<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0106</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie op dit gebied – jaarverslag 2023</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0424/2023 - Rapporteur: Nacho Sánchez Amor)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 28 februari 2024 over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie op dit gebied – jaarverslag 2023 (2023/2118(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Verdrag voor de rechten van de mens,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 2, 3, 8, 21 en 23 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 17 en 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens andere mensenrechtenverdragen en -instrumenten van de Verenigde Naties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Vluchtelingenverdrag van 1951 en het bijbehorende protocol van 1967,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide van 1948 en resolutie 43/29 van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties van 22 juni 2020 over het voorkomen van genocide,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Internationaal Verdrag tot bestrijding en bestraffing van het misdrijf apartheid van 1976,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 10 december 1984,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen van 18 december 1979,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie op grond van religie of overtuiging, afgekondigd bij resolutie 36/55 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 25 november 1981,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de VN-Verklaring over de rechten van personen behorende tot nationale, etnische, godsdienstige of taalkundige minderheden van 18 december 1992,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de VN-Verklaring over mensenrechtenverdedigers die bij consensus is aangenomen bij resolutie 53/144 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 9 december 1998,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 20 november 1989, en de twee op 25 mei 2000 aangenomen facultatieve protocollen daarbij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (Protocol van Palermo), resolutie 55/25 van 15 november 2000 en het bijbehorende Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel, dat op 25 december 2003 in werking is getreden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Wapenhandelsverdrag van de Verenigde Naties, dat op 24 december 2014 in werking is getreden, en de EU-gedragscode betreffende wapenuitvoer van 5 juni 1998,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring van Peking van de Verenigde Naties van september 1995,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties, die op 25 september 2015 is aangenomen, en met name de doelstellingen nrs. 1, 4, 5, 8, 10 en 16 daarvan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het mondiaal pact inzake migratie van 19 december 2018 en het mondiaal pact inzake vluchtelingen van 17 december 2018,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de achtste evaluatie van de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de Verenigde Naties, die op 22 juni 2023 werd goedgekeurd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verdragen van de Raad van Europa van 4 april 1997 tot bescherming van de rechten van de mens en de waardigheid van het menselijk wezen met betrekking tot de toepassing van de biologie en de geneeskunde, en de aanvullende protocollen daarbij, van 16 mei 2005 inzake bestrijding van mensenhandel, en van 25 oktober 2007 inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa van 11 mei 2011 inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul), dat niet door alle lidstaten is geratificeerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de protocollen nr. 6 en nr. 13 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van de Raad van Europa van 28 april 1983, inzake de afschaffing van de doodstraf onder alle omstandigheden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2020/1998 van de Raad van 7 december 2020 betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige schendingen van de mensenrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB L 410 I van 7.12.2020, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld, tot wijziging en intrekking van Besluit nr. 466/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) 2017/1601 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 209 van 14.6.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het op 17 november 2020 door de Raad aangenomen EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024, en de op 9 juni 2023 aangenomen tussentijdse evaluatie ervan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 25 november 2020 getiteld “EU-genderactieplan (GAP) III – een ambitieuze agenda inzake gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen in het externe optreden van de EU” (JOIN(2020)0017),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 18 september 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: EU-actieplan tegen racisme 2020-2025” (COM(2020)0565),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 24 maart 2021 getiteld “EU-strategie voor de rechten van het kind” (COM(2021)0142),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 3 maart 2021 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030” (COM(2021)0101),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 november 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025” (COM(2020)0698),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers, die op 14 juni 2004 door de Raad zijn aangenomen en in 2008 zijn herzien, en de tweede leidraad inzake de toepassing van de richtsnoeren, die in 2020 is goedgekeurd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren inzake de bevordering van de naleving van het internationale humanitaire recht van 2005, zoals geactualiseerd in 2009<FOOTNOTE><FIELD>PB C 303 van 15.12.2009, blz. 12.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren inzake de doodstraf, zoals geactualiseerd door de Raad op 12 april 2013,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de op 24 juni 2013 door de Raad aangenomen richtsnoeren van de EU over de bevordering en de bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren voor de bevordering en de bescherming van het genot van alle mensenrechten door lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksuelen (LGBTI), die op 24 juni 2013 door de Raad zijn aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake de vrijheid van meningsuiting online en offline, die de Raad op 12 mei 2014 heeft aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake non-discriminatie in het extern optreden, die op 18 maart 2019 door de Raad zijn aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen, die op 17 juni 2019 door de Raad zijn aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de herziene EU-richtsnoeren voor het EU-beleid ten aanzien van derde landen inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, die op 16 september 2019 door de Raad zijn aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de herziene EU-richtsnoeren inzake de mensenrechtendialoog met partner- en derde landen, zoals goedgekeurd door de Raad op 22 februari 2021,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 september 2012 getiteld “Aan de basis van democratie en duurzame ontwikkeling: het maatschappelijke engagement van Europa in de externe betrekkingen” (COM(2012)0492),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 10 maart 2023 over de rol van het maatschappelijk middenveld bij het beschermen en bevorderen van de grondrechten in de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 20 februari 2023 over de prioriteiten van de EU in de mensenrechtenfora van de VN in 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 23 februari 2022 voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 (COM(2022)0071),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 14 september 2022 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake een verbod op met dwangarbeid vervaardigde producten op de markt van de Unie (COM(2022)0453),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het gezamenlijke voorstel van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 3 mei 2023 voor een verordening van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige corruptie (JOIN(2023)0013),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van Reykjavik van de Raad van Europa van 16-17 mei 2023 getiteld “United around our values”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten van 11 juli 2023 getiteld “Protecting human rights defenders at risk: EU entry, stay and support”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag 2022 van de EU over mensenrechten en democratie in de wereld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke routekaart van het Europees Parlement en de roulerende voorzitterschappen van de Raad van 7 september 2022 voor de organisatie, coördinatie en uitvoering van de tijdlijn voor de onderhandelingen tussen de medewetgevers over het CEAS en het nieuwe Europese migratie- en asielpact,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn Sacharovprijs voor de vrijheid van denken, die in 2023 is uitgereikt aan Jina Mahsa Amini en de beweging “Vrouw, leven, vrijheid” in Iran,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 januari 2019 over de EU-richtsnoeren en het mandaat van de speciaal EU-gezant voor de bevordering van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging buiten de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 411 van 27.11.2020, blz. 30.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 23 oktober 2020 over gendergelijkheid in het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 404 van 6.10.2021, blz. 202.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 mei 2021 over de bescherming van de mensenrechten en het externe migratiebeleid van de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 15 van 12.1.2022, blz. 70.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 mei 2021 over de gevolgen van klimaatverandering voor de mensenrechten en de rol die milieuactivisten in dit kader spelen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 15 van 12.1.2022, blz. 111.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 juli 2021 over de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (EU-Magnitski-wet)<FOOTNOTE><FIELD>PB C 99 van 1.3.2022, blz. 152.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 16 september 2021 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende het aanmerken van gendergerelateerd geweld als een nieuwe vorm van criminaliteit als bedoeld in artikel 83, lid 1, VWEU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 117 van 11.3.2022, blz. 88.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 16 maart 2023 over de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/409 van 23.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/409/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn aanbeveling van 17 februari 2022 aan de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid over corruptie en mensenrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB C 342 van 6.9.2022, blz. 295.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 januari 2023 over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie op dit gebied – jaarverslag 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C 214 van 16.6.2023, blz. 77.</FIELD></FOOTNOTE>, en zijn eerdere resoluties over voorgaande jaarverslagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties over mensenrechtenschendingen, de democratie en de rechtsstaat (ook wel spoedresoluties genoemd), die sinds 2019 overeenkomstig artikel 144 van zijn Reglement zijn aangenomen, en met name die van 2022 en 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 3 mei 2022 over de vervolging van minderheden op grond van godsdienst of levensovertuiging<FOOTNOTE><FIELD>PB C 465 van 6.12.2022, blz. 33.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A9‑0424/2023),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het in 2023 respectievelijk 75, 30 en 25 jaar geleden is dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de verklaring en het actieprogramma van Wenen en de verklaring van de Verenigde Naties over mensenrechtenverdedigers en het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof (ICC) werden aangenomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Europese Unie zich bij haar extern optreden laat leiden door de waarden en beginselen die zijn verankerd in artikel 2, artikel 3, lid 5, en artikel 21, lid 2, VEU en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, die ten grondslag hebben gelegen aan de oprichting, ontwikkeling en uitbreiding van de EU; overwegende dat deze waarden in de eerste plaats bestaan in eerbied voor de menselijke waardigheid, de fundamentele vrijheden, de rechtsstaat en de universaliteit en ondeelbaarheid van de mensenrechten, de beginselen van gelijkheid, solidariteit en non-discriminatie en de eerbiediging van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de Unie overeenkomstig artikel 21, lid 2, VEU bij haar extern optreden een gemeenschappelijk beleid en optreden bepaalt en voert om de democratie en de mensenrechten te consolideren en te ondersteunen; overwegende dat dit alleen kan worden bereikt door democratie en mensenrechten een centrale plaats te geven in al het beleid en alle instrumenten van de EU, onder meer op het gebied van handel, ontwikkeling, veiligheid en defensie, en uitbreiding;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat consistentie en samenhang tussen het interne en externe beleid van de EU op basis van de grondbeginselen en ‑waarden van de Unie essentieel zijn voor een doeltreffend en geloofwaardig EU-beleid ter ondersteuning van mensenrechten en democratie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat democratische landen moeten garanderen dat iedereen zijn mensenrechten en fundamentele vrijheden kan genieten; overwegende dat de EU zich volledig blijft inzetten voor de verdediging van het multilateralisme en de universele waarden, beginselen en normen die richtinggevend zijn voor de lidstaten van de VN; overwegende dat de EU en haar partners de verdediging van de universaliteit van de mensenrechten als een prioriteit moeten blijven beschouwen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de op regels gebaseerde internationale orde steeds meer op de proef wordt gesteld door verschillende actoren die, alleen of in onderling overleg, multilaterale organisaties trachten te ondermijnen en de toepassing van het internationaal humanitair recht en het recht inzake de mensenrechten trachten te ondergraven, te omzeilen of te dwarsbomen; overwegende dat informatiemanipulatie en inmenging inmiddels onderdeel vormen van het arsenaal waarvan autocratische actoren zich bedienen om democratische waarden en normen onder druk te zetten, controlemechanismen ter voorkoming van machtsmisbruik uit te hollen, mensenrechtenschendingen in aantal en ernst te doen toenemen en de ruimte voor het maatschappelijk middenveld, onafhankelijke media en democratische oppositiebewegingen te beperken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het aantal autocratieën is toegenomen en dat volgens de Universiteit van Göteborg 70 % van de wereldbevolking momenteel gebukt gaat onder een autoritair bewind<FOOTNOTE><FIELD>Universiteit van Götenburg, “The world is becoming increasingly authoritarian – but there is hope”, 2 maart 2023: https://www.gu.se/en/news/the-world-is-becoming-increasingly-authoritarian-but-there-is-hope</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat democratische achteruitgang wereldwijd een bepalende trend is geworden en zich ook voordoet in gevestigde democratieën, die blijven kampen met problemen als politieke polarisatie, disfunctionerende instellingen en bedreigingen voor de burgerlijke vrijheden; overwegende dat deze toename van autoritarisme, illiberalisme en reactionaire ontwikkelingen wereldwijd, ook in de Europese Unie, een bedreiging vormt voor de op regels gebaseerde wereldorde, de bescherming en bevordering van de mensenrechten en de democratie in de wereld, en de waarden en beginselen waarop de Unie is gegrondvest;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat uit de tussentijdse evaluatie van dit jaar van het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024 is gebleken dat de EU en haar gelijkgestemde partners ondanks de tot dusver geboekte vooruitgang niet achterover mogen leunen, met name gezien de ongekende uitdagingen voor de mensenrechten, de vrijheid en de democratie wereldwijd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat schendingen van het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst overal ter wereld voortduren en leiden tot onderdrukking, conflicten, oorlog en schendingen van het internationaal recht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de onafhankelijke deskundige op het gebied van culturele rechten die rechten in het verslag van 2010 aan de Mensenrechtenraad omschreef als rechten die betrekking hebben op een hele reeks mensenrechtengerelateerde kwesties en waarden, zoals het recht om deel te nemen aan onder meer het culturele leven en onderwijs en de aanwezigheid van culturele rechten in verschillende internationale mensenrechteninstrumenten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat gendergelijkheid een kernwaarde van de EU is; overwegende dat de mensenrechten van vrouwen en meisjes, waaronder hun seksuele en reproductieve rechten, wereldwijd nog steeds worden geschonden; overwegende dat vrouwelijke mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor gendergelijkheid, vrouwenrechten en de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten van vrouwen steeds minder ruimte krijgen voor hun uiterst belangrijke werkzaamheden en nog steeds te maken hebben met de dreiging van geweld, pesterijen en intimidatie; overwegende dat gendermainstreaming en een intersectionele benadering daarom als horizontaal beginsel in alle activiteiten en beleidsmaatregelen van de EU moeten worden toegepast en geïntegreerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de energiecrisis, in combinatie met de voedselproductiecrisis, de armoede en kwetsbaarheid in de wereld doet toenemen, met nadelige gevolgen voor de mensenrechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat verantwoord ondernemen door in de EU gevestigde bedrijven van cruciaal belang is om ervoor te zorgen dat het EU-beleid inzake mensenrechten zowel binnen als buiten de EU effectief wordt uitgevoerd, ook met betrekking tot arbeid; overwegende dat de EU zich inzet voor de bevordering van verantwoord ondernemen in alle productiesectoren en op alle niveaus van de waardeketen, alsook voor de bescherming van slachtoffers van mensenrechtenschendingen en misbruik door bedrijven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat noodsituaties op milieugebied, onder meer als gevolg van klimaatverandering, ontbossing en winningsactiviteiten, tot mensenrechtenschendingen kunnen leiden en niet alleen negatieve gevolgen kunnen hebben voor individuen en gemeenschappen in de onmiddellijke omgeving, maar ook voor de hele mensheid; overwegende dat er de afgelopen jaren een toename is van het aantal moorden en aanvallen op en andere vormen van geweld tegen mensen die opkomen voor milieurechten, ook onder inheemse bevolkingsgroepen; overwegende dat klimaatverandering en aantasting van het milieu twee urgente en onderling verbonden uitdagingen zijn die wereldwijd zowel duurzame ontwikkeling als de uitoefening van de mensenrechten ondermijnen; overwegende dat milieuschade en de gevolgen van de klimaatverandering meer onzekerheid, marginalisering en ongelijkheid tot gevolg hebben, waardoor mensen zich steeds vaker gedwongen zien huis en haard te verlaten of in onveilige situaties belanden waar ze kwetsbaarder worden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties essentiële bondgenoten zijn bij de inspanningen van de EU om overal ter wereld de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat te beschermen en te bevorderen en conflicten te voorkomen; overwegende dat het voor de EU en haar lidstaten dan ook van wezenlijk belang is om hun werk te ondersteunen en hen en de ruimte waarbinnen zij opereren te beschermen; overwegende dat regeringen over de hele wereld steeds meer nieuwe soorten tactieken en beperkende maatregelen tegen mensenrechtenactivisten inzetten om hun werkzaamheden te censureren, hun het zwijgen op te leggen en hun het leven zuur te maken; overwegende dat het bij dergelijke maatregelen onder meer gaat om strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPP’s), restrictief overheidsbeleid, lastercampagnes, discriminatie en intimidatie of geweld, waaronder buitengerechtelijke executies, ontvoeringen en willekeurige arrestatie en detentie; overwegende dat aanvallen op mensenrechtenverdedigers steeds vaker ook gericht zijn tegen hun familieleden en de gemeenschappen waartoe zij behoren; overwegende dat de ruimte voor het maatschappelijk middenveld steeds kleiner wordt, onder meer doordat staten wereldwijd steeds strengere vergunningsprocedures voor maatschappelijke organisaties invoeren, een verbod op of maximumbedragen voor financiering van maatschappelijke organisaties door donoren opleggen, of maatschappelijke organisaties als “buitenlands agent” brandmerken; overwegende dat er in veel landen over de hele wereld een klimaat van straffeloosheid voor gewelddaden tegen mensenrechtenverdedigers heerst;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat terrorisme een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale vrede en veiligheid blijft en een duidelijke schending vormt van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken 2021 aan Aleksej Navalny is toegekend; overwegende dat Navalny sinds februari 2021 onder onmenselijke omstandigheden in de gevangenis zat; overwegende dat zijn laatste plaats van detentie in Yamalo-Nenets in West-Siberië was, waar hij op 16 februari 2024 werd vermoord;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het aanpakken van wereldwijde trends en grote uitdagingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>bevestigt nogmaals dat de mensenrechten en de inherente waardigheid van elk menselijk wezen universeel, ondeelbaar, onderling met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk zijn; wijst opnieuw op de plicht van de EU en haar lidstaten om de democratie, de rechtsstaat en de universaliteit en onvervreemdbaarheid van de mensenrechten wereldwijd op daadkrachtige, coherente en consistente wijze te bevorderen en te beschermen; vraagt de EU en haar lidstaten ertoe bij te dragen dat democratieën en de relevante internationale en regionale organisaties de krachten bundelen om bedreigingen aan te pakken en de mensenrechten wereldwijd te bevorderen, onder meer door een krachtig en openbaar standpunt in te nemen waarin wij ons engagement bevestigen om de universaliteit van de mensenrechten en de rechtsstaat te verdedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>betreurt dat totalitaire en autoritaire regimes multilaterale instellingen, en met name de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, misbruiken en proberen om mensenrechtenmechanismen te neutraliseren, hun vermogen om staten ter verantwoording te roepen voor mensenrechtenschendingen te dwarsbomen en internationale normen te ondermijnen en/of te herschrijven zodat ze in hun autoritaire agenda passen; verzoekt de Raad en de lidstaten met gelijkgezinde democratische bondgenoten samen te werken om te pleiten voor een hervorming van de multilaterale instellingen om die beter bestand te maken tegen kwaadwillige invloed van autoritaire regimes;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt dat de EU volledig paraat moet zijn om het hoofd te bieden aan de opkomst en de kwaadwillige invloed van autoritarisme, illiberalisme en extremisme alsook de bedreigingen voor de bescherming van de mensenrechten en de toenemende aanvallen op de universaliteit van de mensenrechten, de democratie, de rechtsstaat en het internationaal humanitair recht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat de ambitieuze inzet en retoriek van het externe mensenrechtenbeleid van de EU vereisen dat de EU consequent is en het goede voorbeeld geeft wat de inzet voor universele mensenrechten en democratie betreft; betreurt de verslechtering van de situatie op het gebied van mensenrechten en de rechtsstaat wereldwijd, ook in de EU, waardoor zij aan geloofwaardigheid inboet wanneer zij zich kant tegen de wereldwijde achteruitgang van de democratie en de mensenrechten; verzoekt de EU en haar lidstaten het goede voorbeeld te geven en de mensenrechten strikt na te leven, gunstige randvoorwaarden te garanderen voor hun maatschappelijk middenveld en eventuele negatieve tendensen op dit gebied tegen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>veroordeelt de toenemende tendens van schendingen van de mensenrechten en de democratische beginselen en waarden overal ter wereld, zoals onder meer de toenemende sociale, economische en politieke ongelijkheid, het terugdraaien van rechten, met name van vrouwen, de aanhoudende en systematische uitsluiting en discriminatie van hele maatschappelijke groepen, terechtstellingen, buitengerechtelijke executies, foltering, gendergerelateerd geweld, discriminatie en genderapartheid, willekeurige arrestaties en opsluitingen, systematische en structurele discriminatie en ongelijkheid, onderdrukking van gemarginaliseerde en kwetsbare personen en groepen, het maatschappelijk middenveld, politieke tegenstanders en etnische en religieuze minderheden, slavernij en dwangarbeid, gedwongen deportaties, buitensporig gebruik van geweld door de overheid, censuur en bedreigingen ten aanzien van onafhankelijke media en journalisten en bedreigingen in de digitale sfeer, zoals online surveillance en blokkering van het internet; hekelt transnationale repressie door autocratische regimes; betreurt dat de bescherming van democratische instellingen zwakker wordt en dat het maatschappelijk middenveld wereldwijd steeds minder ruimte krijgt, waardoor mensenrechtenschendingen onbestraft blijven; merkt op dat het aantal democratieën verder is afgenomen, terwijl het aantal autoritaire regimes is toegenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>hekelt de op maat gesneden narratieven die autoritaire en illiberale regimes ontwikkelen om de universaliteit van de mensenrechten en de rechtsstaat aan te vallen; waarschuwt dat die regimes die narratieven verspreiden in internationale fora zoals de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties; verzoekt de EU en haar lidstaten die vijandige narratieven tegen te gaan, die vaak gebaseerd zijn op beweringen van cultuurrelativisme om onder andere machtsmisbruik, desinformatie en buitenlandse inmenging ten aanzien van de EU te verhullen; verzoekt de EU en de lidstaten gebruik te maken van alle instrumenten waarover zij beschikken, onder meer door het potentieel van de internationale culturele betrekkingen van de EU ten volle te benutten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is bezorgd over het feit dat er internationale conferenties en sterk gemediatiseerde evenementen worden georganiseerd in autoritaire en illiberale landen waar mensenrechtenverdedigers worden vervolgd of geïntimideerd, en dat die landen dergelijke events gebruiken om zich in de kijker te plaatsen en hun mensenrechtenimago op het wereldtoneel op te poetsen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst op het steeds grotere instrumentarium waarvan autoritaire, totalitaire en illiberale regimes zich bedienen om een kader te creëren om de mensenrechten uit te hollen door middel van wetgevende en niet-wetgevende bepalingen die worden gebruikt om verkiezingen te manipuleren, het maatschappelijk middenveld, gemarginaliseerde en kwetsbare personen en groepen, minderheden, politieke tegenstanders, onafhankelijke media en kritische stemmen het zwijgen op te leggen en te bedreigen, de rechterlijke macht onder controle te houden en onder andere mensenrechtenverdedigers, journalisten, advocaten, kunstenaars en activisten te vervolgen die kritiek hebben op de praktijken van deze regimes;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>hekelt de toenemende veronachtzaming van het internationaal recht inzake de mensenrechten door autoritaire en illiberale regimes, met name die welke interne en internationale conflicten creëren en bestaande conflicten uitbreiden en nieuwe conflicten veroorzaken, met nefaste gevolgen voor de mensenrechten; merkt op dat deze regimes de legitimiteit van het internationaal recht inzake de mensenrechten trachten te ondergraven om zich te onttrekken aan de toepassing ervan, waaraan ze gebonden zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>vraagt dat de doeltreffendheid van de strategie van “discrete” of “stille” diplomatie wordt beoordeeld en vraagt de EU zich meer te laten horen wanneer zij voor de mensenrechten opkomt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>veroordeelt met klem en is ernstig bezorgd over de wreedheden, oorlogsmisdaden en ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht, waaronder seksueel geweld, gendergerelateerd geweld, deportatie van kinderen en foltering van en moord op burgers en krijgsgevangenen, die door de Russische strijdkrachten en hun bondgenoten zijn begaan tijdens de illegale, ongerechtvaardigde en niet-uitgelokte Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; herinnert eraan dat steun aan Oekraïne tijdens zijn oorlog tegen Rusland van groot belang is om de op regels gebaseerde internationale orde te beschermen; dringt erop aan dat alle nodige maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat degenen die oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen in Oekraïne hebben begaan, worden geïdentificeerd en ter verantwoording worden geroepen; verzoekt de EU en haar lidstaten hun volledige steun te blijven verlenen aan de relevante belanghebbenden, maatregelen en mechanismen op dit gebied, waaronder Oekraïense openbaar aanklagers, rechercheurs en rechters, het Internationaal Strafhof (ICC), de onderzoekscommissie van de VN-Mensenrechtenraad en nationale onderzoeken op grond van het beginsel van universele jurisdictie; benadrukt hoe belangrijk het is om bewijzen van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid snel te verzamelen en te bewaren, en verwelkomt de inspanningen van het maatschappelijk middenveld op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is geschokt en ontzet door de moord op Aleksej Navalny, winnaar van de Sacharovprijs 2021, die zijn leven heeft opgeofferd om de democratie te verdedigen en zich te verzetten tegen onderdrukking en corruptie in Rusland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>dringt aan op een onmiddellijk staakt-het-vuren in Gaza;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat er ondanks de grote uitdagingen voor de mensenrechten in de wereld ook lichtpuntjes zijn waaruit blijkt dat er enige vooruitgang is geboekt wat de mensenrechten betreft; staat volledig achter de inspanningen van de VN, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de OVSE (ODIHR) en de Raad van Europa, alsook van mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties, naast anderen, om internationale verbintenissen te vertalen in concrete acties ter verwezenlijking van de mensenrechten; onderstreept dat er behoefte is aan een meer strategische communicatie over mensenrechten en democratie die blijk geeft van de inzet van de EU door positieve ontwikkelingen, beleidsmaatregelen en beste praktijken te delen, en verzoekt de EU-delegaties en de diplomatieke missies van de EU-lidstaten ook in derde landen in die zin te werk te gaan; steunt de campagne van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) om de 75e verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 2023 onder de aandacht te brengen ter ondersteuning van het initiatief Mensenrechten 75 van de Verenigde Naties en het initiatief “Good Human Rights Stories”<FOOTNOTE><FIELD>https://goodhumanrightsstories.net/</FIELD></FOOTNOTE> als een manier om positieve verhalen over mensenrechten te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat de UNRWA een onvervangbare rol speelt bij het verlenen van hulp die van kritiek belang is voor het dagelijkse overleven van 2,2 miljoen burgers in Gaza, wier leven en de meest fundamentele rechten op onbeschrijflijke wijze worden bedreigd; verwerpt de opschorting van de financiering van de UNRWA door 18 landen en herinnert eraan dat als dit besluit niet wordt teruggedraaid, de middelen van de UNRWA de komende maanden uitgeput zullen raken; verzoekt de EU en haar lidstaten dan ook de UNRWA te ondersteunen met adequate financiering zodat zij haar levensreddende humanitaire werk kan voortzetten en verbeteren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een antwoord bieden op de uitdagingen inzake universele mensenrechten en democratie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Handhaving van de internationale mensenrechten en het internationaal humanitair recht</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>wijst op het verband tussen mensenrechtenschendingen en de wijdverbreide straffeloosheid en het gebrek aan verantwoordingsplicht in door conflicten getroffen regio’s en landen; benadrukt dat de internationale mensenrechten en het internationaal humanitair recht moet worden geëerbiedigd, met name de Verdragen van Genève; veroordeelt met klem de schendingen van het internationaal humanitair recht en de mensenrechtenschendingen door regeringstroepen en gewapende groeperingen overal ter wereld, die in sommige gevallen oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid vormen; vraagt dat er tijdens gewapende conflicten en natuurrampen effectief wordt gewaarborgd dat er snel en ongehinderd humanitaire hulp kan worden geboden en dat er tijdens gewapende conflicten en oorlogen stelselmatig humanitaire corridors worden gecreëerd waar en wanneer dat nodig is; hekelt pogingen van autoritaire regeringen om zich te mengen in de activiteiten van humanitaire hulporganisaties en die aan banden te leggen; herinnert in dit verband aan het belang van coördinatie tussen civiele en militaire actoren; hekelt de rampzalige humanitaire gevolgen en de mensenrechtenschendingen als gevolg van moderne oorlogvoering en conflicten wereldwijd, waaronder bombardementen op burgerdoelwitten, verkrachting, foltering, gedwongen ontheemding en onwettige deportaties; wijst op de genderspecifieke gevolgen van gewapende conflicten, waaronder het gebruik van seksueel geweld tegen vrouwen en meisjes als oorlogstactiek, de gevolgen voor kinderen en minderheden en de gevolgen voor het milieu;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt de EU en haar lidstaten zich meer in te spannen om de eerbiediging van het internationaal humanitair recht te bevorderen en slachtoffers te helpen toegang te krijgen tot internationale rechtspraak en bij te staan bij verhaal- en schadeloosstellingsprocedures; benadrukt dat aanvallen die gericht zijn tegen burgers en objecten die onmisbaar zijn voor het overleven van burgers verboden zijn krachtens het internationaal humanitair recht; verzoekt de EU en haar internationale partners ten volle gebruik te maken van alle relevante instrumenten voor de bestrijding van internationale misdrijven, waaronder de toepassing van het beginsel van universele jurisdictie, speciale tribunalen op nationaal en internationaal niveau, ook voor het misdrijf agressie, en flexibele samenwerkings- en financieringsmechanismen om bewijzen van misdrijven snel te verzamelen en te analyseren; verzoekt de Commissie erop toe te zien dat bij de inzet van deze instrumenten voor coördinatie en complementariteit met andere relevante instrumenten van de EU en de lidstaten wordt gezorgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is ernstig bezorgd over het voortduren van langdurige bezettingen en annexaties van gebieden; pleit ervoor om bijzondere aandacht te besteden aan de mensenrechtensituatie in illegaal bezette gebieden, waaronder gevallen van langdurige bezetting zoals in Palestina en de Westelijke Sahara, en in de diverse bevroren conflicten, en om doeltreffende maatregelen te treffen teneinde ernstige mensenrechtenschendingen te voorkomen, waaronder schending van het recht op leven, beperking van de bewegingsvrijheid en discriminatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de lidstaten om gewapende conflicten en ernstige schendingen van de mensenrechten of van het internationaal humanitair recht te helpen indammen door zich strikt te houden aan de bepalingen van artikel 7 van het VN-Wapenhandelsverdrag inzake uitvoer en uitvoerbeoordeling, Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad inzake wapenuitvoer<FOOTNOTE><FIELD>Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie (PB L 335 van 13.12.2008, blz. 99).</FIELD></FOOTNOTE> en de EU-verordening inzake producten voor tweeërlei gebruik<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/821 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot instelling van een Unieregeling voor controle op de uitvoer, de tussenhandel, de technische bijstand, de doorvoer en de overbrenging van producten voor tweeërlei gebruik (PB L 206 van 11.6.2021, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>; dringt er bij de EU op aan het kwaadwillig gebruik van spyware te beoordelen totdat er robuuste regelgeving is ingevoerd om te waarborgen dat het gebruik ervan in overeenstemming is met de internationale mensenrechtennormen; is nog steeds bezorgd over het gebruik van gewapende drones buiten het internationale rechtskader om, en vraagt dat het effect van ontwikkelingsprojecten voor gewapende drones op de mensenrechten wordt beoordeeld; vraagt de EU een initiatief te nemen voor het creëren van een juridisch bindend instrument dat dodelijke autonome wapens zonder betekenisvolle menselijke controle verbiedt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt het belang van een samenhangend EU-beleid ten aanzien van situaties van bezetting of annexatie van grondgebied, met het internationaal humanitair recht als leidraad om ernstige mensenrechtenschendingen ter plaatse te voorkomen; wijst op de verantwoordelijkheid van in de EU gevestigde bedrijven om de hoogste zorgvuldigheidsnormen toe te passen op alle economische of financiële activiteiten in of met deze gebieden, en om te zorgen voor strikte naleving van het internationaal recht en van het EU-sanctiebeleid indien dat op deze situaties van toepassing is; verzoekt de Commissie in dit verband de toepasselijke regels betreffende de handel van de EU met dergelijke gebieden te verduidelijken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Het recht op leven: stappen in de richting van de wereldwijde afschaffing van de doodstraf</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>herhaalt dat het principieel gekant is tegen de doodstraf, die een wrede, inhumane en onterende straf is en onomkeerbaar is; betreurt dat er, ondanks de tendens in bepaalde niet-EU-landen om stappen in de richting van de afschaffing van de doodstraf te zetten, in dit opzicht nog steeds aanzienlijke uitdagingen bestaan; betreurt dat het gebruik van de doodstraf in andere niet-EU-landen toeneemt en dat het aantal uitgevoerde doodvonnissen de afgelopen vijf jaar een hoogtepunt heeft bereikt; roept alle betrokken landen nogmaals op om de doodstraf volledig af te schaffen of een onmiddellijk moratorium af te kondigen als eerste stap in de richting die afschaffing; moedigt de EU en de lidstaten aan om alle instrumenten waarover zij beschikken, met inbegrip van handels- en associatieovereenkomsten met niet-EU-landen, te gebruiken om toe te werken naar een moratorium op de toepassing van de doodstraf met het oog op de afschaffing ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>wijst erop dat de EU zich onverdroten moet blijven inzetten voor de wereldwijde afschaffing van de doodstraf als belangrijke doelstelling van haar extern mensenrechtenbeleid; roept de EU en haar lidstaten op om in relevante alle internationale fora voor afschaffing te pleiten en een zo breed mogelijke steun voor dit standpunt te verzamelen; moedigt de voortdurende inspanningen van de VN-organen voor de universele afschaffing van de doodstraf aan, in overeenstemming met de resoluties van de Algemene Vergadering van de VN; vraagt de landen in kwestie bovendien om als eerste stap de lijst van misdrijven waarop de doodstraf staat, te beperken; vraagt om transparantie over terdoodveroordelingen en terechtstellingen in landen die deze statistieken niet vrijgeven; steunt het proces van de Afrikaanse Unie om een ontwerpprotocol bij het Afrikaans handvest inzake de rechten van mensen en volken betreffende de afschaffing van de doodstraf in Afrika goed te keuren; moedigt andere derde landen en regionale organisaties aan om soortgelijke processen op gang te brengen en maatschappelijke organisaties daar op zinvolle wijze bij te betrekken; benadrukt hoe belangrijk het is om lokale en regionale inspanningen met het oog op de afschaffing van de doodstraf te steunen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Recht op vrijheid van meningsuiting, mediavrijheid, academische vrijheid en recht op informatie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>is ernstig bezorgd over het feit dat de vrijheid van meningsuiting, waaronder artistieke expressie, en de mediavrijheid, met name voor journalisten, over de hele wereld steeds meer worden uitgehold; hekelt het feit dat journalisten, mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties, publieke waakhonden, klokkenluiders en kunstenaars worden gecensureerd door middel van wetten op zogenaamde “buitenlandse agenten” en andere wetgevings- en niet-wetgevingsmaatregelen van autoritaire, totalitaire en illiberale regimes, zoals toenemende administratieve lasten, boetes, bedreigingen en lasterlijk of demoniserend taalgebruik; uit nogmaals zijn diepe bezorgdheid over het gebruik van strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPP’s) om hun het zwijgen op te leggen, en dringt er bij zowel de lidstaten als niet-EU-landen op aan een einde te maken aan dergelijke praktijken; merkt op dat sommige van deze praktijken ook kunnen voorkomen in een aantal sinds jaar en dag democratische landen over de hele wereld; verwelkomt in dit verband de inspanningen om journalisten en activisten, ook in de EU, beter te beschermen tegen ongegronde en onrechtmatige rechtszaken die tot doel hebben hun het zwijgen op te leggen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>erkent dat het van cruciaal belang is om steun te verlenen aan journalisten die te maken hebben met vervolging en bedreigingen voor hun veiligheid, en vraagt dat er programma’s voor de bescherming van journalisten worden opgezet om hen te helpen te verhuizen en zich elders te vestigen wanneer zij onmiddellijk gevaar lopen; betreurt de praktijk van gerichte surveillance en het gebruik van spyware, alsook andere digitale bedreigingen, tegen journalisten en veroordeelt de schendingen van hun recht op privacy, vrijheid van meningsuiting, vrijheid van gedachte, vrijheid van informatie en vrijheid van vereniging door overheids- en niet-overheidsactoren; wijst er nogmaals op dat toegang tot geloofwaardige en betrouwbare informatie, zowel online als offline, een essentieel recht is in een democratische samenleving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>vraagt niet-EU-landen dringend maatregelen te nemen om onnodig of buitensporig gebruik van geweld, intimidatie of willekeurige detentie bij demonstraties te voorkomen, en om wetgeving en bestuurlijke besluiten die het recht op vrijheid van meningsuiting en van vergadering schenden, in te trekken of te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan hun diplomatieke inspanningen op te voeren door bilateraal en multilateraal het gesprek aan te gaan over censuur, bedreigingen voor of aanvallen op de academische vrijheid, in het bijzonder de opsluiting van academici door overheids- en niet-overheidsactoren overal ter wereld, wat belangrijke gevolgen heeft voor het recht op onderwijs, het genot van de voordelen van wetenschappelijke vooruitgang en de vrijheid van mening en meningsuiting; verzoekt de EDEO en de Commissie de bestaande ondersteunings- en beschermingsmechanismen te herbezien teneinde de capaciteit te ontwikkelen om in dergelijke gevallen te kunnen bepalen welke bijstand, met inbegrip van bescherming en ondersteuning in noodsituaties, nodig is en die te verlenen; is verheugd dat academici die gevaar lopen, zijn opgenomen in het EU-mechanisme ter verdediging van de mensenrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt de Commissie steun op hoog niveau te blijven verlenen aan de Global Campus of Human Rights and Democracy, die een veilige omgeving biedt aan studenten en academici die hun land hebben moeten ontvluchten omdat ze opkwamen voor de democratie en de mensenrechten, en die een vlaggenschip is van de steun van de EU voor mensenrechteneducatie wereldwijd; steunt de gezamenlijke verklaring over academische vrijheid die tijdens de 52e zitting van de VN-Mensenrechtenraad is aangenomen en door alle lidstaten wordt gesteund; verzoekt de lidstaten en de EU-delegaties een belangrijke rol te spelen bij het monitoren en rapporteren van schendingen van de academische vrijheid in niet-EU-landen; steunt de ontwikkeling van de ontwerpbeginselen voor de tenuitvoerlegging van het recht op academische vrijheid en verzoekt de EU de goedkeuring van richtsnoeren inzake academische vrijheid binnen het VN-bestel te bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Recht op vrijheid van denken, geweten, godsdienst en levensovertuiging</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>uit andermaal zijn bezorgdheid over schendingen van het recht op vrijheid van denken, geweten, godsdienst en levensovertuiging en daarmee samenhangende haatmisdrijven; benadrukt dat dergelijke schendingen zich over geografische en culturele grenzen heen voordoen; betreurt de instrumentalisering van religieuze of levensbeschouwelijke identiteiten voor politieke doeleinden, waaronder de uitsluiting van religieuze en levensbeschouwelijke minderheden en religieuze gemeenschappen in bepaalde landen; veroordeelt de escalatie van dwang, discriminatie, intimidatie en geweld tegen minderheden op het vlak van gedachte, geweten, godsdienst of levensovertuiging, hun eigendommen en gebedshuizen; hekelt het feit dat godslastering, afvalligheid of andere beschuldigingen op religieuze gronden, en zelfs de mogelijkheid van de doodstraf voor de veroordeelden, worden gebruikt tegen religieuze minderheden en legitieme mensenrechtenactiviteiten, ook op het internet en sociale media, en meer in het algemeen om de ruimte voor het maatschappelijk middenveld in te perken; veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de vervolging van christenen overal ter wereld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>onderschrijft volledig het recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst en het recht om een geloof aan te hangen of niet te geloven, van godsdienst of levensovertuiging te veranderen of zijn geloof of levensovertuiging te verzaken zonder angst voor geweld en discriminatie; laakt het feit dat personen en maatschappelijke organisaties worden aangevallen omdat zij religieuze overtuigingen op vreedzame wijze in twijfel trekken, bekritiseren of hekelen; verzoekt de EU en haar lidstaten hun inspanningen op te voeren om deze rechten te beschermen, deze kwesties aan de orde te stellen in mensenrechtenfora van de VN en samen te werken met de betreffende VN-mechanismen en ‑comités, ook door met niet-EU-landen samen te werken om deze rechten te verdedigen en schendingen te voorkomen; dringt ook aan op meer inspanningen en samenwerking op multilateraal niveau en met de steun van het Internationaal Strafhof om bewijzen van haatmisdrijven te verzamelen, de daders voor het gerecht te brengen en de slachtoffers schadeloos te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>erkent de waarde van interconfessionele en interreligieuze dialoog die leidt tot vreedzame co-existentie en wederzijds begrip tussen verschillende religieuze, levensbeschouwelijke en etnische groepen, en moedigt de EU en de lidstaten ertoe aan die te bevorderen; constateert dat het aantal atheïsten en niet-gelovigen wereldwijd snel toeneemt en dat dit gegeven niet mag worden veronachtzaamd in het EU-beleidskader inzake de vrijheid van gedachte, geweten, godsdienst en levensovertuiging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>beveelt aan dat de speciale gezant van de EU voor de bevordering van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging buiten de EU nauw en op complementaire wijze samenwerkt met de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de EU-vertegenwoordigers voor specifieke regio’s en de Groep mensenrechten van de Raad, en is met het oog hierop van mening dat de functie van de speciale gezant op vergelijkbare wijze in de Europese Dienst voor extern optreden moet worden opgenomen als de andere speciale gezanten en speciale vertegenwoordigers van de EU; betreurt dat de Commissie het mandaat van de speciale gezant heeft verlengd zonder eerst de doeltreffendheid en meerwaarde van de functie te beoordelen, zoals het Parlement herhaaldelijk heeft gevraagd; vraagt dat deze beoordeling wordt uitgevoerd en dat op basis daarvan voldoende financiële en personele middelen worden toegewezen om de speciale gezant in staat te stellen zijn opdracht doeltreffend uit te voeren; herinnert eraan dat het dit jaar tien jaar gelden is dat de EU-richtsnoeren over de bevordering en de bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging zijn uitgevaardigd; betreurt dat er, hoewel in de richtsnoeren staat dat ze om de drie jaar door de Raad moeten worden geëvalueerd, tot dusver geen evaluatie openbaar is gemaakt; verzoekt de Raad deze evaluatie uit te voeren en de resultaten met het Parlement te delen; staat volledig achter de praktijk van de EU om het voortouw te nemen bij gerelateerde thematische resoluties in de VN-Mensenrechtenraad en de Algemene Vergadering van de VN; verzoekt de EDEO en de EU-delegaties algemene kwesties en specifieke gevallen in verband met de vervolging of discriminatie van levensbeschouwelijke of religieuze minderheden waar nodig aan de orde te stellen tijdens mensenrechtendialogen met partnerlanden en in VN-mensenrechtenfora, en daarbij een resultaatgerichte aanpak te volgen en rekening te houden met het genderperspectief;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Recht op gelijkheid en non-discriminatie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>veroordeelt nogmaals alle vormen van racisme, onverdraagzaamheid, vreemdelingenhaat en discriminatie op grond van ras, etniciteit, nationaliteit, sociale klasse, handicap, kaste, godsdienst, levensovertuiging, leeftijd, geslacht, seksuele gerichtheid of genderidentiteit; onderstreept het belang van een intersectionele benadering bij de beoordeling van discriminatievraagstukken; benadrukt dat racisme, discriminatie, vreemdelingenhaat, antisemitisme en islamofobie alsook religieuze vervolging en daarmee verband houdende onverdraagzaamheid wereldwijd nog steeds een groot probleem zijn, en dat deze kwesties nog zijn verergerd door de COVID-19-pandemie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>hekelt de toenemende internationale dreiging van haatzaaiende uitlatingen, ook online; merkt op dat vrouwen online vaker in het vizier worden genomen, wat een negatief effect heeft op de politieke participatie van vrouwen en gendergelijkheid in de besluitvorming; vraagt dat er doeltreffende maatregelen worden genomen om discriminerend gedrag aan te pakken en een einde te maken aan straffeloosheid, en dat er in samenwerking met de lidstaten en met inbreng van het Parlement specifieke lokale strategieën worden ontwikkeld om discriminatie in niet-EU-landen te helpen bestrijden, in overleg met lokale vertegenwoordigers en maatschappelijke organisaties; wijst nogmaals op de cruciale rol van onderwijs en dialoog bij het bevorderen van verdraagzaamheid, begrip en diversiteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>neemt met grote bezorgdheid nota van de omvang en de gevolgen van op kaste gebaseerde hiërarchieën, discriminatie en mensenrechtenschendingen, waaronder de ontzegging van toegang tot het rechtssysteem of de arbeidsmarkt, aanhoudende segregatie, armoede en stigmatisering, en van kastegerelateerde belemmeringen voor de uitoefening van elementaire mensenrechten en menselijke ontwikkeling; vraagt nogmaals dat er een EU-beleid inzake discriminatie op grond van kaste en specifieke lokale strategieën worden ontwikkeld om discriminatie op grond van kaste te helpen bestrijden in de landen die er het meest mee te maken hebben; beveelt het Europees Parlement aan om in al zijn relevante commissies en delegaties aandacht te besteden aan discriminatie op grond van kaste, een contactpunt voor op kaste gebaseerde discriminatie te creëren en bij bezoeken aan niet-EU-landen die met dit probleem te maken hebben, overleg te plegen met relevante organisaties en op kaste gebaseerde discriminatie ter sprake te brengen bij lokale overheden en andere tegenhangers, en een jaarlijkse hoorzitting te houden om de EU-maatregelen en de geboekte vooruitgang te evalueren ter gelegenheid van de Internationale Dag voor de uitbanning van rassendiscriminatie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Recht op vrijwaring van foltering en andere vormen van onmenselijke of vernederende behandeling</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>veroordeelt elke actie of poging om foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, gedwongen verdwijning, willekeurige detentie of buitengerechtelijke executie onder welke omstandigheden dan ook – met inbegrip van wetshandhaving – uit te lokken, te wettigen, toe te staan, te systematiseren of te gedogen; vraagt alle landen op basis van een slachtoffergerichte benadering doeltreffende maatregelen vast te stellen en uit te voeren om foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing te voorkomen en ervoor te zorgen dat de daders ter verantwoording worden geroepen, en betreurt dat het gebruik ervan in veel landen nog steeds wijdverbreid is; stelt met grote bezorgdheid vast dat het aantal gevallen van foltering wereldwijd toeneemt en dat de daders veelal ongestraft blijven; vraagt alle landen hun respectieve ondervragingsregels en ‑protocollen voor wetshandhavers systematisch te herzien in overeenstemming met de internationale mensenrechtennormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>betreurt dat er wereldwijd nog steeds gewetensgevangenen zijn en verzoekt de EDEO en de lidstaten meer inspanningen te leveren om ervoor te zorgen dat zij onvoorwaardelijk in vrijheid worden gesteld; verzoekt de EDEO en de Commissie steun te verlenen voor de oprichting en werking van nationale preventiemechanismen in niet-EU-landen en aan maatschappelijke organisaties die op dit gebied actief zijn; vraagt de EU een dialoog met derde landen aan te gaan om van de verbetering van de omstandigheden in gevangenissen een belangrijke beleidskwestie te maken, met name door het probleem van de overbevolking van gevangenissen aan te pakken door gebruik te maken van alternatieven voor detentie; erkent de belangrijke rol van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers in de strijd tegen foltering en andere vormen van mishandeling, en dringt er bij de EU op aan hen te ondersteunen bij het monitoren van plekken waar mensen worden vastgehouden, overeenkomstig de herziene EU-richtsnoeren inzake foltering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>herinnert eraan dat er tussen 500 en 700 Palestijnse kinderen jonger dan 12 jaar in Israël worden vastgehouden en door Israëlische militaire rechtbanken worden vervolgd; merkt op dat sommigen zonder aanklacht vastzitten, terwijl anderen worden beschuldigd van het gooien van stenen; spreekt zijn diepe afkeuring uit over deze illegale en immorele detentie door de Staat Israël en dringt aan op de vrijlating van alle Palestijnse kinderen uit Israëlische gevangenissen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>verzoekt de EU derde landen aan te moedigen om hun nationale bepalingen inzake gerechtelijke waarborgen in overeenstemming te brengen met hun internationale verbintenissen (bv. strafbaarstelling van foltering overeenkomstig het VN-Verdrag tegen foltering); veroordeelt alle vormen van mensenhandel en dwangarbeid, ook die welke door staten worden gesponsord, en alle vormen van moderne slavernij; verzoekt de EU en haar lidstaten het voortouw te nemen bij de uitroeiing van mensenhandel en dwangarbeid en zo nodig een specifieke vermelding daarvan op te nemen in EU-overeenkomsten met derde landen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Recht op publieke participatie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>merkt op dat het recht om actief en passief deel te nemen aan vrije, transparante en eerlijke verkiezingen niet wordt geëerbiedigd in autoritaire, totalitaire en illiberale regimes, maar dat er ook in een aantal democratische landen steeds meer belemmeringen zijn voor het volledige genot van die rechten; wijst erop dat deze regimes nepverkiezingen houden om hun macht te bestendigen, aangezien het er ontbreekt aan echte politieke concurrentie, legitimiteit en pluralisme; vraagt dat er meer inspanningen worden geleverd om de publieke participatie van minderheden te waarborgen en de vertegenwoordiging van vrouwen en jongeren in verkiezingsprocessen te vergroten; wijst op de rol van de verkiezingswaarnemingsmissies van de EU bij de onafhankelijke en onpartijdige evaluatie van de verkiezingsprocessen die zij monitoren; vraagt dat er follow-up wordt gegeven aan de vaststelling en uitvoering van de aanbevelingen van deze verkiezingswaarnemingsmissies in derde landen en dat die een centrale plaats krijgen in het kader van de betrekkingen tussen de Unie en het derde land in kwestie; merkt op dat het steeds vaker voorkomt dat landen weigeren de EU uit te nodigen om hun verkiezingen waar te nemen, en verzoekt de EDEO daar iets aan te doen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Culturele rechten</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>bevestigt het universele karakter van culturele rechten als vorm van mensenrechten die zowel individuele personen als groepen mensen in staat stelt zich te ontplooien en hun mens-zijn en identiteit te uiten; steunt het mandaat van de speciale rapporteur voor culturele rechten van de VN om culturele rechten binnen het geheel van mensenrechten meer zichtbaarheid te geven en om de ernst van de schending daarvan en de opportuniteiten van de verwezenlijking daarvan voor iedereen inzichtelijker te maken; vraagt dat het mandaat van de speciale rapporteur na 2024 wordt verlengd; veroordeelt ten stelligste de vernieling van historisch, artistiek en cultureel erfgoed tijdens conflicten, de systematische en politiek of ideologisch gemotiveerde vernieling van historisch, artistiek en cultureel erfgoed, en het uitwissen van de identiteit en cultuur van soevereine staten, volkeren of minderheden; veroordeelt het wederrechtelijk weghalen van en de illegale handel in cultuurgoederen; dringt erop aan dat culturele werken en kunstvoorwerpen worden teruggebracht naar waar ze vandaan komen; herinnert eraan dat de vernieling van cultureel erfgoed een oorlogsmisdrijf en een schending van de mensenrechten kan vormen, en herinnert in dit verband aan de verbintenissen die de internationale gemeenschap is aangegaan in het kader van de verantwoordelijkheid om te beschermen, ook met betrekking tot de bescherming van cultureel erfgoed tijdens en in de nasleep van gewapende conflicten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van vrouwen, met inbegrip van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, en gendergelijkheid</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>benadrukt dat vrouwenrechten en gendergelijkheid onontbeerlijke en ondeelbare mensenrechten zijn en als basis fungeren voor de rechtsstaat en voor veerkrachtige democratieën; betreurt dat miljoenen vrouwen en meisjes nog steeds worden geconfronteerd met discriminatie en geweld, met name de meest kwetsbare vrouwen en meisjes in de context van conflicten, postconflictsituaties en ontheemding, in het bijzonder vrouwen en meisjes met een handicap, die dubbel worden gediscrimineerd, en dat vrouwen en meisjes van hun waardigheid, autonomie, met inbegrip van hun lichamelijke autonomie, en zelfs hun leven worden beroofd; veroordeelt het aanhoudende te toenemende verzet tegen gendergelijkheid en vrouwenrechten, met inbegrip van alle pogingen om, met name op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR), bestaande rechten en bescherming terug te draaien, alsook wetgeving, beleid en praktijken die deze rechten in veel landen nog steeds inperken of niet erkennen, wat kan neerkomen op genderapartheid; veroordeelt alle vormen van gendergerelateerd geweld en uitbuiting, en uit zijn bezorgdheid over gedwongen huwelijken en eergerelateerd misbruik van, geweld tegen en moorden op vrouwen en meisjes; verzoekt de EU, haar lidstaten en gelijkgestemde partners hun inspanningen op te voeren om de volledige uitoefening en bescherming van de mensenrechten van vrouwen en meisjes te waarborgen; is ingenomen met de toetreding van de EU tot het Verdrag van Istanbul en verzoekt de EU-lidstaten die dat nog niet hebben gedaan, dit verdrag zo spoedig mogelijk te ratificeren en ten uitvoer te leggen; steunt in dit verband de rol van de EU-ambassadeur voor gender en diversiteit en de inzet van de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten op deze gebieden; pleit voor een EU-handvest van vrouwenrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>erkent dat de bevordering en bescherming van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten essentieel zijn voor het verwezenlijken van gendergelijkheid; bevestigt het recht op toegang tot alomvattende diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, met inbegrip van moderne anticonceptie, veilige en legale abortus, zwangerschapszorg en prenatale en postnatale zorg, medisch begeleide voortplanting en toegang tot informatie en voorlichting over seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, met inbegrip van uitgebreide seksuele voorlichting, zonder enige vorm van discriminatie, dwang of geweld; verzoekt de EU, de EDEO en de lidstaten doortastende maatregelen te nemen om seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, met inbegrip van toegang tot abortus, prioriteit te geven en te bevorderen in multilaterale en bilaterale betrekkingen, overeenkomstig de internationale mensenrechtenwetgeving en ‑normen en de richtsnoeren van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>erkent de meervoudige kwetsbaarheid van vrouwen die tot minderheden behoren, zoals etnische, religieuze of geloofsgemeenschappen, in het bijzonder op plaatsen waar geradicaliseerde groeperingen en gewelddadige milities aanwezig zijn; veroordeelt in krachtige bewoordingen alle vormen van geweld, met inbegrip van seksueel geweld, ontvoering, gedwongen ontheemding, vrouwenhandel of moord op vrouwen op grond van etniciteit, religie of geloof of ingegeven door radicale en extremistische agenda’s; veroordeelt met klem de discriminatie en schendingen van de mensenrechten van vrouwen met een intersectionele identiteit, waaronder vrouwen die tot etnische minderheden behoren; herhaalt zijn verzoek aan de lidstaten om strategieën, beleid en programma’s vast te stellen en uit te voeren om de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten van gemarginaliseerde groepen vrouwen te bevorderen en de systemische, financiële, juridische, praktische en maatschappelijke belemmeringen waarmee zij worden geconfronteerd weg te nemen, en ervoor te zorgen dat seksuele en reproductieve gezondheid en rechten overal worden beschermd en geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>laakt nogmaals commercieel draagmoederschap, een mondiaal fenomeen waardoor vrouwen overal ter wereld worden blootgesteld aan uitbuiting en mensenhandel en waarvoor met name financieel en maatschappelijk kwetsbare vrouwen worden uitgezocht; wijst op de ernstige gevolgen van deze praktijk voor vrouwen, hun rechten en hun gezondheid, en op de grensoverschrijdende gevolgen ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt de EU bij de uitvoering van het genderactieplan III, bij de uitwerking van de lokale EU-strategie tegen discriminatie op grond van geslacht en bij relevante sectorale werkzaamheden intersectionaliteit aan te pakken door een beleid te ontwikkelen ter bestrijding van de vele vormen van discriminatie waarmee de miljoenen vrouwen en meisjes die het slachtoffer zijn van mensenrechtenschendingen worden geconfronteerd, waaronder seksueel misbruik en geweld, ontheemding, dwangarbeid en/of schuldslavernij, prostitutie en mensenhandel, en door gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen en meisjes op te nemen in alle aspecten van externe betrekkingen en ontwikkelingssamenwerking, met name door een feministisch buitenlands, ontwikkelings- en defensiebeleid van de EU vast te stellen in overeenstemming met haar mondiale verbintenissen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>vraagt om meer gezamenlijke inspanningen om een eind te maken aan het gebruik van seksueel geweld als oorlogswapen en aan de straffeloosheid voor de plegers van dergelijk geweld; verzoekt de Commissie zich te blijven inspannen om praktijken als genitale verminking van vrouwen, massale sterilisatie en gedwongen abortus wereldwijd volledig uit te roeien;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van minderheden</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>herinnert eraan dat gewelddadige conflicten overal ter wereld vaak voortspruiten uit het ongenoegen van minderheden over uitsluiting, discriminatie en ongelijkheid in verband met schendingen van de mensenrechten van minderheden, zoals is geconstateerd door de speciale VN-rapporteur voor minderheidsvraagstukken; benadrukt dat de bescherming van de rechten van minderheden moet worden gemainstreamd en dat er beschermingsmechanismen moeten worden ontwikkeld op het niveau van de Verenigde Naties; herinnert aan de verplichtingen van staten om de rechten van hun nationale, etnische, culturele, religieuze of taalkundige minderheden op hun respectieve grondgebied te beschermen; betreurt dat er, ondanks internationale verplichtingen en toezeggingen om minderheden te beschermen, wereldwijd gevallen zijn van gedwongen assimilatie van nationale, etnische en taalkundige minderheden, waarbij hun grondrechten en mensenrechten worden genegeerd; verzoekt de EU en haar lidstaten derde landen actief te ondersteunen bij het eerbiedigen van de fundamentele mensenrechten van nationale, etnische en taalkundige minderheden op alle gebieden; verzoekt de Commissie de bescherming van de rechten van minderheden te ondersteunen, onder meer als prioriteit in het kader van het thematische programma voor de bevordering van democratie en mensenrechten van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) – Europa in de wereld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>wijst op de externe dimensie van het EU-actieplan tegen racisme en verzoekt de Commissie, de EDEO en de EU-delegaties samen te werken met partners in derde landen om de ontwikkeling van soortgelijke strategieën en beleidsmaatregelen te ondersteunen, in overleg met vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en leden van gemarginaliseerde en kwetsbare gemeenschappen, op basis van de aanpak die wordt beschreven in de leidraad van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN (OHCHR) inzake discriminatie op grond van afkomst, gebruikmakend van het hele scala aan mogelijke EU-acties, zoals het bevorderen van wetswijzigingen, de uitvoering van wetgeving, zichtbaarheidsplannen en steunprogramma’s;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van migranten en vluchtelingen </STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>hekelt het feit dat de mensenrechten en de veiligheid van migranten, vluchtelingen en ontheemden worden uitgehold; bevestigt nogmaals hun onvervreemdbare mensenrechten en herinnert aan de verplichting van staten om hen te beschermen in overeenstemming met het toepasselijke internationale recht; verzoekt de EU en haar lidstaten deze rechten daadwerkelijk te eerbiedigen in het kader van het migratie- en asielbeleid van de EU en hun samenwerking met partnerlanden op dit gebied; betreurt dat vreemdelingenhaat, racisme en discriminatie van migranten een stijgende lijn vertonen; benadrukt dat vluchtelingen en migranten, vooral die zonder papieren, met diverse vormen van geweld worden geconfronteerd, ook wanneer zij ontheemd raken, zoals seksueel en gendergerelateerd geweld, alsook met tal van belemmeringen, zoals bij de toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, fatsoenlijke huisvesting en andere basisdiensten; is uiterst bezorgd over het ongekende aantal ontheemden als gevolg van mensenrechtenschendingen, dat de afgelopen tien jaar is verdubbeld; is verheugd dat de richtlijn tijdelijke bescherming<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PB L 212 van 7.8.2001, blz. 12).</FIELD></FOOTNOTE> is geactiveerd en vraagt dat die indien nodig wordt gebruikt; vraagt dat de inspanningen ter bescherming van de rechten van migranten worden opgevoerd, dat hun toegang tot alle basisdiensten wordt gegarandeerd, ook tijdens hun doorreis, en dat het beginsel van non-refoulement in acht wordt genomen; vraagt dat er onmiddellijk een einde wordt gemaakt aan de illegale praktijk van pushbacks; vraagt dat de onderliggende oorzaken van migratie en ontheemding worden aangepakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>benadrukt het belang van de beginselen van solidariteit en gedeelde verantwoordelijkheid tussen de lidstaten bij de aanpak van migratiestromen, onder meer om de uitdagingen te verlichten waarmee de lidstaten van eerste aankomst worden geconfronteerd; betuigt nogmaals zijn steun voor de routekaart voor het migratie- en asielpact; dringt er bij de medewetgevers op aan zich extra in te spannen om de hervorming van het wetgevingskader voor asiel en migratie vóór het einde van de huidige zittingsperiode af te ronden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>benadrukt dat alle overeenkomsten van de EU en de lidstaten met niet-EU-landen inzake samenwerking op het gebied van migratie en terugname strikt in overeenstemming moeten zijn met de internationale mensenrechten, het vluchtelingenrecht en het zeerecht, en met name met het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen; verzoekt de Commissie mechanismen voor voorafgaande beoordeling en monitoring te integreren om het effect op de mensenrechten van de samenwerking met derde landen op het gebied van migratie te evalueren, en de resultaten met het Parlement te delen; is ernstig bezorgd over de praktijk van informele afspraken met derde landen over samenwerking op het gebied van migratie, waarop het Parlement geen toezicht kan uitoefenen; verzoekt de lidstaten transparantie aan de dag te leggen en parlementaire controle en democratisch toezicht mogelijk te maken, met name als het gaat om samenwerking met partijen waarvan bekend is dat ze zich schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen; dringt erop aan dat de mensenrechten worden geïntegreerd in en gemonitord bij alle activiteiten van het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex) en het Asielagentschap van de Europese Unie (EASO);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>verzoekt de EU en haar lidstaten te zorgen voor volledige transparantie over aan migratie gerelateerde EU-financiering voor derde landen en te garanderen dat die niet direct of indirect het plegen van mensenrechtenschendingen of straffeloosheid voor dergelijke schendingen in de hand werkt; vraagt dat dat bij door de EU gefinancierde humanitaire operaties rekening wordt gehouden met de specifieke behoeften van kinderen en andere kwetsbare groepen en dat hun bescherming tijdens hun ontheemding wordt gewaarborgd; keurt in dit verband de plaatsing van kindmigranten in detentiecentra af, met name wanneer zij van hun ouders of wettelijke voogden worden gescheiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>veroordeelt met klem de smokkelnetwerken die zich bezighouden met migrantensmokkel en mensenhandel en verzoekt de EU en haar lidstaten hun inspanningen op te voeren om deze netwerken te bestrijden en smokkel te voorkomen, onder meer door samen te werken met derde landen, met inachtneming van de Europese en internationale mensenrechtennormen; benadrukt dat smokkelnetwerken winst maken door het gebrek aan veilige en legale migratieroutes en verantwoordelijk zijn voor het tragische verlies van mensenlevens langs migratieroutes; onderstreept dat informatieverspreiding en bewustmakingscampagnes over de risico’s van smokkel van cruciaal belang zijn;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van inheemse volkeren</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>betreurt dat inheemse volkeren wereldwijd nog steeds te maken hebben met wijdverbreide en systematische discriminatie en vervolging, met inbegrip van gedwongen ontheemding; veroordeelt willekeurige arrestaties en de moord op verdedigers van mensenrechten en landrechten die opkomen voor de rechten van inheemse volkeren; benadrukt dat de bevordering van de rechten van inheemse volkeren en hun traditionele gebruiken van essentieel belang is voor de verwezenlijking van duurzame ontwikkeling, de bestrijding van klimaatverandering en de instandhouding van de biodiversiteit; dringt er bij regeringen op aan om een ontwikkelings- en milieubeleid te voeren dat economische, sociale en culturele rechten eerbiedigt en rekening houdt met inheemse volkeren en de lokale bevolking, in overeenstemming met de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN; vraagt de EU, de lidstaten en hun partners in de internationale gemeenschap nogmaals alle nodige maatregelen te nemen voor de erkenning, bescherming en bevordering van de rechten van inheemse volkeren, ook met betrekking tot hun talen, land, gebieden en hulpbronnen, zoals vastgelegd in de VN-Verklaring over de rechten van inheemse volkeren, met name in verband met vrije, voorafgaande en geïnformeerde instemming; verzoekt de EU en haar lidstaten te goeder trouw te zorgen voor betrokkenheid en eerbiediging van bovengenoemde rechten door middel van de handelsinstrumenten van de EU en de relevante EU-wetgeving die van toepassing is op in de EU gevestigde bedrijven; moedigt de ratificatie van Verdrag nr. 169 van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) betreffende inheemse en in stamverband levende volken aan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>verzoekt alle landen, met name de EU en haar lidstaten, ervoor te zorgen dat inheemse volkeren en lokale gemeenschappen worden betrokken bij de beraadslagingen en besluitvormingsprocessen van de internationale klimaatdiplomatie; moedigt de Commissie aan om de dialoog en samenwerking tussen inheemse volkeren en de EU te blijven bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Mensenrechten, bedrijfsleven en handel</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>wijst op de rol van handel als belangrijk instrument om de mensenrechtensituatie in de partnerlanden van de EU te bevorderen en te verbeteren, onder meer via het stelsel van algemene preferenties plus (SAP+); stelt evenwel vast dat er in een aantal van de landen in kwestie nauwelijks sprake is van vooruitgang; betreurt de schadelijke effecten van buitensporige en uitbuitende bedrijfsactiviteiten op de mensenrechten en de democratie, en veroordeelt bedrijven die natuurlijke hulpbronnen op onrechtmatige wijze exploiteren, met negatieve gevolgen voor het genot van mensenrechten in lokale gemeenschappen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt de EU te voorzien in aanvullende en ambitieuze Europese en internationale instrumenten met krachtige en materiële bepalingen, onder andere over toegang tot de rechter en doeltreffende rechtsmiddelen voor getroffen personen; dringt in dit verband aan op een snel en ambitieus definitief akkoord over de richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid, met bindende EU-regels inzake verantwoord gedrag van bedrijven met betrekking tot mensen-, arbeids- en milieurechten, en op een tijdige voltooiing van het verbod op producten die met dwangarbeid zijn vervaardigd, zodat dergelijke producten worden geweerd van de markt van de Unie; onderstreept dat zinvolle betrokkenheid van belanghebbenden, waaronder slachtoffers, vertegenwoordigers van slachtoffers, werknemersvakbonden en andere belanghebbenden, een overkoepelend en vast onderdeel van het proces van passende zorgvuldigheid vormt, alsook een fundamentele stap bij het vaststellen, aanpakken en uitbannen van dwangarbeid; benadrukt het belang van herstelmaatregelen en maatregelen voor toegang tot de rechter die in overeenstemming zijn met de leidende beginselen inzake bedrijfsleven en mensenrechten van de Verenigde Naties, waaronder financiële en niet-financiële maatregelen in overleg met de slachtoffers; verzoekt de Commissie een aanbeveling aan de Raad voor te leggen om zo spoedig mogelijk een ambitieus mandaat voor de EU te verkrijgen om deel te nemen aan de lopende onderhandelingen over het juridisch bindende VN-instrument inzake bedrijfsleven en mensenrechten; verzoekt de Commissie, de EDEO en de EU-delegaties in hun dialoog met derde landen te pleiten voor maatschappelijk verantwoord ondernemen en verantwoordingsplicht van bedrijven en voor de beginselen, en hen te ondersteunen bij de ontwikkeling van hun eigen nationale actieplannen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>herinnert eraan dat ondernemingen de verantwoordelijkheid hebben om erop toe te zien dat hun activiteiten en toeleveringsketens niet betrokken zijn bij schendingen van de mensenrechten, onder andere die van mensen die opkomen voor het milieu, inheemse volkeren en arbeidsrechten; wijst op de essentiële verplichtingen en verantwoordelijkheden van staten en andere actoren, waaronder bedrijven, om de gevolgen van klimaatverandering te beperken, negatieve gevolgen voor de mensenrechten te voorkomen en passend beleid te bevorderen met inachtneming van de verplichtingen op het gebied van de mensenrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>herinnert eraan dat het recht op werk is verankerd in artikel 23 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en benadrukt in dit verband dat kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) wereldwijd goed zijn voor meer dan twee derde van de banen en de bevordering van sociale en economische rechten kunnen ondersteunen; herhaalt in dit verband hoe belangrijk het is te zorgen voor een passend gelijk speelveld voor kmo’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>benadrukt dat vrijheid van ondernemerschap een recht is dat is verankerd in artikel 16 van het Handvest van de grondrechten; moedigt de EU en de lidstaten aan om een leidende rol te spelen in de besprekingen over de wereldwijde erkenning van de vrijheid van ondernemerschap als mensenrecht bij de VN en in andere multilaterale fora;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van lhbtiq+-personen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>betreurt de schendingen – discriminatie, vervolging, geweld en moord – van de mensenrechten van lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders, non-binaire personen, interseksuelen en queer personen (lhbtiq+) wereldwijd en van degenen die voor hun rechten opkomen; erkent het belang van inclusief onderwijs om discriminatie al in een vroeg stadium tegen te gaan; is uiterst bezorgd over de verspreiding van haat en anti-lhbtiq+-narratieven en wetgeving tegen lhbtiq+-personen en mensenrechtenverdedigers; verzoekt niet-EU-landen specifiek beleid vast te stellen om lhbtiq+-personen te beschermen en hun de nodige instrumenten te geven om schendingen van hun rechten veilig te kunnen melden; verzoekt niet-EU-landen wetsbepalingen te schrappen die direct of indirect leiden tot discriminatie, intimidatie en van lhbtiq+-personen; dringt er andermaal op aan dat de strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025 volledig wordt uitgevoerd, als hét instrument van de EU om de situatie van deze groep personen wereldwijd te verbeteren; is met name bezorgd over lhbtiq+-personen die onder niet-democratische regimes leven en vraagt om een flexibele mechanismen om hen en de verdedigers van hun rechten te beschermen; verzoekt de EU en de lidstaten de EU-richtsnoeren inzake de bevordering en bescherming van alle mensenrechten van lhbtiq-personen grondig en consequent toe te passen in al hun extern beleid;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van het kind</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>veroordeelt met klem de achteruitgang van de eerbiediging van de rechten van het kind en de toenemende schendingen van deze rechten, onder andere door geweld, huwelijken op jonge leeftijd en gedwongen huwelijken, seksueel misbruik en seksuele uitbuiting, genitale verminking, mensenhandel, kinderarbeid, met inbegrip van dwangarbeid door kinderen, rekrutering van kindsoldaten, onder meer door criminele bendes, gebrek aan toegang tot onderwijs, met inbegrip van het recht om kennis te nemen van hun eigen cultuur, tradities en talen en gezondheidszorg, ondervoeding, segregatie en extreme armoede; veroordeelt de ontvoering, gedwongen scheiding of deportatie, adoptie en gedwongen assimilatie van kinderen, ook van etnische minderheden, met name tijdens oorlogen en conflicten; wijst op het nog steeds grote aantal kinderen in de wereld dat gedwongen wordt te werken, meestal onder gevaarlijke omstandigheden; roept er nogmaals toe op om de rechten van het kind in al het beleid van de EU stelselmatig en consistent te bevorderen en te verdedigen; vraagt dat in de rechtsgang specifiek rekening wordt gehouden met de rechten van het kind om de toegang van kinderen tot de rechter en effectieve rechtsmiddelen te verbeteren en ervoor te zorgen dat daders verantwoording afleggen; benadrukt dat er duurzame manieren moeten worden gecreëerd voor de re-integratie en schadeloosstelling van kinderen wier rechten zijn geschonden bij conflicten wereldwijd; vraagt dat het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind dringend volledig en universeel wordt geratificeerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>wijst op de rol van onderwijs in de ontwikkeling van kinderen en jongeren overal ter wereld; benadrukt dat toegang tot universeel, inclusief en kwalitatief hoogstaand onderwijs een mensenrecht is, dat ook bewustmaking moet omvatten over hun mensenrechten, wanneer sprake is van een schending van die rechten en hoe ze dat kunnen melden; merkt op dat artikel 26 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bepaalt dat aan de ouders in de eerste plaats het recht toekomt om de soort van onderwijs te kiezen, welke aan hun kinderen zal worden gegeven; verzoekt de EU en haar lidstaten alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat het recht op onderwijs overal ter wereld wordt geëerbiedigd, ook in vluchtelingenkampen en ‑centra; verzoekt de Commissie en de EDEO de financiering van onderwijs via de externe financieringsinstrumenten van de Unie op peil te houden en niet-EU-landen te ondersteunen bij het opzetten en ontwikkelen van onderwijsstelsels van goede kwaliteit; benadrukt dat alle onderwijs- en schoolmateriaal moet voldoen aan de onderwijsnormen van de Unesco;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van personen met een handicap</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>is bezorgd over de problemen met het volledige genot van de rechten van personen met een handicap, zoals toegang tot inclusief en hoogwaardig onderwijs, gezondheidszorg en werkgelegenheid, en deelname aan het politieke leven; herhaalt zijn oproep aan de EU om wereldwijd te helpen bij de ontwikkeling van beleid ter ondersteuning van verzorgers van personen met een handicap; vraagt alle belanghebbenden het maatschappelijk bewustzijn te vergroten en discriminerend gedrag jegens mensen met een handicap te bestrijden; herhaalt zijn oproep aan de Commissie en de lidstaten om hun inspanningen ter bevordering van gelijke rechten voor personen met een handicap via het externe optreden van de EU op te voeren, ook met betrekking tot kandidaat-lidstaten, in overeenstemming met de bestaande verplichtingen als staten die partij zijn bij het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap; onderstreept dat moet worden gezorgd voor een systematische en gestructureerde dialoog met organisaties in partnerlanden die personen met een handicap vertegenwoordigen en dat er beleid moet worden gevoerd dat garandeert dat zij ten volle gebruik kunnen maken van hun mensenrecht om op voet van gelijkheid te participeren in de samenleving, ook bij de uitoefening van hun stemrecht, rekening houdend met hun specifieke behoeften en perspectieven; herhaalt zijn oproep aan de EU om partnerlanden te helpen bij de ontwikkeling van beleid ter ondersteuning van hoogwaardige, toegankelijke en betaalbare zorg voor mensen met een handicap; vraagt dat het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid snel wordt goedgekeurd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van ouderen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de EU en haar lidstaten om nieuwe wegen te verkennen om de rechten van ouderen te versterken, rekening houdend met de vele problemen waarmee zij worden geconfronteerd, zoals leeftijdsdiscriminatie, armoede, geweld, gebrek aan sociale bescherming, eenzaamheid en digitale uitsluiting; verzoekt niet-EU-landen beleid vast te stellen dat de toegang van ouderen tot hoogwaardige, toegankelijke en betaalbare gezondheidszorg en sociale en juridische diensten vergemakkelijkt, met bijzondere aandacht voor de bestrijding van het armoederisico voor met name oudere vrouwen als gevolg van de loonkloof tussen mannen en vrouwen tijdens hun beroepsleven; benadrukt dat hun autonome participatie in publieke aangelegenheden moet worden gewaarborgd en dat ze al hun mensenrechten en fundamentele vrijheden waardig moeten kunnen uitoefenen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Recht op voedsel, water en sanitaire voorzieningen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>herinnert eraan dat het recht op voedsel, veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen, met inbegrip van het recht op fysieke en economische toegang tot veilig en voldoende voedsel, water en hygiënische voorzieningen, een internationaal erkend mensenrecht is; is uiterst bezorgd over de wereldwijde problemen in verband met het recht op voedsel, met name in oorlogs- en conflictsituaties, alsook bij natuurrampen en extreme weersomstandigheden als gevolg van de klimaatverandering; verzoekt de EU en haar lidstaten binnen het VN-systeem bindende richtsnoeren inzake het recht op voedsel te bevorderen; vraagt dat er overheidsbeleid wordt vastgesteld voor de bestrijding van honger, vooral onder kinderen, onder meer door betere internationale samenwerking bij maatregelen tegen mondiale voedselonzekerheid en het verlenen van dringende hulp aan bevolkingsgroepen die risico lopen op hongersnood en ondervoeding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>verzoekt de EU, haar lidstaten en de internationale gemeenschap zich onverwijld meer inspanningen te getroosten om een eind te maken aan de trend van steeds vaker voorkomende ernstige voedseltekorten; onderstreept dat de voedselonzekerheid is verergerd door tal van conflicten in de wereld, waaronder de huidige conflicten in landen die grote mondiale exporteurs van primaire voedingsproducten – met name graan – zijn, met enorme gevolgen in verschillende delen van de wereld; veroordeelt met klem het gebruik van of het dreigen met voedselonzekerheid als politiek oorlogsinstrument, en laakt de negatieve effecten van speculatie met voedselprijzen; dringt met name aan op een onmiddellijk en permanent staakt-het-vuren in de Gazastrook om de bewoners daar een ononderbroken toegang tot voedsel en water te kunnen bieden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Recht op een schoon, gezond en duurzaam milieu</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>benadrukt dat de klimaatcrisis en de gevolgen ervan voor het milieu en de biodiversiteit direct van invloed zijn op het effectieve genot van alle mensenrechten en dat deze kwesties onderling verband houden en onderling afhankelijk zijn; vraagt dat er snel beleid wordt vastgesteld om de internationale samenwerking te verbeteren en de capaciteitsopbouw in dit verband te versterken, zoals vastgesteld in Resolutie 76/300 van de Algemene Vergadering van de VN; erkent het uiterst belangrijke werk dat door maatschappelijke organisaties, verdedigers van milieugerelateerde mensenrechten en voorvechters van inheemse volkeren wordt verricht voor het behoud en de bescherming van het milieu en de biodiversiteit; betreurt het risico en veroordeelt alle vormen van geweld waarmee verdedigers van milieugerelateerde mensenrechten worden geconfronteerd, en vraagt dat hun bescherming op doeltreffende wijze wordt gewaarborgd; benadrukt de noodzaak van een doeltreffende aanpak van ontheemding van mensen als gevolg van milieuvernietiging en klimaatverandering, waardoor het risico op mensenrechtenschendingen en kwetsbaarheid voor verschillende vormen van uitbuiting toeneemt; verzoekt de EU en de lidstaten zich meer in te zetten voor de ondersteuning van regionale mechanismen zoals de speciale VN-rapporteur voor milieubeschermers en de overeenkomst van Escazú<FOOTNOTE><FIELD>“Regional Agreement on Access to Information, Public Participation and Justice in Latin America and the Caribbean”, 4 maart 2018.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>dringt er bij de EU, de VN en regionale mensenrechtenmechanismen op aan een grotere rol op zich te nemen bij de bescherming van mondiale ecosystemen en milieuactivisten, in het bijzonder daar waar de klimaatverandering ernstige gevolgen heeft voor inheemse en lokale gemeenschappen; verzoekt de EU op het niveau van de VN een initiatief te bevorderen waarbij internationale waarnemers instaan voor het monitoren van zware milieuschade, ernstige milieucrises of situaties waarin verdedigers van milieurechten bijzonder veel risico lopen, en samen te werken met en bijstand te verlenen aan de autoriteiten om voor deze verdedigers een beschermende omgeving tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>moedigt de EU en de lidstaten aan om de erkenning van ecocide als internationaal misdrijf in de zin van het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>herinnert eraan dat de transitie naar schone energie rechtvaardig moet zijn en dat daarbij ieders grondrechten geëerbiedigd moeten worden; benadrukt dat energietransitiebeleid en ‑projecten zodanig moeten worden opgezet en uitgevoerd dat ze mensenrechtenschendingen niet verergeren en het milieu niet schaden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Mensenrechten en digitale technologieën</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>is bezorgd over de bedreiging die artificiële intelligentie (AI) kan vormen voor democratieën en mensenrechten, met name als het ontbreekt aan passende regulering; is ingenomen met de conclusies van de Raad van 26 juni 2023 om de rol en het leiderschap van de EU op het gebied van mondiale digitale governance, en met name haar positie als vormgever van het mondiale digitale rulebook, te versterken, en verwelkomt in dit verband het voorstel voor een verordening ter harmonisering van de regels betreffende AI die de mensenrechten, met name het recht op een privéleven en non-discriminatie, en de voordelen van AI voor het menselijk welzijn moeten beschermen; benadrukt dat nieuwe en opkomende technologieën zoals spyware dringend toezicht, gedegen transparantie en passende waarborgen vereisen; benadrukt het belang van een op mensenrechten gebaseerde benadering van deze technologieën; veroordeelt het gebruik van nieuwe en opkomende technologieën als dwanginstrumenten om mensenrechtenverdedigers, activisten, journalisten, advocaten en minderheden nog meer lastig te vallen, te intimideren en te vervolgen; is er stellig van overtuigd dat de uitvoer van spyware uit de Unie naar derde landen waar dergelijke instrumenten worden gebruikt tegen mensenrechtenactivisten, journalisten en critici van de regering, een ernstige schending van de in het Handvest verankerde grondrechten en een zware inbreuk op de uitvoerregels van de Unie vormt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>betreurt praktijken van autoritaire en totalitaire regimes die de toegang van burgers tot het internet beperken, zoals het platleggen van het internet tijdens openbare vergaderingen en demonstraties; benadrukt het belang van een open, vrije, stabiele en veilige cyberspace waarin de kernwaarden van democratie, mensenrechten en de rechtstaat worden ondersteund; benadrukt hoe belangrijk het is dat de digitale diplomatie van de EU een op mensenrechten gebaseerde benadering van digitale technologieën bevordert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>maakt zich zorgen over het gebruik van cyberaanvallen, die worden beschouwd als hybride bedreigingen en vaak worden ingezet tegen diensten en infrastructuur die van kritiek belang zijn voor de burgerbevolking; uit zijn bezorgdheid over de toename van dit fenomeen, omdat het ook kan leiden tot schendingen van de digitale rechten van de bevolking en offlinegeweld kan aanwakkeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>verzoekt de Commissie en de EDEO de vaststelling van wetgeving inzake desinformatie en haatzaaiende uitlatingen in derde landen te stimuleren teneinde uitlatingen die aanzetten tot discriminatie, haat of geweld op basis van ras, etniciteit, nationaliteit, sociale klasse, handicap, kaste, godsdienst, levensovertuiging, leeftijd, seksuele gerichtheid, geslacht of genderidentiteit uitdrukkelijk te verbieden en te bestraffen, en er bij technologiebedrijven en socialemediaplatforms op aan te dringen een onlineomgeving te bevorderen die rekening houdt met de mensenrechten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Versterking van het instrumentarium van de EU voor de bevordering en bescherming van mensenrechten en democratie in de wereld</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>merkt op dat het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie door de EU en haar lidstaten tot dusver weliswaar voor een groot deel is uitgevoerd, maar dat die uitvoering nog steeds achterstand heeft en moeilijk te beoordelen is omdat er geen tijdgebonden en concrete doelstellingen zijn; neemt nota van de opmerking in de tussentijdse evaluatie van het actieplan over de ongekende uitdagingen waarvoor de wereld sinds de vaststelling van het actieplan is komen te staan, en van de algemene achteruitgang in de bescherming van de mensenrechten in de afgelopen jaren, maar onderstreept dat dit moet leiden tot een betere uitvoering van het actieplan in de resterende periode, teneinde de synergieën en complementariteit tussen mensenrechten en democratie op lokaal, nationaal en mondiaal niveau te maximaliseren; is ingenomen met de beoordeling van de EU-maatregelen inzake mensenrechtenverdedigers in het kader van de herziening; vraagt dat de verdediging en bevordering van de universaliteit van de mensenrechten wordt opgenomen in de pijlers van het volgende EU-actieplan, met speciale aandacht voor de narratieven en instrumenten waarvan autoritaire en illiberale regimes zich bij hun aanvallen in dit verband bedienen; benadrukt dat de kloof tussen de strategische visie en doelstellingen van het actieplan en de operationele dimensie ervan moet worden gedicht; benadrukt dat het belangrijk is dat de lidstaten verantwoordelijkheid op zich nemen voor het EU-actieplan voor mensenrechten en democratie en publiekelijk verslag uitbrengen over hun maatregelen in het kader van dit strategische document; moedigt nationale en regionale parlementen, nationale mensenrechteninstellingen en lokale maatschappelijke organisaties aan om met hun autoriteiten op lidstaatniveau in gesprek te gaan over hun bijdrage aan de uitvoering van het externe mensenrechtenbeleid van de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Speciale vertegenwoordiger van de EU (SVEU) voor de mensenrechten</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>staat volledig achter de werkzaamheden van de SVEU voor de mensenrechten, die bijdragen aan de zichtbaarheid en samenhang van het mensenrechtenoptreden van de EU in de externe betrekkingen van de EU; verzoekt de EDEO zijn rol te versterken en hem meer zichtbaarheid te geven bij de bevordering en bescherming van de mensenrechten in zijn contacten met derde landen en gelijkgestemde partners en bij het begeleiden van de uitvoering van het actieplan inzake mensenrechten en democratie; vraagt dat er meer verantwoording wordt afgelegd en meer transparantie aan de dag wordt gelegd over en meer zichtbaarheid wordt gegeven aan het werk van het mandaat, onder meer door openbare verslaglegging over landenbezoeken, het werkprogramma en de prioriteiten; is van mening dat de omvang van het mandaat de aanstelling van een fulltime mandaathouder rechtvaardigt; dringt erop aan dat de volgende SVEU pas definitief wordt benoemd na een positieve evaluatie van de Commissie buitenlandse zaken en de Subcommissie mensenrechten van het Parlement en dat de SVEU regelmatig verslag uitbrengt aan het Parlement;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld en het thematisch programma voor mensenrechten en democratie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>herinnert aan de fundamentele rol die het NDICI – Europa in de wereld, met inbegrip van zijn thematisch programma voor mensenrechten en democratie, speelt als vlaggenschipinstrument van de EU bij de bevordering en bescherming van de mensenrechten en de democratie in de wereld; herhaalt in het licht van de huidige wereldwijde achteruitgang zijn oproep om meer steun te verlenen aan maatschappelijke organisaties, prodemocratische activisten en mediaorganisaties, onder andere via het Europees Fonds voor Democratie; benadrukt dat bij alle relevante externe activiteiten van de EU moet worden samengewerkt met het maatschappelijk middenveld en andere lokale partners; wijst er nogmaals op hoe belangrijk het is om een op mensenrechten gebaseerde aanpak in de instrumenten voor extern optreden van de EU te stroomlijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>pleit andermaal voor meer transparantie met betrekking tot bepalingen betreffende de mensenrechten in financieringsovereenkomsten in het kader van het NDICI en voor een verduidelijking van het mechanisme en de criteria voor de opschorting van deze overeenkomsten in geval van schending van de mensenrechten, de democratische beginselen en de rechtsstaat; benadrukt dat de EU zich volledig moet onthouden van begrotingssteun als middel om bijstand te verlenen aan regimes die schromelijk tekortschieten in de naleving van de internationale normen op het gebied van mensenrechten, democratie en corruptiebestrijding; benadrukt dat de steun in dergelijke gevallen via het maatschappelijk middenveld moet worden verleend; vraagt de EU bijzondere zorg te besteden aan de beoordeling en voorkoming van schendingen die verband houden met de eigen beleidsmaatregelen, projecten en financiering van de Unie in derde landen, onder meer door een klachtenmechanisme in te voeren voor personen of groepen wier rechten mogelijk zijn geschonden door activiteiten van de EU in deze landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>herinnert eraan dat de EU heeft toegezegd om de transitie van institutionele zorg naar zorg in gezins- en gemeenschapsverband te steunen bij haar externe optreden in het kader van het NDICI; dringt er dan ook bij de EU-instellingen op aan om geen financiering te verstrekken aan instellingen, bijvoorbeeld voor verbouwingen, nieuwbouw of renovaties, als dat geen deel uitmaakt van een de-institutionaliseringsproces;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Internationale overeenkomsten van de EU</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>benadrukt dat mensenrechtenclausules op coherente wijze van toepassing moeten zijn op alle internationale overeenkomsten van de EU met derde landen, met inbegrip van sectorale en investeringsovereenkomsten, dat deze clausules nauwlettend moeten worden gemonitord en moeten worden geschraagd door een reeks duidelijke benchmarks en procedures die moeten worden gevolgd in geval van mensenrechtenschendingen, en dat ze een basis moeten vormen voor praktische en flexibele contacten met een derde land over de mensenrechten; merkt op dat de EU de mensenrechtenclausules tot 2014 twaalf keer formeel heeft geactiveerd en sindsdien slechts één keer “passende maatregelen” op grond van deze clausules heeft genomen; herhaalt dat de EU bij ernstige en aanhoudende schendingen van mensenrechtenclausules door haar partnerlanden snel en doortastend moet reageren, in laatste instantie door de desbetreffende overeenkomsten op te schorten als andere opties geen effect blijken te hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>vraagt dat er gevolg wordt gegeven aan de aanbeveling van de Europese Ombudsman over het opzetten van een klachtenportaal binnen het kader van de handels- en financiële instrumenten van de EU, en dat het centrale toegangspunt van de Commissie – dat toegankelijk, burgervriendelijk en transparant moet zijn – wordt aangepast zodat daar klachten kunnen worden ingediend over niet-naleving van mensenrechtenclausules; moedigt de EU-instellingen en de lidstaten aan om samen met de Ombudsman verder werk te maken van de ontwikkeling van nieuwe strategieën en instrumenten voor de bescherming en bevordering van de mensenrechten door middel van handel; verzoekt de Commissie beter met het Parlement te communiceren over haar afwegingen en beslissingen betreffende de handhaving van mensenrechtenclausules in internationale overeenkomsten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-mensenrechtendialogen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>wijst op de belangrijke rol van mensenrechtendialogen binnen het mensenrechteninstrumentarium van de EU en als belangrijk middel om het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie uit te voeren; benadrukt dat deze dialogen met de betrokken landen betrekking moeten hebben op de situatie van alle mensenrechten en de democratie; wijst op de rol van onafhankelijke maatschappelijke organisaties en benadrukt dat hun legitieme deelname aan de voorbereiding en follow-up van deze dialogen moet worden gewaarborgd; benadrukt dat er in dit verband niet mag worden gediscrimineerd wat de deelname van het maatschappelijk middenveld betreft; merkt op dat mensenrechtendialogen moeten worden gezien als een essentieel onderdeel van een duurzaam engagement van de EU en niet als een vakje om af te vinken of een op zichzelf staand instrument; herinnert eraan dat deze dialogen in combinatie en in synergie met andere instrumenten moeten worden gebruikt, op een resultaatgerichte manier moeten worden uitgevoerd en regelmatig moeten worden geëvalueerd; benadrukt dat het uitblijven van concrete resultaten gevolgen moet hebben voor het ruimere verloop van de bilaterale betrekkingen; herhaalt dat individuele gevallen aan de orde moeten worden gesteld, ook die waarop wordt gewezen in de resoluties van het Europees Parlement en die van genomineerden voor en winnaars van de Sacharovprijs, en dat voor een passende follow-up moet worden gezorgd; verzoekt de EDEO en de EU-delegaties deze dialogen en de resultaten ervan meer zichtbaarheid te geven, onder meer door het uitbrengen van een gezamenlijke persverklaring, en passende follow-upmaatregelen te nemen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (GHRSR – EU-Magnitski-wet)</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>merkt op dat er tot nog toe zelden is gebruikgemaakt van de GHRSR (de EU-Magnitski-wet) als belangrijk politiek instrument van de EU ter verdediging van de mensenrechten en de democratie in de wereld; wijst echter op de problemen die de vereiste eenparigheid van stemmen met zich meebrengt bij het aannemen van deze besluiten en herhaalt zijn oproep om besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid in te voeren voor besluiten over de GHRSR; dringt aan op een dynamischer en consequenter gebruik van dit instrument, ook in samenwerking met gelijkgestemde partners; verzoekt de Raad gevolg te geven aan de verzoeken om sancties die het Parlement in zijn resoluties heeft gedaan; staat volledig achter de mogelijkheid om gerichte anticorruptiesancties op te leggen in verband met ernstige mensenrechtenschendingen, wat al geruime tijd een prioriteit van het Parlement is, verwelkomt het voorstel van de Commissie in die zin en vraagt de Raad dit snel goed te keuren, hetzij door het in de GHRSR op te nemen, hetzij met een andere regeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>benadrukt dat de consequente en uniforme toepassing van sancties door alle lidstaten gevolgen heeft voor de geloofwaardigheid en doeltreffendheid van het externe optreden van de EU; benadrukt dat sancties volledig moeten worden gehandhaafd en vraagt dat pogingen om sancties te negeren of te omzeilen, op doeltreffende wijze worden aangepakt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Activiteiten ter ondersteuning van democratie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>uit nogmaals zijn bezorgdheid over de toenemende aanvallen van autoritaire, totalitaire en illiberale regimes op democratische instellingen en normen en het maatschappelijk middenveld, en over pogingen om internationale normen te herschrijven; benadrukt dat het vanuit geopolitiek en strategisch oogpunt steeds belangrijker wordt om de democratie wereldwijd te verdedigen en te ondersteunen; is van mening dat er meer inspanningen moeten worden geleverd om in derde landen aan bewustmaking te doen over de ondermijning van de democratische cultuur en herhaalt dat die moet worden versterkt; wijst andermaal op het belang van EU-verkiezingswaarnemingsmissies en van de bijdrage van het Parlement aan de ontwikkeling en verbetering van de daarvoor gebruikte methoden; verzoekt derde landen de aanbevelingen van de verkiezingswaarnemingsmissies van de EU en andere internationaal erkende entiteiten uit te voeren om hun toekomstige verkiezingsprocessen te verbeteren en zo de transparantie en wettigheid ervan te helpen verbeteren, zodat de democratie in de landen in kwestie kan worden versterkt; is ingenomen met het werk van het Europees Fonds voor Democratie en herhaalt dat de activiteiten en middelen van dit fonds verder moeten worden versterkt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-steun voor mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>is uiterst bezorgd over de aanvallen op en de intimidatie van mensenrechtenverdedigers en hun gezinsleden, gemeenschappen en advocaten, en vindt de steeds geavanceerdere middelen die worden gebruikt om hen te vervolgen, buitengewoon verontrustend; veroordeelt ten stelligste wetten, waaronder antiterrorisme-, nationale veiligheids- en antismaadwetten, die tegen mensenrechtenverdedigers en niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) worden gebruikt om hun werk te criminaliseren en hen te stigmatiseren; betreurt dat ngo’s worden geïntimideerd door wettelijke bepalingen in derde landen, zoals wetten op buitenlandse agenten en dergelijke, en andere beperkingen waarmee zij bij hun rechtmatige werkzaamheden te maken krijgen; steunt, prijst en dankt mensenrechtenverdedigers van harte voor het moedige en cruciale werk dat zij verrichten en het optreden van de EU om hun bescherming wereldwijd te waarborgen; dringt erop aan dat de EU en haar lidstaten de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers volledig en consistent toepassen en daarmee een proactieve en holistische langetermijnbenadering van de bescherming van mensenrechtenverdedigers bevorderen die anticipeert op en paal en perk stelt aan ernstige problemen zoals aanvallen op en bedreigingen van mensenrechtenverdedigers, die vaak een zware persoonlijke tol eisen van henzelf, hun gezin en hun gemeenschap; onderstreept de dringende behoefte aan een alomvattende en tijdige herziening van de richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers om opkomende uitdagingen en bedreigingen te kunnen aanpakken, ervoor te zorgen dat ze toepasbaar en doeltreffend blijven voor de bescherming van mensenrechtenverdedigers overal ter wereld, en er gendergevoelige en intersectionele benaderingen in op te nemen als afspiegeling van de diverse achtergronden en ervaringen van mensenrechtenverdedigers, rekening houdend met de specifieke kwetsbaarheden waarmee zij te maken kunnen krijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>wijst op het wereldwijd toenemende verschijnsel dat mensenrechtenverdedigers te maken krijgen met grensoverschrijdende bedreigingen door hun nationale autoriteiten of handlangers; verzoekt de Commissie en de lidstaten deze bedreigingen binnen de EU bij wijze van prioriteit en als integraal onderdeel van de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers in kaart te brengen en aan te pakken; spoort de Commissie en de lidstaten aan om buitenlandse mensenrechtenverdedigers die in de EU verblijven, passende financiële en andere middelen te verstrekken om hen in staat te stellen hun mensenrechtenactiviteiten op afstand voort te zetten zonder dat ze voor vergelding hoeven te vrezen; onderstreept dat functionarissen en vertegenwoordigers van derde landen die mensenrechtenverdedigers in de EU intimideren, alsook ter plaatse aanwezige personen of entiteiten die dergelijke intimidatie faciliteren, ter verantwoording moeten worden geroepen; benadrukt het belang van opleiding en middelen voor rechtshandhavingsinstanties om deze grensoverschrijdende aanvallen tegen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>dringt erop aan dat de EDEO, de Commissie en de EU-delegaties bijzondere aandacht besteden aan de situatie van de winnaars en finalisten van de Sacharovprijs en dat zij in overleg met de lidstaten en het Parlement resoluut actie ondernemen om hun welzijn, veiligheid of vrijlating te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>vraagt om inspanningen om de EU-maatregelen en ‑kanalen voor de bescherming en ondersteuning van mensenrechtenverdedigers meer zichtbaarheid te geven; dringt er bij de lidstaten op aan het goede voorbeeld te geven en gedegen en doeltreffende nationale richtsnoeren en wetgeving inzake mensenrechtenverdedigers uit te werken, zodat andere landen dat model kunnen volgen; erkent de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van de EDEO, de Commissie en de lidstaten voor een doeltreffende uitvoering van de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers en verzoekt de EU een echte Team Europa-aanpak van mensenrechtenverdedigers te volgen; staat volledig achter de mechanismen van ProtectDefenders.eu en verzoekt de EU en de lidstaten om het opzetten van soortgelijke mechanismen in gelijkgestemde landen te stimuleren, alsook gezamenlijke activiteiten van de EU, de lidstaten en derde landen ter bescherming van mensenrechtenverdedigers; onderstreept dat het van belang is dat de speciale vertegenwoordigers van de EU het gesprek aangaan met de nationale autoriteiten over de bescherming van de mensenrechten en individuele gevallen; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om een proactieve rol te spelen bij de invoering van een EU-brede visumregeling voor meerdere binnenkomsten voor mensenrechtenverdedigers die gevaar lopen; dringt er bij de EU-lidstaten op aan om de procedures van hun diplomatieke missies te verbeteren en te zorgen voor snelle, begrijpelijke, toegankelijke en haalbare procedures voor het aanvragen van een visum; vraagt de EU-lidstaten voorts om, in onderling overleg, in de EU-visumcode een speciale categorie te creëren en op te nemen om de visumprocedures te stroomlijnen en meer uniformiteit in de EU-procedures voor het aanvragen van een visum te bevorderen; verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid in samenspraak met de lidstaten en het Parlement jaarlijks een lijst op te stellen van landen die aanleiding geven tot ernstige bezorgdheid over mensenrechtenverdedigers, teneinde een gecoördineerde Team Europa-reactie, toegang tot middelen, betere monitoring, speciale strategieën en meer steun op alle niveaus mogelijk te maken; pleit voor een transparante presentatie en evaluatie van deze lijst in het Europees Parlement zodat er verantwoording wordt afgelegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>betreurt dat vrouwelijke mensenrechtenverdedigers te maken krijgen met gendergerelateerd geweld en gebrekkige toegang tot adequate middelen en beschermingsmechanismen; veroordeelt de voortdurende aanvallen op vrouwelijke mensenrechtenverdedigers, waaronder seksueel geweld, bedreigingen, intimidatie, criminalisering en moord; bevestigt dat de toename van vrouwonvriendelijke, seksistische en homofobe uitlatingen van politieke leiders in de afgelopen jaren geweld tegen vrouwelijke mensenrechtenverdedigers heeft genormaliseerd, vooral tegen verdedigers die zich bezighouden met seksuele en reproductieve gezondheid en rechten; benadrukt dat de EU maatschappelijke organisaties die voor de rechten van vrouwen en meisjes opkomen, politiek en financieel moet blijven steunen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Bestrijding van straffeloosheid en corruptie </STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>benadrukt dat corruptie mensenrechtenschendingen faciliteert, bestendigt en institutionaliseert, democratische instellingen ondermijnt en de meest kwetsbare en gemarginaliseerde individuen en groepen in de samenleving onevenredig zwaar treft; wenst dat corruptiebestrijding deel uitmaakt van alle inspanningen en beleidsmaatregelen van de EU om de mensenrechten en de democratie te bevorderen; is ingenomen met de corruptiebestrijdingsmaatregelen in het kader van het externe beleid van de EU, waaronder de in de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 3 mei 2023 over de bestrijding van corruptie (JOIN(2023)0012) geopperde mogelijkheid om gerichte anticorruptiesancties op te leggen; verzoekt de EU en haar lidstaten hun inspanningen op het gebied van justitiële hervormingen, de bestrijding van straffeloosheid, de verbetering van de transparantie en anticorruptie-instellingen in derde landen op te voeren en de rol van bepaalde in de EU gevestigde actoren in dit verband aan de orde te stellen; schaart zich achter de anticorruptiebepalingen in de handelsovereenkomsten van de EU met niet-EU-landen; onderstreept dat het van het grootste belang is dat de EU en haar lidstaten het goede voorbeeld geven door bij hun externe financiering de strengste normen inzake transparantie in acht te nemen, door meer steun te verlenen aan maatschappelijke organisaties, activisten en onderzoeksjournalisten die zich inzetten in de strijd tegen corruptie en straffeloosheid, en door de totstandkoming van effectieve wereldwijde anticorruptiemaatregelen en robuuste regelgevingskaders te bevorderen en jurisdicties met een geheimhoudingsregeling en belastingparadijzen aan te pakken; dringt aan op nauwere samenwerking met belangrijke internationale actoren op dit gebied, zoals de Groep van Staten tegen Corruptie (Greco), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en het Bureau van de Verenigde Naties voor drugs- en misdaadbestrijding (UNODC), met het oog op meer synergieën en een beter uitwisseling van best practices inzake corruptiebestrijdingsmaatregelen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-maatregelen in multilaterale fora</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>herhaalt dat de EU en haar lidstaten bij de VN en in andere multilaterale fora met één stem moeten spreken; maakt zich ernstig zorgen over de toenemende aanvallen op multilaterale instellingen, zoals VN-organen en met name de VN-Mensenrechtenraad, door autoritaire en illiberale regimes die hun werk en legitimiteit trachten te ondermijnen; is ingenomen met de aanhoudende steun van de EU en de lidstaten voor de VN en andere multilaterale instellingen, alsook met de aanhoudende en toenemende strategische dialoog en samenwerking met het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten; is er een groot voorstander van dat de EU VN-resoluties over mensenrechten en democratie steunt; verzoekt de EU en de lidstaten concrete stappen te ondernemen om de internationale mensenrechtenarchitectuur te versterken en veerkrachtiger te maken en om de consequente tenuitvoerlegging van internationale mensenrechtenverplichtingen en ‑instrumenten te bevorderen; verzoekt de EU en haar lidstaten ervoor te pleiten dat de Unie een eigen en permanente zetel krijgt in multilaterale fora en te zorgen voor meer coördinatie, onder meer in de VN-Veiligheidsraad, naast de bestaande zetels die EU-lidstaten al hebben; wenst dat de EU-delegaties een grotere rol gaan spelen in multilaterale fora, waarvoor zij over passende middelen moeten beschikken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>onderstreept dat een effectieve bescherming van de mensenrechten in de hele wereld internationale samenwerking op multilaterale schaal vereist; wijst op de buitengewoon belangrijke rol die de VN en haar organen vervullen als voornaamste forum, dat daadwerkelijk moet kunnen bijdragen aan het opvoeren van de inspanningen voor vrede en veiligheid, duurzame ontwikkeling en eerbiediging van de mensenrechten en het internationaal recht; herinnert eraan dat alle VN-lidstaten gehouden zijn tot bevordering en bescherming van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden, zoals vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties en resolutie 60/251 van de Algemene Vergadering van de VN; wijst op de verantwoordelijkheid van de VN-mensenrechtenraad om alle ernstige mensenrechtenschendingen wereldwijd aan te pakken; betreurt het dat verscheidene leden van de VN-mensenrechtenraad ernstige mensenrechtenschendingen hebben begaan en geen acht slaan op hun verplichtingen op het gebied van de mensenrechten; vraagt dat de criteria voor lidmaatschap van de VN-Mensenrechtenraad beter worden toegepast; verzoekt de EDEO de aanzet te geven tot en het voortouw te nemen bij inspanningen met het oog op een gecoördineerd standpunt van de EU en de lidstaten ten aanzien van lidmaatschap van de VN-Mensenrechtenraad, dat meer transparantie en op verdiensten gebaseerde concurrentie in het verkiezingsproces zou bevorderen; verzoekt de EU-instellingen, ook het Parlement zelf, de betrekkingen met deze VN-organen verder aan te halen en er nog nauwer mee samen te werken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>wijst op het werk van enquêtecommissies en onderzoeksmissies van de VN, die steeds vaker worden gebruikt om te reageren op situaties van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten en om straffeloosheid tegen te gaan; verzoekt de EU en haar lidstaten de werkzaamheden van de VN, met inbegrip van de speciale procedures en verdragsorganen, te blijven steunen, zowel politiek als financieel; veroordeelt met klem alle aanvallen tegen mandaathouders van de speciale procedures van de VN en tegen de onafhankelijkheid van hun mandaat; verzoekt de EU-lidstaten en de democratische partners van de EU deze pogingen resoluut tegen te gaan en alle mogelijke maatregelen te nemen om te helpen voorzien in veilige en open ruimten voor interactie tussen personen en maatschappelijke organisaties enerzijds en de Verenigde Naties en haar vertegenwoordigers en mechanismen anderzijds;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>vraagt de EU en haar lidstaten steun te verlenen voor de versterking van regionale mensenrechtensystemen, onder meer door middel van financiële bijstand en het uitwisselen van ervaringen tussen regio’s; wijst met name op de cruciale rol van toezichthoudende instanties en gerechtelijke mechanismen die in het kader van deze regionale systemen zijn ingesteld en hun complementariteit met het mensenrechtensysteem van de VN;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>is ingenomen met de politieke en financiële steun die de EU heeft verleend aan het ICC, met inbegrip van het bureau van de aanklager van het ICC; verzoekt de EU en haar lidstaten het ICC te blijven ondersteunen met de nodige personele en financiële middelen en alle instrumenten waarover zij beschikt te gebruiken om de strijd tegen straffeloosheid wereldwijd op te voeren; is ingenomen met de bijdragen van het ICC aan het bestrijden van straffeloosheid overal ter wereld; steunt de bijdragen van de EU aan onderzoeken naar de oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in het kader van het ICC; veroordeelt de pogingen om het werk en de legitimiteit van het ICC te ondermijnen; verzoekt de Unie en haar lidstaten hun partners aan te moedigen om het Statuut van Rome en de wijzigingen daarvan te ratificeren en zo de jurisdictie van het ICC uit te breiden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Team Europa-aanpak</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>betreurt het dat ambassades van de lidstaten en EU-delegaties soms een verschillende kijk hebben op de bescherming en bevordering van mensenrechten in niet-EU-landen; onderstreept dat de ambassades van de lidstaten een prioriteit moeten maken van de bevordering en bescherming van de mensenrechten en ook het maatschappelijk middenveld in niet-EU-landen moeten ondersteunen: merkt op dat deze verantwoordelijkheid niet volledig bij de EU-delegaties dient te liggen; verzoekt de EU en de lidstaten mensenrechten effectief centraal te stellen in alle beleidslijnen en instrumenten van de EU; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan hun inspanningen op te voeren om mensenrechten en democratie wereldwijd te bevorderen en te beschermen; onderstreept dat de EU en de lidstaten in multilaterale fora gezamenlijk, met één stem en effectief moeten optreden bij het aanpakken van wereldwijde uitdagingen op het gebied van mensenrechten en democratie; vraagt dat alle delegaties van de lidstaten en de EU-delegatie in derde landen mensenrechtenkwesties volledig met elkaar coördineren; verzoekt de EU-delegaties en de diplomatieke missies van de EU-lidstaten de bevordering en verdediging van de mensenrechten proactiever aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>benadrukt dat het van belang is iets te doen aan de verkokering van de externe betrekkingen van de EU wat de mensenrechten betreft; pleit voor betere coördinatie op het gebied van mensenrechten tussen het directoraat-generaal Internationale Partnerschappen van de Commissie en de EDEO enerzijds en andere relevante directoraten-generaal, waaronder het directoraat-generaal Handel en het directoraat-generaal Migratie en Binnenlandse Zaken, en relevante EU-agentschappen, zoals Frontex en het EASO, anderzijds; is verheugd over de toegenomen coördinatie tussen de EU-delegaties en het hoofdkantoor van de EDEO en het directoraat-generaal Internationale Partnerschappen wat betreft dringende kwesties in verband met mensenrechtenverdedigers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>verzoekt alle EU-delegaties in derde landen meer steun te verlenen aan mensenrechtenverdedigers, overeenkomstig de EU-richtsnoeren ter zake, en leden van de democratische oppositie, activisten en leden van het maatschappelijk middenveld die in die landen in de gevangenis zitten, te bezoeken, hun situatie te monitoren, rechtszittingen bij te wonen en hun zaak aan de orde te stellen in de mensenrechtendialogen van de EU met de landen in kwestie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>benadrukt de belangrijke rol van de publieke en culturele diplomatie van de EU, alsook van internationale culturele betrekkingen, bij de bevordering van de mensenrechten en verzoekt de afdeling Strategische communicatie en prognose van de EDEO haar inspanningen op dit gebied op te voeren, waarvoor zij op de nodige middelen moet kunnen rekenen; benadrukt dat er in derde landen volledig moet worden gecommuniceerd over door EU gefinancierde of gesteunde mensenrechtenprogramma’s; acht het van het grootste belang dat de mensenrechtenrichtsnoeren van de EU volledig worden toegepast in de EU-delegaties en de diplomatieke missies van de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>verzoekt de Commissie, de EDEO en de lidstaten een echte Team Europa-aanpak te volgen, die inhoudt dat het Parlement regelmatig op zinvolle wijze wordt betrokken bij vergaderingen, bezoeken en andere officiële en niet-officiële activiteiten, in overeenstemming met de rol van het Europees Parlement als het enige rechtstreeks gekozen orgaan van de EU, dat de EU-burgers vertegenwoordigt;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de voorzitter van de 77e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de voorzitter van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten en de delegatiehoofden van de Europese Unie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>