<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0095</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Het rijbewijs</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0445/2023 - Rapporteur: Karima Delli)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 28 februari 2024 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2022/2561 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 383/2012 van de Commissie (COM(2023)0127 – C9-0035/2023 – 2023/0053(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0127),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 91, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0035/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 14 juni 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C 293 van 18.8.2023, blz. 133<STRING ITALIC="on">.</STRING></FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na raadpleging van het Comité van de Regio’s,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A9-0445/2023),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2023)0053</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 28 februari 2024 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2022/2561 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 383/2012 van de Commissie</STRING><BRK/></TI><NOTE>(Voor de EER relevante tekst)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, lid 1,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Comité van de Regio’s<FOOTNOTE><FIELD>PB C , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(-1)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Unie zet zich er met haar “Vision Zero”-doelstelling voor in het aantal verkeersdoden uiterlijk in 2050 tot nul te hebben gereduceerd, zoals herhaald in de strategie voor duurzame en slimme mobiliteit van 2020. In 2017 was de informele Raad Vervoer in Valletta het erover eens dat het aanhoudend hoge aantal doden en ernstig gewonden in het verkeer een groot maatschappelijk probleem is, en heeft hij een verklaring afgelegd waarin onder meer de Commissie wordt opgeroepen een verbeterd beleid voor verkeersveiligheid en een beter wettelijk kader voor het decennium na 2020 op te stellen om te zorgen voor minder doden en de bescherming van weggebruikers, met name kwetsbare personen, die het vaakst het slachtoffer zijn, te verbeteren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 1]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(-1 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De tot dusver door overheidsinstanties geleverde inspanningen hebben geresulteerd in een afname van het aantal verkeersdoden van 51 400 in 2001 tot 19 800 in 2021. Deze cijfers lagen onder de doelstelling van de Unie om het aantal verkeersdoden tussen 2001 en 2020 met 75 % te verminderen. Bovendien stagneerde later de vooruitgang die is geboekt bij het halveren van het aantal verkeersdoden in het eerste decennium.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 2]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>De voorschriften betreffende het rijbewijs zijn onontbeerlijke elementen van het gemeenschappelijk vervoersbeleid, dragen bij tot de veiligheid van het wegverkeer en vergemakkelijken het vrije verkeer van personen die zich in een andere lidstaat vestigen dan de lidstaat die het rijbewijs heeft afgegeven. Gezien het belang van individuele vervoermiddelen, bevordert en vergemakkelijkt het bezit van een door de gastlidstaat naar behoren erkend rijbewijs het vrije verkeer en de vrijheid van vestiging van personen. Evenzo heeft het onrechtmatig verkrijgen van een dergelijk document of van de rijbevoegdheid, of het verlies door een onrechtmatige gedraging van een rechtmatig verkregen rijbewijs, niet alleen gevolgen voor de lidstaat waar die inbreuken zijn begaan, maar ook voor de verkeersveiligheid in de hele Unie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>Het huidige kader moet worden aangepast aan het nieuwe tijdperk en duurzaam, inclusief, slim en veerkrachtig zijn. Het moet rekening houden met de noodzaak om de emissies <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en het energieverbruik </STRING></STRING>van het vervoer terug te dringen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ook door meer gebruik te maken van door alternatieve brandstoffen aangedreven voertuigen,</STRING></STRING> en met digitalisering, demografische trends en technologische ontwikkelingen om het concurrentievermogen van de Europese economie te versterken. Het is belangrijk de administratieve procedures te vereenvoudigen en te digitaliseren, teneinde de resterende belemmeringen, zoals administratieve lasten, voor het vrije verkeer van bestuurders die zich in een andere lidstaat vestigen dan die welke het rijbewijs afgeeft, weg te nemen. Een geharmoniseerd standaardkader voor rijbewijzen van de Unie moet betrekking hebben op zowel fysieke als mobiele rijbewijzen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van alle categorieën</STRING></STRING>, en voorzien in de wederzijdse erkenning ervan wanneer zij naar behoren in overeenstemming met deze richtlijn zijn afgegeven.<STRING BOLD="on"> [Am. 3]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>De Europese Unie heeft op 4 december 1980 het eerste fysieke rijbewijs van Europees model ingevoerd. Sindsdien zijn de regels betreffende een dergelijk Europees model de hoeksteen geworden van de meest geavanceerde rijbewijsstructuren ter wereld en bestrijken zij meer dan 250 miljoen bestuurders. Deze richtlijn moet derhalve voortbouwen op de opgebouwde ervaring en de praktijk en geharmoniseerde regels vaststellen inzake de normen van de Unie voor fysieke rijbewijzen. De in de Unie afgegeven fysieke rijbewijzen moeten met name een hoog beschermingsniveau bieden tegen fraude en vervalsing dankzij maatregelen tegen vervalsing en de mogelijkheid om microchips en QR-codes aan te brengen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>Er moet worden gewaarborgd dat de verwerking van persoonsgegevens voor de uitvoering van deze richtlijn in overeenstemming is met het kader inzake gegevensbescherming van de Unie, met name Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE>.<STRING BOLD="on"> [Am. 5]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>Deze richtlijn stelt een rechtsgrondslag vast voor de opslag van een verplichte reeks persoonsgegevens in de fysieke rijbewijzen en de microchips of QR-codes daarvan en de mobiele rijbewijzen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met het oog op het aantonen en controleren van de rijbevoegdheid en identiteit van de persoon</STRING></STRING>, teneinde een hoog niveau van verkeersveiligheid in de Unie te waarborgen, in overeenstemming met artikel 6, lid 1, punt e), en, in voorkomend geval, artikel 9, lid 2, punt g), van Verordening (EU) 2016/679. Deze gegevens moeten beperkt blijven tot wat nodig is om de rijbevoegdheid van een persoon aan te tonen, deze persoon te identificeren en zijn rijbevoegdheid en identiteit te controleren. Deze richtlijn voorziet ook in aanvullende waarborgen ter bescherming van de persoonsgegevens die tijdens de controle openbaar worden gemaakt.<STRING BOLD="on"> [Am. 6]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>Om voor juridische duidelijkheid te zorgen en een naadloze overgang tussen deze richtlijn en Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende het rijbewijs te waarborgen<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (PB L 403 van 30.12.2006, blz. 18).</FIELD></FOOTNOTE>, moeten de lidstaten aanvullende persoonsgegevens op een microchip kunnen opslaan, indien hierin is voorzien in de nationale wetgeving die in overeenstemming is met Verordening (EU) 2016/679. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In alle gevallen moeten alle gegevens die op een dergelijke microchip zijn opgeslagen, slechts worden bewaard tot het einde van de geldigheidsperiode van het rijbewijs. </STRING></STRING>Deze richtlijn dient echter niet als rechtsgrondslag voor de opneming van dergelijke aanvullende gegevens.<STRING BOLD="on"> [Am. 7]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>Daarentegen mag de bij deze richtlijn vastgestelde QR-code, die het mogelijk maakt de authenticiteit van de op het fysieke rijbewijs afgedrukte informatie te verifiëren, niet leiden tot het opslaan van meer informatie dan die welke op het fysieke rijbewijs wordt vermeld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Deze richtlijn biedt geen rechtsgrondslag voor het opzetten of bijhouden van nationale databanken voor de opslag van biometrische gegevens in de lidstaten, hetgeen een kwestie van nationale wetgeving is die moet voldoen aan het Unierecht inzake gegevensbescherming. Bovendien voorziet deze richtlijn niet in een rechtsgrondslag voor het opzetten of bijhouden van een gecentraliseerde databank van biometrische gegevens op Unieniveau.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het mobiele rijbewijs moet het hoogste beveiligingsniveau voor de voor identificatie en authenticatie gebruikte persoonsgegevens waarborgen, ongeacht of die gegevens lokaal in gedecentraliseerde registers of in de cloud worden opgeslagen, en met inachtneming van de verschillende risiconiveaus. Ondanks de noodzaak van sterke gebruikersauthenticatie mag het gebruik van biometrische gegevens voor het identificeren en authenticeren van persoonsgegevens geen voorwaarde worden voor het gebruik van het mobiele rijbewijs. Biometrische gegevens die gebruikt worden voor de authenticatie van een natuurlijke persoon krachtens Verordening (EU) 2016/679 mogen niet worden opgeslagen met behulp van cloudgebaseerde oplossingen zonder uitdrukkelijke toestemming van de gebruiker. Het gebruik van biometrische gegevens moet beperkt zijn tot specifieke scenario’s zoals beschreven in artikel 9 van deze verordening, en is onderworpen aan organisatorische en beveiligingsmaatregelen die in verhouding staan tot het risico dat die verwerking kan inhouden voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen, overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 8]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>Er zijn verdere verbintenissen nodig om de strijd tegen vervalsing en fraude met betrekking tot rijbewijzen te versnellen. Daarom is het wenselijk dat de oorspronkelijk bij Richtlijn 2006/126/EG vastgestelde datum waarop alle fysieke rijbewijzen die zijn afgegeven of in omloop zijn, moeten voldoen aan alle vereisten van het Unierecht, naar voren wordt geschoven.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>De digitale transformatie is een van de prioriteiten van de Unie. Wat het wegvervoer betreft, zal zij bijdragen tot het wegnemen van de resterende administratieve belemmeringen, zoals de belemmeringen in verband met de duur van de afgifte van fysieke rijbewijzen en het vrije verkeer van personen. Daarom moet een afzonderlijke Unienorm worden vastgesteld voor mobiele rijbewijzen die in de Unie worden afgegeven. Om de digitale transformatie te vergemakkelijken, moeten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">naast fysieke rijbewijzen </STRING></STRING>mobiele rijbewijzen<STRING STRIKE="on"> standaard</STRING> worden afgegeven vanaf [datum van vaststelling + 4 jaar], onverminderd het recht van de aanvrager om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">af te zien van ofwel </STRING></STRING>een fysiek rijbewijs <STRING STRIKE="on">of beide rijbewijzen tegelijkertijd</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ofwel een mobiel rijbewijs. De aanvrager moet het recht behouden om te allen tijde het formaat rijbewijs</STRING></STRING> te verwerven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> waarvan de aanvrager aanvankelijk had afgezien</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Een discretionaire aanpak moet de regel blijven, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat aanvragers uit economisch en operationeel oogpunt gelijke toegang hebben tot het fysieke en mobiele formaat. Het kiezen voor een fysiek rijbewijs mag daarom op geen enkele manier worden ontmoedigd, en aanvragers moeten in het bijzonder toegang blijven houden tot een fysiek rijbewijs wanneer zij geen mobiel rijbewijs kunnen of willen verwerven. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat het fysieke rijbewijs zonder onnodige vertraging, en binnen twee weken na de datum waarop het is aangevraagd, wordt afgegeven of opnieuw wordt afgegeven.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 9]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Het mobiele rijbewijs moet niet alleen de op het fysieke rijbewijs vermelde informatie bevatten, maar ook informatie aan de hand waarvan de authenticiteit van de gegevens kan worden gecontroleerd, evenals een pointer voor eenmalig gebruik. Er moet echter voor worden gezorgd dat ook in die gevallen de hoeveelheid beschikbaar gestelde persoonsgegevens beperkt blijft tot wat op het fysieke rijbewijs zou worden vermeld en wat strikt noodzakelijk is voor de controle van de echtheid van die gegevens<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met name de elektronische handtekening van de instantie van afgifte</STRING></STRING>. Die aanvullende gegevens moeten verschillend zijn ingeval een persoon houder is van verschillende mobiele rijbewijzen, hetgeen mogelijk is op voorwaarde dat die door dezelfde lidstaat zijn afgegeven.<STRING BOLD="on"> [Am. 10]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>De strategie voor duurzame en slimme mobiliteit bevat een visie voor de EU teneinde de duurzaamheid van mobiliteit en vervoer aanzienlijk te verbeteren. Emissies van het wegvervoer omvatten broeikasgasemissies, luchtverontreinigende stoffen, lawaai en microplastics van de slijtage van banden en wegen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een grotere aanwezigheid van door alternatieve brandstoffen aangedreven voertuigen op de weg is van cruciaal belang voor de groene transitie. In deze richtlijn moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid van nieuwe modellen met een hoger gewicht, beschikbaar in de rijbewijscategorieën B, C of D. </STRING></STRING>Rijstijl is van invloed op deze emissies, met mogelijke negatieve gevolgen voor het milieu en de menselijke gezondheid. Rijopleidingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en -examens </STRING></STRING>moeten bestuurders daarom in staat stellen hun effect op emissies te verminderen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder door middel van ecorijden,</STRING></STRING> en zich voor te bereiden op het besturen van emissievrije <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en emissiearme </STRING></STRING>voertuigen.<STRING BOLD="on"> [Am. 11]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>Om burgers en ingezetenen rechtstreeks te doen profiteren van de voordelen van de interne markt zonder onnodige extra administratieve lasten, voorziet Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1724 van het Europees Parlement en de Raad van 2 oktober 2018 tot oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> in de toegang tot onlineprocedures die relevant zijn voor de werking van de interne markt, ook voor grensoverschrijdende gebruikers. De informatie waarop deze richtlijn betrekking heeft, is reeds opgenomen in bijlage I bij Verordening (EU) 2018/1724. Daarnaast moet bijlage II bij die verordening worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat elke verzoeker gebruik kan maken van volledig online uitgevoerde procedures.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(13 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De nationale of regionale verschillen met betrekking tot de indeling van ambulances en de categorieën rijbewijzen die nodig zijn om dergelijke voertuigen te besturen, vormen een risico op verstoring van het grensoverschrijdende verkeer of het verkeer binnen dezelfde lidstaat. Op ambulances moet daarom uit hoofde van deze richtlijn een speciale behandeling van toepassing zijn. Daarom moet het in de hele Unie worden toegestaan ambulances op basis van een rijbewijs van categorie B te besturen twee jaar na de eerste afgifte van een rijbewijs van categorie B, mits de toegestane massa van de ambulance niet meer dan 4 250 kg bedraagt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 12]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>Rijbewijzen moeten worden ingedeeld naar het soort voertuig waarvoor zij rijbevoegdheid geven. Dit moet gebeuren op een duidelijke en samenhangende manier en met volledige inachtneming van de technische kenmerken van de betrokken voertuigen en de vaardigheden die nodig zijn om deze te besturen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Individuele vervoermiddelen spelen een belangrijke rol voor miljoenen Europese burgers, met name voor degenen die in plattelandsgebieden wonen en personen met beperkte mobiliteit. Niettemin vormt de betaalbaarheid van een rijbewijs in sommige gevallen een belemmering. De lidstaten moeten nadenken over de ontwikkeling van passende infrastructuur in stedelijke, peri-urbane en plattelandsgebieden die nodig is om het aantal verkeersongevallen en de verkeerscongestie terug te dringen, en over gerichte beleidsmaatregelen en steunregelingen voor personen die het risico lopen op vervoersarmoede.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 13]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap van 13 december 2006, waarbij de EU sinds 21 januari 2011 partij is, moeten specifieke bepalingen worden vastgesteld om het voor personen met een handicap gemakkelijker te maken voertuigen te besturen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bovendien moeten personen met beperkte mobiliteit, ongeacht hun vermogen om een voertuig te besturen, hun mobiliteitsrechten kunnen uitoefenen om vervoersarmoede te voorkomen. De uitvoering van die mobiliteitsrechten kan leiden tot het gebruik van aangepaste individuele of collectieve voertuigen, met inbegrip van speciale kenmerken of uitrusting, en passende infrastructuur, ook in plattelandsgebieden. </STRING></STRING>In dat verband moeten de lidstaten, met voorafgaande toestemming van de Commissie, bepaalde specifieke typen <STRING STRIKE="on">motorvoertuigen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemotoriseerde voertuigen</STRING></STRING> van de toepassing van artikel 6 kunnen uitsluiten.<STRING BOLD="on"> [Am. 14]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>De minimumleeftijd van de aanvragers van de verschillende categorieën van rijbewijzen moet op het niveau van de Unie worden vastgesteld. De lidstaten moeten voor het besturen van bepaalde categorieën van voertuigen evenwel een hogere minimumleeftijd kunnen instellen om de verkeersveiligheid verder te bevorderen. De lidstaten moeten <STRING STRIKE="on">in uitzonderlijke omstandigheden</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bij wijze van uitzondering</STRING></STRING> lagere minimumleeftijden kunnen instellen teneinde rekening te houden met de nationale omstandigheden. Dit met name om het besturen van voertuigen van de brandweer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de burgerbescherming </STRING></STRING>of in verband met het handhaven van de openbare orde of proefprojecten in verband met nieuwe voertuigtechnologieën mogelijk te maken.<STRING BOLD="on"> [Am. 15]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(16 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Actieve mobiliteit, waaronder wandelen, en het gebruik van fietsen of elektrische fietsen en andere lichte vervoermiddelen zoals e-scooters, wordt gezien de groene transitie steeds populairder. Hun gebruikers zijn steeds vaker op de Europese wegen te vinden en delen die met andere individuele vervoermiddelen. Jongere gebruikers, die in toenemende mate gebruikmaken van met name e-scooters, gebruiken deze vaak zonder dat zij op de hoogte zijn van de toepasselijke normen, aangezien zij nog geen rijbewijs voor enige categorie hebben verkregen. Dit leidt tot een toenemend aantal ongevallen waarbij e-scooters betrokken zijn en waarbij zowel voetgangers als gebruikers van e-scooters de belangrijkste slachtoffers zijn. Gezien de algemene uitdagingen op het gebied van verkeersveiligheid moeten de lidstaten leeftijdsspecifieke educatie over verkeersregels en risicobewustzijn in hun leerplannen opnemen om de verkeersveiligheid te verbeteren. Dit moet zorgen voor een brede kennis van veiligheidsmaatregelen, zoals veiligheidsgordels en het dragen van een helm, en met name van de deelname van kwetsbare weggebruikers, zoals voetgangers, fietsers of e-scooters, en de veilige interactie met gemotoriseerde voertuigen. De lidstaten kunnen verdere maatregelen en regelingen invoeren voor gebruikers van personenauto’s teneinde het aantal verkeersongevallen terug te dringen en de verkeersveiligheidsregels en het risicobewustzijn te verbeteren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 16]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(16 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De combinatie van een passende minimumleeftijd voor rijbewijzen in elke categorie, die zowel de mobiliteitsonafhankelijkheid van jonge bestuurders als hun tijdige toegang tot professioneel rijden vergemakkelijkt, en strengere voorwaarden voor beginnende bestuurders met betrekking tot onder meer alcohollimieten, kan de verkeersveiligheid ten goede komen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 17]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(16 quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De beoordeling van de geschiktheid van een bestuurder om veilig te rijden moet gebeuren op basis van specifieke criteria, waarbij in het bijzonder rekening moet worden gehouden met medische conditie van de bestuurder. Beslissingen over de beperking, schorsing, intrekking of nietigverklaring van rijbewijzen moeten op individuele basis worden genomen en gebaseerd zijn op de objectieve resultaten van onderzoeken en tests. Elke vorm van discriminatie van bestuurders met een rijbewijs uitsluitend op grond van leeftijd moet onaanvaardbaar zijn.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 18]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(16 quinquies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het recht op een rijbewijs is een garantie voor bewegingsvrijheid en deelname aan het economische en sociale leven, vooral in landelijke en minder verstedelijkte gebieden met een beperkt openbaarvervoersnetwerk. Vooral voor ouderen, eenzame personen, personen met beperkte mobiliteit of personen met een handicap is individueel vervoer een belangrijk element in het ondersteunen van hun onafhankelijk en autonoom functioneren. Beperkingen op het recht om een rijbewijs te bezitten moeten gebaseerd zijn op objectieve criteria die op individuele basis worden vastgesteld en mogen geen risico op discriminatie inhouden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 19]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>Er moet een systeem van fasering worden ingevoerd <STRING STRIKE="on">—</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING> namelijk de bevoegdheid voor een rijbewijs van categorie B als voorwaarde stellen om de aanvrager in aanmerking te laten komen voor bepaalde andere categorieën rijbewijs<STRING STRIKE="on"> —</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> evenals gelijkwaardigheid tussen categorieën<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van, in voorkomend geval, een minimumhoeveelheid ervaring alvorens in aanmerking te komen</STRING></STRING>. Een dergelijk systeem moet<STRING STRIKE="on"> gedeeltelijk</STRING> bindend zijn voor alle lidstaten, maar moet de lidstaten ook de mogelijkheid bieden de gelijkwaardigheid op hun respectieve grondgebied wederzijds toe te passen. De lidstaten moeten ook een bepaalde gelijkwaardigheid kunnen vaststellen die beperkt is tot hun eigen grondgebied.<STRING BOLD="on"> [Am. 20]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>Om redenen van verkeersveiligheid moeten minimumeisen voor de afgifte van een rijbewijs worden vastgesteld. De normen inzake rijexamens en de afgifte van rijbewijzen moeten worden geharmoniseerd. Daartoe moeten de eisen inzake kennis, rijvaardigheid en rijgedrag die samenhangen met het besturen van mechanisch aangedreven voertuigen worden gespecificeerd, moet het rijexamen op deze concepten worden gebaseerd, en moeten de minimumnormen inzake <STRING STRIKE="on">lichamelijke en geestelijke </STRING>geschiktheid voor het besturen van die voertuigen worden aangegeven.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bij dergelijke eisen moet rekening worden gehouden met de verschillende praktijken die in alle lidstaten gangbaar zijn.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Ams. 242 en 305]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(18 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Momenteel hebben de meeste lidstaten bij de afgifte van rijbewijzen voor groep 1, namelijk voor bestuurders van voertuigen van de categorieën A, A1, A2, AM, B, B1 en BE, een vorm van geschiktheidscontrole ingevoerd die verder gaat dan een test van het gezichtsvermogen. Een dergelijke controle kan variëren van een zelfbeoordelingsformulier tot een medisch onderzoek, uitgevoerd door een huisarts, een specialist of een testcentrum. Bij de verlenging van het rijbewijs voor groep 1 vereisen slechts enkele lidstaten een medisch onderzoek. Er zijn ook weinig lidstaten die een nationaal mechanisme hebben opgezet om significante veranderingen in de rijgeschiktheid te melden. In het algemeen zijn de eisen bij de afgifte en verlenging van rijbewijzen voor groep 2, namelijk voor bestuurders van voertuigen van de categorieën C, CE, C1, C1E, D, DE, D1 en D1E, strenger en gedetailleerder, door een medisch onderzoek verplicht te stellen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Ams. 243 en 306]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>Het bewijs dat wordt voldaan aan de minimumnormen inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorvoertuig, ten aanzien van bestuurders van een voertuig dat bestemd is voor het vervoer van personen of goederen, moet worden geleverd op het moment van afgifte van het rijbewijs en vervolgens periodiek. Deze periodieke controles overeenkomstig de nationale wettelijke bepalingen inzake minimumnormen zouden bijdragen tot de verwezenlijking van het vrije verkeer van werknemers, concurrentieverstoringen voorkomen en helpen om beter rekening te houden met de verantwoordelijkheid van de bestuurders van dergelijke voertuigen. De lidstaten moeten medische onderzoeken <STRING STRIKE="on">kunnen </STRING>opleggen teneinde de naleving te waarborgen van de minimumnormen inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van andere <STRING STRIKE="on">mechanisch aangedreven</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemotoriseerde</STRING></STRING> voertuigen. Omwille van de transparantie moeten deze onderzoeken samenvallen met een verlenging van het rijbewijs.<STRING BOLD="on"> [Am. 21]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Recente nieuwe medische technologieën hebben bijgedragen tot het verbeteren van de verkeersveiligheid. Technologieën die het risico van autorijden met specifieke medische aandoeningen tot een minimum beperken of wegnemen, zijn op de markt gebracht en worden gebruikt voor patiënten. Controletechnologieën, zoals continue glucosecontrole voor mensen met diabetes mellitus, stellen mensen in staat om hun medische aandoeningen effectief en continu onder controle te houden, waardoor het risico van autorijden in verband met hun ziekte wordt weggenomen. Bovendien worden technologieën zoals systemen voor continue glucosecontrole momenteel in hoog tempo ontwikkeld en verbeterd, waardoor de medische aandoeningen steeds beter onder controle blijven en de verkeersveiligheid toeneemt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 22]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement heeft de Commissie in zijn resolutie van 23 november 2022 over preventie, beheer en betere zorg met betrekking tot diabetes in de EU naar aanleiding van de Werelddiabetesdag</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">PB C 167 van 11.5.2023, blz. 36.</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> opgeroepen om het desbetreffende rechtskader voor gezondheid en veiligheid op het werk en de verkeersveiligheidswetgeving te herzien om verdere discriminatie van mensen met diabetes te voorkomen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 23]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Teneinde uniforme rechten in de hele Unie te waarborgen, mede rekening houdend met de verkeersveiligheid, moeten rijbewijzen van de categorieën AM, A1, A2, A, B1 en B een administratieve geldigheidsduur van 15 jaar hebben, terwijl de categorieën C, CE, C1, C1E, D, DE, D1 en D1E een administratieve geldigheidsduur van vijf jaar hebben. De lidstaten moeten in uitzonderlijke gevallen een kortere termijn kunnen vaststellen, zoals gedefinieerd in deze richtlijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(20 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Met opfriscursussen voor ervaren bestuurders kan de verkeersveiligheid worden verbeterd door grotere bewustwording en kunnen bestuurders worden verplicht om extra ervaring op te doen met nieuwe technologische oplossingen, zoals geavanceerde rijhulpsystemen, semigeautomatiseerde en geautomatiseerde systemen. Het gebruik van simulatoren kan hierbij van essentieel belang zijn om de vaardigheden van ervaren bestuurders op te frissen. Daarnaast kunnen rijsimulatoren ook ongunstige omstandigheden en noodscenario’s nabootsen en op die manier het reactievermogen en het beslissingsvermogen van de bestuurder in kritieke situaties verbeteren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 24]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(20 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een leven lang leren is van essentieel belang om de kennis van ervaren bestuurders actueel te houden, met name met betrekking tot ecorijden, de toenemende massa van voertuigen, de voortdurende technologische ontwikkeling van rijhulpsystemen en andere geautomatiseerde apparatuur, en alternatieve manieren van voertuigaandrijving. De lidstaten moeten daarom worden aangemoedigd om opleidingsmodules voor ervaren bestuurders te ontwikkelen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 25]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>Om de lidstaten en, in naar behoren gemotiveerde gevallen, de Unie als geheel in staat te stellen te reageren op crises die het voor de nationale autoriteiten onmogelijk maken rijbewijzen te verlengen waarvan de geldigheid anders zou verstrijken, moet het mogelijk worden gemaakt de administratieve geldigheid van dergelijke rijbewijzen te verlengen voor de strikt noodzakelijke duur.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>Het beginsel “één houder, één rijbewijs” moet voorkomen dat een persoon in het bezit is van meer dan één fysiek rijbewijs. Niettemin moet het beginsel ook worden uitgebreid zodat rekening wordt gehouden met de specifieke technische kenmerken van mobiele rijbewijzen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>Om redenen die verband houden met de verkeersveiligheid, moet elke lidstaat zijn nationale bepalingen inzake de intrekking, schorsing, verlenging en nietigverklaring van het rijbewijs kunnen toepassen op alle houders van een rijbewijs die hun gewone verblijfplaats op zijn grondgebied hebben verworven.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Houders van een rijbewijs dat is afgegeven door de lidstaat waar zij verblijven na inwisseling van een door een derde land afgegeven rijbewijs, moeten het recht hebben om door de Unie te rijden alsof zij het rijbewijs oorspronkelijk in de Unie hadden verkregen. Een dergelijke inwisseling kan uiteenlopende gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid en het vrije verkeer van personen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om een besluit vast te stellen tot identificatie van derde landen die een niveau van verkeersveiligheid waarborgen dat vergelijkbaar is met dat van de Unie, en waarbij de houders van door deze landen afgegeven rijbewijzen de mogelijkheid krijgen hun rijbewijs in te wisselen onder soortgelijke voorwaarden als wanneer zij door een lidstaat waren afgegeven. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie moet in verband hiermee kunnen beoordelen of een derde land beschikt over een opleiding voor beroepsbestuurders, certificeringsvoorschriften en examenprocedures die geheel of gedeeltelijk vergelijkbaar zijn met het niveau van de Unie, teneinde uiteindelijk een getuigschrift te kunnen afgeven dat vergelijkbaar is met het getuigschrift van vakbekwaamheid. Dit zou de houders van die certificaten van derde landen in staat kunnen stellen deze uit te wisselen tegen een Europees getuigschrift van vakbekwaamheid, mits zij een aanvullende vakbekwaamheidsopleiding volgen. Dit getuigschrift kan, naast het rijbewijs, het tweede verplichte vereiste voor beroepsbestuurders zijn om vervoersactiviteiten te mogen verrichten voor een in de Unie gevestigde vervoersonderneming. </STRING></STRING>Deze voorwaarden moeten gedetailleerd zijn en duidelijk zijn omschreven voor alle relevante rijbewijscategorieën.<STRING BOLD="on"> [Am. 26]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>De lidstaten moeten de mogelijkheid hebben om rijbewijzen die zijn afgegeven door derde landen die niet onder een dergelijk besluit van de Commissie vallen of waarvoor een dergelijk besluit de inwisseling niet uitdrukkelijk toestaat of verbiedt, overeenkomstig hun nationale voorschriften in te wisselen, op voorwaarde dat zij de desbetreffende Uniecode op het ingewisselde rijbewijs aanbrengen. Indien de houder van een dergelijk rijbewijs zijn verblijfplaats naar een nieuwe lidstaat overbrengt, mag van deze laatste niet worden verlangd dat hij het beginsel van wederzijdse erkenning op dat rijbewijs toepast.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>“Rijbewijstoerisme”, namelijk het veranderen van woonplaats met het oog op het verkrijgen van een nieuw rijbewijs, teneinde de gevolgen van een in een andere lidstaat opgelegde ontzegging van de rijbevoegdheid te omzeilen, is een wijdverbreid verschijnsel dat negatieve gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid. Bestuurders mogen door van woonplaats te veranderen niet worden vrijgesteld van de hen opgelegde verplichtingen om hun rijbevoegdheid of rijbewijs terug te krijgen. Tegelijkertijd moet worden verduidelijkt dat elk gedrag van de kant van de burgers alleen mag leiden tot een rijverbod voor onbepaalde tijd indien dit naar behoren gerechtvaardigd is, en dat een dergelijk besluit alleen gevolgen mag hebben die beperkt zijn tot het grondgebied van de lidstaat die het heeft uitgevaardigd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(27 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niet voor de weg bestemde mobiele machines bestrijken een grote verscheidenheid aan machines die doorgaans op vele manieren buiten de weg worden gebruikt. Zij omvatten bijvoorbeeld bouw- en bosbouwmachines (graafmachines, laadmachines, bulldozers enz.) en landbouwmachines (oogstmachines, cultivators, enz.). De bestaande richtlijn is niet van toepassing op dergelijke machines. Ze zijn echter onderworpen aan een lappendeken van nationale voorschriften met betrekking tot het benodigde rijbewijs en bijzondere opleidingseisen, aangezien ze zijn goedgekeurd voor gebruik op de openbare weg. De lidstaten moeten samenwerken om het gebruik van niet voor de weg bestemde mobiele machines in de hele Unie te vergemakkelijken, met name in grensoverschrijdende context en in het geval van seizoensarbeid of werk door gedetacheerde werknemers. De Commissie moet een platform voor samenwerking opzetten door de nationale autoriteiten en de relevante belanghebbenden te verzoeken om in alle lidstaten kennis en informatie over optimale werkwijzen voor bestuurders van voertuigen voor speciaal gebruik, zoals niet voor de weg bestemde mobiele machines, te bundelen, te verwerken en te verspreiden. De beraadslagingen van het samenwerkingsplatform moeten dienen als basis voor het verslag van de Commissie over de gevolgen van het gebruik van nationale bepalingen voor niet voor de weg bestemde mobiele machines en de impact daarvan op de interne markt en de verkeersveiligheid. Dit verslag kan, indien nodig, vergezeld gaan van een wetgevingsvoorstel aan het Europees Parlement en de Raad om het gebruik van niet voor de weg bestemde mobiele machines in de hele Unie te vergemakkelijken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 310]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>Om de verkeersveiligheid te verbeteren, moet voor <STRING STRIKE="on">bepaalde</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> rijbewijscategorieën<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> B, C en C1</STRING></STRING> een EU-wijde regeling voor begeleid rijden worden ingevoerd. De regels van een dergelijk systeem moeten aanvragers de mogelijkheid bieden om rijbewijzen in de desbetreffende categorieën te verwerven voordat de vereiste minimumleeftijd wordt bereikt. Het gebruik van deze rijbewijzen moet echter afhankelijk worden gesteld van de begeleiding door een ervaren bestuurder. In dergelijke situaties moet het de lidstaten om redenen van verkeersveiligheid worden toegestaan om op hun grondgebied strengere voorwaarden en regels vast te stellen met betrekking tot de door hen afgegeven rijbewijzen.<STRING BOLD="on"> [Am. 27]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P>De regeling voor begeleid rijden moet, zonder afbreuk te doen aan de algemene doelstelling om de verkeersveiligheid te verbeteren, het beroep van vrachtwagenchauffeur toegankelijker en aantrekkelijker maken voor jongere generaties, teneinde hun beroepsmogelijkheden te verruimen en het tekort aan bestuurders in de Unie te helpen aanpakken. Daarom moet zij betrekking hebben op rijbewijzen van <STRING STRIKE="on">categorie C</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de categorieën C en C1</STRING></STRING> en de bijbehorende vereiste rijbewijzen van categorie B.<STRING BOLD="on"> [Am. 28]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(29 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Partnerschappen tussen beroepsonderwijs en vervoers- en logistieke bedrijven moeten worden gestimuleerd, onder meer door specifieke steun vanuit de begroting van de Unie en door gebruikmaking van de inkomsten die uit hoofde van Richtlijn 2015/413 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">PB L 68 van 13.3.2015, blz. 9. ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2015/413/oj.</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> daarvoor bestemd zijn, teneinde het tekort aan beroepsbestuurders in de Unie aan te pakken. Dergelijke partnerschappen moeten toekomstige beroepsbestuurders de kans bieden om beter vertrouwd te raken met de voordelen en uitdagingen van het beroep, om hun operationele en organisatorische vaardigheden te verbeteren en om ervaring op te doen, en daarnaast gebruik te maken van geavanceerde technologieën en technieken. Die steun zou onder andere kunnen bestaan uit medefinanciering door de EU voor het behalen van bepaalde kwalificaties zoals het getuigschrift van vakbekwaamheid of speciale opleidingen voor toekomstige bestuurders.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 29]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>Er moet voor worden gezorgd dat bestuurders die hun rijbewijs voor het eerst in een bepaalde categorie verwerven, de verkeersveiligheid niet in gevaar brengen door hun gebrek aan ervaring. Voor deze beginnende bestuurders moet een proeftijd van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste </STRING></STRING>twee jaar worden vastgesteld<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Als een beginnende bestuurder al een geldig rijbewijs voor een andere categorie heeft</STRING></STRING>,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> moet de proeftijd alleen omvatten wat overblijft van de proeftijd van het bestaande rijbewijs, maar mag deze niet korter zijn dan zes maanden.</STRING></STRING> Tijdens <STRING STRIKE="on">welke zij</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die periode moeten bestuurders</STRING></STRING> in de hele Unie aan strengere regels moeten worden onderworpen, en aan strengere sancties wanneer zij die regels breken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, bijvoorbeeld</STRING></STRING> onder invloed van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> alcohol of drugs, te hoge snelheid, het gebruik van niet-toegestane voertuigen, het niet gebruiken van veiligheidsapparatuur of het rijden zonder geldig rijbewijs. De handhavingsautoriteiten moeten mogelijk een technische nultolerantiedrempel vaststellen voor hun effectieve metingen, die niet hoger mag zijn dan 0,2 g/ml, om rekening te houden met accidentele blootstelling aan</STRING></STRING> alcohol. De sancties voor dergelijk gedrag moeten doeltreffend, evenredig, afschrikkend en niet-discriminerend zijn en bij de zwaarte ervan moet zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de middellangetermijn- en langetermijndoelstellingen van de Unie om het aantal doden en zwaargewonden te halveren en nagenoeg uit te bannen. Wat andere beperkingen voor beginnende bestuurders betreft, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om aanvullende regels op hun grondgebied toe te passen.<STRING BOLD="on"> [Am. 30]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(31)</NO.P>Teneinde de kennis en vaardigheden van de examinatoren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder de inschatting van risico’s,</STRING></STRING> te verbeteren, een objectievere beoordeling van kandidaten voor een rijbewijs mogelijk te maken en tot een grotere harmonisering van de rijexamens te komen, moeten minimumnormen betreffende de toegang tot het beroep van examinator en betreffende de opleidingsvereisten voor examinatoren worden vastgesteld. De Commissie moet bovendien de bevoegdheid krijgen om gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze minimumnormen te wijzigen en aan te passen aan technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen op dit gebied<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van nieuwe geavanceerde rijhulpsystemen,</STRING></STRING> wanneer dit nodig blijkt.<STRING BOLD="on"> [Am. 31]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(32)</NO.P>Het begrip “gewone verblijfplaats” moet zodanig worden gedefinieerd dat een oplossing kan worden gevonden voor problemen die zich voordoen wanneer het niet mogelijk is de gewone verblijfplaats vast te stellen op grond van beroepsmatige of familiebanden. Ook moet worden voorzien in de mogelijkheid voor aanvragers om de theorie- of praktijkexamens af te leggen in de lidstaat waarvan zij ingezetene zijn, wanneer de lidstaat van hun gewone verblijfplaats niet de mogelijkheid biedt om die examens in de officiële taal van de eerstgenoemde lidstaat af te leggen. Er <STRING STRIKE="on">moeten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen</STRING></STRING> specifieke regels worden vastgesteld voor diplomaten en hun gezinnen, wanneer hun missie vereist dat zij gedurende langere tijd in het buitenland wonen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, mits dit geen extra risico’s voor de verkeersveiligheid met zich meebrengt</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 32]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(33)</NO.P>De lidstaten moeten elkaar ondersteunen bij de uitvoering van deze richtlijn. Waar mogelijk moeten zij het EU-rijbewijzennetwerk gebruiken om dergelijke ondersteuning te verlenen. Het EU-rijbewijzennetwerk, het zogenaamde “Resper”, is een knooppunt voor de uitwisseling van informatie tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de afgifte van rijbewijzen, en voor het vergemakkelijken van de uitvoering van deze richtlijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(34)</NO.P>Het EU-rijbewijzennetwerk heeft tot doel de erkenning van documenten en verworven rechten uit de lidstaten te waarborgen, documentfraude te bestrijden, de afgifte van meervoudige rijbewijzen te voorkomen en de handhaving van ontheffingen van de rijbevoegdheid te vergemakkelijken. De lidstaten moeten met name de mogelijkheid krijgen om systematisch na te gaan of de redenen die hebben geleid tot eerder opgelegde beperkingen, schorsingen, intrekkingen of nietigverklaringen van een rijbewijs of de rijbevoegdheid, niet langer bestaan. Het gebruik van Resper voor de uitvoering van andere handelingen van de Unie mag alleen worden toegestaan voor zover deze richtlijn daarin uitdrukkelijk voorziet.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(35)</NO.P>Om zinvolle verslagen over de uitvoering van deze richtlijn te kunnen opstellen, moet de Commissie jaarlijks informatie ontvangen over het aantal afgegeven, verlengde, vervangen, ingetrokken en ingewisselde rijbewijzen voor elke categorie, met inbegrip van gegevens over de afgifte en het gebruik van mobiele rijbewijzen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(35 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Tijdens de voorbereidingen op de herziening van deze richtlijn moet de Commissie er zoveel mogelijk rekening mee houden dat de lidstaten met verschillende geografische en maatschappelijke uitdagingen worden geconfronteerd wanneer ze de verkeersveiligheid trachten te verbeteren. Sommige lidstaten zetten immers met succes de zogenaamde strafpuntensystemen in om de verkeersregels te proberen handhaven, terwijl andere lidstaten voor andere methoden kiezen, bijvoorbeeld door onmiddellijk strengere sancties op te leggen of meer werk te maken van gerichte handhavings- en preventiecampagnes. Daarnaast moet ook rekening worden gehouden met het feit dat strafpuntensystemen onderling aanzienlijk kunnen verschillen tussen de lidstaten die ervoor kiezen een dergelijk systeem toe te passen. In dit verband moeten er middelen en aandacht worden besteed aan andere maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid en moet het aan de lidstaten worden overgelaten om hun verschillende uitdagingen aan te pakken op de manier die zij het meest doeltreffend achten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 247 en 311]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(35 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten moeten ook gegevens uitwisselen over hun beste praktijken op het gebied van verkeersveiligheidsmaatregelen en opleidingen voor risicobewustzijn, met name voor beginnende bestuurders en in het kader van een leven lang leren, het gebruik van een hulpsysteem per leeftijdsgroep door middel van feedbackinterventies met bewijzen van deelname en aanbevelingen van een rijinstructeur, verkeerspsycholoog of rijexaminator, alsook maatregelen om de verkeersveiligheid voor kwetsbare weggebruikers te verbeteren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 34]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(36)</NO.P>Om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken, met name om de bijlagen ervan aan te passen aan technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot wijziging van de delen A, B en D van bijlage I, die de specificaties van fysieke rijbewijzen regelen; tot wijziging van deel C van bijlage I, waarin de specificaties voor mobiele rijbewijzen zijn vastgelegd; tot wijziging van deel E van bijlage I, dat de regels inzake de toepasselijke nationale en Uniecodes regelt; tot wijziging van de bijlagen II, III, V en VI, tot vaststelling van bepaalde minimumeisen voor de afgifte, geldigheid en verlenging van het rijbewijs; en tot wijziging van bijlage IV, waarin de minimumnormen voor examinatoren zijn vastgelegd. Deze bevoegdheid moet worden verleend voor een periode van vijf jaar, aangezien de technische, operationele en wetenschappelijke ontwikkelingen op de onder deze bijlagen vallende gebieden met regelmaat plaatsvinden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven<FOOTNOTE><FIELD>PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>. Om met name te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde moment als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(37)</NO.P>In verband met de geleidelijke digitalisering en automatisering, de steeds strengere emissiereductievereisten voor het wegvervoer en de constante technologische vooruitgang van <STRING STRIKE="on">mechanisch aangedreven</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemotoriseerde</STRING></STRING> voertuigen, moeten alle bestuurders op de hoogte blijven wat de kennis over <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nieuwe technologieën, </STRING></STRING>verkeersveiligheid en duurzaamheid betreft. De <STRING STRIKE="on">bevordering van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidstaten moeten ernaar streven</STRING></STRING> een leven lang leren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> bij bestuurders te bevorderen en de deelname aan cursussen voor veilig rijden te stimuleren, onder meer door middel van feedbackinterventies met bewijzen van deelname en aanbevelingen van een rijinstructeur, verkeerspsycholoog of rijexaminator, hetgeen kan bijdragen tot inclusievere mobiliteit. Dat</STRING></STRING> kan van cruciaal belang zijn om de vaardigheden van ervaren bestuurders actueel te houden op het gebied van verkeersveiligheid, nieuwe technologieën, ecorijden, waardoor de brandstofefficiëntie wordt verbeterd en de emissies worden verlaagd, en snelheidsbeheer.<STRING BOLD="on"> [Am. 35]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(38)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze richtlijn te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om het volgende te specificeren: interoperabiliteitskenmerken en veiligheidsmaatregelen die van toepassing zijn op de op fysieke rijbewijzen aangebrachte QR-codes; bepalingen met betrekking tot interoperabiliteit, veiligheid en het testen van mobiele rijbewijzen; de verlenging van de administratieve geldigheidsduur van rijbewijzen in de hele Unie in geval van een crisis; de inhoud van de zelfbeoordeling van lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor bestuurders van groep 1; de voorwaarden voor de inwisseling van rijbewijzen uit derde landen voor door de lidstaten afgegeven rijbewijzen, zonder dat de inwisseling op het rijbewijs wordt geregistreerd; en de interoperabiliteit tussen nationale systemen die verbonden zijn met het EU-rijbewijzennetwerk en de bescherming van in dat verband uitgewisselde persoonsgegevens. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(39)</NO.P>Omwille van de samenhang moeten Richtlijn (EU) 2022/2561 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2022/2561 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen (PB L 330 van 23.12.2022, blz. 46).</FIELD></FOOTNOTE>, die betrekking heeft op bepaalde aangelegenheden die onder deze richtlijn vallen, en Verordening (EU) 2018/1724 worden gewijzigd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(40)</NO.P>Richtlijn 126/2006/EG en Verordening (EU) nr. 383/2012 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 383/2012 van de Commissie van 4 mei 2012 tot vaststelling van de technische voorschriften betreffende rijbewijzen met een ingebouwd opslagmedium (microchip) (PB L 120 van 5.5.2012, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> moeten worden ingetrokken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(41)</NO.P>Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, omdat de regels voor de afgifte, verlenging, vervanging en inwisseling van rijbewijzen zouden leiden tot dermate uiteenlopende eisen dat het niveau van verkeersveiligheid en vrij verkeer van burgers waarin geharmoniseerde regels voorzien, niet zou kunnen worden bereikt, kunnen deze doelstellingen beter op het niveau van de Unie worden verwezenlijkt door minimumeisen vast te stellen. De Unie kan derhalve, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen vaststellen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(42)</NO.P>De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 en heeft op [DD/MM/JJJJ] advies uitgebracht.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(43)</NO.P>Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken<FOOTNOTE><FIELD>PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.</FIELD></FOOTNOTE> hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van dergelijke stukken gerechtvaardigd,</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><ARTICLE><TI.ART>Artikel 1</TI.ART><STI.ART>Onderwerp en toepassingsgebied</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Bij deze richtlijn worden gemeenschappelijke regels vastgesteld betreffende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de modellen en normen voor en categorieën van rijbewijzen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de afgifte, geldigheid, verlenging en wederzijdse erkenning van rijbewijzen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>bepaalde aspecten van de inwisseling, vervanging, intrekking, beperking, schorsing en nietigverklaring van rijbewijzen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>bepaalde aspecten die<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> onder meer</STRING></STRING> van toepassing zijn op beginnende bestuurders.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd de artikelen 12 bis en 20 van </STRING></STRING>deze richtlijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en het recht van de lidstaten om nationale categorieën toe te voegen aan de rijbewijzen die zij overeenkomstig bijlage I afgeven, is deze richtlijn</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">is</STRING> niet van toepassing op <STRING STRIKE="on">gemotoriseerde voertuigen op wielen of rupsbanden met ten minste twee assen, voornamelijk bestemd voor tractiedoeleinden en specifiek</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mobiele machines met eigen aandrijving die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2006/42/EG vallen en die zijn</STRING></STRING> ontworpen <STRING STRIKE="on">voor het trekken, duwen, dragen of in beweging brengen van bepaalde werktuigen,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of gebouwd met het oog op het verrichten van werkzaamheden, zoals niet voor de weg bestemde mobiele</STRING></STRING> machines <STRING STRIKE="on">of aanhangwagens die voor gebruik in de land- of bosbouw zijn bestemd, en die slechts bijkomstig voor personen- of goederenvervoer over</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zoals gedefinieerd in [de verordening betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op niet voor</STRING></STRING> de weg <STRING STRIKE="on">of voor het trekken van voertuigen voor personen- of goederenvervoer over de weg worden gebruikt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bestemde mobiele machines die deelnemen aan het verkeer op de openbare weg en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/1020 (2023/0090(COD))]</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 312]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 2</TI.ART><STI.ART>Definities</STI.ART><PARAG>Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>“rijbewijs”: een<STRING STRIKE="on"> elektronisch of fysiek</STRING> document ter bevestiging van de bevoegdheid om <STRING STRIKE="on">motorvoertuigen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemotoriseerde voertuigen</STRING></STRING> te besturen en waarin de voorwaarden zijn vermeld waaronder de houder bevoegd is om te rijden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in fysiek of digitaal formaat dan wel in beide formaten</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 38]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>“fysiek rijbewijs”: een rijbewijs in zijn fysieke formaat, afgegeven overeenkomstig artikel 4;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>“mobiel rijbewijs”: een rijbewijs in zijn digitale formaat, afgegeven overeenkomstig artikel 5;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>“gemotoriseerd voertuig”: elk zichzelf over de weg voortbewegend wegvoertuig, anders dan een voertuig dat op rails wordt voortbewogen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>“tweewielig voertuig”: een voertuig als bedoeld in artikel 4, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 168/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers (PB L 60 van 2.3.2013, blz. 52).</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>“driewielig voertuig”: een voertuig als bedoeld in artikel 4, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 168/2013;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>“lichte vierwieler”: een voertuig als bedoeld in artikel 4, lid 2, punt f), van Verordening (EU) nr. 168/2013;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>“motorfiets”: een tweewielig voertuig met of zonder zijspan, als bedoeld in artikel 4, lid 2, punten c) en d), van Verordening (EU) nr. 168/2013;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>“gemotoriseerde driewieler”: een voertuig op drie symmetrisch geplaatste wielen, als bedoeld in artikel 4, lid 2, punt e), van Verordening (EU) nr. 168/2013;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>“motorvoertuig”: elk mechanisch aangedreven voertuig dat gewoonlijk wordt gebruikt voor het vervoer van personen of goederen over de weg, of om voertuigen voor het vervoer van personen of goederen over de weg voort te trekken. Deze term omvat trolleybussen, dat wil zeggen voertuigen die in verbinding staan met een elektrische leiding en niet op rails rijden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>“zware vierwieler”: voertuigen als genoemd in artikel 4, lid 2, punt g), van Verordening (EU) nr. 168/2013;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“ambulance”: een voertuig van categorie M dat bestemd is voor het vervoer van zieken of gewonden en hiertoe een speciale uitrusting heeft, als bedoeld in bijlage I, deel A, punt 5.3, bij Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> onder “Criteria voor de indeling in voertuigcategorieën”, “Voertuigen voor speciale doeleinden”;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 39]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“kampeerwagen”: een voertuig van categorie M dat voorzien is van een woongedeelte met een tafel en zitplaatsen, aparte of opklapbare slaapplaatsen, kookvoorzieningen en kasten en opbergmogelijkheden die allemaal vast in het woongedeelte bevestigd zijn, als bedoeld in bijlage I, deel A, punt 5.1, bij Verordening (EU) 2018/858 onder “Criteria voor de indeling in voertuigcategorieën”, “Voertuigen voor speciale doeleinden”;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 40]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11 quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“door alternatieve brandstoffen aangedreven voertuig”1 bis: een motorvoertuig dat geheel of gedeeltelijk wordt aangedreven op basis van een alternatieve brandstof en dat is goedgekeurd overeenkomstig Verordening (EU) 2018/858;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 41]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11 quinquies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“alternatieve brandstoffen”: brandstoffen of energiebronnen die, althans gedeeltelijk, dienen als vervanging van fossiele oliebronnen in de energievoorziening voor vervoer en die ertoe kunnen bijdragen dat de energievoorziening koolstofvrij wordt en de milieuprestaties van de vervoerssector beter worden. Deze omvatten:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elektriciteit die wordt verbruikt in alle soorten elektrische voertuigen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waterstof;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aardgas, met inbegrip van biomethaan, in gasvorm (Compressed Natural Gas – cng) en in vloeibare vorm (Liquefied Natural Gas – lng);</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vloeibaar petroleumgas (Liquefied Petroleum Gas – lpg);</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mechanische energie uit een opslagsysteem aan boord/bronnen aan boord, met inbegrip van afvalwarmte;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">enige andere “koolstofvrije brandstof”, d.w.z. alle brandstoffen zoals gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2018/2001 waarbij de netto-emissies van de gebruikte brandstof (eu) kunnen worden beschouwd als nul, hetgeen bijvoorbeeld betekent dat het CO2-equivalent van de koolstof die aanwezig is in de chemische samenstelling van de gebruikte brandstof (eu) van biogene oorsprong is en/of is afgevangen, zodat uitstoot als CO2 in de atmosfeer is vermeden, of uit de lucht is afgevangen, met inbegrip van:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hernieuwbare en/of synthetische brandstoffen zoals biobrandstoffen, biogas, brandstoffen uit biomassa, hernieuwbare vloeibare en gasvormige brandstoffen van niet-biologische oorsprong (RFNBO) voor vervoer of gerecycleerde koolstofbrandstof (RCF);</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere brandstoffen die niet zijn opgenomen in Richtlijn (EU) 2018/2001 maar eveneens onder de noemer koolstofvrije brandstof kunnen vallen, mits zij aan die criteria en de duurzaamheidscriteria van die richtlijn en de overeenkomstige gedelegeerde handelingen voldoen; en</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een mengsel van twee of meer koolstofvrije brandstoffen, dat als een koolstofvrije brandstof wordt beschouwd;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 42]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>“ontzegging van de rijbevoegdheid”: elke beslissing die leidt tot de intrekking, nietigverklaring, beperking of schorsing van het rijbewijs of van de rijbevoegdheid van een bestuurder van een motorvoertuig en waartegen niet langer beroep kan worden ingesteld. De maatregel kan een hoofdstraf, een bijkomende of aanvullende straf of een veiligheidsmaatregel vormen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 3</TI.ART><STI.ART>Standaardspecificaties van de Unie inzake rijbewijzen en wederzijdse erkenning</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat hun nationale rijbewijzen worden afgegeven overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn en voldoen aan de standaardspecificaties van de Unie en andere criteria op grond van:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>artikel 4 voor fysieke rijbewijzen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>artikel 5 voor mobiele rijbewijzen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat fysieke en mobiele rijbewijzen die aan dezelfde persoon worden afgegeven, onderling volledig gelijkwaardig zijn en precies dezelfde rechten en voorwaarden inzake de rijbevoegdheid van die persoon vermelden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten mogen niet als voorwaarde stellen dat de aanvrager in het bezit is van een fysiek of mobiel rijbewijs bij de afgifte, vervanging, verlenging of inwisseling van een rijbewijs in het andere formaat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Uiterlijk op<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> …</STRING></STRING> [datum van vaststelling + vier jaar] zorgen de lidstaten ervoor dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan aanvragers </STRING></STRING>standaard <STRING STRIKE="on">uitsluitend mobiele rijbewijzen worden</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zowel een mobiel als een fysiek rijbewijs wordt</STRING></STRING> afgegeven. Tot die datum kunnen de lidstaten besluiten al dan niet mobiele rijbewijzen af te geven.<STRING BOLD="on"> [Am. 44]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>In afwijking van lid 4 <STRING STRIKE="on">bieden</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voorzien</STRING></STRING> de lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in een recht voor aanvragers om </STRING></STRING>op verzoek <STRING STRIKE="on">van de aanvrager de mogelijkheid om in plaats van of samen met een mobiel</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">afstand te doen van het fysieke of het digitale</STRING></STRING> rijbewijs<STRING STRIKE="on"> een fysiek rijbewijs af te geven</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. De lidstaten faciliteren dergelijke verzoeken van aanvragers en proberen hen op geen enkele wijze te beïnvloeden</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 45]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In afwijking van lid 5 verlenen de lidstaten aanvragers die afstand hebben gedaan van een van de in lid 4 bedoelde formaten van hun rijbewijs, het recht te verzoeken om de afgifte of hernieuwde afgifte van dat formaat waarvan afstand is gedaan. Elk formaat waarvan afstand is gedaan, wordt onverwijld en uiterlijk twee weken na de datum van het verzoek van de aanvrager afgegeven of opnieuw afgegeven.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 46]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De door de lidstaten afgegeven rijbewijzen worden wederzijds erkend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>In afwijking van lid 6 erkennen de lidstaten wederzijds alleen mobiele rijbewijzen die na [datum van vaststelling + drie jaar] overeenkomstig artikel 5 zijn afgegeven. Mobiele rijbewijzen die vóór die datum zijn afgegeven maar aan de eisen van artikel 5 voldoen, worden na die datum wederzijds erkend.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 4</TI.ART><STI.ART>Fysieke rĳbewĳzen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten geven fysieke rijbewijzen af op basis van de in deel A1 van bijlage I vastgestelde standaardspecificaties van de Unie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten nemen alle dienstige maatregelen om vervalsing van rijbewijzen te voorkomen, ook met betrekking tot modellen van vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn afgegeven rijbewijzen. Zij stellen de Commissie daarvan in kennis.</PARAG><PARAG>Het fysieke rijbewijs wordt beveiligd tegen vervalsing door middel van de in deel A2 van bijlage I vastgestelde standaardspecificaties van de Unie. De lidstaten mogen andere beveiligingskenmerken invoeren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer de houder van een geldig fysiek rijbewijs zonder administratieve geldigheidsduur zijn gewone verblijfplaats verwerft in een andere lidstaat dan die welke het rijbewijs heeft afgegeven, kan het gastland vanaf twee jaar na de datum waarop de houder zijn gewone verblijfplaats op zijn grondgebied heeft verworven, de in artikel 10, lid 2, bedoelde administratieve geldigheidsduur toepassen door het rijbewijs te verlengen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat uiterlijk 19 januari <STRING STRIKE="on">2030</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2033</STRING></STRING> alle fysieke rijbewijzen die worden afgegeven of die in omloop zijn aan alle voorschriften van deze richtlijn voldoen.<STRING BOLD="on"> [Am. 47]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De lidstaten kunnen besluiten een opslagmedium (microchip) in te bouwen als onderdeel van het fysieke rijbewijs. Wanneer een lidstaat besluit een microchip in te bouwen als onderdeel van zijn fysieke rijbewijs, kan hij, indien zijn nationale wetgeving inzake het rijbewijs daarin voorziet, ook besluiten om, naast het bepaalde in deel D van bijlage I, aanvullende gegevens op de microchip op te slaan.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De bewaartermijn voor de persoonsgegevens die in de microchip zijn opgeslagen, wordt zo mogelijk afgestemd op de geldigheidsduur van het rijbewijs.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 48]</STRING></PARAG><PARAG>Wanneer de lidstaten voorzien in de microchip als onderdeel van het fysieke rijbewijs, passen zij de in deel B van bijlage I vastgestelde technische voorschriften toe. De lidstaten kunnen aanvullende veiligheidskenmerken invoeren.</PARAG><PARAG>De lidstaten stellen de Commissie in kennis van een besluit over het inbouwen van een microchip in hun fysieke rijbewijzen, of van wijzigingen in een dergelijk besluit, binnen drie maanden na de vaststelling ervan. De lidstaten die reeds een microchip in hun fysieke rijbewijs hebben ingebouwd, stellen de Commissie daarvan in kennis binnen drie maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Wanneer de microchip niet als onderdeel van het fysieke rijbewijs wordt ingebouwd, kunnen de lidstaten ook besluiten om in de daarvoor bestemde ruimte een QR-code af te drukken op de door hen afgegeven fysieke rijbewijzen. Aan de hand van de QR-code kan de authenticiteit van de op het fysieke rijbewijs vermelde informatie worden gecontroleerd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de persoonsgegevens die nodig zijn voor de controle van de op het fysieke rijbewijs vermelde informatie niet door de controleur worden bewaard en dat de autoriteit die het rijbewijs afgeeft niet in kennis wordt gesteld van de controle.</PARAG><PARAG>De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met gedetailleerde bepalingen betreffende de interoperabiliteitskenmerken en de beveiligingsmaatregelen waaraan QR-codes op fysieke rijbewijzen moeten voldoen. Deze uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure aangenomen.</PARAG><PARAG>De lidstaten stellen de Commissie in kennis van maatregelen die gericht zijn op de invoering van een QR-code op hun rijbewijs of van elke wijziging van een dergelijke maatregel, binnen drie maanden na de vaststelling ervan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De Commissie is bevoegd om in voorkomend geval overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de delen A, B en D van bijlage I, teneinde rekening te houden met de technische, operationele en wetenschappelijke ontwikkelingen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 5</TI.ART><STI.ART>Mobiele rĳbewĳzen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten geven mobiele rijbewijzen af op basis van de in deel C van bijlage I vastgestelde standaardspecificaties van de Unie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat elektronische applicaties voor mobiele rijbewijzen, om het bestaan van de rijbevoegdheid van de houder van het rijbewijs te kunnen controleren, kosteloos beschikbaar zijn voor personen die hun gewone verblijfplaats op hun grondgebied hebben of voor personen die anderszins bevoegd zijn om houder te zijn van door hen afgegeven mobiele rijbewijzen.</PARAG><PARAG>Deze applicaties zijn gebaseerd op de overeenkomstig Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73).</FIELD></FOOTNOTE> afgegeven Europese portemonnees voor digitale identiteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en waarborgen een passend niveau van beveiliging</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 49]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten publiceren de lijst van beschikbare elektronische applicaties die voor de toepassing van dit artikel worden opgesteld en bijgehouden, en werken deze regelmatig bij.</PARAG><PARAG>De lidstaten zorgen ervoor dat de elektronische applicaties niet meer gegevens bevatten <STRING STRIKE="on">of, in geval van gebruik van een pointer, beschikbaar stellen </STRING>dan bedoeld in deel D van bijlage I.<STRING BOLD="on"> [Am. 50]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten stellen elkaar de informatie ter beschikking die nodig is om toegang te krijgen tot de in deel C van bijlage I bedoelde nationale systemen die worden gebruikt voor de controle van mobiele rijbewijzen, en werken deze informatie regelmatig bij.</PARAG><PARAG>De lidstaten zorgen ervoor dat de persoonsgegevens die nodig zijn voor de controle van de rijbevoegdheid van de houder van het mobiele rijbewijs niet door de controleur worden bewaard en dat de instantie van afgifte van het rijbewijs de via de melding ontvangen informatie uitsluitend verwerkt met het oog op het beantwoorden van het controleverzoek.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Persoonsgegevens worden verwerkt in overeenstemming met de Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725 en, indien van toepassing, Richtlijn 2002/58/EG, waarbij de beginselen van minimale gegevensverwerking, doelbinding en gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen worden toegepast, in het bijzonder met betrekking tot technische maatregelen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 51]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de lijst van relevante nationale systemen die bevoegd zijn gegevens<STRING STRIKE="on"> en pointers</STRING> voor mobiele rijbewijzen af te geven. De Commissie maakt via een beveiligd kanaal de lijst van deze nationale systemen van de lidstaten in elektronisch ondertekende of verzegelde en voor automatische verwerking geschikte vorm publiek beschikbaar.<STRING BOLD="on"> [Am. 52]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De Commissie is bevoegd om in voorkomend geval overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deel C van bijlage I, teneinde rekening te houden met de technische, operationele en wetenschappelijke ontwikkelingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Uiterlijk<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> …</STRING></STRING> [datum van vaststelling + 18 maanden] stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast met gedetailleerde bepalingen betreffende de interoperabiliteit, de beveiliging en het testen van mobiele rijbewijzen, met inbegrip van controlekenmerken en de interface met nationale systemen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met de nodige vereisten om de erkenning van die rijbewijzen door autoriteiten van derde landen te waarborgen</STRING></STRING>. Deze uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure aangenomen.<STRING BOLD="on"> [Am. 53]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie verleent in dit verband bijstand aan de lidstaten, die dienen samen te werken met het oog op het wereldwijde gebruik en de wereldwijde erkenning van het Europese mobiele rijbewijs door middel van een wijziging van het Verdrag van Genève inzake het wegverkeer van 19 september 1949, het internationaal verdrag inzake motorvoertuigen van 24 april 1926 en het Verdrag van Wenen inzake het wegverkeer van 8 november 1968.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 54]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 6</TI.ART><STI.ART>Categorieën van rijbewijzen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het rijbewijs verschaft de bevoegdheid om gemotoriseerde voertuigen te besturen van de volgende categorieën:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>bromfietsen:</PARAG><PARAG>categorie AM:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>tweewielige of driewielige voertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van niet meer dan 45 km per uur <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een netto-maximumvermogen van niet meer dan 4 kW </STRING></STRING>(met uitzondering van voertuigen met een door de constructie bepaalde maximumsnelheid van ten hoogste 25 km per uur);<STRING BOLD="on"> [Am. 55]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>lichte vierwielers;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>motorfietsen en gemotoriseerde driewielers:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>categorie A1:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>motorfietsen met een maximale cilinderinhoud van 125 <STRING STRIKE="on">cm3, een maximumvermogen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">cm3, een netto-maximumvermogen</STRING></STRING> van 11 kW en een vermogen per gewichtseenheid van minder dan 0,1 kW/kg;<STRING BOLD="on"> [Am. 56]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>gemotoriseerde driewielers met een <STRING STRIKE="on">maximumvermogen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">netto-maximumvermogen</STRING></STRING> van 15 kW;<STRING BOLD="on"> [Am. 57]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>categorie A2:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>motorfietsen met een <STRING STRIKE="on">maximumvermogen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">netto-maximumvermogen</STRING></STRING> van 35 kW en een vermogen per gewichtseenheid van minder dan 0,2 kW/kg en niet afgeleid van een voertuig met een vermogen van meer dan 70 kW;<STRING BOLD="on"> [Am. 58]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>categorie A:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>motorfietsen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>gemotoriseerde driewielers met een <STRING STRIKE="on">vermogen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">netto-maximumvermogen</STRING></STRING> van meer dan 15 kW.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd de bepalingen inzake de regels voor typegoedkeuring van de betrokken voertuigen kan aan motorvoertuigen van de in de punten a) en b) bedoelde categorieën een aanhangwagen worden gekoppeld met een toegestane maximummassa van ten hoogste de helft van het gewicht van de ledige massa van het trekkende voertuig;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 59]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>motorvoertuigen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>categorie B1:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>zware vierwielers.</PARAG><PARAG>Categorie B1 is facultatief; in lidstaten waar deze rijbewijscategorie niet wordt ingevoerd, is voor het besturen van deze voertuigen een rijbewijs van categorie B vereist.</PARAG><PARAG>De lidstaten kunnen ook besluiten deze categorie uitsluitend in te voeren voor de in artikel 9, lid 4, eerste alinea, punt c), genoemde voertuigen en onder de in dat lid vastgestelde voorwaarden. Wanneer een lidstaat daartoe besluit, geeft hij dit op het rijbewijs aan met Uniecode 60.03;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>categorie B:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>motorvoertuigen met een toegestane maximummassa van ten hoogste 3 500 kg en ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder niet meegerekend;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>aan de motorvoertuigen van deze categorie kan een aanhangwagen worden gekoppeld, mits de toegestane maximummassa daarvan niet meer bedraagt dan 750 kg.</PARAG><PARAG>Onverminderd de bepalingen inzake de regels voor typegoedkeuring van de betrokken voertuigen kan aan de motorvoertuigen van deze categorie een aanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg worden gekoppeld, mits de toegestane maximummassa van dit samenstel niet meer bedraagt dan 4 250 kg. Voor zulke samenstellen met een massa van meer dan 3 500 kg eisen de lidstaten overeenkomstig de bepalingen van bijlage V dat een dergelijk samenstel slechts mag worden bestuurd indien de bestuurder:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>een opleiding heeft voltooid, of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>geslaagd is voor een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag.</PARAG><PARAG>De lidstaten kunnen ook eisen dat de bestuurder zowel een opleiding moet hebben voltooid als geslaagd moet zijn voor een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag.</PARAG><PARAG>De lidstaten vermelden de bevoegdheid om een dergelijk samenstel te besturen op het rijbewijs door middel van de in deel E van bijlage I vermelde relevante Uniecode;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>categorie BE:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>onverminderd de bepalingen inzake de regels voor typegoedkeuring van de betrokken voertuigen, samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen of oplegger waarbij de toegestane maximum massa van de aanhangwagen of oplegger niet meer dan 3 500 kg bedraagt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iv)</NO.P>categorie C1:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>motorvoertuigen niet behorende tot de categorieën D 1 of D met een toegestane maximum massa van meer dan 3 500 kg en ten hoogste 7 500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder niet meegerekend;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>aan motorvoertuigen van deze categorie kan een aanhangwagen worden gekoppeld met een toegestane maximummassa van ten hoogste 750 kg;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>v)</NO.P>categorie C1E:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>onverminderd de bepalingen inzake de regels voor typegoedkeuring van de betrokken voertuigen, samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie C1 en een aanhangwagen of oplegger met een toegestane maximum massa van meer dan 750 kg, mits de toegestane massa van het samenstel ten hoogste 12 000 kg bedraagt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>onverminderd de bepalingen inzake de regels voor typegoedkeuring van de betrokken voertuigen, samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen of oplegger met een toegestane maximummassa van meer dan 3 500 kg, mits de toegestane massa van het samenstel ten hoogste 12 000 kg bedraagt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>vi)</NO.P>categorie C:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>motorvoertuigen anders dan die van de categorieën D1 of D met een toegestane maximummassa van meer dan 3 500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder niet meegerekend;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>aan motorvoertuigen van deze categorie kan een aanhangwagen worden gekoppeld waarvan de toegestane maximummassa niet meer dan 750 kg bedraagt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>vii)</NO.P>categorie CE:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>onverminderd de bepalingen inzake de regels voor typegoedkeuring van de betrokken voertuigen, samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie C en een aanhangwagen of oplegger met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>viii)</NO.P>categorie D1:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>motorvoertuigen ontworpen en gebouwd voor het vervoer van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> meer dan 8 en</STRING></STRING> ten hoogste 16 personen, de bestuurder niet meegerekend, en met een maximumlengte van 8 m;<STRING BOLD="on"> [Am. 60]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>aan motorvoertuigen van deze categorie kan een aanhangwagen worden gekoppeld met een toegestane maximummassa van ten hoogste 750 kg;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ix)</NO.P>categorie D1E:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>onverminderd de bepalingen inzake de regels voor typegoedkeuring van de betrokken voertuigen, samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie D1 en een aanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(x)</NO.P>categorie D:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>motorvoertuigen ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder niet meegerekend. Aan motorvoertuigen die met een rijbewijs van categorie D mogen worden bestuurd, kan een aanhangwagen worden gekoppeld met een toegestane maximummassa van ten hoogste 750 kg;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>xi)</NO.P>categorie DE:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>onverminderd de bepalingen inzake de regels voor typegoedkeuring van de betrokken voertuigen, samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie D en een aanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Met voorafgaande toestemming van de Commissie, die het effect van de voorgestelde maatregel op de verkeersveiligheid beoordeelt, kunnen de lidstaten bepaalde specifieke typen <STRING STRIKE="on">motorvoertuigen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemotoriseerde voertuigen</STRING></STRING>, waaronder speciale voertuigen voor personen met een handicap<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of in de bouwsector gebruikte voertuigen die onder meer als niet voor de weg bestemde mobiele machines zijn ingedeeld</STRING></STRING>, uitsluiten van de toepassing van dit artikel.<STRING BOLD="on"> [Am. 69]</STRING></PARAG><PARAG>De lidstaten kunnen voertuigen die in gebruik zijn bij of onder controle staan van de strijdkrachten of de burgerbescherming, van de toepassing van deze richtlijn uitsluiten. Zij stellen de Commissie daarvan in kennis.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 7</TI.ART><STI.ART>Minimumleeftijd</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De minimumleeftijd voor de afgifte van een rijbewijs is:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>16 jaar voor de categorieën AM, A1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, B1 en T</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> en B1</STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 70]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>18 jaar voor de categorieën A2, B, BE, C1 en C1E;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>met betrekking tot categorie A:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>20 jaar voor motorfietsen. Om motorfietsen van deze categorie te mogen besturen, is echter ten minste twee jaar rijervaring op motorfietsen met rijbewijs A2 vereist. Deze eis van twee jaar rijervaring hoeft echter niet te worden gesteld aan kandidaten van 24 jaar en ouder;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>21 jaar voor gemotoriseerde driewielers van meer dan 15 kW;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>21 jaar voor de categorieën C, CE, D1 en D1E;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onverminderd de omstandigheden van artikel 6, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2561, 18 jaar voor de categorieën C, CE, D1 en D1E, voor beroepschauffeurs die nationaal en internationaal rijbewijzen gebruiken, op voorwaarde dat zij in het bezit zijn van een getuigschrift van vakbekwaamheid;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 71]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>24 jaar voor de categorieën D en DE;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onverminderd de omstandigheden van artikel 6, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2561, 21 jaar voor de categorieën D en DE, voor beroepschauffeurs die nationaal en internationaal rijbewijzen gebruiken, op voorwaarde dat zij in het bezit zijn van een getuigschrift van vakbekwaamheid.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 72]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten mogen de minimumleeftijd voor de afgifte van een rijbewijs aanpassen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>voor categorie AM naar beneden tot 14 jaar of naar boven tot 18 jaar;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>voor categorie B1 naar boven tot 18 jaar;</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen besluiten geen rijbewijs voor categorie B1 af te geven voor kandidaten ouder dan 21 jaar voor de in artikel 9, lid 4, eerste alinea, punt c), genoemde voertuigen en onder de in dat lid vastgestelde voorwaarden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 73]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>voor categorie A1 naar boven tot 18 jaar, mits aan beide volgende voorwaarden is voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>indien er een verschil van twee jaar is tussen de minimumleeftijd voor categorie A1 en de minimumleeftijd voor categorie A2;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>indien een rijervaring van ten minste twee jaar op motorfietsen van categorie A2 is vereist voordat toestemming voor het besturen van motorfietsen van categorie A kan worden verleend, zoals bepaald in lid 1, punt c), i);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>voor de categorieën B en BE naar beneden tot 17 jaar.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten mogen de minimumleeftijd voor categorie C tot 18 jaar en voor categorie D tot 21 jaar verlagen wat betreft:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>voertuigen die worden gebruikt door de brandweer<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de civiele bescherming</STRING></STRING> en voertuigen voor de handhaving van de openbare orde;<STRING BOLD="on"> [Am. 74]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>voertuigen die op de weg worden getest met het oog op reparatie en onderhoud.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen rijbewijzen die zijn afgegeven aan bestuurders die nog niet de in dit lid vermelde leeftijd hebben bereikt, wederzijds als op hun grondgebied geldige rijbewijzen erkennen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 75]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Rijbewijzen die overeenkomstig <STRING STRIKE="on">de leden 2 en 3</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid 2</STRING></STRING> worden afgegeven, zijn alleen geldig op het grondgebied van de lidstaat van afgifte tot de rijbewijshouder de in lid 1 vermelde leeftijd heeft bereikt.<STRING BOLD="on"> [Am. 76]</STRING></PARAG><PARAG>De lidstaten kunnen rijbewijzen die zijn afgegeven aan bestuurders die nog niet de in lid 1 vermelde leeftijd hebben bereikt, als op hun grondgebied geldige rijbewijzen erkennen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P><STRING STRIKE="on">In afwijking van lid 1, punten d) en e), van dit artikel is, wanneer de kandidaat in het bezit is van een getuigschrift van vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn (EU) 2022/2561, de minimumleeftijd voor de afgifte van een rijbewijs als volgt:</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">voor de categorieën C en CE, de minimumleeftijd als aangegeven in artikel 5, lid 2, punt a), i), van Richtlijn (EU) 2022/2561;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">voor de categorieën D1 en D1E, de minimumleeftijd als aangegeven in artikel 5, lid 3, punt a), i), tweede alinea, van die richtlijn;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">voor de categorieën D en DE, de minimumleeftijden als aangegeven in artikel 5, lid 3, punt a), i), eerste alinea, artikel 5, lid 3, punt a), ii), eerste alinea, en artikel 5, lid 3, punt b), van die richtlijn.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 77]</STRING></PARAG><PARAG>Wanneer een lidstaat overeenkomstig artikel 5, lid 3, punt a), i), tweede alinea, of artikel 5, lid 3, punt a), ii), tweede alinea, van Richtlijn (EU) 2022/2561 op zijn grondgebied toestaat dat een voertuig vanaf een lagere leeftijd wordt bestuurd, is de geldigheid van het rijbewijs beperkt tot het grondgebied van de lidstaat van afgifte, totdat de rijbewijshouder de betreffende minimumleeftijd heeft bereikt als genoemd in de eerste alinea van dit lid, en in het bezit is van een getuigschrift van vakbekwaamheid.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 8</TI.ART><STI.ART>Voorwaarden en beperkingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten geven op het rijbewijs aan of er voor de persoon aan wie het rijbewijs is afgegeven, bepaalde voorwaarden gelden om te mogen rijden. Daartoe gebruiken de lidstaten de overeenkomstige Uniecodes van deel E van bijlage I. Zij kunnen ook nationale codes gebruiken voor voorwaarden die niet onder deel E van bijlage I vallen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en in voorkomend geval melden zij dit onverwijld aan de Commissie, samen met bijzonderheden over de codes en de gevallen waarin zij worden gebruikt, bij de inwerkingtreding van deze richtlijn en in geval van [latere] nieuwe toevoegingen of wijzigingen van bestaande codes</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 78]</STRING></PARAG><PARAG>Wanneer iemand wegens lichamelijke ongeschiktheid slechts bepaalde typen voertuigen of aangepaste voertuigen die deze ongeschiktheid compenseren, mag besturen, wordt het in artikel 10, lid 1, bedoelde examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag in een dergelijk voertuig afgenomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is bevoegd om in voorkomend geval overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van deel E van bijlage I, teneinde rekening te houden met de technische, operationele en wetenschappelijke ontwikkelingen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 9</TI.ART><STI.ART>Fasering en gelijkwaardigheid van categorieën</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Rijbewijzen voor de categorieën BE, C1, C1E, C, CE, D1, D1E, D en DE worden slechts afgegeven aan bestuurders die reeds rijbevoegd zijn voor categorie B.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De geldigheid van het rijbewijs wordt als volgt vastgesteld:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>rijbewijzen voor de categorieën C1E, CE, D1E of DE zijn ook geldig voor het besturen van samenstellen van categorie BE;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>rijbewijzen voor categorie CE zijn ook geldig voor categorie DE, zolang de houder bevoegd is voor categorie D;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>rijbewijzen voor categorie C1E of CE zijn ook geldig voor categorie D1E, zolang de houder bevoegd is voor categorie D1;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rijbewijzen voor de categorieën CE en DE zijn ook geldig voor respectievelijk de categorieën C en D;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 80]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>rijbewijzen voor de categorieën CE en DE zijn ook geldig voor het besturen van samenstellen van respectievelijk de categorieën C1E en D1E;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rijbewijzen voor de categorieën C1E en D1E zijn ook geldig voor respectievelijk de categorieën C1 en D1;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 81]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>rijbewijzen van alle categorieën zijn geldig voor voertuigen van categorie AM. Voor rijbewijzen die op zijn eigen grondgebied zijn afgegeven, kan een lidstaat echter de gelijkwaardigheid voor categorie AM beperken tot de categorieën A1, A2 en A, indien die lidstaat voor het verkrijgen van een rijbewijs van categorie AM een praktijkexamen verplicht stelt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>rijbewijzen voor categorie A2 zijn ook geldig voor categorie A1;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>rijbewijzen voor de categorieën A, B, C of D zijn geldig voor respectievelijk de categorieën A1, A2, B1, C1 of D1;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>twee jaar nadat een rijbewijs voor categorie B voor de eerste keer is afgegeven, is het geldig voor het besturen van <STRING STRIKE="on">voertuigen op</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door</STRING></STRING> alternatieve brandstoffen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aangedreven voertuigen </STRING></STRING>als bedoeld in artikel 2<STRING STRIKE="on"> van Richtlijn 96/53/EG van de Raad</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING STRIKE="on">internationale verkeer maximaal toegestane gewichten (PB L 235 van 17.9.1996, blz. 59).</STRING></STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, [punt 11 quater)], van deze richtlijn voor de categorieën M en N zoals vastgesteld bij Verordening (EU) 2018/858</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG (PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die bestemd zijn voor de openbare weg, met inbegrip van die welke in een of meer fasen zijn ontworpen en gebouwd</STRING></STRING> met een toegestane maximummassa van meer dan 3 500 kg maar niet meer dan 4 250 kg zonder aanhangwagen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en voor het vervoer van personen met een maximum van acht zitplaatsen, de bestuurder niet meegerekend</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Aan deze voertuigen kan een aanhangwagen of oplegger worden gekoppeld waarbij de toegestane maximummassa van dit samenstel niet meer dan 5 000 kg bedraagt;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 82]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee jaar nadat een rijbewijs voor categorie B voor de eerste keer is afgegeven, is het geldig voor het besturen van ambulances zoals gedefinieerd in artikel 2, [punt 11 bis)], en andere voertuigen voor speciaal gebruik, alsook kampeerwagens zoals gedefinieerd in artikel 2, [punt 11 ter)], van deze richtlijn die niet zwaarder zijn dan 4 250 kg;</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In de in artikel 20 van deze richtlijn bedoelde periodieke verslagen aan het Europees Parlement en de Raad evalueert de Commissie de gevolgen van de technologische vooruitgang op het gebied van medische nooduitrusting en/of van het gebruik van alternatieve brandstoffen voor de totale massa van ambulances. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 van deze richtlijn gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze richtlijn te wijzigen door het maximale gewicht van ambulances te actualiseren op basis van de conclusies in die periodieke verslagen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze richtlijn te wijzigen door het maximale gewicht van de in de eerste alinea van dit punt bedoelde voertuigen te actualiseren om rekening te houden met de gevolgen van de technische vooruitgang en de ontwikkeling van alternatieve brandstoffen voor ambulances;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 83]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee jaar nadat een rijbewijs voor categorie BE voor de eerste keer is afgegeven, is het geldig voor het besturen van door alternatieve brandstoffen aangedreven voertuigen zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 11 quater), van deze richtlijn voor de categorieën M en N zoals vastgesteld bij Verordening (EU) 2018/858 die bestemd zijn voor de openbare weg, met inbegrip van die welke in een of meer fasen zijn ontworpen en gebouwd met een toegestane maximummassa van meer dan 3 500 kg maar niet meer dan 4 250 kg zonder aanhangwagen. Aan deze voertuigen kan een aanhangwagen of oplegger worden gekoppeld waarbij de toegestane maximummassa van de aanhangwagen of oplegger niet meer dan 3 500 kg bedraagt;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 84]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie jaar nadat een rijbewijs voor categorie C1 voor de eerste keer is afgegeven, is het geldig voor het besturen van door alternatieve brandstoffen aangedreven voertuigen zoals gedefinieerd in artikel 2, [punt 11 quater)], van deze richtlijn met een toegestane maximummassa van meer dan 7 500 kg maar niet meer dan 8 250 kg zonder aanhangwagen, die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht personen, de bestuurder niet meegerekend. Aan deze voertuigen kan een aanhangwagen worden gekoppeld waarvan de toegestane maximummassa niet meer dan 750 kg bedraagt;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 85]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h quinquies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie jaar nadat een rijbewijs voor categorie C1E voor de eerste keer is afgegeven, is het geldig voor het besturen van door alternatieve brandstoffen aangedreven voertuigen als bedoeld in artikel 9, lid 2, punt h quater), en de aanhangwagen of oplegger daarvan met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg, mits de toegestane massa van het samenstel niet meer dan 12 750 kg bedraagt;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 86]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h sexies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie jaar nadat een rijbewijs voor categorie D1 voor de eerste keer is afgegeven, is het geldig voor voertuigen die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van niet meer dan 22 personen, de bestuurder niet meegerekend, en met een maximumlengte van 8 meter.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 88]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het tweede uitvoeringsverslag dat de Commissie overeenkomstig artikel 20 van deze richtlijn bij het Europees Parlement en de Raad indient, beoordeelt zij het effect van de ontwikkeling en invoering van door alternatieve brandstoffen aangedreven voertuigen en/of de toepassing van [de punten h) tot en met h quinquies) van dit artikel] op de verkeersveiligheid. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze richtlijn te wijzigen door de massadrempels van door alternatieve brandstoffen aangedreven voertuigen aan te passen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 89]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Voor het verkeer op hun grondgebied kunnen de lidstaten de volgende rijbewijzen gelijkwaardig verklaren:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een rijbewijs van categorie B voor gemotoriseerde driewielers met een vermogen van meer dan 15 kW, mits de houder van het rijbewijs van categorie B ten minste 21 jaar is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een rijbewijs van categorie B voor motorfietsen van categorie A1.</PARAG><PARAG>De in de eerste alinea bedoelde gelijkwaardigheid wordt wederzijds erkend door de lidstaten die de gelijkwaardigheid hebben toegekend.</PARAG><PARAG>De lidstaten geven op het rijbewijs niet aan dat een houder bevoegd is om de in de eerste alinea bedoelde voertuigen te besturen, behalve door middel van de in deel E van bijlage I vermelde relevante Uniecodes.</PARAG><PARAG>De lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de in de eerste alinea bedoelde gelijkwaardigheid die op hun grondgebied is toegekend, met inbegrip van de nationale codes die eventueel vóór de inwerkingtreding van deze richtlijn werden gebruikt. De Commissie stelt deze informatie ter beschikking van de lidstaten om de toepassing van dit lid te vergemakkelijken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten mogen op hun grondgebied het besturen van de volgende categorieën voertuigen toestaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>voertuigen van categorie D1 met een toegestane maximummassa van 3 500 kg, uitgezonderd gespecialiseerde inrichtingen voor het vervoer van gehandicapte passagiers, door bestuurders van ten minste 21 jaar die ten minste twee jaar houder zijn van een rijbewijs van categorie B en op voorwaarde dat de betrokken voertuigen voor sociale doeleinden door niet-commerciële organisaties worden gebruikt en dat zij door vrijwilligers worden bestuurd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>voertuigen met een toegestane maximummassa van meer dan 3 500 kg door bestuurders van ten minste 21 jaar die ten minste twee jaar houder zijn van een rijbewijs van categorie B, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de voertuigen zijn bedoeld om stilstaand uitsluitend voor opleidings- of recreatiedoeleinden te worden gebruikt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>zij moeten door niet-commerciële organisaties voor sociale doeleinden worden gebruikt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>zij zijn zodanig gewijzigd dat zij niet mogen worden gebruikt voor het vervoer van meer dan negen personen of voor het vervoer van andere goederen dan die welke strikt noodzakelijk zijn voor hun doel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>voertuigen van categorie B met een toegestane maximummassa van 2 500 kg en een maximumsnelheid die fysiek beperkt is tot 45 km per uur door bestuurders jonger dan 21 jaar die houder zijn van een rijbewijs voor categorie B1.</PARAG><PARAG>De lidstaten vermelden op het rijbewijs niet dat een houder bevoegd is om de in de eerste alinea, punten a) en b), bedoelde voertuigen te besturen, behalve door middel van de desbetreffende nationale codes.</PARAG><PARAG>De lidstaten stellen de Commissie in kennis van iedere toestemming die zij overeenkomstig dit lid hebben verleend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten mogen op hun grondgebied voertuigen van categorie D of D1 laten besturen door houders van een voor categorie C afgegeven rijbewijs, mits er geen andere personen in het voertuig worden vervoerd en de bestuurder een persoon is die de technische controle overeenkomstig Richtlijn 2014/45/EU uitvoert, of een monteur van de autoreparatiewerkplaats die een proefrit maakt, beide binnen een straal van 5 km rond de werkplaats, zodra het voertuig is gerepareerd, of voor onderhouds- of controledoeleinden. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van iedere toestemming die zij overeenkomstig dit lid hebben verleend.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 91]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 10</TI.ART><STI.ART>Afgifte, geldigheid en verlenging</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het rijbewijs wordt slechts afgegeven aan aanvragers die aan de volgende voorwaarden voldoen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zij hebben overeenkomstig de bepalingen van de bijlagen II en III met goed gevolg een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag en een theorie-examen afgelegd en voldoen aan de minimumnormen inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>voor categorie AM zijn zij alleen geslaagd voor een theorie-examen. De lidstaten kunnen voor deze categorie eisen dat de aanvrager slaagt voor een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag en een medisch onderzoek ondergaat.</PARAG><PARAG>Voor drie- en vierwielers van deze categorie kunnen de lidstaten een apart examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag verplicht stellen. Om een onderscheid te maken tussen de voertuigen van categorie AM kan er op het rijbewijs een nationale code worden aangebracht;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>voor categorie A2 of categorie A, en op voorwaarde dat zij ten minste twee jaar ervaring hebben opgedaan met een motorfiets van categorie A1, respectievelijk categorie A2:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>hebben zij met goed gevolg een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag afgelegd, of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>hebben zij een opleiding voltooid overeenkomstig bijlage VI;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>zij hebben een opleiding voltooid of zijn geslaagd voor een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag, of hebben een opleiding voltooid en zijn geslaagd voor een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag overeenkomstig bijlage V wat betreft categorie B voor het besturen van een samenstel als bedoeld in artikel 6, lid 1, punt c), ii), derde alinea;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>zij hebben hun gewone verblijfplaats op het grondgebied van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft, of leveren het bewijs dat zij ten minste zes maanden in een onderwijsinstelling in die lidstaat zijn ingeschreven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten stellen de nodige bepalingen vast om ervoor te zorgen dat personen met een handicap en wier examen plaatsvindt in een voertuig dat is aangepast aan hun handicap, worden vrijgesteld van het verrichten van taken die onverenigbaar zijn met hun handicap.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 94]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De administratieve geldigheidsduur van de door de lidstaten afgegeven rijbewijzen is <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste </STRING></STRING>als volgt:<STRING BOLD="on"> [Am. 95]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>vijftien jaar voor de categorieën AM, A1, A2, A, B, B1 en BE;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>vijf jaar voor de categorieën C, CE, C1, C1E, D, DE, D1 en D1E.</PARAG><PARAG>De verlenging van een rijbewijs kan een nieuwe administratieve geldigheidsduur doen ingaan voor een andere categorie of andere categorieën waarvoor de houder van het rijbewijs rijbevoegdheid heeft, voor zover dit in overeenstemming is met de bepalingen van deze richtlijn.</PARAG><PARAG>De aanwezigheid van een microchip of QR-code overeenkomstig respectievelijk artikel 4, lid 5, en artikel 4, lid 6, is geen noodzakelijke voorwaarde voor de geldigheid van een rijbewijs. Het verlies of het onleesbaar zijn van de microchip of de QR-code, of enige andere beschadiging ervan, heeft geen invloed op de geldigheid van het rijbewijs.</PARAG><PARAG>De lidstaten mogen de administratieve geldigheidsduur van rijbewijzen van alle categorieën die aan nieuwe bestuurders worden afgegeven, beperken in de zin van artikel 15, lid 1, teneinde specifieke maatregelen op deze bestuurders te kunnen toepassen om de verkeersveiligheid te verhogen.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel mogen </STRING></STRING>de lidstaten<STRING STRIKE="on"> mogen</STRING> de administratieve geldigheidsduur van individuele rijbewijzen van alle categorieën beperken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met de medische geschiktheid en het vermogen om veilig te rijden overeenkomstig bijlage III,</STRING></STRING> als het nodig is om vaker medische controles uit te voeren of andere specifieke maatregelen toe te passen, bijvoorbeeld beperkingen voor verkeersovertreders<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, om de verkeersveiligheidsmaatregelen verder te verbeteren</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Ams. 253, 315 en 335]</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">De lidstaten beperken de in de eerste alinea omschreven administratieve geldigheidsduur van rijbewijzen van op hun grondgebied verblijvende houders die de leeftijd van 70 jaar hebben bereikt, tot vijf jaar of minder om vaker medische controles uit te voeren of andere specifieke maatregelen toe te passen, waaronder opfriscursussen. De beperkte administratieve geldigheidsduur gaat pas in bij verlenging van het rijbewijs.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 97]</STRING></PARAG><PARAG>De lidstaten kunnen de in dit lid bedoelde administratieve geldigheidsduur van rijbewijzen van personen aan wie een tijdelijke verblijfsvergunning is verleend of die op hun grondgebied tijdelijke bescherming of passende bescherming genieten uit hoofde van het nationale recht, beperken. Daartoe is deze beperkte administratieve geldigheidsduur gelijk aan of korter dan de administratieve geldigheid van de tijdelijke verblijfsvergunning of van de tijdelijke bescherming of de passende bescherming.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De verlenging van het rijbewijs op het moment dat de administratieve geldigheidsduur verstrijkt, is onderworpen aan beide volgende voorwaarden:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>er wordt nog steeds voldaan aan de minimumnormen inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorrijtuig zoals vermeld in bijlage III;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>op het moment van de aanvraag heeft de aanvrager zijn gewone verblijfplaats, of toont hij aan dat hij voor ten minste zes maanden in een onderwijsinstelling is ingeschreven, op het grondgebied van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>In geval van een crisis kunnen de lidstaten de administratieve geldigheidsduur van rijbewijzen die anders zouden verstrijken, met maximaal zes maanden verlengen. De verlenging kan worden herhaald wanneer de crisis aanhoudt.</PARAG><PARAG>Een dergelijke verlenging wordt naar behoren met redenen omkleed en onmiddellijk ter kennis van de Commissie gebracht. De Commissie maakt deze gegevens onmiddellijk bekend in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>. De lidstaten erkennen de geldigheid van rijbewijzen waarvan de administratieve geldigheidsduur krachtens dit lid is verlengd.</PARAG><PARAG>Wanneer meerdere lidstaten door een crisis worden getroffen, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen om de administratieve geldigheidsduur te verlengen van alle of bepaalde categorieën rijbewijzen die anders zouden verstrijken. Deze verlenging mag niet meer dan zes maanden bedragen en kan worden herhaald wanneer de crisis aanhoudt. Deze uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 22, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure aangenomen.</PARAG><PARAG>Indien een lidstaat geen moeilijkheden ondervindt en naar verwachting niet zal ondervinden die de verlenging van rijbewijzen als gevolg van de in de derde alinea bedoelde crisis onmogelijk maken, of passende nationale maatregelen heeft genomen om de gevolgen van de crisis te verzachten, kan die lidstaat besluiten de bij de in de derde alinea bedoelde uitvoeringshandeling ingevoerde verlenging niet toe te passen, nadat hij de Commissie daarvan vooraf in kennis heeft gesteld. De Commissie stelt de andere lidstaten daarvan in kennis en publiceert een kennisgeving in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG><PARAG>Voor de toepassing van dit lid wordt onder een crisis verstaan een uitzonderlijke, onverwachte en plotselinge, natuurlijke of door de mens veroorzaakte gebeurtenis van buitengewone aard en omvang die plaatsvindt binnen of buiten de Unie, met aanzienlijke directe of indirecte gevolgen voor het wegvervoer en die tevens de mogelijkheid voor houders van rijbewijzen of relevante nationale autoriteiten om de nodige procedures voor de verlenging ervan uit te voeren, verhindert of aanzienlijk beperkt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Onverminderd de nationale strafrechtelijke en politiële bepalingen kunnen de lidstaten voor de afgifte van het rijbewijs nationale voorschriften laten gelden die andere dan de in deze richtlijn vervatte voorwaarden behelzen. Zij stellen de Commissie daarvan in kennis.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De lidstaten kunnen bij de verlenging van een rijbewijs van de categorieën AM, A, A1, A2, B, B1 en BE verplichten tot een onderzoek om na te gaan of voldaan is aan de minimumnormen inzake lichamelijke en geestelijke geschiktheid voor het besturen van een motorrijtuig zoals vermeld in bijlage III in plaats van de zelfbeoordeling van punt 3 van die bijlage. In dat geval heeft het medisch onderzoek betrekking op alle in bijlage III vermelde vormen van medische ongeschiktheid.</PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">De Commissie stelt uiterlijk [datum van vaststelling + 18 maanden] uitvoeringshandelingen vast waarin de inhoud van de in punt 3 van bijlage III bedoelde zelfbeoordeling wordt vastgesteld en die betrekking heeft op alle in die bijlage vermelde vormen van medische ongeschiktheid. Deze uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure aangenomen.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 99]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel kunnen de lidstaten bij de verlenging van een rijbewijs van de categorieën AM, A, A1, A2, B, B1, BE en T verplichten tot een onderzoek om na te gaan of voldaan is aan de minimumnormen inzake geschiktheid voor het besturen van een gemotoriseerd voertuig zoals vermeld in bijlage III.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Ams. 256 en 328]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten stellen empirisch onderbouwde richtsnoeren voor huisartsen vast om te bepalen voor welke personen het besturen van een voertuig een risico vormt, en werken in coördinatie met de instanties die rijbewijzen afgeven.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 100]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten ontwikkelen nationale bewustmakingscampagnes om het algemene publiek bewust te maken van geestelijke of lichamelijke signalen die erop kunnen wijzen dat het besturen van een voertuig een risico vormt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 101]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Geen enkele persoon mag houder zijn van meer dan één <STRING STRIKE="on">fysiek </STRING>rijbewijs. Een persoon mag echter <STRING STRIKE="on">houder zijn van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een mobiel rijbewijs op</STRING></STRING> meerdere <STRING STRIKE="on">mobiele rijbewijzen, mits deze door dezelfde lidstaat zijn afgegeven</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">apparaten opslaan</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 102]</STRING></PARAG><PARAG>Geen enkele persoon mag houder van door meer dan één lidstaat afgegeven rijbewijzen zijn.</PARAG><PARAG>De lidstaten moeten weigeren een rijbewijs af te geven wanneer wordt vastgesteld dat de aanvrager reeds houder is van een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs.</PARAG><PARAG>De lidstaten nemen de nodige maatregelen voor de toepassing van de derde alinea. De nodige maatregelen met betrekking tot de afgifte, vervanging, verlenging of inwisseling van een rijbewijs houden in dat bij de andere lidstaten wordt nagegaan of de aanvrager reeds houder is van een rijbewijs wanneer daaromtrent een redelijk vermoeden bestaat. Daartoe maken de lidstaten gebruik van het in artikel 19 genoemde EU-rijbewijzennetwerk.</PARAG><PARAG>Onverminderd artikel 3, lid 6, zien de lidstaten er bij het afgeven van een rijbewijs grondig op toe dat de houders voldoen aan de voorschriften van lid 1 van dit artikel, en passen zij hun nationale bepalingen inzake nietigverklaring of intrekking van het rijbewijs of de rijbevoegdheid toe indien wordt vastgesteld dat een rijbewijs is afgegeven zonder dat aan de eisen daarvoor is voldaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De Commissie is bevoegd om in voorkomend geval overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen II, III, V en VI, teneinde rekening te houden met de technische, operationele en wetenschappelijke ontwikkelingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie ontwikkelt op basis van deskundig advies een online opleidingscursus voor huisartsen waarmee zij alle aspecten van de rijgeschiktheid van een aanvrager kunnen beoordelen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 103]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 11</TI.ART><STI.ART>Inwisseling en vervanging van door lidstaten afgegeven rijbewijzen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Indien de houder van een door een lidstaat afgegeven geldig rijbewijs zijn gewone verblijfplaats naar een andere lidstaat heeft overgebracht, kan hij of zij om inwisseling van zijn of haar rijbewijs tegen een gelijkwaardig rijbewijs verzoeken. De lidstaat die tot inwisseling overgaat, gaat na voor welke categorie het overgelegde rijbewijs nog geldig is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Onder voorbehoud van de naleving van het territorialiteitsbeginsel van de strafrechtelijke en politiële bepalingen, kan de lidstaat van gewone verblijfplaats op de houder van een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs zijn nationale bepalingen toepassen die betrekking hebben op de beperking, schorsing, intrekking of nietigverklaring van de rijbevoegdheid en daartoe zo nodig overgaan tot inwisseling van dat rijbewijs.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaat die tot inwisseling<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van een fysiek rijbewijs</STRING></STRING> overgaat, zendt het oude rijbewijs terug naar de autoriteiten van de lidstaat die het heeft afgegeven en vermeldt de redenen van die procedure.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaat die tot de inwisseling overgaat, informeert de autoriteit van de lidstaat van afgifte en vermeldt de redenen voor de inwisseling. De lidstaat van eerste afgifte van het rijbewijs ziet erop toe dat het oude mobiele rijbewijs niet meer kan worden weergegeven. Voor communicatiedoeleinden maken de lidstaten gebruik van het in artikel 19, lid 1, genoemde EU-rijbewijzennetwerk.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 104]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Een rijbewijs dat verloren of gestolen is, kan alleen worden vervangen door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de houder zijn of haar gewone verblijfplaats heeft. De autoriteiten vervangen het rijbewijs aan de hand van de gegevens die zij bezitten of, in voorkomend geval, op grond van een verklaring van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat die het oorspronkelijke rijbewijs heeft afgegeven.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 11 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 11 bis Voorlopig rijbewijs</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Tijdens de vervanging, verlenging of inwisseling van een rijbewijs geeft de lidstaat die tot de vervanging, verlenging of inwisseling overgaat een voorlopig rijbewijs af in de vorm van een certificaat, ook al betreft het dezelfde lidstaat die het vorige rijbewijs heeft afgegeven. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 uiterlijk op 31 december 2025 een gedelegeerde handeling vast te stellen om deze richtlijn aan te vullen door een model van een standaardformulier voor een dergelijk certificaat vast te stellen. Bij het vaststellen van die gedelegeerde handeling houdt de Commissie terdege rekening met het risico van vervalsing van dergelijke formulieren.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het certificaat dat door een lidstaat overeenkomstig dit artikel wordt afgegeven, is geldig voor één maand of korter. Dergelijke certificaten worden door de lidstaten onderling erkend. Indien de vervanging, verlenging of inwisseling van het rijbewijs langer duurt, kunnen de lidstaten dit certificaat tweemaal verlengen, elke keer voor één maand of korter. Een dergelijk certificaat verliest zijn geldigheid wanneer de houder in het bezit komt van een fysiek of mobiel rijbewijs overeenkomstig artikel 3.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 105]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 12</TI.ART><STI.ART>Inwisseling van door derde landen afgegeven rijbewijzen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer een lidstaat voorziet in de inwisseling van een rijbewijs dat door een derde land is afgegeven aan een houder die zijn gewone verblijfplaats op zijn grondgebied heeft verworven, wisselt deze lidstaat het rijbewijs overeenkomstig de bepalingen van dit artikel in.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer een lidstaat een rijbewijs inwisselt dat is afgegeven door een derde land waarvoor geen uitvoeringsbesluit als bedoeld in lid 7 is vastgesteld, wordt van deze inwisseling, evenals van iedere latere verlenging of vervanging, melding gemaakt op het door die lidstaat afgegeven rijbewijs door het aankruisen van de relevante code uit bijlage I, deel E. Indien de houder van dat rijbewijs zijn of haar gewone verblijfplaats naar een andere lidstaat overbrengt, hoeft deze laatste het in artikel 3, lid 6, neergelegde beginsel van wederzijdse erkenning niet toe te passen.</PARAG><PARAG>De lidstaten passen bij deze inwisseling de bepalingen van hun nationale wetgeving toe overeenkomstig de in dit lid vastgestelde voorwaarden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer het rijbewijs wordt afgegeven voor een categorie en door een derde land waarvoor een uitvoeringsbesluit als bedoeld in lid 7 is vastgesteld, wordt deze inwisseling niet vermeld op het door de betrokken lidstaat afgegeven rijbewijs. In die gevallen wisselen de lidstaten het rijbewijs in overeenkomstig de voorwaarden van het betrokken uitvoeringsbesluit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wanneer een door een lidstaat afgegeven rijbewijs is ingewisseld tegen een door een derde land afgegeven rijbewijs, eisen de lidstaten geen andere aanvullende voorwaarden dan die van artikel 10, lid 3, punt a), of registreren zij geen aanvullende informatie voor de inwisseling van dat rijbewijs voor een door hen afgegeven rijbewijs, met betrekking tot de categorieën van het oorspronkelijke rijbewijs.</PARAG><PARAG>Wanneer een aanvrager in de in de eerste alinea bedoelde situatie verzoekt om inwisseling van een rijbewijs dat ook geldig is voor categorieën waarvoor hij of zij in een derde land de rijbevoegdheid heeft verworven, gelden de volgende regels:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>wanneer het rijbewijs is afgegeven in een categorie en door een derde land waarvoor een uitvoeringsbesluit als bedoeld in lid 7 is vastgesteld, is lid 3 van toepassing;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>bij ontstentenis van een dergelijk uitvoeringsbesluit is lid 2 van toepassing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De in de leden 2, 3 en 4 bedoelde inwisseling is slechts mogelijk indien het door het derde land afgegeven rijbewijs is ingeleverd bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat die de inwisseling verricht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De Commissie kan vaststellen dat een derde land een kader voor wegvervoer heeft dat geheel of gedeeltelijk een niveau van verkeersveiligheid waarborgt dat vergelijkbaar is met dat van de Unie, waardoor de door dit derde land afgegeven rijbewijzen kunnen worden ingewisseld zonder dat een dergelijke inwisseling wordt geregistreerd op de door de lidstaten afgegeven rijbewijzen, zo nodig nadat aan bepaalde vooraf vastgestelde voorwaarden is voldaan.</PARAG><PARAG>Wanneer de Commissie een dergelijk derde land identificeert, kan zij het kader voor wegvervoer van het derde land beoordelen in samenwerking met de lidstaten. De lidstaten hebben zes maanden de tijd om advies uit te brengen over het kader voor wegvervoer in het geïdentificeerde derde land. De Commissie gaat over tot de beoordeling zodra zij een advies van alle lidstaten heeft ontvangen of zodra de termijn voor het toezenden van de adviezen is verstreken, indien dat <STRING STRIKE="on">later</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eerder</STRING></STRING> is.<STRING BOLD="on"> [Am. 106]</STRING></PARAG><PARAG>Bij de beoordeling van het bestaande kader voor wegvervoer in een derde land houdt de Commissie ten minste rekening met de volgende elementen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de geldende rijbewijsvereisten, zoals de indeling van rijbewijscategorieën, minimumleeftijdsvereisten, eisen en voorwaarden voor opleiding en rijexamens, en medische normen voor de afgifte van het rijbewijs;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>of het derde land mobiele rijbewijzen afgeeft en zo ja, de toepasselijke technische en structurele bijzonderheden voor de werking van het systeem;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de mate waarin er vervalste rijbewijzen in omloop zijn en welke maatregelen worden genomen om vervalsing van rijbewijzen te voorkomen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de administratieve geldigheidsduur van de door het derde land afgegeven rijbewijzen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de verkeersomstandigheden in het derde land en de vraag of deze vergelijkbaar zijn met de verkeersomstandigheden op het wegennet in de Unie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>de verkeersveiligheid van het derde land<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het in het derde land toegepaste systeem voor de inwisseling van EU-rijbewijzen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 107]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De Commissie kan, na de in lid 6 bedoelde beoordeling te hebben verricht en door middel van uitvoeringsbesluiten, besluiten dat een derde land een kader voor wegvervoer heeft dat geheel of gedeeltelijk een niveau van verkeersveiligheid waarborgt dat vergelijkbaar is met dat van de Unie, waardoor de door dit derde land afgegeven rijbewijzen kunnen worden ingewisseld zonder dat een dergelijke inwisseling wordt geregistreerd op de door de lidstaten afgegeven rijbewijzen.</PARAG><PARAG>Het uitvoeringsbesluit bevat ten minste:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de in artikel 6 bedoelde rijbewijscategorieën, ten aanzien waarvan een inwisseling kan plaatsvinden zonder vermelding ervan op het door een lidstaat afgegeven rijbewijs;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de data van afgifte van de rijbewijzen van het derde land ten aanzien waarvan een inwisseling kan plaatsvinden zonder vermelding ervan op het door een lidstaat afgegeven rijbewijs;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>alle algemene voorwaarden waaraan moet worden voldaan om de authenticiteit van het officiële document dat moet worden ingewisseld, te verifiëren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>alle algemene voorwaarden waaraan de aanvrager, voorafgaand aan de inwisseling, moet voldoen om aan te tonen dat aan de medische normen van bijlage III is voldaan.</PARAG><PARAG>Wanneer het rijbewijs van de aanvrager niet voldoet aan het bepaalde in de tweede alinea, punt a) of b), van dit lid, kunnen de lidstaten besluiten tot inwisseling van het rijbewijs overeenkomstig lid 2. Wanneer het rijbewijs van de aanvrager niet voldoet aan het bepaalde in de tweede alinea, punt c) of d), van dit lid, weigeren de lidstaten de inwisseling van het rijbewijs. Elke aanvullende voorwaarde die het uitvoeringsbesluit kan bevatten, voorziet hetzij in de toepasselijkheid van de nationale bepalingen van de lidstaat overeenkomstig lid 2, hetzij in de weigering tot inwisseling van het rijbewijs wanneer de aanvrager niet aan deze voorwaarden voldoet.</PARAG><PARAG>De uitvoeringsbesluiten worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Het in lid 7 bedoelde uitvoeringsbesluit voorziet in een periodieke toetsing, minstens om de vier jaar, van de verkeersveiligheidssituatie in het betrokken derde land. Afhankelijk van de conclusies van de toetsing handhaaft, wijzigt of schorst de Commissie, voor zover nodig, het in lid 7 bedoelde uitvoeringsbesluit of trekt zij dat in.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een getuigschrift van vakbekwaamheid, of een gelijkwaardig getuigschrift, dat is afgegeven door een derde land als bedoeld in lid 2, kan worden vervangen door een nieuw getuigschrift van vakbekwaamheid dat is afgegeven door een lidstaat, indien de houder in die lidstaat een aanvullende opleiding van ten hoogste 35 uur heeft gevolgd. Die aanvullende vakbekwaamheidsopleiding wordt uitgevoerd in de EU-taal die het best wordt begrepen door een [kandidaat]. Indien nodig wordt, teneinde een hoog niveau van vakbekwaamheid en verkeersveiligheid te waarborgen, in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2022/2561 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn (EU) 2022/2561 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen (PB L 330 van 23.12.2022, blz. 46).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, passende taalkundige ondersteuning geboden.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om te beoordelen of een derde land beschikt over regels die geheel of gedeeltelijk vergelijkbaar zijn met die van de Unie die een niveau van verkeersveiligheid waarborgen dat geheel of gedeeltelijk vergelijkbaar is met dat van de Unie, is de Commissie bevoegd uiterlijk ... [2 jaar na de inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 21 vast te stellen om deze richtlijn aan te vullen door de voorwaarden voor, en de criteria en methodologieën die moeten worden gebruikt bij, het beoordelen van de regels van derde landen inzake certificering en examenprocedures, of beide, vast te stellen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op basis van die [gedelegeerde handelingen/beoordelingsvoorwaarden, criteria en methodologieën], en in samenwerking met de lidstaten overeenkomstig de procedure als bedoeld in lid 6, stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast, met daarin haar besluit dat een specifiek derde land over regels beschikt inzake beroepsopleiding voor bestuurders en/of regels inzake certificering en examenprocedures die geheel of gedeeltelijk vergelijkbaar zijn met die van overeenkomstige regels van de Unie die een niveau van verkeersveiligheid waarborgen dat geheel of gedeeltelijk vergelijkbaar is met dat in de Unie. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 108]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>De Commissie maakt in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> en op haar website een lijst bekend van de derde landen waarvoor overeenkomstig <STRING STRIKE="on">lid 7</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de leden 7 en 8 bis</STRING></STRING> een uitvoeringsbesluit is vastgesteld, en maakt dienovereenkomstig alle relevante wijzigingen bekend die overeenkomstig lid <STRING STRIKE="on">9</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">8</STRING></STRING> zijn aangebracht.<STRING BOLD="on"> [Am. 109]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>De Commissie zet een kennisnetwerk op voor het verzamelen, verwerken en verspreiden van kennis en informatie over beste praktijken voor de integratie van buitenlandse beroepschauffeurs in de interne markt. Het netwerk omvat de relevante autoriteiten van de lidstaten, kenniscentra, universiteiten en onderzoekers, sociale partners en andere relevante actoren uit de sector van het wegvervoer.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 12 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 12 bis Samenwerkingsplatform</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie zet een samenwerkingsplatform op voor het aggregeren, verwerken en verspreiden van kennis en informatie over beste praktijken voor:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de opleidingsprogramma’s voor bestuurders in de lidstaten, met inbegrip van de opleiding voor voertuigen voor speciaal gebruik zoals niet voor de weg bestemde mobiele machines;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de afgifte van rijbewijzen voor en het normale gebruik van voertuigen voor speciaal gebruik, zoals niet voor de weg bestemde mobiele machines in de verschillende lidstaten, met inbegrip van de grensoverschrijdende gevolgen van verschillen tussen deze regels om het gebruik van dergelijke machines te vergemakkelijken; en</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eventuele andere passend geachte kwesties.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het platform omvat de relevante autoriteiten van de lidstaten en relevante belanghebbenden in de wegvervoersector, en faciliteert waar mogelijk het voortbouwen op deze beste praktijken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 320]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 13</TI.ART><STI.ART>Gevolgen van een beperking, schorsing, intrekking of nietigverklaring van de rijbevoegdheid of van het rijbewijs</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een lidstaat weigert een rijbewijs af te geven aan een aanvrager wiens rijbewijs in een andere lidstaat is beperkt, geschorst, ingetrokken of nietig verklaard.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een lidstaat weigert de geldigheid te erkennen van een rijbewijs dat door een andere lidstaat aan een persoon is verstrekt, wanneer het rijbewijs of de rijbevoegdheid van die persoon op het grondgebied van de eerstgenoemde staat is beperkt, geschorst, ingetrokken of nietig verklaard.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Een rijbewijs of rijbevoegdheid wordt voor de toepassing van dit artikel als beperkt, geschorst, ingetrokken of nietig verklaard beschouwd zolang de betrokkene nog niet voldoet aan de door een lidstaat gestelde voorwaarden waaraan hij of zij moet voldoen om zijn of haar rijbevoegdheid of rijbewijs te kunnen terugkrijgen of een nieuw rijbewijs te kunnen aanvragen.</PARAG><PARAG>De lidstaten zorgen ervoor dat alle voorwaarden die zij opleggen opdat de houder zijn of haar rijbevoegdheid of rijbewijs terugkrijgt of een nieuw rijbewijs kan aanvragen, evenredig en niet-discriminerend zijn ten opzichte van houders van een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs en dat zij op zichzelf niet leiden tot een weigering voor onbepaalde tijd om een rijbewijs af te geven of een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs te erkennen.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een lidstaat trekt een rijbewijs in wanneer uit een medisch onderzoek ter bevestiging van de geldigheid als bedoeld in artikel 10 blijkt dat er tijdelijk sprake is van een verlies van lichamelijke en geestelijke geschiktheid met betrekking tot de in bijlage III vermelde medische aandoeningen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 110]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Niets in dit artikel mag worden geïnterpreteerd in de zin dat het lidstaten belet een persoon voor onbepaalde tijd te verbieden op hun grondgebied een voertuig te besturen zonder hem of haar de mogelijkheid te bieden zijn of haar rijbevoegdheid of rijbewijs terug te krijgen of een nieuw rijbewijs aan te vragen, wanneer dit op grond van zijn of haar gedrag gerechtvaardigd is.</PARAG><PARAG>Indien een lidstaat overeenkomstig dit lid een rijverbod voor onbepaalde tijd heeft opgelegd, kan die lidstaat weigeren de geldigheid van een door een andere lidstaat afgegeven rijbewijs op zijn respectieve grondgebied voor onbepaalde tijd te erkennen. In afwijking van lid 1 kunnen andere lidstaten, na overleg met de lidstaat die het rijverbod voor onbepaalde tijd oplegt, aan een dergelijke persoon een rijbewijs afgeven.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 14</TI.ART><STI.ART>Regeling voor begeleid rijden</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van artikel 7, lid 1, respectievelijk punten b) en d), geven de lidstaten overeenkomstig artikel 10, lid 1, rijbewijzen af voor de categorieën B<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, C en C1</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> en C</STRING> waarop de in bijlage I, deel E, gespecificeerde Uniecode 98.02 is aangebracht, aan aanvragers die de leeftijd van 17 jaar hebben bereikt.<STRING BOLD="on"> [Am. 111]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Houders van een rijbewijs waarop de Uniecode 98.02 is aangebracht en die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, mogen alleen rijden wanneer zij worden begeleid door een persoon <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op de voorste passagierszitplaats, die in staat is aanwijzingen te geven tijdens het rijden. De begeleider houdt zich aan de regels inzake rijden onder invloed van alcohol, drugs of andere factoren die het rijvermogen aantasten, en voldoet</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">die</STRING> aan de volgende voorwaarden<STRING STRIKE="on"> voldoet</STRING>:<STRING BOLD="on"> [Am. 112]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>heeft een minimumleeftijd van 25 jaar;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>is in het bezit van een <STRING STRIKE="on">rijbewijs</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">EU-rijbewijs</STRING></STRING> van de relevante categorie dat meer dan vijf jaar geleden is afgegeven;<STRING BOLD="on"> [Am. 113]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>is in de afgelopen vijf jaar niet aan een ontheffing van de rijbevoegdheid onderworpen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>is niet onderworpen geweest aan een strafrechtelijke beslissing die voortvloeit uit een verkeersgerelateerde overtreding;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>en beschikt, in het geval van een voertuig van categorie C<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of C1</STRING></STRING>, over de kwalificatie en opleiding zoals vastgelegd in Richtlijn (EU) 2022/2561<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 114]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">heeft, in het geval van de voertuigcategorieën C en C1, een speciale 7-urige cursus gevolgd om de noodzakelijke professionele en pedagogische vaardigheden te leren, als onderdeel van de periodieke nascholing voor het getuigschrift van vakbekwaamheid.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen besluiten de duur van deze cursus te verhogen tot maximaal 14 uur.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 116]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Om de naleving van dit artikel te waarborgen, kunnen de lidstaten de identificatie vereisen van de in lid 2 bedoelde begeleidende personen. De lidstaten kunnen het aantal mogelijke begeleiders beperken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De regeling voor begeleid rijden beperkt niet de bestaande mogelijkheden voor lidstaten om de in artikel 7, lid 2, van deze richtlijn vastgelegde minimumleeftijd voor het besturen van voertuigen van categorie B te verlagen en de bijbehorende voorwaarden op nationaal niveau toe te passen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 117]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten kunnen aanvullende voorwaarden voor de afgifte van een rijbewijs met Uniecode 98.02 toepassen op aanvragers die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt. Zij stellen de Commissie daarvan in kennis. De Commissie maakt deze informatie toegankelijk voor het publiek.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen de in lid 1 bedoelde leeftijd voor personen met vaste verblijfplaats op hun grondgebied verlagen met het oog op het uitvoeren van proefprojecten en het verzamelen van gegevens over de gevolgen van regelingen voor begeleid rijden met een lagere leeftijd in het kader van de opleiding van de aanvrager tot hij of zij 3 500 km heeft gereden. Indien een lidstaat van deze optie gebruik wil maken, doet hij de Commissie een gemotiveerd verzoek daartoe toekomen. De Commissie beoordeelt het desbetreffende verzoek in overleg met de lidstaat in kwestie en neemt binnen drie maanden een besluit. De Commissie kan het verzoek goedkeuren of afwijzen middels een gemotiveerd besluit, of het verzoek goedkeuren mits aan aanvullende voorwaarden wordt voldaan, ter waarborging van de verkeersveiligheid. Indien de Commissie een afwijking toestaat, blijven de bepalingen van de leden 2, 3 en 4 van toepassing. De lidstaten monitoren de resultaten van de goedgekeurde proefprojecten en doen deze aan de Commissie toekomen. De Commissie beoordeelt de verzoeken en, in voorkomend geval, de resultaten van de goedgekeurde proefprojecten in haar periodieke toetsingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 118]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 15</TI.ART><STI.ART>Proeftijd</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De houder van een voor het eerst afgegeven rijbewijs van een bepaalde categorie wordt beschouwd als beginnende bestuurder en heeft een proeftijd van ten minste twee jaar.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten stellen regels vast inzake de duur van de proeftijd en de sancties voor beginnende bestuurders.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 119]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten stellen een verplichting vast voor beginnende bestuurders om een standaard Unieschijf op de achterruit van hun voertuig aan te brengen gedurende hun hele proefperiode. Uiterlijk [zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] stelt de Commissie een gedelegeerde handeling vast in overeenstemming met artikel 21 ter vaststelling van de gemeenschappelijke visuele specificaties van de gemeenschappelijke schijf.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 268]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten stellen sancties vast voor beginnende bestuurders die rijden met een alcoholgehalte in het bloed van meer dan <STRING STRIKE="on">0,0 g/ml</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">0,2 g/mL of die onder invloed zijn van psychotrope stoffen of verdovende middelen. De handhavingsautoriteiten van de lidstaten stellen een technische nultolerantiemeetdrempel vast op basis van de laagste kwantificeringsgrens die rekening houdt met passieve of toevallige blootstelling</STRING></STRING> en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden toegepast. <STRING STRIKE="on">Deze</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die</STRING></STRING> sancties moeten doeltreffend, evenredig<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, afschrikkend</STRING></STRING> en niet-discriminerend zijn<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en kunnen ook een rijverbod inhouden</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> en een afschrikkende werking hebben</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 120]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten stellen zwaardere sancties vast voor beginnende bestuurders, waaronder voor het niet gebruiken van de veiligheidsinrichtingen of het rijden zonder een geldig rijbewijs, en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden toegepast. Die sancties moeten doeltreffend, evenredig, afschrikkend en niet-discriminerend zijn.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 121]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen de toepassing van het nultolerantiesysteem voor alcohol en illegale psychoactieve drugs uitbreiden tot alle bestuurders.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 269]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Om de verkeersveiligheid te verbeteren, kunnen de lidstaten op hun grondgebied aanvullende regels vaststellen voor beginnende bestuurders tijdens de proeftijd. Zij stellen de Commissie daarvan in kennis.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Deze regels beperken het rijden in de nacht niet.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 122]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten brengen op rijbewijzen die tijdens een proeftijd zijn afgegeven, de in bijlage I, deel E, vermelde Uniecode 98.01 aan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Er geldt geen proeftijd voor bestuurders die een rijbewijs van categorie A2 of A verkrijgen overeenkomstig artikel 10, lid 1, punt c).</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor bestuurders die tijdens hun proeftijd voor een eerder afgegeven rijbewijscategorie een rijbewijs voor een nieuwe categorie behalen, kan de proeftijd voor de nieuwe categorie worden beperkt rekening houdend met de reeds voltooide proeftijd, waarbij deze niet korter mag zijn dan zes maanden. Het beperken van de proeftijd mag niet indien het bestaande rijbewijs is afgegeven voor alleen categorie AM.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 123]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten worden aangemoedigd leeftijdspecifieke educatie over verkeersveiligheid en voorlichtingscursussen over verkeersrisico’s op te nemen in het onderwijsprogramma van de basis- en middelbare school. De lidstaten kunnen inkomsten die daarvoor uit hoofde van [Richtlijn (EU) 2015/413 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn (EU) 2015/413 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen (PB L 68 van 13.3.2015, blz. 9).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">] zijn bestemd, gebruiken voor het financieel ondersteunen van dergelijke initiatieven. De Commissie kan de in [artikel 8 bis van die richtlijn] vermelde middelen ook gebruiken om dergelijke initiatieven financieel te steunen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 124]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 16</TI.ART><STI.ART>Examinatoren</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Examinatoren voor het rijbewijs moeten voldoen aan de minimumnormen van bijlage IV.</PARAG><PARAG>Examinatoren voor het rijbewijs die hun functie vóór <STRING STRIKE="on">19 januari 2013</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de inwerkingtreding van deze richtlijn</STRING></STRING> uitoefenden, moeten enkel voldoen aan de vereisten van kwaliteitsborging en regelmatige bijscholing.<STRING BOLD="on"> [Am. 125]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage IV waar nodig te wijzigen zodat rekening wordt gehouden met de technische, operationele of wetenschappelijke ontwikkelingen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 17</TI.ART><STI.ART>Gewone verblijfplaats</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder “gewone verblijfplaats” verstaan de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar, wegens persoonlijke <STRING STRIKE="on">en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> beroepsmatige bindingen <STRING STRIKE="on">of</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING>, voor iemand zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden blijken tussen hemzelf of haarzelf en de plaats waar hij of zij woont.<STRING BOLD="on"> [Am. 126]</STRING></PARAG><PARAG>De gewone verblijfplaats van iemand die zijn of haar beroepsmatige bindingen op een andere plaats dan zijn of haar persoonlijke bindingen heeft en daardoor afwisselend op verschillende plaatsen in twee of meer lidstaten verblijft, wordt evenwel geacht zich op dezelfde plaats als zijn of haar persoonlijke bindingen te bevinden, op voorwaarde dat hij of zij daar op geregelde tijden terugkeert. Deze laatste voorwaarde vervalt, wanneer de betrokkene voor een opdracht van een bepaalde duur in een lidstaat verblijft. Het feit dat een universiteit of een school wordt bezocht, houdt niet in dat de gewone verblijfplaats wordt verplaatst.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor de toepassing van artikel 10, lid 3, punt b), en artikel 11, lid 4, wordt de gewone verblijfplaats van het personeel van diplomatieke diensten van de Unie of van haar lidstaten, of van hun gezinsleden die deel uitmaken van hun huishouden, geacht zich te bevinden op het grondgebied van de lidstaten die het rijbewijs dat wordt verlengd of vervangen, hebben afgegeven.</PARAG><PARAG>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder “diplomatieke diensten van de Unie” verstaan ambtenaren van de bevoegde diensten van het secretariaat-generaal van de Raad en van de Commissie, alsmede door de nationale diplomatieke diensten van de lidstaten gedetacheerd personeel en alle andere personeelsleden of contractanten die voor de instellingen, organen, bureaus en agentschappen van de Unie op het gebied van de externe vertegenwoordiging werkzaam zijn en die om hun contractuele taken te kunnen uitvoeren in een kalenderjaar ten minste 181 dagen op het grondgebied van een of meer derde landen moeten verblijven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer de houder van een rijbewijs niet overeenkomstig lid 1 kan aantonen dat hij of zij zijn of haar gewone verblijfplaats in een bepaalde lidstaat heeft gevestigd, kan hij of zij als laatste middel zijn of haar rijbewijs verlengen in de lidstaat die het oorspronkelijk heeft afgegeven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>In afwijking van artikel 10, lid 1, punt e), en met het oog op de eerste afgifte van een rijbewijs<STRING STRIKE="on"> van categorie B</STRING>, kan een aanvrager wiens lidstaat van gewone verblijfplaats verschilt van de lidstaat van staatsburgerschap, zijn rijbewijs door deze laatste laten afgeven, indien de lidstaat van gewone verblijfplaats niet voorziet in de mogelijkheid om het theorie- of praktijkexamen af te leggen in een van de officiële <STRING STRIKE="on">talen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">EU-talen</STRING></STRING> van de lidstaat van staatsburgerschap of met een tolk.<STRING BOLD="on"> [Am. 127]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 18</TI.ART><STI.ART>Gelijkwaardigheid van rijbewijzen naar een niet-EU-model</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Lidstaten passen de gelijkwaardigheid toe die vastgesteld is bij Besluit (EU) 2016/1945<FOOTNOTE><FIELD>Besluit (EU) 2016/1945 van de Commissie van 14 oktober 2016 inzake de gelijkwaardigheid tussen bepaalde categorieën van rijbewijzen (PB L 302 van 9.11.2016, blz. 62).</FIELD></FOOTNOTE> van de Commissie voor bevoegdheden die behaald zijn vóór <STRING STRIKE="on">19 januari 2013</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de inwerkingtreding van deze richtlijn</STRING></STRING> en de categorieën die vastgesteld zijn in artikel 6 van deze richtlijn.<STRING BOLD="on"> [Am. 128]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Vóór <STRING STRIKE="on">19 januari 2013</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de inwerkingtreding van deze richtlijn</STRING></STRING> verleende rijbevoegdheden worden niet ingetrokken of op welke wijze dan ook anders gekwalificeerd door de bepalingen van deze richtlijn.<STRING BOLD="on"> [Am. 129]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 19</TI.ART><STI.ART>Wederzijdse bijstand</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten verlenen elkaar bijstand bij de uitvoering van deze richtlijn. Zij wisselen informatie uit over de rijbewijzen die zij hebben afgegeven, ingewisseld, vervangen, verlengd, beperkt, geschorst, ingetrokken, nietig verklaard of teruggenomen, over de ontzeggingen van de rijbevoegdheid die zij hebben opgelegd of voornemens zijn op te leggen, en raadplegen elkaar om na te gaan of een aanvrager van een rijbewijs in geen enkele lidstaat aan een ontzegging van de rijbevoegdheid is onderworpen. Zij gebruiken daartoe het daarvoor opgezette EU-rijbewijzennetwerk.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten kunnen het EU-rijbewijzennetwerk ook gebruiken voor de uitwisseling van informatie voor de volgende doeleinden:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het mogelijk maken dat hun autoriteiten de geldigheid en authenticiteit van een rijbewijs controleren tijdens controles langs de weg of in het kader van maatregelen om vervalsing tegen te gaan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het faciliteren van onderzoeken om vast te stellen welke persoon aansprakelijk is voor verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen, overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/413 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2015/413 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 ter facilitering van de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie over verkeersveiligheidsgerelateerde verkeersovertredingen (PB L 68 van 13.3.2015, blz. 9).</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het voorkomen, opsporen en onderzoeken van strafbare feiten <STRING STRIKE="on">als bedoeld </STRING>in<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> het verkeer overeenkomstig</STRING></STRING> [VERWIJZING NAAR PRÜM II]<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, op voorwaarde dat aan alle daarin vermelde noodzakelijke voorwaarden voor dat doel is voldaan en met passende inachtneming van de beginselen van doelbinding, noodzakelijkheid en evenredigheid</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 130]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het handhaven van Richtlijn (EU) 2022/2561;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het uitvoeren en handhaven van [NIEUWE RICHTLIJN OVER DE UNIEBREDE GEVOLGEN VAN BEPAALDE ONTZEGGINGEN VAN DE RIJBEVOEGDHEID].</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De toegang tot het netwerk is beveiligd. Het netwerk voorziet zowel in synchrone (realtime) als asynchrone uitwisseling van informatie, alsook in het verzenden en ontvangen van beveiligde berichten, kennisgevingen en bijlagen.</PARAG><PARAG>De lidstaten nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de via het netwerk uitgewisselde informatie actueel is.</PARAG><PARAG>De lidstaten mogen alleen toegang tot het netwerk verlenen aan de instanties die bevoegd zijn voor de in de leden 1 en 2 genoemde doeleinden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten verlenen elkaar ook bijstand bij de uitvoering van het mobiele rijbewijs, met name om de naadloze interoperabiliteit tussen de in bijlage I, deel C, bedoelde toepassingen en verificatiefuncties te waarborgen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Om de interoperabiliteit tussen de nationale systemen die verbonden zijn met het EU-rijbewijzennetwerk en de bescherming van in dit verband uitgewisselde persoonsgegevens te waarborgen, stelt de Commissie uiterlijk 6 juni 2026 uitvoeringshandelingen vast waarin de gedetailleerde operationele, technische en interfacevereisten van het EU-rijbewijzennetwerk worden vastgelegd. Deze uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 22, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure aangenomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De lidstaten kunnen samenwerken bij de handhaving van een eventuele gedeeltelijke beperking, schorsing, intrekking of nietigverklaring van de rijbevoegdheid of van een rijbewijs, met name wanneer de respectieve maatregelen beperkt zijn tot bepaalde rijbewijscategorieën of tot het grondgebied van bepaalde lidstaten, met name door middel van vermeldingen op de door hen afgegeven rijbewijzen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 20</TI.ART><STI.ART>Evaluatie</STI.ART><PARAG>De lidstaten stellen de Commissie jaarlijks in kennis van het aantal afgegeven, verlengde, vervangen, ingetrokken en ingewisselde rijbewijzen voor elke categorie, met inbegrip van gegevens over de afgifte en het gebruik van mobiele rijbewijzen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten stellen de Commissie ook binnen drie maanden in kennis van wijzigingen in de door hen vastgestelde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die noodzakelijk zijn voor de naleving van deze richtlijn, indien deze gevolgen hebben voor de toepassing van de bepalingen van deze richtlijn.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 131]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten wisselen ook gegevens uit over hun beste praktijken met betrekking tot verkeersveiligheidsmaatregelen en risicobewustmakingscursussen, met name voor beginnende bestuurders en in het kader van permanente educatie, soorten controles van de medische geschiktheid per leeftijdsgroep, het gebruik van rijhulpsystemen per leeftijdsgroep met feedback, bewijs van deelname en aanbevelingen van een rij-instructeur, verkeerspsycholoog of rijexaminator, alsook maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid voor kwetsbare weggebruikers, waaronder maatregelen ter regulering van micromobiliteit.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 132]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie wordt verzocht uiterlijk op 1 juli 2027 bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in te dienen over de gevolgen van het gebruik van nationale bepalingen voor niet voor de weg bestemde mobiele machines en de gevolgen daarvan voor de interne markt en de verkeersveiligheid. Dit verslag kan, indien nodig, vergezeld gaan van een voorstel aan het Europees Parlement en de Raad om het gebruik van niet voor de weg bestemde mobiele machines in de hele Unie te vergemakkelijken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 321]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten doen de Commissie jaarlijks statistieken toekomen over de aantallen verkeersongevallen per rijbewijscategorie die worden veroorzaakt door beginnende bestuurders die aan regelingen voor begeleid rijden deelnemen zoals bedoeld in artikel 14. De Commissie wordt gevraagd elke drie jaar een verslag voor te leggen met een vergelijking van de aantallen verkeersongevallen die worden veroorzaakt door bestuurders die een rijbewijs hebben behaald na deelname aan een regeling voor begeleid rijden en andere bestuurders. De gegevens in het verslag worden uitgesplitst per rijbewijscategorie. De Commissie maakt het verslag openbaar, waaronder via het CBE-portaal zoals opgericht uit hoofde van de [CBE-richtlijn[.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 133]</STRING></PARAG><PARAG>Uiterlijk [inwerkingtreding + vijf jaar], en vervolgens om de vijf jaar, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering van deze richtlijn, met inbegrip van de gevolgen ervan voor de verkeersveiligheid.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 21</TI.ART><STI.ART>Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in artikel 4, lid 8, artikel 5, lid 6, artikel 8, lid 2, artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">9, lid 2, artikel </STRING></STRING>10, lid 8,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> artikel 11, punt a, artikel 12, lid 8 bis</STRING></STRING> en artikel 16<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, lid 2 en artikel 16 bis</STRING></STRING>, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding van de richtlijn]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.<STRING BOLD="on"> [Am. 134]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 4, lid 8, artikel 5, lid 6, artikel 8, lid 2, artikel 10, lid 8, en artikel 16, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Een overeenkomstig artikel 4, lid 8, artikel 5, lid 6, artikel 8, lid 2, artikel 10, lid 8, en artikel 16, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien noch het Europees Parlement, noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 22</TI.ART><STI.ART>Comitéprocedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie wordt bijgestaan door het “comité voor het rijbewijs”. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG><PARAG>Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure moet worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, door de voorzitter van het comité daartoe wordt besloten of door een eenvoudige meerderheid van de leden van het comité daarom wordt verzocht.</PARAG><PARAG>Indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, neemt de Commissie de uitvoeringshandeling niet aan en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 23</TI.ART><STI.ART>Wijzigingen van Richtlijn (EU) 2022/2561</STI.ART><PARAG>Richtlijn (EU) 2022/2561 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>in artikel 5, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2561 wordt het volgende punt c) toegevoegd:<CITATION><P>“c)	vanaf de leeftijd van 17 jaar een voertuig van de <STRING STRIKE="on">rĳbewĳscategorie C</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rĳbewĳscategorieën C en C1</STRING></STRING>, mits de bestuurder houder is van het in artikel 6, lid 1, bedoelde getuigschrift en uitsluitend onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in artikel 14, lid 2, van Richtlijn [VERWIJZING-NAAR-DEZE-RICHTLIJN];<STRING STRIKE="on">.</STRING>”<STRING BOLD="on"> [Am. 135]</STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 5, lid 3, wordt punt a) vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">a)</STRING></STRING>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vanaf de leeftijd van 21 jaar:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een voertuig van de rĳbewĳscategorieën D en D + E, mits hij houder is van het in artikel 6, lid 2, bedoelde getuigschrift.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elke lidstaat kan bestuurders van een voertuig van de rĳbewĳscategorieën D1 en D1 + E toestemming verlenen om op zijn grondgebied vanaf de leeftijd van 18 jaar een dergelijk voertuig te besturen, mits hij houder is van het in artikel 6, lid 1, bedoelde getuigschrift.</STRING></STRING></P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="DASH"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elke lidstaat kan de minimumleeftijd voor de categorieën D en DE voor bestuurders van bussen en touringcars verlagen tot:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>—</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">19 jaar op zijn grondgebied, mits deze bestuurders een volledige beroepsopleiding hebben gevolgd en houder zijn van het in artikel 6, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2561 bedoelde getuigschrift;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>—</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">18 jaar op zijn grondgebied, mits deze bestuurders een volledige beroepsopleiding hebben gevolgd en houder zijn van het in artikel 6, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2561 bedoelde getuigschrift, en deze voertuigen besturen zonder passagiers, of op lijnen van minder dan 50 km met passagiers.</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een voertuig van de rĳbewĳscategorieën D en D + E, mits hij houder is van het in artikel 6, lid 1, bedoelde getuigschrift.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="DASH"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elke lidstaat kan de minimumleeftijd voor de categorieën D en DE voor bestuurders van bussen en touringcars verlagen tot:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>—</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">19 jaar op zijn grondgebied, mits deze bestuurders een volledige beroepsopleiding hebben gevolgd en houder zijn van het in artikel 6, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2561 bedoelde getuigschrift;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>—</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">18 jaar op zijn grondgebied, mits deze bestuurders een volledige beroepsopleiding hebben gevolgd en houder zijn van het in artikel 6, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2561 bedoelde getuigschrift, en deze voertuigen besturen zonder passagiers, of op lijnen van minder dan 50 km met passagiers.”</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 322]</STRING></ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 5, lid 3, wordt punt b) geschrapt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 323]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 24</TI.ART><STI.ART>Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1724</STI.ART><PARAG>Bijlage II bij Verordening (EU) 2018/1724 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in de tweede kolom, van de rij “Verhuizing”, wordt de volgende cel toegevoegd: “Verkrijging en verlenging van rijbewijzen”;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in de derde kolom, van de rij “Verhuizing”, wordt de volgende cel toegevoegd: “Afgifte, inwisseling en vervanging van EU-rijbewijzen”.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 25</TI.ART><STI.ART>Omzetting</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd de bepalingen van lid 1, stellen de lidstaten </STRING></STRING>uiterlijk [datum van vaststelling + 2 jaar]<STRING STRIKE="on"> stellen de lidstaten</STRING> de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast om aan deze richtlijn te voldoen en maken zij deze bekend. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onverwijld mede.<STRING BOLD="on"> [Am. 324]</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">Zij</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd het bepaalde in lid 1 bis</STRING></STRING> passen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zij</STRING></STRING> die bepalingen toe vanaf [datum van vaststelling + 3 jaar].<STRING BOLD="on"> [Am. 325]</STRING></PARAG><PARAG>Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk ... [datum van vaststelling + 4 maanden] stellen de lidstaten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast om aan artikel 9, lid 2, van deze richtlijn te voldoen en maken zij deze bekend.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zij passen die bepalingen toe vanaf ... [datum van vaststelling + 4 maanden].</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 326]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 26</TI.ART><STI.ART>Intrekking</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Richtlijn 2006/126/EG wordt met ingang van [datum van vaststelling + 3 jaar] ingetrokken.</PARAG><PARAG>Verwijzingen naar Richtlijn 2006/126/EG gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage VII.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Verordening (EU) nr. 383/2012 wordt met ingang van [datum van vaststelling + 3 jaar] ingetrokken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Verwijzingen naar Verordening (EU) nr. 383/2012 gelden als verwijzingen naar bijlage I, deel B, bij de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage VII.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 27</TI.ART><STI.ART>Inwerkingtreding</STI.ART><PARAG>Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 28</TI.ART><STI.ART>Adressaten</STI.ART><PARAG>Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE><ANNEX><TI>Bijlage I</TI><P>VOORSCHRIFTEN VOOR DE DOOR DE LIDSTATEN AFGEGEVEN RIJBEWIJZEN</P><P><STRING BOLD="on">DEEL A1: ALGEMENE SPECIFICATIES VOOR HET FYSIEKE RIJBEWIJS</STRING></P><P><NO.P>(1)</NO.P>De fysieke kenmerken van de kaart van het modelrijbewijs van de Unie zijn in overeenstemming met de ISO-normen 7810 en 7816-1.</P><P>De kaart is gemaakt van polycarbonaat.</P><P>De methoden voor toetsing van de kenmerken van de rijbewijzen aan de internationale normen zijn in overeenstemming met ISO-norm 10373.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Het rijbewijs heeft twee zijden en stemt overeen met het model in figuur 1.</P><P><STRING ITALIC="on">Zijde 1						Zijde 2</STRING></P><P><FIGDATA FILENAME="20240228-P9_TA(2024)0095_NL-p0000002.png" HEIGHT="383" PREV.TYPE="PNG" WIDTH="606"/></P><P> <FIGDATA FILENAME="20240228-P9_TA(2024)0095_NL-p0000003.png" HEIGHT="381" PREV.TYPE="PNG" WIDTH="606"/></P><P><STRING ITALIC="on">Figuur 1: Model van het EU-rijbewijs</STRING></P><P><NO.P>(3)</NO.P>Het rijbewijs bevat de volgende gegevens, zoals vermeld in deel D:</P><P>Zijde 1 bevat:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>de vermelding “rijbewijs” in hoofdletters, gedrukt in de taal/talen van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>de vermelding van de naam van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft (facultatief);</P><P><NO.P>(c)</NO.P>het onderscheidingsteken van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft, negatief afgedrukt in een door twaalf gele sterren omringde blauwe rechthoek zoals bepaald in deel D, punt 1;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>specifieke informatie over het afgegeven rijbewijs (velden 1 tot en met 9), zoals bepaald in deel D, punt 3;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>de vermelding “model van de Europese Unie” in de taal/talen van de lidstaat die het rijbewijs afgeeft en de vermelding “rijbewijs” in de overige talen van de Gemeenschap, gedrukt in roze letters en op een zodanige wijze dat deze de achtergrond van het rijbewijs vormen, zoals bepaald in deel D, punt 2.</P><P>Zijde 2 bevat:</P><P><NO.P>(f)</NO.P>specifieke informatie over de categorieën van het rijbewijs (velden 9 tot en met 12), zoals bepaald in deel D, punt 4;</P><P><NO.P>(g)</NO.P>specifieke informatie over de administratie van het rijbewijs (velden 13 en 14), zoals bepaald in deel D, punt 5;</P><P><NO.P>(h)</NO.P>een toelichting bij de volgende genummerde velden op de zijden 1 en 2 van het rijbewijs: 1, 2, 3, 4a, 4b, 4c, 5, 10, 11 en 12.</P><P>Indien een lidstaat deze vermeldingen in een andere nationale taal dan een van de volgende talen wenst te stellen: Bulgaars, Kroatisch, Tsjechisch, Deens, Nederlands, Engels, Ests, Fins, Frans, Duits, Grieks, Hongaars, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Pools, Portugees, Roemeens, Slowaaks, Sloveens, Spaans of Zweeds, moet hij het rijbewijs opstellen in twee talen waaronder één van de bovengenoemde talen, zonder afbreuk te doen aan de andere bepalingen van deze bijlage.</P><P>Op het modelrijbewijs van de Unie moet ruimte worden vrijgehouden voor een eventuele microchip of gelijkwaardige geïnformatiseerde voorziening of het afdrukken van een QR-code.</P><P>De referentiekleuren zijn als volgt:</P><P><NO.P>–</NO.P>blauw: Pantone reflex blauw;</P><P><NO.P>–</NO.P>geel: Pantone geel.</P><P><NO.P>(4)</NO.P>Bijzondere bepalingen</P><P><NO.P>(a)</NO.P>Wanneer de houder van een door een lidstaat overeenkomstig deze bijlage afgegeven rijbewijs zijn gewone verblijfplaats naar een andere lidstaat heeft overgebracht, kan laatstgenoemde lidstaat op het rijbewijs de voor de administratie van het rijbewijs vereiste vermeldingen opnemen, mits hij die vermeldingen ook opneemt op de rijbewijzen die hij zelf afgeeft en daarvoor over de nodige ruimte beschikt.</P><P><NO.P>(b)</NO.P>De lidstaten kunnen kleuren of markeringen, zoals een streepjescode en nationale symbolen, toevoegen, onverminderd de overige bepalingen van deze bijlage. Zij stellen de Commissie daarvan in kennis.</P><P>In het kader van de wederzijdse erkenning van rijbewijzen mag de streepjescode geen andere informatie bevatten dan die welke reeds leesbaar op het rijbewijs voorkomt of die noodzakelijk is voor de afgifte van het rijbewijs.</P><P><NO.P>(c)</NO.P>Informatie op de voor- en achterzijde van de kaart moet met het oog leesbaar zijn, waarbij voor de velden 9 tot en met 12 aan de achterzijde een letterkorps van minimaal 5 punten moet worden gebruikt.</P><P><STRING BOLD="on">DEEL A2: SPECIFICATIES OM VERVALSING VAN HET FYSIEKE RIJBEWIJS TEGEN TE GAAN </STRING></P><P><NO.P>(1)</NO.P>De fysieke beveiliging van rijbewijzen kan als volgt worden bedreigd:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>ervaardiging van valse kaarten: creatie van een nieuw document dat sterke gelijkenis vertoont met het origineel, hetzij door volledig nieuwe vervaardiging hetzij door kopiëring van het origineel;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>materiële ingreep: een kenmerk van een origineel document veranderen, bijvoorbeeld door bepaalde op het document gedrukte gegevens te wijzigen.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>De algehele beveiliging is gestoeld op het volledige systeem van indiening van de aanvraag, verstrekking van gegevens, materiaal van de kaart, druktechniek, een minimumaantal verschillende beveiligingskenmerken en personalisering.</P><P><NO.P>(3)</NO.P>Het voor rijbewijzen gebruikte materiaal wordt door middel van de volgende technieken tegen vervalsing beveiligd (verplichte beveiligingskenmerken):</P><P><NO.P>(a)</NO.P>de bestanddelen van de kaart zijn optisch dood;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>beveiligingsondergrond in de vorm van een patroon dat zodanig is ontworpen dat het niet kan worden vervalst door scannen, drukken of kopiëren, door middel van irisdruk met meerkleurige veiligheidsinkt en positieve en negatieve guillochedruk. Het patroon bestaat niet uit de primaire kleuren (cyaan/magenta/geel/zwart) en bevat zowel complexe patroonvormen in ten minste twee speciale kleuren als micro-opschriften;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>optisch variabele elementen die adequate bescherming bieden tegen kopiëren of vervalsen van de foto;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>lasergravure;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>in de zone voor de foto moeten het patroon van de beveiligingsondergrond en de foto zelf ten minste aan de zijkant van de foto samenvallen (verflauwend patroon).</P><P><NO.P>(4)</NO.P>Het voor rijbewijzen gebruikte materiaal moet voorts tegen vervalsing worden beveiligd door ten minste drie van de volgende technieken (aanvullende beveiligingskenmerken):</P><P><NO.P>(a)</NO.P>inkt met kleuromslag*;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>thermochrome inkt*;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>aangepaste hologrammen*;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>variabele laserbeelden*;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>ultraviolette fluorescerende inkt, zichtbaar en transparant;</P><P><NO.P>(f)</NO.P>iriserende druk;</P><P><NO.P>(g)</NO.P>digitaal watermerk op de ondergrond;</P><P><NO.P>(h)</NO.P>infrarode of fosforescerende pigmenten;</P><P><NO.P>(i)</NO.P>voelbare karakters, symbolen of patronen*.</P><P><NO.P>(5)</NO.P>De lidstaten mogen andere beveiligingskenmerken invoeren. Als basis verdienen de met een asterisk gemerkte technieken de voorkeur, omdat zij de functionarissen van de wetshandhavingsinstanties in staat stellen zonder bijzondere hulpmiddelen na te gaan of de kaart geldig is.</P><P><STRING BOLD="on">DEEL B: SPECIFICATIES VOOR DE MICROCHIP DIE WORDT INGEVOERD ALS ONDERDEEL VAN HET FYSIEKE RIJBEWIJS </STRING></P><P><NO.P>(1)</NO.P>De microchip en de daarop opgeslagen gegevens, met inbegrip van aanvullende informatie waarin de nationale wetgeving van een lidstaat met betrekking tot rijbewijzen voorziet, moet voldoen aan de bepalingen van deel B1.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>De lijst van de geldende normen voor rijbewijzen met een microchip is opgenomen in deel B2.</P><P><NO.P>(3)</NO.P>Rijbewijzen met een microchip worden aan een EU-typegoedkeuringsprocedure onderworpen overeenkomstig de bepalingen van deel B3.</P><P><NO.P>(4)</NO.P>Wanneer overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aan alle toepasselijke bepalingen van de EU-typegoedkeuring voor een rijbewijs met een microchip is voldaan, verlenen de lidstaten een EU-typegoedkeuringscertificaat aan de fabrikant of zijn vertegenwoordiger.</P><P><NO.P>(5)</NO.P>Indien nodig, met name om te waarborgen dat de bepalingen van dit deel worden nageleefd, kan een lidstaat een door hem verleende EU-typegoedkeuring intrekken.</P><P><NO.P>(6)</NO.P>De EU-typegoedkeuringscertificaten en de kennisgeving van de intrekking daarvan moeten in overeenstemming zijn met het in deel B4 vastgestelde model.</P><P><NO.P>(7)</NO.P>De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elk EU-typegoedkeuringscertificaat dat zij afgeven of intrekken. Bij een intrekking wordt een omstandige motivering toegevoegd.</P><P>De Commissie stelt de lidstaten in kennis van elke intrekking van een EU-typegoedkeuring.</P><P><NO.P>(8)</NO.P>De door de lidstaten afgegeven EU-typegoedkeuringscertificaten worden onderling erkend.</P><P><NO.P>(9)</NO.P>Wanneer een lidstaat constateert dat een aanzienlijk aantal rijbewijzen met microchip bij herhaling niet in overeenstemming is met dit deel van bijlage I, deelt zij dit mee aan de Commissie. Daarbij wordt het nummer van het EU-typegoedkeuringscertificaat van die rijbewijzen vermeld en wordt meegedeeld op welke punten de rijbewijzen van deze verordening afwijken. De Commissie stelt alle andere lidstaten onverwijld in kennis van de haar krachtens dit lid meegedeelde feiten.</P><P><NO.P>(10)</NO.P>De lidstaat die deze rijbewijzen heeft afgegeven, moet het probleem onmiddellijk onderzoeken en moet passende maatregelen nemen, met inbegrip van de eventuele intrekking van het EU-typegoedkeuringscertificaat.</P><P><STRING BOLD="on">DEEL B1: Algemene eisen voor rijbewijzen met een microchip </STRING></P><P>De in deze bijlage uiteengezette algemene eisen voor rijbewijzen met een microchip zijn gebaseerd op internationale normen en met name de ISO/IEC 18013-normen. Die eisen hebben betrekking op:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>specificaties betreffende de microchip en de logische datastructuur op de microchip;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>specificaties betreffende de geharmoniseerde en aanvullende gegevens die moeten worden opgeslagen;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>specificaties betreffende mechanismen voor de bescherming van de digitaal op de microchip opgeslagen gegevens.</P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on">AFKORTINGEN</STRING></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="28.82*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="71.18*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on">Afkorting</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on">Betekenis</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>AID</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Applicatie-identificatie</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>BAP</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Basistoegangsbescherming</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>DG</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Datagroep</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>EAL 4+</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Evaluation Assurance Level 4 Augmented (versterkt betrouwbaarheidsniveau 4)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>EF</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Hoofdbestand</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>EFID</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Identificatiehoofdbestanden</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>eMRTD</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Machine Readable Travel Document (machineleesbaar reisdocument)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>ICC</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Chipkaart</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>ISO</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Internationale Organisatie voor Normalisatie</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>LDS</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Logische datastructuur</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>PICC</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Contactloze chipkaart</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>PIX</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Proprietary Application Identifier Extension (identificatie-extensie inzake de eigendom van de applicatie)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>RID</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Registered Application Identifier (geregistreerde applicatie-identificatie)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>SOd</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Document Security Object</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on">OP DE MICROCHIP OPGESLAGEN GEGEVENS</STRING></P><P><NO.P>(1)</NO.P>Gestandaardiseerde en facultatieve rijbewijsgegevens</P><P>De microchip slaat de in deel D gespecificeerde geharmoniseerde rijbewijsgegevens op. Indien een lidstaat besluit in de in deel D als facultatief gemarkeerde rijbewijsgegevens gegevens op te nemen, worden die gegevens in de microchip opgeslagen.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Aanvullende gegevens</P><P>De lidstaten mogen aanvullende gegevens op de microchip opslaan waarin hun nationale wetgeving inzake rijbewijzen voorziet. Zij stellen de Commissie daarvan in kennis.</P><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on">MICROCHIP</STRING></P><P><NO.P>(1)</NO.P>Type opslagmedium</P><P>Het opslagmedium voor rijbewijsgegevens is een microchip met een contact-, contactloze of gecombineerde (dubbele) interface, als gespecificeerd in deel B2, punt 1.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Applicaties</P><P>Alle gegevens worden op de microchip opgeslagen in elektronische applicaties. Aan alle applicaties op de microchip wordt een unieke applicatie-identificatiecode (AID) toegekend als gespecificeerd in deel B2, punt 2.</P><P><NO.P>(a)</NO.P>EU-rijbewijsapplicatie</P><P>Verplichte en facultatieve gegevens voor het rijbewijs, zoals vermeld in bijlage I, deel D, worden opgeslagen in de specifieke EU-rijbewijsapplicatie. De AID voor de EU-rijbewijsapplicatie is:</P><P>“A0 00 00 04 56 45 44 4C 2D 30 31”,</P><P>bestaande uit:</P><P><NO.P>–</NO.P>de geregistreerde applicatie-identificatie (RID) voor de Europese Commissie: “A0 00 00 04 56”;</P><P><NO.P>–</NO.P>de identificatie-extensie inzake de eigendom van de applicatie (PIX) voor de applicatie van het EU-rijbewijs: “45 44 4C 2D 30 31” (EDL-01).</P><P>De gegevens worden gegroepeerd in datagroepen (DG’s) als onderdeel van logische datastructuren (LDS).</P><P>De DG’s worden in de EU-rijbewijsapplicatie opgeslagen in hoofdbestanden (EF) en beveiligd overeenkomstig deel B2, punt 3.</P><P><NO.P>(b)</NO.P>Andere applicaties</P><P>Andere aanvullende gegevens worden opgeslagen in één of meer specifieke applicaties die losstaan van de EU-rijbewijsapplicatie. Aan elke afzonderlijke applicatie wordt een uniek AID toegekend.</P><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on">LOGISCHE DATASTRUCTUUR VAN DE EU-RIJBEWIJSAPPLICATIE</STRING></P><P><NO.P>(1)</NO.P>Logische datastructuur</P><P>Rijbewijsgegevens worden op de microchip opgeslagen in een logische datastructuur (LDS) als gespecificeerd in deel B2, punt 4. In dit punt zijn aanvullende eisen gespecificeerd voor de verplichte en aanvullende datagroepen.</P><P>Elke datagroep wordt opgeslagen in één hoofdbestand (EF). De voor de EU-rijbewijsapplicatie te gebruiken EF’s worden aangeduid met de identificatiehoofdbestanden (EFID’s) en korte EF-identificaties als gespecificeerd in deel B2, punt 5.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Verplichte datagroepen</P><P>De verplichte en facultatieve datacomponenten worden in de volgende datagroepen opgeslagen:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>DG 1: alle verplichte en facultatieve gegevens die op het document worden gedrukt, behalve de afbeelding van het gezicht en de afbeelding van de handtekening;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>DG 5: afbeelding van de handtekening van de rijbewijshouder;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>DG 6: afbeelding van het gezicht van de rijbewijshouder.</P><P>De gegevens van DG 1 worden gestructureerd overeenkomstig punt 6 en overeenkomstig de bepalingen van deel B2, punt 6. De gegevens in DG 5 en DG 6 moeten worden opgeslagen overeenkomstig de specificaties van deel B2, punt 7.</P><P><NO.P>(3)</NO.P>Aanvullende datagroepen</P><P>De aanvullende datacomponenten, voor zover de nationale wetgeving van de lidstaten daarin voorziet, worden in de volgende datagroepen opgeslagen:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>DG 2: gegevens over de rijbewijshouder, behalve biometrische gegevens;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>DG 3: gegevens over de instantie van afgifte;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>DG 4: portretfoto;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>DG 7: biometrische gegevens betreffende de vingerafdruk van de rijbewijshouder;</P><P><NO.P>(e)</NO.P><STRING STRIKE="on">DG 8: biometrische gegevens betreffende de iris van de rijbewijshouder;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 138]</STRING></P><P><NO.P>(f)</NO.P>DG 11: andere gegevens, zoals de volledige naam van de houder in nationale lettertekens.</P><P>De gegevens in deze datagroepen moeten worden opgeslagen overeenkomstig de specificaties van deel B2, punt 8.</P><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on">MECHANISMEN VOOR GEGEVENSBESCHERMING</STRING></P><P>Er worden passende mechanismen gebruikt om de authenticiteit en integriteit van de microchip en de daarop opgeslagen gegevens te valideren en om de toegang tot de rijbewijsgegevens te beperken.</P><P>Gegevens op de microchip worden beschermd overeenkomstig de specificaties van deel B2, punt 3. In dit punt zijn de aanvullende eisen vermeld waaraan moet worden voldaan.</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Controle van de authenticiteit</P><P><NO.P>(a)</NO.P>Verplichte passieve authenticatie</P><P>Alle in de EU-rijbewijsapplicatie opgeslagen datagroepen worden beschermd door middel van een passieve authenticatie.</P><P>Gegevens in verband met de passieve authenticatie moeten voldoen aan de eisen van deel B2, punt 9.</P><P><NO.P>(b)</NO.P>Facultatieve actieve authenticatie</P><P>Facultatieve actieve-authenticatiemechanismen worden gebruikt om te waarborgen dat de originele chip niet is vervangen.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Toegangsbeperking</P><P><NO.P>(a)</NO.P>Verplichte basistoegangsbescherming</P><P>Het basistoegangsbeschermingsmechanisme (BAP) is van toepassing op alle gegevens in de EU-rijbewijsapplicatie. Om de interoperabiliteit met de bestaande systemen, zoals het systeem dat machineleesbare reisdocumenten (eMRTD) gebruikt, te verzekeren, moet de online machineleesbare zone (MRZ) worden gebruikt als gespecificeerd in deel B2, punt 10.</P><P>De Kdoc-documentsleutel om toegang tot de chip te krijgen, wordt gegenereerd door de online MRZ, die manueel of door middel van een optische lezer (OCR) kan worden ingevoerd. Voor een online MRZ wordt de in deel B2, punt 10, gedefinieerde BAP-1-configuratie toegepast.</P><P><NO.P>(b)</NO.P>Voorwaardelijke uitgebreide toegangscontrole</P><P>Wanneer persoonsgegevens als bedoeld in artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 op de microchip worden opgeslagen, worden aanvullende maatregelen genomen om de toegang tot die gegevens te beperken.</P><P>Het uitgebreide toegangscontrolemechanisme moet voldoen aan de specificaties van deel B2, punt 11.</P><P><NO.P>(3)</NO.P>Public Key Infrastructure (PKI) voor rijbewijzen met een microchip</P><P>De lidstaten stellen overeenkomstig bijlage A bij ISO-norm 18013_3 de nodige nationale voorschriften vast voor het public key management.</P><P><NO.P>6.</NO.P><STRING BOLD="on">WEERGAVE VAN DE GEGEVENS</STRING></P><P><NO.P>(1)</NO.P>Formaat van de gegevens in DG 1</P><P><TABLE><TGROUP COLS="9"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="8.76*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="4.54*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="8.07*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="6.83*"/><COLSPEC COLNAME="C5" COLNUM="5" COLWIDTH="10.75*"/><COLSPEC COLNAME="C6" COLNUM="6" COLWIDTH="8.13*"/><COLSPEC COLNAME="C7" COLNUM="7" COLWIDTH="27.18*"/><COLSPEC COLNAME="C8" COLNUM="8" COLWIDTH="14.9*"/><COLSPEC COLNAME="C9" COLNUM="9" COLWIDTH="10.84*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>Code</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P>L</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3" NAMEEND="C7" NAMEST="C3"><P>Waarde</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P>Codering</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>V/F</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>61</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P>V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3" NAMEEND="C7" NAMEST="C3"><P>DG1 datacomponenten (genest)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P>Code</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P>L</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5" NAMEEND="C7" NAMEST="C5"><P>Waarde</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P>5F 01</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P>V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5" NAMEEND="C7" NAMEST="C5"><P>Typegoedkeuringsnummer</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>ans</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P>5F 02</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P>V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5" NAMEEND="C7" NAMEST="C5"><P>Uit demografische datacomponenten opgebouwd dataobject</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>Code</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>L</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>Waarde</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>5F 03</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>Lidstaat van afgifte</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>a3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>5F 04</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>Naam/namen van de houder</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>as</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>5F 05</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>Voornaam/voornamen van de houder</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>as</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>5F 06</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>Geboortedatum (ddmmjjjj)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>n8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>5F 07</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>Geboorteplaats</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>ans</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>5F 08</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>Nationaliteit</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>a3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>F</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>5F 09</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>Geslacht</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>M/V/X</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>F</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>5F 0A</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7"><P>Afgiftedatum van het rijbewijs (ddmmjjjj)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>n8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>5F 0B</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7"><P>Vervaldatum van het rijbewijs (ddmmjjjj)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>n8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>5F 0C</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>Autoriteit van afgifte</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>ans</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>5F 0D</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7"><P>Administratief nummer (verschillend van documentnummer)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>ans</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>F</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>5F 0E</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>Documentnummer</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>an</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>5F 0F</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7"><P>Permanente woonplaats of postadres</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>ans</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>F</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P>7F 63</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P>V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5" NAMEEND="C7" NAMEST="C5"><P>Uit categorieën van voertuigen/beperkingen/voorwaarden opgebouwd dataobject</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>Code</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>L</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>Waarde (code of hieronder gedefinieerd)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>02</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C7"><P>Aantal categorieën/beperkingen/voorwaarden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>N</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>87</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>Categorie/beperking/voorwaarde</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>ans</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>87</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>Categorie/beperking/voorwaarde</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>ans</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>F</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>...</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>...</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>...</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>...</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>...</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>87</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C7"><P>Categorie/beperking/voorwaarde</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C8"><P>ans</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C9"><P>F</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><NO.P>(2)</NO.P>Logisch recordformaat</P><P>De categorieën inzake voertuigen, beperkingen of voorwaarden worden gebundeld in een dataobject overeenkomstig de in de volgende tabel geschetste structuur.</P><P><TABLE><TGROUP COLS="6"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="27.43*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="24*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="16.93*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="8.26*"/><COLSPEC COLNAME="C5" COLNUM="5" COLWIDTH="12.37*"/><COLSPEC COLNAME="C6" COLNUM="6" COLWIDTH="11.01*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>Voertuigcategoriecode</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Datum van afgifte</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Vervaldatum</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P>Code</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C5"><P>Symbool</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C6"><P>Waarde</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P>waarbij:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>voertuigcategoriecodes worden weergegeven als gedefinieerd in artikel 6 (zoals AM, A1, A2, A, B1, B enz.);</P><P><NO.P>(b)</NO.P>de afgiftedatum wordt weergegeven in het formaat DDMMJJJJ (twee cijfers voor de dag, gevolgd door twee cijfers voor de maand en vier cijfers voor het jaartal) voor de voertuigcategorie;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>de vervaldatum wordt weergegeven in het formaat DDMMJJJJ (twee cijfers voor de dag, gevolgd door twee cijfers voor de maand en vier cijfers voor het jaartal) voor de voertuigcategorie;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>de code, het symbool en de waarde betrekking hebben op aanvullende informatie of beperkingen in verband met de voertuigcategorie of de bestuurder.</P><P><STRING BOLD="on">DEEL B2: Lijst van toepasselijke normen voor rijbewijzen met een opslagmedium</STRING></P><P><TABLE><TGROUP COLS="4"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="9.71*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="29.64*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="37.19*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="23.46*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on">Punt</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on">Onderwerp</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on">Vereiste</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on">Van toepassing op</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Interface, organisatie en bediening opslagmedium</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>ISO/IEC 7816-reeks (contact), ISO/IEC 14443-reeks (contactloos) als bedoeld in ISO/IEC 18013-2:2008, bijlage C</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Deel B1, punt 3.1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Applicatie-identificatie</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>ISO/IEC 7816-5:2004</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Deel B1, punt 3.2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Mechanismen voor gegevensbescherming</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>ISO/IEC 18013-3:2009</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Deel B1, punt 3.2, punt a)</P><P>Deel B1, punt 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Logische datastructuur</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>ISO/IEC 18013-2:2008</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Deel B1, punt 4.1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Identificatiehoofdbestanden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>ISO/IEC 18013-2:2008 tabel C.2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Deel B1, punt 4.1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Gegevensweergave voor DG 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>ISO 18013-2:2008, bijlage C.3.8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Deel B1, punt 4.2</P><P>Deel B1, punt 6.1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>7</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Verplichte weergave gegevens voor DG 5 en DG 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>ISO/IEC 18013-2:2008, bijlage C.6.6 en bijlage C.6.7, afbeelding gezicht en handtekening opslaan in jpeg of jpeg2000-formaat</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Deel B1, punt 4.2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Weergave facultatieve en aanvullende gegevens</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>ISO/IEC 18013-2:2008, bijlage C</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Deel B1, punt 4.3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>9</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Passieve authenticatie</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>ISO/IEC 18013-3:2009, punt 8.1, gegevens worden opgeslagen in EF.SOd (Document Security Object) in de LDS</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Deel B1, punt 5.1, punt a)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Basistoegangsbeperking</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>ISO/IEC 18013-3:2009 en wijziging 1 daarvan</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Deel B1, punt 5.2, punt a)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" VALIGN="MIDDLE"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Configuratie basistoegangsbeperking</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>ISO/IEC 18013-3:2009, bijlage B.8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Uitgebreide toegangsbeperking</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Technisch voorschrift TR-03110, “Advanced Security Mechanisms for Machine Readable Travel Documents — Extended Access Control” (EAC), versie 1.11.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Deel B1, punt 5.2, punt b)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>12</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Testmethoden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>ISO 18013-4:2011</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Deel B3, punt 1.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Veiligheidscertificaat</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Versterkt betrouwbaarheidsniveau 4 (EAL 4+) of gelijkwaardig</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Deel B3, punt 2.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P>14</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Functioneel certificaat</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Testen smartcard overeenkomstig ISO 10373-reeks</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Deel B3, punt 3.</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on">DEEL B3: Procedure voor de EU-typegoedkeuring van rijbewijzen met een microchip</STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on">ALGEMENE BEPALINGEN</STRING></P><P>Fabrikanten die een EU-typegoedkeuring aanvragen voor een rijbewijs met een microchip, moeten een veiligheidscertificaat en een functioneel certificaat overleggen.</P><P>Elke geplande wijziging van het productieproces, met inbegrip van de software, moet vooraf worden gemeld aan de instantie die de typegoedkeuring heeft verleend. Deze instantie kan vragen extra informatie te verstrekken en testen uit te voeren voor zij met de wijziging instemt.</P><P>De testen moeten gebeuren overeenkomstig de methoden als vastgesteld in punt 12 van deel B2.</P><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on">VEILIGHEIDSCERTIFICAAT</STRING></P><P>Voor de veiligheidsevaluatie worden de microchips van rijbewijzen beoordeeld aan de hand van de in deel B2, punt 13, gespecificeerde criteria.</P><P>Een veiligheidscertificaat wordt slechts toegekend nadat is aangetoond dat de microchip bestand is tegen pogingen tot manipulatie of verandering van de gegevens.</P><P><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on">FUNCTIONEEL CERTIFICAAT</STRING></P><P>Een functionele evaluatie van rijbewijzen met een microchip wordt uitgevoerd via laboratoriumtests overeenkomstig de in deel B2, punt 14, genoemde criteria.</P><P>De lidstaten die een microchip opnemen in het rijbewijs, moeten ervoor zorgen dat de toepasselijke functionele normen en eisen van deel B1 worden nageleefd.</P><P>De fabrikant krijgt een functioneel certificaat zodra aan alle hierna volgende voorwaarden is voldaan:</P><P><NO.P>–</NO.P>er is een geldig veiligheidscertificaat voor de microchip beschikbaar;</P><P><NO.P>–</NO.P>hij heeft aangetoond dat hij aan de eisen van deel B2 voldoet;</P><P><NO.P>–</NO.P>de resultaten van de functionele testen waren positief.</P><P>Het functioneel certificaat wordt afgegeven door de bevoegde instantie van de lidstaat. In het functioneel certificaat worden de benaming van de instantie van afgifte, de naam van de aanvrager, de identificatie van de microchip en een gedetailleerd overzicht van de tests en de resultaten daarvan vermeld.</P><P><NO.P>4.</NO.P>	<STRING BOLD="on">EU-TYPEGOEDKEURINGSCERTIFICAAT</STRING></P><P><NO.P>(1)</NO.P>Modelcertificaat</P><P>De lidstaten verlenen het EU-typegoedkeuringscertificaat na overlegging van het in deze bijlage bedoelde functioneel en veiligheidscertificaat. EU-typegoedkeuringscertificaten moeten in overeenstemming zijn met het model in deel B4.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Nummeringssysteem</P><P>Het EU-typegoedkeuringsnummeringssysteem bestaat uit:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>de kleine letter “e” gevolgd door het kengetal van de lidstaat die de EU-typegoedkeuring heeft verleend:</P><P>1	voor Duitsland;</P><P>2	voor Frankrijk;</P><P>3	voor Italië;</P><P>4	voor Nederland;</P><P>5	voor Zweden;</P><P>6	voor België;</P><P>7	voor Hongarije;</P><P>8	voor Tsjechië;</P><P>9	voor Spanje;</P><P>12	voor Oostenrijk;</P><P>13	voor Luxemburg;</P><P>17	voor Finland;</P><P>18	voor Denemarken;</P><P>19	voor Roemenië;</P><P>20	voor Polen;</P><P>21	voor Portugal;</P><P>23	voor Griekenland;</P><P>24	voor Ierland;</P><P>25	voor Kroatië;</P><P>26	voor Slovenië;</P><P>27	voor Slowakije;</P><P>29	voor Estland;</P><P>32	voor Letland;</P><P>34	voor Bulgarije;</P><P>36	voor Litouwen;</P><P>49	voor Cyprus;</P><P>50	voor Malta;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>de letters DL, voorafgegaan door een streepje en gevolgd door de twee cijfers van het volgnummer van deze bijlage of de jongste belangrijke technische wijziging van deze bijlage. Voor deze bijlage is het volgnummer 00;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>een uniek identificatienummer van de door de lidstaat van afgifte verleende EU-typegoedkeuring.</P><P>Voorbeeld van het EU-typegoedkeuringsnummeringssysteem: e50-DL00 12345.</P><P>Het goedkeuringsnummer wordt opgeslagen op de microchip in DG 1 van elk rijbewijs met een dergelijke microchip.</P><P><STRING BOLD="on">DEEL B4: Model voor het EU-typegoedkeuringscertificaat voor rijbewijzen met een microchip</STRING></P><P>Naam van de bevoegde instantie: ...</P><P>Mededeling betreffende (*):</P><P><NO.P>—</NO.P>goedkeuring</P><P><NO.P>—</NO.P>intrekking van de goedkeuring</P><P>van een EU-rijbewijs met een microchip</P><P>Goedkeuring nr.: ...</P><P><NO.P>1.</NO.P>Fabrieks- of handelsmerk … ...</P><P><NO.P>2.</NO.P>Benaming van het model: ...</P><P><NO.P>3.</NO.P>Naam van de fabrikant of zijn eventuele vertegenwoordiger: ...</P><P>...</P><P><NO.P>4.</NO.P>Adres van de fabrikant of zijn eventuele vertegenwoordiger: ...</P><P>...</P><P><NO.P>5.</NO.P>Verslagen van de laboratoriumtests:</P><P><NO.P>5.1.</NO.P>Veiligheidscertificaat nr.: ... Datum: ...</P><P>Afgegeven door: ...</P><P><NO.P>5.2.</NO.P>Functioneel certificaat nr.: ... Datum: ...</P><P>Afgegeven door: ...</P><P><NO.P>6.</NO.P>Datum van de goedkeuring: ...</P><P><NO.P>7.</NO.P>Datum van de intrekking van de goedkeuring: ...</P><P><NO.P>8.</NO.P>Plaats: ...</P><P><NO.P>9.</NO.P>Datum: ...</P><P><NO.P>10.</NO.P>Bijgevoegde beschrijvende documenten: ...</P><P><NO.P>11.</NO.P>Handtekening: ...</P><P>(*) Kruis het relevante vakje aan.</P><P><STRING BOLD="on">DEEL C: SPECIFICATIES VOOR HET MOBIELE RIJBEWIJS</STRING></P><P><NO.P>(1)</NO.P>Applicaties voor mobiele rijbewijzen moeten beschikbaar zijn voor de meest gangbare mobiele besturingssystemen en moeten de bevoegde personen ten minste de volgende functies bieden:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>het opvragen en opslaan van gegevens of aanduidingen waarmee de rijbevoegdheid van een persoon kan worden aangetoond;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>weergave en overdracht van deze gegevens of aanduiding.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>De applicatie en andere relevante systemen moeten voldoen aan de ISO/IEC 18013-5-norm inzake mobiele rijbewijzen en Verordening (EU) nr. 910/2014.</P><P><NO.P>(3)</NO.P>Voor de toepassing van deze bijlage wordt de houder van een overeenkomstig deze richtlijn afgegeven mobiel rijbewijs alleen als gemachtigde gebruiker ervan beschouwd wanneer hij of zij als zodanig is geïdentificeerd. Het belangrijkste identificatiemiddel is de elektronische identificatie. Voor de elektronische identificatie van deze personen worden ten minste alle elektronische identificatiemiddelen aanvaard zoals bedoeld in Verordening (EU) nr. 910/2014.</P><P><NO.P>(4)</NO.P>Het betrokken nationale systeem is het bevoegde register van rijbewijzen van de lidstaat waar de houder van het rijbewijs zijn of haar gewone verblijfplaats heeft.</P><P><NO.P>(5)</NO.P>De applicatie stelt de houder van het rijbewijs in staat uit het betrokken nationale systeem verifieerbare gegevens op te vragen die de in deel D genoemde informatie en een pointer voor eenmalig gebruik bevatten. Wanneer sommige van de in deel D vermelde informatie niet beschikbaar is in het nationale systeem, kan de houder van het rijbewijs de ontbrekende gegevenselementen met andere beveiligde middelen terugvinden (bijvoorbeeld de foto van de houder uit zijn/haar biometrisch paspoort via Near Field Communication).</P><P>De applicatie moet het mogelijk maken de verifieerbare gegevens (de gegevens die het rijbewijs bevat over de houder ingevolge deel D) automatisch of handmatig bij te werken vanuit het betrokken nationale systeem van de lidstaat van diens gewone verblijfplaats. De applicatie mag geen andere middelen toestaan om de opgehaalde gegevens te wijzigen.</P><P>De applicatie stelt de houder van het rijbewijs in staat de in het mobiele rijbewijs opgenomen gegevens geheel of gedeeltelijk aan een derde te tonen of te verzenden. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten zijn gemachtigd de gegevens in de mobiele rijbewijzen op te vragen om de rijbevoegdheid van de houder van het rijbewijs te kunnen controleren (verificatie).</P><P>De applicatie stelt de houder van het rijbewijs in staat een uit een nationaal systeem overgenomen pointer voor eenmalig gebruik aan een derde te verzenden. Dit token kan door de ontvangende partij worden gebruikt om de in deel D genoemde informatie uit het betrokken nationale systeem op te vragen, indien de ontvangende partij daartoe door de betrokken lidstaat is gemachtigd. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten krijgen toegang tot de nationale systemen van andere lidstaten. De lidstaten zorgen ervoor dat de verstrekte gegevens na controle van de gegevens van de rijbewijshouder niet worden bewaard.</P><P>De informatie die rechtstreeks vanuit de applicatie wordt verzonden of met het token voor eenmalig gebruik wordt opgehaald, stelt de bevoegde autoriteiten in staat de rijbevoegdheid van de houder van het mobiele rijbewijs vast te stellen (verificatie), met inbegrip van eventuele beperkingen die in de Unie of op het grondgebied van een lidstaat gelden. De lidstaten beschouwen de gegevens als ongeldig wanneer zij meer dan zeven dagen vóór het tijdstip van verificatie zijn opgehaald of wanneer het nummer van het rijbewijs is opgenomen in de intrekkingslijst die wordt beheerd door de lidstaat die het mobiele rijbewijs heeft afgegeven. Een intrekkingslijst bevat informatie over alle rijbewijzen die de houder ervan niet langer het recht geven om een voertuig te besturen.</P><P><NO.P>(6)</NO.P>In afwijking van Verordening (EU) nr. 910/2014 en uitsluitend om de houder van het mobiele rijbewijs de mogelijkheid te bieden in dergelijke situaties zijn of haar rijbevoegdheid aan te tonen, blijven de functies voor het weergeven en verzenden van gegevens of een pointer voor eenmalig gebruik beschikbaar wanneer de aan Europese portemonnees voor digitale identiteit gekoppelde persoonsidentificatiegegevens, als bedoeld in artikel 3 van die verordening, ongeldig zijn.</P><P><NO.P>(7)</NO.P>De nationale systemen mogen een verzoek op basis van de bovengenoemde pointer voor eenmalig gebruik niet opslaan of verwerken voor een ander doel dan de uitvoering van deze richtlijn. Daartoe kan het in artikel 19 bedoelde EU-rijbewijzennetwerk worden gebruikt.</P><P><NO.P>(8)</NO.P>Houders van een mobiel rijbewijs hebben de mogelijkheid hun rijbewijs in de Unie te verlengen, te vervangen of in te wisselen via de applicatie of een speciaal door de lidstaten ter beschikking gesteld digitaal dienstenportaal.</P><P><STRING BOLD="on">DEEL D: GEGEVENS DIE IN HET EU-RIJBEWIJS MOETEN WORDEN INGEVOERD</STRING></P><P><NO.P>(1)</NO.P>De onderscheidingstekens van de lidstaten die het rijbewijs afgeven, zijn de volgende:</P><P>B: België</P><P>BG: Bulgarije</P><P>CZ: Tsjechië</P><P>DK: Denemarken</P><P>D: Duitsland</P><P>EST: Estland</P><P>GR: Griekenland</P><P>E: Spanje</P><P>F: Frankrijk</P><P>HR: Kroatië</P><P>IRL: Ierland</P><P>I: Italië</P><P>CY: Cyprus</P><P>LV: Letland</P><P>LT: Litouwen</P><P>L: Luxemburg</P><P>H: Hongarije</P><P>M: Malta</P><P>NL: Nederland</P><P>A: Oostenrijk</P><P>PL: Polen</P><P>P: Portugal</P><P>RO: Roemenië</P><P>SLO: Slovenië</P><P>SK: Slowakije</P><P>FIN: Finland</P><P>S: Zweden</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Het woord “rijbewijs” moet als volgt in de taal/talen van de lidstaten op de rijbewijzen worden afgedrukt:</P><P>Свидетелство за управление на МПС</P><P>Permiso de Conducción</P><P>Řidičský průkaz</P><P>Kørekort</P><P>Führerschein</P><P>Juhiluba</P><P>Άδεια Οδήγησης</P><P>Driving Licence</P><P>Permis de conduire</P><P>Ceadúas Tiomána</P><P>Vozačka dozvola</P><P>Patente di guida</P><P>Vadītāja apliecība</P><P>Vairuotojo pažymėjimas</P><P>Vezetői engedély</P><P>Liċenzja tas-Sewqan</P><P>Rijbewijs</P><P>Prawo Jazdy</P><P>Carta de Condução</P><P>Permis de conducere</P><P>Vodičský preukaz</P><P>Vozniško dovoljenje</P><P>Ajokortti</P><P>Körkort</P><P><NO.P>(3)</NO.P>De gegevens die specifiek zijn voor het afgegeven rijbewijs, zijn de volgende:</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="14.67*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="85.33*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Veld</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Gegevens</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>naam van de houder</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>voornaam/voornamen van de houder</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>geboorteplaats en -datum</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>4a</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>datum van afgifte van het rijbewijs</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>4b</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>de datum waarop de administratieve geldigheidsduur van het rijbewijs afloopt of een streepje wanneer de geldigheidsduur krachtens artikel 10, lid 2, tweede alinea, onbeperkt is</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>4c</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>naam van de autoriteit die het bevoegdheidsbewijs afgeeft</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>4d</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>ander nummer dan dat in veld 5, dat nuttig is voor de administratie van de kaart (facultatief)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>nummer van het rijbewijs</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>foto van de houder</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>7</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>handtekening van de houder</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>verblijfplaats, woonplaats of postadres (facultatief)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>9</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>de voertuigcategorie die de houder gerechtigd is te besturen (de nationale categorieën worden in een ander lettertype gedrukt dan de geharmoniseerde categorieën)</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><NO.P>(4)</NO.P>De gegevens die specifiek zijn voor de categorieën van het afgegeven rijbewijs zijn de volgende:</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="14.67*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="85.33*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Veld</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Gegevens</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>9</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>de voertuigcategorie die de houder gerechtigd is te besturen (de nationale categorieën worden in een ander lettertype gedrukt dan de geharmoniseerde categorieën)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>de datum van eerste afgifte per categorie (deze datum moet bij iedere latere vervanging of inwisseling op het nieuwe rijbewijs worden vermeld); in elk datumveld moeten twee cijfers worden ingevuld en wel in de volgende volgorde: dag.maand.jaar (DD.MM.JJ)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>de datum waarop de administratieve geldigheidsduur afloopt voor elke categorie; in elk datumveld moeten twee cijfers worden ingevuld en wel in de volgende volgorde: dag.maand.jaar (DD.MM.JJ)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>12</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>de eventuele aanvullende of beperkende gegevens in code naast elke desbetreffende categorie, zoals gespecificeerd in deel E</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P>Wanneer een code gespecificeerd in deel E geldt voor alle categorieën waarvoor het rijbewijs is afgegeven, kan hij worden afgedrukt onder de velden 9, 10 en 11.</P><P><NO.P>(5)</NO.P>De gegevens die specifiek zijn voor de administratie van het afgegeven rijbewijs zijn de volgende:</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="14.67*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="85.33*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Veld</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Gegevens</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>een eventuele vermelding door de lidstaat van ontvangst, in het kader van de toepassing van lid 4, punt a), van deel A1, van de voor de administratie van het rijbewijs noodzakelijke gegevens;</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>14</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>een eventuele vermelding door de lidstaat die het rijbewijs afgeeft, van de gegevens die noodzakelijk zijn voor de administratie of met betrekking tot de verkeersveiligheid (facultatief). Indien de vermelding onder een in deze bijlage omschreven veld valt, wordt deze vermelding voorafgegaan door het nummer van het overeenkomstige veld.</P><P>Met uitdrukkelijke schriftelijke instemming van de houder kunnen gegevens die geen verband houden met de administratie van het rijbewijs of de verkeersveiligheid eveneens in dit veld worden opgenomen; de toevoeging van deze vermeldingen heeft geen gevolgen voor het gebruik van het model als rijbewijs.</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on">DEEL E: UNIECODES EN NATIONALE CODES </STRING></P><P>De codes 01 tot en met 99 zijn geharmoniseerde codes van de Europese Unie.</P><P><STRING ITALIC="on">BESTUURDER (medische redenen)</STRING></P><P><TABLE><TGROUP COLS="3"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="8.87*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="21.26*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="69.87*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>01</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Correctie en/of bescherming van het gezichtsvermogen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>01.01.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Bril</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>01.02.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Contactlenzen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>01.05.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Ooglap</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>01.06.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Bril of contactlenzen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>01.07.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Specifiek gezichtshulpmiddel</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>02</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Gehoorprothese/communicatiehulp</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>03</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P>Prothese/orthese van de ledematen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>03.01.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P>Prothese/orthese arm</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>03.02.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P>Prothese/orthese been</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING ITALIC="on">AANPASSINGEN VOERTUIG</STRING></P><P><TABLE><TGROUP COLS="3"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="8.87*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="21.26*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="69.87*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste versnellingsbak</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>10.02.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Automatische keuze van de versnelling</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>10.04.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste bediening van de versnellingsbak</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>15</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste koppeling</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>15.01.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepast koppelingspedaal</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>15.02.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Handmatig bediende koppeling</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>15.03.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Automatische koppeling</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>15.04.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Maatregel om blokkering of activering van het koppelingspedaal te voorkomen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>20</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste remsystemen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>20.01.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepast rempedaal</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>20.03.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Rempedaal geschikt voor bediening met linkervoet</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>20.04.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Schuifrempedaal</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>20.05.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Kantelbaar rempedaal</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>20.06.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Handbediende rem</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>20.07.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Remmen met een maximale bedieningskracht van … N<FOOTNOTE><FIELD>Kracht waarmee de bestuurder het systeem kan bedienen.</FIELD></FOOTNOTE> (bijvoorbeeld: “20.07(300N)”)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>20.09.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste parkeerrem</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>20.12.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Maatregel om blokkering of activering van het rempedaal te voorkomen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>20.13.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Knierem</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>20.14.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Rembediening ondersteund door externe kracht</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>25</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepast acceleratiesysteem</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>25.01.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepast gaspedaal</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>25.03.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Kantelbaar gaspedaal</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>25.04.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Handmatig gas geven</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>25.05.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Gas geven met knie</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>25.06.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Gas geven ondersteund door externe kracht</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>25.08.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Gaspedaal aan linkerkant</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>25.09.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Maatregel om blokkering of activering van gaspedaal te voorkomen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>31</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste pedalen en pedaalbescherming</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>31.01.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Extra parallelpedalen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>31.02.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Pedalen op (nagenoeg) gelijke hoogte</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>31.03.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Maatregel om blokkering of bediening van gas- en rempedalen te voorkomen als de pedalen niet met de voet worden bediend</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>31.04.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Vloerverhoging</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>32</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Gecombineerde bedrijfsrem- en acceleratiesystemen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>32.01.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Gecombineerd, met één hand bediend bedrijfsrem- en acceleratiesysteem</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><TABLE><TGROUP COLS="3"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="8.87*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="21.26*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="69.87*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>32.02.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Gecombineerd, met externe kracht bediend bedrijfsrem- en acceleratiesysteem</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>33</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Gecombineerde bedrijfsrem-, acceleratie- en besturingssystemen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>33.01.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Gecombineerd acceleratie-, bedrijfsrem- en besturingssysteem bediend door externe kracht met één hand</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>33.02.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Gecombineerd acceleratie-, bedrijfsrem- en besturingssysteem bediend door externe kracht met twee handen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>35</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste bedieningsorganen (verlichting, ruitenwisser, ruitensproeier, claxon, richtingaanwijzers enz.)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>35.02.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Bedieningsorganen bedienbaar zonder het stuur los te laten</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>35.03.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Bedieningsorganen bedienbaar zonder het stuur met de linkerhand los te laten</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>35.04.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Bedieningsorganen bedienbaar zonder het stuur met de rechterhand los te laten</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>35.05.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Bedieningsorganen bedienbaar zonder het stuur en de acceleratie- en remmechanismen los te laten</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>40</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste stuurinrichting</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>40.01.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Stuurinrichting met een maximale bedieningskracht van … N<FOOTNOTE><FIELD>Kracht waarmee de bestuurder het systeem kan bedienen.</FIELD></FOOTNOTE> (bijvoorbeeld “40.01(140N)”)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>40.05.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepast stuurwiel (groter en/of dikker stuurwiel, kleinere diameter stuurwiel enz.)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>40.06.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste stand van het stuurwiel</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>40.09.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Voetbediend stuur</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>40.11.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Hulpmiddel op stuurwiel</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>40.14.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste alternatieve stuurinrichting voor bediening met één hand/arm</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>40.15.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste alternatieve stuurinrichting voor bediening met twee handen/armen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>42</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste hulpmiddelen voor zicht naar achteren/opzij</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>42.01.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepast hulpmiddel voor zicht naar achteren</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>42.03.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Extra hulpmiddel in het voertuig voor zijdelings zicht</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>42.05.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Hulpmiddel tegen dode hoek</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>43</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Bestuurdersstoel</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>43.01.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Bestuurdersstoel op normale kijkhoogte en op normale afstand van het stuurwiel en de pedalen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>43.02.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Bestuurdersstoel aangepast aan lichaamsvorm</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>43.03.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Bestuurdersstoel met zijsteun voor goede stabiliteit</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>43.04.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Bestuurdersstoel met armleuning</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>43.06.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste veiligheidsgordel</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>43.07.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Veiligheidsgordel met steun voor goede stabiliteit</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>44</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aanpassingen van de motorfiets (vermelding subcode verplicht)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>44.01.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Eén remelement voor alle remhandelingen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>44.02.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste voorrem</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>44.03.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste achterrem</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>44.04.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste gashendel</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>44.08.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Zithoogte waarbij de bestuurder in zittende positie beide voeten tegelijk op de grond kan plaatsen en de motorfiets in evenwicht kan houden tijdens stoppen en stilstaan</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>44.09.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Maximale bedieningskracht van de voorrem … N <FOOTNOTE><FIELD>Kracht waarmee de bestuurder het systeem kan bedienen.</FIELD></FOOTNOTE>(bijvoorbeeld “44.09(140N)”)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>44.10.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Maximale bedieningskracht van de achterrem … N<FOOTNOTE><FIELD>Kracht waarmee de bestuurder het systeem kan bedienen.</FIELD></FOOTNOTE> (bijvoorbeeld “44.10(240N)”)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>44.11.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste voetsteun</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>44.12.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aangepaste handgreep</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>45</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Motorfiets uitsluitend met zijspan</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>46</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen driewielers</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>47</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen voertuigen met meer dan twee wielen die tijdens het starten, stoppen en stilstaan niet door de bestuurder in evenwicht moeten worden gehouden</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>50</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen het voertuig met chassisnummer (voertuigidentificatienummer, VIN)</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P>Letters gebruikt in combinatie met codes 01 tot en met 44 voor nadere specificatie:</P><P>a	links</P><P>b	rechts</P><P>c	hand</P><P>d	voet</P><P>e	midden</P><P>f	arm</P><P>g	duim</P><P><STRING ITALIC="on">CODES VOOR BEPERKT GEBRUIK</STRING></P><P><TABLE><TGROUP COLS="3"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="8.87*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="21.26*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="69.87*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>60</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Facultatieve gelijkwaardigheid</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>60.01.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aan de houder wordt de in artikel 9, lid 3, punt a), bedoelde facultatieve gelijkwaardigheid verleend</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>60.02.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Aan de houder wordt de in artikel 9, lid 3, punt b), bedoelde facultatieve gelijkwaardigheid verleend</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P>60.03.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>De rijbevoegdheid van categorie B1 is beperkt tot de in artikel 9, lid 4, punt c), bedoelde voertuigen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>61</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen rijden bij daglicht (bijvoorbeeld: één uur na zonsopgang tot één uur voor zonsondergang)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>62</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen rijden binnen een straal van … km vanaf de woonplaats van de rijbewijshouder of alleen binnen de stad/regio …</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>63</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen rijden zonder passagiers</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>64</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Rijden met maximale snelheid van … km per uur</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>65</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Rijden alleen toegestaan in gezelschap van een andere houder van een rijbewijs van op zijn minst dezelfde categorie</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>66</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Rijden zonder aanhangwagen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>67</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Rijden op snelweg niet toegestaan</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>68</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alcohol niet toegestaan</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>69</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen rijden met voertuigen die zijn uitgerust met een alcoholslot overeenkomstig EN 50436. Opgave van een einddatum is facultatief (bijvoorbeeld “69” of “69(01.01.2016)”).</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING ITALIC="on">ADMINISTRATIEVE VERMELDINGEN</STRING></P><P><TABLE><TGROUP COLS="3"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="8.69*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="21.57*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="69.74*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>70</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Ingewisseld voor rijbewijs nr. … afgegeven door … (voor een derde land: EU/VN-symbool, bijvoorbeeld “70.0123456789.NL”)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>71</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Duplicaat van rijbewijs nr. … (voor een derde land: EU/VN-symbool, bijvoorbeeld “71.987654321.HR”)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>73</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen vierwielige motorvoertuigen van categorie B (B1)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>78</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen voertuigen met automatische schakeling</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>79</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen voertuigen conform de specificaties tussen haken, in het kader van de toepassing van artikel 19 van deze richtlijn</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>79.01.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen tweewielige voertuigen met of zonder zijspan</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>79.02.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen driewielige of lichte vierwielige voertuigen van de categorie AM</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>79.03.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen driewielers</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>79.04.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen driewielers gecombineerd met een aanhangwagen met een maximaal toegestane massa van ten hoogste 750 kg</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>79.05.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Motorfietsen van categorie A1 met een vermogen per gewichtseenheid van meer dan 0,1 kW/kg</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>79.06.</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Voertuigen van categorie BE met een aanhangwagen waarvan de maximaal toegestane massa groter is dan 3 500 kg</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>80</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen voor houders van een rijbewijs voor driewielige motorfietsen van categorie A die jonger zijn dan 24 jaar</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>81</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Alleen voor houders van een rijbewijs voor tweewielige motorfietsen van categorie A die jonger zijn dan 21 jaar</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>95</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Bestuurder, houder van het getuigschrift van vakbekwaamheid, die voldoet aan de vakbekwaamheidsvereisten van Richtlijn (EU) 2022/2561 tot … (bijvoorbeeld “95(01.01.12)”)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>96</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Voertuigen van categorie B met een aanhangwagen met een toegestane maximummassa van meer dan 750 kg, waarbij de toegestane maximummassa van het samenstel groter is dan 3 500 kg, maar ten hoogste 4 250 kg bedraagt</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>97</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Geen toestemming voor het besturen van een voertuig van categorie C1 dat onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en de Raad valt<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PB L 60 van 28.2.2014, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>98</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>98.01</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>De bestuurder wordt beschouwd als beginnend bestuurder en is onderworpen aan de voorwaarden voor de proeftijd. In geval van inwisseling, verlenging of vervanging van het rijbewijs wordt de code aangevuld met de einddatum van de proeftijd (bijvoorbeeld 98.01.13.04.2028)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C2"><P><NO.P>98.02</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>De houder moet voldoen aan de voorwaarden voor de regeling voor begeleid rijden totdat hij of zij de leeftijd van 18 jaar bereikt</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P>Code 100 en hoger zijn nationale codes die alleen gelden voor het verkeer op het grondgebied van de lidstaat die het rijbewijs heeft afgegeven.</P></ANNEX><ANNEX><TI>Bĳlage II</TI><P>MINIMUMEISEN VOOR RIJEXAMENS EN KENNIS, RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG VOOR HET BESTUREN VAN EEN MECHANISCH AANGEDREVEN VOERTUIG</P><P><NO.P>I.</NO.P>MINIMUMEISEN VOOR RIJEXAMENS</P><P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om zich ervan te vergewissen dat de toekomstige bestuurders voldoen aan de eisen inzake kennis, rijvaardigheid en rijgedrag voor het besturen van een mechanisch aangedreven voertuig. Het daartoe ingestelde examen behelst:</P><P><NO.P>–</NO.P>een theoretisch examen;</P><P><NO.P>–</NO.P>na succesvolle deelname aan het theoretisch examen, een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag.</P><P>Hieronder volgt de examenprocedure.</P><P><NO.P>A.</NO.P>THEORETISCH EXAMEN</P><P><NO.P>1.</NO.P>Vorm</P><P>Er moet een zodanige vorm worden gekozen dat kan worden nagegaan of de kandidaat de vereiste kennis bezit met betrekking tot de in de punten 2, 3 en 4 van deze bijlage genoemde onderwerpen.</P><P>Indien de kandidaat houder is van een rijbewijs voor een andere categorie waarvoor met goed gevolg een theoretisch examen is afgelegd, kan vrijstelling worden verleend van de bepalingen in de punten 2, 3 en 4 van deze bijlage die deze rijbewijzen gemeen hebben.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Inhoud van het theoretisch examen voor alle categorieën voertuigen</P><P>Het examen moet betrekking hebben op elk van de onderstaande punten, waarbij het aan de lidstaten wordt overgelaten om de inhoud en de vorm van de vragen vast te stellen:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>verkeersregels:</P><P><NO.P>–</NO.P>in het bijzonder inzake verkeerstekens, wegmarkeringen, signalen, voorrangsregels en snelheidsbeperkingen;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>bestuurder:</P><P><NO.P>–</NO.P>het belang van oplettendheid en van de houding ten opzichte van medeweggebruikers, onder wie gebruikers van micromobiliteit;</P><P><NO.P>–</NO.P>algemene waarneming, waaronder waarneming van risico’s, beoordeling en reactie, met name reactietijd, en gedragsveranderingen bij de bestuurder ten gevolge van alcohol, drugs en geneesmiddelen, gemoedsgesteldheid en vermoeidheid;</P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">impact op het risico van afleiding als gevolg van het gebruik van een gsm of andere elektronische apparaten tijdens het rijden en gevolgen voor de veiligheid;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 139]</STRING></P><P><NO.P>(c)</NO.P>weg:</P><P><NO.P>–</NO.P>de belangrijkste richtlijnen voor het bewaren van afstand, remweg en wegligging van het voertuig in uiteenlopende weg- en weersomstandigheden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met name bij sneeuw en gladheid</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 140]</STRING></P><P><NO.P>–</NO.P>verkeersrisico’s in verband met de wegomstandigheden, waaronder de waarneming en anticipatie van gevaren, in het bijzonder veranderingen ten gevolge van de weerstoestand en het tijdstip van de dag of de nacht;</P><P><NO.P>–</NO.P>kenmerken van de verschillende soorten wegen en daarop betrekking hebbende wettelijke voorschriften;</P><P><NO.P>–</NO.P>veilig rijden in tunnels;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>medeweggebruikers:</P><P><NO.P>–</NO.P>specifieke risicofactoren in verband met het gebrek aan ervaring van andere weggebruikers, met name kwetsbare weggebruikers die minder beschermd zijn in het verkeer dan gebruikers van motorvoertuigen zoals auto’s, bussen en vrachtwagens en die rechtstreeks aan de impact van een botsing zijn blootgesteld. Deze categorie omvat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kinderen,</STRING></STRING> voetgangers, fietsers, gebruikers van aangedreven tweewielers, gebruikers van persoonlijke mobiliteitsmiddelen en personen met een beperking of beperkte mobiliteit en oriëntatie;<STRING BOLD="on"> [Am. 141]</STRING></P><P><NO.P>–</NO.P>risico’s in verband met de deelneming aan het verkeer<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, interactie met</STRING></STRING> en het besturen van diverse typen voertuigen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als gevolg van verschillen in grootte en rij-eigenschappen</STRING></STRING> en in verband met het verschillende gezichtsveld van de bestuurders van deze voertuigen<STRING STRIKE="on">, met inbegrip van voertuigen met geavanceerde rijhulpsystemen en andere automatiseringssystemen</STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 142]</STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dode hoeken en veranderingen in hellingsgraad;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 143]</STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">correct en tijdig gebruik van richtingaanwijzers;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 144]</STRING></P><P><NO.P>(e)</NO.P>algemene voorschriften en diversen:</P><P><NO.P>–</NO.P>voorschriften voor administratieve documenten in verband met het gebruik van het voertuig;</P><P><NO.P>–</NO.P>algemene regels voor de door de bestuurder te volgen gedragslijn bij ongevallen (plaatsen van de gevarendriehoek, waarschuwen, enz.) en maatregelen die hij/zij in voorkomend geval kan nemen om hulp te verlenen aan verkeersslachtoffers;</P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">regels over hoe te handelen als een hulpvoertuig nadert en wat te doen op de plaats van een botsing;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 145]</STRING></P><P><NO.P>–</NO.P>veiligheidseisen met betrekking tot het voertuig, de lading en de passagiers;</P><P><NO.P>–</NO.P>kennis van veiligheidsaspecten in verband met voertuigen die op alternatieve brandstoffen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en/of op een batterij</STRING></STRING> rijden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met name het gevaar van vonkoverslag of brand, of het risico op chemische reacties bij ongevallen of defecten</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 146]</STRING></P><P><NO.P>(f)</NO.P>voorzorgsmaatregelen bij het verlaten van het voertuig<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder ervoor zorgen dat het veilig is de deur van het voertuig te openen en dat dit geen gevaar oplevert voor andere weggebruikers, zoals voetgangers, fietsers en gebruikers van micromobiliteit</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 147]</STRING></P><P><NO.P>(g)</NO.P>de mechanische onderdelen die voor de rijveiligheid van belang zijn; de kandidaten moeten in staat zijn de meest voorkomende defecten te ontdekken, in het bijzonder aan de stuurinrichting, wielophanging, remmen, banden, verlichting en richtingaanwijzers, reflectoren, achteruitkijkspiegels, voorruit en ruitenwissers, uitlaatsysteem, veiligheidsgordels en claxon;</P><P><NO.P>(h)</NO.P>veiligheidsinrichtingen van de voertuigen, met name het gebruik van veiligheidsgordels, hoofdsteunen, veiligheidsvoorzieningen voor kinderen en het opladen van elektrische voertuigen;</P><P><NO.P>(i)</NO.P>regels en aspecten over het gebruik van voertuigen in verband met het milieu, ook wat elektrische voertuigen betreft: passend gebruik van geluidssignalen, matig brandstof-/energieverbruik, beperking van emissies (broeikasgasemissies, luchtverontreinigende stoffen, lawaai en microplastics van banden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, remmen</STRING></STRING> en wegslijtage enz.);<STRING BOLD="on"> [Am. 148]</STRING></P><P><NO.P>i bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">basiskennis van het gebruik van EHBO-uitrusting en van het verlenen van eerste hulp, waaronder reanimatie;</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de lidstaten mogen toestaan dat indien eerder een praktische EHBO-opleiding is voltooid waar ook reanimatie onderdeel van uitmaakte, vrijstelling wordt verleend van de EHBO-gerelateerde inhoud van het theoretische examen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 149]</STRING></P><P><NO.P>i ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">veilige interactie met functies van geavanceerde rijhulpsystemen en andere automatiseringssystemen, met inbegrip van hun bijbehorende voordelen, beperkingen en risico’s;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 150]</STRING></P><P><NO.P>i quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">basisregelgeving inzake toegangsbeperkingen voor voertuigen in steden, met inbegrip van lage-emissiezones;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 151]</STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P>Specifieke voorschriften voor de categorieën A1, A2 en A</P><P>Verplichte toetsing van de algemene kennis van:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>het gebruik van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>zichtbaarheid van motorrijders voor medeweggebruikers;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>specifieke risico’s in verband met uiteenlopende wegomstandigheden zoals hierboven genoemd, met bijzondere aandacht voor gladde delen als putdeksels, wegmarkeringen zoals strepen en pijlen, tramrails enz.;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>mechanische onderdelen die voor de verkeersveiligheid van belang zijn zoals hierboven genoemd, met bijzondere aandacht voor de noodstopschakelaar, het oliepeil en de ketting.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Specifieke voorschriften voor de categorieën C, CE, C1, C1E, D, DE, D1, D1E <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en T</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 152]</STRING></P><P><NO.P>(1)</NO.P>Verplichte toetsing van de algemene kennis van:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>voorschriften inzake rij- en rusttijden zoals omschreven in verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad (PB L 102 van 11.4.2006, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>; gebruik van het controleapparaat zoals omschreven in Verordening (EU) nr. 165/2014;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>voorschriften inzake het type vervoer: goederen of personen;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>voertuig- en vervoersdocumenten die zijn vereist voor nationaal en internationaal vervoer van goederen en personen;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>maatregelen bij ongevallen; kennis van de maatregelen die moeten worden genomen na een ongeval of vergelijkbare gebeurtenis, met inbegrip van noodmaatregelen zoals de evacuatie van passagiers en de grondbeginselen van eerste hulp<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van reanimatie</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 153]</STRING></P><P><NO.P>(e)</NO.P>de voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen bij het verwisselen van wielen;</P><P><NO.P>(f)</NO.P>voorschriften inzake gewichten en afmetingen; voorschriften inzake snelheidsbegrenzers;</P><P><NO.P>f bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">doel en gebruik van retarders/uitlaat en remmen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 154]</STRING></P><P><NO.P>(g)</NO.P>beperking van het gezichtsveld die door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met name ten aanzien van voetgangers aan de voorkant van het voertuig en fietsers aan de zij- en voorkant van het voertuig</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 155]</STRING></P><P><NO.P>(h)</NO.P>lezen van een wegenkaart, routeplanner, inclusief het gebruik van elektronische navigatiesystemen (facultatief);</P><P><NO.P>h bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">defensief en ecorijden: afstand tot de voorligger; inhalen in een bocht, verandering van rijstrook, voorrangsregels, snelheidslimieten;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 156]</STRING></P><P><NO.P>(i)</NO.P>veiligheidseisen bij het laden van het voertuig: het beheersen van de lading (laden en vastzetten), problemen met verschillende soorten lading (bijvoorbeeld vloeistoffen, hangende lading, enz.), het laden en lossen van goederen en het gebruik van laadapparatuur (alleen categorieën C, CE, C1, C1E<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, T</STRING></STRING>);<STRING BOLD="on"> [Am. 157]</STRING></P><P><NO.P>i bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">veiligheidsmaatregelen, procedures en protocollen met betrekking tot veilige parkeerplaatsen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 158]</STRING></P><P><NO.P>(j)</NO.P>de verantwoordelijkheid van de bestuurder met betrekking tot het vervoer van passagiers; het comfort en de veiligheid van passagiers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met name personen met een handicap en beperkte mobiliteit, alsook het passend reageren op gendergerelateerde intimidatie en geweld</STRING></STRING>; het vervoeren van kinderen; de nodige controles vóór het wegrijden; in het theoretische examen moeten verschillende bussen aan de orde komen (bussen voor openbaar vervoer, touringcars, bussen met speciale afmetingen, enz.) (alleen categorieën D, DE, D1, D1E);<STRING BOLD="on"> [Am. 159]</STRING></P><P><NO.P>(k)</NO.P>De lidstaten kunnen aanvragers van een rijbewijs voor een voertuig van categorie C1 of C1E dat niet onder Verordening (EU) nr. 165/2014 valt, vrijstellen van de verplichting hun kennis te bewijzen van de in punt 4.1, punten a), b) en c), genoemde onderwerpen.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Verplichte toetsing van de algemene kennis van de volgende aanvullende voorschriften die betrekking hebben op de categorieën C, CE, D en DE en de volgende zaken betreffen:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>de principes van de constructie en werking van: verbrandingsmotoren, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof), het brandstofsysteem, het elektrische systeem, de ontsteking, het transmissiesysteem (koppeling, versnellingsbak enz.);</P><P><NO.P>(b)</NO.P>smering en antivriesbescherming;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>de principes van de constructie, montage, correct gebruik en onderhoud van banden;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>de principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van reminrichtingen en snelheidsbegrenzers;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>de principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van het koppelmechanisme (alleen categorieën CE, DE);</P><P><NO.P>(f)</NO.P>methoden voor het opsporen van oorzaken van defecten;</P><P><NO.P>(g)</NO.P>preventief onderhoud van voertuigen en noodzakelijke lopende reparaties;</P><P><NO.P>(h)</NO.P>de verantwoordelijkheid van de bestuurder voor de ontvangst, het vervoer en de aflevering van goederen volgens afspraak (alleen categorieën C, CE).</P><P><NO.P>B.</NO.P>EXAMEN INZAKE RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG</P><P><NO.P>5.</NO.P>Voertuig en uitrusting</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Voertuigschakeling</P><P><NO.P>(a)</NO.P>Om een voertuig met handschakeling te mogen besturen, moet de kandidaat een examen inzake de rijvaardigheid en het rijgedrag afleggen met een voertuig met handschakeling.</P><P>Onder “voertuig met handschakeling” wordt een voertuig verstaan met een koppelingspedaal (of manueel bediende hendel voor de categorieën A, A2 en A1) die door de bestuurder moet worden ingedrukt om te starten, te stoppen of te schakelen.</P><P><NO.P>(b)</NO.P>Voertuigen die niet aan de in punt 5.1, punt a), vastgestelde criteria voldoen, worden als voertuigen met automatische schakeling beschouwd.</P><P>Onverminderd punt 5.1, punt c), moet, indien een kandidaat het examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag aflegt op een voertuig met automatische schakeling, dit op elk rijbewijs dat op basis van een dergelijk examen wordt afgegeven, worden vermeld met de desbetreffende code van de Unie als bedoeld in bijlage I, deel E. Rijbewijzen met die vermelding worden uitsluitend gebruikt voor het besturen van voertuigen met een automatische schakeling.</P><P><NO.P>(c)</NO.P>De EU-code op een rijbewijs van de categorieën A1, A2, A, B1, B en BE dat is afgegeven op basis van een examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag in een voertuig met automatische schakeling, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt niet opgelegd of weergegeven, of</STRING></STRING> wordt verwijderd indien de houder slaagt voor een specifiek examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag of een specifieke opleiding volgt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, hetzij vóór hetzij na het examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag in een voertuig met automatische schakeling</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 160]</STRING></P><P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen met het oog op:</P><P><NO.P>i)</NO.P>de goedkeuring van en het toezicht op de specifieke opleiding<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ook als onderdeel van de algemene opleiding van de bestuurder</STRING></STRING>; of,<STRING BOLD="on"> [Am. 161]</STRING></P><P><NO.P>ii)</NO.P>de organisatie van het specifieke examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag.</P><P>De voertuigen die voor deze opleiding of dit examen worden gebruikt, moeten een handgeschakelde versnellingsbak hebben en behoren tot de rijbewijscategorie waarvoor de deelnemers een aanvraag hebben ingediend.</P><P>De duur van het examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag en de afgelegde afstand moeten toereikend zijn om de rijvaardigheid en het rijgedrag als omschreven in de punten 6 en 7 van deze bijlage te beoordelen, met bijzonder aandacht voor de schakeling van het voertuig.</P><P>De opleiding moet alle aspecten bevatten zoals omschreven in de punten 6 en 7 van deze bijlage, met bijzonder aandacht voor de schakeling van het voertuig. Elke deelnemer moet het praktijkgedeelte van de opleiding afleggen en zijn of haar rijvaardigheid en rijgedrag op de openbare weg aantonen. De opleiding duurt ten minste zeven uur.</P><P><NO.P>(d)</NO.P>Specifieke bepalingen voor voertuigen van de categorieën BE, C, CE, C1, C1E, D, DE, D1<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> D1E <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en T</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 162]</STRING></P><P>De lidstaten kunnen besluiten geen beperking tot voertuigen met automatische schakeling op te nemen in een rijbewijs voor een voertuig van de categorieën BE, C, CE, C1, C1E, D, DE, D1 of D1E als bedoeld in punt 5.1, punt b), wanneer de bestuurder reeds een rijbewijs bezit voor een voertuig met handschakeling in minstens één van de volgende categorieën: B, BE, C, CE, C1, C1E, D, DE, D1 of D1E, en hij of zij de in punt 8.4 beschreven handelingen heeft uitgevoerd tijdens het examen inzake rijvaardigheid en rijgedrag.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>De voertuigen waarmee examens inzake de rijvaardigheid en het rijgedrag worden afgelegd, moeten voldoen aan de volgende minimumnormen. De lidstaten kunnen daaraan strengere eisen stellen of andere normen toevoegen. De lidstaten kunnen voor voertuigen van de categorieën A1, A2 en A waarmee examens inzake de rijvaardigheid en het rijgedrag worden afgelegd, een marge van 5 cm³ beneden de vereiste minimum cilinderinhoud hanteren.</P><P><NO.P>(a)</NO.P>categorie A1:</P><P>motorfiets van categorie A1 zonder zijspan, met een maximumvermogen van 11 kW, en een vermogen per gewichtseenheid van minder dan 0,1 kW per kg, die een snelheid van ten minste 90 km per uur kan bereiken.</P><P>Indien de motorfiets door een verbrandingsmotor wordt aangedreven, moet de cilinderinhoud daarvan minstens 120 cm<STRING SUPERSCRIPT="on">3</STRING> bedragen.</P><P>Indien de motorfiets door een elektrische motor wordt aangedreven, moet het vermogen per gewichtseenheid minstens 0,08 kW/kg bedragen;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>categorie A2:</P><P>motorfiets zonder zijspan, met een vermogen van ten minste 20 kW en ten hoogste 35 kW en een vermogen per gewichtseenheid van hoogstens 0,2 kW/kg.</P><P>Indien de motorfiets door een verbrandingsmotor wordt aangedreven, moet de cilinderinhoud daarvan minstens 250 cm<STRING SUPERSCRIPT="on">3</STRING> bedragen.</P><P>Indien de motorfiets door een elektrische motor wordt aangedreven, moet het vermogen per gewichtseenheid minstens 0,15 kW/kg bedragen;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>categorie A:</P><P>Motorfiets zonder zijspan met een ledige massa van meer dan 180 kg en een vermogen van minstens 50 kW. De lidstaat mag een marge van 5 kg beneden de vereiste minimummassa toestaan.</P><P>Indien de motorfiets door een verbrandingsmotor wordt aangedreven, moet de cilinderinhoud daarvan minstens 600 cm<STRING SUPERSCRIPT="on">3</STRING> bedragen.</P><P>Indien de motorfiets door een elektrische motor wordt aangedreven, moet het vermogen per gewichtseenheid minstens 0,25 kW/kg bedragen;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>categorie B:</P><P>vierwielig voertuig van categorie B waarmee een snelheid van ten minste 100 km per uur kan worden bereikt;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>categorie BE:</P><P>samenstel van een examenvoertuig van categorie B en een aanhangwagen met een maximaal toegestane massa van ten minste 1 000 kg, met welk samenstel, dat niet onder categorie B valt, een snelheid van ten minste 100 km per uur kan worden bereikt; de laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als het motorvoertuig; de gesloten opbouw mag ook nagenoeg even breed zijn als het motorvoertuig zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het motorvoertuig mogelijk is; de feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.</P><P><NO.P>(f)</NO.P>categorie B1:</P><P>gemotoriseerde vierwieler waarmee een snelheid van ten minste 60 km per uur kan worden bereikt;</P><P><NO.P>(g)</NO.P>categorie C:</P><P>voertuig van categorie C met een maximaal toegestane massa van ten minste 12 000 kg, een lengte van ten minste 8 m en een breedte van ten minste 2,40 m, waarmee een snelheid van ten minste 80 km per uur kan worden bereikt; uitgerust met ABS en controleapparatuur als bedoeld in Verordening (EU) nr. 165/2014;<STRING STRIKE="on"> de laadruimte moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine;</STRING> de feitelijke totale massa van het voertuig moet minimaal 10 000 kg bedragen;<STRING BOLD="on"> [Am. 163]</STRING></P><P><NO.P>(h)</NO.P>categorie CE:</P><P>geleed voertuig of een samenstel bestaande uit een examenvoertuig van categorie C en een aanhangwagen van ten minste 7,5 m lang; dit voertuig of samenstel moet een maximaal toegestane massa van ten minste 20 000 kg hebben, een lengte van ten minste 14 m en een breedte van ten minste 2,40 m; met dit gelede voertuig of samenstel moet een snelheid van ten minste 80 km per uur kunnen worden bereikt en het moet zijn uitgerust met ABS<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, een vijfde wiel, een versnellingsbak met ten minste acht voorwaartse versnellingen</STRING></STRING> en controleapparatuur als bedoeld in Verordening (EU) nr. 165/2014; <STRING STRIKE="on">de laadruimte moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine; </STRING>de feitelijke totale massa van het gelede voertuig of het samenstel moet minimaal 15 000 kg bedragen;<STRING BOLD="on"> [Am. 164]</STRING></P><P><NO.P>(i)</NO.P>categorie C1:</P><P>voertuig van subcategorie C1 met een maximaal toegestane massa van ten minste 4 000 kg, en een lengte van ten minste 5 m, waarmee een snelheid van ten minste 80 km per uur kan worden bereikt; uitgerust met ABS en met controleapparatuur als bedoeld in Verordening (EU) nr. 165/2014;<STRING STRIKE="on"> de laadruimte moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 165]</STRING></P><P><NO.P>(j)</NO.P>categorie C1E:</P><P>samenstel bestaande uit een examenvoertuig van subcategorie C1 en een aanhangwagen met een maximaal toegestane massa van ten minste 1 250 kg; het samenstel moet een lengte hebben van ten minste 8 m en met dit samenstel moet een snelheid van ten minste 80 km per uur kunnen worden bereikt; <STRING STRIKE="on">de laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste even breed en hoog is als de cabine van het motorvoertuig; de gesloten opbouw mag ook nagenoeg even breed zijn als het motorvoertuig zolang het zicht naar achteren alleen door middel van de buitenspiegels van het motorvoertuig mogelijk is; </STRING>de feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen;<STRING BOLD="on"> [Am. 166]</STRING></P><P><NO.P>(k)</NO.P>categorie D:</P><P>voertuig van categorie D met een lengte van ten minste 10 m en een breedte van ten minste 2,40 m, waarmee een snelheid van ten minste 80 km per uur kan worden bereikt; uitgerust met ABS en met controleapparatuur als bedoeld in Verordening (EU) nr. 165/2014;</P><P><NO.P>(l)</NO.P>categorie DE:</P><P>samenstel bestaande uit een examenvoertuig van categorie D en een aanhangwagen met een maximaal toegestane massa van ten minste 1 250 kg en een breedte van ten minste 2,40 m, waarmee een snelheid van ten minste 80 km per uur kan worden bereikt;<STRING STRIKE="on"> de laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste 2 m breed en 2 m hoog is;</STRING> de feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen;<STRING BOLD="on"> [Am. 167]</STRING></P><P><NO.P>(m)</NO.P>categorie D1:</P><P>voertuig van subcategorie D1 met een maximaal toegestane massa van ten minste 4 000 kg, en een lengte van ten minste 5 m, waarmee een snelheid van ten minste 80 km per uur kan worden bereikt; uitgerust met ABS en met controleapparatuur als bedoeld in Verordening (EU) nr. 165/2014;</P><P><NO.P>(n)</NO.P>categorie D1E:</P><P>samenstel bestaande uit een examenvoertuig van subcategorie D1 en een aanhangwagen met een maximaal toegestane massa van ten minste 1 250 kg, met welk samenstel een snelheid van ten minste 80 km per uur kan worden bereikt; de laadruimte van de aanhangwagen moet bestaan uit een gesloten opbouw die ten minste 2 m breed en 2 m hoog is; de feitelijke totale massa van de aanhangwagen moet minimaal 800 kg bedragen.</P><P><NO.P>6.</NO.P>Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorieën A1, A2 en A</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Rijklaar maken en technische controle van het voertuig in verband met de verkeersveiligheid</P><P>De kandidaten moeten door middel van de onderstaande handelingen aantonen dat zij goed voorbereid aan het examen kunnen beginnen en het voertuig rijklaar kunnen maken:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>correct dragen van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>steekproefsgewijze controle van banden, remmen, stuurinrichting, noodstopschakelaar (indien aanwezig), ketting, oliepeil, verlichting, reflectoren, richtingaanwijzers en claxon.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Bijzondere verrichtingen in verband met de verkeersveiligheid:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>motorfiets op de standaard plaatsen, er vanaf halen en zonder hulp van de motor het rijwiel verplaatsen door ernaast te lopen;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>motorfiets op de standaard plaatsen;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>ten minste twee verrichtingen bij een lage snelheid, waaronder een slalom; dit ter beoordeling van de bediening van de koppeling in combinatie met de rem, balans, kijkrichting en de houding op de motorfiets, en de positie van de voeten op de voetsteunen;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>ten minste twee verrichtingen bij een hogere snelheid, waaronder één verrichting in tweede of derde versnelling, minimaal 30 km per uur, en één verrichting voor het ontwijken van obstakels bij een snelheid van minimaal 50 km per uur; dit ter beoordeling van de houding op de motorfiets, kijkrichting, balans, stuurtechniek en schakeltechniek;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>remmen: er moeten minimaal twee remoefeningen worden uitgevoerd, waaronder een noodstop bij een snelheid van minimaal 50 km per uur; dit ter beoordeling van de bediening van de voor- en achterrem, kijkrichting en de houding op de motorfiets.</P><P><NO.P>(3)</NO.P>Rijgedrag</P><P>De kandidaten moeten in normale verkeerssituaties veilig en met de vereiste voorzichtigheid de volgende handelingen uitvoeren:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>wegrijden: na parkeren, na een stop in het verkeer; een oprit verlaten;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>rijden op rechte wegen; tegenliggers passeren, ook bij wegversmallingen;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>rijden door bochten;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>kruispunten: naderen en oversteken van kruispunten en overwegen;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>veranderen van richting: naar links en rechts; veranderen van rijstrook<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, keren op de weg</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 169]</STRING></P><P><NO.P>(f)</NO.P>oprijden/verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen (indien aanwezig): invoegen vanaf de invoegstrook; uitvoegen op de uitvoegstrook;</P><P><NO.P>(g)</NO.P>inhalen/passeren: inhalen van ander verkeer<STRING STRIKE="on"> (indien mogelijk)</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder fietsers, gebruikers van micromobiliteit, voetgangers</STRING></STRING>; obstakels voorbijrijden, bijvoorbeeld geparkeerde auto’s; ingehaald worden (indien mogelijk);<STRING BOLD="on"> [Am. 170]</STRING></P><P><NO.P>(h)</NO.P>speciale verkeerselementen (indien aanwezig): rotondes; spoorwegovergangen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, fietsstroken</STRING></STRING>; tram-/bushaltes; voetgangersoversteekplaatsen; stijgende/dalende weg over een lange afstand; tunnels;<STRING BOLD="on"> [Am. 171]</STRING></P><P><NO.P>h bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">interactie met andere voertuigen, waaronder het rekening houden met dode hoeken en het correcte gebruik van richtingaanwijzers;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 172]</STRING></P><P><NO.P>(i)</NO.P>reageren en anticiperen op gevaarlijke situaties met behulp van een simulator;</P><P><NO.P>(j)</NO.P>de nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het afstappen van het voertuig<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, meer bepaald met het oog op fietsers</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 173]</STRING></P><P><NO.P>7.</NO.P>Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorieën B, B1 en BE</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Rijklaar maken en technische controle van het voertuig in verband met de verkeersveiligheid</P><P>De kandidaten moeten door middel van de onderstaande handelingen aantonen dat zij goed voorbereid aan het examen kunnen beginnen en het voertuig rijklaar kunnen maken:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun (indien aanwezig);</P><P><NO.P>(c)</NO.P>controleren of de portieren goed gesloten zijn;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>steekproefsgewijze controle van banden, stuurinrichting, remmen, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof), verlichting, reflectoren, richtingaanwijzers en claxon;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig: carrosserie, plaatwerk, laaddeuren, cabineslot, manier van laden, vastzetten lading (alleen categorie BE);</P><P><NO.P>(f)</NO.P>controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen (alleen categorie BE).</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Categorieën B en B1: bijzondere verrichtingen in verband met de verkeersveiligheid</P><P>Een aantal van de onderstaande verrichtingen moet worden getest (ten minste twee van de vier punten, waarvan één achteruitrijdend):</P><P><NO.P>(a)</NO.P>in rechte lijn achteruitrijden of achteruitrijdend rechts of links een bocht omgaan en daarbij op de juiste rijstrook blijven;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>keren met voor- en achteruitschakeling;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>parkeren op en verlaten van een parkeerruimte (evenwijdig aan of schuin of loodrecht ten opzichte van de weg gelegen, vooruit en achteruit, zowel op een vlakke weg als op een stijgende of dalende weg);</P><P><NO.P>(d)</NO.P>remmen tot stilstand; een noodstop is facultatief.</P><P><NO.P>(3)</NO.P>Categorie BE: bijzondere verrichtingen in verband met de verkeersveiligheid:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>koppelen en loskoppelen van een aanhangwagen aan/van een motorvoertuig; aan het begin van deze verrichting moeten het voertuig en de aanhangwagen naast elkaar staan (niet in elkaars verlengde);</P><P><NO.P>(b)</NO.P>achteruitrijdend een bocht maken met een door de lidstaten zelf vast te stellen loop;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>veilig parkeren voor laden/lossen.</P><P><NO.P>(4)</NO.P>Rijgedrag</P><P>De kandidaten moeten in normale verkeerssituaties veilig en met de vereiste voorzichtigheid de volgende handelingen uitvoeren:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>wegrijden: na parkeren, na een stop in het verkeer; een oprit verlaten;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>rijden op rechte wegen; tegenliggers passeren, ook bij wegversmallingen;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>rijden door bochten;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>kruispunten: naderen en oversteken van kruispunten en overwegen;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>veranderen van richting: naar links en rechts; veranderen van rijstrook;</P><P><NO.P>(f)</NO.P>oprijden/verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen (indien aanwezig): invoegen vanaf de invoegstrook; uitvoegen op de uitvoegstrook;</P><P><NO.P>(g)</NO.P>inhalen/passeren: inhalen van<STRING STRIKE="on"> andere verkeer</STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere weggebruikers, met inbegrip van fietsers</STRING></STRING> (indien mogelijk); obstakels voorbijrijden, bijvoorbeeld geparkeerde auto’s; ingehaald worden (indien mogelijk);<STRING BOLD="on"> [Am. 174]</STRING></P><P><NO.P>g bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zelfstandig rijden naar een bepaalde bestemming, behoudens specifieke aanwijzingen om af te slaan;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 175]</STRING></P><P><NO.P>(h)</NO.P>speciale verkeerselementen (indien aanwezig): rotondes;<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> rotondes nemen met een groot voertuig; rechts en links rijden;</STRING></STRING> spoorwegovergangen; tram-/bushaltes; voetgangersoversteekplaatsen; <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">fietsstroken; rijden over </STRING></STRING>stijgende/dalende weg over een lange afstand; <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">veranderingen in hellingsgraad;</STRING></STRING> tunnels;<STRING BOLD="on"> [Am. 176]</STRING></P><P><NO.P>h bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">interactie met andere weggebruikers, waaronder het rekening houden met dode hoeken en correct gebruik van richtingaanwijzers;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 177]</STRING></P><P><NO.P>(i)</NO.P>de nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">betreden en </STRING></STRING>verlaten van het voertuig<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder ervoor zorgen dat het veilig is de deur van het voertuig te openen en dat dit geen gevaar oplevert voor andere weggebruikers, zoals voetgangers, fietsers en gebruikers van micromobiliteit, met bijzondere nadruk op het feit dat de deur moet worden geopend met de hand die er het verst van verwijderd is</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 178]</STRING></P><P><NO.P>(j)</NO.P>reageren en anticiperen op gevaarlijke situaties<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ook</STRING></STRING> met behulp van een simulator.<STRING BOLD="on"> [Am. 179]</STRING></P><P><NO.P>8.</NO.P>Rijvaardigheid en rijgedrag met betrekking tot de categorieën C, CE, C1, C1E, D, DE, D1 en D1E.</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Rijklaar maken en technische controle van het voertuig in verband met de verkeersveiligheid</P><P>De kandidaten moeten door middel van de onderstaande handelingen aantonen dat zij goed voorbereid aan het examen kunnen beginnen en het voertuig rijklaar kunnen maken:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>verstellen van de zitplaats van de bestuurder voor een juiste zithouding;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>afstellen van de achteruitkijkspiegels, veiligheidsgordel en hoofdsteun (indien aanwezig);</P><P><NO.P>(c)</NO.P>steekproefsgewijze controle van banden, stuurinrichting, remmen, verlichting, reflectoren, richtingaanwijzers en claxon;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>controle van de rembekrachtigings- en de stuurbekrachtigingsinrichting; controle van de wielen, wielmoeren, spatborden, voorruit, ruiten en ruitenwissers, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof en ruitensproeiervloeistof); controle en gebruik van alle onderdelen op het dashboard, inclusief de controleapparatuur als bedoeld in Verordening (EU) nr. 165/2014. De laatstgenoemde eis geldt niet voor aanvragers van een rijbewijs voor een voertuig van categorie C1 of C1E dat niet onder deze verordening valt;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>controle van de luchtdruk, luchttanks en de wielophanging;</P><P><NO.P>(f)</NO.P>controle van de veiligheid met betrekking tot de lading van het voertuig: carrosserie, plaatwerk, laaddeuren, laadmechanisme (indien aanwezig), cabineslot (indien aanwezig), manier van laden, vastzetten lading (alleen categorieën C, CE, C1, C1E);</P><P><NO.P>(g)</NO.P>controle van het koppelmechanisme en de elektrische en remverbindingen (alleen categorieën CE, C1E, DE, D1E);</P><P><NO.P>(h)</NO.P>in staat zijn bijzondere maatregelen te treffen voor de veiligheid van het voertuig; controle van carrosserie, bedrijfsdeuren, nooduitgangen, EHBO-benodigdheden, brandblussers en andere veiligheidsvoorzieningen (alleen categorieën D, DE, D1, D1E);</P><P><NO.P>(i)</NO.P>lezen van een wegenkaart, routeplanner, inclusief het gebruik van elektronische navigatiesystemen (facultatief).</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Bijzondere verrichtingen in verband met de verkeersveiligheid:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>koppelen en loskoppelen van een aanhangwagen aan/van een motorvoertuig; aan het begin van deze verrichting moeten het voertuig en de aanhangwagen naast elkaar staan (niet in elkaars verlengde) (alleen categorieën CE, C1E, DE, D1E);</P><P><NO.P>(a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">diverse koppelingsmechanismen tussen aanhangwagens en vrachtwagens, rekening houdend met de opleggerkoppeling voor gelede voertuigen (voor opleggers) en de trekhaakkoppeling voor aanhangwagens met dissel (voor ongelede vrachtwagens), alsmede de standaardbedrijfsprocedures en -protocollen voor het aansluiten en loskoppelen van aanhangwagens van vrachtwagens met behulp van deze koppelingsmechanismen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 184]</STRING></P><P><NO.P>(b)</NO.P>achteruitrijdend een bocht maken met een door de lidstaten zelf vast te stellen loop;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>veilig parkeren voor laden/lossen bij een laadvloer/laadhelling of soortgelijke inrichting (alleen categorieën C, CE, C1, C1E<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, T</STRING></STRING>);<STRING BOLD="on"> [Am. 185]</STRING></P><P><NO.P>(d)</NO.P>parkeren om passagiers veilig in of uit de bus te laten stappen (alleen categorieën D, DE, D1, D1E).</P><P><NO.P>(3)</NO.P>Rijgedrag</P><P>De kandidaten voeren in normale verkeerssituaties veilig en met inachtneming van alle nodige voorzorgen de volgende handelingen uit:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>wegrijden: na parkeren, na een stop in het verkeer; verlaten van een oprit;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>rijden op rechte wegen; tegenliggers passeren, ook bij wegversmallingen;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>rijden door bochten;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>kruispunten: naderen en oversteken van kruispunten en overwegen;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>veranderen van richting: naar links en rechts; veranderen van rijstrook<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, keren op de weg</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 186]</STRING></P><P><NO.P>(e bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rekening houden met dode hoeken;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 187]</STRING></P><P><NO.P>(f)</NO.P>oprijden/verlaten van snelwegen of vergelijkbare wegen (indien aanwezig): invoegen vanaf de invoegstrook; uitvoegen op de uitvoegstrook;</P><P><NO.P>(g)</NO.P>inhalen/passeren: inhalen van <STRING STRIKE="on">ander verkeer</STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere weggebruikers en gebruikers van micromobiliteit, met inbegrip van fietsers en voetgangers</STRING></STRING> (indien mogelijk); obstakels voorbijrijden, bijvoorbeeld geparkeerde auto’s; ingehaald worden (indien mogelijk);<STRING BOLD="on"> [Am. 188]</STRING></P><P><NO.P>(h)</NO.P>speciale verkeerselementen<STRING STRIKE="on"> (indien aanwezig)</STRING>: rotondes <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nemen met een groot voertuig; naar links en naar rechts</STRING></STRING>; spoorwegovergangen; tram-/bushaltes; voetgangersoversteekplaatsen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, fietsstroken</STRING></STRING>; stijgende/dalende weg over een lange afstand; tunnels;<STRING BOLD="on"> [Am. 189]</STRING></P><P><NO.P>(i)</NO.P>de nodige voorzorgsmaatregelen nemen bij het <STRING STRIKE="on">afstappen</STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">betreden en verlaten</STRING></STRING> van het voertuig<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder ervoor zorgen dat het veilig is de deur van het voertuig te openen en dat dit geen gevaar oplevert voor andere weggebruikers, zoals voetgangers, fietsers en gebruikers van micromobiliteit;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 190]</STRING></P><P><NO.P>i bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen om een voertuig veilig te betreden en te verlaten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 191]</STRING></P><P><NO.P>(4)</NO.P>Veilig en energie-efficiënt rijden:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>tijdens het rijden de veiligheid waarborgen en het brandstof-/energieverbruik en de uitstoot verminderen tijdens het optrekken, afremmen of op stijgende en dalende hellingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, afstand tot de voorligger;</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inhalen in een bocht, verandering van rijstrook, voorrangsregels, snelheidslimieten</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 192]</STRING></P><P><NO.P>(b)</NO.P>reageren en anticiperen op gevaarlijke situaties<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ook</STRING></STRING> met behulp van een simulator.<STRING BOLD="on"> [Am. 193]</STRING></P><P><NO.P>9.</NO.P>Beoordeling tijdens het praktische examen</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Tijdens elke rijsituatie vermeld in de punten 6, 7 en 8 wordt beoordeeld in hoeverre de kandidaat in staat is het voertuig te bedienen en of hij of zij in staat is volkomen veilig aan het verkeer deel te nemen. De examinator moet zich tijdens het gehele examen veilig voelen. Rijfouten of gevaarlijk rijgedrag die de veiligheid van het examenvoertuig, de passagiers of de medeweggebruikers direct in gevaar brengen, hebben ongeacht of de examinator al dan niet heeft moeten ingrijpen, tot gevolg dat de kandidaat wordt afgewezen. Het staat de examinator in dat geval vrij het praktische examen voortijdig te beëindigen.</P><P>De examinatoren moeten worden opgeleid om de vaardigheid van de kandidaten om in alle opzichten veilig te rijden, correct te beoordelen. Op de werkzaamheden van de examinatoren moet door een door de lidstaat erkend <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onafhankelijk </STRING></STRING>lichaam controle en toezicht worden uitgeoefend met het oog op een correcte en consequente foutenbeoordeling, overeenkomstig de in deze bijlage vastgestelde normen.<STRING BOLD="on"> [Am. 194]</STRING></P><P><NO.P>(2)</NO.P>Tijdens de beoordeling moet de examinator in het bijzonder aandacht schenken aan het feit of de kandidaat defensief en sociaal rijgedrag vertoont. Dit gedrag moet overeenkomen met de algehele rijstijl en de examinator moet hiermee rekening houden bij de beeldvorming van de kandidaat. Hiertoe behoren het aanpassend en zelfverzekerd (veilig) rijden. Daarbij moet echter rekening worden gehouden met de weg- en weersomstandigheden, medeweggebruikers, de veiligheid van de overige weggebruikers (met name de kwetsbare weggebruikers) en anticipatievermogen.</P><P><NO.P>(3)</NO.P>De examinator moet tevens beoordelen of de kandidaat op de onderstaande punten voldoende presteert:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>beheersing van het voertuig; hierbij moet worden gekeken naar: correct gebruik van de veiligheidsgordels, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moderne veiligheids- en rijhulpmiddelen, </STRING></STRING>achteruitkijkspiegels, hoofdsteunen; zitplaats; correct gebruik van verlichting en andere voorzieningen; correct gebruik van de koppeling, versnellingsbak, gaspedaal, reminrichting (inclusief de derde reminrichting, indien aanwezig), stuurinrichting; beheersing van het voertuig onder uiteenlopende omstandigheden, bij verschillende snelheden; evenwichtig rijgedrag; gewicht, afmetingen en eigenschappen van het voertuig; gewicht en type lading (alleen categorieën BE, C, CE, C1, C1E, DE, D1E<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, T</STRING></STRING>); het comfort van de passagiers (alleen categorieën D, DE, D1, D1E) (niet te snel optrekken, soepel rijgedrag en gelijkmatig remmen);<STRING BOLD="on"> [Am. 195]</STRING></P><P><NO.P>(b)</NO.P>zuinig<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, veilig</STRING></STRING> en energie-efficiënt rijden, hierbij moet worden gelet op het aantal omwentelingen per minuut en het schakelen, remmen en versnellen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en het gebruik van in het voertuig ingebouwde rij- en/of veiligheidshulpmiddelen </STRING></STRING>(alleen categorieën B, BE, C, CE, C1, C1E, D, DE, D1, D1E);<STRING BOLD="on"> [Am. 196]</STRING></P><P><NO.P>(c)</NO.P>voldoen aan de regels inzake waarneming: rondom kijken; spiegels <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en nieuwe technologieën </STRING></STRING>goed gebruiken; dichtbij, verder weg, ver kijken;<STRING BOLD="on"> [Am. 197]</STRING></P><P><NO.P>(d)</NO.P>voorrang verlenen: voorrang op kruispunten en overwegen; voorrang verlenen op andere punten (bijvoorbeeld bij het veranderen van richting of rijstrook en bij bijzondere verrichtingen);</P><P><NO.P>(e)</NO.P>de juiste positie kiezen op de weg: juiste positie op de weg, de rijstrook, de rotonde en door bochten, die past bij het type en de eigenschappen van het voertuig; voorsorteren;</P><P><NO.P>(f)</NO.P>afstand bewaren: voldoende afstand bewaren voor en naast het voertuig; voldoende afstand bewaren van andere medeweggebruikers, met name zwakke weggebruikers;</P><P><NO.P>(g)</NO.P>snelheidsbeperkingen en -aanbevelingen respecteren: de maximumsnelheid niet overschrijden; snelheid aanpassen aan de weers- en verkeersomstandigheden en indien nodig aan de nationale snelheidslimiet; rijden met een snelheid waarbij het tot stilstand komen vóór een zichtbare en vrije weg mogelijk is; snelheid aanpassen aan die welke wordt aangehouden door andere, soortgelijke weggebruikers;</P><P><NO.P>(h)</NO.P>verkeerslichten, verkeerstekens en andere voorzieningen respecteren: correct gedrag bij verkeerslichten; opvolgen van de instructies van verkeersregelaars; correct gedrag bij verkeerstekens (verbods- of gebodsborden); correct gedrag bij wegmarkeringen;</P><P><NO.P>(i)</NO.P>signalen respecteren: signalen geven op de juiste momenten; correct richting aangeven; correct reageren op signalen van andere weggebruikers;</P><P><NO.P>(j)</NO.P>controle over remmen en stoppen: tijdig gas minderen, afremmen of stoppen, waarbij rekening moet worden gehouden met de omstandigheden; anticipatievermogen; gebruik van de verschillende reminrichtingen (alleen categorieën C, CE, D, DE); gebruik van andere snelheidsbegrenzers dan remmen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en gebruik van in het voertuig ingebouwde technologieën </STRING></STRING>(alleen categorieën C, CE, D, DE).<STRING BOLD="on"> [Am. 198]</STRING></P><P><NO.P>10.</NO.P>Duur van het examen</P><P>De duur van het examen en de af te leggen afstand moeten voldoende zijn voor de in deel B van deze bijlage genoemde beoordeling van de rijvaardigheid en het rijgedrag. Het examen met betrekking tot het rijgedrag mag voor de categorieën A, A1, A2, B, B1 en BE nooit minder dan 25 minuten en voor de overige categorieën nooit minder dan 45 minuten duren. Niet inbegrepen zijn de kennismaking met de kandidaat, het rijklaar maken van het voertuig, de technische controle van het voertuig in verband met de verkeersveiligheid, de bijzondere verrichtingen en de bekendmaking van de uitslag van het praktische examen.</P><P><NO.P>11.</NO.P>Plaats van het examen</P><P>Het examenonderdeel voor de beoordeling van de bijzondere verrichtingen kan op een speciaal terrein plaatsvinden. Het examenonderdeel voor de beoordeling van het rijgedrag wordt zo mogelijk afgenomen op wegen buiten de bebouwde kom, autowegen en autosnelwegen (of gelijkwaardig), alsmede straten in de stad van uiteenlopende aard (zoals woonwijken, gebieden waar niet harder dan 30 of 50 km per uur mag worden gereden en auto-/snelwegen binnen de stad), waar zich de verschillende moeilijkheden voordoen waarmee een bestuurder kan worden geconfronteerd. Het is wenselijk dat het examen in verschillende situaties van verkeersdrukte plaatsvindt. De examinator moet de tijd die op de weg wordt doorgebracht optimaal gebruiken door uiteenlopende verkeerssituaties op te zoeken, zodat het rijgedrag van de kandidaat in de verschillende situaties goed kan worden beoordeeld. Daarbij moet met name worden gelet op de overgang tussen de verschillende situaties.</P><P><NO.P>II.</NO.P>KENNIS, RIJVAARDIGHEID EN RIJGEDRAG VOOR HET BESTUREN VAN EEN GEMOTORISEERD VOERTUIG</P><P>Bestuurders van alle gemotoriseerde voertuigen moeten op elk willekeurig moment voldoen aan eisen inzake kennis, rijvaardigheid en rijgedrag zoals beschreven in de punten 1 tot en met 9, zodat zij in staat zijn:</P><P><NO.P>–</NO.P>verkeersrisico’s en gevaren te onderkennen en te anticiperen en de ernst ervan te beoordelen;</P><P><NO.P>–</NO.P>controle over hun voertuig te hebben om geen gevaarlijke situaties te scheppen, en adequaat te reageren wanneer dergelijke situaties zich voordoen;</P><P><NO.P>–</NO.P>de verkeersregels in acht te nemen, met name die welke gericht zijn op het voorkomen van verkeersongevallen en het verzekeren van een vlotte doorstroming van het verkeer;</P><P><NO.P>–</NO.P>de voornaamste technische defecten van hun voertuig te ontdekken, met name die welke de veiligheid in gevaar brengen, en die adequaat te laten verhelpen;</P><P><NO.P>–</NO.P>rekening te houden met alle factoren die het rijgedrag nadelig beïnvloeden (alcohol, vermoeidheid, verminderd gezichtsvermogen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, gebruik van elektronische apparaten</STRING></STRING> enz.), teneinde volledig in staat te blijven tot veilig rijgedrag;<STRING BOLD="on"> [Am. 199]</STRING></P><P><NO.P>–</NO.P>bij te dragen tot de veiligheid van alle weggebruikers, in het bijzonder de kwetsbare weggebruikers, door naar behoren rekening te houden met de medeweggebruikers;</P><P><NO.P>–</NO.P>voldoende kennis te hebben van risicofactoren in verband met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">fietsers, voetgangers en gebruikers van</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> middelen voor</STRING> micromobiliteit;<STRING BOLD="on"> [Am. 200]</STRING></P><P><NO.P>–</NO.P>voldoende kennis te hebben van de veiligheid in verband met het gebruik van voertuigen die op alternatieve brandstoffen rijden;</P><P><NO.P>–</NO.P>voldoende kennis te hebben over het gebruik van geavanceerde rijhulpsystemen en andere vormen van automatisering van een voertuig.</P><P>De lidstaten<STRING STRIKE="on"> kunnen</STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden aangemoedigd om</STRING></STRING> de nodige maatregelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> vast te stellen en te</STRING></STRING> nemen om te waarborgen dat bestuurders die niet meer voldoen aan de eisen inzake kennis, rijvaardigheid en rijgedrag zoals beschreven in de punten 1 tot en met 9, die kennis en vaardigheden terugkrijgen en het vereiste rijgedrag voor het besturen van een<STRING STRIKE="on"> mechanisch aangedreven</STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemotoriseerd</STRING></STRING> voertuig kunnen voortzetten. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen inkomsten die uit hoofde van Richtlijn (EU) 2015/413 daarvoor bestemd zijn voor deze maatregelen gebruiken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 201]</STRING>.</P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage III</TI><P>MINIMUMNORMEN INZAKE <STRING STRIKE="on">LICHAMELIJKE EN GEESTELIJKE</STRING> GESCHIKTHEID VOOR HET BESTUREN VAN EEN GEMOTORISEERD VOERTUIG<STRING BOLD="on"> [Ams. 258, 327 en 338]</STRING></P><P>DEFINITIES</P><P><NO.P>1.</NO.P>Voor de toepassing van deze bijlage worden de bestuurders in twee groepen ingedeeld:</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Groep 1: bestuurders van voertuigen van de categorieën A, A1, A2, AM, B, B1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> <STRING STRIKE="on">en</STRING>BE <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en T</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 202]</STRING></P><P><NO.P>(2)</NO.P>Groep 2: bestuurders van voertuigen van de categorieën C, CE, C1, C1E, D, DE, D1 en D1E;</P><P><NO.P>(3)</NO.P>In de nationale wetgeving <STRING STRIKE="on">kunnen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden</STRING></STRING> bepalingen <STRING STRIKE="on">worden </STRING>opgenomen om de voor de bestuurders van groep 2 bestemde bepalingen van deze bijlage toe te passen op de bestuurders van voertuigen van categorie B die hun rijbewijs voor de uitoefening van hun beroep gebruiken (taxi’s, ziekenauto’s, enz.).<STRING BOLD="on"> [Am. 203]</STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>Naar analogie hiervan worden de aanvragers van een eerste rijbewijs of verlenging van een rijbewijs ingedeeld in de groep waartoe zij behoren, nadat het rijbewijs is afgegeven of verlengd.</P><P><STRING STRIKE="on">MEDISCHE ONDERZOEKEN</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">GESCHIKTHEID VOOR HET BESTUREN VAN EEN GEMOTORISEERD VOERTUIG</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Ams. 259, 328 en 339]</STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P>Groep 1:</P><P>De aanvragers moeten <STRING STRIKE="on">een zelfevaluatie van hun fysieke en geestelijke geschiktheid uitvoeren </STRING>voor het besturen van een gemotoriseerd voertuig<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> een zelfevaluatie uitvoeren of een medisch onderzoek ondergaan volgens het nationale systeem van de lidstaat van gewone verblijfplaats</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Ams. 260 en 329]</STRING></P><P>De aanvragers moeten een medisch onderzoek ondergaan, <STRING STRIKE="on">indien uit de zelfevaluatie</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waaronder een passend onderzoek</STRING></STRING> van hun <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gezichtsvermogen zoals beschreven in punt 6, wanneer</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">fysieke en geestelijke geschiktheid, bij het vervullen van</STRING> de vereiste formaliteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden vervuld </STRING></STRING>of tijdens het examen dat zij moeten afleggen voor het verkrijgen van een rijbewijs, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">naar aanleiding waarvan een met redenen omkleed medisch advies wordt afgegeven door een medische instantie wier deskundigheid relevant is voor</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">complexiteit van de verschillende doeleinden van deze bijlage</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">blijkt dat zij waarschijnlijk één of meer van </STRING>de <STRING STRIKE="on">in deze bijlage vermelde lichamelijke of geestelijke gebreken hebben</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 205]</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">Voor bestuurders geldt dezelfde procedure bij het verlengen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de verlenging</STRING></STRING> van hun rijbewijs <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen bestuurders worden onderworpen aan een medisch onderzoek voor het besturen van een gemotoriseerd voertuig, de zelfbeoordeling of een andere vorm van beoordeling van de rijgeschiktheid overeenkomstig het nationale systeem dat in de lidstaat van hun gewone verblijfplaats van kracht is</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Ams. 262, 331 en 341]</STRING></P><P><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen voor de afgifte of verlenging van een rijbewijs strengere normen en regels vaststellen dan de in deze bijlage vervatte bepalingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 206]</STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P>Groep 2:</P><P>De aanvragers moeten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vóór de eerste afgifte van een rijbewijs </STRING></STRING>een medisch onderzoek <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van hun lichamelijke en geestelijke geschiktheid ondergaan voor het besturen</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">ondergaan vóór de eerste afgifte</STRING> van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemotoriseerd voertuig</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">rijbewijs</STRING>; vervolgens worden de bestuurders bij elke verlenging van het rijbewijs getest volgens het nationale systeem van de lidstaat van normaal verblijf.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het medisch onderzoek kan worden verricht door een huisarts, op voorwaarde dat hij of zij de in artikel 10, lid 8 bis, bedoelde onlineopleiding heeft gevolgd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 207]</STRING></P><P><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor bestuurders geldt dezelfde procedure bij het verlengen van hun rijbewijs.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 208]</STRING></P><P><NO.P>5.</NO.P>De lidstaten kunnen voor de afgifte of verlenging van een rijbewijs strengere normen vaststellen dan de in deze bijlage vervatte normen.</P><P>GEZICHTSVERMOGEN</P><P><NO.P>6.</NO.P>Iedere aanvrager van een rijbewijs <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of de verlenging daarvan </STRING></STRING>moet de nodige onderzoeken ondergaan om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met behulp van een erkende visuskaart </STRING></STRING>vast te stellen of hij/zij beschikt over voldoende gezichtsscherpte en gezichtsveld voor het besturen van <STRING STRIKE="on">motorvoertuigen</STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemotoriseerde voertuigen</STRING></STRING>. Indien daarover twijfel bestaat, moet hij/zij door een bevoegde medische instantie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of een gekwalificeerde oogzorgspecialist met wettelijke erkenning in de betreffende lidstaat </STRING></STRING>worden onderzocht. Bij dat onderzoek moet vooral gelet worden op: de gezichtsscherpte, het gezichtsveld, het gezichtsvermogen in het schemerdonker, de licht- en contrastgevoeligheid, diplopie en andere visuele functies die essentieel zijn voor de veilige besturing van een motorvoertuig.<STRING BOLD="on"> [Am. 209]</STRING></P><P>Aan bestuurders van groep 1 die niet aan de norm voor het gezichtsveld of de gezichtsscherpte kan worden voldaan, kan een rijbewijs worden toegekend in “uitzonderlijke, individuele gevallen”, indien er redenen zijn om aan te nemen dat de afgifte van een rijbewijs aan de kandidaat de verkeersveiligheid niet in het gedrang zou brengen; in die gevallen moet de bestuurder door een bevoegde medische instantie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of een gekwalificeerde oogzorgspecialist met wettelijke erkenning in de betreffende lidstaat </STRING></STRING>worden onderzocht om aan te tonen dat er geen sprake is van andere beschadigingen van de visuele functies, zoals lichtschitteringen (glare), contrastgevoeligheid of een te beperkt gezichtsvermogen bij schemerlicht. De bestuurder of aanvrager moet tevens met goed gevolg een door een bevoegde instantie georganiseerde praktijktest afleggen.<STRING BOLD="on"> [Am. 210]</STRING></P><P>Groep 1:</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Iedere aanvrager van een rijbewijs of van verlenging van een rijbewijs moet, zo nodig met optische correctie, een binoculaire gezichtsscherpte hebben van ten minste 0,5<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> (decimale notatie)</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 211]</STRING></P><P>Voorts moet het horizontale gezichtsveld minstens 120° bedragen, het gezichtsbereik moet minstens 50° links en rechts en 20° naar boven en beneden reiken. Binnen een straal van 20 graden vanuit het centrum van het gezichtsveld mogen zich geen gebreken voordoen.</P><P>Indien een progressieve oogziekte wordt ontdekt of gemeld, kan het rijbewijs worden afgegeven of verlengd mits de aanvrager zich periodiek door een bevoegde medische instantie laat onderzoeken.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Iedere aanvrager van een rijbewijs of van een verlenging van een rijbewijs die het gezichtsvermogen van één oog volledig is kwijtgeraakt of die, bijvoorbeeld in geval van diplopie, slechts één oog gebruikt, moet een gezichtsscherpte, zo nodig met optische correctie, van ten minste 0,5 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(decimale notatie) </STRING></STRING>hebben. De bevoegde medische instantie moet daarbij verklaren dat dit monoculaire zien al zo lang bestaat dat de betrokkene zich daaraan heeft aangepast, en dat het gezichtsveld van het oog voldoet aan de in punt 6.1 vastgestelde normen.<STRING BOLD="on"> [Am. 212]</STRING></P><P><NO.P>(3)</NO.P>Na een recent geval van diplopie of verlies van het gezichtsvermogen van één oog moet een passende aanpassingsperiode (bijvoorbeeld zes maanden) in acht worden genomen tijdens welke geen motorvoertuig mag worden bestuurd. Na die periode mag <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de bestuurder</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">hij of zij</STRING> pas opnieuw een motorvoertuig besturen na gunstig advies van gezichts- en rijdeskundigen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De instantie kan voorschriften van beperkte duur en, indien nodig, beperkingen voor het rijden in de nacht vaststellen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 213]</STRING></P><P>Groep 2:</P><P><NO.P>(4)</NO.P>Iedere aanvrager van een rijbewijs of verlenging van een rijbewijs moet, zo nodig met optische correctie, beschikken over een gezichtsscherpte van minstens 0,8 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(decimale notatie) </STRING></STRING>voor het beste oog en 0,1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> (decimale notatie)</STRING></STRING> voor het minder goede oog. Indien de waarden 0,8 en 0,1 met een optische correctie worden bereikt, moet de correctie van de minimale gezichtsscherpte (0,8 en 0,1) zijn verkregen door brilglazen die niet sterker mogen zijn dan 8 dioptrieën, of door contactlenzen. De correctie moet goed worden verdragen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het medisch onderzoek kan worden verricht door een huisarts die de in artikel 10, lid 8 bis, bedoelde onlineopleiding heeft gevolgd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 214]</STRING></P><P>Voorts moet het horizontale gezichtsveld voor beide ogen minstens 160° bedragen, het gezichtsbereik moet minstens 70° links en rechts en 30° naar boven en beneden reiken. Binnen een straal van 30 graden vanuit het centrum van het gezichtsveld mogen zich geen gebreken voordoen.</P><P>Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanmerkelijke gebreken heeft met betrekking tot het gezichtsvermogen bij schemerlicht en</STRING></STRING> <STRING STRIKE="on">lijdt aan</STRING> een verminderde contrastgevoeligheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ontoereikend zicht na verblinding, met onvoldoende hersteltijd, zelfs bij het beste oog,</STRING></STRING> of diplopie.<STRING BOLD="on"> [Am. 215]</STRING></P><P>Na een substantiële terugval van het gezichtsvermogen van één oog moet een passende aanpassingsperiode (bijvoorbeeld zes maanden) in acht worden genomen tijdens welke geen motorvoertuig mag worden bestuurd. Na die periode mag <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de bestuurder</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">hij of zij</STRING> pas opnieuw een motorvoertuig besturen na gunstig advies van gezichts- en rijdeskundigen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De bevoegde medische instantie kan autorijden met eventuele voorschriften of beperkingen toestaan.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 216]</STRING></P><P>GEHOOR</P><P><NO.P>7.</NO.P>Onder voorbehoud van het advies van de bevoegde medische instanties kan het rijbewijs voor iedere aanvrager of bestuurder van groep 2 worden afgegeven of verlengd; bij het medisch onderzoek wordt met name rekening gehouden met de mogelijkheden van compensatie.</P><P>PERSONEN MET EEN FYSIEKE BEPERKING</P><P><NO.P>8.</NO.P>Het rijbewijs mag niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder aan motorische aandoeningen of beperkingen lijdt waardoor het besturen van een gemotoriseerd voertuig gevaar oplevert.</P><P>Groep 1:</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Een rijbewijs met eventueel beperkende voorwaarden mag, nadat daarover door een bevoegde medische instantie advies is uitgebracht, worden afgegeven aan aanvragers of bestuurders met een fysieke beperking. Dat advies moet gebaseerd zijn op een medische beoordeling van de betreffende aandoening of beperking en zo nodig op een praktische test. Daarin moet ook worden aangegeven hoe het voertuig moet worden aangepast en of de bestuurder orthopedische apparatuur nodig heeft. Uit het onderzoek naar de rijvaardigheid en het rijgedrag moet echter blijken dat die apparatuur geen gevaar voor het rijden oplevert.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Het rijbewijs mag worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder aan een progressieve aandoening lijdt, mits aan de hand van periodieke controles wordt geverifieerd of de betrokkene nog in staat is zijn voertuig volkomen veilig te besturen.</P><P>Een rijbewijs mag zonder geregelde medische controle worden afgegeven of verlengd zodra de lichamelijke beperking zich heeft gestabiliseerd.</P><P>Groep 2:</P><P><NO.P>(3)</NO.P>De bevoegde medische instantie houdt naar behoren rekening met de extra risico’s en gevaren in verband met het besturen van voertuigen die aan de definitie van deze groep beantwoorden.</P><P>HART- EN VAATZIEKTEN</P><P><NO.P>9.</NO.P>Hart- en vaataandoeningen of -ziekten kunnen leiden tot een acute beschadiging van de hersenfunctie die een gevaar vormt voor de verkeersveiligheid. Dergelijke aandoeningen vormen een gegronde reden om tijdelijke of permanente rijbeperkingen op te leggen.</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Voor de volgende hart- en vaataandoeningen mogen de rijbewijzen van aanvragers of bestuurders in de vermelde groepen alleen worden afgegeven of verlengd als de aandoening effectief is behandeld en op voorwaarde dat een medische toestemming is afgegeven en, in voorkomend geval, een periodieke medische keuring wordt uitgevoerd:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>brady-aritmie (sinus-knooppuntziekte en verstoring van de doorstroming) en tachy-aritmie (supraventriculaire en ventriculaire aritmieën) met een geschiedenis van syncope of syncopale episoden ten gevolge van aritmogene aandoeningen (voor groep 1 en 2);</P><P><NO.P>(b)</NO.P>brady-aritmie: sinus-knooppuntziekte en verstoring van de doorstroming met tweedegraads AV-blok (Mobitz II), derdegraads AV-blok of wisselende bundeltakblok (uitsluitend voor groep 2);</P><P><NO.P>(c)</NO.P>tachy-aritmie (supraventriculaire en ventriculaire aritmie) met:</P><P><NO.P>–</NO.P>structurele hartziekte en aanhoudende ventriculaire tachycardie (VT) (voor groep 1 en 2), of</P><P><NO.P>–</NO.P>niet-aanhoudende polymorfe VT, aanhoudende ventriculaire tachycardie of met een indicatie voor een defibrillator (uitsluitend voor groep 2);</P><P><NO.P>(d)</NO.P>symptomatisch voor angina (voor groep 1 en 2);</P><P><NO.P>(e)</NO.P>implantatie of vervanging van een permanente pacemaker (uitsluitend voor groep 2);</P><P><NO.P>(f)</NO.P>implantatie of vervanging van een defibrillator of passende of niet-passende defibrillatorschok (uitsluitend voor groep 1);</P><P><NO.P>(g)</NO.P>syncope (tijdelijk verlies van bewustzijn en evenwicht, gekenmerkt door snel begin, korte duur en spontaan herstel, ten gevolge van algemene cerebrale hypoperfusie, vermoedelijk ten gevolge van reflexsyncope, met onbekende oorzaak, zonder aanwijzingen van onderliggende hartziekte) (voor groep 1 en 2);</P><P><NO.P>(h)</NO.P>acuut coronair syndroom (voor groep 1 en 2);</P><P><NO.P>(i)</NO.P>stabiele angina wanneer de symptomen zich niet voordoen bij milde inspanningen (voor groep 1 en 2);</P><P><NO.P>(j)</NO.P>percutane coronaire ingreep (PCI) (voor groep 1 en 2);</P><P><NO.P>(k)</NO.P>coronaire bypass-operatie (CABG — Coronary Artery Bypass Graft) (voor groep 1 en 2);</P><P><NO.P>(l)</NO.P>beroerte/transiënte ischemische aanval (TIA) (voor groep 1 en 2);</P><P><NO.P>(m)</NO.P>significante stenose van de carotis (uitsluitend voor groep 2);</P><P><NO.P>(n)</NO.P>maximale aortadiameter van meer dan 5,5 cm (uitsluitend voor groep 2);</P><P><NO.P>(o)</NO.P>hartfalen:</P><P><NO.P>–</NO.P>New York Heart Association (NYHA) I, II, III (uitsluitend voor groep 1);</P><P><NO.P>–</NO.P>volgens NYHA I en II moet de linker ventriculaire ejectiefractie minstens 35 % bedragen (uitsluitend voor groep 2);</P><P><NO.P>(p)</NO.P>harttransplantatie (voor groep 1 en 2);</P><P><NO.P>(q)</NO.P>hulpmiddel voor ondersteuning hartslag (uitsluitend voor groep 1);</P><P><NO.P>(r)</NO.P>hartklepoperatie (voor groep 1 en 2);</P><P><NO.P>(s)</NO.P>maligne hypertensie (hoogte systolische bloeddruk ≥ 180 mmHg of diastolische bloeddruk ≥ 110 mmHg, geassocieerd met naderende of geleidelijke orgaanschade) (voor groep 1 en 2);</P><P><NO.P>(t)</NO.P>klasse III bloeddruk (diastolische bloeddruk ≥ 110 mmHg en/of systolische bloeddruk ≥ 180 mmHg) (alleen voor groep 2);</P><P><NO.P>(u)</NO.P>congenitale hartaandoening (voor groep 1 en 2);</P><P><NO.P>(v)</NO.P>hypertrofische cardiomyopathie zonder syncope (uitsluitend voor groep 1);</P><P><NO.P>(w)</NO.P>lang QT-syndroom met syncope, Torsade des Pointes of QTc &gt; 500 ms (uitsluitend voor groep 1).</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Voor de volgende cardiovasculaire aandoeningen worden geen rijbewijzen afgegeven of verlengd voor aanvragers of bestuurders in de vermelde groepen:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>implantatie van een defibrillator (uitsluitend groep 2);</P><P><NO.P>(b)</NO.P>perifeer vaatlijden — Aneurysma aortae abdominalis en aneurysma aortae thoracalis, als de maximumdiameter van de aorta een aanzienlijk risico inhoudt op plotselinge breuk en plotselinge invalidiserende gebeurtenis (voor groepen 1 en 2);</P><P><NO.P>(c)</NO.P>hartfalen:</P><P><NO.P>–</NO.P>NYHA IV (uitsluitend voor groep 1),</P><P><NO.P>–</NO.P>NYHA III en IV (uitsluitend voor groep 2);</P><P><NO.P>(d)</NO.P>hulpmiddel voor ondersteuning hartslag (uitsluitend voor groep 2);</P><P><NO.P>(e)</NO.P>valvulaire hartziekte met aorta-insufficiëntie, aortastenose, mitralisinsufficiëntie of mitralisstenose als het functioneel vermogen wordt geschat op NYHA IV of als er syncopale episodes zijn geweest (uitsluitend voor groep 1);</P><P><NO.P>(f)</NO.P>valvulaire hartziekten in NYHA III of IV of met een ejectiefractie (EF) van minder dan 35 %, mitralisstenose en ernstige pulmonale hypertensie of met ernstige echocardiografische aortastenose of aortastenose die syncope veroorzaakt; met uitzondering van asymptomatische ernstige aortastenose indien voldaan is aan de testvoorschriften inzake bestandheid tegen inspanningen (uitsluitend voor groep 2);</P><P><NO.P>(g)</NO.P>structurele en elektrische cardiomyopathie — hypertrofe cardiomyopathie met geschiedenis van syncope of wanneer twee of meer van de volgende aandoeningen aanwezig zijn: wanddikte linkerventrikel (LV) &gt; 3 cm, niet-aanhoudende ventriculaire tachycardie, familieanamnese van plotse dood (bij een bloedverwant in eerste graad), geen verhoging van de bloeddruk bij inspanning (uitsluitend voor groep 2);</P><P><NO.P>(h)</NO.P>lang QT-syndroom met syncope, Torsade des Pointes en QTc &gt; 500 ms (uitsluitend voor groep 2);</P><P><NO.P>(i)</NO.P>Brugada-syndroom met syncope of plotse hartdood (voor groep 1 en 2).</P><P>Rijbewijzen mogen worden afgegeven of verlengd in uitzonderlijke gevallen, op voorwaarde dat dit naar behoren wordt gerechtvaardigd door bevoegd medisch advies en onder voorbehoud van een periodieke medische keuring, teneinde ervoor te zorgen dat de betrokkene nog in staat is om het voertuig veilig te besturen, rekening houdend met het effect van de medische aandoening.</P><P><NO.P>(3)</NO.P>Andere cardiomyopathieën</P><P>Het risico van plotselinge gebeurtenissen die tot een handicap kunnen leiden, wordt beoordeeld bij aanvragers of bestuurders met duidelijk omschreven cardiomyopathieën (bijvoorbeeld aritmogene cardiomyopathie van de rechterhartkamer, non-compaction cardiomyopathie, catecholaminerge polymorfe ventriculaire tachycardie en kort-QT syndroom) of met nog niet vastgestelde nieuwe cardiomyopathieën. Een zorgvuldige evaluatie door een specialist is vereist. De prognose van de specifieke cardiomyopathie wordt in aanmerking genomen.</P><P><NO.P>(4)</NO.P>De lidstaten mogen de afgifte of verlenging van een rijbewijs voor aanvragers of bestuurders met andere hart- en vaatziekten beperken.</P><P>DIABETES MELLITUS</P><P><NO.P>10.</NO.P>Voor de volgende punten gelden de volgende definities:</P><P>“ernstige hypoglycemie” een persoon heeft behoefte aan bijstand van een andere persoon;</P><P>“recurrente hypoglycemie”: een tweede geval van ernstige hypoglycemie in een periode van twaalf maanden.</P><P>Groep 1:</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Een rijbewijs mag worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder lijdt aan diabetes mellitus. Personen die medicatie gebruiken, moeten een officieel medisch advies inwinnen en minstens om de vijf jaar geregelde specifieke medische controles ondergaan.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Een aanvrager of bestuurder met diabetes die wordt behandeld met medicatie die een risico op hypoglykemie oplevert, moet aantonen dat hij het risico op hypoglykemie begrijpt en de aandoening voldoende onder controle heeft<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer door middel van een continu monitoringsysteem indien een bevoegde medische instantie dat nodig acht</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 217]</STRING></P><P>Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder zich onvoldoende bewust is van het risico op hypoglycemie.</P><P>Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder recurrente ernstige hypoglycemie heeft, tenzij dit gebaseerd is op bevoegd medisch advies en geregeld medisch onderzoek. Voor recurrente ernstige hypoglycemie in wakkere toestand mag een rijbewijs niet worden afgegeven of verlengd tot drie maanden na de meest recente aanval.</P><P>Rijbewijzen mogen worden afgegeven of verlengd in uitzonderlijke gevallen, op voorwaarde dat dit naar behoren wordt gerechtvaardigd door bevoegd medisch advies en onder voorbehoud van een periodieke medische keuring, teneinde ervoor te zorgen dat de betrokkene nog in staat is om het voertuig veilig te besturen, rekening houdend met het effect van de medische aandoening.</P><P>Groep 2:</P><P><NO.P>(3)</NO.P>In bepaalde gevallen kan een rijbewijs van groep 2 worden afgegeven aan een bestuurder die aan diabetes mellitus lijdt. Wanneer een bestuurder of aanvrager medicatie gebruikt die hypoglycemie kan veroorzaken (met insuline en bepaalde tabletten), zijn de volgende criteria van toepassing:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>er heeft zich geen ernstige hypoglycemie voorgedaan tijdens de afgelopen twaalf maanden;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>de bestuurder heeft de hypoglycemie volledig onder controle;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>de bestuurder moet aantonen dat de aandoening op passende wijze onder controle is via glucosesensoren in het bloed, een insulinepomp, insulinepen en/of hybride ringleiding door minstens tweemaal per dag en op voor het rijden relevante tijdstippen een bloedglucosetest uit te voeren;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>de bestuurder moet aantonen dat hij op de hoogte is van de risico’s van hypoglycemie;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>de diabetes veroorzaakt geen andere hinderlijke gevolgen.</P><P>In deze gevallen moet bovendien <STRING STRIKE="on">het advies worden ingewonnen</STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de afgifte of verlenging van </STRING></STRING>het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rijbewijs afhangen van het positieve advies</STRING></STRING> van een bevoegde medische instantie en moet de bestuurder of de aanvrager, minstens om de drie jaar, periodieke medische onderzoeken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door een medische specialist </STRING></STRING>ondergaan.<STRING BOLD="on"> [Am. 218]</STRING></P><P><NO.P>(4)</NO.P>Een ernstige hypoglycemie in wakkere toestand, zelfs wanneer er geen verband is met het besturen van een voertuig, moet worden gemeld en moet aanleiding geven tot een nieuwe beoordeling van de rijgeschiktheid.</P><P>NEUROLOGISCHE ZIEKTEN EN OBSTRUCTIEF SLAAPAPNEUSYNDROOM</P><P><NO.P>11.</NO.P>Voor aanvragers met neurologische aandoeningen en obstructief slaapapneusyndroom gelden de volgende regels.</P><P>NEUROLOGISCHE ZIEKTEN</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder lijdt aan een ernstige neurologische aandoening, tenzij de aanvraag door een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">positief </STRING></STRING>officieel medisch advies<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van een specialist of bevoegde medische instantie</STRING></STRING> wordt ondersteund.<STRING BOLD="on"> [Am. 219]</STRING></P><P>Daartoe worden neurologische stoornissen ten gevolge van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontwikkelingsproblemen, </STRING></STRING>aandoeningen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, medische ingrepen</STRING></STRING> of operaties van het centrale of perifere zenuwstelsel die tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">cognitieve, gedragsmatige, </STRING></STRING>sensoriële of motorische beperkingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, aantasting van prestaties of het functioneren</STRING></STRING> en evenwichts- en coördinatiestoornissen leiden, beoordeeld op grond van het effect daarvan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Daarbij moet ook rekening worden gehouden met</STRING></STRING> de kans op achteruitgang<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de therapietrouw</STRING></STRING>. Aan de afgifte of verlenging van het rijbewijs kan in die gevallen de voorwaarde worden verbonden dat er periodiek onderzoek moet plaatsvinden, indien er kans op achteruitgang bestaat.<STRING BOLD="on"> [Am. 220]</STRING></P><P>OBSTRUCTIEF SLAAPAPNEUSYNDROOM</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Voor de volgende punten gelden de volgende definities:</P><P>“matig obstructief slaapapneusyndroom”: 15 tot 29 perioden van apneu of hypoapneu per uur (apneu-hypoapneu-index);</P><P>“ernstig obstructief slaapapneusyndroom”: apneu-hypoapneu-index van 30 of meer; beide worden in verband gebracht met buitensporige slaperigheid overdag.</P><P><NO.P>(3)</NO.P>Als bij aanvragers of bestuurders een matig of ernstig obstructief slaapapneusyndroom wordt vermoed, moeten zij verder medisch advies vragen alvorens een rijbewijs wordt afgegeven of verlengd. Zij kunnen de raad krijgen niet te rijden tot de diagnose is bevestigd.</P><P><NO.P>(4)</NO.P>Een rijbewijs mag worden afgegeven aan aanvragers of bestuurders met een matig of ernstig obstructief slaapapneusyndroom als zij kunnen aantonen dat zij hun aandoening voldoende onder controle hebben, een passende behandeling volgen en als gevolg daarvan minder slaperig zijn; zij moeten dit kunnen staven met een officiële medische opinie.</P><P><NO.P>(5)</NO.P>Aanvragers of bestuurders met een matig of ernstig obstructief slaapapneusyndroom die in behandeling zijn, moeten een periodiek medisch onderzoek ondergaan met tussenpozen van niet meer dan drie jaar voor bestuurders van groep 1 en één jaar voor bestuurders van groep 2, teneinde na te gaan in welke mate zij de behandeling volgen, de behandeling moeten voortzetten en verdere waakzaamheid geboden is.</P><P>EPILEPSIE</P><P><NO.P>12.</NO.P>Epileptische aanvallen en andere acute bewustzijnsstoornissen vormen een ernstig gevaar voor de verkeersveiligheid wanneer zij zich tijdens het besturen van een motorvoertuig voordoen.</P><P>Voor de volgende punten gelden de volgende definities:</P><P>“epilepsie”: een medische aandoening waarbij een persoon in een periode van minder dan vijf jaar twee of meer epileptische aanvallen heeft gehad;</P><P>“opgewekte epileptische aanval”: een aanval met een aanwijsbaar oorzakelijk verband, dat kan worden vermeden.</P><P>Aan een persoon die een beginnende of geïsoleerde epileptische aanval doormaakt of die het bewustzijn verliest, moet een rijverbod worden opgelegd. Een gespecialiseerde arts moet een verslag opstellen waarin de duur van het rijverbod en de noodzakelijke follow-up worden vastgesteld.</P><P>Om een goede beoordeling van de rijgeschiktheid van een persoon te kunnen maken (met inbegrip van het risico op toekomstige aanvallen), is het uiterst belangrijk om het precieze epilepsiesyndroom en de aard van de aanvallen van een persoon te bepalen alsmede de passende behandeling daarvoor. Dit moet door een neuroloog gebeuren.</P><P>Groep 1:</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Aan een bestuurder van groep 1 die aan epilepsie lijdt, wordt een voorwaardelijk rijbewijs toegekend tot hij gedurende een periode van minstens vijf jaar geen aanval meer heeft gehad.</P><P>Indien de persoon aan epilepsie lijdt, is niet voldaan aan de voorwaarden voor een onvoorwaardelijk rijbewijs. De autoriteit die het rijbewijs afgeeft, wordt daarvan op de hoogte gebracht.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Opgewekte epileptische aanval: een aanvrager die een opgewekte epileptische aanval heeft gehad met een aanwijsbaar oorzakelijk verband, waarvan het weinig waarschijnlijk is dat het zich opnieuw zal voordoen achter het stuur, kan na een neurologisch onderzoek op individuele basis rijgeschikt worden verklaard (het onderzoek moet desgevallend gebeuren in overeenstemming met andere toepasselijke bepalingen van bijlage III, bijvoorbeeld wanneer er sprake is van alcohol of andere comorbiditeit).</P><P><NO.P>(3)</NO.P>Eerste of eenmalige niet-opgewekte aanval: een aanvrager die een eenmalige niet-opgewekte epileptische aanval heeft gehad, kan rijgeschikt worden verklaard na een periode van zes maanden zonder aanvallen en na een passend medisch onderzoek. Nationale autoriteiten kunnen aan bestuurders met een erkende gunstige prognose toestemming verlenen om sneller opnieuw een voertuig te besturen.</P><P><NO.P>(4)</NO.P>Andere gevallen van bewustzijnsverlies: bij bewustzijnsverlies moet worden onderzocht hoe groot het risico is op herhaling tijdens het rijden.</P><P><NO.P>(5)</NO.P>Epilepsie: bestuurders of aanvragers kunnen na één jaar zonder nieuwe aanvallen rijgeschikt worden verklaard.</P><P><NO.P>(6)</NO.P>Uitsluitend aanvallen tijdens de slaap: een bestuurder of aanvrager die uitsluitend tijdens de slaap epileptische aanvallen heeft gehad, kan rijgeschikt worden verklaard wanneer de stabiliteit van dit aanvalspatroon is vastgesteld gedurende een periode die minstens even lang is als de voor epilepsie vereiste aanvalsvrije periode. Na een aanval of crisis in wakkere toestand kan pas een rijbewijs worden afgegeven na een periode van één jaar zonder nieuwe aanval (zie “epilepsie” in punt 12.5).</P><P><NO.P>(7)</NO.P>Aanvallen zonder invloed op het bewustzijn of het functioneren: de aanvrager die nooit andere aanvallen heeft gehad dan opgewekte aanvallen waarbij noch het bewustzijn, noch het functioneren worden aangetast, kan rijgeschikt worden verklaard wanneer de stabiliteit van dit aanvalspatroon is vastgesteld gedurende een periode die minstens even lang is als de voor epilepsie vereiste aanvalsvrije periode. Er kan pas een rijbewijs worden afgegeven na een periode van één jaar zonder nieuwe aanvallen (zie “epilepsie” in punt 12.5).</P><P><NO.P>(8)</NO.P>Aanvallen door een verandering of vermindering van de anti-epileptische behandeling op vraag van de arts: de patiënt kan worden verzocht niet te rijden vanaf het begin van de reductie van de behandeling en gedurende zes maanden na de stopzetting van de behandeling. Na aanvallen gedurende een verandering of stopzetting van medicatie op doktersadvies mag drie maanden niet worden gereden indien de voormalige behandeling wordt hervat.</P><P><NO.P>(9)</NO.P>Na een chirurgische ingreep ter behandeling van epilepsie: zie “epilepsie” in punt 12.5</P><P>Groep 2:</P><P><NO.P>(10)</NO.P>De aanvrager mag gedurende de vereiste aanvalsvrije periode geen anti-epileptische medicatie gebruiken. De aanvrager heeft passende periodieke medische onderzoeken ondergaan. Na uitvoerig neurologisch onderzoek zijn geen relevante cerebrale pathologieën vastgesteld en op het elektro-encefalogram (EEG) is geen epileptische activiteit waargenomen. Na een acute crisis moet een EEG worden gemaakt en een neurologisch onderzoek worden uitgevoerd.</P><P><NO.P>(11)</NO.P>Opgewekte epileptische aanval: een aanvrager die een opgewekte epileptische aanval heeft gehad met een aanwijsbaar oorzakelijk verband, waarvan het weinig waarschijnlijk is dat het zich opnieuw zal voordoen achter het stuur, kan na een neurologisch onderzoek <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitsluitend </STRING></STRING>op individuele basis rijgeschikt worden verklaard<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> voor voertuigen voor eigen gebruik en niet voor het vervoer van derden</STRING></STRING>. Na een acute crisis moet een EEG worden gemaakt en een neurologisch onderzoek worden uitgevoerd.<STRING BOLD="on"> [Am. 222]</STRING></P><P>Een persoon met een structureel intracerebraal letsel die een hoger risico op aanvallen loopt, mag geen voertuigen van groep 2 besturen tot het risico op epilepsie gedaald is tot ten hoogste 2 % per jaar. Het onderzoek moet desgevallend plaatsvinden overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van bijlage III (bijvoorbeeld bij alcohol).</P><P><NO.P>(12)</NO.P>Eerste of eenmalige niet-opgewekte aanval: na een eerste niet-opgewekte epileptische aanval kan een aanvrager, indien een passend neurologisch onderzoek heeft plaatsgehad, rijgeschikt worden verklaard na een periode van vijf jaar zonder andere aanvallen en tijdens welke hij geen anti-epileptische medicatie heeft gebruikt.<STRING STRIKE="on"> Nationale autoriteiten kunnen aan bestuurders met een erkende gunstige prognose toestemming verlenen om sneller opnieuw een voertuig te besturen.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 223]</STRING></P><P><NO.P>(13)</NO.P>Andere gevallen van bewustzijnsverlies: bij bewustzijnsverlies moet worden onderzocht hoe groot het risico is op herhaling tijdens het rijden. Het risico op herhaling mag niet meer dan 2 % per jaar bedragen.</P><P><NO.P>(14)</NO.P>Epilepsie: gedurende een periode van tien jaar, tijdens welke geen anti-epileptische medicatie werd gebruikt, mogen zich geen nieuwe aanvallen voordoen. Nationale autoriteiten kunnen aan bestuurders met een erkende gunstige prognose toestemming verlenen om sneller opnieuw een voertuig te besturen. Dit geldt ook voor zogenaamde “kinderepilepsie”.</P><P>Bepaalde aandoeningen (bijvoorbeeld een arterioveneuse malformatie of intracerebrale bloedingen) brengen een verhoogd risico op aanvallen mee, zelfs wanneer zich nog geen aanvallen hebben voorgedaan. In dergelijke gevallen moet een onderzoek worden uitgevoerd door een bevoegde medische instantie; een rijbewijs mag niet worden afgegeven wanneer het risico op een aanval meer dan 2 % per jaar bedraagt.</P><P>MENTALE BEPERKINGEN</P><P><NO.P>13.</NO.P>De volgende regels zijn van toepassing op aanvragers of bestuurders met een mentale of intellectuele beperking.</P><P>Groep 1:</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd voor aanvragers of bestuurders met:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>congenitale of door ziekten, trauma’s of neurochirurgische ingrepen ontstane ernstige mentale<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, cognitieve of gedragsbeperkingen</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">beperkingen</STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 224]</STRING></P><P><NO.P>(b)</NO.P><STRING STRIKE="on">ernstige verstandelijke beperkingen;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 225]</STRING></P><P><NO.P>(c)</NO.P><STRING STRIKE="on">ernstige gedragsproblemen, uit het verouderingsproces voortvloeiende gedragsproblemen;</STRING> ernstige met de individuele psychische gesteldheid verband houdende beperkingen van het oordeels- en aanpassingsvermogen of gedragsstoornissen,<STRING BOLD="on"> [Am. 226]</STRING></P><P>tenzij de aanvraag door een officieel medisch advies wordt ondersteund en de betrokkene zo nodig geregeld medisch wordt gecontroleerd.</P><P>Groep 2:</P><P><NO.P>(2)</NO.P>De bevoegde medische instantie houdt naar behoren rekening met de extra risico’s en gevaren in verband met het besturen van voertuigen die aan de definitie van deze groep beantwoorden.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De bevoegde medische instantie kan voorschriften van beperkte duur vaststellen of beperkingen voor het besturen van voertuigen opleggen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 227]</STRING></P><P>ALCOHOL</P><P><NO.P>14.</NO.P>Alcoholgebruik vormt een groot gevaar voor de verkeersveiligheid. Gezien de ernst van het probleem moeten artsen grote waakzaamheid aan de dag leggen.</P><P>Groep 1:</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een alcoholgerelateerde aandoening lijdt</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">alcohol verslaafd is</STRING> of niet kan afzien van alcoholgebruik wanneer hij aan het verkeer deelneemt, tenzij passende beperkingen worden toegepast door <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deelname aan een rehabilitatieprogramma, met inbegrip van monitoring en medisch toezicht, en door </STRING></STRING>middel van technologieën die de verslaving kunnen tegengaan (<STRING STRIKE="on">bijvoorbeeld </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onder meer</STRING></STRING> door het verplichte gebruik van een alcoholslot).<STRING BOLD="on"> [Am. 228]</STRING></P><P>Rijbewijzen mogen zonder bijkomende beperkingen worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder aan alcohol verslaafd is geweest, na een periode van bewezen onthouding en onder voorbehoud van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">positief </STRING></STRING>officieel medisch advies en geregelde medische controle<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> door de bevoegde medische instantie</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 229]</STRING></P><P>Groep 2:</P><P><NO.P>(2)</NO.P>De bevoegde medische instantie houdt naar behoren rekening met de extra risico’s en gevaren in verband met het besturen van voertuigen die aan de definitie van deze groep beantwoorden.</P><P><NO.P>(2 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde medische instantie kan voorschriften van beperkte duur en, indien nodig, beperkingen voor het besturen van voertuigen vaststellen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 230]</STRING></P><P>VERDOVENDE MIDDELEN EN GENEESMIDDELEN</P><P><NO.P>15.</NO.P>Voor geneesmiddelen en medische producten gelden de volgende regels.</P><P>Misbruik:</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gebruikmaakt van</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">verslaafd is aan</STRING> psychotrope stoffen of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drugs</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">zonder daaraan verslaafd te zijn die stoffen overmatig gebruikt</STRING>, ongeacht de categorie van het aangevraagde rijbewijs.<STRING BOLD="on"> [Am. 231]</STRING></P><P>Regelmatig gebruik:</P><P>Groep 1:</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder <STRING STRIKE="on">regelmatig, in welke vorm dan ook, </STRING>psychotrope stoffen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">misbruikt of regelmatig gebruikt, indien</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">gebruikt die van nadelige invloed op</STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gebruikte hoeveelheid van dien aard is</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">rijvaardigheid kunnen zijn, indien dusdanige hoeveelheden worden gebruikt</STRING> dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rijvaardigheid</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">het rijgedrag</STRING> daardoor <STRING STRIKE="on">ongunstig</STRING> wordt beïnvloed. Hetzelfde geldt voor alle andere geneesmiddelen of geneesmiddelencombinaties die de rijvaardigheid beïnvloeden.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde medische instantie kan voorschriften van beperkte duur en, indien nodig, beperkingen voor het besturen van voertuigen vaststellen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 232]</STRING></P><P>Groep 2:</P><P><NO.P>(3)</NO.P>De bevoegde medische instantie houdt naar behoren rekening met de extra risico’s en gevaren in verband met het besturen van voertuigen die aan de definitie van deze groep beantwoorden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en kan voorschriften van beperkte duur en, indien nodig, beperkingen voor het besturen van voertuigen vaststellen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 233]</STRING></P><P>NIERAANDOENINGEN</P><P><NO.P>16.</NO.P>Voor aanvragers met nieraandoeningen gelden de volgende regels.</P><P>Groep 1:</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Rijbewijzen mogen worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder aan ernstige nierinsufficiëntie lijdt, op voorwaarde dat een officieel medisch advies wordt verstrekt en de betrokkene geregeld medisch wordt onderzocht.</P><P>Groep 2:</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Rijbewijzen mogen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder aan ernstige irreversibele nierinsufficiëntie lijdt, tenzij in uitzonderingsgevallen op grond van een officieel medisch advies en geregelde medische controle.</P><P>DIVERSE BEPALINGEN</P><P><NO.P>17.</NO.P>De volgende bepalingen worden als diverse bepalingen beschouwd.</P><P>Groep 1:</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Rijbewijzen mogen worden afgegeven of verlengd indien het een aanvrager of bestuurder betreft met getransplanteerde organen of artificiële implantaten die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, onder voorbehoud van een officieel medisch advies en zo nodig een geregeld medisch onderzoek.</P><P>Groep 2:</P><P><NO.P>(2)</NO.P>De bevoegde medische instantie houdt naar behoren rekening met de extra risico’s en gevaren in verband met het besturen van voertuigen die aan de definitie van deze groep beantwoorden.</P><P>In het algemeen mogen rijbewijzen niet worden afgegeven of verlengd indien de aanvrager of bestuurder een niet in de voorgaande punten van deze bijlage vermelde aandoening heeft die aanleiding kan vormen tot lichamelijke klachten, waardoor bij het besturen van een motorvoertuig de verkeersveiligheid in gevaar komt, tenzij de aanvraag door een officieel medisch advies wordt ondersteund en de betrokkene, zo nodig, geregeld medisch wordt onderzocht.</P></ANNEX><ANNEX><TI>BIJLAGE IV</TI><P>MINIMUMNORMEN VOOR PERSONEN DIE PRAKTIJKRIJEXAMENS AFNEMEN</P><P><NO.P>1.</NO.P>Vereiste vaardigheden voor een rijexaminator</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Een persoon die bevoegd is tot het afnemen van een praktisch rijexamen van een kandidaat in een mechanisch aangedreven voertuig moet beschikken over de kennis, de vaardigheden en het inzicht die verband houden met de aspecten vermeld in de punten 1.2 tot en met 1.6.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>De vaardigheden van een examinator moeten zijn afgestemd op het examineren van een kandidaat die de bevoegdheid wil verkrijgen voor de rijbewijscategorie waarvoor het rijexamen wordt afgelegd.</P><P><NO.P>(3)</NO.P>Kennis en begrip van besturen en examineren:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>theorie van het rijgedrag;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>risico-inschatting en ongevalvermijding;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>het handboek van rijexamennormen;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>de eisen van het rijexamen;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>het toepasselijke wegen- en verkeersreglement, inclusief de toepasselijke Uniewetgeving en nationale wetgeving en de richtsnoeren voor de uitlegging daarvan;</P><P><NO.P>(f)</NO.P>examineringstheorie en -technieken;</P><P><NO.P>(g)</NO.P>defensief rijden;</P><P><NO.P>(g bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">besef van en aandacht voor de kwetsbaarheid van niet-gemotoriseerde weggebruikers.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 234]</STRING></P><P><NO.P>(4)</NO.P>Examineringsvaardigheden:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>accuraat kunnen observeren, monitoren en beoordelen van de algemene prestaties van de kandidaat, met name:</P><P><NO.P>(b)</NO.P>correcte en volledige inschatting van gevaarlijke situaties,</P><P><NO.P>(c)</NO.P>accurate vaststelling van de oorzaak en de waarschijnlijke gevolgen van dergelijke situaties,</P><P><NO.P>(d)</NO.P>vorderingen en fouten opmerken,</P><P><NO.P>(e)</NO.P>uniformiteit en consistentie bij het examineren;</P><P><NO.P>(f)</NO.P>snel informatie verwerken en hoofdpunten bepalen;</P><P><NO.P>(g)</NO.P>anticiperen, mogelijke problemen opmerken en strategieën uitwerken om deze aan te pakken;</P><P><NO.P>(h)</NO.P>tijdig opbouwend commentaar geven.</P><P><NO.P>(5)</NO.P>Persoonlijke rijvaardigheid:</P><P>Een persoon die bevoegd is tot het afnemen van een praktisch rijexamen voor een bepaalde rijbewijscategorie, moet zelf in staat zijn dat type mechanisch aangedreven voertuig te besturen naar consistent strenge normen.</P><P><NO.P>(6)</NO.P>Kwaliteit van de dienstverlening:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>er moet worden bepaald en meegedeeld wat de kandidaat kan verwachten tijdens het examen;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>er moet duidelijk worden gecommuniceerd en de inhoud, de vorm en de taal moeten zijn afgestemd op de toehoorders en de context, en de kandidaten moeten antwoord krijgen op hun vragen;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>de uitslag van het examen moet duidelijk worden toegelicht;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>alle kandidaten worden met respect en gelijk behandeld.</P><P><NO.P>(7)</NO.P>Kennis van voertuigtechniek en fysica:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>kennis van voertuigtechniek, zoals besturing, banden, remmen, lichten, met name voor motorfietsen en zware voertuigen;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>veilig beladen;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>kennis van de fysische aspecten van het voertuig, zoals snelheid, wrijving, dynamica, energie.</P><P><NO.P>(8)</NO.P>Een zuinige/energie-efficiënte en milieuvriendelijke rijstijl.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Algemene voorwaarden</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Een examinator voor het rijbewijs van categorie B:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>moet sedert ten minste drie jaar houder zijn van een rijbewijs van categorie B;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>moet ten minste 23 jaar oud zijn;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>moet over de basisvaardigheden beschikken waarin punt 3 van deze bijlage voorziet en vervolgens de kwaliteitswaarborgings- en periodieke opleidingsactiviteiten hebben gevolgd waarin punt 4 van deze bijlage voorziet;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>moet een beroepsopleiding hebben gevolgd waarmee ten minste niveau 3 is afgesloten zoals bepaald in de Internationale Standaardclassificatie van het Onderwijs (ISCED)<FOOTNOTE><FIELD>https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=International_Standard_Classification_of_Education_(ISCED)#Implementation_of_ISCED_2011_.28levels_of_education.29</FIELD></FOOTNOTE>;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>mag niet tegelijkertijd werkzaam zijn als commerciële rijinstructeur bij een rijschool.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Een examinator voor het rijbewijs van de overige categorieën:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>moet houder zijn van een rijbewijs van de betrokken categorie of middels een adequate beroepskwalificatie beschikken over gelijkwaardige kennis;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>moet over de basisvaardigheden beschikken waarin punt 3 van deze bijlage voorziet en vervolgens de kwaliteitswaarborgings- en periodieke opleidingsactiviteiten hebben gevolgd waarin punt 4 van deze bijlage voorziet;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>moet een gekwalificeerd examinator voor het rijbewijs van categorie B zijn geweest en die taak gedurende ten minste drie jaar hebben uitgeoefend; deze laatste vereiste kan vervallen indien de examinator kan aantonen dat hij:</P><P><NO.P>i)</NO.P>beschikt over ten minste vijf jaar rijervaring in de betrokken categorie, of</P><P><NO.P>ii)</NO.P>een hoger theoretisch en praktisch rijvaardigheidsexamen heeft afgelegd dan nodig is voor het behalen van een rijbewijs, waardoor dat vereiste overbodig is;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>moet een beroepsopleiding hebben gevolgd waarmee ten minste niveau 3 is afgesloten zoals bepaald in de Internationale Standaardclassificatie van het Onderwijs (ISCED);</P><P><NO.P>(e)</NO.P>mag niet tegelijkertijd werkzaam zijn als commerciële rijinstructeur bij een rijschool.</P><P><NO.P>(3)</NO.P>Gelijkwaardigheid</P><P><NO.P>(a)</NO.P>De lidstaten mogen een examinator toestaan rijexamens af te nemen voor de categorieën AM, A1, A2 en A als hij voor een van deze categorieën beschikt over de in punt 3 voorgeschreven basisvaardigheden.</P><P><NO.P>(b)</NO.P>De lidstaten mogen een examinator toestaan rijexamens af te nemen voor de categorieën C1, C, D1 en D als hij voor een van deze categorieën beschikt over de in punt 3 voorgeschreven basisvaardigheden.</P><P><NO.P>(c)</NO.P>De lidstaten mogen een examinator toestaan rijexamens af te nemen voor de categorieën BE, C1E, CE, D1E en DE als hij voor een van deze categorieën beschikt over de in punt 3 voorgeschreven basisvaardigheden.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Basiskwalificatie</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Basisopleiding</P><P><NO.P>(a)</NO.P>Alvorens een persoon bevoegd is om rijexamens af te nemen, moet die persoon met goed gevolg een door de lidstaat vast te stellen opleidingsprogramma voltooien om de in punt 1 genoemde vaardigheden op te doen.</P><P><NO.P>(b)</NO.P>De lidstaten moeten bepalen of de inhoud van een bepaald opleidingsprogramma specifiek de bevoegdheid geeft om rijexamens af te nemen van slechts één rijbewijscategorie, of van meerdere.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Examens</P><P><NO.P>(a)</NO.P>Alvorens een persoon bevoegd wordt verklaard rijexamens af te nemen, moet die persoon aantonen over voldoende kennis, inzicht, vaardigheden en geschiktheid te beschikken met betrekking tot de aspecten die vermeld zijn in punt 1.</P><P><NO.P>(b)</NO.P>De lidstaten hanteren een examineringssysteem om op pedagogisch verantwoorde wijze de in punt 1 en met name in punt 1.4 omschreven vaardigheden van de persoon te toetsen. De examinering is toegankelijk<FOOTNOTE><FIELD>Overeenkomstig Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten.</FIELD></FOOTNOTE> en omvat zowel een theoretisch als een praktisch gedeelte. Indien passend mag gebruik worden gemaakt van computertoetsen. Bijzonderheden over de aard en duur van de proeven en de beoordelingen in het kader van de examinering worden door de individuele lidstaten vastgesteld.</P><P><NO.P>(c)</NO.P>De lidstaten moeten bepalen of de inhoud van een bepaald opleidingsprogramma de bevoegdheid geeft om rijexamens af te nemen van slechts één rijbewijscategorie, of van meerdere.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Kwaliteitswaarborging en periodieke bijscholing</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Kwaliteitsborging</P><P><NO.P>(a)</NO.P>De lidstaten hanteren kwaliteitsborgingssystemen om ervoor te zorgen dat de normen voor rijexaminatoren op peil blijven.</P><P><NO.P>(b)</NO.P>In het kader van kwaliteitsborgingssystemen moeten onder meer controles plaatsvinden van examinatoren tijdens het werk, van bijscholing, verlenging van vergunningen en het op peil houden van beroepsvaardigheden, en van de resultaten van de examens die zij hebben afgenomen.</P><P><NO.P>(c)</NO.P>De lidstaten moeten ervoor zorgen dat elke examinator in het kader van de kwaliteitsborging jaarlijks de controles ondergaat die vermeld zijn in punt 4.1, punt b). Voorts moeten de lidstaten ervoor zorgen dat elke examinator om de vijf jaar gecontroleerd wordt tijdens het afnemen van examens, gedurende in totaal minimaal een halve dag, zodat de controle meerdere examens beslaat. Wanneer er problemen worden vastgesteld, moet er corrigerend worden opgetreden. De persoon die de controles uitvoert, moet daartoe door de lidstaat bevoegd zijn verklaard.</P><P><NO.P>(d)</NO.P>De lidstaten kunnen bepalen dat wanneer een examinator bevoegd is om in meerdere categorieën examens af te nemen, het voldoen aan de eisen inzake controles in een categorie gelijk staat met het voldoen aan de eisen voor meerdere categorieën.</P><P><NO.P>(e)</NO.P>Op de werkzaamheden van de examinatoren moet door een door de lidstaat erkend <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onafhankelijk </STRING></STRING>lichaam controle en toezicht worden uitgeoefend met het oog op een correcte en consequente foutenbeoordeling<STRING STRIKE="on">, overeenkomstig de in deze bijlage vastgestelde normen</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 235]</STRING></P><P><NO.P>(2)</NO.P>Periodieke bijscholing</P><P><NO.P>(a)</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat rijexaminatoren om hun bevoegdheid te behouden, ongeacht het aantal categorieën waarvoor zij bevoegd zijn, deelnemen aan:</P><P><NO.P>i)</NO.P>een vaste minimumbijscholing van in totaal vier dagen per periode van twee jaar om:</P><P><NO.P>–</NO.P>de vereiste kennis<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, examinerings-</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">communicatieve vaardigheden</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">examineringsvaardigheden</STRING> op peil te houden en te actualiseren;<STRING BOLD="on"> [Am. 236]</STRING></P><P><NO.P>–</NO.P>nieuwe vaardigheden op te doen die onmisbaar zijn geworden voor de uitoefening van het beroep;</P><P><NO.P>–</NO.P>ervoor te zorgen dat examinatoren bij het afnemen van examens eerlijke en uniforme maatstaven blijven hanteren;</P><P><NO.P>ii)</NO.P>een minimumbijscholing van tenminste in totaal vijf dagen per vijf jaar om:</P><P><NO.P>–</NO.P>de vereiste praktische rijvaardigheid op peil te houden en te verbeteren.</P><P><NO.P>(b)</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat examinatoren bij wie in het kader van de kwaliteitsborgingsprocedure is geconstateerd dat zij in hun functioneren ernstig tekortschieten, snel speciale bijscholing krijgen.</P><P><NO.P>(c)</NO.P>Bijscholing kan worden verstrekt in de vorm van instructies, klassikaal onderwijs, klassieke of computerlessen, en kan individueel of in groepsverband plaatsvinden. Eventueel kunnen de lidstaten periodieke bijscholing ook gebruiken voor het bijstellen van normen.</P><P><NO.P>(d)</NO.P>De lidstaten kunnen bepalen dat wanneer een examinator bevoegd is om in meerdere categorieën examens af te nemen, het voldoen aan de bijscholingseisen in een categorie gelijk staat met het voldoen aan de bijscholingseisen voor meerdere categorieën, mits wordt voldaan aan de voorwaarde vermeld in punt 4.2, punt e).</P><P><NO.P>(e)</NO.P>Wanneer een examinator in 24 maanden geen examen heeft afgenomen voor een bepaalde categorie, moet de examinator een passende herbeoordeling ondergaan alvorens hij weer toelating krijgt om voor die categorie weer examens af te nemen. De herbeoordeling kan een onderdeel zijn van het in punt 4.2, punt a), vermelde vereiste.</P><P><NO.P>5.</NO.P>Verworven rechten</P><P><NO.P>(1)</NO.P>De lidstaten kunnen personen die onmiddellijk vóór de inwerkingtreding van <STRING STRIKE="on">de bepalingen van</STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deze </STRING></STRING>richtlijn <STRING STRIKE="on">2006/126/EG </STRING>bevoegd waren rijexamens af te nemen, toestaan rijexamens te blijven afnemen, ook als die bevoegdheid niet is verleend conform de algemene voorwaarden van punt 2 of de basisvaardigheden van punt 3.<STRING BOLD="on"> [Am. 237]</STRING></P><P><NO.P>(2)</NO.P>De regelmatige controles en het kwaliteitsborgingssysteem van punt 4 zijn evenwel ook voor deze examinatoren verplicht.</P></ANNEX><ANNEX><TI>BIJLAGE V</TI><P>MINIMUMEISEN INZAKE OPLEIDING EN EXAMENS VOOR BESTUURDERS VAN SAMENSTELLEN ALS OMSCHREVEN IN ARTIKEL 6, LID 1, PUNT C), TWEEDE STREEPJE, TWEEDE ALINEA</P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen met het oog op:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>het goedkeuren van en het houden van toezicht op de opleiding als bedoeld in artikel 10, lid 1, punt d), of</P><P><NO.P>(b)</NO.P>de organisatie van examens inzake rijvaardigheid en rijgedrag als bedoeld in artikel 10, lid 1, punt d).</P><P><NO.P>2.</NO.P>De opleiding van de bestuurder duurt minstens zeven uur.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Inhoud van de opleiding van de bestuurder</P><P>De opleiding van de bestuurder bestrijkt de kennis, de rijvaardigheid en het rijgedrag als omschreven in de punten 2 en 7 van bijlage II. Bijzondere aandacht wordt besteed aan rijdynamiek, veiligheidscriteria, trekkend voertuig en aanhangwagen (koppelingsmechanisme), correct laden en veiligheidsaccessoires.</P><P>Een praktijkgedeelte omvat de volgende oefeningen: versnellen, vertragen, achteruitrijden, remmen, stopafstand, veranderen van rijstrook, remmen/uitwijken, slingeren van de aanhanger, afkoppelen en aankoppelen van een aanhangwagen aan het trekkend voertuig, parkeren.</P><P>Elke deelnemer moet het praktijkgedeelte van de opleiding afleggen en zijn of haar rijvaardigheid en rijgedrag op de openbare weg demonstreren.</P><P>De samenstellen van voertuigen die voor de opleiding worden gebruikt, moeten behoren tot de rijbewijscategorie waarvoor de deelnemers een aanvraag hebben ingediend.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Duur en inhoud van de examens inzake rijvaardigheid en rijgedrag</P><P>De duur van het examen en de afgelegde afstand moeten toereikend zijn om de rijvaardigheid en het rijgedrag als omschreven in punt 3 te beoordelen.</P></ANNEX><ANNEX><TI>BIJLAGE VI</TI><P>MINIMUMEISEN INZAKE OPLEIDING EN EXAMENS VOOR BESTUURDERS VAN MOTORFIETSEN VAN CATEGORIE A (GELEIDELIJKE TOEGANG)</P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen met het oog op:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>het goedkeuren van en het houden van toezicht op de opleiding als bedoeld in artikel 10, lid 1, punt c); of</P><P><NO.P>(b)</NO.P>de organisatie van examens inzake rijvaardigheid en rijgedrag als bedoeld in artikel 10, lid 1, punt c).</P><P><NO.P>2.</NO.P>De opleiding van de bestuurder duurt minstens zeven uur.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Inhoud van de opleiding van de bestuurder</P><P>De opleiding van de bestuurder omvat alle in punt 6 van bijlage II bestreken aspecten.</P><P>Elke deelnemer moet het praktijkgedeelte van de opleiding afleggen en zijn of haar rijvaardigheid en rijgedrag op de openbare weg aantonen.</P><P>De motorfietsen die voor de opleiding worden gebruikt, moeten behoren tot de rijbewijscategorie waarvoor de deelnemers een aanvraag hebben ingediend.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Duur en inhoud van de examens inzake rijvaardigheid en rijgedrag</P><P>De duur van het examen en de afgelegde afstand moeten toereikend zijn om de rijvaardigheid en het rijgedrag als omschreven in punt 3 van deze bijlage te beoordelen.</P></ANNEX><ANNEX><TI>BIJLAGE VII</TI><P>CONCORDANTIETABEL</P><P><TABLE><TGROUP COLS="3"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="37.64*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="24.33*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="38.03*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING BOLD="on">Richtlijn 2006/126/EG</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on">Verordening (EU) nr. 383/2012 </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><STRING BOLD="on">Nieuwe richtlijn</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 2, leden 1, 2, 3 en 12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 3, leden 1, 2, 3, 4, 5 en 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 1, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 1, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 5, eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 1, lid 3, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 5, tweede alinea, eerste zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 1, lid 3, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 5, tweede alinea, tweede zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 1, lid 3, derde alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 1, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 2, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 3, lid 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 2, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 3, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 2, eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 3, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 2, tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 3, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, leden 6 en 7, eerste en tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 1, eerste zin</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 1, tweede zin</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, leden 1, 2, 3 en 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 2, inleidende tekst</P><P>Artikel 4, lid 2, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt a), inleidende tekst</P><P>Artikel 6, lid 1, punt a), eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 2, eerste streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt a), eerste en tweede streepje</P><P>Artikel 2, leden 5 en 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 2, tweede streepje</P><P>Artikel 4, lid 3, punt a), derde streepje</P><P>Artikel 4, lid 4, punt a), tweede streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 1, punt a)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 3, inleidende tekst</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 3, eerste streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 2, lid 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 3, tweede streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 2, lid 9</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 3, punt a), inleidende tekst</P><P>Artikel 4, lid 3, punt a), eerste en tweede streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt b), i)</P><P>Artikel 6, lid 1, punt b), i), eerste en tweede streepje</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 3, punt b), inleidende tekst</P><P>Artikel 4, lid 3, punt b), eerste streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt b), ii)</P><P>Artikel 6, lid 1, punt b), ii), eerste streepje</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 3, punt b), tweede streepje</P><P>Artikel 4, lid 4, punt b), vijfde alinea</P><P>Artikel 4, lid 4, punt c), tweede streepje</P><P>Artikel 4, lid 4, punt e), derde streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 1, punt b)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 3, punt c), inleidende tekst</P><P>Artikel 4, lid 3, punt c), i), inleidende tekst</P><P>Artikel 4, lid 3, punt c), ii), inleidende tekst</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt b), iii)</P><P>Artikel 6, lid 1, punt b), iii), eerste streepje</P><P>Artikel 6, lid 1, punt b), iii), tweede streepje</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 3, punt c), i), eerste streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 1, punt c), i)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 3, punt c), ii), eerste streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 1, punt c), ii)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, inleidende tekst</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt c), inleidende tekst</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, eerste streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 2, lid 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, tweede streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt a), inleidende tekst</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt c), i), inleidende tekst</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt a), eerste streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt a), tweede streepje</P><P>Artikel 2, lid 7</P><P>Artikel 6, lid 1, punt c), i)</P><P>Artikel 2, lid 11</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt a), derde streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt c), i), tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt c), i), derde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt b), inleidende tekst</P><P>Artikel 4, lid 4, punt b), eerste tot en met vierde alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt c), ii)</P><P>Artikel 6, lid 1, punt c), ii), eerste tot en met vierde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt c), inleidende tekst</P><P>Artikel 4, lid 4, punt c), eerste streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt c), iii)</P><P>Artikel 6, lid 1, punt c), iii), eerste streepje</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt d)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt c), iv)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt e), inleidende tekst</P><P>Artikel 4, lid 4, punt e), eerste en tweede streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt c), v)</P><P>Artikel 6, lid 1, punt c), v), eerste en tweede streepje</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt f)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt c), vi)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt g), inleidende tekst</P><P>Artikel 4, lid 4, punt g), eerste streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt c), vii), eerste streepje</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt g), tweede streepje</P><P>Artikel 4, lid 4, punt i), tweede streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 1, punt d)</P><P>Artikel 7, lid 1, punt d)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt h)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt c), viii)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt i), inleidende tekst</P><P>Artikel 4, lid 4, punt i), eerste streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt c), ix)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt j)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt c), x)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt k), inleidende tekst</P><P>Artikel 4, lid 4, punt k), eerste streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1, punt c), xi)</P><P>Artikel 6, lid 1, punt c), xi), eerste streepje</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 4, punt k), tweede streepje</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 1, punt e)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 6, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 6, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 6, derde en vierde alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 7</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 5, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 8, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 5, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 8, lid 1, tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 9, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 2, inleidende tekst</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 9, lid 2, inleidende tekst</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 2, punt a)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 9, lid 2, punt a)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 2, punt b)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 9, lid 2, punt b)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 9, lid 2, punt c)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 2, punt c)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 9, lid 2, punt d)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 2, punt d)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 9, lid 2, punt e)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 2, punt e)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 9, lid 2, punt f)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 2, punt f)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 9, lid 2, punt g)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 9, lid 2, punt h)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 9, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 6, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 9, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 10, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 10, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 10, lid 2, derde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 3, inleidende tekst</P><P>Artikel 7, lid 3, pûnten a) en b)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 10, lid 3, inleidende tekst</P><P>Artikel 10, lid 3, pûnten a) en b)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 3, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 10, lid 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 3, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 10, lid 3, eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 3, derde alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 10, lid 2, derde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 3, vierde alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 3, vijfde alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 10, lid 2, vijfde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 10, lid 2, zevende alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 10, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 10, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 7, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 10, lid 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 4, lid 8, en artikel 8, lid 2, voor bijlage I</P><P>Artikel 10, lid 8, voor de bijlagen II, III, V en VI</P><P>Artikel 16, lid 2, voor bijlage IV</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 9</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 22</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 16, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 11, leden 1, 2 en 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 11, leden 1, 2 en 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 11, lid 4, eerste en derde alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 13, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 11, lid 4, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 13, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 13, leden 3 en 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 11, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 11, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 11, lid 6, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 12, lid 2, eerste zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 11, lid 6, tweede alinea, eerste zin</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 12, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 11, lid 6, tweede alinea, tweede zin</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 12, lid 2, tweede zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 12, leden 1, 3, 4, 6, 7, 8 en 9</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 12</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 17, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 17, leden 2, 3 en 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 18</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 14</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 20</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 15, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 19, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 15, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 19, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 15, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 15, lid 4, eerste zin</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 19, lid 3, eerste alinea, eerste zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 19, lid 3, eerste alinea, tweede zin</P><P>Artikel 19, lid 3, tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 15, lid 4, tweede zin</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 19, lid 3, derde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 19, leden 4 en 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 22</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P><NO.P>—</NO.P></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 24</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 16</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 25</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 17</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 26</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 27</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 19</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Artikel 28</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, delen A1 en A2</P><P>Bijlage I, deel D</P><P>Bijlage I, deel E</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B1, punt 2, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 5, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 5, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 5, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B, lid 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 5, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B, lid 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 5, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B, lid 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B, lid 9</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B, lid 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage I</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage II</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage III</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="RIGHT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage IV</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel B4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage I, deel C</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage II</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage II</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage III</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage III</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage IV</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage IV</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage V</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage V</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage VI</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage VI</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage VII</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage VIII</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" VALIGN="BOTTOM"><P>Bijlage VII</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>