<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0232</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Algemene begroting van de EU – Europees Economisch en Sociaal Comité</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0072/2024 - Rapporteur: Luke Ming Flanagan)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité (2023/2135(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD> PB L 45 van 24.2.2022.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022 (COM(2023)0391 – C9‑0254/2023)<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/2, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarlijks activiteitenverslag 2022 van het Europees Economisch en Sociaal Comité en zijn jaarverslag aan de kwijtingsautoriteit over de in 2022 uitgevoerde interne controles,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022, tezamen met de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/103, 4.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0072/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de secretaris-generaal van het Europees Economisch en Sociaal Comité kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de secretaris van het Europees Economisch en Sociaal Comité, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité (2023/2135(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0072/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure wenst te benadrukken dat het bijzonder belangrijk is de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie verder te versterken door de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren en door het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer toe te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het Europees Economisch en Sociaal Comité (hierna “het Comité” genoemd) een adviesorgaan van de Unie is dat een forum biedt voor overleg, dialoog en consensus tussen vertegenwoordigers van de verschillende economische, sociale en civiele geledingen van het maatschappelijk middenveld van de lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het Comité bijdraagt aan het besluitvormingsproces van de Unie en dat het uitvoering geeft aan zijn taken op het gebied van beter wetgeven, participerende democratie van onderaf en bevordering van de waarden van de Unie, door te zorgen voor samenhang tussen het beleid van de Unie en de economische, sociale en maatschappelijke omstandigheden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de Commissie en de Raad in bepaalde gevallen verplicht zijn het Comité te raadplegen en dat het Comité bevoegd is om in gevallen waarin het zulks dienstig acht op eigen initiatief een advies uit te brengen, hetgeen in de Verdragen is vastgelegd, en dat daarin ook wordt bepaald dat het Parlement het Comité kan raadplegen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de commissie Financiële en Begrotingsaangelegenheden van het Comité het toezichthoudend orgaan van het Comité is voor alle begrotingsprocedures en met name voor de opstelling van de begrotingsramingen, de uitvoering van de begroting, het jaarlijks activiteitenverslag, de kwijting en de follow-up van het jaarverslag van de Europese Rekenkamer (“de Rekenkamer”);</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van het Comité onder rubriek 7, “Europees openbaar bestuur”, van het MFK valt, die in 2022 in totaal 11,6 miljard EUR bedroeg (5,9 % van de begrotingsuitgaven van de Unie); merkt op dat de begroting van het Comité in 2022 goed was voor 1,31 % van rubriek 7 van het MFK;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2022 een steekproef van 60 verrichtingen onder “Administratie” heeft onderzocht, hetzelfde aantal als in 2021; merkt voorts op dat de administratieve uitgaven volgens de Rekenkamer uitgaven voor personele middelen omvatten, met inbegrip van uitgaven voor pensioenen, die in 2022 goed waren voor ongeveer 70 % van de totale administratieve uitgaven, en uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energie, communicatie en informatietechnologie, en dat haar werkzaamheden gedurende vele jaren erop wijzen dat deze uitgaven over het algemeen een laag risico inhouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in het kader van haar controle voor 2022 de toezicht- en controlesystemen van het Comité heeft onderzocht, met name de toepassing van de internecontrolenormen, het risicobeheer en de werking van de in het Financieel Reglement omschreven essentiële controles, met inbegrip van de controles vooraf en achteraf van de betalingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat 14 (23 %) van de 60 verrichtingen fouten bevatten, maar dat de Rekenkamer op basis van de 5 gekwantificeerde fouten inschat dat het foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel ligt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2022 opmerkt dat zij geen specifieke kwesties met betrekking tot het Comité heeft vastgesteld; merkt voorts op dat de Rekenkamer in haar follow-upevaluatie van oordeel was dat de aanbeveling aan het Comité in het jaarverslag over het begrotingsjaar 2019 met betrekking tot de noodzaak voor het Comité om beleid inzake gevoelige functies te ontwikkelen in overeenstemming met zijn internecontrolenormen in een aantal opzichten is uitgevoerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Budgettair en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat de definitieve goedgekeurde begroting voor het Comité in 2022 152 451 643 EUR bedroeg, wat neerkomt op een totale stijging van 5,1 % ten opzichte van 2021; constateert dat de begrotingslijn voor salarissen en vergoedingen tussen 2021 en 2022 met 5 % is gestegen als gevolg van de jaarlijkse indexering van salarissen; stelt vast dat de begrotingslijn voor de inrichting van dienstruimten tussen 2021 en 2022 met 77 % is gedaald en weer op het gebruikelijke niveau is gekomen na de uitvoering van belangrijke renovatiewerkzaamheden in 2021; merkt op dat afgezien daarvan de verdeling van de kredieten over de begrotingslijnen in de begroting van 2022 vergelijkbaar bleef met die van voorgaande jaren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat het uitvoeringspercentage van de begroting in 2022 96,12 % bedroeg, na twee jaren van lagere begrotingsuitvoering als gevolg van de COVID-19-pandemie en de daarmee verband houdende reisbeperkingen; merkt op dat het uitvoeringspercentage van de betalingen dezelfde trend volgde en in 2022 op 88,12 % uitkwam;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat de overdracht van kredieten naar het jaar 2022 20 162 518 EUR bedroeg, d.w.z. ongeveer 13 % van de jaarlijkse begroting 2022, wat aanzienlijk hoger was dan het gemiddelde in voorgaande jaren; begrijpt dat deze overdracht verband hield met het uitstel van de bouwwerkzaamheden in 2020 en 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>constateert dat de gemiddelde betalingstermijn in 2022 18 dagen bedroeg, wat neerkomt op een scherpe daling sinds 2019, toen deze 30,19 dagen bedroeg; waardeert dat tegelijkertijd het gebruik van elektronische facturering is gestegen van 58,54 % in 2018 tot 88,84 % in 2022, wat vermoedelijk heeft bijgedragen tot de verkorting van de betalingstermijn in die periode; is ingenomen met het feit dat het Comité zijn praktijken heeft gewijzigd naar aanleiding van aanbevelingen in het kader van een interne audit inzake betalingstermijnen, die in 2022 van start ging en datzelfde jaar werd afgesloten en die heeft bijgedragen tot een daling van het percentage late betalingen tot ongeveer 10 % in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat de eigen diensten van het Comité in 2022 vijftien onderhandse aanbestedingsprocedures van minder dan 60 000 EUR hebben opgestart, voornamelijk voor expertise, studies en logistieke ondersteuning; neemt er nota van dat de gezamenlijke diensten die het Comité deelt met het Comité van de Regio’s (“het CvdR”) aanbestedingsprocedures op het gebied van logistiek zijn gestart;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2022 de kosteneffectiviteit van zijn werkmethoden is blijven verbeteren, met name dankzij hybride werkzaamheden, volledige dematerialisatie van financiële circuits en een lager energieverbruik; merkt voorts op dat er door interinstitutionele samenwerking budgettaire en administratieve besparingen zijn gerealiseerd, met name door de gezamenlijke diensten met het CvdR en de uitbesteding van specifieke diensten aan de Commissie (tegen een jaarlijkse vergoeding) voor de behandeling van personeelsaangelegenheden en het gebruik van verschillende IT-platforms voor financieel beheer en personele middelen, alsook door deelname aan interinstitutionele aanbestedingsprocedures onder leiding van andere instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is zich ervan bewust dat de besluiten over de vergoedingen van de leden van het Comité voor het bijwonen van vergaderingen en het bedrag van deze vergoedingen door de Raad worden genomen; betreurt het dat de Raad, na de geleidelijke opheffing van de reisbeperkingen in verband met de COVID-19-pandemie, had besloten het tijdelijke besluit van 2021 tot toekenning van een vergoeding van 145 EUR voor deelname op afstand van leden aan vergaderingen niet in te trekken en dat dit besluit van kracht bleef tot 25 mei 2023, toen er een nieuw besluit van de Raad werd vastgesteld met een vast bedrag van 145 EUR per dag voor het bijwonen van vergaderingen op afstand; is van mening dat deelname op afstand een belangrijk instrument is voor moderne instellingen, aangezien die onder meer de kosten van vergaderingen verlaagt en bredere deelname mogelijk maakt, met name in crisissituaties, zoals tijdens de COVID-19-pandemie is gebleken; is niettemin van mening dat een vergoeding voor deelname op afstand, ondanks de verlaging ervan, moeilijk te begrijpen is voor het publiek, temeer wanneer rekening wordt gehouden met het verschil tussen het bedrag dat aan de leden van het Comité en de leden van het CvdR wordt betaald voor deelname op afstand; neemt kennis van de verschillende controles die voorafgaand aan de betaling van de vergoeding worden uitgevoerd om aan te tonen dat een lid een vergadering op afstand bijwoont;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>constateert dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft gezorgd voor een grotere druk op de begroting van het Comité, onder meer door stijgende inflatie en salarisaanpassingen, en een sterke stijging van de energiekosten, bouwkosten en kosten van grondstoffen; stelt met name vast dat de energiekosten tussen 2021 en 2022 zijn gestegen van 726 000 EUR tot 3 125 000 EUR, ofwel een stijging van 330 %; merkt op dat ad-hocactiviteiten ter ondersteuning van het Oekraïense maatschappelijk middenveld directe en indirecte kosten met zich meebrengen, zoals de kosten in verband met vertaling en vertolking in en uit het Oekraïens, het ontvangen van Oekraïense ngo’s, alsook beveiligingsdiensten en opleidingen voor dienstreizen naar Oekraïne;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat de begroting 2022 voor dienstreizen van het personeel met 25 000 EUR is gestegen ten opzichte van 2021, hetgeen werd gefinancierd met een overschrijving van begrotingsmiddelen, om hogere uitgaven te dekken als gevolg van de stijging van de prijzen van vliegtickets en hotelovernachtingen in 2022, en in totaal 398 974 EUR bedroeg; merkt op dat de voorzitter van het Comité in 2022 heeft deelgenomen aan 26 dienstreizen, met een totale kostprijs van 38 042 EUR in vergelijking met 12 dienstreizen met een totale kostprijs van 15 327 EUR in 2021, na de opheffing van de reisbeperkingen aan het einde van de COVID-19-pandemie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt vast dat het Comité zijn taak uitvoert door middel van adviezen over wetgevingsvoorstellen van de Commissie (verwijzingen), initiatiefadviezen waarin de instellingen van de Unie worden opgeroepen actie te ondernemen, en verkennende adviezen, die input leveren voor de werkzaamheden van de Commissie ten behoeve van haar geplande initiatieven, en dat de standpunten van het Comité kunnen worden verwoord in resoluties of kunnen worden opgenomen in evaluatie- en informatieverslagen; merkt op dat het Comité in 2022 202 adviezen en verslagen heeft goedgekeurd, hetgeen in overeenstemming is met zijn gemiddelde jaarlijkse prestaties, met uitzondering van 2019 en 2020, toen het activiteitenniveau van het Comité lager was; merkt op dat het Comité ook zijn betrokkenheid bij de politieke en wetgevingscyclus heeft vergroot door 345 nationale, uniale en internationale bijeenkomsten, toppen en conferenties op hoog niveau bij te wonen en 116 hoorzittingen en 29 conferenties te organiseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>uit zijn waardering voor de in 2022 gestarte projecten met betrekking tot versterkte follow-upadviezen om het bereik en de impact van geselecteerde adviezen te vergroten en het Comité beter in staat te stellen om prioriteiten aan te brengen in zijn werkzaamheden, en met betrekking tot de tijdige publicatie van de adviezen van het Comité; merkt op dat er naast deze initiatieven eind 2022 is nagedacht over de vorm van adviezen, teneinde een efficiënter en doeltreffender gebruik van de adviezen van het Comité in het wetgevingsproces te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt op dat leden van het Parlement in 2022 bij 68 gelegenheden deelnamen aan door het Comité georganiseerde vergaderingen of evenementen, wat overeenkwam met het niveau van 2021, terwijl de leden van het Comité hun deelname aan door het Parlement georganiseerde evenementen in dezelfde periode bijna verdubbelden; is ingenomen met het feit dat het Comité zich in 2022 heeft gericht op het intensiveren van zijn betrekkingen met het Parlement en het bevorderen van de toegevoegde waarde van het Comité, waardoor de banden tussen de afdelingen van het Comité en de parlementaire commissies nog nauwer zijn aangehaald;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>wijst op de brede deelname van het Comité aan diverse initiatieven, waaronder belangrijke evenementen en jaarlijkse conferenties om in gesprek te gaan met Europese stakeholders; is ingenomen met de inspanningen van het Comité om jongeren meer bij de beleidsvorming te betrekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>merkt op dat het Comité zijn internecontrolekader in 2022 is blijven versterken met de vereenvoudiging van de financiële circuits in het kader van de “lichte verificatie”-procedure voor sommige transacties van geringe waarde, en zijn beleid inzake gevoelige posten heeft ontwikkeld, zoals aanbevolen door de Rekenkamer in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2019; neemt er nota van dat het Comité, op basis van de actualisering van de lijst van gevoelige posten in 2022 en op het moment van publicatie van de bijgewerkte lijst van 36 posten begin 2023, nog bezig was met de herziening van de methode en het risicobeheersysteem, rekening houdend met zowel de omvang van de instelling als de aard van haar activiteiten; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te brengen van de vooruitgang die is geboekt met betrekking tot de toepassing van de methode voor gevoelige posten in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van het Comité om een beter gedefinieerd en consistenter controlekader tot stand te brengen door de voltooiing van het handvest voor interne audit en het handvest van het auditcomité waarin procedureregels zijn opgenomen, die in december 2022 door het auditcomité zijn goedgekeurd en begin 2023 door het bureau van het Comité zijn vastgesteld; waardeert dat de internecontrolefunctie van het Comité in 2022 is versterkt, met name door de aanwerving van een administrateur bij de interne-auditdienst en in nauwe samenwerking met de intern controleur van het CvdR met betrekking tot alle aspecten van de audit van gezamenlijke diensten; merkt op dat er in 2022 vier audits van start gingen over de volgende onderwerpen: laattijdige betalingen, toestemming voor vergaderingen, de strategische cyclus en de selectie van afgevaardigden in de adviescommissie Industriële Reconversie van het Comité;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat het Comité eind 2022 in totaal 706 personeelsleden telde, tegenover 699 in 2021; stelt vast dat het Comité eind 2022 50 arbeidscontractanten en 128 tijdelijke functionarissen in dienst had (wat een stijging inhoudt ten opzichte van 2021, toen er 46 arbeidscontractanten en 107 tijdelijke functionarissen in dienst waren), onder wie 19 arbeidscontractanten en 3 tijdelijke functionarissen met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd; merkt bovendien op dat het Comité twaalf uitzendkrachten en zeven externe personeelsleden in dienst had die ter plaatse werkten, externe dienstverleners op het gebied van logistiek en IT niet meegerekend; merkt op dat in 2022 de bezettingsgraad van de posten in de personeelsformatie 95,1 % bedroeg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>is ingenomen met de aanhoudende inspanningen van het Comité om zijn personeelskader te verbeteren teneinde een aantrekkelijke werkgever en een volledig inclusieve werkplek te worden waar elke persoon wordt gewaardeerd en zijn potentieel ten volle kan ontwikkelen; merkt op dat de geïntegreerde personeelsstrategie, die in juni 2022 is aangenomen, geformuleerd is rond de beginselen van inclusie, behoud, competenties en prestaties; neemt er met waardering nota van dat een van de eerste follow-upmaatregelen de start in januari 2023 van een enquête naar de tevredenheid van het personeel was, met bijzondere aandacht voor de betrokkenheid van het personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>onderstreept dat de onboarding van nieuwkomers een belangrijke factor van strategische afstemming vormt aangezien die ervoor zorgt dat het personeel wordt geïnformeerd over de regels en strategieën die in een instelling van kracht zijn; neemt er nota van dat de introductieopleidingen voor nieuwkomers van het Comité in april 2022 zijn hervat; is ingenomen met het feit dat het Comité een mentorprogramma heeft ontwikkeld waarbij mentoren ondersteuning en advies hebben gekregen in de vorm van een uitwisseling van beste praktijken om hun methoden aan te passen aan de hybride werkomgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>neemt er nota van dat het Comité, met het oog op een betere verdeling van zijn schaarse middelen, in 2022 opdracht heeft gegeven tot een externe inventarisatie van de personele middelen, waaruit de zware werklast van veel verschillende diensten in het Comité naar voren kwam in de context van de schaarste aan middelen na de inkrimping van de personeelsformatie in 2013; merkt op dat het Comité, als follow-up van de externe inventarisatie van de personele middelen, is begonnen met het opstellen van een actieplan met maatregelen in het kader van de geïntegreerde personeelsstrategie, zoals een evaluatie van het beoordelings- en prestatiesysteem, de ontwikkeling van een interne communicatiestrategie, de vaststelling van het nieuwe besluit inzake arbeidsomstandigheden en de organisatie van regelmatige monitoring van de betrokkenheid van het personeel; verzoekt het Comité een update te verstrekken over de follow-up van de inventarisatie van personele middelen in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat op 1 april 2022 een nieuw besluit over flexibele werkregelingen in werking is getreden, waarin een flexibel en op vertrouwen gebaseerd beleid voor hybride werken is vastgelegd, in de vorm van een proefproject dat voorziet in een breed scala aan deeltijdwerkpatronen en flexibele dagelijkse en wekelijkse regelingen voor het personeel; merkt op dat ongeveer 25 % van de vrouwen en 14,4 % van de mannen in het Comité in 2022 een aanvraag indienden voor atypische werkpatronen; merkt op dat het besluit over de arbeidsvoorwaarden het personeel de mogelijkheid biedt om tot 60 % van hun arbeidstijd te telewerken, op voorwaarde dat dit verenigbaar is met het belang van de diensten, en om 15 dagen per kalenderjaar te telewerken op een andere plaats dan de standplaats; merkt op dat het personeel van het Comité over de nodige uitrusting beschikt om in goede arbeidsomstandigheden te kunnen telewerken; is ingenomen met het feit dat het evaluatiecomité een enquête over de personeelstevredenheid heeft uitgevoerd, die eind 2022 van start ging; merkt op dat het definitieve besluit over de arbeidsvoorwaarden, na de sociale dialoog met de vakbonden alsook het personeelscomité en de juridische dienst van het Comité, uiterlijk eind 2023 had moeten worden aangenomen; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit tijdig in kennis te stellen van de ontwikkelingen in dit verband;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>betreurt het dat het Comité ook in 2022 geen gegevens kon verstrekken over gevallen van burn-out binnen het Comité; eerbiedigt de beperkingen in verband met gegevensbescherming, maar herinnert het Comité aan het belang van geanonimiseerde statistische gegevens binnen een organisatie ter ondersteuning van managementbeslissingen; herhaalt dat er rekening moet worden gehouden met bewustmakingsacties, goede praktijken met betrekking tot werklastbeheer, communicatie en conflictoplossing, alsook beleid inzake terugkeer naar het werk; begrijpt dat de goedkeuring van de nieuwe werkregeling een positieve stap is in de richting van een effectievere preventie van burn-out op organisatorisch niveau, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de bevindingen van de resultaten van de inventarisatie van personele middelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>neemt er nota van dat het Comité in 2022 nog steeds een hoog percentage vrouwelijke personeelsleden in dienst heeft (64,6 % van alle personeelsleden), ook in het middenkader (59 % van alle leidinggevenden); merkt op dat de vertegenwoordiging van vrouwen in hogere managementfuncties nog moet worden verbeterd, aangezien eind 2022 slechts drie van de zeven hogere leidinggevenden vrouwen waren; moedigt het Comité aan zijn inspanningen op het gebied van genderevenwicht voort te zetten, met name door bewustmaking met betrekking tot het tot aanstelling bevoegde gezag en door ervoor te zorgen dat er sprake blijft van genderevenwicht in de samenstelling van de verschillende organen, waaronder aanwervings- en selectiepanels;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is ingenomen met de werkzaamheden met het oog op de vaststelling van een nieuw diversiteits- en inclusiebeleid voor de periode 2022-2023, in overleg met het management van het Comité, het paritair comité voor gelijke kansen van het Comité en het personeelscomité van het Comité; neemt er kennis van dat er naast de uitgevoerde interne communicatieacties in december 2022 een specifieke bewustmakingscampagne tegen homofobie is gevoerd; is ingenomen met het feit dat een specifieke opleidingssessie over diversiteit en inclusie verplicht is gesteld voor managers en aanbevolen is voor het personeel, en dat de leden van het Comité in het kader van hun jaarlijkse opleidingsprogramma een speciale cursus over diversiteit en inclusie is aangeboden; moedigt het Comité aan zijn besprekingen met het Parlement voort te zetten met het oog op toetreding tot het programma voor positieve actie van het Parlement voor personen met een handicap teneinde arbeidscontractanten met een handicap aan te werven; herhaalt zijn in de kwijting van 2021 gedane oproep aan het Comité om een geactualiseerde strategie inzake diversiteit en inclusie en een geactualiseerd actieplan ter zake af te ronden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>merkt op dat alle lidstaten weliswaar vertegenwoordigd zijn onder het personeel van het Comité, maar dat er nog steeds geen geografische evenwicht is bereikt, aangezien sommige nationaliteiten nog steeds oververtegenwoordigd zijn ten opzichte van andere; merkt op dat in 2022 21 % van de managers in het Comité uit een van de 13 lidstaten kwam die na 2004 tot de Unie zijn toegetreden, wat neerkomt op een lichte stijging ten opzichte van 19 % in 2021; spoort het Comité nogmaals aan maatregelen te blijven nemen om een adequaat geografisch evenwicht in de personeelsbezetting te bereiken, met bijzondere aandacht voor het managementniveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>neemt er nota van dat het Comité in 2022 52 stagiairs voor een periode van vijf maanden, vier stagiairs voor een periode van drie maanden en twee stagiairs met een beurs van externe overheidsinstanties heeft ontvangen; merkt op dat de stagiairs met een stage van vijf maanden een maandelijkse beurs en vergoeding ontvingen, maar dat de stagiairs met een kortere stage geen recht hadden op enige financiële bijdrage; is ingenomen met het feit dat in 2022, ook naar aanleiding van de oproep van het Parlement tijdens de kwijtingsprocedure 2020, een herziening van het besluit over de stage van het Comité is gestart om onbetaalde korte stages stop te zetten en ervoor te zorgen dat alle stagiairs een fatsoenlijke vergoeding ontvangen; onderstreept dat het nieuwe besluit over stages in juli 2023 in werking is getreden en voorziet in een maandelijks inkomen, een reis- en mobiliteitsvergoeding en, in voorkomend geval, een invaliditeitstoelage voor zowel langetermijn- als kortetermijnstagiairs;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ethisch kader en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>merkt op dat het Comité zijn interne hervorming heeft voortgezet met de goedkeuring van nieuw reglement van orde in maart 2022 en de bijbehorende uitvoeringsbepalingen in november 2022; betreurt het nog steeds dat de specifieke betrekkingen tussen een lid en een ambtenaar niet afzonderlijk worden aangepakt in verband met intimidatie; merkt op dat het reglement van orde nu afgestemd is op en in overeenstemming is met de gedragscode die in 2021 is aangenomen naar aanleiding van de interne audit inzake ethiek en integriteit van het Comité; verzoekt het Comité het Parlement mee te delen of er naar aanleiding van de audit inzake ethiek en integriteit, zoals gepland, een evaluatie van de uitvoering van het actieplan is uitgevoerd en wat het resultaat van deze evaluatie was; is ingenomen met het beraad dat in 2022 is gestart om een handvest van waarden voor het personeel van het Comité op te stellen, na een inclusief en participatief proces dat in 2023 is afgerond en aan het personeel is meegedeeld; is van mening dat alleen een nultolerantiebeleid ten aanzien van intimidatie het Comité in de toekomst kan behoeden voor beschuldigingen van intimidatie en ernstig wangedrag;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>merkt op dat, na de inwerkingtreding van het herziene besluit van het Comité inzake klokkenluiden op 15 december 2021 (Besluit 297/21A) en het herziene besluit inzake procedures ter voorkoming en bestrijding van psychische en seksuele intimidatie op het werk (Besluit 090/22A), dat op 31 maart 2022 is goedgekeurd, verwacht werd dat het vernieuwde ethische rechtskader in 2023 zou worden aangevuld met een herzien besluit tot vaststelling van algemene uitvoeringsbepalingen inzake tuchtprocedures en administratieve onderzoeken, in samenwerking met het CvdR; merkt op dat in 2022 een nieuw besluit over opdrachten en externe activiteiten (Besluit 141/22A) is genomen dat van toepassing is op actieve personeelsleden, gedetacheerde personeelsleden en voormalige personeelsleden, in overeenstemming met de bepalingen van het Statuut dat van toepassing was op het moment van beëindiging van de dienst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>neemt er met tevredenheid nota van dat het Comité in 2022 is doorgegaan met het opleiden van personeel en het vergroten van het bewustzijn over het bestaande ethische kader, met name ten aanzien van de nieuwe gedragscode, intimidatie en klokkenluiders, en de rol en verantwoordelijkheden van de ethisch adviseurs wier mandaat in januari 2022 is begonnen; merkt op dat in 2022 116 personeelsleden, onder wie managers en nieuwkomers, hebben deelgenomen aan interne opleidingen over ethiek en 26 personeelsleden door de Commissie en de Europese Bestuursschool verzorgde opleidingen over ethiek hebben deelgenomen; merkt op dat er een op maat gesneden opleiding is ontwikkeld en verzorgd voor het team van ethisch adviseurs; is ingenomen met het feit dat 83 % van de respondenten van de in 2022 gehouden enquête naar de tevredenheid van het personeel blijk gaf van een sterk bewustzijn van ethisch gedrag en van het versterkte ethische kader van het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>constateert met betrekking tot de gevallen van intimidatie die in de kwijting van de afgelopen jaren werden gemeld, dat de laatste schikkingsovereenkomst met betrekking tot zaak OC/2018/0666/A1 van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) op 1 oktober 2022 werd gesloten, waardoor het Comité alle verzoeken om bijstand in verband met die zaak volledig kon afsluiten; is ermee ingenomen dat de voorzitter van het Comité op 13 april 2022 een openbare verklaring heeft afgelegd, gepubliceerd op de website van het Comité, waarin zij namens het Comité haar officiële verontschuldigingen aanbiedt aan alle slachtoffers, zowel personeelsleden als het voormalige lid, in deze zaak; is ingenomen met het feit dat het Hof van Justitie in zijn arrest van 6 oktober 2022 in zaak C-673/21<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 6 oktober 2022, <STRING ITALIC="on">KN tegen Europees Economisch en Sociaal Comité</STRING>, C-673/21, ECLI:EU: C:2022:759.</FIELD></FOOTNOTE> de wettigheid van de door het bureau van het Comité in zijn besluit van 9 juni 2020 genomen maatregelen heeft bevestigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>roept het Comité nogmaals op om een extern en onafhankelijk onderzoek te verrichten, specifiek om de procedures van het Comité met betrekking tot personele middelen en de doeltreffendheid daarvan te beoordelen, waarbij de nadruk wordt gelegd op de vaststelling van de verantwoordelijkheden van de administratieve hiërarchie bij de behandeling van klachten over intimidatie en bij het waarborgen van het welzijn van het personeel; verwerpt, ondanks de maatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen om het ethisch kader van het Comité te verbeteren, het standpunt van het Comité dat een dergelijk onderzoek niet nodig is omdat de intimidatiezaak met de bestaande maatregelen kon worden aangepakt, en wijst erop dat het Parlement reeds zijn bezorgdheid heeft geuit over de herhaaldelijk trage reactie van het Comité in de desbetreffende gevallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat de Europese Ombudsman in 2022 drie keer actie heeft ondernomen naar aanleiding van klachten; merkt op dat er in één zaak een onderzoek werd ingesteld, waaruit bleek dat er geen sprake was van wanbeheer; merkt op dat twee andere zaken zonder onderzoek zijn afgesloten, aangezien de Ombudsman van mening was dat beide zaken inmiddels waren afgehandeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>merkt met bezorgdheid op dat vier lopende gevallen van vermeende intimidatie in 2022 nog werden onderzocht door het Comité; vraagt het Comité het Parlement tijdig te informeren over de follow-up in die zaak; stelt vast dat er in 2022 binnen het Comité geen nieuwe gevallen van vermeende intimidatie zijn gemeld met betrekking tot zijn personeel of zijn leden, maar is zich ervan bewust dat beschuldigingen van intimidatie waarbij een personeelslid van het Comité betrokken was, in 2022 in een andere instelling zijn gemeld; verzoekt het Comité het Parlement in samenwerking met de andere betrokken instelling op de hoogte te houden van de follow-up van deze zaak;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>neemt er nota van dat het Comité burgerlijke partij is bij de lopende rechtszaak die door de Belgische nationale autoriteiten is aangespannen tegen een voormalig lid dat van wangedrag wordt beschuldigd en die momenteel bij een Belgische rechtbank in behandeling is; vraagt het Comité het Parlement tijdig te informeren over ontwikkelingen in de zaak;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>merkt op dat er in 2022 drie klokkenluiderszaken formeel zijn geopend, hetzij door leden, hetzij door personeelsleden; merkt op dat alle drie de zaken snel zijn afgehandeld en gesloten met inachtneming van de bescherming van klokkenluiders overeenkomstig zijn besluit inzake klokkenluiders (Besluit 297/21A); merkt voorts op dat in 2022 twee gevallen van potentieel klokkenluiden aan de ethische adviseurs zijn voorgelegd, maar dat geen van beide is bevestigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>stelt het op prijs dat het Comité bereid is samen te werken met de onderzoeksinstanties van de Unie (OLAF en het Europees Openbaar Ministerie (EOM)); merkt op dat OLAF in 2022 twee gevallen van vermeende verduistering van middelen van de Unie en mogelijke onregelmatigheden en ernstig wangedrag met betrekking tot twee leden heeft afgesloten bij gebrek aan bewijs van fraude en bevindingen; merkt met bezorgdheid op dat OLAF in 2023 drie nieuwe zaken tegen leden heeft ingeleid in verband met mogelijke fraude, waarvan er twee in hetzelfde jaar zijn afgesloten en voor onderzoek naar het EOM zijn gezonden; merkt op dat OLAF één zaak betreffende een vermeende schending van de gedragscode door een lid heeft doorverwezen naar de ethische commissie van het Comité; vraagt het Comité het Parlement tijdig te informeren over de follow-up van die zaak;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>feliciteert het Comité met het besluit om vanaf 1 juni 2023 formeel toe te treden tot het transparantieregister van de EU dat is ingesteld bij het Interinstitutioneel Akkoord van 20 mei 2021 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over een verplicht transparantieregister<FOOTNOTE><FIELD>PB L 207 van 11.6.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>; merkt op dat het Comité op 21 maart 2023 verschillende transparantiemaatregelen heeft aangenomen in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgesteld met betrekking tot het transparantieregister van de EU, zoals een aanbeveling voor ambtsdragende leden om alleen geregistreerde belanghebbenden te ontmoeten, de verplichting voor ambtsdragende leden om hun lijsten van bijeenkomsten te publiceren, alsook een vrijwillige “wetgevingsvoetafdruk” voor rapporteurs;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>betreurt dat het Comité weliswaar een reeks maatregelen heeft genomen om fraude te voorkomen, maar vooralsnog geen geïntegreerde fraudebestrijdingsstrategie heeft ingevoerd, hoewel het Parlement daar al meermaals om verzocht heeft; is ingenomen met het feit dat het Comité een inventaris heeft opgemaakt van de gebieden die van belang zijn voor het uitvoeren van een interne frauderisicoanalyse, zoals beleid en procedures, opleiding van personeel en samenwerking met andere organen, met het oog op de verbetering van het fraudebestrijdingskader;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>merkt op dat de gecombineerde IT-begroting van het Comité en het CvdR in 2022, inclusief een verhoging van 750 000 EUR door middel van een interne begrotingsoverschrijving in de loop van het jaar, 11 712 000 EUR bedroeg, tegenover 12 860 000 EUR in 2021, wat neerkomt op een daling van 9 %;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>merkt op dat het Comité een digitale strategie heeft die erop gericht is IT-diensten aan te bieden op basis van beste praktijken op het gebied van IT-beheer en tegelijkertijd het gebruik van personele en financiële middelen te optimaliseren; merkt op dat het Comité in de loop van 2022 heeft gewerkt aan de aanpassing en ontwikkeling van verschillende strategische IT-instrumenten om de efficiëntie en doeltreffendheid van de politieke werkzaamheden van het Comité en van zijn administratieve processen en werkstromen te verbeteren; merkt op dat het belangrijkste IT-infrastructuurproject in 2022 betrekking had op een aanpassing van de netwerktypologie die nodig was voor de nieuwe computerzaal in het Jacques Delorsgebouw (JDE) in overeenstemming met de routekaart inzake een hybride cloud;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>neemt er nota van dat het Comité het aantal hybride vergaderingen in 2022 heeft verhoogd om zich aan te passen aan hybride werkzaamheden en zijn werkmethoden te optimaliseren, met name door het aantal dienstreizen te verminderen; begrijpt dat voor deze nieuwe manier van werken een technische verbetering van de apparatuur voor hybride vergaderzalen nodig was;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>stelt vast dat er in 2022 geen cyberaanvallen bij het Comité hebben plaatsgevonden; merkt op dat het nieuwe gezamenlijke directoraat Innovatie en Informatietechnologie van het Comité en het CvdR uit drie eenheden bestaat, namelijk digitale transformatie, digitale oplossingen en digitale platforms; merkt op dat de eenheid voor digitale platforms onder meer verantwoordelijk is voor cyberbeveiliging; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit mee te delen hoe de oprichting van deze nieuwe structuur heeft bijgedragen tot een betere paraatheid van zijn personeel op het gebied van cyberbeveiliging, in overeenstemming met het cyberbeveiligingskader van het National Institute of Standards and Technology (NIST) en in samenwerking met de cyberbeveiligingsdienst voor de instellingen, organen en instanties van de Unie (CERT-EU); moedigt het Comité aan het cyberbeveiligingsbewustzijn van zijn leden en personeel te vergroten, regelmatig risicobeoordelingen van zijn IT-infrastructuur uit te voeren en te zorgen voor regelmatige audits en tests van zijn cyberdefensie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>merkt op dat het Comité opensourcetechnologie gebruikt in zijn eigen systemen, met name de belangrijkste operationele toepassingen die worden gebruikt voor het beheer van de politieke werkzaamheden van het Comité (Agora en Phoenix); merkt voorts op dat het Comité het gebruik van opensourcetechnologieën in zijn jaarlijkse IT-portefeuille volgt om ervoor te zorgen dat deze worden toegepast in nieuwe toepassingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>neemt er kennis van dat het Comité in 2022 vooruitgang heeft geboekt in de richting van de vaststelling van een nieuw kader voor documentenbeheer om de transparantie en toegankelijkheid te vergroten; stelt met belangstelling vast dat het Comité is begonnen met het evalueren van de technische haalbaarheid en de financiële gevolgen van de ingebruikneming op termijn van het systeem voor het beheer van elektronische bestanden (Electronic Records Management System – Ares) van de Commissie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebouwen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>merkt op dat het Comité en het CvdR 5 000 m² kantoorruimte hebben verloren na de overname van het huurcontract van het voormalige EDEO-gebouw te Belliard 100 in september 2021, en de gebouwenuitwisseling tussen Belliard 68 en Trèves 74 van het Comité en het CvdR enerzijds, en Van Maerlant 2 (VMA) van de Commissie anderzijds, die in september 2022 plaatsvond; merkt op dat het noodzakelijk was om inrichtingswerkzaamheden uit te voeren in de twee nieuw verworven gebouwen om de kantoorruimte intensiever te kunnen gebruiken; is ingenomen met de oprichting in 2022 van een gezamenlijke taskforce voor nieuwe werkmethoden, om na te denken over een mogelijke optimalisering van de manier waarop het werk wordt georganiseerd en kantoorruimte wordt gebruikt, en tegelijkertijd de milieuvoetafdruk te verkleinen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>merkt op dat de totale begroting die het Comité en het CvdR in 2021 en 2022 hebben vastgelegd voor de renovatie van VMA van de derde tot de negende verdieping 9,54 miljoen EUR bedroeg; merkt op dat in de renovatiewerkzaamheden van het Comité en het CvdR het gebruik van slimme energiebesparende technologieën met een sterke milieucomponent is geïntegreerd; verzoekt het Comité actuele informatie te verstrekken over het rendement van deze technologische installaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>neemt er nota van dat de gebouwenstrategie van het Comité en het CvdR in 2022 gericht was op de geografische concentratie van de gebouwen, die werd bereikt door alle door de Comités gebruikte gebouwen fysiek te verbinden met het hoofdgebouw (JDE); is ingenomen met de nieuwe fysieke verbinding met de gebouwen van het Parlement, die in november 2022 operationeel is geworden en een directere, gemakkelijkere en 125 meter kortere route biedt tussen de gebouwen van het Comité en het CvdR en de gebouwen van het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>is ingenomen met de toezegging van het Comité en het CvdR om het beginsel van universeel ontwerp systematisch toe te passen op hun infrastructuur en de toegankelijkheid van hun gebouwen door ontwerp te waarborgen; merkt op dat het Comité en het CvdR een scala aan maatregelen hebben genomen om de toegankelijkheid van hun gebouwen voor mensen met diverse soorten handicaps te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>is ingenomen met de duurzame praktijken en met name de papierloze aanpak van het Comité en het CvdR, die hebben bijgedragen tot het verkleinen van hun milieuvoetafdruk in overeenstemming met de digitale strategie; feliciteert de Comités met het feit dat zij de EMAS-doelstellingen voor 2021-2025 hebben overtroffen, met uitzondering van de doelstellingen in verband met het gasverbruik; stelt vast dat een begroting van 60 000 EUR was gereserveerd voor de koolstofcompensatieregeling van het Comité door de aankoop van koolstofkredieten van hoge kwaliteit in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>merkt op dat in 2022 de totale elektriciteitsproductie door zonnepanelen in de gebouwen van het Comité en het CvdR ongeveer 15,5 MWh bedroeg, wat neerkomt op 0,25 % van het totale jaarlijkse verbruik van het Comité en het CvdR; stelt vast dat op 16 september 2022 alleen JDE met zonnepanelen was uitgerust; is zich ervan bewust dat het Comité en het CvdR wegens administratieve procedures vertraging zullen oplopen voordat ze de installatie van zonnepanelen kunnen uitbreiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>feliciteert het Comité met het opstellen van een bedrijfsvervoersplan in overleg met de afdeling mobiliteit van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, op grond waarvan het zich ertoe verbindt om de drie jaar een verplichte mobiliteitsenquête onder zijn personeel uit te voeren; merkt op dat het Comité een plan voor duurzame mobiliteit heeft opgesteld om zijn personeel aan te moedigen duurzamere vervoermiddelen te gebruiken, onder meer door middel van een financiële bijdrage aan de openbaarvervoerabonnementen van het personeel of een maandelijkse financiële bijdrage voor personeelsleden die op de fiets naar het werk komen; merkt op dat het Comité aanvullende oplossingen onderzoekt, zoals de levering van elektrische fietsen en de installatie van extra laadpalen voor elektrische auto’s;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>is ingenomen met de budgettaire en administratieve besparingen die zijn gerealiseerd door interinstitutionele samenwerking, met name de nauwe samenwerking op administratief niveau met het CvdR, waarmee het Comité gebouwen en gezamenlijke diensten op het gebied van vertaling, infrastructuur, logistiek en IT deelt, met behoud van zijn volledige institutionele autonomie; constateert dat er op 1 oktober 2022 nieuwe gezamenlijke diensten zijn opgericht, waaronder een nieuw directoraat voor innovatie en informatietechnologie, een eenheid beveiliging en veiligheid en een eenheid aanbestedingen en financieel beheer, in het kader van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst die in 2022 met het CvdR is ondertekend; merkt voorts op dat het Comité en het CvdR in 2022 470 personeelsleden en 55 miljoen EUR hebben samengevoegd, waarvan meer dan 30 miljoen EUR afkomstig was van het Comité, exclusief salarisgerelateerde uitgaven; verzoekt het Comité deze samenwerking op andere gebieden voort te zetten en uit te breiden om dubbel werk te voorkomen en de exploitatiekosten van de diensten die beschikbaar zijn in de gebouwen die door het Comité en het CvdR worden gedeeld, verder te rationaliseren; verzoekt het Comité en het CvdR na te gaan of het mogelijk is één administratie op te zetten voor hun gezamenlijke diensten, met afzonderlijke directoraten of eenheden voor de diensten die zich bezighouden met aangelegenheden die verband houden met hun specifieke en onafhankelijke mandaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>is ingenomen met het streven van het Comité naar synergieën door diensten van andere instellingen aan te kopen via overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau en door deel te nemen aan interinstitutionele coördinatieorganen en interinstitutionele aanbestedingsprocedures; merkt op dat het Parlement met name vertolkingsdiensten verleent voor de plenaire vergaderingen van het Comité die plaatsvinden in de gebouwen van het Parlement en voor sommige vergaderingen in de gebouwen van het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>is ingenomen met de grotere betrokkenheid van het Comité bij de wetgevingscyclus en verzoekt het Comité ervoor te zorgen dat zijn adviezen worden gedeeld met de leden van de relevante commissies van het Parlement, in overeenstemming met de samenwerkingsovereenkomst tussen het Parlement en het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2022 zijn samenwerking met de Commissie heeft voortgezet en geïntensiveerd in het kader van de overeenkomst inzake dienstverleningsniveau met het Bureau voor onderzoek en discipline van de Commissie ten aanzien van ondersteuning bij administratieve onderzoeken en in het kader van het samenwerkingsprotocol dat in 2022 is geactualiseerd, waarbij de synergieën op politiek, wetgevings- en communicatiegebied tussen deze twee instellingen zijn versterkt, met name bij de uitvoering van het Europees burgerinitiatief en het Europees Semester; neemt er nota van dat volgens het geactualiseerde samenwerkingsprotocol de gebruikmaking van de verkennende adviezen van het Comité door de Commissie is versterkt, waardoor de betrokkenheid van het Comité bij de wetgevingscyclus van de Unie groter is geworden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>merkt op dat het Comité een centrale rol speelt bij het aanhalen van de banden met en tussen de nationale economische en sociale raden van de lidstaten; moedigt het Comité aan de samenwerking op het gebied van onderwerpen van gemeenschappelijk belang en goede praktijken te blijven bevorderen en naar voren te blijven brengen hoe het maatschappelijk middenveld zijn bijdrage levert aan de huidige uitdagingen van de Unie, met name door middel van personeelsuitwisseling en de organisatie van gemeenschappelijke evenementen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Communicatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>merkt op dat de totale begroting van het Comité voor communicatie in 2022 1,5 miljoen EUR bedroeg, hetzelfde bedrag als in 2021; merkt op dat dit budget in de eerste plaats werd toegewezen aan de ondersteuning van de ontwikkeling en het onderhoud van de website van het Comité, communicatie op sociale media, mediamonitoring, betrekkingen met de media en promotie van belangrijke activiteiten en evenementen van het Comité, zoals de prijs voor het maatschappelijk middenveld en de activiteiten in verband met het Comité in het kader van de werkzaamheden van de Conferentie over de toekomst van Europa (“CoFE”) en de steun van het Comité aan Oekraïne;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>is ingenomen met de vaststelling door het Comité van een nieuwe datagestuurde communicatiestrategie in oktober 2022 die erop gericht is de communicatie van het Comité en de impact van zijn adviezen te vergroten en Europese maatschappelijke organisaties en de andere instellingen van de Unie als zijn belangrijkste communicatiedoelstellingen te definiëren; merkt voorts op dat het Comité in 2022 de regels inzake partnerschap heeft geactualiseerd om zijn strategische betrokkenheid bij maatschappelijke organisaties te versterken door middel van thematische evenementen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>neemt er nota van dat het Comité grote hybride evenementen heeft georganiseerd over actuele kwesties die van belang zijn voor het maatschappelijk middenveld, zoals het CoFE-evenement op hoog niveau getiteld: “The future is in your hands – shaping Europe together”, het jaarlijkse jongerenevenement “Jouw Europa, jouw mening!” voor leerlingen en leerkrachten van de Unie en de kandidaat-lidstaten, en de jaarlijkse jongerenvergadering “De waarheid over leugens. Jongeren tegen desinformatie” voor studenten; merkt op dat het Comité ook meer specifieke activiteiten heeft georganiseerd die gericht zijn op het Jaar van de Jeugd en de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, voor journalisten en communicatieprofessionals van maatschappelijke organisaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>wijst er met instemming op dat het totale bereik van de communicatie van het Comité in 2022 is toegenomen ten opzichte van 2021, met name door media-aandacht en aanwezigheid op internet en sociale media; merkt op dat het aantal bezoeken aan de centrale Facebookpagina met 96,9 % is toegenomen (57 000 bezoeken) en dat het aantal bezoeken aan de Instagram-account met 97,9 % is toegenomen (20 000 bezoeken), terwijl het aantal Facebookgebruikers met 1,1 % is toegenomen (6 miljoen gebruikers), het bereik op Instagram met 33 % is toegenomen (meer dan 3 miljoen gebruikers), de op LinkedIn gepubliceerde berichten bijna 1,2 miljoen paginaweergaven opleverden en de tweets die op X (voorheen Twitter) werden gepubliceerd meer dan 6 miljoen paginaweergaven; is ingenomen met de deelname van het Comité sinds 2023 aan het proefproject onder leiding van de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming dat tot doel heeft de instellingen van de Unie op EU-Voice en EU-Video te brengen, twee gratis opensourcesocialemedianetwerken die gebaseerd zijn op Mastodon-software, die de instellingen van de Unie de mogelijkheid bieden om met het publiek te communiceren door het delen van teksten, beelden, video’s en podcasts;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Comité ervoor zorgt dat burgers open toegang hebben tot zijn documenten via een speciaal elektronisch register; merkt op dat het Comité met zijn eigen datasets bijdraagt aan het opendataportaal van de Commissie, waarmee het zijn steun verleent aan meer transparantie in zijn activiteiten door middel van vrij toegankelijke gegevens in menselijke en machineleesbare formaten, en de band met de burgers versterkt.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>