<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0134</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en intrekking van Verordening (EG) nr. 1406/2002</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0423/2023 - Rapporteur: Cláudia Monteiro de Aguiar)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1406/2002 (COM(2023)0269 – C9-0190/2023 – 2023/0163(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0269),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 100, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0190/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 20 september 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/873, 8.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/873/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na raadpleging van het Comité van de Regio’s,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de adviezen van de Begrotingscommissie en de Commissie visserij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie vervoer en toerisme (A9-0423/2023),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2023)0163</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 12 maart 2024 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1406/2002</STRING><BRK/></TI><NOTE>(Voor de EER relevante tekst)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C  van , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Comité van de Regio’s<FOOTNOTE><FIELD>PB C  van , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>In de Unie zijn een aantal wetgevingsmaatregelen vastgesteld om de maritieme veiligheid te verbeteren, de duurzaamheid te bevorderen door verontreiniging te voorkomen en de scheepvaart koolstofvrij te maken, en de uitwisseling van informatie en de digitalisering van de maritieme sector te vergemakkelijken. Die wetgeving kan alleen effect sorteren als ze in de hele Unie op een correcte en uniforme wijze wordt toegepast. Dat zou een gelijk speelveld garanderen, concurrentievervalsing als gevolg van economische voordelen voor schepen die de regels niet naleven beperken en de oprechte marktspelers in de scheepvaart belonen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(1 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De visserijsector kent hoge ongevallencijfers, die ook hoge sterftecijfers met zich meebrengen, hetgeen duidelijk maakt hoe belangrijk de opleiding van vissers is als het gaat om veiligheid op het werk.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 1]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>Het behalen van die doelstellingen vereist aanzienlijke technische werkzaamheden onder leiding van een gespecialiseerde instantie. In 2002 werd in het kader van het tweede “Erika-pakket”, binnen het bestaande institutionele kader en met inachtneming van de verantwoordelijkheden en rechten van de lidstaten als vlaggen-, haven- en kuststaten, een Europees agentschap opgericht om een hoog, uniform en doeltreffend niveau van maritieme veiligheid te waarborgen en verontreiniging vanaf schepen te voorkomen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>Het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (“het Agentschap”) werd opgericht bij Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1406/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de instelling van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, met de bedoeling de Commissie en de lidstaten bij te staan bij de effectieve uitvoering op het niveau van de Unie van de wetgeving op het gebied van maritieme veiligheid en het voorkomen van verontreiniging, door middel van passende bezoeken aan de lidstaten om toezicht op de desbetreffende wetgeving te houden en opleiding en capaciteitsopbouw te verstrekken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>Na de oprichting van het Agentschap in 2002 is de wetgeving van de Unie op het gebied van maritieme veiligheid, duurzaamheid, preventie van verontreiniging en maritieme beveiliging aanzienlijk uitgebreid, waardoor het mandaat van het Agentschap vijfmaal is gewijzigd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>Sinds 2013 zijn de taken van het Agentschap nog aanzienlijk uitgebreid, hetzij door de activering van relevante neventaken zoals voorgeschreven in artikel 2 bis van Verordening (EG) nr. 1406/2002, hetzij door verzoeken om technische bijstand van de Commissie en de lidstaten, met name op het gebied van de decarbonisatie en digitalisering van de maritieme sector. Bovendien heeft de wijziging van de Richtlijnen 2005/35/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2005/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 inzake verontreiniging vanaf schepen en invoering van sancties voor inbreuken, met inbegrip van strafrechtelijke sancties, voor verontreinigingsdelicten (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 11).</FIELD></FOOTNOTE>, 2009/16/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2009/16/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende havenstaatcontrole (PB L 131 van 28.5.2009, blz. 57).</FIELD></FOOTNOTE>, 2009/18/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2009/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen in de zeescheepvaartsector en tot wijziging van Richtlijn 1999/35/EG van de Raad en Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 131 van 28.5.2009, blz. 114).</FIELD></FOOTNOTE> en 2009/21/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2009/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de naleving van de vlaggenstaatverplichtingen (PB L 131 van 28.5.2009, blz. 132).</FIELD></FOOTNOTE> van het Europees Parlement en de Raad rechtstreekse gevolgen voor de taken van het Agentschap. Die richtlijnen voorzien met name in taken voor het Agentschap op het vlak van verontreiniging vanaf schepen, de regeling inzake havenstaatcontrole op het niveau van de Unie, de activiteiten van de lidstaten met betrekking tot onderzoeken in verband met ongevallen op zee in de wateren van de Unie en de verplichtingen van de lidstaten als vlaggenstaten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>Daarnaast moet het administratief en financieel bestuur van het Agentschap worden afgestemd op het interinstitutioneel akkoord over het bestuur van gedecentraliseerde agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>https://european-union.europa.eu/system/files/2022-06/joint_statement_on_decentralised_agencies_en.pdf</FIELD></FOOTNOTE> en de financiële kaderregeling voor de gedecentraliseerde organen van de Unie<FOOTNOTE><FIELD>Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>Gezien het grote aantal wijzigingen is het passend Verordening (EG) nr. 1406/2002 in te trekken en te vervangen door een nieuwe rechtshandeling.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Het Agentschap werd aanvankelijk opgericht om bij te dragen tot de totstandbrenging van een hoog niveau van maritieme veiligheid in de hele Unie en tevens bijstand te verlenen bij de preventie van verontreiniging door schepen en later ook door olie- en gasinstallaties. Hoewel die doelstellingen verder werden versterkt door toevoeging van het bevorderen van de maritieme beveiliging, lag de focus van het Agentschap de voorbije jaren ook op ondersteuning bij de ontwikkeling van regels voor de decarbonisatie en de digitalisering van de scheepvaart<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van havengebieden</STRING></STRING>. Die aspecten moeten aan de algemene doelstellingen van het Agentschap worden toegevoegd, zodat het kan bijdragen tot de doelstellingen van de groene en digitale transitie van de sector. Ook de cruciale rol van het Agentschap in het verschaffen van een beeld van het maritiem bewustzijn door satellieten en van op afstand bestuurde luchtvaartuigsystemen, rechtvaardigt de toevoeging van een desbetreffende algemene doelstelling van het Agentschap.<STRING BOLD="on"> [Am. 2]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>In die doelstellingen moeten de gebieden worden omschreven waarop het Agentschap zich inzet om de Commissie en de lidstaten met technische en operationele bijstand te ondersteunen bij de uitvoering van het maritiem beleid van de Unie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>Om die doelstellingen op correcte wijze te kunnen verwezenlijken, is het passend dat het Agentschap specifieke taken uitvoert op het gebied van maritieme veiligheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de voorkoming van verontreiniging door schepen</STRING></STRING>, duurzaamheid, decarbonisatie van de zeevaart, maritieme beveiliging, cyberbeveiliging, maritiem toezicht, maritieme crisissen en de bevordering van de digitalisering en de uitwisseling van gegevens op maritiem gebied.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bij de uitvoering van deze taken moet het Agentschap aandacht besteden aan de specifieke kenmerken van de verschillende soorten maritieme activiteiten, met bijzondere aandacht voor de voorwaarden die gelden voor de visserijsector.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 3]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Naast die specifieke taken moet het Agentschap op verzoek van de Commissie of de lidstaten horizontale technische ondersteuning bieden voor de uitvoering van taken die onder zijn bevoegdheden en doelstellingen vallen en die voortvloeien uit toekomstige behoeften en ontwikkelingen op het niveau van de Unie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die onder het toepassingsgebied van de maritieme wetgeving vallen</STRING></STRING>. Bij die extra taken wordt rekening gehouden met de beschikbare personele en financiële middelen waarmee de raad van beheer van het Agentschap rekening moet houden voordat hij besluit die taken op te nemen in het enkelvoudig programmeringsdocument van het Agentschap als onderdeel van zijn jaarlijks of meerjarig werkprogramma. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Derhalve moet het voorstel – wat die nieuwe extra taken betreft – vergezeld gaan van een aan de wetgevings- en begrotingsautoriteiten voor te leggen financieel memorandum. </STRING></STRING>Dat is noodzakelijk om te waarborgen dat indien nodig voorrang wordt gegeven aan bepaalde taken die de kernopdracht van het Agentschap vormen.<STRING BOLD="on"> [Am. 4]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(11 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Agentschap moet bij de uitvoering van zijn taken bijzondere aandacht besteden aan de visserijsector, aangezien deze een belangrijke economische en sociale impact heeft in de EU. Met name vissersvaartuigen en werknemers zijn uiterst kwetsbaar voor maritieme veiligheidsrisico’s en spelen een cruciale rol in de groene transitie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 5]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>Het Agentschap beschikt over grote technische deskundigheid op de gebieden die onder zijn bevoegdheid vallen en moet de lidstaten derhalve opleiding en capaciteitsopbouw aanbieden. Daartoe moet het gemeenschappelijke kernprogramma’s en cursussen opstellen en de technologisch meest geavanceerde instrumenten gebruiken.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het Agentschap moet onder meer de opleiding van havenstaatinspecteurs van de lidstaten en functionarissen van de vlaggenstaatadministraties ondersteunen, zodat deze gerichte inspecties kunnen uitvoeren met betrekking tot de tenuitvoerlegging en handhaving van het Maritiem Arbeidsverdrag van 2006 inzake de handhaving van de rechten van zeevarenden en de arbeids- en leefomstandigheden aan boord van schepen. Om de aantrekkelijkheid van maritieme beroepen te vergroten, moet het Agentschap bekijken of het een netwerk van academici en andere instellingen kan oprichten die geschikte kwalificaties aanbieden ter bevordering van een leven lang leren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 6]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>De technische deskundigheid van het Agentschap moet ook worden benut voor maritiem onderzoek en om bij te dragen tot de relevante activiteiten van de Unie op dat gebied. Het Agentschap moet met een proactieve aanpak bijdragen tot de doelstellingen om de maritieme veiligheid, de decarbonisatie van de scheepvaart en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zeehavens en </STRING></STRING>de preventie van verontreiniging door schepen te verbeteren. Het Agentschap kan daartoe niet-bindende richtsnoeren, aanbevelingen of handleidingen uitvaardigen die de Commissie, de lidstaten en/of de maritieme sector kunnen helpen om die doelstellingen te verwezenlijken.<STRING BOLD="on"> [Am. 7]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>Het Agentschap moet een proactieve aanpak voor het bepalen van veiligheidsrisico’s en -problemen ontwikkelen, op basis waarvan het aan de Commissie om de drie jaar rapporteert over de vooruitgang op het gebied van maritieme veiligheid. Bovendien moet het Agentschap de Commissie en de lidstaten blijven bijstaan bij de uitvoering van de relevante wetgeving van de Unie, met name op het gebied van vlaggen- en havenstaatverplichtingen, <STRING STRIKE="on">het</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en daarbij</STRING></STRING> onderzoek <STRING STRIKE="on">van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">naar</STRING></STRING> ongevallen op zee, de wetgeving inzake de veiligheid van passagiersschepen, erkende organisaties en de uitrusting van zeeschepen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> rechtstreeks ondersteunen</STRING></STRING>. Ten slotte moet het Agentschap een proactieve rol spelen in de ondersteuning van het gebruik van autonome en geautomatiseerde oppervlakteschepen op zee. Het is ook belangrijk om verder gegevens te verzamelen over de opleiding en diplomering van zeevarenden en over het Maritiem Arbeidsverdrag uit 2006.<STRING BOLD="on"> [Am. 8]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(14 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie wordt verzocht het Internationaal Verdrag van de IMO betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersschepen (STCW-F 1995) om te zetten in het Unierecht teneinde een geharmoniseerd kader voor het minimumopleidingsniveau van vissers in Europa tot stand te brengen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 9]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Sinds de verordening in 2013 een laatste keer grondig is gewijzigd, hebben zich in de maritieme sector belangrijke ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid voorgedaan. Naast de taken die tot nu toe onder zijn mandaat vielen, zoals de preventie van verontreiniging door schepen en olie- en gasinstallaties, voornamelijk door de exploitatie van CleanSeaNet, moet het Agentschap de Commissie blijven bijstaan bij de uitvoering van Richtlijn (EU) 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2019/883 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afvalafgifte van schepen, tot wijziging van Richtlijn 2010/65/EU en tot intrekking van Richtlijn 2000/59/EG (PB L 151 van 7.6.2019, blz. 116).</FIELD></FOOTNOTE> door deze taak in zijn aangepaste mandaat op te nemen. Bovendien moet het Agentschap steeds meer bijstand blijven verlenen bij de uitvoering van de elementen van Richtlijn 2008/56/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (Kaderrichtlijn mariene strategie) (PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19).</FIELD></FOOTNOTE> en Richtlijn (EU) 2016/802<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2016/802 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende een vermindering van het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen (PB L 132 van 21.5.2016, blz. 58).</FIELD></FOOTNOTE> van het Europees Parlement en de Raad die betrekking hebben op de scheepvaart. Die twee gebieden zijn, samen met de betrokkenheid van het Agentschap bij het verzamelen, analyseren en delen van gegevens over de uitstoot van stikstofoxide (NOx) door schepen, van belang voor de duurzaamheid van de maritieme sector, waarover het Agentschap om de drie jaar een voortgangsrapport moet uitbrengen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>Op het gebied van decarbonisatie moeten de inspanningen van de Internationale Maritieme Organisatie om de uitstoot van de scheepvaart wereldwijd te beperken, worden aangemoedigd. Het gaat onder meer om de snelle uitvoering van de IMO-strategie ter vermindering van de broeikasgasemissies van schepen, die in 2018 is aangenomen. Er worden besprekingen gevoerd over de middelen om die ambitie in praktijk te brengen<STRING STRIKE="on">, waaronder een</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Die besprekingen gaan ook over een eventuele</STRING></STRING> herziening van de oorspronkelijke strategie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en bieden de mogelijkheid na te denken over de ambities van de Unie op internationaal niveau en het belang van het garanderen van een mondiaal gelijk speelveld, hetgeen het concurrentievermogen van de maritieme sector van de EU ten goede zou komen</STRING></STRING>. Op het niveau van de Unie zijn beleidsmaatregelen en wetgevingsvoorstellen ontwikkeld om de decarbonisatie en de duurzaamheid van de sector verder te ondersteunen en bevorderen, zoals met name tot uiting komt in de Europese Green Deal, de strategie voor duurzame en slimme mobiliteit, het “Fit for 55”-pakket en de strategie om alle verontreiniging tot nul terug te dringen. Bijgevolg moet de noodzaak om de broeikasgasuitstoot van de maritieme sector te verminderen, worden opgenomen in het mandaat van het Agentschap.<STRING BOLD="on"> [Am. 10]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>Hoewel het Agentschap de Commissie en de lidstaten moet blijven helpen bij de uitvoering van Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2015/757 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2015 betreffende de monitoring, de rapportage en de verificatie van kooldioxide-emissies door maritiem vervoer en tot wijziging van Richtlijn 2009/16/EG (PB L 123 van 19.5.2015, blz. 55).</FIELD></FOOTNOTE>, moet het in dat verband ook bijstand blijven verlenen bij de uitvoering van nieuwe regelgeving voor de decarbonisatie van de scheepvaart die voortvloeit uit het “Fit for 55”-pakket, zoals Verordening [...] betreffende het gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in het zeevervoer en de met de scheepvaart verband houdende elementen van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap<FOOTNOTE><FIELD>Richtlĳn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wĳziging van Richtlĳn 96/61/EG van de Raad (PB L 275 van 25.10.2003, blz. 32).</FIELD></FOOTNOTE>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dat omvat de monitoring van en verslaglegging over de gevolgen van het EU-ETS (maritiem vervoer) en FuelEU Zeevaart voor het havenverkeer, het mijden van havens en verschuivingen van verkeer naar overladingshavens in derde landen, ten koste van havens in de EU. </STRING></STRING>Het Agentschap moet op het niveau van de Unie een voortrekkersrol blijven spelen in de overschakeling van de sector op hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen, door onderzoek te verrichten naar en richtsnoeren te verstrekken voor het gebruik en de uitrol van duurzame alternatieve energiebronnen voor schepen<STRING STRIKE="on">, waaronder</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de daarmee verbonden infrastructuur in havengebieden,</STRING></STRING> walstroom, en de toepassing van oplossingen voor energie-efficiëntie en door wind ondersteunde<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zonne- en golfslagvoortstuwing. Dat omvat ook nieuwe technologieën ter vermindering van de uitstoot van broeikasgassen, zoals voor het afvangen van koolstof aan boord en energie-efficiënte praktijken, zoals langzaam varen. Daarnaast moet het Agentschap zijn deskundigheid delen met betrekking tot de veiligheidsgerelateerde risico’s van havens, bunkering en opslag, de invoering van duurzame alternatieve brandstoffen, en technologische en regelgevingsobstakels</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> voortstuwing</STRING>. Om de<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> weg vrij te maken voor</STRING></STRING> vooruitgang op het gebied van decarbonisatie van de scheepvaart<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en van havengebieden en om deze vooruitgang</STRING></STRING> te monitoren, moet het Agentschap om de drie jaar aan de Commissie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en het Parlement</STRING></STRING> rapporteren over de inspanningen op het gebied van broeikasgasreductie en over eventuele aanbevelingen van zijn kant.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het Agentschap moet tevens verslag uitbrengen over alle administratieve en praktische moeilijkheden die de lidstaten ondervinden bij de uitvoering van de bijbehorende wetgevingshandelingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 11]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>Op het gebied van maritieme beveiliging moet het Agentschap technische bijstand aan de Commissie blijven verlenen voor inspecties in het kader van Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (PB L 129 van 29.4.2004, blz. 6).</FIELD></FOOTNOTE>. Aangezien het aantal cyberbeveiligingsincidenten in de maritieme sector de voorbije jaren aanzienlijk is toegenomen, moet het Agentschap de inspanningen van de Unie ondersteunen om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">cyberbeveiligingsincidenten te voorkomen en de cyberweerbaarheid in de maritieme sector</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">de weerbaarheid tegen cyberincidenten</STRING> te vergroten<STRING STRIKE="on">,</STRING> door<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> richtsnoeren vast te stellen en</STRING></STRING> de uitwisseling van beste praktijken en informatie tussen de lidstaten te vergemakkelijken.<STRING BOLD="on"> [Am. 12]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>Het Agentschap moet het bij Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2002/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van 27 juni 2002 betreffende de invoering van een communautair monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart en tot intrekking van Richtlijn 93/75/EEG van de Raad (PB L 208 van 5.8.2002, blz. 10).</FIELD></FOOTNOTE> ingestelde monitoring- en informatiesysteem voor de zeescheepvaart blijven hosten, samen met andere systemen die de opstelling van een beeld van het maritiem bewustzijn ondersteunen. In dat verband moet het Agentschap een cruciale rol blijven spelen in het beheer van het onderdeel maritieme beveiliging van het Copernicus-programma en moet het gebruik blijven maken van de beschikbare geavanceerde technologie, zoals op afstand bestuurde luchtvaartuigsystemen, die voor de lidstaten en andere organen van de Unie een nuttig bewakings- en monitoringinstrument zijn. Het Agentschap heeft ook aangetoond dat het een strategische rol speelt bij het verschaffen van maritiem situationeel bewustzijn bij diverse crisissen, zoals de COVID-19-pandemie en de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne. Bijgevolg moet het Agentschap een centrum leiden dat 24 uur per dag en 7 dagen per week geopend is en dat de Commissie en de lidstaten <STRING STRIKE="on">in dergelijke</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet bijstaan en van informatie moet voorzien over potentiële</STRING></STRING> noodsituaties<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Ter ondersteuning van een sterke en eensgezinde reactie van de Unie en haar lidstaten op de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne moet het Agentschap onder andere verdachte gedragingen in de buurt van pijpleidingen monitoren en gevallen waarin sancties op zee worden ontweken aan het licht brengen</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> moet bijstaan</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 13]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Digitalisering van gegevens is een onderdeel van de technologische vooruitgang op het gebied van gegevensverzameling en -overdracht, dat tot doel heeft kosten te helpen verlagen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de administratieve lasten terug te dringen</STRING></STRING> en efficiënt gebruik te maken van personele middelen. De inzet en het gebruik van autonome maritieme oppervlakteschepen (MASS) en de digitale en technologische ontwikkelingen bieden heel wat nieuwe mogelijkheden op het gebied van gegevensverzameling en het beheer van geïntegreerde systemen. Dat biedt mogelijkheden voor de digitalisering, automatisering en standaardisering van verschillende processen, waardoor de veiligheid, de duurzaamheid en de efficiëntie van maritieme operaties, waaronder toezichtsmechanismen, op het niveau van de Unie kunnen worden bevorderd en de administratieve lasten voor de lidstaten tegelijk worden verminderd. In dat verband moet het Agentschap onder meer het gebruik van elektronische certificaten, het verzamelen, registreren en evalueren van technische gegevens, de systematische exploitatie van bestaande databanken, waaronder kruisbestuiving door het gebruik van innovatieve IT- en AI-instrumenten, en in voorkomend geval de ontwikkeling van extra interoperabele databanken faciliteren en bevorderen.<STRING BOLD="on"> [Am. 14]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>Voor een correcte uitvoering van de taken waarmee het Agentschap is belast, is het wenselijk dat zijn beambten in de lidstaten inspectiebezoeken verrichten om toezicht uit te oefenen op het algemene functioneren van het Uniesysteem voor maritieme veiligheid en de preventie van verontreiniging. Het Agentschap moet ook inspecties uitvoeren om de Commissie bij te staan bij de beoordeling van de doeltreffende uitvoering van het Unierecht.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>De Commissie en de lidstaten kunnen technische bijstand en deskundigheid nodig hebben in het kader van de IMO, de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) en het Memorandum van overeenstemming inzake toezicht op schepen door de havenstaat, dat op 26 januari 1982 is ondertekend in Parijs (“Memorandum van overeenstemming van Parijs”). <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Derhalve moet de rol van het EMSA worden versterkt, met name in het kader van de IMO, waar het EMSA in moet participeren en aan de besprekingen moet deelnemen. </STRING></STRING>De Commissie kan ook technische bijstand van het Agentschap nodig hebben voor maritieme steun aan derde landen, met name middelen voor capaciteitsopbouw en de preventie en bestrijding van verontreiniging. Als onderdeel van het <STRING STRIKE="on">enig</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">enkelvoudig</STRING></STRING> programmeringsdocument moet de raad van beheer van het Agentschap een strategie voor internationale betrekkingen van het Agentschap vaststellen met betrekking tot aangelegenheden die onder zijn bevoegdheid vallen.<STRING BOLD="on"> [Am. 15]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>De nationale autoriteiten die kustwachttaken uitvoeren zijn verantwoordelijk voor een breed gamma van taken, die onder meer kunnen bestaan uit veiligheid, beveiliging, opsporing en redding, grenstoezicht, visserijcontrole, douanetoezicht, algemene rechtshandhaving en milieubescherming op maritiem gebied. Het Agentschap, het bij Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624 (PB L 295 van 14.11.2019, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> opgericht Europees Grens- en kustwachtagentschap en het bij Verordening (EU) 2019/473 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/473 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 betreffende het Europees Bureau voor visserijcontrole (PB L 83 van 25.3.2019, blz. 18).</FIELD></FOOTNOTE> opgericht Europees Bureau voor visserijcontrole moeten daarom, elk binnen hun opdracht, zowel hun onderlinge samenwerking als de samenwerking met de nationale autoriteiten die kustwachttaken uitvoeren, intensiveren teneinde de maritieme situatiekennis te versterken en samenhangende en kostenefficiënte maatregelen te ondersteunen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, door de verlening van diensten, de verstrekking van informatie, technologie, uitrusting en opleiding, maar ook door de coördinatie van multifunctionele operaties, de verzameling van gegevens voor wetenschappelijk onderzoek, de monitoring van de Europese wateren en de uitvoering van samenwerkingsprogramma’s met derde landen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 16]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>De uitvoering van deze verordening doet geen afbreuk aan de verdeling van de bevoegdheden tussen de Unie en de lidstaten, noch aan de verplichtingen van de lidstaten die voortvloeien uit internationale verdragen zoals het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, het Internationaal Verdrag inzake opsporing en redding op zee, het Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door schepen, het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, en andere toepasselijke internationale maritieme instrumenten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>Om het besluitvormingsproces in het Agentschap te stroomlijnen en ter wille van de efficiëntie en de effectiviteit, moet een bestuur met een tweetrapsstructuur worden ingesteld. Daartoe dienen de lidstaten en de Commissie vertegenwoordigd te zijn in een raad van beheer die beschikt over de noodzakelijke bevoegdheden, onder meer om de begroting op te stellen en het programmeringsdocument goed te keuren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Het Europees Parlement moet als waarnemer vertegenwoordigd zijn</STRING></STRING>. De raad van beheer moet algemene richtsnoeren voor de werkzaamheden van het Agentschap verstrekken en nauwer worden betrokken bij het controleren van de werkzaamheden van het Agentschap, om het toezicht op administratieve en begrotingszaken te versterken. Er moet een kleinere uitvoerende raad worden opgericht, die op passende wijze de vergaderingen van de raad van beheer voorbereidt en de besluitvorming van de raad van beheer ondersteunt. De bevoegdheden van de uitvoerende raad moeten worden afgebakend in een door de raad van beheer vast te stellen mandaat; daartoe behoren in voorkomend geval adviezen en voorlopige beslissingen die door de raad van beheer definitief moeten worden goedgekeurd. Het agentschap moet worden geleid door een uitvoerend directeur.<STRING BOLD="on"> [Am. 17]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>Om de transparantie van de beslissingen van de raad van beheer te waarborgen, moeten vertegenwoordigers van de betrokken sectoren de vergaderingen als waarnemer zonder stemrecht bijwonen. De vertegenwoordigers van de verschillende belanghebbenden moeten door de Commissie worden aangewezen op basis van hun representativiteit op het niveau van de Unie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>Om zijn taken goed te kunnen uitoefenen moet het Agentschap beschikken over rechtspersoonlijkheid en een eigen begroting, waarvoor de middelen in hoofdzaak afkomstig zijn van een bijdrage van de Unie en van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> proportionele</STRING></STRING> vergoedingen en kosten die door derde landen of andere entiteiten worden betaald. De onafhankelijkheid en de onpartijdigheid van het Agentschap mogen niet in opspraak worden gebracht door een financiële bijdrage die het van lidstaten, derde landen of andere entiteiten ontvangt. Om onafhankelijkheid te garanderen in het dagelijkse beheer van het Agentschap en in de adviezen, aanbevelingen en beslissingen die het uitbrengt, moet de organisatie van het Agentschap transparant zijn en moet de uitvoerend directeur de volledige verantwoordelijkheid dragen. Het personeel van het Agentschap moet onafhankelijk zijn en moet worden aangeworven op basis van zowel kort- als langlopende contracten teneinde de organisatorische kennis en de bedrijfscontinuïteit in stand te houden en tegelijk voor de nodige en permanente uitwisseling van deskundigheid met de maritieme sector te zorgen. De uitgaven van het Agentschap bestaan uit de kosten voor personeel, administratie, infrastructuur en organisatie.<STRING BOLD="on"> [Am. 18]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>Wat betreft het voorkomen van en het omgaan met belangenconflicten, is het essentieel dat het Agentschap onpartijdig optreedt, blijk geeft van integriteit en strenge professionele normen hanteert. Er mag nooit enige gegronde aanleiding zijn om te vermoeden dat beslissingen worden beïnvloed door belangen die indruisen tegen de rol van het Agentschap als orgaan dat in dienst staat van de gehele Unie, of door de particuliere belangen of connecties van een lid van de raad van beheer die in strijd zouden zijn of zouden kunnen zijn met de correcte vervulling van de officiële taken van de betrokkene. De raad van beheer moet derhalve uitgebreide regels inzake belangenconflicten vaststellen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en openbaar maken, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de aanbevelingen van de Europese Ombudsman</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 19]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P>Een breder strategisch gezichtspunt met betrekking tot de activiteiten van het Agentschap zou bijdragen tot een doeltreffendere planning en een doeltreffender beheer van de middelen, en de kwaliteit van de resultaten van het Agentschap ten goede komen. Dat wordt bevestigd en versterkt door Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715. Daarom moet de raad van beheer, na de betrokken belanghebbenden terdege te hebben geraadpleegd, een enkelvoudig programmeringsdocument met de jaarlijkse en de meerjarige werkprogramma’s aannemen en dat document regelmatig bijwerken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>Wanneer het Agentschap wordt verzocht een nieuwe taak uit te voeren die niet specifiek in zijn mandaat is opgenomen of bepaalde taken uit te voeren waarvoor volgens zijn mandaat een overweging en een analyse van de gevolgen voor de personele en budgettaire middelen nodig zijn, mag de raad van beheer die taken pas na een dergelijke analyse in het programmeringsdocument opnemen. In die analyse moet worden vastgesteld welke middelen het Agentschap nodig heeft om de nieuwe taken uit te voeren en of dat een negatieve invloed heeft op de bestaande taken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(31)</NO.P>Het Agentschap moet over voldoende middelen beschikken om zijn taken uit te voeren en moet een eigen begroting krijgen. Het moet hoofdzakelijk worden gefinancierd met een bijdrage uit de algemene begroting van de Unie. De begrotingsprocedure van de Unie moet van toepassing zijn op de bijdrage van de Unie en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Unie. De controle van de rekeningen moet worden uitgevoerd door de Rekenkamer van de Unie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(32)</NO.P>Vergoedingen dragen bij aan de financiering van het Agentschap, en kunnen worden overwogen voor specifieke diensten die binnen zijn bevoegdheden vallen en worden verleend aan derde landen of de sector. Alle vergoedingen die door het Agentschap in rekening worden gebracht, moeten de kosten voor het verlenen van de betrokken diensten dekken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(33)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen op het gebied van vergoedingen en kosten, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> met betrekking tot de vastlegging van de vergoedingen en kosten voor de levering van diensten</STRING></STRING>. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).</FIELD></FOOTNOTE>.<STRING BOLD="on"> [Am. 20]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(33 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om de methode voor de berekening van die vergoedingen en kosten te verduidelijken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen betreffende … [inhoud en toepassingsgebied] aan te nemen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen geschieden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Met name om ervoor te zorgen dat het Europees Parlement en de Raad op gelijke voet deelnemen aan de opstelling van gedelegeerde handelingen, ontvangen zij alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de opstelling van de gedelegeerde handelingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 21]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(34)</NO.P>De afgelopen jaren, naarmate meer gedecentraliseerde agentschappen werden opgericht, is de transparantie van en de controle over het beheer van de aan hen toegewezen financiering van de Unie verbeterd, in het bijzonder met betrekking tot het opnemen in de begroting van vergoedingen, financiële controle, kwijtingsbevoegdheid, bijdragen aan de pensioenregeling en interne begrotingsprocedure (gedragscode). Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> zou op soortgelijke wijze onverkort van toepassing moeten zijn op het Agentschap, dat zou moeten toetreden tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 136 van 31.5.1999, blz. 15.</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(34 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gezien alle extra taken die het Agentschap zou moeten krijgen en de hoge ambities van de EU op het gebied van maritiem beleid schiet de voorgestelde verhoging van de middelen voor het EMSA tekort. Het bedrag van de financiële middelen voor dit voorstel moet daarom worden gehaald uit de niet-toegewezen marges onder de MFK-maxima of beschikbaar worden gesteld via de niet-thematische speciale MFK-instrumenten. Aangezien in het voorstel van de Commissie voor een herziening van het MFK niet is voorzien in een ruimere begroting van het EMSA, kan de verhoging van de kredieten voor het EMSA niet worden gecompenseerd door een compenserende verlaging van de geprogrammeerde uitgaven in het kader van de CEF Vervoer, noch door een verlaging van de middelen voor andere programma’s van de Unie. </STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 22]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(35)</NO.P>Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk de oprichting van een gespecialiseerde instantie die de Commissie en de lidstaten kan bijstaan bij de toepassing van en het toezicht op de wetgeving van de Unie op het gebied van maritieme veiligheid, alsook bij de evaluatie van de doeltreffendheid ervan, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de vereiste samenwerking beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(36)</NO.P>Voor de goede werking van het Agentschap is het noodzakelijk om met betrekking tot het bestuur van het Agentschap bepaalde beginselen toe te passen teneinde te voldoen aan de gezamenlijke verklaring en gemeenschappelijke aanpak die in juli 2012 door de interinstitutionele werkgroep voor gedecentraliseerde EU-agentschappen zijn overeengekomen en die tot doel hebben de activiteiten van de agentschappen te stroomlijnen en hun prestaties te verbeteren.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(37)</NO.P>Deze verordening neemt de grondrechten in acht en gaat uit van de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(38)</NO.P>Het bij Verordening (EG) nr. 1406/2002 opgerichte Europees Agentschap voor maritieme veiligheid blijft dezelfde rechtspersoon en zal al zijn activiteiten en procedures voortzetten,</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK I</TI><STI.GR>ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DOELSTELLINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 1</TI.ART><STI.ART>Oprichting, onderwerp en toepassingsgebied</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Deze verordening voorziet in uitgebreide regels voor de taken, de werking en het bestuur van het bij Verordening (EG) nr. 1406/2002 opgerichte Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (“het Agentschap”).</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Agentschap helpt de lidstaten en de Commissie bij de effectieve toepassing en uitvoering van het recht van de Unie met betrekking tot het zeevervoer in de hele Unie. Daartoe werkt het Agentschap samen met de lidstaten en de Commissie en verleent het hun technische, operationele en wetenschappelijke bijstand binnen de reikwijdte van de in artikel 2 en de hoofdstukken II en III omschreven doelstellingen en taken van het Agentschap.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Door de in lid 2 bedoelde bijstand te verlenen, ondersteunt het Agentschap de lidstaten en de Commissie met name om de desbetreffende rechtshandelingen van de Unie correct toe te passen en tegelijk bij te dragen tot de algehele efficiëntie van de zeevaart en het zeevervoer, zoals vastgesteld in deze verordening, teneinde de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie op het gebied van maritiem vervoer te bevorderen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Door het Agentschap verleende bijstand doet geen afbreuk aan de rechten en verantwoordelijkheden van de lidstaten als vlaggen-, haven- of kuststaat.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 2</TI.ART><STI.ART>Doelstellingen van het Agentschap</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De doelstellingen van het Agentschap zijn het bevorderen en tot stand brengen van een hoog, uniform en doeltreffend niveau van maritieme veiligheid dat gericht is op een <STRING STRIKE="on">ongevalvrije zeescheepvaart</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maximale reductie van het aantal ongevallen</STRING></STRING>, maritieme beveiliging, de vermindering van de broeikasgasuitstoot van schepen, de duurzaamheid van de maritieme sector, de preventie en bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging en de bestrijding van door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging.<STRING BOLD="on"> [Am. 23]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Andere doelstellingen van het Agentschap zijn het bevorderen van de digitalisering van de maritieme sector door <STRING STRIKE="on">het vergemakkelijken van </STRING>de elektronische overdracht van gegevens ter ondersteuning van de vereenvoudiging<STRING STRIKE="on">, en de levering van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te vergemakkelijken, de administratieve lasten terug te dringen en</STRING></STRING> geïntegreerde systemen en diensten voor maritiem toezicht en maritiem bewustzijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te leveren </STRING></STRING>aan de Commissie en de lidstaten.<STRING BOLD="on"> [Am. 24]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK II</TI><STI.GR>TAKEN VAN HET AGENTSCHAP</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 3</TI.ART><STI.ART>Horizontale technische ondersteuning</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Agentschap ondersteunt de Commissie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de lidstaten</STRING></STRING>:<STRING BOLD="on"> [Am. 25]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>bij de controle op de doeltreffende uitvoering van relevante bindende rechtshandelingen van de Unie die onder de doelstellingen van het Agentschap vallen, met name door de in artikel 10 vermelde bezoeken en inspecties uit te voeren. In dat verband kan het Agentschap de Commissie suggesties doen voor mogelijke verbeteringen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>bij de voorbereidende werkzaamheden voor het actualiseren en ontwikkelen van toepasselijke rechtshandelingen van de Unie die onder de doelstellingen van het Agentschap vallen, met name in samenhang met de ontwikkeling van internationale wetgeving;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>bij de uitvoering van eventuele andere in wetgevingshandelingen van de Unie aan de Commissie toegewezen taken die binnen de doelstellingen van het Agentschap liggen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Agentschap werkt samen met de lidstaten om:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in voorkomend geval relevante capaciteitsopbouw en opleidingsactiviteiten te organiseren op gebieden die onder de doelstellingen van het Agentschap en onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten vallen. In dat verband zorgt het Agentschap voor passende capaciteit om opleidingsactiviteiten te ontwikkelen, uit te voeren en te coördineren die relevant zijn voor de doelstellingen van het Agentschap, onder meer door de ontwikkeling van gemeenschappelijke kernprogramma’s en cursussen, seminars, conferenties, workshops en webgebaseerde opleidingsinstrumenten, opleidingsinstrumenten voor afstandsleren en andere innovatieve en geavanceerde opleidingsinstrumenten. De bijzonderheden van dergelijke opleidingsactiviteiten die buiten het gewone onderwijs worden aangeboden, worden uitgewerkt in nauw overleg met de lidstaten en de Commissie en goedgekeurd door de raad van beheer overeenkomstig artikel 17 van deze verordening, met volledige inachtneming van artikel 166 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>technische oplossingen te ontwikkelen, met inbegrip van het verstrekken van relevante operationele diensten, en technische bijstand te verlenen voor de opbouw van de nodige nationale capaciteit om de relevante rechtshandelingen van de Unie die betrekking hebben op de doelstellingen van het Agentschap, uit te voeren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Agentschap bevordert en vergemakkelijkt samenwerking tussen de lidstaten onderling en tussen de lidstaten en de Commissie bij de uitvoering van de Uniewetgeving, door de uitwisseling en de verspreiding van ervaringen en goede praktijken te bevorderen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Op verzoek van de Commissie of op eigen initiatief, en onder voorbehoud van goedkeuring door de raad van beheer overeenkomstig artikel 17, draagt het Agentschap bij tot maritieme onderzoeksactiviteiten op Unieniveau die stroken met de doelstellingen van het Agentschap.In dat verband helpt het Agentschap de Commissie en de lidstaten bij het vaststellen van de belangrijkste onderzoeksthema’s, onverminderd andere onderzoeksactiviteiten op Unieniveau, en bij het analyseren van lopende en voltooide onderzoeksprojecten die relevant zijn voor de doelstellingen van het Agentschap. In voorkomend geval <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verspreidt</STRING></STRING> het Agentschap, met inachtneming van de toepasselijke regels inzake intellectuele eigendom en beveiligingsoverwegingen en na goedkeuring door de Commissie, de resultaten van zijn onderzoeks- en innovatieactiviteiten <STRING STRIKE="on">verspreiden </STRING>als onderdeel van zijn bijdrage tot het creëren van synergieën tussen de onderzoeks- en innovatieactiviteiten van andere organen van de Unie en de lidstaten.<STRING BOLD="on"> [Am. 26]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Als dat nodig is voor de uitvoering van zijn taken, verricht het Agentschap studies waarbij de Commissie en, indien van toepassing, via stuurgroepen voor consultatie, de lidstaten, de sociale partners en vertegenwoordigers van de sector met expertise op het gebied van het onderwerp worden betrokken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Op basis van het onderzoek en de studies van het Agentschap, maar ook van de ervaring die is opgedaan tijdens zijn eigen activiteiten, met name de bezoeken en inspecties, en tijdens de uitwisseling van informatie en goede praktijken met de lidstaten en de Commissie, kan het Agentschap, na voorafgaand overleg met de Commissie, relevante niet-bindende aanbevelingen, richtsnoeren of handleidingen opstellen om de lidstaten en, in voorkomend geval, de sector te ondersteunen en vooruit te helpen bij de uitvoering van de Uniewetgeving.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 4</TI.ART><STI.ART>Taken in verband met maritieme veiligheid</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Agentschap monitort de vooruitgang op het gebied van de veiligheid van het zeevervoer in de Unie, voert risicoanalyses uit op basis van de beschikbare gegevens en ontwikkelt modellen voor de beoordeling van veiligheidsrisico’s om veiligheidsproblemen en -risico’s in kaart te brengen. Om de drie jaar dient het Agentschap bij de Commissie een rapport in over de vooruitgang op het gebied van maritieme veiligheid, met eventuele technische aanbevelingen die op het niveau van de Unie of op internationaal niveau kunnen worden opgevolgd. In dat verband analyseert het Agentschap met name relevante richtsnoeren of aanbevelingen met betrekking tot potentiële veiligheidsrisico’s die voortvloeien uit het gebruik en de inzet van duurzame alternatieve energiebronnen voor schepen, waaronder walstroom voor schepen op de ligplaats, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">batterijtechnologieën die voor aandrijving worden gebruikt, “emissievrije technologieën”, zoals gedefinieerd in [FuelEU Zeevaart] of andere toekomstige technologieën aan boord van schepen of in havengebieden, </STRING></STRING>en stelt die voor.<STRING BOLD="on"> [Am. 27]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie en de lidstaten bij de uitvoering van Richtlijn 2009/21/EG. Het Agentschap ontwikkelt en onderhoudt met name de inspectiedatabank overeenkomstig [artikel 6 bis] van die richtlijn, zet het in [artikel 9 ter] van die richtlijn vermelde elektronische rapportage-instrument op, onderhoudt de in artikel 8, lid 2 quater, vermelde openbare website en verstrekt de Commissie aanbevelingen op basis van de verzamelde gegevens.</PARAG><PARAG>Het Agentschap helpt de Commissie om als waarnemer deel te nemen aan het auditproces van de Internationale Maritieme Organisatie overeenkomstig [artikel 7] van Richtlijn 2009/21/EG. Het Agentschap ontwikkelt ook relevante instrumenten en diensten om de lidstaten op hun verzoek te helpen hun verplichtingen uit hoofde van Richtlijn 2009/21/EG na te komen.</PARAG><PARAG>Het Agentschap voorziet ook in een gemeenschappelijk programma voor capaciteitsopbouw voor vlaggenstaatcontroleurs en -inspecteurs van de lidstaten, als bedoeld in [artikel 4 quater] van bovengenoemde richtlijn.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de lidstaten</STRING></STRING> bij de ontwikkeling en het onderhoud van de in de artikelen 24 en 24 bis van Richtlijn 2009/16/EG vermelde databanken. Op basis van de verzamelde gegevens helpt het Agentschap de Commissie bij de analyse van de relevante informatie en bij de bekendmaking van informatie over schepen en maatschappijen met zwakke en zeer zwakke prestaties overeenkomstig Richtlijn 2009/16/EG.<STRING BOLD="on"> [Am. 28]</STRING></PARAG><PARAG>Het Agentschap ontwikkelt relevante instrumenten en diensten om de lidstaten op hun verzoek te helpen hun verplichtingen uit hoofde van Richtlijn 2009/16/EG na te komen.</PARAG><PARAG>Het Agentschap voorziet ook in een programma voor professionele ontwikkeling en opleiding voor de havenstaatinspecteurs van de lidstaten, zoals bepaald in [artikel 22, lid 7,] van Richtlijn 2009/16/EG.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie bij de ontwikkeling en het onderhoud van de in artikel 17 van Richtlijn 2009/18/EG vermelde databank. Op basis van de verzamelde gegevens stelt het Agentschap jaarlijks een overzicht op van ongevallen en incidenten op zee. Het Agentschap <STRING STRIKE="on">verleent, op verzoek van de betrokken</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan door de</STRING></STRING> lidstaten <STRING STRIKE="on">en wanneer er geen sprake is van een belangenconflict,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden verzocht om</STRING></STRING> operationele<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en technische</STRING></STRING> steun voor veiligheidsonderzoeken <STRING STRIKE="on">aan deze lidstaten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te verlenen. Het Agentschap gaat in op dergelijke verzoeken, mits het daardoor niet in een belangenconflict terechtkomt</STRING></STRING>. Het Agentschap analyseert ook de veiligheidsonderzoeksrapporten om vast te stellen welke meerwaarde de Unie levert in de vorm van relevante lessen die moeten worden getrokken.<STRING BOLD="on"> [Am. 29]</STRING></PARAG><PARAG>Het Agentschap stelt een programma voor professionele ontwikkeling en opleiding op voor de bevoegde autoriteiten voor onderzoek van ongevallen op zee.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie en de lidstaten bij de uitvoering van Richtlijn 2009/45/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2009/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen (PB L 163 van 25.6.2009, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> en Richtlijn 2003/25/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2003/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 april 2003 betreffende specifieke stabiliteitsvereisten voor ro-ro-passagiersschepen (PB L 123 van 17.5.2003, blz. 22).</FIELD></FOOTNOTE> van het Europees Parlement en de Raad en van Richtlijn 98/41/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 98/41/EG van de Raad van 18 juni 1998 inzake de registratie van de opvarenden van passagiersschepen die vanuit of naar havens in de lidstaten van de Gemeenschap varen (PB L 188 van 2.7.1998, blz. 35).</FIELD></FOOTNOTE>. Het Agentschap ontwikkelt en onderhoudt met name een databank voor de registratie van maatregelen als bedoeld in artikel 9 van Richtlijn 2009/45/EG en artikel 9 van Richtlijn 98/41/EG, en helpt de Commissie bij de beoordeling van dergelijke maatregelen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Het Agentschap faciliteert de samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen de Commissie en de lidstaten met het oog op de beoordeling van de erkende organisaties die onderzoeks- en certificeringstaken uitvoeren overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 391/2009<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 391/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties (PB L 131 van 28.5.2009, blz. 11).</FIELD></FOOTNOTE>. Dat houdt met name in dat het Agentschap:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de Commissie adviseert over haar beoordeling van de erkende organisaties op grond van artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 391/2009;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de lidstaten passende informatie verstrekt over de inspecties die worden uitgevoerd om de Commissie te helpen bij de beoordeling uit hoofde van artikel 8, lid 1, van Verordening (EG) nr. 391/2009 ter ondersteuning van de monitoring van en het toezicht op de erkende organisaties overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 2009/15/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2009/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en voor de desbetreffende werkzaamheden van maritieme instanties (PB L 131 van 28.5.2009, blz. 47).</FIELD></FOOTNOTE>, ter ondersteuning van de lidstaten bij het nakomen van hun Europese en internationale verplichtingen als vlaggenstaten. In dat verband helpt het Agentschap de Commissie bij het beheer van de groep op hoog niveau inzake vlaggenstaataangelegenheden overeenkomstig [artikel 9, lid 1,] van Richtlijn 2009/21/EG;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie, een aanbeveling doet en technische bijstand verleent aan de Commissie met betrekking tot eventuele corrigerende maatregelen of het opleggen van boetes aan erkende organisaties overeenkomstig de artikelen 5 en 6 van Verordening (EG) nr. 391/2009.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de lidstaten</STRING></STRING> bij de uitvoering van Richtlijn 2014/90/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlij<STRING STRIKE="on">n 2014/90/EG</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">n 2014/90/EU</STRING></STRING> van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 inzake uitrusting van zeeschepen en tot intrekking van Richtlijn 96/98/EG van de Raad (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 146).</FIELD></FOOTNOTE> door een technische beoordeling van de veiligheidsaspecten te verstrekken, aanbevelingen te doen met lijsten van de respectieve ontwerp-, constructie- en prestatie-eisen en beproevingsnormen, de in artikel 35, lid 4, van die richtlijn vermelde databank te ontwikkelen en bij te houden en de samenwerking te bevorderen tussen aangemelde beoordelingsinstanties die als technisch secretariaat voor hun coördinatiegroep optreden.<STRING BOLD="on"> [Am. 30]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie en de lidstaten bij het in kaart brengen van veiligheidsrisico’s in verband met de ontwikkeling van maritieme autonome en geautomatiseerde oppervlakteschepen (MASS) en verleent bijstand aan de lidstaten voor het bevorderen van richtsnoeren en handleidingen voor de goedkeuring van MASS-projecten en/of -operaties, door middel van onderzoek en de ontwikkeling van de relevante digitale instrumenten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Het Agentschap verzamelt en analyseert gegevens over zeevarenden die worden verstrekt en gebruikt overeenkomstig Richtlijn (EU) 2022/993 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlĳn (EU) 2022/993 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2022 inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden (PB L 169 van 27.6.2022, blz. 45).</FIELD></FOOTNOTE>. Het kan ook gegevens verzamelen en analyseren over de uitvoering van het Maritiem Arbeidsverdrag van 2006, teneinde bij te dragen tot betere arbeids- en levensomstandigheden aan boord voor zeevarenden.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De Europese Commissie maakt gebruik van die gegevens, samen met de gegevens van het informatiesysteem in het kader van het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst (STCW IS) met het oog op de ontwikkeling van een passende strategische reactie om zeevarenden aan te werven en te behouden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 31]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 5</TI.ART><STI.ART>Taken in verband met duurzaamheid</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In geval van door schepen of door olie- en gasinstallaties veroorzaakte verontreiniging van de zee, ondersteunt het Agentschap de lidstaten op kostenefficiënte wijze met extra middelen voor de bestrijding van de verontreiniging Het Agentschap doet dat op verzoek van de getroffen lidstaat onder wiens gezag de schoonmaakwerkzaamheden worden uitgevoerd. Die bijstand doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheid van de kuststaten om over passende mechanismen voor de bestrijding van verontreiniging te beschikken en eerbiedigt de bestaande samenwerking tussen de lidstaten op dat gebied. Bij het ter beschikking stellen van operationele middelen van het Agentschap aan de lidstaten, wordt rekening gehouden met de overschakeling van de sector op duurzame alternatieve energiebronnen voor schepen. In voorkomend geval worden verzoeken voor de inzet van middelen voor de bestrijding van verontreiniging doorgegeven via het Uniemechanisme voor civiele bescherming dat is ingesteld bij Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 924).</FIELD></FOOTNOTE>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie en de lidstaten bij het opsporen van mogelijke verontreiniging en het vervolgen van schepen die illegale lozingen verrichten, overeenkomstig Richtlijn 2005/35/EG. Het Agentschap verleent met name bijstand bij de uitvoering van de artikelen [10, 10 bis, 10 ter, 10 quater en 10 quinquies] van die richtlijn door:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het ontwikkelen en onderhouden van het benodigde informatiesysteem (CleanSeaNet) als onderdeel van het systeem voor de uitwisseling van maritieme informatie van de Unie (SafeSeaNet), en van de nodige databanken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het verzamelen, analyseren en verspreiden van relevante informatie over de uitvoering en handhaving van Richtlijn 2005/35/EG;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het voorzien in capaciteitsopbouw voor de bevoegde nationale autoriteiten en het bevorderen van de uitwisseling van beste praktijken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het ontwikkelen en onderhouden van het online extern meldkanaal voor het ontvangen en verwerken van informatie over mogelijke illegale lozingen die door de bemanning wordt meegedeeld, en het doorgeven van die informatie aan de betrokken lidstaat of lidstaten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het delen en ontvangen van informatie van andere EU-agentschappen, zoals het EFCA, vooral met betrekking tot verloren vistuig.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 32]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Agentschap verleent de dienst CleanSeaNet en verstrekt alle andere instrumenten om de Commissie en de lidstaten op hun verzoek bij te staan bij het monitoren van de omvang en de milieueffecten van door olie- en gasinstallaties veroorzaakte olieverontreiniging op zee.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie en de lidstaten bij de uitvoering van Richtlijn (EU) 2019/883 inzake havenontvangstvoorzieningen voor de afvalafgifte van schepen. Het Agentschap helpt de Commissie met name bij de ontwikkeling en het onderhoud van de in artikel 14 van die richtlijn vermelde inspectiedatabank.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie en de lidstaten bij de uitvoering van Richtlijn 2008/56/EG door bij te dragen tot de doelstelling van het bereiken van een goede milieutoestand van de mariene wateren, door middel van de scheepvaartgerelateerde aspecten ervan en door gebruik te maken van de resultaten van bestaande instrumenten zoals de geïntegreerde maritieme diensten. In dat verband verricht het Agentschap verder onderzoek naar problemen in verband met verloren containers, waaronder kunststof pellets, en onderwaterlawaai, en doet het aanbevelingen aan de Commissie en de lidstaten.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wat betreft op zee verloren containers verstrekt het Agentschap belanghebbenden uit de sector en de vlaggenstaat richtsnoeren over de binnen de IMO overeengekomen vereisten inzake de verplichte melding van verloren containers. Tevens moet de mogelijkheid van collectieve en gecoördineerde responsmechanismen op Unie- en internationaal niveau worden onderzocht.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 33]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie en de lidstaten bij de uitvoering van de scheepvaartgerelateerde aspecten van Richtlijn (EU) 2016/802, onder meer met operationele instrumenten en diensten. In dat verband versterkt en onderhoudt het Agentschap ook een databank voor bijstand aan de lidstaten, zodat die bij inspecties kunnen mikken op en prioriteit kunnen geven aan schepen die het risico lopen dat ze niet aan de richtlijn voldoen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Het Agentschap staat de Commissie en de lidstaten op hun verzoek bij met passende operationele instrumenten en diensten voor het monitoren en verzamelen van gegevens over de uitstoot van stikstofoxiden (NOx) door schepen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie en de lidstaten bij de uitvoering van Verordening (EU) nr. 1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 1257/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake scheepsrecycling, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1013/2006 en van Richtlijn 2009/16/EG (PB L 330 van 10.12.2013, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> door het verstrekken van passende richtsnoeren en door het verzamelen en analyseren van gegevens over de naleving van de bepalingen van die verordening.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Om de drie jaar dient het Agentschap bij de Commissie een rapport in over de vooruitgang bij het beperken van de milieueffecten van het zeevervoer op het niveau van de Unie.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 6</TI.ART><STI.ART>Taken in verband met decarbonisatie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Agentschap monitort de vooruitgang bij het treffen van operationele en technische maatregelen om de energie-efficiëntie van schepen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en havens</STRING></STRING> en de uitrol van duurzame alternatieve brandstoffen en energie- en aandrijfsystemen voor schepen te verhogen, waaronder walstroom en door wind ondersteunde voortstuwing<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en het afvangen van koolstof aan boord</STRING></STRING>, teneinde de broeikasgasuitstoot van schepen te verminderen.<STRING BOLD="on"> [Am. 34]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Agentschap beoordeelt tevens of extra opleidingsmodules moeten worden ingevoerd voor maritieme professionals die omgaan met nieuwe en dikwijls complexe hybride en emissievrije systemen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 35]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Agentschap verleent de Commissie en de lidstaten op hun verzoek technische bijstand met betrekking tot regelgeving om de broeikasgasuitstoot van schepen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en havens</STRING></STRING> te verminderen. In dat verband kan het Agentschap gebruikmaken van alle operationele instrumenten of diensten die voor die taak relevant zijn. Het Agentschap onderzoekt en analyseert<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> met name</STRING></STRING> relevante richtsnoeren of aanbevelingen met betrekking tot de invoering en de uitrol van duurzame alternatieve brandstoffen en energie- en aandrijfsystemen voor schepen, waaronder walstroom<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> door wind ondersteunde<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zonne- en golfslagvoortstuwing en het afvangen van koolstof aan boord, met inachtneming van het beginsel van technologieneutraliteit</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> voortstuwing</STRING>, en met betrekking tot energie-efficiëntiemaatregelen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waaronder praktijken zoals langzaam varen en optimalisering van de snelheid, </STRING></STRING>en stelt die voor.<STRING BOLD="on"> [Am. 36]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie en de lidstaten bij de uitvoering van Verordening (EU) [... betreffende het gebruik van hernieuwbare en koolstofarme brandstoffen in de zeevaart]. Het Agentschap verleent de Commissie met name bijstand bij de ontwikkeling en het onderhoud van de FuelEU-databank en andere relevante IT-instrumenten als vermeld in [artikel 16] van die verordening, bij de ontwikkeling van passende monitoringinstrumenten, richtsnoeren en op risico gebaseerde targetinginstrumenten om verificatie- en handhavingsactiviteiten als bedoeld in [artikel 15 ter] van die verordening te vergemakkelijken, en bij de analyse van de relevante gegevens en de voorbereiding van de rapportage uit hoofde van [artikel 28] van die verordening.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie en de lidstaten bij de uitvoering van Verordening (EU) 2015/757. Het Agentschap helpt de Commissie met name bij de ontwikkeling, de actualisering en het onderhoud van relevante IT-instrumenten, databanken en richtsnoeren met het oog op de uitvoering van die verordening en het faciliteren van handhavingsactiviteiten, verleent de Commissie bijstand bij de analyse van relevante gegevens die uit hoofde van die verordening worden gerapporteerd, en ondersteunt de Commissie bij haar activiteiten om te voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van artikel 21 van die verordening.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie en de lidstaten bij de uitvoering van Richtlijn 2003/87/EG, waar die van toepassing is op de maritieme sector. Het Agentschap helpt de Commissie met name bij de ontwikkeling van passende IT-implementatietools, monitoringinstrumenten, richtsnoeren en op risico gebaseerde targetinginstrumenten om verificatie-, handhavings- en uitvoeringsactiviteiten in verband met Richtlijn 2003/87/EG, waar die van toepassing is op de maritieme sector, te vergemakkelijken en maakt daarbij gebruik van de resultaten van bestaande relevante instrumenten, diensten en databanken.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die hulp omvat tevens de monitoring en rapportage van de gevolgen voor het havenverkeer, het mijden van havens en verschuivingen van verkeer naar naburige overladingshavens, ten koste van havens in de EU.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 37]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Om de drie jaar dient het Agentschap bij de Commissie een rapport in over de vooruitgang bij de decarbonisatie van het zeevervoer op het niveau van de Unie. Indien mogelijk bevat het rapport een technische analyse van vastgestelde problemen die op het niveau van de Unie kunnen worden aangepakt.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het rapport wordt in een doorzoekbaar formaat en naar detail uitgesplitst openbaar gemaakt op de website van het Agentschap.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 38]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 7</TI.ART><STI.ART>Taken in verband met maritieme beveiliging en cyberbeveiliging</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Agentschap verleent de Commissie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de lidstaten</STRING></STRING> technische bijstand bij de uitvoering van de haar op grond van artikel 9<STRING STRIKE="on">, lid 4,</STRING> van Verordening (EG) nr. 725/2004 toegewezen <STRING STRIKE="on">inspectietaken</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">taken</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 39]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie en de lidstaten, samen met andere relevante organen van de Unie, bij het versterken van de weerbaarheid tegen cyberincidenten in de maritieme sector, met name door <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">richtsnoeren vast te stellen en </STRING></STRING>de uitwisseling van beste praktijken en informatie over cyberbeveiligingsincidenten tussen de lidstaten te faciliteren.<STRING BOLD="on"> [Am. 40]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 8</TI.ART><STI.ART>Taken in verband met maritiem toezicht en maritieme crisissen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Agentschap verleent de Commissie en de lidstaten op hun verzoek maritieme toezichts- en communicatiediensten op basis van geavanceerde technologie, met inbegrip van infrastructuur in de ruimte en op aarde en op een platform bevestigde sensoren, om het maritiem situationeel bewustzijn te verbeteren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer met betrekking tot nieuwe geopolitieke uitdagingen, zoals de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de daaraan gerelateerde veiligheidsdreigingen voor specifieke lidstaten en de Unie als geheel</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 41]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Op het gebied van de monitoring van de scheepvaart uit hoofde van Richtlijn 2002/59/EG bevordert het Agentschap in het bijzonder de samenwerking tussen oeverstaten in de betrokken vaargebieden; het ontwikkelt, onderhoudt en beheert het datacentrum van de Europese Unie voor het op lange afstand identificeren en volgen van schepen, het systeem voor de uitwisseling van maritieme informatie van de Unie (SafeSeaNet), als bedoeld in artikel 6 ter en artikel 22 bis van die richtlijn, en het internationale gegevensuitwisselingssysteem voor het op lange afstand identificeren en volgen van schepen, overeenkomstig de afspraken in de IMO.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Op verzoek en onverminderd het nationale en het Unierecht verstrekt het Agentschap toepasselijke gegevens over de positionering van vaartuigen en aardeobservatiegegevens aan de Commissie, de bevoegde nationale autoriteiten en de betrokken organen van de Unie, binnen de grenzen van hun mandaat, teneinde maatregelen te bevorderen tegen dreigingen van piraterij en opzettelijke onwettige handelingen, zoals bepaald in het toepasselijke Unierecht of uit hoofde van op internationaal niveau overeengekomen rechtsinstrumenten op het gebied van maritiem vervoer, met inachtneming van de toepasselijke regels inzake gegevensbescherming en overeenkomstig de administratieve procedures die moeten worden vastgesteld door de overeenkomstig Richtlijn 2002/59/EG opgerichte stuurgroep op hoog niveau, naargelang het geval. Voor het verstrekken van gegevens over het op lange afstand identificeren en volgen van schepen is de toestemming van de betrokken vlaggenstaat vereist.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Agentschap leidt een centrum dat 24 uur per dag en 7 dagen per week beschikbaar is en dat,<STRING STRIKE="on"> op verzoek en</STRING> onverminderd het nationale recht en het Unierecht, de Commissie, de bevoegde nationale autoriteiten, onverminderd hun rechten en verantwoordelijkheden als vlaggen-, kust- en havenstaat, en de betrokken organen van de Unie, binnen hun mandaat, maritiem omgevingsbewustzijn en analytische gegevens, naargelang het geval, verstrekt ter ondersteuning van:<STRING BOLD="on"> [Am. 42]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>veiligheid, beveiliging en het bestrijden van verontreiniging op zee;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>noodsituaties op zee;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de uitvoering van Uniewetgeving waarbij toezicht op scheepsbewegingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en op zee verloren containers </STRING></STRING>vereist is;<STRING BOLD="on"> [Am. 43]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>maatregelen tegen bedreigingen van piraterij en opzettelijke onrechtmatige handelingen, zoals bepaald in het toepasselijke Unierecht of in internationaal overeengekomen rechtsinstrumenten op het gebied van maritiem vervoer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de inzet van MASS en de interactie ervan met conventionele schepen.</PARAG><PARAG>Dergelijke informatieverstrekking gebeurt volgens de toepasselijke regels voor gegevensbescherming en in overeenstemming met administratieve procedures die door de overeenkomstig Richtlijn 2002/59/EG opgerichte stuurgroep op hoog niveau moeten worden ingesteld, naargelang het geval. Voor het verstrekken van gegevens over het op lange afstand identificeren en volgen van schepen is de toestemming van de betrokken vlaggenstaat vereist.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het Agentschap draagt binnen zijn bevoegdheid bij tot een tijdige reactie op en de beperking van crisissen, door de lidstaten en de Commissie op verzoek bij te staan bij de uitvoering van noodplannen en door de uitwisseling van informatie en beste praktijken te bevorderen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie bij de werking van het onderdeel maritiem toezicht van de veiligheidsdienst van Copernicus, binnen het financieel en bestuurskader van het Copernicus-programma.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie en de lidstaten bij de ontwikkeling en het onderhoud van de vrijwillige gemeenschappelijke gegevensuitwisselingsstructuur (CISE), een interoperabiliteitsoplossing, met als doel de uitwisseling van informatie te vergemakkelijken tussen de verschillende systemen die worden gebruikt door civiele en militaire autoriteiten met verantwoordelijkheid op maritiem gebied, ter aanvulling van de informatie die reeds beschikbaar is via de verplichte informatiesystemen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 9</TI.ART><STI.ART>Taken in verband met digitalisering en vereenvoudiging</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In voorkomend geval verzamelt en verstrekt het Agentschap op de gebieden van het Unierecht die onder de bevoegdheid van het Agentschap vallen, objectieve, betrouwbare en vergelijkbare statistieken, informatie en gegevens zodat de Commissie en de lidstaten de nodige stappen kunnen ondernemen om hun optreden te verbeteren en de doeltreffendheid en de kostenefficiëntie van bestaande maatregelen te evalueren. Dergelijke taken omvatten onder meer de vereenvoudiging en bevordering van elektronische certificaten, het verzamelen, registreren en evalueren van technische gegevens, het systematische gebruik van bestaande databanken, waaronder kruisbestuiving door het gebruik van innovatieve IT- en AI-instrumenten, en in voorkomend geval de ontwikkeling van extra interoperabele databanken. In dat verband draagt het Agentschap ook bij tot het maritieme domein van de gemeenschappelijke Europese ruimte voor mobiliteitsgegevens door koppeling met systemen van andere vervoerswijzen te onderzoeken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Agentschap helpt de Commissie bij de uitvoering van Verordening (EU) 2019/1239 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/1239 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 tot instelling van een Europees maritiem éénloketsysteem en tot intrekking van Richtlijn 2010/65/EU (PB L 198 van 25.7.2019, blz. 64).</FIELD></FOOTNOTE> met de volgende taken:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het ontwikkelen, beschikbaar stellen en onderhouden van de gemeenschappelijke IT-componenten en -diensten van het Europees maritiem éénloketsysteem (EMSWe) onder de verantwoordelijkheid van de Commissie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het onderhouden van de EMSWe-dataset, de leidraad voor de uitvoering van berichten en de modellen van de digitale spreadsheets;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het verstrekken van technische richtsnoeren aan de lidstaten voor de invoering van het EMSWe;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het faciliteren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en verbeteren</STRING></STRING> van het hergebruik en het delen van gegevens die via SafeSeaNet in het EMSWe worden uitgewisseld.<STRING BOLD="on"> [Am. 44]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Agentschap verleent de lidstaten, op hun verzoek en onverminderd hun rechten en plichten als vlaggenstaten, technische<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en operationele</STRING></STRING> bijstand bij de digitalisering van hun registers en procedures ter bevordering van het gebruik van elektronische certificaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en bij de digitalisering van andere procedures die kunnen bijdragen tot het verminderen van de administratieve lasten voor de autoriteiten van vlaggen-, haven- of kuststaten, en biedt hierover regelmatig opleidings- en certificeringsprogramma’s aan</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 45]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 10</TI.ART><STI.ART>Bezoeken aan de lidstaten en inspecties</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Om de Commissie bij te staan bij het vervullen van haar verplichtingen in het kader van het VWEU en met name de beoordeling van de efficiënte uitvoering van de relevante Uniewetgeving, verricht het Agentschap bezoeken aan de lidstaten overeenkomstig de door de raad van beheer vastgestelde methode. Volgens die methode wordt bij elk bezoek een geïntegreerde aanpak gebruikt om tijdens het bezoek telkens de naleving te controleren van meer dan één wettekst die relevant is voor de functie van vlaggen-, haven- of kuststaat van de onderzochte lidstaat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Agentschap stelt de betrokken lidstaat tijdig in kennis van het geplande bezoek, de identiteit van de gemachtigde ambtenaren en de aanvangsdatum en de verwachte duur van het bezoek. De met dergelijke bezoeken belaste ambtenaren van het Agentschap leggen een schriftelijk besluit van de uitvoerend directeur van het Agentschap voor waarin het voorwerp en het doel van hun opdracht zijn vermeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Agentschap kan namens de Commissie inspecties uitvoeren overeenkomstig bindende rechtshandelingen van de Unie met betrekking tot organisaties die door de Unie zijn erkend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 391/2009, en met betrekking tot de opleiding en diplomering van zeevarenden in derde landen overeenkomstig Richtlijn (EU) 2022/993.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Agentschap kan namens de Commissie ook inspecties uitvoeren zoals vereist op grond van andere bindende rechtshandelingen van de Unie, als de Commissie besluit die taak aan het Agentschap te delegeren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Na elk bezoek en elke inspectie stelt het Agentschap een rapport op dat aan de Commissie en aan de betrokken lidstaat wordt toegezonden. Voor het rapport zou het eerder door de Commissie vastgestelde model worden gebruikt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Waar passend, en in elk geval wanneer een bezoek- of inspectiecyclus is afgerond, analyseert het Agentschap de rapporten van die cyclus met het oog op horizontale bevindingen en algemene conclusies over de doeltreffendheid en kostenefficiëntie van de maatregelen. Het Agentschap legt die analyse voor aan de Commissie voor verdere bespreking met de lidstaten, teneinde er de passende lessen uit te trekken en de verspreiding van goede werkmethoden te faciliteren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met name met betrekking tot de uitvoering van Uniewetgeving</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 46]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK III</TI><STI.GR>ANDERE TAKEN VAN HET AGENTSCHAP OP HET GEBIED VAN INTERNATIONALE BETREKKINGEN EN SAMENWERKING MET DE EUROPESE KUSTWACHT</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 11</TI.ART><STI.ART>Internationale betrekkingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Agentschap verstrekt op verzoek de nodige technische bijstand aan de lidstaten en de Commissie om bij te dragen tot de relevante werkzaamheden van de technische instanties van de IMO, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarin het EMSA, in het kader van de delegatie van de Commissie, moet deelnemen en waarvan het de besprekingen moet bijwonen, </STRING></STRING>van de Internationale Arbeidsorganisatie voor zover het scheepvaart betreft, van <STRING STRIKE="on">het Memorandum</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de relevante memoranda</STRING></STRING> van overeenstemming<STRING STRIKE="on"> van Parijs</STRING> inzake toezicht op schepen door de havenstaat<STRING STRIKE="on"> (“Memorandum van overeenstemming van Parijs”)</STRING> en, ten aanzien van zaken waarvoor de Unie bevoegd is, van relevante regionale organisaties waartoe de Unie is toegetreden.<STRING BOLD="on"> [Am. 47]</STRING></PARAG><PARAG>Met het oog op de efficiënte en doeltreffende uitvoering van die taken kan de uitvoerend directeur besluiten personeel in delegaties van de Unie in derde landen te vestigen, mits passende overeenkomsten met de Europese Dienst voor extern optreden worden gesloten. Voor dat besluit is de voorafgaande toestemming van de Commissie en de raad van beheer vereist. In het besluit wordt de reikwijdte omschreven van de activiteiten die door het personeel moeten worden verricht, op een wijze die onnodige kosten en verdubbeling van administratieve functies van het Agentschap voorkomt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P><STRING STRIKE="on">Op verzoek van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In overleg met</STRING></STRING> de Commissie kan het Agentschap technische bijstand, zoals het organiseren van opleidingsactiviteiten met betrekking tot de toepasselijke rechtshandelingen van de Unie, verstrekken aan kandidaat-lidstaten, en, waar van toepassing, aan Europese nabuurschapspartnerlanden en aan landen die partij zijn bij het Memorandum van overeenstemming van Parijs.<STRING BOLD="on"> [Am. 48]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P><STRING STRIKE="on">Op verzoek van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In overleg met</STRING></STRING> de Commissie en/of de Europese Dienst voor extern optreden kan het Agentschap bijstand verlenen in geval van door schepen veroorzaakte verontreiniging en door olie- en gasinstallaties veroorzaakte mariene verontreiniging die gevolgen hebben voor derde landen die een regionaal zeegebied met de Unie delen. Het Agentschap verleent die bijstand overeenkomstig het bij Besluit nr. 1313/2013/EU ingestelde Uniemechanisme voor civiele bescherming en de voorwaarden die van toepassing zijn op de lidstaten als bedoeld in artikel 5, lid 1, van deze verordening, die naar analogie worden toegepast op derde landen. Die taken worden gecoördineerd met de bestaande regionale regelingen voor samenwerking bij verontreiniging van de zee.<STRING BOLD="on"> [Am. 49]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Onverminderd artikel 24 kan het Agentschap <STRING STRIKE="on">op verzoek van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in overleg met</STRING></STRING> de Commissie technische bijstand verlenen aan derde landen voor aangelegenheden die onder zijn bevoegdheid vallen.<STRING BOLD="on"> [Am. 50]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P><STRING STRIKE="on">Na goedkeuring van de Commissie kan </STRING>Het Agentschap<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> kan</STRING></STRING> administratieve regelingen en samenwerking aangaan met andere organen van de Unie die werkzaam zijn op het gebied van aangelegenheden die onder de bevoegdheid van het Agentschap vallen. Die regelingen en samenwerking zijn onderworpen aan het advies van en periodieke rapportage aan de Commissie.<STRING BOLD="on"> [Am. 51]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De raad van beheer stelt een strategie vast voor de internationale betrekkingen van het Agentschap met betrekking tot aangelegenheden die onder zijn bevoegdheid vallen. Die strategie is <STRING STRIKE="on">in overeenstemming met de politieke prioriteiten van de Commissie en is </STRING>erop gericht de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden bij te staan bij de verwezenlijking van <STRING STRIKE="on">die</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> prioriteiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van de Unie</STRING></STRING>. De strategie wordt opgenomen in het programmeringsdocument van het Agentschap, met vermelding van de bijbehorende middelen.<STRING BOLD="on"> [Am. 52]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 12</TI.ART><STI.ART>Europese samenwerking met betrekking tot kustwachttaken</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Agentschap biedt, in samenwerking met het bij Verordening (EU) 2019/1896 opgerichte Europees Grens- en kustwachtagentschap en het bij Verordening (EU) 2019/473 opgerichte Europees Bureau voor visserijcontrole, elk binnen zijn opdracht, ondersteuning aan nationale autoriteiten bij de uitvoering van kustwachttaken op nationaal en Unieniveau en, indien van toepassing, op internationaal niveau, door:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>informatie die beschikbaar is in systemen voor de rapportage van vaartuigen en andere informatiesystemen die door die agentschappen worden gehost of kunnen worden geraadpleegd, uit te wisselen, samen te voegen en te analyseren, overeenkomstig hun respectieve rechtsgronden en onverminderd de eigendom van gegevens door lidstaten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>surveillance- en communicatiediensten te verstrekken op basis van geavanceerde technologie, met inbegrip van infrastructuur in de ruimte en op de grond en sensoren die op om het even welk soort platform zijn gemonteerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>capaciteit op te bouwen door richtsnoeren en aanbevelingen op te stellen, goede praktijken vast te stellen, opleiding te verstrekken en personeel uit te wisselen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>informatie-uitwisseling en samenwerking op het gebied van kustwachttaken te verbeteren door onder meer operationele problemen en nieuwe risico’s op maritiem gebied te analyseren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van digitale simulatietools om de gevolgen van ongelukken te bestuderen</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 53]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>capaciteit te delen door planning en uitvoering van operaties met meerdere doeleinden en door het delen van middelen en andere vermogens, voor zover die activiteiten door die agentschappen worden gecoördineerd en de instemming hebben gekregen van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevant onderzoek en relevante ontwikkelingen en technologieën, waaronder artificiële intelligentie, op een collaboratieve en flexibele manier te delen om oplossingen te vinden voor de uitdagingen op verschillende gebieden;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 54]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de samenwerking te versterken om gegevens te verzamelen voor wetenschappelijk zeeonderzoek met betrekking tot mariene ecosystemen, fysische oceanografie, mariene chemie, mariene biologie, visserij, wetenschappelijke oceaanboringen en het onttrekken van boorkernen, geologisch en geofysisch onderzoek en andere activiteiten;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 55]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">samenwerkingsprojecten uit te voeren met derde landen om de maritieme veiligheid, de voorkoming van verontreiniging door schepen, de maritieme beveiliging en het behoud van het mariene milieu te verbeteren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 56]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Onverminderd de in artikel 15 beschreven bevoegdheden van de raad van beheer van het Agentschap worden de precieze vormen van samenwerking inzake kustwachttaken tussen het Agentschap, het Europees Grens- en kustwachtagentschap en het Europees Bureau voor visserijcontrole vastgesteld in werkafspraken, overeenkomstig hun respectieve opdrachten en de voor die agentschappen geldende financiële regeling. Een dergelijke regeling wordt goedgekeurd door de raad van beheer van het Agentschap, de raad van bestuur van het Europees Bureau voor visserijcontrole en de raad van beheer van het Europees Grens- en kustwachtagentschap.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie stelt in nauwe samenwerking met de lidstaten, het Agentschap, het Europees Grens- en kustwachtagentschap en het Europees Bureau voor visserijcontrole een praktische handleiding voor Europese samenwerking op het gebied van kustwachttaken ter beschikking. Die handleiding bevat richtsnoeren, aanbevelingen en beste praktijken voor informatie-uitwisseling. De Commissie stelt de handleiding vast in de vorm van een aanbeveling.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De in dit artikel beschreven taken gaan niet ten koste van de in artikelen 4 tot en met 12 vermelde taken van het Agentschap en laten de rechten en plichten van de lidstaten, met name in hun hoedanigheid van vlaggen-, haven- of kuststaten, onverlet.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 13</TI.ART><STI.ART>Communicatie en verspreiding</STI.ART><PARAG>Het Agentschap kan op eigen initiatief communicatieactiviteiten ontplooien op terreinen die binnen zijn mandaat vallen. De communicatieactiviteiten mogen niet nadelig zijn voor de in de leden 4 tot en met 13 vermelde taken en worden uitgevoerd in overeenstemming met de relevante communicatie- en verspreidingsplannen die de raad van beheer heeft vastgesteld. De plannen, die gebaseerd zijn op een behoefteanalyse, worden regelmatig bijgewerkt door de raad van beheer.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK IV</TI><STI.GR>ORGANISATIE VAN HET AGENTSCHAP</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 14</TI.ART><STI.ART>Administratieve en beheerstructuur</STI.ART><PARAG>De administratieve en beheerstructuur van het Agentschap omvat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een raad van beheer, die de in artikel 16 genoemde taken uitvoert;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een uitvoerende raad, die de in artikel 21 genoemde taken uitvoert;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>een uitvoerend directeur, die de in artikel 23 genoemde functies uitoefent.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 15</TI.ART><STI.ART>Samenstelling van de raad van beheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De raad van beheer bestaat uit één vertegenwoordiger per lidstaat en vier vertegenwoordigers van de Commissie, die allen stemrecht hebben.</PARAG><PARAG>Tot de raad van beheer behoren ook vier vakmensen uit de meest betrokken sectoren, als bedoeld in artikel 2, die door de Commissie zonder stemrecht zijn benoemd. <STRING BOLD="on">[Am. 57 -</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De raad van beheer omvat ook twee vertegenwoordigers van het Europees Parlement, als waarnemers en zonder stemrecht.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 58]</STRING></PARAG><PARAG>Alle leden van de raad van beheer worden benoemd op basis van hun relevante ervarings- en deskundigheidsniveau op de in artikel 2 genoemde gebieden. De lidstaten en de Commissie streven ieder naar een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de raad van beheer. Een van de vier vakmensen is een vertegenwoordiger van het raamwerk voor permanente samenwerking van instanties voor ongevallenonderzoek, overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 2009/18/EG.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Iedere lidstaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het Europees Parlement</STRING></STRING> en de Commissie benoemen hun leden van de raad van beheer, alsmede een plaatsvervanger die dat lid in zijn of haar afwezigheid vertegenwoordigt.<STRING BOLD="on"> [Am. 59]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De leden worden benoemd voor vier jaar. Die termijn kan worden verlengd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Elk lid en elke plaatsvervanger ondertekent bij ambtsaanvaarding een schriftelijke verklaring dat hij of zij niet in een situatie van belangenconflict verkeert. Elk lid en elke plaatsvervanger actualiseert zijn of haar verklaring wanneer zich een verandering in de omstandigheden betreffende belangenconflicten voordoet. Het Agentschap publiceert de verklaringen en de geactualiseerde versies op zijn website.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 16</TI.ART><STI.ART>Taken van de raad van beheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Om te waarborgen dat het Agentschap zijn taken vervult, verricht de raad van beheer de volgende werkzaamheden:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zorgen voor de algemene en strategische aansturing van de activiteiten van het Agentschap;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>jaarlijks, bij tweederdemeerderheid van zijn stemgerechtigde leden, na ontvangst van het advies van de Commissie en overeenkomstig artikel 17, het enkelvoudig programmeringsdocument van het Agentschap vaststellen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>bij tweederdemeerderheid van zijn stemgerechtigde leden, de jaarlijkse begroting en de personeelsformatie van het Agentschap vaststellen en andere functies uitoefenen met betrekking tot de begroting van het Agentschap overeenkomstig hoofdstuk VI;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>bij tweederdemeerderheid van zijn stemgerechtigde leden, het geconsolideerde jaarverslag over de activiteiten van het Agentschap vaststellen en dat uiterlijk 1 juli indienen bij het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, de Rekenkamer en de lidstaten. Het verslag wordt openbaar gemaakt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>overeenkomstig artikel 25 de financiële regeling vaststellen die van toepassing is op het Agentschap;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>advies uitbrengen over de definitieve rekeningen van het Agentschap;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>de methode vaststellen voor de uit hoofde van artikel 10 uit te voeren bezoeken<STRING STRIKE="on">. In het geval dat de Commissie binnen een periode van 15 dagen na de datum van vaststelling van de methode te kennen geeft het daarmee niet eens te zijn, bespreekt de raad van beheer de methode opnieuw en stelt hij ze, eventueel gewijzigd, in tweede lezing vast, ofwel met een tweederdemeerderheid, met inbegrip van de vertegenwoordigers van de Commissie, ofwel met eenparigheid van stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten</STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 60]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>administratieve regelingen in overweging nemen en goedkeuren, zoals bedoeld in artikel 11, lid 5;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>een fraudebestrijdingsstrategie vaststellen die evenredig is met de frauderisico’s en rekening houdt met de kosten en baten van de uit te voeren maatregelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>regels vaststellen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en openbaar maken</STRING></STRING> voor het voorkomen en beheren van belangenconflicten met betrekking tot zijn leden en jaarlijks op zijn website de belangenverklaring van de leden van de raad van beheer publiceren;<STRING BOLD="on"> [Am. 61]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>de in artikel 13 genoemde communicatie- en verspreidingsplannen vaststellen en die regelmatig bijwerken op basis van een behoefteanalyse;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>l)</NO.P>het reglement van orde vaststellen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en openbaar maken</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 62]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>m)</NO.P>de leden van de uitvoerende raad benoemen met tweederdemeerderheid van de stemgerechtigde leden, overeenkomstig artikel 21;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>n)</NO.P>een mandaat vaststellen voor de in artikel 21 bedoelde taken van de uitvoerende raad;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>o)</NO.P>overeenkomstig lid 2 met betrekking tot het personeel van het Agentschap de bevoegdheden uitoefenen die het Statuut toekent aan het tot aanstelling bevoegde gezag, en die de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden toekent aan het tot het sluiten van arbeidscontracten bevoegde gezag<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen, alsmede van bijzondere maatregelen welke tijdelijk op de ambtenaren van de Commissie van toepassing zijn (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>p)</NO.P>de regels vaststellen tot uitvoering van het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Statuut;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>q)</NO.P>de uitvoerend directeur benoemen en begeleiden en toezicht houden op zijn of haar prestaties, en in voorkomend geval zijn of haar ambtstermijn verlengen of hem of haar uit zijn functie ontheffen overeenkomstig artikel 22;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>r)</NO.P>procedures vaststellen voor het nemen van besluiten door de uitvoerend directeur;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>s)</NO.P>indien nodig een rekenplichtige benoemen overeenkomstig het Statuut en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, die volledig onafhankelijk is bij de uitvoering van zijn of haar taken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>t)</NO.P>een passende opvolging waarborgen van de bevindingen en aanbevelingen naar aanleiding van de interne of externe auditverslagen en evaluaties, alsook naar aanleiding van de onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) of het Europees Openbaar Ministerie (EOM);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>u)</NO.P>alle besluiten nemen over de instelling van de interne structuren van het Agentschap, met inbegrip van de oprichting van advies- of werkgroepen en, indien nodig, de wijziging daarvan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met de activiteitenbehoeften van het Agentschap en met het oog op een gezond begrotingsbeheer</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 63]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>v)</NO.P>besluiten nemen over de diensten die het Agentschap tegen vergoedingen en kosten kan aanbieden en een kadermodel vaststellen voor de financiële verdeling van de verschuldigde vergoedingen en kosten als bedoeld in artikel 26, lid 3, punt c)<STRING STRIKE="on">. In het geval dat de Commissie binnen een periode van 15 dagen na de datum van vaststelling van het besluit van de raad van beheer over de tegen vergoedingen aan te bieden diensten of over het kadermodel, te kennen geeft het daarmee niet eens te zijn, bespreekt de raad van beheer dat besluit opnieuw en stelt hij het, eventueel gewijzigd, in tweede lezing vast, ofwel met een tweederdemeerderheid, met inbegrip van de vertegenwoordigers van de Commissie, ofwel met eenparigheid van stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten</STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 64]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>w)</NO.P>een strategie voor efficiëntiewinst en synergieën vaststellen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>x)</NO.P>een strategie voor samenwerking met derde landen en/of internationale organisaties vaststellen, als bedoeld in artikel 11, lid 6<STRING STRIKE="on">. In het geval dat de Commissie binnen een periode van 15 dagen na de datum van vaststelling van de strategie te kennen geeft het daarmee niet eens te zijn, bespreekt de raad van beheer de strategie opnieuw en stelt hij ze, eventueel gewijzigd, in tweede lezing vast, ofwel met een tweederdemeerderheid, met inbegrip van de vertegenwoordigers van de Commissie, ofwel met eenparigheid van stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten</STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 65]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>y)</NO.P>de in artikel 41 bedoelde beveiligingsvoorschriften van het Agentschap vaststellen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>z)</NO.P>de functionaris voor gegevensbescherming van het Agentschap benoemen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De raad van beheer neemt overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Statuut van de ambtenaren een besluit dat is gebaseerd op artikel 2, lid 1, van het Statuut en artikel 6 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, waarin hij de nodige bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag delegeert aan de uitvoerend directeur en de voorwaarden vastlegt voor de opschorting van die gedelegeerde bevoegdheden. De uitvoerend directeur kan die bevoegdheden op zijn beurt delegeren.</PARAG><PARAG>Wanneer uitzonderlijke omstandigheden dat vereisen, kan de raad van beheer door middel van een besluit de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag aan de uitvoerend directeur en de bevoegdheden die deze laatste op zijn beurt verder heeft gedelegeerd, tijdelijk schorsen en die bevoegdheden zelf uitoefenen of delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid dan de uitvoerend directeur.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 17</TI.ART><STI.ART>Jaarlijkse en meerjarige programmering</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Uiterlijk 30 november van elk jaar stelt de raad van beheer een enkelvoudig programmeringsdocument vast met de jaarlijkse en meerjarige programmering op basis van een door de uitvoerend directeur opgesteld ontwerp, rekening houdend met het advies van de Commissie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en, wat de meerjarige programmering betreft, na raadpleging van het Europees Parlement. Als de raad van beheer besluit geen rekening te houden met aspecten van het advies van de Commissie, motiveert hij dit grondig. De verplichting om een grondige motivering te verstrekken geldt ook voor de door het Europees Parlement tijdens de raadpleging aan de orde gestelde punten</STRING></STRING>. De raad van beheer stuurt <STRING STRIKE="on">dat document</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het enkelvoudig programmeringsdocument uiterlijk op 31 januari van het volgende jaar</STRING></STRING> door naar het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.<STRING BOLD="on"> [Am. 66]</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">Indien de Commissie binnen een periode van 15 dagen na de datum van vaststelling van het enkelvoudig programmeringsdocument te kennen geeft het daarmee niet eens te zijn, bespreekt de raad van beheer het enkelvoudig programmeringsdocument opnieuw en neemt hij het, eventueel gewijzigd, binnen twee maanden in tweede lezing aan, ofwel met een tweederdemeerderheid, met inbegrip van de vertegenwoordigers van de Commissie, ofwel met eenparigheid van stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten.</STRING><STRING BOLD="on"> </STRING><STRING BOLD="on">[Am. 67]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het enkelvoudig programmeringsdocument wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting en wordt, indien nodig, dienovereenkomstig aangepast.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het jaarlijks werkprogramma omvat een gedetailleerde beschrijving van de doelstellingen en de verwachte resultaten, inclusief prestatie-indicatoren. Het bevat ook een beschrijving van de te financieren activiteiten en een indicatie van de financiële en personele middelen die aan iedere activiteit worden toegewezen, overeenkomstig de beginselen betreffende activiteitsgestuurde begroting en beheer. Het jaarlijks werkprogramma is consistent met het in lid 7 genoemde meerjarig werkprogramma. Het vermeldt duidelijk de taken die zijn toegevoegd, gewijzigd of geschrapt ten opzichte van het vorige begrotingsjaar. In de jaarlijkse en/of meerjarige programmering wordt de strategie opgenomen voor de betrekkingen met derde landen of internationale organisaties, zoals bedoeld in artikel 11, en de activiteiten in verband met die strategie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De raad van beheer past het vastgestelde jaarlijkse werkprogramma aan wanneer het Agentschap een nieuwe taak krijgt toegewezen. Het opnemen van een nieuwe taak wordt afhankelijk gesteld van een analyse van de gevolgen voor de personele en budgettaire middelen, en er kan worden besloten om andere taken uit te stellen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>In het kader van de opstelling van het enkelvoudig programmeringsdocument onderzoekt de raad van beheer de verzoeken om technische bijstand van de Commissie of de lidstaten als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt c), artikel 3, lid 2, punt b), artikel 5, leden 5 tot en met 8, artikel 8, leden 6 en 7, artikel 9, lid 3, artikel 10, lid 4, en artikel 11, leden 2 en 4, en keurt die goed. De goedkeuring van die verzoeken:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>doet geen afbreuk aan de andere taken van het Agentschap;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>leidt niet tot dubbel werk;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>wordt onderworpen aan een analyse van de gevolgen voor de personele en budgettaire middelen; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>kan het voorwerp uitmaken van een besluit om andere taken uit te stellen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Iedere wezenlijke verandering van het jaarlijkse werkprogramma wordt vastgesteld volgens dezelfde procedure als voor het oorspronkelijke jaarlijkse werkprogramma. De raad van beheer kan aan de uitvoerend directeur de bevoegdheid delegeren om niet-wezenlijke wijzigingen door te voeren in het jaarlijkse werkprogramma.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Het meerjarige werkprogramma bevat een beschrijving van de algemene strategische programmering, met inbegrip van doelstellingen, verwachte resultaten en prestatie‑indicatoren. Het bevat ook de programmering van de middelen, met inbegrip van de meerjarige begroting en de personele middelen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De programmering van de middelen wordt jaarlijks bijgewerkt. De strategische programmering wordt in voorkomend geval bijgewerkt, met name in het licht van de resultaten van de in artikel 41 bedoelde evaluatie.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 18</TI.ART><STI.ART>Voorzitter van de raad van beheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De raad van beheer kiest uit zijn stemgerechtigde leden een voorzitter en een vicevoorzitter. De voorzitter en vicevoorzitter worden door de stemgerechtigde leden van de raad van beheer gekozen met een tweederdemeerderheid.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De vicevoorzitter vervangt automatisch de voorzitter wanneer hij of zij is verhinderd de taken van voorzitter te verrichten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De ambtstermijn van de voorzitter en vicevoorzitter bedraagt vier jaar. Hun ambtstermijn kan eenmaal worden verlengd. Indien tijdens hun ambtstermijn hun lidmaatschap van de raad van beheer echter eindigt, loopt hun ambtstermijn op dezelfde datum automatisch af.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 19</TI.ART><STI.ART>Vergaderingen van de raad van beheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De vergaderingen van de raad van beheer vinden plaats overeenkomstig zijn reglement van orde en worden door de voorzitter bijeengeroepen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De uitvoerend directeur van het Agentschap neemt deel aan de beraadslagingen, behalve wanneer zijn of haar deelname tot een belangenconflict kan leiden, zoals besloten door de voorzitter, of wanneer de raad van beheer een besluit moet nemen overeenkomstig artikel 35.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De raad van beheer belegt tweemaal per jaar een gewone vergadering. Daarnaast komt de raad van beheer bijeen op initiatief van de voorzitter of op verzoek van de Commissie of van een derde van <STRING STRIKE="on">de lidstaten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn leden</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 68]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Indien specifieke agendapunten vertrouwelijk zijn of er belangenconflicten bestaan, kan de raad van beheer beslissen om die te bespreken zonder dat de betrokken leden daarbij aanwezig zijn. Dat laat het recht van de lidstaten en de Commissie onverlet om zich door een plaatsvervanger of enig ander persoon te laten vertegenwoordigen. Gedetailleerde voorschriften voor de toepassing van deze bepaling worden vastgelegd in het reglement van orde van de raad van beheer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De raad van beheer kan iedereen wiens mening van belang kan zijn, uitnodigen om de vergaderingen als waarnemer bij te wonen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Onverminderd de bepalingen van het reglement van orde, kunnen de leden van de raad van beheer zich laten bijstaan door raadgevers of deskundigen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Het secretariaat voor de raad van beheer wordt verzorgd door het Agentschap.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 20</TI.ART><STI.ART>Stemprocedure in de raad van beheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De raad van beheer neemt zijn besluiten bij volstrekte meerderheid van zijn stemgerechtigde leden, tenzij in deze verordening anders is bepaald.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De besluiten als vermeld in artikel 16, lid 1, punten c) tot en met e), en punten i), j), n), o), p), q), t) en u), en in artikel 16, lid 2, mogen alleen worden genomen als de vertegenwoordigers van de Commissie een positieve stem uitbrengen. Bij de besluitvorming in het kader van artikel 16, lid 1, punt b), is de positieve stem van de vertegenwoordiger van de Commissie alleen vereist voor de onderdelen van het besluit die geen verband houden met het jaarlijkse en het meerjarige werkprogramma van het Agentschap.</STRING><STRING BOLD="on"> </STRING><STRING BOLD="on">[Am. 69]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Elk<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> stemgerechtigd</STRING></STRING> lid heeft één stem. De uitvoerend directeur van het Agentschap neemt niet aan de stemming deel.<STRING BOLD="on"> [Am. 70]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Bij afwezigheid van een lid mag zijn of haar plaatsvervanger zijn of haar stemrecht uitoefenen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het reglement van orde bepaalt de nadere bijzonderheden van de stemprocedure, inclusief onder welke voorwaarden een lid namens een ander lid kan optreden.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 21</TI.ART><STI.ART>Uitvoerende raad</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De raad van beheer wordt bijgestaan door een uitvoerende raad.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De uitvoerende raad:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>houdt toezicht op de uitvoering van de besluiten van de raad van beheer inzake administratief en budgettair beheer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">neemt besluiten over de aangelegenheden waarin de krachtens artikel 25 vastgestelde financiële regeling voorziet en die door deze verordening niet aan de raad van beheer zijn voorbehouden;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 71]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>stelt de door de raad van beheer vast te stellen besluiten op;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>zorgt samen met de raad van beheer voor een passende opvolging van de resultaten en aanbevelingen in de interne en externe auditverslagen en evaluaties, alsook van de resultaten en aanbevelingen die voortvloeien uit de onderzoeken van OLAF en het EOM.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien nodig wegens hoogdringendheid kan de uitvoerende raad namens de raad van beheer bepaalde voorlopige besluiten nemen, met name op het gebied van administratief beheer, met inbegrip van de opschorting van de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag en begrotingskwesties.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De uitvoerende raad bestaat uit de voorzitter<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de vicevoorzitter</STRING></STRING> van de raad van beheer, één vertegenwoordiger van de Commissie in de raad van het beheer en drie andere leden die de raad van beheer benoemt uit zijn stemgerechtigde leden. De voorzitter van de raad van beheer is ook de voorzitter van de uitvoerende raad. De uitvoerend directeur neemt deel aan de vergaderingen van de uitvoerende raad, maar heeft geen stemrecht.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De uitvoerende raad kan andere waarnemers uitnodigen om zijn vergaderingen bij te wonen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 72]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De ambtstermijn van de leden van de uitvoerende raad bedraagt vier jaar en kan worden verlengd. De ambtstermijn van de leden van de uitvoerende raad eindigt wanneer hun lidmaatschap van de raad van beheer eindigt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De uitvoerende raad houdt ten minste één gewone vergadering om de drie maanden. Daarnaast komt de uitvoerende raad bijeen op initiatief van de voorzitter of op verzoek van de leden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De uitvoerende raad neemt besluiten bij consensus. Indien de uitvoerende raad niet bij consensus tot een besluit kan komen, wordt de zaak voorgelegd aan de raad van beheer.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 73]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De raad van beheer stelt het reglement van orde van de uitvoerende raad vast.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK V</TI><STI.GR>UITVOEREND DIRECTEUR</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 22</TI.ART><STI.ART>Benoeming, verlenging van de ambtstermijn en ambtsontheffing</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De uitvoerend directeur wordt op basis van verdiensten<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> vaardigheden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, expertise, bewezen deskundigheid en voor de maritieme sector relevante ervaring</STRING></STRING>, na een open en transparante selectieprocedure waarbij het beginsel van genderevenwicht in acht wordt genomen, door de raad van beheer aangesteld uit een lijst van door de Commissie voorgedragen kandidaten.<STRING BOLD="on"> [Am. 74]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vóór de benoeming wordt de door de raad van beheer gekozen kandidaat verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 75]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor de sluiting van het contract met de uitvoerend directeur wordt het Agentschap vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van beheer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De ambtstermijn van de uitvoerend directeur is vijf jaar. Aan het einde van die termijn stelt de Commissie tijdig een beoordeling op waarin rekening wordt gehouden met de evaluatie van de prestaties van de uitvoerend directeur en de toekomstige taken en uitdagingen van het Agentschap.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Op voorstel van de Commissie kan de raad van beheer, rekening houdend met de in lid 3 genoemde beoordeling, de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal met ten hoogste vijf jaar verlengen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De raad van beheer stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de uitvoerend directeur te verlengen. Voordat de raad van beheer besluit de ambtstermijn te verlengen, kan de uitvoerend directeur worden verzocht een verklaring voor de bevoegde commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van de commissieleden te beantwoorden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 76]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Een uitvoerend directeur van wie de ambtstermijn is verlengd, mag niet deelnemen aan een andere selectieprocedure voor dezelfde betrekking.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De uitvoerend directeur kan uitsluitend uit zijn of haar ambt worden ontzet bij besluit van de raad van beheer op voorstel van de Commissie.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het Europees Parlement en de Raad worden op een wijze die strookt met de toepasselijke vertrouwelijkheidsvereisten in kennis gesteld van de redenen voor een dergelijk besluit.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 77]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De raad van beheer neemt de besluiten over de benoeming van de uitvoerend directeur, de verlenging van zijn of haar ambtstermijn en de ontzetting uit zijn of haar ambt met een tweederdemeerderheid van zijn stemgerechtigde leden aan.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 78]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De uitvoerend directeur wordt in dienst genomen als tijdelijke functionaris van het Agentschap overeenkomstig artikel 2, punt a), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 23</TI.ART><STI.ART>Taken en verantwoordelijkheden van de uitvoerend directeur</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De uitvoerend directeur leidt het Agentschap overeenkomstig de besluiten van de raad van beheer en legt verantwoording af aan de raad van beheer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie, de raad van beheer en de uitvoerende raad is de uitvoerend directeur onafhankelijk bij de uitvoering van zijn of haar taken en vraagt of aanvaardt hij of zij geen instructies van een regering of andere instantie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De uitvoerend directeur brengt desgevraagd verslag uit aan het Europees Parlement over de uitvoering van zijn of haar taken. De Raad kan de uitvoerend directeur uitnodigen verslag uit te brengen over de uitvoering van zijn of haar taken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De uitvoerend directeur treedt op als wettelijke vertegenwoordiger van het Agentschap.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Daarom:</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 79]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voorziet de uitvoerend directeur in technische bijstand en deskundigheid voor de Commissie en de lidstaten in het kader van de vergaderingen van de IMO;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 80]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">legt de uitvoerend directeur verantwoording af aan de raad van beheer van het Agentschap wanneer politiek gevoelige besluiten in het belang van de Unie worden genomen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 81]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De uitvoerend directeur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken die bij deze verordening aan het Agentschap zijn toegekend. De uitvoerend directeur is met name belast met de volgende taken:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zorgen voor <STRING STRIKE="on">een duurzaam en efficiënt dagelijks</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het dagelijkse</STRING></STRING> bestuur van het Agentschap;<STRING BOLD="on"> [Am. 82]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>binnen de grenzen van de besluiten van de raad van beheer de werkzaamheden en het personeel van het Agentschap organiseren en leiden en er toezicht op houden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de door de raad van beheer aangenomen besluiten opstellen en uitvoeren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het ontwerp opstellen van financiële regels die van toepassing zijn op het Agentschap, ter goedkeuring door de raad van beheer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>overeenkomstig artikel 27 ramingen van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap opstellen en overeenkomstig artikel 28 de begroting uitvoeren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>het ontwerp van het enkelvoudig programmeringsdocument opstellen en het, na raadpleging van de Commissie, ten minste vier weken voor de desbetreffende vergadering van de raad van beheer ter goedkeuring aan de raad van beheer voorleggen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>het enkelvoudig programmeringsdocument uitvoeren, de vooruitgang beoordelen aan de hand van de relevante indicatoren en verslag over de uitvoering ervan uitbrengen aan de raad van beheer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>het geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag van het Agentschap opstellen en het ter beoordeling en goedkeuring indienen bij de raad van beheer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>reageren op verzoeken om bijstand overeenkomstig artikel 17, lid 5;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>besluiten nemen tot uitvoering van bezoeken en inspecties zoals bedoeld in artikel 10, na raadpleging van de Commissie en volgens de methode voor bezoeken die de raad van beheer in overeenstemming met artikel 16, lid 1, punt g), heeft vastgesteld;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>besluiten om administratieve regelingen aan te gaan met andere instellingen van de Unie die actief zijn op de actieterreinen van het Agentschap, op voorwaarde dat de ontwerpregelingen overeenkomstig artikel 11, lid 5, eerst ter advies zijn voorgelegd aan de Commissie en daarna aan de raad van beheer, en dat de raad van beheer binnen een termijn van vier weken geen bezwaar maakt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>l)</NO.P>noodzakelijke stappen ondernemen, waaronder de vaststelling van interne administratieve instructies en de bekendmaking van mededelingen, om het functioneren van het Agentschap in overeenstemming met het bepaalde in deze verordening te waarborgen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>m)</NO.P>een efficiënt toetsingssysteem organiseren teneinde de prestaties van het Agentschap te kunnen vergelijken met de in deze verordening vastgestelde doelstellingen en taken. Daartoe stelt hij of zij in overeenstemming met de Commissie en de raad van beheer op maat gesneden prestatie-indicatoren vast waarmee de behaalde resultaten doeltreffend kunnen worden beoordeeld. Hij of zij waarborgt dat de organisatorische structuur van het Agentschap binnen de beschikbare financiële en personele middelen regelmatig wordt aangepast aan de zich ontwikkelende behoeften. In dat opzicht voert hij of zij een methode van geregelde evaluatie in die aan erkende vaknormen voldoet;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>n)</NO.P>de werking van een doeltreffend en efficiënt internecontrolesysteem instellen en toezien op het functioneren ervan, en belangrijke wijzigingen aan de raad van beheer rapporteren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>o)</NO.P>zorgen voor de uitvoering van risicobeoordelingen en risicobeheer voor het Agentschap;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>p)</NO.P>een actieplan opstellen voor de follow-up van de conclusies van interne of externe auditverslagen en evaluaties, alsook van onderzoeken van OLAF en het EOM, zoals bedoeld in artikel 38, en twee keer per jaar verslag uitbrengen aan de Commissie en op regelmatige tijdstippen aan de raad van beheer over de geboekte vooruitgang;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>q)</NO.P>de financiële belangen van de Unie beschermen door, zonder afbreuk te doen aan de onderzoeksbevoegdheid van OLAF en het EOM, preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten te treffen, doeltreffende controles uit te voeren en bij onregelmatigheden de ten onrechte betaalde bedragen terug te vorderen en in voorkomend geval doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve sancties op te leggen, met inbegrip van financiële sancties;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>r)</NO.P>een strategie voor fraudebestrijding, een strategie voor efficiëntieverhoging en synergie, een strategie voor samenwerking met derde landen en/of internationale organisaties en een strategie voor het organisatorisch beheer en internecontrolesystemen voor het Agentschap opstellen en ter goedkeuring voorleggen aan de raad van beheer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>s)</NO.P>diversiteit bevorderen en genderevenwicht waarborgen bij de aanwerving van personeel voor het Agentschap;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>t)</NO.P>personeel aanwerven op basis van een zo breed mogelijke geografische spreiding;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>u)</NO.P>een communicatiebeleid voor het Agentschap opstellen en uitvoeren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>v)</NO.P>alle andere taken uitvoeren die aan hem of haar door de raad van beheer worden toegewezen of gedelegeerd of die uit hoofde van deze verordening moeten worden uitgevoerd.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 24</TI.ART><STI.ART>Deelname van derde landen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Agentschap staat open voor deelname van derde landen die overeenkomsten met de Unie hebben gesloten, waarbij ze het Unierecht op het gebied van maritieme veiligheid, maritieme beveiliging, voorkoming van verontreiniging en bestrijding van verontreiniging veroorzaakt door schepen hebben aangenomen en toepassen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Krachtens de desbetreffende bepalingen van die overeenkomsten stelt het Agentschap na advies van de Commissie regelingen vast tot nadere bepaling van de aard en de omvang van de gedetailleerde regels voor de deelname van die landen aan de werkzaamheden van het Agentschap, met inbegrip van bepalingen inzake financiële bijdragen en personeel.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK VI</TI><STI.GR>FINANCIËLE BEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 25</TI.ART><STI.ART>Financiële regels</STI.ART><PARAG>De financiële regels die van toepassing zijn op het Agentschap, worden vastgesteld door de raad van beheer, na raadpleging van de Commissie. De financiële regels wijken niet af van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie, tenzij dat in verband met de werking van het Agentschap specifiek vereist is en de Commissie daarvoor vooraf toestemming heeft verleend.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 26</TI.ART><STI.ART>Begroting</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor elk begrotingsjaar, dat samenvalt met het kalenderjaar, worden alle ontvangsten en uitgaven van het Agentschap geraamd en vervolgens in de begroting van het Agentschap opgenomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De ontvangsten en uitgaven van het Agentschap moeten in evenwicht zijn.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Onverminderd andere middelen, bestaan de ontvangsten van het Agentschap uit:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een in de algemene begroting van de Europese Unie opgenomen bijdrage van de Unie en subsidies van organen van de Unie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>mogelijke bijdragen van derde landen die overeenkomstig artikel 24 deelnemen aan de werkzaamheden van het Agentschap;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>alle vergoedingen voor en kosten van infrastructuur, publicaties, opleiding of andere diensten die onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen en die door het Agentschap worden verleend overeenkomstig de <STRING STRIKE="on">krachtens</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in</STRING></STRING> artikel 33 <STRING STRIKE="on">vastgestelde</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bedoelde gedelegeerde handelingen en</STRING></STRING> uitvoeringshandelingen;<STRING BOLD="on"> [Am. 83]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>alle vrijwillige financiële bijdragen van lidstaten, derde landen of andere entiteiten, voor zover die bijdragen transparant zijn, duidelijk in de begroting worden aangegeven en de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van het Agentschap niet in het gedrang brengen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De uitgaven van het Agentschap omvatten de bezoldiging van het personeel, de uitgaven voor administratie en infrastructuur en de huishoudelijke uitgaven.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 27</TI.ART><STI.ART>Vaststelling van de begroting</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Elk jaar stelt de uitvoerend directeur een ontwerpraming op van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap voor het volgende begrotingsjaar, met inbegrip van de personeelsformatie, en zendt die toe aan de raad van beheer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Op basis van dat ontwerp stelt de raad van beheer een voorlopige ontwerpraming vast van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap voor het volgende begrotingsjaar.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De voorlopige ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van het Agentschap wordt elk jaar uiterlijk 31 januari aan de Commissie toegezonden. De raad van beheer stuurt de Commissie uiterlijk 31 maart van dat jaar de definitieve ontwerpraming toe.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie zendt de raming samen met het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie toe aan de begrotingsautoriteit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Op basis van de raming neemt de Commissie de geraamde bedragen die zij nodig acht met betrekking tot de personeelsformatie en het bedrag van de subsidie ten laste van de algemene begroting, op in het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie, dat zij overeenkomstig de artikelen 313 en 314 van het VWEU voorlegt aan de begrotingsautoriteit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De begrotingsautoriteit keurt de kredieten voor de bijdrage aan het Agentschap goed.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie voor het Agentschap vast.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De begroting van het Agentschap wordt vastgesteld door de raad van beheer<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> met een tweederdemeerderheid van zijn stemgerechtigde leden</STRING></STRING>. Die begroting wordt definitief nadat de algemene begroting van de Europese Unie definitief is vastgesteld. Indien nodig wordt de begroting dienovereenkomstig aangepast.<STRING BOLD="on"> [Am. 84]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Op bouwprojecten die significante gevolgen kunnen hebben voor de begroting van het Agentschap, zijn de bepalingen van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2019/715 van toepassing.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 28</TI.ART><STI.ART>Uitvoering van de begroting</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De uitvoerend directeur voert de begroting van het Agentschap uit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De uitvoerend directeur zendt de begrotingsautoriteit jaarlijks alle relevante informatie over de resultaten van de evaluatieprocedures toe.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 29</TI.ART><STI.ART>Indiening van de rekeningen en kwijting</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Uiterlijk 1 maart van het volgende begrotingsjaar zendt de rekenplichtige van het Agentschap de voorlopige rekeningen toe aan de rekenplichtige van de Commissie en de Rekenkamer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Uiterlijk 31 maart van het volgende begrotingsjaar zendt het Agentschap het verslag over het budgettair en financieel beheer toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Rekenkamer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Uiterlijk 31 maart van het volgende begrotingsjaar zendt de rekenplichtige van de Commissie de voorlopige rekeningen van het Agentschap die met de rekeningen van de Commissie zijn geconsolideerd, toe aan de Rekenkamer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Na ontvangst van de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen van het Agentschap overeenkomstig artikel 246 van het Financieel Reglement, maakt de uitvoerend directeur onder zijn of haar eigen verantwoordelijkheid de definitieve rekeningen van het Agentschap op en legt die voor advies aan de raad van beheer voor.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De raad van beheer brengt advies uit over de definitieve rekeningen van het Agentschap.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Uiterlijk 1 juli van het volgende begrotingsjaar zendt de rekenplichtige de definitieve rekeningen en het advies van de raad van beheer toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De definitieve rekeningen worden uiterlijk 15 november van het volgende begrotingsjaar bekendgemaakt in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De uitvoerend directeur stuurt de Rekenkamer uiterlijk 30 september een antwoord op haar opmerkingen. De uitvoerend directeur zendt dat antwoord ook naar de raad van beheer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>De uitvoerend directeur verstrekt het Europees Parlement op zijn verzoek, overeenkomstig artikel 261, lid 3, van het Financieel Reglement, alle inlichtingen die nodig zijn voor het goede verloop van de kwijtingsprocedure voor het betrokken begrotingsjaar.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>Vóór 15 mei van het jaar N+2 verleent het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluit, de uitvoerend directeur kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het jaar N.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK VII</TI><STI.GR>PERSONEEL</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 30</TI.ART><STI.ART>Algemene bepaling</STI.ART><PARAG>Het Statuut van de ambtenaren, de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden en de voorschriften die in onderling overleg zijn vastgesteld door de instellingen van de Unie ter uitvoering van dat Statuut en die Regeling, zijn van toepassing op het personeel van het Agentschap.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 31</TI.ART><STI.ART>Gedetacheerde nationale deskundigen en andere personeelsleden</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Agentschap mag gebruikmaken van gedetacheerde nationale deskundigen of andere personeelsleden die niet in dienst zijn van het Agentschap.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij besluit van de raad van beheer worden de voorschriften vastgesteld voor de detachering van nationale deskundigen bij het Agentschap.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK VIII</TI><STI.GR>ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 32</TI.ART><STI.ART>Juridische status en zetel</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Agentschap is een orgaan van de Unie en bezit rechtspersoonlijkheid.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In elk van de lidstaten geniet het Agentschap de meest uitgebreide handelingsbevoegdheid die aan rechtspersonen krachtens de wetgeving in de betreffende lidstaat wordt verleend. Het kan met name roerende en onroerende goederen verwerven en vervreemden, en in rechte optreden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Agentschap wordt vertegenwoordigd door zijn uitvoerend directeur.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De zetel van het Agentschap bevindt zich in Lissabon, Portugal.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Teneinde financiële besparingen te realiseren, werkt het Agentschap waar nodig nauw samen met andere instellingen, instanties en organen van de Unie, in het bijzonder die welke op dezelfde plaats gevestigd zijn.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 85]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Op verzoek van de Commissie kan de raad van beheer<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, na inkennisstelling van de bevoegde commissie van het Europees Parlement,</STRING></STRING> met toestemming van en in samenwerking met de betrokken lidstaten en terdege rekening houdend met de gevolgen voor de begroting, waaronder eventuele bijdragen die de betrokken lidstaten kunnen leveren, besluiten regionale centra te vestigen die nodig zijn om, op de meest efficiënte en effectieve manier, een aantal van de taken van het Agentschap uit te voeren. Wanneer de raad van beheer een dergelijk besluit neemt, stelt hij het precieze takenpakket van het regionale centrum vast, waarbij onnodige financiële kosten worden vermeden en de samenwerking met bestaande regionale en nationale netwerken wordt versterkt.<STRING BOLD="on"> [Am. 86]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 33</TI.ART><STI.ART><STRING STRIKE="on">Uitvoeringshandelingen met betrekking tot </STRING>Vergoedingen en kosten<STRING BOLD="on"> [Am. 87]</STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De Commissie stelt, op basis van de in de leden 2, 3 en 4 omschreven beginselen, uitvoeringshandelingen vast waarin het volgende wordt bepaald:</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(a)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de aan het Agentschap te betalen vergoedingen en kosten, met name voor de toepassing van artikel 26, lid 3, punt c); en</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>(b)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de betalingsvoorwaarden.</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 34, lid 2, genoemde onderzoeksprocedure vastgesteld.</STRING><STRING BOLD="on"> </STRING><STRING BOLD="on">[Am. 88]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Er worden vergoedingen en kosten in rekening gebracht voor eventuele diensten die door het Agentschap, met name aan derde landen en de sector, worden verleend voor taken die onder zijn bevoegdheid vallen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Alle vergoedingen en kosten worden uitgedrukt en betaald in euro. Vergoedingen en kosten worden op transparante, billijke en uniforme wijze vastgesteld. De specifieke behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen worden, waar passend, in aanmerking genomen, met inbegrip van de mogelijkheid om betalingen in verschillende termijnen en fasen op te splitsen. De financiële verdeling van de vergoedingen moet duidelijk in de rekeningen worden aangegeven. Voor de betaling van vergoedingen en kosten worden redelijke termijnen vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De hoogte van de vergoedingen en kosten wordt bepaald op een niveau waarmee wordt gewaarborgd dat de desbetreffende ontvangsten voldoende zijn om de volledige kosten van de verleende diensten te dekken. Die kosten zijn met name een weergave van alle uitgaven van het Agentschap voor de betrokkenheid van personeel bij de in lid 2 bedoelde activiteiten, met inbegrip van de pro-ratapensioenbijdrage van de werkgever. Indien er bij herhaling sprake is van een aanzienlijke onevenwichtigheid bij tegen betaling van vergoedingen en kosten geleverde diensten, moeten de vergoedingen en kosten worden herzien. De vergoedingen en kosten worden als inkomsten van het Agentschap aangemerkt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt overeenkomstig artikel 33 bis gedelegeerde handelingen in aanvulling op deze verordening vast met daarin de methode voor de berekening van de in lid 2 bedoelde vergoedingen en kosten. Die methode berust op de in de leden 3 en 4 vastgelegde beginselen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 89]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op basis van de overeenkomstig lid 4 bis vastgestelde methode keurt de Commissie uitvoeringshandelingen goed tot nadere bepaling van de vergoedingen en kosten voor de levering van diensten. Deze handelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 34, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 90]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 33 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in artikel 33, lid 4 bis, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van … [datum van toepassing van de verordening]. / voor een periode van … jaar met ingang van …</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 33, lid 4 bis, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een overeenkomstig artikel 33, lid 4 bis, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van deze termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 91]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 34</TI.ART><STI.ART>Comitéprocedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie wordt bijgestaan door het bij Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 2099/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 5 november 2002 betreffende de oprichting van het Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS) en houdende wĳziging van de verordeningen op het gebied van maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (PB L 324 van 29.11.2002, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> opgerichte Comité voor maritieme veiligheid en voorkoming van verontreiniging door schepen (COSS). Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 35</TI.ART><STI.ART>Voorrechten en immuniteiten</STI.ART><PARAG>Het Protocol inzake de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is van toepassing op het Agentschap en zijn personeel.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 36</TI.ART><STI.ART>Talenregeling</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bepalingen van Verordening nr. 1 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB 17 van 6.10.1958, blz. 385. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1791/2006 van 20 november 2006 tot aanpassing van bepaalde verordeningen, besluiten en beschikkingen in verband met de toetreding van Bulgarije en Roemenië.</FIELD></FOOTNOTE> zijn van toepassing op het Agentschap.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De voor het functioneren van het Agentschap vereiste vertaaldiensten worden geleverd door het Vertaalbureau van de organen van de Europese Unie.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 37</TI.ART><STI.ART>Transparantie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).</FIELD></FOOTNOTE> is van toepassing op de documenten die in het bezit zijn van het Agentschap.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De raad van beheer stelt binnen zes maanden na de datum van zijn eerste vergadering de gedetailleerde regels ter uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001 vast.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Tegen een besluit van het Agentschap op grond van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 kan, onder de in respectievelijk artikel 228 en artikel 263 van het VWEU bepaalde voorwaarden, een klacht worden ingediend bij de Ombudsman of een beroep worden ingesteld bij het Hof van Justitie van de Europese Unie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).</FIELD></FOOTNOTE> is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door het Agentschap.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 38</TI.ART><STI.ART>Fraudebestrijding</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Om de bestrijding van fraude, corruptie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ambtsmisbruik</STRING></STRING> en andere onwettige activiteiten uit hoofde van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 te vergemakkelijken, stelt het Agentschap passende bepalingen vast die van toepassing zijn op alle werknemers van het Agentschap.<STRING BOLD="on"> [Am. 92]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Europese Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies en contractanten en subcontractanten die van het Agentschap Uniemiddelen hebben ontvangen, audits te verrichten, zowel op basis van documenten als ter plaatse.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 onderzoeken verrichten, waaronder controles en inspecties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is geweest van fraude, corruptie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ambtsmisbruik</STRING></STRING> of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad in verband met een subsidie of een door het Agentschap gefinancierde overeenkomst.<STRING BOLD="on"> [Am. 93]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Onverminderd de leden 1, 2 en 3 omvatten de samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, contracten, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten van het Agentschap bepalingen die de Europese Rekenkamer, OLAF en het EOM uitdrukkelijk de bevoegdheid verlenen dergelijke controles en onderzoeken te verrichten overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 39</TI.ART><STI.ART> Veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde en gevoelige niet-gerubriceerde informatie</STI.ART><PARAG>Het Agentschap stelt zijn eigen beveiligingsvoorschriften vast die gelijkwaardig zijn aan de beveiligingsvoorschriften van de Commissie voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (EUCI) en gevoelige niet-gerubriceerde informatie, als vermeld in Besluit (EU, Euratom) 2015/443<FOOTNOTE><FIELD>Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).</FIELD></FOOTNOTE> en Besluit (EU, Euratom) 2015/444<FOOTNOTE><FIELD>Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).</FIELD></FOOTNOTE> van de Commissie. De beveiligingsvoorschriften van het Agentschap omvatten onder andere bepalingen voor de uitwisseling, verwerking en opslag van dergelijke informatie.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 40</TI.ART><STI.ART>Aansprakelijkheid</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De contractuele aansprakelijkheid van het Agentschap wordt beheerst door de wet die op de betrokken overeenkomst van toepassing is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd om uitspraak te doen krachtens arbitrageclausules in de door het Agentschap gesloten overeenkomsten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In geval van niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt het Agentschap in overeenstemming met de algemene beginselen die de rechtsstelsels van de lidstaten gemeen hebben, alle door zijn afdelingen of door zijn personeel bij de uitoefening van hun werkzaamheden veroorzaakte schade.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd kennis te nemen van geschillen over de vergoeding van de in lid 3 bedoelde schade.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Op de persoonlijke aansprakelijkheid van zijn personeelsleden jegens het Agentschap zijn de bepalingen van toepassing van het Statuut of van de Regeling waaronder zij vallen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 41</TI.ART><STI.ART>Evaluatie en herziening</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Uiterlijk vijf jaar na [datum van inwerkingtreding] en vervolgens om de vijf jaar voert de Commissie een evaluatie uit om met name het effect, de doeltreffendheid<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> de doelmatigheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de kosten-batenanalyse</STRING></STRING> van het Agentschap en zijn werkwijze te beoordelen. De evaluatie richt zich met name op de vraag of het noodzakelijk is het mandaat van het Agentschap te wijzigen en op de financiële implicaties van zulke wijzigingen.<STRING BOLD="on"> [Am. 94]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie zendt het evaluatierapport samen met haar conclusies over het rapport aan het Europees Parlement, de Raad en de raad van beheer. De resultaten van de evaluatie worden openbaar gemaakt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Bij elke tweede evaluatie moeten bovendien de door het Agentschap bereikte resultaten worden getoetst aan zijn doelstellingen, mandaat en taken. Als de Commissie van oordeel is dat het voortbestaan van het Agentschap niet langer gerechtvaardigd is in het licht van zijn doelstellingen, mandaat en taken, kan zij voorstellen om deze verordening dienovereenkomstig te wijzigen of in te trekken.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 42</TI.ART><STI.ART>Administratieve onderzoeken van de Europese Ombudsman</STI.ART><PARAG>Overeenkomstig artikel 228 van het VWEU zijn de activiteiten van het Agentschap onderworpen aan onderzoeken door de Europese Ombudsman.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 43</TI.ART><STI.ART>Overgangsbepalingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van artikel 15 van deze Verordening blijven de leden van de raad van bestuur die vóór [datum van inwerkingtreding] zijn benoemd op grond van Verordening (EG) nr. 1406/2002, in functie als leden van de raad van beheer tot de datum waarop hun ambtstermijn verstrijkt, onverminderd het recht van elke lidstaat om een nieuwe vertegenwoordiger te benoemen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De op grond van artikel 16 van Verordening (EU) nr. 1406/2002 benoemde uitvoerend directeur van het Agentschap blijft toegewezen aan de functie van uitvoerend directeur met de in artikel 23 van deze verordening bedoelde taken en verantwoordelijkheden. Als vóór de inwerkingtreding van deze verordening een besluit tot verlenging van het mandaat van de uitvoerend directeur overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1406/2002 wordt vastgesteld, bedraagt de duur van het verlengde mandaat vijf jaar. De overige voorwaarden van de arbeidsovereenkomst blijven ongewijzigd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De inwerkingtreding van deze verordening laat alle arbeidsovereenkomsten die op [datum van inwerkingtreding] van kracht zijn, onverlet.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 44</TI.ART><STI.ART>Intrekking</STI.ART><PARAG>Verordening (EG) nr. 1406/2002 wordt ingetrokken.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 45</TI.ART><STI.ART>Inwerkingtreding</STI.ART><PARAG>Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG><PARAG>Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>