<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0057</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Het Uniebrede effect van bepaalde ontzeggingen van de rijbevoegdheid</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0410/2023 - Rapporteur: Petar Vitanov)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 6 februari 2024 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Uniebrede effect van bepaalde ontzeggingen van de rijbevoegdheid (COM(2023)0128 – C9-0036/2023 – 2023/0055(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0128),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 91, lid 1, punt c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0036/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 juni 2023<FOOTNOTE><FIELD> PB C 293 van 18.8.2023, blz. 133.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na raadpleging van het Comité van de Regio’s,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A9‑0410/2023),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2023)0055</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 6 februari 2024 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Uniebrede effect van bepaalde ontzeggingen van de rijbevoegdheid</STRING><BRK/></TI><NOTE>(Voor de EER relevante tekst)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, lid 1, punt c),</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C van ,18.08.2023, blz. .133.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Na raadpleging van het Comité van de Regio's,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>De verbetering van de verkeersveiligheid is een primaire doelstelling van het verkeersbeleid van de Unie. In haar EU-beleidskader voor verkeersveiligheid 2021-2030<FOOTNOTE><FIELD>SWD(2019) 283 final.</FIELD></FOOTNOTE> heeft de Commissie opnieuw de ambitieuze doelstelling onderschreven om tegen 2050 het aantal doden en zwaargewonden op de wegen van de Unie tot bijna nul terug te dringen (“Vision Zero”) en om op middellange termijn (tegen 2030) het aantal doden en zwaargewonden te halveren.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>Met het oog op de verbetering van de verkeersveiligheid hebben de ministers van Vervoer van de lidstaten in de Verklaring van Valletta over verkeersveiligheid van 29 maart 2017 ertoe opgeroepen het rechtskader van de Unie inzake verkeersveiligheid te versterken en bijzondere aandacht te besteden aan de noodzaak van samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van ontzeggingen van de rijbevoegdheid voor niet-ingezeten bestuurders.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>Als gevolg van het vrije verkeer van personen en de toename van het internationale wegverkeer worden ontzeggingen van de rijbevoegdheid vaak opgelegd door andere lidstaten dan die waar de bestuurder gewoonlijk verblijft en die het rijbewijs hebben afgegeven.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>Tot nu toe kon een andere lidstaat dan de lidstaat waar de bestuurder zijn gewone verblijfplaats heeft, overeenkomstig zijn nationale wetgeving maatregelen nemen als gevolg van onrechtmatig gedrag op zijn grondgebied door de houder van een in een andere lidstaat verkregen rijbewijs, die ertoe leiden dat de erkenning van de geldigheid van door andere lidstaten afgegeven rijbewijzen wordt geweigerd en dus de rijbevoegdheid van de betrokkene wordt beperkt. De werkingssfeer van deze maatregelen is echter beperkt tot het grondgebied van de lidstaat waar het onrechtmatig gedrag heeft plaatsgevonden en de gevolgen ervan zijn beperkt tot de weigering om de geldigheid van dat rijbewijs op dat grondgebied te erkennen. Als de lidstaat die het rijbewijs heeft afgegeven, geen actie onderneemt, blijft dit rijbewijs dus geldig in alle andere lidstaten. Een dergelijk scenario verhindert echter dat een hoger niveau van verkeersveiligheid in de Unie wordt bereikt. Bestuurders aan wie een ontzegging van de rijbevoegdheid is opgelegd in een andere lidstaat dan die welke het rijbewijs heeft afgegeven, mogen niet aan de gevolgen van een dergelijke maatregel ontsnappen wanneer zij zich in een andere lidstaat dan de lidstaat van de overtreding bevinden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>Om een hoog niveau van bescherming van alle weggebruikers in de Unie te waarborgen, moeten specifieke regels worden vastgesteld om een Uniebreed effect te verlenen aan ontzeggingen van de rijbevoegdheid die zijn opgelegd door een andere lidstaat dan die welke het rijbewijs van de overtreder heeft afgegeven en die het gevolg zijn van ernstige verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>De uitvoering van deze richtlijn <STRING STRIKE="on">mag</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet</STRING></STRING> echter<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in overeenstemming zijn met het subsidiariteitsbeginsel en mag</STRING></STRING> geen harmonisatie vereisen van de nationale voorschriften betreffende de definitie van verkeersovertredingen, de juridische aard ervan en de toepasselijke sancties voor dergelijke overtredingen. Bijgevolg moet het Uniebrede effect van ontzeggingen van de rijbevoegdheid worden nagestreefd ongeacht het feit of de nationale maatregelen in de lidstaat van de overtreding als bestuursrechtelijk dan wel strafrechtelijk worden bestempeld.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bij de toepassing van een Uniebrede ontzegging van de rijbevoegdheid, binnen de bestaande wettelijke grenzen van de nationale regels ter zake, moeten de lidstaten ernaar streven hun besluiten zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 1]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>Deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan de regels inzake politiële en justitiële samenwerking in strafzaken en inzake de wederzijdse erkenning van daarmee verband houdende rechterlijke beslissingen. Zij mag ook geen afbreuk doen aan de mogelijkheid voor de rechterlijke autoriteiten van de lidstaten om beslissingen die zij hebben genomen, met name beslissingen van strafrechtelijke aard, ten uitvoer te leggen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Het precieze doel van deze richtlijn is de Unie in staat te stellen de verkeersveiligheid in de hele Unie te verbeteren. Zoals het Hof van Justitie heeft geoordeeld, maken maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid deel uit van het vervoersbeleid en kunnen zij worden vastgesteld op basis van artikel 91, lid 1, punt c), van het Verdrag<FOOTNOTE><FIELD>PB C 202 van 7.6.2016.</FIELD></FOOTNOTE>, voor zover het gaat om “maatregelen die de veiligheid van het vervoer kunnen verbeteren” in de zin van deze bepaling<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van 6 mei 2014 (grote kamer), Commissie tegen Parlement en Raad, C-43/12, EU:C:2014:298, punt 43.</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>Ontzeggingen van de rijbevoegdheid als gevolg van ernstige verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen kunnen bestaan uit de intrekking, beperking of schorsing van het rijbewijs of de rijbevoegdheid van de overtreder. Wanneer de overtreding is begaan in de lidstaat die het rijbewijs heeft afgegeven, kunnen ze ook bestaan uit de annulering ervan. Het Uniebrede effect van de ontzegging van de rijbevoegdheid moet worden bereikt door de toepassing van al deze maatregelen door de lidstaat die het rijbewijs heeft afgegeven.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>Aangezien rijden onder invloed van drank (rijden met een alcoholgehalte in het bloed dat de bij wet toegestane maximumwaarde overschrijdt), te snel rijden (d.w.z. overschrijding van de geldende snelheidslimieten voor de weg of het type voertuig in kwestie) en rijden onder invloed van drugs<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en psychoactieve stoffen</STRING></STRING> de belangrijkste oorzaken zijn van verkeersongevallen en verkeersdoden in de Unie, moet de grootst mogelijke zorgvuldigheid worden betracht voor gevallen die verband houden met deze overtredingen, die derhalve voor de toepassing van deze richtlijn als “ernstige verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen” moeten worden beschouwd. Bovendien moeten verkeersovertredingen die de dood of ernstig lichamelijk letsel van het slachtoffer tot gevolg hebben, ook als zodanig worden beschouwd, gezien de ernst ervan.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Hetzelfde moet ook gelden voor rijden zonder een geldig rijbewijs.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 2]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Ontzeggingen van de rijbevoegdheid die door een lidstaat worden opgelegd aan een persoon die zijn gewone verblijfplaats in de zin van artikel 17 van [NIEUWE RIJBEWIJSRICHTLIJN] niet in die lidstaat heeft en houder is van een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs, moeten op het volledige grondgebied van de Unie gevolgen hebben die vergelijkbaar zijn met de ontzeggingen van de rijbevoegdheid die worden opgelegd aan personen die houder zijn van een door die lidstaat afgegeven rijbewijs. In het licht van het beginsel van procedurele autonomie moeten de lidstaten vrij kunnen beslissen hoe zij die doelstelling het best kunnen verwezenlijken in overeenstemming met hun nationale recht. Er dient evenwel rekening te worden gehouden met het feit dat, wanneer een lidstaat een ontzegging van de rijbevoegdheid oplegt aan een persoon die zijn gewone verblijfplaats in die lidstaat heeft maar in het bezit is van een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs, de eerste lidstaat het recht heeft om het rijbewijs in te wisselen met het oog op de toepassing van die ontzegging van rijbevoegdheid overeenkomstig artikel 11, lid 2, van [NIEUWE RIJBEWIJSRICHTLIJN].</P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>De lidstaat die de ontzegging van de rijbevoegdheid heeft opgelegd (“lidstaat van de overtreding”) moet de lidstaat die het rijbewijs van de betrokkene heeft afgegeven (“lidstaat van afgifte”) in kennis stellen van elke ontzegging van de rijbevoegdheid die voor een periode van één maand of meer aan die persoon is opgelegd, teneinde de nodige procedures in gang te zetten om het Uniebrede effect van de ontzegging van de rijbevoegdheid te waarborgen. Deze kennisgeving moet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uiterlijk tien werkdagen na het besluit tot ontzegging van de rijbevoegdheid </STRING></STRING>worden doorgegeven door middel van een standaardcertificaat, teneinde een naadloze, betrouwbare en doeltreffende uitwisseling van informatie tussen de lidstaten te waarborgen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De doorgifte van het certificaat en de uitwisseling van andere vereiste informatie tussen de nationale contactpunten van de lidstaten met betrekking tot de toepassing van deze richtlijn moeten plaatsvinden via het EU-rijbewijsnetwerk (RESPER).</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 3]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>Het standaardcertificaat moet een minimumreeks gegevens bevatten die de correcte uitvoering van deze richtlijn mogelijk maken, namelijk de autoriteit van de lidstaat van de overtreding die de ontzegging van de rijbevoegdheid oplegt, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een omschrijving van </STRING></STRING>de ernstige verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertreding die is begaan, de daaruit voortvloeiende ontzegging van de rijbevoegdheid,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> de persoonsgegevens van</STRING></STRING> de betrokken persoon en de procedures die worden gevolgd voor het opleggen van de ontzegging van de rijbevoegdheid. Een dergelijk certificaat moet ook worden vertaald in een officiële taal van de lidstaat van afgifte of in een andere taal die de lidstaat van afgifte heeft aanvaard, zodat het snel kan worden verwerkt door de geadresseerde. Door alleen deze informatie te verstrekken, kan het standaardcertificaat de doeltreffendheid waarborgen zonder dat de lidstaten verplicht zijn niet evenredige of buitensporige hoeveelheden informatie te delen.<STRING BOLD="on"> [Am. 4]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>Het opleggen van ontzeggingen van de rijbevoegdheid als gevolg van onrechtmatig gedrag draagt bij tot het waarborgen van een hoog niveau van verkeersveiligheid in de Unie. Op basis van het beginsel van onderlinge erkenning van in de lidstaten afgegeven rijbewijzen worden maatregelen betreffende de intrekking, annulering, schorsing of beperking van een door de lidstaat van afgifte afgegeven rijbewijs automatisch door alle andere lidstaten erkend. Dienovereenkomstig moet van de lidstaat van afgifte worden verlangd dat hij ervoor zorgt dat ontzeggingen van de rijbevoegdheid die door andere lidstaten zijn vastgesteld, door alle lidstaten worden erkend. Daarom moet de lidstaat van afgifte, na kennisgeving van de opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid, en tenzij een vrijstellingsgrond van toepassing is of wordt ingeroepen, passende maatregelen nemen om het effect van de ontzegging van de rijbevoegdheid uit te breiden tot de Unie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>De maatregel die door de lidstaat van afgifte wordt genomen, moet variëren naar gelang van de specifieke aard van de ontzegging van de rijbevoegdheid. Aangezien intrekking, schorsing of beperking van een rijbewijs of rijbevoegdheid noodzakelijkerwijs verschillende gevolgen heeft, moeten daarvoor verschillende procedures worden toegepast overeenkomstig de bevoegdheden van de betrokken lidstaten. Met name wat de intrekking betreft, moet de betrokkene het rijbewijs of de rijbevoegdheid kunnen terugkrijgen overeenkomstig de regels die in de lidstaat van afgifte in dezelfde omstandigheden van toepassing zijn. Wat de schorsing of beperking betreft, moet ervoor worden gezorgd dat alleen de duur van dergelijke maatregelen een Uniebreed effect krijgt, zelfs wanneer de ontzegging van de rijbevoegdheid in aanvullende voorwaarden voorziet, omdat het hoofddoel van die maatregelen is om de betrokkene tijdelijk of gedeeltelijk te beletten te rijden en niet om te bepalen hoe die persoon zijn rijbevoegdheid in de lidstaat van afgifte moet terugkrijgen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>In beginsel mag de mogelijkheid voor de lidstaten om ontzeggingen van de rijbevoegdheid op hun grondgebied toe te passen, niet worden beperkt door deze richtlijn. Bijgevolg moet de lidstaat van de overtreding, in overeenstemming met zijn nationale voorschriften en met gevolgen die beperkt zijn tot zijn grondgebied, ontzeggingen van de rijbevoegdheid kunnen blijven toepassen, alsmede eventuele aanvullende voorwaarden die op grond daarvan zijn vastgesteld, totdat de betrokkene daaraan voldoet.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>Het is echter ook belangrijk rekening te houden met het feit dat de beoordeling van de naleving van de in het Unierecht vastgestelde vereisten voor het verkrijgen van een rijbewijs tot de bevoegdheid van de lidstaat van afgifte behoort. De toepassing van aanvullende voorwaarden in de lidstaat van afgifte mag evenmin leiden tot duplicatie van de vereisten waaraan een betrokkene moet voldoen om aan te tonen dat het opnieuw verkrijgen van een rijbewijs of rijbevoegdheid geen gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid in de Unie. In het licht daarvan moet, wanneer de lidstaat van afgifte maatregelen heeft genomen om het Uniebrede effect van de ontzegging van de rijbevoegdheid te waarborgen en vervolgens opnieuw heeft beoordeeld of de betrokkene geschikt is om een rijbewijs of rijbevoegdheid terug te krijgen, die beoordeling in de hele Unie en dus ook in de lidstaat van de overtreding worden erkend.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>De toepassing van maatregelen door de lidstaat van afgifte moet tot doel hebben ervoor te zorgen dat een ontzegging van de rijbevoegdheid een Uniebreed effect heeft en mag geen nieuwe beoordeling vereisen van de feiten die tot de ontzegging hebben geleid. Om echter te waarborgen dat het Uniebrede effect niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, de grondrechten of de uitzonderingen waarin het recht van de lidstaat van afgifte voorziet, moeten bepaalde gronden worden vastgesteld die de lidstaat van afgifte vrijstellen van de verplichting om maatregelen vast te stellen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>In het belang van de verkeersveiligheid en om de betrokkene en de lidstaat van de overtreding rechtszekerheid te bieden, moet de lidstaat van afgifte ervoor zorgen dat het Uniebrede effect van de ontzegging van de rijbevoegdheid zo spoedig mogelijk, en in elk geval uiterlijk 15 dagen nadat hij van de ontzegging in kennis is gesteld, wordt toegepast, of een vrijstellingsgrond toepassen. Dit mag geen afbreuk doen aan situaties waarin uitzonderlijke omstandigheden de naleving van die termijn in de weg staan. Zelfs in dergelijke uitzonderlijke gevallen moet de lidstaat van afgifte echter onverwijld optreden en de lidstaat van de overtreding in kennis stellen van de duur en de reden van de vertraging.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Een goede uitvoering van deze richtlijn vereist nauwe, snelle en doeltreffende communicatie tussen de betrokken bevoegde nationale autoriteiten. De bevoegde nationale autoriteiten van de betrokken lidstaten moeten daarom zo nodig met <STRING STRIKE="on">passende middelen met </STRING>elkaar overleggen. Bovendien moeten zowel de lidstaat van afgifte als de lidstaat van de overtreding in specifieke welomschreven gevallen elkaar <STRING STRIKE="on">onverwijld </STRING>belangrijke informatie verstrekken met betrekking tot de toepassing van deze richtlijn<STRING STRIKE="on">. Dit moet het geval zijn voor</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en uiterlijk tien werkdagen na een besluit over</STRING></STRING> de vaststelling van maatregelen die een Uniebreed effect verlenen aan ontzeggingen van de rijbevoegdheid, <STRING STRIKE="on">besluiten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of een besluit</STRING></STRING> over vrijstellingsgronden, de beëindiging van ontzeggingen van de rijbevoegdheid en alle omstandigheden die van invloed zijn op de oorspronkelijk opgelegde ontzeggingen van de rijbevoegdheid. <STRING BOLD="on"> [Am. 5]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>Nadat de lidstaat van afgifte in kennis is gesteld van een ontzegging van de rijbevoegdheid en er een Uniebreed effect aan heeft gegeven, moet hij de betrokkene daarvan <STRING STRIKE="on">onverwijld</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uiterlijk zeven werkdagen na deze kennisgeving</STRING></STRING> in kennis stellen, zodat de grondrechten, zoals het recht om te worden gehoord en de besluiten te kunnen aanvechten bij de bevoegde nationale rechterlijke instanties, kunnen worden uitgeoefend. <STRING BOLD="on"> [Am. 6]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>De lidstaten moeten ervoor zorgen dat tegen uit hoofde van deze richtlijn genomen besluiten passende rechtsmiddelen voorhanden zijn, die gelijkwaardig zijn aan die welke in soortgelijke nationale gevallen beschikbaar zijn, en dat tijdig informatie over dergelijke rechtsmiddelen wordt verstrekt zodat ze doeltreffend kunnen worden uitgeoefend. Er moet echter worden verduidelijkt dat de overeenkomstig artikel 4, lid 1, gemelde ontzegging van rijbevoegdheid alleen kan worden aangevochten in het kader van een rechtsgeding dat wordt ingesteld in de lidstaat van de overtreding.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>De bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van hun persoonsgegevens is een grondrecht. Krachtens artikel 8, lid 1, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB C 202 van 7.6.2016, blz. 391.</FIELD></FOOTNOTE> en artikel 16, lid 1, van het Verdrag heeft eenieder recht op bescherming van zijn persoonsgegevens. De relevante Uniewetgeving, namelijk Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> en Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).</FIELD></FOOTNOTE>, moet van toepassing zijn op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze richtlijn, overeenkomstig het respectieve toepassingsgebied ervan.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Deze richtlijn stelt de rechtsgrondslag vast voor de uitwisseling van persoonsgegevens met het oog op de tenuitvoerlegging van door een andere lidstaat dan de lidstaat van afgifte opgelegde ontzeggingen van de rijbevoegdheid. Deze rechtsgrondslag is in overeenstemming met artikel 6, lid 1, punt c), en, indien van toepassing, artikel 10 van Verordening (EU) 2016/679, en artikel 8 van Richtlijn (EU) 2016/680. De met de lidstaat van afgifte uit te wisselen persoonsgegevens moeten beperkt blijven tot wat nodig is om te voldoen aan de verplichtingen van deze richtlijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>Om een naadloze, betrouwbare en doeltreffende uitwisseling van informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> via RESPER</STRING></STRING> te waarborgen, moeten alle lidstaten een nationaal contactpunt aanwijzen voor de toepassing van deze richtlijn. Zij moeten er voorts voor zorgen dat hun respectieve nationale contactpunten samenwerken met de relevante autoriteiten die betrokken zijn bij de handhaving van de onder deze richtlijn vallende ontzeggingen van de rijbevoegdheid, met name om ervoor te zorgen dat alle nodige informatie tijdig wordt gedeeld.<STRING BOLD="on"> [Am. 7]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>De lidstaten verzamelen regelmatig uitgebreide statistieken over de toepassing van deze richtlijn en doen deze jaarlijks aan de Commissie toekomen. Op basis van deze en andere informatie moet de Commissie het effect van de tenuitvoerlegging van deze richtlijn op de verkeersveiligheid evalueren en om de vijf jaar een verslag over de resultaten van die evaluatie indienen bij het Europees Parlement en de Raad, in voorkomend geval vergezeld van wetgevingsvoorstellen tot wijziging ervan.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(26 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Tijdens de voorbereidingen op de herziening van deze richtlijn moet de Commissie er zoveel mogelijk rekening mee houden dat lidstaten met verschillende geografische en maatschappelijke uitdagingen worden geconfronteerd wanneer ze de verkeersveiligheid trachten te verbeteren. Hoewel sommige lidstaten met succes de zogenaamde strafpuntensystemen inzetten om de verkeersregels te proberen handhaven, kiezen andere lidstaten voor andere methoden, bijvoorbeeld door onmiddellijk strengere sancties op te leggen of meer werk te maken van gerichte handhavings- en preventiecampagnes. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met het feit dat strafpuntensystemen onderling aanzienlijk kunnen verschillen tussen de lidstaten die ervoor kiezen een dergelijk systeem toe te passen. In dit verband moeten er middelen en aandacht worden besteed aan andere maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid en moet het aan de lidstaten worden overgelaten om de verschillende uitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd, aan te pakken op de manier die zij het meest doeltreffend achten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 51]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>De toepassing van deze richtlijn mag geen afbreuk doen aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit andere toepasselijke wetgeving van de Unie in strafzaken, met name Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning op vonnissen en proeftijdbeslissingen met het oog op het toezicht op proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen (PB L 337 van 16.12.2008, blz. 102).</FIELD></FOOTNOTE> en Kaderbesluit 2005/214/JBZ van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Kaderbesluit 2005/214/JBZ van de Raad van 24 februari 2005 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op geldelijke sancties (PB L 76 van 22.3.2005, blz. 16).</FIELD></FOOTNOTE>, of de rechten van verdachten en beklaagden als bedoeld in Richtlijn 2010/64/EU<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2010/64/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2010 betreffende het recht op vertolking en vertaling in strafprocedures (PB L 280 van 26.10.2010, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn 2012/13/EU<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2012/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het recht op informatie in strafprocedures (PB L 142 van 1.6.2012, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn 2013/48/EU<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2013/48/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 betreffende het recht op toegang tot een advocaat in strafprocedures en in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en het recht om een derde op de hoogte te laten brengen vanaf de vrijheidsbeneming en om met derden en consulaire autoriteiten te communiceren tijdens de vrijheidsbeneming (PB L 294 van 6.11.2013, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn (EU) 2016/343<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn (PB L 65 van 11.3.2016, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, Richtlijn (EU) 2016/800<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2016/800 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure (PB L 132 van 21.5.2016, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> en Richtlijn (EU) 2016/1919 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2016/1919 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden in strafprocedures en voor gezochte personen in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel (PB L 297 van 4.11.2016, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>De lidstaten moeten bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen met andere lidstaten kunnen sluiten om het bij deze richtlijn ingestelde systeem aan te vullen en te vergemakkelijken. Zij mogen dit echter alleen doen voor zover deze overeenkomsten of regelingen een uitbreiding van de bepalingen van deze richtlijn mogelijk maken en de procedures voor het geven van een Uniebreed effect aan ontzeggingen van de rijbevoegdheid helpen vereenvoudigen of vergemakkelijken, en derhalve voor zover zij een hoger niveau van verkeersveiligheid mogelijk maken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze richtlijn te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om het model en de inhoud van het standaardcertificaat voor het meedelen van een ontzegging van de rijbevoegdheid vast te stellen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>Daar de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk ervoor te zorgen dat besluiten waarbij ontzeggingen van de rijbevoegdheid worden opgelegd die het gevolg zijn van ernstige verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen, een Uniebreed effect hebben, met als doel de verkeersveiligheid in de hele Unie te verbeteren, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen van deze richtlijn beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 202 van 7.6.2016, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(31)</NO.P>De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).</FIELD></FOOTNOTE> en heeft op [DD/MM/YYYY] advies uitgebracht,</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><ARTICLE><TI.ART>Artikel 1</TI.ART><STI.ART>Doel en onderwerp</STI.ART><PARAG>Deze richtlijn heeft tot doel alle weggebruikers in de Unie een hoog niveau van bescherming te bieden. Daartoe worden regels vastgesteld die voorzien in een Uniebreed effect van ontzeggingen van de rijbevoegdheid voor ernstige verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen die zijn begaan in een andere lidstaat dan die welke het rijbewijs van de betrokkene heeft afgegeven.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 2</TI.ART><STI.ART>Definities</STI.ART><PARAG>Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(1)</NO.P>“ontzegging van de rijbevoegdheid”: elke beslissing in verband met het begaan van een ernstige verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertreding, die leidt tot de intrekking, beperking of schorsing van het rijbewijs of de rijbevoegdheid van een bestuurder van een motorvoertuig waartegen geen beroep meer mogelijk is, ongeacht of het gaat om een primaire, secundaire of aanvullende sanctie dan wel om een veiligheidsmaatregel en ongeacht of het om een administratieve dan wel strafrechtelijke maatregel gaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(2)</NO.P>“intrekking”: de intrekking van het rijbewijs of de rijbevoegdheid of van de erkenning daarvan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(3)</NO.P>“schorsing”: de tijdelijke beperking van de geldigheid van het rijbewijs of de rijbevoegdheid of van de erkenning daarvan, voor een vaste <STRING STRIKE="on">termijn</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">periode</STRING></STRING> en/of met aanvullende voorwaarden;<STRING BOLD="on"> [Am. 9]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(4)</NO.P>“beperking”: de tijdelijke beperking van de geldigheid van het rijbewijs of de rijbevoegdheid of van de erkenning daarvan, voor een vaste termijn en/of met aanvullende voorwaarden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(5)</NO.P>“aanvullende voorwaarden”: andere voorwaarden dan het verstrijken van een bepaalde periode waaraan een persoon op wie een ontzegging van de rijbevoegdheid betrekking heeft, moet voldoen om zijn rijbevoegdheid of rijbewijs terug te krijgen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(6)</NO.P>“lidstaat van de overtreding”: de lidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op het grondgebied waarvan de verkeersovertreding die tot ontzegging van de rijbevoegdheid heeft geleid, is begaan, en waar de betreffende</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">waar een</STRING> ontzegging van de rijbevoegdheid is uitgevaardigd;<STRING BOLD="on"> [Am. 10]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(7)</NO.P>“lidstaat van afgifte”: de lidstaat die het rijbewijs van de betrokkene heeft afgegeven en waaraan een ontzegging van de rijbevoegdheid wordt doorgegeven overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(8)</NO.P>“motorvoertuig”: een gemotoriseerd voertuig zoals gedefinieerd in artikel 2, punt (4), van [NIEUWE RIJBEWIJSRICHTLIJN];</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(9)</NO.P>“rijbewijs”: een rijbewijs zoals gedefinieerd in artikel 2, punt (1), van [NIEUWE RIJBEWIJSRICHTLIJN];</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(10)</NO.P>“<STRING STRIKE="on">betrokkene</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aansprakelijke</STRING></STRING>”: de natuurlijke persoon aan wie een ontzegging van de rijbevoegdheid is opgelegd;<STRING BOLD="on"> [Am. 11]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(11)</NO.P>“ernstige verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertreding”:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>rijden onder invloed van drank, als gedefinieerd in artikel 3, punt g), van Richtlijn (EU) 2015/413 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2015/413 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen (PB L 68 van 13.3.2015, blz. 9).</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>rijden met een te hoge snelheid, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt d), van Richtlijn (EU) 2015/413;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>rijden onder invloed van drugs, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt h), van Richtlijn (EU) 2015/413;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>een gedraging die in strijd is met de verkeersregels en die de dood of ernstig lichamelijk letsel heeft veroorzaakt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rijden zonder geldig rijbewijs zoals omschreven in Richtlijn 2006/126/EG;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 12]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(12)</NO.P>“gewone verblijfplaats”: de gewone verblijfplaats in de zin van artikel 17 van [NIEUWE RIJBEWIJSRICHTLIJN].</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 3</TI.ART><STI.ART>Uniebreed effect van ontzeggingen van de rijbevoegdheid</STI.ART><PARAG>De lidstaten zorgen ervoor dat een ontzegging van de rijbevoegdheid die door een lidstaat is opgelegd aan een persoon die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">al dan </STRING></STRING>niet zijn gewone verblijfplaats in die<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> lidstaat of een andere</STRING></STRING> lidstaat heeft en houder is van een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of aan een persoon die niet in het bezit is van een rijbewijs en die niet zijn gewone verblijfplaats in die lidstaat heeft</STRING></STRING>, overeenkomstig deze richtlijn effect heeft op het volledige grondgebied van de Unie.<STRING BOLD="on"> [Am. 13]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 4</TI.ART><STI.ART>Verplichting tot kennisgeving van een ontzegging van de rijbevoegdheid</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaat van de overtreding stelt de lidstaat van afgifte in kennis<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, uiterlijk tien werkdagen na elk besluit tot oplegging van een</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> van elke</STRING> ontzegging van de rijbevoegdheid<STRING STRIKE="on"> die</STRING> voor een periode van één maand of meer<STRING STRIKE="on"> wordt opgelegd</STRING> aan een persoon die niet zijn gewone verblijfplaats heeft in de lidstaat van de overtreding en die houder is van een rijbewijs dat is afgegeven door de lidstaat van afgifte.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaat van de overtreding stelt de betrokkene ook in kennis indien hij zijn gewone verblijfplaats niet in de lidstaat van afgifte heeft.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 14]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde kennisgeving wordt gedaan door middel van een standaardcertificaat als bedoeld in artikel 5 en volgens de procedure van lid 3.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het nationale contactpunt van de lidstaat van de overtreding vult het certificaat in, ondertekent het en zendt het rechtstreeks toe aan het nationale contactpunt van de lidstaat van afgifte, dat het doorzendt naar de autoriteit die bevoegd is om ervoor te zorgen dat de ontzegging van de rijbevoegdheid een Uniebreed effect krijgt. Het rijbewijs van de betrokkene, <STRING STRIKE="on">wanneer het</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ingeval dit</STRING></STRING> in beslag is genomen, en het oorspronkelijke besluit tot ontzegging van de rijbevoegdheid of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan worden eveneens door het nationale contactpunt van de lidstaat van de overtreding toegezonden aan het nationale contactpunt van de lidstaat van afgifte. De lidstaat van de overtreding is niet verplicht het oorspronkelijke besluit of het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift ervan te vertalen.<STRING BOLD="on"> [Am. 15]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 5</TI.ART><STI.ART>Standaardcertificaat en wijze van verzending</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Vóór ... [de in artikel 19 vastgestelde omzettingsdatum] stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling het formaat en de inhoud van het standaardcertificaat voor de kennisgeving van een ontzegging van de rijbevoegdheid vast. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het certificaat bevat de volgende informatie:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>informatie over de autoriteit die de ontzegging van de rijbevoegdheid heeft opgelegd in de lidstaat van de overtreding;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de beschrijving van de ernstige verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertreding en de feiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en oorzaken </STRING></STRING>die hebben geleid tot het opleggen van een ontzegging van de rijbevoegdheid;<STRING BOLD="on"> [Am. 16]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de naam en het adres van de betrokkene<STRING STRIKE="on">, alsmede</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en</STRING></STRING> het nummer van <STRING STRIKE="on">het</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn of haar</STRING></STRING> rijbewijs en<STRING STRIKE="on">, in voorkomend geval, de</STRING> nationale identificatiedocumenten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij andere persoonsgegevens in verband met het nationale identificatiedocument</STRING></STRING> van de <STRING STRIKE="on">betrokkene, indien beschikbaar</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">betrokken persoon vertrouwelijk dienen te blijven</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 17]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de toepasselijke wettelijke bepalingen van de lidstaat van de overtreding;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de gevolgde procedures en de precieze reikwijdte en inhoud van de ontzegging van de rijbevoegdheid, met inbegrip van, indien van toepassing, de datum waarop de schorsing of beperking ophoudt van kracht te zijn, en eventuele aanvullende voorwaarden die door de lidstaat van de overtreding zijn vastgesteld;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>in voorkomend geval, de termijn (in dagen) van de door de lidstaat van de overtreding opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid, waaraan reeds is voldaan in die lidstaat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het recht om tegen de beslissing beroep in te stellen bij de rechtbank overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van de overtreding.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 18]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaat van de overtreding verstrekt de lidstaat van afgifte een vertaling van het certificaat in een officiële taal van de lidstaat van afgifte of in een andere taal die de lidstaat van afgifte overeenkomstig lid 4 heeft aanvaard.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Elke lidstaat kan te allen tijde in een bij de Commissie ingediende verklaring meedelen dat hij vertalingen van certificaten aanvaardt in één of meer andere officiële talen van de Unie dan de officiële taal of talen van die lidstaat. Deze verklaring kan te allen tijde worden ingetrokken. De Commissie stelt de verklaringen en eventuele intrekkingen daarvan ter beschikking van alle lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het nationale contactpunt van de lidstaat van de overtreding zendt het certificaat door aan het nationale contactpunt van de lidstaat van afgifte via het in artikel 19, lid 1, van [NIEUWE RIJBEWIJSRICHTLIJN] bedoelde EU-rijbewijsnetwerk (“RESPER”).</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De nationale contactpunten van de lidstaat van de overtreding en de lidstaat van afgifte maken ook gebruik van RESPER voor de uitwisseling de overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10, 11, 12, 14 en 15 te verstrekken informatie. De Commissie ziet erop toe dat RESPER over de nodige middelen beschikt om deze taak te vervullen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 19]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 6</TI.ART><STI.ART>Het Uniebrede effect van ontzeggingen van de rijbevoegdheid handhaven</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Na de kennisgeving van een ontzegging van de rijbevoegdheid overeenkomstig artikel 4, lid 1, en tenzij een in artikel 8 vastgestelde vrijstellingsgrond van toepassing is, neemt de lidstaat van afgifte passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de ontzegging van de rijbevoegdheid een Uniebreed effect heeft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer de ontzegging van de rijbevoegdheid <STRING STRIKE="on">bestaat uit</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leidt tot</STRING></STRING> een intrekking, <STRING STRIKE="on">voldoen de door</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">neemt</STRING></STRING> de lidstaat van afgifte <STRING STRIKE="on">genomen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende</STRING></STRING> maatregelen<STRING STRIKE="on"> aan de volgende voorwaarden</STRING>:<STRING BOLD="on"> [Am. 20]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de lidstaat van afgifte trekt het rijbewijs of de rijbevoegdheid van de betrokkene in;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de betrokkene kan het rijbewijs of de rijbevoegdheid terugkrijgen overeenkomstig de nationale regels van de lidstaat van afgifte;</STRING><STRING BOLD="on"> </STRING><STRING BOLD="on">[Am. 21]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>indien de betrokkene reeds in de lidstaat van de overtreding voldaan heeft aan een deel van de aanvullende voorwaarden om zijn rijbevoegdheid terug te krijgen, houdt de lidstaat van afgifte daar zoveel mogelijk rekening mee.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien het land van de gewone verblijfplaats, zoals gedefinieerd in artikel 12 van Richtlijn 2006/126/EG, verschilt van het land van afgifte, wordt het omwisselen van het rijbewijs van de bestuurder vergemakkelijkt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 22]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De betrokkene kan het rijbewijs of de rijbevoegdheid terugkrijgen overeenkomstig de nationale regels van de lidstaat van afgifte.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 23]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer de ontzegging van de rijbevoegdheid <STRING STRIKE="on">bestaat uit</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leidt tot</STRING></STRING> een schorsing of beperking, <STRING STRIKE="on">voldoen de door</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">neemt</STRING></STRING> de lidstaat van afgifte <STRING STRIKE="on">genomen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende</STRING></STRING> maatregelen<STRING STRIKE="on"> aan de volgende voorwaarden</STRING>:<STRING BOLD="on"> [Am. 24]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de lidstaat van afgifte schorst of beperkt de geldigheid van het rijbewijs of de rijbevoegdheid van de betrokkene tot de datum waarop de schorsing of beperking die door de lidstaat van de overtreding is opgelegd en waarvan kennis is gegeven, ophoudt effect te sorteren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>indien de schorsing of beperking die door de lidstaat van de overtreding is opgelegd en waarvan kennis is gegeven, afhankelijk is van zowel het verstrijken van een vaste <STRING STRIKE="on">termijn</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">periode</STRING></STRING> als de vervulling van aanvullende voorwaarden, houdt de lidstaat van afgifte alleen rekening met de vaste <STRING STRIKE="on">termijn</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">periode</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 25]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>wanneer een beperking wordt opgelegd en meegedeeld door de lidstaat van de overtreding, wordt hiermee rekening gehouden voor zover dit verenigbaar is met het recht van de lidstaat van afgifte wat de aard of de duur ervan betreft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaat van afgifte streeft ernaar ervoor te zorgen dat, binnen de bestaande wettelijke grenzen van de nationale regels, de uit hoofde van de leden 2 en 3 genomen maatregelen met betrekking tot ontzeggingen van de rijbevoegdheid zoveel mogelijk zijn afgestemd op de overeenkomstige maatregelen die door de lidstaat van de overtreding zijn opgelegd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 26]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Onverminderd de in artikel 8, lid 1, punt a), vastgestelde vrijstellingsgrond is de lidstaat van afgifte bij de vaststelling van maatregelen uit hoofde van dit artikel gebonden aan en vertrouwt hij op de door de lidstaat van de overtreding overeenkomstig artikel 5 verstrekte informatie en feiten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 7</TI.ART><STI.ART>Gevolgen van ontzeggingen van de rijbevoegdheid in de lidstaat van de overtreding</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Deze richtlijn belet de lidstaat van de overtreding niet de ontzegging van de rijbevoegdheid op zijn grondgebied en overeenkomstig zijn nationale voorschriften uit te voeren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer de lidstaat van afgifte overeenkomstig artikel 4, lid 1, in kennis is gesteld van een ontzegging van de rijbevoegdheid met aanvullende voorwaarden, kan de lidstaat van de overtreding een dergelijke ontzegging op zijn grondgebied blijven toepassen totdat de betrokkene aan die voorwaarden voldoet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Aan een ontzegging van de rijbevoegdheid gekoppelde aanvullende voorwaarden die zijn meegedeeld overeenkomstig artikel 4, lid 1, worden geacht te zijn vervuld door de lidstaat van de overtreding als de lidstaat van afgifte oordeelt dat de betrokkene <STRING STRIKE="on">voldoet</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">heeft voldaan</STRING></STRING> aan de voorwaarden die in de lidstaat van afgifte gelden om zijn rijbevoegdheid of rijbewijs terug te krijgen of om een nieuw te kunnen aanvragen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> In dit geval is de lidstaat van de overtreding gebonden aan de positieve beoordeling van de lidstaat van afgifte en de effecten daarvan. De lidstaat van de overtreding mag de aanvullende voorwaarden derhalve niet langer toepassen. De lidstaat van de overtreding kan de ontzegging van de rijbevoegdheid echter tot het einde van de duur ervan op zijn grondgebied blijven toepassen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 27]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 8</TI.ART><STI.ART>Vrijstellingsgronden</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaat van afgifte neemt de in artikel 6, lid 1, bedoelde maatregelen niet wanneer:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het in artikel 5 bedoelde certificaat onvolledig of kennelijk onjuist is en de ontbrekende of de juiste informatie niet overeenkomstig lid 3 van dit artikel is verstrekt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de ontzegging van de rijbevoegdheid reeds volledig ten uitvoer is gelegd in de lidstaat van de overtreding;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de ontzegging van de rijbevoegdheid is verjaard overeenkomstig het recht van de lidstaat van afgifte;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">het recht van de lidstaat van afgifte voorziet in voorrechten of immuniteiten die de tenuitvoerlegging van de ontzegging van de rijbevoegdheid verhinderen;</STRING><STRING BOLD="on"> </STRING><STRING BOLD="on">[Am. 28]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>op het ogenblik dat de in artikel 6, lid 3, bedoelde maatregelen worden vastgesteld, de resterende duur van de schorsing of beperking die in acht moet worden genomen op grond van de ontzegging van de rijbevoegdheid, minder dan één maand bedraagt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>een gerechtelijke procedure heeft plaatsgevonden en de betrokkene volgens het certificaat niet persoonlijk is verschenen op het proces dat heeft geleid tot de vaststelling van de ontzegging van de rijbevoegdheid, tenzij in het certificaat wordt vermeld dat zich, overeenkomstig verdere in het recht van de lidstaat van de overtreding vastgestelde procedurevoorschriften, een van de volgende omstandigheden heeft voorgedaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de betrokkene is tijdig persoonlijk gedagvaard en is dus op de hoogte gebracht van de dag en plaats van de rechtszaak die tot de ontzegging van de rijbevoegdheid heeft geleid, of is anderszins officieel in kennis is gesteld van de geplande dag en plaats van die rechtszaak, zodat op ondubbelzinnige wijze vaststaat dat die persoon op de hoogte was van de geplande rechtszaak en tijdig ervan in kennis was gesteld dat een ontzegging van de rijbevoegdheid kon worden uitgevaardigd als hij niet op de zitting verscheen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>de betrokkene was op de hoogte van de geplande rechtszaak en heeft een zelfgekozen of door de staat toegewezen advocaat gemachtigd zijn verdediging te voeren, en werd tijdens de zitting ook daadwerkelijk door die advocaat verdedigd; of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>nadat de ontzegging van de rijbevoegdheid aan de betrokkene was betekend en hij uitdrukkelijk was geïnformeerd over zijn recht op een nieuw proces of een beroepsprocedure, waarbij hij het recht zou hebben aanwezig te zijn en waarbij de zaak opnieuw ten gronde kon worden behandeld, met inbegrip van het onderzoek van nieuw bewijsmateriaal, en dat ertoe kon leiden dat de oorspronkelijke ontzegging van de rijbevoegdheid teniet kon worden gedaan, heeft hij uitdrukkelijk te kennen gegeven dat hij de ontzegging van de rijbevoegdheid niet betwist of heeft hij niet binnen de voorgeschreven termijn om een nieuw proces of een beroepsprocedure verzocht;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>er in buitengewone omstandigheden redenen zijn om op basis van specifiek en objectief bewijs aan te nemen dat de uitvoering van de ontzegging van de rijbevoegdheid in de specifieke omstandigheden van dat geval een schending van een in het Handvest neergelegd grondrecht zou inhouden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaat van afgifte kan besluiten ook de volgende vrijstellingsgronden toe te passen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de ontzegging van de rijbevoegdheid heeft betrekking op een ernstige verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertreding die, op basis van de overeenkomstig artikel 4, lid 1, meegedeelde informatie, niet zou worden bestraft met een ontzegging van de rijbevoegdheid krachtens het recht van de lidstaat van afgifte;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de ontzegging van de rijbevoegdheid werd uitsluitend opgelegd<STRING STRIKE="on"> wegens</STRING> rijden met te hoge snelheid en de in de lidstaat van de overtreding geldende snelheidsbeperkingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, op voorwaarde dat de snelheidslimiet op de weg waar de snelheidsoverschrijding plaatsvond duidelijk was afgebakend, in het geval van wegen binnen de bebouwde kom met minder dan 30 km/u en in het geval van wegen buiten de bebouwde kom</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> werden</STRING> met minder dan 50 <STRING STRIKE="on">km/h</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">km/u werd</STRING></STRING> overschreden;<STRING BOLD="on"> [Am. 29]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>volgens het recht van de lidstaat van afgifte kan de betrokkene wegens zijn leeftijd niet aansprakelijk worden gesteld voor de ernstige verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertreding waarvoor de ontzegging van de rijbevoegdheid is uitgevaardigd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer de lidstaat van afgifte voornemens is in een specifiek geval een vrijstellingsgrond uit hoofde van lid 1 of 2 toe te passen, stelt hij de lidstaat van de overtreding daarvan <STRING STRIKE="on">onverwijld</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uiterlijk tien werkdagen na het besluit tot verlening van vrijstelling</STRING></STRING> in kennis en verzoekt hij, indien van toepassing, om alle nodige informatie om na te gaan of een daarin bedoelde vrijstellingsgrond van toepassing is. De lidstaat van de overtreding verstrekt de gevraagde informatie <STRING STRIKE="on">onverwijld</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uiterlijk tien werkdagen na indiening van het verzoek</STRING></STRING> en kan alle aanvullende informatie of opmerkingen verstrekken die hij relevant acht.<STRING BOLD="on"> [Am. 30]</STRING></PARAG><PARAG>De uit hoofde van dit lid verstrekte informatie omvat geen andere persoonsgegevens dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor de toepassing van de leden 1 en 2 en wordt uitsluitend gebruikt voor de toepassing van die leden.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 9</TI.ART><STI.ART>Termijnen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaat van afgifte neemt onverwijld en onverminderd lid 3 uiterlijk 15 <STRING STRIKE="on">dagen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">werkdagen</STRING></STRING> nadat hij het certificaat overeenkomstig artikel 5, lid 1, heeft ontvangen, de in artikel 6, lid 1, bedoelde maatregelen of het besluit dat een vrijstellingsgrond overeenkomstig artikel 8 van toepassing is.<STRING BOLD="on"> [Am. 31]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het nationale contactpunt van de lidstaat van afgifte deelt de krachtens artikel 6, lid 1, genomen maatregelen of het besluit dat overeenkomstig artikel 8 een vrijstellingsgrond van toepassing is, <STRING STRIKE="on">onverwijld</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uiterlijk tien werkdagen na de goedkeuring ervan</STRING></STRING> via RESPER mee aan het nationale contactpunt van de lidstaat van de overtreding.<STRING BOLD="on"> [Am. 32]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien het in een specifiek geval niet mogelijk is de in lid 1 bedoelde termijn in acht te nemen, stelt het nationale contactpunt van de lidstaat van afgifte het nationale contactpunt van de lidstaat van de overtreding <STRING STRIKE="on">onverwijld en op ongeacht welke wijze</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uiterlijk tien werkdagen na het verstrijken van die termijn via RESPER</STRING></STRING> in kennis van de overtreding, met opgave van de redenen waarom die termijn niet kon worden nageleefd.<STRING BOLD="on"> [Am. 33]</STRING></PARAG><PARAG>Het verstrijken van de in lid 1 vastgestelde termijn ontslaat de lidstaat van afgifte niet van zijn verplichting om onverwijld de in artikel 6, lid 1, bedoelde maatregelen te nemen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 10</TI.ART><STI.ART>Overleg tussen de lidstaten</STI.ART><PARAG>Indien nodig plegen de lidstaten <STRING STRIKE="on">via passende middelen en onverwijld</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tijdig</STRING></STRING> overleg om de efficiënte toepassing van deze richtlijn te waarborgen.<STRING BOLD="on"> [Am. 34]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 11</TI.ART><STI.ART>Door de lidstaat van afgifte te verstrekken informatie</STI.ART><PARAG>Het nationale contactpunt van de lidstaat van afgifte stelt het nationale contactpunt van de lidstaat van de overtreding <STRING STRIKE="on">onverwijld</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uiterlijk tien werkdagen na de goedkeuring ervan,</STRING></STRING> in kennis van:<STRING BOLD="on"> [Am. 35]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de ontvangst van de kennisgeving van de ontzegging van de rijbevoegdheid, overeenkomstig artikel 4, lid 1;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de krachtens artikel 6 genomen maatregelen, zodra deze juridisch bindend zijn geworden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>elk besluit dat een vrijstellingsgrond op grond van artikel 8 van toepassing is, met opgave van de redenen voor dat besluit;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>elke maatregel tot schorsing of beëindiging van het Uniebrede effect van de ontzegging van de rijbevoegdheid en de onderliggende redenen daarvoor, bijvoorbeeld omdat de betrokken persoon met succes bezwaar heeft aangetekend.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 12</TI.ART><STI.ART>Door de lidstaat van de overtreding te verstrekken informatie</STI.ART><PARAG>Het nationale contactpunt van de lidstaat van de overtreding stelt het nationale contactpunt van de lidstaat van afgifte <STRING STRIKE="on">onverwijld</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uiterlijk tien werkdagen na de goedkeuring</STRING></STRING> in kennis van:<STRING BOLD="on"> [Am. 36]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>elke omstandigheid die van invloed is op het besluit waarbij de ontzegging van de rijbevoegdheid is opgelegd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van alle relevante informatie over een eventuele naleving die reeds in de lidstaat van de overtreding heeft plaatsgevonden van eventuele, reeds opgelegde, aanvullende voorwaarden met betrekking tot een ontzegging van de rijbevoegdheid</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 37]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de uitvoering van de ontzegging van de rijbevoegdheid in de lidstaat van de overtreding.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 13</TI.ART><STI.ART>Verplichting om de betrokkene in kennis te stellen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Na zowel de ontvangst van de kennisgeving uit hoofde van artikel 4, lid 1, als de vaststelling van maatregelen uit hoofde van artikel 6, lid 1, stelt de lidstaat van afgifte de betrokkene daarvan <STRING STRIKE="on">onverwijld</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten laatste zeven werkdagen na ontvangst van de kennisgeving uit hoofde van artikel 4, lid 1, of na de vaststelling van maatregelen uit hoofde van artikel 6, lid 1,</STRING></STRING> in kennis, overeenkomstig de procedures van zijn nationale recht.<STRING BOLD="on"> [Am. 38]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In de overeenkomstig lid 1 te verstrekken informatie wordt ten minste het volgende gespecificeerd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>wanneer de informatie wordt verstrekt na ontvangst van de kennisgeving overeenkomstig artikel 4, lid 1:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de naam<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het adres, het telefoonnummer, de aanwezigheid op internet en de e-mail</STRING></STRING> van de voor de handhaving van de ontzegging van de rijbevoegdheid bevoegde autoriteiten van zowel de lidstaat van afgifte als de lidstaat van de overtreding; <STRING STRIKE="on">en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alsook</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 39]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>de rechtsmiddelen die beschikbaar zijn krachtens het recht van de lidstaat van afgifte, met inbegrip van het recht om te worden gehoord;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>wanneer de informatie wordt verstrekt na de vaststelling van maatregelen uit hoofde van artikel 6, lid 1:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de bijzonderheden van de door de lidstaat van afgifte genomen maatregelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>de rechtsmiddelen die krachtens het recht van de lidstaat van afgifte beschikbaar zijn om de genomen maatregelen aan te vechten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 14</TI.ART><STI.ART>Rechtsmiddelen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen voor passende rechtsmiddelen tegen uit hoofde van deze richtlijn genomen besluiten of maatregelen, die gelijkwaardig zijn aan die welke beschikbaar zijn in soortgelijke nationale zaken. Zij nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat informatie over dergelijke rechtsmiddelen tijdig wordt verstrekt, zodat ze doeltreffend kunnen worden uitgeoefend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een krachtens artikel 4, lid 1, gemelde ontzegging van de rijbevoegdheid kan slechts worden aangevochten in het kader van een rechtsgeding dat is ingesteld in de lidstaat van de overtreding.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaat van de overtreding en de lidstaat van afgifte stellen elkaar in kennis van de rechtsmiddelen die worden ingesteld tegen uit hoofde van deze richtlijn genomen besluiten of maatregelen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 15</TI.ART><STI.ART> Nationale contactpunten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Uiterlijk op ... [datum van omzetting van deze richtlijn] wijst elke lidstaat een nationaal contactpunt aan voor de toepassing van deze richtlijn.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat hun respectieve nationale contactpunten samenwerken met de autoriteiten die bevoegd zijn voor de handhaving van de ontzeggingen van de rijbevoegdheid die zijn opgelegd wegens ernstige verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen, met name om ervoor te zorgen dat alle nodige informatie tijdig wordt uitgewisseld en dat de in <STRING STRIKE="on">artikel 9</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deze richtlijn</STRING></STRING> vastgestelde termijnen in acht worden genomen.<STRING BOLD="on"> [Am. 40]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de nationale contactpunten die voor de toepassing van deze richtlijn zijn aangewezen. De Commissie stelt de op grond van dit artikel ontvangen informatie ter beschikking van alle lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">via RESPER en op het CBE-portaal, zodra dit operationeel is. Tot die tijd maakt de Commissie deze informatie bekend </STRING></STRING>op haar website.<STRING BOLD="on"> </STRING><STRING BOLD="on">[Am. 41]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 16</TI.ART><STI.ART>Statistieken</STI.ART><PARAG>De lidstaten verzamelen regelmatig uitgebreide statistieken over de toepassing van deze richtlijn en versturen deze jaarlijks naar de Commissie. Die statistieken hebben betrekking op:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het aantal kennisgevingen uit hoofde van artikel 4, lid 1, uitgesplitst naar lidstaat waaraan de kennisgeving wordt gericht;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het aantal kennisgevingen aan de betrokkenen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 42]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het aantal keren dat een vrijstellingsgrond werd ingeroepen, met inbegrip van de toegepaste vrijstellingsgronden, uitgesplitst naar aanmeldende lidstaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de tijd die nodig is om informatie te verstrekken <STRING STRIKE="on">over het</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor elk genomen</STRING></STRING> besluit inzake een vrijstellingsgrond;<STRING BOLD="on"> [Am. 43]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het aantal keren dat de vertraging moest worden gerechtvaardigd;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 44]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het aantal rechtsmiddelen dat is ingesteld tegen maatregelen uit hoofde van artikel 6, lid 1.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op ... [één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] verstrekken de lidstaten de Commissie actuele informatie over de geldende regels betreffende de sancties die in hun rechtsstelsel kunnen worden opgelegd voor ernstige verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen. De lidstaten stellen de Commissie binnen drie maanden in kennis van elke belangrijke wijziging van die sancties door middel van een bijgewerkte versie van de informatie die zij eerder hebben verstrekt. Uiterlijk op ... [18 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] publiceert de Commissie een overzicht van de uit hoofde van dit lid ontvangen informatie op het overeenkomstig artikel 8 van Richtlijn (EU) 2015/413 opgerichte portaal voor grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen (“CBE-portaal”) in alle officiële talen van de Europese Unie. In geval van een ingrijpende wijziging van het bestaande systeem in een lidstaat werkt de Commissie het overzicht binnen drie maanden na ontvangst van de informatie bij.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 45]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 17</TI.ART><STI.ART>Comitéprocedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 22 van [DE NIEUWE RIJBEWIJSRICHTLIJN] ingestelde comité voor het rijbewijs. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG><PARAG>Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, door de voorzitter van het comité daartoe wordt besloten of door een eenvoudige meerderheid van de leden van het comité daarom wordt verzocht.</PARAG><PARAG>Indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, neemt de Commissie de uitvoeringshandeling niet aan en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 18</TI.ART><STI.ART>Verhouding tot andere rechtshandelingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Deze richtlijn laat de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de volgende rechtshandelingen onverlet:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>Kaderbesluit 2005/214/JBZ van de Raad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de rechten van verdachten en beklaagden als bedoeld in Richtlijn 2010/64/EU, Richtlijn 2012/13/EU, Richtlijn 2013/48/EU, Richtlijn (EU) 2016/343, Richtlijn (EU) 2016/800 en Richtlijn (EU) 2016/1919 van het Europees Parlement en de Raad.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten kunnen na [DD/MM/JJJJ] bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen met andere lidstaten sluiten, voor zover dergelijke overeenkomsten of regelingen het mogelijk te maken om de bepalingen van deze richtlijn uit te breiden en helpen om de procedures voor de handhaving van ontzeggingen van de rijbevoegdheid die zijn opgelegd wegens het begaan van overtredingen in een andere lidstaat dan die welke het rijbewijs van de betrokkene heeft afgegeven, te vereenvoudigen of te faciliteren.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 19</TI.ART><STI.ART>Omzetting</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">... </STRING></STRING>[<STRING STRIKE="on">DD/MM/JJJJ</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">één jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn</STRING></STRING>] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.<STRING BOLD="on"> [Am. 46]</STRING></PARAG><PARAG>Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Uiterlijk op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">… </STRING></STRING>[<STRING STRIKE="on">DD/MM/JJJJ</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">15 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn</STRING></STRING>] delen de lidstaten de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.<STRING BOLD="on"> [Am. 47]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 20</TI.ART><STI.ART><STRING STRIKE="on">Verslag over de toepassing</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Herziening</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 48]</STRING></STI.ART><PARAG>Uiterlijk op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">... </STRING></STRING>[<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vijf jaar na de datum van </STRING></STRING>inwerkingtreding <STRING STRIKE="on">+ 5 jaar</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van deze richtlijn</STRING></STRING>], en vervolgens om de vijf jaar, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn, met inbegrip van de gevolgen ervan voor de verkeersveiligheid. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het verslag bevat statistieken van de lidstaten over het gebruik van het bij deze richtlijn ingestelde mechanisme, alsmede knelpunten en gebieden die voor verbetering vatbaar zijn. </STRING></STRING>Dit verslag gaat indien nodig vergezeld van <STRING STRIKE="on">voorstellen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een wetgevingsvoorstel</STRING></STRING> tot wijziging van deze richtlijn.<STRING BOLD="on"> [Am. 49]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 21</TI.ART><STI.ART>Inwerkingtreding<STRING STRIKE="on"> en toepassing</STRING><STRING BOLD="on"> </STRING><STRING BOLD="on">[Am. 50]</STRING></STI.ART><PARAG>Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 22</TI.ART><STI.ART>Adressaten</STI.ART><PARAG>Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>