<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0145</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0055/2024 - Rapporteur: Anna Zalewska)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2024 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (COM(2023)0420 – C9-0233/2023 – 2023/0234(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0420),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 192, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0233/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 25 oktober 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/888 van 6.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/888/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na raadpleging van het Comité van de Regio’s,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A9‑0055/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2023)0234</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2024 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen</STRING><BRK/></TI><NOTE>(Voor de EER relevante tekst)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C  van , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Comité van de Regio’s<FOOTNOTE><FIELD>PB C  van , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(-1)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Afvalpreventie en -beheer voor alle soorten afvalstoffen is een cruciaal instrument voor het beschermen van het milieu en de menselijke gezondheid in de Unie. Aangezien de lidstaten ernaar streven hun programma’s voor afvalpreventie en -beheer voortdurend te verbeteren, is het van essentieel belang dat de afvalhiërarchie nauwlettend wordt toegepast.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 1]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>In de Europese Green Deal en het actieplan voor de circulaire economie<FOOTNOTE><FIELD>COM(2020) 98 final van 11 maart 2020.</FIELD></FOOTNOTE> wordt opgeroepen tot versterkte en versnelde actie van de Unie en de lidstaten om de ecologische en sociale duurzaamheid van de textielsector en de levensmiddelensector te waarborgen, aangezien die sectoren de meeste hulpbronnen verbruiken en aanzienlijke negatieve externe milieueffecten veroorzaken. In die sectoren belemmeren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onder andere </STRING></STRING>financieringstekorten en technologische lacunes de voortgang naar een circulaire economie en het koolstofvrij maken van de economie. De levensmiddelensector en de textielsector zijn respectievelijk de meest en de op drie na meest hulpbronnenintensieve sectoren<FOOTNOTE><FIELD>EU-transitietrajecten (europa.eu).</FIELD></FOOTNOTE>, en zij voldoen niet volledig aan de fundamentele beginselen voor afvalbeheer van de Unie die zijn opgenomen in de afvalhiërarchie, die vereist dat prioriteit wordt gegeven aan afvalpreventie, gevolgd door voorbereiding voor hergebruik en recycling. Deze uitdagingen vragen om systemische oplossingen vanuit een levenscyclusbenadering<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan levensmiddelen en textielproducten</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 2]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>Volgens de EU-strategie voor duurzaam en circulair textiel<FOOTNOTE><FIELD>COM(2022) 141 final van 30 maart 2022.</FIELD></FOOTNOTE><STRING SUPERSCRIPT="on">,</STRING> moet de huidige lineaire manier waarop textielproducten worden ontworpen, geproduceerd, gebruikt en weggegooid ingrijpend, worden veranderd, waarbij met name de zogeheten “fast fashion” (snelle mode) moet worden beperkt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Volgens de visie van de strategie voor 2030 moeten consumenten langer plezier hebben van betaalbaar textiel van hoge kwaliteit</STRING></STRING>. In die strategie wordt het belangrijk geacht producenten verantwoordelijk te stellen voor het afval dat door hun producten wordt geproduceerd, en wordt verwezen naar de vaststelling van geharmoniseerde Unieregels voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor textiel met ecogemoduleerde heffingen. De belangrijkste doelstelling van dergelijke regels is het creëren van een economie voor inzameling, sortering, hergebruik, voorbereiding voor hergebruik en recycling, alsook het stimuleren van producenten om ervoor te zorgen dat hun producten in overeenstemming met de beginselen van circulariteit worden ontworpen. Daartoe moet een aanzienlijk deel van de bijdragen van producenten aan regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid gericht zijn op afvalpreventiemaatregelen en voorbereiding voor hergebruik. In de strategie wordt ook gewezen op de noodzaak van versterkte en innovatievere benaderingen van duurzaam beheer van biologische hulpbronnen om de circulariteit en nuttige toepassing van voedselafval en het hergebruik van biogebaseerd textiel te vergroten.<STRING BOLD="on"> [Am. 3]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(2 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Volgens de briefing van het Europees Milieuagentschap getiteld “Microplastics from textiles: towards a circular economy for textiles in Europe”</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">https://www.eea.europa.eu/publications/microplastics-from-textiles-towards-a</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> (Microplastics uit textiel: naar een circulaire textieleconomie in Europa)1 bis is tot 35 % van de microplastics die wereldwijd vrijkomen in de aquatische, terrestrische en mariene ecosystemen afkomstig van synthetisch textiel. Plasticafval dat de aquatische, terrestrische en mariene ecosystemen schaadt, kan op passende wijze worden ingezameld en gerecycled en kan uiteindelijk een nieuw leven worden gegeven om een volledig circulaire economie te bevorderen en beste praktijken op dit gebied beter onder de aandacht van het publiek te brengen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 4]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P><STRING STRIKE="on">Gezien</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rekening houdend met</STRING></STRING> de negatieve gevolgen van voedselverspilling hebben de lidstaten zich ertoe verbonden maatregelen te nemen ter bevordering van de preventie en vermindering van voedselverspilling in overeenstemming met de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en met name SDG-streefdoel 12.3</STRING></STRING>, die op 25 september 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (VN) is aangenomen, en met name de doelstelling om tegen 2030 de wereldwijde voedselverspilling per hoofd van de bevolking op het niveau van de detailhandel en de consument te halveren en het voedselverlies in de productie- en toeleveringsketens, met inbegrip van verliezen na de oogst, terug te dringen. Deze maatregelen moeten gericht zijn op de preventie en vermindering van levensmiddelenafval in de primaire productie, de verwerkende industrie, de detailhandel en de overige distributie van levensmiddelen, in restaurants en cateringdiensten en in huishoudens.<STRING BOLD="on"> [Am. 5]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>In het kader van de follow-up van de Conferentie over de toekomst van Europa heeft de Commissie toegezegd burgerpanels de mogelijkheid te bieden om voorafgaand aan bepaalde belangrijke voorstellen bijeen te komen en aanbevelingen te doen. In dit verband is van december 2022 tot februari 2023 een Europees burgerpanel bijeengeroepen om een lijst van aanbevelingen<FOOTNOTE><FIELD>Voor de volledige lijst van aanbevelingen, zie bijlage 16 bij het effectbeoordelingsverslag.</FIELD></FOOTNOTE> op te stellen over verdere actie die kan worden genomen om voedselverspilling in de Unie terug te dringen. Aangezien meer dan de helft van het in de Unie geproduceerde voedselafval afkomstig is van huishoudens, zijn met name de inzichten van burgers op het gebied van de preventie van voedselverspilling van belang. De burgers hebben drie belangrijke actiegebieden aanbevolen, waaronder het versterken van de samenwerking in de voedselwaardeketen, initiatieven van levensmiddelenbedrijven en het ondersteunen van een gedragsverandering bij de consument. De aanbevelingen van het panel zullen het algemene werkprogramma van de Commissie met betrekking tot de preventie van voedselverspilling blijven ondersteunen en kunnen als leidraad dienen om de lidstaten te helpen de streefdoelen voor de vermindering van voedselverspilling te bereiken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>Bij Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 140 van 5.6.2009, blz. 114.</FIELD></FOOTNOTE> is kooldioxide dat wordt afgevangen en getransporteerd met het oog op geologische opslag en dat geologisch is opgeslagen overeenkomstig de voorschriften van Richtlijn 2006/12/EG, uitgesloten van het toepassingsgebied van Richtlijn 2006/12/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 114 van 27.4.2006, blz. 9.</FIELD></FOOTNOTE>. De bepaling van Richtlijn 2009/31/EG tot wijziging van Richtlijn 2006/12/EG is echter niet opgenomen in Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3.</FIELD></FOOTNOTE>, waarbij Richtlijn 2006/12/EG is ingetrokken. Met het oog op de rechtszekerheid omvat deze richtlijn derhalve de wijzigingen van Richtlijn 2009/31/EG betreffende de uitsluiting van kooldioxide dat wordt afgevangen en getransporteerd met het oog op geologische opslag en dat geologisch is opgeslagen, van het toepassingsgebied van Richtlijn 2008/98/EG.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Hout is een waardevolle hulpbron en moet bij voorkeur worden toegevoegd aan een lijst van materialen die gescheiden moeten worden ingezameld, met streefdoelen voor hergebruik en recycling;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 6]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>In Richtlijn 2008/98/EG moeten definities van producenten van textielproducten, onlineplatforms en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid in verband met de uitvoering van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor textiel worden opgenomen, zodat de reikwijdte van deze begrippen en daarmee samenhangende verplichtingen wordt verduidelijkt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>De lidstaten hebben tot op zekere hoogte materiaal ontwikkeld en campagnes gevoerd ter preventie van voedselverspilling, gericht op consumenten en exploitanten van levensmiddelenbedrijven. Die campagnes zijn echter vooral gericht op het vergroten van het bewustzijn en <STRING STRIKE="on">niet zozeer op het teweegbrengen van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het aanzienlijk veranderen van de eetgewoonten, alsook op</STRING></STRING> gedragsverandering. Om het volledige potentieel wat betreft het terugdringen van voedselverspilling te verwezenlijken en in de loop van de tijd vooruitgang te boeken, moeten maatregelen op het gebied van gedragsverandering worden ontwikkeld en afgestemd op de specifieke situaties en behoeften in de lidstaten, en volledig worden geïntegreerd in de nationale programma’s ter preventie van voedselverspilling. Er moet ook aandacht worden besteed aan regionale circulaire oplossingen, <STRING STRIKE="on">met inbegrip van publiek-private partnerschappen, </STRING>betrokkenheid van burgers en aanpassing aan specifieke regionale behoeften, onder meer van ultraperifere gebieden en eilanden.<STRING BOLD="on"> [Am. 7]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Ondanks het groeiende bewustzijn van de negatieve impact en gevolgen van voedselverspilling, de politieke verbintenissen die op EU- en lidstaatniveau zijn aangegaan en de maatregelen van de Unie die sinds het actieplan voor de circulaire economie van 2015 zijn uitgevoerd, neemt de voedselverspilling niet in zodanige mate af dat er sprake is van aanzienlijke vooruitgang bij het bereiken van streefdoel 12.3 van duurzameontwikkelingsdoelstelling (SDG) 12 van de VN. Om een aanzienlijke bijdrage te leveren aan het bereiken van SDG 12.3 moeten de door de lidstaten getroffen maatregelen worden versterkt om vooruitgang te boeken bij de uitvoering van deze richtlijn en van andere passende maatregelen om de productie van voedselafval terug te dringen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>Om op korte termijn resultaten te boeken en exploitanten van levensmiddelenbedrijven, consumenten en overheidsinstanties het nodige perspectief op lange termijn te bieden, moeten gekwantificeerde streefdoelen voor de vermindering van de productie van voedselafval worden vastgesteld die de lidstaten tegen 2030 moeten bereiken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P><STRING STRIKE="on">Gezien de actieve betrokkenheid van de Unie bij de ambitie die met SDG 12.3 wordt nagestreefd, moet </STRING>De vaststelling van streefdoelen voor de vermindering van voedselafval die de lidstaten tegen 2030 moeten bereiken,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in overeenstemming met de toezegging van de Unie in het kader van de ambitie van SDG-streefdoel 12.3, moet</STRING></STRING> een sterke beleidsimpuls bieden om actie te ondernemen en aanzienlijk bijdragen tot de mondiale doelstellingen. Gezien het juridisch bindende karakter van dergelijke streefdoelen moeten zij echter evenredig<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> haalbaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en uitvoerbaar</STRING></STRING> zijn en moet er rekening worden gehouden met de rol en capaciteit van de verschillende actoren in de voedselvoorzieningsketen (met name micro- en kleine ondernemingen).<STRING STRIKE="on"> Bij de vaststelling van juridisch bindende streefdoelen moet dus een stapsgewijze aanpak worden gevolgd, te beginnen met een lager niveau dan het niveau dat in het kader van de SDG’s is vastgesteld, om ervoor te zorgen dat de lidstaten op consequente wijze reageren en tastbare vooruitgang boeken in de richting van streefdoel 12.3.</STRING><STRING BOLD="on"> </STRING><STRING BOLD="on">[Am. 8]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(10 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In voedselvoorzieningsketens in de hele Unie bestaan nog altijd ongelijkheden in onderhandelingsmacht tussen leveranciers en afnemers van landbouw- en voedselproducten. Dit is met name het geval in de landbouwsector, aangezien de specifieke aard van landbouwproducten en de daarmee gepaard gaande noodzaak om deze snel van de hand te doen de gelijkheid tussen tegenpartijen van meet af aan verstoort. Derhalve moet alles in het werk worden gesteld om ervoor te zorgen dat de meest voorkomende oneerlijke handelspraktijken waarmee leveranciers van landbouwproducten te maken hebben, met name bij de levering van aan bederf onderhevige producten, niet toenemen als gevolg van bindende streefdoelen om voedselafval te verminderen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 9]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(10 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Europees mechanisme voor paraatheid en respons bij voedselzekerheidscrises hebben de bijdrage van verpakkingen aan de vermindering van de hoeveelheden voedselafval en de waarborging van de voedselvoorziening en -zekerheid erkend.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 10]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Om voedselverspilling in de productie- en de consumptiefase terug te dringen, zijn verschillende benaderingen en maatregelen nodig en moeten uiteenlopende groepen van belanghebbenden worden betrokken. Daarom moet één doelstelling worden voorgesteld voor de verwerkings- en productiefase en een andere voor de detailhandel en de overige distributie van levensmiddelen, in restaurants en cateringdiensten en in huishoudens.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Vermindering van voedselverspilling in de hele voedselvoorzieningsketen levert aanzienlijke positieve milieueffecten op.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 11]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>Gezien de onderlinge afhankelijkheid tussen de distributiefase en de consumptiefase in de voedselvoorzieningsketen, met name de invloed van detailhandelspraktijken op het consumentengedrag en de relatie tussen voedselconsumptie thuis en buitenshuis, is het raadzaam voor deze fasen van de voedselvoorzieningsketen één gezamenlijk streefdoel vast te stellen. Het vaststellen van afzonderlijke streefdoelen voor elk van deze fasen zou voor nodeloze complexiteit zorgen en zou de flexibiliteit van de lidstaten om zich op hun specifieke aandachtsgebieden te concentreren, beperken. Om te voorkomen dat een gezamenlijk streefdoel tot buitensporige lasten voor bepaalde exploitanten leidt, wordt de lidstaten aangeraden het evenredigheidsbeginsel in overweging te nemen bij het vaststellen van maatregelen om het gezamenlijke streefdoel te bereiken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>Demografische veranderingen hebben aanzienlijke gevolgen voor de hoeveelheid geconsumeerd voedsel en de hoeveelheid geproduceerd voedselafval. Daarom moet een gezamenlijk streefdoel voor de vermindering van voedselafval — dat van toepassing is op de detailhandel en de overige distributie van levensmiddelen, in restaurants en cateringdiensten en in huishoudens — worden uitgedrukt als een procentuele verandering in de niveaus van voedselafval per hoofd van de bevolking, teneinde rekening te houden met demografische veranderingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>Op basis van de geharmoniseerde methode die is uiteengezet in Gedelegeerd Besluit (EU) 2019/1597 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Gedelegeerd Besluit (EU) 2019/1597 van de Commissie van 3 mei 2019 tot aanvulling van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot een gemeenschappelijke methode en minimale kwaliteitsvereisten voor de eenvormige meting van hoeveelheden levensmiddelenafval (PB L 248 van 27.9.2019, blz. 77).</FIELD></FOOTNOTE>, was 2020 het eerste jaar waarvoor gegevens over de hoeveelheden voedselafval werden verzameld. Daarom moet het jaar 2020 worden gebruikt als referentiejaar voor de vaststelling van streefdoelen voor de vermindering van voedselafval. Voor de lidstaten die kunnen aantonen dat zij vóór 2020 metingen van de hoeveelheden voedselafval hebben uitgevoerd aan de hand van methoden die in overeenstemming zijn met Gedelegeerd Besluit (EU) 2019/1597, moet het gebruik van een eerder referentiejaar worden toegestaan.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om een uniforme en samenhangende interpretatie van de gegevens inzake voedselverspilling en rapportage onder de actoren in de voedselvoorzieningsketen en de autoriteiten in de lidstaten te bevorderen, moet de Commissie uitgebreide richtsnoeren verstrekken betreffende de methode voor het meten van voedselverspilling.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 12]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(14 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overeenkomstig de geharmoniseerde methode die in Gedelegeerd Besluit (EU) 2019/1597</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gedelegeerd Besluit (EU) 2019/1597 van de Commissie van 3 mei 2019 tot aanvulling van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot een gemeenschappelijke methode en minimale kwaliteitsvereisten voor de eenvormige meting van hoeveelheden levensmiddelenafval (PB L 248 van 27.9.2019, blz. 77).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van de Commissie is vastgesteld, mogen verschillende rapportagemethoden worden gebruikt. Om ervoor te zorgen dat de toekomstige gegevens wetenschappelijk onderbouwd, van hoge kwaliteit en vergelijkbaar zijn, moeten duidelijke meetmethoden worden vastgesteld en toegepast die in alle lidstaten consistent zijn, alsook minimale kwaliteitsvereisten voor de eenvormige meting van voedselafval.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 13]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat de stapsgewijze aanpak voor de verwezenlijking van het mondiale streefdoel werkt, moeten de niveaus die zijn vastgesteld voor de juridisch bindende streefdoelen voor de vermindering van voedselverspilling worden geëvalueerd en, indien nodig, herzien om rekening te houden met de vooruitgang die de lidstaten in de loop der tijd hebben geboekt. Dit zou een mogelijke aanpassing van de streefdoelen mogelijk maken teneinde de bijdrage van de Unie te versterken, te zorgen voor een verdere afstemming op SDG-streefdoel 12.3, dat tegen 2030 moet worden bereikt, en richting te geven aan verdere vooruitgang na die datum.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>Om te zorgen voor een betere, snellere en meer uniforme uitvoering van de bepalingen inzake de preventie van voedselverspilling, om te anticiperen op eventuele tekortkomingen in de uitvoering en om maatregelen te kunnen nemen vóór het verstrijken van de termijnen voor het behalen van de streefdoelen, moet het in 2018 ingevoerde systeem van verslagen voor vroegtijdige waarschuwing worden uitgebreid tot streefdoelen voor de vermindering van voedselverspilling.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten moeten maatregelen nemen om oplossingen zoals duidelijkere datumetikettering op levensmiddelen te bevorderen en het gebruik van datumaanduidingen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) nr. 1169/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1924/2006 en (EG) nr. 1925/2006 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 87/250/EEG van de Commissie, Richtlijn 90/496/EEG van de Raad, Richtlijn 1999/10/EG van de Commissie, Richtlijn 2000/13/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2002/67/EG en 2008/5/EG van de Commissie, en Verordening (EG) nr. 608/2004 van de Commissie (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 18).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te vergemakkelijken, teneinde verwarring bij de consument over datumaanduidingen te voorkomen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 14]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>In overeenstemming met het beginsel dat de vervuiler betaalt als neergelegd in artikel 191, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), is het van essentieel belang dat producenten die bepaalde textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel in de Unie in de handel brengen de verantwoordelijkheid voor het beheer ervan op zich nemen aan het einde van de levensduur en de levensduur verlengen door gebruikte textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel op de markt voor hergebruik aan te bieden. Voor de toepassing van het beginsel dat de vervuiler betaalt, moeten de verplichtingen voor het beheer van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel rusten op producenten, met inbegrip van fabrikanten, importeurs of distributeurs die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van overeenkomsten op afstand als gedefinieerd in artikel 2, punt 7, van Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG van de Raad en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64).</FIELD></FOOTNOTE>,die producten onder hun eigen naam of handelsmerk voor het eerst op het grondgebied van een lidstaat op de markt aanbieden. Micro-ondernemingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, die door een dergelijke verantwoordelijkheid onevenredige financiële en administratieve lasten zouden moeten dragen,</STRING></STRING> en zelfstandige kleermakers die op maat gemaakte producten vervaardigen, moeten worden uitgesloten van het toepassingsgebied van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, gezien hun beperkte rol op de textielmarkt, alsook ondernemingen die gebruikt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel of dergelijke producten die van gebruikte of afgedankte producten zijn afgeleid, binnen de Unie in de handel brengen, met het oog op de bevordering van hergebruik, onder meer door reparatie, renovatie en upcycling waarbij bepaalde functionele kenmerken van het oorspronkelijke product worden gewijzigd.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Micro-ondernemingen moet echter de mogelijkheid worden geboden om deel te nemen aan organisaties voor producentenverantwoordelijkheid.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 15]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>Er zijn grote verschillen in de manier waarop de gescheiden inzameling van textiel wordt of zal worden opgezet, hetzij via regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, hetzij via andere benaderingen. Ook bij regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid zijn er grote verschillen, bijvoorbeeld wat betreft de producten die binnen het toepassingsgebied vallen, de verantwoordelijkheid van producenten en governancemodellen. De in Richtlijn 2008/98/EG vastgestelde regels inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moeten daarom in het algemeen van toepassing zijn op regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor producenten van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel. Zij moeten echter worden aangevuld met verdere specifieke bepalingen met betrekking tot de kenmerken van de textielsector, met name het grote aandeel van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) onder de producenten, de rol van sociale ondernemingen en het belang van hergebruik bij het vergroten van de duurzaamheid van de textielwaardeketen. Ook moeten zij meer gedetailleerd en geharmoniseerd zijn om te voorkomen dat er een versnipperde markt ontstaat die negatieve gevolgen kan hebben voor de sector, met name voor micro-ondernemingen en kmo’s, voor de inzameling, verwerking en recycling, en om duidelijke stimulansen te bieden voor duurzaam textielontwerp en -beleid en om de markten voor secundaire grondstoffen te vergemakkelijken. In dit verband worden de lidstaten aangemoedigd te overwegen meerdere organisaties voor producentenverantwoordelijkheid toe te staan, aangezien mededinging tussen dergelijke organisaties voor producentenverantwoordelijkheid kan leiden tot grotere voordelen voor de consument, meer innovatie, lagere kosten, betere inzamelingspercentages en meer keuzemogelijkheden voor producenten die met dergelijke organisaties een contract willen sluiten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(18 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Volgens het Europees Milieuagentschap wordt momenteel minder dan 1 % van al het kledingafval gebruikt voor het maken van nieuwe kleding in een circulaire lus. Momenteel wordt het meeste textiel niet ontworpen met het oog op circulariteit; 78 % van alle textielproducten moet vóór “textile-to-textile”-recycling uit elkaar worden gehaald. Om ervoor te zorgen dat in circulair textiel wordt geïnvesteerd, moeten streefdoelen worden vastgesteld voor preventie, inzameling, sortering, hergebruik en lokaal hergebruik, alsook voor recycling en “fibre-to-fibre”-recycling van textiel ter ondersteuning en stimulering van technologische ontwikkeling en investeringen in infrastructuur, en ter bevordering van het ecologisch ontwerp van textiel. De totale hoeveelheid textielafval, waaronder kleding en schoeisel, huishoudtextiel, technisch textiel, postindustrieel afval en afval dat vóór consumptie wordt geproduceerd, wordt geraamd op 12,6 miljoen ton. Dit omvat delen die tijdens de textielproductie, in de detailhandelfase en door huishoudens worden weggegooid, alsook afval van commerciële entiteiten</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">https://environment.ec.europa.eu/system/files/2023-07/IMPACT%20ASSESSMENT%20REPORT_SWD_2023_421_part1_0.pdf  (blz. 6)</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 16]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P><STRING STRIKE="on">Huishoudtextiel en kleding vormen het grootste deel van de textielconsumptie in de Unie en leveren de grootste bijdrage aan niet-duurzame patronen van overproductie en overconsumptie. Huishoudtextiel en kleding staan ook centraal in alle bestaande regelingen voor gescheiden inzameling in de lidstaten, samen met andere kledingstukken, kledingtoebehoren en schoeisel na consumptie die niet hoofdzakelijk uit textiel bestaan. Daarom moeten huishoudtextiel en andere kledingstukken, kledingtoebehoren en schoeisel binnen het toepassingsgebied van de bestaande regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vallen. </STRING>Om producenten rechtszekerheid te bieden met betrekking tot de producten die onder de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vallen, moeten de producten die binnen het toepassingsgebied vallen, worden aangeduid aan de hand van de codes van de gecombineerde nomenclatuur overeenkomstig bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (</STRING></STRING>PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING>.</FIELD></FOOTNOTE>.<STRING BOLD="on"> [Am. 17]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>De textielsector is hulpbronnenintensief. Hoewel de meeste druk en effecten als gevolg van de consumptie van kleding, schoeisel en <STRING STRIKE="on">huishoudtextiel</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">textiel</STRING></STRING> in de Unie, zowel wat grondstoffen als textielproductie betreft<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en aangezien 73 % van de kleding en het huishoudtextiel die in Europa worden geconsumeerd, wordt ingevoerd</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/QANDA_22_2015</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE>, in derde landen worden waargenomen, hebben zij ook gevolgen voor de Unie vanwege hun wereldwijde impact op het klimaat en het milieu. Daarom kunnen preventie, voorbereiding voor hergebruik en recycling van textielafval de mondiale ecologische voetafdruk van de sector, ook in de Unie, helpen verkleinen. Bovendien strookt het huidige hulpbronneninefficiënte afvalbeheer van textielafval niet met de afvalhiërarchie en veroorzaakt het milieuschade, zowel in de Unie als in derde landen, onder meer door broeikasgasemissies als gevolg van verbranding en storten.<STRING BOLD="on"> [Am. 18]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel heeft tot doel een hoog niveau van milieu- en gezondheidsbescherming in de Unie te waarborgen, een economie te creëren voor inzameling, sortering, hergebruik, voorbereiding voor hergebruik en recycling, met name “fibre-to-fibre”-recycling, en producenten te stimuleren om ervoor te zorgen dat hun producten worden ontworpen met inachtneming van de beginselen van circulariteit. De producenten van textiel en schoeisel moeten de kosten financieren van inzameling, sortering voor hergebruik, voorbereiding voor hergebruik en recycling, en de kosten van recycling en andere verwerking van ingezameld gebruikt en afgedankt textiel en schoeisel, met inbegrip van onverkochte consumentenproducten die als afval worden beschouwd en die na de inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn op het grondgebied van de lidstaten zijn geleverd, zodat wordt gewaarborgd dat de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid niet met terugwerkende kracht van toepassing zijn en dat zij in overeenstemming zijn met het rechtszekerheidsbeginsel. Die producenten moeten ook de kosten financieren van onderzoek naar de samenstelling van het ingezamelde gemengde stedelijk afval, steun voor onderzoek en ontwikkeling op het gebied van sorteer- en recyclingtechnologieën, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met name digitale oplossingen, </STRING></STRING>verslaglegging over gescheiden inzameling, hergebruik en andere verwerking, en van voorlichting aan eindgebruikers over de impact en het duurzame beheer van textiel.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Producenten moeten ook de ontwikkeling van hergebruik- en reparatieprocessen financieren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 19]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>Producenten moeten verantwoordelijk zijn voor het opzetten van inzamelingssystemen voor de inzameling van alle gebruikte en afgedankte textielproducten, textielgerelateerde producten en gebruikt en afgedankt schoeisel, en ervoor zorgen dat deze vervolgens worden gesorteerd voor hergebruik, voorbereiding voor hergebruik en recycling om de beschikbaarheid van tweedehands kleding en schoeisel te maximaliseren en de hoeveelheden verminderen voor de soorten afvalverwerking die lager zijn in de afvalhiërarchie. Ervoor zorgen dat textielproducten langer kunnen worden gebruikt en hergebruikt en ook daadwerkelijk worden gebruikt en hergebruikt, is de meest doeltreffende manier om de impact ervan op het klimaat en het milieu aanzienlijk te verminderen. Dit moet ook duurzame en circulaire bedrijfsmodellen bevorderen, zoals hergebruik, verhuur, reparatie, terugnamediensten en tweedehandsverkoop, wat nieuwe groene kwaliteitsbanen en kostenbesparende mogelijkheden voor burgers oplevert. Producenten verantwoordelijk stellen voor het afval dat hun producten produceren, is essentieel om de productie van textielafval los te koppelen van de groei van de sector. Daarom moeten de producenten ook verantwoordelijk zijn voor de recycling, met name door prioriteit te geven aan de opschaling van “fibre-to-fibre”-recycling en andere handelingen van nuttige toepassing en verwijdering.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>Producenten en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid moeten de opschaling van textielrecycling financieren, met name “fibre-to-fibre”-recycling, waardoor een bredere verscheidenheid aan materialen kan worden gerecycled en een bron van grondstoffen voor de textielproductie in de Unie kan worden gecreëerd. Het is ook belangrijk dat producenten financiële steun verlenen aan onderzoek en innovatie op het gebied van technologische ontwikkelingen in automatische afvalscheiding en sortering van samenstellingen die de scheiding en recycling van gemengde materialen en de decontaminatie van afval mogelijk maken, waardoor hoogwaardige oplossingen voor “fibre-to-fibre”-recycling en het gebruik van gerecyclede vezels kunnen worden toegepast. Om de naleving van deze richtlijn te vergemakkelijken, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat informatie en bijstand, in de vorm van advies, financiële steun, toegang tot financiering, gespecialiseerd materiaal voor management- en personeelsopleiding, of organisatorische en technische bijstand, beschikbaar zijn voor exploitanten in de textielsector, met name kleine en middelgrote ondernemingen. Indien steun met staatsmiddelen wordt gefinancierd, ook wanneer deze volledig wordt gefinancierd uit bijdragen van de overheid en ten laste van de betrokken ondernemingen, kan deze steun staatssteun vormen in de zin van artikel 107, lid 1, VWEU; in dergelijke gevallen moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de staatssteunregels in acht worden genomen. Het beschikbaar stellen van particuliere en publieke investeringen in de circulaire economie en het koolstofvrij maken van de textielsector staat ook centraal in verscheidene financieringsprogramma’s en routekaarten van de Unie, zoals Hubs for Circularity en specifieke oproepen in het kader van Horizon Europa. Ook moet verder worden beoordeeld of er streefdoelen van de Unie voor textielrecycling kunnen worden vastgesteld om de technologische ontwikkeling van en investeringen in recyclinginfrastructuur te ondersteunen en te stimuleren en ecologisch ontwerp voor recycling te bevorderen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Gebruikte en afgedankte textielproducten, textielgerelateerde producten en gebruikt en afgedankt schoeisel moet of moeten vanaf 1 januari 2025 gescheiden van andere afvalstromen, zoals metalen, papier en karton, glas, plastic, hout en bioafval, worden ingezameld om de herbruikbaarheid en het potentieel voor hoogwaardige recycling ervan te behouden. Gezien de milieueffecten en het verlies van materialen als gevolg van het feit dat gebruikt textiel en textielafval niet gescheiden worden ingezameld en bijgevolg niet op milieuhygiënisch verantwoorde wijze worden behandeld, moet het inzamelingsnetwerk van gebruikt(e) en afgedankt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel het gehele grondgebied van de lidstaten bestrijken, met inbegrip van de ultraperifere gebieden, binnen het bereik van de eindgebruiker liggen en niet alleen gericht zijn op gebieden en producten waar de inzameling winstgevend is. Het inzamelingsnetwerk moet worden opgezet in samenwerking met andere actoren die actief zijn in de sectoren afvalbeheer en hergebruik, zoals gemeenten en sociale ondernemingen. Gezien de aanzienlijke milieu- en klimaatvoordelen die aan hergebruik verbonden zijn, moet het inzamelingsnetwerk primair en secundair gericht zijn op de inzameling van herbruikbare en recyclebare textielproducten en textielgerelateerde producten en herbruikbaar en recyclebaar schoeisel. Aangezien de consument niet altijd gewend is een onderscheid te maken tussen herbruikbare en recyclebare artikelen, moeten inzamelsystemen, onder andere om redenen van logistieke efficiëntie, voorzien zijn van inzamelbakken waarin gebruikte en afgedankte artikelen samen worden ingezameld. Hoge inzamelingspercentages zouden leiden tot hoge prestaties op het gebied van hergebruik en hoogwaardige recycling in de toeleveringsketens van textiel, het gebruik van hoogwaardige secundaire grondstoffen bevorderen en de planning van investeringen in de infrastructuur voor het sorteren en verwerken van textiel ondersteunen, Om de doeltreffendheid van het inzamelingsnetwerk en de voorlichtingscampagnes te controleren en te verbeteren, moet de samenstelling van ingezameld gemengd stedelijk afval regelmatig worden geëvalueerd, ten minste op NUTS 2-niveau, om de hoeveelheid afval van textiel en schoeisel vast te stellen. Daarnaast moeten de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid jaarlijks informatie over de prestaties van de regelingen voor gescheiden inzameling en het behaalde jaarlijkse percentage gescheiden inzameling verzamelen en openbaar maken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P><STRING STRIKE="on">Gezien</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rekening houdend met</STRING></STRING> de sleutelrol van sociale ondernemingen en entiteiten van de sociale economie in bestaande systemen voor de inzameling van textiel en hun potentieel om lokale, duurzame, participatieve en inclusieve bedrijfsmodellen en hoogwaardige banen in de Unie te creëren, in overeenstemming met de doelstellingen van het EU-actieplan voor de sociale economie<FOOTNOTE><FIELD>COM(2021) 778 final van 9 december 2021.</FIELD></FOOTNOTE>, moet de invoering van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid de activiteiten van sociale ondernemingen en entiteiten van de sociale economie die betrokken zijn bij het beheer van gebruikt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en afgedankt </STRING></STRING>textiel, in stand houden en ondersteunen. Zij moeten daarom worden beschouwd als partners in de systemen voor gescheiden inzameling ter ondersteuning van de opschaling van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de voorbereiding voor hergebruik, </STRING></STRING>hergebruik en reparatie en het scheppen van hoogwaardige banen voor iedereen, en met name voor kwetsbare groepen.<STRING BOLD="on"> [Am. 20]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>Producenten en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid moeten actief worden betrokken bij het informeren van eindgebruikers, met name consumenten, over het feit dat gebruikt(e) en afgedankt(e) textielproducten en schoeisel gescheiden moeten worden ingezameld, dat inzamelingssystemen beschikbaar zijn en dat eindgebruikers een belangrijke rol spelen bij het waarborgen van afvalpreventie en een vanuit milieuoogpunt optimaal beheer van textielafval. Deze informatie moet onder meer betrekking hebben op de beschikbaarheid van regelingen voor hergebruik van textiel en schoeisel, de milieuvoordelen van duurzame consumptie en de milieu-, gezondheids- en maatschappelijke gevolgen van de textielkledingindustrie. Eindgebruikers moeten ook worden geïnformeerd over hun belangrijke rol bij het maken van bewuste, verantwoorde en duurzame keuzes op het gebied van textielconsumptie en bij het waarborgen van een vanuit milieuoogpunt optimaal beheer van afval van textiel en schoeisel. Deze informatievereisten zijn van toepassing in aanvulling op de vereisten inzake de verstrekking van informatie aan eindgebruikers met betrekking tot textielproducten die zijn vastgesteld in de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten<FOOTNOTE><FIELD>OJ to insert the reference number once adopted.</FIELD></FOOTNOTE> en Verordening (EU) nr. 1007/2011 van het Europees Parlement en de Raad.<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 1007/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 27 september 2011 betreffende textielvezelbenamingen en de desbetreffende etikettering en merking van de vezelsamenstelling van textielproducten, en houdende intrekking van Richtlijn 73/44/EEG van de Raad en Richtlijnen 96/73/EG en 2008/121/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 272 van 18.10.2011, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> Bij het verstrekken van informatie aan alle eindgebruikers moet gebruik worden gemaakt van moderne informatietechnologieën. De informatie moet worden verstrekt met klassieke middelen, zoals posters binnens- en buitenshuis en socialemediacampagnes, en op innovatievere wijze, zoals elektronische toegang tot websites met QR-codes<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en het digitaal productpaspoort</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 21]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>Om de circulariteit en milieuduurzaamheid van textiel te vergroten en negatieve klimaat- en milieueffecten te verminderen, zullen in Verordening .../... [PO insert the serial number and institutions for the Ecodesign for Sustainable Product Regulation, and complete the footnote]<FOOTNOTE><FIELD>OJ to insert the reference number once adopted.</FIELD></FOOTNOTE> verplichte vereisten inzake ecologisch ontwerp voor textiel worden uitgewerkt, waarbij <STRING STRIKE="on">—</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING> afhankelijk van wat uit de effectbeoordeling zal blijken als gunstig voor het vergroten van de ecologische duurzaamheid van textiel <STRING STRIKE="on">—</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING> de duurzaamheid, herbruikbaarheid, repareerbaarheid en “fibre-to-fibre”-recycling van textiel worden geregeld, en tevens de verplichte hoeveelheid gerecyclede vezels in textiel wordt vastgesteld. Met die verordening zal ook de aanwezigheid van zorgwekkende stoffen worden gereguleerd, zodat deze tot een minimum kunnen worden beperkt en kunnen worden getraceerd met het oog op de vermindering van de afvalproductie en de verbetering van recycling, alsook de preventie en vermindering van synthetische vezels die in het milieu terechtkomen, om het vrijkomen van microplastics aanzienlijk te verminderen. Tegelijkertijd is de afstemming van vergoedingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid een doeltreffend economisch instrument om een duurzamer ontwerp van textiel te stimuleren, hetgeen leidt tot een beter circulair ontwerp van textiel. Om ecologisch ontwerp sterk te stimuleren en tegelijkertijd rekening te houden met de doelstellingen van de interne markt en de samenstelling van de textielsector, die voornamelijk uit kmo’s bestaat, moeten de criteria voor het afstemmen van vergoedingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid worden geharmoniseerd op basis van de belangrijkste parameters voor ecologisch ontwerp<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en op basis van het percentage vrijgekomen microplastics</STRING></STRING>, zodat textiel in overeenstemming met de afvalhiërarchie kan worden behandeld. De afstemming van vergoedingen op basis van de criteria inzake ecologisch ontwerp moet worden gebaseerd op de voorschriften inzake ecologisch ontwerp en de bijbehorende meetmethoden die zijn vastgesteld voor textielproducten op grond van de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten of eventuele andere Uniewetgeving waarin geharmoniseerde duurzaamheidscriteria en meetmethoden voor textielproducten zijn vastgesteld. De Commissie moet de bevoegdheid worden verleend om geharmoniseerde regels voor de afstemming van vergoedingen vast te stellen om ervoor te zorgen dat de criteria voor de afstemming van vergoedingen in overeenstemming zijn met die productvereisten.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 22]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(27 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De invoering van een digitaal productpaspoort, als instrument om de traceerbaarheid van textielproducten in de hele waardeketen aanzienlijk te verbeteren, kan consumenten in staat stellen weloverwogen keuzes te maken door betere toegang te bieden tot productinformatie over het beheer aan het einde van de levensduur. Dit zou exploitanten bovendien in staat stellen de hoeveelheid geproduceerd textielafval nauwkeurig te volgen, de lidstaten bij te staan bij het nakomen en monitoren van de verplichtingen inzake gescheiden inzameling van textiel voor hergebruik, voorbereiding voor hergebruik, en recycling, overeenkomstig deze verordening.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 23]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>Om erop toe te zien dat de producenten voldoen aan hun financiële en organisatorische verplichtingen om te waarborgen dat gebruikt(e) en afgedankt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel die of dat zij voor het eerst op het grondgebied van een lidstaat op de markt aanbieden, worden of wordt beheerd, moet elke lidstaat een register instellen en beheren waarin producenten zich moeten registreren. De eisen voor registratie en het formaat ervan moeten in de hele Unie zo veel mogelijk worden geharmoniseerd om de registratie te vergemakkelijken, met name wanneer producenten textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel voor het eerst in verschillende lidstaten op de markt aanbieden. De informatie in het register moet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor het publiek </STRING></STRING>toegankelijk zijn<STRING STRIKE="on"> voor de entiteiten die een rol spelen bij de verificatie van de naleving van de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en de handhaving daarvan</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 24]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P>Aangezien de textielsector voor 99 % uit kleine en middelgrote ondernemingen bestaat, moet de uitvoering van een regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel erop gericht zijn de administratieve lasten zoveel mogelijk te verminderen. De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid moet daarom collectief worden nagekomen door organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens de producenten deze verantwoordelijkheid op zich nemen. Organisaties voor producentenverantwoordelijkheid moeten een vergunning van de lidstaten verkrijgen en moeten onder meer aantonen dat zij de financiële middelen hebben om de kosten van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te dragen en dat zij die verantwoordelijkheid ook nakomen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>Krachtens artikel 30, lid 1, van Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE> moeten bepaalde aanbieders van onlineplatforms die consumenten de mogelijkheid bieden overeenkomsten op afstand te sluiten met producenten die textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel aanbieden aan consumenten in de Unie, vóór zij een producent toestaan van hun diensten gebruik te maken, bepaalde identificatiegegevens van die producent verkrijgen, alsmede een zelfcertificering door de producent waarin hij zich ertoe verbindt alleen producten of diensten aan te bieden die voldoen aan de toepasselijke regels van het Unierecht. Om de doeltreffende handhaving van de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te waarborgen, moet worden gespecificeerd dat aanbieders van onlineplatforms die binnen het toepassingsgebied van hoofdstuk 3, afdeling 4, van Verordening (EU) 2022/2065 vallen, van die producenten informatie moeten verkrijgen over de registratie in het register van textielproducenten dat de lidstaten krachtens deze richtlijn moeten opzetten, alsook het (de) registratienummer(s) van de producent in dat register en een zelfcertificering door de producent waarin hij zich ertoe verbindt alleen textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel aan te bieden waarop de bij deze richtlijn vastgestelde eisen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid van toepassing zijn. De handhavingsregels van hoofdstuk IV van Verordening (EU) 2022/2065 zijn met betrekking tot die traceerbaarheidsregels van toepassing op de aanbieders van die platforms.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(31)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat textiel in overeenstemming met de afvalhiërarchie van Richtlijn 2008/98/EG wordt verwerkt, moeten organisaties voor producentenverantwoordelijkheid ervoor zorgen dat al het gescheiden ingezamelde textiel en schoeisel zodanig worden gesorteerd dat er producten worden gegenereerd die geschikt zijn voor hergebruik en dat wordt voldaan aan de behoeften van de ontvangende markten voor gebruikt textiel en voor recycling van grondstoffen in de Unie en wereldwijd. Gezien de grotere milieuvoordelen die voortvloeien uit de verlenging van de levensduur van textiel, moet de sortering in de eerste plaats gericht zijn op hergebruik, gevolgd door sortering voor recyclingdoeleinden wanneer de items professioneel als niet-herbruikbaar worden beoordeeld. Deze sorteervereisten moeten door de Commissie met voorrang worden ontwikkeld als onderdeel van de geharmoniseerde einde-afvalcriteria van de Unie voor herbruikbaar textiel en gerecycled textiel, met inbegrip van de vereisten voor de eerste sortering die op het inzamelpunt kan plaatsvinden. Deze geharmoniseerde criteria moeten zorgen voor consistentie en hoge kwaliteit van de ingezamelde fracties en van de materiaalstromen voor sortering, nuttige toepassing van afval en secundaire grondstoffen over de grenzen heen, hetgeen op zijn beurt de opschaling van de waardeketens voor hergebruik en recycling moet vergemakkelijken. Gebruikte kleding die door de exploitanten van hergebruikfaciliteiten of door sociale ondernemingen en exploitanten van de sociale economie op het inzamelpunt van eindgebruikers professioneel als geschikt is bevonden voor hergebruik, moet niet als afval worden beschouwd. Indien hergebruik of recycling technisch niet mogelijk is, moet de afvalhiërarchie nog steeds worden toegepast, waarbij het storten van afval, met name van biologisch afbreekbaar textiel dat een bron van methaanemissies is, waar mogelijk moet worden vermeden, en waarbij in geval van verbranding energie moet worden teruggewonnen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(32)</NO.P>De hoeveelheid gebruikt en afgedankt textiel dat naar landen buiten de EU wordt uitgevoerd, neemt gestaag toe, waarbij de uitvoer het grootste deel uitmaakt van de markt voor hergebruik van in de EU geproduceerd textiel na consumptie. Gezien de aanzienlijke toename van het ingezamelde textielafval na de invoering van gescheiden inzameling tegen 2025, is het van belang de inspanningen ter bestrijding van illegale overbrengingen van als niet-afval verhuld afval naar derde landen, op te voeren om een hoge mate van milieubescherming te waarborgen. Voortbouwend op Verordening.../... [P.O. insert the institutions and serial number, and complete the footnote for the Regulation on the Shipment of waste]<FOOTNOTE><FIELD>OJ to insert the reference number once adopted.</FIELD></FOOTNOTE> en met het oog op de doelstelling om het duurzame beheer van textiel na consumptie te waarborgen en illegale overbrengingen van afval aan te pakken, moet worden bepaald dat alle gescheiden ingezamelde gebruikte textielproducten en textielgerelateerde producten en al het gescheiden ingezamelde gebruikte schoeisel vóór de overbrenging worden gesorteerd. Bovendien moet worden bepaald dat alle gescheiden ingezamelde gebruikte textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel als afval worden beschouwd en onder de afvalwetgeving van de Unie vallen, ook wat de overbrenging van afval betreft, totdat zij door een daartoe opgeleide exploitant zijn gesorteerd met het oog op hergebruik en recycling<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en voldoen aan de criteria voor de einde-afvalfase</STRING></STRING>. De sortering moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de geharmoniseerde sorteervoorschriften die een hoogwaardige herbruikbare fractie waarborgen die voldoet aan de behoeften van de ontvangende markten voor tweedehands textiel in de EU en wereldwijd, en door criteria vast te stellen om onderscheid te maken tussen gebruikte goederen en afval. Overbrengingen van gebruikte textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel moeten vergezeld gaan van informatie waaruit blijkt dat deze producten het resultaat zijn van een sorteerhandeling of een voorbereiding voor hergebruik en dat de producten geschikt zijn voor hergebruik<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en voldoen aan de nationale voorschriften van het land van bestemming</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Tegelijkertijd moet worden ingezien dat niet alle uitgevoerde herbruikbare tweedehands kleding in de ontvangende landen wordt hergebruikt en dat deze kleding wellicht ongebruikt wordt weggegooid, waardoor de afvalbeheersystemen in de ontvangende landen worden overspoeld. Er moet prioriteit worden gegeven aan aanvullende maatregelen voor het verminderen van de uitvoer van tweedehands textiel door lokaal hergebruik te maximaliseren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 25]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(33)</NO.P>Om de in deze richtlijn vastgestelde doelstellingen te verwezenlijken, moeten de lidstaten hun programma’s voor de preventie van voedselverspilling herzien en daarin nieuwe maatregelen opnemen, waarbij meerdere partners uit de publieke en private sector worden betrokken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder producenten, distributeurs, leveranciers, detailhandelaren en aanbieders van cateringdiensten, alsmede actoren uit de sociale economie en milieu- en consumentenorganisaties,</STRING></STRING> en die gecoördineerde acties omvatten die zijn toegesneden op specifieke knelpunten en op opvattingen en gedragingen die tot voedselverspilling leiden. Bij de ontwikkeling van deze programma’s zouden de lidstaten zich kunnen laten inspireren door de aanbevelingen van het burgerpanel inzake voedselverspilling.<STRING BOLD="on"> [Am. 26]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(34)</NO.P>Een duidelijke verantwoordingsplicht en governance van maatregelen ter preventie van voedselverspilling zijn van essentieel belang om te zorgen voor een doeltreffende coördinatie van maatregelen om verandering teweeg te brengen en de in deze richtlijn vastgestelde doelstellingen te bereiken. Gezien de gedeelde agenda van veel autoriteiten en de verscheidenheid aan belanghebbenden die betrokken zijn bij de bestrijding van voedselverspilling in de lidstaten, moet een bevoegde autoriteit worden aangewezen die verantwoordelijk is voor de algemene coördinatie van acties op nationaal niveau.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(35)</NO.P>De gedetailleerdheid van de op het niveau van de Unie verzamelde informatie over het gemeentelijke beheer van textiel na consumptie moet worden verbeterd om doeltreffender toezicht te kunnen houden op het hergebruik van producten, met inbegrip van het hergebruik en de voorbereiding voor hergebruik van textiel, onder meer met het oog op de mogelijke vaststelling van de prestatiedoelstellingen in de toekomst. Gegevens over hergebruik en voorbereiding voor hergebruik vormen belangrijke gegevensstromen voor het monitoren van de ontkoppeling van afvalproductie van economische groei en de transitie naar een duurzame, inclusieve en circulaire economie. Daarom moeten deze gegevensstromen worden beheerd door het Europees Milieuagentschap.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(35 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het is van cruciaal belang dat de Commissie en de lidstaten de bestaande voorlichtings- en onderwijscampagnes over afvalpreventie en -beheer blijven ontwikkelen, ondersteunen en uitbreiden, en nieuwe campagnes opzetten. Hoewel er in alle sectoren een groeiend bewustzijn is van het belang van afvalpreventie en een goed afvalbeheer, is nog meer vooruitgang nodig.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 27]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(36)</NO.P>De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen als bedoeld in artikel 9, lid 8, van Richtlijn 2008/98/EG met betrekking tot een gemeenschappelijke methodologie en minimale kwaliteitseisen voor de uniforme meting van de hoeveelheden voedselafval moet, met kleine aanpassingen, worden verplaatst naar een nieuw artikel dat specifiek betrekking heeft op de preventie van voedselafval.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(36 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om de consistente interpretatie van gegevens over voedselafval en rapportagevereisten door de nationale autoriteiten te vergemakkelijken en tegelijkertijd onnodige administratieve lasten voor exploitanten in de voedselvoorzieningsketen te vermijden, moet de Commissie richtsnoeren vaststellen voor de interpretatie van gedelegeerde handelingen, naar het voorbeeld van de richtsnoeren voor de opstelling en rapportage van gegevens over stedelijk afval</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Europese Commissie, Eurostat, Richtsnoeren voor de opstelling en rapportage van gegevens over stedelijk afval overeenkomstig Uitvoeringsbesluiten (EU) 2019/1004 en (EU) 2019/1885 van de Commissie en de gezamenlijke vragenlijst van Eurostat en de OESO, (versie 2023) https://ec.europa.eu/eurostat/documents/342366/351811/Guidance+on+municipal+waste+data+collection/</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of de richtsnoeren voor de opstelling en rapportage van gegevens over verpakking en verpakkingsafval</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Europese Commissie, Eurostat, Richtsnoeren voor de opstelling en rapportage van gegevens over verpakking en verpakkingsafval overeenkomstig Besluit 2005/270/EG (versie 2023) https://ec.europa.eu/eurostat/documents/342366/351811/PPW+-+Guidance+for+the+compilation+and+reporting+of+data+on+packaging+and+packaging+waste.pdf/297d0cda-e5ff-41e5-855b-5d0abe425673?t=1621978014507</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 28]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(37)</NO.P>Teneinde de in Richtlijn 2008/98/EG opgenomen codes van de gecombineerde nomenclatuur in overeenstemming te brengen met de codes in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage IV quater bij Richtlijn 2008/98/EG. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich</P></CONS><CONS><P><NO.P>(38)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van Richtlijn 2008/98/EG te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot een geharmoniseerd formaat voor registratie in het register op basis van de informatievereisten van artikel 22 ter, lid 4, de criteria voor de afstemming van vergoedingen voor de toepassing van artikel 22 quater, lid 3, punt a), en een methode voor de berekening en controle van het percentage afval dat gescheiden wordt ingezameld als bedoeld in artikel 22 quater, lid 6, punt c). Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(39)</NO.P>Richtlijn 2008/98/EG moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(39 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het is van belang dat de uitvoering van Richtlijn 1999/31/EG van de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn 1999/31/EG van de Raad van 26 april 1999 betreffende het storten van afvalstoffen (PB L 182 van 16.7.1999, blz. 1).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> door de lidstaten aanzienlijk en snel wordt verbeterd, aangezien in de Unie, alsook over de grens, milieuschade wordt veroorzaakt door de wijdverbreide opkomst van illegale stortplaatsen en stortplaatsen in verschillende lidstaten, zoals stortplaatsen die niet voldoen aan de normen en vereisten van bovengenoemde richtlijn. Het is daarom passend dat de Commissie Richtlijn 1999/31/EG van de Raad evalueert en beoordeelt en, indien nodig, een wetgevingsvoorstel tot wijziging van de richtlijn voorlegt. Bij de evaluatie moet worden nagegaan hoe de uitvoeringsbepalingen kunnen worden versterkt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 29]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(40)</NO.P>Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk de verbetering van de milieuduurzaamheid van het beheer van voedselverspilling en textielafval en de waarborging van het vrije verkeer van gebruikt textiel en afval van textiel op de interne markt, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar, vanwege de omvang en de gevolgen ervan, uitsluitend op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen vaststellen overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel als neergelegd in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling inzake subsidiariteit te verwezenlijken,</P></CONS><CONS><P><NO.P>(40 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie moet haar inspanningen voorzetten om het afvalbeheer in overeenstemming te brengen met de beginselen van de circulaire economie en om een herziening te overwegen die gericht is op afval dat afkomstig is van de gezondheidssector, en met name farmaceutisch afval van particuliere huishoudens. Voorts moet afval dat afkomstig is van de gezondheidssector worden verminderd, hergebruikt en gerecycled om de milieueffecten en de uitputting van hulpbronnen tot een minimum te beperken en tegelijkertijd de volksgezondheid te beschermen. Dit zou helpen de toewijding van de Unie ten aanzien van verantwoord afvalbeheer te benadrukken en zorginstellingen en de sector tot een cruciale partner te maken bij de bredere inspanningen van de Commissie om afval te verminderen en duurzaamheid te bevorderen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 30]</STRING></P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><ARTICLE><TI.ART>Artikel 1</TI.ART><STI.ART>Wijzigingen</STI.ART><PARAG>Richtlijn 2008/98/EG wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>in artikel 2, lid 1, wordt punt a) vervangen door:<CITATION><P>“a)	gasvormige effluenten die in de atmosfeer worden uitgestoten en kooldioxide dat wordt afgevangen en getransporteerd met het oog op geologische opslag en dat geologisch is opgeslagen overeenkomstig in Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad*;</P><P>________________</P><P>* Richtlijn 2009/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de geologische opslag van kooldioxide en tot wijziging van Richtlijn 85/337/EEG van de Raad, de Richtlijnen 2000/60/EG, 2001/80/EG, 2004/35/EG, 2006/12/EG en 2008/1/EG en Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 140 van 5.6.2009, blz. 114)..”</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>in artikel 3 worden de volgende punten ingevoegd:<CITATION><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">“4 ter.	“producent van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater”: een fabrikant, importeur of distributeur, of een andere natuurlijke of rechtspersoon, met uitzondering van degenen die gebruikt textiel en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater en textiel, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater dat is of die zijn verkregen uit gebruikte of afgedankte producten of delen daarvan, op de markt brengen, ondernemingen waar minder dan tien personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet en het balanstotaal niet meer dan 2 miljoen EUR bedragen en zelfstandige kleermakers die op maat gemaakte producten vervaardigen, die, ongeacht de gebruikte verkooptechniek, met inbegrip van overeenkomsten op afstand als gedefinieerd in artikel 2, lid 7, van Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad*, hetzij:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>gevestigd zijn in een lidstaat en textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals vermeld in bijlage IV quater onder hun eigen naam of handelsmerk vervaardigen of laten ontwerpen of vervaardigen en onder hun eigen naam of handelsmerk voor het eerst op het grondgebied van die lidstaat aanbieden, of</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>gevestigd zijn in een lidstaat en textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater die door andere in punt a) bedoelde producenten zijn vervaardigd en waarop de naam, het merk of het handelsmerk van de fabrikant niet is aangebracht, onder hun eigen naam of handelsmerk op het grondgebied van die lidstaat verkopen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>gevestigd zijn in een lidstaat en textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater voor het eerst beroepsmatig in die lidstaat leveren vanuit een andere lidstaat of vanuit een derde land, of</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater door middel van verkoop op afstand rechtstreeks verkopen aan eindgebruikers, waaronder particuliere huishoudens of andere gebruikers dan particuliere huishoudens, in een lidstaat, en die in een andere lidstaat of in een derde land gevestigd zijn;</ITEM></LIST></P><P><NO.P>4 quater.</NO.P>“op de markt aanbieden”: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een product met het oog op distributie of gebruik op de markt van de Unie;</P><P><NO.P>4 quinquies.</NO.P>“organisatie voor producentenverantwoordelijkheid”: een rechtspersoon die de nakoming van de verplichtingen in het kader van de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid namens producenten financieel of financieel en operationeel regelt;</P><P><NO.P>4 sexies.</NO.P>“onlineplatform”: een onlineplatform als gedefinieerd in artikel 3, punt i), van Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad**;</P><P><NO.P>4 septies.</NO.P>“consument”: een natuurlijke persoon die handelt voor doeleinden buiten zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit;</P><P><NO.P>8 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“sociale onderneming”: een privaatrechtelijke entiteit die op zakelijke wijze en in overeenstemming met de beginselen en kenmerken van de sociale economie goederen en diensten levert om in de handel gebracht te worden, met sociale of milieudoelstellingen als reden voor haar commerciële activiteit. Sociale ondernemingen kunnen in verschillende rechtsvormen worden opgericht;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 31]</STRING></P><P>________________</P><P>* Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG van de Raad en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64).</P><P>** Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1).”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>in artikel 9 worden lid 1, punten g) en h), en de leden 5, 6 en 8 geschrapt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>het volgende artikel 9 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 9 bis</P><P>Preventie van voedselafval</P><P><NO.P>1.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten nemen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in de hele voedselvoorzieningsketen</STRING></STRING> passende maatregelen op het gebied van de preventie van voedselafval in de primaire productie, de verwerkende industrie, de detailhandel en de overige distributie van levensmiddelen, in restaurants en cateringdiensten en in huishoudens. <STRING STRIKE="on">Het gaat onder meer om de volgende</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze</STRING></STRING> maatregelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> omvatten, maar zijn niet beperkt tot</STRING></STRING>:<STRING BOLD="on"> [Am. 32]</STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>het ontwikkelen en ondersteunen van maatregelen op het gebied van gedragsverandering om voedselverspilling terug te dringen, en voorlichtingscampagnes om het bewustzijn over de preventie van voedselverspilling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de productie van levensmiddelen </STRING></STRING>te vergroten;<STRING BOLD="on"> [Am. 33]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>het opsporen en aanpakken van inefficiënties in de werking van de voedselvoorzieningsketen, en het ondersteunen van samenwerking tussen alle actoren, waarbij wordt gezorgd voor een eerlijke verdeling van de kosten en baten van preventiemaatregelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder: </STRING></STRING><LIST LEVEL="2" TYPE="DASH"><ITEM LEVEL="2"><SYMBOL>—</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het bevorderen van de verkoop van groente en fruit met zichtbare gebreken, dat niet voldoet aan de handelsnormen van de EU en de VN/ECE maar wel geschikt en veilig is voor lokale of directe consumptie, zoals vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2429 van de Commissie</STRING></STRING><STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> (“lelijke” groente en fruit), en </STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="2"><SYMBOL>—</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het aanpakken van marktpraktijken die voor voedselverspilling zorgen, waaronder de in Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><STRING SUPERSCRIPT="on">**</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> vermelde praktijken</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 34]</STRING></ITEM></LIST></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>het aanmoedigen van voedselschenkingen en <STRING STRIKE="on">andere</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het waarborgen van</STRING></STRING> herverdeling voor menselijke consumptie, waarbij het menselijk gebruik voorrang heeft op diervoeding en herverwerking tot niet voor de voeding bestemde producten;<STRING BOLD="on"> [Am. 35]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>het ondersteunen van opleiding en de ontwikkeling van vaardigheden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer bij plaatselijke instanties,</STRING></STRING> en het vergemakkelijken van de toegang tot financieringsmogelijkheden, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen en actoren in de sociale economie<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 36]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d bis)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het stimuleren en bevorderen van innovatie en technologische oplossingen die bijdragen tot de preventie van voedselverspilling, zoals slimme verpakkingen om de houdbaarheid te verlengen of de toestand van verpakte levensmiddelen te behouden of te verbeteren, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 450/2009 van de Commissie</STRING></STRING><STRING SUPERSCRIPT="on">***</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met name tijdens het vervoer en de opslag ervan, en duidelijkere datumetikettering op levensmiddelen en gebruiksvriendelijke instrumenten om verwarring te verminderen en het gebruik van datumaanduidingen te vergemakkelijken, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1169/2011, opdat levensmiddelen die nog veilig zijn voor consumptie, niet onnodig worden weggegooid.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 37]</STRING></ITEM></LIST></P><P>De lidstaten zorgen ervoor dat alle relevante actoren in de toeleveringsketen naar evenredigheid van hun capaciteit en rol<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> bij de productie van voedselafval</STRING></STRING> worden betrokken bij de preventie van voedselafval in de hele voedselvoorzieningsketen, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan het voorkomen van onevenredige gevolgen voor kleine en middelgrote ondernemingen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten nemen passende maatregelen om ervoor te zorgen dat marktdeelnemers onverkochte levensmiddelen die veilig zijn voor menselijke consumptie beschikbaar stellen voor donatie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 38]</STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten monitoren en beoordelen de uitvoering van hun maatregelen ter preventie van voedselafval, met inbegrip van de naleving van de in lid 4 bedoelde streefdoelen voor de vermindering van voedselafval, door de hoeveelheden voedselafval te meten op basis van de overeenkomstig lid 3 vastgestelde methode. <STRING BOLD="on">[Am. 39 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Gedelegeerd Besluit (EU) 2019/1597 van de Commissie te wijzigen en</STRING></STRING> deze richtlijn aan te vullen door een gemeenschappelijke methode en minimale kwaliteitseisen voor de uniforme meting van de hoeveelheden voedselafval vast te stellen.<STRING BOLD="on"> [Am. 40]</STRING></P><P><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De methodologie, de meetmethoden en de gegevens die gebruikt zijn om de in lid 3 bedoelde hoeveelheden voedselafval te meten, worden openbaar gemaakt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 41]</STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten nemen de nodige en passende maatregelen om uiterlijk op 31 december 2030 de volgende streefdoelen voor de vermindering van voedselafval op nationaal niveau te bereiken:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL><STRING STRIKE="on">verminderen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vermindering</STRING></STRING> van de productie van voedselafval in de verwerkende industrie met <STRING STRIKE="on">10</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste 20</STRING></STRING> % ten opzichte van de <STRING STRIKE="on">in 2020</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemiddeld tussen 2020 en 2022</STRING></STRING> geproduceerde hoeveelheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> per jaar</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 42]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL><STRING STRIKE="on">verminderen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vermindering</STRING></STRING> van de productie van voedselafval per hoofd van de bevolking in de detailhandel en de overige distributie van levensmiddelen, in restaurants en cateringdiensten en in huishoudens, met <STRING STRIKE="on">30</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste 40</STRING></STRING> % ten opzichte van de <STRING STRIKE="on">in 2020</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemiddeld tussen 2020 en 2022</STRING></STRING> geproduceerde hoeveelheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> per jaar.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 43]</STRING></ITEM></LIST></P><P><NO.P>5.</NO.P>Wanneer een lidstaat gegevens kan verstrekken voor een eerder referentiejaar dan 2020, die zijn verzameld met behulp van methoden die vergelijkbaar zijn met de methode en de minimale kwaliteitseisen voor de uniforme meting van de hoeveelheden voedselafval zoals vastgesteld in Gedelegeerd Besluit (EU) 2019/1597 van de Commissie, kan een eerder referentiejaar worden gebruikt. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dit eerdere referentiejaar is van toepassing op beide streefdoelen als bedoeld in lid 4, punten a) en b). </STRING></STRING>De lidstaat stelt de Commissie en de andere lidstaten binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn in kennis van zijn voornemen om een eerder referentiejaar te gebruiken en verstrekt de Commissie de gegevens en de voor de verzameling daarvan gebruikte meetmethoden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en maakt deze openbaar</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 44]</STRING></P><P><NO.P>6.</NO.P>Wanneer de Commissie van oordeel is dat de gegevens niet voldoen aan de voorwaarden van lid 5, stelt zij binnen zes maanden na ontvangst van een overeenkomstig lid 5 gedane kennisgeving een besluit vast waarbij de lidstaat wordt verzocht 2020 of een ander jaar dan het door de lidstaat voorgestelde jaar als referentiejaar te gebruiken.</P><P><NO.P>7.</NO.P>Uiterlijk op 31 december 2027 herziet de Commissie de in lid 4 vastgestelde streefdoelen die uiterlijk in 2030 moeten zijn bereikt, teneinde deze zo nodig aan te passen en/of uit te breiden tot andere stadia van de voedselvoorzieningsketen, en om te overwegen nieuwe streefdoelen vast te stellen voor de periode na 2030. Hiertoe dient de Commissie een verslag, dat indien nodig vergezeld gaat van een wetgevingsvoorstel, in bij het Europees Parlement en de Raad.</P><P><NO.P>7 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten worden ertoe aangespoord hun acties onderling af te stemmen om voedselverspilling te voorkomen, en beste praktijken uit te wisselen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 45]</STRING></P><P><NO.P>7 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op 31 december 2025 beoordeelt de Commissie de passende niveaus voor de vaststelling van streefdoelen voor de vermindering van alle voedselafval in de primaire productie, met inbegrip van rijp voedsel dat niet is geoogst of op landbouwbedrijven wordt gebruikt. Hiertoe legt de Commissie een verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad, dat indien nodig vergezeld gaat van een wetgevingsvoorstel.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 46]</STRING></P><P><NO.P>7 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op 31 december 2027 gaat de Commissie na of bindende streefdoelen kunnen worden ingevoerd van ten minste 30 % voor artikel 9 bis, lid 4, punt a), en ten minste 50 % voor artikel 9 bis, lid 4, punt b), beide voor 2035, en of aan het Europees Parlement en de Raad een verslag kan worden voorgelegd, dat mogelijk vergezeld gaat van een passend wetgevingsvoorstel voor de verwezenlijking van deze streefdoelen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 47]</STRING></P><P>__________________________</P><P>*	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/2429 van de Commissie van 17 augustus 2023 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de handelsnormen voor de sector groenten en fruit, bepaalde verwerkte groente- en fruitproducten en de sector bananen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1666/1999 van de Commissie en de Uitvoeringsverordeningen (EU) nr. 543/2011 en (EU) nr. 1333/2011 van de Commissie (PB L, 2023/2429, 3.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2023/2429/oj).</STRING></STRING></P><P>**	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen (PB L 111 van 25.4.2019, blz. 59).</STRING></STRING></P><P>***	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EG) nr. 450/2009 van de Commissie van 29 mei 2009 betreffende actieve en intelligente materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen (PB L 135 van 30.5.2009, blz. 3).</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan artikel 10 wordt het volgende lid toegevoegd</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“2 bis.	De lidstaten worden ertoe aangespoord om in voorkomend geval voorsortering van gemengd stedelijk afval in te voeren, om te voorkomen dat afval dat kan worden hergebruikt of gerecycled, wordt verbrand of gestort.”;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 48]</STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 10, lid 4, wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“4.	De lidstaten nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat afval dat overeenkomstig artikel 11, lid 1, en artikel 22 gescheiden is ingezameld met het oog op voorbereiding voor hergebruik en recycling, niet wordt verbrand of gestort, met uitzondering van afval dat bij de verdere verwerking van het gescheiden ingezameld afval ontstaat en waarvoor verbranding overeenkomstig artikel 4 het beste milieuresultaat oplevert.”;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 49]</STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>in artikel 11, lid 1, wordt de derde <STRING STRIKE="on">zin</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alinea</STRING></STRING> vervangen door:<CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“</STRING></STRING>Onder voorbehoud van artikel 10, leden 2 en 3, voeren de lidstaten een gescheiden inzameling in voor ten minste papier, metaal, plastic en glas<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en, uiterlijk op 1 januari 2025, ook voor textiel</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">”;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 50]</STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 11 wordt na de derde alinea de volgende alinea ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“De lidstaten nemen de maatregelen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat er toereikende infrastructuur is voor de gescheiden inzameling van alle soorten afval en dat deze infrastructuur gemakkelijk toegankelijk is, en zorgen in voorkomend geval voor meer punten voor gescheiden inzameling. Wanneer met het oog op verbetering systemen voor de inzameling van gemengd gemeentelijk afval nodig zijn, zorgen de lidstaten hier onverwijld voor.”;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 51]</STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>in artikel 11 ter wordt lid 1 vervangen door:<CITATION><P>“1.	De Commissie stelt in samenwerking met het Europees Milieuagentschap uiterlijk drie jaar vóór elk van de in artikel 9 bis, lid 4, artikel 11, lid 2, punten c), d) en e), en artikel 11, lid 3, vastgestelde termijnen verslagen op over de voortgang met betrekking tot het behalen van de in die bepalingen vastgelegde doelstellingen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>de volgende artikelen 22 bis tot en met 22 quinquies worden ingevoegd:<CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 22 bis</STRING></STRING></P><P>Regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor textiel</P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat producenten een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid hebben voor <STRING STRIKE="on">huishoudtextiel</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">textielproducten</STRING></STRING>, kleding, kledingtoebehoren en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater (“textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel”), die zij overeenkomstig de artikelen 8 en 8 bis voor het eerst op het grondgebied van een lidstaat op de markt aanbieden.<STRING BOLD="on"> [Am. 52]</STRING></P><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op 31 december 2024 stelt de Commissie overeenkomstig artikel 38 bis een gedelegeerde handeling vast om deze richtlijn aan te vullen met nadere voorschriften inzake de vaststelling van uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor persoonlijke beschermingsmiddelen als bedoeld in Verordening (EU) 2016/425 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 53]</STRING></P><P><NO.P>1 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op 31 december 2027 zorgen de lidstaten ervoor dat producenten van matrassen en tapijten als bedoeld in bijlage IV quater, deel 2 bis, een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid hebben overeenkomstig de artikelen 8 en 8 bis voor matrassen en tapijten die hoofdzakelijk uit textiel bestaan en die zij voor het eerst op het grondgebied van een lidstaat op de markt aanbieden. De lidstaten mogen voor deze artikelen een afzonderlijke regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid vaststellen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 54]</STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 38 bis gedelegeerde handelingen vast te stellen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> tot verruiming van het toepassingsgebied van bijlage IV quater bij deze richtlijn en</STRING></STRING> tot wijziging van bijlage IV quater bij deze richtlijn teneinde de codes van de gecombineerde nomenclatuur in bijlage IV quater bij deze richtlijn in overeenstemming te brengen met de codes in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad*<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">*</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 55]</STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten stellen op duidelijke<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, inclusieve en evenwichtige</STRING></STRING> wijze<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, overeenkomstig artikel 8 bis, lid 1, punt a),</STRING></STRING> de taken en verantwoordelijkheden vast van de relevante actoren die betrokken zijn bij de uitvoering, monitoring en verificatie van de in lid 1 bedoelde regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten zorgen ervoor dat alle relevante actoren volledig worden betrokken bij het besluitvormingsproces met betrekking tot de regeling voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid. Hieronder vallen onder meer:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">producenten die producten in de handel brengen in de desbetreffende lidstaat;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">organisaties die namens hen verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid nakomen;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">particuliere of publieke afvalverwerkers;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plaatselijke instanties;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">exploitanten die zich bezighouden met hergebruik en voorbereiding voor hergebruik;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">sociale ondernemingen, waaronder lokale sociale ondernemingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 56]</STRING></ITEM></LIST></P><P><NO.P>4.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten zien erop toe dat de producenten van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater de kosten dragen van:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de inzameling van gebruikte en afgedankte textielproducten en textielgerelateerde producten en gebruikt en afgedankt schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater en het daaropvolgende afvalbeheer dat de volgende activiteiten omvat:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>1)</SYMBOL>de inzameling van <STRING STRIKE="on">die </STRING>gebruikte <STRING STRIKE="on">producten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">textielproducten</STRING></STRING> voor hergebruik en de gescheiden inzameling van <STRING STRIKE="on">afvalproducten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">afgedankte textielproducten</STRING></STRING> voor voorbereiding voor hergebruik en recycling overeenkomstig de artikelen 22 quater en 22 quinquies;<STRING BOLD="on"> [Am. 57]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>2)</SYMBOL>het vervoer van ingezamelde ladingen als bedoeld in punt 1 met het oog op daaropvolgende sortering voor hergebruik, voorbereiding voor hergebruik en recycling overeenkomstig artikel 22 quinquies;<STRING BOLD="on"> [Am. 58 -</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>3)</SYMBOL>de sortering, voorbereiding voor hergebruik, recycling en andere handelingen voor nuttige toepassing en verwijdering van ingezamelde ladingen als bedoeld in punt 1;<STRING BOLD="on"> [Am. 59 -</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>4)</SYMBOL>de inzameling, het vervoer en de verwerking van afval als bedoeld in de punten 1 en 2 dat afkomstig is van sociale ondernemingen en andere exploitanten die <STRING STRIKE="on">geen afvalbeheervoorzieningen exploiteren maar </STRING>betrokken zijn bij het inzamelingssysteem zoals bedoeld in artikel 22 quater, leden 5 en 11;<STRING BOLD="on"> [Am. 60]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>het verrichten van onderzoek naar de samenstelling van ingezameld gemengd stedelijk afval overeenkomstig artikel 22 quinquies, lid 6;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL><STRING STRIKE="on">het verstrekken</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de verstrekking</STRING></STRING> van informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer via passende informatiecampagnes en communicatie-activiteiten,</STRING></STRING> over duurzame consumptie, afvalpreventie, hergebruik, voorbereiding voor hergebruik, recycling, andere nuttige toepassing en verwijdering van textiel en schoeisel overeenkomstig artikel 22 quater, leden 13, 14 en 17;<STRING BOLD="on"> [Am. 61]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>de verzameling van gegevens en de verslaglegging daarvan aan de bevoegde autoriteiten overeenkomstig artikel 37;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>de ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling ter verbetering van de sorteer- en recyclingprocessen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in overeenstemming met de in artikel 4 bedoelde afvalhiërarchie</STRING></STRING>, met name met het oog op de opschaling van “fibre-to-fibre”-recycling, onverminderd de staatssteunregels van de Unie;<STRING BOLD="on"> [Am. 62]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e bis)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hergebruik- en reparatiewerkzaamheden, met inbegrip van onderzoek en ontwikkeling met het oog op de verbetering daarvan.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 63]</STRING></ITEM></LIST></P><P><NO.P>5.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de producenten van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater de in lid 4 van dit artikel bedoelde kosten dekken in verband met dergelijk(e) gebruikt(e) en afgedankt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel die zijn of dat is ingeleverd bij de overeenkomstig artikel 22 quater, punten 5 en 11, opgezette inzamelpunten, wanneer dergelijke producten na [P.O. insert date of entry into force of this amending Directive] voor het eerst op het grondgebied van een lidstaat op de markt zijn aangeboden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van gebruikt en afgedankt textiel dat via particuliere terugnameregelingen kan worden ingezameld en later kan worden samengevoegd met textiel dat overeenkomstig artikel 22 quater, lid 5, is ingezameld</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 64]</STRING></P><P><NO.P>6.</NO.P>De in lid 4 bedoelde te dekken kosten mogen niet hoger zijn dan de kosten die noodzakelijk zijn om de in dat lid bedoelde diensten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te verlenen op een</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">op</STRING> kostenefficiënte wijze <STRING STRIKE="on">te verlenen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die strookt met de afvalhiërarchie,</STRING></STRING> en worden op transparante wijze tussen de betrokken actoren vastgesteld.<STRING BOLD="on"> [Am. 65]</STRING></P><P><NO.P>6 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbieders van onlineplatforms die consumenten in staat stellen op afstand overeenkomsten te sluiten met handelaren zorgen ervoor dat producenten van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel als bedoeld in bijlage IV quater worden opgenomen in het in artikel 22 ter bedoelde producentenregister van de lidstaat waar de consument gevestigd is, voordat zij producten van die producenten op hun platforms plaatsen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 66]</STRING></P><P><NO.P>7.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">Met het oog op de naleving van artikel 30, lid 1, punten d) en e), van Verordening (EU) 2022/2065 zorgen de lidstaten ervoor dat aanbieders van onlineplatforms die binnen het toepassingsgebied van hoofdstuk 3, afdeling 4, van die verordening vallen en consumenten in staat stellen op afstand overeenkomsten te sluiten met producenten die textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater aan consumenten in de Unie aanbieden, de volgende informatie verkrijgen van producenten:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>informatie over de registratie van de in artikel 22 ter bedoelde producenten in de lidstaat waar de consument is gevestigd en het registratienummer of de registratienummers van de producent in dat register;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>een zelfcertificering van de producent waarin hij zich ertoe verbindt alleen textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater aan te bieden waarvoor in de lidstaat waar de consument is gevestigd aan de in de leden 1 en 4 van dit artikel en de in artikel 22 quater bedoelde eisen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid is voldaan.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>8.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 van dit artikel vastgestelde regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid uiterlijk op [P.O insert date <STRING STRIKE="on">thirty</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">18</STRING></STRING> months after the entry into force of this amending Directive] worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 8, 8 bis, en 22 bis tot en met 22 quinquies.<STRING BOLD="on"> [Am. 67]</STRING></P><P>Artikel 22 ter</P><P>Register voor producenten van textiel, textielgerelateerde producten en schoeisel</P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten stellen een register op van de producenten van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater om na te gaan of deze producenten artikel 22 bis en artikel 22 quater, lid 1, naleven.</P><P>De lidstaten zorgen ervoor dat het register links naar andere nationale registers bevat om de registratie van producenten in alle lidstaten te vergemakkelijken.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het register is gemakkelijk en kosteloos online toegankelijk voor het publiek.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 68]</STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de producenten verplicht zijn zich in het in lid 1 bedoelde register te registreren. Daartoe verlangen de lidstaten van de producenten dat zij een registratieaanvraag indienen in elke lidstaat waar zij textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater voor het eerst op de markt aanbieden.</P><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten stellen de andere lidstaten binnen 30 dagen na de invoering van het nationale register in kennis van de link daarnaar.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 69]</STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten staan producenten alleen toe textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater voor het eerst op hun grondgebied op de markt aan te bieden indien zij of, in het geval van een vergunning, hun gemachtigden voor de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in die lidstaat zijn geregistreerd.</P><P><NO.P>4.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">In die aanvraag tot registratie worden de volgende gegevens vermeld:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de naam, het handelsmerk, de merknamen waaronder de producent in de lidstaat actief is (indien beschikbaar) en het adres van de producent, inclusief postcode en plaats, straat en huisnummer, land, eventueel telefoonnummer, internetadres en e-mailadres, en de naam van één contactpunt;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de nationale identificatiecode van de producent, inclusief handelsregisternummer of een gelijkwaardig officieel registratienummer en het Europees of nationaal fiscaal identificatienummer;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de codes van de gecombineerde nomenclatuur van de in bijlage IV quater vermelde textielproducten, textielgerelateerde producten en het in bijlage IV quater vermelde schoeisel die of dat de producent voornemens is voor het eerst op het grondgebied van die lidstaat op de markt aan te bieden;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>naam, postcode, plaats, straat en nummer, land, telefoon, webadres, e-mailadres en de nationale identificatiecode van de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, het handelsregisternummer of een gelijkwaardig officieel registratienummer, het Europese of nationale fiscaal identificatienummer van de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid, en het mandaat van de vertegenwoordigde producent;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>een verklaring van de producent of de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid waarin wordt verklaard dat de verstrekte informatie waar is.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>5.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid namens de producent aan de in dit artikel vastgestelde verplichtingen kan voldoen.</P><P>Wanneer een producent een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid heeft aangewezen, zijn de verplichtingen uit hoofde van dit artikel van overeenkomstige toepassing op die organisatie, tenzij de lidstaat anders bepaalt.</P><P><NO.P>6.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten zien erop toe dat de bevoegde autoriteit:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de in lid 2 bedoelde registratieaanvragen van producenten ontvangt via een elektronisch gegevensverwerkingssysteem, waarvan de details <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">duidelijk </STRING></STRING>op de website van de bevoegde autoriteit beschikbaar worden gesteld;<STRING BOLD="on"> [Am. 70]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>registraties toekent en uiterlijk zes weken nadat alle in lid 4 beschreven informatie is verstrekt, een registratienummer verleent;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>bepalingen kan vaststellen ten aanzien van de eisen en het registratieproces, zonder materiële eisen toe te voegen aan de in lid 4 vastgestelde eisen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>producenten een op kosten gebaseerde en evenredige vergoeding in rekening kan brengen voor de behandeling van de in lid 2 bedoelde aanvragen.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>7.</NO.P>De bevoegde autoriteit kan de registratie van de producent weigeren of intrekken wanneer de in lid 4 bedoelde informatie en de bijbehorende bewijsstukken niet zijn verstrekt of ontoereikend zijn of wanneer de producent niet langer voldoet aan de in lid 4, punt d), vastgestelde eisen.</P><P><NO.P>8.</NO.P>De lidstaten vereisen dat de producent of, in voorkomend geval, de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid de bevoegde autoriteit onverwijld in kennis stelt van wijzigingen van de informatie in de registratie overeenkomstig lid 4, punt d), en van de eventuele definitieve stopzetting wat betreft het voor het eerst op het grondgebied van de lidstaat op de markt aanbieden van de in de registratie bedoeld(e) textielproducten en schoeisel. Een producent wordt uit het register geschrapt wanneer de producent ophoudt te bestaan.</P><P><NO.P>9.</NO.P><STRING STRIKE="on">Indien </STRING>De informatie in het producentenregister <STRING STRIKE="on">niet</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is</STRING></STRING> openbaar toegankelijk<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, machineleesbaar, sorteerbaar en doorzoekbaar, en hierbij worden open normen voor gebruik door derden in acht genomen.</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> is, waarborgen</STRING> De lidstaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> waarborgen</STRING></STRING> dat aanbieders van onlineplatforms die consumenten in staat stellen overeenkomsten op afstand met producenten te sluiten, gratis toegang tot het register krijgen.<STRING BOLD="on"> [Am. 71]</STRING></P><P><NO.P>9 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op 31 december 2026 beoordeelt de Commissie de haalbaarheid van de vaststelling van een Uniebreed register voor producenten van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel als bedoeld in bijlage IV quater. Deze beoordeling omvat de potentiële voordelen, uitdagingen en de administratieve capaciteit die nodig is voor de invoering van een dergelijk Uniebreed register.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 72]</STRING></P><P><NO.P>10.</NO.P>De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast om het geharmoniseerde formaat voor registratie in het register op basis van de informatievereisten van lid 4 van dit artikel vast te stellen. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 22 ter bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rapportagerichtsnoeren voor ondernemingen</STRING></STRING></P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie ontwikkelt alomvattende richtsnoeren aan de hand waarvan producenten van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel de in artikel 22 quater, lid 13, en artikel 22 quater, lid 17, bedoelde informatie elektronisch aan de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid kunnen rapporteren. Deze richtsnoeren omvatten ten minste:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">duidelijke instructies met betrekking tot de rapportageschema’s, om het tijdig indienen en analyseren van gegevens te bevorderen;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">specificaties met betrekking tot de structuur en het formaat van gegevensrapportage, om uniformiteit en probleemloze consolidatie van gegevens voor organisaties voor producentenverantwoordelijkheid te waarborgen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 73]</STRING></ITEM></LIST></P><P>Artikel 22 quater</P><P>Organisaties voor producentenverantwoordelijkheid voor textiel</P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat producenten van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater namens hen een organisatie voor producentenverantwoordelijkheid aanwijzen om hun in artikel 22 bis vastgestelde verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid na te komen.</P><P><NO.P>2.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten vereisen dat organisaties voor producentenverantwoordelijkheid die namens producenten de verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid willen nakomen overeenkomstig <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 8 bis, lid 3, en </STRING></STRING>de artikelen<STRING STRIKE="on"> 8 bis,</STRING> 22 bis, 22 ter, 22 quinquies en dit artikel, daartoe toestemming van een bevoegde autoriteit moeten verkrijgen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De toestemmingsprocedure omvat: </STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">duidelijk criteria voor de kwalificaties en vaardigheden van organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, onder meer om ervoor te zorgen dat zij beschikken over de nodige expertise op het gebied van afvalbeheer, duurzaamheid en milieu-effectrapportage;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedetailleerde procedures voor de beslechting van geschillen of kwesties die zich kunnen voordoen tussen organisaties voor producentenverantwoordelijkheid en producenten, met inbegrip van mechanismen voor het instellen van beroep tegen besluiten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 74]</STRING></ITEM></LIST></P><P><NO.P>3.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten vereisen dat de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid ervoor zorgen dat de financiële bijdragen die aan hen worden betaald door producenten van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>worden gebaseerd op het gewicht<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de hoeveelheid</STRING></STRING> van de betrokken producten en, voor de in<STRING STRIKE="on"> deel 1 van</STRING> bijlage IV quater vermelde textielproducten, worden aangepast op basis van de eisen inzake ecologisch ontwerp die zijn vastgesteld krachtens Verordening .../... van het Europees Parlement en de Raad [P.O. insert the serial number for the Ecodesign for Sustainable Products Regulation when adopted]***, die het meest relevant zijn voor de preventie van textielafval en voor de behandeling van <STRING STRIKE="on">textiel</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">textielafval</STRING></STRING> overeenkomstig de afvalhiërarchie en de overeenkomstige meetmethoden voor die criteria die zijn vastgesteld op grond van die verordening of andere Uniewetgeving waarin geharmoniseerde duurzaamheidscriteria en meetmethoden voor textielproducten zijn vastgelegd, en die de verbetering van de ecologische duurzaamheid en circulariteit van textiel waarborgen;<STRING BOLD="on"> [Am. 75]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>worden aangepast om rekening te houden met eventuele inkomsten van de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid uit het hergebruik, de voorbereiding voor hergebruik of uit de waarde van secundaire grondstoffen uit gerecycled textiel;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>zorgen voor een gelijke behandeling van producenten ongeacht hun oorsprong of omvang, zonder daarbij de producenten, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater, onevenredig te belasten.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>4.</NO.P>Wanneer dat nodig is om verstoring van de interne markt te voorkomen en om consistentie te waarborgen met de voorschriften inzake ecologisch ontwerp als vastgesteld overeenkomstig artikel 4, gelezen in samenhang met artikel 5, van Verordening .../... [P.O. insert the serial number for Ecodesign for Sustainable Products Regulation when adopted], <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt</STRING></STRING> de Commissie uitvoeringshandelingen <STRING STRIKE="on">aannemen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vast</STRING></STRING> om de criteria voor de afstemming van vergoedingen vast te stellen met het oog op de toepassing van lid 3, punt a), van dit artikel. Die uitvoeringshandeling heeft geen betrekking op de precieze bepaling van de hoogte van de bijdragen en wordt vastgesteld volgens de in artikel 39, lid 2, van deze richtlijn bedoelde onderzoeksprocedure.<STRING BOLD="on"> [Am. 76]</STRING></P><P><NO.P>5.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten zorgen ervoor dat de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid op het grondgebied van een lidstaat waar zij deze producten voor het eerst op de markt aanbieden, een systeem opzetten voor de gescheiden inzameling van gebruikt(e) en afgedankt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater, ongeacht de aard, de samenstelling van het materiaal, de staat, de naam, het merk, het handelsmerk of de oorsprong ervan. Het gescheiden inzamelingssysteem:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>biedt de in lid 6, punt a), bedoelde entiteiten de inzameling aan van dergelijk(e) gebruikt(e) en afgedankt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel en voorziet in de nodige praktische regelingen voor de inzameling en het vervoer daarvan, en stelt geschikte inzamelings- en transportcontainers kosteloos ter beschikking van de aangesloten inzamelpunten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>zorgt voor de kosteloze inzameling van dergelijk(e) gebruikt(e) en afgedankt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel die of dat bij de aangesloten inzamelpunten worden of wordt ingezameld, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">volgens een schema dat op de vraag wordt afgestemd en </STRING></STRING>met een frequentie die evenredig is met het bestreken gebied en de hoeveelheid gebruikt en afgedankt textiel <STRING STRIKE="on">en schoeisel </STRING>dat gewoonlijk via die inzamelpunten wordt ingezameld;<STRING BOLD="on"> [Am. 77]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>zorgt voor de kosteloze inzameling van door sociale ondernemingen en andere <STRING STRIKE="on">niet-afvalverwerkers</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">exploitanten</STRING></STRING> geproduceerd afval van dergelijk(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel dat via de gekoppelde inzamelpunten worden ingezameld<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en bevordert de volledige coördinatie tussen sociale ondernemingen en organisaties voor producentenverantwoordelijkheid</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 78]</STRING></ITEM></LIST></P><P>Elke coördinatie tussen organisaties voor producentenverantwoordelijkheid blijft onderworpen aan de mededingingsregels van de Unie.</P><P><NO.P>6.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten zorgen ervoor dat het in lid 5 bedoelde inzamelingssysteem:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>bestaat uit inzamelpunten die namens hen door de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid en afvalbeheerders zijn opgezet, in samenwerking met een of meer van de volgende partijen: sociale ondernemingen en entiteiten uit de sociale economie, distributeurs, overheidsinstanties of derden die namens hen gebruikt(e) en afgedankt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater, inzamelen, en andere vrijwillige inzamelpunten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>het gehele grondgebied van de lidstaat bestrijkt, rekening houdend met de omvang en dichtheid van de bevolking, met de verwachte hoeveelheid gebruikt(e) en afgedankt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater, en met de toegankelijkheid voor en nabijheid van eindgebruikers, zonder zich te beperken tot gebieden waar de inzameling en daaropvolgende verwerking van die producten winstgevend is;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>het percentage dat gescheiden wordt ingezameld, voortdurend opvoert om technisch haalbare niveaus te bereiken, rekening houdend met goede praktijken.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>7.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat het in lid 6, punt c), bedoelde inzamelingspercentage wordt berekend overeenkomstig de leden 8 en 9.</P><P><NO.P>8.</NO.P>Het in lid 6, punt c), bedoelde percentage dat gescheiden wordt ingezameld, wordt berekend als het percentage dat wordt verkregen door het gewicht van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater die overeenkomstig lid 5 in een bepaald kalenderjaar in een lidstaat zijn ingezameld, te delen door het gewicht van dergelijke afgedankte producten die <STRING STRIKE="on">als gemengd stedelijk afval zijn geproduceerd en ingezameld</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in een bepaald jaar op de markt van een lidstaat worden aangeboden</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 79]</STRING></P><P><NO.P>9.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op ... [12 maanden na de inwerkingtreding van deze wijzigingsrichtlijn] stelt </STRING></STRING>de Commissie <STRING STRIKE="on">stelt uitvoeringshandelingen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedelegeerde handelingen</STRING></STRING> vast met daarin de methode voor de berekening en de verificatie van het in lid 6, punt c), van dit artikel bedoelde percentage gescheiden ingezameld afval. Die <STRING STRIKE="on">uitvoeringshandeling</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedelegeerde handeling</STRING></STRING> wordt vastgesteld volgens de in artikel <STRING STRIKE="on">39, lid 2,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">38 bis</STRING></STRING> bedoelde <STRING STRIKE="on">onderzoeksprocedure</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">procedure</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 80]</STRING></P><P><NO.P>10.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat organisaties voor producentenverantwoordelijkheid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plaatselijke instanties, </STRING></STRING>sociale ondernemingen en andere exploitanten die zich met<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> voorbereiding voor hergebruik of</STRING></STRING> hergebruik bezighouden, niet verbieden deel te nemen aan het krachtens lid 5 opgezette systeem voor gescheiden inzameling.<STRING BOLD="on"> [Am. 81]</STRING></P><P><NO.P>11.</NO.P>Onverminderd lid 5, punten a) en b), en lid 6, punt a), zorgen de lidstaten ervoor dat sociale ondernemingen hun eigen afzonderlijke inzamelingspunten mogen onderhouden en exploiteren en dat zij op de afzonderlijke inzamelpunten een gelijke of voorkeursbehandeling krijgen. De lidstaten zien erop toe dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plaatselijke instanties, </STRING></STRING>sociale ondernemingen en entiteiten van de sociale economie die overeenkomstig lid 6, punt a), deel uitmaken van de aangesloten inzamelpunten, niet verplicht zijn om <STRING STRIKE="on">verzameld</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ingezameld</STRING></STRING>(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater in te leveren bij de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid.<STRING BOLD="on"> [Am. 82]</STRING></P><P><NO.P>12.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de overeenkomstig de leden 5, 6 en 11 opgerichte inzamelpunten <STRING STRIKE="on">niet </STRING>onderworpen zijn aan de registratie- <STRING STRIKE="on">of</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> vergunningsvereisten van deze richtlijn.<STRING BOLD="on"> [Am. 83]</STRING></P><P><NO.P>13.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten zorgen ervoor dat organisaties voor producentenverantwoordelijkheid, naast de in artikel 8 bis, lid 2, bedoelde informatie, de volgende informatie over duurzame consumptie, hergebruik en beheer aan het einde van de levensduur met betrekking tot textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater die of dat door producenten op het grondgebied van een lidstaat op de markt worden of wordt aangeboden, ter beschikking stellen van eindgebruikers, met name consumenten:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de rol van consumenten bij het bijdragen aan afvalpreventie, met inbegrip van beste praktijken, met name door duurzame consumptiepatronen te bevorderen en een goede zorg voor producten tijdens het gebruik te stimuleren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de beschikbare regelingen voor hergebruik en reparatie van textiel en schoeisel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van de locatie van inzamelpunten en de juiste manier om textiel te doneren</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 84]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de rol van consumenten bij het<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> correct</STRING></STRING> bijdragen aan de gescheiden inzameling van gebruikt en afgedankt textiel en schoeisel;<STRING BOLD="on"> [Am. 85]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>de effecten van textielproductie op het milieu, de gezondheid van de mens en sociale en mensenrechten, met name fast fashion en de consumptie, recycling en andere handelingen voor nuttige toepassing en verwijdering en incorrecte verwijdering van textiel en schoeisel, zoals het weggooien ervan in de omgeving of in het gemengd stedelijk afval.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>14.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten zorgen ervoor dat de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid de in lid 13 bedoelde informatie regelmatig verstrekt, en dat de informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bij het inzamelpunt </STRING></STRING>actueel is en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onder meer toegankelijk </STRING></STRING>wordt <STRING STRIKE="on">verstrekt door middel van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemaakt aan de hand van de volgende middelen</STRING></STRING>:<STRING BOLD="on"> [Am. 86]</STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>een<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> openbaar toegankelijke en gebruiksvriendelijke</STRING></STRING> website of een ander elektronisch communicatiemiddel;<STRING BOLD="on"> [Am. 87]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>openbare informatievoorziening<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en informatievoorziening bij het inzamelpunt</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 88]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">betrokkenheid van de lokale gemeenschap door middel van </STRING></STRING>voorlichtingsprogramma’s en -campagnes;<STRING BOLD="on"> [Am. 89]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>voorlichting in een taal of talen die gebruikers en consumenten gemakkelijk kunnen begrijpen.</ITEM></LIST></P><P><NO.P>15.</NO.P>Wanneer meerdere organisaties voor producentenverantwoordelijkheid in een lidstaat gemachtigd zijn om namens producenten <STRING STRIKE="on">aan </STRING>verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">na te komen</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">te voldoen</STRING>, zorgen de lidstaten ervoor dat zij het gehele grondgebied van die lidstaat bestrijken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met het oog op een uniforme kwaliteit van de dienstverlening op het gehele grondgebied,</STRING></STRING> met een afzonderlijk inzamelingssysteem voor gebruikt(e) en afgedankt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater. De lidstaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder de lidstaten waar slechts één organisatie voor producentenverantwoordelijkheid gemachtigd is om namens producenten verplichtingen inzake uitgebreide producentenverantwoordelijkheid na te komen,</STRING></STRING> dragen de bevoegde autoriteit op toe te zien dat organisaties voor producentenverantwoordelijkheid hun verplichtingen op gecoördineerde wijze en met inachtneming van de mededingingsregels van de Unie nakomen, of wijzen daar een onafhankelijke derde partij voor aan.<STRING BOLD="on"> [Am. 90]</STRING></P><P><NO.P>16.</NO.P>De lidstaten vereisen dat de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid de vertrouwelijkheid waarborgen van de gegevens waarover zij beschikken met betrekking tot vertrouwelijke informatie of informatie die rechtstreeks kan worden toegeschreven aan afzonderlijke producenten of hun aangewezen vertegenwoordigers.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Deze vertrouwelijkheid wordt gehandhaafd tijdens processen voor verwerking, opslag en rapportage van gegevens, met robuuste beveiligingsmaatregelen en gegevensbeschermingsnormen om ongeoorloofde toegang of mogelijke datalekken te voorkomen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 91]</STRING></P><P><NO.P>17.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten zorgen ervoor dat de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid op hun websites, naast de in artikel 8 bis, lid 3, punt e), bedoelde informatie, het volgende publiceren:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>ten minste elk jaar en met inachtneming van de commerciële en industriële vertrouwelijkheid, informatie over de hoeveelheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en het gewicht van de</STRING></STRING> in de handel gebrachte producten, het percentage gebruikt(e) en afgedankt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater die of dat gescheiden is ingezameld, met inbegrip van dergelijke onverkochte producten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de hoeveelheden textielafval die bij sociale ondernemingen zijn ingezameld</STRING></STRING>, het percentage hergebruik, voorbereiding voor hergebruik en recycling, met afzonderlijke vermelding van het percentage “fibre-to-fibre”-recycling dat door de organisatie voor producentenverantwoordelijkheid is bereikt, en over het percentage overige nuttige toepassing, verwijdering en uitvoer;<STRING BOLD="on"> [Am. 92]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>informatie over de selectieprocedure voor overeenkomstig lid 18 te selecteren afvalbeheerders.</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b bis)</SYMBOL><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">duidelijke, beknopte gegevens over de milieueffecten van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel, met inbegrip van de effecten op het milieu en de menselijke gezondheid, met name met betrekking tot “fast fashion” en consumptie, recycling en overige nuttige toepassing, en verwijdering. Deze informatie heeft tevens betrekking op de onjuiste verwijdering van textiel en schoeisel, zoals het weggooien ervan in de omgeving of in gemengd stedelijk afval, en de maatregelen die zijn genomen om deze effecten te beperken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 93]</STRING></ITEM></LIST></P><P><NO.P>18.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat organisaties voor producentenverantwoordelijkheid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voorzien in transparante, </STRING></STRING>niet-discriminerende selectieprocedures <STRING STRIKE="on">vaststellen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor afvalbeheerders</STRING></STRING> op basis van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> duidelijke, eerlijke en</STRING></STRING> transparante gunningscriteria, zonder kleine en middelgrote ondernemingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(kmo’s) </STRING></STRING>onevenredig te belasten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend</STRING></STRING> met <STRING STRIKE="on">het inkopen van afvalbeheerdiensten van de in lid 6, punt a), bedoelde afvalbeheerders en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de operationele realiteit</STRING></STRING> van afvalbeheerders <STRING STRIKE="on">met het oog op de daaropvolgende afvalverwerking</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en ter waarborging van billijke toegang tot afvalbeheerdiensten</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 94]</STRING></P><P><NO.P>19.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat organisaties voor producentenverantwoordelijkheid van de producenten verlangen dat zij jaarlijks gegevens verstrekken over op markt aangeboden textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater.</P><P>Artikel 22 quinquies</P><P>Beheer van textielafval</P><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen uiterlijk op 1 januari 2025 en onder voorbehoud van artikel 10, leden 2 en 3, voor de gescheiden inzameling van textiel voor hergebruik, voorbereiding voor hergebruik en recycling.<STRING BOLD="on"> [Am. 95 - n</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">iet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de infrastructuur en activiteiten voor het inzamelen, laden en lossen, het vervoer en de opslag van textielafval <STRING STRIKE="on">en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alsook alle</STRING></STRING> andere <STRING STRIKE="on">behandelingen van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">behandelingsprocessen voor</STRING></STRING> textielafval, met inbegrip van de daaropvolgende sortering en verwerking, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">adequaat </STRING></STRING>beschermd worden tegen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> ongunstige</STRING></STRING> weersomstandigheden en andere <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">potentiële </STRING></STRING>bronnen van verontreiniging<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zoals verontreinigende stoffen, chemische stoffen en gevaarlijke materialen,</STRING></STRING> om beschadiging en kruisbesmetting van <STRING STRIKE="on">het</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> ingezamelde <STRING STRIKE="on">textiel</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gebruikte en afgedankte textielproducten</STRING></STRING> te voorkomen. Gescheiden ingezameld gebruikt en afgedankt textiel <STRING STRIKE="on">wordt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ondergaat</STRING></STRING> op het punt van gescheiden inzameling <STRING STRIKE="on">gescreend om</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een rigoureus en professioneel screeningproces. Deze screening heeft tot doel</STRING></STRING> niet-doelproducten of materialen <STRING STRIKE="on">of</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">evenals</STRING></STRING> stoffen die <STRING STRIKE="on">een bron</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">potentiële bronnen</STRING></STRING> van verontreiniging zijn, te identificeren en te verwijderen.<STRING BOLD="on"> [Am. 96]</STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat gebruikt(e) en afgedankt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel die of dat overeenkomstig artikel 22 quater, lid 5, gescheiden worden of wordt ingezameld, bij inzameling als afval worden beschouwd.</P><P>Met betrekking<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> tot</STRING></STRING> textielproducten die niet zijn opgenomen in bijlage IV quater en in bijlage IV quater opgenomen, niet-verkocht(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel, zorgen de lidstaten ervoor dat de verschillende <STRING STRIKE="on">fracties</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">delen</STRING></STRING> van textielmaterialen en textielartikelen gescheiden worden gehouden op de plaats waar het afval ontstaat, indien die scheiding later hergebruik, voorbereiding voor hergebruik of recycling<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> vergemakkelijkt. Deze scheiding moet efficiënt worden uitgevoerd om de nuttige toepassing van hulpbronnen alsook de milieuvoordelen te maximaliseren</STRING></STRING>, met inbegrip van “fibre-to-fibre”-recycling, <STRING STRIKE="on">vergemakkelijkt, </STRING>mits de technologische vooruitgang dit toelaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en op kosteneffectieve wijze</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 97]</STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat gebruikt(e) en afgedankt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel die of dat overeenkomstig artikel 22 quater, lid 5, gescheiden worden of wordt ingezameld, worden gesorteerd om verwerking in overeenstemming met de in artikel 4, lid 1, bedoelde afvalhiërarchie te waarborgen.</P><P><NO.P>5.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten zorgen ervoor dat het sorteren van gebruikt(e) en afgedankt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel die of dat overeenkomstig artikel 22 quater, lid 5, gescheiden worden of wordt ingezameld, aan de volgende eisen voldoet:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de sortering bestaat in het genereren van textiel voor hergebruik en voorbereiding voor hergebruik;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>bij <STRING STRIKE="on">het sorteren</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de sortering</STRING></STRING> voor hergebruik worden textielproducten met een passende mate van granulariteit gesorteerd, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met het oog op sortering per product, </STRING></STRING>waarbij <STRING STRIKE="on">fracties</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">delen</STRING></STRING> die geschikt zijn voor direct hergebruik worden gescheiden van <STRING STRIKE="on">fracties</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">delen</STRING></STRING> die moeten worden voorbereid voor hergebruik, wordt de sortering afgestemd op een specifieke markt voor hergebruik en worden actuele sorteringscriteria toegepast die relevant zijn voor de ontvangende markt;<STRING BOLD="on"> [Am. 98]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>producten die als ongeschikt voor hergebruik worden beschouwd, worden gesorteerd voor recycling<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> en</STRING>, als de technologische vooruitgang dit toelaat, <STRING STRIKE="on">specifiek voor</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in overeenstemming met de in artikel 4, lid 1, vastgestelde afvalhiërarchie, prioriteit wordt gegeven aan verbetering en herwerking boven</STRING></STRING> “fibre-to-fibre”-recycling.<STRING BOLD="on"> [Am. 99]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>het resultaat van sortering en daaropvolgende handelingen voor nuttige toepassing, bestemd voor hergebruik, voldoet aan de criteria om niet langer als afval te worden beschouwd, zoals bedoeld in artikel 6.</ITEM></LIST></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen mechanismen vaststellen voor het regelmatig monitoren en controleren van sorteeractiviteiten om ervoor te zorgen dat aan de in de punten a), b), c) en d) vastgelegde eisen wordt voldaan.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 100]</STRING></P><P><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de sortering wordt het beginsel van nabijheid gevolgd, waarbij prioriteit wordt gegeven aan lokale sortering en de milieueffecten van vervoer tot een minimum worden beperkt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 101]</STRING></P><P><NO.P>6.</NO.P>Uiterlijk op 31 december 2025 en vervolgens om de <STRING STRIKE="on">vijf</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> jaar voeren de lidstaten<STRING STRIKE="on"> een</STRING> onderzoek uit naar de samenstelling van ingezameld gemengd stedelijk afval om het aandeel textielafval daarin te bepalen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alsook de samenstelling van dit textielafval, overeenkomstig bijlage IV quater</STRING></STRING>. De lidstaten zorgen ervoor dat de bevoegde autoriteiten op basis van de verkregen informatie van de organisaties voor producentenverantwoordelijkheid kunnen verlangen dat zij corrigerende maatregelen nemen om hun netwerk van inzamelpunten uit te breiden en voorlichtingscampagnes voeren overeenkomstig artikel 22 quater, leden 13 en 14.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten zorgen ervoor dat de resultaten van deze onderzoeken voor het publiek beschikbaar zijn.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 102]</STRING></P><P><NO.P>7.</NO.P>Om een onderscheid te maken tussen gebruikt en afgedankt textiel, zorgen de lidstaten ervoor dat overbrengingen van gebruikt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel waarvan wordt vermoed dat zij afval zijn, door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten <STRING STRIKE="on">kunnen </STRING>worden geïnspecteerd om vast te stellen of zij voldoen aan de minimumeisen van de leden 8 en 9 voor overbrengingen van gebruikt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater, en dat daarop toezicht wordt gehouden.<STRING BOLD="on"> [Am. 103]</STRING></P><P><NO.P>8.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten zorgen ervoor dat professioneel georganiseerde overbrengingen van gebruikte textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel voldoen aan de in lid 9 vastgestelde minimumeisen voor het bijhouden van een register en ten minste vergezeld gaan van de volgende informatie:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>een kopie van de factuur en het contract met betrekking tot de verkoop of eigendomsoverdracht van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel, waarin wordt verklaard dat zij bestemd en geschikt zijn voor direct hergebruik;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>een bewijs van voorafgaande sortering overeenkomstig dit artikel en, indien beschikbaar, de overeenkomstig artikel 6, lid 2, vastgestelde criteria, in de vorm van een kopie van de registers van elke baal in de zending en een protocol met alle in lid 9 bedoelde registratiegegevens;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>een verklaring van de natuurlijke of rechtspersoon die in het bezit is van gebruikt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten of schoeisel en die beroepsmatig het vervoer van gebruikt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten of schoeisel regelt, dat geen van de materialen in de zending afval is in de zin van artikel 3, lid 1;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>passende bescherming tegen beschadiging tijdens het vervoer en het in- en uitladen, met name door voldoende verpakking en passende stapeling van de lading<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, om te garanderen dat de integriteit en de kwaliteit van het textiel voor hergebruik gedurende het gehele vervoersproces behouden blijven</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 104]</STRING></ITEM></LIST></P><P><NO.P>9.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">De lidstaten zien erop toe dat de overbrengingen van gebruikt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel aan de volgende minimumeisen inzake het bijhouden van registers voldoen:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de registratie van de sortering of voorbereiding voor hergebruik wordt stevig maar niet onlosmakelijk op de verpakking aangebracht;<STRING BOLD="on"> [Am. 105 - </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet van toepassing op de Nederlandse versie</STRING></STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de registratie bevat de volgende informatie:</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>1)</SYMBOL>een<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uitgebreide</STRING></STRING> beschrijving van de in de baal aanwezige artikelen met vermelding van het meest gedetailleerde sorteerniveau dat de artikelen tijdens de sortering of de voorbereiding voor hergebruik hebben ondergaan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Deze beschrijving heeft onder meer betrekking op, maar is niet beperkt tot,</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">, zoals</STRING> kledingstuktype, maat, kleur, geslacht, materiaalsamenstelling<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en alle andere relevante kenmerken die bijdragen tot efficiënt hergebruik en recycling</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 106]</STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>2)</SYMBOL>de naam en het adres van het bedrijf dat verantwoordelijk is voor de definitieve sortering of voorbereiding voor hergebruik<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ter waarborging van de transparantie van het proces en de verantwoordingsplicht met betrekking tot de kwaliteit van de artikelen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 107]</STRING></ITEM></LIST></P><P><NO.P>10.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer de bevoegde autoriteiten van een lidstaat vaststellen dat een voorgenomen overbrenging van gebruikt(e) textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel uit afval bestaat, de kosten van passende analyses, inspecties en opslag van die artikelen waarvan vermoed wordt dat het afval is, in rekening kunnen worden gebracht bij de producenten van textielproducten, textielgerelateerde producten en schoeisel zoals genoemd in bijlage IV quater, bij derden die namens hen optreden of bij andere personen die de overbrenging regelen.</P><P><NO.P>10 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad****, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) ... / ... van het Europees Parlement en de Raad [P.O. insert serial number for Waste Shipments Regulation revision when adopted]*****, wordt textielafval niet gemengd met gebruikte textielproducten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 108]</STRING></P><P><NO.P>10 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat de verzending van gebruikte textielproducten naar derde landen in overeenstemming is met de nationale wetgeving van de betreffende derde landen op het gebied van milieubescherming, openbare orde, openbare veiligheid en bescherming van de gezondheid. </STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 109]</STRING></P><P><NO.P>10 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op 31 december 2025 ontwikkelt de Commissie een studie ter beoordeling van de toepassing van de in artikel 6 van deze richtlijn vastgestelde einde-afvalcriteria op veelvoorkomende kunststofpolymeren in vast zwerfvuil op zee, waaronder polyamide.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien nodig stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast om gedetailleerde maatregelen vast te stellen voor de uniforme toepassing van Uniebrede einde-afvalcriteria voor zwerfvuil op zee, rekening houdend met reeds door de lidstaten vastgestelde beste praktijken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 110]</STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 22 quinquies bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Doelstellingen voor de vermindering van textielafval</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op 30 juni 2025 voert de Commissie een beoordeling uit van passende niveaus voor de vaststelling van streefdoelen voor 2032 met het oog op de vermindering van textielafval, die percentages omvatten voor inzameling, voorbereiding voor hergebruik, hergebruik, recycling van textiel en geleidelijke afschaffing van de storting van textiel. Deze beoordeling omvat tevens een analyse van de omvang van de uitvoer van gebruikt textiel naar derde landen en de uitbreiding van de verantwoordelijkheid van producenten tot uitgevoerde textielproducten. Hiertoe legt de Commissie een verslag voor aan het Europees Parlement en de Raad, dat indien nodig vergezeld gaat van een wetgevingsvoorstel.”</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 111]</STRING></P><P>__________________________</P><P>*	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2016/425 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende persoonlijke beschermingsmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 89/686/EEG van de Raad (PB L 81 van 31.3.2016, blz. 51).</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">*</STRING></STRING>*	Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">*</STRING></STRING>**	Verordening.../... (PB ..., blz. ...) [P.O. insert the publication details for the Ecodesign for Sustainable Products Regulation].</P><P>****	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EG) nr. 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen (PB L 190 van 12.7.2006, blz. 1).</STRING></STRING></P><P>*****	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de overbrenging van afvalstoffen en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 (COM(2021) 709 final).</STRING></STRING>”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>in artikel 29 wordt lid 2 bis geschrapt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>het volgende artikel 29 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 29 bis</P><P>Programma’s voor de preventie van voedselafval</P><P><NO.P>1.</NO.P>Uiterlijk op [P.O. insert date of two years after entry into force of this amending Directive] herzien de lidstaten hun programma’s voor de preventie van voedselafval en passen zij deze aan om de in artikel 9 bis, lid 4, bedoelde doelstellingen te bereiken. Deze programma’s bevatten ten minste de in artikel 9, lid 1, en artikel 9 bis, lid 1, vastgestelde maatregelen en, in voorkomend geval, de in de bijlagen IV en IV bis vermelde maatregelen.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Elke lidstaat wijst de bevoegde autoriteiten aan die verantwoordelijk zijn voor de coördinatie van de maatregelen voor de vermindering van voedselafval die worden uitgevoerd om het in artikel 9 bis, lid 4, vastgestelde streefdoel te bereiken, en stelt de Commissie daarvan uiterlijk op [P.O. insert the date of within three months after the entry into force of this amending Directive] in kennis. De Commissie maakt die informatie vervolgens bekend op de desbetreffende EU-website.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>artikel 37 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>in lid 3 wordt de eerste alinea vervangen door:<CITATION><P>“De lidstaten rapporteren de gegevens betreffende de uitvoering van artikel 9, lid 4, en de in artikel 22 quater, lid 17, punt a), bedoelde gegevens jaarlijks aan het Europees Milieuagentschap. De lidstaten zijn niet verplicht verslag uit te brengen over de kwantitatieve gegevens over het hergebruik van textiel overeenkomstig artikel 9, lid 4. De lidstaten rapporteren de gegevens betreffende de uitvoering van artikel 9 bis, lid 2, jaarlijks aan de Commissie.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 7 wordt vervangen door:<CITATION><P>“7.	De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van de vorm voor het rapporteren van de gegevens bedoeld in de leden 1, 3, 4 en 5 van dit artikel. Voor de verslaglegging over de uitvoering van artikel 11, lid 2, punten a) en b), maken de lidstaten gebruik van de vorm die is vastgesteld overeenkomstig het Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 18 april 2012 tot vaststelling van een vragenlijst voor de verslagen van de lidstaten over de uitvoering van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen. Voor de verslaglegging over voedselafval wordt bij het ontwikkelen van de vorm van verslaglegging rekening gehouden met de krachtens artikel 9 bis, lid 3, ontwikkelde methode. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 39, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de leden 2 en 3 worden vervangen door:<CITATION><P>“2.	De in artikel 7, lid 1, artikel 9 bis, lid 3, artikel 11 bis, lid 10, artikel 27, lid 1, artikel 27, lid 4, artikel 38, lid 2, en artikel 38, lid 3, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van 4 juli 2018. De in artikel 22 bis, lid 2, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [PO insert date eighteen months after the entry into force of this amending Directive]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 7, lid 1, artikel 9 bis, lid 3, artikel 11 bis, lid 10, artikel 22 bis, lid 2, artikel 27, lid 1, artikel 27, lid 4, artikel 38, lid 2, en artikel 38, lid 3, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>lid 6 wordt vervangen door:<CITATION><P>“6.	Een overeenkomstig artikel 7, lid 1, artikel 9 bis, lid 3, artikel 11 bis, lid 10, artikel 22 bis, lid 2, artikel 27, lid 1, artikel 27, lid 4, artikel 38, lid 2, en artikel 38, lid 3, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende artikel wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 42 bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Evaluatie en beoordeling van de kaderrichtlijn afvalstoffen</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op 31 december 2026 voert de Commissie een evaluatie van deze richtlijn uit. De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over haar bevindingen. Indien nodig gaat het verslag vergezeld van een wetgevingsvoorstel.”;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 112]</STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het volgende artikel wordt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 42 ter</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Evaluatie en beoordeling van Richtlijn 1999/31/EG</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op 31 december 2026 voert de Commissie een evaluatie uit van Richtlijn 1999/31/EG van de Raad. De Commissie brengt aan het Europees Parlement en de Raad verslag uit over haar bevindingen. Indien nodig gaat het verslag vergezeld van een wetgevingsvoorstel.”;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 113]</STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>bijlage IV quater wordt ingevoegd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 2</TI.ART><STI.ART>Omzetting</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk [P.O. insert date <STRING STRIKE="on">eighteen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">12</STRING></STRING> months after the entry into force of this amending Directive] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.<STRING BOLD="on"> [Am. 114]</STRING></PARAG><PARAG>Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 3</TI.ART><STI.ART>Inwerkingtreding</STI.ART><PARAG>Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 4</TI.ART><STI.ART>Adressaten</STI.ART><PARAG>Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P>De voorzitter	De voorzitter</P></SIGNATURE><ANNEX><TI>BIJLAGE IV quater</TI><P>Producten die onder de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor bepaalde textielproducten<STRING STRIKE="on">, textielgerelateerde producten en bepaald schoeisel</STRING> vallen</P><P>Deel 1</P><P>Textielproducten <STRING STRIKE="on">voor huishoudelijk gebruik </STRING>en kleding en kledingtoebehoren van textiel die binnen het toepassingsgebied van artikel 22 bis vallen</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="24.28*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="75.72*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>GN-code</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Beschrijving</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>61 — alle vermelde codes in het hoofdstuk</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Kleding en kledingtoebehoren, van brei- of haakwerk</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>62 — alle vermelde codes in het hoofdstuk</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Kleding en kledingtoebehoren, andere dan van brei- of haakwerk</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>6301</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Dekens (excl. 6301 10 00)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>6302</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Tafel-, bedden- en huishoudlinnen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>6303</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Vitrages, gordijnen en rolgordijnen, bed- en gordijnvalletjes daaronder begrepen</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>6304</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Andere artikelen voor stoffering, andere dan die bedoeld bij post 9404</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>6309</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Oude kleren en dergelijke</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>6504</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Hoeden en andere hoofddeksels, gevlochten uit één stuk of vervaardigd door het aaneenzetten van stroken, ongeacht de stof waarvan die stroken zijn vervaardigd, ook indien gegarneerd</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>6505</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Hoeden en andere hoofddeksels, van brei- of haakwerk of vervaardigd van kant, van vilt of van andere textielproducten, aan het stuk (maar niet in stroken), ook indien gegarneerd; haarnetjes, ongeacht van welke stof, ook indien gegarneerd</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P>Deel 2</P><P>Schoeisel, kleding en kledingtoebehoren waarvan het hoofdbestanddeel niet bestaat uit textiel dat onder artikel 22 bis valt</P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="12.91*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="87.09*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>GN-code</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Beschrijving</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>4203</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Kleding en kledingtoebehoren van leder of van kunstleder (m.u.v. schoeisel en hoofddeksels en delen daarvan, alsmede scheenbeschermers, schermmaskers e.d. sportuitrustingen als bedoeld in hoofdstuk 95)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>6401</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Waterdicht schoeisel met buitenzool en bovendeel van rubber of van kunststof, waarvan het bovendeel niet door stikken of klinken of door middel van nagels, schroeven, pluggen of dergelijke is samengevoegd, noch op dergelijke wijze aan de buitenzool is bevestigd</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>6402</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Ander schoeisel met buitenzool en bovendeel van rubber of van kunststof</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>6403</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Schoeisel met buitenzool van rubber, van kunststof, van leder of van kunstleder en met bovendeel van leder</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>6404</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Schoeisel, met buitenzool van rubber, van kunststof, van leder of van kunstleder en met bovendeel van textiel</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>6405</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Ander schoeisel</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on">[Am. 115]</STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Textielproducten die binnen het toepassingsgebied van artikel 22 bis vallen</STRING></STRING></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="23.52*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="76.48*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">GN-code </STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beschrijving </STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">9404</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Matrassen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">5704</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Tapijten</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on">[Am. 116]</STRING></P></ANNEX></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>