<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0218</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Vaststelling van een belastingstelsel voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor en wijziging van Richtlijn 2011/16/EU</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0064/2024 - Rapporteur: Lídia Pereira)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 10 april 2024 over het voorstel voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van een belastingstelsel voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor en tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU (COM(2023)0528 – C9-0340/2023 – 2023/0320(CNS))</STRING></TI><NOTE>(Bijzondere wetgevingsprocedure – raadpleging)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2023)0528),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 115 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C9‑0340/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het gemotiveerde advies dat in het kader van Protocol nr. 2 betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid is uitgebracht door het Zweedse parlement, en waarin wordt gesteld dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 82 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A9‑0064/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie, zoals geamendeerd door het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF><AMDLST><HD><HEAD.OLD><STRING ITALIC="on">Door de Commissie voorgestelde tekst</STRING></HEAD.OLD><HEAD.NEW><STRING ITALIC="on">Amendement</STRING></HEAD.NEW></HD><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		1</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(1)</NO.P>In de Unie bestaat er momenteel geen gemeenschappelijke aanpak voor de berekening van de belastinggrondslag voor bedrijven. Bedrijven in de Unie zijn daarom verplicht om te voldoen aan de regels van verschillende vennootschapsbelastingstelsels, afhankelijk van de lidstaat waarin zij actief zijn.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(1)</NO.P>In de Unie bestaat er momenteel geen gemeenschappelijke aanpak voor de berekening van de belastinggrondslag voor bedrijven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> wanneer zij zakendoen over de grens</STRING></STRING>. Bedrijven in de Unie zijn daarom verplicht om te voldoen aan de regels van verschillende vennootschapsbelastingstelsels, afhankelijk van de lidstaat waarin zij actief zijn<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, wat een belemmering vormt voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) bij de toegang tot de interne markt.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bedrijven in de Unie, met name kmo’s, worden geconfronteerd met aanzienlijke belastinggerelateerde nalevingskosten, omdat er geen oplossing is voor de berekening van hun belastbare grondslag.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		2</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(2)</NO.P>Het naast elkaar bestaan en de interactie van 27 verschillende vennootschapsbelastingstelsels in de Unie leidt tot complexiteit bij de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">belastingnaleving</STRING></STRING> en tot een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ongelijk speelveld voor bedrijven</STRING></STRING>. Deze situatie heeft <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">meer</STRING></STRING> impact op kmo’s<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> dan op grotere belastingbetalers</STRING></STRING> en is sterker onder de aandacht gekomen doordat mondialisering en digitalisering van de economie het beeld van grenzen en bedrijfsmodellen aanzienlijk hebben veranderd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De pogingen van de regeringen om zich aan deze nieuwe realiteit aan te passen, hebben tot een gefragmenteerde respons van de lidstaten geleid, wat in verdere verstoringen van de interne markt heeft geresulteerd.</STRING></STRING> Bovendien leiden de verschillende rechtskaders<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> onvermijdelijk</STRING></STRING> tot uiteenlopende praktijken van de belastingdiensten in de lidstaten. Dit leidt vaak tot langdurige procedures die gekenmerkt worden door onvoorspelbaarheid en inconsistentie, in combinatie met hoge nalevingskosten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(2)</NO.P>Het naast elkaar bestaan en de interactie van 27 verschillende vennootschapsbelastingstelsels in de Unie leidt tot complexiteit bij de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">fiscale nalevingskosten</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">heeft </STRING></STRING>tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gevolg dat bedrijven te maken krijgen met mededingingsvoorwaarden die </STRING></STRING>een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">negatief effect kunnen hebben op grensoverschrijdende investeringen, hetgeen de ontwikkeling van de interne markt ten opzichte van derde landen belemmert</STRING></STRING>. Deze situatie heeft <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een aanzienlijke</STRING></STRING> impact op kmo’s en is sterker onder de aandacht gekomen doordat mondialisering en digitalisering van de economie het beeld van grenzen en bedrijfsmodellen aanzienlijk hebben veranderd, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met name aangezien aanvullende maatregelen moeten worden genomen om</STRING></STRING> de interne markt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verder te blijven ontwikkelen</STRING></STRING>. Bovendien leiden de verschillende rechtskaders tot uiteenlopende praktijken van de belastingdiensten in de lidstaten. Dit leidt vaak tot langdurige procedures die gekenmerkt worden door onvoorspelbaarheid en inconsistentie, in combinatie met hoge nalevingskosten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, hetgeen met name negatieve gevolgen heeft voor kmo’s, die hierdoor worden ontmoedigd om in meer dan één lidstaat te investeren.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Samenwerking bij besluiten over belastingkwesties met als doel de interne markt te vervolledigen, versterken en verder te ontwikkelen, is alleen mogelijk als er sprake is van wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten en als zij te goeder trouw handelen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		3</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(2 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De 24 miljoen kmo’s in de Unie vertegenwoordigen twee derde van de banen in de particuliere sector en 99 % van alle bedrijven in de Unie, die de ruggengraat van de Europese economie vormen.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Daarom is het van essentieel belang micro-, kleine en middelgrote ondernemingen te ondersteunen om het scheppen van banen te bevorderen, de groei te stimuleren, te staan voor eerlijke en transparante concurrentie, het concurrentievermogen te ondersteunen en investeringen aan te trekken.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Regelgevingsbelemmeringen of administratieve lasten blijven de belangrijkste uitdaging voor kmo’s in de Unie.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		4</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 2 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(2 ter)</NO.P>	 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kmo’s besteden ongeveer 2,5 % van hun omzet aan nalevingskosten in verband met belastingverplichtingen. De situatie van zeer kleine ondernemingen is bijzonder ernstig, aangezien hun aan de vennootschapsbelasting gerelateerde nalevingskosten 90 % uitmaken van de geschatte jaarlijkse nalevingskosten van bedrijven in de Unie van 54 miljard EUR. Een berekening van de belastbare resultaten op basis van de regels van de lidstaat waar het hoofdkantoor (hoofdkantoor van de kmo) zijn fiscale woonplaats heeft, moet de fiscale nalevingskosten aanzienlijk verminderen en financiële middelen vrijmaken om kmo’s in staat te stellen te investeren.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		5</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(3)</NO.P>De verscheidenheid aan manieren om zaken te doen op de interne markt, vraagt om verschillende oplossingen voor verschillende bedrijven als het gaat om het aanpakken van de huidige uitdagingen die hun grensoverschrijdende activiteiten met zich meebrengen. Voor kleinere bedrijven <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die geen deel uitmaken van een groep, </STRING></STRING>is het moeilijker om over de grenzen heen uit te breiden dan voor grotere bedrijven. Het is voor deze kleinere bedrijven dan ook lastiger om met complexe procedures en hoge nalevingskosten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> om te gaan</STRING></STRING>. Het is daarom duidelijk dat micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in de beginfase van hun uitbreiding behoefte hebben aan een oplossing zoals een vereenvoudigd mechanisme voor de berekening van hun belastbare resultaat wanneer zij uitsluitend via vaste inrichtingen over de grens actief zijn.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(3)</NO.P>De verscheidenheid aan manieren om zaken te doen op de interne markt, vraagt om verschillende oplossingen voor verschillende bedrijven als het gaat om het aanpakken van de huidige uitdagingen die hun grensoverschrijdende activiteiten met zich meebrengen. Voor kleinere bedrijven is het moeilijker om over de grenzen heen uit te breiden dan voor grotere bedrijven. Het is voor deze kleinere bedrijven dan ook lastiger om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om te gaan </STRING></STRING>met complexe procedures en hoge nalevingskosten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, evenals met de onzekerheid die gepaard gaat met het investeren van eigen kapitaal in een onbekende markt</STRING></STRING>. Het is daarom duidelijk dat micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in de beginfase van hun uitbreiding behoefte hebben aan een oplossing zoals een vereenvoudigd mechanisme voor de berekening van hun belastbare resultaat wanneer zij uitsluitend via vaste inrichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of maximaal twee dochterondernemingen </STRING></STRING>over de grens actief zijn. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Transparantie is van essentieel belang voor een goede werking van de interne markt.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		6</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 3 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(3 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bestrijding van fraude, belastingontduiking en belastingontwijking zijn belangrijke politieke prioriteiten, aangezien agressieve praktijken op het gebied van fiscale planning onaanvaardbaar zijn vanuit het oogpunt van de integriteit van de interne markt en sociale rechtvaardigheid.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		7</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(4)</NO.P>Om een antwoord te bieden op de fiscale onzekerheid en de moeilijkheid om te voldoen aan de regels van een onbekend belastingstelsel wanneer zij in een andere lidstaat/andere lidstaten actief zijn (wat een van de belangrijkste belemmerende factoren is voor kmo’s om naar het buitenland uit te breiden), moet het belastbare resultaat van vaste inrichtingen worden berekend op basis van de regels van de lidstaat waar het hoofdkantoor (hoofdzetel van de kmo) zijn fiscale woonplaats heeft. Dit betekent ook dat de beginselen voor de toerekening van inkomsten aan een vaste inrichting, zoals bepaald in het toepasselijke bilaterale verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen de lidstaat van de vaste inrichting en de lidstaat van het hoofdkantoor, toepassing blijven vinden. Om ervoor te zorgen dat nieuwe regels een bron van vereenvoudiging voor kmo’s vormen, moet de toepassing ervan facultatief zijn en de belastingbetaler dus een keuzemogelijkheid krijgen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(4)</NO.P>Om een antwoord te bieden op de fiscale onzekerheid en de moeilijkheid om te voldoen aan de regels van een onbekend belastingstelsel wanneer zij in een andere lidstaat/andere lidstaten actief zijn (wat een van de belangrijkste belemmerende factoren is voor kmo’s om naar het buitenland uit te breiden), moet het belastbare resultaat van vaste inrichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of dochterondernemingen </STRING></STRING>worden berekend op basis van de regels van de lidstaat waar het hoofdkantoor (hoofdzetel van de kmo) zijn fiscale woonplaats heeft. Dit betekent ook dat de beginselen voor de toerekening van inkomsten aan een vaste inrichting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of dochteronderneming</STRING></STRING>, zoals bepaald in het toepasselijke bilaterale verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen de lidstaat van de vaste inrichting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of dochteronderneming</STRING></STRING> en de lidstaat van het hoofdkantoor, toepassing blijven vinden. Om ervoor te zorgen dat nieuwe regels een bron van vereenvoudiging voor kmo’s vormen, moet de toepassing ervan facultatief zijn en de belastingbetaler dus een keuzemogelijkheid krijgen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en moeten kmo’s daarnaast voldoende tijd krijgen om de nieuwe regels toe te passen en zich eraan aan te passen</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		8</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 4 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(4 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een gelijke fiscale behandeling voor alle belastingbetalers, en met name voor alle ondernemingen, is een conditio sine qua non voor de interne markt.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een gecoördineerde benadering van de tenuitvoerlegging van nationale belastingstelsels is van vitaal belang om ervoor te zorgen dat de interne markt naar behoren functioneert en zou ertoe bijdragen dat belastingontwijking en winstverschuiving worden voorkomen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		9</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(5)</NO.P>Om fiscale misbruikpraktijken te voorkomen, zijn specifieke fiscale antimisbruikbepalingen ontworpen, bijvoorbeeld om de risico’s van belastingontwijking aan te pakken die gepaard gaan met de verplaatsing van de fiscale woonplaats van een kmo, en zo te voorkomen dat de locatie van het hoofdkantoor wordt bepaald op basis van fiscale motieven. Dienovereenkomstig is het noodzakelijk de ontwikkeling van de aan de vaste inrichting(en) toegerekende omzet te volgen zodat haar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> (</STRING></STRING>hun<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING> activiteiten bijkomstig blijven ten opzichte van de hoofdactiviteit, die door het hoofdkantoor moet worden verricht. Op deze manier wordt het risico vermeden dat de regels worden misbruikt door de oprichting van lege hoofdkantoren terwijl het merendeel van de bedrijfsactiviteiten in het buitenland plaatsvindt.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> In dezelfde geest moeten zowel de mogelijke deelname aan het systeem van belastingvereenvoudiging als de beëindiging en verlenging van de optie aan strikte voorwaarden worden onderworpen. Deze voorwaarden moeten worden gekoppeld aan eisen inzake de omzet van het hoofdkantoor in vergelijking met die van de vaste inrichting(en). Het doel daarvan is om nog sterker te benadrukken dat de via de vaste inrichting(en) verrichte werkzaamheden slechts een uitbreiding kunnen zijn van de hoofdactiviteit van het hoofdkantoor. Zodra de keuze is gemaakt om het kader voor fiscale vereenvoudiging toe te passen, moet er bovendien een verplichte duur aan vastzitten om situaties te voorkomen waarin de woonplaats van het hoofdkantoor regelmatig wordt verplaatst om zo te profiteren van incidentele en kortlopende fiscaal gunstige situaties.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>(5)</NO.P>Om fiscale misbruikpraktijken te voorkomen, zijn <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">robuuste en </STRING></STRING>specifieke fiscale antimisbruikbepalingen ontworpen, bijvoorbeeld om de risico’s van belastingontwijking aan te pakken die gepaard gaan met de verplaatsing van de fiscale woonplaats van een kmo, en zo te voorkomen dat de locatie van het hoofdkantoor wordt bepaald op basis van fiscale motieven. Dienovereenkomstig is het noodzakelijk de ontwikkeling van de aan de vaste inrichting(en) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en/of de dochterondernemingen </STRING></STRING>toegerekende omzet te volgen zodat haar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">/</STRING></STRING>hun activiteiten bijkomstig blijven ten opzichte van de hoofdactiviteit, die door het hoofdkantoor moet worden verricht. Op deze manier wordt het risico vermeden dat de regels worden misbruikt door de oprichting van lege hoofdkantoren terwijl het merendeel van de bedrijfsactiviteiten in het buitenland plaatsvindt.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		10</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(6)</NO.P>De internationale scheepvaart is een specifieke bedrijfstak die in verschillende lidstaten aan bijzondere belastingregelingen is onderworpen. Deze regelingen bestaan voornamelijk in het berekenen van de belastinggrondslag op basis van de tonnage (d.w.z. het laadvermogen) van de geëxploiteerde schepen in plaats van op basis van de feitelijke winsten of verliezen van de onderneming. Op grond van dit uitgangspunt moeten kmo’s die inkomsten verwerven uit scheepvaartactiviteiten die onder een tonnagebelastingregeling vallen, worden uitgesloten van de mogelijkheid om voor de vereenvoudigingsregels voor kmo’s te kiezen voor dergelijke inkomsten die worden toegerekend aan een vaste inrichting. Deze uitsluiting zou verdere complicaties vermijden die naar verwachting kunnen voortvloeien uit de wisselwerking tussen het vereenvoudigde belastingkader voor kmo's en de tonnagebelastingregelingen. Bovendien lijkt een dergelijke potentiële complicatie onevenredig, gezien het ontbreken van dergelijke speciale belastingregelingen in sommige lidstaten. Geen enkele andere <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bedrijfstak</STRING></STRING> mag van het toepassingsgebied van de richtlijn worden uitgesloten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(6)</NO.P>De internationale scheepvaart is een specifieke bedrijfstak die in verschillende lidstaten aan bijzondere belastingregelingen is onderworpen. Deze regelingen bestaan voornamelijk in het berekenen van de belastinggrondslag op basis van de tonnage (d.w.z. het laadvermogen) van de geëxploiteerde schepen in plaats van op basis van de feitelijke winsten of verliezen van de onderneming. Op grond van dit uitgangspunt moeten kmo’s die inkomsten verwerven uit scheepvaartactiviteiten die onder een tonnagebelastingregeling vallen, worden uitgesloten van de mogelijkheid om voor de vereenvoudigingsregels voor kmo’s te kiezen voor dergelijke inkomsten die worden toegerekend aan een vaste inrichting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of de dochteronderneming</STRING></STRING>. Deze uitsluiting zou verdere complicaties vermijden die naar verwachting kunnen voortvloeien uit de wisselwerking tussen het vereenvoudigde belastingkader voor kmo's en de tonnagebelastingregelingen. Bovendien lijkt een dergelijke potentiële complicatie onevenredig, gezien het ontbreken van dergelijke speciale belastingregelingen in sommige lidstaten. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In ieder geval moet deze uitsluiting na vijf jaar van uitvoering van deze richtlijn naar behoren worden geëvalueerd.</STRING></STRING> Geen enkele andere <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">activiteit dan die welke onder de tonnagebelastingregeling valt,</STRING></STRING> mag van het toepassingsgebied van de richtlijn worden uitgesloten.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		11</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(7)</NO.P>Met het voorstel wordt getracht een aanzienlijke procedurele vereenvoudiging te bieden; daarom moet er een éénloketsysteem worden ingevoerd, waarbij de aangifte, de vaststelling en de inning van de door de vaste inrichting(en) verschuldigde belasting via één enkele belastingautoriteit worden afgehandeld (“autoriteit van aangifte”), d.w.z. de belastingautoriteit in de lidstaat van het hoofdkantoor. Met volledige eerbiediging van de soevereiniteit van de lidstaten op het gebied van belastingen zouden de procedures voor controles, beroepen en geschillenbeslechting in de eerste plaats intern en volgens de procedureregels van de respectieve lidstaten worden afgehandeld. Om de werking van een éénloketsysteem te ondersteunen, is het van cruciaal belang om in gezamenlijke audits te voorzien, waardoor de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidstaat</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het hoofdkantoor</STRING></STRING> verplicht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> samen te werken indien de belastingautoriteit van de vaste inrichting om een audit met betrekking tot de berekening van het belastbare resultaat van zijn belastingplichtige verzoekt.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(7)</NO.P>Met het voorstel wordt getracht een aanzienlijke procedurele vereenvoudiging te bieden; daarom moet er een éénloketsysteem worden ingevoerd, waarbij de aangifte, de vaststelling en de inning van de door de vaste inrichting(en) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of dochterondernemingen </STRING></STRING>verschuldigde belasting via één enkele belastingautoriteit worden afgehandeld (“autoriteit van aangifte”), d.w.z. de belastingautoriteit in de lidstaat van het hoofdkantoor. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij dit éénloketsysteem moet zo veel mogelijk worden gestreefd naar vereenvoudiging, zodat het geen aanvullend obstakel vormt voor bedrijven die in het buitenland willen investeren.</STRING></STRING> Met volledige eerbiediging van de soevereiniteit van de lidstaten op het gebied van belastingen zouden de procedures voor controles, beroepen en geschillenbeslechting in de eerste plaats intern en volgens de procedureregels van de respectieve lidstaten worden afgehandeld. Om de werking van een éénloketsysteem te ondersteunen, is het van cruciaal belang om in gezamenlijke audits te voorzien, waardoor de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">belastingautoriteiten</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de lidstaten</STRING></STRING> verplicht <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden</STRING></STRING> samen te werken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en dus ook de lidstaat van het hoofdkantoor moet samenwerken </STRING></STRING>indien de belastingautoriteit van de vaste inrichting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of dochteronderneming</STRING></STRING> om een audit met betrekking tot de berekening van het belastbare resultaat van zijn belastingplichtige verzoekt. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In die zin moet de lidstaat van het hoofdkantoor, indien deze op eigen initiatief een controle uitvoert, de gastlidstaat uitnodigen om deze controle gezamenlijk uit te voeren.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		12</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(7 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het éénloketsysteem wordt gewaardeerd door kmo’s in de Unie en de oprichting ervan vormt een facultatief verlichtingsinstrument voor de belastinggerelateerde procedures van kmo’s.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De positieve ervaring met de btw-aangifte via het éénloketsysteem, waarbij 130 000 bedrijven hun btw-aangifte via het éénloketsysteem invullen en in 2022 meer dan 17 miljard EUR aan btw-inkomsten werd geïnd, zet aan tot navolging van het model in het kader van deze richtlijn.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		13</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 13 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(13 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het evaluatieverslag van de Commissie moeten alle relevante aspecten van de uitvoering van deze richtlijn worden beoordeeld en wordt de nadruk gelegd op de voordelen van een mogelijke uitbreiding van het toepassingsgebied, de toereikendheid van de deelnamevereisten, de geschiktheid van de uitsluitingssituaties, namelijk de oprichting van dochterondernemingen, en de noodzaak van uitsluiting van scheepvaartactiviteiten.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie moet in haar eventuele voorstel tot wijziging van deze richtlijn aandacht besteden aan deze aspecten of motiveren waarom het niet nodig is de bestaande regels te wijzigen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		14</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 13 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(13 ter)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aangezien de potentiële vermindering van de fiscale nalevingskosten door kmo’s rechtstreeks afhangt van de vrijwillige vaststelling van de regels van deze richtlijn, moet de Commissie een brede en alomvattende voorlichtingscampagne voor kmo’s in de hele Unie overwegen.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze voorlichtingscampagne moet worden geïntegreerd in een bredere communicatiestrategie over de nieuwe belastinggerelateerde EU-wetgeving en de gevolgen daarvan voor bedrijven in de Unie. Alle informatie moet worden verstrekt in alle officiële talen van de lidstaten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		15</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 14</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(14)</NO.P>De lidstaten mogen op grond van deze richtlijn persoonsgegevens uitsluitend verwerken met het oog op het verifiëren van de deelnamevereisten of het vaststellen van de belastingschuld van een vaste inrichting. Elke verwerking van persoonsgegevens die voor dit doel wordt uitgevoerd, moet voldoen aan Verordening (EU) 2016/679.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(14)</NO.P>De lidstaten mogen op grond van deze richtlijn persoonsgegevens uitsluitend verwerken met het oog op het verifiëren van de deelnamevereisten of het vaststellen van de belastingschuld van een vaste inrichting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en dochterondernemingen</STRING></STRING>. Elke verwerking van persoonsgegevens die voor dit doel wordt uitgevoerd, moet voldoen aan Verordening (EU) 2016/679.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		16</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 15</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(15)</NO.P>Er wordt voorzien in een bewaringstermijn om de lidstaten in staat te stellen te voldoen aan de meeste verjaringsregels, waarbij nauw wordt aangeknoopt bij de desbetreffende nationale regels wat betreft de aanvangsdatum of de opschorting van die termijn. De bewaringstermijn mag echter niet verder gaan dan nodig is om te garanderen dat de bevoegde belastingautoriteiten de belastingschuld kunnen vaststellen, zodat een evenwicht wordt gevonden tussen het vermogen van de belastingautoriteit om een correcte vaststelling en inning van de belastingen te waarborgen, en het recht van de belastingbetaler op rechtszekerheid.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(15)</NO.P>Er wordt voorzien in een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">evenredige </STRING></STRING>bewaringstermijn om de lidstaten in staat te stellen te voldoen aan de meeste verjaringsregels, waarbij nauw wordt aangeknoopt bij de desbetreffende nationale regels wat betreft de aanvangsdatum of de opschorting van die termijn. De bewaringstermijn mag echter niet verder gaan dan nodig is om te garanderen dat de bevoegde belastingautoriteiten de belastingschuld kunnen vaststellen, zodat een evenwicht wordt gevonden tussen het vermogen van de belastingautoriteit om een correcte vaststelling en inning van de belastingen te waarborgen, en het recht van de belastingbetaler op rechtszekerheid.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		17</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 17</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(17)</NO.P>De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad en heeft op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">[…]</STRING></STRING> zijn advies uitgebracht.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(17)</NO.P>De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad en heeft op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">3 november 2023</STRING></STRING> zijn advies uitgebracht.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		18</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 18</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(18)</NO.P>Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk de vereenvoudiging van de belastingregels voor bepaalde kmo’s die via (een) vaste inrichting(en) op de interne markt actief zijn, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de bestaande uitdagingen die worden veroorzaakt door de interactie tussen 27 verschillende vennootschapsbelastingstelsels beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken,</P></OLD><NEW><P><NO.P>(18)</NO.P>Aangezien de doelstelling van deze richtlijn, namelijk de vereenvoudiging van de belastingregels voor bepaalde kmo’s die via (een) vaste inrichting(en) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en maximaal twee dochterondernemingen grensoverschrijdend </STRING></STRING>op de interne markt actief zijn, niet voldoende door de lidstaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> afzonderlijk</STRING></STRING> kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de bestaande uitdagingen die worden veroorzaakt door de interactie tussen 27 verschillende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nationale </STRING></STRING>vennootschapsbelastingstelsels beter op het niveau van de Unie kan worden verwezenlijkt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> door middel van onderlinge samenwerking tussen de lidstaten</STRING></STRING>, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken,</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		19</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>In deze richtlijn worden regels vastgesteld voor de berekening van het belastbare resultaat van vaste inrichtingen van kmo’s die voldoen aan de criteria van artikel 2, lid 1 (hierna “belastingheffing volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor” of “HOT-regels” genoemd).</P></OLD><NEW><P>In deze richtlijn worden regels vastgesteld voor de berekening van het belastbare resultaat van vaste inrichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en dochterondernemingen </STRING></STRING>van kmo’s die voldoen aan de criteria van artikel 2, lid 1 (hierna “belastingheffing volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor” of “HOT-regels” genoemd).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		20</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – lid 1 – punt e</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>e)</NO.P>zij zijn in andere lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitsluitend </STRING></STRING>via een of meer vaste inrichtingen actief;</P></OLD><NEW><P><NO.P>e)</NO.P>zij zijn in andere lidstaten via een of meer vaste inrichtingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en/of maximaal twee dochterondernemingen</STRING></STRING> actief;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		21</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – lid 2 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I tot en met IV te wijzigen naar aanleiding van wetswijzigingen in de lidstaten met betrekking tot:</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 16 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlagen I tot en met IV te wijzigen naar aanleiding van wetswijzigingen in de lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en op basis van de door de betrokken lidstaat verstrekte informatie </STRING></STRING>met betrekking tot:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		22</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Deze richtlijn doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaat waar een vaste inrichting is gelegen om het toepasselijke belastingtarief vast te stellen, noch aan de toepasselijkheid van bilaterale verdragen ter voorkoming van dubbele belasting, noch aan de regels inzake de sociale bescherming van werknemers in de lidstaat van de vaste inrichting.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Deze richtlijn doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaat waar een vaste inrichting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of de dochteronderneming </STRING></STRING>is gelegen om het toepasselijke belastingtarief vast te stellen, noch aan de toepasselijkheid van bilaterale verdragen ter voorkoming van dubbele belasting, noch aan de regels inzake de sociale bescherming van werknemers in de lidstaat van de vaste inrichting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of de dochteronderneming</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		23</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“dochteronderneming”: een dochteronderneming in de zin van artikel 3, lid 1, punt b), van Richtlijn 2011/96/EU van de Raad die zich in een andere lidstaat bevindt en onder zeggenschap staat van het hoofdkantoor;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		24</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2)</NO.P>“hoofdkantoor”: een kmo, als bedoeld in artikel 2, lid 1, die in (een) andere lidsta(a)t(en) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitsluitend </STRING></STRING>via een of meer vaste inrichtingen actief is;</P></OLD><NEW><P><NO.P>2)</NO.P>“hoofdkantoor”: een kmo, als bedoeld in artikel 2, lid 1, die in (een) andere lidsta(a)t(en) via een of meer vaste inrichtingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en/of maximaal twee dochterondernemingen</STRING></STRING> actief is;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		25</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4)</NO.P>“HOT-regels”: de belastingregels van de lidstaat van het hoofdkantoor die worden gebruikt om het belastbare resultaat van het hoofdkantoor en zijn vaste inrichtingen te berekenen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>4)</NO.P>“HOT-regels”: de belastingregels van de lidstaat van het hoofdkantoor die worden gebruikt om het belastbare resultaat van het hoofdkantoor en zijn vaste inrichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of dochterondernemingen </STRING></STRING>te berekenen;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		26</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5)</NO.P>“gastlidstaat”: de lidstaat waar de vaste inrichting van een in artikel 2, lid 1, bedoelde kmo is gelegen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>5)</NO.P>“gastlidstaat”: de lidstaat waar de vaste inrichting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of dochteronderneming </STRING></STRING>van een in artikel 2, lid 1, bedoelde kmo is gelegen;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		27</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6)</NO.P>“belastbaar resultaat van de vaste inrichting”: het belastbare inkomen of verlies berekend overeenkomstig de HOT-regels;</P></OLD><NEW><P><NO.P>6)</NO.P>“belastbaar resultaat van de vaste inrichting”: het belastbare inkomen of verlies <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dat aan de vaste inrichting en maximaal twee dochterondernemingen wordt toegerekend en wordt </STRING></STRING>berekend overeenkomstig de HOT-regels;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		28</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – alinea 1 – punt 8</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>8)</NO.P>“HOT-belastingaangifte”: de belastingaangifte die door een in artikel 2, lid 1, bedoelde kmo wordt ingediend over de belastbare resultaten van het hoofdkantoor en van de vaste inrichting(en), zoals berekend overeenkomstig de HOT-regels.</P></OLD><NEW><P><NO.P>8)</NO.P>“HOT-belastingaangifte”: de belastingaangifte die door een in artikel 2, lid 1, bedoelde kmo wordt ingediend over de belastbare resultaten van het hoofdkantoor en van de vaste inrichting(en)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of dochterondernemingen</STRING></STRING>, zoals berekend overeenkomstig de HOT-regels.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		29</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Het hoofdkantoor kan ervoor kiezen om de HOT-regels toe te passen op zijn vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichting(</STRING></STRING>en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING> in andere lidstaten als het aan de volgende vereisten voldoet:</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>	Het hoofdkantoor kan ervoor kiezen om de HOT-regels toe te passen op zijn vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichtingen </STRING></STRING>en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> dochterondernemingen</STRING></STRING> in andere lidstaten als het aan de volgende vereisten voldoet:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		30</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 1 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>de gezamenlijke omzet van zijn vaste inrichtingen is in de laatste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> boekjaren niet hoger geweest dan een bedrag gelijk aan het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dubbele</STRING></STRING> van de door het hoofdkantoor gegenereerde omzet;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>de gezamenlijke omzet van zijn vaste inrichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en dochterondernemingen </STRING></STRING>is in de laatste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> boekjaren niet hoger geweest dan een bedrag gelijk aan het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">driedubbele</STRING></STRING> van de door het hoofdkantoor gegenereerde omzet;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		31</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 1 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>het hoofdkantoor heeft in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> laatste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee boekjaren</STRING></STRING> zijn fiscale woonplaats in de lidstaat van het hoofdkantoor gehad;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>het hoofdkantoor heeft in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> laatste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">boekjaar of, indien recenter, sinds de oprichting van het hoofdkantoor</STRING></STRING> zijn fiscale woonplaats in de lidstaat van het hoofdkantoor gehad;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		32</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 1 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>het hoofdkantoor heeft in de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">afgelopen twee boekjaren</STRING></STRING> voldaan aan de voorwaarden van artikel 2, lid 1, punt d).</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>het hoofdkantoor heeft in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het laatste boekjaar of, indien recenter, sinds </STRING></STRING>de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">oprichting van het hoofdkantoor</STRING></STRING> voldaan aan de voorwaarden van artikel 2, lid 1, punt d).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		33</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Indien het hoofdkantoor ervoor kiest de HOT-regels overeenkomstig lid 1 toe te passen, past het die regels toe op al zijn vaste inrichtingen in andere lidstaten. Indien het hoofdkantoor een nieuwe vaste inrichting in een andere lidstaat opricht, past het vanaf het moment van oprichting de HOT-regels toe op deze vaste inrichting.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Indien het hoofdkantoor ervoor kiest de HOT-regels overeenkomstig lid 1 toe te passen, past het die regels toe op al zijn vaste inrichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of dochterondernemingen </STRING></STRING>in andere lidstaten. Indien het hoofdkantoor een nieuwe vaste inrichting in een andere lidstaat opricht, past het vanaf het moment van oprichting de HOT-regels toe op deze vaste inrichting. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien het hoofdkantoor een eerste dochteronderneming in een andere lidstaat opricht, past het vanaf het moment van oprichting de HOT-regels toe op deze dochteronderneming en stelt het de gastlidstaat daarvan in kennis.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		34</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in lid 1, punt a), bedoelde vereiste is niet van toepassing wanneer het hoofdkantoor minder dan drie jaar vóór de datum van de mogelijkheid om de HOT-regels toe te passen, is opgericht.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		35</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Wanneer het hoofdkantoor inkomsten uit scheepvaartactiviteiten verwerft en deze inkomsten in de lidstaat van het hoofdkantoor onderworpen zijn aan een tonnagebelastingregeling, mag dit hoofdkantoor de HOT-regels niet toepassen ten aanzien van zijn vaste inrichtingen in andere lidstaten, voor zover deze vaste inrichtingen inkomsten uit scheepvaartactiviteiten verwerven.</P></OLD><NEW><P>Wanneer het hoofdkantoor inkomsten uit scheepvaartactiviteiten verwerft en deze inkomsten in de lidstaat van het hoofdkantoor onderworpen zijn aan een tonnagebelastingregeling, mag dit hoofdkantoor de HOT-regels niet toepassen ten aanzien van zijn vaste inrichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en dochterondernemingen </STRING></STRING>in andere lidstaten, voor zover deze vaste inrichtingen inkomsten uit scheepvaartactiviteiten verwerven.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		36</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Het hoofdkantoor dat ervoor kiest de HOT-regels op zijn vaste inrichting(en) toe te passen, stelt de autoriteit van aangifte hiervan in kennis, samen met de naam van de gastlidsta(a)t(en). De kennisgeving geschiedt ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> maanden vóór het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de kmo de HOT-regels wil gaan toepassen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Het hoofdkantoor dat ervoor kiest de HOT-regels op zijn vaste inrichting(en) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en/of dochteronderneming(en) </STRING></STRING>toe te passen, stelt de autoriteit van aangifte hiervan in kennis, samen met de naam van de gastlidsta(a)t(en). De kennisgeving geschiedt ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> maanden vóór het einde van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar waarin de kmo de HOT-regels wil gaan toepassen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		37</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de oprichting van haar eerste vaste inrichting of dochteronderneming in een andere lidstaat kan een kmo de HOT-regels toepassen vanaf het jaar waarin de vaste inrichting of dochteronderneming is opgericht, zonder de autoriteit van aangifte drie maanden voor het einde van het voorgaande belastingjaar daarvan in kennis te hoeven stellen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		38</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De autoriteit van aangifte gaat na of aan de in artikel 4 gestelde deelnamevereisten is voldaan en brengt het hoofdkantoor binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee maanden</STRING></STRING> na de in lid 1 bedoelde kennisgeving op de hoogte van haar bevindingen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De autoriteit van aangifte gaat na of aan de in artikel 4 gestelde deelnamevereisten is voldaan en brengt het hoofdkantoor binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">één maand</STRING></STRING> na de in lid 1 bedoelde kennisgeving op de hoogte van haar bevindingen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		39</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De autoriteit van aangifte krijgt van de gastlidstaat de bevestiging dat de inrichting in de gastlidstaat een vaste inrichting met het oog op bilaterale belastingverdragen vormt.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		40</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 3 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Indien aan de deelnamevereisten is voldaan, deelt de autoriteit van aangifte de belastingautoriteit(en) van de gastlidsta(a)t(en) binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee maanden</STRING></STRING> na de in lid 1 bedoelde kennisgeving mee dat het belastbare resultaat van de desbetreffende vaste inrichtingen vanaf het volgende boekjaar zal worden berekend overeenkomstig de HOT-regels, zoals toegepast in de lidstaat van het hoofdkantoor. De belastingautoriteit van de gastlidsta(a)t(en) deelt de autoriteit van aangifte het toepasselijke belastingtarief mee.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Indien aan de deelnamevereisten is voldaan, deelt de autoriteit van aangifte de belastingautoriteit(en) van de gastlidsta(a)t(en) binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">één maand</STRING></STRING> na de in lid 1 bedoelde kennisgeving mee dat het belastbare resultaat van de desbetreffende vaste inrichtingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en dochterondernemingen</STRING></STRING> vanaf het volgende boekjaar zal worden berekend overeenkomstig de HOT-regels, zoals toegepast in de lidstaat van het hoofdkantoor. De belastingautoriteit van de gastlidsta(a)t(en) deelt de autoriteit van aangifte het toepasselijke belastingtarief mee.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		41</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 3 – alinea 3</STRING></STI.AMD><OLD><P>De gastlidstaat kan het besluit van de autoriteit van aangifte betreffende de naleving van de deelnamevereisten betwisten overeenkomstig de bepalingen van artikel 13. Niettegenstaande deze procedure kunnen de kmo’s de HOT-regels gaan toepassen.</P></OLD><NEW><P>De gastlidstaat kan het besluit van de autoriteit van aangifte betreffende de naleving van de deelnamevereisten betwisten overeenkomstig de bepalingen van artikel 13. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In dat geval worden de nationale voorschriften van de lidstaat van het hoofdkantoor toegepast.</STRING></STRING> Niettegenstaande deze procedure kunnen de kmo’s de HOT-regels gaan toepassen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		42</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 3 – alinea 4</STRING></STI.AMD><OLD><P>Indien de autoriteit van aangifte tot de conclusie komt dat niet aan de deelnamevereisten is voldaan, brengt zij het hoofdkantoor hiervan binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee maanden</STRING></STRING> na de in lid 1 bedoelde kennisgeving op de hoogte en kan het hoofdkantoor hiertegen beroep instellen overeenkomstig de nationale wetgeving.</P></OLD><NEW><P>Indien de autoriteit van aangifte tot de conclusie komt dat niet aan de deelnamevereisten is voldaan, brengt zij het hoofdkantoor hiervan binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">één maand</STRING></STRING> na de in lid 1 bedoelde kennisgeving op de hoogte en kan het hoofdkantoor hiertegen beroep instellen overeenkomstig de nationale wetgeving<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de HOT-regels blijven toepassen.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het definitieve besluit heeft pas rechtsgevolgen vanaf het volgende boekjaar</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		43</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>Indien een gastlidstaat tot de conclusie komt dat de aanwezigheid van een kmo op zijn grondgebied als een vaste inrichting kan worden aangemerkt, stelt hij de autoriteit van aangifte daarvan in kennis. Na ontvangst van deze informatie deelt de autoriteit van aangifte de bevoegde belastingautoriteit van de gastlidstaat mee of het hoofdkantoor de HOT-regels ten aanzien van zijn vaste inrichtingen toepast.</P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>Indien een gastlidstaat tot de conclusie komt dat de aanwezigheid van een kmo op zijn grondgebied als een vaste inrichting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of een dochteronderneming </STRING></STRING>kan worden aangemerkt, stelt hij de autoriteit van aangifte daarvan in kennis. Na ontvangst van deze informatie deelt de autoriteit van aangifte de bevoegde belastingautoriteit van de gastlidstaat mee of het hoofdkantoor de HOT-regels ten aanzien van zijn vaste inrichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of dochterondernemingen </STRING></STRING>toepast. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het hoofdkantoor moet onverwijld naar behoren in kennis worden gesteld van die procedures.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		44</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 7 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Het hoofdkantoor dat ervoor heeft gekozen de HOT-regels toe te passen op zijn vaste inrichtingen in een of meer gastlidstaten, past die regels gedurende een periode van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vijf</STRING></STRING> boekjaren toe.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Het hoofdkantoor dat ervoor heeft gekozen de HOT-regels toe te passen op zijn vaste inrichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of dochterondernemingen </STRING></STRING>in een of meer gastlidstaten, past die regels gedurende een periode van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zeven</STRING></STRING> boekjaren toe<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met de mogelijkheid tot verlenging</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		45</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 7 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Aan het einde van de in lid 1 bedoelde periode houden de HOT-regels op van toepassing te zijn op de vaste inrichtingen die zich in de gastlidstaten bevinden, tenzij het hoofdkantoor de autoriteit van aangifte volgens de procedure van artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>9 in kennis stelt van zijn keuze om de toepassing van de HOT-regels te verlengen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Aan het einde van de in lid 1 bedoelde periode houden de HOT-regels op van toepassing te zijn op de vaste inrichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en dochterondernemingen </STRING></STRING>die zich in de gastlidstaten bevinden, tenzij het hoofdkantoor de autoriteit van aangifte volgens de procedure van artikel 9 in kennis stelt van zijn keuze om de toepassing van de HOT-regels te verlengen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		46</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De mogelijkheid om de HOT-regels toe te passen wordt vóór het einde van de in artikel 7, lid 1, bedoelde periode van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vijf</STRING></STRING> jaar beëindigd om een van de volgende redenen:</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De mogelijkheid om de HOT-regels toe te passen wordt vóór het einde van de in artikel 7, lid 1, bedoelde periode van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zeven</STRING></STRING> jaar beëindigd om een van de volgende redenen:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		47</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 1 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>de in artikel 2, lid 1, bedoelde kmo verplaatst haar fiscale woonplaats naar buiten de lidstaat van het hoofdkantoor;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>de in artikel 2, lid 1, bedoelde kmo verplaatst haar fiscale woonplaats naar buiten de lidstaat van het hoofdkantoor<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, indien de desbetreffende kmo deze regels niet meer wil toepassen</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		48</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 1 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>de gezamenlijke omzet van de vaste inrichtingen in de laatste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> boekjaren bedroeg meer dan drie keer de omzet van het hoofdkantoor<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>de gezamenlijke omzet van de vaste inrichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en dochterondernemingen </STRING></STRING>in de laatste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> boekjaren bedroeg meer dan drie keer de omzet van het hoofdkantoor<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		49</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 1 – punt b bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in artikel 2, lid 1, bedoelde kmo wordt niet meer aangemerkt als kmo;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		50</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 1 – punt b ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in artikel 2, lid 1, bedoelde kmo richt meer dan twee dochterondernemingen op.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		51</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on"> Artikel 8 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In elk van</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lid 1 bedoelde gevallen</STRING></STRING> houden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> de HOT-regels</STRING></STRING> op van toepassing te zijn met ingang van het boekjaar dat volgt op dat waarin de in lid 1 genoemde redenen zich hebben voorgedaan.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">HOT-regels</STRING></STRING> houden op van toepassing te zijn met ingang van het boekjaar dat volgt op dat waarin de in lid 1 genoemde redenen zich hebben voorgedaan.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		52</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De autoriteit van aangifte stelt de gastlidstaten in kennis van de beëindiging als bedoeld in lid 1 vóór het einde van het boekjaar waarin de redenen voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die</STRING></STRING> beëindiging zich hebben voorgedaan.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>De autoriteit van aangifte stelt de gastlidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zo snel mogelijk </STRING></STRING>in kennis van de beëindiging als bedoeld in lid 1 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en in ieder geval </STRING></STRING>vóór het einde van het boekjaar waarin de redenen voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> beëindiging zich hebben voorgedaan.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		53</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>Indien de in artikel 2, lid 1, bedoelde kmo haar fiscale woonplaats naar een andere lidstaat verplaatst, kan zij ervoor kiezen de HOT-regels van de nieuwe lidstaat van haar fiscale woonplaats toe te passen overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 7. Dit wordt als een nieuwe keuze beschouwd.</P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>Indien de in artikel 2, lid 1, bedoelde kmo haar fiscale woonplaats naar een andere lidstaat verplaatst, kan zij ervoor kiezen de HOT-regels van de nieuwe lidstaat van haar fiscale woonplaats toe te passen overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 7. Dit wordt als een nieuwe keuze beschouwd. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De vereiste van artikel 4, lid 1, punt b), is niet van toepassing indien de overdracht van de fiscale woonplaats van de kmo om geldige commerciële redenen in de zin van artikel 15, lid 1), punt a), van Richtlijn 2009/133/EG van de Raad heeft plaatsgevonden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		54</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – alinea 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P>Het hoofdkantoor mag de keuze voor de toepassing van de HOT-regels niet verlengen indien zich <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedurende de vijfjarige periode waarin de HOT-regels aanvankelijk werden toegepast, </STRING></STRING>een van de volgende situaties heeft voorgedaan:</P></OLD><NEW><P>Het hoofdkantoor mag de keuze voor de toepassing van de HOT-regels niet verlengen indien zich een van de volgende situaties heeft voorgedaan:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		55</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – alinea 1 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>de gezamenlijke omzet van de vaste inrichtingen in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> willekeurige, afzonderlijke boekjaren bedroeg meer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> keer de omzet van het hoofdkantoor;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>de gezamenlijke omzet van de vaste inrichtingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of dochterondernemingen </STRING></STRING>in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> willekeurige, afzonderlijke boekjaren bedroeg meer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> keer de omzet van het hoofdkantoor;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		56</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – alinea 1 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>de kmo heeft binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of buiten </STRING></STRING>de Unie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een of meer</STRING></STRING> dochterondernemingen opgericht;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>de kmo heeft binnen de Unie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">meer dan twee</STRING></STRING> dochterondernemingen opgericht;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		57</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – alinea 1 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>het in artikel 2, lid 1, punt d), vastgestelde criterium is gedurende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> opeenvolgende boekjaren niet vervuld.</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>het in artikel 2, lid 1, punt d), vastgestelde criterium is gedurende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> opeenvolgende boekjaren niet vervuld.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		58</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Het hoofdkantoor dient de HOT-belastingaangifte in bij de autoriteit van aangifte.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Het hoofdkantoor dient de HOT-belastingaangifte in bij de autoriteit van aangifte. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaat van het hoofdkantoor staat de kmo bij bij de opstelling van de belastingaangifte, met name wat betreft de toerekening van belastbaar resultaat aan elke vaste inrichting en dochteronderneming in andere lidstaten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		59</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 2 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>de belastingschuld van de kmo met betrekking tot het belastbare resultaat van elke vaste inrichting in andere lidstaten. De belastingschuld wordt berekend door het nationale belastingtarief van de respectieve gastlidstaat toe te passen op het belastbare resultaat, zoals dat is berekend overeenkomstig de HOT-regels.</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>de belastingschuld van de kmo met betrekking tot het belastbare resultaat van elke vaste inrichting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en maximaal twee dochterondernemingen </STRING></STRING>in andere lidstaten. De belastingschuld wordt berekend door het nationale belastingtarief van de respectieve gastlidstaat toe te passen op het belastbare resultaat, zoals dat is berekend overeenkomstig de HOT-regels.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		60</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 3 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Indien een of meer vaste inrichtingen van de kmo krachtens het recht van de gastlidstaat niet verplicht zijn een afzonderlijke financiële jaarrekening op te stellen, bevat de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">HOT-aangifte</STRING></STRING> de volgende gegevens:</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Indien een of meer vaste inrichtingen van de kmo krachtens het recht van de gastlidstaat niet verplicht zijn een afzonderlijke financiële jaarrekening op te stellen, bevat de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aangifte voor belastingheffing volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor</STRING></STRING> de volgende gegevens:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		61</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 3 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>activa en passiva die zijn toegerekend aan de vaste inrichting(en);</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>activa en passiva die zijn toegerekend aan de vaste inrichting(en)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en maximaal twee dochterondernemingen</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		62</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 3 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>de winst die kan worden toegerekend aan de vaste inrichting(en) in andere lidstaten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>de winst die kan worden toegerekend aan de vaste inrichting(en) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en maximaal twee dochterondernemingen </STRING></STRING>in andere lidstaten.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		63</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 4 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>een voorlopige belastingaanslag voor elke vaste inrichting.</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>een voorlopige belastingaanslag voor elke vaste inrichting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en dochteronderneming</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		64</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 5 – eerste alinea – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>een voorlopige belastingaanslag voor de relevante vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichting(</STRING></STRING>en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>een voorlopige belastingaanslag voor de relevante vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichtingen </STRING></STRING>en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> de dochterondernemingen</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		65</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 8</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>8.</NO.P>Indien de belastingautoriteit van de gastlidstaat de voorlopige belastingaanslag verwerpt, herziet zij deze voorlopige belastingaanslag in verband met de toerekening van winsten aan de vaste inrichting overeenkomstig de bepalingen van het toepasselijke<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> bilaterale</STRING></STRING> verdrag ter voorkoming van dubbele belasting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tussen</STRING></STRING> de gastlidstaat en de lidstaat van het hoofdkantoor. Nadat de toerekening van winsten aan de vaste inrichting is herzien en overeenkomstig artikel 8 bis sexies van Richtlijn 2011/16/EU aan de autoriteit van aangifte is meegedeeld, herberekent de autoriteit van aangifte het belastbare resultaat overeenkomstig de belastingregels van de lidstaat van het hoofdkantoor en geeft deze lidstaat een herziene belastingaangifte af. De belastingplichtige is gerechtigd tegen deze herziene belastingaanslag beroep in te stellen bij de rechterlijke instanties van de lidstaat van het hoofdkantoor. Elk geschil over het bedrag van de winst dat aan een vaste inrichting kan worden toegerekend, wordt beslecht overeenkomstig het toepasselijke verdrag ter voorkoming van dubbele belasting of de in Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> 2017</STRING></STRING> vastgestelde bepalingen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>8.</NO.P>Indien de belastingautoriteit van de gastlidstaat de voorlopige belastingaanslag verwerpt, herziet zij deze voorlopige belastingaanslag in verband met de toerekening van winsten aan de vaste inrichting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de dochterondernemingen </STRING></STRING>overeenkomstig de bepalingen van het toepasselijke verdrag ter voorkoming van dubbele belasting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarbij</STRING></STRING> de gastlidstaat en de lidstaat van het hoofdkantoor<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> partij zijn</STRING></STRING>. Nadat de toerekening van winsten aan de vaste inrichting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de dochterondernemingen</STRING></STRING> is herzien en overeenkomstig artikel 8 bis sexies van Richtlijn 2011/16/EU aan de autoriteit van aangifte is meegedeeld, herberekent de autoriteit van aangifte het belastbare resultaat overeenkomstig de belastingregels van de lidstaat van het hoofdkantoor en geeft deze lidstaat een herziene belastingaangifte af. De belastingplichtige is gerechtigd tegen deze herziene belastingaanslag beroep in te stellen bij de rechterlijke instanties van de lidstaat van het hoofdkantoor. Elk geschil over het bedrag van de winst dat aan een vaste inrichting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de dochterondernemingen </STRING></STRING>kan worden toegerekend, wordt beslecht overeenkomstig het toepasselijke verdrag ter voorkoming van dubbele belasting of de in Richtlijn<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>(EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> 2017</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">17</STRING></STRING></STRING> vastgestelde bepalingen.</P></NEW><OLD><P>_________________</P></OLD><NEW><P>_________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">17</STRING> Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie (PB L 265 van 14.10.2017, blz. 1).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">17</STRING> Richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie (PB L 265 van 14.10.2017, blz. 1).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		66</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 9</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>9.</NO.P>Wanneer op grond van de belastingregels van de gastlidstaat bepaalde kosten die verband houden met de werknemers van de vaste inrichting fiscaal aftrekbaar zijn, voor zover de desbetreffende bedragen op het niveau van de werknemer worden belast of onderworpen zijn aan sociale lasten, en er in de lidstaat van het hoofdkantoor geen vergelijkbare fiscale behandeling bestaat die een dergelijke aftrek mogelijk maakt, nemen de lidstaat van het hoofdkantoor en de gastlidstaat passende maatregelen om mogelijke discrepanties te voorkomen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>9.</NO.P>Wanneer op grond van de belastingregels van de gastlidstaat bepaalde kosten die verband houden met de werknemers van de vaste inrichting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of de dochteronderneming </STRING></STRING>fiscaal aftrekbaar zijn, voor zover de desbetreffende bedragen op het niveau van de werknemer worden belast of onderworpen zijn aan sociale lasten, en er in de lidstaat van het hoofdkantoor geen vergelijkbare fiscale behandeling bestaat die een dergelijke aftrek mogelijk maakt, nemen de lidstaat van het hoofdkantoor en de gastlidstaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met behulp van de richtsnoeren van de Commissie,</STRING></STRING> passende maatregelen om mogelijke discrepanties te voorkomen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		67</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – lid 9 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>9 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen richtsnoeren vast voor passende maatregelen met betrekking tot discrepanties als bedoeld in lid 8 van dit artikel.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 15 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		68</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 12 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Inning van de door de vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichting(</STRING></STRING>en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING> in de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gastlidsta(a)t(en)</STRING></STRING> verschuldigde belasting</P></OLD><NEW><P>Inning van de door de vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichtingen </STRING></STRING>en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> dochterondernemingen</STRING></STRING> in de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gastlidstaten</STRING></STRING> verschuldigde belasting</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		69</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 12 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Het hoofdkantoor voldoet, via de autoriteit van aangifte, de inkomstenbelastingschuld ter zake van zowel zijn eigen belastbare resultaat als het belastbare resultaat van zijn vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichting(</STRING></STRING>en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING> in de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gastlidsta(a)t(en)</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Het hoofdkantoor voldoet, via de autoriteit van aangifte, de inkomstenbelastingschuld ter zake van zowel zijn eigen belastbare resultaat als het belastbare resultaat van zijn vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichtingen </STRING></STRING>en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> dochterondernemingen</STRING></STRING> in de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gastlidstaten</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		70</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 12 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De autoriteit van aangifte int de belasting die overeenkomt met de belastingschuld van elke vaste inrichting van het hoofdkantoor in de Unie, past het belastingtarief van de respectieve gastlidstaat toe en maakt het relevante bedrag over aan de bevoegde autoriteit van de respectieve gastlidstaat.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De autoriteit van aangifte int de belasting die overeenkomt met de belastingschuld van elke vaste inrichting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en dochteronderneming </STRING></STRING>van het hoofdkantoor in de Unie, past het belastingtarief van de respectieve gastlidstaat toe en maakt het relevante bedrag<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> onverwijld</STRING></STRING> over aan de bevoegde autoriteit van de respectieve gastlidstaat.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		71</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 12 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de praktische regelingen vast die nodig zijn om te garanderen dat de belasting die overeenkomt met de belastingschuld van de vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichting(en)</STRING></STRING>, door de lidstaat van het hoofdkantoor wordt geïnd en aan de gastlidstaat wordt overgemaakt. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 15 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de praktische regelingen vast die nodig zijn om te garanderen dat de belasting die overeenkomt met de belastingschuld van de vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichtingen of dochterondernemingen</STRING></STRING>, door de lidstaat van het hoofdkantoor wordt geïnd en aan de gastlidstaat wordt overgemaakt. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 15 bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		72</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 13 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Tenzij anders is bepaald, doen de bepalingen van deze richtlijn geen afbreuk aan de nationale voorschriften van de lidstaten inzake lokale belastingcontroles, rechtsmiddelen en -procedures, noch aan de op het niveau van de Unie beschikbare of in de toepasselijke bilaterale belastingverdragen ter voorkoming van dubbele belasting vastgestelde mechanismen voor geschillenbeslechting.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Tenzij anders is bepaald, doen de bepalingen van deze richtlijn geen afbreuk aan de nationale voorschriften van de lidstaten inzake lokale belastingcontroles, rechtsmiddelen en -procedures, noch aan de op het niveau van de Unie beschikbare of in de toepasselijke bilaterale belastingverdragen ter voorkoming van dubbele belasting vastgestelde mechanismen voor geschillenbeslechting. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze richtlijn laat de commerciële, boekhoudkundige en fiscale verplichtingen van vaste inrichtingen en dochterondernemingen uit hoofde van de nationale voorschriften van de gastlidstaat onverlet.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		73</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 13 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">belastingautoriteit</STRING></STRING> van de gastlidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kan</STRING></STRING> verzoeken dat samen met de autoriteit van aangifte een audit wordt uitgevoerd met betrekking tot de berekening van het belastbare resultaat van de vaste inrichting overeenkomstig de HOT-regels, de toerekening van winsten aan de vaste inrichting en/of het toepasselijke belastingtarief. Gezamenlijke audits worden uitgevoerd overeenkomstig Richtlijn 2011/16/EU van de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">18</STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niettegenstaande de bepalingen van de voornoemde richtlijn aanvaardt de aangezochte bevoegde autoriteit een dergelijk verzoek</STRING></STRING> van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">autoriteiten</STRING></STRING> van de gastlidstaat.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">belastingautoriteiten</STRING></STRING> van de gastlidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen</STRING></STRING> verzoeken dat samen met de autoriteit van aangifte een audit wordt uitgevoerd met betrekking tot de berekening van het belastbare resultaat van de vaste inrichting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of de dochteronderneming</STRING></STRING> overeenkomstig de HOT-regels, de toerekening van winsten aan de vaste inrichting en/of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de dochteronderneming en/of </STRING></STRING>het toepasselijke belastingtarief. Gezamenlijke audits worden uitgevoerd overeenkomstig Richtlijn 2011/16/EU van de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">18</STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd Richtlijn 2011/16/EU kan het verzoek om een gezamenlijke audit ook door de belastingautoriteit van de lidstaat</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het hoofdkantoor worden ingediend bij </STRING></STRING>de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">belastingautoriteit</STRING></STRING> van de gastlidstaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van elke vaste inrichting of dochteronderneming</STRING></STRING>.</P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_________________</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">_________________</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">18</STRING> Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">18</STRING> Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		74</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 13 – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een audit moet worden uitgevoerd op initiatief van de lidstaat van het hoofdkantoor, verzoekt de lidstaat van het hoofdkantoor de gastlidstaat deze audit gezamenlijk uit te voeren.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		75</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2011/16/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 bis sexies – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Indien een hoofdkantoor zoals omschreven in artikel 3, punt 2, van de richtlijn tot vaststelling van een belastingstelsel voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor<STRING SUPERSCRIPT="on">20</STRING>, dat ervoor kiest om overeenkomstig artikel 6 van die richtlijn de HOT-regels op zijn vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichting(en)</STRING></STRING> toe te passen, voldoet aan de vereisten voor de toepassing van die regels, deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van het hoofdkantoor via automatische inlichtingenuitwisseling aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de vaste inrichting mee dat het belastbare resultaat van de betrokken vaste inrichting moet worden berekend overeenkomstig de HOT-regels. Deze mededeling geschiedt binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee maanden</STRING></STRING> na de kennisgeving door het hoofdkantoor van zijn keuze om de HOT-regels toe te passen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Indien een hoofdkantoor zoals omschreven in artikel 3, punt 2, van de richtlijn tot vaststelling van een belastingstelsel voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor<STRING SUPERSCRIPT="on">20</STRING>, dat ervoor kiest om overeenkomstig artikel 6 van die richtlijn de HOT-regels op zijn vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichtingen of zijn dochterondernemingen</STRING></STRING> toe te passen, voldoet aan de vereisten voor de toepassing van die regels, deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van het hoofdkantoor via automatische inlichtingenuitwisseling aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de vaste inrichting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of de dochterondernemingen </STRING></STRING>mee dat het belastbare resultaat van de betrokken vaste inrichting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of de dochterondernemingen </STRING></STRING>moet worden berekend overeenkomstig de HOT-regels. Deze mededeling geschiedt binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">één maand</STRING></STRING> na de kennisgeving door het hoofdkantoor van zijn keuze om de HOT-regels toe te passen.</P></NEW><OLD><P>______________________</P></OLD><NEW><P>______________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">20</STRING> Richtlijn … [OJ: Please insert the number, date, title and OJ reference of that Directive].</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">20</STRING> Richtlijn … [OJ: Please insert the number, date, title and OJ reference of that Directive].</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		76</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2011/16/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 bis sexies – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> maanden nadat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van het hoofdkantoor kennisgeving heeft gedaan van het besluit over de toepassing van de HOT-regels, deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de vaste inrichting aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van het hoofdkantoor het belastingtarief mee dat van toepassing is op de vaststelling van de belastingschuld van de op haar grondgebied gelegen vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichting(en)</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Binnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> maanden nadat de bevoegde autoriteit van de lidstaat van het hoofdkantoor kennisgeving heeft gedaan van het besluit over de toepassing van de HOT-regels, deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de vaste inrichting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of de dochteronderneming </STRING></STRING>aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van het hoofdkantoor het belastingtarief mee dat van toepassing is op de vaststelling van de belastingschuld van de op haar grondgebied gelegen vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichtingen of dochterondernemingen</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		77</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2011/16/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 bis sexies – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>	De bevoegde autoriteit van de lidstaat van het hoofdkantoor deelt via automatische inlichtingenuitwisseling de in lid 2 van dit artikel genoemde inlichtingen mee aan de bevoegde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">autoriteit(en)</STRING></STRING> van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidsta(a)t(en)</STRING></STRING> van de vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichting(en)</STRING></STRING> overeenkomstig de praktische regelingen die zijn vastgesteld krachtens artikel 21.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>De bevoegde autoriteit van de lidstaat van het hoofdkantoor deelt via automatische inlichtingenuitwisseling de in lid 2 van dit artikel genoemde inlichtingen mee aan de bevoegde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">autoriteiten</STRING></STRING> van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidstaten</STRING></STRING> van de vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichtingen of de dochterondernemingen</STRING></STRING> overeenkomstig de praktische regelingen die zijn vastgesteld krachtens artikel 21.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		78</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2011/16/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 bis sexies – lid 4 – punt iii</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>iii)</NO.P>een voorlopige belastingaanslag voor de relevante vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichting(</STRING></STRING>en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>iii)</NO.P>een voorlopige belastingaanslag voor de relevante vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichtingen </STRING></STRING>en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> dochterondernemingen</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		79</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – alinea 1 – punt 2</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Richtlijn 2011/16/EU</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 bis sexies – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P>Indien de belastingautoriteit van de lidstaat van de vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichting(en)</STRING></STRING> de voorlopige belastingaangifte herziet in verband met de toerekening van winsten aan de vaste inrichting overeenkomstig de bepalingen van het toepasselijke bilaterale verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen de gastlidstaat en de lidstaat van het hoofdkantoor, nadat zij de door de lidstaat van het hoofdkantoor opgestelde voorlopige belastingaanslag heeft verworpen, deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichting(en)</STRING></STRING> deze herziene belastingaanslag binnen een maand na de opstelling ervan mee aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van het hoofdkantoor, met het oog op de herberekening van het belastbare resultaat van de vaste inrichting, de opstelling van een herziene belastingaanslag en de inning van de belasting.</P></OLD><NEW><P><NO.P>6.</NO.P>Indien de belastingautoriteit van de lidstaat van de vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichtingen of dochterondernemingen</STRING></STRING> de voorlopige belastingaangifte herziet in verband met de toerekening van winsten aan de vaste inrichting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of de dochteronderneming </STRING></STRING>overeenkomstig de bepalingen van het toepasselijke bilaterale verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen de gastlidstaat en de lidstaat van het hoofdkantoor, nadat zij de door de lidstaat van het hoofdkantoor opgestelde voorlopige belastingaanslag heeft verworpen, deelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van de vaste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inrichtingen of dochterondernemingen</STRING></STRING> deze herziene belastingaanslag binnen een maand na de opstelling ervan mee aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van het hoofdkantoor, met het oog op de herberekening van het belastbare resultaat van de vaste inrichting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of dochteronderneming</STRING></STRING>, de opstelling van een herziene belastingaanslag en de inning van de belasting.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		80</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 17 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Het Europees Parlement wordt door de Commissie in kennis gesteld van de vastgestelde gedelegeerde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">handelingen</STRING></STRING>, van de bezwaren daartegen en van de intrekking van de bevoegdheidsdelegatie door de Raad.</P></OLD><NEW><P>Het Europees Parlement wordt door de Commissie in kennis gesteld van de vastgestelde gedelegeerde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en uitvoeringshandelingen</STRING></STRING>, van de bezwaren daartegen en van de intrekking van de bevoegdheidsdelegatie door de Raad.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		81</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens, die overeenkomstig deze richtlijn zijn verwerkt, worden niet langer bewaard dan nodig is om de doeleinden van deze richtlijn — in het bijzonder de verificatie van de deelnamevereisten en de vaststelling van de belastingschuld van de belastingbetalers — te verwezenlijken overeenkomstig de nationale verjaringsregels van elke verwerkingsverantwoordelijke<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, maar</STRING></STRING> in geen geval langer dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tien</STRING></STRING> jaar.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens, die overeenkomstig deze richtlijn zijn verwerkt, worden niet langer bewaard dan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">strikt </STRING></STRING>nodig is<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> (de “bewaringstermijn”)</STRING></STRING> om de doeleinden van deze richtlijn — in het bijzonder de verificatie van de deelnamevereisten en de vaststelling van de belastingschuld van de belastingbetalers — te verwezenlijken overeenkomstig de nationale verjaringsregels van elke verwerkingsverantwoordelijke<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. De bewaringstermijn gaat in wanneer persoonsgegevens voor het eerst worden verwerkt voor de toepassing van deze richtlijn en mag in geen geval langer zijn dan zeven jaar.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		82</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn onderzoekt en evalueert de Commissie de werking ervan en brengt zij daarover verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad. Het verslag gaat zo nodig vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze richtlijn.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze richtlijn onderzoekt en evalueert de Commissie de werking ervan en brengt zij daarover verslag uit aan het Europees Parlement en de Raad. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het verslag onderzoekt de Commissie onder meer of de HOT-regels ook moeten worden toegepast op een of meer dochterondernemingen van de kmo’s.</STRING></STRING> Het verslag gaat zo nodig vergezeld van een voorstel tot wijziging van deze richtlijn.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		83</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 – lid 1 – alinea 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het in lid 1 bedoelde verslag wordt onder meer beoordeeld of het mogelijk is het toepassingsgebied uit te breiden, met name naar andere bedrijven zoals bedoeld in artikel 3, leden 5 en 6, van Richtlijn 2013/34/EU, en nagegaan of de in artikel 4 van deze richtlijn vastgestelde deelnamevereisten toereikend zijn met het oog op de toepassing van de HOT-regels door kmo’s en met name of de vereiste met betrekking tot de gezamenlijke omzet van de vaste inrichtingen en/of dochterondernemingen passend is. In het verslag wordt ook beoordeeld of de in artikel 10 van deze richtlijn vastgestelde criteria, namelijk de uitsluiting van kmo’s met meer dan twee dochterondernemingen, en de uitsluiting van de scheepvaartactiviteiten als bedoeld in artikel 5 van deze richtlijn, passend zijn. Daarnaast wordt in het verslag beoordeeld of en hoe de in deze richtlijn vastgestelde procedures verder kunnen worden gestroomlijnd om de nalevingskosten te verlagen en of er uit de toepassing van deze richtlijn lering kan worden getrokken voor de vennootschapsbelasting in het algemeen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		84</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten verstrekken de Commissie overeenkomstig lid 3 relevante informatie voor de evaluatie van de richtlijn, met inbegrip van geaggregeerde gegevens over het aantal in aanmerking komende kmo’s ten opzichte van het aantal kmo’s dat zich heeft aangemeld, hun omzet en de nalevingskosten in verhouding tot de omzet; gegevens over het aantal kmo’s dat hun activiteiten tot over de grenzen heeft uitgebreid door een vaste inrichting op te zetten, en het aantal kmo’s dat niet langer in aanmerking komt doordat zij <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een dochteronderneming</STRING></STRING> hebben opgericht, of de nalevingskosten voor kmo’s die van de optie gebruikmaken.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten verstrekken de Commissie overeenkomstig lid 3 relevante informatie voor de evaluatie van de richtlijn, met inbegrip van geaggregeerde gegevens over het aantal in aanmerking komende kmo’s ten opzichte van het aantal kmo’s dat zich heeft aangemeld, hun omzet en de nalevingskosten in verhouding tot de omzet; gegevens over het aantal kmo’s dat hun activiteiten tot over de grenzen heeft uitgebreid door een vaste inrichting op te zetten, en het aantal kmo’s dat niet langer in aanmerking komt doordat zij <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">meer dan twee dochterondernemingen</STRING></STRING> hebben opgericht, of de nalevingskosten voor kmo’s die van de optie gebruikmaken.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		85</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie evalueert mogelijke juridische obstakels bij de toepassing van deze richtlijn, zoals het ontbreken van een gemeenschappelijke en geharmoniseerde definitie van vaste inrichtingen en dochterondernemingen in de Unie, rekening houdend met internationale normen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		86</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 20 – lid 1 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten dienen vóór 31 december <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2025</STRING></STRING> de bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten dienen vóór 31 december <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2024</STRING></STRING> de bepalingen vast te stellen en bekend te maken die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		87</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 20 – lid 1 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 januari <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2026</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P>Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 januari <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">2025</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND></AMDLST></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>