<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0187</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Vastlegging van aanvullende procedureregels met betrekking tot de handhaving van Verordening (EU) 2016/679</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0045/2024 - Rapporteur: Sergey Lagodinsky)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 10 april 2024 op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vastlegging van aanvullende procedureregels met betrekking tot de handhaving van Verordening (EU) 2016/679 (COM(2023)0348 – C9-0231/2023 – 2023/0202(COD))</STRING><FOOTNOTE><FIELD>De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 59, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A9-0045/2024).</FIELD></FOOTNOTE></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION/></ACTLST></DISPOSITIF><AMDLST><HD><HEAD.OLD><STRING ITALIC="on">Door de Commissie voorgestelde tekst</STRING></HEAD.OLD><HEAD.NEW><STRING ITALIC="on">Amendement</STRING></HEAD.NEW></HD><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		1</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(2)</NO.P>Om te zorgen voor een soepele en effectieve werking van de samenwerkings- en geschillenbeslechtingsmechanismen waarin is voorzien in de artikelen 60 en 65 van Verordening (EU) 2016/679 is het noodzakelijk regels vast te leggen met betrekking tot de afhandeling van de procedures door de toezichthoudende autoriteiten in grensoverschrijdende zaken en door het Comité tijdens de geschillenbeslechting, met inbegrip van de afhandeling van grensoverschrijdende klachten. Om die reden is het ook noodzakelijk regels vast te leggen over uitoefening van het recht om te worden gehoord door de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> partijen voorafgaand aan de vaststelling van besluiten door de toezichthoudende autoriteiten en, indien van toepassing, het Comité.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(2)</NO.P>Om te zorgen voor een soepele en effectieve werking van de samenwerkings- en geschillenbeslechtingsmechanismen waarin is voorzien in de artikelen 60 en 65 van Verordening (EU) 2016/679 is het noodzakelijk regels vast te leggen met betrekking tot de afhandeling van de procedures door de toezichthoudende autoriteiten in grensoverschrijdende zaken en door het Comité tijdens de geschillenbeslechting, met inbegrip van de afhandeling van grensoverschrijdende klachten. Om die reden is het ook noodzakelijk regels vast te leggen over uitoefening van het recht om te worden gehoord door de partijen voorafgaand aan de vaststelling van besluiten door de toezichthoudende autoriteiten en, indien van toepassing, het Comité. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze verordening strekt tot bescherming van het recht op behoorlijk bestuur, zoals vastgelegd in artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”). Om dit doel te bereiken, moeten alle gegevensbeschermingsautoriteiten bij de toepassing van de bepalingen van deze verordening op onpartijdige en onafhankelijke wijze en in overeenstemming met de rechtsstaat handelen, zoals vastgelegd in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		2</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(2 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze verordening en hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2016/679 regelen alleen bepaalde elementen van de samenwerkingsprocedure, wanneer toezichthoudende autoriteiten van meer dan één lidstaat aan de procedure deelnemen. Deze verordening is niet van toepassing wanneer een partij rechtstreeks een klacht indient bij een leidende toezichthoudende autoriteit in een andere lidstaat.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		3</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 2 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(2 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het procesrecht van elke lidstaat moet op de toezichthoudende autoriteiten van toepassing zijn voor zover deze verordening niet in de harmonisatie van een zaak voorziet. Sommige procedurele elementen, zoals de horizontale bewijslast van de verwerkingsverantwoordelijke uit hoofde van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679, zijn reeds geregeld bij het Unierecht. In overeenstemming met de voorrang van het recht van de Unie mogen de toezichthoudende autoriteiten het nationaal procesrecht niet toepassen wanneer dat in strijd is met deze verordening en Verordening (EU) 2016/679. De samenwerking tussen toezichthoudende autoriteiten mag niet worden beperkt vanwege verschillen in nationaal procesrecht. De toezichthoudende autoriteiten moeten gebruikmaken van alle opties waar het toepasselijk nationaal recht in voorziet teneinde het partijen in een andere lidstaat mogelijk te maken aan de procedures deel te nemen. Dit kan onder meer de vorm aannemen van deelname op afstand via een videoverbinding en het gebruik van tolken of algemeen beschikbare communicatiemiddelen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		4</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(3)</NO.P>Klachten zijn een essentiële bron van informatie om inbreuken op de gegevensbeschermingsregels op het spoor te komen. Het vaststellen van een duidelijke en efficiënte procedure voor de afhandeling van klachten in grensoverschrijdende zaken is noodzakelijk, aangezien de klacht mogelijk wordt afgehandeld door een andere toezichthoudende autoriteit dan waar de klacht is ingediend.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(3)</NO.P>Klachten zijn een essentiële bron van informatie om inbreuken op de gegevensbeschermingsregels op het spoor te komen. Het vaststellen van een duidelijke en efficiënte procedure voor de afhandeling van klachten in grensoverschrijdende zaken is noodzakelijk, aangezien de klacht mogelijk wordt afgehandeld door een andere toezichthoudende autoriteit dan waar de klacht is ingediend. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In dit verband wordt aanbevolen een efficiënt mechanisme voor communicatie tussen de toezichthoudende autoriteiten op te zetten, teneinde de informatie die nodig is om klachten af te handelen snel en veilig te kunnen uitwisselen met inachtneming van de gegevensbeschermingsregels.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		5</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(4)</NO.P>Een klacht moet bepaalde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie</STRING></STRING> bevatten om ontvankelijk te kunnen zijn. Om klagers te helpen met opgave van de noodzakelijke feiten aan de toezichthoudende autoriteiten is daarom een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">klachtenformulier</STRING></STRING> noodzakelijk. De op het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">formulier</STRING></STRING> opgegeven informatie mag alleen verplicht zijn in geval van grensoverschrijdende verwerking in de zin van Verordening (EU) 2016/679, hoewel de toezichthoudende autoriteiten het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">formulier</STRING></STRING> ook kunnen gebruiken voor zaken die geen betrekking hebben op grensoverschrijdende verwerking. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het formulier</STRING></STRING> kan elektronisch of per post worden ingediend.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Verstrekking van de in dat formulier vermelde informatie dient bij een klacht die betrekking heeft op grensoverschrijdende verwerking een voorwaarde te zijn om in aanmerking te komen als klacht zoals bedoeld in artikel 77 van Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING> Er mag geen aanvullende informatie vereist zijn om een klacht ontvankelijk te achten. Het moet voor toezichthoudende autoriteiten mogelijk zijn indiening van klachten te vergemakkelijken door middel van een gebruikersvriendelijk elektronisch format, rekening houdend met de behoeften van personen met een beperking<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, mits de van de klager gevraagde informatie overeenstemt met de in het formulier vereiste informatie en er geen aanvullende informatie noodzakelijk is om een klacht ontvankelijk te achten</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(4)</NO.P>Een klacht moet bepaalde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">minimuminformatie over de vermeende schending</STRING></STRING> bevatten om ontvankelijk te kunnen zijn<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of deze nu gaande is of al heeft plaatsgevonden</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het zich niet langer voordoen van een inbreuk mag niet voldoende reden zijn om een klacht af te wijzen.</STRING></STRING> Om klagers te helpen met opgave van de noodzakelijke feiten aan de toezichthoudende autoriteiten is daarom een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">klachtentemplate</STRING></STRING> noodzakelijk. De op het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">template</STRING></STRING> opgegeven informatie mag alleen verplicht zijn in geval van grensoverschrijdende verwerking in de zin van Verordening (EU) 2016/679, hoewel de toezichthoudende autoriteiten het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">template</STRING></STRING> ook kunnen gebruiken voor zaken die geen betrekking hebben op grensoverschrijdende verwerking. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De informatie</STRING></STRING> kan elektronisch of per post worden ingediend. Er mag geen aanvullende informatie vereist zijn om een klacht ontvankelijk te achten.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Wanneer een klacht niet aan de minimumvereisten voldoet, moet de toezichthoudende autoriteit de klacht afwijzen en de klager informeren over de ontbrekende informatie. De klager kan dan opnieuw een volledige klacht indienen. Hoewel de klager niet verplicht mag zijn contact op te nemen met de onderzochte partij alvorens een klacht in te dienen, moet de klager, indien hij of zij contact heeft gehad met de onderzochte partij alvorens de klacht met betrekking tot dezelfde kwestie in te dienen, de communicatie met betrekking tot dat contact indienen.</STRING></STRING> Het moet voor toezichthoudende autoriteiten mogelijk zijn indiening van klachten te vergemakkelijken door middel van een gebruikersvriendelijk elektronisch format, rekening houdend met de behoeften van personen met een beperking.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		6</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(5)</NO.P>De toezichthoudende autoriteiten zijn verplicht binnen een redelijke termijn te beslissen over klachten. Wat een redelijke termijn is, hangt af van de omstandigheden van het geval en met name de omstandigheden, de verschillende procedurestappen die de leidende toezichthoudende autoriteit heeft ondernomen, het gedrag van de partijen tijdens de procedure en de complexiteit van de zaak.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(5)</NO.P>De toezichthoudende autoriteiten zijn verplicht binnen een redelijke termijn te beslissen over klachten. Wat een redelijke termijn is, hangt af van de omstandigheden van het geval en met name de omstandigheden, de verschillende procedurestappen die de leidende toezichthoudende autoriteit heeft ondernomen, het gedrag van de partijen tijdens de procedure en de complexiteit van de zaak. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (EVRM) en de artikelen 41 en 47 van het Handvest vereisen een redelijke totale duur van de procedures. Aangezien dit ook rechtsmiddelen omvat op grond van artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679, zouden procedures voor toezichthoudende autoriteiten doorgaans niet langer dan negen maanden mogen duren, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen. Deze verordening voorziet in verlengingen in geval van vertragingen of verstoringen waarop de leidende toezichthoudende autoriteit geen invloed heeft. Daartoe moet worden gezorgd voor voldoende financiering en personeel om een tijdige en efficiënte behandeling van zaken te waarborgen zonder afbreuk te doen aan het recht op behoorlijk bestuur.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		7</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(5 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De rechtstreekse interactie tussen de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten en de partijen wordt beheerst door het nationale procesrecht, voor zover Verordening (EU) 2016/679, deze verordening of het recht van de Unie geen voorrang hebben. In het geval van indirecte interactie van een leidende toezichthoudende autoriteit met een partij via een andere toezichthoudende autoriteit, moet het procesrecht van laatstgenoemde autoriteit van toepassing zijn op elke directe interactie met de partij. Overeenkomstig artikel 56, lid 6, van Verordening (EU) 2016/679 heeft een klager het recht om uitsluitend te communiceren met de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend. Dit belet de klager niet om rechtstreeks te communiceren met een andere toezichthoudende autoriteit, met inbegrip van de leidende toezichthoudende autoriteit, wat efficiënter kan zijn.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		8</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(5 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om ervoor te zorgen dat in alle grensoverschrijdende zaken, ook in lidstaten waar geen gecodificeerd nationaal procesrecht bestaat, wordt voldaan aan de minimumvereisten van eerlijke en efficiënte procedures, stelt de verordening rechtstreeks toepasselijke regels vast op basis van artikel 41 van het Handvest.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		9</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(5 quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het moet mogelijk zijn om, in overeenstemming met het nationale procesrecht dat van toepassing is op de toezichthoudende autoriteit waarmee de partij rechtstreeks in contact staat, strikt noodzakelijke en evenredige beperkingen toe te passen met betrekking tot de openbaarmaking of het verdere gebruik van wettelijk beschermde informatie, zoals persoonsgegevens of handelsgeheimen die beschermd zijn krachtens Richtlijn (EU) 2016/943</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Dit kan de interne beraadslagingen en besluitvorming van de autoriteit omvatten. De minst ingrijpende maatregelen, zoals beperking van het gebruik van informatie of het zwart maken van informatie, moeten worden toegepast. Partijen moeten er altijd van op de hoogte worden gesteld dat hun informatie werd onthouden, en waarom. </STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">__________________</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1) </STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		10</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5 quinquies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(5 quinquies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leidende toezichthoudende autoriteit beheert de zaak in overeenstemming met deze verordening, Verordening (EU) 2016/679 en haar nationale procesrecht, en werkt daarbij in een geest van wederzijds begrip en vertrouwen volledig samen met andere toezichthoudende autoriteiten. Andere toezichthoudende autoriteiten moeten alle relevante informatie en hun standpunten aan de leidende toezichthoudende autoriteit verstrekken. De leidende toezichthoudende autoriteit moet de zaak op een efficiënte en passende wijze structureren, waarbij zij ten volle rekening houdt met de standpunten van andere toezichthoudende autoriteiten. Tegelijkertijd moet de procedure in overeenstemming zijn met Verordening (EU) 2016/679, met name waar het het één-loketmechanisme voor geschillenbeslechting en de bevoegdheden van de leidende toezichthoudende autoriteit betreft.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		11</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5 sexies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(5 sexies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toezichthoudende autoriteiten kunnen ook aanvullende procedures starten, bijvoorbeeld in het geval van systemische of herhaaldelijke inbreuken. Dit mag echter niet leiden tot inmenging in de rechten van de partijen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		12</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5 septies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(5 septies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Inbreuken kunnen betrekking hebben op de rechten van meerdere betrokkenen en dit betekent dat bewijsmateriaal uit procedures in andere procedures moeten worden gebruikt met het oog op een efficiënte procedure en consequente besluitvorming. Met het oog op een objectieve beoordeling van de hoogte van de immateriële schade per gemiddelde betrokkene, kunnen burgerlijke rechtbanken gebruikmaken van vaststaande feiten of bewijs voor het bepalen van een vordering uit hoofde van artikel 82 van Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		13</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5 octies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(5 octies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elke toezichthoudende autoriteit moet één of meer talen bepalen die zij aanvaardt voor inkomende informatie van andere toezichthoudende autoriteiten. Er moet een aanvullende gezamenlijke “samenwerkingstaal” worden gekozen die alle toezichthoudende autoriteiten moeten aanvaarden voor inkomende of uitgaande informatie. In geval van rechtsmiddelen is het aan de toezichthoudende autoriteit waartegen een rechtsmiddel is ingesteld om alle documenten in de relevante aanvaarde talen te vertalen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		14</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(6)</NO.P>Elke klacht die door een toezichthoudende autoriteit wordt afgehandeld op grond van artikel 57, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2016/679 moet met de nodige passende zorgvuldigheid worden onderzocht vanuit de gedachte dat elk gebruik van bevoegdheden door de toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">passend</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">noodzakelijk</STRING></STRING> en evenredig moet zijn met het oog op waarborging van de naleving van Verordening (EU) 2016/679.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Elke bevoegde autoriteit heeft de beoordelingsvrijheid om te beslissen in hoeverre een klacht moet worden onderzocht.</STRING></STRING> Bij de beoordeling in hoeverre een onderzoek passend is, moeten toezichthoudende autoriteiten ernaar streven aan de klager een bevredigende oplossing te bieden die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wellicht geen uitputtend</STRING></STRING> onderzoek vereist van alle juridische en feitelijke elementen uit de klacht, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maar wel effectief en snel is</STRING></STRING> voor de klager.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het oordeel over de omvang van de vereiste onderzoeksmaatregelen kan worden ingegeven door de ernst van de vermeende inbreuk, de systemische of herhaaldelijke aard daarvan of het feit, indien van toepassing, dat</STRING></STRING> de klager <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ook geprofiteerd heeft van zijn</STRING></STRING> rechten op grond van artikel 79 van Verordening (EU) 2016/679.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(6)</NO.P>Elke klacht die door een toezichthoudende autoriteit wordt afgehandeld op grond van artikel 57, lid 1, punt f), van Verordening (EU) 2016/679 moet met de nodige passende zorgvuldigheid worden onderzocht vanuit de gedachte dat elk gebruik van bevoegdheden door de toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">doeltreffend</STRING></STRING>, evenredig en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">afschrikkend</STRING></STRING> moet zijn met het oog op waarborging van de naleving van Verordening (EU) 2016/679. Bij de beoordeling in hoeverre een onderzoek passend is, moeten toezichthoudende autoriteiten ernaar streven aan de klager een bevredigende oplossing te bieden die onderzoek vereist van alle <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevante</STRING></STRING> juridische en feitelijke elementen uit de klacht, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om ervoor te zorgen dat gezamenlijk een beslissing kan worden genomen en een effectieve en snelle oplossing</STRING></STRING> voor de klager <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan worden geboden</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Niettegenstaande het feit dat het van belang is</STRING></STRING> de klager <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen een kort tijdsbestek van een bevredigende oplossing te voorzien, moeten de toezichthoudende autoriteiten naar behoren onderzoeken of een klacht duidt op een ernstigere of meer systemische inbreuk. Het plannen van de procedure is belangrijk om een snel resultaat te garanderen. Toezichthoudende autoriteiten mogen niet verwijzen naar de</STRING></STRING> rechten op grond van artikel 79 van Verordening (EU) 2016/679 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als reden om het onderzoek van een klacht te beperken</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om naleving van artikel 47 van het Handvest te waarborgen, moet de behandeling van een klacht altijd leiden tot een voor beroep vatbare beslissing. Tenzij een klacht wordt ingetrokken, mogen klachten niet worden afgesloten of anderszins worden beëindigd zonder een beslissing die aan een rechterlijke toetsing kan worden onderworpen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		15</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(7)</NO.P>De leidende toezichthoudende autoriteit dient aan de toezichthoudende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">autoriteit</STRING></STRING> waarbij de klacht is ingediend<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de benodigde informatie te verstrekken over de voortgang van het onderzoek teneinde de klager op de hoogte te kunnen houden</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(7)</NO.P>De leidende toezichthoudende autoriteit dient aan de toezichthoudende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">autoriteiten onmiddellijke toegang op afstand te verlenen tot een gezamenlijk dossier dat alle relevante documenten van de zaak bevat, met inbegrip van alle interne of vertrouwelijke informatie, alsook tot een vertaling van alle documenten in de samenwerkingstaal</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Daarnaast moet de leidende toezichthoudende autoriteit de andere toezichthoudende autoriteiten actief informeren over belangrijke veranderingen die onmiddellijke actie of nadere aandacht kunnen vereisen. Ook moet een duidelijke en efficiënte procedure voor de afhandeling van klachten in grensoverschrijdende zaken worden vastgesteld, aangezien de klacht mogelijk wordt afgehandeld door een andere toezichthoudende autoriteit dan</STRING></STRING> waarbij de klacht is ingediend.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		16</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 8</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(8)</NO.P>De bevoegde toezichthoudende autoriteit moet aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">klager</STRING></STRING> toegang verlenen tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de documenten op basis waarvan de toezichthoudende autoriteit tot een voorlopige conclusie is gekomen over volledige of gedeeltelijke afwijzing van de klacht</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(8)</NO.P>De bevoegde toezichthoudende autoriteit moet aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">partijen</STRING></STRING> toegang <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op afstand</STRING></STRING> verlenen tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het gezamenlijk dossier, maar kan dit recht op toegang onder bepaalde omstandigheden ook beperken</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Dankzij een dergelijke toegang moet het mogelijk zijn gebruik te maken van een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig artikel 47 van het Handvest.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		17</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 9</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(9)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat de toezichthoudende autoriteiten inbreuken op Verordening (EU) 2016/679 snel een halt toeroepen en een snelle oplossing bieden voor klagers, moeten de toezichthoudende autoriteiten ernaar streven klachten minnelijk te schikken, indien dit op zijn plaats is. Het feit dat een individuele klacht door middel van een minnelijke schikking is afgedaan, verhindert de bevoegde toezichthoudende autoriteit niet van ambtshalve voortzetting van een zaak, bijvoorbeeld in geval van systemische of herhaaldelijke inbreuken op Verordening (EU) 2016/679.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(9)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat de toezichthoudende autoriteiten inbreuken op Verordening (EU) 2016/679 snel een halt toeroepen en een snelle oplossing bieden voor klagers, moeten de toezichthoudende autoriteiten ernaar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen</STRING></STRING> streven klachten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tussen de partijen</STRING></STRING> minnelijk te schikken, indien dit op zijn plaats is.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Toezichthoudende autoriteiten mogen de behandeling van een klacht niet afhankelijk maken van deelname aan een procedure voor het treffen van een minnelijke schikking. Schikkingen moeten de vorm kunnen aannemen van een overeenkomst tussen de partijen op grond van het toepasselijke recht, maar moeten de autoriteiten binden.</STRING></STRING> Het feit dat een individuele klacht door middel van een minnelijke schikking is afgedaan, verhindert de bevoegde toezichthoudende autoriteit niet van ambtshalve voortzetting van een zaak, bijvoorbeeld in geval van systemische of herhaaldelijke inbreuken op Verordening (EU) 2016/679. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een dergelijke ambtshalve mogelijkheid mag echter niet worden misbruikt om besluiten over klachten uit te stellen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		18</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 10</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(10)</NO.P>Teneinde de effectieve werking van de samenwerkings- en coherentiemechanismen uit hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2016/679 te waarborgen, is het van belang dat grensoverschrijdende zaken vlot worden afgehandeld en in de geest van oprechte en effectieve samenwerking die ten grondslag ligt aan artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679. De leidende toezichthoudende autoriteit dient haar bevoegdheid uit te oefenen in nauwe samenwerking met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten. Omgekeerd dienen de betrokken toezichthoudende autoriteiten vanaf een vroeg stadium actief betrokken te zijn bij het onderzoek met het oog op het bereiken van consensus en met volledige gebruikmaking van de in Verordening (EU) 2016/679 geboden middelen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(10)</NO.P>Teneinde de effectieve werking van de samenwerkings- en coherentiemechanismen uit hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2016/679 te waarborgen, is het van belang dat grensoverschrijdende zaken vlot worden afgehandeld en in de geest van oprechte en effectieve samenwerking die ten grondslag ligt aan artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679. De leidende toezichthoudende autoriteit dient haar bevoegdheid uit te oefenen in nauwe samenwerking met de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten. Omgekeerd dienen de betrokken toezichthoudende autoriteiten vanaf een vroeg stadium actief betrokken te zijn bij het onderzoek met het oog op het bereiken van consensus en met volledige gebruikmaking van de in Verordening (EU) 2016/679 geboden middelen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dit dient in overeenstemming te zijn met het één-loketmechanisme van Verordening (EU) 2016/679 en, in voorkomend geval, waarborgen bieden betreffende niet-discriminerende behandeling van partijen, rechtszekerheid, en onafhankelijkheid van de vaststelling van besluiten door de toezichthoudende autoriteiten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		19</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 11</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(11)</NO.P>Het is met name belangrijk dat toezichthoudende autoriteiten zo vroeg mogelijk, voorafgaand aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kennisgeving van de vermeende inbreuken aan de onderzochte partijen en de</STRING></STRING> vaststelling van het ontwerpbesluit zoals bedoeld in artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679, consensus bereiken over de belangrijkste aspecten van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het onderzoek</STRING></STRING> waardoor minder zaken zullen worden voorgelegd aan het geschillenbeslechtingsmechanisme uit artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679 en uiteindelijk grensoverschrijdende zaken snel worden opgelost.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(11)</NO.P>Het is met name belangrijk dat toezichthoudende autoriteiten zo vroeg mogelijk, voorafgaand aan de vaststelling van het ontwerpbesluit zoals bedoeld in artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679, consensus bereiken over de belangrijkste aspecten van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de zaak via de samenvatting van belangrijke kwesties en commentaar op die samenvatting</STRING></STRING> waardoor minder zaken zullen worden voorgelegd aan het geschillenbeslechtingsmechanisme uit artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679 en uiteindelijk grensoverschrijdende zaken snel worden opgelost.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		20</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 12</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(12)</NO.P>De samenwerking tussen toezichthoudende autoriteiten dient te zijn gebaseerd op een open dialoog die de betrokken toezichthoudende autoriteiten in staat stelt invloed van betekenis uit te oefenen op het onderzoek door hun ervaringen en standpunten te delen met de leidende toezichthoudende autoriteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inachtneming van de ruimte voor de beoordelingsvrijheid die elke</STRING></STRING> toezichthoudende autoriteit heeft<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van het oordeel in hoeverre het op zijn plaats is een zaak te onderzoeken, en van de verschillende tradities van de lidstaten. Met het oog hierop dient</STRING></STRING> de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten</STRING></STRING> een samenvatting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te</STRING></STRING> verstrekken van de belangrijkste punten met haar voorlopige standpunt over de hoofdpunten van een onderzoek. Deze samenvatting dient in een vroeg stadium te worden verstrekt om effectieve betrokkenheid van de betrokken toezichthoudende autoriteiten mogelijk te maken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, maar tegelijkertijd ook in een stadium waarin de standpunten over de zaak van de leidende toezichthoudende autoriteit al voldoende ontwikkeld zijn</STRING></STRING>. De betrokken toezichthoudende autoriteiten moeten de gelegenheid krijgen commentaar te geven op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een breed spectrum van vragen, zoals de reikwijdte van het onderzoek en de vaststelling van ingewikkelde feitelijke en juridische beoordelingen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Gelet op het gegeven dat de reikwijdte van het onderzoek bepaalt welke zaken onderzoek door de leidende</STRING></STRING> toezichthoudende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">autoriteit</STRING></STRING> vereisen, moeten toezichthoudende autoriteiten ernaar streven zo vroeg mogelijk consensus te bereiken over de reikwijdte van het onderzoek.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(12)</NO.P>De samenwerking tussen toezichthoudende autoriteiten dient te zijn gebaseerd op een open dialoog die de betrokken toezichthoudende autoriteiten in staat stelt invloed van betekenis uit te oefenen op het onderzoek door hun ervaringen en standpunten te delen met de leidende toezichthoudende autoriteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. </STRING></STRING>De toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarbij de klacht is ingediend of die een ambtshalve maatregel eist,</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan</STRING></STRING> de leidinggevende toezichthoudende autoriteit een samenvatting verstrekken van de belangrijkste punten met haar voorlopige standpunt over de hoofdpunten van een onderzoek.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De leidende toezichthoudende autoriteit moet de samenvatting van de belangrijkste punten opstellen. De samenvatting van de belangrijkste punten moet deel uitmaken van het gezamenlijke dossier, en moet een levend document zijn dat in de loop van de procedure door de leidende toezichthoudende autoriteit wordt bijgewerkt.</STRING></STRING> Deze samenvatting dient in een vroeg stadium te worden verstrekt om effectieve betrokkenheid van de betrokken toezichthoudende autoriteiten mogelijk te maken. De betrokken toezichthoudende autoriteiten moeten de gelegenheid krijgen commentaar te geven op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elke actualisering van de samenvatting van de belangrijkste punten</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De</STRING></STRING> toezichthoudende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">autoriteiten</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten de mogelijkheid hebben om eventuele geschillen aan het Comité voor te leggen.</STRING></STRING> Toezichthoudende autoriteiten streven ernaar zo vroeg mogelijk consensus te bereiken over de reikwijdte van het onderzoek.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		21</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 13</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(13)</NO.P>In het belang van effectieve, inclusieve samenwerking tussen alle betrokken toezichthoudende autoriteiten en de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dient het commentaar van</STRING></STRING> de betrokken toezichthoudende autoriteiten beknopt, voldoende duidelijk en nauwkeurig te zijn zodat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dit</STRING></STRING> gemakkelijk te begrijpen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is</STRING></STRING> voor alle toezichthoudende autoriteiten. De juridische argumenten moeten worden gegroepeerd door verwijzing naar het deel van de samenvatting op hoofdpunten waarop deze betrekking hebben. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteiten kunnen aanvullende documenten worden gevoegd.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een verwijzing naar aanvullende documenten in het commentaar van een betrokken toezichthoudende autoriteit kan echter niet volstaan indien daarin de essentiële juridische of feitelijke argumenten ontbreken. De juridische en feitelijke bijzonderheden die de grondslag vormen voor dergelijke documenten moeten in ieder geval samengevat, coherent en begrijpelijk worden aangegeven in het commentaar zelf.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>(13)</NO.P>In het belang van effectieve, inclusieve samenwerking tussen alle betrokken toezichthoudende autoriteiten en de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dienen door</STRING></STRING> de betrokken toezichthoudende autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de partijen ingediende documenten</STRING></STRING> beknopt, voldoende duidelijk en nauwkeurig te zijn zodat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deze</STRING></STRING> gemakkelijk te begrijpen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn</STRING></STRING> voor alle toezichthoudende autoriteiten. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende autoriteiten kunnen daarom de lengte van de ingediende stukken van de partijen beperken.</STRING></STRING> De juridische argumenten moeten worden gegroepeerd door verwijzing naar het deel van de samenvatting op hoofdpunten waarop deze betrekking hebben.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		22</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 14</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(14)</NO.P>Zaken die niet leiden tot betwisting, vereisen geen uitgebreide bespreking door de toezichthoudende autoriteiten om tot consensus te komen en kunnen derhalve sneller worden afgehandeld. Wanneer geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten commentaar naar voren brengt over de samenvatting op hoofdpunten, dient de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in artikel 14 bedoelde voorlopige bevindingen</STRING></STRING> binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">negen</STRING></STRING> maanden bekend te maken.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(14)</NO.P>Zaken die niet leiden tot betwisting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">(niet-contentieuze zaken)</STRING></STRING>, vereisen geen uitgebreide bespreking door de toezichthoudende autoriteiten om tot consensus te komen en kunnen derhalve sneller worden afgehandeld. Wanneer geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten commentaar naar voren brengt over de samenvatting op hoofdpunten, dient de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het ontwerpbesluit</STRING></STRING> binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> maanden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">na ontvangst van de klacht</STRING></STRING> bekend te maken.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		23</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 15</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(15)</NO.P>De toezichthoudende autoriteiten dienen alles in het werk te stellen om in een sfeer van oprechte en effectieve samenwerking tot consensus te komen. Wanneer de betrokken toezichthoudende autoriteiten en de leidende toezichthoudende autoriteit derhalve van mening verschillen over de reikwijdte <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van een onderzoek op basis van een klacht, waaronder de bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 op grond waarvan de inbreuk wordt onderzocht, of wanneer het commentaar</STRING></STRING> van de betrokken toezichthoudende autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">betrekking heeft op een belangrijke wijziging in de ingewikkelde juridische of technische beoordeling, dient de betrokken toezichthoudende autoriteit gebruik te maken van de middelen waarin is voorzien in de artikelen</STRING></STRING> 61 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> 62 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van Verordening (EU) 2016/679</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(15)</NO.P>De toezichthoudende autoriteiten dienen alles in het werk te stellen om in een sfeer van oprechte en effectieve samenwerking tot consensus te komen. Wanneer de betrokken toezichthoudende autoriteiten en de leidende toezichthoudende autoriteit derhalve van mening verschillen over de reikwijdte <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of procedurele kwesties van een zaak, moeten de toezichthoudende autoriteiten de zaak snel aan het Comité voorleggen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het Comité moet de noodzakelijke procedurele beslissingen nemen. Het Comité en de toezichthoudende autoriteiten moeten ernaar streven lopende procedures zo snel mogelijk af te ronden. De leidende toezichthoudende autoriteit of een</STRING></STRING> van de betrokken toezichthoudende autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ook in staat zijn het Comité om een dringend bindend besluit te verzoeken, zonder dat op grond van artikel</STRING></STRING> 61 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of artikel</STRING></STRING> 62 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een verzoek is ingediend</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		24</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 16</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(16)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de toezichthoudende autoriteiten er met deze middelen niet in slagen consensus te bereiken over de reikwijdte van een op een klacht gebaseerd onderzoek, dient de leidende toezichthoudende autoriteit het Comité te verzoeken om een dringend bindend besluit op grond van artikel 66, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679. Ten behoeve hiervan moet het vereiste van dringendheid verondersteld worden. De leidende toezichthoudende autoriteit dient passende conclusies te trekken uit het dringende bindend besluit van het Comité ten behoeve van de voorlopige bevindingen. Het dringende bindend besluit van het Comité kan niet de plaats innemen van het resultaat van het onderzoek door de leidende toezichthoudende autoriteit of de effectiviteit van de rechten van de onderzochte partijen om te worden gehoord. Het Comité behoort met name de reikwijdte van het onderzoek niet op eigen initiatief uit te breiden.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		25</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 17</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(17)</NO.P>Teneinde de klager in staat te stellen zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679 uit te oefenen, dient de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toezichthoudende autoriteit bij volledige of gedeeltelijke afwijzing</STRING></STRING> van een klacht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dit te doen door middel van</STRING></STRING> een besluit waartegen beroep kan worden ingesteld bij een nationale rechtbank.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(17)</NO.P>Teneinde de klager in staat te stellen zijn recht op een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679 uit te oefenen, dient de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">behandeling</STRING></STRING> van een klacht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">altijd te leiden tot</STRING></STRING> een besluit waartegen beroep kan worden ingesteld bij een nationale rechtbank.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		26</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 18</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(18)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Klagers dienen de gelegenheid te krijgen hun standpunten duidelijk te maken voordat een besluit in hun nadeel wordt genomen. In geval volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht in een grensoverschrijdende zaak dient de klager derhalve de gelegenheid te krijgen zijn standpunten kenbaar te maken voor de indiening van een ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679, een herzien ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 of een bindend besluit van het Comité op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679. De klager kan verzoeken om inzage in de niet-vertrouwelijke versie van de documenten waarop het besluit tot volledige of gedeeltelijke afwijzing van de klacht is gebaseerd.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		27</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 19</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(19)</NO.P>Het is noodzakelijk de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, duidelijk te maken in geval van afwijzing van een klacht in een grensoverschrijdende zaak. Als aanspreekpunt voor de klager tijdens het onderzoek dient de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de klager te vragen naar diens standpunten over de voorgenomen afwijzing van de klacht. Deze dient ook</STRING></STRING> verantwoordelijk te zijn voor alle communicatie met de klager. Al dergelijke communicatie dient te worden gedeeld met de leidende toezichthoudende autoriteit. Aangezien op grond van artikel 60, leden 8 en 9, van Verordening (EU) 2016/679 de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, verantwoordelijk is voor goedkeuring van het definitieve besluit tot afwijzing van de klacht, dient die toezichthoudende autoriteit ook <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verantwoordelijk te zijn voor</STRING></STRING> de voorbereiding van het ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(19)</NO.P>Het is noodzakelijk de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, duidelijk te maken in geval van afwijzing van een klacht in een grensoverschrijdende zaak. Als aanspreekpunt voor de klager tijdens het onderzoek dient de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend verantwoordelijk te zijn voor alle communicatie met de klager. Al dergelijke communicatie dient te worden gedeeld met de leidende toezichthoudende autoriteit. Aangezien op grond van artikel 60, leden 8 en 9, van Verordening (EU) 2016/679 de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, verantwoordelijk is voor goedkeuring van het definitieve besluit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, dat in overeenstemming moet zijn met haar nationale procedurerecht,</STRING></STRING> tot afwijzing van de klacht, dient die toezichthoudende autoriteit ook <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door de leidende toezichthoudende autoriteit te worden betrokken bij</STRING></STRING> de voorbereiding van het ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 3, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en elk definitief besluit overeenkomstig artikel 60, leden 7 tot en met 9,</STRING></STRING> van Verordening (EU) 2016/679.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		28</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 21</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(21)</NO.P>Teneinde het recht op behoorlijk bestuur en het recht van verdediging daadwerkelijk te waarborgen, zoals vastgelegd in het Handvest <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de grondrechten van de Europese Unie (hierna “het Handvest” genoemd)</STRING></STRING>, met inbegrip van het recht van iedere persoon om te worden gehoord voorafgaand aan een individuele maatregel die hem nadelig zou raken, is het van belang te zorgen voor duidelijke regels over de uitoefening van dit recht.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(21)</NO.P>Teneinde het recht op behoorlijk bestuur en het recht van verdediging daadwerkelijk te waarborgen, zoals vastgelegd in het Handvest, met inbegrip van het recht van iedere persoon om te worden gehoord voorafgaand aan een individuele maatregel die hem nadelig zou raken, is het van belang te zorgen voor duidelijke regels over de uitoefening van dit recht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor alle partijen die bij een zaak betrokken zijn</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Alle partijen moeten gerechtigd zijn het recht om te worden gehoord af te wijzen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		29</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 22</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(22)</NO.P>De regels met betrekking tot de door de toezichthoudende autoriteiten toegepaste administratieve procedure bij handhaving van Verordening (EU) 2016/679 dienen ervoor te zorgen dat de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> partijen daadwerkelijk de gelegenheid krijgen hun standpunten naar voren te brengen over de juistheid en relevantie van de feiten, bezwaren en omstandigheden die tijdens de procedure naar voren zijn gebracht door de toezichthoudende autoriteit, zodat zij in staat zijn hun rechten van verdediging uit te oefenen. In de voorlopige bevindingen wordt het voorlopige standpunt na onderzoek naar de vermeende inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 uiteengezet. Deze vormen op deze wijze een wezenlijke procedurele waarborg voor inachtneming van het recht om te worden gehoord. De <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> partijen moeten de beschikking krijgen over <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> benodigde documenten om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zichzelf</STRING></STRING> naar behoren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te verdedigen en</STRING></STRING> commentaar te geven op de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inbreuken waarvan zij verdacht worden</STRING></STRING> door toegang te krijgen tot het administratieve dossier.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(22)</NO.P>De regels met betrekking tot de door de toezichthoudende autoriteiten toegepaste administratieve procedure bij handhaving van Verordening (EU) 2016/679 dienen ervoor te zorgen dat de partijen daadwerkelijk het recht hebben om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te worden gehoord, en</STRING></STRING> de gelegenheid krijgen hun standpunten naar voren te brengen over de juistheid en relevantie van de feiten, bezwaren en omstandigheden die tijdens de procedure naar voren zijn gebracht door de toezichthoudende autoriteit, zodat zij in staat zijn hun rechten van verdediging uit te oefenen. In de voorlopige bevindingen wordt het voorlopige standpunt na onderzoek naar de vermeende inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 uiteengezet. Deze vormen op deze wijze een wezenlijke procedurele waarborg voor inachtneming van het recht om te worden gehoord. De partijen moeten de beschikking krijgen over <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle</STRING></STRING> benodigde documenten om naar behoren commentaar te geven op de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor het onderzoek relevante zaken</STRING></STRING> door toegang te krijgen tot het administratieve <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gezamenlijke</STRING></STRING> dossier.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		30</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 23</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(23)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De voorlopige bevindingen bepalen de reikwijdte van het onderzoek en daardoor ook de reikwijdte van een toekomstig definitief besluit, indien van toepassing, op basis van een bindend besluit van het Comité op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679), dat aan verwerkingsverantwoordelijken of verwerkers kan worden gestuurd.</STRING></STRING> De voorlopige bevindingen dienen zodanig te zijn verwoord dat ze ook in beknopte vorm voldoende duidelijk zijn om de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> partijen in staat te stellen de aard van de vermeende inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 naar behoren te achterhalen. Aan de verplichting om aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> partijen alle noodzakelijke informatie te verstrekken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">teneinde hen in staat te stellen zich naar behoren te verdedigen</STRING></STRING> is voldaan als in het definitieve besluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de onderzochte partijen niet worden beschuldigd van andere inbreuken dan de in de voorlopige bevindingen vermelde en</STRING></STRING> alleen feiten in aanmerking zijn genomen waarover de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> partijen hun standpunten kenbaar hebben kunnen maken. Het definitieve besluit van de leidende toezichthoudende autoriteit hoeft echter niet noodzakelijkerwijs een exacte kopie van de voorlopige bevindingen te zijn. De leidende toezichthoudende autoriteit dient te worden toegestaan om in het definitieve besluit de antwoorden van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> partijen op de voorlopige bevindingen en, indien van toepassing, het herziene ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 en het besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), waarmee het geschil tussen de toezichthoudende autoriteiten is beslecht mee te laten wegen. De leidende toezichthoudende autoriteit dient in staat te zijn haar eigen oordeel te vellen over de door de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> partijen naar voren gebrachte feiten en juridische kwalificaties ofwel om de bezwaren in te trekken wanneer de toezichthoudende autoriteit deze ongegrond bevindt of haar argumenten aan te vullen of anders te formuleren, zowel in feite als in rechte, ter ondersteuning van de bezwaren die zij in stand houdt. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rekening houden met een argument dat door een onderzochte partij naar voren is gebracht tijdens de administratieve procedure zonder dat deze de gelegenheid heeft gekregen daarover een mening te uiten voor de goedkeuring van het definitieve besluit hoeft niet per se een schending van de rechten van verdediging te vormen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>(23)</NO.P>De voorlopige bevindingen dienen zodanig te zijn verwoord dat ze ook in beknopte vorm voldoende duidelijk zijn om de partijen in staat te stellen de aard van de vermeende inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 naar behoren te achterhalen. Aan de verplichting om aan de partijen alle noodzakelijke informatie te verstrekken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om te worden gehoord</STRING></STRING>, is voldaan als in het definitieve besluit alleen feiten in aanmerking zijn genomen waarover de partijen hun standpunten kenbaar hebben kunnen maken. Het definitieve besluit van de leidende toezichthoudende autoriteit hoeft echter niet noodzakelijkerwijs een exacte kopie van de voorlopige bevindingen te zijn. De leidende toezichthoudende autoriteit dient te worden toegestaan om in het definitieve besluit de antwoorden van de partijen op de voorlopige bevindingen en, indien van toepassing, het herziene ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 en het besluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van het Comité</STRING></STRING> op grond van artikel 65, lid 1, punt a), <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van die verordening</STRING></STRING> waarmee het geschil tussen de toezichthoudende autoriteiten is beslecht mee te laten wegen. De leidende toezichthoudende autoriteit dient in staat te zijn haar eigen oordeel te vellen over de door de partijen naar voren gebrachte feiten en juridische kwalificaties ofwel om de bezwaren in te trekken wanneer de toezichthoudende autoriteit deze ongegrond bevindt of haar argumenten aan te vullen of anders te formuleren, zowel in feite als in rechte, ter ondersteuning van de bezwaren die zij in stand houdt.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		31</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 24</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(24)</NO.P>De <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> partijen dienen het recht te krijgen om te worden gehoord voorafgaand aan de voorlegging van een herzien ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 of de vaststelling van een bindend besluit door het Comité op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(24)</NO.P>De partijen dienen het recht te krijgen om te worden gehoord <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in geëigende fasen van de procedure, met name</STRING></STRING> voorafgaand aan de voorlegging van een herzien ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 of de vaststelling van een bindend besluit door het Comité op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		32</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 25</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(25)</NO.P>Klagers dienen de mogelijkheid te krijgen betrokken te raken bij de door een toezichthoudende autoriteit aangespannen procedure met het oog op het vaststellen of ophelderen van kwesties die betrekking hebben op een mogelijke inbreuk op Verordening (EU) 2016/679. Het feit dat een toezichthoudende autoriteit al een onderzoek is gestart naar het onderwerp van de klacht of de klacht zal afhandelen in een ambtshalve onderzoek na ontvangst van de klacht, staat de kwalificatie van betrokkene als klager niet in de weg. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een onderzoek door een toezichthoudende autoriteit naar een mogelijke inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 door een verwerkingsverantwoordelijke of verwerker vormt echter geen contradictoire procedure tussen de klager en de onderzochte partijen. Het is een procedure die is aangespannen door een toezichthoudende autoriteit, op haar eigen initiatief of op grond van een klacht, ter vervulling van haar taken op grond van artikel 57, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679. De onderzochte partijen en de klager verkeren daardoor niet in dezelfde procedurele positie en klager kan zich niet beroepen op het recht op een eerlijk proces wanneer het besluit geen nadelige gevolgen heeft voor zijn juridische positie. De betrokkenheid van de klager bij de procedure tegen de onderzochte partijen mag het recht van deze partijen om te worden gehoord niet in gevaar brengen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>(25)</NO.P>Klagers dienen de mogelijkheid te krijgen betrokken te raken bij de door een toezichthoudende autoriteit aangespannen procedure met het oog op het vaststellen of ophelderen van kwesties die betrekking hebben op een mogelijke inbreuk op Verordening (EU) 2016/679. Het feit dat een toezichthoudende autoriteit al een onderzoek is gestart naar het onderwerp van de klacht of de klacht zal afhandelen in een ambtshalve onderzoek na ontvangst van de klacht, staat de kwalificatie van betrokkene als klager niet in de weg.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		33</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 25 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(25 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niettegenstaande het feit dat de onderzochte partijen en de klager niet in dezelfde procedurele positie verkeren, zijn er omstandigheden waarin klagers argumenten en bewijs kunnen aanvoeren die de voortgang van het onderzoek ten goede kunnen komen. Dit is met name het geval in omstandigheden waarin een orgaan, organisatie of vereniging zonder winstoogmerk overeenkomstig artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679 een klacht heeft ingediend namens een betrokkene of op eigen initiatief. De toezichthoudende autoriteiten moeten er, met behoud van hun onafhankelijkheid, voor zorgen dat dergelijke klagers tijdens alle fasen van het onderzoek, ook bij ambtshalve onderzoeken, gehoord kunnen worden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		34</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 26</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(26)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Klagers dienen de mogelijkheid te krijgen om schriftelijke opmerkingen in te dienen over de voorlopige bevindingen. Zij mogen evenwel geen toegang hebben tot bedrijfsgeheimen of andere vertrouwelijke gegevens van andere partijen die bij de procedure zijn betrokken. Klagers dienen geen recht op algemene toegang tot het administratieve dossier te krijgen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		35</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 27</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(27)</NO.P>Bij het vaststellen van de termijnen voor de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> partijen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en klagers</STRING></STRING> voor indiening van hun standpunten over de voorlopige bevindingen dienen de toezichthoudende autoriteiten rekening te houden met de complexiteit van de kwestie die in deze bevindingen aan de orde komen, zodat de onderzochte partijen en klagers voldoende gelegenheid krijgen om op zinvolle wijze hun standpunten over de besproken kwesties naar voren te brengen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(27)</NO.P>Bij het vaststellen van de termijnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de limieten voor de lengte van de ingediende stukken</STRING></STRING> voor de partijen voor indiening van hun standpunten over de voorlopige bevindingen dienen de toezichthoudende autoriteiten rekening te houden met de complexiteit van de kwestie die in deze bevindingen aan de orde komen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alsook met de mogelijkheid van</STRING></STRING> de onderzochte partijen en de klagers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om te reageren,</STRING></STRING> zodat de onderzochte partijen voldoende gelegenheid krijgen om op zinvolle wijze hun standpunten over de besproken kwesties naar voren te brengen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Dit mag echter niet leiden tot onnodig lange procedures.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		36</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 28</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(28)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De uitwisseling van standpunten voorafgaand aan goedkeuring van een ontwerpbesluit houdt een open dialoog in en een uitgebreide uitwisseling van standpunten waarbij de toezichthoudende autoriteiten hun uiterste best dienen te doen om consensus te bereiken over de voortgang van een onderzoek. Omgekeerd moet het verschil van mening, geuit in relevante en gemotiveerde bezwaren op grond van artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679, die de kans op geschillenbeslechting tussen toezichthoudende autoriteiten op grond van artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679 verhogen en de vaststelling van een definitief besluit door de bevoegde toezichthoudende autoriteit vertragen, zich voordoen in het uitzonderlijke geval dat de toezichthoudende autoriteiten er niet in slagen consensus te bereiken en waar nodig om de coherente interpretatie van Verordening (EU) 2016/679 te waarborgen. Dergelijke bezwaren dienen spaarzaam te worden ingezet wanneer het gaat om coherente handhaving van Verordening (EU) 2016/679, aangezien elk gebruik van relevante en gemotiveerde bezwaren leidt tot vertraging van de oplossing voor betrokkene. Aangezien over de reikwijdte van het onderzoek en de relevante feiten dient te worden beslist voorafgaand aan de verzending van de voorlopige bevindingen, dienen deze kwesties door de betrokken toezichthoudende autoriteiten niet te worden opgeworpen door middel van relevante en gemotiveerde bezwaren. Deze kunnen de betrokken toezichthoudende autoriteiten echter aan de orde stellen in hun commentaar op de samenvatting op hoofdpunten op grond van artikel 9, lid 3, voordat de voorlopige bevindingen naar de onderzochte partijen worden gestuurd.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		37</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 29</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(29)</NO.P>In het belang van een doeltreffende en inclusieve afronding van de geschillenbeslechtingsprocedure waarin alle toezichthoudende autoriteiten de gelegenheid moeten krijgen hun standpunten bij te dragen en gelet op de dwingende termijnen tijdens geschillenbeslechting, dienen de relevante en gemotiveerde bezwaren wat vorm en structuur betreft, te voldoen aan bepaalde vereisten. Derhalve dienen relevante en gemotiveerde bezwaren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te worden beperkt tot een voorgeschreven lengte,</STRING></STRING> duidelijk het verschil van mening over het ontwerpbesluit aan te geven en dit alles in voldoende duidelijke, coherente en nauwkeurige bewoordingen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(29)</NO.P>In het belang van een doeltreffende en inclusieve afronding van de geschillenbeslechtingsprocedure waarin alle toezichthoudende autoriteiten de gelegenheid moeten krijgen hun standpunten bij te dragen en gelet op de dwingende termijnen tijdens geschillenbeslechting, dienen de relevante en gemotiveerde bezwaren wat vorm en structuur betreft, te voldoen aan bepaalde vereisten. Derhalve dienen relevante en gemotiveerde bezwaren duidelijk het verschil van mening over het ontwerpbesluit aan te geven en dit alles in voldoende duidelijke, coherente en nauwkeurige bewoordingen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		38</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 30</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(30)</NO.P>Toegang tot het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">administratieve</STRING></STRING> dossier <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> verleend <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als onderdeel</STRING></STRING> van de in het Handvest verankerde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rechten van verdediging en het</STRING></STRING> recht op behoorlijk bestuur. Aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> partijen dient toegang te worden verleend tot het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">administratieve</STRING></STRING> dossier <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wanneer deze op de hoogte worden gesteld van de voorlopige bevindingen en de termijn voor indiening van hun schriftelijke antwoord op de voorlopige bevindingen dient te worden vastgesteld</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(30)</NO.P>Toegang tot het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gezamenlijke</STRING></STRING> dossier <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan worden</STRING></STRING> verleend <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de geest</STRING></STRING> van het in het Handvest verankerde recht op behoorlijk bestuur. Aan de partijen dient toegang te worden verleend tot het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gezamenlijke</STRING></STRING> dossier. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op verzoek van een partij kan de toegang van de partijen tot het gezamenlijke dossier worden beperkt om hun wettelijk erkende rechten of de rechten van anderen te beschermen, of in het algemeen belang.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die beperking moet evenredig zijn met de betreffende erkende rechten van anderen of met het algemeen belang.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		39</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 31</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(31)</NO.P>Bij het verlenen van toegang tot het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">administratieve</STRING></STRING> dossier dienen de toezichthoudende autoriteiten te zorgen voor bescherming van bedrijfsgeheimen en andere vertrouwelijke informatie. De categorie andere vertrouwelijke gegevens omvat andere gegevens dan bedrijfsgeheimen, die als vertrouwelijk kunnen worden beschouwd voor zover de openbaarmaking ervan een verwerkingsverantwoordelijke, een verwerker of een natuurlijke persoon aanzienlijk zou schaden. De toezichthoudende autoriteiten dienen in staat te zijn aan onderzochte partijen die documenten of verklaringen overleggen of hebben overgelegd te verzoeken aan te geven welke informatie vertrouwelijk is.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(31)</NO.P>Bij het verlenen van toegang tot het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gezamenlijk</STRING></STRING> dossier dienen de toezichthoudende autoriteiten te zorgen voor bescherming van bedrijfsgeheimen en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere wettelijk beschermde</STRING></STRING> vertrouwelijke informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alsook voor bescherming van informatie van publiek belang overeenkomstig het toepasselijk nationaal recht</STRING></STRING>. De categorie andere vertrouwelijke gegevens omvat andere gegevens dan bedrijfsgeheimen, die als vertrouwelijk kunnen worden beschouwd voor zover de openbaarmaking ervan een verwerkingsverantwoordelijke, een verwerker of een natuurlijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of rechtspersoon</STRING></STRING> aanzienlijk zou schaden. De toezichthoudende autoriteiten dienen in staat te zijn aan onderzochte partijen die documenten of verklaringen overleggen of hebben overgelegd, te verzoeken aan te geven welke informatie vertrouwelijk is <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en een niet-vertrouwelijke versie te verstrekken</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		40</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 33</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(33)</NO.P>Bij doorverwijzing van een zaak voor de geschillenbeslechting op grond van artikel 65 Verordening (EU) 2016/679 dient de leidende toezichthoudende autoriteit aan het Comité alle benodigde informatie te verstrekken om het in staat te stellen de ontvankelijkheid van relevante en gemotiveerde bezwaren te beoordelen en het besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 te nemen. Na ontvangst van alle <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 23 vermelde</STRING></STRING> noodzakelijke documenten door het Comité dient <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de voorzitter van</STRING></STRING> het Comité de doorverwijzing van de zaak te registreren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de zin van</STRING></STRING> artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(33)</NO.P>Bij doorverwijzing van een zaak voor de geschillenbeslechting op grond van artikel 65 Verordening (EU) 2016/679 dient de leidende toezichthoudende autoriteit aan het Comité alle benodigde informatie te verstrekken om het in staat te stellen de ontvankelijkheid van relevante en gemotiveerde bezwaren te beoordelen en het besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 te nemen. Na ontvangst van alle noodzakelijke documenten door het Comité dient het Comité de doorverwijzing van de zaak te registreren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig</STRING></STRING> artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		41</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 34</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(34)</NO.P>Het bindend besluit van het Comité op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 kan uitsluitend betrekking hebben op zaken die hebben geleid tot de geschillenbeslechting; het wordt zodanig opgesteld dat de leidende toezichthoudende autoriteit haar definitieve besluit kan vaststellen op basis van het besluit van het Comité<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met behoud van haar discretionaire bevoegdheid</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(34)</NO.P>Het bindend besluit van het Comité op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 kan uitsluitend betrekking hebben op zaken die hebben geleid tot de geschillenbeslechting; het wordt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in duidelijke en nauwkeurige bewoordingen</STRING></STRING> opgesteld, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en wel</STRING></STRING> zodanig dat de leidende toezichthoudende autoriteit haar definitieve besluit kan vaststellen op basis van het besluit van het Comité.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		42</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 36</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(36)</NO.P>Ten behoeve van de stroomlijning van de procedure voor vaststelling van dringende adviezen en dringende bindende besluiten van het Comité op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 is het noodzakelijk procedureregels vast te stellen met betrekking tot het moment van het verzoek om een dringend advies of een dringend bindend besluit, de aan het Comité over te leggen documenten waarop het Comité zijn besluit dient te baseren en aan wie het advies of besluit moet worden toegestuurd, en de gevolgen van het advies of het besluit van het Comité.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(36)</NO.P>Ten behoeve van de stroomlijning van de procedure voor vaststelling van dringende adviezen en dringende bindende besluiten van het Comité op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 is het noodzakelijk procedureregels vast te stellen met betrekking tot het moment van het verzoek om een dringend advies of een dringend bindend besluit, de aan het Comité over te leggen documenten waarop het Comité zijn besluit dient te baseren en aan wie het advies of besluit moet worden toegestuurd, en de gevolgen van het advies of het besluit van het Comité. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorlopige maatregelen overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 moeten alle mogelijke maatregelen omvatten binnen de bevoegdheden van toezichthoudende autoriteiten, overeenkomstig artikel 58 van die verordening.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		43</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 36 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(36 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Comité moet bij toezichthoudende autoriteiten elke aanvullende informatie kunnen opvragen die het nodig heeft om een bindend besluit te kunnen nemen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		44</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 36 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(36 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De klager moet het recht hebben een rechtsmiddel in te stellen wanneer een toezichthoudende autoriteit geen gebruikmaakt van haar bevoegdheden of anderszins niet de nodige maatregelen neemt die door Verordening (EU) 2016/679 worden vereist. Daarnaast moeten de partijen het recht hebben om actie te ondernemen tegen de leidende toezichthoudende autoriteit in geval van inactiviteit of te lange procedures. Om ervoor te zorgen dat er geen hiaat in de handhaving is, moeten de partijen bij de zaak en de organisaties op grond van artikel 80, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 de bevoegdheid hebben om in het algemeen belang een rechtsmiddel aan te wenden als een toezichthoudende autoriteit een besluit van het Comité niet naleeft en indien zij van oordeel zijn dat de rechten van een betrokkene onder Verordening (EU) 2016/679 als gevolg van de verwerking zijn geschonden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		45</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 38</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(38)</NO.P>Overeenkomstig artikel 42, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1725 zijn de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Europees Comité voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">[ ]</STRING></STRING> hebben zij een gezamenlijk advies uitgebracht,</P></OLD><NEW><P><NO.P>(38)</NO.P>Overeenkomstig artikel 42, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1725 zijn de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Europees Comité voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">19 september 2023</STRING></STRING> hebben zij een gezamenlijk advies uitgebracht,</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		46</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Afdeling 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Afdeling 1 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onderwerp, toepassingsgebied en definities</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		47</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Artikel 1</P></OLD><NEW><P>Artikel 1</P></NEW><OLD><P>Onderwerp</P></OLD><NEW><P>Onderwerp <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en toepassingsgebied</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		48</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Deze verordening legt procedureregels vast voor de afhandeling van klachten en het uitvoeren van onderzoek in op klachten gebaseerde en ambtshalve zaken door toezichthoudende autoriteiten bij <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">grensoverschrijdende handhaving van Verordening (EU) 2016/679</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P>Deze verordening legt procedureregels vast voor de afhandeling van klachten en het uitvoeren van onderzoek in op klachten gebaseerde en ambtshalve zaken door toezichthoudende autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wanneer toezichthoudende autoriteiten van meer dan één lidstaat</STRING></STRING> bij <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de zaak betrokken zijn, alsook op de daarmee verband houdende rechtsmiddelen</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		49</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 26 ter van deze verordening is ook van toepassing op zaken die bij een toezichthoudende autoriteit van een enkele lidstaat aanhangig worden gemaakt overeenkomstig artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		50</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 2 – punt 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1)</NO.P>“onderzochte <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">partijen</STRING></STRING>”: de verwerkingsverantwoordelijke(n) en/of verwerker(s) die het voorwerp zijn van onderzoek wegens een vermeende inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in verband met grensoverschrijdende verwerking</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>1)</NO.P>“onderzochte <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">partij</STRING></STRING>”: de verwerkingsverantwoordelijke(n) en/of verwerker(s) die het voorwerp zijn van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een beschuldiging of</STRING></STRING> onderzoek wegens een vermeende inbreuk op Verordening (EU) 2016/679<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alsook hun vertegenwoordiger(s)</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		51</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“klager”: de betrokkene of een instelling, organisatie of vereniging zonder winstoogmerk die een klacht heeft ingediend overeenkomstig artikel 77 van Verordening (EU) 2016/679 en derhalve als partij bij de procedure wordt beschouwd;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		52</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“partij”: de partij of partijen die het voorwerp is of zijn van onderzoek, de klager(s) en eventuele derden bij de zaak zoals gedefinieerd in het nationale recht;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		53</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“nationaal procesrecht”: de wetten, regels en administratieve bepalingen van de lidstaat die de procedure voor een toezichthoudende autoriteit regelen;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		54</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 quinquies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 quinquies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“klachtenprocedure”: een procedure waarin de uitkomst van een klacht wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 77 van Verordening (EU) 2016/679;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		55</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 sexies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 sexies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“ambtshalve procedure”: een onderzoek naar de activiteiten van een natuurlijke of rechtspersoon, overheidsinstantie, agentschap of ander orgaan dat op initiatief van een toezichthoudende autoriteit is ingesteld overeenkomstig artikel 57, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		56</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 septies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 septies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“gezamenlijk dossier”: een specifiek elektronisch dossier voor iedere zaak die onder het toepassingsgebied van deze verordening valt, die beheerd wordt door de leidende toezichthoudende autoriteit en waarin alle relevante informatie, met name documenten, stukken, memo’s en andere informatie betreffende een zaak, worden opgeslagen en op afstand toegankelijk worden gemaakt voor de betrokken toezichthoudende autoriteiten en partijen bij de zaak;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		57</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 2 – punt 1 octies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 octies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“autoriteit waarbij de klacht is ingediend”: de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend overeenkomstig artikel 4, lid 22, punt c), van Verordening (EU) 2016/679;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		58</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 2 – punt 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2)</NO.P>“samenvatting op hoofdpunten”: de door de leidende toezichthoudende autoriteit aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten te verstrekken samenvatting van de belangrijkste relevante <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">feiten</STRING></STRING> en de standpunten van de leidende toezichthoudende autoriteit over de zaak;</P></OLD><NEW><P><NO.P>2)</NO.P>“samenvatting op hoofdpunten”: de door de leidende toezichthoudende autoriteit aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten te verstrekken samenvatting van de belangrijkste relevante <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">feitelijke en juridische kwesties binnen de voorlopig vastgestelde reikwijdte van het onderzoek</STRING></STRING> en de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">feitelijke en juridische</STRING></STRING> standpunten van de leidende toezichthoudende autoriteit over de zaak;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		59</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 2 – punt 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3)</NO.P>“voorlopige bevindingen”: het door de leidende toezichthoudende autoriteit aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> partijen verstrekte document met een uiteenzetting van de naar voren gebrachte vermeende inbreuken, de relevante feiten, ondersteunend bewijs, juridische analyse en, indien van toepassing, voorgestelde corrigerende maatregelen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>3)</NO.P>“voorlopige bevindingen”: het door de leidende toezichthoudende autoriteit aan de partijen verstrekte document met een uiteenzetting van de naar voren gebrachte vermeende inbreuken, de relevante feiten, ondersteunend bewijs, juridische analyse en, indien van toepassing, voorgestelde corrigerende maatregelen;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		60</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 2 – punt 4 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>4 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“vertrouwelijke versie van documenten”: documenten die vertrouwelijke of gevoelige informatie bevatten die op grond van de toepasselijke wetgeving van de Unie of de lidstaten en gegevensbeschermingsregels mogelijk wettelijke bescherming geniet;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		61</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 2 – punt 4 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>4 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“niet-vertrouwelijke versie van documenten”: een versie van documenten waarin vertrouwelijke of gevoelige informatie is weggelaten en die aan de klager kan worden verstrekt zonder dat dat in strijd is met de wetgeving van de Unie of de lidstaten of de gegevensbeschermingsregels.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		62</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Afdeling 1 ter (nieuw) – titel</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Afdeling 1 ter</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Procedureregels</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		63</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 2 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toepasselijk procesrecht</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In aanvulling op deze verordening en voor zover verenigbaar met deze verordening, beheerst het toepasselijke procesrecht van een toezichthoudende autoriteit alle rechtstreekse interacties tussen die toezichthoudende autoriteit en de partijen die voor haar verschijnen. Deze verordening belet de lidstaten niet procedurekwesties te specificeren die niet door deze verordening of Verordening (EU) 2016/679 worden geregeld.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze verordening en Verordening (EU) 2016/679 regelen de interactie tussen toezichthoudende autoriteiten van verschillende lidstaten die binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elke klager heeft het recht om uitsluitend te communiceren met de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend overeenkomstig artikel 77 van Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		64</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 2 ter</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gemeenschappelijke normen voor procedures</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd aanvullende rechten uit hoofde van het nationale recht heeft elke partij ten minste de volgende rechten:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dat haar zaak onpartijdig, eerlijk en gelijk wordt behandeld, zelfs als deze voor verschillende toezichthoudende autoriteiten in verschillende rechtsgebieden is gebracht (“eerlijke procedure”); </STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dat zij wordt gehoord voordat er maatregelen worden genomen die nadelig voor haar zijn, onder andere voordat het besluit wordt genomen om een klacht te behandelen of geheel of gedeeltelijk te verwerpen (“recht om te worden gehoord”);</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dat zij toegang heeft tot het gezamenlijk dossier, met uitzondering van interne beraadslagingen van de toezichthoudende autoriteit of de beraadslagingen tussen die autoriteiten (“procedurele transparantie”).</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leidende toezichthoudende autoriteit informeert en hoort de partijen in geëigende fasen van de procedure, zodat zij daadwerkelijk hun standpunt kenbaar kunnen maken over alle feitelijke bevindingen en juridische conclusies van de leidende toezichthoudende autoriteit.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het gezamenlijk dossier bevat alle belastende en ontlastende bewijsstukken, met inbegrip van documenten en andere bewijsstukken die door de onderzochte partijen zijn verstrekt. </STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een toezichthoudende autoriteit kan, op verzoek van een partij om hun wettelijk erkende rechten of de rechten van anderen te beschermen, of indien dit het algemeen belang dient of ter bescherming van de operationele veiligheid en cyberveiligheid, de in lid 1, punt c), bedoelde rechten beperken. Een dergelijke beperking moet in overeenstemming zijn met het nationale procesrecht dat overeenkomstig artikel 2 bis, lid 1, van toepassing is op elke rechtstreekse interactie tussen een toezichthoudende autoriteit en de partij die beperkte informatie ontvangt, en moet evenredig zijn in het licht van de respectieve erkende rechten van anderen of het beoogde openbaar belang. De partij die zich op vertrouwelijkheid beroept, verstrekt een vertrouwelijke versie van alle informatie, alsook een voorstel voor een niet-vertrouwelijke versie.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De niet-vertrouwelijke versie van documenten die door een partij zijn verstrekt, wordt vastgesteld door de toezichthoudende autoriteit die een vaststelling doet overeenkomstig de eerste zin van lid 4, die daarbij alleen strikt evenredige maatregelen toepast, zoals het redigeren van specifieke delen van documenten.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>6.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toezichthoudende autoriteiten die bij een zaak betrokken zijn, hebben altijd toegang tot de vertrouwelijke versie van alle documenten, en kunnen bezwaar maken tegen bewerkingen die in hun ogen niet strikt evenredig zijn. Toezichthoudende autoriteiten stellen de partijen overeenkomstig de eerste zin van lid 4 onmiddellijk in kennis van het feit dat informatie wordt achtergehouden. De leidende toezichthoudende autoriteit houdt een register bij van elke toegang tot het gezamenlijke dossier.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>7.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Met het oog op de efficiëntie van procedures beperken toezichthoudende autoriteiten de lengte van de door de partijen ingediende stukken tot maximaal 50 bladzijden. Die autoriteiten stellen redelijke en geëigende termijnen vast die niet korter zijn dan drie weken en niet langer dan zes weken, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een redelijke verlenging vereisen. De toezichthoudende autoriteiten zijn niet gehouden rekening te houden met schriftelijke standpunten die binnenkomen na het verstrijken van die termijn.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>8.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leidende toezichthoudende autoriteit kan overeenkomstig het nationale procesrecht zaken voegen en scheiden, voor zover dit de rechten van de partijen niet ondermijnt.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		65</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 2 quater</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Samenwerking tussen toezichthoudende autoriteiten</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leidende toezichthoudende autoriteit structureert, coördineert en beheert de zaak op efficiënte en passende wijze, in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679, deze verordening en het toepasselijke nationale procesrecht.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elke toezichthoudende autoriteit kan verklaren dat zij bij een zaak betrokken is, waarbij zij aangeeft waarom zij voldoet aan de definitie van betrokken toezichthoudende autoriteit onder artikel 4, lid 22, van Verordening (EU) 2016/679. De leidende toezichthoudende autoriteit houdt voor elke zaak een lijst van betrokken toezichthoudende autoriteiten bij in het gezamenlijke dossier.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de leidende toezichthoudende autoriteit van oordeel is dat een toezichthoudende autoriteit die verklaard heeft dat zij een betrokken toezichthoudende autoriteit is als bedoeld in dit lid niet voldoet aan de definitie van een betrokken toezichthoudende autoriteit stelt zij die autoriteit van die beoordeling op de hoogte. De toezichthoudende autoriteit die verklaard heeft dat zij een betrokken autoriteit is, trekt haar verklaring hetzij binnen één week na ontvangst van die beoordeling in of verstrekt een met redenen omkleed advies met de redenen waarom zij van oordeel is dat de beoordeling van de leidende toezichthoudende autoriteit niet juist is. Indien de divergerende beoordelingen van de leidende toezichthoudende autoriteit en de toezichthoudende autoriteit die verklaard heeft een betrokken autoriteit te zijn niet op andere wijze kunnen worden opgelost, verzoekt de leidende toezichthoudende autoriteit het Comité overeenkomstig artikel 26 bis een beslissing te nemen.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elke betrokken toezichthoudende autoriteit die relevante informatie voor een zaak ontvangt, verstrekt deze onverwijld, en uiterlijk één week na de dag waarop zij deze informatie heeft ontvangen, aan de leidende toezichthoudende autoriteit.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien het probleem van divergerende zienswijze niet kan worden opgelost of indien de andere toezichthoudende autoriteit niets onderneemt, gebruiken toezichthoudende autoriteiten de bevoegdheden voor het oplossen van dergelijke situaties onder deze verordening en onder hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Alle schriftelijke documenten van de toezichthoudende autoriteiten worden elektronisch verstrekt en in een beknopte, transparante, begrijpelijke en gemakkelijk toegankelijke vorm, waarbij duidelijke en eenvoudige taal wordt gebruikt.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		66</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 quinquies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 2 quinquies</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebruik van talen en vertalingen</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Comité stelt één taal vast die door alle toezichthoudende autoriteiten tijdens de samenwerkingsprocedure wordt aanvaard (“samenwerkingstaal”).</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer een toezichthoudende autoriteit relevante informatie met een andere toezichthoudende autoriteit deelt, zorgt zij voor een vertaling in de samenwerkingstaal of in een andere taal die de ontvangende toezichthoudende autoriteit aanvaardt.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leidende toezichthoudende autoriteit voert de gegevens in het gezamenlijk dossier in de oorspronkelijke taal in en zorgt voor vertalingen in de samenwerkingstaal.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In elke rechtstreekse interactie met de partijen verstrekken de toezichthoudende autoriteiten de partijen informatie in de oorspronkelijke taal en, indien nodig, ofwel in een vertaling in de taal van het nationale procesrecht, ofwel in een andere taal die de partij begrijpt of gebruikt in haar gebruikelijke externe communicatie.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een toezichthoudende autoriteit mag geautomatiseerde vertalingen verstrekken, indien zij van oordeel is dat de vertaling niet wezenlijk verschilt van het origineel.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>6.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer tegen een toezichthoudende autoriteit een rechtsmiddel wordt ingesteld, verstrekt de toezichthoudende autoriteit het gezamenlijke dossier en alle andere relevante informatie in een taal die door de rechterlijke macht van de bevoegde lidstaat wordt aanvaard.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		67</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Een klacht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op grond van</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2016/679 die betrekking heeft op grensoverschrijdende verwerking,</STRING></STRING> bevat de informatie die wordt gevraagd in het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">formulier</STRING></STRING>, zoals uiteengezet in de bijlage. Voor ontvankelijkheid van de klacht is geen aanvullende informatie vereist.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Een klacht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als bedoeld in</STRING></STRING> deze verordening bevat de informatie die wordt gevraagd in het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">template</STRING></STRING>, zoals uiteengezet in de bijlage.</P></NEW><OLD/><NEW><P>Voor ontvankelijkheid van de klacht is geen aanvullende informatie vereist. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De informatie kan worden verstrekt op elke door de autoriteit aanvaarde wijze, waaronder zonder gebruikmaking van het template.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		68</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Van de klager mag niet worden geëist dat hij, voordat hij een klacht indient, contact opneemt met de onderzochte partij. Indien de klager contact heeft gehad met de onderzochte partij alvorens de klacht met betrekking tot dezelfde kwestie in te dienen, moet hij of zij de communicatie met betrekking tot dat contact overeenkomstig de bijlage indienen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		69</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 1 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende autoriteit waarbij een klacht is ingediend, bevestigt binnen twee weken de ontvangst en ontvankelijkheid van de klacht, of, wanneer een klacht niet voldoet aan de vereisten van lid 1, verklaart de klacht niet-ontvankelijk en stelt zij de klager in kennis van de ontbrekende informatie.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		70</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 1 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende autoriteit kent een zaaknummer toe aan de klacht en deelt deze informatie mee aan de klager. Dit laat de beoordeling van de ontvankelijkheid van de klacht overeenkomstig lid 2, punt c), i), onverlet.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		71</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt vast of</STRING></STRING> de klacht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">betrekking heeft op grensoverschrijdende verwerking.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet binnen drie weken na erkenning van de ontvankelijkheid van</STRING></STRING> de klacht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig lid 1 ter:</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		72</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 2 – punt a (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bij wijze van voorlopige conclusie vaststellen of de klacht betrekking heeft op grensoverschrijdende verwerking van persoonsgegevens van de klager, en neemt daarbij in ieder geval het volgende in overweging:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>i)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de bij de verwerking in kwestie betrokken verwerkingsverantwoordelijke of verwerker;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>ii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het aantal vestigingen van de verwerkingsverantwoordelijke of de verwerker in de EU;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>iii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de plaats van de hoofdvestiging;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>iv)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de activiteiten van vestigingen in meer dan één lidstaat;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>v)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de aanzienlijke gevolgen die betrokkenen in meer dan één lidstaat zullen ondervinden of waarschijnlijk zullen ondervinden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		73</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 2 – punt b (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vaststellen welke toezichthoudende autoriteit de veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit is overeenkomstig artikel 56, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679, en of de zaak van lokale aard is overeenkomstig artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679,</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		74</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 2 – punt c (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">één van de volgende acties ondernemen:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>i)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de klacht doorzenden naar de veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 56, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 en de klager daarvan in kennis stellen. De beoordeling van de ontvankelijkheid van de klacht door de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, is bindend voor de leidende toezichthoudende autoriteit; hetzij of</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>ii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de klacht behandelen overeenkomstig artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		75</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leidende toezichthoudende autoriteit doet de klacht onmiddellijk toekomen aan de onderzochte partij en eist zonder onnodige vertraging een antwoord, maar niet later dan drie weken na de dag waarop de onderzochte partij door de betrokken toezichthoudende autoriteit in kennis is gesteld. In complexe gevallen en indien door de onderzochte partij gevraagd en naar behoren gemotiveerd, kan de beantwoordingstermijn door de leidende toezichthoudende autoriteit met nog eens drie weken worden verlengd.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		76</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 2 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Eventueel bezwaren met betrekking tot de bevoegdheid van de veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit of met betrekking tot de behandeling van een klacht op grond van artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679, worden door de partijen of de veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit ingediend binnen drie weken nadat zij in kennis zijn gesteld van de actie uit hoofde van artikel 3, lid 2, punt c).</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		77</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 2 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer een bezwaar overeenkomstig lid 2 ter is gemaakt, kan de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, de doorzending van de klacht intrekken en ofwel binnen twee weken haar eigen bevoegdheid op zich nemen overeenkomstig artikel 55 of 56 van Verordening (EU) 2016/679 ofwel de klacht overdragen aan een veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit. Indien geen van deze acties is ondernomen of indien verschillende beoordelingen door betrokken toezichthoudende autoriteiten niet anders kunnen worden opgelost, verzoekt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend om een vaststelling door het Comité op grond van artikel 26 bis. Zij verstrekt het Comité een beschrijving van de relevante verwerkingsactiviteiten, van de organisatie van het bedrijf en van waar de beslissingen worden genomen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		78</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, stelt binnen een maand vast of de in het formulier vereiste informatie volledig is.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		79</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Nadat is beoordeeld of de verplichte informatie in het formulier volledig is, stuurt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, de klacht door naar de leidende toezichthoudende autoriteit.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		80</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de klager bij de indiening van een klacht verzoekt om vertrouwelijkheid, dient hij ook een niet-vertrouwelijke versie van de klacht in.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		81</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, bevestigt binnen een week de ontvangst van de klacht. Deze ontvangstbevestiging staat los van de beoordeling van de ontvankelijkheid van de klacht op grond van lid 3.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		82</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Hoofdstuk II – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>II	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indiening en afhandeling van</STRING></STRING> klachten</P></OLD><NEW><P>II	Klachten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en ambtshalve procedures</STRING></STRING></P></NEW><NOTE><STRING ITALIC="on">(Kopje “Hoofdstuk II” wordt na artikel 3 geplaatst en de titel ervan wordt gewijzigd)</STRING></NOTE></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		83</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onderzoek</STRING></STRING> van klachten</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Behandeling</STRING></STRING> van klachten</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		84</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P>Bij de beoordeling in hoeverre het op zijn plaats is een klacht te onderzoeken, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">houdt</STRING></STRING> de toezichthoudende autoriteit in elke zaak <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rekening met alle relevante omstandigheden en met name de</STRING></STRING> volgende:</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>	Bij de beoordeling in hoeverre het op zijn plaats is een klacht te onderzoeken, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zorgt</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leidende</STRING></STRING> toezichthoudende autoriteit in elke zaak voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> volgende:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		85</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 1 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de opportuniteit van het bieden van</STRING></STRING> een doeltreffende en vlotte voorziening aan de klager;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>een doeltreffende en vlotte voorziening aan de klager;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		86</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 1 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de ernst van de vermeende inbreuk</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het onderzoek van alle feitelijke en juridische elementen die nodig zijn om gezamenlijk te beslissen over de klacht en een besluit te nemen op grond van artikel 60, leden 7 tot en met 9, van Verordening (EU) 2016/679</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		87</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 1 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> systemische of herhaaldelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aard</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vermeende inbreuk</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het onderzoek van alle andere elementen die nodig zijn voor de efficiënte handhaving van Verordening (EU) 2016/679, met inbegrip van de ambtshalve uitoefening van bevoegdheden op grond van artikel 58, lid 2, artikel 83 of artikel 84 van Verordening (EU) 2016/679, met name in het geval van</STRING></STRING> systemische of herhaaldelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inbreuken</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		88</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De behandeling van een klacht leidt altijd tot een juridisch bindend besluit waartegen een effectief rechtsmiddel openstaat overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		89</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 1 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leidende toezichthoudende autoriteit neemt onverwijld, maar uiterlijk negen maanden na ontvangst van de klacht, een ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze termijn kan bij wijze van uitzondering worden verlengd met:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">acht weken wanneer commentaar overeenkomstig artikel 9, lid 3, wordt geleverd op een samenvatting op hoofdpunten of een geactualiseerde samenvatting op hoofdpunten;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">acht weken wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit voornemens is boetes op te leggen of andere sancties vast te stellen;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de periode tussen een verwijzing op grond van artikel 26 bis, lid 1 of 2, en het besluit van het Comité;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de periode van een eventuele verlenging die door het Comité is toegestaan krachtens artikel 26 bis, lid 3.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elke verlenging onder de punten a) tot en met d) kan slechts één keer worden verleend.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		90</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 1 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Alinea 1 ter is niet van toepassing wanneer een zaak overeenkomstig artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 aan het coherentiemechanisme is onderworpen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		91</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Een klacht kan minnelijk worden geschikt tussen de klager en de onderzochte <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">partijen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Wanneer</STRING></STRING> de toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">meent dat een minnelijke schikking tot stand is gekomen, geeft zij het schikkingsvoorstel door aan de klager</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de klager binnen een maand geen bezwaar maakt tegen het schikkingsvoorstel van de toezichthoudende autoriteit, wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Een klacht kan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in elk stadium van het onderzoek</STRING></STRING> minnelijk worden geschikt tussen de klager en de onderzochte <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">partij</STRING></STRING>. De <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leidende</STRING></STRING> toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht wordt ingediend, kan dat vrijwillige proces bevorderen en faciliteren</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		92</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een minnelijke schikking tussen de klager en de onderzochte partij wordt geacht te zijn getroffen wanneer er sprake is van uitdrukkelijke overeenstemming. Wanneer een minnelijke schikking voor de klacht is getroffen, delen de partijen de schikking binnen één maand mee aan de leidende toezichthoudende autoriteit en de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		93</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 1 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Binnen een maand na de kennisgeving van de minnelijke schikking uit hoofde van alinea 1 bis wordt een ontwerpbesluit ingediend overeenkomstig artikel 56, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679, waarin wordt aangegeven of:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan de voorwaarden voor een minnelijke schikking uit hoofde van lid 1 bis is voldaan, en of</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een ambtshalve onderzoek uit hoofde van alinea 1 ter moet worden ingeleid.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		94</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 1 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien geen van de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten binnen één maand bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit uit hoofde van lid 1 bis of indien het Comité de minnelijke schikking in het kader van de procedure uit hoofde van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 heeft bekrachtigd, wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken en wordt de schikking van kracht.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		95</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 1 quinquies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 quinquies.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een minnelijke schikking verhindert de leidende toezichthoudende autoriteit niet een ambtshalve onderzoek in te stellen in dezelfde zaak. Zij kan in plaats daarvan een ambtshalve onderzoek instellen, met name wanneer:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de onderzochte partij een recidivist is;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de onderzochte partij het voorwerp is geweest van een groot aantal andere minnelijke schikkingen;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het brede onderwerp van de klacht betrekking heeft op een groot aantal andere betrokkenen dan de klager, een langdurig karakter heeft, of van ernstige aard is; of</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de uitoefening van bevoegdheden anderszins is vereist voor het waarborgen van de doeltreffende, evenredige en afschrikkende handhaving van Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		96</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 5 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verzoek om een ambtshalve procedure</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elke betrokken toezichthoudende autoriteit kan, wanneer zij van mening is dat Verordening (EU) 2016/679 mogelijk wordt geschonden en de rechten van betrokkenen op het grondgebied van haar lidstaat worden geschonden, om een ambtshalve procedure verzoeken door overeenkomstig lid 2 een schriftelijk verzoek om discretionaire maatregelen in te dienen bij de leidende toezichthoudende autoriteit. Een dergelijk verzoek bevat ten minste:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een verklaring om een betrokken toezichthoudende autoriteit te zijn, en </STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een samenvatting van de belangrijkste punten overeenkomstig artikel 9.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Binnen drie weken moet de veronderstelde leidende toezichthoudende autoriteit:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de betrokken toezichthoudende autoriteit ervan in kennis stellen dat zij een ambtshalve procedure heeft ingeleid;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de betrokken toezichthoudende autoriteit ervan in kennis stellen dat artikel 56, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 op de zaak van toepassing is en dat de leidende toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 56, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 niet voornemens is zelf de zaak te behandelen; of</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het verzoek afwijzen indien zij van oordeel is dat zij niet de leidende toezichthoudende autoriteit is of dat er geen sprake is van een prima facie inbreuk op Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het in punt a) van dit lid bedoelde geval kan de betrokken toezichthoudende autoriteit de leidende toezichthoudende autoriteit een ontwerpbesluit overeenkomstig artikel 56, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 voorleggen.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In de in de punten b) en c) van dit lid bedoelde geval kan de betrokken toezichthoudende autoriteit opnieuw een gewijzigd verzoek om een ambtshalve procedure indienen, of verzoeken om een vaststelling over de opening van de procedure door het Comité overeenkomstig artikel 26 bis, lid 1.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de leidende toezichthoudende autoriteit een ambtshalve procedure inleidt, neemt zij onverwijld, maar uiterlijk negen maanden na ontvangst van de klacht, overeenkomstig lid 1 een ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679. Deze termijn kan bij wijze van uitzondering worden verlengd met:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">acht weken wanneer commentaar overeenkomstig artikel 9, lid 3, wordt geleverd op een samenvatting op hoofdpunten of een geactualiseerde samenvatting op hoofdpunten;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">acht weken wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit voornemens is boetes op te leggen of andere sancties vast te stellen;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de periode tussen een verwijzing op grond van artikel 26 bis en het besluit van het Comité;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de periode van een eventuele verlenging die door het Comité is toegestaan krachtens artikel 26 bis, lid 3.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		97</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 6</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vertalingen</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, is verantwoordelijk voor:</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vertaling van klachten en de standpunten van klagers in de taal die ten behoeve van het onderzoek wordt gebruikt door de leidende toezichthoudende autoriteit;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vertaling van door de leidende toezichthoudende autoriteit verstrekte documenten in de taal die wordt gebruikt voor communicatie met de klager, wanneer het op grond van deze verordening of Verordening (EU) 2016/679 noodzakelijk is dergelijke documenten aan de klager te verstrekken.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In zijn procedureregels stelt het Comité de procedure vast voor het vertalen van commentaren of relevante en gemotiveerde bezwaren van de betrokken toezichthoudende autoriteiten in een andere taal dan de door de leidende toezichthoudende autoriteit gebruikte taal ten behoeve van het onderzoek.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		98</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Hoofdstuk III – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Samenwerking op grond van artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679</P></OLD><NEW><P>Samenwerking op grond van artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en met andere relevante autoriteiten</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		99</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 7 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bepalingen in deze afdeling hebben betrekking op de relaties tussen toezichthoudende autoriteiten en beogen geen rechten toe te kennen aan personen of onderzochte partijen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		100</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">houdt</STRING></STRING> de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">regelmatig op de hoogte van het onderzoek en verstrekt hun zodra dit mogelijk is</STRING></STRING> alle relevante informatie.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verleent</STRING></STRING> de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onmiddellijke, onbeperkte en permanente toegang op afstand tot het volledige gezamenlijke dossier, en neemt</STRING></STRING> alle relevante informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in het bijzonder documenten, stukken, memo’s en andere informatie met betrekking tot de zaak op in het gezamenlijke dossier binnen één week na de opstelling of ontvangst ervan</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		101</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 2 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Relevante informatie in de zin van artikel 60, leden 1 en 3, van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2016/679</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">omvat</STRING></STRING>, indien van toepassing:</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leidende toezichthoudende autoriteit verstrekt de andere betrokken toezichthoudende autoriteiten en, indien nodig voor geschilbeslechting in de zin van artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679, het Comité, actief</STRING></STRING> relevante informatie in de zin van artikel 60, leden 1 en 3, van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die</STRING></STRING> verordening<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en stelt hen in kennis binnen een week na ontvangst of opstelling van deze informatie</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Deze informatie heeft betrekking op informatie over belangrijke stappen in de procedure, waaronder,</STRING></STRING> indien van toepassing:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		102</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 2 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>informatie over het openen van een onderzoek <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">naar een vermeende inbreuk op Verordening (EU) 2016/679</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>informatie over het openen van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ambtshalve</STRING></STRING> onderzoek <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of een klachtenprocedure</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		103</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 2 – punt e</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>e)</NO.P>samenvatting op hoofdpunten in een onderzoek overeenkomstig artikel 9;</P></OLD><NEW><P><NO.P>e)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het opstellen of bijwerken van de</STRING></STRING> samenvatting op hoofdpunten in een onderzoek overeenkomstig artikel 9;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		104</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 2 – punt e bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>e bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">commentaar op een samenvatting op hoofdpunten overeenkomstig artikel 9, lid 3;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		105</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 2 – punt f</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>f)</NO.P>informatie over de te ondernemen stappen om een inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 vast te stellen voorafgaand aan de voorbereiding van de voorlopige bevindingen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>f)</NO.P>informatie over de te ondernemen stappen om een inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 vast te stellen voorafgaand aan de voorbereiding van de voorlopige bevindingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en voorafgaand aan de voorbereiding van het ontwerpbesluit</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		106</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 2 – punt i</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>i)</NO.P>de standpunten van de klager over de voorlopige bevindingen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>i)</NO.P>de standpunten van de klager over <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de niet-vertrouwelijke versie van</STRING></STRING> de voorlopige bevindingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en, in voorkomend geval, andere aspecten van het onderzoek waarover de klager zijn standpunten schriftelijk kenbaar heeft gemaakt</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		107</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 2 – punt k bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>k bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een ontwerpbesluit overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 of een herzien ontwerpbesluit overeenkomstig artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		108</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 2 – punt k ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>k ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle relevante en gemotiveerde bezwaren overeenkomstig artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		109</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 2 – punt k quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>k quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elk rechtsmiddel dat tijdens een procedure op grond van artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679 of tegen een besluit op grond van artikel 60, leden 7 tot en met 9, van Verordening (EU) 2016/679 wordt ingesteld.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		110</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zodra</STRING></STRING> de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een voorlopig standpunt heeft bereikt over hoofdpunten in een onderzoek,</STRING></STRING> maakt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deze</STRING></STRING> een samenvatting op hoofdpunten ten behoeve van de samenwerking op grond van artikel 60, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Binnen vier weken na ontvangst van een klacht of een verzoek om ambtshalve procedures te openen,</STRING></STRING> maakt de leidende toezichthoudende autoriteit een samenvatting op hoofdpunten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die vermoedelijk moeten worden vastgesteld om de zaak te beslissen</STRING></STRING> ten behoeve van de samenwerking op grond van artikel 60, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en doet deze samenvatting toekomen aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De samenvatting wordt op onpartijdige wijze opgesteld, rekening houdend met afwijkende feiten en argumenten. Wanneer de betrokken toezichthoudende autoriteit een zaak naar de leidende toezichthoudende autoriteit doorverwijst overeenkomstig artikel 3, lid 2, punt c), i), kan zij een ontwerp van een samenvatting op hoofdpunten verstrekken, dat niet bindend is voor de leidende toezichthoudende autoriteit.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		111</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 2 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">belangrijkste</STRING></STRING> relevante feiten;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>de relevante feiten;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		112</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 2 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>een voorlopige vaststelling van de reikwijdte van het onderzoek, met name de bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 waarop de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> vermeende inbreuk betrekking heeft;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>een voorlopige vaststelling van de reikwijdte van het onderzoek, met name de bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 waarop de vermeende inbreuk betrekking heeft<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en, in voorkomend geval, een indicatie of deze lijken te zijn geschonden</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		113</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 2 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beoordeling van ingewikkelde juridische en technologische aspecten die relevant zijn voor een</STRING></STRING> voorlopige <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">oriëntatie van haar oordeel</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>voorlopige <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">feitelijke of juridische beoordelingen, betreffende alle relevante standpunten van de partijen op het moment dat de samenvatting wordt opgesteld, inclusief alle relevante Europese jurisprudentie, alsook richtsnoeren, aanbevelingen en optimale praktijken van het Comité</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		114</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De samenvatting op hoofdpunten wordt door de leidende toezichthoudende autoriteit onverwijld geactualiseerd om alle feitelijke of juridische wijzigingen weer te geven die in de loop van de procedure aan het licht komen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		115</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De betrokken toezichthoudende autoriteiten kunnen commentaar leveren op de samenvatting op hoofdpunten. Dit commentaar moet binnen vier weken na ontvangst van de samenvatting op hoofdpunten worden ingediend.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>De betrokken toezichthoudende autoriteiten kunnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">feitelijk of juridisch</STRING></STRING> commentaar leveren op de samenvatting op hoofdpunten. Dit commentaar moet binnen vier weken na ontvangst van de samenvatting op hoofdpunten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of elke actualisering daarvan</STRING></STRING> worden ingediend <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in overeenstemming met artikel 60 van Verordening (EU) 2016/679</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		116</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op grond van lid 3 geleverd commentaar voldoet aan de volgende eisen:</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de gebruikte bewoordingen zijn voldoende duidelijk en nauwkeurig om de leidende toezichthoudende autoriteit en, indien van toepassing, de betrokken toezichthoudende autoriteiten in staat te stellen hun standpunten voor te bereiden;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de juridische argumenten zijn beknopt aangegeven en gegroepeerd door verwijzing naar het deel van de samenvatting op hoofdpunten waarop deze betrekking hebben;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteit kan worden onderbouwd met documenten ter aanvulling van het commentaar op bepaalde punten.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		117</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Comité kan in zijn procedureregels beperkingen opnemen over de maximale lengte van het door de betrokken toezichthoudende autoriteiten ingediende commentaar op de samenvatting op hoofdpunten.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		118</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P>Zaken waarin geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten commentaar indient op grond van lid 3 van dit artikel, worden beschouwd als niet-contentieuze zaken. In dergelijke gevallen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden de in artikel 14 bedoelde voorlopige bevindingen binnen negen</STRING></STRING> maanden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">na het verstrijken van de in lid 3 van dit artikel vermelde termijn toegestuurd aan de onderzochte partijen</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>6.</NO.P>Zaken waarin geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten commentaar indient op grond van lid 3 van dit artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dat de samenvatting op hoofdpunten in twijfel trekt of andere belangrijke feitelijke of juridische kwesties naar voren brengt,</STRING></STRING> worden beschouwd als niet-contentieuze zaken. In dergelijke gevallen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is de in artikel 4, lid 1 ter), vermelde termijn voor het voorleggen van een ontwerpbesluit drie</STRING></STRING> maanden.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		119</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Hoofdstuk III – afdeling 2 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Volledige of gedeeltelijke afwijzing van klachten</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Samenwerking met andere relevante autoriteiten</STRING></STRING></P></NEW><NOTE><STRING ITALIC="on">(Kopje “Hoofdstuk II” wordt na artikel 9 geplaatst en de titel ervan wordt gewijzigd)</STRING></NOTE></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		120</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Een betrokken toezichthoudende autoriteit dient bij de leidende toezichthoudende autoriteit een verzoek in op grond van artikel 61 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van Verordening (EU) 2016/679,</STRING></STRING> artikel 62 van Verordening (EU) 2016/679 of beide, wanneer na het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteiten op grond van artikel 9, lid 3, een betrokken toezichthoudende autoriteit het oneens is met het oordeel van de leidende toezichthoudende autoriteit inzake:</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Een betrokken toezichthoudende autoriteit dient bij de leidende toezichthoudende autoriteit een verzoek in op grond van artikel 61 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> artikel 62 van Verordening (EU) 2016/679 of beide, wanneer na het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteiten op grond van artikel 9, lid 3, een betrokken toezichthoudende autoriteit het oneens is met het oordeel van de leidende toezichthoudende autoriteit inzake:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		121</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 1 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>de voorlopige <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">oriëntatie met betrekking tot ingewikkelde</STRING></STRING> juridische beoordelingen, vastgesteld door de leidende toezichthoudende autoriteit op grond van artikel 9, lid 2, punt c);</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>de voorlopige <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">feitelijke of</STRING></STRING> juridische beoordelingen, vastgesteld door de leidende toezichthoudende autoriteit op grond van artikel 9, lid 2, punt c);</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		122</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 1 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de voorlopige oriëntatie met betrekking tot ingewikkelde technologische beoordelingen, vastgesteld door de leidende toezichthoudende autoriteit op grond van artikel 9, lid 2, punt c).</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		123</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 1 – punt c bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voorlopige vaststelling van mogelijke corrigerende maatregel(en) overeenkomstig artikel 9, lid 2, punt d).</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		124</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De leidende toezichthoudende autoriteit overlegt met de betrokken toezichthoudende autoriteiten over hun commentaar op de samenvatting op hoofdpunten en, indien van toepassing, in antwoord op verzoeken op grond van de artikelen 61 en 62 van Verordening (EU) 2016/679, in een poging om consensus te bereiken. De consensus dient als basis voor voortzetting van het onderzoek door de leidende toezichthoudende autoriteit en het opstellen van de voorlopige bevindingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of, indien van toepassing, verstrekking aan de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, van de onderbouwing ten behoeve van artikel 11, lid 2</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In zaken die niet onder artikel 9, lid 6, van deze verordening vallen, onderzoekt</STRING></STRING> de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de feiten die relevant zijn voor de afwijkende standpunten en</STRING></STRING> overlegt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">naar haar beste vermogens</STRING></STRING> met de betrokken toezichthoudende autoriteiten over hun commentaar op de samenvatting op hoofdpunten en, indien van toepassing, in antwoord op verzoeken op grond van de artikelen 61 en 62 van Verordening (EU) 2016/679, in een poging om consensus te bereiken. De consensus dient als basis voor voortzetting van het onderzoek door de leidende toezichthoudende autoriteit en het opstellen van de voorlopige bevindingen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		125</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>Wanneer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er</STRING></STRING> tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en een of meer betrokken toezichthoudende autoriteiten geen consensus <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bestaat</STRING></STRING> over de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zaak</STRING></STRING> zoals bedoeld in artikel 9, lid 2, punt b), <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van deze verordening,</STRING></STRING> verzoekt de leidende toezichthoudende autoriteit het Comité om een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dringend bindend besluit</STRING></STRING> op grond van artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">66, lid 3,</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2016/679</STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In dat geval wordt geacht te zijn voldaan aan de voorwaarden voor een verzoek om een dringend bindend besluit op grond van artikel 66, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>Wanneer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in lid 3 van dit artikel bedoelde procedure binnen vier weken na het verstrijken van de termijnen voor het indienen van commentaar niet leidt tot</STRING></STRING> consensus tussen de leidende toezichthoudende autoriteit en een of meer betrokken toezichthoudende autoriteiten over de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zaken</STRING></STRING> zoals bedoeld in artikel 9, lid 2, verzoekt de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of een van de betrokken toezichthoudende autoriteiten</STRING></STRING> het Comité om een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">procedurele vaststelling</STRING></STRING> op grond van artikel 26 bis van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deze verordening</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		126</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 5 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5.</NO.P>Bij het verzoek om een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dringend bindend besluit</STRING></STRING> van het Comité op grond van lid 4 van dit artikel verstrekt de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leidende</STRING></STRING> toezichthoudende autoriteit in ieder geval:</P></OLD><NEW><P><NO.P>5.</NO.P>Bij het verzoek om een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">procedurele vaststelling</STRING></STRING> van het Comité op grond van lid 4 van dit artikel verstrekt de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verzoekende</STRING></STRING> toezichthoudende autoriteit in ieder geval:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		127</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 5 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>de in artikel 9, lid 2, punten a) en b), bedoelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">documenten</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>de in artikel 9, lid 2, punten a) en b), bedoelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevante informatie, inclusief, in voorkomend geval, alle actualiseringen daarvan</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		128</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 5 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>het commentaar van de betrokken toezichthoudende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">autoriteit</STRING></STRING> die het niet eens <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is</STRING></STRING> met de voorlopige vaststelling van de reikwijdte van het onderzoek door de leidende toezichthoudende autoriteit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>het commentaar van de betrokken toezichthoudende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">autoriteiten</STRING></STRING> die het niet eens <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn</STRING></STRING> met de voorlopige vaststelling van de reikwijdte van het onderzoek door de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of de feitelijke of juridische beoordeling van de elementen van de samenvatting op hoofdpunten zoals bedoeld in artikel 9, lid 2;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		129</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 5 – punt b bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toegang tot het gezamenlijk dossier.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		130</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 5 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Comité kan de toezichthoudende autoriteit om andere documenten of informatie vragen die het in het specifieke geval passend acht.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		131</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P>Het Comité neemt een dringend bindend besluit over de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">reikwijdte van het onderzoek aan de hand van het commentaar van de betrokken toezichthoudende autoriteiten en het standpunt van de leidende toezichthoudende autoriteit over dit commentaar</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>6.</NO.P>Het Comité neemt een dringend bindend besluit over de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">samenvatting op hoofdpunten of over het verlengen van de in lid 4 bedoelde periode, overeenkomstig artikel 26 bis op basis van alle ontvangen documenten</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		132</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 10 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Samenwerking met andere relevante autoriteiten</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende autoriteiten streven ernaar de niet-persoonsgebonden informatie die in het kader van de in deze verordening vastgestelde procedures is verkregen, mee te delen aan de toezichthoudende autoriteiten van de lidstaten en de Unie die bevoegd zijn op het gebied van gegevensbescherming en andere gebieden, waaronder mededinging, financiële diensten, energie, telecommunicatie, consumentenbescherming, digitale diensten, of kunstmatige intelligentie, wanneer de informatie relevant wordt geacht voor de taken en verplichtingen van die autoriteiten, met name voor het starten van administratieve procedures en onderzoeken naar mogelijke inbreuken op wetgeving op het gebied van zaken die onder hun bevoegdheid vallen. De informatie wordt alleen gebruikt voor het doel waarvoor die informatie is verzameld. Dit belet de toezichthoudende autoriteit evenwel niet andere procedures te starten op basis van die informatie of die met het oog daarop te delen met andere autoriteiten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		133</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 11</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het horen van een klager voorafgaand aan volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In vervolg op de in de artikelen 9 en 10 bedoelde procedure geeft de leidende toezichthoudende autoriteit aan de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, de gronden aan voor haar voorlopige standpunt dat de klacht geheel of gedeeltelijk moet worden afgewezen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, informeert de klager over de gronden voor de voorgenomen volledige of gedeeltelijke afwijzing van de klacht en stelt een termijn vast waarin de klager zijn standpunten schriftelijk kenbaar kan maken. Deze termijn bedraagt ten minste drie weken. De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, informeert de klager over de gevolgen indien deze zijn standpunten niet kenbaar maakt.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de klager zijn standpunten niet kenbaar maakt binnen de termijn die is gesteld door de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, wordt de klacht geacht te zijn ingetrokken.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De klager kan verzoeken om toegang tot de niet-vertrouwelijke versie van de documenten waarop het besluit tot volledige of gedeeltelijke afwijzing van de klacht is gebaseerd.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de klager zijn standpunten kenbaar maakt binnen de termijn die is vastgesteld door de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, en de standpunten niet leiden tot een wijziging van het voorlopige standpunt dat de klacht geheel of gedeeltelijk moet worden afgewezen, bereidt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, het ontwerpbesluit voor op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 dat door de leidende toezichthoudende autoriteit wordt voorgelegd aan de overige betrokken toezichthoudende autoriteiten op grond van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		134</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 12</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 12</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Herzien ontwerpbesluit tot volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van mening is dat het herziene ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 aspecten bevat waarop de klager de gelegenheid moet krijgen zijn standpunten kenbaar te maken, biedt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, voorafgaand aan de voorlegging van het herziene ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679, de klager de mogelijkheid zijn standpunten over die nieuwe aspecten kenbaar te maken.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, stelt een termijn vast waarin de klager zijn standpunten kenbaar kan maken.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		135</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 13</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 13</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Besluit tot volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Na vaststelling van een besluit tot volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht overeenkomstig artikel 60, lid 8, van Verordening (EU) 2016/679 informeert de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, de klager over de voorzieningen in rechte waarover hij beschikt overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		136</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Hoofdstuk III – afdeling 3 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Besluiten gericht aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verwerkingsverantwoordelijken en verwerkers</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P>Besluiten gericht aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte partijen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		137</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Voorlopige bevindingen en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">antwoord</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P>Voorlopige bevindingen en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het recht van onderzochte partijen om te worden gehoord</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		138</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van plan is een ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 voor te leggen aan de overige betrokken toezichthoudende autoriteiten waarin een inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 wordt geconstateerd, stelt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deze</STRING></STRING> voorlopige bevindingen op.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Na de raadplegingen en procedures overeenkomstig de artikelen 9 en 10 van deze verordening</STRING></STRING> stelt de leidende toezichthoudende autoriteit, wanneer zij van plan is een ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 voor te leggen aan de overige betrokken toezichthoudende autoriteiten waarin een inbreuk op Verordening (EU) 2016/679 wordt geconstateerd, voorlopige bevindingen op.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		139</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 2 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De voorlopige bevindingen bevatten de volledige vermeende inbreuken op een voldoende duidelijke wijze om de onderzochte partijen in staat te stellen kennis te nemen van het gedrag dat is onderzocht door de leidende toezichthoudende autoriteit. Hierin <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten</STRING></STRING> met name alle feiten en de volledige juridische beoordeling uiteengezet worden die de onderzochte partijen verweten worden, zodat deze hun standpunten over de feiten en juridische conclusies kenbaar kunnen maken die de leidende toezichthoudende autoriteit beoogt te trekken in het ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 en alle bewijzen opsommen waarop het is gebaseerd.</P></OLD><NEW><P>De voorlopige bevindingen bevatten de volledige vermeende inbreuken op een voldoende duidelijke wijze om de onderzochte partijen in staat te stellen kennis te nemen van het gedrag dat is onderzocht door de leidende toezichthoudende autoriteit. Hierin worden met name alle feiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van al het gebruikte bewijsmateriaal,</STRING></STRING> en de volledige juridische beoordeling uiteengezet die de onderzochte partijen verweten worden, zodat deze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden gehoord en</STRING></STRING> hun standpunten over de feiten en juridische conclusies kenbaar kunnen maken die de leidende toezichthoudende autoriteit beoogt te trekken in het ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679, en worden alle bewijzen opgesomd waarop dit is gebaseerd.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		140</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 2 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>In de voorlopige bevindingen wordt aangegeven welke corrigerende maatregelen de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van plan is te treffen</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P>In de voorlopige bevindingen wordt aangegeven welke corrigerende maatregelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door</STRING></STRING> de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden overwogen</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		141</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 2 – alinea 3</STRING></STI.AMD><OLD><P>Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van plan is</STRING></STRING> een boete op te leggen, vermeldt deze in de voorlopige bevindingen de relevante elementen waarop de berekening van de boete <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gebaseerd is</STRING></STRING>. De leidende toezichthoudende autoriteit vermeldt met name de essentiële feiten en rechtsfeiten die kunnen leiden tot oplegging van de boete en de in artikel 83, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 opgesomde elementen, met inbegrip van eventuele verzwarende of verzachtende omstandigheden waarmee zij rekening houdt.</P></OLD><NEW><P>Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overweegt</STRING></STRING> een boete op te leggen, vermeldt deze in de voorlopige bevindingen de relevante elementen waarop <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zij zich gaat baseren bij haar besluit betreffende een administratieve boete en</STRING></STRING> de berekening van de boete. De leidende toezichthoudende autoriteit vermeldt met name de essentiële feiten en rechtsfeiten die kunnen leiden tot oplegging van de boete en de in artikel 83, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 opgesomde elementen, met inbegrip van eventuele verzwarende of verzachtende omstandigheden waarmee zij rekening houdt.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		142</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De leidende toezichthoudende autoriteit stelt alle onderzochte partijen in kennis van de voorlopige bevindingen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>De leidende toezichthoudende autoriteit stelt alle onderzochte partijen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waaraan mogelijkerwijs corrigerende maatregelen worden opgelegd</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alsook de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend en de betrokken toezichthoudende autoriteiten</STRING></STRING> in kennis van de voorlopige bevindingen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, stelt de klager in kennis van de voorlopige bevindingen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		143</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leidende toezichthoudende autoriteit stelt bij de kennisgeving van de voorlopige bevindingen aan de onderzochte partijen een termijn vast waarbinnen deze partijen hun standpunt schriftelijk kenbaar kunnen maken. De leidende toezichthoudende autoriteit is niet gehouden rekening te houden met schriftelijke standpunten die binnenkomen na het verstrijken van die termijn.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		144</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de kennisgeving van de voorlopige bevindingen aan de onderzochte partijen verleent de leidende toezichthoudende autoriteit die partijen overeenkomstig artikel 20 toegang tot het administratieve dossier.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		145</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P>De onderzochte partijen kunnen in hun schriftelijke antwoord op de voorlopige bevindingen alle feitelijke en juridische argumenten aanvoeren waarvan zij op de hoogte zijn en die relevant zijn voor hun verdediging tegen de beschuldigingen van de leidende toezichthoudende autoriteit. Zij leggen alle relevante documenten tot staving van de aangevoerde feiten over. In haar ontwerpbesluit neemt de leidende toezichthoudende autoriteit alleen inbreuken op, met inbegrip van de feiten en de juridische beoordeling van die feiten, waarop de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> partijen de gelegenheid hebben gekregen te reageren.</P></OLD><NEW><P><NO.P>6.</NO.P>De onderzochte partijen kunnen in hun schriftelijke antwoord op de voorlopige bevindingen alle feitelijke en juridische argumenten aanvoeren waarvan zij op de hoogte zijn en die relevant zijn voor hun verdediging tegen de beschuldigingen van de leidende toezichthoudende autoriteit. Zij leggen alle relevante documenten tot staving van de aangevoerde feiten over. In haar ontwerpbesluit neemt de leidende toezichthoudende autoriteit alleen inbreuken op, met inbegrip van de feiten en de juridische beoordeling van die feiten, waarop de partijen de gelegenheid hebben gekregen te reageren.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		146</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 15</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 15</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toezending van de voorlopige bevindingen aan klagers</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit voorlopige bevindingen uitbrengt over een zaak waarover zij een klacht heeft ontvangen, verstrekt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, aan de klager een niet-vertrouwelijke versie van de voorlopige bevindingen en stelt een termijn vast waarin de klager zijn standpunten schriftelijk kenbaar kan maken.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Lid 1 is ook van toepassing wanneer een toezichthoudende autoriteit, wanneer dit op zijn plaats is, meerdere klachten tegelijk behandelt en deze in verschillende delen splitst of op een andere manier gebruikmaakt van haar discretionaire bevoegdheid met betrekking tot de reikwijdte van het onderzoek zoals uiteengezet in de voorlopige bevindingen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van mening is dat het noodzakelijk is dat aan de klager documenten uit het administratieve dossier worden verstrekt zodat de klager zijn standpunten over de voorlopige bevindingen effectief kenbaar kan maken, verstrekt de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, aan de klager de niet-vertrouwelijke versie van die documenten tegelijk met de voorlopige bevindingen ingevolge lid 1.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De klager ontvangt de niet-vertrouwelijke versie van de voorlopige bevindingen uitsluitend ten behoeve van het concrete onderzoek waarin de voorlopige bevindingen zijn uitgegeven.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorafgaand aan de ontvangst van de niet-vertrouwelijke versie van de voorlopige bevindingen en eventueel op grond van lid 3 verstrekte documenten stuurt de klager aan de leidende toezichthoudende autoriteit een geheimhoudingsverklaring waarin de klager zich verbindt geen informatie of oordeel uit de niet-vertrouwelijke versie van de voorlopige bevindingen bekend te maken of deze te gebruiken voor andere doeleinden dan het concrete onderzoek waarin deze bevindingen zijn uitgevaardigd.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		147</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Vaststelling van het definitieve besluit</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorlegging van ontwerpbesluiten, herziene ontwerpbesluiten en</STRING></STRING> vaststelling van het definitieve besluit</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		148</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Wanneer na voorlegging van het ontwerpbesluit aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten binnen de in artikel 60, leden 4 en 5, van Verordening (EU) 2016/679 vermelde termijnen bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit, stelt de leidende toezichthoudende autoriteit haar besluit vast en geeft daarvan overeenkomstig artikel 60, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679 kennis aan de hoofdvestiging of enige vestiging van de verwerkingsverantwoordelijke of verwerker, naar gelang het geval, en informeert zij de betrokken toezichthoudende autoriteiten en het Comité over het besluit in kwestie, met inbegrip van een samenvatting van de relevante feiten en gronden.</P></OLD><NEW><P>Wanneer na voorlegging van het ontwerpbesluit aan de betrokken toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig artikel 60, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 geen van de betrokken toezichthoudende autoriteiten binnen de in artikel 60, leden 4 en 5, van Verordening (EU) 2016/679 vermelde termijnen bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit, stelt de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen vier weken na het verstrijken van de in artikel 60, leden 4 en 5, van Verordening (EU) 2016/679 genoemde termijnen</STRING></STRING> haar besluit vast en geeft daarvan overeenkomstig artikel 60, lid 7 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en lid 9</STRING></STRING>, van Verordening (EU) 2016/679 kennis aan de hoofdvestiging of enige vestiging van de verwerkingsverantwoordelijke of verwerker, naar gelang het geval, en informeert zij de betrokken toezichthoudende autoriteiten en het Comité over het besluit in kwestie, met inbegrip van een samenvatting van de relevante feiten en gronden.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		149</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een betrokken toezichthoudende autoriteit binnen de in artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde termijn bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit, en de leidende toezichthoudende autoriteit voornemens is dat bezwaar te volgen, dient de leidende toezichthoudende autoriteit binnen vier weken een herzien ontwerpbesluit in overeenkomstig artikel 60, lid 5, van die verordening.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		150</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 1 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een betrokken toezichthoudende autoriteit binnen de in artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde termijn bezwaar heeft gemaakt tegen het ontwerpbesluit, en de leidende toezichthoudende autoriteit het relevante en gemotiveerde bezwaar niet volgt of van mening is dat het bezwaar niet relevant of gemotiveerd is, legt de leidende toezichthoudende autoriteit de aangelegenheid binnen vier weken overeenkomstig artikel 60, lid 4, van die verordening voor aan het in artikel 63 bedoelde coherentiemechanisme.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		151</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 1 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd aanvullende vereisten op grond van de nationale wetgeving, wordt elk ontwerpbesluit of definitieve besluit op grond van artikel 60, leden 3, 5 of 7 tot en met 9, van Verordening (EU) 2016/679 schriftelijk genomen in een korte, beknopte, transparante en begrijpelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal. Het wordt op onpartijdige wijze opgesteld, rekening houdend met eventueel uiteenlopend bewijsmateriaal en uiteenlopende standpunten van de partijen, en bevat ten minste de volgende elementen:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de naam van de toezichthoudende autoriteit die het besluit heeft genomen;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de datum waarop het besluit is genomen;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een onpartijdige samenvatting van de relevante feiten van de zaak en de bron daarvan;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rechtsgronden voor het besluit;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>e)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de uitgeoefende corrigerende bevoegdheden, sancties of andere maatregelen; alsmede</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>f)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie over het recht op een doeltreffende voorziening in rechte overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679 en het toepasselijke nationale procesrecht.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		152</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 1 quinquies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 quinquies.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer het wettelijk bindende besluit overeenkomstig artikel 60, lid 8 of lid 9, van Verordening (EU) 2016/679 moet worden genomen door de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, zorgt de leidende toezichthoudende autoriteit ervoor dat het besluit alle elementen bevat die volgens het toepasselijke nationale procesrecht van de betrokken toezichthoudende autoriteit noodzakelijk zijn. De betrokken toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, helpt de leidende toezichthoudende autoriteit bij het opstellen van het besluit in die zin.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		153</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 1 sexies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 sexies.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elk ontwerpbesluit of definitief besluit is alleen gebaseerd op feitelijke bevindingen op basis van documenten of ander bewijs waarover de onderzochte partijen hun standpunten kenbaar hebben kunnen maken.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		154</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 1 septies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 septies.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De op grond van artikel 60, leden 7 tot en met 9, van Verordening (EU) 2016/679 aan de partijen verstrekte informatie omvat een afschrift van het juridisch bindende besluit, en informatie over in overeenstemming met artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679 beschikbare rechtsmiddelen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		155</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 1 octies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 octies.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende autoriteiten publiceren zonder onnodige vertraging, en in ieder geval niet later dan drie maanden na de vaststelling daarvan, alle wettelijk bindende besluiten die zij nemen, tenzij de nieuwe besluiten niet wezenlijk afwijken van eerder gepubliceerde besluiten. In overeenstemming met het toepasselijke nationale recht kunnen toezichthoudende autoriteiten namen van partijen en andere informatie aan de hand waarvan partijen geïdentificeerd kunnen worden, alsook andere informatie die krachtens het toepasselijke recht beschermd is, bewerken.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		156</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 17</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 17</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het recht om te worden gehoord met betrekking tot een herzien ontwerpbesluit</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van mening is dat het herziene ontwerpbesluit in de zin van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 aspecten bevat waarop de onderzochte partijen de gelegenheid moeten krijgen hun standpunten kenbaar te maken, biedt de leidende toezichthoudende autoriteit, voorafgaand aan de voorlegging van het herziene ontwerpbesluit op grond van artikel 60, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679, de onderzochte partijen de gelegenheid hun standpunten over die nieuwe aspecten kenbaar te maken.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leidende toezichthoudende autoriteit stelt een termijn vast waarbinnen deze partijen hun standpunt schriftelijk kenbaar kunnen maken.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		157</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 1 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>zijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitsluitend</STRING></STRING> gebaseerd op feitelijke bestanddelen die in het ontwerpbesluit zijn opgenomen;<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> alsmede</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>zijn gebaseerd op feitelijke bestanddelen die in het ontwerpbesluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of in het gezamenlijke dossier</STRING></STRING> zijn opgenomen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of op aanvullend bewijsmateriaal dat samen met het relevante en gemotiveerde bezwaar is ingediend</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		158</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 1 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>veranderen niets aan de reikwijdte van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vermeende inbreuken door het aanvoeren van punten die leiden tot vaststelling van aanvullende beschuldigingen van inbreuken op Verordening (EU) 2016/679 of tot wijziging van de intrinsieke aard van de verweten beschuldigingen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>veranderen niets aan de reikwijdte van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zaak, zoals gedefinieerd in de laatste versie van de samenvatting op hoofdpunten; alsmede;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		159</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 1 – punt b bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vermelden duidelijk de elementen van het ontwerpbesluit die gewijzigd moeten worden, met inbegrip van, indien mogelijk, de precieze formulering van de voorgestelde wijziging of een voldoende precieze beschrijving van de voorgestelde wijziging van het ontwerpbesluit.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		160</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 2 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elk van de relevante en gemotiveerde bezwaren en het standpunt van de leidende toezichthoudende autoriteit over een dergelijk bezwaar is niet langer dan drie pagina’s en bevat geen bijlagen. In zaken over bijzonder ingewikkelde juridische kwesties kan de maximale lengte vergroot worden tot zes pagina’s, tenzij het Comité een grotere lengte aanvaardt als specifieke omstandigheden dit rechtvaardigen;</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		161</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Hoofdstuk IV</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">[...]</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		162</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Verwijzing naar geschillenbeslechting op grond van artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679</P></OLD><NEW><P>Verwijzing naar geschillenbeslechting op grond van artikel 65<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, lid 1, punt a),</STRING></STRING> van Verordening (EU) 2016/679</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		163</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit de relevante en gemotiveerde bezwaren afwijst of van mening is dat deze niet relevant en gemotiveerd zijn, onderwerpt zij de zaak aan het geschillenbeslechtingsmechanisme dat uiteengezet is in artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit de relevante en gemotiveerde bezwaren afwijst of van mening is dat deze niet relevant en gemotiveerd zijn, onderwerpt zij de zaak <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen vier weken na ontvangst van alle relevante en gemotiveerde bezwaren of vanaf het verstrijken van de termijn als bedoeld in artikel 60, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679</STRING></STRING> aan het geschillenbeslechtingsmechanisme dat uiteengezet is in artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Relevante en gemotiveerde bezwaren die na de uiterste termijn worden ontvangen, worden niet in overweging genomen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		164</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 2 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Bij doorverwijzing van de zaak voor geschillenbeslechting verstrekt de leidende toezichthoudende autoriteit aan het Comité <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle</STRING></STRING> volgende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">documenten</STRING></STRING>:</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Bij doorverwijzing van de zaak voor geschillenbeslechting verstrekt de leidende toezichthoudende autoriteit aan het Comité <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">al het</STRING></STRING> volgende:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		165</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 2 – punt a bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de samenvatting op hoofdpunten;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		166</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 2 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>een samenvatting van de relevante feiten;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>een samenvatting van de relevante feiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, inclusief de beschrijving van de verwerkingsactiviteiten, de beschrijving van de organisatie van het bedrijf en de beschrijving van waar de beslissingen over het doel en de middelen van de verwerking van persoonsgegevens worden genomen</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		167</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 2 – punt d</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> schriftelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">standpunt</STRING></STRING> van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte</STRING></STRING> partijen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, indien van toepassing,</STRING></STRING> op grond van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de artikelen</STRING></STRING> 14 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en 17</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> schriftelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">standpunten</STRING></STRING> van de partijen op grond van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel</STRING></STRING> 14;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		168</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 2 – punt e</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>e)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de schriftelijke standpunten van de klagers, indien van toepassing, op grond van de artikelen 11, 12 en 15;</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		169</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 2 – punt f</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>f)</NO.P>de relevante en gemotiveerde bezwaren die de leidende toezichthoudende autoriteit heeft afgewezen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>f)</NO.P>de relevante en gemotiveerde bezwaren die de leidende toezichthoudende autoriteit heeft afgewezen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de bezwaren die de leidende toezichthoudende autoriteit heeft afgewezen als zijnde irrelevant en ongemotiveerd</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		170</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 2 – punt g</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>g)</NO.P>de gronden waarop de leidende toezichthoudende autoriteit de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevante en gemotiveerde</STRING></STRING> bezwaren heeft afgewezen of deze als niet relevant of gemotiveerd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beschouwde</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>g)</NO.P>de gronden waarop de leidende toezichthoudende autoriteit de bezwaren heeft afgewezen of deze als niet relevant of gemotiveerd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">heeft verworpen</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		171</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 2 – punt g bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>g bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toegang tot het gezamenlijk dossier.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		172</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Het Comité <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt</STRING></STRING> binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vier</STRING></STRING> weken na ontvangst van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> in lid 2 vermelde documenten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in aanmerking genomen relevante en gemotiveerde bezwaren vast</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Het Comité <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">registreert de indiening van een zaak bij het geschillenbeslechtingsmechanisme</STRING></STRING> binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> weken na ontvangst van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle</STRING></STRING> in lid 2 vermelde documenten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of verzoekt om een hernieuwde indiening met de ontbrekende informatie binnen nog een week</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bij de registratie van de indiening vermeldt en structureert het Comité de geschillen tussen toezichthoudende autoriteiten die het voorwerp van de procedure voor het Comité uitmaken, en verstrekt het deze onmiddellijk aan de toezichthoudende autoriteiten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		173</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 3 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zodra alle in lid 2 vermelde informatie is ontvangen, is de voorzitter van het Comité bevoegd de leidende toezichthoudende autoriteit of de betrokken toezichthoudende autoriteiten te verzoeken om eventuele aanvullende informatie, documenten of verduidelijkingen die het Comité nodig heeft voor de vaststelling van een bindend besluit betreffende alle zaken die onderwerp zijn van de relevante en gemotiveerde bezwaren. De autoriteiten verstrekken deze aanvullende informatie uiterlijk één week na ontvangst van het verzoek.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		174</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 3 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De betrokken toezichthoudende autoriteiten kunnen binnen twee weken na ontvangst van de indiening overeenkomstig lid 3 overige relevante informatie die zij over die zaak hebben die geen onderdeel uitmaakte van de bezwaren, met inbegrip van maar niet beperkt tot feiten en documentatie die aan hun bezwaar ten grondslag liggen, indienen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		175</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 3 quater (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De “verwijzing van de aangelegenheid” overeenkomstig artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 betekent het moment waarop alle in artikel 22, lid 2, bedoelde documenten beschikbaar en vertaald zijn overeenkomstig artikel 2 quinquies.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		176</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 3 quinquies (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3 quinquies.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het in artikel 65, lid 4, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde verbod voor toezichthoudende autoriteiten om een besluit te nemen over de aangelegenheid die aan het Comité is voorgelegd tijdens de in artikel 65, leden 2 en 3, van Verordening (EU) 2016/679 bedoelde perioden, geldt ook tijdens de in lid 3 van dit artikel bedoelde perioden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		177</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 23</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 23</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Registratie met betrekking tot een besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De voorzitter van het Comité registreert de doorverwijzing van een zaak voor geschillenbeslechting op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 uiterlijk een week na ontvangst van alle volgende documenten:</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het ontwerpbesluit of herziene ontwerpbesluit waarop de relevante en gemotiveerde bezwaren betrekking hebben;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een samenvatting van de relevante feiten;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het schriftelijke standpunt van de onderzochte partijen, indien van toepassing, op grond van de artikelen 14 en 17;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">schriftelijke standpunten van de klagers, indien van toepassing, op grond van de artikelen 11, 12 en 15;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>e)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in aanmerking genomen relevante en gemotiveerde bezwaren;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>f)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de gronden waarop de leidende toezichthoudende autoriteit de in aanmerking genomen relevante en gemotiveerde bezwaren heeft afgewezen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		178</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 24</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 24</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opgave van gronden voorafgaand aan vaststelling van een besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorafgaand aan de vaststelling van het bindend besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2016/679 verstrekt de voorzitter van het Comité via de leidende toezichthoudende autoriteit aan de onderzochte partijen en/of, in geval van volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht, aan de klager een opgave van gronden met uiteenzetting van de redenering die het Comité beoogt op te nemen in zijn besluit. Wanneer het Comité van plan is een bindend besluit vast te stellen dat de leidende toezichthoudende autoriteit dwingt haar ontwerpbesluit of herziene ontwerpbesluit te wijzigen, bepaalt het Comité of die opgave van gronden gepaard moet gaan met de in aanmerking genomen relevante en gemotiveerde bezwaren waarop het Comité zijn besluit beoogt te baseren.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De onderzochte partijen en/of, in geval van volledige of gedeeltelijke afwijzing van een klacht, de klager hebben vanaf de in lid 1 bedoelde opgave van gronden een week tijd om hun standpunten kenbaar te maken.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De termijn in lid 2 wordt met een week verlengd wanneer het Comité de termijn voor vaststelling van het bindend besluit verlengt overeenkomstig artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De termijn voor vaststelling van het bindend besluit waarin is voorzien in artikel 65, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679, wordt opgeschort tijdens de in de leden 2 en 3 bedoelde termijnen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		179</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 25</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 25</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Procedure met betrekking tot een besluit op grond van artikel 65, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2016/679</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij doorverwijzing van een zaak voor geschillenbeslechting op grond van artikel 65, lid 1, punt b), van Verordening 2016/679 verstrekt de leidende toezichthoudende autoriteit die de zaak voorlegt met betrekking tot de bevoegdheid voor de hoofdvestiging, aan het Comité alle volgende documenten:</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een samenvatting van de relevante feiten;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de beoordeling van deze feiten voor zover het de voorwaarden van artikel 56, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 betreft;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de standpunten aangevoerd door de verwerkingsverantwoordelijke of verwerker waarvan de hoofdvestiging onderwerp is van de doorverwijzing;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de standpunten van andere bij de doorverwijzing betrokken toezichthoudende autoriteiten;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>e)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elk ander document of informatie die de doorverwijzende toezichthoudende autoriteit relevant en noodzakelijk acht om de zaak op te lossen.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De voorzitter van het Comité registreert de doorverwijzing uiterlijk een week na ontvangst van de in lid 1 bedoelde documenten.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		180</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 26 – lid 1 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>de standpunten van de toezichthoudende autoriteit die de zaak doorverwijst, of de Commissie over de vraag of, indien van toepassing, een toezichthoudende autoriteit verplicht was het ontwerpbesluit toe te sturen aan het Comité op grond van artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 of een toezichthoudende autoriteit een op grond van artikel 64 van Verordening (EU) 2016/679 gegeven advies van het Comité niet heeft opgevolgd.</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>de standpunten van de toezichthoudende autoriteit die de zaak doorverwijst, of de Commissie over de vraag of, indien van toepassing, een toezichthoudende autoriteit verplicht was het ontwerpbesluit toe te sturen aan het Comité op grond van artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 of een toezichthoudende autoriteit een op grond van artikel 64 van Verordening (EU) 2016/679 gegeven advies van het Comité niet heeft opgevolgd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met een toelichting op de punten die niet zijn opgevolgd en een verwijzing naar het betreffende onderdeel van het vastgestelde besluit</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		181</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 26 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De voorzitter van het Comité stelt alle toezichthoudende autoriteiten in kennis van de in lid 1 bedoelde doorverwijzing naar het Comité teneinde de toezichthoudende autoriteiten in staat te stellen hun standpunten kenbaar te maken.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		182</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 26 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De voorzitter van het Comité registreert de doorverwijzing uiterlijk een week na ontvangst van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> in de leden 1 en 2 bedoelde documenten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>De voorzitter van het Comité registreert de doorverwijzing uiterlijk een week na ontvangst van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle</STRING></STRING> in de leden 1 en 2 bedoelde documenten.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		183</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 26 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 26 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Procedurele vaststellingen door het Comité</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overeenkomstig artikel 66 van Verordening (EU) 2016/679 kan een toezichthoudende autoriteit het Comité verzoeken een urgent bindend besluit te nemen in de vorm van een procedurele vaststelling over elk procedureel geschil tussen toezichthoudende autoriteiten in gevallen zoals bedoeld in deze verordening.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit van mening is dat zij onmogelijk aan de termijn van artikel 4, lid 1 ter, of artikel 5 bis, lid 3, kan voldoen, met name vanwege de noodzaak van uitzonderlijk complex feitenonderzoek, verzoekt zij het Comité om een urgent bindend besluit overeenkomstig lid 1, betreffende verlenging van de termijn met nog eens maximaal negen maanden. De toezichthoudende autoriteit toont aan dat de gevraagde verlenging onvermijdelijk is, ook al voldoet zij aan artikel 2 quater, lid 1.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verzoeken uit hoofde van de leden 1 en 2 bevatten ten minste het volgende:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de aangevoerde feiten en alle bewijsmateriaal waarover de autoriteit of de partij beschikt;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de rechtsgronden voor het verzoek;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de vaststelling overeenkomstig lid 1 of de verlenging overeenkomstig lid 2 waar de autoriteit of partij het Comité om verzoekt.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Binnen twee weken stelt het Comité de zaak vast op basis van de informatie die aan hem is voorgelegd of wijst hij het verzoek af. Vaststellingen zijn bindend voor de toezichthoudende autoriteiten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		184</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 26 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 26 ter</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Recht om een doeltreffende voorziening in rechte in te stellen tegen een toezichthoudende autoriteit</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd de bestaande rechtsmiddelen overeenkomstig artikel 78 van Verordening (EU) 2016/679 en andere administratieve of buitengerechtelijke rechtsmiddelen, heeft elke partij bij de procedure recht op een doeltreffende voorziening in rechte:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wanneer de toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend, geen gebruikmaakt van haar bevoegdheden om ervoor te zorgen dat een andere toezichthoudende autoriteit de procedure voortzet;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wanneer een leidende toezichthoudende autoriteit zich niet houdt aan de termijnen waarin Verordening (EU) 2016/679 en deze verordening voorzien; of</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wanneer een toezichthoudende autoriteit een bindend besluit van het Comité niet naleeft.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elke partij bij de procedure of een orgaan zonder winstoogmerk zoals bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679 kan een vordering instellen krachtens lid 1, punt c), indien hij van oordeel is dat de rechten van een betrokkene onder Verordening (EU) 2016/679 als gevolg van de verwerking zijn geschonden.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een rechtbank die met het in lid 1 bedoelde toezicht is belast concludeert dat een toezichthoudende autoriteit zich niet van zijn taken heeft gekweten, is hij bevoegd die toezichthoudende autoriteit opdracht te geven de noodzakelijke actie te ondernemen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		185</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 27 – lid 1 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>een samenvatting van de relevante feiten;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>een samenvatting van de relevante feiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, inclusief bewijs van een inbreuk op Verordening (EU) 2016/679</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		186</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 27 – lid 1 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>een beschrijving van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in het eigen gebied</STRING></STRING> vastgestelde voorlopige maatregel, de duur daarvan en de gronden voor toepassing ervan, met inbegrip van de motivering van de dringende noodzaak om in te grijpen ter bescherming van de rechten en vrijheden van betrokkenen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>een beschrijving van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op het grondgebied van de lidstaat van de verzoekende toezichthoudende autoriteit</STRING></STRING> vastgestelde voorlopige maatregel, de duur daarvan en de gronden voor toepassing ervan, met inbegrip van de motivering van de dringende noodzaak om in te grijpen ter bescherming van de rechten en vrijheden van betrokkenen;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		187</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 27 – lid 1 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>een motivering van de dringende noodzaak voor vast te stellen definitieve maatregelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op het grondgebied van de lidstaat van de verzoekende toezichthoudende autoriteit</STRING></STRING>, met inbegrip van een uitleg over de uitzonderlijke omstandigheden die vaststelling van de maatregelen in kwestie vereisen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>een motivering van de dringende noodzaak voor vast te stellen definitieve maatregelen, met inbegrip van een uitleg over de uitzonderlijke omstandigheden die vaststelling van de maatregelen in kwestie vereisen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		188</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 27 – lid 1 – punt c bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wanneer de verzoekende autoriteit niet de leidende toezichthoudende autoriteit is, de standpunten van de leidende toezichthoudende autoriteit.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		189</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 27 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Het dringend advies van het Comité wordt verzonden aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> toezichthoudende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">autoriteit die het verzoek heeft ingediend</STRING></STRING>. Dit is vergelijkbaar met een advies in de zin van artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 en stelt de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verzoekende autoriteit</STRING></STRING> in staat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">haar</STRING></STRING> voorlopige maatregel te handhaven of te wijzigen overeenkomstig de verplichtingen van artikel 64, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Het dringend advies van het Comité wordt verzonden aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle</STRING></STRING> toezichthoudende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">autoriteiten</STRING></STRING>. Dit is vergelijkbaar met een advies in de zin van artikel 64, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 en stelt de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">autoriteiten</STRING></STRING> in staat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hun</STRING></STRING> voorlopige maatregel te handhaven of te wijzigen overeenkomstig de verplichtingen van artikel 64, lid 7, van Verordening (EU) 2016/679.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		190</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Dringende besluiten op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679</P></OLD><NEW><P>Dringende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bindende</STRING></STRING> besluiten op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		191</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Een verzoek om een dringend besluit van het Comité op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 wordt ingediend uiterlijk drie weken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voorafgaand de vervaldatum</STRING></STRING> van de voorlopige maatregelen die op grond van artikel 61, lid 8, artikel 62, lid 7, of artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 zijn vastgesteld. Het verzoek bevat alle volgende gegevens:</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Een verzoek om een dringend <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bindend</STRING></STRING> besluit van het Comité op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 wordt ingediend uiterlijk drie weken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">na de vaststelling</STRING></STRING> van de voorlopige maatregelen die op grond van artikel 61, lid 8, artikel 62, lid 7, of artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 zijn vastgesteld. Het verzoek bevat alle volgende gegevens:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		192</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 1 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>een samenvatting van de relevante feiten;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>een samenvatting van de relevante feiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, inclusief bewijs van een inbreuk op Verordening (EU) 2016/679</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		193</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 1 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>de vastgestelde voorlopige maatregel op het grondgebied van de lidstaat van de toezichthoudende autoriteit die verzoekt om het besluit, de duur daarvan en de gronden voor toepassing <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ervan</STRING></STRING> en met name de motivering van de dringende noodzaak om in te grijpen ter bescherming van de rechten en vrijheden van betrokkenen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>de vastgestelde voorlopige maatregel op het grondgebied van de lidstaat van de toezichthoudende autoriteit die verzoekt om het besluit, de duur daarvan en de gronden voor toepassing <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">daarvan</STRING></STRING> en met name de motivering van de dringende noodzaak om in te grijpen ter bescherming van de rechten en vrijheden van betrokkenen;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		194</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 1 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>informatie over alle onderzoeksmaatregelen die getroffen zijn in het eigen grondgebied en de van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plaatselijke vestiging van de</STRING></STRING> onderzochte partijen ontvangen reacties of andere informatie waarover de verzoekende toezichthoudende autoriteit beschikt;</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>informatie over alle onderzoeksmaatregelen die getroffen zijn in het eigen grondgebied en de van de onderzochte partijen ontvangen reacties of andere informatie waarover de verzoekende toezichthoudende autoriteit beschikt;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		195</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 1 – punt d</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>d)</NO.P>een motivering van de dringende noodzaak voor vast te stellen definitieve maatregelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op het grondgebied van de verzoekende toezichthoudende autoriteit</STRING></STRING>, rekening houdend met de uitzonderlijke omstandigheden die vaststelling van de definitieve maatregel vereisen of bewijs dat een toezichthoudende autoriteit nagelaten heeft te reageren op een verzoek op grond van artikel 61, lid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">3</STRING></STRING>, of artikel 62, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679;</P></OLD><NEW><P><NO.P>d)</NO.P>een motivering van de dringende noodzaak voor vast te stellen definitieve maatregelen, rekening houdend met de uitzonderlijke omstandigheden die vaststelling van de definitieve maatregel vereisen of bewijs dat een toezichthoudende autoriteit nagelaten heeft <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de overeenkomstig artikel 61, lid 5, van Verordening (EU) 2016/679 verzochte informatie te verstrekken of nagelaten heeft</STRING></STRING> te reageren op een verzoek op grond van artikel 61, lid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">8</STRING></STRING>, of artikel 62, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		196</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 1 – punt f</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>f)</NO.P>indien <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van toepassing</STRING></STRING>, de standpunten van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plaatselijke vestiging van de</STRING></STRING> onderzochte partijen tegen wie voorlopige maatregelen zijn getroffen op grond van artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679.</P></OLD><NEW><P><NO.P>f)</NO.P>indien <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beschikbaar</STRING></STRING>, de standpunten van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">partijen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Indien de verzoekende autoriteit niet de leidende toezichthoudende autoriteit is, verleent de verzoekende autoriteit</STRING></STRING> de onderzochte partijen tegen wie voorlopige maatregelen zijn getroffen op grond van artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het recht om te worden gehoord</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		197</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Het in lid 1 bedoelde dringende advies wordt verzonden aan de toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die het verzoek heeft ingediend</STRING></STRING>, en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt de verzoekende autoriteit in staat haar voorlopige maatregel te handhaven of te wijzigen</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Het in lid 1 bedoelde dringende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bindende</STRING></STRING> advies wordt verzonden aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leidende</STRING></STRING> toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en alle betrokken toezichthoudende autoriteiten</STRING></STRING>, en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vermeldt welke toezichthoudende autoriteiten in voorkomend geval definitieve maatregelen moeten nemen in het licht van het dringende advies of besluit van het Comité op grond van artikel 66, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		198</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Wanneer het Comité een dringend bindend besluit vaststelt waarin is bepaald dat er definitieve maatregelen moeten worden getroffen, treft de toezichthoudende autoriteit waaraan het besluit is gericht, dergelijke maatregelen vóór de vervaldatum van de voorlopige maatregelen die zijn getroffen op grond van artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Wanneer het Comité een dringend bindend besluit vaststelt waarin is bepaald dat er definitieve maatregelen moeten worden getroffen, treft de toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of treffen de autoriteiten</STRING></STRING> waaraan het besluit is gericht, dergelijke maatregelen vóór de vervaldatum van de voorlopige maatregelen die zijn getroffen op grond van artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		199</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De</STRING></STRING> toezichthoudende autoriteit die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het in lid 1 bedoelde verzoek heeft ingediend</STRING></STRING>, maakt haar besluit over de definitieve maatregelen bekend aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vestiging van de verwerkingsverantwoordelijke of verwerker op het grondgebied van haar lidstaat</STRING></STRING> en informeert het Comité. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit niet de verzoekende autoriteit is, informeert de verzoekende autoriteit de leidende toezichthoudende autoriteit over de definitieve <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maatregel</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een</STRING></STRING> toezichthoudende autoriteit die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verantwoordelijk is voor het treffen van definitieve maatregelen</STRING></STRING>, maakt haar besluit over de definitieve maatregelen bekend aan de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte partijen</STRING></STRING> en informeert het Comité. Wanneer de leidende toezichthoudende autoriteit niet de verzoekende autoriteit is, informeert de verzoekende autoriteit de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderzochte partijen tegen wie voorlopige maatregelen zijn getroffen over het besluit van het Comité en</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">over de door</STRING></STRING> de leidende toezichthoudende autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">getroffen</STRING></STRING> definitieve <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maatregelen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De toezichthoudende autoriteit waarbij de klacht is ingediend informeert de klager over het besluit van het Comité en de door de leidende toezichthoudende autoriteit getroffen definitieve maatregelen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		200</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 28 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rechtsmiddelen tegen procedurele vaststellingen</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rechtsmiddelen tegen procedurele vaststellingen van een toezichthoudende autoriteit uit hoofde van het nationaal recht worden alleen ingezet in combinatie met rechtsmiddelen tegen het inhoudelijke definitieve besluit. De termijnen voor de inzet van rechtsmiddelen tegen procedurele vaststellingen uit hoofde van het toepasselijk nationaal recht, worden verlengd voor de duur van de bij de toezichthoudende autoriteit aanhangig gemaakte procedure.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		201</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 28 ter</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Statistieken betreffende handhaving</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende autoriteiten vermelden de volgende cijfers in hun activiteitenverslagen uit hoofde van artikel 59 van Verordening (EU) 2016/679:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het aantal door de toezichthoudende autoriteit ingestelde ambtshalve onderzoeken;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het aantal door andere toezichthoudende autoriteiten ingestelde ambtshalve onderzoeken;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het aantal ontvangen klachten, met inbegrip van klachten die zijn afgewezen, verworpen, ingetrokken, gedeeltelijk gegrond zijn verklaard, volledig gegrond zijn verklaard of anderszins zijn afgesloten;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het aantal wettelijk bindende besluiten waar momenteel beroep tegen is aangetekend;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>e)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het aantal en de gemiddelde duur van de in punten a) tot en met d) bedoelde lopende en afgesloten procedures;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>f)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het aantal maatregelen, per type maatregel, dat is getroffen overeenkomstig artikel 58, lid 2, van Verordening (EU) 2016/679 of het toepasselijk nationaal recht;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>g)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het aantal en de hoogte van de opgelegde en geïnde boeten uit hoofde van de artikelen 83 en 84, van Verordening (EU) 2016/679 of het toepasselijk nationaal recht; alsmede</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>h)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het jaarlijkse budget en het aantal personeelsleden, uitgesplitst naar opleiding, taken en organisatorische eenheden.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toezichthoudende autoriteiten publiceren het activiteitenverslag over het afgelopen jaar zonder onnodige vertraging en niet later dan 30 juni.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Comité maakt de in lid 1 bedoelde informatie van alle toezichthoudende autoriteiten uiterlijk vóór 31 juli van elk jaar voor het voorafgaande jaar bekend.</STRING></STRING></P></NEW><NOTE><STRING ITALIC="on">(Artikel 28 ter wordt opgenomen in Hoofdstuk VII “Algemene en slotbepalingen”)</STRING></NOTE></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		202</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 29</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanvang van termijnen en definitie van werkdag</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in Verordening (EU) 2016/679 bedoelde termijnen of op grond daarvan door de toezichthoudende autoriteiten vastgestelde termijnen worden berekend overeenkomstig Verordening (EEG, Euratom) 1182/71 van de Raad </STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">17</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De termijnen gaan in op de werkdag die volgt op de gebeurtenis waarnaar de desbetreffende bepaling van Verordening (EU) 2016/679 of deze verordening verwijst.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">__________________</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">17</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden (PB L 124 van 8.6.1971, blz. 1).</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		203</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 30 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De hoofdstukken III en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">IV</STRING></STRING> gelden voor ambtshalve onderzoeken die aanvangen na de inwerkingtreding van deze verordening en voor onderzoeken op basis van klachten, indien de klacht is ingediend na de inwerkingtreding van deze verordening.</P></OLD><NEW><P>De hoofdstukken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">I, II</STRING></STRING> en III gelden voor ambtshalve onderzoeken die aanvangen na de inwerkingtreding van deze verordening en voor onderzoeken op basis van klachten, indien de klacht is ingediend na de inwerkingtreding van deze verordening.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		204</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 30 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Hoofdstuk</STRING></STRING> V <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geldt</STRING></STRING> voor alle zaken die na de inwerkingtreding van deze verordening worden voorgelegd voor geschillenbeslechting op grond van artikel 65 van Verordening (EU) 2016/679.</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De hoofdstukken</STRING></STRING> V <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en VI gelden</STRING></STRING> voor alle zaken die na de inwerkingtreding van deze verordening worden voorgelegd voor geschillenbeslechting op grond van artikel 65 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en voor spoedprocedures op grond van artikel 66, leden 2 en 3,</STRING></STRING> van Verordening (EU) 2016/679.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		205</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 30 – alinea 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Tot ... [zes maanden vanaf de datum van toepassing van deze verordening] verstrekt de leidende toezichthoudende autoriteit op verzoek alle documenten die zij in haar bezit heeft via andere elektronische middelen aan andere toezichthoudende autoriteiten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		206</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 30 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 30 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Evaluatie en herziening</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie evalueert en herziet deze verordening in het kader van haar verslagen aan het Europees Parlement en de Raad overeenkomstig artikel 97 van Verordening (EU) 2016/679.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		207</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 31 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Inwerkingtreding</P></OLD><NEW><P>Inwerkingtreding <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en toepassing</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		208</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 31 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zij is van toepassing met ingang van ... [1 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening].</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 2 ter, lid 1, punt c), artikel 2 ter, lid 3, laatste zin, artikel 2 quater, lid 2, laatste zin, en lid 5, artikel 2 quinquies, lid 3 en lid 6, artikel 8, lid 1, en artikel 18, lid 1, punt a) zijn daarentegen van toepassing vanaf ... [zes maanden na de datum van toepassing van deze verordening].</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		209</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage I – deel A – punt 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Identiteit van de persoon of entiteit die de klacht indient</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Identiteit van de persoon of entiteit die de klacht indient</P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de klager een natuurlijke persoon is, dient hij een identiteitsbewijs in.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P>Wanneer de klacht wordt ingediend door een orgaan als bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679, moet een bewijs worden overgelegd dat het orgaan naar behoren is opgericht volgens het recht van een lidstaat.</P></OLD><NEW><P>Wanneer de klacht wordt ingediend door een orgaan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, organisatie of vereniging</STRING></STRING> als bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679, moet een bewijs worden overgelegd dat het orgaan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de organisatie of vereniging</STRING></STRING> naar behoren is opgericht volgens het recht van een lidstaat.</P></NEW><OLD><P>Wanneer de klacht wordt ingediend op grond van artikel 80, lid 1, van Verordening 2016/679, bewijs dat het orgaan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dat</STRING></STRING> de klacht indient, handelt op basis van een machtiging van een betrokkene.</P></OLD><NEW><P>Wanneer de klacht wordt ingediend op grond van artikel 80, lid 1, van Verordening 2016/679, bewijs dat het orgaan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de organisatie of vereniging</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dat/die</STRING></STRING> de klacht indient, handelt op basis van een machtiging van een betrokkene.</P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">___________</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bijvoorbeeld paspoort, rijbewijs, nationale identiteitskaart.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		210</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage I – deel A – punt 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Contactadres <STRING SUPERSCRIPT="on">1 a</STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Contactadres <STRING SUPERSCRIPT="on">1 a</STRING></P></NEW><OLD><P>Wanneer de klacht elektronisch wordt ingediend, e-mailadres.</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De naam, het adres en andere beschikbare contactgegevens van de klager, inclusief</STRING></STRING> e-mailadres wanneer de klacht elektronisch wordt ingediend.</P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer de klacht via de post wordt ingediend, het postadres.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Telefoonnummer.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P>____________</P></OLD><NEW><P>____________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING> Wanneer de klacht wordt ingediend door een orgaan als bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679, moet alle in punt 2 genoemde informatie worden verstrekt.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">1 bis</STRING> Wanneer de klacht wordt ingediend door een orgaan als bedoeld in artikel 80 van Verordening (EU) 2016/679, moet alle in punt 2 genoemde informatie worden verstrekt.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		211</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een verordening</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage I – deel A – punt 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Entiteit waarvan de verwerking van uw persoonsgegevens inbreuk maakt op Verordening (EU) 2016/679</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Entiteit waarvan de verwerking van uw persoonsgegevens inbreuk maakt op Verordening (EU) 2016/679</P></NEW><OLD><P>Verstrek alle informatie die u bezit om het mogelijk maken vast te stellen op welke entiteit uw klacht betrekking heeft.</P></OLD><NEW><P>Verstrek alle informatie die u bezit om het mogelijk te maken vast te stellen op welke entiteit uw klacht betrekking heeft<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van de naam, het adres en alle andere contactgegevens van die entiteit</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND></AMDLST></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>