<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0055</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verzoek om opheffing van de immuniteit van Georgios Kyrtsos</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0028/2024 - Rapporteur: Angel Dzhambazki)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 6 februari 2024 over het verzoek om opheffing van de immuniteit van Georgios Kyrtsos (2023/2185(IMM))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek om opheffing van de immuniteit van Georgios Kyrtsos van de openbaar aanklager van het Gerecht van eerste aanleg van Athene in verband met een strafrechtelijke procedure, dat door de plaatsvervangend aanklager van het Hooggerechtshof van Griekenland bij brief van 27 juni 2023 bij het Parlement is ingediend en in de plenaire vergadering van 10 juli 2023 is aangekondigd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na Georgios Kyrtsos te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8 en 9 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013 en 19 december 2019<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, <STRING ITALIC="on">Marra</STRING>/<STRING ITALIC="on">De Gregorio en Clemente</STRING>, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, <STRING ITALIC="on">Gollnisch</STRING>/<STRING ITALIC="on">Parlement</STRING>, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, <STRING ITALIC="on">Patriciello</STRING>, C-163/10, ECLI: EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, <STRING ITALIC="on">Gollnisch</STRING>/<STRING ITALIC="on">Parlement</STRING>, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, <STRING ITALIC="on">Junqueras Vies</STRING>, C-502/19, ECLI:EU:C:2019:1115.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 62 van de grondwet van de Helleense Republiek,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A9-0028/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de aanklager van het Gerecht van eerste aanleg van Athene heeft verzocht om opheffing van de immuniteit van Georgios Kyrtsos, lid van het Europees Parlement dat voor Griekenland is verkozen, in verband met een strafrechtelijke procedure tegen hem wegens niet-betaling van een bepaald bedrag aan de Griekse staat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat Georgios Kyrtsos, in zijn hoedanigheid van adjunct-directeur van het bedrijf KMP Ekdotiki Anonimi Etaireia [KMP Publishing plc], ervan wordt beschuldigd een bepaald bedrag aan de Griekse staat niet te hebben betaald;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de daad die Georgios Kyrtsos naar verluidt heeft gepleegd, een strafbaar feit vormt van niet-betaling van schulden aan de staat overeenkomstig artikel 25, lid 1, onder b), van Griekse wet nr. 1882/90, zoals vervangen door artikel 23, lid 1, van Griekse wet nr. 2523/97, zoals gewijzigd bij artikel 18, lid 2, en artikel 28, leden 2 t/m 4, van Griekse wet nr. 2948/01, aangevuld door artikel 34 van Griekse wet nr. 3016/02, artikel 34, lid 1, van Griekse wet nr. 3220/04 en artikel 3, lid 1, van Griekse wet nr. 3943/11, zoals vervangen door artikel 20 van Griekse wet nr. 4321/15, zoals gewijzigd bij artikel 71, lid 2, van Griekse wet nr. 4174/13, die is toegevoegd met artikel 8 van Griekse wet nr. 4337/15 en aangevuld met artikel 469 van Griekse wet nr. 4619/19;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de parlementaire immuniteit tot doel heeft het Parlement en zijn leden te beschermen tegen gerechtelijke procedures in verband met activiteiten die in de uitoefening van parlementaire taken zijn verricht en die niet van die taken kunnen worden gescheiden; overwegende dat het vermeende strafbare feit duidelijk geen rechtstreeks verband houdt met de activiteiten van Georgios Kyrtsos als lid van het Europees Parlement, maar wel met zijn functie als manager van zijn krantenbedrijf;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het bij het vermeende strafbare feit ook niet gaat om een mening of een stem die Georgios Kyrtsos heeft uitgebracht in de uitoefening van zijn ambt als lid van het Europees Parlement als bedoeld in artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat artikel 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie bepaalt dat de leden van het Europees Parlement op hun eigen grondgebied de immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend, en op het grondgebied van elke andere lidstaat vrijstelling genieten van aanhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook; overwegende dat op deze immuniteit geen beroep kan worden gedaan in geval van ontdekking op heterdaad, terwijl zij evenmin kan verhinderen dat het Europees Parlement het recht uitoefent de immuniteit van een van zijn leden op te heffen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat in artikel 62 van de grondwet van de Helleense Republiek is bepaald dat de leden van het parlement tijdens hun parlementaire ambtsperiode niet kunnen worden vervolgd, gearresteerd, gevangen genomen of op andere wijze aan beperkingen worden onderworpen zonder voorafgaande toestemming van het parlement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het Parlement in dit geval geen bewijs van <STRING ITALIC="on">fumus persecutionis</STRING> heeft gevonden, dat wil zeggen feiten die erop wijzen dat het betrokken gerechtelijk onderzoek is ingesteld met de intentie de politieke activiteiten van het lid als lid van het Europees Parlement schade toe te brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het uitsluitend aan het Parlement toekomt om in een bepaald geval over de opheffing van de immuniteit te beslissen; overwegende dat het Parlement bij het nemen van het besluit om de immuniteit al dan niet op te heffen redelijkerwijs rekening kan houden met het standpunt van het lid<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 15 oktober 2008, <STRING ITALIC="on">Mote</STRING>/<STRING ITALIC="on">Parlement</STRING>, T-345/05, ECLI:EU:T:2008:440, punt 28.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat Georgios Kyrtsos tijdens zijn hoorzitting heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen de opheffing van zijn parlementaire immuniteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het Parlement niet als een rechtbank kan worden beschouwd en dat het lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als een “verdachte” kan worden beschouwd<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 30 april 2019, <STRING ITALIC="on">Briois</STRING>/<STRING ITALIC="on">Parlement</STRING>, T-214/18, ECLI:EU:T:2019:266.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>besluit de immuniteit van Georgios Kyrtsos op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de Griekse autoriteiten en aan Georgios Kyrtsos.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>