DG MARE en DG ENV, tegenstrijdige verklaringen zijn gedaan over de bindende gevolgen van het actieplan; verzoekt DG MARE en DG ENV beter te luisteren wat betreft de specifieke kenmerken van de visserijsector alvorens gezamenlijke initiatieven voor te bereiden of voor te stellen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sociaal-economische aspecten en voedselzekerheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>steunt de toespraak over de Staat van de Unie van 2023 van de voorzitter van de Commissie waarin werd verklaard dat voor elke nieuwe wettekst een concurrentievermogenstoets zou worden uitgevoerd; dringt erop aan dat het actieplan, alle visserijgerelateerde wetgevingsvoorstellen en andere initiatieven van een concurrentievermogenstoets vergezeld gaan die betrekking heeft op de sociaal-economische gevolgen voor de verschillende activiteiten en voor kustgemeenschappen, alsook voor de recreatievisserij en het cumulatieve effect op de beschikbaarheid van de voedseltoevoer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>betreurt dat het actieplan niet vergezeld gaat van een sociaal-economische studie, effectbeoordeling met wetenschappelijke analyse of tussentijds verslag en dat het geen voorstel bevat voor aanvullende financieringsmaatregelen, in welke vorm dan ook, voor de groene en energietransitie; maakt de Commissie erop attent dat strategische documenten zoals dit actieplan op een meer gecoördineerde en duidelijke wijze moeten worden voorgelegd aan de verschillende belanghebbenden, met wier standpunten rekening dient te worden gehouden, en dat deze documenten volledige milieu-, sociale, economische en juridische beoordelingen van de uitvoering moeten omvatten; dringt erop aan dat alle nodige middelen worden ingezet voor een rechtvaardige en evenwichtige transitie, met inbegrip van stimulansen en compensatiemechanismen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>herinnert eraan dat de lidstaten artikel 17 van het GVB volledig moeten toepassen bij de toewijzing van vangstmogelijkheden; verzoekt de lidstaten vangstmogelijkheden toe te wijzen aan de hand van transparante en objectieve criteria op basis van de sociale en milieuprestaties van de visserijvloten en artikel 17 toe te passen als instrument om verantwoorde visserijpraktijken met een lage impact te stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt dat het actieplan in gelijke mate moet bijdragen aan de pijlers van duurzaamheid in het GVB (ecologisch, sociaal en economisch) als, onder andere, aan productiviteitsgroei, fatsoenlijke arbeidsomstandigheden in de sector, met name voor de kleinschalige visserij, stabiele markten, het waarborgen van voedselveilige, kwalitatieve en duurzame producten zonder voedselzekerheid en autonomie in het gedrang te brengen zodat vissers de hun toegewezen vangstquota ten volle kunnen benutten, en het moet bijdragen tot milieuherstel en -bescherming met het oog op klimaatmitigatie en -adaptatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>is ingenomen met de oproep van de Commissie om gegevens te verzamelen over de impact van de recreatievisserij, maar onderstreept dat ook rekening moet worden gehouden met de economische en sociale gevolgen van duurzame recreatievisserij; is van mening dat de recreatievisserij uitstekende kansen kan bieden ter bevordering van de <STRING ITALIC="on">“citizen science”</STRING> (burgerwetenschap);</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Internationale maatregelen en wederkerigheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>beschouwt het VN-verdrag inzake de volle zee als een belangrijke prestatie op internationaal niveau voor de bescherming van de oceanen; betreurt echter dat in het actieplan onvoldoende wordt aangedrongen op de noodzaak om wederkerigheid op te nemen in internationale overeenkomsten; acht het derhalve van essentieel belang dat de EU op internationaal niveau samenwerkt met andere tegenhangers om regels toe te passen met doelstellingen en doelen die vergelijkbaar zijn met wat in het GVB is vastgelegd, met name artikel 28, lid 2, punt d), de Europese Green Deal en de SDG’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>benadrukt hoe belangrijk het is dat de EU samenwerkt met ontwikkelingslanden, met name de landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan, om zich voor te bereiden op de toekomstige ontwikkeling van hernieuwbare mariene energie door de expertise van de EU op het gebied van mariene planning en industriële ontwikkeling te delen; verzoekt de EU de capaciteitsopbouw en financiering voor ontwikkelingslanden op te schalen om het oceaan- en kustbeheer te verbeteren, strategieën voor de oceaaneconomie te ontwikkelen, hiaten in de governance te dichten en illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij en illegale handel in mariene hulpbronnen aan te pakken; benadrukt dat het belangrijk is met oplossingen te komen die tegemoetkomen aan de lokale behoeften aan emissievrije energie, die ervoor zorgen dat mariene ecosystemen worden beschermd en die traditionele activiteiten zoals visserij in stand houden; benadrukt dat het belangrijk is de kustgemeenschappen te betrekken bij de uitvoering van deze maatregelen; benadrukt verder het belang van het ondersteunen van duurzame visserijpraktijken in de ultraperifere gebieden, op basis van het duurzame gebruik van mariene hulpbronnen en het beheer van visserij, aquacultuur en toerisme, als een manier om de sociaal-economische ontwikkeling van deze gebieden op lange termijn te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>verzoekt de EU transparantie in de visserij en andere winningsindustrieën op zee in partnerlanden te bevorderen, aangezien dit van cruciaal belang is om een einde te maken aan overbevissing, biodiversiteitsverlies en schendingen van de mensenrechten; benadrukt dat ontwikkelingslanden aan de kust de normen van het Transparantie-initiatief voor de visserij en het Initiatief inzake transparantie van winningsindustrieën kunnen toepassen om de transparantie te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>vraagt dat iedere beperking, al dan niet gebaseerd op het actieplan, automatisch ook van toepassing wordt op producten die uit niet-EU-landen worden ingevoerd, met name gezien het feit dat 70 % van de vis die in de EU wordt geconsumeerd, is ingevoerd; benadrukt dat het essentieel is te zorgen voor consistentie tussen het interne en externe beleid en voor een gelijk speelveld tussen EU- en niet-EU-marktdeelnemers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>merkt op dat 25 % van de totale Europese vangsten wordt gevangen met mobiel bodemvistuig; is van mening dat nieuwe beheersregels, met name beperkingen of restricties op het gebruik van visserijtechnieken op EU-niveau, de voedselzekerheid niet in het gedrang mogen brengen, niet mogen leiden tot een toename aan ingevoerde visserijproducten, en al helemaal niet als die producten zijn gevangen met vistuig waarvoor in de EU beperkingen of restricties op het gebruik gelden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Werken met de visserijsector</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>steunt de visserijsector bij haar aanhoudende inspanningen om de selectiviteit van visserijtechnieken te verbeteren en zijn impact op het milieu te verminderen; wijst op de positieve voorbeelden van herstel van soortenbestanden in beschermde gebieden bij behoud van de visserijactiviteiten; ondersteunt verdere inspanningen ter stimulering van regelingen voor gezamenlijk beheer waarbij lokale belanghebbenden de verantwoordelijkheid nemen voor duurzaam beheer, en steunt eveneens verdere investeringen in onderzoek, innovatie en de ontwikkeling van nieuw vistuig en nieuwe visserijtechnieken; wijst op de rol van vissers als “hoeders van de zee” en hun inzet voor het herstel van visbestanden en hun bijdrage aan het herstel van mariene ecosystemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>merkt op dat volgens de Commissie dankzij het GVB de afgelopen decennia tastbare vooruitgang is geboekt in de richting van duurzamere visserij in de praktijk; benadrukt echter dat de meeste visserijgemeenschappen een hoge tol hebben betaald voor dit herstel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is alle relevante belanghebbenden, van vissers tot vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, te betrekken bij het besluitvormingsproces en de uitvoering van maatregelen die bijdragen tot de bescherming en het herstel van mariene ecosystemen, en die een duurzame en veerkrachtige visserij kunnen ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>benadrukt dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan gendergelijkheid en empowerment van vrouwen, gezien de cruciale rol van vrouwen en jongeren, met name in de duurzame oceaaneconomie en mariene instandhoudingsgebieden;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>