<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0236</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Algemene begroting van de EU – Europese Dienst voor extern optreden</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0102/2024 - Rapporteur: Monika Hohlmeier)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling X – Europese Dienst voor extern optreden (2023/2134(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB L 45 van 24.2.2022.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022 (COM(2023)0391 – C9‑0253/2023)<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/2, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Europese Dienst voor extern optreden aan de kwijtingsautoriteit over de in 2022 uitgevoerde interne controles,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022, tezamen met de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/103, 4.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118 en 260 tot en met 263,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese Dienst voor extern optreden<FOOTNOTE><FIELD>PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 8,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie buitenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0102/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Dienst voor extern optreden voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Europese Dienst voor extern optreden, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, alsmede aan de Europese Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling X – Europese Dienst voor extern optreden (2023/2134(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022, afdeling X – Europese Dienst voor extern optreden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie buitenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9‑0102/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure wenst te benadrukken dat het bijzonder belangrijk is de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie verder te versterken door de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren en door het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer toe te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Europese dienst voor extern optreden (EDEO) belast is met het beheer van de administratieve uitgaven van zijn hoofdkantoor in Brussel en verantwoordelijk is voor het netwerk van de 144 Uniedelegaties en -bureaus;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de verantwoordelijkheid van de EDEO is uitgebreid tot het administratieve beheer van het personeel van de Commissie in de delegaties via een reeks overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de delegaties tot taak hebben de Unie en haar burgers in de wereld te vertegenwoordigen door netwerken en partnerschappen op te bouwen, en de waarden van de Unie te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het bijzondere karakter van de EDEO gelegen blijft in zijn aard en oorsprong, zoals het geval was toen de dienst werd gevormd door de samenvoeging van het personeel van de voormalige diensten voor externe betrekkingen van de Raad en van de Commissie, waarin diplomaten uit de lidstaten werden opgenomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat overeenkomstig de interne voorschriften van de EDEO de secretaris-generaal van de dienst optreedt als gedelegeerd ordonnateur van de instelling en de directeur-generaal voor middelenbeheer de rol van gesubdelegeerd hoofdordonnateur vervult;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de uitvoering van de begroting wordt geregeld door het Financieel Reglement en door de interne voorschriften voor de uitvoering van de begroting van de EDEO;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van de EDEO valt onder MFK-rubriek 7, “Europees openbaar bestuur”, die in 2022 11,6 miljard EUR bedroeg (oftewel 5,9 % van de totale Uniebegroting); merkt op dat de begroting van de EDEO van ongeveer 1,1 miljard EUR ongeveer 9,4 % van de totale administratieve uitgaven bedraagt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er nota van dat de Europese Rekenkamer (de “Rekenkamer”) in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2022 een steekproef van 60 verrichtingen onder beheer heeft onderzocht, hetzelfde aantal als voor 2021 werd onderzocht; merkt voorts op dat de administratieve uitgaven volgens de Rekenkamer uitgaven voor personele middelen omvatten, met inbegrip van pensioenen, die in 2022 goed waren voor ongeveer 70 % van de totale administratieve uitgaven, en uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energie, communicatie en informatietechnologie, en dat haar werkzaamheden gedurende vele jaren erop wijzen dat deze uitgaven over het algemeen een laag risico inhouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat 14 (23 %) van de 60 verrichtingen fouten bevatten, maar dat de Rekenkamer op basis van de vijf gekwantificeerde fouten inschat dat het foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel ligt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>betreurt dat de Rekenkamer in haar jaarverslag betreffende het begrotingsjaar 2022 opmerkt dat zij twee kwantificeerbare fouten heeft aangetroffen in betalingen die door de EDEO zijn gedaan: de eerste fout betrof het ontbreken van een geldig onderliggend contract voor door een Uniedelegatie verworven beveiligingsdiensten, en de tweede fout betrof kindertoelagen die een personeelslid uit andere bronnen ontving, maar die niet op zijn/haar salaris werden ingehouden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat de begroting van de EDEO voor 2022 786 947 220 EUR bedroeg, wat neerkomt op een verhoging van 2,5 % ten opzichte van 2021, wat minder is dan de verhoging van 5,0 % tussen 2020 en 2021; stelt vast dat de EDEO, naast zijn eigen begroting, ook een bedrag van 241,4 miljoen EUR (inclusief bestemmingsontvangsten en overgedragen bedragen) van de Commissie heeft gebruikt ter dekking van de administratieve kosten van personeelsleden van de Commissie die in Uniedelegaties werkzaam zijn; merkt op dat dit neerkomt op een verhoging van 14,3 % ten opzichte van 2021; merkt op dat de EDEO naast andere bedragen ook aanvullende bijdragen heeft ontvangen ter dekking van gemeenschappelijke kosten van personeel van het Europees Ontwikkelingsfonds in delegaties, waarmee de totale begroting die (in vastleggingskredieten) voor de EDEO beschikbaar was, 1 143,6 miljoen EUR bedroeg, wat neerkomt op een verhoging van 4,8 % ten opzichte van 2020; betreurt dat de administratieve begroting van de EDEO voor 2022 onvoldoende was, ondanks de belangrijke rol van de instelling in het kader van de bredere internationale context van begin 2022 en de hogere kosten die daarmee gemoeid waren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat in 2022 99,99 % van de definitieve begroting van de EDEO voor vastleggingen werd uitgevoerd, wat nog meer was dan in 2021, toen 99,37 % werd uitgevoerd, en aanzienlijk meer dan in 2020, toen 95,01 % werd uitgevoerd; merkt voorts op dat in 2022 90,56 % van de begroting voor betalingen werd uitgevoerd, wat neerkomt op een aanzienlijke stijging ten opzichte van het uitvoeringspercentage van 84,47 % in 2021 en 82,34 % in 2020;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat de definitieve begroting voor het hoofdkantoor van de EDEO in 2022, na overschrijvingen, 308,1 miljoen EUR bedroeg, wat neerkomt op een verhoging van 4,4 % ten opzichte van 2021; stelt vast dat 100 % van de begroting voor vastleggingen werd uitgevoerd; stelt vast dat aan betalingen 269,2 miljoen EUR, oftewel 87,4 % van de begroting, werd uitgevoerd, wat neerkomt op een stijging van 30,9 miljoen EUR ten opzichte van 2021, toen 80,8 % van de betalingen werd uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat de definitieve begrotingen voor de delegaties van de EDEO in 2022, na overschrijvingen, 478,9 miljoen EUR bedroegen, wat neerkomt op een stijging van 1,3 % ten opzichte van 2021; stelt vast dat 100 % van de begroting voor vastleggingen werd uitgevoerd; stelt vast dat aan betalingen 443,4 miljoen EUR, oftewel 92,6 % van de begroting, werd uitgevoerd, wat neerkomt op een stijging van 33,3 miljoen EUR ten opzichte van 2021, toen 86,8 % van de betalingen werd uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat de EDEO 20 begrotingsoverschrijvingen heeft verricht overeenkomstig artikel 29 van het Financieel Reglement, waarvan er drie gepaard gingen met kennisgeving aan de begrotingsautoriteit; stelt vast dat het totale bedrag aan overschrijvingen 38,2 miljoen EUR bedroeg, waarmee de begroting voor de delegaties van de EDEO met 0,9 miljoen EUR werd verhoogd en de begroting voor het personeel van het hoofdkantoor van de EDEO met 0,5 miljoen EUR en de begroting voor de gebouwen en uitrusting van het hoofdkantoor van de EDEO met 0,4 miljoen EUR werden verlaagd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de EDEO meldt dat de begroting van 2022 bijzonder moeilijk was als gevolg van nieuwe taken en toenemende bedrijfskosten, en dat ter risicobeperking onder meer alle niet-essentiële uitgaven van delegaties werden verlaagd of geannuleerd, de publicatie van posten op het hoofdkantoor en in delegaties zorgvuldig werd overwogen en verscheidene posten gedurende een bepaalde periode werden bevroren, niet-verplichte salarisaanpassingen en opwaarderingen van posten werden gepauzeerd of zo veel mogelijk werden uitgesteld, en de invordering van schuldvorderingen op derden waar mogelijk werd versneld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt op dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft gezorgd voor een grotere druk op de begroting van de EDEO, onder meer door stijgende inflatie en salarisaanpassingen, en een sterke stijging van de energiekosten en andere leverancierskosten voor bepaalde goederen en diensten; benadrukt dat het belangrijk is een robuuste en zekere financiële basis tot stand te brengen voor de EDEO, en zo zijn centrale rol bij de doeltreffende uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie te beklemtonen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>betreurt dat de begroting in 2023 nog altijd onder druk stond en dat dit de EDEO heeft doen besluiten geen personeel naar de geplande vervolgverkiezingswaarnemingsmissies te sturen vanwege een tekort aan reisbegroting voor een groot deel van 2023; is van mening dat de EDEO de nodige middelen moet krijgen om een gedegen follow-up van deze belangrijke missies te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het aantal colocatieovereenkomsten met lidstaten en andere EU-partners in Uniedelegaties is toegenomen van 122 in 2021 tot 135 in 2022; is ingenomen met het feit dat de secretaris-generaal van de EDEO een besluit heeft goedgekeurd over het colocatiebeleid, dat voorziet in een alomvattend en transparant structureel kader dat de colocatiepraktijken van de EDEO harmoniseert door gemeenschappelijke beginselen en doelstellingen vast te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat de totale betaalde kosten van dienstreizen voor de EDEO in 2022 24,065 miljoen EUR bedroegen, wat neerkomt op een aanzienlijke stijging ten opzichte van 6,128 miljoen EUR in 2021, maar vergelijkbaarder is met het niveau van 2019, vóór de COVID‑19-pandemie, toen het betaalde bedrag 20,972 miljoen EUR bedroeg; merkt voorts op dat de EDEO niet beschikt over een afzonderlijk begrotingsonderdeel voor dienst- en andere reizen van de vicevoorzitter van de Europese Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) en dat de kosten voor dienst- en andere reizen van de VV/HV, afhankelijk van het doel van de (dienst)reis, door de EDEO en de Commissie worden gedeeld; stelt ten slotte vast dat de EDEO in 2022 3 502,73 EUR voor 6 dienstreizen van de VV/HV en luchttaxikosten ter hoogte van 178 320,76 EUR voor zijn rekening heeft genomen; vraagt de EDEO het Parlement te laten weten hoe vaak de VV/HV per commercieel vliegtuig heeft gereisd en hoe vaak per chartervliegtuig;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>neemt kennis van het uitgebreide gebruik door de VV/HV van gehuurde privévliegtuigen voor officiële reizen en is zich ervan bewust dat reizen inherent en essentieel is voor het mandaat als hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, wat het vertegenwoordigen van de Unie op bijeenkomsten, conferenties en topontmoetingen op hoog niveau wereldwijd behelst; is van mening dat de instellingen van de Unie vóór alles volledig transparant moeten zijn over werkgerelateerde activiteiten en bij gebruik van de openbare fondsen van de Unie voor goed financieel beheer moeten zorgen; is voorts van mening dat de leden van de instellingen van de Unie in overeenstemming met de Europese Green Deal, het vlaggenschipinitiatief van de EU, het goede voorbeeld moeten geven op het gebied van klimaatbeleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>herinnert aan het antwoord op de schriftelijke vraag van een lid van de Commissie begrotingscontrole over de details van de luchttaxireizen van de VV/HV; betreurt dat de EDEO weliswaar de afgelegde routes heeft vermeld, maar niet heeft gespecificeerd welke bedragen aan die reizen zijn besteed en niet heeft aangegeven welke reizen werden betaald uit de begrotingen van respectievelijk de EDEO en de Commissie, en om welke bedragen het ging; beklemtoont dat het belangrijk is dat deze informatie ter beschikking wordt gesteld van de kwijtingsautoriteit, merkt ook op dat de luchttaxikosten zijn gestegen van 0 EUR in 2021 tot 178 320,76 EUR in 2022, wat natuurlijk te verklaren is door de COVID-19-pandemie; beveelt aan dat luchttaxi’s alleen worden gebruikt als er geen geschikte commerciële opties zijn of als er sprake is van veiligheidsproblemen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt op dat de uitzonderlijke maatregelen in verband met de COVID‑19-pandemie in 2022 werden afgebouwd en dat de instellingen hun gewone activiteiten weer begonnen te hervatten, maar dat de EDEO werd getroffen door de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, alsmede door veiligheidscrises in Afghanistan, Haïti en de Sahel; merkt bovendien op dat drie Uniedelegaties evacuatieniveau 3 kregen toegewezen, wat inhoudt dat alleen essentieel personeel mocht achterblijven in het land van detachering: Oekraïne (met ingang van februari 2022), Haïti (met ingang van juni 2022) en Burkina Faso (met ingang van december 2022);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat de secretaris-generaal van de EDEO een instructienota aan de hoofden van de EU-delegaties heeft doen uitgaan, waarin hen met name wordt verzocht tijdig verslag uit te brengen tijdens crises (“regelmatiger, directer en systematischer verslag uitbrengen”); vindt het zorgwekkend dat de EDEO-ambassadeurs nogal laat informatie hebben verstrekt over en hebben gereageerd op de veranderingen ter plaatse, met name in Oekraïne en Afghanistan, wat heeft geleid tot overhaaste evacuaties van personeel van de Unie; is van mening dat de EDEO een evaluatie moet maken van zijn risicobeheermethode, die wordt gebruikt om de veiligheidssituatie voor personeelsleden van delegaties van de Unie te beoordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is verheugd dat de EDEO, als reactie op de verschillende crises van de afgelopen jaren, in juli 2022 het crisisresponscentrum heeft opgericht, dat contacten onderhoudt met externe partners zoals de instellingen van de Unie en de lidstaten en dat intern diplomatieke, veiligheids- en inlichtingencapaciteiten samenbrengt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>merkt op dat het directoraat-generaal Personeelsbeheer, dat de administratieve aspecten van alle crises zal blijven behandelen, is geherstructureerd in twee directoraten, dat het aantal afdelingen is teruggebracht van 16 naar 13 door soortgelijke en verwante functies samen te voegen en dat het coördinatieteam van de directeur-generaal is versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat de EDEO in 2021 een Comité inzake internationale controle heeft opgericht, dat sindsdien tweemaal per jaar is bijeengekomen, om het hoger management in staat te stellen de verzachtende maatregelen te bespreken die bedoeld zijn om tekortkomingen die bij interne controles zijn vastgesteld, aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat geen enkele Uniedelegatie in 2022 een voorbehoud heeft gemaakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt op dat verschillende elementen van de begroting van de EDEO worden gecontroleerd door zijn intern controleur, door de dienst Interne Audit van de Commissie en door de Rekenkamer; stelt met verbazing vast dat de EDEO in 2022 geen interne controles heeft ingesteld, maar dat jaar wel twee controles heeft afgerond en drie lopende controles had; beklemtoont dat het belangrijk is om zorgvuldig en regelmatig interne controles uit te voeren, vooral nadat de EDEO in 2021 een nieuwe methode voor zijn interne controlesysteem heeft ingevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>stelt vast dat in 2022 nog vier kritieke aanbevelingen van de dienst Interne Audit openstonden; is ingenomen met het feit dat nauwlettend wordt toegezien op de aanbeveling betreffende de beveiliging van de Uniedelegatie in Mali; betreurt dat de aanbevelingen betreffende het beheer van de Uniedelegatie in Washington nog altijd openstaan en dat de oprichting van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (Limited Liability Company – LLC) complexe juridische kwesties heeft doen ontstaan; vraagt dat het Parlement op de hoogte wordt gehouden van de ontwikkelingen in de situatie met betrekking tot dit LLC;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>merkt op dat de inspectiediensten van de EDEO in 2022 vijf kritieke aanbevelingen hebben gedaan en waardeert het dat drie van deze aanbevelingen volledig zijn uitgevoerd of opgelost en dat de laatste twee nauwlettend worden gevolgd; vraagt de EDEO nadere informatie te verstrekken bij de follow-up van het kwijtingsverslag;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>beklemtoont dat de nadruk die in het voorgaande jaar werd gelegd op door Uniedelegaties georganiseerde aanbestedings- en aanwervingsprocedures als gevolg van de bevindingen van de Rekenkamer nog altijd reden is voor bezorgdheid; merkt op dat de EDEO heeft gepleit voor verschillende wijzigingen van het Financieel Reglement, opdat rekening kan worden gehouden met de bijzondere situatie van Uniedelegaties in derde landen; benadrukt dat een zekere flexibiliteit weliswaar te rechtvaardigen zou kunnen zijn, maar dat de verschillen tussen de termijnen en regels voor elk van de gastlanden zouden kunnen leiden tot verdere fouten en inconsistenties in de aanbestedingsprocedures; verzoekt de EDEO, rekening houdend met het resultaat van de onderhandelingen over het Financieel Reglement, de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat Uniedelegaties minder fouten maken, en verslag uit te brengen aan het Parlement over de genomen maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat de Uniedelegatie in het Verenigd Koninkrijk sinds 1 februari 2020 gevestigd is in het kantoor dat in het verleden werd bezet door de vertegenwoordiging van de Commissie en het liaisonbureau van het Europees Parlement; stelt met tevredenheid vast dat na de ondertekening van een overeenkomst inzake dienstverleningsniveau tussen de EDEO en het Parlement dezelfde rechten en plichten zullen gelden voor personeel van het Parlement dat in Londen is tewerkgesteld als de rechten en plichten die voortvloeien uit de vestigingsovereenkomst voor delegatiepersoneel, en dat de Uniedelegatie in Londen de Britse autoriteiten overeenkomstig de overeenkomst inzake dienstverleningsniveau in kennis stelt van het personeel van het Parlement;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>stelt vast dat er eind 2022 5 188 personeelsleden bij de EDEO werkten, van wie 2 419 (46,6 %) op het hoofdkantoor van de EDEO en 2 769 (53,4 %) in Uniedelegaties en -bureaus, wat neerkomt op een toename van 2,3 % ten aanzien van de 5 072 personeelsleden die eind 2021 bij de EDEO werkten, waarvan 2 303 op het hoofdkantoor en 2 769 in delegaties en bureaus; merkt op dat de 116 extra personeelsleden allemaal op het hoofdkantoor van de EDEO werkten; merkt ten slotte op dat de EDEO voor 2022 nog eens 32 voltijdequivalenten heeft ontvangen van de begrotingsautoriteit en dat 4 posten (3 AD-posten en 1 AST-post) als onderdeel van de administratieve begroting naar de Commissie zijn overgeheveld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>merkt op dat het personeelsbestand eind 2022 bestond uit 1 247 ambtenaren, 468 tijdelijke functionarissen, 596 arbeidscontractanten, 491 gedetacheerde nationale deskundigen, 1 573 plaatselijke functionarissen, 144 stagiairs, 39 junior deskundigen in Uniedelegaties en 630 externe, tijdelijke en andere personeelsleden; merkt ten slotte op dat daarnaast 3 316 personeelsleden van de Commissie werkzaam waren in Uniedelegaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>stelt vast dat van de 1 715 ambtenaren en tijdelijke functionarissen die eind 2022 in dienst waren 881 (51,4 %) man was en 834 (48,6 %) vrouw, wat neerkomt op een lichte toename ten opzichte van 2021, toen 48,1 % van de personeelsleden vrouw was; merkt op dat 55,9 % van de arbeidscontractanten vrouw was, wat neerkomt op een lichte afname ten opzichte van 57,7 % in 2021, en dat 25,1 % van de gedetacheerde nationale deskundigen vrouw was, wat neerkomt op een lichte toename ten opzichte van 22,2 % in 2021; merkt echter op dat vrouwen duidelijk ondervertegenwoordigd zijn in hogere functies zoals AD 9-12 en AD 13-16, terwijl ze vooral in AST-functies oververtegenwoordigd zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat er eind 2022 18 vrouwen (29,0 %) en 44 mannen (71,0 %) in het hoger management op het hoofdkantoor en in de delegaties werkten, wat neerkomt op een lichte stijging van het percentage vrouwen ten opzichte van 26,8 % in 2021; is verheugd dat het percentage vrouwen in het hoger management op het hoofdkantoor is gestegen van 25,0 % in 2021 tot 30,6 % in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>stelt vast dat er eind 2022 86 vrouwen (38,4 %) en 138 mannen (61,6 %) in het middenkader op het hoofdkantoor en in de delegaties werkten; merkt op dat dit neerkomt op een stijging van het percentage vrouwen ten opzichte van 34,2 % in 2021, maar dat het percentage vrouwen nog altijd onbevredigend laag is; is voorts verheugd dat het percentage vrouwen in het middenkader op het hoofdkantoor is gestegen van 40,7 % in 2021 tot 44,4 % in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verzoekt de EDEO maatregelen te blijven nemen om binnen zijn organisatie op alle niveaus tot een beter waarneembaar genderevenwicht te komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>is verheugd dat de Commissie en de VV/HV naar aanleiding van de oproepen van het Parlement een genderactieplan voor 2021-2025 hebben goedgekeurd als horizontale maatregel voor alle aspecten van het buitenlands beleid, dat de eerste stap vormt in de richting van echte feministische diplomatie; is ingenomen met het feit dat de EU-ambassadeur voor gender en diversiteit het EU-beleidskader inzake vrouwen, vrede en veiligheid blijft bevorderen en de deelname van vrouwen aan alle diplomatieke en politieke dialogen blijft waarborgen, en is verheugd over de oprichting van het EU-netwerk voor vrouwelijke diplomaten door de lidstaten en de EDEO om de waarden van de Unie op het gebied van diversiteit en gelijkheid te bevorderen en gendergelijkheid in de rest van de wereld te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>benadrukt dat in het genderactieplan III staat dat tegen 2025 85 % van alle nieuwe EU-acties aan gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen en meisjes moet bijdragen, en dat de EDEO sneller vooruitgang moet boeken in de richting van de verwezenlijking van de doelstellingen van het genderactieplan III door zich bij zijn dagelijkse activiteiten in het bijzonder te richten op de belangrijkste actiegebieden van het genderactieplan III, waaronder gendergebaseerd geweld, de bevordering van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, economische en sociale rechten en empowerment, gelijke participatie en leiderschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>spreekt zijn bezorgdheid uit over de mondiale situatie met betrekking tot de lhbtiq+-rechten en de toenemende weerstand tegen vrouwenrechten, gendergelijkheid, en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in ontwikkelingslanden; verzoekt de Commissie en de EDEO de achteruitgang op het gebied van de erkenning en bescherming van deze rechten aan te pakken; benadrukt dat prioriteit moet worden gegeven aan gerichte ondersteuning voor maatschappelijke organisaties en gemeenschappen die pleiten voor seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, vrouwenrechten, gendergelijkheid, de lhbtiq+-gemeenschap en andere gemarginaliseerde groepen, met inbegrip van versterkte maatregelen om homoseksualiteit te decriminaliseren; herinnert eraan dat ten minste 85 % van alle nieuwe acties in het kader van het instrument “NDICI - Europa in de wereld” prioritair op gendergelijkheid gericht moet zijn, en dat ten minste 5 % specifiek aan de rechten en de empowerment van vrouwen en meisjes gewijd moet zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>is verheugd dat alle lidstaten in de personeelsleden van de EDEO zijn vertegenwoordigd; stelt evenwel vast dat er nog altijd sprake is van een aanzienlijke onevenwichtigheden, aangezien 25 lidstaten in alle personeelscategorieën zijn vertegenwoordigd, maar het personeelsbestand slechts twee Luxemburgse onderdanen telt (één arbeidscontractant en één gedetacheerde nationale deskundige) en geen enkele Maltese arbeidscontractant; stelt vast dat België met 12,7 % van het personeel van de EDEO en 15,4 % van de ambtenaren de sterkst oververtegenwoordigde lidstaat is; stelt vast dat uit de groep van 141 EU-ambassadeurs ambassadeurs uit drie lidstaten ontbreken (Hongarije, Luxemburg en Malta), dat Cyprus en Slovenië elk slechts één ambassadeur hebben, wat één minder is dan in 2021, en dat Frankrijk (20 ambassadeurs), Spanje (18 ambassadeurs), Italië (17 ambassadeurs), Duitsland (14 ambassadeurs) en België (11 ambassadeurs) de meeste ambassadeurs hebben, wat erop neerkomt dat deze vijf lidstaten 80 van de 141 posten bekleden, oftewel 57 %; stelt met tevredenheid vast dat dit neerkomt op een daling ten opzichte van het voorgaande jaar, toen dezelfde vijf lidstaten 61 % van de ambassadeursposten bekleedden; betreurt echter dat het aantal ambassadeursposten dat wordt bekleed door lidstaten die in 2004 of daarna lid zijn geworden, is gedaald tot 17 % in 2022 ten opzichte van 18 % in 2021; verzoekt de EDEO jaarlijks een uitsplitsing naar geslacht en nationaliteit van het middenkader en hogere leidinggevende functies te publiceren; herhaalt zijn bezorgdheid over het geografische onevenwicht bij de hoofden van de delegaties en verzoekt de EDEO het geografisch evenwicht te blijven verbeteren zodat de onderdanen van alle lidstaten goed vertegenwoordigd zijn en hun diversiteit wordt weerspiegeld, en tegelijkertijd de competenties en verdiensten van de kandidaten worden geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de EDEO een flexibele, digitale en op vertrouwen gebaseerde werkomgeving bevordert om de efficiëntie te verhogen, de gezondheid en het welzijn van het personeel te beschermen en het evenwicht tussen werk en privéleven te verbeteren; neemt kennis van het feit dat het personeel van de EDEO op het hoofdkantoor in 2022 volgens de telewerkregels tot drie dagen per week mocht telewerken en het personeel in de Uniedelegaties één dag per week; stelt voorts vast dat in oktober 2023 nieuwe telewerkregels in werking zijn getreden en dat de overgangsmaatregelen voor zowel het personeel op het hoofdkantoor als in de delegaties tien dagen telewerken van buiten de standplaats toelaten, hetgeen per geval kan worden uitgebreid tot personeel met een complexe gezinssituatie; vraagt de EDEO het Parlement op de hoogte te houden van de nieuwe telewerkregels en de beoordeling daarvan door zowel het personeel als het management;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>betreurt dat het aantal personeelsleden dat langdurig (langer dan vijftig dagen) met ziekteverlof was, toenam van 91 personeelsleden in 2021 tot 111 personeelsleden in 2022, wat neerkomt op een toename van 22 %; merkt evenwel op dat de EDEO verschillende initiatieven heeft genomen om het personeel te steunen en voor te lichten over strategieën om een burn-out te voorkomen, onder meer door managers de verantwoordelijkheid te geven ervoor te zorgen dat de taakverdeling redelijk is en dat, in geval van een burn-out, begeleiding wordt geboden en speciale werktijdregelingen worden ingevoerd om de terugkeer naar het werk te vergemakkelijken; verzoekt de EDEO verder na te denken over manieren om langdurige ziekte, met inbegrip van burn-out, zoveel mogelijk te voorkomen en de nodige maatregelen te nemen om het welzijn van zijn personeel te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de EDEO in 2022 zijn inspanningen heeft geïntensiveerd en diverse initiatieven heeft genomen om intimidatie beter onder de aandacht te brengen, waaronder de invoering van een “Week ter bestrijding van intimidatie” in oktober 2022 en de goedkeuring van nieuwe “Beginselen voor professioneel gedrag in de EDEO”; stelt vast dat in 2022 twee verzoeken om bijstand in verband met intimidatie werden ingediend, waarvan het ene in 2022 en het andere in 2023 werd afgesloten, beide zonder sancties; stelt vast dat in 2022 en 2023 nog eens drie verzoeken werden afgesloten uit 2021 en één uit 2020; merkt voorts op dat de vraag naar bemiddelingsdiensten van de EDEO in 2022 toenam en dat 218 bemiddelingszaken werden behandeld en 19 maal vertrouwelijk advies werd verleend; vraagt dat het Parlement op de hoogte wordt gehouden van ontwikkelingen met betrekking tot het aantal gevallen van intimidatie en of al dan niet sancties worden opgelegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>merkt op dat de EDEO niet precies weet hoeveel personeelsleden met een handicap er bij de dienst werkzaam zijn, maar dat uit de antwoorden op een anonieme enquête van 2021 bleek dat 24 van de 1 075 respondenten een handicap had en 23 van de respondenten naar eigen zeggen een tijdelijke handicap had; is ingenomen met het feit dat de Uniedelegaties informatiebladen over toegankelijkheid hebben opgesteld met informatie over de geschiktheid en toegankelijkheid van de gebouwen van de delegaties, om ervoor te zorgen dat personeel met een handicap over relevante informatie beschikt alvorens een aanvraag voor een detachering in te dienen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>is verheugd dat de EDEO nog altijd een relatief groot aantal stagiairs in dienst neemt en 63 “Blue Book”-stages aanbiedt, 4 korte stages op het hoofdkantoor en 365 stages in 102 delegaties; merkt op dat 1 stage op het hoofdkantoor en 22 stages in de delegaties niet gefinancierd werden, maar werden gelopen door studenten die als onderdeel van hun studie een stage moesten volbrengen in ruil voor studiepunten; is ingenomen met het feit dat stagiairs, net als het personeel, konden profiteren van hybride werkregelingen, overeenkomstig de richtsnoeren die werden afgegeven door de directeur-generaal voor middelenbeheer; verzoekt de instellingen nogmaals te waarborgen dat alle stagiairs een redelijke vergoeding ontvangen van de instelling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>dringt erop aan de Europese diplomatieke academie van een permanente structuur en de noodzakelijke middelen te voorzien, zodat deze kan bijdragen tot het volledig ontwikkelen van een autonome EU-diplomatie met een gemeenschappelijke diplomatieke basis stoelend op een EU-perspectief; is van oordeel dat deze academie in de toekomst moet beschikken over een systeem voor de selectie, aanwerving en opleiding van Europeanen die een hogeronderwijsopleiding hebben voltooid en geen diplomaat van een lidstaat zijn; benadrukt dat het belangrijk is na te denken over de vraag hoe personen die aan deze academie afstuderen enthousiast gemaakt kunnen worden voor een baan bij de EDEO, en hierover besluiten te nemen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Ethisch kader en transparantie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de EDEO nog altijd een cursus ethiek verzorgt in het kader van de welkomstsessies voor nieuwkomers, alsook seminars voorafgaand aan de detachering van EU-ambassadeurs en hoofden van de administratie; verzoekt de EDEO evenwel te voorzien in verplichte cursussen om ervoor te zorgen dat alle personeelsleden worden gewezen op belangrijke beginselen zoals ethiek, transparantie, belangenconflicten en het tegengaan van fraude;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>betreurt dat OLAF in 2022 een beperkt aantal fraudegerelateerde gevallen van verduistering van Uniemiddelen door personeelsleden bij Uniedelegaties heeft onderzocht en dat enkele van deze onderzoeken nog lopen; onderstreept dat OLAF deze onderzoeken moet afronden voordat er conclusies kunnen worden getrokken, maar spoort de EDEO er evenwel toe aan alle nodige stappen te ondernemen om snel gevolg te geven aan eventuele kritiek van OLAF;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>stelt vast dat de EDEO in 2022 16 zaken van de Ombudsman heeft behandeld, waarvan 11 zaken betrekking hadden op administratieve procedures en 5 op inzage in documenten; merkt op dat 13 van de 16 zaken in 2022 werden afgerond en dat in 11 zaken geen wanbeheer kon worden vastgesteld en in de overige 2 zaken één geval van gedeeltelijk wanbeheer en één geval van wanbeheer werd vastgesteld; is verheugd dat de EDEO ernaar streeft alle suggesties en aanbevelingen van de Ombudsman uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>is verheugd dat de EDEO in oktober 2022 de “Beginselen voor professioneel gedrag in de EDEO” heeft goedgekeurd, waarin wordt samengevat hoe personeelsleden zich op de werkvloer achten te gedragen en waarin is bepaald dat eventuele belangenconflicten die zich bij de uitoefening van de taken voordoen, door middel van een formulier aan het ethisch team van de EDEO moeten worden gemeld; stelt vast dat de EDEO blijft nadenken over manieren om zijn ethisch kader te actualiseren; vraagt dat het Parlement volledig op de hoogte wordt gehouden van alle ontwikkelingen op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>benadrukt dat de EDEO weliswaar geen instelling is in de zin van artikel 13 VEU en geen rechtstreekse rol speelt bij Uniewetgeving, maar wel een belangrijke rol speelt bij besluiten over sancties en in onderhandelingen over internationale handelsovereenkomsten, die een aanzienlijk regelgevingseffect hebben; merkt op dat het voor de EDEO bijzonder relevant zou zijn om zich op basis van een overeenkomst inzake dienstverleningsniveau aan te sluiten bij het transparantieregister van de Unie; verzoekt de EDEO alle bijeenkomsten met alle soorten lobbyorganisaties bekend te maken om de transparantie te verbeteren, ook bijeenkomsten van de hoofden van Uniedelegaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>stelt vast dat de EDEO in 2022 vier belangenverklaringen heeft ontvangen en dat deze verklaringen afzonderlijk en op professionele wijze zijn behandeld; stelt vast dat de EDEO heeft geweigerd toestemming te verlenen voor een externe activiteit en een werknemer heeft ontheven van taken in verband met kwesties, financiering en projectbeheer voor zijn voormalige werkgever;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>stelt vast dat de EDEO in 2022 3 kennisgevingen heeft ontvangen van het voornemen om na het verlaten van de dienst voor een particuliere onderneming te gaan werken, op een totaal van 15 kennisgevingen; stelt met tevredenheid vast dat aan een ambtenaar in vaste dienst die voornemens was als adviseur bij een advocatenkantoor te gaan werken, een bedenktijd van twee jaar is opgelegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>verzoekt de EDEO de posities van voormalige hoge ambtenaren en hoofden van delegaties in het oog te houden, gezien hun gevoelige politieke rol; verzoekt de EDEO mogelijk problematische overstappen naar de particuliere sector of naar organisaties uit derde landen systematisch te evalueren en de bezigheden van voormalige hoge ambtenaren tot het einde van de verplichte afkoelingsperiode te blijven volgen, aangezien niet-opgeloste belangenconflicten ten koste kunnen gaan van de handhaving van strenge ethische normen in het bestuur van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de EDEO in 2023 een nieuwe fraudebestrijdingsstrategie heeft vastgesteld, die momenteel wordt uitgevoerd; vraagt dat het Parlement op de hoogte wordt gehouden van de uitvoering en geeft aan in de kwijtingsprocedure voor 2023 op de kwestie terug te zullen komen; merkt evenwel op dat de EDEO reeds opleidingen over fraude aanbiedt in samenwerking met de Commissie en dat deze opleidingen een verplicht onderdeel zijn van de opleiding voorafgaand aan de detachering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>neemt kennis van het feit dat de EDEO momenteel nadenkt over de vaststelling van op zichzelf staande uitvoeringsbepalingen inzake externe activiteiten en opdrachten; vraagt dat het Parlement op de hoogte wordt gehouden van eventuele resultaten op dit vlak en wijst op het belang van een dergelijk kader ter bescherming van het imago en de reputatie van de Unie, zeker voor delegatiehoofden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>stelt vast dat bij de EDEO geen gevallen van klokkenluiden werden gemeld en dat de EDEO de richtsnoeren van de Commissie inzake klokkenluiders toepast; spoort de EDEO er evenwel toe aan zijn eigen beleid inzake deze belangrijke kwestie vast te stellen en dit af te stemmen op de specifieke kenmerken van de dienst, en een veilig kanaal voor potentiële klokkenluiders tot stand te brengen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>stelt vast dat de EDEO zijn eigen operationeel beveiligingscentrum heeft, dat zich bezighoudt met de afhandeling van incidenten en dat is gevestigd in het hoofdkantoor; waarschuwt dat in 2022 129 cyberaanvallen op de EDEO zijn bevestigd en merkt op dat de EDEO zeer waarschijnlijk een doelwit is voor actoren met zeer omvangrijke middelen die problemen willen veroorzaken voor de instellingen van de Unie, met name actoren die worden gesponsord door buitenlandse staten; betreurt dat één ernstig beveiligingsincident uit 2022 pas in 2023 werd vastgesteld vanwege de complexe aard ervan; is ingenomen met het feit dat geen vertrouwelijke informatie in het gedrang is gekomen; verzoekt de EDEO zich sterk te blijven richten op cyberbeveiliging en hybride dreigingen en samen te werken met andere instellingen en lidstaten van de Unie om dergelijke dreigingen in kaart te brengen en de infrastructuur van de Unie zoveel mogelijk te beschermen; onderstreept dat cyberbewustzijn en een systematisch opleidingsprogramma voor al het personeel, met inbegrip van het management, essentiële onderdelen vormen van een doeltreffend cyberbeveiligingskader;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de EDPS in 2022 geen onderzoek heeft ingesteld of afgerond dat specifiek gericht was op de EDEO; is ingenomen met de beslissing van de EDEO om uit veiligheidsoverwegingen geen gebruik te maken van Microsoft 365, maar in Europa gehoste interne cloudtoepassingen te blijven gebruiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>stelt tevens met tevredenheid vast dat de EDEO een hostingbeleid heeft vastgesteld en een centraal register bijhoudt van alle informatiesystemen en technische diensten met betrekking tot zakelijke toepassingen en diensten; merkt voorts op dat in het geval van informatiesystemen die ter plaatse worden gehost, zowel het systeem als de gegevens op servers staan die rechtstreeks eigendom zijn van en worden beheerd door de EDEO, en dat de functionaris voor gegevensbescherming zorgt voor deugdelijke controles op de gegevensbescherming; is ingenomen met het feit dat informatiesystemen die in een cloud worden gehost, gegevensbeschermingsclausules bevatten die gebaseerd zijn op gezamenlijke aanbevelingen van de EDPS en de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>stelt vast dat het openbronbeleid van de EDEO voor digitale oplossingen inhoudt dat openbron een haalbare oplossing is als alle instrumenten en toepassingen na een beoordeling als gelijkwaardig worden beschouwd; merkt op dat de EDEO gebruikmaakt van verschillende openbronproducten om de volledige eigendom van en controle over zijn gegevens te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>benadrukt dat de EU, gezien de toenemende geopolitieke uitdagingen en crises wereldwijd, over informatie uit eerste hand moet kunnen beschikken over mondiale gebeurtenissen buiten haar grenzen; dringt in dit verband aan op versterking van EU-Intcen, het crisisresponscentrum van de EDEO en SatCen, door hun personele en financiële middelen, alsook hun capaciteiten uit te breiden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Gebouwen en veiligheid</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>merkt op dat de EDEO een zeer groot en complex gebouwenbestand bezet en beheert, dat bestaat uit het hoofdkantoor van de EDEO in Brussel en een groot aantal kantoren en ambtswoningen voor EU-ambassadeurs wereldwijd; stelt vast dat de EDEO begin 2022 8 334 m2 aan bouwruimte in Brussel van de Commissie heeft overgenomen, die voorheen door EPSO werd gebruikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de EDEO in 2022 ongeveer 58 000 m2 aan kantoorruimte en ongeveer 20 % van de 153 ambtswoningen voor ambassadeurs bezat; merkt op dat de EDEO schat dat de dienst door deze gebouwen te bezitten in totaal ongeveer 20 miljoen EUR per jaar bespaart; is zeer ingenomen met het feit dat de EDEO een beleidskader voor een aankoopstrategie heeft ontwikkeld, dat in 2023 aan de begrotingsautoriteit is voorgelegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>merkt op dat de EDEO sinds 2020 zijn beleid inzake kantoorbeheer ontwikkelt met het oog op gezamenlijke, flexibele kantoorconcepten, zowel op het hoofdkantoor als in de delegaties; vraagt dat deze ontwikkeling plaatsvindt in nauwe samenwerking met het personeel om te waarborgen dat rekening wordt gehouden met de legitieme zorgen en standpunten van het personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>is verheugd dat de EDEO zich inspant om ervoor te zorgen dat zijn gebouwen toegankelijk zijn voor personen met een handicap en personen met beperkte mobiliteit; merkt op dat het gebouw in Brussel reeds aan dergelijke vereisten voldoet en is ingenomen met het feit dat bouw zonder obstakels een belangrijke selectiecriterium is in de selectieprocedures van de EDEO voor nieuwe kantoorgebouwen voor de Uniedelegaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>merkt op dat de voornaamste extra uitgaven voor veiligheid in de Uniedelegaties voortvloeiden uit de terugkeer van de EDEO naar Kabul als enige Europese missie in Kabul na de machtsovername door de taliban, alsook uit de verslechterende veiligheidssituatie in landen en gebieden als Oekraïne en de Sahel en de behoefte aan meer beveiligingsuitrusting in de delegaties; constateert dat andere uitgaven werden uitgesteld om deze uitgaven te dekken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de EDEO in april 2022 een raamovereenkomst heeft ondertekend om te helpen bij de voorbereiding van een milieubeheer-en milieuauditsysteem (EMAS) voor het hoofdkwartier van de EDEO en de delegaties, maar aanvaardt dat in veel delegaties vanwege lokale beperkingen een lichter milieubeheersysteem (EMS) zal moeten worden toegepast; vraagt dat het Parlement op de hoogte wordt gehouden van de resultaten van de uitvoering van deze systemen op het hoofdkantoor en in de delegaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>is verheugd dat het hoofdkantoor van de EDEO en twintig gebouwen van de delegaties voor eind 2022 zijn uitgerust met zonnepanelen en dat in het daaropvolgende jaar nog eens drie delegaties zonnepanelen hebben gekregen; spoort de EDEO ertoe aan de plaatsing van zonnepanelen op al zijn gebouwen te blijven ontwikkelen, aangezien dit de milieuvoetafdruk van een delegatie verbetert, besparingen oplevert op het gebied van emissies, energie en geld, de afhankelijkheid van generatoren en brandstof vermindert en tevens laat zien dat de EDEO het goede voorbeeld geeft met betrekking tot de ondersteuning van de Green Deal;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>is verheugd dat de EDEO in 2022 zijn eerste bedrijfsvervoerplan heeft ontwikkeld om het percentage personeelsleden dat met duurzame vervoersmiddelen naar het werk gaat, te verhogen, en is tevens verheugd dat het aantal fietsparkeerplaatsen in het hoofdgebouw van de EDEO is verdubbeld en dat de EDEO nog altijd de helft van de kosten van openbaar vervoer in Brussel vergoedt voor personeelsleden die geen parkeerbadge aanvragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>betreurt dat colocatieovereenkomsten momenteel geen duurzaamheidsclausules bevatten; merkt op dat het een sterk signaal zou afgeven over de toezegging van de EDEO om milieuduurzaamheid te waarborgen als dergelijke overeenkomsten in de toekomst ook een expliciet element zouden hebben met betrekking tot de naleving van bepaalde milieunormen en -doelstellingen; verzoekt de EDEO haalbare opties te onderzoeken en updates op het gebied van energie-efficiëntie aan te moedigen, ook in delegaties die dienst doen als colocatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>herinnert eraan dat de directe en indirecte gevolgen van de klimaatverandering de vrede en veiligheid in de wereld ondermijnen, bestaande kwetsbaarheden en ongelijkheden vergroten, en risico’s inhouden voor de mensenrechten; dringt er bij de Commissie en de EDEO op aan een solide EU-klimaatdiplomatie op te zetten en te voeren, met als doel de internationale samenwerking voor de implementatie van de Overeenkomst van Parijs te bevorderen, de externe dimensie van de Green New Deal te versterken, en concrete steun te verlenen voor ambitieuze CO2-reductiedoelstellingen in derde landen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de EDEO in 2022 twee overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau heeft gesloten met het Parlement, waarvan de eerste betrekking had op de detachering van ambtenaren van het Parlement bij een aanvankelijk aantal van drie delegaties (de Verenigde Naties in New York, de Afrikaanse Unie in Ethiopië en de ASEAN in Jakarta), waar het gedetacheerde personeel zal worden opgenomen in de onderafdeling Parlementaire Aangelegenheden van de politieke afdeling van de delegaties, en de tweede overeenkomst betrekking had op het personeel van het Parlement in de liaisonbureaus in Londen en Washington;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>merkt op dat het proces ter vervanging van het interinstitutioneel akkoord van 2002 tussen het Parlement en de Raad over de toegang van het Parlement tot gerubriceerde informatie op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) zeer traag verloopt en dat blijkbaar slechts één technische vergadering heeft plaatsgevonden in 2022 en één vergadering in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>is verheugd dat de EDEO verklaart een goede samenwerking te hebben met OLAF, het EOM en de Rekenkamer en regelmatig met deze instellingen bijeen te komen en ideeën uit te wisselen; is voorts verheugd dat de EDEO momenteel onderhandelingen voert over specifieke werkregelingen tussen de EDEO en het EOM en vraagt dat het Parlement op de hoogte wordt gehouden van de vooruitgang die bij deze onderhandelingen wordt geboekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>verzoekt de EDEO om bij de onderhandelingen over specifieke werkregelingen met het EOM de klemtoon te leggen op de aanbestedingsregels, aangezien bepaalde procedures zeer gevoelige en zelfs veiligheidsgerelateerde informatie kunnen bevatten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de EDEO via zijn functionaris voor gegevensbescherming actief samenwerkt met de EDPS, onder meer door deel te nemen aan rondetafelgesprekken en vergaderingen met het oog op de vaststelling van de toekomstige doelstellingen van het netwerk van functionarissen voor gegevensbescherming, en door bij te dragen aan de werkgroep internationale overdrachten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de EDEO nauw samenwerkt met de Ombudsman en dat de Ombudsman nu systematisch wordt uitgenodigd voor seminars van de EDEO voorafgaand aan de detachering om haar werk te presenteren en de beginselen van goed administratief gedrag beter onder de aandacht te brengen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">Communicatie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>merkt op dat de EDEO over een totale begroting van 15 352 miljoen EUR voor publiekecommunicatie- en promotieactiviteiten beschikte en dat de publieke communicatie aanzienlijk is toegenomen als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de EDEO maatregelen heeft genomen om het zakelijke gebruik van sociale media te verbeteren, onder meer door ervoor te zorgen dat dit gebruik in overeenstemming is met de regels inzake IT-beveiliging en gegevensbescherming, de richtsnoeren te actualiseren en betaalde advertenties op de zakelijke account op te schorten; neemt er voorts nota van dat er richtsnoeren zijn gepubliceerd voor het particuliere gebruik van sociale media;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>is verheugd dat de EDEO meedoet aan het proefproject EU Voice van de EDPS, een openbron-socialemediaplatform, en moedigt de dienst aan eveneens mee te doen aan het EU Video-platform, rekening houdend met de evolutie van de populariteit ervan; is eveneens verheugd dat de dienst met andere EU-instellingen samenwerkt om ervaringen en beste praktijken uit te wisselen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>merkt op dat de begroting voor de bestrijding van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging, met inbegrip van desinformatieactiviteiten, in 2022 in totaal 7 150 miljoen EUR bedroeg; is zeer verheugd dat de EDEO aanzienlijk heeft geïnvesteerd in het opbouwen en versterken van de veerkracht om desinformatie en buitenlandse inmenging in Unieaangelegenheden tegen te gaan; wijst erop dat de EDEO de belangrijkste instelling van de Unie is die is belast met het tegengaan van buitenlandse inmenging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>merkt op dat de East StratCom Task Force zijn inspanningen heeft opgevoerd om desinformatiecampagnes van het Kremlin in verband met de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne aan het licht te brengen, en nauw met onafhankelijke media en partners uit het maatschappelijk middenveld in de landen van het Oostelijk Partnerschap heeft samengewerkt om buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging tegen te gaan; neemt er bovendien nota van dat bepaalde inhoud op de EUvsDisinfo-website in meerdere talen is vertaald, niet alleen in een aantal van de officiële EU-talen, maar ook in het Oekraïens, het Georgisch, het Armeens, het Azerbeidzjaans, het Russisch en het Chinees;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>verzoekt de Uniedelegaties in de nabuurschapslanden en de landen van de Westelijke Balkan hun betrokkenheid te vergroten, zodat deze delegaties hulp kunnen bieden om op een actievere en doeltreffendere manier te communiceren over het Europese perspectief en voorbereid zijn om de best mogelijke bijstand te verlenen aan de landen die bezig zijn met het doorvoeren van prodemocratische en pro-Europese hervormingen; verzoekt de Uniedelegaties een meer geloofwaardige en van merite uitgaande benadering te volgen op basis van de criteria van Kopenhagen, te weten de rechtsstaat, de democratie en de bescherming van de mensenrechten, in het bijzonder gezien de geringe vooruitgang die sommige landen van de Westelijke Balkan hebben geboekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>verzoekt de Uniedelegaties meer steun te geven aan daadwerkelijk democratische actoren en maatschappelijke organisaties in de landen van de Westelijke Balkan, en acties van illiberale en ondemocratische actoren die schade toebrengen aan de belangen van de Unie met klem en publiekelijk te veroordelen, en erop toe te zien dat het gebruik van de financiële middelen van IPA III aansluit bij de doelstellingen van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>blijft de Uniedelegaties ertoe aansporen lokale actoren, maatschappelijke organisaties en sociale partners in derde landen te ondersteunen en met hen in gesprek te gaan om de sociale dialoog en de dialoog over de rechtsstaat, de grondrechten en de strijd tegen corruptie te stimuleren en om door buitenlandse staten georganiseerde desinformatiecampagnes die een bedreiging vormen voor de democratische waarden te ontkrachten; vraagt de Uniedelegaties logistieke en technologische steun te verlenen aan mensenrechtenactivisten en activisten die de belangen van inheemse volkeren, en met name vrouwen, behartigen; verzoekt de Uniedelegaties hun gecoördineerde inspanningen voort te zetten om de zichtbaarheid van door de Unie gefinancierde projecten te vergroten, met name in kandidaat-lidstaten; verzoekt de Uniedelegaties strenge normen inzake verantwoordingsplicht en transparantie in acht te nemen wanneer zij samenwerken met regionale partners; vraagt de Uniedelegaties ervoor te zorgen dat de Uniemiddelen die worden toegekend in derde landen worden gebruikt op doeltreffende en efficiënte wijze en in overeenstemming met de waarden, het beleid en de financiële regels van de Unie, die onder andere zijn verankerd in het Financieel Reglement, waarin transparantie is vastgelegd als een van de leidende begrotingsbeginselen; vraagt dat er bijzondere aandacht wordt besteed aan het vermijden van onnodige bureaucratische hindernissen en dat begunstigden worden ondersteund teneinde fouten die van invloed zijn op het foutenpercentage te vermijden; verzoekt de EDEO de Uniedelegaties in de landen van het Oostelijk Partnerschap te versterken; onderstreept dat de landen van het Oostelijk Partnerschap die te lijden hebben onder de militaire agressie van Rusland tegen Oekraïne moeten worden bijgestaan, en dat doeltreffender moet worden gecommuniceerd met de burgers van deze landen over het beleid van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>vraagt de EDEO en de Uniedelegaties met klem de toestand van de democratie in de verschillende landen nauwlettend te volgen en logistieke en technologische steun te verlenen aan mensenrechtenverdedigers en inheemse volkeren, met name vrouwen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on">De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de situatie in Gaza</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>merkt op dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne zeer grote gevolgen heeft gehad voor de begroting van de EDEO door stijgende inflatie, niet in de laatste plaats in veel delen van de wereld waar de EDEO het grootste deel van zijn activiteiten uitvoert, en dat deze inflatie ook de uitgaven voor beveiligings- en IT-apparatuur heeft doen stijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>stelt vast dat de delegatie in Oekraïne 108 personeelsleden telt, van wie ongeveer 60 % plaatselijk en 40 % uitgezonden personeel was dat voor de inval in het land was tewerkgesteld, en dat niet-essentieel personeel een week voor inval is gevraagd te vertrekken; stelt voorts vast dat de Uniedelegatie in Rusland in januari 25 uitgezonden personeelsleden, 36 plaatselijke medewerkers en twee personeelsleden van de EIB telde, en dat Rusland in april 2022 18 leden van de delegatie heeft uitgezet nadat 19 leden van de permanente Russische vertegenwoordiging bij de EU in Brussel tot personae non gratae waren verklaard;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>benadrukt dat de Unie door moet gaan met het tot stand brengen van een robuuste en veerkrachtige dienst voor extern optreden, met duidelijk politiek leiderschap, om de huidige uitdagingen het hoofd te kunnen bieden en de coherentie van het buitenlands beleid van de Unie te verzekeren; wijst in dit verband op de sleutelrol die de EDEO en in het bijzonder zijn delegaties spelen in het kader van de geopolitieke gevolgen van de Russische agressie tegen Oekraïne en de daaruit voortvloeiende noodzaak om partnerlanden over de hele wereld te ondersteunen en mondiale allianties te versterken; benadrukt het belang van aanhoudende en sterke politieke betrokkenheid en invloed op bilateraal niveau, op het vlak van publieke en culturele diplomatie ter bevordering van de waarden, beginselen en belangen van de Unie alsook in de strategische communicatie ter bestrijding van desinformatie; dringt erop aan om de beschikbare middelen op een efficiëntere manier in te zetten om de doeltreffendheid van het internationaal optreden van de Unie niet in gevaar te brengen; verzoekt de EDEO door te gaan met het moderniseren van zijn aanpak en met het investeren in nieuwe vaardigheden en capaciteiten, en daarbij de kostenefficiëntie te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>vindt het uiterst zorgwekkend dat de Hongaarse premier Viktor Orbán weigert afstand te nemen van de Russische president, ondanks het feit dat hij (Poetin) het onderwerp is van Uniesancties, respectievelijk dat het Internationaal Strafhof tegen hem (Poetin) een arrestatiebevel heeft uitgevaardigd voor oorlogsmisdaden begaan in het kader van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; benadrukt dat de lidstaten uit hoofde van artikel 24, lid 3, VEU verplicht zijn in een geest van loyaliteit en wederzijdse solidariteit hun actieve en onvoorwaardelijke steun te geven aan het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie, en zich te onthouden van ieder optreden dat in strijd is met de belangen van de Unie; brengt de HV/VV in herinnering dat hij verplicht is erop toe te zien dat de lidstaten zich houden aan de beginselen zoals bedoeld in dit artikel en verzoekt hem in dit verband het Parlement te laten weten hoe hij de opstelling van de Hongaarse premier ten opzichte van Rusland beoordeelt, of de Hongaarse premier zich in zijn ogen aan dit artikel van het Verdrag houdt, en welke actie hij (de HV/VV) – in voorkomend geval – heeft ondernomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>veroordeelt met klem het gebruik van seksueel en gendergebaseerd geweld als een oorlogswapen in Oekraïne en kwalificeert dit als een oorlogsmisdrijf; geeft aan dat er steeds meer meldingen binnenkomen van gevallen van mensensmokkel, seksueel geweld, uitbuiting, verkrachting en misbruik waarmee vrouwen en kinderen die Oekraïne ontvluchten naar Europa, worden geconfronteerd; verzoekt de lidstaten oog te hebben voor de specifieke behoeften van vrouwen en meisjes in opvangcentra, en ervoor te zorgen dat hen onverwijld diensten worden aangeboden op het gebied van de verwerking van gendergebaseerd geweld; verzoekt de Unie en de landen van ontvangst respectievelijk transit, te waarborgen dat deze groepen toegang hebben tot diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten; verzoekt de Unie en haar lidstaten steun te bieden aan organisaties die diensten respectievelijk opvang bieden aan vrouwen en meisjes die Oekraïne ontvluchten en die het slachtoffer zijn van gendergebaseerd geweld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>spreekt zijn afschuw uit over alle daden van seksueel geweld in het kader van conflicten; wijst erop dat in het kader van oorlogsconflicten stelselmatig gebruik wordt gemaakt van deze gerichte vorm van ernstig seksueel geweld tegen en foltering van vrouwen, met als doel de bevolking te terroriseren en te vernederen; betreurt in dit verband ten zeerste het onnoemelijke leed dat vrouwen tijdens de aanvallen van Hamas op 7 oktober 2023 is aangedaan, doordat Hamas zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting en andere vormen van agressief seksueel geweld tegen vrouwen, tienermeisjes en nog jongere meisjes met de Israëlische nationaliteit of met een andere nationaliteit, en waarvan verslag is gedaan in een rapport van een VN-missie en een rapport van de Association of Rape Crisis Centers in Israel; betreurt het gebrek aan leiderschap van de EDEO en de Commissie en het feit dat zij veel te laat op deze wrede aanvallen hebben gereageerd; dringt er met klem bij de EDEO op aan een betere mondiale strategie vast te stellen om dergelijke aanvallen te voorkomen, vrouwen die in risico- en conflictgebieden wonen ondersteuning te bieden en alle vormen van seksueel geweld en foltering publiekelijk te blijven veroordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de VV/HV op 10 oktober 2023, kort na de gruwelijke terroristische aanslag van Hamas op Israël, een Buitengewone Raad Buitenlandse Zaken heeft bijeengeroepen; neemt er voorts nota van dat de Europese Raad tijdens zijn buitengewone bijeenkomst van 17 oktober 2023 een gemeenschappelijk standpunt over de situatie in Israël en Palestina heeft vastgesteld, met inbegrip van een actieplan met verschillende werkterreinen; is uiterst bezorgd over geruchten dat geld van de Europese belastingbetaler mogelijk wordt gebruikt door Hamas, in plaats van ten goede te komen aan de Palestijnse burgerbevolking, en stelt dan ook met tevredenheid vast dat uit de evaluatie van de door de Unie aan Palestina verleende bijstand, die in november 2023<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling aan de Commissie, “Review of ongoing financial assistance for Palestine” (Evaluatie van de lopende financiële bijstand voor Palestina), C(2023)8300.</FIELD></FOOTNOTE> is afgerond, is gebleken dat er tot dusver geen aanwijzingen zijn dat geld voor ongewenste doeleinden is gebruikt; is bezorgd over de ernstige aantijgingen van Israël dat twaalf werknemers van UNRWA betrokken zouden zijn geweest bij terreurdaden en merkt op dat de organisatie hun overeenkomsten onmiddellijk heeft beëindigd, een VN-onderzoek heeft ingesteld en een onafhankelijke evaluatiegroep heeft aangesteld; neemt er nota van dat de EDEO voortdurend toezicht houdt om misbruik van Uniemiddelen door terroristische organisaties zoals Hamas te voorkomen; merkt op dat uit de evaluatie ook is gebleken dat de Commissie adequate controles vooraf en achteraf verricht en dat de bestaande waarborgen doeltreffend zijn; herinnert eraan dat de organisatie onvervangbaar is bij de humanitaire respons in Gaza en bij het waarborgen van de ononderbroken verlening van vitale diensten aan kwetsbare Palestijnse vluchtelingen in het hele Midden-Oosten; verzoekt de EDEO het Parlement op de hoogte te houden van wijzigingen in de samenwerking tussen de EDEO en de Palestijnse Autoriteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>erkent dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de situatie in Gaza een financiële last inhouden voor de lidstaten, de Europese burgers en de werking van de instellingen van de Unie; benadrukt dat het belangrijk is dat de toegewezen financiële middelen voor Oekraïne en Gaza worden geëvalueerd om de transparantie en verantwoordingsplicht bij het gebruik van deze middelen te waarborgen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>