<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P9_TA(2024)0249</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2022: Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0116/2024 - Rapporteur: Petri Sarvamaa)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2145(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0083/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 121,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0116/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de waarnemend uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in onderstaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan dewaarnemend uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 11 april 2024 over de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2145(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2022, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/594, 27.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/112, 12.10.2023.</FIELD></FOOTNOTE> waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 22 februari 2024 betreffende de aan het Bureau te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2022 (06180/2024 – C9‑0083/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2018 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 2111/2005, (EG) nr. 1008/2008, (EU) nr. 996/2010, (EU) nr. 376/2014 en de Richtlijnen 2014/30/EU en 2014/53/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 552/2004 en (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 212 van 22.8.2018, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 121,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0116/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de waarnemend uitvoerend directeur van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 april 2024 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2022 (2023/2145(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0116/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (het “Agentschap”) voor het begrotingsjaar 2022 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven<FOOTNOTE><FIELD>PB C 73 van 28.2.2023, blz. 25.</FIELD></FOOTNOTE> 224 265 965 EUR bedroeg, hetgeen neerkomt op een stijging met 10,04 % ten opzichte van 2021; overwegende dat 39 678 000 EUR van de begroting van het Agentschap afkomstig is van de begroting van de Unie, en 120 435 031 EUR van vergoedingen en heffingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart voor het begrotingsjaar 2022 (het “verslag van de Rekenkamer”) verklaard heeft redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt vast dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2022 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de vastleggingskredieten van 97,08 %, hetgeen neerkomt op een stijging met 0,77 % ten opzichte van 2021; stelt verder vast dat het uitvoeringspercentage voor de betalingskredieten van het lopende jaar 87,18 % bedroeg, hetgeen neerkomt op een kleine daling met 0,16 % ten opzichte van 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>stelt vast dat het Agentschap het jaar heeft afgesloten met een tekort wat vergoedingen en heffingen betreft ten belope van 8,2 miljoen EUR (tegenover 11,2 miljoen EUR in 2021); merkt op dat het gecumuleerde overschot wat vergoedingen en heffingen betreft hierdoor werd teruggebracht van 72,1 miljoen EUR naar 63,9 miljoen EUR; merkt op dat het percentage geannuleerde kredieten voor naar 2022 overgedragen vastleggingen 2,82 % bedroeg, onder het door de Commissie vastgestelde maximum van 5 %;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>stelt vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer het Agentschap vergoedingen en heffingen int voor de verlening van certificeringsdiensten, maar niet documenteert welke controle het verricht om ervoor te zorgen dat deze inkomsten correct worden geïnd, waarmee het Agentschap zich niet houdt aan het bepaalde in de artikelen 74, lid 5, en 75 van het Financieel Reglement; neemt kennis van het antwoord van het Agentschap, te weten dat het de nodige maatregelen zal nemen om te waarborgen dat controles naar behoren worden gedocumenteerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat het Agentschap in 2022 bepaalde maatregelen heeft ingezet om de toegevoegde waarde van zijn activiteiten te beoordelen, alsmede andere maatregelen om zijn begrotingsbeheer te verbeteren, en daarbij gebruik heeft gemaakt van een mix van 128 doelstellingen en 66 kernprestatie-indicatoren (KPI’s), verspreid over 11 belangrijke werkterreinen; constateert dat het Agentschap in 2022 zeer goede resultaten heeft geboekt, aangezien het uitvoeringspercentage met betrekking tot zijn jaarlijkse werkprogramma voor 2022 97 % bedroeg, en dat het bij 77 % van zijn KPI’s op schema lag;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst erop dat het Agentschap in 2022 aanzienlijke vorderingen heeft gemaakt en reeds veel heeft bereikt op het gebied van nieuwe ontwikkelingen in verband met groene oplossingen en digitalisering; merkt in dit verband op dat het Agentschap zijn inspanningen voor de verwezenlijking van schone luchtvaart heeft opgevoerd door middel van het EASA-programma voor duurzame luchtvaart 2022, dat verscheidene acties omvat, waaronder de publicatie van de derde editie van het Europees Milieurapport over de luchtvaart en de succesvolle bijdrage aan de conclusies over milieu van de 41e vergadering van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO); merkt op dat het Agentschap in 2022 de strategische prioriteiten wat de aanpak van de risico’s voor het systeem in verband met het Europees plan voor de veiligheid van de luchtvaart (EPAS) betreft, aan een grondige evaluatie heeft onderworpen; stelt in dit verband vast dat de evaluatie tot meer aandacht voor het beheer van onderling verbonden risico’s en voor de bekwaamheden van personeel heeft geleid, en aanvullende prioriteiten heeft opgeleverd in verband met de veilige integratie van opkomende technologieën en nieuwe bedrijfsconcepten; merkt op dat deze nieuwe strategische prioriteiten zijn opgenomen in de in 2022 goedgekeurde editie 2023-2025 van EPAS;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>neemt kennis van de maatregelen die het Agentschap in 2022 heeft genomen voor de tenuitvoerlegging van de routekaart voor stedelijke luchtmobiliteit door middel van de publicatie van de richtsnoeren voor het ontwerp van vertiports, het voorstel voor een nieuw regelgevingskader voor de exploitatie van luchttaxi’s in steden, de richtsnoeren voor de vaststelling van geluidsniveaus voor drones met een gewicht tot 600 kg, en de aanvaardbare wijzen van naleving en richtsnoeren ter ondersteuning van de geharmoniseerde, veilige en doeltreffende implementatie van U-space in de hele Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verwelkomt de digitale transformatie van het Europese luchtruim, met inbegrip van verbeterde mobiliteitsmogelijkheden en gestroomlijnde kwalificaties voor vergunningen en training van luchtverkeersleiders en ATM-grondsystemen; dringt aan op een wijziging van de RT-fraseologie (SERA, Standardised European Rules of the Air) voor de communicatie tussen piloten en luchtverkeersleiders; benadrukt dat de digitale transformatie van het Europese luchtruim verschillende afzonderlijke componenten en bouwstenen omvat die van cruciaal belang zijn voor de toekomstige architectuur van het luchtruim en gericht zijn op het ondersteunen van veiligheid, efficiëntie en milieuprestaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt hoe belangrijk het gemeenschappelijk Europees luchtruim is om de versnippering van het Europese luchtruim tegen te gaan en om de ATM-prestaties op het vlak van veiligheid, capaciteit, kostenefficiëntie en milieu te verbeteren; is ingenomen met de werkzaamheden van het Agentschap in het kader van de hervorming van SES 2+ in 2022, in het bijzonder op het vlak van de harmonisering op het gebied van luchtverkeersleiders (Air Traffic Controllers, ATCO’s) door middel van vergunningen en de certificering van ATM/ANS-grondsystemen door het Agentschap; is verheugd dat beide hervormingen leiden tot lagere kosten en meer capaciteit voor ATM, en een aanzienlijke toegevoegde waarde bieden voor het pakket initiatieven betreffende het gemeenschappelijk Europees luchtruim (SES 2+);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>heeft begrip voor de bezorgdheid over de Russische passagiersvloot; is met name ingenomen met de betrokkenheid van het Agentschap bij het Civil-Military Airspace Safety Team Ukraine (CMAST, team voor de veiligheid van het burgerlijke en militaire luchtruim in Oekraïne), in het bijzonder met betrekking tot de toenemende vraag naar luchtruim om militaire oefeningen van staten en de NAVO mogelijk te maken; neemt kennis van de succesvolle uitvoering van het werkprogramma met het Europees Defensieagentschap (EDA), dat de samenwerking op het gebied van opkomende innovatie aanzienlijk heeft versterkt; is ingenomen met het feit dat het Agentschap steun heeft verleend aan initiatieven van de Commissie in het kader van het rescEU-programma (contracten voor brandweerlieden en luchtvaart-, MEDEVAC- en vervoerscapaciteit);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>neemt kennis van de maatregelen die het Agentschap heeft genomen in reactie op de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, zoals de publicatie van een Conflict Zone Information Bulletin, waarin luchtvaartmaatschappijen wordt aanbevolen niet over gebieden met intense of verhoogde militaire activiteit te vliegen, en de publicatie van het Safety Information Bulletin over het regelmatig uitvallen van het GNSS in de buurt van conflictzones in Oekraïne; stelt in dit verband met tevredenheid vast dat het European Information Sharing and Cooperation Platform on Conflict Zones, dat als doel heeft informatie uit te wisselen over gevaren voor de burgerluchtvaart naar aanleiding van conflicten of gewapende opstanden, na een proefperiode operationeel is geworden; beklemtoont verder dat de illegale inval in Oekraïne in nieuwe veiligheidsuitdagingen heeft geresulteerd en veiligheidsuitdagingen die reeds bestonden, heeft vergroot; dringt nogmaals aan op nauwe betrekkingen met de Europese nationale en militaire luchtvaartautoriteiten, het EDA, de Gezamenlijke Organisatie voor Samenwerking op Defensiematerieelgebied (Occar) en de NAVO, waar nodig, om de taken van het Agentschap overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1139 uit te voeren, teneinde de veiligheid en beveiliging van vluchten in Europa te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>stelt vast dat het Agentschap zich heeft geconformeerd aan de sancties en maatregelen die de Commissie in 2022 na de illegale Russische inval in Oekraïne heeft vastgesteld en alle samenwerkingsactiviteiten met Rusland heeft opgeschort, en zich in plaats daarvan heeft gericht op activiteiten ter ondersteuning van Oekraïne; juicht het in dit verband toe dat het RAMP-coördinatieteam van het Agentschap de Commissie heeft geholpen bij het opstellen van een lijst van vliegtuigregistraties die door Russische staatsburgers worden gebruikt of gecontroleerd, en stelt vast dat deze lijst in 2022 38 keer is geactualiseerd en inmiddels meer dan duizend vliegtuigen omvat;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Efficiëntie en vertrouwen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>prijst het Agentschap voor het delen van hulpbronnen voor overlappende taken en bevoegdheden met andere agentschappen, waaronder op de gebieden personeel, adviesdiensten, digitalisering en “tools”, e-learning en enquêtes, alsook voor de deelname aan interinstitutionele aanbestedingen en aanbestedingen samen met andere agentschappen; stelt vast dat het Agentschap nauw samenwerkt met het Europees Milieuagentschap bij het opstellen van verslagen, zoals het Europees Milieurapport over de luchtvaart, alsook met EUROCONTROL voor gezamenlijke kansen op het gebied van luchtvaart in verband met leermogelijkheden, en met het Spoorwegbureau van de Europese Unie middels een in 2022 ondertekend memorandum van samenwerking inzake een gestructureerde dialoog en verbetering van de uitwisseling van informatie, kennis en ervaring op verschillende samenwerkingsgebieden; verwelkomt het dat het Agentschap met bijna alle nationale bevoegde luchtvaartautoriteiten in de lidstaten strategische partnerschappen heeft op het gebied van het delen van hulpbronnen en informatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>juicht het toe dat het Agentschap een aantal partnerschappen met andere organen van de Unie heeft gesloten om de doeltreffendheid en samenhang te vergroten, waaronder het Europees Milieuagentschap, het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding, de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart”, en de Gemeenschappelijke Onderneming SESAR3; verwelkomt de samenwerking inzake leeroplossingen met verschillende agentschappen met betrekking tot kwesties van gedeeld belang op de gebieden HR-adviesdiensten, digitalisering en instrumenten, e-learning en enquêtes, waaronder het Europees Geneesmiddelenbureau, de Europese Autoriteit voor effecten en markten, de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en het Europees Openbaar Ministerie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>herinnert eraan dat in 2020 het bedrijfstransformatieprogramma “Destination: Future-proof” in gang is gezet om kosten te verminderen, grotere doeltreffendheid te realiseren en de belangrijkste “drivers” van het Agentschap aan te pakken; stelt vast dat dit programma, dat in 2022 formeel werd afgesloten, tot belangrijke wijzigingen heeft geleid, waaronder een vereenvoudigde procedure voor het vaststellen van regels, pretoepassingsdiensten voor innovatieve technologieën en een verbeterd bedrijfsprogrammeringsproces, alsook een toename van de productiviteit met 12 % (ten opzichte van de “outputs” van 2019), hetgeen neerkomt op een vermindering van de “overhead” van het Agentschap van 36 FTE’s; juicht het toe dat zowel de programmabenadering voor vergroting van de doeltreffendheid als de infrastructuur voor het initiëren van nieuwe initiatieven tot stand zijn gebracht, zodat het Agentschap door kan gaan met het verbeteren van processen en met digitalisering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>juicht de maatregelen toe die het Agentschap heeft genomen om zijn milieuvoetafdruk op onder meer de gebieden gebouwen, consumptie van nutsvoorzieningen en bevoorrading te monitoren en beheren; stelt in dit verband vast dat het Agentschap zijn energie- en waterverbruik heeft geoptimaliseerd, 100 % hernieuwbare elektriciteit inkoopt, centrale afvalinzamelingspunten in de kantoorruimten van het Agentschap heeft geïnstalleerd, en maatregelen neemt om het gebruik van papier en kantoorbenodigdheden terug te dringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>stelt vast dat het Agentschap onverminderd gebruik maakt van de relevante criteria en vereisten van “groene openbare aanbestedingen”, en bij zijn aanbestedingen de beschikbare toolkits gebruikt; stelt daarnaast vast dat in 2022 één personeelslid in dienst is genomen voor de herstart van de analyse van instrumenten voor het continu verbeteren van de milieuprestatie van organisaties, met bijzonder focus op EMAS en ISO 14001; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit op de hoogte te brengen van de uitkomst van deze analyse;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeelsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2022 voor 95,59 % was ingevuld, aangezien er 651 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 681 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (ten opzichte van 680 toegestane posten in 2021); stelt vast dat in 2022 verder nog 95 contractanten en 23 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap werkten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>stelt vast dat het Agentschap in 2022 flink heeft geïnvesteerd in versterking van de technische capaciteiten en - middels een vernieuwd beleid op het gebied van competenties - in het bieden van doorgroeimogelijkheden voor zijn personeel; stelt in dit verband vast dat het Agentschap er in 2022 in is geslaagd meer dan 60 nieuwe personeelsleden aan te werven, de derde generatie van het “junior qualification programma” heeft gestart, meer dan 70 van zijn personeelsleden interne loopbaanontwikkelingsmogelijkheden heeft aangeboden, en 98 % van de geplande technische opleidingen aan personeel heeft geïmplementeerd; prijst het Agentschap voor zijn lage personeelsverloop (0,1 %) in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van het gebrek aan genderevenwicht in het hoger management van het Agentschap, waar 17 van de 22 leden (77 %) mannen zijn, en in de raad van bestuur van het Agentschap, waar 59 van de 79 leden (75 %) mannen zijn; neemt voorts kennis van het genderevenwicht binnen het totale personeelsbestand van het Agentschap, waar 525 van de 757 personeelsleden (69 %) man zijn; stelt vast dat het Agentschap de genderverdeling onder sollicitanten voortdurend in de gaten houdt en actief probeert vrouwen aan te nemen door vacatures in de juiste fora te publiceren, vrouwen specifiek op te roepen te solliciteren, en nauwkeurige informatie over posities te verstrekken, aangezien die van invloed kan zijn op het evenwicht tussen werk en privéleven; verzoekt het Agentschap zich te blijven inspannen om genderevenwicht te verwezenlijken op managements- en algemeen personeelsniveau door concrete maatregelen te nemen die sollicitaties van vrouwen aantrekken naar functies bij het Agentschap; verzoekt de Commissie en de lidstaten bij het voordragen van kandidaten voor de raad van bestuur van het Agentschap rekening te houden met het feit dat het genderevenwicht moet worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>juicht het toe dat het Agentschap aandacht is blijven besteden aan genderevenwicht, geografisch evenwicht en diversiteit; herinnert aan het belang van de ontwikkeling van een hr-beleid inzake evenwicht tussen werk en privéleven en het aanbod van specifieke opleidingsmogelijkheden voor loopbaanontwikkeling, telewerken, het recht om offline te zijn, een beter geografisch evenwicht zodat alle lidstaten voldoende vertegenwoordigd zijn, de aanwerving en integratie van personen met een handicap en de bevordering van hun gelijke behandeling en gelijke kansen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verneemt uit het verslag van het Agentschap over follow-upmaatregelen naar aanleiding van de kwijting voor de begroting van het Agentschap voor 2021 (het “verslag van het Agentschap”) dat het Agentschap op basis van zijn programma voor competentiebeheer en strategische personeelsplanning een stabiel personeelsscenario 2022+ heeft geformuleerd, met aanzienlijke investeringen in externe hulpbronnen op de gebieden technische en bedrijfsexpertise met betrekking met zowel traditionele taken als nieuwe gebieden, op basis van de tussentijdse strategische prioriteiten van het Agentschap, met inbegrip van bijvoorbeeld nieuwe technologieën, cyberbeveiliging, veiligheidsbeoordeling, testvluchten en onderzoek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>stelt vast dat in 2022 melding is gemaakt van één geval van intimidatie en dat het Agentschap in dit verband gebruik heeft gemaakt van de diensten van een externe onderzoeker van het netwerk voor agentschappen, en dat de conclusie is getrokken dat de intimidatie niet kon worden bevestigd; stelt verder vast dat in 2022 in totaal vier gevallen van burn-out zijn gemeld, hetzelfde aantal als in 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>herinnert aan de opmerking van de Rekenkamer in haar verslag over de agentschappen van de Unie voor 2021 dat het Agentschap zich niet houdt aan artikel 16 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie; stelt vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer die opmerking nog openstaat; leest in het verslag van het Agentschap dat het Agentschap ondertussen formeel een gemengd comité in het leven heeft geroepen, nadat het ook reeds zijn procedures had herzien ter correctie van de door de Rekenkamer in kaart gebrachte zwakheden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbesteding</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>stelt vast dat volgens het verslag van de Rekenkamer het Agentschap een contract ten belope van 1,9 miljoen EUR met een dienstverlener heeft gesloten voor de verdere ontwikkeling van een systeem voor het melden van incidenten, en daarbij gebruik heeft gemaakt van een procedure met dwingende spoed; stelt vast dat de Rekenkamer aangeeft dat, aangezien niet aan de juridische voorwaarden voor het gebruik van die procedure was voldaan, de procedure onregelmatig was, net als alle in dat kader gedane betalingen (261 385 EUR) in 2022; neemt er evenwel kennis van dat het Agentschap heeft aangegeven dat de gekozen dienstverlener de enige was die de ontwikkeling van dat systeem kon voortzetten zonder verstoringen en een onmiddellijk veiligheidsrisico te veroorzaken (met alle potentiële rampzalige gevolgen van dien);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer aangeeft dat het Agentschap, na de lancering van de aanbestedingsprocedure voor diensten op het gebied van evenementenbeheer, de prijs van de aanbesteding heeft gewijzigd zonder zich daarbij aan het bepaalde in artikel 151 van het Financieel Regelement te houden; neemt er kennis van dat het Agentschap, na een klacht van de inschrijver, een tweede beoordeling heeft verricht en dat de inschrijver vervolgens is uitgesloten van deelname omdat hij “niet voldeed aan de vereisten van de aanbesteding”, zonder evenwel aan te geven aan welke vereisten niet was voldaan; neemt kennis van de conclusie van de Rekenkamer dat de uitsluiting van de inschrijver niet naar behoren was onderbouwd; verzoekt het Agentschap de nodige maatregelen te nemen om te garanderen dat in toekomstige aanbestedingsprocedures elke correctie van de prijs of uitsluiting van inschrijvers wordt gemotiveerd overeenkomstig de toepasselijke voorschriften;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Preventie van en omgang met belangenconflicten, en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>neemt kennis van het feit dat het Agentschap over een systeem voor de preventie van en omgang met belangenconflicten beschikt, dat uit een jaarlijkse exercitie bestaat in het kader waarvan het personeel wordt gevraagd in voorkomend geval wijzigingen in hun situatie te signaleren die tot een (potentieel) belangenconflict zouden kunnen leiden; stelt vast dat in 2022 van alle belangenverklaringen van personeelsleden in verschillende contexten (jaarlijkse opgave, nieuwe aanwervingen, activiteiten na vertrek of externe activiteiten/CCP) er vier - na een beoordeling door het Agentschap overeenkomstig de toepasselijke procedure - voor advies zijn doorverwezen naar de ethische commissie van het Agentschap; juicht het toe dat zich in 2022 geen bevestigde gevallen van belangenverstrengeling hebben voorgedaan en dat alle gevallen waarin een daadwerkelijk of potentieel belangengeschil is vastgesteld via specifieke maatregelen, bijvoorbeeld een afkoelingsperiode, een verbod op lobbyingactiviteiten, of het niet participeren in bepaalde opdrachten, konden worden opgelost;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>stelt vast dat de cv’s en belangenverklaringen van de leden van de raad van bestuur en van de leden van het hoger management op de website van het Agentschap worden gepubliceerd; stelt daarnaast vast dat het Agentschap op zijn website geen overzicht publiceert van alle vergaderingen met lobbyisten of belangenbehartigers, en roept het Agentschap op dit alsnog op zo kort mogelijke termijn te doen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>stelt vast dat het Agentschap bereid is na te denken over een interne anticorruptiestrategie voor de toekomst, maar dat dit op dit moment, gezien de situatie van de afgelopen drie jaar, nog niet urgent is; verzoekt het Agentschap desalniettemin dit standpunt nog eens te heroverwegen en maatregelen te nemen voor het uitwerken van een interne anticorruptiestrategie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>stelt vast dat de dienst Interne Audit (IAS) in 2022 een controle van normalisatie-activiteiten heeft verricht om vast te stellen of de toegepaste controles voldoende garanties bieden betreffende naleving van de relevante wetgeving en of de normalisatie-activiteiten op doeltreffende wijze zijn georganiseerd met het oog op het verwezenlijken van de doelstellingen van het Agentschap; stelt verder vast dat naar aanleiding van deze audit drie aanbevelingen zijn gedaan en dat het Agentschap vervolgens een ontwerpactieplan heeft opgesteld dat in de loop van 2023 ten uitvoer moet worden gelegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>stelt vast dat het controleprogramma van de interne auditfunctie van het Agentschap in 2022 acht dossiers omvatte, te weten vier zekerheidsaudits, waaronder één door de IAS verrichte audit, twee “adviserende audits” en twee follow-upaudits; stelt vast dat tijdens de follow-upaudits in 2022 twee van de 13 acties die tijdens de initiële controles in 2021 waren verricht, konden worden afgesloten, terwijl zes acties werden beoordeeld als gedeeltelijk voltooid en vijf acties nog niet waren voltooid; verzoekt het Agentschap de nodige maatregelen te treffen om deze acties af te ronden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>is ingenomen met de focus van het Agentschap op de integratie van Oekraïne als kandidaat-lidstaat in het EU-systeem;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>leest in het verslag van het Agentschap dat het Agentschap in 2022 een alomvattende bruikbaarheidsstudie heeft verricht bestaand uit “tree testing” en één-op-één interviews met gebruikers; stelt vast dat de studie kwalitatieve inzichten heeft opgeleverd die, samen met de kwantitatieve inzichten, naar verwachting tot verbetering van EASA Pro, EASA Light en gemeenschappen op de website van het Agentschap zullen leiden; prijst het Agentschap ervoor dat het een project is gestart om EASA Light (een speciale ruimte op de website van het Agentschap waar zijn activiteiten in eenvoudig, niet-technisch Engels uiteen worden gezet) beschikbaar te maken in alle officiële talen van de Unie;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 11 april 2024<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0280.</FIELD></FOOTNOTE> over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>