<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF3" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0221</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Procedures van de Unie voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk gebruik en regels voor het Europees Geneesmiddelenbureau</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0141/2024 - Rapporteur: Tiemo Wölken)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 10 april 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van procedures van de Unie voor het verlenen van vergunningen en het toezicht met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot vaststelling van regels voor het Europees Geneesmiddelenbureau, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1394/2007 en Verordening (EU) nr. 536/2014 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 726/2004, Verordening (EG) nr. 141/2000 en Verordening (EG) nr. 1901/2006 (COM(2023)0193 – C9-0144/2023 – 2023/0131(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2023)0193),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 en artikel 168, lid 4, punt c), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9-0144/2023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 25 oktober 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/879, 6.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/879/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na raadpleging van het Comité van de Regio’s,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 59 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie industrie, onderzoek en energie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brieven van de Begrotingscommissie en de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (A9-0141/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TC1-COD(2023)0131</STRING></IDENT><TCONSOLID><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 10 april 2024 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2024/... van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van procedures van de Unie voor het verlenen van vergunningen en het toezicht met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot vaststelling van regels voor het Europees Geneesmiddelenbureau, tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1394/2007 en Verordening (EU) nr. 536/2014 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 726/2004, Verordening (EG) nr. 141/2000 en Verordening (EG) nr. 1901/2006</STRING><BRK/></TI><NOTE>(Voor de EER relevante tekst)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT>HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</PRINIT><GRVISA><VISA><P>Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114 en artikel 168, lid 4, punt c),</P></VISA><VISA><P>Gezien het voorstel van de Europese Commissie,</P></VISA><VISA><P>Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité<FOOTNOTE><FIELD>PB C , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Gezien het advies van het Comité van de Regio’s<FOOTNOTE><FIELD>PB C , blz. .</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P>Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><GRCINIT>Overwegende hetgeen volgt:</GRCINIT><CONS><P><NO.P>(-1)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ervoor zorgen dat patiënten de geneesmiddelen ontvangen die zij nodig hebben, wanneer zij die nodig hebben en ongeacht waar in de Unie zij wonen, is een centrale doelstelling van de Europese gezondheidsunie. Het waarborgen van het concurrentievermogen van de Europese farmaceutische industrie en het bieden van een betere beschikbaarheid van geneesmiddelen en gelijkwaardiger en tijdiger toegang voor patiënten is een belangrijke doelstelling van de voorgestelde hervorming van de farmaceutische sector in de Unie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 1]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(1)</NO.P>Dankzij het farmaceutische kader van de Unie worden er in de Unie vergunningen verleend voor veilige, werkzame en hoogwaardige geneesmiddelen, wat heeft bijgedragen tot een hoog niveau van volksgezondheid en een soepele werking van de interne markt voor deze producten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(1 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze verordening moet een bijdrage leveren aan de uitvoering van de “één gezondheid”-benadering, waarbij de aangetoonde onderlinge verbondenheid tussen de gezondheid van mensen, dieren en het ecosysteem en de noodzaak om deze drie dimensies op te nemen bij het aanpakken van bedreigingen van de volksgezondheid worden onderstreept. De druk op en de aantasting van het milieu, met inbegrip van biodiversiteitsverlies, kunnen de overdracht van ziekten en de bijbehorende gevolgen op mensen en dieren in de hand werken. Vervuiling door actieve farmaceutische ingrediënten heeft daarnaast negatieve gevolgen voor de kwaliteit van wateren en ecosystemen en zorgt voor een snelle toename van antimicrobiële resistentie, hetgeen risico’s voor de mondiale volksgezondheid veroorzaakt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 2]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(2)</NO.P>De farmaceutische strategie voor Europa vertegenwoordigt een keerpunt door de toevoeging van nieuwe belangrijke doelstellingen en het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">streven om een aantrekkelijke omgeving te </STRING></STRING>creëren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor onderzoek naar en de ontwikkeling en productie van geneesmiddelen in de Unie, naast</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">van</STRING> een modern kader dat innovatieve en gevestigde geneesmiddelen tegen betaalbare prijzen beschikbaar stelt voor patiënten en gezondheidszorgstelsels, waarbij de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">strijd tegen tekorten aan geneesmiddelen wordt opgevoerd, de </STRING></STRING>voorzieningszekerheid wordt gewaarborgd en milieubezwaren worden aangepakt.<STRING BOLD="on"> [Am. 3]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(2 bis)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ter aanvulling van de maatregelen om tekorten aan geneesmiddelen aan te pakken, wordt in de mededeling van de Commissie van 24 oktober 2023 getiteld “Het aanpakken van geneesmiddelentekorten in de EU” beoogd nijpende tekorten aan geneesmiddelen aan te pakken en de voorzieningszekerheid in de Unie te versterken door onder meer de inzet van een Europees vrijwillig solidariteitsmechanisme voor geneesmiddelen, dat de lidstaten in staat stelt hun voorraden te verdelen in geval van tekorten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 4]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(3)</NO.P>Zoals door de Raad en het Europees Parlement is benadrukt, is de aanpak van de ongelijke toegankelijkheid van geneesmiddelen voor patiënten een belangrijke prioriteit geworden van de farmaceutische strategie voor Europa. De lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en het Europees Parlement </STRING></STRING>hebben opgeroepen tot herziene mechanismen en stimulansen voor de ontwikkeling van geneesmiddelen die zijn afgestemd op onvervulde medische behoeften en tegelijkertijd de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">transparantie van het proces en de </STRING></STRING>toegankelijkheid<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> beschikbaarheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en betaalbaarheid</STRING></STRING> van geneesmiddelen voor patiënten in alle lidstaten waarborgen.<STRING BOLD="on"> [Am. 5]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(4)</NO.P>Bij eerdere wijzigingen van de geneesmiddelenwetgeving van de Unie is de toegankelijkheid van geneesmiddelen aangepakt door te voorzien in een versnelde beoordeling van aanvragen voor vergunningen voor het in de handel brengen of door toe te staan dat er voorwaardelijke vergunningen voor het in de handel brengen worden verleend voor geneesmiddelen voor onvervulde medische behoeften. Hoewel door deze maatregelen de vergunningverlening voor innovatieve en veelbelovende therapieën <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op bepaalde gebieden </STRING></STRING>is versneld<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en er nog veel volksgezondheidsprioriteiten niet aangepakt zijn</STRING></STRING>, bereiken deze geneesmiddelen niet altijd de patiënt en varieert de toegankelijkheid van deze geneesmiddelen voor patiënten in de Unie.<STRING BOLD="on"> [Am. 6]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(5)</NO.P>De COVID-19-pandemie heeft kritieke kwesties <STRING STRIKE="on">aan het licht gebracht</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nog verder benadrukt</STRING></STRING> die een hervorming van het geneesmiddelenkader van de Unie vereisen om de veerkracht ervan te versterken en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tegelijkertijd de beschikbaarheid van geneesmiddelen te verbeteren, en </STRING></STRING>ervoor te zorgen dat het<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> aansluit op de behoeften in verband met de volksgezondheid en</STRING></STRING> de burgers onder alle omstandigheden ten goede komt.<STRING BOLD="on"> [Am. 7]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(5 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De COVID-19-pandemie heeft ook verschillen aan het licht gebracht wat betreft de capaciteit van de gezondheidszorgstelsels, de nationale infrastructuur voor immunisatie, tekorten en voorbereiding. Naast de maatregelen in deze verordening moeten de lidstaten hun nationale immunisatieprogramma’s versterken, ervoor zorgen dat hun bevolking beter beschermd is tegen infectieziekten en beter voorbereid is op en reageert op pandemieën.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 8]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(6)</NO.P><STRING STRIKE="on">Omwille van de duidelijkheid</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Derhalve</STRING></STRING> moet Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot vaststelling van procedures van de Unie voor het verlenen van vergunningen en het toezicht met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot oprichting van een Europees Geneesmiddelenbureau (PB L 136 van 30.4.2004, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> worden vervangen door een nieuwe verordening.<STRING BOLD="on"> [Am. 9]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(7)</NO.P>Diergeneesmiddelen vallen onder Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van Richtlijn 2001/82/EG (PB L 4 van 7.1.2019, blz. 43).</FIELD></FOOTNOTE>. Deze geneesmiddelen vallen buiten het toepassingsgebied van deze verordening, al zijn sommige bepalingen in deze verordening betreffende de governance en de algemene taken van het Bureau van toepassing op deze geneesmiddelen. De specifieke taken van het Bureau met betrekking tot diergeneesmiddelen zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2019/6 en Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 470/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 tot vaststelling van communautaire procedures voor het vaststellen van grenswaarden voor residuen van farmacologisch werkzame stoffen in levensmiddelen van dierlijke oorsprong, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad en tot wijziging van Richtlijn 2001/82/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(8)</NO.P>Het toepassingsgebied van de verlening van gecentraliseerde vergunningen voor geneesmiddelen is aangepast aan de realiteit van de markt en de technologische ontwikkelingen, alsook aan de noodzaak om te zorgen voor een gecentraliseerde beoordeling van bepaalde categorieën geneesmiddelen. In het licht van het verslag van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de ervaring die is opgedaan met de procedures voor het verlenen van vergunningen en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk gebruik in overeenstemming met voorschriften van de Europese wetgeving inzake geneesmiddelen voor menselijk gebruik, COM(2021) 497 final.</FIELD></FOOTNOTE> over de opgedane ervaring is het noodzakelijk gebleken de procedures voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen in de Unie te verbeteren en bepaalde administratieve aspecten van het Europees Geneesmiddelenbureau te wijzigen. Daarnaast moet het regelgevingskader worden aangepast aan de huidige marktomstandigheden en de economische realiteit, waarbij tegelijkertijd een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid en het milieu moet worden gewaarborgd. In de conclusies van dat verslag worden correcties gevraagd van sommige operationele procedures en worden aanpassingen vereist om rekening te houden met de wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen. Uit dat verslag blijkt ook dat aan de voorheen vastgestelde algemene beginselen met betrekking tot de gecentraliseerde procedure voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen (“gecentraliseerde procedure”) moet worden vastgehouden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(9)</NO.P>Wat het toepassingsgebied van deze verordening betreft, is de verlening van vergunningen voor antimicrobiële stoffen<STRING STRIKE="on"> in beginsel</STRING> in het belang van de gezondheid van patiënten op het niveau van de Unie, en het moet daarom mogelijk worden gemaakt om op het niveau van de Unie vergunningen te verlenen voor dergelijke stoffen.<STRING BOLD="on"> [Am. 10]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(10)</NO.P>Om een hoog niveau van wetenschappelijke beoordeling van nieuwe geneesmiddelen en geneesmiddelen die de gehele bevolking van de Unie zullen dienen, te handhaven, moet de gecentraliseerde procedure verplicht zijn voor met behulp van hoogwaardige technieken, met name met behulp van biotechnologische processen, vervaardigde geneesmiddelen, prioritaire antimicrobiële stoffen, weesgeneesmiddelen, geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik en geneesmiddelen die werkzame stoffen bevatten waarvoor nog geen vergunning was verleend vóór de laatste belangrijke wijziging van het toepassingsgebied van de gecentraliseerde procedure in 2004.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(11)</NO.P>Op het gebied van geneesmiddelen voor menselijk gebruik moet ook in de gevallen waarin het gebruik van één enkele procedure een meerwaarde voor de patiënt oplevert, worden voorzien in facultatieve toegang tot de gecentraliseerde procedure. De gecentraliseerde procedure moet facultatief blijven voor geneesmiddelen die weliswaar niet behoren tot de categorieën geneesmiddelen waarvoor de Unie een vergunning moet verlenen, maar die toch een therapeutische innovatie vormen. Het is ook passend deze procedure open te stellen voor geneesmiddelen die weliswaar niet innovatief zijn, maar die toch van nut kunnen zijn voor de samenleving of voor patiënten, met inbegrip van pediatrische patiënten, indien er van meet af aan op het niveau van de Unie een vergunning voor wordt verleend, zoals bepaalde geneesmiddelen die zonder medisch voorschrift kunnen worden verstrekt. Deze optie kan worden uitgebreid tot generieke geneesmiddelen en biosimilars waarvoor door de Unie een vergunning wordt verleend, mits dit op geen enkele wijze afbreuk doet aan de harmonisatie die bij de beoordeling van het referentiegeneesmiddel is bereikt, noch aan de resultaten van die beoordeling. Tegelijkertijd kan, om een ruime beschikbaarheid van generieke geneesmiddelen te waarborgen, voor deze geneesmiddelen in elk geval door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten een vergunning worden verleend, ook al zijn zij gebaseerd op referentiegeneesmiddel waarvoor een gecentraliseerde vergunning is verleend.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(12)</NO.P>De structuur en de werking van de verschillende organen waaruit het Bureau is samengesteld, moeten zodanig opgezet zijn dat rekening wordt gehouden met de vereisten van voortdurende vernieuwing van de wetenschappelijke expertise, samenwerking tussen instanties van de Unie en van de lidstaten, en passende maatschappelijke betrokkenheid, alsmede met de toekomstige uitbreiding van de Unie. De verschillende organen van het Bureau moeten goede contacten leggen en onderhouden met de betrokken partijen, in het bijzonder met vertegenwoordigers van patiënten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met consumenten</STRING></STRING> en met gezondheidswerkers.<STRING BOLD="on"> [Am. 11]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(13)</NO.P>De voornaamste taak van het Bureau moet erin bestaan wetenschappelijk advies van het hoogst mogelijke niveau te verstrekken aan de instellingen van de Unie en aan de lidstaten, zodat deze de hun door rechtshandelingen van de Unie op het gebied van geneesmiddelen verleende bevoegdheden op het gebied van het verlenen van vergunningen en het toezicht met betrekking tot geneesmiddelen kunnen uitoefenen. De vergunning voor het in de handel brengen mag door de Commissie slechts worden verleend nadat het Bureau een uniforme wetenschappelijke beoordeling op het hoogst mogelijke niveau van de kwaliteit, de veiligheid en de werkzaamheid van met behulp van hoogwaardige technieken vervaardigde geneesmiddelen heeft uitgevoerd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en een milieurisicobeoordeling is uitgevoerd</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 12]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(14)</NO.P>Teneinde te zorgen voor nauwe samenwerking tussen het Bureau en wetenschappers die in de lidstaten werkzaam zijn, moet de raad van beheer zodanig worden samengesteld dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten nauw worden betrokken bij het algemene beheer van het systeem van de Unie voor geneesmiddelenvergunningen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(15)</NO.P>Het budget van het Bureau moet<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> transparant zijn en</STRING></STRING> bestaan uit vergoedingen en heffingen die door de particuliere sector worden betaald, bijdragen uit de begroting van de Unie voor de uitvoering van het beleid van de Unie, en bijdragen van derde landen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Hoewel de financiering van het Bureau grotendeels uit vergoedingen afkomstig is, is het Bureau een overheidsinstantie. Het is uiterst belangrijk dat de integriteit en de onafhankelijkheid ervan gewaarborgd worden, om het vertrouwen van het publiek in het regelgevingskader van de Unie te behouden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 13]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(16)</NO.P>De exclusieve bevoegdheid voor het opstellen van de adviezen van het Bureau over alle aangelegenheden betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik dient te berusten bij het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(17)</NO.P>De oprichting van het Bureau bij Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EEG) nr. 1647/2003 van de Raad van 18 juni 2003 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2309/93 tot vaststelling van communautaire procedures voor het verlenen van vergunningen voor en het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en tot oprichting van een Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling (PB L 245 van 29.9.2003, blz. 19).</FIELD></FOOTNOTE>, die is vervangen door Verordening (EG) nr. 726/2004, heeft het mogelijk gemaakt de wetenschappelijke beoordeling van en de controle op geneesmiddelen in de Unie te versterken, met name via zijn wetenschappelijke organen en comités waarvoor de bevoegde autoriteiten van de lidstaten deskundigen en expertise ter beschikking stellen, waardoor een onafhankelijke beoordeling van hoge kwaliteit is gewaarborgd. Bij deze verordening wordt geen nieuw bureau ingesteld. Het in deze verordening genoemde Bureau is het bij Verordening (EG) nr. 726/2004 ingestelde Bureau.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(18)</NO.P>Het werkterrein van de wetenschappelijke comités moet worden uitgebreid en hun werkwijze en samenstelling gemoderniseerd. In dit verband is het belangrijk dat patiënten en gezondheidswerkers worden vertegenwoordigd in het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik, aangezien dit het belangrijkste beoordelingscomité van het Bureau voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik is.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(18 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Bureau moet transparante criteria vaststellen voor de benoeming van vertegenwoordigers van patiënten en gezondheidswerkers tot het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking teneinde een evenwichtige vertegenwoordiging van geneeskundige specialisaties en ziekten onder de benoemde leden en plaatsvervangers te waarborgen en om te zorgen voor robuuste regels voor het voorkomen van belangenconflicten. De vermelding van directe of indirecte financiële of andere belangen in de farmaceutische of een andere geneeskundige industrie die gevolgen kunnen hebben voor de onpartijdigheid van de benoemde belanghebbenden moet een integraal onderdeel van het selectieproces zijn en vervolgens openbaar worden gemaakt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 14]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(19)</NO.P>Aan de toekomstige aanvragers van een vergunning voor het in de handel brengen moet in het algemeen grondig wetenschappelijk advies worden gegeven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, dat moet worden aangepast aan de specifieke kenmerken van het betrokken geneesmiddel</STRING></STRING>. Voorts moeten structuren tot stand worden gebracht die de ontwikkeling van advies aan ondernemingen, met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en entiteiten zonder winstoogmerk</STRING></STRING>, mogelijk maken.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het Bureau moet ook open en openbare uitwisselingen over de laatste wetenschappelijke ontwikkelingen en actualiseringen van wetenschappelijke richtsnoeren bevorderen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 15]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(20)</NO.P>Veelbelovende geneesmiddelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en bepaalde combinatieproducten van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen, alsook medische producten die exclusief met medische hulpmiddelen worden gebruikt,</STRING></STRING> die het potentieel hebben om in aanzienlijke mate te voorzien in de onvervulde medische behoeften van patiënten, moeten profiteren van vroegtijdige en versterkte wetenschappelijke ondersteuning<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer door middel van de ondersteuning van voor patiënten relevante in-vitro- en in-silicotechnologieën, die essentieel zijn voor de ontwikkeling van deze producten</STRING></STRING>. Deze ondersteuning zal patiënten uiteindelijk helpen zo vroeg mogelijk te profiteren van nieuwe therapieën.<STRING BOLD="on"> [Am. 16]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(20 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Naast de onvervulde medische behoeften die reeds worden erkend in verband met kinderziekten, antimicrobiële ziekten, oncologische ziekten, zeldzame ziekten en neurodegeneratieve ziekten, moet er ook aandacht worden besteed aan de onvervulde medische behoeften in verband met de geestelijke gezondheid en de behandelingen daarvoor.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 17]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(21)</NO.P>Om een informatiever advies en een uitwisseling van informatie tussen verschillende instanties mogelijk te maken, moet de wetenschappelijke advisering door het Bureau soms gelijktijdig met de wetenschappelijke advisering door andere instanties plaatsvinden. Dit moet het geval zijn voor het gezamenlijke wetenschappelijke overleg dat wordt uitgevoerd door de coördinatiegroep van de lidstaten inzake evaluatie van gezondheidstechnologie zoals bedoeld in Verordening (EU) 2021/2282 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/2282 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 betreffende de evaluatie van gezondheidstechnologie en tot wijziging van Richtlijn 2011/24/EU (PB L 458 van 22.12.2021, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> en, in het geval van geneesmiddelen waarbij een medisch hulpmiddel is betrokken, voor de raadpleging van de deskundigenpanels zoals beschreven in artikel 106 van Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen, tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009 en tot intrekking van Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG van de Raad (PB L 117 van 5.5.2017, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>. Wanneer in het kader van andere relevante rechtshandelingen van de Unie parallelle raadplegingsmechanismen voor wetenschappelijk advies zijn ingesteld, moet een soortgelijk mechanisme van toepassing zijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(21 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op basis van het besluit van de Europese Ombudsman in strategisch onderzoek OI/7/2017/KR van 17 juli 2019 naar de manier waarop het Europees Geneesmiddelenbureau in de periode tot de aanvraag van een vergunning voor het in de Unie in de handel brengen van nieuwe geneesmiddelen met ontwikkelaars van geneesmiddelen interageert, moet het Bureau de transparantie van wetenschappelijk advies vergroten. Daarnaast mogen personeelsleden en deskundigen van de nationale bevoegde autoriteiten die wetenschappelijk advies verlenen, voor zover mogelijk, niet worden betrokken bij een latere evaluatie van de aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen van dezelfde producten. In naar behoren gemotiveerde gevallen, bijvoorbeeld wanneer de indicatie van een geneesmiddel betrekking heeft op een zeldzame ziekte, moet die deskundige echter een latere beoordeling van hetzelfde product kunnen uitvoeren, mits dit naar behoren wordt gedocumenteerd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 18]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(22)</NO.P>Voorts moet de rol van de wetenschappelijke comités worden versterkt zodat het Bureau actief betrokken kan zijn bij de internationale wetenschappelijke dialoog en bepaalde activiteiten kan ontplooien die nodig zullen zijn, vooral inzake internationale wetenschappelijke harmonisatie en technische samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(23)</NO.P>Daarnaast is het, met het oog op een grotere rechtszekerheid maar onverminderd de bepalingen van Verordening (EU) 2019/6, die van toepassing blijven voor diergeneesmiddelen, nodig de bevoegdheden inzake de regels inzake openbaarheid voor de werkzaamheden van het Bureau nader te omschrijven, bepaalde voorwaarden voor het in de handel brengen van een geneesmiddel waarvoor de Unie een vergunning heeft verleend, nader te bepalen, aan het Bureau bevoegdheid toe te kennen ter bewaking van de distributie van geneesmiddelen waarvoor de Unie een vergunning heeft verleend en ter uitvoering van inspecties in derde landen samen met de lidstaten, alsmede sancties en de wijze van toepassing van deze sancties te bepalen in geval van niet-naleving van de bepalingen van deze verordening en de voorwaarden van de in het kader van de bij de verordening vastgestelde procedures verleende vergunningen voor het in de handel brengen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(24)</NO.P>Het Bureau moet met name de bevoegdheid krijgen en van de benodigde capaciteit worden voorzien om inspecties uit te voeren, wanneer dit in het belang is van de Unie en wanneer de bevoegde autoriteiten van de lidstaten om ondersteuning verzoeken bij de uitvoering van hun taken uit hoofde van de herziene Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311 van 28.11.2001, blz. 67).</FIELD></FOOTNOTE>. Het belang van de Unie kan betrekking hebben op situaties waarin, om een snellere toegang tot geneesmiddelen te waarborgen, uitdagingen met betrekking tot de inspectiecapaciteit op nationaal niveau tijdig moeten worden aangepakt of waarin een reactie op een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid of een ingrijpende gebeurtenis onmiddellijke actie vereist. Het ter beschikking stellen van passende inspectiecapaciteit aan het Bureau zal ook, in het belang van de Unie, de verspreiding van beste praktijken en knowhow vergemakkelijken en het toezicht op de wereldwijde geneesmiddelenproductie verbeteren. Op verzoek van een bevoegde autoriteit van de lidstaat kan het Bureau er naar eigen goeddunken mee instemmen ondersteuning te verlenen voor inspecties van locaties in de Unie, dan wel inspecties uit te voeren van locaties in derde landen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(25)</NO.P>In bepaalde gevallen zouden tekortkomingen in het toezichtsysteem van de lidstaten en de daarmee verband houdende handhavingsactiviteiten de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening en van de herziene Richtlijn 2001/83/EG aanzienlijk kunnen belemmeren, wat zelfs zou kunnen leiden tot risico’s voor de volksgezondheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of het milieu</STRING></STRING>. Om deze uitdagingen aan te pakken, moeten geharmoniseerde inspectienormen worden gewaarborgd door de inrichting van een gemeenschappelijk auditprogramma binnen het Bureau. Dit gemeenschappelijke auditprogramma zal ook de interpretatie van goede productie- en distributiepraktijken verder harmoniseren op basis van de wettelijke voorschriften van de Unie. Bovendien zal het een verdergaande wederzijdse erkenning van inspectieresultaten tussen de lidstaten onderling en met strategische partners ondersteunen. In het kader van het gemeenschappelijke auditprogramma worden de bevoegde autoriteiten regelmatig onderworpen aan door andere lidstaten uitgevoerde audits om een gelijkwaardig en geharmoniseerd kwaliteitssysteem te handhaven en te zorgen voor een passende toepassing van relevante goede productie- en distributiepraktijken in de nationale wetgeving en voor gelijkwaardigheid met andere EER-inspectiediensten.<STRING BOLD="on"> [Am. 19]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(26)</NO.P>Binnen het Bureau moet een inspectiewerkgroep worden opgericht die via verschillende rapportagelijnen input en aanbevelingen verstrekt over alle aangelegenheden die direct of indirect verband houden met goede productiepraktijken en goede distributiepraktijken, ongeacht de vergunningsprocedure voor het in de handel brengen. Deze werkgroep moet met name verantwoordelijk zijn voor de inrichting en de ontwikkeling van en het algemene toezicht op het gemeenschappelijke auditprogramma.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(26 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het onderzoek op farmaceutisch gebied draagt op beslissende wijze bij tot de voortdurende verbetering van de volksgezondheid en het waarborgen van het concurrentievermogen van de Unie. Geneesmiddelen, met name geneesmiddelen die het resultaat van een langdurig en kostbaar onderzoek zijn, kunnen in de Unie slechts verder worden ontwikkeld als zij onder een gunstige regeling vallen die voldoende bescherming biedt om een dergelijk onderzoek aan te moedigen. Het is echter moeilijk om een rechtstreeks verband te leggen tussen deze gunstige regels en het concurrentievermogen van de Unie. Dergelijke regels maken de markten van de Unie weliswaar aantrekkelijker, maar maken geen onderscheid voor wat betreft de geografische oorsprong van de geneesmiddelen en toegelaten geneesmiddelen uit derde landen komen evenzeer in aanmerking voor stimulansen van de Unie, net zoals in de Unie gevestigde innovatieve ondernemingen evenzeer kunnen profiteren van stimulansen in derde landen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 20]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(27)</NO.P>Om innovatie en de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen door kmo’s in de zin van Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Aanbeveling van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).</FIELD></FOOTNOTE> te bevorderen en de kosten te verlagen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik waarvoor een vergunning is verleend via de gecentraliseerde procedure, moeten deze ondernemingen in aanmerking komen voor een steunregeling van het Bureau.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(28)</NO.P>De steunregeling moet bestaan uit ondersteuning op procedureel, administratief en regelgevingsgebied en uit een verlaging, opschorting of vrijstelling van vergoedingen. De regeling moet betrekking hebben op de verschillende stappen van de procedures voorafgaand aan de verlening van een vergunning, zoals wetenschappelijk advisering, van de indiening van de aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen, en van de procedures na de verlening van de vergunning.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(29)</NO.P>Juridische entiteiten die geen economische activiteit uitoefenen, zoals universiteiten, overheidsinstanties, onderzoekscentra of organisaties zonder winstoogmerk, vormen een belangrijke bron van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> onderzoek in onvervulde medische behoeften, onderzoek in verschillende subpopulaties, herbestemming, optimalisering en</STRING></STRING> innovatie en moeten ook van deze steunregeling kunnen profiteren. Hoewel het mogelijk moet zijn om op individuele basis rekening te houden met de specifieke situatie van deze entiteiten, kan deze ondersteuning het best worden bereikt door middel van een specifieke steunregeling, met inbegrip van administratieve ondersteuning, en door verlaging, opschorting en vrijstelling van vergoedingen.<STRING BOLD="on"> [Am. 21]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(30)</NO.P>Het Bureau moet de bevoegdheid krijgen om wetenschappelijke aanbevelingen te doen over de vraag of een product in ontwikkeling, dat mogelijk onder het verplichte toepassingsgebied van de gecentraliseerde procedure valt, voldoet aan de wetenschappelijke criteria om als geneesmiddel te worden aangemerkt. Een dergelijk adviesmechanisme zou in een zo vroeg mogelijk stadium kwesties behandelen die verband houden met grensgevallen ten opzichte van andere gebieden, zoals <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met name </STRING></STRING>stoffen van menselijke oorsprong, cosmetica of medische hulpmiddelen, die zich kunnen voordoen naarmate de wetenschap zich ontwikkelt. Om ervoor te zorgen dat in de aanbevelingen van het Bureau rekening wordt gehouden met de standpunten van gelijkwaardige adviesmechanismen in andere rechtskaders, moet het Bureau de desbetreffende advies- of regelgevingsinstanties raadplegen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Wanneer twijfel bestaat over de vraag of de regelgevingsstatus van een specifiek product dat wordt ontwikkeld, dat mogelijk onder het verplichte toepassingsgebied van de gecentraliseerde procedure valt, voldoet aan de wetenschappelijke criteria om als geneesmiddel te worden aangemerkt, moeten het Bureau en de relevante adviesinstanties die verantwoordelijk zijn voor andere regelgevingskaders, dat wil zeggen medische hulpmiddelen en stoffen van menselijke oorsprong, raadplegingen houden. In dergelijke gevallen moet het in Verordening (EU) 2024/1938 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) nr. 2024/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende kwaliteits- en veiligheidsnormen voor stoffen van menselijke oorsprong die bestemd zijn voor toepassing op de mens en tot intrekking van Richtlijn 2002/98/EG en Richtlijn 2004/23/EG (PB L, 2024/1938, 17.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1938/oj).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> bedoelde compendium worden geraadpleegd, indien van toepassing. Indien na het raadplegen van het compendium nog steeds twijfel over de regelgevingsstatus bestaat, moeten de desbetreffende instanties nadere raadplegingen houden om de regelgevingsstatus te bepalen. De Commissie moet de samenwerking tussen het Bureau en de op grond van andere Uniewetgeving opgerichte adviesinstanties vereenvoudigen. De adviezen en aanbevelingen van het Bureau en de desbetreffende adviesinstanties over de regelgevingsstatus van het product moeten openbaar worden gemaakt nadat de raadplegingen hebben plaatsgevonden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 22]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(31)</NO.P>Om de transparantie van wetenschappelijke beoordelingen en alle andere activiteiten te vergroten, moet het Bureau een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gebruiksvriendelijk </STRING></STRING>Europees webportaal voor geneesmiddelen opzetten en onderhouden.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het portaal moet informatie verstrekken voor alle geneesmiddelen waarvoor een gecentraliseerde vergunning is verleend, onder meer over de veiligheid, werkzaamheid, milieurisico, patiëntenpopulaties en, waar relevant, informatie over antimicrobiële resistentie, tekorten en hangende verplichtingen voor houders van een vergunning voor het in de handel brengen. Aan het Bureau moeten voldoende begrotingsmiddelen worden toegewezen voor de passende uitvoering van zijn transparantieverplichtingen en -toezeggingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 23]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(31 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het geneesmiddelenregister van de Unie bevat alle geneesmiddelen voor menselijk en diergeneeskundig gebruik en weesgeneesmiddelen waarvoor de Commissie via de gecentraliseerde procedure een vergunning voor het in de handel brengen heeft verleend. De informatie in het geneesmiddelenregister van de Unie kan worden gebruikt om relevante informatie over het geneesmiddel in kwestie op te zoeken, waaronder de werkzame stof, de internationale generieke benaming, de anatomisch-therapeutisch-chemische code (ATC-code), de indicaties van het geneesmiddel, informatie over de vergunning en eventuele voorschriften voor de periode na de verlening van de vergunning, evenals de toepasselijke wettelijke beschermingstermijnen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 24]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(32)</NO.P>Uit de ervaring met de werking van het regelgevingssysteem is gebleken dat de bestaande structuur van het Europees Geneesmiddelenbureau met meervoudige wetenschappelijke comités vaak zorgt voor complexiteit van het wetenschappelijke beoordelingsproces tussen de verschillende comités, voor dubbel werk en voor een niet-geoptimaliseerde benutting van expertise en middelen. Bovendien staan het Bureau en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voor uitdagingen in verband met de beperkte capaciteit en de benodigde deskundigheid om het hoofd te bieden aan het toenemende aantal procedures in verband met bestaande geneesmiddelen en de beoordeling van nieuwe geneesmiddelen, met name van geavanceerde innovatieve en complexe geneesmiddelen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(33)</NO.P>Om de werking en efficiëntie van het regelgevingssysteem te optimaliseren, wordt de structuur van de wetenschappelijke comités van het Bureau vereenvoudigd en beperkt tot twee belangrijke comités voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik: het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (CHMP) en het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking (PRAC).</P></CONS><CONS><P><NO.P>(33 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om te zorgen voor toereikende deskundigheid en een evaluatie van de milieurisicobeoordelingen van farmaceutische stoffen, moet het Bureau een nieuwe ad-hocwerkgroep milieurisicobeoordeling oprichten. Die werkgroep moet worden ingeschakeld waar noodzakelijk, afhankelijk van de aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen. De werkgroep moet beschikken over de wetenschappelijke kennis die nodig is om de risico’s van de vervaardiging, het gebruik en de verwijdering van geneesmiddelen te karakteriseren en te beoordelen, alsook de maatregelen om die risico’s te beperken. De werkgroep moet bijdragen aan de uitvoering van de “één gezondheid”-benadering en aan het dichten van de kloof tussen farmaceutische en milieubeoordelingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 25]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(34)</NO.P>De vereenvoudiging van de procedures mag geen gevolgen hebben voor de normen of de kwaliteit van de wetenschappelijke beoordeling van de geneesmiddelen om de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van geneesmiddelen te waarborgen. Zij moet ook de mogelijkheid bieden om de wetenschappelijke beoordelingsperiode te verkorten van 210 dagen tot 180 dagen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(35)</NO.P>De wetenschappelijke comités van het Bureau moeten <STRING STRIKE="on">sommige van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bij</STRING></STRING> hun beoordelingstaken <STRING STRIKE="on">kunnen delegeren aan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden ondersteund door</STRING></STRING> werkgroepen die open moeten staan voor daartoe aangewezen deskundigen uit wetenschappelijke kringen, maar niettemin de volledige verantwoordelijkheid voor het door hen uitgebrachte wetenschappelijke advies behouden.<STRING BOLD="on"> [Am. 26]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(36)</NO.P>De deskundigheid van het Comité voor geavanceerde therapieën (CAT), het Comité voor weesgeneesmiddelen (COMP), het Comité pediatrie (PDCO) en het Comité voor kruidengeneesmiddelen (HMPC) wordt behouden via (werk)groepen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ad-hocwerkgroepen</STRING></STRING> en een pool van deskundigen die aan de hand van verschillende werkgebieden worden georganiseerd en die input verstrekken aan het CHMP en het PRAC. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Hun evaluatie zal alle nodige expertise voor elk product als onderdeel van de rapporteurteams blijven omvatten, met de mogelijkheid voor het CHMP en het PRAC om een beroep te doen op bijkomende wetenschappelijke deskundigen om specifieke input en advies te verstrekken over specifieke aspecten die tijdens de evaluatie aan de orde worden gesteld. Daarnaast zullen patiënten en gezondheidswerkers deel uitmaken van de pool van deskundigen en zullen zij naargelang hun deskundigheid ten aanzien van bepaalde ziekten bij de werkzaamheden van het EMA worden betrokken. </STRING></STRING>Het CHMP en het PRAC bestaan uit deskundigen uit alle lidstaten, terwijl de werkgroepen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en deskundigengroepen</STRING></STRING> in meerderheid bestaan uit door de lidstaten op basis van hun expertise aangewezen deskundigen en uit externe deskundigen. De rol van de rapporteurs blijft ongewijzigd. De vertegenwoordiging van patiënten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, hun verzorgers</STRING></STRING> en gezondheidswerkers met expertise op alle gebieden, met inbegrip van zeldzame en kinderziekten, wordt uitgebreid in het CHMP en het PRAC, naast de specifieke werkgroepen waarin patiënten en gezondheidswerkers vertegenwoordigd zijn.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Informatie over de samenstelling en de werkzaamheden van de comités en werkgroepen moet openbaar beschikbaar zijn.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 27]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(37)</NO.P>Wetenschappelijke comités zoals het CAT hebben een belangrijke rol gespeeld bij het waarborgen van deskundigheid en capaciteitsopbouw op een nieuw technologisch gebied. Na meer dan 15 jaar zijn geneesmiddelen voor geavanceerde therapie nu echter gangbaarder geworden. De volledige integratie van hun beoordeling in de werkzaamheden van het CHMP zal de beoordeling van geneesmiddelen binnen dezelfde therapeutische klasse vergemakkelijken, ongeacht de technologie waarop zij zijn gebaseerd. Zij zal er ook voor zorgen dat alle biologische geneesmiddelen door hetzelfde comité worden beoordeeld.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(38)</NO.P>Om een informatiever advies inzake aanvragen voor klinische proeven en daarmee een beter geïntegreerd ontwikkelingsadvies mogelijk te maken met het oog op toekomstige gegevensvereisten voor vergunningaanvragen voor het in de handel brengen, kan het Bureau overleg plegen met vertegenwoordigers van lidstaten met expertise op het gebied van klinische proeven. Desalniettemin moeten de lidstaten bevoegd blijven voor beslissingen over aanvragen voor klinische proeven, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 536/2014 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 536/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik en tot intrekking van Richtlijn 2001/20/EG (PB L 158 van 27.5.2014, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(39)</NO.P>Ten behoeve van een informatievere besluitvorming en van de uitwisseling van kennis en het bundelen van expertise inzake algemene kwesties van wetenschappelijke of technische aard die verband houden met de taken van het Bureau op het gebied van geneesmiddelen voor menselijk gebruik, en met name met wetenschappelijke richtsnoeren over onvervulde medische behoeften en de opzet van klinische proeven, of ander onderzoek en het genereren van bewijsmateriaal gedurende de levenscyclus van geneesmiddelen, moet het Bureau gebruik kunnen maken van een proces voor de raadpleging van autoriteiten of instanties die een rol spelen gedurende de levenscyclus van geneesmiddelen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Daarnaast moet de Commissie, om de zekerheid over de regelgeving en de sectoroverschrijdende samenwerking te verbeteren, jaarlijks of, indien noodzakelijk geacht, vaker, gezamenlijke vergaderingen organiseren met de adviesinstanties die bij andere Uniewetgeving zijn opgericht, om opkomende trends en vragen over de regelgevingsstatus van producten te beoordelen en overeenstemming te bereiken over gemeenschappelijke beginselen voor de regelgevingsstatus. </STRING></STRING>Bij deze autoriteiten kan het, al naargelang het geval, gaan om vertegenwoordigers van de hoofden van de geneesmiddelenautoriteiten, de Coördinatie- en adviesgroep voor klinische proeven, de SoHO-coördinatieraad, de coördinatiegroep inzake evaluatie van gezondheidstechnologie, de Coördinatiegroep voor medische hulpmiddelen, de nationale bevoegde autoriteiten voor medische hulpmiddelen, de nationale bevoegde autoriteiten voor de prijsstelling en vergoeding van geneesmiddelen, nationale verzekeringsfondsen of betalers van gezondheidszorg. Het Bureau moet het raadplegingsmechanisme ook kunnen uitbreiden tot consumenten, patiënten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en hun verzorgers</STRING></STRING>, gezondheidswerkers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de academische wereld</STRING></STRING>, het bedrijfsleven, verenigingen die betalers vertegenwoordigen, of andere belanghebbenden, al naargelang het geval.<STRING BOLD="on"> [Am. 28]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(40)</NO.P>De lidstaten moeten zorgen voor toereikende financiering van de bevoegde autoriteiten voor het uitvoeren van hun taken uit hoofde van deze verordening en van [herziene Richtlijn 2001/83/EG]. Daarnaast moeten de lidstaten er overeenkomstig de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad van de EU en de Europese Commissie over gedecentraliseerde agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>https://europa.eu/european-union/sites/europaeu/files/docs/body/joint_statement_and_common_approach_2012_en.pdf</FIELD></FOOTNOTE> voor zorgen dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten voldoende middelen toewijzen voor hun bijdragen aan de werkzaamheden van het Bureau, rekening houdend met de op kosten gebaseerde vergoeding die zij van het Bureau ontvangen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(41)</NO.P>In het kader van de samenwerking met internationale organisaties ter ondersteuning van de mondiale volksgezondheid is het belangrijk om de wetenschappelijke beoordeling door de Unie ten volle te benutten en te bevorderen dat regelgevende autoriteiten van derde landen zich daar ook op verlaten, door middel van het gebruik van certificaten voor geneesmiddelen waarvoor in de Unie een vergunning is verleend. Een aanvrager kan het Bureau onafhankelijk of als onderdeel van een aanvraag in het kader van de gecentraliseerde procedure om een wetenschappelijk advies verzoeken voor het gebruik van het geneesmiddel voor markten buiten de Unie. Het Bureau moet samenwerken met de Wereldgezondheidsorganisatie en relevante regelgevende autoriteiten en instanties van derde landen om dergelijke wetenschappelijke adviezen uit te brengen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(42)</NO.P>Het Bureau kan in het kader van de uitvoering van zijn taken samenwerken met de bevoegde autoriteiten van derde landen. Een dergelijke samenwerking op regelgevingsgebied moet in overeenstemming zijn met de bredere economische betrekkingen van de Unie met het betrokken derde land, rekening houdend met de relevante internationale overeenkomsten tussen de Unie en dat derde land.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(43)</NO.P>In het belang van de volksgezondheid moeten besluiten over het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen in het kader van de gecentraliseerde procedure worden genomen op basis van objectieve wetenschappelijke criteria, namelijk kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van het betrokken geneesmiddel, met uitsluiting van economische of andere overwegingen. Bij wijze van uitzondering moeten de lidstaten echter het gebruik van geneesmiddelen voor menselijk gebruik op hun grondgebied kunnen verbieden.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De lidstaten moeten de Commissie en het Bureau een naar behoren onderbouwde motivering van een dergelijk verbod op gebruik doen toekomen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 29]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(43 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Unie is krachtens artikel 208 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) verplicht om in beleid dat gevolgen kan hebben voor lage- en middeninkomenslanden rekening te houden met de doelstellingen van de ontwikkelingssamenwerking. De geneesmiddelenwetgeving van de Unie moet een rol spelen bij de verwezenlijking van doelstellingen voor de mondiale volksgezondheid door de ontwikkeling te bevorderen van doeltreffende, veilige, toegankelijke en betaalbare innovaties voor antimicrobiële resistentie, armoedegerelateerde, opkomende en terugkerende bedreigingen voor de gezondheid, en verwaarloosde ziekten en andere aandoeningen die van mondiaal belang zijn voor de volksgezondheid. De Commissie moet onderzoek, ontwikkeling en innovatie op gebieden die van groot belang zijn voor de mondiale gezondheid blijven aanmoedigen, overeenkomstig haar internationale verbintenissen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 30]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(44)</NO.P>De criteria kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] moeten van toepassing zijn op geneesmiddelen waarvoor de Unie volgens de gecentraliseerde procedure een vergunning verleent. De baten-risicobalans van alle geneesmiddelen zal worden beoordeeld wanneer zij in de handel worden gebracht en op elk ander moment dat de bevoegde autoriteit dit nodig acht.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(45)</NO.P>Aanvragen voor een vergunning voor het in de handel brengen moeten, net als alle andere aanvragen die bij het Bureau worden ingediend, in overeenstemming zijn met het beginsel “standaard digitaal” en derhalve in elektronische vorm aan het Bureau worden toegezonden. De aanvragen moeten worden beoordeeld op basis van het door de aanvrager ingediende dossier overeenkomstig de verschillende rechtsgrondslagen waarin [herziene Richtlijn 2001/83/EG] voorziet. Tegelijkertijd kunnen het Bureau en de relevante comités rekening houden met alle informatie waarover zij beschikken. De aanvragers wordt verzocht in het algemeen ruwe gegevens in te dienen, met name met betrekking tot de klinische proeven die door de aanvrager worden uitgevoerd om een volledige beoordeling van de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van het geneesmiddel te waarborgen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(45 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Bureau moet bijzondere aandacht besteden aan de samenstelling van klinische proeven om te zorgen voor gendergelijkheid en alomvattende klinische gegevens.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 31]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(46)</NO.P>In Richtlijn 2010/63/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2010/63/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2010 betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt (PB L 276 van 20.10.2010, blz. 33).</FIELD></FOOTNOTE> worden bepalingen vastgesteld betreffende de bescherming van dieren die voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt op basis van de beginselen van vervanging, vermindering en verfijning. Voor elk onderzoek waarbij levende dieren worden gebruikt en dat essentiële gegevens over de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van een geneesmiddel oplevert, moet rekening worden gehouden met die beginselen van vervanging, vermindering en verfijning voor zover zij de verzorging en het gebruik van levende dieren voor wetenschappelijke doeleinden betreffen, en dat ontwerp en die uitvoering moeten worden geoptimaliseerd zodat de meest bevredigende resultaten met een minimaal aantal dieren worden geleverd. De procedures voor dergelijke onderzoeken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mogen alleen worden gebruikt waar noodzakelijk en </STRING></STRING>moeten zodanig worden opgezet dat pijn, lijden, angst of blijvende schade bij dieren worden voorkomen; bij deze procedures moeten de beschikbare richtsnoeren van het Bureau en van de Internationale Raad voor harmonisatie (ICH) worden gevolgd. De aanvrager en de houder van een vergunning voor het in de handel brengen moeten met name rekening houden met de beginselen die zijn vastgelegd in Richtlijn 2010/63/EU, <STRING STRIKE="on">met inbegrip van, waar mogelijk, de toepassing van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarbij prioriteit wordt verleend aan</STRING></STRING> nieuwe benaderingsmethoden (new approach methodologies<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> – NAM’s</STRING></STRING>) in plaats van dierproeven. Daarbij kan het gaan om: in-vitromodellen, zoals microfysiologische systemen, waaronder orgaan-op-chip, (2D- en 3D-) celkweekmodellen, organoïden, en modellen op basis van menselijke stamcellen, in-silicohulpmiddelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in-chemico-technologieën en elke combinatie daarvan</STRING></STRING> of “read-across”-<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of “aquatic egg”-</STRING></STRING>modellen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en ongewervelde soorten</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Er moeten uiteindelijk inspanningen worden geleverd om procedures waarbij levende dieren voor wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt, volledig te vervangen. Het Bureau moet in zijn jaarverslag de belangrijkste observaties en beste praktijken beschrijven op het gebied van de vervanging, vermindering en verfijning van dierproeven die door aanvragers zijn ingediend.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 32]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(47)</NO.P>Er moeten procedures worden ingevoerd om, waar mogelijk, te vergemakkelijken dat dierproeven gezamenlijk worden uitgevoerd, zodat wordt voorkomen dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onnodig </STRING></STRING>proeven met levende dieren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> worden uitgevoerd</STRING></STRING>, die onder Richtlijn 2010/63/EU vallen<STRING STRIKE="on">, onnodig worden gedupliceerd</STRING>. Aanvragers en houders van een vergunning voor het in de handel brengen moeten alles in het werk stellen om de resultaten van dierproeven te hergebruiken en de resultaten van die proeven openbaar te maken. Voor verkorte aanvragen moeten aanvragers van een vergunning voor het in de handel brengen naar de relevante onderzoeken die voor het referentiegeneesmiddel zijn uitgevoerd, verwijzen.<STRING BOLD="on"> [Am. 33]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(48)</NO.P>De samenvatting van de productkenmerken en de bijsluiter moeten de beoordeling van het Bureau weergeven en deel uitmaken van zijn wetenschappelijk advies. In het advies kunnen bepaalde voorwaarden worden aanbevolen die deel moeten uitmaken van de vergunning voor het in de handel brengen, bijvoorbeeld met betrekking tot veilig en doeltreffend gebruik van het geneesmiddel of verplichtingen na de verlening van de vergunning waaraan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen moet voldoen. Bij die voorwaarden kan het onder meer gaan om het vereiste om veiligheids- of werkzaamheidsonderzoeken of andere onderzoeken na de verlening van de vergunning uit te voeren die noodzakelijk worden geacht om de behandeling te optimaliseren, bijvoorbeeld wanneer het door de aanvrager voorgestelde dosisschema weliswaar aanvaardbaar is en verbonden is met een aantoonbaar positieve baten-risicobalans, maar toch na de verlening van de vergunning verder zou kunnen worden geoptimaliseerd. Indien de aanvrager het niet eens is met delen van het advies, kan hij om heroverweging daarvan verzoeken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(49)</NO.P>Aangezien de algemene goedkeuringstermijnen voor geneesmiddelen moeten worden verkort, mogen er tussen het advies van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en de definitieve beslissing over een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen, in beginsel niet meer dan 46 dagen verstrijken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(50)</NO.P>Op basis van het advies van het Bureau moet de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen een besluit over de toepassing vaststellen. In gerechtvaardigde gevallen mag de Commissie het advies voor verder onderzoek terugzenden of in haar besluit van het advies van het Bureau afwijken. Rekening houdend met de noodzaak om geneesmiddelen snel beschikbaar te maken voor patiënten, moet worden erkend dat de voorzitter van het Permanent Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik de beschikbare regelingen uit hoofde van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).</FIELD></FOOTNOTE> zal gebruiken en met name de mogelijkheid om het advies van het Comité in te winnen via een schriftelijke procedure en binnen een korte termijn die, in beginsel, niet meer dan tien kalenderdagen zal bedragen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(51)</NO.P>Doorgaans moet een vergunning voor het in de handel brengen voor onbepaalde tijd worden verleend; alleen om gerechtvaardigde redenen in verband met de veiligheid van het geneesmiddel kan echter worden besloten dat er één verlenging nodig is.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(51 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In het kader van goede praktijken moeten vergunningen voor het in de handel brengen worden verleend op basis van vergelijkende klinische proeven met patiënten die representatief zijn voor de populatie die met het product moet worden behandeld. Daarnaast moeten maatregelen ten aanzien van door de patiënt gemelde resultaten (patient-reported outcome measures – PROM’s) en maatregelen ten aanzien van de door de patiënt gemelde ervaring (patient-reported experience measures – PREM’s) een integraal onderdeel vormen van klinische gegevens die bij de aanvraag van de vergunning voor het in de handel brengen worden ingediend teneinde de kwaliteit van de zorg en de gevolgen van de behandelingen voor patiënten te kunnen beoordelen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 34]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(52)</NO.P>Er moet worden bepaald dat de ethische vereisten van Verordening (EU) nr. 536/2014 van toepassing zijn op geneesmiddelen waarvoor de Unie een vergunning verleent. Met name met betrekking tot klinische proeven die buiten de Unie worden uitgevoerd met geneesmiddelen waarvoor het de bedoeling is dat er in de Unie een vergunning zal worden verleend, moet bij de beoordeling van de vergunningsaanvraag worden nagegaan of deze proeven zijn uitgevoerd overeenkomstig beginselen die gelijkwaardig zijn aan die van Verordening (EU) nr. 536/2014 wat betreft de rechten en veiligheid van de proefpersoon en de betrouwbaarheid en robuustheid van de in het kader van de klinische proef gegenereerde gegevens.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(53)</NO.P>Geneesmiddelen die geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen bestaan, kunnen milieurisico’s opleveren. Daarom is het nodig deze geneesmiddelen te onderwerpen aan een gelijkaardige milieurisicobeoordeling als bedoeld in Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, parallel aan de beoordeling van de kwaliteit, de veiligheid en de werkzaamheid van het betrokken geneesmiddel in het kader van een uniforme procedure van de Unie. De milieurisicobeoordeling moet worden uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften van deze verordening en van [herziene Richtlijn 2001/83/EG], die gebaseerd zijn op de beginselen van Richtlijn 2001/18/EG, maar rekening houden met de specifieke kenmerken van geneesmiddelen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(53 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er moeten verschillende zorgtrajecten worden verkend om therapieën in alle lidstaten beschikbaar te maken, onder meer door vorderingen te maken in verband met bepalingen inzake de toegang tot grensoverschrijdende zorg, zoals Richtlijn 2011/24/EU</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (PB L 88 van 4.4.2011, blz. 45).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels (PB L 166 van 30.4.2004, blz. 1).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Dit is met name belangrijk voor geneesmiddelen voor geavanceerde therapie, aangezien de unieke kenmerken hiervan leiden tot grote moeilijkheden in verband met de infrastructuur en systeembelemmeringen, die de ononderbroken toelevering ervan aanzienlijk kunnen beperken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 35]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(54)</NO.P>[herziene Richtlijn 2001/83/EG] staat de lidstaten toe om het gebruik en de levering van geneesmiddelen waarvoor geen vergunning is verleend toe te staan om redenen van de volksgezondheid of de individuele behoeften van patiënten, ook wanneer het geneesmiddelen betreft waarvoor krachtens deze verordening een vergunning moet worden verleend. Ook moet het de lidstaten uit hoofde van deze verordening worden toegestaan een geneesmiddel beschikbaar te stellen voor gebruik in schrijnende gevallen (“compassionate use”) voordat een vergunning voor het in de handel brengen wordt verleend. In dergelijke uitzonderlijke en dringende situaties, waarin er geen geschikt geneesmiddel is waarvoor wel een vergunning is verleend, moet de noodzaak om de volksgezondheid of de gezondheid van individuele patiënten te beschermen prevaleren boven andere overwegingen, met name de noodzaak om een vergunning voor het in de handel brengen te verkrijgen en bijgevolg over volledige informatie te beschikken over de risico’s van het geneesmiddel, met inbegrip van eventuele risico’s voor het milieu van geneesmiddelen die geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) bestaan. Om vertragingen bij het ter beschikking stellen van deze producten of onzekerheden rond de status ervan in bepaalde lidstaten te voorkomen, is het in die uitzonderlijke en dringende situaties passend dat voor een geneesmiddel dat geheel of gedeeltelijk uit ggo’s bestaat, een milieurisicobeoordeling of een toestemming overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG of Richtlijn 2009/41/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2009/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen (Herschikking) (PB L 125 van 21.5.2009, blz. 75).</FIELD></FOOTNOTE> niet als voorwaarde moet worden gesteld. In deze gevallen moeten de lidstaten echter wel passende maatregelen nemen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in overeenstemming met het voorzorgsbeginsel </STRING></STRING>om de voorzienbare negatieve gevolgen voor het milieu van het opzettelijk of onopzettelijk vrijkomen in het milieu van geneesmiddelen die geheel of gedeeltelijk uit ggo’s bestaan <STRING STRIKE="on">tot een minimum te beperken</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te voorkomen en overeenstemming te bereiken over een passend tijdschema voor het verstrekken van de gegevens over het milieurisico</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 36]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(55)</NO.P>Voor geneesmiddelen moet de termijn voor de bescherming van gegevens in verband met niet-klinische tests en klinische proeven dezelfde zijn als de termijn die gehanteerd wordt in [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</P></CONS><CONS><P><NO.P>(56)</NO.P>Teneinde met name aan de gewettigde verwachtingen van de patiënten te beantwoorden en om rekening te houden met de steeds snellere ontwikkeling van de wetenschap en de therapieën, moeten versnelde beoordelingsprocedures worden ingevoerd voor geneesmiddelen die van groot therapeutisch belang zijn, alsmede procedures voor het verkrijgen van voorwaardelijke vergunningen voor het in de handel brengen die aan bepaalde, regelmatig herzienbare voorwaarden gebonden zijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(57)</NO.P>Programma’s voor gebruik in schrijnende gevallen maken de vroegtijdige toegang tot geneesmiddelen mogelijk. Bestaande bepalingen moeten worden aangescherpt om ervoor te zorgen dat waar mogelijk een gemeenschappelijke aanpak wordt gekozen met betrekking tot de criteria en de voorwaarden voor het gebruik van nieuwe geneesmiddelen in schrijnende gevallen uit hoofde van de nationale wetgeving van de lidstaten. Bovendien is het belangrijk dat gegevens over dergelijk gebruik kunnen worden verzameld om als basis te dienen voor beslissingen met betrekking tot de baten-risicobalans van de betrokken geneesmiddelen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(57 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gezien de onvoldoende vervulde behoeften op het gebied van geestelijke gezondheid moet de herziening bijdragen aan een betere toegang tot behandelingen en de ontwikkeling van nieuwe behandelingen voor patiënten die deze het meest nodig hebben.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 37]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(57 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie moet het gebruik van proefprogramma’s voor vroegtijdige toegang ondersteunen voor de behandeling van patiënten met complexe comorbiditeiten, waaronder lichamelijke en geestelijke gezondheidsproblemen, die vaak van klinische proeven worden uitgesloten. Dit zou het verzamelen van bewijsmateriaal over de veiligheid en werkzaamheid van deze behandelingen bevorderen. Deze programma’s moeten zorgaanbieders ervaring met behandelingen bieden en waardevolle gegevens uit de praktijk genereren om toekomstige toelatingen van deze behandelingen te onderbouwen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 38]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(58)</NO.P>Het is mogelijk om onder bepaalde<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> naar behoren gerechtvaardigde</STRING></STRING> omstandigheden vergunningen voor het in de handel brengen afhankelijk van specifieke verplichtingen of voorwaarden, op voorwaardelijke basis of onder uitzonderlijke omstandigheden te verlenen. De wetgeving moet het onder vergelijkbare omstandigheden mogelijk maken dat er voor geneesmiddelen met een standaardvergunning voor het in de handel brengen op voorwaardelijke basis of onder uitzonderlijke omstandigheden voor nieuwe indicaties een vergunning wordt verleend. De geneesmiddelen waarvoor op voorwaardelijke basis of onder uitzonderlijke omstandigheden een vergunning is verleend, moeten in beginsel voldoen aan de eisen voor een standaardvergunning voor het in de handel brengen, met uitzondering van de specifieke afwijkingen of voorwaarden die zijn vermeld in de desbetreffende voorwaardelijke of uitzonderlijke vergunning voor het in de handel brengen, en worden onderworpen aan een specifieke evaluatie van de naleving van de opgelegde specifieke voorwaarden of verplichtingen. Verder wordt ervan uitgegaan dat de gronden voor de weigering van een vergunning voor het in de handel brengen in dergelijke gevallen van overeenkomstige toepassing zijn.<STRING BOLD="on"> [Am. 39]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(59)</NO.P>Voor een geneesmiddel kan aan eenzelfde houder in beginsel slechts één vergunning voor het in de handel brengen worden verleend. Duplicaten van vergunningen voor het in de handel brengen mogen alleen in uitzonderlijke omstandigheden worden verleend. Wanneer deze uitzonderlijke omstandigheden niet langer aanwezig zijn, met name waar het de bescherming door een octrooi of een aanvullend beschermingscertificaat in een of meer lidstaten betreft, moeten eventuele negatieve gevolgen voor de markten van het bestaan van duplicaten van vergunningen voor het in de handel brengen tot een minimum worden beperkt door de oorspronkelijke vergunning of het duplicaat van de vergunning voor het in de handel brengen in te trekken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(60)</NO.P>De regelgevende besluitvorming inzake de ontwikkeling van, de vergunningverlening voor en het toezicht op geneesmiddelen kan worden ondersteund door de toegang tot en analyse van gezondheidsgegevens, in voorkomend geval met inbegrip van gegevens uit de praktijk, dat wil zeggen gezondheidsgegevens die buiten het kader van klinisch onderzoek worden gegenereerd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en gegevens die worden gegenereerd met gebruik van in-silicomethoden, zoals computermodellering en -simulatie, de digitale weergave van moleculen en mechanische modellering, technologieën met digitale tweelingen en artificiële intelligentie (AI)</STRING></STRING>. Het Bureau moet dergelijke gegevens kunnen gebruiken, onder meer via het Data Analysis and Real World Interrogation Network (DARWIN) en de interoperabele infrastructuur van de Europese ruimte voor gezondheidsgegevens. Via deze capaciteiten kan het Bureau alle mogelijkheden van supercomputing, kunstmatige intelligentie en “big data”<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van resultaten van studies die met gebruik van in-silicomethoden zijn verricht,</STRING></STRING> benutten om zijn mandaat te vervullen, zonder de privacyrechten in het gedrang te brengen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Het Bureau moet toereikende, doeltreffende en specifieke technische en organisatorische maatregelen nemen om de grondrechten en belangen van betrokkenen te waarborgen in overeenstemming met Verordeningen (EU) 2016/679</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en (EU) 2018/1725</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING>. Waar nodig kan het Bureau met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten samenwerken om dit doel te bereiken.<STRING BOLD="on"> [Am. 40]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(61)</NO.P>De omgang met gezondheidsgegevens vereist een hoog niveau van bescherming tegen cyberaanvallen. Het Bureau moet over een hoog niveau van beveiligingscontroles en -processen tegen cyberaanvallen beschikken om te waarborgen dat het Bureau te allen tijde normaal kan functioneren. Daartoe moet het Bureau een plan opstellen om cyberaanvallen te voorkomen, te detecteren, te beperken en te beantwoorden, zodat het Bureau te allen tijde kan functioneren en onrechtmatige toegang tot documenten van het Bureau wordt voorkomen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(62)</NO.P>Gezien de gevoelige aard van gezondheidsgegevens moet het Bureau zijn verwerkingsactiviteiten vrijwaren en ervoor zorgen dat zij voldoen aan de gegevensbeschermingsbeginselen van rechtmatigheid, behoorlijkheid en transparantie, doelbinding, minimale gegevensverwerking, juistheid, opslagbeperking, integriteit en vertrouwelijkheid. Wanneer de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk is voor de toepassing van deze verordening, moet deze gebeuren overeenkomstig het recht van de Unie inzake de bescherming van persoonsgegevens. Verwerking van persoonsgegevens krachtens deze verordening moet gebeuren in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> en Verordening (EU) 2018/1725<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).</FIELD></FOOTNOTE> van het Europees Parlement en de Raad.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(63)</NO.P>De toegang tot gegevens van afzonderlijke patiënten uit klinische onderzoeken in een gestructureerd formaat waardoor er statistische analyses kunnen worden gedaan, kan regelgevers helpen om het ingediende bewijsmateriaal te begrijpen en kan helpen om regelgevende besluitvorming betreffende de baten-risicobalans van een geneesmiddel te onderbouwen. De invoering van een dergelijke mogelijkheid in de wetgeving is belangrijk om gegevensgestuurde baten-risicobeoordelingen in alle fasen van de levenscyclus van een geneesmiddel te bevorderen. Bij deze verordening krijgt het Bureau daarom de bevoegdheid om, als onderdeel van de beoordeling van de oorspronkelijke aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen en aanvragen na verlening van een vergunning, dergelijke gegevens op te vragen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(64)</NO.P>Voor generieke geneesmiddelen en biosimilars hoeven in de regel geen risicomanagementplannen te worden opgesteld en ingediend, mede gelet op het feit dat het referentiegeneesmiddel al over een dergelijk plan beschikt; in specifieke gevallen moet echter wel een risicomanagementplan voor generieke geneesmiddelen en biosimilars worden opgesteld en bij de bevoegde autoriteiten worden ingediend.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(65)</NO.P>Bij het opstellen van wetenschappelijk adviezen en in naar behoren gemotiveerde gevallen moet het Bureau ook bij andere relevante rechtshandelingen van de Unie ingestelde autoriteiten of andere in de Unie gevestigde overheidsinstanties, al naargelang het geval, <STRING STRIKE="on">kunnen </STRING>raadplegen. Hierbij kan het gaan om deskundigen op het gebied van klinische proeven, medische hulpmiddelen, stoffen van menselijke oorsprong of op enig ander gebied voor zover vereist voor het verstrekken van het desbetreffende wetenschappelijk advies.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Naast het verstrekken van wetenschappelijk advies moet het Bureau zorgen voor de actualisering van wetenschappelijke richtsnoeren en de open en openbare discussie over laatste wetenschappelijke ontwikkelingen bevorderen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 41]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(66)</NO.P>Via de regeling inzake prioritaire geneesmiddelen (Prime-regeling) heeft het Bureau ervaring opgedaan met het in een vroeg stadium verlenen van wetenschappelijke ondersteuning en ondersteuning op regelgevingsgebied aan ontwikkelaars van bepaalde geneesmiddelen die, op basis van voorlopig bewijs, waarschijnlijk in een onvervulde medische behoefte zullen voorzien en die in een vroeg stadium van ontwikkeling als veelbelovend worden gezien. Het is passend dit mechanisme voor vroegtijdige ondersteuning te erkennen, ook voor prioritaire antimicrobiële stoffen en herbestemde geneesmiddelen wanneer deze voldoen aan de criteria voor de regeling, en het Bureau in staat te stellen om, in overleg met de lidstaten en de Commissie, selectiecriteria voor veelbelovende geneesmiddelen vast te stellen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(67)</NO.P>Het Bureau moet, in overleg met de lidstaten en de Commissie, de wetenschappelijke selectiecriteria vaststellen voor geneesmiddelen waarvoor ondersteuning voorafgaand aan de vergunningverlening wordt geboden, waarbij prioriteit moet worden gegeven aan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> de behoeften op het gebied van de volksgezondheid en</STRING></STRING> de meest veelbelovende ontwikkelingen op het gebied van therapieën. In het geval van geneesmiddelen voor onvervulde medische behoeften kan elke geïnteresseerde ontwikkelaar op basis van de door het Bureau vastgestelde wetenschappelijke selectiecriteria voorlopig bewijsmateriaal indienen om aan te tonen dat het geneesmiddel een belangrijke therapeutische vooruitgang kan bieden wat de vastgestelde onvervulde medische behoefte betreft.<STRING BOLD="on"> [Am. 42]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(68)</NO.P>Voordat een geneesmiddel voor menselijk gebruik in een of meer lidstaten in de handel mag worden gebracht, moet gewoonlijk uitgebreid onderzoek worden gedaan om te waarborgen dat het geneesmiddel veilig is, een goede kwaliteit heeft en werkzaam is bij de doelgroep. Voor bepaalde categorieën geneesmiddelen voor menselijk gebruik kan het, om te voorzien in de onvervulde medische behoeften van patiënten en in het belang van de volksgezondheid, echter nodig zijn om een vergunning voor het in de handel brengen te verlenen op basis van minder volledige gegevens dan gewoonlijk het geval is. Aan een dergelijke te verlenen vergunning voor het in de handel brengen moeten specifieke verplichtingen verbonden zijn. De betreffende categorieën van geneesmiddelen voor menselijk gebruik moeten betrekking hebben op de geneesmiddelen, waaronder weesgeneesmiddelen, die de behandeling, preventie of medische diagnose van ernstig invaliderende of levensbedreigende ziekten ten doel hebben, of bestemd zijn om te worden gebruikt in noodsituaties in verband met een bedreiging van de volksgezondheid.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(68 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er zijn nog steeds onvoldoende gedetailleerde en vergelijkbare gegevens beschikbaar op het niveau van de Unie voor het identificeren van de trends en de mogelijke risicofactoren die aanleiding kunnen geven tot de ontwikkeling van verdere maatregelen om het risico van resistentie tegen antimicrobiële stoffen te beperken en om het effect te monitoren van de maatregelen die reeds zijn genomen. Het is daarom belangrijk dat gegevens worden verzameld over de verkoop en het gebruik van antimicrobiële stoffen, evenals gegevens over antimicrobieel resistente organismen in dieren, mensen en levensmiddelen. Om te waarborgen dat de verzamelde gegevens doeltreffend kunnen worden gebruikt, moeten passende regels worden vastgesteld inzake het verzamelen en het uitwisselen van gegevens. De lidstaten moeten verantwoordelijk zijn voor het verzamelen van gegevens over het gebruik van antimicrobiële geneesmiddelen, waarbij het Bureau zorgt voor de coördinatie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 43]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(69)</NO.P>De Unie moet beschikken over de middelen om een wetenschappelijke beoordeling te kunnen verrichten van de geneesmiddelen die volgens de gedecentraliseerde procedures voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen worden aangeboden. Voorts moeten, met het oog op een daadwerkelijke harmonisering van de bestuursrechtelijke besluiten van de lidstaten met betrekking tot geneesmiddelen die volgens de gedecentraliseerde procedures voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen worden aangeboden, aan de Unie de nodige middelen worden verstrekt om bij een verschil van inzicht tussen lidstaten betreffende de kwaliteit, de veiligheid en de werkzaamheid van geneesmiddelen, tot een oplossing tot komen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(70)</NO.P>In het geval van een risico voor de volksgezondheid moeten de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de bevoegde autoriteiten op eigen initiatief dringende veiligheids- of werkzaamheidsbeperkingen kunnen opleggen om ervoor te zorgen dat de vergunning voor het in de handel brengen snel wordt aangepast teneinde een veilig en doeltreffend gebruik van het geneesmiddel door gezondheidswerkers en patiënten te behouden. Indien een herziening wordt ingeleid met betrekking tot dezelfde veiligheids- of werkzaamheidskwestie die ook wordt aangepakt door middel van door een bevoegde autoriteit geïnitieerde dringende beperkingen, moeten eventuele schriftelijke opmerkingen van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen bij die herziening in aanmerking worden genomen om dubbele beoordeling te voorkomen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(71)</NO.P>De voorwaarden van een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel voor menselijk gebruik kunnen worden gewijzigd. Hoewel de kernelementen van een wijziging in deze verordening zijn vastgelegd, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om deze elementen aan te vullen door verdere noodzakelijke elementen vast te stellen, het systeem aan de technologische en wetenschappelijke vooruitgang aan te passen en gebruik te maken van digitalisering, teneinde ervoor te zorgen dat onnodige administratieve lasten voor de houders van vergunningen voor het in de handel brengen en voor de bevoegde autoriteiten worden vermeden.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(72)</NO.P>Om onnodige administratieve en financiële lasten voor zowel de farmaceutische industrie als de bevoegde autoriteiten te voorkomen, moeten bepaalde stroomlijningsmaatregelen worden ingevoerd. Het moet mogelijk worden gemaakt vergunningen voor het in de handel brengen en wijzigingen in de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen elektronisch aan te vragen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(73)</NO.P>Om het gebruik van middelen voor zowel de aanvragers van vergunningen voor het in de handel brengen als de bevoegde autoriteiten die dergelijke aanvragen beoordelen, te optimaliseren, moet één enkele beoordeling van een basisdossier werkzame stof worden ingevoerd. Het resultaat van de beoordeling moet worden verstrekt in de vorm van een certificaat. Om dubbele beoordeling te voorkomen, moet voor een houder van een certificaat basisdossier werkzame stof het gebruik van dat certificaat verplicht worden gesteld voor volgende aanvragen of vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik die diezelfde werkzame stof bevatten. De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om de procedure voor de unieke beoordeling van een basisdossier werkzame stof vast te stellen. Om het gebruik van middelen verder te optimaliseren, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om de certificeringsregeling uit te breiden tot aanvullende basiskwaliteitsdossiers, bijvoorbeeld in het geval van nieuwe hulpstoffen, adjuvantia, radiofarmaceutische uitgangsstoffen en tussenproducten van de werkzame stof, wanneer het tussenproduct zelf een chemische werkzame stof is of in verbinding met een biologische stof wordt gebruikt.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(74)</NO.P>Om onnodige administratieve en financiële lasten voor aanvragers, houders van een vergunning voor het in de handel brengen en de bevoegde autoriteiten te voorkomen, moeten bepaalde stroomlijningsmaatregelen worden ingevoerd. Er moet een elektronische aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen en voor wijzigingen in de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen worden ingevoerd. Voor generieke geneesmiddelen en biosimilars hoeven, behalve in specifieke gevallen, geen risicomanagementplannen te worden opgesteld en ingediend bij de bevoegde autoriteiten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(75)</NO.P>In een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid is het voor de Unie van groot belang dat zo spoedig mogelijk veilige en werkzame geneesmiddelen in de Unie ontwikkeld en beschikbaar gesteld kunnen worden. Flexibele, snelle en gestroomlijnde processen zijn daarbij cruciaal. Er bestaat al een geheel aan maatregelen op het niveau van de Unie om de ontwikkeling en de verlening van vergunningen voor het in de handel brengen van behandelingen en vaccins tijdens een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid te vergemakkelijken, te ondersteunen en te versnellen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(76)</NO.P>Het wordt passend geacht dat de Commissie ook de mogelijkheid heeft om tijdelijke noodvergunningen voor het in de handel brengen te verlenen om noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid aan te pakken. Tijdelijke noodvergunningen voor het in de handel brengen kunnen worden verleend op voorwaarde dat, rekening houdend met de omstandigheden van de noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid, de baten van de onmiddellijke beschikbaarheid van het betrokken geneesmiddel groter zijn dan de risico’s die verbonden zijn aan het feit dat aanvullende, <STRING STRIKE="on">volledge</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">volledige</STRING></STRING> niet-klinische en klinische gegevens van goede kwaliteit nog steeds vereist kunnen zijn. Een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen mag alleen geldig zijn gedurende de noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid. De Commissie moet de mogelijkheid krijgen om dergelijke vergunningen voor het in de handel brengen te wijzigen, te schorsen of in te trekken om de volksgezondheid te beschermen of wanneer de houder van de vergunning voor het in de handel brengen niet heeft voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen van de tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of wanneer een standaard- of voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen is verleend voor de desbetreffende indicatie</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 44]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(76 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het is passend dat er maatregelen en normen inzake transparantie gelden voor de regelgevingswerkzaamheden van het Bureau op het gebied van geneesmiddelen, met name geneesmiddelen waaraan een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen wordt verleend. Die maatregelen moeten ook de tijdige publicatie van alle relevante informatie over goedgekeurde geneesmiddelen en medische hulpstukken, en van klinische gegevens omvatten, met inbegrip van de protocollen voor klinische proeven. De openbare informatie met betrekking tot klinische proeven en besluiten over het verlenen van vergunningen moet voldoen aan het bepaalde in Verordening (EU) 2022/123 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2022/123 van het Europees Parlement en de Raad van 25 januari 2022 betreffende een grotere rol van het Europees Geneesmiddelenbureau inzake crisisparaatheid en -beheersing op het gebied van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen (PB L 20 van 31.1.2022, blz. 1).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 45]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(77)</NO.P>De ontwikkeling van resistentie tegen antimicrobiële stoffen vormt een steeds groter punt van zorg en de ontwikkelingspijplijn van doeltreffende antimicrobiële stoffen zit verstopt als gevolg van marktfalen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij onderzoek en ontwikkeling (O&amp;O) op het gebied van antimicrobiële stoffen wordt belemmerd door de beperkte commerciële waarde van de markt voor antimicrobiële geneesmiddelen</STRING></STRING>; daarom <STRING STRIKE="on">moeten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet de werkzaamheid van bestaande antimicrobiële stoffen zo lang mogelijk in stand worden gehouden en moet een aantal</STRING></STRING> nieuwe maatregelen worden overwogen ter bevordering van de ontwikkeling van prioritaire antimicrobiële stoffen die doeltreffend zijn tegen de resistentie tegen antimicrobiële stoffen en ter ondersteuning van ondernemingen, veelal kmo’s, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en entiteiten zonder winstoogmerk </STRING></STRING>die ervoor kiezen op dit gebied te investeren.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het is evenzeer nodig om onderzoek en ontwikkeling op het gebied van nieuwe antimicrobiële stoffen in de verschillende fasen van de antimicrobiële ontwikkeling te ondersteunen, met name door beloningen voor markttoegang en mijlpaalbetalingen. Daarnaast kan de invoering van abonnementsmodellen die het volume van de verkoop van antimicrobiële stoffen loskoppelen van de ontvangen beloning, met name door vrijwillige gezamenlijke aankoop, dergelijke tekortkomingen van de markt helpen ondervangen. Dergelijke maatregelen moeten de ontwikkeling van alternatieve behandelingen vergemakkelijken, zoals fagen, die doeltreffend zijn tegen bacteriën die resistent zijn tegen meerdere geneesmiddelen en als alternatieve behandeling of samen met antibiotica kunnen worden gebruikt. Antimicrobiële resistentie kan echter niet alleen met behulp van O&amp;O worden aangepakt. Om te zorgen voor een verstandig gebruik van bestaande antibiotica, moet het Bureau ook de ontwikkeling en de inkoop van instrumenten voor een snelle diagnose ondersteunen teneinde passende recepten te waarborgen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 46]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(77 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De terughoudendheid om in de ontwikkeling van antimicrobiële stoffen te investeren is deels te wijten aan het feit dat de ontwikkeling van antimicrobiële stoffen duur is en veel ontwikkelaars, vaak kmo’s, het zich niet kunnen veroorloven om naar de volgende ontwikkelingsfase over te gaan. Wanneer een antimicrobiële stof is ontwikkeld, is de markt bovendien van nature beperkt omdat antimicrobiële stoffen voorzichtig moeten worden gebruikt. Derhalve moet verdere actie op het niveau van de Unie worden overwogen om de ontwikkeling van antimicrobiële stoffen te ondersteunen en het bestaande marktfalen aan te pakken. Dienovereenkomstig moet een mijlpaalbetalingsregeling, aangevuld met een vrijwillige gezamenlijke inkoopregeling op basis van een abonnementsmodel, worden ontwikkeld om ervoor te zorgen dat er een markt voor ontwikkelaars bestaat die de verkochte hoeveelheden loskoppelt van de ontvangen betaling.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 47]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(77 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Mijlpaalbetalingen zijn een financiële beloning in een vroeg stadium die wordt toegekend na het bereiken van bepaalde O&amp;O-doelstellingen vóór de goedkeuring tot het in de handel brengen, bijvoorbeeld de succesvolle voltooiing van fase I. Hoewel dergelijke mechanismen in de eerste plaats zouden dienen om toegang te verschaffen tot bestaande antimicrobiële stoffen, zouden ze ook nieuwe antimicrobiële stoffen in de ontwikkelingsfase kunnen ondersteunen. Een abonnementsmodel bestaat uit een reeks betalingen aan een antibioticaontwikkelaar voor het succesvol verkrijgen van een wettelijke goedkeuring voor een antibioticum dat aan specifieke vooraf vastgestelde criteria voldoet. Een abonnementsmodelregeling via vrijwillige gezamenlijke inkoopovereenkomsten zou de bezorgdheid van de ontwikkelaars moeten wegnemen door ervoor te zorgen dat er een markt is voor de antimicrobiële stof wanneer deze ontwikkeld is.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 48]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(78)</NO.P>Om als “prioritaire antimicrobiële stof” te worden beschouwd, moet een geneesmiddel een echte vooruitgang tegen de resistentie tegen antimicrobiële stoffen betekenen en moet het daarom niet-klinische en klinische gegevens opleveren die een aanzienlijk klinisch voordeel met betrekking tot de resistentie tegen antimicrobiële stoffen staven. Bij de beoordeling van de voorwaarden voor antibiotica moet het Bureau rekening houden met de prioritering van ziekteverwekkers met betrekking tot het risico van resistentie tegen antimicrobiële stoffen, zoals bedoeld in de WHO-lijst van prioritaire ziekteverwekkers voor O&amp;O op het gebied van nieuwe antibiotica, en met name van die ziekteverwekkers welke zijn opgenomen als prioriteit 1 (kritiek) of prioriteit 2 (hoog); indien er op het niveau van de Unie een gelijkwaardige lijst van prioritaire ziekteverwekkers wordt vastgesteld, moet het Bureau die lijst van de Unie prioritair in aanmerking nemen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(78 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om grote bestaande en aankomende uitdagingen op het gebied van de volksgezondheid, en met name de resistentie tegen antimicrobiële stoffen, op doeltreffende wijze aan te pakken, terwijl ook wordt voortgebouwd op bestaande middelen, moet de Autoriteit voor paraatheid en respons inzake noodsituaties op gezondheidsgebied (“HERA” of de “Autoriteit”) worden vastgesteld als afzonderlijke structuur, onder de rechtspersoonlijkheid van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC), dat is opgericht bij Verordening (EG) nr. 851/2004 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EG) nr. 851/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot oprichting van een Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (PB L 142 van 30.4.2004, blz. 1).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. De Autoriteit moet verantwoordelijk zijn voor het creëren, coördineren en uitvoeren van de Europese langetermijnportefeuille van biomedisch onderzoek en de ontwikkelingsagenda voor medische tegenmaatregelen tegen bestaande en opkomende bedreigingen van de volksgezondheid, alsook voorzien in instrumenten om een Uniebrede toegang tot deze producten te waarborgen, met inbegrip van instrumenten ter ondersteuning van de capaciteit voor de productie, de inkoop, het aanleggen van voorraden en de verspreiding van medische tegenmaatregelen en andere prioritaire geneesmiddelen in de Unie. De Autoriteit zal een cruciale rol spelen bij de mondiale aanpak van bedreigingen van de gezondheid. De Autoriteit moet zich in de eerste plaats richten op de bestrijding van de meest urgente bedreigingen voor de gezondheid, waaronder antimicrobiële resistentie en tekorten aan geneesmiddelen. In de toekomst, naarmate haar capaciteit toeneemt, moet de Autoriteit echter de reikwijdte van haar missie uitbreiden om hieronder specifiek andere gebieden op te nemen waarop sprake is van onvervulde medische behoeften, zoals zeldzame en verwaarloosde ziekten. De Autoriteit moet over voldoende middelen beschikken om zijn taken uit te voeren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 49]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(78 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Naast de groter wordende dreiging van resistentie tegen antimicrobiële stoffen zijn er in de farmaceutische industrie andere voorbeelden van marktfalen ten aanzien waarvan op het niveau van de Unie aanvullende maatregelen moeten worden genomen om tegemoet te komen aan de behoeften op volksgezondheidsgebied van de burgers van de Unie. Zo is er in het bijzonder een discrepantie tussen de O&amp;O-prioriteiten en de behoeften op volksgezondheidsgebied van de burgers van de Unie. Het marktfalen in de Unie heeft er in bepaalde gevallen toe geleid dat er geen behandelingen voor zeldzame ziekten beschikbaar waren en geneesmiddelen ongelijk toegankelijk waren, en heeft tekorten veroorzaakt. Deze verordening moet derhalve dit marktfalen aanpakken door te voorzien in een gemoduleerde aanpak van marktexclusiviteit en meer transparantie met betrekking tot O&amp;O-uitgaven om de doelstellingen van betaalbaarheid, toegankelijkheid en beschikbaarheid van geneesmiddelen in de Unie beter te verwezenlijken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 50]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(78 quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gezamenlijke aanbesteding, hetzij in een land, hetzij in meer dan een land, kan de toegang tot, de betaalbaarheid van en de voorzieningszekerheid van geneesmiddelen verbeteren. Lidstaten die geïnteresseerd zijn in gezamenlijke aanbesteding van geneesmiddelen moeten de Commissie kunnen verzoeken om gezamenlijke aanbesteding van centraal toegelaten geneesmiddelen op het niveau van de Unie overeenkomstig Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te vergemakkelijken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 51]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(79)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Als alternatief voor ontwikkelaars die geen gebruik hebben gemaakt van beloningen voor het op de markt brengen en mijlpaalbetalingsregelingen, kan </STRING></STRING>met de invoering van een voucher waarmee de ontwikkeling van prioritaire antimicrobiële stoffen wordt beloond met een extra <STRING STRIKE="on">jaar </STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">termijn </STRING></STRING>wettelijke gegevensbescherming<STRING STRIKE="on"> zou</STRING> de benodigde financiële ondersteuning van ontwikkelaars van prioritaire antimicrobiële stoffen<STRING STRIKE="on"> kunnen</STRING> worden verwezenlijkt. Om er echter voor te zorgen dat de financiële beloning, die uiteindelijk door de gezondheidszorgstelsels wordt gedragen, grotendeels wordt geabsorbeerd door de ontwikkelaar van de prioritaire antimicrobiële stof en niet door de koper van de voucher, moet het aantal beschikbare vouchers op de markt tot een minimum worden beperkt. Daarom moeten strikte voorwaarden voor de toekenning, de overdracht en het gebruik van de voucher worden vastgesteld en moet de Commissie de mogelijkheid krijgen om de voucher onder bepaalde omstandigheden in te trekken.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bovendien moet de geldwaarde die voor de overdracht van de voucher is betaald, worden overgedragen aan de Autoriteit, die het overeenkomstige bedrag in jaarlijkse termijnen aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen moet uitkeren om de productiecapaciteit en de levering te garanderen van de prioritaire antimicrobiële stof waarvoor de voucher is gecreëerd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 52]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(80)</NO.P>Een overdraagbare gegevensexclusiviteitsvoucher mag alleen beschikbaar zijn voor antimicrobiële producten die een aanzienlijk klinisch voordeel opleveren met betrekking tot resistentie tegen antimicrobiële stoffen en die de in deze verordening beschreven kenmerken hebben. Er moet ook voor worden gezorgd dat een onderneming die deze stimulans ontvangt, op haar beurt in staat is het geneesmiddel in voldoende hoeveelheden aan patiënten in de hele Unie te leveren en informatie te verstrekken over alle financiering die is ontvangen voor onderzoek in verband met de ontwikkeling ervan, teneinde een volledig overzicht te geven van de rechtstreekse financiële <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en indirecte </STRING></STRING>ondersteuning die aan het geneesmiddel wordt verleend<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> overeenkomstig artikel 57 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG]</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 53]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(81)</NO.P>Om te zorgen voor een hoge mate van transparantie en voor volledig inzicht inzake het economische effect van de overdraagbare gegevensexclusiviteitsvoucher, met name wat betreft het risico op overcompensatie van de investeringen, wordt van een ontwikkelaar van een prioritaire antimicrobiële stof vereist dat hij of zij informatie verstrekt over alle ontvangen rechtstreekse financiële steun voor onderzoek in verband met de ontwikkeling van de prioritaire antimicrobiële stof. In een dergelijke verklaring moet alle rechtstreekse financiële steun worden vermeld die uit enige bron waar ook ter wereld wordt ontvangen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alsook alle indirecte financiële steun overeenkomstig artikel 57 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG]</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 54]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(82)</NO.P>De overdracht van een voucher voor een prioritaire antimicrobiële stof kan plaatsvinden via verkoop<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en is slechts eenmaal toegestaan</STRING></STRING>. De waarde van de transactie, die in geld kan worden uitgedrukt of anderszins is overeengekomen tussen de koper en de verkoper, wordt openbaar gemaakt om de regelgevers en het publiek te informeren. De identiteit van de houder van een voucher die is toegekend en nog niet is gebruikt, moet te allen tijde publiekelijk bekend zijn om een maximale mate van transparantie en vertrouwen te waarborgen.<STRING BOLD="on"> [Am. 55]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(83)</NO.P>De bepalingen met betrekking tot overdraagbare gegevensexclusiviteitsvouchers moeten van toepassing zijn gedurende een bepaalde periode vanaf de inwerkingtreding van deze verordening of totdat de Commissie een maximumaantal vouchers heeft toegekend, om de totale kosten van de maatregel voor de gezondheidszorgstelsels van de lidstaten te beperken. De beperkte toepassing van de maatregel zal het ook mogelijk maken het effect van de maatregel voor het tegengaan van het marktfalen bij de ontwikkeling van nieuwe antimicrobiële stoffen waarmee de resistentie tegen antimicrobiële stoffen kan worden aangepakt, te beoordelen en de kosten voor de nationale gezondheidszorgstelsels te bepalen. Een dergelijke beoordeling zal de nodige kennis opleveren om te kunnen beslissen of de toepassing van de maatregel wordt verlengd.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bovendien moet de Commissie uiterlijk ... [vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] een evaluatieverslag indienen over de doeltreffendheid van zowel de mijlpaalbetalingsregelingen als de overdraagbare gegevensexclusiviteitsvouchers bij de ontwikkeling van prioritaire antimicrobiële stoffen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 56]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(84)</NO.P>De toepassingstermijn van de bepalingen inzake overdraagbare exclusiviteitsvouchers voor prioritaire antimicrobiële stoffen en het totale aantal vouchers kunnen op voorstel van de Commissie en op basis van de opgedane ervaring door het Parlement en de Raad worden uitgebreid.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(85)</NO.P>Wanneer de Commissie van oordeel is dat er redenen zijn om aan te nemen dat een geneesmiddel een mogelijk ernstig risico voor de gezondheid van de mens kan inhouden, moet het Bureau een wetenschappelijke beoordeling van het geneesmiddel uitvoeren, die uitmondt in een besluit om de vergunning voor het in de handel brengen te handhaven, te wijzigen, te schorsen of in te trekken, en die wordt genomen op basis van een algemene baten-risicobeoordeling. De Commissie kan ook optreden met betrekking tot een gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen wanneer niet aan de daaraan verbonden voorwaarden wordt voldaan.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(86)</NO.P>Voor geneesmiddelen bij zeldzame ziekten en geneesmiddelen voor kinderen moeten wat hun kwaliteit, veiligheid<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> werkzaamheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en milieurisico</STRING></STRING> betreft, dezelfde bepalingen gelden als voor alle andere geneesmiddelen, bijvoorbeeld betreffende de procedures voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen, en de eisen voor de geneesmiddelenbewaking en voor de kwaliteit. Voor die geneesmiddelen gelden echter ook specifieke eisen. Dergelijke eisen worden momenteel gedefinieerd in afzonderlijke wetgeving en moeten in deze verordening worden opgenomen om te zorgen voor duidelijkheid en samenhang van alle maatregelen die op deze geneesmiddelen van toepassing zijn.<STRING BOLD="on"> [Am. 57]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(87)</NO.P>Sommige weesaandoeningen komen zo zelden voor dat de kosten voor de ontwikkeling en het in de handel brengen van een geneesmiddel voor diagnose, preventie of behandeling van een dergelijke aandoening niet kunnen worden gedekt door de verwachte verkoop van het geneesmiddel. Personen die lijden aan zeldzame aandoeningen moeten echter een behandeling van dezelfde kwaliteit kunnen krijgen als andere personen; daarom moeten impulsen worden gegeven aan onderzoek en ontwikkeling en inzake het in de handel brengen van geschikte geneesmiddelen door de farmaceutische industrie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(88)</NO.P>Verordening (EG) nr. 141/2000 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 141/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1999 inzake weesgeneesmiddelen (PB L 18 van 22.1.2000, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> heeft aantoonbaar resultaat opgeleverd wat betreft het stimuleren van de ontwikkeling van weesgeneesmiddelen in de Unie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ook al moet er nog meer vooruitgang worden geboekt, aangezien voor 95 % van de zeldzame ziekten nog steeds geen behandeling is toegelaten en de behandelingen die beschikbaar zijn voor 5 % van de zeldzame ziekten niet noodzakelijk transformatief of curatief zijn</STRING></STRING>; een optreden op het niveau van de Unie verdient dan ook nog steeds de voorkeur boven ongecoördineerde maatregelen van de lidstaten die kunnen leiden tot concurrentievervalsing en belemmeringen voor de handel binnen de Unie.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De Unie moet voortbouwen op haar succes en in het kader van deze verordening een vergelijkbare mate van innovatie stimuleren en waarborgen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 58]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(89)</NO.P>De bij Verordening (EG) nr. 141/2000 vastgestelde open en doorzichtige procedure van de Unie voor de aanwijzing van potentiële geneesmiddelen als weesgeneesmiddelen moet worden gehandhaafd. Om te zorgen voor meer juridische duidelijkheid en voor verdere vereenvoudiging, moeten de specifieke wettelijke bepalingen die op deze geneesmiddelen van toepassing zijn, in deze verordening worden opgenomen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(90)</NO.P>Objectieve criteria voor de aanwijzing als weesgeneesmiddel op basis van de prevalentie van de levensbedreigende of chronisch invaliderende aandoening waarvoor naar middelen voor diagnose, preventie of behandeling wordt gezocht en van het ontbreken van een in de Unie toegelaten bevredigende methode voor diagnose, preventie of behandeling van de aandoening in kwestie, moeten worden gehandhaafd; een prevalentie van maximaal vijf patiënten met de betrokken aandoening per 10 000 inwoners wordt algemeen als een passende drempel beschouwd. Het criterium voor de aanwijzing als weesgeneesmiddel dat is gebaseerd op het rendement van investeringen is afgeschaft, aangezien het nooit is gebruikt.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Geneesmiddelen moeten echter nog steeds de status van weesgeneesmiddel kunnen verliezen wanneer niet langer aan het populatiecriterium wordt voldaan.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 59]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(91)</NO.P>Het criterium voor aanwijzing als weesgeneesmiddel dat is gebaseerd op de prevalentie van een ziekte is echter mogelijk niet in alle gevallen geschikt om zeldzame ziekten te identificeren. Voor aandoeningen die gekenmerkt worden door een korte duur en een hoge sterfte bijvoorbeeld zou het meten van het aantal mensen dat de ziekte gedurende een bepaalde periode heeft opgelopen, beter weergeven of de ziekte zeldzaam is in de zin van deze verordening dan het meten van het aantal mensen dat op een bepaald moment “aan de ziekte lijdt”. Teneinde zeldzame ziekten beter te kunnen onderscheiden, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om op aanbeveling van het Bureau specifieke aanwijzingscriteria voor bepaalde aandoeningen vast te stellen indien de aanwijzigingscriteria waarin is voorzien om wetenschappelijke redenen niet passend worden geacht.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(92)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Teneinde zeldzame ziekten beter te kunnen onderscheiden, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om op aanbeveling van het Bureau de aanwijzingscriteria door middel van een gedelegeerde handeling aan te vullen indien deze om wetenschappelijke redenen niet geschikt zijn voor bepaalde aandoeningen. Daarnaast vereisen de aanwijzingscriteria dat de Commissie uitvoeringsmaatregelen vaststelt.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 60]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(92 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wat een aanzienlijk voordeel in een patiëntenpopulatie is, kan mettertijd veranderen. Derhalve moet het Bureau, naast het waarborgen van voorspelbaarheid, ook rekening houden met eventuele wetenschappelijke ontwikkelingen en richtsnoeren bij de beoordeling of geneesmiddelen voldoen aan de criteria voor aanzienlijke voordelen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 61]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(93)</NO.P>Indien er al een bevredigende methode voor de diagnose, preventie of behandeling van de betrokken aandoening in de Unie is toegelaten, dan moet het geneesmiddel een aanzienlijk voordeel opleveren voor degenen die aan deze aandoening lijden. In dit verband wordt een geneesmiddel waarvoor in één lidstaat een vergunning is verleend, over het algemeen beschouwd als toegelaten in de Unie. Het is niet nodig dat er een vergunning voor het in de handel brengen in de Unie voor is verleend of dat er in alle lidstaten een vergunning voor is verleend om het als een bevredigende methode te beschouwen. Daarnaast kunnen algemeen gebruikte methoden voor diagnose, preventie of behandeling waarvoor geen vergunning voor het in de handel brengen vereist is, als bevredigend worden beschouwd als er wetenschappelijk bewijs is van hun werkzaamheid en veiligheid. In bepaalde gevallen <STRING STRIKE="on">kunnen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten</STRING></STRING> geneesmiddelen die voor een individuele patiënt in een apotheek worden bereid volgens een medisch recept of volgens de voorschriften van een farmacopee en die bestemd zijn om rechtstreeks te worden verstrekt aan patiënten die door de apotheek worden bediend, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ook </STRING></STRING>als bevredigende behandeling worden beschouwd indien zij algemeen bekend en veilig zijn en dit een algemene praktijk is voor de betrokken patiëntenpopulatie in de Unie.<STRING BOLD="on"> [Am. 62]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(94)</NO.P>De bevoegdheid om een geneesmiddel, door middel van een besluit, als weesgeneesmiddel aan te wijzen wordt aan het Bureau toegekend. Dit zal naar verwachting de aanwijzingsprocedure vergemakkelijken en versnellen en tegelijkertijd een hoog niveau van wetenschappelijke deskundigheid waarborgen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(95)</NO.P>Om een snellere vergunningverlening voor aangewezen weesgeneesmiddelen aan te moedigen, is de geldigheid van de aanwijzing als weesgeneesmiddel vastgesteld op zeven jaar, met de mogelijkheid van verlenging door het Bureau onder bepaalde gespecificeerde voorwaarden; de aanwijzing als weesgeneesmiddel kan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden ingetrokken </STRING></STRING>op verzoek van de initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel<STRING STRIKE="on"> worden ingetrokken</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, die een gemotiveerde rechtvaardiging voor zijn verzoek tot intrekking moet kunnen geven</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het Bureau moet de door de initiatiefnemer gegeven gemotiveerde rechtvaardiging voor zijn verzoek tot intrekking openbaar maken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 63]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(96)</NO.P>Het Bureau is verantwoordelijk voor de aanwijzing van een weesgeneesmiddel en voor het opzetten en beheren van een register van aangewezen weesgeneesmiddelen. Dat register moet openbaar zijn en de minimumgegevens die in het register moeten worden opgenomen, zijn in deze verordening gespecificeerd, waarbij de Commissie de bevoegdheid krijgt om deze gegevens door middel van een gedelegeerde handeling te wijzigen of aan te vullen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(97)</NO.P>Initiatiefnemers van in het kader van deze verordening aangewezen weesgeneesmiddelen dienen volledig in aanmerking te komen voor door de Unie of door de lidstaten verstrekte stimulansen ter ondersteuning van onderzoek en ontwikkeling inzake geneesmiddelen voor diagnose, preventie of behandeling van dergelijke aandoeningen en zeldzame ziekten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(98)</NO.P>Patiënten met weesaandoeningen verdienen geneesmiddelen die qua kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van hetzelfde niveau zijn als de geneesmiddelen voor andere patiënten; weesgeneesmiddelen moeten daarom worden onderworpen aan de normale beoordelingsprocedure die door het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik wordt uitgevoerd, als voorwaarde voor het verkrijgen door de aanvrager van een vergunning voor het in de handel brengen van een weesgeneesmiddel, terwijl een afzonderlijke vergunning voor het in de handel brengen kan worden verleend voor indicaties die niet aan de criteria voor een weesgeneesmiddel voldoen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(99)</NO.P>Voor een groot deel van de zeldzame ziekten is nog steeds geen behandeling beschikbaar, aangezien onderzoek en ontwikkeling worden geconcentreerd op gebieden waar de winstgevendheid beter gewaarborgd is. Daarom moet de nadruk worden gelegd op die gebieden waar de grootste behoefte aan onderzoek bestaat en waar investeringen het risicovolst zijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(100)</NO.P>Weesgeneesmiddelen die voorzien in een grote onvervulde medische behoefte, worden ingezet voor de preventie, diagnose of behandeling van aandoeningen, ofwel omdat daarvoor geen andere preventie-, diagnose- of behandelingsmethode bestaat, ofwel, indien een dergelijke methode wel al bestaat, omdat zij daarbij een uitzonderlijke therapeutische vooruitgang kunnen bieden. In beide gevallen moet het criterium van een significante vermindering van de morbiditeit of mortaliteit van de ziekte bij de betrokken patiëntenpopulatie ervoor zorgen dat alleen de doeltreffendste geneesmiddelen onder de regeling vallen. Het Bureau moet wetenschappelijke richtsnoeren opstellen voor de categorie “weesgeneesmiddelen die voorzien in een grote onvervulde medische behoefte”.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(101)</NO.P>De ervaring die is opgedaan sinds de vaststelling van Verordening (EG) nr. 141/2000 toont aan, dat de belangrijkste stimulans voor de industrie om in de ontwikkeling en het ter beschikking stellen van weesgeneesmiddelen te investeren het vooruitzicht is op exclusiviteit op de markt voor een aantal jaren, zodat een deel van de investering kan worden terugverdiend. Naast de perioden van marktexclusiviteit zullen voor weesgeneesmiddelen ook de in [herziene Richtlijn 2001/83/EG] vastgestelde perioden van wettelijke bescherming gelden, met inbegrip van de verlengingen van de wettelijke gegevensbescherming. Wanneer een weesgeneesmiddel echter een aanvullende therapeutische indicatie verkrijgt, komt het alleen in aanmerking voor de verlenging van de marktexclusiviteit.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(102)</NO.P>Om onderzoek naar en ontwikkeling van weesgeneesmiddelen die voorzien in grote onvervulde behoeften aan te moedigen, de voorspelbaarheid van de markt te waarborgen en te zorgen voor een eerlijke verdeling van de stimulansen, is een modulatie van de marktexclusiviteit ingevoerd; weesgeneesmiddelen die in grote onvervulde medische behoeften voorzien, genieten de langste marktexclusiviteit, terwijl de marktexclusiviteit voor weesgeneesmiddelen die al langdurig in de medische praktijk worden gebruikt, waarvoor minder investeringen nodig zijn, het kortst is. Met het oog op een grotere voorspelbaarheid voor ontwikkelaars is de mogelijkheid afgeschaft dat de criteria om voor marktexclusiviteit in aanmerking te komen zes jaar na de verlening van de vergunning voor het in de handel brengen worden herzien.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(103)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Om ook voor weesgeneesmiddelen een snellere en ruimere toegankelijkheid te bevorderen, wordt voor weesgeneesmiddelen een extra periode van één jaar marktexclusiviteit toegekend voor een marktintroductie in de Unie, behalve voor geneesmiddelen die al langdurig in de medische praktijk worden gebruikt.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 64]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(104)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om de potentiële baten van klinisch onderzoek te maximaliseren, moet de voortdurende verkenning van nieuwe indicaties worden aangemoedigd. </STRING></STRING>Om het onderzoek naar en de ontwikkeling van nieuwe therapeutische indicaties te belonen, wordt voorzien in een extra periode van één jaar marktexclusiviteit voor een nieuwe therapeutische indicatie (met een maximum van twee indicaties).<STRING BOLD="on"> [Am. 65]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(105)</NO.P>Deze verordening bevat verschillende bepalingen die tot doel hebben om te voorkomen dat de marktexclusiviteit niet-gerechtvaardigde voordelen oplevert en om de toegankelijkheid van geneesmiddelen te verbeteren door te zorgen voor een snellere marktintroductie van generieke geneesmiddelen en biosimilars en soortgelijke geneesmiddelen. Zij verduidelijkt ook de samenloop van marktexclusiviteit met gegevensbescherming en definieert situaties waarin voor een vergelijkbaar geneesmiddel een vergunning voor het in de handel brengen kan worden verleend, ondanks de voortdurende marktexclusiviteit.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(105 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Bureau mag de validatie van een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen waarin wordt verwezen naar gegevens van een referentiegeneesmiddel, alleen weigeren op grond van de in deze verordening en in [herziene Richtlijn 2001/83/EG] vermelde gronden. Hetzelfde moet gelden voor elk besluit om de vergunning voor het in de handel brengen te verlenen, te wijzigen, te schorsen, te beperken of in te trekken. Het Bureau kan zijn beslissing niet op andere gronden baseren, met name niet op de status van het referentiegeneesmiddel als octrooi of aanvullend beschermingscertificaat.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 66]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(105 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een van de overkoepelende doelstellingen van deze verordening is het helpen voorzien in de medische behoeften van patiënten met een zeldzame ziekte, het verbeteren van de betaalbaarheid van weesgeneesmiddelen en de toegang van patiënten tot weesgeneesmiddelen in de hele Unie, en het stimuleren van innovatie op gebieden waar dat nodig is. Hoewel ook andere programma’s en beleidsmaatregelen van de Unie aan deze doelstellingen bijdragen, worden mensen met een zeldzame ziekte nog steeds geconfronteerd met veelvuldige en multifactoriële gemeenschappelijke uitdagingen, waaronder vertraagde diagnoses, een gebrek aan beschikbare transformatieve behandelingen en moeilijkheden om toegang te krijgen tot behandelingen in hun woonplaats, die de versnippering van de markt in de lidstaten weerspiegelen. Aangezien de toegevoegde waarde van de Unie om te voorzien in de behoeften van mensen die leven met een zeldzame ziekte uitzonderlijk hoog is vanwege de zeldzaamheid van patiënten, deskundigen, gegevens en middelen, is het passend dat de Commissie deze verordening aanvult door een specifiek kader voor zeldzame ziekten te ontwikkelen om een brug te slaan tussen relevante wetgeving, beleidsmaatregelen en programma’s en nationale strategieën te ondersteunen, zodat beter kan worden voorzien in de onvervulde behoeften van mensen die leven met een zeldzame ziekte en hun verzorgers. Dit kader moet gebaseerd zijn op behoeften en doelstellingen en in overleg met de lidstaten en patiëntenorganisaties en, waar nodig, andere belanghebbenden worden ontwikkeld.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 67]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(106)</NO.P>Voordat een geneesmiddel voor menselijk gebruik in een of meer lidstaten in de handel wordt gebracht, moeten uitgebreide onderzoeken, waaronder niet-klinische tests en klinische proeven, worden uitgevoerd om te waarborgen dat het geneesmiddel veilig is, een goede kwaliteit heeft en werkzaam is bij de doelgroep. Het is belangrijk dat dergelijke onderzoeken ook bij de pediatrische populatie worden uitgevoerd om te zorgen voor een passende vergunningverlening voor geneesmiddelen met het oog op gebruik bij de pediatrische populatie, en om de beschikbare informatie over het gebruik van geneesmiddelen bij de verschillende pediatrische populaties te verbeteren. Ook is het belangrijk dat geneesmiddelen worden aangeboden in doseringen en formuleringen die geschikt zijn voor gebruik bij kinderen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(107)</NO.P>Daarom moet de ontwikkeling van geneesmiddelen die mogelijk voor de pediatrische populatie kunnen worden gebruikt, een integraal onderdeel worden van de ontwikkeling van geneesmiddelen, dat wordt geïntegreerd in het ontwikkelingsprogramma voor volwassenen. Daarom moeten de plannen voor pediatrisch onderzoek in een vroeg stadium van de ontwikkeling van geneesmiddelen worden ingediend, zodat er, indien nodig, voldoende tijd is om onderzoek bij de pediatrische populatie uit te voeren voordat een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen wordt ingediend.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(108)</NO.P>Aangezien de ontwikkeling van geneesmiddelen een dynamisch proces is dat afhankelijk is van het resultaat van lopend onderzoek, moet in bepaalde gevallen, bijvoorbeeld wanneer slechts beperkte informatie over de geneesmiddelen beschikbaar is omdat de geneesmiddelen voor het eerst bij de pediatrische populatie worden getest, een specifieke procedure worden ingevoerd die het mogelijk maakt geleidelijk een plan voor pediatrisch onderzoek op te stellen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(109)</NO.P>Om tijdens noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid een snelle vergunningverlening voor een geneesmiddel dat bedoeld is voor de behandeling of voorkoming van een aandoening die verband houdt met de noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid, niet te belemmeren, moet de mogelijkheid bestaan om tijdelijk ontheffing te verlenen van de voorschriften betreffende de pediatrische onderzoeken die op het moment van de verlening van de vergunning voor het in de handel brengen moeten worden ingediend.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(110)</NO.P>Om de gezondheid van kinderen niet in gevaar te brengen en te voorkomen dat zij aan onnodige klinische proeven worden blootgesteld, moet worden afgezien van de verplichting om goedkeuring te verkrijgen voor pediatrische onderzoeken bij kinderen en deze onderzoeken uit te voeren wanneer het geneesmiddel bij de gehele pediatrische populatie of een deel ervan waarschijnlijk niet werkzaam of niet veilig zal zijn, het specifieke geneesmiddel geen aanzienlijk therapeutisch voordeel biedt ten opzichte van bestaande behandelingen voor kinderen, of de ziekte waarvoor het geneesmiddel bestemd is, alleen bij volwassen populaties voorkomt. Niettemin moet in het laatste geval, indien op basis van bestaand wetenschappelijk bewijs wordt verwacht dat het geneesmiddel vanwege het moleculaire werkingsmechanisme ervan werkzaam zal zijn bij de behandeling van een andere ziekte bij kinderen, de verplichting worden gehandhaafd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(111)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat onderzoek bij de pediatrische populatie uitsluitend wordt uitgevoerd om in hun therapeutische behoeften te voorzien, moet het Bureau lijsten van vrijstellingen voor specifieke geneesmiddelen of voor klassen of delen van klassen van geneesmiddelen aannemen en openbaar maken. Aangezien de kennis van de wetenschap en de geneeskunde in de loop der tijd evolueert, moet de lijst van vrijstellingen kunnen worden gewijzigd. Indien een vrijstelling echter wordt ingetrokken, moet het voorschrift nog gedurende een bepaalde periode buiten toepassing blijven, zodat er voldoende tijd is om voorafgaand aan de indiening van een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen ten minste een plan voor pediatrisch onderzoek te laten goedkeuren en onderzoeken bij de pediatrische populatie te starten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(112)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat onderzoek alleen wordt uitgevoerd wanneer het veilig en ethisch verantwoord is en dat het vereisen van onderzoeksgegevens bij de pediatrische populatie de vergunningverlening voor geneesmiddelen voor andere populaties niet blokkeert of vertraagt, kan het Bureau<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, op grond van wetenschappelijke, ethische en technische redenen of overwegingen in verband met de volksgezondheid,</STRING></STRING> de aanvang of voltooiing van sommige of alle maatregelen in een plan voor pediatrisch onderzoek voor een beperkte periode opschorten. Een dergelijke opschorting mag alleen in naar behoren gemotiveerde gevallen worden verlengd.<STRING BOLD="on"> [Am. 68]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(113)</NO.P>Er moet worden voorzien in de mogelijkheid om een goedgekeurd plan voor pediatrisch onderzoek te wijzigen wanneer de aanvrager bij de uitvoering ervan zodanige moeilijkheden ondervindt dat het plan niet uitvoerbaar of niet meer passend is.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(114)</NO.P>Het Bureau moet, na raadpleging van de Commissie en de belanghebbende partijen, nadere gegevens opstellen over de inhoud van een aanvraag tot goedkeuring van een plan voor pediatrisch onderzoek, voor de wijziging van een dergelijk plan, voor ontheffingen en voor opschortingsverzoeken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(115)</NO.P>Voor geneesmiddelen die uitsluitend zullen worden ontwikkeld voor gebruik bij kinderen en dus onafhankelijk van de huidige bepalingen zouden worden ontwikkeld, moeten vereenvoudigde details van het plan voor pediatrisch onderzoek worden gevraagd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(116)</NO.P>Om ervoor te zorgen dat de gegevens ter ondersteuning van de vergunning voor het in de handel brengen met betrekking tot het gebruik van een geneesmiddel bij kinderen waarvoor krachtens deze verordening een vergunning is verleend, correct tot stand zijn gekomen, moeten het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik de naleving van het goedgekeurde plan voor pediatrisch onderzoek en eventuele vrijstellingen en opschortingen bij de validatiestap van de aanvragen voor een vergunning voor het in de handel brengen controleren.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(117)</NO.P>Het Bureau moet gratis wetenschappelijk advies verstrekken om opdrachtgevers te stimuleren geneesmiddelen voor de pediatrische populatie te ontwikkelen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(118)</NO.P>Om gezondheidswerkers en patiënten informatie te verstrekken over het veilige en doeltreffende gebruik van geneesmiddelen bij de pediatrische populatie, moeten de resultaten van de overeenkomstig een plan voor pediatrisch onderzoek uitgevoerde onderzoeken, ongeacht of zij het gebruik van het geneesmiddel bij kinderen al dan niet ondersteunen, in de samenvatting van de productkenmerken en, in voorkomend geval, in de bijsluiter worden opgenomen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(119)</NO.P>Om de ontwikkeling van nieuwe, uitsluitend pediatrische indicaties van geneesmiddelen waarvoor een vergunning is verleend en die niet langer onder intellectuele-eigendomsrechten vallen, te ondersteunen, moet worden voorzien in een specifiek type vergunning voor het in de handel brengen: de vergunning voor het in de handel brengen voor pediatrisch gebruik. Een vergunning voor het in de handel brengen voor pediatrisch gebruik moet worden verleend volgens de bestaande procedures voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen, maar moet specifiek van toepassing zijn op geneesmiddelen die uitsluitend voor gebruik bij de pediatrische populatie zijn ontwikkeld. Voor het geneesmiddel waarvoor een vergunning voor het in de handel brengen voor pediatrisch gebruik wordt verleend, moet de bestaande merknaam van het ermee overeenkomende, voor volwassenen toegelaten geneesmiddel kunnen worden gebruikt, zodat zowel van de bestaande naamsbekendheid als van de wettelijke bescherming die aan een nieuwe vergunning voor het in de handel brengen is verbonden, wordt geprofiteerd.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(120)</NO.P>In een aanvraag voor een vergunning van het in de handel brengen voor pediatrisch gebruik moeten de overeenkomstig een goedgekeurd plan voor pediatrisch onderzoek verzamelde gegevens over het gebruik van het geneesmiddel bij de pediatrische populatie worden opgenomen. Deze gegevens kunnen aan gepubliceerde literatuur of aan nieuw onderzoek zijn ontleend. In een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen voor pediatrisch gebruik moet voorts kunnen worden verwezen naar gegevens in het dossier van een geneesmiddel waarvoor in de Unie een vergunning wordt of werd verleend. Dit is bedoeld als extra stimulans om kmo’s, met inbegrip van generieke-geneesmiddelenondernemingen, aan te moedigen geneesmiddelen waarop geen octrooi rust, te ontwikkelen voor de pediatrische populatie.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(121)</NO.P>Sommige plannen voor pediatrisch onderzoek kunnen om verschillende redenen worden stopgezet, ondanks de mogelijke positieve resultaten voor de behandeling van kinderen die uit de reeds uitgevoerde onderzoeken zijn verkregen. De informatie over dergelijke stopzettingen en de redenen daarvoor moeten door het Bureau worden verzameld en openbaar worden gemaakt om eventuele derden die geïnteresseerd kunnen zijn in de voortzetting van bovengenoemde onderzoeken, daarover te informeren.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(122)</NO.P>Om te zorgen voor een grotere transparantie omtrent klinische proeven die bij kinderen in derde landen worden uitgevoerd en waarnaar wordt verwezen in een plan voor pediatrisch onderzoek of die onafhankelijk van een plan voor pediatrisch onderzoek door een houder van een vergunning voor het in de handel brengen worden uitgevoerd, moet informatie over deze klinische proeven worden opgenomen in de bij Verordening (EU) nr. 536/2014 opgerichte Europese databank voor klinische proeven.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(123)</NO.P>De samenvatting van de resultaten van alle pediatrische klinische proeven die zijn opgenomen in de bij Verordening (EU) nr. 536/2014 opgerichte Europese databank voor klinische proeven moet binnen 6 maanden na het einde van de klinische proeven openbaar worden gemaakt, tenzij dit om gerechtvaardigde wetenschappelijke redenen niet mogelijk is.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(124)</NO.P>Om de prioriteiten bij de ontwikkeling van geneesmiddelen te bespreken, met name op het gebied van onvervulde medische behoeften van kinderen, en om het onderzoek naar pediatrische geneesmiddelen te coördineren, moet het Bureau een Europees netwerk opzetten dat bestaat uit patiëntenvertegenwoordigers, academici, ontwikkelaars van geneesmiddelen, onderzoekers en onderzoekscentra in de Unie of in de Europese Economische Ruimte.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(125)</NO.P>Er moet financiering van de Unie worden uitgetrokken voor alle aspecten van de werkzaamheden van het Bureau die samenhangen met activiteiten op het gebied van geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik, zoals de beoordeling van plannen voor pediatrisch onderzoek, vrijstellingen van vergoedingen voor wetenschappelijk advies, en maatregelen op het gebied van voorlichting en transparantie, met inbegrip van de databank van pediatrische onderzoeken en het netwerk.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(126)</NO.P>Het is nodig maatregelen te treffen voor het toezicht op de geneesmiddelen waarvoor de Unie een vergunning heeft verleend, en in het bijzonder voor het intensieve toezicht op de bijwerkingen van deze geneesmiddelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en het verzamelen van gegevens uit de praktijk </STRING></STRING>in het kader van geneesmiddelenbewakingswerkzaamheden van de Unie, zodat elk geneesmiddel dat in normale gebruiksomstandigheden een negatieve baten-risicobalans oplevert, snel uit de handel kan worden genomen.<STRING BOLD="on"> [Am. 69]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(127)</NO.P>De belangrijkste taken van het Bureau op het gebied van geneesmiddelenbewaking, zoals vastgelegd in Verordening (EG) nr. 726/2004, moeten worden gehandhaafd. Dit omvat het beheer van de databank voor geneesmiddelenbewaking van de Unie en het netwerk voor gegevensverwerking (de “Eudravigilance-databank”), de coördinatie van veiligheidsmededelingen door de lidstaten en de verstrekking van informatie aan het publiek over veiligheidskwesties. De Eudravigilance-databank moet het centrale punt van ontvangst zijn voor informatie over geneesmiddelenbewaking. De lidstaten mogen de vergunninghouders daarom geen extra rapportageverplichtingen opleggen. De databank moet voor de lidstaten, het Bureau en de Commissie volledig en permanent, en voor de vergunninghouders en het publiek tot een passend niveau toegankelijk zijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(128)</NO.P>Om de doelmatigheid van het markttoezicht te vergroten, moet het Bureau worden belast met de coördinatie van de activiteiten van de lidstaten op het gebied van geneesmiddelenbewaking. Er is een aantal bepalingen nodig om strikte en doelmatige procedures voor geneesmiddelenbewaking vast te stellen, de bevoegde autoriteit van de lidstaat in staat te stellen voorlopige noodmaatregelen te treffen, waaronder het wijzigen van de vergunning voor het in de handel brengen, en om op elk moment de voordelen en risico’s van een geneesmiddel opnieuw te kunnen afwegen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(129)</NO.P>Wetenschappelijke en technologische vooruitgang op het gebied van gegevensanalyse en gegevensinfrastructuur zijn van essentieel belang voor de ontwikkeling van, vergunningverlening voor en het toezicht op geneesmiddelen. De digitale transformatie heeft gevolgen gehad voor de besluitvorming op regelgevingsgebied, waardoor deze gegevensgestuurd wordt en er gedurende de hele levenscyclus van een geneesmiddel veel meer mogelijkheden zijn om toegang te krijgen tot bewijsmateriaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en gegevens uit de praktijk</STRING></STRING>. In deze verordening wordt erkend dat het Bureau ervaren en kundig is wat betreft het raadplegen en analyseren van onafhankelijk van de aanvrager van een vergunning voor het in de handel brengen of de houder van de vergunning voor het in de handel brengen ingediende gegevens. Op basis hiervan moet het Bureau het initiatief nemen om de samenvatting van de productkenmerken te actualiseren indien nieuwe gegevens over de werkzaamheid of veiligheid van invloed zijn op de baten-risicobalans van een geneesmiddel.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> In dergelijke gevallen moet het Bureau de aanvrager of houder van de vergunning voor het in de handel brengen raadplegen alvorens een dergelijke actualisering uit te voeren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 70]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(130)</NO.P>Ook moet de Commissie, in nauwe samenwerking met het Bureau en na overleg met de lidstaten, worden belast met de coördinatie van de uitvoering van de verschillende toezichttaken van de lidstaten, in het bijzonder het verstrekken van informatie over geneesmiddelen en de controle op de inachtneming van goede productiepraktijken, goede laboratoriumpraktijken en goede klinische praktijken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(131)</NO.P>Het is nodig te voorzien in een gecoördineerde toepassing van de procedures van de Unie voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen en de procedures van de lidstaten voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen, die reeds in ruime mate zijn geharmoniseerd bij [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</P></CONS><CONS><P><NO.P>(132)</NO.P>De Unie en de lidstaten hebben een wetenschappelijk, empirisch onderbouwd proces ontwikkeld waarbij de bevoegde autoriteiten de relatieve doeltreffendheid van nieuwe of bestaande geneesmiddelen kunnen bepalen. Bij dit proces wordt vooral bekeken wat de meerwaarde is van een geneesmiddel in vergelijking met andere bestaande of nieuwe gezondheidstechnologieën. Deze beoordeling mag echter niet plaatsvinden in het kader van de verlening van een vergunning voor het in de handel brengen, waarvoor de fundamentele criteria moeten worden gehandhaafd. In dit verband is het nuttig te voorzien in de mogelijkheid om informatie in te winnen over de door de lidstaten toegepaste methoden om het therapeutische voordeel van elk nieuw geneesmiddel te bepalen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(132 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om de toegang van patiënten tot innovatieve geneesmiddelen te vergemakkelijken, moeten gemeenschappelijke voorschriften worden vastgesteld voor het testen en toelaten van innovatieve geneesmiddelen en met dergelijke producten verband houdende innovatieve technologieën waarvoor het regelgevingskader voor geneesmiddelen van de Unie naar verwachting niet geschikt zal zijn vanwege hun uitzonderlijke aard of kenmerken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 71]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(132 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om naar behoren gemotiveerde redenen moeten testomgevingen voor regelgeving kunnen worden opgezet wanneer het niet mogelijk is om het geneesmiddel of de categorie geneesmiddelen volgens de toepasselijke eisen voor geneesmiddelen te ontwikkelen als gevolg van wetenschappelijke of regelgevingsproblemen die voortvloeien uit kenmerken of methoden die verband houden met het product, en die kenmerken of methoden op positieve en herkenbare wijze bijdragen tot de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het geneesmiddel of de categorie geneesmiddelen, of de toegang van patiënten tot behandelingen aanzienlijk verbeteren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 72]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(132 quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het verschaffen van de mogelijkheid om overeenkomstig deze verordening testomgevingen voor regelgeving op te zetten, heeft de volgende doelstellingen: het Bureau en de nationale bevoegde autoriteiten meer inzicht te geven in technische en wetenschappelijke ontwikkelingen, ontwikkelaars in staat te stellen in een gecontroleerde omgeving innovatieve geneesmiddelen en aanverwante technologieën te testen en te ontwikkelen waarvoor het huidige regelgevingskader niet geschikt is, zoals overeengekomen met de bevoegde autoriteiten, en mogelijke toekomstige aanpassingen van het rechtskader voor de toelating van geneesmiddelen in de Unie vast te stellen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 73]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(133)</NO.P>Testomgevingen voor regelgeving kunnen de mogelijkheid bieden om dankzij proactief leren op regelgevingsgebied de regelgeving verder te ontwikkelen, waardoor regelgevende instanties betere kennis op het gebied van regelgeving kunnen verwerven en de beste middelen kunnen vinden om innovaties te reguleren op basis van gegevens uit de praktijk, met name in een zeer vroeg stadium van de ontwikkeling van een geneesmiddel, wat bijzonder belangrijk kan zijn in het licht van grote onzekerheid en ontwrichtende uitdagingen, alsook bij de voorbereiding van nieuw beleid. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kmo’s en startende ondernemingen moeten ook de mogelijkheid hebben om gebruik te maken van </STRING></STRING>testomgevingen voor regelgeving <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarin zij, indien relevant, kunnen bijdragen met hun knowhow en ervaring. Testomgevingen voor regelgeving kunnen gecontroleerde kaders </STRING></STRING>bieden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die, door het bieden van</STRING></STRING> een gestructureerd kader voor experimenten<STRING STRIKE="on"> en maken</STRING>, in voorkomend geval onder realistische omstandigheden, het testen van innovatieve technologieën, producten, diensten of benaderingen mogelijk<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> maken</STRING></STRING> – op dit moment met name in de context van digitalisering of het gebruik van artificiële intelligentie en machinaal leren in de levenscyclus van geneesmiddelen, van de ontdekking en de ontwikkeling tot de toediening van geneesmiddelen – gedurende een beperkte periode en in een beperkt deel van een sector of gebied onder regelgevend toezicht, waarbij passende waarborgen worden geboden. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zij bieden de autoriteiten die belast zijn met de uitvoering en handhaving van de wetgeving de mogelijkheid om per geval een zekere mate van flexibiliteit te betrachten bij het testen van innovatieve geneesmiddelen, zodat deze producten aan patiënten kunnen worden geleverd zonder dat de normen voor kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid in het gedrang komen. De testomgeving voor regelgeving moet het Bureau in beginsel in staat stellen te beoordelen of een aangepast kader voor het geneesmiddel in kwestie geschikt is en moet worden ontwikkeld. Aangezien de testomgeving voor regelgeving niet onbeperkt mag blijven bestaan, moet het geneesmiddel in kwestie na voltooiing ervan indien nodig worden gereguleerd door middel van een aangepast kader. </STRING></STRING>In zijn conclusies van 23 december 2020 heeft de Raad de Commissie aangemoedigd om het gebruik van testomgevingen voor regelgeving per geval te overwegen bij het opstellen en herzien van wetgeving.<STRING BOLD="on"> [Am. 74]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(134)</NO.P>Op het gebied van geneesmiddelen moet altijd worden gezorgd voor een hoog niveau van bescherming van onder meer burgers, consumenten<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> de gezondheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en het milieu</STRING></STRING>, alsook voor rechtszekerheid, een gelijk speelveld en eerlijke mededinging, en moeten de bestaande beschermingsniveaus in acht worden genomen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Waar mogelijk moet prioriteit worden gegeven aan het gebruik van methoden zonder dierproeven.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 75]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(135)</NO.P>Het opzetten van een testomgeving voor regelgeving moet gebaseerd zijn op een besluit van de Commissie naar aanleiding van een aanbeveling van het Bureau. Een dergelijk besluit moet gebaseerd zijn op een gedetailleerd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en alomvattend</STRING></STRING> plan waarin de specifieke kenmerken van de testomgeving worden geschetst en wordt beschreven op welke geneesmiddelen de testomgeving van toepassing zal zijn. Een testomgeving voor regelgeving moet beperkt zijn in de tijd en kan te allen tijde worden beëindigd om redenen van volksgezondheid. De lessen die uit een testomgeving voor regelgeving voortvloeien, moeten als input dienen voor toekomstige veranderingen in het rechtskader om de specifieke innovatieve aspecten volledig in de regelgeving inzake geneesmiddelen te integreren. In voorkomend geval kan de Commissie op basis van de resultaten van een testomgeving voor regelgeving aangepaste kaders ontwikkelen.<STRING BOLD="on"> [Am. 76]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(135 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De markt van de Unie voor geneesmiddelen blijft gefragmenteerd, ondanks het feit dat de Unie een interne markt heeft en de op één na grootste markt voor geneesmiddelen ter wereld is. De organisatie van de gezondheidszorg is een nationale bevoegdheid van de lidstaten en dit maakt beslissingen dichter bij de patiënt mogelijk, maar leidt ook tot grote verschillen in prijsstelling en toegang voor patiënten. Een betere en nauwere coördinatie tussen de nationale autoriteiten opent de deur naar een efficiëntere en effectievere geneesmiddelenvoorziening in de hele Unie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 77]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(135 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten hebben vaker dan in het verleden te maken met kritieke tekorten aan bepaalde antimicrobiële stoffen, waardoor de gezondheid van patiënten in gevaar kwam en het risico op de ontwikkeling van antimicrobiële resistentie ontstond. Deze kritieke tekorten zijn het gevolg van veranderende infectiepatronen, waardoor de vraag sterk toeneemt. Aan de aanbodzijde is het door de lange aanlooptijden die nodig zijn om de productie op te voeren, moeilijk om snel te reageren. Deze ervaring benadrukt de noodzaak van een gerichte inspanning van alle actoren om het probleem van kritieke tekorten aan te pakken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 78]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(136)</NO.P>Tekorten aan geneesmiddelen zijn een steeds grotere bedreiging voor de volksgezondheid die mogelijke ernstige risico’s voor de gezondheid van patiënten in de Unie met zich <STRING STRIKE="on">meebregen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">meebrengen</STRING></STRING> en gevolgen hebben voor het recht van patiënten op toegang tot passende medische behandelingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder langere vertragingen of onderbrekingen van zorg of therapie, langere perioden van ziekenhuisopname, grotere risico’s op blootstelling aan vervalste geneesmiddelen, medicatiefouten, bijwerkingen als gevolg van de vervanging van niet-beschikbare geneesmiddelen door alternatieve, aanzienlijk psychisch leed voor patiënten en hogere kosten voor gezondheidszorgstelsels. De lidstaten moeten gegevens verzamelen over de gevolgen van geneesmiddelentekorten voor patiënten en consumenten, en informatie daarover via de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen delen als input voor de aanpak van het beheer van geneesmiddelentekorten</STRING></STRING>. Tekorten hebben meerdere onderliggende oorzaken, waarbij uitdagingen zijn vastgesteld in de gehele farmaceutische waardeketen, als gevolg van kwaliteits- en productieproblemen. Tekorten aan geneesmiddelen kunnen met name het gevolg zijn van verstoringen van de toeleveringsketen en kwetsbaarheden die van invloed zijn op de levering van belangrijke ingrediënten en bestanddelen. Daarom moeten alle houders van vergunningen voor het in de handel brengen beschikken over plannen voor de preventie van tekorten, teneinde het optreden van tekorten te voorkomen. Het Bureau moet houders van vergunningen voor het in de handel brengen richtsnoeren verstrekken over benaderingen waarmee de uitvoering van die plannen kan worden gestroomlijnd.<STRING BOLD="on"> [Am. 79]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(137)</NO.P>Om een betere voorzieningszekerheid ten aanzien van geneesmiddelen op de interne markt te bereiken en aldus bij te dragen tot een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid, is het passend de regels inzake monitoring en rapportage van feitelijke of potentiële tekorten aan geneesmiddelen onderling aan te passen, met inbegrip van de procedures en de respectieve rollen en verplichtingen van de betrokken entiteiten in deze verordening<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en tegelijkertijd de lidstaten in staat te stellen wetgeving vast te stellen of te handhaven die een hogere mate van bescherming tegen geneesmiddelentekorten biedt</STRING></STRING>. Het is belangrijk te zorgen voor een continue geneesmiddelenvoorziening, die in heel Europa vaak als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Dit geldt met name voor de meest kritieke geneesmiddelen die essentieel zijn om de continuïteit van de zorg, de verlening van hoogwaardige gezondheidszorg en een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid in Europa te waarborgen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Ter bestrijding van bepaalde tekorten moeten geneesmiddelen kunnen worden gebruikt die volgens medisch recept in de apotheek voor individuele patiënten worden bereid (“formula magistralis”) of volgens de farmacopee en die bestemd zijn om rechtstreeks te worden geleverd aan patiënten die door de apotheek worden bediend (“formula officinalis”).</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 80]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(138)</NO.P>De nationale bevoegde autoriteiten moeten de bevoegdheid krijgen om tekorten aan geneesmiddelen waarvoor via zowel nationale als gecentraliseerde procedures een vergunning is verleend, te monitoren, op basis van kennisgevingen door de houders van vergunningen voor het in de handel brengen. Het Bureau moet de bevoegdheid krijgen om tekorten aan geneesmiddelen waarvoor via de gecentraliseerde procedures een vergunning is verleend, te monitoren, ook op basis van kennisgevingen door de houders van vergunningen voor het in de handel brengen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op het in deze verordening bedoelde Europese webportaal voor geneesmiddelen moet informatie over dergelijke tekorten ter beschikking worden gesteld. </STRING></STRING>Wanneer kritieke tekorten worden vastgesteld, moeten zowel de nationale bevoegde autoriteiten als het Bureau op gecoördineerde wijze werken aan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> de verstrekking van de nodige informatie aan patiënten, consumenten en beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg, onder meer over geschatte duur van de tekorten en beschikbare alternatieven, en</STRING></STRING> het beheer van die kritieke tekorten, ongeacht of het geneesmiddel waarop het kritieke tekort betrekking heeft onder een gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen of een nationale vergunning voor het in de handel brengen valt. Houders van een vergunning voor het in de handel brengen en andere relevante entiteiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, importeurs, fabrikanten en leveranciers</STRING></STRING> moeten de relevante informatie verstrekken die nodig is voor het toezicht. Groothandelaars en andere personen of rechtspersonen, waaronder patiëntenorganisaties of gezondheidswerkers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en consumenten en andere personen of rechtspersonen die gemachtigd of gerechtigd zijn geneesmiddelen aan het publiek te verstrekken</STRING></STRING>, kunnen ook een tekort aan een bepaald geneesmiddel dat in de betrokken lidstaat in de handel wordt gebracht, aan de bevoegde autoriteit melden. De uitvoerende stuurgroep inzake tekorten aan geneesmiddelen en de veiligheid ervan (“de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen”) die reeds binnen het Bureau is opgericht krachtens Verordening (EU) 2022/123 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2022/123 van het Europees Parlement en de Raad van 25 januari 2022 betreffende een grotere rol van het Europees Geneesmiddelenbureau inzake crisisparaatheid en -beheersing op het gebied van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen (PB L 20 van 31.1.2022, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, moet een lijst van kritieke tekorten aan geneesmiddelen vaststellen en ervoor zorgen dat het Bureau die tekorten monitort. De stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen moet ook een lijst vaststellen van kritieke geneesmiddelen waarvoor overeenkomstig [herziene Richtlijn 2001/83/EG] of deze verordening een vergunning is verleend, teneinde het toezicht op de levering van die geneesmiddelen te waarborgen. De stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen kan aanbevelingen doen over maatregelen die houders van een vergunning voor het in de handel brengen, de lidstaten, de Commissie en andere entiteiten moeten nemen om kritieke tekorten op te lossen of om de voorzieningszekerheid ten aanzien van die kritieke geneesmiddelen op de markt te waarborgen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Waar nodig moeten deze maatregelen voor de continuïteit van de voorziening ook het gebruik van flexibilisering in de regelgeving omvatten, zoals op het gebied van verpakkings- en etiketteringseisen. Deze flexibiliteit mag echter de hoge kwaliteits- en veiligheidsnormen niet ondermijnen. </STRING></STRING>De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om ervoor te zorgen dat passende maatregelen, waaronder het aanleggen of in stand houden van noodvoorraden, worden genomen door houders van een vergunning voor het in de handel brengen, groothandelaars of andere relevante entiteiten.<STRING BOLD="on"> [Am. 81]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(138 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Groothandelaars zijn gewoonlijk een belangrijke leveringsschakel tussen houders van een vergunning voor het in de handel brengen en de gebruikers van geneesmiddelen, en in die gevallen moet, om de vraag te kunnen schatten, de in het kader van groothandelopdrachten aangevraagde hoeveelheid in aanmerking worden genomen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 82]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(138 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorkomen moet worden dat maatregelen die in de ene lidstaat worden gepland of uitgevoerd om een tekort op nationaal niveau te voorkomen of te beperken bij het beantwoorden aan de legitieme behoeften van zijn burgers, het risico van tekorten in een andere lidstaat vergroten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 83]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(139)</NO.P>Om de continuïteit van de levering en de beschikbaarheid van kritieke geneesmiddelen op de markt te waarborgen, moeten regels worden vastgesteld voor de overdracht van de vergunning voor het in de handel brengen voorafgaand aan de definitieve stopzetting van het in de handel brengen. Een dergelijke overdracht moet niet worden beschouwd als een wijziging.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(139 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Openbare aanbestedingen kunnen een doeltreffend instrument zijn in de strijd tegen geneesmiddelentekorten. Op het niveau van de lidstaten verhogen aanbestedingen die uitsluitend op de prijs zijn gebaseerd en waarbij er slechts één geselecteerde inschrijver is, het risico op geneesmiddelentekorten, waardoor het aantal leveranciers op de markt afneemt. Op EU-niveau moeten gezamenlijke aanbestedingen worden erkend als een instrument in de strijd tegen kritieke tekorten, met name in tijden van gezondheidscrisis zoals de COVID-19-pandemie heeft aangetoond.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 84]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(140)</NO.P>Het wordt erkend dat een betere toegang tot gegevens bijdraagt tot een groter bewustzijn van het publiek<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en het vertrouwen van het publiek vergroot</STRING></STRING>, het publiek in de gelegenheid stelt zijn opmerkingen kenbaar te maken en de autoriteiten in staat stelt met deze opmerkingen rekening te houden. Daarom moet het grote publiek toegang hebben tot gegevens in het geneesmiddelenregister van de Unie, de Eudravigilance-databank en de databank voor vervaardiging en groothandel, nadat alle gegevens van commercieel vertrouwelijke aard door de bevoegde autoriteit zijn gewist<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, tenzij een hoger openbaar belang openbaarmaking gebiedt overeenkomstig</STRING></STRING> Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43).</FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Verordening (EG) nr. 1049/2001</STRING></STRING> geeft de grootst mogelijke uitwerking aan het recht van toegang van het publiek tot documenten en stelt voor die toegang de algemene beginselen en de beperkingen vast. Het Bureau moet daarom een zo ruim mogelijk toegang bieden tot de documenten, zonder het evenwicht uit het oog te verliezen tussen het recht op informatie en de geldende voorschriften inzake gegevensbescherming. Bepaalde openbare en particuliere belangen, bijvoorbeeld met betrekking tot de persoonsgegevens en de gegevens van commercieel vertrouwelijke aard, moeten bij wijze van uitzondering worden beschermd in overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1049/2001.<STRING BOLD="on"> [Am. 85]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(141)</NO.P>De Commissie moet financiële sancties kunnen opleggen om ervoor te zorgen dat bepaalde verplichtingen die verband houden met overeenkomstig deze verordening verleende vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik, worden nagekomen. Bij de beoordeling van de verantwoordelijkheid voor het niet nakomen van die verplichtingen en de vaststelling van dergelijke sancties, moeten er middelen bestaan om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met het feit dat houders van een vergunning voor het in de handel brengen deel kunnen uitmaken van een grotere economische entiteit. Anders bestaat een duidelijk en identificeerbaar gevaar dat de verantwoordelijkheid voor het niet nakomen van die verplichtingen kan worden ontlopen, hetgeen gevolgen kan hebben voor de mogelijkheid om doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties op te leggen. De opgelegde sancties moeten doelmatig, evenredig en afschrikkend zijn, met inachtneming van de omstandigheden van het geval. Met het oog op de rechtszekerheid bij het voeren van de niet-nakomingsprocedure moeten maximumbedragen voor sancties worden vastgesteld. Deze maximumbedragen moeten niet worden gekoppeld aan de omzet van een bepaald geneesmiddel, maar aan de betrokken economische entiteit.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(142)</NO.P>Teneinde bepaalde niet-essentiële onderdelen van deze verordening aan te vullen of te wijzigen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) handelingen vast te stellen ten aanzien van de bepaling van de situaties waarin werkzaamheidsonderzoeken na verlening van een vergunning vereist kunnen zijn; de nadere bepaling van de categorieën van geneesmiddelen waarvoor een aan specifieke verplichtingen onderworpen vergunning voor het in de handel brengen kan worden verleend en de nadere bepaling van de procedures en eisen voor het verlenen van een dergelijke vergunning en voor de verlenging ervan; de nadere bepaling van de vrijstellingen van wijziging en van de categorieën waarin wijzigingen moeten worden ingedeeld, de vaststelling van procedures voor het onderzoeken van aanvragen voor wijzigingen in de voorwaarden van vergunningen voor het in de handel brengen, alsook de nadere bepaling van de voorwaarden en procedures voor samenwerking met derde landen en internationale organisaties voor het onderzoeken van aanvragen voor dergelijke wijzigingen; de vaststelling van procedures voor de behandeling van aanvragen voor de overdracht van vergunningen voor het in de handel brengen. De vaststelling van de procedure en regels voor het opleggen van geldboeten of dwangsommen bij niet-nakoming van de verplichtingen uit hoofde van deze verordening, alsmede de voorwaarden en methoden voor de inning ervan. De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om aanvullende maatregelen vast te stellen om de situaties te bepalen waarin werkzaamheidsstudies na toelating kunnen worden vereist. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie van 13 april 2016 over beter wetgeven<FOOTNOTE><FIELD>PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(143)</NO.P>Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen met betrekking tot vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. De uitvoeringsbevoegdheden met betrekking tot het verlenen van gecentraliseerde vergunningen voor het in de handel brengen en het schorsen of het intrekken (al dan niet op initiatief van de vergunninghouder) van die vergunningen, het toekennen van vouchers, het opzetten en wijzigen van testomgevingen voor regelgeving en het vaststellen van besluiten over de regelgevingsstatus van geneesmiddelen moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(144)</NO.P>In artikel 91 van Verordening (EU) nr. 536/2014 is momenteel onder meer bepaald dat die verordening de Richtlijnen 2001/18/EG en 2009/41/EG onverlet laat.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(145)</NO.P>In de praktijk blijkt dat bij klinische proeven met geneesmiddelen voor onderzoek die geheel of gedeeltelijk uit ggo’s bestaan, de procedure om te voldoen aan de voorschriften van de Richtlijnen 2001/18/EG en 2009/41/EG met betrekking tot de milieurisicobeoordeling en de toestemming van de bevoegde autoriteit van een lidstaat, complex is en veel tijd kan vergen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(146)</NO.P>De procedure is des te complexer in het geval van gespreid uitgevoerde klinische proeven in verschillende lidstaten, aangezien de opdrachtgevers van dergelijke klinische proeven meerdere verzoeken om toelating bij meerdere bevoegde autoriteiten in verschillende lidstaten tegelijk moeten indienen. Daarnaast verschillen de nationale voorschriften en procedures voor de milieurisicobeoordeling en de schriftelijke toestemming van de bevoegde instanties in het kader van ggo-wetgeving sterk van lidstaat tot lidstaat, aangezien sommige lidstaten Richtlijn 2001/18/EG toepassen, andere Richtlijn 2009/41/EG toepassen en weer andere ofwel Richtlijn 2009/41/EG, ofwel Richtlijn 2001/18/EG toepassen, afhankelijk van de specifieke omstandigheden van een klinische proef. Het is dus niet mogelijk om de te volgen nationale procedure van tevoren vast te stellen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(147)</NO.P>Als gevolg daarvan is het bijzonder moeilijk om gespreid klinische proeven uit te voeren met geneesmiddelen voor onderzoek die geheel of gedeeltelijk uit ggo’s bestaan, waarbij meerdere lidstaten betrokken zijn.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(148)</NO.P>Een van de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 536/2014 is dat er één gecoördineerde en geharmoniseerde beoordeling van de aanvraag voor klinische proeven zal worden uitgevoerd door de betrokken lidstaten, waarbij één land de coördinatie van de beoordeling leidt (de rapporterende lidstaat).</P></CONS><CONS><P><NO.P>(149)</NO.P>Daarom is het passend te voorzien in een gecentraliseerde beoordeling van de milieurisicobeoordeling waarbij deskundigen van de nationale bevoegde autoriteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de ad-hocwerkgroep milieurisicobeoordeling </STRING></STRING>worden betrokken.<STRING BOLD="on"> [Am. 86]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(150)</NO.P>In artikel 5 van Richtlijn 2001/18/EG is bepaald dat de toelatingsprocedures voor de doelbewuste introductie van ggo’s in het milieu en de daarmee verband houdende voorschriften, zoals beschreven in de artikelen 6 tot en met 11 van die richtlijn, niet van toepassing zijn op medicinale stoffen en preparaten voor gebruik door de mens indien deze zijn toegelaten bij rechtshandelingen van de Unie die voldoen aan de in dat artikel genoemde criteria.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(151)</NO.P>Het vereiste van het bezit van een vergunning voor de vervaardiging en invoer van geneesmiddelen voor onderzoek in de Unie overeenkomstig artikel 61, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 536/2014 moet worden uitgebreid tot geneesmiddelen voor onderzoek die geheel of gedeeltelijk uit ggo’s bestaan zoals bedoeld in Richtlijn 2009/41/EG.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(152)</NO.P>Het is derhalve verstandig om, met het oog op een efficiënte werking van Verordening (EU) nr. 536/2014, een specifieke vergunningsprocedure voor de doelbewuste introductie van medicinale stoffen en preparaten voor menselijk gebruik die geheel of gedeeltelijk uit ggo’s bestaan, vast te stellen die voldoet aan de voorschriften van artikel 5 van Richtlijn 2001/18/EG en waarin rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van medicinale stoffen en preparaten.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(153)</NO.P>Nadere regels over financiële sancties op de niet-nakoming van bepaalde in deze verordening neergelegde verplichtingen zijn opgenomen in Verordening (EG) nr. 658/2007 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 658/2007 van de Commissie van 14 juni 2007 betreffende financiële sancties op de niet-nakoming van bepaalde verplichtingen in verband met vergunningen voor het in de handel brengen, verleend op grond van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 155 van 15.6.2007, blz. 10).</FIELD></FOOTNOTE>. Die regels moeten worden gehandhaafd, maar het is passend om ze te consolideren door de belangrijkste elementen ervan en de lijst met die verplichtingen naar deze verordening over te brengen, en een bevoegdheidsdelegatie te handhaven waardoor de Commissie deze verordening kan aanvullen door procedures voor het opleggen van dergelijke financiële sancties vast te stellen. Teneinde rechtszekerheid te bieden, is het passend te verduidelijken dat Verordening (EG) nr. 2141/96 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 2141/96 van de Commissie van 7 november 1996 betreffende de behandeling van een verzoek om overdracht van een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EEG) nr. 2309/93 van de Raad valt (PB L 286 van 8.11.1996, blz. 6).</FIELD></FOOTNOTE> van kracht en van toepassing blijft tenzij en totdat deze wordt ingetrokken. Om dezelfde reden moet worden verduidelijkt dat de Verordeningen (EG) nr. 2049/2005<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 2049/2005 van de Commissie van 15 december 2005 tot vaststelling, krachtens Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad, van voorschriften betreffende de betaling van vergoedingen aan, en het verkrijgen van administratieve bijstand van, het Europese Geneesmiddelenbureau door micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (PB L 329 van 16.12.2005, blz. 4).</FIELD></FOOTNOTE>, (EG) nr. 507/2006 <FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 507/2006 van de Commissie van 29 maart 2006 betreffende voorwaardelijke vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 726/2004 van het Europees Parlement en de Raad vallen (PB L 92 van 30.3.2006, blz. 6).</FIELD></FOOTNOTE>, (EG) nr. 658/2007 en (EG) nr. 1234/2008<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1234/2008 van de Commissie van 24 november 2008 betreffende het onderzoek van wijzigingen in de voorwaarden van vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB L 334 van 12.12.2008, blz. 7).</FIELD></FOOTNOTE> van kracht en van toepassing blijven tenzij en totdat zij worden ingetrokken.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(154)</NO.P>Deze verordening berust op de dubbele rechtsgrondslag van artikel 114 en artikel 168, lid 4, onder c), VWEU. Zij heeft tot doel een interne markt voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik tot stand te brengen, uitgaande van een hoog beschermingsniveau voor de gezondheid. Tegelijkertijd stelt deze verordening hoge kwaliteits- en veiligheidseisen aan geneesmiddelen om gemeenschappelijke veiligheidskwesties het hoofd te bieden. Beide doelstellingen worden tegelijkertijd nagestreefd. Zij zijn onverbrekelijk met elkaar verbonden en de ene is niet secundair ten opzichte van de andere. Wat artikel 114 VWEU betreft, wordt bij deze verordening een Europees Geneesmiddelenbureau ingesteld en wordt voorzien in specifieke bepalingen vastgesteld met betrekking tot de verlening van gecentraliseerde vergunningen voor geneesmiddelen, waardoor de werking van de interne markt en het vrije verkeer van geneesmiddelen worden gewaarborgd. Wat artikel 168, lid 4, punt c), VWEU betreft, stelt deze verordening hoge kwaliteits- en veiligheidseisen aan geneesmiddelen.</P></CONS><CONS><P><NO.P>(155)</NO.P>Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, in het bijzonder de menselijke waardigheid, de menselijke integriteit, de rechten van het kind, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de bescherming van persoonsgegevens en de vrijheid van kunsten en wetenschappen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Evenzo beoogt deze verordening een hoog niveau van bescherming van het milieu te waarborgen overeenkomstig artikel 192, lid 1, VWEU.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 87]</STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>(156)</NO.P>Deze verordening heeft tot doel de verlening van vergunningen voor geneesmiddelen van hoge kwaliteit te waarborgen, ook voor pediatrische patiënten en patiënten met zeldzame ziekten in de hele Unie. Waar deze doelstelling niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang ervan beter door de Unie kan worden bereikt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken,</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><DINIT>HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:</DINIT><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK I</TI><STI.GR>ONDERWERP, TOEPASSINGSGEBIED EN DEFINITIES</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 1</TI.ART><STI.ART>Onderwerp en toepassingsgebied</STI.ART><PARAG>Bij deze verordening worden procedures van de Unie vastgesteld voor het verlenen van vergunningen voor, het toezicht op en de geneesmiddelenbewaking ten aanzien van geneesmiddelen voor menselijk gebruik op het niveau van de Unie, worden regels en procedures opgesteld op het niveau van de Unie en dat van de lidstaten inzake<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> de monitoring en het beheer van tekorten en kritieke tekorten en</STRING></STRING> de voorzieningszekerheid ten aanzien van geneesmiddelen, en worden de governancebepalingen vastgesteld voor het bij Verordening (EG) nr. 726/2004 ingestelde Europees Geneesmiddelenbureau (“het Bureau”), dat de in deze verordening, in Verordening (EU) 2019/6 en in andere relevante rechtshandelingen van de Unie vastgestelde taken met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk gebruik vervult.<STRING BOLD="on"> [Am. 88]</STRING></PARAG><PARAG>Deze verordening doet geen afbreuk aan de bevoegdheden van de autoriteiten van de lidstaten inzake de vaststelling van de prijzen van geneesmiddelen, of de opneming van die geneesmiddelen in het toepassingsgebied van de nationale stelsels van ziektekostenverzekering of van socialezekerheidsregelingen op grond van gezondheids-, economische en sociale voorschriften. De lidstaten kunnen uit de gegevens in de vergunning voor het in de handel brengen de therapeutische indicaties en verpakkingsgrootten kiezen welke door hun sociale-zekerheidsorganen zullen worden gedekt.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 2</TI.ART><STI.ART>Definities</STI.ART><PARAG>Voor de toepassing van deze verordening zijn de definities in artikel 4 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG<FOOTNOTE><FIELD>[Naam van de herziene Richtlijn 2001/83/EG, datum (PB L XX van XX.XX.XXXX, blz. X).]</FIELD></FOOTNOTE>] van toepassing.</PARAG><PARAG>Voorts wordt verstaan onder:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>“diergeneesmiddel”: een diergeneesmiddel in de zin van artikel 4, punt 1), van Verordening (EU) 2019/6;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>“aangewezen weesgeneesmiddel”: een geneesmiddel in de ontwikkelingsfase waarvoor bij een besluit zoals bedoeld in artikel 64, lid 4, een aanwijzing als weesgeneesmiddel is verleend;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>“weesgeneesmiddel”: een geneesmiddel waarvoor een vergunning voor het in de handel brengen als weesgeneesmiddel is verleend, zoals bedoeld in artikel 69;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>“initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel”: een in de Unie gevestigde rechtspersoon of natuurlijke persoon die een aanvraag voor de aanwijzing van een geneesmiddel als weesgeneesmiddel heeft ingediend of ten gunste van wie een dergelijke aanwijzing is toegekend bij een besluit zoals bedoeld in artikel 64, lid 4;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>“gelijkwaardig geneesmiddel”: een geneesmiddel met een of meer werkzame stoffen die gelijkwaardig zijn aan de werkzame stof of stoffen die zijn opgenomen in een weesgeneesmiddel waarvoor reeds een vergunning is verleend, dat voor dezelfde therapeutische indicatie bedoeld is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>“gelijkwaardige werkzame stof”: een identieke werkzame stof of een werkzame stof met dezelfde hoofdkenmerken qua molecuulstructuur (maar niet noodzakelijkerwijs volledig identieke molecuulstructuurkenmerken) en hetzelfde werkingsmechanisme. In het geval van geneesmiddelen voor geavanceerde therapie, waarbij de hoofdkenmerken qua molecuulstructuur niet volledig kunnen worden vastgesteld, wordt de gelijkwaardigheid van twee werkzame stoffen op basis van hun biologische en functionele kenmerken beoordeeld;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>“aanzienlijk voordeel”: een klinisch relevant voordeel van of een belangrijke bijdrage aan de patiëntenzorg door een weesgeneesmiddel, indien een dergelijk voordeel of een dergelijke bijdrage een <STRING STRIKE="on">aanzienlijk</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevant</STRING></STRING> deel van de doelpopulatie ten goede komt;<STRING BOLD="on"> [Am. 89]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>“klinisch superieur”: een geneesmiddel waarvan is aangetoond dat het in een of meer van de volgende opzichten aanzienlijke therapeutische of diagnostische voordelen biedt ten opzichte van een weesgeneesmiddel:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een grotere werkzaamheid bij een <STRING STRIKE="on">aanzienlijk</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevant</STRING></STRING> deel van de doelpopulatie dan een weesgeneesmiddel waarvoor een vergunning is verleend;<STRING BOLD="on"> [Am. 90]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een grotere veiligheid bij een <STRING STRIKE="on">aanzienlijk</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">relevant</STRING></STRING> deel van de doelpopulatie dan een weesgeneesmiddel waarvoor een vergunning is verleend;<STRING BOLD="on"> [Am. 91]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>in uitzonderingsgevallen, wanneer noch een grotere veiligheid noch een grotere werkzaamheid is aangetoond, een andere aantoonbare belangrijke bijdrage van het geneesmiddel tot de diagnose of de patiëntenzorg;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>“vergunning voor het in de handel brengen voor pediatrisch gebruik”: een vergunning voor het in de handel brengen die is verleend voor een geneesmiddel voor menselijk gebruik dat niet wordt beschermd door een aanvullend beschermingscertificaat uit hoofde van Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen <FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> [PB: gelieve na aanneming de verwijzing te vervangen door nieuw instrument<STRING STRIKE="on">OP please replace reference by new instrument when adopted</STRING>], of door een octrooi dat in aanmerking komt voor de verlening van het aanvullende beschermingscertificaat, en die uitsluitend betrekking heeft op therapeutische indicaties die relevant zijn voor gebruik bij de pediatrische populatie of subgroepen daarvan, met inbegrip van de juiste concentratie, farmaceutische vorm of toedieningsweg voor dat product;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10)</NO.P>“testomgeving voor regelgeving”: een regelgevingskader waarin het mogelijk is in een gecontroleerde omgeving innovatieve of aangepaste regelgevingsoplossingen te ontwikkelen, te valideren en te testen die de ontwikkeling en vergunning vergemakkelijken van innovatieve producten die waarschijnlijk onder het toepassingsgebied van deze verordening zullen vallen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> maar waarvoor geen geschikte regels voor de ontwikkeling en de verlening van een vergunning bestaan</STRING></STRING>, overeenkomstig een specifiek plan, gedurende een beperkte periode en onder regelgevend toezicht;<STRING BOLD="on"> [Am. 92]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11)</NO.P>“kritiek geneesmiddel”: een geneesmiddel waarvan de ontoereikende levering tot ernstige schade of een risico op ernstige schade voor patiënten leidt en dat aan de hand van de in artikel 130, lid 1, punt a), bedoelde methode is geïdentificeerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12)</NO.P>“tekort”: een situatie waarin de levering van een geneesmiddel waarvoor in een lidstaat een vergunning is verleend en in die lidstaat in de handel wordt gebracht, niet voldoet aan de vraag naar dat geneesmiddel in die lidstaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ongeacht de oorzaak</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 93]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13)</NO.P>“kritiek tekort in de lidstaat”: een tekort aan een geneesmiddel waarvoor op de markt in die lidstaat geen geschikt alternatief geneesmiddel beschikbaar is, dat niet kan worden verholpen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14)</NO.P>“kritiek tekort”: een kritiek tekort in de lidstaat waarvoor gecoördineerde actie op het niveau van de Unie noodzakelijk wordt geacht om dat tekort overeenkomstig deze verordening op te lossen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">.</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“vraag”: de vraag van gezondheidswerkers of patiënten naar een geneesmiddel op grond van de klinische behoefte; aan de vraag wordt op bevredigende wijze voldaan wanneer het geneesmiddel binnen een passend tijdsbestek en in toereikende hoeveelheden wordt verkregen om de beste zorgverlening voor de patiënten te kunnen blijven waarborgen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 94]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>14 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“aanbod”: de totale omvang van de voorraad van een bepaald geneesmiddel dat in de handel wordt gebracht door een houder van een vergunning voor het in de handel brengen of door een fabrikant.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 95]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 3</TI.ART><STI.ART>Geneesmiddelen waarvoor een gecentraliseerde vergunning wordt verleend</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een in bijlage I opgenomen geneesmiddel wordt alleen in de Unie in de handel gebracht indien de Unie voor dat geneesmiddel een vergunning voor het in de handel brengen heeft verleend overeenkomstig deze verordening (“gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen”).</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor niet in bijlage I opgenomen geneesmiddelen kan overeenkomstig deze verordening een gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen worden verleend indien voor het geneesmiddel aan ten minste een van de volgende eisen wordt voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de aanvrager toont aan dat dit geneesmiddel een belangrijke innovatie uit therapeutisch, wetenschappelijk of technisch oogpunt inhoudt of dat de verlening van een vergunning voor het in de handel brengen overeenkomstig deze verordening voor de gezondheid van patiënten op het niveau van de Unie van belang is; het kan daarbij ook gaan om resistentie tegen antimicrobiële stoffen en geneesmiddelen bij noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het betreft een geneesmiddel dat uitsluitend bestemd is voor pediatrisch gebruik.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Voor homeopathische geneesmiddelen wordt geen vergunning voor het in de handel brengen verleend overeenkomstig deze verordening.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie verleent de gecentraliseerde vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en houdt daarop toezicht overeenkomstig hoofdstuk II.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage I te wijzigen teneinde deze aan te passen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 4</TI.ART><STI.ART>Verlening van een vergunning door een lidstaat voor generieke vormen van geneesmiddelen waarvoor een gecentraliseerde vergunning is verleend</STI.ART><PARAG>Voor een generiek geneesmiddel van een referentiegeneesmiddel waarvoor de Unie een vergunning heeft verleend, kunnen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten overeenkomstig [herziene Richtlijn 2001/83/EG] een vergunning verlenen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen wordt ingediend overeenkomstig artikel 9 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG];</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de samenvatting van de productkenmerken en de bijsluiter zijn in alle relevante opzichten consistent met die van het geneesmiddel waarvoor de Unie een vergunning heeft verleend.</PARAG><PARAG>Punt b), eerste alinea, is niet van toepassing op die onderdelen van de samenvatting van de productkenmerken en de bijsluiter die betrekking hebben op indicaties, doseringen, farmaceutische vormen, toedieningswijzen of -wegen of enige andere wijze van gebruik van het geneesmiddel, die op het tijdstip waarop het generieke geneesmiddel in de handel werd gebracht, nog werden beschermd door een octrooi of door een aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen, en waarvoor de aanvrager voor het generieke geneesmiddel heeft verzocht deze informatie niet in die vergunning voor het in de handel brengen op te nemen.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">Hoofdstuk II</TI><STI.GR>ALGEMENE BEPALINGEN EN VOORSCHRIFTEN VOOR AANVRAGEN</STI.GR><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Afdeling 1</TI><STI.GR>Aanvraag voor gecentraliseerde vergunningen voor het in de handel brengen</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 5</TI.ART><STI.ART>Indienen van aanvragen voor vergunningen voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De houder van de vergunning voor het in de handel brengen van geneesmiddelen die onder deze verordening vallen, moet in de Unie gevestigd zijn. De houder van de vergunning voor het in de handel brengen is verantwoordelijk voor het in de handel brengen van deze geneesmiddelen, ongeacht of die houder van de vergunning voor het in de handel brengen dit zelf dan wel via een of meer daartoe aangewezen personen doet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een aanvrager komt met het Bureau de datum van indiening van een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen overeen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Een aanvrager dient een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen elektronisch in bij het Bureau en in de door het Bureau beschikbaar gestelde formaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De aanvrager is verantwoordelijk voor de juistheid van de ingediende gegevens en documentatie inzake de aanvraag.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Binnen 20 dagen na ontvangst van een aanvraag controleert het Bureau of alle overeenkomstig artikel 6 vereiste informatie en documentatie zijn ingediend, of de aanvraag geen kritieke tekortkomingen bevat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zoals gedefinieerd in de overeenkomstig lid 7 van dit artikel opgestelde richtsnoeren,</STRING></STRING> die de beoordeling van het geneesmiddel in de weg kunnen staan, en beslist het of de aanvraag geldig is.<STRING BOLD="on"> [Am. 96]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Wanneer het Bureau van oordeel is dat de aanvraag onvolledig is of kritieke tekortkomingen bevat, die de beoordeling van het geneesmiddel in de weg kunnen staan, stelt zij de aanvrager daarvan in kennis en stelt zij een termijn vast voor de indiening van de ontbrekende informatie en documenten. Deze termijn kan door het Bureau eenmaal worden verlengd.</PARAG><PARAG>Na ontvangst van de antwoorden van de aanvrager op het verzoek om de ontbrekende informatie en documentatie in te dienen, zal het Bureau bepalen of de aanvraag als geldig kan worden beschouwd. Indien het Bureau weigert een aanvraag te valideren, stelt het de aanvrager daarvan in kennis en vermeldt het de redenen voor die weigering.</PARAG><PARAG>Indien de aanvrager verzuimt de ontbrekende gegevens en documenten binnen de vastgestelde termijn te verstrekken, wordt de aanvraag geacht te zijn ingetrokken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Het Bureau stelt in overleg met de Europese Commissie en de lidstaten wetenschappelijke richtsnoeren op voor de identificatie van kritieke tekortkomingen die de beoordeling van een geneesmiddel in de weg kunnen staan.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 6</TI.ART><STI.ART>Aanvraag voor een gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Elke aanvraag voor een gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel voor menselijk gebruik bevat specifiek en volledig de in hoofdstuk II van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] genoemde gegevens en documenten. In het geval van aanvragen overeenkomstig artikel 6, lid 2, artikel 10 en artikel 12 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] omvat dit de elektronische indiening van ruwe gegevens, overeenkomstig bijlage II bij die richtlijn.</PARAG><PARAG>Tot de documentatie moet ook een verklaring behoren dat de klinische proeven die buiten de Europese Unie zijn uitgevoerd, aan de ethische eisen van Verordening (EU) nr. 536/2014 voldoen. Bij die gegevens en documenten wordt rekening gehouden met het enkelvoudige Uniekarakter van de aangevraagde vergunning en wordt voor het geneesmiddel één enkele naam gebruikt, behoudens in uitzonderlijke gevallen die verband houden met de toepassing van het merkenrecht uit hoofde van Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk (PB L 154 van 16.6.2017, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>. Het gebruik van één enkele naam sluit het <STRING STRIKE="on">gebruik van aanvullende kwalificaties</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">volgende</STRING></STRING> niet uit<STRING STRIKE="on"> wanneer dat nodig is om verschillende aanbiedingsvormen van het betrokken geneesmiddel te identificeren.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het gebruik van aanvullende kwalificaties wanneer dat nodig is om verschillende aanbiedingsvormen van het betrokken geneesmiddel te identificeren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">; en</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het gebruik van geïdentificeerde versies van de samenvatting van de productkenmerken als bedoeld in artikel 62 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] in situaties waarin elementen van de productinformatie nog onder het octrooirecht of aanvullende beschermingscertificaten voor geneesmiddelen vallen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 97]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor geneesmiddelen die een uitzonderlijke therapeutische vooruitgang kunnen opleveren bij de diagnose, preventie of behandeling van een levensbedreigende, ernstig invaliderende of ernstige en chronische aandoening<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of waarvan verwacht wordt dat ze van groot belang zullen zijn vanuit het oogpunt van de volksgezondheid of die bedoeld zijn voor aandoeningen zonder toegelaten alternatieven</STRING></STRING> in de Unie, kan het Bureau, na advies van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik met betrekking tot de maturiteit van de gegevens over de ontwikkeling, de aanvrager een gefaseerde evaluatie van volledige gegevenspakketten voor afzonderlijke modules van de in lid 1 bedoelde gegevens en documentatie aanbieden.<STRING BOLD="on"> [Am. 98]</STRING></PARAG><PARAG>Het Bureau kan op elk moment de gefaseerde evaluatie schorsen of annuleren indien het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik van oordeel is dat de ingediende gegevens onvoldoende maturiteit hebben of indien het geneesmiddel niet langer voldoet aan het criterium van een uitzonderlijke therapeutische vooruitgang. Het Bureau stelt de aanvrager hiervan in kennis.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Voor de aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen wordt een vergoeding betaald aan het Bureau voor de behandeling van die aanvraag.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>In voorkomend geval kan de aanvraag een certificaat basisdossier werkzame stof of een aanvraag voor een basisdossier werkzame stof of een ander certificaat basiskwaliteitsdossier of een aanvraag zoals bedoeld in artikel 25 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bevatten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De aanvrager van de vergunning voor het in de handel brengen toont aan dat het beginsel van vervanging, vermindering en verfijning van dierproeven voor wetenschappelijke doeleinden met betrekking tot dierproeven die ter ondersteuning van de aanvraag worden uitgevoerd, is toegepast overeenkomstig Richtlijn 2010/63/EU.</PARAG><PARAG>Indien er wetenschappelijk verantwoorde testmethoden zonder dierproeven beschikbaar zijn, voert de aanvrager van de vergunning voor het in de handel brengen geen dierproeven uit.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het Agentschap beschrijft in zijn jaarverslag de belangrijkste observaties en beste praktijken op het gebied van de vervanging, vermindering en verfijning van dierproeven die door aanvragers zijn ingediend.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 99]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Het Bureau draagt er zorg voor dat het advies van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik binnen 180 dagen na de ontvangst van een geldige aanvraag wordt uitgebracht. In het geval van een geneesmiddel voor menselijk gebruik dat geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen bestaat, wordt in het advies van dat comité rekening gehouden met de evaluatie van de milieurisicobeoordeling overeenkomstig artikel 8.</PARAG><PARAG>Op basis van een met redenen omkleed verzoek kan het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik om verlenging van de duur van de analyse van de wetenschappelijke gegevens in de aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen verzoeken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Bij het indienen van een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik die van groot belang zijn uit het oogpunt van de volksgezondheid en met name uit het oogpunt van therapeutische innovatie, kan de aanvrager verzoeken om een versnelde beoordelingsprocedure. Hetzelfde geldt voor de in artikel 60 bedoelde producten. Het verzoek wordt naar behoren gemotiveerd.</PARAG><PARAG>Indien het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik dit verzoek inwilligt, wordt de in artikel 6, lid 6, eerste alinea, vermelde termijn tot 150 dagen ingekort.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 7</TI.ART><STI.ART>Milieurisicobeoordeling van geneesmiddelen die geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen bestaan</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Onverminderd artikel 22 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] gaat de aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel voor menselijk gebruik dat geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen zoals omschreven in artikel 2, lid 2, van Richtlijn 2001/18/EG bestaat, vergezeld van een milieurisicobeoordeling waarin de mogelijke schadelijke effecten van de genetisch gemodificeerde organismen op de <STRING STRIKE="on">menselijke </STRING>gezondheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van mens en dier</STRING></STRING> en het milieu worden geïdentificeerd en geëvalueerd.<STRING BOLD="on"> [Am. 100]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De milieurisicobeoordeling voor de in lid 1 bedoelde geneesmiddelen wordt uitgevoerd overeenkomstig de in artikel 8 beschreven elementen en de specifieke voorschriften van bijlage II bij [herziene Richtlijn 2001/83/EG] op basis van de beginselen van bijlage II bij Richtlijn 2001/18/EG, rekening houdend met de specifieke kenmerken van geneesmiddelen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De artikelen 13 tot en met 24 van Richtlijn 2001/18/EG zijn niet van toepassing op geneesmiddelen voor menselijk gebruik die geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen bestaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>In de volgende gevallen zijn de artikelen 6 tot en met 11 van [herziene Richtlijn 2001/18/EG] en de artikelen 4 tot en met 13 van Richtlijn 2009/41/EG niet van toepassing op handelingen in verband met de levering en het klinisch gebruik, met inbegrip van verpakking en etikettering, distributie, opslag, vervoer, voorbereiding voor toediening, toediening, vernietiging of verwijdering van geneesmiddelen die geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen bestaan, met uitzondering van de vervaardiging ervan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>wanneer een lidstaat uit hoofde van artikel 3, lid 1, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] de bepalingen van die richtlijn buiten toepassing heeft verklaard op dergelijke geneesmiddelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>wanneer voor het gebruik en de distributie van dergelijke geneesmiddelen door een lidstaat een tijdelijke vergunning is verleend overeenkomstig artikel 3, lid 2, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG]; of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>wanneer dergelijke geneesmiddelen door een lidstaat ter beschikking worden gesteld overeenkomstig artikel 26, lid 1.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>In de in lid 4 bedoelde gevallen nemen de lidstaten passende maatregelen om de voorzienbare negatieve gevolgen voor het milieu van het opzettelijk of onopzettelijk vrijkomen in het milieu van geneesmiddelen die geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen bestaan tot een minimum te beperken.</PARAG><PARAG>De bevoegde autoriteiten van de lidstaten zorgen ervoor dat informatie over het in lid 4 bedoelde gebruik van geneesmiddelen beschikbaar is en aan de bij Richtlijn 2009/41/EG ingestelde bevoegde autoriteiten wordt verstrekt, indien nodig en met name in het geval van een ongeval zoals bedoeld in artikel 14 en artikel 15 van Richtlijn 2009/41/EG.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 8</TI.ART><STI.ART>Inhoud van de milieurisicobeoordeling van geneesmiddelen die geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen bestaan</STI.ART><PARAG>De in artikel 7, lid 2, bedoelde milieurisicobeoordeling omvat de volgende elementen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>beschrijving van het genetisch gemodificeerde organisme en de aangebrachte modificaties, alsmede karakterisering van het eindproduct;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>identificatie en karakterisering van de gevaren voor het milieu, dieren en de menselijke gezondheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> gedurende de hele levenscyclus van het geneesmiddel, inclusief tijdens de productie ervan</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> voor de toepassing van dit punt omvat “gevaren voor de menselijke gezondheid” de risico’s voor de gezondheid van mensen andere dan de behandelde patiënt, aangezien de risico’s voor de behandelde patiënt worden beoordeeld in het kader van de baten-risicobeoordeling ten aanzien van het geneesmiddel;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 101]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>karakterisering van de blootstelling, met een beoordeling van de kans of waarschijnlijkheid dat de vastgestelde gevaren zich voordoen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>risicokarakterisering, rekening houdend met de omvang van elk mogelijk gevaar en de kans of waarschijnlijkheid dat dat schadelijke effect zich voordoet;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>voorgestelde<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> risicoverminderende en</STRING></STRING> risicobeperkende strategieën om vastgestelde risico’s aan te pakken, met inbegrip van specifieke inperkingsmaatregelen om het contact met het geneesmiddel te beperken.<STRING BOLD="on"> [Am. 102]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 9</TI.ART><STI.ART>Procedure voor de milieurisicobeoordeling van geneesmiddelen die geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen bestaan</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De aanvrager dient bij het Bureau een milieurisicobeoordeling in zoals bedoeld in artikel 7, lid 1.</PARAG><PARAG>Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik beoordeelt de milieurisicobeoordeling<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en raadpleegt waar nodig de in artikel 150 bedoelde ad-hocwerkgroep milieurisicobeoordeling</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 103]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In het geval van first-in-classgeneesmiddelen of wanneer bij de beoordeling van de ingediende milieurisicobeoordeling een nieuw vraagstuk aan de orde wordt gesteld, pleegt het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik of de rapporteur het nodige overleg met de instanties die de lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG hebben opgericht. Zij <STRING STRIKE="on">kunnen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">plegen</STRING></STRING> ook overleg<STRING STRIKE="on"> plegen</STRING> met relevante organen van de Unie. Bijzonderheden over de raadplegingsprocedure worden uiterlijk op [PB: twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening<STRING STRIKE="on">OJ:12 months after the date of entry into force of this Regulation</STRING>] door het Bureau bekendgemaakt.<STRING BOLD="on"> [Am. 104]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 10</TI.ART><STI.ART>Beoordeling door het comité van een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Bij de opstelling van zijn advies gaat het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik na of de overeenkomstig artikel 6 ingediende gegevens en documenten in overeenstemming zijn met de voorschriften van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] en of aan de bij deze verordening gestelde voorwaarden voor het verlenen van een vergunning voor het in de handel brengen is voldaan. Bij de opstelling van zijn advies kan het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik de volgende verzoeken doen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>dat een officieel laboratorium voor geneesmiddelencontrole of een daartoe door een lidstaat aangewezen laboratorium het geneesmiddel voor menselijk gebruik, de grondstoffen of bestanddelen en, indien nodig, de tussenproducten of andere componenten daarvan onderzoekt, om te waarborgen dat de door de fabrikant gebruikte en in de aanvraag beschreven controlemethoden bevredigend zijn;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>dat de aanvrager binnen een vastgestelde termijn de gegevens die de aanvraag vergezellen, aanvult. In het geval van een dergelijk verzoek wordt de in artikel 6, lid 6, eerste alinea, vastgestelde termijn opgeschort totdat de gevraagde aanvullende informatie is verstrekt. Die termijn wordt ook opgeschort voor de tijdsduur die de aanvrager ter voorbereiding van een mondelinge of schriftelijke toelichting wordt toegestaan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik binnen negentig dagen na de validatie van de aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen en tijdens de beoordeling van oordeel is dat de maturiteit en de kwaliteit van de verstrekte gegevens niet toereikend zijn om de beoordeling af te ronden, kan de beoordeling worden beëindigd. Het Comité voor geneesmiddelen vat de tekortkomingen schriftelijk samen. Het Bureau brengt de aanvrager op basis daarvan op de hoogte en stelt een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">redelijke </STRING></STRING>termijn vast om deze tekortkomingen te verhelpen. De aanvraag wordt opgeschort totdat de aanvrager de tekortkomingen heeft verholpen. Indien de aanvrager verzuimt om deze tekortkomingen binnen de door het Bureau vastgestelde termijn te verhelpen, wordt de aanvraag <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">standaard </STRING></STRING>geacht te zijn ingetrokken.<STRING BOLD="on"> [Am. 105]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 11</TI.ART><STI.ART>Certificering van de fabrikant</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Na ontvangst van een schriftelijk verzoek van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik verstrekt de lidstaat de gegevens die aantonen dat de fabrikant van een geneesmiddel of de importeur die dit geneesmiddel uit een derde land invoert, in staat is om dit geneesmiddel te produceren of de nodige controletests uit te voeren, of allebei, overeenkomstig de uit hoofde van artikel 6 door de aanvrager verstrekte gegevens en documenten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik kan, indien het dit nodig acht om de beoordeling te voltooien, verlangen dat de aanvrager een specifieke inspectie van de productielocatie van het betrokken geneesmiddel ondergaat.</PARAG><PARAG>De inspectie wordt binnen de in artikel 6, lid 6, eerste alinea, vastgestelde termijn verricht door ter zake gekwalificeerde inspecteurs van de lidstaat. Deze inspecteurs kunnen zich laten vergezellen door een door het comité aangewezen rapporteur of deskundige, of door een of meer inspecteurs van het Bureau. De inspecties kunnen onaangekondigd worden uitgevoerd.</PARAG><PARAG>Voor productielocaties in derde landen kan de inspectie door het Bureau worden uitgevoerd op verzoek van de lidstaten en op basis van de procedure van artikel 52.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 12</TI.ART><STI.ART>Advies van het comité</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau stelt de aanvrager er onverwijld van in kennis dat het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik van oordeel is dat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de aanvraag niet aan de in deze verordening vervatte criteria voor de afgifte van een vergunning voor het in de handel brengen voldoet;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de aanvraag aan de criteria van deze verordening voldoet, onder voorbehoud van het doorvoeren van de door het Bureau vereiste wijzigingen in de samenvatting van de productkenmerken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de aanvraag aan de criteria van deze verordening voldoet, mits de door het Bureau vereiste wijzigingen in de etikettering of de bijsluiter van het geneesmiddel worden doorgevoerd om te voldoen aan hoofdstuk VI van [herziene Richtlijn 2001/83/EG];</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>in voorkomend geval, de aanvraag aan de criteria van de artikelen 18 en 19 voldoet, met inachtneming van de daarin vastgestelde specifieke voorwaarden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Binnen twaalf dagen na ontvangst van het in lid 1 bedoelde advies kan de aanvrager het Bureau schriftelijk verzoeken om een heroverweging van dat advies. In dat geval verstrekt de aanvrager binnen zestig dagen na ontvangst van het advies aan het Bureau de gedetailleerde gronden van dit verzoek.</PARAG><PARAG>De procedure voor heroverweging mag uitsluitend betrekking hebben op de oorspronkelijk door de aanvrager vermelde punten van het advies en mag uitsluitend worden gebaseerd op wetenschappelijke gegevens die beschikbaar waren toen het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik het oorspronkelijke advies uitbracht.</PARAG><PARAG>Binnen zestig dagen na ontvangst van de gronden van het bezwaar heroverweegt het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik zijn oordeel. De motivering van de beslissing over het bezwaarschrift wordt bij het definitieve advies gevoegd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Binnen twaalf dagen na de vaststelling van het definitieve advies van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik zendt het Bureau het advies, vergezeld van een rapport dat een beschrijving van de beoordeling van het geneesmiddel door het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en de motivering van de beslissing bevat, aan de Commissie, de lidstaten en de aanvrager.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wanneer over de verlening van de vergunning voor het in de handel brengen gunstig advies wordt uitgebracht, worden bij het advies de volgende documenten gevoegd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een samenvatting van de kenmerken van het product zoals bedoeld in artikel 62 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG], die overeenstemt met de beoordeling van het geneesmiddel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een aanbeveling betreffende de indieningsfrequentie van periodieke veiligheidsverslagen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>bijzonderheden omtrent voorwaarden of beperkingen die aan de levering of het gebruik van het betrokken geneesmiddel moeten worden gesteld, met inbegrip van de voorwaarden waarop het geneesmiddel aan patiënten mag worden verstrekt, overeenkomstig de criteria in hoofdstuk XII van [herziene Richtlijn 2001/83/EG];</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>bijzonderheden omtrent aanbevolen voorwaarden en beperkingen met betrekking tot een veilig en doeltreffend gebruik van het geneesmiddel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>bijzonderheden omtrent aanbevolen maatregelen die in het risicomanagementsysteem moeten worden opgenomen om veilig gebruik van het geneesmiddel te verzekeren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>in voorkomend geval, bijzonderheden omtrent een aanbevolen verplichting om veiligheidsonderzoeken na verlening van een vergunning te verrichten of voorschriften betreffende de registratie of melding van vermoedelijke bijwerkingen na te leven die strenger zijn dan de in hoofdstuk VIII bedoelde voorschriften;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>in voorkomend geval, bijzonderheden omtrent een aanbevolen verplichting om werkzaamheidsonderzoeken na verlening van een vergunning te verrichten, als er bezorgdheid met betrekking tot bepaalde aspecten van de werkzaamheid van het geneesmiddel bestaat en deze alleen kan worden opgelost nadat het geneesmiddel in de handel is gebracht. Een dergelijke verplichting om een dergelijk onderzoek uit te voeren, is gestoeld op de gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld uit hoofde van artikel 21, en er wordt rekening gehouden met de in artikel 123 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde wetenschappelijke richtsnoeren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en het proces van raadpleging in overeenstemming met artikel 162 van deze verordening</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 106]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>in voorkomend geval, bijzonderheden omtrent een aanbevolen verplichting om ander onderzoek na verlening van een vergunning<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van onderzoek in verband met behandelingsoptimalisatie na verlening van een vergunning,</STRING></STRING> uit te voeren om een veilig en doeltreffend gebruik van het geneesmiddel te verbeteren;<STRING BOLD="on"> [Am. 107]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>in het geval van geneesmiddelen <STRING STRIKE="on">waarbij aanzienlijke</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten aanzien waarvan bij het Bureau een gedetailleerde motivering is ingediend met betrekking tot de gronden voor</STRING></STRING> onzekerheid<STRING STRIKE="on"> bestaat</STRING> over de relatie tussen het surrogaateindpunt en de verwachte gezondheidsuitkomst, indien van toepassing en relevant voor de baten-risicobalans, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarbij in het bijzonder aandacht wordt besteed aan nieuwe werkzame stoffen en therapeutische indicaties, </STRING></STRING>een verplichting om na de verlening van een vergunning de klinische voordelen te onderbouwen;<STRING BOLD="on"> [Am. 108]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>in voorkomend geval, bijzonderheden omtrent een aanbevolen verplichting om aanvullend milieurisicobeoordelingsonderzoek na verlening van een vergunning uit te voeren of monitoringgegevens of informatie over gebruik te verzamelen, wanneer zorgen over risico’s voor het milieu of de volksgezondheid, met inbegrip van resistentie tegen antimicrobiële stoffen, nader moeten worden onderzocht nadat het geneesmiddel in de handel is gebracht;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in voorkomend geval een gerechtvaardigde reden voor het verlenen van een vergunning voor het in de handel brengen krachtens de artikelen 18, 19 en 30 van deze verordening;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 109]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>de tekst voor de etikettering en de bijsluiter in de in hoofdstuk VI van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] voorgeschreven vorm;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>l)</NO.P>het beoordelingsrapport betreffende de resultaten van de farmaceutische en niet-klinische tests en van de klinische proeven, en betreffende het risicomanagementsysteem en het geneesmiddelenbewakingssysteem voor het betrokken geneesmiddel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>m)</NO.P>het, in voorkomend geval, uitvoeren van geneesmiddelspecifiek validatie-onderzoek om controlemethoden aan de hand van dierproeven te vervangen door methoden zonder dierproeven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">.</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>m bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een beheer- en toegangsplan in overeenstemming met artikel 17, lid 1, punt a) van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] en speciale informatievereisten in overeenstemming met artikel 69 van die richtlijn voor alle antimicrobiële stoffen, alsook alle andere verplichtingen die aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen worden opgelegd;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 110]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>m ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien van toepassing, een motivering dat het geneesmiddel voldoet aan de criteria van artikel 83 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] met betrekking tot geneesmiddelen die in een onvervulde medische behoefte voorzien.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 111]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Bij zijn advies voegt het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik de criteria voor het afgeven van een medisch recept of het gebruik van de geneesmiddelen voor menselijk gebruik overeenkomstig artikel 50, lid 1, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</PARAG></ARTICLE></GR.ART></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Afdeling 2</TI><STI.GR>Besluiten over de vergunning voor het in de handel brengen</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 13</TI.ART><STI.ART>Besluit van de Commissie over de vergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Binnen twaalf dagen na ontvangst van het advies van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik legt de Commissie een ontwerpbesluit voor over de aanvraag aan het in artikel 173, lid 1, bedoelde Permanent Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik.</PARAG><PARAG>In naar behoren gemotiveerde gevallen kan de Commissie het advies voor nadere bestudering terugzenden aan het Bureau.</PARAG><PARAG>Indien het ontwerpbesluit inhoudt dat een vergunning voor het in de handel brengen wordt verleend, worden de in artikel 12, lid 4, bedoelde documenten bij het ontwerp gevoegd of wordt ernaar verwezen.</PARAG><PARAG>Indien het ontwerpbesluit inhoudt dat onder de in artikel 12, lid 4, punten c) tot en met j), bedoelde voorwaarden een vergunning voor het in de handel brengen wordt verleend, worden daarin zo nodig termijnen vastgesteld waarbinnen aan de voorwaarden moet worden voldaan.</PARAG><PARAG>Indien het ontwerpbesluit afwijkt van het advies van het Bureau, verstrekt de Commissie een uitgebreide toelichting van de redenen voor de afwijkingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en maakt zij die informatie openbaar</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 112]</STRING></PARAG><PARAG>De Commissie zendt het ontwerpbesluit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de bijbehorende toelichting als bedoeld in de vijfde alinea </STRING></STRING>aan de lidstaten en de aanvrager.<STRING BOLD="on"> [Am. 113]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een definitief besluit vast binnen 12 dagen nadat zij het advies heeft verkregen van het Permanent Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 173, leden 2 en 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer een lidstaat belangrijke nieuwe vragen van wetenschappelijke of technische aard opwerpt, waarop in het advies van het Bureau niet is ingegaan, kan de Commissie de aanvraag voor verdere behandeling naar het Bureau terugverwijzen. In dat geval beginnen de in de leden 1 en 2 beschreven procedures na ontvangst van het antwoord van het Bureau opnieuw.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Bureau verspreidt de in artikel 12, lid 4, punten a) tot en met e)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, bedoelde documenten en, indien van toepassing, de in artikel 12, lid 4, punten f) tot en met m ter)</STRING></STRING>, bedoelde documenten, samen met de eventueel overeenkomstig lid 1, eerste alinea, vastgestelde termijnen.<STRING BOLD="on"> [Am. 114]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 14</TI.ART><STI.ART>Intrekking van een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG>Indien een aanvrager een bij het Bureau ingediende aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen intrekt voordat over de aanvraag advies is uitgebracht, deelt de aanvrager de redenen hiervoor mee aan het Bureau. Het Bureau maakt deze informatie openbaar en publiceert het beoordelingsrapport, indien beschikbaar, met weglating van alle gegevens van commercieel vertrouwelijke aard.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 15</TI.ART><STI.ART>Weigering van een gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De vergunning voor het in de handel brengen wordt geweigerd indien na verificatie van de overeenkomstig artikel 6 ingediende gegevens en documenten wordt geoordeeld dat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de baten-risicobalans van het diergeneesmiddel niet langer gunstig is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de aanvrager de kwaliteit, de veiligheid of de werkzaamheid van het geneesmiddel niet behoorlijk en niet voldoende heeft aangetoond;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het geneesmiddel niet de opgegeven kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling bezit;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de aanvrager de milieurisicobeoordeling onvolledig of onvoldoende heeft onderbouwd of dat de aanvrager de in de milieurisicobeoordeling vastgestelde risico’s onvoldoende heeft aangepakt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> met de door de aanvrager in overeenstemming met artikel 22, lid 3, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] voorgestelde risicobeperkende maatregelen</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 115]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de door de aanvrager overeenkomstig artikel 6, leden 1 tot en met 4, verstrekte gegevens of documenten onjuist zijn;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>de door de aanvrager voorgestelde etikettering en bijsluiter niet in overeenstemming zijn met hoofdstuk VI van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien de vergunning van de Unie voor het in de handel brengen wordt geweigerd, mag het betrokken geneesmiddel in de Unie niet in de handel worden gebracht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Informatie inzake elke weigering en de redenen daarvoor zullen openbaar worden gemaakt.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 16</TI.ART><STI.ART>Vergunningen voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Onverminderd artikel 1, leden 8 en 9, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] is een vergunning voor het in de handel brengen die overeenkomstig deze verordening is afgeleverd, in de hele Unie geldig. Uit deze vergunning vloeien in elke lidstaat dezelfde rechten en plichten voort als uit een overeenkomstig artikel 5 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] door de betrokken lidstaat verleende vergunning voor het in de handel brengen.</PARAG><PARAG>De Commissie ziet erop toe dat geneesmiddelen voor menselijk gebruik waarvoor een vergunning is verleend, worden toegevoegd aan het geneesmiddelenregister van de Unie en dat er een nummer aan wordt toegekend dat op de verpakking wordt vermeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De verlening van een vergunning voor het in de handel brengen wordt in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> bekendgemaakt, onder vermelding van de datum van de verlening van de vergunning voor het in de handel brengen en het nummer dat het geneesmiddel in het geneesmiddelenregister van de Unie heeft gekregen, de internationale generieke benaming (INN) van de werkzame stof van het geneesmiddel, de farmaceutische vorm en de eventuele anatomisch-therapeutisch-chemische code (ATC-code).</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau maakt onmiddellijk het rapport van de beoordeling van het geneesmiddel voor menselijk gebruik bekend, evenals de motivering van zijn advies om een vergunning voor het in de handel brengen te verlenen, waaruit evenwel alle gegevens van commercieel vertrouwelijke aard worden weggelaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> na kennisgeving aan relevante patiëntenorganisaties</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het Bureau zorgt ervoor dat de samenvattingen van Europese openbare beoordelingsrapporten leesbaar, duidelijk en begrijpelijk zijn.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 116]</STRING></PARAG><PARAG>Het Europees openbaar beoordelingsrapport (EPAR) bevat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>een samenvatting van het beoordelingsrapport, opgesteld op een wijze die begrijpelijk is voor het publiek. De samenvatting bevat met name een deel over de voorwaarden voor het gebruik van het geneesmiddel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de complete milieurisicobeoordeling die door de aanvrager van de vergunning voor het in de handel brengen bij het Bureau is ingediend alsook </STRING></STRING>een samenvatting van het door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen ingediende milieurisicobeoordelingsonderzoek en de resultaten daarvan, en de beoordeling van de milieurisicobeoordeling en de in artikel 22, lid 5, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde informatie door het Bureau<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 117]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>—</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor antimicrobiële stoffen, alle in artikel 17 van en bijlage I bij [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde informatie alsook alle andere verplichtingen die aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen worden opgelegd.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 118]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Nadat een vergunning voor het in de handel brengen is verleend, deelt de houder van deze vergunning voor het in de handel brengen aan het Bureau de data mee waarop het geneesmiddel voor menselijk gebruik in de lidstaten daadwerkelijk in de handel zal worden gebracht, rekening houdend met de verschillende aanbiedingsvormen waarvoor een vergunning is verleend.</PARAG><PARAG>De houder van de vergunning voor het in de handel brengen stelt het Bureau en de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat in kennis van het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het voornemen om het in de handel brengen van een geneesmiddel in die lidstaat definitief te stop te zetten overeenkomstig artikel 116, lid 1, punt a); of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het voornemen om het in de handel brengen van een geneesmiddel in die lidstaat tijdelijk te schorsen overeenkomstig artikel 116, lid 1, punt c); of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>een potentieel of feitelijk tekort in die lidstaat overeenkomstig artikel 116, lid 1, punt d); en de redenen voor de in de punten a) en b) bedoelde maatregelen overeenkomstig artikel 24, alsmede elke andere reden die verband houdt met voorzorgsmaatregelen met betrekking tot kwaliteit, veiligheid, werkzaamheid en milieu.</PARAG><PARAG>Op verzoek van het Bureau, met name in het kader van de geneesmiddelenbewaking, verstrekt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen alle gegevens over het afzetvolume van het geneesmiddel op het niveau van de Unie, uitgesplitst per lidstaat, en alle gegevens waarover de houder van de vergunning voor het in de handel brengen beschikt betreffende het aantal keren dat het middel is voorgeschreven in de Unie en haar lidstaten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 17</TI.ART><STI.ART>Geldigheid en verlenging van vergunningen voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Onverminderd lid 2 is een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel voor onbepaalde tijd geldig.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In afwijking van lid 1 kan de Commissie bij het verlenen van een vergunning op basis van een wetenschappelijk advies van het Bureau over de veiligheid van het geneesmiddel besluiten de geldigheidsduur van de vergunning voor het in de handel brengen te beperken tot vijf jaar.</PARAG><PARAG>Wanneer de geldigheidsduur van de vergunning voor het in de handel brengen beperkt is tot vijf jaar, dient de houder van de vergunning voor het in de handel brengen ten minste negen maanden voordat de vergunning voor het in de handel brengen ophoudt geldig te zijn, bij het Bureau een aanvraag tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen in.</PARAG><PARAG>Wanneer overeenkomstig de tweede alinea een verlengingsaanvraag is ingediend, blijft de vergunning voor het in de handel brengen geldig totdat de Commissie een besluit overeenkomstig artikel 13 heeft genomen.</PARAG><PARAG>Een vergunning voor het in de handel brengen kan worden verlengd nadat het Bureau de baten-risicobalans opnieuw heeft beoordeeld. De vergunning voor het in de handel brengen is na verlenging voor onbeperkte tijd geldig.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 18</TI.ART><STI.ART>Verlening van een vergunning voor het in de handel brengen in uitzonderlijke omstandigheden</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer een aanvrager in uitzonderlijke omstandigheden in een aanvraag krachtens artikel 6 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] voor een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel, of voor een nieuwe therapeutische indicatie van een bestaande vergunning voor het in de handel brengen krachtens deze verordening, geen volledige gegevens over de werkzaamheid en veiligheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en indien die ontbreken, over het milieurisico</STRING></STRING> van het geneesmiddel onder normale gebruiksomstandigheden kan verstrekken, kan de Commissie, in afwijking van artikel 6, onder specifieke voorwaarden een vergunning krachtens artikel 13 verlenen, indien aan de volgende eisen is voldaan:<STRING BOLD="on"> [Am. 119]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de aanvrager heeft in het aanvraagdossier aangetoond dat er objectieve en controleerbare redenen zijn om geen volledige gegevens over de werkzaamheid en veiligheid van het geneesmiddel onder normale gebruiksomstandigheden te kunnen indienen op basis van een van de in bijlage II bij [herziene Richtlijn 2001/83/EG] vermelde gronden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>met uitzondering van de in punt a) bedoelde gegevens, is het aanvraagdossier volledig en voldoet het aan alle eisen van deze verordening;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>in het besluit van de Commissie zijn specifieke voorwaarden opgenomen, met name om de veiligheid van het geneesmiddel te waarborgen en ervoor te zorgen dat de houder van de vergunning voor het in de handel brengen de bevoegde autoriteiten in kennis stelt van alle incidenten in verband met het gebruik van het geneesmiddel en zo nodig passende maatregelen neemt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De handhaving van de toegelaten nieuwe therapeutische indicatie en van de geldigheid van de krachtens lid 1 verleende nationale vergunning voor het in de handel brengen hangt af van de herbeoordeling door het Bureau, twee jaar na de datum waarop de nieuwe therapeutische indicatie werd toegelaten of de vergunning voor het in de handel brengen werd verleend, van de in lid 1 bedoelde voorwaarden, en vervolgens op basis van een risicogebaseerde frequentie die door het Bureau wordt bepaald en door de Commissie in de vergunning voor het in de handel brengen wordt gespecificeerd.</PARAG><PARAG>Deze herbeoordeling wordt uitgevoerd op basis van een verzoek van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen om de toegelaten nieuwe therapeutische indicatie te handhaven of de vergunning voor het in de handel brengen in uitzonderlijke omstandigheden te verlengen.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien niet binnen de door het Bureau vastgestelde termijn aan de in lid 1, punt c), van dit artikel bedoelde voorwaarden wordt voldaan of de houder van de vergunning voor het in de handel brengen niet naar behoren motiveert waarom dit het geval is, kan de Commissie de vergunning voor het in de handel brengen door middel van uitvoeringshandelingen schorsen, intrekken of wijzigen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 120]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 19</TI.ART><STI.ART>Voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In naar behoren gemotiveerde gevallen kan de Commissie, om te voorzien in een onvervulde medische behoefte van patiënten zoals bedoeld in artikel 83, lid 1, punt a), van [herziene Richtlijn 2001/83/EG], voorafgaand aan de indiening van volledige klinische gegevens een voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen of een nieuwe voorwaardelijke therapeutische indicatie voor een bestaande, uit hoofde van deze verordening verleende vergunning voor het in de handel brengen, verlenen voor een geneesmiddel dat waarschijnlijk in de onvervulde medische behoefte zal voorzien overeenkomstig artikel 83, lid 1, punt b), van [herziene Richtlijn 2001/83/EG], op voorwaarde dat het voordeel van de onmiddellijke beschikbaarheid van dat geneesmiddel op de markt groter is dan het risico dat verbonden is aan het feit dat nog aanvullende gegevens moeten worden verstrekt.</PARAG><PARAG>In noodsituaties kan ook een voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen of een nieuwe voorwaardelijke therapeutische indicatie zoals bedoeld in de eerste alinea worden verleend wanneer geen volledige niet-klinische of farmaceutische gegevens zijn verstrekt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voorwaardelijke vergunningen voor het in de handel brengen of een nieuwe voorwaardelijke therapeutische indicatie zoals bedoeld in lid 1 mogen alleen worden verleend als de baten-risicobalans van het geneesmiddel gunstig is en de aanvrager waarschijnlijk volledige gegevens kan verstrekken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Voor voorwaardelijke vergunningen voor het in de handel brengen of een nieuwe voorwaardelijke therapeutische indicatie die overeenkomstig dit artikel worden verleend, gelden specifieke verplichtingen. Die specifieke verplichtingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met name voor de in lid 4 bedoelde lopende of nieuwe studies</STRING></STRING> en, in voorkomend geval, de termijn voor de nakoming ervan worden vermeld in de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen. Die specifieke verplichtingen worden jaarlijks door het Bureau geëvalueerd gedurende de eerste drie jaar na de verlening van de vergunning en vervolgens om de twee jaar.<STRING BOLD="on"> [Am. 121]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Ter bevestiging dat de baten-risicobalans gunstig is, wordt als onderdeel van de in lid 3 bedoelde specifieke verplichtingen verlangd dat de houder van een op grond van dit artikel verleende voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen lopende studies voltooit, of nieuwe studies uitvoert<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> overeenkomstig artikel 20</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 122]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De samenvatting van de productkenmerken en de bijsluiter moeten duidelijk vermelden dat de voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel onder de in lid 3 bedoelde specifieke verplichtingen is verleend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>In afwijking van artikel 17, lid 1, is een eerste voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen die overeenkomstig dit artikel is verleend, gedurende de eerste drie jaar na de verlening van de vergunning jaarlijks verlengbaar met één jaar; daarna kan om de twee jaar worden verlengd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Wanneer aan de in lid 3 bedoelde specifieke verplichtingen is voldaan voor een voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen die overeenkomstig dit artikel is verleend, kan de Commissie, op verzoek van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen en na een gunstig advies van het Bureau te hebben ontvangen, overeenkomstig artikel 13 een vergunning voor het in de handel brengen verlenen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.a</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien niet binnen de door het Bureau vastgestelde termijn aan de in lid 3 bedoelde specifieke verplichtingen wordt voldaan of de houder van de vergunning voor het in de handel brengen niet naar behoren motiveert waarom dit het geval is, kan de Commissie de vergunning voor het in de handel brengen door middel van uitvoeringshandelingen schorsen, intrekken of wijzigen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 123]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de categorieën geneesmiddelen waarop lid 1 van toepassing is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de procedures en voorschriften voor het verlenen van een voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen, voor de verlenging ervan<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> voor de toevoeging van een nieuwe voorwaardelijke therapeutische indicatie aan een bestaande vergunning voor het in de handel brengen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en voor de opschorting of intrekking van de voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 124]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Bureau publiceert de lijst van voorwaardelijke vergunningen voor het in de handel brengen in de in artikel 138, lid 1, tweede alinea, punt n) genoemde databank, samen met de volgende informatie:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de specifieke verplichtingen die de houder van de vergunning voor het in de handel brengen moet nakomen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de termijnen voor de nakoming van de specifieke verplichtingen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eventuele vertragingen met betrekking tot de nakoming van de specifieke verplichtingen door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen en de redenen voor deze vertragingen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eventuele maatregelen die overeenkomstig artikel 56 worden getroffen met betrekking tot de voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 125]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 20</TI.ART><STI.ART>Verplicht onderzoek na verlening van een vergunning</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Na het verlenen van de vergunning voor het in de handel brengen, kan het Bureau het nodig achten dat de houder van de vergunning voor het in de handel brengen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een veiligheidsonderzoek na verlening van een vergunning uitvoert als er bezorgdheid bestaat over de risico’s van een geneesmiddel waarvoor een vergunning is verleend. Indien dezelfde bezorgdheid voor meer dan één geneesmiddel geldt, moedigt het Bureau, na overleg met het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking, de desbetreffende houders van een vergunning voor het in de handel brengen aan samen een veiligheidsstudie na toelating uit te voeren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een werkzaamheidsonderzoek na verlening van een vergunning uitvoert indien het inzicht in de ziekte of de klinische methodologie erop wijst dat de vorige werkzaamheidsbeoordelingen mogelijk in aanzienlijke mate moeten worden herzien. De verplichting het werkzaamheidsonderzoek na verlening van een vergunning uit te voeren, is gestoeld op de gedelegeerde handelingen die zijn vastgesteld uit hoofde van artikel 21, en er wordt rekening gehouden met de in artikel 123 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde wetenschappelijke richtsnoeren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>een milieurisicobeoordelingsonderzoek na verlening van een vergunning uitvoert om de risico’s voor het milieu of de volksgezondheid als gevolg van de introductie van het geneesmiddel in het milieu nader te onderzoeken, indien er nieuwe problemen rijzen met betrekking tot het geneesmiddel waarvoor een vergunning is verleend of andere geneesmiddelen die dezelfde werkzame stof bevatten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">na verlening van de vergunning een onderzoek in verband met behandelingsoptimalisatie uitvoert wanneer het optimale gebruik van een toegelaten geneesmiddel niet eerder is vastgesteld.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 126]</STRING></PARAG><PARAG>Indien deze verplichting van toepassing zou zijn op meerdere geneesmiddelen, moedigt het Bureau de betrokken houders van een vergunning voor het in de handel brengen aan een gezamenlijk milieurisicobeoordelingsonderzoek na verlening van een vergunning uit te voeren.</PARAG><PARAG>Indien het Bureau van oordeel is dat een van de onder a) tot en met<STRING STRIKE="on"> c)</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> c bis) van de eerste alinea</STRING></STRING> bedoelde onderzoeken na verlening van een vergunning noodzakelijk is, stelt het de houder van de vergunning voor het in de handel brengen daarvan schriftelijk in kennis, met opgave van de redenen voor zijn beoordeling en met vermelding van de doelstellingen en het tijdschema voor de indiening en uitvoering van het onderzoek.<STRING BOLD="on"> [Am. 127]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Als de houder van de vergunning voor het in de handel brengen binnen dertig dagen na ontvangst van de brief hiertoe een verzoek indient, stelt het Bureau hem in de gelegenheid binnen een termijn die het vaststelt met schriftelijke opmerkingen op de brief te reageren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Op grond van de schriftelijke opmerkingen herziet het Bureau zijn advies.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Indien in het advies van het Bureau wordt bevestigd dat een van de in lid 1, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eerste alinea, </STRING></STRING>punten a) tot en met<STRING STRIKE="on"> c)</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> c bis)</STRING></STRING>, bedoelde onderzoeken na verlening van een vergunning moet worden uitgevoerd, wijzigt de Commissie de vergunning voor het in de handel brengen door middel van krachtens artikel 13 vastgestelde uitvoeringshandelingen om die verplichting op te nemen als voorwaarde voor de vergunning voor het in de handel brengen, tenzij de Commissie het advies voor verdere behandeling aan het Bureau terugzendt. Voor de verplichtingen uit hoofde van lid 1, punten a) en b), werkt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen het risicomanagementsysteem dienovereenkomstig bij.<STRING BOLD="on"> [Am. 128]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 21</TI.ART><STI.ART>Werkzaamheidsonderzoeken na verlening van een vergunning</STI.ART><PARAG>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast te stellen om deze verordening aan te vullen door de situaties te bepalen waarin werkzaamheidsonderzoeken na verlening van een vergunning vereist kunnen zijn uit hoofde van artikel 12, lid 4, punt g), en artikel 20, lid 1, punt b).</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 22</TI.ART><STI.ART>Risicomanagementsysteem</STI.ART><PARAG>De houder van de vergunning voor het in de handel brengen neemt elke vergunningsvoorwaarde die de in artikel 12, lid 4, punten d) tot en met g), of in artikel 20, of in artikel 18, lid 1, en artikel 19 bedoelde elementen weerspiegelt, op in zijn risicomanagementsysteem.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 23</TI.ART><STI.ART>Aansprakelijkheid van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG>Het verlenen van een vergunning voor het in de handel brengen laat de burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de fabrikant en de houder van de vergunning voor het in de handel brengen op grond van het in de lidstaten geldende nationale recht onverlet.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 24</TI.ART><STI.ART>Schorsing van het in de handel brengen, uit de handel nemen van een geneesmiddel, intrekking van een vergunning voor het in de handel brengen door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In aanvulling op de kennisgeving die overeenkomstig artikel 116 is gedaan, stelt de houder van een vergunning voor het in de handel brengen het Bureau onverwijld in kennis van elke stap die hij of zij onderneemt om het in de handel brengen van een geneesmiddel te schorsen, een geneesmiddel uit te handel te nemen, te verzoeken om intrekking van een vergunning voor het in de handel brengen of geen aanvraag tot verlenging van een vergunning voor het in de handel brengen in te dienen, <STRING STRIKE="on">onder opgave van de redenen voor</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met een gedetailleerde motivering van</STRING></STRING> deze stap.<STRING BOLD="on"> [Am. 129]</STRING></PARAG><PARAG>De houder van de vergunning voor het in de handel brengen verklaart of een dergelijke maatregel op de volgende gronden berust:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het geneesmiddel is schadelijk;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het geneesmiddel heeft geen therapeutische werking;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de baten-risicobalans is niet gunstig;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het geneesmiddel bezit niet de opgegeven kwalitatieve en kwantitatieve samenstelling;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de controles op het geneesmiddel of op de bestanddelen en op de tussenproducten tijdens de vervaardiging zijn niet verricht, of een andere eis of verplichting met betrekking tot het verlenen van de vergunning voor de vervaardiging is niet in acht genomen; of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>er is een ernstig risico voor het milieu of voor de volksgezondheid via het milieu vastgesteld en dit is onvoldoende aangepakt door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er is sprake van commerciële redenen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 130]</STRING></PARAG><PARAG>Wanneer de in de eerste alinea bedoelde maatregel erin bestaat een geneesmiddel uit de handel te nemen, verstrekt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen informatie over de gevolgen van een dergelijke intrekking voor patiënten die al worden behandeld.</PARAG><PARAG>De kennisgeving van het definitief uit de handel nemen van een geneesmiddel, van de tijdelijke schorsing van de vergunning voor het in de handel brengen of van de definitieve intrekking van een vergunning voor het in de handel brengen, dan wel van de tijdelijke verstoring van de levering van een geneesmiddel, geschiedt overeenkomstig artikel 116, lid 1.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De houder van een vergunning voor het in de handel brengen verricht de kennisgeving ingevolge lid 1 indien de stap ondernomen is in een derde land en deze stap berust op een van de gronden vermeld in artikel 195 of artikel 196, lid 1, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In de in de leden 1 en 2 bedoelde gevallen stuurt het Bureau deze informatie onverwijld door naar de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In de in lid 1, tweede alinea, punt f), bedoelde gevallen stelt het Agentschap de Commissie onverwijld in kennis. De Commissie brengt op haar beurt de relevante nationale autoriteiten en autoriteiten van de Unie op de hoogte. In voorkomend geval sturen de nationale autoriteiten de informatie door naar de drinkwater- en afvalwaterbeheerders.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 131]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wanneer de houder van de vergunning voor het in de handel brengen voornemens is de vergunning voor het in de handel brengen van een kritiek geneesmiddel definitief in te laten trekken, biedt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, voorafgaand aan de in lid 1 bedoelde kennisgeving, onder redelijke voorwaarden aan de vergunning voor het in de handel brengen over te dragen aan een derde die heeft verklaard voornemens te zijn dat kritieke geneesmiddel in de handel te brengen, of om de niet-klinische en klinische documentatie in het dossier van het geneesmiddel te gebruiken voor de indiening van een aanvraag overeenkomstig artikel 14 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Bureau kan per geval besluiten de in lid 4 bedoelde verplichtingen in gerechtvaardigde gevallen uit te breiden tot een specifiek niet-kritisch geneesmiddel.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 132]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De houder van de vergunning voor het in de handel brengen wiens vergunning voor het in de handel brengen aan een derde is overgedragen, stelt het Bureau op zo kort mogelijke termijn van deze overdracht in kennis. De informatie met betrekking tot de overdracht wordt openbaar gemaakt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 133]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 25</TI.ART><STI.ART>Duplicaten van vergunningen voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor eenzelfde geneesmiddel kan aan eenzelfde houder slechts één vergunning voor het in de handel brengen worden verleend.</PARAG><PARAG>In afwijking van de eerste alinea staat de Commissie toe dat dezelfde aanvrager meer dan één aanvraag voor dat geneesmiddel bij het Bureau indient in elk van de volgende gevallen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>indien een van de benamingen of farmaceutische vormen ervan in een of meer lidstaten wordt beschermd door een octrooi of een aanvullend beschermingscertificaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>om redenen van comarketing met een andere onderneming die niet tot dezelfde groep behoort als de houder van de vergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel waarvoor een duplicaat wordt aangevraagd.</PARAG><PARAG>Zodra het onder a) bedoelde relevante octrooi of aanvullende beschermingscertificaat vervalt, laat de houder van de vergunning voor het in de handel brengen de oorspronkelijke vergunning of het duplicaat van de vergunning voor het in de handel brengen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zonder onnodige vertraging </STRING></STRING>intrekken.<STRING BOLD="on"> [Am. 134]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Artikel 187, lid 3, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] is van toepassing op de geneesmiddelen voor menselijk gebruik waarvoor op grond van deze verordening een vergunning wordt verleend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Onverminderd het enkelvoudige Uniekarakter van de inhoud van de in artikel 12, lid 4, punten a) tot en met k), bedoelde documenten, verbiedt deze verordening het gebruik niet van twee of meer commerciële modellen voor een geneesmiddel voor menselijk gebruik waarvoor één vergunning voor het in de handel brengen is verleend.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 26</TI.ART><STI.ART>Geneesmiddelen voor gebruik in schrijnende gevallen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In afwijking van artikel 5 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] kunnen de lidstaten een geneesmiddel voor menselijk gebruik dat onder de in artikel 3, leden 1 en 2 bedoelde categorieën valt beschikbaar stellen voor gebruik in schrijnende gevallen (“compassionate use”). Dit kan nieuwe therapeutische toepassingen omvatten van een geneesmiddel waarvoor een vergunning is verleend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder “gebruik in schrijnende gevallen” verstaan het beschikbaar stellen, om redenen van medeleven, van een geneesmiddel dat tot een in artikel 3, leden 1 en 2 genoemde categorie behoort en aan een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">patiënt of </STRING></STRING>groep patiënten die <STRING STRIKE="on">lijden</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lijdt</STRING></STRING> aan een chronische ziekte, een ziekte die de gezondheid sterk ondermijnt of levensbedreigend wordt geacht<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, die behandelingsresistent is of psychisch leed veroorzaakt bij patiënten in de palliatieve zorg,</STRING></STRING> en die niet op bevredigende wijze met een goedgekeurd geneesmiddel kan worden behandeld. Voor het betrokken geneesmiddel moet overeenkomstig artikel 6 van deze verordening een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen zijn ingediend of zeer binnenkort worden ingediend, of moeten er klinische proeven gaande zijn voor dezelfde indicatie.<STRING BOLD="on"> [Am. 135]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Een lidstaat die lid 1 toepast, stelt het Bureau daarvan in kennis<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, dat de kennisgeving openbaar maakt</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 136]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wanneer een lidstaat overweegt een geneesmiddel beschikbaar te stellen voor gebruik in schrijnende gevallen kan het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik, na raadpleging van de fabrikant of de aanvrager, adviezen vaststellen betreffende gebruiksvoorwaarden, de distributievoorwaarden en de beoogde patiënten. De adviezen zullen zo nodig worden bijgewerkt.</PARAG><PARAG>Bij de voorbereiding van het advies kan het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik de houders van een vergunning voor het in de handel brengen en ontwikkelaars om informatie en gegevens verzoeken en met hen voorbereidende besprekingen aangaan. Het comité kan ook gebruikmaken van gezondheidsgegevens die buiten klinische studies om zijn gegenereerd, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waaronder gegevens uit de praktijk, </STRING></STRING>voor zover beschikbaar, en houdt daarbij rekening met de betrouwbaarheid van die gegevens.<STRING BOLD="on"> [Am. 137]</STRING></PARAG><PARAG>Het Bureau kan met het oog op de uitwisseling van aanvullende informatie en gegevens ook in contact treden met de geneesmiddelenagentschappen van derde landen.</PARAG><PARAG>Bij de opstelling van zijn advies kan het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik de betrokken lidstaat raadplegen en deze verzoeken alle beschikbare informatie of gegevens te verstrekken waarover de lidstaat met betrekking tot het betrokken geneesmiddel beschikt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De lidstaten houden rekening met de beschikbare adviezen en stellen het Bureau in kennis van de beschikbaarstelling van producten op hun grondgebied op basis van een dergelijk advies. De lidstaten zien erop toe dat de voorschriften inzake geneesmiddelenbewaking voor die producten worden toegepast. Artikel 106, leden 1 en 2, is van overeenkomstige toepassing wat betreft de registratie en melding van vermoedelijke bijwerkingen en de indiening van periodieke veiligheidsverslagen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Het Bureau houdt een lijst bij van de overeenkomstig lid 4 vastgestelde adviezen en publiceert deze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de in artikel 138, lid 1, tweede alinea, punt n) genoemde databank </STRING></STRING>op zijn website.<STRING BOLD="on"> [Am. 138]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De in lid 4 bedoelde adviezen laten de burgerlijke of strafrechtelijke aansprakelijkheid van de fabrikant of de aanvrager van de vergunning voor het in de handel brengen onverlet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Indien overeenkomstig de leden 1 en 5 een programma voor gebruik in schrijnende gevallen is ingesteld, zorgt de aanvrager ervoor dat de daarin opgenomen patiënten ook in de periode tussen de verlening van de vergunning en het in de handel brengen toegang tot het nieuwe geneesmiddel hebben.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Dit artikel laat Verordening (EU) nr. 536/2014 en artikel 3 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] onverlet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>Het Bureau <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt</STRING></STRING> gedetailleerde richtsnoeren <STRING STRIKE="on">vaststellen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vast</STRING></STRING> met betrekking tot het formaat en de inhoud van de in de leden 3 en 5 bedoelde kennisgevingen en de uitwisseling van gegevens uit hoofde van dit artikel.<STRING BOLD="on"> [Am. 139]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 27</TI.ART><STI.ART>Verzoek om advies over wetenschappelijke vraagstukken</STI.ART><PARAG>Op verzoek van de uitvoerend directeur van het Bureau of van de Commissie brengt het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik advies uit over wetenschappelijke vraagstukken betreffende de beoordeling van geneesmiddelen voor menselijk gebruik. Dat comité neemt eventuele verzoeken om advies die uitgaan van de lidstaten terdege in overweging.</PARAG><PARAG>Het Bureau maakt zijn advies openbaar, waarbij evenwel alle gegevens van commercieel vertrouwelijke aard worden weggelaten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 28</TI.ART><STI.ART>Regelgevende besluiten inzake vergunningen voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG>Een vergunning voor het in de handel brengen van een onder deze verordening vallend geneesmiddel kan slechts volgens de in deze verordening geregelde procedures en op de in deze verordening genoemde gronden worden verleend, geweigerd, gewijzigd, geschorst of ingetrokken.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 29</TI.ART><STI.ART>Perioden van wettelijke bescherming</STI.ART><PARAG>Onverminderd de wettelijke bepalingen inzake de bescherming van de industriële en commerciële eigendom gelden voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik waarvoor overeenkomstig deze verordening een vergunning is verleend, de in hoofdstuk VII van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] vastgestelde beschermingsperioden.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toepasselijke termijnen van wettelijke bescherming worden openbaar gemaakt en in voorkomend geval door de Commissie geactualiseerd in het geneesmiddelenregister van de Unie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 140]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Afdeling 3</TI><STI.GR>Tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 30</TI.ART><STI.ART>Tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG>Tijdens een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid kan de Commissie een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen verlenen voor geneesmiddelen die bedoeld zijn voor de behandeling, preventie of medische diagnose van een ernstige of levensbedreigende ziekte of aandoening die rechtstreeks verband houdt met de noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid, voordat de volledige kwalitatieve, niet-klinische en klinische gegevens en milieugegevens en -informatie worden ingediend.</PARAG><PARAG>Op geneesmiddelen die geheel of gedeeltelijk bestaan uit genetisch gemodificeerde organismen in de zin van artikel 2, lid 2, van Richtlijn 2001/18/EG, zijn de artikelen 13 tot en met 24 van die richtlijn niet van toepassing.</PARAG><PARAG>Een aanvraag voor een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen wordt ingediend overeenkomstig de artikelen 5 en 6.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 31</TI.ART><STI.ART>Criteria voor het verlenen van een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG>Een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen kan alleen worden verleend na erkenning van een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid op het niveau van de Unie overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) 2022/2371 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2022/2371 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 inzake ernstige grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen en tot intrekking van Besluit nr. 1082/2013/EU (PB L 314 van 6.12.2022, blz. 26).</FIELD></FOOTNOTE> en indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>er is in de Unie geen andere bevredigende methode voor behandeling, preventie of diagnose toegelaten of voldoende beschikbaar; indien een dergelijke methode al wel beschikbaar is, dan zal de tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel bijdragen tot het aanpakken van de noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>op basis van de beschikbare wetenschappelijke gegevens brengt het Bureau een advies uit waarin wordt geconcludeerd dat het geneesmiddel doeltreffend kan zijn voor de behandeling, preventie of diagnose van de ziekte of aandoening die rechtstreeks verband houdt met de noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid, en dat de bekende en potentiële baten van het geneesmiddel zwaarder wegen dan de bekende en potentiële risico’s van het product, rekening houdend met de bedreiging die uitgaat van de noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 32</TI.ART><STI.ART>Wetenschappelijk advies</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau zorgt ervoor dat het wetenschappelijk advies van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik onverwijld wordt uitgebracht, rekening houdend met de aanbeveling van de in artikel 38, lid 1, tweede alinea, bedoelde taskforce voor noodsituaties. Bij het uitbrengen van zijn advies kan het Bureau alle relevante gegevens over het betrokken geneesmiddel in aanmerking nemen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in aanvulling op het in het dossier van de aanvrager ingediende bewijsmateriaal</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 141]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau beoordeelt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zonder onnodige vertraging</STRING></STRING> al het eventuele nieuwe bewijsmateriaal dat door de ontwikkelaar, de lidstaten of de Commissie wordt verstrekt, of enig ander <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanvullend </STRING></STRING>bewijsmateriaal dat hem ter kennis komt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, rekening houdend met het door de ontwikkelaar ingediende bewijsmateriaal</STRING></STRING>, en met name bewijsmateriaal dat van invloed kan zijn op de baten-risicobalans van het betrokken geneesmiddel.<STRING BOLD="on"> [Am. 142]</STRING></PARAG><PARAG>Het Bureau werkt zijn wetenschappelijk advies zo nodig bij.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau zendt de Commissie onverwijld het wetenschappelijk advies, de bijwerkingen ervan en eventuele aanbevelingen inzake de tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen toe.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het wetenschappelijke advies en de informatie over de toepassing van de tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen worden door het Bureau openbaar gemaakt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 143]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 33</TI.ART><STI.ART>Besluit van de Commissie ter verlening van een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Op basis van het wetenschappelijk advies van het Bureau of de bijwerkingen daarvan zoals bedoeld in artikel 32, leden 1 en 2, neemt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen onverwijld een besluit over de tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel onder de overeenkomstig de leden 2, 3 en 4 vastgestelde specifieke voorwaarden. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Op basis van het in lid 1 bedoelde wetenschappelijk advies van het Bureau stelt de Commissie specifieke voorwaarden vast met betrekking tot de tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen, met name de voorwaarden voor vervaardiging, gebruik, levering en veiligheidsmonitoring, alsook de naleving van de daarmee verband houdende goede productie- en geneesmiddelenbewakingspraktijken. Zo nodig kunnen in de voorwaarden de partijen van het geneesmiddel worden gespecificeerd waarop de tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen betrekking heeft<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, na overleg met de aanvrager of de houder van de vergunning voor het in de handel brengen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 144]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Er kunnen specifieke voorwaarden worden gesteld om de voltooiing van lopend onderzoek of de uitvoering van nieuwe onderzoek te vereisen teneinde een veilig en doeltreffend gebruik van het geneesmiddel te waarborgen of het effect ervan op het milieu tot een minimum te beperken. Voor de indiening van dat onderzoek wordt een termijn vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Die specifieke voorwaarden en, in voorkomend geval, de termijn voor de nakoming ervan worden vermeld in de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen en worden jaarlijks door het Bureau herzien.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 34</TI.ART><STI.ART>Geldigheid van een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG>De tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen is niet langer geldig wanneer de Commissie de erkenning van een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid overeenkomstig artikel 23, leden 2 en 4, van Verordening (EU) 2022/2371 beëindigt.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 35</TI.ART><STI.ART>Wijziging, schorsing of intrekking van een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG>De Commissie kan de tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen door middel van uitvoeringshandelingen te allen tijde schorsen, intrekken of wijzigen in elk van de volgende gevallen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>er wordt niet langer voldaan aan de criteria van artikel 31;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>dit is passend om de volksgezondheid te beschermen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de houder van een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen heeft niet voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen van de tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de houder van een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen heeft niet voldaan aan de specifieke voorwaarden die overeenkomstig artikel 33 zijn gesteld.</PARAG><PARAG>Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 36</TI.ART><STI.ART>Verlening van een vergunning voor het in de handel brengen of een voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen na een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG>De houder van een vergunning voor het in de handel brengen overeenkomstig artikel 33 kan overeenkomstig de artikelen 5 en 6 een aanvraag indienen om overeenkomstig de artikelen 13, 16 of 19 een vergunning te verkrijgen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> op basis van de vooraf met het Bureau overeengekomen termijnen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 145]</STRING></PARAG><PARAG>Met het oog op de wettelijke gegevensbescherming worden de tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen en elke daaropvolgende vergunning voor het in de handel brengen, zoals bedoeld in lid 1, beschouwd als onderdeel van dezelfde algemene vergunning voor het in de handel brengen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 37</TI.ART><STI.ART>Overgangsperiode</STI.ART><PARAG>Wanneer de tijdelijke vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel wordt geschorst of ingetrokken om andere redenen dan de veiligheid van het geneesmiddel, of indien die tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen niet langer geldig is, kunnen de lidstaten in uitzonderlijke omstandigheden een overgangsperiode toestaan voor de levering van het geneesmiddel aan patiënten die er al mee worden behandeld.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> In dergelijke gevallen stelt de lidstaat het Bureau in kennis van de toepassing van de overgangsperiode. De voorwaarden voor vervaardiging, gebruik, levering en veiligheidsmonitoring, alsook de naleving van de daarmee verband houdende goede productie- en geneesmiddelenbewakingspraktijken blijven gedurende die periode van toepassing.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 146]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 38</TI.ART><STI.ART>Verband met artikel 18 van Verordening (EU) 2022/123</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor geneesmiddelen waarvoor het Bureau een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen kan overwegen, is artikel 18, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2022/123<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2022/123 van het Europees Parlement en de Raad van 25 januari 2022 betreffende een grotere rol van het Europees Geneesmiddelenbureau inzake crisisparaatheid en -beheersing op het gebied van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen (PB L 20 van 31.1.2022, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> van toepassing.</PARAG><PARAG>De taskforce voor noodsituaties doet een aanbeveling voor een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen aan het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik met het oog op een advies overeenkomstig artikel 32. Daartoe kan de krachtens artikel 15 van Verordening (EU) 2022/123 opgerichte taskforce voor noodsituaties in voorkomend geval de in artikel 18, lid 2, van die verordening bedoelde activiteiten uitvoeren voordat een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid wordt erkend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer een in artikel 18, lid 3, van Verordening (EU) 2022/123 bedoeld verzoek om een aanbeveling is ingediend en er een aanvraag voor een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen van het betrokken geneesmiddel is ingediend, wordt de procedure voor een aanbeveling uit hoofde van artikel 18, lid 3, van Verordening (EU) 2022/123 stopgezet en prevaleert de procedure voor een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen. Alle beschikbare gegevens worden in aanmerking genomen in het kader van de aanvraag voor een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 39</TI.ART><STI.ART>Intrekking van vergunningen die overeenkomstig artikel 3, lid 2, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] zijn verleend;</STI.ART><PARAG>Wanneer de Commissie overeenkomstig artikel 33 een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen heeft verleend, trekken de lidstaten elke overeenkomstig artikel 3, lid 2, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] verleende vergunning voor het gebruik van geneesmiddelen die dezelfde werkzame stof bevatten in voor alle indicaties waarvoor de tijdelijke vergunning voor het in de handel brengen geldt.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 39 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Mijlpaalbetalingsregeling</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een antimicrobiële stof wordt als “prioritaire antimicrobiële stof” beschouwd indien preklinische en klinische gegevens een aanzienlijk klinisch voordeel met betrekking tot resistentie tegen antimicrobiële stoffen staven en de stof ten minste een van de volgende kenmerken heeft:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zij vertegenwoordigt een nieuwe klasse van antimicrobiële stoffen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">haar werkingsmechanisme verschilt duidelijk van dat van enige andere antimicrobiële stof waarvoor in de Unie een vergunning is verleend;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zij bevat een werkzame stof die niet eerder in een geneesmiddel in de Unie is toegelaten en die een multiresistent micro-organisme en ernstige of levensbedreigende infecties aanpakt.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de wetenschappelijke beoordeling van de in de eerste alinea bedoelde criteria, en in het geval van antibiotica, houdt het Bureau rekening met de WHO-lijst van prioritaire ziekteverwekkers voor O&amp;O op het gebied van nieuwe antibiotica of een gelijkwaardige lijst die op het niveau van de Unie is vastgesteld.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie kent, in overleg met het Bureau, mijlpaalbetalingen en steun toe voor potentiële prioritaire antimicrobiële stoffen die de in lid 1 van dit artikel bedoelde prioritaire ziekteverwekkers aanpakken. De mijlpaalbetalingen worden gefinancierd door middel van matching van middelen door de Commissie, onder meer in het kader van artikel 12, lid 2, punt b), i), van Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van Horizon Europa – het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, tot vaststelling van de regels voor deelname en verspreiding en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1290/2013 en (EU) nr. 1291/2013 (PB L 170 van 12.5.2021, blz. 1).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en Verordening (EU) 2021/522 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2021/522 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van een actieprogramma voor de Unie op het gebied van gezondheid (“EU4Health-programma”) voor de periode 2021-2027, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 282/2014 (PB L 107 van 26.3.2021, blz. 1).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt gedelegeerde handelingen vast overeenkomstig artikel 175 om deze verordening aan te vullen door de criteria voor de toekenning van mijlpaalbetalingen vast te stellen, met inbegrip van betalingen voor de voltooiing van vooraf bepaalde ontwikkelingsfasen en -criteria, rekening houdend met de ontwikkelingskosten van die fase en de verwachte kosten van de volgende ontwikkelingsfase.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De toekenning van mijlpaalbetalingen is afhankelijk van wettelijke verplichtingen om de betalingen te gebruiken:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor de verdere ontwikkeling van de prioritaire antimicrobiële stof;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor het aanvragen van een vergunning voor het in de handel brengen overeenkomstig deze verordening;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor het uitvoeren van plannen voor antimicrobieel beheer en toegang als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt a), van [herziene Richtlijn 2001/83/EG]; en</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien van toepassing, voor het aanvragen van de in artikel 39 ter bedoelde overeenkomst voor gezamenlijke aanbesteding.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De prioritaire antimicrobiële stof wordt ook onderworpen aan een gezamenlijke klinische beoordeling overeenkomstig artikel 7, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2021/2282.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een ontwikkelaar die op grond van dit artikel mijlpaalbetalingen ontvangt, komt niet in aanmerking voor een overdraagbare exclusiviteitsvoucher overeenkomstig artikel 40.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 147]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 39 ter</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Abonnementsmodel voor de gezamenlijke aanbesteding van antimicrobiële stoffen</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie en elk van de lidstaten kunnen als overeenkomstsluitende partijen een procedure voor gezamenlijke aanbesteding beginnen overeenkomstig artikel 165, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> met het oog op de aankoop van antimicrobiële stoffen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een procedure voor gezamenlijke aanbesteding als bedoeld in lid 1 wordt voorafgegaan door een overeenkomst voor gezamenlijke aanbesteding tussen de partijen waarin de praktische regelingen voor het systeem van het abonnementsmodel en andere procedures worden vastgesteld, met inbegrip van de duur van het abonnementscontract en de mogelijkheid van parallelle aankoop.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De overeenkomst voor gezamenlijke aanbesteding heeft de vorm van een meerjarenabonnement en omvat de volgende voorwaarden:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">loskoppeling of gedeeltelijke loskoppeling van de financiering van het verkoopvolume van de antimicrobiële stof;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verbintenis tot continue en voldoende levering in vooraf overeengekomen hoeveelheden;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitvoering van de plannen voor antimicrobieel beheer en toegang als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt a), van [herziene Richtlijn 2001/83/EG];</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inachtneming van de milieurisicobeoordeling zoals bedoeld in artikel 22, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG];</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indiening van een mondiaal toegangsplan om derde landen met een kritieke behoefte te bevoorraden, onder meer via ontwikkelingspartners of vrijwillige verlening van vergunningen.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deelname aan de procedure voor gezamenlijke aanbesteding staat open voor alle lidstaten en derde landen, met inbegrip van de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie en kandidaat-lidstaten van de Unie, alsmede het Vorstendom Andorra, het Vorstendom Monaco, de Republiek San Marino en Vaticaanstad, in afwijking van artikel 165, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt het Europees Parlement in kennis van procedures voor de gezamenlijke aanbesteding van antimicrobiële stoffen en verleent op verzoek toegang tot de contracten die volgens deze procedures worden gesloten, met inachtneming van de passende bescherming van de zakelijke geheimhouding, de handelsbetrekkingen en de belangen van de Unie. De Commissie verstrekt het Europees Parlement informatie over gevoelige documenten overeenkomstig artikel 9, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1049/2001.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 148]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK III</TI><STI.GR>STIMULANSEN VOOR DE ONTWIKKELING VAN „PRIORITAIRE ANTIMICROBIËLE STOFFEN”</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 40</TI.ART><STI.ART>Toekenning van het recht op een overdraagbare gegevensexclusiviteitsvoucher</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Naar aanleiding van een verzoek van de aanvrager <STRING STRIKE="on">bij de aanvraag </STRING>van een vergunning voor het in de handel brengen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, dat wordt gedaan alvorens de vergunning voor het in de handel brengen wordt verleend,</STRING></STRING> kan de Commissie, door middel van uitvoeringshandelingen, aan een in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 39 bis, lid 1,</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">lid 3</STRING> bedoelde “prioritaire antimicrobiële stof” een overdraagbare gegevensexclusiviteitsvoucher toekennen onder de in lid 4 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van dit artikel </STRING></STRING>bedoelde voorwaarden, op basis van een wetenschappelijke beoordeling door het Bureau.<STRING BOLD="on"> [Am. 149]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde voucher geeft de houder ervan recht op<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> hoogstens</STRING></STRING> nog eens twaalf maanden gegevensbescherming voor één geneesmiddel waarvoor een vergunning is verleend.<STRING BOLD="on"> [Am. 150]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie stelt overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast om deze verordening aan te vullen door vast te stellen welke ziekteverwekkers in aanmerking komen voor de in lid 2 van dit artikel bedoelde beschermingstermijnen overeenkomstig de lijst van prioritaire ziekteverwekkers van de WHO of een gelijkwaardige lijst die op het niveau van de Unie is opgesteld, met twaalf maanden gegevensbescherming voor een toegelaten product in de categorie “kritisch”, negen maanden gegevensbescherming voor een toegelaten product in de categorie “hoog” en zes maanden gegevensbescherming voor een toegelaten product in de categorie “gemiddeld”.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 151]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Een antimicrobiële stof wordt als “prioritaire antimicrobiële stof” beschouwd indien preklinische en klinische gegevens een aanzienlijk klinisch voordeel met betrekking tot resistentie tegen antimicrobiële stoffen staven en de stof ten minste een van de volgende kenmerken heeft:</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">zij vertegenwoordigt een nieuwe klasse van antimicrobiële stoffen;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">haar werkingsmechanisme verschilt duidelijk van dat van enige andere antimicrobiële stof waarvoor in de Unie een vergunning is verleend;</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING STRIKE="on">zij bevat een werkzame stof die niet eerder in een geneesmiddel in de Unie is toegelaten en die een multiresistent micro-organisme en ernstige of levensbedreigende infecties aanpakt.</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">Bij de wetenschappelijke beoordeling van de in de eerste alinea bedoelde criteria, en in het geval van antibiotica, houdt het Bureau rekening met de WHO-lijst van prioritaire ziekteverwekkers voor O&amp;O op het gebied van nieuwe antibiotica of een gelijkwaardige lijst die op het niveau van de Unie is vastgesteld.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 152]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Om de voucher door de Commissie toegekend te krijgen, moet de aanvrager:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>aantonen in staat te zijn de prioritaire antimicrobiële stof in voldoende hoeveelheden te leveren om aan de verwachte behoeften van de markt van de Unie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zoals vastgesteld in een overeenkomst met de Autoriteit, </STRING></STRING>te voldoen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en dit waarborgen</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 153]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>informatie verstrekken over alle rechtstreekse financiële steun<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en indirecte financiële steun overeenkomstig artikel 57 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG]</STRING></STRING> die is ontvangen voor onderzoek in verband met de ontwikkeling van de prioritaire antimicrobiële stof<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 154]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de plannen voor beheer en toegang als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt a), en bijlage I van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] indienen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 155]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een mondiaal toegangsplan indienen voor de bevoorrading van derde landen met een kritieke behoefte, onder meer via ontwikkelingspartners of vrijwillige verlening van vergunningen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 156]</STRING></PARAG><PARAG>Binnen dertig dagen nadat de vergunning voor het in de handel brengen is verleend, maakt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen de in punt b) bedoelde informatie toegankelijk voor het publiek via een speciale webpagina en deelt hij het Bureau tijdig de elektronische link naar die webpagina mee.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De prioritaire antimicrobiële stof wordt toegevoegd aan de lijst van antimicrobiële stoffen die uitsluitend mogen worden gebruikt voor de behandeling van bepaalde infecties bij de mens en aan de lijst van de Unie die is vastgesteld bij Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1255 van de Commissie</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitvoeringsverordening (EU) 2022/1255 van de Commissie van 19 juli 2022 tot aanwijzing van antimicrobiële stoffen of groepen van antimicrobiële stoffen die zijn voorbehouden voor de behandeling van bepaalde infecties bij de mens, overeenkomstig Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 191/58 van 20.7.2022, blz. 58).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 157]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 41</TI.ART><STI.ART>Overdracht en gebruik van de voucher</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een voucher kan worden gebruikt om de gegevensbescherming van de prioritaire antimicrobiële stof of een ander geneesmiddel waarvoor overeenkomstig deze verordening een vergunning is verleend voor dezelfde of een andere houder van een vergunning voor het in de handel brengen, te verlengen met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zes, negen of </STRING></STRING>twaalf maanden.<STRING BOLD="on"> [Am. 158]</STRING></PARAG><PARAG>Een voucher mag slechts eenmaal worden gebruikt en voor één enkel geneesmiddel waarvoor een gecentraliseerde vergunning is verleend, en alleen als dat geneesmiddel binnen de eerste vier jaar van de wettelijke gegevensbescherming zit.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De voucher mag niet worden gebruikt voor een product waarvoor reeds de maximale wettelijke gegevensbeschermingsperiode is toegepast zoals bepaald in artikel 81 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 159]</STRING></PARAG><PARAG>Een voucher mag alleen worden gebruikt als de vergunning voor het in de handel brengen van de prioritaire antimicrobiële stof waarvoor het recht oorspronkelijk was toegekend, niet is ingetrokken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Om de voucher te gebruiken, vraagt de eigenaar overeenkomstig artikel 47 een wijziging van de betrokken vergunning voor het in de handel brengen aan om de gegevensbescherming uit te breiden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Een voucher kan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> eenmaal</STRING></STRING> aan een andere houder van een vergunning voor het in de handel brengen worden overgedragen maar mag vervolgens niet verder worden overgedragen.<STRING BOLD="on"> [Am. 160]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De geldwaarde die voor de overdracht van de voucher is betaald, wordt overgemaakt aan de Autoriteit, die het bedrag in jaarlijkse termijnen aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen overdraagt om de productiecapaciteit en de levering van de prioritaire antimicrobiële stof te garanderen. De Commissie stelt overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast om deze verordening aan te vullen door het kader voor de voorwaarden en de werking van de jaarlijkse termijnen vast te stellen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 161]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De houder van een vergunning voor het in de handel brengen aan wie een voucher wordt overgedragen, stelt het Bureau binnen dertig dagen in kennis van de overdracht, met vermelding van de waarde van de transactie tussen beide partijen. Het Bureau maakt deze informatie openbaar.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 42</TI.ART><STI.ART>Geldigheid van de voucher</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een voucher verliest zijn geldigheid in de volgende gevallen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>indien de Commissie overeenkomstig artikel 47 een besluit neemt om de gegevensbescherming van het ontvangende geneesmiddel uit te breiden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>wanneer hij niet binnen <STRING STRIKE="on">vijf jaar na de datum van toekenning</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vier jaar nadat de in artikel 41 vermelde voorwaarden door de verkoper zijn vervuld,</STRING></STRING> wordt gebruikt.<STRING BOLD="on"> [Am. 162]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie kan de voucher <STRING STRIKE="on">vóór de</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">als bedoeld</STRING></STRING> in artikel 41, lid 3,<STRING STRIKE="on"> bedoelde overdracht</STRING> intrekken indien niet is voldaan aan een verzoek om levering, verwerving of aankoop van de prioritaire antimicrobiële stof in de Unie.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Om de koper te beschermen tegen schade als gevolg van een mogelijke intrekking van een voucher na de overdracht, treffen verkoper en koper contractuele aansprakelijkheidsregelingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 163]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Onverminderd octrooirechten of aanvullende beschermingscertificaten<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 152 van 16.6.2009, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> vormen, indien een prioritaire antimicrobiële stof in de Unie uit de handel wordt genomen vóór het verstrijken van de in de artikelen 80 en 81 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] vastgestelde perioden van markt- en gegevensbescherming, die termijnen geen beletsel voor de validering, de vergunningverlening en het in de handel brengen van een geneesmiddel dat de prioritaire antimicrobiële stof als referentiegeneesmiddel gebruikt overeenkomstig hoofdstuk II, afdeling 2, van [herziene richtlijn 2001/83].</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 43</TI.ART><STI.ART>Duur van de toepassing van hoofdstuk III</STI.ART><PARAG>Dit hoofdstuk is <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onmiddellijk </STRING></STRING>van toepassing <STRING STRIKE="on">tot en met</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vanaf ...</STRING></STRING> [PB: gelieve de datum van inwerkingtreding van deze verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">Note to OP: insert the date of 15 years after the date of entry into force of this Regulation</STRING>]<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en gedurende 15 jaar</STRING></STRING> of tot de datum waarop de Commissie overeenkomstig dit hoofdstuk in totaal tien vouchers heeft toegekend, indien dat eerder is.<STRING BOLD="on"> [Am. 164]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk ... [vijf jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag in met een wetenschappelijke beoordeling van de vooruitgang op het gebied van onderzoek en ontwikkeling op antimicrobieel gebied en de doeltreffendheid van de in dit hoofdstuk bedoelde stimulansen en beloningen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 165]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK IV</TI><STI.GR>MAATREGELEN NA DE VERLENING VAN DE VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 44</TI.ART><STI.ART>Dringende veiligheids- of werkzaamheidsbeperkingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Indien de houder van de vergunning voor het in de handel brengen in geval van een risico voor de volksgezondheid op eigen initiatief dringende veiligheids- of werkzaamheidsbeperkingen oplegt, stelt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen het Bureau daarvan onmiddellijk in kennis.</PARAG><PARAG>Indien het Bureau binnen 24 uren na ontvangst van de informatie geen bezwaar heeft gemaakt, worden de urgente veiligheids- of werkzaamheidsbeperkingen geacht tijdelijk te zijn aanvaard.</PARAG><PARAG>De houder van de vergunning voor het in de handel brengen dient de overeenkomstige aanvraag tot wijziging binnen 15 dagen na het begin van die beperking in overeenkomstig artikel 47.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In geval van een risico voor de volksgezondheid kan de Commissie de vergunning voor het in de handel brengen wijzigen om dringende veiligheids- of werkzaamheidsbeperkingen op te leggen aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen.</PARAG><PARAG>De Commissie neemt het besluit tot wijziging van de vergunning voor het in de handel brengen door middel van uitvoeringshandelingen.</PARAG><PARAG>Wanneer het besluit van de Commissie overeenkomstig dit artikel beperkingen oplegt met betrekking tot het veilige en doeltreffende gebruik van het geneesmiddel, kan zij ook een tot de lidstaten gericht besluit vaststellen overeenkomstig artikel 57.</PARAG><PARAG>Indien de vergunninghouder het niet eens is met het besluit van de Commissie, kan hij het Bureau binnen 15 dagen na ontvangst van het besluit van de Commissie schriftelijke opmerkingen over de wijziging doen toekomen. Het Bureau brengt op basis van de schriftelijke opmerking advies uit over de vraag of een aanpassing van de wijziging vereist is.</PARAG><PARAG>Indien een aanpassing van de wijziging vereist is, neemt de Commissie een definitief besluit volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG>Indien een verwijzing uit hoofde van artikel 55 van deze verordening of artikel 95 of 114 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] wordt ingeleid met betrekking tot dezelfde veiligheids- of werkzaamheidskwestie waarop deze wijziging betrekking heeft, wordt bij die verwijzing rekening gehouden met eventuele schriftelijke opmerkingen van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 45</TI.ART><STI.ART>Actualisering van een vergunning voor het in de handel brengen in verband met wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De houder van de vergunning voor het in de handel brengen houdt, na de verlening van de vergunning voor het in de handel brengen overeenkomstig deze verordening, wat de in de punten 6) en 10) van bijlage I bij [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde vervaardigingswijze en controlemethoden betreft, rekening met de vooruitgang van de wetenschap en techniek en brengt de wijzigingen aan die nodig zijn om te waarborgen dat het geneesmiddel volgens algemeen aanvaarde wetenschappelijke methoden wordt vervaardigd en gecontroleerd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De houder van de vergunning voor het in de handel brengen stelt het Bureau, de Commissie en de lidstaten onverwijld in kennis van alle nieuwe informatie die kan leiden tot wijziging van de gegevens en documenten zoals bedoeld in bijlage I, in artikel 11, 28, 41 of 62 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG], in bijlage II bij die richtlijn, of in artikel 12, lid 4, van deze verordening.</PARAG><PARAG>De houder van de vergunning voor het in de handel brengen stelt het Bureau en de Commissie onverwijld in kennis van alle verboden of beperkingen die aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of aan een entiteit met een contractuele verhouding met de houder van de vergunning voor het in de handel brengen worden opgelegd door de bevoegde autoriteiten van een land waar het geneesmiddel in de handel wordt gebracht, en van andere nieuwe informatie die van invloed kan zijn op de afweging van de baten en risico’s van het betrokken geneesmiddel. De informatie omvat zowel positieve als negatieve resultaten van klinische proeven of andere onderzoeken voor alle indicaties en populaties, ongeacht of deze in de vergunning voor het in de handel brengen zijn opgenomen, alsook gegevens over gebruik van het geneesmiddel dat niet in overeenstemming is met de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De houder van de vergunning voor het in de handel brengen zorgt ervoor dat de productinformatie en de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen, met inbegrip van de samenvatting van de productkenmerken, de etikettering en de bijsluiter, worden aangepast aan de actuele wetenschappelijke kennis, met inbegrip van de conclusies van beoordelingen en de aanbevelingen die openbaar worden gemaakt op het overeenkomstig artikel 104 opgezette Europese webportaal voor geneesmiddelen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Bureau kan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen op elk moment vragen gegevens in te dienen waaruit blijkt dat de baten-risicobalans nog steeds gunstig is. De houder van de vergunning voor het in de handel brengen beantwoordt zulke verzoeken volledig en <STRING STRIKE="on">snel</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen de vastgestelde termijn</STRING></STRING>. De houder van de vergunning voor het in de handel brengen beantwoordt ook <STRING STRIKE="on">alle</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dergelijke</STRING></STRING> verzoeken van een bevoegde autoriteit betreffende de uitvoering van eerder opgelegde maatregelen, met inbegrip van risicobeperkende maatregelen, volledig en binnen de vastgestelde termijn.<STRING BOLD="on"> [Am. 166]</STRING></PARAG><PARAG>Het Bureau kan de vergunninghouder op elk moment vragen een kopie van het basisdossier geneesmiddelenbewakingssysteem te verstrekken. De houder van de vergunning voor het in de handel brengen dient die kopie uiterlijk zeven dagen na ontvangst van het verzoek in.</PARAG><PARAG>De houder van de vergunning voor het in de handel brengen beantwoordt ook alle verzoeken van een bevoegde autoriteit betreffende de uitvoering van eerder opgelegde maatregelen ten aanzien van risico’s voor het milieu en de volksgezondheid, met inbegrip van resistentie tegen antimicrobiële stoffen, volledig en binnen de vastgestelde termijn.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 46</TI.ART><STI.ART>Actualisering van risicomanagementplannen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer de vergunning voor het in de handel brengen van het referentiegeneesmiddel wordt ingetrokken maar de vergunning voor het in de handel brengen van een in de artikelen 9 en 11 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoeld geneesmiddel wordt gehandhaafd, dient de houder van de vergunning voor het in de handel brengen van het in de artikelen 9 en 11 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde geneesmiddel een risicomanagementplan en een samenvatting daarvan in bij het Bureau.</PARAG><PARAG>Het risicomanagementplan en de samenvatting daarvan worden binnen zestig dagen na de intrekking van de vergunning voor het in de handel brengen van het referentiegeneesmiddel via een wijziging overeenkomstig artikel 47 bij het Bureau ingediend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau kan de houder van een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel zoals bedoeld in de artikelen 9, 10, 11 en 12 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] verplichten een risicomanagementplan en een samenvatting daarvan in te dienen wanneer:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>er aanvullende risicobeperkende maatregelen zijn getroffen wat betreft het referentiegeneesmiddel; of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het om redenen van geneesmiddelenbewaking gerechtvaardigd is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In het in lid 2, punt a), genoemde geval wordt het risicomanagementplan op het risicomanagementplan voor het referentiegeneesmiddel afgestemd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het opleggen van de in lid 3 bedoelde verplichting wordt naar behoren schriftelijk gemotiveerd, meegedeeld aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen en omvat de termijn voor het indienen van het risicomanagementplan en de samenvatting via een wijziging overeenkomstig artikel 47.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 47</TI.ART><STI.ART>Wijziging van een vergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een aanvraag voor de wijziging van een gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen door de houder van deze vergunning wordt elektronisch in de door het Bureau beschikbaar gestelde formaten ingediend, tenzij de wijziging een door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen uitgevoerde actualisering is van zijn of haar in een databank opgeslagen informatie.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De elektronische aanvraag bevat een basislijnvolgorde (“baseline sequence”) in verband met het Common Technical Document (CTD).</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 167]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wijzigingen worden in verschillende categorieën ingedeeld, afhankelijk van het niveau van het risico voor de volksgezondheid en het potentiële effect op de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van het betrokken geneesmiddel. Die categorieën lopen uiteen tussen wijzigingen in de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen met het grootste potentiële effect op de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het geneesmiddel, wijzigingen met geen of slechts een minimaal effect daarop en administratieve wijzigingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De procedures voor de behandeling van aanvragen voor wijzigingen zijn evenredig aan het daaraan verbonden risico en effect. Die procedures lopen uiteen tussen procedures op grond waarvan uitvoering slechts mogelijk is na goedkeuring op basis van een volledige wetenschappelijke beoordeling en procedures op grond waarvan onmiddellijke uitvoering en latere kennisgeving van de houder van een vergunning voor het in de handel brengen aan het Bureau, mogelijk is. Dergelijke procedures kunnen ook door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen uitgevoerde actualiseringen omvatten van zijn of haar in een databank opgeslagen informatie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de in lid 2 bedoelde categorieën waarin wijzigingen worden ingedeeld;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>regels voor het onderzoek van aanvragen voor wijzigingen in de voorwaarden van vergunningen voor het in de handel brengen, met inbegrip van procedures voor actualiseringen via een databank;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de voorwaarden voor de indiening van één enkele aanvraag voor meer dan één wijziging in de voorwaarden van dezelfde vergunning voor het in de handel brengen en voor dezelfde wijziging in de voorwaarden van verschillende vergunningen voor het in de handel brengen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het vaststellen van vrijstellingen voor de wijzigingsprocedures wanneer de in bijlage I bedoelde actualisering van de informatie in de vergunning voor het in de handel brengen rechtstreeks kan worden uitgevoerd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de voorwaarden en procedures voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten van derde landen of met internationale organisaties bij het onderzoek van aanvragen tot wijziging van de voorwaarden van vergunningen voor het in de handel brengen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 48</TI.ART><STI.ART>Wetenschappelijk advies over door entiteiten zonder winstoogmerk ingediende gegevens voor herbestemming van geneesmiddelen waarvoor een vergunning is verleend</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een entiteit die geen economische activiteit uitoefent (“entiteit zonder winstoogmerk”) kan bij het Bureau of bij een bevoegde autoriteit van de lidstaat substantieel niet-klinisch of klinisch bewijs indienen voor een nieuwe therapeutische indicatie<STRING STRIKE="on"> die naar verwachting in een onvervulde medische behoefte zal voorzien</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 168]</STRING></PARAG><PARAG>Het Bureau kan op verzoek van een lidstaat, de Commissie of op eigen initiatief en op basis van alle beschikbare gegevens<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van aanvullend bewijsmateriaal dat door de houders van een vergunning voor het in de handel brengen van de betrokken geneesmiddelen kan worden ingediend,</STRING></STRING> een wetenschappelijke beoordeling maken van de baten-risicobalans van het gebruik van een geneesmiddel met een nieuwe therapeutische indicatie<STRING STRIKE="on"> die betrekking heeft op een onvervulde medische behoefte</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 169]</STRING></PARAG><PARAG>Het advies van het Bureau wordt openbaar gemaakt en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de houder van de vergunning voor het in de handel brengen </STRING></STRING>worden op de hoogte gebracht.<STRING BOLD="on"> [Am. 170]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien het advies gunstig is, dienen de houders van een vergunning voor het in de handel brengen van de betrokken geneesmiddelen een wijziging in om de productinformatie bij te werken met de nieuwe therapeutische indicatie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Artikel 81, lid 2, punt c), van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] is niet van toepassing op wijzigingen uit hoofde van dit artikel.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 171]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 49</TI.ART><STI.ART>Overdracht van een vergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een vergunning voor het in de handel brengen kan worden overgedragen aan een nieuwe vergunninghouder. Een dergelijke overdracht wordt niet beschouwd als een wijziging. De overdracht wordt vooraf goedgekeurd door de Commissie, door middel van uitvoeringshandelingen, na de indiening van een aanvraag voor de overdracht bij het Bureau.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met procedures voor de behandeling van bij het Bureau ingediende aanvragen voor de overdracht van vergunningen voor het in de handel brengen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 50</TI.ART><STI.ART>Toezichthoudende autoriteit</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In het geval van in de Unie vervaardigde geneesmiddelen zijn de toezichthoudende autoriteiten voor de vervaardiging de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of van de lidstaten die de in artikel 142, lid 1, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde vergunning voor de vervaardiging van het betrokken geneesmiddel hebben verleend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In het geval van uit derde landen ingevoerde geneesmiddelen zijn de toezichthoudende autoriteiten voor de invoer de bevoegde autoriteiten van de lidstaat of lidstaten die de in artikel 142, lid 3, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde vergunning aan de importeur hebben verleend, tenzij door de Unie en het land van uitvoer een overeenkomst is gesloten om te waarborgen dat die controles in het land van uitvoer worden verricht en dat de fabrikant ten aanzien van goede productiepraktijken ten minste even strenge normen hanteert als die welke door de Unie zijn vastgesteld.</PARAG><PARAG>Een lidstaat kan een andere lidstaat of het Bureau om bijstand verzoeken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De toezichthoudende autoriteit voor de geneesmiddelenbewaking is de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het basisdossier geneesmiddelenbewakingssysteem zich bevindt.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 51</TI.ART><STI.ART>Verantwoordelijkheden van de toezichthoudende autoriteiten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De toezichthoudende autoriteiten voor de vervaardiging en invoer hebben tot taak om namens de Unie na te gaan of de houder van de vergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel dan wel de in de Unie gevestigde fabrikant of importeur, aan de voorschriften betreffende vervaardiging en invoer van de hoofdstukken XI en XV van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] voldoet.</PARAG><PARAG>Bij het verrichten van de in de eerste alinea bedoelde controle kunnen de toezichthoudende autoriteiten verzoeken zich te laten vergezellen door een door het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik aangewezen rapporteur of deskundige, of door een inspecteur van het Bureau.</PARAG><PARAG>De toezichthoudende autoriteiten voor de geneesmiddelenbewaking hebben tot taak om namens de Unie na te gaan of de houder van de vergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel aan de voorschriften betreffende geneesmiddelenbewaking van de hoofdstukken IX en XV van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] voldoet.</PARAG><PARAG>De toezichthoudende autoriteiten voor de geneesmiddelenbewaking kunnen, als zij dit nodig achten, geneesmiddelenbewakingsinspecties voorafgaand aan de vergunningverlening uitvoeren, om de juistheid en de geslaagde uitvoering te controleren van het geneesmiddelenbewakingssysteem dat de aanvrager ter ondersteuning van de aanvraag heeft omschreven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien de Commissie overeenkomstig artikel 202 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] op de hoogte wordt gebracht van ernstige meningsverschillen tussen lidstaten over de vraag of de houder van een vergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel voor menselijk gebruik, dan wel een in de Unie gevestigde fabrikant of importeur, aan de in lid 1 bedoelde voorschriften voldoet, kan zij, na overleg met de betrokken lidstaten, een inspecteur van de toezichthoudende autoriteit verzoeken een nieuwe inspectie uit te voeren bij de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, de fabrikant of de importeur.</PARAG><PARAG>De betrokken inspecteur wordt vergezeld door twee inspecteurs van lidstaten die geen partij zijn bij het geschil of door twee door het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik aangewezen deskundigen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Rekening houdend met eventuele afspraken tussen de Unie en derde landen in de zin van artikel 50, kan de Commissie naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat of van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik, dan wel op eigen initiatief, een in een derde land gevestigde fabrikant verzoeken een inspectie toe te staan.</PARAG><PARAG>De inspectie wordt uitgevoerd door inspecteurs van de lidstaten die over de nodige kwalificaties beschikken. Zij kunnen verzoeken zich te laten vergezellen door een door het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik of door een inspecteur van het Bureau aangewezen rapporteur of deskundige. Het verslag van de inspecteurs wordt elektronisch ter beschikking gesteld van de Commissie, de lidstaten en het Bureau.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 52</TI.ART><STI.ART>Inspectiecapaciteit van het Bureau</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer om een inspectie, opgenomen in het toezichtsysteem zoals bedoeld in artikel 188, lid 1, punt a), van [herziene Richtlijn 2001/83/EG], wordt verzocht voor een locatie in een derde land, zoals bedoeld in artikel 11, lid 2, kan de toezichthoudende autoriteit voor deze locatie het Bureau verzoeken aan de inspectie deel te nemen of de inspectie uit te voeren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Naar aanleiding van een verzoek overeenkomstig lid 1 kan het Bureau besluiten om ofwel:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>bijstand te verlenen door deel te nemen aan een gezamenlijke inspectie met de toezichthoudende autoriteit van de locatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> om de naleving van de goede productiepraktijken (GMP), alsook de praktijken met betrekking tot het milieu en de veiligheid op het werk, te beoordelen</STRING></STRING>. In dat geval heeft de toezichthoudende autoriteit de leiding bij de inspectie en de follow-up daarvan. Na voltooiing van de inspectie verleent de toezichthoudende autoriteit het desbetreffende certificaat inzake <STRING STRIKE="on">goede productiepraktijken (GMP)</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">GMP</STRING></STRING> en voert zij het certificaat in de databank van de Unie in; <STRING STRIKE="on">ofwel</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 172]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>namens de toezichthoudende autoriteit de inspectie en de follow-up ervan uit te voeren. Na voltooiing van de inspectie verleent het Bureau het desbetreffende GMP-certificaat en voert het het certificaat in in de in artikel 188, lid 15, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde databank van de Unie.</PARAG><PARAG>Wanneer het Bureau besluit de inspectie uit te voeren, kan het Bureau andere lidstaten verzoeken aan de inspectie deel te nemen. Op een dergelijk verzoek zijn de bepalingen inzake gezamenlijke inspecties van artikel 189 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] van toepassing. Indien het Bureau de inspectie in de vorm van een gezamenlijke inspectie uitvoert, heeft het Bureau de leiding bij de inspectie.</PARAG><PARAG>Het Bureau kan ook verzoeken zich te laten vergezellen door een door het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik aangewezen rapporteur of deskundige.</PARAG><PARAG>Wanneer een vervolginspectie vereist is met het oog op een door het Bureau afgegeven GMP-certificaat van niet-naleving, is de toezichthoudende autoriteit van de locatie verantwoordelijk voor de uitvoering ervan; de procedure van lid 2 is van toepassing indien de toezichthoudende autoriteit voor deze locatie het Bureau verzoekt deel te nemen aan de vervolginspectie of de uitvoering van de inspectie over te nemen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau houdt bij het nemen van zijn besluit overeenkomstig lid 2 rekening met de criteria in bijlage III.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Artikel 188, lid 6 en leden 8 tot en met 17, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] zijn van toepassing op de in lid 2 bedoelde inspecties.</PARAG><PARAG>De inspecteurs van het Bureau hebben dezelfde bevoegdheden als de officiële vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteit uit hoofde van deze bepalingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Op verzoek van een lidstaat kunnen de inspecteurs van het Bureau die lidstaat ondersteunen bij het uitvoeren van inspecties zoals bedoeld in artikel 78 van Verordening (EU) nr. 536/2014. Het Bureau besluit op basis van de criteria van bijlage III of het een dergelijke inspectie zelf uitvoert.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Het Bureau zorgt ervoor dat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>passende middelen beschikbaar worden gesteld voor de uitvoering van inspectietaken overeenkomstig de leden 2 en 5;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de inspecteurs van het Bureau beschikken over deskundigheid, technische kennis en formele kwalificaties die gelijkwaardig zijn aan die van de nationale inspecteurs, zoals beschreven in de door de Commissie gepubliceerde verzameling van procedures van de Unie voor inspecties en voor de uitwisseling van informatie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het als inspectiedienst deelneemt aan het gemeenschappelijke auditprogramma en wordt onderworpen aan periodieke audits.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 53</TI.ART><STI.ART>Internationale inspecties</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau coördineert in overleg met de Commissie een gestructureerde samenwerking op het gebied van inspecties in derde landen tussen de lidstaten en, in voorkomend geval, het Europees Directoraat voor de kwaliteit van medicijnen en gezondheidszorg van de Raad van Europa, de Wereldgezondheidsorganisatie en betrouwbare internationale autoriteiten, door middel van internationale inspectieprogramma’s.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In samenwerking met het Bureau <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt</STRING></STRING> de Commissie gedetailleerde richtsnoeren <STRING STRIKE="on">vaststellen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vast</STRING></STRING> met de beginselen die van toepassing zijn op die internationale inspectieprogramma’s.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De richtsnoeren omvatten regels inzake onpartijdigheid, onafhankelijkheid en belangenconflicten van inspecteurs.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 173]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 54</TI.ART><STI.ART>Gemeenschappelijk auditprogramma</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De in artikel 142, punt k), bedoelde inspectiewerkgroep zorgt ervoor:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het gemeenschappelijke auditprogramma op te zetten en te ontwikkelen en er toezicht op uit te oefenen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>toezicht te houden op alle maatregelen die de lidstaat uit hoofde van en beperkt tot lid 4 heeft genomen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de samenwerking met relevante instanties op internationaal niveau en op het niveau van de Unie te waarborgen om de werkzaamheden van het gemeenschappelijke auditprogramma te vergemakkelijken.</PARAG><PARAG>Voor de toepassing van de eerste alinea kan de inspectiewerkgroep een operationele subgroep oprichten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor de toepassing van lid 1 zorgt elke lidstaat ervoor:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>opgeleide auditors ter beschikking te stellen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>te aanvaarden dat de bevoegde autoriteiten die belast zijn met de toepassing van goede productie- en distributiepraktijken en daarmee verband houdende toezicht- en handhavingsactiviteiten die van toepassing zijn op geneesmiddelen en werkzame stoffen, regelmatig en in voorkomend geval overeenkomstig het gemeenschappelijke auditprogramma worden gecontroleerd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het gemeenschappelijke auditprogramma wordt beschouwd als een integraal onderdeel van het in artikel 3, lid 3, van Richtlijn (EU) 2017/1572 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2017/1572 van de Commissie van 15 september 2017 tot aanvulling van Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de beginselen en richtsnoeren inzake goede praktijken bij het vervaardigen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik betreft (PB L 238 van 16.9.2017, blz. 44).</FIELD></FOOTNOTE> bedoelde kwaliteitssysteem van de inspectiediensten en zorgt ervoor dat binnen het Unienetwerk van nationale bevoegde autoriteiten adequate en gelijkwaardige kwaliteitsnormen worden gehandhaafd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>In het kader van het gemeenschappelijke auditprogramma brengen de auditors na elke audit een auditverslag uit. Het auditverslag bevat, in voorkomend geval, passende aanbevelingen over maatregelen die de betrokken lidstaat moet overwegen te nemen om ervoor te zorgen dat zijn kwaliteitssysteem en zijn handhavingsactiviteiten in overeenstemming zijn met de kwaliteitsnormen van de Unie.</PARAG><PARAG>Op verzoek van de lidstaat kan de Commissie of het Bureau die lidstaat ondersteunen bij het nemen van passende maatregelen uit hoofde van de eerste alinea.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Voor de toepassing van lid 4:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>waarborgt het Bureau de kwaliteit en consistentie van de auditverslagen van het gemeenschappelijke auditprogramma;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>stelt het de criteria vast voor de verstrekking van de aanbevelingen van het gemeenschappelijke auditprogramma.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De verzameling van procedures van de Unie voor inspecties en voor de uitwisseling van informatie zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2017/1572 wordt door het Bureau bijgewerkt met om daarin ook regels op te nemen die van toepassing zijn op de werking, de structuur en de taken van het gemeenschappelijke auditprogramma.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De Unie financiert activiteiten ter ondersteuning van de werkzaamheden van het gemeenschappelijke auditprogramma.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 55</TI.ART><STI.ART>Verwijzingsprocedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Indien de toezichthoudende autoriteiten of de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat van oordeel zijn dat de op het grondgebied van de Unie gevestigde fabrikant of importeur niet meer aan zijn uit hoofdstuk XI van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] voortvloeiende verplichtingen voldoet, stellen zij onverwijld het Bureau en de Commissie daarvan in kennis met uitvoerige vermelding van hun redenen en met een voorstel voor te treffen maatregelen.</PARAG><PARAG>Wanneer een lidstaat of de Commissie van oordeel is dat ten aanzien van het betrokken geneesmiddel een van de in de hoofdstukken IX, XIV en XV van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde maatregelen moet worden toegepast of wanneer het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik een advies in die zin heeft uitgebracht, stellen zij onverwijld elkaar en het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik daarvan in kennis, met uitvoerige vermelding van hun redenen en met een voorstel voor te treffen maatregelen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In elk van de in lid 1 beschreven situaties verzoekt de Commissie het Bureau binnen een door haar al naar gelang van de dringendheid van de aangelegenheid vast te stellen termijn advies uit te brengen, teneinde de aangevoerde redenen te onderzoeken. Voor zover mogelijk wordt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel voor menselijk gebruik verzocht een mondelinge of schriftelijke toelichting te geven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie kan in elk stadium van de in dit artikel vastgestelde procedure, na passende raadpleging van het Bureau, tijdelijke maatregelen nemen door middel van uitvoeringshandelingen. Die tijdelijke maatregelen zijn onmiddellijk van toepassing.</PARAG><PARAG>De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen onverwijld een definitief besluit vast over de maatregelen die ten aanzien van het betrokken geneesmiddel moeten worden genomen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG><PARAG>De Commissie kan bovendien op grond van artikel 57 een tot de lidstaten gericht besluit vaststellen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wanneer onmiddellijk optreden ter bescherming van de volksgezondheid, dan wel van het milieu, absoluut noodzakelijk is, kan een lidstaat op eigen initiatief of op verzoek van de Commissie het gebruik van een geneesmiddel voor menselijk gebruik waarvoor overeenkomstig deze verordening een vergunning is verleend, op zijn grondgebied schorsen.</PARAG><PARAG>Wanneer de lidstaat dit op eigen initiatief doet, stelt hij de Commissie en het Bureau uiterlijk op de eerstvolgende werkdag na de schorsing van de redenen voor deze handelwijze in kennis. Het Bureau stelt de andere lidstaten onverwijld in kennis. De Commissie leidt onmiddellijk de in de leden 2 en 3 bedoelde procedure in.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>In gevallen zoals bedoeld in lid 4 zorgt de lidstaat ervoor dat gezondheidswerkers snel in kennis worden gesteld van het optreden en de redenen daarvoor. Daartoe kan gebruik gemaakt worden van door beroepsverenigingen opgezette netwerken. De lidstaten stellen de Commissie en het Bureau in kennis van de daartoe getroffen maatregelen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De in lid 4 bedoelde schorsingsmaatregelen kunnen worden gehandhaafd totdat overeenkomstig lid 3 een definitief besluit is vastgesteld door de Commissie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Het Bureau stelt iedere betrokkene die daarom verzoekt, in kennis van het definitieve besluit en maakt dat besluit, onmiddellijk nadat dat is genomen, openbaar.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Wanneer de procedure wordt ingeleid als gevolg van de beoordeling van gegevens met betrekking tot geneesmiddelenbewaking, wordt het in lid 2 bedoelde advies van het Bureau goedgekeurd door het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik op basis van een aanbeveling van het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking, en is artikel 115, lid 2, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] van toepassing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Wanneer een procedure ingevolge artikel 95 of de artikelen 114, 115 en 116 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] betrekking heeft op een reeks geneesmiddelen of een therapeutische klasse, worden de geneesmiddelen waarvoor overeenkomstig deze verordening een vergunning is verleend en die tot die reeks of klasse behoren, in afwijking van de leden 1 tot en met 7, uitsluitend opgenomen in de procedure van artikel 95 of de artikelen 114, 115 en 116 van die richtlijn.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 56</TI.ART><STI.ART>Maatregelen met betrekking tot een voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG>Wanneer het Bureau concludeert dat een houder van een overeenkomstig artikel 19 verleende vergunning voor het in de handel brengen, met inbegrip van een nieuw verleende therapeutische indicatie zoals bedoeld in artikel 19, niet heeft voldaan aan de in de vergunning voor het in de handel brengen vastgelegde verplichtingen, stelt het Bureau de Commissie hiervan in kennis.</PARAG><PARAG>De Commissie stelt een besluit vast tot wijziging, schorsing of intrekking van die vergunning voor het in de handel brengen, overeenkomstig de in artikel 13 uiteengezette procedure.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de houder van de vergunning voor het in de handel brengen niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 20 vastgestelde verplichtingen in de onderzoeken na verlening van een vergunning, kan de Commissie volgens de procedure van artikel 13 een besluit tot wijziging, schorsing of intrekking van die vergunning voor het in de handel brengen vaststellen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 174]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 57</TI.ART><STI.ART>Uitvoering door de lidstaten van voorwaarden voor of beperkingen aan een vergunning van de Unie voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG>Wanneer het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik in zijn advies naar overeenkomstig artikel 12, lid 4, punten d) tot en met g), aanbevolen voorwaarden of beperkingen verwijst, kan de Commissie overeenkomstig artikel 13 een tot de lidstaten gericht besluit betreffende de uitvoering van die voorwaarden of beperkingen vaststellen.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK V</TI><STI.GR>ONDERSTEUNING OP REGELGEVINGSGEBIED VOORAFGAAND AAN DE VERGUNNINGVERLENING</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 58</TI.ART><STI.ART>Wetenschappelijk advies</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Ondernemingen of, in voorkomend geval, entiteiten zonder winstoogmerk kunnen het Bureau om wetenschappelijk advies zoals bedoeld in artikel 138, lid 1, tweede alinea, punt p), verzoeken.</PARAG><PARAG>Dergelijk advies kan ook worden gevraagd voor geneesmiddelen zoals bedoeld in de artikelen 83 en 84 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij het opstellen van het in lid 1 bedoelde wetenschappelijk advies en op verzoek van de ondernemingen of, in voorkomend geval, entiteiten zonder winstoogmerk die om het wetenschappelijk advies hebben verzocht, kan het Bureau deskundigen van de lidstaten met expertise op het gebied van klinische proeven of medische hulpmiddelen of de overeenkomstig artikel 106, lid 1, van Verordening (EU) 2017/745 aangewezen deskundigenpanels raadplegen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Bij de opstelling van het in lid 1 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van dit artikel </STRING></STRING>bedoelde wetenschappelijk advies<STRING STRIKE="on"> en in naar behoren gemotiveerde gevallen</STRING> kan het Bureau overleggen met bij andere rechtshandelingen van de Unie ingestelde autoriteiten, waar dit relevant is voor het verstrekken van het betrokken wetenschappelijk advies, <STRING STRIKE="on">of </STRING>met andere in de Unie gevestigde overheidsinstanties, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met name die welke zijn vermeld in artikel 162 of andere instanties, </STRING></STRING>al naargelang het geval<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of in naar behoren gemotiveerde gevallen in derde landen gevestigde overheidsinstanties</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 175]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Bureau neemt in het Europees openbaar beoordelingsrapport de belangrijkste onderdelen van het wetenschappelijk advies op<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> alsook een gedetailleerd overzicht van de activiteiten die voorafgaand aan de indiening van de aanvraag van een vergunning voor het geneesmiddel zijn uitgevoerd,</STRING></STRING> zodra het desbetreffende besluit tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen met betrekking tot het geneesmiddel is genomen, waarbij evenwel alle gegevens van commercieel vertrouwelijke aard worden weggelaten.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Dat verslag wordt openbaar gemaakt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 176]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Bureau waarborgt zoveel mogelijk dat er sprake is van een onderscheid tussen degenen die verantwoordelijk zijn voor het verstrekken van wetenschappelijk advies aan een ontwikkelaar van een geneesmiddel en degenen die vervolgens verantwoordelijk zijn voor het beoordelen van de aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen voor hetzelfde geneesmiddel.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Bureau zorgt ervoor dat ten minste één van de twee rapporteurs voor een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen niet heeft deelgenomen aan activiteiten voorafgaand aan de indiening van de aanvraag van een vergunning voor het geneesmiddel. De redenen voor eventuele uitzonderingen worden gedocumenteerd en samen met het Europees openbaar beoordelingsrapport gepubliceerd, en opgenomen in de beknopte notulen van de vergaderingen overeenkomstig artikel 147, lid 2.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 177]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 59</TI.ART><STI.ART>Parallel wetenschappelijk advies</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In de Unie gevestigde ondernemingen of, in voorkomend geval, in de Unie gevestigde entiteiten zonder winstoogmerk kunnen erom verzoeken dat de in artikel 58, lid 1, bedoelde wetenschappelijk advisering gelijktijdig plaatsvindt met het gezamenlijke wetenschappelijke overleg dat wordt uitgevoerd door de coördinatiegroep van de lidstaten inzake evaluatie van gezondheidstechnologie, overeenkomstig artikel 16, lid 5, van Verordening (EU) 2021/2282.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In het geval van geneesmiddelen waarbij een medisch hulpmiddel is betrokken, kunnen ondernemingen of, in voorkomend geval, entiteiten zonder winstoogmerk om wetenschappelijk advies verzoeken zoals bedoeld in artikel 58, lid 1, parallel aan de raadpleging van de deskundigenpanels zoals bedoeld in artikel 61, lid 2, van Verordening (EU) 2017/745.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In het geval van lid 2 omvat het wetenschappelijk advies, zoals bedoeld in artikel 58, lid 1, de uitwisseling van informatie tussen de respectieve autoriteiten of instanties en, indien van toepassing, gelijklopende tijdschema’s, met behoud van de scheiding van hun respectieve bevoegdheden.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 60</TI.ART><STI.ART>Versterkte wetenschappelijke ondersteuning en versterkte ondersteuning op regelgevingsgebied voor prioritaire geneesmiddelen (Prime-regeling)</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau kan versterkte wetenschappelijke ondersteuning en versterkte ondersteuning op regelgevingsgebied bieden, in voorkomend geval met inbegrip van overleg met andere organen zoals bedoeld in de artikelen 58 en 59, alsook mechanismen voor versnelde beoordeling, voor bepaalde geneesmiddelen die, op basis van door de ontwikkelaar ingediend voorlopig bewijsmateriaal, aan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste een van </STRING></STRING>de volgende voorwaarden voldoen:<STRING BOLD="on"> [Am. 178]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zij zullen waarschijnlijk in een onvervulde medische behoefte voorzien, zoals bedoeld in artikel 83, lid 1, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG];</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het zijn weesgeneesmiddelen die waarschijnlijk zullen voorzien in een grote onvervulde medische behoefte zoals bedoeld in artikel 70, lid 1;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>zij zullen naar verwachting van groot belang<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zijn</STRING></STRING> vanuit het oogpunt van de volksgezondheid, met name wat betreft therapeutische innovatie, rekening houdend met het vroege ontwikkelingsstadium, of het zijn antimicrobiële stoffen met een van de in artikel 40, lid 3, genoemde kenmerken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of zoals bedoeld in de WHO-lijst van prioritaire ziekteverwekkers voor O&amp;O op het gebied van nieuwe antibiotica, en met name van die ziekteverwekkers welke zijn opgenomen als prioriteit 1 (kritiek) of prioriteit 2 (hoog), of door elke equivalente lijst van prioritaire ziekteverwekkers die op het niveau van de Unie wordt vastgesteld prioritair in aanmerking te nemen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 179]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Op verzoek van de Commissie en na raadpleging van de EMA-taskforce voor noodsituaties kan het Bureau betere wetenschappelijke ondersteuning en ondersteuning op regelgevingsgebied bieden aan ontwikkelaars van een geneesmiddel dat bedoeld is voor de preventie, diagnose of behandeling van een ziekte die het gevolg is van ernstige grensoverschrijdende bedreigingen van de gezondheid, indien de toegang tot dergelijke producten noodzakelijk wordt geacht om een hoog niveau van paraatheid en respons van de Unie tegen bedreigingen van de gezondheid te waarborgen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau kan de uitgebreide ondersteuning stopzetten indien wordt vastgesteld dat het geneesmiddel niet in de verwachte mate zal voorzien in de vastgestelde onvervulde medische behoefte.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De conformiteit van een geneesmiddel met de criteria van artikel 83 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] wordt beoordeeld op basis van de relevante criteria, ongeacht of het uit hoofde van dit artikel ondersteuning voor prioritaire geneesmiddelen heeft ontvangen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien een prioritair geneesmiddel versterkte wetenschappelijke ondersteuning en versterkte ondersteuning op regelgevingsgebied van het Bureau ontvangt, bevat het Europees openbaar beoordelingsrapport een apart deel over de activiteiten die door het Bureau voorafgaand aan de indiening van de aanvraag zijn uitgevoerd, en informatie over de belangrijkste elementen van het verstrekte wetenschappelijk advies en de verstrekte ondersteuning op regelgevingsgebied en over de follow-up van degene die het verzoek daarvoor heeft ingediend, met inbegrip van relevante informatie en gegevens waaruit blijkt dat aan de voorwaarden voor de toepassing van de Prime-regeling wordt voldaan.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 180]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 61</TI.ART><STI.ART>Wetenschappelijke aanbeveling over de regelgevingsstatus</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor producten in ontwikkeling die kunnen vallen onder de in bijlage I vermelde categorieën geneesmiddelen waarvoor de Unie een vergunning moet verlenen, kan een ontwikkelaar of een bevoegde autoriteit van de lidstaten bij het Bureau een naar behoren gemotiveerd verzoek om een wetenschappelijke aanbeveling indienen om op wetenschappelijke gronden vast te stellen of het betrokken product mogelijk een “geneesmiddel” is, en eventueel ook een “geneesmiddel voor geavanceerde therapie” in de zin van artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1394/2007 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1394/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 betreffende geneesmiddelen voor geavanceerde therapie en tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG en Verordening (EG) nr. 726/2004 (PB L 324 van 10.12.2007, blz. 121).</FIELD></FOOTNOTE>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Bij het opstellen van zijn aanbeveling kan het Bureau een beroep doen op de relevante deskundigheid van werkgroepen en pools van deskundigen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 181]</STRING></PARAG><PARAG>Het Bureau doet zijn aanbeveling binnen 60 dagen na ontvangst van een dergelijk verzoek, een termijn die met nog eens 30 dagen wordt verlengd indien raadpleging overeenkomstig lid 2 vereist is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij het opstellen van de in lid 1 bedoelde aanbeveling raadpleegt het Bureau in voorkomend geval<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en indien twijfel bestaat over de regelgevingsstatus van een product in ontwikkeling,</STRING></STRING> relevante advies- of regelgevingsinstanties die zijn ingesteld bij andere rechtshandelingen van de Unie op aanverwante gebieden. In het geval van producten die gebaseerd zijn op stoffen van menselijke oorsprong raadpleegt het Bureau <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">eerst het in Verordening (EU) 2024/1938 bedoelde compendium en houdt het zo nodig gezamenlijke vergaderingen met </STRING></STRING>de coördinatieraad voor stoffen van menselijke oorsprong (SoHO-coördinatieraad) die is ingesteld bij <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die </STRING></STRING>verordening<STRING STRIKE="on"> (EU) [reference to be added after adoption cf</STRING>.<STRING STRIKE="on"> COM(2022)338 final].</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 182]</STRING></PARAG><PARAG>De geraadpleegde advies- of regelgevingsinstanties beantwoorden de raadpleging binnen 30 dagen na ontvangst van het verzoek.</PARAG><PARAG>Het Bureau publiceert<STRING STRIKE="on"> samenvattingen van</STRING> de aanbevelingen die het overeenkomstig lid 1 doet, waarbij evenwel alle gegevens van commercieel vertrouwelijke aard worden weggelaten.<STRING BOLD="on"> [Am. 183]</STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Met het oog op transparantie worden de respectieve adviezen en conclusies van het Bureau en de relevante adviesinstanties over de regelgevingsstatus van het product openbaar gemaakt nadat het overleg en, indien van toepassing, de gezamenlijke vergaderingen hebben plaatsgevonden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 184]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 62</TI.ART><STI.ART>Besluit over de regelgevingsstatus</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Indien een lidstaat het oneens is met de<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> wetenschappelijke</STRING></STRING> aanbeveling van het Bureau overeenkomstig artikel 61, lid 2, en dat standpunt naar behoren heeft gemotiveerd, kan die lidstaat de Commissie verzoeken te besluiten of het product een geneesmiddel is in de zin van artikel 61, lid 1.<STRING BOLD="on"> [Am. 185]</STRING></PARAG><PARAG>De Commissie kan de in de eerste alinea bedoelde procedure op eigen initiatief inleiden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie kan het Bureau<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de relevante advies- of regelgevingsinstanties die betrokken zijn bij de verstrekking van de wetenschappelijke aanbeveling,</STRING></STRING> om opheldering vragen of de aanbeveling voor verdere behandeling terugverwijzen naar het Bureau wanneer een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat nieuwe vragen van wetenschappelijke of technische aard doet rijzen, of wanneer zij zelf het initiatief hiertoe neemt.<STRING BOLD="on"> [Am. 186]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het in lid 1 bedoelde besluit van de Commissie wordt door middel van uitvoeringshandelingen vastgesteld volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, rekening houdend met de wetenschappelijke aanbeveling van het Bureau<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en andere adviesinstanties</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 187]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK VI</TI><STI.GR>WEESGENEESMIDDELEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 63</TI.ART><STI.ART>Criteria voor aanwijzing als weesgeneesmiddel</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een geneesmiddel dat bestemd is voor de diagnose, preventie of behandeling van een levensbedreigende of chronisch invaliderende aandoening wordt als weesgeneesmiddel aangewezen indien de initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel kan aantonen dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een aanwijzing als weesgeneesmiddel lijden niet meer dan 5 op de 10 000 personen in de Unie aan de aandoening;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>er bestaat geen bevredigende, in de Unie toegelaten methode voor de diagnose, preventie of behandeling van de betrokken aandoening; indien een dergelijke methode wel bestaat, dan zou het geneesmiddel een aanzienlijk voordeel opleveren voor degenen die aan deze aandoening lijden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">In afwijking van lid 1, punt a), en op basis van een aanbeveling van het Bureau, is de Commissie, wanneer de in lid 1, punt a), gespecificeerde voorwaarden niet passend zijn vanwege de specifieke kenmerken van bepaalde aandoeningen of om andere wetenschappelijke redenen, bevoegd overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast te stellen ter aanvulling van lid 1, punt a), door specifieke criteria voor bepaalde aandoeningen vast te stellen.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 188]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen volgens de procedure van artikel 173, lid 2, de nodige bepalingen ter uitvoering van dit artikel vast om de in lid 1 bedoelde voorwaarden nader te specificeren.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 64</TI.ART><STI.ART>Verlening van een aanwijzing als weesgeneesmiddel</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel dient in enig stadium van de ontwikkeling van het geneesmiddel een aanvraag tot aanwijzing daarvan als weesgeneesmiddel in bij het Bureau, vóórdat de in de artikelen 5 en 6 bedoelde aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen wordt ingediend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij de aanvraag van de initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel worden de volgende informatie en documenten gevoegd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>naam of handelsnaam en vast adres van de initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de werkzame stoffen van het geneesmiddel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de voorgestelde aandoening waarvoor het is bedoeld, of de voorgestelde therapeutische indicatie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>een motivering dat aan de criteria van artikel 63, lid 1,<STRING STRIKE="on"> of in de desbetreffende overeenkomstig artikel 63, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handelingen</STRING> is voldaan, en een beschrijving van het stadium van de ontwikkeling, met inbegrip van de verwachte therapeutische indicatie.<STRING BOLD="on"> [Am. 189]</STRING></PARAG><PARAG>De initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel is verantwoordelijk voor de nauwkeurigheid van de gegevens en documentatie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau stelt in overleg met de lidstaten, de Commissie en de belanghebbende partijen gedetailleerde richtsnoeren op over de procedure, het formaat en de inhoud van de aanwijzingsaanvragen en voor de overdracht van de aanwijzing als weesgeneesmiddel krachtens artikel 65.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Bureau neemt binnen 90 dagen na ontvangst van een geldige aanvraag een besluit tot verlening of weigering van de aanwijzing als weesgeneesmiddel op basis van de criteria zoals bedoeld in artikel 63, lid 1<STRING STRIKE="on">, of in de desbetreffende overeenkomstig artikel 63, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handelingen</STRING>. De aanvraag wordt als geldig beschouwd indien zij alle in lid 2 bedoelde gegevens en documentatie bevat.<STRING BOLD="on"> [Am. 190]</STRING></PARAG><PARAG>Om vast te stellen of aan de criteria voor aanwijzing als weesgeneesmiddel is voldaan, kan het Bureau het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik of een van zijn werkgroepen zoals bedoeld in artikel 150, lid 2, eerste alinea, raadplegen. Het resultaat van deze raadpleging wordt als onderdeel van de wetenschappelijke conclusies van het Bureau die het besluit rechtvaardigen, aan het besluit gehecht.</PARAG><PARAG>Het besluit wordt samen met de in dit lid bedoelde bijlagen ter kennis van de aanvrager gebracht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Besluiten van het Bureau tot verlening of weigering van de aanwijzing als weesgeneesmiddel worden openbaar bekendgemaakt, waarbij evenwel alle gegevens van commercieel vertrouwelijke aard worden weggelaten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 65</TI.ART><STI.ART>Overdracht van een aanwijzing als weesgeneesmiddel</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De aanwijzing als weesgeneesmiddel kan worden overgedragen van de huidige initiatiefnemer van een weesgeneesmiddel naar een nieuwe initiatiefnemer van een weesgeneesmiddel. De overdracht wordt vooraf goedgekeurd door het Bureau, na de indiening van een aanvraag voor de overdracht bij het Bureau.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij de aanvraag van de huidige initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel worden de volgende informatie en documenten gevoegd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>naam of handelsnaam en vast adres van de huidige en de nieuwe initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>besluit tot toekenning van een aanwijzing als weesgeneesmiddel als bedoeld in artikel 64, lid 4;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het in artikel 67, lid 3, punt e), bedoelde aanwijzingsnummer<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de redenen voor de overdracht van de aanwijzing als weesgeneesmiddel.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 191]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau neemt binnen 30 dagen na ontvangst van een geldige aanvraag door de huidige initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel een besluit tot goedkeuring of weigering van de overdracht van de aanwijzing als weesgeneesmiddel. De aanvraag wordt als geldig beschouwd indien zij alle in lid 2 bedoelde gegevens en documentatie bevat. Het Bureau richt zijn besluit tot de huidige en de nieuwe initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 66</TI.ART><STI.ART>Geldigheid van een aanwijzing als weesgeneesmiddel</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een aanwijzing als weesgeneesmiddel is zeven jaar geldig. Gedurende deze periode komt de initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel in aanmerking voor de in artikel 68 bedoelde stimulansen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In afwijking van lid 1 kan het Bureau, op basis van een gemotiveerd verzoek van de initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel, de geldigheid verlengen indien de initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel kan aantonen dat de relevante onderzoeken ter ondersteuning van het gebruik van het aangewezen weesgeneesmiddel bij de aandoeningen waarop de aanvraag betrekking heeft, nog lopen en veelbelovend zijn wat betreft de toekomstige indiening van een aanvraag. Een dergelijke verlenging wordt beperkt in de tijd, rekening houdend met de verwachte resterende tijd die nodig is om een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen in te dienen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In afwijking van lid 1 blijft, wanneer een aanwijzing als weesgeneesmiddel geldig is op het tijdstip waarop overeenkomstig artikel 5 een vergunning voor het in de handel brengen van een weesgeneesmiddel is ingediend, de aanwijzing als weesgeneesmiddel geldig totdat de Commissie overeenkomstig artikel 13, lid 2, een besluit heeft vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Een aanwijzing als weesgeneesmiddel vervalt zodra een initiatiefnemer van een weesgeneesmiddel overeenkomstig artikel 13, lid 2, een vergunning voor het in de handel brengen van het desbetreffende geneesmiddel heeft verkregen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Een aanwijzing als weesgeneesmiddel kan te allen tijde op verzoek van de initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel worden ingetrokken.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel kan een met redenen omklede motivering van het intrekkingsverzoek geven, die openbaar wordt gemaakt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 192]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 67</TI.ART><STI.ART>Register van aangewezen weesgeneesmiddelen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het register van aangewezen weesgeneesmiddelen bevat een lijst van alle aangewezen weesgeneesmiddelen. Het wordt opgezet en beheerd door het Bureau en is openbaar toegankelijk.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer een aanwijzing als weesgeneesmiddel niet langer geldig is of overeenkomstig artikel 66 wordt ingetrokken, maakt het Bureau daarvan een aantekening in het register van aangewezen weesgeneesmiddelen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De in het register van aangewezen weesgeneesmiddelen opgenomen informatie over het aangewezen weesgeneesmiddel omvat ten minste het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de gegevens over de werkzame stof;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de naam en het adres van de initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de aandoening waarvoor het is bedoeld, of de voorgestelde therapeutische indicatie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de datum van aanwijzing;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het aanwijzingsnummer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>het besluit tot verlening van de aanwijzing als weesgeneesmiddel<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in voorkomend geval, elk verzoek dat wordt ingediend in overeenstemming met artikel 66, lid 2, en elk desbetreffend besluit.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 193]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de informatie die moet worden opgenomen in het in lid 3 bedoelde register van aangewezen weesgeneesmiddelen om ervoor te zorgen dat de gebruikers van dat register van passende informatie worden voorzien.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 68</TI.ART><STI.ART>Technische bijstand en ondersteuning van onderzoek voor weesgeneesmiddelen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voordat </STRING></STRING>de initiatiefnemer van het weesgeneesmiddel<STRING STRIKE="on"> kan, voordat hij</STRING> een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen indient, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verzoekt hij </STRING></STRING>het Bureau om advies <STRING STRIKE="on">verzoeken </STRING>over:<STRING BOLD="on"> [Am. 194]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de uitvoering van de verschillende tests en proeven die nodig zijn om de kwaliteit, veiligheid<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> werkzaamheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en milieueffecten</STRING></STRING> van het geneesmiddel aan te tonen, zoals bedoeld in artikel 138, lid 1, tweede alinea, punt p);<STRING BOLD="on"> [Am. 195]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het aantonen van een aanzienlijk voordeel binnen het toepassingsgebied van de aangewezen weesindicatie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het aantonen van gelijkenis met of klinische superioriteit ten opzichte van andere geneesmiddelen met marktexclusiviteit voor dezelfde indicatie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Geneesmiddelen die overeenkomstig deze verordening als weesgeneesmiddelen zijn aangewezen, komen in aanmerking voor stimulerende maatregelen van de Unie en de lidstaten ter bevordering van het onderzoek naar en de ontwikkeling en beschikbaarheid van weesgeneesmiddelen, en met name voor de steunmaatregelen betreffende het onderzoek, ten gunste van de kleine en middelgrote ondernemingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en entiteiten die geen economische activiteit uitoefenen</STRING></STRING>, als bedoeld in kaderprogramma’s voor onderzoek en technologische ontwikkeling.<STRING BOLD="on"> [Am. 196]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 69</TI.ART><STI.ART>Vergunning voor het in de handel brengen als weesgeneesmiddel</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Aanvragen voor een vergunning voor het in de handel brengen als weesgeneesmiddel worden ingediend overeenkomstig de artikelen 5 en 6 en de desbetreffende vergunning voor het in de handel brengen wordt verkregen overeenkomstig artikel 13, lid 2.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De aanvrager toont daarnaast ook aan dat voor het geneesmiddel een aanwijzing als weesgeneesmiddel is toegekend en dat voor de gewenste therapeutische indicatie is voldaan aan de criteria van artikel 63, lid 1<STRING STRIKE="on">, of in de desbetreffende overeenkomstig artikel 63, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handelingen</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 197]</STRING></PARAG><PARAG>In voorkomend geval verstrekt de aanvrager relevant bewijsmateriaal om aan te tonen dat het geneesmiddel in een grote onvervulde medische behoefte voorziet zoals bedoeld in artikel 70, lid 1.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik beoordeelt of het geneesmiddel voldoet aan de vereisten van artikel 63, lid 1<STRING STRIKE="on">, of van de desbetreffende overeenkomstig artikel 63, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handelingen</STRING>. In de in lid 2, tweede alinea, bedoelde situatie beoordeelt dat comité ook of het geneesmiddel voorziet in een grote onvervulde medische behoefte zoals bedoeld in artikel 70, lid 1.<STRING BOLD="on"> [Am. 198]</STRING></PARAG><PARAG>Voor deze beoordeling gelden dezelfde termijnen als voor de aanvraag van de vergunning voor het in de handel brengen zelf en de gedetailleerde conclusies van die beoordeling maken deel uit van het wetenschappelijk advies van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik overeenkomstig artikel 12, lid 1.</PARAG><PARAG>De beoordeling en de conclusies ervan maken deel uit van het in artikel 12, lid 1, bedoelde advies en, in voorkomend geval, van het in artikel 12, lid 3, bedoelde advies.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De vergunning voor het in de handel brengen van weesgeneesmiddelen heeft alleen betrekking op de therapeutische indicaties die voldoen aan de vereisten van artikel 63, lid 1, <STRING STRIKE="on">of van de desbetreffende overeenkomstig artikel 63, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handelingen, </STRING>op het tijdstip waarop de vergunning voor het in de handel brengen van weesgeneesmiddelen wordt verleend.<STRING BOLD="on"> [Am. 199]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Indien na de indiening van een aanvraag voor de vergunning voor het in de handel brengen als weesgeneesmiddel en vóór het advies van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik de aanwijzing als weesgeneesmiddel overeenkomstig artikel 66, lid 5, wordt ingetrokken, wordt de aanvraag voor de vergunning voor het in de handel brengen als weesgeneesmiddel behandeld als de aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen overeenkomstig artikel 6.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Een aanvrager kan een aanvraag indienen voor een afzonderlijke vergunning voor het in de handel brengen voor andere indicaties die niet voldoen aan de vereisten van artikel 63, lid 1<STRING STRIKE="on">, of van de desbetreffende overeenkomstig artikel 63, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handelingen</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 200]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 70</TI.ART><STI.ART>Weesgeneesmiddelen die in grote onvervulde medische behoeften voorzien</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een weesgeneesmiddel wordt geacht te voorzien in een grote onvervulde medische behoefte wanneer het aan de volgende eisen voldoet:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>er bestaat geen geneesmiddel waarvoor in de Unie een vergunning is verleend voor een dergelijke aandoening<STRING STRIKE="on">, of de aanvrager toont aan dat, ondanks het feit dat er geneesmiddelen bestaan waarvoor in de Unie een vergunning is verleend voor een dergelijke aandoening, het weesgeneesmiddel niet alleen een aanzienlijk voordeel biedt, maar ook een uitzonderlijke therapeutische vooruitgang zal opleveren;</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">; of</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 201]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">indien een geneesmiddel is toegelaten voor een dergelijke aandoening, dit geneesmiddel niet alleen een aanzienlijk voordeel biedt, maar ook een uitzonderlijke therapeutische vooruitgang zal opleveren en </STRING></STRING>de toepassing van het weesgeneesmiddel zorgt bij de relevante patiëntenpopulatie voor een significante vermindering van de morbiditeit of mortaliteit van de ziekte.<STRING BOLD="on"> [Am. 202]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een geneesmiddel waarvoor overeenkomstig artikel 13 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] een aanvraag is ingediend, wordt niet geacht te voorzien in een grote onvervulde medische behoefte.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer het Bureau wetenschappelijke richtsnoeren voor de toepassing van dit artikel vaststelt, raadpleegt het de Commissie<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> de in artikel 162 bedoelde autoriteiten of organen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en andere relevante belanghebbenden</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 203]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 71</TI.ART><STI.ART>Marktexclusiviteit</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer een vergunning voor het in de handel brengen als weesgeneesmiddel is verleend, dan wordt door de Unie en de lidstaten, onverminderd de wetgeving inzake intellectuele eigendom, binnen de in lid 2 bedoelde duur van de marktexclusiviteit voor dezelfde therapeutische indicatie noch een vergunning voor het in de handel brengen van een vergelijkbaar geneesmiddel verleend, noch een overeenkomstige bestaande vergunning voor het in de handel brengen uitgebreid.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De duur van de marktexclusiviteit bedraagt:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>negen jaar voor andere weesgeneesmiddelen dan die zoals bedoeld in de punten b) en c);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P><STRING STRIKE="on">tien jaar</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">elf jaar</STRING></STRING> voor weesgeneesmiddelen die voorzien in een grote onvervulde medische behoefte zoals bedoeld in artikel 70;<STRING BOLD="on"> [Am. 204]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P><STRING STRIKE="on">vijf</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vier</STRING></STRING> jaar voor weesgeneesmiddelen waarvoor overeenkomstig artikel 13 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] een vergunning is verleend.<STRING BOLD="on"> [Am. 205]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer een houder van een vergunning voor het in de handel brengen voor dezelfde werkzame stof over meer dan één vergunning voor het in de handel brengen als weesgeneesmiddel beschikt, gelden voor die vergunningen geen afzonderlijke perioden van marktexclusiviteit. De duur van de marktexclusiviteit gaat in op de datum waarop de eerste vergunning voor het in de handel brengen als weesgeneesmiddel in de Unie is verleend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>In afwijking van lid 1, en onverminderd de wetgeving inzake intellectuele eigendom, kan de vergunning, voor dezelfde therapeutische indicatie, worden verleend voor het in de handel brengen van een vergelijkbaar geneesmiddel, indien:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de houder van de vergunning voor het in de handel brengen van het oorspronkelijke weesgeneesmiddel toestemming heeft gegeven aan de tweede aanvrager; of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de houder van de vergunning voor het in de handel brengen van het oorspronkelijke weesgeneesmiddel niet in staat is het geneesmiddel in voldoende hoeveelheden te leveren; of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de tweede aanvrager in zijn aanvraag kan aantonen dat het tweede geneesmiddel, hoewel vergelijkbaar met het weesgeneesmiddel waarvoor reeds een vergunning is verleend, veiliger, werkzamer of anderszins klinisch superieur is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De indiening, validering en beoordeling van de aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen en de verlening van de vergunning voor het in de handel brengen van een generiek geneesmiddel of een biosimilar voor een referentiegeneesmiddel<STRING STRIKE="on"> waarvoor de marktexclusiviteit is verstreken</STRING>, worden niet belemmerd door de marktexclusiviteit van een product dat vergelijkbaar is met het referentiegeneesmiddel.<STRING BOLD="on"> [Am. 206]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De marktexclusiviteit van het weesgeneesmiddel vormt geen beletsel voor de indiening, validering<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> beoordeling van een aanvraag voor<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of de verlening van</STRING></STRING> een vergunning voor het in de handel brengen van een vergelijkbaar geneesmiddel, met inbegrip van generieke geneesmiddelen en biosimilars, wanneer de resterende duur van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">oorspronkelijke </STRING></STRING>marktexclusiviteit minder dan twee jaar bedraagt.<STRING BOLD="on"> [Am. 207]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Wanneer het Bureau voor de toepassing van de leden 1 en 4 wetenschappelijke richtsnoeren vaststelt, raadpleegt het daarbij de Commissie.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 72</TI.ART><STI.ART>Verlenging van de marktexclusiviteit</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De in artikel 71, lid 2, punten a) en b), bedoelde perioden van marktexclusiviteit worden met 12 maanden verlengd indien de houder van de vergunning voor het in de handel brengen als weesgeneesmiddel kan aantonen dat aan de voorwaarden van artikel 81, lid 2, punt a), en artikel 82, lid 1, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] is voldaan.</STRING><STRING BOLD="on">]</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">De procedures van artikel 82, leden 2 tot en met 5, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] zijn dienovereenkomstig van toepassing op de verlenging van de marktexclusiviteit.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 208</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De periode van marktexclusiviteit wordt voor de in artikel 71, lid 2, punten a) en b), bedoelde weesgeneesmiddelen met nog eens 12 maanden verlengd indien de houder van de vergunning voor het in de handel brengen ten minste twee jaar voor het einde van de exclusiviteitsperiode een vergunning voor het in de handel brengen van een of meer nieuwe therapeutische indicaties voor een andere weesaandoening verkrijgt.</PARAG><PARAG>Een dergelijke verlenging kan tweemaal worden verleend indien de nieuwe therapeutische indicaties telkens op verschillende weesaandoeningen betrekking hebben.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Voor weesgeneesmiddelen waarvoor de in lid 2 bedoelde verlenging van de marktexclusiviteit geldt, geldt de in artikel 81, lid 2, punt d), van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde aanvullende periode van gegevensbescherming niet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Artikel 71, lid 3, is eveneens van toepassing op de in de leden 1 en 2 bedoelde verlengingen van de marktexclusiviteit.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 73</TI.ART><STI.ART>Financiële bijdrage van de Unie in verband met weesgeneesmiddelen</STI.ART><PARAG>De in artikel 8 van [nieuwe verordening betreffende vergoedingen]<FOOTNOTE><FIELD>Verordening [XXX] van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aan het Europees Geneesmiddelenbureau te betalen vergoedingen en heffingen, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 297/95 van de Raad en Verordening (EU) 658/2014 van het Europees Parlement en de Raad [PB L X van XX.XX.XXXX, blz. X].</FIELD></FOOTNOTE> bedoelde werkafspraken voorzien in volledige of gedeeltelijke verlagingen van de aan het Europees Geneesmiddelenbureau verschuldigde vergoedingen en heffingen, zoals vastgesteld in [nieuwe verordening betreffende vergoedingen]. Dergelijke verlagingen vallen onder de in artikel 154, lid 3, punt a), van deze verordening bedoelde bijdrage van de Unie.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 73 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gezamenlijke aanbesteding van geneesmiddelen waarvoor een gecentraliseerde vergunning is verleend</STRING></STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op verzoek van de lidstaten faciliteert de Commissie de gezamenlijke aanbesteding van geneesmiddelen waarvoor een gecentraliseerde vergunning is verleend op het niveau van de Unie namens de lidstaten.</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door de voorwaarden en procedures voor gezamenlijke aanbesteding van geneesmiddelen waarvoor een gecentraliseerde vergunning is verleend nader te definiëren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 209]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 73 ter</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uniekader voor zeldzame ziekten</STRING></STRING></STI.ART><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op ... [24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] stelt de Commissie, na overleg met de lidstaten, patiëntenorganisaties en andere relevante belanghebbende partijen, een op behoeften en doelstellingen gebaseerd Uniekader voor zeldzame ziekten voor met het oog op een betere omkadering en coördinatie van de beleidsmaatregelen en programma’s van de Unie en ter ondersteuning van de lidstaten bij de ontwikkeling van nationale strategieën om beter tegemoet te komen aan de onvervulde behoeften van mensen met zeldzame ziekten en hun verzorgers.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 210]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK VII</TI><STI.GR>PEDIATRISCHE GENEESMIDDELEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 74</TI.ART><STI.ART>Plan voor pediatrisch onderzoek</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een plan voor pediatrisch onderzoek bevat het tijdschema en alle maatregelen die worden voorgesteld om de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van het geneesmiddel te beoordelen bij alle mogelijk betrokken subgroepen van de pediatrische populatie. Daarnaast worden in het plan alle maatregelen beschreven om de farmaceutische vorm, de concentratie, de toedieningsweg en het eventuele toedieningshulpmiddel van het geneesmiddel zodanig aan te passen dat het gebruik ervan voor verschillende subgroepen van de pediatrische populatie aanvaardbaarder, gemakkelijker, veiliger of doeltreffender wordt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In afwijking van lid 1 mag een aanvrager in de volgende gevallen alleen een initieel plan voor pediatrisch onderzoek zoals bedoeld in de tweede alinea indienen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>wanneer de betrokken werkzame stof nog niet in een geneesmiddel in de EU is toegelaten en bedoeld is om een nieuwe pediatrische aandoening te behandelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>na aanvaarding door het Bureau van een<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> naar behoren</STRING></STRING> gemotiveerd verzoek van een aanvrager overeenkomstig lid 3.<STRING BOLD="on"> [Am. 211]</STRING></PARAG><PARAG>Een initieel plan voor pediatrisch onderzoek bevat alleen de details en het tijdschema van de voorgestelde maatregelen ter beoordeling van de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van het geneesmiddel in alle mogelijk betrokken subgroepen van de pediatrische populatie die bekend zijn op het moment van de indiening van het in artikel 76, lid 1, bedoelde verzoek om goedkeuring.</PARAG><PARAG>Dit initiële plan voor pediatrisch onderzoek bevat ook een nauwkeurig tijdschema voor de indiening van geactualiseerde versies van het plan voor pediatrisch onderzoek en de verwachte indiening bij het Bureau van een definitief plan voor pediatrisch onderzoek dat aan alle in lid 1 beschreven gegevens voldoet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer het om wetenschappelijk gerechtvaardigde redenen niet mogelijk is om overeenkomstig het in artikel 76, lid 1, vermelde tijdschema een volledig pediatrisch ontwikkelingsplan te hebben, kan een aanvrager bij het Bureau een<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> naar behoren</STRING></STRING> gemotiveerd verzoek indienen om gebruik te maken van de in lid 2 bedoelde procedure. Het Bureau heeft 20 dagen de tijd om het verzoek te aanvaarden of af te wijzen en stelt de aanvrager daarvan onmiddellijk in kennis onder vermelding van de redenen voor de weigering.<STRING BOLD="on"> [Am. 212]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Op basis van de ervaring die is opgedaan met de toepassing van dit artikel of van wetenschappelijke kennis, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de gronden voor het verlenen van de mogelijkheid om gebruik te maken van de aangepaste procedure van lid 2.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 75</TI.ART><STI.ART>Vrijstellingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Volgens de procedure van artikel 78 kan het Bureau besluiten dat wordt afgezien van het verstrekken van de in artikel 6, lid 5, punt a), van [herziene richtlijn 2001/83] bedoelde informatie voor geneesmiddelen of voor klassen van geneesmiddelen, indien er aanwijzingen zijn dat sprake is van een van de volgende situaties:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het is waarschijnlijk dat het specifieke geneesmiddel of de klasse geneesmiddelen bij de gehele pediatrische populatie of een deel ervan niet werkzaam of niet veilig is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de ziekte of aandoening waarvoor het specifieke geneesmiddel of de specifieke klasse is bestemd, komt alleen bij volwassen populaties voor, tenzij het geneesmiddel gericht is op een moleculair doelwit <STRING STRIKE="on">dat</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of vanwege zijn werkingsmechanisme</STRING></STRING> op basis van bestaande wetenschappelijke gegevens verantwoordelijk is voor een andere ziekte of aandoening op hetzelfde therapeutische gebied bij kinderen dan die waarvoor het specifieke geneesmiddel of de specifieke klasse geneesmiddelen in de volwassen populatie bestemd is;<STRING BOLD="on"> [Am. 213]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het specifieke geneesmiddel levert waarschijnlijk geen aanzienlijk therapeutisch voordeel op ten opzichte van de bestaande behandelingen voor pediatrische patiënten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde vrijstelling kan worden verleend in verband met een of meer omschreven subgroepen van de pediatrische populatie, een of meer omschreven therapeutische indicaties of een combinatie van omschreven subgroepen en therapeutische indicaties.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">Op basis van de ervaring die is opgedaan met de toepassing van dit artikel of van wetenschappelijke kennis, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de gronden voor het verlenen van een vrijstelling zoals beschreven in lid 1.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 214]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Bureau stelt na overleg met de Commissie en relevante belanghebbende partijen richtsnoeren op voor de toepassing van dit artikel.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 215]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 76</TI.ART><STI.ART>Validatie van een plan voor pediatrisch onderzoek of van een vrijstelling</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een plan voor pediatrisch onderzoek of een aanvraag voor vrijstelling wordt met een verzoek om goedkeuring bij het Bureau ingediend, behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen, voordat de klinische studies naar de veiligheid en de werkzaamheid wordt gestart, zodat een besluit over het gebruik van het betrokken geneesmiddel bij de pediatrische populatie kan worden genomen op het tijdstip van de verlening van de betrokken vergunning voor het in de handel brengen of van de inwilliging van de betrokken andere aanvraag.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Binnen 30 dagen na ontvangst van het in lid 1 bedoelde verzoek verifieert het Bureau de geldigheid van het verzoek en deelt het het resultaat aan de aanvrager mee.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In voorkomend geval kan het Bureau de aanvrager om aanvullende gegevens en bescheiden verzoeken; in dat geval wordt de termijn van dertig dagen opgeschort totdat de gevraagde aanvullende informatie is verstrekt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Bureau stelt in overleg met de Commissie en de belanghebbende partijen richtsnoeren op voor de praktische toepassing van dit artikel en maakt deze bekend.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 77</TI.ART><STI.ART>Goedkeuren van een plan voor pediatrisch onderzoek</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Na de validatie van het voorstel voor een plan voor pediatrisch onderzoek zoals bedoeld in artikel 74, lid 1, dat geldig is overeenkomstig artikel 76, lid 2, stelt het Bureau binnen 90 dagen een besluit vast ten aanzien van de vraag of met de voorgestelde onderzoeken al dan niet de gegevens worden verkregen die nodig zijn om de voorwaarden vast te stellen waaronder het geneesmiddel kan worden gebruikt om de pediatrische populatie, of subgroepen daarvan, te behandelen en of de verwachte therapeutische voordelen, in voorkomend geval ook voor bestaande behandelingen, de voorgestelde onderzoeken al dan niet rechtvaardigen. Bij de vaststelling van zijn besluit gaat het Bureau na of de voorgestelde maatregelen om de farmaceutische vorm, de concentratie, de toedieningsweg en het eventuele toedieningshulpmiddel van het geneesmiddel voor gebruik bij verschillende subgroepen van de pediatrische populatie aan te passen, al dan niet passend zijn.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Na de validatie van het voorgestelde initiële plan voor pediatrisch onderzoek dat overeenkomstig de in artikel 74, lid 2, eerste alinea, bedoelde aangepaste procedure is opgesteld en dat geldig is overeenkomstig artikel 76, lid 2, stelt het Bureau binnen zeventig dagen een besluit vast ten aanzien van de vraag of het al dan niet te verwachten is dat met het plan voor pediatrisch onderzoek de gegevens worden verkregen die nodig zijn om de voorwaarden vast te stellen waaronder het geneesmiddel kan worden gebruikt om de pediatrische populatie, of subgroepen daarvan, te behandelen en of de verwachte therapeutische voordelen, in voorkomend geval ook voor bestaande behandelingen, de beoogde onderzoeken al dan niet rechtvaardigen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Na ontvangst van een bijgewerkte versie van het in artikel 74, lid 2, derde alinea, bedoelde plan voor pediatrisch onderzoek evalueert het bureau het plan binnen 30 dagen.</PARAG><PARAG>Na de in de eerste alinea vastgestelde termijn en indien er geen sprake is van een verzoek van het Bureau overeenkomstig lid 5, wordt de bijgewerkte versie van het plan voor pediatrisch onderzoek geacht te zijn goedgekeurd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wanneer het in artikel 74, lid 2, derde alinea, bedoelde definitieve plan voor pediatrisch onderzoek wordt ontvangen, stelt het Bureau binnen 60 dagen een besluit over het plan voor pediatrisch onderzoek vast, rekening houdend met alle evaluaties van bijgewerkte versies die eventueel zijn uitgevoerd en met het oorspronkelijke besluit overeenkomstig de leden 2 en 3.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Binnen de in de leden 1, 2, 3 of 4 bedoelde termijnen kan het Bureau de aanvrager verzoeken wijzigingen van het plan voor te stellen of om aanvullende informatie verzoeken, in welk geval de in de leden 1, 2, 3 en 4 bedoelde termijnen met maximaal hetzelfde aantal dagen worden verlengd. Deze termijnen worden opgeschort totdat de gevraagde aanvullende informatie is verstrekt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Voor de vaststelling van besluiten door het Bureau is de procedure van artikel 87 van toepassing.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 78</TI.ART><STI.ART>Verlening van een vrijstelling</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een aanvrager kan het Bureau op de in artikel 75, lid 1, beschreven gronden verzoeken om een productspecifieke vrijstelling.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Na ontvangst van een geldige aanvraag overeenkomstig artikel 76, lid 2, neemt het Bureau binnen 90 dagen een besluit over het al dan niet verlenen van een productspecifieke vrijstelling.</PARAG><PARAG>In voorkomend geval kan het Bureau de aanvrager verzoeken de ingediende gegevens en documenten aan te vullen. Wanneer het Bureau van deze mogelijkheid gebruik maakt, wordt de termijn van negentig dagen opgeschort totdat de gevraagde aanvullende informatie is verstrekt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In voorkomend geval kan het Bureau op eigen initiatief op grond van de in artikel 75, lid 1, genoemde redenen besluiten nemen om een klassespecifieke of een productspecifieke vrijstelling zoals bedoeld in artikel 75, lid 2, te verlenen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Bureau kan te allen tijde een besluit tot herziening van een reeds verleende vrijstelling vaststellen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Wanneer een productspecifieke vrijstelling of een vrijstelling voor een klasse geneesmiddelen wordt ingetrokken, is het voorschrift van artikel 6, lid 5, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] niet van toepassing gedurende 36 maanden vanaf de datum van verwijdering van de lijst van vrijstellingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Voor de vaststelling van besluiten door het Bureau is de procedure van artikel 87 van toepassing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Het Bureau stelt in overleg met de Commissie en de belanghebbende partijen richtsnoeren op voor de praktische toepassing van dit artikel en maakt deze bekend.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 79</TI.ART><STI.ART>Lijst van vrijstellingen</STI.ART><PARAG>Het Bureau houdt een lijst bij van alle verleende vrijstellingen. De lijst wordt regelmatig bijgewerkt en ter beschikking gesteld van het publiek.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 80</TI.ART><STI.ART>Vrijstellingen die worden verleend naar aanleiding van een negatief besluit met betrekking tot een plan voor pediatrisch onderzoek</STI.ART><PARAG>Wanneer het Bureau na beoordeling van een plan voor pediatrisch onderzoek vaststelt dat artikel 75, lid 1, punt a), b) of c), op het betrokken geneesmiddel van toepassing is, stelt het een negatief besluit vast uit hoofde van artikel 77, lid 1, 2 of 4.</PARAG><PARAG>In dergelijke gevallen stelt het Bureau een besluit vast ten gunste van een vrijstelling uit hoofde van artikel 78, lid 3. De twee besluiten worden tegelijkertijd door het Bureau vastgesteld.</PARAG><PARAG>Voor de vaststelling van besluiten door het Bureau is de procedure van artikel 87 van toepassing.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 81</TI.ART><STI.ART>Opschortingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Tegelijk met de indiening van de aanvraag voor een plan voor pediatrisch onderzoek op grond van artikel 76, lid 1, of tijdens de beoordeling voor een plan voor pediatrisch onderzoek kan de aanvrager ook een verzoek indienen om opschorting van de aanvang of voltooiing van alle of sommige van de in dat plan vermelde maatregelen. Een dergelijke opschorting moet op wetenschappelijke en technische gronden of om redenen van volksgezondheid gerechtvaardigd zijn.</PARAG><PARAG>Er wordt in elk geval een opschorting verleend wanneer het passend is om eerst onderzoek bij volwassenen te doen alvorens aan te vangen met onderzoek bij de pediatrische populatie, of wanneer onderzoek bij de pediatrische populatie meer tijd vergt dan onderzoek bij volwassenen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau neemt een besluit over het in lid 1 bedoelde verzoek en stelt de aanvrager daarvan in kennis. Het Bureau neemt een dergelijk besluit tegelijk met de vaststelling van het positieve besluit krachtens artikel 77, lid 1 of lid 2.</PARAG><PARAG>In een positief besluit inzake een opschorting worden de uiterste termijnen voor de aanvang of voltooiing van de betrokken maatregelen vermeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De duur van de opschorting wordt vastgesteld in een besluit van het Bureau en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt gemotiveerd met wetenschappelijke en technische redenen of overwegingen in verband met de volksgezondheid, en </STRING></STRING>bedraagt ten hoogste vijf jaar.<STRING BOLD="on"> [Am. 216]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Op basis van de ervaring die is opgedaan met de toepassing van dit artikel, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de gronden voor het verlenen van een vrijstelling zoals bedoeld in lid 1.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 82</TI.ART><STI.ART>Verlenging van opschortingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In naar behoren gemotiveerde gevallen kan een verzoek om verlenging van de opschorting ten minste 6 maanden voor het verstrijken van de opschortingstermijn worden ingediend. Een verlenging van de afwijking mag de duur van de in artikel 81, lid 3, vermelde opschortingsduur niet overschrijden.</PARAG><PARAG>Het Bureau neemt binnen 60 dagen een besluit over de verlenging.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In voorkomend geval kan het Bureau de aanvrager om aanvullende gegevens en bescheiden verzoeken; in dat geval wordt de termijn van zestig dagen opgeschort totdat de gevraagde aanvullende informatie is verstrekt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Voor de vaststelling van besluiten door het Bureau is de procedure van artikel 87 van toepassing.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 83</TI.ART><STI.ART>Vrijstellingen gedurende een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het in artikel 6, lid 5, punt e), van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde besluit van het Bureau heeft uitsluitend betrekking op geneesmiddelen die bestemd zijn voor de behandeling, preventie of medische diagnose van een ernstige of levensbedreigende ziekte of aandoening die rechtstreeks verband houdt met de noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In het in lid 1 bedoelde besluit worden de redenen voor het verlenen van een dergelijke afwijking en de duur ervan vermeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Uiterlijk op de datum waarop de in lid 2 bedoelde afwijking verstrijkt, dient de aanvrager bij het Bureau een plan voor pediatrisch onderzoek of een vrijstellingsaanvraag in met een verzoek om goedkeuring overeenkomstig artikel 76, lid 1.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 84</TI.ART><STI.ART>Wijziging van een plan voor pediatrisch onderzoek</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Indien de aanvrager na het besluit tot goedkeuring van het plan voor pediatrisch onderzoek bij de uitvoering ervan zodanige moeilijkheden ondervindt dat het plan niet uitvoerbaar is of niet meer passend is, kan hij of zij wijzigingen voorstellen of het Bureau om een opschorting overeenkomstig artikel 81 of een vrijstelling overeenkomstig artikel 75 verzoeken. Het Bureau neemt binnen 90 dagen een besluit op basis van de procedure van artikel 87. In voorkomend geval kan het Bureau de aanvrager verzoeken de ingediende gegevens en documenten aan te vullen. Wanneer het Bureau van deze mogelijkheid gebruik maakt, wordt de termijn opgeschort totdat de gevraagde aanvullende informatie is verstrekt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in lid 1 van dit artikel bedoelde procedure is ook van toepassing wanneer de aanvrager de elementen van een overeenkomstig artikel 74, lid 2, ingediend oorspronkelijk plan voor pediatrisch onderzoek actualiseert.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 217]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien het Bureau, na het in artikel 77, leden 1, 2 en 4, bedoelde besluit tot goedkeuring van het plan voor pediatrisch onderzoek of op basis van het overeenkomstig artikel 77, lid 3, ontvangen bijgewerkte plan voor pediatrisch onderzoek, op basis van nieuwe beschikbare wetenschappelijke informatie van oordeel is dat het overeengekomen plan of een van de elementen ervan niet langer passend is, verzoekt het de aanvrager <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op basis van gedetailleerde wetenschappelijke gronden </STRING></STRING>wijzigingen van het plan voor pediatrisch onderzoek voor te stellen.<STRING BOLD="on"> [Am. 218]</STRING></PARAG><PARAG>De aanvrager dient de gevraagde wijzigingen binnen 60 dagen in.</PARAG><PARAG>Binnen 30 dagen evalueert het Bureau deze wijzigingen en neemt het een besluit over de weigering of aanvaarding ervan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Binnen de in de artikelen 77, 78, 80, 81, 82 en 84 vastgestelde termijnen voor het nemen van een besluit, deelt het Bureau zijn wetenschappelijke conclusies mee aan de aanvrager.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 219]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien de aanvrager of houder van een vergunning voor het in de handel brengen het niet eens is met de wetenschappelijke conclusies, kan hij binnen twintig dagen na ontvangst van die conclusies reageren met een uitvoerige motivering voor en bewijs van de noodzaak van een nieuw onderzoek.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Bureau beoordeelt het verzoek om een nieuw onderzoek en kan de aanvrager of houder van de vergunning voor het in de handel brengen daarbij om nadere informatie verzoeken.</STRING></STRING></PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Binnen dertig dagen na ontvangst van een verzoek om een nieuw onderzoek bevestigt het Bureau zijn wetenschappelijke conclusies of begint het een nieuw onderzoek, indien dit gerechtvaardigd wordt geacht.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 220]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Binnen de in lid 2, derde alinea, bedoelde termijn kan het Bureau de aanvrager verzoeken om aanvullende wijzigingen naast de al ingediende wijzigingen in te dienen, of om aanvullende informatie in te dienen, in welk geval de in lid 2, derde alinea, bedoelde termijn met maximaal 30 dagen wordt verlengd. Deze termijn wordt opgeschort totdat de gevraagde aanvullende informatie of de aanvullende wijzigingen zijn verstrekt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Voor de vaststelling van besluiten door het Bureau is de procedure van artikel 87 van toepassing.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 85</TI.ART><STI.ART>Nadere regeling voor aanvragen met betrekking tot plannen voor pediatrisch onderzoek, vrijstellingen en opschortingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau stelt in overleg met de lidstaten, de Commissie en belanghebbende partijen een nadere regeling vast betreffende de vorm en inhoud, waaraan aanvragen tot goedkeuring of wijziging van een plan voor pediatrisch onderzoek en vrijstellings- of opschortingsverzoeken moeten voldoen om geldig te worden geacht, alsook betreffende de in artikel 48, artikel 49, lid 2, artikel 86 en artikel 90, lid 2, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde controle op de naleving.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De nadere regeling betreffende de vorm en de inhoud van de aanvragen tot goedkeuring van een plan voor pediatrisch onderzoek zoals bedoeld in lid 1:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>specificeert welke informatie moet worden opgenomen in een aanvraag tot goedkeuring of wijziging van een plan voor pediatrisch onderzoek of in verzoeken om vrijstelling in de in artikel 75, lid 1, bedoelde gevallen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>wordt aangepast om rekening te houden met de specifieke kenmerken van:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de aangepaste procedure voor plannen voor pediatrisch onderzoek zoals bedoeld in artikel 74, lid 2;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>producten die uitsluitend bestemd zijn om te worden ontwikkeld voor gebruik bij kinderen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>iii)</NO.P>producten die bestemd zijn om uit hoofde van de in artikel 92 bedoelde procedure te worden ingediend.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 86</TI.ART><STI.ART>Naleving van het plan voor pediatrisch onderzoek</STI.ART><PARAG>Wanneer de aanvraag volgens de procedures van deze verordening wordt ingediend, gaat het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik na of een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen of een wijziging voldoet aan de voorschriften van artikel 6, lid 5, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 87</TI.ART><STI.ART>Procedure voor de vaststelling van een besluit met betrekking tot plannen voor pediatrisch onderzoek, een vrijstelling of een opschorting</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De in de artikelen 77, 78, 80, 81, 82 en 84 bedoelde besluiten van het Bureau worden ondersteund door wetenschappelijke conclusies die als bijlage bij het besluit worden gevoegd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer het Bureau dit nodig acht, kan het het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik of de desbetreffende werkgroepen raadplegen bij de voorbereiding van de bovengenoemde wetenschappelijke conclusies. Het resultaat van deze raadpleging wordt als bijlage bij het besluit gevoegd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Besluiten van het Bureau worden openbaar bekendgemaakt, waarbij evenwel alle gegevens van commercieel vertrouwelijke aard worden weggelaten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 88</TI.ART><STI.ART>Stopzetting van een plan voor pediatrisch onderzoek</STI.ART><PARAG>Wanneer een overeenkomstig artikel 77, leden 1, 2 en 4, goedgekeurd plan voor pediatrisch onderzoek wordt stopgezet, stelt de aanvrager het Bureau uiterlijk zes maanden vóór de stopzetting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of zo snel mogelijk </STRING></STRING>in kennis van zijn voornemen om de uitvoering van het plan voor pediatrisch onderzoek stop te zetten en deelt hij de redenen daarvoor mee.<STRING BOLD="on"> [Am. 221]</STRING></PARAG><PARAG>Het Bureau maakt deze informatie bekend.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 89</TI.ART><STI.ART>Wetenschappelijk advies voor de ontwikkeling van geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik</STI.ART><PARAG>De natuurlijke of rechtspersoon die een voor pediatrisch gebruik of voor prenatale behandeling bestemd geneesmiddel ontwikkelt, kan voorafgaand aan de indiening van een plan voor pediatrisch onderzoek en tijdens de uitvoering van dat plan overeenkomstig artikel 138, lid 1, punt za), bij het Bureau advies inwinnen over het ontwerp en de uitvoering van de diverse proeven en studies die nodig zijn om de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van het geneesmiddel bij de pediatrische populatie aan te tonen.</PARAG><PARAG>Advies krachtens dit artikel wordt kosteloos door het Bureau gegeven.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 90</TI.ART><STI.ART>Gegevens afkomstig van een plan voor pediatrisch onderzoek</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer een vergunning voor het in de handel brengen of een wijziging van een vergunning voor het in de handel brengen overeenkomstig deze verordening wordt verleend:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>worden de resultaten van alle klinische onderzoeken die in overeenstemming met een goedgekeurd plan voor pediatrisch onderzoek als bedoeld in 6, lid 5, punt a), van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] zijn uitgevoerd, bij de samenvatting van de productkenmerken, en in voorkomend geval, de bijsluiter gevoegd; of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>wordt elke overeengekomen ontheffing als bedoeld in artikel 6, lid 5, punten b) en c), van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] in de samenvatting van de productkenmerken en, in voorkomend geval, in de bijsluiter van het betrokken geneesmiddel vermeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien de aanvraag in overeenstemming is met alle maatregelen in het voltooide goedgekeurde plan voor pediatrisch onderzoek en de resultaten van overeenkomstig dat goedgekeurde plan voor pediatrisch onderzoek verrichte onderzoeken in de samenvatting van de productkenmerken tot uitdrukking komen, neemt de Commissie in de vergunning voor het in de handel brengen de verklaring op dat de aanvraag aan het voltooide goedgekeurde plan voor pediatrisch onderzoek voldoet.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 91</TI.ART><STI.ART>Wijziging van vergunningen voor het in de handel brengen op basis van pediatrisch onderzoek</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Klinische onderzoeken die betrekking hebben op het gebruik bij de pediatrische populatie van een geneesmiddel waarvoor een vergunning voor het in de handel brengen is verleend en waartoe door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen opdracht wordt gegeven, worden, ongeacht of ze al dan niet in overeenstemming zijn met een goedgekeurd plan voor pediatrisch onderzoek, binnen zes maanden na de voltooiing van het betrokken onderzoek ingediend bij het Bureau of bij de lidstaten die het betrokken geneesmiddel eerder hebben toegelaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Lid 1 geldt ongeacht of de houder van de vergunning voor het in de handel brengen al dan niet van plan is een aanvraag voor een pediatrische indicatie in te dienen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer overeenkomstig de bepalingen van deze verordening een vergunning is verleend voor een geneesmiddel, kan de Commissie de samenvatting van de productkenmerken en de bijsluiter bijwerken en de vergunning voor het in de handel brengen dienovereenkomstig wijzigen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ook wat de informatie over de nauwkeurigheid van de dosering betreft</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 222]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 92</TI.ART><STI.ART>Vergunning voor het in de handel brengen voor pediatrisch gebruik</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen voor pediatrisch gebruik wordt ingediend overeenkomstig de artikelen 5 en 6 en gaat vergezeld van de gegevens en documenten die nodig zijn om de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid bij de pediatrische populatie vast te stellen, met inbegrip van alle specifieke gegevens die nodig zijn ter ondersteuning van een passende formulering, farmaceutische vorm, concentratie, toedieningsweg en eventueel hulpmiddel voor de toediening van het product, overeenkomstig een goedgekeurd plan voor pediatrisch onderzoek. In de aanvraag wordt ook het besluit van het Bureau tot goedkeuring van het desbetreffende plan voor pediatrisch onderzoek opgenomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer voor een geneesmiddel in een lidstaat of in de Unie een vergunning wordt of is verleend, mag in voorkomend geval in een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen voor pediatrisch gebruik naar de gegevens in het dossier van dat product worden verwezen overeenkomstig artikel 29 of artikel 9 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het geneesmiddel waarvoor de vergunning voor het in de handel brengen voor pediatrisch gebruik wordt verleend, mag dezelfde naam hebben als een geneesmiddel met dezelfde werkzame stof waarvoor een vergunning voor gebruik bij volwassenen is verleend aan dezelfde houder van een vergunning voor het in de handel brengen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De indiening van een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen voor pediatrisch gebruik staat geenszins in de weg aan een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen voor andere therapeutische indicaties.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 93</TI.ART><STI.ART>Beloningen voor producten waarvoor een vergunning is verleend in het kader van de vergunningsprocedure voor pediatrisch gebruik</STI.ART><PARAG>Wanneer een vergunning voor het in de handel brengen voor pediatrisch gebruik zoals bedoeld in artikel 92 wordt verleend en de resultaten van alle overeenkomstig een goedgekeurd plan voor pediatrisch onderzoek uitgevoerde onderzoeken omvat, gelden voor het product onafhankelijke beschermingstermijnen voor gegevens en voor het in de handel brengen zoals bedoeld in de artikelen 80 en 81 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 94</TI.ART><STI.ART>Pediatrische klinische proeven</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bij artikel 81 van Verordening (EU) nr. 536/2014 opgezette EU-databank omvat klinische proeven die worden uitgevoerd in derde landen die:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zijn opgenomen in een goedgekeurd plan voor pediatrisch onderzoek;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>zijn ingediend overeenkomstig artikel 91.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor de in lid 1 bedoelde klinische proeven die in derde landen worden uitgevoerd, wordt de beschrijving van de volgende elementen vóór het begin van de proef ingevoerd in de EU-databank door de opdrachtgever van de klinische proef, de geadresseerde van het besluit van het Bureau over een plan voor pediatrisch onderzoek zoals bedoeld in artikel 77, of door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, al naargelang het geval:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het protocol van de klinische proef;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de gebruikte geneesmiddelen voor onderzoek;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de bestreken therapeutische indicaties;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>gegevens over de proefpopulatie.</PARAG><PARAG>Ongeacht het resultaat van een klinische proef, dient de opdrachtgever van de klinische proef, de geadresseerde van het besluit van het Bureau over een plan voor pediatrisch onderzoek of de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, al naargelang het geval, een samenvatting van de resultaten van de proef in de EU-databank in.</PARAG><PARAG>Indien het om gerechtvaardigde wetenschappelijke redenen niet mogelijk is de samenvatting van het resultaat van de proef binnen 6 maanden in te dienen, wordt deze uiterlijk twaalf maanden na afloop van de proef bij de EU-databank ingediend. De motivering voor de vertraging moet ook in de EU-databank worden ingediend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In overleg met de Commissie, de lidstaten en de belanghebbende partijen stelt het Bureau richtsnoeren op over de aard van de in lid 2 bedoelde informatie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Op basis van de ervaring die met de toepassing van dit artikel is opgedaan, kan de Commissie volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure uitvoeringshandelingen vaststellen tot wijziging van de in lid 2 bedoelde details betreffende in derde landen uitgevoerde klinische proeven die in de EU-databank moeten worden ingediend.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 95</TI.ART><STI.ART>Europees netwerk</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau ontwikkelt een Europees netwerk van patiëntenvertegenwoordigers, academici, ontwikkelaars van geneesmiddelen, onderzoekers en centra met expertise op het gebied van de uitvoering van onderzoek bij de pediatrische populatie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De doelstellingen van het Europees netwerk zijn onder meer het bespreken van prioriteiten bij de klinische ontwikkeling van geneesmiddelen voor kinderen, met name op gebieden van onvervulde medische behoeften, het coördineren van onderzoek naar pediatrische geneesmiddelen, het opbouwen van de nodige wetenschappelijke en administratieve capaciteiten op Europees niveau en het voorkomen van onnodig dubbel onderzoek en tests bij de pediatrische populatie.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 96</TI.ART><STI.ART>Stimulansen voor onderzoek naar geneesmiddelen voor kinderen</STI.ART><PARAG>Pediatrische geneesmiddelen komen in aanmerking voor stimulansen die door de Unie en de lidstaten beschikbaar worden gesteld ter ondersteuning van het onderzoek naar en de ontwikkeling en beschikbaarheid van pediatrische geneesmiddelen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 97</TI.ART><STI.ART>Vergoedingen en bijdrage van de Unie voor activiteiten op het gebied van geneesmiddelen voor pediatrisch gebruik</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen voor pediatrisch gebruik wordt ingediend overeenkomstig de procedure van artikel 92, wordt de hoogte van de lagere vergoedingen voor de behandeling van de aanvraag en het beheer van de vergunning voor het in de handel brengen vastgesteld overeenkomstig artikel 6 van [nieuwe verordening betreffende vergoedingen]<FOOTNOTE><FIELD>Verordening [XXX] van het Europees Parlement en de Raad betreffende de aan het Europees Geneesmiddelenbureau te betalen vergoedingen en heffingen, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 297/95 van de Raad en Verordening (EU) 658/2014 van het Europees Parlement en de Raad [PB L X van XX.XX.XXXX, blz. X].</FIELD></FOOTNOTE>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Beoordelingen van de volgende zaken worden kosteloos door het Bureau verricht:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>vrijstellingsaanvragen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>opschortingsaanvragen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>aanvragen voor plannen voor pediatrisch onderzoek;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de naleving van het goedgekeurde plan voor pediatrisch onderzoek.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De in artikel 154 bedoelde bijdrage van de Unie dekt de werkzaamheden van het Bureau, met inbegrip van de beoordeling van plannen voor pediatrisch onderzoek, wetenschappelijk advies en eventuele vrijstellingen van vergoedingen waarin dit hoofdstuk voorziet, en ondersteunt de activiteiten van het Bureau uit hoofde van de artikelen 94 en 95.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 98</TI.ART><STI.ART>Jaarlijkse verslaglegging</STI.ART><PARAG>Ten minste eenmaal per jaar maakt het Bureau het volgende openbaar:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een lijst van de ondernemingen en de producten die een van de beloningen en stimulansen van deze verordening hebben genoten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de ondernemingen die niet aan een van de verplichtingen van deze verordening hebben voldaan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het aantal overeenkomstig artikel 74 goedgekeurde plannen voor pediatrisch onderzoek;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het aantal overeengekomen ontheffingen, met een samenvatting van de redenen daarvoor;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>een lijst van overeengekomen opschortingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>het aantal voltooide plannen voor pediatrisch onderzoek;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>de verlengingen van de opschortingen na vijf jaar en de in artikel 82 vermelde gedetailleerde redenen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>het wetenschappelijk advies voor de ontwikkeling van geneesmiddelen voor kinderen.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK VIII</TI><STI.GR>GENEESMIDDELENBEWAKING</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 99</TI.ART><STI.ART>Geneesmiddelenbewaking</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De in artikel 99 en artikel 100, lid 1, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] vastgelegde verplichtingen van de houder van een vergunning voor het in de handel brengen, zijn van toepassing op houders van overeenkomstig deze verordening verleende vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer er bezorgdheid bestaat omtrent de risico’s die van invloed kunnen zijn op de baten-risicobalans van een geneesmiddel waarvoor een vergunning is verleend, kan het Bureau de houder van de gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen de verplichting opleggen om een risicomanagementsysteem toe te passen, zoals bedoeld in artikel 99, lid 4, punt c), van [herziene Richtlijn 2001/83/EG]. In dat geval verplicht het Bureau de houder van de vergunning voor het in de handel brengen er tevens toe een risicomanagementplan in te dienen voor het risicomanagementsysteem dat hij of zij voor het betrokken geneesmiddel wil invoeren.</PARAG><PARAG>De in lid 2 bedoelde verplichting wordt naar behoren gemotiveerd, schriftelijk meegedeeld en omvat het tijdschema voor de indiening van het risicomanagementplan.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Als de vergunninghouder binnen dertig dagen na ontvangst van de schriftelijke kennisgeving van de verplichting hiertoe een verzoek indient, stelt het Bureau hem in de gelegenheid binnen een termijn die het vaststelt, door middel van het indienen van schriftelijke opmerkingen op het opleggen van de verplichting te reageren.</PARAG><PARAG>Op grond van de door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen ingediende schriftelijke opmerkingen herziet het Bureau zijn advies.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wanneer het advies van het Bureau de verplichting bevestigt en tenzij de Commissie het advies voor verdere behandeling aan het Bureau terugstuurt, wijzigt de Commissie de vergunning voor het in de handel brengen dienovereenkomstig overeenkomstig de procedure van artikel 13, om:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de verplichting op te nemen als voorwaarde voor de vergunning voor het in de handel brengen; het risicomanagementsysteem wordt dienovereenkomstig bijgewerkt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de in het kader van het risicomanagementsysteem te nemen maatregelen op te nemen als voorwaarden voor de vergunning voor het in de handel brengen, zoals bedoeld in artikel 12, lid 4, punt e).</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 100</TI.ART><STI.ART>Mededelingen in verband met de veiligheid</STI.ART><PARAG>De in artikel 104, lid 1, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] vastgelegde verplichtingen van de houder van een vergunning voor het in de handel brengen en de in de leden 2, 3 en 4 van dat artikel vastgelegde verplichtingen van de lidstaten, het Bureau en de Commissie, zijn van toepassing op de in artikel 138, lid 1, punt f), van deze verordening bedoelde veiligheidsmededelingen betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik waarvoor overeenkomstig deze verordening een vergunning is verleend.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 101</TI.ART><STI.ART>Eudravigilance-databank</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Door het Bureau wordt in samenwerking met de lidstaten en de Commissie een databank en een netwerk voor gegevensverwerking (“Eudravigilance-databank”) genoemd, opgezet en beheerd om geneesmiddelenbewakingsinformatie over geneesmiddelen waarvoor in de Unie een vergunning is verleend, bijeen te brengen en alle bevoegde autoriteiten tegelijkertijd toegang te geven tot dezelfde informatie en in staat te stellen deze informatie te delen.</PARAG><PARAG>In gerechtvaardigde gevallen kan de Eudravigilance-databank informatie over geneesmiddelenbewaking bevatten met betrekking tot geneesmiddelen die worden gebruikt in het kader van gebruik in schrijnende gevallen zoals bedoeld in artikel 26 of regelingen voor vroegtijdige toegang.</PARAG><PARAG>De Eudravigilance-databank bevat informatie over vermoedelijke bijwerkingen bij mensen als gevolg van het gebruik van het geneesmiddel overeenkomstig de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen en als gevolg van gebruik dat buiten de voorwaarden van de vergunning valt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van medicatiefouten,</STRING></STRING> en over de bijwerkingen die optreden tijdens studies na toelating over het geneesmiddel, of die verband houden met blootstelling tijdens het werk.<STRING BOLD="on"> [Am. 223]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau stelt in samenwerking met de lidstaten en de Commissie de functiespecificaties voor de Eudravigilance-databank op, samen met een tijdschema voor de uitvoering ervan.</PARAG><PARAG>Het Bureau stelt jaarlijks een verslag over de Eudravigilance-databank op en zendt dit toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie.</PARAG><PARAG>Bij elke substantiële wijziging in de Eudravigilance-databank en de functiespecificaties wordt rekening gehouden met de aanbevelingen van het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking.</PARAG><PARAG>De Eudravigilance-databank is voor het Bureau, de Commissie en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten volledig toegankelijk. Daarnaast is zij ook toegankelijk voor de houders van vergunningen voor het in de handel brengen, voor zover nodig om hen in staat te stellen aan hun geneesmiddelenbewakingsverplichtingen te voldoen.</PARAG><PARAG>Het Bureau waarborgt dat gezondheidswerkers en het publiek een passende toegang tot de Eudravigilance-databank hebben en dat persoonsgegevens worden beschermd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> overeenkomstig de Uniewetgeving inzake gegevensbescherming en privacy</STRING></STRING>. Het Bureau werkt samen met alle belanghebbenden, met inbegrip van onderzoeksinstellingen, gezondheidswerkers en patiënten- en consumentenorganisaties, om het gepaste toegangsniveau tot de Eudravigilance-databank te bepalen.<STRING BOLD="on"> [Am. 224]</STRING></PARAG><PARAG>De gegevens in de Eudravigilance-databank worden in geaggregeerde<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en geanonimiseerde</STRING></STRING> vorm openbaar gemaakt, met een toelichting over de manier waarop de gegevens moeten worden geïnterpreteerd.<STRING BOLD="on"> [Am. 225]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau is ofwel samen met de houder van een vergunning voor het in de handel brengen ofwel samen met de lidstaat die een individuele melding van een vermoedelijke bijwerking bij Eudravigilance heeft ingediend, verantwoordelijk voor de toepassing van procedures om de kwaliteit en juistheid van de in de Eudravigilance-databank verzamelde informatie te garanderen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De periodieke veiligheidsverslagen worden bovendien openbaar gemaakt op het in artikel 138, lid 1, tweede alinea, punt n), bedoelde webportaal.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 226]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Individuele meldingen van vermoedelijke bijwerkingen en de follow-ups die door houders van een vergunning voor het in de handel brengen bij de Eudravigilance-databank worden ingediend, worden na ontvangst elektronisch toegezonden aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de bijwerking heeft plaatsgevonden.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 102</TI.ART><STI.ART>Formulieren voor de melding van vermoedelijke bijwerkingen</STI.ART><PARAG>Het Bureau ontwikkelt in samenwerking met de lidstaten gestructureerde standaardformulieren voor het via internet melden van vermoedelijke bijwerkingen door gezondheidswerkers en patiënten overeenkomstig de bepalingen als bedoeld in artikel 106 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 103</TI.ART><STI.ART>Register voor periodieke veiligheidsverslagen</STI.ART><PARAG>Het Bureau creëert en beheert in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Commissie een register voor periodieke veiligheidsverslagen (“register”) en de desbetreffende beoordelingsverslagen over geneesmiddelen waarvoor in de Unie een vergunning is verleend, zodat deze permanent en volledig toegankelijk zijn voor de Commissie, de bevoegde nationale autoriteiten, het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking, het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en de in artikel 37 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde coördinatiegroep (“coördinatiegroep”).</PARAG><PARAG>Het Bureau stelt in samenwerking met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Commissie, na raadpleging van het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking de functiespecificaties voor het register op.</PARAG><PARAG>Bij elke substantiële wijziging in het register en de functiespecificaties wordt met de aanbevelingen van het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking rekening gehouden.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 104</TI.ART><STI.ART>Europees webportaal voor geneesmiddelen en register van milieurisicobeoordelingsonderzoek</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau creëert en beheert in samenwerking met de lidstaten en de Commissie een Europees webportaal voor geneesmiddelen voor de verspreiding van informatie over geneesmiddelen waarvoor in de Unie een vergunning is of zal worden verleend. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het webportaal in kwestie wordt gecreëerd in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2016/2102 van het Europees Parlement en de Raad</STRING></STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Richtlijn (EU) 2016/2102 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 inzake de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties (PB L 327 van 2.12.2016, blz. 1).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. </STRING></STRING>Op dat portaal maakt het Bureau het volgende openbaar:<STRING BOLD="on"> [Am. 227]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de namen van de leden van de in artikel 142, punten d) en e), bedoelde comités en die van de coördinatiegroep, met hun beroepskwalificaties en de in artikel 147, lid 2, bedoelde verklaringen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de agenda’s en notulen van elke vergadering van de in artikel 142, punten d) en e), bedoelde comités en de coördinatiegroep voor wat betreft geneesmiddelenbewakingswerkzaamheden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P><STRING STRIKE="on">een samenvatting van </STRING>de risicomanagementplannen voor geneesmiddelen waarvoor overeenkomstig deze verordening een vergunning is verleend<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de bijbehorende samenvattingen van de risicomanagementplannen</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 228]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>een lijst van de plaatsen in de Unie waar basisdossiers geneesmiddelenbewaking worden bewaard en contactgegevens voor vragen over geneesmiddelenbewaking voor alle geneesmiddelen waarvoor in de Unie een vergunning is verleend;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>informatie over de wijze waarop vermoedelijke bijwerkingen van geneesmiddelen aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten worden gemeld en gestructureerde standaardformulieren zoals bedoeld in artikel 102, waarmee patiënten en gezondheidswerkers vermoedelijke bijwerkingen via internet kunnen melden, inclusief links naar nationale websites;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>de overeenkomstig artikel 108 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] vastgestelde referentiedata van de Unie en indieningsfrequentie voor periodieke veiligheidsverslagen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>protocollen en openbare samenvattingen van resultaten van de veiligheidsonderzoeken na verlening van een vergunning zoals bedoeld in de artikelen 108 en 120 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG];</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>de inleiding van de procedure van artikel 41, lid 2,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van deze verordening</STRING></STRING> en de artikelen 114, 115 en 116 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG], de betrokken werkzame stoffen of geneesmiddelen en het betrokken vraagstuk, eventuele openbare hoorzittingen in het kader van die procedure en informatie over de indiening van informatie en de deelname aan openbare hoorzittingen;<STRING BOLD="on"> [Am. 229]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>conclusies van beoordelingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, verplichtingen inzake onderzoek na het in de handel brengen</STRING></STRING>, aanbevelingen, adviezen, goedkeuringen en besluiten van het Bureau en zijn comités uit hoofde van deze verordening en van [herziene Richtlijn 2001/83/EG]<STRING STRIKE="on">, tenzij het Bureau deze informatie op een andere manier openbaar moet maken</STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 230]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>conclusies van beoordelingen, aanbevelingen, adviezen, goedkeuringen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, verplichtingen uit hoofde van de voorwaardelijke vergunning voor het in de handel brengen</STRING></STRING> en besluiten van de coördinatiegroep, de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Commissie in het kader van de procedures van de artikelen 16, 106, 107 en 108 van deze verordening en van hoofdstuk IX, punten 3 en 7, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].<STRING BOLD="on"> [Am. 231]</STRING></PARAG><PARAG>De in punt c) bedoelde <STRING STRIKE="on">samenvattingen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">risicomanagementplannen</STRING></STRING> moeten een beschrijving van eventuele aanvullende risicobeperkende maatregelen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en distributie- of uitvoeringsplannen </STRING></STRING>bevatten.<STRING BOLD="on"> [Am. 232]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Bij de ontwikkeling en herziening van het webportaal raadpleegt het Bureau de desbetreffende belanghebbenden, waaronder patiënten- en consumentengroepen, gezondheidswerkers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, entiteiten zonder winstoogmerk</STRING></STRING> en vertegenwoordigers van de geneesmiddelenindustrie.<STRING BOLD="on"> [Am. 233]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau stelt in samenwerking met de lidstaten en de Commissie een register op van milieurisicobeoordelingsonderzoek dat is uitgevoerd ter ondersteuning van een milieurisicobeoordeling voor geneesmiddelen waarvoor in de Unie een vergunning is verleend<STRING STRIKE="on">, tenzij die informatie op andere manieren openbaar wordt gemaakt in de Unie</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 234]</STRING></PARAG><PARAG>De informatie in dit register wordt openbaar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en gemakkelijk toegankelijk </STRING></STRING>gemaakt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> op de website van het Bureau en omvat ten minste de informatie die is vermeld in sectie 1.6 van bijlage II bij [herziene Richtlijn 2001/83/EG]</STRING></STRING>, tenzij beperkingen noodzakelijk zijn om gegevens van commercieel vertrouwelijke aard te beschermen. Met het oog op het opzetten van een dergelijk register <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verzoekt</STRING></STRING> het Bureau de houders van een vergunning voor het in de handel brengen en de bevoegde autoriteiten<STRING STRIKE="on"> verzoeken</STRING> om binnen [PB: gelieve datum in te voegen = 24 maanden na de datum van toepassing van deze verordening<STRING STRIKE="on">OP please add the date = 24 months after the date of application of this Regulation</STRING>] de resultaten van dergelijk onderzoek dat reeds is voltooid voor producten die in de Unie zijn toegelaten, in te dienen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, voor zover deze nog niet zijn ontvangen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 235]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 105</TI.ART><STI.ART>Monitoring van de vakliteratuur</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau houdt bij of in een selectie van medische literatuur meldingen zijn opgenomen van vermoedelijke bijwerkingen van geneesmiddelen die bepaalde werkzame stoffen bevatten. Het publiceert de lijst van werkzame stoffen en de publicaties waarop deze monitoring betrekking heeft.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau neemt de relevante informatie uit deze medische literatuurselectie op in de Eudravigilance-databank.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau stelt in overleg met de Commissie, de lidstaten en <STRING STRIKE="on">belanghebbende</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hun relevante autoriteiten, alsook andere</STRING></STRING> partijen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van deskundigen uit de academische wereld,</STRING></STRING> gedetailleerde richtsnoeren op voor de monitoring van medische literatuur en de opname van relevante informatie in de Eudravigilance-databank.<STRING BOLD="on"> [Am. 236]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 106</TI.ART><STI.ART>Monitoring van de veiligheid van geneesmiddelen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De in de artikelen 105 en 106 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] vastgelegde verplichtingen van de houder van een vergunning voor het in de handel brengen en van de lidstaten zijn van toepassing op de registratie en melding van vermoedelijke bijwerkingen van geneesmiddelen waarvoor overeenkomstig deze verordening een vergunning is verleend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in artikel 107 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] vastgelegde verplichtingen van de houder van een vergunning voor het in de handel brengen en de procedures van de artikelen 107 en 108 van die richtlijn zijn van toepassing op de indiening van periodieke veiligheidsverslagen, de vaststelling van uniale referentiedata en wijzigingen in de indieningsfrequentie van periodieke veiligheidsverslagen voor geneesmiddelen waarvoor overeenkomstig deze verordening een vergunning is verleend.</PARAG><PARAG>De in artikel 108, tweede alinea, van die richtlijn vastgelegde voorschriften voor de indiening van periodieke veiligheidsverslagen zijn van toepassing op houders van vergunningen voor het in de handel brengen die vóór 2 juli 2012 zijn verleend en waarvoor de indieningsfrequentie en -data van de periodieke veiligheidsverslagen niet als voorwaarde voor de vergunning voor het in de handel brengen zijn vastgelegd, totdat in de vergunning voor het in de handel brengen of overeenkomstig artikel 108 van die richtlijn een andere indieningsfrequentie of andere indieningsdata voor die verslagen worden vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De beoordeling van de periodieke veiligheidsverslagen wordt uitgevoerd door een door het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking aangewezen rapporteur. De rapporteur werkt nauw samen met de door het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik of de referentielidstaat aangewezen rapporteur voor de geneesmiddelen in kwestie.</PARAG><PARAG>De rapporteur stelt binnen 60 dagen na ontvangst van het periodieke veiligheidsverslag een beoordelingsrapport op en stuurt dit naar het Bureau en de leden van het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking. Het Bureau stuurt het verslag toe aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen.</PARAG><PARAG>De vergunninghouder en de leden van het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking kunnen binnen 30 dagen na ontvangst van het beoordelingsrapport opmerkingen doen toekomen aan het Bureau en de rapporteur.</PARAG><PARAG>Na ontvangst van de in de derde alinea bedoelde opmerkingen werkt de rapporteur het beoordelingsrapport binnen 15 dagen bij, rekening houdend met de ingediende opmerkingen, en zendt hij het toe aan het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking. Het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking keurt het beoordelingsrapport op zijn eerstvolgende vergadering, al dan niet met bijkomende wijzigingen, goed en formuleert een aanbeveling. In de aanbevelingen worden de afwijkende standpunten vermeld, met de redenen die daaraan ten grondslag liggen. Het Bureau neemt het goedgekeurde beoordelingsverslag en de aanbeveling op in het register dat overeenkomstig artikel 103 is gecreëerd en zendt beide toe aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Als in de beoordeling maatregelen met betrekking tot de vergunning voor het in de handel brengen wordt aanbevolen beraadslaagt het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik binnen dertig dagen na ontvangst van het rapport van het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking over het rapport en brengt het advies uit over de handhaving, wijziging, schorsing of intrekking van de betrokken vergunning voor het in de handel brengen, met inbegrip van een tijdschema voor de uitvoering van het advies. Wanneer dit advies van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik afwijkt van de aanbeveling van het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking, voegt het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik aan zijn advies een uitgebreide toelichting van de wetenschappelijke redenen voor de verschillen toe samen met de aanbeveling.</PARAG><PARAG>Wanneer het advies inhoudt dat regelgevend optreden in verband met de vergunning voor het in de handel brengen nodig is, stelt de Commissie, door middel van uitvoeringshandelingen, een besluit vast tot wijziging, schorsing of intrekking van de vergunning voor het in de handel brengen overeenkomstig artikel 13. Wanneer de Commissie een dergelijk besluit vaststelt, kan zij bovendien overeenkomstig artikel 57 een tot de lidstaten gericht besluit vaststellen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Wanneer overeenkomstig artikel 110, lid 1, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] één enkele beoordeling wordt uitgevoerd van periodieke veiligheidsverslagen voor meer dan één vergunning voor het in de handel brengen, waaronder ten minste één overeenkomstig deze verordening verleende vergunning voor het in de handel brengen, is de procedure van de artikelen 107 en 109 van die richtlijn van toepassing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De in de leden 3, 4 en 5 bedoelde definitieve aanbevelingen, adviezen en besluiten worden openbaar gemaakt op het in artikel 104 bedoelde Europese webportaal voor geneesmiddelen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 107</TI.ART><STI.ART>Activiteiten van het Bureau op het gebied van geneesmiddelenbewaking</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau neemt in samenwerking met de lidstaten de volgende maatregelen voor geneesmiddelen waarvoor overeenkomstig deze verordening een vergunning is verleend:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zij houden toezicht op het resultaat van risicobeperkende maatregelen in risicomanagementplannen en in de in artikel 12, lid 4, punten d) tot en met g), of in artikel 20, lid 1, punten a) en b), en in artikel 18, lid 1, en artikel 19 bedoelde voorwaarden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>zij beoordelen aanpassingen van het risicomanagementsysteem;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>zij monitoren de gegevens in de Eudravigilance-databank om te bepalen of zich nieuwe of gewijzigde risico’s voordoen en of die risico’s gevolgen hebben voor de baten-risicobalans.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking verricht de eerste analyse en prioriteitstelling van de signalen voor nieuwe of gewijzigde risico’s of voor wijzigingen in de baten-risicobalans. Als dit comité oordeelt dat verdere maatregelen wellicht noodzakelijk zijn, worden de beoordeling van deze signalen en de overeenstemming over eventuele vervolgmaatregelen ten aanzien van de vergunning voor het in de handel uitgevoerd aan de hand van een tijdschema dat is afgestemd op de omvang en de ernst van de zaak. In voorkomend geval kan de beoordeling van die signalen worden opgenomen in een lopende beoordeling van een periodiek veiligheidsverslag of een lopende procedure overeenkomstig de artikelen 95 en 114 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] of artikel 55 van deze verordening.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer er nieuwe of gewijzigde risico’s of wijzigingen in de baten-risicobalans zijn waargenomen, stellen het Bureau en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de houder van de vergunning voor het in de handel brengen elkaar daarvan in kennis.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 108</TI.ART><STI.ART>Niet-interventionele veiligheidsonderzoeken na verlening van een vergunning</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor niet-interventionele veiligheidsonderzoeken na verlening van een vergunning betreffende overeenkomstig deze verordening toegelaten geneesmiddelen voor menselijk gebruik die overeenkomstig de artikelen 13 en 20 zijn opgelegd, is de procedure van artikel 117, leden 3 tot en met 7, en de artikelen 118, 119 en 120 en artikel 121, lid 1, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] van toepassing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking overeenkomstig de in lid 1 bedoelde procedure een aanbeveling tot wijziging, schorsing of intrekking van de vergunning voor het in de handel brengen doet, brengt het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik een advies uit waarin het rekening houdt met de aanbeveling en stelt de Commissie overeenkomstig artikel 13 een besluit vast.</PARAG><PARAG>Wanneer het advies van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik afwijkt van de aanbeveling van het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking, voegt het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik aan zijn advies een uitgebreide toelichting van de wetenschappelijke redenen voor de verschillen toe samen met de aanbeveling.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 109</TI.ART><STI.ART>Uitwisseling van informatie met andere organisaties</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>In aangelegenheden in verband met de geneesmiddelenbewaking werkt het Bureau samen met de Wereldgezondheidsorganisatie en neemt het de nodige stappen om deze organisatie onmiddellijk te voorzien van relevante en adequate informatie over de in de Unie genomen maatregelen die gevolgen zouden kunnen hebben voor de bescherming van de volksgezondheid in derde landen.</PARAG><PARAG>Het Bureau stelt onmiddellijk alle meldingen van vermoedelijke bijwerkingen in de Unie ter beschikking van de Wereldgezondheidsorganisatie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau en het <STRING STRIKE="on">Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Drugsagentschap van de Unie</STRING></STRING> wisselen de informatie uit die zij ontvangen over geneesmiddelenmisbruik, met inbegrip van informatie over onwettige drugs.<STRING BOLD="on"> [Am. 237]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 110</TI.ART><STI.ART>Internationale samenwerking</STI.ART><PARAG>Op verzoek van de Commissie neemt het Bureau, in samenwerking met de lidstaten, deel aan internationale harmonisatie en standaardisering van technische maatregelen in verband met geneesmiddelenbewaking.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 111</TI.ART><STI.ART>Samenwerking met de lidstaten</STI.ART><PARAG>Het Bureau en de lidstaten werken samen om voortdurend geneesmiddelenbewakingssystemen te ontwikkelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder systemen voor de registratie van ongewenste voorvallen, met inbegrip van medicatiefouten, processen en normen voor medicatieveiligheid,</STRING></STRING> waarmee voor alle geneesmiddelen hoge normen voor de bescherming van de volksgezondheid bereikt kunnen worden ongeacht de procedures waarlangs de vergunning voor het in de handel brengen <STRING STRIKE="on">worden</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt</STRING></STRING> verkregen, onder meer door samenwerkingsverbanden aan te gaan, teneinde de middelen waarover de Unie beschikt optimaal te benutten.<STRING BOLD="on"> [Am. 238]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 112</TI.ART><STI.ART>Verslagen over geneesmiddelenbewakingstaken</STI.ART><PARAG>Het Bureau verricht regelmatig onafhankelijke audits van zijn taken op het gebied van de geneesmiddelenbewaking en doet om de twee jaar aan zijn raad van beheer verslag van de resultaten daarvan. De resultaten worden vervolgens bekendgemaakt.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK IX</TI><STI.GR>TESTOMGEVING VOOR REGELGEVING</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 113</TI.ART><STI.ART>Testomgeving voor regelgeving</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie kan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> per geval</STRING></STRING> een testomgeving voor regelgeving opzetten op basis van een specifiek plan voor testomgevingen, op basis van een aanbeveling van het Bureau en overeenkomstig de procedure van de leden 4 tot en met 7, indien aan alle volgende voorwaarden is voldaan:<STRING BOLD="on"> [Am. 239]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het is niet mogelijk om het geneesmiddel of de categorie geneesmiddelen volgens de toepasselijke eisen voor geneesmiddelen te ontwikkelen als gevolg van wetenschappelijke of regelgevingsproblemen die voortvloeien uit kenmerken of methoden die verband houden met het product;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de in punt a) bedoelde kenmerken of methoden dragen op positieve en herkenbare wijze bij tot de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van het geneesmiddel of de categorie geneesmiddelen, of leveren een belangrijke bijdrage aan de toegang van patiënten tot behandelingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De testomgeving voor regelgeving voorziet in een regelgevingskader, met inbegrip van wetenschappelijke vereisten, voor de ontwikkeling en, in voorkomend geval, klinische proeven en het in de handel brengen van een in lid 1 bedoeld product onder de in dit hoofdstuk vastgestelde voorwaarden. De testomgeving voor regelgeving kan gerichte afwijkingen van deze verordening, [herziene Richtlijn 2001/83/EG] of Verordening (EG) nr. 1394/2007 toestaan onder de in artikel 114 vermelde voorwaarden.</PARAG><PARAG>Een testomgeving voor regelgeving treedt in werking onder direct toezicht van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten om ervoor te zorgen dat de voorschriften van deze verordening en, in voorkomend geval, andere wetgeving van de Unie en de lidstaten waarop de testomgeving betrekking heeft, worden nageleefd. Elke schending van de voorwaarden van het in lid 6 bedoelde besluit en de identificatie van eventuele risico’s voor de gezondheid en het milieu worden onmiddellijk aan de Commissie en het Bureau gemeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau houdt toezicht op het gebied van opkomende geneesmiddelen en kan houders van een vergunning voor het in de handel brengen, ontwikkelaars, onafhankelijke deskundigen en onderzoekers, en vertegenwoordigers van gezondheidswerkers en patiënten om informatie en gegevens verzoeken en met hen voorbereidende besprekingen voeren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij zo nodig wordt verwezen naar het in artikel 162 voorziene mechanisme voor raadpleging</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 240]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Wanneer het Bureau het passend acht een testomgeving voor regelgeving op te zetten voor geneesmiddelen die waarschijnlijk onder het toepassingsgebied van deze verordening vallen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> maar waarvoor geen geschikte regels voor de ontwikkeling en de verlening van een vergunning bestaan</STRING></STRING>, doet het een aanbeveling aan de Commissie. Het Bureau vermeldt in die aanbeveling de in aanmerking komende producten of categorieën producten en neemt het in lid 1 bedoelde plan voor de testomgeving op.<STRING BOLD="on"> [Am. 241]</STRING></PARAG><PARAG>Het Bureau beveelt niet aan een testomgeving voor regelgeving op te zetten voor een geneesmiddel dat reeds in zijn ontwikkelingsprogramma is gevorderd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het Bureau is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van een plan voor de testomgeving op basis van gegevens die door ontwikkelaars van in aanmerking komende producten zijn ingediend en na passend overleg<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> met onder andere, indien relevant, patiënten, de academische wereld, instanties voor evaluatie van gezondheidstechnologie, gezondheidswerkers of ontwikkelaars</STRING></STRING>. Het plan bevat een klinische, wetenschappelijke en regelgevende motivering voor een testomgeving, met inbegrip van de vaststelling van de voorschriften van deze verordening, [herziene Richtlijn 2001/83/EG] en Verordening (EG) nr. 1394/2007 waaraan niet kan worden voldaan, en een voorstel voor alternatieve of risicobeperkende maatregelen, indien van toepassing. Het plan bevat ook een voorgesteld tijdschema voor de duur van de testomgeving. In voorkomend geval stelt het Bureau ook maatregelen voor om mogelijke verstoringen van de marktomstandigheden als gevolg van het opzetten van een testomgeving voor regelgeving te beperken.<STRING BOLD="on"> [Am. 242]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De Commissie <STRING STRIKE="on">neemt door middel van uitvoeringshandelingen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast om deze verordening aan te vullen door</STRING></STRING> een besluit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te nemen</STRING></STRING> over het opzetten van een testomgeving voor regelgeving, rekening houdend met de aanbeveling van het Bureau en het plan van de testomgeving uit hoofde van lid 4.<STRING STRIKE="on"> Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 243]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Besluiten tot het opzetten van een testomgeving voor regelgeving overeenkomstig lid 5 zijn beperkt in de tijd en bevatten gedetailleerde voorwaarden voor de uitvoering ervan. Deze besluiten bevatten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het voorgestelde plan voor de testomgeving;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de duur van de testomgeving voor regelgeving en de einddatum ervan;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>als onderdeel van het plan voor de testomgeving de voorschriften van deze verordening en van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] die niet kunnen worden nageleefd, en passende maatregelen om potentiële risico’s voor de gezondheid en het milieu te beperken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen een testomgeving voor regelgeving te allen tijde schorsen of intrekken in elk van de volgende gevallen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>er wordt niet langer voldaan aan de voorschriften en voorwaarden van de leden 6 en 7;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>dit is passend om de volksgezondheid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of het milieu </STRING></STRING>te beschermen.<STRING BOLD="on"> [Am. 244]</STRING></PARAG><PARAG>Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG><PARAG>Wanneer het Bureau informatie ontvangt dat aan een van de in de eerste alinea bedoelde gevallen zou kunnen worden voldaan, stelt het de Commissie daarvan in kennis.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Indien na het besluit tot het opzetten van de testomgeving voor regelgeving overeenkomstig lid 6 risico’s voor de gezondheid worden vastgesteld, maar deze risico’s volledig kunnen worden beperkt door de vaststelling van aanvullende voorwaarden, kan de Commissie, na raadpleging van het Bureau, haar besluit wijzigen door middel van uitvoeringshandelingen. <STRING STRIKE="on">De Commissie kan ook de duur van een testomgeving voor regelgeving verlengen door middel van uitvoeringshandelingen. </STRING>Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door op grond van een naar behoren gemotiveerde redenering en bewijs van het Bureau de duur van een testomgeving voor regelgeving te verlengen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 245]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>Dit artikel sluit niet uit dat in de tijd beperkte proefprojecten worden opgezet om verschillende manieren van uitvoering van de toepasselijke wetgeving te testen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 114</TI.ART><STI.ART>Producten die zijn ontwikkeld in het kader van een testomgeving</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Bij de toelating van een aanvraag voor een klinische proef voor producten die onder een testomgeving voor regelgeving vallen, houden de lidstaten rekening met het in artikel 113, lid 1, bedoelde plan voor de testomgeving.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Een geneesmiddel dat als onderdeel van een testomgeving voor regelgeving is ontwikkeld, mag alleen in de handel worden gebracht indien overeenkomstig deze verordening een vergunning is verleend. De initiële geldigheid van een dergelijke vergunning mag niet langer zijn dan de duur van de testomgeving voor regelgeving. De vergunning kan op verzoek van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en na een gemotiveerde aanbeveling van het Bureau </STRING></STRING>worden verlengd.<STRING BOLD="on"> [Am. 246]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In naar behoren gemotiveerde gevallen kan de vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel dat in het kader van de testomgeving voor regelgeving is ontwikkeld, afwijkingen van de voorschriften van deze verordening en [herziene Richtlijn 2001/83/EG] omvatten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Bij elke afwijking van de vereisten in het kader van de testomgeving wordt het niveau van de veiligheid van patiënten en de bescherming van de volksgezondheid en ethische beginselen gewaarborgd</STRING></STRING>. Die afwijkingen kunnen aangepaste, aangescherpte, kwijtgescholden of opgeschorte eisen betreffen. Elke afwijking is beperkt tot hetgeen geschikt en strikt noodzakelijk is om de nagestreefde doelstellingen te bereiken, naar behoren gemotiveerd en gespecificeerd in de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen.<STRING BOLD="on"> [Am. 247]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Voor geneesmiddelen die zijn ontwikkeld als onderdeel van een testomgeving voor regelgeving waarvoor overeenkomstig lid 2 en, in voorkomend geval, lid 3 een vergunning voor het in de handel brengen is verleend, vermelden de samenvatting van de productkenmerken en de bijsluiter dat het geneesmiddel is ontwikkeld als onderdeel van een testomgeving voor regelgeving.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Onverminderd artikel 195 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] schorst de Commissie een overeenkomstig lid 2 verleende vergunning voor het in de handel brengen indien de testomgeving voor regelgeving overeenkomstig artikel 113, lid 7, is geschorst of ingetrokken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De Commissie wijzigt de vergunning voor het in de handel brengen onmiddellijk om rekening te houden met de overeenkomstig artikel 115 genomen risicobeperkende maatregelen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 115</TI.ART><STI.ART>Algemene bepalingen voor testomgevingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De testomgevingen voor regelgeving laten de toezichthoudende en corrigerende bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten onverlet. In het geval dat risico’s voor de volksgezondheid of de openbare veiligheid worden vastgesteld in verband met het gebruik van producten die onder een testomgeving vallen, nemen de bevoegde autoriteiten onmiddellijke en passende tijdelijke maatregelen om het gebruik ervan op te schorten of te beperken en stellen zij de Commissie daarvan in kennis overeenkomstig artikel 113, lid 2.</PARAG><PARAG>Indien een dergelijke beperking niet mogelijk is of niet doeltreffend blijkt te zijn, wordt het ontwikkelings- en testproces onverwijld geschorst totdat er een doeltreffende beperking plaatsvindt.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Als er geen doeltreffend plan voor beperking kan worden verstrekt, beëindigt het Agentschap onverwijld de testomgeving.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 248]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Deelnemers aan de testomgeving voor regelgeving, met name de houder van de vergunning voor het in de handel brengen van het betrokken geneesmiddel, blijven aansprakelijk op grond van de toepasselijke wetgeving van de Unie en de lidstaten inzake aansprakelijkheid voor schade die aan derden wordt berokkend als gevolg van de tests die in de testomgeving plaatsvinden. Zij stellen het Bureau onverwijld in kennis van alle informatie die kan leiden tot wijziging van de testomgeving voor regelgeving of die betrekking heeft op de kwaliteit, veiligheid of werkzaamheid van producten die als onderdeel van een testomgeving voor regelgeving zijn ontwikkeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De modaliteiten en de voorwaarden van de werking van de testomgevingen voor regelgeving, waaronder de toelatingscriteria en de procedures voor de toepassing en selectie van, deelname aan en terugtrekking uit de testomgeving, en de rechten en plichten van de deelnemers worden in uitvoeringshandelingen uiteengezet. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Bureau dient, met inbreng van de lidstaten, jaarlijkse verslagen in bij de Commissie over de resultaten van de uitvoering van een testomgeving voor regelgeving, met inbegrip van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een overzicht van het aantal toegekende testomgevingen, trends met betrekking tot geneesmiddelen die in aanmerking komen voor een testomgeving, </STRING></STRING>goede praktijken, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ondervonden moeilijkheden, </STRING></STRING>geleerde lessen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, reflecties over mogelijke toekomstige aanpassingen van het regelgevingskader</STRING></STRING> en aanbevelingen over de opzet ervan en, waar relevant, over de toepassing van deze verordening en andere rechtshandelingen van de Unie onder toezicht binnen de testomgeving. De Commissie maakt deze verslagen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alsook samenvattingen in lekentaal </STRING></STRING>openbaar.<STRING BOLD="on"> [Am. 249]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie evalueert de verslagen en dient zo nodig wetgevingsvoorstellen in met het oog op de actualisering van het in artikel 113, lid 2, bedoelde regelgevingskader of van gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikel 28 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK X</TI><STI.GR>BESCHIKBAARHEID VAN GENEESMIDDELEN EN VOORZIENINGSZEKERHEID</STI.GR><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Afdeling 1</TI><STI.GR>Monitoring en beheer van tekorten en kritieke tekorten</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 116</TI.ART><STI.ART>Kennisgevingen door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De houder van een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel die in het bezit is van een gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen of van een nationale vergunning voor het in de handel brengen (“de houder van de vergunning voor het in de handel brengen”) stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het geneesmiddel in de handel is gebracht, en daarnaast ook het Bureau voor een geneesmiddel waarvoor een gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen is verleend (in dit hoofdstuk “de betrokken bevoegde autoriteit” genoemd) in kennis van het volgende<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en legt de redenen hiervoor uit</STRING></STRING>:<STRING BOLD="on"> [Am. 250]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het besluit van de houder van de vergunning om het in de handel brengen van een geneesmiddel in die lidstaat definitief stop te zetten, en wel uiterlijk twaalf maanden vóór de laatste levering van dat geneesmiddel op de markt van een bepaalde lidstaat door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het besluit van de houder van de vergunning om de vergunning voor het in de handel brengen van dat geneesmiddel waarvoor in die lidstaat een vergunning is verleend, in te laten trekken, en wel uiterlijk twaalf maanden vóór de laatste levering van dat geneesmiddel op de markt van een bepaalde lidstaat door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het besluit van de houder van de vergunning om het in de handel brengen van een geneesmiddel in die lidstaat tijdelijk te schorsen, en wel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zo snel mogelijk en</STRING></STRING> uiterlijk zes maanden vóór het ingaan van de tijdelijke schorsing van de levering van dat geneesmiddel op de markt van een bepaalde lidstaat door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen;<STRING BOLD="on"> [Am. 251]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>een<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> voorzienbare</STRING></STRING> tijdelijke verstoring van de levering van een geneesmiddel in een bepaalde lidstaat, met een verwachte duur van meer dan twee weken, uitgaande van de vraagprognose van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en van de nationale bevoegde autoriteiten, indien beschikbaar</STRING></STRING>, en wel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zo snel mogelijk en</STRING></STRING> uiterlijk zes maanden vóór het begin van een dergelijke tijdelijke onderbreking of, indien dit niet mogelijk<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en onvoorzienbaar</STRING></STRING> is en indien naar behoren gemotiveerd, zodra de houder van de vergunning kennis krijgt van een dergelijke tijdelijke verstoring, om de lidstaat in staat te stellen toezicht te houden op potentiële of feitelijke tekorten overeenkomstig artikel 118, lid 1.<STRING BOLD="on"> [Am. 252]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Met het oog op de kennisgeving overeenkomstig lid 1, punten a), b) en c), verstrekt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen de in deel I van bijlage IV, vermelde informatie.</PARAG><PARAG>Met het oog op de kennisgevingen overeenkomstig lid 1, punt d), verstrekt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen de in deel III van bijlage IV vermelde informatie.</PARAG><PARAG>De houder van de vergunning voor het in de handel brengen stelt de betrokken bevoegde autoriteit onmiddellijk in kennis van alle relevante wijzigingen in de overeenkomstig dit lid verstrekte informatie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage IV wat betreft de informatie die moet worden verstrekt in geval van een tijdelijke onderbreking van de levering, informatie die moet worden verstrekt in geval van schorsing of stopzetting van het in de handel brengen van een geneesmiddel of intrekking van de vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel, of de inhoud van het in artikel 117 bedoelde plan voor de voorkoming van tekorten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 117</TI.ART><STI.ART>Het plan voor de preventie van tekorten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk ... [18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] beschikt </STRING></STRING>de houder van een vergunning voor het in de handel brengen als omschreven in artikel 116, lid 1,<STRING STRIKE="on"> beschikt</STRING> over een plan voor de voorkoming van tekorten en werkt dit bij, voor elk geneesmiddel dat in de handel wordt gebracht. Om het plan voor de voorkoming van tekorten op te stellen, neemt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen de in deel V van bijlage IV vermelde minimuminformatie op en houdt hij rekening met de richtsnoeren die het Bureau overeenkomstig lid 2 heeft opgesteld.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het plan voor de voorkoming van tekorten wordt op verzoek van het Bureau of de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar het geneesmiddel in de handel is gebracht, beschikbaar gesteld.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 253]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau stelt in samenwerking met de in artikel 121, lid 1, <STRING STRIKE="on">punt c), </STRING>bedoelde werkgroep<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en na raadpleging van de Werkgroep Medische Beroepsbeoefenaren en de Werkgroep Patiënten- en Consumentenorganisaties (PCWP)</STRING></STRING> richtsnoeren op voor houders van vergunningen voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, om het plan ter voorkoming van tekorten op te stellen.<STRING BOLD="on"> [Am. 254]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>In voorkomend geval werkt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, zoals gedefinieerd in artikel 116, lid 1, het plan ter voorkoming van tekorten bij om aanvullende informatie op te nemen, op basis van aanbevelingen van de uitvoerende stuurgroep inzake tekorten aan geneesmiddelen en de veiligheid ervan (ook wel de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen genoemd), die is ingesteld bij artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) 2022/123, overeenkomstig artikel 123, lid 4, en artikel 132, lid 1.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 118</TI.ART><STI.ART>Monitoring van tekorten door de bevoegde autoriteit van de lidstaat of door het Bureau</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Op basis van de in artikel 120, lid 1, en artikel 121, lid 1, punt c), bedoelde verslagen, de in artikel 119, artikel 120, lid 2, en artikel 121 bedoelde informatie en de overeenkomstig artikel 116, lid 1, punten a) tot en met d), gedane kennisgeving houdt de betrokken bevoegde autoriteit als bedoeld in artikel 116, lid 1, voortdurend toezicht op alle potentiële of feitelijke tekorten aan die geneesmiddelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> via de nationale IT-toezichtsystemen of databanken en verstrekt zij de gegevens zonder onnodige vertraging aan het Bureau</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 255]</STRING></PARAG><PARAG>Het Bureau voert dat toezicht uit in samenwerking met de relevante bevoegde autoriteit van de lidstaat wanneer voor die geneesmiddelen krachtens deze verordening een vergunning is verleend.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op basis van de overeenkomstig artikel 121, lid 2, punt f) verstrekte informatie monitort en beoordeelt het Bureau eventuele door een lidstaat geplande of genomen maatregelen teneinde een tekort op nationaal niveau wat de gevolgen ervan voor de beschikbaarheid en voorziening van geneesmiddelen op het niveau van de Unie betreft, op te vangen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 256]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor de toepassing van lid 1 kan de betrokken bevoegde autoriteit, zoals omschreven in artikel 116, lid 1, de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, zoals gedefinieerd in artikel 116, lid 1, om aanvullende informatie verzoeken. Zij kan met name de houder van de vergunning voor het in de handel brengen verzoeken een plan voor het opvangen van tekorten overeenkomstig artikel 119, lid 2, een risicobeoordeling van de gevolgen van schorsing, stopzetting of intrekking overeenkomstig artikel 119, lid 3, of het in artikel 117 bedoelde plan ter voorkoming van tekorten in te dienen. De betrokken bevoegde autoriteit <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt</STRING></STRING> een termijn <STRING STRIKE="on">vaststellen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vast</STRING></STRING> voor de indiening van de gevraagde informatie.<STRING BOLD="on"> [Am. 257]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 119</TI.ART><STI.ART>Verplichtingen van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De houder van de vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>dient de overeenkomstig artikel 118, lid 2, of artikel 124, lid 2, punt b), gevraagde informatie binnen de door de betrokken bevoegde autoriteit zoals omschreven in artikel 116, lid 1, vastgestelde termijn onverwijld bij die bevoegde autoriteit in met gebruikmaking van de instrumenten, methoden en criteria voor monitoring en rapportage die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 122, lid 4, punt b);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>verstrekt zo nodig actualiseringen van de overeenkomstig punt a) verstrekte informatie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>motiveert elk verzuim om de gevraagde informatie te verstrekken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>dient, indien nodig, bij de betrokken bevoegde autoriteit zoals omschreven in artikel 116, lid 1, een verzoek tot verlenging van de door die bevoegde autoriteit overeenkomstig punt a) vastgestelde termijn in, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>geeft aan of de overeenkomstig punt a) verstrekte informatie gegevens van commercieel vertrouwelijke aard bevat, identificeert de relevante delen van die informatie die van commercieel vertrouwelijke aard zijn en licht toe waarom die informatie van dergelijke aard is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Om het plan voor het opvangen van tekorten zoals bedoeld in artikel 118, lid 2, op te stellen, neemt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, de in deel IV van bijlage IV vermelde minimuminformatie op en houdt hij rekening met de richtsnoeren die het Bureau overeenkomstig artikel 122, lid 4, punt c), heeft opgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Om een risicobeoordeling van de gevolgen van schorsing, stopzetting of intrekking zoals bedoeld in artikel 118, lid 2, op te stellen, neemt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, de in deel II van bijlage IV vermelde minimuminformatie op en houdt hij rekening met de richtsnoeren die het Bureau overeenkomstig artikel 122, lid 4, punt c), heeft opgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De houder van de vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, is verantwoordelijk voor het verstrekken van correcte, niet misleidende en volledige informatie op verzoek van de betrokken bevoegde autoriteit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De houder van de vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, werkt samen met die bevoegde autoriteit en maakt op eigen initiatief alle relevante informatie bekend aan die autoriteit en werkt de informatie bij zodra nieuwe informatie beschikbaar komt.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 120</TI.ART><STI.ART>Verplichtingen voor andere actoren</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Groothandelaars en andere personen of rechtspersonen die gemachtigd of gerechtigd zijn geneesmiddelen waarvoor overeenkomstig artikel 5 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] een vergunning is verleend om ze in een lidstaat in de handel te mogen brengen, aan het publiek te leveren, <STRING STRIKE="on">kunnen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">melden</STRING></STRING> een tekort aan een bepaald geneesmiddel dat in de betrokken lidstaat in de handel wordt gebracht, <STRING STRIKE="on">melden </STRING>aan de bevoegde autoriteit in die lidstaat.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Daarnaast dienen groothandelaars regelmatig informatie over de beschikbare voorraden van de geneesmiddelen die zij leveren in bij de bevoegde autoriteit.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 258]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer een houder van een vergunning voor het in de handel brengen een tijdelijke verstoring van de levering van een geneesmiddel meldt, verstrekken groothandelaars en andere personen of rechtspersonen die gemachtigd of gerechtigd zijn geneesmiddelen te leveren op verzoek tijdig informatie over de gronden voor de tijdelijke verstoring van de levering van een geneesmiddel in een lidstaat aan het Bureau, de bevoegde autoriteit in een lidstaat en de betrokken houder van een vergunning voor het in de handel brengen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 259]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor de toepassing van artikel 118, lid 1, verstrekken entiteiten, met inbegrip van andere houders van een vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, importeurs en fabrikanten van geneesmiddelen of werkzame stoffen en relevante leveranciers daarvan, groothandelaars, representatieve verenigingen van belanghebbenden of andere personen of juridische entiteiten die gemachtigd of gerechtigd zijn geneesmiddelen aan het publiek te leveren, op verzoek van de betrokken bevoegde autoriteit zoals omschreven in artikel 116, lid 1, in voorkomend geval tijdig alle gevraagde informatie.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 121</TI.ART><STI.ART>Rol van de bevoegde autoriteit van de lidstaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegde autoriteit van de lidstaat:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>-a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verzamelt en beoordeelt de informatie over potentiële of bestaande tekorten die wordt verstrekt door houders van een vergunning voor het in de handel brengen, importeurs, fabrikanten en leveranciers van geneesmiddelen of werkzame stoffen, groothandelaars, gezondheidswerkers, patiënten en consumenten, en andere personen of rechtspersonen die gemachtigd of gerechtigd zijn geneesmiddelen aan het publiek te leveren;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 260]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>beoordeelt overeenkomstig artikel 119, lid 1, punt e), de gegrondheid van elke vertrouwelijkheidsclaim van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, en beschermt de informatie die die bevoegde autoriteit als commercieel vertrouwelijk beschouwt, tegen ongerechtvaardigde openbaarmaking;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>publiceert op een openbaar toegankelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en gebruiksvriendelijke </STRING></STRING>website informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en regelmatige actualiseringen</STRING></STRING> over feitelijke tekorten aan geneesmiddelen <STRING STRIKE="on">in gevallen waarin </STRING>die<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> door de</STRING></STRING> bevoegde autoriteit <STRING STRIKE="on">het tekort heeft</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn</STRING></STRING> beoordeeld<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en zorgt ervoor dat deze informatie, ook over beschikbare alternatieven, actief wordt meegedeeld aan vertegenwoordigers van gezondheidswerkers en patiënten. De bevoegde autoriteiten brengen het Bureau zo snel mogelijk op de hoogte van eventuele op nationaal niveau geplande of genomen maatregelen om het tekort of het verwachte tekort op te vangen</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 261]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zet een systeem op waarin patiënten tekorten aan geneesmiddelen kunnen melden en verzoekt apotheken die ziekenhuizen bevoorraden en ziekenhuisapotheken om elektronische gegevens te verstrekken over de beschikbare voorraden van de betreffende geneesmiddelen, teneinde een dreigend of bestaand leveringstekort met betrekking tot de levering van een geneesmiddel te voorkomen of op te vangen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 262]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>brengt onverwijld verslag uit aan het Bureau via de in artikel 3, lid 6, van Verordening (EU) 2022/123 bedoelde werkgroep, die als centraal aanspreekpunt optreedt, over elk tekort aan een geneesmiddel dat zij als een kritiek tekort in die lidstaat beschouwt<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">doet aanbevelingen aan gezondheidswerkers over alternatieve geneesmiddelen die kunnen worden gebruikt om behandelingen voort te zetten in het geval van tekorten;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 263]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overweegt het gebruik van passende regelgevende maatregelen om het tekort op te vangen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 264]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Na de in lid 1, punt c), bedoelde verslaglegging en om de in artikel 118, lid 1, bedoelde monitoring te vergemakkelijken, doet de bevoegde autoriteit van de lidstaat via de in lid 1, punt c), bedoelde werkgroep het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zij dient de in de artikel 122, lid 1, of artikel 124, lid 2, punt a), bedoelde informatie binnen de door het Bureau vastgestelde termijn bij het Bureau in met gebruikmaking van de instrumenten, methoden en criteria voor monitoring en rapportage die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 122, lid 4, punt b);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>zij verstrekt zo nodig actualiseringen van de overeenkomstig punt a) verstrekte informatie aan het Bureau;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>zij motiveert elk verzuim om enige onderdeel van de in punt a) bedoelde informatie aan het Bureau te verstrekken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>zij dient, indien nodig, bij het Bureau een verzoek in om de door het Bureau vastgestelde termijn, zoals bedoeld in punt a), te verlengen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>zij vermeldt of de houder van de vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, heeft aangegeven dat er informatie van commercieel vertrouwelijke aard bestaat, en verstrekt overeenkomstig artikel 119, lid 1, punt e), de verklaring van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen waaruit blijkt waarom die informatie van commercieel vertrouwelijke aard is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>zij stelt het Bureau<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zonder onnodige vertraging</STRING></STRING> in kennis van de door die lidstaat geplande of genomen maatregelen om het tekort op nationaal niveau op te vangen.<STRING BOLD="on"> [Am. 265]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Na de uitbreiding van het ESMP als bedoeld in artikel 122, lid 6, en voor de toepassing van artikel 118, lid 1, en artikel 121, lid 2, punt a), zetten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten nationale IT-systemen op die interoperabel zijn met het ESMP en de geautomatiseerde uitwisseling van informatie met het ESMP mogelijk maken, zonder dat dit leidt tot dubbele rapportages.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 266]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat naast de krachtens dit artikel te verstrekken informatie nog over andere informatie beschikt, verstrekt zij deze informatie onmiddellijk aan het Bureau via de in lid 1, punt c), bedoelde werkgroep.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Nadat een geneesmiddel is toegevoegd aan de in artikel 123, lid 1, bedoelde lijst van kritieke tekorten aan geneesmiddelen, verstrekt de bevoegde autoriteit van de lidstaat via de in lid 1, punt c), bedoelde werkgroep alle krachtens artikel 124, lid 2, punt a), gevraagde informatie aan het Bureau.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Na eventuele overeenkomstig artikel 123, lid 4, verstrekte aanbevelingen van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen doet de bevoegde autoriteit van de lidstaat via de in lid 1, punt c), bedoelde werkgroep het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zij brengt verslag uit aan het Bureau over alle informatie die is ontvangen van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, van het betrokken geneesmiddel, of van andere actoren zoals bedoeld in artikel 120, <STRING STRIKE="on">lid</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leden 1 bis en</STRING></STRING> 2;<STRING BOLD="on"> [Am. 267]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>zij leeft alle door de Commissie uit hoofde van artikel 126, lid 1, punt a), genomen maatregelen na en coördineert deze;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>zij houdt rekening met eventuele aanbevelingen van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen zoals bedoeld in artikel 123, lid 4;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>zij stelt het Bureau<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zonder onnodige vertraging</STRING></STRING> in kennis van alle door die lidstaat geplande of genomen maatregelen overeenkomstig de punten b) en c), en brengt verslag uit over alle andere maatregelen die zijn genomen om het kritieke tekort in de lidstaat op te vangen of op te lossen, alsook over de resultaten van deze maatregelen.<STRING BOLD="on"> [Am. 268]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De lidstaten kunnen de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen verzoeken verdere aanbevelingen te doen, zoals bedoeld in artikel 123, lid 4.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Wanneer lidstaten alternatieve maatregelen nemen die niet in overeenstemming zijn met de aanbevelingen van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen, delen zij de redenen daarvoor tijdig mee aan de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 269]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 121 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Nationale websites over geneesmiddelentekorten</STRING></STRING></STI.ART><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in artikel 121, lid 1, punt b) bedoelde website bevat ten minste de volgende informatie:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">handelsnaam van het geneesmiddel en internationale generieke benaming met het oog op de interoperabiliteit;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de therapeutische indicatie van het geneesmiddel waarvoor een tekort bestaat;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de redenen voor de tekorten en de maatregelen die zijn genomen om de tekorten op te vangen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de begindatum en de verwachte einddatum van het tekort;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere relevante informatie voor gezondheidswerkers en patiënten, waaronder informatie over beschikbare therapeutische alternatieven.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 270]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 122</TI.ART><STI.ART>Rol van het Bureau in verband met tekorten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor de toepassing van artikel 118, <STRING STRIKE="on">lid 1</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">leden 1 en 1 bis</STRING></STRING>, kan het Bureau de bevoegde autoriteit van de lidstaat via de in artikel 121, lid 1, punt c), bedoelde werkgroep om aanvullende informatie verzoeken. Het Bureau kan een termijn vaststellen voor de indiening van de gevraagde informatie.<STRING BOLD="on"> [Am. 271]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de toepassing van artikel 118, lid 1 bis, en op basis van de overeenkomstig artikel 121, lid 1, punt c ter), en lid 2, verstrekte informatie beoordeelt het Bureau de door een lidstaat genomen of geplande maatregelen om het tekort op nationaal niveau op te vangen, met betrekking tot de potentiële of feitelijke negatieve gevolgen van deze maatregelen voor de beschikbaarheid en de voorzieningszekerheid in een andere lidstaat en op het niveau van de Unie. Het Bureau stelt de betrokken lidstaat en de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen, alsook de lidstaten die potentieel of feitelijk gevolgen ondervinden, tijdig op de hoogte van zijn beoordeling via de in artikel 3, lid 6, van Verordening (EU) 2022/123 bedoelde werkgroep, die als centraal aanspreekpunt optreedt. Het Bureau stelt ook de Commissie in kennis van zijn beoordeling.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 272]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Op basis van artikel 118, lid 1, stelt het Bureau, in samenwerking met de in artikel 121, lid 1, punt c), bedoelde werkgroep, vast voor welke geneesmiddelen het tekort niet zonder coördinatie op EU-niveau kan worden opgelost.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Teneinde vast te stellen voor welke geneesmiddelen het tekort niet zonder coördinatie van de Unie kan worden opgelost overeenkomstig lid 2, kan het Bureau houders van een vergunning voor het in de handel brengen en andere relevante belanghebbenden raadplegen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 273]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau stelt de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen in kennis van de tekorten aan geneesmiddelen die overeenkomstig lid 2 zijn vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Met het oog op de uitvoering van de in artikel 118, lid 1, en de artikelen 123 en 124 bedoelde taken zorgt het Bureau, in overleg met de in artikel 121, lid 1, punt c), bedoelde werkgroep<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en na raadpleging van de Werkgroep Patiënten- en Consumentenorganisaties (PCWP) en de Werkgroep Medische Beroepsbeoefenaren, en andere relevante belanghebbenden</STRING></STRING>, voor het volgende:<STRING BOLD="on"> [Am. 274]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de criteria voor de vaststelling en herziening van de in artikel 123, lid 1, bedoelde lijst van kritieke tekorten vaststellen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de instrumenten specificeren, met inbegrip van het bij Verordening (EU) 2022/123 opgerichte Europees platform voor het monitoren van tekorten (ESMP), zodra het toepassingsgebied overeenkomstig lid 6 is uitgebreid, en van de methoden en criteria voor de monitoring en rapportage als bedoeld in artikel 119, lid 1, punt a), en artikel 121, lid 2, punt a);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>richtsnoeren opstellen om houders van een vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, in staat te stellen een risicobeoordeling uit te voeren van de gevolgen van schorsing, stopzetting of intrekking en van het plan voor het opvangen van tekorten zoals bedoeld in artikel 118, lid 2;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de methoden specificeren voor het doen van de in artikel 123, lid 4, bedoelde aanbevelingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>de onder de punten a) tot en met d) vallende informatie bekend te maken op een speciale webpagina op haar in artikel 104 bedoelde webportaal.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Voor de duur van het kritieke tekort en totdat de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen van oordeel is dat dit is opgelost, brengt het Bureau regelmatig verslag uit over de resultaten van de in artikel 124 bedoelde monitoring aan de Commissie en de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen, en met name over elke gebeurtenis die kan leiden tot een ingrijpende gebeurtenis, zoals gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EU) 2022/123. Wanneer een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid is erkend overeenkomstig Verordening (EU) 2022/2371 of een gebeurtenis overeenkomstig Verordening (EU) 2022/123 als een ingrijpende gebeurtenis is erkend, is die verordening van toepassing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Voor de uitvoering van deze verordening breidt het Bureau het toepassingsgebied van het Europeesplatform voor het monitoren van tekorten uit. Het Bureau zorgt <STRING STRIKE="on">er in voorkomend geval voor</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ervoor</STRING></STRING> dat de gegevens interoperabel zijn tussen het ESMP, de IT-systemen van de lidstaten en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in voorkomend geval, met</STRING></STRING> andere relevante IT-systemen en databanken, zonder dubbele rapportages<STRING STRIKE="on">;</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 275]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 123</TI.ART><STI.ART>Rol van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen en de lijst van kritieke tekorten aan geneesmiddelen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Op basis van de in artikel 118, lid 1, bedoelde monitoring en na raadpleging van het Bureau en de in artikel 121, lid 1, punt c), bedoelde werkgroep stelt de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen een lijst vast van kritieke tekorten aan geneesmiddelen waarvoor overeenkomstig artikel 5 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] een vergunning is verleend om in een lidstaat in de handel te mogen worden gebracht en waarvoor gecoördineerde actie op het niveau van de Unie nodig is (“de lijst van kritieke tekorten aan geneesmiddelen”).</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen herziet de status van het kritieke tekort telkens wanneer dat nodig is en werkt de lijst bij wanneer zij van oordeel is dat een geneesmiddel moet worden toegevoegd of dat het kritieke tekort is opgelost op basis van het verslag overeenkomstig artikel 122, lid 5.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen kan aanbevelen om prognoses van vraag en aanbod voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik in de Unie te monitoren en om de beschikbare voorraden in de gehele toeleveringsketen te monitoren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 276]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Daarnaast wijzigt de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen haar reglement van orde en het reglement van orde van de in artikel 121, lid 1, punt c), bedoelde werkgroep, overeenkomstig de in deze verordening vastgestelde taken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">doet</STRING></STRING> aan de betrokken houders van een vergunning voor het in de handel brengen, de lidstaten, de Commissie, de vertegenwoordigers van gezondheidswerkers of andere entiteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zonder onnodige vertraging </STRING></STRING>aanbevelingen<STRING STRIKE="on"> doen</STRING> over maatregelen om het kritieke tekort op te lossen of op te vangen, overeenkomstig de in artikel 122, lid 4, punt d), bedoelde methoden.<STRING BOLD="on"> [Am. 277]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen, binnen de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen, besluiten om het “vrijwillig solidariteitsmechanisme voor geneesmiddelen” in werking te stellen om:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een kritiek tekort aan een geneesmiddel op nationaal niveau te melden aan andere lidstaten en aan de Commissie;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met de steun van het Bureau de beschikbaarheid van de geneesmiddelen in andere lidstaten vast te stellen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met de steun van het Bureau bijeenkomsten te organiseren met de verstrekkende lidstaten, de schenkende partij en andere betrokken partijen om de operationele vereisten te bespreken;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">te verzoeken dat het Uniemechanisme voor civiele bescherming in werking wordt gesteld om de vrijwillige overdracht van geneesmiddelen te coördineren en logistiek te ondersteunen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 278]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 124</TI.ART><STI.ART>Beheer van het kritieke tekort</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Na de toevoeging van een geneesmiddel aan de lijst van kritieke tekorten overeenkomstig artikel 123, leden 1 en 2, en op basis van de permanente monitoring overeenkomstig artikel 118, lid 1, houdt het Bureau, in overleg met de bevoegde autoriteit van de lidstaat, voortdurend toezicht op het kritieke tekort aan dat geneesmiddel.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor de toepassing van lid 1 kan het Bureau, indien die informatie niet reeds beschikbaar is voor het Bureau, relevante informatie over dat kritieke tekort opvragen bij:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat via de in artikel 121, lid 1, punt c), bedoelde werkgroep;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de houder van de vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de andere in artikel 120, lid 2, genoemde actoren.</PARAG><PARAG>Voor de toepassing van dit lid <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt</STRING></STRING> het Bureau een termijn <STRING STRIKE="on">vaststellen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vast</STRING></STRING> voor de indiening van de gevraagde informatie.<STRING BOLD="on"> [Am. 279]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau zet op zijn in artikel 104 bedoelde webportaal een voor het publiek toegankelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en gebruiksvriendelijke </STRING></STRING>webpagina op met informatie over<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> alle</STRING></STRING> feitelijke kritieke tekorten aan geneesmiddelen<STRING STRIKE="on"> in gevallen waarin het Bureau het tekort heeft</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van de redenen voor de tekorten. Na de tekorten te hebben</STRING></STRING> beoordeeld<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, doet het Bureau</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> en</STRING> aanbevelingen<STRING STRIKE="on"> heeft gedaan</STRING> aan gezondheidswerkers en patiënten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. De webpagina bevat de in artikel 121 bis bedoelde informatie, naast de lijst van lidstaten die door elk tekort worden getroffen</STRING></STRING>. Deze webpagina bevat ook verwijzingen naar de door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat overeenkomstig artikel 121, lid 1, punt b), gepubliceerde lijsten van feitelijke tekorten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het ESMP en ze bevat, voor zover mogelijk, ook informatie uit andere door het Bureau vastgestelde relevante bronnen en databanken, en ze bevat verwijzingen naar opties voor alternatieve behandelingen of producten en passende communicatie</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 280]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 125</TI.ART><STI.ART>Verplichtingen van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen in geval van een kritiek tekort</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Naar aanleiding van de toevoeging van een geneesmiddel aan de lijst van kritieke tekorten aan geneesmiddelen overeenkomstig artikel 123, leden 1 en 2, of van aanbevelingen overeenkomstig artikel 123, lid 4, zorgt de houder van een vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, op wie die aanbevelingen van toepassing zijn, ervoor:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>alle aanvullende informatie te verstrekken waarom het Bureau kan verzoeken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van regelmatige informatie over de beschikbare voorraden van geneesmiddelen</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 281]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>aanvullende relevante informatie te verstrekken aan het Bureau;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>rekening te houden met de in artikel 123, lid 4, bedoelde aanbevelingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>alle maatregelen na te leven die door de Commissie krachtens artikel 126, lid 1, punt a), of door de lidstaat krachtens artikel 121, lid 5, punt d), genomen worden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het Bureau te voorzien van informatie over alle krachtens de punten c) en d) genomen maatregelen en van een verslag over de resultaten van die maatregelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>het Bureau<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zonder onnodige vertraging</STRING></STRING> in kennis te stellen van de einddatum van het kritieke tekort.<STRING BOLD="on"> [Am. 282]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 126</TI.ART><STI.ART>Rol van de Commissie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Indien de Commissie dit passend en noodzakelijk acht:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>houdt zij rekening met de aanbevelingen van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen en voert zij relevante maatregelen uit;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>stelt zij de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen in kennis van de door de Commissie genomen maatregelen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie kan de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen verzoeken aanbevelingen te doen, zoals bedoeld in artikel 123, lid 4.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie neemt passende maatregelen om eventuele bezorgdheden die in de in artikel 122, lid 1 bis, vermelde beoordeling van het Bureau aan het licht zijn gekomen, aan te pakken.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 283]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Afdeling 2</TI><STI.GR>Voorzieningszekerheid</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 127</TI.ART><STI.ART>Identificatie en beheer van kritieke geneesmiddelen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegde autoriteit van de lidstaat identificeert<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, na raadpleging van gezondheidswerkers en patiëntenorganisaties,</STRING></STRING> kritieke geneesmiddelen in die lidstaat aan de hand van de in artikel 130, lid 1, punt a), beschreven methode.<STRING BOLD="on"> [Am. 284]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De bevoegde autoriteit van de lidstaat, handelend via de in artikel 121, lid 1, punt c), bedoelde werkgroep, brengt verslag uit aan het Bureau over de overeenkomstig lid 1 geïdentificeerde kritieke geneesmiddelen in die lidstaat, alsmede over de informatie die zij heeft ontvangen van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Met het oog op de identificatie van kritieke geneesmiddelen zoals bedoeld in lid 1, kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat de houder van een vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, om relevante informatie verzoeken, met inbegrip van het in artikel 117 bedoelde plan voor de voorkoming van tekorten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Met het oog op de identificatie van kritieke geneesmiddelen als bedoeld in lid 1, kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat relevante informatie opvragen bij andere entiteiten, waaronder andere houders van een vergunning voor het in de handel brengen, importeurs en fabrikanten van geneesmiddelen of werkzame stoffen en relevante leveranciers daarvan, groothandelaars, representatieve verenigingen van belanghebbenden of andere personen of rechtspersonen die gemachtigd of gerechtigd zijn geneesmiddelen aan het publiek te leveren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De bevoegde autoriteit van de lidstaat beoordeelt de gegrondheid van elke vertrouwelijkheidsclaim van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen overeenkomstig artikel 128, lid 1, punt e), en beschermt alle informatie van commercieel vertrouwelijke aard tegen ongerechtvaardigde openbaarmaking.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Met het oog op de vaststelling van de lijst van de Unie van kritieke geneesmiddelen overeenkomstig artikel 131, doet elke lidstaat via de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de in de artikel 130, lid 2, punt a), bedoelde informatie binnen de door het Bureau vastgestelde termijn bij het Bureau indienen met gebruikmaking van de instrumenten, methoden en criteria voor monitoring en rapportage die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 130, lid 1, punt c);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het Bureau alle relevante informatie verstrekken, met inbegrip van informatie over de maatregelen die de lidstaat heeft genomen om de levering van dat geneesmiddel te versterken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>actualiseringen verstrekken van de overeenkomstig de punten a) en b) aan het Bureau verstrekte informatie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>elk verzuim motiveren om de gevraagde informatie te verstrekken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het bestaan vermelden van informatie van commercieel vertrouwelijke aard die de houder van de vergunning voor het in de handel brengen overeenkomstig artikel 128, lid 1, punt e), als zodanig heeft gemeld, en de toelichting van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen waarom die informatie van commercieel vertrouwelijke aard is, doorgeven.</PARAG><PARAG>Indien nodig kan de bevoegde autoriteit van de lidstaat verzoeken om een verlenging van de door het Bureau vastgestelde termijn om te voldoen aan het verzoek om informatie overeenkomstig punt a) van de eerste alinea.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Naar aanleiding van de toevoeging van een geneesmiddel aan de lijst van de Unie van kritieke geneesmiddelen overeenkomstig artikel 131 of van eventuele aanbevelingen overeenkomstig artikel 132, lid 1, zorgen de lidstaten ervoor:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>alle aanvullende informatie te verstrekken waarom het Bureau kan verzoeken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>aanvullende relevante informatie te verstrekken aan het Bureau;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>alle door de Commissie uit hoofde van artikel 134, lid 1, punt a), genomen maatregelen na te leven en te coördineren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>rekening te houden met eventuele aanbevelingen van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen zoals bedoeld in artikel 132, lid 1;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het Bureau in kennis te stellen van alle door die lidstaat geplande of genomen maatregelen overeenkomstig de punten c) en d), alsmede van de resultaten van deze acties.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De lidstaten die met betrekking tot lid 7, punten c) en d), alternatieve maatregelen nemen, delen de redenen daarvoor tijdig met het Bureau.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 128</TI.ART><STI.ART>Verplichtingen van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met betrekking tot kritieke geneesmiddelen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor de toepassing van artikel 127, leden 1 en 3, en artikel 131, lid 1, zorgt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1 ervoor:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de overeenkomstig artikel 127, lid 3, artikel 130, lid 2, punt b), en artikel 130, lid 4, gevraagde informatie binnen de door de betrokken bevoegde autoriteit zoals omschreven in artikel 116, lid 1, vastgestelde termijn onverwijld bij die bevoegde autoriteit in te dienen met gebruikmaking van de instrumenten, methoden en criteria voor monitoring en rapportage die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 130, lid 1, punt c);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>zo nodig actualiseringen van de overeenkomstig punt a) verstrekte informatie te verstrekken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>elk verzuim om de gevraagde informatie te verstrekken, te motiveren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>indien nodig, bij de betrokken bevoegde autoriteit zoals omschreven in artikel 116, lid 1, een verzoek tot verlenging van de door die bevoegde autoriteit overeenkomstig punt a) vastgestelde termijn in te dienen, en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>aan te geven of de overeenkomstig punt a) verstrekte informatie gegevens van commercieel vertrouwelijke aard bevat, identificeert de relevante delen van die informatie die van commercieel vertrouwelijke aard zijn en licht toe waarom die informatie van dergelijke aard is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De houder van een vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, is verantwoordelijk voor het verstrekken van correcte, niet misleidende en volledige informatie, zoals gevraagd door de betrokken bevoegde autoriteit zoals omschreven in artikel 116, lid 1, en heeft de plicht om samen te werken en alle relevante informatie uit eigen beweging aan die bevoegde autoriteit bekend te maken en deze informatie bij te werken zodra die informatie beschikbaar is.<STRING BOLD="on"> [Am. 285 - niet van toepassing op de Nederlandse versie]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 129</TI.ART><STI.ART>Verplichtingen voor andere actoren</STI.ART><PARAG>Voor de toepassing van artikel 127, lid 4, artikel 130, lid 2, punt c), en artikel 130, lid 4, punt c), verstrekken entiteiten, met inbegrip van andere houders van een vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, importeurs en fabrikanten van geneesmiddelen of werkzame stoffen en relevante leveranciers daarvan, groothandelaars, representatieve verenigingen van belanghebbenden of andere personen of juridische entiteiten die gemachtigd of gerechtigd zijn geneesmiddelen aan het publiek te leveren, op verzoek van de betrokken bevoegde autoriteit zoals omschreven in artikel 116, lid 1, in voorkomend geval <STRING STRIKE="on">tijdig alle gevraagde</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnen de door het Bureau gestelde termijn alle</STRING></STRING> informatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en verstrekken actualiseringen wanneer dit nodig is</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 286]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 130</TI.ART><STI.ART>Rol van het Bureau</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau zorgt in samenwerking met de in artikel 121, lid 1, punt c), bedoelde werkgroep voor het volgende:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een gemeenschappelijke methodologie ontwikkelen om kritieke geneesmiddelen te identificeren, met inbegrip van de beoordeling van kwetsbaarheden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de beschikbaarheid van geëigende alternatieven </STRING></STRING>met betrekking tot de toeleveringsketen van die geneesmiddelen, in <STRING STRIKE="on">voorkomend geval in </STRING>overleg met<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> de Werkgroep Patiënten- en Consumentenorganisaties (PCWP) en de Werkgroep Medische Beroepsbeoefenaren, alsook andere</STRING></STRING> relevante belanghebbenden;<STRING BOLD="on"> [Am. 287]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de procedures en criteria voor het opstellen en herzien van de in artikel 131 bedoelde lijst van de Unie van kritieke geneesmiddelen specificeren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de instrumenten, methoden en criteria voor de monitoring en rapportage zoals bedoeld in artikel 127, lid 6, punt a), en artikel 128, lid 1, punt a), specificeren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de methoden specificeren voor het doen en herzien van de in artikel 132, leden 1 en 3, bedoelde aanbevelingen van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen.</PARAG><PARAG>Het Bureau publiceert de onder b), c) en d) bedoelde informatie op een speciale webpagina op zijn webportaal.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Naar aanleiding van de verslagen en informatie die de lidstaten en de houders van een vergunning voor het in de handel brengen overeenkomstig artikel 127, leden 2 en 6, en artikel 128, lid 1, hebben verstrekt, kan het Bureau de relevante informatie opvragen bij:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de houder van de vergunning voor het in de handel brengen van het geneesmiddel, met inbegrip van het in artikel 117 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en artikel 119, lid 2, </STRING></STRING>bedoelde plan voor <STRING STRIKE="on">de voorkoming</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het voorkomen en opvangen</STRING></STRING> van tekorten;<STRING BOLD="on"> [Am. 288]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>andere entiteiten, waaronder andere houders van een vergunning voor het in de handel brengen, importeurs en fabrikanten van geneesmiddelen of werkzame stoffen en relevante leveranciers daarvan, groothandelaars, representatieve verenigingen van belanghebbenden of andere personen of rechtspersonen die gemachtigd of gerechtigd zijn geneesmiddelen aan het publiek te leveren.</PARAG><PARAG>Het Bureau rapporteert, in overleg met de in artikel 121, lid 1, punt c), bedoelde werkgroep, de in artikel 127, leden 2 en 6, en artikel 128, lid 1, bedoelde informatie aan de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Voor de toepassing van artikel 127, lid 6, punt e), en artikel 128, lid 1, punt e), beoordeelt het Bureau de gegrondheid van elk verzoek om vertrouwelijke behandeling en beschermt het informatie van commercieel vertrouwelijke aard tegen ongerechtvaardigde openbaarmaking.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Na de vaststelling van de lijst van de Unie van kritieke geneesmiddelen overeenkomstig artikel 131 kan het Bureau om aanvullende informatie verzoeken bij:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de houder van de vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>andere entiteiten, waaronder andere houders van een vergunning voor het in de handel brengen, importeurs en fabrikanten van geneesmiddelen of werkzame stoffen en relevante leveranciers daarvan, groothandelaars, representatieve verenigingen van belanghebbenden of andere personen of rechtspersonen die gemachtigd of gerechtigd zijn geneesmiddelen aan het publiek te leveren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Na de vaststelling van de lijst van de Unie van kritieke geneesmiddelen overeenkomstig artikel 131 <STRING STRIKE="on">brengt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beoordeelt</STRING></STRING> het Bureau<STRING STRIKE="on"> verslag uit aan de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen over</STRING> alle relevante informatie die het overeenkomstig artikel 133 van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen en de bevoegde autoriteit van de lidstaat heeft ontvangen overeenkomstig artikel 127, leden 7 en 8<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en brengt het hierover verslag uit aan de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 289]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Het Bureau maakt de in artikel 132, lid 1, bedoelde aanbevelingen van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen openbaar via het in artikel 104 bedoelde webportaal.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Na het verzoek van een lidstaat om het in artikel 132, lid 5, bedoelde vrijwillige solidariteitsmechanisme te gebruiken, verleent het Bureau bijstand aan de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen en kan het:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bevestigen dat aan de voorwaarden is voldaan om het vrijwillige solidariteitsmechanisme in werking te stellen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de leden van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen in kennis stellen van het feit dat het vrijwillige solidariteitsmechanisme in werking wordt gesteld;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de leden van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen verzoeken om binnen een specifieke termijn relevante informatie te verstrekken;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het verstrekkende land in contact brengen met de lidstaten die het kunnen ondersteunen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bijeenkomsten organiseren met de verstrekkende lidstaten, de schenkende partij en andere relevante betrokken partijen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verzoeken dat het EU-mechanisme voor civiele bescherming in werking wordt gesteld om de vrijwillige overdracht van geneesmiddelen te coördineren en logistiek te ondersteunen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 290]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 131</TI.ART><STI.ART>De lijst van de Unie van kritieke geneesmiddelen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Na de in artikel 130, lid 2, tweede alinea, en artikel 130, lid 5, bedoelde rapportage raadpleegt de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen de in artikel 121, lid 1, punt c), bedoelde werkgroep<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en de Werkgroep Patiënten- en Consumentenorganisaties (PCWP), de Werkgroep Medische Beroepsbeoefenaren en de Industry Standing Group (ISG)</STRING></STRING>. Op basis van deze raadpleging stelt de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen een lijst van de Unie voor van kritieke geneesmiddelen die overeenkomstig artikel 5 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] in een lidstaat in de handel mogen worden gebracht en waarvoor gecoördineerde actie op het niveau van de Unie nodig is (“de lijst van de Unie van kritieke geneesmiddelen”).<STRING BOLD="on"> [Am. 291]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt</STRING></STRING> zo nodig bijwerkingen van de lijst van de Unie van kritieke geneesmiddelen aan de Commissie <STRING STRIKE="on">voorstellen</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 292]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie stelt, rekening houdend met het voorstel van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen, de lijst van de Unie van kritieke geneesmiddelen vast en werkt deze bij door middel van een uitvoeringshandeling en deelt de vaststelling van de lijst en eventuele actualiseringen mee aan het Bureau en de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Na de vaststelling van de lijst van de Unie van kritieke geneesmiddelen overeenkomstig lid 3 maakt het Bureau deze lijst en eventuele bijwerkingen van deze lijst onmiddellijk bekend op zijn in artikel 104 bedoelde webportaal.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 132</TI.ART><STI.ART>Rol van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Na de vaststelling van de Unielijst van kritieke geneesmiddelen overeenkomstig artikel 131, lid 3, kan de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen, in overleg met het Bureau en de in artikel 121, lid 1, punt c), bedoelde werkgroep, overeenkomstig de in artikel 130, lid 1, punt d), bedoelde methoden aanbevelingen doen aan houders van een vergunning voor het in de handel brengen zoals omschreven in artikel 116, lid 1, de lidstaten, de Commissie of andere entiteiten over passende maatregelen voor de voorzieningszekerheid. Dergelijke maatregelen kunnen aanbevelingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">omvatten </STRING></STRING>inzake<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> productiecapaciteit, reorganisatie van productiecapaciteit,</STRING></STRING> diversificatie van leveranciers<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> voorraadbeheer<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het aanleggen van een minimale veiligheidsvoorraad en, indien nodig, de herverdeling van beschikbare voorraden onder de lidstaten in het kader van het vrijwillige solidariteitsmechanisme om in dringende behoeften te voorzien, alsmede prijsstellings- en inkoopmechanismen en -maatregelen en, waar nodig, het gebruik van flexibilisering van de regelgeving zonder de normen voor veiligheid en werkzaamheid te verlagen</STRING></STRING><STRING STRIKE="on"> omvatten</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 293]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen coördineert het vrijwillige solidariteitsmechanisme zodat de lidstaten tijdens kritieke tekorten om bijstand kunnen verzoeken bij het verwerven van voorraden voor een geneesmiddel. De stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen specificeert de procedures en criteria om het vrijwillige solidariteitsmechanisme in werking te stellen in overleg met de lidstaten, het Bureau en de Commissie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 294]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Na de actualisering van de lijst van de Unie van kritieke geneesmiddelen, beoordeelt de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen het plan voor de preventie van tekorten voor de geneesmiddelen die in de lijst zijn opgenomen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 295]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen wijzigt haar reglement van orde en het reglement van orde van de in artikel 121, lid 1, punt c), bedoelde werkgroep, overeenkomstig de in deze afdeling vastgestelde taken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Na het in artikel 130, lid 5, bedoelde verslag evalueert de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen haar aanbevelingen overeenkomstig de in artikel 130, lid 1, punt d), bedoelde methoden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen kan het Bureau verzoeken om nadere informatie op te vragen bij de lidstaten of bij de houder van een vergunning voor het in de handel brengen van het in de lijst van de Unie van kritieke geneesmiddelen opgenomen geneesmiddel zoals omschreven in artikel 116, lid 1, of bij andere relevante entiteiten zoals bedoeld in artikel 129.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 133</TI.ART><STI.ART>Verplichtingen van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen na de aanbevelingen van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen</STI.ART><PARAG>Naar aanleiding van de toevoeging van een geneesmiddel aan de lijst van de Unie van kritieke geneesmiddelen overeenkomstig artikel 131, lid 3, of van eventuele aanbevelingen overeenkomstig artikel 132, lid 1, zorgt de houder van een vergunning voor het in de handel brengen, zoals omschreven in artikel 116, lid 1, van een geneesmiddel dat op die lijst staat of waarop die aanbevelingen van toepassing zijn, ervoor:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>alle aanvullende informatie te verstrekken waarom het Bureau kan verzoeken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>aanvullende relevante informatie te verstrekken aan het Bureau;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>rekening te houden met de in artikel 132, lid 1, bedoelde aanbevelingen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>alle maatregelen na te leven die door de Commissie overeenkomstig artikel 134, lid 1, punt a), of door de lidstaat krachtens artikel 127, lid 7, punt e), genomen worden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het Bureau in kennis te stellen van alle genomen maatregelen en verslag uit te brengen over de resultaten van die maatregelen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 134</TI.ART><STI.ART>Rol van de Commissie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING STRIKE="on">Indien zij dit passend en noodzakelijk acht, kan </STRING>De Commissie:<STRING BOLD="on"> [Am. 296]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>-a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">neemt binnen het kader van haar bevoegdheden alle nodige maatregelen om kritieke tekorten aan geneesmiddelen op te vangen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 297]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>rekening houden met de aanbevelingen van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen en de relevante maatregelen uitvoeren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen in kennis stellen van de door de Commissie genomen maatregelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen verzoeken om informatie of een advies of verdere aanbevelingen zoals bedoeld in artikel 132, lid 1<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontwikkelt richtsnoeren om ervoor te zorgen dat nationale initiatieven voor de aanleg van voorraden in verhouding staan tot de behoeften en geen onbedoelde gevolgen hebben in andere lidstaten, zoals druk op de toelevering;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 298]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontwikkelt in het kader van Richtlijn 2014/24/EU richtsnoeren om praktijken met betrekking tot overheidsopdrachten op farmaceutisch gebied te ondersteunen, met name wat de toepassing van de criteria van de economisch voordeligste inschrijving betreft om corrigerende maatregelen in te voeren ten aanzien van aanbestedingen die louter op de prijs gebaseerd zijn en of waar sprake is van slechts één enkele opdrachtnemer.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 299]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie werkt samen met het ECDC aan betrouwbare prognoses van potentiële bedreigingen en potentiële tekorten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 300]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie is bevoegd om, </STRING></STRING>rekening houdend met de informatie of het advies zoals bedoeld in lid 1 of met de aanbevelingen van de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen, <STRING STRIKE="on">kan de Commissie besluiten een uitvoeringshandeling</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen</STRING></STRING> vast te stellen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> ter aanvulling van deze verordening,</STRING></STRING> om de voorzieningszekerheid te verbeteren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en daarbij de lidstaten toe te staan om wetgeving aan te nemen of te handhaven die een hoger niveau van bescherming biedt tegen geneesmiddelentekorten, met inachtneming van de in het kader van het vrijwillige solidariteitsmechanisme aangegane verbintenissen. De gedelegeerde handelingen kunnen</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">. De uitvoeringshandeling kan</STRING> aan houders van een vergunning voor het in de handel brengen, groothandelaars of andere relevante entiteiten eisen inzake voorraden van werkzame farmaceutische bestanddelen of afgewerkte doseringsvormen of andere relevante maatregelen opleggen die nodig zijn om de voorzieningszekerheid te verbeteren.<STRING BOLD="on"> [Am. 301]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>	<STRING STRIKE="on">De in lid 2 bedoelde uitvoeringshandeling wordt overeenkomstig de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.</STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 302]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK XI</TI><STI.GR>EUROPEES GENEESMIDDELENBUREAU</STI.GR><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Afdeling 1</TI><STI.GR>Taken van het Bureau</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 135</TI.ART><STI.ART>Instelling</STI.ART><PARAG>De activiteiten van het bij Verordening (EG) nr. 726/2004 ingestelde Europees Geneesmiddelenbureau (“het Bureau”) worden voortgezet overeenkomstig deze verordening.</PARAG><PARAG>Het Bureau is belast met de coördinatie van de bestaande wetenschappelijke middelen die de lidstaten tot zijn beschikking stellen voor de beoordeling van, het toezicht op en de bewaking van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en diergeneesmiddelen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 136</TI.ART><STI.ART>Juridische status</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau bezit rechtspersoonlijkheid.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In elk van de lidstaten geniet het Bureau de meest uitgebreide handelingsbevoegdheid die aan rechtspersonen krachtens de wetgeving in de betreffende lidstaat wordt verleend. Het kan in met name roerende en onroerende zaken verwerven of vervreemden, en in rechte optreden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau wordt vertegenwoordigd door een uitvoerend directeur.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 137</TI.ART><STI.ART>Zetel</STI.ART><PARAG>De zetel van het Bureau is gevestigd in Amsterdam, Nederland.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 138</TI.ART><STI.ART>Doelstellingen en taken van het Bureau</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau verstrekt de lidstaten en de instellingen van de Unie het best mogelijke wetenschappelijk advies over alle vraagstukken in verband met de beoordeling van de kwaliteit, de veiligheid<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> de werkzaamheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de milieurisico’s</STRING></STRING> van geneesmiddelen voor menselijk gebruik of diergeneesmiddelen, die overeenkomstig de rechtshandelingen van de Unie inzake geneesmiddelen voor menselijk gebruik of diergeneesmiddelen aan dit bureau worden voorgelegd.<STRING BOLD="on"> [Am. 303]</STRING></PARAG><PARAG>Het Bureau verricht, met name door middel van zijn comités<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en werkgroepen</STRING></STRING>, de volgende taken:<STRING BOLD="on"> [Am. 304]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>het coördineren van de wetenschappelijke beoordeling van de kwaliteit, de veiligheid<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> de werkzaamheid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de milieurisico’s</STRING></STRING> van de geneesmiddelen voor menselijk gebruik die aan de procedures van de Unie voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen zijn onderworpen;<STRING BOLD="on"> [Am. 305]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het ontwikkelen, na raadpleging van de relevante nationale autoriteiten en de nationale organen die belast zijn met prijsstelling en vergoeding in overeenstemming met artikel 162 van deze verordening en de bij artikel 3 van Verordening (EU) 2021/2282 opgerichte coördinatiegroep van de lidstaten inzake evaluatie van gezondheidstechnologie, van geharmoniseerde normen voor de opzet van wetenschappelijke studies voor houders van een vergunning voor het in de handel brengen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 306]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het coördineren van de wetenschappelijke beoordeling van de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik waarvoor de procedures van de Unie voor het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen gelden overeenkomstig Verordening (EU) 2019/6<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het verlenen van advies over methodologische aspecten van de proeven voor deze geneesmiddelen en het gebruik van de betrokken resultaten van de klinische proeven voor regelgevingsdoeleinden</STRING></STRING> en de uitvoering van andere taken die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2019/6 en Verordening (EG) nr. 470/2009;<STRING BOLD="on"> [Am. 307]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het op verzoek doorgeven en openbaar maken van beoordelingsrapporten, samenvattingen van productkenmerken, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">periodieke geactualiseerde veiligheidsverslagen, </STRING></STRING>etiketten<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> bijsluiters<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en indien van toepassing AMR-bewustmakingskaarten</STRING></STRING> voor deze geneesmiddelen voor menselijk gebruik;<STRING BOLD="on"> [Am. 308]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het coördineren van de controle op geneesmiddelen voor menselijk gebruik waarvoor in de Unie een vergunning is verleend, en het verstrekken van advies over de maatregelen die noodzakelijk zijn om een veilig en doeltreffend gebruik van die geneesmiddelen te waarborgen, met name door coördinatie van de beoordeling en uitvoering van de verplichtingen en systemen inzake geneesmiddelenbewaking en controle op deze uitvoering;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het zorgen voor het compileren en verspreiden van gegevens over de vermoedelijke bijwerkingen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik waarvoor in de Unie een vergunning is verleend, door middel van databanken die door alle lidstaten permanent kunnen worden geraadpleegd;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>het verlenen van bijstand aan de lidstaten bij het snel verstrekken van informatie inzake geneesmiddelenbewaking met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk gebruik aan gezondheidswerkers en het coördineren van de veiligheidsmededelingen door de bevoegde autoriteiten van de lidstaten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>het verspreiden onder de bevolking van passende informatie over vraagstukken inzake geneesmiddelenbewaking met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk gebruik, met name door het opzetten en onderhouden van een Europees webportaal voor geneesmiddelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>het coördineren, wat geneesmiddelen voor menselijk gebruik of diergeneesmiddelen betreft, van de controle op de inachtneming van de normen inzake goede productie-, laboratorium-, klinische en geneesmiddelenbewakingspraktijken en, wat geneesmiddelen voor menselijk gebruik betreft, van de controle op de nakoming van de verplichtingen betreffende de geneesmiddelenbewaking;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>het verzorgen van het secretariaat van het in artikel 54 bedoelde gemeenschappelijke auditprogramma;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>het op verzoek verlenen van wetenschappelijke en technische ondersteuning ter bevordering van de samenwerking tussen de Unie, haar lidstaten, internationale organisaties en derde landen met betrekking tot wetenschappelijke en technische vraagstukken in verband met de beoordeling en monitoring van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en diergeneesmiddelen, met name in het kader van de Internationale Raad voor de harmonisatie van de technische voorschriften voor de registratie van geneesmiddelen voor menselijk gebruik (ICH) en de Internationale Veterinaire Conferentie voor de harmonisatie (VICH);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>het coördineren, zoals bedoeld in artikel 53, van een gestructureerde samenwerking op het gebied van inspecties in derde landen tussen de lidstaten en het Europees Directoraat voor de kwaliteit van medicijnen en gezondheidszorg van de Raad van Europa, de Wereldgezondheidsorganisatie of betrouwbare internationale autoriteiten, door middel van internationale inspectieprogramma’s;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>l)</NO.P>het uitvoeren van inspecties bij de lidstaten om na te gaan of de beginselen van goede productiepraktijken, met inbegrip van de afgifte van GMP-certificaten, en van goede klinische praktijken worden nageleefd, op verzoek van de in artikel 50, lid 2, bedoelde toezichthoudende autoriteit wanneer extra capaciteit nodig is om inspecties in het belang van de Unie uit te voeren, onder meer in reactie op noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>m)</NO.P>het voeren van de administratie met betrekking tot vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik die werden verleend volgens de procedures van de Unie voor vergunningen voor het in de handel brengen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>n)</NO.P>het opzetten van een<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> gebruiksvriendelijk,</STRING></STRING> voor het grote publiek toegankelijke databank over geneesmiddelen voor menselijk gebruik en het waarborgen dat deze los van farmaceutische bedrijven wordt bijgewerkt en beheerd; met behulp van de databank moet kunnen worden gezocht naar informatie waarvoor reeds toestemming is verleend om deze op de bijsluiter te vermelden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en naar andere door het Bureau relevant geachte documenten</STRING></STRING>; de databank moet een sectie bevatten over geneesmiddelen voor menselijk gebruik die voor de behandeling van kinderen zijn toegelaten; de informatie voor het grote publiek moet op passende en begrijpelijke wijze worden geformuleerd;<STRING BOLD="on"> [Am. 309]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>o)</NO.P>het verlenen van bijstand aan de Unie en haar lidstaten bij het verstrekken van informatie aan gezondheidswerkers en aan de bevolking over door het Bureau beoordeelde geneesmiddelen voor menselijk gebruik en diergeneesmiddelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>p)</NO.P>het verstrekken van wetenschappelijk advies aan ondernemingen of, in voorkomend geval, entiteiten zonder winstoogmerk over de uitvoering van de verschillende tests en proeven die nodig zijn om de kwaliteit, veiligheid en werkzaamheid van geneesmiddelen voor menselijk gebruik aan te tonen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>q)</NO.P>het ondersteunen, door middel van beter wetenschappelijk advies en advies op regelgevingsgebied, van de ontwikkeling van geneesmiddelen die uit het oogpunt van de volksgezondheid van groot belang zijn, met inbegrip van het aanpakken van resistentie tegen antimicrobiële stoffen, en met name vanuit het oogpunt van therapeutische innovatie (prioritaire geneesmiddelen);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>r)</NO.P>het controleren of aan de voorwaarden die zijn opgelegd door de rechtshandelingen van de Unie betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik en diergeneesmiddelen en door de vergunningen voor het in de handel brengen is voldaan bij de parallelle distributie van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en diergeneesmiddelen waarvoor op grond van deze verordening of, voor zover van toepassing, Verordening (EU) 2019/6 een vergunning is verleend;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>s)</NO.P>het opstellen, op verzoek van de Commissie, van andere wetenschappelijke adviezen betreffende de beoordeling van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en diergeneesmiddelen of de grondstoffen die worden gebruikt bij de fabricage van geneesmiddelen voor menselijk gebruik;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>t)</NO.P>met het oog op de bescherming van de volksgezondheid, het verzamelen van wetenschappelijke informatie over ziekteverwekkers die als biologisch wapen kunnen worden ingezet, inclusief het voorhanden zijn van voorraden vaccins en andere beschikbare geneesmiddelen voor menselijk gebruik en andere beschikbare diergeneesmiddelen om de effecten van dergelijke verwekkers te voorkomen of te behandelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>u)</NO.P>het coördineren van het toezicht op de kwaliteit van in de handel gebrachte geneesmiddelen voor menselijk gebruik en diergeneesmiddelen door het Europees Directoraat voor de kwaliteit van medicijnen en gezondheidszorg dat samenwerkt met het officiële laboratorium voor geneesmiddelencontrole of door een daartoe door een lidstaat aangewezen laboratorium te laten onderzoeken of een geneesmiddel aan de opgegeven specificaties voldoet. Het Bureau en het Europees Directoraat voor de kwaliteit van medicijnen en gezondheidszorg sluiten een schriftelijk contract voor de verlening van diensten aan het Bureau uit hoofde van dit punt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>v)</NO.P>het jaarlijks toezenden aan de begrotingsautoriteit van geaggregeerde informatie over procedures voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en diergeneesmiddelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>w)</NO.P>het nemen van besluiten zoals bedoeld in artikel 6, lid 5, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG];</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>x)</NO.P>het bijdragen aan de gezamenlijke verslaglegging met de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) en het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding over de verkoop en het gebruik van antimicrobiële stoffen in de menselijke geneeskunde en de diergeneeskunde, alsmede over de situatie wat betreft resistentie tegen antimicrobiële stoffen in de Unie, op basis van bijdragen van de lidstaten, met inachtneming van de rapportagevereisten en de frequentie in artikel 57 van Verordening (EU) 2019/6. Die gezamenlijke verslaglegging vindt ten minste elke drie jaar plaats;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>y)</NO.P>het vaststellen van een besluit tot toekenning, weigering of overdracht van een aanwijzing als weesgeneesmiddel;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>z)</NO.P>het vaststellen van besluiten over plannen voor pediatrisch onderzoek, vrijstellingen en opschortingen met betrekking tot geneesmiddelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>za)</NO.P>het verstrekken van ondersteuning op regelgevingsgebied en wetenschappelijk advies voor de ontwikkeling van wees- en pediatrische geneesmiddelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>zb)</NO.P>het coördineren van de beoordeling en certificering van basiskwaliteitsdossiers voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en, indien nodig, het coördineren van de inspecties van fabrikanten die een certificaat voor een kwaliteitsbasisdossier aanvragen of bezitten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>zc)</NO.P>het opzetten van een mechanisme voor raadpleging van autoriteiten of instanties die een rol spelen gedurende de levenscyclus van geneesmiddelen voor menselijk gebruik, met het oog op de uitwisseling van informatie en het bundelen van kennis over algemene kwesties van wetenschappelijke of technische aard die verband houden met de taken van het Bureau<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met name met de SoHO-coördinatieraad, de Coördinatiegroep voor medische hulpmiddelen, de coördinatiegroep van de lidstaten inzake evaluatie van gezondheidstechnologie en de nationale autoriteiten die belast zijn met prijsstelling en vergoeding</STRING></STRING>;<STRING BOLD="on"> [Am. 310]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>zd)</NO.P>het ontwikkelen van coherente wetenschappelijke beoordelingsmethoden op de gebieden die tot zijn opdracht behoren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ze)</NO.P>het samenwerken met gedecentraliseerde EU-agentschappen en andere wetenschappelijke autoriteiten en organen die krachtens het recht van de Unie zijn opgericht, met name het Europees Agentschap voor chemische stoffen, de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding en het Europees Milieuagentschap wat betreft de wetenschappelijke beoordeling van relevante stoffen, de uitwisseling van gegevens en informatie en de ontwikkeling van coherente wetenschappelijke methoden, met inbegrip van de vervanging, vermindering of verfijning van dierproeven, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en waar mogelijk het geven van prioriteit aan vervangingsstrategieën, zoals niet-dierlijke in-vitro- en in-silicobenaderingen, </STRING></STRING>rekening houdend met de specifieke kenmerken van de beoordeling van geneesmiddelen;<STRING BOLD="on"> [Am. 311]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>zf)</NO.P>het coördineren van de monitoring en het beheer van kritieke tekorten aan geneesmiddelen die zijn opgenomen in de in artikel 123, lid 1, bedoelde lijst;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>zg)</NO.P>het coördineren van de identificatie en het beheer van de in artikel 131 bedoelde lijst van de Unie van kritieke geneesmiddelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>zh)</NO.P>het ondersteunen van de in artikel 121, lid 1, punt c), bedoelde werkgroep en de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen bij hun taken met betrekking tot kritieke tekorten en kritieke geneesmiddelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>zi)</NO.P>het verstrekken van ondersteuning op regelgevingsgebied en wetenschappelijk advies voor, en het vergemakkelijken van de ontwikkeling, validering en toepassing in de regelgeving van op een nieuwe aanpak gebaseerde methoden die een alternatief bieden voor het gebruik van proefdieren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>zj)</NO.P>het faciliteren van gezamenlijke niet-klinische onderzoeken tussen aanvragers en houders om onnodige duplicatie van tests waarbij levende dieren worden gebruikt, te voorkomen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>zk)</NO.P>het vergemakkelijken van het delen van gegevens van niet-klinische onderzoeken bij levende dieren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>zl)</NO.P>het opstellen van wetenschappelijke richtsnoeren om de toepassing van de in deze verordening en in [herziene Richtlijn 2001/83] vastgestelde definities te vergemakkelijken, en voor de milieurisicobeoordeling van geneesmiddelen voor menselijk gebruik, in overleg met de Commissie en de lidstaten<STRING STRIKE="on">.</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>zl bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in het geval dat wetenschappelijke richtsnoeren worden opgesteld, het waarborgen dat die richtsnoeren geactualiseerd en in overeenstemming zijn met de meest recente wetenschappelijke ontwikkelingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 312]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1, punt n), bedoelde databank bevat alle geneesmiddelen voor menselijk gebruik waarvoor in de Unie een vergunning is verleend, samen met de samenvattingen van de productkenmerken, de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Europese productbeoordelingsrapporten, de periodieke geactualiseerde veiligheidsverslagen, de documentatie over het ontvangen wetenschappelijke advies indien van toepassing, milieurisicobeoordelingsverslagen, de </STRING></STRING>bijsluiter<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> de informatie op het etiket<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de bewustmakingskaarten in het geval van antimicrobiële stoffen, verplichtingen met betrekking tot geneesmiddelen na het in de handel brengen ervan, plannen om tekorten te voorkomen en in voorkomend geval op te vangen, en informatie over de lidstaten waar het geneesmiddel in de handel is gebracht en andere door het Bureau relevant geachte documenten</STRING></STRING>. In voorkomend geval bevat zij de elektronische links naar de speciale webpagina’s waarop de houders van een vergunning voor het in de handel brengen de informatie hebben gerapporteerd overeenkomstig artikel 40, lid 4, punt b), en artikel 57 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].<STRING BOLD="on"> [Am. 313]</STRING></PARAG><PARAG>Met het oog op de databank wordt door het Bureau een lijst opgesteld en bijgehouden van alle geneesmiddelen voor menselijk gebruik waarvoor in de Unie een vergunning is verleend. Daartoe:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>maakt het Bureau een formaat bekend voor de elektronische indiening van informatie over geneesmiddelen voor menselijk gebruik;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>dienen houders van vergunningen voor het in de handel brengen elektronisch bij het Bureau informatie in over alle in de Unie toegelaten geneesmiddelen voor menselijk gebruik en stellen zij het Bureau in kennis van alle nieuwe of gewijzigde vergunningen voor het in de handel brengen die in de Unie zijn verleend, in het in punt a) bedoelde formaat<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">.</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dienen houders van een vergunning voor het in de handel brengen elektronisch bij het Bureau informatie in over de lidstaten waar de in de Unie toegelaten geneesmiddelen voor menselijk gebruik in de handel zijn gebracht.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 314]</STRING></PARAG><PARAG><STRING STRIKE="on">In voorkomend geval</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Indien van toepassing</STRING></STRING> bevat de databank tevens verwijzingen naar gegevens over lopende of reeds afgeronde klinische proeven die zijn opgenomen in de databank voor klinische proeven zoals bedoeld in artikel 81 van Verordening (EU) nr. 536/2014.<STRING BOLD="on"> [Am. 315]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 139</TI.ART><STI.ART>Samenhang van wetenschappelijke adviezen met andere organen van de Unie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau neemt de nodige en passende maatregelen om in een vroeg stadium elke mogelijke bron van discrepantie tussen zijn wetenschappelijke adviezen en de wetenschappelijke adviezen van andere organen en agentschappen van de Unie die soortgelijke taken uitvoeren met betrekking tot kwesties van gemeenschappelijk belang, te monitoren en vast te stellen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Indien het Bureau een mogelijke bron van verschillen constateert, neemt zij contact op met de betrokken instantie of het betrokken agentschap om ervoor te zorgen dat alle relevante wetenschappelijke en technische informatie onderling wordt uitgewisseld en om mogelijke geschilpunten op wetenschappelijk of technisch vlak te onderkennen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer aanzienlijke verschillen ten aanzien van wetenschappelijke of technische kwesties worden vastgesteld en het betrokken orgaan een agentschap van de Unie of een wetenschappelijk comité is, werken het Bureau en het betrokken orgaan samen om de meningsverschillen op te lossen en stellen zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie kan het Bureau verzoeken specifiek het gebruik van de betrokken stof in geneesmiddelen te beoordelen. Het Bureau maakt zijn beoordeling openbaar, met duidelijke opgave van de redenen voor zijn specifieke wetenschappelijke conclusies.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Om de samenhang tussen wetenschappelijke adviezen mogelijk te maken en dubbele tests te voorkomen, treft het Bureau regelingen met andere krachtens het recht van de Unie opgerichte organen of agentschappen voor samenwerking op het gebied van wetenschappelijke beoordelingen en methodologieën. Het Bureau treft ook regelingen voor de uitwisseling van gegevens en informatie over relevante stoffen met de Commissie, de autoriteiten van de lidstaten en andere agentschappen van de Unie, met name voor milieurisicobeoordelingen, niet-klinische onderzoeken en maximumwaarden voor residuen.</PARAG><PARAG>Deze regelingen hebben tot doel ervoor te zorgen dat de uitwisseling van gegevens en informatie in elektronische formaten beschikbaar wordt gesteld en beschermen de commercieel vertrouwelijke aard van de uitgewisselde informatie, en laten de bepalingen inzake wettelijke bescherming onverlet.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 140</TI.ART><STI.ART>Wetenschappelijke adviezen in het kader van internationale samenwerking</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau kan, met name in het kader van de samenwerking met de Wereldgezondheidsorganisatie, wetenschappelijk advies uitbrengen teneinde bepaalde geneesmiddelen voor menselijk gebruik te beoordelen die bedoeld zijn om buiten de Unie in de handel te worden gebracht. Daartoe wordt een aanvraag bij het Bureau ingediend overeenkomstig de bepalingen van artikel 6. Een dergelijke aanvraag kan samen met een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen of elke latere wijziging voor de EU worden ingediend en beoordeeld. Het Bureau kan, na raadpleging van de Wereldgezondheidsorganisatie en, in voorkomend geval, van andere relevante organisaties, overeenkomstig de artikelen 6, 10 en 12 een wetenschappelijk advies opstellen. In dat geval zijn de bepalingen van artikel 13 niet van toepassing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau stelt specifieke procedurevoorschriften vast voor de toepassing van lid 1, alsook voor het uitbrengen van wetenschappelijk advies.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 141</TI.ART><STI.ART>Internationale samenwerking op regelgevingsgebied</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor zover noodzakelijk voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening en onverminderd de respectieve bevoegdheden van de lidstaten en de instellingen van de Unie, kan het Bureau samenwerken met de bevoegde autoriteiten van derde landen en/of met internationale organisaties.</PARAG><PARAG>Daartoe kan het Bureau, onder voorbehoud van voorafgaande goedkeuring door de Commissie, werkregelingen treffen met de autoriteiten van derde landen en met internationale organisaties ten aanzien van:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de uitwisseling van informatie, met inbegrip van niet-openbare informatie, in voorkomend geval samen met de Commissie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>het delen van wetenschappelijke middelen en deskundigheid, met het oog op het vergemakkelijken van de samenwerking, met behoud van een onafhankelijke beoordeling in volledige overeenstemming met de bepalingen van deze verordening en [herziene Richtlijn 2001/83/EG] en onder voorwaarden die vooraf door de raad van beheer in overleg met de Commissie zijn vastgesteld;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>de deelname van waarnemers aan bepaalde werkzaamheden van het Bureau onder voorwaarden die tevoren door de raad van beheer in overleg met de Commissie zijn bepaald.</PARAG><PARAG>Deze regelingen scheppen geen wettelijke verplichtingen voor de Unie en haar lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau zorgt ervoor dat het niet wordt geacht het standpunt van de Unie tegenover een extern publiek te vertegenwoordigen of de Unie tot internationale samenwerking te verbinden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Commissie kan, met instemming van de raad van beheer en het betreffende comité, vertegenwoordigers van internationale organisaties die belang hebben bij de harmonisatie van de technische voorschriften die gelden voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en diergeneesmiddelen uitnodigen om als waarnemers deel te nemen aan de werkzaamheden van het Bureau. De voorwaarden voor deelname worden van tevoren door de Commissie bepaald.</PARAG></ARTICLE></GR.ART></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Afdeling 2</TI><STI.GR>Structuur en werking</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 142</TI.ART><STI.ART>Administratieve en beheersstructuur</STI.ART><PARAG>Het Bureau bestaat uit:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een raad van beheer, die de in de artikelen 143, 144 en 154 genoemde taken vervult;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een uitvoerend directeur, die de in artikel 145 vermelde taken vervult;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>een plaatsvervangend uitvoerend directeur, die verantwoordelijk is voor de in artikel 145, lid 7, genoemde taken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>het Comité voor diergeneesmiddelen dat is opgericht uit hoofde van artikel 139, lid 1, van Verordening (EU) 2019/6;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>de werkgroep kruidengeneesmiddelen die is opgezet uit hoofde van artikel 141 van Verordening (EU) 2001/83;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>de taskforce voor noodsituaties die is opgericht uit hoofde van artikel 15 van Verordening (EU) 2022/123;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen die is opgericht uit hoofde van artikel 3 van Verordening (EU) 2022/123;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>de stuurgroep tekorten aan medische hulpmiddelen die is opgericht uit hoofde van artikel 21 van Verordening (EU) 2022/123;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>de inspectiewerkgroep;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>l)</NO.P>een secretariaat, dat alle organen van het Bureau op technisch, wetenschappelijk en administratief gebied ondersteunt en zorgt voor de nodige coördinatie van hun werkzaamheden en dat de in artikel 37 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] bedoelde coördinatiegroep op technisch en administratief gebied ondersteunt en zorgt voor de nodige coördinatie van de werkzaamheden van de coördinatiegroep en de comités. Het secretariaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zorgt ook voor de uitvoering van alle verbintenissen inzake transparantie en </STRING></STRING>verricht<STRING STRIKE="on"> ook</STRING> de werkzaamheden die van het Bureau worden gevraagd in het kader van de procedures voor de beoordeling en de voorbereiding van besluiten inzake plannen voor pediatrisch onderzoek, vrijstellingen, opschortingen of aanwijzingen als weesgeneesmiddel.<STRING BOLD="on"> [Am. 316]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 143</TI.ART><STI.ART>Raad van beheer</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De raad van beheer bestaat uit één vertegenwoordiger van elke lidstaat, twee vertegenwoordigers van de Commissie, alsook twee vertegenwoordigers van het Europees Parlement, die allen stemrecht hebben.</PARAG><PARAG>Bovendien worden door de Raad in overleg met het Europees Parlement twee vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties, een vertegenwoordiger van artsenorganisaties<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, een vertegenwoordiger van apothekersorganisaties</STRING></STRING> en een vertegenwoordiger van organisaties van dierenartsen, die allen stemrecht hebben, benoemd op basis van een door de Commissie opgestelde lijst welke een wezenlijk groter aantal kandidaten bevat dan het aantal te benoemen leden. De door de Commissie opgestelde lijst wordt, vergezeld van de relevante documentatie, aan het Europees Parlement toegezonden. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk drie maanden na die mededeling, kan het Europees Parlement zijn standpunten met het oog op overweging door de Raad kenbaar maken, waarna de Raad overgaat tot benoeming van deze vertegenwoordigers in de raad van beheer.<STRING BOLD="on"> [Am. 317]</STRING></PARAG><PARAG>De benoeming van de leden van de raad van beheer geschiedt zodanig dat de hoogste graad van bekwaamheid, een uitgebreide relevante deskundigheid en een zo breed mogelijke geografische spreiding in de Europese Unie verzekerd zijn.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De leden van de raad van beheer en hun plaatsvervangers worden aangesteld op basis van hun kennis, bewezen ervaring en inzet op het gebied van geneesmiddelen voor menselijk of diergeneeskundig gebruik, rekening houdende met relevante deskundigheid op het gebied van beheer, administratie en begroting, die moeten worden gebruikt ter verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening.</PARAG><PARAG>Alle partijen in de raad van beheer trachten het verloop van hun vertegenwoordigers te beperken teneinde de continuïteit van de werkzaamheden van de raad van beheer te verzekeren. Alle partijen streven naar een <STRING STRIKE="on">evenwichtige</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">genderevenwichtige</STRING></STRING> vertegenwoordiging<STRING STRIKE="on"> van mannen en vrouwen</STRING> in de raad van beheer.<STRING BOLD="on"> [Am. 318]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten en de Commissie benoemen hun leden in de raad van beheer alsmede een plaatsvervanger die het lid bij zijn of haar afwezigheid vervangt en in zijn of haar plaats stemt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De ambtstermijn van de leden en hun plaatsvervangers bedraagt vier jaar. Deze termijn kan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">daaropvolgend eenmaal </STRING></STRING>worden verlengd.<STRING BOLD="on"> [Am. 319]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vertegenwoordigers van patiëntenorganisaties die als lid of plaatsvervangend lid zitting hebben in wetenschappelijke comités, komen in aanmerking voor vergoeding van de kosten die zij maken bij de uitoefening van hun taken als vertegenwoordiger; deze kosten worden uit de begroting van het Bureau gefinancierd overeenkomstig de voor het Bureau geldende financiële regelingen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 320]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De raad van beheer kiest uit zijn leden een voorzitter en een vicevoorzitter.</PARAG><PARAG>De voorzitter en vicevoorzitter worden door de stemgerechtigde leden van de raad van beheer met een tweederdemeerderheid gekozen.</PARAG><PARAG>De vicevoorzitter vervangt ambtshalve de voorzitter wanneer deze niet in staat is zijn of haar taken te verrichten.</PARAG><PARAG>De ambtstermijn van de voorzitter en vicevoorzitter bedraagt vier jaar. Deze ambtstermijn kan eenmaal worden verlengd. Indien hun lidmaatschap van de raad van beheer echter tijdens hun ambtstermijn afloopt, loopt hun ambtstermijn automatisch op diezelfde datum af.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Onverminderd lid 5 en artikel 144, punten e) en g), neemt de raad van beheer besluiten bij absolute meerderheid van zijn stemgerechtigde leden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De raad van beheer stelt zijn reglement van orde vast.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De raad van beheer kan de voorzitters van de wetenschappelijke comités uitnodigen zijn vergaderingen bij te wonen. Zij hebben echter geen stemrecht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>De raad van beheer kan eenieder van wie het advies van belang kan zijn, uitnodigen om als waarnemer de vergaderingen bij te wonen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>De raad van beheer keurt het jaarlijkse werkprogramma van het Bureau goed en stuurt het naar het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11.</NO.P>De raad van beheer neemt het jaarverslag over de werkzaamheden van het Bureau aan en stuurt het vóór 15 juni naar het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Europees Economisch en Sociaal Comité, de Rekenkamer en de lidstaten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 144</TI.ART><STI.ART>Taken van de raad van beheer</STI.ART><PARAG>De raad van beheer:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>zorgt voor de algemene aansturing van de activiteiten van het Bureau;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>brengt advies uit over het reglement van orde van respectievelijk het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (artikel 148) en het Comité voor diergeneesmiddelen (artikel 139 van Verordening (EU) 2019/6);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>stelt procedures vast voor de verrichting van wetenschappelijke diensten met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk gebruik (artikel 152);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>benoemt de uitvoerend directeur en, indien van toepassing, verlengt zijn of haar ambtstermijn of ontheft hem of haar uit zijn of haar functie overeenkomstig artikel 145;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>stelt jaarlijks het ontwerp van het enkelvoudig programmeringsdocument van het Bureau vast voordat het ter advies aan de Commissie wordt voorgelegd, alsook het enkelvoudig programmeringsdocument van het Bureau, met een tweederdemeerderheid van de stemgerechtigde leden en overeenkomstig artikel 154;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>beoordeelt het geconsolideerd jaarlijkse activiteitenverslag van het Bureau, keurt dit goed en zendt het jaarlijks vóór 1 juli toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer. Het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag wordt openbaar gemaakt;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>stelt de jaarbegroting van het Bureau vast met een meerderheid van twee derde van zijn stemgerechtigde leden en in overeenstemming met artikel 154;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>stelt overeenkomstig artikel 155 de financiële regels vast die van toepassing zijn op het Bureau;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>oefent met betrekking tot het personeel van het Bureau de bevoegdheden uit die bij Verordening nr. 31 van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap, en Verordening nr. 11 van de Raad van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (“Statuut” en “Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden”)<FOOTNOTE><FIELD>Verordening nr. 31 (EEG), 11 (EGA), van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap en de Raad van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, tot vaststelling van het Statuut van de ambtenaren en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (PB 45 van 14.6.1962, blz. 1385).</FIELD></FOOTNOTE> zijn toegekend aan het tot aanstelling bevoegde gezag en aan het tot het sluiten van arbeidsovereenkomsten bevoegde gezag (“bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag”);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>stelt bepalingen vast ter uitvoering van het Statuut van de ambtenaren en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden overeenkomstig artikel 110 van het Statuut van de ambtenaren;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>onderhoudt contacten met de belanghebbenden en bepaalt de voorwaarden hiervoor, zoals vermeld in artikel 163;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>l)</NO.P>stelt een fraudebestrijdingsstrategie vast die evenredig is met de frauderisico’s en houdt daarbij rekening met de kosten en baten van de uit te voeren maatregelen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>m)</NO.P>zorgt voor een passende opvolging van bevindingen en aanbevelingen naar aanleiding van de interne en externe auditverslagen en evaluaties, alsook naar aanleiding van de onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM);</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>n)</NO.P>stelt regels vast om ervoor te zorgen dat informatie betreffende het verlenen van vergunningen voor en betreffende het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk gebruik, ter beschikking van het publiek staat, zoals vermeld in artikel 166;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>o)</NO.P>stelt een strategie vast voor efficiëntiewinst en synergiën;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>p)</NO.P>stelt een strategie vast voor samenwerking met derde landen of internationale organisaties;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>q)</NO.P>stelt een strategie vast voor het organisatorisch beheer en de internecontrolesystemen.</PARAG><PARAG>De raad van beheer neemt overeenkomstig artikel 110 van het Statuut een besluit dat is gebaseerd op artikel 2, lid 1, van het Statuut en artikel 6 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, waarin hij de nodige bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag delegeert aan de uitvoerend directeur en de voorwaarden vastlegt voor de schorsing van deze gedelegeerde bevoegdheden. De uitvoerend directeur kan deze bevoegdheden op zijn beurt verder delegeren.</PARAG><PARAG>Wanneer uitzonderlijke omstandigheden dat vereisen, kan de raad van beheer door middel van een besluit de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag aan de uitvoerend directeur en de bevoegdheden die deze laatste op zijn beurt verder heeft gedelegeerd, tijdelijk schorsen en deze bevoegdheden zelf uitoefenen of delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid dan de uitvoerend directeur.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 145</TI.ART><STI.ART>Uitvoerend directeur</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De uitvoerend directeur wordt in dienst genomen als tijdelijke functionaris van het Bureau op grond van artikel 2, punt a), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De uitvoerend directeur wordt na een open en transparante selectieprocedure door de raad van beheer benoemd uit een lijst van door de Commissie voorgestelde kandidaten.</PARAG><PARAG>Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de uitvoerend directeur wordt het Bureau vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van beheer.</PARAG><PARAG>Voordat hij wordt benoemd, wordt de door de raad van beheer voorgedragen kandidaat onmiddellijk verzocht voor het Europees Parlement een verklaring af te leggen en alle vragen van de parlementsleden te beantwoorden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De ambtstermijn van de uitvoerend directeur is vijf jaar. Aan het einde van die periode voert de Commissie een beoordeling uit waarbij rekening wordt gehouden met de evaluatie van de door de uitvoerend directeur bereikte resultaten en de toekomstige taken en uitdagingen van het Bureau.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Op grond van een voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de in lid 3 bedoelde beoordeling, kan de raad van beheer de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen met ten hoogste vijf jaar.</PARAG><PARAG>Een uitvoerend directeur van wie de ambtstermijn is verlengd, mag na afloop van de volledige termijn niet deelnemen aan een andere selectieprocedure voor hetzelfde ambt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De uitvoerend directeur kan uitsluitend uit zijn of haar ambt worden ontzet bij besluit van de raad van beheer op voorstel van de Commissie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De raad van beheer neemt de besluiten over de benoeming van de uitvoerend directeur, de verlenging van zijn of haar ambtstermijn en de ontzetting uit zijn of haar ambt met een tweederdemeerderheid van zijn stemgerechtigde leden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De uitvoerend directeur wordt bijgestaan door een plaatsvervangend uitvoerend directeur. Indien de uitvoerend directeur afwezig of verhinderd is, neemt de plaatsvervangend uitvoerend directeur zijn of haar plaats in.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De uitvoerend directeur beheert het Bureau. De uitvoerend directeur legt verantwoording af aan de raad van beheer. Onverminderd de bevoegdheden van de Commissie en van de raad van beheer, voert de uitvoerend directeur zijn of haar taken op onafhankelijke wijze uit zonder instructies te vragen aan of te ontvangen van regeringen of andere organen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>De uitvoerend directeur brengt desgevraagd verslag uit over de uitoefening van zijn of haar taken aan het Europees Parlement. De Raad kan de uitvoerend directeur verzoeken verslag uit te brengen over de uitoefening van deze taken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>De uitvoerend directeur treedt op als wettelijke vertegenwoordiger van het Bureau. De uitvoerend directeur is verantwoordelijk voor:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de dagelijkse leiding van het Bureau;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de uitvoering van de besluiten van de raad van beheer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het zorg dragen voor het beheer van alle middelen van het Bureau die nodig zijn voor het uitvoeren van de werkzaamheden van de in artikel 142 bedoelde comités, met inbegrip van het verschaffen van de nodige wetenschappelijke en technische bijstand aan die comités en het verschaffen van de nodige technische bijstand aan de coördinatiegroep;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de naleving van de in rechtshandelingen van de Unie vastgelegde termijnen voor het uitbrengen van adviezen door het Bureau;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het zorgen voor passende coördinatie tussen de in artikel 142 bedoelde comités en, indien nodig, tussen die comités en de coördinatiegroep of andere werkgroepen van het Bureau;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>de opstelling van de ontwerpstaten van geraamde ontvangsten en uitgaven van het Bureau en de uitvoering van de begroting van het Bureau;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>de opstelling van het ontwerp van het enkelvoudig programmeringsdocument en de indiening ervan bij de raad van beheer na raadpleging van de Commissie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>h)</NO.P>de uitvoering van het enkelvoudig programmeringsdocument en de verslaglegging over de uitvoering ervan aan de raad van beheer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>het voorbereiden van het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag van het Bureau over de activiteiten van het Bureau en het ter beoordeling en goedkeuring ervan indienen bij de raad van beheer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>j)</NO.P>alle personeelszaken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>k)</NO.P>het verzorgen van het secretariaat van de raad van beheer;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>l)</NO.P>het beschermen van de financiële belangen van de Unie, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van het OLAF en het EOM, door toepassing van maatregelen ter voorkoming van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door middel van doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden vastgesteld, door terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen en, waar nodig, het opleggen van doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve en financiële sancties;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>m)</NO.P>de verslaglegging, op basis van door de raad van beheer overeengekomen kernprestatie-indicatoren, over de door het Bureau in het kader van de uitvoering van wetgeving ontwikkelde IT-infrastructuur, ten aanzien van timing, naleving van de begroting en kwaliteit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11.</NO.P>Elk jaar legt de uitvoerend directeur aan de raad van beheer ter goedkeuring een ontwerpverslag over de werkzaamheden van het Bureau in het voorgaande jaar en een ontwerpprogramma van de werkzaamheden voor het volgende jaar voor, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de werkzaamheden van het Bureau betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, kruidengeneesmiddelen en diergeneesmiddelen.</PARAG><PARAG>Het ontwerpverslag over de werkzaamheden van het Bureau in het voorgaande jaar bevat gegevens over het aantal aanvragen dat door het Bureau is beoordeeld, de met die beoordeling gemoeide tijd, en de geneesmiddelen voor menselijk gebruik en de diergeneesmiddelen waarvoor een vergunning werd verleend, geweigerd of ingetrokken.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 146</TI.ART><STI.ART>Wetenschappelijke comités – Algemene bepalingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De wetenschappelijke comités hebben elk op hun eigen bevoegdheidsgebied tot taak de wetenschappelijke adviezen of aanbevelingen van het Bureau uit te brengen en kunnen zo nodig openbare hoorzittingen organiseren.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De samenstelling van de wetenschappelijke comités wordt openbaar gemaakt. Bij de bekendmaking van benoemingen worden de beroepskwalificaties van elk lid vermeld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De uitvoerend directeur van het Bureau of zijn of haar vertegenwoordiger en de vertegenwoordigers van de Commissie zijn gerechtigd alle vergaderingen van de wetenschappelijke comités zoals bedoeld in artikel 142, de werkgroepen en de wetenschappelijke adviesgroepen, alsmede alle andere door het Bureau of zijn wetenschappelijke comités bijeengeroepen vergaderingen bij te wonen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De door de lidstaten benoemde leden van de wetenschappelijke comités en deskundigen die verantwoordelijk zijn voor de beoordeling van geneesmiddelen, vertrouwen op de wetenschappelijke beoordeling en de middelen waarover de voor de vergunningen voor het in de handel brengen verantwoordelijke nationale bevoegde autoriteiten beschikken, alsmede op door de lidstaten voorgestelde of door het Bureau geselecteerde externe deskundigen. Elke nationale bevoegde autoriteit ziet toe op het wetenschappelijk niveau en de onafhankelijkheid van de beoordelingen en vergemakkelijkt de werkzaamheden van de benoemde leden van de comités en de deskundigen. De lidstaten geven die leden en deskundigen geen instructies die onverenigbaar zijn met hun taken en met de taken en verantwoordelijkheden van het Bureau.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De leden van de wetenschappelijke comités kunnen zich laten vergezellen door deskundigen met een bijzondere wetenschappelijke of technische bekwaamheid.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Bij de opstelling van adviezen of aanbevelingen stellen de wetenschappelijke comités alles in het werk om een wetenschappelijke consensus te bereiken. Indien een dergelijke consensus niet kan worden bereikt, wordt het advies gevormd door het standpunt van de meerderheid van de leden en de daarvan afwijkende standpunten met hun motivering.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik kan, indien het dit passend acht, advies inwinnen met betrekking tot belangrijke vraagstukken van algemene wetenschappelijke of ethische aard.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De wetenschappelijke comités en overeenkomstig dit artikel ingestelde werkgroepen en wetenschappelijke adviesgroepen leggen voor aangelegenheden van algemene aard contact met partijen die betrokken zijn bij het gebruik van geneesmiddelen voor menselijk gebruik om hun advies in te winnen, in het bijzonder met patiënten- en consumentenorganisaties<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder pediatrische vertegenwoordigers,</STRING></STRING> en verenigingen van gezondheidswerkers. Daartoe worden door het Bureau werkgroepen van patiënten- en consumentenorganisaties en verenigingen van gezondheidswerkers opgericht. Zij zorgen voor een eerlijke vertegenwoordiging van gezondheidswerkers, patiënten en consumenten en bestrijken een breed scala aan ervaringen en ziekten, waaronder wees-, pediatrische en geriatrische ziekten en geneesmiddelen voor geavanceerde therapie, en een breed geografisch bereik.<STRING BOLD="on"> [Am. 321]</STRING></PARAG><PARAG>Door de wetenschappelijke comités aangestelde rapporteurs kunnen contact leggen met vertegenwoordigers van patiëntenverenigingen en verenigingen van gezondheidswerkers die betrokken zijn bij de therapeutische indicatie van het geneesmiddel voor menselijk gebruik, om hun advies in te winnen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik werkt overeenkomstig Verordening (EU) 2019/6 en de leden 1, 2 en 3.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 147</TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onafhankelijkheid en </STRING></STRING>belangenconflicten<STRING BOLD="on"> [Am. 322]</STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De leden van de raad van beheer, de leden van de comités, de rapporteurs en de deskundigen mogen geen financiële of andere belangen in de farmaceutische industrie hebben waardoor hun onpartijdigheid in het gedrang kan komen. Zij verbinden zich ertoe in dienst van het algemeen belang en in een geest van onafhankelijkheid te handelen, en leggen jaarlijks een verklaring af over hun financiële belangen. Alle indirecte belangen die met de farmaceutische industrie verband kunnen houden, worden aangetekend in een register dat door het Bureau wordt bijgehouden en door het publiek op verzoek kan worden geraadpleegd in de kantoren van het Bureau.</PARAG><PARAG>De gedragscode van het Bureau bepaalt hoe dit artikel wordt toegepast<STRING STRIKE="on">, met name wat de aanvaarding van giften betreft</STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 323]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De leden van de raad van beheer, de leden van de comités, de rapporteurs en de deskundigen die aan de vergaderingen of werkgroepen van het Bureau deelnemen, doen op elke vergadering mededeling van de bijzondere belangen die zouden kunnen worden geacht afbreuk te doen aan hun onafhankelijkheid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of onpartijdigheid </STRING></STRING>ten aanzien van de agendapunten. Deze mededelingen zijn voor het publiek toegankelijk.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Indien het Bureau besluit dat een bekendgemaakt belang voor een vertegenwoordiger een belangenconflict vormt, neemt die vertegenwoordiger niet deel aan besprekingen of aan de besluitvorming, noch krijgt hij informatie over het betrokken agendapunt. Deze bekendmakingen van vertegenwoordigers en het besluit van de Commissie worden in de notulen van de vergadering opgenomen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 324]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De uitvoerend directeur blijft na uitdiensttreding verplicht zich met betrekking tot de aanvaarding van bepaalde functies of gunsten integer en discreet op te stellen en indien hij voornemens is een al dan niet bezoldigde beroepswerkzaamheid uit te oefenen, stelt hij de raad van bestuur daarvan binnen twee jaar na beëindiging van de dienst ter goedkeuring in kennis. De raad van beheer verbiedt het hen in beginsel tijdens de twaalf maanden na hun uitdiensttreding bij het personeel van de instellingen, organen en instanties van de Unie te lobbyen voor of de belangen te behartigen van hun bedrijf, klanten of werkgevers inzake aangelegenheden waarvoor zij gedurende de voorgaande drie jaar in dienst verantwoordelijk waren.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 325]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 ter.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Patiënten, klinische deskundigen en andere relevante deskundigen maken financiële en andere belangen bekend die relevant zijn voor de gezamenlijke werkzaamheden waaraan zij zullen deelnemen. Deze bekendmakingen en de naar aanleiding daarvan genomen maatregelen worden opgenomen in de notulen van de vergadering en in de slotdocumenten van de desbetreffende gezamenlijke werkzaamheden.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 326]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2 quater.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Bureau stelt het reglement van orde, de agenda’s, de notulen en de leden van de raad van beheer, de comités, de werkgroepen en de adviescomités beschikbaar op zijn website.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 327]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 148</TI.ART><STI.ART>Activiteiten van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik wordt belast met het uitbrengen van het advies van het Bureau over elk vraagstuk inzake de ontvankelijkheid van de volgens de gecentraliseerde procedure ingediende dossiers, de verlening, de wijzigingen, de schorsing of de intrekking van een vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel voor menselijk gebruik, overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk, alsmede de geneesmiddelenbewaking. Voor zijn taken op het gebied van de geneesmiddelenbewaking waaronder de goedkeuring van risicomanagementsystemen en toezicht op de doeltreffendheid daarvan, zoals in deze verordening is voorzien, baseert het comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik zich op de wetenschappelijke beoordelingen en aanbevelingen van het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking als bedoeld in artikel 142, punt e).</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Naast het verstrekken van objectief wetenschappelijk advies aan de Unie en de lidstaten over de vraagstukken die hun worden voorgelegd, zorgen de leden van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik voor de nodige coördinatie tussen de taken van het Bureau en de werkzaamheden van de bevoegde nationale instanties, met inbegrip van de adviesorganen die betrokken zijn bij het verlenen van vergunningen voor het in de handel brengen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik bestaat uit:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>één lid en één plaatsvervanger die door elke lidstaat worden benoemd, overeenkomstig lid 6;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>vier leden en één plaatsvervanger benoemd door de Commissie op basis van een openbare oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, na raadpleging van het Europees Parlement, ter vertegenwoordiging van gezondheidswerkers;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>vier leden en vier plaatsvervangers benoemd door de Commissie op basis van een openbare oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, na raadpleging van het Europees Parlement, ter vertegenwoordiging van patiëntenorganisaties.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik kan bij coöptatie maximaal vijf extra leden benoemen die op grond van hun specifieke wetenschappelijke bekwaamheden worden gekozen. Die leden worden benoemd voor drie jaar, welke termijn kan worden verlengd. Zij hebben geen plaatsvervangers.</PARAG><PARAG>Met het oog op de coöptatie van die leden bepaalt het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik de specifieke aanvullende wetenschappelijke bekwaamheden van het extra lid of de extra leden. De gecoöpteerde leden worden gekozen uit deskundigen die door de lidstaten of het Bureau zijn voorgedragen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De plaatsvervangers vertegenwoordigen de leden en stemmen in hun plaats bij hun afwezigheid, en kunnen worden aangesteld om overeenkomstig artikel 152 op te treden als rapporteur.</PARAG><PARAG>De leden en plaatsvervangers worden gekozen op grond van hun werkzaamheden en hun ervaring op het gebied van de beoordeling van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en vertegenwoordigen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>De leden en plaatsvervangende leden van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik worden benoemd op basis van hun relevante deskundigheid op het gebied van de beoordeling van geneesmiddelen die betrekking moet hebben op alle soorten geneesmiddelen die onder [herziene Richtlijn 2001/83/EG] en deze verordening vallen, waaronder geneesmiddelen voor zeldzame en pediatrische ziekten, geneesmiddelen voor geavanceerde therapie, biologische en biotechnologische producten, teneinde de hoogste niveaus van specialistische kwalificaties en een breed spectrum van relevante deskundigheid te waarborgen. De lidstaten werken samen om ervoor te zorgen dat de definitieve samenstelling van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik een passende en evenwichtige dekking biedt van alle wetenschappelijke gebieden die relevant zijn voor zijn taken, rekening houdend met wetenschappelijke ontwikkelingen en nieuwe soorten geneesmiddelen. Daartoe onderhouden de lidstaten contacten met de raad van beheer en de Commissie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De leden en plaatsvervangers van het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik worden benoemd voor drie jaar, welke termijn kan worden verlengd volgens de in lid 6 bedoelde procedures. Het comité kiest uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter, voor een termijn van drie jaar, welke termijn eenmalig kan worden verlengd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik stelt zijn reglement van orde vast.</PARAG><PARAG>Dit reglement van orde bepaalt met name:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de procedures voor het aanwijzen en het vervangen van de voorzitter;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de procedures voor werkgroepen en wetenschappelijke adviesgroepen; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>een procedure voor de vaststelling van adviezen in spoedeisende gevallen, met name in het kader van de bepalingen van deze verordening betreffende het markttoezicht en de geneesmiddelenbewaking.</PARAG><PARAG>Het reglement van orde treedt in werking nadat de Commissie en de raad van beheer een gunstig advies hebben uitgebracht.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 149</TI.ART><STI.ART>Werkzaamheden van het Risicobeoordelingscomité geneesmiddelenbewaking</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het mandaat van het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking omvat alle aspecten van het risicomanagement van het gebruik van geneesmiddelen voor menselijk gebruik, inclusief de opsporing, evaluatie, minimalisering en communicatie betreffende het risico’s van bijwerkingen, waarbij naar behoren rekening gehouden met de therapeutische werking van het geneesmiddel voor menselijk gebruik, het opzetten en beoordelen van veiligheidsstudies na toelating en geneesmiddelenbewakingsaudits.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking bestaat uit:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>één lid en één plaatsvervanger die door elke lidstaat worden benoemd, overeenkomstig lid 3;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>zes leden die op basis van een openbare oproep tot het indienen van blijken van belangstelling door de Commissie worden benoemd, om ervoor te zorgen dat de nodige deskundigheid, inclusief klinische farmacologie en farmaco-epidemiologie, in het comité beschikbaar is;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>twee leden en twee plaatsvervangers benoemd door de Commissie op basis van een openbare oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, na raadpleging van het Europees Parlement, ter vertegenwoordiging van gezondheidswerkers;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>twee leden en twee plaatsvervangers benoemd door de Commissie op basis van een openbare oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, na raadpleging van het Europees Parlement, ter vertegenwoordiging van patiëntenorganisaties.</PARAG><PARAG>De plaatsvervangers vertegenwoordigen de leden en stemmen in hun naam wanneer deze afwezig zijn. De in punt a) genoemde plaatsvervangers kunnen worden aangewezen als rapporteur overeenkomstig artikel 152.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Een lidstaat kan zijn taken in het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking aan een andere lidstaat delegeren. Een lidstaat mag niet meer dan één andere lidstaat vertegenwoordigen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De leden en plaatsvervangers van het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking worden benoemd op grond van hun relevante deskundigheid op het gebied van de geneesmiddelenbewaking en risicobeoordeling van geneesmiddelen voor menselijk gebruik, teneinde de hoogste graad van bekwaamheid en een uitgebreide relevante deskundigheid te waarborgen. Hiertoe overleggen de lidstaten met de raad van beheer en de Commissie om ervoor te zorgen dat in de uiteindelijke samenstelling van het comité alle wetenschappelijke gebieden die relevant zijn voor zijn taken, vertegenwoordigd zijn.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De leden en plaatsvervangers van het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking worden benoemd voor drie jaar, welke termijn kan worden verlengd volgens de in lid 1 bedoelde procedures. Het comité kiest uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter, voor drie jaar, welke termijn eenmalig kan worden verlengd.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 150</TI.ART><STI.ART>Wetenschappelijke werkgroepen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ad-hocwerkgroepen</STRING></STRING> en wetenschappelijke adviesgroepen<STRING BOLD="on"> [Am. 328]</STRING></STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De in artikel 146 bedoelde wetenschappelijke comités kunnen wetenschappelijke werkgroepen en wetenschappelijke adviesgroepen oprichten in verband met de uitvoering van hun taken.</PARAG><PARAG>De wetenschappelijke comités kunnen voor de uitvoering van bepaalde taken een beroep doen op wetenschappelijke werkgroepen. De wetenschappelijke comités behouden de eindverantwoordelijkheid voor de beoordeling of voor eventuele wetenschappelijke adviezen in verband met deze taken.</PARAG><PARAG>De door het Comité voor geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik opgerichte werkgroepen vallen onder Verordening (EU) 2019/6.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik richt voor de beoordeling van specifieke soorten geneesmiddelen of behandelingen werkgroepen op met wetenschappelijke deskundigheid op het gebied van farmaceutische kwaliteit, methodologieën, niet-klinische en klinische evaluaties.</PARAG><PARAG>Voor het verstrekken van wetenschappelijk advies richt het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik een werkgroep voor wetenschappelijk advies op.</PARAG><PARAG>Het comité <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">richt</STRING></STRING> zo nodig een <STRING STRIKE="on">werkgroep</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ad-hocwerkgroep</STRING></STRING> milieurisicobeoordeling en andere wetenschappelijke werkgroepen <STRING STRIKE="on">oprichten</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 329]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De samenstelling van de werkgroep en de selectie van de leden zijn gebaseerd op de volgende criteria:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een hoog niveau van wetenschappelijke deskundigheid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>voorzien in de behoefte aan specifieke multidisciplinaire expertise van de werkgroep waarin zij zullen worden aangesteld<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING><STRING STRIKE="on">.</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">naleving van de in artikel 147 vermelde vereisten inzake belangenconflicten.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 330]</STRING></PARAG><PARAG>De meerderheid van de leden van de werkgroepen bestaat uit deskundigen van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. In voorkomend geval kan het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik, na raadpleging van de raad van beheer, een minimumaantal deskundigen van de bevoegde autoriteiten in een werkgroep vaststellen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ook patiëntenvertegenwoordigers, verzorgers, clinici en academici maken naargelang het geval deel uit van de werkgroepen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 331]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De bevoegde autoriteiten van de lidstaten die niet in een werkgroep vertegenwoordigd zijn, kunnen verzoeken de vergaderingen van werkgroepen als waarnemer bij te wonen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het Bureau stelt de in werkgroepen besproken documenten toegankelijk voor alle bevoegde autoriteiten van de lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Bureau richt de volgende ad-hocwerkgroepen op:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een ad-hocwerkgroep inzake geneesmiddelen voor geavanceerde therapie;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een ad-hocwerkgroep inzake weesgeneesmiddelen;</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een ad-hocwerkgroep inzake weesgeneesmiddelen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 332]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Bij de oprichting van werkgroepen en wetenschappelijke adviesgroepen voorzien de wetenschappelijke comités in hun reglement van orde in:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>benoeming van de leden van deze werkgroepen en wetenschappelijke adviesgroepen op basis van de lijsten van deskundigen zoals bedoeld in artikel 151, lid 2; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>raadpleging van deze werkgroepen en wetenschappelijke adviesgroepen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 151</TI.ART><STI.ART>Wetenschappelijke deskundigen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau of één van de in artikel 142 bedoelde comités kan voor de uitvoering van de overige specifieke taken waarmee zij zijn belast, een beroep doen op de diensten van deskundigen en dienstverleners.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten delen het Bureau de namen van nationale deskundigen mee die aantoonbare ervaring op het gebied van de beoordeling van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en diergeneesmiddelen bezitten en, rekening houdend met belangenconflicten zoals bedoeld in artikel 147, zitting kunnen nemen in werkgroepen of wetenschappelijke adviesgroepen van een van de in artikel 142 genoemde comités, samen met een overzicht van hun bekwaamheden en specifieke expertisegebieden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Indien nodig <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">publiceert</STRING></STRING> het Bureau voor de benoeming van andere deskundigen een oproep tot het indienen van blijken van belangstelling<STRING STRIKE="on"> publiceren</STRING> na goedkeuring door de raad van beheer van de nodige criteria en vakgebieden, met name om een hoog niveau van volksgezondheid en dierenbescherming te waarborgen.<STRING BOLD="on"> [Am. 333]</STRING></PARAG><PARAG>De raad van beheer stelt op voorstel van de uitvoerend directeur de desbetreffende procedures vast.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Bureau stelt een pool van erkende deskundigen samen en onderhoudt deze. Die deskundigenpool omvat de in de lid 2 bedoelde nationale deskundigen alsmede alle andere door het Bureau of de Commissie aangewezen deskundigen, en de samenstelling ervan wordt bijgewerkt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Geaccrediteerde deskundigen hebben in voorkomend geval toegang tot de door het Bureau verstrekte opleiding.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Rapporteurs van één van de in artikel 142, bedoelde comités kunnen een beroep doen op de diensten van geaccrediteerde deskundigen voor de uitvoering van hun taken overeenkomstig artikel 152. De bezoldiging van een dergelijke geaccrediteerde deskundige wordt in mindering gebracht op de aan de rapporteurs verschuldigde bezoldiging.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De bezoldiging van deskundigen en dienstverleners voor door het Bureau uit hoofde van lid 1 gebruikte diensten wordt gefinancierd uit de begroting van het Bureau, overeenkomstig de financiële regels die van toepassing zijn op het Bureau.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 152</TI.ART><STI.ART>Rapporteurschap</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Wanneer een van de in artikel 142 genoemde comités overeenkomstig deze verordening een geneesmiddel voor menselijk gebruik moet beoordelen, wijst het een van zijn leden aan als rapporteur, rekening houdend met de deskundigheid die in de lidstaat voorhanden is. Het betrokken comité kan een tweede lid als co-rapporteur aanwijzen.</PARAG><PARAG>Een lid van een comité wordt voor een bepaald geval niet benoemd tot rapporteur indien hij/zij overeenkomstig artikel 147 verklaart een belang te hebben dat afbreuk zou kunnen doen aan de onpartijdige beoordeling van die zaak of dat zou kunnen worden geacht daaraan afbreuk te doen. Het betrokken comité kan de rapporteur of co-rapporteur op elk moment door een ander lid vervangen wanneer deze zijn plichten niet binnen de voorgeschreven termijnen kan vervullen of indien een daadwerkelijk of potentieel belangenconflict wordt vastgesteld.</PARAG><PARAG>De daarvoor door het Risicobeoordelingscomité voor geneesmiddelenbewaking aangewezen rapporteur werkt nauw samen met de door het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik of de referentielidstaat aangewezen rapporteur voor het geneesmiddel voor menselijk gebruik in kwestie.</PARAG><PARAG>Wanneer de wetenschappelijke adviesgroepen als bedoeld in artikel 150 worden geraadpleegd, doet het comité het (de) door de rapporteur of door de corapporteur opgestelde ontwerpbeoordelingsrapport(en) aan deze groep toekomen. Het advies van de wetenschappelijke adviesgroep wordt toegezonden aan de voorzitter van het bevoegde comité op zodanige wijze dat de in artikel 6 bedoelde termijnen in acht worden genomen.</PARAG><PARAG>De inhoud van dit advies wordt opgenomen in het beoordelingsrapport dat uit hoofde van artikel 16, lid 3, wordt gepubliceerd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Onverminderd artikel 151, lid 7, wordt voor de door rapporteurs of deskundigen te verrichten diensten een schriftelijke overeenkomst tussen het Bureau en de betrokkene of in voorkomend geval tussen het Bureau en de werkgever van de betrokkene gesloten.</PARAG><PARAG>De betrokkene of zijn of haar werkgever wordt betaald volgens [een schaal die wordt opgenomen in het <STRING STRIKE="on">door</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bij Verordening (EU) 2024/568 van het Europees Parlement en</STRING></STRING> de Raad<STRING STRIKE="on"> van beheer</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EU) 2024/568 van het Europees Parlement en de Raad van 7 februari 2024 betreffende de aan het Europees Geneesmiddelenbureau te betalen vergoedingen en heffingen, tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2017/745 en (EU) 2022/123 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 658/2014 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG) nr. 297/95 van de Raad (PB L, 2024/568, 14.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/568/oj).</STRING></STRING></FIELD></FOOTNOTE> vast te stellen financieel <STRING STRIKE="on">reglement/mechanisme uit hoofde van de nieuwe wetgeving betreffende vergoedingen]</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">reglement</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 334]</STRING></PARAG><PARAG>De eerste en de tweede alinea zijn ook van toepassing:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>op de diensten die worden verleend door de voorzitters van de wetenschappelijke comités van het Bureau; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>op de werkzaamheden van rapporteurs in de coördinatiegroep met het oog op de vervulling van de taken van die groep overeenkomstig de artikelen 108, 110, 112, 116 en 121 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 153</TI.ART><STI.ART>Methoden voor de bepaling van de therapeutische meerwaarde</STI.ART><PARAG>Het Bureau verzamelt, met betrekking tot geneesmiddelen voor menselijk gebruik waarvoor een vergunning voor het in de handel brengen is verleend, op verzoek van de Commissie alle beschikbare informatie over de methoden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten om de therapeutische meerwaarde van een nieuw geneesmiddel voor menselijk gebruik te bepalen.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het Bureau stelt samen met patiëntenorganisaties en gezondheidswerkers richtsnoeren op om de therapeutische meerwaarde te bepalen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 335]</STRING></PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Afdeling 3</TI><STI.GR>Financiële bepalingen</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 154</TI.ART><STI.ART>Vaststelling van de begroting van het Bureau</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Voor elk begrotingsjaar, dat samenvalt met het kalenderjaar, worden alle uitgaven en ontvangsten van het Bureau geraamd en vervolgens opgenomen in de begroting van het Bureau.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De ontvangsten en uitgaven op de begroting moeten in evenwicht zijn.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De ontvangsten van het Bureau bestaan uit:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een bijdrage van de Unie;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>een bijdrage van derde landen die deelnemen aan de werkzaamheden van het Bureau waarmee de Unie daartoe een internationale overeenkomst heeft gesloten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>vergoedingen betaald door ondernemingen en entiteiten die geen economische activiteit uitoefenen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>i)</NO.P>voor het verkrijgen en handhaven van een vergunning van de Unie voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik en diergeneesmiddelen en voor andere door het Bureau verleende diensten, zoals bepaald in deze verordening en in Verordening (EU) 2019/6; en</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>ii)</NO.P>voor diensten die worden verleend door de coördinatiegroep met het oog op de vervulling van de taken van die groep overeenkomstig de artikelen 108, 110, 112, 116 en 121 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG];</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>aangerekende kosten voor eventuele andere door het Bureau verleende diensten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>financiering door de Unie in de vorm van subsidies voor deelname aan onderzoeks- en bijstandsprojecten in overeenstemming met de in artikel 155, lid 11, bedoelde financiële regeling van het Bureau en met de bepalingen van de relevante instrumenten ter ondersteuning van het beleid van de Unie.</PARAG><PARAG>Het Europees Parlement en de Raad (“de begrotingsautoriteit”) bezien de hoogte van de in de eerste alinea, punt a), bedoelde bijdrage van de Unie zo nodig opnieuw op basis van een evaluatie van de behoeften en rekening houdend met de hoogte van de inkomsten uit de in de eerste alinea, punten c), d) en e), bedoelde bronnen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De activiteiten op het gebied van de beoordeling van aanvragen voor vergunningen voor het in de handel brengen, latere wijzigingen, geneesmiddelenbewaking, het functioneren van de communicatienetwerken en het markttoezicht staan onder voortdurende controle van de raad van beheer teneinde de onafhankelijkheid van het Bureau te waarborgen. Dit vormt geen beletsel voor het Bureau om de houder van een vergunning voor het in de handel brengen vergoedingen aan te rekenen voor de uitvoering van deze activiteiten door het Bureau, op voorwaarde dat zijn onafhankelijkheid strikt wordt gewaarborgd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> overeenkomstig artikel 147</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 336]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De uitgaven van het Bureau omvatten de bezoldiging van het personeel, kosten voor administratie en infrastructuur, en werkingskosten. Wat de werkingskosten betreft, mogen de begrotingsvastleggingen voor acties die zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekken, door middel van jaartranches over verschillende jaren worden gespreid, waar nodig.</PARAG><PARAG>Het Bureau kan subsidies toekennen in verband met de uitvoering van de taken die het krachtens deze verordening of andere toepasselijke rechtshandelingen van de Unie moet uitvoeren of die verband houden met de uitvoering van andere taken die aan het Bureau zijn toevertrouwd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Elk jaar verstrekt de raad van beheer een raming van de ontvangsten en uitgaven van het Bureau voor het volgende financiële jaar, op basis van een door de uitvoerend directeur opgesteld ontwerp. De raad van beheer zendt die raming, waarin een ontwerp voor de personeelsformatie is opgenomen, uiterlijk op 31 maart aan de Commissie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De Commissie zendt de raming samen met het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Unie naar de begrotingsautoriteit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Op basis van deze raming neemt de Commissie de geraamde bedragen die zij nodig acht met betrekking tot de personeelsformatie en het bedrag van de subsidie ten laste van de algemene begroting op in het voorontwerp van algemene begroting van de Europese Unie, dat zij overeenkomstig artikel 272 van het Verdrag aan de begrotingsautoriteit voorlegt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>De begrotingsautoriteit keurt de kredieten voor de subsidie aan het Bureau goed.</PARAG><PARAG>De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie van het Bureau vast.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>De begroting wordt vastgesteld door de raad van beheer. De begroting wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Europese Unie. In voorkomend geval wordt de begroting dienovereenkomstig aangepast.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11.</NO.P>Voor wijzigingen van het organisatieschema en van de begroting wordt een gewijzigde begroting goedgekeurd, die ter informatie wordt toegezonden aan de begrotingsautoriteit.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12.</NO.P>De raad van beheer stelt de begrotingsautoriteit zo spoedig mogelijk in kennis van de projecten die hij voornemens is te realiseren en die aanzienlijke financiële gevolgen voor de financiering van zijn begroting kunnen hebben, met name vastgoedprojecten zoals de huur of aankoop van gebouwen. De raad van beheer brengt de Commissie daarvan op de hoogte.</PARAG><PARAG>Wanneer een onderdeel van de begrotingsautoriteit kennis heeft gegeven van zijn voornemen om een advies te verstrekken, stuurt het dit advies naar de raad van beheer binnen een termijn van zes weken te rekenen vanaf de kennisgeving van het project.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 155</TI.ART><STI.ART>Uitvoering van de begroting van het Bureau</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De uitvoerend directeur voert de begroting van het Bureau uit in overeenstemming met Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012 (PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Uiterlijk op 1 maart van het begrotingsjaar n+1 zendt de rekenplichtige van het Bureau de voorlopige rekeningen voor jaar n toe aan de rekenplichtige van de Commissie en aan de Rekenkamer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Uiterlijk op 31 maart van het begrotingsjaar n+1 zendt de uitvoerend directeur het verslag over het budgettair en financieel beheer voor jaar n toe aan het Europees Parlement, aan de Raad, aan de Commissie en aan de Rekenkamer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Uiterlijk op 31 maart van het begrotingsjaar n+1 zendt de rekenplichtige van de Commissie de voorlopige rekeningen van het Bureau voor jaar n, die met de voorlopige rekeningen van de Commissie zijn geconsolideerd, toe aan de Rekenkamer.</PARAG><PARAG>Na ontvangst van de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen van het Bureau op grond van artikel 246 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046, maakt de rekenplichtige van het Bureau de definitieve rekeningen van het Bureau op en legt de uitvoerend directeur deze voor advies voor aan de raad van beheer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De raad van beheer brengt een advies uit over de definitieve rekeningen van het Bureau voor het jaar N.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Uiterlijk op 1 juli van het begrotingsjaar n+1 zendt de rekenplichtige van het Bureau de definitieve rekeningen samen met het advies van de raad van beheer toe aan het Europees Parlement, aan de Raad, aan de Rekenkamer en aan de rekenplichtige van de Commissie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>De definitieve rekeningen voor het jaar n worden uiterlijk op 15 november van het begrotingsjaar n+1 bekendgemaakt in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De uitvoerend directeur dient uiterlijk op 30 september van het begrotingsjaar n+1 een antwoord op de opmerkingen van de Rekenkamer in bij deze instelling. De uitvoerend directeur zendt het antwoord ook toe aan de raad van beheer.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Overeenkomstig artikel 261, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 verstrekt de uitvoerend directeur het Europees Parlement op verzoek alle inlichtingen die nodig zijn voor het goede verloop van de kwijtingsprocedure voor het begrotingsjaar in kwestie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>Het Europees Parlement verleent op aanbeveling van de Raad, vóór 15 mei van het begrotingsjaar n+2, de uitvoerend directeur kwijting voor de uitvoering van de begroting van jaar n.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11.</NO.P>De financiële regeling die op het Bureau van toepassing is, wordt vastgesteld door de raad van beheer, na raadpleging van de Commissie. Deze regeling mag slechts afwijken van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> indien dit voor de werking van het Bureau specifiek vereist is en indien de Commissie hiermee voorafgaandelijk heeft ingestemd.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 156</TI.ART><STI.ART>Fraudepreventie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere illegale handelingen is Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> onverminderd van toepassing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau treedt toe tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen<FOOTNOTE><FIELD>Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (PB L 136 van 31.5.1999, blz. 15).</FIELD></FOOTNOTE> en stelt onverwijld de passende bepalingen vast die van toepassing zijn op alle werknemers van het Bureau aan de hand van het model in de bijlage bij dat akkoord.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De Europese Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die van het Bureau EU-middelen hebben ontvangen, audits te verrichten, zowel op basis van documenten als ter plaatse.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).</FIELD></FOOTNOTE> onderzoeken verrichten, waaronder controles en inspecties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in verband met een subsidie of een door het Bureau gefinancierde overeenkomst.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De werkovereenkomsten met derde landen en internationale organisaties, overeenkomsten, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten van het Bureau bevatten bepalingen die de Europese Rekenkamer en het OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid verlenen dergelijke audits en onderzoeken te verrichten overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE> kan het EOM overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU)2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29).</FIELD></FOOTNOTE>.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TISECTION">Afdeling 4</TI><STI.GR>Algemene bepalingen inzake het Bureau</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 157</TI.ART><STI.ART>Aansprakelijkheid</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De contractuele aansprakelijkheid van het Bureau valt onder het recht dat van toepassing is op het desbetreffende contract. Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd uitspraak te doen wanneer een door het Bureau gesloten overeenkomst een arbitragebeding bevat.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>In geval van niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt het Bureau overeenkomstig de algemene beginselen die de wetgevingen van de lidstaten gemeen hebben, alle schade die het Bureau zelf of het personeel ervan bij de uitoefening van hun taken hebben veroorzaakt.</PARAG><PARAG>Het Hof van Justitie is bevoegd ter zake van alle in dit verband gerezen geschillen over schadevergoeding.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De persoonlijke aansprakelijkheid van de personeelsleden jegens het Bureau wordt beheerst door de op hen van toepassing zijnde bepalingen van het Statuut of de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 158</TI.ART><STI.ART>Toegang tot documenten</STI.ART><PARAG>Verordening (EG) nr. 1049/2001 is van toepassing op de bij het Bureau berustende documenten.</PARAG><PARAG>Het Bureau stelt uit hoofde van artikel 2, lid 4 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 een register vast om alle documenten die op grond van deze verordening openbaar zijn, ter beschikking te stellen.</PARAG><PARAG>De raad van beheer stelt de regelingen vast voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001.</PARAG><PARAG>Tegen de beslissingen van het Bureau uit hoofde van artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 kan beroep worden ingesteld, door middel van een klacht bij de Ombudsman of door middel van een beroep bij het Hof van Justitie, volgens de voorwaarden van respectievelijk artikel 228 en artikel 263 van het Verdrag.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 159</TI.ART><STI.ART>Voorrechten</STI.ART><PARAG>Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, is van toepassing op het Bureau en op het personeel ervan.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 160</TI.ART><STI.ART>Personeel</STI.ART><PARAG>Het Statuut en de regels die in onderling overleg door de instellingen van de Unie zijn vastgesteld ter uitvoering van dit Statuut en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, zijn van toepassing op het personeel van het Bureau.</PARAG><PARAG>Het Bureau mag ook gebruikmaken van gedetacheerde nationale deskundigen of andere personeelsleden die niet in dienst zijn van het Bureau.</PARAG><PARAG>De raad van beheer stelt in overleg met de Commissie de nodige uitvoeringsbepalingen vast.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 161</TI.ART><STI.ART>Beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde en gevoelige niet-gerubriceerde informatie</STI.ART><PARAG>Het Bureau stelt zijn eigen beveiligingsvoorschriften vast die gelijkwaardig zijn aan de beveiligingsvoorschriften van de Commissie voor de bescherming van gerubriceerde informatie van de Europese Unie (EUCI) en gevoelige niet‑gerubriceerde informatie, als vermeld in Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41).</FIELD></FOOTNOTE> en Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53).</FIELD></FOOTNOTE>. De beveiligingsvoorschriften van het Bureau hebben onder andere betrekking op bepalingen voor de uitwisseling, verwerking en opslag van dergelijke informatie.</PARAG><PARAG>De leden van de raad van beheer, de uitvoerend directeur, de leden van de comités, de externe deskundigen die deelnemen aan ad-hocwerkgroepen en de personeelsleden van het Bureau houden zich ook na het beëindigen van hun functie aan de geheimhoudingsplicht uit hoofde van artikel 339 VWEU.</PARAG><PARAG>Het Bureau kan de nodige maatregelen nemen om de uitwisseling van voor zijn taken relevante informatie met de Commissie en de lidstaten en, indien van toepassing, de relevante instellingen, organen en instanties van de Unie, te vergemakkelijken. Voor elke daartoe gesloten administratieve regeling inzake het delen van gerubriceerde EU-informatie (EUCI) of, bij het ontbreken van een dergelijke regeling, voor elke uitzonderlijke ad-hocvrijgave van EUCI, is voorafgaande toestemming van de Commissie vereist.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 162</TI.ART><STI.ART>Raadplegingsproces</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau zet een raadplegingsproces op met de relevante nationale autoriteiten of organen voor de uitwisseling van informatie en het bundelen van kennis over algemene kwesties van wetenschappelijke of technische aard die verband houden met de taken van het Bureau, met name richtsnoeren inzake onvervulde medische behoeften en de opzet van klinische proeven, andere studies en het genereren van bewijsmateriaal gedurende de levenscyclus van geneesmiddelen.</PARAG><PARAG>Het raadplegingsproces omvat instanties die verantwoordelijk zijn voor de evaluatie van gezondheidstechnologie als bedoeld in Verordening (EU) 2021/2282 en nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor prijsstelling en vergoeding.</PARAG><PARAG>De voorwaarden voor deelname worden door de raad van beheer in overleg met de Commissie vastgesteld.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau <STRING STRIKE="on">kan</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">breidt</STRING></STRING> het raadplegingsproces <STRING STRIKE="on">uitbreiden</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uit</STRING></STRING> tot patiënten, ontwikkelaars van geneesmiddelen, gezondheidswerkers, bedrijfstakken of andere belanghebbenden, naargelang het geval.<STRING BOLD="on"> [Am. 337]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 163</TI.ART><STI.ART>Contacten met vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld</STI.ART><PARAG>De raad van beheer legt, in overleg met de Commissie, passende contacten tussen het Bureau en de vertegenwoordigers van de bedrijfstak, de consumenten, de patiënten en de beroepsgroepen in de gezondheidszorg<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer via de Werkgroep Patiënten- en Consumentenorganisaties (PCWP), de Werkgroep Medische Beroepsbeoefenaren en de Industry Standing Group (ISG)</STRING></STRING>. Deze contacten kunnen betrekking hebben op de deelname van waarnemers aan bepaalde werkzaamheden van het Bureau onder voorwaarden die van tevoren door de raad van beheer in overleg met de Commissie zijn bepaald.<STRING BOLD="on"> [Am. 338]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 164</TI.ART><STI.ART>Steun aan kmo’s en entiteiten zonder winstoogmerk</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau zorgt ervoor dat micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en entiteiten zonder winstoogmerk een steunregeling krijgen aangeboden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De steunregeling bestaat uit ondersteuning op procedureel, administratief en regelgevingsgebied en verlaging, opschorting of vrijstelling van vergoedingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De regeling heeft betrekking op de verschillende stappen van de procedures voorafgaand aan de verlening van een vergunning, met name wetenschappelijk advisering, van de indiening van de aanvraag van een vergunning voor het in de handel brengen, en van de procedures na de verlening van de vergunning.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Kmo’s profiteren van de stimulansen die zijn vastgesteld in Verordening (EG) nr. 2049/2005 van de Commissie en [herziene Verordening (EG) nr. 297/95 van de Raad]<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 297/95 van de Raad van 10 februari 1995 inzake de vergoedingen die aan het Europees Geneesmiddelenbureau dienen te worden betaald (PB L 35 van 15.2.1995, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Voor entiteiten zonder winstoogmerk stelt de Commissie volgens de procedure van artikel 10 en artikel 12<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en bijlage V</STRING></STRING> van [herziene Verordening (EG) nr. 297/95] specifieke bepalingen vast ter verduidelijking van de definities en tot vaststelling van ontheffingen, verlagingen of opschorting van vergoedingen.<STRING BOLD="on"> [Am. 339]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 165</TI.ART><STI.ART>Transparantie</STI.ART><PARAG>Teneinde voor de nodige transparantie te zorgen, stelt de raad van beheer op voorstel van de uitvoerend directeur en in overleg met de Commissie regels vast betreffende de beschikbaarstelling voor het publiek van niet-vertrouwelijke informatie op regelgevings-, wetenschappelijk of technisch gebied met betrekking tot het verlenen van vergunningen voor of het toezicht op geneesmiddelen voor menselijk gebruik.</PARAG><PARAG>Het huishoudelijk reglement en de procedures van het Bureau en zijn comités en werkgroepen kunnen op het Bureau en via internet door het publiek worden geraadpleegd.</PARAG><PARAG>Het Bureau mag op eigen initiatief communicatieactiviteiten op zijn bevoegdheidsgebied uitvoeren. De toewijzing van middelen voor communicatieactiviteiten gaat niet ten koste van de doeltreffende uitvoering van de taken van het Bureau. De communicatieactiviteiten worden uitgevoerd in overeenstemming met de desbetreffende door de raad van beheer vastgestelde communicatie- en verspreidingsplannen.</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er worden middelen aan het Bureau toegekend die toereikend zijn voor de passende uitvoering van zijn verplichtingen en verbintenissen op het gebied van transparantie.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 340]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 166</TI.ART><STI.ART>Persoonlijke gezondheidsgegevens</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Ter ondersteuning van zijn taken op het gebied van de volksgezondheid, en met name de beoordeling van en het toezicht op geneesmiddelen of de voorbereiding van regelgevingsbesluiten en wetenschappelijke adviezen, kan het Bureau persoonlijke gezondheidsgegevens uit andere bronnen dan klinische proeven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder gegevens uit de praktijk,</STRING></STRING> verwerken om de robuustheid van zijn wetenschappelijke beoordeling te verbeteren of om de beweringen van de aanvrager of houder van een vergunning voor het in de handel brengen in het kader van de beoordeling van of het toezicht op geneesmiddelen te verifiëren.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het Bureau neemt toereikende, doeltreffende en specifieke technische en organisatorische maatregelen om de grondrechten en belangen van betrokkenen te beschermen in overeenstemming met Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725, zoals maar niet beperkt tot duidelijke en gerichte beleidsmaatregelen inzake het minimaliseren van gegevens en geavanceerde anonimiserings- en pseudonimiseringseisen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 341]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1.a</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Die gegevens omvatten in het bijzonder persoonlijke elektronische gezondheidsgegevens als gedefinieerd in Verordening (EU) .../... [verordening Europese ruimte voor gezondheidsgegevens 2022/0140(COD)], gegevens uit de Eudravigilance-databank, klinische gegevens en, in voorkomend geval, gegevens van monitoringstudies over het gebruik, de doeltreffendheid en de veiligheid van geneesmiddelen voor de behandeling, de preventie of de diagnose van ziekten, met inbegrip van gezondheidsgegevens die door overheidsinstanties zijn verstrekt.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 342]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Het Bureau kan onafhankelijk van de door de aanvrager of de houder van een vergunning voor het in de handel brengen verstrekte gegevens, de beschikbare extra gegevens in overweging nemen en op grond daarvan beslissen. De samenvatting van de productkenmerken wordt op basis daarvan geactualiseerd indien het aanvullende bewijsmateriaal van invloed is op de baten-risicobalans van een geneesmiddel.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Deze actualisering vindt alleen plaats na raadpleging van de aanvrager of de houder van de vergunning voor het in de handel brengen in kwestie. Aanvragers en houders van een vergunning voor het in de handel brengen worden in de gelegenheid gesteld binnen een redelijke, door het Bureau gestelde termijn te reageren. Aanvragers en houders van een vergunning voor het in de handel brengen kunnen het Bureau vragen stellen en krijgen waar nodig de mogelijkheid tot verduidelijking van een voorgestelde actualisering van de samenvatting van de productkenmerken, naargelang het geval. De motivering voor het besluit over het verzoek wordt in het definitieve advies opgenomen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 343]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Bureau stelt passende praktijken op het gebied van gegevensbeheer en de vereiste normen vast om het passende gebruik en de bescherming van persoonlijke gezondheidsgegevens te waarborgen, in overeenstemming met deze verordening en Verordening (EU) 2018/1725.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 167</TI.ART><STI.ART>Bescherming tegen cyberaanvallen</STI.ART><PARAG>Het Bureau rust zichzelf uit met veiligheidscontroles en -processen van hoog niveau tegen cyberaanvallen, cyberspionage en andere data-inbreuken, zodat te allen tijde, met name tijdens noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid of ingrijpende gebeurtenissen op het niveau van de Unie, gezondheidsgegevens beschermd zijn en de normale werking van het Bureau gewaarborgd is.</PARAG><PARAG>Voor de toepassing van de eerste alinea <STRING STRIKE="on">brengt</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">neemt</STRING></STRING> het Bureau actief <STRING STRIKE="on">optimale praktijken op het gebied</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">maatregelen om te zorgen dat het voldoet aan een hoog gezamenlijk niveau</STRING></STRING> van cyberveiligheid <STRING STRIKE="on">die</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dat</STRING></STRING> binnen de instellingen, organen en instanties van de Unie <STRING STRIKE="on">zijn</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is</STRING></STRING> vastgesteld<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en brengt het actuele optimale praktijken op het gebied van cyberbeveiliging in kaart</STRING></STRING> teneinde cyberaanvallen te voorkomen, te detecteren en te beperken en erop te reageren<STRING STRIKE="on">, in kaart</STRING> en voert het deze praktijken in.<STRING BOLD="on"> [Am. 344]</STRING></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 168</TI.ART><STI.ART>Vertrouwelijkheid</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Tenzij anders bepaald in deze verordening en onverminderd Verordening (EG) nr. 1049/2001 en Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden (PB L 305 van 26.11.2019, blz. 17).</FIELD></FOOTNOTE> en de bestaande nationale bepalingen<STRING STRIKE="on"> en praktijken in de lidstaten</STRING> betreffende vertrouwelijkheid, eerbiedigen alle bij de toepassing van deze verordening betrokken partijen de vertrouwelijkheid van de bij de uitvoering van hun taken verkregen informatie en gegevens, ter bescherming van de gegevens van commercieel vertrouwelijke aard en handelsgeheimen van natuurlijke of rechtspersonen in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan (PB L 157 van 15.6.2016, blz. 1).</FIELD></FOOTNOTE>, waaronder intellectuele-eigendomsrechten.<STRING BOLD="on"> [Am. 345]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Onverminderd lid 1 zorgen alle bij de toepassing van deze verordening betrokken partijen ervoor dat geen gegevens van commercieel vertrouwelijke aard worden gedeeld op een wijze die ondernemingen in staat stelt de mededinging te beperken of te vervalsen in de zin van artikel 101 VWEU.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Onverminderd lid 1 wordt informatie die op basis van vertrouwelijkheid wordt uitgewisseld tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten onderling en tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Commissie en het Bureau niet openbaar gemaakt zonder voorafgaand akkoord van de autoriteit waarvan die informatie afkomstig is.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De leden 1, 2 en 3 laten de rechten en verplichtingen van de Commissie, het Bureau, de lidstaten of andere in deze verordening vastgestelde actoren met betrekking tot de uitwisseling van informatie en de verspreiding van waarschuwingen onverlet, en doen evenmin afbreuk aan de verplichtingen van de betrokken personen om in het kader van het strafrecht informatie te verstrekken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>De Commissie, het Bureau, en de lidstaten mogen gegevens van commercieel vertrouwelijke aard uitwisselen met regelgevende autoriteiten van derde landen waarmee zij bilaterale of multilaterale vertrouwelijkheidsregelingen hebben getroffen.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 169</TI.ART><STI.ART>Verwerking van persoonsgegevens</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Het Bureau kan persoonsgegevens, met inbegrip van persoonlijke gezondheidsgegevens, verwerken voor de uitvoering van zijn in artikel 135 bedoelde taken, met name met het oog op het verbeteren van de robuustheid van zijn wetenschappelijke beoordeling of het verifiëren van beweringen van de aanvrager of houder van een vergunning voor het in de handel brengen in het kader van de beoordeling van of het toezicht op geneesmiddelen.</PARAG><PARAG>Daarnaast kan het Bureau dergelijke gegevens verwerken voor de uitvoering van wetenschappelijke activiteiten op het gebied van regelgeving, zoals gedefinieerd in lid 2, op voorwaarde dat de verwerking van die persoonsgegevens:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>strikt noodzakelijk en naar behoren gemotiveerd is om de doelstellingen van het project of de betrokken horizonverkenningsactiviteiten te verwezenlijken;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>wat bijzondere categorieën persoonsgegevens betreft, strikt noodzakelijk is en onderworpen is aan passende waarborgen, die onder meer kunnen bestaan uit <STRING STRIKE="on">pseudonimisering</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">pseudonimiseringsvereisten en -technieken, maatregelen in verband met het minimaliseren van gegevens, specifieke organisatorische maatregelen en toegangscontroles op een “need-to-know”-basis, en andere passende maatregelen, en vereisten in verband met vertrouwelijkheid en de grondrechten van de eigenaren van gegevens als bedoeld in Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"> [Am. 346]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Voor de toepassing van dit artikel worden onder “wetenschappelijke activiteiten op het gebied van regelgeving” wetenschappelijke projecten verstaan ter aanvulling van beschikbaar wetenschappelijk bewijs met betrekking tot ziekten of horizontale vraagstukken in verband met geneesmiddelen, ter aanvulling van hiaten in het bewijsmateriaal die niet volledig kunnen worden aangepakt met de gegevens waarover het Bureau beschikt, of ter ondersteuning van horizonverkenningsactiviteiten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>De verwerking van persoonsgegevens door het Bureau in het kader van dit artikel berust op de beginselen van transparantie, verklaarbaarheid, billijkheid en verantwoordingsplicht.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De raad van beheer stelt in overleg met de Commissie en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming het algemene toepassingsgebied van de wetenschappelijke activiteiten op regelgevingsgebied vast.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Het Bureau houdt documentatie bij met een gedetailleerde beschrijving van het proces en van de redenen voor het trainen, testen en valideren van algoritmen, teneinde de transparantie van het proces en de algoritmen, met inbegrip van de inachtneming van de waarborgen van dit artikel, te waarborgen en de juistheid van de resultaten op basis van het gebruik van dergelijke algoritmen te kunnen verifiëren. Op verzoek stelt het Bureau relevante documentatie ter beschikking van belanghebbende partijen, waaronder de lidstaten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Indien de voor de wetenschappelijke activiteiten op regelgevingsgebied te verwerken persoonsgegevens rechtstreeks door een lidstaat, een orgaan van de Unie, een derde land of een internationale organisatie zijn verstrekt, vraagt het Bureau die gegevensverstrekker om toestemming, tenzij de verstrekker van de gegevens zijn voorafgaande toestemming voor dergelijke verwerking heeft verleend met het oog op wetenschappelijke activiteiten op het gebied van regelgeving, hetzij in algemene zin, hetzij onder specifieke voorwaarden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Op de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening zijn Verordening (EU) 2016/679 en Verordening (EU) 2018/1725 van toepassing, al naargelang het geval.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 170</TI.ART><STI.ART>Evaluatie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Uiterlijk op [PB: vijf jaar na de datum van toepassing<STRING STRIKE="on">note to OP = five years after the date of entry into application</STRING>], en vervolgens om de tien jaar, geeft de Commissie opdracht tot een evaluatie van de prestaties van het Bureau met betrekking tot zijn doelstellingen, mandaat, taken, governance en locatie(s) overeenkomstig de richtsnoeren van de Commissie.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De evaluatie richt zich met name op de vraag of het noodzakelijk is het mandaat van het Bureau te wijzigen, alsmede op de financiële implicaties van zulke wijzigingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Bij elke tweede evaluatie worden de door het Bureau bereikte resultaten getoetst in het licht van zijn doelstellingen, mandaat, governance en taken, met inbegrip van een beoordeling of het voortbestaan van het Bureau nog steeds gerechtvaardigd is gelet op deze doelstellingen, dit mandaat, deze governance en deze taken. Deze beoordeling omvat ook de ervaring die is opgedaan met de werking van de procedures van deze verordening en van hoofdstuk III, afdelingen 4 en 5, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] op basis van de input van de lidstaten en de coördinatiegroep als bedoeld in artikel 37 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>De Commissie brengt verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en de raad van beheer over de resultaten van de evaluatie. De resultaten van de evaluatie worden openbaar gemaakt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Uiterlijk tien jaar na de inwerkingtreding van deze verordening beoordeelt de Commissie de toepassing ervan en stelt zij een evaluatieverslag op over de vooruitgang die bij de verwezenlijking van de hierin vervatte doelstellingen is geboekt, inclusief een beoordeling van de middelen die vereist zijn om deze verordening uit te voeren.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK XII</TI><STI.GR>ALGEMENE BEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 171</TI.ART><STI.ART>Sancties op nationaal niveau</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uiterlijk op ... [twaalf maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening] stellen </STRING></STRING>de lidstaten<STRING STRIKE="on"> stellen</STRING> voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op <STRING STRIKE="on">overtredingen van</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inbreuken op</STRING></STRING> deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat <STRING STRIKE="on">deze</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die</STRING></STRING> sancties worden uitgevoerd. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld van die voorschriften en maatregelen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen daarvan mee.<STRING BOLD="on"> [Am. 347]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten stellen de Commissie onmiddellijk in kennis van iedere geschilprocedure die wegens inbreuken op deze verordening wordt ingesteld.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 172</TI.ART><STI.ART>Sancties van de Unie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie kan financiële sancties in de vorm van geldboeten of dwangsommen opleggen aan de houders van krachtens deze verordening verleende vergunningen voor het in de handel brengen indien zij hun in bijlage II vastgelegde verplichtingen in verband met de vergunningen voor het in de handel brengen, niet nakomen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De Commissie kan, voor zover daarin specifiek is voorzien in de gedelegeerde handelingen als bedoeld in lid 10, punt b), de financiële sancties als bedoeld in lid 1 opleggen aan een andere juridische entiteit of andere juridische entiteiten dan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, mits die entiteiten deel uitmaken van dezelfde economische entiteit als de houder van de vergunning voor het in de handel brengen en mits die andere juridische entiteiten:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>een beslissende invloed uitoefenden op de houder van de vergunning voor het in de handel brengen; of</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>betrokken waren bij de niet-nakoming, door de houder van de vergunning voor het in de handel brengen, van diens verplichting, of de niet-nakoming hadden kunnen aanpakken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer het Bureau of een bevoegde autoriteit van een lidstaat van oordeel is dat een houder van een vergunning voor het in de handel brengen een van de in lid 1 bedoelde verplichtingen niet is nagekomen, kan het Bureau of die autoriteit de Commissie verzoeken na te gaan of financiële sancties uit hoofde van dat lid moeten worden opgelegd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Bij het besluit of een financiële sanctie moet worden opgelegd en bij vaststelling van het passende bedrag daarvan laat de Commissie zich leiden door de beginselen van doeltreffendheid, evenredigheid en afschrikking, en houdt zij in voorkomend geval rekening met de ernst en de gevolgen van de niet-nakoming van de verplichtingen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Voor de toepassing van lid 1 houdt de Commissie rekening met de volgende elementen:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>inbreukprocedures ingeleid door een lidstaat tegen dezelfde houder van een vergunning voor het in de handel brengen op basis van dezelfde rechtsgronden en dezelfde feiten;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>reeds aan dezelfde houder van een vergunning voor het in de handel brengen opgelegde sancties, ook van financiële aard, op basis van dezelfde rechtsgronden en dezelfde feiten.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de aard, ernst en duur van de inbreuk en de gevolgen ervan, met inachtneming van de reikwijdte en het aantal getroffen personen en de omvang van de schade die zij hebben geleden;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 348]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de omvang en het marktaandeel van de entiteit die de inbreuk pleegt;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 349]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b quater)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het opzettelijke of nalatige karakter van de inbreuk;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 350]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b quinquies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door de inbreukmakende partij ondernomen actie om de schade als gevolg van de inbreuk te beperken;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 351]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b sexies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de mate van verantwoordelijkheid van de inbreukmakende partij, rekening houdend met de technische en organisatorische maatregelen die zijn genomen om de inbreuk te voorkomen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 352]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b septies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de mate waarin er met de bevoegde autoriteiten is samengewerkt om de inbreuk te verhelpen en de mogelijke negatieve gevolgen daarvan te beperken;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 353]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b octies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de wijze waarop de bevoegde autoriteiten kennis hebben gekregen van de inbreuk, met name of, en zo ja in hoeverre, de inbreukmakende partij de inbreuk heeft gemeld;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 354]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b nonies)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het risico voor de volksgezondheid, onder andere in geval van vervalsing van geneesmiddelen.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 355]</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Wanneer de Commissie vaststelt dat de houder van een vergunning voor het in de handel brengen opzettelijk of uit onachtzaamheid is tekortgeschoten in zijn verplichtingen als bedoeld in lid 1, kan zij bij besluit een geldboete opleggen van ten hoogste 5 % van de omzet die de houder van de vergunning voor het in de handel brengen binnen de Unie heeft behaald in het boekjaar dat voorafgaat aan de datum van dat besluit.</PARAG><PARAG>Wanneer de houder van de vergunning voor het in de handel brengen blijft tekortschieten in zijn verplichtingen als bedoeld in lid 1, kan de Commissie bij besluit per dag een dwangsom opleggen van ten hoogste 2,5 % van de gemiddelde dagomzet die de houder van de vergunning voor het in de handel brengen binnen de Unie heeft behaald in het boekjaar dat voorafgaat aan de datum van dat besluit.</PARAG><PARAG>Dwangsommen kunnen worden opgelegd voor de periode vanaf de datum van kennisgeving van het betreffende besluit van de Commissie totdat de houder van een vergunning voor het in de handel brengen de niet-nakoming van zijn verplichtingen als bedoeld in lid 1 heeft beëindigd.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Wanneer de Commissie een onderzoek voert naar de niet-nakoming van verplichtingen als bedoeld in lid 1, kan zij samenwerken met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en een beroep doen op middelen die door het Bureau worden verstrekt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>Wanneer de Commissie een besluit vaststelt tot oplegging van een financiële sanctie, maakt zij een beknopte samenvatting van de zaak bekend, met vermelding van de namen van de betrokken houders van een vergunning voor het in de handel brengen en de bedragen van en de redenen voor de opgelegde financiële sancties, rekening houdend met het rechtmatige belang van de houders van een vergunning voor het in de handel brengen bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft volledige rechtsmacht om besluiten van de Commissie tot oplegging van financiële sancties te toetsen. Het Hof van Justitie van de Europese Unie kan de door de Commissie opgelegde geldboete of dwangsom intrekken, verlagen of verhogen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 175 gedelegeerde handelingen vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen met:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>procedures die door de Commissie bij het opleggen van geldboeten of dwangsommen worden toegepast, met inbegrip van regels over de inleiding van de procedure, de maatregelen van instructie, de rechten van verdediging, de toegang tot het dossier, de vertegenwoordiging in rechte en de vertrouwelijkheid;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>nadere regels inzake het opleggen door de Commissie van financiële sancties aan andere juridische entiteiten dan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>regels over de duur van de procedure en de verjaringstermijnen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>elementen waarmee de Commissie rekening moet houden bij het begroten en opleggen van geldboeten en dwangsommen, alsmede de voorwaarden waaronder en de wijze waarop deze worden ingevorderd.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK XIII</TI><STI.GR>GEDELEGEERDE HANDELINGEN EN UITVOERINGSHANDELINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 173</TI.ART><STI.ART>Permanent Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik en onderzoeksprocedure</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Commissie wordt bijgestaan door het bij [herziene Richtlijn 2001/83/EG] ingestelde Permanent Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure moet worden verkregen en naar dit lid wordt verwezen, wordt die procedure slechts zonder gevolg beëindigd indien daartoe door de voorzitter van het comité wordt besloten binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Het Permanent Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik ziet erop toe dat zijn reglement van orde wordt aangepast in het licht van de noodzaak om geneesmiddelen snel beschikbaar te stellen voor patiënten.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 174</TI.ART><STI.ART>Uitvoeringsmaatregelen in verband met vergunningverlenings- en geneesmiddelenbewakingsactiviteiten</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>Met het oog op de harmonisatie van de elektronische gegevensoverdrachten waarin deze verordening voorziet, kan de Commissie uitvoeringsmaatregelen vaststellen met betrekking tot het formaat en de inhoud van het elektronische doorzenden door de houders van een vergunning voor het in de handel brengen.</PARAG><PARAG>In deze maatregelen wordt rekening gehouden met internationale harmonisatiewerkzaamheden op dit gebied en zij worden zo nodig aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang aangepast. Deze maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Om de uitvoering van de geneesmiddelenbewakingswerkzaamheden waarin deze verordening voorziet te harmoniseren, stelt de Commissie voor onderstaande gebieden de uitvoeringsvoorschriften waarin artikel 214 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG] voorziet, vast:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>a)</NO.P>de inhoud en het onderhoud van het basisdossier geneesmiddelenbewakingssysteem dat door de houder van een vergunning voor het in de handel brengen wordt bijgehouden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>b)</NO.P>de minimumeisen van het kwaliteitssysteem voor de uitvoering van geneesmiddelenbewakingswerkzaamheden door het Bureau;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>c)</NO.P>het gebruik van internationaal overeengekomen terminologie, formaten en normen voor de uitvoering van geneesmiddelenbewakingswerkzaamheden;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>d)</NO.P>de minimumeisen voor het toezicht op de gegevens in de Eudravigilance-databank om te bepalen of zich nieuwe of gewijzigde risico’s voordoen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>e)</NO.P>het formaat en de inhoud van het elektronisch doorzenden van vermoedelijke bijwerkingen door lidstaten en de houders van een vergunning voor het in de handel brengen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>f)</NO.P>het formaat en de inhoud van elektronische periodieke veiligheidsverslagen en risicomanagementplannen;</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>g)</NO.P>het formaat voor protocollen, samenvattingen en eindverslagen van veiligheidsonderzoeken na verlening van een vergunning.</PARAG><PARAG>In deze maatregelen wordt rekening gehouden met internationale harmonisatiewerkzaamheden op het gebied van de geneesmiddelenbewaking en zij worden zo nodig aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang aangepast. Deze maatregelen worden vastgesteld volgens de in artikel 173, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 175</TI.ART><STI.ART>Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De in artikel 3, lid 5, artikel 19, lid 8, artikel 21, artikel 47, lid 4, artikel 49, lid 2, artikel 63, lid 2, artikel 67, lid 4, artikel 75, lid 3, artikel 81, lid 4, en artikel 172, lid 10, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [datum van inwerkingtreding]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3, lid 5, artikel 19, lid 8, artikel 21, artikel 47, lid 4, artikel 49, lid 2, artikel 63, lid 2, artikel 67, lid 4, artikel 75, lid 3, artikel 81, lid 4, en artikel 172, lid 10, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Een overeenkomstig artikel 21, artikel 19, lid 8, artikel 47, lid 4, artikel 49, lid 2, en artikel 175 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK XIV</TI><STI.GR>WIJZIGINGEN VAN ANDERE RECHTSHANDELINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 175 bis</STRING></STRING></TI.ART><STI.ART><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 851/2004</STRING></STRING></STI.ART><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verordening (EG) nr. 851/2004 wordt als volgt gewijzigd:</STRING></STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende artikelen worden ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 11 bis bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Europese Autoriteit voor paraatheid en respons inzake noodsituaties op gezondheidsgebied</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Europese Autoriteit voor paraatheid en respons inzake noodsituaties op gezondheidsgebied (“HERA” of de “Autoriteit”) wordt hierbij opgericht als aan afzonderlijke structuur onder de rechtspersoonlijkheid van het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (“ECDC”).</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Autoriteit is verantwoordelijk voor het ontwikkelen, coördineren en uitvoeren van de Europese portefeuille op lange termijn van de biomedische onderzoeks- en ontwikkelingsagenda voor medische tegenmaatregelen tegen huidige en opkomende bedreigingen voor de volksgezondheid, alsook voor de productie-, aankoop-, opslag- en distributiecapaciteit van medische tegenmaatregelen en andere prioritaire geneesmiddelen in de Unie.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Autoriteit wordt vertegenwoordigd door de directeur van het ECDC.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 11 bis ter</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Doelstellingen en taken van de Autoriteit</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Autoriteit biedt de lidstaten en de instellingen, organen en instanties van de Unie de strategische sturing en de middelen om een solide biomedische O&amp;O-capaciteit te ontwikkelen teneinde grote volksgezondheidskwesties aan te pakken.</STRING></STRING></P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Autoriteit heeft de volgende taken:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het opstellen van een Europese portfolio van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten op lange termijn in overeenstemming met door de Commissie in overleg met de Wereldgezondheidsorganisatie (“WHO”) vastgestelde prioriteiten inzake volksgezondheid;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het opzetten en ondersteunen van biomedische O&amp;O-projecten voor ten minste de volgende gebieden:</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de ontwikkeling van prioritaire antimicrobiële stoffen zoals gedefinieerd in artikel 40 bis [verordening geneesmiddelen];</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>ii)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de ontwikkeling van medische tegenmaatregelen en daarmee verband houdende technologieën;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het opzetten en beheren van samenwerkingen met derde onderzoekscentra op nationaal en Europees niveau, entiteiten zonder winstoogmerk, de academische wereld en bedrijfstakken;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het verstrekken van strategisch advies aan de Commissie over de toewijzing van relevante subsidies van de Unie en andere financiële bronnen om te zorgen voor een passende toewijzing van middelen voor O&amp;O op biomedisch gebied;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het opsporen van biologische en andere bedreigingen voor de gezondheid, het beoordelen van de gevolgen ervan en het vaststellen van mogelijke tegenmaatregelen;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het beoordelen en aanpakken van kwetsbaarheden in de mondiale toeleveringsketens en strategische afhankelijkheden met betrekking tot de beschikbaarheid van medische tegenmaatregelen en geneesmiddelen in de Unie in coördinatie met de stuurgroep tekorten aan geneesmiddelen en de stuurgroep tekorten aan medische hulpmiddelen, opgericht uit hoofde van Verordening (EU) 2022/123;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>g)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het aanpakken van marktuitdagingen door het vaststellen en waarborgen van de beschikbaarheid van productielocaties voor prioritaire geneesmiddelen in de Unie;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>h)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het bevorderen van de gezamenlijke aankoop en distributie van geneesmiddelen in de lidstaten;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het monitoren van de naleving van financierings- en aanbestedingsovereenkomsten;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>j)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het opzetten van een overleg- en samenwerkingsmechanisme, in overeenstemming met de “één gezondheid”-benadering, zowel intern binnen het ECDC als met andere organen en agentschappen van de Unie, in het bijzonder het EMA, de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en het Europees Milieuagentschap;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>k)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het bijdragen tot de versterking van de mondiale architectuur voor paraatheid en respons inzake noodsituaties op gezondheidsgebied.</STRING></STRING></ITEM></LIST></P><P><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Commissie is bevoegd om gedelegeerde handelingen aan te nemen om deze verordening aan te vullen door de in lid 1, tweede alinea, punt b), vermelde prioritaire onderzoeksagenda uit te breiden teneinde andere gebieden van onvervulde medische behoeften aan te pakken.”;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 356]</STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 13 wordt het volgende punt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">a)</STRING></STRING>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“b bis)	de HERA-raad;”;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 357]</STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in artikel 16, lid 2, wordt het volgende punt ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P>“<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">a)</STRING></STRING>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“d bis)	de zorg dat de HERA-raad de nodige wetenschappelijke, technische en administratieve ondersteuning krijgt;”;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 358]</STRING></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de volgende artikelen worden ingevoegd:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 17 bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">HERA-raad</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De HERA-raad bestaat uit één vertegenwoordiger van elke lidstaat, twee vertegenwoordigers van de Commissie, alsook twee vertegenwoordigers van het Europees Parlement, die allen stemrecht hebben. Alle leden van de HERA-raad worden benoemd voor een termijn van twee jaar, die eenmaal kan worden verlengd.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bovendien worden door de Raad in overleg met het Europees Parlement twee deskundigen inzake volksgezondheid benoemd op basis van een door de Commissie opgestelde lijst. De door de Commissie opgestelde lijst wordt, vergezeld van de relevante documentatie, aan het Europees Parlement toegezonden. Zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk drie maanden na die mededeling, kan het Europees Parlement zijn standpunten met het oog op overweging door de Raad kenbaar maken, waarna de Raad overgaat tot benoeming van deze vertegenwoordigers in de HERA-raad.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De HERA-raad wordt gezamenlijk voorgezeten door de directeur en een gekozen vertegenwoordiger van een lidstaat. De benoeming van de leden van de HERA-raad geschiedt zodanig dat de hoogste graad van bekwaamheid, een uitgebreide relevante deskundigheid en de afwezigheid van een direct of indirect belangenconflict verzekerd zijn.</STRING></STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De ambtstermijn van de leden en hun plaatsvervangers bedraagt vier jaar. Deze termijn kan daaropvolgend eenmaal worden verlengd.</STRING></STRING></P><P><NO.P>5.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een vertegenwoordiger van het Gezondheidsbeveiligingscomité en een vertegenwoordiger van het EMA wonen de vergaderingen van de HERA-raad bij als permanente waarnemers. Andere betrokken organen en agentschappen van de Unie kunnen waar relevant worden uitgenodigd om de vergaderingen als waarnemer bij te wonen.</STRING></STRING></P><P><NO.P>6.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De medevoorzitters van de HERA-raad kunnen betrokken belanghebbenden uitnodigen om de vergaderingen van de HERA-raad als waarnemer bij te wonen. Waarnemers delen vóór elke vergadering hun belangen mee.</STRING></STRING></P><P><NO.P>7.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De HERA-raad stelt zijn reglement van orde vast, onder meer wat de verkiezing van een medevoorzitter en stemprocedures betreft.</STRING></STRING></P><P><NO.P>8.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lijst van leden en plaatsvervangers, het reglement van orde van de HERA-raad en de agenda’s en notulen van de vergaderingen worden beschikbaar gesteld op de website van de Autoriteit.</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 17 ter</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Taken van de HERA-raad</STRING></STRING></P><P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0"><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De HERA-raad:</STRING></STRING></INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt de meerjarige strategische planning voor HERA vast;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">keurt strategische beslissingen met betrekking tot HERA goed over onderzoek en innovatie en industriestrategieën op het gebied van antimicrobiële stoffen en medische tegenmaatregelen;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stelt een Europese portefeuille van onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten op lange termijn op in overeenstemming met door de Commissie in overleg met de WHO vastgestelde prioriteiten inzake volksgezondheid;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">staat in voor het wetenschappelijk en technisch beheer van HERA;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beoordeelt de uitvoering van de taken die aan HERA zijn toevertrouwd;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">draagt bij aan het coherente beheer van de crisisparaatheid en -respons van de Unie;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>g)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">draagt bij aan het gecoördineerde optreden van de Commissie en de lidstaten voor de uitvoering van Verordening (EU) 2022/2371;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>h)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">draagt bij aan de uitvoering van de mondiale gezondheidsstrategie van de Unie, in het bijzonder om huidige en komende gezondheidsbedreigingen aan te pakken;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">keurt adviezen en richtsnoeren goed, onder meer over specifieke responsmaatregelen voor de lidstaten voor de preventie van en de controle op ernstige grensoverschrijdende bedreigingen voor de gezondheid, met inbegrip van antimicrobiële resistentie;</STRING></STRING></ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>j)</SYMBOL>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">keurt voorstellen goed voor de jaarlijkse begroting van HERA en het toezicht op de uitvoering ervan.”;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 359]</STRING></ITEM></LIST></P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 19 wordt vervangen door:</STRING></STRING><CITATION><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Artikel 19</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Transparantie en belangenconflicten</STRING></STRING></P><P><NO.P>1.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De leden van de raad van bestuur, van de HERA-raad, van de wetenschappelijke panels en van het adviesforum, alsmede de directeur en het personeel verbinden zich ertoe in het openbaar belang en op onafhankelijke wijze te handelen. Zij hebben geen directe of indirecte financiële of andere belangen in de farmaceutische of een andere medische industrie waardoor hun onpartijdigheid in het gedrang kan komen. Zij verstrekken jaarlijks een verklaring omtrent hun financiële belangen en actualiseren deze jaarlijks en telkens wanneer dat nodig is. De verklaring wordt op verzoek beschikbaar gesteld.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De gedragscode van het ECDC en de Autoriteit bepaalt hoe dit artikel wordt toegepast.</STRING></STRING></P><P><NO.P>3.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ECDC en de Autoriteit stellen het reglement van orde, de agenda’s en notulen van vergaderingen en de namen van de leden van de in lid 1 genoemde structuren en hun belangenverklaring beschikbaar op hun website.</STRING></STRING></P><P><NO.P>4.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Belanghebbenden die worden uitgenodigd op de vergaderingen van het ECDC en de Autoriteit delen hun belangen vóór de vergadering mee.”.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 360]</STRING></P></CITATION></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 176</TI.ART><STI.ART>Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1394/2007</STI.ART><PARAG>Verordening (EG) nr. 1394/2007 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>de artikelen 8, 17 en 20 tot en met 23 worden geschrapt.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>in artikel 9, lid 3, wordt de vierde alinea vervangen door:<CITATION><P>“Als de aanvraag niet vergezeld gaat van de resultaten van een dergelijke beoordeling, verzoekt het bureau een samen met de aanvrager aangewezen aangemelde instantie advies uit te brengen over de conformiteit van het medische-hulpmiddelgedeelte met bijlage I bij Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING>, tenzij het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik op advies van zijn deskundigen op het gebied van medische hulpmiddelen besluit dat de inschakeling van een aangemelde instantie niet vereist is.</P><P>________________</P><P><STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING>	Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen, tot wijziging van Richtlijn 2001/83/EG, Verordening (EG) nr. 178/2002 en Verordening (EG) nr. 1223/2009 en tot intrekking van Richtlijnen 90/385/EEG en 93/42/EEG van de Raad (PB L 117 van 5.5.2017, blz. 1).”.</P></CITATION></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 177</TI.ART><STI.ART>Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 536/2014</STI.ART><PARAG>Verordening (EU) nr. 536/2014 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>het volgende artikel 5 bis wordt ingevoegd:<CITATION><P>“Artikel 5 bis</P><P>Milieurisicobeoordeling van geneesmiddelen voor onderzoek voor menselijk gebruik die geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen bestaan</P><P><NO.P>1.</NO.P>Wanneer de aanvraag overeenkomstig artikel 5 van deze verordening betrekking heeft op klinische proeven met geneesmiddelen voor onderzoek voor menselijk gebruik die geheel of gedeeltelijk bestaan uit genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) in de zin van artikel 2 van Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING>, dient de opdrachtgever een milieurisicobeoordeling in op het EU-portaal (CTIS).</P><P><NO.P>2.</NO.P>De in lid 1 bedoelde milieurisicobeoordeling wordt uitgevoerd overeenkomstig de beginselen van bijlage II bij Richtlijn 2001/18/EG en de wetenschappelijke richtsnoeren die het Bureau heeft ontwikkeld in overleg met de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, die daartoe zijn ingesteld overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG, en overeenkomstig de gedelegeerde handeling zoals bedoeld in lid 8.</P><P><NO.P>3.</NO.P>De artikelen 6 tot en met 11 van Richtlijn 2001/18/EG zijn niet van toepassing op geneesmiddelen voor onderzoek voor menselijk gebruik die geheel of gedeeltelijk uit genetisch gemodificeerde organismen bestaan.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik beoordeelt de in lid 1 bedoelde milieurisicobeoordeling in de vorm van een wetenschappelijk advies. Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik dient zijn advies binnen 45 dagen na de in artikel 5, lid 3, bedoelde valideringsdatum in bij de bevoegde autoriteit van de rapporterende lidstaat. In voorkomend geval worden in het advies risicobeperkende maatregelen opgenomen. De opdrachtgever verstrekt de rapporterende lidstaat en de betrokken lidstaten het bewijs dat deze maatregelen zullen worden uitgevoerd.</P><P><NO.P>5.</NO.P>Het Comité voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik kan, met gegronde redenen, via het EU-portaal (CTIS) de opdrachtgever om aanvullende informatie over de in lid 1 bedoelde beoordeling verzoeken, die alleen binnen de in lid 5 bedoelde termijn wordt verstrekt.</P><P><NO.P>6.</NO.P>Om de in lid 6 bedoelde aanvullende informatie te verkrijgen en te evalueren, kan het Bureau de in lid 5 bedoelde termijn met maximaal 31 dagen verlengen. De opdrachtgever dient de gevraagde aanvullende informatie in binnen de door het Bureau vastgestelde termijn. Indien de opdrachtgever niet binnen de door het Bureau gestelde termijn aanvullende informatie verstrekt, wordt de in lid 1 bedoelde aanvraag geacht in alle betrokken lidstaten te zijn verstreken.</P><P><NO.P>7.</NO.P>In het geval van first-in-classproducten of wanneer tijdens de beoordeling van de ingediende milieurisicobeoordeling zoals bedoeld in lid 1 een nieuwe vraag rijst, raadpleegt het Bureau de instanties die de lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG of Richtlijn 2009/41/EG van het Europees Parlement en de Raad** hebben ingesteld. Indien een raadpleging noodzakelijk is, moet het technische dossier waarin de in bijlage III bij Richtlijn 2001/18/EG gespecificeerde informatie voldoende gedetailleerd wordt behandeld, in voorkomend geval worden opgenomen ter ondersteuning van de milieurisicobeoordeling.</P><P><NO.P>8.</NO.P>De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 89 een gedelegeerde handeling vast te stellen tot wijziging van de bijlagen bij deze verordening teneinde de procedure te specificeren voor de indiening en de geharmoniseerde beoordeling van de milieurisicobeoordeling voor geneesmiddelen voor onderzoek die geheel of gedeeltelijk uit ggo’s bestaan, zoals bepaald in de leden 1 tot en met 8.</P><P>In de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling wordt bepaald dat de milieurisicobeoordeling een onafhankelijk onderdeel van de aanvraag is.</P><P>In de in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling wordt de inhoud van de milieurisicobeoordeling gespecificeerd, rekening houdend met de door het Bureau gepubliceerde gemeenschappelijke aanvraagformulieren en documenten inzake goede praktijken voor genetisch gemodificeerde menselijke cellen en adeno-geassocieerde virale vectoren.</P><P>De in de eerste alinea bedoelde gedelegeerde handeling bevat een bepaling om de vereisten inzake de milieurisicobeoordeling voor geneesmiddelen voor onderzoek die geheel of gedeeltelijk uit ggo’s bestaan, te actualiseren in het licht van wetenschappelijke ontwikkelingen en wijzigingen van (Richtlijn 2001/18/EG).</P><P>______________</P><P><STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING>	Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 maart 2001 inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad – Verklaring van de Commissie (PB L 106 van 17.4.2001, blz. 1).</P><P><STRING SUPERSCRIPT="on">**</STRING>	Richtlijn 2009/41/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 inzake het ingeperkte gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen (Herschikking) (PB L 125 van 21.5.2009, blz. 75).”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>in artikel 25, lid 1, wordt punt d) vervangen door:<CITATION><P>“d)	maatregelen om proefpersonen, derden en het milieu te beschermen;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3)</NO.P>artikel 26 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 26</P><P>Taalvoorschriften</P><P>De taal van het aanvraagdossier, of delen daarvan, wordt bepaald door de betrokken lidstaat.</P><P>De taal voor de milieurisicobeoordeling is bij voorkeur het Engels.</P><P>Bij de toepassing van de eerste alinea overwegen de lidstaten om voor de documentatie die niet tot de proefpersoon gericht is, een taal te aanvaarden die door alle betrokkenen op medisch gebied wordt begrepen.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4)</NO.P>in artikel 37, lid 4, wordt na de eerste alinea de volgende alinea ingevoegd:<CITATION><P>“In het geval van een klinische proef waarbij een geneesmiddel bij de pediatrische populatie wordt gebruikt, bedraagt de in de eerste alinea bedoelde termijn om een samenvatting van de resultaten van de klinische proef bij de EU-databank in te dienen 6 maanden.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5)</NO.P>in artikel 61, lid 2, wordt punt a) vervangen door:<CITATION><P>“a)	hij moet voor de vervaardiging of invoer beschikken over ruimten, technische uitrusting en controlemogelijkheden die geschikt en toereikend zijn en aan de voorschriften in deze verordening voldoen en, waar van toepassing in het geval van geneesmiddelen voor onderzoek die geheel of gedeeltelijk uit ggo’s bestaan, in Richtlijn 2009/41/EG;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6)</NO.P>artikel 66, lid 1, onder c), wordt vervangen door:<CITATION><P>“c)	informatie ter identificatie van het geneesmiddel, met inbegrip van, in voorkomend geval, “Dit GVO bevat genetisch gemodificeerde organismen.”;”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7)</NO.P>in artikel 76 wordt lid 1 vervangen door:<CITATION><P>“1.	De lidstaten zien erop toe dat er regelingen zijn voor vergoedingen van schade die is geleden door een proefpersoon als gevolg van de deelname aan een klinische proef, of die is toegebracht aan derden of het milieu bij een dergelijke proef op hun grondgebied, in de vorm van een verzekering, een garantie, of een soortgelijke regeling waarvan het doel gelijkwaardig is en die past bij de aard en de omvang van het risico.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8)</NO.P>artikel 89 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 89</P><P>Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie</P><P><NO.P>1.</NO.P>De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel vastgestelde voorwaarden.</P><P><NO.P>2.</NO.P>De in de artikelen 5 bis, 27, 39 en 45, artikel 63, lid 1, en artikel 70 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van de in artikel 99, lid 2, bedoelde datum. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikelen 5 bis, 27, 39 en 45, artikel 63, lid 1, en artikel 70 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.</P><P><NO.P>5.</NO.P>Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.</P><P><NO.P>6.</NO.P>Een overeenkomstig de artikelen 5 bis, 27, 39 en 45, artikel 63, lid 1, en artikel 70 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9)</NO.P>artikel 91 wordt vervangen door:<CITATION><P>“Artikel 91</P><P>Verband met andere rechtshandelingen van de Unie</P><P>Deze verordening laat Richtlijn 97/43/Euratom van de Raad, Richtlijn 96/29/Euratom van de Raad, Richtlijn 2004/23/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2002/98/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2010/53/EU van het Europees Parlement en de Raad onverlet.</P><P>In het kader van de inspecties zoals bedoeld in artikelen 52, lid 5, van [herziene Verordening 726/2004] en artikel 78 van deze verordening zijn de criteria van bijlage III bij [herziene Verordening 726/2004] van overeenkomstige toepassing.”.</P></CITATION></PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 178</TI.ART><STI.ART>Wijzigingen van Verordening (EU) 2022/123</STI.ART><PARAG>Verordening (EU) nr. 2022/123 wordt als volgt gewijzigd:</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>1)</NO.P>aan artikel 18 wordt het volgende lid 7 toegevoegd:<CITATION><P>“7.	Wanneer er overeenkomstig lid 3 een verzoek is ingediend en er een tijdelijke noodvergunning voor het in de handel brengen van het betrokken geneesmiddel is aangevraagd overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) 2022/123 [PB: gelieve het nummer van deze verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">Note to OP: Please fill in with the number of this Regulation</STRING>]<STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING>, heeft de krachtens die verordening ingeleide procedure voorrang.</P><P>______________</P><P><STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING>	[PB: gelieve de volledige titel van die verordening en de publicatiereferentie in te voegen<STRING STRIKE="on">OP: Insert the full title of that Regulation and the OJ reference, please</STRING>].”;</P></CITATION></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2)</NO.P>de artikelen 33 en 34 worden geschrapt.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><GR.ART><TI TITLE="TICHAPITRE">HOOFDSTUK XV</TI><STI.GR>SLOTBEPALINGEN</STI.GR><ARTICLE><TI.ART>Artikel 179</TI.ART><STI.ART>Intrekkingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De Verordeningen (EG) nr. 141/2000, (EG) nr. 726/2004 en (EG) nr. 1901/2006 worden ingetrokken.</PARAG><PARAG>Verwijzingen naar de ingetrokken verordeningen gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage V.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>Uitvoeringsverordening (EU) nr. 198/2013 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Uitvoeringsverordening (EU) nr. 198/2013 van de Commissie van 7 maart 2013 inzake de keuze van een symbool ter markering van geneesmiddelen voor menselijk gebruik die onderworpen zijn aan aanvullende monitoring (PB L 65 van 8.3.2013, blz. 17).</FIELD></FOOTNOTE> wordt ingetrokken.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 180</TI.ART><STI.ART>Overgangsbepalingen</STI.ART><PARAG NO="YES"><NO.P>1.</NO.P>De bepalingen van artikel 117 van deze verordening zijn ook van toepassing op vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik die vóór [PB: gelieve de datum in te voegen = datum van toepassing van deze verordening<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date = date of entry into application of this Regulation</STRING>] zijn verleend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 726/2004 en overeenkomstig Richtlijn 2001/83/EC.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>2.</NO.P>De procedures met betrekking tot de aanvragen voor vergunningen voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik die vóór [PB: gelieve de datum in te voegen = datum van toepassing van deze verordening<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date = date of entry into application of this Regulation</STRING>] zijn gevalideerd overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EG) nr. 726/2004, en die nog lopende waren op [PB: gelieve de datum in te voegen = de dag voor de datum van toepassing van deze verordening<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date = the day before the date of application of this Regulation</STRING>] worden afgerond overeenkomstig artikel 10 van Verordening (EG) nr. 726/2004.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>3.</NO.P>Procedures met betrekking tot opgelegde onderzoeken na het verlenen van de vergunning die vóór [PB: gelieve de datum in te voegen = datum van toepassing van deze verordening<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date = date of entry into application of this Regulation</STRING>] zijn ingeleid overeenkomstig artikel 10 bis van Verordening (EG) nr. 726/2004, en die nog lopende waren op [PB: gelieve de datum in te voegen = de dag voor de datum van toepassing van deze verordening<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date = the day before the date of application of this Regulation</STRING>] worden afgerond overeenkomstig artikel 20 van deze verordening.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>4.</NO.P>Bij wijze van afwijking zijn de in artikel 29 bedoelde perioden van wettelijke bescherming niet van toepassing op referentiegeneesmiddelen waarvoor vóór [PB: gelieve de datum van toepassing van deze verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date of application of this Regulation</STRING>] een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen is ingediend. Artikel 14, lid 11, van Verordening (EG) nr. 726/2004 blijft van toepassing op die referentiegeneesmiddelen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>5.</NO.P>Aanwijzingen als weesgeneesmiddel die vóór [PB: gelieve de datum van toepassing van deze verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date of application of this Regulation</STRING>] zijn toegekend, en die zijn opgenomen in en niet geschrapt uit het communautaire register voor weesgeneesmiddelen overeenkomstig artikel 5, lid 8 respectievelijk lid 12, van Verordening (EG) nr. 141/2000 en waarvoor geen vergunning voor het in de handel brengen overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 141/2000 is verleend die overeenstemt met de aanwijzing als weesgeneesmiddel, worden geacht aan deze verordening te voldoen en worden opgenomen in het register van aangewezen weesgeneesmiddelen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>6.</NO.P>Aanwijzingen als weesgeneesmiddel die vóór [PB: gelieve de datum van toepassing van deze verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date of application of this Regulation</STRING>] zijn toegekend, en die zijn geschrapt uit het communautaire register voor weesgeneesmiddelen overeenkomstig artikel 5, lid 12, van Verordening (EG) nr. 141/2000 of waarvoor een vergunning voor het in de handel brengen is verleend overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 141/2000 worden niet beschouwd als aanwijzingen als weesgeneesmiddelen en worden niet opgenomen in het register van aangewezen weesgeneesmiddelen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>7.</NO.P>Voor geneesmiddelen die vóór [PB: gelieve de datum van toepassing van deze verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date of application of this Regulation</STRING>] zijn aangewezen als weesgeneesmiddel en die zijn opgenomen in en niet geschrapt uit het communautaire register voor weesgeneesmiddelen overeenkomstig artikel 5, lid 8 respectievelijk lid 12, van Verordening (EG) nr. 141/2000 en waarvoor geen vergunning voor het in de handel brengen overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 141/2000 is verleend die overeenstemt met de aanwijzing als weesgeneesmiddel, gaat de zevenjarige geldigheidsduur van de aanwijzing als weesgeneesmiddel zoals bedoeld in artikel 66 van deze verordening in op [PB: gelieve de datum van toepassing van deze verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date of application of this Regulation</STRING>].</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>8.</NO.P>De procedures met betrekking tot de aanwijzing als weesgeneesmiddel die overeenkomstig artikel 5, leden 1, 11 of 12, van Verordening (EG) nr. 141/2000 zijn ingeleid vóór [PB: gelieve de datum van toepassing van deze verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date of application of this Regulation</STRING>] en die nog lopende waren op [PB: gelieve de datum in te voegen = de dag voor de datum van toepassing<STRING STRIKE="on">OP please insert the date = the day before the date of application</STRING>], worden afgerond overeenkomstig artikel 5, leden 1, 11 of 12 van Verordening (EG) nr. 141/2000 zoals van toepassing op [PB: gelieve de datum in te voegen = de dag voor de datum van toepassing<STRING STRIKE="on">OP please insert the date = the day before the date of application</STRING>].PB: gelieve de datum van toepassing van deze verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date of application of this Regulation</STRING></PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>9.</NO.P>Wanneer een plan voor pediatrisch onderzoek, een vrijstelling of een opschorting vóór [PB: gelieve de datum van toepassing van deze verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date of application of this Regulation</STRING>] is verleend overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1901/2006, wordt dit plan, deze vrijstelling of deze opschorting geacht aan deze verordening te voldoen.</PARAG><PARAG>De procedures betreffende de aanvraag voor een plan voor pediatrisch onderzoek, een vrijstelling of een opschorting die vóór [datum van toepassing] is ingediend, worden afgerond overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1901/2006.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>10.</NO.P>De Verordeningen (EG) nr. 2141/96, (EG) nr. 2049/2005, (EG) nr. 507/2006 en (EG) nr. 658/2007 blijven van toepassing tenzij en totdat deze worden ingetrokken.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>11.</NO.P>Verordening (EG) nr. 1234/2008 blijft van toepassing tenzij en totdat zij wordt ingetrokken wat betreft geneesmiddelen voor menselijk gebruik die vallen onder Verordening (EG) nr. 726/2004 en Richtlijn 2001/83/EG en die niet zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr. 1234/2008 uit hoofde van artikel 23 ter, leden 4 en 5, van Richtlijn 2001/83/EG.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>12.</NO.P>Verordening (EG) nr. 847/2000 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 847/2000 van de Commissie van 27 april 2000 tot vaststelling van de uitvoeringsbepalingen inzake de criteria voor de aanwijzing van een geneesmiddel als weesgeneesmiddel en de definities van de begrippen “gelijkwaardig geneesmiddel” en “klinische superioriteit” (PB L 103 van 28.4.2000, blz. 5).</FIELD></FOOTNOTE> blijft van toepassing tenzij en totdat deze wordt ingetrokken ten aanzien van weesgeneesmiddelen die onder deze verordening vallen.</PARAG><PARAG NO="YES"><NO.P>13.</NO.P>In afwijking van artikel [Duur van de toepassing van hoofdstuk III] blijven vouchers die uiterlijk op [PB: gelieve de datum van 15 jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">Note to OP: insert the date of 15 years after the date of entry into force of this Regulation</STRING>] worden toegekend, of uiterlijk op de datum waarop de Commissie overeenkomstig hoofdstuk III in totaal tien vouchers heeft toegekend, als dat eerder is, geldig overeenkomstig de voorwaarden in hoofdstuk III.</PARAG></ARTICLE><ARTICLE><TI.ART>Artikel 181</TI.ART><STI.ART>Inwerkingtreding</STI.ART><PARAG>Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>.</PARAG><PARAG>Zij is van toepassing met ingang van [PB: gelieve de datum van 18 maanden na de inwerkingtreding ervan in te voegen. De datum moet identiek zijn aan de datum voor de toepassing van de richtlijn<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date of 18 months after its entry into force. The date should be identical to the date for the application of the Directive</STRING>].</PARAG><PARAG>Artikel 67 is echter van toepassing met ingang van [PB: gelieve de datum van 2 jaar na de datum van vaststelling/inwerkingtreding/toepassing van deze verordening in te voegen<STRING STRIKE="on">Note to the OP: Please insert the date of 2 years after the date of adoption/entry into force/application of this Regulation</STRING>].</PARAG><PARAG><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De bepalingen in hoofdstuk III zijn vanaf ... [de datum van inwerkingtreding van deze verordening] van toepassing.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 361]</STRING></PARAG><PARAG>Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.</PARAG></ARTICLE></GR.ART><SIGNATURE><P>Gedaan te …,</P><P><STRING ITALIC="on">Voor het Europees Parlement	Voor de Raad</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">De voorzitter	De voorzitter</STRING></P></SIGNATURE><ANNEX><TI>Bijlage I</TI><P>GENEESMIDDELEN WAARVOOR DE UNIE EEN VERGUNNING VOOR HET IN DE HANDEL BRENGEN MOET VERLENEN</P><P><NO.P>1.</NO.P>Geneesmiddelen die zijn ontwikkeld met behulp van één van de volgende biotechnologische procedés:</P><P><NO.P>—</NO.P>recombinant-nucleïnezuurtechnologie;</P><P><NO.P>—</NO.P>gecontroleerde expressie van genen die coderen voor biologisch actieve eiwitten in prokaryoten en eukaryoten, met inbegrip van getransformeerde cellen van zoogdieren.</P><P><NO.P>2.</NO.P>Geneesmiddelen voor geavanceerde therapie zoals gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EG) nr. 1394/2007.</P><P><NO.P>3.</NO.P>Geneesmiddelen voor menselijk gebruik die een werkzame stof bevatten waarvoor op 20 mei 2004 in de Unie geen vergunning bestond, met uitzondering van allergeenproducten of kruidengeneesmiddelen, waarvoor in geen geval door de Unie een vergunning wordt verleend.</P><P><NO.P>4.</NO.P>Geneesmiddelen die overeenkomstig deze verordening zijn aangewezen als weesgeneesmiddelen.</P><P><NO.P>5.</NO.P>Geneesmiddelen waarvoor een vergunning voor het in de handel brengen voor pediatrisch gebruik is verleend.</P><P><NO.P>6.</NO.P>Prioritaire antimicrobiële stoffen zoals bedoeld in artikel 40.</P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage II</TI><P>LIJST VAN DE IN ARTIKEL 172 BEDOELDE VERPLICHTINGEN</P><P><NO.P>1)</NO.P>De verplichting om volledige en nauwkeurige gegevens en documentatie te verstrekken in een aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen, ingediend bij het Bureau of in antwoord op in deze verordening vastgestelde verplichtingen, voor zover de niet-nakoming van de verplichting betrekking heeft op een bepaald punt.</P><P><NO.P>2)</NO.P>De verplichting te voldoen aan voorwaarden of beperkingen die zijn opgenomen in de vergunning voor het in de handel brengen en die betrekking hebben op de verstrekking of het gebruik van het geneesmiddel voor menselijk gebruik, zoals bedoeld in artikel 12, lid 4, punt c), en in artikel 13, lid 1, vierde alinea.</P><P><NO.P>3)</NO.P>De verplichting om te voldoen aan voorwaarden en beperkingen die zijn opgenomen in de vergunning voor het in de handel brengen en die betrekking hebben op het veilige en doeltreffende gebruik van het geneesmiddel voor menselijk gebruik, zoals bedoeld in artikel 12, lid 4, punten b), d), e), f) en g), en in artikel 13, lid 1.</P><P><NO.P>4)</NO.P>De verplichting om alle noodzakelijke wijzigingen aan te brengen in de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen in verband met de technische en wetenschappelijke vooruitgang en om vervaardiging en controle van het geneesmiddel voor menselijk gebruik met behulp van algemeen aanvaarde wetenschappelijke methoden mogelijk te maken, zoals bedoeld in artikel 45, lid 1.</P><P><NO.P>5)</NO.P>De verplichting tot verstrekking van nieuwe gegevens die kunnen leiden tot wijziging van de voorwaarden van de vergunning voor het in de handel brengen, het meedelen van elk verbod of elke beperking opgelegd door de bevoegde autoriteiten van elk land waarin het geneesmiddel voor menselijk gebruik in de handel wordt gebracht of van informatie die de afweging van de baten en risico’s van het betrokken geneesmiddel voor menselijk gebruik zouden kunnen beïnvloeden, zoals bedoeld in artikel 45, lid 2.</P><P><NO.P>6)</NO.P>De verplichting om productinformatie aan te passen aan de actuele wetenschappelijke kennis, met inbegrip van de conclusies van beoordelingen en de aanbevelingen die openbaar worden gemaakt op het Europese webportaal voor geneesmiddelen, zoals bedoeld in artikel 45, lid 3.</P><P><NO.P>7)</NO.P>De verplichting om op verzoek van het Bureau alle gegevens te verstrekken die aantonen dat de baten-risicobalans gunstig blijft, zoals bedoeld in artikel 45, lid 4.</P><P><NO.P>8)</NO.P>De verplichting om het geneesmiddel voor menselijk gebruik in de handel te brengen overeenkomstig de inhoud van de samenvatting van de productkenmerken en van de etikettering en de bijsluiter zoals opgenomen in de vergunning voor het in de handel brengen.</P><P><NO.P>9)</NO.P>De verplichting om te voldoen aan de voorwaarden zoals bedoeld in artikel 18, lid 1, en in artikel 19.</P><P><NO.P>10)</NO.P>De verplichting om aan het Bureau de data mee te delen waarop het geneesmiddel voor menselijk gebruik daadwerkelijk in de handel wordt gebracht en de data waarop het in de handel brengen ervan wordt stopgezet, en om aan het Bureau gegevens te verstrekken over de verkoop van het geneesmiddel voor menselijk gebruik en over het aantal keren dat het middel is voorgeschreven, zoals bedoeld in artikel 16, lid 4.</P><P><NO.P>11)</NO.P>De verplichting om een uitgebreid systeem van geneesmiddelenbewaking toe te passen voor het vervullen van geneesmiddelenbewakingstaken, waaronder het toepassen van een kwaliteitssysteem, het onderhouden van een basisdossier geneesmiddelenbewakingssysteem en het uitvoeren van regelmatige audits, overeenkomstig artikel 99, in samenhang met artikel 99 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</P><P><NO.P>12)</NO.P>De verplichting om op verzoek van het Bureau een kopie van het basisdossier geneesmiddelenbewakingssysteem te verstrekken, zoals bedoeld in artikel 45, lid 4.</P><P><NO.P>13)</NO.P>De verplichting om een risicomanagementsysteem te hanteren zoals bedoeld in artikel 22 en artikel 99, lid 2, in samenhang met artikel 99, lid 4, van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</P><P><NO.P>14)</NO.P>De verplichting om vermoede gevallen van bijwerkingen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik te registreren en te melden, overeenkomstig artikel 106, lid 1, in samenhang met artikel 105 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</P><P><NO.P>15)</NO.P>De verplichting om periodieke veiligheidsverslagen te verstrekken, overeenkomstig artikel 106, lid 2, in samenhang met [...] van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</P><P><NO.P>16)</NO.P>De verplichting om na het in de handel brengen onderzoeken uit te voeren, waaronder veiligheidsonderzoeken na verlening van een vergunning<STRING STRIKE="on"> en</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> werkzaamheidsonderzoeken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> na verlening van een vergunning en milieurisicobeoordelingsonderzoeken</STRING></STRING> na verlening van een vergunning, en deze ter beoordeling voor te leggen, zoals bedoeld in artikel 20.<STRING BOLD="on"> [Am. 362]</STRING></P><P><NO.P>17)</NO.P>De verplichting om te garanderen dat openbare mededelingen betreffende de geneesmiddelenbewaking objectief worden voorgesteld en niet misleidend zijn, en om het Bureau hiervan in kennis te stellen, zoals bedoeld in artikel 104 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</P><P><NO.P>18)</NO.P>De verplichting om de in het besluit tot opschorting van het Bureau bepaalde termijnen voor het opstarten of voltooien van maatregelen na de oorspronkelijke vergunning voor het in de handel brengen van het betrokken geneesmiddel voor menselijk gebruik na te leven, en om te voldoen aan het definitieve advies zoals bedoeld in artikel 81, lid 2.</P><P><NO.P>19)</NO.P>De verplichting om bij het Bureau een geactualiseerde versie van het plan voor pediatrisch onderzoek in te dienen volgens het overeengekomen tijdschema, zoals bedoeld in artikel 74, lid 2, en artikel 74, lid 3.</P><P><NO.P>20)</NO.P>De verplichting om het geneesmiddel voor menselijk gebruik in de handel te brengen binnen twee jaar na toelating van de pediatrische indicatie, zoals bedoeld in artikel 59 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</P><P><NO.P>21)</NO.P>De verplichting om het Bureau uiterlijk zes maanden vóór de voorgenomen stopzetting van het in de handel brengen van het product in kennis te stellen van dit voornemen, zoals bedoeld in artikel 60 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</P><P><NO.P>22)</NO.P>De verplichting om de vergunning voor het in de handel brengen over te dragen, of erin toe te stemmen dat een derde gebruikmaakt van de documentatie uit het dossier van het geneesmiddel, zoals bedoeld in artikel 60 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</P><P><NO.P>23)</NO.P>De verplichting om het Bureau ten minste zes maanden vóór de voorgenomen stopzetting van de uitvoering van een goedgekeurd plan voor pediatrisch onderzoek in kennis te stellen van dit voornemen en van de redenen voor die stopzetting, zoals bedoeld in artikel 88.</P><P><NO.P>24)</NO.P>De verplichting om pediatrische onderzoeken te verstrekken aan het Bureau of de lidstaten, waaronder de verplichting om informatie over in derde landen uitgevoerde klinische proeven op te nemen in de Europese databank, zoals bedoeld in artikel 91.</P><P><NO.P>25)</NO.P>De verplichting om uiterlijk na voltooiing van de farmacokinetische studies bij volwassenen bij het Bureau een plan voor pediatrisch onderzoek in te dienen met een verzoek om goedkeuring of een verzoek om vrijstelling daarvan, behalve in naar behoren gemotiveerde gevallen, zoals bedoeld in artikel 76, lid 1.</P><P><NO.P>25 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De verplichtingen die verband houden met de beschikbaarheid en de levering van geneesmiddelen als uiteengezet in hoofdstuk X.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 363]</STRING></P><P><NO.P>25 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De verplichtingen om verslag uit te brengen over financiële steun en kosten inzake onderzoek en ontwikkeling als uiteengezet in de artikelen 57 van [herziene Richtlijn 2001/83/EG].</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 364]</STRING></P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage III</TI><P>PROCEDURE EN CRITERIA VOOR DE DOOR HET BUREAU UITGEVOERDE INSPECTIES</P><P>Met redenen omkleed verzoek van de bevoegde autoriteit</P><P>De toezichthoudende autoriteit kan, na overleg met het Bureau, bij het Bureau een met redenen omkleed verzoek indienen om een inspectie uit te voeren of haar inspecteurs deel te laten nemen aan een inspectie van een locatie in een derde land. In het met redenen omklede verzoek moeten de volgende zaken worden vermeld:</P><P><NO.P>—</NO.P>de precieze aanduiding van de locatie, de reikwijdte van de inspecties en, in voorkomend geval, de betrokken producten;</P><P><NO.P>—</NO.P>het tijdschema voor de voltooiing van deze inspectie;</P><P><NO.P>—</NO.P>de redenen om ondersteuning door het Bureau te vragen, onder verwijzing naar de in deze bijlage genoemde criteria.</P><P>Het Bureau kan een inspectieverzoek afwijzen na bestudering van het verzoek, de reikwijdte ervan en de beschikbaarheid van interne inspectiecapaciteit.</P><P>Beoordeling door het Bureau</P><P>Het Bureau beslist op basis van de volgende criteria of het ermee instemt een dergelijke inspectie uit te voeren of zijn inspecteurs aan een dergelijke inspectie deel te laten nemen:</P><P><NO.P>—</NO.P>de locatie bevindt zich in een niet-EU/EER-land;</P><P><NO.P>—</NO.P>de inspectie is in het belang van de Unie wanneer het gaat om een of meer van de volgende situaties, waarbij het van belang is een snellere of ononderbroken toegankelijkheid van geneesmiddelen voor patiënten te waarborgen:</P><P><NO.P>—</NO.P>het voorkomen, opvangen of aanpakken van tekorten aan geneesmiddelen of de werkzame stoffen daarvan, of van andere problemen met de voorziening;</P><P><NO.P>—</NO.P>het voorkomen, opvangen of aanpakken van een mogelijke bedreiging voor de volksgezondheid, een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid of een ingrijpende gebeurtenis die onmiddellijke actie vereist;</P><P><NO.P>—</NO.P>het aanpakken van een vermoeden van niet-naleving op de productielocatie;</P><P><NO.P>—</NO.P>het mogelijk maken van procedures voor de verlening van vergunningen voor het in de handel brengen van producten met een centraal verleende vergunning/vergunningen voor gebruik in noodsituaties, en voor de basisdossiers werkzame stoffen;</P><P><NO.P>—</NO.P>het verbeteren van het toezicht op de wereldwijde geneesmiddelenproductie;</P><P><NO.P>—</NO.P>het aanpakken van ernstige uitdagingen van onverwachte en tijdelijke aard met betrekking tot de inspectiecapaciteit op nationaal niveau;</P><P><NO.P>—</NO.P>andere relevante situaties.</P><P>De in artikel 3, lid 1, van Richtlijn (EU) 2017/1572 bedoelde verzameling van procedures van de Unie voor inspecties en voor de uitwisseling van informatie kan worden bijgewerkt om regels op te nemen die van toepassing zijn op situaties waarin het Bureau kan worden verzocht een inspectie uit te voeren of deel te nemen aan een gezamenlijke inspectie.</P><P>In het kader van de in artikel 78 van Verordening (EU) nr. 536/2014 bedoelde inspecties zijn de bovengenoemde criteria van overeenkomstige toepassing.</P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage IV</TI><P>BESCHIKBAARHEID</P><P>Deel I</P><P>Te verstrekken informatie in geval van de schorsing of stopzetting van het in de handel brengen van een geneesmiddel of de intrekking van de vergunning voor het in de handel brengen van een geneesmiddel</P><P>Met het oog op de kennisgeving overeenkomstig artikel 116, lid 1, punten a), b) en c), deelt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen minimaal de volgende informatie mee:</P><P><NO.P>1)</NO.P>gegevens betreffende het product:</P><P><NO.P>a)</NO.P>naam van het product;</P><P><NO.P>b)</NO.P>werkzame stof(fen) en leverancier(s) van de werkzame stof(fen);</P><P><NO.P>c)</NO.P>fabrikant van het eindproduct;</P><P><NO.P>d)</NO.P>anatomisch-therapeutisch-chemische code (ATC-code);</P><P><NO.P>e)</NO.P>therapeutische indicatie(s);</P><P><NO.P>f)</NO.P>farmaceutische vorm;</P><P><NO.P>g)</NO.P>concentratie(s);</P><P><NO.P>h)</NO.P>toedieningsweg(en);</P><P><NO.P>i)</NO.P>betrokken verpakkingsgrootte(n);</P><P><NO.P>j)</NO.P>alternatieve, niet door de schorsing, stopzetting of intrekking getroffen farmaceutische vorm, concentratie, toedieningsweg of verpakkingsgrootte;</P><P><NO.P>k)</NO.P>gegevens over de vergunning: soort procedure (nationale (met opgave van de betrokken lidsta(a)t(en))/gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen) en referentie van de procedure;</P><P><NO.P>l)</NO.P>lijst van lidstaten waar het product in de handel wordt gebracht;</P><P><NO.P>2)</NO.P>gegevens over de actie (schorsing, stopzetting of intrekking):</P><P><NO.P>a)</NO.P>categorie van de actie (schorsing, stopzetting of intrekking);</P><P><NO.P>b)</NO.P>beschikbare voorraad tot de ingangsdatum van de actie;</P><P><NO.P>c)</NO.P>ingangsdatum van de actie, per lidstaat;</P><P><NO.P>d)</NO.P>reden voor de actie en informatie over alternatieve geneesmiddelen, indien van toepassing;</P><P><NO.P>e)</NO.P>getroffen EU/EER-landen;</P><P><NO.P>f)</NO.P>verwijzing naar hangende regelgevende maatregelen, snelle waarschuwing (kwaliteit/veiligheid) of melding van een kwaliteitsgebrek in verband met de actie, indien van toepassing;</P><P><NO.P>g)</NO.P>andere in kennis gestelde bevoegde autoriteiten;</P><P><NO.P>h)</NO.P>alle voltooide of geplande acties op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat;</P><P><NO.P>3)</NO.P>contactgegevens:</P><P><NO.P>a)</NO.P>naam en adres van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen;</P><P><NO.P>b)</NO.P>naam en contactgegevens van de persoon die de kennisgeving doet.</P><P>Deel II</P><P>Risicobeoordeling van de gevolgen van schorsing, stopzetting of intrekking</P><P>Naar aanleiding van een verzoek van de betrokken bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 118, lid 2, verstrekt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen ten minste de volgende informatie:</P><P><NO.P>1)</NO.P>risicobeoordeling van de gevolgen van schorsing, stopzetting of intrekking, met inbegrip van:</P><P><NO.P>a)</NO.P>mogelijke alternatieve geneesmiddelen;</P><P><NO.P>b)</NO.P>geschat marktaandeel per lidstaat in de voorgaande twaalf maanden;</P><P><NO.P>c)</NO.P>per maand geleverde hoeveelheden per lidstaat in de voorgaande twaalf maanden;</P><P><NO.P>d)</NO.P>wereldwijde productiecapaciteit per productielocatie;</P><P><NO.P>e)</NO.P>prognose van het aanbod per maand en per lidstaat tot het moment van schorsing, stopzetting of intrekking;</P><P><NO.P>f)</NO.P>prognose van de vraag per maand en per lidstaat in de komende zes maanden;</P><P><NO.P>g)</NO.P>gevolgen voor het aanbod van andere geneesmiddelen van dezelfde houder van de vergunning voor het in de handel brengen;</P><P><NO.P>h)</NO.P>mogelijke gevolgen voor de consumptie van of de vraag naar andere geneesmiddelen;</P><P><NO.P>2)</NO.P>eventuele risicobeperkende maatregelen die de houder van de vergunning voor het in de handel brengen heeft genomen om het tekort aan te pakken.</P><P>Deel III</P><P>Te verstrekken informatie in geval van een tijdelijke verstoring van het aanbod (voor de monitoring van potentiële of feitelijke tekorten)</P><P>Met het oog op de kennisgeving overeenkomstig artikel 116, lid 1, punt d), deelt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen de volgende informatie mee:</P><P><NO.P>1)</NO.P>productgegevens</P><P><NO.P>a)</NO.P>naam van het product;</P><P><NO.P>b)</NO.P>werkzame stof(fen) en fabrikant(en) van werkzame stoffen;</P><P><NO.P>c)</NO.P>fabrikant van het eindproduct;</P><P><NO.P>d)</NO.P>therapeutische indicatie(s);</P><P><NO.P>e)</NO.P>ATC-code;</P><P><NO.P>f)</NO.P>farmaceutische vorm;</P><P><NO.P>g)</NO.P>concentratie(s);</P><P><NO.P>h)</NO.P>toedieningsweg(en);</P><P><NO.P>i)</NO.P>betrokken verpakkingsgrootte;</P><P><NO.P>j)</NO.P>alternatieve, niet door de verstoring van het aanbod getroffen farmaceutische vorm, concentratie, toedieningsweg of verpakkingsgrootte;</P><P><NO.P>k)</NO.P>gegevens over de vergunning: soort procedure (nationale (met opgave van de betrokken lidsta(a)t(en))/gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen) en referentie van de procedure;</P><P><NO.P>l)</NO.P>lijst van lidstaten waar het product in de handel wordt gebracht;</P><P><NO.P>2)</NO.P>bijzonderheden over de verstoring van het aanbod;</P><P><NO.P>a)</NO.P>status van het tekort (feitelijk, potentieel);</P><P><NO.P>b)</NO.P>beschikbare voorraad per maand;</P><P><NO.P>c)</NO.P>verwachte ingangsdatum van het tekort, per lidstaat;</P><P><NO.P>d)</NO.P>verwachte einddatum van het tekort, per lidstaat;</P><P><NO.P>e)</NO.P>oorzaak van het tekort<STRING STRIKE="on">;</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> met, indien van toepassing, informatie over:</STRING></STRING></P><P><NO.P>i)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verstoring van de voorziening van grondstoffen;</STRING></STRING></P><P><NO.P>ii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verstoring van de voorziening van werkzame farmaceutische bestanddelen;</STRING></STRING></P><P><NO.P>iii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verstoring van de voorziening van hulpstoffen;</STRING></STRING></P><P><NO.P>iv)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">productieproblemen;</STRING></STRING></P><P><NO.P>v)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kwaliteitsproblemen;</STRING></STRING></P><P><NO.P>vi)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">productiecapaciteit;</STRING></STRING></P><P><NO.P>vii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">logistieke problemen;</STRING></STRING></P><P><NO.P>viii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">distributieproblemen;</STRING></STRING></P><P><NO.P>ix)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voorraad- en opslagpraktijken;</STRING></STRING></P><P><NO.P>x)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toename van de vraag;</STRING></STRING></P><P><NO.P>xi)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">commerciële redenen; en</STRING></STRING></P><P><NO.P>xii)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere redenen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 365]</STRING></P><P><NO.P>f)</NO.P>getroffen EU/EER-landen en, indien bekend, andere getroffen landen;</P><P><NO.P>g)</NO.P>verwijzing naar hangende regelgevende maatregelen, snelle waarschuwing (kwaliteit/veiligheid) of melding van een kwaliteitsgebrek in verband met de actie, indien van toepassing;</P><P><NO.P>h)</NO.P>andere in kennis gestelde bevoegde autoriteiten;</P><P><NO.P>i)</NO.P>alle voltooide of geplande acties op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat;</P><P><NO.P>3)</NO.P>contactgegevens:</P><P><NO.P>a)</NO.P>naam en adres van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen;</P><P><NO.P>b)</NO.P>naam en contactgegevens van de persoon die de kennisgeving doet.</P><P>Deel IV</P><P>Het plan voor het opvangen van tekorten</P><P>Naar aanleiding van een verzoek van de betrokken bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 118, lid 2, verstrekt de houder van de vergunning voor het in de handel brengen ten minste de volgende informatie:</P><P><NO.P>1.</NO.P>plan voor het opvangen van tekorten, met een gedetailleerde risicobeoordeling van de gevolgen van tekorten, indien beschikbaar met inbegrip van:</P><P><NO.P>a)</NO.P>mogelijke alternatieve geneesmiddelen;</P><P><NO.P>b)</NO.P>geschat marktaandeel per lidstaat in de voorgaande twaalf maanden;</P><P><NO.P>c)</NO.P>per maand geleverde hoeveelheden per lidstaat in de voorgaande twaalf maanden;</P><P><NO.P>d)</NO.P>wereldwijde productiecapaciteit per productielocatie;</P><P><NO.P>e)</NO.P>prognose van het aanbod per maand en per lidstaat gedurende de periode waarin het tekort optreedt;</P><P><NO.P>f)</NO.P>prognose van de vraag per maand en per lidstaat gedurende de periode waarin het tekort optreedt;</P><P><NO.P>g)</NO.P>gevolgen voor het aanbod van andere geneesmiddelen van dezelfde houder van de vergunning voor het in de handel brengen;</P><P><NO.P>h)</NO.P>mogelijke gevolgen voor de consumptie van of de vraag naar andere geneesmiddelen;</P><P><NO.P>i)</NO.P>eventuele risicobeperkende maatregelen die de houder van de vergunning voor het in de handel brengen heeft genomen of van plan is te nemen om het tekort aan te pakken.</P><P>Deel V</P><P>Het plan voor de preventie van tekorten</P><P>Het in artikel 117 bedoelde plan voor de preventie van tekorten bevat ten minste de volgende informatie:</P><P><NO.P>1)</NO.P>gegevens betreffende het product:</P><P><NO.P>a)</NO.P>naam van het product;</P><P><NO.P>b)</NO.P>werkzame stof(fen) en fabrikant(en) van werkzame stoffen;</P><P><NO.P>c)</NO.P>fabrikant van het eindproduct;</P><P><NO.P>d)</NO.P>ATC-code;</P><P><NO.P>e)</NO.P>therapeutische indicatie(s);</P><P><NO.P>f)</NO.P>farmaceutische vorm;</P><P><NO.P>g)</NO.P>concentratie(s);</P><P><NO.P>h)</NO.P>toedieningsweg(en);</P><P><NO.P>i)</NO.P>verpakkingsgrootte(n);</P><P><NO.P>j)</NO.P>gegevens over de vergunning: soort procedure (nationale (met opgave van de betrokken lidsta(a)t(en))/gecentraliseerde vergunning voor het in de handel brengen) en referentie van de procedure;</P><P><NO.P>k)</NO.P>lijst van lidstaten waar het product in de handel wordt gebracht;</P><P><NO.P>2)</NO.P>maatregelen ter voorkoming van tekorten en risicobeoordeling van de toeleveringsketen:</P><P><NO.P>a)</NO.P>alternatieve in de handel gebrachte geneesmiddelen;</P><P><NO.P>b)</NO.P>in kaart gebrachte toeleveringsketen, met een identificatie en analyse van de risico’s, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan kwetsbaarheden in de toeleveringsketen;</P><P><NO.P>c)</NO.P>maatregelen voor het beheer van tekorten, waaronder:</P><P><NO.P>i)</NO.P>toegepaste risicobeheersingsstrategie, waarbij informatie moet worden verstrekt over de strategieën om het risico op tekorten tot een minimum te beperken en de wijze waarop deze in de praktijk worden gebracht;</P><P><NO.P>ii)</NO.P>een proces voor het opsporen en melden van voorzieningsverstoringen en</P><P><NO.P>iii)</NO.P>een overzicht van de onderliggende oorzaken van opgeloste tekorten en van de maatregelen die zijn genomen om die tekorten op te vangen;</P><P><NO.P>d)</NO.P>procedure voor het controleren van de doeltreffendheid, het evalueren en het actualiseren van het plan voor de preventie van tekorten;</P><P><NO.P>d bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">methode om de vraagprognose vast te stellen;</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 366]</STRING></P><P><NO.P>3)</NO.P>contactgegevens:</P><P><NO.P>a)</NO.P>naam en adres van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen;</P><P><NO.P>b)</NO.P>naam en gegevens van de contactpersoon.</P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deel V bis</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor het doen van meldingen in overeenstemming met artikel 118, lid 1, en voor de vroegtijdige opsporing van leveringstekorten verstrekken groothandelaars tijdig de volgende informatie:</STRING></STRING></P><P><NO.P>1)</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">informatie over de beschikbaarheid van geneesmiddelen:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De informatie over de beschikbaarheid van geneesmiddelen wordt verstrekt per magazijn en aangegeven met “ja”/”nee”.</STRING></STRING></P><P><NO.P>2.</NO.P>	<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dienstenniveau-informatie:</STRING></STRING></P><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het percentage daadwerkelijk door houders van vergunningen voor het in de handel brengen en leveranciers uitgevoerde groothandelsopdrachten. In dit verband wordt een vergelijking verstrekt van de bestelde hoeveelheden en de daadwerkelijk ontvangen hoeveelheden (op productniveau). Het verschil geeft het dienstenniveau weer.</STRING></STRING><STRING BOLD="on"> [Am. 367]</STRING></P></ANNEX><ANNEX><TI>Bijlage V</TI><P>CONCORDANTIETABEL</P><P><TABLE><TGROUP COLS="5"><COLSPEC COLNAME="C1" COLNUM="1" COLWIDTH="20.01*"/><COLSPEC COLNAME="C2" COLNUM="2" COLWIDTH="19.63*"/><COLSPEC COLNAME="C3" COLNUM="3" COLWIDTH="20.02*"/><COLSPEC COLNAME="C4" COLNUM="4" COLWIDTH="20.02*"/><COLSPEC COLNAME="C5" COLNUM="5" COLWIDTH="20.32*"/><TBODY><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Verordening (EG) nr. 726/2004</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Richtlijn 2001/83/EG</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Verordening (EG) nr. 141/2000</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Verordening (EG) nr. 1901/2006</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Deze verordening</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 3, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 2, punt b)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 3, lid 2, inleidende zin en punt a)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 3, lid 2, punt b)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 4, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 3, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 3, lid 3, inleidende zin en punten a) en b)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 2, vierde alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 5, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 5, leden 2 tot en met 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 6, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 6, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 1, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 6, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 6, leden 4 en 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 6, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 6, lid 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 9</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 6, lid 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 9, eerste alinea, tweede zin</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 6, lid 7, eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 9, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 6, lid 7, tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 9</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 7</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 10, lid 1, punten a) en b)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 10, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 11, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 8, lid 2, eerste en tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 11, lid 2, eerste en tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 11, lid 2, derde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 12, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 2, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 12, lid 2, eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 62, lid 1, vijfde alinea, tweede zin</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 12, lid 2, tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 2, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 12, lid 2, derde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 12, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 9, lid 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 12, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 12, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 13, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 13, leden 2 tot en met 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 14</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 12</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 15</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 13</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 16</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 17, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 17, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 18</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14 -bis, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 19, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14 -bis, leden 3 tot en met 9</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 19, leden 2 tot en met 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 20</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 10 ter</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 21</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 22</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 15</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 23</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14 ter, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 24, lid 1, eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 24, lid 1, tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14 ter, leden 2 en 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 24, leden 2 en 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 24, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 82, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 25, lid 1, eerste en tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 25, lid 1, derde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 82, leden 2 en 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 25, leden 2 en 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 83, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 26, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 26, lid 1, tweede zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 83, leden 2 tot en met 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 26, leden 2 en 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 83, lid 4, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 26, lid 4, eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 26, lid 4, tweede tot en met vierde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 83, leden 5 tot en met 9</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 26, leden 5 tot en met 9</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 26, lid 10</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5, lid 3, eerste en tweede zin</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 27, eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 27, tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 81</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 28</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 14, lid 11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 29</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 30</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 31</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 32</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 33</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 34</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 35</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 36</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 37</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 38</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 39</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 40</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 41</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 42</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 43</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 44</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16, leden 1, 2 en 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Error: Reference source not foundArtikel 45, leden 1, 2 en 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16, lid 3 bis, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 45, lid 4, eerste alinea, eerste en tweede zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 45, lid 4, eerste alinea, derde zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16, lid 3 bis, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 45, lid 4, tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 46</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 47, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16 bis, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 47, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16 bis, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 47, lid 3, eerste en tweede zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 47, lid 3, derde zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 47, lid 4, punt a)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 47, lid 4, punten b) en c)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 47, lid 4, punten d) en e)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 48</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 16 ter</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 49</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 18</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 50</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19, lid 1, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 51, lid 1, eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 51, lid 1, tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19, lid 1, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 51, lid 1, derde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 19, leden 2 en 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 51, leden 2 en 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 52</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 53</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 54</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 55</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 20 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 56</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P>Artikel 127 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 57</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 58</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 59</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 60</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 61</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 62</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 3, lid 1, punt a), eerste alinea, en punt b)</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 63, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 63, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 3, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 63, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 5, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 64, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 5, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 64, lid 2, eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 64, lid 2, tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 5, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 64, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 5, leden 4 en 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 64, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 64, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 5, lid 11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 65</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 66</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 5, lid 9</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 67</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 6, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 68, lid 1, inleidende zin en punt a)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 68, lid 1, punten b) en c)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 9, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 68, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 7</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 69</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 70</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 8, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 71, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 71, leden 2, 3, 5 en 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 8, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 71, lid 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 8, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 71, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 72</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P>Artikel 7, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 73</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 15, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 74, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 74, leden 2, 3 en 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 11</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 75, leden 1 en 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 75, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 16</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 76, leden 1, 2 en 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 76, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 17, leden 1 en 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 77, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 77, leden 2 tot en met 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>De artikelen 12 en 13 en artikel 14, leden 2 en 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 78</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 14, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 79</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 19</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 80</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 20, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 81, leden 1 en 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 81, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 20, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 81, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 82</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 82, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 83</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 22, eerste zin</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 84, lid 1, eerste zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 84, lid 1, tweede zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 84, leden 2 en 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 10</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 85, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 85, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 23, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 86</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 25</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 87</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 88</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 26</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 89</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 28</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 90</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 46</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 91</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 30</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 92</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 38, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 93</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 41</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 94</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 44</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 95</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 39, lid 1, en artikel 40, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 96</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 47, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 97, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 47, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 97, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 48</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 97, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P>Artikel 50, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 98, inleidende zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 98, punten a) tot en met h)</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 21</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 99</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 22</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 100</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 24</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 101</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 25</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 102</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 25 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 103</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 26</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 104</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 27</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 105</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 28</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 106</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 28 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 107</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 28 ter</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 108</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 28 quater</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 109</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 28 quinquies</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 110</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 28 sexies</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 111</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 28 septies</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 112</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 113</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 114</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 115</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 116</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 117</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 118</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 119</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 120</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 121</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 122</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 123</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 124</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 125</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 126</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 127</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 128</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 129</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 130</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 131</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 132</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 133</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 134</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 55</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 135</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 71</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 136</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 64, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 136, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 71 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 137</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 57</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 138</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 59</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 139</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 58</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 140</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 141, leden 1 en 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 77</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 141, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 56</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 142</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 65</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 143</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 66</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 144</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 64</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 145</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 146, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 63, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 146, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 61</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 146, leden 3 tot en met 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 78, lid 2, eerste zin</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 146, lid 8, eerste alinea, eerste zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 146, lid 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 146, lid 8, eerste alinea, tweede en derde zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 78, lid 2, tweede zin</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 146, lid 8, tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 146, lid 9</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 63, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 147</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 5, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 148, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 61, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 148, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 148, lid 3</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 61, lid 2</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 148, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 61, lid 1, tweede en derde alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 148, lid 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 148, leden 6 en 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 61, lid 8</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 148, lid 8</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 61 bis, lid 6</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 149, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 61 bis, leden 1 tot en met 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 149, leden 2 tot en met 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 56, lid 2, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 150, lid 1, eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 150, lid 1, tweede en derde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 150, leden 2 tot en met 5</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 56, lid 2, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 150, lid 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 62, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 151, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 62, lid 2, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 151, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 151, lid 3, eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 62, lid 4, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 151, lid 3, tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 62, lid 2, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 151, lid 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 151, leden 5, 6 en 7</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 62, lid 1, eerste alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 152, lid 1, eerste alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 152, lid 1, tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 62, lid 1, tweede, derde en vierde alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 152, lid 1, derde, vierde en vijfde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 62, lid 3</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 152, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 67, leden 1 tot en met 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 152, leden 1, 3 en 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 60</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 153</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 67, lid 5</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 153, lid 5, eerste alinea, eerste zin</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 154</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 67, leden 6 tot en met 12</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 154, leden 6 tot en met 12</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 68</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 155</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 69</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 156, leden 1 en 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 156, leden 3 tot en met 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 72</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 157</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 73</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 158</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 74</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 159</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 160, eerste en tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 75, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 160, derde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 161</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 162</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 78, lid 1</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 163</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 164</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 80</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 165, eerste en tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 165, derde alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 166</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 167</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 168</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 169</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 170</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 84</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 171</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 84 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 172</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 87</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 173</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Art 87bis, tweede alinea</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 174, lid 1</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 87 bis</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 174, lid 2</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 87 ter</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 175</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 176</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 177</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 178</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 179</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 180, eerste en tweede alinea</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Artikel 90</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Artikel 181</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage I, punten 1 tot en met 4</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Bijlage I, punten 1 tot en met 4</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Bijlage I, punten 5 en 6</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P>Bijlage II</P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Bijlage II</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Bijlage III</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Bijlage IV</P></ENTRY></ROW><ROW><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C1"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C2"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C3"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C4"><P> </P></ENTRY><ENTRY ALIGN="LEFT" COLNAME="C5"><P>Bijlage V</P></ENTRY></ROW></TBODY></TGROUP></TABLE></P></ANNEX></DISPOSITIF></TEXT></TCONSOLID></TXTLST></SDOCTA>