<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0108</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verslag over het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2023</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0025/2024 - Rapporteur: Sophia in 't Veld)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 28 februari 2024 over het verslag over het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2023 (2023/2113(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name artikel 2, artikel 3, lid 1, artikel 3, lid 3, tweede alinea, artikel 4, lid 3, en de artikelen 5, 6, 7, 11, 19 en 49,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), met name de artikelen die betrekking hebben op de eerbiediging, bescherming en bevordering van democratie, de rechtsstaat en grondrechten in de Unie, waaronder de artikelen 70, 258, 259, 260, 263, 265 en 267,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 juli 2023 over het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2023 – situatie op het gebied van de rechtsstaat in de Europese Unie (COM(2023)0800),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE> (de conditionaliteitsverordening),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid<FOOTNOTE><FIELD>PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159.</FIELD></FOOTNOTE> (verordening gemeenschappelijke bepalingen),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/692 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 156 van 5.5.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de instrumenten van de VN inzake de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden en de aanbevelingen en verslagen in het kader van de universele periodieke doorlichting van de VN, evenals de rechtspraak van de verdragsorganen van de VN en de speciale procedures van de Mensenrechtenraad,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, het Europees Sociaal Handvest, de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en het Europees Comité voor sociale rechten, en de verdragen, aanbevelingen, resoluties, adviezen en verslagen van de Parlementaire Vergadering, het Comité van Ministers, de Commissaris voor de Mensenrechten, de Europese Commissie tegen Racisme en Onverdraagzaamheid, de Stuurgroep bestrijding van discriminatie, diversiteit en inclusie van de Raad van Europa, de Commissie van Venetië en andere organen van de Raad van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het memorandum van overeenstemming tussen de Raad van Europa en de Europese Unie van 23 mei 2007 en de conclusies van de Raad van 30 januari 2023 over de prioriteiten van de EU voor samenwerking met de Raad van Europa in de periode 2023‑2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het met redenen omklede voorstel van de Commissie van 20 december 2017 voor een besluit van de Raad betreffende de constatering van een duidelijk gevaar voor een ernstige schending, door de Republiek Polen, van de rechtsstaat (COM(2017)0835), ingediend op grond van artikel 7, lid 1, VEU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verslagen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA), getiteld “Europe’s civil society: still under pressure” van 19 juli 2022, “Fundamental Rights Report 2022”van 8 juni 2022, “Protecting civic space in the EU” van 19 augustus 2022, en “Antisemitism – Overview of antisemitic incidents recorded in the European Union 2011‑2021” van 3 november 2022, alsmede zijn andere verslagen, gegevens en instrumenten, in het bijzonder het grondrechteninformatiesysteem van de Europese Unie (Efris),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB C 215 van 19.6.2018, blz. 162.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 1 maart 2018 over het besluit van de Commissie om de procedure van artikel 7, lid 1, VEU in te leiden ten aanzien van de situatie in Polen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 129 van 5.4.2019, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 april 2018 over de noodzaak van invoering van een Europees waardeninstrument ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties die in de Europese Unie op lokaal en nationaal niveau de fundamentele waarden uitdragen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 390 van 18.11.2019, blz. 117.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 12 september 2018 over een voorstel houdende een verzoek aan de Raad om overeenkomstig artikel 7, lid 1, VEU te constateren dat er een duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending door Hongarije van de waarden waarop de Unie berust<FOOTNOTE><FIELD>PB C 433 van 23.12.2019, blz. 66.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 november 2018 over minimumnormen voor minderheden in de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 363 van 28.10.2020, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 november 2018 over de noodzaak van een omvattend EU-Mechanisme voor de bescherming van democratie, de rechtsstaat en de grondrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB C 363 van 28.10.2020, blz. 45.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 oktober 2020 over de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB C 395 van 29.9.2021, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 november 2020 over de impact van de COVID‑19-maatregelen op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB C 415 van 13.10.2021, blz. 36.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 december 2020 over het Europees burgerinitiatief “Minority SafePack – één miljoen handtekeningen voor verscheidenheid in Europa”<FOOTNOTE><FIELD>PB C 445 van 29.10.2021, blz. 70.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 juni 2021 over de situatie van de rechtsstaat in de Europese Unie en de toepassing van Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 inzake conditionaliteit<FOOTNOTE><FIELD>PB C 67 van 8.2.2022, blz. 86.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 juni 2021 over het verslag over de rechtsstaat 2020 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>PB C 81 van 18.2.2022, blz. 27.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 juli 2021 over de opstelling van richtsnoeren voor de toepassing van het algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting<FOOTNOTE><FIELD>PB C 99 van 1.3.2022, blz. 146.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 16 september 2021 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende het aanmerken van gendergerelateerd geweld als een nieuwe vorm van criminaliteit als bedoeld in artikel 83, lid 1, VWEU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 117 van 11.3.2022, blz. 88.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 november 2021 over versterking van de democratie en de vrijheid en pluriformiteit van de media in de EU: oneigenlijk gebruik van civielrechtelijke en strafrechtelijke procedures om journalisten, ngo’s en het maatschappelijk middenveld het zwijgen op te leggen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 205 van 20.5.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 december 2021 over de evaluatie van de preventiemaatregelen ter voorkoming van corruptie, onregelmatige uitgaven en het misbruik van EU- en nationale middelen bij noodfondsen en op crisisgerelateerde uitgaventerreinen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 251 van 30.6.2022, blz. 48.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 maart 2022 over de steeds beperktere ruimte voor het maatschappelijk middenveld in Europa<FOOTNOTE><FIELD>PB C 347 van 9.9.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 maart 2022 over de rechtsstaat en de gevolgen van het arrest van het HvJ-EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 347 van 9.9.2022, blz. 168.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 mei 2022 over het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2021<FOOTNOTE><FIELD>PB C 479 van 16.12.2022, blz. 18.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 juni 2022 over de rechtsstaat en de potentiële goedkeuring van het Poolse nationaal herstel- en veerkrachtplan<FOOTNOTE><FIELD>PB C 493 van 27.12.2022, blz. 108.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 september 2022 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie in 2020 en 2021<FOOTNOTE><FIELD>PB C 125 van 5.4.2023, blz. 80.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 20 oktober 2022 over de rechtsstaat in Malta, vijf jaar na de moord op Daphne Caruana Galizia<FOOTNOTE><FIELD>PB C 149 van 28.4.2023, blz. 15.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 20 oktober 2022 over de toename van haatmisdrijven ten aanzien van lhbtiq+-personen in heel Europa in het licht van de recente homofobe moord in Slowakije<FOOTNOTE><FIELD>PB C 149 van 28.4.2023, blz. 22.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 november 2022 over raciale gerechtigheid, non-discriminatie en antiracisme in de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 161 van 5.5.2023, blz. 10.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 november 2022 over de beoordeling van de inachtneming door Hongarije van de rechtsstatelijke voorwaarden in het kader van de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat, en de stand van zaken met betrekking tot het Hongaarse herstel- en veerkrachtplan<FOOTNOTE><FIELD>PB C 167 van 11.5.2023, blz. 74.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 30 maart 2023 over het verslag over de rechtsstaat 2022 – Situatie op het gebied van de rechtsstaat in de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB C 341 van 27.9.2023, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 1 juni 2023 over de inbreuken op de rechtsstaat en de grondrechten in Hongarije en de bevroren EU-gelden<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/1223, 21.12.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn aanbeveling van 15 juni 2023 aan de Raad en de Commissie naar aanleiding van het onderzoek naar vermeende inbreuken op en gevallen van wanbeheer bij het toepassen van het Unierecht met betrekking tot het gebruik van Pegasus en soortgelijke spyware voor surveillance<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/494, 23.1.2024.</FIELD></FOOTNOTE> en het verslag van 22 mei 2023 van zijn Enquêtecommissie om het gebruik van Pegasus en soortgelijke spyware voor surveillance te onderzoeken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 juli 2023 over de kieswet, de onderzoekscommissie en de rechtsstaat in Polen<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0268.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 oktober 2023 over de rechtsstaat in Malta: zes jaar na de moord op Daphne Caruana Galizia, en de noodzaak om journalisten te beschermen<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0374.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 januari 2024 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie – jaarverslag 2022 en 2023<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0050.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien resolutie 2262 (2019) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa over de bevordering van de rechten van personen die tot nationale minderheden behoren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbevelingen en verslagen van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten, de Hoge Commissaris inzake de nationale minderheden, de vertegenwoordiger voor mediavrijheid en andere organen van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), gezien de samenwerking tussen de EU en de OVSE inzake democratisering, institutionele opbouw en mensenrechten, en gezien het jaarlijkse rapport van de OVSE over haatmisdrijven, waarin deelnemende staten hebben toegezegd wetgeving te zullen aannemen die erin voorziet dat de ernst van het haatmisdrijf wordt meegewogen in de strafmaat, maatregelen te nemen tegen onderrapportage, en hun activiteiten op het gebied van capaciteitsopbouw op gang te brengen of verder te ontwikkelen ten aanzien van rechtshandhavingsinstanties, het openbaar ministerie en gerechtelijke diensten om haatmisdrijven te voorkomen, te onderzoeken en te vervolgen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van zijn Enquêtecommissie PEGA en de resolutie en aanbevelingen van PEGA<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0244.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de feedbackverslagen, missieverslagen, schriftelijke vragen en antwoorden van zijn Groep voor toezicht op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten (DRFMG)<FOOTNOTE><FIELD>Zie voor alle DRFMG-monitoringactiviteiten: https://www.europarl.europa.eu/committees/nl/libe-democracy-rule-of-law-and-fundament/product-details/20190103CDT02662.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie juridische zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A9-0025/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Unie gegrondvest is op de in artikel 2 VEU verankerde gemeenschappelijke waarden, namelijk eerbiediging van de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van personen die tot minderheden behoren – waarden die de EU-lidstaten gemeen hebben en die de kandidaat-lidstaten moeten eerbiedigen om lid te worden van de Unie als onderdeel van de criteria van Kopenhagen, die na toetreding niet kunnen worden veronachtzaamd of opnieuw geïnterpreteerd; overwegende dat democratie, de rechtsstaat en grondrechten waarden zijn die elkaar versterken en die, als ze ondermijnd worden, een systemische bedreiging kunnen vormen voor de Unie en voor de rechten en vrijheden van haar burgers; overwegende dat de eerbiediging van de rechtsstaat bindend is voor de gehele Unie en voor haar lidstaten op alle bestuurlijke niveaus, met inbegrip van subnationale entiteiten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Conferentie over de toekomst van Europa duidelijk de wens heeft uitgesproken dat de EU de rechtsstaat in alle lidstaten systematisch handhaaft, de grondrechten van de burgers beschermt en de geloofwaardigheid van de EU behoudt wanneer zij haar waarden binnen de EU en daarbuiten uitdraagt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat overeenkomstig het beginsel van loyale samenwerking van artikel 4, lid 3, VEU, de Unie en de lidstaten elkaar dienen te respecteren en te steunen bij de vervulling van de verplichtingen die uit de Verdragen voortvloeien, en alle lidstaten alle algemene en bijzondere maatregelen dienen te treffen die geschikt zijn om de nakoming van de uit de Verdragen of uit de handelingen van de instellingen van de Unie voortvloeiende verplichtingen te verzekeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de bestaande mechanismen moeten worden versterkt en gestroomlijnd en dat er één alomvattend EU-mechanisme moet worden ontwikkeld om de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten doeltreffend te beschermen en ervoor te zorgen dat de waarden van artikel 2 VEU in de hele Unie worden geëerbiedigd en ook onder de kandidaat-lidstaten worden bevorderd, zodat de lidstaten worden belet nationale wetgeving te ontwikkelen die in strijd is met de bescherming van artikel 2 VEU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het Parlement de situatie op het gebied van de rechtsstaat in Bulgarije, Hongarije, Malta, Polen, Roemenië, Slovenië en Slowakije op verschillende momenten in zijn resoluties heeft behandeld; overwegende dat de Groep voor toezicht op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten (DRFMG) van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Parlement ook bepaalde kwesties in België, Bulgarije, Tsjechië, Frankrijk, Griekenland, Malta, Polen, Slowakije, Slovenië en Spanje heeft gemonitord;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat er in oktober 2023 in Polen parlementsverkiezingen hebben plaatsgevonden, waardoor er een einde kwam aan het bewind van de regering onder leiding van de partij Recht en Rechtvaardigheid; overwegende dat de nieuwe regering, een brede democratische coalitie, krachtige toezeggingen heeft gedaan om de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in Polen te herstellen en daartoe met de Commissie en de Raad van de EU samenwerkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de Commissie heeft voorgesteld een interinstitutionele contactgroep voor de rechtsstaat op te richten; overwegende dat het Parlement dit voorstel heeft overgenomen en de Commissie en de Raad heeft voorgesteld een “interinstitutioneel proefproject inzake democratie, de rechtsstaat en grondrechten” op te zetten; overwegende dat het voorzitterschap van de Raad hierop heeft gereageerd door te verklaren dat het dit in overweging zou kunnen nemen na zijn evaluatie van zijn dialoog over de rechtsstaat en dat de Commissie heeft herhaald bereid te zijn een informele contactgroep voor de rechtsstaat te bespreken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de regeringen van sommige lidstaten zich helaas niet beschikbaar hebben gesteld voor een gedachtewisseling in de DRFMG en geen schriftelijke vragen hebben beantwoord of geen ontmoeting met de leden ervan hebben gehad tijdens missies in de lidstaten; overwegende dat andere lidstaten zich echter beschikbaar hebben gesteld voor sessies met, en vragen en missies van, de DRFMG, als onderdeel van hun gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de bescherming van de waarden van de EU;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rechtsstelsels en justitiële stelsels</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>herhaalt dat een onafhankelijke rechterlijke macht de ruggengraat van de rechtsstaat vormt, aangezien deze een basisvoorwaarde is voor een doeltreffende voorziening in rechte wanneer wetten, rechten, vrijheden en democratische beginselen niet worden geëerbiedigd of geschonden; benadrukt dat een onafhankelijke en doeltreffende rechterlijke macht van vitaal belang is, niet alleen om de rechtstaat en de democratie in de lidstaten en de Unie te handhaven, maar ook voor de uitvoering van de EU-wetgeving, aangezien de Commissie voor de handhaving van de EU-wetgeving afhankelijk is van de nationale rechterlijke autoriteiten; wijst op het belang van wederzijds vertrouwen, maar onderstreept tevens dat de Commissie de tekortkomingen van de nationale rechterlijke autoriteiten in sommige lidstaten niet mag negeren of mag aannemen dat zij allemaal in staat zijn te voorzien in doeltreffende rechtsmiddelen; merkt bezorgd op dat sommige rechtsstelsels op papier robuust en toereikend lijken, maar dat ze in sommige gevallen niet immuun zijn voor gijzeling van de staat, politieke inmenging of nepotisme; is zich bewust van het feit dat dit moeilijk kan worden vastgesteld door simpelweg de formele structuren te onderzoeken; dringt er derhalve bij de Commissie op aan om een kwalitatievere analyse uit te voeren, met inbegrip van contextuele elementen, met name over de uitvoering op lange termijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat de Commissie grote verschillen tussen de EU-lidstaten vaststelt op het gebied van rechterlijke onafhankelijkheid en de waarborgen daarvoor; merkt op dat in het verslag melding wordt gemaakt van een aantal positieve initiatieven en lopende ontwikkelingen met betrekking tot de raden voor de rechtspraak, met name in Luxemburg, Nederland, Portugal, Italië, Zweden, Finland en Hongarije<FOOTNOTE><FIELD>Hongaars Helsinki-comité, Fundamental deficiencies of the Hungarian judicial reform, 31 oktober 2023.</FIELD></FOOTNOTE>; merkt op dat de Commissie van oordeel is dat er in Polen, Slowakije, Bulgarije, Spanje en Cyprus sprake is van problemen met betrekking tot de raden voor de rechtspraak die nog moeten worden aangepakt; stelt met bezorgdheid vast dat tuchtprocedures kunnen worden gebruikt als middel om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te beknotten, zoals momenteel het geval is in Bulgarije en voorheen het geval was in Polen onder de regering onder leiding van de partij Recht en Rechtvaardigheid; merkt op dat de Commissie Polen eindelijk voor het HvJ-EU heeft gedaagd wegens schendingen van het EU-recht door zijn Constitutioneel Hof; merkt op dat de huidige minister van Justitie van de Republiek Polen zich ertoe heeft verbonden de onwettige tuchtregeling voor rechters in Polen af te schaffen, in overeenstemming met de arresten van het HvJ-EU en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de Commissie vaststelt dat sommige lidstaten, waaronder Finland, Oostenrijk, Slovenië, Cyprus, Zweden en Hongarije, weliswaar initiatieven hebben genomen of aangekondigd om de gerechtelijke benoemingsprocedures en het functioneren van de hoge rechtbanken te verbeteren, maar dat er nog steeds problemen zijn met de benoeming van hoge rechters in Malta, Griekenland, Litouwen, Letland en Ierland; benadrukt dat de Commissie van mening is dat er in Polen nog steeds ernstige zorgen bestaan over eerder benoemde rechters van het Hooggerechtshof, waaronder de eerste president, en over de voortdurende niet-uitvoering van een prejudiciële beslissing van het HvJ-EU over een rechterlijke benoeming bij de kamer voor bijzondere controle; merkt op dat de Commissie van oordeel is dat het misdrijf van rechtsmisbruik dat in Slowakije is ingevoerd voor rechters met betrekking tot hun rechterlijke beslissingen, nog steeds aanleiding geeft tot bezorgdheid, aangezien het een negatief psychologisch effect heeft op rechters en belastend is voor de onderzoeksautoriteiten; benadrukt dat er in Hongarije ernstige bezorgdheid blijft bestaan over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, hetgeen in strijd is met de “supermijlpalen” van de Commissie, waaronder de belemmeringen die blijven bestaan met betrekking tot prejudiciële verwijzingen, problemen met de toewijzing van zaken in de Kúria en het gebrekkige systeem voor de benoeming van de voorzitter van de Kúria;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>onderstreept dat de rechterlijke macht over voldoende middelen moet beschikken om daadwerkelijk toegankelijk te zijn en burgers een doeltreffende voorziening in rechte te bieden; merkt op dat de Commissie van oordeel is dat de toegenomen middelen voor de rechterlijke macht en andere maatregelen die door Malta, Cyprus en Griekenland zijn genomen, nog niet hebben geleid tot een vermindering van de duur van de procedures, en dat de achterstand bij zaken een ernstig probleem blijft; overwegende dat in Kroatië, Italië en Portugal enkele stappen in de goede richting zijn gezet, maar dat de doeltreffendheid van de hervormingen nog te bezien valt; merkt op dat de Commissie Duitsland heeft verzocht te zorgen voor voldoende middelen voor het rechtsstelsel, onder meer wat betreft de hoogte van de bezoldiging van rechters, rekening houdend met de Europese normen inzake middelen en bezoldiging voor het rechtsstelsel; dringt er bij Duitsland op aan het “Pact voor de rechtsstaat” voort te zetten en het rechtsstelsel voldoende middelen ter beschikking te stellen door het aantal rechters op te trekken om het federale rechtsstelsel te versterken; erkent dat de Commissie van oordeel is dat er enige vooruitgang is geboekt bij de uitvoering van de aanbeveling uit het verslag over de rechtsstaat 2022 over de efficiëntie van het rechtsstelsel, waaronder in Malta en Spanje;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is ingenomen met de financiering via het programma Justitie om justitiële samenwerking in burgerlijke en strafzaken te ondersteunen en bij te dragen aan de verdere ontwikkeling van de Europese justitie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is van mening dat de lidstaten, opdat burgers daadwerkelijk toegang hebben tot de rechter, meer moeten doen om gratis of betaalbare rechtsbijstand te verlenen, met name voor degenen die zich dergelijke steun niet zelf kunnen veroorloven, en de toegang tot een advocaat verder moeten vergemakkelijken; merkt op dat de Commissie van oordeel is dat er in Spanje, Frankrijk, Finland, Bulgarije, Malta en Litouwen inspanningen worden geleverd om problemen in verband met de toegang tot de rechter en rechtsbijstand aan te pakken, en dat er in Ierland, Denemarken, Luxemburg en Hongarije nog steeds bezorgdheid bestaat; merkt tevens op dat de Commissie van oordeel is dat er in verschillende lidstaten, waaronder Spanje, Frankrijk, Finland, Bulgarije en Malta, stappen worden ondernomen om het recht op toegang tot een advocaat te waarborgen, en dat in andere lidstaten, zoals Litouwen, Ierland, Denemarken, Luxemburg en Hongarije, de verbeteringen nog hangende zijn; verzoekt in dit verband de Commissie om in het volgende verslag over de rechtsstaat de toepassing van het EU-acquis inzake rechtsbijstand in burgerlijke zaken en strafzaken te beoordelen, zoals Richtlijn 2002/8/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 26 van 31.1.2003, blz. 41.</FIELD></FOOTNOTE> van 27 januari 2003 tot verbetering van de toegang tot de rechter bij grensoverschrijdende geschillen, door middel van gemeenschappelijke minimumvoorschriften betreffende rechtsbijstand bij die geschillen, aangezien uit de jurisprudentie van het HvJ-EU blijkt dat er nog steeds vragen zijn over de interpretatie daarvan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>onderstreept de belangrijke rol van de raden voor de rechtspraak bij het bewaren van de rechterlijke onafhankelijkheid; acht het noodzakelijk dat de hervormingen die momenteel in verschillende lidstaten worden doorgevoerd, worden geëvalueerd en moedigt aan om de samenstelling en werking van deze organen aan te passen aan de normen die door de Commissie en de Raad van Europa zijn vastgesteld en door het HvJ-EU zijn bekrachtigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst erop dat het openbaar ministerie van cruciaal belang is voor de rechterlijke macht om misdaad en corruptie te kunnen bestrijden; benadrukt hoe belangrijk het is de autonomie en verantwoordingsplicht van het openbaar ministerie te waarborgen; beklemtoont dat er garanties moeten worden ingebouwd om de autonomie en verantwoordingsplicht van het openbaar ministerie te helpen behouden, onder meer door ervoor te zorgen dat deze vrij zijn van enige ongepaste politieke druk, met name van regeringszijde;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt alle lidstaten een gedragscode voor rechters vast te stellen, naar aanleiding van de aanbevelingen van de Groep van Staten tegen Corruptie (Greco) en rekening houdend met het feit dat dergelijke gedragscodes van toepassing zijn bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het HvJ-EU, onafhankelijke mechanismen in het leven te roepen om vermeende schendingen van de gedragscode en andere wetten te onderzoeken, de openbaarmaking en transparantie bij belangenconflicten en door de rechterlijke macht ontvangen geschenken te verbeteren, de kwestie van draaideurconstructies aan te pakken en van rechters te verlangen dat zij hun besluiten tot terugtrekking openbaar toelichten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>spreekt zijn bezorgdheid uit over de substantiële personeelswijzigingen en de aangekondigde aanzienlijke structurele en organisatorische veranderingen binnen de Slowaakse politie en andere onafhankelijke democratische instellingen, onder meer onder onderzoekers van het Slowaaks nationaal strafagentschap (NAKA) die zich bezighouden met ernstige misdrijven en gevallen van corruptie op hoog niveau, hetgeen twijfels doet rijzen over de redenen voor deze veranderingen; uit zijn diepe bezorgdheid over de ongerechtvaardigde versnelde wetgevingsprocedure waarvan de Slowaakse regering zich bedient, met name met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen van het wetboek van strafrecht en de ontbinding van het speciaal openbaar ministerie, waardoor de integriteit van gerechtelijke procedures wordt bedreigd, de strijd van de EU tegen fraude wordt ondermijnd en de bescherming van de Europese financiële belangen en de natuur in Slowakije in gevaar wordt gebracht; verzoekt de Slowaakse regering deze wijzigingen te heroverwegen in het licht van de mogelijke gevolgen ervan voor de rechtsstaat en de financiële belangen van de Unie, alsmede het EU-kader voor corruptiebestrijding; wijst erop dat elke hervorming van het strafrecht voldoende en adequate waarborgen moet bevatten om de voortzetting en doeltreffendheid van nieuwe en lopende strafzaken te waarborgen, met name met betrekking tot corruptie op hoog niveau, en om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de autonomie van het openbaar ministerie te waarborgen, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Commissie in opeenvolgende verslagen over de rechtsstaat; uit zijn bezorgdheid over de aanzienlijke vertragingen die kunnen ontstaan door het toewijzen van de zaken van het speciaal openbaar ministerie, waardoor sommige zaken verjaren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>neemt kennis van de acties van de Spaanse regering die verband houden met het feit dat zij onlangs is beëdigd, waaronder de toekomstige goedkeuring van een amnestiewet; erkent de vragen, meningen en zorgen die diverse belanghebbenden naar voren hebben gebracht als reactie op deze ontwikkelingen, onder meer door verenigingen van rechters, openbare aanklagers, advocaten, academici, het maatschappelijk middenveld en het publiek; merkt op dat de Commissie de Spaanse regering ook schriftelijk om uitleg heeft verzocht; onderstreept dat dit een onafhankelijke beoordeling rechtvaardigt; verzoekt de Spaanse regering in dit verband de Europese instellingen volledige transparantie te verschaffen over deze amnestiewet en merkt op dat de Spaanse Senaat de Commissie van Venetië om een advies heeft verzocht over de grondwettigheid ervan en de naleving van de Europese regels en normen; betreurt ook de reeds lang bestaande impasse bij de Raad voor de rechtspraak, waarover de Commissie in haar verslag over de rechtsstaat specifieke aanbevelingen aan de Spaanse autoriteiten heeft gedaan;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Corruptie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>herhaalt dat corruptie een ernstige bedreiging vormt voor de rechtsstaat en het vertrouwen in de democratie en gelijkheid voor de wet ernstig ondermijnt; verzoekt de lidstaten en de Commissie hun inspanningen op te voeren om corruptie uit te bannen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>onderstreept dat uit de Eurobarometer over corruptie van 2022 blijkt dat corruptie nog steeds een ernstig punt van zorg is voor burgers en bedrijven in de EU, waarbij een groot deel van de Europeanen van mening is dat corruptie in hun land wijdverbreid is (68 %) en dat het niveau van corruptie is toegenomen (41 %); waardeert het dat alle lidstaten nu strategieën voor corruptiebestrijding hebben ingevoerd, die regelmatig worden geëvalueerd en herzien; wijst erop dat niet alleen een robuust rechtskader, maar ook doeltreffende uitvoering nodig is om corrupte praktijken uit te bannen en dat het voorkomen van dergelijke praktijken ook transparante en verantwoordingsplichtige governance- en integriteitskaders vereist;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>betreurt dat, ondanks het feit dat alle lidstaten strategieën voor corruptiebestrijding hebben ingevoerd, de perceptie van corruptie in de EU sterk uiteenloopt, waarbij Denemarken, Finland, Zweden en Nederland tot de minst corrupte landen behoren, terwijl de perceptie van corruptie in Bulgarije, Malta, Hongarije, Griekenland en Slovenië zorgwekkend is<STRING SUPERSCRIPT="on">29</STRING>; merkt tevens met bezorgdheid op dat de Commissie van oordeel is dat sommige lidstaten, zoals Bulgarije, Malta, Hongarije, Griekenland en Slovenië, nog geen solide staat van dienst hebben op het gebied van onderzoek naar en vervolging van corruptiezaken op hoog niveau die leiden tot definitieve veroordelingen met een afschrikkend effect; wijst erop dat de Greco onlangs een verslag over Cyprus heeft gepubliceerd, waarin werd gewezen op het gebrek aan doeltreffendheid van de wetgeving inzake corruptiebestrijding en op specifieke risico’s binnen de rechtshandhaving<FOOTNOTE><FIELD>Greco, “Fifth Evaluation Round – Preventing corruption and promoting integrity in central governments (top executive functions) and law enforcement agencies – Evaluation Report – Cyprus”, 2 oktober 2023.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat de regeringen van de lidstaten en functionarissen, politici, gekozen vertegenwoordigers en leiders van de EU het goede voorbeeld moeten geven door zich te onthouden van corrupte praktijken en dat er geen sprake mag zijn van regerings- of politieke inmenging in corruptieonderzoeken; verzoekt de Groep voor toezicht op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten gevolg te geven aan de resoluties van het Parlement over de rechtsstaat om straffeloosheid voor corruptie te helpen bestrijden; wijst erop dat ook functionarissen, politici, gekozen vertegenwoordigers en leiders van de EU betrokken kunnen zijn bij corruptie, zoals blijkt uit “Qatargate”; herhaalt derhalve zijn verzoek om in het jaarverslag ook aandacht te besteden aan de EU-instellingen; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om de onderhandelingen over het volledige lidmaatschap van de EU van de Greco zo spoedig mogelijk af te ronden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat burgers en bedrijven zich veilig moeten voelen om gevallen van corruptie te melden, met name door dit te melden als klokkenluider; merkt op dat de Commissie van oordeel is dat er in de hele EU nog steeds grote obstakels bestaan voor het melden van zaken als klokkenluider, hoewel sommige lidstaten, zoals Slowakije, Cyprus, Denemarken en Malta, stappen hebben ondernomen om deze situatie te verbeteren; verzoekt de Slowaakse regering de bindende beginselen van de klokkenluidersrichtlijn van de EU<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden (PB L 305 van 26.11.2019, blz. 17).</FIELD></FOOTNOTE> te eerbiedigen en de voorgestelde wijzigingen wat de bescherming van klokkenluiders in Slowakije betreft te heroverwegen; uit met name zijn bezorgdheid over de plannen om klokkenluiders met terugwerkende kracht van hun bescherming te beroven, hetgeen zou leiden tot een gebrek aan rechtszekerheid; merkt op dat het bureau voor de bescherming van klokkenluiders de kwesties bij de Commissie heeft gemeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>veroordeelt het feit dat Malta doorgaat met zijn burgerschapsregeling voor investeerders, die een groot risico op corruptie en andere misdrijven met zich meebrengt, met name gelet op de stappen die verschillende andere lidstaten hebben ondernomen om ervoor te zorgen dat burgerschapsregelingen voor investeerders worden afgeschaft; neemt kennis van de lopende procedure die de Commissie bij het HvJ-EU aanhangig heeft gemaakt tegen Malta voor zijn burgerschapsregeling voor investeerders en blijft bij zijn standpunt dat de Commissie gebruik moet maken van haar bevoegdheid om wetgeving voor te stellen en de aanzet te geven tot een wettelijk verbod op alle burgerschapsregelingen voor investeerders in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>erkent de belangrijke rol van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) bij het waarborgen van de rechtsstaat en bij het bestrijden van corruptie in de Unie, en spoort de Commissie aan om in latere verslagen nauwlettend toe te zien op de mate van samenwerking van de lidstaten met het EOM; verzoekt de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan, zich bij het EOM aan te sluiten; is ingenomen met het feit dat Polen de procedure heeft ingeleid om lid te worden van het EOM, waaruit blijkt dat de nieuwe regering zich ertoe verbindt de financiële belangen van de EU te beschermen en corruptie doeltreffend te bestrijden; is van mening dat lidmaatschap van het EOM een voorwaarde moet zijn voor het ontvangen van EU-middelen; herhaalt zijn oproep om het mandaat van het EOM uit te breiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is van oordeel dat Europese organen als Europol, Eurojust, de Europese Rekenkamer, het EOM en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) hun samenwerking moeten verbeteren om corruptie in zowel de EU-lidstaten als bij de Europese instellingen te voorkomen; dringt in dit verband ook aan op de oprichting van een doeltreffend ethisch orgaan van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>merkt op dat bij corruptie ook nationale autoriteiten betrokken kunnen zijn, waaronder rechterlijke en politiële autoriteiten, die juist geacht worden corruptie te bestrijden; blijft bezorgd over het feit dat er in dit verband slechts langzaam en in beperkte mate vooruitgang is geboekt bij het uitbannen van de cultuur van straffeloosheid op het hoogste niveau in Malta, zoals vastgesteld in het onafhankelijke openbare onderzoek naar de moord op Daphne Caruana Galizia; is van mening dat EU-organen, zoals Europol, een belangrijke rol spelen bij het onderzoeken van corruptie en het verzamelen van bewijsmateriaal, maar dat het vereiste van nationale goedkeuring voor de betrokkenheid van Europol een belemmering vormt; dringt erop aan het mandaat van Europol uit te breiden, zodat Europol corruptiegevallen zoals hierboven beschreven, kan onderzoeken; benadrukt dat het belangrijk is dat het toezicht op Europol op EU-niveau wordt gewaarborgd, dat de onafhankelijke verantwoordingsmechanismen, -organen en -agentschappen van de EU worden versterkt en dat de democratische controle op de activiteiten van Europol wordt verbeterd, onder meer door de Gezamenlijke Parlementaire Controlegroep, met inbegrip van een systematische evaluatie van alle activiteiten van het agentschap en de naleving van zijn mandaat, alsook de plicht om gevolg te geven aan de aanbevelingen van het Parlement aan het agentschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is ingenomen met de voorstellen voor corruptiebestrijding van de Commissie, die tegemoetkomen aan de oproep van het Parlement om de strijd tegen corruptie op te voeren; merkt op dat de Commissie voornemens is de preventie van corruptie in de ontwikkeling van EU-beleid en -programma’s te integreren en actief steun te verlenen aan de inspanningen van de lidstaten om degelijke anticorruptiemaatregelen en -wetgeving in te voeren; is ingenomen met de bereidheid om de grensoverschrijdende dimensie van corruptie aan te pakken door in de hele EU corruptiedelicten strafbaar te stellen en de straffen te harmoniseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>benadrukt dat corruptie en witwaspraktijken onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat het witwassen van geld een van de belangrijkste hefbomen voor de illegale activiteiten van de georganiseerde misdaad en dus een aanval op de rechtsstaat is, waarmee criminelen de opbrengsten van hun misdrijven naar de legale economie sluizen; is zich ervan bewust dat fraude ten nadele van de EU-begroting ook een voorbereiding op witwassen kan zijn; herhaalt zijn vaste overtuiging dat de bescherming van de financiële belangen van de EU alleen doeltreffend en efficiënt kan worden nagestreefd en versterkt door het versterken van de EU-architectuur voor fraudebestrijding en meer transparantie bij de Europese instellingen, waarbij de inherente beperkingen van de nationale systemen worden overwonnen, die niet volstaan om de steeds meer grensoverschrijdende aanvallen op de financiële belangen van de Unie tegen te gaan;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onafhankelijke autoriteiten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt dat checks-and-balances alleen kunnen functioneren als grondwettelijke hoven, ombudspersonen, nationale mensenrechteninstituten, accountantskantoren, organen voor gelijke behandeling en alle andere onafhankelijke autoriteiten goed kunnen functioneren en beschikken over een voldoende breed mandaat, onafhankelijkheid, integriteit en adequate financiering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>merkt op dat de situatie met betrekking tot ombudsmannen, nationale mensenrechteninstituten, organen voor gelijke behandeling en andere onafhankelijke autoriteiten volgens de Commissie sterk verschilt van lidstaat tot lidstaat, met enkele ontwikkelingen in de goede richting in Cyprus, Slowakije, Luxemburg, Portugal, Slovenië en Polen, waarbij er nog steeds problemen bestaan in Litouwen, Hongarije en Kroatië, er nog steeds geen nationaal mensenrechteninstituut is opgericht in overeenstemming met de VN-beginselen van Parijs in Italië, Tsjechië, Malta en Roemenië, er zich vertragingen voordoen bij benoemingen in verschillende onafhankelijke autoriteiten in Bulgarije, Spanje en Oostenrijk, en dat Polen de doeltreffende werking van de Hoge Rekenkamer in gevaar brengt; neemt met grote bezorgdheid kennis van de recente ontwikkelingen in Griekenland, waar onafhankelijke autoriteiten zoals de Griekse autoriteit voor communicatieveiligheid en privacy (ADAE) en de Griekse gegevensbeschermingsautoriteit onder toenemende druk staan als gevolg van hun werkzaamheden in verband met het onrechtmatige gebruik van spyware, waarbij de leden van de raad van bestuur van de ADAE onlangs in allerijl zijn vervangen door het Griekse parlement, blijkbaar vanwege het op handen zijnde besluit van de ADAE om de Griekse inlichtingendienst een boete op te leggen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Pluriformiteit en vrijheid van de media</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>benadrukt dat zonder pluriformiteit en vrijheid van de media het democratische leven en de rechtsstaat niet kunnen overleven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is van mening dat transparantie over media-eigendom een minimumvoorwaarde is voor het behoud van de pluriformiteit van de media; merkt op dat de Commissie heeft vastgesteld dat er sinds het verslag over de rechtsstaat van 2022 nieuwe wetgeving ter vergroting van de transparantie van media-eigendom of ter verbetering van de publieke beschikbaarheid van informatie over media-eigendom is aangenomen in Griekenland, Luxemburg en Zweden en dat de betreffende wetgeving in Cyprus is aangescherpt; merkt op dat er in Bulgarije, Tsjechië en Frankrijk nog geen veranderingen zijn doorgevoerd; moedigt de Europese instellingen aan om eindelijke een robuuste en ambitieuze wet inzake mediavrijheid vast te stellen en uit te voeren om de harmonisatie van de transparantie van de wetgeving inzake media-eigendom op EU-niveau te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat de Commissie van mening is dat regelgevende instanties voor de media onvoldoende worden beschermd tegen ongepaste politieke beïnvloeding, zoals in Hongarije, Slovenië en tot voor kort in Polen onder de vorige regering onder leiding van de partij Recht en Rechtvaardigheid, en dat de autoriteiten over onvoldoende middelen beschikken, met name in Griekenland en Roemenië; verzoekt de Commissie alle nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat artikel 30 van de richtlijn audiovisuele mediadiensten<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn audiovisuele mediadiensten) (PB L 95 van 15.4.2010, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, waarin wordt bepaald dat waarborgen voor de onafhankelijkheid van de nationale regelgevende instanties moeten worden geboden, daadwerkelijk ten uitvoer wordt gelegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>wijst op het belang van de redactionele onafhankelijkheid van publieke media en de plicht van alle lidstaten om deze te eerbiedigen; wijst op de noodzaak om waarborgen tegen interne en externe inmenging in te stellen; is van mening dat publieke media moeten worden beschermd tegen politieke druk, met inbegrip van ongepaste ontslagen, en dat er waarborgen moeten worden ingebouwd om ervoor te zorgen dat redactionele beslissingen vrijelijk kunnen worden genomen; merkt op dat de Commissie van oordeel is dat Luxemburg, Slovenië, Duitsland, Estland, Slowakije en Tsjechië initiatieven hebben genomen om de wettelijke waarborgen of begrotingsmiddelen te versterken om de onafhankelijkheid van de nationale publieke omroepen te verbeteren, terwijl Cyprus, Ierland en Zweden ook hervormingen hebben besproken, en dat er geen maatregelen in die zin zijn genomen in Roemenië, Malta, Polen en Hongarije; neemt kennis van de inspanningen van de nieuwe Poolse regering om de onafhankelijkheid van de publieke omroep te herstellen; merkt op dat in de meest recente Media Pluralism Monitor het risico voor de redactionele autonomie en politieke onafhankelijkheid op Malta als “hoog” werd beoordeeld en dat het algehele risico voor het pluriformiteit van de media op Malta is bijgesteld van “gemiddeld” naar “hoog”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de geplande herstructurering van Radio en Televisie Slowakije (RTVS), de belangrijkste openbare omroep van het land; beklemtoont het belang van het behoud van vrije, onafhankelijke media als hoeksteen van een democratische samenleving; betreurt het besluit van de Slowaakse premier en verschillende regeringsfunctionarissen om de communicatie met belangrijke mediakanalen stop te zetten en erkent dat dit een aanzienlijke belemmering vormt voor het recht van het publiek om relevante overheidsinformatie te ontvangen; benadrukt dat dergelijke acties de vrijheid en transparantie van de media inperken en bijdragen tot de verspreiding van manipulatieve desinformatie in openbare ruimten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>verzoekt de Raad en de Commissie toereikende financiering te verstrekken voor onafhankelijke en Europa-brede journalistiek van goede kwaliteit op nationaal, regionaal en lokaal niveau;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bescherming van journalisten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>herinnert eraan dat onafhankelijke journalistiek als onderdeel van de essentiële checks-and-balances een vitaal element is van de democratische rechtsstaat, en bijdraagt aan de publieke toetsing; uit zijn bezorgdheid over de opzettelijke pogingen van verschillende regeringen en economische machten om journalisten die misstanden aan het licht brengen het zwijgen op te leggen; benadrukt dat ongerechtvaardigde inmenging en druk, angst en zelfcensuur een afschrikkend effect hebben op de uitoefening van de journalistieke vrijheid van meningsuiting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>betreurt de zorgwekkende ontwikkelingen met betrekking tot de veiligheid van journalisten in verschillende lidstaten; merkt op dat het platform van de Raad van Europa ter bevordering van de bescherming van de journalistiek en de veiligheid van journalisten sinds 1 600 meer dan 2015 dreigingswaarschuwingen heeft geregistreerd; betreurt de intimidatie van journalisten tijdens verkiezingscampagnes, zoals recentelijk tijdens de verkiezingen in Slowakije; betreurt dat Malta sinds de moord op Daphne Caruana Galizia heeft nagelaten de arbeidsomstandigheden van journalisten te verbeteren, en dat het land onder meer de aanbevelingen van het verslag van het openbaar onderzoek van 29 juli 2021 niet doeltreffend ten uitvoer heeft gelegd; roept de Slowaakse regeringsfunctionarissen op zich te onthouden van verbale aanvallen op personen; beklemtoont de plicht van overheids- en regeringsfunctionarissen om alle burgers te dienen, met name in een land dat een geschiedenis van haatmisdrijven kent en waar een journalist werd vermoord;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>is bezorgd over de voortdurende SLAPP’s (strategische rechtszaken tegen publieke participatie) in de hele Europese Unie; verzoekt de lidstaten Aanbeveling (EU) 2022/758<FOOTNOTE><FIELD>Aanbeveling (EU) 2022/758 van de Commissie van 27 april 2022 over de wijze waarop journalisten en mensenrechtenverdedigers die betrokken zijn bij publieke participatie kunnen worden beschermd tegen kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”) (PB L 138 van 17.5.2022, blz. 30).</FIELD></FOOTNOTE> van de Commissie uit te voeren en anti-SLAPP-maatregelen vast te stellen voor de bescherming van journalisten en mensenrechtenverdedigers die betrokken zijn bij publieke participatie tegen kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures; merkt op dat dit kan worden gedaan door gevangenisstraffen voor smaad af te schaffen, laster uit het strafrecht te halen en in plaats daarvan civiele of administratieve procedures te bevorderen; is ingenomen met het politieke akkoord tussen de medewetgevers van de EU over de anti-SLAPP-richtlijn<FOOTNOTE><FIELD>Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”) (COM(2022)0177).</FIELD></FOOTNOTE>; verzoekt de Commissie de mogelijkheden te verkennen voor het voorstellen van verdere wetgeving die alle SLAPP-zaken bestrijkt, met inbegrip van binnenlandse rechtszaken; betreurt dat de voorgestelde anti-SLAPP-bepalingen van Malta, ondanks de bezorgdheid van verschillende internationale organisaties, niet toereikend worden bevonden om journalisten bij hun werkzaamheden te beschermen<FOOTNOTE><FIELD>Commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa, Brief aan de voorzitter van het Huis van Malta, 26 september 2023.</FIELD></FOOTNOTE>; herhaalt zijn oproep aan enkele Maltese politici, waaronder de voormalige premier van Malta, om de door de erfgenamen van Daphne Caruana Galizia geërfde smaadzaken die jaren na haar moord nog lopen in te trekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verzoekt de Griekse regering de ernstige uitdagingen aan te pakken die zijn vastgesteld door Media Freedom Rapid Response (MFRR), een alliantie die schendingen van de pers- en mediavrijheid volgt en daarop reageert, met name in verband met willekeurige surveillance, straffeloosheid of misdaden tegen journalisten, SLAPP’s, onafhankelijkheid en pluriformiteit van de media<FOOTNOTE><FIELD>International Press Institute, <STRING ITALIC="on">Murdered, surveilled and sued: decisive action needed to protect journalists and salvage press freedom in Greece</STRING>, 27 september 2023.</FIELD></FOOTNOTE>; is ingenomen met de oprichting van een taskforce voor de bescherming, veiligheid en weerbaarheid van journalisten en andere mediaprofessionals, met als doel de veiligheid en onafhankelijkheid van journalisten en andere mediaprofessionals te verbeteren, het bewustzijn te vergroten en toezicht te houden op de veiligheid van journalisten en merkt op dat het initiatief van de taskforce in lijn is met Aanbeveling (EU) 2021/1534 van de Commissie van 16 september 2021 over het waarborgen van de bescherming, de veiligheid en de weerbaarheid van journalisten en andere mediaprofessionals in de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 331 van 20.9.2021, blz. 8.</FIELD></FOOTNOTE>; heeft met grote bezorgdheid kennisgenomen van de recente arrestatie van een verslaggeefster door de Franse autoriteiten, kennelijk met het doel haar bronnen te achterhalen, en van het illegaal afluisteren van een Nederlandse journalist die voor “De Correspondent” werkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>veroordeelt ten stelligste het gebrek aan een beslissende doorbraak in het onderzoek naar de moord op Giorgos Karaivaz; merkt op dat de twee vermeende daders meer dan twee jaar na de moord werden gearresteerd op basis van bewijsmateriaal waarover de politie al die tijd lijkt te hebben beschikt; is van mening dat het brein achter de moord nog steeds niet is geïdentificeerd; merkt op dat Karaivaz — net als Daphne Caruana Galizia en Ján Kuciak — onderzoek deed naar corruptie en misdaad, en mogelijk op hoog niveau vijanden heeft gemaakt, ook in politieke kringen; wijst erop dat het vermoedelijke brein achter de moord op Daphne Caruana Galizia nog steeds niet is veroordeeld en dat de autoriteiten nog niet alle gevallen van corruptie en misdrijven die zij onderzocht naar behoren hebben uitgezocht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>veroordeelt de illegale surveillance van journalisten, met name door middel van spyware; is ontsteld over de weigering van de Commissie om alle aanbevelingen van de speciale Pegasus-onderzoekscommissie uit te voeren en beschouwt dit als nalatigheid; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om uiterlijk op 30 november 2023 te beoordelen of is voldaan aan de specifieke voorwaarden voor Cyprus, Griekenland, Hongarije, Polen en Spanje, zoals uiteengezet in de aanbeveling; is ingenomen met de oprichting van de bijzondere enquêtecommissie met onderzoeksbevoegdheden in de Sejm, het Lagerhuis van het Poolse parlement; dringt aan op een grondig onderzoek naar vermeende ernstige schendingen van nationale en EU-wetgeving in verband met onrechtmatige surveillance voor politieke doeleinden door de door Recht en Rechtvaardigheid geleide regering; vindt het verontrustend dat de lijst van vermoedelijke slachtoffers zeer lang is en meerdere politici, advocaten, openbare aanklagers, journalisten, zakenlieden, activisten en andere personen omvat; wijst erop dat in geen van de vele gevallen van misbruik van spyware tegen journalisten, activisten, politici, advocaten en andere politieke doelwitten recht is geschied; concludeert derhalve dat, in tegenstelling tot wat de Commissie veronderstelt, veel nationale autoriteiten bereid noch in staat zijn om deze zaken aan te pakken, waardoor de slachtoffers geen doeltreffend verhaal wordt geboden en de democratie onbeschermd blijft; maakt zich grote zorgen over de afschrikkende werking van het feit dat misbruik van spyware op journalisten en hun bronnen ongestraft blijft; onderstreept dat het onwettige gebruik van spyware door nationale regeringen direct en indirect gevolgen heeft voor de integriteit van het besluitvormingsproces, waardoor de democratie in de Europese Unie wordt ondermijnd, en benadrukt dat er dringend behoefte is aan meer transparantie en wettelijke verantwoordingsplicht van de surveillance-industrie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>wijst erop dat de handel in en het gebruik van spyware strikt moeten worden gereguleerd, dat het gebruik van spyware door de lidstaten evenredig en niet willekeurig mag zijn, en dat surveillance alleen mag worden toegestaan in strikte, vooraf bepaalde omstandigheden; is van mening dat doeltreffende mechanismen vooraf om rechterlijk toezicht te waarborgen van cruciaal belang zijn voor de bescherming van individuele vrijheden; bevestigt nogmaals dat individuele rechten niet in gevaar mogen worden gebracht door vrije toegang tot surveillance toe te staan; onderstreept dat ook het vermogen van de rechterlijke macht om zinvol en doeltreffend toezicht achteraf uit te oefenen op verzoeken om surveillance ten behoeve van de nationale veiligheid belangrijk is, om ervoor te zorgen dat onevenredig gebruik van spyware door regeringen kan worden aangevochten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>wijst erop dat de gevolgen van het onrechtmatig gebruik van spyware veel duidelijker zijn in lidstaten waar de autoriteiten die gewoonlijk belast zijn met onderzoek, het bieden van verhaal aan personen die doelwit zijn en het waarborgen van de verantwoordingsplicht, door de staat worden gegijzeld en dat wanneer er sprake is van een crisis van de rechtsstaat en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in gevaar is, geen beroep kan worden gedaan op de nationale autoriteiten; verzoekt de Commissie derhalve om in het verslag over de rechtsstaat landspecifieke monitoring en aanbevelingen per land op te nemen over het onwettige gebruik van spyware door de lidstaten, waarbij ook de bereidheid van overheidsinstellingen om verhaal te bieden aan personen die het doelwit van surveillance zijn, wordt beoordeeld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Transparantie en toegang tot informatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>betreurt de voortdurende moeilijkheden die veel burgers, journalisten en parlementsleden in veel lidstaten ondervinden bij het verkrijgen van informatie en toegang tot documenten; benadrukt dat overheidsdiensten maar al te vaak opzettelijk de toegang tot informatie en documenten belemmeren, bijvoorbeeld door beslissingen buitensporig lang uit te stellen of slechts gefingeerd toegang te verlenen door informatie slechts gedeeltelijk beschikbaar te stellen; neemt er nota van dat de Commissie van oordeel is dat verschillende lidstaten initiatieven hebben genomen om de toegang tot informatie beter te reguleren, zoals in Tsjechië, Litouwen en Slowakije, en dat bepaalde andere lidstaten zich inzetten voor verbeteringen op dit gebied, zoals Duitsland, Spanje, Kroatië, Luxemburg en Hongarije; merkt echter op dat sommige lidstaten, zoals Malta, Oostenrijk en Finland, de problemen nog steeds niet aanpakken; herhaalt zijn oproep aan de Maltese regering om de beroepsprocedures in te trekken die zij heeft aangespannen tegen een reeks verzoeken om vrijheid van informatie van <STRING ITALIC="on">The Shift News</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verzoekt de EU-instellingen het goede voorbeeld te geven wat betreft de toegang tot informatie en documenten; wijst in dit verband op het recente speciaal verslag van de Europese Ombudsman over de tijd die de Europese Commissie nodig heeft om verzoeken om toegang van het publiek tot documenten te behandelen, dat volgt op haar strategisch onderzoek naar deze kwestie, waarin zij wanbeheer vaststelde als gevolg van systematische en aanzienlijke vertragingen bij de behandeling van confirmatieve verzoeken door de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Europese Ombudsman, Speciaal verslag van de Europese Ombudsman in het kader van het strategisch onderzoek naar de tijd die de Europese Commissie nodig heeft voor de behandeling van verzoeken om toegang van het publiek tot documenten (OI/2/2022/OAM), 18 september 2023.</FIELD></FOOTNOTE>; verzoekt de Commissie dit terugkerende probleem definitief aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>moedigt de lidstaten aan lobbyactiviteiten te reguleren door bijvoorbeeld nationale verplichte transparantieregisters in te voeren voor alle politici, leden en functionarissen van regeringen, autoriteiten en agentschappen; moedigt politici, regeringsfunctionarissen en leden van autoriteiten en agentschappen aan een lijst van al hun bijeenkomsten openbaar te maken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Economische dimensie van de rechtsstaat</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>dringt aan op versterking van het beginsel van de rechtsstaat in de interne markt; onderstreept dat betrouwbare en stabiele rechtsstatelijke structuren belangrijke pijlers zijn voor investeringen en handel, die essentieel zijn voor het concurrentievermogen en derhalve voor de capaciteit van het socialezekerheidsstelsel en de arbeidsmarkt in de Europese Unie; betreurt de maatregelen van de lidstaten op dit gebied die in strijd zijn met het Unierecht, zoals bepaalde protectionistische maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>eist dat het toezicht op de economische dimensie van de rechtsstaat wordt geïntensiveerd; verzoekt de Commissie in het verslag over de rechtsstaat meer rekening te houden met en speciale aandacht te besteden aan de economische dimensie in het kader van een verruimd toepassingsgebied van het verslag;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>herhaalt zijn veroordeling van de gemelde systemische discriminerende, niet-transparante en oneerlijke praktijken tegen ondernemingen in bepaalde sectoren in Hongarije en het gebruik van EU-middelen om politieke bondgenoten van de regering te verrijken, hetgeen in strijd is met de EU-regels inzake mededinging en overheidsopdrachten; maakt zich ernstig zorgen over de toenemende concentratie van bedrijven in handen van oligarchen die banden hebben met de huidige regering en die publiekelijk hun intentie hebben uitgesproken om zich in belangrijke sectoren in te kopen, alsook over maatregelen die gericht zijn op de concurrenten van die bedrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>herinnert eraan dat binnen het toepassingsgebied van de Verdragen alle discriminatie op grond van nationaliteit is verboden in overeenstemming met het Handvest, en dat de vrijheid van vestiging, de vrijheid om diensten te verrichten en het vrij verkeer van kapitaal van fundamenteel belang zijn voor de interne markt; onderstreept dat de regels inzake gelijke behandeling openlijke en verkapte discriminatie op grond van nationaliteit, of, in het geval van een onderneming, haar zetel, verbieden; benadrukt dat de correcte uitvoering van de regels voor mededinging en openbare aanbestedingen ook in het belang is van Hongaarse ondernemingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>roept de lidstaten op om tegenover de internationale gemeenschap blijk te geven van hun gehechtheid aan de rechtsstaat en alle aangenomen beperkende maatregelen van de EU nauwkeurig en consequent toe te passen en te voorkomen dat zij worden omzeild; verzoekt de Commissie dit nauwlettend in het oog te houden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ruimte voor het maatschappelijk middenveld</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>erkent de cruciale rol van het maatschappelijk middenveld en een gezonde civiele ruimte voor de handhaving en bescherming van de rechtsstaat en herhaalt zijn oproep om een afzonderlijk hoofdstuk aan de toestand van het maatschappelijk middenveld in de lidstaten te wijden; merkt op dat de Commissie heeft vastgesteld dat Malta, Ierland, Bulgarije, Litouwen en Duitsland inspanningen hebben aangekondigd of zijn begonnen om het kader voor het maatschappelijk middenveld te verbeteren, en stelt vast dat het maatschappelijk middenveld in Cyprus, Griekenland, Spanje, Italië en Frankrijk met bijzondere uitdagingen wordt geconfronteerd en dat er in Hongarije en Polen – onder de voormalige regering onder leiding van de partij Recht en Rechtvaardigheid – nog steeds ernstige autoritaire en ernstige systemische beperkingen gelden; verzoekt alle lidstaten maatschappelijke organisaties te erkennen als belangrijke actoren in het democratisch bestel, alsook om een gunstig klimaat te scheppen voor het maatschappelijk middenveld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt de Commissie via specifieke financiering verder te investeren in de opbouw van capaciteit voor maatschappelijke organisaties om toe te zien op en verslag uit te brengen over de situatie op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten, zoals door middel van het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” en te zorgen voor adequate bescherming van maatschappelijke organisaties die bij dit proces betrokken zijn; is bezorgd over het feit dat de vooringenomen verdeling van de financiële middelen in bepaalde landen gevolgen heeft voor maatschappelijke organisaties die de rechten van kwetsbare groepen bevorderen of die zich meer in het algemeen inzetten voor kwesties die niet door regeringen worden gesteund; pleit voor een grondige beoordeling van deze kwesties in alle landen waarop het verslag betrekking heeft en wijst op de noodzaak van landspecifieke aanbevelingen om deze kwesties aan te pakken; dringt er bij de Commissie op aan direct beheer van EU-middelen te overwegen, om ervoor te zorgen dat in aanmerking komende begunstigden, zoals maatschappelijke organisaties, bedrijven en lokale autoriteiten, de EU-financiering ontvangen die voor hen bestemd is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een richtlijn betreffende Europese grensoverschrijdende verenigingen (COM(2023)0516) en verbindt zich ertoe prioriteit te geven aan de goedkeuring ervan; dringt er verder bij de Commissie op aan een strategie vast te stellen met minimumnormen voor de bescherming van maatschappelijke organisaties in alle lidstaten, teneinde een regelgevend en politiek klimaat te bevorderen dat vrij is van bedreigingen en aanvallen, en maatschappelijke organisaties duurzame en niet-discriminerende toegang tot middelen te verschaffen en hun betrokkenheid bij de civiele dialoog en deelname aan de beleidsvorming te ondersteunen en aan te moedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>maakt zich ernstige zorgen over de plannen die de Slowaakse regering heeft aangekondigd om wetgeving aan te nemen die de ruimte voor het maatschappelijk middenveld zou ondermijnen, onder meer door het werk van ngo’s te beperken en organisaties die buitenlandse financiering ontvangen te stigmatiseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>betreurt dat de situatie van mensenrechtenverdedigers in de EU de afgelopen jaren alarmerend is verslechterd; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat mensenrechtenverdedigers ongehinderd en veilig hun werk kunnen doen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het legitieme gebruik van geweld door de politie in het kader van de rechtsstaat, alsmede de vrijheid van meningsuiting en vreedzame vergadering</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>benadrukt dat rechtshandhaving een essentiële rol speelt bij het behoud van de rechtsstaat, het creëren van een veilige omgeving voor mensen en hen in staat te stellen hun grondrechten uit te oefenen; betreurt dat volgens het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2023 in veel lidstaten, waaronder België, Cyprus, Portugal en Slowakije, rechtshandhavingsinstanties niet over voldoende middelen beschikken om taken, zoals de bestrijding van corruptie, doeltreffend uit te voeren; verzoekt de lidstaten te zorgen voor toereikende financiering, opleiding en personele middelen voor de politie en andere rechtshandhavingsinstanties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>benadrukt dat het prerogatief van het gebruik van geweld uiterst omzichtig moet worden behandeld en benadrukt dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de politie alleen geweld gebruikt wanneer dit strikt noodzakelijk is en alleen voor zover dat nodig is om een legitiem doel te bereiken; wijst erop dat de politie bij de vervulling van haar taken het beginsel van onpartijdigheid en non-discriminatie in acht moet nemen; verzoekt de lidstaten alle gevallen van buitensporig gebruik van geweld of discriminerende behandeling door rechtshandhavingsinstanties grondig te onderzoeken en te zorgen voor systemische garanties tegen dergelijk misbruik;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt de lidstaten in dit verband rekening te houden met de code voor politie-ethiek van de Raad van Europa; is van mening dat politieagenten moeten worden opgeleid in het gebruik van alternatieve praktijken voor de handhaving van de openbare orde die het leven van demonstranten of gearresteerden niet in gevaar brengen; verzoekt de lidstaten EU-brede richtsnoeren in te voeren voor een transparante, onafhankelijke en consistente selectie-, test- en proefprocedure voor wapens die door rechtshandhavingsfunctionarissen worden gebruikt, op basis van de normen, aanbevelingen en leidende beginselen van de VN; merkt op dat hierbij moet worden nagegaan of de wapens verenigbaar zijn met de internationale mensenrechtenwetgeving en -normen alvorens zij worden geselecteerd en ingezet; verzoekt de lidstaten gegevens te verzamelen over alle gevallen van het gebruik van geweld, zodat bewijs kan worden verzameld over gebruik, misbruik, onverwachte gevolgen, verwondingen en sterfgevallen, en de oorzaken daarvan; is bezorgd over het gebruik van buitensporig geweld door de rechtshandhavingsautoriteiten in de hele EU; benadrukt dat de Franse politie zwaarder bewapend is dan de meeste politiediensten elders in de EU; is bezorgd over het feit dat de rechtshandhavingsautoriteiten in Frankrijk ook willekeurig demonstranten aanhouden, hetgeen een schending is van het recht op vrijheid, aangezien de meeste arrestanten binnen een paar uur worden vrijgelaten zonder enige tenlastelegging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>is ernstig bezorgd over het feit dat er in de EU nog steeds melding wordt gemaakt van tal van gevallen van buitensporig gebruik van geweld tegen demonstranten, waaronder het afranselen van demonstranten; merkt op dat rechtshandhavingsinstanties in sommige lidstaten steeds vaker gebruikmaken van “minder dodelijke wapens” om menigten demonstranten onder controle te houden of uiteen te drijven, hetgeen er de afgelopen jaren ook toe heeft geleid dat een aanzienlijk aantal mensen ernstig gewond is geraakt, waardoor duidelijke richtsnoeren voor het gebruik ervan nodig zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>is van mening dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering op verschillende plaatsen in de EU onder zorgwekkende omstandigheden worden uitgeoefend; benadrukt dat beperkingen van het recht op vreedzame vergadering in beginsel niet kunnen worden gebaseerd op de inhoud van de boodschap die de deelnemers aan een protest willen overbrengen, aangezien het recht op vreedzame vergadering nauw verbonden is met het recht op vrijheid van meningsuiting, met uitzondering van vergaderingen die gericht zijn op het aanzetten tot geweld; dringt erop aan dat wetten en praktijken inzake vergaderingen altijd in overeenstemming zijn met de internationale mensenrechtennormen inzake de vrijheid van vergadering en het toezicht op demonstraties, met inbegrip van het aanbieden van gedegen mensenrechtenopleidingen voor politieagenten; verzoekt de lidstaten geen wetten of praktijken goed te keuren die het recht op vreedzame vergadering preventief beperken of demonstranten van meet af aan criminaliseren, zonder gerechtelijk toezicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over de vele gevallen van buitensporig gebruik van geweld door politiediensten tegen minderheidsgroepen, zoals Roma, in verschillende lidstaten; verzoekt de autoriteiten van de lidstaten al deze gevallen volledig en onafhankelijk te onderzoeken; is ernstig bezorgd over het feit dat in Griekenland de afgelopen drie jaar drie jonge Roma zijn omgekomen, en over het feit dat daar geen grondig onderzoek naar is gevoerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gelijkheid, non-discriminatie en pluriformiteit</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>merkt op dat achteruitgang op het gebied van de democratie en de rechtsstaat en de ondermijning van de rechten van minderheden vaak hand in hand gaan, hetgeen eens te meer de noodzaak onderstreept van een integrale benadering van het toezicht op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten in de toekomstige verslagen; betreurt het gebrek aan vooruitgang bij de bescherming van minderheden in de EU; veroordeelt het gebruik van haatzaaiende taal, ook door staatsambtenaren of politici, tegen minderheidsgroepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>benadrukt dat alle vormen van discriminatie, haatzaaiende uitlatingen en strafbare feiten die specifiek gericht zijn tegen minderheidsgroepen en leden van nationale, etnische, taalkundige en religieuze minderheden, moeten worden bestreden; verzoekt de Commissie hierover in het volgende verslag een specifieke nieuwe pijler op te nemen, waarin alle vormen van vreemdelingenhaat, racisme, antisemitisme, islamofobie, zigeunerhaat, lhbtiq-fobie, haatzaaiende uitlatingen en discriminatie in alle lidstaten in kaart worden gebracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>is verontrust over de recente toename van antisemitisme, waaronder gewelddaden, intimidatie en symbolen van haat in openbare ruimten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>is ook verontrust over het niveau van islamofobie in de EU, met inbegrip van lastercampagnes en desinformatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>is teleurgesteld over de traagheid waarmee de Commissie de niet-naleving door de lidstaten van de wetgeving en jurisprudentie met betrekking tot grondrechten aanpakt; dringt er bij de Commissie op aan om, als Hoedster van de Verdragen, haar verantwoordelijkheid te nemen voor de handhaving van de EU-wetgeving inzake de mensenrechten en niet alleen te vertrouwen op burgers die zelf naar de rechter gaan om de toepassing van het EU-recht te waarborgen; beveelt de Commissie met name aan maatregelen te nemen in geval van niet-naleving van arresten van het HvJ-EU overeenkomstig artikel 260, lid 2, VWEU en de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>verzoekt de EU-lidstaten van de bescherming van lhbtiq+-rechten een echte, horizontale prioriteit te maken op alle beleidsterreinen; verzoekt de Commissie alle beschikbare middelen in te zetten om ervoor te zorgen dat de lhbtiq+-rechten in de hele EU worden geëerbiedigd, ook door de instelling van inbreukprocedures tegen lidstaten; verzoekt de lidstaten rekening te houden met de twaalf aanbevelingen van de Stuurgroep discriminatiebestrijding, diversiteit en inclusie van de Raad van Europa inzake de bestrijding van haatmisdrijven tegen lhbtiq+-ers, alsook met de aanbevelingen van de Europese Commissie tegen racisme en onverdraagzaamheid<FOOTNOTE><FIELD>Raad van Europa, Stuurgroep voor discriminatiebestrijding, diversiteit en inclusie, “Thematic review of the implementation of Recommendation CM/Rec(2010)5”, 14 september 2023; Raad van Europa, Europese Commissie tegen racisme en onverdraagzaamheid, algemene beleidsaanbeveling nr. 17 over het voorkomen en bestrijden van onverdraagzaamheid en discriminatie van lhbti-ers, 28 september 2023.</FIELD></FOOTNOTE>; neemt kennis van het recente Roemeense wetsontwerp, dat bedoeld is om te voldoen aan het Coman-arrest<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 5 juni 2018, verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Curte Constituțională (grondwettelijk hof, Roemenië), ECLI:EU:C:2018:385.</FIELD></FOOTNOTE> van het HvJ-EU van 2018, alsook van de kritiek dat het wetsontwerp die uitspraak slechts zeer eng ten uitvoer legt en geen gelijke rechten waarborgt voor partners van hetzelfde geslacht<FOOTNOTE><FIELD>Euractiv, “Romanian LGBTQ+ community wants equal rights, not special conditions”, 22 september 2023.</FIELD></FOOTNOTE>; verzoekt alle andere lidstaten zonder wettelijke erkenning van bestaande partnerschappen tussen personen van hetzelfde geslacht, zoals Bulgarije, Litouwen, Polen, Roemenië en Slowakije, ervoor te zorgen dat dit recht bij wet wordt vastgelegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>betreurt ten zeerste dat wettelijke gendererkenning door middel van een verandering van de burgerlijke staat in verschillende lidstaten nog steeds niet mogelijk is; betreurt het gebrek aan inspanningen en bereidheid van de Bulgaarse regering om een geloofwaardig actieplan te presenteren om uitvoering te geven aan het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak <STRING ITALIC="on">Y.T.</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Bulgarije</STRING> van 9 juli 2020; herinnert er voorts aan dat Bulgarije het arrest van het HvJ-EU in de zaak “Baby Sara” (C-490/20) nog steeds niet heeft uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>dringt erop aan dat seksuele gerichtheid, genderidentiteit, genderexpressie en geslachtskenmerken als gronden worden opgenomen in het rechtskader van de EU inzake non-discriminatie, op basis van een brede interpretatie van seksuele geaardheid en geslacht en het beginsel van gelijkheid van vrouwen en mannen zoals vastgelegd in de Verdragen; merkt op dat dit zal zorgen voor rechtszekerheid en de alomvattende bescherming van alle burgers van onze Unie, en dat deze interpretatie reeds door de medewetgevers is goedgekeurd in het voorstel voor een richtlijn betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling en gelijke kansen voor vrouwen en mannen in arbeid en beroep (COM(2022)0688);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>dringt aan op een Europees verbod op “conversiepraktijken”; dringt aan op een verbod op genitale verminking van interseksuele personen; dringt aan op een verbod op gedwongen abortussen en gedwongen sterilisatie, die een vorm van gendergerelateerd geweld vormen en met name mensen met een handicap schaden; benadrukt dat het belangrijk is om het recht op zelfbeschikking en de autonomie van lhbtiq+-personen te eerbiedigen en hun fysieke en geestelijke gezondheid te bevorderen; benadrukt zijn standpunt dat het voorstel voor een richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (COM(2022)0105) ook de opname van genitale verminking van vrouwen en interseksuele personen en gedwongen sterilisatie op de lijst van zogeheten “Euromisdrijven” moet omvatten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>bevestigt opnieuw dat vrouwenrechten mensenrechten zijn en dat niets stappen achteruit in de rechten en autonomie van vrouwen kan rechtvaardigen; veroordeelt in het bijzonder het offensief tegen de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten van vrouwen en meisjes dat in verschillende lidstaten plaatsvindt; vindt dat het recht op veilige en legale abortus verankerd moet worden in het Handvest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>benadrukt dat gendergerelateerd geweld, zowel online als offline, een vorm van bijzonder zware criminaliteit is en een wijdverbreide schending van de grondrechten en vrijheden in de Unie vormt die doeltreffender en vastberadener en op gemeenschappelijke basis moet worden bestreden; benadrukt dat gendergerelateerd geweld voortvloeit uit maatschappelijke en systemische structurele genderongelijkheden met een grensoverschrijdende dimensie; wijst met name op het toenemend aantal antigender-, anti-lhbtiq+- en antifeministische bewegingen, die goed georganiseerd zijn en een grensoverschrijdend karakter hebben; is voorts van mening dat de grensoverschrijdende dimensie van gendergerelateerd cybergeweld en de grote individuele, economische en maatschappelijke gevolgen van gendergerelateerd geweld in alle lidstaten duidelijk maken dat het noodzakelijk is dat gendergerelateerd geweld in al zijn dimensies door de Unie op gezamenlijke wijze wordt bestreden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>benadrukt dat het niet op gemeenschappelijke basis bestrijden van geweld tegen vrouwen en meisjes en andere vormen van gendergerelateerd geweld ook voortvloeit uit het ontbreken van minimumvoorschriften voor de definitie van strafbare feiten en sancties; merkt op dat dit een gemeenschappelijke definitie van gendergerelateerd geweld omvat, alsook minimumvoorschriften met betrekking tot belangrijke kwesties in verband met preventie, onderrapportage, slachtofferbescherming, ondersteuning en schadeloosstelling, en vervolging van daders; wijst erop dat de aanpak en de inzet van de lidstaten op het gebied van de voorkoming en bestrijding van gendergerelateerd geweld aanzienlijk uiteenlopen en dat een aanpak op gemeenschappelijke basis daarom ook een bijdrage zou leveren aan de rechtshandhaving bij grensoverschrijdende operaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>is van mening dat, hoewel nationale kieswetten niet onder de bevoegdheid van de Unie vallen, alle gekozen organen in de Europese Unie representatief moeten zijn voor de verschillende stemmen binnen het electoraat; spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over bepaalde kiesstelsels in de hele Unie die de pluriformiteit aantasten, bijvoorbeeld door een hoge kiesdrempel in te voeren om verkozen te worden; moedigt nationale electorale hervormingen aan in gevallen waarin grote delen van de bevolking nog steeds niet vertegenwoordigd zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>betreurt ten zeerste de vele doden onder vluchtelingen en migranten op zee, die vaak het slachtoffer zijn van mensenhandel en onmenselijke en vernederende behandelingen moeten ondergaan zonder enige aandacht voor hun veiligheid of grondrechten; herinnert de lidstaten aan hun verplichting uit hoofde van het internationaal zeerecht om personen in nood bij te staan en dringt aan op de oprichting van een alomvattende opsporings- en reddingsmissie van de EU die wordt uitgevoerd door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en Frontex; neemt kennis van het werk van Frontex en zijn grondrechtenfunctionaris, alsook van het Asielagentschap van de EU; benadrukt de noodzaak van een doeltreffend EU-asielstelsel dat de mensenrechten eerbiedigt; neemt kennis van de vooruitgang die is geboekt met het nieuwe asiel- en migratiepact, waardoor het pact vóór het einde van deze zittingsperiode kan worden aangenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>is ingenomen met het feit dat Griekenland op 15 februari 2024 de 16e lidstaat is geworden dat de gelijkheid van huwelijksrechten in de wetgeving heeft opgenomen, met de goedkeuring van een baanbrekende wet door het Griekse parlement waarin het huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht wordt gelegaliseerd en aan paren van hetzelfde geslacht volledige ouderlijke rechten worden toegekend;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Horizontale bevindingen over de staat van de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten in de EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>spreekt in het licht van het bovenstaande zijn ernstige bezorgdheid uit over het feit dat de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten in de hele EU worden uitgehold; benadrukt dat de stand van zaken in het verslag van de Commissie over de rechtsstaat weliswaar veel zorgwekkende ontwikkelingen laat zien, maar dat de situatie er nog zorgwekkender uitziet als rekening wordt gehouden met andere onafhankelijke verslagen en bronnen; benadrukt dat, ook wanneer sommige lidstaten deze waarden op voorbeeldige wijze beschermen en bevorderen, de afkalving van deze waarden in de lidstaten de EU-instellingen en de situatie in de EU als geheel in gevaar brengt en ondermijnt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>onderstreept dat deze stand van zaken niet alleen een abstracte conclusie is, maar ook van invloed is op het dagelijks leven van EU-burgers en -bedrijven, aangezien zij bijvoorbeeld te maken hebben met een inefficiënte of niet-onafhankelijke rechterlijke macht en wijdverbreide corruptie, en geen toegang hebben tot onafhankelijke en hoogwaardige journalistiek; benadrukt dat dit het vertrouwen in ons democratisch systeem op basis van de rechtsstaat ondermijnt; is van mening dat het herstel van de eerbiediging van de EU-waarden in de lidstaten van essentieel belang is om de desintegratie van onze samenlevingen en de Unie te voorkomen; verzoekt de Commissie, de Raad en de Europese Raad ten volle te erkennen dat democratie, de rechtsstaat en de grondrechten niet alleen nationale aangelegenheden zijn, maar ook rechtstreeks van belang zijn voor de Europese Unie en haar instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>verzoekt de lidstaten volledig te voldoen aan de waarden waarop de Unie is gegrondvest, zoals verankerd in artikel 2 VEU; verzoekt de lidstaten in dit verband de wettigheid en rechtszekerheid te eerbiedigen, machtsmisbruik te voorkomen en gelijkheid voor de wet en non-discriminatie, toegang tot de rechter, de scheiding der machten, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de bescherming van de mensenrechten te waarborgen, aangezien dit kernbeginselen zijn voor de goede werking van de mechanismen van checks-and-balances die elke gezonde democratie moet hebben; verzoekt de Commissie op onafhankelijke wijze te analyseren of deze beginselen in alle lidstaten worden nageleefd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Handhaving van het EU-recht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>merkt op dat een goede handhaving van alle EU-wetgeving de allerbelangrijkste voorwaarde is voor een unie die op de rechtsstaat gebaseerd is; veroordeelt de soms openlijke en schaamteloze niet-naleving van de EU-wetgeving door verschillende lidstaten op verschillende gebieden, zoals doeltreffende rechtsbescherming, wetgeving op het gebied van corruptiebestrijding, asiel, de uitvoering van sancties en mensenrechtenrecht; benadrukt dat de EU hierdoor een gebied dreigt te worden waar sommige lidstaten zich gelijker voelen dan andere en de EU-rechten en -vrijheden van burgers niet gelijkelijk worden beschermd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>herinnert de Commissie eraan dat zij voor alles de Hoedster van de Verdragen is; benadrukt dat het uitbrengen van een verslag niet voldoende is om onze op de rechtsstaat gebaseerde unie te versterken, maar dat het verslag moet leiden tot concrete handhavingsmaatregelen, vooral wanneer de aanbevelingen niet volledig worden opgevolgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>betreurt het ten zeerste dat de Commissie niet krachtiger optreedt om de EU-wetgeving te handhaven; verzoekt de Commissie derhalve het aantal nieuwe inbreukprocedures op te voeren en bestaande inbreukprocedures met meer durf en urgentie door te zetten; verzoekt de Commissie systematisch gebruik te maken van versnelde procedures en verzoeken om voorlopige maatregelen bij het HvJ-EU; verzoekt de Commissie de “dialoog” met de lidstaten of de “proefprocedure” niet te gebruiken als een vrijblijvend middel om het inleiden van daadwerkelijke inbreukprocedures te vermijden; verzoekt de Commissie om haar beleid, uiteengezet in haar mededeling van 2022 over de handhaving van het EU-recht, te herzien om inbreukprocedures niet te gebruiken voor “individuele” gevallen, aangezien dit beleid heeft geleid tot ernstige schendingen van de rechten van burgers in de hele EU, met name wanneer hun eigen overheid weigert te voldoen aan de EU-wetgeving of de arresten van het HvJ-EU, ook aangezien de meeste van deze gevallen niet alleen individueel van aard zijn, maar betrekking hebben op strategische en fundamentele kwesties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>wijst op het aanhoudende probleem van de onvolledige tenuitvoerlegging van de arresten van het EHRM, en neemt nota van de besluiten van het Comité van Ministers van de Raad van Europa; is ingenomen met het feit dat er sinds de editie van 2022 in het verslag over de rechtsstaat systemische indicatoren voor de uitvoering van de belangrijkste arresten van het EHRM zijn opgenomen; verzoekt de Commissie evenwel een scorebord op te stellen voor het monitoren van de uitvoering van alle arresten van het HvJ-EU en het EHRM die betrekking hebben op democratie, de rechtsstaat en grondrechten, en dit volledig te integreren in het jaarverslag over de rechtsstaat; verzoekt de lidstaten hangende arresten onverwijld uit te voeren, en verzoekt de Commissie de gevolgen voor de naleving van de EU-wetgeving te beoordelen en zo nodig inbreukprocedures in te leiden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het verslag over de rechtsstaat als instrument</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>is ingenomen met het verslag over de rechtsstaat als een cruciale hoeksteen van het EU-instrumentarium voor de rechtsstaat en prijst de Commissie voor het opstellen van een zorgvuldig onderzocht en goed geschreven verslag; herinnert eraan dat het jaarverslag over de rechtsstaat is ingevoerd naar aanleiding van het initiatiefverslag van wetgevende aard van het Parlement in 2016<FOOTNOTE><FIELD>PB C 215 van 19.6.2018, blz. 162<STRING ITALIC="on">.</STRING></FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>erkent dat het verslag over de rechtsstaat een benchmark is geworden voor de werkzaamheden van de EU-instellingen met betrekking tot kwesties op het gebied van de rechtsstaat in de EU en in specifieke lidstaten; erkent dat de Commissie zich in de loop der jaren voortdurend heeft ingezet om de relevantie van het verslag te vergroten, bijvoorbeeld door landspecifieke aanbevelingen in de vorige editie op te nemen en de naleving ervan in het huidige verslag te beoordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>erkent dat het verslag van de Commissie over de rechtsstaat vollediger is geworden sinds hiermee werd begonnen in 2020; betreurt echter dat essentiële elementen uit de resolutie van het Parlement van 2016 nog niet zijn uitgevoerd en dat de Commissie niet volledig gevolg heeft gegeven aan de aanbevelingen die het Parlement in zijn eerdere resoluties heeft gedaan; verzoekt de Commissie stappen te nemen om dit aan te pakken; betreurt met name dat de editie van 2023 van het verslag niet aanzienlijk is uitgebreid met een alomvattende nieuwe pijler; dringt aan op de opneming in het jaarverslag van belangrijke ontbrekende elementen van de lijst met criteria voor de rechtsstaat van 2016 van de Commissie van Venetië, zoals preventie van machtsmisbruik, gelijkheid voor de wet en non-discriminatie; herhaalt zijn standpunt dat het verslag het volledige bereik van de waarden van artikel 2 VEU moet bestrijken, aangezien deze niet los van elkaar kunnen worden gezien; verzoekt de Commissie de reikwijdte van het verslag volgend jaar uit te breiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>is bezorgd over het feit dat de Commissie, in haar streven om feitelijk en onpartijdig te zijn, soms te diplomatiek en onnauwkeurig te werk gaat bij het vaststellen van rechtsstatelijke problemen in de lidstaten; betreurt dat het eufemistische taalgebruik en het kunstmatig gelijke aantal conclusies en aanbevelingen per lidstaat de zeer reële verschillen tussen de lidstaten verhullen; wijst nogmaals op de aanbeveling om onderscheid te maken tussen systematische en op zichzelf staande inbreuken, om het risico van bagatellisering van de meest ernstige schendingen van de rechtsstaat te voorkomen; verzoekt de Commissie duidelijk te maken dat lidstaten mogelijk niet aan alle criteria voor een democratie voldoen als de waarden van artikel 2 VEU gedurende een bepaalde periode systematisch, bewust en ernstig worden geschonden; is van mening dat de beoordeling van de uitvoering van de aanbevelingen nauwkeuriger en kwalitatiever moet zijn, en niet alleen gebaseerd moet zijn op veranderingen in de wetgeving, maar ook op reëel en onafhankelijk bewijs van de praktische uitvoering ervan; herhaalt dat er een tijdschema, doelstellingen en concrete acties moeten worden vastgesteld voor de uitvoering van de aanbevelingen en dat de mogelijke gevolgen in geval van niet-naleving nader moeten worden omschreven; merkt op dat er soms sprake is van grote verschillen tussen de samenvattingen van landenhoofdstukken en de gedetailleerde inhoud van de hoofdstukken zelf, hetgeen duidt op een redactionele ingreep;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>herhaalt dat veel van deze uitdagingen kunnen worden overwonnen door bij het opstellen van het verslag een onafhankelijk panel van deskundigen te betrekken, aangezien zij zich minder hoeven te laten leiden door diplomatieke overwegingen; verzoekt de Commissie haar standpunt op dit punt te heroverwegen en alle mogelijkheden te onderzoeken om onafhankelijke deskundigen te betrekken bij de volgende edities van het verslag over de rechtsstaat; herhaalt, in het licht van het intrinsieke verband tussen de grondrechten en de rechtsstaat, zijn oproep aan de Commissie om het FRA te verzoeken methodologisch advies te verstrekken en vergelijkend onderzoek uit te voeren, zodat cruciale onderwerpen van het jaarverslag gedetailleerder kunnen worden beschreven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>erkent de inspanningen van de Commissie om in elke lidstaat een breed scala aan raadplegingen te houden en verschillende input te verzamelen, onder meer van nationale autoriteiten en maatschappelijke organisaties; verzoekt de Commissie dit verder uit te breiden en zo veel mogelijk bezoeken ter plaatse in de lidstaten af te leggen in plaats van virtuele bezoeken, aangezien deze een vollediger en meer contextueel beeld van de lokale situatie kunnen schetsen; herinnert er in het bijzonder aan dat het belangrijk is rechtsbeoefenaars te raadplegen, bijvoorbeeld via ordes van advocaten en verenigingen van rechters;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>erkent de rol van notarissen in tal van lidstaten, die gerechtelijke functies vervullen; is van mening dat de bijdrage van notarissen aan normen op het gebied van de rechtsstaat moet worden behandeld in relevante landenhoofdstukken in toekomstige edities van het verslag over de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>is ingenomen met het besluit van de Commissie om het geografische toepassingsgebied van toekomstige verslagen over de rechtsstaat uit te breiden en er ook kandidaat-lidstaten in op te nemen, in overeenstemming met eerdere oproepen van het Parlement om dit te doen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 341 van 27.9.2023, blz. 2<STRING ITALIC="on">.</STRING></FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>is van mening dat een voortdurende en ambitieuze uitbreiding van de reikwijdte, oprechtheid en handhavingsgevolgen van het verslag de beste manier is om de blijvende relevantie en impact ervan te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan meer te investeren in de bewustmaking van de waarden van de Unie en in de geschikte instrumenten, waaronder het jaarverslag, vooral in landen die aanleiding geven tot ernstige bezorgdheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>bevestigt dat het jaarverslag over de rechtsstaat geen doel op zich is, aangezien toezicht op de situatie niet voldoende is, maar ook moet leiden tot specifieke handhavingsmaatregelen met betrekking tot de vastgestelde tekortkomingen; verzoekt de Commissie derhalve ervoor te zorgen dat dit verslag over de rechtsstaat inderdaad deel uitmaakt van een heel proces in het kader van het rechtsstaatmechanisme als geheel, en ervoor te zorgen dat ten volle gebruik wordt gemaakt van de rechtsstaatinstrumenten waarover zij beschikt, met inbegrip van artikel 7 VEU in gevallen waarin in het verslag over de rechtsstaat jaar na jaar aanhoudende schendingen in bepaalde lidstaten worden vastgesteld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interinstitutionele samenwerking en procedures betreffende de rechtsstaat </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>neemt kennis van de evaluatie door de Raad van zijn dialoog over de rechtsstaat en van het standpunt van de Raad dat hij mogelijke verdere interinstitutionele samenwerking in dat verband zal overwegen; verzoekt de Raad zijn dialoog over de rechtsstaat inclusiever te maken door andere instellingen en belanghebbenden voor de sessies uit te nodigen, met name organen van de Raad van Europa, zoals de Commissie van Venetië en de Commissaris voor de Mensenrechten, alsook vertegenwoordigers van het Europees Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>betreurt het dat de Commissie en de Raad tot dusver het aanbod van het Parlement om een interinstitutioneel akkoord over democratie, de rechtsstaat en de grondrechten te sluiten, hebben afgewezen; bevestigt opnieuw zijn bereidheid om de besprekingen over dit akkoord te hervatten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>verzoekt de andere instellingen in de tussentijd ten minste onderzoek te doen naar mogelijke verdere samenwerking in het kader van het voorgestelde interinstitutionele proefproject inzake de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, dat zou kunnen helpen om op praktische wijze vertrouwen tussen de instellingen op te bouwen, met name door het delen van praktijken met betrekking tot monitoring, dialogen en vergaderingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>verzoekt zijn Bureau, in het licht van de terughoudendheid van de Commissie en de Raad, een openbare aanbestedingsprocedure te organiseren om een tijdelijk panel van onafhankelijke deskundigen onder auspiciën van het Parlement op te zetten, in overeenstemming met zijn toezegging in zijn eerdere resoluties, teneinde het Parlement te adviseren inzake de naleving van de waarden van artikel 2 VEU in verschillende lidstaten, en concreet te laten zien op welke wijze een dergelijk panel in de praktijk kan functioneren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>veroordeelt het totale gebrek aan vooruitgang bij de lopende procedures uit hoofde van artikel 7, lid 1, VEU; dringt erop aan dat de Raad reageert op alle nieuwe ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten; herhaalt zijn verzoek aan de Raad om in het kader van deze procedure aanbevelingen te doen, en onderstreept dat een verdere vertraging van dergelijke maatregelen zou neerkomen op een schending van het beginsel van de rechtsstaat door de Raad zelf; benadrukt dat de rol en de bevoegdheden van het Parlement moeten worden geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>verzoekt de Commissie de voorwaarden betreffende democratie, de rechtsstaat en mensenrechten in alle begrotingsinstrumenten en -procedures op te nemen, er strikt toezicht op te houden en deze te waarborgen; herhaalt zijn ernstige bezorgdheid over het besluit van de Commissie dat de horizontale randvoorwaarde van het Handvest is vervuld met betrekking tot de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, waardoor de Hongaarse autoriteiten verzoeken om terugbetaling tot 10,2 miljard EUR kunnen indienen, hoewel Hongarije, zelfs na de recente hervormingen, niet voldoet aan de in het Handvest vastgelegde norm inzake onafhankelijkheid van de rechterlijke macht; verzoekt de Commissie en de Raad de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat in voorkomend geval verder en onverwijld toe te passen en de in het geval van Hongarije genomen maatregelen niet op te heffen totdat daadwerkelijk aan alle voorwaarden is voldaan en de mijlpalen zijn gehaald; verzoekt de Commissie grondig na te gaan of de mijlpalen met betrekking tot de rechtsstaat in de verschillende herstel- en veerkrachtplannen van de lidstaten zijn gehaald, als voorwaarde voor de uitbetaling van financiering wanneer lidstaten betalingsverzoeken indienen; verzoekt de Commissie de primaire verantwoordelijkheid voor de toepassing van deze voorwaarden toe te kennen aan de commissarissen die verantwoordelijk zijn voor de rechtsstaat;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>verzoekt zijn voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de regeringen van de lidstaten en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>