<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0247</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Europese Stichting voor opleiding</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0114/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2163(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0101/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1339/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot oprichting van de Europese Stichting voor opleiding<FOOTNOTE><FIELD>PB L 354 van 31.12.2008, blz. 82.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 17,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0114/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de directeur van de Europese Stichting voor opleiding kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Stichting voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting voor opleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2163(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2022 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan de Stichting te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0101/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1339/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 tot oprichting van de Europese Stichting voor opleiding<FOOTNOTE><FIELD>PB L 354 van 31.12.2008, blz. 82.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 17,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0114/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese Stichting voor opleiding, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2163(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Europese Stichting voor opleiding voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0114/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van de Europese Stichting voor opleiding (“de Stichting”) voor het begrotingsjaar 2022 volgens haar staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 38 van 31.1.2023, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE> 25 051 848 EUR bedroeg, hetgeen neerkomt op een stijging met 17,05 % ten opzichte van 2021; overwegende dat de begroting van de Stichting volledig wordt gefinancierd met middelen van de begroting van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van de Stichting voor het begrotingsjaar 2022 (“het verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van de Stichting betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt met waardering op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geresulteerd in een hoog uitvoeringspercentage van de begroting van 99,98 %, hetgeen neerkomt op een lichte stijging met 0,07 % ten opzichte van 2021; wijst erop dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 97,70 % bedroeg, een stijging met 11,48 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Stichting, ondanks de begrotingscrisis als gevolg van de inflatie en de prijzen van nutsvoorzieningen in 2022, in staat is gebleken haar uitgaven doeltreffend te beheren, kostenbesparende maatregelen in te voeren en zonder grote verstoringen voor haar werkprogramma de prioriteiten te herschikken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de Stichting bepaalde maatregelen als kernprestatie-indicatoren gebruikt om de toegevoegde waarde van zijn activiteiten te beoordelen, en andere maatregelen om zijn begrotingsbeheer te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat de Stichting 93 % van haar activiteiten heeft voltooid, hetgeen een lichte daling inhoudt ten opzichte van 2021, en 89 % van haar activiteiten tijdig heeft voltooid; merkt op dat de Stichting de doelstellingen voor alle kernprestatie-indicatoren heeft bereikt, boven of duidelijk boven de vastgestelde streefdoelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>neemt kennis van de belangrijkste verwezenlijkingen van de Stichting in 2022, die gebaseerd zijn op drie strategische doelstellingen: relevantie van en anticipatie op vaardigheden, ontwikkeling en validatie van vaardigheden, en prestaties en kwaliteit van het onderwijs- en opleidingsbeleid; merkt op dat deze doelstellingen door de Stichting worden verwezenlijkt in het kader van drie kerndiensten: kenniscentrum, monitoring en evaluatie, en beleidsadvies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>neemt kennis van de nieuwe initiatieven die de Stichting in 2022 heeft opgestart, zoals het nieuwe Team Europa-initiatief in het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied en het netwerk Governance, Learning, Action and Dialogue (GLAD); neemt kennis van de groei van haar expertisenetwerk en van de onlineconferentie van het expertisenetwerk in november, die deelnemers de gelegenheid bood om ontwikkelingen en resultaten van de werkzaamheden van het thematisch partnerschap uit te wisselen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat de Stichting Moldavië, Georgië en Oekraïne als kandidaat-lidstaten ondersteunt bij hun streven om hun onderwijs- en werkgelegenheidsbeleid af te stemmen op dat van de Unie, door de nationale autoriteiten technische expertise en advies over diverse kwesties te verstrekken, in nauwe samenwerking met de delegaties van de Unie en de diensten van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>is verheugd dat de maatregelen die de Stichting heeft genomen als reactie op schokken zoals de aanhoudende gevolgen van de COVID-19-pandemie en de Russische agressie in Oekraïne, zeer doeltreffend zijn geweest om ervoor te zorgen dat de uitvoering van het jaarlijkse werkprogramma op een hoog niveau kon worden voorgezet; prijst het initiatief van de Stichting om Oekraïne te steunen via het online-informatieplatform voor de erkenning van kwalificaties, vaardigheden en studieperioden van Oekraïense vluchtelingen en via andere middelen, en waar mogelijk en relevant te reageren door gebruik te maken van haar thematische expertise en haar kennis van de onderwijs- en opleidingsstelsels van het land, in nauw contact met verschillende diensten van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>onderstreept dat de Stichting sinds begin 2022 alle activiteiten en samenwerking met de Belarussische autoriteiten heeft opgeschort;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is ingenomen met de activiteiten van de Stichting om partnerlanden van de Unie in het kader van het externe beleid van de EU te helpen hun potentieel aan menselijk kapitaal te benutten en de werkgelegenheidsvooruitzichten van hun burgers te verbeteren door de hervorming van onderwijs-, beroepsopleidings-, vaardigheden- en arbeidsmarktstelsels;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is met name ingenomen met het nieuwe concept van ondernemingscentra voor uitmuntendheid op het gebied van beroepsopleiding, dat is ontwikkeld om bij te dragen aan het internationale debat in de kennisgemeenschap op het gebied van ondernemerschap en om opleidingscentra te inspireren om beter in te spelen op de veranderende behoeften van burgers, economieën en samenlevingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en winst</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat de Stichting in 2022 is blijven zoeken naar mogelijkheden om haar activiteiten efficiënter te maken, zoals het verbeteren van digitale werkstromen en proactieve deelname aan het netwerk van agentschappen van de Unie en de verschillende werkgroepen daarvan; wijst onder andere op het delen van de boekhoudkundige diensten van de Stichting met het Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk door middel van een in 2022 ondertekende overeenkomst inzake dienstverleningsniveau, en de evaluatie van de mogelijkheid om middelen op het gebied van werving, cyberbeveiliging, EMAS, duurzaamheid en vergroening, aanbestedingen en IT-instrumenten en -systemen te delen met het Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt op dat de Stichting onder andere maatregelen heeft genomen op het gebied van energieverbruik en gebouwenbeheer, zoals de sluiting van de kantoren in augustus 2022, sensoren voor verlichting en water, en timers voor ketels, verwarming en airconditioning; wijst op de verhoogde inspanningen op het gebied van energiebeheer die hebben geleid tot een besparing van 2 000 mC gas en 49 107 kWh elektriciteit in 2022, ondanks de verhoogde aanwezigheid, gedurende het hele jaar, van personeel in kantoren als gevolg van de ingevoerde hybride werkregelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is ingenomen met de toezegging van de Stichting om alle e-aanbestedingsinstrumenten van de Commissie over te nemen en met het feit dat het aanbestedingsproces van de Stichting volledig is gedigitaliseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>prijst de Stichting voor het feit dat zij een bedrijfsplan heeft opgesteld om de energie-efficiëntie en klimaatneutraliteit van haar activiteiten te verbeteren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 98,8 % was ingevuld, aangezien er 85 ambtenaren en tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 86 ambtenaren en tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (hetzelfde aantal toegestane posten in 2021); stelt vast dat er daarnaast in 2022 nog 39 arbeidscontractanten en een lokale functionaris voor de Stichting werkten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>stelt vast dat in 2022 21 lidstaten vertegenwoordigd waren onder het personeel van de Stichting; neemt andermaal met bezorgdheid kennis van het feit dat het geografisch evenwicht een uitdaging vormt; merkt op dat 42 % van het personeel van de Stichting onderdaan is van de lidstaat waarin zij is gevestigd; merkt op dat de Stichting gebruikmaakt van een selectieprocedure op basis van verdienste, waarbij zij in geval van gelijke verdiensten de voorkeur geeft aan kandidaten met een ondervertegenwoordigde nationaliteit; wijst erop hoe belangrijk geografisch evenwicht is en verzoekt de Stichting de nodige maatregelen te nemen met het oog op een evenwichtige en billijke geografische vertegenwoordiging, ook in het middenkader en de hogere leidinggevende functies, en tegelijkertijd de kennis en vaardigheden van de kandidaten in acht te nemen, en alle ontwikkelingen op dit gebied aan de kwijtingsautoriteit mee te delen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat vier van de negen posten van het midden- en hogere management in 2022 door vrouwen werden bekleed; merkt op dat de genderverhouding onder de leden van de raad van bestuur 41 % mannen en 59 % vrouwen (respectievelijk 11 en 16 leden) en in het totale personeelsbestand 33 % mannen en 67 % vrouwen (respectievelijk 41 en 84 personeelsleden) bedraagt; herinnert eraan dat het belangrijk is te zorgen voor genderevenwicht en verzoekt de Stichting met dit aspect rekening te houden bij toekomstige personeelsaanwervingen en benoemingen in haar midden- en hogere management; verzoekt de Commissie en de lidstaten bij het voordragen van kandidaten voor de raad van bestuur van de Stichting rekening te houden met het belang van het waarborgen van genderevenwicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verneemt uit de follow-up van de opmerkingen in verband met de kwijting voor 2021 dat de Stichting, om de aantrekkelijkheid van de standplaats te vergroten, haar kennisgevingen van vacatures heeft herzien en haar communicatiekanalen aan het diversifiëren is naar landen die minder vertegenwoordigd zijn via LinkedIn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>merkt op dat de Stichting in december 2022 het handvest voor diversiteit en inclusie heeft aangenomen; merkt op dat het personeel in 2022 over veel voordelen beschikte om het welzijn op het werk te verbeteren en dat er bovendien nieuwe regels werden aangenomen met betrekking tot werktijden en hybride werkregelingen, die het personeel mogelijkheden blijven bieden voor nieuwe flexibele manieren van werken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbesteding</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>neemt kennis van de opmerking van de Rekenkamer dat de gunning van een kaderovereenkomst van 1 miljoen EUR voor inhoudsondersteunende diensten, die in 2021 werd opgestart, onregelmatig was vanwege een afwijking van de technische specificaties; merkt op dat inschrijvers afgesloten en ondertekende rekeningen moesten overleggen met een omzet van ten minste 250 000 EUR voor de laatste twee begrotingsjaren (d.w.z. 2019 en 2020) om hun financiële draagkracht aan te tonen; merkt op dat de omzet van de winnende inschrijver voor 2019 de vereiste drempel niet had bereikt, maar dat de Stichting, in plaats van de inschrijver af te wijzen, besloot om de inschrijving niet af te wijzen op grond van de hogere omzet die in de voorlopige rekeningen voor 2021 naar voren kwam; beklemtoont dat de Rekenkamer heeft geconcludeerd dat de evaluatieprocedure en de daaruit voortvloeiende overeenkomst onregelmatig zijn, evenals alle daarmee samenhangende betalingen, die in 2022 100 100 EUR bedroegen; neemt er kennis van dat de Stichting naar aanleiding van de opmerking van de Rekenkamer haar methodologie zal vereenvoudigen, en de financiële betrouwbaarheid van contractanten zal blijven beoordelen, maar deze beoordeling beter zal afstemmen op de huidige financiële situatie (met de uitwerking van de COVID-19-pandemie en de oorlog in de Oekraïne);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt op dat in een andere openbare aanbestedingsprocedure voor ondersteunende diensten in het land ter waarde van 4 miljoen EUR de financiële en economische draagkracht van de inschrijvers moest worden beoordeeld aan de hand van twee criteria: i) een stabiele financiële positie, aangetoond aan de hand van een reeks parameters, waaronder een positieve nettowinst, en ii) een jaarlijkse omzet van ten minste 1 miljoen EUR in de laatste twee begrotingsjaren; merkt op dat de Stichting de opdracht heeft gegund aan een consortium van vijf niet-commerciële entiteiten, hoewel geen van de leden van het consortium in de afgelopen twee jaar winst had gemeld, en bovendien heeft besloten het omzetvereiste – waaraan de winnende inschrijver niet voldeed – buiten beschouwing te laten omdat deze niet van toepassing is op niet-commerciële entiteiten; benadrukt dat de Rekenkamer heeft geconcludeerd dat de Stichting de selectiecriteria onjuist heeft toegepast en dat de economische en financiële draagkracht van de winnende inschrijver niet is aangetoond; merkt voorts op dat de evaluatieprocedure en de daaruit voortvloeiende overeenkomst derhalve onregelmatig zijn, evenals alle daarmee samenhangende betalingen, die in 2022 70 500 EUR bedroegen; merkt op dat de aanbestedingsprocedure in kwestie gericht was op de ontwikkeling van menselijk kapitaal in Centraal-Azië en dat de Stichting naar aanleiding van de opmerking van de Rekenkamer de besprekingen met de betrokken diensten van de Commissie over mogelijke alternatieve methoden om de activiteiten in haar partnerlanden uit te voeren, zal voorzetten, en tegelijkertijd haar methodologie voor financiële beoordeling zal vereenvoudigen om zich, waar van toepassing, te richten op de niet-EU-markt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>herinnert eraan dat het belangrijk is dat bij alle aanbestedingsprocedures wordt gezorgd voor eerlijke concurrentie tussen inschrijvers en de beste mogelijke prijs voor goederen en diensten, met inachtneming van het transparantiebeginsel, het beginsel van deugdelijk gebruik van overheidsmiddelen, het evenredigheidsbeginsel, het beginsel van gelijke behandeling en het beginsel van non-discriminatie; verzoekt de Stichting maatregelen te nemen om te waarborgen dat bij toekomstige aanbestedingsprocedures de geldende regels inzake transparantie, billijkheid en integriteit in het aanbestedingsproces volledig worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>merkt op dat de Stichting eind 2022 slechts één openstaande bevinding van de Rekenkamer had over de aanbestedingsprocedure voor uitzendkrachten, die in 2018 was afgegeven en eerder door het Parlement in zijn kwijtingsverslag was erkend; merkt bovendien op dat de Stichting deze kwestie heeft aangepakt bij de lancering van de nieuwe kaderovereenkomst, die in 2023 zal worden ondertekend;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>stelt vast dat de Stichting de belangenverklaringen en de cv’s van de leden van haar raad van bestuur alsook van haar hogere en middenmanagers openbaar heeft gemaakt; merkt voorts op dat de Stichting alle vergaderingen van haar directeur en organisaties en zelfstandigen op haar website vermeldt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt op dat de Stichting een interne fraudebestrijdingsstrategie heeft, die regelmatig wordt geactualiseerd, en dat zij kan overwegen deze strategie aan te vullen met een gedeelte over corruptiebestrijding; merkt voorts op dat er nu beleid inzake belangenconflicten wordt ontwikkeld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>is verheugd over het positieve advies dat de dienst Interne Audit in zijn definitieve controleverslag van december 2022 heeft uitgebracht over de complementariteit en de samenwerkingsmechanismen tussen de Stichting en de Commissie, waarin de nadruk wordt gelegd op de deskundigheid van het personeel van de Stichting en het opzetten van een tweejaarlijkse gestructureerde dialoog om te zorgen voor een betere coördinatie ter voorbereiding van de vergaderingen van de raad van bestuur; merkt op dat de dienst Interne Audit desalniettemin ook wijst op twee zeer belangrijke kwesties met betrekking tot het mandaat van de Stichting en de monitoring van indicatoren, evenals op twee belangrijke kwesties met betrekking tot het afstemmen van prioriteiten en het verbeteren van de databank Union Requests en de bijbehorende procedure; erkent dat de Stichting naar aanleiding hiervan in samenwerking met DG EMPL een actieplan heeft opgesteld om deze aanbevelingen aan te pakken, dat vanaf 2023 in werking is getreden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>neemt kennis van de aandacht die de Stichting besteedt aan cyberbeveiliging en het beheer van digitale bestanden en gegevens en van de maatregelen die zijn genomen om te voldoen aan de desbetreffende richtsnoeren van de Unie, zoals het verbeteren van back-ups en penetratietests van de belangrijkste websites van de Stichting; merkt bovendien op dat na een in 2021 uitgevoerde risicobeoordeling van de informatiebeveiliging voor de hele Stichting in 2022 een plan voor de aanpak van risico’s is ontwikkeld en goedgekeurd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>merkt op dat de Stichting in 2022 zowel de EMAS-certificering als de ISO 14001-certificering heeft behouden na een milieu-audit in maart 2022 (en 2023);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Stichting verschillende maatregelen is blijven nemen om haar publieke en online-aanwezigheid te vergroten, onder meer door de productie en promotie van tien podcasts, twee internationale prijzen en tien gezamenlijke mededelingen, de livestreaming van zeven interviews in het kader van LearningConnects, en de deelname aan de COP-conferentie van de VN om haar werkzaamheden op het gebied van groene vaardigheden te presenteren; stelt in dat verband vast dat de aanwezigheid van de Stichting op sociale media in 2022 aanzienlijk is toegenomen ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verzoekt de Stichting nogmaals transparanter te zijn en meer openbare verantwoording af te leggen door beter gebruik te maken van media- en socialemediakanalen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>