<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0067</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Met bepaalde nieuwe genomische technieken verkregen planten en de daarvan afgeleide levensmiddelen en diervoeders</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0014/2024 - Rapporteur: Jessica Polfjärd)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 7 februari 2024 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende met bepaalde nieuwe genomische technieken verkregen planten en de daarvan afgeleide levensmiddelen en diervoeders, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/625 (COM(2023)0411 – C9-0238/2023 – 2023/0226(COD))</STRING><FOOTNOTE><FIELD>De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A9-0014/2024).</FIELD></FOOTNOTE></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION/></ACTLST></DISPOSITIF><AMDLST><HD><HEAD.OLD><STRING ITALIC="on">Door de Commissie voorgestelde tekst</STRING></HEAD.OLD><HEAD.NEW><STRING ITALIC="on">Amendement</STRING></HEAD.NEW></HD><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		292</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende met bepaalde nieuwe genomische technieken verkregen planten en de daarvan afgeleide levensmiddelen en diervoeders, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/625 (Voor de EER relevante tekst)</P></OLD><NEW><P>Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende met bepaalde nieuwe genomische technieken verkregen planten en de daarvan afgeleide levensmiddelen en diervoeders, en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/625<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en Richtlijn 98/44/EG</STRING></STRING> (Voor de EER relevante tekst)</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		1</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(1)</NO.P>Sinds 2001, toen Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">32</STRING> inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) in het milieu werd vastgesteld, heeft de aanzienlijke vooruitgang op het gebied van de biotechnologie geleid tot de ontwikkeling van nieuwe genomische technieken (NGT’s), met name genoombewerkingstechnieken waarmee veranderingen op precieze locaties in het genoom kunnen worden aangebracht.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(1)</NO.P>Sinds 2001, toen Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">32</STRING> inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) in het milieu werd vastgesteld, heeft de aanzienlijke vooruitgang op het gebied van de biotechnologie geleid tot de ontwikkeling van nieuwe genomische technieken (NGT’s), met name genoombewerkingstechnieken waarmee veranderingen op precieze locaties in het genoom kunnen worden aangebracht.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De aanzienlijke vooruitgang op het gebied van genetische modificatie heeft al bijgedragen tot een breed gebruik van merkergestuurde selectie aan de hand waarvan interessante, in de biodiversiteit aanwezige genen kunnen worden geïdentificeerd en gebruikt.</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_________________</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_________________</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">32</STRING> Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">32</STRING> Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		167</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(1 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Als nieuwe genomische technieken en de resultaten van het gebruik ervan kunnen worden geoctrooieerd, zal dit mogelijk de dominante positie van de multinationale zaadbedrijven versterken met betrekking tot de toegang van landbouwers tot zaden. In een context waarin grote bedrijven al een monopolie op zaden hebben en steeds meer controle uitoefenen over natuurlijke hulpbronnen, zou een dergelijke situatie landbouwers elke vorm van handelingsvrijheid ontnemen door hen afhankelijk te maken van privébedrijven. Daarom is het absoluut noodzakelijk dat octrooien voor deze producten worden verboden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		2</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(2)</NO.P>NGT’s vormen een diverse groep van genomische technieken en elk van deze technieken kan op verschillende manieren worden gebruikt om allerlei resultaten en producten te verkrijgen. Zij kunnen resulteren in organismen waarin veranderingen zijn aangebracht die vergelijkbaar zijn met veranderingen die door middel van conventionele kweekmethoden kunnen worden verkregen, of in organismen met complexere veranderingen. Tot de NGT’s behoren gerichte mutagenese en cisgenese (met inbegrip van intragenese), waarmee genetische modificaties worden aangebracht zonder genetisch materiaal van niet-kruisbare soorten in te brengen (transgenese). Hierbij wordt alleen gebruik gemaakt van de genenpool van kwekers, d.w.z. de totale genetische informatie die beschikbaar is voor conventionele veredeling, ook die van ver verwante plantensoorten die met geavanceerde kweektechnieken kunnen worden gekruist. Gerichte-mutagenesetechnieken leiden tot een of meer veranderingen in de DNA-sequentie op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">precieze</STRING></STRING> locaties in het genoom van een organisme. Met cisgenesetechnieken wordt in het genoom van een organisme genetisch materiaal ingebracht dat reeds aanwezig is in de genenpool van kwekers. Intragenese is een subcategorie van cisgenese waarbij een herschikte kopie van genetisch materiaal, bestaande uit twee of meer DNA-sequenties die reeds aanwezig zijn in de genenpool van kwekers, in het genoom wordt ingebracht.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(2)</NO.P>NGT’s vormen een diverse groep van genomische technieken en elk van deze technieken kan op verschillende manieren worden gebruikt om allerlei resultaten en producten te verkrijgen. Zij kunnen resulteren in organismen waarin veranderingen zijn aangebracht die vergelijkbaar zijn met veranderingen die door middel van conventionele kweekmethoden kunnen worden verkregen, of in organismen met complexere veranderingen. Tot de NGT’s behoren gerichte mutagenese en cisgenese (met inbegrip van intragenese), waarmee genetische modificaties worden aangebracht zonder genetisch materiaal van niet-kruisbare soorten in te brengen (transgenese). Hierbij wordt alleen gebruik gemaakt van de genenpool van kwekers, d.w.z. de totale genetische informatie die beschikbaar is voor conventionele veredeling, ook die van ver verwante plantensoorten die met geavanceerde kweektechnieken kunnen worden gekruist. Gerichte-mutagenesetechnieken leiden tot een of meer veranderingen in de DNA-sequentie op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gerichte</STRING></STRING> locaties in het genoom van een organisme. Met cisgenesetechnieken wordt in het genoom van een organisme genetisch materiaal ingebracht dat reeds aanwezig is in de genenpool van kwekers. Intragenese is een subcategorie van cisgenese waarbij een herschikte kopie van genetisch materiaal, bestaande uit twee of meer DNA-sequenties die reeds aanwezig zijn in de genenpool van kwekers, in het genoom wordt ingebracht.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		3</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(3)</NO.P>Er is publiek en particulier onderzoek gaande waarbij NGT’s worden gebruikt voor een grotere verscheidenheid aan gewassen en eigenschappen dan worden verkregen met transgene technieken die in de Unie of wereldwijd zijn toegelaten<STRING SUPERSCRIPT="on">33</STRING>. Hieronder vallen planten met een hogere tolerantie voor of weerstand tegen plantenziekten en plagen of tegen de gevolgen van klimaatverandering en milieudruk, en planten met verbeterde voedingswaarden, een efficiënter watergebruik, een grotere opbrengst of weerbaarheid of betere kwaliteitskenmerken. Dit soort nieuwe planten, gecombineerd met het relatieve gemak en de snelheid waarmee deze nieuwe technieken kunnen worden toegepast, kan voordelen opleveren voor landbouwers, consumenten en het milieu. NGT’s kunnen dus bijdragen tot de innovatie- en duurzaamheidsdoelstellingen van de Europese Green Deal<STRING SUPERSCRIPT="on">34</STRING> en van de “van boer tot bord”-strategie<STRING SUPERSCRIPT="on">35</STRING>, de biodiversiteitsstrategie<STRING SUPERSCRIPT="on">36</STRING> en de strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering<STRING SUPERSCRIPT="on">37</STRING>, en tot mondiale voedselzekerheid<STRING SUPERSCRIPT="on">38</STRING>, de strategie voor de bio-economie<STRING SUPERSCRIPT="on">39</STRING> en de strategische autonomie van de Unie<STRING SUPERSCRIPT="on">40</STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(3)</NO.P>Er is publiek en particulier onderzoek gaande waarbij NGT’s worden gebruikt voor een grotere verscheidenheid aan gewassen en eigenschappen dan worden verkregen met transgene technieken die in de Unie of wereldwijd zijn toegelaten<STRING SUPERSCRIPT="on">33</STRING>. Hieronder vallen planten met een hogere tolerantie voor of weerstand tegen plantenziekten en plagen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, planten met een tolerantie voor herbiciden,</STRING></STRING> planten met een hogere tolerantie voor of weerstand tegen de gevolgen van klimaatverandering en milieudruk, en planten met verbeterde voedingswaarden, een efficiënter watergebruik, een grotere opbrengst of weerbaarheid of betere kwaliteitskenmerken. Dit soort nieuwe planten, gecombineerd met het relatieve gemak en de snelheid waarmee deze nieuwe technieken kunnen worden toegepast, kan voordelen opleveren voor landbouwers, consumenten en het milieu. NGT’s kunnen dus bijdragen tot de innovatie- en duurzaamheidsdoelstellingen van de Europese Green Deal<STRING SUPERSCRIPT="on">34</STRING> en van de “van boer tot bord”-strategie<STRING SUPERSCRIPT="on">35</STRING>, de biodiversiteitsstrategie<STRING SUPERSCRIPT="on">36</STRING> en de strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering<STRING SUPERSCRIPT="on">37</STRING>, en tot mondiale voedselzekerheid<STRING SUPERSCRIPT="on">38</STRING>, de strategie voor de bio-economie<STRING SUPERSCRIPT="on">39</STRING> en de strategische autonomie van de Unie<STRING SUPERSCRIPT="on">40</STRING>.</P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_________________</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_________________</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">33</STRING> Inzichten en oplossingen die voortvloeien uit door de EU gefinancierde onderzoeks- en innovatieprojecten op het gebied van strategieën voor plantenveredeling kunnen bijdragen tot het aanpakken van detectieproblemen, het waarborgen van traceerbaarheid en authenticiteit en het bevorderen van innovatie op het gebied van nieuwe genomische technieken. Meer dan 1 000 projecten werden in het kader van het zevende kaderprogramma en het daaropvolgende Horizon 2020-programma ondersteund, met een investering van meer dan 3 miljard EUR. Horizon Europa verleent ook steun aan nieuwe gezamenlijke onderzoeksprojecten op het gebied van plantenveredeling, SWD(2021) 92.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">33</STRING> Inzichten en oplossingen die voortvloeien uit door de EU gefinancierde onderzoeks- en innovatieprojecten op het gebied van strategieën voor plantenveredeling kunnen bijdragen tot het aanpakken van detectieproblemen, het waarborgen van traceerbaarheid en authenticiteit en het bevorderen van innovatie op het gebied van nieuwe genomische technieken. Meer dan 1 000 projecten werden in het kader van het zevende kaderprogramma en het daaropvolgende Horizon 2020-programma ondersteund, met een investering van meer dan 3 miljard EUR. Horizon Europa verleent ook steun aan nieuwe gezamenlijke onderzoeksprojecten op het gebied van plantenveredeling, SWD(2021) 92.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">34</STRING> Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De Europese Green Deal”, COM(2019) 640 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">34</STRING> Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De Europese Green Deal”, COM(2019) 640 final.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">35</STRING> Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een ‘van boer tot bord’-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem”, COM(2020) 381 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">35</STRING> Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem”, COM(2020) 381 final.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">36</STRING> Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030: de natuur terug in ons leven brengen”, COM(2020) 380 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">36</STRING> Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030: de natuur terug in ons leven brengen”, COM(2020) 380 final.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">37</STRING> Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een klimaatveerkrachtig Europa tot stand brengen — de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering”, COM(2021) 82 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">37</STRING> Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een klimaatveerkrachtig Europa tot stand brengen — de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering”, COM(2021) 82 final.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">38</STRING> Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De voedselzekerheid waarborgen en de veerkracht van voedselsystemen versterken”, COM(2022) 133 final; Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), 2022, “Gene editing and agrifood systems”, Rome, ISBN 978-92-5-137417-7.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">38</STRING> Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De voedselzekerheid waarborgen en de veerkracht van voedselsystemen versterken”, COM(2022) 133 final; Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), 2022, “Gene editing and agrifood systems”, Rome, ISBN 978-92-5-137417-7.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">39</STRING> Europese Commissie, directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie, Een duurzame bio-economie voor Europa — Versterking van de verbinding tussen economie, samenleving en milieu: geactualiseerde strategie voor de bio-economie, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2018, https://data.europa.eu/doi/10.2777/792130</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">39</STRING> Europese Commissie, directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie, Een duurzame bio-economie voor Europa — Versterking van de verbinding tussen economie, samenleving en milieu: geactualiseerde strategie voor de bio-economie, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2018, https://data.europa.eu/doi/10.2777/792130</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">40</STRING> Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Evaluatie van het handelsbeleid — Een open, duurzaam en assertief handelsbeleid”, COM(2021) 66 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">40</STRING> Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Evaluatie van het handelsbeleid — Een open, duurzaam en assertief handelsbeleid”, COM(2021) 66 final.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		5</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 9</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(9)</NO.P>Op basis van de huidige wetenschappelijke en technische kennis, met name op het gebied van veiligheidsaspecten, moet deze verordening beperkt blijven tot ggo’s die planten zijn, d.w.z. organismen in de taxonomische groepen Archaeplastida of Phaeophyceae<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met uitzondering van</STRING></STRING> micro-organismen, schimmels en dieren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> waarover minder kennis beschikbaar is</STRING></STRING>. Om dezelfde reden moet deze verordening alleen van toepassing zijn op planten die zijn verkregen met bepaalde NGT’s: gerichte mutagenese en cisgenese (met inbegrip van intragenese) (hierna “NGT-planten” genoemd), maar niet met andere nieuwe genomische technieken. Dergelijke NGT-planten bevatten geen genetisch materiaal van niet-kruisbare soorten. Ggo’s die zijn geproduceerd door middel van andere nieuwe genomische technieken waarbij genetisch materiaal van niet-kruisbare soorten in een organisme wordt ingebracht (transgenese), moeten alleen aan de ggo-wetgeving van de Unie onderworpen blijven, aangezien de daaruit verkregen planten specifieke risico’s kunnen inhouden in verband met het transgen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bovendien zijn er geen aanwijzingen dat de huidige voorschriften in de ggo-wetgeving van de Unie voor ggo’s die met transgenese zijn verkregen, momenteel moeten worden aangepast.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>(9)</NO.P>Op basis van de huidige wetenschappelijke en technische kennis, met name op het gebied van veiligheidsaspecten, moet deze verordening beperkt blijven tot ggo’s die planten zijn, d.w.z. organismen in de taxonomische groepen Archaeplastida of Phaeophyceae<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. De beschikbare kennis over andere organismen, zoals</STRING></STRING> micro-organismen, schimmels en dieren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, moet worden geëvalueerd met het oog op toekomstige wetgevingsinitiatieven in dit kader</STRING></STRING>. Om dezelfde reden moet deze verordening alleen van toepassing zijn op planten die zijn verkregen met bepaalde NGT’s: gerichte mutagenese en cisgenese (met inbegrip van intragenese) (hierna “NGT-planten” genoemd), maar niet met andere nieuwe genomische technieken. Dergelijke NGT-planten bevatten geen genetisch materiaal van niet-kruisbare soorten. Ggo’s die zijn geproduceerd door middel van andere nieuwe genomische technieken waarbij genetisch materiaal van niet-kruisbare soorten in een organisme wordt ingebracht (transgenese), moeten alleen aan de ggo-wetgeving van de Unie onderworpen blijven, aangezien de daaruit verkregen planten specifieke risico’s kunnen inhouden in verband met het transgen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		6</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 10</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(10)</NO.P>Het rechtskader voor NGT-planten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> moet</STRING></STRING> in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de ggo-wetgeving van de Unie om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu en de goede werking van de interne markt voor de betrokken planten en producten te waarborgen, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van NGT-planten. Dit rechtskader moet de ontwikkeling en het in de handel brengen mogelijk maken van planten, levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met NGT-planten en andere producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit NGT-planten (“NGT-producten”), teneinde bij te dragen tot de innovatie- en duurzaamheidsdoelstellingen van de Europese Green Deal en de “van boer tot bord”-strategie, de biodiversiteitsstrategie en de strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering, en om het concurrentievermogen van de agrovoedingssector van de EU op Unie- en mondiaal niveau te versterken.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(10)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Met volledige inachtneming van het voorzorgsbeginsel moet</STRING></STRING> het rechtskader voor NGT-planten in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de ggo-wetgeving van de Unie om een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu en de goede werking van de interne markt voor de betrokken planten en producten te waarborgen, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van NGT-planten. Dit rechtskader moet de ontwikkeling en het in de handel brengen mogelijk maken van planten, levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met NGT-planten en andere producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit NGT-planten (“NGT-producten”), teneinde bij te dragen tot de innovatie- en duurzaamheidsdoelstellingen van de Europese Green Deal en de “van boer tot bord”-strategie, de biodiversiteitsstrategie en de strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering, en om het concurrentievermogen van de agrovoedingssector van de EU op Unie- en mondiaal niveau te versterken.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		7</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 11</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(11)</NO.P>Deze verordening vormt een lex specialis ten opzichte van de ggo-wetgeving van de Unie. Zij bevat specifieke bepalingen voor NGT-planten en -producten. Bij gebrek aan specifieke voorschriften in deze verordening moeten NGT-planten en daaruit verkregen producten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(met inbegrip van levensmiddelen en diervoeders) </STRING></STRING>echter onderworpen blijven aan de voorschriften van de ggo-wetgeving van de Unie en de voorschriften inzake ggo’s in sectorale wetgeving, zoals Verordening (EU) 2017/625 betreffende officiële controles of de wetgeving inzake bepaalde producten zoals plantaardig en bosbouwkundig teeltmateriaal.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(11)</NO.P>Deze verordening vormt een lex specialis ten opzichte van de ggo-wetgeving van de Unie. Zij bevat specifieke bepalingen voor NGT-planten en -producten. Bij gebrek aan specifieke voorschriften in deze verordening moeten NGT-planten en daaruit verkregen producten echter onderworpen blijven aan de voorschriften van de ggo-wetgeving van de Unie en de voorschriften inzake ggo’s in sectorale wetgeving, zoals Verordening (EU) 2017/625 betreffende officiële controles of de wetgeving inzake bepaalde producten zoals plantaardig en bosbouwkundig teeltmateriaal.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		8</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 13 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(13 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">NGT-planten die het vermogen hebben persistent te worden, zich in het milieu voort te planten of te vermenigvuldigen, binnen of buiten velden, moeten zo nauwkeurig mogelijk worden beoordeeld met het oog op de impact van dergelijke planten op de natuur en het milieu.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		9</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 14</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(14)</NO.P>NGT-planten die ook van nature kunnen voorkomen of met conventionele kweektechnieken kunnen worden geproduceerd en de nakomelingen daarvan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die met conventionele kweektechnieken worden verkregen </STRING></STRING>(“NGT-planten van categorie 1”), moeten worden behandeld als planten die op natuurlijke wijze voorkomen of met conventionele kweektechnieken zijn geproduceerd, omdat zij gelijkwaardig zijn en hun risico’s vergelijkbaar zijn, waardoor volledig wordt afgeweken van de ggo-wetgeving van de Unie en de ggo-voorschriften in sectorale wetgeving. Met het oog op rechtszekerheid moeten in deze verordening criteria worden vastgesteld om te bepalen of een NGT-plant gelijkwaardig is aan natuurlijk voorkomende of conventioneel geteelde planten, alsmede een procedure waarmee de bevoegde autoriteiten vóór de introductie of het in de handel brengen van NGT-planten of NGT-producten kunnen nagaan of aan deze criteria is voldaan en daarover een besluit kunnen nemen. Deze criteria moeten objectief en wetenschappelijk onderbouwd zijn. Zij moeten betrekking hebben op het type en de omvang van genetische modificaties die kunnen worden waargenomen in de natuur of in organismen die met conventionele kweektechnieken zijn verkregen, en moeten grenswaarden bevatten voor zowel de omvang van als het aantal genetische modificaties in het genoom van NGT-planten. Gezien de snelle ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis op dit gebied moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om deze criteria overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bij te werken in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang met betrekking tot het type en de omvang van genetische modificaties die van nature of door middel van conventionele veredeling kunnen ontstaan.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(14)</NO.P>NGT-planten die ook van nature kunnen voorkomen of met conventionele kweektechnieken kunnen worden geproduceerd en de nakomelingen daarvan (“NGT-planten van categorie 1”), moeten worden behandeld als planten die op natuurlijke wijze voorkomen of met conventionele kweektechnieken zijn geproduceerd, omdat zij gelijkwaardig zijn en hun risico’s vergelijkbaar zijn, waardoor volledig wordt afgeweken van de ggo-wetgeving van de Unie en de ggo-voorschriften in sectorale wetgeving. Met het oog op rechtszekerheid moeten in deze verordening criteria worden vastgesteld om te bepalen of een NGT-plant gelijkwaardig is aan natuurlijk voorkomende of conventioneel geteelde planten, alsmede een procedure waarmee de bevoegde autoriteiten vóór de introductie of het in de handel brengen van NGT-planten of NGT-producten kunnen nagaan of aan deze criteria is voldaan en daarover een besluit kunnen nemen. Deze criteria moeten objectief en wetenschappelijk onderbouwd zijn. Zij moeten betrekking hebben op het type en de omvang van genetische modificaties die kunnen worden waargenomen in de natuur of in organismen die met conventionele kweektechnieken zijn verkregen, en moeten grenswaarden bevatten voor zowel de omvang van als het aantal genetische modificaties in het genoom van NGT-planten. Gezien de snelle ontwikkeling van de wetenschappelijke en technische kennis op dit gebied moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om deze criteria overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie bij te werken in het licht van de wetenschappelijke en technische vooruitgang met betrekking tot het type en de omvang van genetische modificaties die van nature of door middel van conventionele veredeling kunnen ontstaan.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		10</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 14 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(14 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rekening houdend met de grote complexiteit van plantengenomen moeten de criteria om een NGT-plant als gelijkwaardig aan een natuurlijk voorkomende of conventioneel geteelde plant te beschouwen, de diversiteit weerspiegelen van de omvang van de genetische modificaties in het genoom van de planten en de eigenschappen ervan. Polyploïde planten bevatten meer dan twee homologe chromosomen. Hierbij gaat het om tetraploïden, hexaploïden en octoploïden van respectievelijk vier, zes en acht paren chromosomen. Polyploïde planten vertonen meestal meer genetische modificaties dan monoploïde planten. Om deze redenen moeten drempels met betrekking tot het totale aantal individuele modificaties per plant in verhouding staan tot het aantal paren chromosomen in een plant.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		11</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 18</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(18)</NO.P>Aangezien de criteria om een NGT-plant als gelijkwaardig aan natuurlijk voorkomende of conventioneel geteelde planten te beschouwen geen verband houden met het soort activiteit waarvoor de doelbewuste introductie van de NGT-plant vereist is, moet een verklaring betreffende de status van NGT-plant van categorie 1 vóór de doelbewuste introductie ervan voor andere doeleinden dan het in de handel brengen op het grondgebied van de Unie ook geldig zijn voor het in de handel brengen van aanverwante NGT-producten. Gezien de grote onzekerheid in de fase van veldproeven over de vraag of het product op de markt zal komen en de waarschijnlijke betrokkenheid van kleinere exploitanten bij dergelijke introducties, moet de verificatieprocedure voor de status van NGT-plant van categorie 1 voorafgaand aan dergelijke proeven door de nationale bevoegde autoriteiten worden uitgevoerd, waardoor de administratieve lasten voor de exploitanten worden verlicht, en moet er alleen een besluit op het niveau van de Unie worden genomen als andere nationale bevoegde autoriteiten opmerkingen maken over het verificatierapport. Indien het verificatieverzoek wordt ingediend voordat de NGT-producten in de handel worden gebracht, moet de procedure worden uitgevoerd op het niveau van de Unie om de doeltreffendheid van de verificatieprocedure en de consistentie van de verklaringen betreffende de status van NGT-plant van categorie 1 te waarborgen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(18)</NO.P>Aangezien de criteria om een NGT-plant als gelijkwaardig aan natuurlijk voorkomende of conventioneel geteelde planten te beschouwen geen verband houden met het soort activiteit waarvoor de doelbewuste introductie van de NGT-plant vereist is, moet een verklaring betreffende de status van NGT-plant van categorie 1 vóór de doelbewuste introductie ervan voor andere doeleinden dan het in de handel brengen op het grondgebied van de Unie ook geldig zijn voor het in de handel brengen van aanverwante NGT-producten. Gezien de grote onzekerheid in de fase van veldproeven over de vraag of het product op de markt zal komen en de waarschijnlijke betrokkenheid van kleinere exploitanten bij dergelijke introducties, moet de verificatieprocedure voor de status van NGT-plant van categorie 1 voorafgaand aan dergelijke proeven door de nationale bevoegde autoriteiten worden uitgevoerd, waardoor de administratieve lasten voor de exploitanten worden verlicht, en moet er alleen een besluit op het niveau van de Unie worden genomen als andere nationale bevoegde autoriteiten opmerkingen maken over het verificatierapport. Indien het verificatieverzoek wordt ingediend voordat de NGT-producten in de handel worden gebracht, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en andere lidstaten met redenen omklede bezwaren naar voren hebben gebracht, </STRING></STRING>moet de procedure worden uitgevoerd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in overleg met de Commissie en de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (de Autoriteit)</STRING></STRING> op het niveau van de Unie om de doeltreffendheid van de verificatieprocedure en de consistentie van de verklaringen betreffende de status van NGT-plant van categorie 1 te waarborgen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		12</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 18 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(18 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Teneinde op doeltreffende wijze nieuwe rassen te selecteren die de landbouwsector helpen bij het bevorderen van voedselzekerheid, duurzaamheid, en aanpassing en veerkracht ten aanzien van de gevolgen van de klimaatverandering, moeten de specifieke kenmerken van polyploïde planten, d.w.z. planten met meer dan twee genomen, in aanmerking worden genomen. Voor deze planten moet het maximum aantal toegestane genetische modificaties voor opneming in NGT-planten van categorie 1 in verhouding staan tot het aantal genomen dat zij bevatten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		13</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 19</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(19)</NO.P>Voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, de Commissie en de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Europese </STRING></STRING>Autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor voedselveiligheid (EFSA) </STRING></STRING>moeten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">strikte</STRING></STRING> termijnen gelden om ervoor te zorgen dat verklaringen betreffende de status van NGT-plant van categorie 1 binnen een redelijke termijn worden afgegeven.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(19)</NO.P>Voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, de Commissie en de Autoriteit moeten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">passende</STRING></STRING> termijnen gelden om ervoor te zorgen dat verklaringen betreffende de status van NGT-plant van categorie 1 binnen een redelijke termijn worden afgegeven.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		14</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 21</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(21)</NO.P>Bij besluiten waarbij de status van NGT-plant van categorie 1 wordt vastgesteld, moet aan de betrokken NGT-plant een identificatienummer worden toegekend om de transparantie en traceerbaarheid met betrekking tot die planten te waarborgen wanneer zij in de databank worden opgenomen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en met het oog op de etikettering van het daaruit verkregen plantaardig teeltmateriaal</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(21)</NO.P>Bij besluiten waarbij de status van NGT-plant van categorie 1 wordt vastgesteld, moet aan de betrokken NGT-plant een identificatienummer worden toegekend om de transparantie en traceerbaarheid met betrekking tot die planten te waarborgen wanneer zij in de databank worden opgenomen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. De vermelde informatie moet gegevens bevatten over de techniek of technieken die is/zijn gebruikt voor het introduceren van de eigenschap of eigenschappen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		15</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 23</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(23)</NO.P>Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">47</STRING> verbiedt het gebruik van ggo’s en met ggo’s verkregen producten in de biologische productie. Voor de toepassing van die verordening wordt voor de definitie van ggo’s verwezen naar Richtlijn 2001/18/EG, waarbij ggo’s die zijn verkregen door middel van de in bijlage I B bij Richtlijn 2001/18/EG opgenomen technieken van genetische modificatie, van het verbod worden uitgesloten. Bijgevolg zullen NGT-planten van categorie 2 in de biologische productie worden verboden. De status van NGT-planten van categorie 1 met het oog op de biologische productie moet echter worden verduidelijkt. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het gebruik van nieuwe genomische technieken is momenteel onverenigbaar met het concept van biologische productie in Verordening (EU) 2018/848 en het beeld dat de consument heeft van biologische producten</STRING></STRING>. Het gebruik van NGT-planten van categorie 1 moet daarom ook in de biologische productie worden verboden.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(23)</NO.P>Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">47</STRING> verbiedt het gebruik van ggo’s en met ggo’s verkregen producten in de biologische productie. Voor de toepassing van die verordening wordt voor de definitie van ggo’s verwezen naar Richtlijn 2001/18/EG, waarbij ggo’s die zijn verkregen door middel van de in bijlage I B bij Richtlijn 2001/18/EG opgenomen technieken van genetische modificatie, van het verbod worden uitgesloten. Bijgevolg zullen NGT-planten van categorie 2 in de biologische productie worden verboden. De status van NGT-planten van categorie 1 met het oog op de biologische productie moet echter worden verduidelijkt.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Momenteel moet verder onderzoek worden gedaan naar de verenigbaarheid van het gebruik van nieuwe genomische technieken met de beginselen van de biologische productie</STRING></STRING>. Het gebruik van NGT-planten van categorie 1 moet daarom ook in de biologische productie worden verboden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, totdat dit verder is onderzocht</STRING></STRING>.</P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_________________</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_________________</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">47</STRING> Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">47</STRING> Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PB L 150 van 14.6.2018, blz. 1).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		16</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 24</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(24)</NO.P>Er moet worden gezorgd voor transparantie met betrekking tot het gebruik van NGT-plantenrassen van categorie 1, zodat productieketens de mogelijkheid hebben om vrij van NGT’s te blijven en zo het vertrouwen van de consument kunnen behouden. NGT-planten waarvoor een verklaring betreffende de status van NGT-plant van categorie 1 is verkregen, moeten worden opgenomen in een openbaar toegankelijke databank. Om de traceerbaarheid, transparantie en keuzevrijheid voor exploitanten bij onderzoek en plantenveredeling te waarborgen wanneer zij zaden aan landbouwers verkopen of anderszins teeltmateriaal aan derden ter beschikking stellen, moet plantaardig teeltmateriaal van NGT-planten van categorie 1 als NGT van categorie 1 worden geëtiketteerd.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(24)</NO.P>Er moet worden gezorgd voor transparantie met betrekking tot het gebruik van NGT-plantenrassen van categorie 1, zodat productieketens de mogelijkheid hebben om vrij van NGT’s te blijven en zo het vertrouwen van de consument kunnen behouden. NGT-planten waarvoor een verklaring betreffende de status van NGT-plant van categorie 1 is verkregen, moeten worden opgenomen in een openbaar toegankelijke databank<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, die onder meer informatie bevat over de techniek of technieken die werd of werden gebruikt om de eigenschap of eigenschappen te verkrijgen</STRING></STRING>. Om de traceerbaarheid, transparantie en keuzevrijheid voor exploitanten bij onderzoek en plantenveredeling te waarborgen wanneer zij zaden aan landbouwers verkopen of anderszins teeltmateriaal aan derden ter beschikking stellen, moet plantaardig teeltmateriaal van NGT-planten van categorie 1 als NGT van categorie 1 worden geëtiketteerd.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		17</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 29</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(29)</NO.P>Richtlijn 2001/18/EG vereist een monitoringplan voor de milieueffecten van ggo’s nadat zij doelbewust zijn geïntroduceerd of in de handel zijn gebracht, maar biedt flexibiliteit ten aanzien van de uitwerking van het plan, rekening houdend met de milieurisicobeoordeling, de kenmerken van het ggo, het verwachte gebruik ervan en het milieu waarin het wordt geïntroduceerd. Genetische modificaties in NGT-planten van categorie 2 kunnen variëren van veranderingen waarvoor slechts een beperkte risicobeoordeling nodig is tot complexe veranderingen die een grondigere analyse van potentiële risico’s vereisen. Daarom moeten de voorschriften voor monitoring na het in de handel brengen van de milieueffecten van NGT-planten van categorie 2 worden aangepast in het licht van de milieurisicobeoordeling en de ervaring met veldproeven, de kenmerken van de betrokken NGT-plant, de kenmerken en de omvang van het verwachte gebruik ervan, met name de geschiedenis van veilig gebruik van de plant, en de kenmerken van het milieu waarin het wordt geïntroduceerd. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Daarom is</STRING></STRING> een monitoringplan voor milieueffecten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet</STRING></STRING> vereist <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien het onwaarschijnlijk is</STRING></STRING> dat de NGT-plant van categorie 2 risico’s inhoudt die moeten worden gemonitord, zoals indirecte, vertraagde of onvoorziene gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(29)</NO.P>Richtlijn 2001/18/EG vereist een monitoringplan voor de milieueffecten van ggo’s nadat zij doelbewust zijn geïntroduceerd of in de handel zijn gebracht, maar biedt flexibiliteit ten aanzien van de uitwerking van het plan, rekening houdend met de milieurisicobeoordeling, de kenmerken van het ggo, het verwachte gebruik ervan en het milieu waarin het wordt geïntroduceerd. Genetische modificaties in NGT-planten van categorie 2 kunnen variëren van veranderingen waarvoor slechts een beperkte risicobeoordeling nodig is tot complexe veranderingen die een grondigere analyse van potentiële risico’s vereisen. Daarom moeten de voorschriften voor monitoring na het in de handel brengen van de milieueffecten van NGT-planten van categorie 2 worden aangepast in het licht van de milieurisicobeoordeling en de ervaring met veldproeven, de kenmerken van de betrokken NGT-plant, de kenmerken en de omvang van het verwachte gebruik ervan, met name de geschiedenis van veilig gebruik van de plant, en de kenmerken van het milieu waarin het wordt geïntroduceerd. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het licht van het voorzorgsbeginsel moet</STRING></STRING> een monitoringplan voor milieueffecten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">altijd</STRING></STRING> vereist <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn als voor het eerst toestemming is verleend. Het mag alleen mogelijk zijn af te zien van het vereiste van monitoring bij de verlenging van de toestemming, mits is aangetoond </STRING></STRING>dat de NGT-plant van categorie 2<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> geen</STRING></STRING> risico’s inhoudt die moeten worden gemonitord, zoals indirecte, vertraagde of onvoorziene gevolgen voor de menselijke gezondheid of het milieu.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		18</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 36</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(36)</NO.P>Herbicidetolerante planten worden zodanig gekweekt dat zij opzettelijk tolerant zijn voor herbiciden om te worden geteeld in combinatie met het gebruik van die herbiciden. Als die teelt niet onder de juiste omstandigheden plaatsvindt, kan er onkruid ontstaan dat resistent is tegen die herbiciden of kan het zijn dat er meer herbiciden moeten worden gebruikt, ongeacht de gebruikte veredelingstechniek. Daarom mogen NGT-planten met herbicidetolerante eigenschappen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in dit kader niet in aanmerking komen voor stimuleringsmaatregelen. Deze verordening mag echter geen andere specifieke maatregelen inzake herbicidetolerante NGT-planten bevatten, omdat dergelijke maatregelen horizontaal worden genomen in [het voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de productie en het in de handel brengen van plantaardig teeltmateriaal in de Unie]</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(36)</NO.P>Herbicidetolerante planten worden zodanig gekweekt dat zij opzettelijk tolerant zijn voor herbiciden om te worden geteeld in combinatie met het gebruik van die herbiciden. Als die teelt niet onder de juiste omstandigheden plaatsvindt, kan er onkruid ontstaan dat resistent is tegen die herbiciden of kan het zijn dat er meer herbiciden moeten worden gebruikt, ongeacht de gebruikte veredelingstechniek. Daarom mogen NGT-planten met herbicidetolerante eigenschappen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet onder de NGT-planten van categorie 1 vallen</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		239</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 37</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(37)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om ervoor te zorgen dat NGT-planten bijdragen tot de duurzaamheidsdoelstellingen van de Green Deal, de “van boer tot bord”-strategie en de biodiversiteitsstrategie, moet de teelt van NGT-planten in de Unie worden vergemakkelijkt. Dit betekent dat het voor kwekers en landbouwers voorspelbaar moet zijn of zij dergelijke planten in de Unie kunnen telen. Daarom zou de in artikel 26 ter van Richtlijn 2001/18/EG vastgestelde mogelijkheid voor de lidstaten om maatregelen vast te stellen om de teelt van NGT-planten van categorie 2 op hun gehele grondgebied of een deel daarvan te beperken of te verbieden, deze doelstellingen ondermijnen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		20</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 39</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(39)</NO.P>Om de doeltreffende werking van de interne markt te waarborgen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten NGT-planten en aanverwante producten in aanmerking komen voor het vrije verkeer van goederen, mits zij voldoen aan de voorschriften van andere wetgeving van de Unie</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(39)</NO.P>Om de doeltreffende werking van de interne markt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en het vrije verkeer van NGT-planten en producten van NGT-planten in de hele Unie te waarborgen, moet de doelbewuste introductie van NGT-planten en het in de handel brengen van NGT-producten gebaseerd zijn op de geharmoniseerde voorschriften en procedures uit hoofde van deze verordening, zodat een besluit kan worden vastgesteld dat uniform van toepassing is op alle lidstaten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		21</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 40</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(40)</NO.P>Gezien het feit dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">NGT’s nieuw zijn, is het van belang de ontwikkeling en aanwezigheid van NGT-planten en -producten op de markt nauwlettend te volgen en de bijbehorende gevolgen voor de gezondheid van mens en dier, het milieu en de ecologische</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">economische en sociale duurzaamheid te evalueren. Er </STRING></STRING>moet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">regelmatig informatie worden verzameld en </STRING></STRING>de Commissie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> moet</STRING></STRING> binnen vijf jaar na de vaststelling van het eerste besluit op grond waarvan NGT-planten of -producten doelbewust in de Unie mogen worden geïntroduceerd of in de handel mogen worden gebracht<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> een evaluatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van deze verordening uitvoeren om</STRING></STRING> de vooruitgang <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te meten</STRING></STRING> die is geboekt bij het op de EU-markt brengen van NGT-planten met dergelijke kenmerken of eigenschappen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(40)</NO.P>Gezien het feit dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nieuwe genomische technieken momenteel worden ontwikkeld</STRING></STRING>, moet de Commissie binnen vijf jaar na de vaststelling van het eerste besluit op grond waarvan NGT-planten of -producten doelbewust in de Unie mogen worden geïntroduceerd of in de handel mogen worden gebracht een evaluatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitvoeren. In het kader van die evaluatie moet</STRING></STRING> de vooruitgang <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden gemeten</STRING></STRING> die is geboekt bij het op de EU-markt brengen van NGT-planten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of NGT-producten </STRING></STRING>met dergelijke kenmerken of eigenschappen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, teneinde deze verordening verder te verbeteren</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		22</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 43</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(43)</NO.P>De soorten NGT-planten die worden ontwikkeld en de gevolgen van bepaalde eigenschappen voor de ecologische, sociale en economische duurzaamheid evolueren voortdurend. Daarom moet de Commissie, op basis van het beschikbare bewijs van dergelijke ontwikkelingen en gevolgen, overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de bevoegdheid krijgen om de lijst van eigenschappen die moeten worden bevorderd of ontmoedigd, aan te passen teneinde de doelstellingen van de Green Deal, de “van boer tot bord”-strategie, de biodiversiteitsstrategie en de strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering te verwezenlijken.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(43)</NO.P>De soorten NGT-planten die worden ontwikkeld en de gevolgen van bepaalde eigenschappen voor de ecologische, sociale en economische duurzaamheid evolueren voortdurend. Daarom moet de Commissie, op basis van het beschikbare bewijs van dergelijke ontwikkelingen en gevolgen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">volledig rekening houdend met het voorzorgsbeginsel, </STRING></STRING>overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie de bevoegdheid krijgen om de lijst van eigenschappen die moeten worden bevorderd of ontmoedigd, aan te passen teneinde de doelstellingen van de Green Deal, de “van boer tot bord”-strategie, de biodiversiteitsstrategie en de strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering te verwezenlijken.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		23</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 45 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(45 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement heeft de Unie en haar lidstaten opgeroepen geen octrooien te verstrekken voor biologisch materiaal en de handelingsvrijheid en de kwekersvrijstelling voor rassen te vrijwaren. Er moet worden gewaarborgd dat kwekers volledige toegang hebben tot het genetische materiaal van NGT-planten, die per definitie geen transgene planten zijn. De toegang tot genetische materialen kan het best worden gegarandeerd als het recht van octrooihouders niet geldt ten aanzien van kwekers (kwekersvrijstelling). Aangezien de huidige bepalingen in het octrooirecht niet voorzien in een volledige kwekersvrijstelling, moet worden gegarandeerd dat octrooien het gebruik van NGT-planten door kwekers en landbouwers niet beperken. In dit verband mogen NGT-planten niet onderworpen zijn aan de octrooiwetgeving, maar moeten zij voor de bescherming van de intellectuele eigendom uitsluitend onderworpen zijn aan het communautaire kwekersrecht, zoals vastgelegd in Verordening (EG) nr. 2100/94 van de Raad, dat het mogelijk maakt gebruik te maken van de kwekersvrijstelling. NGT-planten, van deze planten afgeleide zaden, hun plantaardig materiaal, verwant genetisch materiaal zoals hun genen en gensequenties, en planteigenschappen moeten daarom van octrooieerbaarheid worden uitgesloten. De uitsluiting van octrooieerbaarheid moet in alle wetgeving op consistente wijze worden toegepast. Om te voorkomen dat octrooien worden toegekend of kunnen worden aangevraagd in de periode tussen de datum van inwerkingtreding van deze verordening en de toepassing van de bepalingen van deze verordening, moet er bovendien voor worden gezorgd dat het plantaardig materiaal vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening van octrooieerbaarheid wordt uitgesloten. Voor reeds verleende of in behandeling zijnde octrooiaanvragen voor plantaardig materiaal moeten de gevolgen van octrooien verder worden beperkt. De Commissie moet in aankomende studie beoordelen hoe verder het hoofd moet worden geboden aan het bredere probleem van octrooien op plantaardig materiaal die direct of indirect worden toegekend, ondanks eerdere inspanningen om mazen te dichten. Bij de beoordeling moet met name aandacht worden besteed aan de rol en het effect van octrooien op de toegang van kwekers en landbouwers tot plantaardig teeltmateriaal, zaaddiversiteit en betaalbare prijzen, alsook op innovatie en met name op de kansen voor kmo’s. Het verslag van de Commissie moet vergezeld gaan van passende wetgevingsvoorstellen om ervoor te zorgen dat het kader voor intellectuele-eigendomsrechten verder wordt aangepast.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		241</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 47 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(47 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het kader van de Europese Green Deal, de “van boer tot bord”-strategie en de EU-biodiversiteitsstrategie wordt biologische landbouw centraal gesteld in de transitie naar duurzame voedselsystemen, met als doel tegen 2030 25 % van de Europese landbouwgrond te gebruiken voor biologische productie. Dit is een duidelijke erkenning van de milieuvoordelen van biologische landbouw, voor minder afhankelijkheid van productiemiddelen onder landbouwers en een veerkrachtige voedselvoorziening en voedselsoevereiniteit. Deze verordening mag het traject naar een transitie van de Europese voedselsystemen naar 25 % biologische landbouw tegen 2030 niet ondermijnen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		243</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 47 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(47 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er moeten traceerbaarheidsvoorschriften voor met NGT’s geproduceerde voedingsmiddelen en diervoeders worden vastgesteld, opdat de juiste etikettering van dergelijke producten overeenkomstig de eisen van Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en van de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders wordt vergemakkelijkt, zodat voor exploitanten en consumenten juiste informatie beschikbaar is op grond waarvan zij hun keuzevrijheid daadwerkelijk kunnen uitoefenen, alsook om controle op en verificatie van de beweringen op het etiket mogelijk te maken. De voorschriften betreffende met NGT’s geproduceerde levensmiddelen respectievelijk diervoeders moeten gelijksoortig zijn om te vermijden dat er leemten in de voorlichting ontstaan wanneer een product een andere eindbestemming krijgt.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		24</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Bij deze verordening worden specifieke voorschriften vastgesteld voor de doelbewuste introductie in het milieu, voor andere doeleinden dan het in de handel brengen, van planten die met bepaalde nieuwe genomische technieken zijn verkregen (“NGT-planten”) en voor het in de handel brengen van levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met dergelijke planten, en van andere producten dan levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk uit dergelijke planten bestaan.</P></OLD><NEW><P>Bij deze verordening worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig het voorzorgbeginsel </STRING></STRING>specifieke voorschriften vastgesteld voor de doelbewuste introductie in het milieu, voor andere doeleinden dan het in de handel brengen, van planten die met bepaalde nieuwe genomische technieken zijn verkregen (“NGT-planten”) en voor het in de handel brengen van levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met dergelijke planten, en van andere producten dan levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk uit dergelijke planten bestaan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, teneinde een hoog beschermingsniveau te garanderen voor de volks- en diergezondheid en het milieu</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		25</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2)</NO.P>“NGT-plant”: een genetisch gemodificeerde plant die is verkregen met behulp van gerichte mutagenese of cisgenese, of een combinatie daarvan, op voorwaarde dat de plant geen genetisch materiaal bevat dat niet afkomstig is uit de genenpool <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van kwekers</STRING></STRING> en dat tijdelijk kan zijn ingebracht tijdens de ontwikkeling van de NGT-plant;</P></OLD><NEW><P><NO.P>2)</NO.P>“NGT-plant”: een genetisch gemodificeerde plant die is verkregen met behulp van gerichte mutagenese of cisgenese, of een combinatie daarvan, op voorwaarde dat de plant geen genetisch materiaal bevat dat niet afkomstig is uit de genenpool <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor conventionele veredeling</STRING></STRING> en dat tijdelijk kan zijn ingebracht tijdens de ontwikkeling van de NGT-plant;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		26</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4)</NO.P>“gerichte mutagenese”: mutagenesetechnieken die leiden tot een of meer veranderingen in de DNA-sequentie op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">precieze</STRING></STRING> locaties in het genoom van een organisme;</P></OLD><NEW><P><NO.P>4)</NO.P>“gerichte mutagenese”: mutagenesetechnieken die leiden tot een of meer veranderingen in de DNA-sequentie op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gerichte</STRING></STRING> locaties in het genoom van een organisme;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		27</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6)</NO.P>“genenpool <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van kwekers”</STRING></STRING>: de totale hoeveelheid genetische informatie die beschikbaar is in een bepaalde soort en in andere taxonomische soorten waarmee die soort kan worden gekruist, onder meer door het gebruik van geavanceerde technieken zoals embryocultuur, geïnduceerde polyploïdie en brugkruising;</P></OLD><NEW><P><NO.P>6)</NO.P>“genenpool <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor conventionele veredeling”</STRING></STRING>: de totale hoeveelheid genetische informatie die beschikbaar is in een bepaalde soort en in andere taxonomische soorten waarmee die soort kan worden gekruist, onder meer door het gebruik van geavanceerde technieken zoals embryocultuur, geïnduceerde polyploïdie en brugkruising;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		28</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 15 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>15 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Eén gezondheid-benadering”: een geïntegreerde, uniforme aanpak die erop gericht is de gezondheid van mensen, dieren, planten en ecosystemen op duurzame wijze in evenwicht te brengen en te optimaliseren; in deze benadering wordt erkend dat de gezondheid van mensen, huisdieren en wilde dieren, planten en het bredere milieu, met inbegrip van ecosystemen, nauw met elkaar verbonden zijn en van elkaar afhankelijk zijn.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		29</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 15 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>15 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“chimerisch eiwit”: een eiwit dat ontstaat door de verbinding van twee of meer genen of delen van genen die oorspronkelijk voor afzonderlijke eiwitten waren gecodeerd.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		30</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 1 – b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>een nakomeling is van een of meer van de in punt a) bedoelde planten, of</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>een nakomeling is van een of meer van de in punt a) bedoelde planten, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op voorwaarde dat nog steeds is voldaan aan de in bijlage I vastgestelde criteria voor gelijkwaardigheid;</STRING></STRING> of</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		31</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2)</NO.P>de plant een NGT-plant van categorie 2 is en overeenkomstig hoofdstuk III is toegelaten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2)</NO.P>de plant een NGT-plant van categorie 2 is en overeenkomstig hoofdstuk III <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toestemming heeft verkregen of </STRING></STRING>is toegelaten.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		32</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De uitvoering, handhaving en toepassing van deze verordening hebben niet tot doel of gevolg dat de invoer uit derde landen van NGT-planten en -producten die voldoen aan dezelfde normen als degene die zijn opgenomen in deze verordening, onmogelijk wordt gemaakt of wordt bemoeilijkt.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		33</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 4 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitsluiting van octrooieerbaarheid</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">NGT-planten, plantaardig materiaal, delen daarvan, genetische informatie en de daarin vervatte proceskenmerken zijn niet octrooieerbaar.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		34</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Voor de toepassing van Verordening (EU) 2018/848 zijn de voorschriften van artikel 5, punt f), iii), en artikel 11 van die verordening van toepassing op NGT-planten van categorie 1 en op producten die met of door dergelijke planten zijn geproduceerd.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Voor de toepassing van Verordening (EU) 2018/848 zijn de voorschriften van artikel 5, onder f) en iii), en artikel 11 van die verordening van toepassing op NGT-planten van categorie 1 en op producten die van of door dergelijke planten worden geproduceerd. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">[Zeven jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] presenteert de Commissie een verslag over de veranderingen in de perceptie van consumenten en producenten, zo nodig vergezeld van een wetgevingsvoorstel.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		35</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in bijlage I vastgestelde criteria voor de gelijkwaardigheid van NGT-planten aan conventionele planten, teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technologische <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vooruitgang</STRING></STRING> met betrekking tot de soorten en de omvang van de veranderingen die van nature of door middel van conventionele veredeling kunnen ontstaan.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in bijlage I vastgestelde criteria voor de gelijkwaardigheid van NGT-planten aan conventionele planten, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rekening houdend met mogelijke daaraan verbonden risico’s en functionele gevolgen tijdens de verificatieprocedure </STRING></STRING>teneinde deze aan te passen aan de wetenschappelijke en technologische <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontwikkelingen</STRING></STRING> met betrekking tot de soorten en de omvang van de veranderingen die van nature of door middel van conventionele veredeling kunnen ontstaan.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		36</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 3 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De onvoorziene of technisch niet te voorkomen aanwezigheid van categorie 1-NGT-planten, teeltmateriaal of delen daarvan in de biologische productie of in niet-biologische producten die overeenkomstig de artikelen 24 en 25 van Verordening (EU) 2018/848 in de biologische productie zijn toegelaten, vormt geen niet-naleving van die verordening.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		37</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Om de in artikel 4, lid 1, punt a), bedoelde verklaring betreffende de status van NGT-plant van categorie 1 te verkrijgen alvorens over te gaan tot doelbewuste introductie van een NGT-plant voor andere doeleinden dan het in de handel brengen, dient de persoon die voornemens is de doelbewuste introductie uit te voeren, bij de overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Richtlijn 2001/18/EG aangewezen bevoegde autoriteit van de lidstaat op het grondgebied waarvan de introductie zal plaatsvinden overeenkomstig leden 2 en 3 en de overeenkomstig artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">27</STRING></STRING>, punt b), vastgestelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitvoeringshandeling een verzoek in om na te gaan of aan de criteria van bijlage I is voldaan (“verificatieverzoek”)</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Om de in artikel 4, lid 1, punt a), bedoelde verklaring betreffende de status van NGT-plant van categorie 1 te verkrijgen alvorens over te gaan tot doelbewuste introductie van een NGT-plant voor andere doeleinden dan het in de handel brengen, dient de persoon die voornemens is de doelbewuste introductie uit te voeren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> een verzoek in om na te gaan of aan de criteria van bijlage I</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste één van de in deel 1 van bijlage III bedoelde eigenschappen en de uitsluitingscriteria van deel 2 van bijlage III is voldaan (“verificatieverzoek”). Dat verificatieverzoek wordt ingediend </STRING></STRING>bij de overeenkomstig artikel 4, lid 4, van Richtlijn 2001/18/EG aangewezen bevoegde autoriteit van de lidstaat op het grondgebied waarvan de introductie zal plaatsvinden overeenkomstig leden 2 en 3 en de overeenkomstig artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">6, lid 11 bis</STRING></STRING>, punt b), vastgestelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedelegeerde handeling</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		38</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 3 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>een beschrijving van de eigenschappen en kenmerken die zijn ingebracht of gewijzigd;</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>een beschrijving van de eigenschappen en kenmerken die zijn ingebracht of gewijzigd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van informatie over de techniek of technieken die is/zijn gebruikt om de eigenschap of de eigenschappen te verkrijgen, met inbegrip de sequentie van de genetische modificatie</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		253</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 3 – punt c bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>c bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een octrooi of een lopende octrooiaanvraag voor een volledige of gedeeltelijke NGT-plant van categorie 1;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		39</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 3 – punt d – i</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>i)</NO.P>de plant een NGT-plant is die geen genetisch materiaal bevat dat niet afkomstig is uit de genenpool <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van kwekers</STRING></STRING>, indien dergelijk genetisch materiaal tijdelijk is ingebracht tijdens de ontwikkeling van de plant, overeenkomstig de informatievoorschriften in de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitvoeringshandeling</STRING></STRING> die overeenkomstig artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">27</STRING></STRING>, punt a), is vastgesteld;</P></OLD><NEW><P><NO.P>i)</NO.P>de plant een NGT-plant is die geen genetisch materiaal bevat dat niet afkomstig is uit de genenpool <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor conventionele veredeling</STRING></STRING>, indien dergelijk genetisch materiaal tijdelijk is ingebracht tijdens de ontwikkeling van de plant, overeenkomstig de informatievoorschriften in de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedelegeerde handeling</STRING></STRING> die overeenkomstig artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">6, lid 11 bis</STRING></STRING>, punt a), is vastgesteld;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		40</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 3 – punt d – ii</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>ii)</NO.P>de NGT-plant voldoet aan de criteria van bijlage I;</P></OLD><NEW><P><NO.P>ii)</NO.P>de NGT-plant voldoet aan de criteria van bijlage<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>I<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ten minste een van de eigenschappen van bijlage III, deel 1, en de criteria van bijlage III, deel 2</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		41</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 3 – punt d bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>d bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de benaming van het ras</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		42</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P>Indien het verificatieverzoek niet overeenkomstig lid 5 als niet-ontvankelijk wordt afgewezen, gaat de bevoegde autoriteit na of de NGT-plant voldoet aan de criteria van bijlage I en stelt zij binnen 30 werkdagen na ontvangst van het verificatieverzoek een verificatierapport op. De bevoegde autoriteit stelt het verificatierapport onverwijld ter beschikking van de andere lidstaten en de Commissie.</P></OLD><NEW><P><NO.P>6.</NO.P>Indien het verificatieverzoek niet overeenkomstig lid 5 als niet-ontvankelijk wordt afgewezen, gaat de bevoegde autoriteit na of de NGT-plant voldoet aan de criteria van bijlage I en stelt zij binnen 30 werkdagen na ontvangst van het verificatieverzoek een verificatierapport op. De bevoegde autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan bij het opstellen van het verificatieverslag in voorkomend geval overleg plegen met de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA). De bevoegde autoriteit </STRING></STRING>stelt het verificatierapport onverwijld ter beschikking van de andere lidstaten en de Commissie.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		43</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 7</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>7.</NO.P>De andere lidstaten en de Commissie kunnen binnen 20<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>dagen na de datum van ontvangst van het verificatierapport <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">opmerkingen</STRING></STRING> maken.</P></OLD><NEW><P><NO.P>7.</NO.P>De andere lidstaten en de Commissie kunnen binnen 20 dagen na de datum van ontvangst van het verificatierapport <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemotiveerde bezwaren</STRING></STRING> maken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> met betrekking tot de naleving van de criteria van bijlage I.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dergelijke gemotiveerde bezwaren verwijzen uitsluitend naar de criteria van bijlage I en II en bevatten een wetenschappelijke motivering.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		311</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 8</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>8.</NO.P>Wanneer geen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">opmerkingen</STRING></STRING> van een lidstaat of de Commissie zijn ontvangen, stelt de bevoegde autoriteit die het verificatierapport heeft opgesteld <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen tien werkdagen </STRING></STRING>na het verstrijken van de in lid 7 bedoelde termijn een besluit vast waarin wordt verklaard of de NGT-plant een NGT-plant van categorie 1 is. De bevoegde autoriteit stelt de aanvrager, de andere lidstaten en de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onverwijld</STRING></STRING> in kennis van dit besluit.</P></OLD><NEW><P><NO.P>8.</NO.P>Wanneer geen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wetenschappelijk gemotiveerde bezwaren</STRING></STRING> van een lidstaat of de Commissie zijn ontvangen, stelt de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nationale </STRING></STRING>bevoegde autoriteit die het verificatierapport heeft opgesteld na het verstrijken van de in lid 7 bedoelde termijn een besluit vast waarin wordt verklaard of de NGT-plant een NGT-plant van categorie 1 is. De <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nationale </STRING></STRING>bevoegde autoriteit stelt de aanvrager, de andere lidstaten en de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen tien werkdagen</STRING></STRING> in kennis van dit besluit.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		45</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 9</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>9.</NO.P>Wanneer een andere lidstaat of de Commissie binnen de in lid 7 bedoelde termijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">opmerkingen maakt</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zendt</STRING></STRING> de bevoegde autoriteit die het verificatierapport heeft opgesteld<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de opmerking(en) onverwijld aan de Commissie toe</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>9.</NO.P>Wanneer een andere lidstaat of de Commissie binnen de in lid 7 bedoelde termijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemotiveerde bezwaren indient</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maakt</STRING></STRING> de bevoegde autoriteit die het verificatierapport heeft opgesteld<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die gemotiveerde bezwaren onverwijld openbaar</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		46</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 10</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>10.</NO.P>Na raadpleging van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Europese </STRING></STRING>Autoriteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> voor voedselveiligheid (EFSA)</STRING></STRING> stelt de Commissie binnen 45 werkdagen na ontvangst van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">opmerkingen</STRING></STRING> een ontwerpbesluit op waarin wordt verklaard of de NGT-plant een NGT-plant van categorie 1 is en waarin met die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">opmerkingen</STRING></STRING> rekening wordt gehouden. Het besluit wordt aangenomen overeenkomstig de in artikel 28, lid 2, omschreven procedure.</P></OLD><NEW><P><NO.P>10.</NO.P>Na raadpleging van de Autoriteit stelt de Commissie binnen 45 werkdagen na ontvangst van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemotiveerde bezwaren</STRING></STRING> een ontwerpbesluit op waarin wordt verklaard of de NGT-plant een NGT-plant van categorie 1 is en waarin met die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bezwaren</STRING></STRING> rekening wordt gehouden. Het besluit wordt aangenomen overeenkomstig de in artikel 28, lid 2, omschreven procedure.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		48</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 7 – lid 2 – punt b bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de benaming van het ras;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		49</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 7 – lid 2 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>een beschrijving van de eigenschappen en kenmerken die zijn ingebracht of gewijzigd;</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>een beschrijving van de eigenschappen en kenmerken die zijn ingebracht of gewijzigd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van informatie over de techniek of technieken die is/zijn gebruikt om de eigenschap of de eigenschappen te verkrijgen, met inbegrip de sequentie van de genetische modificatie</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		260</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 7 – lid 2 – punt d bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>d bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een plan voor de monitoring van milieueffecten;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		50</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 7 – lid 7</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>7.</NO.P>De Commissie maakt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een samenvatting van </STRING></STRING>het besluit bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.</P></OLD><NEW><P><NO.P>7.</NO.P>De Commissie maakt het<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> definitieve</STRING></STRING> besluit bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en publiceert haar ontwerpbesluit en de in artikel 6 bedoelde gemotiveerde bezwaren op een speciaal daarvoor bestemde en openbaar toegankelijke webpagina</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		51</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 1 – alinea 2 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>de benaming van de NGT-plant van categorie 1;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>de benaming <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en specificatie </STRING></STRING>van de NGT-plant van categorie 1;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		52</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 1 – alinea 2 – punt b bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de benaming van het ras;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		53</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 1 – alinea 2 – punt e bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>e bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien verstrekt, het advies of de verklaring van de EFSA als bedoeld in artikel 6, lid 10, en artikel 7, lid 5; en</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		54</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De databank is voor het publiek<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> toegankelijk</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De databank is <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">online toegankelijk </STRING></STRING>voor het publiek.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		264</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Plantaardig teeltmateriaal, onder meer voor kweek- en wetenschappelijke doeleinden, dat geheel of gedeeltelijk uit een of meer NGT-planten van categorie 1 bestaat en dat, al dan niet tegen betaling, aan derden ter beschikking wordt gesteld, wordt voorzien van een etiket met de vermelding <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“NGT cat</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> 1”, gevolgd door</STRING></STRING> het identificatienummer van de NGT-plant(en) waaruit het verkregen is.</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">NGT-planten van categorie 1, producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit een of meer NGT-planten van categorie 1 en </STRING></STRING>plantaardig teeltmateriaal, onder meer voor kweek- en wetenschappelijke doeleinden, dat geheel of gedeeltelijk uit een of meer NGT-planten van categorie 1 bestaat en dat, al dan niet tegen betaling, aan derden ter beschikking wordt gesteld, wordt voorzien van een etiket met de vermelding <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“nieuwe genomische technieken”</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> In het geval van teeltmateriaal volgt hierop</STRING></STRING> het identificatienummer van de NGT-plant(en) waaruit het verkregen is.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		265</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – alinea 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In passende op documenten gebaseerde traceerbaarheid voor NGT’s wordt voorzien door het doorgeven en bijhouden van de mededeling dat een product geheel of gedeeltelijk uit NGT-planten of -producten bestaat, alsmede van de unieke codes van die NGT’s in alle fasen van het in de handel brengen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		266</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 11 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intrekking van het besluit</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien uit de monitoringresultaten blijkt dat er een risico bestaat voor de gezondheid of het milieu, of indien nieuwe wetenschappelijke gegevens deze hypothese onderbouwen, kan de bevoegde autoriteit haar in artikel 6, lid 8, bedoelde besluit of haar in artikel 7, lid 5, bedoelde verklaring intrekken. Het besluit tot intrekking moet per aangetekende post worden toegezonden aan de entiteit waarop het besluit betrekking heeft, die 15 dagen heeft om opmerkingen te maken. In dat geval is het vanaf de datum van ontvangst van de aangetekende brief verboden de NGT-plant of het NGT-product in de handel te brengen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		56</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 16</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Etikettering overeenkomstig artikel 23</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In aanvulling op artikel 19, lid 3, van Richtlijn 2001/18/EG wordt in de schriftelijke toestemming de in artikel 23 van deze verordening bedoelde etikettering vermeld.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		268</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 17 – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien uit de monitoringresultaten blijkt dat er een risico bestaat voor de gezondheid of het milieu, of indien nieuwe wetenschappelijke gegevens deze hypothese onderbouwen, kan de bevoegde autoriteit haar besluit intrekken. Het besluit tot intrekking moet per aangetekende post worden toegezonden aan de entiteit waarop het besluit betrekking heeft, die 15 dagen heeft om opmerkingen te maken. In dat geval is het vanaf de datum van ontvangst van de aangetekende brief verboden de NGT-plant of het NGT-product in de handel te brengen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		228</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 20 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>Het referentielaboratorium van de Unie test en valideert de door de aanvrager voorgestelde detectie-, identificatie- en kwantificeringsmethode overeenkomstig artikel 19, lid 2<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of beoordeelt of</STRING></STRING> de door de aanvrager verstrekte informatie de toepassing rechtvaardigt van aangepaste voorwaarden om aan de in dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid bedoelde voorschriften inzake detectiemethoden te voldoen</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>Het referentielaboratorium van de Unie test en valideert de door de aanvrager voorgestelde detectie-, identificatie- en kwantificeringsmethode overeenkomstig artikel 19, lid 2<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Indien</STRING></STRING> de door de aanvrager verstrekte informatie de toepassing rechtvaardigt van aangepaste voorwaarden om aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voorschriften inzake detectiemethoden te voldoen, raadpleegt het referentielaboratorium van de Unie zijn eigen onderzoeken en analysen om de gestelde onhaalbaarheid te bevestigen.</STRING></STRING> In dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geval wordt het besluit van het referentielaboratorium van de Unie met redenen omkleed en openbaar gemaakt</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		270</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 21 – alinea 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien uit de monitoringresultaten blijkt dat er een risico bestaat voor de gezondheid of het milieu, of indien nieuwe wetenschappelijke gegevens deze hypothese onderbouwen, kan de bevoegde autoriteit haar besluit intrekken. Het besluit tot intrekking moet per aangetekende post worden toegezonden aan de entiteit waarop het besluit betrekking heeft, die 15 dagen heeft om opmerkingen te maken. In dat geval is het vanaf de datum van ontvangst van de aangetekende brief verboden de NGT-plant of het NGT-product in de handel te brengen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		57</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De in dit artikel bedoelde stimulansen zijn van toepassing op NGT-planten van categorie 2 en NGT-producten van categorie 2 indien ten minste één van de beoogde eigenschappen van de NGT-plant die door de genetische modificatie worden overgedragen, in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deel 1 van bijlage III</STRING></STRING> is opgenomen en de plant geen van de in deel 2 van die bijlage bedoelde eigenschappen heeft.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De in dit artikel bedoelde stimulansen zijn van toepassing op NGT-planten van categorie 2 en NGT-producten van categorie 2 indien ten minste één van de beoogde eigenschappen van de NGT-plant die door de genetische modificatie worden overgedragen, in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 51, alinea 1, van Verordening (EU/...)*</STRING></STRING> is opgenomen en de plant geen van de in deel 2 van die bijlage bedoelde eigenschappen heeft.</P></NEW><OLD/><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">* Voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende plantaardig teeltmateriaal (COM(2023)0414), (2023/0227(COD)).</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		59</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 26 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De in artikel 5, lid 3, en artikel 22, lid 8, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar, met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De in artikel 5, lid 3, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 6, lid 11 bis, </STRING></STRING>en artikel 22, lid 8, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar, met ingang van ... [datum van inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		60</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 26 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, lid 3, en artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>22, lid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>8, bedoelde bevoegdheidsdelegaties te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheidsdelegatie. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, lid 3, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 6, lid 11 bis, </STRING></STRING>en artikel 22, lid 8, bedoelde bevoegdheidsdelegaties te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheidsdelegatie. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		61</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 26 – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P>Een overeenkomstig artikel 5, lid 3, en artikel 22, lid 8, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met 2 maanden verlengd.</P></OLD><NEW><P><NO.P>6.</NO.P>Een overeenkomstig artikel 5, lid 3, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 6, lid 11 bis, </STRING></STRING>en artikel 22, lid 8, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met 2 maanden verlengd.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		62</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 27 – alinea 1 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de informatie die nodig is om aan te tonen dat een plant een NGT-plant is;</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		63</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 27 – alinea 1 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het opstellen en presenteren van de in de artikelen 6 en 7 bedoelde verificatieverzoeken;</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		64</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 30 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>In het verslag worden ook alle ethische kwesties met betrekking tot de uitvoering van de verordening behandeld.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>In het verslag worden ook alle <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mogelijke kwesties op het gebied van biodiversiteit en milieu, de gezondheid van mens en dier, veranderingen in de agronomische praktijk, alsmede sociaal-economische en </STRING></STRING>ethische kwesties met betrekking tot de uitvoering van de verordening<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in kaart gebracht en</STRING></STRING> behandeld.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		65</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 30 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Met het oog op de in lid 1 bedoelde rapportage stelt de Commissie uiterlijk op [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening], na raadpleging van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG en Verordening (EG) nr. 1829/2003, aan de hand van indicatoren een gedetailleerd programma vast om de gevolgen van de verordening te monitoren. In het programma wordt tevens aangegeven welke actie de Commissie en de lidstaten moeten ondernemen om de gegevens en andere bewijsstukken te verzamelen en te analyseren.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Met het oog op de in lid 1 bedoelde rapportage stelt de Commissie uiterlijk op [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening], na raadpleging van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG en Verordening (EG) nr. 1829/2003, aan de hand van indicatoren een gedetailleerd programma vast om de gevolgen van de verordening te monitoren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van de bedoelde en onbedoelde effecten en systemische effecten op milieu, biodiversiteit en ecosystemen</STRING></STRING>. In het programma wordt tevens aangegeven welke actie de Commissie en de lidstaten moeten ondernemen om de gegevens en andere bewijsstukken te verzamelen en te analyseren.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		66</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 30 – lid 5 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie dient uiterlijk in juni 2025 bij het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Europees Comité van de Regio’s een verslag in over de rol en het effect van octrooien op de toegang van kwekers en landbouwers tot gevarieerd plantaardig teeltmateriaal alsook op innovatie en op de kansen voor kmo’s in het bijzonder. In het verslag wordt beoordeeld of aanvullende wettelijke bepalingen nodig zijn, naast die waarin artikel 4 bis en artikel 33 bis van deze verordening voorzien. Het verslag gaat in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel om verdere nodige aanpassingen in het kader van intellectuele eigendomsrechten aan te pakken, teneinde de toegang van kwekers en landbouwers tot plantaardig teeltmateriaal, zaaddiversiteit en betaalbare prijzen te waarborgen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		67</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 30 – lid 5 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Tegen 2024 legt de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s een verslag voor waarin de specifieke kenmerken en behoeften op andere, niet in deze wetgeving behandelde gebieden, zoals micro-organismen, worden geëvalueerd, vergezeld door een voorstel voor verdere beleidsmaatregelen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		68</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 30 – lid 5 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 quater.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om de vier jaar beoordeelt de Commissie de in bijlage I vastgestelde gelijkwaardigheidscriteria en actualiseert zij deze zo nodig door middel van een gedelegeerde handeling als bedoeld in artikel 5, lid 3.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendementen		69, 291cp1, 230/rev1 en 291cp3</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 33 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 98/44/EG</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4, artikel 8 en artikel 9</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 33 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wijzigingen van Richtlijn 98/44/EC</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1bis</STRING></STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 4 van Richtlijn 98/44/EG betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aan lid 1 worden de volgende punten toegevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“c)</STRING></STRING>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">NGT-planten, plantaardig materiaal, delen daarvan, genetische informatie en de daarin vervatte proceskenmerken, als gedefinieerd in Verordening (EU) .../... [PB: gelieve het nummer van deze verordening in te voegen];</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">planten, plantaardig materiaal, delen daarvan, genetische informatie en de daarin vervatte proceskenmerken die kunnen worden verkregen door middel van de in bijlage I B bij Richtlijn 2001/18/EG vermelde technieken die niet onder het toepassingsgebied van die richtlijn vallen.”</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende lid 4 wordt toegevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“4.</STRING></STRING>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leden 2 en 3 laten de uitsluiting van octrooieerbaarheid als bedoeld in lid 1 onverlet.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aan artikel 8 wordt het volgende lid toegevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“3.	In afwijking van de leden 1 en 2 strekt de bescherming die wordt geboden door een octrooi voor biologisch materiaal dat als gevolg van de uitvinding bepaalde eigenschappen heeft gekregen, zich niet uit tot biologisch materiaal dat dezelfde eigenschappen bezit en dat onafhankelijk van het geoctrooieerde biologische materiaal en volgens een werkwijze van wezenlijk biologische aard is verkregen, en evenmin tot biologisch materiaal dat door voortplanting of vermeerdering uit dit laatste materiaal is verkregen.”</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aan artikel 9 worden de volgende leden toegevoegd:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“2.	In afwijking van lid 1 is een plantaardig voortbrengsel met of bestaande uit genetische informatie die middels een octrooieerbare technische werkwijze is verkregen, niet octrooieerbaar indien het voortbrengsel niet te onderscheiden valt van plantaardige voortbrengsels met of bestaande uit dezelfde genetische informatie die door werkwijzen van wezenlijk biologische aard is verkregen .</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In afwijking van lid 1 is de bescherming die wordt geboden door een octrooi voor een voortbrengsel met of bestaande uit genetische informatie niet van toepassing op plantaardig materiaal waarin het voortbrengsel wordt verwerkt en dat de genetische informatie bevat en zijn functie uitoefent, maar niet te onderscheiden valt van plantaardig materiaal dat door werkwijzen van wezenlijk biologische aard is of kan worden verkregen.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bescherming die wordt geboden door een octrooi voor een technische werkwijze waarmee een voortbrengsel met of bestaande uit genetische informatie kan worden geproduceerd, is niet van toepassing op plantaardig materiaal waarin het voortbrengsel wordt verwerkt en dat de genetische informatie bevat en zijn functie uitoefent, maar niet te onderscheiden valt van plantaardig materiaal dat door werkwijzen van wezenlijk biologische aard is of kan worden verkregen.”.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_________________</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn 98/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 juli 1998 betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen (PB L 213 van 30.7.1998, blz. 13).</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		70</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 34 – lid 2 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Zij is van toepassing met ingang van [24 maanden na de datum van de inwerkingtreding van deze verordening].</P></OLD><NEW><P>Zij is van toepassing met ingang van [24 maanden na de datum van de inwerkingtreding van deze verordening]. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 4 bis en artikel 33 bis zijn van toepassing vanaf de datum van inwerkingtreding.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		71</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage I – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Een NGT-plant wordt als gelijkwaardig aan een conventionele plant beschouwd als <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deze van de ontvangende/ouderplant verschilt door maximaal 20 genetische modificaties van de in de punten 1 tot en met 5 bedoelde typen in een DNA-sequentie die vergelijkbaar is met de doellocatie die met behulp van bio-informatica-instrumenten kan worden voorspeld</STRING></STRING>:</P></OLD><NEW><P>Een NGT-plant wordt als gelijkwaardig aan een conventionele plant beschouwd als <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan de volgende voorwaarden van de punten 1 en 1 bis is voldaan</STRING></STRING>:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		72</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage I – punt 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1)</NO.P>vervanging of inbrenging van niet meer dan 20 nucleotiden;</P></OLD><NEW><P><NO.P>1)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het aantal van de volgende genetische modificaties, die met elkaar kunnen worden gecombineerd, bedraagt niet meer dan drie per eiwitcoderende sequentie rekening houdend met het feit dat mutaties in introns en regulerende sequenties zijn uitgesloten van deze grenswaarde:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P> 	vervanging of inbrenging van niet meer dan 20 nucleotiden;</P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">schrapping van een onbeperkt aantal nucleotiden;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		73</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage I – punt 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De volgende genetische modificaties, die met elkaar kunnen worden gecombineerd, leveren geen chimerisch eiwit op dat niet aanwezig is in soorten uit de genenpool voor kweekdoeleinden en geen endogeen gen verstoort:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inbrenging van aaneengesloten DNA-sequenties die aanwezig zijn in de genenpool voor kweekdoeleinden;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vervanging van endogene DNA-sequenties door aaneengesloten DNA-sequenties die aanwezig zijn in de genenpool voor kweekdoeleinden;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inversie of translocatie van aaneengesloten endogene DNA-sequenties die aanwezig zijn in de genenpool voor kweekdoeleinden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		74</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage I – punt 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">schrapping van een onbeperkt aantal nucleotiden;</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		75</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage I – punt 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op voorwaarde dat de genetische modificatie geen endogeen gen verstoort:</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gerichte inbrenging van een aaneengesloten DNA-sequentie die aanwezig is in de genenpool van de kweker;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gerichte vervanging van een endogene DNA-sequentie door een aaneengesloten DNA-sequentie die aanwezig is in de genenpool van kwekers;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		76</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage I – punt 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gerichte inversie van een sequentie van een onbeperkt aantal nucleotiden;</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		77</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage I – punt 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elke andere gerichte modificatie, ongeacht de omvang, op voorwaarde dat de resulterende DNA-sequenties reeds aanwezig zijn (eventueel met de modificaties zoals aanvaard krachtens punt 1 en/of punt 2) in een soort uit de genenpool van kwekers.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		78</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage II – deel 1 – alinea 2 – punt a bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>a bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de kenmerken van de ontvangende plant, zoals allergene werking, potentiële genenstroom, onkruidpotentieel, ecologische functie;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		79</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage II – deel 2 – punt 6 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>6 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Effecten op de biologische teelt</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		80</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage II – deel 2 – punt 8 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>8 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gevolgen voor bescherming en behoud van de biodiversiteit</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		81</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage III – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Eigenschappen als bedoeld in artikel 22</P></OLD><NEW><P>Eigenschappen als bedoeld in artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">6 en artikel </STRING></STRING>22</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		82</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage III – deel 1 – alinea 1 – punt 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1)</NO.P>opbrengst, met inbegrip van opbrengststabiliteit en opbrengst onder omstandigheden die weinig productiemiddelen vergen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>1)</NO.P>opbrengst, met inbegrip van opbrengststabiliteit en opbrengst onder omstandigheden die weinig productiemiddelen vergen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, op voorwaarde dat die eigenschap tevens bijdraagt tot punt 2, 3 of 4 van deze bijlage</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		83</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage III – deel 1 – alinea 1 – punt 7</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>7)</NO.P>verminderde behoefte aan externe productiemiddelen zoals <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>7)</NO.P>verminderde behoefte aan externe productiemiddelen zoals <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">meststoffen, tenzij dit strijdig is met bijlage III, deel 2</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND></AMDLST></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>