<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0054</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verzoek om opheffing van de immuniteit van Ioannis Lagos</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0027/2024 - Rapporteur: Sergey Lagodinsky)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 6 februari 2024 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Ioannis Lagos (2023/2092(IMM))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek van de plaatsvervangend openbaar aanklager bij de rechterlijke instantie in eerste aanleg te Athene tot opheffing van de immuniteit van Ioannis Lagos, dat bij brief van 31 mei 2023 is doorgestuurd door de plaatsvervangend aanklager bij het Hooggerechtshof van Griekenland in verband met mogelijke strafrechtelijke vervolging (Re. ABM: RB 2022/13-EG: 104-23/3) en van de ontvangst waarvan op 14 juni 2023 ter plenaire vergadering kennis werd gegeven,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na Ioannis Lagos te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013 en 19 december 2019<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, <STRING ITALIC="on">Marra</STRING>/<STRING ITALIC="on">De Gregorio en Clemente</STRING>, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, <STRING ITALIC="on">Gollnisch</STRING>/<STRING ITALIC="on">Parlement</STRING>, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, <STRING ITALIC="on">Patriciello</STRING>, C-163/10, ECLI: EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, <STRING ITALIC="on">Gollnisch</STRING>/<STRING ITALIC="on">Parlement</STRING>, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, <STRING ITALIC="on">Junqueras Vies</STRING>, C-502/19, ECLI:EU:C:2019:1115.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A9-0027/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de plaatsvervangend openbaar aanklager bij de rechterlijke instantie in eerste aanleg te Athene een verzoek tot opheffing van de parlementaire immuniteit van Ioannis Lagos heeft ingediend om hem strafrechtelijk te kunnen vervolgen wegens een verklaring die hij op het internet heeft geplaatst;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat Ioannis Lagos op 1 maart 2022 op de website van zijn partij een bericht publiceerde waarin naar verluidt publiekelijk wordt aangezet tot geweld of haat jegens een groep mensen geïdentificeerd op basis van nationale afkomst, godsdienst of seksuele geaardheid, wat in strijd is met artikel 1 van Griekse wet nr. 927/1979, zoals gewijzigd bij Griekse wetten nr. 4285/2014 en nr. 4491/2017;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het Griekse waarnemingscentrum van de Helsinki-akkoorden op 2 maart 2022 de rechterlijke instantie in eerste aanleg te Athene ter informatie en met het oog op het nemen van de nodige maatregelen in kennis heeft gesteld van het bericht dat Ioannis Lagos de dag ervoor had geplaatst;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat Ioannis Lagos op 1 maart 2022 deelnam aan de stemming in de plenaire vergadering van het Europees Parlement over de ontwerpresolutie over de Russische agressie tegen Oekraïne, en overwegende dat hij diezelfde dag na de stemming op de website van zijn partij een verklaring publiceerde met als titel “Ik zwicht niet, en ik verraad evenmin mijn principes en overtuigingen”, waarin hij de redenen voor de door hem uitgebrachte stem toelichtte;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat Ioannis Lagos zich door het afleggen van die verklaring schuldig zou hebben gemaakt aan het publiekelijk aanzetten tot geweld en haat jegens een groep mensen geïdentificeerd op basis van nationale afkomst, godsdienst of seksuele geaardheid, wat een strafbaar feit vormt uit hoofde van artikel 1 van Griekse wet nr. 927/1979, zoals gewijzigd bij Griekse wetten nr. 4285/2014 en nr. 4491/2017;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de parlementaire immuniteit geen persoonlijk voorrecht van een lid is, maar een garantie voor de onafhankelijkheid van het Parlement als geheel en van zijn leden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het Parlement niet de rol van rechter op zich kan nemen, en overwegende dat een lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als een “verdachte” kan worden aangemerkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie bepaalt dat tegen de leden van het Europees Parlement geen opsporing kan plaatsvinden, en dat zij evenmin kunnen worden aangehouden of vervolgd op grond van de mening of de stem, die zij in de uitoefening van hun ambt hebben uitgebracht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat een verklaring die een lid buiten het Europees Parlement aflegt, een mening kan vormen die in de uitoefening van hun ambt wordt uitgebracht in de zin van artikel 8 van het Protocol, wanneer zij een subjectieve beoordeling bevat die rechtstreeks en duidelijk verband houdt met de uitoefening van het ambt van het lid in het Europees Parlement; overwegende dat dit derhalve moet worden bepaald door de aard en de inhoud van de verklaring en niet door de plaats waar die is afgelegd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het politieke debat waaraan de leden van het Europees Parlement deelnemen in het kader van de uitoefening van hun mandaat, tegenwoordig steeds vaker ook buiten de gebouwen van het Parlement plaatsvindt, onder meer op internet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de door Ioannis Lagos gepubliceerde verklaring derhalve onmiskenbaar is afgelegd in zijn hoedanigheid van lid van het Europees Parlement, en dat er een rechtstreeks en duidelijk verband kan worden geacht te bestaan tussen de betrokken verklaring en het parlementaire mandaat van Ioannis Lagos;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>besluit de immuniteit van Ioannis Lagos niet op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteit van de Griekse Republiek en aan Ioannis Lagos.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>