<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0204</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Bodemmonitoring en -veerkracht (richtlijn bodemmonitoring)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0138/2024 - Rapporteur: Martin Hojsík)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 10 april 2024 inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake bodemmonitoring en -veerkracht (richtlijn bodemmonitoring) (COM(2023)0416 – C9-0234/2023 – 2023/0232(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0416),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 192, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0234/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gemotiveerde adviezen die in het kader van protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid zijn uitgebracht door de Nederlandse Eerste Kamer en de Nederlandse Tweede Kamer en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 25 oktober 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/887 van 6.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na raadpleging van het Comité van de Regio’s,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A9-0138/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2023)0232</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 10 april 2024 met het oog op de vaststelling van Richtlijn (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad inzake bodemmonitoring en -veerkracht (richtlijn bodemmonitoring)</STRING><BRK/></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1,</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C , van , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Comité van de Regio’s<FOOTNOTE><FIELD>PB C , van , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>De bodem is een cruciale, beperkte, niet-hernieuwbare en onvervangbare hulpbron die essentieel is voor de economie, het milieu en de samenleving.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>Gezonde bodems bevinden zich in een goede chemische, biologische en fysische staat zodat zij ecosysteemdiensten kunnen leveren die van vitaal belang zijn voor mens en milieu, zoals veilig, voedzaam en toereikend voedsel, biomassa, schoon water, de kringloop van voedingsstoffen, koolstofopslag en een habitat voor biodiversiteit. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bodem is van essentieel belang voor het waarborgen van de voedselzekerheid. Geschat wordt echter dat </STRING></STRING>60 tot 70 % van de bodems in de Unie is <STRING STRIKE="on">echter </STRING>aangetast en blijft verslechteren. <STRING BOLD="on">[Am. 1]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>Bodemaantasting kost de Unie jaarlijks tientallen miljarden euro. Bodemgezondheid heeft gevolgen voor de verlening van ecosysteemdiensten met een belangrijk economisch rendement. <STRING STRIKE="on">Een duurzaam beheer en herstel van de bodems</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verbetering ervan</STRING></STRING> is daarom economisch zinvol en kan de prijs en de waarde van de grond in de Unie aanzienlijk doen stijgen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bovendien kan de vorming van slechts één centimeter teeltlaag wel duizend jaar duren, terwijl het proces van aantasting en volledig verlies van bodems zich in rap tempo kan voltrekken.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on">[Am. 2]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>In de Europese Green Deal<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, “De Europese Green Deal”, COM(2019) 640 final.</FIELD></FOOTNOTE> is een ambitieus stappenplan vastgesteld om de Unie om te vormen tot een eerlijke en welvarende samenleving met een moderne, hulpbronnenefficiënte en concurrerende economie, met als doel het natuurlijk kapitaal van de Unie te beschermen, te behouden en te verbeteren en de gezondheid en het welzijn van burgers te beschermen. In het kader van de Europese Green Deal heeft de Commissie de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 – De natuur terug in ons leven brengen”, COM(2020) 380 final.</FIELD></FOOTNOTE>, de “van boer tot bord”-strategie<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een ‘van boer tot bord’-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem”, COM(2020) 381 final.</FIELD></FOOTNOTE>, het actieplan om de verontreiniging tot nul terug te brengen<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, Route naar een gezonde planeet voor iedereen — EU-actieplan: Verontreiniging van lucht, water en bodem naar nul”, COM(2021) 400 final.</FIELD></FOOTNOTE>, de EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een klimaatveerkrachtig Europa tot stand brengen — de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering”, COM(2021) 82 final.</FIELD></FOOTNOTE> en de EU-bodemstrategie voor 2030<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “EU-bodemstrategie voor 2030 — Profiteren van de voordelen van een gezonde bodem voor mens, voedsel, natuur en klimaat”, COM(2021) 699 final.</FIELD></FOOTNOTE> vastgesteld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>De Unie zet zich in voor de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de bijbehorende duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s)<FOOTNOTE><FIELD>https://sdgs.un.org/goals</FIELD></FOOTNOTE>. Gezonde bodems dragen rechtstreeks bij tot de verwezenlijking van verschillende SDG’s, met name SDG 2 (geen honger), SDG 3 (goede gezondheid en welzijn), SDG 6 (schoon water en sanitaire voorzieningen), SDG 11 (duurzame steden en gemeenschappen), SDG 12 (verantwoorde consumptie en productie), SDG 13 (klimaatactie) en SDG 15 (leven op het land). SDG 15.3 beoogt woestijnvorming tegen te gaan, aangetaste bodems (onder meer als gevolg van woestijnvorming, droogten en overstromingen) te herstellen, en te streven naar een wereld zonder verdere bodemaantasting tegen 2030.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P>De Unie en haar lidstaten, als partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit dat werd goedgekeurd bij Besluit 93/626/EEG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Besluit 93/626/EEG van de Raad van 25 oktober 1993 betreffende de sluiting van het Verdrag inzake biologische diversiteit (PB L 309 van 13.12.1993, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, bereikten tijdens de 15<STRING SUPERSCRIPT="on">e</STRING> Conferentie van de Partijen een overeenkomst over het “Mondiaal Biodiversiteitskader van Kunming-Montreal”<FOOTNOTE><FIELD>Besluit aangenomen door de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit op 19 december 2022, 15/4. Mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal.</FIELD></FOOTNOTE> (GBF), dat verscheidene actiegerichte mondiale doelstellingen voor 2030 omvat die verband houden met de gezondheid van de bodem. De voordelen van de natuur voor de mensheid, waaronder bodemgezondheid, moeten worden hersteld, behouden en versterkt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>Als partijen bij het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming (UNCCD), dat is goedgekeurd bij Besluit 98/216/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Besluit 98/216/EG van de Raad van 9 maart 1998 met betrekking tot de sluiting, namens de Gemeenschap, van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming in de landen die te kampen hebben met ernstige droogte en/of woestijnvorming, in het bijzonder in Afrika (PB L 83 van 19.3.1998, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, hebben de Unie en haar lidstaten zich ertoe verbonden woestijnvorming te bestrijden en de gevolgen van droogte in de getroffen landen te beperken. Dertien lidstaten<FOOTNOTE><FIELD>Bulgarije, Cyprus, Griekenland, Hongarije, Italië, Kroatië, Letland, Malta, Portugal, Roemenië, Slowakije, Slovenië en Spanje.</FIELD></FOOTNOTE> hebben in het kader van het UNCDD verklaard partijen te zijn die door woestijnvorming worden getroffen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>In het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) worden land en bodem tegelijkertijd als bronnen van koolstof en als koolstofputten beschouwd. De Unie en de lidstaten hebben zich er als partijen toe verbonden duurzaam beheer, behoud en verbetering van koolstofputten en -reservoirs te bevorderen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>In de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 wordt gesteld dat het essentieel is om meer inspanningen te leveren om de vruchtbaarheid van de bodem te beschermen, bodemerosie te beperken en de hoeveelheid organisch materiaal in de bodem te vergroten door middel van duurzame praktijken op het gebied van bodembeheer. Ook wordt gesteld dat er aanzienlijke vooruitgang nodig is bij het identificeren van vervuilde bodems, het herstellen van aangetaste bodems, het vaststellen van de voorwaarden voor een goede ecologische toestand van de bodem, het invoeren van hersteldoelstellingen en het verbeteren van de monitoring van de bodemgezondheid.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>In de EU-bodemstrategie voor 2030 wordt de visie voor de lange termijn uiteengezet, waarin alle bodemecosystemen in de Unie tegen 2050 in gezonde staat verkeren en dus veerkrachtiger zijn. Gezonde bodems dragen als belangrijke oplossing bij tot de doelstellingen van de Unie om klimaatneutraliteit te bereiken en weerbaarder te worden ten aanzien van klimaatverandering, een schone en circulaire (bio-)economie te ontwikkelen, het biodiversiteitsverlies om te buigen, de menselijke gezondheid te beschermen, woestijnvorming te stoppen en bodemaantasting om te keren.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Om de overgang naar gezonde bodems mogelijk te maken, is financiering van vitaal belang. Het meerjarig financieel kader biedt verschillende financieringsmogelijkheden voor de bescherming, het duurzame beheer en de regeneratie van bodems. Een “bodemdeal voor Europa” is een van de vijf EU-missies van het programma Horizon Europa en is specifiek gericht op de bevordering van de bodemgezondheid. De bodemmissie is een essentieel instrument voor de uitvoering van deze richtlijn. De missie heeft tot doel dat de EU het voortouw neemt bij de transitie naar gezonde bodems door een ambitieus onderzoeks- en innovatieprogramma te financieren, een netwerk van 100 “levende laboratoria” en “vuurtorens” op te zetten op het platteland en in stedelijke gebieden, de ontwikkeling van een geharmoniseerd kader voor bodemmonitoring te bevorderen en het besef van het belang van de bodem te vergroten. Andere Unieprogramma’s met doelstellingen die bijdragen tot een gezonde bodem zijn het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de fondsen voor het cohesiebeleid, het programma voor milieu en klimaatactie, het werkprogramma van Horizon Europa, het instrument voor technische ondersteuning, de faciliteit voor herstel en veerkracht en InvestEU.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Aangezien de doelstelling om alle bodems in de Unie in een gezonde toestand te brengen van gemeenschappelijk belang is, moeten er meer middelen worden vrijgemaakt om de toepassing van duurzame bodembeheer- en regeneratiepraktijken te ondersteunen, onder meer via steunverlening door de Europese Investeringsbank met behulp van mechanismen voor risicovermindering. De Commissie moet de algemene financiële behoeften en tekorten beoordelen, en moet voor de periode na 2027 zo nodig aanvullende financiële middelen inzetten binnen het meerjarig financieel kader en maatregelen treffen om beleidscoherentie met betrekking tot de doelstellingen van deze richtlijn waarborgen.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on">[Am. 3]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>In de bodemstrategie voor 2030 werd aangekondigd dat de Commissie een wetgevingsvoorstel over bodemgezondheid zou indienen waarmee de doelstellingen van de bodemstrategie kunnen worden verwezenlijkt en een goede bodemgezondheid in de hele EU tegen 2050 kan worden bewerkstelligd. In zijn resolutie van 28 april 2021 over bodembescherming<FOOTNOTE><FIELD>Resolutie van het Europees Parlement van 28 april 2021 over bodembescherming (2021/2548(RSP)).</FIELD></FOOTNOTE> benadrukte het Europees Parlement het belang van de bescherming van de bodem en de bevordering van gezonde bodems in de Unie, rekening houdend met het feit dat de aantasting van de bodems in de Unie voortduurt ondanks de beperkte en ongelijke maatregelen die in sommige lidstaten zijn genomen. Het Europees Parlement heeft de Commissie verzocht een gemeenschappelijk rechtskader voor de hele Unie te ontwerpen waarin alle belangrijke bedreigingen voor de bodem worden aangepakt, met volledige inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel, voor de bescherming en het duurzame gebruik van de bodem.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Belangrijk is dat het Europees Parlement nadrukkelijk heeft gewezen op de risico’s voor de werking van de interne markt die voortvloeien uit het ontbreken van een gelijk speelveld tussen de lidstaten en uit de tussen de lidstaten uiteenlopende bodembeschermingsregelingen, en op het grote potentieel om eerlijke concurrentie in de particuliere sector te stimuleren, innovatieve oplossingen en knowhow te ontwikkelen en de uitvoer van technologieën naar buiten de Unie te versterken.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on">[Am. 4]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>In zijn conclusies van 23 oktober 2020<FOOTNOTE><FIELD>Conclusies van de Raad “Biodiversiteit - dringend actie nodig”, 12210/20.</FIELD></FOOTNOTE> steunde de Raad de Commissie in het opvoeren van de inspanningen om bodems en bodembiodiversiteit, als niet-hernieuwbare hulpbron van vitaal belang, beter te beschermen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> bevat een bindende doelstelling inzake klimaatneutraliteit in de Unie tegen 2050 en inzake negatieve emissies daarna, waarbij prioriteit moet worden gegeven aan snelle en voorspelbare emissiereducties en tegelijkertijd verwijderingen per natuurlijke put moeten worden verbeterd. Duurzaam bodembeheer leidt tot een grotere koolstofvastlegging en in de meeste gevallen tot nevenvoordelen voor ecosystemen en de biodiversiteit. In de mededeling van de Commissie over duurzame koolstofcycli<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad, “Duurzame koolstofcycli”, COM(2021) 800 final.</FIELD></FOOTNOTE> werd benadrukt dat er behoefte is aan een duidelijke en transparante identificatie van de activiteiten die koolstof definitief uit de atmosfeer verwijderen, zoals de ontwikkeling van een EU-kader voor de certificering van koolstofverwijderingen uit natuurlijke ecosystemen, waaronder bodems. Bovendien wordt in de herziene verordening inzake landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw niet alleen koolstof in de bodem centraal gesteld bij de verwezenlijking van de doelstellingen op weg naar een klimaatneutraal Europa, maar worden de lidstaten ook opgeroepen een systeem op te stellen voor de monitoring van koolstofvoorraden in de bodem, waarbij onder meer gebruik kan worden gemaakt van de gegevenssets van Lucas (Land Use Cover Area Frame Survey).</P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>In de mededeling van de Commissie over aanpassing aan de klimaatverandering<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, “Een klimaatveerkrachtig Europa tot stand brengen – de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering”, COM(2021) 82 final.</FIELD></FOOTNOTE> werd benadrukt dat het landinwaarts toepassen van op de natuur gebaseerde oplossingen, onder meer het herstel van de sponsfunctie van de bodems, de voorziening van zuiver drinkwater stimuleert en de gevolgen van overstromingen en droogten vermindert. Het is van belang het vermogen van de bodem tot het vasthouden en zuiveren van water en het terugdringen van vervuiling zo groot mogelijk te maken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>Het actieplan van de Commissie om de verontreiniging tot nul terug te brengen, bevat de ambitie om de lucht-, water- en bodemverontreiniging tegen 2050 terug te dringen tot een niveau dat niet langer als schadelijk voor de gezondheid en de natuurlijke ecosystemen wordt beschouwd en dat de grenzen van onze planeet in acht neemt, waardoor een gifvrij milieu wordt gerealiseerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>In de mededeling van de Commissie over het waarborgen van de voedselzekerheid en het versterken van de veerkracht van voedselsystemen<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, “De voedselzekerheid waarborgen en de veerkracht van voedselsystemen versterken”, COM(2022) 133 final.</FIELD></FOOTNOTE> werd benadrukt dat duurzaam voedsel van fundamenteel belang is voor de voedselzekerheid. Gezonde bodems vormen de basis voor voedzaam en toereikend voedsel en maken zo het voedselsysteem van de Unie veerkrachtiger.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het is van essentieel belang dat er passende</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">Er moeten</STRING> maatregelen worden vastgesteld om de gezondheid van de bodem<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in de hele Unie op geharmoniseerde wijze</STRING></STRING> te monitoren en te beoordelen, bodems duurzaam te beheren en verontreinigde locaties aan te pakken om tegen 2050 tot gezonde bodems te komen, deze in gezonde staat te houden en de doelstellingen van de Unie inzake klimaat en biodiversiteit te verwezenlijken, droogte en natuurrampen te voorkomen en erop te reageren, de menselijke gezondheid te beschermen en de voedselzekerheid en -veiligheid te waarborgen. <STRING BOLD="on">[Am. 5]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>De bodem herbergt meer dan 25 % van alle biodiversiteit en vormt het op een na grootste koolstofreservoir ter wereld. Door hun vermogen om koolstof op te vangen en op te slaan, dragen gezonde bodems bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie inzake klimaatverandering<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Het begrip “bodembiodiversiteit” heeft betrekking op micro-organismen, waaronder bacteriën, schimmels, protozoën en nematoden, alsmede grotere organismen als regenwormen, insecten en plantenwortels, die collectief bijdragen tot de ecologische en functionele diversiteit van bodemecosystemen</STRING></STRING>. Gezonde bodems vormen ook een gunstige habitat voor organismen om te gedijen en zijn van cruciaal belang voor het verbeteren van de biodiversiteit en de stabiliteit van ecosystemen. Biodiversiteit onder de grond en biodiversiteit boven de grond zijn nauw met elkaar verweven en interageren via wederzijds voordelige verhoudingen (bv. mycorrhizale zwammen die plantenwortels met elkaar verbinden). <STRING BOLD="on">[Am. 6]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Organisch materiaal in de bodem is van cruciaal belang voor het leveren van bodemecosysteemdiensten en -functies doordat het bodemaantasting, -erosie en -verdichting vermindert en tegelijkertijd de buffer-, wateropslag- en kationenwisselingscapaciteit van de bodem en de hoeveelheid organische koolstof in de bodem vergroot, wat uiteindelijk de gewasopbrengsten kan verhogen. Daarnaast heeft organisch materiaal in de bodem een positieve uitwerking op de bodembiodiversiteit en kan het de in de bodem vastgelegde koolstof doen toenemen, en zo bijdragen tot mitigatie van de klimaatverandering.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on">[Am. 7]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Overstromingen, bosbranden en extreme weersomstandigheden zijn natuurrampen die in heel Europa grote risico’s vormen. De bezorgdheid over droogte en waterschaarste neemt in de hele Unie snel toe. In 2020 beschouwden 24 lidstaten droogte en waterschaarste als belangrijke opkomende of klimaatgerelateerde rampenrisico’s, tegenover slechts 11 lidstaten in 2015. Gezonde bodems zijn van groot belang voor de weerbaarheid tegen droogte en natuurrampen. Praktijken ter bevordering van de waterretentie en de beschikbaarheid van nutriënten in bodems, de bodemstructuur, de bodembiodiversiteit en koolstofvastlegging vergroten de bestendigheid van ecosystemen, planten en gewassen tegen en hun vermogen om te herstellen van droogte, natuurrampen, hittegolven en extreme weersomstandigheden, die in de toekomst als gevolg van de klimaatverandering vaker zullen optreden. Als de bodem niet naar behoren wordt beheerd, leiden droogte en natuurrampen tot bodemaantasting en maken zij bodems ongezond. De verbetering van de bodemgezondheid zal bijdragen tot een vermindering van de economische verliezen en dodelijke slachtoffers als gevolg van klimaatgerelateerde extremen — tussen 1980 en 2021 bedroegen in de Unie de verliezen ongeveer 560 miljard EUR en vielen er meer dan 182 000 slachtoffers.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>De gezondheid van de bodem draagt rechtstreeks bij tot de gezondheid en het welzijn van de mens. Gezonde bodems leveren veilig en voedzaam voedsel en kunnen verontreinigende stoffen filteren, waardoor de kwaliteit van drinkwater behouden blijft. Verontreiniging van de bodem kan de menselijke gezondheid schade toebrengen in geval van inslikken, inademen of contact met de huid. Blootstelling aan een gezonde microbiële gemeenschap in de bodem is bevorderlijk voor de ontwikkeling van het immuunsysteem van de mens en de resistentie tegen bepaalde ziekten en allergieën. Gezonde bodems ondersteunen de groei van bomen, bloemen en grassen en creëren groene infrastructuur die esthetische waarde, welzijn en levenskwaliteit biedt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er is vele malen vastgesteld dat het grondwater, het oppervlaktewater en de bodem worden verontreinigd door per- en polyfluoralkylverbindingen (PFAS). Deze stoffen kunnen de eigenschappen en structuren van de bodem veranderen. Tot de waargenomen effecten behoren een afname van de bodemademhaling en waterstabiele aggregaten en een toename van de pH-waarde van de bodem.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 8]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>Bodemaantasting heeft gevolgen voor de vruchtbaarheid, de opbrengst, de resistentie tegen plagen en de voedingskwaliteit van voedsel. Aangezien 95 % van ons voedsel direct of indirect op of in de bodem wordt geproduceerd en de wereldbevolking blijft groeien, is het van essentieel belang dat deze eindige natuurlijke hulpbron gezond blijft om de voedselzekerheid op lange termijn te waarborgen en de productiviteit en winstgevendheid van de landbouw van de Unie veilig te stellen. Duurzame bodembeheerpraktijken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder begrepen die welke zijn vastgesteld in het gemeenschappelijk landbouwbeleid,</STRING></STRING> behouden en verbeteren de bodemgezondheid en dragen bij tot de duurzaamheid en veerkracht van het voedselsysteem.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het verminderen van het verlies van nutriënten en residuen van bestrijdingsmiddelen is hierbij essentieel.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 9]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>De langetermijndoelstelling van de richtlijn is het bewerkstelligen van gezonde bodems<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in de hele Unie</STRING></STRING> tegen 2050. Bij wijze van tussenstap volgt de richtlijn een gefaseerde aanpak, gezien de beperkte kennis over de gesteldheid van de bodem en over de doeltreffendheid en de kosten van de maatregelen om de bodemgezondheid te herstellen. In de eerste fase zal de nadruk liggen op het opzetten van een kader voor bodemmonitoring en het beoordelen van de gesteldheid van de bodems in de hele EU. <STRING STRIKE="on">Ook omvat de</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten moeten bij het vaststellen van praktijken voor duurzaam bodembeheer de in bijlage III bij deze</STRING></STRING> richtlijn <STRING STRIKE="on">eisen om maatregelen te treffen om bodems duurzaam te beheren en ongezonde bodems te regenereren zodra de gesteldheid</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vastgestelde niet-bindende beginselen in acht nemen. De lidstaten krijgen de speelruimte om te beslissen over de concrete uit te voeren praktijken, waar nodig rekening houdend met de lokale omstandigheden en de haalbaarheid</STRING></STRING> ervan<STRING STRIKE="on"> is vastgesteld</STRING>,<STRING STRIKE="on"> zonder evenwel een verplichting op te leggen</STRING> om tegen 2050 gezonde bodems te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">helpen </STRING></STRING>bereiken<STRING STRIKE="on"> en zonder tussentijdse streefdoelen</STRING>. Deze evenredige aanpak zal het mogelijk maken duurzaam bodembeheer en de regeneratie van <STRING STRIKE="on">ongezonde </STRING>bodems<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die niet gezond zijn</STRING></STRING> goed voor te bereiden, te stimuleren en in gang te zetten. In een tweede fase en zodra de resultaten van de eerste analyse van de bodem en de trends beschikbaar zijn, zal de Commissie de balans opmaken van de vorderingen in de richting van de doelstelling voor 2050 en de daarbij opgedane ervaring, en zal zij zo nodig een herziening van de richtlijn voorstellen om <STRING STRIKE="on">de vooruitgang in de richting van </STRING>die doelstelling te <STRING STRIKE="on">versnellen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">halen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 10]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Om de druk op de bodem aan te pakken en passende maatregelen vast te stellen om de bodemgezondheid in stand te houden of te herstellen, moet rekening worden gehouden met de verscheidenheid aan bodemtypen, de specifieke lokale en klimatologische omstandigheden en het landgebruik of de bodembedekking. Daarom is het passend dat de lidstaten bodemdistricten afbakenen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die de pedoklimatologische omstandigheden en de bodemvariëteit op hun gehele grondgebied adequaat weergeven</STRING></STRING>. Bodemdistricten moeten de basisbestuurseenheden vormen voor het beheer van bodems en voor het nemen van maatregelen om te voldoen aan de vereisten van deze richtlijn, met name met betrekking tot de monitoring en beoordeling van de bodemgezondheid<STRING STRIKE="on">. Het aantal, de geografische omvang en de grenzen van de bodemdistricten voor elke lidstaat moeten worden vastgesteld om de uitvoering van Verordening (EU).../... van het Europees Parlement en de Raad</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">+</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">+OP please insert in the text the number of the Regulation on the carbon removal certification contained in document COM(2022) 672 final and insert the number, date, title and OJ reference of that Directive in the footnote.</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on"> te bevorderen</STRING>. In elke lidstaat moet een minimumaantal bodemdistricten worden afgebakend, waarbij rekening moet worden gehouden met de omvang van die lidstaat. Het minimumaantal bodemdistricten voor elke lidstaat moet overeenkomen met het aantal territoriale eenheden op NUTS 1-niveau die zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 26 mei 2003 betreffende de opstelling van een gemeenschappelijke nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS) (PB L 154 van 21.6.2003, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten kunnen besluiten hun bodemdistricten op te zetten overeenkomstig het aantal territoriale eenheden op NUTS 2-niveau waarover zij beschikken zodat deze beter aansluiten bij hun lokale omstandigheden en de bevoegdheden van hun nationale autoriteiten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 11]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(24 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemdistricten zijn het meest geschikte niveau om maatregelenprogramma’s en in voorkomende gevallen tussentijdse doelstellingen vast te stellen, onder meer via lokale bodemdistrictsplannen die uitgaan van de lokale omstandigheden en de zienswijze van lokale belanghebbenden, om ervoor te zorgen dat de classificatiestatus van de respectieve bodems wordt verbeterd. Aangezien het meer tijd kost om ernstig aangetaste bodems te herstellen, moet een voldoende lange termijn van maximaal tien jaar worden verleend voor het verbeteren van de ecologische classificatie ervan. Voor bodems die als verontreinigd zijn geregistreerd en die onder specifieke beheers- en mitigatieplannen vallen, kan een andere termijn worden vastgesteld.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 12]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>Om een juist beheer van de bodem te waarborgen, moeten de lidstaten worden verplicht voor elk bodemdistrict een bevoegde autoriteit aan te wijzen. De lidstaten moeten de mogelijkheid krijgen om op passend niveau, ook op nationaal of regionaal niveau, aanvullende bevoegde autoriteiten aan te wijzen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ook over de grenzen van lidstaten heen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Om de kosten zo laag mogelijk te houden, doen de lidstaten er verstandig aan hoofdzakelijk bestaande autoriteiten aan te wijzen. Eén autoriteit kan verantwoordelijk zijn voor meerdere gebieden, hetgeen bevorderlijk kan zijn voor de samenhang bij de uitvoering van deze richtlijn. Indien de lidstaten de verdeling van bevoegdheden tussen de bevoegde autoriteiten wijzigen, moeten zij de Commissie daarvan in kennis stellen teneinde de informatie actueel te houden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 13]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>Om tot een gemeenschappelijke definitie van een gezonde staat van de bodem te komen, moet een gemeenschappelijke minimumreeks meetbare criteria worden vastgesteld waarvan de niet-naleving zou leiden tot een kritiek verlies van het vermogen van de bodem om als vitaal leefsysteem te functioneren en ecosysteemdiensten te leveren. Dergelijke criteria moeten een weerspiegeling zijn van en gebaseerd zijn op het bestaande niveau van bodemwetenschap.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>Om<STRING STRIKE="on"> bodemaantasting te kunnen beschrijven is het noodzakelijk</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te voorzien in een gemeenschappelijk kader en de vergelijkbaarheid van gegevens mogelijk te maken, moet de Commissie door middel van gedelegeerde handelingen een methode vaststellen voor het bepalen van drempelwaarden voor</STRING></STRING> bodemdescriptoren <STRING STRIKE="on">vast te stellen die kunnen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor elke ecologische toestand van de bodem. Bij deze methode moeten de meest recente wetenschappelijke gegevens in acht</STRING></STRING> worden <STRING STRIKE="on">gemeten of geraamd. Hoewel er aanzienlijke verschillen bestaan tussen bodemtypen,</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">genomen en moeten middelen worden aangereikt om rekening te houden met verschillende</STRING></STRING> klimatologische omstandigheden en <STRING STRIKE="on">landgebruik, maakt de huidige wetenschappelijke kennis het mogelijk om voor sommige van die</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bodemtypen. Aan de hand van deze methode moeten de lidstaten een ontwerp van drempelwaarden vaststellen voor</STRING></STRING> bodemdescriptoren <STRING STRIKE="on">criteria op het niveau</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor elke ecologische toestand</STRING></STRING> van de <STRING STRIKE="on">Unie vast te stellen. De lidstaten moeten echter de criteria voor sommige van deze bodemdescriptoren kunnen aanpassen op basis van specifieke nationale of lokale</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bodem, rekening houdend met de klimatologische</STRING></STRING> omstandigheden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het bodemtype, het type landareaal en wetenschappelijke gegevens, en deze aan de Commissie voorleggen. Om een gelijk speelveld tussen de lidstaten te waarborgen en te voorkomen dat de lidstaten drempelwaarden</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> en de criteria kunnen</STRING> vaststellen <STRING STRIKE="on">voor andere bodemdescriptoren waarvoor in dit stadium geen gemeenschappelijke criteria op EU-niveau kunnen worden vastgesteld. Voor de descriptoren waarvoor op dit moment geen duidelijke criteria</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die het mogelijk maken soortgelijke bodems zeer verschillend in te delen, hetgeen van invloed is op de inspanningen die nodig zijn om de ecologische toestand van de bodems te verbeteren, moet de Commissie het ontwerp van drempelwaarden en de wetenschappelijke verantwoording ervan beoordelen. De Commissie moet de lidstaten om aanvullende informatie of herziening van hun ontwerp van drempelwaarden</STRING></STRING> kunnen <STRING STRIKE="on">worden vastgesteld om een onderscheid te maken tussen gezonde en ongezonde staat, zijn alleen monitoring en beoordeling vereist. Dit zal de ontwikkeling van dergelijke criteria in de toekomst vergemakkelijken</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verzoeken. De Commissie moet de drempelwaarden goedkeuren, mits terdege rekening is gehouden met haar opmerkingen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 14]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(27 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een geïntegreerde visie op de beoordeling van de bodemgezondheid waarbij niet alleen wordt gekeken naar aantastingsfactoren maar ook een duidelijk traject voor de verbetering ervan wordt uitgestippeld, is noodzakelijk. De algehele beoordeling van de ecologische toestand van de bodem moet derhalve worden ingedeeld in vijf klassen, van “zeer goede ecologische toestand van de bodem”, “goede ecologische toestand van de bodem”, “matige toestand van de bodem”, “aangetaste bodems” tot “ernstig aangetaste bodems”, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de aanwezigheid van aantastingsfactoren en bodemfuncties.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 15]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(27 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om de autonomie te respecteren van de lidstaten die bereid zijn uitgebreidere monitoringsystemen in te voeren, moeten de lidstaten uit drie monitoringniveaus (“Tiers”) kunnen kiezen. Tier 1 biedt een minimumreeks bodemdescriptoren. Op Tier 2 wordt 20 % van de bemonsteringspunten bepaald overeenkomstig het Lucas-programma en dubbel bemonsterd met het oog op de doorlopende controle en de vaststelling van overdrachtsfuncties, terwijl de overige 80 % van de bemonsteringspunten worden bepaald door de lidstaten, mede met het oog op de doorlopende controle en volgens de criteria die in de bijlagen bij deze richtlijn zijn vastgesteld. Op Tier 1 en Tier 2 staat 20 % van de bemonsteringspunten in dienst van gerichte monitoring, zodat de lidstaten risicogebaseerde beoordelingen kunnen uitbreiden, onderzoek kunnen doen of zich op gebieden van bijzonder belang kunnen richten. De vaststelling van een gedifferentieerde benadering maakt het mogelijk het aantal beoordeelde bodemdescriptoren te vergroten en geeft de lidstaten meer autonomie bij het bepalen van de drempelwaarden die verband houden met de ecologische toestand van de bodems. Deze benadering heeft hoofdzakelijk tot doel alle lidstaten in staat te stellen hun monitoringsystemen in te voeren en hun voordeel te doen met eventuele bestaande nationale systemen voor bodemmonitoring die reeds worden toegepast. Tier 2 maakt het mogelijk lacunes te dichten in het toepassingsgebied en de reikwijdte van de bodemdescriptoren die worden overwogen. Op Tier 3 wordt het aantal bodemdescriptoren verder verhoogd om bodemmonitoringsystemen op bepaalde punten te verfijnen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 16]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Om stimulansen te creëren, moeten de lidstaten mechanismen opzetten voor de erkenning van de inspanningen van landeigenaren en landbeheerders om de bodem in gezonde staat te houden, onder meer in de vorm van bodemgezondheidscertificering ter aanvulling van het regelgevingskader van de Unie voor koolstofverwijderingen, en ter ondersteuning van de uitvoering van de duurzaamheidscriteria voor hernieuwbare energie als vastgesteld in artikel 29 van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (herschikking) (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 82).</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on">. De Commissie moet de certificering van bodemgezondheid vergemakkelijken door onder meer informatie uit te wisselen en beste praktijken te bevorderen, de bekendheid ervan te vergroten en na te gaan of het haalbaar is certificeringsregelingen op het niveau van de Unie te erkennen. Synergieën tussen verschillende certificeringsregelingen moeten zoveel mogelijk worden benut om de administratieve lasten voor aanvragers van de desbetreffende certificeringen te verminderen.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 17]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P>Sommige bodems hebben bijzondere kenmerken omdat zij van nature atypisch zijn en zeldzame habitats voor de biodiversiteit of unieke landschappen vormen, of omdat zij sterk zijn gewijzigd door menselijke activiteiten. Met deze kenmerken moet rekening worden gehouden bij het vaststellen van de definitie van gezonde bodems en van de vereisten om een gezonde bodemgesteldheid te bereiken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>De bodem is een beperkte hulpbron, en door de vele verschillende toepassingen ervan is er steeds meer concurrentie om het gebruik. Ruimtebeslag is een proces dat vaak wordt aangedreven door de behoeften in verband met economische ontwikkeling en dat natuurlijke en semi-natuurlijke gebieden (met inbegrip van land- en bosbouwgrond, tuinen en parken) omvormt tot kunstmatig land, waarbij de bodem wordt gebruikt als platform voor bouw en infrastructuur, als directe bron van grondstoffen of als archief voor historisch erfgoed. Deze omvorming leidt tot het vaak onomkeerbare verlies van het vermogen van bodems om andere ecosysteemdiensten te leveren (zoals de voorziening van voedsel en biomassa, de water- en nutriëntenkringloop, of de basis voor biodiversiteit en koolstofopslag). De meest vruchtbare landbouwgrond wordt vaak door ruimtebeslag ingenomen, waardoor de voedselzekerheid in gevaar komt. Door afdekking van de bodem zijn menselijke nederzettingen vaak kwetsbaarder voor hogere overstromingspieken en intensere warmte-eilanden. Daarom moet toezicht worden gehouden op ruimtebeslag en bodemafdekking en de gevolgen daarvan voor het vermogen van de bodem om ecosysteemdiensten te leveren. Ook is het passend om, in <STRING STRIKE="on">het kader van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanvulling op</STRING></STRING> duurzaam bodembeheer, bepaalde beginselen vast te stellen om de effecten van ruimtebeslag te beperken.<STRING BOLD="on"> [Am. 18]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(31)</NO.P>De beoordeling van de bodemgezondheid op basis van het monitoringnetwerk moet nauwkeurig zijn en de kosten van die monitoring moeten op een redelijk niveau worden gehouden. Daarom moeten criteria worden vastgesteld voor bemonsteringspunten die representatief zijn voor de bodemgesteldheid bij verschillende bodemtypen, klimatologische omstandigheden en vormen van landgebruik. Het raster van bemonsteringspunten moet worden bepaald aan de hand van geostatistische methoden en moet voldoende dicht zijn om op nationaal niveau een schatting van <STRING STRIKE="on">het</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> oppervlakte aan gezonde bodems mogelijk te maken met een onzekerheid van niet meer dan 5 %. Deze waarde wordt algemeen beschouwd als een statistisch verantwoorde schatting die redelijke zekerheid biedt dat de doelstelling is bereikt.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het is belangrijk dat de methode en het kader voor bodemmonitoring geharmoniseerde bemonsteringscriteria omvatten, waaronder de bemonsteringsdiepte.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 19]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(31 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In bodemarchieven worden momentopnamen van bodems uit een specifieke tijd en op een specifieke locatie bewaard, zodat de lidstaten hetzelfde monster voor meerdere doeleinden kunnen gebruiken en hun bemonsteringsactiviteiten ter plaatse kunnen stroomlijnen, waardoor de langetermijnkosten van de monitoring ter plaatse worden verlaagd. Bovendien stellen bodemarchieven onderzoekers in staat om bodemmonsters uit het verleden opnieuw te onderzoeken in de context van het heden teneinde een beter inzicht te krijgen in bodemverandering op lange termijn of voor andere onderzoeksdoeleinden, waaronder medisch onderzoek. Derhalve is het absoluut noodzakelijk dat de Commissie, met inbegrip van diensten zoals het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC), er samen met de lidstaten en de Europese waarnemingspost voor de bodem voor zorgt dat de monsters, DNA-extracten en ruwe gegevens die zijn verkregen om te voldoen aan de nationale en EU-milieuwetgeving, goed worden bewaard in fysieke archieven en dat de monsters en ruwe gegevens uit die archieven beschikbaar blijven voor verder onderzoek en verdere innovatie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 20]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(32)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In aanvulling op bestaande nationale inventarissen moet </STRING></STRING>de Commissie<STRING STRIKE="on"> moet</STRING> de monitoring van de bodemgezondheid door de lidstaten ondersteunen door regelmatig bodembemonstering ter plaatse en daarmee verband houdende bodemmetingen (de bodemmodule van Lucas) te blijven uitvoeren en versterken in het kader van het Lucas-programma (Land Use/Cover Area Frame Survey). Daartoe <STRING STRIKE="on">wordt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet</STRING></STRING> het Lucas-programma<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> worden</STRING></STRING> uitgebreid en opgewaardeerd om het volledig in overeenstemming te brengen met de specifieke kwaliteitseisen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en met alle descriptoren</STRING></STRING> waaraan voor de toepassing van deze richtlijn moet worden voldaan. Om de lasten te verlichten, moet het de lidstaten worden toegestaan om de bodemgezondheidsgegevens in aanmerking te nemen die in het kader van de uitgebreide Lucas-module voor de bodem zijn verzameld. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het kader van de bodemmodule van Lucas worden monsters genomen en geanalyseerd met een totale omvang van ten minste 20 % van de nationale steekproef, en wordt aldus bijgedragen aan de monitoring door de lidstaten. De analyse met behulp van Lucas is van het allergrootste belang om de lidstaten in staat te stellen geldige overdrachtsfuncties te berekenen en te kalibreren zodat zij gebruik kunnen blijven maken van een ander monitoringontwerp overeenkomstig Tier 2. De Commissie moet, op verzoek van een lidstaat, verdere bijstand verlenen met betrekking tot ten hoogste 50 % van de monsters tijdens de eerste nationale monitoringronde. </STRING></STRING>De aldus ondersteunde lidstaten moeten de nodige wettelijke regelingen treffen om ervoor te zorgen dat de Commissie dergelijke bodembemonstering ter plaatse kan uitvoeren, ook op percelen in particulier bezit, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met de instemming van de eigenaren, </STRING></STRING>en in overeenstemming met de toepasselijke nationale of Uniewetgeving.<STRING BOLD="on"> [Am. 21]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(33)</NO.P>De Commissie werkt aan de ontwikkeling van teledetectiediensten in het kader van het door gebruikers gestuurde Copernicus-programma, en ondersteunt daarbij ook de lidstaten. Om de tijdigheid en doeltreffendheid van monitoring van de bodemgezondheid te verbeteren, moeten de lidstaten voor het monitoren van relevante bodemdescriptoren en voor de beoordeling van de bodemgezondheid, in voorkomend geval, gebruikmaken van teledetectiegegevens, met inbegrip van de output van de Copernicus-diensten. De Commissie en het Europees Milieuagentschap moeten het onderzoek naar en de ontwikkeling van bodemdetectieproducten ondersteunen om de lidstaten te bij te staan bij het monitoren van de relevante bodemdescriptoren.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De Commissie en de lidstaten moeten het gebruik van betrouwbare en beschikbare digitale technologieën, zoals elektronische databanken, geografische informatiesystemen, geautomatiseerde beeldidentificatie of e-DNA, verder ondersteunen om kennisdeling en transparantie over bodemgezondheid te verbeteren en de kosten van bodemmetingen en -monitoring te verlagen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 22]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(34)</NO.P>De Commissie moet voortbouwen op de bestaande EU-waarnemingspost voor bodems en deze opwaarderen, en een digitaal portaal voor bodemgezondheidsgegevens opzetten dat compatibel moet zijn met de EU-datastrategie<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, “Een Europese datastrategie”, COM(2020) 66 final.</FIELD></FOOTNOTE> en de dataruimten van de Unie en dat als centraal portaal toegang moeten bieden tot bodemgegevens uit verschillende bronnen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bodemgezondheidsgegevens moeten openbaar worden gemaakt in een formaat dat kan worden gebruikt door de onderzoeksgemeenschap, landeigenaren en -beheerders, adviseurs die in het bedrijfsadviseringssysteem werken en het publiek, waarbij de naleving van het recht van de Unie inzake de bescherming van persoonsgegevens wordt gewaarborgd. </STRING></STRING>Dat portaal moet in de eerste plaats <STRING STRIKE="on">alle</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevante</STRING></STRING> gegevens bevatten die de lidstaten en de Commissie uit hoofde van deze richtlijn hebben verzameld<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en moet fungeren als platform voor het opzetten van een toolbox voor duurzaam bodembeheer die actuele, contextspecifieke informatie zal verstrekken over duurzame bodembeheerpraktijken voor bodemtypen, landgebruik en klimatologische omstandigheden van uiteenlopende aard</STRING></STRING>. Het moet ook mogelijk zijn om op vrijwillige basis andere relevante bodemgegevens in het portaal te integreren die door de lidstaten of een andere partij zijn verzameld (met name gegevens die voortvloeien uit projecten in het kader van Horizon Europa en de missie “Een bodemdeal voor Europa”), op voorwaarde dat die gegevens voldoen aan bepaalde vereisten wat het formaat en specificaties betreft. Die vereisten moeten door de Commissie worden vastgesteld door middel van uitvoeringshandelingen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten en de Commissie moeten ervoor zorgen dat onderzoeksinstellingen gemakkelijk en kosteloos toegang hebben tot alle gegevens wanneer deze daarom verzoeken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 23]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(35)</NO.P>Ook moeten de in de lidstaten gebruikte bodemmonitoringsystemen beter worden geharmoniseerd<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> moeten de synergieën tussen de monitoringsystemen van de Unie en die van de lidstaten worden benut <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en moet ten volle gebruik worden gemaakt van reeds bestaande geharmoniseerde monitoringinstrumenten zoals Lucas </STRING></STRING>om over meer vergelijkbare gegevens in de hele Unie te kunnen beschikken.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bovendien zou harmonisatie van de monitoringsystemen in de lidstaten helpen om de investeringen in geavanceerde bodemmonitoringtechnieken en -technologieën op te voeren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 24]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(36)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Met het oog op een zo breed mogelijk gebruik van bodemgezondheidsgegevens die voortvloeien uit de in het kader van deze richtlijn uitgevoerde monitoring, moeten de lidstaten worden verplicht de toegang tot dergelijke gegevens voor belanghebbenden, zoals landbouwers, bosbouwers en lokale autoriteiten, te vergemakkelijken.</STRING> <STRING BOLD="on">[Am. 25]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(37)</NO.P>Om de bodemgezondheid in stand te houden of te verbeteren, moeten bodems duurzaam worden beheerd. Duurzaam bodembeheer zal de verlening van bodemdiensten, waaronder betere lucht- en waterkwaliteit en voedselzekerheid, voor de lange termijn mogelijk maken. Daarom moeten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet-bindende </STRING></STRING>beginselen voor duurzaam bodembeheer worden vastgesteld <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en toegepast </STRING></STRING>als leidraad voor bodembeheerpraktijken.<STRING BOLD="on"> [Am. 26]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(38)</NO.P>Economische instrumenten, waaronder de instrumenten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) die steun verlenen aan landbouwers, spelen een cruciale rol bij de transitie naar een duurzaam beheer van landbouwgrond en, in mindere mate, bosbodems. Het GLB heeft tot doel de bodemgezondheid te ondersteunen door de uitvoering van conditionaliteit, ecoregelingen en maatregelen voor plattelandsontwikkeling. Ook de particuliere sector kan financiële steun genereren voor landbouwers en bosbouwers die duurzame bodembeheerpraktijken toepassen. Bij vrijwillige duurzaamheidsetiketten in de voedsel-, hout-, biogebaseerde en energiesector, vastgesteld door particuliere belanghebbenden, kan bijvoorbeeld rekening worden gehouden met de <STRING STRIKE="on">in</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bijdragen ter verbetering van de bodemgezondheid overeenkomstig</STRING></STRING> deze richtlijn<STRING STRIKE="on"> vastgestelde beginselen van duurzaam bodembeheer</STRING>. Zo kunnen producenten van voedsel, hout en andere biomassa die deze beginselen volgen bij hun productie, dit weerspiegelen in de waarde van hun producten. Via de “levende laboratoria” en “vuurtorens” van de bodemmissie zal aanvullende financiering worden verstrekt voor het testen, demonstreren en opschalen van oplossingen, onder meer op het gebied van koolstoflandbouw, voor een netwerk van locaties in de praktijk. Onverminderd het beginsel dat de vervuiler betaalt, moeten de lidstaten steun en advies verlenen om landeigenaren en landgebruikers te helpen die worden getroffen door maatregelen uit hoofde van deze richtlijn, waarbij met name rekening wordt gehouden met de behoeften en de beperkte capaciteit van kleine en middelgrote ondernemingen.<STRING BOLD="on"> [Am. 27]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(39)</NO.P>Krachtens Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> moeten de lidstaten in hun strategische GLB-plannen beschrijven hoe de milieu- en klimaatmaatregelen van die plannen moeten bijdragen tot de verwezenlijking van, en consistent zijn met, de nationale langetermijnstreefcijfers die zijn vastgesteld in of voortvloeien uit de in bijlage XIII bij die verordening vermelde wetgevingshandelingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(39 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De goede landbouw- en milieucondities (GLMC’s) 5, 6 en 7 zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2021/2115 omvatten normen om het bodembewerkingsbeheer te verbeteren ter vermindering van het risico van bodemdegradatie en erosie, onder meer door rekening te houden met de hellingshoek en door minimaal grondbeheer op basis van de specifieke omstandigheden ter plaatse om erosie tegen te gaan, minimale bodembedekking om in de meest kwetsbare perioden kale grond te voorkomen en vruchtwisseling op bouwland. Daarnaast zijn GLMC 1 betreffende de instandhouding van blijvend grasland en GLMC 2 betreffende de bescherming van wetlands en veengebieden alsmede koolstofrijke bodems van belang voor de bescherming van de bodem.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 28]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(40)</NO.P><STRING STRIKE="on">Om ervoor te zorgen dat de beste praktijken voor duurzaam bodembeheer worden toegepast, moeten </STRING>De lidstaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> moeten</STRING></STRING> worden verplicht het effect van bodembeheerpraktijken nauwlettend te monitoren en waar nodig praktijken en aanbevelingen aan te passen, rekening houdend met nieuwe kennis uit onderzoek en innovatie. In dit verband worden waardevolle bijdragen verwacht van de Horizon Europa-missie “Een bodemdeal voor Europa” en met name van de levende laboratoria en activiteiten ter ondersteuning van bodemmonitoring, bodemeducatie en burgerbetrokkenheid.<STRING BOLD="on"> [Am. 29]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(41)</NO.P>Door regeneratie worden aangetaste bodems weer gezond. Bij het vaststellen van maatregelen voor bodemregeneratie moeten de lidstaten worden verplicht rekening te houden met de resultaten van de bodemgezondheidsbeoordeling en deze regeneratiemaatregelen aan te passen aan de specifieke kenmerken van de situatie, het type, het gebruik en de toestand van de bodem en de plaatselijke, klimatologische en milieuomstandigheden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(42)</NO.P>Om te zorgen voor synergieën tussen de verschillende maatregelen die in het kader van andere wetgeving van de Unie zijn vastgesteld en die gevolgen kunnen hebben voor de bodemgezondheid, en de maatregelen die moeten worden genomen om bodems in de Unie duurzaam te beheren en te regenereren, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat de duurzame bodembeheer- en regeneratiepraktijken in overeenstemming zijn met de nationale herstelplannen die zijn vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU).../... van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>OP: please insert please insert in the text the number of Regulation on nature restoration contained in document COM(2022) 304 and insert the number, date, title and OJ reference of that Regulation in the footnote  Regulation (UE) …/… of the European Parliament and of the Council on nature restoration</FIELD></FOOTNOTE>+<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de nationale biodiversiteitsstrategieën en -actieplannen die zijn opgesteld overeenkomstig artikel 6 van het Biodiversiteitsverdrag van de Verenigde Naties</STRING></STRING>, de door de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid op te stellen strategische plannen overeenkomstig Verordening (EU) 2021/2115, de codes van goede landbouwpraktijken en de actieprogramma’s voor aangewezen kwetsbare zones als vastgesteld overeenkomstig Richtlijn 91/676/EEG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, de instandhoudingsmaatregelen en het prioritair actiekader die overeenkomstig Richtlijn 92/43/EEG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).</FIELD></FOOTNOTE> zijn vastgesteld voor Natura 2000-gebieden, de maatregelen voor het bewerkstelligen van een goede ecologische en chemische toestand van waterlichamen als opgenomen in de overeenkomstig Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> opgestelde stroomgebiedsbeheersplannen, de overeenkomstig Richtlijn 2007/60/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2007/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 over beoordeling en beheer van overstromingsrisico’s (PB L 288 van 6.11.2007, blz. 27).</FIELD></FOOTNOTE> vastgestelde maatregelen inzake overstromingsrisicobeheer, de droogtebeheerplannen van de Uniestrategie inzake aanpassing aan de klimaatverandering<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, “Een klimaatveerkrachtig Europa tot stand brengen – de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering”, COM(2021) 82 final.</FIELD></FOOTNOTE>, de overeenkomstig artikel 10 van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming vastgestelde nationale actieprogramma’s, de in het kader van Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad <FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/841 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de opname van broeikasgasemissies en ‑verwijderingen door landgebruik, verandering in landgebruik en bosbouw in het klimaat- en energiekader 2030 en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 en Besluit nr. 529/2013/EU (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> en Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/842 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende bindende jaarlijkse broeikasgasemissiereducties door de lidstaten van 2021 tot en met 2030 teneinde bij te dragen aan klimaatmaatregelen om aan de toezeggingen uit hoofde van de Overeenkomst van Parijs te voldoen, en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 525/2013 (PB L 156 van 19.6.2018, blz. 26).</FIELD></FOOTNOTE> gestelde streefdoelen, de overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 663/2009 en (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 94/22/EG, 98/70/EG, 2009/31/EG, 2009/73/EG, 2010/31/EU, 2012/27/EU en 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2009/119/EG en (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> vastgestelde geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen, de in het kader van Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad opgestelde nationale programma’s ter beheersing van de luchtverontreiniging<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2016 betreffende de vermindering van de nationale emissies van bepaalde luchtverontreinigende stoffen, tot wijziging van Richtlijn 2003/35/EG en tot intrekking van Richtlijn 2001/81/EG (PB L 344 van 17.12.2016, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, overeenkomstig Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Besluit nr. 1313/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 924).</FIELD></FOOTNOTE> opgestelde risicobeoordelingen en plannen voor rampenrisicobeheer, en overeenkomstig <STRING STRIKE="on">Verordening (EU) .../...</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn 2009/128/EG</STRING></STRING> van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">+ OP: please insert in the text the number of the Regulation on the sustainable use of plant protection products and amending Regulation (EU) 2021/2115 contained in document COM(2022)305 and insert the number, date, title and OJ reference of that Directive in the footnote</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on">+</STRING> opgestelde nationale actieplannen. Duurzame bodembeheer- en regeneratiepraktijken moeten zoveel mogelijk in deze programma’s, plannen en maatregelen worden geïntegreerd voor zover zij bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen ervan. Bijgevolg moeten relevante indicatoren en gegevens, zoals bodemgerelateerde resultaatindicatoren in het kader van de GLB-verordening en statistische gegevens over de landbouwinput en ‑output die uit hoofde van Verordening (EU) 2022/2379 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2022/2379 betreffende statistieken over de landbouwinput en ‑output.</FIELD></FOOTNOTE> zijn gerapporteerd, toegankelijk zijn voor de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor duurzaam bodembeheer en duurzame bodemregeneratiepraktijken en voor de beoordeling van de gezondheid van de bodem, zodat deze gegevens en indicatoren aan elkaar kunnen worden gekoppeld waardoor de doeltreffendheid van de gekozen maatregelen zo nauwkeurig mogelijk kan worden beoordeeld.<STRING BOLD="on"> [Am. 30]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(43)</NO.P>Verontreinigde locaties zijn de nalatenschap van decennia van industriële activiteiten in de Unie en kunnen nu en in de toekomst risico’s voor de <STRING STRIKE="on">menselijke </STRING>gezondheid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van mens en dier en voor</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">en</STRING> het milieu veroorzaken. <STRING STRIKE="on">Het is</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voortbouwend op bestaande kennis is het</STRING></STRING> daarom noodzakelijk <STRING STRIKE="on">de</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nieuwe</STRING></STRING> mogelijk verontreinigde locaties<STRING STRIKE="on"> eerst</STRING> te identificeren en te onderzoeken om vervolgens, in geval van bevestigde verontreiniging, de risico’s te beoordelen, en maatregelen te treffen om <STRING STRIKE="on">onaanvaardbare risico’s</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deze</STRING></STRING> aan te pakken. Uit bodemonderzoek kan blijken dat een mogelijk verontreinigde locatie in werkelijkheid niet verontreinigd is. In dat geval mag de locatie niet langer door de lidstaat als mogelijk verontreinigd worden aangeduid, tenzij op basis van nieuw bewijsmateriaal wordt vermoed dat er wel sprake is van verontreiniging.<STRING BOLD="on"> [Am. 31]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(44)</NO.P>Om mogelijk verontreinigde locaties te identificeren, moeten de lidstaten bewijsmateriaal verzamelen, onder meer aan de hand van historisch onderzoek, industriële incidenten en ongevallen in het verleden, milieuvergunningen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, gezondheidsonderzoeken</STRING></STRING> en meldingen van het publiek of de autoriteiten.<STRING BOLD="on"> [Am. 32]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(45)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat bodemonderzoeken naar mogelijk verontreinigde locaties tijdig en doeltreffend worden uitgevoerd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarom het Europees Parlement in zijn resolutie van 28 april 2021 over bodembescherming verzocht</STRING></STRING>, moeten de lidstaten, naast de verplichting om de termijn vast te stellen waarbinnen dat onderzoek moet worden uitgevoerd, worden verplicht specifieke gebeurtenissen te definiëren die ook aanleiding geven tot een dergelijk onderzoek. Mogelijke voorbeelden van dergelijke gebeurtenissen zijn het aanvragen of herzien van een milieu- of bouwvergunning of een krachtens de wetgeving van de Unie of nationale wetgeving vereiste vergunning, uitgravingen van bodems, veranderingen in landgebruik of transacties in verband met grond of onroerend goed. Bodemonderzoeken kunnen uit verschillende fasen bestaan, zoals een bureauonderzoek, een bezoek ter plaatse, een voorbereidend of verkennend onderzoek, een gedetailleerder of beschrijvend onderzoek en veld- of laboratoriumtests. In voorkomend geval kunnen situatierapporten en monitoringmaatregelen die overeenkomstig Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17).</FIELD></FOOTNOTE> zijn uitgevoerd, ook als bodemonderzoek worden aangemerkt.<STRING BOLD="on"> [Am. 33]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(46)</NO.P>Bij het beheer van mogelijk verontreinigde locaties en verontreinigde locaties is flexibiliteit vereist zodat de kosten, baten en lokale bijzonderheden in aanmerking kunnen worden genomen. De lidstaten moeten daarom<STRING STRIKE="on"> ten minste</STRING> een risicogebaseerde aanpak hanteren voor het beheer van mogelijk verontreinigde locaties en verontreinigde locaties, waarbij rekening wordt gehouden met het verschil tussen deze twee categorieën, en waarmee middelen kunnen worden toegewezen op basis van de specifieke ecologische, economische en sociale context. Besluiten moeten worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">genomen in samenspraak met lokale gezondheidswerkers, gezondheidsautoriteiten en de wetenschappelijke gemeenschap, en worden </STRING></STRING>gebaseerd op de aard en de omvang van de potentiële risico’s voor de menselijke gezondheid en het milieu als gevolg van blootstelling aan bodemverontreinigende stoffen (bv. blootstelling van kwetsbare bevolkingsgroepen zoals zwangere vrouwen, personen met een handicap, ouderen en kinderen)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip blootstelling en cumulatieve effecten op de menselijke gezondheid, bodemecosystemen en de daarmee samenhangende ecosysteemdiensten</STRING></STRING>. De kosten-batenanalyse van de sanering van de locatie moet een <STRING STRIKE="on">positieve</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">evenwichtige</STRING></STRING> uitkomst hebben<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij rekening wordt gehouden met de voordelen voor toekomstige generaties</STRING></STRING>. De optimale saneringsoplossing moet duurzaam zijn en moet worden geselecteerd door middel van een evenwichtig besluitvormingsproces waarin rekening wordt gehouden met de ecologische, economische en sociale gevolgen. Bij het beheer van mogelijk verontreinigde locaties en verontreinigde locaties moeten het beginsel dat de vervuiler betaalt, het voorzorgsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel in acht worden genomen. De lidstaten moeten de specifieke methode vaststellen voor het bepalen van de locatiespecifieke risico’s van verontreinigde locaties. De lidstaten moeten ook bepalen wat zij verstaan onder een onaanvaardbaar risico van een verontreinigde locatie, rekening houdend met de wetenschappelijke kennis, het voorzorgsbeginsel, <STRING STRIKE="on">specifieke kenmerken van de locatie</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de opvattingen van gezondheidsautoriteiten en gezondheidswerkers,</STRING></STRING> en het huidige en toekomstige landgebruik. De lidstaten moeten passende risicobeperkende maatregelen nemen om de risico’s van verontreinigde locaties tot een aanvaardbaar niveau voor de <STRING STRIKE="on">menselijke </STRING>gezondheid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van mens en dier en voor</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">en</STRING> het milieu te beperken, <STRING STRIKE="on">waaronder sanering</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarbij prioriteit moet worden gegeven aan onder meer in-situ- of ex-situ-sanering</STRING></STRING>. Maatregelen die in het kader van andere wetgeving van de Unie zijn genomen, moeten kunnen worden aangemerkt als risicobeperkende maatregelen uit hoofde van deze richtlijn wanneer die maatregelen de risico’s van verontreinigde locaties op doeltreffende wijze verminderen.<STRING BOLD="on"> [Am. 34]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(46 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De beginselen van mitigatie van ruimtebeslag moeten ten goede komen aan de voedselzekerheid van de Unie, rekening houdend met projecten op het gebied van duurzame huisvesting, essentiële infrastructuur en hernieuwbare energie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 35]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(47)</NO.P>Bij maatregelen uit hoofde van deze richtlijn moet ook rekening worden gehouden met andere beleidsdoelstellingen van de EU, zoals de doelstellingen van [Verordening (EU) xxxx/xxxx<FOOTNOTE><FIELD>+ OP: please insert in the text the number of the Regulation establishing a framework for ensuring a secure and sustainable supply of critical raw materials and amending Regulations (EU) 168/2013, (EU) 2018/858, 2018/1724 and (EU) 2019/1020 contained in document COM(2023)160 and insert the number, date, title and OJ reference of that Directive in the footnote.</FIELD></FOOTNOTE>+] die gericht zijn op het waarborgen van een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen voor de Europese industrie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(48)</NO.P>Transparantie is een essentieel onderdeel van het bodembeleid en waarborgt de publieke verantwoording en bewustwording, eerlijke marktvoorwaarden en monitoring van de vooruitgang. Daarom moeten de lidstaten een nationaal register van verontreinigde locaties en mogelijk verontreinigde locaties opzetten en bijhouden, dat locatiespecifieke informatie bevat die openbaar toegankelijk moet worden gemaakt in een onlinedatabank in een ruimtelijk formaat met geografische referenties. Het register moet de informatie bevatten die nodig is voor een goede voorlichting van het publiek over het bestaan en het beheer van mogelijk verontreinigde locaties en verontreinigde locaties. Aangezien de aanwezigheid van bodemverontreiniging op mogelijk verontreinigde locaties nog niet is bevestigd maar alleen wordt vermoed, moet het publiek duidelijk worden voorgelicht over het verschil tussen verontreinigde locaties en mogelijk verontreinigde locaties, om onnodige bezorgdheid hieromtrent te voorkomen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(48 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om bodems te beschermen tegen verontreiniging door nieuwe chemische stoffen die aanzienlijke risico’s voor de gezondheid van mens en dier kunnen opleveren en de omringende lucht, de oppervlaktewateren, het grondwater en vervolgens de oceanen kunnen verontreinigen, moeten beleidsmechanismen worden vastgesteld om dergelijke zorgwekkend wordende stoffen op te sporen en te beoordelen. In dit verband moet voor bodemverontreiniging een aanpak worden ontwikkeld die monitoring en analyse van die stoffen of groepen stoffen via aandachtstoffenlijsten mogelijk maakt, zoals reeds het geval is voor oppervlaktewater en grondwater. De stoffen of groepen van stoffen die in de aandachtstoffenlijst moeten worden opgenomen, moeten worden geselecteerd uit de stoffen waarvoor uit de beschikbare informatie blijkt dat zij op het niveau van de Unie een significant risico voor of via het bodemmilieu kunnen vormen, en waarvoor de monitoringgegevens ontoereikend zijn. Het aantal zorgwekkend wordende stoffen of groepen stoffen dat in het kader van de aandachtstoffenlijsten moet worden gemonitord en geanalyseerd, mag niet worden beperkt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 37]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(48 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Stoffen als persistente organische verontreinigende stoffen, materialen en deeltjes, waaronder micro- of nanoplastics, vormen een duidelijk risico voor de bodemgezondheid, maar ook voor essentiële activiteiten als de ontwikkeling van landbouw. De aanwezigheid van dergelijke stoffen in de bodem kan gevolgen hebben voor de bodemvruchtbaarheid, waardoor de gezondheid en de gezonde ontwikkeling van gewassen in gevaar kunnen komen. Derhalve is het van essentieel belang dat deze richtlijn voorziet in een kader voor stoffen en materialen die moeten worden opgenomen in de monitoring van bodemverontreinigende stoffen, alsmede voor de vaststelling van milieukwaliteitsnormen en een reeks maatregelen om bodemverontreiniging als gevolg van bekende en nieuwe bedreigingen te voorkomen en bodems te saneren, in voorkomend geval.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 38]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(49)</NO.P>Artikel 19, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) verplicht de lidstaten om te voorzien in toereikende rechtsmiddelen om daadwerkelijke rechtsbescherming op de onder het recht van de Unie vallende gebieden te verzekeren. Daarnaast moeten de leden van het betrokken publiek, overeenkomstig het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden<FOOTNOTE><FIELD>Verdrag betreffende toegang tot informatie, inspraak van het publiek bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden — Verklaring (PB L 124 van 17.5.2005).</FIELD></FOOTNOTE>, toegang hebben tot de rechter, aangezien dit bijdraagt tot de bescherming van het recht te leven in een milieu dat passend is voor de gezondheid en het welzijn van elke persoon.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(50)</NO.P>Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56).</FIELD></FOOTNOTE> bepaalt dat overheidsgegevens in vrij toegankelijke gegevensformaten beschikbaar moeten worden gesteld. De algemene doelstelling is de dataeconomie van de Unie helpen versterken door meer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">interoperabele </STRING></STRING>overheidsgegevens beschikbaar te stellen voor hergebruik, eerlijke concurrentie en gemakkelijke toegang tot overheidsinformatie te waarborgen, en grensoverschrijdende innovatie op basis van gegevens te bevorderen<STRING STRIKE="on">. Het belangrijkste beginsel is dat overheidsgegevens standaard en met opzet vrij toegankelijk moeten zijn</STRING>. Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).</FIELD></FOOTNOTE> heeft tot doel het recht op toegang tot milieu-informatie in de lidstaten te waarborgen, overeenkomstig het Verdrag van Aarhus. Het Verdrag van Aarhus en Richtlijn 2003/4/EG omvatten ruime verplichtingen met betrekking tot zowel de terbeschikkingstelling van milieu-informatie op verzoek als de actieve verspreiding van dergelijke informatie. Ook Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PB L 108 van 25.4.2007, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> heeft een breed toepassingsgebied, en heeft betrekking op uitwisseling van ruimtelijke informatie, met inbegrip van gegevensverzamelingen over verschillende milieugerelateerde onderwerpen. Het is van belang dat de bepalingen van deze richtlijn inzake toegang tot informatie en afspraken voor gegevensdeling een aanvulling vormen op die richtlijnen, en geen afzonderlijke wettelijke regeling in het leven roepen. Daarom moeten de bepalingen van deze richtlijn inzake de voorlichting van het publiek en informatie over het toezicht op de uitvoering de Richtlijnen (EU) 2019/1024, 2003/4/EG en 2007/2/EG onverlet laten.<STRING BOLD="on"> [Am. 39]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(51)</NO.P>Met het oog op de noodzakelijke aanpassing van de voorschriften inzake bodemgezondheidsmonitoring, <STRING STRIKE="on">duurzaam bodembeheer</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beoordeling</STRING></STRING> en beheer van verontreinigde locaties, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden toegekend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen tot wijziging <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of aanvulling </STRING></STRING>van deze richtlijn teneinde<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> een methode vast te stellen voor het bepalen van drempelwaarden voor bodemdescriptoren die door de lidstaten moeten worden vastgesteld, en</STRING></STRING> de methoden voor het monitoren van de bodemgezondheid<STRING STRIKE="on">, de lijst van beginselen van duurzaam bodembeheer</STRING>, de indicatieve lijst van risicobeperkende maatregelen, de fasen en vereisten voor de locatiespecifieke risicobeoordeling en de <STRING STRIKE="on">inhoud van het register van verontreinigde en mogelijk</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vaststelling van de minimaal toegestane waarden in verband met de definitie van een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid en het milieu als gevolg van</STRING></STRING> verontreinigde locaties aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven<FOOTNOTE><FIELD>Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 13 april 2016 over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.<STRING BOLD="on"> [Am. 40]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(52)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze richtlijn te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om het formaat, de structuur en de nadere regelingen voor het elektronisch rapporteren van gegevens en informatie aan de Commissie vast te stellen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(53)</NO.P>De Commissie moet zes jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn een empirisch onderbouwde evaluatie en, in voorkomend geval, een herziening van deze richtlijn uitvoeren op basis van de resultaten van de gezondheidsbeoordeling van de bodem. Bij de evaluatie moet met name <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de lacune worden beoordeeld en moet </STRING></STRING>worden nagegaan <STRING STRIKE="on">of er specifiekere vereisten moeten worden vastgesteld om te zorgen voor de regeneratie van ongezonde bodems en de vervulling van de doelstelling van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">welke maatregelen er nodig zijn om tegen 2050</STRING></STRING> gezonde bodems <STRING STRIKE="on">tegen 2050</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te bereiken</STRING></STRING>. Bij de evaluatie moet ook worden beoordeeld of de definitie van gezonde bodems moet worden aangepast aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang door bepalingen toe te voegen over bepaalde descriptoren of criteria op basis van nieuw wetenschappelijk bewijs met betrekking tot de bescherming van bodems of wegens een specifiek probleem in een lidstaat als gevolg van nieuwe milieu- of klimaatomstandigheden. Overeenkomstig punt 22 van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven moet die evaluatie worden uitgevoerd op basis van de criteria doelmatigheid, doeltreffendheid, relevantie, samenhang en meerwaarde van de EU, en vormt die evaluatie de basis voor effectbeoordelingen van opties voor verdere acties.<STRING BOLD="on"> [Am. 41]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(54)</NO.P>Gecoördineerde maatregelen van alle lidstaten zijn nodig om de ambitie dat alle bodems tegen 2050 gezond zijn, te verwezenlijken en om de verlening van ecosysteemdiensten door bodems in de hele Unie op lange termijn veilig te stellen. Individuele acties van de lidstaten zijn ontoereikend gebleken, aangezien de bodemaantasting voortduurt en zelfs verergert. Daar de doelstellingen van deze richtlijn niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen van het optreden, beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(55)</NO.P>Overeenkomstig de gezamenlijke politieke verklaring van 28 september 2011 van de lidstaten en de Commissie over toelichtende stukken<FOOTNOTE><FIELD>PB C 369 van 17.12.2011, blz. 14.</FIELD></FOOTNOTE> hebben de lidstaten zich ertoe verbonden om in gerechtvaardigde gevallen de kennisgeving van hun omzettingsmaatregelen vergezeld te doen gaan van één of meer stukken waarin het verband tussen de onderdelen van een richtlijn en de overeenkomstige delen van de nationale omzettingsinstrumenten wordt toegelicht. Met betrekking tot deze richtlijn acht de wetgever de toezending van die stukken gerechtvaardigd,</P></CONS><CONS><P><NO.P>(55 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze richtlijn heeft tot doel de langetermijndoelstelling van gezonde bodems in de Unie tegen 2050 te verwezenlijken op basis van een samenhangend kader voor bodemmonitoring en verbetering van de gezondheid ervan. Deze richtlijn is, overeenkomstig artikel 288 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, naar haar aard verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor de lidstaten waarvoor zij bestemd is, maar aan de nationale autoriteiten wordt de bevoegdheid gelaten de vorm en middelen te kiezen om dat resultaat te bereiken. Derhalve moeten de lidstaten zelf hun wetten zodanig opstellen dat de in deze richtlijn vastgestelde doelstellingen worden behaald. Het voorgestelde instrument – een richtlijn – laat de lidstaten veel flexibiliteit om de beste maatregelen in kaart te brengen en de aanpak aan de plaatselijke omstandigheden aan te passen. Dit is van cruciaal belang om rekening te kunnen houden met de specifieke regionale en lokale kenmerken op het gebied van bodemvariabiliteit, landgebruik, klimatologische omstandigheden en sociaal-economische aspecten. Naar de aard van het instrument houden de in deze richtlijn neergelegde beginselen geen rechtstreekse verplichtingen voor individuen in,</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 42]</STRING></P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk I</TI><STI.GR>Algemene bepalingen</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 1</TI.ART><STI.ART>Doel en onderwerp</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De richtlijn heeft tot doel een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">helder, </STRING></STRING>solide<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> samenhangend<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en flexibel</STRING></STRING> kader voor bodemmonitoring<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en -beoordeling</STRING></STRING> voor alle bodems in de hele Unie tot stand te brengen <STRING STRIKE="on">en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">teneinde</STRING></STRING> de bodemgezondheid in de Unie voortdurend te verbeteren met het oog op gezonde bodems tegen 2050 en het behoud van de gezonde staat van bodems<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en verslechtering ervan te voorkomen</STRING></STRING>, zodat zij meerdere ecosysteemdiensten kunnen leveren op een schaal die toereikend is om te voldoen aan de ecologische, maatschappelijke en economische behoeften, de gevolgen van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies kunnen voorkomen en beperken, de weerbaarheid tegen natuurrampen en de voedselzekerheid kunnen vergroten en de bodemverontreiniging kunnen beperken tot niveaus die niet langer als schadelijk voor de menselijke gezondheid en het milieu worden beschouwd.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Door middel van deze richtlijn wordt dan ook een kader in het leven geroepen waarbinnen de lidstaten verplicht zijn maatregelen te treffen die technisch haalbaar zijn en gebaseerd zijn op een kosten-batenanalyse, met het oog op gezonde bodems tegen 2050.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 43]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze richtlijn draagt bij tot de nakoming van verbintenissen, doelstellingen en doelen zowel op het niveau van de Unie als op internationaal niveau, zoals verwoord in:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de Overeenkomst van Parijs;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het VN-Verdrag ter bestrijding van woestijnvorming;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het 7e Milieuactieprogramma van de EU (Besluit nr. 1386/2013/EU);</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het 8e Milieuactieprogramma van de EU (Besluit (EU) 2022/591);</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het stappenplan voor efficiënt hulpbronnengebruik in Europa (COM/2011/0571).</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 44]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij deze richtlijn worden voorschriften vastgesteld betreffende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>monitoring<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, behoud, verbetering, sanering</STRING></STRING> en evaluatie van bodemgezondheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, op basis van de ecologische toestand van de bodem</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 45]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>duurzaam bodembeheer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>verontreinigde locaties.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 2</TI.ART><STI.ART>Toepassingsgebied</STI.ART><PARAG>Deze richtlijn is van toepassing op alle bodems op het grondgebied van de lidstaten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 3</TI.ART><STI.ART>Definities</STI.ART><PARAG>Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>“bodem”: de bovenste laag van de aardkorst die begrensd is door het vaste gesteente en het aardoppervlak, en die bestaat uit minerale deeltjes, organisch materiaal, water, lucht en levende organismen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met uitzondering van grondstofvoorraden</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Ams. 217 en 266]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“ecologische toestand van de bodem”: de ecologische kwaliteit van een bodem, zoals beoordeeld op basis van de diversiteit, de biologische en functionele activiteit, de habitatfunctie van de bodem en de aanwezigheid van bodemaantastingsfactoren, en zoals bepaald aan de hand van de volgende classificatie:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“zeer goede ecologische toestand van de bodem”: bodems met een zeer goede biologische en functionele activiteit;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“goede ecologische toestand van de bodem”: bodems die in algemene zin in een goede ecologische toestand verkeren, maar die tekenen van licht negatieve effecten van een of meer aantastingsfactoren vertonen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“matige ecologische toestand van de bodem”: bodems waarvoor bewijs voor het optreden van licht negatieve effecten van aantastingsfactoren bestaat;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“aangetaste bodem”: bodems waarvoor duidelijk bewijs voor het optreden van negatieve effecten van één aantastingsfactor bestaat; en</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“ernstig aangetaste bodem”: bodems waarvoor duidelijk bewijs voor het optreden van negatieve effecten van meer dan één aantastingsfactor bestaat;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 46]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“ecologische functies van de bodem”: het geheel van onderling samenhangende processen en interacties binnen het bodemecosysteem die het leven in stand houden, de biodiversiteit in de bodem ondersteunen en er het gevolg van zijn en de algehele gezondheid en productiviteit van terrestrische milieus in stand houden, zoals de nutriëntenkringloop, de afbraak van organisch materiaal, bodemstructuurvorming, waterfiltratie en -zuivering, koolstofvastlegging en het voorzien in habitats en hulpbronnen voor een breed scala aan organismen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 47]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>“ecosysteem”: een dynamisch complex van levensgemeenschappen van planten, dieren en micro-organismen en hun niet-levende omgeving, die in een onderlinge wisselwerking een functionele eenheid vormen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>“ecosysteemdiensten”: de<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> directe en</STRING></STRING> indirecte bijdragen van ecosystemen aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het welzijn van de samenleving als geheel en </STRING></STRING>de economische, sociale, culturele<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, milieu-</STRING></STRING> en andere voordelen die mensen uit die ecosystemen halen;<STRING BOLD="on"> [Am. 48]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“bodembiodiversiteit”: de variatie in het bodemleven, van genen tot gemeenschappen, en de ecologische complexen waarvan deze deel uitmaken, dat wil zeggen, complexen van microhabitats in de bodem tot hele landschappen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 49]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>“bodemgezondheid”: de fysieke, chemische<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, functionele</STRING></STRING> en biologische staat van de bodem die bepalend is voor zijn vermogen om als vitaal leefsysteem te functioneren en ecosysteemdiensten te leveren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met het landgebruik</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 50]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>“duurzaam bodembeheer”: bodembeheerpraktijken die <STRING STRIKE="on">de door de bodem geleverde</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">erop gericht zijn de</STRING></STRING> ecosysteemdiensten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van de bodem </STRING></STRING>in stand<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te</STRING></STRING> houden of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te </STRING></STRING>versterken<STRING STRIKE="on"> zonder afbreuk te doen aan de functies die deze diensten mogelijk maken en zonder nadelige gevolgen te hebben voor andere milieuaspecten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met de sociaal-economische effecten</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 247]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>“bodembeheerpraktijken”: praktijken die van invloed zijn op de fysische, chemische of biologische eigenschappen van een bodem;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>“beheerde bodems”: bodems waar bodembeheerpraktijken worden toegepast;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>“bodemdistrict”: het door die lidstaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of lidstaten</STRING></STRING> overeenkomstig deze richtlijn afgebakende deel van het grondgebied van een <STRING STRIKE="on">lidstaat</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of meer lidstaten</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 52]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>“beoordeling van de bodem”: de evaluatie van de gezondheid van de bodem op basis van de meting of schatting van bodemdescriptoren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>“verontreinigde locatie”: een afgebakend gebied bestaande uit een of meer waarnemingspunten met een bevestigde aanwezigheid van bodemverontreiniging als gevolg van <STRING STRIKE="on">antropogene puntbronactiviteiten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de aanwezigheid van een stof of materiaal in de bodem die respectievelijk dat schadelijk kan zijn voor de gezondheid of het milieu</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 53]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>“bodemdescriptor”: een parameter die een fysisch, chemisch of biologisch kenmerk van de bodemgezondheid beschrijft;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>“land”: het aardoppervlak dat niet door water is bedekt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13)</NO.P>“bodembedekking”: de fysieke en biologische bedekking van het aardoppervlak;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14)</NO.P>“natuurlijk landschap”: een gebied waar menselijke activiteiten de primaire ecologische functies en soortensamenstelling niet wezenlijk hebben gewijzigd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>15)</NO.P>“halfnatuurlijk landschap”: een gebied waar ecologische assemblages wezenlijk door menselijke activiteiten zijn gewijzigd wat hun samenstelling, evenwicht of functie betreft, maar dat een potentiële hoge waarde behoudt in termen van biodiversiteit en de ecosysteemdiensten die het levert;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>16)</NO.P>“kunstmatig land”: land dat wordt gebruikt als platform voor bouw en infrastructuur, als directe bron van grondstoffen of als archief voor historisch erfgoed ten koste van het vermogen van de bodem om andere ecosysteemdiensten te leveren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>17)</NO.P>“ruimtebeslag”: de omzetting van natuurlijk en halfnatuurlijk landschap in kunstmatig land;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>17 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“bodemafdekking”: het afdekken van land met ondoordringbaar materiaal, met name in het kader van landgebruik als platform voor gebouwen en infrastructuur;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 54]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>17 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“verbreken van bodemverzegeling”: de omzetting in functionele bodem van land dat zijn natuurlijke bodemfuncties, zoals infiltratie, percolatie en hydrologische functies, niet langer vervult;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 55]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>18)</NO.P>“overdrachtsfunctie”: een wiskundige regel die het mogelijk maakt de waarde van een meting, uitgevoerd volgens een andere methode dan een referentiemethode, om te zetten in de waarde die zou worden verkregen door de bodemmeting met behulp van de referentiemethode uit te voeren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>19)</NO.P>“het betrokken publiek”: het publiek dat gevolgen ondervindt of waarschijnlijk ondervindt van bodemaantasting of dat belang heeft bij de besluitvormingsprocedures met betrekking tot de uitvoering van de verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, met inbegrip van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">burgers, </STRING></STRING>landeigenaren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, landbeheerders</STRING></STRING> en landgebruikers evenals van niet-gouvernementele organisaties die zich inzetten voor de bescherming van de gezondheid van <STRING STRIKE="on">de </STRING>mens<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of dier</STRING></STRING> of het milieu en die aan de vereisten van de nationale wetgeving voldoen;<STRING BOLD="on"> [Am. 56]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>19 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“publiek”: één of meer natuurlijke of rechtspersonen en, in overeenstemming met de nationale wetgeving of praktijk, hun verenigingen, organisaties of groepen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 57]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>20)</NO.P>“bodemverontreiniging”: de aanwezigheid van een <STRING STRIKE="on">chemische </STRING>stof<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of materiaal</STRING></STRING> in de bodem in een concentratie die <STRING STRIKE="on">schadelijk kan zijn voor de menselijke</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">direct of indirect kan leiden tot schadelijke effecten op de</STRING></STRING> gezondheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van mens of dier</STRING></STRING> of het milieu;<STRING BOLD="on"> [Am. 58]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>21)</NO.P>“verontreinigende stof”: een stof die bodemverontreiniging kan veroorzaken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>22)</NO.P>“regeneratie”: een opzettelijke activiteit die gericht is op het omkeren van bodemaantasting om de bodem weer in gezonde staat te brengen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>23)</NO.P>“risico”: de mogelijkheid dat schadelijke gevolgen voor de gezondheid van <STRING STRIKE="on">de </STRING>mens<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of dier</STRING></STRING> of het milieu optreden als gevolg van blootstelling aan bodemverontreiniging;<STRING BOLD="on"> [Am. 59]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>24)</NO.P>“bodemonderzoek”: een proces om de aanwezigheid en concentratie van verontreinigende stoffen in de bodem te beoordelen, dat gewoonlijk in verschillende stadia wordt uitgevoerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>25)</NO.P>“geografisch uitdrukkelijke gegevens”: informatie waarnaar wordt verwezen en die wordt opgeslagen op een wijze die het mogelijk maakt deze met specifieke precisie en nauwkeurigheid in kaart te brengen en te lokaliseren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>26)</NO.P>“bodemsanering”: een regeneratie-activiteit die de concentraties van verontreinigende stoffen in de bodem vermindert, isoleert of immobiliseert<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> onder een toxiciteitsdrempel waarbij significante gevaren voor organismen die met die bodem in aanraking komen, kunnen worden uitgesloten, teneinde de ecologische toestand te verbeteren</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 60]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 4</TI.ART><STI.ART>Bodemdistricten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten bakenen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in overleg met lokale, regionale en grensoverschrijdende overheden, bodemdistricten af, op basis van, in voorkomend geval, bestaande bestuurlijke eenheden</STRING></STRING> op hun gehele grondgebied <STRING STRIKE="on">bodemdistricten af</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en in grensoverschrijdende gebieden samen de naburige lidstaten</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 61]</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">Het aantal bodemdistricten voor elke lidstaat komt ten minste overeen met het aantal territoriale eenheden op NUTS 1-niveau die zijn vastgesteld op grond van Verordening (EG) nr. 1059/2003.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 221/rev1]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij de vaststelling van de geografische omvang van bodemdistricten kunnen de lidstaten rekening houden met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bestaand landgebruik en </STRING></STRING>bestaande<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> governancestructuren en</STRING></STRING> bestuurlijke eenheden en <STRING STRIKE="on">streven zij naar</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geven zij prioriteit aan</STRING></STRING> homogeniteit binnen elk bodemdistrict wat de volgende parameters betreft:<STRING BOLD="on"> [Am. 63]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het bodemtype zoals gedefinieerd in de World Reference Base for Soil Resources<FOOTNOTE><FIELD>https://www.fao.org/soils-portal/data-hub/soil-classification/world-reference-base/en/</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de klimatologische omstandigheden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de milieuzone zoals beschreven in het Alterra-rapport 2281<FOOTNOTE><FIELD>M.J. Metzger, A.D. Shkaruba, R.H.G. Jongman en R.G.H. Bunce, Descriptions of the European Environmental Zones and Strata, Alterra-rapport 2281 ISSN 1566‑7197.</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>landgebruik of bodembedekking zoals gebruikt in het kader van het Lucas-programma (Land Use/Cover Area Frame Survey);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stroomgebiedsdistricten uit hoofde van Richtlijn 2000/60/EG en voor de productie van voor menselijke consumptie bestemd water als gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2020/2184;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 64]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het bestaan van afgelegen archipelregio’s met verspreide eilanden, waarbij elk eiland overeenkomt met een bodemdistrict;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 224/rev1]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d quater)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het gebruik van Copernicus voor de afbakening van bodemdistricten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 226/rev1]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zien er in voorkomend geval op toe dat bodemdistricten van naburige lidstaten waar sprake is van grensoverschrijdende effecten op de bodem, vergelijkbaar landgebruik over de grenzen heen of soortgelijke waarden voor de in lid 2, punten a) tot en met d), bedoelde parameters, met elkaar samenwerken om beste praktijken uit te wisselen. De lidstaten zien er tevens op toe dat grensoverschrijdende bodemdistricten een samenhangende aanpak volgen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 65]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie ondersteunt de lidstaten om ervoor te zorgen dat hun bodemdistricten op grensoverschrijdende basis samenwerken en faciliteert de harmonisatie van monitoringsystemen, overdrachtsfuncties, monitoringontwerp en classificatie van de ecologische toestand op het niveau van de in bijlage I vermelde bodemdescriptoren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 66]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 5</TI.ART><STI.ART>Bevoegde autoriteiten</STI.ART><PARAG>De lidstaten wijzen op het gepaste niveau de bevoegde autoriteiten aan die verantwoordelijk zijn voor het nakomen van de verplichtingen die in deze richtlijn zijn vastgelegd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met de bestaande bestuurlijke indeling en verantwoordelijkheden, ook in het geval van grensoverschrijdende bodemdistricten</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 68]</STRING></PARAG><PARAG>De lidstaten wijzen voor elk overeenkomstig artikel 4 afgebakende bodemdistrict één bevoegde autoriteit aan.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten kunnen één bevoegde autoriteit aanwijzen voor meerdere bodemdistricten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 69]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten stellen de Commissie overeenkomstig artikel 18, lid 3, punt b), in kennis van de in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde lijst van bevoegde autoriteiten. De Commissie publiceert op haar website een geactualiseerde lijst van de bevoegde autoriteiten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 70]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk II</TI><STI.GR>Monitoring en evaluatie van de bodemgezondheid</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 6</TI.ART><STI.ART>Kader voor monitoring van bodemgezondheid en ruimtebeslag</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten stellen op basis van de overeenkomstig artikel 4, lid 1, afgebakende bodemdistricten een monitoringkader vast om ervoor te zorgen dat de gezondheid van de bodem regelmatig en nauwkeurig wordt gemonitord overeenkomstig dit artikel en de bijlagen I en II<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in aanvulling op de bij Richtlijn 2000/60/EG vastgestelde beoordelingsbenadering</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 71]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten monitoren de bodemgezondheid en het ruimtebeslag in elk bodemdistrict.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten maken gebruik van de expertise van nationale onderzoeksinstellingen, bestaande nationale monitoringsystemen en beschikbare gegevens. De door de lidstaten uitgevoerde monitoringactiviteiten leiden niet tot financiële lasten voor de landbeheerders.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 72]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het monitoringkader wordt gebaseerd op het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de in artikel 7 bedoelde bodemdescriptoren en bodemgezondheidscriteria;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de overeenkomstig artikel 8, lid 2, te bepalen bodembemonsteringspunten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en bemonsteringsdiepte</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 73]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de overeenkomstig lid 4 door de Commissie verrichte bodemmeting, in voorkomend geval;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P><STRING STRIKE="on">de </STRING>in lid 5 bedoelde<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, uit wetenschappelijk oogpunt deugdelijke</STRING></STRING> teledetectiegegevens en -producten, in voorkomend geval;<STRING BOLD="on"> [Am. 74]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de in artikel 7, lid 1, bedoelde indicatoren voor ruimtebeslag en bodemafdekking.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De Commissie verricht, met instemming van de betrokken lidstaten, regelmatig bodemmetingen van ter plaatse genomen bodemmonsters, op basis van de desbetreffende descriptoren en methoden als bedoeld in de artikelen 7 en 8, ter ondersteuning van de monitoring van de bodemgezondheid door de lidstaten. Wanneer een lidstaat overeenkomstig dit lid instemt met de bodembemonstering ter plaatse, zorgt hij ervoor dat de Commissie deze kan uitvoeren.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 227/rev1]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie ziet erop toe dat de eerste in lid 4 bedoelde bodemmeting uiterlijk op [OP: please insert the date = three years after date of entry into force of the Directive] is verricht.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie draagt bij aan de door de lidstaten uitgevoerde monitoring door ervoor te zorgen dat ten minste 20 % van de omvang van de nationale steekproef wordt bemonsterd en geanalyseerd.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie verleent op verzoek van een lidstaat verdere bijstand met betrekking tot ten hoogste 50 % van de steekproef tijdens de eerste nationale monitoringronde.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 76]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie en het Europees Milieuagentschap (EEA) maken gebruik van bestaande ruimtegebaseerde gegevens en producten die worden geleverd in het kader van de Copernicus-component van het bij Verordening (EU) 2021/696 vastgestelde ruimtevaartprogramma van de Unie om mogelijke producten voor teledetectie in de bodem te onderzoeken en te ontwikkelen, teneinde de lidstaten te ondersteunen bij het monitoren van de relevante bodemdescriptoren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De Commissie en het EEA zetten, op basis van bestaande gegevens en binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek en tot intrekking van Verordening (EG, Euratom) nr. 1101/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de toezending van onder de statistische geheimhoudingsplicht vallende gegevens aan het Bureau voor de Statistiek van de Europese Gemeenschappen, Verordening (EG) nr. 322/97 van de Raad betreffende de communautaire statistiek en Besluit 89/382/EEG, Euratom van de Raad tot oprichting van een Comité statistisch programma van de Europese Gemeenschappen (PB L 087 van 31.3.2009, blz. 164).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE>, een digitaal portaal voor bodemgezondheidsgegevens op dat in een ruimtelijk formaat met geografische referenties toegang biedt tot ten minste de beschikbare bodemgezondheidsgegevens die afkomstig zijn van:<STRING BOLD="on"> [Am. 77]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de metingen van de bodem zoals bedoeld in artikel 8, lid 2;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de metingen van de bodem zoals bedoeld in lid 4 van dit artikel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de in lid 5 van dit artikel bedoelde gegevens en producten voor teledetectie in de bodem.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Met het in de leden 3 tot en met 6 bedoelde kader voor bodemmonitoring wordt voortgebouwd op bestaande monitoringkaders op het niveau van de Unie en op nationaal niveau, met inbegrip van gegevens van het EU-waarnemingscentrum voor de bodem Lucas.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 78]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Het in lid 6 bedoelde digitale portaal voor bodemgezondheidsgegevens kan ook toegang bieden tot andere bodemgezondheidsgerelateerde gegevens dan de in dat lid bedoelde gegevens indien die gegevens zijn gedeeld of verzameld met de formaten of methoden die de Commissie overeenkomstig lid 8 heeft vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het digitale portaal voor bodemgezondheidsgegevens omvat de in artikel 10 bis bedoelde toolbox voor duurzaam bodembeheer.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 79]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast om formaten of methoden vast te stellen voor het delen of verzamelen van de in lid 7 bedoelde gegevens of voor de opname van die gegevens in het digitale portaal voor bodemgezondheidsgegevens<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij de naleving van het recht van de Unie inzake de bescherming van persoonsgegevens wordt gewaarborgd</STRING></STRING>. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 21 bedoelde onderzoeksprocedure.<STRING BOLD="on"> [Am. 80]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie voorziet de lidstaten van de nodige diensten op het gebied van capaciteitsopbouw, bijstand en advies en ondersteunt hun monitoringinitiatieven, multilaterale harmonisatie van regelgeving, methoden en archieven, en dicht zo bestaande gegevenslacunes en lost knelpunten op in de werkstroom door gemeenschappelijke expertise te delen. Daartoe bouwt de Commissie voort op bestaande mechanismen, waaronder het SoilBON-initiatief.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 81]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 6 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiënt gebruik en conservering van bodemmonsters</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie voert samen met de lidstaten en de Europese waarnemingspost voor de bodem maatregelen uit om ervoor te zorgen dat de fysieke archieven van bodems, DNA-extracten en het digitale archief van ruwe gegevens, zowel op het niveau van de Unie als op nationaal niveau, beschikbaar blijven voor verder onderzoek en verdere innovatie. De Commissie en de lidstaten zien erop toe dat de monsters worden bewaard op een wijze die geschikt is voor duurzaam gebruik op lange termijn.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op ... [OP: please insert the date = 12 months from the date of entry into force of this Directive] verstrekt de Commissie richtsnoeren met referentieprotocollen voor het op de meest kostenefficiënte wijze gebruiken van bodemmonsters.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 82]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 7</TI.ART><STI.ART>Bodemdescriptoren, criteria voor <STRING STRIKE="on">een gezonde bodemgesteldheid</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de ecologische toestand van de bodem</STRING></STRING> en indicatoren voor ruimtebeslag en bodemafdekking<STRING BOLD="on"> [Am. 83]</STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Bij de monitoring en beoordeling van de <STRING STRIKE="on">bodemgezondheid hanteren</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bodem kunnen</STRING></STRING> de lidstaten de in bijlage I vermelde bodemdescriptoren <STRING STRIKE="on">en bodemgezondheidscriteria</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hanteren die het best de bodemkenmerken van elk bodemtype op nationaal niveau illustreren</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 228]</STRING></PARAG><PARAG>Bij het monitoren van ruimtebeslag hanteren de lidstaten de in bijlage I bedoelde indicatoren voor ruimtebeslag en bodemafdekking.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten <STRING STRIKE="on">kunnen de</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">selecteren de passende Tier voor het ontwerp van de bodemmonitoring waarvoor zij overeenkomstig de voorwaarden van bijlage I in aanmerking komen, en zorgen ervoor dat zij ten minste alle</STRING></STRING> bodemdescriptoren<STRING STRIKE="on"> en de</STRING> in deel A van bijlage I <STRING STRIKE="on">bedoelde bodemgezondheidscriteria aanpassen overeenkomstig de specificaties in deel A, tweede en derde kolom, van bijlage I</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">opnemen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 85]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten bepalen de organische verontreinigende stoffen voor de bodemdescriptor met betrekking tot bodemverontreiniging als bedoeld in deel <STRING STRIKE="on">B</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">A</STRING></STRING> van bijlage I.<STRING BOLD="on"> [Am. 86]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De lidstaten stellen voor de in deel B van bijlage I opgenomen bodemdescriptoren bodemgezondheidscriteria vast overeenkomstig de bepalingen in deel B, derde kolom, van bijlage I.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 87]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De lidstaten kunnen voor monitoringdoeleinden aanvullende bodemdescriptoren en indicatoren voor ruimtebeslag vaststellen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, de <STRING STRIKE="on">facultatieve </STRING>descriptoren en indicatoren die zijn opgenomen in <STRING STRIKE="on">de delen C en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deel</STRING></STRING> D van bijlage I<STRING STRIKE="on"> (“aanvullende bodemdescriptoren” en “aanvullende indicatoren voor ruimtebeslag”)</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 88]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de vaststelling of aanpassing van bodemdescriptoren, indicatoren voor ruimtebeslag en bodemgezondheidscriteria overeenkomstig de leden 2 tot en met 5<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van dit artikel en overeenkomstig artikel 9</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 89]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 8</TI.ART><STI.ART>Metingen en methoden</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten bepalen de bemonsteringspunten aan de hand van de in <STRING STRIKE="on">deel A van </STRING>bijlage <STRING STRIKE="on">II</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">I</STRING></STRING> beschreven methode<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, overeenkomstig de voor het ontwerp van de bodemmonitoring gekozen Tier, rekening houdend met risicobeoordelingen op basis van bestaande monitoringsystemen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 90]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten voeren bodemmetingen uit door op de in lid 1 bedoelde bemonsteringspunten monsters van de bodem te nemen en gegevens te verzamelen, te verwerken en te analyseren om het volgende te bepalen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de waarden van de bodemdescriptoren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig de voor het ontwerp van de bodemmonitoring gekozen Tier </STRING></STRING>zoals vastgesteld in bijlage I;<STRING BOLD="on"> [Am. 91]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>in voorkomend geval, de waarden van de aanvullende bodemdescriptoren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de waarden van de in deel D van bijlage I vermelde indicatoren voor ruimtebeslag en bodemafdekking.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten passen het volgende toe:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de methoden voor het bepalen of schatten van de waarden van de bodemdescriptoren in <STRING STRIKE="on">deel B van </STRING>bijlage II;<STRING BOLD="on"> [Am. 92]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de minimale methodologische criteria voor het bepalen van de waarden van de indicatoren voor ruimtebeslag en bodemafdekking in deel C van bijlage II;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>eventuele door de Commissie overeenkomstig lid 6 vastgestelde voorschriften.</PARAG><PARAG>De lidstaten mogen andere methoden toepassen dan die welke zijn vermeld in de eerste alinea, punten a) en b), op voorwaarde dat gevalideerde overdrachtsfuncties beschikbaar zijn<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of kunnen worden geraamd door de op nationaal niveau verzamelde gegevens te vergelijken met de door de Commissie gecoördineerde monitoring ter plaatse</STRING></STRING>, zoals vereist in deel B, vierde kolom, van bijlage II.<STRING BOLD="on"> [Am. 93]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de eerste bodemmetingen uiterlijk op... (OP: please insert the date = <STRING STRIKE="on">4</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">3</STRING></STRING> years after date of entry into force of the Directive) zijn verricht.<STRING BOLD="on"> [Am. 94]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste om de <STRING STRIKE="on">5 jaar</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zes jaar of eerder, indien een vermoeden van wijziging van de bodemtoestand bestaat,</STRING></STRING> nieuwe bodemmetingen worden verricht.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten vergemakkelijken ook de door de Commissie gecoördineerde bodemmonitoring ter plaatse.</STRING></STRING></PARAG><PARAG>De lidstaten zorgen ervoor dat de waarden van de indicatoren voor ruimtebeslag en bodemafdekking ten minste <STRING STRIKE="on">elk</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om de twee</STRING></STRING> jaar worden geactualiseerd.<STRING BOLD="on"> [Am. 95]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage II teneinde de daarin vermelde referentiemethoden aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang<STRING STRIKE="on">, met name wanneer de waarden van bodemdescriptoren kunnen worden bepaald door middel van teledetectie als bedoeld in artikel 6, lid 5</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 96]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 9</TI.ART><STI.ART>Beoordeling van de bodemgezondheid</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten beoordelen de bodemgezondheid in al hun bodemdistricten op basis van de gegevens die zijn verzameld in het kader van de in de artikelen 6, 7 en 8 bedoelde monitoring voor elk van de in <STRING STRIKE="on">de delen A en B van </STRING>bijlage I opgenomen bodemdescriptoren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> overeenkomstig de voor het ontwerp van de bodemmonitoring gekozen Tier, rekening houdend met de historische en natuurlijke omstandigheden van de bodem</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 97]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij het beoordelen van de ecologische toestand van de bodem houden </STRING></STRING>de lidstaten<STRING STRIKE="on"> houden</STRING> ook rekening met de gegevens die zijn verzameld in het kader van de in artikel 14 bedoelde bodemonderzoeken.<STRING BOLD="on"> [Am. 98]</STRING></PARAG><PARAG>De lidstaten zorgen ervoor dat de beoordelingen van de <STRING STRIKE="on">bodemgezondheid</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ecologische toestand van de bodem</STRING></STRING> ten minste om de <STRING STRIKE="on">5</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zes</STRING></STRING> jaar worden uitgevoerd en dat de eerste beoordeling<STRING STRIKE="on"> van de bodemgezondheid</STRING> uiterlijk op (OP: please insert the date = 5 years after date of entry into force of the Directive) is verricht<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, vergezeld van verslagen over de relatieve verbetering, tendensen, vooruitgang of achteruitgang</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 99]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een bodem wordt overeenkomstig deze richtlijn als gezond beschouwd wanneer <STRING STRIKE="on">aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de bodem is geclassificeerd als een bodem met een goede of zeer goede ecologische toestand.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de waarden van alle in deel A van bijlage I opgenomen bodemdescriptoren voldoen aan de daarin vastgestelde en, in voorkomend geval, overeenkomstig artikel 7 aangepaste criteria;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 100]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de waarden van alle in deel B van bijlage I opgenomen bodemdescriptoren voldoen aan de overeenkomstig artikel 7 vastgestelde criteria (“gezonde bodem”).</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 101]</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">In afwijking van de eerste alinea wordt bij de beoordeling van de bodem in een in de vierde kolom van bijlage I vermeld gebied geen rekening gehouden met de waarden die voor dat gebied in de derde kolom zijn opgenomen.</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">De bodem is ongezond wanneer aan ten minste één van de in de eerste alinea vermelde criteria niet is voldaan (“ongezonde bodem”).</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 102]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten analyseren de waarden van de in <STRING STRIKE="on">deel</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de delen A, B en</STRING></STRING> C van bijlage I vermelde bodemdescriptoren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, overeenkomstig de voor het ontwerp van de bodemmonitoring gekozen Tier,</STRING></STRING> en beoordelen of er sprake is van een kritiek verlies van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> bodembiodiversiteit en</STRING></STRING> ecosysteemdiensten, rekening houdend met de relevante gegevens en de beschikbare wetenschappelijke kennis.<STRING BOLD="on"> [Am. 103]</STRING></PARAG><PARAG>De lidstaten analyseren de waarden van de in deel D van bijlage I vermelde indicatoren voor ruimtebeslag en bodemafdekking en beoordelen het effect ervan op het verlies van ecosysteemdiensten en op de doelstellingen en streefcijfers die zijn vastgesteld in het kader van Verordening (EU) 2018/841.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Op basis van de overeenkomstig dit artikel uitgevoerde beoordeling van de bodemgezondheid stelt de bevoegde autoriteit, in voorkomend geval in overleg met lokale, regionale en nationale autoriteiten, in elk bodemdistrict vast in welke gebieden <STRING STRIKE="on">sprake is van ongezonde </STRING>bodems<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zich niet in een zeer goede of goede ecologische toestand bevinden</STRING></STRING> en stelt zij het publiek daarvan overeenkomstig artikel 19 in kennis.<STRING BOLD="on"> [Am. 104]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt uiterlijk op 31 december 2026 overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen ter aanvulling van deze verordening vast door een methode vast te stellen voor het bepalen van drempelwaarden voor de bodemdescriptoren in bijlage I voor elke ecologische toestand van de bodem. Bij deze methode worden de meest recente wetenschappelijke gegevens in acht genomen en wordt rekening gehouden met verschillende klimatologische omstandigheden en bodemtypen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 105]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op 30 juni 2028 leggen de lidstaten aan de Commissie een ontwerp van drempelwaarden voor de bodemdescriptoren in bijlage I voor, rekening houdend met de klimatologische omstandigheden, het bodemtype en het type landareaal, tezamen met de wetenschappelijke verantwoording en gegevens waarop zij hun keuzen baseren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 106]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 quater.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Binnen zes maanden na de datum waarop het ontwerp van drempelwaarden als bedoeld in lid 4 ter aan haar is voorgelegd, maakt de Commissie opmerkingen over het ontwerp van drempelwaarden, om de wetenschappelijke verantwoording te beoordelen en een gelijk speelveld op de interne markt te waarborgen. De lidstaten verstrekken op verzoek van de Commissie alle noodzakelijke aanvullende informatie en passen zo nodig de voorgestelde drempelwaarden aan.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 107]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 quinquies.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op 31 december 2029 keurt de Commissie de drempelwaarden goed door middel van uitvoeringshandelingen, mits de opmerkingen van de Commissie overeenkomstig lid 4 quater terdege in aanmerking zijn genomen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 108]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 sexies.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de toepassing van Tier 2 voor het ontwerp van de bodemmonitoring kunnen de lidstaten hun voordeel doen met een afwijking van ten hoogste 20 % ten opzichte van de overeenkomstig lid 4 quinquies vastgestelde drempelwaarden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 110]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De lidstaten zetten een mechanisme op voor vrijwillige bodemgezondheidscertificering voor landeigenaren en ‑beheerders overeenkomstig de voorwaarden van lid 2.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 111]</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om het formaat van de bodemgezondheidscertificering te harmoniseren. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 21 bedoelde onderzoeksprocedure.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 112]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De lidstaten delen de in de artikelen 6 tot en met 9 bedoelde bodemgezondheidsgegevens en <STRING STRIKE="on">‑</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">-</STRING></STRING>beoordelingen<STRING STRIKE="on"> op verzoek</STRING> mee aan de betrokken landeigenaren en landbeheerders<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en maken deze kosteloos beschikbaar</STRING></STRING>, met name ter ondersteuning van de ontwikkeling van het in artikel 10, lid 3, bedoelde advies.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten zorgen ervoor dat onderzoeksinstellingen kosteloos, op eenvoudige wijze en doorlopend toegang hebben tot monsters, DNA-extracten en ruwe gegevens.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 113]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk III</TI><STI.GR>Duurzaam bodembeheer</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 10</TI.ART><STI.ART>Duurzaam bodembeheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Vanaf (OP: please insert the date = 4 years after date of entry into force of the Directive) nemen de lidstaten ten minste de volgende maatregelen, rekening houdend met het type, het gebruik en de gesteldheid van de bodem:</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">het vaststellen van duurzame bodembeheerpraktijken met inachtneming van de in bijlage III vermelde beginselen voor duurzaam bodembeheer, die geleidelijk op alle beheerde bodems moeten worden toegepast en, op basis van de resultaten van de overeenkomstig artikel 9 uitgevoerde bodembeoordelingen, van regeneratiepraktijken die geleidelijk op de ongezonde bodems in de lidstaten moeten worden toegepast;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">het identificeren van bodembeheerpraktijken en andere praktijken die een negatieve invloed hebben op de bodemgezondheid en door bodembeheerders moeten worden vermeden.</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">Bij het vaststellen van de in dit lid bedoelde praktijken en maatregelen houden de lidstaten rekening met de in bijlage IV vermelde programma’s, plannen, streefdoelen en maatregelen, alsook met de meest recente wetenschappelijke kennis, met inbegrip van de resultaten van de missie van Horizon Europa voor een bodemdeal voor Europa.</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">De lidstaten identificeren synergieën met de in bijlage IV vermelde programma’s, plannen en maatregelen. De monitoringgegevens voor de bodemgezondheid, de resultaten van de beoordelingen van de bodemgezondheid, de in artikel 9 bedoelde analyse en de maatregelen voor duurzaam bodembeheer vormen de basis voor de ontwikkeling van de in bijlage IV vermelde programma’s, plannen en maatregelen.</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">De lidstaten zorgen ervoor dat de ontwikkeling van de in de eerste alinea bedoelde praktijken open, inclusief en doeltreffend verloopt en dat het betrokken publiek, met name landeigenaren en landbeheerders, wordt betrokken en in een vroeg stadium reële mogelijkheden krijgt om deel te nemen aan de uitwerking ervan.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 248]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat bodembeheerders, landeigenaren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, landbeheerders</STRING></STRING> en relevante autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in al hun bodemdistricten </STRING></STRING>gemakkelijk<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en gelijkelijk</STRING></STRING> toegang hebben tot onpartijdig en onafhankelijk advies over duurzaam bodembeheer, tot opleidingsactiviteiten en tot capaciteitsopbouw.<STRING BOLD="on"> [Ams. 120 en 249]</STRING></PARAG><PARAG>Ook nemen de lidstaten de volgende maatregelen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het bevorderen van de bewustwording over de vele voordelen van duurzaam bodembeheer op middellange en lange termijn en de noodzaak om bodems op een duurzame manier te beheren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het bevorderen van onderzoek naar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, burgerwetenschap op het gebied van, en innovatie</STRING></STRING> en toepassing van <STRING STRIKE="on">holistische</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">duurzame</STRING></STRING> concepten voor bodembeheer;<STRING BOLD="on"> [Ams. 121 en 250]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het beschikbaar stellen van een regelmatig bijgewerkte inventarisatie van de beschikbare financieringsinstrumenten en <STRING STRIKE="on">‑</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">-</STRING></STRING>activiteiten ter ondersteuning van de uitvoering van duurzaam bodembeheer<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en andere activiteiten ter ondersteuning van de uitvoering van deze richtlijn, met inbegrip van onderzoek en burgerwetenschap</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 122]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De lidstaten beoordelen regelmatig de doeltreffendheid van de overeenkomstig dit artikel getroffen maatregelen en herzien die maatregelen in voorkomend geval, rekening houdend met de in de artikelen 6 tot en met 9 bedoelde monitoring en beoordeling van de gezondheid van de bodem.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 251]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage III teneinde de beginselen van duurzaam bodembeheer aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.</STRING><STRING BOLD="on"> [Ams. 123 en 252]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op verzoek verleent de Commissie bijstand en verstrekt richtsnoeren aan de lidstaten met betrekking tot de ontwikkeling van specifieke maatregelen in verband met de in bijlage III vermelde beginselen voor duurzaam bodembeheer.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 124]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 10 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toolbox voor duurzaam bodembeheer</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ter ondersteuning van de uitvoering van deze richtlijn ontwerpt de Commissie een toolbox voor duurzaam bodembeheer, waarin bodembeheerders praktische informatie kunnen vinden over het gebruik van duurzame bodembeheerpraktijken, met inbegrip van door de lidstaten verstrekte informatie.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toolbox omvat:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanbevelingen en voorbeelden van beste praktijken van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die de effecten van bodembeheerpraktijken monitoren, en informatie over de impact van dergelijke praktijken op verschillende ecosysteemdiensten en bodembedreigingen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">contextspecifieke informatie over combinaties van bodemtype, landgebruik en klimatologische omstandigheden;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nieuwe kennis uit onderzoek en innovatie, onder meer in het kader van de Horizon Europa-missie “Een bodemdeal voor Europa”;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere relevante informatie die door de Commissie is verzameld of door de lidstaten aan de Commissie is verstrekt.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toolbox is kosteloos openbaar beschikbaar en maakt deel uit van het overeenkomstig artikel 6, lid 6, opgezette digitale portaal voor bodemgezondheidsgegevens.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie actualiseert actief de inhoud van de toolbox en neemt alle passende maatregelen om de inhoud ervan onder de aandacht van landbeheerders te brengen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 125]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 11</TI.ART><STI.ART><STRING STRIKE="on">Beginselen van </STRING>Mitigatie van ruimtebeslag<STRING BOLD="on"> [Am. 126]</STRING></STI.ART><PARAG><STRING STRIKE="on">De lidstaten zorgen ervoor dat bij</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het geval van</STRING></STRING> ruimtebeslag <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nemen de lidstaten </STRING></STRING>de volgende <STRING STRIKE="on">beginselen in acht worden genomen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maatregelen in overweging, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de locatie en de sociaal-economische gevolgen</STRING></STRING>:<STRING BOLD="on"> [Am. 127]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het verlies van het vermogen van de bodem om meerdere <STRING STRIKE="on">ecosysteemdiensten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ecosysteem- en andere diensten</STRING></STRING> te leveren, waaronder <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">landbouw, </STRING></STRING>voedselproductie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en duurzaam bosbeheer</STRING></STRING>, zoveel als technisch<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, sociaal</STRING></STRING> en economisch mogelijk is te vermijden of te beperken door:<STRING BOLD="on"> [Ams. 128 en 254]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>het door het ruimtebeslag getroffen gebied zoveel mogelijk te beperken<STRING STRIKE="on">, en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 129]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">prioriteit te geven aan </STRING></STRING>gebieden<STRING STRIKE="on"> te selecteren</STRING> waar het verlies van ecosysteemdiensten tot een minimum zou worden beperkt<STRING STRIKE="on">, en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 130]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P><STRING STRIKE="on">bij </STRING>ruimtebeslag <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">af te stemmen op duurzame ontwikkeling, onder meer door de vruchtbaarheid van</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">de negatieve gevolgen voor</STRING> de bodem<STRING STRIKE="on"> tot een minimum te beperken</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de biodiversiteit, de waterdoorlaatbaarheid, de waterfiltratie en de waterretentie zoveel mogelijk te behouden</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 131]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het verlies van bodemcapaciteit om meerdere ecosysteemdiensten te leveren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, indien mogelijk</STRING></STRING> zoveel mogelijk te compenseren<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">; een dergelijke compensatie kan, waar van toepassing, op geaggregeerd niveau of grensoverschrijdend tussen de lidstaten plaatsvinden indien het bodemdistrict dezelfde eigenschappen heeft als een aangrenzend bodemdistrict in een naburige lidstaat of een grensoverschrijdend bodemdistrict;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 132]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maatregelen vast te stellen om bij ruimtebeslag een billijke vergoeding voor landeigenaren te waarborgen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 133]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maatregelen te treffen om ruimtebeslag te voorkomen of te beperken, onder meer door het in kaart brengen van verlaten, brownfield- en industriële locaties en stimulansen voor het herstel en hergebruik van verlaten gebieden met afgedekte bodems.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 134]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk IV</TI><STI.GR>Verontreinigde locaties</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 12</TI.ART><STI.ART>Risicogebaseerde aanpak</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten beheren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en verminderen</STRING></STRING> de risico’s voor de <STRING STRIKE="on">menselijke </STRING>gezondheid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van mens en dier en voor</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">en</STRING> het milieu van verontreinigde locaties en mogelijk verontreinigde locaties en houden deze op een aanvaardbaar niveau,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> met inachtneming van het beoogde gebruik van de bodem en</STRING></STRING> rekening houdend met de ecologische, sociale en economische gevolgen van de bodemverontreiniging en met de overeenkomstig artikel 15, lid 4, getroffen risicobeperkende maatregelen.<STRING BOLD="on"> [Am. 135]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Uiterlijk tegen (OP: please insert the date =4 years after the date of entry into force of the Directive) stellen de lidstaten een risicogebaseerde aanpak vast voor:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de identificatie van mogelijk verontreinigde locaties overeenkomstig artikel 13;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het onderzoek van mogelijk verontreinigde locaties overeenkomstig artikel 14;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het beheer van verontreinigde locaties overeenkomstig artikel 15.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het in lid 2 vastgestelde voorschrift doet geen afbreuk aan strengere eisen die voortvloeien uit de wetgeving van de Unie of de nationale wetgeving.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het<STRING STRIKE="on"> betrokken</STRING> publiek krijgt in een vroeg stadium reële mogelijkheden om:<STRING BOLD="on"> [Am. 136]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>deel te nemen aan de vaststelling en concrete toepassing van de risicogebaseerde aanpak als omschreven in dit artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de identificatie van mogelijk verontreinigde locaties overeenkomstig artikel 13, het onderzoek van mogelijk verontreinigde locaties overeenkomstig artikel 14 en de beoordeling en het beheer van verontreinigde locaties overeenkomstig artikel 15, wanneer alle opties nog beschikbaar zijn</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 137]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en gegevens</STRING></STRING> te verstrekken die relevant <STRING STRIKE="on">is</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn</STRING></STRING> voor de <STRING STRIKE="on">identificatie van mogelijk verontreinigde locaties overeenkomstig artikel 13, voor het onderzoek van mogelijk verontreinigde locaties overeenkomstig artikel 14 en voor het beheer van verontreinigde locaties overeenkomstig artikel 15</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in punt a) bedoelde activiteiten op enig moment, zoals humanemonitoring- of milieumonitoringgegevens</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 138]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>te verzoeken om correctie van de informatie in het register voor verontreinigde locaties en mogelijk verontreinigde locaties overeenkomstig artikel 16.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de toepassing van lid 4 zorgen de lidstaten ervoor dat het publiek tijdig, adequaat en doeltreffend op de hoogte wordt gebracht, onder meer via openbare kennisgevingen en elektronische media, over alle ter zake doende informatie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 139]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de toepassing van de bepalingen van dit hoofdstuk en in verband met de in bijlage I vermelde bodemdescriptoren voor bodemverontreiniging houden de lidstaten terdege rekening met de overeenkomstig lid 4 ingediende informatie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 140]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 quater.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien uit het bewijsmateriaal blijkt dat de bodemverontreiniging of de blootstelling aan de betrokken stof of het betrokken mengsel via de bodem wijdverspreid is, zet de bevoegde autoriteit een risicobeheersproces in gang. Indien uit het bewijsmateriaal blijkt dat er onvoldoende informatie beschikbaar is over het risico van een gevaarlijke stof of een gevaarlijk mengsel in de bodem voor de gezondheid van mens of dier of voor het milieu, doet de bevoegde autoriteit nader onderzoek dat erop is gericht om waar nodig risicobeheersmaatregelen te treffen, in overeenstemming met het voorzorgsbeginsel.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 141]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 quinquies.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten brengen het publiek onverwijld op de hoogte van elke uit hoofde van lid 4 en lid 4 quater genomen beslissing of getroffen maatregel alsmede van de redenen en overwegingen waarop de beslissing of de maatregel is gebaseerd, met inbegrip van een verklaring van de wijze waarop met de informatie rekening is gehouden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 142]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 13</TI.ART><STI.ART>Identificatie van mogelijk verontreinigde locaties</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen voor een systematische en actieve aanwijzing van alle locaties waar bodemverontreiniging wordt vermoed op basis van bewijsmateriaal dat met alle <STRING STRIKE="on">beschikbare</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">passende</STRING></STRING> middelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van de input van burgers, en volgens vastgestelde procedures</STRING></STRING> is verzameld (“mogelijk verontreinigde locaties”).<STRING BOLD="on"> [Am. 143]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij de aanwijzing van de mogelijk verontreinigde locaties houden de lidstaten rekening met de volgende criteria:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de exploitatie van een actieve of inactieve mogelijk verontreinigende risicoactiviteit;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de exploitatie van een activiteit als bedoeld in bijlage I bij Richtlijn 2010/75/EU;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de exploitatie van een inrichting als bedoeld in Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2012/18/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, houdende wijziging en vervolgens intrekking van Richtlijn 96/82/EG van de Raad (PB L 197 van 24.7.2012, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de exploitatie van een activiteit als bedoeld in bijlage III bij Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Richtlijn 2004/35/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende milieuaansprakelijkheid met betrekking tot het voorkomen en herstellen van milieuschade (PB L 143 van 30.4.2004, blz. 56).</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on">;</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 144]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het optreden van een ongeval, calamiteit, ramp, incident of lekkage waarbij mogelijk verontreiniging optreedt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>elke andere gebeurtenis die bodemverontreiniging kan veroorzaken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor de drinkwateronttrekking gebruikte gebieden;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 145]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>alle informatie die voortkomt uit de overeenkomstig de artikelen 6, 7 en 8 uitgevoerde monitoring van de bodemgezondheid<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het optreden van een ziekte waarvan wordt verondersteld dat deze verband houdt met blootstelling aan verontreiniging via de bodem;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 146]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle informatie die door het publiek of de autoriteiten van de lidstaten wordt verstrekt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 147]</STRING></PARAG><PARAG>Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), stellen de lidstaten een lijst op van risicoactiviteiten waarbij mogelijk verontreiniging optreedt. Deze activiteiten kunnen op basis van wetenschappelijk bewijs verder worden ingedeeld aan de hand van het risico op bodemverontreiniging dat zij vormen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat alle mogelijk verontreinigde locaties tegen (PB: OP: please insert date = 7 years after date of entry into force of the Directive) zijn aangewezen en naar behoren in het in artikel 16 bedoelde register zijn geregistreerd.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 14</TI.ART><STI.ART>Onderzoek van mogelijk verontreinigde locaties</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat alle mogelijk verontreinigde locaties die overeenkomstig artikel 13 zijn aangewezen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in volgorde van prioriteit </STRING></STRING>aan bodemonderzoek worden onderworpen.<STRING BOLD="on"> [Am. 148]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten stellen voorschriften vast wat betreft de termijn, de inhoud, de vorm en de prioritering van het bodemonderzoek<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met ecologische, sociale en economische aspecten</STRING></STRING>. Die voorschriften worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 12 bedoelde risicogebaseerde benadering en de in artikel 13, lid 2, tweede alinea, bedoelde lijst van risicoactiviteiten waarbij mogelijk verontreiniging optreedt.<STRING BOLD="on"> [Am. 149]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Mogelijk verontreinigde locaties in gebieden die worden gebruikt voor de onttrekking van water voor menselijke consumptie krijgen voorrang voor bodemonderzoek.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 150]</STRING></PARAG><PARAG>De lidstaten kunnen in voorkomend geval situatierapporten en monitoringmaatregelen die overeenkomstig Richtlijn 2010/75/EU zijn uitgevoerd, als bodemonderzoek beschouwen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten stellen ook specifieke gebeurtenissen vast die aanleiding geven voor het openen van een onderzoek voordat de overeenkomstig lid 2 vastgestelde termijn is verstreken.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 15</TI.ART><STI.ART>Risicobeoordeling en beheer van verontreinigde locaties</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten stellen de specifieke methode vast voor het bepalen van de locatiespecifieke risico’s van verontreinigde locaties. Deze methode wordt gebaseerd op de in bijlage VI vermelde fasen en vereisten voor locatiespecifieke risicobeoordeling.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten bepalen wat zij verstaan onder een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van <STRING STRIKE="on">de </STRING>mens<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en dier</STRING></STRING> en voor het milieu als gevolg van verontreinigde locaties, rekening houdend met de bestaande wetenschappelijke kennis, het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">advies van gezondheidswerkers en gezondheidsautoriteiten, het </STRING></STRING>voorzorgsbeginsel, specifieke kenmerken van de locatie en het huidige en toekomstige landgebruik.<STRING BOLD="on"> [Am. 151]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Voor elke verontreinigde locatie die overeenkomstig artikel 14 of op enige andere wijze is geïdentificeerd, voert de verantwoordelijke bevoegde autoriteit een locatiespecifieke beoordeling uit van het huidige en geplande landgebruik om vast te stellen of de verontreinigde locatie een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid van <STRING STRIKE="on">de </STRING>mens<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en dier</STRING></STRING> of voor het milieu vormt.<STRING BOLD="on"> [Am. 152]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In voorkomend geval kunnen de lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2010/75/EU, Richtlijn 2011/92/EU of Richtlijn 2012/18/EU uitgevoerde beoordelingen als voldoende beschouwen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 153]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Op basis van de resultaten van de in lid 3 bedoelde beoordeling <STRING STRIKE="on">neemt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zorgt</STRING></STRING> de verantwoordelijke bevoegde autoriteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ervoor dat </STRING></STRING>de nodige maatregelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> worden getroffen</STRING></STRING> om dat risico te beperken tot een aanvaardbaar niveau voor de menselijke gezondheid en het milieu (“risicobeperkende maatregelen”).<STRING BOLD="on"> [Am. 154]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De risicobeperkende maatregelen <STRING STRIKE="on">kunnen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden gebaseerd op</STRING></STRING> de in bijlage V bedoelde maatregelen<STRING STRIKE="on"> zijn</STRING>. Bij de beslissing over passende risicobeperkende maatregelen houdt de bevoegde autoriteit rekening met de kosten, baten, doeltreffendheid, duurzaamheid en technische haalbaarheid van de beschikbare risicobeperkende maatregelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> op de korte en de lange termijn</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten streven altijd naar preventie en bodemsanering.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 155]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Risicobeperkende maatregelen die gevolgen hebben voor omliggende waterlichamen die worden gebruikt voor de onttrekking van voor menselijke consumptie bestemd water, moeten voldoen aan de normen voor aanvaardbaar risico die zijn vastgesteld in Richtlijn (EU) 2020/2184.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 156]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van deze richtlijn door maximaal toegestane waarden vast te stellen met betrekking tot de vaststelling van een onaanvaardbaar risico voor de gezondheid en het milieu als gevolg van verontreinigde locaties als bedoeld in lid 2.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 157]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 20 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen V en VI teneinde de lijst van risicobeperkende maatregelen en de voorschriften voor locatiespecifieke risicobeoordeling aan te passen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 16</TI.ART><STI.ART>Register</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Uiterlijk op ... (OP: please insert date = 4 years after entry into force of the Directive) stellen de lidstaten overeenkomstig lid 2 een register op van verontreinigde en mogelijk verontreinigde locaties.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het register bevat de in bijlage VII vermelde gegevens.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het register wordt beheerd door de verantwoordelijke bevoegde autoriteit en wordt regelmatig herzien en geactualiseerd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten maken het register en de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kosteloos en op gebruikersvriendelijke wijze </STRING></STRING>openbaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en toegankelijk</STRING></STRING>. De bevoegde autoriteit kan de openbaarmaking van informatie weigeren of beperken indien aan de voorwaarden van artikel 4 van Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad (PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26).</FIELD></FOOTNOTE> is voldaan.<STRING BOLD="on"> [Am. 158]</STRING></PARAG><PARAG>Het register wordt in de vorm van een onlinedatabank in een ruimtelijk formaat met geografische referenties beschikbaar gemaakt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie stelt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uiterlijk op ... [OP: please insert date = 1 year from the entry into force of this Directive]</STRING></STRING> uitvoeringshandelingen vast tot vaststelling van het formaat van het register. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 21 bedoelde onderzoeksprocedure.<STRING BOLD="on"> [Am. 159]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk V</TI><STI.GR>Financiering, voorlichting van het publiek en rapportage door de lidstaten</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 17</TI.ART><STI.ART>Financiering door Unie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en lidstaten</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 160]</STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	Gezien de inherente prioriteit van de totstandbrenging van bodemmonitoring en duurzaam beheer en regeneratie van bodems, <STRING STRIKE="on">wordt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dient de Commissie uiterlijk op ... [OP: please insert date = 12 months from the entry into force of this Directive] bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in met een evaluatie van de financiële middelen die op het niveau van de Unie beschikbaar zijn voor</STRING></STRING> de uitvoering van deze richtlijn<STRING STRIKE="on"> ondersteund door bestaande financiële programma’s van de Unie overeenkomstig de toepasselijke regels en voorwaarden</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 161]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie beoordeelt eventuele verschillen tussen de beschikbare Uniefinanciering en de financieringsbehoeften voor ondersteuning van de lidstaten bij de uitvoering van deze richtlijn, met bijzondere aandacht voor de behoeften op het gebied van milieumonitoring, met inbegrip van de bodemmodule van Lucas.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 162]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er worden aanvullende financiële middelen ingezet voor de periode na 2027 teneinde het duurzame beheer van bodems, de permanente regeneratie ervan en monitoringactiviteiten te bevorderen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 163]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de uitvoering van deze richtlijn maken de lidstaten gebruik van financiële middelen uit passende bronnen, met inbegrip van fondsen van de Unie alsmede nationale, regionale en lokale fondsen, om op bodembescherming, duurzaam beheer en regeneratie gerichte acties te financieren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 164]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie houdt toezicht op het vermogen van de lidstaten om middelen van de Unie in verband met bodembescherming, duurzaam beheer en regeneratie te absorberen. De Commissie zorgt voor opleiding en technische ondersteuning om de absorptiecapaciteit van de lidstaten te vergroten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 165]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 quater.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten en de Commissie verbeteren en vergemakkelijken, in samenwerking met de Europese Investeringsbank, het gebruik van innovatieve financieringsmechanismen en bevorderen de mobilisatie van particulier kapitaal voor acties die nodig zijn om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 166]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 quinquies.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten en de Commissie nemen bij de uitvoering van deze richtlijn het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852 in acht.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 167]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 18</TI.ART><STI.ART>Rapportage door de lidstaten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten brengen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste </STRING></STRING>om de <STRING STRIKE="on">vijf</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zes</STRING></STRING> jaar in elektronische vorm verslag uit aan de Commissie en het EEA met de volgende gegevens en informatie:<STRING BOLD="on"> [Am. 168]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de gegevens en resultaten van de overeenkomstig de artikelen 6 tot en met 9 uitgevoerde monitoring en beoordeling van de bodemgezondheid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de onderliggende gegevens, metagegevens en </STRING></STRING>een trendanalyse van de bodemgezondheid voor de in de delen A, B en C van bijlage I vermelde descriptoren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, overeenkomstig de voor het ontwerp van de bodemmonitoring gekozen Tier,</STRING></STRING> en voor de in deel D van bijlage I vermelde indicatoren voor ruimtebeslag en bodemafdekking overeenkomstig artikel 9<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van de door de afzonderlijke lidstaten meegedeelde uitgebreide descriptoren</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 169]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>een samenvatting van de vooruitgang op het gebied van:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de toepassing van de beginselen van duurzaam bodembeheer overeenkomstig artikel 10;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>de registratie, de identificatie, het onderzoek en het beheer van verontreinigde locaties overeenkomstig de artikelen 12 tot en met 16;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de gegevens en informatie in het in artikel 16 bedoelde register.</PARAG><PARAG>De eerste verslagen worden uiterlijk op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">... </STRING></STRING>(OP: please insert date = <STRING STRIKE="on">5</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">6</STRING></STRING> years<STRING STRIKE="on"> and 6 months</STRING> after entry into force of the Directive) ingediend.<STRING BOLD="on"> [Am. 171]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de Commissie en het EEA permanent toegang hebben tot de in lid 1 bedoelde informatie en gegevens.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten bieden de Commissie online toegang tot:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een actuele lijst van ruimtelijke gegevens van hun bodemdistricten als bedoeld in artikel 4<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en hun respectieve bodemdistrictsplannen, indien voorhanden</STRING></STRING>, uiterlijk op: (OP: please insert the date = <STRING STRIKE="on">2 years and 3</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">12</STRING></STRING> months after date of entry into force of the Directive);<STRING BOLD="on"> [Am. 172]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een actuele lijst van de bevoegde autoriteiten in artikel 5, uiterlijk op: (OP: please insert the date = <STRING STRIKE="on">2 years and 3</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">12</STRING></STRING> months after date of entry into force of the Directive);<STRING BOLD="on"> [Am. 173]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de in artikel 10 bedoelde maatregelen en duurzame bodembeheerpraktijken, uiterlijk op... (OP: please insert the date = 4 years and 3 months after date of entry into force of the Directive)<STRING STRIKE="on">.</STRING>;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de metingen van de bodemdescriptoren op het niveau van het bemonsteringspunt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 174]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie is bevoegd om uitvoeringshandelingen vast te stellen tot vaststelling van het formaat en de modaliteiten voor het indienen van de in lid 1 bedoelde informatie. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 21 bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 19</TI.ART><STI.ART>Publieksvoorlichting</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten maken de gegevens die door de monitoring uit hoofde van artikel 8 en de <STRING STRIKE="on">beoordeling</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beoordelingen</STRING></STRING> uit hoofde van artikel 9<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en artikel 10, lid 3,</STRING></STRING> van deze richtlijn zijn gegenereerd, toegankelijk voor het publiek, overeenkomstig artikel 11 van Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2007/2/EG van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2007 tot oprichting van een infrastructuur voor ruimtelijke informatie in de Gemeenschap (Inspire) (PB L 108 van 25.4.2007, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> voor geografisch uitdrukkelijke gegevens en overeenkomstig artikel 5 van Richtlijn (EU) 2019/1024 voor overige gegevens.<STRING BOLD="on"> [Am. 175]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie zorgt ervoor dat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> relevante</STRING></STRING> bodemgezondheidsgegevens die toegankelijk worden gemaakt via het in artikel 6 bedoelde digitale portaal voor bodemgezondheidsgegevens,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uitsluitend met de uitdrukkelijke toestemming van de landeigenaar en de landbeheerder, in een geaggregeerde en geanonimiseerde vorm</STRING></STRING> beschikbaar zijn voor het publiek overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).</FIELD></FOOTNOTE> en Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (PB L 264 van 25.9.2006, blz. 13).</FIELD></FOOTNOTE>.<STRING BOLD="on"> [Am. 231]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de in artikel 18 van deze richtlijn bedoelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevante </STRING></STRING>informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uitsluitend met de uitdrukkelijke toestemming van de landeigenaar en de landbeheerder, in een geaggregeerde en geanonimiseerde vorm</STRING></STRING> beschikbaar en toegankelijk is voor het publiek overeenkomstig Richtlijn 2003/4/EG, Richtlijn 2007/2/EG en Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (PB L 172 van 26.6.2019, blz. 56).</FIELD></FOOTNOTE>.<STRING BOLD="on"> [Am. 232]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De openbaarmaking van de informatie uit hoofde van deze richtlijn kan worden geweigerd of beperkt indien aan de voorwaarden van artikel 4 van Richtlijn 2003/4/EG is voldaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten treffen maatregelen om ervoor te zorgen dat door middel van de uitvoering van deze richtlijn verzamelde informatie over de bodems ter beschikking van de potentiële koper of pachter van het perceel in kwestie wordt gesteld.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 176]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk VI</TI><STI.GR>Delegatie en comitéprocedure</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 20</TI.ART><STI.ART>Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in de artikelen 8, <STRING STRIKE="on">10, 15 en 16</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">9 en 15</STRING></STRING> bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.<STRING BOLD="on"> [Am. 177]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 8, <STRING STRIKE="on">10, 15 en 16</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">9 en 15</STRING></STRING> bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.<STRING BOLD="on"> [Am. 178]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Een overeenkomstig de artikelen 8, <STRING STRIKE="on">10, 15 en 16</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">9 en 15</STRING></STRING> vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.<STRING BOLD="on"> [Am. 179]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 21</TI.ART><STI.ART>Comité</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk VII</TI><STI.GR>Slotbepalingen</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 22</TI.ART><STI.ART>Toegang tot de rechter</STI.ART><PARAG>De lidstaten zorgen ervoor dat leden van het publiek, in overeenstemming met het nationale recht, die daarbij voldoende belang hebben of stellen dat er inbreuk is gemaakt op een recht, in beroep kunnen gaan bij een rechtbank of een ander bij wet ingesteld onafhankelijk en onpartijdig orgaan om de materiële of formele rechtmatigheid van de beoordeling van de bodemgezondheid, de uit hoofde van deze richtlijn genomen maatregelen en elk nalaten van de bevoegde autoriteiten aan te vechten.</PARAG><PARAG>De lidstaten bepalen wat voldoende belang en inbreuk op een recht vormt, in overeenstemming met de doelstelling om het publiek ruime toegang tot de rechter te bieden<STRING STRIKE="on">. Voor de toepassing van lid 1</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in overeenstemming met artikel 9 van het Verdrag van Aarhus. De erkenning van procesbevoegdheid</STRING></STRING> wordt <STRING STRIKE="on">elke niet-gouvernementele organisatie die zich inzet voor milieubescherming en voldoet aan de vereisten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">niet afhankelijk gesteld van de rol die het betrokken lid van het publiek heeft gespeeld tijdens een inspraakfase van de besluitvormingsprocedures</STRING></STRING> krachtens <STRING STRIKE="on">de nationale wetgeving, geacht rechten te hebben waarop inbreuk kan worden gemaakt en wordt hun belang voldoende geacht</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">deze richtlijn</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 180]</STRING></PARAG><PARAG>De in lid 1 bedoelde beroepsprocedures zijn eerlijk, billijk, tijdig en kosteloos of niet buitensporig kostbaar, en voorzien in passende en doeltreffende rechtsmiddelen, waaronder, indien nodig, stakingsbevelen.</PARAG><PARAG>De lidstaten zorgen ervoor dat het publiek praktische informatie wordt verstrekt over de toegang tot de in dit artikel bedoelde administratieve en gerechtelijke beroepsprocedures.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING STRIKE="on">Artikel 23</STRING></TI.ART><STI.ART><STRING STRIKE="on">Sancties</STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Onverminderd de verplichtingen van de lidstaten uit hoofde van Richtlijn 2008/99/EG van het Europees Parlement en de Raad, stellen de lidstaten voorschriften vast inzake de bij schendingen door natuurlijke en rechtspersonen van ingevolge deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen toe te passen sancties, en zorgen zij ervoor dat die voorschriften ook worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De in lid 1 bedoelde sancties omvatten boetes die evenredig zijn met de omzet van de rechtspersoon of met het inkomen van de natuurlijke persoon die de schending heeft begaan. Het niveau van de boetes wordt zo berekend dat zij de voor de schending verantwoordelijke persoon daadwerkelijk de economische voordelen ontnemen die uit die schending voortvloeien. In het geval van een door een rechtspersoon begane schending zijn dergelijke boetes evenredig aan de jaaromzet van de rechtspersoon in de betrokken lidstaat, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s).</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De lidstaten zorgen ervoor dat bij de op grond van dit artikel opgelegde sancties, waar van toepassing, naar behoren rekening wordt gehouden met het volgende:</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de aard, ernst en omvang van de schending;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de opzettelijke of nalatige aard van de schending;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">de bevolking die of het milieu dat door de schending wordt getroffen, rekening houdend met de gevolgen van de overtreding voor de doelstelling om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu tot stand te brengen.</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De lidstaten stellen de Commissie onverwijld van de in lid 1 bedoelde voorschriften en maatregelen in kennis en delen haar alle latere wijzigingen daarvan mee.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 234]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 24</TI.ART><STI.ART>Evaluatie en herziening</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Uiterlijk op (OP:please insert the date = 6 years after the date of entry into force of the Directive) voert de Commissie een evaluatie van deze richtlijn uit om de vooruitgang in de richting van de doelstellingen ervan te beoordelen en na te gaan of de bepalingen ervan moeten worden gewijzigd om <STRING STRIKE="on">specifiekere</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> voorschriften <STRING STRIKE="on">vast te stellen om ervoor te zorgen dat ongezonde bodems worden geregenereerd en dat</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van deze richtlijn aan te passen om verdere vooruitgang te boeken op weg naar een situatie waarin</STRING></STRING> alle bodems tegen 2050 gezond zijn. Bij deze evaluatie wordt onder meer rekening gehouden met de volgende elementen:<STRING BOLD="on"> [Am. 186]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de ervaring die is opgedaan met de tenuitvoerlegging van deze richtlijn;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de in artikel 18 bedoelde gegevens en informatie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>relevante wetenschappelijke en analytische gegevens, met inbegrip van de resultaten van door de Unie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de lidstaten </STRING></STRING>gefinancierde onderzoeksprojecten;<STRING BOLD="on"> [Am. 187]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>een analyse van wat er nog ontbreekt <STRING STRIKE="on">op weg naar</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en welke maatregelen er nodig zijn om</STRING></STRING> gezonde bodems tegen 2050<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te bereiken</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 188]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>een analyse van de eventuele noodzaak om de bepalingen van deze richtlijn aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang aan te passen, met name wat betreft de volgende punten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de definitie van gezonde bodems;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>de vaststelling van criteria voor bodemdescriptoren die zijn opgenomen in <STRING STRIKE="on">deel C van </STRING>bijlage I;<STRING BOLD="on"> [Am. 189]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>de toevoeging van nieuwe bodemdescriptoren voor monitoringdoeleinden<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of de aanpassing van bestaande bodemdescriptoren en criteria in bijlage I;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 190]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een analyse van de door de lidstaten in het kader van deze richtlijn vastgestelde monitoringontwerpen en drempelwaarden;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 191]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de sociaal-economische gevolgen van deze richtlijn.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 192]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie brengt verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over de belangrijkste bevindingen van de in lid 1 bedoelde evaluatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 193]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Met ingang van ... [OP: please insert the date = eight years after the date of entry into force of this Directive] en vervolgens om de vijf jaar brengt de Commissie verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van deze richtlijn, met inbegrip van de door de lidstaten getroffen maatregelen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen. Het verslag bevat een algemene beoordeling van de vooruitgang die is geboekt bij het bereiken van gezonde bodems.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 194]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 ter.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op ... [OP: please insert the date = 6 years after the date of entry into force of the Directive] beoordeelt de Commissie in het kader van de in lid 1 bedoelde beoordeling de in de lidstaten verzamelde informatie met betrekking tot de prevalentie, de verspreiding en de waarden van bodemverontreinigende stoffen, met het oog op de opstelling van een lijst van prioritaire stoffen, gevolgd door, indien passend, een aandachtstoffenlijst van bodemverontreinigende stoffen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 195]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 24 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Forum van de EU-waarnemingspost voor de bodem</STRING></STRING></STI.ART><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie bevordert door middel van het forum van de EU-waarnemingspost voor de bodem dat belanghebbenden geregeld met elkaar en met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op alle relevante niveaus, het bedrijfsleven, het maatschappelijk middenveld en de wetenschappelijke gemeenschap overleggen. Het forum van de EU-waarnemingspost voor de bodem vereenvoudigt de gecoördineerde uitvoering van het recht en het beleid van de Unie in verband met de monitoring en de verbetering van de bodemgezondheid, onder meer door ervaringen en goede praktijken uit te wisselen, onder meer over duurzame bodembeheer- en regeneratiepraktijken, alsmede over te vermijden bodembeheerpraktijken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 196]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 25</TI.ART><STI.ART>Omzetting</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op ... [OP: please insert date = 2 years after date of entry into force of the Directive] aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.</PARAG><PARAG>Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 26</TI.ART><STI.ART>Inwerkingtreding</STI.ART><PARAG>Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 27</TI.ART><STI.ART>Adressaten</STI.ART><PARAG>Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE><ANNEX><TI>Bijlage I</TI><P>BODEMDESCRIPTOREN, CRITERIA <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">EN METHODEN VOOR HET BEPALEN VAN DE ECOLOGISCHE TOESTAND VAN DE BODEM,</STRING></STRING> EN INDICATOREN VOOR RUIMTEBESLAG EN BODEMAFDEKKING<STRING BOLD="on"> [Am. 197]</STRING></P><P>Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:</P><P><NO.P>1)</NO.P>“negatief ruimtebeslag”: de omzetting van kunstmatig land in natuurlijk of halfnatuurlijk landschap;</P><P><NO.P>2)</NO.P>“nettoruimtebeslag”: ruimtebeslag minus negatief ruimtebeslag.</P><P><TABLE><TGROUP COLS="7"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="24.25*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="0.46*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="21.63*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="2.23*"/><COLSPEC COLNAME="C5" COLNUM="5" COLWIDTH="33.29*"/><COLSPEC COLNAME="C6" COLNUM="6" COLWIDTH="0.35*"/><COLSPEC COLNAME="C7" COLNUM="7" COLWIDTH="17.79*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on">Aspect van bodemaantasting</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" NAMEEND="C4" NAMEST="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on">Criteria voor een gezonde bodemgesteldheid</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on">Gebieden die worden ontheven van de plicht om aan het des­betreffende criterium te voldoen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C7" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING STRIKE="on">Deel A: bodemdescriptoren met op het niveau van de Unie vastgestelde criteria voor een gezonde bodemgesteldheid</STRING></STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1"><P><STRING STRIKE="on">Verzilting</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2"><P><STRING STRIKE="on">Elektrisch geleidingsvermogen (deci-Siemens per meter)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" NAMEEND="C4" NAMEST="C3"><P><STRING STRIKE="on">&lt; 4 dS m</STRING><STRING SUPERSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">−1</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> bij gebruik van een methode om het elektrisch geleidingsvermogen (“EC”) van een extract (“e”) van een verzadigde bodempasta (EC</STRING><STRING SUBSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">e</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">) te meten, of een gelijkwaardig criterium indien een andere meetmethode wordt gebruikt</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">Gebieden die van nature ziltig zijn;</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">gebieden die rechtstreeks door de stijging van de zeespiegel worden getroffen</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1"><P><STRING STRIKE="on">Bodemerosie</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2"><P><STRING STRIKE="on">Bodemerosie</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">(ton per hectare per jaar)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" NAMEEND="C4" NAMEST="C3"><P><STRING STRIKE="on">≤ 2 t ha</STRING><STRING SUPERSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">-1 </STRING></STRING><STRING STRIKE="on">y</STRING><STRING SUPERSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">-1</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">Badland en andere niet-beheerde natuurlijke grond­gebieden, behalve indien zij een aanzienlijk rampenrisico inhouden</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Verlies van organische koolstof in de bodem</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2"><P><STRING STRIKE="on">Concentratie organische koolstof (SOC) in de bodem (g per kg)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" NAMEEND="C4" NAMEST="C3"><P><STRING STRIKE="on">Voor organische bodems: de voor dergelijke bodems op nationaal niveau overeenkomstig artikel 4, lid 1, artikel 4, lid 2, artikel 9, lid 4, van Verordening (EU) …/…</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">+</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">OP: please insert in the text the number of Regulation on nature restoration contained in document COM(2022) 304 </STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on"> vastgestelde streefdoelen respecteren</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" NAMEEND="C5" NAMEST="C4"><P><STRING STRIKE="on">Geen ontheffing</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" NAMEEND="C4" NAMEST="C3"><P><STRING STRIKE="on">Voor minerale bodems: SOC/klei-verhouding &gt; 1/13;</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">De lidstaten kunnen een correctiefactor toepassen wanneer specifieke bodemtypen of klimatologische omstandigheden dit rechtvaardigen, rekening houdend met het werkelijke SOC-gehalte in blijvend grasland.</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" NAMEEND="C5" NAMEST="C4"><P><STRING STRIKE="on">Niet-beheerde bodems in natuurlijke grondgebieden</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Verdichting van de ondergrond</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2" NAMEEND="C3" NAMEST="C2"><P><STRING STRIKE="on">Bulkdensiteit in de ondergrond (bovenste deel van het B- of E-horizont</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Zoals gedefinieerd in hoofdstuk 5 van de FAO-richtsnoeren voor bodembeschrijving (https://www.fao.org/3/a0541e/a0541e.pdf).</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on">); lidstaten mogen deze descriptor vervangen door een equivalente parameter (g per cm</STRING><STRING SUPERSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">3</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3" NAMEEND="C4" NAMEST="C3"><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="67.36*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="32.64*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Bodemtextuur</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Zoals gedefinieerd in Arshad, M.A., B. Lowery en B. Grossman. 1996. Physical tests for monitoring soil quality (Fysieke tests voor de controle van de bodemkwaliteit) blz. 123‑142. In: J.W. Doran and A.J. Jones (eds.) Methods for assessing soil quality. Soil Sci. Soc. Am. Spec. Publ. 49. SSSA, Madison, WI.</STRING></FIELD></FOOTNOTE></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">Bereik</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Zand, lemig zand, zandleem, leem</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">&lt; 1,80</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Zanderige kleileem, leem, kleileem, silt, siltleem</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">&lt; 1,75</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Siltleem, siltige kleileem</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">&lt; 1,65</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Zanderige klei, siltige klei, klei met 35‑45 % klei</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">&lt; 1,58</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Klei</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">&lt; 1,47</STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING STRIKE="on">Lidstaten die de bodemdescriptor “bulkdichtheid in de ondergrond” door een gelijkwaardige parameter vervangen, moeten voor de gekozen bodemdescriptor een criterium voor een gezonde bodemgesteldheid vaststellen dat gelijkwaardig is aan het criterium voor “bulkdichtheid in de ondergrond”.</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4" NAMEEND="C5" NAMEST="C4"><P><STRING STRIKE="on">Niet-beheerde bodems in natuurlijke grondgebieden</STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><TABLE><TGROUP COLS="4"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="23.78*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="36.82*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="23.93*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="15.47*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deel A: Ontwerp van de bodemmonitoring Tier 1</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een lidstaat komt in aanmerking voor het ontwerp van de bodemmonitoring Tier 1 indien dat voldoet aan alle in de tweede kolom vastgestelde criteria en alle bodemdescriptoren omvat.</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ontwerp van de bemonstering</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Referentiemethode</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Te vervullen criteria</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitzonderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het steekproefonderzoek wordt opgezet op basis van een volledig bemonsteringskader met de beste beschikbare informatie over de verdeling van de bodemeigenschappen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, informatie die voortvloeit uit eerdere nationale metingen en metingen in het kader van het Lucas-programma.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het bemonsteringsschema is een gestratificeerde aselecte bemonstering.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De nationale steekproef moet groot genoeg zijn om een maximale fout (of variatiecoëfficiënt) van 5 % voor de schatting van het gebied met gezonde bodems te waarborgen.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bijdrage van de steekproef van de Commissie voor het in artikel 6, lid 4, bedoelde onderzoek bedraagt ten minste 20 % van de omvang van de nationale steekproef.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toewijzing en de omvang van de steekproef worden bepaald door toepassing van het Bethel-algoritme (Bethel, 1989), dat rekening houdt met de vereiste maximale schattingsfout.</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gestratificeerde aselecte bemonstering op basis van het soort land; stratificatoren kunnen klimatologische omstandigheden, bodemtype, soort land en bestuurlijke regio’s overeenkomstig artikel 4 omvatten.</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De schatting van het aantal monsters is in overeenstemming met het gebruik van het Bethel-algoritme, dat rekening houdt met de vereiste maximale schattingsfout.</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een percentage (ten hoogste 20 % en ten minste 10 %) van de bemonsteringslocaties moet in dienst staan van doelgerichte bemonstering in verband met onderzoeken of risicobeoordeling.</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ingeval er op het niveau van de lidstaat een bemonsteringsontwerp is dat voldoet aan de voor Tier 1 vastgestelde criteria, kan de referentiemethode worden aangepast of kunnen andere ontwerpmethoden worden voorgesteld aan de Commissie, mits het uitgevoerde ontwerp voldoende dekking van de lidstaat biedt in overeenstemming met de referentiemethode (met inbegrip van nationale en Lucas-monsters). Bij de aanpassing van de referentiemethode moeten de lidstaten zich nog steeds houden aan het ontwerp voor bemonstering ter plaatse van de Commissie.</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aantastingsfactoren</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aantastingsfactor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitzonderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemerosie</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemerosie (tonnen bodemverlies per hectare per jaar (t ha</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">-1 </STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">yr</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">-1</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">))</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verlies van organische koolstof in de bodem</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Concentratie organische koolstof (SOC) in de bodem (g koolstof per kg (g kg</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">-1</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">))</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm)</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemverdichting</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bulkdichtheid in de bovengrond (g cm</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">-3</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overschot aan nutriënten in de bodem</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beschikbare fosfor (mg kg</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">-1</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Totaal stikstof in de bodem (mg g</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">-1</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm)</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemverontreiniging</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Concentratie van zware metalen in de bodem: As, Sb, Cd, Co, Cr (totaal), Cr (VI), Cu, Hg, Pb, Ni, Tl, V, Zn (µg per kg)</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Concentratie van een aantal door de lidstaten vastgestelde organische verontreinigende stoffen, rekening houdend met verontreinigende stoffen die onder Verordening (EU) 2019/1021 vallen en bestaande, in de wetgeving van de Unie vastgestelde concentratiegrenzen voor bijvoorbeeld waterkwaliteit en emissies in de lucht en met name prioritaire stoffen uit hoofde van de kaderrichtlijn water en daarmee verband houdende milieukwaliteitsnormen (Richtlijn 2008/105/EG) en de grondwaterrichtlijn (Richtlijn 2006/118/EG)</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gewasbeschermingsmiddelen met bestanddelen die voor vervanging in aanmerking komen en stoffen die zijn toegelaten in het kader van noodmaatregelen, alsook residuen van biociden</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Totaal per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS) of som van totaal PFAS</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vermindering van waterretentie</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemvochthoudend vermogen van het bodemmonster (% van het volume water)</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Volume verzadigde bodem</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verzuring</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zuurgraad van de bodem (pH H</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">O)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ecologische functies van de bodem</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ecologische functie</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitzonderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemaggregatie</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Waterstabiele aggregaten (%)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemademhaling</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Microbiële basisademhaling van de bodem (μl O</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> h</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">-1</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> g</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">-1</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> droog gewicht van de bodem)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Biomassa van de bodem</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Koolstof in microbiële biomassa in de bodem (Cmic μg C g</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">-1</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> droog gewicht van de bodem)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodembiodiversiteit</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kenmerk van de bodembiodiversiteit</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitzonderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Taxonomische diversiteit</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Diversiteit van bodemorganismen (door aanwezigheidstellingen per taxonomische groep) op basis van gerichte metabarcodering van de rRNA-gengebieden 16S en 18S en met gebruikmaking van de interne getranscribeerde spacerregio (ITS) met name voor schimmels (daarnaast kunnen andere markers in overweging worden genomen, zoals COI voor bodemfauna)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Abondantie van populaties</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Totale abondantie van bacteriën en archaea (m.b.v. kopieën van de rRNA-gengebieden 16S en 18S)</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Totale abondantie van schimmels (m.b.v. kopieën van het rRNA-gengebied 18S)</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Totaal aantal en aandeel pathogene schimmels</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Totale abondantie van nematoden per functionele groep op basis van morfologie (eters van bacteriën, eters van schimmels, eters van wortels, omnivoren, predatoren)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemhabitat</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kenmerk van de bodemhabitat</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitzonderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemstructuur</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aandelen van omvangklassen (zand, silt, klei)</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aandeel van ruwe materialen (&gt; 2 mm)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm)</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on"> [Am. 198]</STRING></P><P><TABLE><TGROUP COLS="4"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="26.35*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="28.94*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="28.53*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="16.18*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING STRIKE="on">Deel B: bodemdescriptoren met op het niveau van de lidstaten vastgestelde criteria voor een gezonde bodemgesteldheid</STRING></STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Overschot aan nutriënten in de bodem</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">Extraheerbare fosfor (mg per kg)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P><STRING STRIKE="on">Minder dan de door de lidstaat vast te stellen maximumwaarde, die tussen 30‑50 mg kg</STRING><STRING SUPERSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">-1</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> mag variëren.</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">Geen ontheffing</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bodemverontreiniging</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">Concentratie van zware metalen in de bodem: As, Sb, Cd, Co, Cr (totaal), Cr (VI), Cu, Hg, Pb, Ni, Tl, V, Zn (µg per kg);</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">- concentratie van een aantal door de lidstaten vastgestelde organische verontreinigende stoffen, rekening houdend met de bestaande, in de wetgeving van de Unie vastgestelde concentratiegrenzen, bijvoorbeeld voor waterkwaliteit en emissies in de lucht</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P><STRING STRIKE="on">Redelijke zekerheid, verkregen door puntbemonstering van de bodem, identificatie en onderzoek van verontreinigde locaties en alle andere relevante informatie, dat er geen onaanvaardbaar risico voor de menselijke gezondheid of het milieu bestaat als gevolg van bodemverontreiniging.</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">De in bijlage I bij Richtlijn 92/43/EEG van de Raad</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7).</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on"> opgenomen habitats met een natuurlijk hoge concentratie zware metalen blijven beschermd.</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">Geen ontheffing</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Vermindering van het vermogen van de bodem om water vast te houden</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">Bodemvochthoudend vermogen van het bodemmonster (% van het volume water/volume verzadigde bodem)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P><STRING STRIKE="on">De geraamde waarde van het totale vochthoudend vermogen van een bodemdistrict per (deel)stroomgebied moet boven de minimumdrempel liggen.</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">De minimumdrempel (in ton) wordt door de lidstaat op het niveau van het bodemdistrict en (deel)stroomgebied zodanig vastgesteld dat de effecten van overstromingen na intense regenbuien of van perioden met een lage bodemvochtigheid als gevolg van droogte worden beperkt.</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">Geen ontheffing</STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><TABLE><TGROUP COLS="4"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="27.01*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="31.26*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="16.3*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="25.43*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deel B: Ontwerp van de bodemmonitoring Tier 2</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een lidstaat komt in aanmerking voor het ontwerp van de bodemmonitoring Tier 2 indien dat:</STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">cumulatief alle bodemdescriptoren voor Tier 1 en de in kolom 2 gedefinieerde criteria voor het ontwerp van de bemonstering in deel B omvat, evenals ten minste 50 % van de bodemdescriptoren in deel B, of </STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">cumulatief voldoet aan de criteria voor Tier 1 en alle bodemdescriptoren in de delen A en B omvat.</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ontwerp van de bemonstering</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Referentiemethode</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Te vervullen criteria</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitzonderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gestratificeerde systematische bemonstering aan de hand van een ruimtelijk raster om een homogene dekking van het grondgebied van de lidstaat voor alle soorten land te waarborgen. Aanvullende informatie, zoals milieuzones of bodemtypen, kan worden gebruikt om het bemonsteringsontwerp verder te verfijnen.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien beschikbaar, coördineren de lidstaten de toewijzing van bemonsteringspunten met andere bestaande monitoringprogramma’s, zoals nationale vegetatie- en bosinventarisatieprogramma’s. Hetzelfde geldt voor andere soorten census zoals de landbouwtelling, om een betere gegevensverzameling met betrekking tot beheerpraktijken en optimalisatie van de kosten mogelijk te maken.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toewijzing en de omvang van de steekproef worden bepaald aan de hand van wetenschappelijk vastgestelde methoden voor het toegepaste bemonsteringsontwerp, zoals die waarnaar in Bethel (1989) wordt verwezen voor gestratificeerde aselecte bemonstering.</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zorg voor een homogene dekking van het grondgebied van de lidstaat voor alle soorten land, bv. door een systematische stratificator toe te passen (bv. een continu raster) als onderdeel van het bemonsteringsontwerp.</STRING></STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gestratificeerde aselecte bemonstering op basis van het soort land; stratificatoren kunnen klimatologische omstandigheden, bodemtype, soort land en bestuurlijke regio’s overeenkomstig artikel 4 omvatten.</STRING></STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De schatting van het algehele minimum aantal monsters geschiedt volgens de procedure in Tier 1.</STRING></STRING></P><P><NO.P>d)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">20 % van de bemonsteringslocaties moet in dienst staan van doelgerichte bemonstering in verband met onderzoeken of risicobeoordeling.</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het is aan te bevelen bij het ontwerp en de uitvoering van het bodemmonitoringsysteem meerdere belanghebbenden te betrekken en zo nodig gebruik te maken van internationale grensverdragen, om ervoor te zorgen dat kosteneffectieve maatregelen en beschikbare expertise in overweging worden genomen.</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aantastingsfactoren</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aantastingsfactor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitzonderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verzilting</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elektrisch geleidingsvermogen (Siemens per meter (S m</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">-1</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">))</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ruimtebeslag</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemafdekking (als percentage van het land dat is afgedekt door door mensen aangelegde infrastructuur per 100 m</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">2</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij wijze van referentie moet de bemonsteringslocatie als het zwaartepunt van deze beoordeling worden beschouwd</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemverontreiniging</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Geneesmiddelen en diergeneeskundige producten</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemverdichting</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bulkdichtheid in de ondergrond; lidstaten mogen deze descriptor vervangen door een equivalente parameter (g per cm</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">3</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niet-beheerde bodems in natuurlijke grondgebieden</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor ondergrond (30-10 cm, 50-100 cm)</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ecologische functies van de bodem</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ecologische functie</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitzonderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Nutriëntenkringloop</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stikstofmineralisatie, </STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stikstofbeschikbaarheid</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemaggregatie</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waterstabiele fractie-grove stof</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Enzymactiviteit</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Enzymactiviteitpotentieel voor zure fosfatase (EC 3.13.2)</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Enzymactiviteitpotentieel voor N-acetylglucosaminidase (EC 3.2.1.50)</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Enzymactiviteitpotentieel voor xylosidase (EC 3.2.1.37)</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Enzymactiviteitpotentieel voor cellobiohydrolase (EC 3.2.1.91)</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Enzymactiviteitpotentieel voor β-glucosidase (EC 3.2.1.21)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Biomassa van de bodem</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Microbiële biomassa zoals aangegeven door markervetzuren (biomassa per microbiële functionele groep; ng FAME g</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">-1</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> droog gewicht van de bodem)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodembiodiversiteit</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kenmerk van de bodembiodiversiteit</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitzonderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Taxonomische diversiteit</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Diversiteit (rijkdom) aan bodemdieren per groep op basis van morfologische methoden, eventueel met gebruikmaking van beeldidentificatie (nematoden (voor nematoden moet ten minste tot op familieniveau een classificatie worden uitgevoerd) en aardwormen (voor aardwormen moet ten minste tot op soortniveau een classificatie worden uitgevoerd))</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Taxonomische tellingen van bodembiodiversiteit per taxonomische groep op basis van metagenoom</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Abondantie van populaties</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Totale abondantie van schimmels (met behulp van de interne getranscribeerde spacerregio (ITS))</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemhabitat</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kenmerk van de bodemhabitat</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitzonderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on"> [Am. 199]</STRING></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="37.98*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="62.02*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING STRIKE="on">Deel C: bodemdescriptoren zonder criteria</STRING></STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on">Aspect van bodemaantasting</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Overschot aan nutriënten in de bodem</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">Stikstof in de bodem (mg g</STRING><STRING SUPERSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">-1</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">)</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Verzuring</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">Zuurgraad (pH) van de bodem</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Verdichting van de bovenste laag van de bodem</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">Bulkdichtheid in de bovengrond (A-horizont</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Zoals gedefinieerd in hoofdstuk 5 van de FAO-richtsnoeren voor bodembeschrijving (https://www.fao.org/3/a0541e/a0541e.pdf).</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on">) (g cm</STRING><STRING SUPERSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">-3</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">)</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Verlies van biodiversiteit van de bodem</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">Basisademhaling van de bodem (mm</STRING><STRING SUPERSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">3</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> O</STRING><STRING SUBSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">2</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> g</STRING><STRING SUPERSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">-1</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> hr</STRING><STRING SUPERSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">-1</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">) in droge bodem</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">De lidstaten kunnen ook andere optionele bodemdescriptoren voor biodiversiteit kiezen, zoals:</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">- metabarcodering van bacteriën, schimmels, protisten en dieren;</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">- abondantie en diversiteit van nematoden;</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">- microbiële biomassa;</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">- abondantie en diversiteit van aardwormen (in landbouwgrond);</STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">invasieve uitheemse soorten en plantenplagen.</STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><TABLE><TGROUP COLS="4"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="29.91*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="30.23*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="21.21*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="18.65*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deel C: Ontwerp van de bodemmonitoring Tier 3</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een lidstaat komt in aanmerking voor het ontwerp van de bodemmonitoring Tier 3 indien dat voldoet aan de voorwaarden van Tier 2 en ten minste 50 % van de bodemdescriptoren in deel C omvat.</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aantastingsfactoren</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aantastingsfactor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitzonderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemverontreiniging</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Concentratie van microplastics en nanoplastics</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ecologische functies van de bodem</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ecologische functie</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitzonderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Biomassa van de bodem</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Biomassa van bodemdieren (per taxonomische groep (nematoden en aardwormen); mg vers (voor nematoden)/droog (voor aardwormen) gewicht per g droge bodem)</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wortelbiomassa (mg droog gewicht per g droog gewicht van de bodem)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gemeenschappelijke kenmerken van wortels</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Totaal stikstof aanwezig in wortels</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wortellengtedichtheid</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gemiddelde worteldiameter</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Variatie in worteldiameter</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Worteldrogestofgehalte</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C3" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodembiodiversiteit</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kenmerk van de bodembiodiversiteit</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitzonderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Taxonomische diversiteit</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Diversiteit (rijkdom) aan bodemdieren per groep (Collembola en mijten)</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanwezigheid van invasieve uitheemse soorten</STRING></STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Diversiteit aan virussen met behulp van metagenome benaderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Abondantie van populaties</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Totale abondantie van bodemdieren per taxon (voor nematoden en aardwormen)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">–</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uit te voeren voor de teeltlaag (0-10 cm, 10-30 cm (optioneel))</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1" NAMEEND="C4" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemhabitat</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kenmerk van de bodemhabitat</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitzonderingen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on"> [Am. 200]</STRING></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="26.2*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="73.8*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1" NAMEEND="C2" NAMEST="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deel D: Indicatoren voor ruimtebeslag en bodemafdekking</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on">Aspect van bodemaantasting</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on">Indicatoren voor ruimtebeslag en bodemafdekking</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Ruimtebeslag en bodemafdekking</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Totaal aan kunstmatig land (in km² en % van de oppervlakte van de lidstaat)</P><P>Ruimtebeslag, negatief ruimtebeslag, nettoruimtebeslag (gemiddelde per jaar in km² en % van de oppervlakte van de lidstaat)</P><P>Bodemafdekking (totaal in km² en % van de oppervlakte van de lidstaat)</P><P>De lidstaten kunnen ook andere gerelateerde optionele indicatoren meten, zoals:</P><P><NO.P>—</NO.P>versnippering van land</P><P><NO.P>—</NO.P>recyclingpercentage land</P><P><NO.P>—</NO.P>ruimtebeslag voor commerciële activiteiten, logistieke knooppunten, hernieuwbare energie, luchthavens, wegen, mijnen</P><P><NO.P>—</NO.P>gevolgen van ruimtebeslag, zoals kwantificering van het verlies van ecosysteemdiensten, verandering in de intensiteit van overstromingen</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage II</TI><P>METHODEN</P><P><STRING STRIKE="on">Deel A: Methode voor het bepalen van de bemonsteringspunten</STRING></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="37.45*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="62.55*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on">Activiteit</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on">Minimumcriteria voor de methode</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Bepaling van bodembemonsteringspunten (steekproefonderzoek)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">Het steekproefonderzoek wordt opgezet op basis van een volledig bemonsteringskader met de beste beschikbare informatie over de verdeling van de bodemeigenschappen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, informatie die voortvloeit uit eerdere nationale metingen en metingen in het kader van het LUCAS-programma.</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">Het bemonsteringsschema is een gestratificeerde aselecte bemonstering die voor de descriptoren van de bodemgezondheid geoptimaliseerd is.</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">De nationale steekproef moet groot genoeg zijn om een maximale fout (of variatiecoëfficiënt) van 5 % voor de schatting van het gebied met gezonde bodems te waarborgen.</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">De bijdrage van de steekproef van de Commissie voor het in artikel 6, lid 4, bedoelde onderzoek mag maximaal 20 % van de omvang van de nationale steekproef bedragen.</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">De toewijzing en de omvang van de steekproef worden bepaald door toepassing van het Bethel-algoritme (Bethel, 1989)</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Bethel, J. 1989. “Sample Allocation in Multivariate Surveys.” Survey Methodology 15: 47‑57.</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on">dat rekening houdt met de vereiste maximale schattingsfout.</STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deel A: Algemene methoden voor het bemonsteren van bodembiodiversiteit en ecologische functies van de bodem</STRING></STRING></P><P><TABLE><TGROUP COLS="2"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="36.2*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="63.8*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Activiteit</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Referentiecriteria voor de methode</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ecologische monitoring van de bodem</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het doel is om gebruik te maken van een eenvoudig protocol voor bodembemonstering, waarmee de ecologische bodembemonstering in alle lidstaten kan worden gestandaardiseerd en dat van toepassing is op alle ecologische bodemdescriptoren van Tier 1 en Tier 2 (ecologische functies van de bodem, bodembiodiversiteit en descriptoren van bodemhabitats), met uitzondering van descriptoren voor de bodemfauna.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Volgens het bemonsteringsprotocol dat is vastgesteld voor SoilBON, uitgaande van een homogeen vierkant oppervlak van 30×30 meter, worden negen submonsters vastgesteld die overeenkomen met de hoeken, het middelpunt en de tussenliggende punten van de vierkanten. Gebruik van een metalen grondboor of een vergelijkbaar instrument om grond met een diameter van 5 cm en een diepte van 10 cm te extraheren. De bodemdiepte kan worden vergroot tot 30 cm, maar de eerste (tot 10 cm) en de tweede laag moeten worden gescheiden. </STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Monitoring van de bodemfauna</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor aardwormen: handmatig sorteren met behulp van protocollen overeenkomstig het bemonsteringsprotocol zoals uiteengezet in Briones et al. 2020.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor nematoden: volgens de criteria die zijn vastgesteld in het standaardprotocol voor de bemonstering van SoilBON.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor Collembola en mijten: volgens de protocollen die zijn vastgesteld in Potapov et al. 2022.</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Andere puntgebaseerde bodemdescriptoren</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten gebruiken de Lucas-bodemmethode als referentie voor bodembemonstering.</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on"> [Am. 201]</STRING></P><P>Deel B: Methoden voor het bepalen of schatten van de waarden van de bodemdescriptoren</P><P>Wanneer een referentiemethode wordt vastgesteld, wordt hetzij de referentiemethode gebruikt, hetzij een andere methode, mits deze in de wetenschappelijke literatuur of openbaar beschikbaar is en er een gevalideerde overdrachtsfunctie beschikbaar is.</P><P><TABLE><TGROUP COLS="4"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="19.06*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="23.54*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="30.89*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="26.51*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on">Bodem­descriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on">Referentiemethode</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on">Minimale methodologische criteria</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on">Gevalideerde overdrachtsfunctie vereist (indien gebruik wordt gemaakt van een andere methode dan de referentiemethode</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">De methoden die afwijken van de referentiemethode moeten hetzij uit de wetenschappelijke literatuur komen, hetzij openbaar beschikbaar zijn.</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING STRIKE="on">)?</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Bodemtextuur (klei-, silt- en zandgehalte — nodig voor de bepaling van andere descriptoren en bijbehorende bereiken)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">Voorkeursmethode: ISO 11277:1998 Bepaling van de deeltjesgrootteverdeling in minerale bodemmaterialen — Methode door zeven en sedimentering</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">Evt. alternatief: ISO 13320:2009 — Analyse van de deeltjesgrootteverdeling — Methoden met laserdiffractie</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">JA</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Elektrische geleidbaarheid</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">Optie 1: methode voor het meten van het geleidingsvermogen van een extract van verzadigde bodempasta (EC</STRING><STRING SUBSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">e</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">) (FAO SOP: GLOSOLAN-SOP-08</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">https://www.fao.org/3/cb3355en/cb3355en.pdf </STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on">)</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">Optie 2: ISO 11265:1994 Determination of The Specific Electrical Conductivity (bepaling van het specifieke elektrische geleidingsvermogen) </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">JA</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Bodemerosie</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING STRIKE="on">Bij de raming van het percentage bodemerosie wordt rekening gehouden met alle maatregelen die zijn genomen om het erosierisico te beperken of te compenseren, met inbegrip van maatregelen om het erosierisico na brand te beperken.</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">De raming van het percentage bodemerosie omvat alle relevante erosieprocessen zoals erosie door water, wind, de oogst en bodembewerking.</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">Bodemerosie door water wordt beoordeeld aan de hand van de volgende factoren: </STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">bodemkenmerken (bv. erosiebestendigheid, korstvorming en ruwheid van de bodem);</STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">klimaat (bv. erosie a.g.v. neerslag — intensiteit en duur, rekening houdend met relevante klimaat­veranderingsprognoses voor een bepaald gebied); </STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">topografie (bv. hellingsgraad en ‑lengte); </STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">vegetatiebedekking, soort gewas, landgebruik en beheerspraktijken om erosie te beheersen of te verminderen;</STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">beheerspraktijken (bv. bodembedekkers, beperkte grondbewerking, mulching enz.);</STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">verbrande gebieden.</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">Bodemerosie door wind wordt beoordeeld aan de hand van de volgende factoren:</STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">bodemkenmerken (bv. erosiebestendigheid); </STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">klimaat (bv. bodemvochtigheid, windsnelheid, verdamping); </STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">vegetatie (bv. soort gewas);</STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">beheerspraktijken om erosie te beheersen of te beperken (bv. windweringen).</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">N.v.t.</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Gehalte aan organische koolstof in de bodem (SOC — soil organic carbon)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">ISO 10694:1995 Bepaling van organisch en totaal koolstofgehalte na droge verassing</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">JA</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Bulkdichtheid in de ondergrond (B‑horizont</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Zoals gedefinieerd in hoofdstuk 5 van de FAO-richtsnoeren voor bodembeschrijving (https://www.fao.org/3/a0541e/a0541e.pdf).</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on">) of gelijk­waardige</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Equivalent volgens het verslag van het EEA: Soil monitoring in Europe – Indicators and thresholds for soil health assessments (Bodemmonitoring in Europa — Indicatoren en drempels voor bodemgezondheidsbeoordelingen) — Europees Milieuagentschap</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on"> door de lidstaten gekozen parameter</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">ISO 11272:2017 voor de bepaling van de droge bulkdichtheid</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">Als er een equivalente parameter wordt gekozen, moet een Europese of internationale norm worden gevolgd indien er een beschikbaar is; zo niet dan moet een methode uit de wetenschappelijke literatuur of die openbaar beschikbaar is, worden gevolgd.</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">JA</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Extraheerbare fosfor</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">ISO 11263:1994 for spectrometric determination of phosphorus soluble in sodium hydrogen carbonate solution (P‑Olsen) (spectrometrische bepaling van in natriumwaterstof­carbonaatoplossing oplosbare fosfor)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">JA</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">Concentratie van zware metalen in de bodem: As, Sb, Cd, Co, Cr (totaal), Cr (VI), Cu, Hg, Pb, Ni, Tl, V, Zn; - concentratie van een aantal door de lidstaten vastgestelde organische verontreinigende stoffen, rekening houdend met de bestaande EU-wetgeving (bv. inzake waterkwaliteit of pesticiden)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">Potentieel voor het milieu beschikbaar gehalte aan zware metalen in bodems op basis van ISO 17586:2016 met behulp van verdund salpeterzuur.</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING STRIKE="on">Gebruik Europese of internationale normen indien beschikbaar, of volg een methode uit de wetenschappelijke literatuur of die openbaar beschikbaar is, als er geen Europese of internationale normen zijn.</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">JA</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">N.v.t.</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Bodem­vochthoudend vermogen</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">Methode om de waarde voor één bemonsteringpunt te bepalen:</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">Optie 1: LABORATORIUM: ISO 11274:2019 voor de bepaling van eigenschappen van waterretentie.</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">Optie 2: SCHATTING: de in het wetenschappelijke artikel “New generation of hydraulic pedotransfer functions for Europe”</STRING><FOOTNOTE><FIELD/></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on"> (nieuwe generatie hydraulische pedotransferfuncties voor Europa) beschreven methode toepassen op basis van textuur (of deeltjesgrootteverdeling) en organische koolstof in de bodem.</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING STRIKE="on">Minimumcriteria voor de raming van het totale bodemvochthoudend vermogen van een bodemdistrict per (deel)stroomgebied:</STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">voor ruimte die niet in beslag is genomen, wordt de totale waarde van het bodemvochthoudend vermogen geraamd </STRING></P><P><NO.P>—</NO.P><STRING STRIKE="on">overweeg, voor wel in beslag genomen ruimte, het waterhoudend vermogen van ondoordringbare gebieden op nul te stellen, waarbij tussenliggende waarden naar verhouding worden toegekend aan semi-ondoordringbare en andere kunstmatige gebieden.</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">JA (voor de waarde op het bemonsteringspunt)</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Stikstof in de bodem </STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">ISO 11261:1995 for determination of total soil nitrogen using a modified Kjeldahl method (bepaling van het totaalgehalte aan bodemstikstof met behulp van een gewijzigde Kjeldahl-methode)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">JA</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Zuurgraad van de bodem</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">ISO 10390: 2005 voor de bepaling van de pH-waarde in een extract van H</STRING><STRING SUBSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">2</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">O (pH-H</STRING><STRING SUBSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">2</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">O) en CaCl</STRING><STRING SUBSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">2</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> (pH-CaCl</STRING><STRING SUBSCRIPT="on"><STRING STRIKE="on">2</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">JA</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Bulkdichtheid in de bovenste laag (A‑horizont</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Zoals gedefinieerd in hoofdstuk 5 van de FAO-richtsnoeren voor bodembeschrijving (https://www.fao.org/3/a0541e/a0541e.pdf).</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on">)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">ISO 11272: 2017 voor de bepaling van de droge bulkdichtheid</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">JA</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING STRIKE="on">Basis­ademhaling van de bodem</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">De lidstaten kunnen ook optionele beschrijvingen van de bodem­biodiversiteit kiezen, zoals: - metabar­codering</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Sequencing van DNA-streepjescodes voor het meten van de taxonomische en functionele diversiteit van archaea, bacteriën, schimmels en andere eukaryoten, zoals gedaan voor de LUCAS-monitoring van de bodembiodiversiteit op basis van https://doi.org/10.1111/ejss.13299</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on"> van bacteriën, schimmels, protisten en dieren; - abondantie en diversiteit van nematoden; - microbiële biomassa; - abondantie en diversiteit van aardwormen (in landbouw­grond)</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING STRIKE="on">Volg de in het wetenschappelijke artikel “Microbial biomass and activities in soil as affected by frozen and cold storage”</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0038071797001259 </STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on"> (microbiële biomassa en activiteiten in door diepvries- en koelopslag aangetaste bodems) beschreven indicaties.</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING STRIKE="on">Gebruik Europese of internationale normen indien beschikbaar, of volg een methode uit de wetenschappelijke literatuur of die openbaar beschikbaar is, als er geen Europese of internationale normen zijn.</STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING STRIKE="on">JA</STRING></P><P><STRING STRIKE="on">Voor andere bodembiodiversiteits­descriptoren: N.v.t.</STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemdescriptor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Referentiemethode</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Minimale methodologische criteria</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gevalideerde overdrachtsfunctie vereist (indien gebruik wordt gemaakt van een andere methode dan de referentiemethode)</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemtextuur (klei-, silt- en zandgehalte – nodig voor de bepaling van andere descriptoren en bijbehorende bereiken)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorkeursmethode: ISO 11277:1998 Bepaling van de deeltjesgrootteverdeling in minerale bodemmaterialen – Methode door zeven en sedimentering</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Evt. alternatief: ISO 13320:2009 – Analyse van de deeltjesgrootteverdeling – Methoden met laserdiffractie</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Elektrische geleidbaarheid</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Optie 1: het geleidingsvermogen van een extract van verzadigde bodempasta (ECe) (FAO SOP: GLOSOLAN-SOP-08</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">https://www.fao.org/3/cb3355en/cb3355en.pdf</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Optie 2: ISO 11265:1994 Determination of The Specific Electrical Conductivity (bepaling van het specifieke elektrische geleidingsvermogen)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemerosie</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de raming van het percentage bodemerosie wordt rekening gehouden met alle maatregelen die zijn genomen om het erosierisico te beperken of te compenseren, met inbegrip van maatregelen om het erosierisico na brand te beperken.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De raming van het percentage bodemerosie omvat alle relevante erosieprocessen zoals erosie door water, wind, de oogst en bodembewerking.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemerosie door water wordt beoordeeld aan de hand van de volgende factoren: </STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bodemkenmerken (bv. erosiebestendigheid, korstvorming en ruwheid van de bodem); </STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">klimaat (bv. erosie a.g.v. neerslag – intensiteit en duur, rekening houdend met relevante klimaatveranderingsprognoses voor een bepaald gebied); </STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">topografie (bv. hellingsgraad en -lengte); </STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vegetatiebedekking, soort gewas en bos, landgebruik en beheerspraktijken om erosie te beheersen of te verminderen;</STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beheerspraktijken (bv. bodembedekkers, beperkte grondbewerking, mulching enz.);</STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verbrande gebieden.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemerosie door wind wordt beoordeeld aan de hand van de volgende factoren: </STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bodemkenmerken (bv. erosiebestendigheid); </STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">klimaat (bv. bodemvochtigheid, windsnelheid, verdamping); </STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vegetatie (bv. soort gewas);</STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beheerspraktijken om erosie te beheersen of te beperken (bv. windweringen);</STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verbrande gebieden.</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">N.v.t.</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gehalte aan organische koolstof in de bodem (SOC – soil organic carbon)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ISO 10694:1995 Bepaling van organisch en totaal koolstofgehalte na droge verassing</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bulkdichtheid in de ondergrond of gelijkwaardige</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Equivalent volgens het verslag van het EEA: Soil monitoring in Europe – Indicators and thresholds for soil health assessments (Bodemmonitoring in Europa – Indicatoren en drempels voor bodemgezondheidsbeoordelingen) – Europees Milieuagentschap</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> door de lidstaten gekozen parameter</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ISO 11272:2017 voor de bepaling van de droge bulkdichtheid </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Als er een equivalente parameter wordt gekozen, moet een Europese of internationale norm worden gevolgd indien er een beschikbaar is; zo niet dan moet een methode uit de wetenschappelijke literatuur of die openbaar beschikbaar is, worden gevolgd. </STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Extraheerbare fosfor</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ISO 11263:1994 for spectrometric determination of phosphorus soluble in sodium hydrogen carbonate solution (P-Olsen) (spectrometrische bepaling van in natriumwaterstofcarbonaatoplossing oplosbare fosfor)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Concentratie van zware metalen in de bodem: As, Sb, Cd, Co, Cr (totaal), Cr (VI), Cu, Hg, Pb, Ni, Tl, V, Zn – concentratie van een aantal door de lidstaten vastgestelde organische verontreinigende stoffen, rekening houdend met de bestaande EU-wetgeving (bv. inzake waterkwaliteit of pesticiden)</STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Residuen van bestrijdingsmiddelen en biociden, diergeneeskundige producten</STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">PFAS</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Potentieel voor het milieu beschikbaar gehalte aan zware metalen in bodems op basis van ISO 17586:2016 met behulp van verdund salpeterzuur.</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebruik Europese of internationale normen indien beschikbaar, of volg een methode uit de wetenschappelijke literatuur of die openbaar beschikbaar is, als er geen Europese of internationale normen zijn.</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">N.v.t.</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemvochthoudend vermogen</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Methode om de waarde voor één bemonsteringpunt te bepalen:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Optie 1: LABORATORIUM: ISO 11274:2019 voor de bepaling van eigenschappen van waterretentie.                    </STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Optie 2: SCHATTING: de in het wetenschappelijke artikel “New generation of hydraulic pedotransfer functions for Europe” (nieuwe generatie hydraulische pedotransferfuncties voor Europa) beschreven methode toepassen op basis van textuur (of deeltjesgrootteverdeling) en organische koolstof in de bodem.</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Minimumcriteria voor de raming van het totale bodemvochthoudend vermogen van een bodemdistrict per (deel)stroomgebied:</STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor ruimte die niet in beslag is genomen, wordt de totale waarde van het bodemvochthoudend vermogen geraamd </STRING></STRING></P><P><NO.P>–</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overweeg, voor wel in beslag genomen ruimte, het waterhoudend vermogen van ondoordringbare gebieden op nul te stellen, waarbij tussenliggende waarden naar verhouding worden toegekend aan semi-ondoordringbare en andere kunstmatige gebieden.</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Stikstof in de bodem </STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ISO 11261:1995 for determination of total soil nitrogen using a modified Kjeldahl method (bepaling van het totaalgehalte aan bodemstikstof met behulp van een gewijzigde Kjeldahl-methode)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zuurgraad van de bodem</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ISO 10390: 2005 voor de bepaling van de pH-waarde in een extract van H</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">O (pH-H</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">O) en CaCl</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> (pH-CaCl</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bulkdichtheid in “bovengrond”</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ISO 11272:2017 voor de bepaling van de droge bulkdichtheid </STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Nutriëntenkringloop</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor stikstofmineralisatie worden in de open lucht gedroogde bodemmonsters opnieuw bevochtigd om 80 % van hun vochthoudend vermogen te bereiken en vervolgens gedurende 14 dagen in het laboratorium bij 30ºC geïncubeerd. De potentiële netto N-mineralisatiesnelheid wordt geschat als het verschil tussen initiële en uiteindelijke anorganische N. De beschikbaarheid van bodemnutriënten wordt berekend met behulp van wortelsimulatoren, beschikbare N en P wordt bepaald met behulp van een colorimetrische bepaling op basis van de reactie met ammoniummolybdaat.</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemaggregatie</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze bodemdescriptoren worden gerapporteerd als waterstabiele bodemaggregaten die worden beoordeeld door de weerstand van bodemaggregaten tegen water als desintegrerende kracht te bepalen, door middel van een benadering die is gebaseerd op die van Kemper en Rosenau (1986). De resulterende index vertegenwoordigt het percentage waterstabiele aggregaten</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met een diameter kleiner dan 4 mm. Bovendien wordt puin (d.w.z. grove stof) gescheiden van de waterstabiele fractie om de waterstabiele aggregatenfractie (WSA-fractie) van het monster correct te bepalen: %WSA=(waterstabiele fractie-grove stof)/(4 g-grove stof).</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Enzymactiviteit</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Volg de aanwijzingen in Zeiss et al., 2022</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemademhaling</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Volg de in het wetenschappelijke artikel “Microbial biomass and activities in soil as affected by frozen and cold storage”</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0038071797001259</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> (microbiële biomassa en activiteiten in door diepvries- en koelopslag aangetaste bodems) beschreven indicaties.</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Afbraak van zwerfvuil</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebruik Europese of internationale normen indien beschikbaar, of volg een methode uit de wetenschappelijke literatuur of die openbaar beschikbaar is, als er geen Europese of internationale normen zijn.</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">N.v.t.</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Biomassa van de bodem</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Volg de aanwijzingen in Guerra et al., 2021, Briones et al. 2020, en Potapov et al. 2022 </STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gemeenschappelijke kenmerken van wortels</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Volg de aanwijzingen in Guerra et al., 2021</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Taxonomische diversiteit</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Volg de aanwijzingen in Guerra et al., 2021</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Abondantie van populaties</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Volg de aanwijzingen in Guerra et al., 2021</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intraspecifieke genetische diversiteit</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Volg de aanwijzingen in Guerra et al., 2021</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C1"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bodemstructuur</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C2"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een deeltjesgrootte-analyse wordt uitgevoerd op gezeefde grond (Ø &lt; 2 mm), na de vernietiging van de organische stof met H</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">O</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. De dispersie wordt uitgevoerd met een oplossing van hexametafosfaat/natriumcarbonaat en gedurende 16 uur geroerd. De in aanmerking genomen fracties van de deeltjesgrootte zijn die welke worden aanbevolen door de International Union of Soil Science (Atterberg-schaal), namelijk grof zand (2 &gt; Ø &gt; 0,2 mm), fijn zand (0,2 &gt; Ø &gt; 0,02 mm), silt (0,02 &gt; Ø &gt; 0,002 mm) en klei (Ø &lt; 0,002 mm). De grove zandfractie wordt bepaald door zeven, de silt- en kleifracties worden bepaald door sedimentatie en pipetteren met behulp van een Robinson-pipet, en het fijne zand door sedimentatie en decanteren. Sedimentatietijden worden berekend met behulp van de wet van Stokes.</STRING></STRING></P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="JUSTIFY" COLNAME="C4"><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">JA</STRING></STRING></P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P><P><STRING BOLD="on"> [Am. 202]</STRING></P><P><STRING BOLD="on">Deel C: minimum methodologische criteria voor het bepalen van de waarden van de indicatoren voor ruimtebeslag en bodemafdekking</STRING></P><P><NO.P>—</NO.P>Voor ruimtebeslag, negatief ruimtebeslag en nettoruimtebeslag moeten de gebruikte methoden voldoen aan de definities in artikel 3 en bijlage I.</P><P><NO.P>—</NO.P>Bodemafdekking wordt uitgedrukt als het percentage van de totale oppervlakte dat is afgedekt.</P><P><NO.P>—</NO.P>De gekozen methoden moeten uit de wetenschappelijke literatuur komen of openbaar beschikbaar zijn.</P></ANNEX><ANNEX><TI><STRING STRIKE="on">Bijlage III</STRING></TI><P><STRING STRIKE="on">BEGINSELEN VAN DUURZAAM BODEMBEHEER </STRING></P><P><STRING STRIKE="on">De navolgende beginselen zijn van toepassing:</STRING></P><P><NO.P>a)</NO.P><STRING STRIKE="on">voorkom dat de bodem onbedekt blijft door vegetatieve bodembedekking aan te leggen en in stand te houden, met name tijdens ecologisch kwetsbare perioden;</STRING></P><P><NO.P>b)</NO.P><STRING STRIKE="on">beperk de fysieke bodemverstoring tot een minimum;</STRING></P><P><NO.P>c)</NO.P><STRING STRIKE="on">voorkom dat stoffen in de bodem terechtkomen of vrijkomen die de gezondheid van de mens of het milieu zouden kunnen schaden of de gezondheid van de bodem zouden kunnen aantasten;</STRING></P><P><NO.P>d)</NO.P><STRING STRIKE="on">zorg ervoor dat het gebruik van machines is aangepast aan de sterkte van de bodem en dat het aantal en frequentie van de bodembewerkingen beperkt zijn, zodat zij geen gevaar vormen voor de bodemgezondheid;</STRING></P><P><NO.P>e)</NO.P><STRING STRIKE="on">zorg, wanneer bemesting wordt toegepast, dat daarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van de planten en bomen op de desbetreffende locatie en in de gegeven periode en met de toestand van de bodem, en geef voorrang aan circulaire oplossingen die het gehalte aan organische stoffen verrijken;</STRING></P><P><NO.P>f)</NO.P><STRING STRIKE="on">maximaliseer, in het geval van irrigatie, de efficiëntie van irrigatiesystemen en irrigatiebeheer en zorg ervoor dat wanneer gerecycleerd afvalwater wordt gebruikt, de waterkwaliteit voldoet aan de eisen van bijlage I bij Verordening (EU) 2020/741 van het Europees Parlement en de Raad</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Verordening (EU) 2020/741 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 2020 inzake minimumeisen voor hergebruik van water (PB L 177 van 5.6.2020, blz. 32).</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on"> en dat wanneer water uit andere bronnen wordt gebruikt, het de bodemgezondheid niet schaadt;</STRING></P><P><NO.P>g)</NO.P><STRING STRIKE="on">zorg voor bodembescherming door het opzetten en onderhouden van adequate landschapselementen op landschapsniveau</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Dit beginsel is niet van toepassing op bosbodems.</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on">;</STRING></P><P><NO.P>h)</NO.P><STRING STRIKE="on">maak bij de teelt van gewassen, planten of bomen gebruik van aan de locatie aangepaste soorten wanneer dit bodemdegradatie kan voorkomen of kan bijdragen tot de verbetering van de bodemgezondheid, daarbij ook rekening houdend met de aanpassing aan de klimaatverandering;</STRING></P><P><NO.P>i)</NO.P><STRING STRIKE="on">zorg voor een geoptimaliseerd waterpeil in organische bodems, zodat de structuur en samenstelling van dergelijke bodems niet negatief worden beïnvloed</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">Dit beginsel is niet van toepassing op stedelijke bodems.</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on">;</STRING></P><P><NO.P>j)</NO.P><STRING STRIKE="on">zorg in het geval van de teelt van gewassen voor vruchtwisseling en gewasdiversiteit, rekening houdend met verschillende gewasfamilies, wortelsystemen, water- en nutriëntbehoeften en met geïntegreerde plaagbestrijding;</STRING></P><P><NO.P>k)</NO.P><STRING STRIKE="on">pas de verplaatsing en beweidingsduur van de dieren aan, rekening houdend met de diersoort en de bezettingsdichtheid, zodat de gezondheid van de bodem niet in het gedrang komt en de capaciteit van de bodem om voedergewassen te leveren niet wordt verminderd;</STRING></P><P><NO.P>l)</NO.P><STRING STRIKE="on">neem, in geval van bekend onevenredig verlies van een of meer functies die het vermogen van de bodem om ecosysteemdiensten te verlenen aanzienlijk verminderen, gerichte maatregelen om die bodemfuncties te herstellen.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 260]</STRING></P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage IV</TI><P>PROGRAMMAS, PLANNEN, STREEFDOELEN EN MATEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 10</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De volgende indicatieve lijst van programma’s, plannen, streefdoelen en maatregelen moet in acht worden genomen:</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 214]</STRING></P><P><NO.P>1)</NO.P>De overeenkomstig Verordening .../... <FOOTNOTE><FIELD>+ OP: please insert in the text the number of Regulation on nature restoration contained in document COM(2022) 304.</FIELD></FOOTNOTE>+ opgestelde nationale herstelplannen.</P><P><NO.P>2)</NO.P>De strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen overeenkomstig Verordening (EU) 2021/2115.</P><P><NO.P>3)</NO.P>De code van goede landbouwpraktijken en de overeenkomstig Richtlijn 91/676/EEG vastgestelde actieprogramma’s voor aangewezen kwetsbare zones.</P><P><NO.P>4)</NO.P>De instandhoudingsmaatregelen en het prioritaire actiekader die zijn vastgesteld voor Natura 2000-gebieden overeenkomstig Richtlijn 92/43/EEG.</P><P><NO.P>5)</NO.P>De maatregelen voor het bereiken van een goede ecologische en chemische toestand van oppervlaktewaterlichamen en een goede chemische en kwantitatieve toestand van grondwaterlichamen die zijn opgenomen in de overeenkomstig Richtlijn 2000/60/EG opgestelde stroomgebiedbeheersplannen.</P><P><NO.P>6)</NO.P>De maatregelen voor overstromingsrisicobeheer die zijn opgenomen in de overeenkomstig Richtlijn 2007/60/EG opgestelde overstromingsrisicobeheerplannen.</P><P><NO.P>7)</NO.P>De droogtebeheersplannen waarnaar wordt verwezen in de strategie van de Unie voor aanpassing aan de klimaatverandering.</P><P><NO.P>8)</NO.P>De overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming opgestelde nationale actieprogramma’s.</P><P><NO.P>8 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De nationale biodiversiteitsstrategieën en -actieplannen die zijn opgesteld overeenkomstig artikel 6 van het Biodiversiteitsverdrag van de Verenigde Naties.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 215]</STRING></P><P><NO.P>9)</NO.P>De streefcijfers van Verordening (EU) 2018/841.</P><P><NO.P>10)</NO.P>De streefcijfers van Verordening (EU) 2018/842.</P><P><NO.P>11)</NO.P>De nationale programma’s ter beperking van de luchtverontreiniging die zijn opgesteld in het kader van Richtlijn (EU) 2016/2284 en de monitoringgegevens over de effecten van luchtverontreiniging op ecosystemen die in het kader van die richtlijn zijn gerapporteerd.</P><P><NO.P>12)</NO.P>Het geïntegreerde nationale energie- en klimaatplan dat is opgesteld overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1999.</P><P><NO.P>13)</NO.P>De risicobeoordelingen en rampenrisicobeheersplanning overeenkomstig Besluit nr. 1313/2013/EU.</P><P><NO.P>14)</NO.P>De nationale actieplannen die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel <STRING STRIKE="on">8 van Verordening.../... </STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING STRIKE="on">+ OP: please insert in the text the number of  Regulation of the European Parliament and of the Council the sustainable use of plant protection products and amending Regulation (EU) 2021/2115 contained in document COM(2022)305.</STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING STRIKE="on">+</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">4 </STRING></STRING>van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn 2009/128/EG</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 216]</STRING></P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage V</TI><P>INDICATIEVE LIJST VAN RISICOBEPERKENDE MAATREGELEN</P><P><NO.P>1)</NO.P>Saneringstechnieken voor sanering in of ex situ:</P><P><NO.P>a)</NO.P>Fysieke saneringstechnieken:</P><P><NO.P>a)</NO.P>dampextractie, luchtdoorleiding (“air sparging”);</P><P><NO.P>b)</NO.P>warmtebehandeling, stoominjectie, thermische desorptie, verglazing;</P><P><NO.P>c)</NO.P>wassen en doorspoelen van de bodem;</P><P><NO.P>d)</NO.P>elektrokinetische extractie;</P><P><NO.P>e)</NO.P>vloeibare-laagverwijdering;</P><P><NO.P>f)</NO.P>afgraven en storten.</P><P><NO.P>b)</NO.P>Biologische saneringstechnieken:</P><P><NO.P>a)</NO.P>stimulering van aerobe of anaerobe degradatie: bioremediatie, biostimulatie, bioaugmentatie, bioventing, biosparging;</P><P><NO.P>b)</NO.P>fytoextractie, fytovolatilisatie, fytodegradatie;</P><P><NO.P>c)</NO.P>compostering, bodemwijzigingen, landfarming en bioreactorsystemen;</P><P><NO.P>d)</NO.P>biofiltratie, biobehandelingswetlands en biobedden;</P><P><NO.P>e)</NO.P>natuurlijke attenuatie.</P><P><NO.P>c)</NO.P>Chemische saneringstechnieken:</P><P><NO.P>a)</NO.P>chemische oxidatie;</P><P><NO.P>b)</NO.P>chemische reductie en redox-reacties;</P><P><NO.P>c)</NO.P>pompen en behandelen van grondwater.</P><P><NO.P>d)</NO.P>Saneringstechnieken voor isolatie, inperking en monitoring:</P><P><NO.P>a)</NO.P>bovenafdichting, reactieve barrières, inkapseling;</P><P><NO.P>b)</NO.P>chemische stabilisatie, indikking en immobilisatie;</P><P><NO.P>c)</NO.P>geohydrologische isolatie en inperking;</P><P><NO.P>d)</NO.P>fytostabilisering;</P><P><NO.P>e)</NO.P>controle en nazorg door middel van monitoringputten.</P><P><NO.P>2)</NO.P>Andere risicobeperkende maatregelen dan sanering:</P><P><NO.P>a)</NO.P>beperking van de teelt en consumptie van gewassen en groenten;</P><P><NO.P>b)</NO.P>beperking van het verbruik van eieren;</P><P><NO.P>c)</NO.P>beperking van de toegang van huisdieren of veeteelt;</P><P><NO.P>d)</NO.P>beperking van de winning of het gebruik van grondwater voor drinken, voor persoonlijke hygiëne of voor industriële doeleinden;</P><P><NO.P>e)</NO.P>beperking van sloopwerkzaamheden, van het verbreken van de verzegeling of van bouw op de locatie;</P><P><NO.P>f)</NO.P>beperking van de toegang tot de locatie of de omgeving daarvan (bv. via omheiningen);</P><P><NO.P>g)</NO.P>beperking van landgebruik of van veranderingen van het landgebruik;</P><P><NO.P>h)</NO.P>beperking van boor- of (af)graafwerkzaamheden;</P><P><NO.P>i)</NO.P>maatregelen ter vermijding van contact met bodem, stof of binnenlucht en toepassing van voorzorgsmaatregelen om de menselijke gezondheid te beschermen (bv. ademhalingsapparatuur, handschoenen, natte reiniging enz.).</P><P><NO.P>3)</NO.P>Beste beschikbare technieken als bedoeld in Richtlijn 2010/75/EU.</P><P><NO.P>4)</NO.P>Door de bevoegde autoriteiten en industriële exploitanten overeenkomstig Richtlijn 2012/18/EU te nemen maatregelen na een zwaar ongeval.</P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage VI</TI><P>FASEN EN VOORSCHRIFTEN VOOR LOCATIESPECIFIEKE RISICOBEOORDELING</P><P><NO.P>1.</NO.P>Voor de karakterisering van de verontreiniging moeten de op de locatie aanwezige verontreinigende stoffen worden geïdentificeerd en moeten de bron, concentratie, chemische vorm en distributie ervan in de bodem en het grondwater worden bepaald. De aanwezigheid en concentratie van verontreinigende stoffen worden bepaald door middel van bodembemonstering en ‑onderzoek.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Bij de beoordeling van de blootstelling wordt bepaald op welke manier de bodemverontreinigende stoffen de receptoren kunnen bereiken (de blootstellingsroute). Blootstellingsroutes kunnen o.a. inademing, inslikken, contact met de huid, opname door planten, en migratie naar het grondwater omvatten. Deze informatie wordt gecombineerd met de frequentie en de duur van de blootstelling en de kenmerken van de blootgestelden, zoals leeftijd, geslacht en gezondheidstoestand, om de opname van verontreinigende stoffen te ramen. De onderlinge verbanden tussen bronnen, routes en receptoren worden schematisch en vereenvoudigd in het conceptuele locatiemodel weergegeven.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Bij de beoordeling van de toxiciteit of de gevaren worden de potentiële gezondheids- en milieueffecten van de verontreinigende stoffen geëvalueerd op basis van de dosis en de duur van de blootstelling. Bij de toxicologische of gevarenbeoordeling wordt rekening gehouden met de inherente toxiciteit van de verontreinigende stoffen en de gevoeligheid van verschillende populaties, zoals dieren, micro-organismen, planten, kinderen, zwangere vrouwen, ouderen enz. De toxicologische informatie wordt gebruikt om de referentiedoses of -concentraties te schatten die worden gebruikt voor de karakterisering van het risico.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Risicokarakterisering vereist dat de informatie van de vorige stappen wordt geïntegreerd om de omvang en waarschijnlijkheid van schadelijke effecten van de verontreinigde locatie voor de menselijke gezondheid en het milieu, ook als gevolg van de migratie van de verontreiniging naar andere milieucompartimenten, te ramen. De risicokarakterisering helpt bij de prioritering van risicobeperkende en saneringsmaatregelen. Het kan ook helpen om sanerings- of beheersdoelstellingen voor een locatie vast te stellen, bijvoorbeeld om maximaal aanvaardbare grenswaarden of locatiespecifieke risicogebaseerde screeningwaarden te bereiken.</P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage VII</TI><P>REGISTER VAN MOGELIJK VERONTREINIGDE LOCATIES EN VERONTREINIGDE LOCATIES</P><P>Het ontwerp van en de presentatie van de gegevens in het register moeten het publiek in staat stellen de voortgang van het beheer van mogelijk verontreinigde locaties en verontreinigde locaties te volgen. Het register moet voor de bekende mogelijk verontreinigde locaties, verontreinigde locaties, verontreinigde locaties die verdere actie vereisen en verontreinigde locaties waar maatregelen zijn of worden genomen de volgende (locatiespecifieke) informatie bevatten en ter inzage beschikbaar maken:</P><P><NO.P>a)</NO.P>de coördinaten, adressen of kadastrale percelen van de locatie overeenkomstig de Richtlijnen (EU) 2019/1024 en 2007/2/EG;</P><P><NO.P>b)</NO.P>het jaar van opneming in het register;</P><P><NO.P>c)</NO.P>vroegere of huidige risicoactiviteiten op de locatie waarbij (mogelijk) verontreiniging optreedt of is opgetreden;</P><P><NO.P>d)</NO.P>beheersstatus van de locatie;</P><P><NO.P>e)</NO.P>conclusies over de aan- of afwezigheid, de concentratie, het type en de risico’s van de verontreiniging (of restverontreiniging na sanering) indien reeds informatie daarover beschikbaar is op basis van het bodemonderzoek en de risicobeoordeling als bedoeld in de artikelen 14 en 15;</P><P><NO.P>f)</NO.P>vervolgacties en beheerstappen die vereist zijn en waarnaar wordt verwezen in de artikelen 14 en 15, met inbegrip van het tijdschema.</P><P>Het register kan eventueel ook voor de bekende mogelijk verontreinigde locaties, verontreinigde locaties, verontreinigde locaties die verdere actie vereisen en verontreinigde locaties waar maatregelen zijn of worden genomen, de volgende informatie bevatten, indien beschikbaar:</P><P><NO.P>a)</NO.P>informatie over voor de locatie afgegeven milieuvergunningen, met inbegrip van het jaar waarin de activiteit is gestart en is beëindigd;</P><P><NO.P>b)</NO.P>huidig en gepland landgebruik;</P><P><NO.P>c)</NO.P>resultaten van bodemonderzoek en bodemsaneringsverslagen, zoals concentraties en contouren van de verontreiniging, het conceptuele locatiemodel, de risicobeoordelingsmethode, de gebruikte of geplande technieken, de doeltreffendheid en kostenramingen van risicobeperkende maatregelen.</P></ANNEX></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>