<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0238</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0080/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2143(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0081/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/128 van het Europees Parlement en de Raad van 16 januari 2019 tot oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 337/75 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 30 van 31.1.2019, blz. 90.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 15,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0080/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Centrum voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2143(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Centrum te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0081/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/128 van het Europees Parlement en de Raad van 16 januari 2019 tot oprichting van een Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 337/75<FOOTNOTE><FIELD>PB L 30 van 31.1.2019, blz. 90.</FIELD></FOOTNOTE> van de Raad, en met name artikel 15,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0080/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop), de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2143(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0080/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding (Cedefop) (het “Centrum”) voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 73 van 28.2.2023, blz. 4.</FIELD></FOOTNOTE> 18 434 420 EUR bedroeg, hetgeen neerkomt op een daling van 0,29 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de begroting van het Centrum voornamelijk afkomstig is uit de begroting van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de begroting van het Centrum voor 2022 naast de bijdrage van de Unie van 17 960 000 EUR een bedrag van 464 420 EUR aan bijdragen van geassocieerde landen (Noorwegen en IJsland) omvatte, en een bedrag van 43 960 EUR aan diverse eigen middelen en terugbetaalde bedragen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het Centrum zich op 1 januari 2023 bij protocol 31 van de EER-overeenkomst heeft aangesloten, hetgeen inhoudt dat het Centrum bijdragen zal ontvangen van geassocieerde landen via de EER/EVA-begroting;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat er met betrekking tot de sector aanbestedingen van het Centrum voor 2022 geen zaken zijn gemeld die corrigerende maatregelen vereisen, en dat er ook geen corrigerende maatregelen lopen of nog niet zijn uitgevoerd in het kader van controles en beoordelingen van voorgaande jaren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Centrum voor het begrotingsjaar 2022 (het “verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Centrum betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt met waardering op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 99,98 %, hetgeen neerkomt op een lichte daling van 0,02 % ten opzichte van het jaar 2021; betreurt dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten van het lopende jaar met 77,64 % laag was, en neerkwam op een daling van 2,38 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>herinnert aan het verslag van de Rekenkamer voor 2021 en de opmerking daarin over zwakheden bij de overstap van het Centrum op een nieuw boekhoudsysteem (ABAC), dat ook door de Commissie wordt gebruikt; verwijst naar de opmerkingen in het verslag van de Rekenkamer dat zich in 2022 vergelijkbare feiten (inconsistenties tussen de daadwerkelijke datum van implementatie van wettelijke vastleggingen en de in het ABAC vermelde datum) zijn vastgesteld bij de van 2022 naar 2023 overgedragen begrotingsvastleggingen; stelt met tevredenheid vast dat het Centrum in zijn verslag over follow-upmaatregelen (het “follow-upverslag”) naar aanleiding van de kwijting betreffende 2021 aangeeft dat ondertussen een monitoringsysteem is ingevoerd om dat soort inconsistenties op te sporen, en dat inconsistenties onmiddellijk in het ABAC worden gecorrigeerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>neemt kennis van de opmerking in het verslag van Rekenkamer dat het Centrum de methode voor de berekening van de bijdragen die in de verklaring over de samenwerking tussen het Cedefop en de EVA met betrekking tot amendement nr. 1 wordt beschreven, niet correct op de begroting van het Centrum heeft toegepast op zijn begroting; stelt vast dat als gevolg daarvan de bijdragen van IJsland en Noorwegen aan de begroting van het Centrum enerzijds en de bijdrage van de Unie anderzijds in 2022 hoger respectievelijk lager waren dan zij hadden moeten zijn; neemt daarnaast kennis van de constatering van de Rekenkamer dat een wijziging van protocol 31 bij de EER-overeenkomst inzake samenwerking op specifieke terreinen die niet tot de vier vrijheden behoren is ondertekend en op 1 januari 2023 in werking is getreden, en dat de kwestie van aanpassingen aan de bijdragen van EVA-landen als gevolg van wijzigingen in de begroting van het Centrum zich derhalve vanaf 2023 niet langer zal voordoen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Centrum, ondanks de permanente uitdagingen naar aanleiding van de COVID-19-pandemie, de ongerechtvaardigde oorlog in Oekraïne, de energiecrisis, en de escalerende klimaatramp, zijn werkprogramma in 2022 volledig heeft uitgevoerd, met aanzienlijke successen op alle drie de strategisch belangrijke activiteitengebieden van het Centrum, naast en bovenop hetgeen onderdeel uitmaakte van het werkprogramma voor 2022; stelt vast dat beroepsonderwijs en -opleiding als aandachtsgebied voor samenwerking in het kader van het initiatief voor de Europese onderwijsruimte voor de periode 2021-2030 is geïdentificeerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>neemt kennis van de onderstaande successen die in 2022 zijn geboekt: i) de lancering van het “groene waarnemingscentrum” van het Centrum, dat kijkt naar de implicaties van de groene transitie voor steden en drie kerngebieden (afvalbeheer, agri-food en de circulaire economie); ii) de analyse door het Centrum van de nationale uitvoeringsplannen, met de lopende en geplande hervormingen en initiatieven op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding; iii) de presentatie van de conclusies van de studie van het Centrum naar microcredentials, die als input hebben gediend voor het voorstel van de Commissie voor een aanbeveling van de Raad over dit onderwerp; iv) de door het Centrum uitgevoerde haalbaarheidsstudie voor een enquête onder onderwijzers en opleiders in het initiële beroepsonderwijs- en opleiding; v) de afronding van het tweede project “toekomst van het beroepsonderwijs en -opleiding”, dat bijdraagt tot een beter begrip van de uitdagingen en kansen voor het beroepsonderwijs en -opleiding in Europa in de komende jaren; en de publicatie van de tweede Europese enquête naar vaardigheden en banen (ESJS), die heeft geholpen licht te werpen op digitalisering en de gevolgen daarvan voor banen en vaardigheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>waardeert de activiteiten en de hoge kwaliteit van het werk van het Centrum op het gebied van onderzoek, analyse en technisch advies en deskundigheid met betrekking tot het beleid inzake beroepsonderwijs en -opleiding, kwalificaties en vaardigheden met het oog op het bevorderen van kwalitatief hoogwaardige opleidingen die afgestemd zijn op de behoeften van individuele personen en de arbeidsmarkt; herinnert aan het belang van de rol van het Centrum bij het garanderen dat digitale vaardigheden overal in de Unie in beroepsonderwijs en -opleiding worden geïntegreerd, en zijn rol bij het monitoren van de tenuitvoerlegging en de impact van de aanbeveling van de Raad inzake de Europese vaardighedenagenda, beroepsonderwijs en -opleiding voor duurzaam concurrentievermogen, sociale rechtvaardigheid en veerkracht en het actieplan voor digitaal onderwijs; benadrukt dat moet blijven worden gezorgd voor toereikende personele en financiële middelen die het Centrum in staat stellen zijn mandaat uit te oefenen en zijn werkprogramma met een hoog uitvoeringspercentage te blijven uitvoeren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en verbeteringen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>prijst het Centrum voor de permanente samenwerking en uitwisseling van informatie met de Europese Stichting voor opleiding (ETF) en de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound); stelt vast dat het Centrum en de ETF samenwerken met betrekking tot projecten onder gedeeld beheer op het gebied van beroepsonderwijs en -opleiding, publicaties, de platformeconomie/platformwerk met betrekking tot de matching en anticipatie/identificatie van vaardigheden, monitoring en analyse van de vooruitgang die landen boeken, alsook de ESJS; stelt ook vast dat het Centrum in 2022 haar langlopende samenwerking met Eurofound op het vlak van operationele activiteiten verder heeft versterkt, in concreto door gezamenlijk een tweede vlaggenschipverslag over vaardigheden op basis van de Europese bedrijvenenquête uit te werken, nauwer samen te werken met betrekking tot de groene transitie, en samen te werken aan de voorbereiding en organisatie van het in het Parlement gehouden evenement “Youth first” van vijf agentschappen van de Unie; stelt met tevredenheid vast dat een Memorandum of Understanding tussen het Centrum en de Europese arbeidsautoriteit overeen is gekomen dat betrekking heeft op de uitwisseling van en synergie-effecten in verband met kennis, met bijzondere aandacht voor vaardigheden en arbeidsmarkttrends en grensoverschrijdende arbeidsmobiliteit; neemt tot slot kennis van de dienstenniveau-overeenkomst van het Centrum met het Europees Instituut voor gendergelijkheid voor het delen van boekhouddiensten en met het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging op terreinen zoals gegevensbescherming, aanbestedingen en ICT, alsook van de lopende gesprekken met de ETF over een gezamenlijke cyberbeveiligingsfunctionaris; verzoekt het Centrum en andere agentschappen daarnaast te bekijken of nieuwe synergie-effecten en samenwerkingen tot stand kunnen worden gebracht, teneinde de doeltreffendheid te vergroten en de kosten te verlagen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Centrum ernaar streeft tegen 2030 klimaatneutraal te zijn, en juicht het toe dat het Centrum - in 2023 - haar strategie en actieplan voor klimaatneutraliteit heeft vastgesteld; wijst in dit verband op de specifieke maatregelen die reeds in 2022 zijn genomen, zoals de installatie van energie-efficiënte zonneweringen en de afronding van de voorbereidende werkzaamheden voor de installatie van zonnepanelen in 2023, met het oog op de zelfproductie van hernieuwbare elektriciteit, die naar verwachting en rendement van ongeveer 50 % zullen genereren; prijst het Centrum voor het halen (en in sommige gevallen zelfs overschrijden) van zijn doelstellingen voor 2022, ten opzichte van het referentiejaar 2019, met betrekking tot vermindering van het verbruik van elektriciteit (-27 %), stookolie (-43 %), en papier (-73 %), alsook de reductie van de kosten voor dienstreizen (-71 %) en van de kosten voor vergaderingen met fysieke aanwezigheid (-56,5 %);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>looft de versterking van de kernactiviteiten van het Centrum middels inspanningen voor vereenvoudiging en stroomlijning van de administratie, de uitwisseling van kennis en hulpbronnen met andere agentschappen, digitalisering, stroomlijning en reorganisatie van taken, alsook de beperking van het aantal vergaderingen met fysieke aanwezigheid en vergroting van de onlinedeelname aan evenementen; neemt kennis van de resultaten van die inspanningen, waaronder de omzetting van drie assistentenposten in deskundigenposten en besparingen van ongeveer 390 000 EUR naar aanleiding van een geringer aantal vergaderingen met fysieke aanwezigheid, die allemaal hebben bijgedragen tot een prijzenswaardige toename van het aantal personeelsleden dat zich met de kerntaken bezighoudt van 66,5 % in 2021 naar 73,2 % in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>prijst het Centrum voor de continu vooruitgang die geboekt wordt bij de tenuitvoerlegging van zijn ICT- en digitaliseringsstrategie ter verwezenlijken van een nog grotere efficiëntie; stelt vast dat het Centrum in 2022 alle workflows heeft gedigitaliseerd, een digitaal instrument voor selectieprocedures heeft geïntroduceerd, alsook een nieuwe digitale werk- en samenwerkingsomgeving, en het gebruik (per januari 2023) van het beheersinstrument voor openbare aanbestedingen heeft voorbereid en in gang gezet; stelt met tevredenheid vast dat het Centrum al zijn personeelsleden een digitale handtekening heeft gegeven en dat de leidinggevenden “EU-Sign”-certificaten gebruiken voor contracten, bestelbonnen en juridisch bindende documenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>neemt er kennis van (zie het verslag van de Rekenkamer) dat het Centrum tot de agentschappen behoort die een vorm van milieurapportering in hun jaarlijkse activiteitenverslagen hebben geïntegreerd en de EMAS-registratie hebben gekregen; neemt verder kennis van het milieubeheersysteem van het Centrum dat het Centrum helpt zijn milieudoelstellingen te verwezenlijken, waaronder middels het gebruik van kernprestatie-indicatoren met betrekking tot het verbruik van energie, water, papier, alsook aangaande afval en CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-emissies; stelt met tevredenheid vast dat het milieubeheersysteem van het Centrum een milieu-indicator (voor CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-emissies uitgedrukt in ton) omvat, die de milieuprestatie van het Centrum beoordeelt aan de hand van de CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-emissies en de totale afvalproductie; neemt er daarnaast kennis van dat het Centrum zijn milieubeheersysteem verder wil opwaarderen en maatregelen wil nemen om in 2025 het EMAS-certificaat te krijgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 95,60 % was ingevuld, met 79 tijdelijke functionarissen op een totaal van 83 tijdelijke posten en acht vaste ambtenaren op het totaal van acht posten dat in het kader van de begroting van de Unie was toegestaan; stelt verder vast dat in 2022 20 arbeidscontractanten van een totaal van 25 posten dat in het kader van de begroting van de Unie was toegestaan, alsook vier gedetacheerde nationale deskundigen en vijf uitzendkrachten, bij het Centrum werkzaam waren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt op dat, voor wat het voor 2022 gerapporteerde genderevenwicht betreft, het hoger management van het Centrum is samengesteld uit vier mannen (66,7 %) en twee vrouwen (33,3 %); merkt op dat de raad van bestuur uit 78 mannen (53 %) en 68 vrouwen (47 %) bestaat; herinnert aan het mandaat van het Centrum en aan het feit dat het grote aantal leden van de raad van bestuur (146) toe te schrijven is aan zijn specifieke samenstelling op basis van het tripartiete beginsel, dus met vertegenwoordigers van de nationale autoriteiten de sociale partners; erkent dat de raad van bestuur via zijn leden zorgt voor de nodige afstemming tussen de werkzaamheden van het Centrum en de behoeften en prioriteiten van belanghebbenden; stelt met betrekking tot het personeel van het Centrum als geheel daarnaast vast dat de genderverhouding 44 % mannen (47) en 56 % vrouwen (61) is; herinnert aan het belang van geografisch evenwicht en stelt in dit verband met tevredenheid vast dat het Centrum in het follow-upverslag aangeeft door te willen gaan met het tot stand brengen van een geografisch evenwichtiger samenstelling van zijn personeel door gebruik te maken van reservelijsten van andere agentschappen, en door de handen met hen ineen te slaan en grotere ruchtbaarheid te geven aan vacatures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is er verheugd over dat het Centrum proactief werkt aan het verbeteren van het welzijn en de werk-privébalans van zijn personeel; stelt in verband hiermee vast dat het Centrum in 2022 cursussen over bijvoorbeeld het omgaan met stress op het werk, “getting good at stress” en digitaal welzijn heeft georganiseerd, Pulse-onderzoeken heeft gehouden onder het personeel, zijn gezamenlijk comité voor de bevordering van het welzijn en de gezondheid van het personeel nieuw leven heeft ingeblazen, en een programma voor 24/7-ondersteuning van zijn personeel heeft ontwikkeld voor vertrouwelijke hulp in verband met verschillende uitdagingen waar het personeel van het Centrum op privé- en werkgebied mee wordt geconfronteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt vast dat het Centrum in 2022 opnieuw een periodieke Staff Engagement Survey heeft gehouden en dat de resultaten laten zien dat 65 % van het personeel van het Centrum positief reageert (bij een deelname van 75 %), dat bij tien van de twaalf geanalyseerde dimensies positieve veranderingen ten opzichte van 2019 werden opgetekend, ondanks de sterk disruptieve periode sinds de laatste enquête (van 2019), terwijl andere onderwerpen (zoals werkdruk, transparantie van het besluitvormingsproces, en interne samenwerking) nadere aandacht behoeven; juicht het toe dat de resultaten van de survey in een algemene vergadering en tijdens specifieke Q&amp;A-bijeenkomsten aan alle personeelsleden zijn gepresenteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verwelkomt de maatregelen die in het kader van het beleid van het Centrum voor gelijke kansen en diversiteit voor mensen met een handicap voor het personeel van de afdeling HR en selectiepanels zijn genomen, zoals opleidingen (over diversiteit en inclusie) en advisering (hoe onbewuste vooringenomenheid op te sporen en aan te pakken), alsook de maatregelen die zijn genomen om kandidaten met een handicap te helpen bij hun sollicitaties; verneemt uit de antwoorden van het Centrum op de schriftelijke vragen van het Parlement ook dat het Centrum voornemens is in 2023 uitvoering te geven aan het “Handvest inzake diversiteit en inclusie”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat het Centrum in de periode 2017-2022 maand- en dagvergoedingen heeft betaald aan twee Griekse onderdanen die in dienst waren als gedetacheerde nationale deskundigen; stelt in deze context vast dat de twee gedetacheerde nationale deskundigen volgens de interne regels van het Centrum zelf geen recht hadden op deze vergoedingen aangezien het Centrum in Griekenland gevestigd is, en dat alle betalingen die in de desbetreffende periode aan de twee gedetacheerde nationale deskundigen zijn gedaan (ten belope van 222 647 EUR, waarvan 36 608 EUR in 2022) als onregelmatig zijn aangemerkt; stelt daarnaast vast dat het Centrum, toen het in 2022 van deze zaak op de hoogte raakte, de twee gevallen heeft opgenomen in het register van niet-naleving en uitzonderingen, heeft besloten de ten onrechte betaalde bedragen niet terug te vorderen, en een “uitfaseringsfase” van drie maanden heeft geïntroduceerd voor de gedetacheerde nationale deskundigen die op dat moment nog voor het Centrum werkzaam was; dringt aan op strenge monitoring en voorkoming van dergelijke situaties in de toekomst;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>neemt kennis van de bestaande maatregelen en lopende inspanningen van het Centrum om transparantie te waarborgen, belangenconflicten te voorkomen en aan te pakken en klokkenluiders te beschermen; stelt vast dat het Centrum zijn personeel vraagt potentiële of daadwerkelijke belangen te melden indien het risico van belangenverstrengeling bestaat; merkt in deze context op dat het Centrum hiervoor over een eigen mechanisme beschikt, met <STRING ITALIC="on">preventieve</STRING> maatregelen met mitigerende acties, controles <STRING ITALIC="on">achteraf</STRING>, alsook bijstand van de Internal Control Coordinator van het Centrum, die op de hoogte wordt gebracht van gemelde gevallen van belangenverstrengeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>herinnert eraan dat volgens Verordening (EU) 2019/128 alle leden en plaatsvervangers die de vergaderingen van de raad van bestuur bijwonen of stemrecht uitoefenen, een belangenverklaring moeten indienen; verwelkomt het dat de belangenverklaringen van alle leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers, alsook van de leden van het hogere management van het Centrum, op de website van het Centrum openbaar worden gemaakt; neemt er op basis van de antwoorden van het Centrum op de schriftelijke vragen van het Parlement kennis van dat - met ingang van 2022 - leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers die geen ondertekende belangenverklaringen overleggen niet langer worden uitgenodigd voor vergaderingen van de raad van bestuur, geen documenten van de raad van bestuur meer ontvangen, en niet meer deelnemen aan schriftelijke besluitvormingsprocedures; stelt vast dat de cv’s van de leden van de raad van bestuur openbaar worden gemaakt, hoewel dit geen formeel vereiste is; stelt vast dat de cv’s van een aantal leden van de raad van bestuur nog altijd ontbreken, waaronder dat van de voorzitter van de raad van bestuur; verzoekt het Centrum de cv’s van alle leden van zijn raad van bestuur en hun plaatsvervangers openbaar te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>stelt vast dat het Centrum het belang van zogenaamde “revolving doors” onderkent en al zijn personeelsleden regelmatig wijst op de uitvoeringsbepalingen inzake externe activiteiten en opdrachten en beroepsactiviteiten na vertrek bij het Centrum; juicht het toe dat alle personeelsleden die bij het Centrum vertrekken, gevraagd wordt een brief over hun verplichtingen na vertrek te ondertekenen, waaronder het vereiste dat zegt dat zij zich bij elke volgende baan moeten houden aan hun verplichting van vertrouwelijkheid ten opzichte van het Centrum;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controles</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat de totale kosten voor interne controle voor het jaar 2022 1 101 755 EUR bedroegen (29 024 EUR directe kosten en 1 072 731 EUR indirecte kosten), wat neerkomt op 6 % van de begroting van het Centrum; neemt verder kennis van de verklaring van het Centrum dat de bescheiden toename van de kosten ten opzichte van 2021 (5,3 %) toe te schrijven is aan hogere salariskosten en de mix aan personeel dat bij internecontroletaken betrokken was, waardoor de indirecte kosten hoger uitvielen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>neemt kennis van het feit dat het Centrum volgens zijn evaluatiebeleid evaluaties <STRING ITALIC="on">vooraf</STRING> uitvoert voor aanbestedingsprocedures van meer dan 500 000 EUR en evaluaties <STRING ITALIC="on">achteraf</STRING> voor projecten en activiteiten met een totale uitgave van meer dan 500 000 EUR; merkt op dat in een verslag van 2022 van het hoofd Financiën en Aanbestedingen werd geconcludeerd dat de in de onderzochte periode gestarte aanbestedingsprocedures voldeden aan de vereisten met betrekking tot evaluaties <STRING ITALIC="on">ex ante</STRING>; stelt vast dat het Centrum in 2022 een evaluatie <STRING ITALIC="on">ex post</STRING> heeft verricht met betrekking tot een activiteit in verband met een kaderovereenkomst op het gebied van inzicht in de arbeidsmarkt en de analyse van de behoefte aan vaardigheden (waarde van de overeenkomst: 1 088 350 EUR); merkt op dat de uitkomst van de evaluatie bevestigt dat de werkzaamheden doeltreffend, efficiënt en coherent waren en een toegevoegde waarde hebben opgeleverd voor de Unie; stelt verder vast dat een door de uitvoerend directeur ingestelde werkgroep wat een steekproef van drie aanbestedingsprocedures betreft on 2022 heeft geconcludeerd dat de bestaande criteria in verband met doeltreffende en efficiënte interne controles effectief in acht zijn genomen, en dat er geen corrigerende maatregelen nodig waren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt voorts op dat in 2022 57 gevallen van niet-naleving in verband met contracten en financieel beheer zijn geregistreerd in het register van tekortkomingen van het Centrum; stelt verder vast dat de aanbevelingen van de Internal Control Coordinator zijn uitgevoerd en opgevolgd om herhaling te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>merkt op dat bij de beoordeling van het intern controlekader van het Centrum, die uitgevoerd is door de Internal Control Coordinator met gebruikmaking van het door DG BUDG ter beschikking gestelde instrument, is geconcludeerd dat het intern controlekader effectief is, dat al zijn onderdelen voorhanden zijn en goed functioneren en gebruikt worden voor de voorgeschreven doeleinden, maar dat enkele verbeteringen moeten worden aangebracht aan de intern controlecomponent “controle-activiteiten”; stelt met tevredenheid vast dat in het follow-upverslag staat dat het Centrum, in het kader van zijn bewustmakingsactiviteiten inzake ethische kwesties, integriteit en interne controlekwesties, voor al zijn personeelsleden en de leden van de raad van bestuur periodiek verplichte sessies organiseert over goed bestuur, met inbegrip van fraudegerelateerde kwesties;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>juicht het toe dat het Centrum bij zijn communicatie-activiteiten probeert een breder publiek te bereiken, waaronder door gebruik te maken van een tool voor machinevertaling op de website van het Centrum, dat erop gericht is al zijn webpagina’s in alle officiële talen van de instellingen van de Unie aan te bieden; stelt vast dat het Centrum in 2022 in meerdere innovatieve producten heeft geïnvesteerd, zoals “corporate” videoproducties, motion graphics, animaties (over de stelsels voor beroepsonderwijs en -opleiding van de landen die in 2022 het voorzitterschap van de Unie waarnemen, te weten Frankrijk en Tsjechië), podcasts, alsook nieuwe datavisualiseringen en onlinegegevensbanken, die het webportaal van het Centrum hebben versterkt; stelt met tevredenheid vast dat de publicaties en briefingnota’s van het Centrum tienduizenden mensen hebben bereikt via rechtstreeks downloads; prijst het Centrum voor de verbetering van zijn sociale-mediastatistieken in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>beklemtoont dat beroepsonderwijs en -opleiding en volwassenenonderwijs tot de prioritaire aandachtsgebieden van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) behoren en bijdragen tot het groene en digitale herstel, en dat het ESF+ voor de periode 2021-2027 over een budget van bijna 99,3 miljard EUR beschikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat als gevolg van de hoge inflatiepercentages en de daarmee gepaard gaande loonaanpassing, loonsverhogingen hoger uitvielen dan de oorspronkelijke prognoses en dat dit, in combinatie met een verhoging van de aanpassingscoëfficiënt, heeft geleid tot een beperking van de flexibiliteit wat betreft de toekenning van extra middelen voor de kernactiviteiten;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financieel beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>