<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0216</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië betreffende samenwerking tussen het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) en de voor justitiële samenwerking in strafzaken bevoegde autoriteiten van de Republiek Armenië</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0165/2024 - Rapporteur: Thijs Reuten)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 10 april 2024 over het ontwerpbesluit van de Raad betreffende de sluiting van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië betreffende de samenwerking tussen het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) en de voor justitiële samenwerking in strafzaken bevoegde autoriteiten van de Republiek Armenië (17085/2023 – C9-0145/2024 – 2023/0400(NLE))</STRING></TI><NOTE>(Goedkeuring)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het ontwerpbesluit van de Raad (17085/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de ontwerpovereenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië betreffende de samenwerking tussen het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) en de voor justitiële samenwerking in strafzaken bevoegde autoriteiten van de Republiek Armenië (17080/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek om goedkeuring dat de Raad heeft ingediend krachtens artikel 16, lid 2, artikel 85 in samenhang met artikel 218, lid 6, tweede alinea, punt a), v), en artikel 218, lid 7, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (C9‑0145/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 105, leden 1 en 4, en artikel 114, lid 7, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A9-0165/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van de overeenkomst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Republiek Armenië.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>