<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0224</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verzoek tot opheffing van de immuniteit van Gunnar Beck</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0170/2024 - Rapporteur: Ibán García Del Blanco)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Gunnar Beck (2023/2192(IMM))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het aan het Parlement voorgelegde verzoek van de hoofdaanklager te Düsseldorf tot opheffing van de immuniteit van Gunnar Beck, dat op 25 juli 2023 werd doorgestuurd door het Duitse federale ministerie van Justitie en Consumentenbescherming in verband met een vooronderzoek naar mogelijke strafbare feiten, en van de ontvangst waarvan op 11 september 2023 ter plenaire vergadering kennis werd gegeven,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na Gunnar Beck te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013 en 19 december 2019<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C‑200/07 en C‑201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T‑42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C‑163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T‑346/11 en T‑347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, Junqueras Vies, C‑502/19, ECLI:EU:C:2019:1115.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 46, leden 2, 3, en 4, van de Grondwet van de Bondsrepubliek Duitsland en artikel 192b van de <STRING ITALIC="on">Richtlinien für das Strafverfahren und das Bußgeldverfahren</STRING> (richtsnoeren voor strafrechtelijke procedures en procedures ter oplegging van een boete),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A9‑0170/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de hoofdaanklager te Düsseldorf heeft verzocht om opheffing van de immuniteit van Gunnar Beck, lid van het Europees Parlement, verkozen in Duitsland, om vooronderzoek te kunnen openen wegens diefstal van goederen van geringe waarde, het opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel en verzet tegen wetshandhavers bij aanhouding, zoals strafbaar gesteld in § 242, lid 1, § 248a, § 223, lid 1, § 230, lid 1, eerste zin, § 113, lid 1, en § 53 van het Duitse wetboek van strafrecht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat Gunnar Beck op 29 oktober 2022 in een warenhuis in Neuss (Duitsland) testers/proefmonsters van producten zou hebben gepakt, die bedoeld waren om klanten de gelegenheid te bieden producten uit te proberen, met het oogmerk om deze mee te nemen zonder ervoor te betalen; overwegende dat er aangifte is gedaan van winkeldiefstal; overwegende dat Gunnar Beck zou hebben geprobeerd het winkelpand te verlaten, maar dat de winkeldetectives hem zouden hebben tegengehouden; overwegende dat er daarna rechtshandhavingsfunctionarissen ter plaatse zouden zijn gekomen en dat Gunnar Beck niet zou hebben voldaan aan verzoeken van deze functionarissen om zich niet tegen aanhouding te verzetten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het bij de vermeende strafbare feiten niet gaat om een mening die de betrokkene heeft geuit of een stem die de betrokkene heeft uitgebracht in de uitoefening van zijn ambt als lid van het Europees Parlement in de zin van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat in artikel 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is bepaald dat de leden van het Europees Parlement op hun eigen grondgebied de immuniteiten genieten die aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun staat worden verleend;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat in artikel 46, leden 2, 3, en 4, van de grondwet van de Bondsrepubliek Duitsland het volgende wordt bepaald:</P></CONS></GRCONS><GRCONS><CONS><P><LIST LEVEL="1" TYPE="ARAB"><INT.LI LEVEL="0">“2) Een lid mag slechts ter verantwoording worden geroepen of worden gearresteerd op grond van een strafbaar feit als de Bondsdag daarvoor toestemming verleent, behalve in gevallen waarin hij op heterdaad of de dag volgend op het strafbare feit wordt aangehouden.</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>3)</SYMBOL>Beperking van de persoonlijke vrijheid van een lid of het inleiden van een procedure krachtens artikel 18 is alleen geoorloofd na toestemming van de Bondsdag.</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>4)</SYMBOL>Een tegen een lid ingestelde strafrechtelijke vervolging, een procedure krachtens artikel 18, alsmede iedere vorm van hechtenis of andere beperking van de persoonlijke vrijheid van een lid worden op verzoek van de Bondsdag geseponeerd.”;</ITEM></LIST></P></CONS></GRCONS><GRCONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat artikel 192b van de Richtlinien für das Strafverfahren und das Bußgeldverfahren [richtsnoeren voor strafrechtelijke en boeteprocedures] betrekking heeft op de opheffing van de immuniteit van een lid van het Europees Parlement, en dat in het eerste lid van dat artikel het volgende wordt bepaald:</P></CONS></GRCONS><GRCONS><CONS><P>“1) Einem Mitglied des Europäischen Parlaments aus der Bundesrepublik Deutschland steht die einem Abgeordneten des Deutschen Bundestages zuerkannte Immunität zu. (...)” [Duitse leden van het Europees Parlement genieten de immuniteiten die aan de leden van de Duitse Bondsdag worden verleend];</P></CONS></GRCONS><GRCONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het Parlement niet de rol van rechter op zich kan nemen, en overwegende dat een lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als een “verdachte” kan worden aangemerkt<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Gerecht van 30 april 2019, Briois/Parlement, T‑214/18, ECLI:EU:T:2019:266.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de parlementaire immuniteit tot doel heeft het Parlement en zijn leden te beschermen tegen gerechtelijke procedures in verband met activiteiten die in de uitoefening van parlementaire taken zijn verricht en die niet van die taken kunnen worden gescheiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het Parlement in deze zaak geen bewijs heeft gevonden dat duidt op <STRING ITALIC="on">fumus persecutionis</STRING>, dat wil zeggen feiten die erop wijzen dat de betrokken gerechtelijke procedure is ingeleid om de politieke activiteit van het lid en dus van het Europees Parlement te schaden;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>besluit de immuniteit van Gunnar Beck op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland en aan Gunnar Beck.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>