<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0094</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Europese Centrale Bank - Jaarverslag 2023</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0412/2023 - Rapporteur: Johan Van Overtveldt)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 27 februari 2024 betreffende het jaarverslag 2023 van de Europese Centrale Bank (2023/2064(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag 2022 van de Europese Centrale Bank (ECB),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de feedback van de ECB van 25 mei 2023 op de input van het Parlement in het kader van zijn resolutie over het jaarverslag 2021 van de ECB,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) en van de ECB, en met name de artikelen 15 en 21,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 123, artikel 127, leden 1 en 2, artikel 130, en artikel 284, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 3 en 119 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de macro-economische prognoses voor de eurozone van het personeel van het Eurosysteem van 15 juni 2023 en de besluiten van de raad van bestuur van de ECB,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de monetaire dialogen tussen de Commissie economische en monetaire zaken van het Europees Parlement en de president van de ECB, Christine Lagarde, op 20 maart en 5 juni 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 28 juni 2023 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vaststelling van de digitale euro (COM(2023)0369),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit van 1 juni 2023 over de regelingen in de vorm van een briefwisseling tussen het Europees Parlement en de ECB over structurering van de praktijken voor interactie op het gebied van centralebankactiviteiten<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0214.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 mei 2022 over de sociale en economische gevolgen voor de EU van de Russische oorlog in Oekraïne – versterking van het vermogen van de EU om op te treden<FOOTNOTE><FIELD>PB C 479 van 16.12.2022, blz. 75.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst van Parijs, die gesloten is uit hoofde van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 142, lid 1, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A9-0412/2023),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de groei van de economie in de eurozone volgens de macro-economische prognoses van het personeel van het Eurosysteem van juni 2023 naar verwachting zal afnemen van 3,5 % in 2022 naar 0,9 % in 2023, om vervolgens weer te stijgen tot 1,5 % in 2024; overwegende dat de eurozone volgens een voorlopige (flash) raming van Eurostat in 2023 met slechts 0,6 % is gegroeid; overwegende dat dit het slechtste resultaat is sinds de recessie van 2020;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de algemene inflatie volgens de macro-economische prognoses voor de eurozone van het personeel van het Eurosysteem van september 2023 ondanks dalende energieprijzen en het feit dat er minder knelpunten zijn in de toeleveringsketens, naar verwachting gemiddeld 5,6 % zal bedragen in 2023, 3,2 % in 2024 en 2,1 % in 2025; overwegende dat de onderliggende inflatie hardnekkiger is, en in juni 2023 tot 5,5 % was opgelopen, waarna zij gedaald is naar 4,3 % in september 2023; overwegende dat de onderliggende inflatie naar verwachting op korte termijn hoger zal uitkomen dan de algemene inflatie en tot de eerste maanden van 2024 ook hoger zal blijven, hetgeen voornamelijk toe te schrijven is aan de sterk stijgende lonen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat die tien opeenvolgende verhogingen van de referentierentevoeten bijzonder schadelijke gevolgen hebben voor de solvabiliteit van huishoudens en micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in landen waar voornamelijk sprake is van variabele-rentemodellen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de overheidstekorten volgens de economische raming van de Commissie van 2023 naar verwachting zullen dalen naar 3,1 % van het bruto binnenlands product (bbp) in 2023, en 2,4 % in 2024; overwegende dat de schuldquote in de eurozone is gedaald van 95,0 % in 2022 naar 91,2 % in 2023, en in de EU-27 van 87,4 % in 2022 naar 83,7 % in 2023; overwegende dat dit nog steeds boven de referentiewaarden van het Verdrag ligt; overwegende dat de overheidsschuld en de overheidstekorten sterk verschillen tussen de lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de ECB politiek onafhankelijk is, hetgeen betekent dat noch de instellingen en agentschappen van de EU, noch de regeringen van de lidstaten mogen proberen haar te beïnvloeden; wijst erop dat deze onafhankelijkheid vereist dat de ECB zich onthoudt van politieke besluiten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Europese Commissie heeft verklaard: “De extra particuliere en publieke investeringsbehoeften in verband met de dubbele transitie en de beleidsdoelstellingen ervan worden geraamd op bijna 650 miljard EUR per jaar tot 2030”<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie (2021). De EU-economie na COVID-19: gevolgen voor de economische governance.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de primaire doelstelling van de ECB het handhaven van prijsstabiliteit is, die door haar gedefinieerd is als een symmetrische inflatie van 2 % op de middellange termijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat, onverminderd de primaire doelstelling van prijsstabiliteit, de ECB ook het algemene economische beleid in de EU moet ondersteunen, teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de in artikel 3 VEU vastgestelde doelstellingen van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat artikel 123 VWEU en artikel 21 van de statuten van de ESCB en de ECB de monetaire financiering van regeringen verbieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de ECB verantwoording moet afleggen aan het Parlement als de instelling die de burgers van de EU vertegenwoordigt;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemeen overzicht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>wijst erop dat in artikel 127 VWEU staat: “Het hoofddoel van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), is het handhaven van prijsstabiliteit. Onverminderd het doel van prijsstabiliteit ondersteunt het ESCB het algemene economische beleid in de Unie teneinde bij te dragen tot de verwezenlijking van de in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie omschreven doelstellingen van de Unie. Het ESCB handelt overeenkomstig het beginsel van een open-markteconomie met vrije mededinging, waarbij een doelmatige allocatie van middelen wordt bevorderd, en met inachtneming van de beginselen die zijn neergelegd in artikel 119.”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>wijst nogmaals op de statutaire onafhankelijkheid van de ECB zoals vastgelegd in artikel 130 VWEU, maar benadrukt dat deze onafhankelijkheid altijd moet worden aangevuld met een corresponderend niveau van verantwoordingsplicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>maakt zich zorgen dat de ECB, indien ze er niet in slaagt de inflatie snel omlaag te brengen tot het streefcijfer, terwijl ze de financieringskosten in de eurozone verhoogt, met name voor de burgers en het bedrijfsleven, het risico zou kunnen lopen haar legitimiteit te verliezen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>maakt zich grote zorgen over de aanhoudend hoge inflatie, met name de onderliggende inflatie, en de negatieve gevolgen hiervan voor het concurrentievermogen, investeringen, het scheppen van werkgelegenheid, en de koopkracht van consumenten, met name van diegenen met een vast of beperkt inkomen; verzoekt de ECB alle nodige maatregelen te nemen om het inflatiepercentage te verlagen, overeenkomstig haar mandaat; herinnert eraan dat deze situatie tot economische onzekerheid leidt en de kosten van levensonderhoud voor de burgers doet toenemen; onderstreept dat dit kan leiden tot hogere inflatieverwachtingen, die een cyclus van stijgende prijzen in stand houden en de economische stabiliteit ondergraven; wijst erop dat de kwantitatieve inflatiedoelstellingen moeten worden gehaald op middellange termijn; verzoekt de ECB meer informatie te verstrekken over het toezicht op en de vaststelling van de neutrale rentevoet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>neemt kennis van het feit dat de schuldenniveaus, de overheidstekorten en de overheidsinvesteringen verschillen van lidstaat tot lidstaat, alsook van de potentiële gevaren en problemen die dit met zich meebrengt voor economische stabiliteit, beleggersvertrouwen, economische groei en welvaart op de lange termijn; betreurt dat onvoldoende maatregelen zijn genomen om hun concurrentievermogen en overheidsinvesteringen te hervormen toen de rentetarieven laag waren; onderstreept dat het zich met name zorgen maakt over de oplopende kosten van schuldfinanciering, in het bijzonder staatsschulden, als gevolg van de oplopende rentetarieven; wijst er nogmaals op dat het van cruciaal belang is de schuldniveaus en overheidstekorten op verantwoorde wijze aan te pakken om de risico’s die met de huidige inflatie gepaard gaan, te voorkomen en zo een stabiele economie en duurzame groei te bewerkstelligen; dringt erop aan snel resultaten te boeken met betrekking tot de wetgevingsvoorstellen van de Commissie houdende herziening van de EU-regels inzake economische governance; verwelkomt in dit verband het advies van de ECB; wijst erop dat een expansief begrotingsbeleid het ECB-beleid van monetaire verkrapping kan tenietdoen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>veroordeelt de niet-uitgelokte en niet-aflatende Russische agressie tegen Oekraïne en de aanhoudende negatieve schokken aan de aanbodzijde die dit met zich meebrengt; is bezorgd over de aanhoudende, onvoorspelbare en ernstige gevolgen ervan voor de Europese economie en samenleving, met name voor de meest blootgestelde en kwetsbare groepen, zoals huishoudens met een lager inkomen en kmo’s; is in dit verband verheugd dat REPowerEU is opgenomen in de herstel- en veerkrachtplannen met als doel de energieafhankelijkheid van Rusland te verminderen, strategische autonomie te ondersteunen en deze schokken aan de aanbodzijde te corrigeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat de bedreigingen voor het Europese concurrentievermogen en de internationale rol van de euro niet alleen het gevolg zijn van de hoge inflatie, de niet-aflatende oorlog in Oekraïne en de hoge en uiteenlopende staatsschulden in de lidstaten, maar ook van de institutionele architectuur van de eurozone, de steeds zwaardere kosten van regelgeving, de toenemende versnippering van de wereldhandel, en een zich aftekenende subsidiewedloop van protectionistisch beleid tussen staten; verzoekt de ECB na te gaan of de internationale rol van de euro kan worden versterkt om de munt aantrekkelijker te maken als reservevaluta;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>sluit zich aan bij de waarschuwing van president Lagarde dat overheidssteun tijdelijk en doelgericht moet zijn, maatwerk moet zijn en de ingrepen van het monetair beleid niet mag tenietdoen; verzoekt de lidstaten hun respectieve begrotingsbeleid af te stemmen op de algemene doelstelling van het monetair beleid van de ECB; herinnert eraan dat de economische en monetaire unie een robuust begrotingsbeleid in de lidstaten vereist om te kunnen reageren op externe schokken; pleit ervoor de begroting met name aan te wenden voor productieve investeringen en hervormingen; geeft aan dat regeringen en de Commissie burgers en bedrijven niet alleen kunnen steunen met fiscale maatregelen, maar ook door zich te richten op groeibevorderende en sociaal evenwichtige hervormingen, alsook op publieke en particuliere investeringen in infrastructuur; merkt echter op dat de architectuur van de eurozone vooralsnog onverminderd gebaseerd is op het uitgangspunt van monetaire dominantie; merkt op dat de hoge inflatiecijfers een sterke inzet vereist van alle EU-instellingen en nationale autoriteiten om de economische en sociale gevolgen van de inflatiecrisis aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat het monetair beleid van de ECB dat gericht is op de verwezenlijking van haar primaire mandaat, onderworpen is aan een evenredigheidsbeoordeling; merkt op dat bij de evenredigheidsbeoordeling rekening wordt gehouden met het effect van beleidsmaatregelen op monetair gebied op de economie en het economisch beleid in ruimere zin; benadrukt dat de ECB, wanneer zij moet kiezen tussen verschillende beleidsmaatregelen die even bevorderlijk zijn voor de prijsstabiliteit, de beleidsmaatregelen moet kiezen die het algemene economische beleid van de EU het best ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verwelkomt de permanente ondersteuning van de ECB voor een goed doordachte voltooiing van de economische en monetaire unie, de bankenunie en de kapitaalmarktenunie; wijst er nogmaals op dat dit zou bijdragen tot een grotere risicospreiding binnen - en grotere financiële stabiliteit van - de monetaire unie, alsook tot het economisch en sociaal herstel van de EU, een verminderde afhankelijkheid van bankleningen, en concurrentie met de Aziatische en Amerikaanse markten; herinnert eraan dat er een duidelijke politieke wil nodig is om vooruitgang te boeken wat betreft de voltooiing van de bankenunie en de kapitaalmarktenunie; stelt vast dat de ECB zich hard maakt voor de totstandbrenging van een volwaardig Europees depositoverzekeringsstelsel; erkent dat risicodeling en risicovermindering onderling verbonden zijn en dat institutionele beschermingsregelingen een belangrijke rol spelen bij het beschermen en stabiliseren van instellingen die er lid van zijn; verzoekt de ECB de situatie van niet-renderende leningen in de gaten te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>onderstreept de spilfunctie van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) binnen de economie van de EU, alsook voor economische en sociale convergentie en de werkgelegenheid; maakt zich in het bijzonder zorgen over de gevolgen die de COVID-19-pandemie en de Russische aanvalsoorlog in Oekraïne hebben op kmo’s; wijst er nogmaals op dat de bureaucratische belemmeringen voor grensoverschrijdende investeringen in de Unie moeten worden weggenomen, de belastingdruk op kmo’s (die hoog is in vergelijking met die op grote ondernemingen) moet worden verlicht, de rechtskaders moeten worden vereenvoudigd om kapitaal aan te trekken, de toegang van kmo’s tot de financiële markten moet worden gestimuleerd en de financiële geletterdheid van burgers moet worden bevorderd om de voordelen van beleggingen duidelijk te maken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Monetair beleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>stelt vast dat de algemene inflatie is gedaald van 8,4 % in 2022 naar 5,2 % in 2023, en dat dit voornamelijk toe te schrijven is aan dalende energieprijzen en het feit dat er minder knelpunten zijn in de toeleveringsketens; neemt er kennis van dat de inflatie evenwel nog altijd ruim boven de nagestreefde 2 % ligt; neemt kennis van de inflatieraming van de ECB voor 2025 (2,1 %); maakt zich zorgen over tweederonde-effecten, de ontankering van de inflatieverwachtingen van het bedrijfsleven en huishoudens, en de mogelijkheid van een loon-prijsontwikkeling wanneer de inflatieverwachtingen en derhalve de lonen over de hele breedte oplopen, en geeft aan dat rekening moet worden gehouden met de gevolgen hiervan voor groei en werkgelegenheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt op dat hoge inflatiecijfers onevenredig grote gevolgen hebben voor huishoudens met een lager inkomen, die een groter deel van hun middelen besteden aan eerste levensbehoeften; benadrukt dat het terugbrengen van de inflatie tot het streefniveau daarom ook belangrijk is voor het behoud van de sociale cohesie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>voelt zich ongemakkelijk bij het aanhoudend hoge niveau van de onderliggende inflatie, ondanks het feit dat deze nu al meerdere maanden een dalende tendens vertoont; geeft aan dat de inflatie aanvankelijk begon op te lopen als gevolg van problemen in de toeleveringsketens; realiseert zich dat de loonstijgingen waarschijnlijk zullen oplopen, aangejaagd door inflatiecompensatie en de krapte op de arbeidsmarkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt vast dat de inflatie als gevolg van problemen in de toeleveringsketens al in juli 2021 naar boven het streefcijfer van 2 % begon op te lopen, dus nog vóór de grootschalige, niet-uitgelokte en illegale Russische aanval op Oekraïne, die de inflatoire druk heeft vergroot; stelt vast dat de ECB evenwel pas in juni 2022 begonnen is met het nemen van maatregelen om de inflatie af te remmen, hoewel de COVID-19-crisis had laten zien dat ze in staat is tijdig te reageren; stelt vast dat andere centrale banken sneller in actie zijn gekomen; wijst erop dat de ECB snel moet optreden wanneer ze haar mandaat uitvoert, dat erin bestaat alle besluiten op basis van economische en financiële indicatoren te nemen; is van mening dat een snellere reactie in een vroeg stadium van invloed geweest zou kunnen zijn op de prijsdynamiek, waardoor pieken van 10,6 % zoals in oktober 2022 hadden kunnen worden voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt de ECB de vraag/aanbodprorogatie van de inflatie aan een analyse te onderwerpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>ondersteunt ten volle de verklaring van president Lagarde over het bestrijden van inflatie “voor zolang als dat nodig is”, waarbij het benadrukt dat de normalisering van het monetair beleid kan worden verwezenlijkt door een combinatie van begrotings-, monetair en structuurbeleid; prijst president Lagarde voor haar oproep tot nederigheid en regelmatige actualiseringen van de ECB-modellen; verzoekt de ECB evenwel haar modellen en de rol die zij spelen in haar beleidsvorming grondig te herzien en te verbeteren, gezien de tekortschietende prestatie ervan in de afgelopen jaren, teneinde ze aan te passen aan nieuwe economische trends en trends op Europese en mondiale financiële markten, rekening houdend met de lessen die zijn getrokken uit de huidige en eerdere crises en de uitdagingen voor de beleidsvorming op monetair gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>wijst er nog maar eens op dat prijsstabiliteit verre van verwezenlijkt is; neemt er kennis van dat wordt gestreefd naar een symmetrische inflatie van 2 % op middellange termijn; stelt vast dat de inflatie de voorbije tien jaar altijd ruim onder of ver boven dit percentage heeft gelegen; neemt er tevens nota van dat de inflatie een neerwaartse trend vertoont en de middellangetermijndoelstelling van de ECB nadert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de ECB de term “middellange termijn” beter te definiëren en met betrekking tot prijsstabiliteit een meer kwalitatieve benadering te volgen en daarbij voldoende marge te nemen om enerzijds de voordelen van prijsstabiliteit te benutten en anderzijds het risico op deflatie te verkleinen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>steunt het besluit van de ECB om haar programma’s voor de aankoop van activa terug te schroeven, gezien de buitensporige liquiditeit in de markt; stelt evenwel vast dat de ECB nog steeds voornemens is de hoofdsomaflossingen van in het kader van het pandemie-noodaankoopprogramma (PEPP) gekochte effecten waarvan de looptijd is verstreken, te herbeleggen, ten minste tot eind 2024; neemt kennis van de aankondiging van de ECB dat zij haar portefeuille van bedrijfsobligaties koolstofvrij gaat maken, hoewel “tilting” aan werkingskracht inboet wanneer niet wordt herbelegd; benadrukt het belang van de kwaliteit van onderpand;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>stelt vast dat het concept van marktneutraliteit verband houdt met het beginsel van een open markteconomie met vrije mededinging; verzoekt de ECB, met inachtneming van haar onafhankelijkheid, marktfalen aan te pakken en zorg te dragen voor een doelmatige allocatie van middelen over een langere termijn, en daarbij zo apolitiek mogelijk te blijven, en het beginsel van marktneutraliteit te eerbiedigen; benadrukt dat dergelijke besluiten niet ten koste mogen gaan van het verwezenlijken van de primaire doelstelling van de ECB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>onderkent de noodzaak van publieke en particuliere investeringen na decennia waarin onvoldoende is geïnvesteerd, teneinde de dynamiek van aanbodzijde-inflatie te reduceren en het potentieel voor duurzame groei te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt dat een gelijkmatige transmissie van het monetair beleid essentieel is voor de uitvoering van het prijsstabiliteitsmandaat van de ECB; onderstreept dat buitensporige verschillen in de rendementen op staatsobligaties ervoor zorgen dat de kredietvoorwaarden in strijd zijn met een uniforme transmissie van het monetair beleid en een vermindering van de overheidsschuld uiterst moeilijk maken; neemt in verband hiermee kennis van het opstarten van het Transmission Protection Instrument, om de doeltreffende transmissie van het monetair beleid in de hele eurozone te ondersteunen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Secundair mandaat</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>herinnert eraan dat de ECB, onverminderd het doel van prijsstabiliteit, uit hoofde van artikel 127 VWEU ondersteuning moet bieden aan het algemene economische beleid van de Unie als vastgesteld in artikel 3 van het VEU, dat binnen haar mandaat valt; wijst erop dat er een duidelijke hiërarchie bestaat tussen de doelstellingen van de ECB; herinnert eraan dat de groene en de digitale transitie tot de prioriteiten van de EU behoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>maakt zich grote zorgen over recente berichten in de media betreffende politieke vooringenomenheid binnen de ECB wat het zogenaamde vergroenen van beleid betreft; herinnert eraan dat niet-aflatende aandacht voor het ECB-mandaat van prijsstabiliteit van het allergrootste belang is voor de integriteit van en de publieke steun voor de instelling; wijst op het belang van pluralisme voor de institutionele cultuur van de ECB; verzoekt de ECB elk vermoeden van ideologische vooringenomenheid te onderzoeken en zo snel mogelijk aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de ECB normaals om in haar jaarverslag een specifiek hoofdstuk te wijden aan hoe zij haar secundaire doelstellingen heeft geïnterpreteerd en hoe zij hiernaar heeft gehandeld, alsook aan de potentiële gevolgen daarvan op het primaire mandaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>herinnert eraan dat de ECB, als EU-instelling, handelend binnen haar mandaat, gebonden is aan de toezeggingen van de EU in het kader van de Overeenkomst van Parijs; spoort de ECB aan te blijven beoordelen in hoeverre de klimaatverandering potentieel van invloed is op haar vermogen de prijsstabiliteit te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is ingenomen met de aankondiging van de ECB om de risicobeoordelingsinstrumenten en -capaciteit van het Eurosysteem verder te verbeteren, teneinde beter rekening te houden met klimaat- en milieugerelateerde risico’s, in het bijzonder omdat klimaatverandering en extreme weersverschijnselen tot een grotere prijsvolatiliteit zouden kunnen leiden, met name in de agrofoodindustrie; verzoekt de ECB haar werkzaamheden voort te zetten op het gebied van stresstests met betrekking tot klimaatrisico’s, die zijn ontwikkeld ter beoordeling van de veerkracht van banken en bedrijven ten aanzien van klimaattransitierisico’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>neemt kennis van het actieplan en de gedetailleerde routekaart van de ECB voor maatregelen in verband met de klimaatverandering, die erop gericht zijn klimaatveranderingsoverwegingen beter in haar beleidskader en -modellen te integreren; stelt vast dat de routekaart voor het klimaat geen gerichte langerlopende groene herfinancieringstransacties of soortgelijke instrumenten omvat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>onderstreept het belang van de Europese pijler van sociale rechten voor sociaal-economische convergentie; wijst erop dat deze doelstellingen het best worden verwezenlijkt wanneer de sociale markteconomie fungeert in een stabiele macro-economische omgeving op basis van voorspelbare prijsniveaus;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige aspecten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>vestigt de aandacht op de onverminderde divergentie van TARGET2-saldi binnen het ESCB; vreest dat dit in de toekomst tot conflicten zou kunnen leiden; stelt vast dat deze divergentie niet eensluidend wordt geïnterpreteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is ingenomen met de aandacht die de ECB besteedt aan de risico’s van cyberaanvallen; spoort de ECB aan hier aandacht aan te blijven besteden, met name gezien de huidige geopolitieke context; verzoekt de ECB door te gaan met haar monitoring van de ontwikkeling van nieuwe soorten digitale activa, zoals cryptoactiva, in het bijzonder cryptovaluta en de daaraan verbonden risico’s op het gebied van cyberbeveiliging, witwaspraktijken, belastingfraude, terrorismefinanciering en andere criminele activiteiten die verband houden met de door cryptoactiva geboden anonimiteit, en verzoekt de ECB in dit verband zich te blijven inzetten voor de veerkracht van haar digitale infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>neemt kennis van de progressie die de ECB boekt bij het project voor de digitale euro, en juicht toe dat hierover een dialoog wordt gevoerd met het Parlement; herhaalt dat een digitale euro, met het oog op de voortrekkersrol die de EU wil spelen bij digitale transformaties in de betalingssector, mededinging in de banksector en het landschap van digitale betalingen moet eerbiedigen; herhaalt dat een digitale euro contant geld niet mag vervangen als betaalmiddel, de privacy van burgers en bedrijven moet respecteren, en de financiële stabiliteit niet in gevaar mag brengen; is van mening dat de digitale euro alleen een succes kan worden als hij een tastbare meerwaarde oplevert die duidelijk aan de Europese burgers wordt gecommuniceerd; herinnert eraan dat de invoering van de digitale euro afhangt van een besluit van het Europees Parlement en de Raad in hun rol van medewetgevers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>deelt de zorgen van de ECB in verband met de opkomst van de schaduwbanksector en de mogelijke risico’s daarvan voor de financiële stabiliteit; benadrukt het belang van passende regelgeving voor niet-bancaire financiële intermediairs, zodat deze sector op gelijke voet kan concurreren met de bankensector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>is verheugd over het Bazel III-kader, omdat dit de veerkracht van de banksector zal vergroten; waarschuwt voor het gevaar van niet-naleving; deelt de bezorgdheid van de ECB in dit verband; benadrukt dat bankentoezicht te allen tijde risicogebaseerd moet zijn; onderstreept het belang van een internationaal gelijk speelveld en van het concurrentievermogen van de Europese banken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>stelt vast dat de ECB haar systemen aanpast aan de technologische vooruitgang, bijvoorbeeld door gebruik te maken van artificiële intelligentie in haar gegevensverwerkings- en gegevensanalysemodellen, teneinde de monetaire analyses en de besluitvormingsprocessen te helpen verbeteren; benadrukt dat deze vooruitgang steeds onder veilige omstandigheden moet worden geboekt om operationele risico’s te voorkomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verantwoordingsplicht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verwelkomt de formalisering (op papier) van de huidige praktijken op het gebied van verantwoordingsplicht tussen de ECB en het Parlement; erkent de door de ECB betrachte openheid, en waardeert haar bereidheid om met het Parlement van gedachten te wisselen; verzoekt de ECB en het Parlement volledig gebruik te maken van de regelingen op het gebied van verantwoordingsplicht en transparantie, en deze regelingen in voorkomend geval verder te verbeteren, onverminderd de onafhankelijkheid van de ECB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>stelt voor dat de ECB een intern evaluatiebureau opricht voor beoordelingen <STRING ITALIC="on">ex post</STRING> van haar beleidsbeslissingen, met inachtneming van haar onafhankelijkheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>is ingenomen met de inhoudelijke en gedetailleerde feedback van de ECB op de resolutie van het Parlement over haar jaarverslag 2021; verzoekt de ECB door te gaan met het afleggen van verantwoording en voort transparantie te bieden, en jaarlijks schriftelijke feedback te blijven geven op de resoluties van het Parlement over haar jaarverslagen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>stelt vast dat slechts twee leden van de directie en de raad van bestuur van de ECB vrouw zijn; verzoekt de lidstaten van de eurozone hun steentje bij te dragen en het beginsel van genderevenwicht te integreren in hun benoemingsprocedures, teneinde gelijke kansen voor alle genders voor de functie van president van een nationale centrale bank te garanderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>stelt vast dat uit de meest recente cijfers over het gebrek aan genderevenwicht binnen de organisatiestructuur van de ECB blijkt dat het aandeel vrouwen in alle managementfuncties binnen de ECB is toegenomen; verzoekt de ECB te blijven werken aan vergroting van de gelijke kansen voor alle genders binnen haar organisatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>is ingenomen met het nieuwe communicatiebeleid van de ECB, dat toegankelijkere manieren omvat om de beleidsbeslissingen van de ECB uit te leggen en te presenteren aan het publiek en belanghebbenden, en verzoekt de ECB haar communicatie over beleidsprioriteiten van centrale banken en crisisresponsactiviteiten verder te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>neemt kennis van de recente benoeming van de nieuwe voorzitter van de raad van toezicht en verzoekt de ECB bij benoemingsprocedures in de toekomst beter rekening te houden met en zich te conformeren aan de prerogatieven van het Europees Parlement, met name waar het gaat om het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>benadrukt het belang van het ethisch kader en de gedragscode van de ECB, aangezien zij een waarborg vormen voor de integriteit van de ECB en fungeren als basis voor publiek vertrouwen en - uiteindelijk - de geloofwaardigheid van de ECB; merkt op dat dit kader aangeeft hoe het personeel en het management van de ECB met belangenbehartigers om moeten gaan; verzoekt de ECB dit kader wat dit betreft regelmatig opnieuw tegen het licht te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt de ECB een dialoog aan te gaan met de nationale parlementen, met strikte inachtneming van haar politieke onafhankelijkheid; is van mening dat dit de legitimiteit en de beleidsmaatregelen van de ECB zou versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>roept de ECB op haar interne kader voor klokkenluiders in overeenstemming te brengen met de klokkenluidersrichtlijn van de EU;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Europese Centrale Bank.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>