<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0240</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0112/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2171(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0109/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 21,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0112/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2171(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0109/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 168/2007 van de Raad van 15 februari 2007 tot oprichting van een Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB L 53 van 22.2.2007, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 21,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0112/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2171(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0112/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (het “Bureau”) voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 38 van 31.1.2023, blz. 189.</FIELD></FOOTNOTE> 25 857 952 EUR bedroeg, d.w.z. een stijging van 4,01 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de begroting van het Bureau bijna uitsluitend afkomstig is uit de begroting van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat er met betrekking tot de sector aanbestedingen van het Bureau voor 2022 geen zaken zijn gemeld die corrigerende maatregelen vereisen, en dat er ook geen corrigerende maatregelen lopen of nog niet zijn uitgevoerd in het kader van controles en beoordelingen van voorgaande jaren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Bureau voor het begrotingsjaar 2022 (hierna “het verslag van de Rekenkamer” genoemd) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Bureau betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen wat betreft de ontvangsten op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 geresulteerd hebben in een uitvoeringspercentage van vastleggingskredieten van het lopende jaar van 100,00 % (net als in 2021); stelt vast dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten van het lopende jaar 73,59 % bedroeg, wat neerkomt op een lichte stijging van 2,64 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat er in 2022 drie begrotingsamendementen zijn goedgekeurd, waarbij de begroting van het Bureau met 1 562 781 EUR is verhoogd, met betrekking tot de middelen die waren ontvangen in het kader van de samenwerkingsovereenkomst met het Bureau voor het financieel mechanisme van de subsidies van de EER en Noorwegen en de partnerschapsovereenkomsten met het Nationaal Instituut voor de Statistiek van Bulgarije, de Griekse Ombudsman en het Roemeense Openbaar Ministerie, alsook met betrekking tot de huursubsidie van de Oostenrijkse autoriteiten en de interne bestemmingsontvangsten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt met bezorgdheid op dat het Bureau volgens het verslag van de Rekenkamer 6,4 miljoen EUR (d.w.z. 26 %) van de beschikbare vastleggingskredieten had overgedragen van 2022 naar 2023, waarvan 5,9 miljoen EUR kredieten van titel III omvatte, die betrekking hadden op operationele uitgaven (74 % in 2021); benadrukt dat een hoog niveau van overdrachten een terugkerend probleem voor het Bureau is dat de Rekenkamer al meerdere begrotingsjaren op rij heeft vastgesteld, en wel voor het eerst in 2018; wijst op het hernieuwde advies van de Rekenkamer, waarin zij vaststelt dat een hoog niveau van overdrachten in strijd is met het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit en wijst op structurele problemen in de begrotings- en uitvoeringscyclus; distilleert uit het antwoord van het Bureau op de opmerking van de Rekenkamer en uit het verslag van het Bureau, getiteld “Opmerkingen van het Europees Parlement over de kwijting 2021 voor het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en door het Bureau genomen maatregelen (hierna “het follow-upverslag van het Bureau” genoemd) de volgende opmerkingen over het hoge niveau van overdrachten in verband met de operationele activiteiten van het Bureau: het specifieke kader waarbinnen het Bureau werkt, maakt het moeilijk om operationele uitgaven veel eerder in het jaar vast te leggen, het IT-instrument Matrix is verbeterd met het oog op een nauwlettender toezicht op de begrotingsuitvoering en een vroegtijdige raming van de overdrachten (C8-kredieten) voor het volgende jaar, en bij de beoordeling van de uitvoering van de begroting moet rekening worden gehouden met het definitieve bedrag, dat in de afgelopen tien jaar hoger lag dan 99 %; onderkent dat het net als in voorgaande jaren hoge niveau van overdrachten ook inherent is aan de aard van de kernactiviteiten van het Bureau;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Bureau in het kader van zijn prestatiemeting gebruikmaakt van 25 kernprestatie-indicatoren (KPI’s); prijst het hoge prestatieniveau ten opzichte van zijn KPI’s in 2022, waarbij het Bureau bijna alle per KPI vastgestelde streefdoelen heeft overschreden, een hoge mate van tevredenheid van belanghebbenden heeft weten te behouden met betrekking tot de events van het Bureau en de relevantie, het nut en de betrouwbaarheid van de output van het Bureau en heeft bijgedragen tot een goed begrip van de grondrechten en trends daarin; prijst de inspanningen van het Bureau die hebben bijgedragen tot zijn prestaties in 2022, ondanks de herprioritering van alle lopende activiteiten en personele en financiële middelen en het uitstel en de herschikking van een aantal projecten van het Bureau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>neemt met waardering kennis van de prestaties van het Bureau, en met name van de hoge output die in 2022 is geproduceerd, waaronder publicaties, bijeenkomsten, de organisatie van events, technische bijstand en activiteiten voor capaciteitsopbouw, alsook schriftelijke en mondelinge input; stelt vast dat er in 2022 in 213 publicaties naar de werkzaamheden van het Bureau is verwezen en dat het Bureau 4 319 keer werd genoemd in de media; prijst de activiteiten van het Bureau met betrekking tot strategische prioriteit 1,“Identificatie van trends: het verzamelen en analyseren van vergelijkbare gegevens en bewijzen”, die volgens de belanghebbenden van het Bureau het meest relevant zijn en de meeste waarde toevoegen; wijst in dit verband op de prestaties van het Bureau in 2022, zoals de publicatie van het verslag “Roma in 10 European countries”, waarin onder meer werd gewezen op de verbeteringen en lacunes bij de integratie van de Roma, het bulletin over asiel en migratie, waarin werd gekeken naar de situatie van de grondrechten van mensen die in het laatste kwartaal van 2021 in de lidstaten en kandidaat-lidstaten van de Unie vanuit derde landen aankwamen, het verslag “Bias in algorithms. Artificial intelligence and discriminations”, waarmee het Bureau de eerste internationale mensenrechtenorganisatie was die onder meer inging op vooroordelen in algoritmen en dat in de eerste zeven dagen na publicatie het meest gedownloade verslag van het Bureau van 2022 is geworden, en het verslag “Protecting civil space in the EU – Key findings and FRA opinions”, dat een overzicht geeft van de belangrijkste kwesties in verband met de civiele ruimte in de hele Unie); vindt het met betrekking tot laatstgenoemd verslag verheugend dat het Bureau heeft aangetoond in staat te zijn het beleid en de wetgevingsprocessen op het vlak van de civiele ruimte te beïnvloeden, met projecten van het Tsjechische voorzitterschap van de Raad en de Commissie over dit onderwerp waarbij het Bureau in 2022 betrokken was;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is ingenomen met de tijdige reactie van het Bureau op nieuwe grondrechtenkwesties, bijvoorbeeld door het bieden van algemene richtsnoeren in zijn verslag over de instelling van nationale onafhankelijke mechanismen om toezicht te houden op de naleving van de grondrechten aan de buitengrenzen van de EU, waarmee de lidstaten worden bijgestaan bij het opzetten of versterken van hun nationale mechanismen om toezicht te houden op de naleving van de grondrechten en het bieden van waarborgen voor de onafhankelijkheid van het mechanisme; herinnert eraan dat het internationaal recht een niet-discriminerende behandeling van alle vluchtelingen vereist;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt met waardering vast dat het Bureau snel maatregelen heeft genomen om in te spelen op de mensenrechtensituatie in Oekraïne na de illegale en niet-uitgelokte invasie van Rusland, door middel van verschillende belangrijke acties, zoals een online-enquête over de ervaringen van ontheemden die Oekraïne ontvlucht zijn, twee bulletins over de gevolgen van de oorlog in Oekraïne voor de grondrechten in de lidstaten, de publicatie van een tabel over de uitvoering door 16 lidstaten van Richtlijn 2001/55/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PB L 212 van 7.8.2001, blz. 12).</FIELD></FOOTNOTE> en projecten voor het verzamelen van gegevens over de ervaringen van vrouwen die de oorlog ontvlucht zijn met betrekking tot geweld en andere mensenrechtenschendingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>erkent de rol van het Bureau bij het versterken van de nationale mensenrechteninfrastructuur door samen te werken en synergieën tot stand te brengen met mensenrechteninstellingen en partnerschappen aan te gaan met maatschappelijke instellingen; neemt nota van de voortdurende ondersteuning van het Bureau op het gebied van asiel en migratie, waarbij het de lidstaten regelmatig voorziet van overzichten van kwesties in verband met migratiegerelateerde grondrechten; is ingenomen met de rol van het Bureau bij het bevorderen van een op mensenrechten gebaseerd discours door te voorzien in doeltreffende communicatie, bij te dragen aan de ontwikkeling van nieuwe digitale toepassingen en instrumenten en actoren op het gebied van mensenrechten samen te brengen om Europese waarden en vrijheden te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt met grote bezorgdheid op dat het Bureau wat betreft de monitoring van de situatie in Hongarije met betrekking tot de grondrechten en de rechtstaat heeft besloten samen te werken met en gebruik te maken van informatie afkomstig van de Nationale Universiteit voor het openbaar ambt en het Bureau van de commissaris voor de grondrechten, ondanks het feit dat beide instellingen in het verleden hebben bijgedragen aan de achteruitgang van de grondrechten in Hongarije; merkt bijvoorbeeld op dat de Europese Commissie in haar Verslag over de rechtsstaat 2022 haar “ernstige zorgen” uitte ten aanzien van de onafhankelijkheid van de Hongaarse commissaris voor de grondrechten; betreurt dat het Bureau desondanks besloten heeft de samenwerking met instellingen die feitelijk bijdragen aan democratische achteruitgang niet te heroverwegen, hoewel de kerntaak van het Bureau zou moeten zijn een bijdrage te leveren aan het verdedigen van grondrechten, met name in problematische gevallen zoals de Hongaarse regering; verzoekt het Bureau zijn samenwerking met deze instellingen op te schorten en de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van zijn voortgang in dit verband;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en verbeteringen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat het Bureau in 2022 met het netwerk van agentschappen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (JHAAN) en de agentschappen waaruit het bestaat, is blijven samenwerken om uitdagingen op hun onderlinge werkterreinen aan te pakken, zoals interne veiligheid, migratie, georganiseerde misdaad, asiel en grenzen, door met deskundigheid op het gebied van de grondrechten een bijdrage te leveren; neemt in dit verband met name kennis van de samenwerking van het Bureau met het Europees Instituut voor gendergelijkheid bij de voorbereiding van een enquête over geweld tegen vrouwen, met het Asielagentschap van de Europese Unie bij de herziening van een aantal opleidingsmodules en de voorbereiding van een brochure over tijdelijke bescherming van voogden van niet-begeleide kinderen, met het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving bij het faciliteren van opleidingen over gegevens en rapportage over haatmisdrijven, en met het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken bij de ontwikkeling van het handboek over cybercriminaliteit en de grondrechten; neemt er nota van dat het Bureau in 2022 heeft samengewerkt met agentschappen en andere entiteiten buiten het JHAAN, zoals de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden, de Europese Arbeidsautoriteit en Eurostat; pleit ervoor verdere synergieën te onderzoeken en in kaart te brengen om de efficiëntie te verhogen en de kosten te verlagen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>maakt uit de antwoorden op de schriftelijke vragen van het Parlement op dat het Bureau initiatieven heeft ontplooid om zijn efficiëntie te vergroten en verbeteringen aan te brengen, door repetitieve taken te automatiseren, bestaande bedrijfsprocessen in kaart te brengen en aan te passen, de organisatiestructuur te herzien om beter gebruik te maken van de bestaande middelen, samenwerkingsplatforms op systematischere wijze in te richten, de regels en procedures te vereenvoudigen die van toepassing zijn op het beheer van financiële en personele middelen en kwalitatieve evaluaties uit te voeren van de inspanningen om de efficiëntie te verhogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Bureau in 2022 zijn HR-processen is blijven automatiseren en stroomlijnen, onder meer door het gebruik van Sysper uit te breiden; merkt in dit verband op dat het Bureau een nieuw aanwervingsinstrument in het leven heeft geroepen om de selectie te vergemakkelijken en een gebruiksvriendelijkere ervaring voor kandidaten en voor HR te creëren, en dat het aanvullende gegevensinstrumenten heeft ingevoerd om aspecten van de loonadministratie te automatiseren; merkt tevens op dat het Bureau ondertussen gebruik is gaan maken van het elektronische systeem voor archivering en beheer van bestanden (ARES) van de Commissie, wat heeft geleid tot de integratie van de oplossing EU Sign die het gebruik van de gekwalificeerde elektronische handtekening mogelijk maakt; prijst de voltooiing van de voorbereidingen voor de uitrol van het beheersinstrument voor overheidsopdrachten (e-aanbesteding) van de Commissie in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>neemt kennis van de “meer doen met minder”-aanpak van het Bureau, met besparingen van 350 000 EUR die al zijn gerealiseerd en 200 000 EUR aan te verwachten besparingen als gevolg van het gebruik van interne middelen voor de ontwikkeling van nieuwe IT-toepassingen en de nieuwe cloudtechnologieën die het Bureau hebben geholpen zijn IT-infrastructuur verder te optimaliseren; merkt op dat het Bureau ook streeft naar een efficiënt gebruik van zijn middelen, onder andere door applicaties van de Commissie in gebruik te nemen, de temperatuur van de verwarming van gebouwen te verlagen, papierloze procedures op het gebied van financiën en contracten te hanteren en de post- en koeriersdiensten af te bouwen; moedigt het Bureau aan om beste praktijken zoals deze ook extern uit te dragen via zijn samenwerkingskanalen met andere gedecentraliseerde agentschappen van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>neemt er nota van dat het Bureau volgens het verslag van de Rekenkamer niet tot de agentschappen behoort die bedrijfsplannen hebben opgesteld om de energie-efficiëntie en klimaatneutraliteit van hun activiteiten te verbeteren, een of andere vorm van milieuverslaglegging hebben opgenomen in hun jaarlijkse activiteitenverslagen en de EMAS-registratie hebben ontvangen; concludeert niettemin uit de antwoorden van het Bureau op de schriftelijke vragen van het Parlement dat EMAS-certificering gepland staat zodra het Bureau naar zijn nieuwe locatie verhuist, die ook moet voldoen aan de vereisten van de Europese Green Deal; prijst het Bureau voor de invoering van groene criteria voor overheidsopdrachten in verband met milieu- en sociale vereisten, en van selectie- en gunningscriteria – waarbij moet worden opgemerkt dat het Bureau voornamelijk diensten inkoopt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 94 % ingevuld was, aangezien 68 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 72 die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (hetzelfde aantal toegestane posten als in 2021); stelt vast dat er in 2022 verder nog 28,4 contractanten (voltijdequivalenten (vte)) en 9 gedetacheerde nationale deskundigen (vte, waarvan één kosteloos) voor het Bureau werkten; stelt vast dat het personeelsverloop in 2022 laag was (1,9 %); merkt bovendien op dat het Bureau in 2022 de HR-processen is blijven automatiseren en stroomlijnen om tot meer efficiëntie te komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>neemt met tevredenheid kennis van het genderevenwicht bij het hoger en middenmanagement van het Bureau, dat bestaat uit 3 mannen (50 %) en 3 vrouwen (50 %), bij de raad van bestuur, waar 33 van de 65 leden vrouw zijn (51 %), en bij het personeel van het Bureau in het algemeen, waar 57 van de 105 medewerkers (54 %) vrouw zijn; merkt op dat genderevenwicht een van de centrale doelstellingen van het Bureau met betrekking tot non-discriminatie is, en bijzondere aandacht geniet in het werk van zijn subgroepen, zoals de Groep gelijkheid en diversiteit, die zich inzet voor non-discriminatie op het vlak van gender in alle aspecten van het personeelsbeleid van het Bureau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>stelt vast dat het Bureau op 1 oktober 2022 medewerkers uit 23 lidstaten in dienst had; is ingenomen met de inspanningen van het Bureau om een geografisch evenwicht te bereiken; merkt op dat het Bureau, in het kader van zijn strategie voor gelijke kansen en non-discriminatie, de bevordering van diversiteit met inbegrip van geografisch evenwicht onderdeel heeft gemaakt van de algemene doelstellingen die van toepassing zijn op HR-processen zoals aanwerving en selectie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat het Bureau diverse maatregelen voor de integratie van personen met een handicap heeft genomen door te voorzien in accommodatie, door verbeteringen in zijn gebouwen aan te brengen om de toegankelijkheid te bevorderen, door uitzonderlijk telewerken mogelijk te maken en door regelmatig opleidingen te organiseren voor het personeel om meer bewustzijn te kweken over personen met een handicap; is ingenomen met de inspanningen van het Bureau om stageaanvragen van kandidaten met een handicap te stimuleren; merkt op dat het Bureau ook bezig is met de voorbereiding van beleid ter ondersteuning van personen met een handicap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>merkt op dat het Bureau het welzijn van zijn personeel heeft ondersteund door psychologische ondersteuning te verlenen, lichaamsbeweging aan te moedigen door middel van een in 2022 aangenomen nieuwe regeling die voorziet in een financiële bijdrage voor het lidmaatschap van een sportclub en de goedkeuring van de regels van de Commissie inzake hybride werken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten, en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>constateert dat de cv’s en belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur en het managementteam op de website van het Bureau zijn gepubliceerd; maakt uit het follow-upverslag van het Bureau op dat het heeft besloten de informatie over interne deskundigen niet langer op zijn website te publiceren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het Agentschap in 2022 de belangenverklaringen van alle personeelsleden heeft herzien/geactualiseerd, met als resultaat dat er enkele preventieve aanbevelingen zijn gedaan; merkt bovendien op dat het Bureau het personeel verplichte opleidingen over ethiek en integriteit geeft en richtsnoeren verstrekt voor de beoordeling van externe activiteiten; merkt met betrekking tot het toezicht op de naleving door voormalige personeelsleden van het Bureau van de toepasselijke besluiten op het gebied van “draaideurbeleid” en de daarmee verband houdende beperkingen op dat het Bureau de mogelijkheid onderzoekt om steekproefsgewijze controles uit te voeren; verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit van de vorderingen hieromtrent op de hoogte te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt op dat het Bureau in 2022 een potentieel risico op een vermeend belangenconflict van een lid van de raad van bestuur heeft vastgesteld in verband met een projectovereenkomst die door het Bureau is ondertekend en die met de subsidies van de EER/Noorwegen was gefinancierd; merkt op dat na een beoordeling werd geconcludeerd dat de situatie geen feitelijk belangenconflict vormde; is niettemin ingenomen met de maatregelen die zijn genomen om dergelijke risico’s te beperken, onder meer om vóór de volgende vergadering van de raad van bestuur het betrokken lid van de raad van bestuur te verzoeken de belangenverklaring bij te werken, en om dat lid te verzoeken zich van stemming te onthouden bij besluiten van de raad van bestuur met betrekking tot het project in kwestie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controles</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt op dat het Bureau in 2022 zijn internecontrolesystemen heeft beoordeeld en heeft geconcludeerd dat deze doeltreffend zijn en dat de componenten en beginselen aanwezig zijn en in het algemeen goed functioneren, met enkele kleine tekortkomingen met betrekking tot de beginselen 5, 13 en 14 in verband met de tijdige afronding van de loopbaanbeoordelingsprocedure en de noodzaak om de strategie voor het beheer van de interne en externe communicatie met belanghebbenden te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>merkt op dat het actieplan met betrekking tot de in 2021 geactualiseerde fraudebestrijdingsstrategie van het Bureau momenteel wordt uitgevoerd en dat er werk wordt gemaakt van alle bijbehorende acties, met inbegrip van een specifieke frauderisicobeoordeling, bewustmaking van het personeel met betrekking tot de regels inzake fraudepreventie en klokkenluiders, en een tijdige actualisering van het rechtskader;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van het Bureau om zijn publieke zichtbaarheid en online aanwezigheid te vergroten; prijst de verbeterde maatstaven van het Bureau met betrekking tot het gebruik van verschillende socialemediaplatforms in 2022; merkt op dat het Bureau in 2022 een socialemediacampagne met de titel “Our Data, Your Ally” heeft opgezet om jongeren te informeren over de jeugdgegevens die zij kunnen gebruiken bij hun werkzaamheden als belangenbehartigers; merkt verder op dat het Bureau in 2022 134 vergaderingen en events (mee) heeft georganiseerd, waaronder workshops en webinars, alsook de vierde grondrechtendialoog in Parijs, in samenwerking met het Franse voorzitterschap van de Raad, de liaisonbureaus van de Commissie en het Parlement in Frankrijk en de stad Parijs, en de eerste bijeenkomst op de eigen locatie van leiders en deskundigen op het vlak van mensenrechten met als titel “De mensenrechten centraal stellen in de toekomst van Europa”, waaraan 60 belanghebbenden op allerlei vakgebieden deelnamen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>