<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0244</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0082/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2142(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0080/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 2965/1994 van de Raad van 28 november 1994 tot oprichting van een Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB L 314 van 7.12.1994, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 14,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0082/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de directeur van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2142(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0080/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 2965/1994 van de Raad van 28 november 1994 tot oprichting van een Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB L 314 van 7.12.1994, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 14,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0082/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2142(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0082/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie (hierna het “Bureau”) voor het begrotingsjaar 2022 volgens de staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 38 van 31.1.2023, blz. 38.</FIELD></FOOTNOTE> 49 839 955 EUR bedroeg, wat neerkomt op een daling van 6,02 % ten opzichte van 2021; overwegende dat 95,80 % van de begroting van het Bureau afkomstig is van rechtstreekse bijdragen van instellingen en van andere agentschappen en organen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Bureau voor het begrotingsjaar 2022 (hierna “het verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Bureau betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen wat betreft de ontvangsten op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn; overwegende dat de Rekenkamer 1,3 miljoen EUR aan onregelmatige betalingen heeft aangetroffen, waarvan 0,6 miljoen EUR volgens de Rekenkamer is voortgevloeid uit het feit dat de rechtvaardiging van het Bureau voor de keus van bepaalde aanbestedingsprocedures zonder voorafgaande kennisgeving ontoereikend was, en waarvan 0,7 miljoen EUR verband houdt met het verzuim van het Bureau om toe te zien op het gebruik van de financiële maxima op het niveau van afzonderlijke procedures en kaderovereenkomsten voor vertalingen, wat cumulatief neerkomt op 2,4 % van de in 2022 beschikbare betalingskredieten, waarmee de voor de controle vastgestelde materialiteitsdrempel werd overschreden en als gevolg waarvan een oordeel met beperking werd afgegeven over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende betalingen bij de rekeningen van het Bureau; overwegende dat de Rekenkamer tot de conclusie is gekomen dat de onderliggende verrichtingen wat betreft de betalingen voor het per 31 december 2022 afgesloten begrotingsjaar, met uitzondering van deze onregelmatige betalingen, op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de vastleggingskredieten van het lopende jaar van 89,08 %, wat neerkomt op een stijging van 5,55 % ten opzichte van 2021; stelt vast dat het uitvoeringspercentage voor betalingskredieten voor het lopende jaar 83,50 % bedroeg, wat neerkomt op een stijging van 6,99 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>stelt vast dat de oorspronkelijke begroting van het Bureau voor 2022 (49,0 miljoen EUR) onderworpen was aan één gewijzigde begroting die in september 2022 door de raad van bestuur van het Bureau werd goedgekeurd en tot doel had de geactualiseerde prognoses van klanten en het resultaat van de evaluatie van alle uitgavenposten door het Bureau daarin op te nemen; merkt voorts op dat in het definitieve begrotingsresultaat voor 2022 het resultaat is opgenomen van de feitelijke berekening van het begrotingsresultaat voor 2022 (minus 0,05 miljoen EUR) plus het begrotingsresultaat voor 2021 van 1,1 miljoen EUR waarvan 2,3 miljoen EUR was overgeschreven naar de “Reserve voor prijsstabiliteit” om de begrotingsstabiliteit van het Bureau in de toekomst te waarborgen, wat resulteert in een in 2023 overgedragen begrotingsresultaat met een tekort van 1,2 miljoen EUR;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>stelt vast dat het totale uitvoeringspercentage van het werkprogramma van het Bureau voor 2022 89,6 % bedroeg volgens de gewijzigde begroting nr. 1/2022; betreurt dat dit percentage lager is dan in 2021 (93,4 %) en derhalve de positieve trend van verbeteringen op jaarbasis sinds 2018, toen het uitvoeringspercentage 82,4 % bedroeg, tot staan brengt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>stelt vast dat het aantal vertaalde, gewijzigde, geredigeerde en gereviseerde documenten (348 070 bladzijden) met 5,2 % is afgenomen ten opzichte van 2021 (367 264 bladzijden); stelt voorts vast dat het aantal vertaalde bladzijden met betrekking tot Uniemerken in 2022 (239 964 bladzijden) verder is afgenomen met 12,6 % ten opzichte van 2021 (274 706 bladzijden), waarmee de significante negatieve trend doorzet; merkt op dat het werkelijke volume van in totaal 588 033 vertaalde bladzijden in 2022 met 8,4 % is afgenomen ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>neemt kennis van de prestaties die in 2022 door het Bureau zijn geleverd, zoals de ontwikkeling van een nieuwe strategie voor 2024‑2027 voor het vergroten van de impact van het Bureau in de bredere context van meertaligheid in het digitale tijdperk, de verlening van diensten op maat, waaronder de verlening van specifieke diensten aan een nieuwe klant, het Europees Openbaar Ministerie, de verdere ontwikkeling van de interinstitutionele terminologiedatabank Interactieve Terminologie voor Europa (IATE) en de ondersteuning en het onderhoud van het interinstitutioneel terminologieportaal EurTerm; constateert voorts dat het Bureau de bestaande computerondersteunde vertaaltechnologie, Trados Studio 2021, evenals de modules voor het beheer van vertaalgeheugens en de aanmaak van batchprojecten heeft geüpgraded;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat de respondenten van de in 2022 gehouden, jaarlijkse klanttevredenheidsenquête (een percentage van 36 %) aangaven zeer tevreden te zijn met de diensten van het Bureau en de wederzijdse betrekkingen, en te kennen gaven dat hun prioriteiten, in volgorde van belangrijkheid, nog altijd de kwaliteit van vertalingen, de kwaliteit van de betrekkingen, de termijnen, de prijs, de taalcombinaties en de opmaak zijn;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en verbeteringen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>erkent dat 2022 een moeilijk jaar was voor het Bureau vanwege externe omstandigheden, waaronder de oorlog in Oekraïne, de aanhoudende gevolgen van COVID‑19, de stijgende energiekosten en inflatie, en de daaruit voortvloeiende stijging van de interne kosten voor de gebouwen en de salarissen van het personeel van het Bureau; stelt met waardering vast dat het Bureau in 2023, ondanks de verminderde vertaalbehoeften van sommige van zijn klanten en dankzij zijn investeringen in technologie en efficiëntieverbetering, een prijsstructuur heeft weten voor te leggen met stabiele prijzen die in reële termen neerkomen op een prijsdaling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>erkent dat het Bureau en zijn vertaaldiensten een belangrijke rol spelen bij het rationaliseren van de werkmethoden van de agentschappen van de Unie, het verwezenlijken van schaalvoordelen en het opvangen van de eventuele te hoge werklast van de instellingen van de Unie die over hun eigen vertaaldiensten beschikken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat het Bureau een belangrijke stap heeft gezet richting duurzaamheid en milieubescherming door een nieuw huurcontract te ondertekenen en zijn kantoorruimte met 33 % te verminderen, en tegelijkertijd nieuwe werkruimten te creëren, waaronder een cafetaria;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>stelt vast dat het Bureau zijn structuur en werkmethoden geleidelijk heeft geoptimaliseerd en kostenefficiëntiemaatregelen aan zijn bedrijfsmodel heeft toegevoegd, onder meer door instrumenten van de Commissie, zoals ABAC, Sysper, MIPS en ARES, in te voeren; maakt uit het antwoord van het Bureau met betrekking tot Sysper op dat het Bureau in 2022 is begonnen met de invoering van een nieuwe module voor de digitalisering van personeelsgegevens; stelt voorts vast dat het Bureau Systal (een selectie- en aanwervingsinstrument) heeft ingevoerd en het gebruik ervan in 2022 verder heeft geoptimaliseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is verheugd dat de afdeling Administratie van het Bureau haar prestaties heeft verbeterd door haar werkmethoden te evalueren en te herzien en tegelijkertijd nieuwe technologie in te voeren om haar werkzaamheden te stroomlijnen, wat heeft geleid tot een hogere productiviteit, lagere kosten en een algehele verbetering van de kwaliteit van het werk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Bureau een van de agentschappen was die hebben deelgenomen aan het initiatief “Joint EU Forces on AI” van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>maakt met waardering uit het verslag van de Rekenkamer op dat het Bureau een van de agentschappen is die bedrijfsplannen hebben voor de verbetering van de energie-efficiëntie en klimaatneutraliteit van hun activiteiten; betreurt dat het Bureau nog geen certificaat van het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) heeft, maar is niettemin verheugd dat het actief de mogelijkheden bekijkt om de registratieprocedure van EMAS in de nabije toekomst te starten; merkt op dat het Bureau zich voortdurend inzet om zijn milieuprestaties te verbeteren en zich in zijn dagelijkse praktijken beroept op de algemene beginselen van EMAS en de ISO 14001-norm; is ingenomen met het feit dat het Bureau verschillende maatregelen heeft getroffen om in de periode van 1 november 2022 tot en met 31 maart 2023 het gas- en elektriciteitsverbruik in zijn gebouwen te verminderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 93,78 % was ingevuld, aangezien er 46 ambtenaren en 135 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 51 ambtenaren en 142 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (193 toegestane posten, net als in 2021); stelt vast dat er in 2022 bovendien 20 arbeidscontractanten voor het Bureau werkten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>neemt kennis van de voor 2022 gerapporteerde genderverdeling van het Bureau, met 11 mannen (58 %) en 8 vrouwen (42 %) in het hoger en middenmanagement, 38 mannen (59 %) en 26 vrouwen (41 %) in de raad van bestuur en een totaal personeelsbestand van 76 mannen (38 %) en 125 vrouwen (62 %); merkt op dat er sprake is van een ondervertegenwoordiging van mannen in het totale personeelsbestand van het Bureau; wijst erop dat het genderevenwicht moet worden gewaarborgd en vraagt het Bureau te streven naar genderevenwicht in het personeelsbestand, het hoger en middenmanagement en de raad van bestuur; verzoekt de Commissie en de lidstaten bij het voordragen van kandidaten voor de raad van bestuur van het Bureau rekening te houden met het feit dat het genderevenwicht moet worden gewaarborgd; betreurt de grote omvang van de raad van bestuur, omdat een dergelijke omvang de besluitvorming bemoeilijkt en niet bijdraagt aan vereenvoudigd beheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>merkt op dat het Bureau een algemeen beleid voert inzake psychologische en seksuele intimidatie dat een formele en een informele procedure omvat, waarbij de informele procedure wordt afgehandeld door aangewezen vertrouwenspersonen; neemt kennis van het antwoord van het Bureau dat er in 2022 geen gevallen van intimidatie werden gemeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat het aantal in 2022 aangevraagde en in 2022 door het management goedgekeurde overuren is toegenomen van 112 naar 252, wat neerkomt op een toename van 125 % ten opzichte van 2021; leidt uit het antwoord van het Bureau af dat er in 2022 sprake was van een personeelsverloop van 7 % (met uitzondering van pensioneringen);</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbesteding</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de constatering in het verslag van de Rekenkamer dat in 2021 drie overheidsopdrachten van het Bureau verschillende tekortkomingen vertoonden, aangezien de overeenkomsten zonder voorafgaande aankondiging van de opdracht werden ondertekend en de rechtvaardiging van de noodzaak om exclusieve rechten te beschermen of van dwingende spoed door de Rekenkamer ontoereikend werd geacht; merkt op dat slechts een van deze drie overeenkomsten in 2022 open was en geleid heeft tot een betaling van 0,6 miljoen EUR, en dat de opmerking van de Rekenkamer nog altijd openstaat; merkt op dat het oordeel met beperking van de Rekenkamer over de uitgaven van het Bureau voor 2022 ook betrekking heeft op deze betaling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van het oordeel met beperking van de Rekenkamer dat een totaalbedrag van 0,1 miljoen EUR aan betalingen onregelmatig was, evenals de twee daarmee samenhangende overeenkomsten van 110 000 EUR en 52 000 EUR, die het Bureau met één enkele dienstverlener en zonder voorafgaande aankondiging van de opdracht heeft onderhandeld; merkt op dat het Bureau zijn keuze voor de procedure met dwingende spoed had gerechtvaardigd, maar dat deze rechtvaardiging door de Rekenkamer ontoereikend werd geacht; neemt voorts kennis van het antwoord van het Bureau dat het ervoor heeft gekozen via een onderhandelingsprocedure een uitbreiding van de dienst aan te besteden, omdat het geen oplossing kon vinden voor een overgang van de oude naar de nieuwe kaderovereenkomst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>vestigt andermaal de aandacht op het oordeel met beperking van de Rekenkamer over de wettigheid en regelmatigheid van de in 2022 gedane betalingen in verband met 117 afzonderlijke kaderovereenkomsten die voortvloeiden uit één enkele aanbestedingsprocedure voor de vertaling van teksten; maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat het algemeen maximum voor deze procedure, dat 1 miljoen EUR bedroeg, niet in de bijbehorende kaderovereenkomsten was vastgelegd; betreurt dat deze bevinding in strijd was met artikel 2, lid 31, van het Financieel Reglement; stelt bovendien vast dat het Bureau dit algemeen maximum alleen in het oog had gehouden op het niveau van het betrokken begrotingsonderdeel en geen toezicht had gehouden op de besteding van het maximum, noch op het niveau van de afzonderlijke kaderovereenkomsten, noch voor de gehele procedure; betreurt dat dit ertoe heeft geleid dat een bedrag van 0,5 miljoen EUR boven dit maximum onregelmatig is betaald; maakt uit het antwoord van het Bureau op dat het Bureau maatregelen heeft getroffen om zijn controlesystemen op dit gebied te verbeteren, namelijk door een Business Objects-verslag (BO-verslag) op te stellen met een lijst van alle van kracht zijnde kaderovereenkomsten en alle gegevens die nodig zijn om het gebruik van het maximum van elk van deze overeenkomsten te volgen; is in dit verband ingenomen met de ontwikkeling van technische functies die automatisch detecteren, markeren en/of waarschuwingsmails sturen wanneer bepaalde verbruikspercentages van de begroting (75 % en 90 %) zijn bereikt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat de cv’s van de leden van de raad van bestuur niet op de website van het Bureau staan, terwijl voor de meesten van deze leden wel belangenverklaringen zijn gepubliceerd; stelt vast dat de belangenverklaring en het cv van de directeur op de website van het Bureau staan; maakt uit het verslag van het Bureau over de maatregelen die zijn genomen in het licht van de verlening van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Bureau voor het begrotingsjaar 2021 op dat het Bureau nog altijd werkt aan een oplossing die de leden van de raad van bestuur in staat stelt zelf belangenverklaringen en cv’s te uploaden en bij te werken; vraagt het Bureau met klem deze technische stap af te ronden en verzoekt het Bureau de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vorderingen op dit gebied totdat alle documenten van alle leden van de raad van bestuur zijn gepubliceerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>is ingenomen met het feit dat kandidaten en personeelsleden belangenverklaringen ondertekenen voordat zij worden aangeworven, tijdens hun dienstverband en voordat zij terugkeren van verlof om redenen van persoonlijke aard of onbetaald verlof; is voorts ingenomen met het feit dat personeelsleden die in een selectiecomité voor de aanwerving van personeel of een evaluatiecomité voor aanbestedingen zitten een vertrouwelijkheidsverklaring en een verklaring betreffende de afwezigheid van belangenconflicten moeten invullen; leidt uit het antwoord van het Bureau af dat er in 2022 geen gevallen van belangenconflicten of klokkenluiders waren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt op dat er, gezien de aard van de kerntaken van het Bureau, geen ontmoetingen met lobbyisten plaatsvinden en dat het Bureau momenteel niet van plan is een interne anticorruptiestrategie in te voeren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat bij drie gecontroleerde aanbestedingsprocedures voor diensten belangrijke criteria voor de beoordeling van de technische en beroepsbekwaamheid van de inschrijvers ontbraken uit het bestek, en dat daarin geen reeks relevante, specifieke en meetbare minimumniveaus van de financiële draagkracht werd vastgesteld waaronder inschrijvers niet zouden worden aanvaard; neemt kennis van het antwoord van het Bureau dat de aanbestedingsdocumenten die voor deze procedures werden gebruikt, gebaseerd waren op oudere modellen, en dat de nieuwe modellen die het Bureau gebruikt vereisen dat deze cijfers duidelijk worden gespecificeerd en ingevuld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>constateert dat het Bureau begin 2022 nog vijf aanbevelingen had openstaan naar aanleiding van twee controles van de dienst Interne Audit (IAS); neemt er in dit verband nota van dat twee aanbevelingen naar aanleiding van de IAS-controle van 2019 van het systeem van het Bureau voor het beheer van de vertaalworkflow en een van de drie aanbevelingen naar aanleiding van de IAS-controle van 2021 betreffende planning en budgettering voor eind 2022 werden afgesloten; stelt voorts vast dat in het kader van de twee resterende aanbevelingen, die niet als “zeer belangrijk” of “kritiek” zijn aangemerkt, maatregelen zijn genomen en dat het restrisico voor deze aanbevelingen minimaal is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>neemt er nota van dat het Bureau naar aanleiding van de opmerking van de Rekenkamer met betrekking tot het begrotingsjaar 2021 over tekortkomingen in de documentatie van het Bureau bij verscheidene openbare aanbestedingsprocedures zijn procedures en modellen heeft bijgewerkt; merkt op dat deze opmerking inmiddels is afgesloten; merkt op dat het Bureau in 2022 een nieuw actieplan voor fraudebestrijding voor 2022 en 2023 heeft voltooid en goedgekeurd en de laatste lopende maatregelen in het kader van het vorige plan heeft afgerond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is ingenomen met de kwaliteitscontroles die in 2022 met succes zijn afgerond en het management van het Bureau extra zekerheid verschaffen over de doeltreffendheid, de efficiëntie en de conformiteit van de gecontroleerde procedures; merkt op dat voor de gecontroleerde procedures geen afwijkingen zijn vastgesteld en dat in de controleverslagen een aantal opmerkingen en suggesties voor verbetering is geformuleerd en overeengekomen, dat verder is omgevormd tot uit te voeren actieplannen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>neemt kennis van de inspanningen die het Bureau in 2022 heeft geleverd om zijn publieke zichtbaarheid te vergroten; constateert dat de parameters voor sociale media van het Bureau zijn verbeterd en dat het aantal abonnees op de socialemedia-accounts van het Bureau (op Facebook, LinkedIn en Twitter) in 2022 met 11 % is toegenomen; prijst het Bureau voor het feit dat het zich blijft inspannen om zijn dienstenpakket beter onder de aandacht te brengen van zijn klanten, externe aanbieders van taaldiensten, institutionele partners en het publiek door middel van folders en videotutorials over interne en externe workflowtools en video’s waarin het zijn post-editingdienst promoot, om een breder publiek te bereiken; neemt er nota van dat de uitwisseling van beste praktijken met universiteiten en de mondiale vertaalgemeenschap (onder meer via de memoQ-podcast en de Nordic Techkomm Denmark-conferentie) ook in 2022 deel is blijven uitmaken van de bewustmakingsactiviteiten van het Bureau;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>