<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0076</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Uitvoeringsverslag over de EU-strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0030/2024 - Rapporteur: José Gusmão)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 8 februari 2024 over de uitvoering van de EU-strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025 (2023/2082(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) en de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het arrest van het HvJ-EU van 5 juni 2018 in zaak C‑673/16,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul), dat op 28 juni 2023 door de Europese Unie is geratificeerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind, het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, en het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de beginselen van Yogyakarta betreffende de toepassing van het internationaal recht inzake mensenrechten met betrekking tot seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 november 2020 getiteld “Unie van gelijkheid: strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020‑2025” (COM(2020)0698),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 september 2021 over lhbtiq-rechten in de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 117 van 11.3.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voortgangsverslag van de Commissie over de uitvoering van de strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020‑2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 maart 2021 over het uitroepen van de EU tot vrijheidszone voor lhbtiq-personen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 474 van 24.11.2021, blz. 140.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 september 2020 over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de constatering van een duidelijk gevaar voor een ernstige schending, door de Republiek Polen, van de rechtsstaat<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2020)0225.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 juli 2021 over de schending van het EU-recht en van de rechten van lhbtiq-burgers in Hongarije als gevolg van de door het Hongaarse parlement aangenomen wetswijzigingen<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2021)0362.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 20 oktober 2022 over de toename van haatmisdrijven ten aanzien van lhbtiq+-personen in heel Europa in het licht van de recente homofobe moord in Slowakije<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2022)0372.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 29 april 2023 over universele decriminalisering van homoseksualiteit in het licht van de recente ontwikkelingen in Uganda<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0120.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel voor een verordening van de Raad van 7 december 2022 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning van beslissingen en de aanvaarding van authentieke akten inzake afstamming en betreffende de invoering van een Europese akte van afstamming (COM(2022)0695),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie van zijn directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten van december 2023 “The LGBTIQ Equality Strategy 2020‑2025 – Implementation overview”<FOOTNOTE><FIELD>Studie “The lhbtiq+ Equality Strategy 2020‑2025 – Implementation overview”, Europees Parlement, directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten, 2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren voor strategieën en actieplannen ter bevordering van de gelijkheid van lhbtiq-personen, die in 2022 zijn opgesteld door de Commissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/442 van de Commissie van 24 januari 2024 inzake het verzoek tot registratie van het Europees burgerinitiatief “Ban on conversion practices in the European Union” (Verbod op conversiepraktijken in de Europese Unie) op grond van Verordening (EU) 2019/788 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/442, 5.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2024/442/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement, alsmede artikel 1, lid 1, punt e), van en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 betreffende de procedure inzake het verlenen van toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A9‑0030/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat lhbtiq+-rechten grondrechten zijn en dat controlemechanismen in verband met de rechtsstaat en de democratie van cruciaal belang zijn voor de bescherming van lhbtiq+-rechten; overwegende dat de veiligheid en waardigheid van lhbtiq+-personen de veiligheid en waardigheid van ons allemaal is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het recht op gelijke behandeling en non-discriminatie een grondrecht is dat verankerd is in de Verdragen en het Handvest, en dat dit recht volledig moet worden geëerbiedigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat gelijkheid en de bescherming van minderheden behoren tot de waarden van de EU die zijn verankerd in artikel 2 VEU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat in artikel 21 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is bepaald dat iedere burger van de Unie het recht heeft vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat alle lidstaten uit hoofde van het internationaal recht en de EU-Verdragen de taak en verplichting hebben om erop toe te zien dat de grondrechten worden geëerbiedigd, gewaarborgd, beschermd en gehandhaafd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat er in sommige lidstaten vooruitgang is geboekt bij de bescherming en bevordering van lhbtiq+-rechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat discriminatie op grond van feitelijke of vermeende seksuele gerichtheid, genderidentiteit en -expressie en geslachtskenmerken (SOGIESC) in de hele EU nog steeds voorkomt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat ontwikkelingen in sommige lidstaten hebben aangetoond dat vooruitgang op het gebied van lhbtiq+-rechten niet vanzelfsprekend is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Commissie in 2022, samen met het Parlement en vijftien lidstaten, bij het HvJ-EU een procedure tegen Hongarije heeft ingeleid wegens schending van lhbtiq-rechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat Letland zou moeten toetreden tot de subgroep voor lhbtiq-gelijkheid die is opgezet in het kader van de groep op hoog niveau inzake non‑discriminatie, gelijkheid en diversiteit – als laatste lidstaat, nu Cyprus recent belangstelling voor toetreding heeft getoond – om de uitvoering van de lhbtiq-strategie in alle lidstaten te verbeteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het Parlement in de sterkst mogelijke bewoordingen zijn afkeuring uitspreekt over wetten, beleidsmaatregelen en praktijken die tegen lhbtiq+-personen gericht zijn, zoals het wetsvoorstel voor de bestrijding van homoseksualiteit in Uganda;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het Russische Hooggerechtshof op 30 november 2023 de “internationale lhbt-beweging” heeft verboden, na deze te hebben aangemerkt als extremistische organisatie; overwegende dat dit besluit een ernstige aanval is op lhbtiq+-personen en mensenrechtenverdedigers in Rusland en ernstige gevolgen zal hebben voor hun situatie; overwegende dat lhbtiq+-personen in China te maken hebben gehad met toenemende intimidatie en censuur, ook online;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de International Lesbian, Gay, Bisexual, Trans and Intersex Association (ILGA) in haar jaarverslag over Europa voor 2023 melding maakt van het hoogste aantal daden van geweld tegen lhbtiq+-personen in twaalf jaar tijd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de toename van antirechtenretoriek, onder meer van verkozen politici, heeft bijgedragen aan het creëren van een vijandige omgeving voor lhbtiq+-personen en degenen die opkomen voor lhbtiq+-rechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat het opbouwen van veilige, vrije en inclusieve samenlevingen voor lhbtiq+-personen inhoudt dat meerdere en intersectionele uitingen van discriminatie, uitsluiting en geweld moeten worden aangepakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat lhbtiq-personen wereldwijd worden geconfronteerd met discriminatie en geweld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de Europese Unie heeft toegezegd de rechten van lhbtiq+-personen wereldwijd te bevorderen en te beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat alle vormen en uitingen van haat en onverdraagzaamheid, met inbegrip van haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven, onverenigbaar zijn met de EU-waarden op het gebied van menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, zoals verankerd in artikel 2 VEU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat bij zogenaamde bekeringspraktijken gebruik wordt gemaakt van verschillende methoden, zoals elektroshocks, hormoonbehandelingen en uitdrijvingsrituelen, die neerkomen op foltering; overwegende dat naar schatting 2 % van de lhbtiq+-personen in de EU daadwerkelijk onderworpen zijn aan dergelijke bekeringspraktijken en dat aan 5 % bekering is aangeboden, hoewel de werkelijke cijfers mogelijk veel hoger liggen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat het Europees burgerinitiatief (EBI) “Ban on conversion practices in the European Union” (Verbod op conversiepraktijken in de Europese Unie) op 27 november 2023 bij de Commissie is ingediend; overwegende dat de EU wordt opgeroepen maatregelen te nemen om een voorstel te doen tot een bindend wettelijk verbod op conversiepraktijken gericht op lhbtiq+-burgers in de Europese Unie; overwegende dat dit EBI op 21 januari 2024 volledig door de Commissie was geregistreerd;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Belangrijkste conclusies</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is ingenomen met de op 12 november 2020 door de Commissie aangenomen strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020‑2025 (COM(2020)0698), alsook met haar recente voortgangsverslag over de uitvoering van de strategie; neemt kennis van de toezegging van de Commissie om de lidstaten te ondersteunen bij de uitvoering van de strategie en uit zijn diepe bezorgdheid over de verschillen in openheid tussen de lidstaten ten aanzien van de strategie; is ingenomen met de inspanningen van de Commissie om de gelijkheid voor lhbtiq+-personen te bevorderen op alle in de strategie vervatte gebieden; betreurt dat enkele van de belangrijkste acties die de Commissie oorspronkelijk had gepland tot dusver niet uitgevoerd zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>erkent de vooruitgang die is geboekt met de uitvoering van de strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020‑2025, maar wijst erop dat er in de huidige realiteit voor lhbtiq+-personen in de EU nog lang geen sprake is werkelijke gelijkheid; spreekt zijn bezorgdheid uit over de discriminatie en het geweld waaronder lhbtiq+-personen in de EU te lijden hebben en de gevolgen daarvan voor hun mogelijkheden om een vrij en waardig leven te leiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>betreurt dat de horizontale antidiscriminatierichtlijn sinds 2008 in de Raad geblokkeerd is; is van mening dat eventuele actualiseringen van het voorstel door de Commissie gebaseerd moeten zijn op het standpunt van het Parlement, intersectionele discriminatie moeten aanpakken en discriminatie op elke combinatie van de in het Handvest genoemde gronden uitdrukkelijk moeten verbieden; betreurt dat de Raad deze verzoeken heeft genegeerd en dringt er bij de Raad op aan deze in zijn mandaat op te nemen en alle passende maatregelen te nemen om discriminatie in de EU te bestrijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>dringt erop aan seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken als gronden op te nemen in de antidiscriminatiewetgeving van de EU op basis van een brede interpretatie van seksuele gerichtheid en geslacht en het beginsel van gelijkheid tussen vrouwen en mannen, zoals vastgelegd in de Verdragen; merkt op dat hiermee de rechtszekerheid en een brede bescherming van lhbtiq+-personen wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt dat lhbtiq+-personen onevenredig zwaar worden getroffen door dakloosheid, armoede en sociaal-economische uitsluiting; toont zich bezorgd over de gevolgen voor lhbtiq+-personen van de COVID‑19-pandemie, de crisis rond de kosten van levensonderhoud en de woningnood; herhaalt dat huisvesting een grondrecht is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>betreurt dat lhbtiq+-personen, hoewel de EU-wetgeving discriminatie op grond van seksuele gerichtheid in arbeid en beroep verbiedt, nog steeds belemmeringen ondervinden bij de toegang tot de arbeidsmarkt, en met name tot waardig werk; is van mening dat lhbtiq+-rechten arbeidsrechten zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat discriminatie op grond van feitelijke of vermeende seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie en geslacht nog altijd een significante invloed heeft op de lichamelijke, geestelijke en seksuele gezondheid en het welzijn van lhbtiq+-personen; betreurt dat lhbtiq+-personen nog steeds discriminatie ondervinden bij de toegang tot gezondheidszorg; benadrukt dat toegang tot gezondheidszorg moet worden aangeboden als een universele, tijdige en toegankelijke openbare dienst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt de noodzaak van inclusief en veilig onderwijs voor lhbtiq+-personen in alle lidstaten, met name voor lhbtiq+-jongeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>betreurt dat lhbtiq+-personen in sommige lidstaten nog steeds te maken hebben met discriminatie bij de toegang tot sociale bescherming, sociale zekerheid, de levering van goederen en andere sectoren en diensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>betreurt dat met name oudere lhbtiq+-personen getroffen worden door het gebrek aan lhbtiq+-rechten, waardoor het gevoel van sociale isolatie en de belemmeringen voor toegang tot essentiële voorzieningen verder worden versterkt; benadrukt dat bij het uitstippelen van overheidsbeleid en projecten, zelfs wanneer deze specifiek bestemd zijn voor lhbtiq+-personen, lhbtiq+-ouderen vaak over het hoofd worden gezien; benadrukt dat lhbtiq+-ouderen onevenredig vaak te maken hebben met armoede en een gebrekkige toegang tot fatsoenlijke huisvesting en toereikende zorgnetwerken; benadrukt dat in een Europese vrijheidszone voor lhbtiq-personen niemand mag worden buitengesloten, ook lhbtiq+-ouderen niet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst erop dat zorgdiensten voor lhbtiq-personen altijd hun waardigheid, onafhankelijkheid, autonomie en welzijn moeten waarborgen, evenals hun deelname aan het maatschappelijk leven, met inbegrip van de mogelijkheid van thuiszorg en gemeenschapsgebaseerde zorg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat lhbtiq+-personen in plattelandsgebieden en in perifere en ultraperifere gebieden bij de toegang tot essentiële diensten te maken hebben met bijzondere uitdagingen en belemmeringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over lhbtiq+-personen die hun recht op asiel in de Europese Unie willen uitoefenen; uit zijn bezorgdheid over het feit dat transseksuelen en interseksuelen aanvullende belemmeringen tegenkomen bij het aanvragen van asiel; benadrukt het belang om rekening te houden met de situatie van lhbtiq+-personen bij het uitstippelen van het asiel- en migratiebeleid van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over de toename van haatzaaiende uitlatingen, haatmisdrijven en geweld tegen lhbtiq+-personen, ook op onlineplatforms, waar dit zou kunnen leiden tot schending van de privacyrechten van kijkers van lhbtiq+-inhoud; herinnert aan de noodzaak van preventief en beschermend overheidsbeleid met betrekking tot door vooroordelen ingegeven haatzaaiende uitlatingen, haatmisdrijven en geweld tegen lhbtiq+-personen; erkent dat er sprake is van onderrapportage van de gevallen van haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven tegen lhbtiq+-personen doordat er weinig vertrouwen is dat overheidsdiensten deze delicten zullen aanpakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>veroordeelt het feit dat de opkomst van extreemrechtse politieke krachten heeft geleid tot een toename van de stigmatisering, intimidatie, geweld en vervolging van lhbtiq+-personen en maatschappelijke organisaties en activisten die de lhbtiq+-gemeenschap vertegenwoordigen; veroordeelt dat de lhbtiq+-gemeenschap in toenemende mate tot zondebok wordt gemaakt en dat de bevordering van lhbtiq+-rechten wordt afgedaan als een “ideologie”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat de EU bij de formele onderhandelingen met kandidaat-lidstaten aandacht moet besteden aan de situatie van lhbtiq+-personen, alsook alle uitbreidingslanden moet steunen bij het dichten van hiaten in de wetgeving en het garanderen van de grondrechten van lhbtiq+-personen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>dringt erop aan dat de EU een gemeenschappelijke aanpak kiest voor de wettelijke erkenning van huwelijken en partnerschappen tussen mensen van hetzelfde geslacht, en van regenboogouders, inclusief transouders, en voor de wettelijke gendererkenning, om de belangen van kinderen zo goed mogelijk te waarborgen, in overeenstemming met de jurisprudentie van het HvJ-EU en het EHRM;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>wijst op de uitdagingen waarmee transseksuele, non-binaire en interseksuele personen in de EU te maken hebben, met name in verband met hun sociaal-economische en sociaal-demografische status; benadrukt dat het gebrek aan wettelijke gendererkenningsprocedures of aan de toegang daartoe in de lidstaten een schending vormt van de rechten van transseksuele, non-binaire en interseksuele personen in heel de Unie, alsook een belemmering voor hun aspiraties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>dringt erop aan dat regenbooggezinnen recht hebben op vrij verkeer in de EU en dat de kinderen van regenbooggezinnen niet gediscrimineerd mogen worden bij het verwerven van het EU-burgerschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>toont zich bezorgd over het feit dat gezichtsherkennings- en profileringstechnologie grotere risico’s voor lhbtiq+-personen met zich mee kan brengen, in het bijzonder voor transseksuele, non-binaire en interseksuele personen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>betreurt dat er geen omvattend overzicht bestaat van alle EU-financiering voor de bevordering van de gelijkheid van lhbtiq+-personen in het kader van de verschillende programma’s die de strategie ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>benadrukt dat de Commissie dringend de toegang tot financiering moet waarborgen voor maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor de mensenrechten van lhbtiq+-personen in de Unie en in derde landen; merkt op dat adequate en flexibele financiering voor maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor de rechten van lhbtiq+-personen een randvoorwaarde is voor de bescherming en bevordering van lhbtiq+-rechten, zowel in de Europese Unie als in derde landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>is ingenomen met de EU-initiatieven die gericht zijn op het beschermen van verdedigers van de mensenrechten van lhbtiq+-personen en het faciliteren van hun werk ter bescherming van de grondrechten; benadrukt dat de EU de stigmatisering en intimidatie van lhbtiq+-mensenrechtenverdedigers overal ter wereld moet blijven aanpakken; is ingenomen met de steun die de Commissie sinds het begin van de Russische invasie en aanvalsoorlog aan lhbtiq+-activisten in Oekraïne verleent, met name door middel van “rechtstreekse gunning”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>herinnert eraan dat Europese humanitaire hulp gender-, leeftijds-, beschermings- en lhbtiq+-gevoelig moet zijn, gebaseerd moet zijn op intersectionaliteit als horizontaal beginsel en in overeenstemming met humanitaire beginselen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>benadrukt dat de EU niemand mag achterlaten bij de bescherming van de grondrechten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbevelingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>roept de EU en de lidstaten op om ervoor te zorgen dat de lhbtiq+-rechten daadwerkelijk in alle EU-beleidsterreinen worden geïntegreerd; dringt erop aan dat bij het beleid rekening wordt gehouden met meervoudige en intersectionele discriminatie op grond van, onder andere, sociaal-economische status, leeftijd, ras, godsdienst, feitelijke of vermeende seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken of handicap; dringt erop aan bij het beleid rekening te houden met de specifieke omstandigheden in plattelandsgebieden en perifere en ultraperifere gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>roept de EU en de lidstaten op SOGIESC op te nemen in de gronden waarmee rekening wordt gehouden in de antidiscriminatiewetgeving van de EU, overeenkomstig het mandaat van het Parlement inzake het voorstel voor een richtlijn betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling<FOOTNOTE><FIELD>Voorstel van de Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 7 december 2022 betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling en gelijke kansen voor vrouwen en mannen in arbeid en beroep, en tot schrapping van artikel 20 van Richtlijn 2006/54/EG en artikel 11 van Richtlijn 2010/41/EU (COM(2022)0688).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>roept de EU en de lidstaten op om lhbtiq+-personen te betrekken bij de beleidsvorming, met name bij de uitstippeling en uitvoering van sociaal-economisch, huisvestings- en onderwijsbeleid; roept de lidstaten op de crisis rond de kosten van levensonderhoud en de woningnood aan te pakken, mede door specifieke maatregelen voor lhbtiq+-personen vast te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de lidstaten de richtlijn gelijke behandeling in arbeid en beroep uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende de rechterlijke bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning van beslissingen en de aanvaarding van authentieke akten inzake afstamming en betreffende de invoering van een Europese akte van afstamming om de rechten van alle kinderen te beschermen, door ervoor te zorgen dat hun in een lidstaat vastgestelde ouderlijke banden, met inbegrip van met name ouders van hetzelfde geslacht, in alle EU-lidstaten worden erkend; verzoekt de Commissie de mogelijkheden te onderzoeken die andere rechtsgrondslagen in de Verdragen, met name de artikelen 19 en 21 VWEU, bieden om te waarborgen dat huwelijken, partnerschappen, het ouderschap en het gezinsleven van lhbtiq+-personen volledig en onvoorwaardelijk door alle lidstaten worden erkend, zonder discriminatie en zonder belemmeringen voor het vrije verkeer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>is ingenomen met het besluit van de Commissie van 15 juli 2021 om een gerechtelijke procedure in te stellen tegen lidstaten wegens schending van de grondrechten van lhbtiq+-personen; verzoekt de Commissie nauwlettend toe te blijven zien op de uitvoering van de EU-wetgeving in de lidstaten en inbreukprocedures in te leiden in gevallen waarin de grondrechten van lhbtiq+-personen zijn geschonden in het kader van artikel 2 VEU, het Handvest van de grondrechten of secundaire wetgeving, voor zover van toepassing; verzoekt de Commissie daarbij stelselmatig gebruik te maken van versnelde procedures en verzoeken tot voorlopige maatregelen aan het HvJ-EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de lidstaten de arresten van het HvJ-EU en het EHRM naleven, door bij niet-naleving de maatregelen te nemen als voorzien in artikel 260, lid 2, VWEU en de conditionaliteitsverordening voor de rechtsstaat, met name wat betreft lhbtiq+-personen en regenbooggezinnen die binnen de EU grenzen overschrijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verzoekt alle lidstaten zich te houden aan de EU-richtsnoeren voor strategieën en actieplannen ter bevordering van de gelijkheid van lhbtiq-personen<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16).</FIELD></FOOTNOTE>, opgesteld door de subgroep voor lhbtiq-gelijkheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verzoekt de lidstaten om de dekking van gezondheidsdiensten uit te breiden, zodat lhbtiq+-personen specifieke zorg kunnen krijgen, ook als het gaat om seksuele en reproductieve gezondheid en technologieën; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om maatregelen te nemen ter bestrijding van discriminatie van lhbtiq+-personen in de gezondheidszorg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verzoekt de lidstaten om meer financiering beschikbaar te stellen voor de verlening van diensten aan slachtoffers van gendergerelateerd geweld en om lhbtiq+-slachtoffers te ondersteunen, met name lhbtiq+-vrouwen, en daarbij aandacht te besteden aan hun specifieke behoeften en ervaringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>herinnert eraan dat erop moet worden toegezien dat technologieën voor gezichtsherkenning en profilering gebaseerd zijn op de beginselen van transparantie, verklaarbaarheid, billijkheid en verantwoordingsplicht om de vooroordelen en risico’s voor lhbtiq+-personen aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>roept de EU op om lhbtiq+-personen toegang tot asiel te geven, ook als ze uit derde landen komen die als veilige landen worden aangemerkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>verzoekt de Commissie te zorgen voor de ondersteuning van gelijkheid van lhbtiq’ers in acties in het kader van het Fonds voor asiel, migratie en integratie, zoals aangekondigd in de strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020‑2025, en die ondersteuning op te nemen in het werkprogramma voor de periode 2023‑2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA) zijn praktische richtsnoeren voor asielzoekers die gediscrimineerd worden op grond van SOGIESC snel te voltooien, en roept de lidstaten op deze richtsnoeren vervolgens te volgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verzoekt de Commissie de effecten te monitoren en wetenschappelijke projecten en maatschappelijke organisaties te financieren die de antigenderbeweging onderzoeken, om deze effectief aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten bij het ontwerpen van beleidsmaatregelen en programma’s ter ondersteuning van lhbtiq+-personen in Europa en de rest van de wereld gebruik te maken van de empirische kennis die maatschappelijke organisaties en wetenschappelijke onderzoekers systematisch hebben opgebouwd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>verzoekt de Unie en de lidstaten feitelijke of vermeende seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken te erkennen als op vooroordelen gebaseerde gronden voor discriminatie; verzoekt de Commissie en de lidstaten door SOGIESC-vooroordelen ingegeven haatzaaiende uitlatingen, haatmisdrijven en geweld aan te pakken, ook online; is ingenomen met het initiatief van de Commissie om de lijst van EU-misdrijven, zoals vermeld in artikel 83, lid 1, VWEU, uit te breiden tot haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven, zodat minimumvoorschriften kunnen worden vastgesteld betreffende de bepaling van strafbare feiten en sancties die in alle EU-lidstaten van toepassing zijn; benadrukt dat er een gedegen strafrechtelijke EU-aanpak van haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven moet worden gewaarborgd; betreurt ten zeerste dat er bijna twee jaar zijn verstreken sinds de publicatie van de mededeling van de Commissie en dat de Raad er geen vooruitgang mee heeft geboekt, terwijl hij voor andere doeleinden wel in staat was de lijst van EU-misdrijven snel uit te breiden; betreurt dit gebrek aan actie in het licht van de toename van haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven; herhaalt zijn verzoek aan de Raad om voortvarend naar een consensus toe te werken, zodat de Commissie de tweede fase van de procedure kan starten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>verzoekt de Commissie dringend een werkprogramma op te stellen om meer bewustzijn te creëren over door SOGIESC-vooroordelen gemotiveerde haatmisdrijven en aangiften van deze misdrijven te stimuleren; verzoekt de Commissie en de lidstaten dringend ervoor te zorgen dat politiefunctionarissen en gerechtsambtenaren opleidingen krijgen over lhbtiq+-aspecten, zodat zij lhbtiq+-personen beter kunnen bijstaan en haatmisdrijven naar behoren kunnen onderzoeken en vervolgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>verzoekt de Commissie het Europese rechtskader te analyseren om te bezien welke mogelijkheden er bestaan om bekeringspraktijken op EU-niveau tegen te gaan en te verbieden, alsook om er bij de lidstaten op aan te dringen “bekeringspraktijken” op grond van SOGIESC te verbieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>is ingenomen met de formele registratie door de Commissie van het EBI getiteld “Ban on conversion practices in the European Union” (Verbod op conversiepraktijken in de Europese Unie), als een eerste stap, aangezien daarmee wordt erkend dat er op Europees niveau juridische gronden zijn om ten aanzien van deze kwestie op te treden; drukte zijn steun voor dit EBI uit; verzoekt de Commissie tot actie over te gaan ten aanzien van dit EBI, en met wetsvoorstellen te komen op basis van de Verdragen en de EBI-verordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2019/788 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende het Europees burgerinitiatief (PB L 130 van 17.5.2019, blz. 55).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>roept op tot een verbod op genitale verminking, in het bijzonder genitale verminking bij interseksuelen en genitale verminking bij vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>verzoekt de lidstaten optimale werkwijzen te blijven uitwisselen die gericht zijn op het waarborgen van de grondrechten van interseksuele kinderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>roept op tot een verbod op gedwongen abortussen en gedwongen sterilisaties; benadrukt het belang van het recht op zelfbeschikking, autonomie en lichamelijke en geestelijke gezondheid van lhbtiq+-personen; benadrukt dat het Parlement zich op het standpunt heeft gesteld dat het voorstel voor een richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld ook de opname van genitale verminking van vrouwen en interseksuele personen en gedwongen sterilisatie op de lijst van EU-misdrijven moet omvatten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>verzoekt de lidstaten het huwelijk en het ouderschap van mensen van hetzelfde geslacht te erkennen met het oog op de uitoefening van uit het EU-recht voortvloeiende rechten, zoals vereist door het HvJ-EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>verzoekt de lidstaten om, met ondersteuning van de Commissie, toegankelijke wetgeving en procedures voor wettelijke gendererkenning in te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om een veilige en inclusieve omgeving te bevorderen in onder meer de sectoren onderwijs, cultuur, sport;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>verzoekt de lidstaten verdere maatregelen te treffen om gelijke rechten te waarborgen voor lhbtiq+-personen met een handicap, door middel van specifieke bescherming tegen discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit; benadrukt dat deze bescherming noodzakelijk is op alle gebieden van het leven, waaronder de arbeidsmarkt, huisvesting, onderwijs, openbare voorzieningen en kredietverlening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>verzoekt de lidstaten de aanbeveling van de Raad over trajecten naar succes op school ter uit te voeren, en daarbij ook specifieke maatregelen te nemen tegen de discriminatie van lhbtiq+-personen, met name lhbtiq+-jongeren, om zo veilig en inclusief onderwijs te garanderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten dringend meer maatregelen te nemen om pesten en intimidatie van lhbtiq+-kinderen en -jongeren op scholen aan te pakken en meer bewustzijn over deze gevallen te creëren; benadrukt dat deze situaties bijdragen aan sociale uitsluiting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>verzoekt de Commissie de financiering voor Erasmus+ uit te breiden met een rubriek “Bevordering van de gelijkheid van lhbtiq+-personen” door middel van actieve communicatie met de nationale autoriteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>roept de EU op het goede voorbeeld te geven en het voortouw te nemen bij de bevordering van lhbtiq+-rechten wereldwijd, in overeenstemming met haar mensenrechtenrichtsnoeren inzake non-discriminatie in het extern optreden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt de Commissie een speciale vertegenwoordiger voor de gelijkheid van lhbtiq+-personen aan te stellen bij de Europese Dienst voor extern optreden om te zorgen voor een horizontale uitvoering van de strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020‑2025 in het buitenland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de situatie op het gebied van lhbtiq+-rechten wereldwijd; verzoekt de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) ontwikkelingsbeleid te gebruiken als instrument om hervormingen in ontwikkelingslanden af te dwingen, de achteruitgang bij de erkenning en bescherming van deze rechten aan te pakken en de rechten van lhbtiq+-personen te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat lhbtiq+-personen steun krijgen in het kader van begrotings- en financieringsinstrumenten en bredere ontwikkelingshulpprogramma’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>verzoekt de Commissie kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten te ondersteunen bij de uitvoering van de EU-wetgeving, mede op het gebied van lhbtiq+-rechten, en de voortgang daarbij te monitoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>verzoekt de Commissie om de mogelijkheid van herfinanciering verder te verbeteren en te zorgen voor flexibele financiering, zodat kleine mensenrechtenorganisaties aan de basis en andere maatschappelijke actoren die zich inzetten voor de bevordering van lhbtiq+-rechten toegang kunnen krijgen tot zulke financiering, zowel in de Unie als in derde landen, in overeenstemming met het EU-recht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>verzoekt de Commissie haar communicatie over de financieringsmogelijkheden voor het bevorderen van de gelijkheid van lhbtiq+-personen verder te verbeteren, met name in lidstaten waar deze gelijkheid onder vuur ligt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>verzoekt de Commissie te waarborgen dat de lidstaten EU-middelen in overeenstemming met het Handvest beheren, en met inachtneming van het recht op non-discriminatie, wat als horizontale randvoorwaarde wordt gesteld in de verordening gemeenschappelijke bepalingen<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/1060 van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159).</FIELD></FOOTNOTE>; wijst erop dat uitgaven niet door de Commissie kunnen worden terugbetaald zolang niet is voldaan aan de toepasselijke randvoorwaarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>roept de EU op om de stigmatisering en intimidatie van lhbtiq+-mensenrechtenverdedigers te blijven aanpakken en om mensenrechtenverdedigers in derde landen te beschermen; verzoekt de EU dringend dit mechanisme ook toe te passen op mensenrechtenverdedigers in de EU om de bescherming van lhbtiq+-mensenrechtenverdedigers in de lidstaten mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>dringt er bij de EU op aan dergelijke bescherming uit te breiden tot mensenrechtenverdedigers in EU-lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>verzoekt de Commissie meer gegevens te verzamelen over discriminatie op grond van SOGIESC, deze gegevens te gebruiken bij het opstellen van inclusief overheidsbeleid dat is afgestemd op lhbtiq+-personen en de lidstaten te ondersteunen bij het gebruik van deze gegevens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>verzoekt de lidstaten hun eigen voortgang bij de uitvoering van de lhbtiq+-strategie te beoordelen en de resultaten daarvan te delen met de Commissie en het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>verzoekt alle lidstaten om uiterlijk in 2025 nationale actieplannen en strategieën met betrekking tot lhbtiq+-personen vast te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>verzoekt de Commissie een nieuwe strategie voor de gelijkheid van lhbtiq+-personen voor 2025‑2030 op te stellen, die gebaseerd is op krachtige toezeggingen en een weerspiegeling vormt van het Handvest en de oproepen en verwachtingen van het Parlement, maatschappelijke organisaties en lhbtiq+-personen in Europa en de rest van de wereld; vraagt de Commissie vóór de Europese verkiezingen van 2024 een tijdschema voor de volgende strategie voor de gelijkheid van lhbtiq+-personen bekend te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de volgende strategie voor gelijkheid van lhbtiq+-personen gebaseerd is op een krachtiger instrument en vergezeld gaat van een doelgericht uitvoeringsplan, een sterke mainstreamingstructuur die ervoor zorgt dat lhbtiq+-rechten in al het EU-beleid worden geïntegreerd – waaronder het recht op non-discriminatie op grond van seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken – en de toewijzing van middelen; roept de Commissie op een tijdschema en mijlpalen op te nemen en toe te zien op de monitoring-, evaluatie-, verantwoordings- en leerprocessen, met inbegrip van de raadpleging van lhbtiq+-organisaties; verzoekt de Commissie voorts specifieke aandacht te besteden aan groepen in een kwetsbare situatie, zoals lhbtiq+-kinderen en -jongeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>verzoekt de Commissie om in de volgende zittingsperiode een portefeuille te creëren voor een commissaris voor Gelijkheid en Diversiteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>pleit voor de aanstelling van een coördinator voor lhbtiq+-rechten bij de Commissie;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en kandidaat-lidstaten, alsmede aan de subnationale parlementen en lokale overheden van de lidstaten en kandidaat-lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>