<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0242</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Europees Milieuagentschap</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0130/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2149(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0087/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 401/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk<FOOTNOTE><FIELD>PB L 126 van 21.5.2009, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 13,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9‑0130/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van het Europees Milieuagentschap kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Milieuagentschap, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2149(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0087/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 401/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 inzake het Europees Milieuagentschap en het Europees milieuobservatie- en -informatienetwerk<FOOTNOTE><FIELD>PB L 126 van 21.5.2009, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 13,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9‑0130/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Europees Milieuagentschap, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2149(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Milieuagentschap voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9‑0130/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Europees Milieuagentschap (het “Agentschap”) voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 38 van 31.1.2023, blz. 6.</FIELD></FOOTNOTE> 88 173 021 EUR bedroeg, wat neerkomt op een stijging van 35,93 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de begroting van het Agentschap wordt gefinancierd uit de begroting van de Unie en de EVA-bijdrage (63,32 %) en uit bijdragen in het kader van specifieke overeenkomsten (36,67 %);</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022 (het “verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat er met betrekking tot de sector aanbestedingen van het Agentschap voor 2022 geen zaken zijn gemeld die corrigerende maatregelen vereisen, en dat er ook geen corrigerende maatregelen lopen of nog niet zijn uitgevoerd in het kader van controles en beoordelingen van voorgaande jaren;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage voor de vastleggingskredieten voor het lopende jaar van 100 %, net zoals in 2021; merkt op dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten voor het lopende jaar 86,66 % bedroeg, wat neerkomt op een stijging van 1,75 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in haar verslag van 2021 heeft geconcludeerd dat het gebruik van een procedure van gunning door onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking om een kaderovereenkomst te wijzigen door het oorspronkelijke budget te verdubbelen tot 1 miljoen EUR onregelmatig was en dat bijgevolg alle latere betalingen in het kader van deze procedure onregelmatig waren; merkt voorts op dat het contract in december 2022 is afgelopen en dat de bijbehorende betalingen in 2022 470 660 EUR bedroegen; merkt op dat de opmerking van de Rekenkamer hierover reeds is afgesloten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat het prestatiekader van het Agentschap is opgebouwd rond 5 prestatiedoelstellingen die worden gemonitord door 17 meerjarige kernprestatie-indicatoren (KPI’s), waaronder de bezettingsgraad van het personeel, de uitvoering van de begroting en de uitvoering van het jaarlijkse werkprogramma; merkt op dat het uitvoeringspercentage voor het jaarlijkse werkprogramma 95 % was wat betreft de belangrijkste verslagen en beoordelingen, en 96 % wat betreft de geactualiseerde kernindicatoren, en dat beide percentages dus boven het streefcijfer van 90 % lagen; neemt kennis van de indicatoren die niet of niet volledig zijn bereikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap in 2022 een belangrijke rol is blijven spelen bij het onderbouwen van acties ter ondersteuning van het milieu, en daarbij inspeelt op de doelstellingen van de Europese Green Deal en het achtste milieuactieprogramma (het 8e MAP), alsook op de algemene ambities en mondiale toezeggingen van Europa; is ingenomen met het feit dat het Agentschap de overeengekomen acties en taken is blijven uitvoeren en nieuwe acties en taken op zich heeft genomen ter ondersteuning van de groene transitie en de uitvoering van de Europese klimaatwet, waarbij de acties zijn gekoppeld aan de aanpassingsstrategie van de EU; merkt voorts op dat dit het tweede jaar was van de tenuitvoerlegging van de strategie 2021‑2030 van het milieuobservatie- en -informatienetwerk (Eionet), die tot doel heeft de beleidsmakers van de Unie en het publiek de beste beschikbare kennis te verschaffen om de doelstellingen op het gebied van milieu en duurzaamheid te verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat het Agentschap in 2022, terwijl grote delen van Europa werden geteisterd door hittegolven, droogten en bosbranden en het continent de heetste zomer ooit doormaakte, in 27 000 onlineartikelen werd genoemd en dat verschillende personeelsleden, als gevolg van de aanzienlijke mediabelangstelling, door mediakanalen in heel Europa werden geïnterviewd, waarbij de nadruk lag op de oorzaken en gevolgen van extreem weer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>herinnert eraan dat het Agentschap in 2022 nieuwe taken op zich heeft genomen om de groene transitie en de uitvoering van de Europese klimaatwet te ondersteunen, zoals de oprichting van de Europese wetenschappelijke adviesraad inzake klimaatverandering, en tegelijkertijd zijn werkzaamheden heeft gekoppeld aan de aanpassingsstrategie van de EU, waardoor het Agentschap een steeds grotere rol speelt bij de verwezenlijking van de Europese klimaatdoelstellingen; waardeert dat het Agentschap de leden van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid (ENVI) van het Parlement ondersteunt met wetenschappelijk onderbouwde en actuele gegevens en informatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat in 2022 een nieuw Europees thematisch centrum voor biodiversiteit en ecosystemen voor de periode 2023‑2026 is opgericht;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en winst</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>herinnert eraan dat het Agentschap in 2022, in overeenstemming met de aanpak van de afgelopen jaren, is blijven streven naar efficiëntiewinst door diensten te delen met de Commissie, andere EU-agentschappen en het netwerk van EU-agentschappen (EUAN) – gedeeld ondersteuningsbureau in Brussel; merkt op dat het Agentschap in navolging van deze praktijk heeft gestreefd naar gezamenlijke aanbestedingen met de diensten van de Commissie en de EUAN, hetzij door middel van aanbestedingen en leiding bij kaderovereenkomsten die ook door de Commissie en andere EU-agentschappen worden gebruikt, hetzij door gebruik te maken van kaderovereenkomsten die door anderen worden geleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat het Agentschap ook gebruikmaakt van diverse diensten (bv. salarisadministratie, IT-beveiliging) en systemen van de Commissie (bv. ABAC, Sysper, Ares, e-Prior), in overeenstemming met efficiëntiewinsten in verband met het toegenomen gebruik van elektronische instrumenten ter ondersteuning van administratieve processen, onder meer op het gebied van aanbestedingen, financiën en personeel; merkt daarnaast op dat het Agentschap als reactie op de beperkingen in verband met de COVID‑19-pandemie is begonnen met online-aanwervingen en dat dit proces werd ondersteund door een aanwervingsplatform (Systal), waardoor het Agentschap in 2021 en 2022 een groot aantal aanwervingen kon afronden en het aantal open vacatures aan het eind van het jaar laag was;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>stelt vast dat de voortdurende transitie van het Agentschap naar werken op basis van activiteiten heeft bijgedragen tot efficiëntiewinst bij het dynamische en flexibele gebruik van de gerenoveerde kantoorruimte, naast de uitgebreide mogelijkheden voor het personeel van het Agentschap om te telewerken; stelt bovendien met tevredenheid vast dat het Agentschap is overgestapt op een “mobile only”-beleid, wat op zijn beurt aanzienlijke besparingen op de telefoonkosten heeft opgeleverd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>herinnert eraan dat het belangrijk is het Agentschap verder te digitaliseren wat interne werking en beheer betreft, maar ook om de digitalisering van de procedures te versnellen; benadrukt dat het Agentschap op dit vlak proactief moet blijven om het ontstaan van een digitale kloof tussen de EU-agentschappen te voorkomen; wijst er evenwel op dat alle noodzakelijke beveiligingsmaatregelen moeten worden getroffen om risico’s voor de onlineveiligheid van de verwerkte informatie uit te sluiten; benadrukt de noodzaak steviger op te treden tegen cyberaanvallen of infiltratiepogingen, met name tegen deze die uit Rusland of China afkomstig zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt het Agentschap zich te blijven inzetten voor samenwerking met andere EU-agentschappen en internationale organisaties, alsook voor de dialoog met belanghebbenden en burgers;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 97,33 % was ingevuld, aangezien 3 ambtenaren en 143 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 150 posten die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (ten opzichte van 140 toegestane posten in 2021); merkt op dat er in 2022 verder nog 84 arbeidscontractanten en 13 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap werkten; merkt op dat de personeelsformatie die in het kader van de begroting van de Unie is toegestaan, tussen 2021 en 2023 is uitgebreid met 25 tijdelijke functionarissen en 14 arbeidscontractanten met het oog op de uitvoering van nieuwe taken die verband houden met de wetenschappelijke adviesraad inzake klimaatverandering, LULUCF, Seveso en de wetgeving inzake natuurherstel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>betreurt het gebrek aan genderevenwicht in het hoger management van het Agentschap, waar 6 van de 9 leden (67 %) man zijn; neemt met tevredenheid kennis van het genderevenwicht in de raad van bestuur van het Agentschap, waar 18 van de 36 leden (50 %) man zijn; neemt kennis van het genderevenwicht binnen het totale personeelsbestand van het Agentschap, waar 118 van de 221 medewerkers (53 %) vrouw zijn; verzoekt het Agentschap in de toekomst voor genderevenwicht in het hoger management te zorgen; stelt vast dat het Agentschap het “Handvest diversiteit en inclusie” nog niet heeft goedgekeurd en spoort het Agentschap ertoe aan dit te doen en actief deel te nemen aan initiatieven ter bevordering van diversiteit en inclusie op de werkplek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het geografische evenwicht in het hoger en middenmanagement van het Agentschap, waar geen leidinggevend personeel uit Midden- en Oost-Europa werkt; dringt erop aan dat de situatie wordt verbeterd; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de ontwikkelingen op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Agentschap een coördinator voor welzijn heeft en uitgebreide werkzaamheden heeft verricht op het gebied van bewustmaking en het opzetten van processen voor personeel dat na langdurige afwezigheid terugkeert, en dat het personeel, indien nodig, professionele bijstand krijgt via de medisch adviseur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt op dat het Agentschap, om het risico op burn-out te verlagen, samen met zijn zorgaanbieder een stressmonitoringapp (met de naam “Howdy”) heeft ingevoerd; neemt er nota van dat de medewerkers voor de app worden aangemeld en regelmatig een reeks vragen krijgen aan de hand waarvan hun stressniveau wordt gemonitord, en dat zij, als dit niveau toeneemt, door een medisch psycholoog worden benaderd om de resultaten te bespreken; merkt op dat het personeel drie bezoeken mag afleggen aan een psycholoog van de zorgaanbieder van het Agentschap om aan problemen te werken; benadrukt dat dit alles anoniem gebeurt en dat het Agentschap alleen statistieken ontvangt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat het Agentschap een beleid heeft inzake de bescherming van de persoonlijke waardigheid en de voorkoming van psychologische en seksuele intimidatie, en dat het deel uitmaakt van de taskforce van vertrouwenspersonen van de agentschappen; ziet uit naar het verslag en de aanbevelingen van deze taskforce; stelt vast dat er in 2022 geen gevallen van intimidatie zijn gemeld en spoort het Agentschap ertoe aan zijn inspanningen op dit vlak voort te zetten en verder uit te bouwen, zodat dergelijke gevallen ook in de toekomst worden verhinderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat er ondanks het meerjarige karakter van de taken van het Agentschap een onevenwicht bestaat tussen het aantal vaste en het aantal tijdelijke posten en tussen het aantal personeelsleden dat operationele activiteiten verricht en het aantal personeelsleden dat ondersteunende activiteiten verricht, wat voortdurende omscholing noodzakelijk maakt en tot een te hoge werklast leidt voor wetenschappers; roept het Agentschap ertoe op zijn personeelsbeleid te herzien; is van mening dat het aantal posten de komende jaren aanzienlijk moet blijven stijgen, gezien de grote stijging van de werklast, zodat het Agentschap zijn taken in het kader van de EU-doelstellingen op het gebied van onder meer klimaatneutraliteit, de circulaire economie en natuurherstel, naar behoren kan uitvoeren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten, en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>herinnert eraan dat de leden van het hoger management en de raad van bestuur een belangenverklaring moeten overleggen die op de website van het Agentschap wordt gepubliceerd; merkt op dat de leden van het hoger management, als onderdeel van de dialoog over loopbaanontwikkeling, zich weer rekenschap moeten geven van eventuele belangenconflicten op basis van een eigen verklaring (als onderdeel van de zelfbeoordeling), waarbij het lid van het hoger management, als personeelslid, moet aangeven of er nieuwe contacten zijn of worden gelegd of activiteiten zijn of worden ondernomen die tot een potentieel belangenconflict kunnen leiden; merkt op dat de verantwoordelijke lijnmanager bij de afronding van het loopbaanontwikkelingsplan zijn/haar eigen beoordeling van de kwestie van belangenconflicten moet specificeren; constateert dat er in 2022 geen belangenconflicten zijn vastgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat het Agentschap de ingediende cv’s en belangenverklaringen van leden van de raad van bestuur en het hoger management blijft bijhouden en op zijn website publiceert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt op dat het Agentschap volgens de follow-up van de opmerkingen in verband met de kwijting van 2021 bezig is zijn beleid inzake de preventie van en de omgang met belangenconflicten te herzien om de geschiktheid en relevantie ervan te beoordelen aan de hand van een risicogebaseerde aanpak; merkt op dat het Agentschap daarbij rekening zal houden met zijn interne controle- en corruptiebestrijdingsmechanismen en aanpassingen zal aanbrengen in geval van eventuele lacunes; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de resultaten van bovengenoemde beoordeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>beaamt dat het Agentschap zichtbaarder is geworden; is evenwel van mening dat er nog ruimte is voor meer zichtbaarheid in de media, op internet en op sociale media om het werk van het Agentschap en de gevaren voor het milieu onder de aandacht van de burgers te brengen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>neemt er nota van dat het Agentschap in 2022 verder heeft gewerkt aan de structurele veranderingen in zijn werkwijzen waarmee in 2021 een begin is gemaakt; merkt op dat, zodra de wijzigingen volledig zijn doorgevoerd, de volledige aandacht zal worden besteed aan de actualisering van de documentatie van de procedures om de in het internecontrolekader van het Agentschap vastgestelde tekortkomingen te verhelpen; merkt op dat de aanpak van het Agentschap inzake risicobeheer gedeeltelijk aan de eisen voldoet, aangezien risico’s in de hele organisatie worden vastgesteld en geanalyseerd, maar dat de systematische vaststelling, beoordeling en follow-up van risico’s op het niveau van de projectgroepen beperkt is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>merkt op dat de controleactiviteiten ter beperking van risico’s ook gedeeltelijk aan de eisen voldoen, aangezien zij als gevolg van structurele veranderingen in 2022 verouderd zijn; merkt op dat het beleid van het European Topic Centre en het subsidiebeleid ook verouderd zijn als gevolg van de wijziging van de controlestructuur in 2022 en dat er bedrijfscontinuïteitsplannen zijn, die tijdens crises op doeltreffende wijze zijn gebruikt, maar dat de maatregelen ervan verspreid zijn over verschillende documenten en niet zijn bijgewerkt, en derhalve de nieuwe werkwijzen niet weerspiegelen; vraagt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die zijn genomen om de documentatieprocedures te actualiseren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is verheugd dat de EMAS-registratie (in het kader van het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem) voor het Agentschap in september 2022 met succes door een bevoegde instantie is verlengd met een jaar; stelt met tevredenheid op grond van het verslag van de Rekenkamer vast dat het Agentschap een van de agentschappen is die jaarlijks een milieuverklaring afgeven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>prijst het Agentschap voor de voortdurende inspanningen die het in 2022 heeft geleverd op het gebied van publieke zichtbaarheid en online aanwezigheid, onder meer door middel van de ontwikkeling van een interactieve digitale bedrijfspublicatie “EEA 2021: the year in brief” waarin wordt uitgelegd wat het Agentschap is en doet, en het lopende meerjarige webproject dat in 2022 belangrijke elementen heeft opgeleverd, zoals een gebruikersgerichte navigatielogica en geactualiseerde inhoud in alle belangrijke kennisgebieden op basis van intensieve gebruikersanalyse;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>prijst het Agentschap voor zijn deelname aan een speciale taskforce waarin kennis, deskundigheid en gegevens worden gebundeld om de milieueffecten van de niet-uitgelokte, ongerechtvaardigde aanval van Rusland op Oekraïne in kaart te brengen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>