<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0171</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Teruggave van het Roemeense nationaal bezit dat Rusland zich illegaal heeft toegeëigend</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B9-0169, 0170, 0171, 0176, 0178 en 0180/2024)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 14 maart 2024 over de teruggave van het Roemeense nationaal bezit dat Rusland zich illegaal heeft toegeëigend (2024/2605(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Rusland,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name de artikelen 6, 36 en 167,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name de preambule en artikel 3, lid 3,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Haags Verdrag van 1954 inzake de bescherming van culturele goederen in geval van een gewapend conflict,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien advies 193 (1996) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 25 januari 1996 getiteld “Verzoek van Rusland om lidmaatschap van de Raad van Europa” en resolutie 1896 (2012) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 2 oktober 2012 getiteld “Naleving van de verplichtingen en verbintenissen door de Russische Federatie”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Russisch-Roemeense Verdrag van 4 juli 2003 inzake vriendschappelijke betrekkingen en samenwerking en de bijbehorende gezamenlijke verklaring van de Roemeense en Russische ministers van Buitenlandse Zaken, waarbij de Roemeens-Russische Gemengde Commissie is opgericht om kwesties te bestuderen die voortvloeien uit de geschiedenis van de betrekkingen tussen beide landen, waaronder de kwestie van het Roemeense nationaal bezit,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst inzake de middelen om de onrechtmatige invoer, uitvoer of eigendomsoverdracht van culturele goederen te verbieden en te verhinderen, aangenomen door de Algemene Conferentie van de Unesco tijdens haar 16e zitting op 14 november 1970,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Unesco-Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld van 16 november 1972,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2014/60/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een lidstaat zijn gebracht, en houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 159 van 28.5.2014, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 13 december 2022 over het EU-actieplan tegen de illegale handel in cultuurgoederen (COM(2022)0800),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Kaderverdrag van de Raad van Europa van 27 oktober 2005 over de waarde van cultureel erfgoed voor de samenleving (CETS 199),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa van 19 mei 2017 inzake misdrijven met betrekking tot cultuurgoederen (CETS 221),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de door staten erkende algemene beginselen van internationaal recht, zoals het beginsel van soevereiniteit en niet-inmenging, het beginsel van goede trouw en het beginsel van vreedzame regeling van geschillen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 132, leden 2 en 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de goudreserves van een staat een cruciaal financieel actief zijn, dat de munt stabiliteit geeft en het vertrouwen in de economische kracht van de natie versterkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de goudreserves van een staat een unieke rol op de lange termijn spelen in financieel en economisch opzicht aangezien zij een belangrijk bestanddeel vormen van de valutareserves die landen aanhouden; overwegende dat goudreserves van centrale banken tijdens financiële crises fungeren als veilig actief in perioden van onrust op de markten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat in de preambule van het VEU te lezen staat dat de ondertekenaars zijn “geïnspireerd door de culturele, religieuze en humanistische tradities van Europa” en ernaar verlangen “de solidariteit tussen hun volkeren te verdiepen met inachtneming van hun geschiedenis, cultuur en tradities”, en dat in artikel 6 VWEU cultuur wordt genoemd als een beleidsgebied dat onder de “categorieën en gebieden van bevoegdheden van de Unie” valt, met verschillende acties die de EU kan ondernemen om “het optreden van de lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen”; overwegende dat de lidstaten op grond van artikel 36 VWEU het prerogatief hebben om hun nationaal bezit binnen hun rechtsgebied te definiëren en de maatregelen te nemen die nodig zijn voor de bescherming ervan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het begrip “Roemeens nationaal bezit” 91,5 ton fijn goud omvat die deel uitmaken van de goudreserves van de Nationale Bank van Roemenië, collecties koninklijke juwelen en zeldzame munten waarvan de numismatische en culturele waarde losstaat van de waarde van het goud zelf, alsook culturele en religieuze goederen en archiefstukken die tot het nationale erfgoed van het land behoren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat er rechtsgrondslagen zijn voor de teruggave van cultuurgoederen en nationaal bezit die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een EU-land zijn gebracht door een schending van de geldende wetgeving of van de voorwaarden waaronder tijdelijke toestemming voor hun overbrenging is verleend; overwegende dat Roemenië een juridisch waterdichte aanspraak maakt op zijn nationaal bezit dat in 1916-1917 in Rusland veilig is gesteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het bezit in Rusland in bewaring is gegeven met de verzekering dat het volledig zal worden teruggegeven, in overeenstemming met de ondertekende documenten, die de waarde hebben van internationale verdragen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de illegale toe-eigening van het Roemeense nationaal bezit door Rusland een inbreuk vormt op het internationaal recht en het internationaal gewoonterecht, aangezien de overdracht van goudreserves en de omvangrijke collectie culturele en religieuze voorwerpen alsook archiefstukken met het oog op bewaring in uitzonderlijke omstandigheden werd gedekt door een naar behoren gedocumenteerde en rechtsgeldige officiële overeenkomst met wettelijke garanties voor teruggave, waarvan de vastgelegde verplichtingen werden genegeerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat beide partijen, naar aanleiding van de gezamenlijke verklaring van 4 juli 2003 door de Roemeense en Russische ministers van Buitenlandse Zaken, een Roemeens-Russische Gemengde Commissie hebben opgericht om kwesties te bestuderen die voortvloeien uit de geschiedenis van de betrekkingen tussen beide landen, waaronder de kwestie van het Roemeense nationaal bezit dat tijdens de Eerste Wereldoorlog in Moskou werd ondergebracht; overwegende dat deze Gemengde Commissie in een periode van 15 jaar slechts vijf keer bijeen is gekomen en de laatste bijeenkomst in 2019 plaatsvond; overwegende dat Rusland in de protocollen die aan het einde van deze bijeenkomsten zijn gesloten, de eisen van Roemenië ten aanzien van de Russische Federatie erkende en ermee akkoord ging dat de door Roemenië overgelegde documenten authentiek zijn en de status hebben van een internationaal verdrag, waaruit blijkt dat Roemenië zijn nationaal bezit, met inbegrip van de bezittingen van zijn Nationale Bank, in Rusland heeft ondergebracht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Russische Federatie de rechtsopvolger is van de Sovjet-Unie, die op haar beurt de rechtspersoonlijkheid van het tsaristisch Rusland heeft overgenomen en derhalve verplicht is dit bezit dat Roemenië toebehoort, terug te geven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de teruggave van het Roemeense nationaal bezit dat Rusland zich heeft toegeëigend van groot belang is voor zowel het institutionele als het nationale geheugen van het land; overwegende dat de teruggave van cultureel erfgoed dat op onrechtmatige wijze uit het land van herkomst is verwijderd, van cruciaal belang is voor de bescherming van de universele waarde van cultureel erfgoed;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de terugkeer van het Roemeense nationaal bezit een op maat gesneden Europese respons vereist;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>betreurt dat Rusland heeft nagelaten het Roemeense nationaal bezit volledig aan Roemenië terug te geven, overeenkomstig de verplichting als bedoeld in de officiële bilaterale overeenkomsten tussen de twee landen en zoals op grond van het internationaal recht en de internationale normen verwacht wordt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>spoort de Russische Federatie met klem aan het resterende deel van het Roemeense nationaal bezit dat in 1916-1917 naar Moskou werd overgebracht voor bewaring, volledig aan Roemenië terug te geven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>wijst erop dat de illegale toe-eigening van het nationaal bezit van Roemenië door Rusland een uniek internationaal geval is waarin de monetaire goudreserves van een staat, samen met de culturele en religieuze voorwerpen en archiefstukken die deel uitmaken van het nationaal erfgoed van dat land, voor bewaring aan een andere staat zijn toevertrouwd op grond van een overeenkomst die is vastgelegd in juridisch geldige documenten die wettelijke garanties bieden voor teruggave, maar dat deze verplichtingen uiteindelijk werden geschonden, in strijd met het internationaal recht en het internationale gewoonterecht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst erop dat het nationaal bezit dat in 1916 en 1917 in Rusland in bewaring werd gegeven tijdens de moeilijke tijden van de Eerste Wereldoorlog, waarbij de regering van het Russische keizerrijk garant stond voor de veiligheid van het transport, en een veilige opslag en de teruggave van het bezit aan Roemenië waarborgde, een ongeëvenaard internationaal geval is van illegale toe-eigening van goudreserves en voorwerpen die deel uitmaken van het nationaal erfgoed, en een voortdurende bron van zorg is voor de Roemeense samenleving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat de toenmalige Roemeense regering door de Eerste Wereldoorlog gedwongen was om het Roemeense nationaal bezit toe te vertrouwen aan een geallieerde staat ter bescherming tegen vernietiging; herinnert eraan dat tijdens de moeilijke oorlogstijd het grootste deel van het nationaal bezit van Roemenië, met een gedetailleerde inventarisatie van de goudreserves van de Nationale Bank van Roemenië, in tientallen treinwagons is vervoerd naar het tsaristische Rusland voor bewaring tot de vrede zou aanbreken, onder de Russische garantie van bescherming en teruggave, en dat andere staten daar getuige van waren; beklemtoont dat het nationaal bezit dat wettelijk in Russische bewaring is gegeven 91,5 ton fijn goud omvatte dat behoort tot de reserves van de Roemeense Nationale Bank, koninklijke collecties juwelen en zeldzame munten, samen met onbetaalbare culturele en historische activa zoals staatsarchieven, documenten, kostbare historische manuscripten, schilderijen die deel uitmaken van het nationaal erfgoed, zeldzame boeken en collecties van tal van openbare en particuliere instellingen die meer dan vijf eeuwen Roemeense geschiedenis beslaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt dat het Roemeense nationaal bezit, ondanks verschillende pogingen tot diplomatieke onderhandelingen in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog, nooit volledig door Rusland is teruggegeven, zoals echter wettelijk is vastgelegd in de officiële bilaterale overeenkomst tussen de twee staten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>wijst erop dat een deel van de culturele en artistieke goederen en archiefstukken van het nationaal bezit dat Rusland zich illegaal had toegeëigend, in 1935 en 1956 aan Roemenië is teruggegeven; beklemtoont dat tot dusver evenwel nog geen enkele van de resterende 91,5 ton fijn goud, die deel uitmaken van de reserves van de Nationale Bank van Roemenië, is teruggegeven, in weerwil van de protocollen die zijn ondertekend op het moment dat het bezit naar Rusland werd overgebracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>geeft uiting aan zijn bezorgdheid over het feit dat ondanks de oprichting van de Roemeens-Russische Gemengde Commissie van deskundigen, die de opdracht heeft gekregen besprekingen over deze kwestie mogelijk te maken, de pogingen om via bilaterale diplomatieke kanalen tussen Roemenië en Rusland te komen tot teruggave van het Roemeense nationaal bezit, waaronder de illegaal in beslag genomen goudreserves van de Nationale Bank van Roemenië, zijn gestuit op de weigering van Rusland om terug te geven wat vorige regimes onrechtmatig hebben achtergehouden in weerwil van de ondertekende restitutieprotocollen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan het behoud van het nationaal bezit van de lidstaten, zoals bepaald in de EU-Verdragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is verheugd over de aanzienlijke inspanningen van de EU om het nationale, culturele en historische erfgoed te beschermen door wetgeving en samenwerkingsmechanismen ten uitvoer te leggen voor de teruggave van cultuurgoederen en voorwerpen van het nationaal erfgoed die op onrechtmatige wijze van het grondgebied van EU-landen zijn verwijderd, en is ingenomen met de inspanningen van de EU ter bestrijding van de handel in cultuurgoederen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>erkent dat Richtlijn 2014/60/EU de belangrijkste pijler is van de toezegging van de EU om nationaal bezit en cultuurgoederen te beschermen, terwijl het EU-actieplan tegen de illegale handel in cultuurgoederen de bredere inzet van de EU voor de bescherming van cultureel erfgoed onderschrijft; wijst erop dat cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van de Unie zijn gebracht moeten worden teruggegeven, ongeacht of ze binnen de Unie zijn verplaatst of naar een niet-EU-land zijn overgebracht; merkt op dat volgens de desbetreffende bepalingen van het VWEU de huidige EU-wetgeving van toepassing is op de teruggave van cultuurgoederen en voorwerpen van het nationaal bezit die vóór 1 januari 1993 op onrechtmatige wijze door een lidstaat zijn overgebracht naar een andere lidstaat, maar dat de repatriëring van het Roemeense nationaal bezit een bijzonder geval blijft waarvoor nog een specifieke oplossing moet worden gevonden; benadrukt dat de uitzonderlijke aard van de illegale toe-eigening van het Roemeense nationaal bezit een aantal specifieke kenmerken vertoont die een op maat gemaakt Europees antwoord vereisen om de teruggave te vergemakkelijken, om zo de reikwijdte van de EU-aanpak voor de teruggave van goederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van EU-landen zijn gebracht, uit te breiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat voor de teruggave van cultuurgoederen en nationaal bezit van een EU-lidstaat die onrechtmatig zijn toegeëigend door een niet-EU-land, een diepgaande diplomatieke dialoog nodig is, zowel bilateraal als binnen internationale fora;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt de Commissie de reikwijdte van het EU-beleid inzake de bescherming van cultuurgoederen zodanig uit te breiden dat ook de teruggave van nationaal bezit dat in oorlogstijd in het kader van bilaterale overeenkomsten tussen staten is verplaatst, daaronder valt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden de teruggave van het Roemeense nationaal bezit op de diplomatieke bilaterale agenda voor de betrekkingen tussen de EU en Rusland te plaatsen, zodra de regionale context de hervatting van de politieke dialoog tussen de partijen toelaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>vraagt de Commissie concrete synergieën tot stand te brengen met de Roemeense staat, de Nationale Bank van Roemenië en andere relevante instituties om gecoördineerde inspanningen te ondernemen en alle diplomatieke middelen aan te wenden om te bemiddelen, de communicatie - in voorkomend geval - met de Russische evenknieën te bevorderen en oplossingen te zoeken om ervoor te zorgen dat het ontbrekende nationaal bezit zonder verdere vertraging wordt teruggebracht naar de plaats waar het thuishoort;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt de Commissie na te gaan of zij als partner kan optreden voor de Roemeense vertegenwoordigers die betrokken zijn bij de Roemeens-Russische Gemengde Commissie die de opdracht heeft gekregen de teruggave van het Roemeense nationaal bezit te bespreken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Raad van Europa en zijn Parlementaire Vergadering, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, en de staatsinstituties van de Russische Federatie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>