<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0122</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kritieke situatie in Cuba</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B9-0144, 0148 en 0151/2024)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 29 februari 2024 over de kritieke situatie in Cuba (2024/2584(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Cuba, met name zijn resolutie van 12 juli 2023 over de stand van zaken van de PDCA tussen de EU en Cuba in het licht van het recente bezoek van de hoge vertegenwoordiger aan het eiland<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0280.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Cuba, anderzijds<FOOTNOTE><FIELD> PB L 337 I van 13.12.2016, blz. 3.</FIELD></FOOTNOTE> (Political Dialogue and Cooperation Agreement, hierna de “PDCA” genoemd), die in december 2016 is ondertekend en sinds 1 november 2017 voorlopig wordt toegepast,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 4, 5 en 229 van de Cubaanse grondwet en het Cubaanse wetboek van strafrecht,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitie van “organisatie uit het maatschappelijk middenveld” in het Publicatieblad van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien document ARES (2021) 2474104 van de adjunct-directeur voor Noord-, Midden- en Zuid-Amerika van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december 1966 en andere internationale mensenrechtenverdragen en -instrumenten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het op 10 december 1984 door de Algemene Vergadering van de VN aangenomen Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, waarbij Cuba partij is,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verslagen van mensenrechtenorganisaties, zoals Human Rights Watch, de Human Rights Foundation en Prisoners Defenders, gezien hoofdstuk IV.B over Cuba van de jaarverslagen van 2020, 2021 en 2022 van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de mensenrechten (IACHR), gezien de mededeling van 6 november 2019 aan de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van de speciale rapporteur van de VN voor hedendaagse vormen van slavernij, met inbegrip van de oorzaken en gevolgen daarvan, en de speciale rapporteur van de VN voor mensenhandel, met name vrouwen- en kinderhandel, over Cubaanse medische brigades, gezien de mededeling van 2 november 2023 aan de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van de speciale rapporteur van de VN voor hedendaagse vormen van slavernij, met inbegrip van de oorzaken en gevolgen daarvan, over Cubaanse medische brigades, en gezien de conclusies van de universele periodieke toetsing van Cuba uit 2018 van de VN-Mensenrechtenraad over Cubaanse medische brigades,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling aan Cuba van 16 november 2023 van de speciale VN-rapporteur voor de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging, de VN-werkgroep inzake willekeurige detentie, de speciale VN-rapporteur voor de bevordering en bescherming van het recht op vrijheid van mening en meningsuiting, de speciale VN-rapporteur voor het recht op vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging en de speciale VN-rapporteur voor minderheidskwesties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het Parlement op 5 juli 2017 zijn goedkeuring heeft gehecht aan de PDCA, met duidelijke voorwaarden in verband met de verbetering van de mensenrechten en de democratie in Cuba, met inbegrip van een opschortingsclausule in geval van schending van de mensenrechtenbepalingen; overwegende dat de Cubaanse autoriteiten in de begeleidende resolutie worden verzocht delegaties van het Europees Parlement het land binnen te laten en toegang te bieden tot hun gesprekspartners;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat verschillende artikelen van de PDCA tussen de EU en Cuba, namelijk de artikelen 1, 2 en 3, duidelijke beginselen bevatten op het gebied van gelijkheid, wederkerigheid, wederzijds respect, versterking van contacten, dialoog en samenwerking tussen beide partijen; overwegende dat het Parlement de EDEO tevens heeft verzocht alles in het werk te stellen om de situatie van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden op Cuba nauwlettend in het oog te houden bij de toepassing van de PDCA; overwegende dat eerbiediging van de mensenrechten, burgerrechten en politieke, economische, sociale en culturele rechten van essentieel belang is voor de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het aantal politieke gevangenen en gewetensgevangenen in Cuba drastisch is gestegen tot 1 066 op 31 januari 2024, onder wie 33 minderjarigen op het moment van detentie, wat neerkomt op acht keer het aantal dat in 2018 werd geregistreerd en een toename van 170 gedetineerden in de afgelopen twaalf maanden, met een gemiddelde van meer dan 14 politiek gemotiveerde detenties per maand; overwegende dat mensenrechtenorganisaties ook meer dan 11 000 gevallen van “precriminele” veroordelingen hebben gedocumenteerd, waarbij straffen van gemiddeld 2 jaar en 10 maanden werden opgelegd zonder dat er strafbare feiten waren gepleegd of gepoogd, zoals de voorzitter van het VN-Comité tegen Foltering (CAT) in april 2022 tijdens de 73e zitting van het CAT vermeldde in de afsluitende mondelinge opmerkingen over het derde periodieke verslag van het CAT over Cuba; overwegende dat de afgelopen decennia jaarlijks sprake was van gemiddeld 3850 nieuwe “precriminele” opsluitingen op grond van artikel 72 van het Cubaanse burgerlijk wetboek; overwegende dat artikel 434, lid 1, en artikel 189, lid 3, van het nieuwe wetboek van strafrecht van Cuba voortbouwen op de “precriminele” maatregelen uit het burgerlijk wetboek;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de VN Cuba al eerder op de hoogte hebben gesteld van hun bezorgdheid over de detentie en gevangenneming van religieuze leiders in het land; overwegende dat vijf mandaathouders en rapporteurs van de speciale procedures van de VN Cuba op 16 november 2023 een mededeling hebben gestuurd waarin zij het systematische patroon van vervolging, opsluiting en foltering van evangelische dominees en katholieke priesters, alsook van islamitische imams en leiders van de Yoruba- of santería-religie hebben beschreven en veroordeeld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het Institute for Crime and Justice Policy Research in januari 2024 de “World Prison Brief” heeft geactualiseerd en melding heeft gemaakt van een toename van het aantal gevangenen op het eiland, waardoor Cuba wereldwijd op de tweede plaats komt te staan wat betreft het aantal gedetineerden; overwegende dat de Cubaanse regering willekeurige detentie blijft gebruiken om critici, onafhankelijke activisten, politieke tegenstanders en anderen te teisteren en intimideren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat mensenrechtenorganisaties verslag blijven uitbrengen van de voortdurende hardhandige onderdrukking van het recht op vrijheid van meningsuiting en vreedzame vergadering en vereniging in het land, en blijven documenteren hoe de Cubaanse autoriteiten afwijkende stemmen het zwijgen opleggen en hun pijlen richten op mensenrechtenverdedigers; overwegende dat in 2023 meer dan 200 incidenten met internetbeperkingen werden gedocumenteerd, zoals het hacken van de accounts van journalisten om hen het zwijgen op te leggen en de vrijheid van meningsuiting te beteugelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de mensenrechtensituatie in Cuba zeer zorgwekkend is, met name als het gaat om kwetsbare bevolkingsgroepen zoals vrouwen, etnische minderheden en de lhbtiq+-gemeenschap; overwegende dat niet-gouvernementele organisaties en onafhankelijke waarnemingsposten melding maken van een toename van het aantal feminicides in Cuba waarbij in 2023 sprake was van 89 gevallen terwijl in 2024 tot dusver melding is gemaakt van acht nieuwe gevallen; overwegende dat het regime desondanks geen systeem heeft ingevoerd voor de registratie, aan de hand van actuele openbare gegevens, van feminicide in Cuba, en dat er nog geen alomvattende wet tegen gendergerelateerd geweld is aangenomen die de betrokkenheid van vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties garandeert;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het Parlement de EDEO er meermaals aan heeft herinnerd dat de deelname van vertegenwoordigers van het onafhankelijke maatschappelijk middenveld aan politieke dialogen en aan de samenwerkingsprojecten van de overeenkomst een essentieel onderdeel vormt van de PDCA, zoals benadrukt in artikel 36 ervan, en dat de situatie waarbij vertegenwoordigers van het onafhankelijke maatschappelijk middenveld worden uitgesloten van samenwerkingsfondsen en/of deelname aan de overeenkomst, terwijl deelname aan en toegang tot samenwerkingsfondsen uitsluitend wordt toegestaan aan ondernemingen waarin de staat een belang heeft of die zij controleert, zoals sinds de ondertekening van de overeenkomst het geval is, onmiddellijk moet worden rechtgezet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de VN op 2 januari 2024 de aan het Cubaanse regime gerichte tenlastelegging waarin het wordt beschuldigd van dwangarbeid – een van de vormen van moderne slavernij die door de speciale rapporteurs voor mensenhandel en slavernij aan de kaak zijn gesteld – openbaar hebben gemaakt; overwegende dat verscheidene internationale organisaties zich beklagen over het feit dat Cubaanse werknemers die worden uitgezonden naar het buitenland, zoals artsen, leraren, zeelieden, ingenieurs, kunstenaars of atleten, het slachtoffer zijn van mensenhandel als gevolg van inherent dwingende wetten en voorschriften die raken aan zeer fundamentele vrijheden, zoals artikel 176 van het wetboek van strafrecht, Mincex-resolutie nr. 368 van 2020, de migratiewet en decreet nr. 306 van 2012;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het geleidelijk aan Cuba opgelegde communistische regime ieder vooruitzicht op democratische verandering uitsluit, aangezien artikel 5 van de Cubaanse grondwet bepaalt dat de “unieke, door Martí, Fidel, Marx en Lenin geïnspireerde communistische partij van Cuba” de hoogste leidende politieke kracht van de samenleving en de staat is, en aangezien het huidige politieke systeem als onherroepelijk is aangemerkt in de artikelen 4 en 229;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de Cubaanse autoriteiten stelselmatig weigeren officiële commissies, delegaties en sommige fracties van het Europees Parlement, internationale mensenrechtenorganisaties en andere onafhankelijke waarnemers van de mensenrechtensituatie, met inbegrip van speciale VN-rapporteurs, tot Cuba toe te laten of een bezoek te laten brengen aan Cubaanse gevangenissen, ondanks het feit dat zij daar al jarenlang op aandringen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de Conferentie van voorzitters van het Europees Parlement op 23 november 2023 toestemming heeft verleend voor het sturen van een ad-hocdelegatie naar Cuba naar aanleiding van een uitnodiging van 20 september 2023 van de Cubaanse ambassadeur in België en bij de Europese Unie; overwegende dat de vicevoorzitter van het Cubaanse parlement op 19 december 2023 de ambassadeur van de EU in Cuba in kennis heeft gesteld van zijn weigering om de delegatie van het Parlement te ontvangen met de motivering dat het “geen bezoek wenste te ontvangen van leden van het Europees Parlement die de belangen van Cuba tegenwerken en zich volledig aansluiten bij de Verenigde Staten”; overwegende dat de ambassadeur van de Republiek Cuba in een brief van 25 januari 2024 aan de voorzitter van het Europees Parlement de voorzitter van de ad-hocdelegatie van het Europees Parlement naar Cuba en twee andere leden heeft omschreven als personen die “banden onderhouden met en steun verlenen aan burgers en organisaties die zijn opgenomen op de nationale lijst van personen en entiteiten [...] op grond van terroristische daden”; overwegende dat in november 2023 een delegatie van het Cubaanse parlement is ontvangen in het Europees Parlement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat het Parlement de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken al drie keer aan Cubaanse activisten heeft uitgereikt, namelijk aan Oswaldo Payá in 2002, de Dames in het Wit in 2005 en Guillermo Fariñas in 2010; overwegende dat winnaars van de Sacharovprijs en hun familieleden nog steeds regelmatig worden lastiggevallen en geïntimideerd en dat hun wordt belet het land te verlaten en deel te nemen aan internationale evenementen; overwegende dat de IACHR in juni 2023 heeft geconcludeerd dat overheidsfunctionarissen rechtstreeks betrokken waren bij de dood van de prodemocratische activisten Oswaldo Payá en Harold Cepero, die in 2012 bij een auto-ongeluk om het leven kwamen; overwegende dat er een volledig transparant onderzoek moet worden ingesteld om degenen die verantwoordelijk zijn voor de moord op Oswaldo Payá en Harold Cepero voor de rechter te brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat het hoofddoel van de PDCA, verbetering van de fundamentele vrijheden in Cuba, niet is gerealiseerd;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>betreurt dat ondanks de tijd die is verstreken sinds de inwerkingtreding van de PDCA, de situatie in Cuba wat betreft gebrekkige democratie en vrijheden niet is verbeterd, en dat er eerder sprake is van verdere achteruitgang en verslechtering van de mensenrechtensituatie op het eiland, wat neerkomt op een duidelijke en systematische schending van de basisbepalingen van de PDCA;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat alle partijen verplicht zijn de bindende bepalingen van de PDCA na te leven en het beginsel van universaliteit van de mensenrechten te eerbiedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>veroordeelt de systematische mensenrechtenschendingen en mishandeling van onder andere demonstranten, politieke dissidenten, religieuze leiders, mensenrechtenactivisten en onafhankelijke kunstenaars waaraan het Cubaanse regime zich schuldig maakt in de krachtigste bewoordingen; dringt er bij de Cubaanse autoriteiten op aan onmiddellijk een einde te maken aan het beleid van repressie; veroordeelt het gebrek aan godsdienstvrijheid in Cuba;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is bezorgd over de alarmerende toename van het aantal politieke gevangenen, dat sinds 2018 meer dan verachtvoudigd is, waardoor Cuba de grootste gevangenis voor politieke activisten en dissidenten in Latijns-Amerika is geworden; dringt aan op de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle personen die worden vastgehouden enkel en alleen omdat zij hun mensenrechten uitoefenen, waaronder hun recht op vrijheid van meningsuiting en vreedzame vergadering; dringt voorts aan op de intrekking van onrechtvaardige strafrechtelijke aanklachten en steunt de facilitering van de terugkeer van personen in ballingschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>vindt het onaanvaardbaar dat de EDEO en de EU-delegatie in Havana akkoord zijn gegaan met uitsluiting van de Cubaanse democratische oppositie, alsook van zowel Europese als Cubaanse onafhankelijke en legitieme maatschappelijke organisaties, van politieke dialogen, vanwege het ontbreken van toestemming van de Cubaanse autoriteiten; herinnert aan zijn resolutie van juli 2023 waarin het ten zeerste betreurde dat de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) de kans heeft laten schieten om de democratie te ondersteunen via het Cubaanse maatschappelijk middenveld en de politieke gevangenen en om een duidelijk signaal af te geven over de bezorgdheid van de EU over de schendingen van de mensenrechten in Cuba;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>herhaalt zijn krachtige en onvoorwaardelijke steun aan het Cubaanse volk en aan alle mensenrechtenverdedigers op Cuba voor hun lovenswaardige inzet voor alle vrijheden en rechten die hun sinds tientallen jaren door het Cubaanse regime worden ontzegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over het bestaan van dwangarbeid in Cuba en veroordeelt de door de Cubaanse staat aangestuurde dwangarbeid, die met name medische brigades treft, maar ook leerkrachten, zeelieden, ingenieurs, kunstenaars, atleten en andere beroepsgroepen, waarbij hun salaris grotendeels in beslag wordt genomen door de Cubaanse overheid; hekelt het feit dat de meeste “vrijwilligers” van internationale missies hebben verklaard tegen hun wil te zijn ingezet of structureel tot deelname te worden gedwongen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat leden van het Cubaanse parlement, onder wie de secretaris van het Cubaanse parlement, Homero Acosta, in november 2023 eerbiedig zijn behandeld en een warme ontvangst hebben gekregen in het Europees Parlement; verklaart de voortdurende uitsluiting van het Europees Parlement, als enige Europese instelling die de toegang tot Cubaans grondgebied wordt ontzegd, onaanvaardbaar en in strijd met de PDCA; verwerpt het besluit van Cuba om een bezoek van een ad-hocdelegatie van het Parlement te weigeren en dringt er bij de Cubaanse autoriteiten op aan zich te houden aan de beginselen van de PDCA en het Parlement toegang te verlenen tot het land; dringt erop aan dat in overeenstemming met de beginselen gelijkheid, wederkerigheid en wederzijds respect van de PDCA soortgelijke maatregelen worden genomen, waarbij elke vertegenwoordiger van de Nationale Vergadering van de Volksmacht of van het Cubaanse regime de toegang tot de gebouwen van het Parlement wordt ontzegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>eist dat de Cubaanse autoriteiten in overeenstemming met de PDCA toegang verlenen aan een delegatie van het Europees Parlement, de EU en de lidstaten alsook aan onafhankelijke mensenrechtenorganisaties, om juridische processen te volgen en de honderden activisten en gewone Cubanen te bezoeken die nog altijd gevangenzitten vanwege de uitoefening van hun recht op vrijheid van meningsuiting en vergadering; verzoekt de HV/VV om in alle contacten met de Cubaanse autoriteiten aan te kaarten dat het Parlement opnieuw de toegang is ontzegd en er bij hen op aan te dringen dit besluit onmiddellijk terug te draaien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de Raad om de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (de EU-Magnitski-wet) toe te passen en sancties vast te stellen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor de aanhoudende schendingen van de mensenrechten in Cuba, te beginnen met Miguel Díaz-Canel, als hoogste leider in de commandostructuur van de Cubaanse veiligheidstroepen, samen met andere hooggeplaatste functionarissen binnen de Cubaanse regering en alle verantwoordelijken voor de opsluiting van politieke gevangenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>dringt er bij de EU nogmaals op aan artikel 85, lid 3, punt b), van de PDCA in werking te stellen om onmiddellijk een vergadering bijeen te roepen van het Gemengd Comité vanwege de schendingen van de overeenkomst door de Cubaanse regering, die kunnen worden aangemerkt als een “bijzonder dringend geval”; onderstreept dat hierbij sprake is van aanhoudende en wezenlijke schendingen van de democratische beginselen, en van een veronachtzaming van de fundamentele mensenrechten en vrijheden die zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en worden benadrukt in artikel 1, lid 5, van de PDCA, en onderstreept dat het nalaten van het Cubaanse regime om dergelijke schendingen aan te pakken, ondanks herhaalde oproepen daartoe van het Parlement, moet leiden tot de opschorting van de overeenkomst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de regering en de Nationale Vergadering van de Volksmacht van Cuba, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Commissie, de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten en de regeringen van de lidstaten van de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische Staten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>