<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0230</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Algemene begroting van de EU – Hof van Justitie van de Europese Unie</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0075/2024 - Rapporteur: Luke Ming Flanagan)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling IV – Hof van Justitie (2023/2132(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB L 45 van 24.2.2022.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022 (COM(2023)0391 – C9‑0251/2023)<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/2, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van het Hof van Justitie van de Europese Unie aan de kwijtingsautoriteit over de in 2022 uitgevoerde interne controles,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022, tezamen met de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/103, 4.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie juridische zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0075/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de griffier van het Hof van Justitie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Hof van Justitie van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling IV – Hof van Justitie van de Europese Unie (2023/2132(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling IV – Hof van Justitie van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie juridische zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0075/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure wenst te benadrukken dat het bijzonder belangrijk is de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie verder te versterken door de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren en door het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer toe te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) de rechterlijke instelling van de Unie is die tot taak heeft de eerbiediging van het recht van de Unie te verzekeren door toe te zien op de eenvormige uitlegging en toepassing van de Verdragen en te zorgen voor de rechtmatigheid van de handelingen die zijn vastgesteld door de instellingen, organen, en instanties van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het HvJ-EU bijdraagt aan de instandhouding van de waarden van de Unie en door middel van zijn jurisprudentie werkt aan de opbouw van Europa;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het HvJ-EU bestaat uit twee rechterlijke instanties: het Hof van Justitie en het Gerecht;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van het HvJ-EU valt onder MFK-rubriek 7, “Europees openbaar bestuur”, die in 2022 11,6 miljard EUR bedroeg (oftewel 5,9 % van de totale begroting van de Unie); merkt op dat de begroting van het HvJ-EU in 2022 (ongeveer 0,5 miljard EUR) 3,9 % van de totale administratieve uitgaven bedroeg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er nota van dat de Europese Rekenkamer (de “Rekenkamer”) in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2022 een steekproef van 60 verrichtingen onder beheer heeft onderzocht, hetzelfde aantal als voor 2021 werd onderzocht; merkt voorts op dat de administratieve uitgaven volgens de Rekenkamer uitgaven voor personele middelen omvatten, met inbegrip van uitgaven voor pensioenen, die in 2022 goed waren voor ongeveer 70 % van de totale administratieve uitgaven, en uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energie, communicatie en informatietechnologie, en dat haar werkzaamheden gedurende vele jaren erop wijzen dat deze uitgaven over het algemeen een laag risico inhouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in het kader van haar controle voor 2022 de toezicht- en controlesystemen van het HvJ-EU heeft onderzocht, met name de toepassing van de internecontrolenormen, het risicobeheer en de werking van de in het Financieel Reglement omschreven essentiële controles, met inbegrip van de controles vooraf en achteraf van de betalingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat 14 (23 %) van de 60 verrichtingen fouten bevatten, maar dat de Rekenkamer op basis van de vijf gekwantificeerde fouten inschat dat het foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel ligt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2022 opmerkt dat zij geen specifieke kwesties met betrekking tot het HvJ-EU heeft vastgesteld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Budgettair en financieel beheer</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat de totale begroting voor het HvJ-EU voor 2022 467 900 000 EUR bedroeg (een stijging ten opzichte van 444 049 000 EUR in 2021 en 2020), wat neerkomt op een stijging van 5,4 % tussen 2021 en 2022, en dat 79 % van de begroting in 2022 werd gebruikt voor zijn leden en personeel, 14 % voor gebouwen, 6 % voor IT en 1 % voor andere uitgaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat het HvJ-EU in de loop van 2022 19 begrotingsoverschrijvingen heeft verricht overeenkomstig artikel 29 van het Financieel Reglement, die in totaal 12,7 miljoen EUR oftewel 2,7 % van de kredieten van dat begrotingsjaar vertegenwoordigen; merkt voorts op dat het uitvoeringspercentage van de begroting voor 2022 98,43 % bedroeg, hetgeen overeenkomt met de voorgaande jaren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de gedelegeerde ordonnateur heeft verklaard dat de toegewezen middelen voor het beoogde doel en in overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer zijn aangewend en dat de ingevoerde controleprocedures de nodige garanties bieden met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het HvJ-EU zowel intern als via dienstverleningsovereenkomsten werkt aan een breed scala aan IT-systemen op verschillende gebieden, waardoor het hulpbronnenefficiënter zal worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne op verschillende manieren heeft gezorgd voor een grotere druk op de begroting van het HvJ-EU, onder meer door stijgende inflatie en salarisaanpassingen en door een sterke stijging van de energiekosten en de kosten van bepaalde goederen en diensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>stelt vast dat de begroting van het HvJ-EU voor algemene dienstreizen is gedaald van 405 000 EUR in 2021 naar 390 000 EUR in 2022 (-3,7 %), hetgeen voornamelijk het gevolg was van veranderde werkmethoden met een groter aantal vergaderingen op afstand; stelt daarnaast vast dat het HvJ-EU geen specifiek begrotingsonderdeel heeft voor werkbezoeken en dienstreizen van zijn voorzitter; merkt tot slot op dat de begrotingslijn voor dienstreizen van alle leden van het HvJ-EU is afgenomen van 280 000 EUR in 2021 tot 270 000 EUR in 2022, wat neerkomt op een verlaging van 3,6 %, hetgeen ook voornamelijk het gevolg was van het toegenomen gebruik van videoconferentie-instrumenten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat de uitzonderlijke maatregelen in verband met de COVID-19-pandemie in 2022 zijn afgebouwd en dat het HvJ-EU toen weer normaal begon te functioneren; stelt in dit verband verheugd vast dat het aantal bezoekers in 2022 is gestegen tot 11 653, maar dat dit nog steeds niet op het niveau was van vóór de pandemie, toen er (in 2019) 17 136 bezoekers waren; stelt echter vast dat dit deels ook het gevolg kan zijn van nieuwe mogelijkheden om het HvJ-EU virtueel te bezoeken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het HvJ-EU in 2022 zeventig jaar bestond, een zeer belangrijke mijlpaal voor de hele Unie; juicht toe dat het HvJ-EU van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om initiatieven op te starten in het kader van het thema “justitie dichter bij de burger brengen”, waaronder het nieuwe initiatief om een streamingdienst voor hoorzittingen op de website van Curia aan te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat in 2022 68 % van de nieuwe zaken voor het Hof van Justitie prejudiciële verwijzingen betrof, 24 % beroepen tegen beslissingen van het Gerecht en 4 % beroepen tegen lidstaten wegens niet-nakoming; merkt voorts op dat in 2022 46 % van de nieuwe zaken voor het Gerecht betrekking had op beroepen tot nietigverklaring van handelingen van instellingen van de Unie, 30 % op beroepen in verband met intellectuele eigendom en 7 % op geschillen tussen instellingen van de Unie en hun personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat het aantal zaken dat in 2022 bij de twee rechterlijke instanties aanhangig is gemaakt vergelijkbaar is met dat van het voorgaande jaar (1 710 zaken in 2022, ten opzichte van 1 720 zaken in 2021) en benadrukt dat het Hof van Justitie en het Gerecht samen in 2022 1 666 zaken hebben kunnen afronden (ten opzichte van 1 723 zaken in 2021), wat overeenkomt met het gemiddelde van de afgelopen jaren (1 692 zaken per jaar tussen 2018 en 2021); stelt echter vast dat het totale aantal aanhangige zaken toeneemt en is gestegen van 2 541 in 2021 naar 2 585 in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>stelt vast dat de gemiddelde duur van de procedures voor bij het Hof van Justitie aanhangig gemaakte zaken ongeveer gelijk is gebleven aan die van het voorgaande jaar (16,4 maanden in 2022, ten opzichte van 16,6 maanden in 2021); is verheugd dat de gemiddelde duur van de procedures voor bij het Gerecht aanhangig gemaakte zaken is gedaald ten opzichte van het voorgaande jaar, namelijk tot 16,2 maanden in 2022 tegenover 17,3 maanden in 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het HvJ-EU een beknopt overzicht heeft gepresenteerd van het aantal en de soort interne controles die in het HvJ-EU zijn verricht, alsook een synthese van de aanbevelingen en de naar aanleiding van die aanbevelingen getroffen maatregelen, overeenkomstig artikel 118, lid 1, van het Financieel Reglement; merkt op dat de intern controleur een jaarlijks werkprogramma heeft met een meerjarig onderdeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat de belangrijkste interne controles in 2022 betrekking hadden op bankrekeningbeheer, kasverrichtingen en uitvoering van betalingen, verzekeringscontracten en risicodekking, verspreiding van duurzaamheidsinformatie en het beheer van vertalingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>merkt op dat het HvJ-EU in zijn antwoorden op de vragenlijst van de Commissie begrotingscontrole van het Parlement, die deel uitmaakte van deze kwijtingsprocedure, vermeldt dat de interne controles aanleiding hebben gegeven tot veel aanbevelingen die door de betrokken diensten zijn verwelkomd; verzoekt het HvJ-EU het Parlement ervan op de hoogte te brengen als de aanbevelingen van de interne controleur niet door de betrokken diensten worden opgevolgd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>merkt op dat het Hof van Justitie uit 27 rechters en 11 advocaten-generaal bestaat en dat er in 2022 geen nieuwe rechters in functie zijn getreden; merkt voorts op dat het Gerecht uit 54 rechters bestaat en dat er in 2022 acht nieuwe rechters zijn aangetreden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt met bezorgdheid op dat het Hof van Justitie en het Gerecht nog steeds een zeer onevenwichtige gendersamenstelling hebben en dat van de acht nieuwe rechters die in 2022 bij het Gerecht in functie zijn getreden, vijf mannen en drie vrouwen waren; spreekt nogmaals zijn waardering uit voor de brief van de president van het Gerecht aan de voorzitter van de Conferentie van vertegenwoordigers van de lidstaten uit 2021, waarin de lidstaten worden opgeroepen om bij het voordragen van kandidaten voor de vervanging van rechters rekening te houden met het belang van genderevenwicht; betreurt dat de brief onbeantwoord is gebleven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>waardeert dat het HvJ-EU eind 2022, als onderdeel van zijn antwoorden op de vragenlijst van de Commissie begrotingscontrole van het Parlement, zeer gedetailleerde informatie heeft verstrekt over de verdeling van het personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt op dat het HvJ-EU eind 2022 2253 personeelsleden in dienst had, een lichte stijging ten opzichte van 2 247 personeelsleden eind 2021 en 2 239 eind 2020; stelt vast dat de algemene genderverdeling eind 2022 als volgt was: 893 mannen (40 %) en 1 360 vrouwen (60 %); merkt voorts op dat de verdeling over de personeelscategorieën als volgt was: 1 300 ambtenaren (58 %), 774 tijdelijke functionarissen (34 %) en 179 arbeidscontractanten (8 %), wat neerkomt op een lichte daling van het percentage ambtenaren ten opzichte van 2021, een kleine stijging van het percentage tijdelijke functionarissen en geen verandering wat betreft arbeidscontractanten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>merkt op dat de genderverdeling voor het hoger management als volgt was: negen mannen (60 %) en zes vrouwen (40 %); merkt op dat de genderverdeling voor het middenkader 36 mannen en 24 vrouwen was, wat ook overeenkomt met 60 % mannen en 40 % vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is ingenomen met het feit dat alle nationaliteiten van de Unie vertegenwoordigd zijn onder het personeel van het HvJ-EU; betreurt echter dat onderdanen van sommige lidstaten oververtegenwoordigd zijn; merkt in dit verband op dat 505 van de 2 253 personeelsleden de Franse nationaliteit hebben (22 %), en dat de oververtegenwoordiging nog hoger is onder assistenten (AST’s), waar Franse onderdanen 223 van de 719 personeelsleden uitmaken (31 %); stelt vast dat Belgische en Italiaanse onderdanen oververtegenwoordigd zijn op het niveau van administrateur (AD), met respectievelijk 108 en 97 personeelsleden van de 1 274; stelt tevens vast dat Cyprus het meest ondervertegenwoordigde land is met slechts twee onderdanen die AD-functies vervullen als ambtenaar of tijdelijke functionaris, en geen onderdanen in de functiegroepen AST of AST-SC (secretariaatsassistenten); stelt vast dat het HvJ-EU moet streven naar een evenwichtiger vertegenwoordiging van burgers van de Unie in alle functies, alsook naar een passende geografische verdeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>spoort het HvJ-EU aan een meertalige werkomgeving te ondersteunen; merkt op dat hoewel de procestaal volgens het Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie (hoofdstuk 8, artikel 36) een willekeurige taal van de Unie (Bulgaars, Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Grieks, Hongaars, Iers, Italiaans, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Roemeens, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch of Zweeds) kan zijn, bij 90 % van de dagelijkse administratieve werkzaamheden het Frans wordt gebruikt; zou graag zien dat bij de dagelijkse administratieve werkzaamheden van het HvJ-EU vaker gebruik wordt gemaakt van de twee andere werktalen van de Europese Unie, namelijk het Duits en het Engels, om meertaligheid aan te moedigen en om arbeidsplaatsen toegankelijker te maken voor onderdanen van alle lidstaten, met inbegrip van die waar het Frans geen deel uitmaakt van het lesprogramma; wijst erop dat dit ook een bijdrage zou leveren aan een gelijkere verdeling van de nationaliteiten onder de personeelsleden van het HvJ-EU en roept alle instellingen op meertaligheid te garanderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is ingenomen met het werk dat in de interinstitutionele groep op hoog niveau is verricht om Luxemburg aantrekkelijker te maken voor personeel; spoort het HvJ-EU aan om met de andere in Luxemburg gevestigde instellingen te blijven werken aan verschillende maatregelen, waaronder het idee om een speciale huisvestingstoelage in te voeren ter compensatie van de hoge huurprijzen – die vooral voor het personeel in lagere rangen moeilijk te betalen zijn – en om ervoor te zorgen dat het personeel van het HvJ-EU kan profiteren van geschikte regelingen voor hun levensomstandigheden; verzoekt het HvJ-EU het Parlement op de hoogte te houden van de voortgang van al deze initiatieven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>stelt met voldoening vast dat het HvJ-EU op 1 mei 2022 een nieuwe telewerkregeling heeft ingevoerd die de mogelijkheid biedt om twee dagen per week thuis te werken; merkt voorts op dat de regeling personeelsleden in staat stelt tot tien dagen per jaar buiten de standplaats te werken, en dat een enquête onder leidinggevenden heeft aangetoond dat er algemene tevredenheid heerst over deze mogelijkheid, die verenigbaar is gebleken met de goede werking van de diensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>stelt bezorgd vast dat het aantal ziektedagen binnen het HvJ-EU in 2022 23 702 was, een stijging van 38 % ten opzichte van 2021, toen het aantal ziektedagen 17 138 bedroeg; stelt tegelijkertijd vast dat het aantal ziektedagen in 2019 25 629 bedroeg en dat het relatief kleine aantal ziektedagen in 2021 mogelijkerwijs te maken had met de COVID-19-pandemie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat 46 personeelsleden melding maakten van uitputting om werkgerelateerde redenen, terwijl de medische diensten van het HvJ-EU schatten dat er in 2022 23 gevallen waren waarin personeelsleden symptomen vertoonden die in verband konden worden gebracht met de diagnose burn-out; merkt op dat het HvJ-EU opleidingen voor leidinggevenden heeft aangeboden om meer bewustzijn te kweken over de verschillende risico’s in verband met burn-out en over het welzijn van het personeel; verzoekt het HvJ-EU desalniettemin op dit vlak de vinger aan de pols te houden, en zich nader te beraden op manieren om burn-out te voorkomen en alle maatregelen te treffen die nodig zijn om het welzijn van zijn personeel te waarborgen en het aantal gevallen van burn-out omlaag te brengen; stelt het HvJ-EU en andere instellingen voor een ideeënbus in het leven te roepen waar personeelsleden opmerkingen kunnen achterlaten, en daarbij te waarborgen dat het personeel niet te maken zal krijgen met represailles; dringt erop aan de inhoud van zo’n ideeënbus serieus te nemen en deze te analyseren om de oorzaken van burn-out in kaart te brengen en te bestrijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>spoort de afdeling personeelszaken aan alerter te zijn op de gevolgen en symptomen van long COVID, andere door virussen veroorzaakte ziekten en auto-immuunziekten; dringt erop aan dat de behandeling van deze aandoeningen moet worden vergoed door de ziektekostenverzekering van het HvJ-EU en alle andere instellingen van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>stelt vast dat één in 2023 ingesteld administratief onderzoek naar vermeende seksuele intimidatie naar aanleiding van voorvallen die in 2022 plaatsvonden, nog steeds loopt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>stelt met waardering vast dat het HvJ-EU opleidingen aanbiedt om diversiteit binnen zijn diensten te bevorderen en aan te moedigen; merkt voorts op dat het HvJ-EU 27 personeelsleden met een handicap telt, van wie er 14 geacht worden een ernstige handicap te hebben; stelt op prijs dat er in 2022 een aanzienlijke follow-up is geweest van een interne audit uit 2021 om de rechten van personen met een handicap te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>stelt vast dat het HvJ-EU in 2022 267 stagiairs heeft verwelkomd; waardeert dat het HvJ-EU in het najaar van 2022 op aanbeveling van het Parlement heeft besloten alle stagiairs te belonen, met uitzondering van stagiairs die een subsidie uit andere bronnen ontvangen; spoort het HvJ-EU aan te onderzoeken of stagiairs uit alle lidstaten evenredig vertegenwoordigd zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>betreurt dat het HvJ-EU in 2022 onbetaalde stagiairs heeft aangenomen, of dit nu gebeurde tijdens de overgangsperiode nadat het nieuwe besluit over stages in november 2021 was goedgekeurd, of vanwege alternatieve financieringsbronnen; wijst op de tegenstelling tussen het HvJ-EU, dat geen beleid voor betaalde stages heeft, en andere Europese instellingen, die dergelijk beleid wel hebben; dringt er bij het HvJ-EU op aan transparantie te bieden over de externe financiële bronnen van onbetaalde stagiairs en nader toe te lichten waarom dit beleid wordt gehandhaafd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Ethisch kader en transparantie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>is nog altijd ingenomen met de hervormingen die in 2021 zijn doorgevoerd met betrekking tot de leden van het Hof van Justitie en het Gerecht en hun gedragscode en belangenverklaringen, die samen met de nieuwe vereisten voor het curriculum vitae van de leden leiden tot een verbetering van de transparantie van het HvJ-EU; is niettemin van mening dat een vorm van verificatie en kwaliteitscontrole zouden bijdragen tot de geldigheid en het nut van de belangenverklaringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het HvJ-EU sinds 2018 een lijst publiceert van de externe activiteiten van de leden van zowel het Hof van Justitie als het Gerecht; merkt op dat de lijst moeilijk te lezen is voor het grote publiek en beveelt aan deze informatiever te maken door informatie over de aard van de externe activiteit op te nemen; wijst erop dat van de leden wordt verwacht dat zij zich volledig wijden aan de vervulling van hun taken bij het HvJ-EU en dat zij alleen nevenactiviteiten mogen verrichten die verband houden met de vervulling van hun taken en dat daar voorafgaande toestemming voor nodig is, die alleen wordt verleend wanneer deze activiteiten verenigbaar zijn met de vereisten van de gedragscode en met name met de verplichting om beschikbaar te zijn voor justitiële werkzaamheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>neemt kennis van het besluit van 2021 betreffende reizen, werkbezoeken en het gebruik van chauffeurs en auto’s door de leden, dat inhoudt dat alle kosten in verband met het gebruik van voertuigen voor het afleggen van afstanden van meer dan 10 000 km die niet in het kader van een dienstreis worden gemaakt, door leden moeten worden gedragen; is van mening dat er in geen geval buiten de strikte uitvoering van de taken van de leden van het HvJ-EU om gebruik mag worden gemaakt van het wagenpark; roept alle instellingen op tot afspraken te komen over één enkel, horizontaal toe te passen systeem, dat minder verwarrend zou zijn en voor meer transparantie en doeltreffendheid zou zorgen bij het gebruik van publiek geld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het HvJ-EU alle nieuwkomers opleidt op het gebied van alle ethische aspecten en de rechten en plichten van ambtenaren en functionarissen zoals vastgelegd in het Statuut, waarbij aandacht wordt besteed aan klokkenluiden, het verbod op intimidatie, het voorkomen van belangenconflicten en andere ethische kwesties; is tevens ingenomen met de organisatie van zes cursussen onder de noemer “Gedragsregels”, waaraan zeventig personeelsleden hebben deelgenomen, en elf cursussen “Interne Controle”, waaraan tachtig personeelsleden hebben deelgenomen; spoort het HvJ-EU aan één cursus onder de noemer “Gedragsregels” verplicht te stellen voor alle oude en nieuwe personeelsleden, om een veilige en productieve werkomgeving en een ethische behandeling van zaken aan te moedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) in 2022 geen nieuwe onderzoeken heeft geopend waarbij het HvJ-EU betrokken was, maar dat één onderzoek, naar het gedrag van personeelsleden dat mogelijk een ernstig verzuim van hun verplichtingen inhoudt, nog steeds loopt, en dat in vier door de Europese Ombudsman behandelde zaken met betrekking tot het HvJ-EU geen gevallen van wanbeheer zijn vastgesteld, wat betekent dat de Europese Ombudsman in 2022 geen aanbevelingen heeft gedaan met betrekking tot het HvJ-EU; merkt op dat er in 2022 geen gevallen van klokkenluiden in het HvJ-EU waren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>betreurt ten zeerste dat de nieuwe gedragscode voor personeelsleden, die oorspronkelijk eind 2021 zou zijn afgerond, eind 2022 nog steeds niet was afgerond; merkt op dat verwacht werd dat de nieuwe gedragscode eind 2023 zou worden aangenomen, maar dat de aannemingsprocedure nog steeds niet is afgerond; roept het Hof op de laatste hand te leggen aan de nieuwe gedragscode en deze onverwijld aan te nemen, in overeenstemming met verzoeken uit eerdere kwijtingscycli, en verzoekt het HvJ-EU het Parlement zo spoedig mogelijk op de hoogte te brengen van de goedkeuring en de inhoud ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>is verheugd dat er in 2022 geen gevallen van belangenverstrengeling zijn vastgesteld; merkt op dat 112 verzoeken uit hoofde van artikel 16 van het Statuut betreffende beroepsactiviteiten na beëindiging van de dienst zijn onderzocht en dat die allemaal zijn goedgekeurd; merkt voorts op dat negen gevallen van nevenactiviteiten tijdens verlof om persoonlijke redenen zijn gemeld en dat alle gevallen zijn goedgekeurd; is van mening dat dit gebied door de interne controleur of het voorgestelde ethisch orgaan van de EU zou kunnen worden onderzocht;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het HvJ-EU de invoering van het geïntegreerde systeem voor het beheer van rechtszaken (SIGA) heeft versneld, waardoor het kan werken binnen een volledig digitale, veilige en geïntegreerde workflow, en juicht toe dat het HvJ-EU vooruitgang heeft geboekt bij de uitvoering van het HAN/Ares-programma met betrekking tot alle administratieve diensten van het HvJ-EU; verzoekt het HvJ-EU het Parlement in het kader van de jaarlijkse kwijtingsprocedure op de hoogte te houden van de uitvoering van dit programma;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>stelt op prijs dat het HvJ-EU met het oog op de bescherming van de gegevens en de systeemeigendom heeft besloten voor verwerkte gevoelige gerechtelijke gegevens niet langer gebruik te maken van cloudplatforms, om al zijn gegevens ter plaatse te hosten en bedrijfskritieke afhankelijkheid van externe systemen te vermijden; is voorts ingenomen met het beleid van het HvJ-EU om het gebruik van in de cloud gehoste instrumenten of infrastructuur voor de behandeling van niet-openbare informatie te vermijden om persoonsgegevens te beschermen en de volledige zeggenschap over zijn systemen en gegevens te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>neemt met voldoening kennis van de stijgende trend in het gebruik van e-Curia, aangezien in 2022 94 % van de documenten bij het Gerecht werden ingediend via e-Curia (ten opzichte van 93 % in 2021) en bij het Hof van Justitie ongeveer 87 % (ten opzichte van 85 % in 2021);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>merkt op dat de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) in 2022 geen verdere onderzoeken heeft aangekondigd; kijkt met belangstelling uit naar het besluit betreffende het onderzoek van begin 2021 naar het gebruik van webdiensten van derden en de verplichting om de inhoud van een overeenkomst over gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid beschikbaar te maken; kijkt daarnaast met belangstelling uit naar het besluit over het onderzoek naar het gebruik door instellingen, organen en agentschappen van de Unie van clouddiensten van Amazon Web Services en Microsoft in het kader van Cloud II-overeenkomsten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>juicht toe dat het HvJ-EU onderzoekt hoe en in welke mate digitale technologieën bij zijn werkzaamheden moeten worden gebruikt, bijvoorbeeld voor het vaststellen van overeenkomsten tussen zaken, voor vertaling, voor de omzetting van spraak naar tekst en voor de geautomatiseerde samenvatting van lange documenten; onderstreept dat geautomatiseerde processen, met name binnen een juridische instelling als het HvJ-EU, altijd op hun ethische aspecten moeten worden beoordeeld en moeten worden aangevuld met menselijk toezicht en menselijke controle; wijst erop dat het van groot belang is dat zaken met elkaar kunnen worden vergeleken aan de hand van belangrijke begrippen en belangrijke indicatoren om inhoudelijke overlappingen of patronen in zaken op te sporen; spoort het HvJ-EU tevens aan te kijken naar mogelijkheden om informatie beter aan rechters en hun teams door te geven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>juicht toe dat het HvJ-EU op ruwweg een derde van zijn geïnstalleerde servers opensourcebesturingssystemen gebruikt en bij voorkeur vertrouwt op intern gehoste systemen, op basis van opensourcetechnologie, aangezien het HvJ-EU hierdoor in staat wordt gesteld de technische controle over zijn systemen te behouden en de gegevensopslag en gegevensstromen te controleren, waardoor een betere bescherming van gegevens en privacy wordt gewaarborgd; spoort het HvJ-EU aan zich aan te sluiten bij het opensource-initiatief van de EDPS via zijn implementatie van de opensourceoplossingen van NextCloud;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>verzoekt het HvJ-EU op zijn website alle dossiers met betrekking tot een zaak beschikbaar te stellen nadat de uitspraak is gepubliceerd, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat particuliere of gevoelige informatie niet openbaar wordt gemaakt om persoonsgegevens te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van het HvJ-EU om instrumenten voor artificiële intelligentie (AI) op te nemen in zijn werkzaamheden en juicht toe dat in juli 2023 een alomvattende AI-strategie is aangenomen; onderstreept dat het van essentieel belang is dat AI wordt gebruikt op een manier die de onafhankelijkheid, kwaliteit en integriteit van gerechtelijke processen volledig vrijwaart, waarbij volledig rekening wordt gehouden met ethische kwesties en sprake is van menselijk toezicht en menselijke controle, zodat menselijk ingrijpen mogelijk blijft om negatieve gevolgen of risico’s te voorkomen, of het systeem stop te zetten als het niet naar behoren functioneert; is ingenomen met het feit dat het HvJ-EU een AI-raad heeft opgericht die belast is met de aanpak van ethische aspecten en het vaststellen van duidelijke grenzen voor het gebruik van AI; herinnert eraan dat het HvJ-EU de volledige controle van de gebruikers moet waarborgen, in overeenstemming met het Europees Ethisch Handvest over het gebruik van AI in gerechtelijke systemen en hun omgeving; verwacht dat uiterlijk eind najaar 2023 richtsnoeren voor het personeel over het gebruik van AI worden aangenomen en verzoekt het HvJ-EU het Parlement op de hoogte te houden van de inhoud van deze richtsnoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat het HvJ-EU meldt dat het aantal cyberaanvallen in 2022 is blijven toenemen; is opgelucht dat alle aanvallen, hun verscheidenheid en aantal ten spijt, werden afgeslagen door de bestaande beschermingssystemen of door het speciaal voor dat doel opgerichte calamiteitenteam van het HvJ-EU, zoals blijkt uit de antwoorden van het HvJ-EU op vragen van de Commissie begrotingscontrole van het Parlement in oktober 2023; stelt op prijs dat het HvJ-EU actief deelneemt aan de relevante interinstitutionele structuren van de Unie om de algemene cyberbeveiliging van de instellingen van de Unie te versterken; verzoekt de leiding van het HvJ-EU met klem versterking van de cyberveiligheid als prioriteit te blijven aanmerken en dringt er bij de leiding op aan proactief te onderzoeken op welke punten de IT-infrastructuur van het HvJ-EU kwetsbaar is voor aanvallen en deze zo snel mogelijk te verhelpen, en te zorgen voor regelmatige controles en tests van zijn cyberdefensie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>wijst erop dat het HvJ-EU de mogelijkheden voor open data in 2022 en 2023 heeft geanalyseerd en dat het HvJ-EU voornemens is alle gepubliceerde informatie die op zijn website beschikbaar is, als open data te delen; spoort het HvJ-EU echter aan de gepubliceerde informatie door screeners te laten controleren alvorens deze als open data beschikbaar te stellen, rekening houdend met veiligheid, vertrouwelijkheid, privacyrechten en intellectuele-eigendomsrechten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Gebouwen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>merkt met belangstelling op dat het HvJ-EU een werkgroep met vertegenwoordigers van verschillende delen van het HvJ-EU en zijn personeelscomité heeft opgericht om na te denken over de optimalisering van de bezetting van de gebouwen van het HvJ-EU en dat de conclusies van deze werkgroep in 2023 zijn geformuleerd; wenst dat het Parlement op de hoogte wordt gehouden van de uitvoering van deze conclusies en van de gevolgen voor de organisatie van de werkomgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>stelt met belangstelling vast dat er een interne controle is uitgevoerd met betrekking tot de toegankelijkheid van de gebouwen voor personen met een handicap en dat het HvJ-EU, naar aanleiding van nieuwe Luxemburgse wetgeving, passende maatregelen ten uitvoer legt; juicht toe dat deze maatregelen onder meer gericht zijn op het toegankelijk maken van rechtszalen voor mensen met beperkte mobiliteit, bijvoorbeeld door middel van tactiele bevloering en leuningen; verzoekt het HvJ-EU het Parlement op de hoogte te houden van verdere initiatieven op dit gebied;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>waardeert ten zeerste dat het HvJ-EU een afzonderlijk jaarverslag opstelt over de ecologische voetafdruk van de instelling, dat als model kan dienen voor andere instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>feliciteert het HvJ-EU met de resultaten die zijn geboekt bij het aanzienlijk verminderen van zijn algemene verbruik in 2022 ten opzichte van het referentiejaar 2015; is met name onder de indruk van de verlaging van de stookkosten met 23,6 %, van het papierverbruik met 42,6 %, van het kantineafval met 49,9 % en van de uitstoot van broeikasgassen met 31,7 %;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>merkt op dat het HvJ-EU zonnepanelen heeft geïnstalleerd over een oppervlakte van 3 447,8 m², waarmee in 2022 452 959 kWh is geproduceerd; spoort het HvJ-EU aan te blijven werken aan het in kaart brengen van mogelijkheden voor de vermindering van het algemene verbruik, recycling en de opwekking van hernieuwbare energie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het HvJ-EU verschillende initiatieven heeft genomen om duurzame mobiliteit te ondersteunen en te vergroten, waaronder subsidies voor openbaar vervoer, subsidies voor een fietsdeelsysteem, verbeterde fietsparkeerfaciliteiten en verbeterde voorzieningen voor hybride en elektrische auto’s;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het HvJ-EU een breed scala aan dienstverleningsovereenkomsten met andere instellingen van de Unie heeft gesloten, hetgeen de kosten voor de betrokken instellingen helpt verlagen en ervoor zorgt dat binnen de instellingen vergelijkbare procedures, technieken en workflows worden toegepast; is bijzonder te spreken over de dienstenniveauovereenkomsten met het Bureau voor het beheer en de afwikkeling van de individuele rechten van de Europese Commissie, de dienstenniveauovereenkomst met het Publicatiebureau en de dienstenniveauovereenkomst met het directoraat-generaal Digitale Diensten als verlener van hostingdiensten voor de informatiesystemen van het HvJ-EU, waaronder eCuria en het Curia-portaal; erkent tevens de voortdurende samenwerking binnen het Interinstitutioneel Comité voor vertaling en vertolking; is ingenomen met het feit dat in 2023, na onderhandelingen in 2022, eindelijk een nieuwe dienstenniveauovereenkomst is gesloten met het Publicatiebureau van de Europese Unie die voor het eerst alle aspecten van de samenwerking bestrijkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het HvJ-EU samen met alle andere instellingen, organen en instanties van de Unie een gezamenlijke aanbesteding heeft uitgeschreven voor de verstrekking van een ongevallenverzekering als bedoeld in artikel 73 van het Statuut;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie (EOM) verder is ontwikkeld en dat er een memorandum van overeenstemming is ondertekend om een diepgaande samenwerking tot stand te brengen met betrekking tot bibliografische en documentaire diensten ten behoeve van beide instellingen; is voorts ingenomen met het feit dat er specifieke opleidingen zijn voorgesteld aan aanklagers van het EOM om hen vertrouwd te maken met de werkzaamheden van het HvJ-EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>waardeert dat het HvJ-EU volledig samenwerkt met OLAF, de Rekenkamer, de EDPS en de Europese Ombudsman, onder meer door ervoor te zorgen dat zijn interne besluiten over OLAF-onderzoeken worden geactualiseerd om te waarborgen dat aan de meest recente vereisten wordt voldaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>spoort het HvJ-EU aan het aantal intellectuele-eigendomszaken en de specifieke geschilpunten te delen met de Commissie en het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie om de redenen te onderzoeken waarom 30 % van de zaken die in 2022 aanhangig zijn gemaakt bij het Gerecht verband hield met intellectuele eigendom, om mogelijke lacunes in wetgevingshandelingen van de Unie in kaart te helpen brengen; is van oordeel dat in de begroting van de Unie op de behandeling van deze zaken zou kunnen worden bespaard indien er een specifiek geschilpunt kon worden vastgesteld en dit door middel van een nieuwe wetgevingshandeling van de Unie kon worden opgelost;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>erkent de voortzetting van de activiteiten van het Justitieel Netwerk van de Europese Unie, waarmee wordt bijgedragen aan het bevorderen en vergemakkelijken van de samenwerking tussen het HvJ-EU en de nationale rechterlijke instanties, met name op het gebied van gerechtelijk toezicht, juridisch onderzoek, meertalige terminologie en opkomende technologieën, alsook aan het bevorderen van de bundeling van de meest efficiënte praktijken op het gebied van de rechtsbedeling;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Communicatie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>merkt op dat de begroting voor communicatie, die de voorbereiding en het drukken van interne en externe publicaties omvat, in 2022 527 500 EUR bedroeg, wat neerkomt op een stijging van 3,3 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het HvJ-EU zijn zeventigjarig bestaan heeft aangegrepen als een gelegenheid om zijn transparantie en communicatie met de burgers van de Unie te versterken en twee open dagen te organiseren waarop burgers ter plaatse vragen kunnen stellen; spoort het HvJ-EU aan te overwegen om deze initiatieven ook in de komende jaren voort te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het HvJ-EU in 2022 een streamingdienst is gestart voor de hoorzittingen die aan de Grote Kamer zijn toegewezen, zodat het publiek meer inzicht krijgt in de werking van het HvJ-EU; spoort het HvJ-EU aan dit initiatief uit te breiden om te zorgen voor meer transparantie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>is verheugd dat het HvJ-EU actief deelneemt aan het door de EDPS gelanceerde project EU Voice voor interactie met het publiek, dat bedoeld is om het gebruik van gedecentraliseerde, vrije en open source sociale netwerken als alternatief voor propriëtaire netwerken te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>is van mening dat de transparantie en openheid van het gerechtelijke proces van de Unie moeten worden versterkt, aangezien het Hof van Justitie steeds vaker uitspraken moet doen over kwesties van grondwettelijke aard en kwesties in verband met mensenrechten en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie; is daarom ingenomen met de invoering van een streamingsysteem voor hoorzittingen bij het Hof van Justitie, waarmee wordt bijgedragen aan een versterking van het HvJ-EU als “Hof van de burger” door de toegankelijkheid voor het grote publiek te vergroten; wijst er in dit verband op dat er naast het nieuwe streamingsysteem geleidelijk aan aanvullende externe communicatiemiddelen moeten worden gebruikt om de zichtbaarheid van de werkzaamheden van de instelling te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>juicht toe dat in 2022, nadat de proeffase in 2021 was afgerond, een initiatief is gestart om jongeren tussen de 15 en 18 jaar beter inzicht te geven in het HvJ-EU en de impact van rechtspraak op hun dagelijks leven, en om ze beter bewust te maken van hun rechten als burgers van de Unie en van de democratische waarden van de Unie; spoort het HvJ-EU aan deze op jongeren gerichte onlinebezoeken uit te breiden tot de leeftijdsgroep van 15 t/m 29 jaar, en om onlinebezoeken ook aan burgers van alle leeftijden aan te bieden; benadrukt dat onlinebezoeken zo toegankelijk mogelijk moeten zijn voor alle Europeanen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>merkt op dat het HvJ-EU, samen met diverse andere instellingen van de Unie, actief deelneemt aan een door de EDPS opgezet project met regelmatige publicaties op het gedecentraliseerde socialemediaplatform Mastodon met behulp van gratis opensourcesoftware; merkt op dat het HvJ-EU ook gebruikmaakt van de platforms X (voorheen Twitter) en LinkedIn, en dat het HvJ-EU weer zoals vanouds op zowel X als Mastodon is gaan posten zodra een technische oplossing werd gevonden die geautomatiseerde parallelle publicatie mogelijk maakt. spoort het HvJ-EU aan regelmatig te posten op de socialemediaplatforms waar het aanwezig is om stagnatie op socialemedia-accounts te voorkomen, aangezien hierdoor de indruk kan ontstaan van werkeloosheid bij het HvJ-EU.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>