<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0146</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Eén enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven (herschikking)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0140/2023 - Rapporteur: Javier Moreno Sánchez)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2024 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven (herschikking) (COM(2022)0655 – C9-0163/2022 – 2022/0131(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure – herschikking)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2022)0655),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 79, lid 2, punten a) en b), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0163/2022),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 28 oktober 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C 75 van 28.2.2023, blz. 136.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 30 november 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C 79 van 2.3.2023, blz. 59.</FIELD></FOOTNOTE></P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten<FOOTNOTE><FIELD>PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief d.d. 23 maart 2023 van de Commissie juridische zaken aan de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken overeenkomstig artikel 110, lid 3, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het overeenkomstig artikel 74, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 20 december 2023 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 110 en 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A9-0140/2023),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het voorstel van de Commissie volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande besluiten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast, rekening houdend met de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT TCLINK="YES"><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2022)0131</STRING></IDENT><OTTXT><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 13 maart 2024 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven</STRING></TI><NOTE><STRING ITALIC="on">(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Richtlijn (EU) 2024/1233.)</STRING></NOTE></OTTXT></TXTLST></SDOCTA>