<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0127</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Het gebruik van spoorweginfrastructuurcapaciteit in de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte, wijziging van Richtlijn 2012/34/EU en intrekking van Verordening (EU) nr. 913/2010</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0069/2024 - Rapporteur: Tilly Metz)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het gebruik van spoorweginfrastructuurcapaciteit in de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte, tot wijziging van Richtlijn 2012/34/EU en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 913/2010 (COM(2023)0443 – C9-0304/2023 – 2023/0271(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0443),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 91 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0304/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 25 oktober 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/891, 6.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/891/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 1 februari 2024<FOOTNOTE><FIELD>Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A9-0069/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2023)0271</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 12 maart 2024 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad inzake het gebruik van spoorweginfrastructuurcapaciteit in de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte, tot wijziging van Richtlijn 2012/34/EU en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 913/2010</STRING><BRK/></TI><NOTE>(Voor de EER relevante tekst)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C van , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Comité van de Regio's<FOOTNOTE><FIELD>PB C van , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>In de mededeling van de Commissie “De Europese Green Deal”<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De Europese Green Deal”, COM(2019)640 final van 11 december 2019.</FIELD></FOOTNOTE> stelt de Unie zich tot doel om tegen 2050 klimaatneutraal te worden en tegen 2030 de broeikasgasemissies met minstens 55 % te doen dalen in vergelijking met het niveau van 1990. Zij doet een oproep om de broeikasgasemissies van het vervoer met 90 % terug te dringen en te blijven streven naar nulverontreiniging<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie “Route naar een gezonde planeet voor iedereen EU-actieplan: “Verontreiniging van lucht, water en bodem naar nul””, COM(2021) 400 final van 12 mei 2021.</FIELD></FOOTNOTE>, zodat tegen 2030 de gevolgen van luchtverontreiniging voor de gezondheid met meer dan 55 % worden verminderd en er 30 % minder mensen chronisch last heeft/hebben van verkeerslawaai. Vervoer vertegenwoordigt ongeveer 25 % van de totale broeikasgasemissies van de Unie. In de voorbije jaren zijn deze emissies nog toegenomen. Momenteel verloopt 75 % van het goederenvervoer over land via de weg. Een van de prioriteiten van de Europese Green Deal is een aanzienlijk deel daarvan te verschuiven naar het spoor en de binnenwateren. Aangezien het spoor een grotendeels geëlektrificeerde en energie-efficiënte vervoerswijze is, zal een groter gebruik van het spoor bijdragen tot het beperken van de vervoersemissies en het energieverbruik.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>De mededeling over een strategie voor duurzame en slimme mobiliteit<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Strategie voor duurzame en slimme mobiliteit - Het Europees vervoer op het juiste spoor naar de toekomst”, COM(2020)789 final van 9 december 2020.</FIELD></FOOTNOTE> bevat mijlpalen om aan te geven welk traject het vervoerssysteem van de Unie moet volgen om de doelstellingen van duurzame, slimme en veerkrachtige mobiliteit te bereiken. In die mededeling wordt vooropgesteld dat het goederenvervoer per spoor met 50 % moet toenemen tegen 2030 en moet verdubbelen tegen 2050; het verkeer op hogesnelheidsspoorlijnen moet verdubbelen tegen 2030 en verdrievoudigen tegen 2050, en geregeld collectief vervoer over afstanden van minder dan 500 km binnen de Unie koolstofneutraal moet zijn tegen 2030. Om deze doelstellingen te bereiken moet het spoorvervoer aantrekkelijker worden in termen van betaalbaarheid<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> betrouwbaarheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en toegankelijkheid,</STRING></STRING> en moet de dienstverlening beter worden afgesteld op de behoeften van reizigers en vrachtvervoerders. <STRING BOLD="on">[Am. 1]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(2 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het onderliggende doel van deze verordening is om meer gebruik te maken van de spoorweginfrastructuur en op die manier het modale aandeel van spoorvervoer te doen toenemen. Deze verordening alleen volstaat echter niet om de doelstellingen van de Unie inzake decarbonisatie en de modale verschuiving aan te pakken. Zowel de lidstaten als de Commissie moeten blijven werken aan talloze andere elementen die zowel de spoorinfrastructuur- als de treincapaciteit verder kunnen doen toenemen, zoals het bundelen van treinpaden, harmonisatie van snelheden, efficiënte overstap van passagiers, de inzet van langere treinen met een grotere aslast, de uitrol van het geharmoniseerde ERTMS in heel Europa alsook automatische treinbesturing.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 2]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(2 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De efficiëntie van het spoor aanpakken om het multimodale concurrerende aspect tussen verschillende vervoerswijzen te vergoten is belangrijk om een substantiële modale verschuiving te vergemakkelijken en de streefcijfers te halen die in de strategie voor duurzame en slimme mobiliteit zijn vastgesteld. Daarom moet ook worden nagedacht over verdere maatregelen om het concurrentievermogen per spoor te vergroten, zoals lagere heffingen voor toegang tot het spoor. Met een toegenomen vraag naar spoorwegcapaciteit door zowel passagiers- als vrachtdiensten zullen er ook investeringen nodig zijn om deze capaciteitsuitbreidende maatregelen te verwezenlijken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 3]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(2 quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de doelstellingen van de overstap naar het spoor op EU-niveau zijn nationale doelstellingen nodig op basis van concrete nationale plannen die door de lidstaten worden ontwikkeld volgens een bottom-upbenadering.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 4]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>In Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2012/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 21 november 2012 tot instelling van één Europese spoorwegruimte (PB L 343 van 14.12.2012, blz. 32).</FIELD></FOOTNOTE> zijn de regels vastgesteld die van toepassing zijn op het beheer en de exploitatie van spoorweginfrastructuur en de beginselen en procedures die van toepassing zijn op de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit voor binnenlandse en internationale spoordiensten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>Verordening (EU) nr. 913/2010 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 913/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 inzake het Europese spoorwegnet voor concurrerend goederenvervoer (PB L 276 van 20.10.2010, blz. 22).</FIELD></FOOTNOTE> voorziet in de oprichting van corridors voor goederenvervoer per spoor en unieke loketten om aanvragen van infrastructuurcapaciteit voor internationaal goederenvervoer per spoor te vergemakkelijken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beheer van de </STRING></STRING>spoorweginfrastructuurcapaciteit en <STRING STRIKE="on">verkeersbeheer</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van het spoorverkeer</STRING></STRING> zijn van cruciaal belang voor de goede werking van de spoorsector. De exploitatie van spoorvervoersdiensten moet zorgvuldig worden gepland en gecoördineerd zodat treinen met sterk uiteenlopende kenmerken, zoals snelheid en remafstand, veilig gebruik kunnen maken van dezelfde spoorlijnen. Optimaal beheer van de capaciteit creëert kansen voor spoordiensten en verhoogt de betrouwbaarheid van deze diensten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, wat een bijzonder belangrijke vereiste is voor de groeiende markt van nachttreinen en de ambities om goederen over te hevelen naar het goederenvervoer per spoor</STRING></STRING>. De regelgeving moet infrastructuurbeheerders voldoende flexibiliteit bieden om de capaciteit doeltreffend te kunnen beheren, en moet garanderen dat alle spoorwegondernemingen op niet-discriminerende wijze worden behandeld bij de toegang tot het netwerk.<STRING BOLD="on"> [Am. 5]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>Richtlijn 2012/34/EU erkent het recht van de lidstaten om de regels inzake de toewijzing van infrastructuurcapaciteit niet toe te passen op bepaalde delen van het spoornet of op bepaalde spoordiensten, voor zover deze ontheffing van het toepassingsgebied van de Uniewetgeving geen gevolgen heeft voor de werking van de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte. Deze ontheffingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, die weliswaar strikt beperkt zijn,</STRING></STRING> moeten blijven bestaan en de lidstaten moeten het recht behouden om er ook in de toekomst gebruik van te maken met betrekking tot deze verordening.<STRING BOLD="on"> [Am. 6]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>De regels en procedures voor het beheer van spoorweginfrastructuurcapaciteit moeten <STRING STRIKE="on">een betere afspiegeling vormen van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op niet-discriminerende wijze rekening houden met en voldoen aan</STRING></STRING> de behoeften van alle segmenten van de spoorwegmarkt. Ze moeten met name rekening houden met de noodzaak aan langetermijnstabiliteit van de beschikbare capaciteit voor passagiersdiensten en met kortetermijnflexibiliteit voor goederenverkeer, teneinde tegemoet te kunnen komen aan de vraag van de markt. Het proces voor het beheer van de capaciteit moet daarom niet langer hoofdzakelijk jaarlijks plaatsvinden, maar moet worden georganiseerd in drie opeenvolgende fasen: strategische capaciteitsplanning, dienstregelingen voor spoorwegdiensten en capaciteitstoewijzing, en aanpassing en herschikking van capaciteit. De invoering van beter gedefinieerde en gestructureerde fasen die langetermijnplanning en kortetermijnaanpassingen van het capaciteitsbeheer mogelijk maken, zou met name ten goede komen van diensten die minder gemakkelijk van tevoren kunnen worden gepland of die complexer zijn, zoals goederentreinen en grensoverschrijdende passagierstreinen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van nachttreinen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 7]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Een steeds groter deel van het spoorwegnetwerk van de Unie is verzadigd of bijna verzadigd; niet alle aanvragen van spoorwegcapaciteit op dat deel van het netwerk kunnen worden ingewilligd, waardoor het per spoor vervoerde volume niet verder kan groeien. Infrastructuurontwikkelingen en digitalisering, overeenkomstig de technische specificatie voor interoperabiliteit die is opgesteld in het kader van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad, en met name het European Rail Traffic Management System (“ERTMS”), zullen naar verwachting leiden tot een toename van de beschikbare capaciteit op middellange tot lange termijn. Desondanks zullen infrastructuurbeheerders prioriteiten moeten toekennen voor het gebruik van de verzadigde delen. Onverminderd de beginselen inzake prioritering die door de lidstaten zijn vastgesteld in het kader van de toewijzing van infrastructuurcapaciteit, moeten infrastructuurbeheerders beslissingen over prioriteiten nemen op basis van transparante en geharmoniseerde methoden; het moet duidelijk zijn hoe zij rekening hebben gehouden met sociale, economische en milieufactoren en hoe deze factoren hun beslissing hebben beïnvloed.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Deze sociaal-economische en milieucriteria moeten gebaseerd zijn op aanvaarde methoden en de beste beschikbare kennis. Bijgevolg moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om een gedelegeerde handeling vast te stellen waarin de procedures, criteria en methodologieën worden uiteengezet. Bij het opstellen van die gedelegeerde handeling moet de Commissie samenwerken met het Europees netwerk van infrastructuurbeheerders (ENIM) en het Spoorwegbureau van de Europese Unie (ERA) opgericht bij Verordening (EU) 2016/796</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 bis    Verordening (EU) 2016/796 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Spoorwegbureau van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 881/2004 (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 1).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. </STRING></STRING><STRING BOLD="on">[Am. 8]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(8 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bestaande spoorweginfrastructuurcapaciteit volstaat niet om de doelstellingen van de Unie voor 2030 en de doelstellingen inzake de overstap naar het spoor voor 2050 te behalen. Tussen 1990 en 2021 is het spoorwegnet in de Unie zelfs met meer dan 12 000 km gekrompen. De verwezenlijking van de doelstellingen van de EU in verband met de modale verschuiving hangt in de eerste plaats af van de toename van de spoorwegefficiëntie en de versterking van de spoorwegcapaciteit, waarvoor investeringen in onderhoud, vernieuwing en aanleg van spoorweginfrastructuur nodig zijn. Dit omvat het aanwenden van nationale begrotingen, de Connecting Europe Facility (CEF) die werd opgericht bij Verordening (EU) 2021/1153 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2021/1153 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot vaststelling van de Connecting Europe Facility en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1316/2013 en (EU) nr. 283/2014 (PB L 249 van 14.7.2021, blz. 38).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en particuliere investeringen om cruciale ontbrekende schakels aan te pakken en knelpunten weg te werken, evenals een passend financieringsniveau voor onderhoud te bereiken. De lidstaten moeten met name de achteruitgang van de spoorweginfrastructuur voorkomen en de impact van mogelijke capaciteitsbeperkingen minimaliseren door te zorgen voor langetermijnfinanciering via meerjarige prestatieovereenkomsten, die tussen de lidstaat en de infrastructuurbeheerder moeten worden gesloten voor een periode van ten minste vijf jaar.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 9]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>De strategische capaciteitsplanning moet het gebruik van spoorweginfrastructuur verbeteren door te anticiperen op de vraag naar spoordiensten en rekening te houden met geplande ontwikkelingen, vernieuwingen en onderhoud van de infrastructuur. Strategische capaciteitsplanning moet ervoor zorgen dat spoorweginfrastructuurcapaciteit zodanig wordt toegewezen dat de spoordiensten zoveel mogelijk waarde opleveren voor de maatschappij<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met de sociaal-economische en milieugevolgen</STRING></STRING>. Infrastructuurbeheerders moeten ervoor zorgen dat de strategische planning geleidelijk steeds meer bijzonderheden over de beschikbare capaciteit oplevert en de basis vormt voor de capaciteitstoewijzing.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Aanvragers, het Europees Spoorwegplatform (ERP), klanten van spoorvervoersdiensten en hun verenigingen, EU- en nationale overheidsinstanties moeten tijdens de strategische planning worden geraadpleegd, en zij moeten de kans krijgen om input te leveren over de studie, en met name het doel van de studie “Analyse van verwachte ontwikkelingen op de vervoersmarkt” als bedoeld in artikel 15, en onafhankelijk commentaar te leveren op de bevindingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 10]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>Om te garanderen dat er capaciteit beschikbaar is voor toewijzing aan verschillende segmenten van de spoorwegmarkt, en met name voor goederenvervoer en grensoverschrijdende spoordiensten, moeten infrastructuurbeheerders toestemming krijgen om het gebruik van capaciteit op verzadigde of intensief gebruikte delen van het spoornet vooraf te plannen en deze planning indien nodig uit te breiden tot andere delen van het netwerk. Bij het vooraf plannen van capaciteit moet rekening worden gehouden met de verschillende methoden voor capaciteitstoewijzing en de kenmerken van verschillende segmenten van de spoorwegmarkt. Planning vooraf moet een betere benutting van de spoorweginfrastructuur mogelijk maken, door treinen met vergelijkbare prestatiekenmerken te groeperen in de fase van capaciteitstoewijzing.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Bij het toewijzen van capaciteit moeten infrastructuurbeheerders zich houden aan de strategische planning voor capaciteitslevering en er tegelijkertijd voor zorgen dat de capaciteit op eerlijke en niet-discriminerende wijze wordt toegewezen op basis van de marktvraag. Daartoe <STRING STRIKE="on">kunnen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan</STRING></STRING> bepaalde capaciteitsaanvragen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> alternatieve capaciteit worden geboden of als er geen andere mogelijkheid bestaat</STRING></STRING> worden geweigerd en moet het plan voor capaciteitslevering regelmatig worden geactualiseerd om aan de werkelijke vraag te voldoen.<STRING BOLD="on"> [Am. 11]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(11 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op verschillende nationale spoorwegmarkten maakt de infrastructuurbeheerder deel uit van een verticaal geïntegreerde holding met een of meer exploitanten van passagiers- en goederenvervoer. Bij de toewijzing van capaciteit aan deze spoorwegondernemingen is het voor de goede werking van de markt van het grootste belang dat de capaciteit op een eerlijke, redelijke en niet-discriminerende wijze wordt toegewezen. Met name gevoelige informatie die als onderdeel van het capaciteitstoewijzingsproces met de infrastructuurbeheerder wordt gedeeld, moet als vertrouwelijk worden beschouwd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 12]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>De mogelijkheid om vooraf hun behoeften inzake spoorweginfrastructuurcapaciteit kenbaar te maken, verschilt van het ene spoorwegsegment tot het andere. Het is met name mogelijk dat sommige verleners van goederendiensten hun capaciteit niet tijdig kunnen bepalen om te worden opgenomen in de dienstregeling, d.w.z. in het jaarlijkse plan voor bewegingen van treinen en rollend materieel, en dat deze diensten niet passen in de jaarlijkse dienstregeling. Daarom moeten infrastructuurbeheerders ook voldoende capaciteit van goede kwaliteit kunnen aanbieden voor spoordiensten waarnaar de vraag onstabiel is, die op betrekkelijke korte termijn worden georganiseerd, meer dan één treinrit omvatten en herhaaldelijk kunnen plaatsvinden gedurende een periode die niet samenvalt met de duur van de dienstregeling.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Een dergelijk capaciteitsaanbod zou ook kunnen worden aangeboden in een pakket van minimaal vooraf berekende, niet-gereserveerde treinpaden die vervolgens op korte termijn kunnen worden toegewezen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 13]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(12 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In de lidstaten worden verschillende praktijken toegepast voor het plannen van de dienstregeling, en deze concepten moeten in aanmerking worden genomen bij de strategische capaciteitsplanning. Deze praktijken vereisen sterkere coördinatie tussen infrastructuurbeheerders over grenzen heen, in het bijzonder wanneer de infrastructuurbeheerder vooraf capaciteit plant op basis van geïntegreerde regelmatige dienstregelingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 14]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>Aanvragers moeten spoorweginfrastructuurcapaciteit kunnen aanvragen op jaarlijkse basis, via de dienstregeling. Aanvragers moeten ook langer van tevoren spoorweginfrastructuurcapaciteit kunnen aanvragen voor stabiele, meerjarige spoordiensten, via kaderovereenkomsten. Ten slotte moeten aanvragers ook kort vóór het tijdstip van de dienst capaciteit kunnen aanvragen voor individuele treinen, via ad-hoccapaciteitsaanvragen, of, voor herhaalde treindiensten, via aanvragen in het kader van de voortschrijdende planning.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>Een aanzienlijk deel van het goederenvervoer per spoor is langeafstandsvervoer en vereist grensoverschrijdende coördinatie tussen infrastructuurbeheerders. De beleidsdoelstelling om het spoorvervoer te doen groeien, is ook afhankelijk van de groei van grensoverschrijdende passagiersdiensten. Om het toenemende grensoverschrijdende verkeer in de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte te vergemakkelijken en te bevorderen, moet worden gezorgd voor grotere samenhang en harmonisatie van de regels en procedures voor het beheer van spoorweginfrastructuurcapaciteit. De rol van het Europees netwerk van infrastructuurbeheerders moet worden versterkt; met het oog op de geharmoniseerde toepassing van deze verordening moet dit netwerk de opdracht krijgen om richtsnoeren op te stellen inzake procedures en methoden voor het beheer van spoorweginfrastructuurcapaciteit en voor actieve coördinatie van grensoverschrijdende capaciteit en grensoverschrijdend verkeer. Het Europees netwerk van infrastructuurbeheerders moet met name Europese kaders ontwikkelen voor capaciteitsbeheer, de coördinatie van grensoverschrijdend verkeers-, verstorings- en crisisbeheer, en prestatiebeoordeling.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Spoorwegondernemingen, aanvragers en andere operationele belanghebbenden moeten bij de ontwikkeling van deze Europese kaders ook worden geraadpleegd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 15]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>De infrastructuurbeheerders moeten alle mogelijke inspanningen leveren om de richtsnoeren van de door het Europees netwerk van infrastructuurbeheerders opgestelde Europese kaders te volgen, met behoud van hun verantwoordelijkheid voor operationele beslissingen. Elke afwijking van de door het Europees netwerk van infrastructuurbeheerders opgestelde kaders moet door de infrastructuurbeheerders worden <STRING STRIKE="on">gemotiveerd</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gerechtvaardigd, en afwijkingen zijn alleen toegestaan in uitzonderlijke gevallen en moeten worden goedgekeurd door de nationale toezichthoudende instantie voor het spoor</STRING></STRING>. Deze aanpak wordt geacht het evenwicht te bewaren tussen de behoefte aan coördinatie en toepassing van geharmoniseerde benaderingen in de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte, en de behoefte aan aanpassing van de procedures en methoden aan de specifieke omstandigheden van bepaalde geografische gebieden. Nadat deze verordening vijf jaar is toegepast, moet de Commissie beoordelen of de mate van convergentie van procedures en methoden en de doeltreffendheid van het coördinatieproces tussen infrastructuurbeheerders, alsmede de algemene vooruitgang op weg naar de vaststelling van de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte, rechtvaardigen dat secundaire wetgeving wordt vastgesteld ter vervanging van elementen van de door het Europees netwerk van infrastructuurbeheerders opgestelde Europese kaders.<STRING BOLD="on"> [Am. 16]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(15 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om te zorgen voor een naadloos Europees spoorwegnet en om het grensoverschrijdend spoorwegverkeer op meerdere netwerken voor zowel goederen- als passagiersvervoer te bevorderen, moeten nieuwe taken worden toegewezen aan het ERA. Het ERA moet bij het vervullen van zijn nieuwe taken nauw samenwerken met het ENIM en de netwerkcoördinator.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 17]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(15 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ERA beschikt over ontoereikende middelen, gezien de omvang van de voorgestelde uitbreiding van de taken van het Bureau en de omvang van de ambities van de Unie in deze verordening. Het bedrag aan financiële middelen voor het uitvoeren van de taken van het ERA in het kader van deze verordening moeten worden geput uit de niet-toegewezen marges onder de maxima van het meerjarig financieel kader (MFK) of worden gemobiliseerd via de niet-thematische speciale MFK-instrumenten. Aangezien in het voorstel van de Commissie voor een herziening van het MFK niet is voorzien in een ruimere begroting van het ERA, kan de verhoging van de kredieten voor het ERA niet worden gecompenseerd door een compenserende verlaging van de geprogrammeerde uitgaven in het kader van de CEF Vervoer, noch door een verlaging van de middelen voor andere programma’s van de Unie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 18]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>De regels voor het beheer van grensoverschrijdend spoorverkeer onder normale omstandigheden en in het geval van verstoringen moeten zorgen voor een vlotte, veerkrachtige en naadloze werking van de spoorvervoersdiensten. Ze moeten voorzien in een systeem van gestructureerde coördinatie tussen infrastructuurbeheerders en andere belanghebbenden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>De exploitatie van spoorweginfrastructuur vereist niet alleen nauwe coördinatie tussen infrastructuurbeheerders, maar ook een sterke interactie met spoorwegondernemingen en andere belanghebbenden die rechtstreeks betrokken zijn bij spoorvervoer, multimodaal vervoer en logistieke activiteiten. Daarom moet worden gezorgd voor gestructureerde coördinatie tussen infrastructuurbeheerders en andere belanghebbenden.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Om de rol van spoorwegondernemingen en aanvragers te versterken, wordt het ERP opgericht als raadplegingsorgaan bij het ENIM. Exploitanten van dienstvoorzieningen en terminals, belanghebbenden bij multimodale capaciteit zoals zee- en binnenhavens en eigenaars van andere spoorgerelateerde dienstvoorzieningen kunnen ook deel uitmaken van het ERP. Het ENIM moet het ERP raadplegen voordat het de Europese kaders voor capaciteits-, verkeers- en prestatiebeheer opzet. Voorts kan het ERP het ENIM een beter zicht bieden op marktontwikkelingen, en kan het ook eigen initiatiefadviezen uitbrengen over voorstellen of beslissingen van het ENIM en het ERA.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 19]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>De betrouwbaarheid van spoordiensten is een van de aspecten die het meest op prijs worden gesteld door de klanten van het spoor<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en niet in de laatste plaats een kritische vereiste van de opnieuw opkomende markt voor nachttreinen, waar klanten van het spoor en aanvragers ruim van tevoren moeten weten hoe hun diensten kunnen rijden</STRING></STRING>. De betrouwbaarheid van dienstregelingen is ook van cruciaal belang voor de vlotte werking van het spoorsysteem, dat sterk onderhevig is aan interactie tussen diensten en externe factoren. Daarom moeten afwijkingen van de dienstregeling tot een minimum worden beperkt. Bovendien moet een systeem van passende stimulansen worden ingevoerd om infrastructuurbeheerders, spoorwegondernemingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, exploitanten van dienstvoorzieningen</STRING></STRING> en andere relevante belanghebbenden aan te moedigen hun verbintenissen na te komen. Die stimulansen moeten zowel van economische als niet-economische aard zijn.<STRING BOLD="on"> [Am. 20]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>Voortdurend toezicht op de kwaliteit van de spoorweginfrastructuur en de vervoersdiensten is een voorwaarde om de prestaties van deze diensten te kunnen verbeteren. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Derhalve moeten infrastructuurbeheerders de prestaties van spoorweginfrastructuurdiensten en spoorvervoersdiensten monitoren en benchmarken. Wanneer infrastructuurbeheerders hun eigen prestatiesdoelstellingen uiteenzetten in het plan, moeten zij de nationale regulatoren, de nationale ministeries en de Commissie raadplegen om ervoor te zorgen dat die doelstellingen in overeenstemming zijn met de prestatiedoelstellingen van de Unie. </STRING></STRING>Het is<STRING STRIKE="on"> dan</STRING> ook nodig een transparant en objectief systeem van indicatoren op te zetten, dat feedback verstrekt over prestatieaspecten die relevant zijn voor de verschillende operationele belanghebbenden en voor de eindgebruikers van vervoersdiensten per spoor. Dit systeem moet er in de eerste plaats voor zorgen dat toezicht wordt gehouden op de naleving van door de operationele belanghebbenden aangegane verbintenissen en op de vooruitgang van de prestaties in de loop van de tijd, en moet rekening houden met uiteenlopende omstandigheden en kenmerken binnen de spoorwegsector. De Commissie <STRING STRIKE="on">moet</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en het ERA moeten</STRING></STRING> een beroep kunnen doen op onafhankelijke deskundigen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> met een grondige kennis van de spoorwegsector</STRING></STRING>, in de vorm van een prestatiebeoordelingsorgaan, voor het opzetten van dit systeem en het analyseren van de resultaten ervan. Dit orgaan moet in staat zijn onafhankelijk <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deskundig </STRING></STRING>advies te verlenen aan de Commissie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en het ERA</STRING></STRING> op alle gebieden die van invloed zijn op de prestaties van de spoordiensten en het infrastructuurbeheer.<STRING BOLD="on"> [Am. 21]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Om de prestaties van spoorinfrastructuurdiensten in de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte te verbeteren, moeten de infrastructuurbeheerders, in nauwe samenwerking met de Commissie, het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ERA, het </STRING></STRING>prestatiebeoordelingsorgaan en relevante belanghebbenden, een gemeenschappelijk kader voor de beoordeling van prestaties<STRING STRIKE="on"> opzetten en</STRING> toepassen. Dit kader moet garanderen dat alle EU-infrastructuurbeheerders gemeenschappelijke beginselen en methoden gebruiken voor het meten van de prestaties, op basis van overeengekomen indicatoren. Het kader moet het mogelijk maken ondermaatse prestaties op het EU-spoorwegnet op te sporen. Het moet ervoor zorgen dat infrastructuurbeheerders prestatiedoelstellingen vaststellen op een wijze die rekening houdt met de specifieke kenmerken van het netwerk onder hun beheer, maar die tegelijkertijd zorgt voor samenhang bij het opsporen van de meest relevante ondermaatse prestaties. Het kader moet toestaan dat infrastructuurbeheerders op EU-niveau<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder ook binnen het ERA,</STRING></STRING> samenwerken bij de vaststelling van maatregelen om ondermaatse prestaties te verbeteren en de opvolging van de resultaten van die maatregelen. In samenwerking met<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> het ERA binnen</STRING></STRING> het Europees netwerk voor infrastructuurbeheerders en rekening houdend met het advies van het prestatiebeoordelingsorgaan moeten de infrastructuurbeheerders dit kader regelmatig beoordelen om te garanderen dat het geschikt blijft voor het beoogde doel.<STRING BOLD="on"> [Am. 22]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>Om een effectief EU-kader voor de coördinatie van spoorweginfrastructuurbeheerders te garanderen, moet het Europees netwerk van infrastructuurbeheerders, dat is opgericht bij Richtlijn 2012/34/EU, operationeler worden. Het moet besluitvormingsmechanismen omvatten die EU-spoorweginfrastructuurbeheerders in staat stellen de strategische planning van spoorweginfrastructuurcapaciteit doeltreffend te coördineren.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>De toezichthoudende instanties voor het spoor moeten samenwerken op het niveau van de Unie om te garanderen dat het regelgevingskader coherent wordt toegepast en de aanvragers in de hele gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte op dezelfde wijze worden behandeld. Zij moeten dit doen via het Europees netwerk van toezichthoudende instanties <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(ENRRB) </STRING></STRING>voor het spoor, teneinde gemeenschappelijke praktijken te ontwikkelen voor het nemen van de besluiten waarvoor zij krachtens deze verordening zijn gemachtigd. Daartoe moet het <STRING STRIKE="on">Europees netwerk van toezichthoudende instanties voor het spoor</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ENRRB</STRING></STRING> coördinatietaken uitvoeren en niet-bindende aanbevelingen en adviezen vaststellen, die geen gevolgen mogen hebben voor de bevoegdheden van de toezichthoudende instanties voor het spoor of van de infrastructuurbeheerders.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het ENRRB moet nagaan of de Europese kaders verenigbaar zijn met de regelgevingsdoelstellingen van de verordening. Toezichthoudende instanties moeten zodanig worden samengesteld dat ze voorkomen dat nationale besluiten de in de Europese kaders beschreven geharmoniseerde procedures ondermijnen, tenzij anders bepaald in deze verordening.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 23]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>Voor het efficiënte beheer van de spoorwegcapaciteit en het verkeer moeten gegevens en informatie worden uitgewisseld tussen infrastructuurbeheerders, aanvragers en andere operationele belanghebbenden. Deze uitwisseling kan veel effectiever en efficiënter worden als ze wordt ondersteund door interoperabele digitale instrumenten en, voor zover mogelijk, automatisering. Daarom moet prioriteit worden gegeven aan de toepassing van interoperabiliteitsspecificaties, die verder moeten worden ontwikkeld om gelijke tred te houden met technologische ontwikkelingen en met de nieuwe processen die in deze verordening worden vooropgesteld.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Om voor een vlotte ontwikkeling en toepassing te zorgen, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om een gedelegeerde handeling vast te stellen voor de invoering en het bestuur van een geïntegreerd digitaal Europees verkeersbeheer. Aangezien het ERA de Europese systeemautoriteit is voor telematicatoepassingen, moet het nauw worden betrokken bij de ontwikkeling en toepassing van digitale instrumenten en diensten als bedoeld in artikel 62 van deze verordening, om ervoor te zorgen dat ze voldoen aan de TSI voor telematicatoepassingen als gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2016/797 en in overeenstemming zijn met artikel 23 van Verordening (EU) 2016/796.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 24]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(23 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Werknemers zijn cruciaal voor het efficiënt functioneren van de spoorwegsector. Om de diensten efficiënter te maken en om de kwaliteit ervan te verhogen, is digitalisering essentieel. De digitalisering en automatisering van de spoorwegcapaciteit en het verkeersbeheer moeten gepaard gaan met de ontwikkeling van digitale vaardigheden voor de werknemers in de sector. Extra opleiding en investeringen in de uitbreiding van digitale competenties met betrekking tot nieuwe digitale vereisten moeten werknemers in staat stellen zich aan te passen en positief bij te dragen aan het goed functioneren van de sector door verbeterde communicatie en het vermogen om onverwachte gebeurtenissen het hoofd te bieden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 25]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Infrastructuurbeheerders moeten hun werkzaamheden, met name op het gebied van digitalisering, afstemmen op die van de bij titel IV van Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad opgerichte Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen”, voor wat betreft het in artikel 86, lid 5, bedoelde masterplan en de in artikel 85, lid 2, punt c), bedoelde systeempijler, en via de in artikel 97 van Verordening (EU) 2021/2085 bedoelde uitrolgroep.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>Er moet een mechanisme worden opgezet om criteria, beginselen en procedures vast te stellen met betrekking tot capaciteitsbeheer, samenwerking tussen spoorbelanghebbenden en coördinatie op EU-niveau, voor infrastructuurbeheerders en op het gebied van regelgevend toezicht. Dit mechanisme schrijft voor dat infrastructuurbeheerders en toezichthoudende instanties voor het spoor, in samenwerking met relevante belanghebbenden, Europese kaders en richtsnoeren opstellen en toepassen. Indien de vrijwillige toepassing van richtsnoeren voor de sector niet het noodzakelijke niveau van regelgevende coherentie oplevert, moet de Commissie, na een beoordeling van de ontwikkeling en toepassing van de Europese kaders, over de middelen beschikken om deze regelgevende tekortkomingen aan te pakken via uitvoeringshandelingen of gedelegeerde handeling, voor zover van toepassing.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>Om een vlot proces van capaciteits- en verkeersbeheer voor internationale spoordiensten te verzekeren, om annuleringen van toegewezen capaciteit en onderbrekingen van spoorwegactiviteiten ten gevolge van verstoringen op het spoornet tot een minimum te beperken, en om rekening te houden met ontwikkelingen in de praktijken van infrastructuurbeheerders en met het gebruik van nieuwe methoden voor capaciteitstoewijzing en nieuwe informatie- en communicatietechnologieën, moet de Commissie worden gemachtigd om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag. Deze bevoegdheden moeten betrekking hebben op de te bereiken resultaten die voortvloeien uit de strategische planning van infrastructuurcapaciteit; het tijdschema voor de strategische capaciteitsplanning en het proces van capaciteitstoewijzing; de deadlines voor wijzigingen van toegewezen capaciteit en het ontwikkelen van alternatieve oplossingen voor aanvragers; het tijdschema voor coördinatie, raadpleging en publicatie van capaciteitsbeperkingen die voortvloeien uit infrastructuurwerken; de definitie van intensief gebruikte en verzadigde infrastructuur en de procedures en methoden om de benuttingsgraad van infrastructuur te berekenen; de criteria om netwerkverstoringen te identificeren en uit te roepen/af te kondigen; de informatie die moet worden verstrekt aan operationele belanghebbenden; en de gebieden die door infrastructuurbeheerders moeten worden gecoördineerd en de specifieke regelingen voor die coördinatie. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven<FOOTNOTE><FIELD>PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen moeten het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip ontvangen als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>Om uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te garanderen, moet de Commissie uitvoeringsbevoegdheden krijgen voor de invoering van technische en operationele eisen om de vlotte werking van de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte te vergemakkelijken aan de hand van uniforme criteria voor de eisen die infrastructuurbeheerders aan aanvragers stellen; gemeenschappelijke procedures, criteria en methoden voor het beheer van schaarse capaciteit, voor noodplanning, en voor de toewijzing van capaciteit buiten de periode die onder de dienstregeling valt; een gemeenschappelijke benadering van compensaties voor wijzigingen van toegewezen capaciteit; gemeenschappelijke criteria en procedures voor de herschikking van capaciteit; de definitie van de technische elementen van een systeem voor toezicht op de prestaties van het spoor en de spoorgerelateerde diensten, met inbegrip van methoden en gegevensvereisten en de beoordeling daarvan. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>De in Richtlijn 2012/34/EU uiteengezette regels inzake capaciteitstoewijzing worden vervangen door de regels in deze verordening. Daarom moeten de regels voor samenwerking tussen infrastructuurbeheerders, de regels voor samenwerking tussen toezichthoudende instanties, de eisen voor de elementen van de netverklaring waarin de aard van de voor spoorwegondernemingen beschikbare spoorweginfrastructuur wordt beschreven, de voorwaarden voor de toegang tot die infrastructuur en de beginselen en criteria voor capaciteitstoewijzing in deze verordening worden gedefinieerd. De regels inzake samenwerking en coördinatie, alsmede de elementen van de netverklaring die geen betrekking hebben op capaciteitsbeheer, blijven in Richtlijn 2012/34/EU.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P>De conclusie van de ex-postevaluatie van Verordening (EU) nr. 913/2010<FOOTNOTE><FIELD>SWD(2021) 134 final van 2 juni 2021.</FIELD></FOOTNOTE> luidde dat de impact van de verordening te beperkt was om bij te dragen tot een modale verschuiving van de weg naar het spoor. Bovendien was de samenwerking tussen lidstaten en infrastructuurbeheerders bij het beheer van de spoorweginfrastructuur nog steeds ondoeltreffend vanuit grensoverschrijdend perspectief. Uit de evaluatie bleek ook dat het niet efficiënt is om de capaciteit op de corridors voor goederenvervoer per spoor afzonderlijk te beheren van de rest van het netwerk. Er moet één regelgevingskader van toepassing zijn op de exploitatie van de spoorwegcapaciteit, dat de relevante bepalingen van Richtlijn 2012/34/EU en van Verordening (EU) nr. 913/2010 consolideert. Derhalve moeten Verordening (EU) nr. 913/2010 en de bepalingen van Richtlijn 2012/34/EU inzake capaciteitstoewijzing worden ingetrokken en vervangen door de onderhavige verordening.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De desbetreffende artikelen van Verordening (EU) nr. 1315/2013 betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk moeten dienovereenkomstig worden gewijzigd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 26]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(29 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Evenzo moet worden gezorgd voor afstemming op de volgende uitvoeringsverordeningen, voor de toewijzingsregels in dienstvoorzieningen (Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177) en voor procedures en criteria voor kaderovereenkomsten (Uitvoeringsverordening (EU) 2016/545).</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 27]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>Voor de opstelling van de dienstregeling moeten voorbereidende werkzaamheden worden uitgevoerd in de jaren die voorafgaan aan de inwerkingtreding van die dienstregeling. De overgang van het bij Richtlijn 2012/34/EU en Verordening (EU) nr. 913/2010 vastgestelde kader naar het bij de onderhavige verordening vastgestelde kader impliceert dan ook dat de voorbereidingen van de dienstregelingen van het nieuwe kader tegelijk met de toepassing van de regels van het nieuwe kader moeten beginnen. Tijdens een overgangsfase moet een dubbele regeling gelden, waarbij de nodige voorbereidende stappen voor een bepaalde dienstregeling moeten voldoen aan het rechtskader dat van toepassing is op die specifieke dienstregeling. Kaderovereenkomsten die onder het huidige kader zijn gesloten, moeten <STRING STRIKE="on">gedurende een overgangsperiode </STRING>van toepassing kunnen blijven<STRING STRIKE="on">  onder de nieuwe regeling</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> tot het einde van de overeenkomst</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 28]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(31)</NO.P>De eerste stap in de voorbereiding van een dienstregeling onder het nieuwe kader houdt in dat vijf jaar voor de inwerkingtreding van een bepaalde dienstregeling een capaciteitsstrategie wordt bekendgemaakt. Aangezien het belangrijk is dat het nieuwe regelgevingskader zo snel mogelijk wordt toegepast, en rekening houdend met de voorbereidende werkzaamheden die de sector reeds heeft verricht, kan de termijn die gepland is voor de opstelling van de eerste twee dienstregelingen worden teruggebracht tot 38 maanden door de fase van de capaciteitsstrategie in te korten. Derhalve moet de eerste dienstregeling die onder het nieuwe regelgevingskader valt, de dienstregeling zijn die begint op [9 december 2029]. Alle belanghebbenden moeten onverwijld van start gaan met de nodige voorbereidingen om te voldoen aan het nieuwe kader<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Een vroegere toepassingsdatum kan worden overwogen door lidstaten die kunnen aantonen dat zij alle nodige stappen hebben gezet vóór de datum van vaststelling van de verordening</STRING></STRING>,<STRING BOLD="on"> [Am. 29]</STRING></P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK I</TI><STI.GR>ALGEMENE BEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 1</TI.ART><STI.ART>Onderwerp en toepassingsgebied</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In deze verordening worden de beginselen, regels en procedures vastgesteld die van toepassing zijn op het beheer van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de coördinatie met dienstvoorzieningen, verkeersbeheer, crisisbeheer en prestatiebeheer voor binnenlandse en internationale spoordiensten. Voorts worden regels vastgesteld inzake een Europees netwerk voor coördinatie tussen infrastructuurbeheerders en met andere relevante belanghebbenden, en inzake het toezicht op het capaciteits- en verkeersbeheer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze verordening bevat ook regels en procedures voor de invoering van geïntegreerd digitaal Europees systeem voor verkeersbeheer.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 30]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De verordening is van toepassing op<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> het spoorwegsysteem van de Unie als gedefinieerd in artikel 2, eerste alinea, van Verordening (EU) 2016/797,</STRING></STRING> het gebruik van spoorinfrastructuur voor binnenlandse en internationale spoordiensten als bedoeld in artikel 1, lid 2, van Richtlijn 2012/34/EU, met inbegrip van dienstvoorzieningen als gedefinieerd in artikel 3, lid 11, van die richtlijn.<STRING BOLD="on"> [Am. 31]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De hoofdstukken II tot en met V van deze verordening zijn niet van toepassing op spoorweginfrastructuur of spoorwegdiensten die zijn uitgesloten van de toepassing van hoofdstuk IV van Richtlijn 2012/34/EU, overeenkomstig artikel 2, leden 3, 3 bis, 4, 8, 8 bis<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, 9</STRING></STRING> en 10, van die richtlijn, tijdens de geldigheidsduur van de relevante uitsluitingen.<STRING BOLD="on"> [Am. 32]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Zolang er geen spoorwegen worden aangelegd op het grondgebied van Cyprus en Malta, is deze verordening niet van toepassing op die lidstaten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 2</TI.ART><STI.ART>Algemene verantwoordelijkheden en beginselen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Onverminderd artikel 7 quater van Richtlijn 2012/34/EU zijn infrastructuurbeheerders verantwoordelijk voor het beheer van de spoorweginfrastructuurcapaciteit en het spoorverkeer.</PARAG><PARAG>In alle bepalingen van deze verordeningen die betrekking hebben op de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit worden verwijzingen naar een infrastructuurbeheerder begrepen als verwijzingen naar het in artikel 7 bis, lid 3, van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde toewijzingsorgaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Om de verlening van doeltreffende en doelmatige spoorweginfrastructuurcapaciteit en het verkeersbeheer in de Unie te vergemakkelijken, werken infrastructuurbeheerders samen met het in artikel 7 septies van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde Europees netwerk van infrastructuurbeheerders (“het ENIM”), overeenkomstig de samenwerkingsbepalingen van deze verordening.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Bij het nakomen van hun verantwoordelijkheden overeenkomstig leden 1 en 2 moeten infrastructuurbeheerders:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zo effectief mogelijk de beschikbare infrastructuurcapaciteit benutten, zoals vereist uit hoofde van artikel 26 van Richtlijn 2012/34/EU<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> met als doel het aandeel van het spoorvervoer te doen toenemen, zowel voor passagiers als goederen, overeenkomstig de klimaatdoelstellingen van de Unie</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 33]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>ervoor zorgen dat spoorvervoersdiensten die mogelijk worden gemaakt door spoorweginfrastructuur zoveel mogelijk waarde opleveren voor de maatschappij, zowel in maatschappelijk, economisch als ecologisch opzicht;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>zorgen voor niet-discriminerend beheer van en transparante toegang tot infrastructuurcapaciteit, ook tijdens werken, teneinde eerlijke concurrentie te ondersteunen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>naadloos<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en stipt</STRING></STRING> spoorverkeer over meer dan één netwerk <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en over grenzen heen </STRING></STRING>mogelijk maken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> door ernaar te streven knelpunten en operationele belemmeringen uit de weg te ruimen</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 34]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>zorgen voor transparantie over de staat en de beschikbaarheid van spoorweginfrastructuurcapaciteit;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de prestaties van spoorweginfrastructuur en vervoersdiensten beoordelen en verbeteren, in nauwe samenwerking met exploitanten uit de spoorwegsector, waaronder dienstvoorzieningen die rechtstreeks betrokken zijn bij een spoorwegdienst;</STRING></STRING>de prestaties van spoorweginfrastructuur en vervoersdiensten beoordelen en verbeteren, in nauwe samenwerking met exploitanten uit de spoorwegsector;<STRING BOLD="on"> [Am. 35]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>bijdragen tot de toepassing en ontwikkeling van de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met name door middel van gemeenschappelijke Europese technische en operationele regels en normen, vereisten inzake technische uitrusting en personeelscertificering</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 36]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 3</TI.ART><STI.ART>Onpartijdigheid van de infrastructuurbeheerder met betrekking tot verkeers- en capaciteitsbeheer, met inbegrip van onderhoudsplanning</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders oefenen de functies van verkeers- en capaciteitsbeheer, met inbegrip van onderhoudsplanning, uit op transparante en niet-discriminerende wijze, en de personen die bevoegd zijn voor het nemen van beslissingen over die functies mogen geen belangenconflicten hebben.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wat verkeersbeheer betreft, moeten infrastructuurbeheerders ervoor zorgen dat spoorwegondernemingen, in geval van verstoringen die op hen betrekking hebben, volledige en tijdige toegang hebben tot relevante informatie. Als de infrastructuurbeheerder verdere toegang verleent tot het verkeersbeheersproces, doet hij dit op een wijze die transparant en niet-discriminerend is tegenover de betrokken spoorwegondernemingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wat capaciteitsbeheer en de langetermijnplanning van grote onderhoudswerkzaamheden, vernieuwingen of moderniseringen van de spoorweginfrastructuur betreft, raadpleegt de infrastructuurbeheerder de aanvragers, zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 19, van Richtlijn 2012/34/EU, overeenkomstig deze verordening en, in de mate van het mogelijke, rekening houdend met de geuite bezorgdheid.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 4</TI.ART><STI.ART>Definities</STI.ART><PARAG>Met het oog op de toepassing van deze verordening gelden de definities in artikel 3 van Richtlijn 2012/34/EU.</PARAG><PARAG>Voorts wordt verstaan onder:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>“overmacht”: elke onvoorzienbare<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onvermijdelijke of uitzonderlijke</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> of ongebruikelijke</STRING> gebeurtenis of situatie waarover de infrastructuurbeheerder<STRING STRIKE="on"> of</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> de spoorwegonderneming<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of de aanvrager</STRING></STRING> geen controle heeft en die niet <STRING STRIKE="on">had kunnen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan</STRING></STRING> worden<STRING STRIKE="on"> vermeden of</STRING> verholpen met redelijke vooruitziendheid of voorzorgsmaatregelen, die niet <STRING STRIKE="on">had kunnen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan</STRING></STRING> worden opgelost door maatregelen die<STRING STRIKE="on"> zij</STRING> vanuit technisch, financieel of economisch oogpunt <STRING STRIKE="on">redelijk achten, die</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">redelijkerwijs mogelijk zijn, zoals grensoverschrijdende omleidingen; deze gebeurtenis moet</STRING></STRING> daadwerkelijk <STRING STRIKE="on">heeft</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hebben</STRING></STRING> plaatsgevonden en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet </STRING></STRING>objectief <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen</STRING></STRING> worden geverifieerd, en<STRING STRIKE="on"> waardoor</STRING> de infrastructuurbeheerder<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> is daardoor</STRING></STRING> tijdelijk of permanent niet in staat<STRING STRIKE="on"> is</STRING> zijn verplichtingen overeenkomstig deze verordening of Richtlijn 2012/34/EU na te komen of de spoorwegonderneming <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is </STRING></STRING>niet in staat<STRING STRIKE="on"> is</STRING> haar contractuele verplichtingen tegenover een of meerdere infrastructuurbeheerders na te komen;<STRING BOLD="on"> [Am. 37]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>“interoperabiliteit”: interoperabiliteit in de zin van artikel 2, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2016/797 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de interoperabiliteit van het spoorwegsysteem in de Europese Unie (PB L 138 van 26.5.2016, blz. 44).</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“aanvrager”: een spoorwegonderneming of een internationaal samenwerkingsverband van spoorwegondernemingen of andere natuurlijke en/of rechtspersonen, zoals de bevoegde overheidsinstanties zoals gedefinieerd in artikel 2, punt b, van Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EG) nr. 1370/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende het openbaar personenvervoer per spoor en over de weg en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 1191/69 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad (PB L 315 van 3.12.2007, blz. 1).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en verladers, expediteurs en exploitanten van gecombineerd vervoer, die om redenen van openbare dienst of om commerciële redenen belang hebben bij de verwerving van infrastructuurcapaciteit;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 38]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>“operationele belanghebbende”: een aanvrager, <STRING STRIKE="on">spoorwegonderneming</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vereniging van aanvragers</STRING></STRING>, infrastructuurbeheerder, exploitant van een dienstvoorziening, verlener van spoorgerelateerde diensten en elke andere entiteit die rechtstreeks betrokken is bij de exploitatie van een spoorvervoersdienst;<STRING BOLD="on"> [Am. 39]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>“Europees coördinator”: de in artikel 51 van Verordening [... new TEN-T Regulation] bedoelde coördinator;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>“kaderovereenkomst”: een juridisch bindende algemene publiek- of privaatrechtelijke overeenkomst waarin de rechten en plichten van een aanvrager en de infrastructuurbeheerder zijn uiteengezet met betrekking tot de infrastructuurcapaciteit die moet worden toegewezen en de heffingen die in rekening moeten worden gebracht over een periode die langer is dan één dienstregelingsperiode;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>“gelijktijdige capaciteitstoewijzing”: een proces waarbij infrastructuurbeheerders spoorweginfrastructuurcapaciteit toewijzen in reactie op een reeks capaciteitsaanvragen die tegen een bepaalde uiterste datum zijn ontvangen, waarbij deze aanvragen worden gecoördineerd om een zo goed mogelijke benutting van de infrastructuur en een zo groot mogelijke overeenstemming met de aanvragen te garanderen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>“wie het eerst komt, het eerst maalt”: een beginsel voor de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit waarbij prioriteit wordt gegeven overeenkomstig de chronologische volgorde van de capaciteitsaanvragen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>“treinpad”: de infrastructuurcapaciteit die nodig is om een trein te laten rijden tussen twee plaatsen gedurende een bepaalde periode, beschreven als een exacte route met een tijdschema voor die trein, met inbegrip van herkomst en bestemming, een tijdstip en dag van aankomst en een tijdstip en dag van vertrek, met inbegrip van elk stoppunt en de bijbehorende vertrektijden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>“capaciteitsspecificatie”: een recht op capaciteit, waarin de commerciële en operationele kenmerken van de voor de aanvrager relevante infrastructuurcapaciteit worden gespecificeerd en dat de infrastructuurbeheerder voldoende informatie verschaft om specifieke treinpaden voor te bereiden die tegemoetkomen aan die kenmerken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>“spoordienst over meerdere netwerken”: een binnenlandse of internationale dienst voor goederen- of passagiersvervoer per spoor die plaatsvindt op twee of meer netwerken die door verschillende infrastructuurbeheerders worden beheerd. De trein kan worden gekoppeld en/of gesplitst en de verschillende delen kunnen een verschillende herkomst en bestemming hebben, voor zover alle wagons of rijtuigen minstens één netwerk binnenrijden dat beheerd wordt door een andere infrastructuurbeheerder;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>“capaciteitsrecht op meerdere netwerken”: alle capaciteitsrechten die een spoordienst over meerdere netwerken mogelijk maken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>“indeling van infrastructuurcapaciteit”: het verdelen van de totale beschikbare capaciteit van een infrastructuurelement over verschillende types spoorvervoersdiensten en capaciteitsbeperkingen ten gevolge van infrastructuurwerken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13)</NO.P>“dienstregeling”: de permanent bijgewerkte gegevens over alle geplande bewegingen van treinen en rollend materieel die zullen plaatsvinden op de desbetreffende infrastructuur, zoals uitgedrukt door toegewezen capaciteitsrechten, gedurende een dienstregelingsperiode;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14)</NO.P>“dienstregelingsperiode”: de periode tijdens welke een bepaalde dienstregeling geldig is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>15)</NO.P>“infrastructuurwerken”: interventies op de spoorweginfrastructuur met het oog op de ontwikkeling, het onderhoud, de vernieuwing of de modernisering van de spoorweginfrastructuur, zoals gedefinieerd in artikel 3, punten 2 bis, 2 quater, 2 quinquies en 2 sexies van Richtlijn 2012/34/EU;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>16)</NO.P>“toezichthoudende instantie”: de in artikel 55 van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde toezichthoudende instantie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>17)</NO.P>“incident”: elk voorval, of elke reeks voorvallen met dezelfde oorzaak, dat een verstoring van het spoorverkeer veroorzaakt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>17 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“systematische treinpaden”: treinpaden die zijn gebaseerd op de artikelen 11 en 20 van deze verordening, en die vooraf zijn gepland in een regelmatig schema voor de periode van een dienstregeling,</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 40]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK II</TI><STI.GR>BEHEER VAN INFRASTRUCTUURCAPACITEIT</STI.GR><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">DEEL 1</TI><STI.GR>Algemene beginselen voor het beheer van infrastructuurcapaciteit</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 5</TI.ART><STI.ART>Capaciteitsbeheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders beheren de spoorweginfrastructuurcapaciteit via een plannings- en toewijzingsproces dat uit drie fasen bestaat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>strategische capaciteitsplanning, zoals omschreven in deel 2;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>planning en toewijzing van infrastructuur, zoals omschreven in deel 3;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>aanpassing en herschikking van infrastructuur, zoals omschreven in deel 4.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Naast de in bijlage IV bij Richtlijn 2012/34/EU vastgestelde inhoud nemen de infrastructuurbeheerders in de in artikel 27 van die richtlijn bedoelde netverklaring een deel op over de infrastructuur die ter beschikking is gesteld van spoorwegondernemingen; een deel over capaciteitsbeheer; een deel over activiteiten, met inbegrip van verkeers-, verstorings- en crisisbeheer; en een deel over prestatiebeheer, overeenkomstig bijlage IV.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Besluitvorming met betrekking tot capaciteitsbeheer, zoals bedoeld in lid 1, met inbegrip van zowel de vaststelling als de beoordeling van de beschikbaarheid en de toewijzing van capaciteitsrechten, is een essentiële functie van de infrastructuurbeheerder in de zin van artikel 3, punt 2 septies, van Richtlijn 2012/34/EU. De in die richtlijn vastgestelde bepalingen inzake essentiële functies zijn van toepassing op de infrastructuurbeheerder.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 6</TI.ART><STI.ART>Europees kader voor capaciteitsbeheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders streven ernaar gemeenschappelijke beginselen en procedures te volgen voor het beheer van de spoorweginfrastructuurcapaciteit. Daartoe zal het ENIM <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in overleg met het ERP </STRING></STRING>uiterlijk<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> ...</STRING></STRING> [12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] een “Europees kader voor capaciteitsbeheer” opzetten, overeenkomstig <STRING STRIKE="on">de bepalingen van </STRING>hoofdstuk II.<STRING BOLD="on"> [Am. 41]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Europees kader voor capaciteitsbeheer definieert gemeenschappelijke beginselen en procedures voor het beheer van spoorweginfrastructuurcapaciteit en voor de coördinatie tussen infrastructuurbeheerders, spoorwegondernemingen en andere aanvragers, exploitanten van dienstvoorzieningen en andere operationele belanghebbenden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Europees kader voor capaciteitsbeheer omvat minstens de elementen die vermeld zijn in bijlage III en wordt indien nodig geactualiseerd om rekening te houden met de ervaring van infrastructuurbeheerders, spoorwegondernemingen en andere aanvragers, op basis van de activiteiten van het ENIM.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Infrastructuurbeheerders houden zoveel mogelijk rekening met het Europees kader voor capaciteitsbeheer bij de voorbereiding van de in artikel 27 van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde netverklaring, met name met de inhoud van bijlage IV bij deze verordening. In de netverklaring <STRING STRIKE="on">geven</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rechtvaardigen</STRING></STRING> zij de redenen voor alle afwijkingen van de in het Europees kader voor capaciteitsbeheer vastgestelde gemeenschappelijke beginselen en procedures.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Afwijkingen zijn alleen toegestaan in uitzonderlijke gevallen en onder voorbehoud van goedkeuring door de nationale toezichthoudende instantie voor het spoor.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 42]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie krijgt overeenkomstig artikel 71 de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin de gemeenschappelijke beginselen en procedures voor het beheer van de spoorweginfrastructuurcapaciteit worden uiteengezet, en om lid 2 van dit artikel te wijzigen. Deze gedelegeerde handelingen worden uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] vastgesteld.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 43]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 7</TI.ART><STI.ART>Aanvragers</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Aanvragers dienen aanvragen voor infrastructuurcapaciteit in. Om die infrastructuurcapaciteit te kunnen gebruiken, wijzen aanvragers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die geen spoorwegonderneming zijn</STRING></STRING> een spoorwegonderneming aan om een overeenkomst met de infrastructuurbeheerder te sluiten overeenkomstig artikel 28 van Richtlijn 2012/34/EU. Dit laat het recht van aanvragers om kaderovereenkomsten met infrastructuurbeheerders te sluiten op basis van artikel 31 van deze verordening onverlet.<STRING BOLD="on"> [Am. 44]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De infrastructuurbeheerder <STRING STRIKE="on">mag</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eist</STRING></STRING> van de aanvragers<STRING STRIKE="on"> eisen</STRING> dat zij erop toezien dat zijn legitieme verwachtingen over toekomstige inkomsten en de benutting van de infrastructuur worden gevrijwaard. Dergelijke eisen moeten passend, transparant en niet-discriminerend zijn. Zij worden gespecificeerd in de in punt 2, c), van bijlage IV bedoelde netverklaring. Zij mogen alleen voorschrijven dat een financiële garantie moet worden verstrekt die niet hoger mag zijn dan een passend niveau, dat in verhouding staat tot het door de aanvrager beoogde activiteitsniveau, en een garantie van het vermogen om aanvragen voor infrastructuurcapaciteit in te dienen die beantwoorden aan de voorschriften.<STRING BOLD="on"> [Am. 45]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt uiterlijk op [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening]</STRING></STRING> uitvoeringshandelingen <STRING STRIKE="on">vaststellen waarin</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vast voor</STRING></STRING> de criteria die moeten worden gevolgd voor de toepassing van lid 2<STRING STRIKE="on">, nader worden toegelicht</STRING>. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 72, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.<STRING BOLD="on"> [Am. 46]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 8</TI.ART><STI.ART>Beheer van schaarse infrastructuurcapaciteit</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders zien erop toe dat schaarse infrastructuurcapaciteit wordt beheerd overeenkomstig de beginselen die zijn uiteengezet in artikel 26 van Richtlijn 2012/34/EU en artikel 2 van de onderhavige verordening, in alle fasen van het in artikel 5 bedoelde proces voor capaciteitsbeheer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij het nemen van beslissingen over schaarse capaciteit houden infrastructuurbeheerders rekening met strategische richtsnoeren inzake de benutting van infrastructuurcapaciteit die door de lidstaten zijn verstrekt overeenkomstig artikel 11, lid 3.</PARAG><PARAG>Onverminderd de staatssteunregels <STRING STRIKE="on">mogen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">compenseren</STRING></STRING> de lidstaten, voor zover van toepassing, de infrastructuurbeheerder<STRING STRIKE="on"> compenseren</STRING> voor inkomstenverliezen die uitsluitend verband houden met de verplichting om te voldoen aan de strategische richtsnoeren voor de benutting van spoorweginfrastructuurcapaciteit.<STRING BOLD="on"> [Am. 47]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Schaarse capaciteit wordt zoveel mogelijk door infrastructuurbeheerders gepland en toegewezen via het in artikel 36 bedoelde mechanisme voor consensuele oplossing van conflicten, waar de aanvragers in kwestie bij worden betrokken en dat leidt tot consensuele oplossingen voor conflicterende capaciteitsbehoeften en -aanvragen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Als het in lid 3 bedoelde mechanisme geen bevredigende oplossing voor conflicterende capaciteitsbehoeften en -aanvragen oplevert, beheren de infrastructuurbeheerders de schaarse capaciteit of lossen zij de conflicten op aan de hand van objectieve, transparante en niet-discriminerende procedures.</PARAG><PARAG>Die procedures houden in dat alternatieve opties voor de benutting van de infrastructuurcapaciteit worden onderzocht, op basis van de volgende sociaal-economische en milieucriteria, onder voorbehoud van de beschikbaarheid van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gestandaardiseerde </STRING></STRING>gegevens<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, die door aanvragers aan de infrastructuurbeheerder ter beschikking worden gesteld</STRING></STRING>:<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Deze criteria bevatten, maar zijn niet beperkt tot:</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 48]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>exploitatiekosten voor exploitanten van spoorvervoersdiensten en de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de prijzen voor klanten van spoorvervoersdiensten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>tijdsgerelateerde kosten voor klanten van spoorvervoersdiensten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>connectiviteit en toegankelijkheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, als netwerkeffect voor het algemene netwerk en voor netwerksegmenten,</STRING></STRING> voor mensen en regio’s die door de spoorvervoersdiensten worden bediend;<STRING BOLD="on"> [Am. 49]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>broeikasgasemissies, lokale luchtverontreiniging, lawaai en andere externe kosten van spoorvervoersdiensten en de aannemelijke alternatieven daarvoor;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>gevolgen voor de veiligheid van de spoorvervoersdiensten en voor de volksgezondheid, en de aannemelijke alternatieven daarvoor.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gevolgen van een modale verschuiving naar het spoor.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 50]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het ENIM zal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in overleg met het ERP</STRING></STRING> de in lid 4 bedoelde procedures voorbereiden en vaststellen en ze opnemen in het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer. De procedures omvatten de volgende stappen:<STRING BOLD="on"> [Am. 51]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het ontwerp van alternatieve scenario’s voor de indeling van de capaciteit die beschikbaar is voor <STRING STRIKE="on">verschillende types spoorvervoersdiensten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elk type spoorvervoersdienst dat voor dezelfde capaciteit van toepassing is</STRING></STRING>, waarbij, indien mogelijk, wordt voorzien in alternatieve capaciteit op andere routes of in een alternatief tijdschema met vergelijkbare kenmerken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zowel voor binnenlandse als voor grensoverschrijdende diensten</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 52]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alternatieve scenario’s ontwerpen voor het oplossen van capaciteitsconflicten tussen twee aanvragen die geen van beide consistent zijn met de strategische capaciteitsplanning;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 53]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de beoordeling en klassering van de scenario’s op basis van objectieve en transparante methoden, rekening houdend met de in lid 4 uiteengezette sociaal-economische en milieucriteria;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de selectie van het hoogst geklasseerde scenario op basis van de in punt b) bedoelde beoordeling, en de dienovereenkomstige wijziging van de omschrijving van het capaciteitsmodel en het plan voor capaciteitslevering.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Het ENIM ontwikkelt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in overleg met het ERP</STRING></STRING> de in lid 5, punt b),<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van dit artikel</STRING></STRING> bedoelde methoden. De parameters van die methoden moeten het mogelijk maken om rekening te houden met lokale of nationale omstandigheden, op basis van aanvaarde benaderingen en empirische bewijzen. Het ENIM neemt die methoden op in het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer.<STRING BOLD="on"> [Am. 54]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Rekening houdend met de ervaring bij de voorbereiding en toepassing van het in lid 6 bedoelde kader <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">krijgt</STRING></STRING> de Commissie <STRING STRIKE="on">uitvoeringshandelingen vaststellen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig artikel 71 de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen</STRING></STRING> waarin de specifieke procedures, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de gestandaardiseerde gegevens die de verschillende marktsegmenten voor de </STRING></STRING>criteria <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">weerspiegelen en de gestandaardiseerde</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">en</STRING> methoden die moeten worden toegepast voor het beheer van schaarse capaciteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en om lid 6 van dit artikel te wijzigen</STRING></STRING>, worden uiteengezet. Die <STRING STRIKE="on">uitvoeringshandelingen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedelegeerde handelingen</STRING></STRING> worden <STRING STRIKE="on">volgens de in artikel 72, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]</STRING></STRING> vastgesteld.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Zij worden opgenomen in het Europees kader voor capaciteitsbeheer.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 55]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 9</TI.ART><STI.ART>Informatie over infrastructuurcapaciteit</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders verstrekken belanghebbende partijen, met name aanvragers, potentiële aanvragers en toezichthoudende instanties, nauwkeurige en actuele informatie over de beschikbaarheid van infrastructuurcapaciteit tijdens de volledige duur van het proces voor capaciteitsbeheer, ook in de in deel 2 bedoelde strategische planningsfase, tijdens de in deel 3 bedoelde dienstregelings- en toewijzingsprocessen en telkens wanneer er wijzigingen van toegewezen capaciteit plaatsvinden, als bedoeld in deel 4<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, afhankelijk van de beschikbaarheid van de capaciteitsstrategie, het capaciteitsmodel en het plan voor capaciteitslevering die zijn gepubliceerd</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 56]</STRING></PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders publiceren onverwijld alle updates van het in artikel 18 bedoelde plan voor capaciteitslevering en van de in artikel 30 bedoelde dienstregeling.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Infrastructuurbeheerders publiceren de in lid 1 bedoelde informatie overeenkomstig artikel 62, lid 5, en dragen bij tot de ontwikkeling van relevante specificaties overeenkomstig artikel 62, lid 3.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Op verzoek van aanvragers verstrekken infrastructuurbeheerders de in lid 1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van dit artikel</STRING></STRING> bedoelde informatie op basis van concrete specificaties van commerciële en operationele behoeften (“haalbaarheidsstudies”). Voor grensoverschrijdende diensten ontvangen en beantwoorden de infrastructuurbeheerders dergelijke aanvragen op één plaats en in één verrichting, of via één interface<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die overeenkomstig artikel 27, lid 4, is opgezet</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 57]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 10</TI.ART><STI.ART>Capaciteitsbeperkingen die voortvloeien uit infrastructuurwerken en infrastructuur die in slechte staat verkeert</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Onverminderd de artikelen 7, 7 quater en 7 sexies van Richtlijn 2012/34/EU plannen de infrastructuurbeheerders werken overeenkomstig het bedrijfsplan en de in artikel 8, lid 3, van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde investeringen en financiële programma’s. Wanneer wijzigingen van die programma’s na de vaststelling van het bedrijfsplan gevolgen hebben voor of waarschijnlijk gevolgen zullen hebben voor de planning van infrastructuurwerken, verstrekt de infrastructuurbeheerder een overzicht van die wijzigingen en de waarschijnlijke gevolgen ervan in de netverklaring.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaat verstrekt de infrastructuurbeheerder stabiele en tijdige meerjarige financiering voor onderhoud, vernieuwing en nieuwe aanleg van spoorweginfrastructuur gedurende een voortschrijdende periode van ten minste vijf jaar via de meerjarige prestatieovereenkomst teneinde infrastructuurbeheerders te ondersteunen om te voorkomen dat spoorweginfrastructuur in verval raakt en om de gevolgen voor mogelijke capaciteitsbeperkingen tot een minimum te herleiden. Het jaarlijks voor infrastructuurbeheerders beschikbare budget wordt transparant gemaakt voor de infrastructuurbeheerder en wordt op betrouwbare wijze toegewezen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 58]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij de planning van infrastructuurwerken handelt de infrastructuurbeheerder overeenkomstig artikel 2, lid 3, en artikel 3.</PARAG><PARAG>De infrastructuurbeheerder houdt met name op evenwichtige wijze rekening met de gevolgen van infrastructuurwerken op zijn eigen activabeheer en financiële situatie en met de operationele en financiële gevolgen voor alle betrokken aanvragers.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De door de lidstaat aan de infrastructuurbeheerder verstrekte financiering ondersteunt het doel om dit evenwicht te bereiken. De informatie die de infrastructuurbeheerder nodig heeft om aan deze bepaling te voldoen, wordt tijdig door de aanvragers verstrekt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 59 en 60]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De infrastructuurbeheerders raadplegen aanvragers over de infrastructuurwerken in het kader van de in artikel 7 sexies van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde coördinatiemechanismen en, met betrekking tot grensoverschrijdende spoordiensten, overeenkomstig artikel 54 van deze verordening.<STRING BOLD="on"> [Am. 61 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Infrastructuurbeheerders plannen capaciteitsbeperkingen ten gevolge van infrastructuurwerken voldoende van tevoren en informeren en raadplegen de aanvragers daarover, rekening houdend met de verwachte gevolgen voor spoorwegondernemingen. Daartoe volgen de infrastructuurbeheerders de in deel 3 van bijlage I uiteengezette planning.</PARAG><PARAG>Voor capaciteitsbeperkingen met een grote impact op de voor aanvragers beschikbare capaciteit mogen aanvragers de infrastructuurbeheerder vragen om te voorzien in een alternatieve planning voor de capaciteitsbeperking, teneinde een optie te identificeren en te selecteren die op evenwichtige wijze rekening houdt met de gevolgen voor aanvragers en infrastructuurbeheerders. De infrastructuurbeheerder verstrekt die aanvragers een indicatieve planning van de alternatieve capaciteit die beschikbaar is tijdens de capaciteitsbeperking.</PARAG><PARAG>De indicatieve planning heeft zowel betrekking op de getroffen lijn als op de alternatieve lijnen en wordt weerspiegeld in het in artikel 17 bedoelde capaciteitsmodel en het in artikel 18 bedoelde plan voor capaciteitslevering.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Infrastructuurbeheerders houden rekening met en beperken de gevolgen van infrastructuurwerken voor grensoverschrijdend verkeer. Infrastructuurbeheerders coördineren overeenkomstig artikel 53 alle infrastructuurwerken op de in artikel 53, lid 3, bedoelde lijnen, en alle andere infrastructuurwerken met aanzienlijke grensoverschrijdende gevolgen.</PARAG><PARAG>De coördinatie heeft met name betrekking op de optimalisering van de planning van de infrastructuurwerken en de terbeschikkingstelling van alternatieve capaciteit op de getroffen lijn en op alternatieve routes, rekening houdend met de operationele<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, infrastructuur-</STRING></STRING> en commerciële behoeften van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verschillende </STRING></STRING>aanvragers.<STRING BOLD="on"> [Am. 62]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het bestuur van het goederenvervoer per spoor doet de respectieve infrastructuurbeheerders drie maanden voor de in lid 4 bedoelde periode een aanbeveling inzake de coördinatie van de werkzaamheden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 63]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Beperkingen van de capaciteit of prestaties van infrastructuur tot onder de ontwerpwaarden, die voortvloeien uit activa die in slechte staat verkeren, zoals beperkingen van de toegestane snelheid of asbelasting, worden eveneens als capaciteitsbeperkingen beschouwd. De in artikel 9 uiteengezette informatieverplichtingen zijn van toepassing op dergelijke beperkingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Infrastructuurbeheerders publiceren informatie en raadplegen aanvragers zo snel mogelijk over geplande tijdelijke capaciteitsbeperkingen, de gevolgen daarvan voor de capaciteit die beschikbaar is voor commerciële doeleinden, en over alternatieve capaciteit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De Commissie wordt gemachtigd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 71 teneinde deel 3 van bijlage I te wijzigen met het oog op het beperken van de gevolgen van uit infrastructuurwerken voortvloeiende capaciteitsbeperkingen voor het spoorverkeer, rekening houdend met operationele, technische, commerciële en planningsoverwegingen van de betrokken belanghebbende.</PARAG></ARTICLE></GR.ART></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">DEEL 2</TI><STI.GR>STRATEGISCHE CAPACITEITSPLANNING</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 11</TI.ART><STI.ART>Strategische capaciteitsplanning</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Strategische capaciteitsplanning omvat alle activiteiten die zijn uiteengezet in de artikelen 12 tot en met 25.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Strategische capaciteitsplanning resulteert in de volgende reeks planningsdocumenten, die steeds gedetailleerdere informatie verschaffen over de beschikbare capaciteit:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de in artikel 16 bedoelde capaciteitsstrategie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het in artikel 17 bedoelde capaciteitsmodel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het in artikel 18 bedoelde plan voor capaciteitslevering.</PARAG><PARAG>De inhoud en planning van de voorbereiding van die documenten zijn uiteengezet in delen 1 en 2 van bijlage I.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De infrastructuurbeheerder stelt alle inhoud beschikbaar in de officiële taal van de lidstaat en in het Engels.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 64]</STRING></PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders stellen de planningsdocumenten vast als basis voor de volgende fase in het planningsproces.</PARAG><PARAG>De Commissie wordt gemachtigd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 71 om delen 1 en 2 van bijlage I te wijzigen, teneinde te zorgen voor een efficiënt strategisch planningsproces dat de operationele bezorgdheden van infrastructuurbeheerders en aanvragers weergeeft, rekening houdend met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een aanbeveling van het ERA en </STRING></STRING>de ervaring van het ENIM, infrastructuurbeheerders, aanvragers en andere operationele belanghebbenden, toezichthoudende instanties en het ENRRB bij de toepassing van dit deel.<STRING BOLD="on"> [Am. 65]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Overeenkomstig het beginsel van onafhankelijk beheer, als vastgesteld in artikel 4 van Richtlijn 2012/34/EU, mogen de lidstaten de infrastructuurbeheerder strategische richtsnoeren verstrekken op basis van de in artikel 8, lid 1, van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde indicatieve strategieën voor de ontwikkeling van de spoorweginfrastructuur. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten verstrekken de richtsnoeren tijdig zodat infrastructuurbeheerders en operationele belanghebbenden de in bijlage I van deze verordening vermelde termijnen kunnen halen. </STRING></STRING>Die richtsnoeren kunnen met name betrekking hebben op/bevatten:<STRING BOLD="on"> [Am. 66]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>algemene doelstellingen van het nationaal spoorwegbeleid die relevant zijn voor de strategische capaciteitsplanning binnen het toepassingsgebied van deze verordening;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de verwachte ontwikkelingen van de spoorweginfrastructuur, rekening <STRING STRIKE="on">houden</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">houdend</STRING></STRING> met relevante plannen en strategieën op nationaal of regionaal niveau en de werkplannen van Europese vervoerscorridors, als bedoeld in artikel <STRING STRIKE="on">53 van [new TEN-T</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">54 van Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende richtsnoeren van de Unie voor de ontwikkeling van het trans-Europees vervoersnetwerk, tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1153 en Verordening (EU) nr. 913/2010 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1315/2013 (PB...).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> [new EU-T</STRING></STRING> Regulation];<STRING BOLD="on"> [Am. 67]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>algemene eisen en richtsnoeren met betrekking tot de benutting van spoorweginfrastructuurcapaciteit, waarmee de infrastructuurbeheerder rekening moet houden bij de strategische capaciteitsplanning, met name wat de in artikel 21 bedoelde intensief gebruikte en verzadigde infrastructuur betreft;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de vooruitzichten met betrekking tot de geplande ontwikkelingen van spoordiensten die in het kader van openbaredienstverplichtingen worden geëxploiteerd, indien nodig rekening houdend met de standpunten van de betrokken regionale of lokale autoriteiten.</PARAG><PARAG>De lidstaten <STRING STRIKE="on">moeten samenwerken om</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">coördineren de tijdige verstrekking van richtsnoeren en garanderen</STRING></STRING> de samenhang<STRING STRIKE="on"> te garanderen</STRING> tussen de respectieve strategische richtsnoeren die zij overeenkomstig dit lid verstrekken, teneinde de ontwikkeling van internationale spoorwegdiensten voor passagiers- en goederenvervoer te ondersteunen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Met het oog op artikel 8 van Richtlijn 2012/34/EU waarborgen de lidstaten de toewijzing van tevoren van financiële middelen aan de infrastructuurbeheerders voor het regelmatige onderhoud van infrastructuur, alsook van financiële middelen voor de ontwikkeling van infrastructuur zoals beschreven in de capaciteitsstrategie als bedoeld in artikel 16 van deze verordening. De lidstaten coördineren hun langetermijnplannen voor strategische infrastructuur en dienstregelingen, de ontwikkeling van hun infrastructuur op basis van deze plannen en coördineren de tijdschema’s voor de uitvoering ervan.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 68]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Strategische capaciteitsplanning heeft geen betrekking op het verlenen van capaciteitsrechten aan individuele aanvragers overeenkomstig artikel 26.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rekening houdend met de ervaringen die zijn opgedaan met de opstelling en uitvoering van de in lid 3 bedoelde strategische richtsnoeren, kan de Commissie overeenkomstig artikel 71 gedelegeerde handelingen vaststellen om de specifieke juridische status, het model, de procedures, de criteria en de methoden te bepalen die moeten worden toegepast voor de vaststelling van de nationale strategische richtsnoeren om te zorgen voor samenhang tussen de strategische richtsnoeren die zijn uitgevaardigd door de lidstaten, die nodig zijn om de ontwikkeling van internationale goederen- en passagiersvervoersdiensten per spoor te ondersteunen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 69]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 12</TI.ART><STI.ART>Algemene eisen voor strategisch capaciteitsbeheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders houden op evenwichtige, billijke en niet-discriminerende wijze rekening met alle types vervoersdiensten waarvoor zij capaciteitsaanvragen kunnen ontvangen, ongeacht het volume, de omvang van de downstream-markt, de stabiliteit tussen opeenvolgende dienstregelingen, de regelmaat of de frequentie binnen een bepaalde dienstregelingsperiode.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij strategische capaciteitsplanning, met name het in artikel 17 bedoelde capaciteitsmodel en het in artikel 18 bedoelde plan voor capaciteitslevering, moeten infrastructuurbeheerders een onderscheid maken tussen minstens de volgende types spoorvervoersdiensten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>goederenvervoersdiensten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>interstedelijke passagiersdiensten (lange afstand);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>stedelijke en regionale passagiersdiensten.</PARAG><PARAG>In het licht van de opgedane ervaring bij de toepassing van deze verordening kan het ENIM<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in samenwerking met het ERP</STRING></STRING>, indien nodig, een meer gedetailleerde lijst opstellen waarin verder onderscheid wordt gemaakt tussen types van spoorvervoersdiensten. Teneinde de grensoverschrijdende samenhang van het strategische planningsproces te ondersteunen, wordt een geharmoniseerde lijst opgenomen in het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer.<STRING BOLD="on"> [Am. 70]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Bij strategische capaciteitsplanning, met name het in artikel 17 bedoelde capaciteitsmodel en het in artikel 18 bedoelde plan voor capaciteitslevering, moeten infrastructuurbeheerders aangeven welke vooraf geplande capaciteit geschikt is voor het verlenen van vervoersdiensten over meerdere netwerken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Bij strategische capaciteitsplanning wordt ook rekening gehouden met:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de waargenomen structuur en ontwikkelingen van de vraag naar infrastructuurcapaciteit, zoals bepaald aan de hand van de capaciteitstoewijzing tijdens de vorige dienstregelingsperioden en het in artikel 15 van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde markttoezicht;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de verwachte ontwikkeling van de vervoersbehoeften en de daaruit voortvloeiende vraag naar spoorvervoersdiensten en infrastructuurcapaciteit, zoals bepaald op basis van de in artikel 15 van deze verordening bedoelde analyse;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de door operationele belanghebbenden aangekondigde capaciteitsbehoeften en </STRING></STRING>de input uit de raadpleging van huidige en potentiële aanvragers overeenkomstig artikel 13;<STRING BOLD="on"> [Am. 71]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de verwachte of geplande ontwikkeling van de infrastructuurcapaciteit, met name zoals vastgesteld in de in artikel 8, lid 1, van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde indicatieve strategieën voor de ontwikkeling van de spoorweginfrastructuur en het in artikel 8, lid 3, van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde bedrijfsplan van de infrastructuurbeheerder;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de geplande infrastructuurwerken die naar verwachting gevolgen zullen hebben voor het netwerk;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>de kenmerken van verschillende spoorvervoersmarkten, met name wat betreft:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>snelheid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>frequentie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>tolerantie voor afwijkingen van het toegewezen treinpad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iv)</NO.P>de mogelijkheid om diensten via een andere route of volgens een andere dienstregeling te laten verlopen, of te vervangen door andere vervoerswijzen in het geval van verstoringen van het net;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>v)</NO.P>de volatiliteit van de vraag naar spoorvervoer en de daaruit voortvloeiende behoefte om spoordiensten volgens een verschillende tijdshorizon te plannen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor zover mogelijk de sociaal-economische en milieugevolgen van het gebruik van de infrastructuurcapaciteit.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 72]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Strategische capaciteitsplanning weerspiegelt de capaciteit die is toegewezen via kaderovereenkomsten en voortschrijdende plannen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Strategische capaciteitsplanning heeft betrekking op de <STRING STRIKE="on">lijnen van het kernnetwerk en het uitgebreide kernnetwerk van het TEN-T, zoals bedoeld in artikel 6 en bijlage I van [new TEN-T Regulation]</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte</STRING></STRING>.<STRING STRIKE="on"> Infrastructuurbeheerders kunnen andere lijnen en knooppunten van het door hen beheerde netwerk opnemen in de strategische capaciteitsplanning.</STRING><STRING BOLD="on"> </STRING><STRING BOLD="on">[Am. 73]</STRING></PARAG><PARAG>Strategische capaciteitsplanning wordt uitgevoerd op een niveau dat voldoende gedetailleerd is om capaciteitsplanning voor specifieke delen van het netwerk mogelijk te maken. Daartoe wordt het netwerk weergegeven door knooppunten en delen die het mogelijk maken rekening te houden met relevante kenmerken van de vraag naar en de levering van capaciteit.</PARAG><PARAG>Deze knooppunten en delen worden aangegeven in het in artikel 49 van Richtlijn (EU) 2016/797 bedoelde infrastructuurregister.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Strategische capaciteitsplanning heeft betrekking op een periode die minstens de komende vijf jaar bestrijkt. Infrastructuurbeheerders kunnen deze periode verlengen tot meer dan vijf jaar, met name ter ondersteuning van infrastructuurontwikkeling in het kader van de in artikel 8, lid 1, van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde indicatieve strategie voor de ontwikkeling van spoorweginfrastructuur.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Infrastructuurbeheerders evalueren en actualiseren regelmatig de resultaten van de strategische capaciteitsplanning, met name rekening houdend met:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de ontwikkeling van de spoorweginfrastructuur;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>wijzigingen in de marktvraag naar infrastructuurcapaciteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met de capaciteitsbehoeften die aanvragers voor nieuwe of gewijzigde diensten aankondigen</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 74]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de resultaten van de in delen 3 en 4 uiteengezette toewijzingsprocessen tijdens vorige dienstregelingsperioden, met inbegrip van de mate van benutting van de infrastructuurcapaciteit door aanvragers;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>inzichten op basis van overeenkomstig hoofdstuk III uitgevoerd verkeersbeheer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het resultaat van verstoringen en overeenkomstig hoofdstuk III uitgevoerd crisisbeheer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>de resultaten van de prestatiebeoordeling overeenkomstig hoofdstuk IV.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Het ENIM stelt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uiterlijk op ... [12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]</STRING></STRING> richtsnoeren op waarin gemeenschappelijke beginselen, procedures en methoden voor strategische capaciteitsplanning worden uiteengezet. Het ENIM neemt die richtsnoeren op in het in artikel 6 van deze verordening bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer. Die richtsnoeren moeten minstens de in bijlage III bij deze verordening opgesomde elementen bevatten. De infrastructuurbeheerders moeten zoveel mogelijk rekening houden met die richtsnoeren in de in artikel 27 van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde netverklaring. In de netverklaring geven zij de redenen voor alle afwijkingen van de in de richtsnoeren vastgestelde gemeenschappelijke beginselen, procedures en methoden.<STRING BOLD="on"> [Am. 75]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie krijgt overeenkomstig artikel 71 de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin gemeenschappelijke beginselen, procedures en methoden voor strategische capaciteitsplanning worden uiteengezet, en om lid 9 van dit artikel te wijzigen. Die gedelegeerde handelingen worden uiterlijk [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] vastgesteld. Zij worden opgenomen in het Europees kader voor capaciteitsbeheer.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 76]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 13</TI.ART><STI.ART>Raadpleging van belanghebbenden over strategische capaciteitsplanning</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders raadplegen alle operationele belanghebbenden over strategische capaciteitsplanning overeenkomstig artikel 7 sexies van Richtlijn 2012/34/EU.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Infrastructuurbeheerders raadplegen alle operationele belanghebbenden die spoordiensten over meerdere netwerken exploiteren over strategische capaciteitsplanning overeenkomstig de artikelen 53 en 54<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> gedurende de hele fase van strategisch capaciteitsbeheer, en ten minste overeenkomstig de in bijlage I vermelde mijlpalen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 77]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gedurende het hele proces voor capaciteitsbeheer geven infrastructuurbeheerders aanvragers de mogelijkheid om hun capaciteitsbehoeften op een gestructureerde manier aan te kondigen, waarvoor het ENIM passende tijdschema’s zal vermelden. Infrastructuurbeheerders stellen alles in het werk om de door aanvragers aangekondigde behoeften in de in artikel 11, lid 2, bedoelde strategische capaciteitsplanningsdocumenten op te nemen. Indien niet voor alle aangekondigde capaciteitsbehoeften een alternatief beschikbaar is, doen de infrastructuurbeheerders hun uiterste best om potentiële conflicten op te lossen door middel van het in artikel 36 bedoelde consensuele geschillenbeslechtingsmechanisme.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 78]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende instantie houdt toezicht op de activiteiten van de infrastructuurbeheerder op het gebied van strategische capaciteitsplanning overeenkomstig artikel 63.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 79]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 14</TI.ART><STI.ART>Coördinatie over strategische capaciteitsplanning tussen infrastructuurbeheerders</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders coördineren hun activiteiten met betrekking tot strategische capaciteitsplanning overeenkomstig artikel 53.</PARAG><PARAG>De coördinatie moet met name zorgen voor:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>samenhang van de strategische capaciteitsplanning op alle betrokken netwerken, met name wat betreft de capaciteitsstrategie, het capaciteitsmodel en het plan voor capaciteitslevering, de planning van infrastructuurwerken en noodplanning;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>passende aandacht voor de capaciteitsbehoeften voor spoordiensten over meerdere netwerken in de capaciteitsstrategie, het capaciteitsmodel en het plan voor capaciteitslevering;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>een beoordeling van de prestaties van de strategische capaciteitsplanning en de resultaten daarvan overeenkomstig hoofdstuk IV;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de betrokkenheid van alle operationele belanghebbenden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en het ERP</STRING></STRING>, toezichthoudende instanties en het Europees netwerk van toezichthoudende instanties voor het spoor (het ENRRB), de Europese coördinatoren en, indien nodig, de autoriteiten van de lidstaten en andere belanghebbenden.<STRING BOLD="on"> [Am. 80]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het ENIM houdt rekening met alle relevante klachten van aanvragers of potentiële aanvragers over de in artikel 11, lid 2, bedoelde planningsdocumenten en vraagt aanvullende informatie van de overeenkomstig artikel 53 bij de coördinatie betrokken entiteiten en van overeenkomstig artikel 54 geraadpleegde operationele belanghebbenden, alvorens een advies of aanbeveling vast te stellen om de samenhang van die planningsdocumenten te verbeteren. Het ENIM deelt zijn advies over de ontwerpplanningsdocumenten met het ENRRB of deelt dit laatste mee dat geen advies is vastgesteld. Het ENRRB handelt overeenkomstig artikel 65, lid 3.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Infrastructuurbeheerders houden rekening met elke aanbeveling die overeenkomstig lid 2 door het ENIM is vastgesteld. Wanneer infrastructuurbeheerders de aanbeveling niet volgen, vermelden zij de redenen daarvoor in het planningsdocument. Het ENRRB houdt toezicht op het coördinatieproces en de uitvoering ervan. Het stelt de Commissie in kennis van zijn standpunten over de noodzaak om alle tekortkomingen van het coördinatieproces aan te pakken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het bestuur van het goederenvervoer per spoor doet de respectieve infrastructuurbeheerders drie maanden voor de in artikel 10, lid 4, bedoelde periode een aanbeveling inzake de gecoördineerde capaciteitsstrategie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 81]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 15</TI.ART><STI.ART>Analyse van verwachte ontwikkelingen op de vervoersmarkt</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders en het ENIM zorgen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in overleg met het ENRRB en het ERP,</STRING></STRING> regelmatig voor toezicht op en analyse van de vervoersmarkten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en voor het spoor relevante multimodale aspecten</STRING></STRING> en baseren hun algemene bedrijfsstrategie en beslissingen over capaciteit, noodbeheer en investeringen hierop. Infrastructuurbeheerders delen de resultaten van deze analyse voor soortgelijke doeleinden mee aan andere belanghebbenden, met inbegrip van de Europese coördinatoren.<STRING BOLD="on"> [Am. 82]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Met het oog op de toepassing van deze verordening verschaft de in lid 1 bedoelde analyse van de vervoersmarkt input met het oog op de in artikel 11 bedoelde strategische capaciteitsplanning, de in artikel 25 bedoelde indeling van de infrastructuurcapaciteit en de capaciteitstoewijzing op basis van het in artikel 37 bedoelde formele mechanisme voor de oplossing van conflicten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het ENIM voert uiterlijk op [31 december 2028] een studie over de Europese vervoersmarkt uit, die betrekking heeft op zowel het passagiers- als het goederenvervoer in een multimodale context. De studie heeft met name betrekking op:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>ramingen van de vraag naar passagiers- en goederenvervoer voor alle vervoerswijzen in de Unie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>ramingen van het potentieel om het volume spoorvervoer, zowel passagiers als goederen, te vergroten en de voorwaarden die moeten worden vervuld om die groei te verwezenlijken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>indien mogelijk een geografische opsplitsing van de geraamde vervoersstromen, als input voor strategische capaciteitsplanning.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien mogelijk, de impact van verwachte gevolgen van de klimaatverandering, zowel op de infrastructuur als op de geleverde diensten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 83]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het ENIM raadpleegt aanvragers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het ERP</STRING></STRING>, klanten van spoorvervoersdiensten en hun verenigingen, nationale en EU-overheidsinstanties over<STRING STRIKE="on"> de</STRING> het toepassingsgebied van de studie, en met name het doel van de studie en het proces om belanghebbenden erbij te betrekken.<STRING BOLD="on"> [Am. 84]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het ENIM beoordeelt en actualiseert de studie als dit nodig is en in elk geval minstens om de vijf jaar.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Alle gegevens voor de studie en de studie zelf worden bekendgemaakt en zijn vrij toegankelijk. De gegevens zijn machineleesbaar.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 85]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 16</TI.ART><STI.ART>Capaciteitsstrategie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De infrastructuurbeheerder stelt een capaciteitsstrategie vast waarin hij zijn verwachtingen ten aanzien van toekomstige ontwikkelingen van de vraag naar en de levering van spoorweginfrastructuurcapaciteit en zijn visie over de wijze waarop aan deze ontwikkelingen tegemoet moet worden gekomen, uiteenzet.</PARAG><PARAG>De capaciteitsstrategie doet dienst als een instrument voor communicatie, raadpleging en coördinatie tussen operationele belanghebbenden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De capaciteitsstrategie bevat informatie over de toekomstige ontwikkeling van de spoorweginfrastructuur, vooruitzichten betreffende de ontwikkeling van de vraag naar verschillende spoorvervoersdiensten en alle andere relevante informatie over de beschikbaarheid en benutting van de spoorweginfrastructuur.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De capaciteitsstrategie omvat een strategische routekaart waarin het volgende is gedefinieerd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het geografische toepassingsgebied van de in artikel 16 bedoelde capaciteitsstrategie, het in artikel 17 bedoelde capaciteitsmodel en het in artikel 18 bedoelde plan voor capaciteitslevering;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de alternatieve lijnen die in overweging worden genomen in het geval van de in artikel 10 bedoelde capaciteitsbeperkingen en in de context van de in artikel 19 bedoelde noodplanning.</PARAG><PARAG>De strategische routekaart wordt opgenomen in het in artikel 49 van Richtlijn (EU) 2016/797 bedoelde infrastructuurregister.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De infrastructuurbeheerder zorgt voor de voorbereiding, publicatie en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waar nodig,</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> regelmatige</STRING> actualisering van de capaciteitsstrategie overeenkomstig de in deel 2 van bijlage I uiteengezette planning en inhoud.<STRING BOLD="on"> [Am. 86]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Infrastructuurbeheerders raadplegen aanvragers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en exploitanten van dienstvoorzieningen</STRING></STRING> over de capaciteitsstrategie overeenkomstig artikel 13 en coördineren capaciteitsstrategieën met andere <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">betrokken </STRING></STRING>infrastructuurbeheerders overeenkomstig artikel 14.<STRING BOLD="on"> [Am. 87]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De infrastructuurbeheerder legt de capaciteitsstrategie ter toetsing voor aan de toezichthoudende instantie. Binnen drie maanden na de bekendmaking, heeft de toezichthoudende instantie – na analyse – de bevoegdheid om de infrastructuurbeheerder te verplichten het te wijzigen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 88]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 17</TI.ART><STI.ART>Capaciteitsmodel</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De infrastructuurbeheerder stelt een capaciteitsmodel op dat de capaciteitsstrategie verfijnt op basis van de resultaten van de in de artikelen 13 en 14 bedoelde raadplegings- en coördinatieactiviteiten.</PARAG><PARAG>Het capaciteitsmodel ondersteunt een evenwichtige overweging van de capaciteitsbehoeften van verschillende segmenten van spoorvervoersdiensten en van de behoeften van infrastructuurbeheerders om de spoorweginfrastructuur te onderhouden, te vernieuwen en te ontwikkelen (modernisering van bestaande en aanleg van nieuwe infrastructuur). Het doet dienst als een instrument voor communicatie, raadpleging en coördinatie betreffende strategische capaciteitsplanning tussen de operationele belanghebbenden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het capaciteitsmodel verschaft minstens informatie over het totale volume beschikbare capaciteit per deel van het netwerk en over de aandelen capaciteit die zijn voorbehouden voor verschillende segmenten van spoorvervoersdiensten en voor capaciteitsbeperkingen ten gevolge van infrastructuurwerken. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het bevat ook informatie over de capaciteit van de respectieve in artikel 29, lid 1, bedoelde dienstvoorzieningen. </STRING></STRING>Infrastructuurbeheerders zorgen voor de opstelling en publicatie van het capaciteitsmodel voor elke dienstregelingsperiode en actualiseren het capaciteitsmodel regelmatig overeenkomstig de inhoud en het tijdschema die zijn uiteengezet in delen 1 en 2 van bijlage I.<STRING BOLD="on"> [Am. 89]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Infrastructuurbeheerders documenteren en, voor zover relevant, rechtvaardigen elke afwijking tussen het capaciteitsmodel en de capaciteitsstrategie voor dezelfde dienstregelingsperiode. <STRING STRIKE="on">Indien nodig wordt </STRING>De capaciteitsstrategie <STRING STRIKE="on">herzien in het licht van ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden sinds de vaststelling of de meest recente actualisering van de capaciteitsstrategie</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hoeft niet te worden geactualiseerd als het capaciteitsmodel al is gepubliceerd</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 90]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Infrastructuurbeheerders raadplegen aanvragers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de toezichthoudende instantie</STRING></STRING> over het capaciteitsmodel overeenkomstig artikel 13 en coördineren capaciteitsstrategieën met andere <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">betrokken </STRING></STRING>infrastructuurbeheerders overeenkomstig artikel 14.<STRING BOLD="on"> [Am. 91]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De infrastructuurbeheerder legt het capaciteitsmodel twee maanden vóór publicatie ter toetsing voor aan de toezichthoudende instantie. De toezichthoudende instantie kan een besluit nemen tot uiterlijk één maand vóór publicatie, waarbij van de infrastructuurbeheerder wordt verlangd dat hij het capaciteitsmodel vóór publicatie wijzigt. Om de grensoverschrijdende consistentie van de capaciteitsmodellen te waarborgen, wordt in het besluit van de toezichthoudende instantie, indien relevant, rekening gehouden met adviezen of aanbevelingen van het ENIM, ERA of andere toezichthoudende instanties.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 92]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 18</TI.ART><STI.ART>Plan voor capaciteitslevering</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De infrastructuurbeheerder stelt een plan voor capaciteitslevering op om uitgebreide informatie te verstrekken over:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de infrastructuurcapaciteit die beschikbaar is voor toewijzing aan aanvragers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in de dienstregeling en die gevrijwaard is voor latere aanvragen overeenkomstig artikel 33, met inbegrip van dienstvoorzieningen</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 93]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de infrastructuurcapaciteit die niet beschikbaar is voor toewijzing.</PARAG><PARAG>Het plan voor capaciteitslevering vormt de basis voor de capaciteitstoewijzing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Infrastructuurbeheerders publiceren het plan voor capaciteitslevering voor elke dienstregelingsperiode uiterlijk op de in deel 2 van bijlage I vermelde deadline en blijven dit plan actualiseren tot het einde van de dienstregelingsperiode waarop dat plan betrekking heeft. Het plan voor capaciteitslevering wordt verstrekt voor elke individuele dag van de desbetreffende dienstregelingsperiode.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Infrastructuurmanagers bereiden het plan voor capaciteitslevering voor op basis van de resultaten van het in de artikelen 11 tot en met 17 en in delen 1 en 2 van bijlage I bedoelde proces voor strategische capaciteitsplanning.</PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders documenteren en, voor zover relevant, rechtvaardigen elke afwijking tussen het plan voor capaciteitslevering en het capaciteitsmodel voor dezelfde dienstregelingsperiode.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>In het plan voor capaciteitslevering kunnen infrastructuurbeheerders infrastructuurcapaciteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en capaciteit voor dienstvoorzieningen zoals bedoeld in artikel 29, lid 1,</STRING></STRING> aanduiden als vooraf gepland. Vooraf geplande capaciteit betekent capaciteit waarvoor de infrastructuurbeheerder kenmerken en volumes vaststelt van de capaciteit die beschikbaar is voor aanvragen door aanvragers, regels uiteenzet voor de toewijzing van die capaciteit en het proces bepaalt via hetwelk die capaciteit kan worden aangevraagd, overeenkomstig artikel 20. Met de gespecificeerde kenmerken, regels en toewijzingsprocessen wordt rekening gehouden bij de toewijzing van vooraf geplande capaciteit.<STRING BOLD="on"> [Am. 94]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Vooraf geplande capaciteit wordt in het plan voor capaciteitslevering opgenomen in de vorm van de in artikel 20 bedoelde capaciteitsobjecten, die het volume en de kenmerken van de capaciteit specificeren en gekoppeld zijn aan toewijzingsregels en -processen via welke die capaciteit beschikbaar wordt gesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Onder voorbehoud van punt 7 omvat het plan voor capaciteitslevering de volgende elementen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>capaciteit die beschikbaar is voor toewijzing aan aanvragers voor de dienstregelingsperiode waarop het plan voor capaciteitslevering betrekking heeft:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>capaciteit die niet vooraf is gepland door de infrastructuurbeheerder;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>capaciteit die vooraf is gepland door de infrastructuurbeheerder;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>capaciteit die niet beschikbaar is voor toewijzing aan aanvragers:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>capaciteit die is voorbehouden voor infrastructuurwerken met aanzienlijke commerciële en operationele gevolgen voor aanvragers en spoorwegondernemingen, zoals bedoeld in deel 3 van bijlage I;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>capaciteit die is voorbehouden voor regelmatige tijdvensters die het mogelijk maken infrastructuurwerken te plannen met beperkte gevolgen in een latere fase;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>capaciteit die al is toegewezen via kaderovereenkomsten overeenkomstig artikel 31 of via het proces voor meerjarige voortschrijdende planning overeenkomstig artikel 33;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iv)</NO.P>capaciteit die is voorbehouden voor andere dan de in de punten i), ii) en iii) vermelde doelen, die duidelijk moeten worden aangegeven door de infrastructuurbeheerder.</PARAG><PARAG>Het plan voor capaciteitslevering vermeldt de beperkingen die van toepassing zijn op het gebruik van de in artikel 24 bedoelde gespecialiseerde infrastructuur.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Infrastructuurbeheerders nemen de in lid 6, punt b), vermelde elementen op in het plan voor capaciteitslevering, voor de infrastructuur die zij beheren.</PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders nemen in het plan voor capaciteitslevering alle in lid 6 vermelde elementen op <STRING STRIKE="on">voor alle lijnen en knooppunten die zijn opgenomen in het kernnetwerk en het uitgebreide kernnetwerk van het TEN-T, zoals gedefinieerd in [new TEN-T Regulation]</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en waarborgen de samenhang met de capaciteitsstrategie</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 95]</STRING></PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders nemen de in lid 6 vermelde elementen op in het plan voor capaciteitslevering, voor de andere lijnen en knooppunten die zij beheren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Bij het vooraf plannen van capaciteit overeenkomstig lid 6, punt a), ii), volgen infrastructuurbeheerders de in artikel 8, lid 4, uiteengezette beginselen.</PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders plannen vooraf capaciteit op basis van de strategische richtsnoeren van de lidstaten overeenkomstig artikel 11, lid 3, de resultaten van de raadpleging van aanvragers overeenkomstig artikel 13 en de coördinatie tussen infrastructuurbeheerders overeenkomstig artikel 14.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De infrastructuurbeheerder legt het ontwerpplan voor capaciteitslevering twee maanden vóór publicatie ter toetsing voor aan de toezichthoudende instantie. </STRING></STRING>De toezichthoudende instantie analyseert <STRING STRIKE="on">het plan voor capaciteitslevering</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dit plan</STRING></STRING> en kan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> tot uiterlijk één maand vóór publicatie</STRING></STRING> een besluit nemen waarbij de infrastructuurbeheerder wordt verplicht het plan voor capaciteitslevering te wijzigen.<STRING STRIKE="on"> Het besluit van de toezichthoudende instantie houdt rekening met alle adviezen of aanbevelingen van het ENIM, voor zover deze zijn verstrekt.</STRING><STRING BOLD="on"> </STRING><STRING BOLD="on">[Am. 96]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om de grensoverschrijdende consistentie van de capaciteitsleveringsplannen te waarborgen, wordt in het besluit van de toezichthoudende instantie, indien relevant, rekening gehouden met adviezen of aanbevelingen van het ENRRB, ERA of andere toezichthoudende instanties.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 97]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P><STRING STRIKE="on">ENIM</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk ... [12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]</STRING></STRING> stelt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> het ENIM</STRING></STRING> richtsnoeren vast en neemt ze op in het in artikel 6 vermelde Europees kader voor capaciteitsbeheer, waarbij het volgende wordt uiteengezet:<STRING BOLD="on"> [Am. 98]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de middelen voor publicatie van het plan voor capaciteitslevering, met inbegrip van digitale diensten, instrumenten, functies en interfaces;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het proces voor de raadpleging van aanvragers over het plan voor capaciteitslevering.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie krijgt overeenkomstig artikel 71 de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin gemeenschappelijke beginselen, procedures en methoden voor strategische capaciteitsplanning worden uiteengezet voor de in lid 10 van dit artikel bedoelde richtsnoeren en om lid 10 van dit artikel te wijzigen. Die gedelegeerde handelingen worden uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] vastgesteld. Zij worden opgenomen in het Europees kader voor capaciteitsbeheer.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 99]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 19</TI.ART><STI.ART>Noodplanning</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders zetten een continu proces van noodplanning op en passen dit toe om voorbereidingen te treffen/voorbereid te zijn op verstoringen van netwerkactiviteiten en andere crisissituaties die gevolgen hebben voor het spoorverkeer.</PARAG><PARAG>Noodplanning vormt de basis voor verkeers-, verstorings- en crisisbeheer overeenkomstig artikel 42, teneinde snel te kunnen reageren in dergelijke situaties en de gevolgen voor het spoorververkeer tot een minimum te beperken.</PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders documenteren de resultaten van de noodplanning in een noodplan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Noodplanning heeft met name betrekking op:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de aanduiding van alternatieve routes die het mogelijk maken verkeer om te leiden in geval <STRING STRIKE="on">de lijnen van het kernnetwerk en uitgebreide kernnetwerk van het TEN-T</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een lijn</STRING></STRING> niet beschikbaar <STRING STRIKE="on">zijn, zoals uiteengezet in artikel 6 en bijlage I van [new TEN-T Regulation]</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 100]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een indicatieve planning van de beschikbare infrastructuurcapaciteit op de overeenkomstig punt a) aangeduide alternatieve routes, waarbij transparant informatie wordt verstrekt over de infrastructuurcapaciteit die beschikbaar is op die lijnen, die kan worden gebruikt in geval van incidenten en met name verstoringen van het netwerk overeenkomstig artikel 46;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de definitie van regels en procedures voor verkeers- en crisisbeheer, met inbegrip van regels en procedures voor het uitwisselen van informatie over infrastructuurbeheerders, andere operationele belanghebbenden en andere belanghebbenden, zoals overheidsinstanties die bevoegd zijn voor het spoor of voor beveiliging en noodmaatregelen, alsmede criteria voor de activering van die procedures;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de identificatie en opsomming van organen die moeten worden geïnformeerd in geval van ernstige incidenten of ernstige verstoringen van treinbewegingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>alle andere voorbereidingen die nodig zijn om verstoringen en crisissen te beheren overeenkomstig artikel 42 en het in artikel 44 bedoelde Europees kader voor grensoverschrijdende coördinatie van verkeers-, verstorings- en crisisbeheer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Infrastructuurbeheerders zorgen ervoor dat de noodplanning consistent is met de strategische capaciteitsplanning, met name de capaciteitsstrategie, het capaciteitsmodel, het plan voor capaciteitslevering, en met de in artikel 10 bedoelde planning van infrastructuurwerken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De resultaten van de noodplanning, met name de aanduiding van alternatieve lijnen overeenkomstig lid 2, punt a), en de indicatieve capaciteitsplanning op alternatieve lijnen overeenkomstig lid 2, punt b), wordt opgenomen in het capaciteitsmodel en in het plan voor capaciteitslevering.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overeenkomstig artikel 71 krijgt </STRING></STRING>de Commissie <STRING STRIKE="on">stelt uitvoeringshandelingen vast</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen</STRING></STRING> waarin de bijzonderheden worden uiteengezet van de procedure en de criteria die moeten worden gevolgd voor de toepassing van lid 2<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van dit artikel</STRING></STRING>, met name voor situaties die gevolgen kunnen hebben voor grensoverschrijdend verkeer. <STRING STRIKE="on">Die uitvoeringshandelingen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze gedelegeerde handelingen</STRING></STRING> worden <STRING STRIKE="on">volgens de in artikel 72, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]</STRING></STRING> vastgesteld.<STRING BOLD="on"> [Am. 101]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 20</TI.ART><STI.ART>Criteria en procedures voor de toewijzing van vooraf geplande capaciteit en voor de definitie van capaciteitsplanningsobjecten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders wijzen vooraf geplande capaciteit toe die is opgenomen in het in artikel 18 bedoelde plan voor capaciteitslevering via transparante en niet-discriminerende criteria en procedures.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Capaciteitsplanningsobjecten definiëren de kenmerken en eigenschappen van verschillende types vooraf geplande capaciteit, met inbegrip van capaciteit die beschikbaar is voor verzoeken door aanvragers, capaciteit die is voorbehouden voor infrastructuurwerken en capaciteit die reeds is toegewezen. Die kenmerken en eigenschappen omvatten alle aspecten die relevant zijn voor specifieke types vooraf geplande capaciteit, zoals route, tijdschema, gegarandeerde of vereiste minimumsnelheid, technische compatibiliteit tussen rollend materieel en infrastructuur, parameters en aantal inbegrepen <STRING STRIKE="on">capaciteitsspecificaties</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">treinritten</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 102]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk ... [12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] stelt </STRING></STRING>het ENIM <STRING STRIKE="on">stelt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in overleg met het ERP</STRING></STRING> een gemeenschappelijk kader op voor de in lid 1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van dit artikel</STRING></STRING> bedoelde criteria en procedures en neemt dit op in het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer. Dat gemeenschappelijk kader zorgt voor evenwicht tussen de voordelen van het voorbehouden van capaciteit voor specifieke types spoordiensten of toewijzingsprocessen en de behoefte aan flexibiliteit om tegemoet te komen aan de marktbehoeften bij capaciteitstoewijzing. Daartoe voorziet het gemeenschappelijk kader in de mogelijkheid om rekening te houden met aanvragen voor capaciteitsrechten die niet samenhangend zijn met vooraf geplande capaciteit, in het kader van het in artikel 36 bedoelde mechanisme voor consensuele oplossing van conflicten.<STRING BOLD="on"> [Am. 103]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het ENIM zorgt voor de opstelling en vaststelling van formele specificaties voor capaciteitsplanningsobjecten in voor mensen leesbaar formaat en voor machines leesbaar formaat. Het ENIM neemt deze specificaties op in het in artikel 6 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van deze verordening </STRING></STRING>bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer. Op basis van zijn ervaring met de toepassing van dit artikel verstrekt het ENIM<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, na overleg met het ERP,</STRING></STRING> informatie aan de Commissie over mogelijke wijzigingen van de technische specificaties inzake interoperabiliteit, zoals voorzien bij Richtlijn (EU) 2016/797 en de krachtens die richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen, overeenkomstig artikel 62, lid 3, van deze verordening.<STRING BOLD="on"> [Am. 104]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overeenkomstig artikel 71 krijgt de Commissie de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin de bijzonderheden worden uiteengezet van de procedure en de criteria die moeten worden gevolgd voor de toepassing van lid 1 van dit artikel, met name voor situaties die gevolgen kunnen hebben voor grensoverschrijdend verkeer en om lid 1 van dit artikel te wijzigen. Die gedelegeerde handelingen worden uiterlijk [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] vastgesteld. </STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 105]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 21</TI.ART><STI.ART>Intensief gebruikte en verzadigde infrastructuur</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders verklaren onverwijld dat een infrastructuurelement intensief wordt gebruikt of verzadigd is als ten minste een van de volgende voorwaarden is vervuld:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het capaciteitsgebruik heeft de drempelwaarden voor intensief gebruikte of verzadigde infrastructuur overschreden gedurende de in punt 1 van bijlage II vastgestelde referentieperioden tijdens de vorige of de lopende dienstregelingsperiode;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de resultaten van de overeenkomstig dit deel uitgevoerde strategische capaciteitsplanning geven aan dat de tijdens de fase van strategische capaciteitsplanning uitgedrukte capaciteitsbehoeften groter zijn dat de capaciteit die beschikbaar is tijdens een bepaalde dienstregelingsperiode;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>overeenkomstig artikel 10 geplande infrastructuurwerkzaamheden die leiden tot capaciteitsbeperkingen, hebben tot gevolg dat de capaciteit schaars wordt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In de in lid 1 bedoelde verklaring worden de dienstregelingsperiode, het infrastructuurelement en de specifieke tijdsperioden gespecificeerd waarop zij betrekking heeft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Tijdens de dienstregelingsperiode ingediende conflicterende individuele verzoeken voor de toewijzing van capaciteit vormen geen reden om te verklaren dat een infrastructuurelement intensief gebruikt of verzadigd is, tenzij de in lid 1 vermelde voorwaarden zijn vervuld.<STRING BOLD="on"> [Am. 106 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wanneer infrastructuur intensief gebruikt of verzadigd is verklaard, voert de infrastructuurbeheerder een capaciteitsanalyse uit overeenkomstig artikel 22, tenzij er al een capaciteitsverbeteringsplan, zoals voorzien bij artikel 23, in uitvoering is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Voor infrastructuurelementen die intensief gebruikt of verzadigd zijn verklaard, reserveren infrastructuurbeheerders capaciteit in het in artikel 18 bedoelde plan voor capaciteitslevering, rekening houdend met het resultaat van de in artikel 22 bedoelde capaciteitsanalyse.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Wanneer geen heffingen overeenkomstig artikel 31, lid 4, van Richtlijn 2012/34/EU in rekening zijn gebracht of die heffingen geen bevredigend resultaat hebben opgeleverd en de infrastructuur is verzadigd verklaard, past de infrastructuurbeheerder een procedure toe om de schaarse infrastructuurcapaciteit in te delen of toe te wijzen op basis van transparante en objectieve criteria. Die procedure wordt toegepast overeenkomstig artikel 8 van deze verordening en wordt, samen met de toepasselijke criteria, uiteengezet in de netverklaring.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Infrastructuurbeheerders vermelden intensief gebruikt of verzadigd verklaarde infrastructuur in het in artikel 49 van Richtlijn (EU) 2016/797 bedoelde infrastructuurregister.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De te volgen procedures en te gebruiken criteria in het geval infrastructuur verzadigd is verklaard, worden uiteengezet in de netverklaring en beantwoorden aan alle overeenkomstig lid 6 vastgestelde maatregelen en criteria.<STRING BOLD="on"> [Am. 107 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>De Commissie wordt gemachtigd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 71 om bijlage II te wijzigen, teneinde te zorgen voor efficiënt beheer van de capaciteit op intensief gebruikte en verzadigde infrastructuur en tegemoet te komen aan de operationele bezorgdheden van infrastructuurbeheerders en aanvragers, rekening houdend met de ervaring van het ENIM, infrastructuurbeheerders, aanvragers en andere operationele belanghebbenden, toezichthoudende instanties en het ENRRB bij de toepassing van dit artikel<STRING BOLD="on">[Am. 108 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 22</TI.ART><STI.ART>Capaciteitsanalyse in geval van intensief gebruikte of verzadigde infrastructuur</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De infrastructuurbeheerder voert een capaciteitsanalyse uit binnen zes maanden nadat infrastructuur intensief gebruikt of verzadigd is verklaard.</PARAG><PARAG>In die analyse wordt bepaald welke beperkingen van de infrastructuurcapaciteit verhinderen dat door aanvragers uitgedrukte capaciteitsbehoeften worden opgenomen in het capaciteitsmodel of in het plan voor capaciteitslevering, of dat aanvragen voor infrastructuurcapaciteit op passende wijze worden ingewilligd.</PARAG><PARAG>De capaciteitsanalyse bevat ook een eerste indicatieve reeks van mogelijke maatregelen die op korte, middellange en lange termijn moeten worden genomen om de verzadiging te doen afnemen en de beschikbaarheid van de capaciteit te vergroten.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> In de capaciteitsanalyse wordt een onderscheid gemaakt tussen maatregelen voor intensief gebruikte infrastructuur en voor verzadigde infrastructuur.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 109]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De capaciteitsanalyse houdt rekening met de kenmerken van de infrastructuur in termen van capaciteit, mogelijkheden en interoperabiliteit, exploitatieprocedures, de aard van de verschillende diensten die op die infrastructuur worden geëxploiteerd en het gevolg van al deze factoren voor de infrastructuurcapaciteit. Maatregelen die eventueel kunnen worden genomen, zijn met name omleidingen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onder meer via verschillende netwerken indien deze beschikbaar zijn, </STRING></STRING>aanpassingen van tijdschema’s, snelheidswijzigingen, de harmonisering van exploitatieprocedures en verbeteringen van de infrastructuur.<STRING BOLD="on"> [Am. 110]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De infrastructuurbeheerders raadplegen de aanvragers over de ontwerp-capaciteitsanalyse overeenkomstig artikel 7 sexies van Richtlijn 2012/34/EU en, als het betrokken gedeelte van de infrastructuur deel uitmaakt van een Europese vervoerscorridor, overeenkomstig artikel 54.</PARAG><PARAG>De infrastructuurbeheerder maakt de resultaten van de capaciteitsanalyse openbaar. Het ENIM zorgt ervoor dat de bekendgemaakte resultaten gemakkelijk beschikbaar zijn.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De infrastructuurbeheerders houden rekening met de resultaten van elke overeenkomstig dit artikel uitgevoerde capaciteitsanalyse<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ook in andere betrokken netwerken,</STRING></STRING> in hun strategische planning, en met name in de capaciteitsstrategie, het capaciteitsmodel en het plan voor capaciteitslevering.<STRING BOLD="on"> [Am. 111]</STRING></PARAG><PARAG>De resultaten van de capaciteitsanalyse worden ingediend bij de autoriteiten van de lidstaten die bevoegd zijn voor de opstelling van de in artikel 8, lid 1, van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde strategie voor de ontwikkeling van de spoorweginfrastructuur en bij de Europese coördinator die bevoegd is voor de desbetreffende Europese vervoerscorridor.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 23</TI.ART><STI.ART>Plan voor de verbetering van de capaciteit</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor infrastructuur die verzadigd is verklaard overeenkomstig artikel 21 en </STRING></STRING>binnen zes maanden na de voltooiing van een capaciteitsanalyse overeenkomstig artikel 22, stelt de infrastructuurbeheerder een plan voor de verbetering van de capaciteit op.<STRING BOLD="on"> [Am. 112]</STRING></PARAG><PARAG>In dat plan wordt het volgende vastgesteld:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de redenen voor de verzadiging;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de waarschijnlijke toekomstige ontwikkelingen van het verkeer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de beperkingen op de ontwikkeling van de infrastructuur;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de opties en kosten voor capaciteitsverbetering, met inbegrip van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in artikel 22, lid 2, beschreven maatregelen en </STRING></STRING>waarschijnlijke wijzigingen van de toegangsheffingen.<STRING BOLD="on"> [Am. 113]</STRING></PARAG><PARAG>Op basis van een kostenbatenanalyse van de vastgestelde mogelijke maatregelen wordt in het plan voor de verbetering van de capaciteit ook bepaald welke acties moeten worden ondernomen om de infrastructuurcapaciteit te verbeteren, samen met een tijdschema voor de uitvoering van de maatregelen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het plan voor de verbetering van de capaciteit wordt opgesteld na overleg met de gebruikers van de desbetreffende verzadigde infrastructuur, overeenkomstig artikel 13.</PARAG><PARAG>Het is mogelijk dat de lidstaten dit plan vooraf moeten goedkeuren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De desbetreffende lidstaat houdt rekening met de plannen voor de verbetering van de capaciteit wanneer hij de in artikel 8, lid 1, van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde indicatieve strategie voor de ontwikkeling van de spoorweginfrastructuur vernieuwt.</PARAG><PARAG>De Europese coördinator van de desbetreffende Europese vervoerscorridor houdt rekening met de plannen voor de verbetering van de capaciteit in zijn werkplan, als bedoeld in artikel 53 van [new TEN-T Regulation].</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op basis van een capaciteitsanalyse bouwen of moderniseren de lidstaten de nodige infrastructuur.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 114]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Onverminderd artikel 40 van deze verordening stopt de infrastructuurbeheerder in de volgende gevallen met het opleggen van de in artikel 31, lid 4, van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde heffingen voor de relevante infrastructuur:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de infrastructuurbeheerder stelt geen plan voor de verbetering van de capaciteit op;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de infrastructuurbeheerder boekt geen vooruitgang met de in het plan voor de verbetering van de capaciteit vastgestelde acties.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Mits de toezichthoudende instantie daar goedkeuring voor verleent, kan de infrastructuurbeheerder, onverminderd lid 4, de heffingen blijven opleggen in de volgende gevallen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>als het plan voor de verbetering van de capaciteit niet kan worden uitgevoerd om redenen waarover de infrastructuurbeheerder geen controle heeft;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>als de beschikbare opties economisch of financieel niet levensvatbaar zijn.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 24</TI.ART><STI.ART>Gespecialiseerde infrastructuur</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Onverminderd lid 2 wordt infrastructuurcapaciteit beschouwd als beschikbaar voor gebruik door alle types verkeer die verenigbaar zijn met de route waarvan de exploitatie wordt gepland overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 en de specificaties van de krachtens deze richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer er geschikte alternatieve routes bestaan en overeenkomstig de procedure van artikel 25 kan worden aangetoond dat dit vanuit sociaal, economisch en milieuoogpunt gerechtvaardigd is, kan de infrastructuurbeheerder, na raadpleging van de belanghebbende partijen, specifieke infrastructuur aanduiden voor gebruik door specifieke types verkeer. In dat geval neemt de infrastructuurbeheerder de aanduiding op in de in artikel 11, lid 2, bedoelde planningsdocumenten en reserveert hij capaciteit voor de specifieke types verkeer in het plan voor capaciteitslevering.</PARAG><PARAG>Die aanduiding verhindert niet dat die infrastructuur wordt gebruikt door andere types verkeer wanneer er capaciteit beschikbaar is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Overeenkomstig lid 2 aangeduide infrastructuur wordt opgenomen in de netverklaring, in het in artikel 49 van Richtlijn (EU) 2016/797 bedoelde infrastructuurregister, in de capaciteitsstrategie, in het capaciteitsmodel en in het plan voor capaciteitslevering.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 25</TI.ART><STI.ART>Indeling van infrastructuurcapaciteit op basis van sociaal-economische en milieucriteria</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer een infrastructuurelement intensief gebruikt of verzadigd is verklaard in een toekomstige dienstregelingsperiode, zorgt de infrastructuurbeheerder voor indeling van de capaciteit op dat element in het in artikel 17 bedoelde capaciteitsmodel en in het in artikel 18 bedoelde plan voor capaciteitslevering die betrekking hebben op die dienstregelingsperiode.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij het indelen van infrastructuurcapaciteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die verzadigd is verklaard</STRING></STRING> overeenkomstig lid 1 handelt de infrastructuurbeheerder overeenkomstig artikel 8.<STRING BOLD="on"> [Am. 115]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk ... [24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening], indien de indeling van de infrastructuurcapaciteit intensief gebruikt is verklaard overeenkomstig lid 1, handelt de infrastructuurbeheerder overeenkomstig artikel 8.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 116]</STRING></PARAG><PARAG>De infrastructuurbeheerder houdt rekening met de behoefte aan capaciteit voor spoordiensten over meerdere netwerken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met name internationaal goederenvervoer per spoor</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 117]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">DEEL 3</TI><STI.GR>Planning en capaciteitstoewijzing</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 26</TI.ART><STI.ART>Capaciteitsrechten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Aanvragers mogen onder publiek of privaat recht een aanvraag indienen bij de infrastructuurbeheerder voor een overeenkomst waarbij rechten op het gebruik van spoorinfrastructuur worden verleend tegen betaling van een heffing als bepaald in afdeling 2 van hoofdstuk IV van Richtlijn 2012/34/EU.</PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders wijzen de rechten op het gebruik van infrastructuurcapaciteit in een van de volgende vormen toe aan de aanvragers:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>capaciteitsspecificaties;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>treinpaden.</PARAG><PARAG>Het ENIM definieert de kenmerken van capaciteitsspecificaties en neemt deze op in het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Infrastructuurbeheerders zetten de in de vorm van een capaciteitsspecificatie toegewezen capaciteitsrechten om in capaciteitsrechten in de vorm van een treinpad vóór de treinrit plaatsvindt, overeenkomstig de in delen 4, 5 en 6 van bijlage I vastgestelde deadlines.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Capaciteitsrechten in de vorm van een treinpad mogen aan aanvragers worden toegewezen voor een maximumduur van één dienstregelingsperiode. Capaciteitsrechten in de vorm van een capaciteitsspecificatie mogen voor langer dan één dienstregelingsperiode worden toegewezen, overeenkomstig de artikelen 31 en 33.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Tenzij anders gespecificeerd in deze verordening worden de respectieve rechten en plichten van infrastructuurbeheerders en aanvragers met betrekking tot een toewijzing van capaciteit vastgesteld in contracten of in de wetgeving van de lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Wanneer een aanvrager voornemens is infrastructuurcapaciteit aan te vragen om een passagiersdienst te exploiteren in een lidstaat waar het recht op toegang tot de spoorweginfrastructuur beperkt is overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 2012/34/EU, stelt hij de betrokken infrastructuurbeheerders en toezichthoudende instanties minstens 18 maanden vóór de inwerkingtreding van de dienstregeling waarop de capaciteitsaanvraag betrekking heeft daarvan in kennis. Om de betrokken toezichthoudende instanties in staat te stellen de potentiële economische gevolgen voor bestaande openbaredienstcontracten te beoordelen, zien de toezichthoudende instanties erop toe dat alle bevoegde autoriteiten die een passagiersdienst op een in een openbaredienstcontract gedefinieerde route hebben gegund, alle andere belanghebbende bevoegde instanties met het recht de toegang te beperken overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 2012/34/EU en alle spoorwegondernemingen die het openbaredienstcontract op de route van die passagiersdienst uitvoeren, onverwijld en uiterlijk binnen 10 dagen in kennis worden gesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Als een capaciteitsrecht eenmaal aan een aanvrager is toegewezen, mag de ontvanger het niet overdragen aan een andere onderneming of dienst.</PARAG><PARAG>Elke vorm van overdracht leidt tot uitsluiting van de verdere toewijzing van capaciteit.</PARAG><PARAG>Het gebruik van capaciteit door een spoorwegonderneming die de bedrijfsactiviteiten uitvoert van een aanvrager die geen spoorwegonderneming is, wordt niet als overdracht beschouwd.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 27</TI.ART><STI.ART>Methoden van capaciteitstoewijzing</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders wijzen capaciteit toe aan aanvragers aan de hand van de in de artikelen 31 tot en met 34 bedoelde toewijzingsprocessen.</PARAG><PARAG>Elke wijziging van toegewezen capaciteit wordt eveneens als een capaciteitstoewijzing beschouwd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Aanvragers <STRING STRIKE="on">hebben het recht</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vragen</STRING></STRING> capaciteitsrechten voor meerdere netwerken aan<STRING STRIKE="on"> te vragen</STRING>, en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> krijgen</STRING></STRING> antwoord<STRING STRIKE="on"> te krijgen</STRING> op die aanvragen, op één plaats en in één verrichting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zoals bepaald in lid 4 van dit artikel</STRING></STRING>. Infrastructuurbeheerders werken samen bij de toewijzing van capaciteit voor diensten over meerdere netwerken, met name met inbegrip van internationale goederendiensten en internationale passagiersdiensten.<STRING BOLD="on"> [Am. 118]</STRING></PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders wijzen capaciteitsrechten voor meerdere netwerken toe en beheren deze overeenkomstig artikel 28.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Infrastructuurbeheerders respecteren de commerciële vertrouwelijkheid van de aan hen verstrekte informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met name in het geval van verticaal geïntegreerde spoorwegondernemingen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Informatie zoals de specifieke lijn waarop het verzoek betrekking heeft, hun aantal of frequentie, wordt als vertrouwelijk beschouwd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 119]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Infrastructuurbeheerders wijzen infrastructuurcapaciteit toe via digitale instrumenten en digitale diensten overeenkomstig artikel 62.</PARAG><PARAG>Voor capaciteitsrechten voor meerdere netwerken zet het ENIM<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, nadat de naleving van TSI’s door het ERRA is goedgekeurd en uiterlijk ... [12 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening] een</STRING></STRING> overeenkomstig artikel 62<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> ontwikkeld uniek loket in</STRING></STRING> één interface of een gemeenschappelijk systeem op om de capaciteitstoewijzing op<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. De infrastructuurbeheerders gebruiken deze interface om de capaciteitstoewijzing op</STRING></STRING> één plaats en in één verrichting te beheren.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Geconnecteerde of gegroepeerde spoordiensten beschikken over één infrastructuurbeheerder als uniek contactpunt. Dergelijke geconnecteerde of gegroepeerde spoordiensten worden in de capaciteitsaanvraag aangegeven.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 120]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Bij het aanvragen van capaciteit of het wijzigen van toegewezen capaciteit moeten aanvragers en infrastructuurbeheerders voldoen aan artikel 39.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De infrastructuurbeheerders annuleren een capaciteitsrecht waarvoor het gebruik gedurende een periode van minstens één maand lager is dan in de netverklaring vast te stellen drempelwaarden, tenzij dit te wijten is aan niet-economische redenen buiten de controle van de aanvrager. Het ENIM <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overlegt met het ERP en </STRING></STRING>definieert het bereik van de drempelwaarden en neemt ze op in het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer.<STRING BOLD="on"> [Am. 121]</STRING></PARAG><PARAG>De toezichthoudende instantie monitort de transparante en niet-discriminerende toepassing van dit lid en onderzoekt eventuele klachten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Als de infrastructuurbeheerder overeenkomstig lid 6 capaciteitsrechten voor meerdere netwerken annuleert, stelt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hij </STRING></STRING>de toezichthoudende instantie die verantwoordelijk is voor die infrastructuurbeheerder <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">daarvan in kennis. Die toezichthoudende instantie stelt </STRING></STRING>de relevante toezichthoudende instanties en het ENRRB <STRING STRIKE="on">daarvan </STRING>in kennis.<STRING BOLD="on"> [Am. 122]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het is de infrastructuurbeheerder toegestaan om, waar relevant, specifieke dienstregelingsbenaderingen te gebruiken. Indien de infrastructuurbeheerder besluit om vooraf capaciteit te plannen door systematische treinpaden met grensoverschrijdend belang te gebruiken, coördineert de infrastructuurbeheerder met naburige infrastructuurbeheerders en andere betrokken infrastructuurbeheerders om tot onderling overeengekomen oplossingen te komen voor grensoverschrijdend verkeer. Ongeacht de nationale keuze die de lidstaten toepassen voor hun dienstregeling, zorgen de infrastructuurbeheerders voor een evenwichtige, billijke en niet-discriminerende toewijzing van treinpaden. Met betrekking tot de in artikel 40 bedoelde compensatie voor wijzigingen van capaciteitsrechten, waar ook sprake is van systematische treinpaden, wordt de waarde vastgesteld op ten minste 1,25 keer de waarde die voor niet-systematische treinpaden wordt gedefinieerd overeenkomstig het in artikel 40 genoemde proces.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 123]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Infrastructuurbeheerders stellen de toezichthoudende instantie in kennis van alle ontvangen capaciteitsaanvragen die niet overeenstemden met de parameters van de beschikbare capaciteit zoals gedefinieerd in het plan voor capaciteitslevering, ongeacht of ze werden aanvaard of geweigerd. Op basis van deze informatie brengt de toezichthoudende instantie minstens om de twee jaar een advies uit, waarin eventueel aan de infrastructuurbeheerder wordt aangeraden om het capaciteitsmodel te wijzigen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 124]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 28</TI.ART><STI.ART>Coördinatie van de toewijzing van capaciteitsrechten op meerdere netwerken</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Als de infrastructuurbeheerder een aanvraag voor capaciteitsrechten voor meerdere netwerken ontvangt overeenkomstig artikel 27, lid 2, werkt hij samen met de andere betrokken infrastructuurbeheerders overeenkomstig artikel 53.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De samenwerking moet er met name voor zorgen dat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een uniek <STRING STRIKE="on">contactpunt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">loket als bedoeld in artikel 27, lid 4,</STRING></STRING> wordt aangewezen dat bevoegd is voor communicatie met de aanvrager met betrekking tot de aanvraag van capaciteitsrechten voor meerdere netwerken, waarvan de aanvrager onverwijld in kennis wordt gesteld na ontvangst van het verzoek<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Dit geldt ook voor grensoverschrijdende treinparen die internationale treindiensten zijn naar en terug van een bestemming in een andere lidstaat</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 125]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de capaciteitsrechten voor meerdere netwerken voldoen aan de minimumkwaliteitscriteria in termen van samenhang tussen de netwerken en wat betreft aspecten als route, tijdschema, beschikbaarheid op verschillende rijdagen en status van de toewijzing;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het proces voor de toewijzing van capaciteitsrechten voor meerdere netwerken regelmatig presteert, met name met inbegrip van het in artikel 36 bedoelde consensuele mechanisme voor de oplossing van conflicten en het in artikel 37 bedoelde formele mechanisme voor de oplossing van conflicten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>alle wijzigingen van toegewezen capaciteitsrechten voor meerdere netwerken worden gecoördineerd overeenkomstig deel 4, teneinde de integriteit van de capaciteitsrechten voor meerdere netwerken te allen tijde te waarborgen.</PARAG><PARAG>Als infrastructuurbeheerders geen uniek contactpunt aanwijzen, is het de verantwoordelijkheid van de infrastructuurbeheerder op wiens netwerk het eerste punt van vertrek zich bevindt, om op te treden als uniek contactpunt voor vragen met betrekking tot de specifieke capaciteitsaanvraag.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Infrastructuurbeheerders wijzen geen capaciteitsrechten van slechtere kwaliteit toe in reactie op capaciteitsaanvragen voor meerdere netwerken, in vergelijking met capaciteitsaanvragen voor één netwerk.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wat de in artikel 40 bedoelde compensatie voor wijzingen van capaciteitsrechten betreft, wordt een capaciteitsrecht voor meerdere netwerken beschouwd als één capaciteitsrecht. Met een name een annulering wegens overmacht op één netwerk wordt beschouwd als een annulering wegens overmacht op de hele route waarop het capaciteitsrecht betrekking heeft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] en in overleg met het ERP stelt </STRING></STRING>het ENIM<STRING STRIKE="on"> stelt</STRING> de gedetailleerde procedures en methoden voor de toepassing van dit artikel vast, alsmede de in artikel 2, punt b), bedoelde minimumkwaliteitseisen, en neemt deze op in het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer.<STRING BOLD="on"> [Am. 126]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] uitvoeringshandelingen vast waarin gedetailleerde procedures en methoden voor de uitvoering van dit artikel en de in lid 2, punt b), bedoelde minimumkwaliteitseisen en om lid 5 van dit artikel te wijzigen, worden uiteengezet. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 72, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Zij worden opgenomen in het Europees kader voor capaciteitsbeheer.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 127]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 29</TI.ART><STI.ART>Samenwerking bij de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en dienstvoorzieningen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Exploitanten van dienstvoorzieningen die indicatieve informatie verstrekken over de beschikbare capaciteit van de dienstvoorziening, overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177<FOOTNOTE><FIELD>Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177 van de Commissie van 22 november 2017 betreffende de toegang tot dienstvoorzieningen en spoorgebonden diensten (PB L 307 van 23.11.2017, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> van de Commissie, werken samen met infrastructuurbeheerders zodat deze laatsten treinpaden kunnen aanbieden die capaciteit voor dienstvoorzieningen omvatten. Andere exploitanten van dienstvoorzieningen kunnen een akkoord sluiten met infrastructuurbeheerders voor de gezamenlijke levering van capaciteit.<STRING BOLD="on"> [Am. 128 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Infrastructuurbeheerders nemen in de netverklaring een lijst op van de in lid 1 bedoelde dienstvoorzieningen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Infrastructuurbeheerders zien erop toe dat aanvragers op één plaats en in één verrichting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 27, lid 4,</STRING></STRING> capaciteitsrechten kunnen aanvragen op spoorweginfrastructuur en in de in lid 1 bedoelde dienstvoorzieningen.<STRING BOLD="on"> [Am. 129]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Met het oog op lid 3 moeten infrastructuurbeheerders en exploitanten van dienstvoorzieningen de capaciteit coördineren en capaciteitsrechten ter beschikking stellen, met inbegrip van capaciteit in de dienstvoorziening die beantwoordt aan de eisen van de aanvrager, of een inspanning leveren om een levensvatbaar alternatief aan te bieden.<STRING BOLD="on"> [Am. 130- </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De exploitanten van de in lid 1 bedoelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">betrokken </STRING></STRING>dienstvoorzieningen stellen<STRING STRIKE="on">, op verzoek of indien nodig</STRING> in real time<STRING STRIKE="on">,</STRING> informatie over de beschikbare capaciteit in digitale vorm ter beschikking van de infrastructuurbeheerder, overeenkomstig artikel 62.<STRING BOLD="on"> [Am. 131]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de aanvraag van capaciteitsrechten voor toegang tot een dienstenfaciliteit documenteren aanvragers de goedkeuring van de eigenaar van de dienstvoorziening om hun voertuigen op te vangen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 132]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Met het oog op dit artikel en overeenkomstig artikel 62 verstrekt het ENIM<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, na goedkeuring door het ERA en uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening],</STRING></STRING> richtsnoeren over de functionele en technische eisen voor de uitwisseling van informatie tussen de exploitanten van dienstvoorzieningen en infrastructuurbeheerders. Onverminderd artikel 2 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/2177 mogen exploitanten van dienstvoorzieningen verzoeken om te worden vrijgesteld van de toepassing van dit artikel. Dergelijke verzoeken worden ingediend bij de toezichthoudende instantie en worden naar behoren onderbouwd. In naar behoren gerechtvaardigde gevallen kunnen de toezichthoudende instanties beslissen een vrijstelling te verlengen.<STRING BOLD="on"> [Am. 133]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Het ENRRB houdt toezicht op de toepassing van lid <STRING STRIKE="on">7</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">6</STRING></STRING> en verstrekt aanbevelingen over de criteria die moeten worden gebruikt bij de beoordeling van verzoeken om vrijstelling.<STRING BOLD="on"> [Am. 134]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Infrastructuurbeheerders stellen de toezichthoudende instantie in kennis van alle ontvangen capaciteitsaanvragen die niet overeenstemden met de parameters van de beschikbare capaciteit zoals gedefinieerd in het plan voor capaciteitslevering, en die om die reden werden geweigerd. Op basis van deze informatie brengt de toezichthoudende instantie minstens om de twee jaar een advies uit, waarin eventueel aan de infrastructuurbeheerder wordt aangeraden om het capaciteitsmodel te wijzigen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 135]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] uitvoeringshandelingen vast waarin de bijzonderheden worden uiteengezet van de functionele en technische eisen voor de uitwisseling van informatie tussen de exploitanten van dienstvoorzieningen en infrastructuurbeheerders voor de toepassing van dit artikel en om lid 6 van dit artikel te wijzigen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 72, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 136]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 30</TI.ART><STI.ART>Dienstregeling</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders stellen een nieuwe dienstregeling op vóór de start van elke dienstregelingsperiode. De dienstregelingsperiode duurt één jaar.</PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders nemen het initiatief voor de opstelling van de dienstregeling wanneer zij capaciteit toewijzen via het in artikel 32 bedoelde jaarlijkse toewijzingsproces, rekening houden met capaciteitsrechten die zijn toegekend via in artikel 31 bedoelde kaderovereenkomsten en via het in artikel 33 bedoelde proces voor voortschrijdende planning.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Infrastructuurbeheerders <STRING STRIKE="on">blijven</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">actualiseren</STRING></STRING> de dienstregeling <STRING STRIKE="on">actualiseren</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op regelmatige tijdstippen</STRING></STRING> tot het einde van de dienstregelingsperiode, rekening <STRING STRIKE="on">houden</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">houdend</STRING></STRING> met capaciteit die is toegewezen via het in artikel 33 bedoelde proces voor voortschrijdende planning of via het in artikel 34 bedoelde ad-hocproces, met wijzigingen van capaciteitsrechten overeenkomstig artikel 39 en met herschikkingen in het kader van het verstorings- en crisisbeheer overeenkomstig artikel 41.<STRING BOLD="on"> [Am. 137]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 31</TI.ART><STI.ART>Capaciteitstoewijzing via kaderovereenkomsten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een aanvrager heeft het recht infrastructuurcapaciteit te vragen gedurende een periode die meer dan één dienstregelingsperiode bestrijkt. Onverminderd de artikelen 101, 102 en 106 VWEU wijst de infrastructuurbeheerder die capaciteit toe via kaderovereenkomsten met die aanvrager, met inachtneming van de leden 3 en 4.</PARAG><PARAG>In die kaderovereenkomsten worden de capaciteitsrechten vermeld die zijn toegewezen in de vorm van een capaciteitsspecificatie, zoals bedoeld in artikel 26, lid 1, punt a). Capaciteitsrechten in de vorm van een treinpad worden niet in de kaderovereenkomsten opgenomen.</PARAG><PARAG>De lidstaten mogen vereisten dat kaderovereenkomsten eerst door de toezichthoudende instantie worden goedgekeurd.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kaderovereenkomsten worden gemeld aan de toezichthoudende instantie en worden door die instantie goedgekeurd. In het geval van kaderovereenkomsten voor meerdere netwerken wordt bij de goedkeuring rekening gehouden met het advies van het ENRRB.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 138]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een aanvrager die partij is bij een kaderovereenkomst vraagt de omzetting van de in de kaderovereenkomst opgenomen capaciteitsspecificaties in een overeenkomstig treinpad, zoals bepaald in die overeenkomst.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Infrastructuurbeheerders sluiten alleen kaderovereenkomsten als het gevraagde capaciteitsrecht samenhangend is met de planningsdocumenten van de in artikel 11, lid 2, bedoelde strategische capaciteitsplanning. Infrastructuurbeheerders vermelden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">na overleg met de naburige netwerken </STRING></STRING>in die planningsdocumenten de capaciteit die zij voornemens zijn voor te behouden voor toewijzing via kaderovereenkomsten.<STRING BOLD="on"> [Am. 139]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Kaderovereenkomsten mogen het gebruik van de relevante infrastructuur door andere aanvragers of diensten niet uitsluiten. Daartoe bepalen infrastructuurbeheerders<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, na raadpleging van de toezichthoudende instantie,</STRING></STRING> het maximumaandeel van de totale capaciteit die via kaderovereenkomsten mag worden toegewezen en nemen zij dit op in de netverklaring.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Infrastructuurbeheerders van naburige landen die grensoverschrijdende kaderovereenkomsten hebben gesloten, stemmen deze maximumaandelen van de totale capaciteit op elkaar af en maken ze zo consequent mogelijk.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 140]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het moet mogelijk zijn de voorwaarden van kaderovereenkomsten te wijzigen om de spoorinfrastructuur beter te kunnen benutten, onverminderd de artikelen 39 en 40.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Voor wijzigingen van via kaderovereenkomsten toegewezen capaciteitsrechten moet een compensatie worden betaald overeenkomstig artikel 40, behalve in het in lid 5 bedoelde geval.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Kaderovereenkomsten hebben in principe betrekking op de periode die is aangegeven in deel 5 van bijlage I. In specifieke gevallen kan de infrastructuurbeheerder instemmen met een kortere of langere periode. Langere dan de in deel 5 van bijlage I aangegeven perioden moeten worden gerechtvaardigd door de noodzaak van specifieke investeringen door nieuwe marktdeelnemers of door de substantiële nieuwigheid van de dienst.<STRING BOLD="on"> [Am. 141 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Voor diensten die gebruikmaken van in artikel 24 bedoelde gespecialiseerde infrastructuur, die aanzienlijke investeringen over een lange termijn vereist, mogen naar behoren door de aanvrager onderbouwde kaderovereenkomsten worden gesloten voor een periode van 15 jaar. Een periode van meer dan 15 jaar kan alleen in uitzonderlijke gevallen worden toegestaan, met name wanneer er grootschalige investeringen plaatsvinden over een lange termijn en die investeringen onder contractuele verplichtingen vallen, zoals een meerjarig afschrijvingsplan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Infrastructuurbeheerders nemen de via kaderovereenkomsten toegewezen capaciteit op in het in artikel 17 bedoelde capaciteitsmodel en in het in artikel 18 bedoelde plan voor capaciteitslevering.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>Het algemene karakter van elke kaderovereenkomst wordt meegedeeld aan alle belanghebbende partijen, met inachtneming van de commerciële vertrouwelijkheid.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11.</NO.P>Op basis van de ervaring van de toezichthoudende instanties, bevoegde autoriteiten en spoorwegondernemingen, en op basis van de activiteiten van het ENRRB, <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt</STRING></STRING> de Commissie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]</STRING></STRING> een uitvoeringshandeling <STRING STRIKE="on">vaststellen waarin</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vat om</STRING></STRING> de bijzonderheden van de procedure en de criteria die moeten worden gevolgd voor de uniforme toepassing van dit artikel en artikel 33<STRING STRIKE="on">, worden uiteengezet</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uiteen te zetten en om dit artikel en artikel 33 te wijzigen</STRING></STRING>. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 72, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.<STRING BOLD="on"> [Am. 142]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 32</TI.ART><STI.ART>Capaciteitstoewijzing via het jaarlijkse toewijzingsproces</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De infrastructuurbeheerder stelt de eerste operationele versie van de dienstregeling op voor een bepaalde dienstregelingsperiode, op basis van:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>capaciteitsaanvragen die zijn ontvangen in het jaarlijkse toewijzingsproces;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>capaciteitsrechten die betrekking hebben op de desbetreffende dienstregelingsperiode en die zijn toegewezen overeenkomstig artikel 31;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>capaciteitsrechten die betrekking hebben op de desbetreffende dienstregelingsperiode en die zijn toegewezen via het proces voor voortschrijdende planning overeenkomstig artikel 33.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De infrastructuurbeheerder wijst capaciteit toe aan de hand van simultane capaciteitstoewijzing, teneinde zoveel mogelijk tegemoet te komen aan alle in lid 1 bedoelde aanvragen van infrastructuurcapaciteit, met inachtneming van leden 5 en 6. De infrastructuurbeheerder houdt in de mate van het mogelijke rekening met alle beperkingen voor aanvragers, met inbegrip van de economische gevolgen voor hun ondernemingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In geval van een conflict tussen twee of meer capaciteitsaanvragen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of wanneer capaciteitsaanvragen niet samenhangend zijn met het plan voor capaciteitslevering,</STRING></STRING> trachten de infrastructuurbeheerders dit eerst op te lossen via het in artikel 36 bedoelde consensuele geschillenbeslechtingsmechanisme.<STRING BOLD="on"> [Am. 143]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Als het in lid 3 bedoelde consensuele geschillenbeslechtingsmechanisme geen oplossing voor het conflict heeft opgeleverd, passen de infrastructuurbeheerders het in artikel 37 bedoelde formele mechanisme voor de oplossing van conflicten toe.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Overeenkomstig de artikelen 18 en 20 geeft de infrastructuurbeheerder prioriteit aan aanvragen die samenhangend zijn met de in het plan voor capaciteitslevering vastgestelde vooraf geplande capaciteit<STRING STRIKE="on">. Ten gevolge daarvan kan de infrastructuurbeheerder aanvragen die niet samenhangend zijn met het plan voor capaciteitslevering aanvaarden of weigeren</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, op voorwaarde dat de operationele belanghebbenden naar behoren zijn geraadpleegd en er zoveel mogelijk rekening is gehouden met hun aankondigingen van capaciteit</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 144]</STRING></PARAG><PARAG>Als de infrastructuurbeheerder aanvragen die niet samenhangend zijn met het plan aanvaardt, streeft hij ernaar het algemene evenwicht tussen de in artikel 18, lid 6, opgesomde elementen van het plan voor capaciteitslevering <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de aanvraag zelf </STRING></STRING>te bewaren.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Deze toepassingen moeten in aanmerking worden genomen als er voldoende vrije capaciteit beschikbaar is zonder de behoeften voor latere toepassingen te beperken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 145]</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">Als de infrastructuurbeheerder</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de behandeling van</STRING></STRING> aanvragen die niet samenhangend zijn met het plan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, moet de infrastructuurbeheerder een alternatief aanbieden en indien de tijd dit toelaat vooraf overleg plegen met de betrokken aanvragers. Indien geen alternatief aanbod mogelijk is bij de weigering van een aanvraag</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> weigert</STRING>, stelt hij de betrokken aanvrager onverwijld in kennis van zijn voornemen om de aanvraag te weigeren. Deze laatste heeft het recht een klacht in te dienen bij de toezichthoudende instantie.<STRING BOLD="on"> [Am. 146]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Capaciteitsrechten die via het jaarlijkse toewijzingsproces zijn toegewezen, kunnen het volgende omvatten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>treinpaden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>capaciteitsspecificaties.</PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders zetten in de vorm van capaciteitsspecificaties verleende capaciteitsrechten om in treinpaden, overeenkomstig deel 4 van bijlage I.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De infrastructuurbeheerder moet het in deel 4 van bijlage I uiteengezette schema voor het toewijzingsproces naleven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De infrastructuurbeheerder neemt verzoeken die na de oorspronkelijke uiterste termijn en vóór de in deel 4 van bijlage I vastgestelde definitieve deadline zijn ingediend, in overweging. In dergelijke gevallen wijzen de infrastructuurbeheerders capaciteitsrechten toe overeenkomstig deel 4, punt 2, van bijlage I.<STRING BOLD="on"> [Am. 147 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Voor aanvragen voor de dienstregeling die na de oorspronkelijke deadline zijn ontvangen en waaraan niet kan worden voldaan met de resterende capaciteit die is voorbehouden voor de dienstregeling, noch met beschikbare niet-geplande capaciteit, tracht de infrastructuurbeheerder alternatieven aan te bieden via een ander traject.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>De infrastructuurbeheerder raadpleegt de belanghebbende partijen over de ontwerpdienstregeling. Alle partijen die infrastructuurcapaciteit hebben aangevraagd en andere partijen die van de gelegenheid gebruik willen maken om opmerkingen te maken over de wijze waarop de dienstregeling gevolgen kan hebben voor hun vermogen om spoordiensten te verkrijgen tijdens de dienstregeling, worden als belanghebbende partijen beschouwd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11.</NO.P>De infrastructuurbeheerder neemt passende maatregelen om alle uitgedrukte bekommernissen te behandelen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 33</TI.ART><STI.ART>Capaciteitstoewijzing via het proces voor voortschrijdende planning</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders wijzen capaciteit toe via het proces van voortschrijdende planning overeenkomstig de in deel 6 van bijlage I vastgestelde deadlines. Infrastructuurbeheerders reserveren capaciteit voor dit doel in het in artikel 18 bedoelde plan voor capaciteitslevering.<STRING BOLD="on"> [Am. 148 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Capaciteitsrechten die via het proces van voortschrijdende planning zijn toegewezen, kunnen het volgende omvatten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>treinpaden of capaciteitsspecificaties voor alle rijdagen tijdens de dienstregelingsperiode die de eerste in de aanvraag opgenomen rijdag omvat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>capaciteitsspecificaties voor alle rijdagen na de dienstregelingsperiode die de eerste in de aanvraag opgenomen dag omvat voor een in deel 6 van bijlage I gespecificeerde maximumperiode.<STRING BOLD="on"> [Am. 149 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders zetten in de vorm van capaciteitsspecificaties verleende capaciteitsrechten om in treinpaden, overeenkomstig deel 6 van bijlage I.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Onverminderd artikel 18 wijzen infrastructuurbeheerders capaciteit die is voorbehouden voor het proces van voortschrijdende planning toe op basis van het in deel 6, punt 2, van bijlage I uiteengezette beginsel.<STRING BOLD="on"> [Am. 150 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Overeenkomstig de in artikel 20 uiteengezette regels en procedures <STRING STRIKE="on">mogen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stellen</STRING></STRING> infrastructuurbeheerders <STRING STRIKE="on">weigeren</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alles in het werk om alternatieve</STRING></STRING> capaciteit <STRING STRIKE="on">toe te wijzen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan te bieden</STRING></STRING> voor aanvragen in het kader van de voortschrijdende planning als deze aanvragen niet samenhangend zijn met het overeenkomstig artikel 18 vastgestelde plan voor capaciteitslevering. <STRING STRIKE="on">De aanvrager wordt onverwijld in kennis gesteld van de weigering</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien het niet mogelijk is een alternatief aan te bieden, kan de infrastructuurbeheerder weigeren capaciteit aan een dergelijke inconsistente aanvraag toe te wijzen</STRING></STRING>. De aanvrager heeft het recht een klacht in te dienen bij de toezichthoudende instantie.<STRING BOLD="on"> [Am. 151]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Infrastructuurbeheerders stellen de toezichthoudende instantie in kennis van alle ontvangen capaciteitsaanvragen die niet overeenstemden met de parameters van de beschikbare capaciteit zoals gedefinieerd in het plan voor capaciteitslevering, ongeacht of ze werden aanvaard of geweigerd. Op basis van deze informatie brengt de toezichthoudende instantie minstens om de twee jaar een advies uit, waarin eventueel aan de infrastructuurbeheerder wordt aangeraden om het capaciteitsmodel te wijzigen.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 152]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Na een kennisgeving of een aanbeveling van de toezichthoudende instantie weigert de infrastructuurbeheerder aanvragen in het kader van de voortschrijdende planning als die repetitief van aard zijn en beantwoorden aan kenmerken van capaciteit die normaal wordt toegewezen via kaderovereenkomsten, zoals bepaald in artikel 31. De toezichthoudende instantie stelt het ENRRB in kennis van deze besluiten en aanbevelingen en zorgt voor een coherente toepassing van dit lid.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 34</TI.ART><STI.ART>Capaciteitstoewijzing via het ad-hocproces</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De infrastructuurbeheerder reageert snel, en in elk geval binnen de in deel 7 van bijlage I vastgestelde deadlines, op ad-hocaanvragen voor infrastructuurcapaciteit die op om het even welk ogenblik tijdens de geldigheid van de dienstregeling worden ingediend. Informatie over beschikbare reservecapaciteit wordt overeenkomstig artikel 9 ter beschikking gesteld van alle aanvragers die deze capaciteit eventueel wensen te gebruiken.</PARAG><PARAG>Capaciteitsrechten die via het ad-hocproces zijn toegewezen, nemen de vorm aan van treinpaden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De toewijzing van infrastructuurcapaciteit in reactie op ad-hocverzoeken wordt gebaseerd op het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 35</TI.ART><STI.ART>Planning van capaciteitsbeperkingen ten gevolge van infrastructuurwerken</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Capaciteitsbeperkingen die voortvloeien uit infrastructuurwerken die niet in het in artikel 18 bedoelde plan voor capaciteitslevering zijn opgenomen, worden zo snel mogelijk door de infrastructuurbeheerders gepland.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij het plannen van die infrastructuurwerken beperken infrastructuurbeheerders zoveel mogelijk de gevolgen voor vooraf geplande capaciteit die is opgenomen in het capaciteitsmodel of het plan voor capaciteitslevering.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Als voor de planning van een uit infrastructuurwerken voortvloeiende capaciteitsbeperking een wijziging van een toegewezen capaciteitsrecht in de zin van artikel 39 nodig is, hebben de aanvragers recht op de in artikel 40 bedoelde compensatie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Als voor de planning van een uit infrastructuurwerken voortvloeiende capaciteitsbeperking een wijziging van een toegewezen capaciteitsrecht in de zin van artikel 39 nodig is, stelt de infrastructuurbeheerder alles in het werk om alternatieve capaciteit aan te bieden aan de aanvragers.</PARAG><PARAG>Daartoe informeert de infrastructuurbeheerder alle betrokken aanvragers over de geplande wijziging van de betrokken capaciteitsrechten. Hij biedt de betrokken aanvragers alternatieve capaciteitsrechten aan of brengt coördinatie met de betrokken aanvragers op gang om overeenstemming te bereiken over alternatieve capaciteitsrechten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Bij het plannen van infrastructuurwerken overeenkomstig dit artikel volgen infrastructuurbeheerders het in deel 3 van bijlage I uiteengezette schema.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Infrastructuurbeheerders nemen alle uit infrastructuurwerken voortvloeiende capaciteitsbeperkingen op in het capaciteitsmodel en het plan voor capaciteitslevering, ongeacht het ogenblik waarop zij zijn gepland.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 36</TI.ART><STI.ART>Mechanisme voor consensuele oplossing van conflicten en coördinatie van aanvragen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer de infrastructuurbeheerder in het kader van simultane capaciteitstoewijzing geconfronteerd wordt met conflicten tussen verschillende aanvragen voor infrastructuurcapaciteit, tracht hij alle eisen zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen via coördinatie van de aanvragen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien in een bepaalde situatie coördinatie vereist is, heeft de infrastructuurbeheerder het recht om, binnen een redelijke termijn, infrastructuurcapaciteit voor te stellen die afwijkt van hetgeen was gevraagd. De infrastructuurbeheerder stelt de toepasselijke grenzen vast in zijn netverklaring. Het ENIM stelt richtsnoeren op om die grenzen vast te stellen en neemt deze op in het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De infrastructuurbeheerder tracht alle conflicten op te lossen via overleg met de desbetreffende aanvragers. Dit overleg is gebaseerd op de vrijgave van de volgende informatie, binnen een redelijke termijn, kosteloos en in elektronische vorm:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>treinpaden die door alle andere aanvragers zijn aangevraagd op dezelfde routes;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>treinpaden die op voorlopige basis zijn toegewezen aan alle andere aanvragers op dezelfde routes;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>alternatieve treinpaden die zijn voorgesteld op de desbetreffende routes, overeenkomstig lid 2;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>alle bijzonderheden van de criteria die worden gebruikt in het proces voor capaciteitstoewijzing.</PARAG><PARAG>Onverminderd artikel 27, lid 3, en voor zover alle aanvragers hiermee instemmen, kan de infrastructuurbeheerder alle aanvragers die potentieel betrokken kunnen zijn bij het oplossen van een conflict met elkaar in contact brengen, teneinde de coördinatie van verzoeken te faciliteren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De beginselen voor de coördinatie van capaciteitsverzoeken voor binnenlandse spoordiensten worden uiteengezet in de netverklaring.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Wanneer niet aan aanvragen voor infrastructuurcapaciteit kan worden voldaan zonder coördinatie, tracht de infrastructuurbeheerder via coördinatie tegemoet te komen aan alle aanvragen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>In het geval van geschillen over de toewijzing van infrastructuurcapaciteit zorgen de lidstaten ervoor dat er een geschillenbeslechtingssysteem beschikbaar is om die geschillen snel op te lossen, onverminderd de bestaande beroepsprocedures en artikel 56 van Richtlijn 2012/34/EU. Dat systeem wordt uiteengezet in de netverklaring voor capaciteitsaanvragen voor binnenlandse spoordiensten. Als dat systeem wordt toegepast, wordt binnen uiterlijk 10 dagen een besluit genomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>In geval van capaciteitsaanvragen voor meerdere netwerken wordt het in de leden 1, 2 en 3 uiteengezette mechanisme voor consensuele oplossing van conflicten toegepast overeenkomstig artikel 53, en wordt de netwerkcoördinator daarbij betrokken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] en na overleg met het ERP stelt </STRING></STRING>het ENIM<STRING STRIKE="on"> stelt</STRING> richtsnoeren op voor het mechanisme voor consensuele oplossing van conflicterende capaciteitsaanvragen voor meerdere netwerken en neemt deze op in het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer.<STRING BOLD="on"> [Am. 153]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt uiterlijk op [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] een uitvoeringshandeling vast om de bijzonderheden van de procedure en de criteria die moeten worden gevolgd voor het mechanisme voor consensuele oplossing van conflicterende capaciteitsaanvragen voor meerdere netwerken en om lid 8 van dit artikel te wijzigen, uiteen te zetten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 72, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Zij worden opgenomen in het Europees kader voor capaciteitsbeheer.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 154]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 37</TI.ART><STI.ART>Formeel mechanisme voor de oplossing van conflicten op basis van sociaal-economische en milieucriteria</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Als het in artikel 36 bedoelde mechanisme voor consensuele oplossing van conflicten geen oplossing voor het capaciteitsconflict heeft opgeleverd, wijzen de infrastructuurbeheerders de infrastructuurcapaciteit toe overeenkomstig artikel 8.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In het kader van het formele mechanisme voor de oplossing van conflicten worden aanvragen voor capaciteitsrechten voor meerdere netwerken in hun geheel in overweging genomen. Indien verschillende nationale parameters van toepassing zijn, overeenkomstig artikel 8, lid 6, worden die parameters gebruikt voor de respectieve delen.<STRING BOLD="on"> [Am. 155 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In het geval van conflicterende capaciteitsaanvragen voor spoordiensten waarvan de kenmerken en het sociaal-economisch profiel vergelijkbaar zijn, wijst de infrastructuurbeheerder de capaciteit toe op basis van een veiling of op een wijze die toegang verschaft aan zoveel mogelijk aanvragers. Voor de toepassing van deze laatste methode is de goedkeuring van de toezichthoudende instantie vereist.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In verband hiermee stelt het ENRRB richtsnoeren op om de geharmoniseerde toepassing van artikel 3 te bevorderen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 156]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 38</TI.ART><STI.ART>Planning van de capaciteitstoewijzingsprocessen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De infrastructuurbeheerder en de aanvragers moeten voldoen aan de in delen 4, 5, 6 en 7 van bijlage I uiteengezette planning voor capaciteitstoewijzingsprocessen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Infrastructuurbeheerders kunnen in de planning van capaciteitstoewijzingsprocessen perioden en deadlines vaststellen die verschillen van die in de onderhavige verordening en in punt 2, b), van bijlage VI bij Richtlijn 2012/34/EU, als de vaststelling van internationale treinpaden, in samenwerking met infrastructuurbeheerders van derde landen, op een netwerk met een andere spoorwijdte dan het hoofdnetwerk in de Unie, aanzienlijke gevolgen heeft voor de planning voor capaciteitstoewijzing in het algemeen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie wordt gemachtigd om, overeenkomstig artikel 71, gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van delen 4, 5, 6 en 7 van bijlage I, teneinde te zorgen voor een efficiënt toewijzingsproces en tegemoet te komen aan operationele, technische, commerciële en planningsbelangen van de betrokken belanghebbenden in verband met de planning en toewijzing van capaciteit.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">DEEL 4</TI><STI.GR>Aanpassing en herschikking</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 39</TI.ART><STI.ART>Wijzigingen van capaciteitsrechten na toewijzing</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders kunnen de aan een aanvrager toegewezen capaciteitsrechten alleen overeenkomstig deze verordening op eigen initiatief wijzigen. Aanvragers kunnen te allen tijde wijzigingen van de toegewezen capaciteit aanvragen. Een annulering wordt als een specifiek type wijziging beschouwd.</PARAG><PARAG>In geval van wijzigingen van toegewezen capaciteitsrechten is artikel 40 van toepassing. Infrastructuurbeheerders actualiseren onverwijld de in artikel 30 bedoelde dienstregeling.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Infrastructuurbeheerders en aanvragers houden wijzigingen van capaciteitsrechten na toewijzing zoveel mogelijk beperkt, overeenkomstig de in artikel 2, lid 3, uiteengezette doelstellingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wijzigingen van capaciteitsrechten omvatten gevallen waarin de infrastructuurbeheerder de trein niet kan laten rijden overeenkomstig het toegewezen capaciteitsrecht en voldoende tijd heeft om de aanvrager een alternatief capaciteitsrecht aan te bieden nadat hij de aanvrager ervan op de hoogte heeft gebracht dat de wijziging noodzakelijk is.</PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders kunnen verschillende deadlines aangeven voor de toewijzing van capaciteitsrechten op één netwerk en de toewijzing van capaciteitsrechten op meerdere netwerken. Infrastructuurbeheerders verstrekken in de netverklaring informatie over de tijd die nodig is om een treinpad op te stellen. Hierbij mogen de in deel 8 van bijlage I aangegeven deadlines niet worden overschreden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De regels en procedures die moeten worden toegepast in geval van een wijziging van een capaciteitsrecht moeten rekening houden met de operationele en commerciële gevolgen van de wijziging voor de aanvrager. Daartoe worden wijzigingen ingedeeld op basis van hun gevolgen, overeenkomstig lid 8 van dit artikel, en geven zij aanleiding tot verschillende niveaus van compensatie, zoals bedoeld in artikel 40.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In gevallen waarin capaciteit wordt gereserveerd maar niet gebruikt, wordt een compensatievergoeding betaald overeenkomstig artikel 40.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 157]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>In geval van een wijziging van een capaciteitsrecht voor meerdere netwerken stellen de betrokken infrastructuurbeheerders alles in het werk om de samenhang van de capaciteitsrechten over de volledige treinrit te garanderen.</PARAG><PARAG>De infrastructuurbeheerder die een wijziging van een capaciteitsrecht voor meerdere netwerken doorvoert, moet de toewijzing van een alternatief capaciteitsrecht voor meerdere netwerken coördineren met de andere betrokken infrastructuurbeheerders en stelt de aanvrager en alle betrokken partijen in kennis van het resultaat van de coördinatie. Dat resultaat kan bestaan uit de toewijzing van een alternatief capaciteitsrecht voor meerdere netwerken of de informatie dat er geen alternatief capaciteitsrecht beschikbaar is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Als spoorwegondernemingen een toegewezen capaciteitsrecht niet gebruiken, wordt dit met het oog op de toepassing van deze verordening beschouwd als een annulering op de dag van de desbetreffende treinrit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Als een infrastructuurbeheerder een toegewezen capaciteitsrecht wijzigt, stelt hij de aanvrager en de betrokken spoorwegonderneming daar onverwijld van in kennis.</PARAG><PARAG>De infrastructuurbeheerder biedt de aanvrager alternatieve capaciteitsrechten aan binnen de in deel 8 van bijlage I vastgestelde deadlines. Als <STRING STRIKE="on">dit niet mogelijk is</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er geen alternatief aanbod haalbaar is overeenkomstig artikel 32, lid 5, en artikel 33, lid 4</STRING></STRING>, verstrekt de infrastructuurbeheerder de aanvrager relevante informatie die hem in staat stelt een nieuwe aanvraag voor infrastructuurcapaciteit in te dienen. Voor zover relevant wordt in die informatie verwezen naar het in artikel 18 bedoelde plan voor capaciteitslevering en de in artikel 19 bedoelde noodplanning.<STRING BOLD="on"> [Am. 158]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk ... [12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] zorgt </STRING></STRING>het ENIM<STRING STRIKE="on"> zorgt</STRING> voor de voorbereiding en vaststelling van geharmoniseerde procedures voor het beheer van wijzigingen van capaciteitsrechten na de toewijzing, en neemt deze op in het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer.<STRING BOLD="on"> [Am. 159]</STRING></PARAG><PARAG>In deze geharmoniseerde procedures wordt een onderscheid gemaakt tussen wijzigingen die grote commerciële en operationele gevolgen hebben voor aanvragers en spoorwegondernemingen en wijzigingen die kleine gevolgen hebben. De criteria die worden gehanteerd om een wijziging als groot categoriseren, houden onder meer rekening met het vermogen van de spoorwegonderneming om de dienst overeenkomstig haar contractuele verplichtingen uit te voeren, vertragingen bij vertrek of wijzigingen van de route die leiden tot een toename van de afstand, de reisduur, de heffingen voor toegang tot het spoor of andere bijbehorende kosten, en drempels voor deze wijzigingen. Voor wijzigingen met grote gevolgen gelden strengere criteria.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie krijgt overeenkomstig artikel 71 de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin regels en procedures voor het beheer van wijzigingen van capaciteitsrechten na de toewijzing, en om lid 8 van dit artikel te wijzigen. Die gedelegeerde handelingen worden uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] vastgesteld. Zij worden opgenomen in het Europees kader voor capaciteitsbeheer.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 160]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>De Commissie wordt gemachtigd om gedelegeerde handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel 71 teneinde deel 8 van bijlage I te wijzigen met het oog op het garanderen van efficiënte aanpassings- en herschikkingsprocessen, rekening houdend met operationele, technische, commerciële en plannings overwegingen van de betrokken belanghebbenden.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 40</TI.ART><STI.ART>Compensatie voor wijzigingen van capaciteitsrechten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Als de infrastructuurbeheerder of een aanvrager hun verbintenissen met betrekking tot een toegewezen capaciteitsrecht niet nakomen, met een wijziging tot gevolg die overeenkomstig artikel 39 als groot wordt gecategoriseerd, betaalt de partij die de wijziging op gang bracht een compensatie aan de andere partij.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde compensatie is niet verschuldigd in geval van overmacht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Na raadpleging van het ENRRB <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en het ERP </STRING></STRING>definieert het ENIM<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uiterlijk [12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]</STRING></STRING> geharmoniseerde voorwaarden die aanleiding geven tot compensatie. In die voorwaarden wordt rekening gehouden met de in artikel 39, leden 4 en 8, uiteengezette regels. Het ENIM neemt deze voorwaarden op in het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer. Het ENRRB publiceert een advies over de door het ENIM gedefinieerde voorwaarden.<STRING BOLD="on"> [Am. 161]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Na goedkeuring door de toezichthoudende instantie vermelden de infrastructuurbeheerders het niveau van de door de aanvragers te betalen compensaties in de netverklaring.</PARAG><PARAG>Ingevolge een voorstel van de infrastructuurbeheerder en na raadpleging van de aanvragers en potentiële aanvragers stelt de toezichthoudende instantie het niveau van de door de infrastructuurbeheerder te betalen compensatie vast. De infrastructuurbeheerder publiceert die informatie in de netverklaring.</PARAG><PARAG>De compensatieniveaus zijn van die aard dat ze de infrastructuurbeheerders en aanvragers effectief stimuleren om het geplande capaciteitsgebruik te respecteren en verstoringen tot een minimum te beperken. Deze niveaus moeten evenredig en niet-discriminerend zijn.</PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders en toezichthoudende instanties kunnen verschillende compensatieniveaus vaststellen naargelang de gevolgen van de wijziging en de vraag of de capaciteit opnieuw kan worden toegewezen en gebruikt door een andere aanvrager. Die niveaus moeten met name rekening houden met de regels in artikel 39, leden 4 en 8, de tijd die overbleef nadat de wijziging werd aangevraagd of plaatsvond tot het tijdstip van de treinrit en de benuttingsgraad van de spoorweginfrastructuur waarop het capaciteitsrecht betrekking had.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>In geval van capaciteitsrechten voor meerdere netwerken is de verplichting om de compensatie aan de aanvrager te betalen van toepassing op de infrastructuurbeheerder(s) die verantwoordelijk is (zijn) voor de wijziging van het capaciteitsrecht, rekening houdend met het volledige capaciteitsrecht en, indien meer dan één infrastructuurbeheerder verantwoordelijk is, de verhouding tussen de lengte van hun netwerken in het capaciteitsrecht. De compensatie voor het volledige capaciteitsrecht mag niet hoger liggen dan drie keer de compensatie die verschuldigd is voor het door de infrastructuurbeheerder toegewezen capaciteitsrecht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>In geval van geschillen over de reden voor de wijziging van een capaciteitsrecht of vertraging bij de betaling van compensatie nemen de toezichthoudende instanties onverwijld en uiterlijk binnen één maand nadat zij alle nodige informatie voor het beoordelen van de reden van de wijziging hebben verzameld, een beslissing over het geschil. De toezichthoudende instanties informeren en raadplegen het ENRRB over dergelijke beslissingen. Het ENRRB ziet erop toe dat die beslissingen samenhangend zijn en gebaseerd zijn op gemeenschappelijk erkende beginselen.<STRING BOLD="on"> [Am. 162 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De Commissie <STRING STRIKE="on">kan uitvoeringshandelingen vaststellen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">krijgt overeenkomstig artikel 71 de bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen</STRING></STRING> over de voorwaarden die aanleiding geven tot de betaling van compensaties, de categorisering van wijzigingen van capaciteitsrechten en de methoden om de compensatieniveaus vast te stellen<STRING STRIKE="on">. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en om lid 2 van dit</STRING></STRING> artikel <STRING STRIKE="on">72, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te wijzigen. Die gedelegeerde handelingen worden uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]</STRING></STRING> vastgesteld.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Zij worden opgenomen in het Europees kader voor capaciteitsbeheer.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 163]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 41</TI.ART><STI.ART>Herschikking in het kader van verstorings- en crisisbeheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In het geval van een netwerkverstoring als bedoeld in artikel 46 of een crisissituatie als bedoeld in artikel 47 stelt (stellen) de betrokken infrastructuurbeheerder(s) alles in het werk om het door de verstoring getroffen verkeer te herschikken. Zij doen dit door overeenkomstig het in artikel 44 bedoelde Europees kader voor grensoverschrijdende coördinatie van verkeers-, verstorings- en crisisbeheer infrastructuurcapaciteit toe te wijzen op basis van de overeenkomstig artikel 19 opgestelde noodplannen, in nauwe samenwerking met operationele belanghebbenden en, voor zover relevant, andere betrokken belanghebbenden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het ENIM zorgt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uiterlijk op ... [12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]</STRING></STRING> voor de opstelling en vaststelling van richtsnoeren voor het beheer en de toewijzing van infrastructuurcapaciteit in geval van een netwerkverstoring, op transparante en niet-discriminerende wijze. Het ENIM stelt met name richtsnoeren op over de toepassing van het proces voor simultane capaciteitstoewijzingen en over het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”.<STRING BOLD="on"> [Am. 164]</STRING></PARAG><PARAG>Wanneer het proces voor simultane capaciteitstoewijzing van toepassing is, verstrekt het ENIM richtsnoeren over de toe te passen procedures, die in voorkomend geval de toepassing omvatten van het in artikel 36 bedoelde mechanisme voor consensuele oplossing van conflicten en het in artikel 37 bedoelde formele mechanisme voor de oplossing van conflicten.  Het ENIM neemt die richtsnoeren op in het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer.<STRING BOLD="on"> [Am. 165 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Bij herschikkingen mogen infrastructuurbeheerders bestaande capaciteitsrechten niet unilateraal wijzigen of annuleren met het oog op het beheer van verstoringen. Op basis van de ervaring van toezichthoudende instanties, infrastructuurbeheerders en spoorwegondernemingen en op basis van de activiteiten van het ENIM en het ENRRB <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">krijgt</STRING></STRING> de Commissie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 71 een gedelegeerde handeling vast te stellen</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">een uitvoeringshandeling vaststellen</STRING> waarin de criteria en procedures worden uiteengezet voor herschikking, met inbegrip van unilaterale wijzigingen van toegewezen capaciteitsrechten door infrastructuurbeheerders met het oog op het beheer van netwerkverstoringen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en om lid 2 van dit artikel te wijzigen. Die gedelegeerde handelingen worden uiterlijk [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">. Die uitvoeringshandeling wordt</STRING> vastgesteld<STRING STRIKE="on"> volgens de in artikel 72, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Zij worden opgenomen in het Europees kader voor capaciteitsbeheer</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 166]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Infrastructuurbeheerders en aanvragers mogen op vrijwillige basis overeenkomsten sluiten voor de vervanging van bepaalde capaciteitsrechten in het geval van een netwerkverstoring. Dergelijke overeenkomsten worden vermeld in het in artikel 19 bedoelde noodplan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>In het geval van een netwerkverstoring die gevolgen heeft voor het verkeer op meer dan een netwerk, coördineren de betrokken netwerkbeheerders de toewijzing van alternatieve capaciteit overeenkomstig artikel 53 en het in artikel 44 bedoelde Europees kader voor grensoverschrijdende coördinatie van verkeers-, verstorings- en crisisbeheer.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK III</TI><STI.GR>VERKEERS-, VERSTORINGS- EN CRISISBEHEER</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 42</TI.ART><STI.ART>Verkeersbeheer, verstoringsbeheer en crisisbeheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders voeren het verkeersbeheer uit overeenkomstig deze verordening en Richtlijn (EU) 2016/797 en de specificaties die zijn vastgesteld in krachtens die richtlijn vastgesteld uitvoeringshandelingen.</PARAG><PARAG>Daartoe voeren infrastructuurbeheerders het volgende uit:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>verkeersbeheer in normale operationele omstandigheden, dat het beheer omvat van incidenten met beperkte afwijkingen van de dienstregeling tot gevolg;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>verstoringsbeheer voor de aanpak van aanzienlijke verstoringen van netwerkactiviteiten waarvoor op overleg gebaseerde actie overeenkomstig artikel 46 vereist is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>verkeersbeheer tijdens crisissituaties, zoals uiteengezet in artikel 47.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In het geval van grootschalige crisissituaties, zowel binnen als buiten de vervoerssector, kunnen de lidstaten maatregelen toepassen die afwijken van de regels die overeenkomstig artikel 47 van toepassing zijn in normale situaties. In dergelijke gevallen, en voor zover relevant, zorgen de infrastructuurbeheerders voor de opstelling en toepassing van speciale regels en procedures, met inachtneming van de in artikel 47 gespecificeerde procedures.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De infrastructuurbeheerders publiceren de speciale regels en procedures als bedoeld in lid 2 en maken deze kosteloos toegankelijk. Zij melden deze aan bij de Commissie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 167]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Bij het verkeersbeheer houden infrastructuurbeheerders zich aan de in artikel 2 uiteengezette beginselen.</PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders moeten met name verstoringen en de gevolgen ervan voor het spoorverkeer tot een minimum beperken en:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zorgen voor een snelle en gecoördineerde reactie op verstoringen, met name in het geval van netwerkverstoringen en crisissituaties;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het spoorverkeer stabiliseren en optimaliseren tijdens de volledige duur van de netwerkverstoringen en crisissen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>relevante, nauwkeurige en actuele informatie verstrekken aan operationele belanghebbenden en andere betrokken partijen, met name autoriteiten die bevoegd zijn voor het beheer van crisissituaties buiten de spoorwegsector. Deze informatie wordt verstrekt via passende middelen, met inbegrip van de in artikel 62 bedoelde middelen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 43</TI.ART><STI.ART>Regels en procedures voor verkeers- en verstoringsbeheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk ... [18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] stellen </STRING></STRING>infrastructuurbeheerders<STRING STRIKE="on"> stellen</STRING> regels en procedures op om afwijkingen van de dienstregeling door treinbewegingen/treinbewegingen die afwijken van de dienstregeling te beheren. Die regels en procedures worden gepubliceerd in de in artikel 27 van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde netverklaring en hebben betrekking op verkeersbeheer in de in artikel 42, lid 1, punten a), b) en c), van deze verordening bedoelde situaties.<STRING BOLD="on"> [Am. 168]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde regels en procedures hebben tot doel de algemene gevolgen van afwijkingen van de dienstregeling voor het spoorverkeer tot een minimum te beperken, rekening houdend met de behoeften van alle vervoerstypes. De regels en procedures kunnen prioriteitsregels omvatten voor het beheer tussen de verschillende types verkeer en de specifieke procedures, criteria en doelstellingen die moeten worden toegepast in een aanpak die gebaseerd is op de optimalisering van een doelfunctie, zoals het tot een minimum beperken van de minuten vertraging of van de tijd die nodig is om terug te keren naar normale exploitatie, in plaats van expliciete prioriteitsregels.<STRING BOLD="on"> [Am. 169 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In het geval van een verstoring van treinbewegingen die wordt veroorzaakt door een technische panne of een ongeval, neemt de infrastructuurbeheerder<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> onverwijld</STRING></STRING> alle nodige maatregelen om de normale situatie te herstellen. Daartoe past hij een noodplan toe overeenkomstig artikel 19. In het geval van een verstoring met mogelijke gevolgen voor grensoverschrijdend verkeer, werken de betrokken infrastructuurbeheerders samen om het grensoverschrijdend verkeer terug normaal te laten verlopen, overeenkomstig het in artikel 44 bedoelde Europees kader voor de coördinatie van verkeers-, verstorings- en crisisbeheer.<STRING BOLD="on"> [Am. 170]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Bij het vaststellen van de in lid 1 bedoelde regels en procedures houden infrastructuurbeheerders zoveel mogelijk rekening met het in artikel 44 bedoelde Europees kader voor de coördinatie van verkeers-, verstorings- en crisisbeheer. In de netverklaring geven zij de redenen voor alle afwijkingen van de in het Europees kader voor de coördinatie van verkeers-, verstorings- en crisisbeheer vastgestelde gemeenschappelijke regels en procedures.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4a.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">4 bis.	Afwijkingen worden alleen toegestaan in naar behoren gerechtvaardigde gevallen en worden goedgekeurd door de nationale toezichthoudende instantie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 171]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>In geval van overmacht en, indien absoluut noodzakelijk, wegens een ongeval waardoor de infrastructuur tijdelijk onbruikbaar is, kunnen toegewezen capaciteitsrechten zonder waarschuwing worden ingetrokken voor zo lang als nodig is om de infrastructuur te herstellen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> terwijl er tegelijkertijd alles aan wordt gedaan om in mogelijke alternatieven te voorzien</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 172]</STRING></PARAG><PARAG>Indien hij dit nodig acht mag de infrastructuurbeheerder spoorwegondernemingen vragen hem de middelen ter beschikking te stellen die hij het meest geschikt acht om de situatie zo snel mogelijk terug normaal te laten worden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In geval van intrekking van een capaciteit brengen infrastructuurbeheerders de spoorwegondernemingen tijdig op de hoogte van hun tijdsbeheer, van de voortgang van herstellingen en van mogelijke alternatieven voor hun toegewezen capaciteit.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 173]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De lidstaten mogen van spoorwegondernemingen eisen dat spoorwegondernemingen zelf worden betrokken bij de handhaving en monitoring van hun eigen naleving van de veiligheidsnormen en -regels.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt uiterlijk [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] uitvoeringshandelingen vast waarin regels en procedures voor het beheer van afwijkingen van treinbewegingen van de dienstregeling en om lid 1 van dit artikel te wijzigen, worden uiteengezet. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 72, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 174]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 44</TI.ART><STI.ART>Europees kader voor de coördinatie van grensoverschrijdend verkeers-, verstorings- en crisisbeheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het ENIM zorgt uiterlijk [12 months after the entry into force of this Regulation] voor de opstelling en vaststelling van een Europees kader voor de coördinatie van grensoverschrijdend verkeers-, verstorings- en crisisbeheer overeenkomstig artikel 42.</PARAG><PARAG>Het ENIM ontwikkelt het Europees kader voor de coördinatie van grensoverschrijdend verkeers-, verstorings- en crisisbeheer in samenwerking met operationele belanghebbenden en belanghebbende partijen via het in artikel 54 bedoelde raadplegingsproces, rekening houdend met de werkzaamheden van de bij titel IV van Verordening (EU) 2021/2085 opgerichte Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen”.<STRING BOLD="on"> [Am. 175 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Europees kader voor de coördinatie van grensoverschrijdend verkeers-, verstorings- en crisisbeheer verstrekt richtsnoeren voor de coördinatie tussen infrastructuurbeheerders, spoorwegondernemingen en andere operationele belanghebbenden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder het ENRRB</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 176]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Europees kader voor de coördinatie van grensoverschrijdend verkeers-, verstorings- en crisisbeheer omvat met name de in bijlage V opgesomde elementen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rekening houdend met het door het ENIM overeenkomstig lid 1 vastgestelde kader heeft de Commissie de bevoegdheid overeenkomstig artikel 71 gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin de bijzonderheden van de coördinatie van grensoverschrijdend verkeersbeheer, verstoringsbeheer en crisisbeheer en om lid 2 van dit artikel te wijzigen, worden uiteengezet. Die gedelegeerde handelingen worden uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] vastgesteld.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 177]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 45</TI.ART><STI.ART>Coördinatie van verkeers-, verstorings- en crisisbeheer</STI.ART><PARAG>Infrastructuurbeheerders coördineren het verkeersbeheer overeenkomstig artikel 53 en op basis van het in artikel 44 bedoelde Europees kader voor grensoverschrijdende coördinatie van verkeers-, verstorings- en crisisbeheer.</PARAG><PARAG>De coördinatie moet er met name voor zorgen dat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>internationale spoordiensten zowel in gewone situaties als bij verstoord bedrijf met zo weinig mogelijk verstoringen kunnen worden geëxploiteerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>voldoende rekening wordt gehouden met de specifieke uitdagingen in verband met grensoverschrijdende delen, die onder meer voortvloeien uit beperkte interoperabiliteit in termen van infrastructuur, technische apparatuur en exploitatie, taal- en opleidingsvereisten voor personeel, administratieve of grensformaliteiten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>er een efficiënte uitwisseling van actuele en relevante informatie plaatsvindt tussen infrastructuurbeheerders, aanvragers, spoorwegondernemingen en andere operationele belanghebbenden, en alle relevante structuren voor de governance van crisisbeheer op EU-niveau, indien van toepassing en overeenkomstig artikel 62.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 46</TI.ART><STI.ART>Netwerkverstoringen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Als een incident leidt tot of waarschijnlijk zal leiden tot beperkingen van de netwerkactiviteiten die gecoördineerde actie van de operationele belanghebbenden vereisen om het best mogelijke beheer van het verkeer tijdens de beperkingen te garanderen, beoordelen de getroffen infrastructuurbeheerders de waarschijnlijke duur en gevolgen van het incident op basis van alle beschikbare informatie en eerdere ervaring.</PARAG><PARAG>Als de geschatte duur en gevolgen beantwoorden aan de criteria voor het uitroepen van netwerkverstoringen zoals uiteengezet in bijlage VI, roepen de betrokken infrastructuurbeheerders een netwerkverstoring uit en passen zij de in artikel 43 vastgestelde maatregelen toe.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Als het incident gevolgen heeft of waarschijnlijk zal hebben voor meer dan één netwerk, roept de <STRING STRIKE="on">infrastructuurbeheerder</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beheerder</STRING></STRING> van de <STRING STRIKE="on">plaats</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">infrastructuur</STRING></STRING> waar het incident plaatsvond een verstoring van meerdere netwerken uit en coördineert hij de acties overeenkomstig de artikelen 44, 45 en 53.<STRING BOLD="on"> [Am. 178]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het ENIM stelt een geharmoniseerde methode op om de waarschijnlijke duur en gevolgen van netwerkverstoringen te schatten en neemt deze op in het in artikel 44 bedoelde Europees kader voor de coördinatie van verkeers-<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, verstorings-</STRING></STRING> en crisisbeheer.<STRING BOLD="on"> [Am. 179]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De infrastructuurbeheerder moet de betrokken partijen zo snel mogelijk informeren over de onbeschikbaarheid van infrastructuurcapaciteit, met name ten gevolge van een incident.</PARAG><PARAG>De toezichthoudende instantie kan van de infrastructuurbeheerder eisen haar dergelijke informatie beschikbaar te stellen, indien zij dit nodig acht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het geval van een gedeeltelijke of volledige onderbreking van de dienstverlening, op een grensoverschrijdende lijn gedurende meer dan 15 dagen veroorzaakt door een verstoring van het treinverkeer ten gevolge van een technisch defect of incident, stelt de getroffen infrastructuurbeheerder binnen 30 dagen nadat het zich heeft voorgedaan een incidentenrapport op: De incidentenrapport vermeldt in ieder geval:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie over alle operationele maatregelen die zijn genomen om alternatieve routes te waarborgen</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie over alle acties die zijn ondernomen om de reguliere diensten op de onderbroken lijn te herstellen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het rapport wordt openbaar gemaakt en wordt regelmatig bijgewerkt totdat de onderbreking is verholpen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ERA kan aanbeveling formuleren over verbeterde maatregelen om de verstoring en de beperkingen van de verkeerscapaciteit als gevolg van het ongeval aan te pakken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 180]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De netwerkcoördinator verzamelt informatie over netwerkverstoringen, analyseert de reactie, trekt conclusies over de doeltreffendheid van het beheer van die incidenten, raadpleegt operationele belanghebbenden overeenkomstig artikel 54 en brengt verslag uit aan het ENIM en het prestatiebeoordelingsorgaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De Commissie wordt gemachtigd om, overeenkomstig artikel 71, gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage VI vast te stellen teneinde te zorgen voor effectief en efficiënt beheer van netwerkverstoringen, rekening houdend met operationele, technische, commerciële en planningsoverwegingen van de betrokken belanghebbenden.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 47</TI.ART><STI.ART>Crisissituaties</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In geval van crisissen die betrekking hebben op openbare veiligheid, epidemieën, natuurrampen, milieu, defensie en beveiliging, en die kritieke gevolgen voor vraag en aanbod van spoorvervoersdiensten hebben of naar verwachting zullen hebben, mogen de lidstaten noodmaatregelen toepassen die, in afwijking van de regels van deze verordening, het volgende omvatten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de annulering van capaciteitsrechten zonder compensatie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>alternatieve beginselen, regels en procedures voor capaciteitsbeheer, met name voor de toewijzing van schaarse infrastructuurcapaciteit;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>alternatieve procedures voor verkeersbeheer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het gebruik van alternatieve routes;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de wijziging van plannen voor capaciteitslevering.</PARAG><PARAG>De betrokken lidstaat ziet erop toe dat de noodmaatregelen in de mate van het mogelijke de in deze verordening uiteengezette beginselen inzake capaciteits- en verkeersbeheer volgen en gebruik maken van bestaande plannen die zijn opgesteld overeenkomstig artikel 19. Hij coördineert die noodmaatregelen met andere lidstaten.<STRING BOLD="on">  [Am. 181]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De betrokken lidstaat stelt de Commissie en het ENIM onverwijld in kennis van zijn beslissing om noodmaatregelen toe te passen en verstrekt een rechtvaardiging en beschrijving van die maatregelen, alsmede de verwachte duur van de toepassing ervan. Indien van toepassing stellen de lidstaten ook de Commissie en het bij artikel 8 van [Regulation on a Single Market Emergency Instrument] voorziene centraal verbindingsbureau in kennis.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De infrastructuurbeheerder duidt een focuspunt aan in de zin van artikel 60, dat aan de Commissie, het ENIM, andere infrastructuurbeheerders en andere belanghebbende partijen informatie verstrekt over de noodmaatregelen en die maatregelen helpt coördineren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Als noodmaatregelen aanzienlijke gevolgen hebben voor grensoverschrijdend verkeer, zorgen de infrastructuurbeheerders voor onderlinge coördinatie overeenkomstig de artikelen 53 en 54. De Commissie en de betrokken lidstaten worden betrokken bij het uitvoeren van de coördinatie tussen specifieke coördinatiestructuren overeenkomstig artikel 53, lid 2, punt a).</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Op verzoek van de Commissie en binnen de door haar vastgestelde termijn verstrekken de toezichthoudende instanties en het ENRRB hun advies over de noodmaatregelen. De Commissie kan besluiten vaststellen die een lidstaat verplichten de noodmaatregelen in te trekken als deze niet noodzakelijk worden geacht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De lidstaten verstrekken geactualiseerde informatie als dit nodig is of op verzoek van de Commissie. De lidstaten verstrekken alle door de Commissie vereiste informatie over de noodmaatregelen binnen de door de Commissie vastgestelde termijnen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Overheidsinstanties die bevoegd zijn voor het beheer van crisissituaties, met inbegrip van het leger, de civiele bescherming en andere, mogen simulatieoefeningen van de binnen het toepassingsgebied van dit artikel vallende crisissituaties organiseren. In dergelijke gevallen wijst de infrastructuurbeheerder capaciteit toe naargelang dit nodig is, met inbegrip van de annulering van toegewezen capaciteitsrechten, indien nodig. De betrokken overheidsinstanties compenseren de betrokken aanvragers overeenkomstig artikel 40.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 48</TI.ART><STI.ART>Uitwisseling van informatie over verkeersbeheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Alle operationele belanghebbenden die rechtstreeks betrokken zijn bij de exploitatie van een spoorvervoersdienst hebben het in bijlage VIII uiteengezette recht op toegang tot de informatie over deze spoorvervoersdienst.</PARAG><PARAG>De betrokken partijen mogen deze informatie alleen gebruiken met het oog op de toepassing van deze verordening en Richtlijn (EU) 2016/797 en de krachtens die richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen, tenzij anders gespecificeerd in contractuele overeenkomsten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De informatie wordt toegankelijk gemaakt overeenkomstig artikel 62.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie wordt gemachtigd om, overeenkomstig artikel 71, gedelegeerde handelingen tot wijziging van bijlage VIII vast te stellen teneinde te garanderen dat de informatie alle wijzigingen weerspiegelt van de technische specificaties voor interoperabiliteit die zijn vastgelegd in de overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 vastgestelde relevante uitvoeringshandelingen, rekening houdende met de operationele, technische, commerciële en planningsoverwegingen van de betrokken belanghebbenden.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK IV</TI><STI.GR>PRESTATIEBEOORDELING</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 49</TI.ART><STI.ART>Algemene beginselen voor prestatiebeoordeling</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt de prestatiedoelstellingen van de Unie voor de in bijlage VII uiteengezette prestatiegebieden vast. De doelstellingen zijn in overeenstemming met de doelstellingen voor de modale verschuiving en worden regelmatig bijgewerkt. </STRING></STRING>Overeenkomstig artikel 7 septies, punt d), van Richtlijn 2012/34/EU monitort en benchmarkt het ENIM <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met de steun van de spoorinfrastructuurbeheerders </STRING></STRING>de prestaties van spoorweginfrastructuurdiensten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en spoorvervoersdiensten</STRING></STRING>, rekening houdend met de <STRING STRIKE="on">in artikel 2 van deze verordening uiteengezette algemene doelstellingen. Spoorweginfrastructuurbeheerders monitoren ook de prestaties van spoorvervoersdiensten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">prestatiedoelstellingen van de Unie en infrastructuurbeheerders. Het ENIM licht het prestatiebeoordelingsorgaan en de Commissie regelmatig in</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 182]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Daartoe <STRING STRIKE="on">zetten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stellen</STRING></STRING> infrastructuurbeheerders hun eigen prestatiedoelstellingen <STRING STRIKE="on">uiteen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vast</STRING></STRING> in het in artikel 8, lid 3, van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde plan, rekening houdend met alle doelstellingen die zijn uiteengezet in de in artikel 30 van die richtlijn bedoelde contractuele overeenkomsten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. De infrastructuurbeheerders overleggen met de betrokken nationale en Europese instanties om ervoor te zorgen dat deze doelstellingen in overeenstemming zijn met de prestatiedoelstellingen van de Unie</STRING></STRING>. Zij zorgen voor de vaststelling en uitvoering van procedures om toezicht te houden op en verslag uit te brengen over de vooruitgang op weg naar de verwezenlijking van de doelstellingen, teneinde samen met de operationele belanghebbenden de oorzaken van tekortkomingen in de prestaties te achterhalen en maatregelen te nemen om ze te verbeteren. Deze procedures houden rekening met het in artikel 50 van deze verordening bedoelde Europees kader voor prestatiebeoordeling. Infrastructuurbeheerders geven in de netverklaring de redenen voor alle afwijkingen van de in het Europees kader voor prestatiebeoordeling vastgestelde gemeenschappelijke procedures.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Afwijkingen worden alleen toegestaan in naar behoren gerechtvaardigde gevallen en worden goedgekeurd door de toezichthoudende instantie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 183]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het ENIM werkt samen met de Europese coördinatoren aan prestatiebeoordelingen overeenkomstig de in artikel 18 van [new TEN-T Regulation] uiteengezette operationele eisen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 50</TI.ART><STI.ART>Europees kader voor prestatiebeoordeling</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ERA zorgt met de steun van </STRING></STRING>het ENIM<STRING STRIKE="on"> zorgt</STRING> uiterlijk [12 months <STRING STRIKE="on">after</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> the entry into force of this Regulation] voor de opstelling en uitvoering van een Europees kader voor prestatiebeoordeling. Dit kader houdt met name rekening met de in artikel 2, lid 3, artikel 8, lid 4, artikel 42, lid 3, en de operationele eisen vastgestelde beginselen, de prestatiedoelstellingen en de in artikel <STRING STRIKE="on">18 van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">19 van Verordening (EU) 2024/...</STRING></STRING> [new TEN-T Regulation] uiteengezette streefwaarden.<STRING BOLD="on"> [Am. 184]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ENRRB neemt uiterlijk [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] een aanbeveling aan over het Europees kader voor prestatiebeoordeling. Bij het opzetten en uitvoeren van het Europees kader voor prestatiebeoordeling houdt het ERA rekening met de aanbeveling van het ENRRB.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 185]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Europees kader heeft betrekking op de in bijlage VII uiteengezette prestatiegebieden. Het omvat met name:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een lijst prioritaire prestatiekwesties die moeten worden aangepakt in de in bijlage VII uiteengezette prestatiegebieden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>prestatie-indicatoren die het mogelijk maken toezicht te houden op de voortgang van de prestatiekwesties, met inbegrip van de methoden en gegevensvereisten om die indicatoren te berekenen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>criteria en procedures om prestatiedoelstellingen te definiëren op het niveau van infrastructuurbeheerders;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>procedures om de elementen in de punten a), b) en c) te monitoren en te beoordelen, alsmede de toepassing van corrigerende maatregelen en de verwezenlijking van de in lid 4 bedoelde prestatiedoelstellingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Op basis van lid 2, punt d), beoordeelt het ENIM regelmatig het Europees kader voor prestatiebeoordeling en de resultaten van de toepassing ervan, en stelt het passende wijzigingen van het kader voor.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Infrastructuurbeheerders houden zoveel mogelijk rekening met het Europees kader voor prestatiebeoordeling bij het uitoefenen van hun functies. Infrastructuurbeheerders nemen met name de overeenkomstig lid 2, punt c), van dit artikel gedefinieerde doelstellingen op in het in artikel 8, lid 3, van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde bedrijfsplan. Deze doelstellingen omvatten de in artikel 18, lid 1, punten a) en b), van [new TEN-T Regulation] uiteengezette streefwaarden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie <STRING STRIKE="on">kan overeenkomstig de in artikel 72, lid 2, bedoelde adviesprocedure</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt uiterlijk [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]</STRING></STRING> uitvoeringshandelingen <STRING STRIKE="on">vaststellen waarin</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vast om gelijkvormige voorwaarden voor de toepassing van de elementen in lid 2, punten b), c) en d), uiteen te zetten, en dit uiterlijk [36 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening], met inbegrip van</STRING></STRING> gedetailleerde regels voor de elementen in lid 2, punten b), c) en d)<STRING STRIKE="on">,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Deze uitvoeringshandelingen</STRING></STRING> worden <STRING STRIKE="on">uiteengezet</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vastgesteld volgens de in artikel 72, lid 2, bedoelde adviesprocedure</STRING></STRING>. Daarbij <STRING STRIKE="on">houdt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">raadpleegt</STRING></STRING> de Commissie <STRING STRIKE="on">rekening met de werkzaamheden die </STRING>het ENIM<STRING STRIKE="on"> overeenkomstig lid 3 heeft verricht en met alle aanbevelingen van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het ERP, het ENRRB,</STRING></STRING> het prestatiebeoordelingsorgaan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het ERA en de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen”</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 186]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 51</TI.ART><STI.ART>Europees prestatiebeoordelingsverslag</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Onverminderd artikel 15 van Richtlijn 2012/34/EU en artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1100 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1100 van de Commissie van 7 juli 2015 betreffende de rapportageplicht van de lidstaten in het kader van het toezicht op de spoormarkt (PB L 181 van 9.7.2015, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, zorgt het ENIM uiterlijk [24 months <STRING STRIKE="on">after</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> the entry into force of this Regulation] voor de opstelling en jaarlijkse <STRING STRIKE="on">publicatie</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">actualisering</STRING></STRING> van een<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> ontwerp van</STRING></STRING> Europees prestatiebeoordelingsverslag op basis van het in artikel 50 van deze verordening bedoelde Europees kader voor prestatiebeoordeling.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Op basis van dit verslag ondersteunt het ERA de Commissie bij het toezicht houden en verslag uitbrengen over de voortgang inzake de doelstellingen van de Unie voor het spoor, onder meer de voorspelde groei van het spoorverkeer die tegen 2030 en 2050 wordt verwacht. Het ontwerp van Europees prestatiebeoordelingsverslag wordt aan het prestatiebeoordelingsorgaan toegezonden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 187]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het prestatiebeoordelingsorgaan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">werkt het Europees prestatiebeoordelingsverslag uit en </STRING></STRING>stelt <STRING STRIKE="on">een zelfstandig deel van het verslag op</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het vast,</STRING></STRING> waarin het de prestaties van spoorweginfrastructuurdiensten en spoorvervoersdiensten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en opgeworpen onenigheden </STRING></STRING>beoordeelt en aanbevelingen doet over prestatiekwesties<STRING STRIKE="on"> die prioritair moeten worden aangepakt en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van</STRING></STRING> maatregelen om de prestaties te verbeteren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, dat wordt opgenomen in het volgende werkprogramma overeenkomstig artikel 55, lid 8</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 188]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Europees</STRING></STRING> prestatiebeoordelingsverslag heeft minstens betrekking op de lijnen die zijn opgenomen in de <STRING STRIKE="on">in Verordening [new TEN-T Regulation] bedoelde</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemeenschappelijke</STRING></STRING> Europese <STRING STRIKE="on">vervoerscorridors</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">spoorwegruimte</STRING></STRING> en omvat de bij [artikel <STRING STRIKE="on">53</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">54</STRING></STRING>, lid 3, punt g)] van <STRING STRIKE="on">die </STRING>Verordening <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(EU) 2024/...[new TEN-T Regulation] </STRING></STRING>vereiste informatie. De gepresenteerde informatie moet voldoende gedetailleerd zijn wat het geografische toepassingsgebied betreft en moet betrekking hebben op een voldoende lange periode om zinvolle interpretaties mogelijk te maken.<STRING BOLD="on"> [Am. 189]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Europees</STRING></STRING> prestatiebeoordelingsverslag bevat een specifiek deel over de uitvoering van coördinatie tussen infrastructuurbeheerders overeenkomstig artikel 53 en over het in artikel 54 van deze verordening bedoelde raadplegingsmechanisme.<STRING BOLD="on"> [Am. 190]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Europees prestatiebeoordelingsverslag bevat een zelfstandig deel over de uitvoering van de door het ENIM ingevoerde processen. Het bevat ook een analyse van de voortgang van de uitvoering in verschillende lidstaten, inclusief verslagen over nationale vrijstellingen en aanbevelingen voor verdere harmonisatie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 191]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 52</TI.ART><STI.ART>Prestatiebeoordelingsorgaan</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING STRIKE="on">Overeenkomstig de in artikel 72, lid 3, bedoelde procedure kan de Commissie een onpartijdig en bevoegd orgaan opzetten of aanwijzen, dat optreedt als</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk ... [zes maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] wordt een</STRING></STRING> prestatiebeoordelingsorgaan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> opgericht als onpartijdig, deskundig en zelfstandig orgaan</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De leden ervan worden aangewezen op grond van hun verdiensten, waarbij wordt gezorgd voor een mix van vaardigheden en ervaring die relevant zijn voor het beheer van de spoorcapaciteit.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leden van het prestatiebeoordelingsorgaan worden benoemd door de Commissie via de procedure voor een oproep tot deskundigen. Overeenkomstig artikel 71 krijgt de Commissie de bevoegdheid om een gedelegeerde handeling vast te stellen waarin de bijzonderheden worden uiteengezet van de organisatie, het bestuur en de financiering van het prestatiebeoordelingsorgaan. De gedelegeerde handelingen worden uiterlijk op ... [12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] vastgesteld.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de uitvoering van de bij deze verordening aan het orgaan opgedragen taken is het prestatiebeoordelingsorgaan onafhankelijk, en vraagt noch volgt het instructies van een regering van een lidstaat, de Commissie, het ERA of een andere publieke of private entiteit.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 192]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het prestatiebeoordelingsorgaan verstrekt advies aan de Commissie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het ERA, het ENIM</STRING></STRING> en de Europese coördinatoren over kwesties die verband houden met de prestaties van spoorweginfrastructuurdiensten en spoorvervoersdiensten, op verzoek van de Commissie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het ERA</STRING></STRING> of de Europese coördinatoren.<STRING BOLD="on"> [Am. 193]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het prestatiebeoordelingsorgaan voert de volgende taken uit:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>aanbevelingen aan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> de Commissie en</STRING></STRING> het ENIM verstrekken over de vaststelling en beoordeling van het in artikel 50 bedoelde Europees kader voor prestatiebeoordeling, met inbegrip van prestatiegebieden, prestatiekwesties die in het kader van elk prestatiegebied moeten worden aangepakt, harmonisering van methoden, processen, criteria en definities voor het verzamelen en analyseren van gegevens met betrekking tot prestaties en prestatie-indicatoren;<STRING BOLD="on"> [Am. 194]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>aanbevelingen aan het ENIM<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het ERA</STRING></STRING>, het ENRRB, infrastructuurbeheerders, aanvragers, toezichthoudende instanties, autoriteiten van de lidstaten en, indien relevant, andere belanghebbenden verstrekken met betrekking tot corrigerende maatregelen op het gebied van capaciteitsbeheer en verkeers-, verstorings- en crisisbeheer;<STRING BOLD="on"> [Am. 195]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de resultaten van het ontwerp van het Europees prestatiebeoordelingsverslag beoordelen en het in artikel 51, lid 2, bedoelde <STRING STRIKE="on">zelfstandig deel</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verslag</STRING></STRING> opstellen;<STRING BOLD="on"> [Am. 196]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>adviezen en aanbevelingen verstrekken met betrekking tot de prestaties van spoorweginfrastructuurdiensten in verband met de in artikel 8, lid 1, bedoelde indicatieve strategie voor de ontwikkeling van de spoorweginfrastructuur, het in artikel 8, lid 3, bedoelde bedrijfsplan, de in artikel 30, lid 2, bedoelde contractuele overeenkomsten en de in artikel 35 van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde prestatieregeling;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>advies verstrekken aan de Europese coördinatoren over kwesties die verband houden met de prestaties van spoorweginfrastructuurdiensten en spoorvervoersdiensten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De geadresseerden van de in lid 3 bedoelde adviezen en aanbevelingen geven antwoord aan het prestatiebeoordelingsorgaan binnen de door dit orgaan vastgestelde termijnen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het ENIM, de netwerkcoördinator, de infrastructuurbeheerders, de toezichthoudende instanties, het ENRRB<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het ERA</STRING></STRING> en, voor zover relevant, andere belanghebbenden werken samen met het prestatiebeoordelingsorgaan, met name door informatie over prestaties<STRING STRIKE="on"> op eigen initiatief of op verzoek van het orgaan</STRING> te verstrekken, en stellen alles in het werk om in hun werkzaamheden met betrekking tot het beheer van de prestaties van het spoor rekening te houden met hun aanbevelingen.<STRING BOLD="on"> [Am. 197]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Het prestatiebeoordelingsorgaan respecteert de vertrouwelijkheid van bedrijfsgeheimen bij het verwerken van de door relevante belanghebbenden of de Commissie verstrekte informatie.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK V</TI><STI.GR>EUROPEES NETWERK VOOR COÖRDINATIE</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 53</TI.ART><STI.ART>Coördinatie tussen infrastructuurbeheerders</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, zorgen de infrastructuurbeheerders voor onderlinge coördinatie en coördinatie met andere relevante belanghebbenden met betrekking tot de verantwoordelijkheden en taken die hen uit hoofde van deze verordening worden toevertrouwd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Infrastructuurbeheerders overleggen minstens over de in bijlage IX uiteengezette kwesties en voldoen aan de specifieke coördinatievereisten die in de daarin vermelde artikelen zijn uiteengezet.</PARAG><PARAG>Infrastructuurbeheerders moeten met name:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>organisatiestructuren, procedures en instrumenten vaststellen, al naargelang van toepassing, met inbegrip van de in artikel 62 bedoelde digitale instrumenten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>coördineren op het meest geschikte geografische niveau, waarbij de entiteiten moeten worden betrokken die het best geplaatst zijn om effectieve en efficiënte resultaten te bereiken, overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>samenwerken met andere infrastructuurbeheerders via de in artikel 60 bedoelde aangeduide focuspunten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>al naargelang van toepassing het ENIM of de netwerkcoördinator betrekken bij kwesties die relevant zijn voor de Unie. De coördinatie tussen infrastructuurbeheerders kan op meer dan één niveau plaatsvinden, met name voor kwesties waarvoor zowel op het niveau van de Unie als binnen specifieker geografisch bereik coördinatie vereist is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>een leidende entiteit aanwijzen, telkens wanneer meerdere actoren betrokken zijn bij de coördinatieactiviteiten; deze entiteit brengt verslag uit aan het ENIM en is verantwoordelijk voor het organiseren van de raadplegingsactiviteiten overeenkomstig artikel 54;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>gevallen waarvoor in eerste instantie geen resultaten kunnen worden bereikt, doorverwijzen naar het ENIM;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>de uitvoering van de coördinatieactiviteiten beoordelen overeenkomstig hoofdstuk IV.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De coördinatie <STRING STRIKE="on">heeft betrekking op alle lijnen en </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt met name versterkt voor de TEN-T-lijnen en -</STRING></STRING>knooppunten die deel uitmaken van de in artikel 7 en bijlage III van [new TEN-T Regulation] bedoelde Europese vervoerscorridors.<STRING BOLD="on"> [Am. 198]</STRING></PARAG><PARAG>De infrastructuurbeheerders kunnen de coördinatie uitbreiden tot aanvullende lijnen als alle betrokken infrastructuurbeheerders daarmee instemmen.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten en de openbare instanties kunnen de dekking uitbreiden naar andere lijnen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 199]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De coördinatie tussen infrastructuurbeheerders over de toewijzing van capaciteitsrechten voor meerdere netwerken overeenkomstig artikel 29 heeft betrekking op alle netwerken van de infrastructuurbeheerders die lid zijn van het ENIM.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie is gemachtigd overeenkomstig artikel 71 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage IX, teneinde te zorgen voor efficiëntie coördinatie tussen infrastructuurbeheerders, rekening houdend met operationele, commerciële en planningsoverwegingen van alle betrokken belanghebbenden, en in het licht van de ervaring die is opgedaan met de uitvoering van deze verordening.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 54</TI.ART><STI.ART>Raadplegingsmechanisme voor Europese en grensoverschrijdende kwesties</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het ENIM zorgt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uiterlijk ... [12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]</STRING></STRING> voor de opstelling, vaststelling en uitvoering van richtsnoeren voor passende en regelmatige raadpleging van belanghebbenden partijen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van vertegenwoordigers van het ERA en de lidstaten, alsook de vertegenwoordigende instanties als bedoeld in artikel 38, lid 4, van Verordening (EU) 2016/796,</STRING></STRING> en neemt deze op in het in artikel 6 bedoelde kader voor capaciteitsbeheer, het in artikel 44 bedoelde Europees kader voor grensoverschrijdend verkeers-, verstorings- en crisisbeheer en het in artikel 50 bedoelde kader voor prestatiebeoordeling. Het <STRING STRIKE="on">proces</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mechanisme</STRING></STRING> wordt ontwikkeld en toegepast met de steun van de netwerkcoördinator en de betrokkenheid van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">focuspunten die zijn aangeduid </STRING></STRING>door infrastructuurbeheerders<STRING STRIKE="on"> aangeduide focuspunten</STRING>, zoals bedoeld in artikel 60.<STRING BOLD="on"> [Am. 200]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Als het ENIM een advies of aanbeveling vaststelt die waarschijnlijk gevolgen zal hebben voor spoorwegondernemingen, andere aanvragers, andere operationele belanghebbenden en belanghebbende partijen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van vertegenwoordigers van het ERA en de lidstaten, alsook de vertegenwoordigende instanties als bedoeld in artikel 38, lid 4, van Verordening (EU) 2016/796</STRING></STRING>, stelt het een ontwerp op voor de raadpleging van de betrokken partijen. De betrokken partijen krijgen voldoende tijd om feedback te geven over het ontwerpbesluit. Indien nodig worden de autoriteiten van de lidstaten hierbij betrokken.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Wanneer het ENIM een besluit neemt dat waarschijnlijk gevolgen heeft voor het ERP, raadpleegt het ENIM de respectieve adviesgroepen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 201]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Bij het opstellen van het definitieve advies of de definitieve aanbeveling houdt het ENIM rekening met de overeenkomstig lid 2 verstrekte feedback van de betrokken partijen. Als het ENIM geen rekening houdt met significante elementen van de verstrekte feedback, vermeldt het de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemotiveerde </STRING></STRING>redenen daarvoor.<STRING BOLD="on"> [Am. 202]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het geval van meningsverschillen tussen het ENIM en de adviesorganen, stellen de adviesorganen het ENRRB daarvan in kennis. Het ENRRB houdt rekening met dergelijke meningsverschillen in zijn in artikel 51 bedoelde Europees prestatieverslag.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 203]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt uiterlijk ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] uitvoeringshandelingen vast waarin gelijkvormige voorwaarden voor passende en regelmatige raadpleging van belanghebbenden partijen en om lid 1 van dit artikel te wijzigen, worden uiteengezet. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 72, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Zij worden opgenomen in het Europees kader voor capaciteitsbeheer.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 204]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 55</TI.ART><STI.ART>Organisatie van het Europees netwerk van infrastructuurbeheerders</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Met het oog op de toepassing van deze verordening wordt het in artikel 7 septies van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde Europees netwerk van infrastructuurbeheerders georganiseerd overeenkomstig dit artikel.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Alle spoorinfrastructuurbeheerders <STRING STRIKE="on">die verantwoordelijk zijn voor lijnen die deel uitmaken van het in artikel 6 en bijlage I van [new TEN-T Regulation] bedoelde kernnetwerk en uitgebreide kernnetwerk van het TEN-T</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte</STRING></STRING>, moeten lid zijn van het ENIM. Zij wijzen een vertegenwoordiger en een plaatsvervanger aan.<STRING BOLD="on"> [Am. 205]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Spoorweginfrastructuurbeheerders die niet voldoen aan het criterium van lid 2 mogen een vertegenwoordiger die geen lid is, aanstellen om deel te nemen aan de besprekingen van het ENIM.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Na raadpleging van en goedkeuring door de Commissie stelt het ENIM zijn reglement op en publiceert het dit. Het organiseert zijn activiteiten overeenkomstig dit reglement.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het ENIM neemt besluiten bij eenvoudige meerderheid, tenzij anders bepaald in het reglement. Alle leden van één lidstaat hebben samen één stem. Bij afwezigheid van een lid mag de plaatsvervanger het stemrecht uitoefenen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Het ENIM komt op gezette tijden bijeen. Het kiest een voorzitter uit zijn leden met een tweederdemeerderheid van zijn leden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De Commissie <STRING STRIKE="on">is een niet-stemgerechtigd lid</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en ERA zijn niet-stemgerechtigde leden</STRING></STRING> van het ENIM. Zij <STRING STRIKE="on">ondersteunt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ondersteunen</STRING></STRING> de werkzaamheden van het ENIM en <STRING STRIKE="on">faciliteert</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">faciliteren</STRING></STRING> de coördinatie.<STRING BOLD="on"> [Am. 206]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Het ENIM stelt zijn werkprogramma op. Dit werkprogramma bestrijkt een periode van minstens twee jaar. Het ENIM raadpleegt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> het ERP, de adviesgroepen die zijn opgericht krachtens artikel 55 bis,</STRING></STRING> aanvragers en andere operationele belanghebbenden via het in artikel 54 bedoelde raadplegingsmechanisme over het ontwerp-werkprogramma. Bovendien raadpleegt het ENIM de Europese Commissie, het Spoorwegbureau van de Europese Unie en de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” en, in voorkomend geval, andere belanghebbenden.<STRING BOLD="on"> [Am. 207]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de ontwikkeling van de Europese kaders voor capaciteitsbeheer, verkeersbeheer en prestatiebeheer overlegt het ENIM met het ERP.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 208]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Spoorinfrastructuurbeheerders en toewijzingsinstanties van derde landen die verantwoordelijk zijn voor lijnen van het trans-Europees vervoersnetwerk, mogen zich bij het ENIM aansluiten als waarnemers.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 209]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 55 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Europees Spoorwegplatform</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Europees Spoorwegplatform (ERP) wordt hierbij opgericht raadplegingsorgaan bij het ENIM.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ERP bestaat uit vertegenwoordigers van spoorwegondernemingen die gebruikmaken van Europese spoorweginfrastructuur. Het ERP kan ook elke aanvrager omvatten die individueel of via verenigingen gebruikmaakt van de Europese spoorweginfrastructuur, exploitanten van dienstvoorzieningen en terminals, belanghebbenden bij multimodale capaciteit zoals zee- en binnenhavens en eigenaars van andere spoorgebonden dienstvoorzieningen. Ieder lid benoemt één vertegenwoordiger en één plaatsvervanger. De Commissie en het ERA worden ook als waarnemers in het ERP aangewezen. De spoorwegsector kan worden uitgenodigd om raadplegingsgroepen en besprekingen bij te wonen zodat deze beter geïnformeerd en voorbereid is.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie staat het ERP bij om de werkingsmodaliteiten van het ERP vast te stellen, met inbegrip van de voorwaarden voor toelating tot het platform voor vertegenwoordigers van de in lid 2 genoemde categorieën.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Na raadpleging van en goedkeuring door de Commissie stelt het ERP zijn reglement op en publiceert het dit. Het organiseert zijn activiteiten overeenkomstig dit reglement. In het reglement van het ERP zijn onder andere de frequentie van de vergaderingen en de organisatie van de activiteiten vastgesteld. Het ERP kan zijn activiteiten organiseren in subgroepen, die soorten belanghebbenden en regionale clusters groeperen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ENIM raadpleegt het ERP voordat het de Europese kaders voor capaciteits-, verkeers- en prestatiebeheer opzet en vaststelt. Het ERP kan eigen adviezen uitbrengen waarmee het ENIM rekening houdt. Het ERP kan ook op eigen initiatief adviezen uitbrengen aan het ERA en/of de Commissie.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Raadplegingen krachtens dit artikel doen geen afbreuk aan het recht van aanvragers om beroep aan te tekenen tegen besluiten van het ENIM.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ERP zendt een jaarverslag van zijn activiteiten aan het ERA en de Commissie. Dit verslag wordt gepubliceerd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 210]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 56</TI.ART><STI.ART>Verantwoordelijkheden van het ENIM</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Behalve de in artikel 7 septies van Richtlijn 2012/34/EU vastgelegde taken is het ENIM verantwoordelijk voor alle taken die het in deze verordening krijgt toegewezen. Het moet met name:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer vaststellen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het in artikel 44 bedoelde Europees kader voor de coördinatie van verkeers- en crisisbeheer vaststellen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het in artikel 50 bedoelde Europees kader voor prestatiebeoordeling vaststellen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>adviezen en aanbevelingen aan infrastructuurbeheerders vaststellen, overeenkomstig de bepalingen van deze verordening en op eigen initiatief;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>adviezen en aanbevelingen aan infrastructuurbeheerders vaststellen in de in artikel 53, lid 2, punt f), bedoelde gevallen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>de coördinatie tussen infrastructuurbeheerders organiseren overeenkomstig artikel 53.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer infrastructuurbeheerders coördinatieactiviteiten uitvoeren via speciaal daarvoor bestemde coördinatiegroepen, wijzen zij de entiteiten aan die aan deze groepen deelnemen, met inbegrip van overeenkomstig artikel 60 door infrastructuurbeheerders aangewezen focuspunten, de netwerkcoördinator, of beide.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 57</TI.ART><STI.ART>Transparantie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het ENIM zorgt ervoor dat zijn samenstelling, werkmethoden en alle relevante informatie over zijn werkzaamheden kunnen worden geraadpleegd op zijn website. Dit omvat de contactgegevens van specifieke coördinatiegroepen die door de infrastructuurbeheerders zijn opgericht en referenties van coördinatie-instrumenten en -procedures overeenkomstig artikel 53.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het ENIM <STRING STRIKE="on">nodig</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nodigt</STRING></STRING> de Commissie, met inbegrip van de Europese coördinatoren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het ERP</STRING></STRING> en, indien relevant, vertegenwoordigers van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het ERA en </STRING></STRING>de lidstaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alsook de vertegenwoordigende instanties als bedoeld in artikel 38, lid 4, van Verordening (EU) 2016/796</STRING></STRING>, uit om deel te nemen aan zijn vergaderingen, teneinde kwesties te bespreken die verband houden met de ontwikkeling van de spoorweginfrastructuur en te zorgen voor samenwerking met de Europese coördinatoren, zoals uiteengezet in [new TEN-T Regulation]. Het ENIM verstrekt de bij artikel 53, derde alinea, van [new TEN-T Regulation] vereiste informatie.<STRING BOLD="on"> [Am. 211]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 57 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verantwoordelijkheden van het ERA</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Behalve de in Richtlijn (EU) 2016/796 vastgelegde taken is het ERA verantwoordelijk voor alle taken die het in deze verordening krijgt toegewezen. Het moet met name:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op verzoek van de Commissie steun verlenen bij het opstellen van de specifieke uitvoerings- en gedelegeerde handelingen waarin deze verordening voorziet;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als systeemautoriteit overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) 2016/796 de in artikel 62 van die verordening vastgestelde taken coördineren;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in artikel 50 van deze verordening vermelde taken vervullen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op verzoek de toezichthoudende instanties ondersteunen bij het identificeren van binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallende regels, procedures en instrumenten;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">belemmeringen voor spoordiensten over meerdere netwerken identificeren.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij zijn werkzaamheden zal het Bureau: </STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanbevelingen opstellen op basis van het werk van het ENIM en de netwerkcoördinator;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waar passend rekening houden met technische vooruitgang en erkend onderzoekswerk;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rekening houden met de geraamde kosten en baten van zijn aanbevelingen en de meest haalbare oplossingen naar voren brengen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voldoen aan de criteria inzake openheid, consensus en transparantie als vastgesteld in bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1025/2012.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het bedrag aan financiële middelen voor het uitvoeren van de taken van het ERA in het kader van deze verordening moeten worden geput uit de niet-toegewezen marges onder de maxima van het MFK of worden gemobiliseerd via de niet-thematische speciale MFK-instrumenten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 212]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 58</TI.ART><STI.ART>Netwerkcoördinator</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De infrastructuurbeheerders verstrekken het ENIM de nodige middelen om zijn taken uit te voeren. Daartoe <STRING STRIKE="on">stellen zij</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt de Commissie, na overleg met de lidstaten en het ENIM,</STRING></STRING> uiterlijk [<STRING STRIKE="on">12</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zes</STRING></STRING> maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] een onpartijdige en bevoegde entiteit aan om alle in artikel 59 bedoelde functies uit te oefenen. Deze entiteit wordt aangesteld als netwerkcoördinator.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het ENIM kan besluiten om de entiteit die is aangesteld als netwerkcoördinator te wijzigen met de toestemming van de Commissie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 213]</STRING></PARAG><PARAG>Vóór de aanstelling van de netwerkcoördinator vragen de infrastructuurbeheerders aan de Commissie of zij instemt met de aangeduide entiteit en met de volgende aspecten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de voorwaarden voor de aanstelling van de netwerkcoördinator;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de voorwaarden voor de intrekking van de aanstelling;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de procedure om regelmatig toezicht te houden op de werkzaamheden van de netwerkcoördinator en na te gaan of hij zijn taken doeltreffend heeft uitgevoerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>alle aanvullende operationele verplichtingen en taken van de netwerkcoördinator.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De netwerkcoördinator voert zijn taken op onpartijdige en kosteneffectieve wijze uit en treedt op namens het ENIM<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de Commissie</STRING></STRING>. Daartoe dient hij bij het ENIM<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de Commissie</STRING></STRING> een jaarlijks werkprogramma in met betrekking tot de in deze verordening uiteengezette taken en een jaarlijks verslag over de uitvoering van het werkprogramma.<STRING BOLD="on"> [Am. 214]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 59</TI.ART><STI.ART>Taken en verantwoordelijkheden van de netwerkcoördinator</STI.ART><PARAG>De netwerkcoördinator voert de volgende taken uit ter ondersteuning van het ENIM:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>hij treedt op als secretariaat en bereidt de vergaderingen, documenten, besluiten en adviezen van het ENIM voor;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>hij draagt bij tot de voorbereiding van het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer, het in artikel 44 bedoelde Europees kader voor de coördinatie van grensoverschrijdend verkeers-, verstorings- en crisisbeheer en het in artikel 50 bedoelde Europees kader voor prestatiebeoordeling;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>hij draagt bij tot de operationele coördinatie tussen infrastructuurbeheerders overeenkomstig artikel 53;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>hij identificeert binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallende en op nationaal niveau of op het niveau van de infrastructuurbeheerder vastgestelde regels, procedures en instrumenten die belemmeringen vormen voor spoordiensten over meerdere netwerken, zoals uiteengezet in deze verordening;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>hij treedt op als contactpunt namens infrastructuurbeheerders voor vragen in verband met capaciteitsplanning en -toewijzing, met name potentiële capaciteitsaanvragen, en voor informatie of contactpunten in verband met spoorincidenten en tijdelijke capaciteitsbeperkingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>hij treedt op als eerste contactpunt voor belanghebbenden buiten de spoorsector die belangstelling vertonen in het gebruik van spoordiensten, waarbij hij hen in contact brengt met de relevante actoren van infrastructuurbeheerders en andere operationele belanghebbenden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>hij treedt op als contactpunt namens het ENIM voor aanvragers en andere operationele belanghebbenden inzake kwesties die niet uitdrukkelijk onder deze verordening vallen, met name het opstarten of wijzigen van grensoverschrijdende spoorvervoersdiensten of het organiseren van steun voor ad-hocactiviteiten, met name om de in artikel 47 bedoelde crisissituaties aan te pakken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hij voorziet in bestaande en nieuwe gedeelde b2b-diensten aan infrastructuurbeheerders en spoorwegondernemingen om spoorwegdiensten te verbeteren en het trans-Europese spoorverkeer te verbeteren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 215]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 60</TI.ART><STI.ART>Focuspunten voor coördinatie van infrastructuurbeheerders</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De infrastructuurbeheerders wijzen focuspunten aan om te zorgen voor coördinatie tussen infrastructuurbeheerders overeenkomstig artikel 53. De focuspunten treden op als centrale interface tussen de organisatie van de infrastructuurbeheerder en de andere entiteiten die betrokken zijn bij de coördinatieactiviteiten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Infrastructuurbeheerders stellen het ENIM onverwijld in kennis van alle wijzigingen in de focuspunten; deze wijzigingen worden opgenomen in de in artikel 57, lid 1 (Transparantie), bedoelde publicaties.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 61</TI.ART><STI.ART>Gemeenschappelijke structuur, inhoud en tijdschema voor netverklaringen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het ENIM zorgt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uiterlijk [12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening]</STRING></STRING> voor de voorbereiding en vaststelling van een gemeenschappelijke structuur voor de in artikel 27 van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde netverklaring, waarbij rekening wordt gehouden met de in bijlage IV bij die richtlijn en bijlage IV bij deze verordening vermelde informatie, en van een gemeenschappelijk schema voor de raadpleging van belanghebbende partijen over de ontwerp-netverklaring. Infrastructuurbeheerders houden zoveel mogelijk rekening met deze structuur en dit schema bij de voorbereiding van de netverklaring.<STRING BOLD="on"> [Am. 216]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij de voorbereiding van de in artikel 27 van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde netverklaring houdt de infrastructuurbeheerder zoveel mogelijk rekening met het Europees kader voor capaciteitsbeheer, het Europees kader voor de grensoverschrijdende coördinatie van verkeers-, verstorings- en crisisbeheer en het Europees kader voor prestatiebeoordeling, zoals respectievelijk bedoeld in de artikelen 6, 44 en 50 van deze verordening.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Als de infrastructuurbeheerder niet voldoet aan lid 1 of 2 motiveert hij dit in de netverklaring en stelt hij de bevoegde toezichthoudende instantie en het ENIM daarvan in kennis.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 62</TI.ART><STI.ART>Digitalisering van capaciteits- en verkeersbeheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Infrastructuurbeheerders zien erop toe dat de binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallende processen voor capaciteitsbeheer en verkeersbeheer worden uitgevoerd aan de hand van digitale instrumenten en digitale diensten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De uitgerolde digitale instrumenten en de verleende digitale diensten moeten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de prestaties en de kwaliteit, met inbegrip van de volledige interoperabiliteit van de diensten die infrastructuurbeheerders aan aanvragers verlenen, verbeteren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de transparantie van het beheer van de spoorcapaciteit en het verkeersbeheer in alle fasen verbeteren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van digitale en realtime-oplossingen die geleidelijk worden uitgewerkt met relevante belanghebbenden</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 217]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de administratieve last voor aanvragers beperken door elk stuk informatie slechts één keer te vragen en door informatie of gegevens op één plaats te verstrekken, ook met betrekking tot grensoverschrijdende diensten.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien van toepassing voldoen de digitale instrumenten en digitale diensten aan TAF/TAP, TSI en RINF als bedoeld in artikel 49 van Richtlijn (EU) 2016/797, om de interoperabiliteit van de betrokken systemen te waarborgen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 218]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De infrastructuurbeheerders zien erop toe dat de digitale instrumenten of de digitale diensten voldoen aan de vereisten van het in afdeling 3 van deze verordening uiteengezette proces voor capaciteitsplanning en -toewijzing. Om de in lid 2, punt a) van dit artikel vermelde verbeteringen te verwezenlijken, gebruiken de infrastructuurbeheerders ook een instrument voor de digitalisering van tijdelijke capaciteitsbeperkingen, en een digitale weergave van de treinen die op het Europese spoorwegnet rijden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 219]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien technische specificaties voor interoperabiliteit moeten worden opgesteld voor de digitale instrumenten of de digitale diensten die nodig zijn om de processen van capaciteitsbeheer of verkeersbeheer te ondersteunen, of indien bestaande specificaties die geheel of gedeeltelijk betrekking hebben op die instrumenten, zoals voorzien bij Richtlijn (EU) 2016/797 en de krachtens die richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen, moeten worden gewijzigd, dragen het ENIM en de infrastructuurbeheerders bij tot het opstellen en bijhouden van die specificaties, in samenwerking met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het ERA en </STRING></STRING>de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” en aan de hand van het in artikel 5 van Richtlijn (EU) 2016/797 bedoelde proces.<STRING BOLD="on"> [Am. 220]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Infrastructuurbeheerders dragen bij tot de werkzaamheden van de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” met betrekking tot kwesties die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen. Daartoe zoeken het ENIM en de infrastructuurbeheerders passende vertegenwoordiging in de in de artikelen 96 en 97 van Verordening (EU) 2021/2085 bedoelde stuurgroep voor de systeempijler en uitrolgroep.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Infrastructuurbeheerders, spoorwegondernemingen, andere aanvragers en, indien relevant, exploitanten van dienstvoorzieningen wisselen digitale informatie over capaciteitsbeheer en verkeersbeheer uit door middel van digitale instrumenten en digitale diensten die gebaseerd zijn op een geharmoniseerde architectuur en die gebruikmaken van gestandaardiseerde interfaces of gemeenschappelijke systemen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 en de specificaties van de krachtens die richtlijn vastgestelde uitvoeringshandelingen.</PARAG><PARAG>In het geval van spoordiensten over meerdere netwerken verstrekken infrastructuurbeheerders digitale diensten en digitale informatie via één interface of via gemeenschappelijke systemen waarvan de ontwikkeling en uitrol overeenkomstig lid 3 door het ENIM zijn gecoördineerd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Infrastructuurbeheerders zien erop toe dat de in lid 1 genoemde digitale instrumenten en digitale diensten volledig operationeel zijn volgens de in deze verordening vermelde tijdschema’s: De volgende Europese spoorcapaciteits- en verkeersbeheersystemen worden ingevoerd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een Europees digitaal systeem voor de in hoofdstuk II van deze verordening vermelde capaciteitsbeheerprocessen, die bestaan uit:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een digitale weergave van de in artikel 17 genoemde capaciteitsmodellen uiterlijk op 1 juli 2025 (“Europees capaciteitsbeheerinstrument”) dat moet worden gebruikt vanaf dienstregelingsperiode 2027;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een instrument om jaarlijkse capaciteitsaanvragen voor meerdere netwerken in te dienen en antwoorden te ontvangen op één plaats en in één verrichting uiterlijk op 1 januari 2026 (= “systeem voor de coördinatie van treinpaden”) dat moet worden gebruikt vanaf dienstregelingsperiode 2027;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een digitale weergave van het in artikelen 9 en 18 genoemde capaciteitsleveringsplan uiterlijk op 1 december 2028 (“Europees capaciteitsbeheersinstrument”) dat moet worden gebruikt vanaf dienstregelingsperiode 2030;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iv)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een digitale weergave en instrument voor de coördinatie van de in artikel 10 genoemde tijdelijke capaciteitsbeperkingen uiterlijk op 1 december 2027 (“tijdelijk capaciteitsbeperkingsinstrument”) dat moet worden gebruikt vanaf dienstregelingsperiode 2029;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>v)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een capaciteitsmakelaar om capaciteit voor meerder netwerken aan te vragen overeenkomstig het in de artikelen 32, 33 en 34 beschreven processen uiterlijk op 1 januari 2029 (“capaciteitsmakelaar”) die moet worden ingezet vanaf dienstregelingsperiode 2030;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een Europees digitaal systeem voor de ondersteuning van het concept inzake het Europees verkeersbeheernetwerk voor de in hoofdstuk III van deze verordening vermelde verkeersbeheerprocessen (“treininformatiesysteem”), dat voorziet in</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een overzicht op Europese schaal van treinritten voer meerdere netwerken van vertrek tot bestemming vanaf de datum van toepassing van de verordening;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">regelmatige informatie-uitwisseling over geraamde aankomsttijden uiterlijk in december 2027;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">melding van incidenten naar of via dit gemeenschappelijke systeem uiterlijk in december 2030;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iv)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een gemeenschappelijk platform voor communicatie en samenwerking tussen nationale centra voor verkeerscontrole uiterlijk in december 2030.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ERA formuleert in samenwerking met het ENIM en de netwerk coördinator en overeenkomstig artikel 19 van Verordening (EU) 2016/797 (EU) uiterlijk ... [12 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] een aanbeveling aan de Commissie, waarin instrumenten voor de uitvoering en het bestuur van de digitale Europese spoorcapaciteits- en verkeersbeheersystemen, worden uiteengezet. In de aanbeveling wordt rekening gehouden met de instrumenten die reeds in gebruik of in ontwikkeling zijn, alsook met vastgelegde investeringen, en met de instrumenten en tijdschema’s waarin dit lid voorziet. Op basis van deze aanbeveling krijgt de Commissie de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 71 een gedelegeerde handeling vast te stellen om deze instrumenten voor de uitvoering en het bestuur van de digitale Europese spoorcapaciteits- en verkeersbeheersystemen uiteen te zetten en de taken van de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen”, het ERA, infrastructuurbeheerders, het ENIM, het ENRRB en de netwerkcoördinator in dit proces te identificeren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 221]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ERA coördineert deze taken.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De centrale instrumenten van de digitale Europese spoorcapaciteits- en verkeersbeheersystemen worden beheerd door de netwerkcoördinator.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ERA ziet erop toe dat de door de sector ontwikkelde digitale systemen voldoen aan de technische normen voor interoperabiliteit.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 222]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie en de lidstaten steunen de financiering van de in dit artikel genoemde activiteiten, met inbegrip van de CEF, om te zorgen voor een tijdige, grensoverschrijdende, geharmoniseerde en interoperabele toepassing van digitale instrumenten en diensten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 223]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK VI</TI><STI.GR>REGELGEVEND TOEZICHT OP CAPACITEITS- EN VERKEERSBEHEER</STI.GR><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">DEEL 1</TI><STI.GR>Toezichthoudende instanties</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 63</TI.ART><STI.ART>Verantwoordelijkheden van toezichthoudende instanties</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De in artikel 56 van Richtlijn 2012/34/EU vastgestelde functies en bevoegdheden worden ook uitgeoefend met betrekking tot de kwesties die onder deze verordening vallen. De toezichthoudende instantie monitort met name de activiteiten van infrastructuurbeheerders<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de Europese netwerkcoördinator</STRING></STRING>, zoals uiteengezet in hoofdstukken II tot en met V<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van deze verordening</STRING></STRING>, en gaat op eigen initiatief na of deze verordening wordt nageleefd, teneinde discriminatie van aanvragers te voorkomen.<STRING BOLD="on"> [Am. 224]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende instantie draagt bij aan en houdt toezicht op de strategische planning van de capaciteit als bedoeld in deel II van deze verordening. De toezichthoudende instantie beoordeelt ook de evenredigheid, het niet-discriminerende karakter en de transparantie. De toezichthoudende instantie kan adviezen uitbrengen en delen met infrastructuurbeheerders, het ENIM en het ERP. De infrastructuurbeheerders houden rekening met de voorstellen van de toezichthoudende instanties bij het op stellen van de strategische capaciteitsplanning.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 225]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Spoorwegondernemingen,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> andere</STRING></STRING> aanvragers, potentiële aanvragers of nationale, regionale of lokale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor vervoer hebben het recht overeenkomstig artikel 56 van Richtlijn 2012/34/EU beroep aan te tekenen bij de toezichthoudende instantie als zij van mening zijn dat zij oneerlijk zijn behandeld, zijn gediscrimineerd of anderszins onrecht zijn aangedaan door de infrastructuurbeheerder toen deze de in de hoofdstukken II, III, IV en V van deze verordening uiteengezette activiteiten uitvoerde. <STRING STRIKE="on">Traffic and crisis management; Performance review and management;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 226]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 64</TI.ART><STI.ART>Samenwerking van toezichthoudende instanties in het Europees netwerk van toezichthoudende instanties voor het spoor (ENRRB)</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Met het oog op het vervullen van hun verantwoordelijkheden uit hoofde van deze verordening werken de toezichthoudende instanties samen in het kader van het ENRRB, zoals bedoeld in artikel 57, lid 1, van Richtlijn 2012/34/EU, onder meer via gezamenlijke raadplegingen en onderzoeken, door adviezen of aanbevelingen vast te stellen of via andere relevante activiteiten. De toezichthoudende instanties verstrekken alle relevante informatie aan het ENRRB<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en houden rekening met de adviezen en aanbevelingen die het ENRRB heeft vastgesteld</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 227]</STRING></PARAG><PARAG>Wanneer het ENRRB optreedt binnen het toepassingsgebied van deze verordening, heeft het de taken en verantwoordelijkheden en organiseert het zijn werkzaamheden zoals bepaald in deel 2 van dit hoofdstuk.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In het geval van een klacht of een onderzoek op eigen initiatief naar een kwestie die binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt en die gevolgen heeft voor de toegang tot of het gebruik van spoornetwerken in meer dan een lidstaat, stelt de betrokken toezichthoudende instantie het ENRRB en de Commissie in kennis van de klacht of het onderzoek.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Een toezichthoudende instantie kan alle relevante kwesties, klachten of onderzoeken doorsturen naar het ENRRB met het oog op een uitwisseling van standpunten of de vaststelling van een advies of aanbeveling.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wanneer de toezichthoudende instanties besluiten nemen over kwesties die gevolgen hebben voor meer dan een lidstaat, werken zij samen bij de voorbereiding van hun respectieve besluiten, onder coördinatie van het ENRRB, teneinde een oplossing voor de kwestie te vinden. Daartoe oefenen de betrokken toezichthoudende instanties hun functies uit overeenkomstig lid 1 van dit artikel en artikel 56 van Richtlijn 2012/34/EU. Zij houden rekening met alle relevante adviezen en aanbevelingen die door het ENRRB zijn vastgesteld en verstrekken deze besluiten aan het ENRRB.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Wanneer een toezichthoudende instantie een besluit vaststelt dat afwijkt van een relevant advies of een relevante aanbeveling van het ENRRB of wanneer zij weigert een besluit vast te stellen, verstrekt zij het ENRRB een uitleg waarin de verschillen worden toegelicht en waarin de redenen voor het niet volgen van de adviezen of aanbevelingen van het ENRRB worden uiteengezet<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en voegt zij de relevante toelichting aan haar besluit toe</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 228]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De door het ENRRB geraadpleegde toezichthoudende instanties antwoorden binnen de door het ENRRB vastgestelde termijnen en verstrekken, op verzoek van het ENRRB, alle informatie die zij uit hoofde van hun nationale wetgeving mogen vragen. Deze informatie mag alleen worden gebruikt voor de activiteiten die overeenkomstig deze verordening door de toezichthoudende instanties worden uitgevoerd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Infrastructuurbeheerders verstrekken onverwijld alle informatie die nodig is voor de afhandeling van de in dit artikel bedoelde klachten of onderzoeken en die wordt gevraagd door de toezichthoudende instantie van de lidstaat waarin de infrastructuurbeheerder is gevestigd. Toezichthoudende instanties hebben het recht aan het ENIM informatie te vragen over onderzoeken die onder hun bevoegdheid vallen. Toezichthoudende instanties hebben het recht deze informatie door te geven aan het ENRRB.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Toezichthoudende instanties voor het spoor verstrekken de nodige middelen voor de werking van het ENRRB.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ENRRB zorgt ervoor dat zijn structuur, werkmethoden en alle relevante informatie over zijn werkzaamheden, met inbegrip van adviezen en aanbevelingen, kunnen worden geraadpleegd op zijn website. Het vermeldt de contactgegevens van werkgroepen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 229]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">DEEL 2</TI><STI.GR>Taken en verantwoordelijkheden van het Europees netwerk van toezichthoudende instanties voor het spoor</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 65</TI.ART><STI.ART>Taken en verantwoordelijkheden</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Naast de in Richtlijn 2012/34/EU bedoelde taken heeft het ENRRB ook de in deze verordening vastgestelde taken en verantwoordelijkheden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het ENRRB coördineert alle samenwerkingsactiviteiten van toezichthoudende instanties voor het spoor, zoals uiteengezet in artikel 64, en bevordert de onderlinge afstemming van besluiten van toezichthoudende instanties met betrekking tot internationale spoordiensten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ENRRB beoordeelt de Europese kaders voor capaciteitsbeheer, verkeersbeheer en prestatiebeoordeling en de gemeenschappelijke structuur voor netwerkverklaringen, voordat deze worden aangenomen, en brengt advies uit en deelt dit met de nationale toezichthoudende instanties die maatregelen kunnen nemen overeenkomstig artikel 56 van Richtlijn 2012/34/EU. Het ENRRB kan alle besluiten van het ENIM beoordelen en adviezen uitbrengen en delen met het ENIM, toezichthoudende instanties, het ERP en infrastructuurbeheerders.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 230]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Op verzoek van aanvragers, infrastructuurbeheerders en andere belanghebbende partijen verstrekt het ENRRB adviezen of aanbevelingen over hangende of vastgestelde besluiten over klachten die bij de toezichthoudende instanties voor het spoor zijn ingediend.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 231]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Belanghebbende partijen kunnen bij het ENRRB een klacht indienen over kwesties die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen of die betrekking hebben op de toegang tot of het gebruik van spoorweginfrastructuur in meer dan één lidstaat. Als het ENRRB een dergelijke klacht ontvangt, stuurt het deze onverwijld door naar de bevoegde toezichthoudende instantie(s).</PARAG><PARAG>In dergelijke gevallen stelt het ENRRB de toezichthoudende instanties voor het spoor onmiddellijk in kennis van zijn voornemen om een advies of aanbeveling vast te stellen over de desbetreffende kwestie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het ENRRB dienst zijn advies of aanbeveling binnen één maand na ontvangst van alle relevante informatie over de klacht in bij de betrokken toezichthoudende instanties voor het spoor. Het ENRRB mag deze termijn verlengen voor bijzonder ingewikkelde kwesties.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ENRRB verstrekt aanbevelingen aan het ENIM over de vaststelling en beoordeling van het in artikel 50 bedoelde Europees kader voor prestatiebeoordeling, met inbegrip van prestatiegebieden, prestatiekwesties die in het kader van elk prestatiegebied moeten worden aangepakt, harmonisering van methoden, processen, criteria en definities voor het verzamelen en analyseren van gegevens met betrekking tot prestaties en prestatie-indicatoren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 232]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Het ENRRB stelt gemeenschappelijke beginselen en praktijken op voor het nemen van de besluiten waartoe de toezichthoudende instanties uit hoofde van deze verordening zijn gemachtigd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ENRRB beoordeelt de Europese kaders voor capaciteitsbeheer, verkeersbeheer en prestatiebeoordeling en de gemeenschappelijke structuur van de netverklaring en brengt advies uit. De toezichthoudende instanties houden bij het controleren van de netverklaringen zoveel mogelijk rekening met het advies van het ENRRB.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 233]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 66</TI.ART><STI.ART>Organisatie en structuur van het Europees netwerk van toezichthoudende instanties voor het spoor (ENRRB)</STI.ART><PARAG>Met het oog op deze verordening wordt het ENRRB georganiseerd in:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een raad van toezichthoudende instanties;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een secretariaat.</PARAG><PARAG>De toezichthoudende instanties zorgen voor de werking van het secretariaat.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ENRRB zorgt ervoor dat zijn werkmethoden en alle relevante informatie over zijn werkzaamheden openbaar worden gemaakt op een gemeenschappelijke website. De website bevat contactgegevens voor klachten, contactinformatie voor specifieke werkgroepen en informatie over procedures.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 234]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ENRRB publiceert zijn adviezen en aanbevelingen op een specifieke website.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 235]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 67</TI.ART><STI.ART>Samenstelling van de raad van toezichthoudende instanties</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De raad van toezichthoudende instanties is samengesteld uit één stemgerechtigd lid van elke lidstaat met een in gebruik zijnd spoorwegnet en één lid dat door de Commissie is aangesteld.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het ERA treedt op als waarnemer en heeft geen stemrecht.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 236]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De stemgerechtigde leden zijn het hoofd of plaatsvervangend hoofd van de in artikel 55 van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde toezichthoudende instantie. De toezichthoudende instantie wijst één lid van haar management of, als dit niet mogelijk is, haar personeel aan als plaatsvervanger, die het lid vertegenwoordigt in zijn/haar afwezigheid.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De leden van de raad en hun plaatsvervangers handelen onafhankelijk en objectief in het belang van de Unie, ongeacht specifieke nationale of persoonlijke belangen. Zij vragen noch aanvaarden instructies van regeringen, instellingen, personen of organen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Een actuele lijst van de leden van de raad en hun plaatsvervangers, samen met hun belangenverklaringen, wordt openbaar gemaakt door het secretariaat van het ENRRB.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 68</TI.ART><STI.ART>Rol en taken van de raad</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De raad voert alle taken van het ENRRB uit die in deze verordening zijn uiteengezet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De raad moet met name:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>adviezen of aanbevelingen vaststellen over klachten of onderzoeken die door de voorzitter of een of meerdere toezichthoudende instanties bij de raad zijn ingediend, overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld in artikel 69;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">adviezen en aanbevelingen vaststellen over beslissingen die het ENIM in samenwerking met de netwerkcoördinator binnen het toepassingsgebied van deze verordening neemt;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 237]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">naar aanleiding van klachten van spoorwegondernemingen, exploitanten van dienstvoorzieningen en andere belanghebbende partijen, aanbevelingen en adviezen van het ENRRB goedkeuren met betrekking tot de in artikel 55 bis bedoelde raadplegingen en de door het ENIM in samenwerking met de netwerkcoördinator genomen beslissingen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 238]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een jaarverslag over de activiteiten van het ENRRB opstellen en vaststellen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>werkgroepen opzetten en hun voorzitters aanduiden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een aanbeveling aan het ENIM opstellen en aannemen met betrekking tot de vaststelling en herziening van het Europees kader voor prestatiebeoordeling.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 239]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 69</TI.ART><STI.ART>Organisatie van de werkzaamheden van de raad</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De raad stelt zijn reglement vast, na goedkeuring door de Commissie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1a.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">1 bis.	De raad vergadert regelmatig. Hij kiest een voorzitter uit zijn leden met een tweederdemeerderheid van zijn leden en zetelt gedurende één jaar.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 240]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie <STRING STRIKE="on">zit</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">woont</STRING></STRING> de vergaderingen van de raad <STRING STRIKE="on">voor</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bij en ondersteunt en faciliteert de coördinatie tijdens de vergaderingen</STRING></STRING>. Zij heeft geen stemrecht.<STRING BOLD="on"> [Am. 241]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het secretariaat verleent de nodige diensten voor het organiseren van de vergaderingen en het uitvoeren van de werkzaamheden van de raad.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De raad neemt besluiten bij eenvoudige meerderheid van zijn leden, tenzij anders bepaald in het reglement.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Elk lid heeft één stem. Bij afwezigheid van een lid mag de plaatsvervanger het stemrecht uitoefenen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>In het reglement kunnen meer gedetailleerde stemprocedures worden vastgelegd, met name de procedure om te stemmen over dringende aangelegenheden en over aanbevelingen met betrekking tot besluiten van toezichthoudende instanties.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 70</TI.ART><STI.ART>Werkgroepen van het ENRRB</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De raad mag, op eigen initiatief of op voorstel van de Commissie, en overeenkomstig zijn reglement, met eenvoudige meerderheid besluiten werkgroepen op te richten om de werkzaamheden van het ENRRB te organiseren met betrekking tot specifieke thema’s die verband houden met de uitvoering van deze verordening.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De raad omschrijft het mandaat van de werkgroep en stelt de voorzitters van de werkgroepen aan; indien mogelijk vertegenwoordigen deze verschillende toezichthoudende instanties voor het spoor.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De werkgroepen staan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> op uitnodiging</STRING></STRING> open voor deelname door deskundigen uit toezichthoudende instanties voor het spoor, de Commissie, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het ERA en, voor zover relevant, </STRING></STRING>operationele belanghebbenden en<STRING STRIKE="on">, voor zover relevant,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van</STRING></STRING> andere publieke of private organen.<STRING BOLD="on"> [Am. 242]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het secretariaat verstrekt administratieve ondersteuning aan de werkgroepen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De raad of de voorzitters van de werkgroepen mogen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> deskundigen van toezichthoudende instanties voor het spoor, de Commissie, het ERA, operationele belanghebbenden en, voor zover relevant, van andere openbare of particuliere instanties, alsook</STRING></STRING> individuele deskundigen wier bekwaamheid op het desbetreffende gebied wordt erkend, uitnodigen om deel te nemen aan de vergaderingen van de werkgroepen, indien nodig geval per geval.<STRING BOLD="on"> [Am. 243]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK VII</TI><STI.GR>SLOTBEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 71</TI.ART><STI.ART>Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen als bedoeld in artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">6, lid 4 bis, artikel 8, lid 7, artikel </STRING></STRING>10, lid 8, artikel 11, lid 2<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en lid 4 bis, artikel 12, lid 9 bis, artikel 18, lid 10 bis, artikel 19, lid 5, artikel 20, lid 4 bis</STRING></STRING>, artikel 21, lid 9, artikel 38, lid 3, artikel 39, lid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">8 bis en lid 9, artikel 40, lid 7, artikel 41, lid 3, artikel 44, lid 3 bis</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">9</STRING>, artikel 46, lid 6, artikel 48, lid 3, <STRING STRIKE="on">en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 52, lid 1,</STRING></STRING> artikel 53, lid 5<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en artikel 62, lid 5 bis</STRING></STRING>, wordt aan de Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar met ingang van [1 januari 2026]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.<STRING BOLD="on"> [Am. 244]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 72</TI.ART><STI.ART>Comitéprocedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie wordt bijgestaan door het in artikel 62 van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 73</TI.ART><STI.ART>Rapportering en beoordeling</STI.ART><PARAG>Uiterlijk op [31 december 2030] beoordeelt de Commissie de gevolgen van deze verordening voor de spoorwegsector en dient zij bij het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s een verslag in over de toepassing ervan.</PARAG><PARAG>In dat verslag wordt met name het volgende beoordeeld:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de gevolgen van deze verordening voor de prestaties van spoorweginfrastructuurdiensten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de gevolgen van deze verordening voor de ontwikkeling van spoordiensten, met name internationale diensten, langeafstandsdiensten en goederendiensten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de werkzaamheden van het Europees netwerk van infrastructuurbeheerders, de netwerkcoördinator, het Europees netwerk van toezichthoudende instanties voor het spoor en het prestatiebeoordelingsorgaan in het algemeen en in relatie tot de ontwikkeling, vaststelling en toepassing van gemeenschappelijke criteria, methoden en procedures;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de behoefte aan versterking van coördinatiemechanismen door elementen van de in de artikelen 6 en 44 bedoelde Europese kaders te vervangen door bindende regels;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de behoefte aan versterking van het regelgevend toezicht door op het niveau van de Unie een toezichthoudende instantie voor het spoor op te richten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 74</TI.ART><STI.ART>Wijzigingen van Richtlijn 2012/34/EU</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Richtlijn 2012/34/EU wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>Artikel 1, punt c), wordt vervangen door:<CITATION><P>“c)	de beginselen en procedures die van toepassing zijn op de vaststelling en inning van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur, zoals uiteengezet in hoofdstuk IV.;”</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>Artikel 2, lid 6, wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>Artikel 3, punten 20), 22), 23), 27) en 28) worden geschrapt;<STRING BOLD="on"> [Am.245 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>Artikel 7 ter wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>Artikel 36 wordt geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>De artikelen 38 tot en met 54 worden geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>Bijlage IV, punten 1) en 3), worden geschrapt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>Bijlage VII wordt geschrapt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Verwijzingen naar de geschrapte bepalingen van Richtlijn 2012/34/EU gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage X, deel 1.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 74 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wijzigingen van Verordening (EU) 2016/796</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2016/796 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aan artikel 19, lid 1, wordt het volgende punt toegevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“m)	op verzoek doet het aanbevelingen aan de Commissie over het opstellen en actualiseren van uitvoerings- en gedelegeerde handelingen als bedoeld in Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad [verordening inzake het gebruik van spoorweginfrastructuurcapaciteit in de gemeenschappelijke Europese spoorwegruimte, tot wijziging van Richtlijn 2012/34/EU en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 913/2010].”</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 246]</STRING></P></CITATION></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 74 ter</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wijzigingen in Richtlijn (EU) 2016/797</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn (EU) 2016/797 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aan bijlage II, punt 2, wordt het volgende punt toegevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“2.9	Gebruik van spoorweginfrastructuurcapaciteit: de structuren, instanties en procedures bedoeld in Verordening (EU) .../... van het Europees Parlement en de Raad [deze verordening]”.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 247]</STRING></P></CITATION></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 75</TI.ART><STI.ART>Overgangsbepalingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Overeenkomstig artikel 42 van Richtlijn 2012/34/EU <STRING STRIKE="on">gesloten </STRING>kaderovereenkomsten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die zijn gesloten vóór 1 januari 2026</STRING></STRING> blijven van toepassing tot hun uiterste geldigheidsdatum.<STRING BOLD="on"> [Am. 248]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Artikel 3, punten 20), 22), 23), 27) en 28), de artikelen 7 ter, 36 en 38 tot en met 54, bijlage IV, punt 3), en bijlage VII van Richtlijn 2012/34/EU zijn niet van toepassing op activiteiten en taken die worden uitgevoerd in verband met de dienstregelingen die van kracht worden na [8 december 2029].</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 76</TI.ART><STI.ART>Intrekking</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Verordening (EU) nr. 913/2010 wordt ingetrokken met ingang van [9 december 2029].</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage X, deel 2.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 77</TI.ART><STI.ART>Inwerkingtreding en toepassing</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Zij is van toepassing met ingang van [1 januari 2026]. Echter:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de artikelen 1, 2 en 3, hoofdstuk II, met uitzondering van artikel 9, leden 1 en 2, en <STRING STRIKE="on">artikel 27, lid 4</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de artikelen 26, 27, 28, 31, 39 en 50</STRING></STRING>, en hoofdstuk III, met uitzondering van artikel 48, van deze verordening zijn alleen van toepassing op activiteiten en taken die worden uitgevoerd in verband met de dienstregelingen die van kracht worden na [8 december <STRING STRIKE="on">2029</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2027</STRING></STRING>];<STRING BOLD="on"> [Am. 249]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>artikel 9, leden 1 en 2, zijn van toepassing met ingang van <STRING STRIKE="on">[</STRING>1 januari <STRING STRIKE="on">2028]</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2027</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 250]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>artikel 27, lid 4, is van toepassing met ingang van [1 maart 2026];</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 35 is van toepassing met ingang van 1 december 2028;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 251]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 40 is van toepassing met ingang van 1 december 2027;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 252]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de artikelen 48 en 62 zijn van toepassing met ingang van [13 december 2026];</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>artikel 74 is van toepassing met ingang van [9 december <STRING STRIKE="on">2029</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2027</STRING></STRING>].<STRING BOLD="on"> [Am. 253]</STRING></PARAG><PARAG>Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE><ANNEX><TI>BIJLAGE I</TI><P>TE LEVEREN PRESTATIES EN TIJDSCHEMA VOOR CAPACITEITSBEHEER BEDOELD IN DE ARTIKELEN 11, 16, 18 en 38</P><P><NO.P>1.</NO.P>Te leveren prestaties die door infrastructuurbeheerders moeten worden opgesteld in het kader van de strategische capaciteitsplanning als bedoeld in de artikelen 11, 16, 17 en 18</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="30.99*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="69.01*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Te leveren prestatie</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Inhoud</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Capaciteitsstrategie (Artikel 16)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>–</NO.P>Geplande ontwikkeling van fysieke infrastructuur, met inbegrip van nieuwe aanleg, modernisering, vernieuwing en sluiting/buitengebruikstelling;</P><P><NO.P>–</NO.P>Voorspelde ontwikkeling van de vraag naar spoorvervoersdiensten;</P><P><NO.P>–</NO.P>Strategische richtsnoeren voor de benutting van de capaciteit door de lidstaten, met inbegrip van vooruitzichten inzake de ontwikkeling van openbaredienstverplichtingen;</P><P><NO.P>–</NO.P>Capaciteit die is toegewezen in kaderovereenkomsten en capaciteit die nodig is om vervoersdiensten te verlenen in het kader van openbaredienstcontracten;</P><P><NO.P>–</NO.P>Infrastructuur die als intensief gebruikt of verzadigd is verklaard;</P><P><NO.P>–</NO.P>Planning grote van capaciteitsbeperkingen ten gevolge van infrastructuurwerken.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Capaciteitsmodel (Artikel 17)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>–</NO.P>Alle informatie in de capaciteitsstrategie, in voorkomend geval geactualiseerd en nader uitgewerkt</P><P><NO.P>–</NO.P>Volume van de voor aanvragers beschikbare capaciteit per marktsegment van het spoorvervoer en/of per toewijzingsproces<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van vrijgehouden capaciteit voor latere aanvragen en capaciteit die is toegewezen door middel van kaderovereenkomsten</STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P>Volume van de vereiste capaciteit voor infrastructuurwerken naar impact op het verkeer (categorieën)</P><P><NO.P>–</NO.P>Geografisch toepassingsgebied: ten minste de lijnen die zijn opgenomen in het kernnetwerk en het uitgebreide kernnetwerk van het TEN-T</P><P><NO.P>–</NO.P>Geografische bijzonderheden: uitsplitsing in passende planningssecties die de kenmerken van infrastructuur en vraag weerspiegelen</P><P><NO.P>–</NO.P>Temporeel toepassingsgebied: één dienstregelingsperiode</P><P><NO.P>–</NO.P>Temporele bijzonderheid: ten minste jaarlijks overzicht (capaciteitsbeperkingen) en één of meer representatieve dag/dagen (beschikbare capaciteit voor aanvragen)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Plan voor capaciteitslevering (Artikel 18)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>–</NO.P>Alle informatie in het capaciteitsmodel, in voorkomend geval verder geactualiseerd en nader gedetailleerd</P><P><NO.P>–</NO.P>Vooraf geplande capaciteit beschikbaar voor aanvragen, gedefinieerd in de vorm van capaciteitsobjecten</P><P><NO.P>–</NO.P>Capaciteitsbeperkingen, gedefinieerd in de vorm van capaciteitsobjecten</P><P><NO.P>–</NO.P>Alternatieve beschikbare capaciteit tijdens capaciteitsbeperkingen</P><P><NO.P>–</NO.P>Alternatieve beschikbare capaciteit in geval van netwerkstoringen</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on">[Am. 254]</STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>Tijdschema voor strategisch capaciteitsbeheer als bedoeld in de artikelen 11, 16, 17 en 18</P><P><NO.P>1.</NO.P>Bij het opstellen van de te leveren prestaties van de strategische capaciteitsplanning voor een bepaalde dienstregelingsperiode houden de infrastructuurbeheerders zich aan het in dit deel vastgestelde tijdschema.</P><P>Infrastructuurbeheerders kunnen eerdere termijnen vaststellen. Deze termijnen worden op EU-niveau geharmoniseerd en opgenomen in het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer.</P><P>De belanghebbenden worden overeenkomstig artikel 54 geraadpleegd, waarbij ten minste spoorwegondernemingen en andere aanvragers, operationele belanghebbenden en overheidsinstanties worden betrokken. De infrastructuurbeheerders coördineren de te leveren prestaties doorlopend bij de coördinatie overeenkomstig artikel 53.</P><P><TABLE><TGROUP COLS="3"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="28.23*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="52.77*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="19*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Te leveren prestatie</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Mijlpaal</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Termijn  (uiterlijk)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Capaciteitsstrategie (artikel 16)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">Publicatie van de eerste elementen van de capaciteitsstrategie</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitwerkingsfase van de capaciteitsstrategie </STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–60</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Eerste raadpleging van belanghebbenden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–58</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Publicatie van de ontwerpstrategie en tweede raadpleging van belanghebbenden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P><STRING STRIKE="on">X–38</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">X– 48</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Publicatie van de definitieve capaciteitsstrategie na definitieve coördinatie tussen infrastructuurbeheerders</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–36</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Publicatie van het capaciteitsmodel</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">X-18</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Publicatie van het definitieve plan voor capaciteitslevering na raadpleging van infrastructuurbeheerders en het ERP</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">X– 11</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Capaciteitsmodel (Artikel 17)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Begin van de voorbereiding</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–36</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Raadpleging van aanvragers en operationele belanghebbenden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–24</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Coördinatie tussen infrastructuurbeheerders en operationele deelnemers en haalbaarheidsbeoordelingen voor voorziene capaciteitsbehoeften die mogelijk niet volledig in aanmerking zijn genomen in het ontwerpcapaciteitsmodel</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">X-22</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Publicatie van het ontwerpcapaciteitsmodel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en start van het tweede overleg met de aanvragers en de deelnemers aan de operatie</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–21</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Coördinatie met aanvragers en operationele belanghebbenden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–19</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Publicatie van het definitieve capaciteitsmodel na definitieve coördinatie tussen infrastructuurbeheerders</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–18</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Plan voor capaciteitslevering (Artikel 18)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Begin van de voorbereiding</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–18</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Raadpleging van aanvragers en operationele belanghebbenden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende instantie analyseert het ontwerpplan voor capaciteitslevering en kan een besluit nemen waarbij de infrastructuurbeheerder wordt verplicht het plan voor capaciteitslevering te wijzigen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">X-14 tot X-13</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bekendmaking van capaciteitsbeperkingen als bedoeld in punt (1) van deel (3) van deze bijlage</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Publicatie van het definitieve plan voor capaciteitslevering na definitieve coördinatie tussen infrastructuurbeheerders</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–11</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Actualisering van het plan voor capaciteitslevering voor late aanvragen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">X-6,5</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bekendmaking van capaciteitsbeperkingen als bedoeld in punt (5) van deel (3) van deze bijlage</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Herbestemming van voor toewijzing gereserveerde capaciteit voor andere toewijzingsprocessen, via de dienstregeling</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Actualisering van het plan voor capaciteitslevering om rekening te houden met wijzigingen in vooraf geplande of toegewezen capaciteit</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Tot en met X + 12, onverwijld</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C3" NAMEST="C1"><P>Opmerking:</P><P><NO.P>(1)</NO.P>“X-m” betekent “m” maanden vóór de datum van inwerkingtreding van de dienstregeling (“X”), overeenkomstig deel 4.</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on">[Am. 255]</STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>In afwijking van punt 1 is het volgende vereenvoudigde en verkorte tijdschema van toepassing op de te leveren prestatie “capaciteitsstrategie” met betrekking tot de dienstregelingsperioden die beginnen in december 2029 en december 2030:</P><P><TABLE><TGROUP COLS="3"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="31.63*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="56.9*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="11.47*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Capaciteitsstrategie (artikel 16)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Publicatie van de ontwerpstrategie en raadpleging van belanghebbenden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–38</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Publicatie van de definitieve capaciteitsstrategie na definitieve coördinatie tussen infrastructuurbeheerders</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>X–36</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><NO.P>3.</NO.P>Tijdschema voor de coördinatie, raadpleging en bekendmaking van capaciteitsbeperkingen die voortvloeien uit in de artikelen 10 en 35 bedoelde infrastructuurwerken</P><P><NO.P>1.</NO.P>Wat betreft tijdelijke beperkingen van de capaciteit van spoorlijnen, bijvoorbeeld wegens infrastructuurwerken, in termen van snelheid, aslast, treinlengte, tractie of het vrijeruimteprofiel (“capaciteitsbeperkingen”), die langer dan 7 opeenvolgende dagen duren en waarvoor meer dan 30 % van het geraamde dagelijkse verkeersvolume op een spoorlijn wordt geannuleerd, omgeleid of vervangen door andere vervoerswijzen, publiceren de betrokken infrastructuurbeheerders alle capaciteitsbeperkingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, voor zover deze bekend zijn,</STRING></STRING> en de voorlopige resultaten van een raadpleging van de aanvragers een eerste keer ten minste 24 maanden en, in een bijgewerkte versie, een tweede keer ten minste twaalf maanden vóór de wijziging van de desbetreffende dienstregeling. Deze infrastructuurbeperkingen worden opgenomen in het in artikel 18 bedoelde plan voor capaciteitslevering.<STRING BOLD="on"> [Am. 256]</STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>In het kader van de coördinatie tussen infrastructuurbeheerders overeenkomstig artikel 53 bespreken de in lid 5 van dat artikel aangewezen entiteiten ook gezamenlijk die capaciteitsbeperkingen, indien het effect van de capaciteitsbeperkingen niet beperkt is tot één netwerk, met geïnteresseerde aanvragers en de belangrijkste betrokken exploitanten van dienstvoorzieningen wanneer deze voor het eerst worden gepubliceerd.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Als de capaciteitsbeperkingen overeenkomstig punt 1 een eerste keer worden gepubliceerd, start de infrastructuurbeheerder een raadpleging van de aanvragers en de belangrijkste betrokken exploitanten van dienstvoorzieningen over de capaciteitsbeperkingen. Als overeenkomstig punt 4 coördinatie vereist is tussen de eerste en de tweede publicatie van de capaciteitsbeperkingen, raadplegen de overeenkomstig artikel 53, lid 5, aangewezen entiteiten de aanvragers en de belangrijkste betrokken exploitanten van dienstvoorzieningen een tweede keer tussen het einde van die coördinatie en de tweede publicatie van de capaciteitsbeperking.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Als de gevolgen van de capaciteitsbeperkingen niet beperkt blijven tot één netwerk, coördineren de overeenkomstig artikel 53, lid 5, aangewezen entiteiten, met inbegrip van de infrastructuurbeheerders waarvoor de omgeleide treinen gevolgen kunnen hebben, onderling de capaciteitsbeperkingen die de annulering of de omleiding van een treinpad of een vervanging door andere vervoerswijzen kunnen inhouden alvorens de capaciteitsbeperkingen overeenkomstig punt 1 worden gepubliceerd.</P><P>De coördinatie vóór de tweede publicatie wordt afgerond:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>uiterlijk 18 maanden vóór de wijziging van de dienstregeling als meer dan 50 % het van het geraamde dagelijkse verkeersvolume op een spoorlijn gedurende meer dan 30 opeenvolgende dagen wordt geannuleerd, omgeleid of vervangen door andere vervoerswijzen;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>uiterlijk 13 maanden en 15 dagen vóór de wijziging van de dienstregelingsperiode als meer dan 30 % van het geraamde dagelijkse verkeersvolume op een spoorlijn gedurende meer dan 7 opeenvolgende dagen wordt geannuleerd, omgeleid of vervangen door andere vervoerswijzen;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>uiterlijk 13 maanden en 15 dagen vóór de wijziging van de dienstregelingsperiode als meer dan 50 % van het geraamde dagelijkse verkeersvolume op een spoorlijn gedurende hoogstens 7 opeenvolgende dagen wordt geannuleerd, omgeleid of vervangen door andere vervoerswijzen.</P><P>De entiteiten die de coördinatie tussen de infrastructuurbeheerders uitvoeren overeenkomstig artikel 53, lid 5, verzoeken indien nodig de aanvragers die op de desbetreffende lijnen actief zijn en de belangrijkste betrokken exploitanten van dienstvoorzieningen om aan die coördinatie deel te nemen.</P><P><NO.P>5.</NO.P>Wat betreft capaciteitsbeperkingen met een duur van 7 opeenvolgende dagen of minder die niet gepubliceerd hoeven te worden overeenkomstig punt 1 en waarvoor meer dan 10 % van het geraamde verkeersvolume op een spoorlijn wordt geannuleerd, omgeleid of vervangen door andere vervoerswijzen, die zich voordoen tijdens de volgende dienstregelingsperiode en waarvan de infrastructuurbeheerder uiterlijk 6 maanden en 15 dagen voor de wijziging van de dienstregeling op de hoogte is gesteld, raadpleegt de infrastructuurbeheerder de betrokken aanvragers over de geplande capaciteitsbeperkingen en maakt hij de bijgewerkte capaciteitsbeperkingen bekend uiterlijk vier maanden vóór de wijziging van de dienstregeling. Uiterlijk vier maanden vóór het begin van de capaciteitsbeperking in het geval van passagierstreinen en uiterlijk één maand in het geval van goederentreinen, verstrekt de infrastructuurbeheerder nadere gegevens over de aangeboden treinpaden, tenzij de infrastructuurbeheerder en de betrokken aanvragers op ad-hocbasis een kortere aanlooptijd overeenkomen.</P><P><NO.P>6.</NO.P>De infrastructuurbeheerders kunnen besluiten om strengere drempels voor capaciteitsbeperkingen toe te passen die zijn gebaseerd op lagere percentages geraamde vervoersvolumes of kortere perioden dan in deel 3 van deze bijlage zijn aangegeven, of om extra criteria toe te passen als aanvulling op de criteria in deze bijlage, ingevolge een raadpleging van aanvragers en exploitanten van dienstvoorzieningen. Zij publiceren die drempels en criteria voor het bundelen van capaciteitsbeperkingen in hun netverklaringen krachtens punt 3 van bijlage IV van Richtlijn 2012/34/EU.</P><P><NO.P>7.</NO.P>Onverminderd artikel 40 mag de infrastructuurbeheerder besluiten om de in de punten 1 tot en met 5 voorgeschreven termijnen niet toe te passen als de capaciteitsbeperking nodig is om het veilig verloop van het treinverkeer te herstellen, als hij geen controle heeft over de timing van de beperkingen, als de toepassing van die termijnen onverantwoord<STRING STRIKE="on"> of niet kosteneffectief</STRING> zou zijn in het licht van de levensduur of toestand, of als alle betrokken aanvragers daarmee akkoord gaan. In die gevallen en in het geval van andere capaciteitsbeperkingen waarover geen raadpleging moet worden gehouden overeenkomstig andere bepalingen van deze bijlage, raadpleegt de infrastructuurbeheerder onmiddellijk de betrokken aanvragers en de belangrijkste betrokken exploitanten van dienstvoorzieningen.<STRING BOLD="on"> [Am. 257]</STRING></P><P><NO.P>8.</NO.P>Als de infrastructuurbeheerder overeenkomstig de punten 1, 5 of 7 optreedt, verstrekt hij de volgende informatie:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>de geplande dag;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>het dagdeel en, zodra die kunnen worden vastgesteld, de begin- en eindtijd van de capaciteitsbeperking;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>het deel van de lijn waarop de beperking geldt, en</P><P><NO.P>(d)</NO.P>indien van toepassing, de capaciteit van de omleidingstrajecten.</P><P>De infrastructuurbeheerder publiceert die informatie of een link naar de plek waar die kan worden gevonden in zijn netverklaring als bedoeld in punt 3 van bijlage IV van Richtlijn 2012/34/EU. Hij houdt die informatie actueel. Daarnaast publiceren de infrastructuurbeheerders deze informatie in digitale vorm overeenkomstig de artikelen 9 en 62.</P><P><NO.P>9.</NO.P>Wat betreft capaciteitsbeperkingen die ten minste 30 opeenvolgende dagen duren en gevolgen hebben voor meer dan 50 % van het geraamde verkeersvolume op een spoorlijn, verstrekt de infrastructuurbeheerder de aanvragers op hun verzoek tijdens de eerste raadpleging een vergelijking van de omstandigheden die zouden optreden bij ten minste twee alternatieve capaciteitsbeperkingen. De infrastructuurbeheerder ontwerpt die alternatieven samen met de aanvragers en op basis van de input die zij ten tijde van hun verzoek hebben verstrekt.</P><P>Voor elk alternatief bevat de vergelijking ten minste:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>de duur van de capaciteitsbeperking;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>de vermoedelijke verschuldigde infrastructuurheffingen;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>de beschikbare capaciteit op omleidingstrajecten;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>de beschikbare alternatieve routes, en</P><P><NO.P>(e)</NO.P>de vermoedelijke reistijden.</P><P>Alvorens een keuze te maken tussen de alternatieve capaciteitsbeperkingen raadpleegt de infrastructuurbeheerder de belangstellende aanvragers en houdt hij rekening met de gevolgen van de verschillende opties voor die aanvragers en de gebruikers van hun diensten.</P><P>De analyse van alternatieve capaciteitsbeperkingen omvat situaties die betrekking hebben op meer dan één infrastructuurbeheerder. In dat geval coördineren de infrastructuurbeheerders de planning van een alternatief voor de capaciteitsbeperking overeenkomstig artikel 53.</P><P><NO.P>10.</NO.P>Wat betreft capaciteitsbeperkingen die langer dan 30 opeenvolgende dagen duren en gevolgen hebben voor meer dan 50 % van het geraamde verkeersvolume op een spoorlijn, bepaalt de infrastructuurbeheerder criteria op basis waarvan treinen voor elk soort dienst moeten worden omgeleid, waarbij hij rekening houdt met de commerciële en operationele beperkingen voor de aanvrager, tenzij die operationele beperkingen voortvloeien uit bestuurlijke of organisatorische beslissingen van de aanvrager, en vermits geen afbreuk wordt gedaan aan het doel om de kosten van de infrastructuurbeheerder te verminderen overeenkomstig artikel 30, lid 1 van Richtlijn 2012/34/EU. De infrastructuurbeheerder maakt deze criteria bekend in de netverklaring.</P><P><NO.P>11.</NO.P>Het ENIM publiceert de krachtens punt (8) vereiste informatie op zijn website.</P><P><NO.P>12.</NO.P>De Commissie evalueert de uitvoering van deel 3 van deze bijlage tot en met 31 december 2024 en dient zo nodig een wetgevingsvoorstel in.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Tijdschema voor capaciteitstoewijzing via het in de artikelen 32 en 38 bedoelde jaarlijkse toewijzingsproces</P><P><NO.P>1.</NO.P>De infrastructuurbeheerder en de aanvragers houden zich aan het volgende schema:</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="62.4*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="37.6*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Mijlpaal of tijdsperiode</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Termijn of duur(1)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Geldigheidsduur van de dienstregeling (“dienstregelingsperiode”)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Eén jaar</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Inwerkingtreding van de dienstregeling</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Op de tweede zaterdag van december om middernacht</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Publicatie van het plan voor capaciteitslevering</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Overeenkomstig deel 2 van deze bijlage</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Publicatie van capaciteitsbeperkingen ten gevolge van infrastructuurwerken</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Overeenkomstig delen 2 en 3 van deze bijlage</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Uiterste datum voor het indienen van aanvragen voor capaciteitsrechten</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>X–8,5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Opstelling van de ontwerpdienstregeling Uiterste termijn voor het indienen van een ontwerpcapaciteitsaanbod door de infrastructuurbeheerder(s) bij de aanvragers</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>X–6,5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Afronding van de coördinatie met de aanvragers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met waarborging dat aan alle voorwaarden is voldaan voor deze twee weken durende afronding van de “observatiefase”</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>X–6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Uiterste termijn voor het indienen van een definitief capaciteitsaanbod door de infrastructuurbeheerder(s) bij aanvragers</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>X–5,5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Publicatie van de definitieve dienstregeling Uiterste datum voor de toewijzing van capaciteitsrechten aan aanvragers door de infrastructuurbeheerder</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>X–5,25</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Omzetting van capaciteitsspecificaties in treinpaden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Te specificeren in het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1"><P>Opmerking: (1) “X-m” betekent “m” maanden vóór de datum van inwerkingtreding van de dienstregeling (“X”)</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on">[Am. 258]</STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>Infrastructuurbeheerders wijzen capaciteit toe voor de overeenkomstig artikel 32, lid 8, ontvangen aanvragen op basis van het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De uiterste datum voor het indienen van aanvragen voor capaciteitsrechten zoals vastgesteld in de tabel in punt 1 is de uiterste datum voor aanvragen van infrastructuurcapaciteit als bedoeld in artikel 27, lid 4, van Richtlijn 2012/34/EU.</P><P><NO.P>5.</NO.P>Tijdschema voor capaciteitstoewijzing via in de artikelen 31 en 38 bedoelde kaderovereenkomsten </P><P><NO.P>1.</NO.P>De infrastructuurbeheerder en de aanvragers houden zich aan het volgende schema:</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="43.25*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="56.75*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Tijdsperiode</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Duur(1)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Standaardgeldigheidsduur van kaderovereenkomsten</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>5 jaar</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Omzetting van capaciteitsspecificaties in treinpaden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Tussen X-8,5 en X-6,5 (samen met coördinatie in het kader van het in deel 4 bedoelde jaarlijkse toewijzingsproces)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1"><P>Opmerking: (1) “X-m” betekent “m” maanden vóór de datum van inwerkingtreding van de dienstregeling (“X”), overeenkomstig deel 4.</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><NO.P>6.</NO.P>Tijdschema voor het in de artikelen 33 en 38 bedoelde proces voor voortschrijdende planning van capaciteitstoewijzing</P><P><NO.P>1.</NO.P>De infrastructuurbeheerder en de aanvragers houden zich aan het volgende schema tijdens het proces van voortschrijdende planning:</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="50.53*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="49.47*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Mijlpaal of tijdsperiode</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Termijn of duur(1)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Vroegste termijn voor aanvragers om capaciteitsaanvragen in te dienen in het kader van het proces voor voortschrijdende planning van capaciteitstoewijzing</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>4 maanden voor de eerste treinrit</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Uiterste termijn voor aanvragers om capaciteit in te dienen bij aanvragen in het kader van het proces voor voortschrijdende planning van capaciteitstoewijzing</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>1 maand voor de eerste treinrit</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Maximale duur van de capaciteitsrechten die in het kader van het proces voor voortschrijdende planning van capaciteitstoewijzing zijn verleend</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>36 maanden vanaf de start van de eerste treinrit</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Omzetting van capaciteitsspecificaties in treinpaden voor overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt a), verleende capaciteitsrechten</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Tussen X-8,5 en X-6,5 (samen met coördinatie in het kader van het in deel 4 bedoelde jaarlijkse toewijzingsproces)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Omzetting van capaciteitsspecificaties in treinpaden voor overeenkomstig artikel 33, lid 2, punt b), verleende capaciteitsrechten</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Te specificeren door de infrastructuurbeheerders, rekening houdend met het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1"><P>Opmerking: (1) “X-m” betekent “m” maanden vóór de datum van inwerkingtreding van de dienstregeling (“X”), overeenkomstig deel 4.</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><NO.P>2.</NO.P>Infrastructuurbeheerders wijzen capaciteit toe via het proces voor voortschrijdende planning op basis van het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”.</P><P><NO.P>7.</NO.P>Tijdschema voor capaciteitstoewijzing via het in de artikelen 34 en 38 bedoelde adhocproces</P><P>Bij de toewijzing van infrastructuurcapaciteit via het adhocproces neemt de infrastructuurbeheerder het volgende schema in acht:</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="84.3*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="15.7*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Tijdsperiode</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Duur</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Maximumtermijn voor infrastructuurbeheerders om een aanbod van capaciteitsrechten voor één net op te stellen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> als de ad-hocaanvraag na de publicatiedatum van de definitieve dienstregeling wordt ingediend</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">1 dag</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">24 uur</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Maximumtermijn voor infrastructuurbeheerders om een aanbod van capaciteitsrechten voor meerdere netwerken op te stellen</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>5 dagen</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on">[Am. 259]</STRING></P><P><NO.P>8.</NO.P>Tijdschema voor wijzigingen van toegewezen capaciteit als bedoeld in artikel 39</P><P>Bij het wijzigen van infrastructuurcapaciteitsrechten neemt de infrastructuurbeheerder het volgende schema in acht:</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="69.6*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="30.4*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Mijlpaal of tijdsperiode</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Termijn of duur</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Maximumtermijn voor de infrastructuurbeheerder om een alternatief capaciteitsrecht aan te bieden met betrekking tot één net<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, indien dit binnen de volgende twee werkdagen kan worden gebruikt</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>24 uur</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Maximumtermijn voor infrastructuurbeheerders om een alternatief capaciteitsrecht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met speciale parameters </STRING></STRING>aan te bieden <STRING STRIKE="on">met betrekking tot meerdere netten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(bv. buitengewone zendingen, testritten)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>5 <STRING STRIKE="on">dagen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kalenderdagen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on">[Am. 260]</STRING></P></ANNEX><ANNEX><TI>BIJLAGE II</TI><P>Intensief gebruikte en verzadigde infrastructuur  als bedoeld in artikel 20</P><P><NO.P>1.</NO.P>Drempels om te verklaren dat infrastructuur intensief gebruikt en overbelaste is</P><P><TABLE><TGROUP COLS="4"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="20.72*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="19.45*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="28.64*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="31.19*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Benutting</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Indeling</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Gebruik van de capaciteit</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Referentieperiode</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Heterogeen verkeer</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Intensief gebruikt</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>&gt; <STRING STRIKE="on">65 % van de</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van</STRING></STRING> theoretische capaciteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> [waarde door het ENIM te bepalen]</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Meer dan 4 uur gedurende meer dan 200 dagen per jaar</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Heterogeen verkeer</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Verzadigd</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>&gt; <STRING STRIKE="on">95 % van de</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van</STRING></STRING> theoretische capaciteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> [waarde door het ENIM te bepalen]</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Meer dan 4 uur gedurende meer dan 250 dagen per jaar</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Homogeen verkeer</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Intensief gebruikt</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>&gt; <STRING STRIKE="on">80 % van de</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van</STRING></STRING> theoretische capaciteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> [waarde door het ENIM te bepalen]</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Meer dan 4 uur gedurende meer dan 200 dagen per jaar</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Homogeen verkeer</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Verzadigd</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>&gt; <STRING STRIKE="on">95 % van de</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van</STRING></STRING> theoretische capaciteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> [waarde door het ENIM te bepalen]</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Meer dan 4 uur gedurende meer dan 250 dagen per jaar</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on">[Am. 261]</STRING></P><P>Onder capaciteitsbenutting wordt verstaan de verhouding tussen de toegewezen capaciteit of voor voorgaande dienstregelingsperioden, het werkelijke aantal rijdende treinen en de theoretische beschikbare capaciteit op een infrastructuuronderdeel op basis van de in deel 2 bedoelde methode.</P><P>“Homogeen verkeer” betekent dat treinen op het betrokken baanvak over het algemeen soortgelijke kenmerken hebben die relevant zijn voor de capaciteitsbenutting, met name snelheid, stoppatroon en acceleratie.</P><P>“Heterogeen verkeer” betekent dat de kenmerken die relevant zijn voor de capaciteitsbenutting, met name snelheid, stoppatroon en versnelling, verschillen voor de treinen op het betrokken baanvak.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Procedures en methoden voor de berekening van de graad van capaciteitsbenutting</P><P>Infrastructuurbeheerders beoordelen de graad van capaciteitsbenutting op basis van objectieve, transparante en passende procedures en methoden.</P><P>Infrastructuurbeheerders mogen gebruik blijven maken van bestaande procedures en methoden die aan deze criteria voldoen. Uiterlijk 3 jaar na de inwerkingtreding van deze verordening stelt het ENIM een aanbeveling op over het gebruik van een geharmoniseerde EU-procedure en -methode om de benutting van de spoorweginfrastructuurcapaciteit te beoordelen.</P><P>Bij wijze van alternatief kan de graad van capaciteitsbenutting worden beoordeeld als de verhouding tussen de vraag naar capaciteit (waargenomen/vroegere of geraamde toekomstige vraag) en de in het plan voor capaciteitslevering beschikbare capaciteit overeenkomstig artikel 18.</P></ANNEX><ANNEX><TI>BIJLAGE III</TI><P>INHOUD VAN HET EUROPEES KADER VOOR CAPACITEITSBEHEER  ALS BEDOELD IN ARTIKEL 6</P><P>Het in artikel 6 bedoelde Europees kader voor capaciteitsbeheer bevat ten minste de volgende elementen:</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="75.15*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="24.85*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Element</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Referentie(s)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Procedures en methoden voor het beheer en de toewijzing van schaarse infrastructuurcapaciteit op basis van sociaal-economische en milieucriteria.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 8, leden 5 en 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Soorten en beschrijving van spoorvervoersdiensten die moeten worden gebruikt voor de strategische planning van de spoorweginfrastructuurcapaciteit.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 12, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Gemeenschappelijke beginselen, procedures en methoden voor strategische capaciteitsplanning, onder meer voor de coördinatie tussen infrastructuurbeheerders en de raadpleging van belanghebbenden.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 12, lid 9, artikel 13, artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Middelen voor de publicatie van het plan voor capaciteitslevering en het proces voor raadpleging van aanvragers</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 18, lid 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Regels en procedures voor de toewijzing van vooraf geplande capaciteit die is opgenomen in het plan voor capaciteitslevering.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 20, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Kenmerken van capaciteitsspecificaties</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 26, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bereik van drempelquota voor de annulering van ongebruikte capaciteitsrechten</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 27, lid 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Procedures en methoden voor de coördinatie van de toewijzing van capaciteitsrechten voor meerdere netwerken, met inbegrip van minimumkwaliteitseisen.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 28, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Richtsnoeren inzake de beperkingen met betrekking tot de verschillen tussen capaciteitsaanvragen van aanvragers en infrastructuurcapaciteit die door infrastructuurbeheerders wordt voorgesteld in het kader van het consensuele geschillenbeslechtingsproces.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Procedures om wijzigingen van capaciteitsrechten na toewijzing te beheren.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 39, lid 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Voorwaarden die aanleiding geven tot compensatie in het geval van wijzigingen van capaciteitsrechten.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 40, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Beginselen, regels en procedures voor het beheer en de toewijzing van infrastructuurcapaciteit in geval van verstoring van het netwerk.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 41, lid 2</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX><ANNEX><TI>BIJLAGE IV</TI><P>Inhoud van de in artikel 27 van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde netverklaring — deel over capaciteitsbeheer en verkeersbeheer</P><P>De in artikel 27 van Richtlijn 2012/34/EU bedoelde netverklaring bevat:</P><P><NO.P>(1)</NO.P>Een gedeelte waarin de aard van de voor spoorwegondernemingen beschikbare infrastructuur en de voorwaarden voor de toegang tot die infrastructuur worden beschreven. In dit deel wordt verwezen naar informatie die beschikbaar is in het in artikel 49 van Richtlijn (EU) 2016/797 bedoelde infrastructuurregister.</P><P><NO.P>(2)</NO.P>Een deel over de beginselen en criteria voor capaciteitstoewijzing. Dit deel bevat de algemene kenmerken van de infrastructuurcapaciteit die voor spoorwegondernemingen beschikbaar is, en alle beperkingen met betrekking tot het gebruik daarvan, met inbegrip van vermoedelijke beperkingen in verband met onderhoud. In dit deel worden tevens de procedures en termijnen met betrekking tot het capaciteitstoewijzingsproces gepreciseerd. Verder zijn daarin specifieke criteria vervat die bij dat proces worden gehanteerd, met name:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>de procedures om aanvragers te raadplegen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zoals bedoeld in artikel 55 bis,</STRING></STRING> over strategische capaciteitsplanning;<STRING BOLD="on"> [Am. 262]</STRING></P><P><NO.P>(b)</NO.P>de procedures die aanvragers moeten volgen om bij de infrastructuurbeheerder capaciteit aan te vragen;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>de bepalingen waaraan aanvragers moeten voldoen;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>de termijnen voor strategische capaciteitsplanning, voor aanvraag-, toewijzings-, aanpassings- en herschikkingsprocessen en de procedures die moeten worden gevolgd om informatie te vragen over de dienstregeling en de procedures voor de planning van voorziene en onvoorziene onderhoudswerkzaamheden;</P><P><NO.P>(e)</NO.P>de beginselen die van toepassing zijn op het in artikel 36 bedoelde consensuele geschillenbeslechtingsmechanisme, met inbegrip van het geschillenbeslechtingssysteem dat in het kader van dit proces beschikbaar wordt gesteld, en het in artikel 37 bedoelde formele geschillenbeslechtingsmechanisme;</P><P><NO.P>(f)</NO.P>de structuur en het niveau van de compensaties voor wijzigingen van capaciteitsrechten;</P><P><NO.P>(g)</NO.P>de te volgen procedures en toe te passen criteria ingeval de infrastructuur intensief gebruikt of verzadigd is;</P><P><NO.P>(h)</NO.P>bijzonderheden over de beperkingen inzake het gebruik van infrastructuur;</P><P><NO.P>(i)</NO.P>een verklaring voor eventuele afwijkingen van het in artikel 6 bedoelde Europees kader.</P><P><NO.P>(3)</NO.P>een deel over exploitatie, met inbegrip van verkeers-, verstorings- en crisisbeheer; Hierin wordt de toepassing beschreven van de voorschriften van deze verordening en van Richtlijn (EU) 2016/797, Richtlijn (EU) 2016/798 en Richtlijn 2007/59/EG, met inbegrip van:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>operationele regels, met inbegrip van prioriteitsregels of prioriteitsbeginselen voor verkeersbeheer, een lijst van of verwijzingen naar technische, operationele en veiligheidsregels en regels betreffende het operationele personeel;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>operationele maatregelen, met inbegrip van regels en procedures voor verstorings- en crisisbeheer, operationele communicatie en gegevensuitwisseling met spoorwegondernemingen en andere operationele belanghebbenden;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>een lijst van en verwijzingen naar de informatiesystemen die bij de exploitatie worden gebruikt;</P><P><NO.P>(d)</NO.P>een verklaring voor eventuele afwijkingen van het in artikel 44 bedoelde Europees kader.</P><P><NO.P>(4)</NO.P>Een deel over de belangrijkste elementen van prestatiebeheer, waaronder met name:</P><P><NO.P>(a)</NO.P>verwijzingen naar prestatiedoelstellingen die zijn uiteengezet in het bedrijfsplan als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 2012/34/EU en in de in artikel 30 van die richtlijn bedoelde contractuele overeenkomst;</P><P><NO.P>(b)</NO.P>procedures om toezicht te houden op en verslag uit te brengen over de vooruitgang op weg naar de verwezenlijking van de doelstellingen, teneinde samen met de operationele belanghebbenden de oorzaken van tekortkomingen in de prestaties te achterhalen en maatregelen te nemen om ze te verbeteren;</P><P><NO.P>(c)</NO.P>een verklaring voor eventuele afwijkingen van het in artikel 50 bedoelde Europees kader.</P></ANNEX><ANNEX><TI>BIJLAGE V</TI><P>INHOUD VAN HET EUROPEES KADER VOOR GRENSOVERSCHRIJDENDE COÖRDINATIE VAN HET VERKEERS-, VERSTORINGS- EN CRISISBEHEER  ALS BEDOELD IN ARTIKEL 44</P><P>Het Europees kader voor de coördinatie van grensoverschrijdend verkeer, verstorings- en crisisbeheer omvat ten minste de volgende elementen:</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="75.53*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="24.47*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Element</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Referentie(s)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Gemeenschappelijke beginselen voor verkeers-, verstorings- en crisisbeheer waarmee infrastructuurbeheerders rekening moeten houden bij het vaststellen van regels en procedures voor verkeersbeheer.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 43</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Gemeenschappelijke regels en procedures voor de coördinatie van verkeers-, verstorings- en crisisbeheer tussen infrastructuurbeheerders en met operationele belanghebbenden.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikelen 42, 43, 45, 46, 47 en 48</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Gemeenschappelijke regels en procedures voor het beheer en de toewijzing van capaciteit in geval van netwerkverstoringen en crisissituaties.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 41, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Omschrijving van de verantwoordelijkheden van operationele belanghebbenden die betrokken zijn bij het beheer van grensoverschrijdend verkeer, op basis van een reeks overeengekomen operationele procedures, mijlpalen en interfaces.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 45</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Procedures, regels, instrumenten en interfaces voor communicatie en informatie-uitwisseling, met inbegrip van geharmoniseerde digitale instrumenten en interfaces, tussen infrastructuurbeheerders, operationele belanghebbenden en andere betrokken belanghebbenden, met name overheidsinstanties.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikelen 45, 48 en 62</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Beginselen voor de oprichting van specifieke coördinatiegroepen met betrekking tot verkeers-, verstorings- en crisisbeheer.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 53, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Regelingen voor simulatie en opleiding, met name met betrekking tot netwerkverstoringen en crisissituaties.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikelen 42, 46 en 47</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Regelingen om de prestaties van het verkeers-, verstorings- en crisisbeheer te evalueren, met inbegrip van de coördinatie tussen operationele belanghebbenden.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikelen 50 en 51</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX><ANNEX><TI>BIJLAGE VI</TI><P>Netwerkverstoringen  als bedoeld in artikel 46</P><P><TABLE><TGROUP COLS="3"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="29.03*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="34.15*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="36.82*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Soort incident</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Geraamde vermoedelijke duur</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Geraamde vermoedelijke gevolgen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Netwerkverstoring</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Om de beschikbare capaciteit voor treingebruik terug te brengen naar het niveau van vóór het incident zijn 3 of meer dagen nodig</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P><NO.P>–</NO.P>50 % of meer van de treinen op het betrokken baanvak die op één net rijden, heeft een operationele behandeling nodig.</P><P><NO.P>–</NO.P>Minder dan 50 % van de treinen op het betrokken baanvak die op meer dan één netwerk rijden, heeft (naar verwachting) een operationele behandeling nodig</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Verstoring van meerdere netwerken</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Om de beschikbare capaciteit voor treinbenutting terug te brengen naar het niveau van vóór het incident zijn 3 of meer dagen nodig</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P><NO.P>–</NO.P>Minstens 50 % van de treinen op het betrokken baanvak die op meer dan één netwerk rijden, heeft (naar verwachting) een operationele behandeling nodig</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P>De voorwaarden met betrekking tot de duur en de waarschijnlijke gevolgen voor het verkeer zijn cumulatief.</P></ANNEX><ANNEX><TI>BIJLAGE VII</TI><P>Prestatiegebieden die aan prestatiebeoordeling worden onderworpen  als bedoeld in artikel 50</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="39.15*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="60.85*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Prestatiegebied</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Relevante kwesties (indicatief)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Infrastructuur en uitrusting</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>–</NO.P>Capaciteit en capaciteiten van de fysieke infrastructuur en de bijbehorende uitrusting, met inbegrip van de uitrol van TEN-T-normen</P><P><NO.P>–</NO.P>Vermindering van de capaciteit of mogelijkheden van de infrastructuur als gevolg van het uitstel van de vernieuwing, het onderhoud of de reparatie van infrastructuur</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Infrastructuurcapaciteit</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>–</NO.P>Aanbod van capaciteit in termen van kwantiteit en kwaliteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van consistentie over netwerkgrenzen heen</STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P>Capaciteitsbenutting, reservecapaciteit om de groei van het verkeer op te vangen</P><P><NO.P>–</NO.P>Samenhang tussen beschikbare capaciteit (al dan niet gepland) en marktbehoeften</P><P><NO.P>–</NO.P>Stabiliteit van het capaciteitsaanbod, met name in verband met infrastructuurwerken</P><P><NO.P>–</NO.P>Verzadigde infrastructuur</P><P><NO.P>–</NO.P>Geplande haltetijden van treinen aan grensstations</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Verkeersbeheer</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>–</NO.P>Stiptheid/vertragingen van verschillende soorten spoordiensten, bij vertrek, tussenstops en bestemming en op operationeel belangrijke locaties</P><P><NO.P>–</NO.P>Annuleringen van treinen</P><P><NO.P>–</NO.P>Werkelijke haltetijden van treinen aan grensstations</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Verstorings- en crisisbeheer</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>–</NO.P>Aandeel verkeer dat tijdens de verstoring of crisis via een andere route of volgens een andere dienstregeling kan verlopen</P><P><NO.P>–</NO.P>Gevolgen van verstoringen van het spoorverkeer in termen van vertragingen en annuleringen</P><P><NO.P>–</NO.P>Gevolgen van verstoringen voor spoorwegexploitanten en hun klanten</P><P><NO.P>–</NO.P>Specifieke problemen die zich hebben voorgedaan (kwalitatief)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Uitrol en prestaties van digitale diensten, instrumenten en interfaces</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>–</NO.P>Ondersteuning van de processen in verband met capaciteits-, verkeers- en verstoringsbeheer</P><P><NO.P>–</NO.P>Volledigheid en kwaliteit van de verstrekte informatie en gegevens<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en toegankelijkheid voor operationele belanghebbenden</STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P>Afstemming op de Europese architectuur die is ontwikkeld door Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” en met de relevante technische specificaties overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Naleving van de regelgeving; regelgevend toezicht</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>–</NO.P>Procesindicatoren voor toezicht op de naleving van regels en procedures</P><P><NO.P>–</NO.P>Klachten ingediend bij toezichthoudende instanties en het ENRRB</P><P><STRING BOLD="on">[Am. 263]</STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX><ANNEX><TI>BIJLAGE VIII</TI><P>de informatie die moet worden verstrekt aan operationele belanghebbenden  als bedoeld in artikel 48</P><P>De volgende informatie die overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/797 en de desbetreffende uitvoeringshandelingen uit hoofde van die richtlijn wordt verstrekt, valt binnen het toepassingsgebied van artikel 48:</P><P><NO.P>—</NO.P>Treinritnummer</P><P><NO.P>—</NO.P>Treinrapportering</P><P><NO.P>—</NO.P>Vrachtbriefgegevens</P><P><NO.P>—</NO.P>Aanvraag en toewijzing van een treinpad</P><P><NO.P>—</NO.P>Treinvoorbereiding</P><P><NO.P>—</NO.P>Treinritinformatie en treinritprognose</P><P><NO.P>—</NO.P>Informatie bij gestoord bedrijf</P><P><NO.P>—</NO.P>Geschat tijdstip van vertrek (ETD) van de verzending, geschat tijdstip van overdracht (ETI), geschat tijdstip van aankomst (ETA)</P><P><NO.P>—</NO.P>Wagonbeweging</P><P><NO.P>—</NO.P>Gegevensuitwisseling voor kwaliteitsverbetering</P></ANNEX><ANNEX><TI>BIJLAGE IX</TI><P>Lijst van kwesties waarvoor coördinatie tussen infrastructuurbeheerders moet plaatsvinden  als bedoeld in artikel 53</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="67.56*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="32.44*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Coördinatiekwesties</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Bepalingen die onder de coördinatie vallen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Strategische capaciteitsplanning</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Deel 1 van hoofdstuk II, met name:</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 10</P><P>Deel 2 van hoofdstuk II, met name:</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 11</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 13</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 14</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 15</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 16</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 17</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 18</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 19</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 21</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 22</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 25</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Planning, capaciteitstoewijzing en herschikking</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Deel 3 van hoofdstuk II, met name:</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 27</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 28</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 31</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 32</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 33</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 34</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 35</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 36</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 37</P><P>Afdeling 4 van hoofdstuk II</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 39</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 40</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 41</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Verkeers-, verstorings- en crisisbeheer</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Hoofdstuk III, met name:</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 45</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 46</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 47</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Evaluatie van de prestaties</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Hoofdstuk IV, met name:</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 51</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Uitrol van digitale diensten, instrumenten en interfaces; bijdrage aan de ontwikkeling van technische specificaties</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 9, lid 2</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 20, lid 4</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 27, lid 4</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 29, leden 5 en 6</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 42, lid 3, punt c)</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 45, punt c)</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 48, leden 2 en 3</P><P><NO.P>–</NO.P>Artikel 62</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX><ANNEX><TI>BIJLAGE X</TI><P>Concordantietabellen</P><P><NO.P>1.</NO.P>Concordantietabel voor de in Richtlijn 2012/34/EU geschrapte bepalingen</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="27.18*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="72.82*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Richtlijn 2012/34/EU</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, lid 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, punt 20</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 21</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, punt 22</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, punt 23</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, punt 27</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 4, punt 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, punt 28</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 4, punt 13</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7 ter, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7 ter, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7 ter, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 3, lid 3 en artikel 2, lid 3, punt b)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 36</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 40</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 38, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 26, lid 1, tweede alinea, en artikel 26, lid 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 38, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 26, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 38, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 26, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 38, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 26, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 39, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 11, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 39, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 27, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 40, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14, leden 2 en 3, en artikel 28</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 40, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 55, lid 7, artikel 57, lid 2, artikel 63, leden 1 en 4, artikel 64, leden 1 en 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 40, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 55, leden 2, 5 en 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 40, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 57, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 40, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 41, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 41, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 41, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 7, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 42, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 42, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 42, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 42, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31, leden 5 en 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 42, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31, lid 7, en bijlage I, deel 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 42, lid 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31, lid 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 42, lid 7</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31, lid 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 42, lid 8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31, lid 11</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 43, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 38, lid 1, artikel 32, leden 6, 7 en 8, en artikel 33, leden 1 en 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 43, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10, lid 8, artikel 11, lid 2, artikel 21, lid 9, artikel 38, lid 3, en artikel 39, lid 9</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 43, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>n.v.t.</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 44, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 26, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 44, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 32, lid 7 en artikel 32, lid 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 44, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 31, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 44, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 28</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 45, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 32, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 45, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 32, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 45, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 32, lid 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 45, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 32, lid 11</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 46, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 8, lid 3 Artikel 20, lid 3 Artikel 32, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 46, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 46, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 46, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 46, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 46, lid 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 36, lid 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 47, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 21, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 47, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 21, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 47, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 21, lid 5, artikel 25, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 47, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 8, leden 1, 2 en 4, en artikel 11, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 47, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 8, leden 1 en 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 47, lid 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 21, lid 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 48, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 34, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 48, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 18, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 49, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 24, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 49, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 24, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 49, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 24, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 50, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 22, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 50, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 22, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 50, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 22, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 51, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 23, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 51, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 23, leden 1 en 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 51, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 23, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 51, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 23, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 52, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 12, lid 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 52, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 27, lid 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 53, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 35, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 53, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 10, leden 2 en 4, en artikel 35, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 53, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 9, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 54, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 43, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 54, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 43, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 54, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 43, lid 6</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><NO.P>2.</NO.P>Concordantietabel voor Verordening (EU) nr. 913/2010</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="42.3*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="57.7*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Verordening (EU) nr. 913/2010</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikelen 1 tot en met 7.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 55, leden 1 tot en met 4, lid 6, 7 en 8, en artikel 56, lid 1, punt a), b), c) en f), en lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 14, lid 1, artikel 22, leden 3 en 4, artikel 23, lid 3, en artikel 57</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 1, punten a), c), d) en e), en leden 2, 3, 4 en 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 1, punt b)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 15 en artikel 22, leden 3 en 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 55, leden 1 tot en met 4 en lid 6, 7 en 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikelen 12 tot en met 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 49 en artikel 52</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikelen 20 tot en met 25.</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>