<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF3" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0156</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Europees semester voor coördinatie van het economisch beleid 2024</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0063/2024 - Rapporteur: René Repasi)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2024 over het Europees semester voor coördinatie van het economische beleid 2024 (2023/2063(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 121, lid 2, en artikel 136,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Protocol nr. 1 bij het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het VWEU betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Protocol nr. 2 bij het VEU en het VWEU betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur in de economische en monetaire Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst van Parijs in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2011/85/EU van de Raad van 8 november 2011 tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten<FOOTNOTE><FIELD>PB L 306 van 23.11.2011, blz. 41.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 1177/2011 van de Raad van 8 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten<FOOTNOTE><FIELD>PB L 306 van 23.11.2011, blz. 33.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 1173/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 inzake de effectieve handhaving van het begrotingstoezicht in het eurogebied<FOOTNOTE><FIELD>PB L 306 van 23.11.2011, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 1174/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende handhavingsmaatregelen voor de correctie van buitensporige macro-economische onevenwichtigheden in het eurogebied<FOOTNOTE><FIELD> PB L 306 van 23.11.2011, blz. 8.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 1175/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad over versterking van het toezicht op begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch beleid<FOOTNOTE><FIELD> PB L 306 van 23.11.2011, blz. 12.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden<FOOTNOTE><FIELD> PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende de versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit<FOOTNOTE><FIELD> PB L 140 van 27.5.2013, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 473/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van buitensporige tekorten van de lidstaten van de eurozone<FOOTNOTE><FIELD> PB L 140 van 27.5.2013, blz. 11.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit<FOOTNOTE><FIELD> PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17.</FIELD></FOOTNOTE> (de “RRF-verordening”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 4 maart 2021 getiteld “Het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten” (COM(2021)0102),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het sociaal engagement van Porto van 7 mei 2021 van de Raad, de Commissie, het Parlement en de sociale partners,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de beoordeling van het Europees Begrotingscomité van 28 juni 2023 van de begrotingskoers die in 2024 voor de eurozone passend is,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van het Europees Begrotingscomité van 4 oktober 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 9 november 2022 over een leidraad voor een hervorming van het EU-kader voor economische governance (COM(2022)0583),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van 26 april 2023 van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad (COM(2023)0240),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van 26 april 2023 van de Commissie voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (COM(2023)0241),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van 26 april 2023 van de Commissie voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2011/85/EU tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten (COM(2023)0242),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst van Granada, aangenomen op 6 oktober 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 21 november 2023 getiteld “Jaarlijkse duurzamegroeianalyse 2024” (COM(2023)0901),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 21 november 2023 getiteld “Waarschuwingsmechanismeverslag 2024” (COM(2023)0902) en de aanbeveling van de Commissie van 21 november 2023 voor een aanbeveling van de Raad over het economisch beleid van de eurozone (COM(2023)0903),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel voor een gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid van de Commissie en de Raad van 21 november 2023 (COM(2023)0904),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de economische najaarsprognose 2023 van de Commissie van 15 november 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 54 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Begrotingscommissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A9‑0063/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het Europees Semester een essentiële rol speelt bij de coördinatie van het economisch, begrotings-, structuur-, sociaal en werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, en zodoende de macro-economische stabiliteit van de economische en monetaire unie waarborgt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat volgens de winter 2024-prognose van de Commissie de economische activiteit in 2023 in zowel de EU als de eurozone in het licht van hoge inflatie en strengere financieringsvoorwaarden, na een sterk herstel in 2022, naar schatting met slechts 0,5 % is toegenomen; overwegende dat de verwachte groei van het bbp voor 2024 is bijgesteld naar 0,9 % (was 1,3 %) in de EU en naar 0,8 % (was 1,2 %) in de eurozone; overwegende dat de economische activiteit in 2025 naar verwachting nog altijd met 1,7 % (in de EU) respectievelijk 1,5 % (in de eurozone) zal toenemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de situatie op de arbeidsmarkt in de EU in de eerste helft van 2023 goed bleef, ondanks de vertraging van de economische groei; overwegende dat het tekort aan arbeidskrachten volgens de najaarsprognose 2023 van de Commissie in veel sectoren en beroepen evenwel nog altijd acuut was, vooral met betrekking tot de opschaling en uitvoering van nettonul- en emissiearme technologieën; overwegende dat de werkloosheid in de EU als geheel een historisch dieptepunt heeft bereikt, weliswaar met verschillen tussen de lidstaten; overwegende dat de jeugdwerkloosheid volgens Eurostat in december 2023 14,7 % bedroeg in de EU en 14,4 % in de eurozone;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de inflatie volgens de winter 2024-prognose van de Commissie naar verwachting zal dalen van 6,3 % in 2023 naar 3,0 % in 2024 en 2,5 % in 2025 in de EU, en van 5,4 % in 2023 naar 2,7 % in 2024 en 2,2 % in 2025 in de eurozone; overwegende dat het begrotingsbeleid het monetaire beleid moet ondersteunen bij het verminderen van de inflatie en het waarborgen van de budgettaire houdbaarheid, waarbij voldoende ruimte wordt gelaten voor aanvullende investeringen en langetermijngroei wordt ondersteund;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de inflatie in verschillende mate van invloed is op inkomensgroepen en lage-inkomensgroepen onevenredig zwaar treft; overwegende dat de inflatie voor bepaalde bevolkingsgroepen een echte crisis in verband met de kosten van levensonderhoud zou kunnen veroorzaken, met uitdagingen voor de sociale cohesie tot gevolg;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de overheidsschuldquote in de EU in 2023 naar verwachting zal dalen tot 83,1 % (90,4 % in de eurozone); overwegende dat de overheidsschuldquote in de EU naar verwachting iets zal dalen tot ongeveer 82,7 % in 2024 en 82,5 % in 2025; overwegende dat de schuldquote van de eurozone naar verwachting zal dalen tot ongeveer 89,7 % in 2024 en tot 89,5 % in 2025; overwegende dat er grote verschillen bestaan in de schuldniveaus van de verschillende lidstaten; overwegende dat de hoge overheidsschuldquotes, in combinatie met de hoge rentestand en een onzekere macro-economische situatie, de houdbaarheid van de schulden op de lange termijn en de economische stabiliteit in gevaar kunnen brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het algemene overheidstekort in de EU en de eurozone volgens de najaarsprognose 2023 van de Commissie naar verwachting zal dalen tot 3,2 % van het bbp in 2023, en nog verder zal dalen tot 2,8 % van het bbp in 2024 en tot 2,7 % in 2025; overwegende dat de algemene ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact eind 2023 is gedeactiveerd; overwegende dat de Commissie heeft aangekondigd dat zij de Raad zal voorstellen om in het voorjaar van 2024 de op het tekort gebaseerde buitensporigtekortprocedure te starten op basis van de begrotingsresultaten voor 2023, in overeenstemming met de bestaande wettelijke bepalingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de geaggregeerde begrotingskoers in 2023 en 2024 naar verwachting zal krimpen, met 0,5 % van het bbp in beide jaren, voornamelijk als gevolg van de bijna volledige uitfasering van de crisisgerelateerde energiemaatregelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat een snelle, doortastende en gecoördineerde beleidsreactie tot gevolg heeft gehad dat de EU-economie zich kon herstellen en dat de sociaaleconomische impact van de COVID-19-pandemie en de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne kon worden opgevangen, en dat de daaruit voortvloeiende energiecrisis is doorstaan; overwegende dat de economische activiteit in 2023 is vertraagd; overwegende dat de vooruitzichten gekenmerkt blijven door veel onzekerheid en risico’s in verband met de ontwikkelingen in de aanhoudende Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en het conflict in het Midden-Oosten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat uit die ontwrichtende geopolitieke gebeurtenissen is gebleken dat de Europese Unie haar open strategische autonomie verder moet versterken en concurrerend moet blijven op de wereldmarkt, en er tegelijkertijd voor moet zorgen dat niemand wordt achtergelaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat EU-financiering heeft bijgedragen tot een sterke macro-economische situatie op EU-niveau en de interne en externe veerkracht van de EU in tijden van crisis vergroot, en tegelijkertijd de lidstaten ondersteunt bij het financieren van noodzakelijke investeringen in voor de EU prioritaire gebieden, om de huidige en toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de begrotingskoers in de eurozone na een aanzienlijke crisisgerelateerde expansie in 2020-2022 in 2023 en 2024 naar verwachting restrictief zal zijn; overwegende dat de begrotingskoers flexibel moet blijven in deze tijden van grote onzekerheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de netto-overheidsinvesteringen als percentage van het bbp in de EU na de financiële crisis naar aanleiding van de COVID-19-pandemie sterk zijn gedaald, en in sommige gevallen zelfs negatief werden; overwegende dat de situatie zich op dit vlak nog niet volledig heeft hersteld; overwegende dat het succes van maatregelen inzake klimaatneutraliteit en de digitale transformatie afhankelijk is van een gemeenschappelijke Europese aanpak en maatregelen behoeft op zowel het niveau van de EU als de lidstaten; overwegende dat de toekomstige veerkracht van de EU nauw verband houdt met méér publieke en private investeringen voor duurzame groei en een ambitieuze agenda met structurele hervormingen; overwegende dat zo snel mogelijk gevolg moet worden gegeven aan de roep om een strategie ter waarborging van passende niveaus van overheidsinvesteringen na afloop van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (RRF) in 2026; overwegende dat voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de Europese Green Deal en de Overeenkomst van Parijs grote publieke en private investeringen nodig zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de lidstaten over de nodige controle- en auditmechanismen moeten beschikken om de eerbiediging van de rechtsstaat te waarborgen en de financiële belangen van de EU te beschermen, met name om fraude, corruptie en belangenconflicten te voorkomen, en transparantie te waarborgen; overwegende dat het in dit verband belangrijk is dat de lidstaten de relevante faciliterende landspecifieke aanbevelingen uitvoeren;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Economische vooruitzichten voor de EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de economische situatie, de aanhoudende onzekerheid, de zwakke groei, het concurrentievermogen en de productiviteit in de EU; wijst bezorgd op de aanhoudende gevolgen van de energieprijzen en de inflatie voor de koopkracht van huishoudens, hetgeen leidt tot een groter risico op armoede (waaronder energiearmoede) voor veel Europeanen, en voor het vermogen van EU-bedrijven, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), om goede resultaten te behalen; verzoekt de lidstaten verdere stappen te ondernemen om deze problemen te overwinnen en gerichte maatregelen te treffen om voor eerlijke mededinging op de interne markt te zorgen en iets te doen aan de aanhoudende inflatiedruk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat veel lidstaten te maken hebben met structurele uitdagingen die hun groeipotentieel belemmeren; benadrukt dat het aanpakken van structurele uitdagingen van cruciaal belang is voor een duurzaam herstel en aanhoudende groei, en dat hervormingen doorvoeren om structurele kwetsbaarheden aan te pakken, van essentieel belang is, niet alleen om beter het hoofd te kunnen bieden aan bestaande uitdagingen, maar ook om de dubbele transitie op een duurzame en billijke manier tot stand te brengen; benadrukt dat ambitieuze structurele hervormingen van essentieel belang blijven om de economische basis van de EU te versterken, de oprichting van bedrijven en ondernemerschap te bevorderen en het concurrentievermogen, de productiviteit en het totale groeipotentieel van de EU te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt dat er in sommige lidstaten sprake is van achterblijvende publieke en private investeringen, wat het potentieel van sociaal rechtvaardige en ecologische duurzame groei belemmert; is van oordeel dat voorspelbare regels, gelijke randvoorwaarden en lagere nalevingskosten essentieel zijn voor het aantrekken van investeringen; benadrukt dat deze investeringen cruciaal zijn om de EU in staat te stellen het hoofd te bieden aan bestaande uitdagingen, waaronder de rechtvaardige groene en digitale transitie, en om de veerkracht en het concurrentievermogen op de lange termijn van de EU bij nieuwe uitdagingen te vergroten; is van oordeel dat deze investeringen geflankeerd moeten worden met groei- en veerkrachtbevorderende hervormingen; vestigt de aandacht op het feit dat investeringen in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie nodig zijn om - onder andere - de EU onafhankelijk te maken van de import van fossiele brandstoffen en de door energieprijzen aangewakkerde inflatie onder controle te krijgen; neemt kennis van de restrictieve begrotingskoers die in 2023 en 2024 wordt verwacht; benadrukt dat krimp niet ten koste mag gaan van investeringen, die moeten worden verhoogd in de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>onderstreept dat het verder verdiepen van de interne markt en het wegnemen van belemmeringen voor investeringen, onder meer via hervormingen die planning, vergunningverlening en andere administratieve procedures stroomlijnen en digitaliseren, particuliere investeringen kunnen stimuleren; herhaalt dat het industriebeleid, alsook diepe en geïntegreerde kapitaalmarkten en innovatie in de EU, ook kan bijdragen door investeringen te ondersteunen, het concurrentievermogen van de EU wereldwijd te waarborgen en risico’s te verminderen die verbonden zijn aan een buitensporige afhankelijkheid van een beperkt aantal niet-EU-landen voor sleuteltechnologieën, grondstoffen en industriële inputs;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt de lidstaten uitgaventoetsingen uit te voeren als vast onderdeel van het (meer)jaarlijkse begrotingsproces, hetgeen de efficiëntie en kwaliteit van de overheidsuitgaven zou helpen verbeteren; sluit zich aan bij de aanbeveling van de Commissie uit de Jaarlijkse duurzamegroeianalyse 2024 dat de lidstaten crisisgerelateerde energiesteunmaatregelen zo snel mogelijk moeten afbouwen en de subsidies voor fossiele brandstoffen op zo kort mogelijke termijn moeten uitfaseren; wijst erop dat zowel de overheidsinkomsten als de overheidsuitgaven essentieel zijn om de houdbaarheid van de overheidsfinanciën te waarborgen; verzoekt de lidstaten maatregelen te nemen om belastingfraude, belastingontwijking, belastingontduiking en witwaspraktijken aan te pakken; verwelkomt het in dit verband dat overeenstemming is bereikt over het pakket maatregelen ter bestrijding van witwaspraktijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>sluit zich aan bij de beoordeling van de Commissie dat risico’s in verband met hoge schulden en prijsverschillen relevant blijven, met name in lidstaten waar schuldaflossing grote schuldvernieuwingen vereist, of waar de particuliere sector te maken heeft met scherpe stijgingen van de rentebetalingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>roept de lidstaten in de eurozone op alle middelen te onderzoeken om de herziening van het Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme af te ronden, waarmee de invoering van het gemeenschappelijk achtervangmechanisme voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds mogelijk wordt gemaakt, waarmee de veerkracht van de eurozone verder zou worden versterkt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Europees Semester en het RRF</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst erop dat het Europees semester het vaste kader is voor de coördinatie van het begrotings-, economisch, sociaal en werkgelegenheidsbeleid in de hele Unie overeenkomstig de Verdragen, met inbegrip van de Europese pijler van sociale rechten, waardoor de macro-economische stabiliteit, de langetermijnconvergentie van de economische prestaties van de lidstaten en de sociale cohesie van de EU worden gewaarborgd; dringt aan op een grotere betrokkenheid van de lidstaten bij het Europees Semester, bijvoorbeeld door hun plaatselijke en regionale autoriteiten; merkt op dat het industrieel plan voor de Green Deal van 2023 onderdeel uitmaakt van de groeistrategie van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>deelt de mening dat de CSR’s voor 2024 gericht moeten zijn op specifieke criteria; benadrukt dat zij ook moeten bijdragen aan het bevorderen van gezonde en inclusieve economische groei, het concurrentievermogen en de macro-economische stabiliteit moeten vergroten, de groene en de digitale transitie moeten helpen, en sociale en intergenerationele billijkheid moeten waarborgen; houdt rekening met de verschillen met betrekking tot de nationale prognoses voor de groei van het bbp, de inflatie, de werkloosheid, het overheidssaldo, de bruto overheidsschuld en de lopende rekening van de betalingsbalans, en stelt vast dat deze laten zien dat flexibele benaderingen nodig zijn op basis van de specifieke situatie van elke lidstaat; verzoekt de Commissie in dit verband de CSR’s beter te laten aansluiten op de respectieve landverslagen; dringt aan op doeltreffend toezicht op de uitvoering van de CSR’s en de relevante hervormingen, alsook op de vooruitgang met betrekking tot het verkleinen van de vastgestelde investeringskloven; benadrukt dat in de CSR’s rekening moet worden gehouden met sociale kwetsbaarheden en de werkloosheid; neemt kennis van het afnemende aantal sociale CSR’s op basis van het sociale scorebord;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>juicht flexibiliteit bij het aanpassen van het RRF toe, d.w.z. in het kader van REPowerEU, op basis van de lessen die bij de uitvoering daarvan zijn geleerd; benadrukt dat de mijlpalen en streefcijfers van de nationale herstelplannen in overeenstemming moeten zijn met de CSR’s en dat de lidstaten in het kader van hun nationale herstel- en veerkrachtplannen in ieder geval aandacht moeten besteden aan een significante subset van de CSR’s; benadrukt het succes van het RRF; herinnert eraan dat het succes en de doeltreffendheid van de gefinancierde projecten afgemeten zullen worden aan hun impact op de economie en de werkgelegenheid, en dringt erop aan deze projecten snel, op transparante wijze en doeltreffend ten uitvoer te leggen; onderstreept in dit verband dat naleving van de RRF-verordening en een correcte tenuitvoerlegging cruciaal zijn voor de geloofwaardigheid van het RRF;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst op de rol die de herstel- en veerkrachtfaciliteit speelt om de mondiale uitdagingen die voortvloeien uit de groene transitie en de digitale transformatie van de economie aan te gaan; benadrukt dat hervormingen en investeringen in het kader van de herstel- en veerkrachtplannen bijdragen tot de klimaatdoelstellingen van de RRF-verordening, met volledige eerbiediging van het beginsel “geen ernstige afbreuk doen”; verzoekt de lidstaten deze kans ten volle te benutten en de herstel- en veerkrachtfaciliteit aan te grijpen om hun economieën te transformeren en concurrerender te maken; herinnert eraan dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de fondsen daadwerkelijk aan de reële economie en kmo’s ten goede komen, en onderstreept het belang van verantwoordingsplicht en transparantie voor de begunstigde van de financiering van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt het belang van particuliere en publieke investeringen in het kader van het economische herstel en bij het beheer van de twee transities; herinnert eraan dat de RRF niet in de plaats komt van de specifieke rol van nationale overheidsinvesteringen; wijst andermaal op de noodzaak om in strategieën voor overheidsinvesteringen en in nationale strategieën voor kwaliteit, transparantie en verantwoordingsplicht te zorgen, in overeenstemming met de doelstellingen van de dubbele transitie; benadrukt dat deze nationale strategieën voor de dubbele transitie een aanvulling op het RRF en andere Europese investeringsinstrumenten moeten vormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>pleit voor het stroomlijnen van de EU-cohesiebeleidsprogramma’s met de investeringsbehoeften die zijn vastgesteld in het kader van de RRF en in de CSR’s; wijst erop dat het cohesiebeleid een bredere reeks doelstellingen nastreeft dan de RRF en een aanvulling kan vormen op de in het kader van de RRF overeengekomen maatregelen; dringt aan op de participatie van belanghebbenden, met inbegrip van maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven, d.w.z. de vergelijkbare deelname aan de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale herstel- en veerkrachtplannen, net als bij de cohesiebeleidsprogramma’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>onderstreept dat coördinatie tussen de betrokken autoriteiten, waaronder tussen nationale regeringen en regionale en plaatselijke overheden, essentieel is voor het beheer van de RRF en voor het overwinnen van administratieve belemmeringen en bureaucratie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>neemt nota van het voorlopige politieke akkoord dat de medewetgevers op 10 februari 2024 hebben bereikt over hervorming van het kader voor economische governance, dat gericht is op het waarborgen van een doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en op de langetermijnconvergentie van de economische en sociale prestaties van de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is verheugd dat er lering is getrokken uit de manier waarop de RRF is opgezet; stelt vast dat de hervorming van het kader voor economische governance niet voorziet in financiële stimuleringsmechanismen van de EU om de nationale beleidshervormingen en investeringen te ondersteunen en te bevorderen; beklemtoont dat waarborging van het noodzakelijke niveau van overheidsinvesteringen cruciaal is om de belangrijkste doelstellingen van de hervorming van het kader voor economische governance te verwezenlijken en de huidige en toekomstige prioriteiten van de Unie aan te pakken; is bezorgd dat sommige lidstaten niet de financiële mogelijkheden zullen hebben om op eigen kracht een rechtvaardige groene en digitale transitie te financieren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>onderstreept de rol van het Europees Parlement bij het EU-kader voor economische governance en pleit ervoor het Europees Parlement een grotere rol te geven bij het Europees Semester, met volledige eerbiediging van de in de Verdragen vastgelegde bevoegdheden; neemt kennis van het feit dat de Commissie met de lidstaten gesprekken voert over hun individuele structurele begrotingsplannen; benadrukt dat het belangrijk is dat alle lidstaten gelijk worden behandeld; onderstreept dat een toename van de discretionaire bevoegdheid van de Commissie met betrekking tot het proces van ontwikkeling van structurele begrotingsplannen voor de middellange termijn vergezeld moet gaan van grotere naleving van de regels die onder het toezicht van het Europees Begrotingscomité vallen, alsook van grotere verantwoordingsplicht en een betere informatieverstrekking van het Europees Parlement; is zich ervan bewust dat de economische dialoog als onderdeel van het Europees Semester een nuttige basis vormt voor het afleggen van verantwoording; is van mening dat een robuuste verantwoordingsplicht betekent dat het Europees Parlement over instrumenten moet beschikken die het in staat stellen consequenties te verbinden aan zijn beoordeling van de prestatie van het Europees Semester, met inachtneming van de Verdragen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt zijn voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>