<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0096</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Aanvullend beschermingscertificaat met eenheidswerking voor gewasbeschermingsmiddelen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0020/2024 - Rapporteur: Tiemo Wölken)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 28 februari 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het aanvullende beschermingscertificaat met eenheidswerking voor gewasbeschermingsmiddelen (COM(2023)0221 – C9-0152/2023 – 2023/0126(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0221),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 118, eerste alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0152/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A9-0020/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2023)0126</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 28 februari 2024 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende het aanvullende beschermingscertificaat met eenheidswerking voor gewasbeschermingsmiddelen</STRING><BRK/></TI><NOTE>(Voor de EER relevante tekst)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 118, lid 1,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C […] van […], blz. […].</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Comité van de Regio’s<FOOTNOTE><FIELD>PB C […] van […], blz. […].</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>Het onderzoek op fytofarmaceutisch gebied speelt een bepalende rol in de voortdurende verbeteringen in de landbouw. Gewasbeschermingsmiddelen, met name die welke het resultaat van een langdurig en kostbaar onderzoek zijn, kunnen in de Unie slechts verder worden ontwikkeld als zij onder een gunstige regeling vallen die voldoende bescherming biedt om een dergelijk onderzoek aan te moedigen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>De periode die verloopt tussen de indiening van een aanvraag voor een octrooi op een nieuw gewasbeschermingsmiddel en de vergunning om dat product in de handel te brengen brengt de door het octrooi verleende effectieve bescherming terug tot een periode die ontoereikend is om de in het onderzoek gedane investeringen af te schrijven.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die omstandigheden leiden tot onvoldoende bescherming, waardoor het onderzoek op het gebied van gewasbescherming en het concurrentievermogen van deze sector worden benadeeld.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 1]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>Uniforme octrooibescherming en aanvullende octrooibescherming binnen de interne markt of ten minste in een aanzienlijk deel daarvan, moet deel uitmaken van de rechtsinstrumenten waarover agrochemische ondernemingen beschikken om hun concurrentievermogen te vergroten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>In haar mededeling van 25 november 2020 getiteld “Het innovatiepotentieel van de EU optimaal benutten – Een actieplan inzake intellectuele eigendom het herstel en de veerkracht van de EU te ondersteunen”<FOOTNOTE><FIELD>COM(2020)760 final.</FIELD></FOOTNOTE> heeft de Commissie benadrukt dat de nog bestaande versnippering van het intellectuele-eigendomssysteem van de Unie moet worden aangepakt. Ook werd opgemerkt dat voor geneesmiddelen en gewasbeschermingsmiddelen alleen aanvullende bescherming op nationaal niveau beschikbaar was. Tegelijkertijd is er een gecentraliseerde procedure voor de afgifte van Europese octrooien. Bovendien treedt op 1 juni 2023 het “eenheidsoctrooi” zoals vastgelegd in Verordening (EU) nr. 1257/2012<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 1257/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming (PB L 361 van 31.12.2012, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> in werking ten aanzien van alle lidstaten die de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht (“UPCA”) hebben geratificeerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>Verordening (EU) nr. 1257/2012 heeft de mogelijkheid gecreëerd om te voorzien in eenheidsoctrooien. Verordening (EU) nr. 1257/2012 voorziet echter niet in een aanvullend beschermingscertificaat met eenheidswerking (“eenheidscertificaat”).</P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>Bij het ontbreken van een eenheidsoctrooi kan een eenheidsoctrooi alleen worden verlengd door een verschillend nationaal certificaat aan te vragen in elke lidstaat waar bescherming wordt nagestreefd, waardoor de houder van een eenheidsoctrooi wordt verhinderd eenheidsbescherming te verkrijgen gedurende de gehele gecombineerde beschermingsperiode die door dat eenheidsoctrooi en vervolgens door deze certificaten wordt verleend. Daarom moet een eenheidscertificaat voor gewasbeschermingsmiddelen worden gecreëerd, zodat een eenheidsoctrooi op eenvormige wijze kan worden verlengd. Een dergelijk eenheidsoctrooi moet worden aangevraagd op basis van een basisoctrooi met eenheidswerking en heeft dezelfde rechtsgevolgen als de nationale certificaten in alle lidstaten waar dat basisoctrooi eenheidswerking heeft. Het belangrijkste kenmerk van een dergelijk eenheidscertificaat moet het eenvormige karakter ervan zijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>Een eenheidscertificaat moet eenvormige bescherming bieden en gelijke werking hebben in alle lidstaten waar het basisoctrooi waarop het gebaseerd is eenheidswerking heeft, behalve in het geval van tijdelijke opschorting van de werking om op verschillende tijdstippen verleende vergunningen voor het in de handel brengen mogelijk te maken. Een eenheidscertificaat zou dus alleen met betrekking tot alle deelnemende lidstaten moeten worden overgedragen of ingetrokken, of vervallen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Verordening [COM(2023) 223] vervangt Verordening (EG) nr. 1610/96 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1610/96 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 1996 betreffende de invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor gewasbeschermingsmiddelen (PB L 198 van 8.8.1996, blz. 30).</FIELD></FOOTNOTE> en bevat nieuwe bepalingen tot vaststelling van een gecentraliseerde procedure voor het onderzoek van aanvullende beschermingscertificaten voor gewasbeschermingsmiddelen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>Aangezien nog niet alle lidstaten tot het eenheidsoctrooistelsel zijn toegetreden, moeten door de nationale octrooibureaus verleende certificaten beschikbaar blijven.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>Om discriminatie tussen aanvragers van certificaten uit hoofde van Verordening [COM(2023) 223] en van eenheidscertificaten uit hoofde van deze verordening en verstoringen van de interne markt te voorkomen, moeten, met de nodige aanpassingen, dezelfde materiële regels van toepassing zijn op certificaten uit hoofde van Verordening [COM(2023) 223] als op eenheidscertificaten, met name wat betreft de voorwaarden voor de afgifte van het certificaat, alsmede de duur en de werking ervan.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Zo moet met name de duur van de door een eenheidscertificaat verleende bescherming gelijk zijn aan de duur die voor nationale certificaten is vastgesteld uit hoofde van Verordening [COM(2023) 223]; dat wil zeggen dat de houder van zowel van een eenheidsoctrooi als van een eenheidscertificaat in aanmerking moet kunnen komen voor een uitsluitend recht van ten hoogste 15 jaar in totaal vanaf de verlening van de eerste vergunning voor het in de handel brengen van het betrokken gewasbeschermingsmiddel in de Unie. Aangezien het eenheidscertificaat van kracht zou worden bij het vervallen van het basisoctrooi, en om rekening te houden met de verschillende nationale praktijken met betrekking tot de vervaldatum van een octrooi, die tot een verschil van één dag kunnen leiden, moet in deze verordening worden verduidelijkt wanneer de door een eenheidscertificaat verleende bescherming precies van kracht moet worden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>Bij artikel 2 van Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk (PB L 154 van 16.6.2017, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> is een Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (“het Bureau”) opgericht. In het belang van de interne markt en gezien de autonome aard van het eenheidscertificaat moet de onderzoeks- en verleningsprocedure ervan door een centrale onderzoeksautoriteit worden uitgevoerd. Dit kan worden bereikt door het Bureau te belasten met het onderzoeken van zowel aanvragen voor eenheidscertificaten overeenkomstig deze verordening en Verordening [COM(2023) 222] als gecentraliseerde aanvragen voor certificaten uit hoofde van de Verordeningen [COM(2023) 231] en [COM(2023) 223].</P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>Bij het ontbreken van een gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen worden vergunningen voor het in de handel brengen op nationaal niveau verleend. Het toepassingsgebied van vergunningen voor een bepaald gewasbeschermingsmiddel kan dus licht verschillen tussen de lidstaten. Niettemin mag een eenheidscertificaat slechts bescherming verlenen aan dat gewasbeschermingsmiddel voor zover het naar behoren valt onder de vergunningen voor het in de handel brengen die zijn verleend in elk van de lidstaten waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>Het feit dat vergunningen voor het in de handel brengen van een bepaald gewasbeschermingsmiddel in verschillende lidstaten op verschillende data kunnen worden verleend, zou in veel gevallen de afgifte van een eenheidscertificaat voor een bepaald gewasbeschermingsmiddel onmogelijk maken, indien vereist was dat op het tijdstip van indiening van de aanvraag in alle betrokken lidstaten – d.w.z. die waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft – vergunningen zijn verleend. Een aanvrager moet daarom de mogelijkheid krijgen om een aanvraag voor een eenheidscertificaat in te dienen wanneer in alle betrokken lidstaten vergunningen voor het in de handel brengen zijn aangevraagd, op voorwaarde dat dergelijke vergunningen worden verleend vóór het einde van het onderzoeksproces; dat mag om die reden niet eerder dan 18 maanden na de indiening van de aanvraag worden voltooid. Indien in een betrokken lidstaat vóór de voltooiing van het onderzoek geen vergunning is verleend, mag het eenheidscertificaat geen werking hebben ten aanzien van die lidstaat totdat in die lidstaat een geldige vergunning is verleend. Die opschortende werking moet echter worden opgeheven wanneer een nog openstaande vergunning wordt verleend na de afgifte van het eenheidscertificaat, maar – met het oog op de rechtszekerheid – vóór het vervallen van het basisoctrooi, nadat de houder van het eenheidscertificaat daartoe een verzoek heeft ingediend en onder voorbehoud van verificatie van dat verzoek door het Bureau.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Een aanvrager moet ook de mogelijkheid krijgen een “gecombineerde aanvraag” in te dienen waarin ook andere lidstaten worden aangewezen dan die waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft, waarin wordt verzocht om de afgifte van nationale certificaten overeenkomstig Verordening [COM(2023) 223]. Een dergelijke gecombineerde aanvraag moet één onderzoeksprocedure doorlopen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>In een dergelijk geval moet in elke lidstaat dubbele bescherming door zowel een eenheidscertificaat als een nationaal certificaat – ongeacht of dit op basis van een nationale of een gecentraliseerde aanvraag is verkregen – worden uitgesloten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>Een van de voorwaarden voor de afgifte van een certificaat moet zijn dat het product wordt beschermd door het basisoctrooi, in die zin dat het product binnen de reikwijdte van een of meer conclusies van dat octrooi valt, zoals uitgelegd door de vakkundige aan de hand van de beschrijving <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en afbeeldingen </STRING></STRING>van het octrooi<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, op basis van de algemene kennis van deze persoon op het desbetreffende gebied en de stand van de techniek</STRING></STRING> op de datum van indiening <STRING STRIKE="on">ervan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of op de prioriteitsdatum van het basisoctrooi</STRING></STRING>. Hierbij hoeft niet noodzakelijk de eis te worden gesteld dat de werkzame stof van het product expliciet in de conclusies wordt vermeld<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of,</STRING></STRING> in het geval van een preparaat<STRING STRIKE="on"> hoeft ook niet noodzakelijk de eis te worden gesteld</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> dat elk van de werkzame stoffen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> ervan</STRING></STRING> uitdrukkelijk in de conclusies wordt vermeld, mits <STRING STRIKE="on">elk ervan aan de hand</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elke werkzame stof specifiek identificeerbaar is in het licht</STRING></STRING> van alle door dat octrooi openbaar gemaakte informatie <STRING STRIKE="on">specifiek identificeerbaar is</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op basis van de stand van de techniek op de datum van indiening of op de prioriteitsdatum van het basisoctrooi</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 2]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>Om overbescherming te voorkomen, moet worden bepaald dat niet meer dan één certificaat – of dat nu een nationaal of een eenheidscertificaat is – hetzelfde product in een lidstaat kan beschermen. Daarom moet de eis worden gesteld dat niet al eerder een certificaat is verleend voor het product of voor derivaten zoals zouten, esters, ethers, isomeren, mengsels van isomeren of complexen die vanuit fytosanitair oogpunt gelijkwaardig zijn aan het product, <STRING STRIKE="on">hetzij afzonderlijk hetzij in combinatie met een of meer aanvullende werkzame stoffen, </STRING>ongeacht of het om hetzelfde of om een ander gebruik gaat.<STRING BOLD="on"> [Am. 3]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>Binnen de grenzen van de door het basisoctrooi verleende bescherming moet de door het eenheidscertificaat verleende bescherming zich alleen uitstrekken tot het product, namelijk de werkzame stof of combinaties daarvan, dat onder de vergunning voor het in de handel brengen ervan valt, voor ieder gebruik van het product als gewasbeschermingsmiddel waarvoor vergunning is verleend vóór de vervaldatum van het eenheidscertificaat.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Om een evenwichtige bescherming te waarborgen, moet de houder van een eenheidscertificaat echter het recht hebben een derde te beletten niet alleen het in het eenheidscertificaat vermelde product te vervaardigen, maar ook derivaten van dat product, zoals zouten, esters, ethers, isomeren, mengsels van isomeren of complexen, die vanuit fytosanitair oogpunt gelijkwaardig zijn aan het product, zelfs indien dergelijke derivaten niet uitdrukkelijk worden vermeld in de productbeschrijving op het eenheidscertificaat. Derhalve moet ervan worden uitgegaan dat de door het eenheidscertificaat verleende bescherming zich uitstrekt tot dergelijke gelijkwaardige derivaten, binnen de grenzen van de door het basisoctrooi verleende bescherming.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>Als verdere maatregel om ervoor te zorgen dat hetzelfde product in geen enkele lidstaat door meer dan één certificaat kan worden beschermd, mag aan de houder van meer dan één octrooi voor hetzelfde product niet meer dan één certificaat voor dat product worden verleend. Wanneer echter twee octrooien ter bescherming van het product in het bezit zijn van twee houders, moet aan elk van die houders één certificaat voor dat product kunnen worden verleend, indien zij kunnen aantonen dat zij economisch niet met elkaar verbonden zijn. Bovendien mag aan de houder van een basisoctrooi geen certificaat worden afgegeven voor een product waarvoor een derde een vergunning heeft verkregen, zonder diens toestemming.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>Wat aanvragen voor eenheidscertificaten voor gewasbeschermingsmiddelen betreft, moet in elk land worden voldaan aan de voorwaarde dat het om de eerste vergunningverlening gaat.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>Om te zorgen voor overeenstemming met de regels die van toepassing zijn op eenheidsoctrooien, moet een eenheidscertificaat als deel van het vermogen in zijn geheel en in alle lidstaten waar het werking heeft, worden behandeld als een nationaal certificaat van de lidstaat die wordt bepaald overeenkomstig het recht dat van toepassing is op het basisoctrooi.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Om een eerlijk en transparant proces te garanderen, de rechtszekerheid te waarborgen en het risico op latere betwisting van de geldigheid tegen te gaan, moeten derden na de bekendmaking van de aanvraag voor een eenheidscertificaat de mogelijkheid hebben om binnen drie maanden opmerkingen bij het Bureau in te dienen terwijl het gecentraliseerde onderzoek plaatsvindt. Tot de derden die opmerkingen mogen indienen, moeten ook de lidstaten behoren. Dit mag echter geen afbreuk doen aan het recht van derden om later een nietigverklaringsprocedure bij het Bureau in te leiden. Deze bepalingen zijn noodzakelijk om zowel vóór als na de afgifte van certificaten de betrokkenheid van derden te waarborgen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>Het onderzoek van een aanvraag voor een eenheidscertificaat moet onder toezicht van het Bureau worden uitgevoerd door een onderzoekspanel bestaande uit één lid van het Bureau en twee onderzoekers die in dienst zijn van de nationale octrooibureaus. Dit zou ervoor zorgen dat optimaal gebruik wordt gemaakt van de deskundigheid op het gebied van aanvullende beschermingscertificaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en daarmee verband houdende octrooien</STRING></STRING>, die momenteel alleen bij de nationale bureaus ligt. Voor een optimale kwaliteit van het onderzoek moeten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het Bureau en de bevoegde nationale autoriteiten ervoor zorgen dat de aangewezen onderzoekers beschikken over de deskundigheid ter zake en voldoende ervaring met de beoordeling van aanvullende beschermingscertificaten. Aanvullende </STRING></STRING>passende criteria<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> moeten</STRING></STRING> worden vastgesteld voor de deelname van specifieke onderzoekers aan de procedure, met name wat betreft kwalificaties en belangenconflicten.<STRING BOLD="on"> [Am. 4]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>Het Bureau moet de aanvraag voor een eenheidscertificaat onderzoeken en een onderzoeksadvies uitbrengen. In dat advies moeten de redenen worden vermeld waarom het positief of negatief is.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>Om de procedurele rechten van derden te waarborgen en een volledig stelsel van rechtsmiddelen te waarborgen, moeten derden een onderzoeksadvies kunnen aanvechten door binnen een korte termijn na de bekendmaking van dat advies een oppositieprocedure in te leiden, en kan die oppositie ertoe leiden dat dat advies wordt gewijzigd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>Na voltooiing van het onderzoek van een aanvraag voor een eenheidscertificaat en na het verstrijken van de termijnen voor beroep en oppositie of, al naargelang het geval, na het nemen van een definitieve materiële beslissing, moet het Bureau <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onverwijld </STRING></STRING>het onderzoeksadvies uitvoeren door een eenheidscertificaat te verlenen of de aanvraag af te wijzen.<STRING BOLD="on"> [Am. 5]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P><STRING STRIKE="on">Indien</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om de procedurele rechten te beschermen en een volledig stelsel van rechtsmiddelen te waarborgen, moet</STRING></STRING> de aanvrager of een andere partij<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die</STRING></STRING> door een beslissing van het Bureau wordt benadeeld,<STRING STRIKE="on"> moet de aanvrager of die partij</STRING> het recht hebben om binnen twee maanden, tegen betaling van een taks, bij een kamer van beroep van het Bureau beroep in te stellen tegen de beslissing. Dit geldt ook voor het onderzoeksadvies, waartegen de aanvrager beroep kan instellen. Tegen de beslissingen van de kamer van beroep moet weer beroep kunnen worden ingesteld bij het Gerecht, dat de bestreden beslissing nietig kan verklaren of kan wijzigen. In het geval van een gecombineerde aanvraag met de aanwijzing van extra lidstaten met het oog op de afgifte van nationale certificaten, kan een gemeenschappelijk beroep worden ingesteld.<STRING BOLD="on"> [Am. 6]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>Bij de benoeming van leden van de kamers van beroep in kwesties betreffende aanvragen voor eenheidscertificaten moet rekening worden gehouden met hun <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deskundigheid ter zake, hun onafhankelijkheid en voldoende </STRING></STRING>eerdere ervaring op het gebied van aanvullende beschermingscertificaten of octrooien.<STRING BOLD="on"> [Am. 7]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(31)</NO.P>Eenieder kan de geldigheid van een eenheidscertificaat aanvechten door bij het Bureau een vordering tot nietigverklaring in te dienen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(32)</NO.P>Het Bureau moet de mogelijkheid hebben een taks in rekening te brengen voor de aanvraag van een eenheidscertificaat, alsmede andere procedurekosten, zoals die voor opposities, beroepen en nietigverklaringen. De door het Bureau in rekening gebrachte taksen moeten bij uitvoeringshandeling worden vastgesteld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(33)</NO.P>De jaarlijkse taksen voor eenheidscertificaten (ook wel vernieuwingstaksen genoemd) moeten worden betaald aan het Bureau, dat een deel daarvan moet behouden om de kosten die voortvloeien uit de uitvoering van taken in verband met de afgifte van eenheidscertificaten te dekken, terwijl het resterende deel zou worden gedeeld met de lidstaten waar eenheidscertificaten van kracht zijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(34)</NO.P>Met het oog op de transparantie moet een register worden opgezet dat kan dienen als centraal loket voor informatie over aanvragen voor eenheidscertificaten en verleende eenheidscertificaten en de status daarvan. Het register moet beschikbaar zijn in alle officiële talen van de Unie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(35)</NO.P>Voor de taken die uit hoofde van deze verordening aan het Bureau worden opgedragen, moeten de talen van het Bureau alle officiële talen van de Unie zijn, om actoren in de hele Unie in staat te stellen gemakkelijk eenheidscertificaten aan te vragen of opmerkingen van derden in te dienen en om optimale transparantie voor alle belanghebbenden in de hele Unie te bewerkstelligen. Het Bureau moet geverifieerde vertalingen van documenten en informatie in een van de officiële talen van de Unie aanvaarden. Het EUIPO kan, indien nodig, gebruikmaken van geverifieerde machinevertalingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(36)</NO.P>Er moet worden voorzien in financiële bepalingen om ervoor te zorgen dat de bevoegde nationale autoriteiten die aan de gecentraliseerde procedure deelnemen, naar behoren worden vergoed voor hun deelname.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(37)</NO.P>De noodzakelijke kosten in verband met het opzetten van de aan het Bureau opgedragen taken, met inbegrip van de kosten van nieuwe digitale systemen, moeten worden gefinancierd uit het gecumuleerde begrotingsoverschot van het Bureau.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(38)</NO.P>Ter aanvulling op bepaalde niet-essentiële onderdelen van deze verordening moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ter vaststelling van: i) de inhoud en de vorm van het beroepschrift en de inhoud en de vorm van de beslissingen van de kamers van beroep, ii) de nadere bijzonderheden betreffende de organisatie van de kamers van beroep in procedures betreffende certificaten, iii) de nadere regels voor de communicatiemiddelen, met inbegrip van de elektronische communicatiemiddelen, die door de partijen in procedures bij het Bureau moeten worden gebruikt en de door het Bureau ter beschikking te stellen formulieren, iv) de nadere regels voor de mondelinge procedure, v) de nadere regelingen voor de bewijsvoering, vi) de nadere regels voor de kennisgeving, vii) de nadere bijzonderheden betreffende de berekening en de duur van de termijnen, en viii) de nadere regelingen voor de hervatting van de procedure. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen geschieden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016<FOOTNOTE><FIELD>Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(39)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend wat betreft: i) de te gebruiken aanvraagformulieren; ii) regels betreffende de procedures voor de indiening, betreffende de procedures voor de wijze waarop de onderzoekspanels gecentraliseerde aanvragen onderzoeken en onderzoeksadviezen opstellen, en betreffende het uitbrengen van onderzoeksadviezen door het Bureau, iii) de criteria voor de wijze waarop de onderzoekspanels moeten worden vastgesteld en de criteria voor de selectie van de onderzoekers, iv) de hoogte van de aan het Bureau te betalen taksen, v) de vaststelling van de maximumtarieven voor de kosten die essentieel zijn voor de procedure en daadwerkelijk zijn gemaakt door de in het gelijk gestelde partij, en vi) de regels inzake de financiële overdrachten tussen het Bureau en de lidstaten, de hoogte van deze overdrachten en de door het Bureau te betalen vergoeding voor de deelname van bevoegde nationale autoriteiten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(40)</NO.P>De Commissie moet regelmatig verslag uitbrengen over de werking van deze verordening, in coördinatie met de uit hoofde van Verordening [COM(2023) 223] vereiste verslaglegging.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(41)</NO.P>Deze verordening is in overeenstemming met de grondrechten en de beginselen die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”). De regels in deze verordening moeten in overeenstemming met deze rechten en beginselen worden uitgelegd en toegepast. Met name beoogt de verordening het waarborgen van de volledige eerbiediging van het recht op eigendom en het recht op gezondheidszorg en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte van de artikelen 17 en 47 van het Handvest.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(42)</NO.P>Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege het autonome karakter van het ABC met eenheidswerking dat losstaat van de nationale stelsels beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(43)</NO.P>De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EG) 2018/1725<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).</FIELD></FOOTNOTE> en heeft op XXX advies uitgebracht [PB, gelieve de referentie toe te voegen wanneer deze beschikbaar is].</P></CONS><CONS><P><NO.P>(44)</NO.P>Er moet worden voorzien in passende regelingen om een soepele toepassing van de in deze verordening vastgestelde regels te vergemakkelijken. Om het Bureau voldoende tijd te geven voor de voorbereiding van de operationele opzet en de start van de procedure voor de afgifte van eenheidscertificaten, zoals bepaald in deze verordening, moet de toepassing van deze verordening worden uitgesteld,</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><ARTICLE><TI.ART>Artikel 1</TI.ART><STI.ART>Voorwerp</STI.ART><PARAG>Bij deze verordening worden regels vastgesteld voor het aanvullende beschermingscertificaat met eenheidswerking (“eenheidscertificaat”) voor gewasbeschermingsmiddelen die worden beschermd door een Europees octrooi met eenheidswerking en die, voordat zij als gewasbeschermingsmiddel op de markt worden gebracht, onderworpen zijn aan een administratieve vergunningsprocedure zoals vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 2</TI.ART><STI.ART>Definities</STI.ART><PARAG>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>“gewasbeschermingsmiddelen”: werkzame stoffen en een of meer werkzame stoffen bevattende preparaten, in de vorm waarin zij aan de gebruiker worden geleverd en bestemd om:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>planten of plantaardige producten te beschermen tegen alle schadelijke organismen of de werking van dergelijke organismen te voorkomen, voor zover die stoffen of preparaten hierna niet anders worden gedefinieerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de levensprocessen van planten te beïnvloeden, voor zover het niet gaat om nutritieve stoffen (bijvoorbeeld groeiregulatoren);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>plantaardige producten te bewaren, voor zover die stoffen of producten niet onder bijzondere bepalingen van de Raad of van de Commissie inzake conserveermiddelen vallen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>ongewenste planten te vernietigen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>delen van planten te vernietigen of een ongewenste groei van planten af te remmen of te voorkomen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>“stoffen”: chemische elementen of verbindingen daarvan, zoals die in de natuur voorkomen of zoals die industrieel worden vervaardigd, met inbegrip van alle verontreinigingen die onvermijdelijk bij het fabricageproces ontstaan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>“werkzame stoffen”: stoffen of micro-organismen, met inbegrip van virussen, met een algemene of specifieke werking:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(a)</NO.P>tegen schadelijke organismen, of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(b)</NO.P>op planten, delen van planten of plantaardige producten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>“preparaten”: mengsels of oplossingen bestaande uit twee of meer stoffen, waarvan ten minste één een werkzame stof is, en die bestemd zijn om als gewasbeschermingsmiddel te worden gebruikt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>“planten”: levende planten en levende delen van planten, met inbegrip van vers fruit en zaden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>“plantaardige producten”: van planten afkomstige producten die geen of slechts eenvoudige bewerkingen zoals malen, drogen of persen hebben ondergaan, voor zover het geen planten zijn;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>“schadelijke organismen”: organismen van het dieren- of plantenrijk en virussen, bacteriën, mycoplasma’s of andere pathogenen die aan planten of plantaardige producten schade kunnen veroorzaken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>“product”: de werkzame stof of de samenstelling van werkzame stoffen van een gewasbeschermingsmiddel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>“Europees octrooi” een octrooi dat door het Europees Octrooibureau (“EOB”) volgens de regels en procedures die zijn vastgelegd in het Europees Octrooiverdrag (EOV) is verleend<FOOTNOTE><FIELD>Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien van 5 oktober 1973, zoals herzien op 17 december 1991 en 29 november 2000.</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>“eenheidsoctrooi”: een Europees octrooi dat eenheidswerking geniet in de lidstaten die deelnemen aan de nauwere samenwerking als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1257/2012;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>“basisoctrooi”: een eenheidsoctrooi waardoor een product als zodanig, een voorbereiding dan wel een werkwijze voor de verkrijging van een product of een toepassing van een product beschermd wordt en dat door de houder ervan aangewezen wordt met het oog op de procedure voor de afgifte van een eenheidscertificaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>“gecentraliseerde aanvraag”: een aanvraag die overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening [COM(2023) 223] bij het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (“het Bureau”) wordt ingediend met het oog op de afgifte van certificaten voor het in de aanvraag vermelde product in de aangewezen lidstaten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13)</NO.P>“bevoegde nationale autoriteit”: de nationale autoriteit die in een bepaalde lidstaat bevoegd is certificaten te verlenen en aanvragen voor certificaten af te wijzen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“economisch verbonden”: met betrekking tot verschillende houders van twee of meer basisoctrooien die hetzelfde product beschermen, het feit dat één houder, direct of indirect via een of meerdere tussenpersonen, zeggenschap heeft over, onder zeggenschap staat van of onder gezamenlijke zeggenschap staat van een andere houder.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 8]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 3</TI.ART><STI.ART>Voorwaarden voor de verkrijging van een eenheidscertificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een eenheidscertificaat wordt door het Bureau op basis van een basisoctrooi verleend indien in elk van de lidstaten waar dat basisoctrooi eenheidswerking heeft, op de datum van de aanvraag aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het product wordt beschermd door dat van kracht zijnd basisoctrooi;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>er is voor het product als gewasbeschermingsmiddel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in ten minste één lidstaat waar dat basisoctrooi eenheidswerking heeft,</STRING></STRING> een van kracht zijnde vergunning voor het in de handel brengen verkregen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009;<STRING BOLD="on"> [Am. 9]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>er is voor het product niet eerder een certificaat of eenheidscertificaat verkregen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de in punt b) genoemde vergunning is de eerste vergunning voor het in de handel brengen van het product als gewasbeschermingsmiddel.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Aan de houder van meerdere octrooien welke betrekking hebben op hetzelfde product kunnen niet meerdere certificaten of eenheidscertificaten voor dit product voor een bepaalde lidstaat worden toegekend.</PARAG><PARAG>Indien voor een bepaalde lidstaat twee of meer nationale of gecentraliseerde aanvragen voor certificaten of aanvragen voor eenheidscertificaten betreffende hetzelfde product van twee of meer houders van verschillende octrooien aanhangig zijn, kan door een bevoegde nationale autoriteit of door het Bureau, naargelang het geval, aan elk van deze octrooihouders, indien zij economisch niet met elkaar verbonden zijn, één certificaat of eenheidscertificaat voor dat product worden verleend.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Hetzelfde principe geldt mutatis mutandis voor door de houder ingediende aanvragen voor hetzelfde product waarvoor reeds een of meer certificaten of eenheidscertificaten zijn afgegeven aan verschillende houders van verschillende octrooien.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 10]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Voor een bepaald gewasbeschermingsmiddel wordt ook een eenheidscertificaat verleend indien aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in elk van de lidstaten waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft, is op de datum van de aanvraag overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 een vergunning voor het in de handel brengen als gewasbeschermingsmiddel aangevraagd, maar in ten minste één van deze lidstaten is nog geen vergunning verleend;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>voordat het onderzoeksadvies wordt vastgesteld, zijn in elk van de lidstaten waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft, geldige vergunningen verleend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Indien aan de voorwaarde van lid 3, punt a), is voldaan, wordt het onderzoeksadvies niet eerder dan 18 maanden na de indiening van de aanvraag vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>In afwijking van lid 3 wordt, indien alleen aan de voorwaarde van lid 3, punt a), wordt voldaan ten aanzien van een lidstaat waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft, een eenheidscertificaat verleend, maar heeft het geen werking in die lidstaat.</PARAG><PARAG>Wanneer overeenkomstig de eerste alinea een eenheidscertificaat wordt verleend, kan de aanvrager bij het Bureau een vergunning voor het in de handel brengen indienen die vervolgens vóór het verstrijken van het basisoctrooi in die lidstaat wordt verleend, samen met een verzoek om hervatting van de werking van het eenheidscertificaat in die lidstaat. Het Bureau beoordeelt of ten aanzien van die lidstaat aan de voorwaarden van lid 1 wordt voldaan en beslist of de werking wordt hervat.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 4</TI.ART><STI.ART>Reikwijdte van de bescherming</STI.ART><PARAG>Binnen de grenzen van de door het basisoctrooi verleende bescherming strekt de door het eenheidscertificaat verleende bescherming zich, in alle lidstaten waar dat basisoctrooi eenheidswerking heeft, alleen uit tot het product dat onder een vergunning voor het in de handel brengen van het overeenkomstige gewasbeschermingsmiddel valt, voor ieder gebruik van het product als gewasbeschermingsmiddel waarvoor vergunning is verleend vóór de vervaldatum van het certificaat.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 5</TI.ART><STI.ART>Gevolgen van het eenheidscertificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het eenheidscertificaat verleent dezelfde rechten als die welke door het basisoctrooi worden verleend en is onderworpen aan dezelfde beperkingen en verplichtingen in alle lidstaten waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een eenheidscertificaat heeft een unitair karakter. Het biedt uniforme bescherming en heeft gelijke werking in alle lidstaten waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft. Het eenheidscertificaat kan alleen met betrekking tot al die lidstaten worden beperkt, overgedragen of ingetrokken, of vervallen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 6</TI.ART><STI.ART>Recht op het eenheidscertificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het recht op het eenheidscertificaat geldt voor de houder van het basisoctrooi of de rechtsopvolger van die houder.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Niettegenstaande lid 1 wordt, wanneer een basisoctrooi is verleend voor een product waarvoor een vergunning van een derde is verleend, een eenheidscertificaat voor dat product niet zonder toestemming van die derde aan de houder van het basisoctrooi afgegeven.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 7</TI.ART><STI.ART>Het eenheidscertificaat als deel van het vermogen</STI.ART><PARAG>Een eenheidscertificaat of een aanvraag voor een eenheidscertificaat als deel van het vermogen wordt in elke lidstaat waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft, volledig overeenkomstig het nationale recht behandeld dat van toepassing is op het basisoctrooi als deel van het vermogen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 8</TI.ART><STI.ART>Aanvraag voor een eenheidscertificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De aanvraag voor een eenheidscertificaat wordt ingediend binnen zes maanden na de datum waarop de eerste in artikel 3, lid 1, punt b), bedoelde vergunning voor het in de handel brengen als gewasbeschermingsmiddel is verleend in een van de lidstaten waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Niettegenstaande lid 1 wordt, indien een vergunning voor het in de handel brengen wordt verleend in een lidstaat waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft, voordat aan het basisoctrooi eenheidswerking wordt toegekend, de aanvraag voor een eenheidscertificaat binnen zes maanden na de datum waarop aan het basisoctrooi eenheidswerking wordt toegekend, ingediend.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 9</TI.ART><STI.ART>Inhoud van de aanvraag voor een eenheidscertificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De aanvraag voor een eenheidscertificaat bevat het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een verzoek om afgifte van een eenheidscertificaat, dat ten minste de volgende informatie bevat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de naam en het adres van de aanvrager;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>indien de aanvrager een vertegenwoordiger heeft aangewezen, de naam en het adres van die vertegenwoordiger;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>het nummer van het basisoctrooi en de titel van de uitvinding;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iv)</NO.P>het nummer en de datum van afgifte van de eerste vergunning voor het in de handel brengen van het product overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt b), alsmede, zo dit niet de eerste vergunning voor het in de handel brengen in de Unie is, het nummer en de datum van de laatstgenoemde vergunning;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een afschrift van de vergunning voor het in de handel brengen, zoals genoemd in artikel 3, lid 1, punt b), waarin het product geïdentificeerd is en die ten minste het nummer en de datum van de vergunning bevat, alsook een samenvatting van de kenmerken van het product, opgesteld zoals bepaald in deel A, deel 1, punten 1.1 tot en met 1.7, van Verordening (EU) nr. 283/2013 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 283/2013 van de Commissie van 1 maart 2013 tot vaststelling van de gegevensvereisten voor werkzame stoffen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 93 van 3.4.2013, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> of deel B, deel 1, punten 1.1 tot en met 1.4.3, van die verordening of in overeenkomstige bepalingen in de wetgeving van de lidstaat waar de aanvraag wordt ingediend;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>indien de in punt b) bedoelde vergunning niet de eerste vergunning voor het in de handel brengen van het product als geneesmiddel in de Unie is, vermelding van de identiteit van het product waarvoor aldus vergunning is verleend, en van de wettelijke bepaling krachtens welke deze vergunningsprocedure heeft plaatsgehad, alsmede een afschrift van de bekendmaking van de vergunning in het daartoe aangewezen officiële orgaan of, bij het ontbreken van een dergelijke publicatie, van enig ander document dat het bewijs levert van de afgifte van de vergunning, de datum ervan en de identiteit van het aldus toegelaten product;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in voorkomend geval, de toestemming van de derde als bedoeld in artikel 6, lid 2, van deze verordening.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 11]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in dit artikel bedoelde aanvraag wordt ingediend door middel van een specifiek aanvraagformulier.</PARAG><PARAG>De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen met voorschriften voor het te gebruiken aanvraagformulier. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 50 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 10</TI.ART><STI.ART>Indiening van de aanvraag voor een eenheidscertificaat</STI.ART><PARAG>De aanvraag voor een eenheidscertificaat wordt ingediend bij het Bureau.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 11</TI.ART><STI.ART>Onderzoek van de ontvankelijkheid van een gecentraliseerde aanvraag voor een eenheidscertificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau onderzoekt:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>of de aanvraag voor een eenheidscertificaat voldoet aan artikel 9;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>of de aanvraag voldoet aan artikel 8;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>of de in artikel 29, lid 1, bedoelde indieningstaks binnen de gestelde termijn is betaald.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Als de gecentraliseerde aanvraag niet voldoet aan de in lid 1 bedoelde vereisten, verzoekt het Bureau de aanvrager de nodige maatregelen te nemen om aan deze vereisten te voldoen, en stelt het een termijn vast waarbinnen aan die vereisten moet worden voldaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Als de in lid 1, punt c), bedoelde taks niet of niet volledig is betaald, stelt het Bureau de aanvrager daarvan in kennis.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Indien de aanvrager niet binnen de in lid 2 bedoelde termijn aan de in lid 1 bedoelde vereisten voldoet, wijst het Bureau de aanvraag voor een eenheidscertificaat af.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART> Artikel 12</TI.ART><STI.ART>Publicatie van de aanvraag</STI.ART><PARAG>Indien de aanvraag voor een eenheidscertificaat voldoet aan artikel 11, lid 1, maakt het Bureau <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onverwijld </STRING></STRING>de aanvraag bekend in het register.<STRING BOLD="on"> [Am. 12]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 13</TI.ART><STI.ART>Onderzoek van de aanvraag voor een eenheidscertificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau beoordeelt de aanvraag op basis van alle voorwaarden van artikel 3<STRING STRIKE="on">, lid 1,</STRING> voor alle lidstaten waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft.<STRING BOLD="on"> [Am. 13]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien de aanvraag voor een eenheidscertificaat en het product waarop het betrekking heeft, voldoen aan artikel 3<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en artikel 6, lid 2</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">, lid 1</STRING>, voor elk van de in lid 1 bedoelde lidstaten, brengt het Bureau een met redenen omkleed positief advies uit over de afgifte van een eenheidscertificaat. Het Bureau stelt de aanvrager in kennis van dat advies<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en maakt het onverwijld bekend in het register</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 14]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien de aanvraag voor een eenheidscertificaat en het product waarop deze betrekking heeft, ten aanzien van een of meer van die lidstaten niet voldoen aan artikel 3<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en artikel 6, lid 2</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">, lid 1</STRING>, brengt het Bureau een met redenen omkleed negatief advies uit over de afgifte van een eenheidscertificaat. Het Bureau stelt de aanvrager in kennis van dat advies<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en maakt het onverwijld bekend in het register</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 15]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het onderzoeksadvies wordt vertaald in de officiële talen van alle lidstaten waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft. Het Bureau kan daartoe gebruikmaken van gecontroleerde machinevertaling.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen met regels inzake de procedures voor het indienen van aanvragen en de procedures voor de wijze waarop de onderzoekspanels aanvragen voor eenheidscertificaten onderzoeken en onderzoeksadviezen opstellen, alsmede de afgifte van onderzoeksadviezen door het Bureau. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 50 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 14</TI.ART><STI.ART>Opmerkingen van derden</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Iedere natuurlijke of rechtspersoon kan schriftelijke opmerkingen bij het Bureau indienen over de vraag of het product waarop de aanvraag betrekking heeft, in aanmerking komt voor aanvullende bescherming in een of meer van de lidstaten waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een natuurlijke of rechtspersoon die overeenkomstig lid 1 schriftelijke opmerkingen heeft ingediend, is geen partij in de procedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Opmerkingen van derden worden binnen drie maanden na de bekendmaking van de aanvraag in het register ingediend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Opmerkingen van derden worden schriftelijk ingediend in een van de officiële talen van de Unie en worden met redenen omkleed.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Eventuele opmerkingen van derden worden ter kennis van de aanvrager gebracht. De aanvrager kan binnen een door het Bureau vastgestelde termijn opmerkingen maken over de opmerkingen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 15</TI.ART><STI.ART>Oppositie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Binnen een termijn van twee maanden na de publicatie van het onderzoeksadvies met betrekking tot een aanvraag voor een eenheidscertificaat kan elke persoon (“opposant”) bij het Bureau een oppositiebezwaarschrift tegen dat advies indienen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Oppositie kan slechts worden ingediend op grond van het feit dat niet wordt voldaan aan een of meer van de in artikel 3 genoemde voorwaarden voor een of meer van de lidstaten waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De oppositie wordt schriftelijk ingesteld en met redenen omkleed. De oppositie wordt pas geacht te zijn ingesteld nadat de oppositietaks is betaald.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het oppositiebezwaarschrift omvat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de referenties van de aanvraag voor het eenheidscertificaat waarop de oppositie betrekking heeft, de naam van de houder ervan en de identificatie van het product;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de gegevens van de opposant en, in voorkomend geval, van zijn vertegenwoordiger;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>een uiteenzetting van de mate waarin tegen het onderzoeksadvies oppositie wordt ingesteld en van de gronden waarop de oppositie is gebaseerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle bewijsstukken die het bezwaar van de opposant ondersteunen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 16]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De oppositie wordt onderzocht door een oppositiepanel dat door het Bureau is ingesteld overeenkomstig de regels die van toepassing zijn op de in artikel 17 bedoelde onderzoekspanels. Het oppositiepanel mag echter geen onderzoeker omvatten die eerder betrokken was bij het onderzoekspanel dat de aanvraag voor een eenheidscertificaat heeft onderzocht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Als het oppositiepanel vaststelt dat het oppositiebezwaarschrift niet voldoet aan de leden 2, 3 of 4, verklaart het de oppositie niet-ontvankelijk en deelt het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn besluit, alsmede de onderbouwing van dit besluit,</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">dit</STRING> mee aan de opposant, tenzij deze gebreken vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn voor het instellen van de oppositie zijn verholpen.<STRING BOLD="on"> [Am. 17]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De beslissing om een oppositie niet-ontvankelijk te verklaren, wordt aan de houder van het eenheidscertificaat meegedeeld, samen met een kopie van het oppositiebezwaarschrift.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Een oppositiebezwaarschrift is niet-ontvankelijk wanneer het Bureau in een eerdere procedure met betrekking tot hetzelfde onderwerp en op dezelfde grond ten gronde heeft beslist en de beslissing van het Bureau over dat beroep in kracht van gewijsde is gegaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Indien de oppositie niet als niet-ontvankelijk wordt afgewezen, zendt het Bureau het oppositiebezwaarschrift onmiddellijk toe aan de aanvrager en maakt het het bekend in het register. Als meerdere oppositiebezwaarschriften zijn ingediend, deelt het Bureau deze onmiddellijk mee aan de andere opposanten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien tegen een onderzoeksadvies meerdere opposities zijn ingesteld, behandelt het Bureau de opposities gezamenlijk en neemt het één enkel besluit met betrekking tot alle ingestelde opposities.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 18]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>Het Bureau neemt binnen zes maanden een beslissing over de oppositie, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die ook een uitgebreide motivering bevat, </STRING></STRING>tenzij de complexiteit van de zaak een langere termijn vereist.<STRING BOLD="on"> [Am. 19]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11.</NO.P>Als het oppositiepanel van oordeel is dat geen grond voor oppositie afbreuk doet aan de handhaving van het onderzoeksadvies, wijst het de oppositie af en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt het de opposant van zijn beslissing in kennis, en </STRING></STRING>vermeldt het Bureau dit in het register.<STRING BOLD="on"> [Am. 20]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12.</NO.P>Als het oppositiepanel van oordeel is dat ten minste één grond voor oppositie afbreuk doet aan de handhaving van het onderzoeksadvies, geeft het een gewijzigd advies af en vermeldt het Bureau dit in het register.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gedurende de gehele oppositieprocedure wordt volledige transparantie gewaarborgd en de oppositieprocedure is, zo vaak als mogelijk, openbaar.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 21]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door nadere regels vast te stellen voor de procedure voor de indiening en het onderzoek van een oppositie.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 16</TI.ART><STI.ART>Rol van de bevoegde nationale autoriteiten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Op verzoek aan het Bureau kan elke bevoegde nationale autoriteit door het Bureau worden aangewezen als een aan de onderzoeksprocedure deelnemend bureau. Zodra overeenkomstig dit artikel een bevoegde nationale autoriteit is aangewezen, wijst die autoriteit een of meer onderzoekers aan die betrokken zijn bij het onderzoek van een of meer aanvragen voor eenheidscertificaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> op basis van hun deskundigheid ter zake en voldoende ervaring die vereist is voor de gecentraliseerde onderzoeksprocedure</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 22]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau en de bevoegde nationale autoriteit sluiten een administratieve overeenkomst voordat die bevoegde nationale autoriteit wordt aangewezen als deelnemend bureau als bedoeld in lid 1.</PARAG><PARAG>In de overeenkomst worden de rechten en verplichtingen van de partijen gespecificeerd, met name de formele verbintenis van de betrokken bevoegde nationale autoriteit om aan deze verordening te voldoen met betrekking tot het onderzoek van aanvragen voor eenheidscertificaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau kan een bevoegde nationale autoriteit aanwijzen als deelnemend bureau als bedoeld in lid 1 voor een periode van vijf jaar. Deze aanstelling kan met termijnen van vijf jaar worden verlengd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Alvorens een bevoegde nationale autoriteit aan te wijzen of haar aanstelling te verlengen, of voordat een dergelijke aanstelling verstrijkt, hoort het Bureau de betrokken bevoegde nationale autoriteit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Elke overeenkomstig dit artikel aangewezen bevoegde nationale autoriteit verstrekt het Bureau een lijst met de individuele onderzoekers die beschikbaar zijn voor deelname aan onderzoeks-, oppositie- en nietigverklaringsprocedures. Elke bevoegde nationale autoriteit werkt die lijst bij in geval van wijziging.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 17</TI.ART><STI.ART>Onderzoekspanels</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De beoordelingen uit hoofde van de artikelen 13, 15 en 22 worden onder toezicht van het Bureau verricht door een onderzoekspanel bestaande uit één lid van het Bureau en twee in artikel 16, lid 1, bedoelde onderzoekers van twee verschillende deelnemende bevoegde nationale autoriteiten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De onderzoekers betrachten onpartijdigheid bij de uitvoering van hun opdracht en maken bij hun aanstelling melding van reële of mogelijke belangenconflicten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Bij de instelling van een onderzoekspanel zorgt het Bureau voor het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING STRIKE="on">geografisch evenwicht tussen de deelnemende bureaus</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deskundigheid ter zake en voldoende ervaring met het onderzoeken van octrooien en aanvullende beschermingscertificaten, waarbij in het bijzonder wordt gewaarborgd dat ten minste één onderzoeker minimaal vijf jaar ervaring heeft met het onderzoeken van octrooien en aanvullende beschermingscertificaten</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 23]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien mogelijk, geografisch evenwicht tussen de deelnemende bureaus;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 24]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>er wordt rekening gehouden met de respectieve werklast van de onderzoekers;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P><STRING STRIKE="on">niet meer dan één</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geen enkele</STRING></STRING> onderzoeker die in dienst is van een bevoegde nationale autoriteit, maakt gebruik van de vrijstelling van artikel 10, lid 5, van Verordening [COM(2023) <STRING STRIKE="on">223</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">231</STRING></STRING>].<STRING BOLD="on"> [Am. 25]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Bureau publiceert een jaarlijks overzicht van het aantal procedures, met inbegrip van de procedures voor onderzoek, oppositie, beroep en nietigverklaring, waaraan elke bevoegde nationale autoriteit heeft deelgenomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen ter bepaling van de criteria voor de wijze waarop de panels moeten worden opgericht en de criteria voor de selectie van de onderzoekers. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 50 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 18</TI.ART><STI.ART>Afgifte van een eenheidscertificaat of afwijzing van de aanvraag voor een eenheidscertificaat</STI.ART><PARAG>Nadat de termijn waarbinnen beroep of oppositie kan worden ingesteld is verstreken zonder dat beroep of oppositie is ingediend, of nadat een definitieve materiële beslissing is genomen, neemt het Bureau <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onverwijld </STRING></STRING>een van de volgende beslissingen:<STRING BOLD="on"> [Am. 26]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>indien het onderzoeksadvies positief is, verleent het Bureau een eenheidscertificaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>indien het onderzoeksadvies negatief is, wijst het Bureau de aanvraag voor een eenheidscertificaat af.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Bureau stelt de aanvrager onverwijld in kennis van zijn beslissing.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 27]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 19</TI.ART><STI.ART>Duur van het eenheidscertificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het eenheidscertificaat geldt vanaf het verstrijken van de wettelijke duur van het basisoctrooi, namelijk op de twintigste verjaardag van de indieningsdatum van de aanvraag voor dat octrooi, voor een duur die gelijk is aan de periode die is verstreken tussen de datum van de aanvraag voor het basisoctrooi en de datum van de eerste vergunning voor het in de handel brengen in de Unie, verminderd met een periode van vijf jaar.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De duur van het eenheidscertificaat kan ten hoogste vijf jaar bedragen, gerekend vanaf de datum waarop het is ingegaan.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 20</TI.ART><STI.ART>Verval van het eenheidscertificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het eenheidscertificaat vervalt in de volgende gevallen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>aan het einde van de in artikel 19 genoemde duur;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>indien de houder van het eenheidscertificaat er afstand van doet;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>indien de op grond van artikel 29, lid 3, vastgestelde jaarlijkse taks niet tijdig is voldaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien de vergunning voor het in de handel brengen overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt ingetrokken in een lidstaat waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft, is het certificaat niet meer van kracht in die lidstaat. Het Bureau kan daartoe uit eigen initiatief of op verzoek van een derde besluiten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 21</TI.ART><STI.ART>Nietigheid van het eenheidscertificaat</STI.ART><PARAG>Het eenheidscertificaat is nietig in de volgende gevallen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>indien het certificaat in strijd met artikel 3 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en artikel 6, lid 2, </STRING></STRING>is afgegeven;<STRING BOLD="on"> [Am. 28]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>indien het basisoctrooi vóór de afloop van zijn wettige duur is vervallen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>indien het basisoctrooi is ingetrokken of zodanig beperkt wordt dat het product waarvoor het eenheidscertificaat is afgegeven, niet meer onder de conclusies van het basisoctrooi valt, of indien er na verval van het basisoctrooi gronden voor intrekking bestaan die nietigverklaring of beperking gerechtvaardigd zouden hebben.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 22</TI.ART><STI.ART>Vordering tot nietigverklaring</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Eenieder kan bij het Bureau een vordering tot nietigverklaring van een eenheidscertificaat indienen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een vordering tot nietigverklaring kan slechts worden ingediend op grond van het feit dat niet wordt voldaan aan een of meer van de in artikel 21 genoemde voorwaarden voor een of meer van de lidstaten waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Een vordering tot nietigverklaring wordt schriftelijk ingediend en met redenen omkleed. Zij wordt pas geacht te zijn ingesteld nadat de desbetreffende taks is betaald.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De vordering tot nietigverklaring moet het volgende bevatten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de referenties van het eenheidscertificaat waarop die vordering betrekking heeft, de naam van de houder ervan en de identificatie van het product;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de gegevens van de in lid 1 bedoelde persoon (“de aanvrager”) en, in voorkomend geval, van diens vertegenwoordiger;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>een verklaring van de gronden waarop de vordering tot nietigverklaring berust.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De vordering tot nietigverklaring wordt onderzocht door een nietigverklaringspanel dat door het Bureau is ingesteld overeenkomstig de regels voor onderzoekspanels. Het nietigverklaringspanel mag echter geen onderzoeker omvatten die eerder betrokken was bij het onderzoekspanel dat de aanvraag voor een eenheidscertificaat heeft onderzocht, noch, indien van toepassing, een onderzoeker die betrokken is bij eventuele daarmee verband houdende oppositie- of beroepsprocedures.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Een vordering tot nietigverklaring is niet ontvankelijk wanneer op een vordering met hetzelfde voorwerp en op dezelfde grond en aangaande dezelfde partijen door het Bureau of door een bevoegde rechterlijke instantie als bedoeld in artikel 24 bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing uitspraak ten gronde is gedaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Indien het nietigverklaringspanel vaststelt dat de vordering tot nietigverklaring niet voldoet aan de leden 2, 3 of 4, verklaart het dat verzoek niet-ontvankelijk en deelt het dit mee aan de aanvrager.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De beslissing om een vordering tot nietigverklaring niet-ontvankelijk te verklaren, wordt aan de houder van het eenheidscertificaat meegedeeld, samen met een kopie van die vordering.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Indien de vordering tot nietigverklaring niet niet-ontvankelijk wordt verklaard, zendt het Bureau dat verzoek onmiddellijk toe aan de houder van het eenheidscertificaat en maakt het het bekend in het register. Als meerdere vorderingen tot nietigverklaring zijn ingediend, deelt het Bureau deze onmiddellijk mee aan de andere aanvragers.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>Het Bureau neemt binnen zes maanden een beslissing over de vordering tot nietigverklaring, tenzij de complexiteit van de zaak een langere termijn vereist.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11.</NO.P>Indien uit het onderzoek van de vordering tot nietigverklaring blijkt dat aan een of meer van de voorwaarden van artikel 21 wordt voldaan, wordt het eenheidscertificaat nietig verklaard. Anders wordt de vordering tot nietigverklaring afgewezen. De uitkomst wordt in het register vermeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12.</NO.P>In de mate waarin het nietig is verklaard, wordt het eenheidscertificaat geacht van de aanvang af geen rechtsgevolgen als bedoeld in deze verordening te hebben gehad.<STRING BOLD="on"> [Am. 29 - Niet van toepassing op de Nederlandse versie]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door nadere regels vast te stellen voor de procedure voor de vordering tot nietigverklaring.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 23</TI.ART><STI.ART>Reconventionele vordering tot nietigverklaring van een certificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een reconventionele vordering tot nietigverklaring kan alleen worden gebaseerd op de in artikel 21 genoemde nietigheidsgronden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De bevoegde rechterlijke instantie van een lidstaat verwerpt een reconventionele vordering tot nietigverklaring als op een vordering met hetzelfde voorwerp en op dezelfde grond al door het Bureau tussen dezelfde partijen een in kracht van gewijsde gegane beslissing is gegeven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien de reconventionele vordering wordt ingesteld in een procedure waarin de houder van het eenheidscertificaat nog geen partij is, wordt die houder daarvan in kennis gesteld en kan deze zich in het geding voegen overeenkomstig de geldende voorwaarden voor de bevoegde rechterlijke instantie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De bevoegde rechterlijke instantie van een lidstaat waarbij een reconventionele vordering tot nietigverklaring van een eenheidscertificaat is ingesteld, gaat niet over tot het onderzoek van de reconventionele vordering voordat de belanghebbende partij of de rechtbank het Bureau in kennis heeft gesteld van de datum van instelling van de reconventionele vordering. Het Bureau maakt hiervan melding in het register. Indien bij het Bureau al een vordering tot nietigverklaring van het eenheidscertificaat was ingesteld alvorens de reconventionele vordering werd ingesteld, wordt de rechtbank door het Bureau hiervan in kennis gesteld en wordt de procedure geschorst totdat de beslissing over de vordering in kracht van gewijsde is gegaan of de vordering is ingetrokken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Wanneer de bevoegde rechterlijke instantie van een lidstaat een in kracht van gewijsde gegane beslissing over een reconventionele vordering tot nietigverklaring van een eenheidscertificaat heeft gewezen, wordt door de rechterlijke instantie of door een partij in de nationale procedure onmiddellijk een afschrift van de beslissing aan het Bureau toegezonden. Het Bureau of een andere belanghebbende partij kan verzoeken om informatie over de toezending. Het Bureau vermeldt de beslissing in het register en neemt de nodige maatregelen om zich te voegen naar het dictum.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Indien bij de bevoegde rechterlijke instantie voor het eenheidscertificaat een reconventionele vordering tot nietigverklaring wordt ingesteld, kan zij, de andere partijen gehoord, de procedure schorsen op verzoek van de houder van het eenheidscertificaat en de verweerder uitnodigen om binnen een door haar te bepalen termijn bij het Bureau een vordering tot nietigverklaring in te stellen. Indien deze vordering niet binnen de bepaalde termijn wordt ingesteld, wordt de procedure voortgezet; de reconventionele vordering wordt dan als ingetrokken beschouwd. Indien de bevoegde rechterlijke instantie van een lidstaat de procedure schorst, kan zij voorlopige en beschermende maatregelen bevelen voor de duur van de schorsing.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 24</TI.ART><STI.ART>Publicatie van het verval of de nietigheid</STI.ART><PARAG>Indien het eenheidscertificaat krachtens artikel 20, lid 1, punt b) of c), of artikel 20, lid 2, vervalt of overeenkomstig de artikelen 21 en 22 nietig is, maakt het Bureau dit onmiddellijk bekend.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 25</TI.ART><STI.ART>Omzetting</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer de eenheidswerking van het basisoctrooi wordt ingetrokken terwijl de aanvraag voor een eenheidscertificaat nog loopt, kan de houder van die aanvraag, tegen betaling van een taks, verzoeken om omzetting van die aanvraag in een gecentraliseerde certificaataanvraag.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer de eenheidswerking van het basisoctrooi wordt ingetrokken nadat het eenheidscertificaat is verleend, kan de houder van dat certificaat, tegen betaling van een taks, verzoeken om omzetting van dat eenheidscertificaat in nationale certificaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Een verzoek tot omzetting kan binnen drie maanden na de kennisgeving van de intrekking van de eenheidswerking van het basisoctrooi bij het Bureau worden ingediend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Zowel het verzoek tot omzetting als het resultaat ervan worden in het register bekendgemaakt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het Bureau controleert of de gevraagde omzetting voldoet aan de voorwaarden van dit artikel, alsmede aan de formele voorwaarden die zijn gespecificeerd in de overeenkomstig lid 8 vastgestelde uitvoeringshandeling. Indien niet aan de voorwaarden van het verzoek is voldaan, stelt het Bureau de indiener van de gebreken in kennis. Indien de gebreken niet binnen de door het Bureau te stellen termijn zijn verholpen, wijst het Bureau het verzoek tot omzetting af. Indien de omzettingstaks niet binnen de voorgeschreven termijn van drie maanden is betaald, stelt het Bureau de aanvrager ervan in kennis dat het verzoek tot omzetting wordt geacht niet te zijn ingediend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Indien een verzoek uit hoofde van lid 1 voldoet aan lid 5, zet het Bureau de aanvraag voor een eenheidscertificaat om in een gecentraliseerde aanvraag voor certificaten waarin de lidstaten worden vermeld waar het basisoctrooi eenheidswerking had. In geval van een gecombineerde aanvraag wordt de vermelding van de lidstaten waar het basisoctrooi eenheidswerking had, toegevoegd aan de vermelding van andere lidstaten die al in de gecombineerde aanvraag zijn opgenomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Indien een verzoek op grond van lid 2 voldoet aan lid 5, zendt het Bureau het verzoek tot omzetting toe aan de bevoegde nationale autoriteiten van elke lidstaat waar het basisoctrooi eenheidswerking had en waarvoor het verzoek ontvankelijk is bevonden. De bevoegde nationale autoriteiten nemen dienovereenkomstig beslissingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot nadere bepaling van de gegevens die moeten worden opgenomen in een verzoek tot omzetting van een aanvraag voor een eenheidscertificaat of van een eenheidscertificaat in een gecentraliseerde certificaataanvraag of nationale certificaten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 50 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 26</TI.ART><STI.ART>Beroep</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Elke partij in een procedure op grond van deze verordening die nadeel ondervindt van een beslissing van het Bureau, met inbegrip van het uitbrengen van een onderzoeksadvies, kan tegen de beslissing beroep instellen bij de kamers van beroep.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De instelling van beroep heeft een schorsende werking. Een beslissing van het Bureau waartegen geen bezwaar is gemaakt, treedt in werking op de dag na het verstrijken van de in lid 3 bedoelde beroepstermijn.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het beroep wordt schriftelijk ingesteld bij het Bureau binnen twee maanden na de datum van bekendmaking van de beslissing. Het beroep wordt pas geacht ingesteld te zijn nadat de beroepstaks betaald is. Bij een beroep wordt binnen <STRING STRIKE="on">vier</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> maanden na de bekendmaking van de beslissing een schriftelijke uiteenzetting van de gronden van het beroep<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, vergezeld van ondersteunende bewijsstukken,</STRING></STRING> ingediend.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een antwoord op de uiteenzetting van de gronden van het beroep wordt uiterlijk drie maanden na de datum van indiening van de uiteenzetting van de gronden van het beroep schriftelijk ingediend. Het Bureau stelt in voorkomend geval een datum vast voor de mondelinge behandeling binnen drie maanden na de indiening van het antwoord of, indien dit eerder is, binnen zes maanden na de indiening van de uiteenzetting van de gronden van het beroep. Het Bureau neemt een schriftelijke beslissing binnen drie maanden na de datum van de hoorzitting of van de indiening van het antwoord op de uiteenzetting van de gronden van het beroep, naargelang het geval.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 30]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Nadat onderzocht is of het beroep ontvankelijk is, beslissen de kamers van beroep over de gegrondheid van het beroep.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Indien een beroep uitmondt in een beslissing die niet in overeenstemming is met het onderzoeksadvies, <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vernietigt of wijzigt</STRING></STRING> de beslissing van de kamers het advies<STRING STRIKE="on"> vernietigen of wijzigen</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 31]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Beslissingen van de kamers van beroep in beroepsprocedures kunnen binnen twee maanden na de datum van kennisgeving ervan voor het Gerecht van de Europese Unie worden aangevochten wegens schending van wezenlijke vormvoorschriften, schending van het Verdrag betreffende de werking van de EU, schending van deze verordening of van een wettelijk voorschrift inzake de toepassing van het besluit of misbruik van bevoegdheid. Beroep kan worden ingesteld door partijen in de procedure voor de kamers van beroep voor zover zij door de beslissing van deze kamer in het ongelijk zijn gesteld. Het Gerecht is bevoegd om de bestreden beslissing te vernietigen of te wijzigen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De beslissingen van de kamers van beroep treden in werking op de dag na afloop van de in lid 6 gestelde termijn of, indien binnen deze termijn bij het Gerecht beroep is ingesteld, op de dag na verwerping van dit beroep of afwijzing van de hogere voorziening tegen de beslissing van het Gerecht bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Bureau neemt de maatregelen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Gerecht of, in geval van hogere voorziening, van het arrest van het Hof van Justitie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door nadere bepaling van de inhoud en de vorm van het in lid 3 bedoelde beroepschrift, de procedure voor de indiening en het onderzoek van een beroep en de inhoud en de vorm van de beslissing van de kamers van beroep als bedoeld in lid 4.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 27</TI.ART><STI.ART>Kamers van beroep</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Naast de bevoegdheden die hun bij artikel 165 van Verordening (EU) 2017/1001 zijn verleend, zijn de bij die verordening ingestelde kamers van beroep bevoegd om uitspraak te doen over beroepen tegen beslissingen van het Bureau die op grond van artikel 26, lid 1, zijn genomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een kamer van beroep voor eenheidscertificaten bestaat uit drie leden, van wie er ten minste twee juridisch gekwalificeerd zijn. Wanneer de kamer van beroep van mening is dat de aard van het beroep zulks vereist, kan zij voor die zaak twee extra leden oproepen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Er is geen grote kamer als bedoeld in artikel 165, leden 2, 3 en 4, en artikel 167, lid 2, van Verordening (EU) 2017/1001 in zaken met betrekking tot eenheidscertificaten. Besluiten van één enkel lid als bedoeld in artikel 165, lid 2, van Verordening (EU) 2017/1001 zijn niet mogelijk.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De leden van de kamers van beroep inzake eenheidscertificaten worden benoemd overeenkomstig artikel 166, lid 5, van Verordening (EU) 2017/1001.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bij de benoeming van leden van de kamers van beroep in kwesties die verband houden met aanvragen voor eenheidscertificaten wordt terdege rekening gehouden met hun eerdere ervaring op het gebied van aanvullende beschermingscertificaten of octrooirecht.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 32]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4a.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">4 bis.	Artikel 166, lid 9, van Verordening (EU) 2017/1001 is van toepassing op kamers van beroep in kwesties betreffende eenheidscertificaten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 33]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 28</TI.ART><STI.ART>Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot de kamers van beroep</STI.ART><PARAG>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door nadere regels vast te stellen in verband met de organisatie van de kamers van beroep voor de procedure in verband met eenheidscertificaten in het kader van deze verordening.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 29</TI.ART><STI.ART>Taksen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau brengt een taks in rekening voor aanvragen voor een eenheidscertificaat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau brengt een taks in rekening voor beroep, oppositie, vorderingen tot nietigverklaring en verzoeken tot omzetting.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het eenheidscertificaat is onderworpen aan de betaling van jaarlijkse instandhoudingstaksen aan het Bureau.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen ter bepaling van de bedragen van de door het Bureau in rekening gebrachte taksen, de termijnen waarbinnen deze moeten worden betaald en de wijze waarop zij moeten worden betaald. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 50 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 30</TI.ART><STI.ART>Gecombineerde aanvragen</STI.ART><PARAG>Een aanvraag voor een eenheidscertificaat kan worden opgenomen in een gecombineerde gecentraliseerde aanvraag waarin de aanvrager ook om de afgifte van nationale certificaten verzoekt in de aangewezen lidstaten, overeenkomstig de gecentraliseerde procedure van Verordening [COM(2023) 223]. In dat geval is artikel 38 van die verordening van toepassing.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 31</TI.ART><STI.ART>Taal</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Alle aan het Bureau gerichte documenten en informatie met betrekking tot de procedures op grond van deze verordening zijn in één van de officiële talen van de Unie gesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor de krachtens deze verordening aan het EUIPO toevertrouwde taken bedient het EUIPO zich overeenkomstig Verordening nr. 1 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening nr. 1 van de Raad tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (PB 17 van 6.10.1958, blz. 385).</FIELD></FOOTNOTE> van alle officiële talen van de Unie.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 32</TI.ART><STI.ART>Mededelingen aan het Bureau</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Mededelingen aan het Bureau <STRING STRIKE="on">kunnen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden</STRING></STRING> met elektronische middelen<STRING STRIKE="on"> worden</STRING> verricht. De uitvoerend directeur bepaalt in welke gevallen en onder welke technische voorwaarden deze mededelingen via elektronische weg <STRING STRIKE="on">kunnen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten</STRING></STRING> plaatsvinden.<STRING BOLD="on"> [Am. 34]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door de regels voor de communicatiemiddelen te bepalen, waaronder elektronische communicatiemiddelen, die door de partijen bij de procedure voor het Bureau moeten worden gebruikt en de formulieren die door het Bureau ter beschikking moeten worden gesteld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 33</TI.ART><STI.ART>Register</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wat aanvragen voor eenheidscertificaten voor gewasbeschermingsmiddelen betreft, bevat het bij artikel 35 van Verordening [COM(2023) 231]<FOOTNOTE><FIELD>Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen [COM (2023) 231].</FIELD></FOOTNOTE> ingestelde register voor elk eenheidscertificaat of aanvraag voor een eenheidscertificaat, naargelang het geval, de volgende informatie:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>naam en adres van de aanvrager of houder van het certificaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de naam en het kantooradres van de vertegenwoordiger, behalve in het geval van een vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 36, lid 3;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de aanvraag, de datum van indiening en de datum van bekendmaking;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>of de aanvraag betrekking heeft op een geneesmiddel dan wel op een gewasbeschermingsmiddel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>nummer van het basisoctrooi;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>een identificatie van het product waarvoor een eenheidscertificaat wordt aangevraagd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>nummer en datum van elk van de in artikel 3, lid 1, punt b), genoemde vergunningen voor het in de handel brengen, alsmede het door elke vergunning geïdentificeerde product;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>nummer en datum van de eerste vergunning voor het in de handel brengen in de Unie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de datum en<STRING STRIKE="on"> een samenvatting van</STRING> het onderzoeksadvies van het Bureau voor elk van de lidstaten waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft;<STRING BOLD="on"> [Am. 35]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>indien van toepassing, het nummer en de duur van het eenheidscertificaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>indien van toepassing, de indiening van een oppositie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de status ervan</STRING></STRING> en de uitkomst van de oppositieprocedure, in voorkomend geval met inbegrip van een samenvatting van het herziene onderzoeksadvies;<STRING BOLD="on"> [Am. 36]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>l)</NO.P>indien van toepassing, de instelling van een beroep<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de status ervan</STRING></STRING> en de uitkomst van de beroepsprocedure, in voorkomend geval met inbegrip van een samenvatting van het herziene onderzoeksadvies;<STRING BOLD="on"> [Am. 37]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>m)</NO.P>indien van toepassing, de vermelding dat een certificaat is vervallen of nietig is verklaard;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>n)</NO.P>indien van toepassing, elk besluit betreffende het geografische toepassingsgebied van het eenheidscertificaat, met betrekking tot een afwijking uit hoofde van artikel 3, lid 5, of artikel 20, lid 2;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>o)</NO.P>indien van toepassing, de indiening van een vordering tot nietigverklaring en, zodra deze beschikbaar is, de uitkomst van de desbetreffende procedure;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>p)</NO.P>indien van toepassing, informatie over een verzoek tot omzetting en de uitkomst daarvan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>q)</NO.P>informatie over de betaling van jaarlijkse taksen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het register bevat wijzigingen in de in lid 1 bedoelde informatie, met inbegrip van overdrachten, elk vergezeld van de datum van registratie van die inschrijving.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het register en de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie zijn beschikbaar in alle officiële talen van de Unie. Het Bureau kan voor de in het register bekend te maken informatie gebruikmaken van gecontroleerde machinevertaling.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De uitvoerend directeur van het Bureau kan bepalen dat andere dan de in de leden 1 en 2 bedoelde gegevens in het register worden opgenomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De in de leden 1 en 2 bedoelde gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens, worden door het Bureau voor de in lid 7 bepaalde doeleinden verzameld, gestructureerd, gepubliceerd en opgeslagen. Het Bureau houdt het register gemakkelijk toegankelijk voor het publiek.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Het Bureau verstrekt op verzoek en tegen betaling van een taks, al dan niet voor eensluidend gewaarmerkte uittreksels uit het register.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De in de leden 1 en 2 bedoelde vermeldingen, met inbegrip van persoonsgegevens, worden verwerkt met het oog op:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het beheer van de aanvragen en eenheidscertificaten overeenkomstig deze verordening en de op grond daarvan vastgestelde handelingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het bijhouden van het register en het beschikbaar stellen ervan voor inspectie door overheidsinstanties en marktdeelnemers;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het opstellen van verslagen en statistieken op basis waarvan het Bureau efficiënter te werk kan gaan en de werking van het systeem kan verbeteren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Alle gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens, betreffende de in de leden 1 en 2 bedoelde vermeldingen worden geacht van algemeen belang te zijn en zijn gratis toegankelijk voor derden. Ter wille van de rechtszekerheid worden de vermeldingen in het register voor onbepaalde tijd bewaard.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 34</TI.ART><STI.ART>Databank</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Op het Bureau rust, behalve de verplichting een register te houden, de taak alle gegevens te verzamelen en in een elektronische databank op te slaan die door aanvragers of in opmerkingen van derden krachtens deze verordening of op basis daarvan vastgestelde handelingen worden verstrekt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De elektronische databank kan andere dan de in het register opgenomen persoonsgegevens bevatten, voor zover deze verordening en op basis daarvan vastgestelde handelingen dat voorschrijven. Deze gegevens worden verzameld, opgeslagen en verwerkt met het oog op:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het beheer van de aanvragen en/of inschrijvingen van certificaten, zoals beschreven in deze verordening en op basis daarvan vastgestelde handelingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het toegankelijk maken van de informatie die noodzakelijk is voor een vlotter en efficiënter verloop van de betrokken procedure;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>communicatie met de aanvragers en derden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het opstellen van verslagen en statistieken op basis waarvan het Bureau efficiënter te werk kan gaan en de werking van het systeem kan verbeteren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De uitvoerend directeur bepaalt onder welke voorwaarden de elektronische databank toegankelijk is en hoe de inhoud, met uitzondering van de in lid 2 van dit artikel, doch met inbegrip van de in artikel 33, lid 3, bedoelde persoonsgegevens, elektronisch beschikbaar kan worden gesteld, en welke kosten voor een dergelijke toegang worden aangerekend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De in lid 2 bedoelde persoonsgegevens zijn beperkt toegankelijk; zij zijn slechts algemeen toegankelijk indien de betrokkene daarmee uitdrukkelijk heeft ingestemd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Alle gegevens worden voor onbepaalde tijd bewaard. De betrokkene kan evenwel verzoeken dat persoonsgegevens uit de databank worden verwijderd 18 maanden nadat het eenheidscertificaat is vervallen of, in voorkomend geval, de betrokken procedure op tegenspraak is afgesloten. De betrokkene kan te allen tijde onnauwkeurige of onjuiste gegevens laten corrigeren.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 35</TI.ART><STI.ART>Transparantie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).</FIELD></FOOTNOTE> is van toepassing op de documenten die bij het Bureau berusten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De raad van bestuur van het Bureau stelt nadere bepalingen vast voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001 in het kader van deze verordening.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De beslissingen van het Bureau op grond van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 kunnen onder de in artikel 228 respectievelijk artikel 263 VWEU neergelegde voorwaarden worden aangevochten bij de Europese Ombudsman of bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door het Bureau.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 36</TI.ART><STI.ART>Vertegenwoordiging</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Natuurlijke of rechtspersonen die noch hun woonplaats, noch hun zetel, noch een werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel in de Europese Economische Ruimte hebben, worden overeenkomstig dit artikel voor het Bureau vertegenwoordigd in alle in deze verordening bedoelde procedures, met uitzondering van de indiening van een aanvraag voor een eenheidscertificaat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Natuurlijke en rechtspersonen die in de Unie een woonplaats, zetel of werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel hebben, kunnen voor het Bureau optreden door tussenkomst van een werknemer.</PARAG><PARAG>Een werknemer van een rechtspersoon kan ook andere rechtspersonen vertegenwoordigen die economisch verbonden zijn met de rechtspersoon die door die werknemer wordt vertegenwoordigd.</PARAG><PARAG>De tweede alinea is ook van toepassing wanneer die andere rechtspersonen noch hun woonplaats, noch hun zetel noch een werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel in de Unie hebben.</PARAG><PARAG>Werknemers die natuurlijke of rechtspersonen vertegenwoordigen in de zin van dit lid dienen, op verzoek van het Bureau of, in voorkomend geval, van de partij in de procedure een bij het dossier te voegen ondertekende volmacht in.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Er wordt een gemeenschappelijke vertegenwoordiger aangewezen wanneer er meer dan één aanvrager of meer dan één gezamenlijk handelende derde partij is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Alleen een in de Unie gevestigde beroepsbeoefenaar die bevoegd is om op te treden als professionele vertegenwoordiger in octrooizaken voor een nationaal octrooibureau of het Europees Octrooibureau, of een advocaat die bevoegd is om op te treden voor de rechterlijke instanties van een lidstaat, mag natuurlijke of rechtspersonen voor het Bureau vertegenwoordigen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 37</TI.ART><STI.ART>Afdeling Aanvullende Beschermingscertificaten</STI.ART><PARAG>Binnen het Bureau wordt een afdeling Aanvullende Beschermingscertificaten (“ABC-afdeling”) opgericht die, naast de verantwoordelijkheden uit hoofde van de verordeningen [COM(2023) 231] en [COM(2023) 223], verantwoordelijk is voor de uitvoering van de in deze verordening en in Verordening [COM(2023) 222] omschreven taken, waaronder met name:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>ontvangst van aanvragen voor eenheidscertificaten, beroep en opmerkingen van derden en toezicht op het onderzoek ervan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het vaststellen van onderzoeksadviezen namens het Bureau met betrekking tot aanvragen voor eenheidscertificaten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>besluiten over opposities tegen onderzoeksadviezen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>besluiten over vorderingen tot nietigverklaring;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>behandeling van verzoeken tot omzetting;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>bijhouden van het register en de databank.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 38</TI.ART><STI.ART>Beslissingen en mededelingen van het Bureau</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De beslissingen van het Bureau op grond van deze verordening omvatten onderzoeksadviezen en worden met redenen omkleed. Zij kunnen slechts worden genomen op gronden of bewijsstukken waartegen de partijen verweer hebben kunnen voeren. Indien een mondelinge procedure plaatsvindt bij het Bureau, kunnen de beslissingen ter zitting worden uitgesproken. Vervolgens worden de partijen schriftelijk van de beslissing of het advies in kennis gesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In alle beslissingen, adviezen, mededelingen of kennisgevingen van het Bureau uit hoofde van deze verordening worden de ABC-afdeling en het betrokken panel vermeld alsook de naam of namen van de bevoegde onderzoekers. Zij worden door die onderzoekers ondertekend of worden, in plaats daarvan, voorzien van een gedrukt of gestempeld zegel van het Bureau. De uitvoerend directeur kan bepalen dat in plaats van de ABC-afdeling en de naam van de bevoegde onderzoekers of een stempel, andere vormen van identificatie kunnen worden gebruikt wanneer beslissingen of andere mededelingen met andere technische communicatiemiddelen worden verzonden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De beslissingen van het Bureau uit hoofde van deze verordening waartegen beroep kan worden ingesteld, gaan vergezeld van een schriftelijke mededeling dat het beroep schriftelijk bij het Bureau moet worden ingediend binnen twee maanden vanaf de datum van kennisgeving van de betrokken beslissing. In die mededeling worden de partijen eveneens geattendeerd op de bepalingen van artikel 26. De partijen kunnen op generlei wijze aanvoeren dat het Bureau de mogelijkheid tot beroep niet heeft meegedeeld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 39</TI.ART><STI.ART>Mondelinge behandeling</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau kan ambtshalve of op verzoek van een van de partijen in de procedure tot mondelinge behandeling overgaan indien het dit wenselijk acht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Mondelinge behandelingen voor een onderzoeks-, oppositie- of nietigverklaringspanel zijn niet openbaar.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Mondelinge behandelingen voor de kamers van beroep, met inbegrip van de uitspraak en, in voorkomend geval, een herzien advies, zijn wel openbaar, tenzij de kamers van beroep anders beslissen indien openbaarheid met name aan een partij in de procedure ernstig en ongerechtvaardigd nadeel zou kunnen toebrengen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de mondeling behandeling te bepalen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 40</TI.ART><STI.ART>Bewijsvoering</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In de procedure voor het Bureau zijn onder meer de volgende bewijsmiddelen toegelaten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>horen van partijen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>inwinnen van inlichtingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>overleggen van documenten en bewijsmiddelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>getuigenverhoor;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>adviezen van deskundigen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>schriftelijke verklaringen die onder ede of belofte zijn afgelegd of overeenkomstig het recht van de Staat waar zij zijn afgelegd een soortgelijke werking hebben.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het betrokken panel kan het onderzoek van deze bewijsmiddelen opdragen aan een van zijn leden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien het Bureau of het desbetreffende panel het nodig acht dat een partij, een getuige of een deskundige een mondelinge verklaring aflegt, roept het deze persoon daartoe op. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer een deskundige wordt opgeroepen, gaat het Bureau of, in voorkomend geval, het betrokken panel na of die deskundige zich niet in een belangenconflict bevindt. </STRING></STRING>De termijn van een dergelijke dagvaarding bedraagt ten minste één maand, tenzij zij met een kortere termijn instemmen.<STRING BOLD="on"> [Am. 38]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De partijen worden in kennis gesteld van het verhoor van een getuige of deskundige door het Bureau. Zij hebben het recht daarbij aanwezig te zijn en de getuige of deskundige vragen te stellen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De uitvoerend directeur bepaalt de vergoedingen voor de uitgaven, met inbegrip van voorschotten, voor de in dit artikel bedoelde bewijsvoering.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de bewijsvoering te bepalen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 41</TI.ART><STI.ART>Kennisgeving</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau stelt alle betrokken partijen ambtshalve in kennis van beslissingen, inclusief adviezen, en oproepen alsook van aankondigingen of andere mededelingen waarvoor een termijn geldt, of waarvan kennisgeving aan de betrokkenen is voorgeschreven krachtens andere bepalingen van deze verordening of bij krachtens deze verordening vastgestelde handelingen, of waarvan kennisgeving door de uitvoerend directeur is gelast.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Kennisgeving kan plaatsvinden met verschillende middelen, onder meer langs elektronische weg. De nadere regels in verband met elektronische middelen worden bepaald door de uitvoerend directeur.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer de kennisgeving openbaar moet worden gedaan, bepaalt de uitvoerend directeur hoe de openbare kennisgeving geschiedt en wanneer de termijn van één maand aanvangt waarbinnen de kennisgeving van het document wordt geacht te hebben plaatsgevonden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de kennisgeving te bepalen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 42</TI.ART><STI.ART>Uiterste termijnen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De termijnen worden vastgesteld in volle jaren, maanden, weken of dagen. De berekening gaat in op de dag volgende op die waarop de betrokken gebeurtenis zich heeft voorgedaan. De duur van de termijnen bedraagt niet minder dan één maand en niet meer dan zes maanden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De uitvoerend directeur bepaalt, voor de aanvang van elk kalenderjaar, op welke dagen het Bureau niet open is voor ontvangst van documenten of op welke dagen de gewone post niet wordt besteld op de plaats waar het Bureau is gevestigd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De uitvoerend directeur bepaalt de duur van de onderbreking in geval van algemene onderbreking in de postbestelling in de lidstaat waar het Bureau is gevestigd of, in geval van feitelijke onderbreking, van de verbinding van het Bureau met aanvaarde vormen van elektronische communicatie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Indien de regelmatige communicatie van de partijen in de procedure met het Bureau of omgekeerd door uitzonderlijke omstandigheden zoals een natuurramp of een staking wordt onderbroken of verstoord, kan de uitvoerend directeur van het Bureau bepalen dat voor partijen in de procedure die hun woonplaats of zetel in de betrokken lidstaat hebben of die een vertegenwoordiger hebben aangewezen die in deze lidstaat zijn kantoor heeft, alle termijnen die anders op of na de datum van aanvang van een dergelijk door de uitvoerend directeur vast te stellen voorval zouden verstrijken, worden verlengd tot een door de uitvoerend directeur vast te stellen datum. Bij de vaststelling van deze datum beoordeelt de uitvoerend directeur wanneer de uitzonderlijke omstandigheden ten einde lopen. Indien de omstandigheden de zetel van het Bureau treffen, wordt bij deze vaststelling door de uitvoerend directeur uitdrukkelijk vermeld dat zij voor alle partijen in de procedure geldt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de berekening en duur van de termijnen te bepalen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 43</TI.ART><STI.ART>Rechtzetting van fouten en kennelijke vergissingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau zorgt op eigen initiatief of op verzoek van een partij voor de rechtzetting van taalfouten of transcriptiefouten en kennelijke vergissingen in de beslissingen, inclusief de adviezen, van het Bureau, of technische fouten in de publicatie van informatie in het register.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien het Bureau een inschrijving in het register heeft gedaan of een beslissing heeft genomen waarbij het een kennelijke fout heeft gemaakt, haalt het deze inschrijving door of trekt het deze beslissing in. De doorhaling van de inschrijving in het register of de intrekking van de beslissing wordt uitgevoerd binnen één jaar na de datum van vermelding in het register of vaststelling van de beslissing, na raadpleging van de partijen in de procedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau houdt een register bij van deze rechtzettingen en doorhalingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Rechtzettingen en doorhalingen worden door het Bureau bekendgemaakt.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 44</TI.ART><STI.ART>Herstel in de vorige toestand</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Indien de aanvrager of de houder van een eenheidscertificaat of iedere partij in een procedure voor het Bureau uit hoofde van deze verordening, ondanks het betrachten van alle in de gegeven omstandigheden noodzakelijke zorgvuldigheid, niet in staat is geweest tegenover het Bureau een termijn in acht te nemen, wordt hij op zijn verzoek in zijn rechten hersteld indien de verhindering ingevolge deze verordening rechtstreeks het verlies van een recht of een rechtsmiddel tot gevolg heeft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het verzoek om herstel moet schriftelijk worden ingediend binnen twee maanden nadat de verhindering is geëindigd. De nog niet verrichte handeling moet alsnog binnen die termijn geschieden. Het verzoek is slechts ontvankelijk binnen een jaar na het verstrijken van de niet in acht genomen termijn.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het verzoek om herstel moet met redenen omkleed zijn en de feiten bevatten waarop het gegrond is. Het verzoek wordt pas geacht te zijn ingediend nadat de taks voor herstel in de vorige toestand betaald is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De ABC-afdeling of, in voorkomend geval, de kamers van beroep, beslissen over de aanvraag.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Dit artikel is niet van toepassing op de termijnen bedoeld in lid 2 van dit artikel, of de termijnen van artikel 15, leden 1 en 3.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 45</TI.ART><STI.ART>Onderbreking van de procedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De procedure voor het Bureau op grond van deze verordening wordt onderbroken:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>bij overlijden of bij handelingsonbekwaamheid, hetzij van de aanvrager, hetzij van de persoon die volgens het nationale recht bevoegd is namens de aanvrager te handelen. Voor zover overlijden of handelingsonbekwaamheid de machtiging van de overeenkomstig artikel 36 aangewezen vertegenwoordiger onverlet laten, wordt de procedure slechts onderbroken indien die vertegenwoordiger daarom verzoekt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>indien de aanvrager ten gevolge van een tegen zijn vermogen gerichte procedure om juridische redenen de procedure voor het Bureau niet kan voortzetten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>indien de vertegenwoordiger van een aanvrager overlijdt, handelingsonbekwaam wordt verklaard of ten gevolge van een tegen zijn vermogen gerichte procedure om juridische redenen de procedure voor het Bureau niet kan voortzetten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De procedure voor het Bureau wordt hervat zodra is vastgesteld wie bevoegd is deze voort te zetten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 49 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de hervatting van de procedure voor het Bureau te bepalen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 46</TI.ART><STI.ART>Kosten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De in het ongelijk gestelde partij in een oppositieprocedure en een procedure tot nietigverklaring, met inbegrip van de daarmee samenhangende beroepsprocedure, betaalt de taksen die de andere partij heeft betaald. De in het ongelijk gestelde partij betaalt tevens alle in verband met de procedure gemaakte noodzakelijke kosten, waaronder de reis- en verblijfkosten en de bezoldiging van een vertegenwoordiger, met inachtneming van de maximumtarieven die per kostencategorie zijn vastgesteld in de overeenkomstig lid 7 vast te stellen uitvoeringshandeling. De taksen die de verliezende partij moet dragen, zijn beperkt tot de taksen die de andere partij in die procedure heeft betaald.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Als de partijen respectievelijk op een of meer punten in het ongelijk worden gesteld of voor zover de billijkheid zulks vereist, beslist de ABC-afdeling of de kamer van beroep dat de kosten anders worden verdeeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer de procedure is beëindigd, beslist de ABC-afdeling of de kamer van beroep vrijelijk over de kosten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wanneer de partijen voor de ABC-afdeling of de kamer van beroep een andere kostenregeling overeenkomen dan die van de leden 1 tot en met 3, neemt de betrokken instantie hiervan nota.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De ABC-afdeling of de kamer van beroep stelt het bedrag vast dat op grond van de leden 1 tot en met 3 van dit artikel moet worden vergoed, wanneer de te vergoeden kosten zich beperken tot de aan het Bureau betaalde taksen en tot de kosten van vertegenwoordiging. In alle andere gevallen stelt de griffie van de kamer van beroep of de ABC-afdeling, op verzoek, het te vergoeden bedrag vast. Het verzoek is slechts ontvankelijk voor een periode van twee maanden na de datum waarop de beslissing ten aanzien waarvan vaststelling van de kosten is gevraagd, onherroepelijk wordt, en gaat vergezeld van een rekening en bewijsstukken. Voor de kosten van vertegenwoordiging volstaat dat de vertegenwoordiger verzekert dat de kosten zijn gemaakt. Voor andere kosten volstaat het dat de aannemelijkheid ervan is vastgesteld. Wanneer het bedrag van de kosten overeenkomstig de eerste zin van dit lid is vastgesteld, worden de kosten van vertegenwoordiging toegekend op het in de overeenkomstig lid 7 van dit artikel vastgestelde uitvoeringshandeling vastgestelde niveau, ongeacht of zij daadwerkelijk zijn gemaakt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Overeenkomstig lid 5 genomen beslissingen tot vaststelling van de kosten vereisen opgave van de redenen waarop zij zijn gebaseerd en kunnen door een besluit van de ABC-afdeling of de kamer van beroep worden herzien indien hiertoe binnen één maand na de datum van kennisgeving van de kostenveroordeling een verzoek wordt ingediend. Dit verzoek wordt geacht niet te zijn ingediend totdat de taks voor de herziening van het bedrag van de kosten is betaald. De ABC-afdeling of de kamer van beroep, naargelang het geval, neemt zonder mondelinge procedure een beslissing over het verzoek tot herziening van de beslissing inzake de vaststelling van de kosten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot het maximumtarief voor vergoeding van de werkelijk door de in het gelijk gestelde partij gemaakte, noodzakelijke procedurekosten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 50 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Bij de bepaling van het maximumtarief met betrekking tot de reis- en verblijfkosten, houdt de Commissie rekening met de afstand tussen de woon- of vestigingsplaats van de partij, vertegenwoordiger, getuige of deskundige en de plaats van de mondelinge procedure, met de fase van de procedure waarin de kosten zijn gemaakt en, wat betreft de kosten van vertegenwoordiging, met de noodzaak ervoor te zorgen dat de verplichting tot het dragen van de kosten niet om tactische redenen door de andere partij kan worden misbruikt. Bovendien worden verblijfkosten overeenkomstig het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie, vervat in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, alsmede van bijzondere maatregelen welke tijdelijk op de ambtenaren van de Commissie van toepassing zijn (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, berekend. De in het ongelijk gestelde partij draagt de kosten voor slechts één partij bij de procedure en, in voorkomend geval, één vertegenwoordiger.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 47</TI.ART><STI.ART>Tenuitvoerlegging van beslissingen tot vaststelling van de kosten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Iedere onherroepelijke beslissing van het Bureau tot vaststelling van de kosten vormt executoriale titel.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De gedwongen tenuitvoerlegging geschiedt volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn in de lidstaat van executie. Elke lidstaat wijst één instantie aan die ermee belast is de echtheid van de in lid 1 bedoelde beslissing te onderzoeken, en deelt haar contactgegevens mee aan het Bureau, het Hof van Justitie en de Commissie. Het exequatur wordt door die instantie verleend, na een onderzoek dat zich beperkt tot de echtheid van de beslissing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Nadat de bedoelde formaliteiten op verzoek van de belanghebbende zijn vervuld, kan deze de tenuitvoerlegging volgens de nationale wetgeving voortzetten door zich rechtstreeks te wenden tot de bevoegde instantie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De gedwongen tenuitvoerlegging kan slechts worden opgeschort door een beslissing van het Hof van Justitie. Het toezicht op de regelmatigheid van de tenuitvoerlegging behoort evenwel tot de bevoegdheid van de rechterlijke instanties van de betrokken lidstaat.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 48</TI.ART><STI.ART>Financiële bepalingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De kosten die het Bureau maakt bij de uitvoering van de overeenkomstig deze verordening aan het Bureau toevertrouwde aanvullende taken, worden gedekt door de procedurekosten die de aanvragers aan het Bureau moeten betalen en door een gedeelte van de jaarlijkse taksen die door de houders van eenheidscertificaten worden betaald, terwijl de rest van de jaarlijkse taksen met de lidstaten wordt gedeeld overeenkomstig het aantal eenheidscertificaten dat in elk van de lidstaten rechtsgeldig is. Het gedeelte van de jaarlijkse taksen dat met de lidstaten moet worden gedeeld, wordt in eerste instantie vastgesteld op een bepaalde waarde, maar wordt om de vijf jaar herzien, op zodanige wijze dat financiële duurzaamheid wordt bereikt voor de activiteiten die het Bureau uitvoert uit hoofde van deze verordening en de Verordeningen [COM(2023) 231], [COM(2023) 223] en [COM(2023) 222].</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor de toepassing van lid 1 houdt het Bureau een boekhouding bij van de jaarlijkse taksen die door de houders van in de respectieve lidstaten geldende eenheidscertificaten zijn betaald.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De kosten van een bevoegde nationale autoriteit die deelneemt aan procedures uit hoofde van dit hoofdstuk, worden door het Bureau gedragen en jaarlijks betaald op basis van het aantal procedures waarbij die bevoegde nationale autoriteit in het voorgaande jaar betrokken was.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen met regels voor de financiële overdrachten tussen het Bureau en de lidstaten, de bedragen van deze overdrachten en de door het Bureau te betalen vergoeding voor de in lid 3 bedoelde deelname van de nationale autoriteiten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 50 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1257/2012 is van toepassing op de jaarlijkse taksen die verschuldigd zijn voor eenheidscertificaten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 49</TI.ART><STI.ART>Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in artikel 15, lid 13, artikel 22, lid 13, artikel 26, lid 8, artikel 28, artikel 32, lid 2, artikel 39, lid 4, artikel 40, lid 6, artikel 41, lid 4, artikel 42, lid 5, en artikel 45, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van XXX [PB: gelieve de datum in te voegen = datum van inwerkingtreding].</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 15, lid 13, artikel 22, lid 13, artikel 26, lid 8, artikel 28, artikel 32, lid 2, artikel 39, lid 4, artikel 40, lid 6, artikel 41, lid 4, artikel 42, lid 5, en artikel 45, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Een overeenkomstig artikel 15, lid 13, artikel 22, lid 13, artikel 26, lid 8, artikel 28, artikel 32, lid 2, artikel 39, lid 4, artikel 40, lid 6, artikel 41, lid 4, artikel 42, lid 5, en artikel 45, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 50</TI.ART><STI.ART>Comitéprocedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie wordt bijgestaan door een comité inzake aanvullende beschermingscertificaten ingesteld bij Verordening [COM(2023) 231]. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 51</TI.ART><STI.ART>Evaluatie</STI.ART><PARAG>Uiterlijk op <STRING STRIKE="on">xxxxxx</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">…</STRING></STRING> [Publicatieblad, gelieve vijf jaar na de datum van toepassing in te voegen] en nadien om de vijf jaar verricht de Commissie een evaluatie van deze verordening<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en brengt zij aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over de belangrijkste bevindingen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bij die evaluatie beoordeelt de Commissie onder meer de haalbaarheid en de voordelen van de invoering van een centrale procedure tot het verlenen van een vergunning voor gewasbeschermingsmiddelen in het kader van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 39]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 52</TI.ART><STI.ART>Inwerkingtreding en toepassing</STI.ART><PARAG>Deze verordening treedt in werking op XXX [Publicatieblad, gelieve de datum in te voegen – de 20<STRING SUPERSCRIPT="on">e</STRING> dag na de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie].</PARAG><PARAG>Zij is van toepassing met ingang van xxxxx [Publicatieblad, gelieve de eerste dag van de 12<STRING SUPERSCRIPT="on">e</STRING> maand na de datum van inwerkingtreding in te voegen].</PARAG><PARAG>Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te Brussel,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>