<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0231</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Algemene begroting van de EU – Rekenkamer</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0074/2024 - Rapporteur: Luke Ming Flanagan)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling V – Rekenkamer (2023/2133(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB L 45 van 24.2.2022.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2014 (COM(2023)0391 – C9‑0252/2023)<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/2, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de interne controles die zij in 2022 heeft uitgevoerd, dat zij aan de kwijtingsautoriteit heeft voorgelegd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022, tezamen met de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/103, 4.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0074/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de secretaris-generaal van de Rekenkamer kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling V – Rekenkamer (2023/2133(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling V – Rekenkamer,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0074/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure de nadruk legt op het bijzondere belang van het verder versterken van de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie door het vergroten van de transparantie en de verantwoordingsplicht, en door toepassing van het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Europese Rekenkamer (hierna “de Rekenkamer”) de externe auditor van de Unie is, die door middel van onafhankelijke, professionele en invloedrijke controlewerkzaamheden de zuinigheid, doeltreffendheid, efficiëntie, wettigheid en regelmatigheid van EU-maatregelen moet beoordelen om de verantwoording, de transparantie en het financieel beheer te verbeteren en zo het vertrouwen van de burgers te vergroten en doeltreffend te reageren op de uitdagingen van vandaag en morgen waarmee de Unie wordt geconfronteerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat, onverminderd de bepalingen van artikel 287 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), de rekeningen van de ontvangsten en uitgaven van de Rekenkamer sinds de afsluiting van begrotingsjaar 1987 jaarlijks worden gecontroleerd door een onafhankelijke externe auditor en dat de verslagen van de externe auditor sinds het verslag over het begrotingsjaar 1992 in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> worden bekendgemaakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de verantwoording inzake het beheer ten aanzien van de begrotingsautoriteiten wordt geboden via het jaarlijks activiteitenverslag van de secretaris-generaal van de Rekenkamer, dat in overeenstemming met artikel 74, lid 9, van het Financieel Reglement tot doel heeft informatie te verstrekken over het beheer van de middelen, met inbegrip van de systemen, en over de efficiëntie en de doeltreffendheid van de interne controlesystemen van de Rekenkamer;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer, door haar taken op transparante en onafhankelijke wijze uit te voeren, bijdraagt tot democratisch toezicht, openbaar debat en goed financieel beheer van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer het standpunt heeft ingenomen dat het met het oog op de beoordeling van de governance, de verantwoordingsplicht en de transparantie van de Unie en de kwaliteit en betrouwbaarheid van de informatie en gegevens die over de uitvoering van het beleid van de Unie worden gerapporteerd, de beste oplossing zou zijn dat de Rekenkamer wordt belast met de controle van alle instellingen, organen en instanties van de Unie die zijn opgericht bij of krachtens de Verdragen en alle intergouvernementele structuren die van essentieel belang zijn voor de werking van de Unie; overwegende dat het Parlement de Rekenkamer in dat verband nadrukkelijk steunt en elk initiatief zou toejuichen waarbij de Rekenkamer een ruimer mandaat krijgt;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van de Rekenkamer onder rubriek 7, “Europees openbaar bestuur”, van het MFK valt, die in 2022 in totaal 11,6 miljard EUR bedroeg (5,9 % van de uitgaven van de Unie); merkt op dat — in 2022 — de begroting van de Rekenkamer (van ongeveer 0,2 miljard EUR) 1,4 % van de totale administratieve uitgaven bedroeg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2022 een steekproef van 60 verrichtingen onder “Administratie” heeft onderzocht, hetzelfde aantal als in 2021; merkt voorts op dat de administratieve uitgaven volgens de Rekenkamer uitgaven voor personele middelen omvatten, met inbegrip van uitgaven voor pensioenen, die in 2022 goed waren voor ongeveer 70 % van de totale administratieve uitgaven, en uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energie, communicatie en informatietechnologie, en dat haar werkzaamheden gedurende vele jaren erop wijzen dat deze uitgaven over het algemeen een laag risico inhouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Rekenkamer het aantal verrichtingen onder “Administratie” dat voor alle instellingen wordt onderzocht uit te breiden, teneinde het Parlement in staat te stellen zijn rol als kwijtingsautoriteit voor de andere instellingen beter te vervullen; betreurt dat een plan voor het opstellen van een speciaal verslag over de administratieve uitgaven van de andere instellingen dan de Commissie is herzien met het oog op een audit van het ambtenarenapparaat van de EU, waarbij waarschijnlijk slechts een beperkt deel van de administratieve uitgaven zal worden onderzocht; wijst nogmaals op het belang van een diepgaander onderzoek naar de administratieve uitgaven en herhaalt zijn oproep aan de Rekenkamer om in haar werkzaamheden uitgebreide gegevens over alle instellingen op te nemen teneinde een deugdelijke basis te bieden voor een consistente kwijtingsprocedure;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>neemt er kennis van dat de jaarrekening van de Rekenkamer door een onafhankelijke externe auditor wordt gecontroleerd, teneinde ervoor te zorgen dat dezelfde beginselen van transparantie, verantwoordingsplicht en onafhankelijkheid die de Rekenkamer bij haar eigen controle-activiteiten in acht neemt, ook op haarzelf worden toegepast; stelt met voldoening vast dat de externe auditor op basis van zijn controle van de Rekenkamer geen specifieke problemen heeft gerapporteerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Budgettair en financieel beheer</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>stelt vast dat de totale begroting van de Rekenkamer voor 2022 162 141 175 EUR bedroeg, hetgeen een stijging van 5,5 % is ten opzichte van 2021 (153 721 727 EUR); stelt vast dat de stijging voornamelijk een gevolg was van salarisaanpassingen en 20 nieuwe tijdelijke posten in verband met NextGenerationEU; stelt vast dat 90 % van de kredieten in 2022 bestemd waren voor haar leden en personeel, terwijl 10 % besteed is aan gebouwen, uitrusting en “overige uitgaven”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>herhaalt voorts dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de Rekenkamer over adequate personele middelen beschikt om haar mandaat naar behoren te kunnen vervullen, naast de nieuwe taken in verband met de inwerkingtreding van nieuwe financieringsinstrumenten, zoals de herstel- en veerkrachtfaciliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer in de loop van 2022 26 begrotingsoverschrijvingen zoals bedoeld in artikel 29 van het Financieel Reglement heeft verricht, goed voor in totaal 3,4 miljoen EUR (oftewel 2,1 % van de kredieten voor dat begrotingsjaar), voornamelijk als gevolg van een daling van de uitgaven voor dienstreizen, publicaties, vertolking en de juridische dienst, en een stijging van de uitgaven voor de inrichting van haar gebouwen, inclusief renovaties van het dak, energiekosten, arbeidscontractanten en IT-apparatuur; merkt daarnaast op dat het uitvoeringspercentage van de begroting voor 2022 98,5 % bedroeg, een lichte stijging in vergelijking met de twee voorgaande jaren; is ingenomen met het feit dat de gemiddelde betalingstermijn in 2022 is teruggebracht tot 9,8 dagen tegenover 10,7 dagen in 2021, hoogstwaarschijnlijk dankzij de toename van het aandeel elektronische facturen, dat 24 % bedroeg tegenover 19 % in 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de externe auditor heeft aangegeven dat de toegewezen begrotingsmiddelen voor het vermelde doel zijn gebruikt en dat de door de ordonnateurs toegepaste controleprocedures de noodzakelijke waarborgen boden dat de financiële verrichtingen in overeenstemming waren met de toepasselijke regels en regelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat de illegale en ongerechtvaardigde Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne op meerdere wijzen voor druk op de begroting van de Rekenkamer heeft gezorgd, onder meer door de stijgende inflatie en salarisaanpassingen, en door een sterke stijging van de kosten voor elektriciteit en verwarming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>stelt vast dat de begroting van de Rekenkamer voor algemene dienstreizen is gedaald van 2 988 000 EUR in 2021 naar 2 452 000 EUR in 2022 (-18 %), hetgeen het gevolg was van aanhoudende reisbeperkingen aan het begin van 2022 en veranderde werkmethoden met een groter aantal vergaderingen “op afstand”; stelt daarnaast vast dat de Rekenkamer geen specifiek begrotingsonderdeel heeft voor werkbezoeken en dienstreizen van haar voorzitter; stelt tot slot vast dat het begrotingsonderdeel voor werkbezoeken van alle leden van de Rekenkamer zowel in 2021 als 2022 290 000 EUR bedroeg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>juicht het toe dat de Rekenkamer sinds 2022 over een gedetailleerde controlemethodologie beschikt voor kosten voor werkbezoeken, met controles <STRING ITALIC="on">vooraf</STRING> én <STRING ITALIC="on">achteraf</STRING>;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>stelt vast dat 2022 het tweede jaar was van de tenuitvoerlegging van de strategie van de Rekenkamer voor de jaren 2021-2025 en dat aan het eind van 2022 18 van de 29 strategische maatregelen volledig ten uitvoer waren gelegd of dat het kader voor de maatregel was vastgesteld en verdere acties in gang waren gezet, terwijl 11 maatregelen in gang waren gezet of werden waren opgestart of werden voortgezet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer in 2022 zeven jaarverslagen, acht adviezen, 28 speciale verslagen en één toetsing heeft gepresenteerd, hetgeen bijna dezelfde aantallen zijn als in 2020 en 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer haar werkprogramma op volledig onafhankelijke wijze vaststelt, en dat zij ook onafhankelijk bepaalt welke speciale verslagen worden opgesteld; geeft de Rekenkamer nogmaals aan dat speciale verslagen, die zich op de huidige situatie en uitdagingen van de Unie richten en daarbij in het bijzonder oog hebben voor aspecten met relevantie voor de begroting, bij belanghebbende partijen in het Parlement en daarbuiten op de meeste aandacht mogen rekenen; verwelkomt het in dit verband dat de Rekenkamer in 2022 haar programmeringsproces heeft herzien en grotere flexibiliteit heeft geïntroduceerd wat betreft de behandeling van urgente uitdagingen, teneinde de belangen van de bestemmelingen van haar verslagen beter te dienen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>spreekt er zijn waardering voor uit dat de Rekenkamer, zoals gevraagd door het Parlement, haar controlewerkzaamheden met name gericht heeft op actuele Europese uitdagingen, zoals blijkt uit de zeer snelle presentatie van Advies 3/2023 over de faciliteit voor Oekraïne en uit de aandacht die is besteed aan de monitoring van de tenuitvoerlegging daarvan; vindt het zorgwekkend dat de Rekenkamer voor haar controletaken van de herstel- en veerkrachtfaciliteit nog altijd geen volledige toegang tot FENIX, het nieuwe rapportage-instrument van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, heeft en dat de informatie in dat nieuwe instrument niet tijdig wordt geactualiseerd; sluit zich aan bij de zienswijze van de Rekenkamer dat artikel 257 van het Financieel Reglement voorziet in volledige en onmiddellijke toegang voor de Rekenkamer; verzoekt de Commissie voorts de Rekenkamer toegang te verlenen tot andere soorten relevante informatie om haar rol te kunnen vervullen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>waardeert de tijdige en relevante speciale verslagen over de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, die de kwijtingsautoriteit in staat stellen haar taken uit te voeren en aanbevelingen te doen aan de Commissie over verbeteringen in de werking van dit instrument;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verwelkomt het dat de Rekenkamer een beknopt overzicht heeft gepresenteerd van het aantal en de soort interne controles die in de Rekenkamer zijn verricht, alsook een synthese van de aanbevelingen en de naar aanleiding van die aanbevelingen getroffen maatregelen, overeenkomstig artikel 118, lid 1, van het Financieel Reglement; stelt vast dat in het jaarlijks werkprogramma van de intern controleur sprake is van terugkerende taken, geselecteerde taken, en andere taken die gedurende het jaar zijn voltooid; stelt vast dat sommige acties die voor tenuitvoerlegging in 2022 op de planning stonden naar 2023 zijn doorgeschoven, en verzoekt de Rekenkamer het Parlement op de hoogte te brengen van de tenuitvoerlegging daarvan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>moedigt de Rekenkamer aan haar bijdrage aan de bestrijding van fraude ten nadele van de begroting van de Unie te vergroten, niet alleen door de zwakke punten die de door de Unie gefinancierde programma’s fraudegevoelig maken op te sporen en te melden, maar ook door rekening te houden met het lopende debat tussen de onderdelen van de fraudebestrijdingsarchitectuur en de controlewerkzaamheden in samenwerking met de met de opsporing van fraude belaste organen te intensiveren, hun activiteiten regelmatig te beoordelen, en de kwijtingsautoriteit feedback te geven die voor haar analyse van belang is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>juicht het toe dat in de strategie van de Rekenkamer voor 2021-2025 gesproken wordt over het formuleren van kosteneffectieve aanbevelingen die moeten bijdragen tot de ontbureaucratisering van de instellingen van de Unie; wijst erop dat met name de aanbevelingen van de Rekenkamer inzake het vergroten van de doeltreffendheid van procedures, het toepassen van beste praktijken, het verbeteren van de coördinatie, het vaststellen van standaardprocessen, het voorkomen van overregulering, en vereenvoudiging en digitalisering dat doel dienen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>spoort de Rekenkamer aan te blijven pleiten voor het ontwikkelen en bijhouden van Uniebrede databanken, en voor het voortzetten van de inspanningen voor het tot stand brengen van doeltreffende dataminingcapaciteiten om gegevensanalyses op Unieniveau te verrichten en voor de Unie relevante risico’s vast te stellen; verzoekt de Rekenkamer in kaart te brengen aan welke vereisten moet worden voldaan voor de verzameling, verwerking en opslag van gegevens met het oog op de eenvoudige en interoperabele controle van het gebruik van overheidsuitgaven door de lidstaten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer eind 2022 921 personeelsleden had, iets méér dan eind 2021 (917) en eind 2020 (910); stelt vast dat de algemene genderverdeling eind 2022 434 mannen (47,1 %) en 487 vrouwen (52,9 %) was; verzoekt de Rekenkamer zich te blijven inspannen om het genderevenwicht in het midden- en hoger management te bevorderen; stelt daarnaast vast dat de algemene verdeling over personeelscategorieën 830 ambtenaren (90 %), waarvan 620 AD’s en 210 AST’s en AST/SC’s, en 91 arbeidscontractanten (10 %) was;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>stelt vast dat het aantal personen in de AD-rangen 13-16 79 bedroeg, waarvan 49 mannen en 30 vrouwen (62 respectievelijk 38 %), hetgeen een lichte stijging is wat het percentage vrouwen in die rangen betreft (37,5 % in 2021 tegenover 34,5 % in 2020);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>spreekt zijn diepe teleurstelling uit over het gebrek aan genderevenwicht in het college van de Rekenkamer: in zijn huidige samenstelling zijn slechts 10 van de 25 leden vrouwen, waarbij moet worden aangetekend dat leden uit Portugal en Bulgarije nog niet zijn benoemd; begrijpt dat het een complexe zaak is om via de benoemingsprocedure voor de leden tot genderevenwicht te komen, omdat het aan de lidstaten is om personen voor te dragen; verzoekt de Rekenkamer desondanks om haar algemene samenstelling te analyseren en de Raad en de betrokken lidstaten hierover te informeren, zodat er bij het nemen van benoemingsbesluiten gestreefd kan worden naar genderevenwicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>betreurt dat de Raad al jarenlang keer op keer leden van de Rekenkamer benoemt die door het Parlement zijn afgewezen; benadrukt dat de rol van het Parlement bindend moet zijn bij het beoordelen van de geschiktheid van de kandidaten voor de Rekenkamer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>juicht het toe dat alle nationaliteiten van de Unie onder het personeel van de Rekenkamer vertegenwoordigd zijn, zowel bij AD’s als bij AST/SC’s; betreurt echter dat sommige nationaliteiten ondervertegenwoordigd zijn en juicht het in dit verband toe dat de Rekenkamer ertoe over is gegaan direct personeel aan te werven in sommige lidstaten (Denemarken, Estland, Letland); is ingenomen met het doeltreffende gebruik van nieuwe manieren voor het publiceren van selectieprocedures om diverse doelgroepen uit verschillende lidstaten aan te trekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>wijst erop dat de Rekenkamer een besluit over hybride werken heeft vastgesteld, dat op 1 januari 2022 in werking is getreden; stelt vast dat de telewerkregeling van de Rekenkamer de mogelijkheid biedt om tot tien dagen per maand thuis te werken, en tot tien dagen aaneengesloten; neemt er verder kennis van dat de regeling het personeel de mogelijkheid biedt om tot vijf dagen per maand en 30 dagen per jaar buiten de vaste woonplaats te werken; stelt tot slot vast dat 95 % van het personeel in een enquête in oktober 2022 heeft aangegeven tevreden te zijn met de telewerkregeling en dat 88 % van mening was dat deze een positieve impact heeft op hun werk-privébalans</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is ingenomen met de maatregelen die de Rekenkamer in 2022 heeft genomen om het lichamelijk en geestelijk welzijn van het personeel te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>onderkent dat het niet gemakkelijk is mensen te vinden die bereid zijn in Luxemburg te komen werken en spoort de Rekenkamer aan samen met de andere in Luxemburg gevestigde instellingen in de interinstitutionele groep op hoog niveau te werken aan het vergroten van de aantrekkelijkheid van Luxemburg voor personeelsleden en te onderzoeken wat in dit verband kan worden gedaan, bijvoorbeeld de introductie van een speciale woontoelage als tegemoetkoming in de hoge huurkosten (waar met name personeel in de lagere rangen tegenaan loopt) en de mogelijkheid van het ter beschikking stellen van redelijk geprijsde tijdelijke huisvesting voor kort verblijf;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>stelt bezorgd vast dat het aantal ziektedagen in 2022 11 622 was, een stijging van 54 % ten opzichte van 2021, toen het aantal ziektedagen 7 524 bedroeg; stelt tegelijkertijd vast dat het aantal ziektedagen bij de Rekenkamer in 2018 10 255 bedroeg en dat het relatief kleine aantal ziektedagen in 2021 mogelijkerwijs te maken had met de COVID-19-situatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>stelt bezorgd vast dat er zich in 2022 bij de Rekenkamer zeven gevallen van burn-out hebben voorgedaan; wijst er verder op dat alle zeven personeelsleden zijn geherintegreerd en geleidelijk weer zijn gaan werken in het kader van een procedure van herintegratie met werk in deeltijd om medische redenen; waardeert in dit verband dat de Rekenkamer in 2022 is begonnen met het opstellen van richtsnoeren voor de herintegratie op het werk na langdurig ziekteverlof; stelt vast de Rekenkamer aangeeft dat bij de vaststelling van het jaarlijkse werkprogramma rekening wordt gehouden met de beschikbaarheid van hulpbronnen en dat directeuren en het managementteam op directoraatsniveau de werkdruk in kaart brengen om ervoor te zorgen dat deze evenwichtig wordt verdeeld; spoort de Rekenkamer desalniettemin aan op dit vlak de vinger aan de pols te houden, en alle nodige maatregelen te nemen om het welzijn van het personeel te waarborgen, teneinde het aantal gevallen van burn-out omlaag te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verwelkomt het dat in december 2022, na een uitgebreid collaboratief proces, een besluit is genomen en beleid is vastgesteld ter waarborging van een respectvolle en intimidatievrije werkomgeving, met bijzondere aandacht voor preventie, bewustmaking en vroegtijdige opsporing, in concreto bestaand uit een pakket maatregelen (vertrouwelijke counseling, mediatie en een formele klachtenprocedure) die moeten worden genomen in gevallen van (vermeende) intimidatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verwelkomt het actieplan voor diversiteit en inclusie van de Rekenkamer voor 2021-2025, alsmede de stappen die in 2022 zijn gezet om het plan grotere bekendheid te geven en de in 2022 behaalde resultaten (te weten de tien prioriteiten die in het actieplan zijn neergelegd); stelt vast dat de Rekenkamer in 2022 slechts één persoon met een handicap in dienst heeft genomen (en op een tijdelijk contract);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer in 2022 54 stagiairs heeft verwelkomd; stelt met tevredenheid vast dat zij allemaal door de Rekenkamer of door nationale autoriteiten werden betaald;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Ethisch kader en transparantie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>onderstreept de rol en het belang van de Rekenkamer als onafhankelijke externe auditor van de Unie en als hoedster van haar financiën, hetgeen betekent dat de Rekenkamer aan de hoogst mogelijke normen moet voldoen en als modelorganisatie moet opereren om vertrouwen te wekken en geloofwaardig te zijn; stelt vast de leden van de Rekenkamer overeenkomstig artikel 285 VWEU volledig onafhankelijk zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verwelkomt de herziene gedragscode voor de leden en oud-leden van de Rekenkamer van mei 2022, in het verlengde van de aanbeveling van het Parlement, waarin onder andere de verplichting is opgenomen dat de leden verblijf moeten houden in de plaats waarin de Rekenkamer is gevestigd, de mogelijkheden voor de leden om zich met politiek bezig te houden worden beperkt, de contractuele relaties tussen de leden en het personeel van de Rekenkamer worden geregeld, en de verplichting is opgenomen voor de leden om een jaarlijkse belangenverklaring in te dienen; herinnert eraan dat de leden van de Rekenkamer zich altijd aan de hoogste ethische beginselen en waarden moeten houden, ter staving van hun volledige integriteit, onafhankelijkheid, objectiviteit, professioneel gedrag, waardigheid, inzet en loyaliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>benadrukt dat het Parlement onverminderd van oordeel is dat voor de hele mandaatsperiode van een lid van de Rekenkamer informatie openbaar moet worden gemaakt over de werkbezoeken die hij/zij brengt, en dat de leden geen formele politieke banden mogen onderhouden, met inbegrip van erefuncties in politieke partijen of organisaties; verzoekt de Rekenkamer eens te meer haar regels inzake interne ethische commissies te wijzigen en ervoor te zorgen dat het niet langer een exclusieve bevoegdheid van de voorzitter van de Rekenkamer is om kandidaten voor die commissies voor te dragen; herhaalt daarnaast zijn verzoek om door de ethische commissie van de Rekenkamer te worden geïnformeerd over de belangrijkste bevindingen van de interne audit op het gebied van ethiek, die al sinds 2020 aan de gang is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>stelt tevreden vast dat alle leden van de Rekenkamer een adres bij de Luxemburgse autoriteiten hebben opgegeven en daarmee het vereiste in acht nemen dat leden verblijf moeten houden op de plaats waar de Rekenkamer is gevestigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>neemt kennis van het besluit van 2022 betreffende reizen, werkbezoeken en het gebruik van chauffeurs en auto’s, dat inhoudt dat alle kosten (waaronder die voor de huur van een auto) in verband met het gebruik van auto’s voor het afleggen van afstanden van meer dan 10 000 km en die niet in het kader van een dienstreis worden gemaakt, door leden moeten worden gedragen; is echter van mening dat 10 000 km te hoog is en herhaalt de in eerdere kwijtingsresoluties geuite bezorgdheid dat het ingevoerde systeem verwarrend is; wijst nogmaals op zijn standpunt, dat het ook reeds in eerdere kwijtingsresoluties naar voren heeft gebracht, dat de leden van de Rekenkamer in geen geval gebruik mogen maken van het wagenpark in situaties die geen betrekking hebben op de strikte uitvoering van hun taken; verzoekt alle instellingen tot afspraken te komen over één enkel, horizontaal toe te passen systeem, dat minder verwarrend zou zijn en voor meer transparantie en doeltreffendheid zou zorgen bij het gebruik van publiek geld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>juicht het toe dat de Rekenkamer de afgelopen jaren haar ethisch kader heeft geactualiseerd, tot nu toe resulterend in een actualisering van de ethische richtsnoeren van de Rekenkamer in oktober 2022, een actualisering van het beleid ter waarborging van een respectvolle en intimidatievrije werkomgeving in 2022, en een actualisering van de regels inzake klokkenluiders in juli 2023; juicht het verder toe dat er workshops, cursussen en bijeenkomsten over ethiek voor het personeel zijn georganiseerd (waaronder voor de personeelsleden in de kabinetten van de leden); verzoekt de Rekenkamer het Parlement te blijven informeren over eventuele verdere plannen met betrekking tot het ethisch kader;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>merkt op dat de dienst Interne Controle van de Rekenkamer in 2021 heeft geconcludeerd dat er geen uniek document is dat het fraudebestrijdingsbeleid van de Rekenkamer consolideert en dat er geen fraudebestrijdingsstrategie voor de gehele Rekenkamer bestaat; spoort de Rekenkamer aan hier zo snel mogelijk iets aan te doen, om de huidige, gedecentraliseerde en versnipperde benadering te consolideren en duidelijker te maken hoe de Rekenkamer deze kwesties aanpakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verwerpt onverminderd het besluit van de Rekenkamer om zich niet aan te sluiten bij het EU-transparantieregister (zoals opgericht bij het Interinstitutioneel Akkoord van 20 mei 2021 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over een verplicht transparantieregister<FOOTNOTE><FIELD>PB L 207 van 11.6.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>), en verzoekt de Rekenkamer hier nog eens opnieuw over na te denken, en herhaalt met klem zijn oproep aan de Rekenkamer zich alsnog bij het EU-transparantieregister aan te sluiten, teneinde zich te houden aan fundamentele transparantiebeginselen en tegelijkertijd geen obstakels te creëren voor de volledige onafhankelijkheid van de Rekenkamer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>stelt vast dat het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) een onderzoek was gestart naar een selectieprocedure van de Rekenkamer in 2022, en heeft geconcludeerd dat het gedrag van de betrokken persoon niet van invloed is geweest op de uitkomst van de procedure;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>stelt vast dat de Europese Ombudsman een onderzoek heeft ingesteld naar aanleiding van een klacht in 2022, en dat dit onderzoek is afgesloten nadat de Rekenkamer de indiener van de klacht had geantwoord;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>geeft nogmaals aan tevreden te zijn over het feit dat de Rekenkamer in 2022 een register heeft opgezet voor het bijhouden van de aanwezigheid van leden van de Rekenkamer in vergaderingen, naar aanleiding van herhaalde verzoeken hiertoe van het Parlement; verwelkomt het dat het register op verzoek beschikbaar is gesteld voor de rapporteur van het Parlement met het oog op de kwijtingsprocedure; verzoekt de Rekenkamer verder te werken aan praktijken die de transparantie en verantwoordingsplicht vergroten, zoals een openbaar vergaderrooster;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>is tevreden met het feit dat er in 2022 geen gevallen van belangenverstrengeling zijn vastgesteld; stelt daarnaast vast dat geen enkel personeelslid dat bij de Rekenkamer is vertrokken vanwege een aflopend contract (of om enige andere reden) de Rekenkamer heeft laten weten naar een particulier bedrijf te willen overstappen of werkgerelateerde activiteiten buiten de Rekenkamer te gaan verrichten gedurende de laatste drie jaar van zijn/haar dienstverband; stelt tot slot vast dat geen enkel voormalig lid van het Parlement, of commissaris of hoge ambtenaar een financiële vergoeding van de Rekenkamer heeft ontvangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>stelt vast dat er in 2022 geen klokkenluiderszaken waren bij de Rekenmaker;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>betreurt dat de jaarlijkse lijst van contracten met een waarde tussen 15 000 en 60 000 EUR die in 2022 zijn gesloten na een onderhandelingsprocedure, niet beschikbaar is op de website van de Rekenkamer, zoals aangegeven in het verslag van de gedelegeerd ordonnateur; verzoekt de Rekenkamer de lijst in een afzonderlijk document te publiceren en ervoor te zorgen dat deze op eenvoudige wijze toegankelijk is;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>juicht het toe dat de Rekenkamer over een alomvattend cyberbeveiligingsplan voor 2022-2024 beschikt en voornemens was haar cyberbeveiligingskader vóór eind 2023 nog eens tegen het licht te houden, teneinde ervoor te zorgen dat het volledig aansluit bij de aangekondigde verordening houdende de vaststelling van maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van cyberbeveiliging in de instellingen, organen en instanties van de Unie; juicht het verder toe dat de Rekenkamer een contract heeft opgezegd met een leverancier die door een bedrijf uit de Verenigde Staten van Amerika was gekocht, aangezien die overname zou hebben geleid tot een andere manier van verwerking van persoonsgegevens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>is er verheugd over dat de Rekenkamer in 2022 niet te maken heeft gekregen met grote cyberaanvallen en dat phishingmails onveranderd de grootste bedreiging vormden; spoort de Rekenkamer desalniettemin aan waakzaam te blijven en samen met de relevante interinstitutionele organen van de Unie te werken aan versterking van de algemene cyberbeveiliging van de Unie-instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>stelt vast dat de Europees Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) in 2022 geen onderzoeken met betrekking tot de Rekenkamer heeft gestart, voortgezet of afgesloten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>verwelkomt alle inspanningen die gericht zijn op een verdere digitalisering van de controles, hetgeen de doeltreffendheid en nauwkeurigheid daarvan ten goede zal komen; is met name ingenomen met de lancering van “Datawarehouse als dienst” in oktober 2022, dat gebruikers in staat stelt gestructureerde gegevens min of meer zelfstandig te verwerken en te analyseren; merkt op dat de digitalisering van de controles niet alleen afhangt van de Rekenkamer zelf, maar ook — en in belangrijke mate — van de gegevens die de gecontroleerden verstrekken, en dat er nog altijd beperkingen bestaan wat het format van de gegevens en de verscheidenheid van gebruikte systemen betreft; stelt verder met tevredenheid vast dat het aantal dagen waarop ter plaatse controles zijn verricht in 2022 2 984 bedroeg, hetgeen veel méér was dan in 2021 en 2020 (voornamelijk als gevolg van de beperkingen naar aanleiding van de COVID-19-pandemie), en dat de meerwaarde en de doeltreffendheid van de bezoeken ter plaatse is vergroot door ze te combineren met op afstand verrichte werkzaamheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer verschillende elementen van “open bron”-software heeft geïmplementeerd voor haar systemen, zoals Linux, Belenios en Nagios; spoort de Rekenkamer aan daar waar mogelijk door te gaan met het gebruik van “open bron”-software;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Gebouwen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer in 2022 grote renovatiewerken aan het K2-gebouw heeft laten uitvoeren (en dat deze begin 2023 zijn afgerond), waarbij vier verdiepingen werden gerenoveerd om een moderne werkplek te creëren die door het personeel wordt gewaardeerd en milieuvriendelijker is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>spreekt er zijn waardering over uit dat de Rekenkamer in 2022 een controle van de toegankelijkheid van al haar gebouwen heeft geïnitieerd, teneinde de toegankelijkheid te verbeteren en tegemoet te komen aan de behoeften van personen met verminderde mobiliteit of andere handicaps, en dat deze controle begin 2023 is afgerond; verzoekt de Rekenkamer het Parlement op de hoogte te houden van alle concrete initiatieven voor het ten uitvoer leggen van de in het kader van de controle voorgestelde maatregelen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>juicht het toe dat de Rekenkamer in 2022 haar tweede jaarverslag over de milieuduurzaamheid van haar verrichtingen heeft gepresenteerd (en dat ze daarbij de internationaal aanvaarde rapportagenormen in acht heeft genomen);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer er sinds 2014 in is geslaagd haar milieuvoetafdruk op een aantal gebieden aanzienlijk te reduceren: verbruik van elektriciteit -34 %, van verwarming -22 %, van papier -83,5 %, en van water -45,3 %, emissies van broeikasgassen -29,5 %, en afvalproductie -33,7 %; spoort de Rekenkamer aan zich ervoor te blijven inspannen het verbruik van die inputs terug te dringen, en verwelkomt het dat de Rekenkamer in 2023 een studie met betrekking tot het K2-gebouw in opdracht heeft gegeven met het oog op het renoveren van het dak en het installeren van zonnepanelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>is ermee ingenomen dat de Rekenkamer meerdere initiatieven ter ondersteuning van duurzame mobiliteit heeft ontplooid, waaronder de uitbreiding van haar shuttleservice, een gratis abonnement voor haar personeelsleden op de zelfbedieningsfietsdienst die door de stad Luxemburg is opgezet, vergroting van het aantal parkeerplaatsen voor (elektrische) fietsen, en de aanleg van laadpunten voor hybride en elektrische auto’s; verzoekt de Rekenkamer door te gaan met het ondersteunen van duurzame mobiliteit, waaronder middels het uitwisselen van goede praktijken met andere instellingen, en het Parlement op de hoogte te houden van verdere initiatieven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer gaat analyseren hoe milieuaspecten van dienstreizen in een geactualiseerde gids voor dienstreizen kunnen worden geïntegreerd; stelt daarnaast vast dat een voorstel is gedaan om dienstreizen per voltijdsequivalent (FTE) in de periode 2023-2025 met 5 % te verminderen; verzoekt de Rekenkamer zich ervoor in te zetten dit streefcijfer te halen, zonder evenwel te tornen aan de implementatie van noodzakelijke controlebezoeken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>stelt vast dat verschillende dienstenniveau-overeenkomsten en andere interinstitutionele samenwerkingsovereenkomsten in 2022 zijn geactualiseerd, waaronder overeenkomsten met het Bureau voor onderzoek en disciplinaire zaken van de Commissie en het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>neemt kennis van de tripartiete overeenkomst tussen de Rekenkamer, de Commissie en de Europese Investeringsbank (de “EIB”) van november 2021; juicht het toe dat de Rekenkamer van oordeel is dat die overeenkomst een aantal processen heeft verduidelijkt en gestroomlijnd, en dat de Rekenkamer beter toegang heeft tot informatie over verrichtingen die worden gefinancierd of gegarandeerd met de begroting van de Unie; betreurt evenwel dat die overeenkomst niet, als een minimum, waarborgt dat de Rekenkamer controles kan uitvoeren van de prestatie-aspecten van activiteiten in het kader van de tenuitvoerlegging van beleid van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>beklemtoont dat het Parlement in de grond van oordeel is dat de huidige beperkingen van de rol van de Rekenkamer als controleur van de EIB een regelgevings- en toezichtskloof creëert, en dat de Rekenkamer zou moeten worden gemachtigd om alle verrichtingen van de EIB-groep aan controles te onderwerpen; onderstreept tegelijkertijd dat het Parlement, als democratisch verkozen orgaan, belast zou moeten worden met het verlenen van kwijting aan de EIB, teneinde de democratische legitimiteit van die belangrijke instelling van de Unie te vergroten en daarmee te zorgen voor meer transparantie en verantwoordingsplicht, alsmede voor goed financieel en personeelsbeheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>juicht het toe dat de Rekenkamer nauw samenwerkt met zowel OLAF als het Europees Openbaar Ministerie (EOM), waaronder bij de organisatie van workshops, bewustmakingscampagnes, en de uitwisseling van kennis en ervaring; stelt verder met tevredenheid vast dat de Rekenkamer in 2022 14 gevallen van vermoedelijke fraude bij OLAF heeft gemeld en zes gevallen bij het EOM; benadrukt zijn opvatting dat vermoedens van fraude altijd moeten worden doorgegeven aan OLAF en het EOM met het oog op een grondig onderzoek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer via zijn functionaris voor gegevensbescherming (DPO) met de EDPS samenwerkt en de EDPS raadpleegt over onderwerpen op het gebied van gegevensbescherming, en dat een zaak met betrekking tot een inbreuk op de regels inzake persoonsgegevens in 2022 is afgesloten (met de formulering van enkele aanbevelingen); verwelkomt het dat de DPO van de Rekenkamer participeert in een netwerk van DPO’s, dat werkt aan terugkerende kwesties, goede praktijken uitwisselt, en helpt bij de organisatie van tweejaarlijke bijeenkomsten van DPO’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer samenwerkt met de Europese ombudsman en alle informatie heeft verstrekt waarom was gevraagd in het kader van door de Europese Ombudsman geopende onderzoeken; is er verheugd over dat de Rekenkamer deel heeft genomen aan de interinstitutionele gesprekken over moderne communicatie, inclusief instant messaging, en dat de Rekenkamer de desbetreffende richtsnoeren van de Europese Ombudsman als benchmark gebruikt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Communicatie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>verwelkomt het dat de Rekenkamer in januari 2022 een nieuwe communicatiestrategie heeft goedgekeurd en dat daarin het grote publiek als belangrijkste doelgroep van haar communicatie-inspanningen wordt aangewezen, en prijst de Rekenkamer ervoor dat zij nu in staat is persbriefings en conferenties via webstreaming van een goede technische kwaliteit te houden; juicht het verder toe dat de Rekenkamer haar website in 2023 heeft gemoderniseerd, teneinde gebruikers een betere ervaring te bieden, en een portaal heeft gecreëerd dat gegevens in verband met controles toegankelijker maakt voor een brede doelgroep, waaronder studenten, universiteiten en het grote publiek.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>