<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0053</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Situatie in Hongarije en bevroren EU-gelden</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B9-0086/2024)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 18 januari 2024 over de situatie in Hongarije en bevroren EU-gelden (2024/2512(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), met name artikel 2, artikel 4, lid 3, en artikel 7, lid 1,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de protocollen daarbij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de internationale mensenrechtenverdragen van de Verenigde Naties en de Raad van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 22 december 2021 voor een verordening van de Raad houdende wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (COM(2021)0569),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE> (hierna “verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat” genoemd),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit<FOOTNOTE><FIELD> PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17.</FIELD></FOOTNOTE> (de “RRF‑verordening”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid<FOOTNOTE><FIELD> PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159.</FIELD></FOOTNOTE> (de “verordening gemeenschappelijke bepalingen”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over de rechtsstaat in Hongarije, en met name die van 12 september 2018<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 12 september 2018 over een voorstel houdende een verzoek aan de Raad om overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie te constateren dat er een duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending door Hongarije van de waarden waarop de Unie berust (PB C 433 van 23.12.2019, blz. 66).</FIELD></FOOTNOTE>, 8 juli 2021<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 8 juli 2021 over de schending van het EU-recht en van de rechten van lhbtiq-burgers in Hongarije als gevolg van de door het Hongaarse parlement aangenomen wetswijzigingen (PB C 99 van 1.3.2022, blz. 218).</FIELD></FOOTNOTE>, 15 september 2022<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 15 september 2022 over het voorstel voor een besluit van de Raad houdende de constatering, overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, dat er een duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending door Hongarije van de waarden waarop de Unie berust (PB C 125 van 5.4.2023, blz. 463).</FIELD></FOOTNOTE>, 16 januari 2020<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 16 januari 2020 over hoorzittingen die plaatsvinden in het kader van artikel 7, lid 1, van het VEU met betrekking tot Polen en Hongarije (PB C 270 van 7.7.2021, blz. 91).</FIELD></FOOTNOTE>, 24 november 2022<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 24 november 2022 over de beoordeling van de inachtneming door Hongarije van de rechtsstatelijke voorwaarden in het kader van de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat, en de stand van zaken met betrekking tot het Hongaarse herstel- en veerkrachtplan (PB C 167 van 11.5.2023, blz. 74).</FIELD></FOOTNOTE>, en 1 juni 2023<FOOTNOTE><FIELD> Resolutie van het Europees Parlement van 1 juni 2023 over de inbreuken op de rechtsstaat en de grondrechten in Hongarije en de bevroren EU-gelden (PB C, C/2023/1223 van 21.12.2023, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/C/2023/1223/oj).</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 juni 2023 over de tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader 2021-2027 (COM(2023)0336),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 3 oktober 2023 over het voorstel voor een tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0335.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de landenhoofdstukken over Hongarije in de jaarverslagen over de rechtsstaat van de Commissie, en met name die van 2021, 2022, en 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, de waarden zijn waarop de Unie is gegrondvest, zoals neergelegd in artikel 2 VEU en zoals weerspiegeld in het Handvest en opgenomen in internationale mensenrechtenverdragen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat een lidstaat de in artikel 2 VEU opgenomen waarden in acht moet nemen om aanspraak te kunnen maken op alle uit de toepassing van de Verdragen voortvloeiende rechten; overwegende dat de Unie overeenkomstig artikel 7 VEU kan constateren dat er duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending van de in artikel 2 bedoelde waarden, of een ernstige en voortdurende schending van de in lid 2 bedoelde waarden door een lidstaat kan constateren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de rechtsstaat in Hongarije al een aantal jaar wordt aangetast ten gevolge van de systematische maatregelen van zijn regering; overwegende dat deze situatie niet voldoende is aangepakt, dat er veel zorgen blijven bestaan, en dat er veel problemen de kop op blijven steken; overwegende dat de situatie van verschillende kwetsbare groepen, met name vrouwen, lhbtiq+-personen, Roma, migranten, asielzoekers en vluchtelingen, de afgelopen jaren aanzienlijk is verslechterd, en dat zij onverminderd te maken hebben met schendingen van de grondrechten, zonder dat onafhankelijke instituties in staat of bereid zijn hen te helpen; overwegende dat het ontbreken van de rechtsstaat ertoe heeft geleid dat de Hongaarse regering controle uitoefent over zowel de staats- als particuliere media en de reeds zwakke arbeidswetgeving constant met voeten treedt, alsook dat het milieu ernstig wordt aangetast;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de Hongaarse nationale vergadering op 3 mei 2023 een pakket gerechtelijke hervormingen heeft goedgekeurd zonder degelijke parlementaire toetsing of openbare raadpleging; overwegende dat dit pakket, in weerwil van latere toevoegingen, niets doet om de recente politieke benoemingen op de hoogste niveaus van het rechtsstelsel van Hongarije aan een beoordeling te onderwerpen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de Hongaarse nationale vergadering op 12 december 2023 een pakket maatregelen ter “bescherming van de nationale soevereiniteit” heeft goedgekeurd zonder degelijke parlementaire toetsing of openbare raadpleging; overwegende dat dit pakket de uitvoerende macht nog meer mogelijkheden biedt om onafhankelijke geluiden en tegenstanders de mond te snoeren en te stigmatiseren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat Hongarije tot de grootste begunstigden van EU-fondsen behoort (in het huidige meerjarig financieel kader (MFK) worden aan Hongarije meer dan 32 miljard EUR aan fondsen toegewezen van de verordening gemeenschappelijke bepalingen en van NextGenerationEU); overwegende dat de aantasting van de rechtsstaat in Hongarije een ernstige bedreiging vormt voor de bescherming van de financiële belangen van de EU en voor de uitvoering van de EU-begroting in Hongarije;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat van het allergrootste belang is omdat het één van de meest doeltreffende instrumenten is voor het beschermen van de EU-begroting;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de Raad op 15 december 2022 Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/2506 inzake maatregelen ter bescherming van de Uniebegroting tegen schendingen van de beginselen van de rechtsstaat in Hongarije<FOOTNOTE><FIELD> PB L 325 van 20.12.2022, blz. 94.</FIELD></FOOTNOTE> heeft vastgesteld; overwegende dat de Commissie uit hoofde van de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat toezicht heeft uitgeoefend op de tenuitvoerlegging van de corrigerende maatregelen die door Hongarije waren voorgesteld tijdens de procedure in het kader van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/2506 van de Raad; overwegende dat de maatregelen de schorsing omvatten van 55 % van de vastleggingen in de begroting voor de drie operationele programma’s in het kader van het cohesiebeleid, en een verbod om juridische verplichtingen aan te gaan met trusts van openbaar belang die op grond van de Hongaarse wet IX van 2021 zijn opgericht of door entiteiten in het bezit van dergelijke trusts van openbaar belang; overwegende dat de Commissie de situatie in Hongarije in december 2023 opnieuw heeft beoordeeld en heeft bevestigd dat het gevaar voor de begroting van de Unie sinds december 2022 niet is veranderd, en dat de maatregelen van de Raad niet moeten worden aangepast of opgeheven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Raad op 15 december 2022 een uitvoeringsbesluit heeft vastgesteld betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Hongarije, waarin verschillende mijlpalen worden vastgesteld die daadwerkelijk moeten worden uitgevoerd vóór de indiening van het eerste betalingsverzoek; overwegende dat de Raad op 7 december 2023 een uitvoeringsbesluit heeft vastgesteld houdende goedkeuring van het gewijzigde Hongaarse herstel- en veerkrachtplan, inclusief een REPowerEU-hoofdstuk;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de Commissie op 22 december 2022 een partnerschapsovereenkomst met Hongarije heeft goedgekeurd; overwegende dat de Commissie ook diverse operationele programma’s heeft goedgekeurd, waarbij zij verwees naar verschillende horizontale en thematische faciliterende voorwaarden; overwegende dat de Commissie tot de conclusie is gekomen dat Hongarije niet voldeed aan de horizontale faciliterende voorwaarde inzake het Handvest met betrekking tot de rechterlijke onafhankelijkheid en de bepalingen van diverse wetten die serieuze risico’s inhouden voor de lhbtiq+‑rechten, academische vrijheid en het recht op asiel; overwegende dat Hongarije zijn zelfbeoordeling van de niet-inachtneming van meerdere thematische faciliterende voorwaarden heeft voltooid en dat de Commissie daar nota van heeft genomen; overwegende dat zowel de horizontale als de thematische faciliterende voorwaarden tijdens de gehele programmeringsperiode in acht moeten worden genomen om vergoedingen vanuit de begroting van de EU te kunnen krijgen voor uitgaven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de Commissie op 13 december 2023 een besluit heeft goedgekeurd waarin staat dat de horizontale faciliterende voorwaarde inzake het Handvest met betrekking tot de rechterlijke onafhankelijkheid in acht wordt genomen; overwegende dat dit besluit betekent dat de Hongaarse autoriteiten vanaf nu de betaling kunnen verlangen van tot ongeveer 10,2 miljard EUR van de Europese structuur- en investeringsfondsen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de Europese Raad op 14-15 december 2023 geen unanimiteit heeft bereikt over een besluit inzake wijziging van het MFK voor de jaren 2021-2027; overwegende dat dit naar verluidt het gevolg was van het verzet hiertegen van de premier van Hongarije; overwegende dat dit gebrek aan overeenstemming over de herziening van het MFK de continuïteit en de voorspelbaarheid van de financiële hulp van de EU voor Oekraïne ernstig in gevaar brengt, met grote strategische gevolgen voor de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat Hongarije het afgelopen decennium volgens de betreffende indexcijfers in een hybride regime van electorale autocratie is veranderd;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>herhaalt zijn bevindingen, zorgen en aanbevelingen zoals weergegeven in zijn eerdere resoluties over de situatie op het gebied van de rechtsstaat en de grondrechten in Hongarije; veroordeelt de doelbewuste, voortdurende en systematische pogingen van de Hongaarse regering om de in artikel 2 VEU verankerde waarden waarop de EU berust te ondermijnen; is ernstig bezorgd over de verdere uitholling van de democratie en de verslechtering van de situatie op het gebied van de rechtsstaat en de grondrechten in Hongarije sinds de goedkeuring door het Parlement van zijn resolutie van 15 september 2022, met name over de recente goedkeuring van het pakket “bescherming van de nationale soevereiniteit”; herinnert eraan dat de Hongaarse regering als enige verantwoordelijk is voor het opnieuw naleven van het EU-recht en de eerbiediging van de in artikel 2 VEU verankerde waarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>betreurt het ten zeerste dat de Raad er niet in slaagt om in het kader van de lopende procedures van artikel 7, lid 1, VEU, daadwerkelijk vooruitgang te boeken; herhaalt zijn oproep aan de Raad om te reageren op alle nieuwe ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten; herhaalt zijn oproep aan de Raad om in het kader van deze procedure aanbevelingen te doen; beklemtoont dat de Raad mee verantwoordelijk is voor de bescherming van de in artikel 2 VEU verankerde waarden en dat nalatigheid op dit punt langdurige en potentieel schadelijke gevolgen zou hebben; verzoekt de Europese Raad en de lidstaten actie te ondernemen en te bepalen of Hongarije zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige en voortdurende schendingen van de waarden van de EU overeenkomstig artikel 7, lid 2, VEU; benadrukt dat de rol en de bevoegdheden van het Parlement moeten worden geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>spreekt zijn sterke veroordeling uit over het optreden van de premier van Hongarije toen hij besloot het besluit over de essentiële herziening van het MFK, met inbegrip van het steunpakket Oekraïne, te blokkeren, hetgeen blijk geeft van totale minachting ten aanzien van de strategische belangen van de EU en in strijd is met deze belangen; is van mening dat een dergelijk optreden in strijd is met het beginsel van loyale samenwerking zoals verankerd in de Verdragen; wijst erop dat de EU geenszins mag toegeven aan chantage en dat zij de strategische belangen van de EU en haar bondgenoten niet mag opgeven door haar waarden te verloochenen; herhaalt met klem dat het MFK dringend en gericht moet worden versterkt om tegemoet te komen aan de behoeften van burgers en de beloftes na te komen in verband met reeds gedane politieke toezeggingen, met inbegrip van financiering voor Oekraïne; verzoekt de Europese Raad om tijdens de buitengewone top van 1 februari 2024 zo snel mogelijk overeenstemming te bereiken over een standpunt in die zin;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is ingenomen met de mededeling van de Commissie van 13 december 2023 waarin wordt bevestigd dat het risico voor de begroting van de Unie sinds december 2022 ongewijzigd is gebleven en dat de in het kader van de conditionaliteitsverordening vastgestelde maatregelen bijgevolg worden verlengd; is van mening dat dit een bevestiging vormt van de zorgen en aanbevelingen die het Parlement in dit verband reeds had geuit; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om ervoor te zorgen dat de eindontvangers of begunstigden van EU-middelen niet verstoken blijven van deze middelen, zoals uiteengezet in de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat; beklemtoont dat maatregelen om schendingen van de rechtsstaat aan te pakken van essentieel belang zijn om ervoor te zorgen dat burgers meer vertrouwen krijgen in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>uit zijn spijt en herhaalt zijn ernstige bezorgdheid over het besluit van de Commissie dat de horizontale randvoorwaarde van het Handvest is vervuld met betrekking tot de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, waardoor de Hongaarse autoriteiten verzoeken om terugbetaling tot 10,2 miljard EUR kunnen indienen zonder dat er sprake is van adequate controlemechanismen of openbare aanbestedingsprocedures om goed financieel beheer en de bescherming van de EU-begroting te waarborgen; is van mening dat dit besluit politiek gezien in tegenspraak is met het besluit om de in het kader van de conditionaliteitsverordening vastgestelde maatregelen te verlengen en is teleurgesteld dat het Parlement tijdens het proces niet naar behoren is geïnformeerd; beklemtoont dat de Commissie de taak heeft op onafhankelijke en objectieve wijze te oordelen over de naleving door Hongarije van de toepasselijke wetgeving, zonder toegevingen te doen wat democratie, de rechtsstaat en de grondrechten betreft; is van mening dat Hongarije zelfs na de recente hervormingen niet voldoet aan de in het Handvest vastgelegde norm inzake onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, zoals aangegeven door deskundigen in Hongarije en op internationaal niveau, aangezien de genomen maatregelen onvoldoende waarborgen bieden tegen politieke beïnvloeding en het mogelijk is deze maatregelen te omzeilen of niet naar behoren toe te passen; is met name bezorgd over de belemmeringen die blijven bestaan met betrekking tot prejudiciële verwijzingen, problemen met de toewijzing van zaken in de Kúria en het gebrekkige systeem voor de benoeming van de voorzitter van de Kúria; dringt er bij de Commissie op aan het besluit vergezeld te doen gaan van een gedetailleerde schriftelijke motivering; verzoekt de Commissie haar besluit opnieuw te beoordelen, met name in het licht van de nationale maatregelen die sinds de goedkeuring ervan zijn genomen, en geen middelen uit te betalen totdat alle relevante wetgeving volledig ten uitvoer is gelegd en de vastgestelde maatregelen hun doeltreffendheid in de praktijk hebben bewezen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>herhaalt zijn eerdere oproepen aan de Commissie om ervoor te zorgen dat er geen betalingen in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit aan de Hongaarse autoriteiten plaatsvinden totdat de mijlpalen (met inbegrip van de zogeheten “supermijlpalen”) en streefdoelen in verband met de eerste betaling op bevredigende wijze zijn bereikt en de duurzaamheid ervan in de praktijk is bewezen; is van mening dat er pas EU-middelen mogen worden uitbetaald als de huidige audit- en controleregelingen die door de Hongaarse autoriteiten zijn ingevoerd, via een versnelde procedure om te voldoen aan de vereiste criteria voor justitiële hervormingen, in de praktijk concrete, duurzame en verifieerbare resultaten opleveren, met name wat de aanpak van systemische kwesties betreft; verzoekt de Commissie een nieuwe geactualiseerde beoordeling uit te voeren, met name met betrekking tot de situatie op het gebied van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in Hongarije, vooral in het licht van de ontwikkelingen sinds het besluit is genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat de Hongaarse autoriteiten particulieren, ondernemingen, het maatschappelijk middenveld, ngo’s en lokale en regionale overheden gelijke kansen moeten garanderen om toegang te krijgen tot EU-financiering en dat zij onafhankelijk gerechtelijk toezicht en onpartijdige en doeltreffende klachtenmechanismen moeten waarborgen; veroordeelt de gemelde systemische discriminerende praktijken ten aanzien van academici, journalisten, politieke partijen en het maatschappelijk middenveld, alsook ten aanzien van bedrijven in bepaalde sectoren; betreurt de politiek gemotiveerde handelspraktijken die concurrenten een oneerlijk voordeel verschaffen, ondoorzichtige en gemanipuleerde openbare aanbestedingsprocedures, overnamebiedingen door de regering en entiteiten die banden hebben met de premier, en het gebruik van EU-middelen om politieke bondgenoten van de regering te verrijken in strijd met de EU-regels inzake mededinging en openbare aanbestedingen; benadrukt dat de rechtsstaat van essentieel belang is voor een goed functionerende eengemaakte markt in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>beklemtoont de belangrijke rol van het voorzitterschap van de Raad om de werkzaamheden van de Raad in verband met EU-wetgeving aan te zwengelen en tegelijkertijd de continuïteit van de EU-agenda te waarborgen en de Raad te vertegenwoordigen in de betrekkingen met de andere instellingen van de EU; vraagt zich af of de Hongaarse regering zich geloofwaardig van deze taak zal kunnen kwijten in 2024, aangezien zij het EU-recht niet naleeft en de in artikel 2 VEU verankerde waarden en het beginsel van loyale samenwerking niet eerbiedigt; herinnert eraan dat de voorzitter van de Europese Raad in sommige gevallen kan worden vervangen door het lid van de Europese Raad dat als vertegenwoordiger optreedt van de lidstaat die het halfjaarlijks voorzitterschap van de Raad bekleedt; verzoekt de Raad zo spoedig mogelijk passende oplossingen te vinden om deze risico’s te beperken; herinnert eraan dat het Parlement passende maatregelen kan nemen indien een dergelijke oplossing niet wordt gevonden; verzoekt de voorzitter van de Raad en de lidstaten onmiddellijk procedures in te leiden om het besluitvormingsproces in de Raad te hervormen met als doel een einde te maken aan het misbruik van het vetorecht en de chantage in de Europese Raad en andere Europese instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat de maatregelen die nodig zijn voor de vrijgave van EU-financiering, zoals vastgesteld door middel van de relevante besluiten uit hoofde van de verordening gemeenschappelijke bepalingen, de verordening tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat, moeten worden behandeld als één integraal pakket, wat betekent dat als er op een of meerdere gebieden vooruitgang is geboekt maar er nog tekortkomingen blijven bestaan op andere gebieden, er geen betalingen mogen worden verricht; blijft zich inzetten om ervoor te zorgen dat EU-middelen de Hongaarse bevolking bereiken, onder meer via rechtstreekse financiering voor lokale en regionale overheden en het maatschappelijk middenveld zodra aan de voorwaarden is voldaan, en benadrukt dat de Hongaarse autoriteiten als enige verantwoordelijk zijn voor de huidige situatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om ten volle gebruik te maken van de instrumenten waarover zij beschikt om het duidelijke gevaar voor een ernstige schending door Hongarije van de waarden waarop de Unie berust aan te pakken, en denkt hierbij met name aan financiële maatregelen en versnelde inbreukprocedures, verzoeken om voorlopige maatregelen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie en maatregelen met betrekking tot het gebrek aan uitvoering van de uitspraken van het Hof; rekent erop dat er snel actie wordt ondernomen naar aanleiding van de goedkeuring van het pakket “bescherming van de nationale soevereiniteit”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>verzoekt zijn Commissie juridische zaken zo snel mogelijk de nodige stappen te ondernemen met betrekking tot het besluit van de Commissie dat heeft geleid tot de vrijmaking van 10,2 miljard EUR, onder meer door de Juridische Dienst overeenkomstig artikel 149 van het Reglement te verzoeken ervoor te zorgen dat de wettigheid van Besluit C(2023) 9014 bij het Hof van Justitie van de Europese Unie aan een toetsing wordt onderworpen, in overeenstemming met artikel 263 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; herinnert aan de mogelijkheid voor het Parlement om gebruik te maken van de wettelijke en politieke maatregelen waarover het beschikt indien de Commissie financiering vrijgeeft zonder dat aan de criteria is voldaan of indien zij er niet in slaagt de volledige tenuitvoerlegging van de desbetreffende wetgeving te waarborgen, gezien de verantwoordelijkheid van de Commissie om op te treden als hoedster van de Verdragen en de financiële belangen van de EU te beschermen; herinnert eraan dat de Commissie politieke verantwoording verschuldigd is aan het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en de Verenigde Naties.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>