<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0225</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verzoek tot opheffing van de immuniteit van Andris Ameriks</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0169/2024 - Rapporteur: Gilles Lebreton)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Andris Ameriks (2023/2090(IMM))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek om opheffing van de immuniteit van Andris Ameriks, van 24 mei 2023 van de officier van justitie van de afdeling Coördinatie Corruptiebestrijding bij het departement Strafrecht van het parket-generaal van Riga en op dezelfde dag doorgestuurd door de procureur-generaal van de Republiek Letland, in verband met een in de Republiek Letland in te stellen strafprocedure en van de ontvangst waarvan op 14 juni 2023 ter plenaire vergadering kennis werd gegeven,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na Nils Ušakovs te hebben gehoord, namens Andris Ameriks, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 29 en 30 van de Letse grondwet,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna “HvJ-EU”) van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013 en 19 december 2019<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, Junqueras Vies, C-502/19, ECLI:EU:C:2019:1115.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A9‑0169/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de officier van justitie bij de afdeling Coördinatie Corruptiebestrijding van het departement Strafrecht van het parket-generaal van Riga heeft verzocht om opheffing van de immuniteit van Andris Ameriks, lid van het Europees Parlement, verkozen in Letland, met het oog op de instelling van een strafprocedure tegen hem wegens een strafbaar feit, met name het aanvaarden van steekpenningen alvorens een onwettige handeling te verrichten in het belang van een derde door gebruik te maken van zijn officiële functie, overeenkomstig artikel 320, lid 4, van het Lets wetboek van strafrecht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat Andris Ameriks in de periode van 22 juli 2017 tot en met 17 september 2017 in zijn hoedanigheid van locoburgemeester van de gemeente Riga, en derhalve met openbaar gezag bekleed in een verantwoordelijke positie, onder meer via de eigenaar van een minibusvervoersbedrijf steekpenningen zou hebben geëist ter hoogte van 50 % van de bedragen die dat bedrijf van de gemeente Riga ontving voor het vervoer van passagiers die recht zouden hebben gehad op kortingen op vervoerstarieven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat Andris Ameriks bij de Europese verkiezingen van mei 2019 werd verkozen tot lid van het Europees Parlement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het gestelde strafbare feit geen betrekking heeft op een mening of stem die Andris Ameriks in de uitoefening van zijn ambt heeft geuit respectievelijk uitgebracht in de zin van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat in artikel 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is bepaald dat de leden van het Europees Parlement op hun eigen grondgebied de immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat in de artikelen 29 en 30 van de Letse grondwet het volgende is bepaald:</P></CONS></GRCONS><GRCONS><CONS><P>“Artikel 29</P></CONS><CONS><P>De leden van de Saeima worden niet aangehouden, hun woningen worden niet doorzocht en hun persoonlijke vrijheid wordt op geen enkele wijze beperkt zonder toestemming van de Saeima. [...]</P></CONS><CONS><P>Artikel 30</P></CONS><CONS><P>Zonder toestemming van de Saeima kan geen strafvervolging worden ingesteld tegen en mogen geen administratieve sancties worden opgelegd aan leden van de Saeima.”;</P></CONS></GRCONS><GRCONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het Parlement niet als een rechtbank kan worden beschouwd en dat het lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als een “verdachte” kan worden beschouwd<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Gerecht van 30 april 2019, Briois/Parlement, T-214/18, ECLI:EU:T:2019:266.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de parlementaire immuniteit tot doel heeft het Parlement en zijn leden te beschermen tegen gerechtelijke procedures in verband met activiteiten die in de uitoefening van parlementaire taken zijn verricht en die niet van die taken kunnen worden gescheiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat in het onderzoek de plaats van en het precieze tijdstip waarop het vermeende misdrijf zou hebben plaatsgevonden, niet met zekerheid kon worden vastgesteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het feit dat Andris Ameriks ten laste worden gelegd, zou zijn gepleegd in 2017 en dat de procureur-generaal van de Republiek Letland het verzoek om opheffing van de immuniteit pas heeft ingediend op 23 mei 2023; overwegende dat er geen enkele overtuigende rechtvaardiging voor deze vertraging is gegeven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het Parlement volgens de rechtspraak van het HvJ-EU “met betrekking tot de richting die het aan een besluit op een verzoek tot opheffing [...] van de immuniteit wil geven, over een ruime discretionaire bevoegdheid [beschikt] wegens de politieke aard van een dergelijk besluit”<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23, punt 59 en aldaar aangehaalde rechtspraak.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de samenhang tussen deze concrete elementen ernstige vermoedens doet ontstaan over een mogelijke poging om de politieke werkzaamheden van Andris Ameriks, en met name zijn werkzaamheden als lid van het Europees Parlement, te schaden; overwegende dat er, in het licht van de in deze zaak verstrekte informatie en toelichtingen, met inbegrip van de antwoorden van de plaatsvervangende officier van justitie van de Republiek Letland tijdens de gedachtewisseling met hem, onzekerheid heerst in verband met de elementen die aanleiding hebben gegeven tot het verzoek om opheffing van de immuniteit, en er ernstige twijfel bestaat over de procedure, met inbegrip van de motivering van het verzoek om opheffing van de immuniteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat het hier derhalve om een geval lijkt te gaan waarin kan worden aangenomen dat er sprake is van fumus persecutionis, dat wil zeggen “concrete elementen”<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 17 september 2020, Troszczynski, C-12/19, ECLI:EU:C:2020:725, punt 26.</FIELD></FOOTNOTE> die erop wijzen dat de strafvervolging in kwestie is ingesteld met de bedoeling de politieke activiteiten van Andris Ameriks, en bijgevolg, onder meer, diens activiteiten als lid van het Europees Parlement, te schaden;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>besluit de immuniteit van Andris Ameriks niet op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteit van de Republiek Letland en aan Andris Ameriks.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>