<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0050</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Situatie van de grondrechten in de Europese Unie in 2022 en 2023</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0376/2023 - Rapporteur: Katarina Barley)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 18 januari 2024 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie – jaarverslag 2022 en 2023 (2023/2028(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (“het Handvest”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD> Zie onder meer: Commissie/Hongarije (Transparantie van verenigingen), zaak C-78/18, ECLI:EU:C:2020:476; 	Arrest van het Hof (tweede kamer) van 6 oktober 2022. I. L./Politsei- ja Piirivalveamet, zaak C-241/21, ECLI:EU:C:2022:753.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE> (hierna “verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat” genoemd),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/692 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 156 van 5.5.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt<FOOTNOTE><FIELD> PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht<FOOTNOTE><FIELD> PB L 328 van 6.12.2008, blz. 55.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht ras of etnische afstamming<FOOTNOTE><FIELD> PB L 180 van 19.7.2000, blz. 22.</FIELD></FOOTNOTE> en de lopende inbreukprocedures die de Commissie op grond van deze richtlijn tegen diverse lidstaten heeft ingeleid, waarvan de Commissie er één bij het Hof van Justitie aanhangig heeft gemaakt,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 12 maart 2021 inzake de gelijkheid, inclusie en participatie van de Roma (2021/C 93/01)<FOOTNOTE><FIELD> PB C 93 van 19.3.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 9 januari 2023 getiteld “Beoordelingsverslag over de nationale strategische kaders voor Roma van de lidstaten” (COM(2023)0007),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Aanbeveling (EU) 2021/1534 van de Commissie van 16 september 2021 over het waarborgen van de bescherming, de veiligheid en de weerbaarheid van journalisten en andere mediaprofessionals in de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 331 van 20.9.2021, blz. 8.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 9 december 2021 getiteld “Een inclusiever en beschermender Europa: uitbreiding van de lijst van EU-misdrijven tot haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven” (COM(2021)0777),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 maart 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020-2025” (COM(2020)0152),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 24 juni 2020 getiteld “EU-strategie inzake de rechten van slachtoffers (2020-2025)” (COM(2020)0258),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 november 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025” (COM(2020)0698),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 2 maart 2022 over de bestrijding van racisme en antisemitisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 2 december 2020 getiteld “Strategie ter versterking van de toepassing van het Handvest van de Grondrechten in de EU” (COM(2020)0711),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 6 december 2022 getiteld “Een bloeiende ruimte voor het maatschappelijk middenveld ter eerbiediging van de grondrechten in de EU – Jaarverslag over de toepassing van het EU-Handvest van de grondrechten 2022” (COM(2022)0716),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Aanbeveling (EU) 2023/681van de Commissie van 8 december 2022 betreffende procedurele rechten van verdachten en beklaagden die onderworpen zijn aan voorlopige hechtenis en betreffende materiële detentieomstandigheden<FOOTNOTE><FIELD> PB L 86 van 24.3.2023, blz. 44.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 juli 2023 getiteld “Verslag over de rechtsstaat 2023 – Situatie op het gebied van de rechtsstaat in de Europese Unie” (COM(2023)0800), de 27 landenhoofdstukken en de begeleidende aanbevelingen aan de lidstaten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten, met inbegrip van het derde beginsel inzake gelijke kansen, en de mededeling van de Commissie van 4 maart 2021 getiteld “Het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten” (COM(2021)0102),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2022 tot bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”) (COM(2022)0177), en de begeleidende aanbeveling,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2022 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt (“verordening mediavrijheid”) en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (COM(2022)0457) (de “verordening mediavrijheid”), en de begeleidende aanbeveling inzake interne waarborgen voor redactionele onafhankelijkheid en transparantie van eigendom in de mediasector<FOOTNOTE><FIELD> PB L 245 van 22.9.2022, blz. 56.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van 7 december 2022 voor een Richtlijn van de Raad betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling van personen ongeacht hun ras of etnische afstamming, gelijke behandeling van personen in arbeid en beroep ongeacht hun godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid, gelijke behandeling van vrouwen en mannen op het gebied van sociale zekerheid en de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten, en tot schrapping van artikel 13 van Richtlijn 2000/43/EG en artikel 12 van Richtlijn 2004/113/EG (COM(2022)0689),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie voor een verordening van de Raad van 7 december 2022 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning van beslissingen en de aanvaarding van authentieke akten inzake afstamming en betreffende de invoering van een Europese akte van afstamming (COM(2022)0695),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 7 december 2022 betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling en gelijke kansen voor vrouwen en mannen in arbeid en beroep, en tot schrapping van artikel 20 van Richtlijn 2006/54/EG en artikel 11 van Richtlijn 2010/41/EU (COM(2022)0688),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verslagen van het Bureau voor de grondrechten van de Europese Unie (FRA), met name de verslagen over de grondrechten voor de jaren 2022 en 2023, met inbegrip van de landspecifieke verslagen van Franet,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de instrumenten van de VN inzake de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, met inbegrip van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, en het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, de aanbevelingen en verslagen in het kader van de universele periodieke doorlichting van de VN, de rechtspraak van de verdragsorganen van de VN en de speciale procedures van de Mensenrechtenraad,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, dat op 11 mei 2011 in Istanbul voor ondertekening werd opengesteld (het “Verdrag van Istanbul”) en op 28 juni 2023 door de Europese Unie werd geratificeerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbevelingen en verslagen van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten, de Hoge Commissaris inzake de nationale minderheden en andere organen van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OSCE),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Raad van Europa van 23 maart 2023 getiteld “Human Rights Defenders in the Council of Europe Area in Times of Crises” naar aanleiding van de rondetafelconferentie over de mensenrechten, georganiseerd door het Bureau van de commissaris voor de Mensenrechten van de Raad van Europa in Dublin op 24-25 oktober 2022<FOOTNOTE><FIELD> Raad van Europa, “Human Rights Defenders in the Council of Europe Area in Times of Crises”, 23 maart 2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Kaderverdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van nationale minderheden en het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het herziene Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen, aanbevelingen en verslagen van de commissaris voor de Mensenrechten van de Raad van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbevelingen en verslagen van de Raad van Europa, met name van de Commissie van Venetië, de Europese Commissie tegen Racisme en Onverdraagzaamheid (ECRI), GREVIO en Greco,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 november 2018 over minimumnormen voor minderheden in de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 363 van 28.10.2020, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 januari 2019 over gendergelijkheid en belastingbeleid in de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 411 van 27.11.2020, blz. 38.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 november 2021 over versterking van de democratie en de vrijheid en pluriformiteit van de media in de EU: oneigenlijk gebruik van civielrechtelijke en strafrechtelijke procedures om journalisten, ngo’s en het maatschappelijk middenveld het zwijgen op te leggen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 205 van 20.5.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 december 2021 over de evaluatie van de preventiemaatregelen ter voorkoming van corruptie, onregelmatige uitgaven en het misbruik van EU- en nationale middelen bij noodfondsen en op crisisgerelateerde uitgaventerreinen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 251 van 30.6.2022, blz. 48.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 februari 2022 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende een statuut voor Europese grensoverschrijdende verenigingen en organisaties zonder winstoogmerk<FOOTNOTE><FIELD> PB C 342 van 6.9.2022, blz. 225.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 maart 2022 over de steeds beperktere ruimte voor het maatschappelijk middenveld in Europa<FOOTNOTE><FIELD> PB C 347 van 9.9.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 maart 2022 over de rechtsstaat en de gevolgen van het arrest van het HvJ-EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 347 van 9.9.2022, blz. 168.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 juni 2022 over de rechtsstaat en de potentiële goedkeuring van het Poolse nationaal herstel- en veerkrachtplan<FOOTNOTE><FIELD> PB C 493 van 27.12.2022, blz. 108.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 6 juli 2022 inzake de intersectionele discriminatie in de Europese Unie: de sociaaleconomische situatie van vrouwen van Afrikaanse, Midden-Oosterse, Latijns-Amerikaanse en Aziatische afkomst<FOOTNOTE><FIELD> PB C 47 van 7.2.2023, blz. 184.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 september 2022 over het voorstel voor een besluit van de Raad houdende de constatering, overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, dat er een duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending door Hongarije van de waarden waarop de Unie berust<FOOTNOTE><FIELD> PB C 125 van 5.4.2023, blz. 463.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 5 oktober 2022 over de situatie van Roma die in nederzettingen in de EU wonen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 132 van 14.4.2023, blz. 29.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 december 2022 over vermoedens van corruptie door Qatar en de bredere noodzaak van transparantie en verantwoordingsplicht in de Europese instellingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 177 van 17.5.2023, blz. 109.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 juli 2022 over het besluit van het Amerikaanse Hooggerechtshof om het recht op abortus in de Verenigde Staten af te schaffen en de noodzaak om het recht op abortus en de gezondheid van de vrouw te beschermen, ook binnen de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 47 van 7.2.2023, blz. 268.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 3 mei 2022 over de vervolging van minderheden op grond van godsdienst of levensovertuiging<FOOTNOTE><FIELD> PB C 465 van 6.12.2022, blz. 33.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 5 mei 2022 over hoorzittingen uit hoofde van artikel 7, lid 1, VEU met betrekking tot Polen en Hongarije<FOOTNOTE><FIELD> PB C 465 van 6.12.2022, blz. 147.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn Besluit (EU) 2023/325 van 18 oktober 2022 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Grens- en kustwachtagentschap voor het begrotingsjaar 2020<FOOTNOTE><FIELD> PB L 45 van 14.2.2023, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 20 oktober 2022 over de toename van haatmisdrijven ten aanzien van lhbtiq+-personen in heel Europa in het licht van de recente homofobe moord in Slowakije<FOOTNOTE><FIELD> PB C 149 van 28.4.2023, blz. 22.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 november 2022 over raciale gerechtigheid, non-discriminatie en antiracisme in de EU<FOOTNOTE><FIELD> PB C 161 van 5.5.2023, blz. 10.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 december 2022 “Naar gelijke rechten voor personen met een handicap”<FOOTNOTE><FIELD> PB C 177 van 17.5.2023, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 april 2023 over de bestrijding van discriminatie in de EU – de langverwachte horizontale antidiscriminatierichtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0111.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt van 10 mei 2023 over de ontwerpen van besluit van de Raad over de sluiting, namens de Europese Unie, van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0196.</FIELD></FOOTNOTE>, met betrekking tot de instellingen en het openbaar bestuur van de Unie en tot aangelegenheden die verband houden met justitiële samenwerking in strafzaken en met betrekking tot asiel en non-refoulement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 mei 2023 over de gepastheid van de bescherming die wordt geboden door het kader voor gegevensbescherming EU-VS<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0204.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn verslag en aanbeveling van 22 mei 2023 over het onderzoek naar vermeende inbreuken op en gevallen van wanbeheer bij het toepassen van het Unierecht met betrekking tot het gebruik van Pegasus en soortgelijke spyware voor surveillance,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 1 juni 2023 over de inbreuken op de rechtsstaat en de grondrechten in Hongarije en de bevroren EU-gelden<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0216.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 juli 2023 over de toegang van het publiek tot documenten – jaarverslag voor de jaren 2019-2021<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0295.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 4 oktober 2023 over de segregatie en discriminatie van Romakinderen in het onderwijs<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0342.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie constitutionele zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A9-0376/2023),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de EU op bepaalde waarden berust, namelijk eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, zoals is vastgelegd in artikel 2 van het VEU en in het Handvest en zoals is opgenomen in internationale mensenrechtenverdragen; overwegende dat deze waarden door de EU en de lidstaten in hun interne en externe optreden moeten worden gedeeld en nageleefd en actief moeten worden bevorderd; overwegende dat de eerbiediging van deze waarden de afgelopen jaren in sommige lidstaten op zorgwekkende wijze is afgenomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat democratie, de rechtsstaat en grondrechten waarden zijn die elkaar versterken en die, als ze ondermijnd worden, een systemische bedreiging vormen voor de Unie en voor de rechten en vrijheden van alle mensen in de EU; overwegende dat de eerbiediging van de rechtsstaat bindend is voor de gehele Unie en voor haar lidstaten op alle bestuurlijke niveaus;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat vrije, onafhankelijke en transparante verkiezingen een pijler van de democratie zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de toenemende verspreiding van desinformatie een bedreiging vormt voor de democratische werking van de Unie; overwegende dat het terugdringen van de manipulatie van informatie een zaak van algemeen belang is; overwegende dat desinformatie het vermogen van burgers en ingezetenen om op feiten gebaseerde beslissingen te nemen en vrijelijk deel te nemen aan democratische processen vermindert; overwegende dat onafhankelijke en pluralistische media een krachtig instrument zijn in de strijd tegen desinformatie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat mediavrijheid, pluralisme en de onafhankelijkheid en veiligheid van journalisten cruciale onderdelen vormen van het recht op vrije meningsuiting en informatie, en onontbeerlijk zijn voor de goede werking van de democratie in de EU en haar lidstaten; overwegende dat journalisten en andere mediaspelers de afgelopen jaren in veel lidstaten en daarbuiten steeds vaker het slachtoffer zijn geworden van bedreigingen, ongepaste druk, intimidatie, geweld en andere vormen van belemmering van hun werk, met name wanneer zij zich richten op machtsmisbruik, corruptie, schendingen van grondrechten en criminele activiteiten; overwegende dat strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPP’s) in de hele EU een prangend probleem blijven; overwegende dat de alarmerende situatie met betrekking tot bedreigingen en aanvallen niet uitsluitend beperkt is tot beroepsjournalisten en andere traditionele media-actoren; overwegende dat de definitie van media-actoren is uitgebreid als gevolg van nieuwe mediavormen in het digitale tijdperk en derhalve ook anderen omvat die een bijdrage leveren aan het openbare debat en die journalistieke activiteiten verrichten of publieke waakhondfuncties vervullen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat overheidsinstanties in sommige lidstaten en niet-EU-landen Pegasus en andere spyware voor surveillance hebben gebruikt tegen journalisten, politici, rechtshandhavingsfunctionarissen, diplomaten, advocaten, zakenlieden, actoren uit het maatschappelijk middenveld en andere actoren, voor politieke en zelfs criminele doeleinden; overwegende dat dergelijke praktijken uiterst alarmerend zijn en het risico onderstrepen van misbruik van surveillancetechnologieën met als doel de fundamentele mensenrechten, de democratie en verkiezingsprocessen te ondermijnen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat corruptie een ernstige bedreiging vormt voor de democratie en de rechtsstaat; overwegende dat er aanhoudende en ernstige bezorgdheid bestaat over de bestrijding van corruptie in sommige lidstaten; overwegende dat de mechanismen ter bestrijding van corruptie in verschillende lidstaten zwak zijn en dat het gebrek aan bescherming voor klokkenluiders een wijdverbreide tekortkoming blijft; overwegende dat de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat tot doel heeft de begroting van de Unie te beschermen tegen schendingen van de beginselen van de rechtsstaat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat journalisten, mediakanalen en bloggers, mensenrechtenverdedigers, evenals maatschappelijke organisaties, activisten, vakbonden, kunstenaars, onderzoekers, klokkenluiders en politici steeds vaker te maken krijgen met bedreigingen, pesterijen en andere vormen van intimidatie vanwege hun betrokkenheid bij publieke participatie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht – een essentiële voorwaarde voor het democratische beginsel van scheiding der machten en cruciaal voor het waarborgen van de eerbiediging van de grondrechten – in steeds meer lidstaten ernstig wordt bedreigd en zelfs structureel wordt ondermijnd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het Hof van Justitie eraan heeft herinnerd<FOOTNOTE><FIELD><STRING ITALIC="on"> Europese Commissie</STRING>/<STRING ITALIC="on">Hongarije</STRING> (Transparantie van verenigingen), zaak C-78/18, ECLI:EU:C:2020:476.</FIELD></FOOTNOTE> dat het in artikel 12, lid 1, van het Handvest verankerde recht op vrijheid van vereniging een van de wezenlijke grondslagen vormt van een democratische en pluralistische samenleving, aangezien het mensen in de EU in staat stelt collectief op te treden op gebieden van wederzijds belang en aldus bij te dragen aan de goede werking van het openbare leven; overwegende dat in sommige lidstaten steeds vaker melding wordt gemaakt van aanvallen op het recht van vergadering en vereniging door onevenredig gebruik van geweld tegen vreedzame betogers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat sommige lidstaten beperkingen hebben opgelegd met het doel de burgerruimte doelbewust te beperken; overwegende dat de burgerruimte in veel lidstaten te maken heeft met juridische, administratieve en fiscale intimidatie, criminalisering en negatieve retoriek die erop gericht is maatschappelijke organisaties, activisten en mensenrechtenverdedigers te stigmatiseren en te delegitimeren en hun mogelijkheden om hun werk uit te voeren, te beperken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa in maart 2023 oordeelde dat de situatie van mensenrechtenverdedigers in Europa alarmerend was verslechterd en dat regeringen steeds meer geneigd zijn hun toezeggingen op het gebied van de mensenrechten naast zich neer te leggen en voorrang te geven aan nationale veiligheid en openbare veiligheid boven de mensenrechten; overwegende dat de commissaris melding heeft gemaakt van toenemende beperkingen van hun mogelijkheden om vrij en veilig te werken, alsook van diverse vormen van represailles, waaronder gerechtelijke intimidatie, vervolging, onrechtmatige controles en surveillance, lastercampagnes, bedreigingen en intimidatie in lidstaten en buurlanden; overwegende dat het ontbreken van effectieve onderzoeken naar schendingen die door overheids- en niet-overheidsactoren worden begaan jegens mensenrechtenverdedigers, een groot probleem blijft; overwegende dat dit de democratie ondermijnt en deel uitmaakt van een breder probleem van polarisatie in de samenleving die wordt gekenmerkt door toenemende uitingen van haat en geweld tegen verschillende sociale of minderheidsgroepen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat er verschillende incidenten zijn geweest waarbij aan de Europese grenzen migranten zijn omgekomen en de mensenrechten zijn geschonden als gevolg van ineffectief beheer en onevenredig gebruik van geweld door de autoriteiten; overwegende dat er steeds meer technologie, waaronder artificiële intelligentie, wordt ingezet om migranten aan de buiten- en binnengrenzen van de EU te monitoren; overwegende dat het een inbreuk op het internationale recht<FOOTNOTE><FIELD> Het verlenen van bijstand aan personen die op zee in nood verkeren, is een juridische verplichting van EU-landen uit hoofde van internationaal gewoonterecht en internationale verdragen, met name het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee (Solas-verdrag, 1974), het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (Unclos, 1982) en het Internationaal Verdrag inzake opsporing en redding op zee (SAR-verdrag, 1979), alsmede het EU-recht.</FIELD></FOOTNOTE> is en daarom op grond van het EU-recht niet is toegestaan, om door niet-gouvernementele organisaties of andere niet-overheidsactoren met inachtneming van het toepasselijke rechtskader uitgevoerde opsporings- en reddingsoperaties strafbaar te stellen; overwegende dat het Hof van Justitie eraan heeft herinnerd dat onderdanen van niet-EU-landen alleen in hechtenis mogen worden genomen wanneer er een specifieke rechtsgrond is om hun recht op vrijheid te beperken en niet wanneer er slechts een algemeen criterium is<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 6 oktober 2022, <STRING ITALIC="on">I. L.</STRING>/<STRING ITALIC="on">Politsei- ja Piirivalveamet, </STRING>Zaak C-241/21, ECLI:EU:C:2022:753.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat het aantal dodelijke slachtoffers aan de zeegrenzen van Europa in 2022 licht is gedaald ten opzichte van 2021, maar nog steeds hoger is dan in de drie jaren voorafgaand aan 2021<FOOTNOTE><FIELD> Het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, Fundamental Rights Report 2023, blz. 148, 8 juni 2023.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de meeste dodelijke slachtoffers vielen in het centrale Middellandse Zeegebied, voor de kusten van Noord-Afrika<FOOTNOTE><FIELD> Het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, Fundamental Rights Report 2023, blz. 148, 8 juni 2023.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat er verschillende verslagen en onderzoeken naar Frontex zijn uitgevoerd met betrekking tot kwesties die verband houden met de grondrechten, onder meer door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Ombudsman; overwegende dat de voormalige directeur van Frontex in april 2022 ontslag heeft genomen; overwegende dat alle EU-agentschappen de grondrechten moeten naleven en verantwoording moeten afleggen in geval van schendingen van de grondrechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat er in de afgelopen jaren een georganiseerde tegenreactie is geweest tegen de rechten van vrouwen en meisjes; overwegende dat er in sommige lidstaten pogingen zijn ondernomen om de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten verder terug te schroeven, zoals de bestaande wettelijke bescherming van de toegang van vrouwen tot abortuszorg; overwegende dat het ontzeggen van veilige en legale toegang tot abortus in sommige lidstaten de afgelopen jaren heeft geleid tot de dood van een aantal vrouwen; overwegende dat gendergerelateerd geweld, waaronder seksueel geweld en verkrachting, in de hele EU nog steeds veel voorkomt; overwegende dat sommige lidstaten het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (het Verdrag van Istanbul) nog steeds niet hebben geratificeerd; overwegende dat bewegingen die zich verzetten tegen het bevorderen en aanbieden van seksuele voorlichting in de EU toenemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat gendergerelateerd geweld zowel een oorzaak als een gevolg is van de structurele ongelijkheden die hun oorsprong vinden in genderstereotypen en machtsasymmetrieën, ook in de particuliere, sociale, publieke en economische sfeer;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat uit enquêtegegevens van het FRA blijkt dat de gangbaarheid van discriminatie op grond van ras of etnische oorsprong (waaronder Roma, moslims, joden en mensen van Afrikaanse afkomst) consequent hoog blijft, zowel in de loop van de tijd als bij verschillende bevolkingsgroepen, met name personen met een kansarme sociaal-economische achtergrond, in verschillende lidstaten; overwegende dat raciale en etnische minderheden te maken hebben met structureel racisme, haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen, gebrek aan toegang tot de rechter en aanhoudende sociaal-economische ongelijkheden op gebieden als huisvesting, gezondheidszorg, werkgelegenheid en onderwijs, die moeten worden erkend als belangrijke belemmeringen voor de volledige uitoefening van hun grondrechten en als belangrijke obstakels voor inclusie en gelijkheid; overwegende dat antisemitisme, zigeunerhaat, islamofobie en racisme hardnekkige vormen van haat en discriminatie zijn; overwegende dat extreemrechts extremisme een bijzondere bedreiging vormt voor mensen die gediscrimineerd worden en voor de samenleving als geheel; overwegende dat er volgens FRA aanwijzingen zijn voor systemisch racisme in de EU, ook binnen de rechtshandhaving; overwegende dat bij beleid en maatregelen ter bestrijding van racisme en discriminatie rekening moet worden gehouden met intersectionele discriminatie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat personen met een handicap die in de EU wonen nog steeds te maken hebben met discriminatie, zoals ontzegging van redelijke aanpassingen, intimidatie en meervoudige en intersectionele vormen van discriminatie in alle aspecten van hun leven, waaronder sociaal-economische nadelen, sociale isolatie, mishandeling en geweld, met inbegrip van gendergerelateerd geweld, gedwongen sterilisatie en abortus, gebrek aan toegang tot collectieve diensten, huisvesting van lage kwaliteit, institutionalisering, ontoereikende gezondheidszorg en ontzegging van de mogelijkheid bij te dragen en actief deel te nemen aan de samenleving;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat een aanzienlijk deel van de mensen met een Romani-achtergrond<FOOTNOTE><FIELD> De term “mensen met een Roma-achtergrond” omvat diverse groepen, waaronder Roma, Kalè, Manoesjen, Ashkali, Travellers, Lovara, Rissende, Boyash, Domare, Kalderash, Romanichal en Sinti. Er bestaat geen algemeen aanvaarde terminologie, aangezien sommige gemeenschappen de voorkeur geven aan de term “Roma”.</FIELD></FOOTNOTE> in Europa zowel in plattelands- als in stedelijke gebieden onder bijzonder onzekere omstandigheden leeft en zich bovendien in een zeer slechte sociaal-economische situatie bevindt; overwegende dat de meeste mensen met een Romani-achtergrond in alle facetten van het leven hun fundamentele mensenrechten wordt ontzegd; overwegende dat in sommige lidstaten nog steeds sprake is van het plaatsen van kinderen op gescheiden scholen en de discriminerende praktijk om kinderen van etnische en raciale minderheden op scholen voor kinderen met een verstandelijke handicap te plaatsen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat de voortdurende trend van toenemende discriminatie, haatzaaiende uitlatingen en geweld tegen lhbtiq+-personen en verdedigers van lhbtiq+-rechten in de hele EU aanhoudt; overwegende dat lhbtiq+-personen in diverse lidstaten nog steeds worden geconfronteerd met discriminatie en uitsluiting op het gebied van sociale bescherming, sociale zekerheid, toegang tot gezondheidszorg, onderwijs, rechtsbescherming en toegang tot en aanbod van goederen en andere diensten die publiekelijk beschikbaar zijn, waaronder huisvesting; overwegende dat de jurisprudentie van het Hof van Justitie ter bescherming van de sociale rechten en het privéleven van paren van hetzelfde geslacht en van kinderen van ouders van hetzelfde geslacht niet wordt toegepast, zoals de zaak Coman (C-673/16) en de zaak van baby Sara (C-490/20); overwegende dat interseksuele kinderen operaties en medische behandelingen ondergaan zonder dat zij hiertoe vooraf hun persoonlijke, volledige en geïnformeerde toestemming hebben gegeven; overwegende dat genitale verminking bij interseksuele personen levenslange gevolgen kan hebben, zoals psychologische trauma’s en lichamelijke beperkingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat het aantal gevallen van haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen in de gehele EU de afgelopen jaren gestaag is toegenomen<FOOTNOTE><FIELD> Onderzoeksdienst van het Europees Parlement, briefing “Combating hate speech and hate crime in the EU”, juni 2022.</FIELD></FOOTNOTE>, grotendeels als gevolg van het stijgende aantal gebruikers van sociale media en het feit dat haatzaaiende uitlatingen online goed gedijen; overwegende dat het bedrijfsmodel van socialemediaplatforms, dat gebaseerd is op microgerichte reclame, een rol speelt bij de verspreiding en versterking van haatzaaiende uitlatingen die aanzetten tot discriminatie en geweld; overwegende dat onderwijsstelsels van cruciaal belang zijn voor het aanbieden van digitaal onderwijs, digitale geletterdheid en digitale vaardigheden voor iedereen, het bevorderen van het inzicht van gebruikers in digitale technologieën, het overwinnen van ongelijkheden, het verbeteren van digitale inclusie en het mondiger maken en beschermen van mensen en hun rechten, waarbij hun verantwoordelijkheden worden verduidelijkt; overwegende dat haatzaaiende uitlatingen kunnen leiden tot haatmisdrijven; overwegende dat volgens het FRA tot wel negen op de tien haatmisdrijven en door haat ingegeven aanvallen in de EU niet worden aangegeven en daardoor niet worden bestraft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat artikel 21 van het Handvest alle discriminatie op grond van taal of het behoren tot een nationale minderheid verbiedt; overwegende dat artikel 22 van het Handvest de eerbiediging van de taalkundige verscheidenheid waarborgt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat de EU is gegrondvest op de bevordering van sociale, culturele en economische rechten; overwegende dat het aantal mensen dat in armoede leeft in de EU hoog is, dat meer dan een op de vijf kinderen in armoede dreigt af te glijden en dat voor bijna een op de vier Europeanen armoede of sociale uitsluiting dreigt; overwegende dat de armoedecyclus andere ongelijkheden verergert, zoals bij de toegang van mensen tot onderwijs, betaalbare huisvesting, gezondheidszorg en werkgelegenheid; overwegende dat door de energiecrisis en de inflatie het aantal mensen dat te maken krijgt met onzekerheid, armoede en sociale uitsluiting is toegenomen; overwegende dat artikel 151 VWEU verwijst naar de sociale grondrechten als vastgelegd in het Europees Sociaal Handvest; overwegende dat de Europese pijler van sociale rechten en de uitvoering van het daartoe behorende actieplan de belangrijkste instrumenten zijn om sociale prioriteiten in alle EU-beleidsmaatregelen te mainstreamen en een leidraad vormen voor de daadwerkelijke uitvoering van zijn 20 beginselen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat toetreding van de EU tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) een verplichting is op grond van artikel 6, lid 2, VEU, en een hoge prioriteit blijft houden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat de lidstaten en de EU-instellingen en -organen, waaronder het Hof van Justitie, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM), allen een cruciale rol spelen bij de handhaving van de waarden en grondrechten van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat de Europese Ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar de uitwisseling van persoonlijke sms’jes en telefoongesprekken in verband met de aankoop van COVID-19-vaccins tussen de voorzitter van de Commissie en de CEO van Pfizer, die de Commissie achteraf weigerde openbaar te maken; overwegende dat de Ombudsman in juli 2022 heeft vastgesteld dat deze weigering neerkomt op wanbeheer<FOOTNOTE><FIELD> Europese Ombudsman, “Aanbeveling over de weigering van de Europese Commissie om het publiek toegang te geven tot tekstberichten die zijn verzonden tussen de voorzitter van de Commissie en de algemeen directeur van een farmaceutisch bedrijf over de aankoop van een COVID-19-vaccin (zaak 1316/2021/MIG)”.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat de rechtsstaat in verschillende lidstaten al enkele jaren verslechtert als gevolg van het systematische optreden van hun regeringen, met name in Hongarije en Polen, die tegen hen procedures lopen op grond van artikel 7, lid 1, VEU; overwegende dat de bezorgdheid over de rechtsstaat en de grondrechten in andere lidstaten snel toeneemt; overwegende dat het van cruciaal belang is ervoor te zorgen dat de lidstaten voldoen aan de OVSE-verbintenissen en andere internationale verplichtingen en normen voor democratische verkiezingen, met inbegrip van de Commissie van Venetië;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat armoede een vorm van structureel en sociale onrechtvaardigheid is, die zijn oorsprong vindt in genderongelijkheid, discriminatie en ongelijke kansen op toegang tot goederen en diensten, en dat armoede leidt tot schending van de grondrechten; overwegende dat voor de bestrijding van armoede een intersectionele aanpak nodig is waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan personen in kwetsbare situaties, zoals kinderen, vrouwen, geracialiseerde en etnische gemeenschappen, lhbtiq+-personen, migranten en asielzoekers en mensen met een handicap, alsook personen uit sociaaleconomisch achtergestelde milieus;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat volgens het verslag van het Europees Milieuagentschap getiteld “Air quality in Europe 2022” alleen al in 2020 blootstelling aan luchtverontreiniging door fijnstof heeft geleid tot 307 000 voortijdige sterfgevallen in de Unie;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De rechtsstaat en de toegang tot de rechter</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>herinnert aan het belang van vrije media voor de instandhouding van de democratie, voor het ter verantwoording roepen van publieke en particuliere instellingen en voor de toegang van burgers tot op feiten gebaseerde informatie; wijst op het belang van pluralisme in de media en de journalistieke vrijheid; veroordeelt ten stelligste het feit dat in 2022 opnieuw een wereldrecord is gevestigd voor het aantal gedetineerde journalisten, en roept op tot volledige gerechtigheid met betrekking tot de moord op onderzoeksjournalisten in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de lidstaten de aanbeveling van de Commissie over de wijze waarop journalisten en mensenrechtenverdedigers die betrokken zijn bij publieke participatie kunnen worden beschermd tegen kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures uit te voeren, met name om gevangenisstraffen voor smaad te schrappen, smaad uit het strafrecht te halen en in plaats daarvan de voorkeur te geven aan civiele of administratieve procedures; dringt er bij de Commissie op aan iets te doen aan de ernstige situatie met betrekking tot SLAPP’s die worden aangespannen in de vorm van strafrechtelijke procedures door een voorstel in te dienen met maatregelen die garanderen dat laster, smaad en eerroof, in de meeste lidstaten strafbare feiten, niet kunnen worden aangewend voor SLAPP’s via openbare of particuliere vervolging; wijst erop dat SLAPP’S slechts één methode zijn om journalisten het zwijgen op te leggen en verzoekt de Commissie andere praktijken verder te onderzoeken en met maatregelen te komen; roept politici op bedreigingen en aanvallen op journalisten publiekelijk te veroordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>herhaalt zijn bezorgdheid over de schending van de grondrechten in verband met het gebruik van Pegasus en soortgelijke spyware om gewone en prominente personen, zoals journalisten, bloggers, mensenrechtenactivisten, politici of andere actoren, op de korrel te nemen; onderstreept dat het onwettige gebruik van spyware door nationale regeringen direct en indirect gevolgen heeft voor de integriteit van het besluitvormingsproces, waardoor de democratie in de EU wordt ondermijnd, en benadrukt dat er dringend behoefte is aan meer transparantie en wettelijke verantwoordingsplicht van de surveillance-industrie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt de lidstaten, met name Griekenland, Hongarije, Polen, Spanje en Cyprus, de op hen betrekking hebbende aanbevelingen uit het verslag over het gebruik van Pegasus en soortgelijke spyware voor surveillance op te volgen; herinnert aan zijn aanbevelingen om gemeenschappelijke EU-normen na te leven, omdat individuele rechten niet in gevaar mogen worden gebracht door onbeperkte toegang tot surveillance toe te staan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan nationale actieplannen op te stellen voor de veiligheid van journalisten en een gunstig klimaat te scheppen waarin pluriforme en onafhankelijke media kunnen floreren en hun essentiële waakhondfunctie kunnen vervullen door regeringen en andere actoren ter verantwoording te roepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>wijst er nogmaals op dat de handel in en het gebruik van spyware strikt moeten worden gereguleerd; onderstreept dat het gebruik van spyware alleen in uitzonderlijke en specifieke gevallen mag worden toegestaan in het kader van onderzoeken naar een beperkte en uitputtende lijst van duidelijk en nauwkeurig omschreven ernstige strafbare feiten, per geval moet worden gerechtvaardigd, in overeenstemming moet zijn met het Handvest en andere relevante EU-wetgeving en vooraf moet worden bevolen door een onafhankelijke en onpartijdige gerechtelijke instantie met doeltreffende, bekende en toegankelijke corrigerende maatregelen; overwegende dat alle surveillanceactiviteit door middel van spyware achteraf moet worden getoetst door een onafhankelijke toezichthoudende instantie, die ervoor moet zorgen dat elke toegestane surveillanceactiviteit wordt uitgevoerd met inachtneming van de grondrechten en in overeenstemming met de voorwaarden die zijn vastgesteld door het Hof van Justitie, het EHRM en de Commissie van Venetië; dringt erop aan dat personen die het doelwit zijn van spyware toegang krijgen tot een echt en zinvol rechtsmiddel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>wijst erop dat corruptie onverenigbaar is met de waarden van de democratie en de rechtsstaat, aangezien corruptie ongelijkheden vergroot en het vertrouwen van de burger in goed bestuur ondermijnt; is ernstig bezorgd over de toenemende mate van corruptie in verscheidene lidstaten, met name in gevallen waarbij hoge ambtenaren en politici betrokken zijn; veroordeelt nogmaals de beweerde gevallen van corruptie waarbij huidige en voormalige leden van het Europees Parlement betrokken zijn; wijst in dit verband op de vaststelling van wijzigingen van het reglement van orde van het Europees Parlement die tot doel hebben de integriteit, onafhankelijkheid en verantwoordingsplicht te versterken; is bezorgd over de uiteenlopende niveaus van tenuitvoerlegging van het EU-kader voor corruptiebestrijding in de lidstaten; dringt erop aan dat nultolerantie ten aanzien van corruptie de regel moet zijn; verzoekt om de oprichting van een onafhankelijk ethisch orgaan; verzoekt de lidstaten te zorgen voor de volledige uitvoering van de klokkenluidersrichtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, PB L 305 van 26.11.2019, blz. 17.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en doeltreffende controles en waarborgen, die van lidstaat tot lidstaat kunnen verschillen, essentiële onderdelen van de rechtsstaat zijn; benadrukt dat er ernstige bezorgdheid blijft bestaan over de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in verschillende EU-lidstaten; veroordeelt alle pogingen van regeringen van lidstaten om rechtstreeks of via organisatorische middelen politieke invloed uit te oefenen op of controle uit te oefenen over de onafhankelijke besluitvorming van de rechterlijke macht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>steunt de ontwikkeling van een EU-strategie om te zorgen voor concrete en gecoördineerde actie op EU-niveau, onder meer door de oprichting van een beschermingsmechanisme voor mensenrechtenverdedigers in Europa, voortbouwend op de voorbeelden in het buitenlands beleid van de EU, om preventie, directe bijstand en verantwoordingsplicht te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>steunt het gebruik van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en de horizontale randvoorwaarden voor het bevriezen van EU-financiering ter bestrijding van corruptie en achteruitgang van de rechtsstaat in de lidstaten; benadrukt dat middelen die aan verschillende conditionaliteitsmaatregelen gekoppeld zijn, pas mogen worden vrijgegeven wanneer aan de belangrijkste voorwaarden is voldaan; dringt er bij de lidstaten op aan de passende maatregelen te nemen om de in hun respectieve herstel- en veerkrachtplannen vastgestelde mijlpalen te bereiken; verzoekt de Europese Raad actie te ondernemen en te bepalen of Hongarije zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige en voortdurende schendingen van de waarden van de EU overeenkomstig artikel 7, lid 2, VEU; betreurt het ten zeerste dat de lhbtqi+-gemeenschap door de Hongaarse autoriteiten systematisch als zondebok wordt gebruikt; onderstreept dat de Raad medeverantwoordelijk is voor de bescherming van de in artikel 2 VEU vastgelegde waarden en dat nalatigheid op dit punt langdurige en potentieel schadelijke gevolgen zou hebben; benadrukt dat de rol en de bevoegdheden van het Parlement moeten worden geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>betreurt het feit dat sommige lidstaten de noodmaatregelen verlengen die verder gaan dan wat noodzakelijk en evenredig is, en overhaast wetgeving vaststellen zonder behoorlijke raadpleging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>wijst er nogmaals op dat het dringend noodzakelijk is een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten in te stellen en dringt er bij de Commissie en de Raad op aan onmiddellijk met het Parlement in onderhandeling te treden om hierover tot een akkoord te komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is ingenomen met de start van rechtstreekse uitzending en livestreaming door het Hof van Justitie in 2022 om de gedeeltelijke toegang van het publiek tot zijn gerechtelijke werkzaamheden te vergemakkelijken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vrijheden</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de toenemende bedreigingen van de vrijheid van vereniging, meningsuiting en vergadering; wijst er nogmaals op dat het recht op vreedzame vergadering alleen kan worden beperkt indien de wet daarin voorziet en indien het noodzakelijk en evenredig is om een door de Unie erkend algemeen belang of de rechten en vrijheden van anderen te beschermen; spreekt zijn afkeuring uit over het in sommige gevallen gewelddadig en disproportioneel optreden van rechtshandhavingsinstanties tijdens vreedzame protesten en veroordeelt gevallen van willekeurige massa-arrestaties van potentiële demonstranten; spoort de bevoegde nationale autoriteiten ertoe aan om te zorgen voor een transparant, onpartijdig, onafhankelijk en doeltreffend onderzoek naar vermoedelijk of vermeend gebruik van disproportioneel geweld; verzoekt de lidstaten alternatieve methodes voor ordehandhaving toe te passen die in sommige lidstaten al effectief zijn gebleken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat informatie universeel toegankelijk en divers moet zijn om het recht op vrijheid van meningsuiting en informatie, dat de grondslag vormt van elke democratie, te waarborgen en onderstreept dat de artistieke vrijheid moet worden gegarandeerd; benadrukt dat desinformatie het functioneren van democratische samenlevingen, economieën en politieke stelsels ernstig kan verstoren; wijst er nogmaals op dat media- en digitale geletterdheid moeten worden opgenomen in burgerschapsvorming teneinde de verspreiding van desinformatie tegen te gaan; doet nogmaals de aanbeveling doeltreffende maatregelen te nemen om desinformatie van kwaadwillende buitenlandse mogendheden aan te pakken, met name met het oog op de komende Europese verkiezingen; benadrukt dat een onafhankelijk en pluriform medialandschap, zowel online als offline, onontbeerlijk is om desinformatie en propaganda doeltreffend tegen te gaan en derhalve moet worden bevorderd, onder meer door doeltreffende maatregelen tegen mediaconcentraties te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>wijst erop dat de nationale regelgevende instanties en/of organen krachtens het recht van de Unie functioneel onafhankelijk moeten zijn van hun regering en geen instructies van andere instanties mogen verlangen of aanvaarden; merkt op dat de politieke onafhankelijkheid van de regulering van en het toezicht op de media door de lidstaten en de Commissie, de bescherming van de redactionele onafhankelijkheid in de gehele EU, en de bescherming van journalisten tegen surveillance en de bescherming van journalistieke bronnen van het grootste belang zijn; dringt in dit verband aan op de vaststelling van een robuuste Europese verordening inzake mediavrijheid om de onafhankelijkheid, pluriformiteit en vrijheid van de media in de hele EU te waarborgen en te zorgen voor transparantie op het gebied van eigendom en financiering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>onderstreept de cruciale rol van maatschappelijke organisaties bij het bevorderen van actief burgerschap, de grondrechten en democratische participatie in Europa; dringt er bij de Commissie op aan een strategie te presenteren en minimumnormen vast te stellen voor de bescherming van maatschappelijke organisaties in alle lidstaten, teneinde een regelgevend en politiek klimaat te bevorderen dat vrij is van afschrikwekkende effecten, bedreigingen en aanvallen, maatschappelijke organisaties duurzame en niet-discriminerende toegang tot middelen te verschaffen en hun betrokkenheid bij de civiele dialoog en deelname aan de beleidsvorming te ondersteunen; betreurt het dat de situatie van mensenrechtenverdedigers in de EU de afgelopen jaren alarmerend is verslechterd; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat mensenrechtenverdedigers ongehinderd en veilig hun werk kunnen doen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>herinnert eraan dat uit hoofde van artikel 6 van het Handvest iedereen recht heeft op vrijheid en veiligheid, wat betekent dat iedereen in de EU beschermd moet worden tegen onwettige en willekeurige arrestatie; verzoekt de lidstaten de aanbeveling van de Commissie over procedurele rechten van verdachten en beklaagden op te volgen, teneinde de detentieomstandigheden te verbeteren en zo een betere bescherming van het recht op vrijheid en veiligheid te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>veroordeelt de toename van discriminatie op grond van godsdienst of overtuiging en racistische incidenten in de EU; verzoekt de Commissie en de lidstaten in dit verband daadkrachtige maatregelen te nemen, ook op internationaal niveau; herinnert eraan dat krachtens artikel 10 van het Handvest eenieder recht heeft op vrijheid en gedachte, geweten en godsdienst; betreurt het feit dat incidenten van discriminatoire, racistische en xenofobe misdrijven vaak niet aan de autoriteiten worden gemeld, wat leidt tot feitelijke straffeloosheid; betreurt het dat niet alle lidstaten het Kaderbesluit van de Raad betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht volledig in nationale wetgeving hebben omgezet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>is bezorgd over het toenemende aantal gevallen van politiegeweld tegen de Roma-bevolking; verzoekt de lidstaten deze incidenten grondig te onderzoeken om ervoor te zorgen dat de invoering en/of uitvoering van repressieve, gewelddadige maatregelen tegen personen of gemeenschappen met een Romani-achtergrond niet ongestraft blijven; verzoekt de lidstaten voorts om vooringenomen politieregistraties, meldingen, vervolgingen en rechterlijke uitspraken aan te pakken en de gebrekkige toegang tot de rechter voor personen met een Romani-achtergrond aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>wijst erop dat als gevolg van de dataficatie van het dagelijks leven en gegevensschandalen betekenen dat het recht op bescherming van persoonsgegevens steeds belangrijker wordt; herhaalt zijn bezorgdheid over de ongelijke toepassing van de algemene verordening gegevensbescherming; steunt de initiatieven ter versterking van het wetgevingsproces voor een EU-regelgevingskader inzake artificiële intelligentie dat voorziet in solide waarborgen voor de grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>veroordeelt krachtig de wijdverbreide schendingen van de grondrechten en het gebruik van onevenredig geweld aan de EU-grenzen tegen migranten, waaronder vluchtelingen, zoals willekeurige detentie, onmenselijke leefomstandigheden en gebrek aan toegang tot gezondheidszorg, onrechtmatige terugkeer en gewelddadige pushbacks; toont zich zeer bezorgd over het feit dat lidstaten het gebruik van pushbacks in hun nationale wetgeving vastleggen; spreekt zijn afkeuring uit over alle wetgeving in lidstaten die de doeltreffende bescherming van de mensenrechten van vluchtelingen, asielzoekers en migranten te land en ter zee ondermijnen, alsook de criminalisering van humanitaire werker en activisten; benadrukt dat bijna een derde van de asielzoekers kinderen zijn en herhaalt dat detentie van kinderen bij immigratie niet mag worden toegestaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>roept de EU en de lidstaten op ervoor te zorgen dat er doeltreffende toezichtsmechanismen worden ingevoerd om de naleving van de grondrechten aan de buitengrenzen te waarborgen, die ook toezicht op grensbewakingsactiviteiten moeten omvatten; verzoekt voorts de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat personen wier gegevens zijn opgeslagen in de databanken van de grootschalige informatiesystemen van de EU, worden geïnformeerd over hun rechten en toegang hebben tot de beschikbare rechtsmiddelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>betreurt ten zeerste de vele doden onder vluchtelingen en migranten op zee, die vaak het slachtoffer zijn van mensenhandel en onmenselijke en vernederende behandelingen moeten ondergaan zonder enige aandacht voor hun veiligheid; wijst nogmaals op de verplichting uit hoofde van het internationaal zeerecht om personen in nood bij te staan en dringt met klem aan op permanente gecoördineerde opsporings- en reddingsoperaties met snelle ontscheping, en de verplichting voor de lidstaten om alles in het werk te stellen om de levens van mensen die gevaar lopen op zee te redden; dringt erop aan dat het recht op asiel van alle op zee geredde personen wordt geëerbiedigd, door individuele omstandigheden per geval te beoordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>merkt op dat verschillende lidstaten de nationale veiligheid gebruiken als een bepalende factor voor binnenlands beleid, zoals migratie; wijst erop dat alle maatregelen die op grond van nationale veiligheid worden genomen, noodzakelijk en evenredig moeten zijn en de door het Handvest gewaarborgde rechten niet mogen ondermijnen; herinnert eraan dat artikel 19 van het Handvest voorziet in bescherming in geval van verwijdering, uitzetting of uitlevering door collectieve uitzettingen te verbieden en daarom individuele beoordelingen vereist en de afwijzing van verzoeken om internationale bescherming die uitsluitend op een specifieke nationaliteit zijn gebaseerd, verbiedt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is verheugd over de activering van de EU-richtlijn tijdelijke bescherming<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen, PB L 212 van 7.8.2001, blz. 12.</FIELD></FOOTNOTE> naar aanleiding van de oorlog in Oekraïne, die tot doel heeft vluchtelingen en asielzoekers, ongeacht hun herkomst, toegang tot bescherming te bieden; herinnert eraan dat bij de toegang tot huisvesting, werkgelegenheid, onderwijs, gezondheidszorg en sociale voorzieningen in het kader van de richtlijn tijdelijke bescherming rekening moet worden gehouden met een genderbenadering; betreurt de ongelijke behandeling, de rassendiscriminatie en het geweld waarmee niet-Oekraïners die het conflict ontvluchten, worden geconfronteerd, in het bijzonder mensen van kleur en lhbtiq+-personen; betreurt het dat er in de EU met twee maten wordt gemeten als het gaat om migranten en vluchtelingen en roept op aan deze situatie een einde te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is verheugd over de aanbeveling van het Comité van Ministers van de Raad van Europa inzake de bescherming van de rechten van migranten, vluchtelingen en asielzoekende vrouwen en meisjes, waarin de lidstaten worden verzocht maatregelen te nemen om discriminatie van deze vrouwen te voorkomen, onder meer door de toegang tot werk en seksuele en reproductieve gezondheidszorg te bevorderen en de toegang tot diensten en de rechter voor overlevenden van gendergerelateerd geweld te vergemakkelijken<FOOTNOTE><FIELD> Raad van Europa, “Recommendation CM/Rec(2022)17 of the Committee of Ministers to member States on protecting the rights of migrant, refugee and asylum-seeking women and girls”, 20 mei 2022.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de grote populatie staatlozen in de EU, met name kinderen die staatloos worden geboren; verzoekt de Commissie een alomvattende strategie en een actieplan te ontwikkelen om staatloosheid in de EU aan te pakken en hen te beschermen tegen uitzetting; verzoekt de lidstaten staatlozen naar behoren te identificeren, te erkennen en te beschermen, en daarbij de specifieke kwetsbaarheden van staatlozen aan te pakken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gelijkheid en waardigheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat het recht op non-discriminatie en gelijke behandeling in de hele EU wordt geëerbiedigd; betreurt het feit dat het voorstel voor een horizontale antidiscriminatierichtlijn sinds 2008 in de Raad geblokkeerd is; is van mening dat eventuele actualiseringen van het voorstel door de Commissie gebaseerd moeten zijn op het standpunt van het Parlement, intersectionele discriminatie moeten aanpakken en discriminatie op elke combinatie van in het Handvest genoemde gronden uitdrukkelijk moeten verbieden; betreurt het dat de Raad deze verzoeken heeft genegeerd en dringt er bij de Raad op aan deze in zijn mandaat op te nemen en alle passende maatregelen te nemen om discriminatie in de EU te bestrijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>verzoekt de Commissie de uitvoering van de nationale actieplannen tegen racisme van de lidstaten en het EU-actieplan tegen racisme te monitoren en te zorgen voor een correcte follow-up; verzoekt de Commissie voorts racisme- en discriminatiebestrijding in al het beleid van de EU te integreren; verzoekt de komende voorzitterschappen van de Raad serieus te overwegen een raadsformatie inzake gendergelijkheid en gelijkheid in te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten zigeunerhaat in alle sectoren van de samenleving aan te pakken door middel van doeltreffende wetgevings- en beleidsmaatregelen, zowel in de lidstaten als in de uitbreidingslanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>herinnert er met betrekking tot digitalisering aan dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan discriminerende vooroordelen in nieuwe technologieën en dat ontwikkelaars en exploitanten moeten worden verplicht publiek toegankelijke informatie te verstrekken over de wijze waarop deze systemen worden getraind; verzoekt de Commissie en de lidstaten maatregelen te treffen om te voorkomen dat discriminatie, bestaande ongelijkheden en armoede door toedoen van nieuwe technologieën, waaronder artificiële intelligentie, verergeren; verzoekt de Commissie en de lidstaten om ervoor te zorgen dat artificiële-intelligentiesystemen worden geleid door de beginselen van transparantie, verklaarbaarheid, billijkheid en verantwoordingsplicht en dat er effectbeoordelingen op het gebied van de grondrechten worden uitgevoerd; verzoekt de Commissie en de lidstaten voorts de gender- en diversiteitskloof in de sectoren informatie- en communicatietechnologie (ICT) en wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM) aan te pakken, met name bij de ontwikkeling van nieuwe technologieën en vooral in besluitvormingsposities;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>herinnert eraan dat het belangrijk is dat kinderen die tot nationale minderheden behoren, speciale scholen kunnen vinden die onderwijs in hun taal aanbieden; moedigt de deelname van vertegenwoordigers van nationale minderheden aan bij besluitvormingsprocessen die gevolgen hebben voor hun onderwijsstelsels;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>herinnert eraan dat gendergerelateerd geweld in alle lidstaten van de Unie veel voorkomt; spreekt zijn grote afkeuring uit over de snelle achteruitgang van de rechten van vrouwen en lhbtiq+-personen in verschillende lidstaten; veroordeelt ten stelligste de weigering van toegang tot veilige en legale abortus gezien het feit dat het een vorm van gendergerelateerd geweld is; benadrukt dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft geoordeeld dat restrictieve abortuswetten en de gebrekkige uitvoering daarvan een schending vormen van het recht van de vrouw op lichamelijke autonomie en integriteit; spreekt nogmaals zijn afkeuring uit over de Poolse wet die abortus bijna volledig verbiedt; herinnert eraan dat burgers die mensen helpen toegang te krijgen tot abortus wanneer deze niet vrij en legaal beschikbaar is, niet mogen worden vervolgd; herhaalt zijn oproep om het recht op abortus op te nemen in het Handvest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld en dringt erop aan dat de onderhandelingen snel worden afgerond en dat gendergerelateerd geweld wordt opgenomen in de lijst van EU-misdrijven; benadrukt dat een dergelijke richtlijn de verplichtingen die in het Verdrag van Istanbul als minimumnorm zijn vastgelegd, moet waarborgen en tot doel moet hebben deze normen aan te scherpen om het beschermingsniveau te verhogen; is verheugd over de ratificatie door de EU van het Verdrag van Istanbul, dat op 1 oktober 2023 in werking is getreden; verzoekt de resterende lidstaten het verdrag te ratificeren teneinde vrouwen te beschermen tegen geweld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>benadrukt dat personen met een handicap, en met name vrouwen met een handicap, nog altijd te maken hebben met meervoudige en intersectionele discriminatie op grond van hun handicap en gender, ras, etnische afkomst, leeftijd, godsdienst of overtuiging, seksuele gerichtheid, migratiestatus of sociaal-economische achtergrond; wijst erop dat vrouwen en meisjes met een handicap in het bijzonder het slachtoffer zijn van gendergerelateerd geweld, waaronder fysiek, seksueel, psychologisch en economisch geweld; verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat mechanismen voor de melding van geweld tegen personen met een handicap alsook ondersteunende diensten voor slachtoffers worden ingevoerd en toegankelijk worden gemaakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>benadrukt dat de rechten van het kind universeel zijn en dat elk kind dezelfde rechten moet kunnen genieten, zonder discriminatie, zoals het recht op erkenning van de afstamming, ook voor paren van hetzelfde geslacht; is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning van beslissingen en de aanvaarding van authentieke akten inzake afstamming en betreffende de invoering van een Europese akte van afstamming om de rechten van alle kinderen te beschermen, door ervoor te zorgen dat hun in een lidstaat gevestigde ouderlijke banden, met inbegrip van met name ouders van hetzelfde geslacht, in alle EU-lidstaten worden erkend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>verzoekt alle lidstaten gedwongen sterilisatie strafbaar te stellen; herhaalt zijn standpunt dat in de richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld gedwongen sterilisatie als strafbaar feit in de zin van artikel 83, lid 1, VWEU moet worden opgenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>herinnert eraan dat haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen die zijn ingegeven door racisme of religieuze onverdraagzaamheid, vreemdelingenhaat, religieuze intolerantie of door vijandigheid of vooroordelen op grond van iemands handicap, seksuele geaardheid, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken extreme voorbeelden van discriminatie zijn; merkt op dat de lidstaten de plicht hebben om haatmisdrijven te bestrijden en te onderzoeken, de daders te straffen en preventieve maatregelen te nemen; wijst erop dat de rechtshandhavingsautoriteiten haatmisdrijven naar behoren moeten registreren om een beter inzicht te krijgen in de aard en de prevalentie van het verschijnsel en de gevolgen ervan voor de slachtoffers, en om de onderliggende oorzaken ervan aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verwelkomt het initiatief van de Commissie om de lijst van EU-misdrijven in artikel 83, lid 1, VWEU, uit te breiden met haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven, en benadrukt de noodzaak om te zorgen voor een krachtige strafrechtelijke reactie van de EU op haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven; betreurt ten zeerste de vertraagde goedkeuring van het initiatief en herhaalt zijn verzoek aan de Raad om voortvarend naar een consensus toe te werken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>herinnert eraan dat de EU-wetgeving inzake haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven de menselijke waardigheid universeel moet beschermen en haat en onverdraagzaamheid moet bestrijden, ongeacht de motivering, met bijzondere aandacht voor personen, groepen en gemeenschappen die het doelwit zijn; veroordeelt met klem elke vorm van haatzaaiende uitlatingen en lastercampagnes in de publieke media tegen journalisten, politici, overheidsfunctionarissen, activisten en andere actoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>verzoekt de Commissie doeltreffend toezicht te houden op de uitvoering van de maatregelen die zijn vervat in de verschillende gelijkheidsstrategieën, zoals de EU-strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025, de EU-strategie voor gendergelijkheid 2020-2025, de strategie voor gelijkheid en inclusie van de Roma, en het EU-actieplan tegen racisme 2020-2025; dringt er bij de lidstaten op aan met spoed nationale actieplannen tegen racisme op te stellen en uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Commissie zich voor het eerst heeft beroepen op een op zichzelf staande schending van artikel 2, VEU, toen zij de Hongaarse “kinderbeschermingswet”, die andere doelstellingen verhulde, naar het Hof van Justitie verwees;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Maatschappelijke, economische en milieu-uitdagingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>erkent dat armoede een andere vorm van discriminatie is die leidt tot schending van de grondrechten en ongelijke kansen bij de toegang tot goederen en diensten; benadrukt de bijzondere kwetsbaarheid van kinderen en de gevolgen van armoede voor hen en hun lichamelijke en psychische ontwikkeling; verzoekt de Commissie, de Raad en de lidstaten beleid te ontwikkelen om armoede en sociale uitsluiting terug te dringen, en hierbij een intersectionele aanpak in aanmerking te nemen en speciale aandacht te besteden aan personen in kwetsbare situaties; is verheugd over de goedkeuring van de Europese kindergarantie, maar is van mening dat meer inspanningen nodig zijn, met name op het gebied van sociale bescherming; verzoekt de lidstaten gelijke toegang tot en gelijke kansen voor hoogwaardig onderwijs en werkgelegenheid te bieden, aangezien deze een cruciale rol spelen om ongelijkheid te helpen verminderen en mensen uit de armoede te halen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>is ernstig bezorgd over de toename van armoede, ongelijkheid en sociale uitsluiting in de EU; verzoekt de lidstaten “menstruatie-armoede” aan te pakken en de btw op producten voor persoonlijke hygiëne af te schaffen; wijst erop dat de economische langetermijngevolgen van de COVID-19-pandemie en de stijging van de voedsel- en energieprijzen een zware wissel hebben getrokken op de rechten van mensen met een laag inkomen of in armoede, waaronder het recht op een degelijke levensstandaard, voedsel, gezondheid, huisvesting en sociale zekerheid; verzoekt de Commissie en de Raad macro-economisch beleid te ontwikkelen dat niet alleen gericht is op economische groei, maar ook gebaseerd op sociale normen, en herinnert aan het belang van sociale normen in het Europees semester;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>verwelkomt de aanbeveling van de Raad van 30 januari 2023 over een toereikend minimuminkomen<FOOTNOTE><FIELD> Aanbeveling van de Raad van 30 januari 2023 over een toereikend minimuminkomen met het oog op actieve inclusie, PB C 41 van 3.2.2023, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE> met het oog op actieve inclusie als een stap voorwaarts bij de tenuitvoerlegging van beginsel 14 van de Europese pijler van sociale rechten; betreurt echter het gebrek aan concrete maatregelen om structurele discriminatie van kwetsbare groepen tegen te gaan; roept de lidstaten op voor deze groepen uitgesplitste gegevens over het minimuminkomen te verzamelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt dat digitalisering een transversaal proces is dat gevolgen heeft voor de toegang tot alle diensten, met name gezondheidszorg, en de uitoefening van de grondrechten; benadrukt dat digitale armoede in de EU moet worden gemonitord en beoordeeld voor wat betreft de toegang tot essentiële diensten en grondrechten, ook voor ouderen, personen die in afgelegen gebieden wonen, personen die dakloos zijn en Roma; herinnert aan de verplichting van de lidstaten, op grond van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, om ervoor te zorgen dat personen met een handicap volledig toegang hebben tot de samenleving; herinnert eraan dat technologische verslavingen een volksgezondheidsprobleem vormen dat met name minderjarigen en hun lichamelijke en geestelijke integriteit treft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>stelt vast dat huisvesting geen handelswaar is maar een noodzaak en een voorwaarde is om volledig te kunnen deelnemen aan de maatschappij; roept de lidstaten op meer te investeren in sociale en betaalbare huisvesting om een einde te maken aan de buitensporige woonlasten, met name voor kansarme en kwetsbare groepen, en concurrentie tussen deze groepen te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>is er verheugd over dat de Mensenrechtenraad van de VN op 8 oktober 2021 het universele recht op toegang tot een gezond en duurzaam milieu heeft erkend; benadrukt dat aantasting van het milieu en het feit dat sommige overheidsinstanties geen informatie verstrekken over de ernstige milieurisico’s waaraan personen worden blootgesteld, zeer schadelijke gevolgen kunnen hebben voor personen; herinnert aan de noodzaak om de luchtkwaliteitsnormen van de EU tegen 2030 volledig in overeenstemming te brengen met de meest recente richtsnoeren van de Wereldgezondheidsorganisatie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Institutionele waarborgen voor de grondrechten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>is ingenomen met de vooruitgang die is geboekt sinds de hervatting van de onderhandelingen over de toetreding van de EU tot het EVRM in juni 2020 en met het voorlopige akkoord over het ontwerp van herziene toetredingsinstrumenten dat in maart 2023 is bereikt; verzoekt de Commissie en de Raad de aanhoudende kwestie van de situatie van EU-besluiten op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid zo snel mogelijk op te lossen, zodat het toetredingsproces kan worden afgerond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>steunt het werk van het FRA om gegevens te analyseren met het oog op het documenteren van discriminatie en verwelkomt verdere ontwikkelingen op dit gebied; is ingenomen met de voorstellen van de Commissie voor twee richtlijnen betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling, die moeten zorgen voor de tenuitvoerlegging en handhaving van de antidiscriminatievoorschriften van de EU; verzoekt de nationale instanties die met het FRA samenwerken om onpartijdige gegevens te verstrekken; verzoekt het FRA aanvullende bronnen te raadplegen wanneer er ernstige bezorgdheid blijft bestaan over de kwaliteit van de gegevens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>onderstreept het belang van het ondersteunen en verbeteren van samenwerking tussen de EU-instellingen, de lidstaten, OLAF en het EOM; verzoekt de Commissie een verslag in te dienen waarin de mogelijkheden en modaliteiten worden onderzocht om het mandaat van het EOM zoals bepaald in artikel 86 VWEU uit te breiden tot ernstige milieudelicten die de belangen van de Unie schaden of de consistente toepassing van EU-beleid op het gebied van milieubescherming in het gedrang brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>roept op het FRA als een onafhankelijke mensenrechtenautoriteit op te richten, vergelijkbaar met nationale mensenrechteninstellingen en in overeenstemming met de Beginselen van Parijs van 1993 van de Algemene Vergadering van de VN, ter bescherming en bevordering van op het Handvest gebaseerde maatregelen en praktijken van de instellingen, organen en instanties van de Unie, en van de lidstaten bij de uitvoering van de wetgeving van de EU; is van mening dat hiertoe een rechtsgrondslag in de Verdragen nodig is met het oog op de oprichting van een EU-autoriteit voor de grondrechten, waarin haar onafhankelijkheid wordt verankerd en waarbij de gewone wetgevingsprocedure wordt ingevoerd voor de vaststelling en wijziging van haar mandaat; verzoekt deze nieuwe autoriteit het recht te geven om op grond van artikel 263 VWEU beroep in te stellen wegens schending van het Handvest; verzoekt om in haar mandaat de bevoegdheid op te nemen om klachten te behandelen, en de verplichte raadpleging door de Commissie van het FRA bij de voorbereiding van wetgevingsvoorstellen of aanbevelingen die gevolgen hebben voor de grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>herinnert aan het belang van de desbetreffende jurisprudentie van het Hof van Justitie, waarin de eerbiediging van de grondrechten wordt bevestigd en de rechtsstaat nader wordt gedefinieerd; is bezorgd over de aanhoudende weigering van sommige lidstaten om nationale vonnissen, arresten van het Hof van Justitie en arresten van het EHRM uit te voeren, wat bijdraagt tot de uitholling van de rechtsstaat; wijst erop dat het niet uitvoeren van rechterlijke uitspraken ertoe kan leiden dat schendingen van mensenrechten niet ongedaan worden gemaakt; benadrukt dat het primaat van het EU-recht het fundament van de rechtsorde van de EU vormt; verzoekt de Commissie te zorgen voor een passende follow-up ingeval dit beginsel geen toepassing vindt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>wijst op de rol van de nationale en lokale overheden, de parlementen van de lidstaten en de rechtshandhavingsautoriteiten bij de bevordering en bescherming van de rechten van het Handvest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>neemt kennis van de opmerking van het FRA dat het de lidstaten lijkt te ontbreken aan een gestructureerde inspanning voor de uitvoering van de strategie ter versterking van de toepassing van het Handvest van de Commissie, zoals duidelijke streefdoelen, mijlpalen en tijdschema’s; verzoekt de lidstaten de strategie volledig uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>herinnert eraan dat het recht om deel te nemen aan het democratisch leven en de verplichting om ervoor te zorgen dat besluiten zo open mogelijk en zo dicht mogelijk bij de burgers worden genomen, worden gewaarborgd door de Verdragen en artikel 10 VEU in het bijzonder; verzoekt de EU-instellingen en de lidstaten te zorgen voor voldoende tijd voor openbare raadpleging en transparantie en openbare documenten op proactieve wijze te publiceren;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>