<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0158</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Nauwere banden tussen de EU en Armenië en de noodzaak van een vredesakkoord tussen Azerbeidzjan en Armenië</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B9-0163, 0165, 0166, 0167 en 0168/2024)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 13 maart 2024 over nauwere banden tussen de EU en Armenië en de noodzaak van een vredesovereenkomst tussen Azerbeidzjan en Armenië (2024/2580(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Armenië, Azerbeidzjan en de situatie in Nagorno-Karabach,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de VN, de Slotakte van Helsinki en de Verklaring van Alma-Ata van 21 december 1991,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brede en versterkte partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds<FOOTNOTE><FIELD>PB L 23 van 26.1.2018, blz. 4.</FIELD></FOOTNOTE> (CEPA), die volledig in werking is getreden op 1 maart 2021,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de toespraak van de Armeense premier Nikol Pasjinjan tot de plenaire vergadering van het Europees Parlement op 17 oktober 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de tweede politieke en veiligheidsdialoog op hoog niveau tussen de EU en Armenië van 15 november 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het feit dat Armenië op 1 februari 2024 partij is geworden bij het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof (ICC),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag over de uitvoering van het partnerschap met Armenië van 9 februari 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resultaten van de vijfde vergadering van de Partnerschapsraad EU-Armenië van 13 februari 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de betrekkingen tussen de EU en Armenië gebaseerd zijn op gemeenschappelijke waarden zoals democratie, de rechtsstaat, mensenrechten en fundamentele vrijheden, regionale samenwerking en een actieve betrokkenheid in het kader van het Oostelijk Partnerschap om bij te dragen tot regionale samenwerking en stabiliteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Europese Raad de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie heeft opgedragen na te gaan hoe alle aspecten van de betrekkingen tussen de EU en Armenië kunnen worden versterkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat Nikol Pasjinjan, premier van Armenië, op 17 oktober 2023 in zijn toespraak tot het Europees Parlement heeft opgeroepen tot gezamenlijke inspanningen om de betrekkingen tussen de EU en Armenië verder te versterken en heeft benadrukt dat de Republiek Armenië klaar is om nader bij de Europese Unie te komen, mits de Europese Unie dit mogelijk acht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de Armeense minister van Buitenlandse Zaken, Ararat Mirzojan, op 9 maart 2024 publiekelijk heeft overwogen om Armenië kandidaat te stellen voor toetreding tot de Europese Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat Armenië de afgelopen jaren aanzienlijke politieke veranderingen heeft ondergaan en dat de regering zich ertoe heeft verbonden om voor functionerende democratische instellingen te zorgen en de brede en versterkte partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Armenië te gebruiken als blauwdruk voor hervormingen om het land te moderniseren, ondanks aanzienlijke uitdagingen; overwegende dat Armenië volgens de democratie-index 2023 van The Economist de leidende democratie in de regio is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat Armenië door zijn lidmaatschap van de Collectieve Veiligheidsverdragsorganisatie (CSTO) te bevriezen, tracht voor zijn veiligheid minder afhankelijk te worden van de Russische Federatie en nieuwe spelers in zijn veiligheidsmix op te nemen, bijvoorbeeld door meer militaire samenwerking met Frankrijk, Griekenland en andere EU-lidstaten; overwegende dat er nog steeds duizenden Russische soldaten op Armeens grondgebied zijn gestationeerd; overwegende dat de zogezegde bereidheid van Rusland om de veiligheid van Armenië te garanderen, onbestaande is gebleken; overwegende dat Armenië nog steeds deel uitmaakt van de Euraziatische Economische Unie; overwegende dat Armenië partij is geworden bij het Statuut van Rome van het ICC;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de Russische Federatie erop uit is de democratische reputatie van Armenië te ondermijnen en chaos en destabilisatie veroorzaakt door voortdurende pogingen tot inmenging, waaronder desinformatiecampagnes;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de Armeense economie nog altijd sterk afhankelijk is van Rusland, dat ongeveer 35 % van de buitenlandse handel van Armenië voor zijn rekening neemt, en dat die afhankelijkheid vooral duidelijk is in de strategische energiesector; overwegende dat premier Nikol Pasjinjan heeft verzocht om meer bijstand in het kader van het economisch en investeringsplan van de EU; overwegende dat het economisch en investeringsplan tot dusver ongeveer 500 miljoen EUR aan sectoroverschrijdende investeringen heeft opgeleverd; overwegende dat de EU nog steeds de belangrijkste hervormingspartner en de grootste donor van hulp in Armenië is; overwegende dat de Commissie op 5 oktober 2023 nog eens 5,25 miljoen EUR aan noodhulp, meer financiering voor het programma EU4Peace, extra jaarlijkse programma’s voor begrotingssteun, en technische bijstand op gebieden als luchtvaart- en nucleaire veiligheid heeft aangekondigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat in een nieuwe partnerschapsagenda EU-Armenië, waarover tijdens de vijfde Partnerschapsraad EU-Armenië overeenstemming is bereikt, op basis van gemeenschappelijke waarden prioriteit zal uitgaan naar het versterken van de veerkracht van Armenië en het diversifiëren van zijn economie, het versterken van de samenwerking op het gebied van veiligheid en het opvoeren van de investeringen als sleutel voor economische samenwerking;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat in het onlangs gepubliceerde verslag over de uitvoering van het partnerschap de vooruitgang wordt geschetst die Armenië heeft geboekt met de uitvoering van de CEPA, onder meer op het gebied van justitiële hervorming, corruptiebestrijding, de oprichting van een ministerie van Binnenlandse Zaken en de hervorming van de politiedienst in Armenië, met EU-steun;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat Rusland via bevoorradingsketens die door derde landen lopen, waaronder Armenië, nog steeds toegang heeft goederen op de EU-sanctielijst; overwegende dat de export van Armenië naar Rusland na de invoering van EU-sancties tegen Rusland in 2022 is verdrievoudigd en tussen januari en augustus 2023 is verdubbeld; overwegende dat de speciale gezant van de EU voor sancties, David O’Sullivan, geen bezorgdheid heeft geuit over de samenwerking van de Armeense autoriteiten met de EU bij het voorkomen van omzeiling van sancties en de algemene resultaten van de samenwerking met Armenië positief heeft beoordeeld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat Azerbeidzjan op 19 september 2023, na een negen maanden durende illegale blokkade van de Lachin-corridor, zijn verplichtingen uit hoofde van de wapenstilstandsovereenkomst van november 2020 en de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof (ICJ) naast zich neer heeft gelegd en een offensief is begonnen tegen de resterende delen van Nagorno-Karabach die het nog niet onder controle had; overwegende dat meer dan 100 000 Armeniërs het grondgebied moesten ontvluchten, waardoor in Nagorno-Karabach vrijwel geen Armeniërs meer wonen, hoewel die er al eeuwen gevestigd waren; overwegende dat dit kan neerkomen op etnische zuivering; overwegende dat de niet-erkende feitelijke autoriteiten van Nagorno-Karabach op 1 januari 2024 ophielden te bestaan nadat ze onder dwang hadden ingestemd met hun ontbinding; overwegende dat een aantal Armeniërs nog steeds in Azerbeidzjan wordt vastgehouden, onder wie de voormalige leiders van Nagorno-Karabach; overwegende dat sommigen van hen zijn geïnterviewd en aan de nieuwsgierigheid van het publiek zijn onderworpen, wat in strijd is met de Verdragen van Genève van 1929; overwegende dat Armeniërs uit Nagorno-Karabach hun eigendommen en bezittingen hebben verloren toen ze voor de militaire aanval door Azerbeidzjan op de vlucht sloegen en dat ze die sindsdien niet hebben kunnen terugkrijgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de Commissie op 13 februari 2024 de toewijzing van nog eens 5,5 miljoen EUR aan humanitaire hulp heeft aangekondigd ter ondersteuning van de ontheemde Armeniërs uit de regio Nagorno-Karabach, bovenop de in september 2023 aangekondigde 12,2 miljoen EUR;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de EU de soevereiniteit en territoriale integriteit van Armenië en Azerbeidzjan volledig onderschrijft en de inspanningen om met vreedzame middelen en met inachtneming van de rechten van de betrokken bevolking een duurzaam vredesakkoord tussen Armenië en Azerbeidzjan tot stand te brengen, actief ondersteunt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat Armenië en Azerbeidzjan rechtstreekse onderhandelingen zijn aangegaan over een mogelijk vredesakkoord, dat een nieuw hoofdstuk in de bilaterale betrekkingen zou kunnen openen; overwegende dat er nog onenigheid bestaat over kwesties in verband met de afbakening van de grens en praktische regelingen voor de vervoersverbindingen tussen Azerbeidzjan zelf en zijn exclave Nachitsjevan; overwegende dat Azerbeidzjan een corridor via Armenië eist die het vasteland van Azerbeidzjan verbindt met zijn exclave Nachitsjevan en die moet worden gecontroleerd door Russische grenstroepen, zonder Armeense douane- of grenscontroles, waardoor de soevereiniteit van Armenië wordt genegeerd; overwegende dat het Armeense voorstel “Crossroads of Peace” verbindingen tussen het vasteland van Azerbeidzjan en Nachitsjevan met Armeense grens- en douanecontroles omvat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat Armenië zich als gebaar van goede wil niet heeft verzet tegen de organisatie van de COP 29 in Bakoe; overwegende dat de Armeense premier Nikol Pasjinjan op 28 januari 2024 heeft voorgesteld om een niet-aanvalsverdrag met Azerbeidzjan te ondertekenen; overwegende dat de veiligheidssituatie in de tussentijd gespannen blijft, zoals blijkt uit het incident van 13 februari 2024 waarbij vier Armeense soldaten werden gedood en één gewond raakte toen het vuur werd geopend door Azerbeidzjan in de zuidelijke provincie Sjoenik van Armenië;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat premier Nikol Pasjinjan op 15 en 16 februari 2024 liet weten dat Azerbeidzjan negatief had gereageerd op de recentste Armeense voorstellen voor een oplossing van het grensconflict, en dat hij niet uitsluit dat Azerbeidzjan mogelijkerwijs voorbereidingen aan het treffen was voor “militaire operaties in sommige grensregio’s met als doel er een grootschalige oorlog tegen de Republiek Armenië van te maken”; overwegende dat premier Nikol Pasjinjan en de Azerbeidzjaanse president Ilham Aliev elkaar op 17 februari 2024 in München voor de eerste keer na de aanval van Azerbeidzjan op Nagorno-Karaback in september 2023 hebben ontmoet, na bemiddeling van de Duitse kanselier Olaf Scholz;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat er zich in Nagorno-Karabach talrijke kerken, moskeeën, kruisstenen en begraafplaatsen bevinden; overwegende dat nadat Azerbeidzjan tijdens de oorlog in 2020 opzettelijk aanzienlijke schade had toegebracht aan Armeens cultureel erfgoed, het Internationaal Gerechtshof in zijn beschikking van 7 december 2021<FOOTNOTE><FIELD>Beschikking van het ICJ van 7 december 2021 over het verzoek om voorlopige maatregelen aan te geven voor de toepassing van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (Armenië/Azerbeidzjan).</FIELD></FOOTNOTE> heeft aangegeven dat Azerbeidzjan “alle nodige maatregelen moet nemen om vandalisme en ontheiliging van Armeens cultureel erfgoed, waaronder, maar niet beperkt tot, kerken en andere gebedshuizen, monumenten, begraafplaatsen en artefacten, te voorkomen en te bestraffen”; overwegende dat de Azerbeidzjaanse autoriteiten de afgelopen weken monumenten hebben verwijderd en iconische gebouwen hebben gesloopt die verband houden met het Armeense culturele erfgoed in Nagorno-Karabach, waaronder het plaatselijke parlementsgebouw;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de Azerbeidzjaanse leiders irredentistische verklaringen blijven afleggen met betrekking tot het soevereine grondgebied van Armenië; overwegende dat het Azerbeidzjaanse leger nog steeds ongeveer 170 km<STRING SUPERSCRIPT="on">2</STRING> van het soevereine grondgebied van Armenië bezet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat de civiele EU-missie in Armenië (EUMA), in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, in februari 2023 is ingezet, met een mandaat om de ontwikkelingen aan de grens tussen Armenië en Azerbeidzjan te monitoren en daarover verslag uit te brengen; overwegende dat de EUMA alleen aan de Armeense kant van de grens mag opereren, aangezien Azerbeidzjan de inzet van de missie aan zijn kant van de grens weigert; overwegende dat de in Armenië aanwezige Russische militairen opzettelijk obstakels hebben opgeworpen voor de uitvoering van het mandaat van de EUMA; overwegende dat de EUMA het doelwit is geweest van desinformatie door de Azerbeidzjaanse autoriteiten en door de regering gecontroleerde media; overwegende dat de Raad Buitenlandse Zaken van de EU in december 2023 heeft besloten de aanwezigheid ter plaatse te verhogen van 138 tot 209 personeelsleden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat Armenië de EU herhaaldelijk heeft verzocht het land op te nemen als begunstigde van de Europese Vredesfaciliteit; overwegende dat verschillende lidstaten hebben besloten hun steun aan Armenië op te voeren door militaire bijstand te verlenen om Armenië te helpen zijn leger te hervormen en nieuwe militaire agressie tegen zijn internationaal erkende grondgebied te ontmoedigen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>erkent en is ingenomen met het feit dat Armenië duidelijk te kennen heeft gegeven dat het de betrekkingen met de Europese Unie wil versterken en er prioriteit aan wenst te geven; is van mening dat de Europese Unie positief moet reageren en deze mogelijke geopolitieke verschuiving ten volle moet benutten, en Armenië moet helpen zich sterker te verankeren in de gemeenschap van democratieën;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>dringt aan op een duurzame uitvoering van de onlangs overeengekomen partnerschapsagenda EU-Armenië, waarbij de nadruk wordt gelegd op de noodzaak om de ambitieuze gezamenlijke prioriteiten voor samenwerking actief na te streven en te verwezenlijken; is van mening dat een solide partnerschap tussen de EU en Armenië een logische stap is die aansluit bij de keuze van Armenië voor democratie, de rechtsstaat, corruptiebestrijding en eerbiediging van de op internationale regels gebaseerde orde;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>is ingenomen met de toezegging van Armenië om de CEPA ten uitvoer te leggen en met de vooruitgang die het heeft geboekt bij de uitvoering van de CEPA-routekaart; is verheugd dat de Armeense regering de CEPA erkent als een strategische blauwdruk voor belangrijke hervormingen in Armenië; moedigt de Commissie en de lidstaten aan te beginnen met het opstellen van een routekaart voor een ambitieuze opwaardering van de betrekkingen van de EU met Armenië; is van mening dat de ervaring die is opgedaan met de associatieovereenkomsten/diepe en brede vrijhandelsruimten met Oekraïne, Georgië en de Republiek Moldavië als uitgangspunt moet dienen, met name wat betreft een geleidelijke sectorale integratie in de interne markt, die op macro- en microschaal tastbare voordelen voor Armenië moet opleveren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst er nogmaals op dat, overeenkomstig artikel 49 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, elke Europese staat kan verzoeken lid te worden van de Europese Unie op voorwaarde dat deze staat de criteria van Kopenhagen en de democratische beginselen in acht neemt, de fundamentele vrijheden, mensenrechten en rechten van minderheden eerbiedigt, en het functioneren van de rechtsstaat garandeert; is van oordeel dat, mocht Armenië de status van kandidaat-lidstaat ambiëren en doorgaan op de ingeslagen weg van duurzame hervormingen die de democratie consolideren, dit de aanzet kan geven tot een transformatieve fase in de betrekkingen tussen de EU en Armenië; roept de Commissie en de Raad op om Armenië actief te steunen in zijn streven naar meer samenwerking met de EU, niet alleen wat betreft economisch partnerschap, maar ook op het gebied van politieke dialoog, intermenselijke contacten, sectorale integratie en samenwerking op het gebied van veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>steunt Armenië bij zijn voortdurende inspanningen om hervormingen door te voeren en de democratie, de rechtsstaat en goed bestuur te versterken; benadrukt de belangrijke rol van het maatschappelijk middenveld bij het uitvoeren van de hervormingen; vraagt Armenië om in dit opzicht te blijven samenwerken met de EU, en verzoekt de EU haar steun op deze gebieden uit te breiden, met name in de vorm van technische bijstand en de uitwisseling van expertise; moedigt de actieve betrokkenheid van Armenië bij het beleid inzake het Oostelijk Partnerschap aan als middel om goede nabuurschapsbetrekkingen in de zuidelijke Kaukasus te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>erkent dat de invloed van de Russische Federatie op de Armeense economie groot blijft en moedigt Armenië aan waakzaam te zijn voor mogelijke omzeiling van EU-sancties in het land; is zich ten volle bewust van de omvang en verscheidenheid van bedreigingen die de Russische Federatie zou durven gebruiken om Armenië te straffen voor zijn onafhankelijke politieke en strategische keuzes; is van mening dat de EU bereid moet zijn Armenië snel bijstand te verlenen om de negatieve gevolgen van dergelijke vijandige daden op te vangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat het volume van de bilaterale handel tussen Armenië en de EU de afgelopen tien jaar is toegenomen; spoort Armenië, de EU en haar lidstaten, en Europese bedrijven en investeerders aan de nodige stappen te zetten om hun economische en handelsbetrekkingen verder te versterken; prijst het succes van het economisch en investeringsplan, en moedigt de EU en Armenië aan zowel publieke als private investeringen te blijven aantrekken om duurzame ontwikkeling in Armenië te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>erkent dat de samenwerking tussen de EU en Armenië op het gebied van veiligheid en defensie dringend moet worden versterkt, nu Armenië zijn lidmaatschap van de CSTO heroverweegt; vraagt de EU om in te gaan op het verzoek van Armenië om steun te verlenen via de Europese Vredesfaciliteit en om ondersteuning te bieden aan het Armeense leger; wijst op de toegevoegde waarde van regelmatige politieke en veiligheidsdialogen tussen de EU en Armenië als overkoepelend platform voor alle veiligheidsgerelateerde kwesties; dringt aan op het instellen van een onderzoek naar hybride bedreigingen, dat Armenië zal helpen de belangrijkste kwetsbaarheden in kaart te brengen en gerichte oplossingen te vinden; is ingenomen met de maatregelen die diverse lidstaten hebben genomen om Armenië defensieve militaire steun te verlenen en dringt er bij de andere lidstaten op aan soortgelijke initiatieven te overwegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>is ingenomen met het besluit van Armenië om zijn deelname aan de CSTO op te schorten nadat deze organisatie heeft verzuimd Armenië bij te staan in de strijd tegen militaire agressie, en op zoek te gaan naar een betrouwbaardere veiligheidsstructuur; steunt het officiële verzoek van Armenië aan de Russische Federatie om haar grenswachten van de federale veiligheidsdienst dienst terug te trekken van zijn internationale luchthaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>erkent het onbenutte potentieel van intermenselijke contacten tussen de EU en Armenië; dringt erop aan dat de vooruitgang die Armenië heeft geboekt bij de uitvoering van de visumversoepelings- en overnameovereenkomsten, wordt erkend; is van mening dat het tijd is om met Armenië een dialoog over visumliberalisering op gang te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de EU en de Republiek Armenië een overeenkomst hebben gesloten die de overdracht van operationele persoonsgegevens tussen Eurojust en de bevoegde autoriteiten van Armenië in het kader van de justitiële samenwerking in strafzaken mogelijk zal maken; onderstreept dat het belangrijk is de samenwerking tussen de EU en Armenië bij de bestrijding van misdaad en terrorisme en de bescherming van de veiligheid van de Unie in wederzijds voordeel te blijven verdiepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>spreekt zijn steun uit voor de activiteiten van de EUMA en onderstreept de belangrijke rol die zij vervult; dringt erop aan haar mandaat na 2025 te verlengen en het personeelsbestand ervan verder uit te breiden; herhaalt zijn teleurstelling over de weigering van Azerbeidzjan om de missie aan de eigen zijde van de grens te laten optreden en over de herhaalde lastercampagnes van Azerbeidzjan tegen de EUMA; betreurt dat Russische grenswachten die in Armenië zijn gestationeerd de EUMA hebben belet het dorp Nerkin Hand te bereiken, waar recent op 13 februari 2024 vier Armeense soldaten door toedoen van Azerbeidzjan zijn gedood, nadat een Azerbeidzjaanse soldaat naar verluidt gewond was geraakt; veroordeelt de opruiende retoriek van Azerbeidzjaanse ambtenaren tegen de EU, haar lidstaten, de EUMA en de Armeense autoriteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat de EU bereid moet zijn sancties op te leggen aan personen en entiteiten die de soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Armenië bedreigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>roept Azerbeidzjan op om oprecht een brede en transparante dialoog aan te gaan met de Armeniërs in Karabach teneinde de eerbiediging van hun rechten te waarborgen en hun veiligheid te garanderen, met inbegrip van hun recht om terug te keren naar hun huizen en daar in waardigheid en veiligheid onder internationale aanwezigheid te leven, toegang te krijgen tot hun land en eigendomsrechten, hun eigen identiteit te behouden en hun burgerrechten en culturele, sociale en religieuze rechten ten volle te doen gelden; roept Azerbeidzjan op alle inwoners van Nagorno-Karabach en Armenië die nog steeds in Azerbeidzjaanse hechtenis verkeren, vrij te laten en grootschalige amnestie toe te zeggen; dringt aan op de volledige, onmiddellijke en doeltreffende tenuitvoerlegging van alle beschikkingen van het Internationaal Gerechtshof in de zaak over de toepassing van het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (Armenië tegen Azerbeidzjan);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>veroordeelt nogmaals de militaire invallen van Azerbeidzjan op het internationaal erkende grondgebied van Armenië en de aanhoudende bezetting van delen daarvan; herhaalt zijn verzoek om terugtrekking van de Azerbeidzjaanse troepen uit het gehele soevereine grondgebied van Armenië; verwerpt en spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de irredentistische en opruiende verklaringen van de Azerbeidzjaanse president en andere Azerbeidzjaanse functionarissen die de territoriale integriteit en soevereiniteit van Armenië bedreigen, onder meer door een extraterritoriale corridor te eisen die Azerbeidzjan verbindt met zijn exclave Nachitsjevan; waarschuwt Azerbeidzjan ervoor zich niet aan militaire avonturen tegen Armenië zelf te wagen; benadrukt dat de connectiviteitsproblemen van Azerbeidzjan met zijn exclave Nachitsjevan moeten worden opgelost met volledige eerbiediging van de soevereiniteit en territoriale integriteit van Armenië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>herhaalt dat de Europese Unie de soevereiniteit, de territoriale integriteit en de onschendbaarheid van de grenzen van Armenië ondubbelzinnig steunt; spreekt zijn krachtige steun uit voor de normalisering van de betrekkingen tussen Armenië en Azerbeidzjan op basis van de beginselen van wederzijdse erkenning van de territoriale integriteit en onschendbaarheid van de grenzen overeenkomstig de Verklaring van Almaty van 1991, grensafbakening volgens relevante kaarten van de generale staf van de USSR die aan beide partijen zijn verstrekt, en de deblokkering van de regionale communicatie met inachtneming van de soevereiniteit en jurisdictie van beide landen, uitgaande van wederkerigheid en gelijkheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>spreekt zijn steun uit voor de hervatting van de besprekingen tussen Armenië en Azerbeidzjan over alle hangende kwesties, met het oog op de sluiting van een vredesverdrag, en roept beide partijen op om zich ten volle te blijven inzetten voor een duurzame en vreedzame oplossing van het langdurige geschil door middel van dialoog en onderhandelingen; is van mening dat over deze overeenkomst te goeder trouw moet worden onderhandeld en dat zij gebaseerd moet zijn op de erkenning van soevereiniteit, territoriale integriteit en het afzien van het gebruik van geweld; pleit voor een krachtiger inzet van de EU om een alomvattende, duurzame vrede te blijven bewerkstelligen ten behoeve van alle mensen in de regio; roept Turkije en andere bondgenoten van Azerbeidzjan op om de oorlogszuchtige opstelling van Bakoe niet aan te wakkeren en hun invloed aan te wenden ten gunste van een snelle afronding van de vredesonderhandelingen; dringt bij Azerbeidzjan aan op de sluiting van het op 12 april 2021 ingehuldigde zogeheten Trofeeënpark in Bakoe, omdat het park schade toebrengt aan de inspanningen om wederzijds vertrouwen tussen Armenië en Azerbeidzjan op te bouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is het volstrekt oneens met de toon van enkele recente verklaringen van de leiders van de Commissie en de Europese Raad die president Aliev feliciteren met zijn herverkiezing, zonder het gebrek aan democratie in Azerbeidzjan te vermelden, en Azerbeidzjan ten onrechte als betrouwbare partner aanmerken; bevestigt dat deze verklaringen het standpunt van de Europese Unie niet weerspiegelen en nooit hadden mogen worden afgelegd in het licht van de etnische zuivering in Nagorno-Karabach door Azerbeidzjan; dringt er bij de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Dienst voor extern optreden op aan de onderhandelingen over een hernieuwde partnerschapsovereenkomst voorwaardelijk voort te zetten, mits Azerbeidzjan blijk heeft gegeven van zijn werkelijke bereidheid om de rechten en veiligheidsproblemen van de Armeniërs van Karabach onder ogen te zien en heeft bijgedragen tot aanzienlijke vooruitgang in de richting van een alomvattend en duurzaam vredesakkoord met Armenië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over het feit dat het culturele, religieuze en historische erfgoed van de Armeense bevolking van Nagorno-Karabach niet wordt beschermd, hetgeen in strijd is met de beschikking van het Internationaal Gerechtshof van 7 december 2021; veroordeelt alle gevallen van vernieling, vandalisme en schending van alle locaties die getuigen van de eeuwenlange Armeense aanwezigheid in Nagorno-Karabach; verzoekt de Azerbeidzjaanse autoriteiten het rijke en diverse erfgoed van de regio in stand te houden, te beschermen en te bevorderen; dringt er bij de Unesco op aan onmiddellijk actie te ondernemen om Armeens cultureel erfgoed dat in Nagorno-Karabach gevaar loopt, in stand te houden en te beschermen; dringt aan op versterking van de samenwerking tussen Armenië en de EU met betrekking tot de monitoring van de systematische vernietiging van Armeens cultureel erfgoed (kerken, kloosters, begraafplaatsen, monumenten, paleizen enz.) door Azerbeidzjan, met name door het Satellietcentrum van de EU in te schakelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de president, de regering en het parlement van de Republiek Armenië, de president, de regering en het parlement van de Republiek Azerbeidzjan, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, de VN en de Raad van Europa.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>