<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0233</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Algemene begroting van de EU – Comité van de Regio’s</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0073/2024 - Rapporteur: Luke Ming Flanagan)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling VII – Comité van de Regio’s (2023/2136(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD> PB L 45 van 24.2.2022.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022 (COM(2023)0391 – C9‑0255/2023)<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/2, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarlijks activiteitenverslag 2022 van het Comité van de Regio’s en zijn verslag over het begrotings- en financieel beheer van het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022, tezamen met de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/103, 4.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0073/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de secretaris-generaal van het Comité van de Regio’s kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Comité van de Regio’s voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de secretaris-generaal van het Comité van de Regio’s, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling VII – Comité van de Regio’s (2023/2136(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling VII – Comité van de Regio’s,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0073/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure wenst te benadrukken dat het bijzonder belangrijk is de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie verder te versterken door de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren en door het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer toe te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het Comité van de Regio’s (het “Comité”) een politieke vergadering is van 329 leden, gekozen in de regio’s, steden, dorpen en gemeenten van de 27 lidstaten van de Unie, die fungeert als adviesorgaan voor de instellingen van de Unie en tot taak heeft om vanuit het standpunt van de lokale en regionale overheden bij te dragen tot de beleidsvorming en de besluitvorming van de Unie, en er tegelijkertijd toe bij te dragen dat de Unie doeltreffender wordt en dichter bij de burgers komt te staan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de raadpleging van het Comité door de Commissie of de Raad in bepaalde gevallen verplicht is, maar dat het Comité ook op eigen initiatief adviezen kan uitbrengen over een groot aantal onderwerpen zoals vastgelegd in de Verdragen, zodat het door het Parlement kan worden geraadpleegd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de werkzaamheden van het Comité worden bepaald op basis van zijn algemene politieke strategie, als uiteengezet in zijn resolutie van 2 juli 2020 over de prioriteiten van het Comité van de Regio’s voor 2020-2025<FOOTNOTE><FIELD>PB C 324 van 1.10.2020, blz. 8.</FIELD></FOOTNOTE>, en dat het Comité voor de periode 2020-2025 drie politieke prioriteiten heeft vastgesteld en met het oog daarop drie communicatiecampagnes heeft uitgewerkt: Europa dichter bij de burger brengen, Bouwen aan veerkrachtige regionale en lokale gemeenschappen en Bevordering van cohesie als fundamentele waarde van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat lokale en regionale overheden een derde van de overheidsuitgaven en de helft van de overheidsinvesteringen doen en een vierde van de belastinginkomsten ontvangen, en in veel lidstaten bevoegdheden hebben op belangrijke gebieden als onderwijs, economische ontwikkeling en cohesie, milieu, sociale bescherming, gezondheidszorg en diensten van algemeen belang, en dat de coördinatie van beleidsmaatregelen op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau dus de legitimiteit van wetgeving versterkt, het draagvlak voor beleid vergroot en ervoor zorgt dat beleid meer effect sorteert bij de burgers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het Comité als politieke doelstelling heeft zijn betrokkenheid bij de gehele politieke en wetgevingscyclus van de Unie te vergroten en tegelijkertijd de band met de burgers van de Unie te versterken via de leden van het Comité, die in hun gemeenschappen en in hun nationale verenigingen van lokale en regionale overheden fungeren als krachtige multiplicatoren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat in het kader van de meer dan 400 nationale en regionale programma’s voor de uitvoering van het cohesiebeleid van de Unie in de programmeringsperiode 2021-2027 ongeveer 380 miljard EUR uit verschillende fondsen beschikbaar wordt gesteld voor de aanpak van de economische, sociale en milieu-uitdagingen waarmee regio’s steden, dorpen en gemeenten in de Unie worden geconfronteerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het Comité, als instelling van de Unie in de zin van het Financieel Reglement, zijn eigen jaarrekening moet vaststellen, die wordt opgesteld overeenkomstig de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels (boekhoudregel van de Europese Unie) op basis van de internationale standaarden voor overheidsboekhouding, die uiteindelijk in die van de Unie worden geconsolideerd;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>neemt er nota van dat de begroting van het Comité valt onder MFK-rubriek 7, “Europees openbaar bestuur”, die in 2022 in totaal 11,6 miljard EUR bedroeg (d.w.z. 5,9 % van de begrotingsuitgaven van de Unie); merkt op dat de begroting van het Comité in 2022 0,95 % van MFK-rubriek 7 uitmaakte;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er nota van dat de Europese Rekenkamer (de “Rekenkamer”) in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2022 een steekproef van zestig verrichtingen onder beheer heeft onderzocht, hetzelfde aantal dat voor 2021 werd onderzocht; merkt voorts op dat de administratieve uitgaven volgens de Rekenkamer uitgaven omvatten voor personele middelen, met inbegrip van uitgaven voor pensioenen, die in 2022 goed waren voor ongeveer 70 % van de totale administratieve uitgaven, alsook uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energie, communicatie en informatietechnologie, en dat de werkzaamheden van de Rekenkamer al jarenlang erop wijzen dat deze uitgaven over het algemeen een laag risico inhouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer, in het kader van haar controle voor 2022, de toezicht- en controlesystemen van het Comité, met name de toepassing van de internecontrolenormen, het risicobeheer en de werking van de in het Financieel Reglement omschreven essentiële controles, met inbegrip van de controles vooraf en achteraf van de betalingen, heeft onderzocht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat 14 (23 %) van de 60 verrichtingen fouten bevatten, maar dat de Rekenkamer op basis van de 5 gekwantificeerde fouten schat dat het foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel ligt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt met tevredenheid op dat de Rekenkamer in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2022 verklaart dat zij geen specifieke kwesties met betrekking tot het Comité heeft vastgesteld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat de definitieve begroting van het Comité in 2022, met inbegrip van gewijzigde begroting nr. 5/2022, 109 976 858 EUR bedroeg, wat neerkomt op een totale stijging van 3,03 % ten opzichte van 2021; stelt vast dat de kredieten op begrotingslijn 1004 voor “reis- en verblijfsvergoedingen, aanwezigheid op vergaderingen en bijbehorende uitgaven”, door de hervatting van het reizen na de COVID-19-pandemie, tussen 2021 en 2022 is gestegen van 4 244 488 tot 8 158 838 EUR, wat neerkomt op een stijging van 92 %; merkt op dat voor het overige de verdeling van de kredieten over de begrotingslijnen in de begroting van 2022 vergelijkbaar bleef met die van voorgaande jaren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt vast dat de begroting voor dienstreizen voor 2022 419 657 EUR bedroeg, tegenover 169 856 EUR in 2021, wat neerkomt op een stijging van 147 % en wat kan worden verklaard door het aantal onlinevergaderingen in 2021 en begin 2022 vanwege de beperkingen in verband met de COVID-19-pandemie en door de gestegen prijzen voor reizen in 2022; merkt op dat de vergoeding voor reis- en vergaderkosten voor het voorzitterschap van het Comité (de voorzitter en eerste vicevoorzitter), die wordt gefinancierd uit de algemene begroting voor uitgaven van de leden, tussen 2021 en 2022 is gestegen van 49 852 EUR tot 71 810 EUR, wat neerkomt op een stijging van 44 %; is ingenomen met de richtsnoeren voor een kosteneffectiever, doelgerichter en duurzamer beleid inzake dienstreizen die in juni 2022 zijn verspreid om het aantal dienstreizen van het personeel van het Comité tot een minimum te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat het uitvoeringspercentage van de begroting voor 2022 99,2 % bedroeg, wat een lichte stijging is ten opzichte van 2021, toen het uitvoeringspercentage 98,9 % bedroeg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>stelt vast dat de gemiddelde betalingstermijn in 2022 17,87 dagen bedroeg, wat meer is dan in 2021, toen deze 16,11 dagen bedroeg; constateert dat tegelijkertijd het percentage elektronische facturering is gestegen van 32 % naar 68 %; merkt op dat er geen verband bestaat tussen beide getallen, en verzoekt het Comité de digitalisering van het betalingsproces te voltooien en zo de efficiëntie en tijdigheid ervan te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>constateert dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft gezorgd voor een grotere druk op de begroting van het Comité, onder meer door stijgende inflatie en salarisaanpassingen, en een sterke stijging van de energiekosten, bouwkosten en kosten van grondstoffen; merkt voorts op dat het Comité politieke steun heeft geboden aan Oekraïense lokale en regionale overheden en activiteiten heeft georganiseerd in verband met de oorlog in Oekraïne, wat gevolgen had voor de begroting voor dienstreizen, studies en cursussen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt op dat de eigen diensten van het Comité in 2022 14 aanbestedingsprocedures hebben gevoerd, waaronder 11 aanbestedingsprocedures via onderhandelingen voor vertolking op afstand in de lidstaten; neemt er nota van dat er door de gezamenlijke diensten van het Comité en het Europees Economisch en Sociaal Comité (het “EESC”) aanbestedingsprocedures zijn gestart op het gebied van logistiek;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat het Comité bijdraagt aan het beleids- en besluitvormingsproces van de Unie vanuit het perspectief van de regionale en lokale overheden in de Unie en dat het een kader biedt om de samenwerking tussen het lokale, regionale, nationale en Europese niveau te verbeteren en Europa dichter bij de burgers te brengen; acht de essentiële bijdrage van het Comité aan belangrijke aangelegenheden van de Unie, zoals de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, een goede zaak, wat ook blijkt uit de resolutie van het Parlement van 23 juni 2022 over de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit<FOOTNOTE><FIELD>PB C 32 van 27.1.2023, blz. 42.</FIELD></FOOTNOTE>; spoort het Comité voorts aan om zijn leden bij te staan wanneer zij op lokaal niveau met burgers in dialoog treden over Europese aangelegenheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst erop dat het Comité zijn opdracht vervult door middel van adviezen waarin het reageert op wetgevingsvoorstellen van de Commissie (waarover het om advies is gevraagd), initiatiefadviezen waarin het de instellingen van de Unie oproept om actie te ondernemen, en resoluties waarin het zijn standpunt over specifieke thema’s uiteenzet; merkt op dat het Comité in 2022 55 adviezen en 8 resoluties heeft aangenomen, wat iets minder is dan in 2021, toen het Comité 60 adviezen en 9 resoluties aannam; moedigt het Comité aan zijn capaciteit te blijven vergroten om de voornaamste instellingen van de Unie door middel van data, empirische analyses en inventarisaties van beste praktijken te voorzien van praktische informatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>juicht het toe dat het Comité concrete stappen heeft ondernomen om zijn betrokkenheid bij de gehele politieke en wetgevingscyclus van de Unie in overeenstemming met zijn prerogatieven uit hoofde van de Verdragen te vergroten; is met name ingenomen met de samenwerkingsovereenkomst tussen het Parlement en het Comité en de nauwe samenwerking tussen het Comité en verschillende parlementaire commissies, interfractiewerkgroepen en directoraten-generaal; merkt op dat het Comité in 2022 voor de rapporteurs van zijn adviezen 56 voorbereidende en follow-upvergaderingen met het Parlement heeft georganiseerd; merkt voorts op dat twintig rapporteurs van het Comité in 2022 hebben deelgenomen aan commissievergaderingen van het Parlement; feliciteert het Comité met het feit dat het zijn betrokkenheid bij wetgevingstrialogen heeft vergroot, met name door toegang te krijgen tot trialoogdocumenten; is van mening dat leden van het Comité en het EESC moeten worden uitgenodigd voor relevante parlementaire uitwisselingen, met inbegrip van commissievergaderingen, over kwesties die zij behandelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>is ingenomen met de maatregelen die het Comité in 2022 heeft genomen om zijn middelen te optimaliseren en de kosteneffectiviteit te verbeteren en tegelijkertijd de impact van zijn politieke werkzaamheden te vergroten in het kader van het programma “Going for IMPact” en met name de 43 vereenvoudigings- en digitaliseringsprojecten die bijdragen tot de modernisering van de administratie van het Comité en de digitalisering van de workflows en die deel uitmaken van de “Strategie voor de vereenvoudiging van de CvdR-regels en -procedures voor de periode 2020-2025”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>juicht het toe dat het Comité met een delegatie van dertig leden, onder wie twaalf vertegenwoordigers van de Europese verenigingen van lokale en regionale overheden, actief betrokken was bij de werkzaamheden van de Conferentie over de toekomst van Europa; stelt vast dat het Comité in 2022 in aansluiting op de in 2021 verrichte werkzaamheden 14 vergaderingen met afgevaardigden van de Conferentie en 9 voorbereidende vergaderingen heeft georganiseerd; benadrukt dat het Comité een speciale taskforce “Conferentie over de toekomst van Europa” heeft opgericht om de werkzaamheden van alle betrokken directoraten en eenheden te coördineren; merkt op dat de voorstellen uit het eindverslag van de Conferentie over de toekomst van Europa, dat op 9 mei 2022 werd gepresenteerd, zijn meegenomen in het project van het Comité “Het potentieel van de regionale en lokale overheden benutten om de EU te versterken”, dat in de loop van 2022 werd uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt dat de voltallige vergadering van de Conferentie over de toekomst van Europa in de 40e aanbeveling, maatregel 3, van haar eindverslag verzoekt om een hervorming van het Comité van de Regio’s, zodat er passende kanalen worden geopend voor een dialoog met de regio’s, steden, dorpen en gemeenten en het Comité een grotere rol kan spelen in de institutionele architectuur als het gaat om aangelegenheden met een territoriale impact;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2022 zijn internecontrolekader met betrekking tot planning en verslaglegging, systemen, financiële verificatie en gevoelige functies heeft herzien en verbeterd; feliciteert het Comité met de ontwikkeling van het speciale “convergentie”-instrument en -platform voor planning, rapportage, risicobeoordeling en bedrijfscontinuïteit; stelt vast dat het nieuwe beleid inzake gevoelige posten op 1 januari 2022 in werking is getreden en op 27 januari 2022 aan het personeel is meegedeeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>merkt op dat alle vergaderingen tot april 2022 online plaatsvonden en dat sinds april 2022 de officiële vergaderingen met fysieke aanwezigheid worden georganiseerd, terwijl de andere vergaderingen op afstand of in hybride vorm kunnen worden gehouden; merkt op dat er tot de herziening van het reglement van orde van het Comité in 2023 nog altijd een forfaitaire vergoeding van 200 EUR voor vergaderingen op afstand en hybride vergaderingen werd betaald volgens de sinds 2021 geldende regels; neemt er nota van dat de vergoeding voor vergaderingen op afstand sinds juli 2023 is vastgesteld op 50 % van de standaardvergoeding voor vergaderingen (en daarmee momenteel dus uitkomt op 50 % van 359 EUR, oftewel 179,50 EUR); is van mening dat deelname op afstand een belangrijk instrument is voor moderne instellingen, aangezien het onder meer de kosten van vergaderingen verlaagt en een ruimere deelname mogelijk maakt, met name in crisissituaties, zoals tijdens de COVID-19-pandemie is gebleken; stelt met tevredenheid vast dat de aanbevelingen van de interne audit over de toereikendheid van de planning en het beheer van toelagen en vergoedingen voor de leden voor deelname aan vergaderingen naar behoren zijn uitgevoerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>merkt op dat het Comité eind 2022 in totaal 533 personeelsleden telde, tegenover 547 in 2021 en 537 in 2020; stelt vast dat het Comité eind 2022 56 arbeidscontractanten en 89 tijdelijke functionarissen in dienst had en dat daarbij 21 arbeidscontractanten een contract voor onbepaalde tijd hadden en 3 tijdelijke functionarissen een tijdelijke functie bekleedden, in 2 gevallen met een contract voor onbepaalde tijd en in 1 geval, dat van de secretaris-generaal, met een contract met een vaste duur van 5 jaar; merkt voorts op dat het Comité 8 uitzendkrachten en 14 externe personeelsleden in dienst had die, met uitzondering van de externe dienstverleners op het gebied van logistiek en IT, ter plaatse werkzaam waren; merkt op dat in 2022 de bezettingsgraad van de posten in de personeelsformatie 96 % bedroeg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat er in april 2022 een nieuw proefproject inzake een hybride werkregeling van start ging, dat het hr-kader moet afstemmen op de nieuwe manieren van werken en dat de personeelsleden van het Comité de mogelijkheid biedt om hun werk per week en per dag met een hoge mate van flexibiliteit te organiseren en om tot 60 % van hun arbeidstijd te telewerken; juicht het toe dat de nieuwe regeling het mogelijk maakt om te kiezen tussen een aantal deeltijdformules op basis van de in het Statuut voorziene rechten; stelt met tevredenheid vast dat 90,25 % van de deelnemers aan de personeelsenquête van december 2022 heeft aangegeven tevreden te zijn met die flexibele regelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>stelt bezorgd vast dat er in 2022 bij het Comité 16 gevallen van burn-out zijn gemeld; merkt voorts op dat het Comité door een gepersonaliseerde follow-up van langdurig ziekteverlof er in 2022 in is geslaagd 15 personeelsleden te laten re-integreren na een langdurige afwezigheid als gevolg van een burn-out; is ingenomen met de preventieve maatregelen die het Comité heeft genomen om psychosociale risico’s en burn-out te verminderen; waardeert in dit verband de proactieve aanpak van de medische dienst, en de bewustmakingsconferenties, opleidingen en cursussen die door het Comité zijn georganiseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt op dat het Comité overeenkomstig zijn besluit van 26 april 2021 betreffende de bescherming van de waardigheid op het werk, conflictbeheer en bestrijding van intimidatie, met name door middel van specifieke richtsnoeren, interne communicatie en de organisatie van verschillende informatiesessies voor personeel en managers, is blijven werken aan de bewustwording van de maatregelen die zijn genomen om intimidatie op het werk tegen te gaan; stelt vast dat het Comité in 2022 te maken kreeg met een nieuwe beschuldiging van psychisch geweld door een personeelslid van het EESC tegen een personeelslid van het Comité, en dat beide comités die beschuldiging nog aan het onderzoeken zijn; verzoekt het Comité verslag uit te brengen over de follow-up van deze beschuldiging, met name het oog op het interinstitutionele perspectief;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>merkt op dat het personeel van het Comité eind 2022 voor 56,8 % uit vrouwen en voor 43,2 % uit mannen bestond, terwijl het percentage vrouwen in 2021 uitkwam op 56,6 % en in 2020 op 55,5 %; stelt met bezorgdheid vast dat de verdeling van vrouwen naar rang en professionele status dezelfde trend volgt als in de voorgaande jaren, en betreurt dat de situatie, ondanks de benoeming van een nieuwe vrouwelijke directeur in 2023 en een aantal inspanningen om meer vrouwen aan te trekken voor leidinggevende functies, bijzonder onevenwichtig blijft, zowel op het niveau van het hoger management als het middenkader; beveelt aan dat de kennisgeving van vacatures inclusiever wordt gemaakt en dat meer vrouwen worden aangespoord om naar hogere management- en middenkaderfuncties te solliciteren, onder meer door ervoor te zorgen dat selectiecomités uit evenveel vrouwen als mannen bestaan, door vrouwen die een managementfunctie ambiëren de mogelijkheid te bieden om hiertoe opleidingen te volgen en door flexibelere werkregelingen voor te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Comité op 7 juli 2022 een nieuwe strategie en een nieuw actieplan voor diversiteit en inclusie met een looptijd van vijf jaar voor 2022-2026 heeft goedgekeurd; moedigt het Comité aan zijn inspanningen voort te zetten om de doelstellingen van die strategie en dat actieplan te halen, met name de gendergelijkheidsdoelstelling van 40 % vrouwen in hogere managementfuncties uiterlijk in 2024, met de invoering van pariteit als uiteindelijk doel; is ingenomen met de bewustmakingsactiviteiten en de gerichte maatregelen die zijn genomen om, daarbij aangestuurd door een speciale coördinator voor diversiteit en inclusie, een meer diverse en inclusieve werkplek op het niveau van de personeelsvertegenwoordiging en contactpunten in alle dienstonderdelen van het Comité te bevorderen en te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>stelt vast dat het Comité in 2022 personeelsleden in dienst had die alle nationaliteiten van de Unie vertegenwoordigen, alsook één personeelslid met de Oekraïense nationaliteit; merkt op dat de inspanningen van het Comité om de geografische spreiding van zijn personeelsbestand in evenwicht te brengen weliswaar een goede zaak is, maar dat het geografische evenwicht nog altijd niet is bereikt, aangezien sommige nationaliteiten nog steeds oververtegenwoordigd zijn in vergelijking met andere; spoort het Comité aan maatregelen te blijven nemen om een geografisch evenwicht in de personeelsbezetting te bereiken en daarbij bijzondere aandacht te besteden aan het managementniveau; is ingenomen met de deelname van het Comité aan de interinstitutionele taskforce voor geografisch evenwicht, die tot doel heeft beste praktijken uit te wisselen en synergieën tussen de instellingen van de Unie tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2022 voor het eerst een proefproject voor interinstitutionele job shadowing heeft opgezet waarbij 3 instellingen van de Unie en 25 deelnemers betrokken waren en die tot doel heeft om het inzicht in de werkmethoden en -processen van andere instellingen te vergroten, de interinstitutionele samenwerking te versterken, de mobiliteit te bevorderen en te zorgen voor een flexibeler personeelsbestand; feliciteert het Comité met het lanceren van dit innovatieve interinstitutionele initiatief, dat vervolgens in 2023 is opgeschaald en overgenomen door de Europese Bestuursschool;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>stelt vast dat het Comité in 2022 over 60 stagiairs beschikte, verdeeld over 48 bezoldigde stagiairs en 12 studiebezoekers, die in 2 gevallen een sociale uitkering ontvingen; is ingenomen met de nieuwe regels met betrekking tot de bezoldiging van stagiairs die in 2022 zijn goedgekeurd en op grond waarvan studiebezoeken alleen kunnen worden goedgekeurd als de stagiair financiering uit een andere bron ontvangt of de stage verplicht is in het kader van de studie van de stagiair en waarbij alle stagiairs in naar behoren gemotiveerde gevallen om een sociale toelage kunnen verzoeken; juicht het toe dat de arbeidsvoorwaarden van stagiairs in overeenstemming zijn gebracht met de nieuwe flexibele werkregelingen van het personeel, waardoor alle stagiairs gedurende hun stageperiode één dag per maand vanuit het buitenland mogen telewerken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ethisch kader en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>juicht het toe dat het Comité, als follow-up van de interne audit inzake het bewustzijn van het personeel op het gebied van ethiek, inspanningen levert om het ethisch bewustzijn onder zijn personeel te vergroten en de naleving van ethische regels in verschillende procedures, zoals bij aanwerving, en van ethische verplichtingen en rechten in verschillende administratieve situaties, externe activiteiten, scholing en beëindiging van het dienstverband aan te scherpen; merkt op dat de basisdocumenten en -regels die aan het ethisch kader ten grondslag liggen, op het intranet van het Comité zijn gepubliceerd om het personeel bewuster te maken van ethische regels; merkt voorts op dat het Comité in 2022 14 groepscursussen heeft georganiseerd over onderwerpen die specifiek met ethiek samenhangen, dat daar 107 personeelsleden aan hebben deelgenomen en dat 75 % van het personeel in de loop van 2022 de algemene cursus ethiek heeft gevolgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>stelt vast dat het Comité in 2022 is doorgegaan met de tenuitvoerlegging van zijn gedragscode voor de leden uit 2020 en in dat verband zijn inspanningen heeft opgevoerd om de nog ontbrekende financiële verklaringen van leden te verkrijgen; merkt op dat zes in januari 2020 benoemde plaatsvervangende leden hun financiële verklaringen in juni 2023 nog steeds niet hadden ingediend en dat het Comité, hoewel geen van deze zes leden sinds hun benoeming een vergadering van het Comité had bijgewoond, de in de gedragscode van de leden vastgelegde handhavingsprocedure heeft ingeleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>merkt op dat het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) in 2022 drie zaken heeft onderzocht, waaronder één nieuwe zaak, die betrekking had op nevenactiviteiten tegen beloning, en twee lopende zaken, die hetzelfde jaar werden afgesloten en betrekking hadden op respectievelijk onrechtmatige betaling van reisvergoedingen en beschuldigingen van financiële wanpraktijken, intimidatie en wanbeheer in een gezamenlijke dienst van het Comité en het EESC; merkt op dat de zaak met betrekking tot de betaling van onterechte reisvergoedingen begin 2022 is afgesloten met het verzoek van het Comité aan het betrokken lid om de ontvangen vergoeding, bij gebrek aan een rechtsgrondslag voor het terugvorderen van dergelijke bedragen, om ethische redenen terug te betalen; merkt op dat het betrokken lid begin 2024 zijn voornemen kenbaar heeft gemaakt om het oorspronkelijk door OLAF gevraagde bedrag om ethische redenen terug te betalen, en dat de financiële diensten van het Comité bereid waren alle nodige stappen in dit verband te ondernemen; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de follow-up van het Comité in deze zaak in overeenstemming met de verplichtingen van het personeel uit hoofde van het Statuut, temeer daar het een lid van het Comité betrof dat tegelijkertijd een geaccrediteerd parlementair medewerker was met Brussel als contractuele standplaats, waardoor er voor de vergaderingen van het Comité in Brussel geen reiskosten hoefden te worden gemaakt; merkt op dat de zaak met betrekking tot beschuldigingen van financiële wanpraktijken, intimidatie en wanbeheer in een gezamenlijke dienst ertoe heeft geleid dat er een oefening in conflictbeheersing is gehouden, waaraan de betrokken personen, hun meerderen en de betrokken hr-afdelingen hebben deelgenomen, en dat hierna een actieplan met vijf punten is opgesteld dat in 2021 en 2022 is uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2022 is doorgegaan met de uitvoering van transparantiemaatregelen, zoals de publicatie van verklaringen van financiële belangen van de leden op zijn website, maar zich formeel niet heeft aangesloten bij het transparantieregister van de EU dat is ingesteld bij het Interinstitutioneel Akkoord van 20 mei 2021 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over een verplicht transparantieregister (IIA); is zich ervan bewust dat het Comité, in overeenstemming met de beginselen van het transparantieregister van de EU, bij een besluit van zijn bureau van juli 2023 nieuwe transparantiemaatregelen heeft goedgekeurd die gericht zijn op ambtsdragende leden en rapporteurs, en de raad van bestuur van het transparantieregister van de EU hiervan in kennis heeft gesteld; neemt er nota van dat de raad van bestuur van het transparantieregister van de EU op 20 november 2023 de transparantiemaatregelen in overeenstemming achtte met de doelstellingen van het IIA en de regeling van het Comité heeft verwelkomd als een belangrijke stap in de richting van verdere versterking van het gezamenlijk kader en het bevorderen van een gemeenschappelijke transparantiecultuur op het niveau van de Unie; juicht het toe dat het Comité met ingang van 1 januari 2024 officieel is toegetreden tot het transparantieregister van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2022 geen belangenconflicten heeft vastgesteld die een follow-up door de administratie zouden hebben vereist; merkt op dat het Comité zich is blijven baseren op de bestaande regels om belangenconflicten en draaideurconstructies tussen de publieke en de particuliere sector te voorkomen, en deze heeft bevorderd door middel van cursussen en voorlichting op het gebied van ethiek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>stelt vast dat er in 2022 bij het Comité geen gevallen van klokkenluiden zijn gemeld; merkt op dat het Comité zich heeft gebaseerd op de maatregelen met betrekking tot klokkenluiden die sinds 2015 van kracht zijn en deze is blijven bevorderen door middel van cursussen en voorlichting op het gebied van ethiek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>betreurt dat het Comité geen interne fraudebestrijdingsstrategie heeft vastgesteld; herhaalt zijn in de kwijtingsresolutie voor 2021 geuite verzoek aan het Comité om een interne analyse van het frauderisico uit te voeren en een en ander te coördineren met de bevoegde diensten van de Commissie, met het oog op de vaststelling van een adequate interne fraudebestrijdingsstrategie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat de gecombineerde IT-begroting van het Comité en het EESC in 2022, inclusief een verhoging van 750 000 EUR door middel van een interne begrotingsoverschrijving in de loop van het jaar, 11 712 000 EUR bedroeg, tegenover 12 860 000 EUR in 2021, wat neerkomt op een daling van 9 %;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>stelt vast dat het Comité over een digitale strategie beschikt die erop is gericht IT-diensten aan te bieden volgens de beste praktijken op het gebied van IT-beheer en tegelijkertijd het gebruik van personele en financiële middelen te optimaliseren; merkt op dat het Comité gedurende het hele jaar 2022 heeft gewerkt aan de aanpassing en ontwikkeling van verschillende strategische IT-instrumenten om de efficiëntie en doeltreffendheid van zijn politieke werkzaamheden en zijn administratieve processen en workflows te verbeteren; merkt op dat het belangrijkste IT-infrastructuurproject in 2022 betrekking had op de aanpassing van de netwerktypologie voor de nieuwe computerruimte in het Jacques Delorsgebouw (JDE) in overeenstemming met de routekaart voor een hybride cloud;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>stelt vast dat het Comité het aantal hybride vergaderingen in 2022 heeft verhoogd om zich aan te passen aan de hybride vorm van werken en zijn praktijken af te stemmen op de in juni 2022 door de secretaris-generaal van het Comité verspreide nieuwe richtsnoeren voor een kosteneffectiever, doelgerichter en duurzamer beleid inzake dienstreizen, dat vereist dat het Comité zijn werkwijze optimaliseert en dienstreizen van het personeel zo veel mogelijk vervangt door videoconferenties; begrijpt dat er voor deze nieuwe manier van werken een technische upgrade van de apparatuur voor hybride vergaderzalen nodig was;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2022 nieuwe interne regels inzake gegevensbescherming heeft vastgesteld die beperkingen met zich meebrengen voor bepaalde rechten van betrokkenen in verband met de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de activiteiten en procedures van het Comité; merkt voorts op dat de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in 2022 geen enkel onderzoek heeft ingesteld naar de verwerking van persoonsgegevens door het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>stelt vast dat er in 2022 geen cyberaanvallen bij het Comité hebben plaatsgevonden; merkt op dat het nieuwe gezamenlijke directoraat Innovatie en Informatietechnologie van het Comité en het EESC uit drie eenheden bestaat, namelijk digitale transformatie, digitale oplossingen en digitale platforms; stelt vast dat de eenheid voor digitale platforms onder meer verantwoordelijk is voor cyberbeveiliging; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit mee te delen hoe de oprichting van deze nieuwe structuur heeft bijgedragen tot een betere paraatheid van zijn personeel op het gebied van cyberbeveiliging, in overeenstemming met het cyberbeveiligingskader van het “National Institute of Standards and Technology” (NIST) en in samenwerking met de cyberbeveiligingsdienst voor de instellingen, organen en instanties van de Unie (CERT-EU); moedigt het Comité aan het cyberbeveiligingsbewustzijn van zijn leden en personeel te vergroten, regelmatig risicobeoordelingen van zijn IT-infrastructuur uit te voeren en voor regelmatige audits en tests van zijn cyberdefensie te zorgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen die het Comité heeft geleverd om het gebruik van opensourcetechnologie in zijn eigen systemen te bevorderen, met name bij de belangrijkste operationele toepassingen voor het beheer van zijn politieke werkzaamheden (“Agora” en “Phoenix”); merkt voorts op dat het Comité het gebruik van opensourcetechnologieën in zijn jaarlijkse IT-portefeuille volgt, zodat deze in nieuwe applicaties kunnen worden toegepast;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebouwen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>merkt op dat het Comité en het EESC 5 000 m² kantoorruimte hebben moeten opgeven als gevolg van de overname van het huurcontract van het voormalige EDEO-gebouw aan de Belliardstraat 100 (B100) in september 2021 en de ruil van de gebouwen Belliard 68 en Trier 74 van het Comité en het EESC en Van Maerlant 2 (VMA) van de Commissie in september 2022; merkt op dat er inrichtingswerkzaamheden in de twee nieuw aangekochte gebouwen moesten worden verricht om een intensiever gebruik van de kantoorruimten mogelijk te maken; juicht het toe dat er in 2022 een gezamenlijke taskforce voor nieuwe werkmethoden is opgezet die zich moet buigen over de vraag hoe de manier waarop werk wordt georganiseerd en kantoorruimte wordt gebruikt, kan worden geoptimaliseerd en hoe tegelijkertijd de ecologische voetafdruk kan worden verminderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>stelt vast dat de begroting van het Comité voor de inrichting van dienstruimten in 2022 in totaal 883 792 EUR bedroeg; merkt op dat er bij de renovatiewerkzaamheden van het Comité en het EESC in het B100- en het VMA-gebouw slimme technologieën met een sterke milieucomponent zijn ingezet; verzoekt het Comité een update te geven over het rendement op investeringen van deze technische installaties, maar adviseert niettemin voorzichtigheid te betrachten bij het aangaan van langetermijnverbintenissen voor nieuwe kantoorruimte voordat deze maatregelen volledig zijn onderzocht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>merkt op dat de gebouwenstrategie van het Comité en het EESC in 2022 gericht was op de geografische concentratie van de gebouwen, die werd bereikt door alle door het Comité en het EESC gebruikte gebouwen fysiek te verbinden met het hoofdgebouw (JDE); is ingenomen met de nieuwe fysieke verbinding met de gebouwen van het Parlement, die sinds november 2022 in gebruik is en een directere, gemakkelijkere en 125 meter kortere route biedt tussen de gebouwen van het Comité en het EESC en die van het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>merkt op dat het Comité en het EESC in 2022 een meerjarig project hebben gelanceerd voor de technische upgrade van het vertolkingssysteem in alle vergaderzalen; stelt vast dat het Comité in 2022 een bedrag van 200 000 EUR heeft uitgetrokken voor dit project;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>is ingenomen met de toezegging van het Comité en het EESC om het beginsel “design for all” structureel toe te passen op hun infrastructuur en om de toegankelijkheid van hun gebouwen reeds vanaf het ontwerp te waarborgen; merkt op dat het Comité en het EESC uiteenlopende maatregelen hebben genomen om hun gebouwen toegankelijk te maken voor mensen met verschillende soorten beperkingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>is ingenomen met de duurzame praktijken en met name de papierloze aanpak van het Comité en het EESC, die in overeenstemming met hun digitale strategie hebben bijgedragen tot het verkleinen van hun ecologische voetafdruk; neemt er nota van dat de applicatie “Phoenix”, die wordt gebruikt ter ondersteuning van de politieke werkzaamheden van het Comité, in 2022 is aangepast om de “koolstofverslagen” voor reizen te kunnen opstellen en het Comité en het EESC in staat te stellen hun koolstofbalans te berekenen; stelt vast dat er met maatregelen op het gebied van documentatie, evaluatie van procedures, verbetering van de planning, risicobeheer en toezicht uitvoering is gegeven aan het naar aanleiding van de audit van de prestaties in het kader van het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) opgezette actieplan; feliciteert het Comité en het EESC met het feit dat ze de EMAS-doelstellingen voor 2021-2025 hebben overtroffen, behalve op het gebied van gasverbruik;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>merkt op dat de totale elektriciteitsproductie van de zonnepanelen op de gebouwen van het Comité en het EESC in 2022 ongeveer 15,5 MWh bedroeg, wat neerkomt op 0,25 % van het totale jaarlijkse verbruik van het Comité en het EESC; stelt vast dat op 16 september 2022 alleen het JDE-gebouw met zonnepanelen was uitgerust; is zich ervan bewust dat het Comité en het EESC door administratieve procedures vertraging zullen oplopen voordat ze hun installatie van zonnepanelen kunnen uitbreiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>merkt op dat het Comité een plan voor duurzame mobiliteit heeft opgesteld, dat onder meer voorziet in een financiële bijdrage aan de abonnementen op openbaar vervoer van het personeel en in bewustmakingsactiviteiten; merkt op dat er in 2022 geen nieuwe mobiliteitsenquête onder het personeel is gehouden, maar dat een dergelijke enquête is gepland voor 2024; is ingenomen met het feit dat 76 % van het personeel van het Comité milieuvriendelijke vervoermiddelen voor woon-werkverkeer gebruikt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>is ingenomen met de budgettaire en administratieve besparingen die zijn gerealiseerd door interinstitutionele samenwerking, met name de nauwe samenwerking op administratief niveau met het EESC, waarmee het Comité gebouwen en gezamenlijke diensten deelt op het gebied van vertaling, infrastructuur, logistiek en IT, met behoud van zijn volledige institutionele autonomie; merkt op dat er op 1 oktober 2022 een gezamenlijk directoraat Innovatie en Informatietechnologie is opgericht in het kader van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst tussen het Comité en het EESC die in 2022 werd ondertekend; merkt voorts op dat het Comité en het EESC in 2022 470 personeelsleden en 55 miljoen EUR, zonder de salarisgerelateerde uitgaven, hebben samengevoegd; verzoekt het Comité deze samenwerking op andere gebieden voort te zetten en uit te breiden om overlapping te voorkomen en de exploitatiekosten van de diensten die in de gebouwen beschikbaar zijn en door het Comité en het EESC worden gedeeld, verder te rationaliseren; verzoekt het Comité en het EESC na te gaan of het mogelijk is om één administratie op te zetten voor hun gezamenlijke diensten, met afzonderlijke directoraten of eenheden voor de diensten die zich bezighouden met aangelegenheden die verband houden met hun specifieke en onafhankelijke mandaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>is ingenomen met het streven van het Comité naar synergieën door diensten van andere instellingen aan te kopen via dienstenniveauovereenkomsten en door deel te nemen aan interinstitutionele coördinatieorganen en interinstitutionele aanbestedingsprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>verzoekt het Comité na te gaan hoe het synergieën met andere instellingen kan blijven bewerkstelligen, zowel op het gebied van logistiek, digitale diensten, chauffeursdiensten en andere administratieve taken, als op het gebied van bepaalde outreach- en communicatieactiviteiten, met name in de lidstaten waar de leden van het Comité diverse ondersteunende netwerken hebben en volledig afhankelijk zijn van hun eigen lokale personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>vindt het een goede zaak dat het Comité bereid is om zijn samenwerking met andere instellingen, met name het Parlement, in de aanloop naar de Europese verkiezingen van 2024 verder uit te bouwen door middel van een routekaart die voorziet in een verdere intensivering van de samenwerking en een grotere rol voor het Comité en de lokale en regionale overheden in dit verband; neemt kennis van de herziening van de samenwerkingsovereenkomsten met het Parlement en de Commissie, overeenkomstig het besluit van de Conferentie van voorzitters van november 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>merkt op dat het Comité (tegen een jaarlijkse vergoeding) samenwerkt met de Commissie bij de behandeling van hr-vraagstukken en het gebruik van verschillende IT-platforms voor financieel beheer en personeelszaken; stelt vast dat het Comité zijn zittingen in de gebouwen van het Parlement en de Commissie houdt vanwege het gebrek aan capaciteit in zijn eigen vergaderzalen en dat het Comité vertolkingsdiensten betrekt van deze twee instellingen; merkt op dat het Comité de mogelijkheden heeft onderzocht voor vertolking op afstand gezien de snelle ontwikkelingen op dit terrein;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>stelt vast dat het Comité de zichtbaarheid en impact van zijn op interinstitutionele samenwerking gestoelde werkzaamheden bevordert door middel van een gerichte presentatie van zijn verslagen aan andere instellingen, zoals die van zijn elf verslagen aan het Parlement in 2022, en door middel van bilaterale vergaderingen op rapporteurniveau, politieke uitwisselingen tijdens officiële evenementen en conferenties, en een gerichte verspreiding van zijn adviezen en werkzaamheden in netwerken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Communicatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>stelt vast dat de totale begroting van het Comité voor communicatie in 2022 2,2 miljoen EUR bedroeg, tegenover 2,1 miljoen EUR in 2021, wat neerkomt op een stijging van 4 %; merkt op dat van die begroting ongeveer 439 000 EUR is gebruikt voor evenementen, 795 000 EUR voor media en 1 099 000 EUR voor digitale communicatie; merkt op dat de communicatie van het Comité tot doel heeft zijn institutionele en politieke profiel als assemblee van de regio’s, steden, dorpen en gemeenten van de Unie en de rol van zijn leden te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>merkt op dat het Comité ook in 2022 geregeld als gastheer optrad voor de vergaderingen van de directeuren-generaal voor communicatie van alle EU-instellingen, waarbij bijzondere aandacht werd besteed aan de voorbereiding van gecoördineerde communicatieactiviteiten in de aanloop naar de Europese verkiezingen van 2024; moedigt het Comité aan om via zijn lokale en regionale netwerken steun te blijven verlenen aan de institutionele communicatiecampagne van het Parlement voor de Europese verkiezingen van 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>is ingenomen met de datagestuurde communicatiestrategie die het Comité heeft ontwikkeld om de kloof met de EU-burgers op lokaal en regionaal niveau te dichten via kanalen met een multiplicatoreffect, zoals de Europese netwerken van regionale en lokale adviseurs, die eind 2022 2 037 leden telden, en het programma voor jonge gekozen politici, dat in 2022 775 deelnemers op de been bracht bij diverse evenementen, wat neerkomt op een stijging van 15 % ten opzichte van 2021; merkt op dat het Comité de lokale en regionale overheden in het kader van het initiatief “Een nieuw hoofdstuk voor de participatiedemocratie” ook heeft ondersteund door middel van cursussen en capaciteitsopbouw op het gebied van burgerbetrokkenheid en participatiedemocratie; merkt op dat het bureau van het Comité in november 2022 elk lid heeft verzocht jaarlijks ten minste één dialoog te houden in het eigen kiesdistrict; stelt vast dat het Comité voor de organisatie van lokale evenementen synergieën tot stand heeft gebracht met het netwerk van Europe Direct-centra in de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2022 de uitvoering van drie communicatiecampagnes heeft voortgezet in overeenstemming met zijn beleidsprioriteiten voor de mandaatsperiode 2020-2025 om Europa dichter bij de burger te brengen, te bouwen aan veerkrachtige regionale en lokale gemeenschappen en cohesie als fundamentele waarde van de Unie te bevorderen; is ingenomen met de inspanningen die het Comité heeft geleverd om door middel van digitale communicatie en media-aandacht een breder publiek te bereiken, wat in 2022 heeft geresulteerd in 18 890 vermeldingen in de media en daarmee een stijging van 20 % van het aantal vermeldingen tussen 2020 en 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>stelt vast dat het Comité eind 2022 175 000 volgers had op zijn socialemediakanalen, d.w.z. 16 % meer dan in 2021, en dat 54 800 daarvan op X (voorheen Twitter) (een stijging van 8 %), 58 100 op Facebook (een stijging van 6 %), 52 100 op LinkedIn (een stijging van 33 %) en 10 500 op Instagram (een stijging van 67 %) te vinden waren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>merkt op dat het Comité met datasets over de gegevens en adviezen van de leden bijdraagt aan het opendataportaal van de Commissie, maar dat het ook open data gebruikt en die bij lokale en regionale overheden bevordert, waarmee het, door middel van vrij toegankelijke gegevens in voor mensen leesbare en machineleesbare formaten, zorgt voor meer transparantie ten aanzien van zijn activiteiten en zijn band met de burgers verder aanhaalt.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>