<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0120</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verdieping van de EU-integratie met het oog op toekomstige uitbreidingen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0015/2024 - Rapporteurs: Petras Auštrevičius, Pedro Silva Pereira)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 februari 2024 over de verdieping van de EU-integratie met het oog op toekomstige uitbreiding (2023/2114(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name artikel 5, lid 3, en de artikelen 48 en 49,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van december 2006 en maart 2020 en de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad in Kopenhagen van 21 en 22 juni 1993, die ook wel bekendstaan als de criteria van Kopenhagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 december 2023 over 30 jaar criteria van Kopenhagen – een nieuwe impuls voor het uitbreidingsbeleid van de EU<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0471.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Manifest van Ventotene,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn aanbeveling van 23 november 2022 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid betreffende de nieuwe uitbreidingsstrategie van de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 167 van 11.5.2023, blz. 105.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 5 en 6 juli 2022 over het uitbreidingspakket 2022 van de Commissie en de verklaring van de voorzitter van het Comité van de Regio’s van 8 november 2023 over het uitbreidingspakket 2023 van de Commissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 9 februari 2022, getiteld “Naar cohesie in Europa in 2050”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 23 en 24 juni 2022, 29 en 30 juni 2023, 26 en 27 oktober 2023 en 14 en 15 december 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de analytische verslagen van de Commissie van 2 februari 2023 over de aanpassing van Oekraïne (SWD(2023)0030), Moldavië (SWD(2023)0032) en Georgië (SWD(2023)0031) aan het EU-acquis,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie aan de Europese Raad van 29 november 2023 over de stand van zaken van de politieke, economische en handelsbetrekkingen tussen de EU en Turkije (JOIN(2023)0050),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de vergadering van de Raad Algemene Zaken van 29 en 30 april 1997 over de toepassing van de voorwaarden teneinde een coherente EU-strategie voor de betrekkingen met de landen van de Westelijke Balkan te ontwikkelen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over deze kwestie, met name die van 24 oktober 2019 over het openen van toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië<FOOTNOTE><FIELD>PB C 202 van 28.5.2021, blz. 86.</FIELD></FOOTNOTE>, en zijn resoluties over de verslagen van de Commissie van 2022 over Kosovo<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/1066, 15.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1066/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, Servië<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/1065, 15.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1065/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, Albanië<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0285.</FIELD></FOOTNOTE>, Bosnië en Herzegovina<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0284.</FIELD></FOOTNOTE>, Noord-Macedonië<FOOTNOTE><FIELD>PB C 479 van 16.12.2022, blz. 33.</FIELD></FOOTNOTE> en Montenegro<FOOTNOTE><FIELD>PB C 32 van 27.1.2023, blz. 63.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn aanbeveling van 19 juni 2020 aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid betreffende de Westelijke Balkan, naar aanleiding van de top in 2020<FOOTNOTE><FIELD>PB C 362 van 8.9.2021, blz. 129.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 19 en 20 juni 2003 en de agenda van Thessaloniki voor de Westelijke Balkan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de associatieovereenkomsten van de EU met Albanië<FOOTNOTE><FIELD>PB L 107 van 28.4.2009, blz. 166.</FIELD></FOOTNOTE>, Bosnië en Herzegovina<FOOTNOTE><FIELD>PB L 164 van 30.6.2015, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>, Georgië<FOOTNOTE><FIELD>PB L 261 van 30.8.2014, blz. 4.</FIELD></FOOTNOTE>, Kosovo, de Republiek Moldavië<FOOTNOTE><FIELD>PB L 260 van 30.8.2014, blz. 4.</FIELD></FOOTNOTE>, Montenegro, Noord-Macedonië<FOOTNOTE><FIELD>PB L 84 van 20.3.2004, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>, Servië, Turkije<FOOTNOTE><FIELD>PB L 361 van 31.12.1977, blz. 29.</FIELD></FOOTNOTE> en Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD>PB L 161 van 29.5.2014, blz. 3.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan (COM(2023)0692),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 februari 2020, getiteld “Bevordering van het toetredingsproces — Een geloofwaardig EU-perspectief voor de Westelijke Balkan” (COM(2020)0057) en de strategie van de Commissie voor “Een geloofwaardig vooruitzicht op toetreding en een grotere EU-betrokkenheid bij de Westelijke Balkan” van februari 2018,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 23 juni 2022 over de status van kandidaat-lidstaat van Oekraïne, de Republiek Moldavië en Georgië,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 5 oktober 2023 over de weg van Moldavië richting de EU: balans<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0357.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag nr. 01/2022 van de Europese Rekenkamer van 10 januari 2022, getiteld “EU-steun voor de rechtsstaat in de Westelijke Balkan: ondanks inspanningen nog steeds fundamentele problemen”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het uitbreidingspakket 2022 van de Commissie van 12 oktober 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2023, behorend bij het uitbreidingspakket dat was goedgekeurd door de Europese Commissie op 8 november 2023 (COM(2023)0690),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1529 van het Europees Parlement en de Raad van 15 september 2021 tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 330 van 20.9.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 10 juli 2014 over verbetering van transparantie en inclusie in het proces van toetreding tot de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD>REX/401-EESC-2014- 1609.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties van 16 februari 2017 inzake de verbetering van de werking van de Europese Unie, voortbouwend op het potentieel van het Verdrag van Lissabon<FOOTNOTE><FIELD>PB C 252 van 18.7.2018, blz. 215.</FIELD></FOOTNOTE>, en van 11 juli 2023 over de tenuitvoerlegging van de overbruggingsclausules in de EU-verdragen<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0269.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 9 mei 2022 over het eindresultaat van de Conferentie over de toekomst van Europa van 9 mei 2022, en zijn resolutie van 4 mei 2022 over de follow-up van de conclusies van de Conferentie over de toekomst van Europa<FOOTNOTE><FIELD>PB C 465 van 6.12.2022, blz. 109.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties van 9 juni 2022 over de oproep tot een conventie voor de herziening van de Verdragen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 493 van 27.12.2022, blz. 130.</FIELD></FOOTNOTE>, en van 22 november 2023 over ontwerpen van het Europees Parlement tot wijziging van de Verdragen<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0427.</FIELD></FOOTNOTE> en de activering van artikel 48 VEU, waarin de Europese Raad wordt verzocht te besluiten tot het bijeenroepen van een conventie om de Verdragen te hervormen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken en van de Commissie constitutionele zaken (A9-0015/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat negen van de tien landen die momenteel lid willen worden van de EU de status van kandidaat-lidstaat hebben, en een aantal daarvan al vele jaren; overwegende dat deze kandidaat-lidstaten zich in verschillende stadia van het toetredingsproces en de toetredingsonderhandelingen bevinden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Europese Raad naar aanleiding van de aanbevelingen van de Commissie in het uitbreidingspakket 2023 op 14 december 2023 heeft besloten Georgië de status van kandidaat-lidstaat toe te kennen en toetredingsonderhandelingen te starten met Oekraïne, de Republiek Moldavië en Bosnië en Herzegovina zodra deze landen de vereiste mate van naleving van de lidmaatschapscriteria hebben bereikt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de uitbreiding van de Europese Unie in het licht van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en andere actuele geopolitieke uitdagingen een nieuwe geostrategische betekenis heeft gekregen; overwegende dat de stabiliteit, de veiligheid en de democratische weerbaarheid van de Westelijke Balkan en het oostelijk nabuurschap onlosmakelijk verbonden zijn met de stabiliteit, de veiligheid en de democratische weerbaarheid van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat uitbreiding een morele en historische verbintenis is en een strategische geopolitieke prioriteit die staat voor een geostrategische investering in de toekomst, die zal bijdragen tot vrede, stabiliteit, veiligheid, democratie, eenheid, de strijd tegen klimaatverandering, en daarnaast welvaart en welzijn op het Europese continent zal waarborgen; overwegende dat de veiligheid van de EU ook berust op haar vermogen om de vrede, democratie, rechtsstaat, mensenrechten en grondrechten te verdedigen, te bevorderen en in stand te houden; overwegende dat uitbreiding zowel bestaande als toekomstige lidstaten en hun burgers ten goede kan komen zolang er aan de juiste voorwaarden en vereisten wordt voldaan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat uitbreiding inmiddels een van de sterkste beleids- en geopolitieke instrumenten van de EU is; overwegende dat volgens de Eurobarometer van juni 2023 de meerderheid van de EU-onderdanen voorstander is van de toekomstige uitbreiding van de EU; overwegende dat er dringend een nieuwe impuls, nieuwe toezeggingen en een nieuwe visie nodig zijn om het uitbreidingsproces nieuw leven in te blazen en de continuïteit, consistentie en impact ervan te waarborgen; overwegende dat het gebrek aan inzet in eerdere jaren een vacuüm heeft gecreëerd, waardoor er ruimte is gekomen voor Rusland, China en andere externe actoren; overwegende dat het beginsel van wederzijdse en loyale samenwerking altijd moet worden geëerbiedigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de procedure voor toetreding tot de EU altijd gebaseerd moet zijn op verdienste waarbij alle aanvragers worden beoordeeld op hun eigen verdiensten in de mate waarin zij voldoen aan alle criteria van Kopenhagen, zo ook het voortdurend waarborgen van de volledige eerbiediging van de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van minderheden, de democratie en de rechtsstaat, en van de andere fundamentele waarden van de EU; overwegende dat het de bedoeling is om zo snel mogelijk positieve resultaten te boeken, maar dat versnelde procedures en van tevoren vastgestelde termijnen moeten worden vermeden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat stagnatie of achteruitgang niet zonder gevolgen mag blijven, aangezien het hele toetredingsproces gebaseerd moet zijn op eerlijke en strikte voorwaarden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat toetreding tot de EU van beide partijen capaciteit voor een ambitieuze integratieagenda vereist, zowel van de EU als van de kandidaat-lidstaten; overwegende dat er fundamentele hervormingen op het gebied van de rechterlijke macht, de bestrijding van corruptie, de vrijheid en pluriformiteit van de media nodig zijn in de kandidaat-lidstaten om vooruitgang te boeken op hun weg naar de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het nuttig zou zijn dat de huidige lidstaten ten tijde van de volgende uitbreiding volledig deel gaan uitmaken van de eurozone en het Schengengebied;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de landen van de Westelijke Balkan zich ook moeten richten op conflictoplossing, regionale samenwerking en verzoening; overwegende dat er in de EU of in de landen die toe willen treden tot de EU geen plaats is voor opruiende taal, ontkenning van volkerenmoord of de verheerlijking van oorlogsmisdadigers van welke strijdende partij dan ook; overwegende dat in het reine komen met het verleden de enige manier is om te komen tot echte verzoening, die cruciaal is voor welvarende samenlevingen en succesvolle integratie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de uitbreiding en de verdieping van de EU parallelle processen moeten zijn, aangezien deze processen elkaar wederzijds kunnen versterken, waardoor het effect ervan wordt vergroot en daarmee een aanzienlijke bijdrage wordt geleverd aan de overkoepelende doelstellingen waarvoor de EU werd opgericht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de uitdaging van een grotere Europese Unie vraagt om een verbeterd uitbreidingsbeleid, dat gebaseerd is op de geleidelijke opname ervan in het gemeenschappelijke beleid en met duidelijke voordelen voor burgers in het hele proces;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat er in het kader van uitbreiding op holistische wijze moet worden gekeken naar de evaluatie van huidige en toekomstig Europees beleid, structurele hervormingen, institutionele veranderingen en het meerjarig financieel kader (MFK) voor 2028-2034;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de landen van de Westelijke Balkan al decennia lang verklaren tot de EU te willen toetreden; overwegende dat de EU-leiders op 23 en 24 juni 2022 opnieuw hebben bevestigd dat zij zich volledig en ondubbelzinnig inzetten voor het perspectief van het EU-lidmaatschap van de Westelijke Balkan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat kandidaat-lidstaten moeten aantonen dat zij de fundamentele waarden van de EU onderschrijven en zich ook scharen achter het beleid en de standpunten van de EU, waaronder het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB);</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>	overwegende dat een aantal landen in de Westelijke Balkan zich de afgelopen jaren al in hoge mate heeft aangepast aan het GBVB van de EU, zo ook met betrekking tot de sancties tegen Rusland als respons op zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne; overwegende dat de ministers van Buitenlandse Zaken van Albanië, Kosovo, Montenegro en Noord-Macedonië in maart 2023 het platform “Western Balkans QUAD – 100 % alignment with EU Common Foreign Security Policy (CFSP)” hebben gelanceerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de EU duidelijke politieke wil moet tonen om de kandidaat-lidstaten te steunen en haar voorwaardelijke technische en financiële steun voor fundamentele hervormingen, de beslechting van bilaterale geschillen, economische convergentie en regionale economische integratie in toetredingslanden aanzienlijk moet opvoeren; overwegende dat het nieuwe groeiplan voor de Westelijke Balkan erop gericht is fundamentele hervormingen te versnellen, de integratie van deze landen op de interne markt van de EU te bevorderen en de economische integratie binnen de regio een impuls te geven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat kwaadwillige buitenlandse actoren hybride inmengingsmethoden gebruiken om EU-integratie te beïnvloeden en te laten ontsporen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat het Parlement van alle EU-instellingen ongetwijfeld de grootste voorstander van uitbreiding is; overwegende dat de rol van het Parlement gedurende het gehele uitbreidingsproces uiterst beperkt blijft en moet worden versterkt om de democratische legitimiteit en verantwoordingsplicht te vergroten, zo ook bij de evaluatie van de tussenstappen van de toetreding, onder meer door regelmatige commissievergaderingen en parlementaire controle op de pretoetredingsfinanciering, waarbij gebruik moet worden gemaakt van zijn bestaande instrumenten, waaronder programma’s ter ondersteuning van de democratie; overwegende dat regionale en lokale overheden en maatschappelijke organisaties structureel moeten worden betrokken bij het uitbreidingsproces en het toezicht daarop;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat belangrijke initiatieven zoals de Europese politieke gemeenschap, die al drie officiële bijeenkomsten heeft gehouden, politieke samenwerking mogelijk moeten maken en moeten bijdragen aan regionale dialogen tussen de EU en andere landen op verschillende vakgebieden, maar desondanks geen alternatief zijn voor het EU-lidmaatschap;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat er vóór de uitbreiding aanzienlijke hervormingen nodig zijn om de efficiënte werking van een EU met meer lidstaten en het vermogen om nieuwe lidstaten op te nemen en hun succesvolle integratie te bevorderen, alsook om naar behoren in te spelen op de vele uitdagingen waarmee de EU momenteel wordt geconfronteerd; overwegende dat dit aanzienlijke veranderingen in het institutionele kader van de EU kan inhouden, evenals de mogelijke bevordering van gedifferentieerde integratieoplossingen wanneer dat maar mogelijk is uit hoofde van de Verdragen; overwegende dat een aantal van die oplossingen al enige tijd wordt besproken; overwegende dat, om dit te bewerkstelligen, de EU in afwachting van een diepgaandere hervorming in het kader van een mogelijke herziening van de Verdragen ook volledig gebruik moet maken van de flexibiliteit waarin het Verdrag van Lissabon voorziet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat de EU met aanzienlijke uitdagingen kampt om doeltreffende crisisbeheersing te waarborgen, met name in besluitvormingsprocedures, en dat de geloofwaardigheid en het vermogen van de EU om snel en doeltreffend op te treden, afhangen van democratische en efficiënte besluitvorming, des te meer in een EU met dertig of meer lidstaten; overwegende dat het duidelijk is dat de instellingen en besluitvormingsmechanismen van de EU, met name in de Raad, niet geschikt zijn voor een Unie met een groter aantal lidstaten; overwegende dat politieke wil en efficiënte besluitvorming die leiden tot snel en gecoördineerd intern en extern optreden cruciaal zijn voor de bescherming van de belangen van de EU en haar mondiale geopolitieke leiderschap en geloofwaardigheid; overwegende dat de recente problemen bij de EU-besluiten over sancties opnieuw laten zien dat we moeten afstappen van unanimiteit; overwegende dat er, indien nodig parallel met de lopende toetredingsonderhandelingen, een ingrijpende hervorming van het institutionele kader en de bestuursstructuren van de EU moet worden doorgevoerd, met vereenvoudigde, effectievere en meer democratische besluitvormingsprocedures;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat overbruggingsclausules onmiddellijk kunnen worden toegepast om op specifieke beleidsterreinen over te schakelen van de vereiste van eenparigheid van stemmen naar besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen; overwegende dat het Parlement de procedure voor de herziening van de Verdragen heeft geactiveerd en voorstellen heeft ingediend bij de Raad tot wijziging van de Verdragen overeenkomstig artikel 48, lid 2, VEU; overwegende dat de voorzitter van de Commissie tijdens haar toespraak in het Europees Parlement op 17 januari 2024 de presentatie van een mededeling over de hervorming van de Verdragen heeft aangekondigd waarmee de weg wordt vrijgemaakt voor een discussie in de Europese Raad in de nabije toekomst;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat het Europees Parlement, de Raad en de Commissie zich ertoe hebben verbonden de conclusies van de Conferentie over de toekomst van Europa doeltreffend op te volgen; overwegende dat de Conferentie over de toekomst van Europa de EU heeft verzocht overeenstemming te bereiken over een krachtige visie en een gemeenschappelijke strategie om haar eenheid te versterken en haar besluitvaardigheid te verbeteren met het oog op toekomstige uitbreiding; overwegende dat veel van deze voorstellen alleen kunnen worden uitgevoerd als de Verdragen worden gewijzigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat de uitholling van de democratie tot de grootste bedreigingen voor de Europese Unie behoort, zowel intern als extern;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat gelijktijdig met de volgende uitbreiding ook het mechanisme ter waarborging van de naleving van de fundamentele beginselen en waarden van de EU en het <STRING ITALIC="on">acquis communautaire</STRING> moet worden versterkt; overwegende dat er grondig en objectief toezicht moet worden gehouden op de uitvoering van het acquis door iedere kandidaat-lidstaat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat uitbreiding zowel een grote financiële uitdaging vormt voor de EU, met name voor het cohesie- en landbouwbeleid en voor andere EU-programma’s en -beleid, als een kans is om de EU te hervormen; overwegende dat de huidige en toekomstige MFK’s moeten worden geëvalueerd, de prioriteiten daarin opnieuw onder de loep moeten worden genomen, deze MFK’s naar behoren moeten worden gestructureerd en aanzienlijk moeten worden versterkt, en dat de governance ervan moet worden herzien om een aanzienlijke uitbreiding van de EU mogelijk te maken en te ondersteunen zonder de broodnodige steun in de huidige lidstaten in gevaar te brengen; overwegende dat deze financiële basis vóór de uitbreiding moet worden gelegd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat de wederopbouw en het naoorlogse herstel van Oekraïne een extra uitdaging vormen die moet worden aangepakt in de vorm van een bredere internationale inspanning;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Over de strategische dimensie van een uitbreiding</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is ingenomen met het streven van talrijke Europese landen en hun burgers om tot de EU toe te treden en waardeert hun politieke wil en de serieuze inspanningen die zij hebben geleverd om aan de vereisten voor lidmaatschap te voldoen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is van mening dat uitbreidingen van het grootste strategische belang zijn voor de EU; herhaalt dat een krachtiger uitbreidingsbeleid een van de sterkste beleids- en geopolitieke instrumenten van de EU is geworden als geostrategische investering in vrede, democratie, stabiliteit, veiligheid, klimaatbescherming en welvaart op lange termijn op het hele continent, te meer gezien de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en andere gemeenschappelijke geopolitieke uitdagingen die een politieke langetermijnvisie en doortastende besluiten vergen; wijst op de politieke urgentie om de inzet van de EU voor de op regels gebaseerde internationale orde aan te tonen; benadrukt dat, gezien de grote veiligheidsuitdagingen waarmee Europa kampt, de uitbreiding van de EU en de opname van Oekraïne in de westerse collectieve veiligheids- en defensiesystemen de Europese veiligheid zullen versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>is ingenomen met de aanbevelingen van de Commissie in het uitbreidingspakket 2023 en is daarnaast verheugd over de besluiten van de Europese Raad om toetredingsonderhandelingen met Oekraïne en de Republiek Moldavië te openen, Georgië de status van kandidaat-lidstaat toe te kennen, met dien verstande dat de in de aanbeveling van de Commissie van 8 november 2023 genoemde stappen worden gezet, en om toetredingsonderhandelingen te openen met Bosnië en Herzegovina zodra de vereiste mate van naleving van de lidmaatschapscriteria is bereikt; verzoekt de Raad de Commissie te gelasten onmiddellijk voorstellen in te dienen voor de onderhandelingskaders in dit verband en deze vast te stellen zodra de relevante stappen zijn genomen die zijn uiteengezet in de respectieve aanbevelingen van de Commissie van 8 november 2023;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Over de toetredingsprocedures en de rol van het Europees Parlement</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>onderkent dat de EU voor een historische kans en uitdaging staat voor wat betreft het nakomen van haar toezeggingen ten aanzien van de landen en de inwoners van Albanië, Bosnië en Herzegovina, Noord-Macedonië, Kosovo, Montenegro en Servië, Oekraïne, de Republiek Moldavië en Georgië; ziet het belang in van de Europese integratie van deze cruciale partners; beseft ook hoe belangrijk regionale samenwerking binnen de respectieve regio’s van het Oostelijk Partnerschap en de Westelijke Balkan is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>herhaalt zijn standpunt dat het toetredingsproces van Turkije in de huidige omstandigheden niet kan worden hervat; dringt er bij de Turkse regering op aan de huidige impasse te doorbreken en vooruitgang te boeken op weg naar een hechter, dynamischer en strategischer partnerschap door een realistisch parallel samenwerkingskader te ontwikkelen, zoals een gemoderniseerde associatieovereenkomst, en verzoekt de Commissie mogelijke vormen van een dergelijk samenwerkingsverband te onderzoeken; herinnert eraan dat elke verbetering van de betrekkingen tussen de EU en Turkije gebaseerd moet zijn op concrete vooruitgang op het vlak van mensenrechten, democratie en respectvolle nabuurschapsbetrekkingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>onderstreept dat de procedure voor toetreding tot de EU altijd gebaseerd moet zijn op verdienste en dat alle aanvragers moeten worden beoordeeld op hun eigen verdiensten, d.w.z. de mate waarin zij voldoen aan alle criteria van Kopenhagen; onderstreept dat er niet mag worden afgedongen op waarden en fundamentele beginselen van de EU; benadrukt dat de rechtsstaat, democratische hervormingen, mediavrijheid en eerbiediging van de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van minderheden, centraal moeten worden gesteld in het toetredingsproces, waarbij de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de bestrijding van corruptie en de versterking van de positie van het maatschappelijk middenveld cruciale voorwaarden zijn voor vooruitgang op weg naar het EU-lidmaatschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verzoekt erom dat doeltreffende monitoringmechanismen voor de bescherming van de fundamentele waarden en de degelijke financiële belangen van de Unie in het kader van de toetredingsprocedures vooruit moeten worden geholpen; herhaalt in dit verband zijn oproep om kandidaat-lidstaten op te nemen in het rechtsstaatmechanisme van de EU en de jaarlijkse verslaglegging ervan, en voorafgaand aan hun toetreding automatisch de mechanismen voor samenwerking en verificatie in werking te stellen; schaart zich achter het voornemen van de Commissie om toetredingslanden op te nemen in de verslagen over de rechtsstaat en dringt erop aan dat deze landen worden opgenomen in de jaarlijkse voortgangsverslagen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>spoort uitbreidingslanden aan om de noodzakelijke hervormingen vastbesloten te blijven doorvoeren en tastbare en onomkeerbare vorderingen te boeken, te beginnen met de fundamentele vereisten voor toetreding tot de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>hamert op de noodzaak van voortdurende inspanningen om de pluraliteit van de media te bevorderen, de rechten van journalisten te verdedigen en de vrijheid van meningsuiting in alle kandidaat-lidstaten te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>	wijst erop dat aansluiting bij het GBVB van de EU ook een essentiële indicator vormt voor de onvoorwaardelijke onderschrijving van de fundamentele beginselen van de EU en voor de duurzaamheid van toekomstig lidmaatschap; dringt er bij alle kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten op aan prioriteit te geven aan een snelle en volledige afstemming op het GBVB en herhaalt dat toetreding van een bepaald land pas kan plaatsvinden wanneer het zich schaart achter de beperkende maatregelen van de EU, waaronder sancties die zijn ingesteld naar aanleiding van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>verzoekt om een grondige evaluatie van de uitbreidingsstrategie van de EU en om een beoordeling van de redenen voor de beperkte voortgang die sommige uitbreidingslanden geboekt hebben, met name op het gebied van de rechtsstaat, de mensenrechten en de democratie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is van mening dat de herziene methode van de Commissie, die moet worden geactualiseerd om het toetredingsproces van resp. Oekraïne, de Republiek Moldavië en Georgië erin op te nemen, een beleidskader voor de lange termijn is dat als leidraad dient voor het uitbreidingsproces;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat het proces weliswaar geleidelijker en dynamischer moet worden en dat de EU concrete afzonderlijke hervormingsdoelstellingen, routekaarten en tussentijdse tijdschema’s voor elk toetredingsland moet vaststellen, maar dat er geen sprake mag zijn van versnelde procedures of vooraf vastgestelde termijnen voor het lidmaatschap, aangezien deze de integriteit van het toetredingsproces kunnen aantasten; is echter van mening dat de volgende uitbreiding van de EU moet plaatsvinden zodra in de betrokken kandidaat-lidstaten aan alle toetredingsvoorwaarden is voldaan en tegelijkertijd de noodzakelijke Europese hervormingen zijn overeengekomen en worden uitgevoerd; verwacht dat de eerste kandidaat-lidstaten gereed zullen zijn om tegen het einde van dit decennium tot de Unie toe te treden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>herhaalt dat EU-uitbreiding een gedeelde verantwoordelijkheid van de huidige en de aspirant-lidstaten is; verzoekt de lidstaten blijk te geven van een duidelijke en ondubbelzinnige politieke toewijding ten aanzien van het uitbreidingsproces, op basis van objectieve criteria en die niet wordt misbruikt om bilaterale geschillen te beslechten, aangezien die los van het toetredingsproces moeten worden opgelost; benadrukt dat excessieve vertraging op weg naar volwaardig EU-lidmaatschap zowel de publieke opinie als de politieke motivatie van kandidaat-lidstaten negatief kunnen beïnvloeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>onderstreept dat toetredingsprocessen op omkeerbare wijze kunnen plaatsvinden en dat de op verdiensten gebaseerde aanpak ook kan leiden tot bevriezing van de toetredingsonderhandelingen in geval van de achteruitgang van fundamentele waarden en dat die vervolgens alleen kunnen worden hervat als er aanzienlijke vooruitgang is geboekt bij de hervormingen; dringt aan op robuuste en versterkte monitoring, rapportage en beoordeling van de hervormingen en vorderingen van de kandidaat-lidstaten in alle onderhandelingshoofdstukken met een strategisch toegepaste en gerichte conditionaliteit op basis van duidelijke benchmarks voor vooruitgang, het bestraffen van achteruitgang bij fundamentele kwesties of aanhoudende stagnatie van hervormingen, het belonen van hervormingen en het voldoen aan benchmarks door middel van duidelijke tijdschema’s voor onderhandelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>roept de Commissie op de samenhang, efficiëntie en transparantie van de pretoetredingssteun te verbeteren en de prioriteiten op de fundamentele gebieden duidelijk te laten meespelen bij de toewijzing van financiële middelen uit IPA III; dringt met name aan op de invoering van een striktere en beter afdwingbare verantwoordingsplicht met betrekking tot uitgaven en op verbetering van de algemene cyclus van uitbetaling, uitvoering en controle van pretoetredingsfinanciering, door strikte voorwaarden te hanteren, onder meer bij de uitvoering van het economisch en investeringsplan en het nieuwe groeiplan voor de Westelijke Balkan; verzoekt de Commissie een tussentijdse evaluatie van de IPA III-verordening uit te voeren en voor te stellen Oekraïne, de Republiek Moldavië en Georgië als begunstigden op de lijst te zetten, en verzoekt de Commissie snel uitvoering te geven aan de aanbevelingen van Speciaal verslag nr. 01/2022 van de Europese Rekenkamer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>pleit ervoor in het kader van een Verdragswijziging opties te onderzoeken om de rechtsstaat en de democratische waarden van de EU beter te beschermen tegen mogelijke uitholling in zowel bestaande als toekomstige lidstaten zodat de EU en haar interne markt door uitbreiding worden versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>	wijst erop dat moet worden gewaarborgd dat EU-financiering die aan uitbreidingslanden wordt verstrekt in overeenstemming is met de eigen strategische doelen en belangen van de EU; verzoekt de Commissie de toetredingslanden financieel te steunen die zich beijveren voor goede nabuurschapsbetrekkingen, inclusieve regionale samenwerking en duurzame verzoening, onder meer maar niet alleen door de vervolging van oorlogsmisdadigers en door de slachtoffers van oorlogsmisdaden, misdrijven tegen de menselijkheid en genocide toegang te bieden tot waarheidsvinding, een voorziening in rechte en robuuste vergoedingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de toetredingslanden de justitiële samenwerking met de EU in strafzaken te versterken in het kader van de werkafspraken met het Europees Openbaar Ministerie (EOM) teneinde doeltreffend onderzoek naar en vervolging van misbruik van EU-middelen te vergemakkelijken, onder meer door nationale verbindingsfunctionarissen bij het EOM te detacheren en de bestuurlijke capaciteit van lokale overheden te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>herhaalt zijn standpunt over de noodzaak van versterkte, formele, gestructureerde en systematische samenwerking tussen de EU en de Raad van Europa bij het ondersteunen van toetredingslanden bij hervormingen, om erop toe te zien dat zij alle aanbevelingen van de Commissie van Venetië op hun weg naar het EU-lidmaatschap opvolgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is van mening dat de uitdaging van een grotere EU een verbeterd uitbreidingsbeleid vereist en een duidelijk stapsgewijs traject op weg naar EU-lidmaatschap, met onder meer de geleidelijke opname daarvan in het gemeenschappelijk beleid, zoals de interne markt, voor de landen die de onderhandelingen over een bepaald beleidshoofdstuk hebben afgerond of die aanzienlijke vooruitgang boeken met EU-gerelateerde hervormingen; merkt op dat dergelijke vooruitgang de toegang tot EU-middelen op de gebieden in kwestie mogelijk moet maken, zodat het de burgers gedurende het hele proces duidelijke voordelen kan opleveren; merkt op dat dit traject gepaard moet gaan met meer technische en voorwaardelijke financiële bijstand, waarbij er bijzondere aandacht wordt besteed aan de tenuitvoerlegging en handhaving van wetgeving in het kader van onderhandelingsclusters over fundamentele kwesties en externe betrekkingen, met name hoofdstukken 23, 24, 30 en 31; verzoekt de Commissie gedetailleerde voorstellen te doen voor de methode voor stapsgewijze toetreding, inclusief duidelijke clausules voor “geleidelijkheid” en omkeerbaarheid; onderstreept dat de geleidelijke integratie van kandidaat-lidstaten in specifieke beleidsterreinen met beperkte rechten en verplichtingen geenszins een vervanging van of een alternatief vormt voor volwaardig lidmaatschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>ziet het belang in van initiatieven zoals de Europese politieke gemeenschap, die politieke samenwerking mogelijk maken, bijdragen aan regionale dialogen en die de geleidelijke integratie van kandidaat-lidstaten in de Unie en haar beleid kunnen vergemakkelijken, maar geen alternatief vormen voor het EU-lidmaatschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt dat het nuttig zou kunnen zijn om een aparte commissaris voor Uitbreiding te hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>stelt voor te overwegen kandidaat-lidstaten de status van waarnemer toe te kennen in relevante organen en instellingen, waaronder het Parlement, in eerste instantie op basis van tijdelijke regelingen als de onderhandelingen voldoende gevorderd zijn, met name wat betreft clusters over fundamentele kwesties en externe betrekkingen, en alle voorwaarden zijn vervuld en overeengekomen, totdat de toetredingsverdragen zijn ondertekend; is in dit verband ingenomen met het besluit van het Europees Economisch en Sociaal Comité om met ingang van 2024 waarnemers uit kandidaat-lidstaten op te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is van mening dat er behoefte is aan sterkere, doeltreffendere en betekenisvollere besluitvorming door het Europees Parlement en toezicht op het uitbreidingsbeleid en de financiering ervan, teneinde de democratische legitimiteit en verantwoordingsplicht te vergroten; pleit ervoor de rol van het Parlement gedurende het gehele toetredingsproces te versterken, zo ook bij de tussenstappen, waardoor er een volledige controle ontstaat op de door de kandidaat-lidstaten geboekte vooruitgang op alle beleidsterreinen; zegt toe de regelmatige en transparante dialoog en samenwerking met de nationale parlementen van de kandidaat-lidstaten te verbeteren als model voor parlementaire controle op EU-integratie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>onderstreept dat de democratie beter moet worden ondersteund met de bestaande kanalen en instrumenten, zoals de Jean Monnet-dialoog, de dialoog tussen de partijen en het proces van parlementaire dialoog;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt de EU-instellingen en de lidstaten zich ten volle in te zetten voor de verdere versterking van de hervormingsprocessen in de kandidaat-lidstaten, en dan met name van hun bestuurlijke capaciteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>wijst op de noodzaak om de transparantie te vergroten, burgerparticipatie aan te wakkeren en het maatschappelijk middenveld nauw te betrekken bij het uitbreidingsproces en het toezicht daarop, en daarvoor duurzame financiering uit te trekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>onderstreept dat het uitbreidingsproces niet onbedoeld mag leiden tot bestendiging of verergering van ongelijkheden op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit; verzoekt de Commissie en kandidaat-lidstaten met klem in het kader van het uitbreidingsproces maatregelen te nemen om de rechten van lhbtiq-personen actief te bevorderen en te waarborgen, zoals de ontwikkeling van beleid om discriminatie op grond van seksuele gerichtheid en genderidentiteit uit te bannen, de participatie van lhbtiq-personen in besluitvormingsprocessen te verbeteren en inclusiviteit in de politieke, economische en sociale sfeer te bevorderen door middel van educatieve activiteiten en voorlichting; verzoekt de Commissie en kandidaat-lidstaten de staat van lhbtiq-rechten in kandidaat-lidstaten naar behoren te monitoren en te evalueren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>is van mening dat het toetredingsproces moet waarborgen dat de kandidaat-lidstaten hun inspanningen met betrekking tot gelijke rechten van personen met een handicap opvoeren; benadrukt dat er meer druk moet worden uitgeoefend op kandidaat-lidstaten om hervormingen door te voeren met het oog op de verbetering van de situatie van personen met een handicap en zich meer in te spannen om de zorg in instellingen af te bouwen en deze geleidelijk te vervangen door zorg in familie- en gemeenschapsverband;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Over Europese institutionele en financiële hervormingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>is van mening dat de voorbereidingsprocessen voor de uitbreiding parallel moeten verlopen in de EU en de toetredingslanden; benadrukt dat er Europese institutionele en financiële hervormingen nodig zijn om de huidige uitdagingen het hoofd te bieden en om ervoor te zorgen dat de EU in staat is nieuwe leden op te nemen en hun succesvolle integratie te bevorderen; verzoekt de EU-instellingen en de lidstaten de nodige hervormingen door te voeren zodat hun eventuele afwezigheid de toetreding van nieuwe lidstaten niet vertraagt; merkt op dat deze hervormingen nodig zijn om de EU en haar instellingen te versterken teneinde democratische legitimiteit, goed bestuur, functionaliteit, verantwoordingsplicht, transparantie en duurzaamheid te bevorderen; benadrukt dat het met name van belang is om de democratische legitimiteit van het EU-beleid te vergroten door de beslissingsbevoegdheden en controlerechten van het Parlement uit te breiden; herhaalt daarom zijn oproep om het Parlement algemeen en direct initiatiefrecht te verlenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is er vast van overtuigd dat Europese institutionele hervormingen de handelingsbevoegdheid van de EU zullen vergroten en vereenvoudigde en doeltreffendere besluitvormingsprocedures moeten omvatten, waarbij wordt afgestapt van unanimiteit; herhaalt dat er sprake moet zijn van stemmingen met een gekwalificeerde meerderheid op gebieden als de bescherming van de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat, het MFK, sancties en andere relevante besluiten op het gebied van buitenlands beleid, zoals het starten van toetredingsonderhandelingen met de EU, het openen en sluiten van individuele onderhandelingsclusters en het bestraffen van achteruitgang, maar met uitzondering van besluiten waarbij toestemming wordt verleend voor militaire missies of operaties met een uitvoerend mandaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>dringt erop aan dat het mechanisme ter bescherming van de rechtsstaat en de fundamentele beginselen en waarden van de EU en de monitoringcapaciteit ter waarborging van de naleving van de criteria van Kopenhagen vóór de volgende uitbreidingsronde worden versterkt; stelt voor om de procedure van artikel 7 VEU te hervormen door unanimiteit bij besluiten van de Raad af te schaffen, een duidelijk tijdschema in te voeren en ervoor te zorgen dat het Hof van Justitie bevoegd wordt om schendingen van de rechtsstaat vast te stellen; wijst erop dat de invoering van stemmingen met een gekwalificeerde meerderheid het uitbreidingsproces in dit opzicht zou vergemakkelijken; benadrukt dat er een verdere hervorming van het conditionaliteitsmechanisme voor de rechtsstaat nodig is om alle fundamentele waarden van de Unie te bestrijken en te garanderen, zoals vermeld in artikel 2 VEU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>is van mening dat gedifferentieerde integratie in de context van volwaardig lidmaatschap essentieel is voor een efficiënte en verdiepte uitbreiding van de EU; onderstreept echter dat de eerbiediging van de waarden van de Unie zoals vastgelegd in artikel 2 VEU niet onderhandelbaar is, niet mag worden onderworpen aan afwijkingen of opt-outs en dat het lidmaatschap van de Unie een sterk engagement vereist om al het EU-recht te eerbiedigen; is eveneens van mening dat er permanent moet worden gezorgd voor een brede Europese gemeenschappelijke basis, die domeinen omvat zoals de douane-unie, de interne markt en de vier vrijheden daarvan, het essentiële sociale <STRING ITALIC="on">acquis</STRING> en het landbouw-, mededingings- en handelsbeleid; merkt op dat lidstaten die de Europese integratie willen versterken op een breder scala aan beleidsterreinen verder moeten kunnen gaan dan deze gemeenschappelijke basis; onderstreept dat alle lidstaten in het kader van een dergelijk systeem van gedifferentieerde integratie weliswaar zouden deelnemen aan besluiten over kwesties die tot de gemeenschappelijke basis behoren, maar dat alleen lidstaten die bereid zijn deel te nemen aan beleidsgebieden van grotere integratie aan de desbetreffende besluiten zouden deelnemen; merkt op dat gedifferentieerde integratie ook gedifferentieerde financiële regelingen met zich mee moet brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>dringt erop aan om in afwachting van een verdergaande hervorming in het kader van een mogelijke herziening van de Verdragen ten volle gebruik te maken van de flexibiliteit waarin het Verdrag van Lissabon voorziet; herinnert eraan dat een aantal flexibiliteitsinstrumenten, zoals overbruggingsclausules, nauwere samenwerking, constructieve onthoudingen, permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en opt-outmechanismen, al mogelijk is binnen het huidige rechtskader van de EU, zoals duidelijk blijkt uit de ervaring met het Schengengebied — een van de grootste successen van de Unie — en de eurozone; wijst erop dat er in het kader van toetredingsprocedures kan worden onderhandeld over oplossingen voor geleidelijke integratie, tijdelijke afwijkingen en overgangsperioden; wijst erop dat het gebruik van deze flexibiliteitsmechanismen constructieve discussies over herziening van de Verdragen, zoals goedgekeurd door het Parlement in zijn resolutie van 22 november 2023, niet in de weg mag staan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat er bij institutionele hervormingen vóór uitbreiding ook rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de uitbreiding voor de samenstelling van het Parlement; herinnert eraan dat het Europees Parlement de enige rechtstreeks verkozen instelling is die de burgers in de EU vertegenwoordigt; onderstreept dat het Parlement, met waarborging van een passende democratische representativiteit, wel van een werkbare omvang moet blijven; wijst er echter op dat met het oog op de waarborging van de democratische representativiteit een redelijke uitbreiding van de omvang van het Parlement niet kan worden uitgesloten in een grotere EU; dringt aan op een nieuw systeem voor zetelverdeling op basis van een permanente wiskundige formule, dat objectief, eerlijk, transparant en duurzaam moet zijn; herhaalt zijn standpunt dat de zetelverdeling in het Europees Parlement in samenhang moet worden gezien met de stemregels in de Raad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>benadrukt dat ook het functioneren en de besluitvormingsprocedure van de Raad snel moeten worden herzien met het oog op uitbreidingen; stelt voor om het systeem van het roulerende voorzitterschap van de Raad te herzien; merkt op dat ook de berekening van de drempels voor stemmingen bij gekwalificeerde meerderheid opnieuw moet worden bekeken om het evenwicht tussen grotere en kleine landen te verbeteren en hogere drempels vast te stellen voor de belangrijkste besluiten; pleit voor de grootst mogelijke transparantie en integriteit van de besluitvormingsprocedure van de Raad in de context van uitbreidingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>merkt op dat bij de samenstelling van de Commissie rekening moet worden gehouden met uitbreidingen, en herinnert in dit verband aan de flexibiliteit waarin het Verdrag van Lissabon voorziet; benadrukt dat elke herbeoordeling van de praktijk van de benoeming van één commissaris per lidstaat een geografisch evenwichtige samenstelling van de Commissie moet waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>dringt opnieuw aan op versterking van de instrumenten voor de participatie van burgers in de besluitvorming van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>benadrukt dat uitbreidingen zowel een grote financiële uitdaging vormen voor de EU, met name wat betreft het cohesie- en landbouwbeleid, als een kans om de EU te hervormen; wijst erop dat voor deze uitdaging een MFK nodig is dat goed is gestructureerd, de juiste prioriteiten stelt en wordt voorzien van voldoende financiering, alsmede een doeltreffendere EU-begroting die de Unie in staat stelt nieuwe verbintenissen op zich te nemen, onder voortzetting van de bestaande programma’s en politieke prioriteiten; benadrukt verder dat er tevens voldoende aanvullende en echte eigen middelen nodig zijn om de uitdagingen die uitbreiding met zich meebrengt aan te gaan; merkt op dat uitbreiding boven op andere toenemende behoeften aan EU-financiering komt op het gebied van financiële stabiliteit, strategische autonomie, gezondheid, energie, decarbonisatie, de transitie naar schone energie, milieubescherming, digitalisering, onderzoek, defensie en veiligheid; onderstreept dat dergelijke financiële hervormingen parallel met de lopende toetredingsonderhandelingen moeten worden besproken en vóór de uitbreiding moeten worden goedgekeurd; verdedigt zijn standpunt dat de opzet van het huidige en toekomstige MFK moet worden geherstructureerd en aanzienlijk versterkt om zijn veerkracht te vergroten; onderstreept dat bij de voorbereiding van het MFK voor de periode 2028-2034 rekening moet worden gehouden met de toetreding van nieuwe landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om de speciale rol van kmo’s te garanderen als belangrijke pijler om het industriebeleid te versterken, het vermogen van kandidaat-lidstaten om een rechtvaardige transitie te verwezenlijken te versterken en zich aan te passen aan de technologische uitdagingen op weg naar een inclusieve digitale transitie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de Raad, de Commissie en de EDEO om de strategische communicatie over en de zichtbaarheid van de wederzijdse sociaal-economische voordelen en de uitdagingen van de uitbreiding in zowel de toetredingslanden als de lidstaten te verbeteren door middel van een doeltreffende strategie voor de voorlichtingscampagne gedurende het hele uitbreidingsproces, waarbij tastbare resultaten van het lopende toetredingsproces en van elke onderhandelingsronde voor het voetlicht worden gebracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>herhaalt zijn oproep om de aanbevelingen van de Bijzondere Commissie buitenlandse inmenging in alle democratische processen in de Europese Unie, met inbegrip van desinformatie (INGE), op te volgen, met name door de inspanningen op te voeren om desinformatie tegen te gaan en buitenlandse kwaadwillige inmenging en pogingen om de democratie te ondermijnen en de integratie in de EU te laten ontsporen door de politieke, economische en sociale stabiliteit in de kandidaat-lidstaten te saboteren, te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>wijst erop dat de wederopbouw en het naoorlogse herstel van Oekraïne een multidimensionale uitdaging vormen die moet worden aangepakt in de vorm van een bredere internationale inspanning; benadrukt dat de financiering voor Oekraïne afkomstig moet zijn uit verscheidene internationale bronnen, waaronder bevroren Russische tegoeden; onderstreept dat deze investeringen gepaard zullen gaan met financiële risico’s, en dringt erop aan dat dit proces nauwlettend wordt gevolgd en wordt ingebed in een goed opgezet en afgestemd wetgevingskader dat corruptie- en fraudebestendig is; dringt in dit verband aan op de snelle goedkeuring van de verordening tot oprichting van de faciliteit voor Oekraïne;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>is ingenomen met de werkzaamheden van de Commissie op het gebied van het pre-uitbreidingsbeleid en de herziening van de financiering, en dringt aan op een grondige effectbeoordeling van de gevolgen van uitbreiding; is voorstander van het opzetten van een doeltreffend, door de EU ondersteund mechanisme voor conflictoplossing en bemiddeling, buiten het kader voor uitbreiding, dat specifiek gericht is op het bevorderen van verzoening en het oplossen van bilaterale kwesties in toetredingslanden en op het vinden en uitvoeren van definitieve bindende oplossingen voor regionale en bilaterale geschillen en historische grieven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>dringt erop aan dat de Europese verkiezingen van 2024 worden aangegrepen als een gelegenheid om te debatteren over de noodzaak en de voordelen van het proces van verdieping en uitbreiding van de Europese Unie, en over de noodzakelijke Europese politieke, institutionele en financiële hervormingen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en de parlementen van de lidstaten, en de regering en het parlement van de toetredingslanden.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>