<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0099</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (herschikking)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0022/2024 - Rapporteur: Tiemo Wölken)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 28 februari 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (herschikking) (COM(2023)0231 – C9-0146/2023 – 2023/0130(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure – herschikking)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0231),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0146/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 27 september 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/865, 8.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/865/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten<FOOTNOTE><FIELD>PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 110 en 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A9-0022/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het voorstel van de Commissie volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande besluiten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast, rekening houdend met de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2023)0130</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 28 februari 2024 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (herschikking)</STRING><BRK/></TI><NOTE>(Voor de EER relevante tekst)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114, lid 1,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/865, 8.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/865/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Comité van de Regio’s<FOOTNOTE><FIELD>PB C […] van […], blz. […].</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> is ingrijpend gewijzigd<FOOTNOTE><FIELD>Zie bijlage I.</FIELD></FOOTNOTE>. Aangezien nieuwe wijzigingen nodig zijn, moet ter wille van de duidelijkheid tot herschikking van die verordening worden overgegaan.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>Het onderzoek op farmaceutisch gebied draagt op beslissende wijze bij tot de voortdurende verbetering van de volksgezondheid.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Geneesmiddelen, met name die welke het resultaat van langdurig en kostbaar onderzoek zijn, kunnen in de Unie slechts verder worden ontwikkeld als ze onder een gunstige regeling vallen die voldoende bescherming biedt om dergelijk onderzoek aan te moedigen. Het is echter moeilijk om een rechtstreekse koppeling te maken tussen een dergelijke gunstige regeling en het concurrentievermogen van de Unie, want hoewel een dergelijke regeling de markten van de Unie aantrekkelijker maakt, komen geneesmiddelen met een andere geografische oorsprong en toegelaten geneesmiddelen uit derde landen in gelijke mate in aanmerking voor alle stimulansen van de Unie, net zoals in de Unie gevestigde innovatieve bedrijven in gelijke mate kunnen profiteren van stimulansen in derde landen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 1]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Geneesmiddelen, met name die welke het resultaat van een langdurig en kostbaar onderzoek zijn, kunnen in de Unie slechts verder worden ontwikkeld als zij onder een gunstige regeling vallen die voldoende bescherming biedt om een dergelijk onderzoek aan te moedigen.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 2]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>De periode die verloopt tussen de indiening van een aanvraag voor een octrooi op een nieuw geneesmiddel en de vergunning voor het in de handel brengen van dit geneesmiddel brengt de door het octrooi verleende effectieve bescherming terug tot een periode die ontoereikend is om de in het onderzoek gedane investeringen af te schrijven.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>Die omstandigheden leiden tot onvoldoende bescherming zodat het farmaceutisch onderzoek wordt benadeeld en het risico bestaat dat de in de lidstaten gevestigde Europese onderzoekscentra zich verplaatsen naar landen die een betere bescherming bieden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>Op niveau van de Unie moet een uniforme oplossing worden gevonden om zo een heterogene ontwikkeling van de nationale wetgevingen te voorkomen, die uitloopt op nieuwe ongelijkheden die het vrije verkeer van geneesmiddelen in de Unie zouden kunnen belemmeren en daardoor de werking van de interne markt rechtstreeks zouden kunnen aantasten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>Het is derhalve nodig voor geneesmiddelen waarvan het in de handel brengen is toegestaan, te voorzien in een aanvullend beschermingscertificaat (“certificaat”) dat de houder van een nationaal octrooi of een Europees octrooi in elke lidstaat op dezelfde voorwaarden kan verkrijgen, met of zonder eenheidswerking. Het certificaat moet de houder ervan een passende aanvullende periode van effectieve bescherming bieden na het verstrijken van het basisoctrooi. Een aanvraag voor een dergelijk certificaat moet worden ingediend bij de bevoegde dienst voor de industriële eigendom (“bevoegde nationale autoriteit”) van de betrokken lidstaat.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Een van de voorwaarden voor de afgifte van een certificaat moet zijn dat het product <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt beschermd </STRING></STRING>door het basisoctrooi<STRING STRIKE="on"> wordt beschermd</STRING>, in die zin dat het product onder een of meer conclusies van dat octrooi valt, zoals de vakman afleidt uit de beschrijving <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en afbeeldingen </STRING></STRING>van het octrooi<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, op basis van de algemene kennis van die persoon op het desbetreffende gebied en de stand van de techniek</STRING></STRING> op de datum van indiening <STRING STRIKE="on">ervan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of op de prioriteitsdatum van het basisoctrooi</STRING></STRING>. Dit betekent niet <STRING STRIKE="on">noodzakelijkerwijs</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">noodzakelijk</STRING></STRING> dat de werkzame stof van het product expliciet in de <STRING STRIKE="on">voorwaarden</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">conclusies</STRING></STRING> moet worden vermeld<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> of, in het geval van een combinatiegeneesmiddel, hoeft dit niet noodzakelijkerwijs te betekenen dat elk van de werkzame stoffen ervan uitdrukkelijk in de conclusies moet worden vermeld, op voorwaarde dat <STRING STRIKE="on">elk ervan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elke werkzame stof</STRING></STRING> in het licht van alle door dat octrooi verstrekte informatie specifiek identificeerbaar is<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, op basis van de stand van de techniek op de datum van indiening of op de prioriteitsdatum van het basisoctrooi</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 3]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>Om overbescherming te voorkomen, moet worden bepaald dat niet meer dan één certificaat, nationaal of unitair, hetzelfde product in een lidstaat kan beschermen. Daarom moet worden vereist dat voor het product, of een <STRING STRIKE="on">therapeutisch gelijkwaardig </STRING>derivaat zoals zouten, esters, ethers, isomeren, mengsels van isomeren, complexen of biosimilaire geneesmiddelen, niet reeds een voorafgaand certificaat is afgegeven, <STRING STRIKE="on">noch afzonderlijk, noch in combinatie met een of meer aanvullende werkzame stoffen, </STRING>hetzij voor dezelfde therapeutische indicatie, hetzij voor een andere therapeutische indicatie.<STRING BOLD="on"> [Am. 4]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>Binnen de grenzen van de door het basisoctrooi verleende bescherming mag de door het certificaat verleende bescherming zich alleen uitstrekken tot het product, met name de werkzame stof of combinaties daarvan, die onder de vergunning vallen voor het in de handel brengen en voor ieder gebruik van het product als geneesmiddel, waarvoor vóór de vervaldatum van het certificaat vergunning is gegeven.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Met het oog op een evenwichtige bescherming moet de houder van een certificaat echter het recht hebben een derde te beletten niet alleen het in het certificaat geïdentificeerde product te vervaardigen, maar ook therapeutisch gelijkwaardige derivaten van dat product, zoals zouten, esters, ethers, isomeren, mengsels van isomeren of complexen, alsook biosimilaire geneesmiddelen, ook al worden dergelijke derivaten niet uitdrukkelijk in de productbeschrijving op het certificaat vermeld. Daarom moet ervan worden uitgegaan dat de door het certificaat verleende bescherming zich uitstrekt tot dergelijke gelijkwaardige derivaten, binnen de grenzen van de door het basisoctrooi verleende bescherming.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>Als verdere maatregel om te waarborgen dat hetzelfde product in geen enkele lidstaat door meer dan één certificaat kan worden beschermd, mag aan de houder van meer dan één octrooi voor hetzelfde product niet meer dan één certificaat voor dat product worden verleend. Wanneer echter twee octrooien ter bescherming van het product in het bezit zijn van twee houders, moet aan elk van die houders één certificaat voor dat product kunnen worden verleend, indien zij kunnen aantonen dat zij economisch niet met elkaar verbonden zijn. Bovendien mag aan de houder van een basisoctrooi geen certificaat worden afgegeven voor een product waarvoor een derde een vergunning heeft verkregen, zonder toestemming van die derde.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>Wanneer in de vergunning voor het in de handel brengen die ter ondersteuning van de aanvraag van een certificaat voor een biologisch geneesmiddel wordt ingediend, dit geneesmiddel door middel van de internationale generieke benaming (INN) ervan wordt geïdentificeerd, moet de door het certificaat verleende bescherming zich uitstrekken tot alle <STRING STRIKE="on">therapeutisch gelijkwaardige</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">biosimilaire</STRING></STRING> geneesmiddelen met dezelfde internationale generieke benaming als het product waarnaar in de vergunning voor het in de handel brengen wordt verwezen, ongeacht mogelijke kleine verschillen tussen een latere <STRING STRIKE="on">biosimilar</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">biosimilair geneesmiddel</STRING></STRING> en het toegelaten geneesmiddel, die gewoonlijk gezien de aard van biologische producten onvermijdelijk zijn.<STRING BOLD="on"> [Am. 5]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>Om maximale flexibiliteit te waarborgen en niet onnodig tussen houders van verschillende soorten octrooien te discrimineren, mag er geen beperking gelden voor het soort octrooi waarvoor bij een bevoegde nationale autoriteit een nationaal certificaat kan worden aangevraagd. Daarom moet dit op basis van een nationaal octrooi of een Europees octrooi mogelijk blijven, en met name ook met betrekking tot een Europees octrooi met eenheidswerking (“eenheidsoctrooi”).</P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>De duur van de door het certificaat verleende bescherming moet zodanig worden vastgesteld dat daardoor voldoende effectieve bescherming mogelijk wordt. De houder, zowel van een octrooi als van een certificaat moet daartoe in aanmerking kunnen komen voor een uitsluitend recht van ten hoogste vijftien jaar in totaal vanaf de afgifte van de eerste vergunning voor het in de handel brengen van het betrokken geneesmiddel in de Unie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>Er moet niettemin rekening worden gehouden met alle belangen, inclusief die van de volksgezondheid, die op het spel staan in een zo complexe en gevoelige sector als de farmaceutische sector. Met het oog daarop, mag het niet mogelijk zijn een certificaat voor een langere periode dan vijf jaar af te geven. De aldus verleende bescherming moet bovendien strikt beperkt zijn tot het product dat valt onder de vergunning voor het als geneesmiddel in de handel brengen in de Unie. Daarnaast is de tijdige toegang van generieke en biosimilaire geneesmiddelen tot de markt van de Unie ook belangrijk, met name om voor meer concurrentie te zorgen, de prijzen te verlagen en zowel de duurzaamheid van de nationale gezondheidszorgstelsels als een betere toegang tot betaalbare geneesmiddelen voor patiënten in de Unie te waarborgen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>Om de ontwikkeling van pediatrische geneesmiddelen te bevorderen, moet het mogelijk zijn de totale maximale exclusiviteitsperiode van vijftien jaar en de maximale geldigheidsduur van het certificaat van vijf jaar te verlengen wanneer de pediatrische verlenging als bedoeld in artikel 36 van Verordening (EG) nr. 1901/2006 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1901/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1768/92, Richtlijn 2001/20/EG, Richtlijn 2001/83/EG en Verordening (EG) nr. 726/2004 (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> van toepassing is.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>Sinds de invoering van aanvullende bescherming werden certificaten alleen op nationaal niveau aangevraagd en verleend, waardoor verschillende soortgelijke aanvragen in een aantal lidstaten gelijktijdig moesten worden ingediend en onderzocht. Dit heeft tot dubbel werk geleid voor zowel aanvragers als bevoegde diensten voor de industriële eigendom (“bevoegde nationale autoriteiten”) die afzonderlijke onderzoeksprocedures voor een bepaald product uitvoeren, en tot incidentele discrepanties in de beslissingen van de bevoegde nationale autoriteiten in de verschillende lidstaten. Dergelijke verschillen hebben doorgaans betrekking op de voorwaarden voor het verlenen of weigeren van een certificaat en omvatten de afgifte van een certificaat in een lidstaat, maar ook de weigering in een andere lidstaat met betrekking tot hetzelfde product of verschillen in de toepassing van de voorwaarden die voor een voorafgaande vergunning voor het in de handel brengen gelden, dan wel of voor het product reeds een aanvullend beschermingscertificaat is afgegeven. Dit leidt tot rechtsonzekerheid en is niet in overeenstemming met de doelstellingen van de interne markt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>Er is een gecentraliseerde procedure voor het verlenen van Europese octrooien en een gecentraliseerde procedure voor het verkrijgen van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen. Bovendien moet het “eenheidsoctrooi” zoals vastgelegd in Verordening (EU) nr. 1257/2012 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 1257/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2012 tot het uitvoering geven aan nauwere samenwerking op het gebied van de instelling van eenheidsoctrooibescherming (PB L 361 van 31.12.2012, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> in juni 2023 in werking treden ten aanzien van de lidstaten die de Overeenkomst betreffende een eengemaakt octrooigerecht hebben geratificeerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Daarom moeten de bestaande nationale procedures voor de afgifte van certificaten voor geneesmiddelen worden aangevuld met een gecentraliseerde procedure. Die procedure moet het mogelijk maken om, wanneer het basisoctrooi een Europees octrooi is, met inbegrip van een eenheidsoctrooi, de verlening van nationale certificaten voor twee of meer aangewezen lidstaten aan te vragen door middel van de indiening en het onderzoek van één enkele “gecentraliseerde” aanvraag. Na de afgifte van certificaten in het kader van de gecentraliseerde procedure moeten deze certificaten gelijkwaardig zijn aan de certificaten die in het kader van de nationale procedures worden afgegeven en aan dezelfde regels worden onderworpen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>Bij artikel 2 van Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk (PB L 154 van 16.6.2017, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> is een Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (“het Bureau”) opgericht. In het belang van de interne markt moet de gecentraliseerde procedure door één enkele onderzoeksinstantie worden uitgevoerd. Dit kan worden bereikt door het Bureau te belasten met het onderzoek van de certificaataanvragen volgens de gecentraliseerde procedure overeenkomstig deze verordening.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>Om een vereenvoudigde behandeling van een gecentraliseerde aanvraag mogelijk te maken, mag de indiening ervan alleen beschikbaar zijn op basis van een Europees octrooi, met inbegrip van een eenheidsoctrooi. De gecentraliseerde aanvraag mag niet beschikbaar zijn op basis van een reeks onafhankelijke nationale octrooien, aangezien de conclusies daarvan waarschijnlijk anders zullen zijn, waardoor het onderzoek ingewikkelder is dan de situaties waarin het basisoctrooi een Europees octrooi is.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>De gecentraliseerde procedure mag alleen van toepassing zijn op een geneesmiddel dat gebaseerd is op een gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van procedures van de Unie voor het verlenen van vergunningen en het toezicht met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> of Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PB L 4 van 7.1.2019, blz. 43).</FIELD></FOOTNOTE>. Deze vergunningen hebben betrekking op respectievelijk geneesmiddelen voor menselijk gebruik en geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik. Een dergelijke vergunning heeft, in tegenstelling tot nationale vergunningen, betrekking op hetzelfde geneesmiddel in de hele Unie en zal het onderzoek van gecentraliseerde aanvragen vergemakkelijken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Het Bureau moet de mogelijkheid hebben een taks in rekening te brengen voor de gecentraliseerde aanvraag van een certificaat en voor een aanvraag tot verlenging van de duur van certificaten in het geval van pediatrische geneesmiddelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> overeenkomstig artikel 86 van Richtlijn (EU) .../... [2023/0132(COD)]</STRING></STRING>, alsmede andere procedurele vergoedingen, zoals een vergoeding voor oppositie of beroep. De door het Bureau in rekening gebrachte taksen moeten bij uitvoeringshandeling worden vastgesteld.<STRING BOLD="on"> [Am. 6]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>Om de samenhang te waarborgen tussen de certificaten die in de lidstaten op basis van hetzelfde basisoctrooi en voor hetzelfde product worden afgegeven, om de totale onderzoekswerklast te verminderen en om in alle lidstaten waar bescherming voor een bepaald product wordt gevraagd, een correcte toepassing van de toekenningsvoorwaarden te waarborgen, moet de gecentraliseerde procedure de enige mogelijkheid voor de lidstaten zijn waarvoor aan de desbetreffende eisen is voldaan, namelijk dat het basisoctrooi een Europees octrooi is, met inbegrip van een eenheidsoctrooi, en dat de vergunning voor het in de handel brengen een gecentraliseerde vergunning is. Daarom moet een nationale aanvraag voor een certificaat die bij een bevoegde nationale autoriteit wordt ingediend, door dat nationale bureau worden afgewezen wanneer aan de vereisten voor het gebruik van de gecentraliseerde procedure is voldaan. Deze maatregel is evenredig gezien het risico van verschillen en is niet van toepassing op situaties waarin die vereisten niet van toepassing zijn, in welk geval nationale aanvragen nog steeds kunnen worden ingediend.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>Een aanvrager moet ook een “gecombineerde aanvraag” kunnen indienen die een aanvraag voor een eenheidcertificaat als bedoeld in Verordening [COM(2023) 222] zou omvatten. Voor een dergelijke gecombineerde aanvraag moet één enkele behandelingsprocedure worden toegepast.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>Om dubbele bescherming te voorkomen, mag het niet mogelijk zijn om certificaten -– nationale certificaten of eenheidscertificaten – te verlenen voor hetzelfde product in dezelfde lidstaat op basis van zowel een nationale aanvraag als een gecentraliseerde aanvraag.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>Om een eerlijk en transparant proces te waarborgen, voor rechtszekerheid te zorgen en het risico op latere betwisting van de geldigheid te beperken, moeten derden na de bekendmaking van de gecentraliseerde aanvraag de mogelijkheid hebben om tijdens het gecentraliseerde onderzoek binnen drie maanden opmerkingen bij het Bureau in te dienen. De lidstaten vallen ook onder derden die opmerkingen mogen indienen. Dat mag echter geen gevolgen hebben voor de rechten van derden om bij de instantie die krachtens het nationaal recht verantwoordelijk is voor de intrekking van het overeenkomstige basisoctrooi, een procedure tot nietigverklaring op te starten. Deze bepalingen zijn noodzakelijk om de betrokkenheid van derden te waarborgen, zowel vóór als na de afgifte van certificaten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P>Het Bureau moet de gecentraliseerde certificaataanvraag onderzoeken en een onderzoeksadvies uitbrengen. In dat advies moeten de redenen worden vermeld waarom het advies positief of negatief is voor elk van de aangewezen lidstaten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>Het onderzoek van een gecentraliseerde aanvraag voor een certificaat moet onder toezicht van het Bureau worden uitgevoerd door een onderzoekspanel bestaande uit een lid van het Bureau en twee onderzoekers die in dienst zijn van de nationale octrooibureaus. Dit <STRING STRIKE="on">moet waarborgen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zou ervoor zorgen</STRING></STRING> dat optimaal gebruik wordt gemaakt van de deskundigheid op het gebied van aanvullende beschermingscertificaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en daarmee verband houdende octrooien</STRING></STRING>, die momenteel alleen bij de nationale bureaus <STRING STRIKE="on">aanwezig is</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ligt</STRING></STRING>. Om een optimale kwaliteit van het onderzoek te waarborgen, moeten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> het Bureau en de bevoegde nationale autoriteiten erop toezien dat de aangewezen onderzoekers beschikken over de deskundigheid ter zake en over voldoende ervaring met de beoordeling van aanvullende beschermingscertificaten. Er moeten aanvullende</STRING></STRING> passende criteria worden vastgesteld voor de deelname van specifieke onderzoekers aan de gecentraliseerde procedure, met name wat betreft kwalificatie en belangenconflicten.<STRING BOLD="on"> [Am. 7]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(31)</NO.P>Als het Bureau vaststelt dat in een of meer van de in een gecentraliseerde aanvraag aangewezen lidstaten aan de voorwaarden voor de afgifte van een certificaat is voldaan, maar daaraan in een of meer van de andere lidstaten niet is voldaan, ook wanneer in een van de aangewezen lidstaten verschillende conclusies bestaan die niet op het product betrekking hebben, moet het Bureau een positief advies uitbrengen voor de aangewezen lidstaten waar aan de voorwaarden voor het verkrijgen van een certificaat is voldaan, en een negatief advies uitbrengen voor de lidstaten waar de voorwaarden niet zijn vervuld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(32)</NO.P>Om de procedurele rechten van derden en een volledig stelsel van rechtsmiddelen te waarborgen, moeten derden een onderzoeksadvies kunnen aanvechten door binnen een korte termijn na de bekendmaking van dat advies een oppositieprocedure in te leiden, waarbij dat bezwaar ertoe kan leiden dat dat advies wordt gewijzigd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(32 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om een doeltreffende bescherming van innovatie te waarborgen, kan in bepaalde dringende situaties, bijvoorbeeld wanneer het basisoctrooi op korte termijn verstrijkt, een versnelde onderzoeksprocedure nodig zijn, niettegenstaande de mogelijkheid voor derden om opmerkingen in te dienen en zich te bedienen van andere rechtsmiddelen waarin deze verordening voorziet. Daarom moet worden voorzien in een mechanisme waarmee aanvragers om een versnelde onderzoeksprocedure kunnen verzoeken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 8]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(33)</NO.P>Na voltooiing van het onderzoek van een gecentraliseerde aanvraag en na het verstrijken van de termijnen voor het instellen van beroep en oppositie, of, wanneer de zaak zich voordoet nadat een definitieve beslissing ten gronde is genomen, moet het advies aan de respectieve nationale octrooibureaus van de aangewezen lidstaten worden toegezonden.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het Bureau waarborgt dat de toezending plaatsvindt binnen een termijn die de nationale octrooibureaus in staat stelt het certificaat af te geven of, in voorkomend geval, de aanvraag af te wijzen vóór het verstrijken van het basisoctrooi.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 9]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(34)</NO.P>Indien het onderzoeksadvies voor een of meer lidstaten positief is, moeten de respectieve bevoegde nationale autoriteiten een certificaat afgeven overeenkomstig de toepasselijke nationale voorschriften, met name wat betreft bekendmaking, registratie in relevante databanken en de betaling van jaarlijkse vergoedingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(35)</NO.P>Indien het onderzoeksadvies voor een of meer lidstaten negatief is, moeten de respectieve bevoegde nationale autoriteiten de aanvraag afwijzen overeenkomstig de toepasselijke nationale voorschriften.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(36)</NO.P>Omwille van de samenhang en de rechtszekerheid moeten dezelfde materiële bepalingen van toepassing zijn op nationale aanvragen en gecentraliseerde aanvragen, met name wat betreft het toepassingsgebied, de voorwaarden voor het verkrijgen van certificaten, het voorwerp van de bescherming en het effect van certificaten, en de bekendmaking ervan. De gecentraliseerde procedure zou resulteren in de afgifte van nationale certificaten die volledig identiek zijn aan die welke op basis van nationale aanvragen worden afgegeven.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(37)</NO.P>Aangezien bepaalde bevoegde nationale autoriteiten wellicht over een beperkte administratieve capaciteit beschikken om een volledig inhoudelijk onderzoek van certificaataanvragen uit te voeren, moeten de bevoegde nationale autoriteiten de mogelijkheid blijven hebben niet alle voorwaarden voor het verlenen van een certificaat op basis van een nationale aanvraag te verifiëren. Om de kwaliteit en de uniformiteit van de in het kader van de gecentraliseerde procedure afgegeven certificaten te waarborgen, moet het Bureau echter alle voorwaarden voor de afgifte van een certificaat in het kader van de gecentraliseerde procedure onderzoeken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(38)</NO.P><STRING STRIKE="on">Als</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om de procedurele rechten te beschermen en een volledig stelsel van rechtsmiddelen te waarborgen, moet</STRING></STRING> de aanvrager of een andere partij<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die</STRING></STRING> door een beslissing van het Bureau wordt benadeeld,<STRING STRIKE="on"> moet de aanvrager of die partij</STRING> het recht hebben om binnen twee maanden bij een kamer van beroep van het Bureau, tegen betaling van een taks, beroep tegen de beslissing in te stellen. Dit geldt ook voor het onderzoeksadvies, waartegen de aanvrager beroep kan instellen. Tegen de beslissingen van de kamer van beroep moet weer beroep kunnen worden ingesteld bij het Gerecht, dat de bestreden beslissing nietig kan verklaren of kan wijzigen. In het geval van een gecombineerde aanvraag met inbegrip van een verzoek om een <STRING STRIKE="on">eenheidcertificaat</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eenheidscertificaat</STRING></STRING>, kan een gemeenschappelijk beroep worden ingesteld.<STRING BOLD="on"> [Am. 10]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(39)</NO.P>Bij de aanstelling van leden van de kamers van beroep in zaken betreffende gecentraliseerde certificaataanvragen moet rekening worden gehouden met hun <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deskundigheid ter zake, onafhankelijkheid en toereikende </STRING></STRING>eerdere ervaring op het gebied van aanvullende beschermingscertificaten of octrooien.<STRING BOLD="on"> [Am. 11]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(40)</NO.P>Eenieder kan de geldigheid van een certificaat dat volgens de gecentraliseerde procedure is afgegeven, bij een bevoegde rechtbank van een lidstaat aanvechten, met inbegrip van het eengemaakt octrooigerecht, indien aan de voorwaarden is voldaan.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(41)</NO.P>Om de administratieve lasten en kosten voor certificaathouders te verminderen, moet de gecentraliseerde procedure voorzien in een snelle procedure voor het aanvragen en verlenen van een verlenging van de duur van een reeks gelijkwaardige certificaten voor een bepaald geneesmiddel, die zijn verleend volgens de nieuwe gecentraliseerde procedure, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1901/2006. Wat certificaten betreft, moeten dergelijke verlengingen door de bevoegde nationale autoriteiten worden verleend, op voorwaarde dat de gecentraliseerde aanvraag voor verlenging van de duur resulteert in een positief advies.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(41 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het is belangrijk dat generieke en biosimilaire geneesmiddelen tijdig op de markt van de Unie worden gebracht, met name om de concurrentie te vergroten, de prijzen te verlagen en zowel de duurzaamheid van de nationale gezondheidszorgstelsels als een betere toegang tot betaalbare geneesmiddelen voor patiënten in de Unie te waarborgen. Het belang daarvan werd door de Raad benadrukt in zijn conclusies van 17 juni 2016 over het versterken van het evenwicht in de farmaceutische systemen in de Unie en haar lidstaten. Anderzijds mag niet uit het oog worden verloren dat intellectuele-eigendomsrechten een van de hoekstenen blijven van innovatie, concurrentievermogen en groei op de interne markt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 12]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(42)</NO.P>In 2019 heeft de Unie in Verordening (EU) 2019/933 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/933 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 469/2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (PB L 153 van 11.6.2019, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> een uitzondering ingevoerd op de bescherming van houders van aanvullende beschermingscertificaten voor geneesmiddelen. Het ontbreken van enige uitzondering op de door het certificaat verleende bescherming heeft onbedoeld tot gevolg gehad dat het in de Unie gevestigde vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen onmogelijk wordt gemaakt generieke en biosimilaire geneesmiddelen in de Unie te vervaardigen, zelfs wanneer die zijn bedoeld voor uitvoer naar markten van derde landen waar geen bescherming bestaat of deze vervallen is, of met de bedoeling het product in voorraad te hebben om het in de Unie in de handel te brengen in het kader van een “day-one entry”. Die omstandigheden plaatsen in de Unie gevestigde vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in een aanzienlijk slechtere concurrentiepositie dan vervaardigers in derde landen die minder of geen bescherming bieden. De redenen voor de invoering van de ontheffing en de voorwaarden voor de toepassing ervan blijven op dit moment van toepassing.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(43)</NO.P>Er moet een evenwicht worden gevonden tussen het opnieuw zorgen voor gelijke spelregels voor vervaardigers van generieke of biosimilaire geneesmiddelen die in de Unie zijn gevestigd en vervaardigers in derde landen die minder of geen bescherming bieden, en het ervoor zorgen dat de essentie van de exclusieve rechten van certificaathouders wordt gewaarborgd wat de Uniemarkt betreft.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(44)</NO.P>Vervaardigers van generieke of biosimilaire geneesmiddelen die in de Unie zijn gevestigd, moeten in staat zijn producten, of geneesmiddelen die deze producten bevatten, gedurende een bepaalde periode vóór het vervallen van het certificaat in een lidstaat te vervaardigen en op te slaan met het oog op toetreding tot de markt van een lidstaat na het vervallen van het overeenkomstige certificaat, hetgeen die vervaardigers zal helpen om onmiddellijk na het vervallen van de bescherming effectief te kunnen concurreren in de Unie (“EU day-one entry”).</P></CONS><CONS><P><NO.P>(45)</NO.P>In die specifieke en beperkte omstandigheden, en teneinde gelijke spelregels voor in de Unie gevestigde vervaardigers en vervaardigers in derde landen te bewerkstelligen, <STRING STRIKE="on">past het te voorzien in een uitzondering op de</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dient de overeenkomstig Verordening (EU) 2019/933</STRING></STRING> door een certificaat verleende bescherming<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te worden beperkt</STRING></STRING> zodat de mogelijkheid wordt geboden voor de vervaardiging <STRING STRIKE="on">van een product of een geneesmiddel dat dit product bevat, voor</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met als enig doel</STRING></STRING> uitvoer naar derde landen <STRING STRIKE="on">of het in voorraad hebben en voor</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> aanverwante handelingen in de Unie die strikt noodzakelijk zijn voor <STRING STRIKE="on">die</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> vervaardiging of voor de feitelijke uitvoer <STRING STRIKE="on">of het feitelijk in voorraad hebben (“aanverwante handelingen”) </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zelf</STRING></STRING>, indien voor dergelijke handelingen anders de toestemming van<STRING STRIKE="on"> de</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> een </STRING></STRING>certificaathouder vereist zou zijn<STRING STRIKE="on">. Die</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(“aanverwante handelingen”).</STRING></STRING> Aanverwante handelingen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op het bezit, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de levering, </STRING></STRING>het aanbieden voor<STRING STRIKE="on"> levering, de</STRING> levering, de invoer, het gebruik of de synthese van een werkzame stof voor de vervaardiging van een geneesmiddel<STRING STRIKE="on">. Zij kunnen ook bestaan uit het tijdelijk in voorraad hebben van of reclame maken voor</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> dat dit product bevat, de tijdelijke opslag van</STRING></STRING> het product<STRING STRIKE="on">,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of reclame die</STRING></STRING> uitsluitend gericht<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> is </STRING></STRING>op uitvoer naar bestemmingen in derde landen.<STRING STRIKE="on"> De</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De </STRING></STRING>uitzondering moet ook gelden voor aanverwante handelingen die worden verricht door derden die een contractuele relatie met de vervaardiger hebben.<STRING BOLD="on"> [Am. 13]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(46)</NO.P>De uitzondering moet gelden voor een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, dat door een certificaat wordt beschermd en moet betrekking hebben op de vervaardiging van dat product dat door het certificaat wordt beschermd op het grondgebied van een lidstaat en op de vervaardiging van het geneesmiddel dat dit product bevat.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(47)</NO.P>De uitzondering mag niet gelden voor het in de handel brengen, hetzij rechtstreeks of met een omweg nadat het is uitgevoerd, van een product, of van een geneesmiddel dat dit product bevat, dat werd vervaardigd voor uitvoer naar derde landen of voor het in voorraad hebben met het oog op “EU day-one entry” in een lidstaat waar een certificaat van kracht is; evenmin mag de uitzondering gelden voor de herinvoer van het product, of van het geneesmiddel dat dit product bevat, naar de markt van een lidstaat waarin een certificaat van kracht is. Daarnaast mag de uitzondering niet gelden voor enige handeling of activiteit die tot oogmerk heeft producten, of geneesmiddelen die deze producten bevatten, in de Unie in te voeren louter met het doel deze opnieuw te verpakken en opnieuw uit te voeren. De uitzondering mag evenmin gelden voor het in voorraad hebben van producten, of geneesmiddelen die deze producten bevatten, voor andere dan de in deze verordening genoemde doeleinden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(48)</NO.P>Door de werkingssfeer van de uitzondering te beperken tot de vervaardiging van een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, met het oog op uitvoer buiten de Unie of vervaardiging met het oog op het in voorraad hebben, en tot handelingen die voor die vervaardiging of voor de feitelijke uitvoer of het feitelijk in voorraad hebben noodzakelijk zijn, mag de uitzondering niet conflicteren met de gewone exploitatie van het product, of het geneesmiddel dat dit product bevat, in de lidstaat waar het certificaat van kracht is, namelijk met het centrale exclusieve recht van de certificaathouder om dat product te vervaardigen teneinde het tijdens de duur van het certificaat in de Unie in de handel te brengen. Voorts mag deze uitzondering de legitieme belangen van de certificaathouder niet op onredelijke wijze schaden, terwijl met de legitieme belangen van derden rekening wordt gehouden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(49)</NO.P>De uitzondering moet vergezeld gaan van effectieve en evenredige vrijwaringsmaatregelen om de transparantie te vergroten, om de houder van een certificaat te helpen de bescherming ervan in de Unie te handhaven en de naleving van deze verordening te controleren, en om het gevaar van onrechtmatige omleiding van handelsstromen op de markt van de Unie tijdens de duur van het certificaat te beperken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(50)</NO.P>Teneinde de transparantie en rechtszekerheid beter te waarborgen moet een informatieplicht worden opgelegd aan de vervaardiger, namelijk de in de Unie gevestigde persoon namens wie een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, wordt vervaardigd met het oog op uitvoer of het in voorraad hebben. Die informatieplicht moet ook gelden wanneer de vervaardiging rechtstreeks door de vervaardiger wordt verricht.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(51)</NO.P>Het moet de verantwoordelijkheid van de in de Unie gevestigde vervaardiger zijn om na te gaan of in een land van uitvoer geen bescherming bestaat of deze vervallen is, dan wel of die bescherming in dat land aan beperkingen of vrijstellingen onderworpen is.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(52)</NO.P>Teneinde de transparantie en rechtszekerheid beter te waarborgen, moeten bepaalde zorgvuldigheidsvereisten aan de vervaardiger worden opgelegd als voorwaarde om gebruik te kunnen maken van de uitzondering. De houder van het betrokken certificaat zal daarom het recht hebben zijn uit hoofde van het certificaat verleende rechten te handhaven, met inachtneming van de algemene verplichting van Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 45).</FIELD></FOOTNOTE> om geen misbruik te maken van procesrecht.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(53)</NO.P>Etikettering in deze verordening moet etiketteringsvoorschriften van derde landen onverlet laten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(54)</NO.P>Iedere handeling die niet valt onder de uitzondering waarin deze verordening voorziet, moet onder de werkingssfeer van de door een certificaat verleende bescherming blijven vallen. Tijdens de duur van het certificaat moet het verboden blijven een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, dat onder de voorwaarden van de uitzondering is vervaardigd, om te leiden naar de markt van de Unie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(55)</NO.P>Deze uitzondering doet geen afbreuk aan andere intellectuele-eigendomsrechten die andere aspecten van een product, of van een geneesmiddel dat dit product bevat, kunnen beschermen. Deze uitzondering doet geen afbreuk aan de toepassing van Uniehandelingen die tot doel hebben inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten te voorkomen en de handhaving ervan te vergemakkelijken, waaronder Richtlijn 2004/48/EG en Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 608/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 12 juni 2013 inzake de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1383/2003 van de Raad (PB L 181 van 29.6.2013, blz. 15).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(56)</NO.P>Deze uitzondering doet geen afbreuk aan de voorschriften inzake het unieke identificatiekenmerk als bedoeld in Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67).</FIELD></FOOTNOTE>. De vervaardiger moet ervoor zorgen dat elk met het oog op uitvoer vervaardigd geneesmiddel geen actief uniek identificatiekenmerk in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/161 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/161 van de Commissie van 2 oktober 2015 tot aanvulling van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van gedetailleerde regels voor de veiligheidskenmerken op de verpakking van geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 32 van 9.2.2016, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> draagt, om te waarborgen dat een dergelijk product kan worden geïdentificeerd als het illegaal opnieuw in de Unie zou worden ingevoerd. Het vereiste om een dergelijk actief uniek identificatiekenmerk te dragen, geldt in het kader van die gedelegeerde verordening evenwel voor geneesmiddelen die bestemd zijn om na het vervallen van het overeenkomstige certificaat in een lidstaat in de handel te worden gebracht; het verbod op een uniek identificatiekenmerk is dus niet van toepassing op dergelijke producten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(57)</NO.P>Deze uitzondering doet geen afbreuk aan de toepassing van Richtlijn 2001/83/EG en Verordening (EU) 2019/6, met name de voorschriften betreffende de vergunning voor de vervaardiging van voor uitvoer vervaardigde geneesmiddelen. Dit omvat de naleving van de beginselen en richtsnoeren van goede productiepraktijken voor geneesmiddelen en het gebruik van uitsluitend actieve bestanddelen die in overeenstemming met de goede productiepraktijken voor actieve bestanddelen zijn geproduceerd en gedistribueerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(58)</NO.P>Om de rechten van de certificaathouders te beschermen, mag de in deze verordening bepaalde uitzondering niet gelden voor een certificaat dat op de datum van inwerkingtreding van Verordening (EU) 2019/933 van het Europees Parlement en de Raad reeds van kracht was. Opdat de rechten van certificaathouders niet al te zeer worden beperkt, moet de uitzondering gelden voor certificaten die op of na de datum van inwerkingtreding van Verordening (EU) 2019/933 worden aangevraagd. Aangezien een certificaat van kracht wordt vanaf het verstrijken van de wettelijke termijn van het basisoctrooi, wat relatief lang na de datum van indiening van de aanvraag voor het certificaat kan zijn, is het gerechtvaardigd dat de in deze verordening opgenomen uitzondering gedurende bepaalde tijd ook betrekking heeft op een certificaat dat vóór de datum van inwerkingtreding van Verordening (EU) 2019/933 is aangevraagd maar vóór die datum nog niet van kracht werd, ongeacht of dat certificaat al dan niet vóór die datum is verleend. De uitzondering was daarom met ingang van 2 juli 2022 van toepassing voor een certificaat dat vanaf de datum van inwerkingtreding van Verordening (EU) 2019/933 van kracht werd. Het concept “bepaalde tijd” voor elk afzonderlijk certificaat dat na de datum van inwerkingtreding van die verordening van kracht wordt, moet ervoor zorgen dat de uitzondering geleidelijk voor een dergelijk certificaat van toepassing wordt, afhankelijk van de datum waarop het van kracht werd en de duur ervan. Een dergelijke toepassing van de uitzondering zou de houder van een verleend certificaat dat uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van Verordening (EU) 2019/933 nog niet van kracht was, een redelijke overgangsperiode bieden om zich aan de gewijzigde juridische context aan te passen en zou er tegelijk voor zorgen dat vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen zonder buitensporige vertraging daadwerkelijk van de uitzondering kunnen gebruikmaken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(59)</NO.P>De uitzondering zou moeten gelden op grond van de datum waarop de aanvraag van een certificaat is ingediend om uniformiteit in de hand te werken en het risico van verschillen te beperken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(60)</NO.P>Met het oog op de transparantie moet een register worden opgezet dat in het kader van de gecentraliseerde procedure als centraal toegangspunt voor informatie over aanvragen voor certificaten kan dienen, met inbegrip van certificaten die op die basis zijn afgegeven door bevoegde nationale autoriteiten, die alle daarmee verband houdende informatie met het Bureau moeten delen. Het register moet in alle officiële talen van de Unie beschikbaar worden gesteld.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De in het register opgenomen informatie mag echter niet worden gebruikt in verband met octrooikoppeling en mag niet de basis vormen voor regelgevende of administratieve besluiten met betrekking tot generieke of biosimilaire geneesmiddelen, zoals vergunningen voor het in de handel brengen, prijsstellings- en vergoedingsbesluiten of inschrijvingen in verband met het bestaan van het ABC.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 14]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(61)</NO.P>Bij Verordening [COM(2023) 222]<FOOTNOTE><FIELD>Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het unitaire aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen [COM(2023) 222].</FIELD></FOOTNOTE> wordt een eenvormig aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen ingesteld, dat kan worden aangevraagd voor de lidstaten waar het basisoctrooi eenheidswerking heeft. Het verzoek om een dergelijk eenheidscertificaat kan in een gecombineerde aanvraag voor een certificaat worden ingediend volgens de gecentraliseerde procedure die onder deze verordening valt. In dat geval moet de gecombineerde aanvraag, die beide verzoeken omvat, aan één gecentraliseerde onderzoeksprocedure worden onderworpen. Dubbele bescherming door middel van zowel een eenheidcertificaat als een certificaat dat krachtens deze verordening is verleend, moet worden uitgesloten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(62)</NO.P>Voor de krachtens deze verordening aan het Bureau toevertrouwde taken moet het Bureau zich van alle officiële talen van de Unie bedienen. Het Bureau moet geverifieerde vertalingen van documenten en informatie in een van de officiële talen van de Unie aanvaarden. Het Bureau mag, indien nodig, gebruikmaken van geverifieerde machinevertalingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(63)</NO.P>Er moet in een financiële regeling worden voorzien om ervoor te zorgen dat de bevoegde nationale autoriteiten die aan de gecentraliseerde procedure deelnemen, voor hun deelname naar behoren worden vergoed.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(64)</NO.P>De noodzakelijke opstartkosten in verband met de aan het Bureau opgedragen taken, met inbegrip van de kosten van nieuwe digitale systemen, moeten uit het gecumuleerde begrotingsoverschot van het Bureau worden gefinancierd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(65)</NO.P>Ter aanvulling van bepaalde niet-essentiële onderdelen van deze verordening moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen met betrekking tot: i) de inhoud en de vorm van het beroepschrift en de inhoud en de vorm van de beslissing van de kamers van beroep, ii) de nadere bijzonderheden betreffende de organisatie van de kamers van beroep in procedures betreffende certificaten, iii) de nadere regels voor de communicatiemiddelen, met inbegrip van de elektronische communicatiemiddelen, die door de partijen in de procedure voor het Bureau moeten worden gebruikt en de door het Bureau ter beschikking te stellen formulieren, iv) de nadere regeling van de mondelinge procedure, v) het vaststellen van de nadere regelingen voor de bewijsvoering, vi) het vaststellen van de nadere regels voor de kennisgeving, vii) het specificeren van de details met betrekking tot de berekening en de duur van de termijnen, en viii) het vaststellen van de nadere regelingen voor de hervatting van de procedure. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven<FOOTNOTE><FIELD>Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> zijn vastgelegd. Met name om gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen te waarborgen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen bezighouden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(66)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend wat betreft: i) de te gebruiken aanvraagformulieren; ii) regels betreffende de procedures voor de indiening en de procedures voor de behandeling van gecentraliseerde aanvragen en de opstelling van onderzoeksadviezen door de onderzoekspanels, alsmede voor het uitbrengen van onderzoeksadviezen door het Bureau, iii) de criteria voor de wijze waarop de onderzoekspanels moeten worden opgezet en de criteria voor de selectie van onderzoekers, iv) de bedragen van de aan het Bureau te betalen taksen, v) de maximumtarieven voor de kosten die essentieel zijn voor de procedure en daadwerkelijk door de in het gelijk gestelde partij zijn gemaakt, en vi) de regels inzake de financiële overdrachten tussen het Bureau en de lidstaten, de bedragen van deze overmakingen en de door het Bureau te betalen vergoeding voor de deelname van de bevoegde nationale autoriteiten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(67)</NO.P>De Commissie moet regelmatig een evaluatie van deze verordening uitvoeren, met name om het effect van de uitzondering op het concurrentievermogen van de farmaceutische sector van de Unie te beoordelen. Die evaluatie moet enerzijds rekening houden met de uitvoer naar bestemmingen buiten de Unie en anderzijds met het effect van het in voorraad hebben op een snellere toegang van generieke en met name biosimilaire geneesmiddelen tot de markten van de Unie, zo snel mogelijk na het vervallen van een certificaat. Deze regelmatige evaluatie moet ook betrekking hebben op de effecten van deze uitzondering op de vervaardiging van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in de Unie door in de Unie gevestigde vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen. In dit verband is het belangrijk na te gaan of vervaardiging die voorheen buiten de Unie plaatsvond, naar het grondgebied van de Unie wordt verplaatst. De evaluatie moet met name de doelmatigheid van de uitzondering toetsen in het licht van de doelstelling opnieuw te zorgen voor gelijke spelregels voor de vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in de Unie. Ook moet de evaluatie het effect van de uitzondering op onderzoek naar en productie van innovatieve geneesmiddelen in de Unie door certificaathouders worden onderzocht en moet er worden gekeken naar het evenwicht tussen de verschillende belangen die er spelen, met name wat betreft de volksgezondheid, de overheidsuitgaven en, in die context, de toegang tot geneesmiddelen in de Unie. Ook moet worden onderzocht of de vastgestelde periode wat betreft het vervaardigen van generieke en biosimilaire geneesmiddelen met het oog op het in voorraad hebben voldoende is om de doelstelling van “EU day-one entry”, met inbegrip van de effecten daarvan op de volksgezondheid, te verwezenlijken. De Commissie moet ook de gecentraliseerde procedure regelmatig evalueren.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(68)</NO.P>Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (“het Handvest”) erkende beginselen in acht. De voorschriften in deze verordening moeten in overeenstemming met deze rechten en beginselen worden uitgelegd en toegepast. Met name beoogt de verordening het waarborgen van de volledige eerbiediging van het recht op eigendom en het recht op gezondheidszorg en het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel van de artikelen 17, 35 en 47 van het Handvest. Deze verordening moet de kernrechten van het certificaat in stand houden door de in deze verordening bepaalde uitzondering te beperken tot de vervaardiging van een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, uitsluitend met het oog op uitvoer buiten de Unie of op het in voorraad hebben gedurende een beperkte periode met het oog op toetreding tot de markt van de Unie na het vervallen van de bescherming, en tot de handelingen die strikt noodzakelijk zijn voor die vervaardiging of voor de feitelijke uitvoer of het feitelijk in voorraad hebben. In het licht van die grondrechten en beginselen gaat de in deze verordening bepaalde uitzondering niet verder dan wat nodig en passend is in het licht van de algemene doelstelling van deze verordening, namelijk het bevorderen van het concurrentievermogen van de Unie door delokalisatie te voorkomen en in de Unie gevestigde vervaardigers van generieke en biosimilaire geneesmiddelen in staat te stellen te concurreren, enerzijds op snel groeiende mondiale markten waar geen bescherming bestaat of deze reeds vervallen is, en anderzijds op de markt van de Unie nadat het certificaat vervallen is. Bovendien is de schrapping van de mogelijkheid om bij een bevoegde nationale autoriteit een nationale aanvraag voor een certificaat in te dienen, wanneer aan de vereisten voor het gebruik van de gecentraliseerde procedure is voldaan, evenredig in het licht van het risico op verschillen. Wanneer de vereisten niet van toepassing zijn, kunnen nationale aanvragen nog steeds worden ingediend.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(69)</NO.P>De invoering van een gecentraliseerde procedure voor de afgifte van certificaten mag op geen enkele wijze afbreuk doen aan de nationale aanvragen voor certificaten die bij de bevoegde nationale autoriteiten nog in behandeling zijn, noch aan de certificaten die op basis van nationale aanvragen zijn afgegeven.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(70)</NO.P>Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege een uniforme toepassing van de regels en procedures in de hele Unie, beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(71)</NO.P>De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).</FIELD></FOOTNOTE>, en heeft op XXX [PB, gelieve verwijzing in te voegen zodra deze beschikbaar is] advies uitgebracht.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(72)</NO.P>Er moet worden voorzien in passende regelingen met het oog op een soepele overgang van de regels van Verordening (EG) nr. 469/2009 naar de regels van deze verordening. Om het Bureau voldoende tijd te geven om de gecentraliseerde procedure uit te voeren en in te leiden, moeten de bepalingen inzake gecentraliseerde aanvragen van toepassing zijn met ingang van [PB – datum invoegen - één jaar na de inwerkingtreding van deze verordening],</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK I</TI><STI.GR>ALGEMENE BEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 1</TI.ART><STI.ART>Onderwerp</STI.ART><PARAG>Deze verordening stelt regels vast betreffende het aanvullende beschermingscertificaat (hierna “het certificaat”) voor geneesmiddelen die op het grondgebied van een lidstaat door een octrooi beschermd zijn en die, voordat ze in de handel worden gebracht, als geneesmiddel aan een administratieve vergunningsprocedure onderworpen zijn overeenkomstig Richtlijn 2001/83/EG<STRING SUPERSCRIPT="on">[726]</STRING>, Verordening (EG) nr. 726/2004 of Verordening (EU) 2019/6.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 2</TI.ART><STI.ART>Definities</STI.ART><PARAG>In deze verordening wordt verstaan onder:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>“geneesmiddel”: elke enkelvoudige of samengestelde substantie, aangediend als hebbende therapeutische of profylactische eigenschappen met betrekking tot ziekten bij mens of dier, alsmede elke enkelvoudige of samengestelde substantie die aan mens of dier toegediend kan worden teneinde een medische diagnose te stellen of om organische functies bij mens of dier te herstellen, te verbeteren of te wijzigen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>“product”: de werkzame stof of de samenstelling van werkzame stoffen van een geneesmiddel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>“basisoctrooi”: een octrooi waardoor een product als zodanig dan wel een werkwijze voor de verkrijging van een product of een toepassing van een product beschermd wordt en dat door de houder ervan aangewezen wordt met het oog op de procedure voor de verkrijging van een certificaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>“aanvraag voor verlenging van de duur”: de aanvraag voor verlenging van de duur van een reeds verleend certificaat ingevolge artikel 13, lid 3, van deze verordening en artikel 36 van Verordening (EG) nr. 1901/2006 <FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1901/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik en tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1768/92, Richtlijn 2001/20/EG, Richtlijn 2001/83/EG en Verordening (EG) nr. 726/2004 (PB L 378 van 27.12.2006, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>“vervaardiger”: de in de Unie gevestigde persoon namens wie een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, wordt vervaardigd met het oog op uitvoer naar derde landen of met het oog op het in voorraad hebben;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>“nationale aanvraag”: een aanvraag voor een certificaat die overeenkomstig artikel 9 bij een bevoegde nationale autoriteit wordt ingediend;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>“gecentraliseerde aanvraag”: een overeenkomstig artikel 20 bij het Bureau ingediende aanvraag met het oog op de afgifte van certificaten in de aangewezen lidstaten voor het in de aanvraag vermelde product;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>“gecentraliseerde aanvraag voor verlenging van de duur”: de aanvraag voor verlenging van de duur van het certificaat overeenkomstig artikel 30 van deze verordening en artikel 36 van Verordening (EG) nr. 1901/2006;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>“aangewezen lidstaat”: de lidstaat waarvoor een certificaat wordt aangevraagd in het kader van de gecentraliseerde onderzoeksprocedure van hoofdstuk III, zoals vermeld in de gecentraliseerde aanvraag voor een certificaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>“Europees octrooi”: een octrooi dat door het Europees Octrooibureau (“EOB”) volgens de regels en procedures zoals vastgelegd in het Europees Octrooiverdrag (“EOV”)<FOOTNOTE><FIELD>Verdrag inzake de verlening van Europese octrooien van 5 oktober 1973, zoals herzien op 17 december 1991 en 29 november 2000.</FIELD></FOOTNOTE> is verleend;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>“eenheidsoctrooi”: een Europees octrooi dat eenheidswerking geniet in de lidstaten die deelnemen aan de nauwere samenwerking als bedoeld in Verordening (EU) nr. 1257/2012;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>“bevoegde nationale autoriteit”: de nationale autoriteit die in een bepaalde lidstaat bevoegd is certificaten af te geven en aanvragen voor certificaten af te wijzen, als bedoeld in artikel 9, lid 1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“economisch verbonden”: met betrekking tot verschillende houders van twee of meer basisoctrooien die hetzelfde product beschermen, het feit dat één houder, direct of indirect via een of meerdere tussenpersonen, zeggenschap heeft over, onder zeggenschap staat van of onder gezamenlijke zeggenschap staat van een andere houder.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 15]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk II</TI><STI.GR>Nationale aanvragen van een certificaat</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 3</TI.ART><STI.ART>Voorwaarden voor de verkrijging van het certificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het certificaat wordt afgegeven indien in de lidstaat waar de in artikel 7 bedoelde aanvraag wordt ingediend, op de datum van die aanvraag alle volgende voorwaarden zijn vervuld:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het product wordt beschermd door een van kracht zijnde basisoctrooi;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>voor het product is een van kracht zijnde vergunning voor het in de handel brengen als geneesmiddel verkregen overeenkomstig <STRING STRIKE="on">Richtlijn 2001/83/EG</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn .../... [2023/0132(COD)]</STRING></STRING>, Verordening (EG) nr. 726/2004of Verordening (EU) 2019/6, naargelang van het geval;<STRING BOLD="on"> [Am. 16]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>voor het product is niet eerder een certificaat verkregen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de in punt b) genoemde vergunning is de eerste vergunning voor het in de handel brengen van het product als geneesmiddel.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In afwijking van lid 1 wordt in een lidstaat op basis van een nationale aanvraag geen certificaat uit hoofde van dit hoofdstuk afgegeven indien aan de vereisten van artikel 20, lid 1, is voldaan voor de indiening van een gecentraliseerde aanvraag waarin die lidstaat zou worden aangewezen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Aan de houder van meerdere octrooien voor hetzelfde product kunnen niet meerdere certificaten voor dit product worden toegekend. Wanneer voor hetzelfde product twee of meer aanvragen van twee of meer houders van verschillende octrooien aanhangig zijn, kan echter aan elk van deze octrooihouders een certificaat voor dat product worden afgegeven voor zover zij geen economische banden hebben.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Hetzelfde principe geldt mutatis mutandis voor door de houder ingediende aanvragen voor hetzelfde product waarvoor reeds een of meer certificaten of eenheidscertificaten zijn afgegeven aan verschillende houders van verschillende octrooien.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 17]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 4</TI.ART><STI.ART>Reikwijdte van de bescherming</STI.ART><PARAG>Binnen de grenzen van de door het basisoctrooi verleende bescherming strekt de door het certificaat verleende bescherming zich alleen uit tot het product dat valt onder de vergunning voor het in de handel brengen van het overeenkomstige geneesmiddel, voor ieder gebruik van het product als geneesmiddel, waarvoor vergunning is gegeven vóór de vervaldatum van het certificaat.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 5</TI.ART><STI.ART>Gevolgen van het certificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het certificaat verleent dezelfde rechten als die welke door het basisoctrooi worden verleend en het is onderworpen aan dezelfde beperkingen en verplichtingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In afwijking van lid 1 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en overeenkomstig Verordening (EU) .../... [2023/0130(COD)] </STRING></STRING>verleent het certificaat geen bescherming tegen bepaalde handelingen waarvoor anders de toestemming van de certificaathouder vereist zou zijn, indien aan<STRING STRIKE="on"> alle</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> alle van de </STRING></STRING>volgende voorwaarden is voldaan:<STRING BOLD="on"> [Am. 18]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de handelingen omvatten de volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de vervaardiging van een product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, met het oog op uitvoer naar derde landen;<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 19]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>een aanverwante handeling die strikt noodzakelijk is voor <STRING STRIKE="on">de in punt i) bedoelde</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die</STRING></STRING> vervaardiging, in de Unie, of voor de feitelijke uitvoer<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zelf</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 20]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>de vervaardiging, niet eerder dan zes maanden vóór het certificaat vervalt, van een product of een geneesmiddel dat dit product bevat, met het oog op het in voorraad hebben ervan in de lidstaat waar het is vervaardigd, om dat product, of een geneesmiddel dat dit product bevat, in de lidstaten in de handel te brengen nadat het <STRING STRIKE="on">overeenkomstige </STRING>certificaat is vervallen;<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 21]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iv)</NO.P>een aanverwante handeling die strikt noodzakelijk is voor dein punt iii) bedoelde vervaardiging, in de Unie, of voor het feitelijk in voorraad hebben<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zelf</STRING></STRING>, mits die aanverwante handeling niet eerder wordt uitgevoerd dan zes maanden vóór het certificaat vervalt;<STRING BOLD="on"> [Am. 22]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de vervaardiger meldt de in lid 5 bedoelde informatie op passende en gedocumenteerde wijze aan de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit in de lidstaat waar de vervaardiging zal plaatsvinden, en verstrekt die informatie op passende en gedocumenteerde wijze aan de certificaathouder, uiterlijk drie maanden voordat de vervaardiging in die lidstaat van start gaat of, indien dit eerder is, uiterlijk drie maanden vóór de eerste aan die vervaardiging voorafgaande aanverwante handeling die anders op grond van de door een certificaat verleende bescherming verboden zou zijn;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>als de in lid 5 van dit artikel bedoelde informatie wijzigt, stelt de vervaardiger de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit in kennis en informeert hij de certificaathouder, voordat die wijzigingen van kracht worden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>in het geval van producten, of geneesmiddelen die deze producten bevatten, die met het oog op uitvoer naar derde landen zijn vervaardigd, zorgt de vervaardiger ervoor dat er een logo in de in bijlage II vastgestelde vorm wordt aangebracht op de buitenverpakking van het product, of het geneesmiddel dat dit product bevat, bedoeld in punt a), i), van dit lid, en zo mogelijk op de primaire verpakking;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de vervaardiger voldoet aan lid 9 van dit artikel en, indien van toepassing, aan artikel 12, lid 2.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Lid 2 geldt niet voor een handeling of activiteit die wordt verricht om producten, of geneesmiddelen die deze producten bevatten, in de Unie in te voeren louter met het doel deze opnieuw te verpakken, opnieuw uit te voeren of op te slaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De aan de certificaathouder voor de toepassing van lid 2, punten b) en c) verstrekte informatie wordt uitsluitend gebruikt om na te gaan of aan de vereisten van deze verordening is voldaan en om, in voorkomend geval, gerechtelijke procedures in te leiden in geval van niet-naleving.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Voor de toepassing van lid 2, punt b), verstrekt de vervaardiger de volgende informatie:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>naam en adres van de vervaardiger;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>vermelding of de vervaardiging bestemd is voor uitvoer, voor het in voorraad hebben, of voor zowel uitvoer als het in voorraad hebben;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de lidstaat waar de vervaardiging en, indien van toepassing, ook het in voorraad hebben, zal plaatsvinden en de lidstaat waar de eerste aan die vervaardiging voorafgaande aanverwante handeling, in voorkomend geval, zal plaatsvinden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het nummer van het certificaat dat in de lidstaat van vervaardiging is verleend en het nummer van het certificaat dat in de lidstaat van de eerste aan die vervaardiging voorafgaande aanverwante handeling, in voorkomend geval, is verleend;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>voor geneesmiddelen die naar derde landen worden uitgevoerd, het referentienummer van de vergunning voor het in de handel brengen of van het equivalent van een dergelijke vergunning in elk derde land van uitvoer, zodra dit publiek beschikbaar is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Voor de melding aan de autoriteit op grond van lid 2, punten b) en c), gebruikt de vervaardiger het standaardmeldingsformulier dat is opgenomen in bijlage III.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Het niet verstrekken van de informatie als bedoeld in lid 5, punt e), ten aanzien van een derde land heeft alleen gevolgen voor de uitvoer naar dat derde land, en die uitvoer komt niet in aanmerking voor de uitzondering van lid 2.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De vervaardiger zorgt ervoor dat op de op grond van lid 2, punt a), i), vervaardigde geneesmiddelen geen actief uniek identificatiekenmerk in de zin van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/161 is aangebracht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>De vervaardiger zorgt er met passende en gedocumenteerde middelen voor dat eenieder die een contractuele relatie heeft met de vervaardiger die onder lid 2, punt a), vallende handelingen verricht, er volledig van op de hoogte is gebracht dat en zich bewust is van alle volgende elementen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>die handelingen zijn onderworpen aan lid 2;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het in de handel brengen, invoeren of herinvoeren van het in lid 2, punt a), i), bedoelde product of geneesmiddel dat dit product bevat, of het in de handel brengen van het in lid 2, punt a), iii), bedoelde product of geneesmiddel dat dit product bevat, zou inbreuk kunnen maken op het in dat lid bedoelde certificaat indien en zolang dat certificaat van toepassing is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>Lid 2 is van toepassing op certificaten die op of na 1 juli 2019 worden aangevraagd.</PARAG><PARAG>Lid 2 is ook van toepassing op certificaten die vóór 1 juli 2019 zijn aangevraagd en die van kracht worden op of na die datum. Lid 2 is pas met ingang van 2 juli 2022 van toepassing op dergelijke certificaten.</PARAG><PARAG>Lid 2 is niet van toepassing op certificaten die vóór 1 juli 2019 van kracht zijn geworden.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 6</TI.ART><STI.ART>Recht op het certificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het recht op het certificaat geldt voor de houder van het basisoctrooi of voor de rechtsopvolger van die houder.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Niettegenstaande lid 1 wordt, wanneer een basisoctrooi is verleend voor een product waarvoor een vergunning door een derde wordt gehouden, een certificaat voor dat product niet zonder toestemming van die derde aan de houder van het basisoctrooi afgegeven.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 7</TI.ART><STI.ART>Aanvraag van het certificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het certificaat moet worden aangevraagd binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de datum waarop het product als geneesmiddel de in artikel 3, lid 1, punt b), vermelde vergunning voor het in de handel brengen heeft verkregen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Niettegenstaande lid 1 moet het certificaat, wanneer de vergunning voor het in de handel brengen wordt afgegeven vóór de afgifte van het basisoctrooi, worden aangevraagd binnen een termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de datum van afgifte van het octrooi.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De aanvraag voor verlenging van de duur kan worden ingediend op het tijdstip waarop de aanvraag voor een certificaat wordt ingediend of wanneer de aanvraag voor het certificaat in behandeling is en er wordt voldaan aan de passende voorschriften van respectievelijk artikel 8, lid 1, punt d), of artikel 8, lid 2.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De aanvraag voor verlenging van de duur van een reeds verleend certificaat moet uiterlijk twee jaar voordat het certificaat vervalt, worden ingediend.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 8</TI.ART><STI.ART>Inhoud van de aanvraag voor een certificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De aanvraag voor een certificaat moet het volgende bevatten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een verzoek om afgifte van het certificaat, waarin ten minste worden vermeld:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>naam en adres van de aanvrager;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>indien de aanvrager een gemachtigde heeft aangewezen, naam en adres van die gemachtigde;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>nummer van het basisoctrooi en titel van de uitvinding;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iv)</NO.P>nummer en datum van afgifte van de eerste vergunning voor het in de handel brengen van het product overeenkomstig artikel 3, lid 1, punt b), alsmede, zo dit niet de eerste vergunning voor het in de handel brengen in de Unie is, het nummer en de datum van de laatstgenoemde vergunning;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een afschrift van de vergunning voor het in de handel brengen, als genoemd in artikel 3, lid 1, punt b), waarin het product geïdentificeerd is en die ten minste het nummer en de datum van de vergunning bevat, alsook een samenvatting van de kenmerken van het product zoals bedoeld in artikel 11 van Richtlijn 2001/83/EG of artikel 35 van Verordening (EU) 2019/6;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>wanneer de in punt b) bedoelde vergunning niet de eerste vergunning voor het in de handel brengen van het product als geneesmiddel in de Unie is, vermelding van de chemische aanduiding van het product waarvoor aldus vergunning is verleend, en van de wettelijke bepaling krachtens welke deze vergunningsprocedure heeft plaatsgehad, alsmede een afschrift van de bekendmaking van de vergunning in het officiële publicatieblad of, bij ontstentenis van een dergelijke publicatie, van enig ander document dat het bewijs levert van de afgifte van de vergunning, de datum ervan en de identiteit van het aldus toegelaten product;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>indien de aanvraag voor een certificaat voor een geneesmiddel een verzoek om verlenging van de duur omvat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>een afschrift van de verklaring dat wordt voldaan aan een voltooid goedgekeurd plan voor pediatrisch onderzoek als bedoeld in artikel 36, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1901/2006;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>zo nodig, naast het in punt b) bedoelde afschrift van de vergunning voor het in de handel brengen, het bewijs dat de aanvrager in het bezit is van de vergunningen om het product in alle andere lidstaten in de handel te brengen als bedoeld in artikel 36, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1901/2006;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in voorkomend geval, de toestemming van de derde als bedoeld in artikel 6, lid 2, van deze verordening;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 23]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie over alle rechtstreekse financiële overheidssteun die is ontvangen voor onderzoek in verband met de ontwikkeling van het product.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 24]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien een aanvraag voor een certificaat in behandeling is, omvat de aanvraag voor verlenging van de duur overeenkomstig artikel 7, lid 3, de in lid 1, punt d), van dit artikel bedoelde gegevens, alsmede een verwijzing naar de reeds ingediende aanvraag voor een certificaat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De aanvraag voor verlenging van de duur van een reeds verleend certificaat omvat de in lid 1, punt d), bedoelde gegevens, alsmede een afschrift van het reeds verleende certificaat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten kunnen voorschrijven dat er voor de aanvraag voor een certificaat en voor de aanvraag voor verlenging van de duur van een certificaat een taks wordt betaald.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 9</TI.ART><STI.ART>Indiening van de aanvraag voor het certificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De aanvraag voor het certificaat moet worden ingediend bij de bevoegde dienst voor de industriële eigendom van de lidstaat waarin of waarvoor het basisoctrooi is afgegeven en de in artikel 3, lid 1, punt b), bedoelde vergunning voor het in de handel brengen is verkregen, tenzij de lidstaat hiertoe een andere instantie aanwijst.</PARAG><PARAG>De aanvraag voor verlenging van de duur van een reeds verleend certificaat moet worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde autoriteit maakt bekend dat een certificaat is aangevraagd. De bekendmaking geschiedt in de vorm van een mededeling die alle volgende gegevens moet bevatten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>naam en adres van de aanvrager;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>nummer van het basisoctrooi;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>titel van de uitvinding;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>nummer en datum van de in artikel 3, lid 1, punt b), genoemde vergunning voor het in de handel brengen, alsmede het door de vergunning geïdentificeerde product;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>indien van toepassing, nummer en datum van de eerste vergunning voor het in de handel brengen in de Unie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>indien van toepassing, een vermelding dat de aanvraag een aanvraag voor verlenging van de duur omvat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Lid 2 is van toepassing op de kennisgeving van de indiening van een aanvraag voor verlenging van de duur van een reeds afgegeven certificaat of wanneer een aanvraag voor een certificaat in behandeling is. De kennisgeving bevat bovendien een vermelding van de aanvraag voor verlenging van de duur van het certificaat.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 10</TI.ART><STI.ART>Afgifte van het certificaat of afwijzing van de aanvraag voor het certificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer de aanvraag voor het certificaat en het product waarop de aanvraag betrekking heeft, aan de in dit hoofdstuk vervatte voorwaarden voldoen, geeft de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit het certificaat af.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Onverminderd het bepaalde in lid 3 van dit artikel, wijst de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit de aanvraag voor een certificaat af, indien de aanvraag of het product waarop de aanvraag betrekking heeft, niet voldoet aan de in dit hoofdstuk vervatte voorwaarden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien de aanvraag voor een certificaat niet voldoet aan de in artikel 8 genoemde vereisten, verzoekt de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit de aanvrager om binnen de hem gegeven termijn de vastgestelde gebreken te herstellen of het verschuldigde bedrag te voldoen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Indien niet binnen de voorgeschreven termijn overeenkomstig het in lid 3 bedoelde verzoek de vastgestelde gebreken zijn hersteld of alsnog is betaald, wordt de aanvraag verworpen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De lidstaten kunnen voorschrijven dat de afgifte van het certificaat door de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit, zonder onderzoek van de in artikel 3, lid 1, punten c) en d), vastgelegde voorwaarden plaatsvindt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De leden 1 tot en met 4 zijn van overeenkomstige toepassing op de aanvraag voor een verlenging van de duur.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 11</TI.ART><STI.ART>Publicatie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit maakt<STRING STRIKE="on"> zo spoedig mogelijk</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zonder onnodige vertraging </STRING></STRING>bekend dat een certificaat is verleend<STRING STRIKE="on">, waarbij alle</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. De bekendmaking geschiedt in de vorm van een mededeling die alle </STRING></STRING>volgende gegevens <STRING STRIKE="on">moeten worden vermeld</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet bevatten</STRING></STRING>:<STRING BOLD="on"> [Am. 25]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>naam en adres van de houder van het certificaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>nummer van het basisoctrooi;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>titel van de uitvinding;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>nummer en datum van de in artikel 3, lid 1, punt b), genoemde vergunning voor het in de handel brengen, alsmede het door de vergunning geïdentificeerde product;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>indien van toepassing, nummer en datum van de eerste vergunning voor het in de handel brengen in de Unie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>duur van het certificaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie over alle rechtstreekse financiële overheidssteun die is ontvangen voor onderzoek in verband met de ontwikkeling van het product.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 26]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit maakt zo spoedig mogelijk bekend dat de aanvraag van een certificaat is afgewezen, waarbij ten minste de in artikel 9, lid 2, bedoelde gegevens moeten worden vermeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De leden 1 en 2 zijn van toepassing op de kennisgeving van het feit dat er een verlenging van de duur van een certificaat is toegekend of van het feit dat de aanvraag voor verlenging is afgewezen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit maakt de in artikel 5, lid 5, opgesomde informatie zo spoedig mogelijk bekend, samen met de datum van melding van die informatie. Zij maakt ook zo spoedig mogelijk alle wijzigingen in deze overeenkomstig artikel 5, lid 2, punt c), gemelde informatie bekend.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 12</TI.ART><STI.ART>Taksen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten kunnen voorschrijven dat voor het certificaat jaarlijks een taks moet worden betaald.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten kunnen voorschrijven dat voor meldingen als bedoeld in artikel 5, lid 2, punten b) en c), een taks moet worden betaald.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 13</TI.ART><STI.ART>Duur van het certificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het certificaat geldt vanaf het verstrijken van de wettelijke duur van het basisoctrooi, voor een duur die gelijk is aan de periode die is verstreken tussen de datum van de aanvraag voor het basisoctrooi en de datum van de eerste vergunning voor het in de handel brengen in de Unie, verminderd met een periode van vijf jaar.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Niettegenstaande het bepaalde in lid 1 kan de duur van het certificaat ten hoogste vijf jaar bedragen, gerekend vanaf de datum waarop het is ingegaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De in de leden 1 en 2 van dit artikel vermelde termijnen worden met zes maanden verlengd indien artikel 36 van Verordening (EG) nr. 1901/2006 wordt toegepast. De duur van de in lid 1 van dat artikel genoemde termijn kan in dat geval slechts eenmaal worden verlengd.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 14</TI.ART><STI.ART>Verval van het certificaat</STI.ART><PARAG>Het certificaat vervalt in de volgende gevallen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>aan het einde van de in artikel 13 genoemde duur;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>indien de houder van het certificaat er afstand van doet;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>indien de op grond van artikel 12 vastgestelde jaarlijkse taks niet tijdig is voldaan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>indien en zolang als het door het certificaat beschermde product ten gevolge van intrekking van de desbetreffende vergunning of vergunningen voor het in de handel brengen overeenkomstig Richtlijn 2001/83/EG of Verordening (EU) 2019/6 niet meer in de handel mag worden gebracht.</PARAG><PARAG>Ten behoeve van punt d) kan de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit ambtshalve of op verzoek van een derde over het verval van het certificaat beslissen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 15</TI.ART><STI.ART>Nietigheid van het certificaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het certificaat is nietig in de volgende gevallen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het certificaat is in strijd met artikel 3<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of artikel 6, lid 2, </STRING></STRING>afgegeven;<STRING BOLD="on"> [Am. 27]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het basisoctrooi is vóór de afloop van zijn wettige duur vervallen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het basisoctrooi is nietig verklaard of wordt zodanig beperkt dat het product waarvoor het certificaat is afgegeven, niet meer onder de conclusies van het basisoctrooi valt, of indien er na verval van het basisoctrooi nietigheidsgronden bestaan die nietigverklaring of beperking gerechtvaardigd zouden hebben.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Eenieder kan een verzoek of een vordering tot nietigverklaring van het certificaat instellen bij de instantie die krachtens de nationale wetgeving bevoegd is het overeenkomstige basisoctrooi nietig te verklaren, of bij een bevoegde rechterlijke instantie van een lidstaat.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 16</TI.ART><STI.ART>Intrekking van een verlenging van de duur van een certificaat voor een geneesmiddel</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De verlenging van de duur kan worden ingetrokken indien zij werd toegekend in strijd met artikel 36 van Verordening (EG) nr. 1901/2006.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Eenieder kan een aanvraag indienen voor intrekking van de verlenging van de duur die in het kader van dit hoofdstuk is toegekend, bij de instantie die krachtens het nationaal recht verantwoordelijk is voor de intrekking van het overeenkomstige basisoctrooi<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of bij een bevoegde rechterlijke instantie van een lidstaat</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 28]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 17</TI.ART><STI.ART>Publicatie van het verval of de nietigheid</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Indien het certificaat krachtens artikel 14, punt b), c) of d) vervalt of overeenkomstig artikel 15 nietig is, maakt de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit dit bekend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien de verlenging van de duur wordt ingetrokken overeenkomstig artikel 16, wordt dit door de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit bekendgemaakt.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 18</TI.ART><STI.ART>Rechtsmiddelen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Tegen de door de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit of door de in artikel 15, lid 2, en artikel 16, lid 2, bedoelde instanties uit hoofde van dit hoofdstuk genomen besluiten staan dezelfde rechtsmiddelen open als die waarin de nationale wetgeving tegen soortgelijke besluiten op het gebied van nationale octrooien voorziet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Tegen het besluit tot afgifte van het certificaat kan beroep worden ingesteld, strekkende tot verlenging van de duur van het certificaat indien de datum van de eerste vergunning voor het in de Unie in de handel brengen, zoals opgenomen in de aanvraag voor een certificaat als bedoeld in artikel 8, niet juist is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gedurende de gehele beroepsprocedure wordt volledige transparantie gewaarborgd en de oppositieprocedure is, zo vaak als mogelijk, openbaar.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 29]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 19</TI.ART><STI.ART>Procedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor zover deze verordening geen procedurebepalingen bevat, gelden voor het certificaat de procedurebepalingen die uit hoofde van de nationale wetgeving op het desbetreffende basisoctrooi van toepassing zijn, tenzij de nationale wetgeving met betrekking tot certificaten specifieke procedurebepalingen bevat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Niettegenstaande lid 1 kan tegen het afgeven van een certificaat geen oppositieprocedure ingesteld worden.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk III</TI><STI.GR>Gecentraliseerde procedure voor certificaten</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 20</TI.ART><STI.ART>Toepassingsgebied van de gecentraliseerde aanvraag</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer het basisoctrooi een Europees octrooi is, met inbegrip van een eenheidsoctrooi, en de vergunning voor het in de handel brengen van het product<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in voorkomend geval, overeenkomstig Richtlijn .../... [2023/0132(COD)],</STRING></STRING> volgens de gecentraliseerde procedure van Verordening (EG) nr. 726/2004 of Verordening (EU) 2019/6 is verleend, is de procedure van dit hoofdstuk van toepassing.<STRING BOLD="on"> [Am. 30]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer aan de voorwaarden van lid 1 is voldaan, is het in de lidstaten waar dat basisoctrooi van kracht is, verboden voor hetzelfde product een nationale aanvraag in te dienen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Een gecentraliseerde aanvraag wordt ingediend bij het bij artikel 2 van Verordening (EU) 2017/1001 opgerichte Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (“het Bureau”).</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Op gecentraliseerde aanvragen zijn de artikelen 1 tot en met 7 en 13 tot en met 18 van toepassing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De gecentraliseerde aanvraag wordt ingediend door middel van een specifiek aanvraagformulier.</PARAG><PARAG>De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen met voorschriften voor het aanvraagformulier dat moet worden gebruikt voor het indienen van een gecentraliseerde aanvraag. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 56 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 21</TI.ART><STI.ART>Inhoud van de gecentraliseerde aanvraag</STI.ART><PARAG>De gecentraliseerde aanvraag bevat het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de aanwijzing van de lidstaten waar certificaten in het kader van de gecentraliseerde procedure worden aangevraagd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de in artikel 8, lid 1, bedoelde informatie.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 22</TI.ART><STI.ART>Toetsing van de ontvankelijkheid van een gecentraliseerde aanvraag</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau onderzoekt het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>of de gecentraliseerde aanvraag voldoet aan artikel 21;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>of de gecentraliseerde aanvraag voldoet aan artikel 7;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>of de in artikel 34, lid 1, bedoelde indieningstaks binnen de gestelde termijn is betaald.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Als de gecentraliseerde aanvraag niet voldoet aan de in lid 1 bedoelde vereisten, verzoekt het Bureau de aanvrager de nodige maatregelen te nemen om aan deze vereisten te voldoen, en stelt het een termijn vast waarbinnen aan die vereisten moet worden voldaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Als de in lid 1, punt c), bedoelde taks niet of niet volledig is betaald, stelt het Bureau de aanvrager daarvan in kennis.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Als de aanvrager niet binnen de in lid 2 bedoelde termijn aan de in lid 1 bedoelde vereisten voldoet, wijst het Bureau de aanvraag af.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 23</TI.ART><STI.ART>Bekendmaking van de gecentraliseerde aanvraag</STI.ART><PARAG>Indien de gecentraliseerde aanvraag voldoet aan artikel 22 of indien een aanvraag tot verlenging van de duur van certificaten voldoet aan artikel 33, lid 2, maakt het Bureau de aanvraag onmiddellijk <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of uiterlijk vijf werkdagen later </STRING></STRING>bekend in het register.<STRING BOLD="on"> [Am. 31]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 24</TI.ART><STI.ART>Behandeling van de gecentraliseerde aanvraag</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau beoordeelt de aanvraag op basis van alle voorwaarden van artikel 3, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leden 1 en 3, en artikel 6, lid 2</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">lid 1</STRING>, voor elk van de aangewezen lidstaten.<STRING BOLD="on"> [Am. 32]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Als de gecentraliseerde aanvraag voor een certificaat en het product waarop het betrekking heeft, ten aanzien van alle of sommige van de aangewezen lidstaten in overeenstemming zijn met artikel 3, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leden 1 en 3, en artikel 6, lid 2</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">lid 1</STRING>, brengt het Bureau ten aanzien van deze lidstaten een met redenen omkleed positief advies uit. Het Bureau stelt de aanvrager in kennis van dat advies<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en maakt het advies over het aangewezen register onmiddellijk bekend</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 33]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Als de gecentraliseerde aanvraag voor een certificaat en het product waarop het betrekking heeft, ten aanzien van alle of sommige van de aangewezen lidstaten niet in overeenstemming zijn met artikel 3, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leden 1 en 3, en artikel 6, lid 2</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">lid 1</STRING>, brengt het Bureau ten aanzien van deze lidstaten een met redenen omkleed negatief advies uit. Het Bureau stelt de aanvrager in kennis van dat advies<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en maakt het advies over het aangewezen register onmiddellijk bekend</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 34]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Bureau vertaalt het advies in de officiële talen van alle aangewezen lidstaten. Het Bureau kan daartoe gebruikmaken van geverifieerde machinevertaling.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen tot vaststelling van regels inzake procedures voor het indienen van aanvragen en procedures voor de behandeling van gecentraliseerde aanvragen en de opstelling van adviezen door het onderzoekspanel en voor de uitgifte van adviezen door het Bureau. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 56 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Bureau stelt binnen zes maanden na de bekendmaking van de gecentraliseerde aanvraag in het register een onderzoeksadvies vast. Onverminderd de artikelen 25, 26 en 28 van deze verordening kan de aanvrager, wanneer dit om urgente redenen naar behoren gerechtvaardigd is, een verzoek om een versnelde procedure indienen. Indien het verzoek om een versnelde onderzoeksprocedure gerechtvaardigd wordt geacht, stelt het Bureau binnen vier maanden na de bekendmaking van de aanvraag voor een eenheidsoctrooi een onderzoeksadvies vast.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 35]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 25</TI.ART><STI.ART>Opmerkingen van derden</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Iedere natuurlijke of rechtspersoon kan bij het Bureau schriftelijke opmerkingen indienen over de vraag of het product waarop de aanvraag betrekking heeft, in aanmerking komt voor aanvullende bescherming in een of meer van de daarin aangewezen lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een natuurlijke of rechtspersoon die overeenkomstig lid 1 schriftelijke opmerkingen heeft ingediend, is geen partij in de procedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Opmerkingen van derden worden ingediend binnen drie maanden na de bekendmaking van de gecentraliseerde aanvraag in het register.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de versnelde procedure overeenkomstig artikel 24, lid 5 bis, van toepassing is, worden binnen zes weken na de bekendmaking van de aanvraag in het register opmerkingen ingediend.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 36]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Opmerkingen van derden worden schriftelijk ingediend in een van de officiële talen van de Unie en worden met redenen omkleed.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Eventuele opmerkingen van derden worden ter kennis van de aanvrager gebracht. De aanvrager kan binnen een door het Bureau vastgestelde termijn opmerkingen maken over de opmerkingen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 26</TI.ART><STI.ART>Oppositie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Binnen een termijn van twee maanden na de bekendmaking van het advies met betrekking tot een gecentraliseerde aanvraag kan elke persoon (“opposant”) bij het Bureau een bezwaarschrift tegen dat advies indienen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Er kan alleen bezwaar worden ingediend op grond van het feit dat voor een of meer van de aangewezen lidstaten niet is voldaan aan een of meer van de in artikel 3 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of artikel 6 </STRING></STRING>genoemde voorwaarden.<STRING BOLD="on"> [Am. 37]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het bezwaar wordt schriftelijk ingediend en met redenen omkleed. Het bezwaar wordt pas geacht te zijn ingediend nadat de oppositietaks is betaald.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het oppositiebezwaarschrift omvat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de referenties van de gecentraliseerde aanvraag waartegen bezwaar wordt aangetekend, de naam van de houder ervan en de identificatie van het product;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de gegevens van de opposant en, in voorkomend geval, van zijn vertegenwoordiger;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>een uiteenzetting van de mate waarin tegen het onderzoeksadvies bezwaar wordt gemaakt en van de gronden waarop het bezwaar is gebaseerd<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle bewijzen waarop de opposant zich beroept ter ondersteuning van de oppositie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 38]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De oppositie wordt onderzocht door een oppositiepanel dat door het Bureau is ingesteld overeenkomstig de regels die van toepassing zijn op de in artikel 28 bedoelde onderzoekspanels. Het oppositiepanel mag echter geen enkele onderzoeker omvatten die eerder betrokken was bij het onderzoekspanel dat de gecentraliseerde aanvraag heeft behandeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Als het oppositiepanel vaststelt dat het oppositiebezwaarschrift niet voldoet aan de leden 2, 3 of 4, verklaart het de oppositie niet-ontvankelijk en deelt het <STRING STRIKE="on">dit</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn beslissing, alsmede de onderbouwing van deze beslissing,</STRING></STRING> mee aan de opposant, tenzij deze gebreken vóór het verstrijken van de in lid 1 bedoelde termijn voor het indienen van de oppositie zijn verholpen.<STRING BOLD="on"> [Am. 39]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De beslissing om een oppositie niet-ontvankelijk te verklaren wordt aan de houder van de gecentraliseerde aanvraag meegedeeld, samen met een kopie van het bezwaarschrift.</PARAG><PARAG>Een oppositiebezwaarschrift is niet-ontvankelijk wanneer het Bureau in een eerdere procedure met betrekking tot hetzelfde onderwerp en op dezelfde grond ten gronde heeft beslist en de beslissing van het Bureau over dat beroep in kracht van gewijsde is gegaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Indien de oppositie niet als niet-ontvankelijk wordt afgewezen, zendt het Bureau het oppositiebezwaarschrift onmiddellijk toe aan de aanvrager en maakt het het bekend in het register. Als meerdere oppositiebezwaarschriften zijn ingediend, deelt het Bureau deze onmiddellijk mee aan de andere opposanten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Het Bureau neemt binnen zes maanden een<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> beslissing met een gedetailleerde onderbouwing van die</STRING></STRING> beslissing over de oppositie, tenzij de complexiteit van de zaak een langere termijn vereist.<STRING BOLD="on"> [Am. 40]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer tegen een onderzoeksadvies meerdere opposities zijn ingediend, behandelt het Bureau de opposities gezamenlijk en neemt het één enkele beslissing met betrekking tot alle ingediende opposities.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 41]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>Als het oppositiepanel van oordeel is dat geen grond voor oppositie afbreuk doet aan de handhaving van het onderzoeksadvies, wijst het de oppositie af en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt het de opposant van zijn beslissing in kennis, en </STRING></STRING>vermeldt het Bureau dit in het register.<STRING BOLD="on"> [Am. 42]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11.</NO.P>Als het oppositiepanel van oordeel is dat ten minste een grond voor oppositie afbreuk doet aan de handhaving van het onderzoeksadvies, geeft het een gewijzigd advies af en vermeldt het Bureau dit in het register.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 55 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door nadere regels vast te stellen voor de procedure voor de indiening en het onderzoek van een oppositie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Tijdens de gehele oppositieprocedure, die waar mogelijk openbaar is, wordt volledige transparantie gewaarborgd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 43]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 27</TI.ART><STI.ART>Rol van de bevoegde nationale autoriteiten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Op verzoek aan het Bureau kan elke bevoegde nationale autoriteit door het Bureau worden aangewezen als een aan de onderzoeksprocedure deelnemend bureau. Zodra overeenkomstig dit artikel een bevoegde nationale autoriteit is aangewezen, wijst die autoriteit een of meer onderzoekers aan die betrokken worden bij de behandeling van een of meer gecentraliseerde aanvragen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> op basis van hun deskundigheid ter zake en hun ervaring op dat gebied</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 44]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau en de bevoegde nationale autoriteit sluiten een administratieve overeenkomst voordat die bevoegde nationale autoriteit wordt aangewezen als deelnemend bureau als bedoeld in lid 1.</PARAG><PARAG>In de overeenkomst worden de rechten en plichten van de partijen gespecificeerd, met name de formele verbintenis van de betrokken bevoegde nationale autoriteit om aan deze verordening te voldoen met betrekking tot de gecentraliseerde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau kan een bevoegde nationale autoriteit aanwijzen als deelnemend bureau als bedoeld in lid 1 voor een periode van vijf jaar. Deze aanstelling kan met termijnen van vijf jaar worden verlengd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Alvorens een bevoegde nationale autoriteit aan te wijzen of haar aanstelling te verlengen, of voordat een dergelijke aanstelling verstrijkt, hoort het Bureau de betrokken bevoegde nationale autoriteit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Elke krachtens dit artikel aangewezen bevoegde nationale autoriteit verstrekt het Bureau een lijst met de individuele onderzoekers die beschikbaar zijn voor deelname aan onderzoeks- en oppositieprocedures. Elke bevoegde nationale autoriteit werkt die lijst bij in geval van wijziging.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 28</TI.ART><STI.ART>Onderzoekspanels</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De beoordelingen uit hoofde van de artikelen 24, 26 en 33 worden uitgevoerd door een onderzoekspanel, bestaande uit één lid van het Bureau en twee onderzoekers als bedoeld in artikel 27, lid 1, van twee verschillende deelnemende bevoegde nationale autoriteiten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De onderzoekers betrachten onpartijdigheid bij de uitvoering van hun opdracht en maken bij hun aanstelling melding van reële of mogelijke belangenconflicten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Bij de instelling van een onderzoekspanel waarborgt het Bureau het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING STRIKE="on">geografisch evenwicht tussen de deelnemende bureaus</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deskundigheid ter zake en voldoende ervaring met het onderzoeken van octrooien en aanvullende beschermingscertificaten, waarbij in het bijzonder wordt gewaarborgd dat ten minste één onderzoeker minimaal vijf jaar ervaring heeft met het onderzoeken van octrooien en aanvullende beschermingscertificaten</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 45]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien mogelijk, geografisch evenwicht tussen de deelnemende bureaus;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 46]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>er wordt rekening gehouden met de respectieve werklast van de onderzoekers;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dat er geen</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">er is niet meer dan één</STRING> onderzoeker<STRING STRIKE="on"> die</STRING> in dienst is van een bevoegde nationale autoriteit die gebruikmaakt van de in artikel 10, lid 5, <STRING STRIKE="on">bedoelde</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van deze verordening vastgelegde</STRING></STRING> vrijstelling.<STRING BOLD="on"> [Am. 47]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Bureau publiceert een jaarlijks overzicht van het aantal procedures, met inbegrip van de procedures voor onderzoek, oppositie en beroep, waaraan elke bevoegde nationale autoriteit heeft deelgenomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om de criteria voor de wijze waarop de panels moeten worden ingesteld, en de criteria voor de selectie van onderzoekers te bepalen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 56 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 29</TI.ART><STI.ART>Rechtsmiddelen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Elke partij in een procedure op grond van dit hoofdstuk die nadeel ondervindt van een beslissing van het Bureau, met inbegrip van het uitbrengen van een onderzoeksadvies, kan tegen de beslissing beroep instellen bij de kamers van beroep.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De instelling van beroep heeft een schorsende werking. Een beslissing van het Bureau waartegen geen bezwaar is gemaakt, treedt in werking op de dag na het verstrijken van de in lid 3 bedoelde beroepstermijn.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Binnen twee maanden na de datum van bekendmaking van de beslissing wordt het beroep bij het Bureau schriftelijk ingesteld. Het beroep wordt pas geacht te zijn ingesteld nadat de beroepstaks is betaald. Bij een beroep wordt binnen <STRING STRIKE="on">vier</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> maanden na de bekendmaking van de beslissing een schriftelijke uiteenzetting van de gronden van het beroep<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, vergezeld van bewijsstukken,</STRING></STRING> ingediend.<STRING BOLD="on"> [Am. 48]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een antwoord op de uiteenzetting van de gronden van het beroep wordt binnen drie maanden na de datum van de kennisgeving van de gronden van het beroep schriftelijk ingediend. Het Bureau stelt in voorkomend geval een datum vast voor een hoorzitting binnen drie maanden na de indiening van het antwoord op de gronden van het beroep of, indien dit eerder is, binnen zes maanden na de indiening van de gronden van het beroep. Het Bureau neemt een schriftelijke beslissing binnen drie maanden na de hoorzitting of de indiening van het antwoord op de uiteenzetting van de gronden van het beroep, naargelang het geval.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 49]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Nadat onderzocht is of het beroep ontvankelijk is, beslissen de kamers van beroep over de gegrondheid van het beroep.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Indien een beroep bij de kamers van beroep van het Bureau uitmondt in een beslissing die niet in overeenstemming is met het onderzoeksadvies en wordt teruggezonden naar het Bureau, <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vernietigt of wijzigt</STRING></STRING> de beslissing van de kamers dat advies<STRING STRIKE="on"> vernietigen of wijzigen</STRING> voordat het wordt toegezonden aan de bevoegde nationale autoriteiten van de aangewezen lidstaten.<STRING BOLD="on"> [Am. 50]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Beslissingen van de kamers van beroep in beroepsprocedures kunnen binnen twee maanden na de datum van kennisgeving ervan voor het Gerecht van de Europese Unie worden aangevochten wegens schending van wezenlijke vormvoorschriften, schending van het Verdrag betreffende de werking van de EU, schending van deze verordening of van een wettelijk voorschrift inzake de toepassing van de beslissingen of misbruik van bevoegdheid. In de procedure voor de kamer van beroep kan door partijen beroep worden ingesteld, voor zover zij door de beslissing van deze kamer in het ongelijk zijn gesteld. Het Gerecht kan de bestreden beslissing vernietigen of wijzigen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De beslissing van de kamer van beroep treedt in werking op de dag na afloop van de in lid 6 gestelde termijn of, indien binnen deze termijn bij het Gerecht beroep is ingesteld, op de dag na verwerping van dit beroep of afwijzing van de hogere voorziening tegen de beslissing van het Gerecht bij het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Bureau neemt de nodige maatregelen ter uitvoering van het arrest van het Gerecht of, in geval van hogere voorziening, van het arrest van het Hof van Justitie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 55 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door nadere bepaling van de inhoud en de vorm van het in lid 3 bedoelde beroepschrift, van de procedure voor de indiening en het onderzoek van een beroep en van de inhoud en de vorm van de beslissing van de kamers van beroep als bedoeld in lid 4.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 30</TI.ART><STI.ART>De kamers van beroep</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Naast de bevoegdheden die hun bij artikel 165 van Verordening (EU) 2017/1001 zijn verleend, zijn de bij die verordening ingestelde kamers van beroep bevoegd om uitspraak te doen over beroepen tegen beslissingen van het Bureau die op grond van artikel 29, lid 1, zijn genomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een kamer van beroep inzake gecentraliseerde aanvragen voor certificaten bestaat uit drie leden, van wie er ten minste twee juridisch gekwalificeerd zijn. Wanneer de kamer van beroep van mening is dat de aard van het beroep zulks vereist, kan zij voor die zaak twee extra leden oproepen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Er is geen grote kamer als bedoeld in artikel 165, leden 2, 3 en 4, en artikel 167, lid 2, van Verordening (EU) 2017/1001 in zaken met betrekking tot gecentraliseerde aanvragen voor certificaten. Besluiten van één enkel lid als bedoeld in artikel 165, lid 2, van Verordening (EU) 2017/1001 zijn niet mogelijk.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De leden van de kamers van beroep inzake gecentraliseerde certificaataanvragen worden benoemd overeenkomstig artikel 166, lid 5, van Verordening (EU) 2017/1001.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bij de benoeming van leden van de kamers van beroep in zaken betreffende gecentraliseerde certificaataanvragen moet rekening worden gehouden met hun eerdere ervaring op het gebied van aanvullende beschermingscertificaten of octrooien.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 51]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 166, lid 9, van Verordening (EU) 2017/1001 is van toepassing op kamers van beroep in kwesties betreffende gecentraliseerde certificaataanvragen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 52]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 31</TI.ART><STI.ART>Delegatie van bevoegdheden met betrekking tot de kamers van beroep</STI.ART><PARAG>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 55 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door nadere regels vast te stellen in verband met de organisatie van de kamers van beroep voor de procedure in verband met certificaten in het kader van deze verordening.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 32</TI.ART><STI.ART>Nationale uitvoering van een gecentraliseerd onderzoeksadvies</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Na het verstrijken van de termijn waarbinnen beroep of oppositie kan worden ingesteld zonder dat beroep of oppositie is ingesteld, of nadat een definitieve beslissing ten gronde is genomen, zendt het Bureau het onderzoeksadvies en de vertalingen ervan aan de bevoegde nationale autoriteit van elke aangewezen lidstaat.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze toezending vindt onverwijld plaats binnen een termijn die de bevoegde nationale autoriteiten van elke aangewezen lidstaat in staat stelt een certificaat af te geven of een aanvraag daartoe af te wijzen, naargelang het geval, volgens de toepasselijke nationale procedures, vóór het verstrijken van het basisoctrooi.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 53]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Met betrekking tot een gecentraliseerde aanvraag verleent de bevoegde nationale autoriteit van elk van die lidstaten, wanneer voor een of meer aangewezen lidstaten een positief advies is uitgebracht, een certificaat overeenkomstig de toepasselijke nationale voorschriften en procedures.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In afwijking van lid 2 kan een lidstaat besluiten geen certificaat af te geven indien de materiële omstandigheden in die lidstaat sinds de indiening van de gecentraliseerde aanvraag zijn gewijzigd met betrekking tot een of meer van de voorwaarden van artikel 15, lid 1, punt b) of c), of artikel 14, eerste alinea, punt d). In dat geval wijst die lidstaat de aanvraag af voor zover het die lidstaat betreft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Voor een door een bevoegde nationale instantie overeenkomstig dit artikel afgegeven certificaat gelden de artikelen 4, 5, 11 en 12 tot en met 19 en de toepasselijke nationale wetgeving.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Wanneer voor een of meer aangewezen lidstaten een negatief advies is uitgebracht, neemt de bevoegde nationale autoriteit van elk van die lidstaten een besluit tot afwijzing overeenkomstig de toepasselijke nationale voorschriften en procedures.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegde nationale autoriteit stelt de aanvrager onverwijld in kennis van zijn beslissing.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 54]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 33</TI.ART><STI.ART>Gecentraliseerde aanvraag voor verlenging van de duur van certificaten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer certificaten voor een bepaald geneesmiddel via de gecentraliseerde procedure zijn afgegeven, kan de houder ervan om verlenging van de duur van die certificaten verzoeken door bij het Bureau een gecentraliseerde aanvraag tot verlenging van de duur van die certificaten in te dienen. In die gecentraliseerde aanvraag wordt vermeld voor welke lidstaten om verlenging wordt verzocht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De gecentraliseerde aanvraag voor verlenging van de duur van certificaten wordt ingediend overeenkomstig artikel 7, leden 3 en 4, artikel 8, lid 1, punt d), artikel 8, leden 2, 3 en 4.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De artikelen 10, 11 en 17 zijn van toepassing, waarbij verwijzingen naar “de in artikel 9, lid 1, bedoelde autoriteit” worden gelezen als verwijzingen naar het Bureau.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Derden kunnen ook opmerkingen <STRING STRIKE="on">indienen </STRING>over<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of een oppositie tegen</STRING></STRING> een gecentraliseerde aanvraag tot verlenging van de duur van certificaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> indienen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 55]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 34</TI.ART><STI.ART>Taksen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau brengt een taks in rekening voor een gecentraliseerde certificaataanvraag en voor een gecentraliseerde aanvraag voor de verlenging van de duur van een certificaat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau brengt een taks in rekening voor een beroep en voor oppositie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen ter bepaling van de bedragen van de door het Bureau in rekening te brengen taksen, de termijnen waarbinnen deze moeten worden betaald en de wijze waarop die taksen moeten worden betaald. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 56 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Artikel 12 is van toepassing op certificaten die op grond van dit hoofdstuk worden afgegeven.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 35</TI.ART><STI.ART>Register</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau ontwikkelt en onderhoudt een elektronisch<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, doorzoekbaar en openbaar</STRING></STRING> register met actuele informatie over de status van alle gepubliceerde gecentraliseerde aanvragen en van alle gecentraliseerde aanvragen voor een verlenging van de duur van certificaten.<STRING BOLD="on"> [Am. 56]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het register bevat voor elke gecentraliseerde aanvraag of certificaat alle volgende informatie:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>naam en adres van de aanvrager of houder van het certificaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de naam en het kantooradres van de vertegenwoordiger, behalve in het geval van een vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 37, lid 3;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de aanvraag, de datum van indiening en de datum van bekendmaking;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>of de aanvraag betrekking heeft op een geneesmiddel dan wel op een gewasbeschermingsmiddel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>indien van toepassing, een vermelding dat de aanvraag een aanvraag voor verlenging van de duur omvat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>de aangewezen lidstaten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>het nummer van het basisoctrooi;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>een identificatie van het product waarvoor certificaten worden aangevraagd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>nummer en datum van de in artikel 3, lid 1, punt b), genoemde vergunning voor het in de handel brengen, alsmede het door de vergunning geïdentificeerde product;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>nummer en datum van de eerste vergunning voor het in de handel brengen in de Unie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie over alle rechtstreekse financiële overheidssteun die is ontvangen voor onderzoek in verband met de ontwikkeling van het product;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 57]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>de datum en<STRING STRIKE="on"> een samenvatting van</STRING> het onderzoeksadvies voor elk van de aangewezen lidstaten;<STRING BOLD="on"> [Am. 58]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>l)</NO.P>indien van toepassing, de duur van de af te geven certificaten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>m)</NO.P>indien van toepassing, de datum en een samenvatting van het onderzoeksadvies met betrekking tot een aanvraag tot verlenging van de duur van een certificaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>n)</NO.P>indien van toepassing, de instelling van een oppositie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de status</STRING></STRING> en de uitkomst daarvan, in voorkomend geval met inbegrip van een samenvatting van het herziene onderzoeksadvies;<STRING BOLD="on"> [Am. 59]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>o)</NO.P>indien van toepassing, de instelling van een beroep<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de status ervan</STRING></STRING> en de uitkomst van de beroepsprocedure, in voorkomend geval met inbegrip van een samenvatting van het herziene onderzoeksadvies;<STRING BOLD="on"> [Am. 60]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>p)</NO.P>indien van toepassing en beschikbaar, de gegevens van de certificaten die in elk van de aangewezen lidstaten zijn afgegeven;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>q)</NO.P>indien van toepassing, de vermelding dat de gecentraliseerde aanvraag in een of meer van de aangewezen lidstaten is afgewezen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>r)</NO.P>indien van toepassing, de vermelding dat een certificaat is vervallen of ongeldig is verklaard;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>s)</NO.P>informatie over de betaling van jaarlijkse taksen, zoals verstrekt door de relevante bevoegde nationale autoriteiten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het register bevat wijzigingen in de in lid 2 bedoelde informatie, met inbegrip van overdrachten, elk vergezeld van de datum van registratie van die inschrijving.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het register en de in de leden 2 en 3 bedoelde informatie zijn beschikbaar in alle officiële talen van de Unie. Het Bureau kan voor de in het register bekend te maken informatie gebruikmaken van geverifieerde machinevertaling.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De bevoegde nationale autoriteiten delen het Bureau onmiddellijk informatie over de toekenning, het vervallen, de nietigheid of de overdracht van certificaten, over de afwijzing van aanvragen uit hoofde van de hoofdstukken II en III, en over de betaling van de daarmee verband houdende jaarlijkse taksen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De uitvoerend directeur van het Bureau kan bepalen dat andere dan de in de leden 2 en 3 bedoelde gegevens in het register worden opgenomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De in de leden 2 en 3 bedoelde gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens, worden door het Bureau voor de in lid 10 bepaalde doeleinden verzameld, gestructureerd, gepubliceerd en opgeslagen. Het Bureau houdt het register gemakkelijk toegankelijk voor het publiek.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Het Bureau verstrekt op verzoek en tegen betaling van een taks, al dan niet voor eensluidend gewaarmerkte uittreksels uit het register.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>De in de leden 2 en 3 bedoelde vermeldingen, met inbegrip van persoonsgegevens, worden verwerkt met het oog op:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het beheer van de aanvragen overeenkomstig dit hoofdstuk en de op grond daarvan vastgestelde handelingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het bijhouden van het register en het beschikbaar stellen ervan voor inspectie door overheidsinstanties en marktdeelnemers;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het opstellen van verslagen en statistieken op basis waarvan het Bureau efficiënter te werk kan gaan en de werking van het systeem kan verbeteren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>Alle gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens, betreffende de in de leden 2 en 3 bedoelde vermeldingen worden geacht van algemeen belang te zijn en zijn gratis toegankelijk voor derden. Ter wille van de rechtszekerheid worden de vermeldingen in het register voor onbepaalde tijd bewaard.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11.</NO.P>Het bij dit artikel ingestelde register wordt ook gebruikt voor de publicatie van informatie over certificaten voor gewasbeschermingsmiddelen uit hoofde van Verordening [COM(2023) 223] en over eenheidscertificaten uit hoofde van Verordening [COM(2023) 222] en Verordening [COM(2023) 221].</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In afwijking van artikel 35, lid 9, punt b), maken overheidsinstanties geen gebruik van in het register vermelde informatie voor praktijken van octrooikoppeling, en worden er geen regelgevende of administratieve beslissingen met betrekking tot generieke of biosimilaire geneesmiddelen gebaseerd op in het register opgenomen informatie of gebruikt voor de weigering, schorsing, vertraging, intrekking of herroeping van marktvergunningen, prijsstellings- en vergoedingsbesluiten of inschrijvingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 61]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 36</TI.ART><STI.ART>Databank</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Op het Bureau rust, behalve de verplichting een register te houden, de taak alle gegevens te verzamelen en in een elektronische databank op te slaan die door aanvragers of derden krachtens deze verordening of op basis daarvan vastgestelde handelingen worden verstrekt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De elektronische databank kan andere dan de in het register opgenomen persoonsgegevens bevatten, voor zover deze verordening en op basis daarvan vastgestelde handelingen dat voorschrijven. Deze gegevens worden verzameld, opgeslagen en verwerkt met het oog op:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het beheer van de aanvragen en/of inschrijvingen van certificaten, zoals beschreven in deze verordening en op basis daarvan vastgestelde handelingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het toegankelijk maken van de informatie die noodzakelijk is voor een vlotter en efficiënter verloop van de desbetreffende procedure;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>communicatie met de aanvragers en derden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het opstellen van verslagen en statistieken op basis waarvan het Bureau efficiënter te werk kan gaan en de werking van het systeem kan verbeteren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De uitvoerend directeur bepaalt onder welke voorwaarden de elektronische databank toegankelijk is en hoe de inhoud, met uitzondering van de in lid 2 van dit artikel, doch met inbegrip van de in artikel 35, lid 3, bedoelde persoonsgegevens, elektronisch beschikbaar kan worden gesteld, en welke kosten voor een dergelijke toegang worden aangerekend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De in lid 2 bedoelde persoonsgegevens zijn beperkt toegankelijk; zij zijn slechts algemeen toegankelijk indien de betrokkene daarmee uitdrukkelijk heeft ingestemd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Alle gegevens worden voor onbepaalde tijd bewaard. De betrokkene kan evenwel verzoeken dat persoonsgegevens uit de databank worden verwijderd 18 maanden nadat het certificaat is vervallen of, in voorkomend geval, de betrokken procedure op tegenspraak is afgesloten. De betrokkene kan te allen tijde onnauwkeurige of onjuiste gegevens laten corrigeren.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 37</TI.ART><STI.ART>Transparantie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).</FIELD></FOOTNOTE> is van toepassing op de documenten die bij het Bureau berusten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De raad van bestuur van het Bureau stelt nadere bepalingen vast voor de toepassing van Verordening (EG) nr. 1049/2001 in het kader van deze verordening.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De beslissingen van het Bureau op grond van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 kunnen onder de in artikel 228 respectievelijk artikel 263 VWEU neergelegde voorwaarden worden aangevochten bij de Europese Ombudsman of bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 8 van 12.1.2001, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door het Bureau.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 38</TI.ART><STI.ART>Vertegenwoordiging</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Natuurlijke of rechtspersonen die noch hun woonplaats, noch hun zetel, noch een werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel in de Europese Economische Ruimte hebben, worden overeenkomstig dit artikel voor het Bureau vertegenwoordigd in alle in hoofdstuk III van deze verordening bedoelde procedures, met uitzondering van de indiening van een gecentraliseerde aanvraag.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Natuurlijke en rechtspersonen die in de Europese Economische Ruimte een woonplaats, zetel of werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel hebben, kunnen voor het Bureau optreden door tussenkomst van een werknemer.</PARAG><PARAG>Een werknemer van een rechtspersoon kan ook andere rechtspersonen vertegenwoordigen die economisch verbonden zijn met de rechtspersoon die door die werknemer wordt vertegenwoordigd.</PARAG><PARAG>De tweede alinea is ook van toepassing wanneer die andere rechtspersonen noch hun woonplaats, noch hun zetel, noch een werkelijke en feitelijke vestiging voor bedrijf of handel in de Unie hebben.</PARAG><PARAG>Werknemers die natuurlijke of rechtspersonen vertegenwoordigen dienen, op verzoek van het Bureau of, in voorkomend geval, van de partij in de procedure een bij het dossier te voegen ondertekende volmacht in.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Er wordt een gemeenschappelijke vertegenwoordiger aangewezen wanneer er meer dan één aanvrager of meer dan één gezamenlijk handelende derde partij is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Alleen een in de Unie gevestigde beroepsbeoefenaar die bevoegd is om in octrooizaken voor een nationaal octrooibureau of het Europees Octrooibureau als professionele vertegenwoordiger op te treden, of een advocaat die bevoegd is om voor de rechterlijke instanties van een lidstaat op te treden, mag natuurlijke of rechtspersonen voor het Bureau vertegenwoordigen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 39</TI.ART><STI.ART>Gecombineerde aanvragen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een gecentraliseerde aanvraag kan ook een verzoek om afgifte van een eenheidscertificaat omvatten, zoals gedefinieerd in Verordening [COM(2023) 222]<FOOTNOTE><FIELD>Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het unitaire aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen [COM(2023) 222].</FIELD></FOOTNOTE> (“gecombineerde aanvraag”).</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De gecombineerde aanvraag ondergaat één gecentraliseerde behandelingsprocedure, alsmede één oppositie- of beroepsprocedure, indien zij is ingediend tegen een advies of besluit met betrekking tot zowel de gecentraliseerde aanvraag als de aanvraag voor een eenheidcertificaat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten waarvoor het basisoctrooi eenheidswerking heeft, worden niet aangewezen in de gecombineerde aanvraag voor de parallelle verlening van nationale certificaten. Elke aanwijzing, in de gecombineerde aanvraag, van een lidstaat waarvoor het basisoctrooi eenheidswerking heeft, wordt bij het onderzoek van de gecombineerde aanvraag buiten beschouwing gelaten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 40</TI.ART><STI.ART>Afdeling Aanvullende Beschermingscertificaten</STI.ART><PARAG>Binnen het Bureau wordt een afdeling Aanvullende Beschermingscertificaten (“ABC-afdeling”) opgericht die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de taken die zijn vastgesteld in hoofdstuk III van deze verordening en in hoofdstuk III van Verordening [COM(2023) 223], alsmede in de Verordeningen [COM(2023) 222] en [COM(2023) 221], waaronder met name:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>ontvangst van en toezicht op het onderzoek van gecentraliseerde aanvragen voor certificaten, gecentraliseerde aanvragen voor verlenging van de duur van certificaten, beroep en opmerkingen van derden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het vaststellen van onderzoeksadviezen namens het Bureau met betrekking tot gecentraliseerde aanvragen voor certificaten, alsmede met betrekking tot gecentraliseerde aanvragen voor een verlenging van de duur van certificaten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>besluiten over bezwaren tegen onderzoeksadviezen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>bijhouden van het register en de databank.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 41</TI.ART><STI.ART>Talen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Alle aan het Bureau gerichte documenten en informatie met betrekking tot de procedures op grond van deze verordening zijn in één van de officiële talen van de Unie gesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor de krachtens deze verordening aan het Bureau toevertrouwde taken bedient het Bureau zich overeenkomstig Verordening nr. 1 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening nr. 1 van de Raad tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (PB 17 van 6.10.1958, blz. 385).</FIELD></FOOTNOTE> van alle officiële talen van de Unie.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 42</TI.ART><STI.ART>Mededelingen aan het Bureau</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Mededelingen aan het Bureau kunnen met elektronische middelen worden verricht. De uitvoerend directeur bepaalt in welke gevallen en onder welke technische voorwaarden deze mededelingen via elektronische weg kunnen plaatsvinden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 55 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door regels vast te stellen voor de communicatiemiddelen, waaronder elektronische communicatiemiddelen, die door de partijen bij de procedure voor het Bureau moeten worden gebruikt, en de formulieren die door het Bureau ter beschikking moeten worden gesteld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 43</TI.ART><STI.ART>Beslissingen en mededelingen van het Bureau</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De beslissingen van het Bureau op grond van dit hoofdstuk omvatten onderzoeksadviezen en worden met redenen omkleed. Zij kunnen slechts worden genomen op gronden of bewijsstukken waartegen de betrokken partijen verweer hebben kunnen voeren. Indien bij het Bureau een mondelinge procedure plaatsvindt, kan de beslissing ter zitting worden uitgesproken. Vervolgens worden de partijen schriftelijk van de beslissing of het advies in kennis gesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In alle beslissingen, adviezen, mededelingen of kennisgevingen van het Bureau uit hoofde van dit hoofdstuk worden de ABC-afdeling en het betrokken panel vermeld alsook de naam of namen van de bevoegde onderzoekers. Zij worden door die onderzoekers ondertekend of worden, in plaats daarvan, voorzien van een gedrukt of gestempeld zegel van het Bureau. De uitvoerend directeur kan bepalen dat in plaats van de ABC-afdeling en de naam van de bevoegde onderzoekers of een stempel, andere vormen van identificatie kunnen worden gebruikt wanneer beslissingen of andere mededelingen met andere technische communicatiemiddelen worden verzonden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De beslissingen van het Bureau uit hoofde van dit hoofdstuk waartegen beroep kan worden ingesteld, gaan vergezeld van een schriftelijke mededeling dat het beroep binnen twee maanden vanaf de datum van kennisgeving van de betrokken beslissing schriftelijk bij het Bureau moet worden ingediend. In die mededeling worden de partijen eveneens geattendeerd op de in artikel 29 vervatte bepalingen. De partijen kunnen op generlei wijze aanvoeren dat het Bureau de mogelijkheid tot beroep niet heeft meegedeeld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 44</TI.ART><STI.ART>Mondelinge behandeling</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau kan ambtshalve of op verzoek van een van de partijen in de procedure tot mondelinge behandeling overgaan indien het dat wenselijk acht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Mondelinge procedures voor een onderzoekspanel of oppositiepanel zijn niet openbaar.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 62]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De mondelinge behandeling voor<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> een onderzoekspanel, een oppositiepanel of</STRING></STRING> de kamers van beroep, met inbegrip van de uitspraak en, in voorkomend geval, een herzien advies, is openbaar, tenzij <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het onderzoekspanel, het oppositiepanel of </STRING></STRING>de kamers van beroep anders beslissen in gevallen waarin <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de </STRING></STRING>toelating van het publiek<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> tot alle of een gedeelte van de mondelinge behandelingen</STRING></STRING> ernstige en ongerechtvaardigde nadelen zou kunnen hebben, met name voor een partij in de procedure.<STRING BOLD="on"> [Am. 63]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 55 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor mondelinge procedures te bepalen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 45</TI.ART><STI.ART>Bewijsvoering</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In de procedure voor het Bureau zijn onder meer de volgende bewijsmiddelen toegelaten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>horen van partijen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>verzoeken om inlichtingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>overleggen van documenten en bewijsmiddelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>getuigenverhoor;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>deskundigenonderzoek;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>schriftelijke verklaringen die onder ede of belofte zijn afgelegd of overeenkomstig het recht van de staat waar zij zijn afgelegd een soortgelijke werking hebben.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het betrokken panel kan het onderzoek van deze bewijsmiddelen opdragen aan een van zijn leden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Als het Bureau of het betrokken panel het nodig acht dat een partij, een getuige of een deskundige een mondelinge verklaring aflegt, roept het deze persoon daartoe op. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer een deskundige wordt opgeroepen, gaat het Bureau of, in voorkomend geval, het betrokken panel na of die persoon niet betrokken is bij een belangenconflict. </STRING></STRING>De termijn van een dergelijke dagvaarding bedraagt ten minste één maand, tenzij de persoon met een kortere termijn instemt.<STRING BOLD="on"> [Am. 64]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De partijen worden in kennis gesteld van het verhoor van een getuige of deskundige door het Bureau. Zij hebben het recht daarbij aanwezig te zijn en de getuige of deskundige vragen te stellen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De uitvoerend directeur bepaalt de te betalen vergoedingen voor de uitgaven, met inbegrip van voorschotten, voor de kosten van de in dit artikel bedoelde bewijsvoering.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 55 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor bewijsvoering te bepalen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 46</TI.ART><STI.ART>Kennisgeving</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau stelt alle betrokken partijen ambtshalve in kennis van beslissingen, met inbegrip van adviezen, oproepen en aankondigingen of andere mededelingen waarvoor een termijn geldt, of waarvan kennisgeving aan de betrokkenen is voorgeschreven krachtens andere bepalingen van dit hoofdstuk of bij krachtens dit hoofdstuk vastgestelde handelingen, of waarvan kennisgeving door de uitvoerend directeur is gelast.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Kennisgeving kan plaatsvinden met verschillende middelen, onder meer langs elektronische weg. De nadere regels in verband met elektronische middelen worden bepaald door de uitvoerend directeur.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer de kennisgeving openbaar moet worden gedaan, bepaalt de uitvoerend directeur hoe de openbare kennisgeving geschiedt en wanneer de termijn van één maand aanvangt waarbinnen de kennisgeving van het document wordt geacht te hebben plaatsgevonden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 55 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor kennisgeving te bepalen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 47</TI.ART><STI.ART>Termijnen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De termijnen worden vastgesteld in volle jaren, maanden, weken of dagen. De berekening gaat in op de dag volgende op die waarop de betrokken gebeurtenis zich heeft voorgedaan. De duur van de termijnen bedraagt niet minder dan één maand en niet meer dan zes maanden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De uitvoerend directeur bepaalt, voor de aanvang van elk kalenderjaar, op welke dagen het Bureau niet open is voor ontvangst van documenten of op welke dagen de gewone post niet wordt besteld op de plaats waar het Bureau is gevestigd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De uitvoerend directeur bepaalt de duur van de onderbreking in geval van algemene onderbreking in de postbestelling in de lidstaat waar het Bureau is gevestigd of, in geval van feitelijke onderbreking, van de verbinding van het Bureau met aanvaarde vormen van elektronische communicatie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Indien de regelmatige communicatie van de partijen in de procedure met het Bureau of omgekeerd door uitzonderlijke omstandigheden zoals een natuurramp of een staking wordt onderbroken of verstoord, kan de uitvoerend directeur van het Bureau bepalen dat voor partijen in de procedure die hun woonplaats of zetel in de betrokken lidstaat hebben of die een vertegenwoordiger hebben aangewezen die in deze lidstaat zijn kantoor heeft, alle termijnen die anders op of na de datum van aanvang van een dergelijk door de uitvoerend directeur vast te stellen voorval zouden verstrijken, worden verlengd tot een door de uitvoerend directeur vast te stellen datum. Bij de vaststelling van deze datum beoordeelt de uitvoerend directeur wanneer de uitzonderlijke omstandigheden ten einde lopen. Indien de omstandigheden de zetel van het Bureau treffen, wordt bij de vaststelling van die datum door de uitvoerend directeur uitdrukkelijk vermeld dat zij voor alle partijen in de procedure geldt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 55 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de berekening en duur van de termijnen te bepalen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 48</TI.ART><STI.ART>Rechtzetting van fouten en kennelijke vergissingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau zorgt op eigen initiatief of op verzoek van een partij voor rechtzetting van taalfouten of transcriptiefouten en kennelijke vergissingen in de beslissingen van het Bureau, waaronder in adviezen, of technische fouten bij de publicatie van informatie in het register.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien het Bureau een inschrijving in het register heeft gedaan of een beslissing heeft genomen waarbij het een kennelijke fout heeft gemaakt, haalt het deze inschrijving door of herroept het deze beslissing. De doorhaling van de inschrijving in het register of de herroeping van de beslissing wordt uitgevoerd binnen een jaar na de datum van vermelding in het register of vaststelling van de beslissing, na raadpleging van de partijen in de procedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau houdt een register bij van deze rechtzettingen en doorhalingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Rechtzettingen en doorhalingen worden door het Bureau bekendgemaakt.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 49</TI.ART><STI.ART>Herstel in de vorige toestand</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Indien de aanvrager of een andere partij in een procedure voor het Bureau krachtens dit hoofdstuk, ondanks het betrachten van alle in de gegeven omstandigheden noodzakelijke zorgvuldigheid, niet in staat is geweest tegenover het Bureau een termijn in acht te nemen, wordt hij op zijn verzoek in zijn rechten hersteld indien de verhindering ingevolge dit hoofdstuk rechtstreeks het verlies van een recht of een rechtsmiddel tot gevolg heeft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het verzoek om herstel moet schriftelijk worden ingediend binnen twee maanden nadat de verhindering is geëindigd. De nog niet verrichte handeling moet alsnog binnen die termijn geschieden. Het verzoek is slechts ontvankelijk binnen een jaar na het verstrijken van de niet in acht genomen termijn.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het verzoek om herstel moet met redenen omkleed zijn en de feiten en argumenten bevatten waarop het gegrond is. Het verzoek wordt pas geacht te zijn ingediend nadat de taks voor herstel in de vorige toestand is betaald.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De ABC-afdeling of, in voorkomend geval, de kamers van beroep, beslissen over de aanvraag.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Dit artikel is niet van toepassing op de termijnen bedoeld in lid 2 van dit artikel, of de termijnen van artikel 26, leden 1 en 3.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 50</TI.ART><STI.ART>Onderbreking van de procedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De procedure voor het Bureau op grond van dit hoofdstuk wordt onderbroken:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>bij overlijden of bij handelingsonbekwaamheid, hetzij van de aanvrager, hetzij van de persoon die volgens het nationale recht bevoegd is namens de aanvrager te handelen. Voor zover overlijden of handelingsonbekwaamheid de machtiging van de overeenkomstig artikel 38 aangewezen vertegenwoordiger onverlet laten, wordt de procedure slechts onderbroken indien die vertegenwoordiger daarom verzoekt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>indien de aanvrager ten gevolge van een tegen zijn vermogen gerichte procedure om juridische redenen de procedure voor het Bureau niet kan voortzetten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>indien de vertegenwoordiger van een aanvrager overlijdt, handelingsonbekwaam wordt verklaard of ten gevolge van een tegen zijn vermogen gerichte procedure om juridische redenen de procedure voor het Bureau niet kan voortzetten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De procedure voor het Bureau wordt hervat zodra is vastgesteld wie bevoegd is deze voort te zetten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 55 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door de nadere regels voor de hervatting van de procedure voor het Bureau te bepalen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 51</TI.ART><STI.ART>Kosten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De in het ongelijk gestelde partij in een oppositieprocedure, met inbegrip van de daarmee samenhangende beroepsprocedure, betaalt de taksen die de andere partij heeft betaald. De in het ongelijk gestelde partij betaalt tevens alle in verband met de procedure gemaakte noodzakelijke kosten, waaronder de reis- en verblijfkosten en de bezoldiging van een vertegenwoordiger, met inachtneming van de maximumtarieven die per kostencategorie zijn vastgesteld in de overeenkomstig lid 7 vast te stellen uitvoeringshandeling. De taksen die de verliezende partij moet dragen, zijn beperkt tot de taksen die de andere partij in die procedure heeft betaald.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Als de partijen respectievelijk op een of meer punten in het ongelijk worden gesteld of voor zover de billijkheid zulks vereist, beslist de ABC-afdeling of de kamer van beroep dat de kosten anders worden verdeeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer de procedure is beëindigd, beslist de ABC-afdeling of de kamer van beroep vrijelijk over de kosten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wanneer de partijen voor de ABC-afdeling of de kamer van beroep een andere kostenregeling overeenkomen dan die van de leden 1 tot en met 3, neemt de betrokken instantie hiervan nota.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De ABC-afdeling of de kamer van beroep stelt het bedrag vast dat op grond van de leden 1 tot en met 3 van dit artikel moet worden vergoed, wanneer de te vergoeden kosten zich beperken tot de aan het Bureau betaalde taksen en tot de kosten van vertegenwoordiging. In alle andere gevallen stelt de griffie van de kamer van beroep of de ABC-afdeling, op verzoek, het te vergoeden bedrag vast. Het verzoek is slechts ontvankelijk voor een periode van twee maanden na de datum waarop de beslissing ten aanzien waarvan vaststelling van de kosten is gevraagd, onherroepelijk wordt, en gaat vergezeld van een rekening en bewijsstukken. Voor de kosten van vertegenwoordiging volstaat dat de vertegenwoordiger verzekert dat de kosten zijn gemaakt. Voor andere kosten volstaat het dat de aannemelijkheid ervan is aangetoond. Wanneer het bedrag van de kosten overeenkomstig de eerste zin van dit lid is vastgesteld, worden de kosten van vertegenwoordiging toegekend op het in de overeenkomstig lid 7 van dit artikel vastgestelde uitvoeringshandeling vastgestelde niveau, ongeacht of zij daadwerkelijk zijn gemaakt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Overeenkomstig lid 5 genomen beslissingen tot vaststelling van de kosten vereisen opgave van de redenen waarop zij zijn gebaseerd en kunnen door een besluit van de ABC-afdeling of de kamer van beroep worden herzien indien hiertoe binnen één maand na de datum van kennisgeving van de kostenveroordeling een verzoek wordt ingediend. Dit verzoek wordt geacht niet te zijn ingediend totdat de taks voor de herziening van het bedrag van de kosten is betaald. De ABC-afdeling of de kamer van beroep, naargelang het geval, neemt zonder mondelinge procedure een beslissing over het verzoek tot herziening van de beslissing inzake de vaststelling van de kosten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met betrekking tot het maximumtarief voor vergoeding van de werkelijk door de in het gelijk gestelde partij gemaakte, noodzakelijke procedurekosten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 56 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Bij de bepaling van het maximumtarief met betrekking tot de reis- en verblijfkosten, houdt de Commissie rekening met de afstand tussen de woon- of vestigingsplaats van de partij, vertegenwoordiger, getuige of deskundige en de plaats van de mondelinge procedure, met de fase van de procedure waarin de kosten zijn gemaakt en, wat betreft de kosten van vertegenwoordiging, met de noodzaak te waarborgen dat de verplichting tot het dragen van de kosten niet om tactische redenen door de andere partij kan worden misbruikt. Bovendien worden verblijfkosten overeenkomstig het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie, vervat in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, alsmede van bijzondere maatregelen welke tijdelijk op de ambtenaren van de Commissie van toepassing zijn (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, berekend. De in het ongelijk gestelde partij draagt de kosten voor slechts één partij bij de procedure en, in voorkomend geval, één vertegenwoordiger.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 52</TI.ART><STI.ART>Uitvoering van beslissingen tot vaststelling van de kosten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Iedere onherroepelijke beslissing van het Bureau tot vaststelling van de kosten vormt executoriale titel.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De gedwongen uitvoering geschiedt volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn in de lidstaat van executie. Elke lidstaat wijst één instantie aan die ermee belast is de echtheid van de in lid 1 bedoelde beslissing te onderzoeken, en deelt haar contactgegevens mee aan het Bureau, het Hof van Justitie en de Commissie. Het bevel van tenuitvoerlegging wordt door die instantie verleend, na een onderzoek dat zich beperkt tot de echtheid van de beslissing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Nadat de bedoelde formaliteiten op verzoek van de belanghebbende zijn vervuld, kan deze de uitvoering volgens de nationale wetgeving voortzetten door zich rechtstreeks te wenden tot de bevoegde instantie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De uitvoering kan niet worden geschorst dan krachtens een beslissing van het Hof van Justitie. Het toezicht op de regelmatigheid van de uitvoering behoort evenwel tot de bevoegdheid van de rechterlijke instanties van de betrokken lidstaat.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 53</TI.ART><STI.ART>Financiële bepalingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De kosten die het Bureau maakt bij de uitvoering van de overeenkomstig deze verordening aan het Bureau toevertrouwde aanvullende taken, worden gedekt door de procedurevergoedingen die de aanvragers aan het Bureau moeten betalen en, indien nodig, door een gedeelte van de jaarlijkse vergoedingen die door de houders van uit hoofde van hoofdstuk III verleende certificaten aan de bevoegde nationale autoriteiten moeten worden betaald. Dat gedeelte wordt oorspronkelijk op een zekere waarde vastgesteld, maar wordt om de vijf jaar herzien, met de bedoeling financiële duurzaamheid te bereiken voor de werkzaamheden van het Bureau in het kader van deze verordening en de Verordeningen [COM(2023) 223], [COM(2023) 222] en [COM(2023) 221], voor zover de uitgaven van het Bureau niet zijn gedekt door vergoedingen in het kader van die verordeningen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor de toepassing van lid 1 houdt elke bevoegde nationale autoriteit een boekhouding bij van de jaarlijkse vergoedingen die de houders van krachtens dit hoofdstuk verleende certificaten aan haar betalen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De kosten van een bevoegde nationale autoriteit die deelneemt aan procedures uit hoofde van dit hoofdstuk, worden door het Bureau gedragen en jaarlijks betaald op basis van het aantal procedures waarbij die bevoegde nationale autoriteit in het voorgaande jaar betrokken was.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen met regels voor de financiële overdrachten tussen het Bureau en de lidstaten, de bedragen van deze overdrachten en de door het Bureau te betalen vergoeding voor de in lid 3 bedoelde deelname van de bevoegde nationale autoriteiten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 56 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 54</TI.ART><STI.ART>Overgangsbepalingen</STI.ART><PARAG> Deze verordening is van toepassing op de certificaten die voor de desbetreffende datum van toetreding worden verleend op grond van de nationale wetgeving in Tsjechië, Estland, Kroatië, Cyprus, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk IV</TI><STI.GR>Slotbepalingen</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 55</TI.ART><STI.ART>Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in artikel 26, lid 13, artikel 29, lid 8, artikel 31, artikel 42, lid 2, artikel 44, lid 4, artikel 45, lid 6, artikel 46, lid 4, artikel 47, lid 5, en artikel 50, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 26, lid 13, artikel 29, lid 8, artikel 31, artikel 42, lid 2, artikel 44, lid 4, artikel 45, lid 6, artikel 46, lid 4, artikel 47, lid 5, en artikel 50, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan door te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Een overeenkomstig artikel 26, lid 13, artikel 29, lid 8, artikel 31, artikel 42, lid 2, artikel 44, lid 4, artikel 45, lid 6, artikel 46, lid 4, artikel 47, lid 5, en artikel 50, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 56</TI.ART><STI.ART>Comitéprocedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie wordt bijgestaan door een comité inzake aanvullende beschermingscertificaten. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 57</TI.ART><STI.ART>Evaluatie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Uiterlijk vijf jaar na de in artikel 5, lid 10, bedoelde datum, en iedere vijf jaar daaropvolgend, voert de Commissie een evaluatie van artikel 5, leden 2 tot en met 9, en artikel 11 uit om te beoordelen of de doelstellingen van deze bepalingen zijn verwezenlijkt, en legt zij aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag met de belangrijkste bevindingen voor. Naast de beoordeling van de effecten van de uitzondering voor vervaardiging met het oog op uitvoer wordt in het bijzonder rekening gehouden met de gevolgen van vervaardiging voor het in voorraad hebben om dat product, of geneesmiddel dat dit product bevat, in de lidstaten in de handel te brengen nadat het overeenkomstige certificaat is vervallen, voor de toegang tot geneesmiddelen en voor de uitgaven voor de volksgezondheid, en met de vraag of de uitzondering en met name de in artikel 5, lid 2, punt a), iii), vastgestelde periode voldoende zijn om de in artikel 5 genoemde doelstellingen, met inbegrip van de volksgezondheid, te verwezenlijken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Uiterlijk op<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> ...</STRING></STRING> [PB, gelieve in te voegen: vijf jaar na de datum van toepassing], en iedere vijf jaar daaropvolgend, voert de Commissie tevens een evaluatie uit van de toepassing van hoofdstuk III<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en brengt zij aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité verslag uit over de belangrijkste bevindingen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bij de evaluatie moet met name worden beoordeeld of de doelstellingen van de bepalingen in dat hoofdstuk zijn verwezenlijkt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 65]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 58</TI.ART><STI.ART>Overgangsbepalingen voor in behandeling zijnde aanvragen</STI.ART><PARAG>Artikel 20, lid 2, is niet van toepassing op nationale certificaataanvragen die op xxxxxx [PB – gelieve de datum van toepassing van deze verordening in te voegen] bij de bevoegde nationale autoriteiten in behandeling zijn en die voldoen aan de voorwaarden van artikel 20, lid 1.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 59</TI.ART><STI.ART>Intrekking</STI.ART><PARAG>Verordening (EG) nr. 469/2009 wordt ingetrokken.</PARAG><PARAG>Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IV.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 60</TI.ART><STI.ART>Inwerkingtreding en toepassing</STI.ART><PARAG>Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG><PARAG>De artikelen 20 tot en met 53 en 55, 56 en 57 zijn van toepassing vanaf xxxxx [PB: gelieve in te voegen: de eerste dag van de twaalfde maand na de inwerkingtreding].</PARAG><PARAG>Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE><ANNEX><TI>Bijlage I</TI><P>Ingetrokken verordening met de wijziging ervan</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="67.64*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="32.36*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 1)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Verordening (EU) 2019/933 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 153 van 11.6.2019, blz. 1)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Toetredingsakte van 2012 (PB L 112 van 24.2.2012, blz. 21)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Uitsluitend punt 2, II, 2 van bijlage III</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage II</TI><P>Logo</P><P>Dit logo wordt aangebracht in het zwart en in een zodanige grootte dat het voldoende zichtbaar is.</P><P><FIGDATA FILENAME="20240228-P9_TA(2024)0099_NL-p0000002.png" HEIGHT="405" PREV.TYPE="PNG" WIDTH="720"/></P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage III</TI><P>Standaardformulier voor een melding op grond van artikel 5, lid 2, punten b) en c)</P><P><TABLE><TGROUP COLS="3"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="45.55*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="16.69*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="37.76*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Kruis het passende vakje aan</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2"><P>□ Nieuwe melding</P><P>□ Actualisering van een bestaande melding</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><NO.P>a)</NO.P>Naam en adres van de vervaardiger</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="MIDDLE"><P>…</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><NO.P>b)</NO.P>Doel van de vervaardiging</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2" VALIGN="BOTTOM"><P>□ Uitvoer</P><P>□ In voorraad hebben</P><P>□ Uitvoer en in voorraad hebben</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><NO.P>c)</NO.P>Lidstaat waar de vervaardiging zal plaatsvinden en lidstaat waar de eerste aan de vervaardiging voorafgaande aanverwante handeling (in voorkomend geval) zal plaatsvinden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Lidstaat van vervaardiging</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>(Lidstaat van eerste aanverwante handeling (in voorkomend geval))</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><NO.P>d)</NO.P>Nummer van het certificaat dat in de lidstaat van vervaardiging is verleend en nummer van het certificaat dat in de lidstaat van de eerste aan de vervaardiging voorafgaande aanverwante handeling (in voorkomend geval) is verleend</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Certificaat van de lidstaat van vervaardiging</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>(Certificaat van de lidstaat van eerste aanverwante handeling (in voorkomend geval))</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><NO.P>e)</NO.P>Voor geneesmiddelen die naar derde landen moeten worden uitgevoerd, referentienummer van de vergunning voor het in de handel brengen of van het equivalent van een dergelijke vergunning in elk derde land van uitvoer</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2"><P> </P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage IV</TI><P>Concordantietabel</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="49.38*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="50.62*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Verordening (EG) nr. 469/2009</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, inleidende zin</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, inleidende zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, punten a), b) en c)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, punten 1, 2 en 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, punt d)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1, punten e) en f)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, punten 4 en 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 2, punten 6 tot en met 12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, leden 2 en 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 6, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 6, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, leden 1 tot en met 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, leden 1 tot en met 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 9</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 11</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13, leden 1, 2 en 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 13, leden 1, 2 en 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 16</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 17</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 17</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 18, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 18, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 19</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 20</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 21</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 22</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 23</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 24</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 25</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 26</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 27</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 28</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 29</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 30</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 32</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 33</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 34</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 35</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 37</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 38</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 40</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 41</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 42</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 43</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 44</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 45</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 46</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 47</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 48</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 49</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 50</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 51</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 52</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 53</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>-</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 54</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 55</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 56</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 57, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 57, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 58</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 59</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 23</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 60</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage I</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage -I</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage II</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage –I bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage III</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>-</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bijlage IV</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>