<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0121</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Uitvoering van de economische partnerschapsovereenkomst (EPO) tussen de EU en de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0024/2024 - Rapporteur: Joachim Schuster)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 februari 2024 over de uitvoering van de economische partnerschapsovereenkomst (EPO) tussen de EU en de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika (SADC) (2023/2065(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds<FOOTNOTE><FIELD>PB L 250 van 16.9.2016, blz. 3.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 september 2016 over het ontwerp van besluit van de Raad betreffende de sluiting namens de Europese Unie van de economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de SADC-EPO-staten, anderzijds<FOOTNOTE><FIELD>PB C 204 van 13.6.2018, blz. 222.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 6 oktober 2022 over het resultaat van de herziening door de Commissie van het actieplan van 15 punten inzake handel en duurzame ontwikkeling<FOOTNOTE><FIELD>PB C 132 van 14.4.2023, blz. 99.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 23 juni 2022 over de toekomst van de handelsbetrekkingen tussen de EU en Afrika<FOOTNOTE><FIELD>PB C 32 van 27.1.2023, blz. 74.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 25 maart 2021 inzake een nieuwe strategie EU-Afrika – een partnerschap voor duurzame en inclusieve ontwikkeling<FOOTNOTE><FIELD>PB C 494 van 8.12.2021, blz. 80.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 18 februari 2021 getiteld “Evaluatie van het handelsbeleid – Een open, duurzaam en assertief handelsbeleid” (COM(2021)0066),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2019 getiteld “De Europese Green Deal” (COM(2019)0640),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 maart 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020-2025” (COM(2020)0152),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 11 oktober 2022 getiteld “Individual information sheets on implementation of EU Trade Agreements” (Afzonderlijke informatiebladen over de uitvoering van EU-handelsovereenkomsten) (SWD(2022)0730),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de standpuntnota van de Commissie over de duurzaamheidseffectbeoordeling ter ondersteuning van de handelsbesprekingen met Angola over de toetreding tot de EPO EU-SADC,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de overeenkomst ter facilitering van duurzame investeringen tussen de Europese Unie en de Republiek Angola,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, met inbegrip van de Overeenkomst van Parijs van 2015,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de publicatie van 19 oktober 2021 van de Conferentie van de Verenigde Naties inzake handel en ontwikkeling (UNCTAD) getiteld “Transforming Southern Africa: Harnessing Regional Value Chains and Industrial Policy for Development” (Zuidelijk Afrika transformeren: regionale waardeketens en industrieel beleid voor ontwikkeling in goede banen leiden),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de overeenkomst ter oprichting van de Afrikaanse continentale vrijhandelszone,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke verklaring naar aanleiding van de 26e interparlementaire vergadering EU-Zuid-Afrika, die plaatsvond op 31 oktober en 1 november 2018,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de visie voor 2050 van de SADC,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de industrialisatiestrategie en -routekaart 2015-2063 van de SADC,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het initiatiefadvies van het Europees Economisch en Sociaal Comité getiteld “De volgende generatie hoofdstukken over handel en duurzame ontwikkeling – Herziening van het 15-puntenactieplan”<FOOTNOTE><FIELD>PB C 105 van 4.3.2022, blz. 40.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de evaluatie achteraf van de economische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de SADC – inceptieverslag van 21 juni 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de bijeenkomsten van het Handels- en ontwikkelingscomité van de EPO EU-SADC, en met name de zesde tot en met de negende bijeenkomst,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Global Report on Food Crises 2021 (Mondiaal verslag over voedselcrises 2021),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie van het directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten van het Europees Parlement van 22 november 2023 getiteld “EU-Southern African Development Community Economic Partnership Agreement: A geo-economic perspective” (De economische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika: een geo-economisch perspectief)<FOOTNOTE><FIELD>Studie – “EU-Southern African Development Community Economic Partnership Agreement: A geo-economic perspective”, Europees Parlement, directoraat-generaal Parlementaire Onderzoeksdiensten, 22 November 2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement en artikel 1, lid 1, punt e), van en bijlage 3 bij het besluit van de Conferentie van voorzitters van 12 december 2002 betreffende de procedure inzake het verlenen van toestemming voor het opstellen van initiatiefverslagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie ontwikkelingssamenwerking,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie internationale handel (A9-0024/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat geopolitieke veranderingen, waaronder de coronapandemie, de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de economische gevolgen daarvan, hebben geleid tot een herpositionering van Afrika waarbij de landen van het Globale Zuiden zich op het wereldtoneel meer zelfbeschikking hebben toegeëigend, gericht op het bevorderen van hun eigen belangen en inbreng;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de associatie van belangrijke landen uit het Globale Zuiden in de BRICS-alliantie (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika), een alliantie die op grond van het besluit van de BRICS-top van augustus 2023 vanaf 2024 met zes extra landen wordt uitgebreid, benadrukt dat het van belang is om bij de samenwerking met de landen van het Globale Zuiden gelijke en billijke voorwaarden te hanteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat Zuid-Afrika een prominente rol speelt als bruggenbouwer tussen de Europese Unie en het Afrikaanse continent en als partner bij het aanpakken van mondiale problemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de Post-Cotonou-overeenkomst het nieuwe overkoepelende kader zal vormen voor alle economische partnerschapsovereenkomsten, waaronder die met de SADC, en tevens een belangrijk referentiepunt zal worden voor de toekomstige evaluaties van deze overeenkomsten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de volledige deelname van alle belanghebbenden, met name het maatschappelijk middenveld, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en vakbonden, aan de uitvoering en monitoring van de EPO EU-SADC van essentieel belang is voor het tijdig vaststellen van problemen, kansen en prioriteiten en voor het monitoren van de respectieve overeengekomen acties;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat Angola momenteel het proces doorloopt om toe te treden tot de EPO EU-SADC; overwegende dat de EU en Angola de onderhandelingen over een overeenkomst ter facilitering van duurzame investeringen hebben afgerond;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat bijzondere en gedifferentieerde behandeling een grondbeginsel van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) is en dat het beginsel van beleidscoherentie voor ontwikkeling de leidraad moet vormen voor de handelsbetrekkingen van de EU met ontwikkelingslanden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat genderongelijkheid in Afrika ten zuiden van de Sahara de regio gemiddeld 6 % van haar jaarlijkse bbp kost en daarmee het streven van het continent naar inclusieve menselijke ontwikkeling en economische groei in gevaar brengt; overwegende dat een toename van genderongelijkheid met 1 % de score van een land op de index van menselijke ontwikkeling met 0,75 % verlaagt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de SADC-EPO-staten te kampen hebben met uitdagingen zoals diepgewortelde ongelijkheden en een sterke afhankelijkheid van de uitvoer van niet verwerkte grondstoffen en landbouwproducten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat deze ongelijkheden een obstakel zijn gebleken voor pogingen om een brede industrialisatie tot stand te brengen en soms leiden tot corruptie, en dat het daarom nodig is gedifferentieerd beleid te ontwikkelen waarmee de economische ongelijkheden binnen en tussen de landen in de SADC-regio kunnen worden aangepakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de visie voor 2050 van de SADC op drie pijlers berust: industriële ontwikkeling en marktintegratie, ontwikkeling van infrastructuur ter ondersteuning van regionale integratie, en ontwikkeling van sociaal en menselijk kapitaal;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat in de industrialisatiestrategie en -routekaart 2015-2063 van de SADC drie voorkeursgroeipaden voor op hulpbronnen gebaseerde industrialisatie in de regio zijn vastgesteld: verwerking van landbouwgrondstoffen, verwerking van mineralen, en industriële en op diensten gebaseerde waardeketens;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat ontwikkelingslanden jaarlijks 2,5 biljoen USD aan financiering tekortkomen om de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG’s) tegen 2030 te kunnen verwezenlijken; overwegende dat buitenlandse directe investeringen (BDI) een instrument vormen voor het financieren van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de bijbehorende SDG’s; overwegende dat dit kapitaal kan bijdragen tot het scheppen van banen en tot verbeteringen op sociaal en milieugebied, zoals beschreven in de SDG’s; overwegende dat het doel om investeringen aan te trekken hand in hand moet gaan met de erkenning in het kader van internationale investeringsovereenkomsten dat de partijen bij deze overeenkomsten ernaar moeten streven hun niveau van milieu- of arbeidsbescherming te verhogen en niet af te zwakken of te verlagen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de industraliseringsstrategie en -routekaart 2015-2063 van de SADC tot doel heeft regionale en mondiale waardeketens te ontwikkelen en hieraan deel te nemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat het voor de ontwikkeling van regionale waardeketens en de verdere integratie van de SADC-staten in mondiale waardeketens noodzakelijk is een vervoers- en digitale infrastructuur tot stand te brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat financiering, vaardigheden, technologie, infrastructuur en logistiek cruciale elementen zijn voor een succesvolle deelname aan de waardeketen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de COVID-19-pandemie de investeringskloven in de SADC-EPO-staten aanzienlijk heeft vergroot en hun budgettaire ruimte heeft beperkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de maatregelen om de verspreiding van COVID-19 te voorkomen aanzienlijke gevolgen hebben gehad voor de bestaansmiddelen van de bevolking, met name in Eswatini en Lesotho, die afhankelijk zijn van het grensverkeer van arbeiders aan de grens met Zuid-Afrika;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de schommelingen van de grondstoffenprijzen tijdens de COVID‑19-pandemie economische schade hebben toegebracht aan SADC-EPO-staten die afhankelijk zijn van belastinginkomsten uit winningsindustrieën;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat het lage niveau van de lokale productie van gezondheidsproducten de regio afhankelijk houdt van de internationale productie voor de aankoop van levensnoodzakelijke gezondheidsproducten, waaronder essentiële vaccins tegen COVID-19;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Monitoring- en evaluatieproces van de EPO</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is ingenomen met het eerste evaluatieproces dat in november 2021 van start is gegaan nadat de EPO sinds 2016 voorlopig werd toegepast, en verwacht dat dit proces het verband tussen de EPO en duurzame ontwikkeling zal kunnen aantonen; verzoekt de Commissie samen te werken met de SADC-partners om eerlijke, inclusieve en duurzame handel te bevorderen, zodat de EPO, wanneer zij doeltreffend wordt uitgevoerd, kan zorgen voor en kan bijdragen tot duurzame ontwikkeling in de regio; dringt er bij de Commissie op aan om bij de evaluatie achteraf van de EPO EU-SADC een grondige analyse te verrichten van het effect van de EPO op de SDG’s, informele en lokale economieën, regionale en pan-Afrikaanse integratie, economische diversificatie, bestrijding van klimaatverandering, met inbegrip van de bijdrage van de binnenlandse industrie aan deze inspanningen, en de doeltreffendheid van de steun die wordt verstrekt via de Global Gateway en het EU-programma “hulp voor handel” in het kader van de EPO EU-SADC; herinnert eraan dat de huidige overeenkomst in de eerste plaats gericht is op de handel in goederen en geen betrekking heeft op de handel in diensten, investeringen of andere kwesties zoals intellectuele-eigendomsrechten, mededinging en overheidsopdrachten; verzoekt de partijen om bij de toekomstige evaluaties aandacht te besteden aan deze aspecten, aangezien de overeenkomst voorziet in bepalingen om over deze kwesties in de toekomst onderhandelingen te openen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>herhaalt zijn standpunt met betrekking tot het belang van de betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de uitvoering en monitoring van de EPO; betreurt dat er sprake blijkt te zijn van een beperkte betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de uitvoering van de EPO; benadrukt in dit verband dat het absoluut noodzakelijk is de participatie van het maatschappelijk middenveld actief te bevorderen; merkt op dat de actieve participatie van maatschappelijke organisaties en belanghebbenden, waaronder vrouwengroepen en studentenorganisaties, in het monitoring- en evaluatieproces waardevolle inzichten en feedback kan opleveren over de effecten van de overeenkomst op vrouwen en jongeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>erkent dat de opstelling van het gezamenlijke monitoringverslag over de EPO langzamer vordert dan verwacht; is zich bewust van de capaciteitsbeperkingen waarmee de SADC-EPO-staten in dit verband worden geconfronteerd; herinnert eraan dat de nieuwe aanpak inzake handel en duurzame ontwikkeling inhoudt dat alle relevante belanghebbenden, met inbegrip van maatschappelijke organisaties, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en vakbonden, bij deze inventarisatie moeten worden betrokken, waarbij zij ertoe worden aangemoedigd voorstellen te doen om de EPO zo doeltreffend mogelijk te maken, en dat de EPO moet worden gemoderniseerd door de oprichting van een interne adviesgroep, zoals inmiddels gebruikelijk is bij andere EPO’s; pleit voor een meer gestructureerde participatie van belanghebbenden met betrekking tot de concrete uitvoering van alle duurzaamheidsaspecten van de EPO EU-SADC; dringt er bij de SADC-EPO-staten op aan de in het kader van de EPO overeengekomen verbintenissen wat de betrokkenheid van maatschappelijke actoren betreft na te komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>erkent dat er flexibele overgangsregelingen nodig zijn om de SADC-EPO-staten in staat te stellen te voldoen aan de vereisten inzake handel en duurzame ontwikkeling van de EPO en aan andere internationale verbintenissen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>rekent erop dat de EPO, afhankelijk van de resultaten van de evaluatie, zal worden aangepast of eventueel zal worden uitgebreid met aanvullende overeenkomsten om het partnerschap tussen de EU en de landen in Zuidelijk Afrika te bestendigen en te verdiepen als reactie op geopolitieke veranderingen en de uitdagingen die voortvloeien uit de klimaatverandering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is ingenomen met de ambitie van Angola, een land dat sterk afhankelijk is van winningsindustrieën, om zijn economie koolstofvrij te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt verheugd vast dat in het kader van de overeenkomst ter facilitering van duurzame investeringen tussen de EU en Angola ook wordt voorzien in maatregelen gericht op de opbouw van begrotingscapaciteit;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Handelsbalansen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>stelt tevreden vast dat de handelsbetrekkingen tussen de EU en de SADC-EPO-staten aanzienlijk zijn uitgebreid, zowel op regionaal als op bilateraal niveau, en dat de SADC-EPO-staten een handelsoverschot hebben kunnen verwezenlijken; is van mening dat dit de positieve bijdrage van de EPO aan economische ontwikkeling aantoont, hoewel de potentiële gewenste positieve effecten op het gebied van werkgelegenheid, regionale economische samenwerking en diversificatie en modernisering van de economie nog niet zijn vervuld en bij wijze van prioriteit moeten worden nagestreefd; merkt op dat de uitvoer van de SADC-EPO-staten naar de EU hoofdzakelijk betrekking heeft op edelstenen, houtwaren, vervoer<FOOTNOTE><FIELD>Cipollina, M., “The Trade Growth under the EU-SADC Economic Partnership Agreement: An Empirical Assessment”, <STRING ITALIC="on">Economies</STRING>, vol. 10, nr. 12, 2022.</FIELD></FOOTNOTE>, minerale producten en landbouwproducten zoals groenten en fruit; merkt echter op dat de uitvoer van Zuid-Afrika naar de EU diverser is en goederen met een hogere toegevoegde waarde omvat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat de SADC-EPO-staten, met uitzondering van Zuid-Afrika, hoofdzakelijk handel drijven binnen de regio; merkt op dat de handel met Zuid-Afrika nog steeds 80 % van de handel van de EU met de SADC-EPO-staten vertegenwoordigt en dat de Zuid-Afrikaanse handel in goederen met andere Afrikaanse landen slechts 17 % van de totale buitenlandse handel van het land uitmaakt; overwegende dat de handel binnen de SADC-regio goed is voor 23 % van de totale handel van de SADC-staten; overwegende dat de handelspatronen binnen de SADC-regio verschillen van de bilaterale handel tussen de EU en de SADC; merkt op dat er wat diversificatie betreft geen sprake is van verbetering en dat het aandeel van de industriële productie in het bbp laag blijft; overwegende dat SADC-EPO-staten met een gediversifieerde economie beter bestand zouden zijn tegen externe schokken; wijst erop dat het van belang is regionale waardeketens te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat de EPO moet bijdragen aan een nieuwe handelsdynamiek tussen de partijen door middel van toenemende asymmetrische liberalisering van de onderlinge handel; benadrukt tevens dat de EPO de samenwerking op alle voor de handel relevante gebieden kan versterken, verbreden en verdiepen en dat derhalve ook het partnerschap tussen de SADC-landen en de EU een stimulans kan krijgen; benadrukt het belang van het beginsel van asymmetrische handelsliberalisering als instrument om de economische groei en duurzame ontwikkeling van de SADC-EPO-landen te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>onderstreept dat EPO’s weliswaar aanzienlijke voordelen kunnen opleveren voor de staten in Afrika, het Caribische gebied en het gebied van de Stille Oceaan (ACS-landen), maar ook hun eigen uitdagingen en nadelen met zich meebrengen; dringt er daarom op aan dat beleidsmakers deze factoren zorgvuldig in overweging nemen en zich ervoor inzetten dat EPO’s zodanig worden uitgevoerd dat alle betrokken partijen er maximaal profijt uit halen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>herinnert eraan dat alle partijen altijd moeten handelen op basis van de beginselen van solidariteit en wederzijds belang om zodoende een vruchtbare samenwerking te bevorderen, hun verbintenissen en verplichtingen moeten nakomen en de capaciteit van de SADC-EPO-landen moeten bevorderen om de uitvoering van de overeenkomst voort te zetten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Technische handelsbelemmeringen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>herinnert eraan dat de EPO EU-SADC tot doel heeft regionale integratie te bevorderen en dat de overeenkomst een bouwsteen moet vormen voor de Afrikaanse continentale vrijhandelszone, die in 2021 is opgericht; merkt op dat de regionale integratie wordt gehinderd door lange wachttijden bij grensovergangen, hoge grenskosten en ontoereikende grensoverschrijdende connectiviteit; verzoekt de Commissie en de SADC-EPO-staten de samenwerking op het gebied van infrastructuur, digitale handel en certificering te intensiveren, onder meer in het kader van het Global Gateway-initiatief; wijst erop dat het belangrijk is prioriteit toe te kennen aan regionale vervoers- en infrastructuurprojecten in de regio om de regionale integratie te verdiepen en de handelsstromen binnen de regio te versterken; herinnert aan de noodzaak om de ontwikkeling van efficiënte grensoverschrijdende infrastructuur te bevorderen, regelgeving te harmoniseren en de samenwerking tussen de SADC-EPO-staten te versterken om een SADC-regio met goede onderlinge verbindingen tot stand te brengen; verzoekt de SADC-EPO-staten de regelgeving en procedures met betrekking tot douane en vervoer te harmoniseren, teneinde grensoverschrijdende processen te vereenvoudigen, vertragingen te beperken en een klimaat te bevorderen dat gunstig is voor handel en investeringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>wijst op de noodzaak om grensoverschrijdende arbeidsregelingen te formaliseren om fatsoenlijk werk te bevorderen, de rechten van werknemers te beschermen en sociale en economische ontwikkeling in de regio te waarborgen; erkent de specifieke uitdagingen waar vrouwen mee te maken hebben, met name in de context van grensoverschrijdende arbeid, waaronder gendergerelateerd geweld en corruptie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de SADC-EPO-staten op aan hun inzet uit te breiden tot het creëren van een gunstig klimaat voor legale en transparante arbeidsmobiliteit en hierbij de rechten en waardigheid van werknemers te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Oorsprongsregels</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is ingenomen met de aankondiging door de Commissie van de activering van regionale cumulatie met landen van de Douane-Unie van Zuidelijk Afrika (SACU); herinnert eraan dat de invoering van flexibele oorsprongsregels essentieel is voor het verwezenlijken van doelstellingen inzake regionale integratie; benadrukt dat oorsprongsregels de doelstellingen van de Afrikaanse continentale vrijhandelszone (AfCFTA) moeten bevorderen; wijst erop dat de EPO de verdere ontwikkeling van de AfCFTA moet ondersteunen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Handelsgeschillen en problemen met markttoegang</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt op dat er handelsbarrières zijn ontstaan in verband met sanitaire en fytosanitaire maatregelen, met name voor pluimvee en citrusvruchten; verzoekt de Commissie en de SADC-EPO-staten gebruik te maken van de fora en samenwerkingsmechanismen die in het kader van de EPO zijn overeengekomen om veranderingen in de regelgeving inzake sanitaire en fytosanitaire normen in een vroeg stadium en in een geest van samenwerking aan te pakken, zodat er tijdig passende maatregelen kunnen worden genomen; herinnert eraan dat het Europees Parlement in het kader van de evaluatie volledig moet worden geïnformeerd om te waarborgen dat de door Zuid-Afrika toegepaste sanitaire en fytosanitaire maatregelen in overeenstemming zijn met de vereisten van de Unie en de bepalingen van de EPO en niet schadelijk zijn voor de plantgezondheid van de productie in de Unie en de SADC; erkent dat de Commissie technische en financiële steun aan de EU-SADC-EPO-staten heeft verleend om te voldoen aan de vereisten van de sanitaire en fytosanitaire maatregelen, en dringt aan op een grondig toezicht op de werkzaamheden om gezondheidsrisico’s te beperken; beveelt aan om via politiek overleg op hoog niveau naar oplossingen te zoeken voor handelsbelemmeringen als gevolg van sanitaire en fytosanitaire vereisten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Capaciteitsopbouw</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat governance en capaciteit op begrotings- en institutioneel gebied de grootste uitdagingen blijven voor een doeltreffende uitvoering van de EPO;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>benadrukt het belang van ontwikkelingssamenwerking en technische en financiële bijstand als essentiële factoren om de doelstellingen van de EPO te verwezenlijken en voordelige samenwerking tussen de partijen tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>herinnert eraan dat het voor kleinere ACS-landen met een gebrek aan middelen en infrastructuur een uitdaging kan zijn om EPO’s ten uitvoer te leggen; verzoekt de EU en haar lidstaten hun partners in ontwikkelingslanden bij te staan zodat zij de mogelijkheden die de EPO’s bieden ten volle kunnen benutten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten hun inspanningen op het vlak van technische bijstand op te voeren; verzoekt de Commissie om haar communicatie en samenwerking met de SADC-EPO-staten aanzienlijk uit te breiden, alsook om deze landen en, in voorkomend geval, hun bedrijven en maatschappelijke organisaties tijdig steun te verlenen bij de uitvoering van komende EU-projecten en het nakomen van andere internationale verbintenissen, zoals de multilaterale milieuovereenkomsten, de verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en de leidende beginselen van de VN inzake bedrijfsleven en mensenrechten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Economische, sociale en milieuontwikkeling</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>concludeert dat de EPO er niet in is geslaagd regionale waardeketens en de waardeketens in en tussen de SADC-EPO-staten in enige mate van betekenis te versterken, maar wel moet zorgen voor een sterkere diversificatie van de uitvoer en van regionale waardeketens en voor veerkrachtigere toeleveringsketens die zich kunnen aanpassen aan toekomstige verstoringen van de sociaal-economische ontwikkeling van de SADC; benadrukt dat het voor de economische veerkracht van de regio van belang is regionale waardeketens te ontwikkelen; rekent erop dat met de EPO beter wordt bijgedragen aan het tegengaan van de aanhoudende problemen op het gebied van voedselsoevereiniteit en armoedebestrijding in de SADC-EPO-staten; herinnert eraan dat EPO’s bedoeld zijn om positieve effecten op economische ontwikkeling en regionale integratie teweeg te brengen; benadrukt dat de EPO nog veel potentieel heeft om duurzame ontwikkeling te bevorderen en dat dit bij wijze van prioriteit moet worden nagestreefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt zijn wens om de SADC-EPO-staten voldoende beleidsruimte te laten om lokale toegevoegde waarde te creëren; is van mening dat de EU de SADC-EPO-staten actief moet ondersteunen bij hun inspanningen om een hogere positie in de waardeketen te verwerven; benadrukt dat het doeltreffend beheer van regionale specialisatie van essentieel belang is om het potentieel van regionale waardeketens te maximaliseren en dat dit coöperatieve governancestructuren en beleidsmaatregelen vereist; verzoekt de EU en de SADC-EPO-staten te werken aan de ontwikkeling van hoogwaardige digitale infrastructuur, waaronder breedbandnetwerken en digitale platforms, teneinde een betere connectiviteit tot stand te brengen, elektronische handel te bevorderen en de grensoverschrijdende uitwisseling van informatie en diensten te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt het kritieke belang van de waardeketen van diensten voor het stimuleren van economische groei, het bevorderen van innovatie en het versterken van regionale samenwerking binnen de SADC-regio; wijst op het potentieel van de dienstensectoren in de SADC-regio, waaronder de financiëledienstensector, de sector toerisme en de telecommunicatiesector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>beklemtoont hoe belangrijk het is dat de EU zich blijft inzetten voor multilaterale samenwerking en voor het veiligstellen van de eigen Europese handelsbelangen, maar tegelijkertijd aandacht heeft voor een aantal van de voornaamste belangen van de ACS-landen, met name op het gebied van regionale integratie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>herinnert aan de tweepijleroplossing voor het aanpakken van fiscale uitdagingen die voortvloeien uit de digitalisering en globalisering van de economie, zoals overeengekomen door de leden van het inclusief kader van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling/G20 inzake grondslaguitholling en winstverschuiving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>roept de EU en haar lidstaten ertoe op te waarborgen dat het overeengekomen mondiale minimumtarief voor de vennootschapsbelasting van 15 % voor multinationale ondernemingen op doeltreffende wijze wordt toegepast; beklemtoont dat dit minimumbelastingtarief naar schatting wereldwijd jaarlijks ongeveer 150 miljard USD aan extra belastinginkomsten zal genereren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat ontwikkelingslanden hun rechten in het kader van de WTO-bepalingen inzake bijzondere en gedifferentieerde behandeling volledig kunnen uitoefenen, in de allereerste plaats om hun voedselzekerheid te waarborgen; verzoekt de Commissie haar mededeling uit 2009 over fairtrade<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie van 5 mei 2009 getiteld “Bijdragen aan een duurzame ontwikkeling: de rol van Fair Trade en niet-gouvernementele handelsgerelateerde programma’s om duurzaamheid te waarborgen” (COM(2009)0215).</FIELD></FOOTNOTE> te actualiseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>benadrukt dat er dringend behoefte is aan verreikende gezamenlijke inspanningen om decarbonisatie te bevorderen en dat het nodig is hiervoor aanzienlijke financiële middelen ter beschikking te stellen en een uitgebreide overdracht van technologie te organiseren; benadrukt dat het belangrijk is onderling samen te werken bij het bevorderen van duurzame ontwikkeling en het bestrijden van klimaatverandering, en tegelijkertijd economische groei te stimuleren; benadrukt dat bij de totstandbrenging van energiepartnerschappen met de landen van de SADC-regio de aandacht niet alleen op de uitvoering van de Green Deal in Europa gericht mag zijn, maar dat het doel eveneens moet zijn de regio te bevoorraden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>herhaalt dat de groene transitie het potentieel biedt om hoogwaardige en groene banen te creëren en dat dit zowel in de EU-lidstaten als in de SADC-EPO-staten aanzienlijk kan bijdragen tot de uitbanning van armoede en tot sociale inclusie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>benadrukt dat het van belang is te investeren in onderwijs en de ontwikkeling van vaardigheden die aansluiten bij de decarbonisatie-inspanningen, met aandacht voor de uitdagingen van de rechtvaardige transitie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is van mening dat projecten ter verbetering van de lokale infrastructuur in de SADC-EPO-landen in het kader van partnerschappen tussen steden nuttig zijn om klimaatpartnerschappen tussen de EU en afzonderlijke SADC-EPO-staten decentraal te ondersteunen, alsook om de uitwisselingen tussen gemeenten in Zuidelijk Afrika en de EU te verdiepen; is ervan overtuigd dat uitwisselingen tussen gemeenten het voor Afrikaanse en Europese deskundigen mogelijk maken probleemspecifieke oplossingen te ontwerpen voor de ontwikkeling van lokale infrastructuur; is verheugd dat dergelijke partnerschapsprojecten worden ondersteund via het programma “Local Authorities: Partnerships for sustainable cities 2020”; verzoekt de Commissie de SADC-EPO-landen te blijven bijstaan om te voldoen aan de vereisten van het milieubeleid van de EU en dit financieringsprogramma te behouden; dringt er bij de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden en de EU-delegaties op aan een dialoog te bevorderen om een beter wederzijds inzicht te krijgen in de effecten van EU-klimaatinitiatieven, zoals de invoering van de verordening betreffende het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (CBAM) en de ontbossingsverordening, en de komende Uniewetgeving inzake passende zorgvuldigheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>wijst erop dat de SADC-EPO-staten bijzonder zwaar getroffen worden door de gevolgen van de klimaatverandering; herinnert eraan dat de landbouw in Zuidelijk Afrika te kampen heeft met zowel overstromingen als droogten; dringt er bij de Commissie en de SADC-EPO-staten op aan hun samenwerking te intensiveren bij het ontwikkelen van passende systemen voor vroegtijdige waarschuwing en coördinatie tussen de relevante ministeries van de SADC-EPO-staten, teneinde de doelstellingen van de nationaal bepaalde bijdragen te verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van de SADC-EPO-staten en de Commissie om binnen het evaluatieproces nauwere samenwerking tot stand te brengen op het gebied van veerkrachtige voedselsystemen en voedselsoevereiniteit; is van mening dat deze samenwerking een kans biedt om een impuls te geven aan de VN-verklaring over de rechten van landbouwers en andere mensen die in plattelandsgebieden werken en aan landbouwgerelateerde IAO-verdragen, zoals Verdrag nr. 129 betreffende de arbeidsinspectie in de landbouw, Verdrag nr. 10 betreffende de leeftijd waarop kinderen mogen worden toegelaten tot arbeid in de landbouw, en Verdrag nr. 11 betreffende het recht van vereniging van landarbeiders; wijst erop dat het vermogen van agro-ecologie om de economische, milieu- en maatschappelijke aspecten van duurzaamheid met elkaar te verzoenen, wordt erkend in belangrijke verslagen van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering en het intergouvernementeel platform voor biodiversiteit en ecosysteemdiensten, evenals in de door de Wereldbank en de FAO geleide Internationale beoordeling van landbouwkennis, wetenschap en technologie voor ontwikkeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>benadrukt dat het nodig is inspanningen te leveren om klimaatveerkrachtige waardeketens in de agro-industrie tot stand te brengen en te werken aan de ontwikkeling van droogtebestendige gewassen en aan het klimaat aangepaste verwerkingstechnieken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>benadrukt dat toegang tot schoon water en sanitaire voorzieningen van fundamenteel belang is voor de duurzaamheid van de landbouw; wijst op de noodzaak van alomvattende strategieën voor waterbeheer; beklemtoont dat het gebrek aan toegang tot schoon water en sanitaire voorzieningen in de SADC-regio een belemmering voor duurzame ontwikkeling vormt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>pleit voor het uitvoeren en delen van regionale initiatieven voor de verwerking van landbouwproducten tussen SADC-EPO-staten om de uitwisseling van kennis en beste praktijken te bevorderen; dringt aan op het monitoren van de vooruitgang die wordt geboekt met betrekking tot regionale waardeketens voor de verwerking van landbouwproducten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gender</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>erkent de vitale rol van vrouwen in de economische ontwikkeling van de SADC-regio en bevestigt dat het van belang is een gunstig klimaat te creëren waarin hun rechten worden gewaarborgd; verzoekt de Commissie om bij de uitvoering van de EPO prioriteit toe te kennen aan genderkwesties, bijvoorbeeld door workshops te organiseren over gendergelijkheid met deelname van, onder andere, organisaties voor vrouwenrechten in de EU en in SADC-landen, meer bewustzijn te creëren bij nationale autoriteiten en bedrijven over het economische potentieel dat niet wordt benut als gevolg van de discriminatie van vrouwen en hen te helpen de politieke, economische en sociale factoren in kaart te brengen die de verbetering van de positie van Afrikaanse vrouwen belemmeren, en dringt aan op beleidsmaatregelen en concrete acties om de genderkloof te dichten; benadrukt het belang van de empowerment van vrouwen en jongeren in de SADC-regio door hun toegang tot financiering, hulpmiddelen en economische participatiemogelijkheden te verbeteren; dringt er bij de EU en de SADC-EPO-staten op aan gelijke en onbelemmerde toegang tot financiële diensten en hulpmiddelen voor vrouwen en jongeren en de bevordering van financiële inclusie te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Investeringen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>wijst erop dat groene financiering en investeringen aanzienlijk moeten worden opgeschaald om in de SADC-EPO-staten de doelstellingen van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de Overeenkomst van Parijs te verwezenlijken en de transitie naar een koolstofarme en klimaatveerkrachtige economie te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>dringt er bij de EU en de SADC-EPO-staten op aan actief op zoek te gaan naar innovatieve mechanismen voor groene financiering, waaronder groene obligaties, klimaatgerichte beleggingsfondsen en publiek-private partnerschappen, waarbij gebruik wordt gemaakt van internationale platforms om investeringen in duurzame en klimaatveerkrachtige projecten aan te trekken; verzoekt de EU haar invloed aan te wenden om verbeterde financieringspraktijken van instellingen zoals de Wereldbank te bewerkstelligen en de rol van het Internationaal Monetair Fonds bij het terugdringen van de schulden van landen met een zware schuldenlast te versterken, en verzoekt de EU en haar lidstaten daarom hun invloed aan te wenden om op zoek te gaan naar nieuwe benaderingen om financiering voor klimaatadaptatie vrij te maken; benadrukt de noodzaak van proactieve maatregelen om meer investeringen te blijven aantrekken, met name in strategische en innovatieve sectoren, hetgeen kan leiden tot hoogwaardigere resultaten en duurzamere ontwikkeling kan bevorderen, waardoor op lange termijn voordelen voor zowel de SADC-EPO-staten als de EU kunnen ontstaan; roept de EU en de SADC-EPO-staten er voorts toe op gezamenlijk op zoek te gaan naar innovatieve financieringsmogelijkheden, zoals het bieden van garanties voor leningen en het vervolgens onder passende voorwaarden toewijzen van die leningen voor de financiering van openbare infrastructuur op essentiële gebieden als energie, watervoorziening, afvalverwijdering en recycling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan meer inspanningen te leveren om in internationale fora, waaronder de WTO, te pleiten voor verhoging van de internationale klimaatfinanciering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>merkt op dat de totale investeringen van de EU-lidstaten in de SADC-EPO-staten aanzienlijk hoger blijven dan die van de Verenigde Staten of China;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>is voorts van mening dat er dringend behoefte is aan meer duurzame investeringen in de SADC-regio en verwacht dat er investeringsgebieden worden vastgesteld die bijzonder geschikt lijken voor investeringspartnerschappen tussen de EU en de SADC-EPO-staten; dringt aan op een beter gecoördineerde Team Europa-aanpak bij het vaststellen en uitvoeren van passende maatregelen om de investeringen te verhogen; benadrukt dat voor de verwezenlijking van de SDG’s enorme investeringen in ondersteunende infrastructuur nodig zijn, evenals diversificatie om de afhankelijkheid van primaire goederen te verminderen en een verschuiving naar hoogwaardige industriële producten te bewerkstelligen; benadrukt dat het investeringsbeleid van de EU ontwikkelingslanden, met name Afrikaanse landen, moet helpen om BDI aan te trekken en de financieringskloof te verkleinen, zodat zij de SDG’s kunnen verwezenlijken; benadrukt dat het creëren van fatsoenlijke banen een belangrijke factor moet zijn voor het bevorderen van investeringen in de SADC-regio, zodat er solide nationale kaders inzake mensenrechten en passende zorgvuldigheid op milieugebied tot stand worden gebracht; beklemtoont dat het belangrijk is om bij de uitvoering waar mogelijk lokale bedrijven te betrekken om geïnvesteerde middelen in de regio te houden, de werkgelegenheid te stimuleren en de overdracht van vaardigheden te vergemakkelijken; is van mening dat de middelen van de Global Gateway moeten worden verhoogd en dat het aandeel van subsidies voor evenzeer noodzakelijke overheidsinvesteringen moet worden verhoogd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om er bij de selectie en ondersteuning van Global Gateway-projecten op toe te zien dat sociale dialoog integraal deel uitmaakt van het institutionele kader voor de vorming en uitvoering van beleid op alle niveaus;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt de Commissie de verschillende nationale exportkredietinstellingen van de EU-lidstaten beter te coördineren teneinde hun activiteiten in overeenstemming te brengen met de prioriteiten van de Europese Green Deal;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>benadrukt het belang van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) voor de economische ontwikkeling van de SADC-staten, en erkent het potentieel en de rol van kmo’s; herhaalt dat het noodzakelijk is het bewustzijn te vergroten over de voordelen en kansen die de overeenkomst biedt, met name voor kmo’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is ondernemingen uit de particuliere sector proactief te betrekken bij de uitvoering en monitoring van de EPO EU-SADC;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt de Commissie de deelname aan programma’s voor capaciteitsopbouw actief te bevorderen en aan te moedigen, evenals regionale initiatieven die gericht zijn op versterking van de investerings- en uitvoercapaciteit, en tegelijkertijd een gunstiger marktklimaat voor kmo’s te stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>is ingenomen met de invoering van EU-programma’s als het programma “Support to Improving the Investment and the Business Environment”, dat gericht is op verbetering van het ondernemings- en investeringsklimaat in de SADC-staten; dringt er in dit verband op aan om in de volgende financiële periode meer middelen beschikbaar te stellen om de groei en ontwikkeling van de particuliere sector meer te stimuleren en om werkgelegenheid te creëren voor de lokale bevolking, om zo de armoede terug te dringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>wijst erop dat een transparant en voorspelbaar juridisch en begrotingskader zal helpen om regionale integratie te bevorderen en buitenlandse directe investeringen aan te trekken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toetreding van Angola</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>erkent dat de overeenkomst ter facilitering van duurzame investeringen tussen de EU en Angola van belang is voor de EPO EU-SADC als een nieuwe aanpak om het noodzakelijke transparante en voorspelbare juridische en begrotingskader tot stand te brengen ter bevordering van passende zorgvuldigheid bij investeerders om duurzame en verantwoorde investeringen aan te trekken, en wijst op de overeengekomen bepalingen inzake verbintenissen op het gebied van gender, klimaatverandering en duurzame ontwikkeling; moedigt andere landen in de regio aan om te overwegen soortgelijke overeenkomsten ter facilitering van duurzame investeringen met de EU te sluiten en in het ontwerp ervan nationaal bepaalde bijdragen op te nemen; beklemtoont dat de overeenkomst ter facilitering van duurzame investeringen tussen de EU en Angola moet bijdragen tot het aantrekken en uitbreiden van duurzame investeringen in Angola, alsook tot de bevordering van economische diversificatie, waarbij tegelijkertijd verbintenissen op het gebied van milieu en arbeidsrechten worden ingebouwd, en niet het tegenovergestelde effect mag hebben; wijst op de mogelijkheden voor duurzame investeringen in de klimaatgevoelige landbouwsector, investeringen in hernieuwbare energie en klimaatveerkrachtige infrastructuur, en de ontwikkeling van vaardigheden; verzoekt de Commissie in het kader van het meerjarig indicatief programma voor Angola prioriteit toe te kennen aan samenwerkingsprojecten die de duurzaamheidsverbintenissen van de overeenkomst ter facilitering van duurzame investeringen tussen de EU en Angola bevorderen; is van mening dat overeenkomsten als de overeenkomst ter facilitering van duurzame investeringen tussen de EU en Angola een juridisch en organisatorisch kader voor duurzame investeringen kunnen bieden waardoor Angola minder afhankelijk wordt van olie en gas; is verheugd dat de overeenkomst ter facilitering van duurzame investeringen tussen de EU en Angola ook belangrijke aspecten in verband met de praktische uitvoering van investeringen omvat, zoals de transparantie en voorspelbaarheid van investeringen, de stroomlijning van goedkeuringsprocedures, de oprichting van contactpunten voor geïnteresseerde investeerders, procedures voor het voorkomen en beslechten van geschillen en procedures inzake passende zorgvuldigheid voor investeerders; verzoekt de EU en de SADC-EPO-staten na te gaan of de EPO moet worden aangevuld met een overeenkomst ter facilitering van duurzame investeringen; verzoekt de SADC-EPO-staten om, indien nodig, hierover onderhandelingen op te starten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>is ingenomen met het verzoek van Angola om toetreding tot de EPO EU-SADC; hoopt in dit verband dat het onderhandelingsproces onverwijld van start zal gaan; is van mening dat als Angola toetreedt tot de EPO EU-SADC of een ander afzonderlijk bindend en afdwingbaar internationaal instrument tussen de EU en de SADC-staten, de overeenkomst ter facilitering van duurzame investeringen tussen de EU en Angola dienovereenkomstig moet worden aangepast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>herinnert eraan dat Angola volgens de effectbeoordeling van de Commissie kampt met capaciteitsproblemen om de EPO doeltreffend te kunnen uitvoeren; verzoekt de Commissie Angola te helpen met capaciteitsopbouw;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Grondstoffen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt de Commissie en de SADC-EPO-staten de samenwerking te versterken via formele fora, strategische partnerschappen inzake kritieke grondstoffen en praktische routekaarten, teneinde een gediversifieerde en duurzame toelevering van essentiële grondstoffen voor de groene, de digitale en de rechtvaardige transitie te waarborgen, de recycling van natuurlijke hulpbronnen en het afvalbeheer te verbeteren, binnenlandse industrieën te ondersteunen om binnen de waardeketen op te klimmen van de winning naar de verwerking van grondstoffen, en verantwoorde mijnbouwpraktijken te bevorderen, met name door erkenning en toepassing van de vrije, voorafgaande en geïnformeerde toestemming van de lokale bevolking die getroffen wordt door mijnbouwprojecten en door het genereren van voordelen in de hele toeleverings- en productieketen; is ervan overtuigd dat de winning van grondstoffen moet plaatsvinden met eerbiediging van de milieunormen en de arbeids- en mensenrechten, waaronder de rechten van inheemse volkeren; roept op tot de voortdurende en brede deelname van alle relevante belanghebbenden, met inbegrip van lokale en inheemse gemeenschappen; pleit voor beleidshervormingen die gericht zijn op grondbezit en de eigendom van mijnen, arbeidsrechten en sociale rechtvaardigheid, teneinde conflicten te beperken en duurzame investeringen aan te moedigen; is bezorgd over gevallen van mensenrechtenschendingen en de omvang van de milieuschade die door bepaalde mijnbouwbedrijven worden veroorzaakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>is ingenomen met het strategisch partnerschap met Namibië, dat tot doel heeft waardeketens voor de ontwikkeling van hernieuwbare waterstof en kritieke grondstoffen tot stand te brengen; wijst erop dat de noodzakelijke infrastructuur moet worden aangelegd, zoals installaties, transportnetwerken en onderzoekscentra voor hernieuwbare energie, om de productie en distributie van hernieuwbare waterstof te faciliteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>dringt in dit verband aan op de oprichting van platforms voor kennisuitwisseling en onderzoeksnetwerken om de uitwisseling van beste praktijken, ervaringen en innovatieve oplossingen tussen de lidstaten te vergemakkelijken; acht het nuttig om deze technologische samenwerking uit te breiden naar andere gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>benadrukt dat het verzoek van de EU om uitvoerheffingen op grondstoffen te verbieden reeds lang een struikelblok is in het onderhandelingsproces over EPO’s, aangezien uitvoerbelastingen en -rechten niet verboden zijn in het kader van de WTO-regeling; herinnert aan het recht van Afrikaanse landen om grondstoffen te reguleren met het oog op het algemeen belang van hun bevolking; dringt er dienovereenkomstig op aan dat de EU geen handelsbeleid voert dat ontwikkelingslanden in het algemeen verbiedt uitvoerheffingen op grondstoffen te heffen, voor zover dit in overeenstemming is met de WTO-regels;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Trips-ontheffing</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>merkt op dat het oorspronkelijke voorstel van onder meer India en Zuid-Afrika voor een ontheffing van de handelsaspecten van de intellectuele eigendom (Trips) voor COVID-vaccins aanvankelijk op gemengde reacties werd onthaald en later door de EU werd gesteund; benadrukt dat gelijkwaardig partnerschap in de toekomst meer dialoog moet inhouden; verzoekt de EU en haar lidstaten en de WTO-leden om in de WTO eindelijk werk te maken van de besprekingen – die al lang hadden moeten plaatsvinden – over uitbreiding van het besluit van de 12e Ministeriële Conferentie over Trips om de afgesproken flexibiliteit op WTO-niveau uit te breiden tot behandelingen en diagnostiek; verzoekt de Commissie in dit verband een duidelijk beleidskader op te zetten om ervoor te zorgen dat het toekomstige verplichte EU-vergunningensysteem in overeenstemming is met de afgesproken flexibiliteit met betrekking tot Trips; dringt aan op sterkere, gelijkwaardige samenwerking met de SADC-EPO-staten in dit verband;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen in het kader van het strategisch partnerschap tussen de EU en Zuid-Afrika om infrastructuur voor de productie van vaccins tot stand te brengen; benadrukt dat deze infrastructuur ook de productie van COVID-19-vaccins moet omvatten;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de staten van de Ontwikkelingsgemeenschap van Zuidelijk Afrika die partij zijn bij de economische partnerschapsovereenkomst.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>